451231
207
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/238
Pagina verder
Hoofdstuk 3
28
e Druk op P.Bewaar inst.
f Druk op Faxontv:Uit (of
Faxontv:Aan).
g Druk op Stop/Eindigen.
1
U kunt geen fax ontvangen met Mono Start of
Kleur Start.
2
U kunt niet automatisch een fax ontvangen als u de
ontvangststand heeft ingesteld op Fax/Telefoon.
3
Instellen voordat u de machine uitschakelt.
Tijdklokstand 3
De machine heeft op het bedieningspaneel
vier tijdelijke modustoetsen: Fax, Scan,
Kopie en Photo Capture. U kunt de tijdsduur
wijzigen waarna de machine, na de laatste
scan-, kopieer- of PhotoCapture-bewerking,
terugkeert naar de faxmodus. Als u Uit
selecteert, blijft de machine in de laatst
gebruikte modus.
a Druk op MENU.
b Druk op a of b om Standaardinst.
weer te geven.
c Druk op Standaardinst.
d Druk op a of b om Tijdklokstand
weer te geven.
e Druk op Tijdklokstand.
f Druk op 0 Sec., 30 Sec., 1 Min,
2 Min., 5 Min. of Uit.
g Druk op Stop/Eindigen.
Aan/Uit-
instellingen
Ontvangststand
Beschikbare
opdrachten
Faxontv:
Aan
1
(fabrieksinstelling)
Alleen Fax
Ext. TEL/ANT
Fax ontvangen
Fax waarnemen
Uitgestelde fax
(Tijdklok)
3
Fax doorzenden
3
Fax opslaan
3
Faxvoorbeeld
3
PC Fax ontvangen
3
Afstandsbediening
3
Handmatig
Fax/Telefoon
2
Fax waarnemen
Uitgestelde fax
(Tijdklok)
3
Faxontv:
Uit
Behalve het reinigen
van de printkop zijn er
geen bewerkingen
mogelijk.
Een fax ontvangen
61
6
Een fax afdrukken 6
a Druk op Faxvoorbeeld.
b Druk op de fax die u wilt bekijken.
c Druk op Meer.
d Druk op (Afdrukken).
Als de fax meerdere pagina's bevat,
gaat u naar stap e.
Als de fax uit één pagina bestaat,
wordt de fax afgedrukt. Ga naar
stap f.
e Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Druk op Alle Pag Afdruk. om
alle pagina's van de fax af te
drukken.
Druk op Alleen huidige afdr.
om de weergegeven pagina af te
drukken.
Druk op
Afdr. vanaf deze pag. om de
weergegeven pagina tot en met de
laatste pagina af te drukken.
f Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Om de fax te verwijderen,
drukt u op Ja.
Om de fax in het geheugen op te
slaan, drukt u op Nee.
g Druk op Stop/Eindigen.
Alle faxen in de lijst afdrukken 6
a Druk op Faxvoorbeeld.
b Druk op Meer.
c Druk op Alles afdr.
d Druk op Stop/Eindigen.
Alle faxen in de lijst verwijderen 6
a Druk op Faxvoorbeeld.
b Druk op Meer.
c Druk op Alles wissen.
Druk op Ja om hier bevestigend op te
antwoorden.
d Druk op Stop/Eindigen.
Faxvoorbeeld uitschakelen 6
a Druk op Faxvoorbeeld.
b Druk op Meer.
c Druk op
Faxvoorbeeld uitschakelen.
d Druk op Ja om hier bevestigend op te
antwoorden.
e Als er faxen in het geheugen zijn
opgeslagen, voert u een van de
volgende stappen uit:
Als u de opgeslagen faxen niet wilt
afdrukken, drukt u op Doorgaan.
U wordt gevraagd om te bevestigen
dat u de opgeslagen faxen wilt
verwijderen.
Druk op Ja om hier bevestigend op
te antwoorden.
Als u alle opgeslagen faxen wilt
afdrukken, drukt u op
Alle faxn afdrukken.
Als u Faxvoorbeeld niet wilt
uitschakelen, drukt u op
Annuleren.
Druk op Stop/Eindigen.
Hoofdstuk 6
62
Afstandsbediening 6
U kunt uw machine bellen vanaf elke telefoon
met druktoetsen of een faxapparaat, en
vervolgens de code voor toegang op afstand
en de opdrachten voor afstandsbediening
gebruiken om faxberichten op te halen.
Een code voor toegang op
afstand instellen 6
Met de code voor toegang op afstand krijgt u
toegang tot de functies voor
afstandsbediening wanneer u niet in de buurt
van de machine bent. Voordat u toegang op
afstand en de functies voor
afstandsbediening kunt gebruiken, moet u uw
eigen code instellen. De standaardcode die in
de fabriek is ingesteld, is een inactieve
code (---l).
a Druk op MENU.
b Druk op a of b om Fax weer te geven.
c Druk op Fax.
d Druk op a of b om Afst.bediening
weer te geven.
e Druk op Afst.bediening.
f Voer met de toetsen op het LCD-scherm
een code van drie tekens in met de
cijfers 0-9, l of #.
Druk op OK.
(Het vooraf ingestelde ‘l kan niet
worden gewijzigd.)
Opmerking
Gebruik niet dezelfde code als voor
activeren op afstand (l 51) of deactiveren
op afstand (#51). (Zie Werken met een
tweede toestel op pagina 70.)
g Druk op Stop/Eindigen.
Opmerking
U kunt uw code op elk gewenst moment
wijzigen door een nieuwe code in te
voeren. Als u uw code inactief wilt maken,
drukt u in stap f op om de inactieve
instelling (---l) te herstellen en drukt u
vervolgens op OK.
Uw code voor toegang op
afstand gebruiken 6
a Kies uw faxnummer op een
telefoontoestel met druktoetsen of een
ander faxapparaat.
b Voer uw code voor toegang op afstand
(3 cijfers gevolgd door ) direct in zodra
uw machine antwoordt.
c De machine geeft aan of er berichten
zijn ontvangen:
1 lange pieptoon — faxberichten
Geen pieptonen — geen berichten
d Voer een opdracht in wanneer de
machine twee korte pieptonen geeft.
Als u langer dan 30 seconden wacht
voordat u een opdracht invoert,
verbreekt de machine de verbinding.
Als u een ongeldige opdracht heeft
ingevoerd, geeft de machine drie
pieptonen.
e Druk op 9 0 om de toegang op afstand
af te sluiten als u klaar bent.
f Hang op.
Opmerking
Als de machine is ingesteld op de stand
Handmatig en u de functies voor
afstandsbediening wilt gebruiken, wacht u
ongeveer 100 seconden wanneer de
machine overgaat en voert u vervolgens
binnen 30 seconden de code voor
toegang op afstand in.
Wissn
Een fax ontvangen
63
6
Opdrachten voor afstandsbediening 6
Gebruik de volgende opdrachten om toegang te krijgen tot functies op de machine als u zich op
een andere locatie bevindt. Wanneer u uw machine belt en vervolgens uw code voor toegang op
afstand invoert (3 cijfers gevolgd door ), geeft het systeem twee korte pieptonen en moet u een
opdracht voor afstandsbediening invoeren.
Opdrachten voor afstandsbediening Werking
95 De instellingen voor Fax
doorzenden of Fax opslaan
wijzigen
1 UIT U kunt Uit kiezen nadat u alle berichten heeft opgehaald of
gewist.
2 Fax doorzenden Eén lange pieptoon geeft aan dat de wijziging is
geaccepteerd. Als u drie korte pieptonen hoort, wordt de
wijziging niet geaccepteerd omdat er een instelling
ontbreekt (er is bijvoorbeeld geen nummer ingevoerd voor
Fax doorzenden). U kunt het nummer voor Fax doorzenden
invoeren door op 4 te drukken. (Zie Het nummer voor Fax
doorzenden wijzigen op pagina 64.) Nadat u het nummer
heeft opgegeven, werkt de functie Fax doorzenden.
4 Nummer voor Fax doorzenden
6 Fax opslaan
96 Een fax ophalen
2 Alle faxen ophalen Voer het nummer van het externe faxapparaat in om
opgeslagen faxberichten te ontvangen. (Zie Faxberichten
ophalen op pagina 64.)
3 Faxen uit het geheugen wissen Als u één lange pieptoon hoort, zijn de faxberichten uit het
geheugen gewist.
97 De ontvangststatus controleren
1 Fax U kunt controleren of uw machine faxberichten heeft
ontvangen. Als dat het geval is, hoort u één lange pieptoon.
Als er geen faxen of berichten zijn, hoort u drie korte
pieptonen.
98 De ontvangststand wijzigen
1 Telefoon/Beantw. Als u één lange pieptoon hoort, is de wijziging
geaccepteerd.
2 Fax/Telefoon
3 Alleen Fax
90 Afsluiten Als u op 9 0 drukt, wordt de afstandsbediening afgesloten.
Wacht totdat u de lange pieptoon hoort en leg vervolgens de
hoorn op de haak.
Hoofdstuk 6
64
Faxberichten ophalen 6
U kunt uw machine bellen vanaf elke telefoon
met druktoetsen en uw faxberichten naar een
ander faxapparaat laten sturen. U moet Fax
opslaan inschakelen voordat u deze functie
kunt gebruiken.
a Kies uw faxnummer.
b Voer uw code voor toegang op afstand
(3 cijfers gevolgd door ) direct in zodra
uw machine antwoordt. Als u één lange
pieptoon hoort, betekent dit dat er
nieuwe berichten zijn.
c Als u twee korte pieptonen hoort, drukt u
op 962.
d Wacht totdat u een lange pieptoon hoort
en voer dan met de kiestoetsen het
nummer in voor het faxapparaat waar u
de faxberichten naartoe wilt sturen
(maximaal 20 tekens) en druk
vervolgens op # #.
Opmerking
U kunt l en # niet als kiesnummers
gebruiken. U kunt echter wel op # drukken
om een pauze in te lassen.
e Hang op als u de pieptoon van uw
machine hoort. Uw machine belt dan het
andere faxapparaat, waarop uw
faxberichten vervolgens worden
afgedrukt.
Het nummer voor Fax
doorzenden wijzigen 6
U kunt de standaardinstelling van het
nummer voor Fax doorzenden wijzigen vanaf
een andere telefoon met druktoetsen of een
ander faxapparaat.
a Kies uw faxnummer.
b Voer uw code voor toegang op afstand
(3 cijfers gevolgd door ) direct in zodra
uw machine antwoordt. Als u één lange
pieptoon hoort, betekent dit dat er
nieuwe berichten zijn.
c Als u twee korte pieptonen hoort, drukt u
op 954.
d Wacht totdat u de lange pieptoon hoort,
voer met behulp van de kiestoetsen het
nieuwe nummer in van het faxapparaat
waar u de faxberichten naartoe wilt
sturen (maximaal 20 tekens) en druk
vervolgens op # #.
Opmerking
U kunt l en # niet als kiesnummers
gebruiken. U kunt echter wel op # drukken
om een pauze in te lassen.
e Druk op 9 0 als u klaar bent.
f Hang op als u de pieptoon van uw
machine hoort.
65
7
7
Werking als telefoon 7
U kunt telefoneren met een tweede of externe
telefoon door nummers handmatig te kiezen
of door middel van snelkiesnummers.
Toon of puls 7
Als u een pulsservice hebt, maar
toonsignalen moet verzenden (bijvoorbeeld
voor telebankieren), gaat u als volgt te werk:
a Neem de hoorn van het externe toestel
op.
b Druk op # op het bedieningspaneel van
de machine. Alle cijfers die hierna
worden gekozen, worden verzonden als
toonsignalen.
Wanneer u de hoorn op de haak legt, keert de
machine terug naar de pulsservice.
Fax/Telefoon-stand 7
Als de machine in de stand Fax/Telefoon
staat, wordt het dubbele belsignaal gebruikt
om aan te geven dat het een normaal
telefoontje betreft.
Als u zich bij een extern toestel bevindt,
neemt u de hoorn van het externe toestel op,
en drukt u op Telefoon/Intern om te
antwoorden.
Als u zich bij een tweede toestel bevindt,
moet u de hoorn tijdens het overgaan van het
dubbele signaal opnemen en vervolgens op
#51 drukken tussen de twee dubbele
belsignalen. Als er niemand aan het toestel is
of wanneer iemand u een fax wil zenden,
stuurt u de oproep terug naar de machine
door op l 51 te drukken.
Fax/Telefoon-stand in de
energiebesparende stand 7
Wanneer de machine in de
energiebesparende stand staat, kunt u
faxberichten ontvangen als 'P.Bewaar inst.'
op Faxontv:Aan is ingesteld. (Zie
Energiebesparende stand instellen
op pagina 27.)
De stand Fax/Telefoon werkt niet in de
energiebesparende stand. De machine zal
geen telefoontjes of faxen beantwoorden en
blijven rinkelen. Als u zich bij een extern of
tweede toestel bevindt, neem dan de hoorn
op om te praten. Als u faxtonen hoort, houd
dan de hoorn vast totdat Fax waarnemen uw
machine activeert. Als de beller zegt u een
fax te willen versturen, activeert u de machine
door op l 51 te drukken.
Telefoontoestellen en externe
apparaten
7
Hoofdstuk 7
66
Telefoondiensten 7
Uw machine biedt ondersteuning voor de
dienst Nummerweergave die door bepaalde
telefoonbedrijven wordt aangeboden.
Functies zoals voicemail, wisselgesprek,
wisselgesprek en/of nummerweergave,
antwoorddiensten, alarmsystemen of andere
aangepaste functies op dezelfde telefoonlijn,
kunnen leiden tot problemen met de werking
van uw machine.
Nummerweergave 7
Met de functie Beller ID kunt u gebruikmaken
van de dienst Nummerweergave die door
vele plaatselijke telefoonbedrijven wordt
aangeboden. Neem voor meer informatie
contact op met uw telefoonbedrijf. Bij gebruik
van deze dienst ziet u het telefoonnummer of,
indien beschikbaar, de naam van de beller.
Na enkele belsignalen wordt op het
LCD-scherm het telefoonnummer (en
eventueel de naam) van uw beller
weergegeven. Zodra u een telefoontje
aanneemt, verdwijnen de bellergegevens van
het LCD-scherm. De oproepgegevens blijven
echter opgeslagen in het geheugen.
Van het nummer (of de naam) worden de
eerste 18 tekens getoond.
De ID onbekend geeft aan dat de
oproep afkomstig is van buiten het gebied
dat uw nummerweergavedienst bestrijkt.
U kunt een lijst van de ontvangen
bellergegevens afdrukken. (Zie Een rapport
afdrukken op pagina 84.)
Opmerking
De dienst Nummerweergave is afhankelijk
van de dienstverlener. Neem contact op
met uw plaatselijke telefoonbedrijf voor
meer informatie over welke diensten er in
uw gebied beschikbaar zijn.
Nummerweergave (Beller ID)
inschakelen
7
Als u beschikt over Nummerweergave dient u
deze functie in te stellen op Aan om het
telefoonnummer van de beller op het
LCD-scherm weer te geven terwijl de telefoon
overgaat.
a Druk op MENU.
b Druk op a of b om Fax weer te geven.
c Druk op Fax.
d Druk op a of b om Diversen weer te
geven.
e Druk op Diversen.
f Druk op Beller ID.
g Druk op Aan (of Uit).
h Druk op Stop/Eindigen.
Telefoontoestellen en externe apparaten
67
7
Het type telefoonlijn instellen 7
Als u de machine aansluit op een lijn met PBX
of ISDN voor het verzenden en ontvangen
van faxen, moet u ook het type telefoonlijn
dienovereenkomstig wijzigen aan de hand
van de volgende stappen.
a Druk op MENU.
b Druk op a of b om Stand.instel.
weer te geven.
c Druk op Stand.instel.
d Druk op a of b om Tel lijn inst
weer te geven.
e Druk op Tel lijn inst.
f Druk op PBX, ISDN (of Normaal).
g Druk op Stop/Eindigen.
PBX en DOORVERBINDEN 7
De machine is in eerste instantie ingesteld op
Normaal om te worden aangesloten op een
standaard openbaar telefoonnetwerk
(PSTN). De meeste kantoren gebruiken
echter een centraal telefoonsysteem oftewel
een Private Branch Exchange (PBX). Uw
machine kan op de meeste
PBX-telefoonsystemen worden aangesloten.
De oproepfunctie van de machine
ondersteunt alleen TBR (Timed Break
Recall). TBR werkt met de meeste
PBX-systemen, zodat u toegang krijgt tot een
buitenlijn of gesprekken naar een andere lijn
kunt doorverbinden. De functie werkt als de
toets R op het LCD-scherm of de toets
Telefoon/Intern op het bedieningspaneel
wordt ingedrukt.
Opmerking
U kunt een druk op de toets R
programmeren als onderdeel van een
nummer dat in een ééntoetsnummer of
snelkieslocatie is opgeslagen. Hiertoe
drukt u tijdens het programmeren van het
ééntoetsnummer of snelkiesnummer
eerst op R (op het LCD-scherm
verschijnt ‘!’), waarna u het
telefoonnummer intoetst. Als u dit doet,
hoeft u niet meer eerst op
Telefoon/Intern te drukken wanneer u
een ééntoetsnummer of snelkieslocatie
gebruikt. (Zie Nummers opslaan
op pagina 74.) Als PBX echter niet is
geselecteerd in de instelling van het type
telefoonlijn, kunt u geen gebruik maken
van het ééntoetsnummer of
snelkiesnummer waarin het indrukken van
R is geprogrammeerd.
Hoofdstuk 7
68
Een extern
antwoordapparaat
aansluiten
7
U wilt misschien een extern
antwoordapparaat aansluiten. Als u echter
een extern antwoordapparaat aansluit op
dezelfde lijn als de machine, worden alle
gesprekken beantwoord door het
antwoordapparaat, en ‘luistert’ de machine
naar faxtonen. Als er faxtonen klinken, neemt
de machine de oproep over en wordt de fax
ontvangen. Als geen faxtonen hoorbaar zijn,
laat de machine het uitgaande bericht
afspelen door het antwoordapparaat, zodat
degene die u belt een bericht kan inspreken.
Het antwoordapparaat moet binnen vier
belsignalen antwoorden (de aanbevolen
instelling is twee belsignalen). De machine
kan de faxtonen pas opvangen, als het
antwoordapparaat de oproep heeft
beantwoord. Met vier belsignalen blijven er
slechts 8 tot 10 seconden van faxtonen over
voor de aansluitbevestiging. Volg de
instructies in dit handboek voor het opnemen
van uw uitgaande bericht nauwkeurig op. Wij
raden af om op uw extern antwoordapparaat
de functie bespaarstand te gebruiken, als het
meer dan vijf keer overgaat.
Opmerking
Als u niet al uw faxen ontvangt, dient u de
instelling voor belvertraging op uw externe
antwoordapparaat te verkorten.
1 Antwoordapparaat
Als het antwoordapparaat een oproep
beantwoordt, verschijnt op het scherm
Telefoon.
BELANGRIJK
U mag geen antwoordapparaat op een
andere plaats op dezelfde telefoonlijn
aansluiten.
Aansluitingen 7
Het externe antwoordapparaat moet zijn
aangesloten zoals aangegeven in de vorige
afbeelding.
a Stel uw externe antwoordapparaat in op
één of twee belsignalen. (De instelling
voor de belvertraging van de machine is
niet van toepassing.)
b Neem het uitgaande bericht op uw
externe antwoordapparaat op.
c Activeer het antwoordapparaat.
d Stel de ontvangststand in op
Ext. TEL/ANT. (Zie De
ontvangststand kiezen op pagina 50.)
1
1
Telefoontoestellen en externe apparaten
69
7
Een uitgaand bericht
opnemen op een extern
antwoordapparaat 7
Tijdsplanning is van essentieel belang
wanneer u dit bericht opneemt. Het bericht
bepaalt de wijze waarop de handmatige en
automatische faxontvangst verloopt.
a Neem 5 seconden stilte op aan het
begin van uw bericht. (Dit geeft uw
machine de gelegenheid om bij
automatische faxtransmissies de
faxtonen te horen voordat deze
stoppen.)
b Wij adviseren u het bericht te beperken
tot 20 seconden.
Opmerking
Wij raden u aan om aan het begin van uw
uitgaande bericht eerst een stilte van
5 seconden op te nemen, omdat de
machine geen faxtonen kan horen over
een resonerende of luide stem. U kunt
proberen om deze pauze weg te laten,
maar als uw machine problemen heeft
met de ontvangst, dient u het uitgaande
bericht opnieuw op te nemen en deze
pauze in te lassen.
Aansluiting op meerdere
lijnen (PBX) 7
Wij raden u aan contact op te nemen met het
bedrijf dat uw PBX geïnstalleerd heeft om uw
machine aan te sluiten. Als u beschikt over
een systeem met meerdere lijnen, vraagt u
uw installateur om de machine op de laatste
lijn in het systeem aan te sluiten. Zo voorkomt
u dat de machine wordt geactiveerd telkens
wanneer er telefoongesprekken worden
ontvangen door het systeem. Als alle
inkomende telefoontjes door een telefonist(e)
worden beantwoord, adviseren wij u om de
ontvangststand in te stellen op Handmatig.
Wij kunnen niet garanderen dat uw machine
onder alle omstandigheden naar behoren
werkt bij aansluiting op een PBX. Neem bij
problemen met het verzenden of ontvangen
van faxen in eerste instantie contact op met
het bedrijf dat uw centrale verzorgt.
Opmerking
Controleer of het type telefoonlijn is
ingesteld op PBX. (Zie Het type
telefoonlijn instellen op pagina 67.)
Hoofdstuk 7
70
Externe en tweede
toestellen
7
Een extern of tweede toestel
aansluiten 7
U kunt een apart telefoontoestel aansluiten
op uw machine, zoals in de volgende
afbeelding.
1 Tweede toestel
2 Extern toestel
Als u een extern of tweede toestel gebruikt,
verschijnt op het scherm Telefoon.
Opmerking
Zorg ervoor dat de kabel van uw externe
toestel niet langer is dan 3 meter.
Werken met een tweede
toestel 7
Als u een faxoproep aanneemt op een
tweede of extern toestel, kunt u de oproep
door uw machine laten ontvangen door de
code voor activeren op afstand te gebruiken.
Als u de code voor activeren op afstand l 51
intoetst, zal de fax op de machine worden
ontvangen.
Als de machine een normaal telefoontje
aanneemt en het dubbele belsignaal geeft,
toetst u de code voor deactiveren op afstand
#51 in om het telefoontje op een tweede
toestel aan te nemen. (Zie F/T-beltijd (alleen
in Fax/Telefoon-stand) op pagina 52.)
Als u een telefoontje aanneemt en er is
niemand aan de lijn:
7
Waarschijnlijk gaat het om het ontvangen van
een handmatige fax.
Als u de oproep hebt aangenomen op een
tweede toestel, drukt u op l 5 1 en wacht tot
u het tjirpende geluid hoort of totdat het
LCD-scherm Ontvangst weergeeft en hangt
u dan op.
Opmerking
U kunt ook de functie Fax waarnemen
gebruiken om uw machine het telefoontje
automatisch te laten aannemen. (Zie Fax
waarnemen op pagina 53.)
Een draadloze externe
telefoon gebruiken 7
Als uw draadloze telefoon is aangesloten op
de aansluiting van het telefoonsnoer (Zie
Externe en tweede toestellen op pagina 70.)
en u de draadloze telefoon meestal
meeneemt naar een andere locatie, is het
eenvoudiger om oproepen te beantwoorden
tijdens de belvertraging.
Als u de machine eerst de oproep laat
aannemen, moet u naar de machine gaan en
op Telefoon/Intern drukken om het
telefoontje op het draadloze toestel aan te
nemen.
1
2
Telefoontoestellen en externe apparaten
71
7
Codes voor
afstandsbediening gebruiken 7
Code voor activeren op afstand 7
Als u een faxoproep aanneemt op een
tweede toestel toestel, kunt u de oproep
doorverbinden naar de machine door het
intoetsen van de code voor activeren op
afstand l 51. Wacht op de tjirpende geluiden
en leg vervolgens de hoorn op de haak. (Zie
Fax waarnemen op pagina 53.) Degene die u
opbelt, moet op zijn of haar machine op Start
drukken om de fax te verzenden.
Als u een faxoproep aanneemt op een extern
toestel, kunt u de fax door de machine laten
ontvangen door op Mono Start te drukken en
Ontvangen te kiezen.
Code voor deactiveren op afstand 7
Als u een normaal telefoontje ontvangt en de
machine in de stand F/T staat, hoort u het
dubbele belsignaal na de aanvankelijke
belvertraging. Als u het telefoontje op een
tweede toestel aanneemt, kunt u het dubbele
belsignaal uitschakelen door tussen de
belsignalen in op # 5 1 te drukken.
Als de machine een normaal telefoontje
aanneemt en het dubbele belsignaal geeft,
kunt u het telefoontje op een extern toestel
aannemen door op Telefoon/Intern te
drukken.
De codes voor afstandsbediening
wijzigen
7
Als u activeren op afstand wilt gebruiken,
moet u de vereiste codes inschakelen. De
voorgeprogrammeerde code voor activeren
op afstand is l 51. De
voorgeprogrammeerde code voor
deactiveren op afstand is #51. U kunt deze
desgewenst vervangen door uw eigen codes.
a Druk op MENU.
b Druk op a of b om Fax weer te geven.
c Druk op Fax.
d Druk op a of b om Ontvangstmenu
weer te geven.
e Druk op Ontvangstmenu.
f Druk op a of b om Afstandscode weer
te geven.
g Druk op Afstandscode.
h Druk op Aan (of Uit).
i Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Als u de code voor activeren op
afstand wilt wijzigen, voert u de
nieuwe code in.
Druk op OK en ga naar stap j.
Als u de code voor activeren op
afstand niet wilt wijzigen, drukt u op
OK en gaat u naar stap j.
j Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Als u de code voor deactiveren op
afstand wilt wijzigen, voert u de
nieuwe code in.
Druk op OK en ga naar stap k.
Als u de code voor deactiveren op
afstand niet wilt wijzigen, drukt u op
OK en gaat u naar stap k.
k Druk op Stop/Eindigen.
Opmerking
Als de verbinding telkens wordt verbroken
wanneer u probeert om vanaf een ander
toestel toegang te krijgen tot uw externe
antwoordapparaat, is het raadzaam de
code voor activeren op afstand en de code
voor deactiveren op afstand te wijzigen in
een andere driecijferige code met de
cijfers 0-9, l, #.
Het is mogelijk dat de codes voor
afstandsbediening met bepaalde
telefoonsystemen niet werken.
72
8
Nummers kiezen 8
Handmatig kiezen 8
Toets alle cijfers van het fax of
telefoonnummer in met behulp van de
kiestoetsen.
ntoetsnummers kiezen 8
De machine heeft drie toetsen waaronder u
zes fax- of telefoonnummers kunt opslaan
voor automatisch kiezen. Deze nummers
worden ééntoetsnummers genoemd.
Snelkiezen 8
a Druk op Telefoonboek.
b Druk op het nummer met twee cijfers dat
u wilt bellen. U kunt de nummers ook op
alfabetische volgorde weergeven door
op het LCD-scherm op te drukken.
Opmerking
Als op het LCD-scherm
Niet toegewezen wordt weergegeven
wanneer u een ééntoetsnummer of een
snelkiesnummer invoert, is er op deze
locatie geen nummer opgeslagen.
Faxnummer opnieuw kiezen 8
Als u handmatig een fax verzendt en de lijn
bezet is, drukt u op Herkies/Pauze en
vervolgens op Mono Start of Kleur Start om
het opnieuw te proberen. Als u een tweede
nummer wilt kiezen en u dat nummer onlangs
nog hebt gekozen, kunt u op Herkies/Pauze
drukken en een van de laatste 30 nummers
kiezen uit de lijst met uitgaande oproepen.
Herkies/Pauze werkt alleen als u het
nummer via het bedieningspaneel heeft
gekozen. Als u een fax automatisch wilt
verzenden en de lijn bezet is, wordt het
nummer automatisch maximaal drie keer met
tussenpozen van vijf minuten opnieuw
geprobeerd.
a Druk op Herkies/Pauze.
b Druk op het nummer dat u opnieuw wilt
bellen.
c Druk op Fax versturen.
d Druk op Mono Start of Kleur Start.
Opmerking
Bij direct verzenden werkt de functie voor
opnieuw kiezen niet wanneer u de
glasplaat gebruikt.
Nummers kiezen en opslaan 8
Nummers kiezen en opslaan
73
8
Overzicht van uitgaande
oproepen 8
De laatste 30 nummers waarnaar u een fax
hebt gestuurd, worden opgeslagen in het
overzicht van uitgaande oproepen. U kunt
een van deze nummers selecteren om er een
fax naar te verzenden, het toe te voegen aan
de ééntoets- of snelkiesnummers of het te
verwijderen uit het overzicht.
a Druk op Herkies/Pauze.
U kunt ook op Geschiedenis drukken.
b Druk op het tabblad Uitg. Gesprek.
c Druk op het gewenste nummer.
d Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Om een fax te verzenden, drukt u op
Fax versturen.
Druk op Mono Start of Kleur Start.
Als u het nummer wilt opslaan, drukt
u op Meer en dan op
Toevoegen snelkiesnr of
Toevoegen Directkies.
(Zie Eéntoetsnummers opslaan op
basis van uitgaande oproepen
op pagina 75 of Snelkiesnummers
opslaan op basis van uitgaande
oproepen op pagina 77.)
Als u het nummer uit het overzicht
met uitgaande oproepen wilt
verwijderen, drukt u op Meer en dan
op Verwijder.
Druk op Ja om te bevestigen.
e Druk op Stop/Eindigen.
Overzicht Beller-ID 8
Voor deze functie moet u een abonnement
hebben op de dienst Nummerweergave die
door veel lokale telefoonbedrijven wordt
aangeboden. (Zie Nummerweergave
op pagina 66.)
Het overzicht van beller-ID's bevat het
nummer of eventueel de naam van de laatste
30 faxen en telefoonoproepen die u heeft
ontvangen. U kunt het overzicht bekijken of
een van deze nummers selecteren om er een
fax naar te verzenden, het toe te voegen aan
de ééntoets- of snelkiesnummers of het te
verwijderen uit het overzicht. Bij de
eenendertigste oproep wordt de informatie
over de eerste oproep door de nieuwe
vervangen.
a Druk op Geschiedenis.
b Druk op Overz.beller-ID.
c Druk op a of b om het nummer of de
naam die u wilt bellen weer te geven.
d Druk op het nummer of de naam van de
persoon die u wilt bellen.
e Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Om een fax te verzenden, drukt u op
Fax versturen.
Druk op Mono Start of Kleur Start.
Als u het nummer wilt opslaan, drukt
u op Meer en dan op
Toevoegen snelkiesnr of
Toevoegen Directkies.
(Zie Eéntoetsnummers opslaan op
basis van het overzicht van beller-
ID's op pagina 76 en
Snelkiesnummers opslaan op basis
van het overzicht van beller-ID's
op pagina 78.)
Als u het nummer uit het overzicht
met Beller-IDs wilt verwijderen, drukt
u op Meer en dan op Verwijder.
Druk op Ja om te bevestigen.
f Druk op Stop/Eindigen.
Opmerking
U kunt het overzicht met Beller-IDs
afdrukken.
(Zie Een rapport afdrukken op pagina 84.)
Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USB-flashstation
117
12
Uw wijzigingen instellen als
nieuwe standaardinstellingen12
U kunt de afdrukinstellingen die u het vaakst
gebruikt, opslaan door deze als
standaardinstellingen in te stellen. Deze
instellingen blijven van kracht totdat u ze
weer wijzigt.
a Druk op uw nieuwe instelling.
Herhaal deze stap voor iedere instelling
die u wilt wijzigen.
b Druk nadat u de laatste instelling heeft
gewijzigd op a of b om
Nieuwe standaard weer te geven.
c Druk op Nieuwe standaard.
d Druk op Ja om hier bevestigend op te
antwoorden.
e Druk op Stop/Eindigen.
Alle instellingen terugzetten
op de fabriekinstellingen 12
U kunt alle door u gewijzigde instellingen
terugzetten naar de fabrieksinstellingen.
Deze instellingen blijven van kracht totdat u
ze weer wijzigt.
a Druk op Printinstelling.
b Druk op a of b om Fabrieksinstell.
weer te geven.
c Druk op Fabrieksinstell.
d Druk op Ja om hier bevestigend op te
antwoorden.
e Druk op Stop/Eindigen.
Scannen naar
geheugenkaarten of
USB-flashstations
12
De scanmodus activeren 12
Als u wilt scannen naar een geheugenkaart of
een USB-flashstation,
drukt u op (Scan).
Op het LCD-scherm wordt het volgende
weergegeven:
Druk op Scan nr media.
Als u niet bent aangesloten op uw computer,
verschijnt alleen de optie Scannen naar
media op het LCD-scherm.
(Zie Scannen voor Windows
®
of Macintosh
®
in de softwarehandleiding op de cd-rom voor
informatie over de andere menuopties.)
Scan nr
e-mail
Scan nr
bestand
Scan nr
beeld
Scan nr
OCR
Scan nr
FTP
Scan nr
media
SCANNEN
SCANNEN
Hoofdstuk 12
118
Scannen naar een
geheugenkaart of een
USB-flashstation 12
U kunt monochrome documenten en
documenten in kleur naar een geheugenkaart
of een USB-flashstation scannen.
Monochrome documenten worden
opgeslagen in de bestandsformaten
PDF (*.PDF) of TIFF (*.TIF). Documenten in
kleur kunnen in de bestandsformaten
PDF (*.PDF) of JPEG (*.JPG) worden
opgeslagen. De fabrieksinstelling is
150 dpi 16kl en het
standaardbestandsformaat is PDF.
Bestandsnamen worden automatisch
aangemaakt op basis van de huidige datum.
(Zie de installatiehandleiding voor details.) Zo
krijgt het vijfde beeld dat u op 1 juli 2009
scant, de naam 01070905.PDF. U kunt de
kleur en de kwaliteit wijzigen.
a Plaats een CompactFlash
®
, Memory
Stick™, Memory Stick PRO™, SD,
SDHC, xD-Picture Card™ of
USB-flashstation in de machine.
BELANGRIJK
Verwijder de geheugenkaart of het
USB-flashstation NIET terwijl
Photo Capture knippert. Als u dat wel
doet, kunnen de kaart, het flashstation of
de gegevens erop beschadigd raken.
b Laad uw document.
c Druk op (Scan).
d Druk op Scan nr media.
e Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Om de kwaliteit te wijzigen, drukt u
op d of c om Kwaliteit weer te
geven.
Druk op Kwaliteit en kies
150 dpi 16kl, 300 dpi 16kl,
600 dpi 16kl,
200x100 dpi Z&W of
200 dpi Z&W.
Om het bestandstype te wijzigen,
drukt u op d of c om Bestandstype
weer te geven.
Druk op Bestandstype en kies
PDF, JPEG of TIFF.
Opmerking
Als u gebruikmaakt van de glasplaat van
de machine, kunt u het scanformaat van
de glasplaat wijzigen.
Druk op d of c om Scanformaat glas
weer te geven en kies A4, A3, Letter,
Legal of Ledger.
Als u de bestandsnaam wilt wijzigen,
drukt u op d of c om Bestandsnaam
weer te geven. Druk op
Bestandsnaam en voer de
bestandsnaam in.
U kunt alleen de eerste zes tekens
wijzigen.
Druk op OK.
Druk op Mono Start of Kleur Start
om te beginnen met scannen zonder
nog meer instellingen te wijzigen.
Opmerking
Als u kleur kiest bij de instelling voor de
resolutie, kunt u niet TIFF kiezen.
Als u monochroom kiest bij de instelling
voor de resolutie, kunt u niet JPEG kiezen.
f Druk op Mono Start of Kleur Start.
Kwaliteit Bestandsformaat dat
u kunt selecteren
150 dpi 16kl JPEG / PDF
300 dpi 16kl JPEG / PDF
600 dpi 16kl JPEG / PDF
200x100 dpi Z&W TIFF / PDF
200 dpi Z&W TIFF / PDF
Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USB-flashstation
119
12
Scanformaat glas 12
Als u een document van Letter-, Legal-,
Ledger- of A3-formaat wilt scannen, moet u
de instelling Scanformaat glas wijzigen.
De standaardinstelling is A4.
a Druk op (Scan).
b Druk op Scan nr media.
c Druk op d of c om Scanformaat glas
weer te geven.
d Druk op Scanformaat glas.
e Druk op A4, A3, Letter, Legal of
Ledger.
Opmerking
U kunt de instelling die u het meest
gebruikt, opslaan door deze als standaard
in te stellen. (Zie Uw wijzigingen instellen
als nieuwe standaardinstellingen
op pagina 117.)
Deze instelling is alleen beschikbaar voor
het scannen van documenten via de
glasplaat.
De bestandsnaam wijzigen 12
U kunt de bestandsnaam wijzigen.
a Druk op (Scan).
b Druk op Scan nr media.
c Druk op d of c om Bestandsnaam weer
te geven.
d Druk op Bestandsnaam.
Druk op om tekens te verwijderen.
Vervolgens voert u de nieuwe
bestandsnaam in (maximaal 6 tekens).
(Zie Tekst invoeren op pagina 198.)
e Druk op OK.
Een nieuwe
standaardinstelling opgeven 12
U kunt de instellingen scannen naar media
(Kwaliteit, Bestandstype, en
Scanformaat glas) die u het vaakst
gebruikt instellen als standaardinstellingen.
Deze instellingen blijven van kracht totdat u
ze weer wijzigt.
a Druk op (Scan).
b Druk op Scan nr media.
c Druk op d of c om Nieuwe standaard
weer te geven.
d Druk op Nieuwe standaard.
e Druk op Ja om hier bevestigend op te
antwoorden.
f Druk op Stop/Eindigen.
Fabrieksinstellingen
herstellen 12
U kunt de fabrieksinstellingen van de
machine herstellen.
a Druk op (Scan).
b Druk op Scan nr media.
c Druk op d of c om
Fabrieksinstellingen weer te
geven.
d Druk op Fabrieksinstellingen.
e Druk op Ja om hier bevestigend op te
antwoorden.
f Druk op Stop/Eindigen.
Hoofdstuk 12
120
Uitleg bij de
foutmeldingen
12
Als u eenmaal vertrouwd bent met de
verschillende soorten fouten die kunnen
optreden wanneer u met PhotoCapture
Center™ werkt, kunt u problemen
gemakkelijk identificeren en verhelpen.
Hub is Onbruikbaar.
Deze melding wordt weergegeven als een
hub of een USB-flashstation met een hub
in de USB Direct-interface is geplaatst.
Media fout
Deze melding verschijnt als u een
geheugenkaart plaatst die defect of niet
geformatteerd is, of als er iets niet in orde
is met de mediasleuf. Verwijder de
geheugenkaart om deze foutmelding te
wissen.
Geen bestand
Deze melding wordt weergegeven als u
probeert toegang te verkrijgen tot een
geheugenkaart of USB-flashstation
zonder JPG-bestanden.
Geheugen vol
Deze melding verschijnt als u werkt met
beelden die te groot zijn voor het
geheugen van de machine. Bovendien
verschijnt deze melding als er op de
geheugenkaart of het USB-flashstation
waarvan u gebruikmaakt, onvoldoende
ruimte beschikbaar is voor het gescande
document.
Media is vol.
Deze melding verschijnt als u probeert
meer dan 999 bestanden op te slaan op
een geheugenkaart of een
USB-flashstation.
Onbruikb. app.
Deze melding verschijnt als er een
USB-apparaat of USB-flashstation dat
niet wordt ondersteund, is aangesloten op
de USB Direct-interface. Ga naar
http://solutions.brother.com
voor meer
informatie. De melding verschijnt ook als u
een defect apparaat op de USB
Direct-interface aansluit.
146
Uw computer kan de machine niet
vinden.
<Windows
®
-gebruikers>
De vereiste netwerkverbinding wordt mogelijk geblokkeerd door
firewallinstellingen op uw pc. Zie bovenstaande instructies voor meer informatie.
<Macintosh
®
-gebruikers>
Selecteer uw machine opnieuw in de toepassing Device Selector in
Macintosh HD/Bibliotheek/Printers/Brother/Utilities/DeviceSelector of in de
modellijst in ControlCenter2.
Problemen met het touchscreen
Probleem Suggesties
De kiestoetsen werken niet
wanneer cijfers of tekens ingevoerd
worden.
Gebruik de toetsen van het touchscreen om informatie in te voeren.
Netwerkproblemen (Vervolg)
Probleem Suggesties
Problemen oplossen en routineonderhoud
147
B
Kiestoondetectie B
Wanneer u een fax automatisch verzendt,
wacht uw machine standaard een bepaalde
tijd, alvorens te beginnen met het kiezen van
het nummer. Door de instelling van de
kiestoon te wijzigen in Waarneming kunt u
uw machine laten kiezen zodra er een
kiestoon wordt gevonden. Deze instelling kan
wat tijd besparen bij het versturen van één fax
naar een aantal verschillende nummers. Als
u de instelling wijzigt en problemen krijgt met
kiezen, moet u de fabrieksinstelling
Geen detectie herstellen.
a Druk op MENU.
b Druk op a of b om Stand.instel.
weer te geven.
c Druk op Stand.instel.
d Druk op a of b om Kiestoon weer te
geven.
e Druk op Kiestoon.
f Druk op Waarneming of
Geen detectie.
g Druk op Stop/Eindigen.
Storing op de telefoonlijn B
Als u problemen heeft met het verzenden of
ontvangen van een fax, bijvoorbeeld
vanwege ruis op de telefoonlijn, wijzigt u de
compatibiliteitsinstelling, waardoor de
modemsnelheid wordt verminderd ter
voorkoming van fouten.
a Druk op MENU.
b Druk op a of b om Fax weer te geven.
c Druk op Fax.
d Druk op a of b om Diversen weer te
geven.
e Druk op Diversen.
f Druk op Compatibel.
g Druk op Hoog, Normaal of
Basic(voorVoIP).
Basic(voorVoIP) verlaagt de
modemsnelheid tot 9.600 bps. Tenzij
ruis op uw telefoonlijn een vaak
voorkomend probleem is, kunt u
deze optie beter alleen gebruiken
wanneer het echt nodig is.
Normaal stelt de modemsnelheid in
op 14.400 bps.
Hoog verhoogt de modemsnelheid
tot 33.600 bps. (fabrieksinstelling)
h Druk op Stop/Eindigen.
Opmerking
Wanneer u de compatibiliteit verandert in
Basic(voorVoIP), is de ECM-functie
alleen beschikbaar voor het verzenden
van kleurenfaxen.
148
Foutmeldingen B
Zoals met alle geavanceerde kantoorproducten kunnen er fouten optreden en moeten
verbruiksartikelen van tijd tot tijd worden vervangen. In dergelijke gevallen kan de machine de fout
doorgaans zelf identificeren en wordt een foutmelding getoond. De onderstaande lijst geeft een
overzicht van de meest voorkomende onderhouds- en foutmeldingen.
De meeste fouten en algemene onderhoudswerkzaamheden kunt u zelf afhandelen. Indien u
extra hulp nodig heeft, biedt het Brother Solutions Center de meest recente veelgestelde vragen
en tips voor het oplossen van problemen.
Ga naar http://solutions.brother.com
.
Foutmelding Oorzaak Wat te doen
Afgebroken De andere persoon of de
faxmachine van de andere persoon
heeft het gesprek beëindigd.
Probeer opnieuw te verzenden of te
ontvangen.
Alleen BK afdr. Een of meerdere kleurencartridges
is/zijn verbruikt.
Wanneer dit bericht op het
LCD-scherm wordt weergegeven,
werken de volgende functies als
volgt:
Afdrukken
Wanneer u op Grijstinten op
het tabblad Geavanceerd van
de printerdriver klikt, kunt u de
machine gedurende ongeveer
vier weken als monochrome
printer gebruiken, afhankelijk
van het aantal pagina's dat u
afdrukt.
Kopiëren
Als de papiersoort is ingesteld
op Normaal pap. of
Inkjet papier kunt u
kopieën in zwart-wit maken.
Als deze melding wordt
weergegeven, is duplex
kopiëren niet beschikbaar.
Vervang de inktcartridges. (Zie De
inktcartridges vervangen op pagina 159.)
Problemen oplossen en routineonderhoud
149
B
Alleen BK afdr.
(Vervolg)
Faxen
Als de papiersoort is ingesteld
op Normaal pap. of
Inkjet papier worden
faxen in zwart-wit ontvangen en
afgedrukt.
Als een verzendende machine
een kleurenfax heeft, zal de
machine tijdens de
aansluitbevestiging vragen om
de fax in zwart-wit te
verzenden.
Als de papiersoort is ingesteld op
Glossy anders of
Brother BP71, worden alle
printbewerkingen gestopt. Als u de
machine van het lichtnet loskoppelt
of de lege inktcartridge verwijdert,
kunt u de machine pas weer
gebruiken wanneer u een nieuwe
inktcartridge plaatst.
Vervang de inktcartridges. (Zie De
inktcartridges vervangen op pagina 159.)
Beeld te klein. Het formaat van de foto is te klein
om deze bij te snijden.
Kies een grotere afbeelding.
Beeld te lang. Uw foto is onregelmatig van vorm,
zodat geen effecten kunnen
worden toegevoegd.
Kies een foto die regelmatig van vorm is.
Communicatiefout Er is een communicatiefout
opgetreden wegens slechte
verbinding.
Als het probleem nog niet is verholpen,
vraag dan het telefoonbedrijf om uw
telefoonlijn te controleren.
Deksel is open. Het scannerdeksel is niet goed
gesloten.
Til het scannerdeksel op en sluit dit weer.
Het deksel van de inktcartridge is
niet volledig gesloten.
Sluit het deksel van de inktcartridge goed,
totdat u een klik hoort.
Document nazien Het document is niet correct
geplaatst of het document dat via
de ADF is gescand, was te lang.
Zie De ADF gebruiken op pagina 24.
Zie Vastgelopen document op pagina 155.
Foutmelding Oorzaak Wat te doen
150
Formaat nazien U gebruikt een verkeerd
papierformaat.
1 Controleer of de instelling van het
papierformaat overeenkomt met het
papierformaat in de lade. (Zie
Papierformaat en -soort op pagina 29.)
2 Controleer ook of de machine is
ingesteld op het gebruik van de
papierlade met het gewenste
papierformaat. (Zie Lade gebruiken bij
kopiëren op pagina 29 en Lade
gebruiken bij faxen op pagina 30.)
3 Plaats het papier in de stand Staand
zoals weergegeven op het etiket op de
lade.
4 (Duplex kopiëren) Nadat u de
bovenstaande instellingen en de positie
van het papier hebt gecontroleerd, drukt
u op Mono Start or Kleur Start om
verder te gaan met afdrukken.
Geen antw/Bezet Het nummer dat u heeft gekozen,
antwoordt niet of is bezet.
Controleer het nummer en probeer
opnieuw.
Geen Beller ID Er zijn geen inkomende
gesprekken in het geheugen. U
heeft geen oproepen ontvangen of
u heeft geen abonnement op de
dienst Nummerweergave van uw
telefoonbedrijf.
Als u de functie Beller ID wilt gebruiken,
dient u contact op te nemen met het
telefoonbedrijf. (Zie Nummerweergave
op pagina 66.)
Geen bestand De geheugenkaart of het
USB-flashstation in de mediasleuf
bevat geen JPG-bestand.
Steek de juiste geheugenkaart of het juiste
USB-flashstation in de sleuf.
Geen contact U heeft geprobeerd de
pollingfunctie te gebruiken bij een
faxapparaat dat niet in de
wachtstand voor polling staat.
Controleer de pollinginstellingen van het
andere faxapparaat.
Geen patroon Een van de inktcartridges is niet
correct geïnstalleerd.
Verwijder de nieuwe inktcartridge en
installeer deze langzaam opnieuw tot u een
klik hoort. (Zie De inktcartridges vervangen
op pagina 159.)
Foutmelding Oorzaak Wat te doen
Problemen oplossen en routineonderhoud
151
B
Geheugen vol Het geheugen van de machine is
vol.
Fax bezig met verzenden of kopiëren
Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Druk op Stop/Eindigen en wacht tot de
andere processen zijn afgerond en
probeer opnieuw.
Wis de gegevens in het geheugen. U
kunt ook 'Geheugen ontv.' uitschakelen
om extra geheugen vrij te maken. (Zie
Geheugenontvangstfuncties
uitschakelen op pagina 58.)
Druk de faxen af die zich in het
geheugen bevinden. (Zie Een fax
afdrukken vanuit het geheugen
op pagina 55.)
Op de geheugenkaart of het USB-
flashstation dat u gebruikt, is
onvoldoende vrije ruimte
beschikbaar om de documenten te
scannen.
Verwijder bestanden die u niet gebruikt van
de geheugenkaart of het USB-flashstation
om ruimte vrij te maken en probeer het
vervolgens opnieuw.
Hub is Onbruikbaar. Er is een hub of een USB-
flashstation met een hub op de
USB Direct-interface aangesloten.
Een hub of USB-flashstation met hub wordt
niet ondersteund. Ontkoppel het apparaat
van de USB Direct-interface.
Inkt bijna op Eén of meer inktcartridges zijn
bijna leeg. Als een verzendende
machine een kleurenfax wil
verzenden, zal de machine tijdens
de aansluitbevestiging vragen om
de fax in zwart-wit te verzenden.
Als de verzendende machine de
fax kan converteren, zal de
kleurenfax door uw machine als
een zwart-witfax worden afgedrukt.
Bestel een nieuwe inktcartridge. U kunt
doorgaan met afdrukken totdat
Kan niet afdr. wordt weergegeven op
het LCD-scherm. (Zie De inktcartridges
vervangen op pagina 159.)
Kan niet afdr. Een of meerdere kleurencartridges
is/zijn verbruikt. De machine stopt
alle printbewerkingen. Zolang er
geheugen beschikbaar is, worden
zwart-witfaxen in het geheugen
opgeslagen. Als een verzendende
machine een kleurenfax heeft, zal
de machine tijdens de
aansluitbevestiging vragen om de
fax in zwart-wit te verzenden.
Vervang de inktcartridges. (Zie De
inktcartridges vervangen op pagina 159.)
Foutmelding Oorzaak Wat te doen
152
Kan niet detect. U heeft de nieuwe inktcartridge te
snel geïnstalleerd en de cartridge
is niet gedetecteerd.
Verwijder de nieuwe inktcartridge en
installeer deze langzaam opnieuw tot u een
klik hoort.
Als u geen originele Brother-inkt
gebruikt, wordt de inktcartridge
mogelijk niet door de machine
gedetecteerd.
Vervang de cartridge door een originele
Brother-inktcartridge. Als het probleem
hiermee niet is verholpen, neemt u contact
op met uw Brother-dealer.
Een van de inktcartridges is niet
correct geïnstalleerd.
Verwijder de nieuwe inktcartridge en
installeer deze langzaam opnieuw tot u een
klik hoort. (Zie De inktcartridges vervangen
op pagina 159.)
Media fout De geheugenkaart is beschadigd,
onjuist geformatteerd of er is een
probleem met de geheugenkaart.
Steek de kaart weer goed in de sleuf terug
om er zeker van te zijn dat de kaart zich in
de juiste positie bevindt. Indien de fout blijft
bestaan, controleert u het mediastation (de
sleuf) door een andere geheugenkaart te
plaatsen waarvan u weet dat deze werkt.
Media is vol. De geheugenkaart of het USB-
flashstation bevat al 999
bestanden.
De machine kan alleen naar een
geheugenkaart of USB-flashstation opslaan
als zich hierop minder dan 999 bestanden
bevinden. Verwijder bestanden die u niet
gebruikt om ruimte vrij te maken en probeer
het opnieuw.
Meer gegevens Er zitten nog afdrukgegevens in het
geheugen van de machine.
Druk op Stop/Eindigen. De machine
annuleert de taak en verwijdert deze uit het
geheugen. Probeer opnieuw te printen.
Niet toegewezen U heeft geprobeerd een ééntoets-
of snelkiesnummer te gebruiken
dat niet is opgeslagen.
Stel het ééntoets- of snelkiesnummer in.
(Zie Eéntoetsnummers opslaan
op pagina 74 en Snelkiesnummers opslaan
op pagina 76.)
Onbruikb. app.
Apparaat loskoppelen van
frontconnector en zet
machine uit en weer aan
Er is een defect apparaat op de
USB Direct-interface aangesloten.
Koppel het apparaat los van de USB Direct-
interface en druk vervolgens op
Spaarstand om de machine uit en
vervolgens weer aan te zetten.
Onbruikb. app.
USB-Apparaat
Loskoppelen.
Er is een USB-apparaat of USB-
flashstation dat niet wordt
ondersteund, aangesloten op de
USB Direct-interface.
(Ga naar
http://solutions.brother.com
voor
meer informatie.)
Ontkoppel het apparaat van de USB Direct-
interface.
Foutmelding Oorzaak Wat te doen
Problemen oplossen en routineonderhoud
153
B
Papier nazien De machine heeft geen papier
meer of het papier is niet goed in de
papierlade geplaatst.
Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Plaats papier in de papierlade en druk
vervolgens op Mono Start of
Kleur Start.
Verwijder het papier, plaats het terug in
de papierlade en druk op Mono Start of
Kleur Start.
Het papier is vastgelopen in de
machine.
Verwijder het vastgelopen papier volgens
de stappen in Papier vastgelopen in de
machine op pagina 156.
Als deze foutmelding vaak voorkomt
wanneer u dubbelzijdig kopieert of afdrukt,
bevatten de papierinvoerrollen wellicht inkt.
Reinig de papierinvoerrollen. (Zie De
papierinvoerrol reinigen op pagina 164.)
De externe achterklep of de interne
achterklep is wellicht niet goed
gesloten.
Open de externe achterklep en de interne
achterklep. Sluit de interne achterklep en de
externe achterklep weer. Controleer of de
kleppen goed dichtzitten.
Papierstoring Papier is vastgelopen in de
machine.
Open de externe en de interne achterklep
(aan de achterkant van de machine) en
verwijder het vastgelopen papier. (Zie
Papier vastgelopen in de machine
op pagina 156.)
Controleer of de papiergeleider voor de
lengte is afgesteld op het juiste
papierformaat. Trek de papierlade niet uit
wanneer u A5 of een kleiner papierformaat
gebruikt.
Reinigen onmog. XX
Opstartprobleem XX
Print onmogelijk XX
Scan onmogelijk XX
De machine heeft een mechanisch
probleem.
OF
Er bevindt zich in de machine een
voorwerp dat er niet hoort, zoals
een paperclip of afgescheurd
papier.
Open het scannerdeksel en verwijder
vreemde voorwerpen uit de machine. Als
het probleem hiermee niet is verholpen,
haalt u de stekker van de machine uit het
stopcontact en steekt u deze na enkele
minuten weer in het stopcontact. (De
machine kan ongeveer 24 uur
uitgeschakeld zijn zonder dat de faxen in
het geheugen verloren gaan. Zie
Faxberichten of het faxjournaal
overbrengen op pagina 154.)
Temperatuur hoog De printkop is te warm. Laat de machine afkoelen.
Temperatuur laag De printkop is te koud. Laat de machine opwarmen.
Touchscreen initial.
mislukt
Het touchscreen is aangeraakt
voordat het apparaat is opgestart.
Zorg ervoor dat er niets op het touchscreen
ligt en raak het nog niet aan.
Foutmelding Oorzaak Wat te doen
154
Foutanimatie B
Met foutanimaties worden stapsgewijze
instructies weergegeven wanneer het papier
is vastgelopen. U kunt de stappen in uw eigen
tempo lezen door op c te drukken om de
volgende stap weer te geven en op d te
drukken om terug te gaan. Als u niet binnen
1 minuut op een toets drukt, wordt de
animatie weer automatisch uitgevoerd.
Opmerking
U kunt op d of c drukken om de
automatische animatie te onderbreken en
terug te keren naar de stapsgewijze
modus.
Faxberichten of het
faxjournaal overbrengen B
Op het LCD-scherm kunnen de volgende
meldingen worden weergegeven:
Reinigen onmog. XX
Opstartprobleem XX
Print onmogelijk XX
Scan onmogelijk XX
In dat geval raden we u aan uw faxen over te
brengen naar een ander faxapparaat of naar
uw pc. (Zie Faxen naar een andere
faxmachine versturen op pagina 154 of
Faxen overbrengen naar uw pc
op pagina 154.)
U kunt eveneens het faxjournaal
overbrengen om na te gaan of er faxen zijn
die u moet overbrengen. (Zie Het faxjournaal
naar een ander faxapparaat overbrengen
op pagina 155.)
Opmerking
Als het LCD-scherm van de machine een
foutmelding weergeeft nadat de faxen zijn
overgebracht, haalt u de stekker van de
machine enkele minuten uit het contact en
doet u de stekker er daarna weer in.
Faxen naar een andere faxmachine
versturen
B
Als u uw stations-ID nog niet heeft ingesteld,
kunt u de faxoverdrachtmodus niet
gebruiken. (Zie Persoonlijke gegevens
invoeren (stations-ID) in de
installatiehandleiding.)
a Druk op Stop/Eindigen om de fout
tijdelijk te onderbreken.
b Druk op MENU.
c Druk op a of b om Service weer te
geven.
d Druk op Service.
e Druk op Dataoverdracht.
f Druk op Fax overdracht.
g Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Als op het LCD-scherm
Geen dataopslag wordt
weergegeven, bevinden er zich geen
faxberichten meer in het geheugen
van de machine.
Druk op Stop/Eindigen.
Voer het faxnummer in waarnaar de
faxen moeten worden doorgestuurd.
h Druk op Mono Start.
Faxen overbrengen naar uw pc B
U kunt de faxen vanuit het geheugen van uw
machine overbrengen naar uw pc.
a Druk op Stop/Eindigen om de fout
tijdelijk te onderbreken.
b Zorg ervoor dat MFL-Pro Suite op uw
pc is geïnstalleerd en schakel
vervolgens PC-FAX Ontvangst in op de
pc. (Zie Ontvangen via PC-FAX voor
Windows
®
in de softwarehandleiding op
de cd-rom voor meer informatie.)
Problemen oplossen en routineonderhoud
155
B
c Zorg ervoor dat PC-Fax ontvangen op
de machine is ingesteld. (Zie PC-Fax
ontvangen op pagina 57.)
Als er zich faxen in het geheugen van de
machine bevinden wanneer u PC-Fax
ontvangen instelt, wordt op het
LCD-scherm gevraagd of u de faxen wilt
overbrengen naar uw pc.
d Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Druk op Ja als u alle faxen wilt
overbrengen naar uw pc. U wordt
gevraagd of u een reservekopie wilt
afdrukken.
Druk op Nee als u wilt afsluiten en de
faxen in het geheugen wilt laten.
e Druk op Stop/Eindigen.
Het faxjournaal naar een ander
faxapparaat overbrengen
B
Als u uw stations-ID nog niet heeft ingesteld,
kunt u de faxoverdrachtmodus niet
gebruiken. (Zie Persoonlijke gegevens
invoeren (stations-ID) in de
installatiehandleiding.)
a Druk op Stop/Eindigen om de fout
tijdelijk te onderbreken.
b Druk op MENU.
c Druk op a of b om Service weer te
geven.
d Druk op Service.
e Druk op Dataoverdracht.
f Druk op Report overdr.
g Voer het faxnummer in voor het
doorsturen van het faxjournaal.
h Druk op Mono Start.
Vastgelopen document B
Documenten kunnen vastlopen in de ADF als
ze niet correct zijn geplaatst of ingevoerd, of
als ze te lang zijn. Ga als volgt te werk om
vastgelopen papier te verwijderen.
Het document is boven in de ADF
vastgelopen
B
a Verwijder al het papier dat niet is
vastgelopen uit de ADF.
b Open het ADF-deksel.
c Trek het vastgelopen document er naar
rechts uit.
d Sluit het ADF-deksel.
e Druk op Stop/Eindigen.
BELANGRIJK
Sluit het ADF-deksel goed door er in het
midden voorzichtig op te drukken om het
vastlopen van papier in de toekomst te
voorkomen.
156
Het document is in de ADF
vastgelopen
B
a Verwijder al het papier dat niet is
vastgelopen uit de ADF.
b Til het documentdeksel op.
c Trek het vastgelopen document er naar
rechts uit.
d Sluit het documentdeksel.
e Druk op Stop/Eindigen.
Papier vastgelopen in de
machine B
Verwijder het vastgelopen papier uit de plaats
waar het in de machine is vastgelopen.
a Trek de papierladen (1) uit de machine.
b Druk de twee groene hendels aan beide
zijden omhoog.
1
1
Problemen oplossen en routineonderhoud
157
B
c Trek het vastgelopen papier (1) eruit en
druk op Stop/Eindigen.
d Druk de groene duplexeenheid omhoog.
e Reset de machine door het
scannerdeksel vanaf de voorkant van
de machine te openen en weer te
sluiten.
Als u het vastgelopen papier niet
vanaf de voorkant kunt verwijderen,
of als de foutmelding op het
LCD-scherm blijft verschijnen nadat
u het vastgelopen papier verwijderd
heeft, gaat u naar de volgende stap.
f Open de externe achterklep (1) aan de
achterkant van de machine. Trek het
vastgelopen papier uit de machine.
1
1
1
158
g Sluit de interne achterklep (1) als deze
open is, zoals afgebeeld.
h Sluit de externe achterklep.
Controleer of de klep goed is gesloten.
i Gebruik beide handen en de
handgrepen aan beide zijden van de
machine om het scannerdeksel (1) op te
tillen, totdat het openstaat.
Zorg dat er geen vastgelopen papier in
de hoeken van de machine achterblijft.
BELANGRIJK
Als het papier onder de printkop is
vastgelopen, moet u de stekker van de
machine uit het stopcontact trekken, en
vervolgens de printkop bewegen om het
papier te verwijderen.
Als de printkop zich in de
rechterbovenhoek bevindt, zoals in de
illustratie, kunt u de printkop niet
verplaatsen. Houd Stop/Eindigen
ingedrukt totdat de printkop naar het
midden wordt verplaatst. Haal vervolgens
de stekker van de machine uit het
stopcontact en verwijder het papier.
Als er inkt op uw huid terechtkomt, wast u
de plek onmiddellijk met veel water en
zeep.
1
1
Problemen oplossen en routineonderhoud
159
B
j Sluit het scannerdeksel (1) voorzichtig
met behulp van de handgrepen aan
weerszijden.
VOORZICHTIG
Zorg dat uw vingers niet onder het
scannerdeksel raken.
Gebruik altijd de handgrepen aan beide
zijden van het scannerdeksel voor het
openen en sluiten hiervan.
k Duw papierlade 1 en 2 stevig terug in de
machine.
BELANGRIJK
Trek de papiersteun uit tot u de klik hoort.
Routineonderhoud B
De inktcartridges vervangen B
Uw machine is voorzien van een
inktstippenteller. De inktstippenteller
controleert automatisch het inktniveau in elk
van de 4 cartridges. Als de machine ontdekt
dat een inktcartridge bijna leeg is, zal de
machine u waarschuwen door middel van
een melding op het LCD-scherm.
Het LCD-scherm informeert u welke
inktcartridge bijna leeg is of vervangen moet
worden. Volg de aanwijzingen op het
LCD-scherm om de inktcartridges in de juiste
volgorde te vervangen.
Ook al informeert de machine u dat een
inktcartridge vervangen moet worden, zal er
nog een kleine hoeveelheid inkt in de
inktcartridge aanwezig zijn. Het is
noodzakelijk dat er inkt in de inktcartridge
aanwezig blijft om te voorkomen dat de lucht
de printkopset uitdroogt en beschadigt.
BELANGRIJK
De multifunctionele machines van Brother
zijn ontworpen om te werken met inkt van
een bepaalde specificatie, en bij gebruik
van originele inktcartridges van Brother
zijn optimale prestaties en
betrouwbaarheid gewaarborgd. Brother
kan deze optimale prestaties en
betrouwbaarheid niet garanderen indien
inkt of inktcartridges van andere
specificaties gebruikt worden. Het gebruik
van cartridges anders dan originele
cartridges van Brother of het gebruik van
cartridges die met inkt van andere merken
zijn gevuld, wordt door Brother afgeraden.
Indien de printkop of andere delen van
deze machine worden beschadigd als
gevolg van het gebruik van andere
merken inkt of inktcartridges, worden
hieruit voortvloeiende reparaties mogelijk
niet gedekt door de garantie.
1
160
a Open het deksel van de inktcartridge.
Als een of meerdere inktcartridges
verbruikt zijn, bijvoorbeeld Zwart, wordt
op het LCD-scherm Kan niet afdr.
weergegeven.
b Druk op de ontgrendelingshendel (zie
illustratie) om de op het LCD-scherm
aangegeven inktcartridge te
ontgrendelen. Verwijder de cartridge uit
de machine.
c Open de verpakking met de nieuwe
inktcartridge voor de kleur die op het
LCD-scherm wordt getoond, en haal
vervolgens de inktcartridge eruit.
d Draai de groene knop op het gele
beschermkapje rechtsom tot deze klikt
om de vacuümverpakking te openen en
verwijder het kapje vervolgens (1).
e Elke kleur heeft zijn eigen juiste positie.
Plaats de inktcartridge in de richting van
de pijl op het etiket.
1
Problemen oplossen en routineonderhoud
161
B
f Duw de inktcartridge voorzichtig in de
machine tot deze vastklikt en sluit het
deksel van de inktcartridge.
g Er wordt automatisch een reset
uitgevoerd voor de inktstippenteller.
Opmerking
Als u een inktcartridge hebt vervangen
(bijvoorbeeld zwart), wordt u mogelijk
gevraagd te bevestigen dat dit een nieuwe
cartridge was (bijvoorbeeld
Veranderd? Zwarte). Druk voor
elke nieuwe cartridge die u geïnstalleerd
hebt op Ja om de inktstippenteller voor
die kleur automatisch te resetten. Als de
inktcartridge die u geïnstalleerd hebt niet
nieuw is, drukt u op Nee.
Als op het LCD-scherm de melding
Geen patroon of Kan niet detect.
wordt weergegeven nadat u de
inktcartridges geïnstalleerd hebt, dient u
te controleren of de inktcartridges correct
zijn geïnstalleerd.
VOORZICHTIG
Mocht u inkt in uw ogen krijgen, spoel ze
dan onmiddellijk met water en raadpleeg
een arts als u zich zorgen maakt.
BELANGRIJK
Verwijder inktcartridges ALLEEN als ze
aan vervanging toe zijn. Als u zich niet aan
dit voorschrift houdt, kan de hoeveelheid
inkt achteruitgaan en weet de machine
niet hoeveel inkt er nog in de cartridge zit.
Raak de houders voor de cartridges NIET
aan. Als u dat doet, kan de inkt vlekken op
uw huid achterlaten.
Als u inkt op uw huid of kleding krijgt, wast
u deze meteen af met zeep of een
schoonmaakmiddel.
Als de kleuren gemengd zijn omdat u een
inktcartridge in de verkeerde positie
geïnstalleerd heeft, moet u nadat de
cartridge op de juiste plaats geïnstalleerd
is, de printkop diverse keren reinigen.
Installeer een inktcartridge onmiddellijk na
het openen in de machine en verbruik
deze binnen zes maanden na de
installatie. Gebruik ongeopende
inktcartridges vóór de uiterste
verbruiksdatum die op de
cartridgeverpakking vermeld staat.
De inktcartridge NIET openmaken of
ermee knoeien, want daardoor kan de
cartridge inkt verliezen.
Menu en functies
193
C
Afbeeld.
gebruiken
Scan
(Plaats de pagina
en druk op Start.)
Transparantie
Hiermee kunt u een
gescande afbeelding (logo
of tekst) als watermerk in uw
document plaatsen.
97
Media Positie A
B
C
D
E*
F
G
H
I
Patroon
Hiermee kunt u een
afbeelding (logo of tekst) op
een verwisselbaar medium
als watermerk in uw
document plaatsen.
Formaat Klein
Midden*
Groot
Hoek -90°
-45°*
0°
+45°
+90°
Transparantie
Optie1 Optie2 Optie3 Optie4 Omschrijvingen Pagina
De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven.
+2
+1
0
-1
-2
+2
+1
0
-1
-2
Verklarende woordenlijst
215
E
Compatibiliteitsgroep
De mogelijkheid van een faxapparaat om
met een ander faxapparaat te
communiceren. Tussen de ITU-T-groepen
is compatibiliteit verzekerd.
Contrast
Instelling om te compenseren voor
donkere of lichte documenten. Faxen of
kopieën van donkere documenten worden
lichter en omgekeerd.
Direct verzenden
Als het geheugen vol is, kunt u
faxberichten onmiddellijk verzenden.
ntoetsnummers
Nummers die onder speciale toetsen van
het bedieningspaneel zijn opgeslagen,
zodat u ze snel kunt kiezen. Als u Shift
ingedrukt houdt terwijl u op de toets voor
een ééntoetsnummer drukt, kunt u er een
tweede nummer voor programmeren.
ECM (Error Correction Mode)
Deze functie controleert tijdens een
faxtransmissie of er fouten optreden en
verzendt de pagina's met fouten opnieuw.
Extern toestel
Een antwoordapparaat of telefoontoestel
dat op uw machine is aangesloten.
F/T-beltijd
De periode dat de Brother-machine blijft
overgaan om u te waarschuwen dat u een
gewoon telefoontje moet aannemen
(wanneer de ontvangststand op
Fax/Telefoon staat).
Fax doorzenden
Hiermee wordt een fax die in het
geheugen is ontvangen, doorgestuurd
naar een ander faxnummer dat reeds is
voorgeprogrammeerd.
Fax opslaan
Hiermee kunt u ontvangen faxen in het
geheugen opslaan.
Fax/Telefoon
In deze stand kunt u faxen en telefoontjes
ontvangen. Gebruik deze stand niet als u
een antwoordapparaat heeft aangesloten.
Fax waarnemen
Deze functie zorgt ervoor dat uw machine
toch op faxtonen reageert, als u de
telefoon aanneemt en het een faxoproep
blijkt te zijn.
Faxjournaal
In het journaal staat informatie over de
laatste 200 faxberichten die zijn
ontvangen en verzonden. TX betekent
verzonden. RX betekent ontvangen.
Faxtonen
De tonen die tijdens het verzenden en
ontvangen van faxen door de
faxmachines worden uitgezonden.
Faxvoorbeeld
Als u Faxvoorbeeld kiest, kunt u een
voorbeeld van ontvangen faxen op het
LCD-scherm bekijken door op de toets
Faxvoorbeeld op het LCD-scherm te
drukken.
Fijn, resolutie
Dit is een resolutie van 203 × 196 dpi.
Wordt gebruikt voor afdrukken met kleine
lettertjes en diagrammen.
Foto, resolutie (alleen Mono)
Een resolutie die verschillende grijstinten
gebruikt, zodat foto's optimaal worden
gereproduceerd.
Gebruikersinstellingen
Een afgedrukt rapport met de huidige
instellingen van de machine.
Grijstinten
De grijstinten die voor het kopiëren,
scannen en faxen van foto's worden
gebruikt.
Groepsnummer
Een combinatie van ééntoets- en
snelkiesnummers die zijn opgeslagen
onder speciale toetsen of snelkieslocaties
en die gebruikt worden voor rondsturen.
216
Groepsverzending
(Alleen zwart-witfaxen) Om kosten te
besparen kunnen alle uitgestelde faxen
naar hetzelfde nummer als één zending
worden gestuurd.
Handmatig faxen verzenden
Als u de hoorn van het externe
telefoontoestel opneemt, hoort u het
ontvangende faxapparaat antwoorden
voordat u op Mono Start of Kleur Start
drukt om te beginnen met het versturen
van de fax.
Helderheid
Wijziging van de helderheid maakt de hele
afbeelding lichter of donkerder.
Helplijst
Een afdruk van de complete menutabel,
die u kunt gebruiken om uw machine te
programmeren wanneer u de
gebruikershandleiding niet bij de hand
heeft.
Innobella™
Innobella™ is een assortiment
verbruiksartikelen van Brother. Voor
resultaten van de hoogste kwaliteit wordt
door Brother het gebruik van Innobella™-
inkt en -papier aangeraden.
Internationale modus
In deze stand worden de faxtonen tijdelijk
gewijzigd om ruis en statische elektriciteit
op internationale telefoonlijnen te
onderdrukken.
Journaaltijd
De vooraf geprogrammeerde regelmaat
waarmee het faxjournaal automatisch
wordt afgedrukt. U kunt het faxjournaal
desgewenst ook op elk ander tijdstip
printen, zonder deze instelling op te
heffen.
Kleurverbetering
Hiermee wordt de kleur in de afbeelding
aangepast. De afdrukkwaliteit wordt
verhoogd door de scherpte, witbalans en
kleurdichtheid te verbeteren.
LCD-scherm (liquid crystal display)
Het schermpje op uw machine waarop
tijdens het programmeren meldingen
verschijnen. Wanneer de machine inactief
is, worden op dit schermpje de datum en
de tijd aangegeven.
Nummerweergave
Een service geleverd door het
telefoonbedrijf, waarmee u het nummer
(of de naam) ziet van degene door wie u
gebeld wordt. (Deze service
correspondeert met de functie Beller ID op
de machine.)
OCR (optical character recognition)
De meegeleverde softwaretoepassing
ScanSoft™ PaperPort™ 11SE met OCR
of Presto! PageManager zet een
afbeelding van tekst om in tekst die u kunt
bewerken.
Ontvangst zonder papier
(Geheugen ontv.)
Als deze functie is geactiveerd en het
papier in uw machine op is, worden
ontvangen faxen in het geheugen van de
machine opgeslagen.
Pauze
Hiermee kunt u een pauze van
3,5 seconden in de kiesreeks inlassen
terwijl u met de kiestoetsen kiest of terwijl
u ééntoetsnummers en snelkiesnummers
opslaat. Druk op Herkies/Pauze op het
bedieningspaneel of op Pauze op het
LCD-scherm, zo vaak als nodig is om
langere pauzes in te voeren.
PhotoCapture Center
Hiermee kunt u digitale foto's van uw
digitale camera met een hoge resolutie
afdrukken, voor een afdrukkwaliteit die
gelijkstaat aan die van foto's.
PictBridge
Hiermee kunt u foto's van uw digitale
camera rechtstreeks met een hoge
resolutie afdrukken, voor een
afdrukkwaliteit die gelijkstaat aan die van
foto's.
Verklarende woordenlijst
217
E
Polling
Een functie waarmee een faxapparaat
een ander faxapparaat belt om wachtende
faxberichten op te halen.
Programmeermodus
De stand waarin u de instellingen van de
machine kunt wijzigen.
Puls
Een kiesmethode voor een telefoonlijn
(traditionele kiesschijf).
Resolutie
Het aantal verticale en horizontale lijnen
per inch. Zie ook: Standaard, Fijn,
Superfijn en Foto.
Resterende taken
U kunt controleren welke taken nog in het
geheugen staan en deze taken
afzonderlijk annuleren.
Rondsturen
Een en hetzelfde faxbericht naar meer
locaties zenden.
Scannen
De procedure waarmee een elektronische
afbeelding van een papieren document
naar uw computer wordt verzonden.
Scannen naar media
U kunt monochrome documenten en
documenten in kleur naar een
geheugenkaart of een USB-flashstation
scannen. Monochrome afbeeldingen
hebben het TIFF- of PDF-
bestandsformaat en afbeeldingen in kleur
kunnen het PDF- of JPEG-
bestandsformaat hebben.
Snelkieslijst
Een lijst van namen en nummers die zijn
opgeslagen in het geheugen voor
ééntoetsnummers en snelkiesnummers.
De nummers staan in numerieke volgorde
in de lijst.
Snelkiesnummer
Een voorgeprogrammeerd nummer dat u
snel kunt kiezen. U moet op
Telefoonboek drukken, de tweecijferige
code intoetsen en op Mono Start of
Kleur Start drukken om het kiezen te
starten.
Standaard, resolutie
203 × 97 dpi. Wordt gebruikt voor tekst
van normaal formaat en biedt de snelste
transmissie.
Stations-ID
De opgeslagen informatie die boven aan
gefaxte pagina's verschijnt. Het bevat de
naam en het faxnummer van de
verzender.
Superfijn, resolutie (alleen Mono)
392 × 203 dpi. Ideaal voor kleine
afdrukken en lijntekeningen.
Tijdelijke instellingen
Voor elke faxtransmissie en kopie kunt u
bepaalde opties selecteren zonder de
standaardinstellingen te wijzigen.
Toon
Een kiesmethode die gebruikt wordt bij
toetstelefoons.
Transmissie
Het vanaf uw machine over de telefoonlijn
verzenden van faxen naar een andere
faxmachine.
Tweede toestel
Een telefoontoestel dat gebruikmaakt van
dezelfde telefoonlijn als de faxmachine
maar op een aparte wandcontactdoos is
aangesloten.
Tweevoudige werking
De machine kan uitgaande faxen of taken
in het geheugen scannen en tegelijkertijd
een fax verzenden, een fax ontvangen of
een binnenkomende fax afdrukken.
Uitgestelde fax
Hiermee wordt een fax later verzonden,
op een tijdstip dat u zelf heeft ingevoerd.
207

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Brother MFC-6890CDW bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Brother MFC-6890CDW in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 7,83 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Brother MFC-6890CDW

Brother MFC-6890CDW Installatiehandleiding - Nederlands - 44 pagina's

Brother MFC-6890CDW Installatiehandleiding - Deutsch - 44 pagina's

Brother MFC-6890CDW Gebruiksaanwijzing - Deutsch - 243 pagina's

Brother MFC-6890CDW Installatiehandleiding - English - 44 pagina's

Brother MFC-6890CDW Gebruiksaanwijzing - English - 233 pagina's

Brother MFC-6890CDW Installatiehandleiding - Français - 44 pagina's

Brother MFC-6890CDW Gebruiksaanwijzing - Français - 246 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info