491931
17
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/56
Pagina verder
Voor de erkende installateur
Installatie- en onderhoudshandleiding
ecoVIT exclusiv
Gasgestookte ketels met HR
BENL
Inhoudsopgave
2 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
Inhoudsopgave
1 Aanwijzingen bij de documentatie ...................... 3
1.1 Aanvullend geldende documenten in acht
nemen ............................................................................3
1.2 Documenten bewaren ...............................................3
1.3 Gebruikte symbolen ...................................................3
1.4 Geldigheid van de handleiding ................................3
1.5 CE-markering ............................................................... 3
1.6 Typeplaatje ...................................................................4
2 Aanwijzingen voor de veiligheid ..........................5
2.1 Veiligheids- en waarschuwingsaanwijzingen
in acht nemen ..............................................................5
2.1.1 Klassificatie van de
waarschuwingsaanwijzingen ....................................5
2.1.2 Opbouw van waarschuwingsaanwijzingen ...........5
2.2 Gebruik conform de voorschriften .........................5
2.3 Algemene veiligheidsaanwijzingen ........................6
3 Toestelbeschrijving ..................................................8
3.1 Typeaanduiding ...........................................................8
3.2 Opbouw en werking ...................................................8
3.2.1 Uitrusting ......................................................................8
3.2.2 Functie-elementen......................................................9
3.2.3 Aansluitingen op de achterzijde ........................... 10
4 CV-toestel monteren ...............................................11
4.1 Omvang van de levering ...........................................11
4.2 Toebehoren ..................................................................11
4.3 Standplaats ..................................................................11
4.3.1 Voorschriften voor de montageplaats .................12
4.3.2
Aanbevolen minimumafstanden voor plaatsing
.. 12
4.3.3 CV-toestel uitlijnen ....................................................12
4.4 Afmetingen ..................................................................13
5 CV-toestel installeren ............................................14
5.1 Werkzaamheden aan de cv-installatie .................14
5.2 Afdekplaat demonteren (alleen bij VKK 476
en VKK 656)................................................................14
5.3 Gas aansluiten ............................................................15
5.4 CV aansluiten ..............................................................16
5.5 Warmwaterboiler aansluiten ..................................17
5.6 Verbrandingsluchttoevoer/rookgasafvoer
monteren .....................................................................18
5.7 Condenswaterafvoer ................................................19
5.7.1 Condenswaterafvoer monteren .............................19
5.7.2 Sifon vullen .................................................................19
5.8 Elektrische aansluiting ........................................... 20
5.8.1 Voedingsleiding aansluiten .....................................21
5.8.2 Aansluiting van elektrische toebehoren en
interne bedrading .....................................................22
5.8.3 Thermostaat aansluiten ......................................... 24
6 CV-ketel in gebruik nemen ..................................26
6.1 Servicecode invoeren ..............................................26
6.2 Controlelijst inbedrijfstelling .................................26
6.3 Functiemenu (voor onderhouds- en
servicewerkzaamheden) .........................................27
6.4 Systeem vullen ......................................................... 30
6.4.1 Vullen aan CV-zijde ...................................................31
6.4.2 Sifon vullen .................................................................31
6.5 Gasinstelling controleren........................................32
6.5.1 Fabrieksinstelling .....................................................32
6.5.2 Aansluitdruk (dynamische gasvoordruk)
controleren ...............................................................33
6.5.3 CO
2
-percentage controleren en evt. instellen ...33
6.6 Gebruiker inlichten ...................................................34
7 CV-toestel op CV-installatie aanpassen ........35
7.1 Parameters van de diagnosemodus instellen ...35
7.2 Maximale ketelaanvoertemperatuur ...................37
7.3 Pompnalooptijd .........................................................37
7.4 Pompmodi .................................................................. 38
7.4.1 Bedrijfsmodus „Continue“
(„Comfort-modus“) ................................................. 38
7.4.2 Bedrijfsmodus „Intermitterend“
(„Eco-modus“) .......................................................... 38
7.5 Wachttijd en CV-deellast ....................................... 38
7.6 Aanloopgedrag ......................................................... 38
8 CV-toestel onderhouden .......................................39
8.1 Algemene aanwijzingen voor het onderhoud ...39
8.2 Veiligheidsaanwijzingen voor het onderhoud ...39
8.3 Gebruiksurenweergave ...........................................39
8.4 Schoorsteenvegerbedrijf ........................................39
8.5 Overzicht van onderhoudswerkzaamheden ..... 40
8.6 Brander onderhouden ..............................................41
8.6.1 Brander uitbouwen ....................................................41
8.6.2 Verbrandingskamer reinigen ..................................41
8.6.3 Brander controleren .................................................41
8.6.4 Brander inbouwen ................................................... 42
8.7 Sifon reinigen ........................................................... 42
8.8 CV-toestel vullen/aftappen ....................................43
8.8.1 Toestel en CV-installatie vullen ............................43
8.8.2 CV-toestel aftappen .................................................43
8.8.3 CV-installatie leegmaken ........................................43
8.9 Functietest ................................................................ 44
9 Storingen herkennen en verhelpen .................. 45
9.1 Statusmeldingen lezen ........................................... 45
9.2 Diagnosemodus ........................................................ 46
9.3 Foutmeldingen .......................................................... 48
9.4 Toestel na uitschakeling door de
veiligheidstemperatuurbegrenzer
ontgrendelen ............................................................ 49
9.5 Storing in de gasgestookte ketel ......................... 49
10 Seviceteam en garantie ....................................... 50
11 Recycling en afvoer ................................................51
11.1 Toestel ..........................................................................51
11.2 Verpakking ..................................................................51
12 Technische gegevens.............................................52
Trefwoordenregister ............................................................ 54
3Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
1 Aanwijzingen bij de documentatie
De volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de
volledige documentatie. In combinatie met deze installa-
tiehandleiding zijn nog andere documenten geldig. Voor
schade die ontstaat door het niet naleven van deze
handleidingen, kan Vaillant niet aansprakelijk gesteld
worden.
1.1 Aanvullend geldende documenten in acht
nemen
Neem bij de installatie van de ecoVIT exclusiv alle
installatiehandleidingen van onderdelen en compo-
nenten van de installatie in acht. Deze installatie-
handleidingen worden meegeleverd met de betref-
fende onderdelen van de installatie en aanvullende
componenten.
Neem ook alle bedieningshandleidingen in acht, die bij
de componenten van de installatie worden meegele-
verd.
1.2 Documenten bewaren
U dient deze installatiehandleiding evenals alle aan-
vullend geldende documenten en eventueel beno-
digde hulpmiddelen aan de gebruiker van de installa-
tie te geven. Deze bewaart ze, zodat de handleidingen
en hulpmiddelen indien nodig ter beschikking staan.
1.3 Gebruikte symbolen
Hieronder worden de in de tekst gebruikte symbolen
verklaard:
a
Gevarensymbool
Direct levensgevaar
Gevaar voor ernstig lichamelijk letsel
Gevaar voor lichte lichamelijke letsels
e
Gevarensymbool
Levensgevaar door elektrische schok
b
Gevarensymbool
Kans op materiële schade
Kans op milieuvervuiling
i
Symbool voor een nuttige, aanvullende
aanwijzing en informatie
> Symbool voor een vereiste activiteit
>
>
1.4 Geldigheid van de handleiding
Deze installatiehandleiding geldt uitsluitend voor toe-
stellen met de volgende artikelnummers:
VKK SWE 226/4 0010007511
VKK SWE 286/4 0010007515
VKK SWE 366/4 0010007519
VKK SWE 476/4 0010007523
VKK SWE 656/4 0010007527
Op het toestel vindt u het 10-cijferige artikelnummer
(leesbaar vanaf de 7de plaats van het serienummer).
1.5 CE-markering
Met de CE-markering wordt aangegeven dat de toestel-
len conform het typeoverzicht aan de fundamentele ver-
eisten van de volgende richtlijnen voldoen:
Gastoestelrichtlijn (richtlijn 90/396/EEG van de Raad
der Europese Gemeenschappen)
Richtlijn over de elektromagnetische compatibiliteit
met de grenswaardeklasse B (richtlijn 2004/108/EEG
van de Raad der Europese Gemeenschappen)
Laagspanningsrichtlijn (richtlijn 2006/95/EEG van de
Raad der Europese Gemeenschappen)
De toestellen voldoen aan de fundamentele vereisten
van de richtlijn Rendementseisen CV-ketels (richtlijn
92/42/EEG Raad der Europese Gemeenschappen) als
HR-ketel.
In overeenstemming met de vereisten conform §7 van
de verordening van kleinschalige ovens van 07.08.1996
(1.BlmSchV) stoten de hierboven genoemde toestellen
bij gebruik van aardgas minder dan 80 mg/kWh stikstof-
oxide (NOx) uit.
Aanwijzingen bij de documentatie 1
4 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
1.6 Typeplaatje
Het typeplaatje van de Vaillant ecoVIT exclusiv is op de
achterzijde van de schakelkast aangebracht.
1
2
2
3
4
Afb. 1.1 Typeplaatje (voorbeeld)
Legenda
1 Serienummer
2 Typeaanduiding
3 Aanduiding van de typegoedkeuring (toegelaten rookgasafvoer)
4 Technische gegevens van het toestel
Toelichting bij de typeaanduiding
De volgende tabel licht de typeaanduiding aan de hand
van het voorbeeld van de VKK 656/4 toe.
VKK 656/4 Uitrusting
VKK Vaillant gasgestookte ketel
65 Toestelgrootte (vermogen in KW)
6 met HR-techniek
4 Ketel-serie
Tab. 1.1 Toelichting bij de typeaanduiding
1 Aanwijzingen bij de documentatie
5Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
2 Aanwijzingen voor de veiligheid
2.1 Veiligheids- en waarschuwingsaanwijzingen in
acht nemen
Neem tijdens de bediening de algemene veiligheids-
en waarschuwingsaanwijzingen in acht die voor acties
kunnen staan.
2.1.1 Klassificatie van de
waarschuwingsaanwijzingen
De waarschuwingsaanwijzingen zijn als volgt vastgelegd
met waarschuwingssymbolen en signaalwoorden die
betrekking hebben op mogelijke gevaren:
Waarschu-
wingssymbool
Signaal-
woord
Toelichting
a
Gevaarlijk! Direct levensgevaar of gevaar
voor ernstig lichamelijk letsel
e
Gevaarlijk! Levensgevaar door
elektrische schok
a
Waarschu-
wing!
Gevaar voor lichte
lichamelijke letsels
b
Wees voor-
zichtig!
Kans op materiële schade of
milieuvervuiling
2.1.2 Opbouw van waarschuwingsaanwijzingen
Waarschuwingsaanwijzingen herkent u aan de bovenste
en onderste scheidingslijn. Ze zijn volgens het onder-
staande principe opgebouwd:
a
Signaalwoord!
Gevarensoort en -bron!
Toelichting van de gevarensoort en -bron.
Maatregelen voor het afwenden van
gevaar
>
>
2.2 Gebruik conform de voorschriften
De gasgestookte HR-ketels ecoVIT exclusiv van Vaillant
zijn gebouwd volgens de huidige stand van de techniek
en de erkende veiligheidsvoorschriften. Toch kunnen er
bij het ondeskundige of niet-reglementaire gebruik
gevaren voor leven en goed van de gebruiker of derden
beschadigingen aan het toestel en andere voorwerpen
ontstaan.
De in deze handleiding genoemde ecoVIT exclusiv
mogen alleen in combinatie met de in de bijbehorende
montagehandleiding LAZ vermelde toebehoren worden
geïnstalleerd en gebruikt.
Dit toestel is er niet voor bestemd te worden gebruikt
door personen (waaronder kinderen) met beperkte
fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of zonder
ervaring en/of zonder kennis, tenzij deze onder toezicht
staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke
persoon of van deze instructies kregen hoe het toestel
moet worden gebruikt.
Kinderen moeten onder toezicht staan, om ervoor te
zorgen dat zij niet met het toestel spelen.
Het toestel is een warmteopwekker voor gesloten warm-
water- en CV-installaties.
Een ander of daarvan afwijkend gebruik is niet volgens
de voorschriften. Voor de hierdoor ontstane schade kan
de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk gesteld wor-
den. De gebruiker draagt hiervoor zelf het risico.
Tot het reglementaire gebruik horen ook het in acht
nemen van de gebruiksaanwijzing, de installatiehandlei-
ding en alle andere geldende documenten alsmede het
naleven van de inspectie- en onderhoudsvoorschriften.
Elk oneigenlijk gebruik is verboden.
Aanwijzingen voor de veiligheid 2
6 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
2.3 Algemene veiligheidsaanwijzingen
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
Opstelling en instelling
Opstelling, instelwerkzaamheden, onderhoud en repara-
tie van het toestel mogen alleen worden uitgevoerd
door een erkend installateur.
Handelwijze in noodgevallen bij gaslucht
Door een storing kan er gas uittreden en tot vergifti-
gings- en explosiegevaar leiden. Bij gaslucht in gebou-
wen handelt u als volgt:
Vermijd ruimtes met gaslucht.
Doe, indien mogelijk, deuren en ramen wijd open en
zorg voor doortocht.
Vermijd open vuur (bv. aansteker, lucifer).
Niet roken.
Bedien geen elektrische schakelaars, geen stekkers,
geen deurbellen, geen telefoons en andere communi-
catiesystemen in huis.
Sluit de gasteller-afsluitkraan of de hoofdkraan.
Sluit, indien mogelijk, de gaskraan op het toestel.
Waarschuw andere huisbewoners door te roepen of
aan te kloppen.
Verlaat het gebouw.
Verlaat bij hoorbaar uitstromen van gas onmiddellijk
het gebouw en voorkom dat derden het gebouw
betreden.
Alarmeer de brandweer en politie buiten het gebouw.
Neem contact op met de storingsdienst van het ener-
giebedrijf vanaf een telefoonaansluiting buiten het
huis.
Handelwijze in noodgevallen bij gaslucht
Door een storing kan gaslucht uittreden en tot vergifti-
gingsgevaar leiden. Bij gaslucht in gebouwen handelt u
als volgt:
Doe, indien mogelijk, deuren en ramen wijd open en
zorg voor doortocht.
Schakel het toestel uit.
Installatie
De verbrandingslucht die het toestel krijgt aangevoerd,
moet vrij zijn van chemische stoffen die b.v. fluor, chloor
of zwavel bevatten. Sprays, oplos- of reinigingsmidde-
len, verf en lijm kunnen dergelijke stoffen bevatten die
bij gebruik van het toestel in het ongunstigste geval
kunnen leiden tot corrosie, ook in de rookgasinstallatie.
De verbrandingslucht moet vrij zijn van deeltjes, omdat
anders de brander kan worden vervuild.
Let u er in het bijzonder op dat er zich geen bouw-
stof, vezels van isolatiemateriaal of stuifmeel in de
verbrandingslucht bevinden.
Een afstand van het toestel tot componenten van
brandbaar materiaal is niet vereist, omdat bij het
nominale warmtevermogen van het toestel aan het
>
>
>
>
>
>
>
>
>
>
>
>
>
>
>
behuizingsoppervlak een lagere temperatuur voorhan-
den is dan de max. toegestane temperatuur van 85 °C.
Monteert u het toestel in een aparte plaatsingsruimte
(verwarmingruimte), als het een totaal nominaal
warmtevermogen van meer dan 50 kW heeft.
Neem de aanbevolen minimale afstanden in hoofd-
stuk 4.3.2 in acht.
Bouwt u bij gesloten CV-installaties een voor de uit-
voering toegelaten, met het warmtevermogen over-
eenkomende veiligheidsklep inbouwen.
i
Aanwijzing voor de schoorsteenuitvoering:
door de modulatie van de HR-gasketel met
verbrandingsluchtaanpassing ontstaat een
hoog stooktechnisch rendement. Dat vereist
een technisch bewijs over de geschiktheid
van de schoorsteen conform de geldende
normen.
Spoel de CV-installatie voor de aansluiting van het
toestel zorgvuldig door!
Daarmee verwijdert u resten zoals lasdruppels, wals-
huid, hennep, kit, roest, grove vervuiling e.d. uit de
buisleidingen. Anders kunnen deze stoffen in het toe-
stel terechtkomen en storingen veroorzaken.
Let erop dat de aansluit- en gasleidingen zonder
mechanische spanningen worden gemonteerd, zodat
er geen lekkages in de CV-installatie of bij de gasaan-
sluiting kunnen ontstaan.
Gebruik bij het vast- of losschroeven van schroefver-
bindingen altijd passende steeksleutels (geen buistan-
gen, verlengingen enz.). Ondeskundig gebruik en/of
ongeschikt gereedschap kan schade veroorzaken (bv.
gas- of waterlekkages).
Het gasgedeelte mag alleen worden gecontroleerd op
lekkages met een maximale druk van 110 mbar . De
bedrijfsdruk mag niet hoger zijn dan 60 mbar! Als de
druk wordt overschreden kan het gasblok beschadigd
raken.
>
>
>
>
>
>
>
2 Aanwijzingen voor de veiligheid
7Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
De elektrische installatie mag enkel door een daarvoor
erkende installateur uitgevoerd worden.
Op de voedingsklemmen in de schakelkast van het
toestel staat ook bij uitgeschakelde aan/uit-schakelaar
elektrische spanning.
Schakel vóór werkzaamheden aan het toestel de
stroomtoevoer uit en beveilig deze tegen opnieuw
inschakelen!
Ingebruikstelling
Het toevoegen van additieven aan het CV-water kan
materiële schade veroorzaken.
Neem de aanwijzingen voor het vullen van de
installatie in hoofdst. 6.4 in acht.
Volg de aanwijzingen van de fabrikant bij gebruik van
additieven.
Voor de verdraagzaamheid van additieven in het ove-
rige CV-systeem en voor de werkzaamheid ervan aan-
vaardt Vaillant geen aansprakelijkheid.
Informeer de gebruiker over de juiste wijze van vorst-
beveiliging.
Inspectie en onderhoud
Inspectie, onderhoud en reparaties mogen alleen door
een erkend installateur worden uitgevoerd. Niet uitge-
voerde inspectie- of onderhoudsbeurten kunnen leiden
tot materiële schade en lichamelijk letsel.
De elektrische installatie mag enkel door een erkende
installateur uitgevoerd worden.
Op de voedingsklemmen in de schakelkast van het toe-
stel staat ook bij uitgeschakelde aan/uit-schakelaar elek-
trische spanning.
Schakel vóór werkzaamheden aan het toestel de
stroomtoevoer uit en beveilig deze tegen opnieuw
inschakelen!
Controleer bij inbedrijfstelling, onderhoud en repara-
tie altijd alle gasvoerende onderdelen, inclusief de
branderafdichtingen op gasdichtheid.
We raden u aan om een elektronisch gasdetector te
gebruiken.
Bij de gasgestookte ketel en alle watervoerende compo-
nenten bestaat het gevaar voor letsel en brandwonden.
Voer werkzaamheden aan deze componenten pas uit
als deze zijn afgekoeld.
Verhelpen van storingen
Op de voedingsklemmen in de schakelkast van het toe-
stel staat ook bij uitgeschakelde aan/uit-schakelaar elek-
trische spanning.
Schakel vóór werkzaamheden aan het CV-toestel de
stroomtoevoer uit en beveilig deze tegen opnieuw
inschakelen!
Sluit de gaskraan en de onderhoudskranen.
Tap het toestel af, als u watervoerende componenten
van het toestel wilt vervangen.
Let erop, dat er geen water op de stroomvoerende
componenten (bv. schakelkasten e.d.) druppelt.
Gebruik alleen nieuwe afdichtingen en O-ringen.
>
>
>
>
>
>
>
>
>
>
>
>
Voer na voltooiing van de werkzaamheden een
functiecontrole uit.
2.4 Richtlijnen, voorschriften en normen
Neem alle relevante, geldende nationale voorschriften in
acht.
>
Aanwijzingen voor de veiligheid 2
8 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
3 Toestelbeschrijving
3.1 Typeaanduiding
Toesteltype
Land van
bestemming
(benamingen con-
form ISO 3166)
Toelatingscategorie Gassoort
Nominaal
warmtevermogensbereik P (kW)
VKK SWE 226/4
BE (België) I
2E(S)B
(BE)
G20 - 20 mbar
[G25 - 25 mbar]
7,0 - 23,5 (40/30 °C)
6,3 - 21,3 (80/60 °C)
[5,7 - 19,3 (40/30 °C)]
VKK SWE 286/4
8,5 - 28,9 (40/30 °C)
7,7 - 26,2 (80/60 °C)
[7,0 - 23,7 (40/30 °C)]
VKK SWE 366/4
11,0 - 37,5 (40/30 °C)
10,0 - 33,8 (80/60 °C)
[9,0 - 30,5 (40/30 °C)]
VKK SWE 476/4
14,1 - 48,2 (40/30 °C)
12,8 - 43,6 (80/60 °C)
[11,6 - 39,5 (40/30 °C)]
VKK SWE 656/4
19,6 - 66,3 (40/30 °C)
17,8 - 60,1 (80/60 °C)
[16,1 - 54,4 (40/30 °C)]
Tab. 3.1 Overzicht van de toesteltypes
3.2 Opbouw en werking
De ecoVIT exclusiv is een gasgestookte HR-ketel die als
warmteopwekker voor warmwater-CV-installaties tot
85 °C gebruikt wordt.
Deze is geschikt voor gebruik in nieuwe installaties en
voor modernisering van bestaande CV-installaties in
meergezinswoningen alsmede in industriële bedrijven.
Het keteltype ecoVIT exclusiv wordt gebruikt in combi-
natie met een CV-regeling met glijdend verlaagde ketel-
watertemperatuur. Als toestel "type B" is het in een van
de omgevingslucht afhankelijke werkwijze geschikt voor
rookgasaansluiting op vochtongevoelige rookgasleidin-
gen. Als toestel "type C" is het alleen met bijbehorende
verbrandingsluchttoevoer-/rookgasafvoersystemen
gecertificeerd en mag alleen met deze systemen worden
gebruikt. De toegelaten systemen en maatschetsen
vindt u in de montagehandleiding voor het verbran-
dingslucht/rookgassysteem.
3.2.1 Uitrusting
Geringe milieubelasting door extreem lage emissies
van schadelijke stoffen,
NOx < 60 mg/kWh en CO < 20 mg/kWh
Normrendement 110 % (bij 4O/30 °C)
Compacte HR-warmtewisselaar
met NTC-voeler
Modulerende vlakbrander
Gasblok klasse B+C
Gas-lucht-moduleregeling
Elektronisch gestuurde ventilator
Warmtewisselaar met NTC-voeler
Veiligheidstemperatuurbegrenzer (TB)
Bedieningsveld met multifunctionele weergave
Rookgastemperatuur max. 80 °C
Condenswatercollector met geïntegreerd sifon
Interne vorstbeveiligingsfunctie
Besturing van pomp met toerentalregeling
Interne boilertemperatuurregeling
Optionele interface voor besturing op basis van
temperatuur of vermogen
Verstelbare ketelvoeten
3 Toestelbeschrijving
9Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
3.2.2 Functie-elementen
7
6
11
10
9
12
8
3
1
2
4
5
Afb. 3.1 Functie-elementen, voorzijde
Legenda:
1 Verbrandingslucht-/rookgasaansluiting
2 Ventilatorbrander met gasblok
3 Zijwand
4 Ontstekings- en bewakingselektrodes
5 Schakelkast
6 Ketelvul- en aftapvoorziening
7 Verstelbare voeten
8 Ketelromp met isolatie
9 CV-aanvoerleiding (HVL)
10 Aanzuigdemper (bij VKK 656 alleen verbrandingsluchtslang)
11 Gasleiding
12 Toestelachterwand
Toestelbeschrijving 3
10 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
3.2.3 Aansluitingen op de achterzijde
7
8
4
1
3
2
5
6
Afb. 3.2 Functie-elementen, achterzijde
Legenda
1 Grepen
2 Gasaansluiting
3 Kabeldoorvoer
4 CV-aanvoeraansluiting (HVL)
5 Boilerretour (bij aansluiting van een warmwaterboiler).
6 CV-retouraansluiting
7 Opening voor condenswaterafvoer-aansluiting
8 Bevestiging voor houder rookgasbuis
3 Toestelbeschrijving
11Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
4 CV-toestel monteren
De gasgestookte ketels ecoVIT exclusiv met HR worden
gereed voor aansluiting in een verpakkingseenheid met
gemonteerde ommanteling geleverd.
4.1 Omvang van de levering
Controleer aan de hand van het volgende overzicht of
de levering compleet en onbeschadigd is.
1
2
3
Afb. 4.1 Omvang van de levering
Positie Aantal Aanduiding
1 1 Bijsluiter met installatie-aanwijzingen; ligt in
de onderste bekleding van de verpakking
(klemschroefverbinding R 3/4 voor de gas-
aansluiting, kap voor het sluiten van de
tweede retour als deze niet worden gebruikt)
21 ecoVIT exclusiv (ommanteling gemonteerd)
31 Documentatiemap (installatiehandleiding en
gebruiksaanwijzing, montagehandleiding
LAZ)
Tab. 4.1 Omvang van de levering
>
4.2 Toebehoren
De volgende toebehoren zijn noodzakelijk voor de instal-
latie van het toestel:
Verbrandingslucht-/rookgastoebehoren; meer
informatie over planning en installatie zie montage-
handleiding.
i
Bij de VKK 476- en 656-toestellen moet het
tussenstuk 80/125 mm met meetopening
(artikelnr. 301369) voor het meten van de
verbrandingslucht/rookgas gebruikt worden.
Bij de andere uitvoeringen is het gebruik hier-
van optioneel voor een betere toegankelijk-
heid van de meetplaatsen.
Regelapparaat (thermostaat)
Onderhoudskranen (CV-aanvoer- en -retourleiding)
Gaskogelkraan met brandbeveiliging
Veiligheidsklep, CV-zijde
4.3 Standplaats
Het toestel kan worden gebruikt bij omgevingstempera-
turen van ca. 4 °C tot ca. 50 °C.
Bij de keuze van de standplaats moet u rekening houden
met het ketelgewicht inclusief de waterinhoud conform
de tabel "Technische gegevens" (¬ Hoofdst. 12).
Als geluidsisolatie kunt u een CV-ketelsokkel (geluids-
dempend) e.d. gebruiken; wij adviseren om het toestel
op een 5 cm tot 10 cm hoog ketelfundament te plaatsen.
Plaats het toestel in een vorstvrije ruimte.
>
CV-toestel monteren 4
12 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
4.3.1 Voorschriften voor de montageplaats
i
Gasgestookte toestellen met een totaal nomi-
naal warmtevermogen boven 50 kW moeten
in aparte ruimtes worden geplaatst die geen
ander doel dienen, d.w.z. die ook geen ver-
blijfsruimtes mogen zijn.
Voor de keuze van de standplaats alsmede voor de
maatregelen van be- en ontluchting van de plaat-
singsruimte moet toestemming van de bevoegde
bouw- en woningtoezicht verkregen worden.
De verbrandingslucht die het toestel krijgt aangevoerd,
moet technisch vrij zijn van chemische stoffen die b.v.
fluor, chloor of zwavel bevatten. Sprays, verf, oplos- en
reinigingsmiddelen en lijm bevatten dergelijke stoffen
die bij gebruik van het toestel in het ongunstigste geval
kunnen leiden tot corrosie, ook in de rookgasinstallatie.
4.3.2 Aanbevolen minimumafstanden voor plaatsing
Het is niet nodig een bepaalde extra afstand ten
opzichte van componenten van brandbaar materiaal
resp. met brandbare bestanddelen in acht te nemen,
omdat de temperatuur aan het behuizingsoppervlak hier
altijd lager is dan de toegestane temperatuur van 85 °C.
Let er echter op dat achter en naast het toestel vol-
doende vrije ruimte blijft om de condensafvoerslang
veilig boven een afvoer te kunnen plaatsen of, indien
nodig, een condenstransportpomp aan te sluiten. Men
moet in de afvoer kunnen kijken.
4.3.3 CV-toestel uitlijnen
Lijn de gasgestookte ketel met behulp van de in
hoogte verstelbare voeten horizontaal uit om het
condenswater uit de condensbak te laten afvoeren.
>
>
>
4 CV-toestel monteren
13Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
4.4 Afmetingen
133
125
570
691
991
993
1257
1257
607,5
651
381
10-30
1)
2)
84
1
Ø 80/125
Rp 1
Rp 1
Rp 1
Afb. 4.2 Afmetingen
1)
Voetjes tot 20 mm in hoogte verstelbaar
2)
Vereiste afstand tot de muur:
- 300 mm voor de leidinggroep en de condenswatertransport-
pomp
- 400 mm voor de boilerlaadset bij vlak afsluitende montage
met een actoSTOR
CV-toestel monteren 4
14 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
5 CV-toestel installeren
5.1 Werkzaamheden aan de cv-installatie
b
Wees voorzichtig!
Functiestoring door verontreiniging!
Resten van installatiewerkzaamheden zoals
bv. lasdruppels, walshuid, hennep, kit, roest,
grove vervuiling e.d. kunnen zich in de buislei-
dingen of in het toestel afzetten en storingen
veroorzaken.
Spoel de CV-installatie voor de aansluiting
van het toestel zorgvuldig door!
Monteer van de uitblaasleiding van de veiligheidsklep
een afvoerbuis met inlaattrechter en sifon naar een
geschikte afvoer in de plaatsingsruimte. De afvoer
moet men in de gaten kunnen houden!
Installeer op het hoogste punt van de CV-installatie
een ontluchtingsvoorziening.
Installeer in de CV-installatie een vul- en aftapkraan,
omdat de installatie niet via de ketelinterne vul- en
aftapkraan mag worden gevuld.
De in de gasgestookte ketel geïntegreerde veiligheids-
temperatuurbegrenzer dient naast de waterdrukschake-
laar als beveiliging tegen watergebrek.
De uitschakeltemperatuur door storingen van de gasge-
stookte ketel ligt bij ca. 110 °C (nominale uitschakeltem-
peratuur 110 °C, tolerantie -6 K).
Als in de CV-installatie kunststof buizen worden
gebruikt, moet u op de standplaats een geschikte
thermostaat op de CV-aanvoerleiding monteren. Dit is
nodig om de CV-installatie te beschermen tegen tem-
peratuurgebonden beschadigingen. De thermostaat
kan op de stekker voor de contactthermostaat
(blauwe ProE-stekker) elektrisch worden bedraad.
Bij gebruik van niet diffusiedichte kunststof buizen in
de CV-installatie moet u een plaatwarmtewisselaar
voor systeemscheiding naschakelen, om corrosie in
de CV-ketel te vermijden.
>
>
>
>
>
>
5.2 Afdekplaat demonteren (alleen bij VKK 476
en VKK 656)
Bij uitvoeringen met 47 kW en met 65 kW moet voor het
aansluiten van de gasleiding de afdekplaat worden
gedemonteerd.
2
4
3
1
Afb. 5.1 Schakelkast omlaagklappen
Open de frontklep (4) door in de greep te grijpen en
de afdekking (1) iets over de frontklep te lichten. De
frontklep gaat dan automatisch naar beneden open.
Draai beide schroeven (2) 90° en klap de schakelkast
(3) naar voren.
>
>
5 CV-toestel installeren
15Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
1
2
Afb. 5.2 Mantelplaat verwijderen
Grijpt u van onderen achter de plaat (2) en drukt u de
mantelplaat (1) omhoog.
Verwijder de mantelplaat.
1
2
Afb. 5.3 Afdekplaat in de VKK 476 en VKK 656
Maak de vier moeren (2) los.
Verwijder de afdekplaat (1).
>
>
>
>
5.3 Gas aansluiten
4
1
3
2
Afb. 5.4 Aansluiting aan CV-zijde
Legenda
1 Gasaansluiting
2 CV-aanvoeraansluiting (HVL)
3 Aansluiting CV-retourleiding voor hoge retourtemperatuur ter
aansluiting van een warmwaterboiler (HRL (HT))
4 Aansluiting CV-retourleiding voor lage retourtemperatuur
(HRL (NT))
CV-toestel installeren 5
16 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
a
Gevaarlijk!
Levensgevaar door ondeskundig
gasinstallatie!
Een ondeskundige gasinstallatie kan het vei-
lige gebruik van het toestel beïnvloeden en
tot lichamelijk letsel en materiële schade
leiden.
De gasinstallatie mag alleen worden uitge-
voerd door een erkend installateur. Daarbij
moeten de wettelijke richtlijnen en de
plaatselijke voorschriften van het energie-
bedrijf in acht worden genomen.
a
Gevaarlijk!
Levensgevaar door uitstromend gas!
Een onder spanning gemonteerde gasleiding
kan uitstromend gas, vergiftiging en explosie
veroorzaken.
Let erop dat de gasleidingen zonder
mechanische spanningen worden
gemonteerd!
De gastoevoerleiding dient volgens de voorschriften van
de DVGW-TRGI te worden uitgevoerd.
Verwijder het onderste gedeelte van de mantel.
Installeer een gaskogelkraan met brandbeveiliging in
de gastoevoerleiding op een goed toegankelijke
plaats vóór het toestel.
Alleen VKK 476 en VKK 656
Demonteer tevens de afdekplaat onder de mantel.
Schroef de gastoevoerleiding (1) van het toestel
gasdicht vast met een bij het toestel meegeleverde
borgschroef R 3/4.
a
Gevaarlijk!
Levensgevaar door uitstromend gas!
Een te hoge testdruk kan schade aan het gas-
blok, uitstromend gas, vergiftiging en explosie
veroorzaken.
Controleer de gasklep alleen op lekkages
met een maximale druk van 110 mbar!
Controleer de gasaansluiting op lekkages.
>
>
>
>
>
>
>
>
5.4 CV aansluiten
Sluit de CV-aanvoerleiding op de CV-aanvoeraanslui-
ting (2) aan.
Sluit de boilerretourleiding, indien aanwezig, op de
bovenste CV-retouraansluiting (3) aan. Indien u geen
warmwaterboiler aansluit, sluit u deze aansluiting dan
met de meegeleverde stop af.
Sluit de CV-retourleiding op de CV-retouraansluiting
(4) aan.
Monteer tussen de CV-installatie en de ketel de nood-
zakelijke afsluitvoorzieningen.
i
Het is raadzaam een snelontluchter bij de
standplaats te monteren.
i
Bij de ecoVIT exclusiv gasgestookte ketels
dient u de CV-pomp, het expansievat en de
veiligheidsklep ter beschikking te stellen en in
te bouwen.
>
>
>
>
5 CV-toestel installeren
17Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
5.5 Warmwaterboiler aansluiten
Combineerbare boilers uit het Vaillant-programma
Typeaanduiding Bijzondere kenmerken Toebehoren
actoSTOR VIH K 300 - thermisch gelaagde warmwaterboiler
- ontwerp aangepast aan icoVIT exclusiv
- parasitaire stroomanode geïntegreerd
Boilerlaadset 305980
uniSTOR VIH Q 120/150 - warmwaterboiler, indirect verwarmd
- hoekige bouwvorm
Boilerlaadset 305953
parasitaire stroomanode 302042
uniSTOR VIH R 120...200 - warmwaterboiler, indirect verwarmd
- ronde bouwvorm
Boilerlaadset 305953
parasitaire stroomanode 302042
uniSTOR VIH 300...500 - warmwaterboiler, indirect verwarmd
- ronde bouwvorm
Boilerlaadset 305953
parasitaire stroomanode 302042
Thermometer 0010003776
auroSTOR VIH S 300...500 - warmwaterboiler voor zonne-energiesysteem, indirect
verwarmd
- ronde bouwvorm
Boilerlaadset 305953
auroSTOR VPS SC 700/1000 - combiboiler voor zonnesysteem
- buffer- en warmwaterboiler gecombineerd (tank in tank)
- ronde bouwvorm
-
VPS S 500...1000 - bufferboiler voor zonnesysteem
- ronde bouwvorm
-
allSTOR VPS/2 300…2000 - multifunctionele boiler voor diverse energiebronnen
- thermisch gelaagde bufferboiler
- ronde bouwvorm
Laadstations op zonne-energie
VPM 20 S: 0020071488
VPM 60 S: 0020079950
Warmtewisselaarmodulen
VPM 20/25 W: 0010007267
VPM 30/35 W: 0010007268
Tab. 5.1 Combineerbare boilers
Sluit de boilerretourleiding van een warmwaterboiler
aan op de bovenste CV-retouraansluiting voor een
hoge retourtemperatuur (3 in afb. 5.4).
Neem voor de elektrische aansluiting de montage-
handleidingen van de warmwaterboiler en de toebe-
horen in acht.
>
>
2
a
1
Afb. 5.5 Boilervoeler en laadtemperatuurvoeler
aansluiten (actoSTOR)
Legenda
1 Laadtemperatuurvoeler
2 Boilertemperatuurvoeler
a Aansluiting op schakelkast, kleur paars
CV-toestel installeren 5
18 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
2
Afb. 5.6 Boilertemperatuurvoeler aansluiten
Legenda
2 Boilertemperatuurvoeler
5.6 Verbrandingsluchttoevoer/rookgasafvoer
monteren
Daarbij moet het toestel met een concentrische ver-
brandingsluchttoevoer/rookgasafvoer van kunststof
(Ø 80/125 mm) uit de Vaillant toebehoren gecombineerd
worden.
Afb. 5.7 Verbrandingsluchttoevoer/rookgasafvoer met Vaillant
toebehoren (voorbeelden)
a
Gevaarlijk!
Gevaar voor vergiftiging door uitstromende
verbrandingsgassen!
De toestellen zijn samen met de originele
Vaillant verbrandingsluchttoevoeren/rookgas-
afvoeren systeemgecertificeerd. Bij het
gebruik van niet originele Vaillant toebehoren
kunnen zich lichamelijk letsel, materiële
schade en storingen in de werking voordoen.
Gebruik enkel originele Vaillant verbran-
dingsluchttoevoeren/verbrandingsgasaf-
voeren.
Neemt u de aanwijzingen bij de verbran-
dingsluchttoevoer/rookgasafvoer in de
betreffende montagehandleiding in acht.
De keuze van het best geschikte systeem is afhankelijk
van de individuele inbouwomstandigheden of de toepas-
sing (zie ook montagehandleiding van de verbrandings-
luchttoevoer/rookgasafvoer).
Monteer de verbrandingsluchttoevoer/rookgasafvoer
aan de hand van de bij dit toestel meegeleverde mon-
tagehandleiding.
i
Voor de montage van de verbrandingslucht-
toevoer/rookgasafvoer moet u de achterste
mantel monteren.
Bij de VKK 476- en 656-toestellen moet het
tussenstuk 80/125 mm met meetopening
(artikelnr. 301369) voor het meten van de
verbrandingslucht/rookgas gebruikt worden.
Bij de andere uitvoeringen is het gebruik hier-
van optioneel voor een betere toegankelijk-
heid van de meetplaatsen.
i
Let erop, dat het horizontale gedeelte van de
gasafvoerleiding met een talud naar de gas-
gestookte ketel moet zijn gelegd!
Monteer de verbrandingsluchttoevoer/rookgasafvoer
aan de hand van de bij dit toestel meegeleverde mon-
tagehandleiding.
Alle ecoVIT exclusiv passen zich automatisch aan de
verbrandingsluchttoevoer/rookgasafvoer aan, zodat het
nominale vermogen worden bereikt.
>
>
>
>
5 CV-toestel installeren
19Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
5.7 Condenswaterafvoer
5.7.1 Condenswaterafvoer monteren
Afb. 5.8 Condenswaterafvoer monteren
Verbind de condenswaterafvoerslang niet helemaal
gesloten met de riolering!
Legt u de condenswaterafvoerslang naar een
afvoertrechter of naar een bodemput in de
plaatsingsruimte.
Eventueel kunt u een condenswatertransportpomp (art.
nr. 301368) uit de Vaillant toebehoren gebruiken.
Moet bij de installatie de condenswaterafvoerslang
worden verlengd, gebruik dan uitsluitend afvoerslangen
die conform DIN 1986-4 zijn toegelaten.
i
Let erop, dat condenswaterslangen vanaf de
condenswaterafvoer van het toestel met een
talud en zonder knik worden gelegd. Anders
stijgt de condenswaterspiegel in het sifon, dat
een storing veroorzaakt.
i
Controleer bij toepassing van een condenswa-
tertransportpomp of deze het condenswater
ook goed afvoert.
>
5.7.2 Sifon vullen
a
Gevaarlijk!
Gevaar voor vergiftiging door naar buiten
stromende rookgassen!
Als het toestel wordt gebruikt met lege con-
denswatersifon, kan afvoergas naar buiten
stromen en vergiftigingen veroorzaken.
Vul voor de inbedrijfstelling de sifon met
water, zoals hieronder wordt omschreven.
Sluit vóór het vullen van de sifon de condenswateraf-
voerslang aan op de achterzijde van het toestel.
Neem de aanwijzingen voor het leggen van de slang
in hoofdst. 5.7.1 in acht.
1
2
Afb. 5.9 Sifon vullen
Als de verbrandingsluchttoevoer-/rookgasafvoer nog
niet is geïnstalleerd, kunt u het sifon via de rookgas-
stompen (1) vullen.
Bij een aangesloten verbrandingsluchttoevoer-/rookgas-
afvoer, kunt u de sifon via de spoelslang (2) vullen.
Vul de sifon weer via een trechter met water
(vulhoeveelheid ca. 1,5 l).
>
>
>
CV-toestel installeren 5
20 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
5.8 Elektrische aansluiting
e
Gevaarlijk!
Levensgevaar door elektrische schok aan
stroomgeleidende aansluitingen!
Op de klemmen L en N van de turkooise stek-
ker staat ook stroom bij een uitgeschakelde
hoofdschakelaar.
Schakel vóór werkzaamheden aan de scha-
kelkast altijd de stroomtoevoer van het
toestel uit en beveilig deze tegen opnieuw
inschakelen!
e
Gevaarlijk!
Levensgevaar door elektrische schok aan
stroomgeleidende onderdelen van het
toestel!
Een ondeskundige elektrische installatie kan
het veilige gebruik van het toestel beïnvloe-
den en tot lichamelijk letsel en materiële
schade leiden. Met name wijzen wij op het
VDE voorschrift 0100 en de voorschriften van
het betreffende energiebedrijf.
De elektrische aansluiting mag alleen wor-
den uitgevoerd door een erkend vakbedrijf
dat verantwoordelijk is voor de naleving
van de bestaande normen en richtlijnen.
e
Gevaarlijk!
Levensgevaar door elektrische schock aan
stroomgeleidende leidingen!
Leg net- en laagspanningskabels (b.v. voe-
leraanvoerkabel) ruimtelijk gescheiden.
Gebruik hiervoor de in twee gesplitste
kabelgoot op het linker zijdeel.
i
De toegang tot de aan/uit-schakelaar (4 in
afb. 3.1) moet altijd gewaarborgd zijn en mag
niet afgedekt of dichtgezet worden, zodat bij
storingen het toestel uitgeschakeld kan wor-
den.
i
Bij gasgestookte toestellen met een totaal
nominaal warmtevermogen boven 50 kW
moet buiten de plaatsingsruimte een nood-
schakelaar geïnstalleerd worden, die de
stroomtoevoer naar de brander in geval van
nood 2-polig onderbreekt.
Naast de noodschakelaar moet een bordje
met de opschrift "Noodschakelaar vuurhaard"
zijn aangebracht.
>
>
>
Het toestel is voorzien van aansluitstekkers systeem
ProE en aansluitklaar bedraad. De voedingsleiding en
alle andere aansluitkabels (b.v. van de kamerthermos-
taat) kunnen op de daarvoor bestemde systeem ProE
stekkers worden geklemd.
Bedrading in de schakelkast aansluiten
De voedingsleiding, elektrische toebehoren of thermos-
taten sluit u als volgt in de schakelkast aan:
2
4
3
1
Afb. 5.10 Schakelkast omlaagklappen
Open de frontklep (4) door in de greep te grijpen en
de afdekking (1) iets over de frontklep te lichten. De
frontklep gaat dan automatisch naar beneden open.
Draai beide schroeven (2) 90° en klap de schakelkast
(3) naar voren.
Hang het achterste deel van het deksel van de scha-
kelkast uit en klap dit naar boven.
Breng de leidingen door de kabeldoorvoer in de toe-
stelachterwand door het toestel naar de schakelkast.
>
>
>
>
5 CV-toestel installeren
21Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
b
Wees voorzichtig!
Storing door onderbreking van de leidingen
en signaalstoring!
Bij een te lage trekontlasting kunnen elektri-
sche contacten worden geactiveerd.
Voedingskabels kunnen storingen in de sig-
naalkabels veroorzaken.
Gebruik voor de laagspanningskabels niet
dezelfde trekontlasting als voor de
netkabels.
Beveilig de leidingen met de trekontlastingen.
Strip de draaduiteinden en voer de aansluitingen
volgens de hoofdstukken 5.8.1 t/m 5.8.3 uit.
Als u alle aansluitingen heeft aangebracht, gaat u als
volgt te werk:
Sluit het achterste deel van het deksel van de scha-
kelkast en druk erop tot u hoort dat dit vastklikt.
Klap de schakelkast omhoog en vergrendel de scha-
kelkast met beide bouten (90° draaien).
Sluit de frontklep.
Schakel de netspanning in en controleer of het toe-
stel functioneert.
5.8.1 Voedingsleiding aansluiten
b
Wees voorzichtig!
Gevaar voor storingen in de elektronica!
Door netvoeding op verkeerde stekkerklem-
men van het systeem ProE kan de elektronica
worden vernietigd.
Klem de voedingsleiding uitsluitend op de
daarvoor gemarkeerde klemmen.
De nominale netspanning moet 230 V bedragen; bij net-
spanning boven 253 V en onder 190 V is een slechtere
werking van het toestel mogelijk. De netvoeding moet
via een vaste aansluiting en een scheidingsinrichting
met minstens 3 mm contactopening (b.v. zekeringen of
vermogensschakelaar) aangesloten worden.
>
>
>
>
>
>
>
>
987+-
543NL
BUS
987+-
543NL
BUS
Afb. 5.11 Voedingsleidng aansluiten
Leg de voedingsleiding naar het aansluitniveau in de
schakelkast zoals wordt weergegeven in afb. 5.11.
Klem de voedingsleiding op de daarvoor bestemde
klemmen N, L en PE van de turkooise stekker.
i
Let erop dat de massakabel PE ca. 20 mm
langer dan N en L moet zijn.
>
>
CV-toestel installeren 5
22 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
5.8.2 Aansluiting van elektrische toebehoren en
interne bedrading
987+-
543NL
BUS
987+-
543NL
BUS
Afb. 5.12. Aansluiting van de thermostaten en toebehoren
De nodige aansluitingen op de elektronica van het CV-
toestel (bijv. bij externe thermostaten, buitenvoelers
e.d.) voert u als volgt uit.
Leg de noodzakelijke leidingen naar het aansluitni-
veau in de schakelkast.
Sluit de aansluitkabels overeenkomstig afb. 5.12 aan
op de betreffende ProE-stekkers of stekkerplaatsen
van de elektronica.
Bij aansluiting van een weersafhankelijke tempera-
tuurregeling of kamertemperatuurregeling (aansluit-
klemmen voor continuregeling 7, 8, 9 of op de "Bus"-
klemmen) hoeft de brug tussen klem 3 en 4 niet te
worden verwijderd.
Indien nodig, sluit u op dezelfde manier toebehoren
aan.
Als er geen 230 V kamer-/klokthermostaat geplaatst
is, dient u de brug tussen klem 3 en 4 in de paarse
stekker te laten.
>
>
>
>
>
CV-pomp, vast toerental
Sluit u de CV-pomp op de groene ProE-stekker op de
aansluitstrip aan.
Externe aanvoerthermostaat
Sluit u een aanvoerthermostaat op de klemmen
"contactthermostaat" aan om deze b.v. ter beveili-
ging van vloerverwarmingen elektrisch in de veilig-
heidsketen op te nemen.
Condenswatertransportpomp
Sluit de alarmuitgang van een condenswatertrans-
portpomp op de stekker "contactthermostaat" aan.
i
Als meerdere contacten op de aansluiting
"contactthermostaat" worden aangesloten,
moeten deze in serie worden aangesloten,
niet parallel!
>
>
>
5 CV-toestel installeren
23Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
1000 Ω
X1
X32
X6
X11
X13
Laadpomp
CV-circuitpomp
X18
230 V~
24V
X12
Printplaat
X41
X22
X20
Veiligheids-
temperatuurbegrenzer
X29
X30
X14
X40
X31
Op afst. bed. circul.pomp
Buitenvoeler
Aanvoer NTC (optie)
DCF-aansluiting
Massa
Massa
1 +24V
2 Hall-signaal
4 PWM-signaal
5
LN
Massa
AB
BV
RV
DCF
0
0
6
1
4
1
4
2
1
VoedingsspanningLage spanning
Randstekker
blauw rood wit turkoois lila
Laagspanningsstekker
wit
wit
wit
zwart
blauw
rood
lila
groen
rood
zwart
zwart
zwart
bruin
zwart
zwart
zwart
zwart
blauw
zwart
rood
rood
blauw
grijs
zwart
zwart
oranje
rood
Voedingsspanning
Hulpmodule VR40
Randstekker
N
roze
Toebehoren
eBus
VRC 430 (inbouw)
230 V~
24V
L
N
L
LN
N
L
N
3
4
5
7
8
1
1
6
Aanlegthermostaat
Regelaar/kamert. digitaal
Busaansluiting
7-8-9(constant, analoog)
Ext. regelaar/kamert.
Netingang
ext. regelaar/kamert.
Contact (Aan/Uit)
2
9
L
blauw
grijsgroen
F4
4A traag
Voor
VRC 430
PWM-signaal pomp
(alleen bij overeenk. pomp)
17
15
3
4
16
5
7
8
12
13
14
22
5
8
18
17
19
20
21
6
9
1
13
Ontsteker
(Massa)
eBus
eBus
230V aansluiting ventilator
alleen VKK 476/656
Signalen, module toebeh.
(VR 40); resp. actoSTOR
Stekker voor VR 34
Ionisatie-elektrode
Ontsteking
Toestelmassa
Retour NTC
Rookgasdrukschak.
Boilercontact „C1-C2“ ( VIH schakelveld)
Boilervoeler
(toebehoren 306257; 2k7-karakteristiek)
Water-
druksensor
Toebehoren: actoSTOR NTC (2k7-karakteristiek)
Gaskraan
Rookgas-veiligh.temp.begrenzer
Alleen CH (serie) en AT (toebehoren)
in alle andere landen overbrugd
Ventilator
P
P
ϑ
ϑ
ϑ
ϑ
ϑ
Aanvoervoeler, 10 k , inschroefmontage
Codeerweerstand
5110
(Optioneel, type VR11; 10 k -karakteristiek)
Afb. 5.13 Aansluiting van elektrische toebehoren en interne
bedrading
CV-toestel installeren 5
24 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
5.8.3 Thermostaat aansluiten
Thermostaten aansluiten (regelaar buiten de
elektronicabox)
Voor het regelen van de CV-installatie kunt u een weers-
afhankelijke buitentermperatuurregeling met een gemo-
duleerde branderbesturing gebruiken, b.v. de Vaillant
thermostaat calorMATIC 430, calorMATIC 630 of
auroMATIC 620
De voelers en de installatiemodulen die niet in hoofd-
stuk 5.8.2 zijn vermeld, worden op de thermostaat aan-
gesloten.
De elektrische aansluiting op de Vaillant CV-thermostaat
is weergegeven in afb. 5.14 resp. afb. 5.15.
Thermostaat VRC 630, VRS 620 of VRC 430
aansluiten
Neemt u de aanwijzingen in de handleiding van de
thermostaat in acht.
Schakel vóór het openen van de schakelkast de span-
ningsvoorziening naar het toestel uit en bescherm
deze tegen abusievelijk opnieuw inschakelen.
Verbindt u de aansluitingen "Bus" (rode stekker)
2-aderig met de gelijknamige aansluitingen in de ther-
mostaat VRC 630, VRS 620 of VRC 430 (alleen als de
VRC 430 extern wordt gemonteerd). De brug blijft
tussen de klemmen 3 en 4 (paarse stekker).
Steekt u alternatief de thermostaat VRC 430 in het
bedieningspaneel van de gasgestookte ketel (interne
montage).
Aansluiten van de thermostaat VRC 430
Boiler NTC
CV-
pomp
Laad-
pomp
Net
CV-toestel
Bus
rood
+
-
0 - DCF- BV
DCF / BV
X41
BV
Randstekker
rood
1
0
0
RF
DCF
blauw
6
FB
X13
X18
X1
Pomp
1
groen
Net
turkoois
wit
lila
Pomp
2
grijs
rood
Bus
VRC 430
(alleen bij ext. montage)
Afb. 5.14 Thermostaat VRC 430 aansluiten
>
>
>
>
5 CV-toestel installeren
25Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
Aansluiten van de thermostaat VRS 620 of VRC 630
wit
wit
9
C1
C2
7
8
DCF
geel
AF
0
rood
natuur
natuur
+
2
1
2
1
-
blauw
beige
geel
grijs
1
1
2
1
2
1
2
2
geelgroen
1
2
wit
N
Open
Dicht
natuur
2
1
geel beige
Dicht
beige
N
Open
natuur
oranje
rood turkoois turkoois
N
L
N
L
N
L
N
L
N
L
N
L
N
L
wit
9
7
8
geel
Dicht
N
Open
2
natuur
1
Boilervoeler
Laadpomp
Net
Circulatiepomp
CV-pomp
Aanvoer NTC 2
KP / AK
Fase 2
HK 3-P
HK 2-P
HK 2 mixer
HK 1-P
CP
EP/OK
230V net
230V net
VF 1
VF 2
VF 3
KV
BO
1x CP
Tel. afstandschak.
Bus
Buitenvoeler
C1 C2
7-8-9 II
VRC 630
230 V~
5 V / 24 V
7-8-9 I
HK 3 mixer
Fase 1
CV-pomp
Aanvoer NTC 1
M
ϑ
ϑ
ϑ
CV-pomp 3
Aanvoer NTC 3
ϑ
+
1
6
1
2
bijv. ext.
gasklep
bijv. storings-
melding
bijv.
ecoLEVEL
X40
X12
X13
230 V~ „2 van 7“
groen
bruin
geel
wit
X3
X14
CV-ketel
X1
X40
Randstekker
rood
Bus
blauw
rood
wit
Net
Net
Net
turkoois
lila
X18
Pomp Pomp
groen
grijs
N
N
N
N
L
1
1
2
2
L
5
4
3
9
8
7
L
N
L
N
L
rel 1 rel 1
rel 2
Net
12
AB
BV
RV
DCF
0
0
DCF / BV
0 - DCF- BV
Afb.5.15 Aansluiten van de thermostaat VRS 620 of VRC 630
CV-toestel installeren 5
26 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
6 CV-ketel in gebruik nemen
De eerste inbedrijfstelling en de bediening van het toe-
stel en het instrueren van de gebruiker moet door een
erkend installateur uitgevoerd worden. De verdere inbe-
drijfstelling/bediening voert u uit zoals in de gebruiks-
aanwijzing beschreven.
a
Gevaarlijk!
Levensgevaar door uitstromend gas!
Een ondeskundige gasinstallatie of een defect
kan het veilige gebruik van het toestel beïn-
vloeden en tot lichamelijk letsel en materiële
schade leiden.
Controleer het toestel op gasdichtheid
voordat u het in gebruik neemt, na elke
inspectie, onderhoudsbeurt of reparatie!
Het bedienen van de gasgestookte ketel en instellen van
diverse parameters of operationele toestanden wordt
via het bedieningspaneel op de schakelkast uitgevoerd.
Het installateurniveau met de parameters en voor de
installatie relevante instellingen bereikt u na invoer van
de servicecode.
6.1 Servicecode invoeren
Voor de invoer van de servicecode gaat u als volgt te
werk:
Activeer de diagnosemodus door de toetsen "i" en
"+" gelijktijdig in te drukken.
Selecteer met de toetsen "-" of "+" de diagnosecode
"d.97" en druk op de toets "i".
Stelt u met de toetsen "-" of "+" de waarde "17" in.
Slaat u deze waarde op door de toets "i" 5 sec. lang
ingedrukt te houden (tot deze ophoudt met knippe-
ren).
i
Na 15 minuten wordt het installateurniveau
automatisch gesloten.
Het indrukken van een van de toetsen "+", "-"
of "i" verlengt deze tijd met 15 minuten.
6.2 Controlelijst inbedrijfstelling
Ga bij de inbedrijfstelling te werk volgens de volgende
controlelijst. Een beschrijving van de afzonderlijke stap-
pen vindt u in de daarop volgende hoofdstukken.
Verwijder voor de inbedrijfstelling de mantel van de
gasgestookte ketel (¬ Hoofdst. 5.2).
>
>
>
>
>
>
6 CV-toestel in gebruik nemen
27Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
Nr. Handeling Opmerking Noodzakelijk gereedschap
1 Gasaansluitdruk controleren
De gasdruk tegen omgeving moet 17 tot 25 mbar
bedragen.
De statische druk mag niet meer dan 10 mbar
van de gasdruk afwijken.
U- of digitale manometer
2 Controleren of sifon gevuld is Indien nodig via rookgasmeetnippel vullen
(minstens 1,5 l water)
3 Elektrische aansluitlijst controleren Netaansluiting: klemmen L, N, PE
Thermostaat klemmen: "Bus", /7-8-9 of 3-4
4 Toestel inschakelen, displayweergave
actief
Anders zekeringen controleren (4 AT)
5 Installateurmodus activeren Toetsen "+" en "-" tegelijkertijd indrukken
6 Gehele gastraject op lekkages
controleren
Lekzoekspray of gasdetector
(Met name voor controles van de branderafdich-
tingen op gasdichtheid wordt een gasdetector
aanbevolen. Evt. branderafdichting nogmaals
aanhalen.)
Gasdetector
7CO
2
-meting Gewenste waarde:
bij nominale warmtebelasting:
9,2 Vol.% ±0,3 bij aardgas E
9,0 Vol.% ±0,3 bij aardgas L
Pas na 5 min. nominale belasting meten
CO
2
-meter
8 Indien CO
2
niet binnen de tolerantie ligt: CO
2
instellen, zie hoofdstuk 6.5.3
9 Na de CO
2
instelling opnieuw de modus
"schoorsteenvegerbedrijf" activeren en
CO
2
meten
Gewenste waarde:
bij nominale warmtebelasting:
9,2 Vol.% ±0,3 bij aardgas E
9,0 Vol.% ±0,3 bij aardgas L
CO
2
-meter
10 CO-meting (gewenste waarde < 80 ppm) CO-meter
11 Condensbak, sifon en condenswateraf-
voer op lekkages controleren
Visuele controle of extra met CO-meters de
afdichtplekken nagaan.
12 Gasgestookte ketel uitschakelen en
opnieuw inschakelen
Installateurmodus sluiten
13 CV-thermostaat met klant
programmeren en functie warmwater/
CV controleren
Overhandigt u de bedieningshandleidingen aan
de klant
14 Sticker 835593 "Gebruiksaanwijzing
lezen" in de taal van de gebruiker op de
voorkant van het toestel plakken
Tab. 6.1 Controlelijst voor inbedrijfstelling
6.3 Functiemenu (voor onderhouds- en
servicewerkzaamheden)
Met het functiemenu kan de installateur de werking van
afzonderlijke componenten controleren. Het functie-
menu kunt u altijd starten na het inschakelen van het
toestel of nadat u op "Reset" heeft gedrukt. Na ca.
5 seconden wachttijden of door meteen op de "-" toets
te drukken, schakelt de elektronica van het toestel in de
normale modus.
CV-toestel in gebruik nemen 6
28 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
Start
Einde,
Normale modus
start
Aan
Uit
Functiemenu
activeren?
CV-pomp
test
Ventilator
test?
Boilerpomp
test?
Circ pomp
test?
Na drukken op de toets “Reset”
of
na het inschakelen van het toestel via de hoofdschakelaar
Ventilator wordt met max.
toerental gestuurd.
Op alle aansluitingen, die als
boilerlaadpomp zijn gedenieerd,
staat 230 V.
- 2 van 7 module, als d.27
of d.28 = 3.
Op alle aansluitingen, die als
ciculatiepomp zijn gedenieerd,
staat 230 V.
- Printplaat, als d.26 = 1.
- 2 van 7 module, als d.27
of d.28 = 3.
2
3
Nee
JA
Terug
Ja
Terug / Verder
Terug / Verder
Terug / Verder
Terug / Verder
Aan
Uit
Aan
Uit
Aan
Uit
Ja
Ja
Ja
Terug
Terug
Terug
Afb. 6.1 Functiemenu (vervolg volgende pagina)
6 CV-toestel in gebruik nemen
29Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
Aan
Uit
Ext. pomp
test?
Ontluchten?
Brander
testen?
Functie menu
einde
Gelijktijdig met de brander
wordt de interne CV-
pomp gestuurd,
functiemenu beëindigd.
Nom. temperatuur = max. nominale waarde
Aanvoer Aanvoertemperatuur
3
2
Terug
Ja
Terug / Verder
Terug / Verder
Terug / Verder
Terug / Verder
Normale modus
WW-circuit
CV-circuit
Ja
Ja
Ja
Terug
Op alle aansluitingen, die als
externe pomp zijn gedefinieerd,
staat 230 V.
- 2 van 7 module, als d.27
of d.28 = 2.
Waterdruk wordt aangegeven.
Aan
Uit
Afb. 6.1 Functiemenu (vervolg)
CV-toestel in gebruik nemen 6
30 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
6.4 Systeem vullen
b
Wees voorzichtig!
Functiestoring door verontreiniging!
Resten van installatiewerkzaamheden zoals
bv. lasdruppels, walshuid, hennep, kit, roest,
grove vervuiling e.d. kunnen zich in de buislei-
dingen of in het toestel afzetten en storingen
veroorzaken.
Spoel de CV-installatie voor de aansluiting
van het toestel zorgvuldig door!
b
Wees voorzichtig!
Gevaar voor materiële schade door
verrijking van het verwarmingswater met
ongeschikte antivries- en corrosiewerende
middelen!
Antivries- en corrosiewerende middelen kun-
nen veranderingen aan afdichtingen, geluiden
in de CV-functie en evt. verdere beschadigin-
gen veroorzaken.
Gebruik geen ongeschikte antivries- en
corrosiewerende middelen.
Het toevoegen van additieven aan het verwarmingswa-
ter kan materiële schade veroorzaken. Bij ondeskundige
gebruik van de volgende producten werden bij Vaillant
toestellen tot nu toe geen onverdraagzaamheden vast-
gesteld.
Volg de aanwijzingen van de fabrikant bij gebruik van
additieven.
Voor de verdraagzaamheid van alle additieven in het
overige CV-systeem en voor de werkzaamheid ervan
aanvaardt Vaillant geen aansprakelijkheid
Additieven voor reinigingen (aansluitend uitspoelen
noodzakelijk)
Fernox F3
Jenaqua 200
Jenaqua 300
Jenaqua 400
Sentinel X 300
Sentinel X 400
>
>
>
Additieven die permanent in de installatie blijven
Fernox F1
Fernox F2
Jenaqua 100
Jenaqua 110
Sentinel X 100
Sentinel X 200
Fernox Antifreeze Alphi 11
Sentinel X 500
Anti-vriesmiddelen die permanent in de installatie
blijven
Fernox Antifreeze Alphi 11
Sentinel X 500
Informeert u de gebruiker over de nodige maatrege-
len, indien u deze additieven heeft toegepast.
Informeert u deze over de noodzakelijke wijze van
vorstbeveiliging.
Neem voor de conditionering van het vul- en supple-
tiewater de geldende nationale voorschriften en tech-
nische regels in acht.
Voor zoverre nationale voorschriften en technische
regelingen geen hogere eisen stellen, geldt het
volgende:
U moet het verwarmingswater conditioneren,
wanneer het gehele vul- en suppletiewatervolume
tijdens de gebruiksduur van de installatie het drie-
voudige van het nominale volume van de CV-instal-
latie overschrijdt of
wanneer de in de volgende tabel genoemde richt-
waarden niet worden aangehouden.
Totaal verwar-
mingsvermo-
gen
Totale hardheid bij het kleinste
warmtevermogen ketel
2)
20 l/kW
> 20 l/kW
< 50 l/kW
> 50 l/kW
kW mol/m
3
mol/m
3
mol/m
3
< 50
Geen vereisten
of
< 3
1)
2 0,02
> 50 tot 200
2 1,5 0,02
> 200 tot 600
1,5 0,02 0,02
> 600
0,02 0,02 0,02
1) bij installaties met circulatiewaterverwarmer en voor systemen
met elektrische verwarmingselementen
2) van specifieke installatievolumes (liter nominaal volume/ver-
warmingsvermogen; bij installaties met meerdere ketels moet
het kleinste verwarmingsvermogen afzonderlijk worden
toegepast)
Deze richtwaarden gelden alleen tot het drievoudige installatie-
volume voor vul- en suppletiewater. Als het drievoudige instal-
latievolume wordt overschreden, moet het water worden
bewerkt (ontharden, ontzouten, hardheidsstabilisatie of spuien),
zoals dit tevens met de grenswaarden in de tab. 6.3 wordt aan-
gegeven.
Tab. 6.2 Richtwaarden voor het verwarmingswater:
waterhardheid
>
>
>
>
6 CV-toestel in gebruik nemen
31Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
Kenmerken van het
verwarmingswater
Een-
heid
zoutarm zouthoudend
Elektrisch opgenomen
vermogen 25 °C
μS/cm
< 100 100 - 1500
Voorkomen
vrij van gesedimenteerde
stoffen
pH-waarde bij 25 °C 8,2 - 10,0
1)
8,2 - 10,0
1)
Zuurstof mg/L < 0,1 < 0,02
1) Bij aluminium en aluminiumlegeringen moet de pH-waarde
binnen het bereik van 6,5 en 8,5 liggen.
Tab. 6.3 Richtwaarden voor het verwarmingswater:
zoutgehalte
6.4.1 Vullen aan CV-zijde
1
Afb. 6.2 Ketelvul- en aftapvoorziening
Open alle thermostatische radiatorkranen van de CV-
installatie.
Draai de kap van de ontluchtingsnippel (1 ) op het CV-
toestel een tot twee slagen los. Let erop dat de ope-
ning van de kap niet in de richting van elektronische
onderdelen wijst.
Verbind de ter beschikking te stellen vul/aftapkraan
voor de CV-installatie via een slang met een koudwa-
terkraan.
Draai voor het vullen van de CV-installatie de vul/
aftapkraan van de CV-installatie en de koudwater-
kraan langzaam open.
Sluit de ontluchtingsnippel op het CV-toestel, zodra
het water eruit stroomt.
Vul de installatie tot een installatiedruk van 2,0 bar.
Door op de toets "-" te drukken wordt gedurende
>
>
>
>
>
>
3 sec. de actuele installatiedruk weergegeven. Als de
CV-installatie meerdere etages verwarmd, kan een
hogere installatiedruk nodig zijn.
Sluit de waterkraan.
Ontlucht de radiatoren.
Voor de ontluchting van het CV-circuit, de gasgestookte
ketel en evt. de boiler kunt u het testprogramma P.0
gebruiken: Het toestel treedt niet in werking. De interne
pomp loopt intermitterend. Het testprogramma loopt
ca. 6,5 minuten.
Houd hiervoor de toets "+" tijdens het inschakelen
van het toestel ca. 5 sec. ingedrukt.
Kies met de toetsen "+" resp. "-" toetsen "P.0".
Start het testprogramma met de toets "i".
Schakel door opnieuw op de toets "i" te drukken
verder naar het boilerlaadcircuit.
Vul water bij, als de installatiedruk onder 0,8 bar valt
terwijl het testprogramma loopt.
Lees nadat het testprogramma is beëindigd de instal-
latiedruk op het display. Is de installatiedruk gedaald,
vul dan de installatie nogmaals bij en ontlucht
opnieuw.
Sluit de vul/aftapkraan van de CV-installatie en de
koudwaterkraan en verwijder de slang.
Controleer alle aansluitingen en de gehele installatie
op lekkages.
6.4.2 Sifon vullen
a
Gevaarlijk!
Gevaar voor vergiftiging door naar buiten
stromende rookgassen!
Als het toestel wordt gebruikt met lege con-
denswatersifon, kan afvoergas naar buiten
stromen en vergiftigingen veroorzaken.
Vul, voordat u het toestel in gebruik neemt,
de sifon via de spoelslang in de condens-
watercollector met water.
>
>
>
>
>
>
>
>
>
>
>
CV-toestel in gebruik nemen 6
32 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
6.5 Gasinstelling controleren
6.5.1 Fabrieksinstelling
Het toestel is in de fabriek ingesteld op de in onder-
staande tabel aangegeven CO
2
-waarden. In enkele distri-
butiegebieden kan ter plaatse een aanpassing nodig zijn.
Toesteltype VKK 226/4 VKK 286/4 VKK 366/4 VKK 476/4 VKK 656/4
Toesteluitvoering voor
gassoort:
E-gas
Aanduiding op het type-
plaatje van het toestel
I
2E(S)B
Fabrieksinstelling op
Wobbe-index WS
S
(in kWh/m
3
), met betrek-
king tot 0 °C en
1013 mbar
15,0
CO
2
na 5 min. vollastmo-
dus (in vol.-%)
9,2 ± 0,3
Fabrieksinstelling van
het warmtevermogen
van het toestel in kW
22,0 27,0 35,0 45,0 62,0
Fabrieksinstelling van de
max. verwarmingslast
van het toestel in kW
22,0 28,0 36,0 47,0 65,0
Tab. 6.4 Overzicht fabrieksinstellingen
i
Vergelijk vóór inbedrijfstelling van het toestel
de gegevens m.b.t. de ingestelde gassoort op
het typeplaatje met de gassoort ter plaatse.
Een controle van het gasvolume is niet nodig.
De instelling geschiedt aan de hand van het
CO
2
-aandeel in het rookgas.
Toesteluitvoering beantwoordt aan de ter plaatse
aanwezige gassoort:
Controleer of de gemeten CO
2
-waarde binnen de aan-
gegeven tolerantiebereiken ligt (¬ Hoofdst. 6.5.3).
i
Tijdens het instellen mag de luchtschacht niet
van het gasblok zijn verwijderd. De meting
moet met een aangesloten verbrandingslucht-/
rookgastoebehoren worden uitgevoerd, zodat
de meetwaarden niet worden vervalst.
Controleer de CV-deellast en stel deze eventueel in.
>
>
Toesteluitvoering beantwoordt niet aan de ter
plaatse aanwezige gassoort:
U mag het gas niet ombouwen.
Neem het toestel niet in gebruik. >
6 CV-toestel in gebruik nemen
33Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
6.5.2 Aansluitdruk (dynamische gasvoordruk)
controleren
2
1
Afb. 6.3 Aansluitdruk controleren
Ga voor de controle van de aansluitdruk als volgt te
werk:
Verwijder het onderste gedeelte van de mantel
(¬ Hoofdst. 5.2). Bij uitvoeringen met 47 kW en met
65 kW moet tevens de afdekplaat onder de mantel
worden gedemonteerd.
Draai de met "in" gekenmerkte meetnippelschroef (1)
op het gasblok los.
Sluit een manometer (2) aan.
Neem het toestel in gebruik.
Meet de gasvoordruk ten opzichte van de
atmosfeerdruk.
i
Ligt de aansluitdruk buiten het bereik van 17
tot 25 mbar, dan mag u geen instelling uit-
voeren en het toestel niet in gebruik nemen.
De statische druk mag niet meer dan 10 mbar
van de gasdruk afwijken.
>
>
>
>
>
Als u de fout niet kunt verhelpen, licht dan het gasbe-
drijf in en ga als volgt te werk:
Neem het toestel buiten bedrijf.
Verwijder de U-manometer en schroef de meetnippel-
schroef er weer in.
Controleer de meetnippelschroef met lekzoekspray
op dichtheid.
Breng de mantel van het toestel weer aan.
6.5.3 CO
2
-percentage controleren en evt. instellen
4
3
Afb. 6.4 CO
2
-gehalte
Verwijder het onderste gedeelte van de mantel
(¬ Hoofdst. 5.2). Bij uitvoeringen met 47 kW en met
65 kW moet tevens de afdekplaat onder de mantel
worden gedemonteerd.
Druk tegelijkertijd op de toetsen "+" en "-" op het
bedieningspaneel. De modus "Schoorsteenvegerbe-
drijf" wordt geactiveerd.
Wacht tenminste 5 minuten tot het toestel de bedrijf-
stemperatuur heeft bereikt.
>
>
>
>
>
>
>
CV-toestel in gebruik nemen 6
34 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
i
Tijdens het instellen mag de luchtschacht niet
van het gasblok zijn verwijderd. De meting
moet met een aangesloten verbrandingslucht-/
rookgastoebehoren worden uitgevoerd, zodat
de meetwaarden niet worden vervalst.
Meet u het CO
2
-gehalte aan de rookgasmeetnip-
pel (4).
alleen VKK 476 en VKK 665:
De meting kan ook op het tussenstuk boven het toe-
stel worden uitgevoerd.
Stel indien nodig de juiste rookgaswaarde (¬Tab. 6.5)
in door aan de schroef (3) te draaien.
Draaien naar links: hoger CO
2
-gehalte,
Draaien naar rechts: lager CO
2
-gehalte.
Aardgas E tolerantie Eenheid
CO
2
na 5 min.
werking met vollast
9,2 ± 0,3
Vol.-%
Ingesteld voor
Wobbe-index W
s
15,0 kWh/m
3
Tab. 6.5 Gasinstellingen af fabriek
i
Verstel alleen in stappen van 1/8e slag en
wacht na iedere verstelling ca. 1 minuut tot de
waarde zich heeft gestabiliseerd.
Sluit de rookgasmeetnippel met de kunststofbout af.
Controleer de gasleiding, de verbrandingsgasinstalla-
tie, de CV-ketel en de CV-installatie op lekkages.
Druk tegelijkertijd op de toetsen "+" en "-". De modus
"Schoorsteenvegerbedrijf" wordt uitgeschakeld.
Breng de toestelmantel aan.
>
>
>
>
>
>
6.6 Gebruiker inlichten
i
Nadat u alles heeft geïnstalleerd, plakt u de
bij dit toestel meegeleverde sticker 835593 in
de taal van de gebruiker op de voorkant van
het toestel.
De gebruiker van het toestel moet over het gebruik en
de werking van zijn Vaillant gasgestookte ketel ecoVIT
met HR geïnstrueerd worden.
Geef de gebruiker alle voor hem bestemde handlei-
dingen en toestelpapieren, zodat hij ze kan bewaren.
Neem samen met de gebruiker de bedieningshandlei-
ding door en beantwoord eventueel zijn vragen.
Wijs de gebruiker vooral op de veiligheidsvoorschrif-
ten die hij in acht moet nemen.
Wijs de gebruiker op de noodzaak van een regelma-
tige inspectie/onderhoud van de installatie
(inspectie-/onderhoudscontract).
Wijs de gebruiker erop dat de handleidingen binnen
handbereik van de gasgestookte ketel moeten blijven.
Informeer de gebruiker over de getroffen maatrege-
len bij de verbrandingsluchttoevoer en rookgasaf-
voer. Wijs hem er in het bijzonder op dat deze niet
mogen worden veranderd.
Informeer de gebruiker over het controleren van de
vereiste installatiedruk en over de maatregelen die hij
indien nodig moet nemen bij het bijvullen en ontluch-
ten van de CV-installatie.
Wijs de gebruiker op de juiste (efficiënte) instelling
van temperaturen, thermostaten en radiatorkranen.
>
>
>
>
>
>
>
>
6 CV-toestel in gebruik nemen
35Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
7 CV-toestel op CV-installatie
aanpassen
De ecoVIT exclusiv-toestellen zijn uitgerust met een
digitaal informatie- en analysesysteem.
7.1 Parameters van de diagnosemodus instellen
In de diagnosemodus kunt u verschillende parameters
wijzigen om het CV-toestel aan te passen aan de CV-
installatie.
+
+
Afb. 7.1 Parameters in de diagnosemodus instellen
Enkele instellingen zijn alleen voor de installateur
bestemd en kunnen pas na invoer van de servicecode
"17" in de diagnosecode "d.97" worden opgeroepen.
In tabel 7.1 zijn de diagnosecodes opgesomd waaraan
wijzigingen kunnen worden uitgevoerd. Alle verdere
diagnosecodes zijn nodig voor de diagnose en het ver-
helpen van storingen (¬ Hoofdst. 9.2).
Aan de hand van de volgende beschrijving kunt u de
betreffende parameters selecteren:
Druk tegelijkertijd op de toetsen "i" en "+".
Op het display verschijnt "d.0".
Blader met de toetsen "+" of "" naar de gewenste
diagnosecode.
Druk tegelijkertijd op de toetsen "i".
Op het display verschijnen de bijbehorende diagnose-
gegevens.
Verander indien nodig de waarde met de toetsen "+"
of "" (weergave knippert).
Sla de nieuw ingestelde waarde op door de toets "i"
ca. 5 seconden ingedrukt te houden tot de weergave
niet meer knippert.
De diagnosemodus kunt u als volgt beëindigen:
Druk tegelijkertijd op de toetsen "i" en "+" of bedien
ca. 4 minuten geen toets.
Op het display verschijnt weer de actuele CV-aan-
voertemperatuur of als optie, indien ingesteld, de
installatiedruk.
>
>
>
>
>
>
CV-toestel op CV-installatie aanpassen 7
36 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
Diagnose-
code
Beschrijving Instelbereik Fabrieksinstelling
d.0 CV-deellast instelbare waarden in kW maximaal vermogen in
CV-functie
d.1 Pompnalooptijd voor CV-functie 2 — 60 min 5 min
d.2 Maximale branderwachttijd bij 20 °C 2 — 60 min 20 min
d.17 Omschakeling van de regelingswijze 0 = aanvoertemperatuurregeling
1 = retourtemperatuurregeling
(b.v. voor vloerverwarming,
alleen met toebehoren: retour
NTC)
0
d.18 Pompmodus 1 = comfort
3 = eco
1 = comfort
d.20 Maximale instelwaarde van de gewenste potiwaarde voor de
boiler
50 °C — 70 °C 65 °C
d.26 Intern toebehorenrelais op X 6 (roze stekker) 1 = circulatiepomp
2 = ext. pomp
3 = boilerlaadpomp
4 = Rookgasklep/afzuigkap;
contact werkt invers aan
d27/28
5 = externe gasklep
6 = externe storingsmelding
1 = circulatiepomp
d.27 Omschakelen toebehorenrelais 1 op het toebehoren VR40 1 = circulatiepomp
2 = ext. pomp
3 = boilerlaadpomp
4 = rookgasklep/afzuigkap
5 = externe gasklep
6 = externe storingsmelding
1 = circulatiepomp
d.28 Omschakelen toebehorenrelais 2 op het toebehoren VR40 1 = circulatiepomp
2 = ext. pomp
3 = boilerlaadpomp
4 = rookgasklep/afzuigkap
5 = externe gasklep
6 = externe storingsmelding
2 = ext. Pomp
d.54 Inschakelhysterese gerelateerd aan de actuele gewenste
waarde
0 ... -10 K -2 K
d.55 Uitschakelhysterese 0 ... 10 K 6 K
d.71 Maximale gewenste waarde CV-aanvoertemperatuur
instelbaar
40 °C — 85 °C 75 °C
d.72 Pompnalooptijd na het laden van een door de elektronica
geregelde warmwaterboiler
0 — 600 s 300 s
d.75 Maximale boilerlaadtijd van een boiler zonder eigen regeling 20 — 90 min 45 min
Tab. 7.1 Instelbare diagnosecodes
7 CV-toestel op CV-installatie aanpassen
37Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
Diagnose-
code
Beschrijving Instelbereik Fabrieksinstelling
d.77 Boilerdeellast (vermogensbegrenzing boilerlading) in kW instelbare waarden in kW Nominale last
d.78 Boilerlaadtemperatuurbegrenzing (gewenste aanvoertempe-
ratuur in boilerfunctie) in °C
75 °C — 85 °C 80 °C
d.84 Aantal uren tot volgende onderhoud (invoer van de gebruik-
suren tot onderhoudsmelding op het display verschijnt)
0 ... 3000 gebruiksuren
"-" voor uit
"-" voor uit
d.95 Softwarestand uitlezen 1 waarde = elektronica
2 waarde = weergave-/bedie-
ningselement
Waarden worden afwisselend
weergegeven
d.96 Fabrieksinstelling (reset van instelbare parameters naar
fabrieksinstelling)
Instelbereik:
0 = uit, 1 = aan (reset)
0
d.98 Invoermogelijkheid voor telefoonnummer dat bij onder-
houdsmeldingen wordt weergegeven
d.99 Taalkeuze van de weergave Nederlands
Tab. 7.1 Instelbare diagnosecodes (vervolg)
7.2 Maximale ketelaanvoertemperatuur
De maximale ketelaanvoertemperatuur stelt u onder de
volgende diagnosecodes in:
voor de CV-functie "d.71",
voor de boilerfunctie "d.78".
7.3 Pompnalooptijd
De nalooptijd van de CV-pomp stelt u in onder diagnose-
code "d.1".
De nalooptijd van een boilerlaadpomp die direct op een
gasgestookte ketel is aangesloten, stelt u in onder diag-
nosecode "d.72". Wanneer de boilerlaadpomp echter op
een thermostaat calorMATIC 630 of auroMATIC 620 is
aangesloten, stelt u de nalooptijd op de thermostaat in.
CV-toestel op CV-installatie aanpassen 7
38 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
7.4 Pompmodi
7.4.1 Bedrijfsmodus "Continue" ( "Comfort-modus")
Activeert u dit via de diagnosecode "d.18", door de
instelling "1" te kiezen.
De pomp loopt, als
de kamerthermostaat via de klem 3-4-5 warmte
opvraagt en
de kamerthermostaat of de inbouwregelaar via de
klem 7-8-9 een gewenste waarde van de aanvoertem-
peratuur die hoger dan 30 °C is of via de eBUS hoger
dan 20 °C aangeeft en
het CV-toestel zich in de wintermodus bevindt (CV-
potentiometer niet op de linksaanslag) en
de contactthermostaat dicht is.
De pomp wordt uitgeschakeld, als
een van de hierboven genoemde voorwaarden niet
meer is vervuld en
de pompnalooptijd is afgelopen.
De branderwachttijd heeft geen invloed op de pomp.
Als een van de voorwaarden tijdens de nalooptijd weg-
valt, wordt deze desondanks beëindigd.
7.4.2 Bedrijfsmodus "Intermitterend"
( "Eco-modus")
Naast de bedrijfsmodus "continue pomp" heeft u de
mogelijkheid de modus "intermitterende pomp" in te
stellen ("d.18" = "3"). Hierdoor bespaart u elektrische
energie voor de pomp.
De pomp wordt na het beëindigen van de branderfunctie
en 5 minuten naloop uitgeschakeld en telkens binnen 30
minuten een keer gedurende 5 minuten ingeschakeld
om de energie van het verwarmingswater volledig te
benutten.
Als er een temperatuurvoeler in de retour is aangeslo-
ten: Daalt de retourtemperatuur van het verwarmings-
water snel, dan loopt de pomp (binnen 30 minuten) lan-
ger dan de minimale looptijd van vijf minuten.
De bedrijfsmodus "intermitterend" telkens van de bran-
derstart worden onderbroken. De pomp loopt in normale
CV-functie.
7.5 Wachttijd en CV-deellast
De maximale branderwachttijd voor CV-functie kan
onder "d.2" worden ingesteld, de CV-deellast onder
"d.0" en de deellast voor boilerlading onder "d.77".
7.6 Aanloopgedrag
Bij een warmtevraag gaat de gasgestookte ketel gedu-
rende ca. 15 sec. in de status "S.2" (pomp start), daarna
wordt de ventilator gestart ("S.3").
Na het schakelen van de luchtdrukschakelaar en als
starttoerental is bereikt, wordt de gasklep geopend en
de brander gestart (status "S.4").
De gasgestookte ketel loopt nu naargelang de keteltem-
peratuur 30 tot 60 seconden met minimaal vermogen
en wordt daarna afhankelijk van de afwijking van de
berekende gewenste toerentalwaarde ingesteld.
7 CV-toestel op CV-installatie aanpassen
39Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
8 CV-toestel onderhouden
8.1 Algemene aanwijzingen voor het onderhoud
Voorwaarde voor permanente inzetbaarheid en bedrijfs-
veiligheid, betrouwbaarheid en lange levensduur is een
jaarlijkse inspectie/onderhoud van het toestel door een
erkend installateur. We raden u daarom aan om een
onderhoudscontract af te sluiten.
a
Gevaarlijk!
Levensgevaar door ondeskundig onderhoud!
Te weinig of ondeskundig onderhoud kan het
veilige gebruik van het toestel beïnvloeden en
tot lichamelijk letsel en materiële schade
leiden.
Inspectie en onderhoud mogen alleen door
een erkend installateur worden uitgevoerd.
Om alle functies van uw Vaillant toestel voor lange duur
te garanderen en om de toegelaten standaard toestand
niet te veranderen, mogen bij onderhoudswerkzaamhe-
den en reparaties alleen originele Vaillant onderdelen
worden gebruikt!
Een overzicht van de beschikbare originele Vaillant ver-
vangingsonderdelen krijgt u
bij uw speciaalzaak (onderdelencatalogus, geprint of
op cd-rom)
in het Vaillant FachpartnerNET (onderdelenservice)
onder http://www.vaillant.com/ .
8.2 Veiligheidsaanwijzingen voor het onderhoud
Neem voor de inspectiewerkzaamheden altijd de vol-
gende stappen:
e
Gevaarlijk!
Levensgevaar door elektrische schok!
Op de aansluitlijst van het toestel staat ook
bij uitgeschakelde aan/uit-schakelaar elektri-
sche spanning.
Schakel vóór werkzaamheden aan het toe-
stel altijd de stroomtoevoer van het toestel
uit en beveilig deze tegen opnieuw inscha-
kelen!
Schakel de aan/uit-schakelaar uit.
Sluit de gaskraan.
Sluit de CV-aanvoer- en -retour.
i
Als inspectie- en onderhoudswerkzaamheden
bij ingeschakelde aan/uitschakelaar nodig
zijn, wordt daar bij de beschrijving van de
werkzaamheden op gewezen.
>
>
>
>
>
8.3 Gebruiksurenweergave
Hier worden de gebruiksuren van de brander
weergegeven:
Diagnosecode "d.81" voor boilerfunctie
Diagnosecode "d.82" voor CV-functie
8.4 Schoorsteenvegerbedrijf
Voor de emissie-metingen van de schoorsteenveger en
voor andere metingen kan het noodzakelijk zijn om de
gasgestookte ketel gedurende langere tijd op maximale
last te laten lopen. Daarvoor is het schoorsteenvegerbe-
drijf bedoeld.
Druk tegelijkertijd op de toetsen "-" en "+".
De gasgestookte ketel loopt nu gedurende 15 minuten
op maximale last.
Door opnieuw tegelijkertijd op de toetsen "+" en "-" te
drukken, kan de functie voor het aflopen hiervan wor-
den afgebroken. Na bereiken van een aanvoertempera-
tuur van 85 °C wordt de functie automatisch afgebro-
ken (beveiliging tegen oververhitting).
>
CV-toestel onderhouden 8
40 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
8.5 Overzicht van onderhoudswerkzaamheden
Voer de volgende werkstappen bij het onderhoud van
het toestel uit:
Nr. Werkstappen uit te voeren:
Algemeen Indien nodig
1 Toestel van elektriciteitsnet loskoppelen en gastoevoer sluiten X
2 Brander uitbouwen X
3 Verbrandingsruimte reinigen X
4 Brander op vervuiling en beschadigingen controleren X
5 Brander inbouwen; pakking vervangen; borgring weer plaatsen X
6 Installatiedruk controleren en evt. corrigeren X
7 Toestel op algemene toestand controleren,
algemene vervuilingen op toestel verwijderen
X
8 Condenswatersifon in toestel controleren, evt. vullen X
9 Gaskraan openen en toestel inschakelen X
10 Functietest van toestel en CV-installatie incl.
warmwaterfunctie uitvoeren, indien nodig ontluchten
X
11 Ontstekings- en brandergedrag controleren X
12 Controleren of het toestel gas of water lekt X
13 Rookgasafvoer en verbrandingsluchttoevoer controleren X
14 Veiligheidsinrichtingen controleren X
15 Regelinrichtingen (externe regelaars) controleren, evt. opnieuw instellen X
16 Indien aanwezig: warmwaterboiler onderhouden om de 5 jaar,
onafhankelijk van
CV-toestel
17 Uitgevoerd onderhoud en rookgasmeetwaarden in een rapport noteren X
Tab. 8.1 Controlelijst onderhoud
8 CV-toestel onderhouden
41Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
8.6 Brander onderhouden
8.6.1 Brander uitbouwen
a
Waarschuwing!
Verbrandingsgevaar door hete onderdelen!!
De brander, alle watergeleidende onderdelen
en het verwarmingswater kunnen heet zijn en
verbranding of brandwonden veroorzaken.
Voer werkzaamheden aan deze componen-
ten pas uit als deze zijn afgekoeld.
Voor de demontage gaat u als volgt te werk:
Sluit de gaskraan naar het toestel.
Klap de schakelkast weg.
Verwijder het bovenste gedeelte van de mantel.
Bij uitvoeringen met 47 kW en met 65 kW moet
tevens de afdekplaat onder de mantel worden gede-
monteerd.
Schroef het borgplaatje van de ontstekingselektrode
en trek de ontstekings- en aardleiding eraf.
Verwijder de ontstekingsleiding van de ionisatie-
elektrode.
Verwijder de kabels van de ventilatormotor en het
gasblok.
Haal de gasbuis aan de onderkant van het gasblok en
de drukmeterslang aan de bovenzijde los.
>
>
>
>
>
>
>
>
3
2
1
Afb. 8.1 Brander demonteren
Trek de luchtinlaatslang (3) van de ventilator-
aansluiting.
Draai de moeren (2).
Trek de brander (1) van de warmtewisselaar.
Controleer na de demontage de brander en de ver-
brandingskamer op beschadigingen en vervuiling en
reinig indien nodig de onderdelen zoals in de vol-
gende hoofdstukken wordt beschreven.
8.6.2 Verbrandingskamer reinigen
Bescherm de omlaag geklapte schakelkast tegen
spatwater.
Reinigt u de verbrandingskamer met een standaard
azijnoplossing. Spoel na met water.
8.6.3 Brander controleren
De brander behoeft geen onderhoud en hoeft niet te
worden gereinigd.
Controleer het oppervlak van de brander op bescha-
digingen en vervang indien nodig de brander.
>
>
>
>
>
>
>
CV-toestel onderhouden 8
42 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
8.6.4 Brander inbouwen
i
De pakking onder de branderflens moet bij
onderhouds- en servicewerkzaamheden in elk
geval worden vervangen.
De borgring die de pakking aan de buitenkant
omsluit, dient u na het onderhoud weer aan
te brengen.
Steek de ontstekingsleiding en de aardleiding op de
ontstekings- en ionisatie-elektrode.
Plaats een nieuwe pakking in de opening aan de
onderzijde van het gasblok.
Draai de gasbuis weer aan de onderzijde van het
gasblok vast.
Steek de drukmeterslang weer op de bovenzijde van
het gasblok.
Steek de luchtinlaatslang (1) op de ventilatoraanslui-
ting en bevestig de buis met de klem.
Trek de kabels van de ventilatormotor en het gasblok.
Open de gaskraan naar het toestel.
2
3
1
Afb. 8.2 Brander inbouwen
Steek de brander (3) op de ketel.
Schroef de moeren (2) met 9 Nm overkruis vast.
>
>
>
>
>
>
>
>
>
a
Gevaarlijk!
Levensgevaar door uitstromend gas!
Een ondeskundige gasinstallatie of een defect
kan het veilige gebruik van het toestel beïn-
vloeden en tot lichamelijk letsel en materiële
schade leiden.
Controleer het toestel op gasdichtheid na
elke inspectie, onderhoudsbeurt of
reparatie!
8.7 Sifon reinigen
1
2
Afb. 8.3 Reiniging van de sifon
Verwijder het onderste gedeelte van de mantel.
Verwijder de spoelleiding (2) van de verbrandings-
lucht-/rookgasaansluiting (1).
Sluit een slang op de spoelleiding aan en spoel de
sifon door.
>
>
>
>
8 CV-toestel onderhouden
43Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
8.8 CV-toestel vullen/aftappen
8.8.1 Toestel en CV-installatie vullen
Voor een goede werking van de CV-installatie moet de
installatiedruk tussen 1,0 en 2,0 bar liggen.
Vul water bij als de installatiedruk onder deze waarde
daalt (¬ Hoofdst. 6.4.1).
Als de CV-installatie meerdere etages verwarmd, kan
een hogere installatiedruk nodig zijn.
i
Neem bij toepassing van additieven de aan-
wijzingen in Hoofdst. 6.4 in acht
Informeer de gebruiker over de juiste wijze van vorst-
beveiliging.
>
>
8.8.2 CV-toestel aftappen
1
2
Afb. 8.4 CV-zijde toestel leegmaken
Sluit de servicekranen.
Neem het onderste deel van de mantel weg.
Sluit een slang op de ketelvul-/aftapkraan (2) aan.
Open de ketelvul/aftapkraan.
Open het ontluchtingsventiel (1) op het CV-toestel,
zodat het toestel helemaal wordt leeggemaakt.
8.8.3 CV-installatie leegmaken
Bevestig een slang aan de vul/aftapkraan van de
installatie.
Breng het vrije einde van de slang naar een geschikte
afvoerplaats.
Zorg ervoor dat de servicekranen zijn geopend.
Open de vul/aftapkraan.
Open de ontluchters op de radiatoren. Begin bij de
hoogstgelegen radiator en ga dan door van boven
naar beneden.
Als het water uit de CV-installatie is gelopen, sluit dan
de ontluchters van de radiatoren en de vul/aftap-
kraan.
>
>
>
>
>
>
>
>
>
>
>
CV-toestel onderhouden 8
44 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
8.9 Functietest
a
Gevaarlijk!
Gevaar voor vergiftiging door uitstromende
verbrandingsgassen!
Een storing in de verbrandingslucht-/rookgas-
afvoer kan lichamelijk letsel, materiële schade
en storingen in de werking veroorzaken.
Gebruik het toestel voor testdoeleinden,
voor inbedrijfstelling en voor continu
gebruik altijd met volledig gemonteerd en
gesloten verbrandingsluchttoevoer-/rook-
gasafvoersysteem.
Na afsluiting van de onderhoudswerkzaamheden moet u
de volgende controles uitvoeren:
Controleer of alle besturings-, regel- en bewakingsin-
richtingen correct functioneren.
Controleer of het toestel en de rookgasafvoer geen
lekkages hebben.
Controleer ontsteking en gelijkmatig vlambeeld van
de brander.
Werking van CV-functie controleren
Controleer de werking van de CV-functie door de
thermostaat op een hogere gewenste temperatuur in
te stellen. De pomp voor het CV-circuit moet aanlo-
pen.
Werking van de warmwaterbereiding controleren
Controleer de werking van de warmwaterbereiding
door een warmtevraag te creëren door een aangeslo-
ten warmwaterboiler.
Onderhoudsprotocol
Noteert u elke uitgevoerde onderhoudsbeurt.
>
>
>
>
>
>
>
8 CV-toestel onderhouden
45Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
9 Storingen herkennen en verhelpen
9.1 Statusmeldingen lezen
Druk op de toets "i", om de actuele bedrijfsstatus te
lezen.
Druk opnieuw op de toets "i", om de weergavetoe-
stand weer te verlaten.
In de volgende tabel zijn alle parameters samengevat.
Display Statusmeldingen
CV-functie
S.00 Geen warmtevraag
S.02 Pompaanloop
S.03 Ontsteking
S.04 Branderfunctie
S.06 Ventilatornaloop
S.07 Pompnaloop
S.08 Branderwachttijd na CV-functie
Boilerlading
S.20 Pompaanloop
S.23 Ontsteking
S.24 Branderfunctie
S.26 Ventilatornaloop na boilerlading
S.27 Pompnaloop
S.28 Branderwachttijd na boilerlading (pulsonderdrukking)
Speciale gevallen bij de statusmelding
S.30 Kamerthermostaat 230V/24V blokkeert CV-functie
S.31 Zomermodus actief of eBUS-regelaar of inbouwtimer blokkeert CV-functie
S.32 Wachttijd ventilatortoerental (toerentalafwijking nog te hoog)
S.34 Vorstbeveiliging actief
S.36 Ingestelde waarde van de kamerthermostaat < 20 °C betekent dat de kamerthermostaat de CV-functie blokkeert.
S.39 Contactthermostaat heeft aangesproken
S.40
Weergave noodbedrijf actief; toestel loopt in beperkte Vaillant comfortbeveiligingsmodus.
Dienovereenkomstige storingscode verschijnt afwisselend met de statusmelding
S.41 Systeemdruk aan waterzijde te hoog
S.42
- Bevestigingssignaal rookgasklep blokkeert branderfunctie (alleen in combinatie met toebehoren)
- Condenspomp defect -> vraag wordt geblokkeerd
S.49 Sifondrukschakelaar heeft aangesproken, wachttijd
S.59 Min. circulatiewatervolume niet bereikt (bloktemperatuur te hoog)
S.60 Wachttijd na wegblijven van vlam
Tab. 9.1 Statusmeldingen
>
>
Storingen herkennen en verhelpen 9
46 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
9.2 Diagnosemodus
Voor het aflezen van de operationele toestand en voor
de diagnose van storingen kunnen in de diagnosemodus
verschillende parameters worden afgelezen.
Druk tegelijkertijd op de toetsen "i" en "+", om de
diagnosemodus op te roepen.
Blader met de toetsen "+" of "" naar de gewenste
diagnosecode.
Druk op de toets "i", om de betreffende waarde weer
te geven.
Display Betekenis Instelbereik en fabrieksinstelling bij instelbare parameters
d.0 CV-deellast, instelbare waarden in kW Fabrieksinstelling: maximaal vermogen
d.1 Pompnalooptijd voor CV-functie Instelbereik: 2,3… 60 min; fabrieksinstelling: 5 min
d.2 Maximale branderwachttijd bij 20 °C Instelbereik: 2 ... 60 min; fabrieksinstelling: 20 min
d.4 Meetwaarde van de boilertemperatuur [°C]
d.5 Gewenste waarde van de aanvoertemperatuur/
retour [°C]
actuele gewenste waarde, vastgesteld uit poti, regelaar,
regelingswijze….
d.7 Gewenste boilertemperatuur (15 °C links, daarna 40 °C tot d.20 (max. 70 °C)
d.8 Kamerthermostaat op klem 3-4 Weergavewaarden: 0 = geopend, geen CV-functie; 1 = gesloten, CV-
functie
d.9 Gewenste aanvoertemperatuur [°C] van de externe
continuregelaar op klem 7-8-9/eBus
Minimum uit ext. eBus gewenste waarde en gewenste waarde Kl.7
d.10 Interne waterpomp 1 = aan, 0 = uit
d.11 Externe waterpomp 1— 100 = aan, 0 = uit
d.12 boilerlaadpomp 1— 100 = aan, 0 = uit
d.13 Circulatiepomp: 1— 100 = aan, 0 = uit
d.14 Instelling voor intern aangesloten pomp met
toerentalregeling
Instelbereik: - = auto, 30 ... 100 % vaste-waardeninstelling;
fabrieksinstelling: 0
d.15 Actueel pompvermogen van de pomp met
toerentalregeling in %
d.17 Regelingswijze 0 = aanvoerregeling, 1 = retourregeling;
fabrieksinstelling: 0
d.18 Bedrijfsfunctie pomp (naloop) 1 = naloop (comfort); 3 = continu (eco);
Fabrieksinstelling:
1
d.20 Maximale instelwaarde van de gewenste potiwaarde
voor de boiler
Instelbereik: 50 °C — 70 °C;
fabrieksinstelling: 65°C
d.22 Externe boilerlading, klem C1-C2 1 = aan, 0 = uit
d.23 Zomer-/winterfunctie: 1=winter, 0=zomer
d.25 Boilerlading/warme start door warme startklok
thermostaat/timer vrijgegeven: 1 = ja, 0 = nee
default: vrijgegeven
d.26 Intern toebehorenrelais op X6 (roze stekker) 1 = circulatiepomp (in de fabriek)
2 = externe pomp
3 = boilerlaadpomp
4 = rookgasklep/afzuigkap; contact werkt invers aan d27/28
5 = externe gasklep
6 = externe storingsmelding
d.27 Omschakelen toebehorenrelais 1 voor toebehoren
VR40
1 = circulatiepomp (default)
2 = externe pomp
3 = boilerlaadpomp
4 = rookgasklep/ afzuigkap
5 = externe gasklep
6 = externe storingsmelding
d.28 Omschakelen toebehorenrelais 2 voor toebehoren
VR40
1 = circulatiepomp
2 = externe pomp (default)
3 = boilerlaadpomp
4 = rookgasklep/ afzuigkap
5 = externe gasklep
6 = externe storingsmelding
d.30 Besturingssignaal voor gaskleppen 0 = uit, 1 = aan
d.33 Gewenste toerentalwaarde van de ventilator
[10-1/min]
Tab. 9.2 Diagnosewaarden (vervolg volgende pagina)
>
>
>
9 Storingen herkennen en verhelpen
47Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
Display Betekenis Instelbereik en fabrieksinstelling bij instelbare parameters,
als toebehoren retour NTC is aangesloten
d.34 Toerentallijstwaarde van de ventilator in rpm/10
d.40 Aanvoertemperatuur [°C]
d.41 Retourtemperatuur [°C]
d.44 Actuele waarde ionisatiestroom > 700 = geen vlam, < 450 vlam
Hoe kleiner de waarde, hoe beter de vlamherkenning
d.47 Buitentemperatuur [°C]
d.50 Offset voor minimaal toerental in rpm/10 Instelbereik: -40 ... +40; fabrieksinstelling: word bij de eindtest
voor elk toestel ingesteld
d.51 Offset voor maximaal toerental in rpm/10 Instelbereik: -40 ... +40; fabrieksinstelling: word bij de eindtest
voor elk toestel ingesteld
d.54 Inschakelhysterese 0 K — -10 K; fabrieksinstelling: -2
d.55 Uitschakelhysterese 0 K — 10 K; fabrieksinstelling: 6
d.60 Aantal uitschakelingen door temperatuurbegrenzer
d.61 Aantal storingen van de branderautomaat = aantal
mislukte ontstekingen bij de laatste poging
d.63 Aantal uitschakelingen van de luchtbewaking
d.64 Gemiddelde ontstekingstijd in seconden
d.65 Maximale ontstekingstijd in seconden
d.67 Resterende branderwachttijd [min]
d.68 Aantal mislukte ontstekingen bij 1e poging
d.69 Aantal mislukte ontstekingen bij 2e poging
d.71 Maximale gewenste waarde CV-aanvoertemperatuur
instelbaar
Instelbereik: 40 °C ... 85 °C; fabrieksinstelling: 75 °C
d.72 Pompnalooptijd na het laden van een door de elektronica
geregelde warmwaterboiler
Instelbereik: 0, 10, 20 ... 600 s
Fabrieksinstelling: 300 s
d.73 Boilerlaadoffset, temperatuurverhoging tussen gewenste
boilertemperatuur en gewenste aanvoertemperatuur bij
boilerlading
0 ... 25 K; fabrieksinstelling: 25 K
d.75 Maximale boilerlaadtijd van een boiler zonder eigen
regeling
Instelbereik: 20, 21, … 90 min; fabrieksinstelling: 45 min
d.76 Type CV-ketel 15 = ecoVIT
d.77 Boilerdeellast (vermogensbegrenzing boilerlading) in kW Fabrieksinstelling nominale last
d.78 Boilerlaadtemperatuurbegrenzing (gewenste aanvoertem-
peratuur in boilerfunctie) in °C
Instelbereik: 55 °C tot 85 °C; fabrieksinstelling: 80 °C
d.80 Aantal CV-gebruiksuren
Aanwijzing:
Na een keer indrukken van de toets "i" worden de eerste 3 cijfers,
na de tweede keer indrukken van de toets "i" de tweede 3 cijfers
van het 6-cijferige getal (branderstarts x 100) weergegeven.
d.81 Aantal warmwaterbedrijfsuren
d.82 Aantal schakelingen voor de CV-functie
d.83 Aantal schakelingen voor de warmwaterfunctie
d.84 Onderhoudsindicatie: aantal uren tot de volgende
onderhoudsbeurt
Instelbereik: 0 — 3000 h en "-"
Fabrieksinstelling: "-" (300 komt overeen met 3000h)
d.90 Digitale thermostaat herkend =1, niet herkend = 0 (eBus
adres <=10)
d.91 Status DCF bij aangesloten buitenvoeler met DCF77-
ontvanger
0: geen ontvangst; 1: ontvangst;
2: gesynchroniseerd; 3: geldig
d.93 Instelling toestelvariant DSN VKK 226 = 1
VKK 286 = 2
VKK 366 = 3
VKK 476 = 4
VKK 656 = 5
d.95 Weergave softwareversie 1 = Versie elektronica, 2 = Versie weergave- en bedieningspaneel
d.96 Fabrieksinstelling (reset van instelbare parameters naar
fabrieksinstellingen)
Instelbereik: 0 = uit, 1 = aan (reset), (fabrieksinstelling: 0
d.97 Activeren van het installateurniveau Servicecode: 17
d.98 Telefoonnummer bij display met ongecodeerde tekst Invoermogelijkheid voor telefoonnummer dat bij storing wordt
weergegeven
d.99 Taal bij display met ongecodeerde tekst
Tab. 9.2 Diagnosewaarden (vervolg)
Storingen herkennen en verhelpen 9
48 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
9.3 Foutmeldingen
Een storing wordt op het display door een "F" met het
volgende getal weergegeven. Daarnaast wordt het sym-
bool "doorgestreepte vlam" weergegeven.
Storing
bron
circuit
Beschrijving Mogelijke oorzaak
Nr. "F.."
0 Onderbreking aanvoervoeler
10 Kortsluiting aanvoervoeler
13 Kortsluiting boilervoeler
20 Veiligheidstemperatuurbegrenzer heeft aangesproken
22 Waterdruk te gering, watergebrek Waterdruk beneden 0,3 bar
27 "Vreemd licht" Vlam wordt herkend bij gesloten gasklep, elektronicafout
28 Geen vlam bij start Gasvoorziening ontbreekt, ontsteking of vlamdetectie
defect, gaskraan defect
29 Vlamverlies tijdens bedrijf Storing in de gastoevoer, gaskraan defect, verbrandings-
luchttoevoer/rookgasafvoer niet correct gemonteerd
(rookgasrecirculatie)
32 Toerentalafwijking te groot, ventilatortoerental buiten
tolerantie
Kabelboomfout, ventilatorfout
37 In noodmodus, verhoging van minimaal toerental Tijdelijke problemen in het luchttraject
42 Codeerweerstand kortsluiting Codeerweerstand kortsluiting of storing in de kabelboom
43 Codeerweerstand onderbroken Codeerweerstand onderbroken of kabelboom defect
49 eBus spanning kortgesloten b.v. VRC 630/620 verpoold aangesloten of Netdialog fout
aangesloten
50 Storing rookgasdrukschakelaar Rookgassysteem verstopt
61 Storing gasklepaansturing - Elektronicadefect
62 Storing gasklepuitschakeling Elektronicadefect of vlam 4 sec. na gasafsluiting nog
herkend
63 EEPROM storing Elektronicadefect
64 ADC-fout Elektronicadefect of kortsluiting in voor veiligheid
relevante voeler
65 Elektronicatemperatuur (ASIC) te hoog Elektronicadefect
67 Elektronicafout Printplaat defect
70 DSN-fout ID elektronica en display komen niet overeen
73 Waterdruksensorstoring Druksensor niet aangesloten of kortgesloten
74 Waterdruksensorstoring Druksensor defect of kabelonderbreking
82 Noodloopprogramma Storing parasitaire stroomanode actoSTOR
Tab. 9.3 Foutmeldingen
9 Storingen herkennen en verhelpen
49Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
Storingen herkennen en verhelpen 9
9.4 Toestel na uitschakeling door de
veiligheidstemperatuurbegrenzer
ontgrendelen
Als de storingscode "F.20" wordt weergegeven, heeft
de veiligheidstemperatuurbegrenzer de gasgestookte
ketel wegens te hoge temperatuur automatisch uitge-
schakeld.
1
Afb. 9.1 Veiligheidstemperatuurbegrenzer ontgrendelen
Voor het ontgrendelen van de veiligheidstemperatuur-
begrenzer gaat u als volgt te werk:
Demonteer de frontplaat.
Druk op de pen (1), om de veiligheidstemperatuurbe-
grenzer te ontgrendelen.
Na het activeren van de veiligheidstemperatuurbe-
grenzer dient u altijd storingen op te sporen en de
storing te verhelpen.
>
>
>
9.5 Storing in de gasgestookte ketel
Geen aanduiding op het display
Gaat de gasgestookte ketel niet in werking en verschijnt
op het display op het bedieningsveld geen aanduiding,
controleer dan eerst de volgende punten:
Staat de turkooise stekker met 230 V/50 Hz onder
spanning?
Is de aan/uit-schakelaar ingeschakeld?
e
Gevaarlijk!
Levensgevaar door elektrische schok aan
stroomgeleidende aansluitingen!
De zekering 4 AT ligt aan 230 V.
Schakel vóór werkzaamheden aan het
toestel altijd de stroomtoevoer van het
toestel uit en beveilig deze tegen opnieuw
inschakelen!
Controleer de zekering 4 AT op de printplaat in de
schakelkast en vervang deze indien nodig.
De gasgestookte ketel reageert niet op de thermos-
taat calorMATIC 430, 630 of auroMATIC 620
Controleer de verbinding tussen de aansluitingen
"Bus" in thermostaat en gasgestookte ketel.
Schakel de VRC 630 of VRS 620 uit en weer in, zodat
deze de busdeelnemers opnieuw inleest.
Gasgestookte ketel reageert niet op 2-punts-regeling
Controleer bij het systeem ProE of het schakelcon-
tact tussen klem 3 en 4 door de externe thermostaat
werd gesloten.
i
Als tussen klem 3 en 4 een brug wordt
geplaatst en de ecoVIT exclusiv in werking
gaat, moet de externe thermostaat worden
gecontroleerd.
Gasgestookte ketel reageert niet op warmwatervraag
Controleer de instellingen van de thermostaat.
Controleer de laadpomp.
Controleer de instellingen van de gewenste boiler-
waarden in het DIA-systeem.
>
>
>
>
>
>
>
>
50 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
10 Seviceteam en garantie
10.1 Service après-vente
Vaillant SA-NV
Rue Golden Hopestraat 15
1620 Drogenbos
Tel : 02 / 334 93 52
10.2 Conditions de garantie
La période de garantie des produits Vaillant s’élève à
2 ans omnium contre tous les défauts de matériaux et les
défauts de construction à partir de la date de facturation.
La garantie est d’application pour autant que les conditi-
ons suivantes soient remplies:
1. L’appareil doit être installé par un professionnel quali-
fié qui, sous son entière responsabilité, aura veillé à res-
pecter les normes et réglementations en vigueur pour
son installation.
2. Seuls les techniciens d’usine Vaillant sont habilités à
effectuer les réparations ou les modifications apportées
à un appareil au cours de la période de garantie afin que
celle-ci reste d’application. Si d’aventure une pièce non
d’origine devait être montée dans un de nos appareils, la
garantie Vaillant se verait automatiquement annulée.
3. Afin que la garantie puisse prendre effet, la fiche de
garantie dûment complète, signée et affranchie doit nous
être retournée au plus tard quinze jours après
l’installation!
La garantie n’est pas d’application si le mauvais fonction-
nement de ’appareil serait provoqué par un mauvais
réglage, par l’utilisation d’une énergie non adéquate, par
une installation mal conçue ou défectueuse, par le non-
respect des instructions de montage jointes à l’appareil,
par une infraction aux normes relatives aux directives
d’installation, de types de locaux ou de ventilation, par
négligence, par surcharge, par les conséquences du gel
ou de toute usure normale ou pour tout acte dit de force
majeure. Dans tel cas, il y aura facturation de nos presta-
tions et des pièces fournies. Toute facturation établie
selon les conditions générales du service d’entretien est
toujours adressée à la personne qui a demandél’interven-
tion ou/et à la personne chez qui le travail a été effectué
sauf accord au préalable et par écrit d’un tiers (par ex.
locataire, propriétaire, syndic...) qui accepte explicite-
ment de prendre cette facture à sa charge. Le montant
de la facture devra être acquitté au grand comptant au
technicien d’usine qui aura effectué la prestation. La
mise en application de la garantie exclut tout paiement
de dommages et intérêts pour tout préjudice générale-
ment quelconque. Pour tout litige, sont seuls compétents
les tribunaux du district du siège social de notre société.
Pour garantir le bon fonctionnement des appareils
Vaillant sur long terme, et pour ne pas changer la situa-
tion autorisée, il faut utiliser lors d’entretiens et dépan-
nages uniquement des pièces détachées de la marque
Vaillant.
10 Serviceteam en garantie
51Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
11 Recycling en afvoer
Bij Vaillant-producten is het latere recyclen resp. het
afvoeren reeds een onderdeel van de productontwikke-
ling. Vaillant-fabrieksnormen leggen strenge eisen vast.
Bij de keuze van het materiaal wordt rekening gehouden
met de hergebruiksmogelijkheden, de demonteer- en
scheidbaarheid van materiaal en bouwgroepen en de
milieu- en gezondheidsgevaren bij recycling en bij de
afvoer van het onvermijdelijk resterende materiaal, dat
niet kan worden hergebruikt.
11.1 Toestel
De Vaillant gasgestookte ketel
ecoVIT exclusiv met HR bestaat voor 92 % uit metal-
lisch materiaal dat in staal- en hoogovenbedrijven
opnieuw kan worden ingesmolten en daardoor bijna
onbeperkt kan worden hergebruikt.
Het voor de isolatie van de boiler en andere componen-
ten gebruikte EPS (piepschuim)® EPP is herbruikbaar
en vrij van CFK's.
De gebruikte kunststoffen zijn gekenmerkt en zo voor-
bereid op de sortering en de scheiding naar materiaal-
soort bij het recyclen.
11.2 Verpakking
Vaillant heeft de transportverpakkingen van de toestel-
len tot op het meest noodzakelijke gereduceerd. Bij de
keuze van de verpakkingsmaterialen wordt consequent
op de mogelijkheid van hergebruik gelet.
De hoogwaardige kartonnen verpakkingen zijn al lang
een begeerde secundaire grondstof van de karton- en
papierindustrie.
Het gebruikte EPS en EPP (piepschuim)® is nodig voor
de bescherming van de producten tijdens het transport.
EPS is herbruikbaar en vrij van CFK's.
Ook de folie en omsnoeringsbanden zijn van kunststof,
die kan worden hergebruikt.
Recycling en afvoer 11
52 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
12 Technische gegevens
Voor-
waarde
Eenheid VKK 226/4 VKK 286/4 VKK 366/4 VKK 476/4 VKK 656/4
Nominaal
warmtevermogensbereik CV
80/60 kW 6,3 - 21,3 7,7 - 26,2 11,0 - 34,0 12,8 - 43,6 17,8 - 60,1
60/40 kW 6,6 - 22,4 8,1 - 27,5 10,5 - 35,7 13,5 - 46,0 18,7 - 63,2
50/30 kW 6,8 - 22,9 8,2 - 28,1 10,7 - 36,4 13,7 - 46,8 19,0 - 64,5
40/30 kW 7,0 - 23,5 8,5 - 28,9 11,0 - 37,5 14,1 - 48,2 19,6 - 66,3
Max. nominale warmtebelasting Hi kW 22,0 27,0 35,0 45,0 62,0
Min. nominale warmtebelasting Hi kW 7,7 8,5 11,5 15,0 22,0
Categorie I
2E(S)B
Aansluitdruk G20/25 mbar 20/25
Aansluitwaarde
(15 °C, 1013 mbar)
G20 m
3
/h 2,3 2,9 3,7 4,8 6,6
G25 m
3
/h 2,7 3,3 4,3 5,5 7,6
Rookgasmassastroom (G20)
Qmin g/s 3,9 4,2 5,3 6,9 9,2
Qmax g/s 10,0 12,2 15,8 20,3 27,8
Rookgastemperatuur
(bij tV/tR = 80/60 °C)
min. °C 62
max. °C 70 75 75 75 85
Nominaal CO
2
Qmin Vol% 8,8 8,9 8,9 8,9 9,0
Qmax Vol% 9,2
NOx-klasse 5
NOx-emissie (DIN EN 483) mg/kWh < 60
CO-emissie mg/kWh < 15
Verwarming
Nominaal rendement (stationair)
80/60 % 97,0
60/40 % 102,0
50/30 % 104,0
40/30 % 107,0
Normrendement (met betrekking
tot instelling op nominaal
vermogen) (DIN 4702, T8)
75/60 % 107,0
40/30 % 109,0
30 % rendement (DIN EN 483) % 108
Sterbeoordeling WR ****
max. aanvoertemperatuur °C 85
Instelbare aanvoertemperatuur
(Fabrieksinstelling 75 °C)
°C 40 — 85
Max. werkdruk bar 3
CV-ketelvolume l 100 100 89 85 85
Nominaal circulatiewatervolume
Δ t = 20K
l/h 860 1160 1505 1935 2650
Drukverlies
Δ t = 20K
mbar 3,5 6,0 10,0 17,0 43,0
Condenswatervolume 40/30 l/h 2,2 3,0 3,5 4,2 7,1
Benodigde warmte standby CV 70 °C kWh/d 3,4
Tab. 12.1 Technische gegevens (vervolg volgende pagina)
12 Technische gegevens
53Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
Voor-
waarde
Eenheid VKK 226/4 VKK 286/4 VKK 366/4 VKK 476/4 VKK 656/4
Elektrische uitrusting
Nominale spanning V/Hz 230/50
Max. opgenomen elektr.
vermogen
W 45 45 45 90 110
Elektr. opgenomen vermogen
standby
W8
Beschermingsklasse IP20
Ingeb. zekeringen T4D of T4H
Afmetingen en gewichten
Hoogte mm 1257
Breedte mm 570
Diepte mm 691
Montagegewicht kg 100 100 110 120 120
Gewicht gebruiksklaar kg 210 235 255 320 320
Verwarmingsaansluiting Rp1
Condenswateraansluiting Ø mm 21
Gasaansluiting R3/4
Aansluitstomp rookgasafvoer/
luchttoevoer
mm 80/125
Overige
Toegelaten installatietypes C13, C33, C43, C53, C83, C93, B23P, B33P
CE-registratienr.(PIN) CE-0085BU0038
Tab. 12.1 Technische gegevens (vervolg)
Technische gegevens 12
54 Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
Trefwoordenregister
A
Aanloopgedrag ...................................................................... 38
Aanpassing aan de CV-installatie ..................................... 35
Aansluitdruk controleren ................................................... 33
Aansluitingen .......................................................................... 10
Aanvullend geldende documenten ...................................... 3
Additieven in het verwarmingswater .............................. 30
Afdekplaat demonteren ....................................................... 14
Afmetingen .............................................................................. 13
Afvoer ....................................................................................... 51
Artikelnummers ....................................................................... 3
B
Bedrading in de schakelkast aansluiten ......................... 20
Bedrijfsfuncties ..................................................................... 38
Brander controleren ............................................................. 41
Brander inbouwen ................................................................ 42
Brander onderhouden .......................................................... 41
Brander uitbouwen................................................................ 41
C
CE-markering ............................................................................ 3
CO2-gehalte controleren .................................................... 33
CO2-gehalte instellen .......................................................... 33
Comfort-modus ..................................................................... 38
Condenswaterafvoer monteren ......................................... 19
Continu bedrijfsmodus ........................................................ 38
CV-circuit vullen..................................................................... 31
Cv-deellast .............................................................................. 38
CV-installatie .......................................................................... 14
CV-installatie leegmaken .................................................... 43
CV-installatie vullen ............................................................. 43
CV-toestel vullen/aftappen ................................................ 43
CV-water ................................................................................. 30
CV aansluiten.......................................................................... 16
D
Diagnosecode instellen ....................................................... 35
Diagnosemodus .............................................................. 35, 46
Diagnosewaarden ................................................................. 46
E
Eco-modus .............................................................................. 38
Elektrische aansluiting ........................................................ 20
Elektrische toebehoren aansluiten .................................. 22
Emissiemeting ....................................................................... 39
F
Fabrieksinstelling .................................................................. 32
Foutmeldingen ...................................................................... 48
Functie-elementen .................................................................. 9
Functiemenu .......................................................................... 27
Functietest ............................................................................. 44
G
Garantie .................................................................................. 50
Gas aansluiten ........................................................................ 15
Gasinstelling controleren ................................................... 32
Gasinstellingen af fabriek ................................................... 34
Gaslucht ..................................................................................... 6
Gasvoordruk controleren ................................................... 33
Gebruik conform de voorschriften ...................................... 5
Gebruiker inlichten ............................................................... 34
Gebruiksurenweergave ....................................................... 39
I
In bedrijf stellen .................................................................... 26
Installatie ................................................................................. 14
Intermitterende bedrijfsfunctie ........................................ 38
Interne bedrading ................................................................. 22
K
Ketelaanvoertemperatuur .................................................. 37
M
Mantelplaat ............................................................................. 15
Minimale afstanden ............................................................... 12
Montage .................................................................................... 11
N
Noodgeval .................................................................................. 6
Normen ...................................................................................... 7
O
Omvang van de levering ....................................................... 11
Onderhoud .............................................................................. 39
Onderhoudswerkzaamheden ............................................. 40
Opbouw en functie ................................................................. 8
P
Pompmodi .............................................................................. 38
Pompnalooptijd ..................................................................... 37
R
Recycling ................................................................................. 51
Richtlijnen .................................................................................. 7
S
Schoorsteenvegerbedrijf .................................................... 39
Servicecode ............................................................................ 35
Servicedienst ......................................................................... 50
Sifon reinigen ........................................................................ 42
Sifon vullen ....................................................................... 19, 31
Standplaats .............................................................................. 11
Statusmeldingen ................................................................... 45
Storingen ................................................................................ 45
Symbolen ................................................................................... 3
Systeem vullen ...................................................................... 30
Trefwoordenregister
55Installatiehandleiding ecoVIT exclusiv 0020077397_01
T
Technische gegevens .......................................................... 52
Temperatuurbegrenzer ....................................................... 49
Thermostaat aansluiten ...................................................... 24
Toebehoren .............................................................................. 11
Typeaanduiding ....................................................................... 4
Typeplaatje ............................................................................... 4
U
Uitrusting .................................................................................. 8
V
Veiligheids- en waarschuwingsaanwijzingen .................... 5
Verbrandingskamer reinigen .............................................. 41
Verbrandingsluchttoevoer/rookgasafvoer monteren .. 18
Voedingsleiding aansluiten ................................................. 21
Vorstbeveiliging ..................................................................... 14
W
Wachttijd ................................................................................. 38
Warmwaterboiler aansluiten .............................................. 17
Werking controleren ............................................................ 44
Wetten ........................................................................................ 7
Trefwoordenregister
0020077397_01 BENL 032010 - Wijzigingen voorbehouden
17

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Vaillant VKK SWE 476 bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Vaillant VKK SWE 476 in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 5,04 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Vaillant VKK SWE 476

Vaillant VKK SWE 476 Bijvullen ketel - Nederlands - 2 pagina's

Vaillant VKK SWE 476 Gebruiksaanwijzing - Nederlands, Deutsch, Français - 76 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info