Hoogtesectie 1
Desaturatietijd
Aanpassingstijd
Hoogtesecties
1 2 3 4
6.2 Maximale hoogte
De Smart zal aan de oppervlakte met behulp van knipperende
hoogtesecties aangeven op welke hoogte u geen bergmeerdui
-
ken meer kunt maken.
De maximale hoogte kan weergegeven worden in combinatie met een al gel-
dende bergmeerstand:
Als u zich op 1200 m. boven zeeniveau bevindt (hoogtesectie
1) mag u in dit voorbeeld maximaal verder klimmen tot een
hoogte van 2650 m. (sectie 2) voor de volgende bergmeerduik.
Hoogtesecties 3 en 4 zijn niet toegestaan.
Opstijgen naar bergmeer
in sectie 3 en 4 niet toege
-
staan. Maximale hoogte:
2650 m.
Max. hoogte: 850 m 1650 m 2650 m 4000 m
6.3 Decompressieduiken in bergmeren
Om te garanderen dat ook op grotere hoogte uw decompressie optimaal ver-
loopt, is de eerste decompressiestop die normaal op 3 meter ligt, verdeeld in
een 4 meter en een 2 meter stop in hoogtesectie 1, 2 en 3. De voorgeschreven
decompressiestops komen daarmee op 2, 4, 6 en 9 meter te li
ggen.
Als de atmosferische druk lager is dan 620 mbar (meer dan 4100 meter boven
zeeniveau) zal de duikcomputer geen decompressie-informatie weergeven
(automatische Gauge modus). Ook zal de RBT (
COM) niet berekend worden.
Uw flesdruk (
COM) en zuurstofblootstelling worden uiteraard nog wel weer-
gegeven.
COM
6.1 Hoogtesecties De Smart meet iedere minuut de atmosferische druk. Als de computer een
voldoende grote daling in de luchtdruk meet, zal hij automatisch aan gaan.
De computer geeft de nieuwe hoogtesectie (1-4) en desaturatietijd weer.
De desaturatietijd die op dat moment wordt weergegeven, is de tijd die uw
lichaam nodig heeft om zich aan te passen aan de grotere hoogte. Als u een
duik maakt binnen deze aanpassingstijd wordt deze duik gezien als een her
-
halingsduik, omdat u aan het desatureren bent.
Het gehele hoogtebereik van de Smart is verdeeld in 5 secties (0-4), begrensd
door een gegeven barometerdruk. De 5 hoogtesecties overlappen elkaar door
de natuurlijke variatie in atmosferische druk (denk aan hoge- en lagedrukge
-
bieden). De door de Smart ingestelde bergmeerstand ziet u in de oppervlak
-
testand, in het logboek en in de duikplanner. Op het display ziet u één of meer
segmenten binnen het
bergsymbooltje om aan
te geven dat een berg-
meerprogramma is
geactiveerd. In het
onderstaande schema
ziet u het bereik van
de verschillende
hoogtesecties.