529380
578
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/626
Pagina verder
06-2013
01651-080TS-00
Auris Touring Sports Handleiding
Auris Touring Sports
Handleiding
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Overzicht
Zoeken op afbeelding
1
Veiligheid
en beveiliging
Zorg ervoor dat u deze leest
2
Instrumenten-
paneel
Het aflezen van de meters en tellers, het interpreteren
van de verschillende waarschuwingslampjes en
controlelampjes, enz.
3
Bediening van
elk onderdeel
Openen en sluiten van de portieren en ruiten, afstellen
vóór het rijden, enz.
4
Rijden
Handelingen en adviezen die voor het rijden moeten
worden opgevolgd
5
Interieur
Gebruik van de voorzieningen in het interieur, enz.
6
Onderhoud en
verzorging
De zorg voor uw auto en onderhoudsprocedures
7
Bij problemen
Informatie over wat u moet doen bij een storing of
noodgeval
8
Specificaties
Specificaties, systemen met mogelijkheden voor
persoonlijke voorkeursinstellingen, enz.
Trefwoordenlijst
Zoeken op symptoom
Alfabetisch zoeken
Vertaling en productie: WK Automotive BV, Oosterhout (NB)
WKA-13I204-080TS-00
INHOUDSOPGAVE
2
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Ter informatie .................................8
Over deze handleiding .................12
Zoekmethoden .............................13
Overzicht ......................................14
1-1. Voor een veilig gebruik
Voordat u gaat rijden ...........24
Veilig rijden ..........................26
Veiligheidsgordels................28
SRS-airbags ........................33
Handmatig
in-/uitschakelsysteem
airbag.................................44
Veiligheidsinformatie
voor kinderen.....................46
Baby- en kinderzitjes ...........47
Plaatsen van
veiligheidssystemen
voor kinderen.....................56
Belangrijke voorschriften
in verband met
uitlaatgassen .....................66
1-2. Antidiefstalsysteem
Startblokkering.....................67
Alarm* ..................................74
2. Instrumentenpaneel
Waarschuwingslampjes en
controlelampjes................. 78
Instrumentenpaneel
(display
aandrijflijnmonitor)............. 84
Instrumentenpaneel
(multi-informatiedisplay).... 90
ECO-indicator (auto's
met Multidrive CVT) ........ 101
1
Veiligheid en beveiliging
2
Instrumentenpaneel
3
1
8
7
6
5
4
3
2
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3-1. Informatie over sleutels
Sleutels ..............................106
3-2. Openen, sluiten en
vergrendelen van de
portieren
Smart entry-systeem met
startknop* ........................109
Afstandsbediening .............129
Portieren ............................138
Achterklep..........................141
3-3. Verstellen van de stoelen
Voorstoelen........................146
Achterstoelen.....................148
Hoofdsteunen ....................151
3-4. Verstellen van het stuurwiel
en de spiegels
Stuurwiel ............................153
Binnenspiegel ....................154
Buitenspiegels ...................156
3-5. Openen en sluiten van
de ruiten
Elektrisch bedienbare
ruiten* ..............................159
4-1. Voordat u gaat rijden
Rijden met de auto ............ 166
Lading en bagage ............. 178
Rijden met een
aanhangwagen ............... 181
4-2. Rijprocedures
Contactslot (auto's zonder
Smart entry-systeem
en startknop) ................... 190
Startknop (auto's met
Smart entry-systeem
en startknop) ................... 194
Multidrive CVT* ................. 204
Handgeschakelde
transmissie* .................... 209
Richtingaanwijzer-
schakelaar....................... 213
Parkeerrem ....................... 214
Claxon ............................... 215
4-3. Bedienen van verlichting
en ruitenwissers
Lichtschakelaar ................. 216
Automatic High
Beam-systeem*............... 222
Schakelaar mistlampen..... 227
Ruitenwissers en
-sproeiers ........................ 229
Achterruitenwisser en
-sproeier.......................... 234
3
Bediening van
elk onderdeel
4
Rijden
INHOUDSOPGAVE
4
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4-4. Tanken
Openen van de tankdop ....236
4-5. Gebruik van de
ondersteunende
systemen
Cruise control* ...................240
Snelheidsbegrenzer* .........245
Toyota Parking
Assist-sensor*..................248
Simple-IPA (Simple-
Intelligent Parking
Assist)* ............................254
Stop & Start-systeem* .......269
Ondersteunende
systemen .........................275
Hill Start Assist Control ......280
Roetfilter (alleen
dieselmotor).....................282
4-6. Rijtips
Rijden in de winter .............284
5-1. Gebruik van
airconditioning en
achterruitverwarming
Verwarming*...................... 290
Automatische airconditioning
(zonder gescheiden
regeling)*......................... 295
Automatische
airconditioning met
gescheiden regeling)* ..... 304
Extra verwarming*............. 312
Achterruit- en buiten-
spiegelverwarming .......... 314
5-2. Gebruik van het
audiosysteem
Soorten audiosystemen* ... 316
Gebruik van de radio......... 320
Gebruik van de
CD-speler........................ 324
Afspelen van discs met
MP3- en
WMA-bestanden ............. 329
Bedienen van een iPod*.... 336
Bedienen van een
USB-geheugen* .............. 345
Optimaal gebruikmaken
van het audiosysteem ..... 352
Gebruik van de
AUX-aansluiting*............. 354
Gebruik van de
audiotoetsen op het
stuurwiel.......................... 355
5
Interieur
5
1
8
7
6
5
4
3
2
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5-3. Gebruik van de
interieurverlichting
Overzicht
interieurverlichting ...........358
Interieurverlichting ........ 359
Make-upverlichting
(indien aanwezig) ......... 359
Leeslampjes ................. 360
5-4. Gebruik van de
opbergmogelijkheden
Overzicht van
opbergmogelijkheden ......362
Dashboardkastje........... 363
Consolevak................... 363
Fleshouders.................. 364
Bekerhouders ............... 365
Extra opbergvakken...... 367
Voorzieningen in de
bagageruimte...................368
5-5. Overige voorzieningen in het
interieur
Zonnekleppen en
make-upspiegels .............380
Klok....................................381
Buitentemperatuurmeter ....382
Uitneembare asbak* ..........384
Accessoireaansluitingen ....385
Stoelverwarming*...............387
Armsteun* ..........................389
Kledinghaakjes ..................390
Handgrepen .......................391
Zonnescherm
panoramadak* .................392
6-1. Onderhoud en verzorging
Reiniging en bescherming
van het
exterieur .......................... 396
Schoonmaken en
beschermen van het
interieur ........................... 400
6-2. Onderhoud
Onderhoudsvoorschriften.. 403
6-3. Zelf uit te voeren
onderhoud
Voorzorgsmaatregelen
bij zelf uit te voeren
onderhoud en controles .. 406
Motorkap ........................... 410
Plaatsen van de krik.......... 412
Motorruimte ....................... 414
Banden.............................. 431
Bandenspanning ............... 434
Velgen ............................... 436
Interieurfilter ...................... 438
Afstandsbediening/batterij
elektronische sleutel ....... 440
Controleren en vervangen
van zekeringen................ 443
Gloeilampen ...................... 459
6
Onderhoud en verzorging
INHOUDSOPGAVE
6
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7-1. Belangrijke informatie
Alarmknipperlichten ...........476
Als uw auto in geval van
nood tot stilstand moet
worden gebracht..............477
7-2. Stappen die genomen
moeten worden in
noodgevallen
Als uw auto moet
worden gesleept ..............479
Als u denkt dat er iets
mis is ...............................485
Uitschakelsysteem
brandstofpomp
(alleen benzinemotor)......486
Als een waarschuwings-
lampje gaat branden of
een waarschuwings-
zoemer klinkt ...................487
Als een waarschuwings-
melding of
indicator wordt
weergegeven (auto's
met multi-informatie-
display) ............................501
Als de auto een lekke
band heeft (auto's met
reservewiel) .....................522
Als de auto een lekke
band heeft (auto's met
bandenreparatieset) ........534
Als de motor niet wil
aanslaan ..........................558
Als de selectiehendel
niet uit stand P kan
worden gezet (auto's met
Multidrive CVT)................560
Als de elektronische sleutel
niet goed werkt (auto's
met Smart entry-systeem
en startknop) ................... 561
Als de accu leeg is ............ 564
Als de motor oververhit
raakt ................................ 571
Als u zonder brandstof
komt te staan en de
motor afslaat (alleen
dieselmotoren) ................ 574
Als de auto vastzit ............. 575
7
Bij problemen
7
1
8
7
6
5
4
3
2
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
8-1. Specificaties
Onderhoudsgegevens
(brandstof, motoroliepeil,
enz.).................................578
Informatie over brandstof...596
8-2. Persoonlijke
voorkeursinstellingen
Systemen met
mogelijkheden voor
persoonlijke
voorkeursinstellingen.......598
Wat moet u doen als...
(Problemen oplossen)...606
Alfabetische index....................613
8
Specificaties
Trefwoordenlijst
8
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Deze handleiding is bestemd voor alle uitvoeringen van dit type auto; alle
mogelijke opties zijn in dit boekje opgenomen. Er zullen dan ook ongetwijfeld
onderwerpen worden beschreven die niet op uw Toyota van toepassing zijn.
Alle specificaties in dit boekje waren actueel ten tijde van de druk. T oyota
streeft er doorlopend naar haar producten te perfectioneren en wij behouden
ons dan ook het recht voor tussentijdse wijzigingen in specificatie en uitvoe-
ring door te voeren zonder voorafgaande kennisgeving.
Afhankelijk van de specificatie kan de in de afbeeldingen getoonde auto afwij-
ken van uw auto voor wat betreft de uitrusting.
Er is een grote hoeveelheid originele en niet-originele onderdelen en acces -
soires voor uw Toyota te verkrijgen. Als een origineel onderdeel of accessoire
uit de Toyota moet worden vervangen, raad t Toyota u aan om originele
Toyota-onderdelen en -accessoires te gebruiken. U kunt ook andere onder-
delen of accessoires van gelijkwaardige kwaliteit gebruiken. Toyota kan geen
garantie geven of betrouwbaarheid garanderen voor onderdelen en accessoi-
res die geen origineel T oyota-product zijn en ook nie t voor het vervangen
door of monteren van dergelijke onderd elen. Bovendien is het mogelijk dat
schade aan of slechte prestaties van niet-originele Toyota-onderdelen niet
onder de garantie vallen.
Ter informatie
Handleiding
Accessoires, onderdelen en veranderingen aan uw Toyota
9
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
De inbouw van een zend-/ontvanginstallatie kan elektronische systemen
beïnvloeden, zoals:
(Sequentieel) multipoint brandstofinspuitsysteem
Cruise control-systeem (indien aanwezig)
Antiblokkeersysteem
SRS-airbagsysteem
Gordelspanner
Neem voor voorzorgsmaatregelen o f speciale voorschrif ten met betrekking
tot de inbouw van een zend-/ontvanginstallatie contact op met een Toyota-
dealer of erkende reparateur.
Nadere informatie met betre kking tot frequenties, vermo gens, antenneposi-
ties en mont agevoorwaarden voor zend-/ontvanginst allaties is op verzoek
beschikbaar bij een Toyota-dealer of erkende reparateur.
De airbags en de gordelspanners in uw Toyota bevatten explosieve chemica-
liën. Wanneer uw auto, om welke reden dan ook, word t vernietigd, terwijl het
airbagsysteem en/of de gordelspanners nog intact zijn, kan tijdens de vernie-
tiging een ontploffing plaatsvinden en bran d ontstaan. Laat daarom het air-
bagsysteem en de gordelspanners eerst verwijderen en afvoeren door een
Toyota-dealer of erkende reparateur.
Inbouw van een zend-/ontvanginstallatie
Vernietigen van uw Toyota
Uw auto is uitgerust met batterijen en/of acc u's. Zorg ervoor dat deze
gescheiden worden ingezameld en op een milieuvriendelijke manier wor-
den afgevoerd (richtlijn 2006/66/EG).
10
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Algemene voorzorgsmaatregelen tijdens het rijden
Rijden onder invloed: Ga niet rijden met uw auto als u alcohol o f drugs
gebruikt hebt omdat deze middelen invloed kunnen hebben op de rijvaar-
digheid. Alcohol en bep aalde drugs vergroten de reactiet ijd, beïnvloeden
het beoordelingsvermogen en hebben een negatieve invloed op de coördi-
natie, waardoor aanrijdingen kunnen ontstaan met ernstig letsel als gevolg.
Defensief rijden: Rijd altijd defensief. Anticipeer op fouten die andere
bestuurders of voetgangers zouden kunnen maken omdat u hierdoor wel-
licht een ongeluk kunt voorkomen.
Afleiding van de be stuurder: Houd altijd uw volledige aanda cht bij het ver-
keer. Alles wat de aandacht van de bestuurder kan afleiden, zoals het ver-
anderen van instellingen, telefoneren of lezen, kan leiden tot een aanrijding
waarbij u, de andere inzittenden van de auto of anderen ernstig letsel kun-
nen oplopen.
Algemene voorzorgsmaatregelen met betrekking tot veiligheid van kin-
deren
Laat kinderen nooit alleen in de auto achter en laat ze nooit met de sleutel
spelen.
Kinderen zullen wellicht proberen de auto te starten of de neutraalstand in
te schakelen. Verder kunnen kinderen zich bezeren als ze met de ruiten of
andere systemen in de auto spelen. Verder kan de temperatuur in de auto
zo hoog oplopen of zo ver dalen dat dat kinderen fataal kan worden.
11
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
12
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING:
Geeft uitleg over iets dat kan resulteren in ernstig letsel wanneer
de voorzorgsmaatregelen niet in acht worden genomen.
OPMERKING:
Geeft uitleg over iets dat kan resulteren in schade of storingen
aan de auto of de uitrusting wanneer de voorzorgsmaatregelen
niet in acht worden genomen.
Geeft bedienings- of werkingsprocedures aan. Volg de
stappen in de aangegeven volgorde.
Geeft de handeling aan voor
het bedienen van sch ake-
laars en d ergelijke (druk-
ken, draaien, enz.).
Geeft het resultaat van een
handeling aan (er wordt bij-
voorbeeld een klep
geopend).
Geeft het onderdeel of d e
positie aan waarover uitleg
wordt gegeven.
Dit betekent dat er iet s niet
mag worden gedaan of mag
gebeuren.
Over deze handleiding
1
2
3
13
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Zoeken op naam
Alfabetische index ... Blz. 613
Zoeken op montagepositie
Overzicht ................... Blz. 14
Zoeken op symptoom of
geluid
Wat moet u doen als...
(Problemen oplossen)
................................ Blz. 606
Zoeken via titel
Inhoudsopgave............ Blz. 2
Zoekmethoden
14
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Overzicht
Overzicht
Exterieur
Portieren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 138
Vergrendelen/ontgrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 110, 129
Openen/sluiten van de portierruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 159
Vergrendelen/ontgrendelen met de mechanische sleutel
*
1
. Blz. 561
Waarschuwingslampjes/waarschuwingsmeldingen
*
2
. . Blz. 490, 505
Achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 141
Vergrendelen/ontgrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 110, 129
Waarschuwingslampjes/waarschuwingsmeldingen
*
2
. . Blz. 490, 506
Buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 156
Verstellen van de spiegelhoek. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 156
Inklappen van de buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 156
Ontwasemen van de spiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 314
Ruitenwissers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 229
Voorzorgsmaatregelen bij rijden in de winter. . . . . . . . . . . . . Blz. 284
Voorzorgsmaatregelen voor de wasstraat . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 398
1
2
3
4
15
Overzicht
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Tankdopklep. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 236
Tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 236
Brandstofsoort/inhoud brandstoftank. . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 584
Banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 431
Bandenmaat/bandenspanning. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 593
Winterbanden/sneeuwketting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 284
Controleren/van plaats wisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 431
In geval van een lekke band . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 522
Motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 410
Openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 410
Motorolie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 585
In geval van oververhitting. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 571
Koplampen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 216
Parkeerlichten voor/dagrijverlichting . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 216
Mistlampen voor
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 227
Richtingaanwijzers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 213
Rem-/achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 216
Hill Start Assist Control . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 280
Kentekenplaatverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 216
Achteruitrijlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 227
Zet de selectiehendel in stand R . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 204, 209
Camera Rear View Monitor-systeem
*
1,
*
3
Mistachterlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 227
Zet de selectiehendel in stand R . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 204, 209
Met roofrails
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 179
5
6
7
Lampen voor verlichting buitenzijde tijdens rijden
(vervangingsmethode: Blz. 459, wattage: Blz. 595)
*
1
: Indien aanwezig
*
2
: Auto's met multi-informatiedisplay
*
3
: Raadpleeg de handleiding voor het touchscreen.
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
16
Overzicht
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Instrumentenpaneel
Contactslot/startknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 190, 194
Starten van de motor/wijzingen van de stand
van het contact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 190, 194
Noodstop van de motor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 477
Wanneer de motor niet wil aanslaan . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 558
Waarschuwingsmeldingen
*
2
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 511
Selectiehendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 204, 209
Wijzigen van de schakelstand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 204, 209
Voorzorgsmaatregelen bij slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 479
Als de selectiehendel niet in een andere stand
kan worden gezet
*
4
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 560
Tellers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 84
Aflezen van de tellers/afstellen van de verlichting
van het instrumentenpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 84
Waarschuwingslampjes/controlelampjes. . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 78
Als de waarschuwingslampje gaan branden . . . . . . . . . . . . .Blz. 487
1
2
3
17
Overzicht
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Display aandrijflijnmonitor
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 84
Multi-informatiedisplay
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 90
Als er een waarschuwingsmelding of
indicator verschijnt
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 501
Parkeerrem. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 214
Activeren/deactiveren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 214
Voorzorgsmaatregelen bij rijden in de winter. . . . . . . . . . . . . Blz. 285
Waarschuwingszoemer/-melding
*
2
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 501
Richtingaanwijzerschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 213
Lichtschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 216
Koplampen/parkeerlichten voor/achterlichten/
dagrijverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 216
Mistlampen voor
*
1
/mistachterlicht. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 227
Schakelaar ruitenwissers en -sproeiers . . . . . . . . . . . . . .Blz. 229
Gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 229
Bijvullen van het sproeierreservoir . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 428
Schakelaar alarmknipperlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 476
Ontgrendelingshendel motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 410
Ontgrendelingshendel stuurverstelling . . . . . . . . . . . . . .Blz. 153
Afstellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 153
Verwarming
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 290
Airconditioning
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 295, 304
Gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 290, 295, 304
Achterruitverwarming. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 314
Audiosysteem
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 316
Touchscreen
*
1,
*
3
*
1
: Indien aanwezig
*
2
: Auto's met multi-informatiedisplay
*
3
: Raadpleeg de handleiding voor het touchscreen.
*
4
: Auto's met Multidrive CVT
4
5
6
7
8
9
10
11
12
18
Overzicht
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Toetsen
Schakelaars buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 156
Draaiknop koplampverstelling
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 218
Schakelaar Simple-IPA
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 255
Schakelaar Toyota Parking Assist-sensor
1
. . . . . . . . . . . .Blz. 248
Toets VSC OFF. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 276
Schakelaar AFS OFF
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 219
Blokkeerschakelaar ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 160
Schakelaar centrale vergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 139
Schakelaars ruitbediening
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 159
Type A
Type B
1
2
3
4
5
6
7
8
9
19
Overzicht
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Afstandsbediening audiosysteem
*
3
. . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 355
Paddle shift-schakelaars
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 206
Telefoonschakelaars
*
2
Spraaktoets*
2
Schakelaar snelheidsbegrenzer*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 245
Cruise control-schakelaar
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 240
Toets DISP . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 84, 91
Schakelaar extra verwarming
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 312
Uitschakeltoets Stop & Start-systeem
*
1
. . . . . . . . . . . . . .Blz. 270
Schakelaar SPORT-modus
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 205
Schakelaars stoelverwarming
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 387
*
1
: Indien aanwezig
*
2
: Raadpleeg de handleiding voor het touchscreen.
*
3
: Raadpleeg bij auto's met een touchscreen de handleiding voor het touchscreen.
1
2
3
4
5
6
7
1
2
3
4
20
Overzicht
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Interieur
SRS-airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 33
Vloermatten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 24
Voorstoelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 146
Hoofdsteunen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 151
Veiligheidsgordels. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 28
Consolevak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 363
Vergrendelknoppen portier. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 139
Bekerhouders . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 365
Achterstoelen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 148
1
2
3
4
5
6
7
8
9
21
Overzicht
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Binnenspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 154
Zonnekleppen
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 380
Make-upspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 380
Make-upverlichting
*
2
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 359
Interieurverlichting/leeslampjes. . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 359, 360
Schakelaar voor zonnescherm panoramadak
*
2
. . . . . . . .Blz. 392
Extra opbergvakken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 367
Microfoon
*
2,
*
3
Handgrepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 391
1
2
3
4
5
6
7
8
9
*
1
:Gebruik NOOIT een baby- of kinder zitje
waarbij het kind ach teruit kijkt op een
stoel met een INGESCHAKELDE AIR-
BAG, omdat het KIND anders ERNSTIG
LETSEL kan oplopen als de airbag
wordt geactiveerd. (Blz. 64)
*
2
: Indien aanwezig
*
3
: Raadpleeg de handleiding voor het touchscreen.
22
Overzicht
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
23
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
1-1. Voor een veilig gebruik
Vo
ordat u gaat rijden ...........24
Veilig rijden ..........................26
Veiligheidsgordels................28
SRS-airbags ........................33
Handmatig
in-/uitschakelsysteem
airbag.................................44
Veiligheidsinformatie
voor kinderen.....................46
Baby- en kinderzitjes ...........47
Plaatsen van
veiligheidssystemen
voor kinderen.....................56
Belangrijke voorschriften
in verband met
uitlaatgassen .....................66
1-2. Antidiefstalsysteem
Startblokkering.....................67
Alarm*..................................74
24
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
1-1. Voor een veilig gebruik
Gebruik alleen vloermatten die speciaal zijn o ntworpen voor auto's
van hetzelfde model en modeljaar als uw auto. Bevestig ze op de
juiste wijze op de vloerbedekking.
Steek de klemhaken (clips) in
de ringen in de vloermat.
Draai het bovenste hendeltje
van de klemhaken (clips) om de
vloermatten te bevestigen.
*: Breng de merktekens altijd in
lijn.
De vorm van de klemhaken (clips) wijkt mogelijk af van wat is aangegeven
in de afbeelding.
Voordat u gaat rijden
Vloermat
1
*
2
25
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Als u dat niet doet, kan de vloermat van de bestuurder gaan schuiven, wat de
bediening van de pedalen tijdens het rijden kan hinderen. Hierdoor kan de
snelheid plotseling toenemen of kan het moeilijk worden de auto tot stilstand
te brengen, wat kan leiden tot een (ernstig) ongeval.
Wanneer u de vloermat van de bestuurder plaatst
Gebruik geen vloermatten die z ijn ontworpen voor auto's van een ander
model en/of modeljaar, zelfs niet als het gaat om originele Toyota-vloer-
matten.
Gebruik alleen vloermatten die zijn ontworpen voor de bestuurderszijde.
Zet de vloermat altijd vast met behulp van de meegeleverde haken (clips).
Leg nooit twee of meer vloermatten boven op elkaar.
Bevestig de vloermat niet met de onderzijde naar boven of in de verkeerde
richting.
Voordat u gaat rijden
Controleer of de vloermat stevig op de
juiste plaats is bevestigd met alle meeg-
eleverde klemhaken (c lips). Voer deze
controle altijd uit nadat de v loer van de
auto is gereinigd.
Zet de motor uit, zet de selectiehendel
in stand P (Multidrive CVT) of in stand N
(handgeschakelde transmissie) en trap
elk pedaal volledig in om te controleren
of ze de vloermat niet raken.
26
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Pas de hoek van de rugleuning
zo aan dat u rechtop zit en u
niet voorover hoeft te leunen
om te kunnen sturen.
(Blz. 146)
Pas de zitting zo aa n dat u de
pedalen helemaal kunt ind ruk-
ken en dat uw armen licht
gebogen zijn bij de elleboog
wanneer u h et stuurwiel vast-
houdt. (Blz. 146)
Vergrendel de hoofdsteun in de
stand waarin het midden van de
hoofdsteun gelijk li gt met de
bovenzijde van uw oren. (Blz.
151)
Draag de veiligheid sgordel op
de juiste wijze. (Blz. 28)
Controleer voordat u wegrijdt eerst of alle inzittenden de veiligheids-
gordel dragen. (Blz. 28)
Gebruik een p assend veiligheidssysteem voor kinderen tot het kind
groot genoeg is om de standaard gemonteerde veiligheidsgordel te
gebruiken. (Blz. 47)
Veilig rijden
Om veilig te kunnen rijden, moet u de stoel in de juiste positie
zetten en de spiegel afstellen voordat u gaat rijden.
De juiste houding achter het stuur
1
2
3
4
Juist gebruik van de veiligheidsgordels
27
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Zorg ervoor dat u goed achteruit kunt kijken door de binnen- en
buitenspiegels goed af te stellen. (Blz. 154, 156)
Verstellen van de spiegels
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig
letsel.
Verstel de bestuurdersstoel niet tijdens het rijden.
Als u dat wel doet, kunt u de controle over de auto verliezen.
Plaats geen kussen tussen de bestuurder of voorp assagier en de rugleu-
ning.
Gebruik van een kussen kan ertoe leiden dat de zithouding niet correct is,
waardoor het effect van de veiligheidsgordel en de hoofdsteun in nega-
tieve zin kan worden beïnvloed.
Plaats geen voorwerpen onder de voorstoelen.
Voorwerpen onder d e voorstoelen kunnen klem komen te zitten in de
stoelslede, waardoor de stoelen wellicht niet goed vergrendeld worden. Dit
kan leiden tot een ongeval en ook kan het stelmechanisme beschadigd
raken.
Wanneer u lange afstanden rijdt, neem geregeld een pauze voordat u zich
moe begint te voelen.
En als u zich moe of slaperig voelt tijdens het rijden, moet u zichzelf niet
dwingen om verder te rijden, maar direct een pauze nemen.
28
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Trek het scho udergedeelte zo
ver naar buiten dat de gor del
goed tegen de schouder aan
ligt en niet van de schouder af
glijdt of tegen de nek aan ligt.
Plaats het heupgedeelte van de
gordel zo laag mogelijk over de
heupen.
Stel de rugleuning af. Ga zo
rechtop mogelijk in de stoel zit-
ten met uw rug stevig tegen de
leuning.
Zorg ervoor dat de veiligheids-
gordel niet gedraaid zit.
Om de veiligheidsgordel vast te
maken, duwt u de gesp in d e
gordelsluiting tot u een klik
hoort.
De veiligheidsgordel kan wor -
den losgemaakt door de o nt-
grendelknop in te drukken.
Veiligheidsgordels
Controleer voordat u wegrijdt eerst of alle inzittenden de
veiligheidsgordel dragen.
Juist gebruik van de veiligheidsgordels
Vast- en losmaken van de veiligheidsgordel
Ontgrendelknop
1
2
29
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Duw het schouderbevestigings-
punt omlaag terwijl u de ont-
grendelknop indrukt.
Duw het schouderbevestigings-
punt omhoog.
Zet het bovenste bevestigingspunt
in de gewenste positie en laat het
los als u een klik hoort.
De gordelspanners helpen bij het
op zijn plaats houden van de inzit-
tenden doordat ze de gordels snel
strak tegen het lichaam aantrek-
ken bij bep aalde soorten frontale
aanrijdingen en aa nrijdingen van
opzij.
De gordelspanners worden niet
geactiveerd bij lic htere frontale
aanrijdingen of aanrijdingen van
opzij, bij aanrijdingen van achte-
ren of wanneer de auto over de
kop slaat.
Afstellen van de hoogte van het bevestigingspunt van de
veiligheidsgordel (voorstoelen)
1
2
Gordelspanners (voorstoelen)
30
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Blokkeerautomaat (ELR)
De blokkeerautomaat blokkeert de gordel vanzelf als u zeer krachtig remt of
betrokken raakt bij een aanrijding. De blokkeerautomaat kan ook in werking
treden als u te snel vooroverbuigt. Door rustig te bewegen kan de veiligheids-
gordel afrollen, zodat u zich vrij kunt bewegen.
Gebruik van de gordels door kinderen
De veiligheidsgordels van uw auto zijn in principe ontworpen voor g ebruik
door volwassenen.
Gebruik een passend veiligheidssysteem voor kinderen tot het kind groot
genoeg is om de standaard gemonteerde veiligheidsgordel te gebruiken.
(Blz. 47)
Als het kind groot genoeg is om de veiligheidsgordel op een juiste manier te
dragen, dient u de aanwijzingen voor het gebruik van de veiligheidsgordel
op te volgen. (Blz. 28)
De veiligheidsgordel verv angen als de gordelspanner geactiveerd is
(voorstoelen)
Als de auto betrokken is bij meerdere aanrijdingen, wordt de gordelspanner
geactiveerd bij de eerste aanrijding, maar niet bij de tweede of volgende aan-
rijdingen.
Wetgeving met betrekking tot veiligheidsgordels
Als er in het land waarin u woont regels zijn voor veiligh eidsgordels, neem
dan contact op met een Toyota-dealer of erkende reparateur voor het vervan-
gen of plaatsen van veiligheidsgordels.
31
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om de kans op letsel bij
plotseling remmen, plotseling uitwijken of een aanrijding te beperken.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig
letsel.
Dragen van een veiligheidsgordel
Zorg ervoor dat alle inzittenden de veiligheidsgordel dragen.
Draag de veiligheidsgordel altijd op de juiste manier.
Elke veiligheidsgordel mag maar door een persoon gebruikt worden.
Gebruik geen veiligheidsgordel voor tw ee personen tegelijk, ook niet als
de tweede persoon een kind is.
Toyota beveelt aan dat kinderen achterin plaatsnemen en altijd o p de
juiste manier gebruikmaken van de veiligheidsgordels en het veiligheids-
systeem voor kinderen.
Laat om de juiste zitpositie in te stellen de rugleuning niet verder a chter-
over hellen dan nodig is. De veiligheidsgordels zijn het meest e ffectief als
de inzittenden rechtop en goed tegen de rugleuning zitten.
Draag de schoudergordel niet onder uw arm.
Draag de veiligheidsgordel altijd laag en goed aansluitend over uw heu-
pen.
Zwangere vrouwen
Win medisch advies in en draag de vei-
ligheidsgordel op de juiste man ier.
(Blz. 28)
Zwangere vrouwen moeten het heupge-
deelte van d e veiligheidsgordel op
dezelfde manier drag en als de andere
inzittenden, maar dan zo laag mogelijk
over het bekken en het diagonale schou-
dergedeelte helemaal uittrekken over de
schouder en ervoor zorgen dat de gordel
niet over de buik loopt.
Als de veiligheidsgordel niet op de juiste
wijze gedragen wordt, kan niet alleen de
zwangere vrouw zelf maar ook het onge-
32
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Mensen met fysieke beperkingen
Win medisch advies in en draag de veiligheidsgordel op de juiste manier.
(Blz. 28)
Als er kinderen in de auto aanwezig zijn
Laat kinderen niet met de veiligheidsgordel spelen. Als de veiligheidsgordel
om de nek van het kind draait, kan het kind stikken of ernstig letsel oplopen.
Als de gordelsluiting niet kan worden losgemaakt, knip de gordel dan door
met een schaar.
Gordelspanners (voorstoelen)
Het waarschuwingslampje airbagsysteem gaat branden als een gordel-
spanner is geactiveerd. De veiligheidsgordel kan in dit geval niet meer wor-
den gebruikt en moet worden vervangen door een Toyota-dealer of erkende
reparateur.
Verstelbaar schouderbevestigingspunt (voorstoelen)
Zorg ervoor dat de gordel goed over het midden van de schouder ligt. De
gordel mag niet tegen de nek aanliggen, maar ook niet van uw schouder
afglijden. Als u hier niet voor zorgt, wordt de mate van bescherming bij plot-
seling remmen, uitwijken of een ongeluk minder en de kans op ernstig letsel
groter. (Blz. 29)
Beschadiging en slijtage van veiligheidsgordels
Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels niet beschadigd raken doordat de
riem, de gesp of de gordelsluiting bekneld raakt tuss en het portier en de
carrosserie.
Controleer de veiligheidsgordels regelmatig. Let op beschadigingen, zoals
scheuren en rafels en op losse onderdelen. Gebruik een beschadigde vei-
ligheidsgordel niet, maar laat hem zo snel mogelijk vervangen. Een
beschadigde veiligheidsgordel kan de veiligheid van de desbetreffende
inzittende niet waarborgen.
Controleer of de gordel en de gesp vastzitten en of de gordel niet gedraaid
is.
Laat de auto zo snel mogelijk nakijken doo r een Toyota-dealer of erkende
reparateur als de veiligheidsgordel niet goed werkt.
Laat de stoel en de veiligheidsgordels na een ernstig ongeval altijd ver-
vangen, ook als er geen zichtbare schade kan worden vastgesteld.
Breng geen wijzigingen aan de veiligheidsgordels aan en probeer ze niet
zelf te plaatsen, verwijderen, demonteren of af te voeren. Laat eventueel
noodzakelijke reparaties uitvoeren door een Toyota-dealer of erkende
reparateur. Als de veiligheidsgordels niet o p de juiste wijze worden
gebruikt, werken ze mogelijk niet meer naar behoren.
33
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Airbags
Bestuurdersairbag/voorpassagiersairbag
Helpen het hoofd en de borst van de bestuurder en de voorpassa-
gier te beschermen tegen contact met onderdelen van het interieur
Knie-airbag bestuurder
Helpt de bestuurder te beschermen
SRS-airbags
De airbags worden geactiveerd als de aut o betrokken raakt bij
aanrijdingen onder bepaalde omstandigheden, die zouden kun-
nen leiden tot ernstig let sel voor de inzittend en. Ze werken
samen met de veiligheidsgordels om de kans op ernstig letsel te
beperken.
1
2
34
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Side airbags en curtain airbags
Side airbags voor
Helpen het bovenlichaam van de vo orste inzittenden te besche r-
men
Curtain airbags
Beschermen primair het hoofd van de inzittenden op de buitenste
zitplaatsen
3
4
35
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
De belangrijkste onderdelen van het airbagsysteem zijn hierboven
afgebeeld. Het airbagsysteem wordt aangestuurd door de airbag-
ECU. Bij het activeren van de airbags zorgt een chemische reactie in
de ontstekingsmechanismen ervoor dat de airbags snel gevuld wo r-
den met niet-giftig gas om de beweging van de inzittenden te helpen
beperken.
Onderdelen van het SRS-airbagsysteem
Sensoren aanrijding
opzij (achter)
Waarschuwingslampje
airbagsysteem
Curtain airbags
Bestuurdersairbag
Side airbags voor
Sensoren aanrijding
opzij (voor)
Gordelspanners en
spankrachtbegrenzers
Knie-airbag bestuurder
Sensoren frontale aanrijding
Airbag-ECU
Aan/uit-schakelaar airbag
Voorpassagiersairbag
Controlelampje PASSENGER
AIR BAG
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
36
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Voorschriften voor airbags
Neem met betrekking tot de airbags de volgende voorzorgsmaatregelen in
acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ern-
stig letsel.
Alle inzittenden dienen hun v eiligheidsgordel op de juiste manier te dra-
gen.
De SRS-airbags zijn aanvullende middelen die samen met de veiligheids-
gordels gebruikt moeten worden.
De bestuurdersairbag wordt met een aanzienlijke kracht geactiveerd waar-
door ernstig letsel kan ontstaan, vooral wanneer de bestuurder zich dicht
bij de airbag bevindt.
Het gevaarlijkst bij de activering van de airbag zijn de eerste 50 - 75 mm;
door een afstand van minimaal 250 mm tot het stuurwiel aan te houden,
hanteert u een veilige marge. Dit is de afstand gemeten vanaf het midden
van het stuurwiel tot aan uw borstbeen. Als u nu minder dan 250 mm van
de airbag zit, kunt u uw zitpositie op verschillende manieren wijzigen:
Plaats uw stoel zo ver mogelijk naar achteren terwijl de pedalen nog
goed kunnen worden bediend.
Zet de rugleuning iets achterover.
Hoewel auto's vers chillen, verkrijgen veel bestuurde rs, zelfs met de
bestuurdersstoel helemaal naar voren, de afst and van 250 mm door
simpelweg de rugleuning iets achterover te zetten. Als u door het ach-
terover zetten van uw stoel de weg niet goed meer kunt zien, kunt u een
stevig, niet-glad kussen gebruiken om hoger te zitten, of uw stoel hoger
zetten wanneer uw auto deze mogelijkheid biedt.
Als het stuurwiel verstelbaar is, kantel het dan naar beneden. Hierdoor
wijst de airbag naar uw borst in plaats van uw hoofd en nek.
De stoel dient te worden afgesteld zoals hierboven aanbevolen, terwijl de
auto nog steeds goed bediend kan worden.
De voorpassagiersairbag wordt ook met een aanzienlijke kracht geacti-
veerd waardoor ernstig letsel kan ontstaan, vooral wanneer de voorpassa-
gier zich dicht bij de airb ag bevindt. De voorpassagiersstoel dient zo ver
mogelijk van de airbag af te staan, met de rugleuning rechtop.
Kinderen die niet (goed) op de stoel zitten en/of geen gordel dragen of de
gordel niet op de juiste manier dragen, kunnen letsel oplopen door een in
werking tredende airbag. Gebruik de veiligheidsgordels nooit voor baby's
of kleine kinderen. Gebruik hiervoor speciale baby- of kinderzitjes. Toyota
beveelt ten zeerste aan dat alle kinderen achterin plaatsnemen en de vei-
ligheidsgordels altijd op de juiste manier dragen. Achterin zitten kinderen
veiliger dan op de voorpassagiersstoel. (Blz. 47)
37
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Voorzorgsmaatregelen airbags
Ga niet op het puntje van de stoel zitten
en leun niet op het dashboard.
Laat een kind niet op de passagiers-
stoel staan of bij een voorp assagier op
schoot zitten.
Sta niet toe dat voorpassagiers voor-
werpen op hun knieën vasthouden.
Leun niet tegen het portier, de dakzijrail
of de voor-, midden- of achterstijl.
Laat niemand op de p assagiersstoel
knielen met het hoofd naar het portier
gericht en laat niemand zijn hoofd of
handen buiten de auto steken.
38
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Voorzorgsmaatregelen airbags
Hang geen kleerhangers of an dere harde voorwe rpen aan de kleding-
haakjes. Dergelijke voorwerpen kunnen als een projectiel gelanceerd wor-
den en ernstig letsel veroorzaken wanneer de curtain airbags geactiveerd
worden.
Zorg ervoor dat de knie -airbag voor de bestuurder niet door iet s wordt
afgedekt.
Bevestig niets aan en laat niets rusten
tegen componenten als het dashboard,
het stuurwielkussen of he t onderste
deel van het dashboard.
Dergelijke items kunnen als een projec-
tiel worden gelanceerd als de airbag
voor de bestuu rder, de airbag voor de
voorpassagier en d e knie-airbag voor
de bestuurder geactiveerd worden.
Bevestig geen voorwerpen aan onder-
delen van de auto, zoals het portier, de
voorruit, de portierruit, de voor- of ach-
terstijl, de dakstijl en de handgreep.
(Behalve het label voor de snelheidsbe-
perking Blz. 539)
Auto's zonder Smart entry-systeem en
startknop: Bevestig geen zware,
scherpe of harde voorwerpen zoals
sleutels of accessoires aan de contact-
sleutel. De voorwerpen kunnen het
opblazen van de knie-airbag voor de
bestuurder hinderen, of weggeslingerd
worden door de kracht waarmee de air-
bag wordt geactiveerd.
39
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Voorzorgsmaatregelen airbags
Gebruik geen access oires op de stoelen die het gedeelte van de stoel
waarin de side airbags aanwezig zijn, afdekken omdat dat een negatieve
invloed kan hebben op een juiste werking van de side airbags. Dergelijke
accessoires kunnen tot result aat hebben dat de side airbags niet op de
juiste wijze geactiveerd worden, helemaal niet geactiveerd worden of per
ongeluk geactiveerd worden, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
Sla niet, en oefen ook gee n overmatige kracht uit, op onde rdelen waarin
airbags aanwezig zijn.
Als dat wel gebeurt, kunnen er defecten aan de airbags ontstaan.
Raak onderdelen van het airbagsysteem niet aan direct nadat de airbags
geactiveerd zijn omdat deze heet kunnen zijn.
Als u na het activeren moeilijkheden met de ademhaling ondervindt, open
dan een portier of ruit om frisse lucht binnen te laten of verlaat de auto als
u dat op een veilige manier kunt doen. Als er poederdeeltjes op uw huid
zijn terechtgekomen, was deze er dan zo snel mogelijk af om huidirritatie
te voorkomen.
Als de delen van de auto waarin ai rbags ondergebracht zijn, zoals het
stuurwielkussen en de bekleding van de voorstijl en achterstijl, beschadigd
of gescheurd zijn, laat deze dan vervangen door een Toyota-dealer of
erkende reparateur.
Componenten van het SRS-airbagsysteem wijzigen of verwijderen
Voer uw auto niet af en voer geen van onderstaande veranderingen uit zon-
der eerst een Toyota-dealer of erkende reparateur te raadplegen. De air-
bags kunnen defect raken of per ongeluk worden geactiveerd (opgeblazen),
waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
Plaatsing, verwijdering, demontage en reparatie van de airbags
Reparaties, wijzigingen, verwijderen of vervangen van het stuurwiel,
instrumentenpaneel, dashboard, stoelen of stoelbekleding, voor-, midden-
en achterstijlen en het dak
Reparatie of aanpassing van het voorspatbord, de voorbumper of de zij-
kant van het passagierscompartiment
Plaatsen van een sneeuwploeg, lier, bull bar, enz. aan de voorzijde van de
auto
Aanpassing van de wielophanging van de auto
Montage van elektronische apparatuur, zoals een zend- en ontvanginstal-
latie of cd-speler
Aanpassing van uw auto ten behoeve van een mindervalide persoon
40
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Als de airbags worden geactiveerd (opgeblazen)
Het contact met een geactiveerde a irbag kan leiden tot kneuzingen e n
schaafwonden.
Er is een luide knal hoorbaar en er komt wit poeder vrij.
Gedurende enkele minuten na het activeren van de airbags kunnen d e
onderdelen van de airbagmodule (stuurwielnaaf, afdekkap airbag en ontste-
kingsmechanisme) evenals de voorstoelen, delen van de voor- en achter-
stijlen en het dak nog heet zijn. De airbag zelf kan ook heet zijn.
De voorruit kan barsten.
Voorwaarden voor activering van de airbag (airbags voor)
De airbags vóór worden p as geactiveerd als een bepaalde drempelwaarde
wordt overschreden (vergelijkbaar met een frontale aanrijding met een snel-
heid van ongeveer 20 - 3 0 km/h tegen een voorwerp dat niet kan b ewegen
of vervormen).
De drempelwaarde voor snelheid kan in de volgende situaties echter veel
hoger liggen:
Wanneer de auto iets raakt dat kan bewegen en/of vervormen, zoals een
geparkeerde auto of lantaarnpaal
Wanneer de auto betrokken raakt bij een ongeval waarbij de neus van de
auto onder een vrachtwagen terechtkomt
Afhankelijk van het type aanrijding is het mogelijk dat alleen de gordelspan-
ners worden geactiveerd.
Voorwaarden voor activering airbag (side airbags en curtain airbags)
De side airbag s en curtain airbags worden pas geactiveerd als een
bepaalde drempelwaarde wordt overschreden (vergelijkbaar met ter plaatse
van het passagierscompartiment aangereden worden met een snelheid van
ongeveer 20 - 30 km/h door een ongev eer 1.500 kg wegend voertuig ,
komend vanuit een richting die haaks staat op de positie van de auto).
De curtain airbags worden mogelijk ook geactiveerd bij een ernstige frontale
aanrijding.
41
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Omstandigheden waarbij de airbags geactiveerd kunnen worden, anders
dan bij een aanrijding
De airbags voor en de curt ain airbags kunnen ook geactiveerd worden bij
zware stoten tegen de onderkant van de auto. Zie de afbeelding voor een
aantal voorbeelden.
Soorten aanrijdingen waarbij de airb ags soms niet geactiveerd worden
(airbags voor)
Het airbagsysteem vóór treedt over het algemeen niet in werking bij aanrijdin-
gen van opzij of van achteren, als de auto over de kop slaat of bij een frontale
aanrijding op lage snelheid. Maar wannee r een aanrijding voldoende voor-
waartse deceleratie veroorzaakt, wordt de airbag mogelijk geactiveerd.
Soorten aanrijdingen waarbij de side airbags en de curtain airbags soms
niet worden geactiveerd
De side airbags en curt ain airbags treden mogelijk niet in werking bij aanrij-
dingen van opzij onder een bepaalde hoek of bij aanrijdingen van opzij waar-
bij het passagierscompartiment niet wordt geraakt.
Raken van een s toeprand of een ander
hard voorwerp
In of over een diepe kuil rijden
Hard neerkomen
Aanrijding van opzij
Aanrijding van achteren
Over de kop slaan
Aanrijding van opzij waarbij het passa-
gierscompartiment niet wordt geraakt
Aanrijding van opzij onder een hoek
42
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
De side airbags treden over het algemeen niet in werking bij aanrijdingen van
voren of van achteren, als de auto over de kop slaat of bij een aanrijding van
opzij op lage snelheid.
De curtain airbags treden over het algemeen niet in werking bij aanrijdingen
van achteren, als de auto over de kop slaat of bij een aanrijding van opzij of
bij een frontale aanrijding op lage snelheid.
Wanneer moet u uw auto laten nakijken door een T oyota-dealer of
erkende reparateur
In de volgende gevallen kan controle en/of rep aratie van de auto nodig zijn.
Neem zo snel mogelijk contact op met een Toyota-dealer of erkende repara-
teur.
Nadat de airbags zijn geactiveerd (opgeblazen).
Aanrijding van voren
Aanrijding van achteren
Over de kop slaan
Aanrijding van achteren
Over de kop slaan
Bij schade aan de voorzijde van de auto
ten gevolge van een aanrijding die niet
van zodanige aard was dat de airbags
werden opgeblazen.
43
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Bij beschadiging of vervorming van een
gedeelte van een portier of bij e en aan-
rijding die niet van zodanige aard was
dat de side airbags en curt ain airbags
werden geactiveerd.
Bij krassen, scheuren of andere bescha-
digingen aan het stuurwielkuss en of het
dashboard bij de afdekkap van de voor-
passagiersairbag of h et onderste
gedeelte van het instrumentenpaneel.
Bij krassen, scheuren of andere bescha-
digingen aan de zijkant van de leuning
van een voorstoel met een side airbag.
Bij krassen, scheuren of andere bescha-
digingen in het interieur in het deel van
de voor- en de achterstijl en het dak met
de curtain airbags.
44
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Controlelampje PASSENGER
AIR BAG
Auto's zonder Smart entry-systeem
en startknop: Dit controlelampje
gaat aan als het airbagsysteem
AAN is. (Alleen wanneer het con-
tact AAN staat.)
Auto's met Smart entry-systeem en
startknop: Dit controlelampje gaat
aan als het airbagsysteem AAN is.
(Alleen wanneer he t contact AAN
(IG) staat.)
Aan/uit-schakelaar airbag
Handmatig in-/uitschakelsysteem
airbag
Met dit systeem kan de voorpassagiersairbag worden uitgescha-
keld.
Schakel deze airbag alleen uit als er een baby- of kinderzitje op
de voorpassagiersstoel gebruikt wordt.
1
2
45
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Steek de sleutel in de slotcilinder
en zet de slotcilinder in st and
OFF.
Controlelampje OFF gaat branden.
(Auto's zonder Smart entry-sys-
teem en startknop: Alleen wanneer
het contact AAN staat.
Auto's met Smart entry-systeem en
startknop: Alleen wanneer het con-
tact AAN (IG) staat.)
Informatie over het controlelampje PASSENGER AIR BAG
Als een van de onderstaande problemen optreedt, is er mogelijk een s toring
in het systeem ontstaan. Laat uw auto controleren bij een Toyota-dealer of
erkende reparateur.
ON noch OFF gaat branden.
Het controlelampje reageert niet wanneer de aan/uit-schakelaar van stand
ON naar OFF wordt gezet.
Voorpassagiersairbag uitschakelen
WAARSCHUWING
Als er een baby- of kinderzitje geplaatst wordt
Plaats vanwege veilighe idsredenen het baby- of kinderzitje altijd op een
achterbank. Als de achterstoel niet kan worden gebruikt, mag er een baby-
of kinderzitje op de voorstoel worden geplaatst zolang het handmatige in-/
uitschakelsysteem van de airbag in stand OFF is gezet. Als het handmatige
in-/uitschakelsysteem van de airbag in stand ON blijft staan, kan de kracht
die met het activeren (opblazen) van de airbag gepaard gaat, ernstig letsel
veroorzaken.
Als er geen baby- of kinderzitje op de passagiersstoel is geplaatst
Controleer of het handmatige in-/uitschakelsysteem voor de airbag in stand
ON staat.
Als het uitgeschakeld blijft, zal de airbag in geval van een ongeval niet wor-
den geactiveerd, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
46
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
U wordt aangeraden om kinderen op de a chterbank te vervoeren
om te voorkomen dat ze per ongeluk tegen onderdelen aankomen,
zoals de selectiehendel, de ruitenwisserschakelaar enzovoort.
Gebruik het kinderslot van het achterportier of de blokkeerschake-
laar van de ruitbediening om te voorkomen dat kinderen de deur
openen tijdens het rijden of per ongeluk de elektrisch bedienbare
ruit openen.
Laat kleine kinderen geen onderdelen bedienen waarbij lichaams-
delen vast kunnen komen te zitten of bekneld kunnen raken, zoals
de elektrisch be dienbare ruiten, de motorkap, de achterklep/-deu-
ren, de stoelen enzovoort.
Veiligheidsinformatie voor kinderen
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht als er kinderen
in de auto aanwezig zijn.
Gebruik een passend veiligheidssysteem voor kinderen tot het
kind groot genoeg is om de standaard gemonteerde veiligheids-
gordel te gebruiken.
WAARSCHUWING
Laat kinderen nooit alleen in de auto achter en laat ze nooit met de sleutel
spelen.
Kinderen zullen wellicht proberen de auto te starten of de neutraalstand in
te schakelen. Verder kunnen kinderen zich bezeren als ze met de ruiten of
andere systemen in de auto spelen. Verder kan de temperatuur in de auto
zo hoog oplopen of zo ver dalen dat dat kinderen fataal kan worden.
47
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Studies hebben uitgewezen dat het plaatsen van een baby- of kinder-
zitje op de achterstoel veel veiliger is dan op de voorpassagiersstoel.
Kies een baby- of kinderzitje dat past bij uw auto en dat geschikt is
voor de leeftijd en de lengte van het kind.
Volg bij het plaa tsen van een zitje altijd de gebruiksaanwijzing van
de fabrikant van het zitje.
In deze handleiding vindt u algemene aanwijzingen.
(Blz. 56)
Als er in het land waarin u woont regels zijn voor baby- en kinderzit-
jes, neem dan contact op met een Toyota-dealer of erkende repara-
teur voor het vervangen of plaatsen van het baby- of kinderzitje.
Toyota raadt aan om een zitje te kiezen met het keurmerk
ECE R44.
Baby- en kinderzitjes
Toyota raadt sterk aan gebruik te maken van zitjes.
Punten om rekening mee te houden
48
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Het keurmerk ECE R44 maakt on derscheid tussen 5 gro epen baby-
en kinderzitjes:
Groep 0: Minder dan 10 kg (0 - 9 maanden)
Groep 0
+
: Minder dan 13 kg (0 - 2 jaar)
Groep I: 9 - 18 kg (9 maanden - 4 jaar)
Groep II: 15 - 25 kg (4 - 7 jaar)
Groep III: 22 - 36 kg (6 - 12 jaar)
In deze handleiding wordt het plaatsen van 3 veel gebruikte typen zit-
jes die vast kunnen worden gezet met de veiligheidsgordel nader uit-
gelegd:
Baby- en kinderzitjes
Babyzitje Kinderzitje
Komt overeen met groep 0 en 0
+
van ECE R44
Komt overeen met groep 0
+
en I
van ECE R44
Zitkussen
Komt overeen met groep II en III
van ECE R44
49
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
In deze tabel wordt aangegeven in hoeverre de baby- en kin derzitjes
in verschillende zitposities kunnen worden geplaatst.
Geschiktheid baby- en kinderzitjes voor diverse zitposities
50
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Verklaring van lettercodes in de tabel:
U: Geschikt voor een “universeel” zitje dat is go edgekeurd voor
gebruik in deze gewichtsgroep.
UF: Geschikt voor een in de rijrichting geplaatst “universeel” zitje dat
is goedgekeurd voor gebruik in deze gewichtsgroep.
L1 Geschikt voor een zitje van het type TOYOTA G 0
+
, BABYSAFE
PLUS met VEILIGHEIDSGORDELBEVESTIGING, BASE PLAT-
FORM (0 - 13 kg ) dat is go edgekeurd voor gebruik in deze
gewichtsgroep.
L2: Geschikt voor een TOYOTA KIDFIX-zitje (15 - 36 kg) dat is goed-
gekeurd voor gebruik in deze gewichtsgroep.
X: Geen geschikte zitpositie voor kinderen in deze gewichtsgroep.
*
1
: Zet de rugleuning van de voorstoel zo ver mogelijk rechtop. Zet de zitting
van de voorstoel helemaal naar achteren.
Verwijder de hoofdsteun indien deze de werking van het zitje hindert.
Auto´s met hendel hoogteverstelling: Zet de zitting in zo ver mogelijk
omhoog.
Volg deze procedures
Plaatsen van een babyzitje met steunvoet
Indien de rugleuning in de weg zit wanneer u het babyzitje op de steun-
voet wilt bevestigen, verplaatst u de rugleuning naar achteren tot er vol-
doende ruimte is.
Plaatsen van een in de rijrichting geplaatst kinderzitje
Als het schouderbevestigingspunt van de veiligheidsgordel zich vóór de
gordelgeleider van het kinderzitje b evindt, verplaatst u de zitting naar
voren.
Plaatsen van een zitkussen
Als het kind in het zitje erg rechtop zit, zet u de rugleuning in een com-
fortabelere stand.
Als het schouderbevestigingspunt van de veiligheidsgordel zich vóór de
gordelgeleider van het kinderzitje b evindt, verplaatst u de zitting naar
voren.
*
2
: Verwijder de hoofdsteun indien deze de werking van het zitje hindert.
Controleer bij baby- of kinderzitjes die niet worden genoemd in de
tabel, of ze gesch ikt zijn voor gebruik in deze auto. Raa dpleeg hier-
voor de fabrikant of de leverancier van het baby- of kinderzitje.
51
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
In deze tabel wordt aangegeven in hoeverre de baby- en kinderzitjes
in verschillende zitposities kunnen worden geplaatst.
Geschiktheid baby- en kinderzitjes voor diverse zitposities
(met ISOfix-bevestigingssysteem)
Gewichts-
groepen
Grootte-
klasse
Bevestiging
Plaats ISOfix-
bevestigings-
punt
Aanbevolen
baby- en kinder-
zitjes
Buitenste zit-
plaatsen achter
Reiswieg
FISO/L1 X -
GISO/L2 X -
(1) X -
0
Minder dan
10 kg
(0 - 9
maanden)
E ISO/R1 IL
TOYOTA MINI
TOYOTA MIDI
(1) X -
0
+
Tot 13 kg
(0 - 2 jaar)
E ISO/R1 IL
TOYOTA MINI
TOYOTA MIDI
D ISO/R2 IL
C ISO/R3 IL
(1) X -
I
9 - 18 kg
(9 maanden
- 4 jaar)
D ISO/R2 IL
-
C ISO/R3 IL
BISO/F2IUF
*, IL*
TOYOTA MIDI
TOYOTA DUO+
B1 ISO/F2X IUF
*, IL*
AISO/F3IUF*, IL*
(1) X -
II, III
15 - 36 kg
(4 - 12 jaar)
(1) X -
52
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
(1) Voor zitjes zonder ISO/XX grootteklasse-indeling (A - G) voor de
gewichtsgroep moet de fabrikant van de auto de voertuigspeci-
fieke ISOfix-baby- of kinderzitje(s) voor elke positie aangeven.
Verklaring van lettercodes in de tabel:
IUF: Geschikt voor een in de rijrichting geplaatst universeel ISOfix-
zitje dat is goedgekeurd voor gebruik in deze gewichtsgroep
IL: Geschikt voor een ISOfix-baby- of kinderzitje in de categorie
"voertuigspecifiek", "beperkt" of "semi-universeel" dat is goedge-
keurd voor gebruik in deze gewichtsgroep.
X: ISOfix-positie niet geschikt voor ISOfix-baby- of kinderzitje in
deze gewichtsgroep en/of grootteklasse.
*: Verwijder de hoofdsteun indien deze de werking van het zitje hindert.
Wanneer een TOYOTA MINI of TOYOTA MIDI wordt gebruikt, past u
de steunpoot en de ISOfix-koppelingen als volgt aan:
Vergrendel de steunpoot bij
opening nr. 5.
Vergrendel de ISOfix-koppelin-
gen bij nr. 4 en 5.
Laat niemand plaatsnemen op de middelste zitplaats als de rechter
stoel voor een kinderzitje wordt gebruikt.
Andere dan de in de tabel genoemde baby- en kinderzitjes kunnen
eveneens gebruikt worden als gecontroleerd is of ze geschikt zijn
voor gebruik in uw auto.
1
2
53
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Als er een baby- of kinderzitje op de voorp assagiersstoel wordt
geplaatst
Als u een zitje op de voorpassagiersstoel moet gebruiken, moet u deze stoel
als volgt instellen:
Kiezen van een geschikt baby- of kinderzitje
Gebruik een passend veiligheidssysteem voor kinderen tot het kind groot
genoeg is om de standaard gemonteerde veiligheidsgordel te gebruiken.
Als het kind te groot is voor een zitje, laat het dan plaatsnemen op de ach-
terstoel en gebruik de veiligheidsgordel in de auto. (Blz. 28)
De rugleuning in de meest rechte stand.
Indien de rugleuning in de weg zit wan-
neer u het zitje op de steunvoet wilt
bevestigen, verplaatst u de ru gleuning
naar achteren tot er voldoende ruimte
is.
Verwijder de hoofdsteun indien deze de
werking van het zitje hindert.
Zet de stoel in de achterste stand.
Wanneer het kinderzitje niet goed kan
worden geplaatst, omdat het een deel
van het interieur raakt bijvoorbeeld,
past u de positie van de voorstoel en de
stand van de rugleuning aan.
Als het schouderbevestigin gspunt van
de veiligheidsgordel zich vóór de gor-
delgeleider van het kinderzitje bevind t,
verplaatst u de zitting naar voren.
Auto´s met hendel hoogteverstelling: Zet
de zitting in zo ver mogelijk omhoog.
54
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Gebruik van een baby- en kinderzitje
Het gebruik van een baby- of kinderzitje dat niet geschikt is voor deze auto
vormt geen goede bescherming voor het kind. Het kind kan dan (bij plotse-
ling remmen of bij een aanrijding) ernstig letsel oplopen.
Voorzorgsmaatregelen bij baby- en kinderzitjes
De meest effectieve bescherming van een kind tijdens een ongeval of bij
hard remmen, is het gebruik van een veiligheidssysteem dat is afgestemd
op de grootte en het gewicht van het kind. Het vasthouden van een kind in
de armen is gee n vervanging voor een veiligheidssysteem. Bij een onge-
val kan een kind dan de voorruit raken of (als u geen veiligheidsgordel om
hebt) klem komen te zitten tussen u en het dashboard.
Toyota adviseert met klem gebruik te maken van een geschik t zitje dat
past bij de lengte van het kind en dat achterin geplaatst is. In ongevallen-
statistieken is aangetoond dat kinderen minder verwondingen oplopen als
zij achterin zitten.
Gebruik nooit een tegen de rijrichting in geplaatst baby- of kinderzitje op
de passagiersstoel als de aan/uit-schakelaar voor de airbag AAN st aat.
(Blz. 44)
Bij een ongeval kan het kind letsel oplopen door de kracht waarmee de
airbag wordt geactiveerd.
Plaats een in de rijrichting geplaatst baby- of kinderzitje alleen op de voor-
passagiersstoel als het niet anders kan. Plaats nooit een baby- of kinder-
zitje dat aan de b ovenzijde vastgemaakt moeten worden, op de
voorpassagiersstoel, aangezien deze stoel niet van bovenste bevesti-
gingspunten is voorzien. Zet d e rugleuning zo ver mogelijk omhoog en
naar achteren, omdat de voorp assagiersairbag met aanzienlijke snelheid
en kracht wordt geactiveerd. Hierdoor kan ernstig letsel ontstaan.
Laat een kind niet met het hoofd of een ander lichaamsdeel tegen het por-
tier leunen of tegen dat deel van de stoel, de voor- en achterstijl of de dak-
stijl leunen waarin de side airbag of de curtain airbag is ondergebracht,
ook niet als het kind in een baby- of kinderzitje zit. Anders kan het kind
ernstig letsel oplopen als bij een aanrijding de side airbags of de curt ain
airbags worden geactiveerd.
Volg bij het plaatsen van een zitje altijd de gebruiksaanwijzin g van de
fabrikant en controleer na het plaatsen van het zitje of het stevig is beves-
tigd. Als het zitje niet stevig vastzit, kan het kind bij hard remmen of een
ongeval letsel oplopen.
55
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Als er kinderen in de auto aanwezig zijn
Laat kinderen niet met de veiligheidsgordel spelen. Als de veiligheidsgordel
om de nek van het kind draait, kan het kind stikken of ernstig letsel oplopen.
Als de gordelsluiting niet kan worden losgemaakt, knip de gordel dan door
met een schaar.
Als het baby- of kinderzitje niet in gebruik is
Laat het zitje goed vastzitten op de stoel zelfs als het niet wordt gebruikt.
Plaats het kinderzitje niet los in het passagierscompartiment.
Als het zitje moet worden losgemaakt, verwijder het dan uit de auto of berg
het veilig op in de bagageruimt e. Als er bij het plaatsen van een baby- of
kinderzitje een hoofdsteun is verwijderd, moet deze vóór u wegrijdt altijd
worden teruggeplaatst. Dit voorkomt dat inzittenden bij een ongeval of bij
hard remmen door het losse zitje verwond worden.
56
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Veiligheidsgordels (bij een gordel
met blokkeerautomaat is ee n
blokkeerclip noodzakelijk)
ISOfix-bevestigingssystemen
Voor de buitenste zitplaatsen ach-
ter zijn lage bevestigingspunten
aanwezig. (Labels geven aan waar
de bevestigingspunten zich in de
stoelen bevinden.)
Bevestigingspunten
(voor bovenste gordel)
De buitenste zitplaatsen achter zijn
voorzien van een bevestigings-
punt voor de bovenste gordel.
Plaatsen van veiligheidssystemen
voor kinderen
Volg de aanwijzingen van de fabrikant van het zitje. Zet het zit je
stevig vast op de zitplaatsen met de veiligheidsgordel of de ISO-
FIX-bevestigingen. Zet het baby- of kinderzitje indien nodig ook
aan de bovenzijde vast.
57
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Baby of kinderzitje waarin het kind met het gezicht tegen de rij-
richting in zit
Plaats het zitje achterin,
zodat het kind naar achteren
kijkt.
Voer de veiligheidsgordel
door het zitje en steek de
gesp in de gord elsluiting.
Controleer of de gordel niet
gedraaid is.
Plaats een blokkeerclip bij de
gesp van de schouder- en
heupgordel en haal de gordel
door de open ingen van de
blokkeerclip. Maak de gordel
weer vast. Maak de gor del
als deze niet goed strak
getrokken is wee r los e n
plaats de blokkeerclip weer.
Plaatsen van veiligheidssystemen voor kinderen met behulp van
een veiligheidsgordel
1
2
3
58
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Kinderzitje waarin het kind met het gezicht in de rijrichting zit
Plaats het zitje zodanig op de
stoel dat het kind in de rijrich-
ting kijkt.
Als het baby- of kinderzitje niet
kan worden geplaatst omdat er
een hoofdsteun in de weg zit,
verwijdert u de hoofdsteun en
plaatst u vervolgens het zitje.
(Blz. 151)
Voer de veiligheidsgordel
door het zitje en steek de
gesp in de gord elsluiting.
Controleer of de gordel niet
gedraaid is.
Plaats een blokkeerclip bij de
gesp van de schouder- en
heupgordel en haal de gordel
door de open ingen van de
blokkeerclip. Maak de gordel
weer vast. Maak de gor del
als deze niet goed strak
getrokken is wee r los e n
plaats de blokkeerclip weer.
1
2
3
59
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Zitkussen
Plaats het zitje zodanig op de stoel dat het kind in de rijrichting
kijkt.
Als het baby- of kinderzitje niet kan worden geplaat st omdat er een
hoofdsteun in de weg zit, verwijdert u de hoofdsteun en plaatst u vervol-
gens het zitje. (Blz. 151)
Plaats het kind op het zitkus-
sen. Zet het kind vast met de
veiligheidsgordel volgens de
aanwijzingen van de fab ri-
kant en steek de gesp in de
gordelsluiting. Controleer of
de gordel niet gedraaid is.
Controleer of de schoudergordel
goed over de schouder van het
kind loopt en het heupgedeelte
zo laag mogelijk ligt.
(Blz. 28)
1
Met hoge rugleuning Verhoging
2
60
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Druk de ontgrendelknop op de
gordelsluiting in en laat de gordel
helemaal oprollen.
Verwijderen van een baby- of kinderzitje dat is vastgezet met een
veiligheidsgordel
61
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Zet de hoo fdsteunen in de
hoogste stand.
Als het baby- of kinderzitje niet kan
worden geplaatst omdat er een
hoofdsteun in de weg zit, verwijdert
u de hoofdsteun en plaatst u ver-
volgens het zitje. (Blz. 151)
Verwijder de b agageafdekking en het scheidingsnet als het zitje
een bovenste gordel heeft (indien aanwezig). (Blz. 373, 376)
Bevestig de gespen aan de speciale bevestigingsstangen.
Steek de ISOfix-koppelingen in
de opening tot deze aan de
hiervoor bedoelde bevesti-
gingsstangen vergrendelen.
Als het kinderzitje een lus aan de
bovenzijde heeft, moet deze wor-
den vastgezet aan het bovenste
bevestigingspunt.
Voer de lu s aan de bovenzijde
onder de hoofdsteun door.
Plaatsing met het ISOfix-bevestigingssysteem
1
2
3
62
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Zet de hoo fdsteunen in de
hoogste stand.
Als het baby- of kinderzitje niet kan
worden geplaatst omdat er een
hoofdsteun in de weg zit, verwijdert
u de hoofdsteun en plaatst u ver-
volgens het zitje. (Blz. 151)
Maak het baby- of kinderzitje
vast met de veiligheidsgordel of
met het ISOfix-bevestigingssys-
teem.
Verwijder de bagageafdekking en het scheidingsnet
(indien aanwezig).
(Blz. 373, 376)
Maak de ha ak vast aan het
bevestigingspunt en maak de
bovenste riem vast.
Voer de lu s aan de bovenzijde
onder de hoofdsteun door.
Controleer of de bovenste gordel
goed vastzit.
Baby- en kinderzitjes met een bovenste gordel
1
2
3
4
63
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Als er een baby- of kinderzitje geplaatst wordt
U moet bij het plaatsen van het zitje gebruikmaken van een borgclip. Volg de
aanwijzingen van de fabrik ant van het baby- of kinderzitje. Als uw zitje niet
over een blokkeerclip besc hikt, kunt u deze kopen bij een T oyota-dealer of
erkende reparateur:
Blokkeerclip voor baby- of kinderzitje
(onderdeelnr. 73119-22010)
WAARSCHUWING
Als er een baby- of kinderzitje geplaatst wordt
Volg de aanwijzingen in de montagehandleiding van het baby- of kinderzitje
en zet het kinderzitje goed vast.
Als het zitje niet goed word t vastgezet, kunnen het kind of de overige
passagiers bij plotseling remmen of een aanrijding ernstig letsel oplopen.
Als het zitje niet goed geplaat st kan
worden omdat de bestuurdersstoel in
de weg zit, moet het zitje recht s ach-
terin worden gemonteerd.
Verstel de voorpassagiersstoel zodanig
dat deze geen cont act maakt met het
baby- of kinderzitje.
Plaats een in de rijrichting geplaat st
baby- of kinderz itje alleen op d e voor-
stoel als het niet anders kan.
Als er een zitje waarin het kind met het
gezicht in de rijrichting zit op de p assa-
giersstoel wordt geplaatst, moet de
stoel zo ver mogelijk naar achteren wor-
den geschoven.
Als dat niet gedaan wordt, kan er ern-
stig letsel ontstaan als de airbags geac-
tiveerd worden.
64
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Als er een baby- of kinderzitje geplaatst wordt
Gebruik nooit een tegen de rijrichting in
geplaatst baby- of kinderzitje op de pas-
sagiersstoel als de aan/uit-schakelaar
voor de airbag AAN staat. (Blz. 44)
In geval van een ongeluk kan de kracht
waarmee de voorpassagiersairbag
wordt opgeblazen ernstig letsel bij het
kind veroorzaken.
Een waarschuwingslabel op de zonne-
klep aan passagierszijde geeft aan dat
het niet is toegestaan om een tegen de
rijrichting in geplaat st baby- of kin der-
zitje op de voorpassagiersstoel te plaat-
sen.
In onderstaande afbeelding is het label
in detail te zien.
65
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Als er een baby- of kinderzitje geplaatst wordt
Als er in het land waarin u woont regels zijn voor baby- en kinderz itjes,
neem dan contact op met een T oyota-dealer of erkende reparateur voor
het vervangen of plaatsen van het baby- of kinderzitje.
Controleer als er een zitkussen ge plaatst is altijd o f de schoude rgordel
over het midden v an de schouder van het kind loopt. De gordel mag niet
langs de nek van het kind lopen maar mag ook niet van de schouder van
het kind vallen. Als de gordel niet goed over de schouder ligt, kan het kind
bij plotseling remmen of uitwijken of bij een a anrijding ernstig letsel oplo-
pen.
Controleer of de gesp goed in de gordels luiting valt en of de gordel niet
gedraaid is.
Beweeg het kinderzitje naar links en naar rechts en naar voren en naar
achteren om te controleren of het goed is geplaatst.
Verstel de rugleuning niet meer nadat het baby- of kinderzitje is geplaatst.
Volg bij het plaatsen van een baby- of kinderzitje altijd de gebruiksaanwij-
zing van de fabrikant.
Het correct vastzetten van het zitje aan de bevestigingspunten
Controleer bij het gebruik van de onderste bevestigingspunten of er geen
vreemde voorwerpen rond de bevestigingspunten aanwezig zijn en of de
gordel niet klem zit achter het baby- of kinderzitje. Controleer of het zitje
goed vastzit. Als het zitje niet stevig vastzit, kan het kind of een andere pas-
sagier bij hard remmen of bij een aanrijding letsel oplopen.
Als het baby- of kinderzitje niet in gebruik is
Als het zitje moet worden losgemaakt, verwijder het dan uit de auto of berg
het veilig op in de bagageruimte. Als er bij het plaat sen van een baby- of
kinderzitje een ho ofdsteun is verwijderd , moet deze vóór u wegrijdt altijd
worden teruggeplaatst. Dit voorkomt dat inzittenden bij een ongeval of bij
hard remmen door het losse zitje verwond worden.
66
1-1. Voor een veilig gebruik
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Belangrijke voorschriften in verband
met uitlaatgassen
Uitlaatgassen bevatten stoffen die schadelijk zijn bij inademing.
WAARSCHUWING
Uitlaatgassen bevatten het schadelijke koolmonoxide (CO). Dit is een kleur-
loos en reukloos gas. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Als u deze voorschriften niet in acht neemt, k unnen er uitlaatgassen in de
auto terechtkomen waardoor de bestuurder duizelig kan worden en een onge-
val kan veroorzaken of waardoor de gezondheid van de inzittenden ernstig
kan worden geschaad.
Belangrijke punten tijdens het rijden
Zorg ervoor dat de achterklep gesloten is.
Als u uitlaatgassen ruik t in de auto, zelfs als de achterklep gesloten is,
moet u de ruiten openzetten en de auto zo snel mogelijk laten na kijken
door een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Tijdens het parkeren
Als de auto zich in een slecht geventileerde omgeving of een afgesloten
ruimte bevindt, zoals een garage, moet u de motor uitschakelen.
Laat de motor niet langdurig stationair draaien.
Als dat niet ande rs kan, p arkeer de auto dan op ee n open plek en zorg
ervoor dat er geen uitlaatgassen in het interieur terecht kunnen komen.
Laat de motor niet draaien op een p laats waar sneeuw de af voer van de
uitlaatgassen zou kunnen hinderen. Als zich s neeuw rond de auto
ophoopt terwijl de motor draait, kunnen uitlaatgassen zich verzamelen en
in de auto terechtkomen.
Uitlaatpijp
Het uitlaatsysteem dient regelmatig te worden gecontroleerd. Laat uw auto
nakijken door een Toyota-dealer of erkende reparateur bij gaten of scheu-
ren als gevolg van corrosie of beschadigingen aan v erbindingsstukken, of
bij een abnormaal geluid aan het uitlaatsysteem.
67
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
1-2. Antidiefstalsysteem
Auto's zonder Smart entry-sys-
teem en startknop:
Het controlelampje gaat knippe-
ren als de sleutel uit het contact-
slot is verwijderd, om aa n te
geven dat het systeem is inge -
schakeld.
Het controlelampje stopt met knip-
peren als de geregistreerde sleu-
tel in het cont actslot is gestoken
om aan te geven dat het systeem
is uitgeschakeld.
Auto's met Smart entry-systeem
en startknop:
Het controlelampje knippert nadat
het contact UIT is gezet om aan te
geven dat het systeem in werking
is.
Het controlelampje houdt op met
knipperen als het contact in stand
ACC of AAN (IG) is gezet om aan
te geven dat het systeem is uitge-
schakeld.
Startblokkering
De sleutels van de auto zijn uitgerust met ingebouwde transpon-
derchips die voorkomen dat de motor gest art kan worden met
een sleutel die niet in ee n eerder stadium geregistreerd is in de
boordcomputer van de auto.
Laat de sleutels nooit in de auto achter.
68
1-2. Antidiefstalsysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Onderhoud van het systeem
De auto is voorzien van een onderhoudsvrije startblokkering.
Omstandigheden waardoor het systeem mogelijk niet goed werkt
Als de greep van de sleutel tegen een metalen voorwerp wordt gehouden
Als de sleutel dicht bij of tegen een sleutel met ingebouwde transponderchip
van een andere auto wordt gehouden
69
1-2. Antidiefstalsysteem
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Verklaring voor de startblokkering
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
70
1-2. Antidiefstalsysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
71
1-2. Antidiefstalsysteem
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
72
1-2. Antidiefstalsysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
73
1-2. Antidiefstalsysteem
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
OPMERKING
Ervoor zorgen dat het systeem goed werkt
Verander of verwijder het systeem niet. Na veranderen of tijdelijk verwijde-
ren kan de werking van het systeem niet worden gegarandeerd.
74
1-2. Antidiefstalsysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Met licht en geluid worden alarmsignalen gegeven wanneer er een
inbraakpoging wordt gedetecteerd.
Wanneer het alarmsysteem is ingeschakeld, wordt het alarm onder de
volgende omstandigheden geactiveerd:
Als een vergrendeld portier wordt ontgrendeld of geopend zonder
gebruik te maken van de instapfunctie (indien aanwezig) of de
afstandsbediening. (De portieren zullen automatisch opnieuw wor-
den vergrendeld.)
Als de motorkap wordt geopend.
Sluit de portieren, de achterklep
en de motorkap en vergrendel alle
portieren met de instapfunctie
(indien aanwezig) of de afstands-
bediening. Na 30 seconden wordt
het systeem automatisch inge-
schakeld.
Het systeem is ingeschakeld zodra
het controlelampje niet meer con-
stant brandt maar knippert.
Alarm
: Indien aanwezig
Het alarm
Het alarmsysteem inschakelen
75
1-2. Antidiefstalsysteem
1
Veiligheid en beveiliging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Deactiveer of schakel het alarm uit volgens een van de onderstaande
manieren:
Ontgrendel de portieren met de instapfunctie (indien aanwezig) of
de afstandsbediening.
Start de motor. (Het alarm wordt na enkele seconden gedeactiveerd
of uitgeschakeld.)
Onderhoud van het systeem
De auto is voorzien van een onderhoudsvrij alarmsysteem.
Zaken die gecontroleerd moeten worden alvorens de auto te vergrende-
len
Controleer onderstaande zaken om ongewild activeren van het alarm en dief-
stal te voorkomen:
Er is niemand in de auto.
De ruiten zijn gesloten voordat het alarm wordt ingeschakeld.
Er zijn geen waardevolle spullen of persoonlijke zaken in de auto achterge-
bleven.
Deactiveren of uitschakelen van het alarm
76
1-2. Antidiefstalsysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Activeren van het alarm
Het alarmsysteem kan in de volgende situaties geactiveerd worden:
(Door het stopzetten van het alarm wordt het systeem gedeactiveerd.)
Door alarmsysteem bediende portiervergrendeling
Als het alarm in werking is, worden de portieren automatisch vergren deld
om potentiële indringers buiten de auto te houden.
Laat de sleutel niet in de auto liggen als het alarm in werking is en zorg
ervoor dat de sleutel zich niet in de auto bevind t als de accu wordt opgela-
den of vervangen.
De portieren worden met de sleutel ont-
grendeld.
Iemand in de auto opent een portier of
de motorkap.
De accu wordt vervangen of opgeladen
terwijl de auto is vergrendeld.
(Blz. 569)
OPMERKING
Ervoor zorgen dat het systeem goed werkt
Verander of verwijder het systeem niet. Na veranderen of tijdelijk verwijde-
ren kan de werking van het systeem niet worden gegarandeerd.
77
2
Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
2. Instrumentenpaneel
Waarschuwingslampjes en
controlelampjes .................78
Instrumentenpaneel
(display
aandrijflijnmonitor) .............84
Instrumentenpaneel
(multi-informatiedisplay) ....90
ECO-indicator (auto's
met Multidrive CVT).........101
78
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
2. Instrumentenpaneel
Instrumentenpaneel
Auto's met display aandrijflijnmonitor
Auto's met multi-informatiedisplay
Waarschuwingslampjes en
controlelampjes
De waarschuwingslampjes en controlelampjes op het instru-
mentenpaneel en middenpaneel informeren de bestuurder over
de status van de diverse systemen in de auto.
Om de functie van alle lampjes uit te leggen, zijn in de volgende
afbeelding alle waarschuwingslampjes en controlelampjes bran-
dend afgebeeld.
79
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
2
Instrumentenpaneel
Middenpaneel
80
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Waarschuwingslampjes informeren de bestuurder over storingen in
de aangegeven systemen van de auto.
Waarschuwingslampjes
*1
Waarschuwingslampje
remsysteem
(Blz. 487)
*2, 4
(Geel)
Controlelampje
Automatic
High Beam-systeem
(Blz. 489)
*1, 2
Waarschuwingslampje
laadsysteem
(Blz. 488)
*1, 2, 3
Controlelampje
AFS OFF
(Blz. 489)
*1, 2
Waarschuwingslampje
lage oliedruk
(Blz. 488)
*1, 2
Waarschuwingslampje
brandstoffilter
(dieselmotor)
(Blz. 490)
*1, 2
Waarschuwingslampje
hoge koelvloeistoftem-
peratuur (Blz. 488)
*2, 4
(Geel)
Controlelampje
cruise control
(Blz. 490)
*1
Motorcontrolelampje
(Blz. 488)
*2, 4
(Geel)
Controlelampje
snelheidsbegrenzer
(Blz. 490)
*1
Waarschuwingslampje
airbagsysteem
(Blz. 489)
*2, 5
(Geel)
Controlelampje
Smart entry-systeem
met startknop
(Blz. 490)
*1
Waarschuwingslampje
ABS
(Blz. 489)
*2
Waarschuwingslampje
open portier/achterklep
(Blz. 490)
*1
Waarschuwingslampje
elektrische
stuurbekrachtiging
(Blz. 489)
Waarschuwingslampje
laag brandstofniveau
(Blz. 490)
*2, 3
Controlelampje
uitgeschakeld
Stop & Start-systeem
(Blz. 489)
Controlelampje
veiligheidsgordel
bestuurder en
voorpassagier
(Blz. 491)
81
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
2
Instrumentenpaneel
*
1
: Deze lampjes gaan branden wanneer het contact AAN wordt gezet om aan
te geven dat er een systeemcontrole wordt uitgevoerd. Ze doven nadat de
motor is aangeslagen of nadat er enkele seconden verstreken zijn. Er kan
een storing in een systeem aanwezig zijn als een lampje niet gaat branden
of niet uitgaat. Laat uw auto controleren door een Toyota-dealer of erkende
reparateur.
*
2
: Indien aanwezig
*
3
: Het lampje knippert om een storing aan te geven.
*
4
: Het lampje gaat geel branden om een storing aan te geven.
*
5
: Het lampje knippert geel om een storing aan te geven. Het groene lampje
knippert snel om aan te geven dat het stuurslot niet is ontgrendeld.
*1
Controlelampje
Traction Control
(Blz. 489)
Controlelampjes
achterpassagiersgordel
(Blz. 491)
*1, 2
Waarschuwingslampje
laag motoroliepeil
(dieselmotor)
(Blz. 491)
*1, 2
Waarschuwingslampje
motorolie verversen
(dieselmotor)
(→, Blz. 493, 494)
*1, 2
Waarschuwingslampje
roetfilter (dieselmotor)
(Blz. 492)
*1, 2
Centraal
waarschuwingslampje
(Blz. 495)
82
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
De controlelampjes informeren de bestuurder over de bedrijfsstatus
van de verschillende systemen van de auto.
Controlelampjes
Controlelampje
richtingaanwijzers
(Blz. 213)
*1
Controlelampje SPORT
(Blz. 205)
Controlelampje
grootlicht (Blz. 216)
*1
Controlelampje
cruise control
SET (Blz. 240)
*1, 2
Controlelampje
Automatic
High Beam-systeem
(Blz. 222)
*1
(Groen)
Controlelampje
cruise control
(Blz. 240)
*1
Controlelampje
mistlampen voor
(Blz. 227)
*1
(Groen)
Controlelampje
snelheidsbegrenzer
(Blz. 245)
Controlelampje
mistachterlicht
(Blz. 227)
*1, 2
Controlelampje
Stop & Start-systeem
(Blz. 269)
*1
Positie-indicatoren
(Blz. 204)
*1, 2
Controlelampje
uitgeschakeld
Stop & Start-systeem
(Blz. 269)
*1
(Groen)
Controlelampje
Smart entry-systeem
met startknop
(Blz. 194)
*2, 3
Controlelampje
Traction Control
(Blz. 276, 280)
*1
Controlelampje
voorgloeien
(dieselmotor)
(, Blz. 190194)
*2
Controlelampje
VSC OFF
(Blz. 276)
*1, 2
Controlelampje
AFS OFF
(Blz. 219)
*2
Controlelampje
TRC OFF
(Blz. 276)
*1, 2
Schakeladviesindicator
(Blz. 210)
Controlelampje
passagiersairbag
(Blz. 44)
83
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
2
Instrumentenpaneel
*
1
: Indien aanwezig
*
2
: Deze lampjes gaan branden wanneer het contact AAN wordt gezet om aan
te geven dat er een systeemcontrole wordt uitgevoerd. Ze gaan uit nadat
de motor gestart is of na enkele seconden. Er kan een storing in een sys -
teem aanwezig zijn als een lampje niet gaat branden of niet uitgaat. Laat
uw auto controleren door een Toyota-dealer of erkende reparateur.
*
3
: Het lampje knippert om aan te geven dat het systeem in werking is.
*
4
: Het lampje gaat niet branden wanneer het systeem buiten werking is.
Controlelampje
antidiefstalsysteem
(Blz. 67, 74)
*1, 2, 4
ECO-controlelampje
(Blz. 101)
WAARSCHUWING
Als een w aarschuwingslampje van een veiligheidssysteem niet gaat
branden
Als een lampje van een veiligheidssysteem zoals het antiblokkeersysteem
en airbagsysteem niet gaat branden als u de motor start, kan het betekenen
dat deze systemen niet beschikbaar zijn om u te beschermen in geval van
een aanrijding, waardoor ernstig letsel zou kunnen ontstaan. Laat de auto
onmiddellijk nakijken door een Toyota-dealer of erkende reparateur als dit
gebeurt.
84
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Toerenteller
Geeft het motortoerental aan in omwentelingen per minuut.
Snelheidsmeter
Geeft de rijsnelheid aan.
Brandstofmeter
Geeft aan hoeveel brandstof er nog in de tank zit.
Knop wijzigen weergave
Ritinformatie wijzigen.
De toets DISP aan de rechterzijde
van het stuurwiel kan ook worden
gebruikt om de ritinformatie om te
schakelen.
Display aandrijflijnmonitor
Het display van de aandrijflijnmonitor verschaft de bestuurder uiteenlo-
pende rijgerelateerde informatie, inclusief de actuele buitentemperatuur.
Instrumentenpaneel
(display aandrijflijnmonitor)
De weergegeven informatie kan per instrumente npaneel ver-
schillend zijn.
1
2
3
Type A Type B
4
5
85
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
2
Instrumentenpaneel
Koelvloeistoftemperatuurmeter
Geeft de koelvloeistoftemperatuur
weer.
Weergave buitentemperatuur
(Blz. 382)
Positie-indicatoren
(Blz. 204)
Ritinformatie (Blz. 86)
ECO-indicator
* (Blz. 102)
*: Auto's met Multidrive CVT
Display aandrijflijnmonitor
1
2
3
4
5
86
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Geeft de actieradius, het gemiddelde brandstofverbruik en de overige
informatie met b etrekking tot het rijden weer. De onderwerpen die
worden weergegeven, kunnen worden gewijzigd door op de toets
DISP te drukken.
Kilometerteller
Dagteller A/dagteller B
Werkingsduur Stop & Start-systeem (indien aanwezig)
Totale werkingsduur Stop & Start-systeem (indien aanwezig)
Ritinformatie
Geeft de totale afstand weer die met de auto
gereden is.
Door de toets DISP ingedrukt te hou den, kunt u
naar het display voor de persoonlijke voorkeurs-
instellingen van het ECO-controlelampje gaan.
(Blz. 103)
Geeft de afstand weer die met de a uto gere-
den is sinds de teller de laa tste keer op nul is
gezet. Dagteller A en B kunnen onafhankelijk
van elkaar worden gebruikt en verschillende
afstanden weergeven.
Door de toets DISP in gedrukt te houden wordt
het display gereset.
Geeft de tijd aan dat de motor is gestopt door
werking van het Stop & Start-systeem tijdens
de huidige rit (vanaf het moment dat de motor
werd gestart totdat deze werd uitgeschakeld).
Geeft de totale tijd aan dat de motor is gestopt
door werking van h et Stop & S tart-systeem
sinds het systeem voor het laatst is gereset.
Door de toets DISP in gedrukt te houden wordt
het display gereset.
87
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
2
Instrumentenpaneel
Gemiddeld brandstofverbruik
Actieradius
Display regeling verlichting instrumentenpaneel
Weergave van het ge middelde brandstofver-
bruik sinds de functie is gereset.
Door de toets DISP ingedrukt te houden wordt
het display gereset.
Het weergegeven gemiddelde brandstofver-
bruik is een globale waarde.
Auto's met Multidrive C VT: Terwijl het gemid-
delde brandstofverbruik wordt weergegeven,
wordt de ECO-indicator weergegeven.
Toont de berekende maximale afstand die nog
kan worden gereden met de resterende brand-
stof.
Deze afstand wordt berekend op basis van het
gemiddelde brandstofverbruik. Hierdoor kan de
werkelijke afstand die nog kan worden gere-
den, afwijken van de weergegeven afstand.
Als er een kleine hoeveelheid brandstof word t
getankt, wordt de weergave mogelijk niet bijge-
werkt.
Zet bij het tanken het contact UIT. Als brandstof
wordt getankt terwijl het cont act niet UIT staat,
wordt het display mogelijk niet bijgewerkt.
Geeft het display voor de regeling van de ver-
lichting van het instrumentenpaneel weer.
Door de toets DISP ingedrukt te houden wordt
de lichtsterkte van de instrumentenverlichting
aangepast wanneer de achterlichten branden.
Dit scherm wordt alleen weergegeven wanneer
de achterlichten branden.
88
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Tellers en display worden verlicht als
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN staat.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN (IG) staat.
Bij het losnemen en aansluiten van de accukabels
De volgende gegevens worden gereset:
Gemiddeld brandstofverbruik
Actieradius
WAARSCHUWING
Informatiedisplay bij lage temperaturen
Laat het interieur van de auto op temperatuur komen alvorens het informa-
tiedisplay te gebruiken. Bij extreem lage temperaturen kan het display tra-
ger reageren en worden wijzigi ngen mogelijk met enige vertraging
weergegeven.
Zo kan er bijvoorbeeld een vertraging ontstaan tussen het schakelen door
de bestuurder en de weergave van de ingeschakelde versnelling op het dis-
play. Deze vertraging kan de bestuurder doe n besluiten nogmaals terug te
schakelen, waardoor er snel en te sterk op de motor wordt afgeremd en er
een aanrijding kan ontstaan, mogelijk met ernstig letsel tot gevolg.
Waarschuwing bij het instellen van het display
Aangezien de motor tijdens het instellen van het display moet draaien, dient
de auto te wo rden geparkeerd op een plaat s met voldoende ventilatie. In
een afgesloten ruimte, zoals een garage, kunnen uitlaatgassen die het
schadelijke koolmonoxide (CO) be vatten, zich ophopen en in de auto
terechtkomen. Dit kan zeer schadelijk zijn voor de gezondheid.
89
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
2
Instrumentenpaneel
OPMERKING
Om schade aan de motor en onderdelen van de motor te voorkomen
Laat de naald van de toerente ller niet in het rode gebied komen dat het
maximumtoerental aangeeft.
Als het waarschuwingslampje voor een hoge koelvloeistof temperatuur
gaat branden, kan de motor oververhit zijn. Breng in dat geval de auto zo
snel mogelijk op een veilige plaats tot s tilstand en controleer de motor
nadat deze volledig is afgekoeld. (Blz. 571)
90
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Toerenteller
Geeft het motortoerental aan in omwentelingen per minuut.
Snelheidsmeter
Geeft de rijsnelheid aan.
Knop wijzigen weergave
Schakelt de ritinformatie om.
Brandstofmeter
Geeft aan hoeveel brandstof er nog in de tank zit.
Multi-informatiedisplay
Het multi-informatiedisplay verschaft de bestuurder uiteenlopende rijgere-
lateerde informatie, inclusief de actuele buitentemperatuur.
Koelvloeistoftemperatuurmeter
Geeft de koelvloeistoftemperatuur weer.
Instrumentenpaneel
(multi-informatiedisplay)
De weergegeven informatie kan per instrumentenpaneel
verschillend zijn.
1
2
3
4
5
6
91
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
2
Instrumentenpaneel
Toets DISP
Schakelt naar rijmonitor om.
De toets DISP aan de rechterzijde
van het stuurwiel kan ook worden
gebruikt om de rijmonitor om te
schakelen.
Rijmonitor (Blz. 93)
Waarschuwingsmeldingen
(Blz. 501)
ECO-indicator
* (Blz. 102)
Weergave buitentemperatuur
(Blz. 382)
Ritinformatie (Blz. 92)
Positie-indicatoren (Blz. 204)
*: Auto's met Multidrive CVT
7
Type A Type B
Multi-informatiedisplay
1
2
3
4
5
6
92
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Geeft de kilometerteller, de dagteller en overige informatie met betrek-
king tot het rijde n weer. De onderwerpen die w orden weergegeven,
kunnen worden gewijzigd door op de toets DISP te drukken.
Kilometerteller
Dagteller A/dagteller B
Werkingsduur Stop & Start-systeem (indien aanwezig)
Totale werkingsduur Stop & Start-systeem (indien aanwezig)
Ritinformatie
Geeft de totale afstand weer die met de auto
gereden is.
Geeft de afstand weer die met de a uto gere-
den is sinds de teller de laa tste keer op nul is
gezet. Dagteller A en B kunnen onafhankelijk
van elkaar worden gebruikt en verschillende
afstanden weergeven.
Door de toets DISP in gedrukt te houden wordt
het display gereset.
Geeft de tijd aan dat de motor is gestopt door
werking van het Stop & Start-systeem tijdens
de huidige rit (vanaf het moment dat de motor
werd gestart totdat deze werd uitgeschakeld).
Geeft de totale tijd aan dat de motor is gestopt
door werking van h et Stop & S tart-systeem
sinds het systeem voor het laatst is gereset.
Door de toets DISP in gedrukt te houden wordt
het display gereset.
93
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
2
Instrumentenpaneel
Display regeling verlichting instrumentenpaneel
Geeft de actieradius, het gemiddelde brandstofverbruik en de overige
informatie met betrekking tot het rijden weer. U kunt overschakelen
van de ene naar de a ndere weergave op h et display met de toe ts
DISP.
Het gemiddelde bran dstofverbruik en het huidige brandstof-
verbruik
Geeft het display voor de regeling van de ver-
lichting van het instrumentenpaneel weer.
Door de toets DISP ingedrukt te houden wordt
de lichtsterkte van de instrumentenverlichting
aangepast wanneer de achterlichten branden.
Dit scherm wordt alleen weergegeven wanneer
de achterlichten branden.
Rijmonitor
Weergave van het gemidde lde brandstof-
verbruik sinds de functie is gereset.
Door de toets DISP ingedrukt te houden wordt
het display gereset.
Het weergegeven gemiddelde brandstofver-
bruik is een globale waarde.
Geeft het actuele brandstofverbruik weer
Het weergegeven actuele brandstofverbruik is
een globale waarde.
1
2
94
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Actieradius
Gemiddelde rijsnelheid
Verstreken tijd
Persoonlijke voorkeursinstellingen
Toont de berekende maximale afstand die nog
kan worden gereden met de resterende brand-
stof.
Deze afstand wordt berekend op basis van het
gemiddelde brandstofverbruik. Hierdoor kan de
werkelijke afstand die nog kan worden gere-
den, afwijken van de weergegeven afstand.
Als er een kleine hoeveelheid brandstof word t
getankt, wordt de weergave mogelijk niet bijge-
werkt.
Zet bij het t anken het contact UIT. Als brandstof
wordt getankt terwijl het c ontact niet UIT s taat,
wordt het display mogelijk niet bijgewerkt.
Geeft de gemiddelde rijsnelheid aan sinds de
laatste keer dat de motor is gestart.
Weergave van de verstreken tijd sin ds het
starten van de motor.
De taal, de eenheden en de instellingen van
het ECO-controlelampje kunnen worden
gewijzigd. (Blz. 95)
95
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
2
Instrumentenpaneel
Gemiddeld brandstofverbruik en ECO-indicator
(auto's met Multidrive CVT)
De taal, de eenheden en de instellingen van het ECO-controlelampje
kunnen met de toets DISP worden gewijzigd.
Zorg er bij he t wijzigen van de instellingen voor dat de auto op een
veilige plaats staat met de selectiehendel in stand P en de parkeerrem
geactiveerd.
Taal
Druk, wanneer de auto stil-
staat, op de toets DISP om
het scherm met instellingen
weer te geven en houd ver-
volgens de toets DISP inge -
drukt om he t scherm
Persoonlijke voorkeursinstel-
ling weer te geven.
Druk op de toets DISP, selec-
teer het onderwerp dat u wilt
instellen en houd vervolgens
de toets DISP ingedrukt.
Weergave van het gemidde lde brandstof-
verbruik sinds de functie is gereset.
Door de toets DISP ingedrukt te houden wordt
het display gereset.
Het weergegeven gemiddelde brandstofver-
bruik is een globale waarde.
ECO-indicator
(Blz. 102)
Functies van de auto aanpassen aan de persoonlijke voorkeur
1
2
1
2
96
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Druk op de toets DISP, selec-
teer de g ewenste instelling
en houd vervolgens de toets
DISP ingedrukt.
Druk op de toets DISP, selecteer EXIT en houd de toets DISP inge-
drukt om naar het vorige scherm te gaan of om het scherm Persoon-
lijke voorkeursinstelling te verlaten.
Opties die kunnen worden gewijzigd
*: Indien aanwezig
3
Functie Standaardinstelling
Persoonlijke voorkeurs-
instelling
LANGUAGE (Taal) ENGLISH (Engels)
“”
(Frans)
“”
(Duits)
“”
(Spaans)
“”
(Italiaans)
“”
(Portugees)
“”
(Russisch)
*
“”
(Turks)
*
97
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
2
Instrumentenpaneel
Eenheden
Druk, wanneer de auto stil-
staat, op de toets DISP om
het scherm met instellingen
weer te geven en houd ver-
volgens de toets DISP inge -
drukt om he t scherm
Persoonlijke voorkeursinstel-
ling weer te geven.
Druk op de toets DISP, selec-
teer het onderwerp dat u wilt
instellen en houd vervolgens
de toets DISP ingedrukt.
Druk op de toets DISP, selec-
teer de g ewenste instelling
en houd vervolgens de toets
DISP ingedrukt.
Druk op de toets DISP, selecteer EXIT en houd de toets DISP inge-
drukt om naar het vorige scherm te gaan of om het scherm Persoon-
lijke voorkeursinstelling te verlaten.
1
2
3
98
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Opties die kunnen worden gewijzigd
*: De standaardinstelling verschilt per land.
ECO-controlelampje
Druk, wanneer de auto stil-
staat, op de toets DISP om
het scherm met instellingen
weer te geven en houd ver-
volgens de toets DISP inge -
drukt om he t scherm
Persoonlijke voorkeursinstel-
ling weer te geven.
Druk op de toets DISP, selec-
teer het onderwerp dat u wilt
instellen en houd vervolgens
de toets DISP ingedrukt.
Druk op de toets DISP, selec-
teer de g ewenste instelling
en houd vervolgens de toets
DISP ingedrukt.
Wanneer OFF is geselecteerd,
wordt de ECO-indicato r uitge-
schakeld.
Functie Standaardinstelling*
Persoonlijke voorkeurs-
instelling
UNITS (Eenheden)
“km (L/100km)” “km (km/L)”
“miles (MPG)”
“km (km/L)”
“km (L/100 km)”
1
2
3
99
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
2
Instrumentenpaneel
Druk op de toets DISP, selecteer EXIT en houd de toets DISP inge-
drukt om naar het vorige scherm te gaan of om het scherm Persoon-
lijke voorkeursinstelling te verlaten.
Opties die kunnen worden gewijzigd
Tellers en display worden verlicht als
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN staat.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN (IG) staat.
Bij het losnemen en aansluiten van de accukabels
De volgende gegevens worden gereset:
Actieradius
Gemiddelde rijsnelheid
Verstreken tijd
Gemiddeld brandstofverbruik
LCD-scherm
Op het display kunnen kleine vlekjes of lichte puntjes v erschijnen. Dit ver-
schijnsel is kenmerkend voor LCD-schermen en u kunt het scherm zonder
problemen blijven gebruiken.
Het instellingsscherm automatisch uitschakelen
In de volgende situaties wordt het instellingenscherm uitgeschakeld.
Wanneer er een melding verschijnt.
Wanneer de auto begint te rijden.
Functie Standaardinstelling
Persoonlijke voorkeurs-
instelling
ECO INDICATOR ON OFF
100
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Informatiedisplay bij lage temperaturen
Laat het interieur van de auto op temperatuur komen alvorens het informa-
tiedisplay te gebruiken. Bij extreem lage temperaturen kan het display tra-
ger reageren en worden wijzigi ngen mogelijk met enige vertraging
weergegeven.
Zo kan er bijvoorbeeld een vertraging ontstaan tussen het schakelen door
de bestuurder en de weergave van de ingeschakelde versnelling op het dis-
play. Deze vertraging kan de bestuurder doe n besluiten nogmaals terug te
schakelen, waardoor er snel en te sterk op de motor wordt afgeremd en er
een aanrijding kan ontstaan, mogelijk met ernstig letsel tot gevolg.
Waarschuwing bij het instellen van het display
Aangezien de motor tijdens het instellen van het display moet draaien, dient
de auto te wo rden geparkeerd op een plaat s met voldoende ventilatie. In
een afgesloten ruimte, zoals een garage, kunnen uitlaatgassen die het
schadelijke koolmonoxide (CO) be vatten, zich ophopen en in de auto
terechtkomen. Dit kan zeer schadelijk zijn voor de gezondheid.
OPMERKING
Om schade aan de motor en onderdelen van de motor te voorkomen
Laat de naald van de toerente ller niet in het rode gebied komen dat het
maximumtoerental aangeeft.
Als de naald van de koelvloeistof temperatuurmeter in het rode gebied
staat, kan de motor oververhit zijn. Breng in dat geval de auto zo snel
mogelijk op een veilige plaat s tot stilstand en controleer de motor nadat
deze volledig is afgekoeld. (Blz. 571)
101
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
2
Instrumentenpaneel
Tijdens milieubewust accelereren
(milieubewust rijden) gaat het
ECO-controlelampje branden.
Wanneer de acceleratie buiten het
Eco-bereik valt en wanneer de
auto tot stilstand komt, gaat het
lampje uit.
ECO-indicator (auto's met Multidrive CVT)
ECO-controlelampje
Display aandrijflijnmonitor
Multi-informatiedisplay
102
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Toont ECO-zone bij milieubewust
rijden op basis van de acceleratie.
Mate van milie uvriendelijk rij-
den op basis van acceleratie
Als de acceleratie de bovengrens
van de ECO-zone overschrijdt,
gaat de rechterzijde van de ECO-
indicator knipperen.
Gebied waarbinnen milieuvrien-
delijk wordt gereden
ECO-indicator
Display aandrijflijnmonitor
Multi-informatiedisplay
1
2
103
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
2
Instrumentenpaneel
Display aandrijflijnmonitor
Het ECO-controlelampje kan
worden in- en uitgeschakeld.
Door de toets DISP ingedrukt
te houden terwijl de kilome-
terteller wordt weergegeven,
kunt u naar het display voor
de persoonlijke voorkeursin-
stellingen van het ECO-con-
trolelampje gaan.
Druk op d e toets DISP om
het ECO-controlelampje in of
uit te schakelen.
Houd de toets DISP inge-
drukt om de instelling te vol-
tooien.
Multi-informatiedisplay
Blz. 98
Werking van ECO-indicator
In de volgende gevallen werkt de ECO-indicator niet:
De selectiehendel staat in een andere stand dan D.
Paddle shift-schakelaar
* wordt bediend.
Sportmodus is geselecteerd.
De rijsnelheid is 130 km/h of hoger.
*: Indien aanwezig
Aanpassing ECO-controlelampje
1
2
3
104
2. Instrumentenpaneel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
105
3
Bediening van
elk onderdeel
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3-1. Informatie over sleutels
Sleutels..............................106
3-2. Openen, sluiten en
vergrendelen van de
portieren
Smart entry-systeem met
startknop* ........................109
Afstandsbediening .............129
Portieren ............................138
Achterklep..........................141
3-3. Verstellen van de stoelen
Voorstoelen........................146
Achterstoelen.....................148
Hoofdsteunen ....................151
3-4. Verstellen van het stuurwiel
en de spiegels
Stuurwiel............................153
Binnenspiegel ....................154
Buitenspiegels ...................156
3-5. Openen en sluiten van
de ruiten
Elektrisch bedienbare
ruiten* ..............................159
106
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3-1. Informatie over sleutels
Bij de auto worden de volgende sleutels geleverd.
Type A
Sleutels
Gebruik van de afstandsbediening
(Blz. 129)
Plaatje met sleutelnummer
Type B
Sleutel (met afstandsbediening)
Gebruik van de afstandsbediening
(Blz. 129)
Sleutel (zonder afstandsbedie-
ning)
Plaatje met sleutelnummer
Type C
Elektronische sleutels
Bedienen van het Smart entry-
systeem met startknop
(Blz. 109)
• Gebruik van de afstandsbedie-
ning (Blz. 129)
Mechanische sleutels
Plaatje met sleutelnummer
Sleutels
De sleutels
1
2
1
2
3
1
2
3
107
3-1. Informatie over sleutels
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
Uitklappen
Druk op de knop om de s leutel uit
te klappen.
Inklappen
Druk, om de sleutel op te bergen,
op de knop en klap de sleutel in.
Druk op het ontgrendelknopje om
de mechanische sleutel uit de
elektronische sleutel te halen.
De mechanische sleutel kan maar
in één richting ingestoken worden,
aangezien slechts één zijde van de
sleutel van een groef is voorzien.
Als u de sleutel niet in de slotcilin-
der kunt steken, draait u de sleutel
om en probeert u het opnieuw.
Bewaar de mechanische sleutel na
gebruik in de elektronische sleutel.
Zorg dat u de mechanische sleutel
en de elektronische sleutel bij u
hebt. Als de elektron ische sleutel
niet goed werkt of de batterij ervan
leeg is, bent u op de mechanische
sleutel aangewezen.
(Blz. 561)
Als u uw sleutels verliest
Een Toyota-dealer of erkende reparateur kan een nieuwe sleutel maken met
behulp van de andere originele sleutel (type A of type B) of mechanische
sleutel (type C) en he t sleutelnummer op uw plaatje met sleutelnummer.
Bewaar het plaatje met het sleutelnummer op een veilige plaats buiten de
auto.
Gebruik van de sleutel (type A of type B)
1
2
Gebruik van de mechanische sleutel (type C)
108
3-1. Informatie over sleutels
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Aan boord van een vliegtuig
Druk aan boord van een vliegtuig nooit op de toetsen van de sleutel met
afstandsbediening. Zorg dat de toetsen niet per ongeluk kunnen worden inge-
drukt als de sleutel zich bijvoorbeeld in uw tas bevindt. Als op de toetsen van
de sleutel wordt gedrukt, kunnen er radiogolven worden uitgezonden die de
werking van de vliegtuigsystemen kunnen verstoren.
OPMERKING
Beschadiging van de sleutel voorkomen
Laat de sleutels niet vallen, stel ze niet bloot aan sterke schokken en buig
ze niet.
Stel de sleutels niet langdurig bloot aan hoge temperaturen.
Voorkom dat de sleutels nat worden en reinig ze niet in een ultrasoon rei-
nigingsbad of iets dergelijks.
Bevestig geen metaalhoudende of magnetische voorwerpen aan de sleu-
tels en houd de sleutels uit de buurt van dergelijke voorwerpen.
Neem de sleutels niet uit elkaar.
Plak geen stickers o.i.d. op het oppervlak van de elektronis che sleutel of
de sleutel (met afstandsbediening).
Type C: Houd de sleutels uit de buurt van apparaten die magnetische vel-
den opwekken (bijvoorbeeld televisietoestellen, audiosystemen, inductie-
kookplaten en medische apparatuur, zoals laagfrequente therapeutische
uitrusting).
De elektronische sleutel bij u dragen (type C)
Houd de elektronische sleutel altijd ten minste 10 cm uit de buurt van inge-
schakelde elektrische apparaten. Radiogolven die worden uitgezonden
door elektrische apparaten die zich minder dan 10 cm van de elektronische
sleutel vandaan bevinden, kunnen de correcte werking van de sleutel hin-
deren.
In geval van storingen in het Smart entry-systeem met st artknop of
andere problemen met de sleutel (type C)
Breng uw auto, inclusief alle elektronische sleutels die bij uw auto zijn gele-
verd, naar een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Wanneer u een elektronische sleutel verliest (type C)
Als de elektronische sleutel zoek b lijft, wordt het risico groter da t de auto
gestolen wordt. Ga onmiddellijk met alle overgebleven sleutels die bij uw
auto zijn geleverd naar uw Toyota-dealer of erkende reparateur.
109
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
De volgende handelingen kunnen worden uitgevoerd als u de elektro-
nische sleutel bij u hebt, bijvoorbeeld in uw zak. (De bestuurder moet
de elektronische sleutel altijd bij zich hebben.)
Feedbacksignalen
De alarmknipperlichten knipperen om aan te geven dat de portieren zijn ver-
grendeld/ontgrendeld. (Vergrendeld: eenmaal; ontgrendeld: tweemaal)
Beveiligingsfunctie
Als er niet binnen 30 seconden na het on tgrendelen van de auto een portier
wordt geopend, zorgt de beveiligingsfunctie ervoor dat de auto weer automa-
tisch wordt vergrendeld. (Afhankelijk van d e locatie van de elektronische
sleutel wordt echter mogelijk vastgesteld dat de sleu tel in de auto is. In dit
geval blijft de auto mogelijk ontgrendeld.)
Smart entry-systeem met startknop
: Indien aanwezig
Overzicht van functies
Vergrendelen en ontgrendelen van de portieren (Blz. 110)
Vergrendelen en ontgrendelen van de achterklep (Blz. 110)
Starten van de motor (Blz. 194)
1
2
3
110
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Pak de portiergreep vast om de
portieren te ontgrendelen.
Zorg ervoor dat u de sensor aan de
achterzijde van de portiergreep
aanraakt.
De portieren en de achterklep kun-
nen gedurende 3 s econden na het
vergrendelen niet worden ontgren-
deld.
Raak de vergrendelsensor (de uit-
holling aan de zijkant van de por-
tiergreep) aan om alle portieren te
vergrendelen.
Druk op de toets om de achterklep
te ontgrendelen.
De portieren kunnen gedurende 3
seconden na het vergrendelen niet
worden ontgrendeld.
Ontgrendelen en vergrendelen van de portieren
(alleen handgrepen voorportieren)
Ontgrendelen en vergrendelen van de achterklep
111
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
Druk op de toets om de achterklep
te vergrendelen.
112
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Plaats van antenne
Antennes buiten het interieur
Antenne aan de binnenzijde
Antenne in de bagageruimte
Antenne buiten de bagage-
ruimte
Bereik (gebieden waarbinnen de elektronische sleutel wordt
gedetecteerd)
Bij het vergrendelen of o nt-
grendelen van de portieren
Het systeem kan worden
bediend als de elektronische
sleutel zich binnen ongeveer 0,7
m van een van de portiergrepen
van de voorportieren of de ach-
terklep bevindt. (Alleen de por-
tieren die de sleutel detecteren,
kunnen worden geopend of
gesloten.)
Bij het starten van de motor
of het in een andere stand
zetten van het contact
Het systeem werkt a ls de elek-
tronische sleutel zich in de auto
bevindt.
Plaats van de antennes en bereik
1
2
3
4
113
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
Wanneer het portier niet kan worden vergrendeld met de vergrendelsen-
sor op het oppervlak van de portiergreep
Alarmsignalen en waarschuwingen
Auto's zonder multi-informatiedisplay
Een combinatie v an in en buiten de auto hoorbare alarmsignalen en waar-
schuwingslampjes zorgen ervoor dat diefstal van de auto en ongelukken door
een onjuiste bediening worden voorkomen. Neem afhankelijk van het waar-
schuwingslampje dat gaat branden de juiste maatregelen. (Blz. 496)
Auto's met multi-informatiedisplay
Een combinatie van binnen- en buitenalarm en waarschuwingsmeldingen op
het multi-informatiedisplay zorgen ervoor dat diefstal van de auto en ongeluk-
ken door een onjuiste bediening worden voorkomen. Neem de juiste maatre-
gelen als reactie op de waarschuwingsmeld ingen op het multi-
informatiedisplay. (Blz. 511)
In onderstaande tabel worden de omstandigheden en de correctieprocedures
beschreven in de gevallen waarin alleen het alarm klinkt.
Raak de vergrendelsensor aan met uw
handpalm.
Alarm Situatie Correctieprocedure
Buiten de auto hoor-
baar alarm klinkt één
keer gedurende
5 seconden
Auto's zonder multi-
informatiedisplay: Er is
geprobeerd de portie-
ren te vergrendelen
met het Smart entry-
systeem met st artknop
terwijl de elektroni sche
sleutel zich nog in de
auto bevond.
Neem de elektronische
sleutel uit de auto en
vergrendel de portie-
ren opnieuw.
Er is geprobeerd de
auto te v ergrendelen
terwijl er nog e en por-
tier geopend was.
Sluit alle portieren en
vergrendel ze opnieuw.
114
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
*
1
: Auto's zonder multi-informatiedisplay
*
2
: Auto's met Multidrive CVT
Het alarm in de auto
klinkt continu
Het contact werd in
stand ACC gezet terwijl
het bestuurdersportier
geopend was (of het
bestuurdersportier
werd geopend terwijl
het contact in st and
ACC stond).
Zet het contact UIT en
sluit het bestuurders-
portier.
Het binnenalarm klinkt
1 keer en het bu i-
tenalarm 1 keer gedu-
rende 5 seconden
*
1
Er is gepro beerd een
van de voorportieren te
vergrendelen door een
portier te openen en de
vergrendelknop aan de
binnenzijde in de ver-
grendelstand te zetten,
en het portier vervol-
gens te sluiten door
aan de buitenportier-
greep te trekken terwijl
de elektronische sleutel
zich nog steeds in de
auto bevond.
Neem de elektronische
sleutel uit de auto en
vergrendel de portie-
ren opnieuw.
Het alarm in de auto
klinkt continu
*
1, 2
Het bestuurdersportier
werd geopend terwijl
de selectiehendel in
een andere st and dan
P stond zonder dat het
contact UIT werd
gezet.
Zet de selectiehendel
in stand P.
Alarm Situatie Correctieprocedure
115
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
Energiebesparende functie
De energiebesparende functie word t geactiveerd om te voorkomen dat de
batterij van de elektronische sleutel en de accu leegraken wanneer de auto
gedurende langere tijd niet wordt gebruikt.
In de volgende situaties kan het enige tijd duren voordat de portieren met
het Smart entry-systeem ontgrendeld kunnen worden.
De elektronische sleutel bevindt zich gedurende 10 minuten of langer op
een afstand van ongeveer 2 m van de auto.
Het Smart entry-systeem met startknop is gedurende 5 dagen of langer
niet gebruikt.
Als het Smart entry-systeem met st artknop gedurende 14 dagen of langer
niet gebruikt is, kunnen de portieren alleen via het bestuurdersportier wor-
den ontgrendeld. Pak in dat geval de greep van het bestuurdersportier vast
of gebruik de afstandsbediening of de mechanische sleutel om de portieren
te ontgrendelen.
Energiebesparende functie voor de batterij van de elektronische sleutel
Wanneer de energiebesparende functie is
ingeschakeld, loopt de batterij veel min-
der snel leeg omdat de ontvangst van
radiogolven door de elektronische sleutel
wordt gestopt.
Druk twee keer in terwijl u
ingedrukt houdt. Ga na of het controle-
lampje van de elektronische sleutel 4 keer
knippert.
Het Smart entry-s ysteem met st artknop
kan niet worden gebruikt als de energie-
besparende functie voor de batterij is
ingeschakeld. Druk op een van de toetsen
van de elektronische sleutel om de functie
te annuleren.
116
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Omstandigheden die de werking van het systeem kunnen beïnvloeden
Het Smart Key-systeem met startknop maakt gebruik v an zwakke radiogol-
ven. In de volgende situaties wordt de communicatie tussen de elektronische
sleutel en de auto mogelijk beïnvloed, waardoor het Smart entry-systeem met
startknop, de afstandsbediening en de startblokkering niet goed werken.
(Oplossingen: Blz. 561)
Wanneer de batterij van de elektronische sleutel ontladen is
In de buurt van een televisiezendmast, elektriciteit scentrale, tankstation,
radiozender, videowall, luchthaven of andere locatie waar sterke radiogol-
ven aanwezig zijn
Als u een draagbare radio, mobiele telefoon, draa dloze telefoon of ander
draadloos communicatiemiddel bij u draagt
Wanneer de elektronische sleutel tegen een van de volgende metalen voor-
werpen wordt gehouden of erdoor wordt bedekt
Kaarten met aluminiumfolie
Sigarettenpakjes met aluminiumfolie erin
Metalen portemonnees of tassen
Muntgeld
Metalen handwarmers
Media zoals cd's en dvd's
Als er andere sleutels met afstandsbediening (die radiogolven uitzenden) in
de buurt gebruikt worden
Als u de elektronische sleutel bij u draagt samen me t de volgende appara-
ten die radiogolven uitzenden
De elektronische sleutel of een afstandsbediening van een andere auto
die radiogolven uitzendt
Computers of pda's
Digitale audioapparatuur
Draagbare spelcomputers
Als een metalen coating of met alen voorwerpen aan de achterruit worden
bevestigd
Wanneer de elektronische sleutel in de buurt van een batterijlader of elek-
tronische apparaten wordt gehouden
117
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
Aanwijzing voor de instapfunctie
Zelfs als de elektronische s leutel zich binnen het detectiegebied bevindt,
werkt het systeem in de volgende gevallen mogelijk niet juist:
De elektronische sleutel bevindt zich te dicht bij de ruit of portiergreep, te
dicht bij de grond of te hoog als de portieren worden vergrendeld of ont-
grendeld.
De elektronische sleutel bevindt zich te dicht bij de grond of op een hoge
plaats, of te dicht bij het midden van de achterbumper, als de achterklep
wordt geopend.
De elektronische sleutel ligt op het dashboard, de hoedenplank of de
laadvloer, of in een portiervak of het dashboardkastje als de motor wordt
gestart of de stand van de startknop wordt gewijzigd.
Laat de elektronische sleutel niet boven op het dashboard of in de buurt van
de portiervakken liggen wanneer u de auto verlaat. Afhankelijk van de aan-
wezige radiogolven wordt door de antenne mogelijk waargenomen dat de
sleutel zich buiten de auto bevindt en wordt de auto vergrendeld, waardoor
de elektronische sleutel mogelijk in de auto wordt opgesloten.
Zolang de elektronische sleutel zich binnen het detectiegebied bevindt, kun-
nen de portieren door een willekeurige persoon worden vergrendeld en ont-
grendeld. De auto kan echter alleen worden ontgrendeld via de portieren die
de elektronische sleutel signaleren.
Zelfs als de elektronische sleutel zich buiten de auto bevindt, kan de motor
mogelijk gestart worden als de elektronische sleutel zich in de buurt van de
ruit bevindt.
Als de sleutel zich binnen het ontvangstgebied bevindt en er een grote hoe-
veelheid water op de portiergreep terechtkomt (bijvoorbeeld tijdens een
zware regenbui of het wassen van de auto), kunnen de p ortieren worden
ontgrendeld of vergrendeld. (Als de portieren niet worden geopend e n
gesloten, worden deze na ongeveer 30 seconden automatisch weer ver-
grendeld.)
Als de afstandsbediening wordt gebruikt om de po rtieren te vergrendelen
terwijl de elektronische sleutel zich in de nabijheid van de auto bevindt,
bestaat de mogelijkheid dat de p ortieren niet ontgrendeld worden door de
instapfunctie. (Gebruik de afstandsbediening om de portieren te ontgrende-
len.)
118
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Aanwijzing voor het vergrendelen van de portieren
Wanneer u de vergrendelsensor aanraakt terwijl u handschoenen draagt,
kan de reactie van het systeem trager zijn of worden de portieren mogelijk
niet ontgrendeld. Trek de handschoenen uit en raak de vergrendelsensor
opnieuw aan.
Wanneer is vergrendeld met de vergrendelsensor, worden maximaal twee-
maal achter elkaar identificatiesignalen getoond. Vervolgens worden geen
identificatiesignalen gegeven.
Als de portiergreep nat wordt terwijl de elektronische sleutel zich binnen het
werkzame gebied bevindt, kan het portier herhaaldelijk worden vergrendeld
en ontgrendeld. Volg in dat geval de correctieprocedure hieron der bij he t
wassen van de auto:
Plaats de elektronische sleutel op een afstand van ten minste 2 meter
van de auto. (Zorg ervoor dat de sleutel niet gestolen wordt.)
Schakel de energiebesparende functie voor de batterij in om het Smart
entry-systeem met startknop uit te schakelen. (Blz. 115)
Auto's zonder multi-informatiedisplay: Als de elektronische sleutel zich in de
auto bevindt en een portiergreep tijdens het wassen van de auto nat wordt,
klinkt er buiten de auto een zoemer. Vergrendel alle portieren om het alarm
uit te schakelen.
Auto's met multi-informatiedisplay: Als de elektronis che sleutel zich in d e
auto bevindt en een portiergreep tijdens het wassen van de auto nat wordt,
wordt er mogelijk een melding weergegeven op het multi-informatiedisplay
en klinkt er een zoemer buiten de aut o. Vergrendel alle portieren om he t
alarm uit te schakelen.
De vergrendelsensor werkt mogelijk niet goed wa nneer deze in contact
komt met ijs, sneeuw, modder, enz. Maak de vergrendelsensor schoon en
probeer deze nogmaals te bedienen.
Bij het gebruik van de portiergreep k unnen uw nagels over het portier kras-
sen. Zorg ervoor dat uw nagels of de lak van het portier niet besc hadigd
raken.
119
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
Aanwijzing voor de ontgrendelfunctie
Bij een plotselinge nadering van het detectiegebied of de portiergreep k an
het voorkomen dat de portieren niet ontgrendeld worden. Laat in dat geval
de portiergreep los en controleer of de portieren worden ontgrendeld voor-
dat u opnieuw aan de portiergreep trekt.
Als u de porti ergreep vastpakt terwijl u handschoenen draagt, worde n de
portieren mogelijk niet ontgrendeld.
Als de portiergreep nat wordt terwijl de elektronische sleutel zich binnen het
werkzame gebied bevindt, kan het portier herhaaldelijk worden vergrendeld
en ontgrendeld. Volg in dat geval de correctieprocedure hieron der bij he t
wassen van de auto:
Plaats de elektronische sleutel op een afstand van ten minste 2 meter
van de auto. (Zorg ervoor dat de sleutel niet gestolen wordt.)
Schakel de energiebesparende functie voor de batterij in om het Smart
entry-systeem met startknop uit te schakelen. (Blz. 115)
Als er zich ee n andere elektronische sleutel binnen het detectiebereik
bevindt, is de reactietijd v oor het ontgrendelen van de portiere n nadat een
portiergreep is vastgepakt, mogelijk langer.
Bij het gebruik van de portiergreep k unnen uw nagels over het portier kras-
sen. Zorg ervoor dat uw nagels of de lak van het portier niet besc hadigd
raken.
Als er gedurende langere tijd niet met de auto wordt gereden
Bewaar, om diefstal van de auto te voorkomen, de elektronische sleutel niet
binnen een afstand van 2 meter van de auto.
Het Smart entry-systeem met startknop kan vooraf worden uitgeschakeld.
(Blz. 598)
Alarm (indien aanwezig)
Het alarmsysteem wordt ingeschakeld als het Smart entry-systeem met start-
knop wordt gebruikt om de portieren te vergrendelen. (Blz. 74)
Voor een juiste bediening van het systeem
Zorg ervoor dat u de elektronische sleutel bij u hebt als u het systeem
bedient. Houd de elektronische sleutel niet te dicht bij de auto als u het sys-
teem van buitenaf bedient.
Afhankelijk van de positie en de conditie waarin de elektronische sleutel
wordt bewaard, wordt de sleutel mogelijk niet door het systeem gesignaleerd,
waardoor het sy steem wellicht niet juist functioneert. (Het alarm kan per
ongeluk afgaan of de functie die voorkomt dat de portiere n per ongeluk wor-
den vergrendeld, werkt wellicht niet.)
Als het Smart entry-systeem met startknop niet goed werkt
Vergrendelen en ontgrendelen van de portieren: g ebruik de mechanisc he
sleutel. (Blz. 561)
Starten van de motor: Blz. 562
120
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Levensduur batterij elektronische sleutel
De standaard levensduur van de batterij is 1 - 2 jaar.
Als de batterij bijna leeg is , klinkt een waarschuwingssignaal in de auto als
de motor wordt uitgezet. (Blz. 496, 511)
Omdat de elektronische sleutel altijd radiogolven ontvangt, raakt de batterij
ook ontladen wanneer de elektronische sleutel niet wordt gebruikt. De vol-
gende verschijnselen geven aan dat de batterij van de elektronische sleutel
mogelijk ontladen is. Vervang de batterij indien nodig. (Blz. 440)
Het Smart entry-s ysteem met startknop of de afst andsbediening werkt
niet.
Het detectiegebied wordt kleiner.
Het LED-controlelampje in de sleutel gaat niet aan.
Houd, om de levensduur van de batterij niet nodeloos te bekorten, de elek-
tronische sleutel op een afstand van minimaal 1 m van de volgende elektri-
sche apparaten met een magnetisch veld:
Televisietoestellen
Computers
Mobiele telefoons, draadloze telefoons en batterijladers
Oplaadapparatuur voor draadloze en mobiele telefoons
Tafellampen
Inductiekookplaten
Als de batterij van de elektronische sleutel volledig ontladen is
Blz. 440
Persoonlijke voorkeursinstellingen
De instellingen (van bijvoorbeeld het Smart entry-sy steem met st artknop)
kunnen worden gewijzigd.
(Persoonlijke voorkeursinstellingen: Blz. 598)
Als het Smart entry-systeem met st artknop is uitgeschakeld via de per-
soonlijke voorkeursinstellingen
Vergrendelen en ontgrendelen van de portieren:
Gebruik de afstandsbediening of de mechanische sleutel. (Blz. 129, 561)
Starten van de motor en wijzigen van de standen van het contact:
Blz. 562
Uitzetten van de motor: Blz. 196
121
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
Verklaring voor het Smart entry-systeem met startknop
122
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
123
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
124
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
125
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
126
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
127
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
128
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Waarschuwing met betrekking tot beïnvloeding van elektronische
apparatuur
Mensen met geïmplanteerde pacemakers of hartdefibrillators moeten vol-
doende afstand bewaren tot de antennes v an het Smart entry-systeem
met startknop. (Blz. 112)
De radiogolven kunnen de werking van dergelijke apparatuur beïnvloeden.
Indien nodig kan de instapfunctie worden uitgeschakeld. Neem voor de
frequenties van de radiosignalen en de momenten waarop deze worden
uitgezonden contact op met een Toyota-dealer of erkende rep arateur.
Raadpleeg vervolgens uw arts om na te gaan of de instapfunctie mag wor-
den gebruikt.
Gebruikers van medische app aratuur anders dan geïmplanteerde p ace-
makers en geïmplanteerde hart defibrillatoren moeten cont act opnemen
met de fabrikant of le verancier van deze producten om te informeren of
radiogolven invloed uitoefenen op deze apparatuur.
Radiogolven kunnen onverwachte effecten hebben op de werking van der-
gelijke medische apparatuur.
Neem contact op met een Toyota-dealer of erkende rep arateur voor meer
informatie over het uitschakelen van de instapfunctie.
129
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
Met de afstandsbediening kan de auto wor den vergrendeld en ont-
grendeld.
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Vergrendelen van alle portieren
Ontgrendelen van de a chter-
klep
Ontgrendelen van alle portieren
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Vergrendelen van alle portieren
Ontgrendelen van alle portieren
Afstandsbediening
Overzicht van functies
1
2
3
1
2
130
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Feedbacksignalen
De alarmknipperlichten knipperen om aan te geven dat de portieren zijn ver-
grendeld/ontgrendeld. (Vergrendeld: eenmaal; ontgrendeld: tweemaal)
Zoemer centrale vergrendeling (auto's met Smart entry-systeem en start-
knop)
Als geprobeerd wordt de portieren te vergrendelen wanneer een portier niet
geheel gesloten is, klinkt er gedurende 5 seconden een zoemer. Sluit het por-
tier volledig om de z oemer uit te schakelen en vergrendel de portieren
opnieuw.
Beveiligingsfunctie
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Als er niet binnen 30 seconden na het on tgrendelen van de auto een portier
wordt geopend, zorgt de beveiligingsfunctie ervoor dat de auto weer automa-
tisch wordt vergrendeld.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Blz. 109
Alarm (indien aanwezig)
Het alarmsysteem wordt ingeschakeld als d e afstandsbediening wordt
gebruikt om de portieren te vergrendelen.
(Blz. 74)
Omstandigheden die de werking van het systeem kunnen beïnvloeden
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
De afstandsbediening werkt in de volgende situaties mogelijk niet goed:
Wanneer de batterij van de sleutel met afstandsbediening leeg is
In de buurt van een televisiezendmast, radiozender , elektriciteitscentrale,
luchthaven of andere locatie waar sterke radiogolven aanwezig zijn
U draagt een draagbare radio, mobiele telefoon of ander draadloos commu-
nicatiemiddel bij u
Er zijn meerdere elektronische sleutels in de buurt
De elektronische sleutel wordt tegen een metalen voorwerp gehouden of is
ermee bedekt
Een andere elektronisc he sleutel (die ook radiogolven uitzend t) wordt
gebruikt in de buurt
De elektronische sleutel heeft in de buurt gelegen van een elektrisch app a-
raat, zoals een computer
Als een metalen coating of met alen voorwerpen aan de achterruit worden
bevestigd
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Blz. 116
131
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
Als de afstandsbediening niet goed werkt (auto's met Smart entry-sys-
teem en startknop)
Vergrendelen en ontgrendelen van de portieren: gebruik de mechanische
sleutel. (Blz. 561)
Levensduur batterij van de elektronische sleutel
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Als de afstandsbediening niet werkt, is de batterij mogelijk leeg. Vervang de
batterij indien nodig. (Blz. 440)
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Blz. 120
Als de batterij van de sleutel volledig leeg is
Blz. 440
Bevestiging van het aant al geregistreerde sleutels (auto's met Smart
entry-systeem en startknop)
Het aantal al geregistreerde sleutels kan worden bevestigd. Neem contact op
met een Toyota-dealer of erkende reparateur voor meer informatie.
Persoonlijke voorkeursinstellingen
De instellingen (bijvoorbeeld van de afst andsbediening) kunnen worden
gewijzigd.
(Persoonlijke voorkeursinstellingen: Blz. 598)
132
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Verklaring voor de afstandsbediening
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Blz. 121
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
133
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
134
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
135
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
136
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
137
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
138
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
De portieren kunnen worden vergrendeld en ontgrendeld met de
instapfunctie (indien aanwezig), de afstandsbediening of de schake-
laars van de centrale vergrendeling.
Instapfunctie (indien aanwezig)
Blz. 109
Afstandsbediening
Blz. 129
Sleutel
Het vergrendelen en ontgrendelen van de po rtieren met behulp van
de sleutel gaat als volgt:
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Vergrendelen van alle
portieren
Ontgrendelen van alle
portieren
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
De portieren kunnen ook worden vergrendeld en ontgrendeld met de
mechanische sleutel. (Blz. 561)
Portieren
Ontgrendelen en vergrendelen van de portieren
1
2
139
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
Schakelaars centrale vergrendeling
Vergrendelen van alle
portieren
Ontgrendelen van alle
portieren
Vergrendelknoppen portier
Vergrendelen van het portier
Ontgrendelen van het portier
De voorportieren kunnen wor-
den geopend door aan de bin-
nenportiergreep te trekken, ook
al staat de vergrendelknop in de
stand vergrendeld.
Zet de ver grendelknop aan de binne nzijde in de vergrendelde
stand.
Sluit het portier met de portiergreep uitgetrokken.
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Het portier kan niet worden vergrendeld als de sleutel zich in het con-
tact bevindt.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Het portier kan niet worden vergrendeld als het contact in stand ACC
of AAN (IG) staat of als de elektronische sleutel zich nog in de auto
bevindt.
De sleutel wordt mogelijk niet juist gesignaleerd waardoor het portier wel-
licht vergrendeld wordt.
1
2
1
2
Vergrendelen van de voorportieren van buitenaf zond er gebruik
te maken van een sleutel
1
2
140
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Het portier kan niet van af de bin-
nenzijde van de auto w orden
geopend wanneer het kinderslot is
geactiveerd.
Ontgrendelen
Vergrendelen
Hierdoor wordt voorkomen dat kin-
deren per ongeluk de achterportie-
ren openen. Druk de schakelaars
op de portieren naar beneden om
de kindersloten te activeren.
Indien er een verkeerde sleutel is gebruikt (behalve auto's zonder Smart
entry-systeem en startknop)
De slotcilinder zal vrij kunnen draaien.
Kinderslot achterportier
1
2
WAARSCHUWING
Voorkom ongevallen
Neem bij het rijden met de auto de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht n emen van deze voorschriften kan ertoe leiden dat er per
ongeluk een portier wordt geopend en dat er iemand uit de auto valt, waar-
door ernstig letsel kan ontstaan.
Controleer of alle portieren volledig gesloten en vergrendeld zijn.
Trek tijdens het rijden niet aan de portiergreep.
Wees extra voorzichtig met het bestuurders- en voorpassagiersportier;
deze kunnen zelfs worden geopend wanneer de vergrendelknop in de
stand vergrendeld staat.
Activeer de kindersloten op de achterportieren als er kinderen achter in de
auto vervoerd worden.
141
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
Schakelaar centrale vergrendeling
Blz. 139
Instapfunctie (indien aanwezig)
Blz. 110
Afstandsbediening
Blz. 129
Trek de achterklep omhoog terwijl
u de ontgrendelschakelaar van de
achterklep ingedrukt houdt.
De achterklep kan niet direct nadat
de ontgrendelschakelaar van de
achterklep is ing edrukt, worden
gesloten.
Sluiten van de achterklep
Achterklep
De achterklep kan op de volgende manieren
vergrendeld/ontgrendeld en geopend worden.
Vergrendelen en ontgrendelen van de achterklep
Openen van de achterklep
Laat de achterklep zakk en met behulp
van de achterklepgreep aan de binnen-
zijde en druk de achterklep van buitenaf
naar beneden om deze te sluiten.
Let op dat de achterklep bij het sluiten
ervan met de handgreep niet opzij
wordt getrokken.
142
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Bagageruimteverlichting
De bagageruimteverlichting gaat branden als de achterklep wordt geopend.
Indien het openingssysteem van de achterklep niet werkt
De achterklep kan worden geopend van binnenuit.
Verwijder het klepje.
Breng om het deks el te bescherme n
een doek aan tussen de sleufkop-
schroevendraaier en h et deksel, zoals
aangegeven in de afbeelding.
Beweeg de hendel.
WAARSCHUWING
Wees voorzichtig tijdens het rijden
Zorg ervoor dat de achterklep gesloten is tijdens het rijden.
Als de achterklep open blijft, kan deze tijdens het rijden voorwerpen raken
of kan er bagage uit de bagageruimte vallen, waardoor een ongeval kan
ontstaan.
Bovendien kunnen uitlaatgassen in de auto terechtkomen, hetgeen zeer
schadelijk kan zijn voor de gezondheid. Controleer voordat u wegrijdt of de
achterklep is gesloten.
Controleer voordat u wegrijdt of de achterklep goed is gesloten. Als de
achterklep niet volledig gesloten is, kan deze tijdens het rijden opengaan,
waardoor een ongeval kan ontstaan.
Sta nooit toe dat er personen in de bagageruimte meerijden. In het geval
van plotseling remmen of een aanrijding kunnen personen in de bagage-
ruimte ernstig letsel oplopen.
1
2
143
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
WAARSCHUWING
Als er kinderen in de auto aanwezig zijn
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ern-
stig letsel.
Laat kinderen niet in de bagageruimte komen.
Als een kind per ongeluk in de bagageruimte wordt opgesloten, kan het
bevangen worden door de hitte of verwondingen oplopen.
Laat kinderen de achterklep niet openen of sluiten.
De achterklep kan mogelijk onverwachts in beweging komen of er kan een
lichaamsdeel bekneld raken.
Bedienen van de achterklep
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot
gevolg hebben.
Verwijder sneeuw en ijs van de achterklep voordat u deze opent. Als u dat
niet doet, kan de achterklep na het openen plotseling weer dichtvallen.
Controleer voordat u de achterklep sluit goed of de omgeving veilig is.
Zorg als er iemand dichtbij staat dat deze persoon veilig is en meld dat u
de achterklep gaat openen of sluiten.
Wees voorzichtig bij het openen en s luiten van de achterklep bij sterke
wind, aangezien de achterklep als gevolg van sterke wind plotseling kan
bewegen.
Als de achterklep niet helemaal word t
geopend, kan deze plotseling dichtval-
len. Op een hell ing is het moeilijker om
de achterklep te openen of te sluiten
dan op een horizontale ondergrond. Let
dus op dat de achterklep niet plotseling
vanzelf open- of dichtgaat. Controleer
voordat u de bagageruimte gebruikt of
de achterklep volledig geo pend en vei-
lig is.
144
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Trek nooit aan de gasdemper van de achterklep om deze te sluiten en
hang niets aan de gasdemper.
Als dat wel gebeurt kunnen uw handen bekneld raken of k an de gasveer
afbreken, waardoor een ongeval kan ontstaan.
Als er op de achterklep een fietsendrager of een vergelijkbaar zwaar
onderdeel gemonteerd is, kan de achterk lep na het openen plot seling
dichtvallen waardoor lic haamsdelen bekneld kunne n raken en letsel kan
optreden. Wij raden u aan om originele Toyota-onderdelen te gebruiken
wanneer u accessoires op de achterklep wilt monteren.
Let bij het sluiten van de achterklep
goed op dat er geen vingers enz.
bekneld raken.
Controleer na het sluiten van de achter-
klep altijd of deze goed gesloten is door
er even op te drukken. Als de achter-
klepgreep wordt gebruikt om de achter-
klep volledig te sluiten, kunnen uw
handen of armen bekneld raken.
145
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
OPMERKING
Achterklepgasdempers
De achterklep is voorzien van gasdempers die de achterklep op zijn plaats
houden.
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Anders kunnen de gasdempers van de achterklep beschadigd raken, waar-
door deze niet meer werken.
Bevestig nooit stickers, kunststoffolie,
zelfklevende voorwerpen, enz. aan de
gasdemper.
Raak de binnenpoot van de gasdemper
nooit aan met handschoenen of andere
stoffen voorwerpen.
Bevestig alleen originele Toyota-acces-
soires aan de achterklep.
Plaats uw handen nooit op de steun van
de gasdemper en oefen hierop nooit zij-
delingse krachten uit.
146
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3-3. Verstellen van de stoelen
Hendel stoelpositieverstelling
Hendel rugleuningverstelling
Hendel hoogteverstelling
(indien aanwezig)
Schakelaar lendensteunverstel-
ling (indien aanwezig)
Voorstoelen
Procedure voor het verstellen
1
2
3
4
147
3-3. Verstellen van de stoelen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
WAARSCHUWING
Wanneer de positie van de stoel wordt versteld
Let er bij het verstellen van de positie van de stoel op dat de stoel de ove-
rige inzittenden van de auto niet raakt, omdat deze hierdoor wellicht letsel
op zouden kunnen lopen.
Houd uw handen niet onder de stoel of in de buurt van bewegende onder-
delen om letsel te voorkomen.
Uw vingers of handen zouden bekneld kunnen raken in het stoelmecha-
nisme.
Stoelen verstellen
Let erop dat de stoel geen passagiers of bagage raakt.
Om te voorkomen dat u bij een aanrijding onder de veiligheidsgordel door-
schuift, is het raadzaam de leuning niet verder achterov er te zetten dan
strikt noodzakelijk is.
Als de rugleuning te ver achterover staat, kan bij een aanrijding het heup-
gedeelte over uw heupen heen schuiven, waardoor er te veel kracht op uw
buik wordt uitgeoefend of kan het schoudergedeelte van de gordel in con-
tact komen met uw nek, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
Verstel de stoelen niet tijdens het rijden, aangezien de stoelen dan onver-
wachts kunnen bewegen. Daardoor kan de bestuurder de controle over de
auto verliezen.
Controleer na het verstellen of de stoel goed is vergrendeld.
Wanneer de positie van de stoel wordt versteld
Zorg ervoor voor dat er voldoende ruimte overblijft voor de voeten, zodat ze
niet vast komen te zitten.
148
3-3. Verstellen van de stoelen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Schuif de voorstoelen naar voren. (Blz. 146)
Berg de armsteun achterop. (indien aanwezig) (Blz. 389)
Berg de middelste gordelslui-
ting achter op.
Zet de hoofdsteunen in de laagste stand. (Blz. 151)
Van binnenuit
Trek de on tgrendelingshendel
van de rugleuning naar u toe en
klap de rugleuning neer.
De delen v an de rugleuning kun-
nen afzonderlijk worden neerge-
klapt.
Van buitenaf
Trek aan de hendel ter hoogte
van de zijkant van d e bagage-
ruimte.
De delen v an de rugleuning kun-
nen afzonderlijk worden neerge-
klapt.
Achterstoelen
De rugleuningen van de achterstoelen kunnen worden
neergeklapt.
Rugleuningen achter neerklappen
1
2
3
4
5
5
149
3-3. Verstellen van de stoelen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
WAARSCHUWING
Wanneer de rugleuningen achter omlaag worden geklapt
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht. Het niet in acht nemen
van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.
Klap de rugleuningen niet omlaag tijdens het rijden.
Breng de auto op een vlakke ondergrond tot stilstand, activeer de parkeer-
rem en zet de selectiehendel in st and P (Multidrive CVT) of N (handge-
schakelde transmissie).
Laat geen personen op de neergeklapte rugleuning of in de bagageruimte
zitten tijdens het rijden.
Laat kinderen niet in de bagageruimte komen.
Laat niemand op de middelste achterstoel zitten als de achterstoel rechts
is neergeklapt, omdat de gordelsluiting van de middelste achterstoel dan
onder de neergeklapte rugleuning zit en niet kan worden gebruikt.
Zorg ervoor dat uw hand niet klem komt te zitten bij het ne erklappen van
de rugleuningen van de achterstoelen.
Verplaats de voorstoel alvorens de rugleuningen van de achterstoelen
neer te klappen, zodat de voorstoel niet in de weg zit.
Nadat de rugleuning van de achterstoel rechtop is gezet
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht. Het niet in acht nemen
van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.
Controleer of de rugleuning goed ver-
grendeld is door de rugleuning voor-
zichtig naar voren en naar achteren te
drukken.
Als de rugleuning niet goed vergrendeld
is, is de rode markering zichtbaar op de
ontgrendelingshendel van de rugleu-
ningverstelling. Zorg dat het rode merk-
teken niet zichtbaar is.
Controleer of de gordels niet gedraaid
zijn of vastzitten in de rugleuning.
Als de veiligheidsgordel klem zit tussen
de haak en de grendel van de rugleu-
ningvergrendeling, kan de gordel
beschadigd raken.
150
3-3. Verstellen van de stoelen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
OPMERKING
Als het scheidingsnet is bevestigd aan de neergeklapte rugleuningen
van de achterstoelen (auto's met scheidingsnet)
Het scheidingsnet moet worden verwijderd voordat de rugleuningen in de
oorspronkelijke positie kunnen worden teruggezet. (Blz. 378)
151
3-3. Verstellen van de stoelen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
Hoogteverstelling
Omhoog
Trek de hoofdsteunen omhoog.
Omlaag
Duw de hoofdsteun o mlaag en
houd daarbij de ontgrendelknop
ingedrukt.
Verwijderen van de hoofdsteunen
Afstellen van de hoogte van de hoofdsteunen
Afstellen van de hoofdsteun achter
Stel de hoofdsteunen voor gebruik altijd minimaal in op de op een na laagste
stand.
Hoofdsteunen
Alle zitplaatsen zijn voorzien van een hoofdsteun.
Ontgrendelknop
1
2
Trek de hoofdsteun omho og en houd
daarbij de ontgrendelknop ingedrukt.
Stel de hoofdsteunen zo in dat het midden
van de hoofdsteun zich zo dicht mogelijk
bij de bovenzijde van uw oren bevindt.
Ontgrendelknop
152
3-3. Verstellen van de stoelen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de hoofdsteunen
Neem met betrekking tot de hoofdsteunen de volgende voorzorg smaatre-
gelen in acht. Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan
resulteren in ernstig letsel.
Plaats de hoofdsteunen altijd op de bijbehorende stoel.
Stel de hoofdsteunen altijd goed af.
Druk de hoofdsteunen na het plaatsen naar beneden om te controleren of
ze goed geborgd zijn.
Rijd nooit zonder hoofdsteunen.
153
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
3-4. Verstellen van het stuurwiel en de spiegels
Houd het stuurwiel vast en druk
de hendel omlaag.
Zet het stuurwiel in de ideale
positie door het in horizontale
en verticale richting te b ewe-
gen.
Trek na de v erstelling de hendel
omhoog om het stuurwiel te bor-
gen.
Stuurwiel
Procedure voor het verstellen
1
2
WAARSCHUWING
Wees voorzichtig tijdens het rijden
Verstel het stuurwiel niet tijdens het rijden.
Hierdoor kunt u de macht over he t stuur verliezen, waardoor ernstig let sel
kan ontstaan.
Na het afstellen van het stuurwiel
Controleer of het stuurwiel goed vergrendeld is.
Anders kan het stuurwiel plotseling bewegen, wat kan leiden tot een onge-
val en ernstig letsel.
154
3-4. Verstellen van het stuurwiel en de spiegels
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
De hoogte van de binnenspiegel kan worden afgestemd op u w hou-
ding achter het stuur.
Stel de hoogte van de binnenspie-
gel af door de spiegel omhoog of
omlaag te bewegen.
Binnenspiegel met handmatig bediende antiverblindingsstand
Verblinding door de koplampen van achteropkomend verkeer kan
worden beperkt door de lip te verstellen.
Stand NORM (normaal)
Antiverblindingsstand
Binnenspiegel
De positie van de binnenspiegel kan worden afgesteld zodat de
bestuurder voldoende zicht naar achteren heeft.
Afstellen van de hoogte van de binnenspiegel (alleen auto's met
binnenspiegel met automatische antiverblindingsstand)
Antiverblindingsstand
1
2
155
3-4. Verstellen van het stuurwiel en de spiegels
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
Binnenspiegel met automatische antiverblindingsstand
De hoeveelheid gereflecteerd licht wordt automatisch gereduceerd
op basis van de helderheid van de koplampe n van achteropko-
mend verkeer.
De modus vo or de automati-
sche antiverblindingsstand wij-
zigen
Aan/uit
Wanneer de automatische anti-
verblindingsstand is ingescha-
keld, brandt het controlelampje.
De functie wordt ingeschakeld
telkens wanneer het cont act
AAN wordt gezet.
Druk op de toets om de functie
uit te schakelen. (Het controle-
lampje gaat ook uit.)
Voorkom een onjuiste werking van de sensoren (auto's met binnenspie-
gel met automatische antiverblindingsstand)
Controlelampje
Raak de sensoren niet aan en bedek ze
ook niet, omdat hierdoor de werking v an
de sensoren in negatieve zin beïnvloed
kan worden.
WAARSCHUWING
Verstel de spiegel niet tijdens het rijden.
Hierdoor kunt u de macht over he t stuur verliezen, waardoor ernstig let sel
kan ontstaan.
156
3-4. Verstellen van het stuurwiel en de spiegels
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Druk op de schakelaar om een
buitenspiegel te selecteren.
Links
Rechts
Verstel de buitenspiegel met de
schakelaar.
Omhoog
Rechts
Omlaag
Links
Buitenspiegels
Procedure voor het verstellen
1
1
2
2
1
2
3
4
Handmatig inklappen van de buitenspiegels
Handmatige verstelling Elektrische verstelling
Klap de buitenspiege l naar de
achterzijde van de auto in.
Druk op de schakelaa r om de
buitenspiegels in te klappen.
Druk nogmaals op de schakelaar
om de buitenspiegels weer uit te
klappen.
157
3-4. Verstellen van het stuurwiel en de spiegels
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
De automatische st and maakt he t mogelijk om het wegkl appen of
terugklappen van de spiegels te koppelen aan het vergrendelen/ont-
grendelen van de portieren.
De automatische werking kan als volgt worden uitgeschakeld.
Zet het contact UIT.
Houd de toet s voor inklappen
van de spiegels en voor het
wijzigen van de spiegelhoek
tegelijkertijd en langer dan
2 seconden ingedrukt.
Voer bovenstaande handelingen
uit om de automatische werking
weer in te schakelen.
Automatisch inklappen en terugklappen van de spiegels
(indien aanwezig)
1
2
158
3-4. Verstellen van het stuurwiel en de spiegels
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
De spiegelhoek kan worden versteld wanneer
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Het contact in stand ACC of AAN staat.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Het contact in stand ACC of AAN (IG) staat.
Als de spiegels beslagen zijn
De buitenspiegels kunnen worden ontwasemd met de spiegelverwarming.
Door de achterruitverwarming in te schakelen wordt de buitenspiegelverwar-
ming ingeschakeld. (Blz. 314)
Gebruik de automatische stand bij koud weer (indien aanwezig)
Wanneer de automatische stand wordt gebruikt bij koud weer, kan de deur-
spiegel bevriezen en wordt de spiegel mogelijk niet automatisch in- en uitge-
klapt. Verwijder in dit geval sneeuw en ijs van de spiegel en en bedien de
spiegel vervolgens met de handmatige modus of beweeg de spiegel met de
hand.
WAARSCHUWING
Belangrijke punten tijdens het rijden
Neem tijdens het rijden de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Als u dat niet doet, kunt u de macht over het stuur verliezen, waardoor ern-
stig letsel kan ontstaan.
Verstel de spiegels niet tijdens het rijden.
Rijd niet met de auto als de spiegels zijn weggeklapt.
Beide buitenspiegels dienen in de normale stand te staan en goed te zijn
ingesteld alvorens met de auto wordt gereden.
Wanneer een spiegel versteld wordt
Zorg ervoor dat uw hand niet bekneld raakt tussen de bewegende spiegel
en het spiegelhuis om letsel en storingen te voorkomen.
Als de spiegelverwarming is ingeschakeld
Raak het oppervlak van de spiegels niet aan, omdat dit heet kan worden en
brandwonden kan veroorzaken.
159
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
3-5. Openen en sluiten van de ruiten
De elektrisch bedienbare ruiten kunnen worden geopend en gesloten
met behulp van de schakelaars.
Bedienen van de schakelaar beweegt de ruiten als volgt:
One-touch openen/sluiten van alleen de ruit bestuurdersportier
Sluiten
One-touch sluiten (alleen ruit
bestuurdersportier)
*
Openen
One-touch openen (alleen ruit
bestuurdersportier)
*
*
: De ruit stopt in een tussenstand
door de schakelaar in de a ndere
richting te bewegen.
One-touch openen/sluiten van alle ruiten
Sluiten
One-touch sluiten
*
Openen
One-touch openen
*
*
: De ruit stopt in een tussenstand
door de schakelaar in de a ndere
richting te bewegen.
Elektrisch bedienbare ruiten
: Indien aanwezig
Openen en sluiten
1
2
3
4
1
2
3
4
160
3-5. Openen en sluiten van de ruiten
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Druk de schakelaar in om d e
schakelaars voor de ruiten van de
passagiers te blokkeren.
Gebruik deze schakelaar om te
voorkomen dat kinderen per onge-
luk een ruit openen of sluiten.
Blokkeerschakelaar ruitbediening
161
3-5. Openen en sluiten van de ruiten
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
De elektrisch bedienbare ruiten kunnen bediend worden als
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN staat.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN (IG) staat.
Bedienen van de elektrisch bedienbare ruiten nadat he t contact UIT is
gezet
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
De elektrisch bedienbare ruiten kunnen, zelfs nadat het contact in stand ACC
of UIT is gezet, nog ongeveer 45 seconden worden bediend. Ze kunnen ech-
ter niet meer worden bediend zodra een van de voorportieren is geopend.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
De elektrisch bedienbare ruiten kunnen, zelfs nadat het contact in stand ACC
of UIT is gezet, nog ongeveer 45 seconden worden bediend. Ze kunnen ech-
ter niet meer worden bediend zodra een van de voorportieren is geopend.
Klembeveiliging (alleen ruiten met functie one-touch sluiten)
Als tijdens het sluiten een object bekneld raakt tussen de ruit en het ruitframe,
stopt de beweging van de ruit en wordt de ruit weer iets geopend.
162
3-5. Openen en sluiten van de ruiten
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Als de elektrisch bedienbare ruit ni et normaal slui t (alleen ruiten met
functie one-touch sluiten)
Als de klembeveiliging niet goed werkt en een ruit niet kan worden gesloten,
voert u de volgende handelingen uit met de schakelaar voor de ruitbediening
van het desbetreffende portier.
Auto's zonder Smart entry-systeem en startknop: Nadat de auto is stilgezet,
kan de ruit worden gesloten do or de schakelaar ruitbediening ingedrukt te
houden in de one-touch sluitpositie terwijl het contact AAN wordt gezet.
Auto's met Smart entry-systeem en startknop: Nadat de auto tot stilstand is
gebracht, kan de ruit worden gesloten door de schakelaar van de ruitbedie-
ning ingedrukt te houden in de one-touch sluitpositie terwijl het contact AAN
(IG) wordt gezet.
Als de ruit zelfs na het uitvoeren van de bovenstaande stap nog steeds niet
kan worden gesloten, initialiseert u de functie via de volgende procedure.
Houd de schakelaar voor de ruit bediening in de one -touch sluitpositie.
Blijf, nadat de ruit is gesloten, de schakelaar gedurende 6 seconden
ingedrukt houden.
Houd de schakelaar ruitbediening in de one-touch openpositie. Blijf,
nadat de ruit volledig is geopend, de schakelaar gedure nde 2 seconden
ingedrukt houden.
Houd de schakelaar ruitbediening weer in de one-touch sluitpositie. Blijf,
nadat de ruit is gesloten, de schakelaar gedurende 2 seconden ingedrukt
houden.
Herhaal de procedure vanaf het begin a ls u de schakelaar he bt losgelaten
terwijl de ruit nog in beweging was.
Laat uw auto nakijken door een Toyota-dealer of erkende reparateur als de
ruit ook na het uitvoeren van bovenst aande procedure dichtgaat, maar ver-
volgens weer iets verder opengaat.
1
2
3
163
3-5. Openen en sluiten van de ruiten
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
3
Bediening van elk onderdeel
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig
letsel.
Sluiten van de ruiten
Controleer of geen van de inzittende n een hand of ander lichaamsdeel
naar buiten steekt dat bekneld zou kunnen rak en als de ruiten bediend
worden.
Laat de elektrisch bedienbare ruiten niet bedienen door kinderen.
Een onjuiste bediening van de elektrisch bedienbare ruiten kan ernstig let-
sel veroorzaken.
Klembeveiliging (alleen ruiten met functie one-touch sluiten)
Steek geen lichaamsdelen in de opening om te proberen of de klembevei-
liging werkt.
Het is mogelijk dat de klembeveiliging niet meer werk t als de ruit bijna
gesloten is.
164
3-5. Openen en sluiten van de ruiten
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
165
4
Rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4-1. Voordat u gaat rijden
Rijden met de auto ............166
Lading en bagage..............178
Rijden met een
aanhangwagen................181
4-2. Rijprocedures
Contactslot (auto's zonder
Smart entry-systeem
en startknop) ...................190
Startknop (auto's met
Smart entry-systeem
en startknop) ...................194
Multidrive CVT*..................204
Handgeschakelde
transmissie*.....................209
Richtingaanwijzer-
schakelaar .......................213
Parkeerrem........................214
Claxon ...............................215
4-3. Bedienen van verlichting
en ruitenwissers
Lichtschakelaar..................216
Automatic High
Beam-systeem* ...............222
Schakelaar mistlampen .....227
Ruitenwissers en
-sproeiers.........................229
Achterruitenwisser en
-sproeier ..........................234
4-4. Tanken
Openen van de tankdop ....236
4-5. Gebruik van de
ondersteunende
systemen
Cruise control* ...................240
Snelheidsbegrenzer* .........245
Toyota Parking
Assist-sensor*..................248
Simple-IPA (Simple-
Intelligent Parking
Assist)* ............................254
Stop & Start-systeem* .......269
Ondersteunende
systemen .........................275
Hill Start Assist Control ......280
Roetfilter (alleen
dieselmotor).....................282
4-6. Rijtips
Rijden in de winter .............284
166
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4-1. Voordat u gaat rijden
Blz. 190, 194
Multidrive CVT
Zet met ingetrapt rempedaal de selectiehendel in stand D.
(Blz. 204)
Deactiveer de parkeerrem. (Blz. 214)
Laat het rempedaal geleidelijk opkomen en trap langzaam het gas-
pedaal in om de auto in beweging te brengen.
Handgeschakelde transmissie
Zet met ingetrapt koppelingspedaal de selectiehendel in de 1e ver-
snelling.
(Blz. 209)
Deactiveer de parkeerrem. (Blz. 214)
Laat het koppelingsp edaal geleidelijk opkom en. Trap tegelijkertijd
het gaspedaal langzaam in om de auto in beweging te brengen.
Rijden met de auto
Volg om veilig te kunnen rijden de onderstaande procedures:
Starten van de motor
Rijden
1
2
3
1
2
3
167
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Multidrive CVT
Trap, terwijl de selectiehendel in stand D staat, het rempedaal in.
Activeer indien nodig de parkeerrem.
Zet de selectiehendel in stand P of N als de auto langdurig stil zal staan.
(Blz. 204)
Handgeschakelde transmissie
Trap het rempedaal in terwijl het koppelingspedaal is ingetrapt.
Activeer indien nodig de parkeerrem.
Als de auto gedurende langere tijd stilst aat, zet dan de selectiehendel in
stand N. (Blz. 209)
Auto's met Stop & Start-systeem: Als het Stop & Start-systeem is ingescha-
keld, wordt de motor uitgeschakeld als de selectiehendel in de vrijstand
wordt gezet en het koppelingspedaal wordt losgelaten. (Blz. 209)
Multidrive CVT
Trap, terwijl de selectiehendel in stand D staat, het rempedaal in.
Zet de selectiehendel in stand P. (Blz. 204)
Activeer de parkeerrem. (Blz. 214)
Zet het contact UIT om de motor uit te zetten.
Vergrendel de portieren nadat u gecontroleerd hebt of u de sleutel
bij u hebt.
Plaats bij het parkeren op een helling indien nodig wielblokken.
Handgeschakelde transmissie
Trap het rempedaal in terwijl het koppelingspedaal is ingetrapt.
Zet de selectiehendel in stand N. (Blz. 209)
Zet de auto bij het parkeren op een helling in de 1e versnelling of de ach-
teruit.
Activeer de parkeerrem. (Blz. 214)
Zet het contact UIT om de motor uit te zetten.
Vergrendel de portieren nadat u gecontroleerd hebt of u de sleutel
bij u hebt.
Plaats bij het parkeren op een helling indien nodig wielblokken.
Tot stilstand brengen van de auto
Parkeren van de auto
1
2
1
2
1
2
3
4
5
1
2
3
4
5
168
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Multidrive CVT
Activeer de parkeerrem en zet de selectiehendel in stand D.
Trap het gaspedaal geleidelijk in.
Deactiveer de parkeerrem.
Handgeschakelde transmissie
Houd de parkeerrem geactiveerd, trap het koppelingspedaal in en
zet de selectiehendel in de 1e versnelling.
Trap het gaspedaal in en laat tegelijkertijd het koppelingspedaal
geleidelijk opkomen.
Deactiveer de parkeerrem.
Als u wegrijdt op een helling omhoog
De Hill Start Assist Control is beschikbaar. (Blz. 280)
Rijden in de regen
Rijd voorzichtig als het regen t, omdat het zicht dan minder is, de ruite n
beslagen kunnen zijn en de weg glad kan zijn.
Rijd extra voorzichtig wanneer he t begint te regenen, de weg kan dan
immers bijzonder glad zijn.
Matig uw snelheid bij het rijden in de regen, tussen band en wegdek kan er
zich dan immers een waterf ilm vormen die h et sturen en remmen kan
bemoeilijken.
Motortoerental tijdens het rijden (auto's met Multidrive CVT)
In de volgende gevallen kan het motortoerent al tijdens het rijden te hoog
oplopen. Dit is het gevolg v an automatisch op- of terugschakelen, al naar
gelang de rijomstandigheden. Het duidt niet op plotseling accelereren.
Het systeem signaleert dat de auto een helling op of af rijdt
Als het gaspedaal wordt losgelaten
Als het rempedaal is ingetrapt en de sportmodus is geselecteerd
Wegrijden op een helling
1
2
3
1
2
3
169
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Inrijden van uw nieuwe Toyota
Voor een maximale levensduur van de auto adviseren wij rekening te houden
met onderstaande aanwijzingen:
De eerste 300 km:
Voorkom plotseling sterk afremmen.
De eerste 800 km:
Rijd niet met een aanhangwagen.
De eerste 1.000 km:
Rijd niet met extreem hoge snelheden.
Vermijd plotseling sterk accelereren.
Rijd niet langdurig in een lage versnelling.
Rijd niet langdurig met een constante snelheid.
Rijden in het buitenland
Zorg ervoor dat uw auto voldoet aan de in het desbetreffende land geldende
wettelijke voorschriften en controleer of de ju iste brandstof verkrijgbaar is.
(Blz. 584)
Stationair draaien vóór uitzetten van de motor (dieselmotor)
Laat de motor st ationair draaien na rijden met hoge snelheden of oprijden
van een helling om schade aan de turbo te voorkomen.
Rijomstandigheden Stationair draaien
Normaal stadsgebruik Niet nodig
Rijden met hoge
snelheid
Constante snelheid van
ongeveer 80 km/h
Ongeveer
20 seconden
Constante snelheid van
ongeveer 100 km/h
Ongeveer 1 minuut
Rijden op een steile helling of rijden met een
constante snelheid van 100 km/h of meer (rijd en
op een circuit, enz.)
Ongeveer 2 minuten
170
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig
letsel.
Bij het starten van de auto (auto's met Multidrive CVT)
Houd het rempedaal altijd ingetrapt als de auto stilstaat en de motor draait.
Dit voorkomt kruipen van de auto.
Tijdens het rijden
Zorg ervoor dat u, voordat u wegrijdt, blindelings het gas- en rempedaal
kunt vinden.
Als u per ongeluk in plaats van het rempedaal het gaspedaal intrapt, zal
de auto onverwacht accelereren, wat een ongeval tot gevolg kan heb-
ben.
Bij het achteruitrijden draait u wellicht uw lichaam, waardoor het bedie-
nen van de pedalen moeilijk wordt. Zorg dat u de pedalen altijd goed
kunt bedienen.
Zorg dat u altijd in de juiste houding achter het stuur zit, ook als de auto
maar kort hoeft te rijden. Zo kunt u rem- en gaspedaal goed bedienen.
Trap het rempedaal met uw rechtervoet in. Wanneer u het rempedaal
met uw linkervoet intrapt, kan in een noodgeval uw reactie vertraagd
worden, waardoor een ongeval kan ontstaan.
Rijd niet met de auto over brandbare materialen en p arkeer de auto ook
niet in de buurt van dergelijke materialen.
Het uitlaatsysteem en de uitlaatgassen kunnen zeer heet worden. Deze
hete onderdelen kunnen brand veroorzaken als er licht ontvlambaar mate-
riaal aanwezig is.
Zet de motor niet uit tijdens het rijd en. Door de motor tijdens het rijden uit
te zetten, verliest u niet de controle over het stuurwiel of de remmen, maar
werkt de bekrac htiging van deze systemen niet meer . Hierdoor zal het
remmen en sturen veel zwaarder gaan dan normaal. Zet in dat geval de
auto aan de kant zodra dit veilig kan.
In geval van nood echter, bijvoorbeeld als de a uto onmogelijk op de n or-
male manier tot stilstand kan worden gebracht: Blz. 477
Rem bij het afdalen van een steile helling af op de motor (terugschakelen)
om de snelheid te verminderen.
Het continu gebruiken van de remmen kan leiden tot oververhitting en een
verminderde remwerking. (Blz. 204, 209)
Verstel het stuurwiel, de stoel of de binnen- of buitenspiegel niet tijdens
het rijden.
Als u dat wel doet, kunt u de macht over het stuur verliezen.
Controleer altijd of alle passagiers hun armen, hoofd en andere lichaams-
delen binnen de auto houden.
171
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig
letsel.
Rijden op glad wegdek
Door plotseling remmen, a ccelereren en sturen kunnen de banden hun
grip verliezen, met controleverlies tot gevolg.
Door plotseling accelereren, afremmen op de motor als gevolg van scha-
kelen of wijzigingen in het motortoerental kan de auto in een slip raken.
Trap, nadat u door een plas bent gereden, het rempedaal lichtjes in om
ervoor te zorgen dat de remmen goed werken. Door natte remblokken kan
de remwerking afnemen. Remmen die aan één kant van de auto nat zijn
en niet goed werken, kunnen de besturing bemoeilijken.
Bedienen van de selectiehendel
Auto's met Multidrive CVT: Laat de auto niet achteruit rollen als de vooruit-
versnelling is ingeschakeld of vooruit rollen terwijl de selectiehend el in
stand R staat.
Als dat wel gebeurt, kan de motor afslaan of kan de auto niet op de juiste
manier op rem- en stuurcommando's reageren, waardoor een aanrijding
of schade aan de auto kan ontstaan.
Auto's met Multidrive CVT: Zet de selectiehendel nooit in stand P terwijl de
auto nog rijdt.
Als u dat wel doet, kan er schade aan de transmissie ontstaan waardoor u
de controle over de auto kunt verliezen.
Zet de selectiehendel tijdens het vooruitrijden niet in stand R.
Als u dat wel doet, kan er schade aan de transmissie ontstaan waardoor u
de controle over de auto kunt verliezen.
Zet de selectiehendel tijdens het achteruitrijden niet in stand D (Multidrive
CVT) of de 1e versnelling (handgeschakelde transmissie).
Als u dat wel doet, kan er schade aan de transmissie ontstaan waardoor u
de controle over de auto kunt verliezen.
Zet de selectiehendel tijdens het rijden niet in stand N. Als u dat wel doet,
wordt de verbinding tussen de motor en de transmissie verbroken. Als de
transmissie in stand N staat, is afremmen op de motor niet mogelijk.
Auto's met Multidrive CVT: Zet de selectiehendel niet in een andere stand
als het gaspedaal is ingetrapt. Als d e selectiehendel in een andere st and
dan P of N wordt gezet, kan de auto onverwacht snel accelereren, waar-
door een aanrijding en ernstig letsel kunnen ontstaan.
172
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig
letsel.
Als u een piepend of krassend geluid hoort (remblokslijtage-indicato-
ren)
Laat de remblokken zo snel mog elijk nakijken en indien nodig vervangen
door een Toyota-dealer of erkende reparateur.
De remschijven kunnen besc hadigd raken als de remblokken niet op tijd
vervangen worden.
Het rijden met een auto waarvan de remblokken en/of de remschijven de
slijtagelimiet te dicht genaderd zijn, is gevaarlijk.
Bij stilstaande auto
Laat de motor niet met te veel toeren draaien.
Als de transmissie in een andere stand dan P (Multidrive CVT) of N staat,
kan de auto onverwachts accelereren, waardoor er een aanrijding kan ont-
staan.
Auto's met Multidrive CVT: Voorkom het ontstaan van ongelukken door het
wegrollen van de auto en houd het rempedaal altijd ingetrapt als de motor
draait, activeer indien nodig de parkeerrem.
Voorkom voor- of achteruit wegrijden van de auto bij stoppen op een hel-
ling: trap altijd het rempedaal in en activeer de parkeerrem indien nodig.
Voorkom dat de motor met een te hoog toerental draait.
Als de motor met een hoog toerental draait terwijl de auto stilstaat, kan het
uitlaatsysteem oververhit raken, hetgeen brand kan veroorzaken als er
brandbaar materiaal aanwezig is.
173
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig
letsel.
Als de auto geparkeerd is
Laat geen brillen, aanstekers, spuitbussen of blikken frisdrank in de auto
liggen als deze in de zon geparkeerd staat.
Dit kan resulteren in het volgende:
Een aansteker of spuitbus kan gas gaan lekken, waardo or brand kan
ontstaan.
De temperatuur in de auto kan zo hoog oplopen dat kunststof brillengla-
zen en kunststof monturen kunnen vervormen of barsten.
Blikjes frisdrank kunnen open barsten, waardoor de inhoud in het interi-
eur terechtkomt. Bovendien kan de vloeistof kort sluiting in de elektri-
sche componenten veroorzaken.
Laat geen aanstekers achter in de auto. Als een aansteker in het dash-
boardkastje of op de vloer ligt, kan deze per ongeluk gaan branden als er
bagage wordt geplaatst of een stoel wordt afgesteld en brand veroorza-
ken.
Plak geen parkeerschijven op de voorruit of andere ruiten. Plaat s geen
reservoirs zoals luchtverfrissers op het instrumentenpaneel of dashboard.
Deze parkeerschijven of reservoirs kunnen als een lens werken en brand
veroorzaken in de auto.
Laat geen portier of ruit open als het gebogen glas van naastliggende
gebouwen voorzien is van een gemetalliseerde film, bijvoorbeeld een zil-
verkleurige folie. Weerkaatst zonlicht kan van het glas een lens maken en
brand veroorzaken.
Auto's met Multidrive CVT: Activeer altijd de p arkeerrem, zet de selectie-
hendel in stand P, zet de motor uit en sluit de auto af.
Laat de auto niet onbeheerd achter met draaiende motor.
Raak de uitlaatpijp niet aan als de motor draait en ook niet net na het uit-
zetten van de motor.
De uitlaat is heet waardoor u zich zou kunnen branden.
174
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig
letsel.
Als u even gaat slapen in de auto
Zet de motor altijd uit. Anders zou u per ongeluk de selectiehendel uit de
vrijstand kunnen zetten of het gaspedaal in kunnen trappen, waardoor de
motor oververhit zou kunnen raken en brand kan ontstaan. Verder kunnen
uitlaatgassen in een slecht geventileerd e omgeving in de auto terechtko-
men, hetgeen zeer schadelijk kan zijn voor de gezondheid.
Bij het remmen
Rijd voorzichtiger wanneer de remmen nat zijn.
De remweg neemt toe als d e remmen nat zijn en bovendien kan vocht
ertoe leiden dat de ene kant van de auto sterker afgeremd wordt dan de
andere kant. Ook de werking van de parkeerrem kan door vocht in nega-
tieve zin beïnvloed worden.
Rijd niet te dicht achter een andere auto als de rembekrachtiger niet werkt
en vermijd afdalingen en scherpe bochten die krachtig afremmen noodza-
kelijk maken.
Als de rembekrachtiger niet werkt, kan de auto nog wel worden afgeremd
maar er moet meer kracht op het rempedaal worden uitgeoefend. De rem-
weg zal ook langer zijn.
Rem niet "pompend" als de motor afgeslagen is.
Elke keer dat het rempedaal word t ingetrapt, wordt er weer een gedeelte
van de reserveremdruk verbruikt.
Het remsysteem bestaat uit twee afzonderlijke hydraulische systemen: als
een van de beide systemen uitvalt, werkt het andere systeem nog wel. In
dat geval moet het rempedaal krachtiger worden ingetrapt dan gewoonlijk
en neemt ook de remweg toe.
Rijd in dit geval niet verder. Laat uw remmen onmiddellijk repareren.
175
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
OPMERKING
Tijdens het rijden (auto's met Multidrive CVT)
Trap tijdens het rijden niet tegelijkertijd het gaspedaal en het rempedaal in,
anders neemt het aandrijfkoppel mogelijk af.
Gebruik het gaspedaal niet om de auto op een helling op zijn plaats te
houden en trap daartoe ook niet het rempedaal en het gaspedaal gelijktij-
dig in.
176
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
OPMERKING
Tijdens het rijden (auto's met handgeschakelde transmissie)
Trap tijdens het rijden niet tegelijkertijd het gaspedaal en het rempedaal in,
anders neemt het aandrijfkoppel mogelijk af.
Schakel alleen een andere versnelling in als het koppelingspedaal hele-
maal is ingetrapt. Laat na het schakelen het koppelingspedaal geleidelijk
opkomen. Anders kunnen de k oppeling en de transmiss ie beschadigd
raken.
Let op het volgende om te voorkomen dat de koppeling beschadigd raakt.
Laat de voet tijdens het rijden niet op het koppelingspedaal rusten.
Dit kan overmatige slijt age van het koppelingspedaal tot gevolg heb-
ben.
Gebruik voor het wegrijden alleen de 1e versnelling.
Anders kan de koppeling beschadigd raken.
Gebruik de koppeling niet om de auto op een helling stil te laten staan.
Anders kan de koppeling beschadigd raken.
Zet de selectiehendel niet in stand R terwijl de auto nog rijdt. Anders kun-
nen de koppeling en de transmissie beschadigd raken.
Bij het parkeren van de auto (auto's met Multidrive CVT)
Zet de selectiehendel altijd in st and P. Anders kan de auto onverwacht s
accelereren als het gaspedaal per ongeluk wordt ingetrapt.
Vermijd schade aan onderdelen van de auto
Draai het stuurwiel niet gedurende langere tijd in een van beide richtingen
tegen de aanslag aan.
Hierdoor kan schade aan de stuurbekrachtigingspomp ontstaan.
Rijd zo langzaam mogelijk over onef fenheden in de weg om schade aan
de wielen, de onderzijde van de auto, enz., te vermijden.
Dieselmotor: Laat de motor na het rijden met hoge snelheden of het oprij-
den van een helling stationair draaien. Zet de motor pas af als de turbo is
afgekoeld.
Anders kan de turbo beschadigd raken.
177
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
OPMERKING
Als u tijdens het rijden een lekke band krijgt
Een lekke of beschadigde band kan leiden tot de onderstaande situaties.
Houd het stuurwiel stevig vast en trap het rempedaal geleidelijk in om de
auto tot stilstand te brengen.
Het kan moeilijk zijn om de auto onder controle te houden.
De auto kan abnormale geluiden maken of trillen.
De auto kan abnormaal gaan overhellen.
Informatie over wat u moet doen in h et geval van een lekke band (Blz.
522, 534)
Overstroomde wegen
Rijd niet op wegen die na zware regenval e.d. zijn overstroomd. Indien u dat
toch doet, kan de auto hierdoor ernstig beschadigd raken:
Motor slaat af
Kortsluiting in elektrische componenten
Motorschade door onderdompeling in water
Na het rijden op een overstroomde weg moet het volgende worden nageke-
ken door een Toyota-dealer of erkende reparateur:
Remwerking
Peil en kwaliteit van motorolie, transmissievloeistof, enz.
Smering van de lagers en de wielophang ing (indien mogelijk) en de wer-
king van alle koppelingen, lagers, enz.
178
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Lading en bagage
Lees onderstaande informatie over voorzorgsmaatregelen,
laadvermogen en belading zorgvuldig door:
WAARSCHUWING
Zaken die niet in de bagageruimte vervoerd mogen worden
De volgende zaken kunnen brand veroorzaken als ze in de bagageruimte
vervoerd worden:
Jerrycans met benzine
Spuitbussen
Voorzorgsmaatregelen bij het vervoer van goederen
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ertoe leiden dat
de pedalen niet goed kunnen word en ingetrapt, dat het zicht van de
bestuurder wordt gehinderd of dat de bestuurder of p assagiers door voor-
werpen geraakt worden, wat een ongeval kan veroorzaken.
Vervoer lading en bagage indien mogelijk altijd in de bagageruimte.
Stapel bagage in de bagageruimte nooit hoger dan de rugleuningen.
Leg geen lading of bagage op de volgende plaatsen:
In de voetenruimte bij de bestuurder
Op de voorpassagiersstoel of de achterstoelen (als er goederen op
elkaar gestapeld worden)
Op de bagageafdekking
Op het instrumentenpaneel
Op het dashboard
Berg alle voorwerpen op in het passagierscompartiment.
Plaats als u de achterstoelen neerklapt geen lange voorwerpen direct ach-
ter de voorstoelen.
Sta nooit toe dat er personen in de bagageruimte meerijden. De bagage-
ruimte is niet ontworpe n om personen te vervoeren. Personen dienen
plaats te nemen op een zitp laats en een gordel op de juiste manier om te
doen.
179
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
WAARSCHUWING
Lading en gewichtsverdeling
Overlaad uw auto niet.
Verdeel de belading altijd gelijkmatig.
Een onjuiste belading kan de besturing en de remwerking in negatieve zin
beïnvloeden, waardoor een ongeval met ernstig let sel zou kunnen ont-
staan.
Voorzorgsmaatregelen imperiaal (indien aanwezig)
Gebruik minimaal 2 originele Toyota-dwarsstangen (of gelijkwaardig) om de
roofrail als imperiaal te kunnen gebruiken.
Let bij het plaatsen van bagage op het imperiaal op de volgende punten:
Laad geen bagage direct op de roofrail. De bagage kan gaan schuiven,
wat kan resulteren in een ongeval.
Controleer vóór het rijden of de lading stevig vastzit op het imperiaal.
Door het laden van voorwerpen op het imperiaal zal het zwaartepunt van
de auto hoger komen te liggen. Vermijd hoge snelheden, snel optrekken,
het maken van scherpe bochten, hard remmen en abrupte manoeuvres,
om te voorkomen dat u de c ontrole over de auto verliest of dat de auto
over de kop slaat door een bedieningsfout. Een ongeval kan ernstig letsel
tot gevolg hebben.
Stop bij het rijden over een lange afstand, over slechte wegen of met hoge
snelheid af en toe tijdens de rit om u ervan te verzekeren dat de lading nog
goed vastzit.
Overschrijd de maximum laadcapaciteit van 75 kg op het imperiaal niet.
Plaats de bagage zodanig dat het
gewicht gelijkmatig over de voor- en
achteras is verdeeld.
Wanneer lange of brede bagage wordt
meegenomen, mag nooit de lengte of
breedte van de auto overschreden wor-
den. (Blz. 578)
Dwarsstangen
Roofrail
180
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Als er dwarsstangen geplaatst worden (auto's met roofrail)
Controleer of de dwarsstangen goed vastzitten door te proberen ze naar
voren en achteren te duwen.
Het niet in acht nemen van de voorschrif ten kan een on geval tot gevolg
hebben.
181
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Maximale gewichten
Controleer het maximaal toelaatbare aanhangwagengewicht, het
maximaal toelaatbare voertuiggewicht, de maximaal toelaatbare
asbelasting en de maxima al toelaatbare kogeldruk voordat u e en
aanhangwagen gaat trekken. (Blz. 578)
Trekhaak/trekhaak met afneembare kogel
Toyota adviseert gebruik te maken van een originele Toyota trek-
haak/afneembare trekhaak voor uw auto. Ook andere geschikte en
kwalitatief vergelijkbare trekhaken mogen worden gebruikt.
Rijden met een aanhangwagen
Uw auto is in ee rste instantie ontworpen voor het vervoer van
personen en hun bagage. Het rijden met een aanhangwagen zal
een negatief effect hebben op d e rijeigenschappen, prestaties,
remvermogen, duurzaamheid en het brandstofverbruik. Met
name bij het trek ken van een aanhangwagen hangen uw veilig-
heid en comfort af van de juiste uitrusting en een voorzichtig rij-
gedrag. Voor uw veiligheid en die van anderen, mag de
aanhangwagen niet te zwaar worden beladen.
Rijd voorzichtig tijdens het rijden met een aanhangwagen en
houd u aan de voorschriften die gelden voor de aanhangwagen.
De Toyota-garantie dekt geen schade die ont staat bij het
bedrijfsmatig rijden met een aanhangwagen.
Raadpleeg, voordat u met een aanhangwagen gaat rijden, eerst
uw Toyota-dealer of erkende reparateur voor meer informatie. In
sommige landen zijn er name lijk wettelijke voorschriften voor
het rijden met aanhangwagens.
182
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Totaal gewicht van de aanhangwagen en de maximaal t oege-
stane kogeldruk
Totaalgewicht
Het gewicht van de aanhangwa-
gen plus het gewicht van de
lading mag het maximale aan-
hangwagengewicht niet over-
schrijden. Het is gevaarlijk om
deze waarde te overschrijden.
(Blz. 578)
Als u met een aanhangwagen
rijdt, raden wij u a an een stabili-
sator te gebruiken.
Maximaal toegestane kogel-
druk
Belaad de aanhangwagen zo
dat de kogeldruk hoger is dan
25 kg of 4% van h et maximale
aanhangwagengewicht. Laat de
kogeldruk de aangegeven
waarde niet overschrijden.
(Blz. 578)
Belangrijke punten met betrekking tot het beladen van een
aanhangwagen
1
2
183
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Informatielabel (typeplaatje)
Maximaal toelaatbaar totaal-
gewicht (GVW)
Het totale gewicht van de
bestuurder, passagiers, bagage,
trekhaak, auto en kogeldruk
mag het maximaal to elaatbare
voertuiggewicht niet met meer
dan 100 kg overschrijden. Het is
gevaarlijk om deze waarde te
overschrijden.
Maximale achterasbelasting
De achterasbelasting mag de
maximaal toelaatbare asbelas-
ting niet met meer dan 15%
overschrijden. Het is gevaarlijk
om deze waa rde te overschrij-
den.
Het maximale aa nhangwagen-
gewicht is bepaald bij test s op
zeeniveau. Houd er rekening
mee dat het motorvermogen en
het maximale aanhangwagen-
gewicht op grotere hoogten
lager zijn.
1
2
WAARSCHUWING
Als de limiet voor het maximaal toelaatbare voertuiggewicht of de
maximale asbelasting overschreden is
Rijd niet harder dan 100 km/h of niet harder da n de wettelijke limiet voor
auto's met een aanhangwagen.
Het niet opvolgen van deze voorzorgsmaatregel kan leiden tot een ongeval
en ernstig letsel.
184
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
461 mm
461 mm
1121 mm
584 mm
394 mm
329 mm
386 mm
55 mm
Montagepositie voor de trekhaak/afneembare trekhaak
1
2
3
4
5
6
7
8
185
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Informatie over banden
Verhoog de bandenspanning met 20,0 kPa (0,2 kg/cm
2
of bar, 3 psi) als er
een aanhangwagen getrokken wordt. (Blz. 593)
Verhoog de bandenspanning van de aanhangwagen tot de waarde die d e
fabrikant van de aanhangwagen opgeeft voor de comb inatie van aanhang-
wagengewicht en belading.
Verlichting
Neem contact op met een erkende dealer of reparateur voor het plaatsen van
aanhangwagenverlichting, omdat het onjuist plaat sen ervan de verlichting
van de auto kan beschadigen. Houd u bij het plaatsen van aanhangwagen-
verlichting aan de wettelijke voorschriften in uw land.
Inrijden
Toyota raadt het rijden met een aanhangwagen af gedurende de eerste 800
km als er onderdelen van de aandrijflijn van de auto vervangen zijn.
Veiligheidscontroles voor het rijden met een aanhangwagen
Controleer of de maximale kogeldruk voor de trekhaak/trekhaak me t
afneembare kogel niet overschreden wordt. Houd er rekening mee dat het
gewicht van de aanhangwagen moet worden opgeteld bij het ge wicht van
de auto. Controleer ook of het totale gewicht van de auto binnen het maxi-
maal toegestane gewicht blijft. (Blz. 182)
Controleer of de lading op de aanhangwagen goed vastgezet is.
Maak, indien u het achteropkomend verk eer niet goed kunt zien met de
standaard buitenspiegels, gebruik van extra buitenspiegels. Stel de armen
van deze extra spiegels aan beide zijden zo af dat u maximaal zicht hebt op
de weg achter u.
Onderhoud
Als met de auto regelmatig met een aanhangwagen wordt gereden, moet er
vaker onderhoud worden uitgevoerd omdat de auto zwaarder belast word t
dan bij het rijden zonder aanhangwagen.
Draai nadat er ongeveer 1.000 km met een aanhangwagen is gereden alle
bouten van de trekhaak nogmaals vast.
186
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
OPMERKING
Als de achterbumperversterking van aluminium is
Controleer of het stalen deel van de trekhaak niet direct in contact komt met
het aluminium.
Als staal en aluminium met elkaar in contact komen, ontstaat er een reactie
die te vergelijken is met corrosie, waardoor het desbetref fende gedeelte
verzwakt wordt en er schade kan ontstaan. Breng daarom op het contact-
vlak een roestwerend middel aan.
187
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
De auto zal an ders aanvoelen als u met een aanhangwagen rijdt.
Neem de onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht om ernstig let-
sel te voorkomen:
Controleer de elektr ische aansluiting tussen de aanh angwa-
gen en de auto
Breng de auto tot stilstand na een korte afstand gereden te hebben
en controleer, net als voor he t wegrijden, of de ver lichting van de
aanhangwagen werkt.
Oefen het rijden met een aanhangwagen
Oefen het rijden met een aanhangwagen in een omgeving zon-
der of met w einig verkeer, zodat u leert hoe de combinatie aan-
voelt bij het keren, stoppen en achteruitrijden.
Houd tijdens het achteruitrijden het stuurwiel stevig vast en draai
het stuurwiel rechtsom om de aanhangwagen naar links te stu-
ren en linksom om de aanhangwagen naar rechts te sturen. Ver-
draai het stuur niet te veel tegelijk om stuurfouten te voorkomen.
Laat iemand u bij h et achteruitrijden begeleiden om de kans op
een ongeval te beperken.
Vergroten van de afstand tot de voorligger
Bij een snelheid van 10 km/h moet de afstand tot uw voorligger
minimaal gelijk zijn aan de tot ale lengte van uw auto en de aan-
hangwagen. Voorkom plotselinge remmanoeuvres die tot een slip
zouden kunnen leiden. Als de auto in een slip raakt, zou u de con-
trole over de auto kunnen verliezen. De kans hierop is vooral aan-
wezig tijdens het rijden op een nat of glad wegdek.
Acceleratie/stuurcommando's/bochtengedrag
In te krappe bochten kan de aanhangwagen de auto raken. Red u-
ceer uw snelheid voordat u een bocht nadert en neem bochten met
een zodanige snelheid dat plotseling remmen niet nodig is.
Belangrijke punten met betrekking tot het aansnijden van
bochten
De wielen van de aanhangwagen maken een krappere bocht dan
de wielen van de auto. Snijd bochten daarom ruimer aan dan u zou
doen als u geen aanhangwagen trekt.
Guidance
188
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Belangrijke punten met betrekking tot de stabiliteit
Een slecht wegdek en krachtige zijwind zullen de wegligging en het
rijgedrag beïnvloeden. Ook bij h et inhalen van bussen of grote
vrachtwagens of het ingehaald worden door dergelijke voertuigen,
kunnen de aanh angwagen en de auto gaan slingeren. Kijk bij het
rijden langs dergelijke voertuigen veelvuldig in uw spiegels. Vermin-
der vaart door voorzichtig het rempedaal in te trappen zodra u ziet
dat de aanhangwagen gaat slingeren. Houd tijdens het remmen het
stuurwiel altijd in de rechtuitstand.
Passeren van andere auto's
Houd rekening met de totale lengte van uw auto en de aanhangwa-
gen en zorg ervoor d at er vo ldoende ruimte is voordat u van rij-
strook verandert.
Informatie over de transmissie
Multidrive CVT
Om maximaal te kunnen profiteren van de motorremwerking en de
laadstroom tijdens het afremmen, mag de transmissie niet in stand
D staan en moet de transmissie in stand M of in de 4e versnelling of
een lagere versnelling staan. (Blz. 207)
Handgeschakelde transmissie
Rijd niet in de 6e versnelling, om maximaal te kunnen profiteren
van de motorremwerking en de laadstroom.
Als de motor oververhit raakt
Het rijden met een aanhangwagen op een lange helling bij buiten-
temperaturen hoger dan 30°C kan ertoe leiden dat de motor ove r-
verhit raakt. Als de koelvlo eistoftemperatuurmeter aangeeft dat de
motor oververhit raakt, schakel dan direct de airconditioning uit en
breng de auto op een veilige plaats tot stilstand. (Blz. 571)
Bij het parkeren
Plaats altijd wielblokken onder de wie len van de auto en de aa n-
hangwagen. Activeer de parkeerrem goed en zet de selectiehendel
in stand P (Multidrive CVT) en de 1e versnelling of stand R (hand-
geschakelde transmissie).
189
4-1. Voordat u gaat rijden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
WAARSCHUWING
Volg alle aanwijzingen in dit hoofdstuk op. Anders kunnen zich ongevallen
voordoen die tot ernstig letsel kunnen leiden.
Voorzorgsmaatregelen bij het rijden met een aanhangwagen
Controleer bij het rijden met een aanhangwagen of de max imaal toege-
stane gewichten niet worden overschreden.
(Blz. 182)
Rijsnelheid bij het rijden met een aanhangwagen
Overschrijd de maximum snelheid voor het rijden met een aanhangwagen
niet.
Voor het afrijden van een lange helling
Minder snelheid en schakel terug. Schakel bij het afdalen van een lange of
steile helling echter niet plotseling terug.
Werking van het rempedaal
Trap het rempedaal niet veelvuldig of gedurende een langere periode ach-
tereen in.
Hierdoor kan het remsysteem oververhit raken of kan de remwerking terug-
lopen.
Om ongelukken of letsel te voorkomen
Auto's met cruise control: Gebruik de cruise control niet als achter de auto
een aanhangwagen is gekoppeld.
Auto's met compact reservewiel: Rijd niet met een aanhangwagen wan-
neer het compacte reservewiel onder uw auto is gemonteerd.
Auto's met bandenreparatieset: Rijd niet met een aanhangwagen wanneer
een band is gemonteerd die is gerepareerd met de bandenreparatieset.
OPMERKING
Sluit de aanhangwagenverlichting goed aan
Onjuiste aansluiting van de aanhangwagenverlichting kan schade toebren-
gen aan het elektrische systeem van uw auto en storingen veroorzaken.
190
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4-2. Rijprocedures
Multidrive CVT
Controleer of de parkeerrem geactiveerd is.
Controleer of de selectiehendel in stand P staat.
Ga op de bestuurdersstoel zitten en trap het rempedaal stevig in.
Zet het contact in stand START en start de motor.
Handgeschakelde transmissie (benzinemotor)
Controleer of de parkeerrem geactiveerd is.
Controleer of de selectiehendel in de vrijstand staat.
Trap het koppelingspedaal stevig in.
Zet het contact in stand START en start de motor.
Handgeschakelde transmissie (dieselmotor)
Controleer of de parkeerrem geactiveerd is.
Controleer of de selectiehendel in de vrijstand staat.
Trap het koppelingspedaal stevig in.
Zet het contact AAN.
gaat branden.
Zet het contact in stand START en start de motor nadat het contro-
lelampje uit is gegaan.
Contactslot (auto's zonder
Smart entry-systeem en startknop)
Starten van de motor
1
2
3
4
1
2
3
4
1
2
3
4
5
191
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
UIT
Het stuurwiel is geblokkeerd en de
sleutel kan worden verwijderd.
(Auto's met Multidrive CVT: de
sleutel kan alleen worden verwij-
derd als de selectiehendel in stand
P staat.)
ACC
Sommige elektrische comp onen-
ten zoals de accessoireaansluiting
kunnen worden gebruikt.
AAN
Alle elektrische componenten kun-
nen worden gebruikt.
START
Motor starten.
Veranderen van de standen van het contact
1
2
3
4
192
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Als de motor niet aanslaat
De startblokkering is mogelijk niet uitgeschakeld. (Blz. 209)
Neem contact op met een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Als het stuurslot niet ontgrendeld kan worden
Functie sleutel in contactslot
Wanneer u het bestuurdersportier opent terwijl het cont act in stand ACC of
UIT staat, klinkt er een zoemer die u helpt herinneren dat u de sleutel moet
verwijderen.
Soms kan de sleutel bij het starten moei-
lijk vanuit LOCK worden gedraaid. Draai
het stuurwiel enigszins naar links o f naar
rechts om het stuurslot te ontgrendelen.
WAARSCHUWING
Bij het starten van de motor
Start de motor altijd terwijl u in de bestuurdersstoel zit. T rap nooit het gas-
pedaal in terwijl u de motor start.
Als u dat wel doet, kan dat leiden tot een ongeval waarbij ernstig letsel kan
ontstaan.
Wees voorzichtig tijdens het rijden
Zet het contact nooit UIT. Als in een noodgeval de motor moet worden uit-
gezet terwijl de auto nog rijdt, zet dan het cont act in st and ACC. Als de
motor wordt uitgeschakeld tijdens het rijden kan een ongeluk het gevolg
zijn.
193
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
OPMERKING
Voorkomen van ontlading van de accu
Laat het contact niet ge durende langere tijd in stand ACC of AAN st aan
wanneer de motor niet draait.
Bij het starten van de motor
Laat de startmotor niet langer dan 30 seconden onafgebroken werken.
Anders kunnen de startmotor en de bedrading oververhit raken.
Jaag een nog koude motor nooit op toeren.
Indien de motor moeilijk aanslaat of vaak afslaat, laat uw auto dan onmid-
dellijk controleren door een Toyota-dealer of erkende reparateur.
194
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Controleer of de parkeerrem geactiveerd is.
Controleer of de selectiehendel in stand P (Multidrive CVT) of N
(handgeschakelde transmissie) staat.
Auto's zonder multi-informatiedisplay
Multidrive CVT: Trap het rempedaal helemaal in.
Handgeschakelde transmissie: Trap het kopp elingspedaal hele-
maal in.
Het controlelampje van het Smart entry-systeem met st artknop (groen)
gaat branden. Als het controlelampje niet gaat branden, kan de motor niet
worden gestart.
Druk op de startknop.
De motor word t gestart totdat hij
aanslaat, waarbij elk e startpoging
maximaal 30 seconden duurt.
Houd het rempedaal (Multidrive
CVT) of koppelingspedaal (hand-
geschakelde transmissie) inge-
trapt tot de motor goed draait.
Dieselmotor: gaat branden.
De motor wordt gestart zodra
uitgaat.
De motor kan in elke stand van het
contact worden gestart.
Startknop (auto's met
Smart entry-systeem en startknop)
Als u de volgende handelingen ui tvoert terwijl u een elektroni-
sche sleutel bij u hebt, wordt de motor gestart of de stand van
het contact veranderd.
Starten van de motor
1
2
3
4
195
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Auto's met multi-informatiedisplay
Multidrive CVT: Trap het rempedaal helemaal in.
Handgeschakelde transmissie: Trap het kopp elingspedaal hele-
maal in.
wordt op het multi-informatiedisplay weergegeven.
Als dit niet wordt weergegeven, kan de motor niet worden gestart.
Druk op de startknop.
De motor word t gestart totdat hij
aanslaat, waarbij elk e startpoging
maximaal 30 seconden duurt.
Houd het rempedaal (Multidrive
CVT) of koppelingspedaal (hand-
geschakelde transmissie) inge-
trapt tot de motor goed draait.
Dieselmotor: gaat branden.
De motor wordt gestart zodra
uitgaat.
De motor kan in elke stand van het
contact worden gestart.
3
4
196
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Multidrive CVT: Breng de auto tot stilstand.
Handgeschakelde transmissie: Breng de auto tot stilstand terwijl u
het koppelingspedaal intrapt.
Multidrive CVT: Zet de selectiehendel in stand P.
Handgeschakelde transmissie: Zet de selectiehendel in stand N.
Activeer de parkeerrem. (Blz. 214)
Druk op de startknop.
Auto's zonder multi-informatiedisplay: Trap het rempedaal (Multi-
drive CVT) of koppelingspedaal (handgeschakelde transmissie)
stevig in en controleer of het controlelampje Smart entry-systeem
met startknop (groen) uit is.
Auto's met multi-informatiedisplay: Trap het rempedaal (Multidrive
CVT) of koppelingspedaal (handgeschakelde transmissie) stevig in
en controleer of d e melding POWER ON (contact AAN) op het
multi-informatiedisplay verdwijnt.
Uitzetten van de motor
1
2
3
4
5
197
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
De stand kan worden gewijzigd door op de startknop te drukken zon-
der het rempedaal (Multidrive CVT) of het koppelingspedaal (handge-
schakelde transmissie) in te trappen. (De stand verandert iedere keer
dat op de knop wordt gedrukt.)
Auto's zonder multi-informatiedisplay
UIT
*
De alarmknipperlichten kunnen
worden gebruikt.
Het controlelampje van het Smart
entry-systeem met st artknop
(groen) is uit.
Stand ACC
Sommige elektrische comp onen-
ten zoals de accessoireaansluiting
kunnen worden gebruikt.
Het controlelampje van het Smart
entry-systeem met st artknop
(groen) knippert langzaam.
AAN
Alle elektrische componenten kun-
nen worden gebruikt.
Het controlelampje van het Smart
entry-systeem met st artknop
(groen) knippert langzaam.
*: Auto's met Multidri ve CVT: Als de
selectiehendel in een andere stand
dan stand P staat als de motor uit
gezet wordt, gaat het cont act naar
stand ACC en niet UIT.
Wijzigen van de stand van het contact
198
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Auto's met multi-informatiedisplay
UIT
*
De alarmknipperlichten kunnen
worden gebruikt.
Het multi-informatiedisplay wordt
niet weergegeven.
Stand ACC
Sommige elektrische comp onen-
ten zoals de accessoireaansluiting
kunnen worden gebruikt.
POWER ON (cont act AAN) wordt
op het multi-informatiedisplay
weergegeven.
AAN
Alle elektrische componenten kun-
nen worden gebruikt.
POWER ON (cont act AAN) wordt
op het multi-informatiedisplay
weergegeven.
*: Auto's met Multidri ve CVT: Als de
selectiehendel in een andere stand
dan stand P staat als de motor uit
gezet wordt, gaat het cont act naar
stand ACC en niet UIT.
199
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Als de motor wo rdt uitgezet terwijl de selectiehendel in een andere
stand dan P staat, wordt de stand van het contact ACC, niet UIT. Voer
de volgende procedure uit om het contact UIT te zetten:
Controleer of de parkeerrem geactiveerd is.
Zet de selectiehendel in stand P.
Auto's zonder multi-informatiedisplay
Controleer of het co ntrolelampje van het Smart entry-systeem met
startknop (groen) langzaam knippert en druk de startknop vervol-
gens eenmaal in.
Controleer of het co ntrolelampje van het Smart entry-systeem met
startknop (groen) uit is.
Auto's met multi-informatiedisplay
Controleer of afwisselend POWER ON (contact AAN) en TURN
POWER OFF (zet contact UIT) op het multi-informatiedisplay wor-
den weergegeven en druk de startknop eenmaal in.
Controleer of POWER ON (cont act AAN) en TURN POWER OFF
(zet contact UIT) op het multi-informatiedisplay uit zijn.
Uitschakelen van de motor als de selectiehendel in e en andere
stand dan P staat (auto's met Multidrive CVT)
1
2
3
4
3
4
200
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Auto power off-functie
Auto's met Multidrive CVT
Als het contact gedurende meer dan 20 minuten in stand ACC staat of gedu-
rende meer dan een uur in stand AAN (IG) (zonder dat de motor draait) met
de selectiehendel in stand P, schakelt het systeem het cont act automatisch
UIT.
Auto's met handgeschakelde transmissie
Als het contact gedurende meer dan 20 minuten in stand ACC staat of gedu-
rende meer dan een uur in stand AAN (IG) (zonder dat de motor draait),
schakelt het systeem het contact automatisch UIT.
Deze functie kan echter niet geheel uit sluiten dat de accu ontladen kan
raken. Laat het contact niet gedurende langere tijd in stand ACC of AAN (IG)
staan zonder dat de motor draait.
Levensduur batterij elektronische sleutel
Blz. 120
Omstandigheden die de werking van het systeem kunnen beïnvloeden
Blz. 116
Aanwijzingen voor de instapfunctie
Blz. 117
Als de motor niet aanslaat
De startblokkering is mogelijk niet uitgeschakeld. (Blz. 67)
Neem contact op met een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Auto's met Multidrive CVT: Controleer of de selectiehendel goed in st and P
staat. Mogelijk kan de motor niet worden g estart als de selectiehendel niet
goed in stand P staat.
Auto's zonder multi-informatiedisplay
Het controlelampje van het Smart entry-systeem met startknop (groen)
gaat snel knipperen.
Auto's met multi-informatiedisplay
Op het multi-informatiedisplay wordt SHIFT TO P POSITION TO START
(zet de selectiehendel in stand P om te starten) weergegeven.
Stuurslot
Nadat het contact UIT is gezet en de portieren zijn geopend en gesloten,
wordt het stuurwiel geblokkeerd door de stuurslot functie. Als u nogmaals op
de startknop drukt, wordt het stuurslot automatisch weer uitgeschakeld.
201
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Als het stuurslot niet ontgrendeld kan worden
Oververhitting van de stuurslotmotor voorkomen
Om te voorkomen dat de stuurslotmotor oververhit raakt, kan het voorkomen
dat de werking van de stuurslotmotor wordt onderbroken als de motor in een
korte tijd herhaaldelijk wordt gestart en uitgezet. Wacht in dat geval met het
starten of uitzetten van de motor. Na ongeveer 10 seconden zal de stuurslot-
motor weer functioneren.
Wanneer het controlelampje van het Smart entry-systeem met startknop
geel knippert (auto's zonder multi-informatiedisplay)
Er is mogelijk een storing in het systeem aanwezig. Laat uw auto direct con-
troleren door een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Als op het multi-informatiedi splay CHECK ENTRY & ST ART SYSTEM
(controleer Smart entry-systeem met startknop) wordt weergegeven
(auto's met multi-informatiedisplay)
Er is mogelijk een storing in het systeem aanwezig. Laat uw auto direct con-
troleren door een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Als de batterij van de elektronische sleutel ontladen is
Blz. 440
Bediening van de startknop
Eén keer kort en stevig indrukken van de startknop is voldoende om deze te
bedienen. Als de startknop niet op de juiste manier wordt bediend, kan het
voorkomen dat de motor niet st art of dat de stand van het contact niet ver-
andert. U hoeft de startknop niet ingedrukt te houden.
Als u probeert de motor te herstarten direct nadat het contact UIT is gezet,
dan start de motor in sommige gevallen niet. Wacht nadat u het contact UIT
hebt gezet een paar seconden voordat u de motor herstart.
Auto's zonder multi-informatiedisplay: Het
controlelampje van het Smart entry-sys-
teem met startknop (groen) gaat snel
knipperen.
Auto's met multi-informatiedisplay: Op het
multi-informatiedisplay wordt STEERING
LOCK ACTIVE (stuurs lot geactiveerd)
weergegeven.
Controleer of de selectiehendel in stand P
staat (Multidrive CV T). Druk op de st art-
knop terwijl u het stuurwiel naar links en
rechts draait.
202
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Als het Smart entry-systeem met st artknop is uitgeschakeld via de per-
soonlijke voorkeursinstellingen
Blz. 561
WAARSCHUWING
Bij het starten van de motor
Start de motor altijd terwijl u in de bestuurdersstoel zit. T rap nooit het gas-
pedaal in terwijl u de motor start.
Als u dat wel doet, kan dat leiden tot een ongeval waarbij ernstig letsel kan
ontstaan.
Wees voorzichtig tijdens het rijden
Als zich een storing voordoet in de motor terwijl de auto rijdt, vergrendel of
open de portieren dan niet totdat de auto veilig en vol ledig tot stilstand is
gekomen. Als onder deze omstandigheden het stuurslot wordt geactiveerd,
kan dit leiden tot een ongeval waarbij ernstig letsel kan ontstaan.
Uitzetten van de motor in noodgevallen
Als u in noodgevallen de motor tijdens het rijden af wilt zetten, houd dan de
startknop gedurende ten minste 2 seconden ingedrukt of druk hem ten min-
ste driemaal achter elkaar kort in. (Blz. 477)
Bedien de startknop tijdens het rijden echter uit sluitend in noodgevallen.
Door de motor tijdens het rijden uit te zetten, verliest u niet de controle over
het stuurwiel of de remmen, maar werkt de bekrachtiging van deze syste-
men niet meer. Hierdoor zal het remmen en sturen veel zwaarder gaan dan
normaal. Zet in dat geval de auto aan de kant zodra dit veilig kan.
203
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
OPMERKING
Voorkomen van ontlading van de accu
Laat het cont act niet gedurende langere tijd in st and ACC of AAN (IG)
staan zonder dat de motor draait.
Auto's zonder multi-informatiedisplay:
Als het controlelampje van het Smart entry-systeem met startknop (groen)
brandt, is het contact niet UIT. Controleer voordat u uitstapt altijd of het
contact UIT is.
Auto's met multi-informatiedisplay:
Als op het multi-informatiedisplay POWER ON (contact AAN) wordt weer-
gegeven, is het contact niet UIT. Controleer voordat u uitstapt altijd of het
contact UIT is.
Auto's met Multidrive CVT:
Zet de moto r niet uit als de selectiehendel in een andere stand dan P
staat. Als de motor wordt uitgezet terwijl de selectiehendel in een andere
stand staat, wordt het contact niet UIT, maar in stand ACC gezet. Als het
contact in stand ACC blijft staan, kan de accu ontladen raken.
Bij het starten van de motor
Jaag een nog koude motor nooit op toeren.
Indien de motor moeilijk aanslaat of vaak afslaat, laat uw auto dan onmid-
dellijk controleren door een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Symptomen die kunnen duiden op een probleem met de startknop
Wanneer u merkt dat de bediening van de startknop niet helemaal gaat
zoals u gewend bent, bijvoorbeeld als de startknop bij het indrukken niet
goed terugkomt, kan dit duiden op een defect. Laat in dit geval uw auto zo
snel mogelijk nakijken door een Toyota-dealer of erkende reparateur.
204
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Auto's zonder Smart entry-systeem en startknop:
Trap, terwijl het cont act AAN staat, het rempedaal in en ver-
plaats de selectiehendel.
Auto's met Smart entry-systeem en startknop:
Trap, terwijl het cont act AAN staat, het rempedaal in en ver-
plaats de selectiehendel.
Breng de auto altijd eerst geheel tot stilstand voordat u schakelt tus-
sen stand P en D.
Multidrive CVT
: Indien aanwezig
Schakelen
205
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
*
1
: Zet de selectiehendel onder no rmale rijomstandigheden in s tand D voor
een zo laag mogelijk brandstofverbruik en een zo laag mogelijke geluids-
productie.
*
2
: Door in stand M met de selectiehendel een versnelling te kiezen, kunt u de
motorremwerking regelen.
Druk op de schakelaar.
Voor snelle acceleratie en rijden in
bergachtige gebieden.
Druk nogmaals op de schakelaar
om terug te gaan naar de normale
modus.
Doel van de schakelstanden
Schakelstand Doel of functie
P Parkeren van de auto/starten van de motor
R Achteruit
N Vrijstand
D
Normaal rijden*
1
Schakelstapselectie (Blz. 206)
(paddle shift-schakelaars geactiveerd)
M
Sequentiële shiftmatic-sportmodus met 7
versnellingen
*
2
(Blz. 207)
Sportmodus
206
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Bedien de paddle shift-schakelaars - en + om ti jdelijk handmatig een
versnelling in te schakelen. De versnelling kan worden geselecteerd
door de paddle shift-schakelaars - en + te bedienen. U kunt met de
paddle shift-schakelaars een versnelling selecteren om de motorrem-
werking te regelen.
Opschakelen
Terugschakelen
De geselecteerde schakelstap, D1
t/m D7, wordt weergegeven op het
instrumentenpaneel.
Houd de paddle shift-schakelaar +
enige tijd omlaag om weer terug te
keren naar het normale pro-
gramma van stand D.
*
1
: Auto's zonder multi-informatie-
display
*
2
: Auto's met multi-informatiedis-
play
Modus voor tijdelijk ingeschakelde schakelstapselectie in stand
D (auto's met paddle shift-schakelaar)
*
1
*
2
1
2
207
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Zet de selectiehendel in stand M om de sequentiële shiftmatic-sport-
modus met 7 versnellingen in te schakelen. De gewenste versnelling
kan worden geselecteerd met de selectiehendel of de paddle shift-
schakelaars (auto's met paddle shift-schakelaar) en u kunt nu rijden in
de schakelstap van uw keuze.
Opschakelen
Terugschakelen
Telkens wanneer de selectiehendel
of een p addle shift-schakelaar
wordt bediend, wordt één versnel-
ling op- of teruggeschakeld.
De geselecteerde schakelstap, M1
t/m M7, wordt weergegeven op het
instrumentenpaneel.
*
1
: Auto's zonder multi-informatie-
display
*
2
: Auto's met multi-informatiedis-
play
De versnellingen worden echter zelfs in st and M automatisch g ewij-
zigd als het motortoerental te hoog of te laag is.
Schakelfuncties
Voor het afremmen op de motor kunt u uit 7 niveaus kiezen.
Een lagere versnelling geeft een grotere remkracht dan een hogere versnel-
ling en het toerental wordt ook hoger.
Als het controlelampje van de sequentiële shiftmatic-sportmodus met 7
versnellingen niet gaat branden, hoewel de selectiehendel in stand M is
gezet
Dit duidt mogelijk op een storing in de Multidrive CVT. Laat uw auto direct
controleren door een Toyota-dealer of erkende reparateur.
(In deze situatie werkt de transmissie alsof de sele ctiehendel in st and D
staat.)
Wanneer de auto tot stilstand komt terwijl met de selectiehendel stand M
is geselecteerd
Zodra de auto tot stilst and is gekomen, zal de transmissie terugschakelen
naar M1.
Vervolgens zal de auto in stand M1 beginnen te rijden.
Wanneer de auto tot stilstand is gekomen, wordt de transmissie in M1 gezet.
Wijzigen van schakelstappen in stand M
*
1
*
2
1
2
208
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Automatisch uitschakelen van schakel stapselectie in st and D (auto's
met paddle shift-schakelaar)
De modus voor de tijdelijke s chakelstapselectie in stand D wordt onder de
volgende omstandigheden uitgeschakeld:
Als de auto tot stilstand komt
Als het gaspedaal in één versnelling langer dan een bepaalde periode wordt
ingedrukt
Als de selectiehendel in een andere stand dan D wordt gezet
Wanneer de paddle shift-schakelaar + gedurende een bepaalde periode
wordt ingedrukt
Bij het rijden met cruise control ingeschakeld (indien aanwezig)
Ook wanneer de volgende handelingen worden uitgevoerd met als doel op de
motor af te remmen, word t er niet op de motor afgeremd omdat de cruise
control niet wordt uitgeschakeld.
Bij het rijden in stand D of in de sequentiële shiftmatic-sportmodus met 7
versnellingen, terugschakelend naar 6, 5 of 4. (Blz. 206, 207)
Als tijdens het rijden in st and D de SPORT-modus wordt ingeschakeld.
(Blz. 205)
Waarschuwingszoemer bij beperking terugschakelmogelijkheid
Uit veiligheidsoverwegingen en om het rijgedrag niet in negatieve zin te beïn-
vloeden, kan er onder bep aalde omstandigheden beperkt worden terugge-
schakeld. In sommige omst andigheden kan er helemaal niet worden
teruggeschakeld met de selectiehendel of de paddle shift-schakelaar (indien
aanwezig). (Er klinkt tweemaal een zoemer.)
Automatisch uitschakelen van de sportmodus
De sportmodus wordt automatisch uitgeschakeld als na het rijden in deze
stand het contact UIT wordt gezet.
Als de selectiehendel niet in een andere stand dan P gezet kan worden
Blz. 560
WAARSCHUWING
Rijden op glad wegdek
Schakel voorzichtig terug en vermijd plotseling accelereren om te voorko-
men dat de auto in een slip raakt of de aangedreven wielen doorslippen.
209
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Trap het koppelingspedaal vóór het bedienen van de selectiehendel
helemaal in en laat het langzaam opkomen.
Trek om de selectiehendel in d e
achteruit te zetten de rin g onder
de selectiehendelknop omhoog.
Handgeschakelde transmissie
: Indien aanwezig
Schakelen
Zet de selectiehendel in stand R
210
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
De schakeladviesindicator dient om het br andstofverbruik en de uit-
laatgasemissie binnen de limieten van het mo torvermogen te verla-
gen.
Opschakelen
Terugschakelen
*
1
: Auto's zonder multi-informatiedis-
play
*
2
: Auto's met multi-informatiedisplay
Display schakeladviesindicator
De schakeladviesindicator wordt mogelijk niet weergegeven wanneer uw
voet op het koppelingspedaal rust.
Maximaal toegestane snelheden
Houd u bij maximaal accelereren aan de onderstaande maximaal toegestane
snelheden in elke versnelling.
Benzinemotor
km/h (mph)
Schakeladviesindicator
*
1
*
2
1
2
Schakelstand
Maximale snelheid
1NR-FE motor 1ZR-FAE motor
1 44 (27) 50 (31)
2 82 (50) 94 (58)
3 112 (69) 137 (85)
4 152 (94) 185 (114)
5 179 (111)
211
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Dieselmotor
km/h (mph)
Schakelstand
Maximale snelheid
1ND-TV motor 1AD-FTV motor
1 42 (26) 44 (27)
2 79 (49) 88 (54)
3 122 (75) 139 (86)
4 165 (102) 197 (122)
5
WAARSCHUWING
Display schakeladviesindicator
Uit veiligheidsoverwegingen dient de bestuurder niet uitsluitend op het dis-
play te kijken. Raadpleeg het display alleen wanneer dit veilig kan en reke-
ning houdend met de wegcondities en de verkeersomstandigheden. Anders
kan zich een ongeval voordoen.
212
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
OPMERKING
Voorkomen van beschadiging van de transmissie
Trek de ring onder de pookknop alleen omhoog om de achteruitversnelling
in te schakelen.
Schakel de ac hteruitversnelling alleen in nadat de auto volledig tot stil-
stand is gekomen.
Zet de selectiehendel niet in stand R
zonder eerst het koppelingspedaal in te
trappen.
213
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Rechts afslaan
Veranderen van rijstrook (naar
rechts) (beweeg de hendel
enigszins omhoog en laat deze
vervolgens los)
De richtingaanwijzers aan de rech-
terzijde zullen drie keer knipperen.
Veranderen van rijstrook (naar
links) (beweeg de hendel enigs-
zins omlaag en la at deze ver-
volgens los)
De richtingaanwijzers aan de lin-
kerzijde zullen drie keer knipperen.
Linksaf slaan
De richtingaanwijzers kunnen bediend worden als
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN staat.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN (IG) staat.
Als het controlelampje sneller knippert dan normaal
Controleer of er een gloeilamp van de richtingaanwijzer voor of achter is
doorgebrand.
Persoonlijke voorkeursinstellingen
Het aantal keren dat de richtingaanwijzers tijdens het veranderen van rij-
strook knipperen kan worden aangepast. (Systemen met mogelijkheden voor
persoonlijke voorkeursinstellingen Blz. 601)
Richtingaanwijzerschakelaar
Bedieningsinstructies
1
2
3
4
214
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Activeer de parkeerrem door de
parkeerremhendel helemaal
aan te trekken terwijl u het rem-
pedaal intrapt.
Deactiveer de parkeerrem door
de hendel iets omhoog te trek-
ken en deze dan volledig naar
beneden te drukken terwijl u de
knop op de he ndel ingedrukt
houdt.
Waarschuwingszoemer geactiveerde parkeerrem
De zoemer klinkt als de auto met een snelheid van ongeveer 5 km/h of meer
rijdt met de parkeerrem geactiveerd. (Blz. 487, 506)
Gebruik in de winter
Blz. 284
Parkeerrem
Bedieningsinstructies
1
2
OPMERKING
Voordat u gaat rijden
Deactiveer de parkeerrem.
Als u gaat rijden terwijl de parkeerrem is geactiveerd, kunnen de onderde-
len van het re msysteem oververhit raken, waardo or de remprest aties in
negatieve zin kunnen worden beïnvloed en de onderdelen van het remsys-
teem sneller slijten.
215
4-2. Rijprocedures
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Druk op d e of in de buurt
van het symbool om te claxonne -
ren.
Na het afstellen van het stuurwiel
Controleer of het stuurwiel goed vergrendeld is.
Als het stuurwiel niet goed vergrendeld is, klinkt de claxon wellicht niet.
(Blz. 153)
Claxon
216
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Draai aan het uiteinde van de hendel om de verlichting als volgt in te
schakelen:
Type A
De dagrijverlichting
wordt ingeschakeld.
De parkeerlichten vóór,
achterlichten, kente-
kenplaat- en dash-
boardverlichting gaan
branden.
De koplampen en alle
hierboven genoemde
verlichting gaan bran-
den.
Lichtschakelaar
De koplampen kunnen handmatig of automatisch worden
bediend.
Bedieningsinstructies
1
2
3
217
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Type B
De koplampen, de
dagrijverlichting en alle
verlichting die hieron-
der genoemd is, wor -
den automatisch in- en
uitgeschakeld.
(Wanneer het contact
AAN (IG) staat.)
De parkeerlichten vóór,
achterlichten, kente-
kenplaat- en dash-
boardverlichting gaan
branden.
De koplampen en alle
hierboven genoemde
verlichting gaan bran-
den.
De dagrijverlichting
wordt ingeschakeld.
Druk bij ingeschakelde koplam-
pen de hendel van u af om het
grootlicht in te schakelen.
Door de hendel weer in de midden-
stand te zetten, wordt het grootlicht
weer uitgeschakeld.
Trek de hendel naar u toe en
laat deze meteen weer los om
één keer met het grootlicht te
knipperen.
U kunt lichtsignalen geven met de
koplampen in- of uitgeschakeld.
1
2
3
4
Inschakelen van het grootlicht
1
2
218
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Dankzij dit systee m kunnen de koplampen gedurende 30 seconden
worden ingeschakeld wanneer het contact UIT wordt gezet.
Trek nadat u het contact UIT hebt
gezet de hendel naar u toe en laat
hem los terwijl de licht schakelaar
in de stand (indien aanwe-
zig) of staat.
De lichten doven onder de vol-
gende omstandigheden:
Auto's zonder Smart entry-sys-
teem en startknop: Het contact
wordt AAN gezet.
Auto's met Smart entry-sys-
teem en startknop: Het contact
wordt AAN (IG) gezet.
De lichtschakelaar wordt inge-
schakeld.
U trekt de lichtschakelaar naar u
toe en laat hem los.
De koplamphoogte kan worden afgestemd op het aantal passagiers in
de auto en de mate van belading.
Verhogen van de koplamp-
hoogte
Verlagen van de kop lamp-
hoogte
Follow Me Home-systeem
Draaiknop koplampverstelling (auto's met halogeenkoplampen)
1
2
219
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Aanwijzing voor instellen van de koplamphoogte
Het Adaptive Front Lighting-systeem zorgt voor uitstekend zicht b ij
kruisingen en in bochten door de lichtbundel van de koplampen auto-
matisch in de gewenste rijrichting te verstellen op basis van de rijsnel-
heid en de hoek waarover de voorwielen verdraaid worden.
AFS werkt bij een snelheid van 10 km/h of hoger.
Deactiveren van het Adaptive Front Lighting-systeem
Schakel de sch akelaar AFS
OFF in.
Het controlelampje g aat bran-
den wanneer het AFS is gede-
activeerd.
Aantal inzittenden en hoeveelheid bagage
Stand knop
Inzittenden Hoeveelheid bagage
Bestuurder Geen 0
Bestuurder en
voorpassagier
Geen 0
Alle zitplaatsen bezet Geen 1,5
Alle zitplaatsen bezet Maximale belading 2,5
Bestuurder Maximale belading 3,5
Adaptive Front Lighting-systeem (AFS) (indien aanwezig)
220
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Dagrijverlichting
Om uw auto beter zichtbaar te maken voor andere weggebruikers, worden de
parkeerlichten voor automatisch ingeschakeld wanneer de motor word t
gestart en de parkeerrem wordt gedeactiveerd. Dagrijverlichting is niet ont-
worpen voor gebruik in het donker.
Sensor koplampregeling (indien aanwezig)
Automatisch uitschakelsysteem verlichting
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Wanneer de lichtschakelaar in de stand of staat: De koplampen
en mistlampen voor (indien aanwezig) worden automatisch uitgeschakeld als
het contact UIT wordt gezet.
Wanneer de lichtschakelaar in stand staat: Alle verlichting word t auto-
matisch uitgeschakeld als het contact UIT wordt gezet.
Zet om de verlichting weer in te schakelen het contact AAN of zet de licht-
schakelaar eenmaal in de stand UIT en daarna weer in stand of .
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Wanneer de lichtschakelaar in de stand of staat: De koplampen
en mistlampen voor (indien aanwezig) worden automatisch uitgeschakeld als
het contact UIT wordt gezet.
Wanneer de lichtschakelaar in stand staat: Alle verlichting word t auto-
matisch uitgeschakeld als het contact UIT wordt gezet.
Zet om de verlichting we er in te schakelen het cont act AAN (IG) of zet de
lichtschakelaar een keer in st and UIT en daarna we er in st and of
.
Zoemer verlichting
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Er klinkt een zoemer wanneer het contact UIT of in stand ACC wordt gezet en
het bestuurdersportier wordt geopend terwijl de verlichting is ingeschakeld.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Een zoemer klinkt als het contact UIT of in stand ACC wordt gezet en het
bestuurdersportier geopend wordt terwijl de verlichting is ingeschakeld.
De werking van de sensor kan in nega-
tieve zin beïnvloed worden als er iets over
de sensor heen geplaat st wordt of als er
iets op de ruit word t aangebracht waar-
door de sensor wordt afgeschermd.
Hierdoor kan de sensor niet op de juiste
manier de hoeveelheid omgevingslicht
signaleren, waardoor het automatisc he
koplampsysteem mogelijk onjuist functio-
neert.
221
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Automatische verticale koplampve rstelling (auto's met gasontladings-
koplampen)
De koplamphoogte word t automatisch geregeld op basis van het a antal
passagiers in de auto en de mate van b elading om verblinding van andere
weggebruikers door de koplampen te voorkomen.
Als het waarschuwingslampje AFS OFF knippert (indien aanwezig)
Dit kan duiden op een s toring in het systeem. Neem cont act op met een
Toyota-dealer of erkende reparateur.
Energiebesparende functie
Onder de volgende omstandigheden gaat de overige verlichting na 20 minu-
ten automatisch uit om te voorkomen dat de accu ontladen raakt:
De koplampen en/of achterlichten branden.
Auto's zonder Smart entry-systeem en startknop: Het contact wordt in stand
ACC of UIT gezet.
Auto's met Smart entry-systeem en st artknop: Het contact wordt in stand
ACC of UIT gezet.
De lichtschakelaar staat in stand of .
Deze functie wordt onder de volgende omstandigheden uitgeschakeld:
Auto's zonder Smart entry-systeem en startknop: Als het contact AAN wordt
gezet.
Auto's met Sma rt entry-systeem en startknop: Als het contact AAN (IG)
wordt gezet.
Wanneer de lichtschakelaar wordt bediend.
Wanneer een portier wordt geopend of gesloten.
Persoonlijke voorkeursinstellingen
De instellingen (bijv. gevoeligheid lichtsensor) kunnen worden gewijzigd.
(Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen:
Blz. 598)
OPMERKING
Voorkomen van ontlading van de accu
Laat de verlichting niet langer branden dan noodzakelijk is als de motor niet
draait.
222
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Duw de hendel van u af terwijl de
lichtschakelaar in de stand
staat.
Het controlelampje van het Auto-
matic High Beam-systeem gaat
branden als de koplampe n auto-
matisch worden ingeschakeld om
aan te geven dat het systeem is
ingeschakeld.
Als aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan, wordt het groot-
licht automatisch ingeschakeld (na ongeveer 1 seconde):
De rijsnelheid hoger is dan 40 km/h.
Het gebied voor de auto is niet verlicht.
Er zijn geen tegenliggers of voorliggers met ingeschakelde koplam-
pen of achterlichten.
Er bevinden zich weinig straatlantaarns op de weg voor u.
Als aan een van onderstaande voorwaarden is voldaan, wordt het
grootlicht automatisch uitgeschakeld:
De rijsnelheid wordt lager dan ongeveer 30 km/h.
Het gebied voor de auto is verlicht.
Er zijn tegenliggers of voorliggers met ingeschakelde koplampen of
achterlichten.
Er bevinden zich veel straatlantaarns op de weg voor u.
Automatic High Beam-systeem
: Indien aanwezig
Het Automatic High Beam-systeem maakt gebruik van een inge-
bouwde camerasensor om de he lderheid van bijvoorbeeld de
straatverlichting en de verlichti ng van tegenliggers en voorlig-
gers te meten, en schakelt indien nodig automatisch het groot-
licht in of uit.
Inschakelen van het Automatic High Beam-systeem
Voorwaarden voor het automatisch in- of uitschakelen van he t
grootlicht
223
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Dimlicht inschakelen
Trek de hendel naar u toe,
zodat deze in de oorspronke-
lijke stand terugkomt.
Het controlelampje van het
automatische grootlichtsysteem
dooft.
Duw de hendel van u af om het
automatische grootlichtsysteem
weer in te schakelen.
Grootlicht inschakelen
Zet de lichtschakelaar in st and
.
Het controlelampje van het
Automatic High Beam-systeem
dooft en het controlelampje van
het grootlicht gaat branden.
Het Automatic High Beam-systeem kan ingeschakeld worden als
Het contact AAN (IG) staat.
Informatie werking camerasensor
In de volgende omst andigheden wordt het grootlicht mogelijk niet automa-
tisch uitgeschakeld:
Als plotseling een tegenligger uit een bocht opdoemt
Als plotseling een andere auto voor de eigen auto invoegt
Als tegenliggers of voorliggers aa n het zicht zijn onttrokk en als gevolg
van een reeks bochten, wegafscheidingen of bomen langs de weg
Het grootlicht kan automatisch wo rden uitgeschakeld als een tegenligger
wel de mistlampen vóór, maar niet de koplampen heeft ingeschakeld.
Het grootlicht kan automatisch worden uitgeschakeld door de aanwezigheid
van huisverlichting, straatverlichting, verkeerslichten of verlichte reclame-
borden.
Handmatig in- en uitschakelen van het grootlicht
224
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
De volgende factoren kunnen invloed hebben op de reactietijd van het sys-
teem:
De helderheid van koplampen, mistlampen en achterlichten van tegenlig-
gers en voorliggers
De verplaatsing en richting van tegenliggers en voorliggers
Als de verlichting van een tegenligger of voorligger slecht s aan één kant
werkt
Als een tegenligger of voorligger een voertuig op twee wielen betreft
De toestand van de weg (stijgingspercentage, bochten, toestand van het
wegdek, enz.)
Het aantal inzittenden en de hoeveelheid bagage
Het grootlicht kan op voor de bestuurder onverwachte moment en worden
in- en uitgeschakeld.
In de volgende omstandigheden is het mogelijk dat het systeem de helder-
heid van het omgevingslicht niet correct detecteert, waardoor het grootlicht
kan gaan knipperen of voetgangers worden blootgesteld aan het grootlicht.
Het is daarom raadzaam om het grootlicht handmatig in en uit te schakelen
in plaats van blindelings te vertrouwen op de werking van het Automatic
High Beam-systeem.
Bij slecht weer (regen, mist, sneeuw, zandstormen, enz.)
Het zicht door de voorruit wordt belemmerd door mist, wasem, ijs, vuil,
enz.
De voorruit is gebarsten of beschadigd.
De binnenspiegel of de camerasensor is vervormd of vuil.
De helderheid van het omgevingslicht komt overeen met die van koplam-
pen, achterlichten of mistlampen.
Tegenliggers hebben de koplampen niet ingeschakeld, of de koplampen
zijn vuil, hebben een andere kleur of zijn niet correct afgesteld.
In gebieden waar lichte en donkere stukken elkaar afwisselen.
Als geregeld e n herhaaldelijk over stijgende en dalende wegen word t
gereden, of over wegen met een slecht of oneffen wegdek (zoals klinker-
wegen, zandwegen, enz.)
Als geregeld en herhaaldelijk over bochtige wegen wordt gereden.
Er bevindt zich een sterk spiegelend voorwerp, zoals een spiegel, voor
de auto.
De koplampen van de auto zijn beschadigd of vuil.
De auto helt naar één kant over door bijvoorbee ld een lekke band of ligt
aan de achterzijde wat lager doordat een aanhanger is aangekoppeld.
De bestuurder meent dat andere bestuurders of voetgangers last hebben
van het grootlicht.
225
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Persoonlijke voorkeursinstellingen
Het Automatic High Beam-systeem kan worden uitgeschakeld.
(Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen:
Blz. 598)
WAARSCHUWING
Beperkingen van het Automatic High Beam-systeem
Vertrouw niet uit sluitend op het Automatic High Beam-systeem Rijd altijd
voorzichtig, houd de omgeving in de gaten en schakel indien nodig hand-
matig het grootlicht in of uit.
226
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
OPMERKING
Aanwijzingen voor het gebruik van het Automatic High Beam-systeem
Raak de camerasensor niet aan.
Stel de binnenspiegel of de camerasensor niet bloot aan krachtige schok-
ken.
Neem de camerasensor niet uit elkaar.
Mors geen vloeistof op de binnenspiegel of de camerasensor.
Breng geen ruitfolie of stickers aan op de camerasensor of op het gedeelte
van de voorruit bij de camerasensor.
Leg geen voorwerpen op het dashboard. De camerasensor kan de reflec-
tie van deze voorwerpen in de voorruit verwarren met straatverlichting,
koplampen van andere voertuigen, enz.
Plaats geen parkeerkaart of andere voorwerpen in de buurt van de bin-
nenspiegel of de camerasensor.
Voorkom overbelading van uw auto.
Breng geen wijzigingen aan de auto aan.
Vervang de voorruit niet door een niet-originele voorruit.
Neem contact op met een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Neem de volgende voorzorgs maatre-
gelen in acht om ervoor te zorgen dat het
Automatic High Beam-systeem goed blijft
functioneren.
227
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Schakelaar mistachterlicht
Schakelt het mistachter-
licht uit
Schakelt het mistachter-
licht in
Als de schakelaarring los wordt
gelaten, keert de ring terug naar de
stand .
Door de schakelaarring nogmaals
te draaien, word t het mist achter-
licht uitgeschakeld.
Schakelaar mistlampen
De mistlampen zorgen voor uitstekend zicht bij on gunstige
rijomstandigheden, zoals bij regen of mist.
1
2
228
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Schakelaar mistlampen vóór/mistachterlicht
Schakelt de mist lam-
pen voor en het mist-
achterlicht uit
Schakelt de mist lam-
pen voor in
Schakelt de mist lam-
pen voor en het mist-
achterlicht in
Als de schakelaarring los wordt
gelaten, keert de ring terug naar de
stand .
Door de schakelaarring nogmaals
te draaien, wordt alleen he t mist-
achterlicht uitgeschakeld.
Mistlampen kunnen worden gebruikt als
Auto's met schakelaar mistachterlicht
De koplampen worden ingeschakeld.
Auto's met schakelaar mistlampen voor en mistachterlicht
Mistlampen voor: De koplampen of parkeerlichten voor zijn ingeschakeld.
Mistachterlicht: De mistlampen voor zijn ingeschakeld.
1
2
3
229
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Ruitenwissers met intervalafstelling
De werking van de ruitenwisser wordt geselecteerd door de hendel
als volgt te bewegen: Als de intervalstand wordt geselecteerd, kan het
wisinterval ook worden gewijzigd.
Intervalstand
Lage snelheid ruitenwis-
sers
Hoge snelheid ruiten-
wissers
Enkele slag
Het wisinterval kan worden gewijzigd als de intervalstand wordt gese-
lecteerd.
Verkort het interval van de wis-
serwerking
Verlengt het interval van de wis-
serwerking
Ruitenwissers en -sproeiers
Bedienen van de ruitenwisserhendel
1
2
3
4
5
6
230
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Gelijktijdig inschakelen rui ten-
sproeier en ruitenwisser
De ruitenwissers mak en automa-
tisch een aantal wisbewegingen
nadat de sproeier in werking treedt.
Auto's met koplampsproeiers: Als
de koplampen aan zijn en u de
hendel naar u toe getrokken houdt,
werken de koplamp sproeiers één
keer. Daarna werken de koplamp-
sproeiers elke vijfde keer dat u de
hendel naar u toe trekt.
Ruitenwissers met regensensor
In de stand AUTO werken de ruitenwissers automatisch wanneer de
sensor signaleert dat het rege nt. De wissnelheid wordt automatisch
afgestemd op de hoeveelheid neerslag en de rijsnelheid.
Stand AUTO
Lage snelheid ruitenwis-
sers
Hoge snelheid ruiten-
wissers
Enkele slag
In de stand AUTO kan de gevoeligheid van de sensor als volgt wo r-
den ingesteld door de schakelaarring te draaien.
7
1
2
3
4
231
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Verhoogt de g evoeligheid van
de ruitenwisser met re gensen-
sor
Verlaagt de ge voeligheid van
de ruitenwisser met re gensen-
sor
Gelijktijdig inschakelen rui ten-
sproeier en ruitenwisser
De ruitenwissers mak en automa-
tisch een aantal wisbewegingen
nadat de sproeier in werking treedt.
Auto's met koplampsproeiers: Als
de koplampen aan zijn en u de
hendel naar u toe getrokken houdt,
werken de koplamp sproeiers één
keer. Daarna werken de koplamp-
sproeiers elke vijfde keer dat u de
hendel naar u toe trekt.
De ruitenwissers en ruitensproeiers kunnen worden bediend als
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN staat.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN (IG) staat.
Effecten van de rijsnelheid op de ruitenwisserwerking (auto's met ruiten-
wissers met regensensor)
Ook voor de andere standen zal, net als voor de st and AUTO, de tijd tot de
enkele slag om de laatste druppels te verwijderen na het gebruik van de rui-
tensproeier veranderen afhankelijk van de rijsnelheid.
5
6
7
232
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Regensensor (auto's met ruitenwisser met regensensor)
Als de ruitenwisserschakelaar in de stand AUTO wordt gezet en het contact
AAN staat, werken de ruitenwissers één keer om aan te geven dat de stand
AUTO is geactiveerd.
Als de temperatuur van de regensensor 90°C of hoger is, of -15 °C of lager
is, werkt de automatische functie mogelijk niet. Zet de ruitenwisserschake-
laar in dat geval in een andere stand dan AUTO.
De regensensor registreert de hoeveel-
heid neerslag.
De auto is voorzien van een optisc he
sensor. Deze werkt mogelijk niet goe d
als zonlicht van de opkomende of
ondergaande zon af en toe op de voor-
ruit valt of als er in secten o.i.d. op de
voorruit zitten.
233
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Als er geen ruitensproeiervloeistof op de ruit terechtkomt
Controleer of er ruitensproeiervloeistof in het reservoir aanwezig is en contro-
leer als dat het geval is of de sproeierkoppen niet verstopt zijn.
WAARSCHUWING
Waarschuwing met betrekking tot het gebruik van ruitensproeiervloei-
stof
Gebruik bij koud weer de ruitensproeiervloeistof pas wanneer de voorruit
warm is. De vloeis tof kan anders op de voorruit bevriezen en zo het zicht
belemmeren. Dit kan leiden tot een ongeval waarb ij ernstig letsel kan ont-
staan.
Waarschuwing met betrekking tot het gebruik van de ruitenwissers in
de stand AUTO (auto's met ruitenwissers met regensensor)
De ruitenwissers kunnen onverwacht in werking treden als de sensor aan-
geraakt wordt of als de voorruit aan trillingen wordt blootgesteld terwijl de
ruitenwissers in de stand AUTO staan. Let erop dat u zich niet kunt bezeren
als de ruitenwissers in werking treden.
OPMERKING
Als de voorruit droog is
Gebruik de ruitenwis sers niet als de voorruit droog is omdat hierdoor de
voorruit beschadigd kan worden.
Als er geen ruitensproeiervloeistof uit de sproeierkoppen komt
Als u de hendel gedurende langere tijd naar u toe getrokken houdt, kan de
sproeierpomp beschadigd raken.
Wanneer een sproeier verstopt raakt
Laat in dat geval uw auto echter wel z o snel mogelijk nakijken door een
Toyota-dealer of erkende reparateur.
Probeer als een sproeierkop verstopt is geraakt deze niet schoon te maken
met een naald of iets dergelijks. Hierdoor kan de sproeierkop beschadigd
raken.
234
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
De werking van de ruitenwisser wordt geselecteerd door de hendel
als volgt te bewegen:
Intervalstand ruitenwis-
sers
Normale stand ruitenwis-
sers
Gelijktijdig inschakelen rui ten-
sproeier en ruitenwisser
De ruitenwisser maakt automatisch
een aantal wisbewegingen nadat
de sproeier in werking is getreden.
De achterruitenwisser en -sproeier kunnen worden bediend als
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN staat.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN (IG) staat.
Als er geen ruitensproeiervloeistof op de ruit terechtkomt
Controleer of er ruitensproeiervloeistof in het reservoir aanwezig is en contro-
leer als dat het geval is of de sproeierkop niet verstopt is.
Achterruitenwisser en -sproeier
Bedienen van de ruitenwisserhendel
1
2
3
235
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
OPMERKING
Als de achterruit droog is
Gebruik de ruitenwisser niet als de achterruit droog is omdat de achterruit
hierdoor beschadigd kan raken.
Als het sproeierreservoir leeg is
Bedien de schakelaar niet omdat anders de sproeierpomp oververhit kan
raken.
Wanneer een sproeier verstopt raakt
Laat in dat geval uw auto echter wel z o snel mogelijk nakijken door een
Toyota-dealer of erkende reparateur.
Probeer als een sproeierkop verstopt is geraakt deze niet schoon te maken
met een naald of iets dergelijks. Hierdoor kan de sproeierkop beschadigd
raken.
236
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4-4. Tanken
Sluit alle portieren en ruiten en zet het contact UIT.
Controleer de brandstofsoort.
Brandstofsoorten
Benzinemotor
EU:
Loodvrije benzine conform de Europese norm EN228, research-octaange-
tal (RON) 95 of hoger
Behalve EU:
Loodvrije benzine met een RON (research-octaangetal) van 95 of hoger
Dieselmotor
(EU-landen):
Dieselbrandstof conform de Europese norm EN590
Behalve EU:
Dieselbrandstof met een zwavelgehalte v an 50 ppm of minder en een
cetaangetal van 48 of hoger
Gebruik van benzine vermengd met ethanol in een benzinemotor
Toyota staat het gebruik van benzine vermengd met ethanol toe wanneer de
hoeveelheid ethanol maximaa l 10% bedraagt. Zorg dat het gebruikte ben-
zine/ethanol-mengsel een octaangetal heeft dat overeenkomt met het boven-
staande.
Openen van de tankdop
Voer de volgende stappen uit om de tankdop te openen:
Voor het tanken
237
4-4. Tanken
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
WAARSCHUWING
Bij het tanken
Neem bij het tanken de volgende voorzorgsmaatregelen in acht. Het niet in
acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.
Raak na het verlaten van de auto en voor het openen van de tankdop een
ongeverfd metalen oppervlak aan om eventuele statische elektriciteit af te
voeren. Het is belangrijk om st atische elektriciteit af te voeren voordat u
gaat tanken, omdat vonken als gevolg van statische elektriciteit brandstof-
dampen tot ontbranding kunnen brengen.
Pak de tankdop bij de greep vast en draai hem langzaam los.
Tijdens het losdraaien van de tankdop kan er een sissend geluid hoorbaar
zijn. Wacht tot het geluid verd wenen is alvorens de tankdop te verwijde-
ren. Bij hoge buitentemperaturen kan er brandstof uit de vulpijp spuiten.
Zorg ervoor dat er niemand die de eventueel aanwezige statische elektrici-
teit van zijn lichaam niet heeft afgevoerd, in de buurt van een niet afgeslo-
ten brandstoftank komt.
Adem de brandstofdampen niet in.
Brandstof bevat stoffen die schadelijk zijn als ze ingeademd worden.
Rook niet tijdens het tanken.
Als u dat wel doet, kan er brand ontstaan.
Keer niet naar de auto terug als u statisch geladen bent.
Statische elektriciteit kan vonkvorming en daarmee brand veroorzaken.
Bij het tanken
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om te voorkomen dat de
brandstoftank overstroomt:
Plaats het vulpistool nauwkeurig in de vulpijp.
Stop met het vullen van de tank wanneer het vulpistool automatisch uit
klikt.
Vul de brandstoftank niet tot de rand.
OPMERKING
Tanken
Mors geen brandstof tijdens het tanken.
Anders kan schade aan de auto ontstaan, zoals het slecht functioneren van
het emissieregelsysteem of beschadiging van de onderdelen van het brand-
stofsysteem of van de lak.
238
4-4. Tanken
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Trek de ontgrendeling van de
tankdopklep omhoog.
Draai de tankdop langzaam
open.
Plaats de tankdop in de houder
op de tankdopklep.
Openen van de tankdop
1
2
3
239
4-4. Tanken
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Draai na het tanken van brandstof
de tankdop tot u een klik hoort.
Als u de dop losla at, zal hij iets in
de andere richting draaien.
Sluiten van de tankdop
WAARSCHUWING
Vervangen van de tankdop
Gebruik alleen de originele Toyota-tankdop voor uw auto. Anders kan er
brand ontstaan of kunnen zich andere ongevallen voordoen, wat kan leiden
tot ernstig letsel.
240
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Met de cruise control kan een ingestelde snelheid worden vastgehou-
den zonder dat hiervoor het gaspedaal hoeft te worden ingetrapt.
Indicatoren
Cruise control-schakelaar
*
1
: Auto's zonder multi-informatiedis-
play
*
2
: Auto's met multi-informatiedisplay
Cruise control
: Indien aanwezig
Overzicht van functies
*
1
*
2
1
2
241
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Druk op de toets ON-OFF om
de cruise control in t e schake-
len.
Het controlelampje cruise control
gaat branden
*
1
of word t weerge-
geven op het multi-informatiedis-
play
*
2
.
Druk nogmaals op de toet s om de
cruise control uit te schakelen.
Accelereer of decelereer naar
de gewenste snelheid en druk
de hendel naar beneden om de
snelheid in te stellen.
Het controlelampje SET gaat bran-
den
*
1
of word t weergegeven op
het multi-informatiedisplay
*
2
.
De rijsnelheid op het moment dat
de schakelaar word t losgelaten,
wordt de ingestelde snelheid.
*
1
: Auto's zonder multi-informatiedisplay
*
2
: Auto's met multi-informatiedisplay
Instellen van de rijsnelheid
*
1
*
2
1
*
1
*
2
2
242
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Bedien, om de ingestelde snelheid te wijzige n, de he ndel totdat de
gewenste snelheid wordt weergegeven.
Verhogen van de snelheid
Verlagen van de snelheid
Kleine wijziging: Beweeg de hen-
del kort in de gewenste richting.
Grote wijziging: Houd de hendel in
de gewenste richting gedrukt.
De ingestelde snelheid wordt als volgt verhoogd of verlaagd:
Fijnafstelling: Ongeveer 1,6 km/h, telkens als de hendel bediend wordt.
Ruime afstelling: De ingestelde snelheid word t continu verh oogd of ver-
laagd totdat de hendel wordt losgelaten
Door de hendel naar u toe te
trekken wordt de constante-
snelheidsregeling uitgescha-
keld.
De snelheidsregeling wordt ook uit-
geschakeld als het rempedaal of
het koppelingspedaal (handge-
schakelde transmissie) wordt inge-
trapt.
Door de hendel omhoog te
drukken wordt de constante-
snelheidsregeling hervat.
Hervatten van de cruise control is
mogelijk vanaf een rijsnelheid van
ongeveer 40 km/h of meer.
Wijzigen van de ingestelde snelheid
1
2
Uitschakelen en hervatten van constante-snelheidsregeling
1
2
243
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
De cruise control kan worden gebruikt als
De selectiehendel in st and D of in s chakelstand 4 of hoger van M st aat.
(Multidrive CVT)
Schakelstand 4 of h oger, of st and D is geselecteerd met de shif tpaddle.
(auto's met paddle shift-schakelaar)
De rijsnelheid hoger is dan 40 km/h.
Accelereren na het instellen van de rijsnelheid
Er kan normaal met de auto geaccelereerd worden. Na de acceleratie gaat
de auto weer rijden met de ingestelde snelheid.
De ingestelde snelheid kan zelfs worden verhoogd zonder de cruise control
uit te schakelen, door eerst naar de gewenste snelheid te accelereren en
vervolgens de hendel omlaag te drukken om de nieuwe snelheid in te stel-
len.
Automatisch uitschakelen van cruise control
De cruise control stopt onder de volgende omstandigheden met het in stand
houden van de rijsnelheid:
De werkelijke rijsnelheid zakt tot meer dan 16 km/h onder de geprogram-
meerde rijsnelheid.
In dit geval blijft de geprogrammeerde snelheid niet bewaard.
Actuele rijsnelheid is lager dan ongeveer 40 km/h.
De VSC is geactiveerd.
De snelheidsbegrenzer is geactiveerd. (indien aanwezig)
Als het controlelampje cruise control geel gaat branden (auto's zonder
multi-informatiedisplay) of een w aarschuwingsmelding voor de cruise
control wordt weergegeven op het multi-informatiedisplay (auto's met
multi-informatiedisplay)
Druk eenmaal op de toets ON-OFF om het systeem uit te schakelen en d ruk
vervolgens opnieuw op de toets om het systeem in te schakelen.
Als er geen snelheid kan worden geprogrammeerd of de cruise control direct
na het activeren weer wordt uitgeschakeld, is er mogelijk een defect in het
cruise control-systeem aanwezig. Laat uw auto controleren door een Toyota-
dealer of erkende reparateur.
244
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Om onbedoeld inschakelen van de cruise control te vermijden
Schakel de cru ise control uit met de toets ON-OFF als deze niet word t
gebruikt.
Situaties die niet geschikt zijn voor gebruik van de cruise control
Gebruik de cruise control niet in de volgende situaties.
Als u dat wel doet kunt u de macht over het stuur verliezen, waardoor ern-
stig letsel kan ontstaan.
In druk verkeer
Op wegen met scherpe bochten
Op slingerende wegen
Op wegen die door regen, ijs of sneeuw glad zijn
Op steile hellingen
Bij het afdalen van een steile helling kan de rijsnelheid de ingestelde snel-
heid overschrijden.
Bij het trekken van een aanhangwagen of tijdens het slepen in een nood-
geval
245
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Er kan een gewenste maximumsnelheid worden ingesteld met de
cruise control-schakelaar. De snelheidsbegrenzer voorkomt dat de
auto de ingestelde snelheid overschrijdt.
Controlelampje
Schakelaar snelheidsbegrenzer
Display
*
1
: Auto's zonder multi-informatiedis-
play
*
2
: Auto's met multi-informatiedisplay
Snelheidsbegrenzer
: Indien aanwezig
Overzicht van functies
*
1
*
2
*
1
*
2
1
2
3
246
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Schakel de schakelaar van d e
snelheidsbegrenzer in.
Druk nogmaals op de knop o m de
snelheidsbegrenzer uit te schake-
len.
Accelereer of decelereer naar
de gewenste snelheid en druk
de hendel naar beneden om de
gewenste maximumsnelheid in
te stellen.
*
1
: Auto's zonder multi-informatiedisplay
*
2
: Auto's met multi-informatiedisplay
Verhogen van de snelheid
Verlagen van de snelheid
Houd de hendel vast tot de
gewenste snelheid bereikt is.
Voor een kleine wijziging van de
ingestelde snelheid druk u de hen-
del lichtjes omhoog of omlaag en
laat u hem vervolgens los.
Instellen van de rijsnelheid
12
1
*
1
*
2
2
Wijzigen van de ingestelde snelheid
1
2
247
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Uitschakelen
Trek de hendel naar u toe om de
snelheidsbegrenzer uit te schake-
len.
Hervatten
Druk de hendel omhoog om het
gebruik van de snelheidsbegrenzer
te hervatten.
De snelheidsbegrenzer kan worden gebruikt als
De rijsnelheid hoger is dan 30 km/h.
Overschrijden van de ingestelde snelheid
In de volgende situaties overschrijdt de rijsnelheid de ingestelde snelheid en
gaan de tekens op het display knipperen:
Wanneer u het gaspedaal volledig intrapt
Wanneer u bergaf rijdt
Automatische uitschakeling snelheidsbegrenzer
De ingestelde snelheid wordt automatisch uitgeschakeld wanneer de cruise
control geactiveerd wordt.
Uitschakelen en hervatten van de snelheidsbegrenzer
1
2
WAARSCHUWING
Om onbedoeld inschakelen van de snelheidsbegrenzer te vermijden
Laat de snelheidsbegrenzingsknop uit staan als de snelheidsbegrenzing
niet in gebruik is.
Situaties die niet geschikt zijn voor gebruik van de snelheidsbegrenzer
Gebruik de snelheidsbegrenzing niet in de volgende situaties.
Als u dat wel doet, kunt u de macht over het stuur verliezen, waardoor ern-
stig letsel kan ontstaan.
Op wegen die door regen, ijs of sneeuw glad zijn
Op steile hellingen
Wanneer uw auto een aanhangwagen trekt
248
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Soorten sensoren
Schakelaar Toyota Parking Assist-sensor
Zet Toyota Parking Assist-sen-
sor aan/uit
Als de schakelaar aan is, g aat
het controlelampje branden om
de bestuurder te informeren dat
het systeem geactiveerd is.
Toyota Parking Assist-sensor
: Indien aanwezig
De afstand van uw auto tot obstakels bij het fileparkeren en ach-
teruit inparkeren in een garage wordt gemeten door sensoren en
wordt doorgegeven via het multi-informatiedisplay en een zoe-
mer. Controleer bij gebruik van dit systeem o ok altijd zelf de
omgeving.
Middelste sensoren voor
Hoeksensoren voor
Sensoren voorzijde
Hoeksensoren achter
Middelste sensoren achter
1
2
3
4
5
249
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Wanneer de sensoren een obstakel signaleren, wordt dit grafisch
weergegeven op het multi-informatiedisplay overeenkomstig de posi-
tie en afstand tot het obstakel.
Werking sensoren en hoeksen-
soren voorzijde
Werking middelste sensor voor
Werking hoeksensoren achter
Werking middelste sensor
achter
Als een sensor een obstakel signaleert worden de richting van en de
afstand tot het obstakel bij benadering weergegeven en klinkt de zoe-
mer.
Hoeksensoren
Display
1
2
3
4
De afstandsweergave en zoemer
Globale afstand tot
obstakel
Multi-informatie
display
Zoemer
50 - 37,5 cm Gemiddeld
37,5 - 25 cm Snel
Minder dan 25 cm Continu
250
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Sensoren voorzijde
Middensensoren
Globale afstand tot
obstakel
Multi-informatie
display
Zoemer
Minder dan 25 cm Continu
Globale afstand tot
obstakel
Multi-informatie
display
Zoemer
Voor: 100 - 55 cm
Achter: 150 - 55 cm
Normaal
55 - 42,5 cm Gemiddeld
42,5 - 30 cm Snel
Minder dan 30 cm Continu
251
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Ongeveer 100 cm
Ongeveer 150 cm
Ongeveer 25 cm
Ongeveer 50 cm
Ongeveer 50 cm
Het schema toont het detectiebe-
reik van de sensoren. Merk op dat
de sensoren geen obst akels kun-
nen detecteren die zich extreem
dicht bij de auto bevinden.
Het bereik van de sensoren kan
verschillend zijn, afhankelijk van
bijvoorbeeld de vorm van het
object.
Detectiegebied sensoren
1
2
3
4
5
252
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Detectie-informatie sensoren
Bepaalde omstandigheden van de auto en de omgeving kunnen een nega-
tieve invloed hebben op het vermogen van de sensor om obstakels correct
te signaleren. Specifieke situaties waarin dit voor kan komen ziet u hieron-
der.
Er zit vuil, sneeuw of ijs op de sensor.
De sensor is bevroren.
De sensor wordt ergens door afgedekt.
De auto helt sterk over naar één zijde.
De auto rijdt op een bijzonder oneffen wegdek, op een helling, op grind of
op gras.
Er is veel omgevingslawaai rond de auto van claxons, motorfietsmotoren,
luchtremmen van vrachtwagens of andere geluidsbronnen die ultrasone
geluidsgolven produceren.
Er is een andere auto uitgerust met Parking Assist-sensoren in de nabije
omgeving.
Een sensor is bedekt met een waterfilm of er is sprake van zware regen-
val.
De auto is uitgerust met een staafantenne of een draadloze antenne.
Er is een sleepoog gemonteerd.
Een bumper of sensor krijgt een harde klap.
De auto nadert een hoge of gebogen stoeprand.
In fel zonlicht of zeer koud weer.
Er zijn n iet-originele Toyota-onderdelen voor de wielophanging (verla-
gingsset enz.) gemonteerd.
Naast de hierboven genoemde voorbeelden kunnen er s ituaties zijn waarin
de sensor borden en andere voorwerpen door hun vorm dichterbij signaleert
dan deze in werkelijkheid zijn.
Door de vorm van het obstakel kan de sensor het niet signaleren. Let goed
op bij de volgende obstakels:
Kabels, hekken, touwen, enz.
Katoen, sneeuw en andere materialen die geluidsgolven absorberen
Zeer hoekige objecten
Lage obstakels
Hoge obstakels waarbij het bovenste deel uitsteekt in de richting van uw
auto
Als er een melding verschijnt
Blz. 501
253
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
WAARSCHUWING
Wees alert tijdens het gebruik van de Toyota Parking Assist-sensor
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Anders kan een aanrijding het gevolg zijn.
Rijd als het systeem is ingeschakeld niet harder dan 10 km/h.
Monteer geen accessoires binnen het bereik van de sensor.
OPMERKING
Aanwijzing bij het gebruik van de Toyota Parking Assist-sensor
Stel de omgeving van de sensoren niet bloot aan sterke waterstralen of
stoom.
Hierdoor kan de sensor beschadigd raken.
Als uw auto betrokken is geweest bij een aanrijding, worden de sensoren
beschadigd en kan het systeem buiten werking treden.
Neem contact op met een Toyota-dealer of erkende reparateur.
254
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Simple-IPA (Simple-Intelligent Parking
Assist)
: Indien aanwezig
Simple-IPA is een systeem dat hulp biedt bij het fileparkeren. Bij
het fileparkeren of het parkeren in de ruimte achter een gepar-
keerde auto, wordt met behulp va n de sensoren op de zijkant
van de voorbumper een ruimte g esignaleerd waar de auto kan
worden geparkeerd. Het inp arkeren wordt vervolgens geassis-
teerd door de automatische werking van het stuurwiel.
Geschikte parkeerruimte signaleren
Auto in een gesignaleerde parkeerruimte parkeren
*
Stuurwiel draaien om in de beoogde ruimte te parkeren*
De auto is nu geparkeerd in de beoogde parkeerruimte*
*
: Het stuurwiel wordt automatisch bediend.
1
2
3
4
255
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Bedien de functie Simple-IPA aan de hand van het multi-informatie-
display en de zoemer.
Het systeem signaleert parkeerruimten aan de voorpassagierszijde van de
auto en assisteert bij het parkeren in een gesignaleerde ruimte.
Om in een ruimte aan de bestuurderszijde van de auto te parkeren, zet u
de richtingaanwijzerschakelaar in de stand die aangeeft dat u van richting
gaat veranderen aan de bestuurderszijde. Laat de richtingaanwijzerscha-
kelaar in deze stand staan tot de automatische stuurwielbediening begint.
Zet de schakelaar Simple-IPA
aan als de rijsnelheid 30 km of
lager is.
Als het systeem in werking is, geeft
het multi-informatiedisplay nu het
scherm weer voor het signaleren
van parkeerruimte.
Rijd recht vooruit en houd daar-
bij een afst and aan van onge-
veer 1 m van de geparkeerde
auto's.
Rijd zo evenwijdig aa n de gep ar-
keerde auto's en stoeprand als
mogelijk is.
Bij een lage rijsnelheid kan het sys-
teem helpen om beter e venwijdig
aan de geparkeerde auto's en
stoeprand te parkeren en in de
beste positie tussen de auto's voor
en achter de beoogde parkeer-
ruimte.
Een vrije parkeerruimte kan gesig-
naleerd worden als de lengte van
de ruimte gelijk is aan de lengte
van de auto plus ongeveer 1 m.
Rijd met een snelheid van 30 km/h
of lager.
Bediening van Simple-IPA
1
Ongeveer 1 m
2
256
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Verlaag de rijsnelheid zodra de
weergave van het mu lti-infor-
matiedisplay verandert.
Rijd langzaam vooruit tot de zoe-
mer klinkt.
Breng de auto tot stilstand wan-
neer de zoemer klinkt.
De weergave van het multi-infor-
matiedisplay verandert nu.
Controleer visueel of er veilig kan
worden geparkeerd in de gesigna-
leerde ruimte.
Als de auto na het klinken van de
zoemer nog 10 m of verder is gere-
den, wordt begonnen met het sig-
naleren van een nieuwe
parkeerruimte.
3
4
257
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Zet de selectiehendel in st and
R.
De weergave van het multi-infor-
matiedisplay verandert en de auto-
matische stuurwielbediening
begint. Let op dat u het stuurwiel
niet met uw handen vastpakt, con-
troleer of de zone rondom de auto
veilig is en rijd langzaam achteruit
door het gas- en rempedaal te
bedienen. Houd tijdens de automa-
tische stuurwielbediening een rij-
snelheid aan van 6 km/h of lager.
Verlaag de rijsnelheid zodra de
weergave van het mu lti-infor-
matiedisplay verandert.
Rijd langzaam achteruit en contro-
leer daarbij tegelijkertijd of de zone
achter de auto veilig is.
5
6
258
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Breng de auto onmidd ellijk tot
stilstand als de waarschuwings-
zoemer achter van de Toyota
Parking Assist-sensor continu
klinkt.
De weergave van het multi-infor-
matiedisplay verandert als de
waarschuwingszoemer continu
gaat klinken.
Zet de selectiehendel in stand D (Multidrive CVT) of de 1e versnel-
ling (handgeschakelde transmissie).
Laat de auto, terwijl het stuurwiel draait, volledig stilstaan.
Rijd langzaam vooruit als het stuurwiel niet meer draait en controleer daar-
bij tegelijkertijd of de zone voor de auto veilig is.
Breng de auto onmidd ellijk tot
stilstand als de waarschuwings-
zoemer voor van de Toyota
Parking Assist-sensor continu
klinkt.
De weergave van het multi-infor-
matiedisplay verandert als de
waarschuwingszoemer continu
gaat klinken.
7
8
9
259
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Zet de selectiehendel in stand R.
Laat de auto, terwijl het stuurwiel draait, volledig stilstaan.
Rijd langzaam ac hteruit als het stuurwiel niet meer draait en controleer
daarbij tegelijkertijd of de zone achter de auto veilig is.
Herhaal de stappen tot e n
met tot de Parking As sist-
handeling voltooid is.
Als de Parking Assist-handeling
voltooid is, klinkt de zoemer en ver-
andert de weergave van het multi-
informatiedisplay.
Corrigeer indien vereis t de positie
en/of de hoek van de auto om het
parkeren te voltooien.
10
11 7
10
260
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Als er een waarschuwingsmelding verschijnt op het
multi-informatiedisplay
Melding Oorzaak Wat u moet doen
IPA SLOT NOT
DETECTED, SPEED
TOO HIGH (IP A-ruimte
niet gesignaleerd, s nel-
heid te hoog)
De rijsnelheid was
hoger dan 30 km/h.
Beperk de rijsnelheid tot
30 km/h of lager.
IPA CANCELED,
TAKE OVER (IPA uitge-
schakeld, overnemen)
De schakelaar Simple-
IPA werd uitgezet.
Zet de schakelaar Sim-
ple-IPA aan.
De schakelaar Simple-
IPA werd aang ezet tij-
dens achteruitrijden.
Parkeer de auto hand-
matig of signaleer een
andere parkeerruimte.
De selectiehendel werd
in de st and R gezet tij-
dens het signaleren van
een parkeerruimte.
Parkeer de auto hand-
matig of signaleer een
andere parkeerruimte.
De selectiehendel is in
een andere st and dan
stand R gezet nadat de
automatische stuurwiel-
bediening is begonnen
en voordat de auto een
parkeerruimte in gaat.
Parkeer de auto hand-
matig of signaleer een
andere parkeerruimte.
Het stuurwiel k on niet
voldoende worden
gedraaid, bijv. wegens
lage bandenspanning of
bandenslijtage, door
wegomstandigheden,
doordat de auto op een
helling stond enz., en de
auto kon daarom niet op
de gewenste plaat s
geparkeerd worden.
Controleer de banden
op slijtage en banden-
spanning.
Laat uw auto controle-
ren door een T oyota-
dealer of erkende
reparateur als deze
melding ook wordt
weergegeven als u de
auto elders parkeert.
261
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
IPA CANCELED,
TAKE OVER (IPA uitge-
schakeld, overnemen)
De stuurbekrachtiging is
tijdelijk oververhit.
Wacht even en probeer
de Simple-IPA daarna
opnieuw te gebruiken.
Mogelijke systeemsto-
ring.
Laat uw auto controle-
ren door een T oyota-
dealer of erkende rep a-
rateur.
IPA CANCELED,
TAKE OVER, DRIVER
INTERVENED (IPA uit-
geschakeld, overne-
men, inmenging door
bestuurder)
Het stuurwiel werd
handmatig bediend ter-
wijl de automatische
stuurwielbediening in
werking was.
Parkeer de auto hand-
matig of signaleer een
andere parkeerruimte.
IPA CANCELED,
TAKE OVER, SPEED,
TOO HIGH (IP A uitge-
schakeld, overnemen,
snelheid te hoog)
De rijsnelheid was tij-
dens het signaleren van
parkeerruimte hoger
dan 50 km/h.
Beperk de rijsnelheid tot
30 km/h of lager en zet
de schakelaar Simple-
IPA aan.
De rijsnelheid was
hoger dan 6 km/h tijdens
de automatische stuur-
wielbediening.
Parkeer de auto hand-
matig of signaleer een
andere parkeerruimte.
IPA CANCELED,
TAKE OVER, TRC/ABS/
VSC ACTIVATED (IPA
uitgeschakeld, overne-
men, TRC/ABS/VSC
geactiveerd)
De TRC, de VSC of het
ABS was in werking.
Zet de schakelaar
Simple-IPA weer aan
als de functie werd
geannuleerd tijdens
het signaleren van
een parkeerruimte.
Parkeer de auto hand-
matig of signaleer een
andere parkeerruimte
als de functie werd
geannuleerd tijdens
de automatische
stuurwielbediening.
Melding Oorzaak Wat u moet doen
262
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
IPA CANCELED,
TAKE OVER, TRC/VSC
IS OFF (IP A uitgescha-
keld, overnemen, TRC/
VSC is UIT)
De schakelaar werd
uitgezet.
Schakel de schakelaar
in.
IPA CANCELED,
TAKE OVER,
TIMEOUT (IPA uitge-
schakeld, overnemen,
time-out)
Meer dan 6 minuten zijn
verstreken sinds de
schakelaar Simple-IPA
werd aangezet en de
selectiehendel in st and
R werd gezet, voordat
de automatische stuur-
wielbediening kon
beginnen.
Parkeer de auto hand-
matig of signaleer een
andere parkeerruimte.
Meer dan 6 minuten zijn
verstreken sinds de
selectiehendel in st and
R werd gezet en de
automatische stuurwiel-
bediening begon, voor-
dat de Parking Assist-
handeling kon worden
voltooid.
Parkeer de auto hand-
matig of signaleer een
andere parkeerruimte.
De totale tijd van stil-
stand tijdens de auto-
matische
stuurwielbediening over-
schreed 2 minuten.
Parkeer de auto hand-
matig of signaleer een
andere parkeerruimte.
IPA CANCELED,
TAKE OVER, CHECK
IPA (IPA uitgeschakeld,
overnemen, IPA contro-
leren)
Systeemstoring.
Laat uw auto controle-
ren door een T oyota-
dealer of erkende rep a-
rateur.
Melding Oorzaak Wat u moet doen
263
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
IPA NOT A VAILABLE
(IPA niet beschikbaar)
De stuurbekrachtiging is
tijdelijk oververhit.
Wacht even en probeer
de Simple-IPA daarna
opnieuw te gebruiken.
De motor is niet gestart. Start de motor.
Mogelijke systeemsto-
ring.
Laat uw auto controle-
ren door een T oyota-
dealer of erkende rep a-
rateur.
IPA NOT A VAILABLE,
SPEED TOO HIGH (IPA
niet beschikbaar, snel-
heid te hoog)
Te hoge rijsnelheid
(hoger dan 50 km/h).
Beperk de rijsnelheid tot
30 km/h of lager en zet
de schakelaar Simple-
IPA aan.
IPA NOT A VAILABLE,
TRC/VSC IS OFF (IP A
niet beschikbaar, TRC/
VSC is uit)
De schakelaar is uit
gezet.
Zet eerst de schakelaar
aan en daarna de
schakelaar Simple-IPA.
IPA NOT A VAILABLE,
STOP THE VE HICLE,
TURN WHEEL FROM
LEFT END T O RIGHT
END (IPA niet beschik-
baar, breng de auto tot
stilstand, draai het
stuurwiel geheel naar
links en geheel naar
rechts).
Systeeminitialisatie is
niet uitgevoerd sinds de
accu is losgenomen en
weer is aangesloten.
Voer de initialisatie uit.
Blz. 265
CHECK IPA (Controleer
IPA)
Systeemstoring.
Laat uw auto controle-
ren door een T oyota-
dealer of erkende rep a-
rateur.
Melding Oorzaak Wat u moet doen
264
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Voorwaarden voor werking Simple-IPA
De motor draait.
De schakelaar is aan gezet.
De rijsnelheid is 30 km/h of lager. (De rijsnelheid is 6 km/h of lager tijdens de
automatische stuurwielbediening.)
Uitschakelen van de Simple-IPA
De Simple-IPA wordt uitgeschakeld als:
De schakelaar Simple-IPA wordt uitgezet.
Het ABS-, VSC- of TRC-systeem in werking is.
De selectiehendel in de stand R is gezet tijdens het signaleren van een par-
keerruimte.
De selectiehendel in stand R is gezet en er 1 m of meer achteruit is gereden
nadat een parkeerruimte is gesignaleerd en voordat de zoemer klinkt.
Het stuurwiel handmatig wordt bediend tijdens de automatische stuurwiel-
bediening.
Het langer duurt dan 6 minuten nadat de schakelaar Simple-IPA is aangezet
en de selectiehendel in stand R is gezet, voordat de automatische stuurwiel-
bediening begint.
De selectiehendel in een andere stand dan stand R is gezet nadat de auto-
matische stuurwielbediening is begonnen en voordat de auto een parkeer-
ruimte in gaat.
Het voltooien van de parkeerprocedure langer duurt dan 6 minuten nadat de
selectiehendel in stand R is gezet en de automatische stuurwielbediening
begint.
De totale tijd van stilstand tijdens de automatische stuurwielbediening de
2 minuten overschrijdt.
Hervatten van functie Simple-IPA
Als de Simple-IPA is uitgeschakeld wegens een van de volgende acties, kan
de werking van de Simple-IPA wellicht niet worden hervat door de schakelaar
Simple-IPA in te drukken, afhankelijk van bepaalde voorwaarden, zoals de
stoppositie van de auto en de uitslag van het stuurwiel.
Het stuurwiel wordt handmatig bediend tijdens de automatische stuurwiel-
bediening.
De rijsnelheid is hoger dan 6 km/h tijdens de automatische stuurwielbedie-
ning.
De selectiehendel is in een andere stand dan stand R gezet nadat de auto-
matische stuurwielbediening is begonnen en voordat de auto een parkeer-
ruimte in gaat.
Parkeer de au to handmatig of signaleer een andere p arkeerruimte als de
werking niet wordt hervat.
265
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Bij herhaaldelijk gebruik van Simple-IPA
Als de Simple-IPA herhaaldelijk wordt gebruikt, kan de stuurbekrachtiging tij-
delijk oververhit worden. Hierdoor kan de Simple-IPA worden gedeactiveerd
of uitgeschakeld. Wacht in dat geval enkele minuten voordat u de Simple-IPA
opnieuw gebruikt.
Werking van Toyota Parking Assist-sensor terwijl Simple-IPA in werking
is
Ook als de schakelaar van de Toyota Parking Assist-sensor is uitgezet terwijl
Simple-IPA geactiveerd is, blijft de Toyota Parking Assist-sensor toch in wer-
king. In dit geval wordt de Parking Assist-sensor gedeactiveerd nadat de pro-
cedure van Simple-IPA voltooid of uitgeschakeld is.
Werking Stop & S tart-systeem terwijl Simple-IP A in werking is (auto's
met Stop & Start-systeem)
Het Stop & Start-systeem werkt niet terwijl de Simple-IPA in werking is Als de
schakelaar Simple-IPA wordt aangezet terwijl het Stop & Start-systeem in
werking is, wordt het Stop & Start-systeem uitgeschakeld.
Als de temperatuur in de auto hoog is
De sensoren werken wellicht niet goed als de temperatuur in de auto hoog is
omdat de auto in de zon heeft gestaan. Gebruik de Simple-IPA als de tempe-
ratuur in de auto is gedaald.
Door Simple-IPA gebruikte sensoren
Blz. 248
Simple-IPA initialiseren
Draai het stuurwiel binnen 15 seconde n nadat u de schakelaar Simple-IP
hebt aangezet geheel naar links of rechts en daarna geheel naar de tegenge-
stelde eindstand.
Wanneer het scherm voor het signaleren van parkeerruimte wordt weergege-
ven, is de initialisatie voltooid.
Als nog steeds IPA NOT AVAILABLE, STOP THE VEHICLE, TURN WHEEL
FROM LEFT END TO RIGHT END (IPA niet beschikbaar, breng de auto tot
stilstand, draai het stuurwiel geheel naar links en geheel naar rechts) op het
multi-informatiedisplay wordt weergegeven nadat de schakelaar Simple-IPA
is ingedrukt, is de initialisatie mislukt. La at uw auto controleren door een
Toyota-dealer of erkende reparateur.
266
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Waarschuwingen met betrekking tot het gebruik van Simple-IPA
Vertrouw bij het parkeren niet uitsluitend op de Simple-IPA. De bestuurder
is verantwoordelijk voor de veiligheid. Wees voorzichtig, net als bij het par-
keren van elke andere auto.
Rijd langzaam achteruit en regel de snelheid met behulp van het rempe-
daal.
Als het risico bestaat dat u een auto, obstakel of persoon gaat raken, trap
dan het rempedaal in om de auto tot stilstand te brengen en schakel het
systeem uit.
267
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
WAARSCHUWING
Omstandigheden waarin het gebruik van Simple-IPA niet is toegestaan
Gebruik de Simple-IPA niet onder de volgende omstandigheden.
Als u dit wel doet, kan het een onjuiste werking tot gevolg hebben en kan
een ongeval ontstaan.
In scherpe bochten of op hellingen.
Op een wegdek dat bedekt is met ijs of sneeuw of anderszins glad is.
Op een oneffen ondergrond, zoals grind.
Onder slechte weersomstandigheden, bijvoorbeeld bij zware regenval,
mist, sneeuw of een zandstorm.
Wanneer de b anden erg ver versleten zijn of als de band enspanning te
laag is.
Wanneer de wielen van de a uto niet meer goed zijn uitgelijnd nadat de
banden aan een krachtige schok z ijn blootgesteld, bijvoorbeeld doordat
een stoeprand hard is geraakt.
Wanneer het compacte reservewiel (indien aanwezig) of sneeuwkettingen
gemonteerd zijn.
Wanneer de wielen wegslippen als u probeert te parkeren.
Wanneer er gevallen bladeren of sneeuw in de parkeerruimte liggen.
Wanneer zaken als een trekhaak of fietsendrager op de achterzijde van de
auto zijn gemonteerd.
Wanneer een voertuig, zoals een vrachtwagen, bus of auto met trekhaak,
aanhangwagen of fietsendrager, voor of achter de parkeerruimte gepar-
keerd is met de voor- of achterzijde boven het detectiegebied.
Wanneer de voorbumper beschadigd is.
Wanneer de sensor afgedekt wordt door het voorbumperpaneel enz.
Als een voertuig of obstakel zich op een ongeschikte plaats voor of achter
de parkeerruimte bevindt.
Voorzorgsmaatregelen voor automatische stuurwielbediening
Let op de volgende punten omdat het stuurwiel in de Parking Assist-functie
automatisch gedraaid wordt.
Houd kleding zoals stropdassen, sjaals en lange mouwen uit de buurt van
het stuurwiel om te voorkomen dat ze verstrikt raken. Houd ook kinderen
uit de buurt van het stuurwiel.
Pas op dat u uzelf tijdens het draaien van het stuurwiel niet bezeert als u
lange vingernagels hebt.
268
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
OPMERKING
Bij gebruik van de Simple-IPA
Controleer of de p arkeerruimte geschikt is. (Breedte van de ruimte, of er
obstakels aanwezig zijn, staat van het wegdek enz.)
De Simple-IPA werkt niet naar behoren als het voertuig voor of achter de
parkeerruimte beweegt of als er een obstakel in d e parkeerruimte komt
nadat de sensoren de parkeerruimte hebben gesignaleerd. Controleer bij
gebruik van de Parking Assist-functie ook altijd zelf de omgeving.
Het kan gebeuren dat de sensoren stoepranden niet kunnen waarnemen.
De auto kan in bepaalde situaties de stoeprand oprijden, bijvoorbeeld als
een auto voor of achter de p arkeerruimte op de stoeprand geparkeerd
staat.
Controleer de omgeving om te voorkomen dat de banden en wielen
beschadigd worden.
De auto kan mogelijk n iet in de beoogde parkeerruimte worden gep ar-
keerd als de auto vooruit beweegt terwijl de selectiehendel in st and R
staat of achteruitrijd t als de selec tiehendel in ee n andere st and dan R
staat, bijvoorbeeld bij het parkeren op een helling.
Rijd bij het achteruitrijden altijd lang-
zaam om te voorkomen dat uw auto
een obstakel voor de auto raakt.
Rijd bij het achteruitrijden altijd lang-
zaam om te voorkomen dat de voorzijde
van uw auto de auto voor de p arkeer-
ruimte raakt.
269
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Uitzetten van de motor
Breng de auto tot stilst and terwijl het koppelingspedaal geheel
ingetrapt is. Zet vervolgens de selectiehendel in stand N.
Laat het kopp elingspedaal
los.
De motor wordt uitgezet en het
controlelampje van het S top &
Start-systeem gaat branden.
*
1
: Auto's zonder multi-informatie-
display
*
2
: Auto's met multi-informatiedis-
play
Herstarten van de motor
Controleer of de selectiehendel in stand N staat en trap het koppe-
lingspedaal in.
De motor wordt weer gestart. Het controlelampje van het Stop & Start-
systeem dooft.
(In dit geval wordt de motor niet uitgezet als het koppelingspedaal wordt
losgelaten.)
Stop & Start-systeem
: Indien aanwezig
Het Stop & Start-systeem zet bij het tot stilstand brengen van de
auto de motor uit als het koppelingsped aal wordt ingetrapt en
start de motor weer zodra de bestuu rder het koppelingspedaal
laat opkomen.
1
*
1
*
2
2
270
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Druk op de uitschakeltoets van
het Stop & Start-systeem om het
Stop & Start-systeem uit te scha -
kelen.
Het controlelampje voor het uit-
schakelen van het S top & S tart-
systeem gaat branden.
Wanneer het koppelingspedaal
wordt ingetrapt, zal de motor niet
elke keer dat de auto tot stilst and
komt, worden uitgeschakeld.
(Blz. 269)
Druk nogmaals op de toets om het
Stop & S tart-systeem weer in te
schakelen.
Als op de uitschakeltoets van het Stop & Start-systeem wordt
gedrukt terwijl de auto stilstaat
Als de motor is uitgezet door het Stop & Start-systeem, kunt u de
motor weer starten door op de uit schakeltoets van het Stop &
Start-systeem te drukken.
Vanaf de volgende keer dat de auto tot stilstand wordt gebracht
(nadat het Stop & Start-systeem is uitgeschakeld), zal de motor
niet worden uitgezet.
Als het Stop & Start-systeem is uitgeschakeld en op de uitscha-
keltoets van het Stop & Start-systeem wordt gedrukt, wordt het
systeem weer ingeschakeld, maar zal de motor blijven draaien.
Vanaf de volgende keer dat de auto tot stilstand wordt gebracht
(nadat het Stop & Start-systeem is ingeschakeld), zal de motor
worden uitgezet.
Uitschakelen van het Stop & Start-systeem
271
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Voorwaarden voor inschakelen van systeem
Het Stop & Start-systeem werkt als aan de volgende voorwaarden wordt vol-
daan:
De motor is op bedrijfstemperatuur.
De laadtoestand van de accu is voldoende.
Het bestuurdersportier is gesloten.
De veiligheidsgordel van de bestuurder is vastgemaakt.
De motorkap is gesloten.
Het koppelingspedaal wordt niet ingetrapt.
De selectiehendel staat in stand N.
Onder de volgende omstandigheden wordt de motor mogelijk niet uitge-
schakeld door het Stop & Start-systeem. Dit wijst niet op een storing van het
Stop & Start-systeem.
De temperatuur van de koelvloeistof is te laag of te hoog.
Dieselmotor: De buitentemperatuur is te laag.
Auto's met automatische airconditioning: De airconditioning wordt
gebruikt om het interieur af te koelen als de temperatuur in het interieur
extreem hoog is, bijvoorbeeld nadat de auto in de brandende zon stond
geparkeerd.
Auto's met automatische airconditioning: De voorruitverwarming wordt
gebruikt.
Auto's met extra verwarming: De extra verwarming wordt gebruikt.
De accu is niet voldoende opgeladen of wordt opgeladen.
Door verkeersdrukte of andere omst andigheden komt de auto veelvul-
dig tot stilstand, waardoor de hoeveelheid tijd dat de motor is uitgezet
door het Stop & Start-systeem extreem oploopt.
Het vacuüm van de rembekrachtiger is te laag.
Er wordt een grote hoeveelheid elektriciteit verbruikt.
Op grote hoogte
Als de bovenstaande omstandigheden zich niet meer voordoen, zal het Stop
& Start-systeem de volgende keer dat de auto tot stilstand komt de motor
weer uitzetten en starten.
In de volgende gevallen kan het langer duren voordat het Stop & Start-sys-
teem wordt ingeschakeld:
De accu is ontladen.
De accupolen zijn losgenomen en weer aangesloten nadat de accu is
vervangen, enz.
De koelvloeistoftemperatuur is laag.
272
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Automatische startfunctie
In de volgende situaties kan de motor ook worden gestart zonder dat het kop-
pelingspedaal wordt ingetrapt.
Het rempedaal wordt pompend of diep ingetrapt.
Auto's met automatische airconditioning: De airconditioning word t inge-
schakeld.
Auto's met automatische airconditioning: De voorruitverwarming is inge-
schakeld.
De laadtoestand van de accu is onvoldoende.
De auto begint te rollen op een helling.
Er wordt een grote hoeveelheid elektriciteit verbruikt.
Het bestuurdersportier wordt geopend.
De veiligheidsgordel van de bestuurder wordt losgemaakt.
Automatisch opnieuw inschakelen van het Stop & Start-systeem
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Zelfs als het S top & Start-systeem is uitgeschakeld met de uitschakeltoets
van het Stop & Start-systeem, zal het systeem automatisch w eer worden
ingeschakeld als de motor weer wordt gestart nadat het contact UIT is gezet.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Zelfs als het S top & Start-systeem is uitgeschakeld met de uitschakeltoets
van het Stop & Start-systeem, zal het systeem automatisch w eer worden
ingeschakeld als de motor weer wordt gestart nadat het contact UIT is gezet.
Beveiliging van het Stop & Start-systeem
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Als het volume van het audiosysteem hoog staat, kan het audiosysteem auto-
matisch worden uitgeschakeld zodat er voldoende vermogen behouden blijft
voor de werking van het Stop en Start-systeem.
Zet als dit g ebeurt het contact UIT en vervolg ens in stand ACC of AAN om
het audiosysteem weer in te schakelen.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Als het volume van het audiosysteem hoog staat, kan het audiosysteem auto-
matisch worden uitgeschakeld zodat er voldoende vermogen behouden blijft
voor de werking van het Stop en Start-systeem.
Zet als dit g ebeurt het contact UIT en vervolg ens in stand ACC of AAN om
het audiosysteem weer in te schakelen.
Bediening stuurwiel
Als de motor wordt uitgezet door het Stop & Start-systeem, kan de besturing
van de auto zwaarder worden.
273
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Motorkap
Als de motor is uitgezet door het Stop & Start-systeem en de motorkap wordt
geopend, kan de motor niet worden gestart door het Stop & Start-systeem of
de automatische startfunctie van de motor. Start de motor door het contactslot
of de startknop te bedienen. (Blz. 190, 194)
Gebruik van het Stop & Start-systeem
Gebruik het Stop & Start-systeem wanneer de auto tijdelijk wordt stilgezet, bij-
voorbeeld bij verkeerslichten of kruispunten. Zet de motor volledig uit wan-
neer de auto voor langere tijd wordt stilgezet.
Waarschuwingszoemer Stop & Start-systeem
Als de motor w ordt uitgezet door het S top & Start-systeem en de onder-
staande handeling wordt uitgevoerd, klinkt er een zoemer en gaat het contro-
lelampje Stop & Start knipperen. Dit geef t aan dat de motor alleen is
uitgeschakeld door het Stop & Start-systeem en niet helemaal is uitgezet.
De selectiehendel wordt als het koppelingspedaal niet is ingetrapt in een
andere stand dan stand N gezet.
Als het controlelampje voor het uitschakelen van het Stop & Start-sys-
teem blijft knipperen
Er is mogelijk een storing in het Stop & Start-systeem aanwezig. Neem con-
tact op met een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Als de voorruit is beslagen terwijl de motor is uitgezet door het Stop &
Start-systeem
Schakel de voorruitverwarming in. (De motor wordt gestart door de automati-
sche startfunctie van de motor.) (Blz. 295, 304)
Druk als de voorruit blijft beslaan op de uitschakeltoets van het Stop & Start-
systeem om het systeem uit te schakelen.
Weergave werkingsduur S top & Start-systeem en tot ale werkingsduur
Stop & Start-systeem
Blz. 86, 92
Vervangen van de batterij
De geplaatste batterij is speciaal voor het S top & Start-systeem. De batterij
mag alleen worden vervangen door een soortgelijk type.
Neem voor meer informatie cont act op me t een Toyota-dealer of erkende
reparateur.
274
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Als het Stop & Start-systeem is ingeschakeld
Houd de selectiehendel in stand N en bedien het rempedaal of de parkeer-
rem als de motor is uitgezet door het Stop & Start-systeem (het controle-
lampje Stop & Start brandt).
Anders kan de auto onverwacht in beweging komen als de motor word t
gestart door de automatische startfunctie, waardoor een ongeval kan ont-
staan.
Verlaat de auto niet als de motor is uitgezet door het Stop & Start-systeem
(zolang het controlelampje Stop & Start brandt).
Anders kan de auto onverwacht in beweging komen als de motor word t
gestart door de automatische startfunctie, waardoor een ongeval kan ont-
staan.
Zorg ervoor dat de motor niet wordt uitgezet door het Stop & Start-systeem
als de auto zich in een slecht geventileerde ruimte bevindt. Anders kan de
motor worden gestart door de automatische startfunctie, waardoor er uit-
laatgassen in de auto terecht kunnen komen die zeer schadelijk kunnen
zijn voor de gezondheid.
OPMERKING
Ervoor zorgen dat het systeem goed werkt
In onderstaande gevallen werkt het S top & Start-systeem mogelijk niet
goed. Laat uw auto in dat geval zo snel mogelijk nakijken door een Toyota-
dealer of erkende reparateur.
Het waarschuwingslampje van de veiligheidsgordel van de bestuurder en
voorpassagier knippert, terwijl de veil igheidsgordel van de bestuurder is
vastgemaakt.
Zelfs wanneer de veiligheidsgordel van de bestuurder niet is vastgemaakt,
blijft het waarschuwingslampje van de veiligheidsgordel van de bestuurder
en voorpassagier uit.
Zelfs wanneer het bestuurdersportier gesloten is, gaat het waarschu-
wingslampje open portier/achterklep branden of de interieurverlichting
gaat branden terwijl de schakelaar in de stand DOOR staat.
Zelfs wanneer het bestuurdersportier open is, gaat het waarschuwings-
lampje open portier/achterklep niet branden of de interieurverlichting gaat
niet branden terwijl de schakelaar in de stand DOOR staat.
275
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
ABS (antiblokkeersysteem)
Helpt het blokkeren van de wielen te voorkomen bij plotseling rem-
men of remmen op een glad wegdek
Brake Assist
Zorgt voor een grotere remkracht nadat het rempedaal is ingetrapt
als het systeem oordeelt dat er sprake is van een noodstop
VSC (Vehicle Stability Control)
Helpt de bestuurder de auto onder controle te houden bij uitwijkma-
noeuvres en het maken van bochten op een glad wegdek
TRC (Traction Control)
Zorgt ervoor dat de aandrijfkracht behouden blijft en voorkomt dat
de aandrijvende wielen gaan doorslippen bij het wegrijden met de
auto of bij het accelereren op gladde wegen
Hill Start Assist Control
Blz. 280
EPS (elektrische stuurbekrachtiging)
Maakt gebruik van een elektromotor om de benodigde kracht voor
het ronddraaien van het stuurwiel te verminderen
Noodstopsignaal
Als het rempedaal plotseling wordt ingetrapt, gaan de alarmknip-
perlichten automatisch knipperen om het ach teropkomende ver-
keer te waarschuwen.
Ondersteunende systemen
Om de veiligheid en de prestaties tijdens het rijden te verbeteren
is uw auto uitgerust met de volgende systemen die automatisch
in werking treden als de omstandigheden daar om vragen. Houd
er echter rekening mee dat dit aanvullende systemen zijn en ver-
trouw niet in al te sterke mate op deze systemen.
276
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Het controlelampje T raction Con-
trol knippert wanneer het TRC-/
VSC-systeem in werking is.
Als u met uw auto vast komt te zitten in modder of sneeuw, kan het
TRC-systeem het aandrijfvermogen van de motor naar de wielen
beperken. Als u dan op drukt, kunt u de auto waarschijnlijk mak-
kelijker los krijgen door te 'schommelen'.
Schakel de TRC uit door de knop
snel in te drukken en weer los te
laten .
Het controlelampje TRC OFF gaat
branden.
Druk nogmaals op om het sys-
teem weer in te schakelen.
Als het TRC-/VSC-systeem in werking is
Uitschakelen van het TRC-systeem
277
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
TRC en VSC uitschakelen
Houd meer dan 3 seconden ingedrukt terwijl de auto stilstaat om TRC en
VSC uit te schakelen.
De controlelampjes TRC OFF en VSC OFF gaan branden.
Druk nogmaals op om de systemen weer in te schakelen.
Bijgeluiden en trillingen veroorzaakt door het ABS, de Brake Assist, de
TRC en de VSC
Tijdens het starten of kort nadat de auto begint te rijden kan in de motor-
ruimte een geluid worden gehoord. Dit duid t niet op een s toring in een van
deze systemen.
De volgende verschijnselen kunnen zich voordoen als bovenstaande syste-
men in werking zijn. Geen van deze verschijnselen duidt op een storing.
Er kunnen trillingen gevoeld worden in de carrosserie en de stuurinrich-
ting.
Nadat de auto tot stilstand is gekomen, kan het geluid van een elektro-
motor hoorbaar zijn.
Er kan een lichte trilling in het rempedaal voelbaar zijn als het antiblok -
keersysteem geactiveerd is.
Het rempedaal kan iets verder naar ben eden bewegen als het antiblok-
keersysteem geactiveerd is.
Geluid EPS
Wanneer het stuurwiel bediend word t, kan het geluid van een elektromotor
(zoemend geluid) hoorbaar zijn. Dit is normaal en duidt niet op een storing.
Automatisch opnieuw inschakelen van de TRC- en VSC-systemen
Als de TRC- en VSC-systemen zijn uitgeschakeld, worden deze automatisch
opnieuw ingeschakeld in de volgende situaties:
Auto's zonder Smart entry-systeem en startknop: Als het contact UIT wordt
gezet
Auto's met Smart entry-systeem en st artknop: Als het contact UIT wordt
gezet.
Als alleen het TRC-systeem is uitgeschakeld, wordt de TRC weer ingescha-
keld zodra de rijsnelheid toeneemt.
Als zowel het TRC- als het VSC-systeem is uitgeschakeld, worden deze niet
automatisch weer ingeschakeld als de rijsnelheid toeneemt.
278
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Beperkte bekrachtiging door EPS-systeem
De mate van bekrachtiging door het EPS-systeem wordt gereduceerd om het
systeem tegen oververhitting te beschermen als er gedurende lang ere tijd
veel stuurbewegingen worden uitgevoerd. Hierdoor kan de besturing zwaar
aanvoelen. Probeer als dat het geval is minder frequent te sturen of breng de
auto tot stilstand en zet de motor UIT. De bekrachtiging zal na korte tijd ver-
beteren.
Voorwaarden voor werking noodstopsignaal
Als aan de volgende drie voorwaarden wordt voldaan, werkt het noodstopsig-
naal:
De alarmknipperlichten zijn uit.
De werkelijke rijsnelheid is hoger dan 55 km/h.
Het rempedaal wordt op zo'n manier ingetrapt dat het systeem op basis van
de deceleratie van de auto oordeelt dat het om een noodstop gaat.
Automatisch uitschakelen van noodstopsignaal
Het noodstopsignaal wordt in de volgende situaties uitgeschakeld:
De alarmknipperlichten worden ingeschakeld.
Het rempedaal wordt losgelaten.
Het systeem oordeelt op basis van de deceleratie van de auto dat het niet
om een noodstop gaat.
WAARSCHUWING
Het antiblokkeersysteem werkt niet effectief als
De maximale g rip van de banden overschreden wordt (bijvoorbeeld ver-
sleten banden op een weg die bedekt is met sneeuw).
Er sprake is van aquaplaning bij hoge snelheid op een nat wegdek.
279
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
WAARSCHUWING
De remweg met ABS in werking kan langer zijn dan onder normale
omstandigheden
Het ABS is niet ontworpen om de remweg van de auto te verkorten. Houd in
de volgende gevallen altijd voldoende afstand tot uw voorligger:
Als wordt gereden op wegen met g rind, zand en dergelijke, of op
besneeuwde wegen
Als wordt gereden met sneeuwkettingen
Als wordt gereden op slechte wegen
Als wordt gereden over wegen met diepe gaten of andere grote oneffen-
heden
De Traction Control werkt niet effectief als
Het insturen van de juiste richting en het overbrengen van de aandrijfkracht
op de weg niet onder alle omstandigheden gerealiseerd kan worden, zelfs
niet als de TRC in werking is.
Rijd voorzichtig met de auto onder omstandigheden waarbij de stabiliteit en
de aandrijfkracht verloren kunnen gaan.
Als het Vehicle Stability Control-systeem (VSC) geactiveerd is
Het controlelampje Traction Control knippert. Rijd altijd voorzichtig. Roeke-
loos rijgedrag kan leiden tot ongevallen. Wees bijzonder voorzichtig als het
controlelampje knippert.
Als het TRC/VSC-systeem is uitgeschakeld
Wees zeer voorzichtig en pas uw snelheid aan de conditie van het wegdek
aan. Schakel de TRC en de VSC alleen in geval van nood uit aangezien
deze systemen zorgdragen voor de voertuigstabiliteit en het aandrijfvermo-
gen.
Vervangen van banden
Controleer of alle banden dezelfde maat hebben, van hetzelfde merk zijn en
hetzelfde profiel en draagvermogen hebben. Controleer verder of alle ban-
den de aanbevolen spanning hebben.
Het ABS-, TRC- en VSC-sys teem werken niet goed als er verschillende
banden onder de auto gemonteerd zijn.
Neem contact op met een Toyota-dealer of erkende rep arateur voor meer
informatie over het vervangen van de wielen of banden.
Omgaan met banden en wielophanging
Problemen met de banden of wijzig ingen aan de wielophanging hebben
een negatief effect op de ondersteunende systemen en kunnen een storing
veroorzaken.
280
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Schakel de Hill Start Assist Con-
trol in door het rempedaal hele-
maal in te trappen wanneer de
auto volledig stilstaat.
Er klinkt eenmaal een zoemer om
aan te geven dat het systeem is
ingeschakeld. Ook gaat het contro-
lelampje Traction Control knippe-
ren.
Voorwaarden voor werking Hill Start Assist Control
Het systeem werkt onder de volgende omstandigheden:
Auto's met Multidrive CVT: De selectiehendel staat in een andere stand
dan P.
De parkeerrem niet is geactiveerd.
Het gaspedaal wordt niet ingetrapt.
De Hill Start Assist Control werkt niet wanneer het controlelampje van de
Traction Control brandt.
Hill Start Assist Control
Wanneer de Hill Start Assist Control in werking is, bli jven de remmen auto-
matisch geactiveerd nadat de bestuurder het rempedaal heef t losgelaten.
De remlichten en het derde remlicht gaan branden.
De Hill Start Assist Control werkt gedurende ongeveer 2 seconden nada t
het rempedaal is losgelaten.
Als het controle lampje Traction Control niet gaat knipperen en de zoemer
niet klinkt wanneer het rempedaal volledig wordt ingetrapt, verminder dan
licht de druk op het rempedaal (laat de auto niet achteruitrollen) en trap het
vervolgens weer stevig in. Als het systeem dan nog niet werk t, controleer
dan of aan de hiervoor behandelde voorwaarden voor werking is voldaan.
Hill Start Assist Control
Assisteert bij het wegrijden en houdt zelfs na h et loslaten van
het rempedaal kort de remdruk vast bij het wegrijden op een
(gladde) helling.
281
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Zoemer Hill Start Assist Control
Wanneer de Hill S tart Assist Control word t geactiveerd, klinkt de zoemer
eenmaal.
In de volgende situaties word t de Hill Start Assist Control uitgeschakeld en
klinkt de zoemer tweemaal.
Er wordt binnen ongeveer 2 seconden nadat het rempedaal is losgelaten
niet weggereden.
Auto's met Multidrive CVT: De selectiehendel wordt in stand P gezet.
De parkeerrem wordt geactiveerd.
Het rempedaal wordt weer ingetrapt.
Het rempedaal werd gedurende ten minste 3 minuten ingetrapt.
Als het controlelampje Traction Control gaat branden
Dit kan duiden op een s toring in het systeem. Neem cont act op met een
Toyota-dealer of erkende reparateur.
WAARSCHUWING
Hill Start Assist Control
Vertrouw niet uitsluitend op de Hill Start Assist Control. De Hill Start Assist
Control werkt mogelijk niet ef fectief op steile hellingen en op met ijs
bedekte wegen.
In tegenstelling tot de p arkeerrem is de H ill Start Assist Control niet
bedoeld om de auto ged urende langere tijd op zijn plaat s te houden.
Gebruik de Hill Start Assist Control niet om de auto op een helling op zijn
plaats te houden omdat dat kan leiden tot een ongeval.
282
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Reinigen van het roetfilter
Het roetfilter wordt indien nodig gereinigd, afhankelijk van de rijom-
standigheden.
Eigenschappen
Het roetfiltersysteem heeft de volgende eigenschappen:
Het stationair toerental neemt tijdens het reinigen toe
De geur van de uitlaatgassen verandert
Wanneer de motor wordt gestart, wordt tijdens het reinigen
mogelijk witte stoom (waterdamp) uitgestoten
Mogelijk zal de acceleratie tijdens het reinigen verslechteren
Olie verversen
Blz. 418
Roetfilter (alleen dieselmotor)
Als er zich een vooraf bepaalde hoeveelheid afzetting in het filter
bevindt, wordt het filter automatisch gereinigd.
WAARSCHUWING
Uitlaatpijp
Raak de uitlaatpijp tijdens het reinigen niet aan, aangezien de uitlaatpijp en
de uitlaatgassen erg warm kunnen worden. Zorg dat er zich geen personen
of ontvlambare materialen in de buurt van de uitlaatpijp bevinden wanneer
de auto stilstaat.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan brandwonden of
brand veroorzaken.
283
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
OPMERKING
Storingen in het roetfiltersysteem voorkomen
Gebruik geen andere brandstof dan het aangegeven type brandstof
Gebruik geen andere motorolie dan het aanbevolen type motorolie
Breng geen wijzigingen aan de uitlaatpijp aan
284
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4-6. Rijtips
Gebruik vloeistoffen die ge schikt zijn voor winterse omst andighe-
den.
Motorolie
Koelvloeistof
Ruitensproeiervloeistof
Laat de toestand van de accu controleren door een monteur.
Laat winterbanden onder uw auto monteren of schaf een set
sneeuwkettingen voor de voorwielen aan.
Controleer of alle banden dezelfde maat hebben en van hetzelfde merk
zijn en controleer of de sneeuwkettingen geschikt zijn voor de banden-
maat van uw auto.
Rijden in de winter
Tref voor het aanbreken van de winter de noodzakelijke voorbe-
reidingen en voer de benodigde controles uit. Pas uw rijgedrag
altijd aan de actuele weersomstandigheden aan.
Voorbereiding voor de winter
285
4-6. Rijtips
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
Voer, afhankelijk van de omstandigheden, de volgende handelingen
uit:
Probeer een vastgevroren ruit niet met kracht te openen en zet de
ruitenwissers niet aan als deze vastgevroren zijn.
Verwijder de eventueel aanwezige sneeuw van de luchtinlaten voor
de voorruit om zeker te kunnen zijn van een juiste werking van de
aanjager van het airconditioningsysteem.
Controleer of er sprake is van ijs- of sneeuwophopingen op de ver-
lichting aan de buitenzijde, op het dak, op het chassis, rond de ban-
den of op de remmen, en verwijder deze indien dat het geval is.
Verwijder sneeuw en modder van de onderzijde van uw schoenen
voordat u in de auto stapt.
Verhoog de snelheid geleidelijk, houd afstand tot uw voorganger en
pas de snelheid aan aan de conditie van de weg.
Parkeer de auto en zet de selectiehendel in stand P (Multidrive CVT)
of R ( handgeschakelde transmissie), maar activeer de p arkeerrem
niet. De parkeerrem kan vastvriezen e n bij he t deactiveren niet vr ij
komen. Blokkeer de wielen indien nodig, om wegglijden of kruipen te
voorkomen.
Voordat u met de auto gaat rijden
Tijdens het rijden
Bij het parkeren
286
4-6. Rijtips
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Gebruik de juiste maat sneeuwkettingen.
De maat van de sneeuwkettingen is afgestemd op de bandenmaat.
Zijketting:
diameter 3 mm
breedte 10 mm
lengte 30 mm
Dwarsketting:
diameter 4 mm
breedte 14 mm
lengte 25 mm
De wetgeving met betrekking tot het gebruik van sneeuwkettingen
verschilt per land en per soort weg. Stel u op de hoogte van deze
voorschriften alvorens sneeuwkettingen te monteren.
17 inch banden
17 inch wielen kunnen niet worden voorzien van sneeuwkettingen.
Aanbrengen van sneeuwkettingen
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht bij het monteren en verwij-
deren van sneeuwkettingen:
Monteer en verwijder de sneeuwkettingen op een veilige locatie.
Monteer de sneeuwkettingen op de voorwielen. G ebruik geen sneeuwket-
tingen om de achterwielen.
Plaats de s neeuwkettingen zo stra k mogelijk om de voorwielen. Ze t de
sneeuwkettingen na 0,5 1,0 km opnieuw vast.
Monteer de sneeuwkettingen volgens de meegeleverde gebruiksaanwijzing.
Sneeuwkettingen kiezen (15- en 16-inch-banden)
1
2
3
4
5
6
Wetgeving met betrekking tot gebruik van sneeuwkettingen
287
4-6. Rijtips
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
4
Rijden
WAARSCHUWING
Rijden met winterbanden
Neem om de kans op ongevallen te beperken de volgende voorzorgsmaat-
regelen in acht.
Als u dat niet doet, kunt u de macht over het stuur verliezen, waardoor ern-
stig letsel kan ontstaan.
Gebruik winterbanden met de voorgeschreven maat.
Zorg ervoor dat de bandenspanning aan de specificatie voldoet.
Rijd niet harder dan de toegestane snelheid of harder dan de snelheidsli-
miet die geldt voor de gebruikte winterbanden.
Monteer winterbanden op alle wielen.
Rijden met sneeuwkettingen
Neem om de kans op ongevallen te beperken de volgende voorzorgsmaat-
regelen in acht.
Anders kunnen een aanrijding en ernstig letsel het gevolg zijn.
Rijd niet harder dan de maximaal toegestane snelheid voor de gebruikte
sneeuwkettingen of niet harder dan 50 km/h, afhankelijk van welke snel-
heid de laagste is.
Vermijd het rijden over slechte wegdekken en over gaten.
Vermijd plotseling accelereren, abrupte stuuracties, plotseling remmen en
schakelhandelingen die een plotselinge motorremwerking veroorzaken.
Minder uw snelheid alvorens een bocht aan te snijden zodanig, dat u
zeker weet dat de auto bestuurbaar blijft.
288
4-6. Rijtips
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
289
5
Interieur
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5-1. Gebruik van
airconditioning en
achterruitverwarming
Verwarming* ......................290
Automatische airconditioning
(zonder gescheiden
regeling)* .........................295
Automatische
airconditioning met
gescheiden regeling)*......304
Extra verwarming* .............312
Achterruit- en buiten-
spiegelverwarming...........314
5-2. Gebruik van het
audiosysteem
Soorten audiosystemen* ...316
Gebruik van de radio .........320
Gebruik van de
CD-speler ........................324
Afspelen van discs met
MP3- en
WMA-bestanden..............329
Bedienen van een iPod* ....336
Bedienen van een
USB-geheugen* ..............345
Optimaal gebruikmaken
van het audiosysteem......352
Gebruik van de
AUX-aansluiting* .............354
Gebruik van de
audiotoetsen op het
stuurwiel ..........................355
5-3. Gebruik van de
interieurverlichting
Overzicht
interieurverlichting ...........358
Interieurverlichting ........ 359
Make-upverlichting
(indien aanwezig) ......... 359
Leeslampjes ................. 360
5-4. Gebruik van de
opbergmogelijkheden
Overzicht van
opbergmogelijkheden ......362
Dashboardkastje .......... 363
Consolevak................... 363
Fleshouders.................. 364
Bekerhouders ............... 365
Extra opbergvakken ..... 367
Voorzieningen in de
bagageruimte...................368
5-5. Overige voorzieningen in het
interieur
Zonnekleppen en
make-upspiegels .............380
Klok....................................381
Buitentemperatuurmeter....382
Uitneembare asbak* ..........384
Accessoireaansluitingen ....385
Stoelverwarming*...............387
Armsteun*..........................389
Kledinghaakjes ..................390
Handgrepen.......................391
Zonnescherm
panoramadak* .................392
290
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Verwarming
: Indien aanwezig
Draaiknop
temperatuurregeling
Weergave ingestelde
temperatuur
Weergave uitstroomopening
Weergave aanjagersnelheid
Draaiknop aanjagersnelheid
Voorruitverwarming
Wijzigen van de gebruikte
uitstroomopeningen
Aan/uit
Recirculatiemodus
Buitenluchtmodus
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
291
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Om de aanjagersnelheid aan te passen draait u de knop voor de
aanjagersnelheid rechtsom (hoger) of linksom (lager).
Druk op om de aanjager uit te schakelen.
Draai de draaiknop voor de temperatuurregeling rechtsom
(hoog) of linksom (laag) om de temperatuurinstelling aan te pas-
sen.
Druk op het gedeelte of op om de uitstroomopeningen
te wijzigen.
Iedere keer dat er op de toets gedrukt wordt, worden er andere uit-
stroomopeningen geselecteerd.
Druk op .
Zet, als de recirculatiemodus is
ingeschakeld, de luchttoevoer-
toets in de buitenluchtmodus.
(Mogelijk gaat dit automatisch.)
Druk nogmaals op om terug
te gaan naar de vorige modus.
Handmatig wijzigen van de instellingen
Ontwasemen van de voorruit
1
2
3
292
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Er stroomt lucht naar het bovenli-
chaam.
Er stroomt lucht naar het bovenli-
chaam en de voeten.
: Sommige uitvoeringen
Er stroomt lucht naar de voeten.
: Sommige uitvoeringen
Er stroomt lucht naar de voe ten
en de voorruitverwarming is in
werking.
: Sommige uitvoeringen
Uitstroomopeningen en luchtstroom
293
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Druk op om naar de recirculatiemodus te schakelen.
Druk op om naar de buitenluchtmodus te schakelen.
Wanneer de stand recirculatie is geselecteerd, brandt het controle-
lampje op .
Wanneer de stand buitenlucht is geselecteerd, brandt het controle-
lampje op .
Uitstroomopeningen midden voor
Richt de luchtstroom naar links
of rechts, boven of beneden.
Draai aan de knop om d e uit-
stroomopening te openen en te
sluiten.
Overschakelen tussen de stand BUITENLUCHT en de st and
RECIRCULATIE
Afstellen van de stand van de uitstroomopeningen
1
2
294
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Uitstroomopeningen voor
Richt de luchtstroom naar links of
rechts, boven of beneden.
De uitstroomopening openen
De uitstroomopening sluiten
Beslaan van de ruiten
De ruiten zullen mogelijk beslaan als de recirculatiemodus is ingeschakeld.
Buitenlucht-/recirculatiemodus
Zet bij het rijden op stof fige wegen, zoals in tunnels, of in druk verkeer de
luchttoevoertoets in de recirculatiemodus. Zo wordt voorkomen dat er buiten-
lucht de auto in stroomt.
Interieurfilter
Blz. 438
1
2
OPMERKING
Voorkomen van ontlading van de accu
Laat de verwarming n iet langer ingeschakeld dan noodzakelijk is als de
motor niet draait.
295
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Automatische airconditioning
(zonder gescheiden regeling)
: Indien aanwezig
De uitstroomopeningen waaruit de lucht komt en de aanjager-
snelheid worden automatisch geregeld op basis van de gekozen
temperatuur.
Draaiknop
temperatuurregeling
Weergave ingestelde
temperatuur
Weergave
aanjageraanpassing
Weergave uitstroomopening
Weergave aanjagersnelheid
Draaiknop aanjagersnelheid
Toets koel- en
ontwasemingsfunctie aan/uit
Voorruitverwarming
Wijzigen van de gebruikte
uitstroomopeningen
Toets aanjageraanpassing
Recirculatiemodus
Buitenluchtmodus
Uit
Automatische modus
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
296
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Druk op de toets .
De airconditioning wordt ingeschakeld. De uit stroomopeningen
waaruit de lucht komt en de aanjagersnelheid worden automa-
tisch geregeld op basis van de gekozen temperatuur.
Draai rechtsom om de temperatuur te verhogen en draai
linksom om de temperatuur te verlagen.
Pas de aanjagersnelheid aan door rechtsom te dra aien
om de aanjagersnelheid te verhogen of doo r linksom te
draaien om de aanjagersnelheid te verlagen.
Druk op om de aanjager uit te schakelen.
Draai rechtsom om de temperatuur te verhogen en draai
linksom om de temperatuur te verlagen.
Druk op het gedeelte of op om de uitstroomopeningen
te wijzigen.
Iedere keer dat er op de toets gedrukt wordt, worden er andere uit-
stroomopeningen geselecteerd.
Gebruiken van de automatische airconditioning
Handmatig wijzigen van de instellingen
1
2
1
2
3
297
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Druk op de toets .
De ontvochtigingsfunctie werk t en
de aanjagersnelheid neemt toe.
Zet, als de recirculatiemodus is
ingeschakeld, de luchttoevoer-
toets in de buitenluchtmodus.
(Mogelijk gaat dit automatisch.)
Verhoog de aanjagersnelheid en
de temperatuur om de voorruit en
zijruiten sneller te ontwasemen.
Druk wanneer de voorruit is ontwa-
semd nogmaals op om terug
te keren naar de vorige modus.
Er stroomt lucht naar het bovenli-
chaam.
Ontwasemen van de voorruit
Uitstroomopeningen en luchtstroom
298
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Er stroomt lucht naar het bovenli-
chaam en de voeten.
: Sommige uitvoeringen
Er stroomt voornamelijk lucht naar
de voeten.
: Sommige uitvoeringen
Er stroomt lucht naar de voe ten
en de voorruitverwarming is in
werking.
: Sommige uitvoeringen
299
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Druk op om naar de recirculatiemodus te schakelen.
Druk op om naar de buitenluchtmodus te schakelen.
Wanneer de stand recirculatie is geselecteerd, brandt het controle-
lampje op .
Wanneer de stand buitenlucht is geselecteerd, brandt het controle-
lampje op .
De instellingen voor de aanjagersnelheid kunnen worden gewijzigd.
Druk op .
Druk op .
Elke keer als de toets wordt ingedrukt, verandert de aan-
jagersnelheid als volgt.
MEDIUM (GEMIDDELD) SOFT (LAAG) FAST (HOOG)
Overschakelen tussen de buitenluchtmodus en de
recirculatiemodus
Voorkeursinstellingen aanjager
1
2
3
300
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Uitstroomopeningen midden voor
Richt de luchtstroom naar links
of rechts, boven of beneden.
Draai aan de knop om d e uit-
stroomopening te openen en te
sluiten.
Uitstroomopeningen voor
Richt de luchtstroom naar links of
rechts, boven of beneden.
De uitstroomopening openen
De uitstroomopening sluiten
Afstellen van de stand van de uitstroomopeningen
1
2
1
2
301
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Gebruiken van de automatische modus
De aanjagersnelheid wordt automatisch geregeld op basis van de gekozen
temperatuur en de omgevingscondities.
Direct na het indrukken van
kan de aanjager even worden uitgescha-
keld tot er voldoende warme of koude lucht voorhanden is.
Beslaan van de ruiten
Wanneer de luchtvochtigheid in de auto h oog is, zullen de ruiten gemakke-
lijk beslaan. Wanneer wordt ingeschakeld, wordt de lucht die via de
uitstroomopeningen stroomt, ontvochtigd en wordt de voorruit efficiënt ont-
wasemd.
Als u uitschakelt, zullen de ruiten mogelijk sneller beslaan.
De ruiten zullen mogelijk beslaan als de recirculatiemodus is ingeschakeld.
Buitenlucht-/recirculatiemodus
Zet bij het rijden op stoffige wegen, zoals in tunnels, of in druk verkeer de
luchttoevoertoets in de recirculatiemodus. Zo word t voorkomen dat er bui-
tenlucht de auto in stroomt. W anneer tijdens het koelen de recirculatiemo-
dus wordt ingeschakeld, wordt ook het interieur van de auto ef ficiënt
gekoeld.
Mogelijk wordt de buitenlucht-/recirculatiemodus automatisch ingeschakeld
afhankelijk van de ingestelde temperatuur of de temperatuur in de auto.
Wanneer de buitentemperatuur laag is
De ontwasemingsfunctie werkt mogelijk niet, ook niet als op wordt
gedrukt.
302
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Wanneer
wordt geselecteerd voor de gebruikte uitstroomopeningen
Voor uw rijcomfort kan de luchttoevoer naar de voetenruimte, afhankelijk van
de temperatuurinstelling, warmer zijn dan de luchttoevoer naar het bovenli-
chaam.
Geuren airconditioning
Tijdens het gebruik kunnen verschillende geuren van binnen en buiten de
auto in het airconditioningsysteem terechtkomen. Dit kan tot gevolg hebben
dat de lucht die uit de uitstroomopeningen komt niet lekker ruikt.
Voorkomen van mogelijke geuren:
We raden u aan het airconditioningsysteem in de buitenluchtmodus te zet-
ten voordat u de motor uitschakelt.
Mogelijk wordt het inschakelen van de aanjager direct nadat de airconditio-
ning in de automatische stand wordt ingeschakeld even vertraagd.
De airconditioning blijft in werking als de motor is uitgezet door het Stop
& Start-systeem (auto's met Stop & Start-systeem)
Als de motor wordt afgezet door het Stop & Start-systeem, worden de koel-,
verwarmings- en ontvochtigingsfuncties uitgeschakeld en blaast het systeem
alleen lucht die op omgevingstemperatuur is. Het blazen van lucht die op
omgevingstemperatuur is, kan eveneens stoppen. Druk op de uitschakeltoets
van het Stop & Start-systeem om te voorkomen dat de airconditioning wordt
uitgeschakeld.
Als de voorruit beslagen is en de motor is uitgezet door het Stop & Start-
systeem (auto's met Stop & Start-systeem)
Druk op de uitschakeltoets van het Stop & Start-systeem om de motor te star-
ten en schakel in om de voorruit te ontwasemen. Druk op om de
motor te starten en de voorruit te ontwasemen.
Druk als de voorruit blijft beslaan op de uitschakeltoets van het Stop & Start-
systeem en gebruik het Stop & Start-systeem niet.
Wanneer er een geur vrijkomt uit de airconditioning als de motor is uit-
gezet door het Stop & Start-systeem (auto's met Stop & Start-systeem)
Druk op de uitschakeltoets van het Stop & Start-systeem om de motor weer te
starten.
Interieurfilter
Blz. 438
303
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
WAARSCHUWING
Om te voorkomen dat de voorruit beslaat
Gebruik niet in combinatie met koele lucht bij z eer vochtig weer. Het
verschil tussen de buitentemperatuur en de temperatuur van de voorruit
zorgt ervoor dat de buitenkant van de voorruit beslaat, waardoor het zicht
wordt belemmerd.
OPMERKING
Voorkomen van ontlading van de accu
Laat de airconditioning niet langer ingeschakeld dan noodzakelijk is als de
motor niet draait.
304
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Automatische airconditioning
met gescheiden regeling)
: Indien aanwezig
De uitstroomopeningen waaruit de luch t komt, worden auto ma-
tisch geselecteerd en de aanjagersnelheid wordt automatisch
geregeld op basis van de gekozen temperatuur.
Draaiknop temperatuur-
regeling bestuurderszijde
Weergave ingestelde
temperatuur bestuurderszijde
Weergave aanjagersnelheid
Weergave
aanjageraanpassing
Weergave uitstroomopening
Weergave ingestelde tempe-
ratuur voorpassagier
Draaiknop temperatuurrege-
ling voorpassagier
Toe ts DU AL
Toets koel- en
ontwasemingsfunctie aan/uit
Voorruitverwarming
Wijzigen van de gebruikte
uitstroomopeningen
Toets aanjagersnelheid
Toets aanjageraanpassing
Buitenlucht- of
recirculatiemodus
Uit
Automatische modus
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
305
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Druk op .
De airconditioning wordt ingeschakeld. De uit stroomopeningen
waaruit de lucht komt en de aanjagersnelheid worden automa-
tisch geregeld op basis van de gekozen temperatuur.
Draai rechtsom om de temperatuur te verhogen en draai
linksom om de temperatuur te verlagen.
Als er op wordt gedrukt (het controlelampje gaat branden)
of als de draaiknop voor de temp eratuurregeling aan p assagierszijde
wordt gedraaid, kan de temperatuur aan bestuurderszijde en aan pas-
sagierszijde afzonderlijk worden geregeld.
Pas de aanjagersnelheid aan door op op te drukken om
de aanjagersnelheid te verhogen en op om de aanjagersnel-
heid te verlagen.
Druk op om de aanjager uit te schakelen.
Draai rechtsom om de temperatuur te verhogen en draai
linksom om de temperatuur te verlagen.
Als er op wordt gedrukt (het controlelampje gaat branden)
of als de draaiknop voor de temp eratuurregeling aan p assagierszijde
wordt gedraaid, kan de temperatuur aan bestuurderszijde en aan pas-
sagierszijde afzonderlijk worden geregeld.
Druk op het gedeelte of op om de uitstroomopeningen
te wijzigen.
Iedere keer dat er op de toets gedrukt wordt, worden er andere uit-
stroomopeningen geselecteerd.
Gebruiken van de automatische airconditioning
Handmatig wijzigen van de instellingen
1
2
1
2
3
306
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Druk op .
De ontvochtigingsfunctie werk t en
de aanjagersnelheid neemt toe.
Zet, als de recirculatiemodus is
ingeschakeld, de luchttoevoer-
toets in de buitenluchtmodus.
(Mogelijk gaat dit automatisch.)
Verhoog de aanjagersnelheid en
de temperatuur om de voorruit en
zijruiten sneller te ontwasemen.
Druk wanneer de voorruit is ontwa-
semd nogmaals op om terug
te keren naar de vorige modus.
Er stroomt lucht naar het bovenli-
chaam.
Er stroomt lucht naar het bovenli-
chaam en de voeten.
: Sommige uitvoeringen
Ontwasemen van de voorruit
Uitstroomopeningen en luchtstroom
307
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Er stroomt lucht naar de voeten.
: Sommige uitvoeringen
Er stroomt lucht naar de voe ten
en de voorruitverwarming is in
werking.
: Sommige uitvoeringen
Druk op .
Iedere keer als op wordt gedrukt, schakelt de luchttoevoer tussen
de buitenluchtmodus (controlelampje uit) en de recirculatiemodus (con-
trolelampje aan).
Overschakelen tussen de buitenluchtmodus en de
recirculatiemodus
308
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
De instellingen voor de aanjagersnelheid kunnen worden gewijzigd.
Druk op .
Druk op .
Elke keer als de toets wordt ingedrukt, verandert de aan-
jagersnelheid als volgt.
MEDIUM (GEMIDDELD) SOFT (LAAG) FAST (HOOG)
Uitstroomopeningen midden voor
Richt de luchtstroom naar links
of rechts, boven of beneden.
Draai aan de knop om d e uit-
stroomopening te openen en te
sluiten.
Voorkeursinstellingen aanjager
Afstellen van de stand van de uitstroomopeningen
1
2
3
1
2
309
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Uitstroomopeningen voor
Richt de luchtstroom naar links of
rechts, boven of beneden.
De uitstroomopening openen
De uitstroomopening sluiten
Gebruiken van de automatische modus
De aanjagersnelheid wordt automatisch geregeld op basis van de gekozen
temperatuur en de omgevingscondities.
Direct na het indrukken van kan de aanjager even worden uitgescha-
keld tot er voldoende warme of koude lucht voorhanden is.
1
2
310
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Beslaan van de ruiten
Wanneer de luchtvochtigheid in de auto h oog is, zullen de ruiten gemakke-
lijk beslaan. Wanneer wordt ingeschakeld, wordt de lucht die via de
uitstroomopeningen stroomt, ontvochtigd en wordt de voorruit efficiënt ont-
wasemd.
Als u uitschakelt, zullen de ruiten mogelijk sneller beslaan.
De ruiten zullen mogelijk beslaan als de recirculatiemodus is ingeschakeld.
Buitenlucht-/recirculatiemodus
Zet bij het rijden op stoffige wegen, zoals in tunnels, of in druk verkeer de
luchttoevoertoets in de recirculatiemodus. Zo word t voorkomen dat er bui-
tenlucht de auto in stroomt. W anneer tijdens het koelen de recirculatiemo-
dus wordt ingeschakeld, wordt ook het interieur van de auto ef ficiënt
gekoeld.
Mogelijk wordt de buitenlucht-/recirculatiemodus automatisch ingeschakeld
afhankelijk van de ingestelde temperatuur of de temperatuur in de auto.
Wanneer de buitentemperatuur laag is
De ontwasemingsfunctie werkt mogelijk niet, ook niet als op wordt
gedrukt.
Wanneer
wordt geselecteerd voor de gebruikte uitstroomopeningen
Voor uw rijcomfort kan de luchttoevoer naar de voetenruimte, afhankelijk van
de temperatuurinstelling, warmer zijn dan de luchttoevoer naar het bovenli-
chaam.
Geuren airconditioning
Tijdens het gebruik kunnen verschillende geuren van binnen en buiten de
auto in het airconditioningsysteem terechtkomen. Dit kan tot gevolg hebben
dat de lucht die uit de uitstroomopeningen komt niet lekker ruikt.
Voorkomen van mogelijke geuren:
We raden u aan het airconditioningsy steem in de buitenluchtmodus te
zetten voordat u de motor uitschakelt.
Mogelijk wordt het inschakelen van de aanjager direct nadat de aircondi-
tioning in de automatische stand wordt ingeschakeld even vertraagd.
De airconditioning blijft in werking als de motor is uitgezet door het Stop
& Start-systeem (auto's met Stop & Start-systeem)
Als de motor wordt afgezet door het Stop & Start-systeem, worden de koel-,
verwarmings- en ontvochtigingsfuncties uitgeschakeld en blaast het systeem
alleen lucht die op omgevingstemperatuur is. Het blazen van lucht die op
omgevingstemperatuur is, kan eveneens stoppen. Druk op de uitschakeltoets
van het Stop & Start-systeem om te voorkomen dat de airconditioning wordt
uitgeschakeld.
311
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Als de voorruit beslagen is en de motor is uitgezet door het Stop & Start-
systeem (auto's met Stop & Start-systeem)
Druk op de uitschakeltoets van het Stop & Start-systeem om de motor te star-
ten en schakel in om de voorruit te ontwasemen. Druk op om de
motor te starten en de voorruit te ontwasemen.
Druk als de voorruit blijft beslaan op de uitschakeltoets van het Stop & Start-
systeem en gebruik het Stop & Start-systeem niet.
Wanneer er een geur vrijkomt uit de airconditioning als de motor is uit-
gezet door het Stop & Start-systeem (auto's met Stop & Start-systeem)
Druk op de uitschakeltoets van het Stop & Start-systeem om de motor weer te
starten.
Interieurfilter
Blz. 438
WAARSCHUWING
Om te voorkomen dat de voorruit beslaat
Gebruik niet in combinatie met koele lucht bij z eer vochtig weer. Het
verschil tussen de buitentemperatuur en de temperatuur van de voorruit
zorgt ervoor dat de buitenkant van de voorruit beslaat, waardoor het zicht
wordt belemmerd.
OPMERKING
Voorkomen van ontlading van de accu
Laat de airconditioning niet langer ingeschakeld dan noodzakelijk is als de
motor niet draait.
312
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Aan/uit
De extra verwarming gaat onge-
veer 30 seconden nadat op de
toets gedrukt wordt werken, en het
duurt nog ongeveer 55 seconden
voordat hij volledig is opgewarmd.
De extra verwarming kan worden bediend als
De motor draait.
Normale verschijnselen bij werking van de extra verwarming
De volgende omstandigheden duiden niet op een storing:
Als de extra verwarming in- of uitgeschakeld wordt, kan enige witte rook of
een lichte geur vrijkomen uit de onder de vloer geplaatste uitlaat.
Bij het gebruik onder extreem koude omst andigheden kan tevens wat con-
dens uit de uitlaat komen.
Het is mogelijk dat gedurende 2 minuten nadat de extra verwarming is uit-
geschakeld in de motorruimte een geluid hoorbaar is.
Nadat de verwarming is uitgeschakeld
Het verdient aanbeveling om de extra verwarming niet binnen 10 minuten
opnieuw in te sc hakelen nadat u deze uitgeschakeld hebt. Anders kan de
extra verwarming geluid maken wanneer deze werkt.
Bij het tanken
De motor moet zijn afgezet. W anneer u de motor afzet, word t de extra ver-
warming uitgeschakeld.
Extra verwarming
: Indien aanwezig
Deze zorgt ervoor dat het interieur van de auto warm blijft onder
koude omstandigheden.
313
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
WAARSCHUWING
Om brandwonden of schade aan uw auto te voorkomen
OPMERKING
Om schade aan de auto te voorkomen
Schakel de extra verwarming niet herhaaldelijk in en uit binnen een tijdsin-
terval van 5 minuten omdat dat de levensduur kan verkorten. Zet de toets
van de extra verwarming uit als de motor vaak opnieuw gestart wordt
(zoals bij bezorgingen).
Voer geen veranderingen uit aan de extra verwarming zonder eerst een
Toyota-dealer of erkende reparateur te raadplegen. Dit kan een defect aan
het verwarmingselement of zelfs brand veroorzaken.
Mors geen water of andere vloeistoffen op het verwarmingselement en de
brandstofpomp van de verwarming. Hierdoor kan de extra verwarming
defect raken.
Houd de in- en uitlaat van de verwarming vrij van water, sneeuw, ijs, mod-
der, enz. W anneer deze verstopt raken, kan de verwarmin g niet meer
goed werken.
Als u iets ongewoons opvalt, zoals een vloeistoflek, rook of een slechte
werking, schakel dan de extra verwarming uit en laat de auto nakijken
door een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Raak de verwarming en de uitlaat niet
aan omdat deze he et zijn. U zou zich
kunnen branden.
Houd brandbare materialen zoals
brandstof weg van de verwarming en de
uitlaat. Er bestaat brandgevaar.
314
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Schakelt de achterruit- en buitenspiegelverwarming in/uit
De achterruit- en buitenspiegelver-
warming worden na de werkings-
duur ervan automatisch
uitgeschakeld. De werkingsduur
bedraagt tussen 15 minuten en 1
uur, afhankelijk van de buitente m-
peratuur en de rijsnelheid.
Achterruit- en buitenspiegelverwarming
De achterruit- en buitenspiegelverwarming worden gebruikt om
de achterruit te ontwasemen en om regendruppels, dauw en ijs
van de buitenspiegels te verwijderen.
315
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
De achterruit- en buitenspiegelverwarming kunnen worden gebruikt als
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN staat.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN (IG) staat.
Buitenspiegelverwarming
Door de achterruitverwarming in te schakelen wordt de buitenspiegelverwar-
ming ingeschakeld.
WAARSCHUWING
Als de buitenspiegelverwarming ingeschakeld is
Raak het glas van de buitenspiegels niet aan omdat dit heet kan zijn.
316
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auto's zonder touchscreen
CD-wisselaar met AM/FM-radio
Soorten audiosystemen
: Indien aanwezig
Titel Bladzijde
Gebruik van de radio Blz. 320
Gebruik van de CD-speler Blz. 324
Afspelen van discs met MP3- en WMA-bestanden Blz. 329
Bedienen van een iPod Blz. 336
Bedienen van een USB-geheugen Blz. 345
Optimaal gebruikmaken van het audiosysteem Blz. 352
Gebruik van de AUX-aansluiting Blz. 354
Gebruik van de audiotoetsen op het stuurwiel Blz. 355
317
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Auto's met touchscreen
Raadpleeg de handleiding voor het touchscreen voor meer informatie
indien uw auto is uitgerust met een touchscreen.
318
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Verklaring voor Bluetooth
®
(auto's met touchscreen)
319
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Over Bluetooth
®
(auto's met touchscreen)
Gebruik van mobiele telefoons
Mobiele telefoons kunnen storingen veroorzaken die hoorbaar zijn via de
luidsprekers als het audiosysteem ingeschakeld is.
Bluetooth is een geregis treerd handels-
merk van Bluetooth SIG. Inc.
Het Bluetooth-beeldmerk en -log o zijn
eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en wor-
den door Panasonic Corpo ration onder
licentie gebruikt. Overige handelsmerk en
en -namen zijn eigendom van de respec-
tievelijke eigenaren.
OPMERKING
Voorkomen van ontlading van de accu
Laat het audiosysteem niet langer ingeschakeld dan noodzakelijk is als de
motor niet draait.
Voorkomen van schade aan het audiosysteem
Mors geen drank of andere vloeistof over het audiosysteem.
320
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Stem af op een gewenste zender door de knop te ver-
draaien of op het gedeelte of van te drukken.
Houd de toets (van tot ) waaronder u de zender wilt
opslaan ingedrukt totdat u een piepsignaal hoort.
Gebruik van de radio
Power (aan/uit)
Volume
Voorkeuzetoetsen
Instellen AF/regiocode/TA
Afstellen frequentie of items
Terugtoets
Toe ts AM / FM
Weergeven zenderlijst
Zoeken van frequentie
Vastleggen van voorkeuzezenders
1
2
3
4
5
6
7
8
9
1
2
321
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Bijwerken van de zenderlijst
Druk op de toets .
De zenderlijst wordt weergegeven.
Druk op (UPDATE) om de lijst bij te werken.
Tijdens het zoeken wordt “Updating” (bijwerken) w eergegeven. Vervol-
gens worden op het display de beschikbare zenders weergegeven.
Druk op om het bijwerken af te breken.
Selecteren van een zender in de zenderlijst
Druk op de toets .
De zenderlijst wordt weergegeven.
Draai aan om een zender te selecteren.
Druk op om op de zender af te stemmen.
Druk op om terug te keren naar de vorige weergave.
Met deze functie kan uw radio RDS-gegevens ontvangen.
Luisteren naar radiozenders van hetzelfde netwerk
Druk op de toets .
Draai naar RADIO en druk op .
Draai afhankelijk van de gewenste stand naar FM AF of
“Region code” (regiocode).
Gebruik van de zenderlijst
RDS (Radio Data Systeem)
1
2
1
2
3
1
2
3
322
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Druk op om ON (aan) of OFF (uit) te selecteren.
Stand FM AF ON: De radiozender van hetzelfde netwerk
met de sterkste ontvangst wordt geselec-
teerd.
Stand regiocode AAN: De radiozender van hetzelfde netwerk
met de ste rkste ontvangst die he tzelfde
programma uitzendt wordt geselecteerd.
Verkeersinformatie
Druk op de toets .
Draai naar RADIO en druk op .
Draai naar de stand FM TA.
Druk op om ON (aan) of OFF (uit) te selecteren.
Stand TP: Het systeem schakelt automatisch over naar een zender
waarop verkeersinformatie wordt meegestuurd zodra
deze informatie wordt ontvangen.
Als de verkeers informatie beëindigd is, word t weer terugge-
schakeld naar de zender waarop was afgestemd.
Stand TA: Het systeem schakelt automatisch over naar een zender
waarop verkeersinformatie wordt meegestuurd zodra
deze informatie wordt ontvangen. In stand FM wordt de
geluidsweergave onderbroken als verkeersinformatie
wordt uitgezonden.
Als de verkeers informatie beëindigd is, word t weer terugge-
schakeld naar de zender waarop was afgestemd.
4
1
2
3
4
323
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
EON-systeem (Enhanced Othe r Network) (voor de ontvangst van ver-
keersmeldingen)
Als de RDS-zender (met EON-gegevens) waar u naar luistert geen verkeers-
informatie meestuurt en het audiosysteem in stand TA (verkeersmelding)
staat, schakelt het systeem automatisch over naar een zender van de EON
AF-lijst zodra het uitzenden van de verkeersinformatie begint.
Als de accu is losgenomen
De opgeslagen voorkeuzezenders worden gewist.
Ontvangstgevoeligheid
Het is niet altijd mogelijk radiosignalen perfect te ontvangen vanwege d e
steeds wisselende positie van de antenne, verschillen in signaalsterkte en
de aanwezigheid van objecten in de omgeving als treinen, zendstations,
enz.
De radioantenne is bevestigd op de achterzijde van het dak. De antenne
kan van de voet worden verwijderd door deze te draaien.
OPMERKING
Verwijder de antenne om beschadigingen te voorkomen in de volgende
situaties.
Als de auto in een garage het plafond raakt.
Als het dak wordt afgedekt.
324
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Plaats een CD.
Druk op de toets en verwijder de CD.
Gebruik van de CD-speler
Power (aan/uit)
Volume
Uitwerpen van CD
Herhalen
Afspelen in wi llekeurige volg-
orde
Een muziekstuk selecteren of
tekst weergeven
Terugtoets
Afspelen
Overzicht muziekstukken
weergeven
Selecteren van e en muziek-
stuk, vooruit- of terugspoelen
Laden van CD's
Uitwerpen van CD's
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
325
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Draai aan of druk op om naar het vorige of op van
om naar het volgende muziekstuk te gaan totdat het gewenste num-
mer op het display wordt weergegeven.
Druk op de toets .
De afspeellijst wordt weergegeven.
Draai aan en druk op om een muziekstuk te selecteren.
Druk op of om terug te keren naar de vorige weergave.
Houd of van ingedrukt om vooruit of terug te spoelen.
Druk op (RPT).
Het huidige muziekstuk wordt herhaaldelijk afgespeeld tot weer op
(RPT) wordt gedrukt.
Druk op (RDM).
De muziekstukken worden in willekeurige volgorde afgespeeld tot weer op
(RDM) wordt gedrukt.
Druk op .
Titel van het muziekstuk, naam van de artiest en titel van de CD worden op
het display weergegeven.
Druk op of om terug te keren naar de vorige weergave.
Selecteren van een muziekstuk
Selecteren van een muziekstuk uit een afspeellijst
Versneld vooruit-/terugspoelen van muziekstukken
Herhalen
Afspelen in willekeurige volgorde
Overschakelen naar een andere weergave
1
2
326
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Display
Er kunnen maximaal 24 karakters tegelijk worden weergegeven.
Of de informatie wordt weergegeven en de manier waarop deze wordt weergege-
ven is afhankelijk van de gegevens op de disc.
Foutmeldingen
ERROR (fout):Geeft een storing op de CD of in de speler aan.
CHECK CD (controleer CD)De CD is vuil, beschadigd of verkeerd geplaatst.
WAIT (wachten)Het afspelen wordt afgebroken vanwege de hoge tempera-
tuur in de s peler. Wacht enige tijd en druk op de toet s
. Neem contact op met een Toyota-dealer of erkende
reparateur als de CD nog steeds niet afgespeeld kan worden.
Discs die kunnen worden gebruikt
Discs die zijn voorzien van onderstaand label, kunnen worden gebruikt.
Afhankelijk van het opname formaat of de eigenschappen van de disc, kras-
sen, vuil of beschadigingen is afspelen wellicht niet mogelijk.
CD's met een kopieerbeveiliging kunnen mogelijk niet worden afgespeeld.
Beschermingsfunctie CD-speler
Om de interne componenten in de CD-speler te bescherme n, wordt het
afspelen automatisch onderbroken als er een defect wordt gesignaleerd.
Als een CD gedurende langere tijd in de CD- speler blijft zitten of als de
CD gedeeltelijk in de speler blijft zitten en niet wordt uitgenomen
De CD kan beschadigd raken waardoor hij niet meer goed kan worden afge-
speeld.
Lensreinigers
Gebruik geen lensreinigers. Anders kan schade aan de CD-speler ontstaan.
WAARSCHUWING
Verklaring voor de CD-speler
Dit product is een klasse I laserproduct.
Verwijder nooit de kap van de speler en probeer de speler nooit zelf te repa-
reren. Laat reparaties uitvoeren door deskundig personeel.
327
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
OPMERKING
CD's en adapters die niet kunnen worden gebruikt
Gebruik de volgende CD's niet.
Gebruik ook geen 8 cm CD-adapters, DualDiscs of printbare discs.
Anders kan de CD-speler beschadigd raken en/of kan het plaatsen/verwij-
deren bemoeilijkt worden.
CD's met een andere diameter dan 12
cm
Inferieure en vervormde CD's
CD's met een transparant of lichtdoor-
latend opnamegedeelte
CD's waar tape, stickers of CD-R-
labels op geplakt zijn of CD's waarvan
het label heeft losgelaten
328
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
OPMERKING
Voorzorgsmaatregelen bij gebruik van CD-speler
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan leiden tot bescha-
diging van de CD's of van de speler zelf.
Plaats geen andere voorwerpen dan CD's in de opening v an de CD-spe-
ler.
Probeer de CD-speler niet met olie te smeren.
Stel CD's niet bloot aan direct zonlicht.
Probeer de CD-speler niet uit elkaar te nemen.
329
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Blz. 324
Afspelen van discs met MP3- en
WMA-bestanden
Power (aan/uit)
Volume
Uitwerpen van CD
Herhalen
Afspelen in wi llekeurige volg-
orde
Een muziekstuk selecteren of
tekst weergeven
Selecteren van een map
Terugtoets
Afspelen
Weergeven van mappenlijst
Selecteren van e en muziek-
stuk, vooruit- of terugspoelen
Laden en uitwerpen van discs met MP3- en WMA-bestanden
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
330
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Druk op of van de toets om de gewenste map te selecteren.
Houd van ingedrukt totdat u een pieptoon hoort om terug te gaan
naar de eerste map.
Selecteren van een map en bestand uit de mappenlijst
Druk op de toets .
De mappenlijst wordt weergegeven.
Draai en druk op om een map en bestand te selecteren.
Druk op om terug te keren naar de vorige weergave.
Druk op om dit menu te verlaten.
Selecteren van een bestand
Draai aan de knop of druk op of van de toets om
het gewenste bestand te selecteren.
Houd
of van ingedrukt om vooruit of terug te spoelen.
Wanneer u op (RPT) drukt, worden de standen als volgt gewij-
zigd:
Herhalen bestand Herhalen map
* Uit.
*: Beschikbaar behalve wanneer RDM (afspelen in willekeurige volgorde) is
geselecteerd
Selecteren van een map
Selecteren en scannen van bestanden
Versneld vooruit-/terugspoelen van bestanden
Herhalen
1
2
331
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Wanneer u op (RDM) drukt, worden de standen als volgt gewij-
zigd:
Map willekeurig afspelen Disc willekeurig afspelen Uit.
Druk op .
Titel van het muziekstuk, naam van de artiest en albumtitel (alleen MP3)
worden op het display weergegeven.
Druk op of om terug te keren naar de vorige weergave.
Display
Blz. 326
Uitschakelen van willekeurige afspeelvolgorde en herhaling
Druk op (RPT) of (RDM) of houd het gedeelte van inge-
drukt.
Foutmeldingen
ERROR (fout): Geeft een storing op de CD of in de speler aan.
CHECK CD (controleer CD)De CD is vuil, beschadigd of verkeerd geplaatst.
WAIT (wachten) Het afspelen wordt afgebroken vanwege de hoge tempera-
tuur in de speler. Neem contact op met een Toyota-dealer of
erkende reparateur als de CD nog steeds niet afgespeeld
kan worden.
NO SUPPORT (geen ondersteuning)Dit geeft aan dat er geen MP3/WMA-
bestanden op de CD staan.
Afspelen in willekeurige volgorde
Overschakelen naar een andere weergave
332
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Discs die kunnen worden gebruikt
Discs die zijn voorzien van onderstaand label, kunnen worden gebruikt.
Afhankelijk van het opname formaat of de eigenschappen van de disc, kras-
sen, vuil of beschadigingen is afspelen wellicht niet mogelijk.
Beschermingsfunctie CD-speler
Om de interne componenten in de CD-speler te bescherme n, wordt het
afspelen automatisch onderbroken als er een defect wordt gesignaleerd.
Als een CD gedurende langere tijd in de CD- speler blijft zitten of als de
CD gedeeltelijk in de speler blijft zitten en niet wordt uitgenomen
De CD kan beschadigd raken waardoor hij niet meer goed kan worden afge-
speeld.
Lensreinigers
Gebruik geen lensreinigers. Anders kan schade aan de CD-speler ontstaan.
MP3- en WMA-bestanden
MP3 (MPEG Audio LAYER3) is een standaard audiocompressieformaat.
Met deze MP3-techniek kunnen bestanden worden gecomprimeerd tot onge-
veer 1/10 van hun oorspronkelijke grootte.
WMA (Windows Media Audio) is een audiocompressieformaat van Microsoft.
Audiobestanden die met deze techniek worden gecomprimeerd, zijn kleiner
dan bestanden die met behulp van de MP3-techniek worden gecomprimeerd.
Er is een limiet aan de MP3- en WMA-bestandsstandaards en aan de media/
formaten waarmee de opgenomen bestanden kunnen worden afgespeeld.
Compatibiliteit MP3-bestanden
Compatibele standaards
MP3 (MPEG1 LAYER3, MPEG2 LSF LAYER3)
Compatibele samplingfrequenties
MPEG1 LAYER3: 32, 44,1, 48 (kHz)
MPEG2 LSF LAYER3: 16, 22,05, 24 (kHz)
Compatibele bitrates
MPEG1 LAYER3: 32, 40, 48, 56, 64, 80, 96 , 112, 128, 160, 192, 224,
256, 320 (kbps)
MPEG2 LSF LAYER3: 8, 16, 24, 32, 40, 48, 56, 64, 80, 96, 112, 128, 144,
160 (kbps)
* Compatibel met VBR
Compatibele weergavemogelijkheden: stereo, meerkanaals stereo,
tweekanaalsweergave en monoweergave
333
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Compatibiliteit WMA-bestanden
Compatibele standaards
WMA versie 7, 8, 9
Compatibele samplingfrequenties
32, 44,1, 48 (kHz)
Compatibele bitrates
Versie 7, 8: CBR 48, 64, 80, 96, 128, 160, 192 (kbps)
Versie 9: CBR 48, 64, 80, 96, 128, 160, 192, 256, 320 (kbps)
* Alleen compatibel met 2-kanaalsweergave
Compatibele media
De media die kunnen worden gebruikt voor de weergave van MP3- en
WMA-bestanden zijn CD-R's en CD-RW's.
Sommige CD-R's of CD-RW's kunnen niet worden afgespeeld, afhankelijk
van de eigenschappen van de CD. Bij discs die gekrast zijn of waar vinger-
afdrukken op aanwezig zijn, kan het geluid overspringen of is afspelen in
sommige gevallen helemaal niet mogelijk.
Compatibele disc-formaten
De volgende formaten kunnen worden gebruikt.
CD-formaten: CD-ROM Mode 1 en Mode 2
CD-ROM XA Mode 2, Form 1 en Form 2
Bestandsformaten: ISO9660 level 1, level 2, (Romeo, Joliet)
MP3- en WMA-bestanden die in een ander formaat geschreven zijn, kun-
nen mogelijk niet op de juiste manier worden afgespeeld, en de
bestandsnamen en mapnamen kunnen mogelijk niet correct worden
weergegeven.
Onderwerpen waarop de standaards en beperkingen betrekking hebben
zijn als volgt.
Maximum mapstructuur: 8 niveaus
Maximum lengte van mapnamen/bestandsnamen: 32 karakters
Maximum aantal mappen: 192 (inclusief de root)
Maximum aantal bestanden per disc: 255
Bestandsnamen
De enige soort bestanden die kunnen worden herkend als MP3/WMA en
die kunnen worden afgespeeld, zijn bestanden met de extensie .mp3 of
.wma.
Multi-sessies
Omdat het audiosysteem geschikt is voor het afspelen van multi-sessieop-
namen, kunnen er discs worden afgespeeld met MP3- en WMA-bestanden.
Alleen de eerste sessie kan echter worden afgespeeld.
334
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
ID3- en WMA-tags
ID3-tags kunnen worden toegevoegd aan MP3-b estanden, waardoor het
mogelijk wordt de naam van het muziekstuk, de naa m van de artiest, enz.
op te nemen.
Het systeem is compatibel met ID3 versie 1.0, 1.1, en versie 2.2, 2.3 ID3-
tags. (Het aantal karakters is gebaseerd op ID3 versie 1.0 en 1.1.)
WMA-tags kunnen worden toegevoegd aan WMA-bestanden, waardoor het
mogelijk wordt de titel van het muziekstuk en de naam van de artiest op te
nemen op dezelfde manier als met de ID3-tags.
Afspelen van MP3- en WMA-bestanden
Als er een disc met MP3- of WMA-bestanden in de speler wordt geplaatst,
worden eerst alle bestanden op de disc gecontroleerd. Als deze controle
voltooid is, word t het eerste MP3- of WMA-best and afgespeeld. Om de
bestandscontrole niet langer te laten duren dan nodig is, adviseren wij u
geen andere bestanden dan MP3- of WMA-best anden op de disc op te
nemen en geen onnodige mappen te creëren.
Als op discs een combinatie s taat van audio-opnames en MP3- of WMA-
gegevens, kunnen alleen audio-opnames worden afgespeeld.
Extensies
Als de bestandsextensies .mp3 en .w ma worden gebruikt voor andere
bestanden dan MP3- en WMA-bestanden, zullen deze bestanden niet juist
herkend worden en worden afgespeeld als MP3- en WMA-bestanden. Dit
kan leiden tot storende geluiden en schade aan de luidsprekers.
Afspelen
Om een MP3-bestand met constante geluidskwaliteit af te spelen, advi-
seren wij de opnames te maken met een vaste bitrate van 128 kbp s en
een samplingfrequentie van of 44,1 kHz.
Sommige CD-R's of CD-RW's kunnen niet worden afgespeeld, afhanke-
lijk van de eigenschappen van de disc.
Er is een groot aanbod aan gratis software voor het maken van MP3- en
WMA-bestanden op de markt en afhankelijk van de kwaliteit van deze
software kunnen een slechte geluidsweergave of storingen bij het begin
van de weergave het result aat zijn. In sommige gevallen kunnen de
bestanden zelfs helemaal niet worden weergegeven.
• Als er andere bestanden dan MP3- of WMA-bestanden op een disc
staan, kan het langer duren voordat de bestanden op de disc herkend
worden en in sommige gevallen k an de disc wellicht helemaal niet wor-
den afgespeeld.
Microsoft, Windows en Windows Med ia zijn geregistreerde handelsmer-
ken van Microsoft Corporation in de VS en andere landen.
335
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
OPMERKING
CD's en adapters die niet kunnen worden gebruikt (Blz. 327)
Voorzorgsmaatregelen bij gebruik van CD-speler (Blz. 328)
336
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Aansluiten van een iPod
Open het afdekkapje en sluit
een iPod aan met behulp van
een iPod-kabel.
Als de iPod niet is ingeschakeld,
schakel deze dan alsnog in.
Druk herhaaldelijk op tot iPod verschijnt.
Bedienen van een iPod
: Indien aanwezig
Door een iPod aan te sluiten, kunt u genieten van mu ziek uit de
luidsprekers van de auto.
1
2
MEDIA
337
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Bedieningspaneel
Power (aan/uit)
Volume
Herhalen
Afspelen in willekeurige
volgorde
Keuzeknop iPod-menu/
muziekstuk of weergave tekst
Terugtoets
Afspelen
Weergave overzichten
Selecteren van e en muziek-
stuk, vooruit- of terugspoelen
iPod-menu
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
338
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Druk op (menu) om het iPod-menu te selecteren.
Door rechtsom te dr aaien verandert de a fspeelmodus als
volgt:
Playlists (afspeellijsten)Artists (artiesten)AlbumsSongs
(muziekstukken)PodcastsGenres Composers (componis-
ten)Audiobooks (audioboeken)
Druk op om de gewenste afspeelmodus te selecteren.
Lijst afspeelmodus
Selecteren van een afspeelfunctie
1
2
3
Afspeel-
modus
Eerste
selectie
Tweede
selectie
Derde
selectie
Vierde
selectie
Playlists
Selectie
afspeellijsten
Selectie
muziekstuk-
ken
- -
Artists
Selectie
artiesten
Selectie
albums
Selectie
muziekstuk-
ken
-
Albums
Selectie
albums
Selectie
muziekstuk-
ken
- -
Songs
Selectie
muziekstuk-
ken
- - -
Podcasts
Selectie
podcasts
Selectie afle-
veringen
- -
Genres
Selectie
genres
Selectie
artiesten
Selectie
albums
Selectie
muziekstuk-
ken
Composers
Selectie
componisten
Selectie
albums
Selectie
muziekstuk-
ken
-
Audiobooks
Selectie
audioboeken
Selecteren
van hoofd-
stuk
- -
339
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Kiezen van een lijst
Draai aan om de eerste selectielijst weer te geven.
Druk op om het gewenste item te selecteren.
Door op de knop te drukken, wordt de tweede selectielijst weer-
gegeven.
Herhaal deze procedure om de gewenste optie te selecteren.
Druk op om terug te keren naar de vorige selectielijst.
Draai aan de knop of druk op of van de toets om het
gewenste muziekstuk te selecteren.
Druk op de toets .
Het overzicht van de muziekstukken wordt weergegeven.
Draai aan om een muziekstuk te selecteren.
Druk op om het muziekstuk af te spelen.
Druk op om terug te keren naar de vorige weergave.
Houd of van ingedrukt om vooruit of terug te spoelen.
Druk op (RPT).
Druk opnieuw op (RPT) om de functie te annuleren.
Muziekstukken selecteren
Selecteren van een muziekstuk in het overzicht
Versneld vooruit-/terugspoelen van muziekstukken
Herhalen
1
2
3
1
2
3
340
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Wanneer u op (RDM) drukt, worden de standen als v olgt gewij-
zigd:
Muziekstukken willekeurig afspelen Album willekeurig afspelen Uit.
Druk op .
Titel van het muziekstuk, naam van de artiest en albumtitel worden op het
display weergegeven.
Druk op of om terug te keren naar de vorige weergave.
Druk op om het iPod-menu weer te geven.
Door te draaien, veranderen de geluidsinstellingen.
(Blz. 352)
Afspelen in willekeurige volgorde
Overschakelen naar een andere weergave
Regelen van de geluidskwaliteit en de balans
1
2
341
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Informatie over iPod
“Made for iPod” (gemaakt voor iPod) en “Made for iPhone” (gemaakt voor
iPhone) houden in dat een elektronische accessoire speciaal is ontworpen
voor de iPod respectievelijk iPhone en dat de ontwikkelaar garandeert dat
het product aan de prestatienormen van Apple voldoet.
Apple kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de werking van dit
apparaat of de mate waarin dit app araat voldoet aan de eisen voor veilig-
heid en regelgeving. Let erop dat het gebruik van deze accessoire in combi-
natie met een iPod of iPhone de werking van de afstandsbediening negatief
kan beïnvloeden.
iPhone, iPod, iPod classic, iPod nano en iPod touch zijn handelsmerken van
Apple Inc., geregistreerd in de VS en andere landen.
342
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
iPod-functies
Wanneer een iPod is aangesloten en de audiobron wordt gewijzigd in iPod-
modus, gaat de iPod verder met het laatst afgespeelde bestand.
Afhankelijk van de iPod die op het systeem is aangesloten, zijn bepaalde
functies mogelijk niet beschikbaar. Als een functie niet beschikbaar is van-
wege een storing (in tegenstelling tot een systeemspecificatie), kan het hel-
pen om het apparaat even los te koppelen en weer aan te sluiten.
Als de iPod is aangesloten op het systeem, kan de iPod niet meer op de
normale wijze worden bediend. In dat geval moeten de bedieningselemen-
ten van het audiosysteem van de auto worden gebruikt.
Als de batterijspanning van de iPod erg laag is, werkt de iPod wellicht niet.
In dat geval moet de iPod eerst worden opgeladen.
Ondersteunde modellen (Blz. 343)
iPod-problemen
Om de meeste problemen tijdens het gebruik van uw iPod te verhelpen, kunt
u de iPod losnemen van de iPod-aansluiting in de auto en het apparaat reset-
ten.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van uw iPod voor instructies bij het reset-
ten van uw iPod.
Display
Blz. 326
Foutmeldingen
iPod ERROR (iPod-fout):Dit geeft aan dat de bestanden op de iPod niet kun-
nen worden gelezen.
ERROR 3 (fout 3):Dit geeft aan dat de iPod mogelijk niet correct werkt.
ERROR 4 (fout 4):Dit geeft aan dat er sprake is van overstroom.
ERROR 5 (fout 5):Dit geeft aan dat er s prake is van een communicatiefout
met de iPod.
ERROR 6 (fout 6):Dit geeft aan dat er sprake is van een autorisatiefout.
NO SONGS (geen muziekstukken):Dit geeft aan dat de iPod geen aud io-
opnames bevat.
NO PLAYLIST (geen afspeellijst):Dit geeft aan dat sommige beschikbare
muziekstukken niet kunnen worden gevonden in de gese-
lecteerde afspeellijst.
UPDATE YOUR iPod (bijwerken van iPod):Dit geeft aan dat de versie van de
iPod niet compatibel is. Actualiseer uw iPod-software
naar de nieuwste versie.
343
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Compatibele modellen
De volgende iPod
-, iPod nano
-, iPod classic
-, iPod touch
- en iPhone
-
apparaten kunnen in combinatie met dit systeem worden gebruikt.
Gemaakt voor
iPod touch (4e generatie)
iPod touch (3e generatie)
iPod touch (2e generatie)
iPod touch (1e generatie)
iPod classic
iPod met video
iPod nano (6e generatie)
iPod nano (5e generatie)
iPod nano (4e generatie)
iPod nano (3e generatie)
iPod nano (2e generatie)
iPod nano (1e generatie)
iPhone 4
iPhone 3GS
iPhone 3G
iPhone
Afhankelijk van de verschillen tussen mod ellen, software-versies, enz., zijn
sommige modellen mogelijk niet compatibel met dit systeem.
Onderwerpen waarop de standaards en beperkingen betrekking hebben, zijn
als volgt:
Maximum aantal lijsten in apparaat: 9999
Maximum aantal muziekstukken in apparaat: 65535
Maximum aantal muziekstukken per lijst: 65535
WAARSCHUWING
Wees voorzichtig tijdens het rijden
Sluit de iPod niet aan en bedien deze niet.
344
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
OPMERKING
Voorkomen van schade aan de iPod
Laat uw iPod niet achter in de auto. De temperatuur in de auto kan hoog
oplopen, waardoor de iPod beschadigd kan raken.
Druk niet op de iPod en oefen geen onnodige druk erop ui t terwijl het
apparaat aangesloten is, aangezien dit de iPod of de aansluiting ervan
kan beschadigen.
Plaats geen vreemde voorwerpen in de opening, aangezien dit de iPod of
de aansluiting ervan kan beschadigen.
345
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Aansluiten van een USB-geheugen
Open het klepje en sluit een
USB-geheugen aan.
Als het USB-geheugen niet is
ingeschakeld, schakel dit dan
alsnog in.
Druk herhaaldelijk op tot USB verschijnt.
: Indien aanwezig
Bedienen van een USB-geheugen
Door een USB-geheugen aan te sluiten, kunt u genieten van
muziek uit de luidsprekers van de auto.
1
2
MEDIA
346
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Bedieningspaneel
Power (aan/uit)
Volume
Herhalen
Afspelen in willekeurige
volgorde
Selecteren van een bestand of
weergeven van tekst
Selecteren van een map
Terugtoets
Afspelen
Weergeven van een
mappenlijst
Selecteren van een bestand,
vooruit- of terugspoelen
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
347
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Selecteren van één map per keer
Druk op of van de toets om de gewenste map te selecte-
ren.
Selecteren uit de mappenlijst
Druk op de toets .
Een mappenlijst wordt weergegeven.
Draai en druk op om een map en bestand te selecteren.
Druk op om terug te keren naar de vorige weergave.
Terugkeren naar de eerste map
Houd ingedrukt totdat u een piepsignaal hoort.
Draai aan de knop of druk op of van de toets om het
gewenste bestand te selecteren.
Houd
of van ingedrukt om vooruit of terug te spoelen.
Wanneer u op (RPT) drukt, worden de standen als volgt gewij-
zigd:
Herhalen bestand Herhalen map
* Uit.
*: Beschikbaar behalve wanneer RDM (afspelen in willekeurige volgorde)
is geselecteerd
Selecteren van een map
Selecteren van een bestand
Versneld vooruit-/terugspoelen van een bestand
Herhalen
1
2
348
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Wanneer u op (RDM) drukt, worden de standen als volgt gewij-
zigd:
Map willekeurig afspelen Disc willekeurig afspelen Uit.
Druk op .
Titel van het muziekstuk, naam van de artiest en albumtitel (alleen MP3)
worden op het display weergegeven.
Druk op of om terug te keren naar de vorige weergave.
Functies USB-geheugen
Afhankelijk van het type USB-geheugen dat op het systeem is aangesloten,
kan het apparaat zelf mogelijk niet w orden bediend en zijn bepaalde func-
ties mogelijk niet beschikbaar. Als het apparaat niet kan worden bediend of
als een functie niet beschikbaar is vanwege een storing (in tege nstelling tot
een systeemspecificatie), kan het helpen om het apparaat even los te kop-
pelen en weer aan te sluiten.
Formatteer het apparaat als het USB-geheugen niet werkt nadat het app a-
raat is losgekoppeld en weer is aangesloten.
Display
Blz. 326
Foutmeldingen
ERROR (fout):Dit geeft aan dat er een probleem is met het USB-geheugen of
de aansluiting ervan.
NO MUSIC (geen muziek):Dit geeft aan dat er geen MP3/WMA-bestanden in
het USB-geheugen staan.
Afspelen in willekeurige volgorde
Overschakelen naar een andere weergave
349
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
USB-geheugen
Compatibele apparaten
USB-geheugen dat kan worden gebruikt voor het afspelen van MP3- en
WMA-bestanden
Compatibele apparaatformaten
De volgende apparaatformaten kunnen worden gebruikt:
USB-communicatieformaten: USB2.0 FS (12 mbps)
Bestandsformaten: FAT12/16/32 (Windows)
Klasse: massaopslag
MP3- en WMA-bestanden die in een ander fo rmaat geschreven zijn, kun-
nen mogelijk niet op de juiste manier worden afgespeeld, en de bestands-
namen en mapnamen kunnen mogelijk niet correct worden weergegeven.
Onderwerpen waarop de st andaards en beperk ingen betrekking hebben,
zijn als volgt:
Maximum mapstructuur: 8 niveaus
Maximum aantal mappen in een apparaat: 999 (inclusief de root)
Maximum aantal bestanden per speler: 9999
Maximum aantal bestanden per map: 255
MP3- en WMA-bestanden
MP3 (MPEG Audio LAYER 3) is een standaard audiocompressieformaat.
Met deze MP3-techniek kunnen best anden worden gecomprimeerd tot
ongeveer 1/10 van hun oorspronkelijke grootte.
WMA (Windows Media Audio) is een audiocompressieformaat van
Microsoft.
Audiobestanden die met deze techniek worden gecomprimeerd, zijn kleiner
dan bestanden die met behulp van de MP3-techniek worden gecompri-
meerd.
Er is een limiet aan de MP3- en WMA-best andsstandaards en aan de
media/formaten waarmee bestanden zijn opgenomen.
Compatibiliteit MP3-bestanden
Compatibele standaards
MP3 (MPEG1 AUDIO LAYERIII, MPEG2 AUDIO LAYERIII, MPEG2.5)
Compatibele samplingfrequenties
MPEG1 AUDIO LAYERIII: 32, 44,1, 48 (kHz)
MPEG2 AUDIO LAYERIII: 16, 22,05, 24 (kHz)
MPEG2.5: 8, 11.025, 12 (kHz)
Compatibele bitrates (compatibel met VBR)
MPEG1 AUDIO LAYERII, III: 32-320 (kbps)
MPEG2 AUDIO LAYERII, III: 8-160 (kbps)
MPEG2.5: 8-160 (kbps)
Compatibele weergavemogelijkheden: stereo, meerkanaals stereo,
tweekanaalsweergave en monoweergave
350
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Compatibiliteit WMA-bestanden
Compatibele standaards
WMA versie 7, 8, 9
Compatibele samplingfrequenties
HIGH PROFILE 32, 44,1, 48 kHz
Compatibele bitrates
HIGH PROFILE 48-320 (kbps, CBR)
Bestandsnamen
De enige soort bestanden die kunnen worden herkend als MP3/WMA en
die kunnen worden afgespeeld, zijn bestanden met de extensie .mp3 of
.wma.
ID3- en WMA-tags
ID3-tags kunnen worden toegevoegd aan MP3-b estanden, waardoor het
mogelijk wordt de naam van het muziekstuk, de naa m van de artiest, enz.
op te nemen.
Het systeem is compatibel met ID3 versie 1.0, 1.1, en versie 2.2, 2.3, 2.4
ID3-tags. (Het aantal karakters is gebaseerd op ID3 versie 1.0 en 1.1.)
WMA-tags kunnen worden toegevoegd aan WMA-bestanden, waardoor het
mogelijk wordt de titel van het muziekstuk en de naam van de artiest op te
nemen op dezelfde manier als met de ID3-tags.
Afspelen van MP3- en WMA-bestanden
Wanneer er een apparaat met MP3- of WMA-bestanden is aangesloten,
worden eerst alle bestanden op het USB-geheugen gecontroleerd. Als
deze controle voltooid is, wo rdt het eerste MP3- of WMA-best and afge-
speeld. Om de bestandscontrole niet langer te laten duren dan nodig is,
adviseren wij u geen andere bestanden dan MP3- of WMA-bestanden in
het USB-geheugen op te nemen en geen onnodige mappen te creëren.
Als een USB-geheugen is aangesloten en de audiobron is gewijzigd naar
afspeelmodus voor USB, zal het USB-geheugen beginnen met het afspe-
len van het eerste bestand in de eerste map. Als hetzelfde apparaat
wordt verwijderd en weer aangesloten (en de inhoud ervan niet is veran-
derd), zal het USB-geheugen het afspelen hervatten vanaf het punt waar
de speler is geëindigd.
Extensies
Als de bestandsextensies .mp3 en .w ma worden gebruikt voor andere
bestanden dan MP3- en WMA-bestanden, zullen deze bestanden worden
overslagen (en niet afgespeeld).
351
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Afspelen
Om MP3-bestanden met constante geluidskwaliteit af te spelen, advise-
ren wij de opnames te maken met een vaste bitrate van ten minste 128
kbps en een samplingfrequentie van 44,1 kHz.
Er is een groot aanbod aan gratis software voor het maken van MP3- en
WMA-bestanden op de markt en afhankelijk van de kwaliteit van deze
software kunnen een slechte geluidsweergave of storingen bij het begin
van de weergave het result aat zijn. In sommige gevallen kunnen de
bestanden zelfs helemaal niet worden weergegeven.
Microsoft, Windows en W indows Media zijn geregistreerde handelsmerken
van Microsoft Corporation in de VS en andere landen.
WAARSCHUWING
Wees voorzichtig tijdens het rijden
Sluit het USB-geheugen niet aan en bedien dit niet.
OPMERKING
Voorkomen van schade aan USB-geheugen
Laat het USB-geheugen niet in de auto achter. De temperatuur in de auto
kan hoog oplopen, waardoor de speler beschadigd kan raken.
Druk niet op het USB-geheugen en oefen geen onnodige druk hierop uit
terwijl het geheugen is aangesloten, aangezien dit het USB-geheugen of
de aansluiting ervan kan beschadigen.
Plaats geen vreemde voorwerpen in de opening, aangezien dit het USB-
geheugen of de aansluiting ervan kan beschadigen.
352
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Geeft de actuele functie weer
Wijzigt de volgende instelling
Geluidskwaliteit en balans
(Blz. 353)
Voor een optimaal geluid kunnen
de geluidskwaliteit en balans wor-
den gewijzigd.
Automatic Sound Levelizer
(automatische geluidsregeling)
(Blz. 353)
Selecteren van de stand
Wijzigen van geluidskwaliteitsinstellingen
Druk op de toets .
Draai aan om “Sound Setting” (geluidsinstelling) te selec-
teren.
Druk op de toets .
Draai om het gewenste modus te selecteren.
BASS, TREBLE, FADER, BALANCE of ASL
Druk op de toets .
Optimaal gebruikmaken van het
audiosysteem
1
2
3
Gebruik van toonregeling en geluidsverdeling
1
2
3
4
5
353
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Instellen van de geluidskwaliteit
Door aan te draaien kan het niveau worden geregeld.
*: De geluidskwaliteit wordt in elke audioweergave afzonderlijk afgesteld.
Instellen van de automatische geluidsregeling (ASL)
Als ASL is geselecteerd, kan de hoe veelheid ASL in de volgorde
LOW, MID en HIGH wo rden gewijzigd door naar rechts te
draaien.
Door naar links te draaien, schakelt u de ASL uit.
ASL past het volume en de toonregeling aan op basis van de rijsnel-
heid.
Instelling
geluids-
kwaliteit
Weergave
op display
Niveau
Naar links
draaien
Naar rechts
draaien
Lage tonen* BASS -5 - 5
Laag Hoog
Hoge tonen* TREBLE -5 - 5
Balans
voor/achter
FADER F7 - R7
Verhogen
volume achter
Verhogen
volume voor
Balans
links/rechts
BALANCE L7 - R7
Verhogen
volume links
Verhogen
volume rechts
354
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Open het afdekkapje en sluit
uw externe audioapparaat
aan.
Druk herhaaldelijk op tot AUX wordt weergegeven.
Bedienen van externe audioapparaten die aangesloten zijn op het audio-
systeem
Het volume kan worden geregeld met behulp van de volumeregelaar van het
audiosysteem van de auto . Alle overige fun cties moeten op het externe
audioapparaat zelf worden geregeld.
Bij het gebruik van een extern audioapparaat aangesloten op de acces-
soireaansluiting
Tijdens het afspelen kan ruis hoorbaar zijn. Gebruik de voedingsbron van het
externe audioapparaat.
Gebruik van de AUX-aansluiting
: Indien aanwezig
Deze aansluiting kan worden gebruikt om via de luidsprekers in
de auto naar een extern audioapparaat te luisteren.
1
2
MEDIA
355
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Volume
Radiomodus: Selecteren van
een radiozender
CD-modus: Selecteert een
muziekstuk en bestand (MP3
en WMA)
iPod-modus: Selecteren van
een muziekstuk
USB-geheugenmodus: Selecte-
ren van een bestand en map
Drukken: Systeem inschakelen,
selecteren van een audiobron
Ingedrukt houden: Dempen
Druk op als het audiosysteem UIT is.
Druk op als het audiosysteem AAN is. De audiobron wijzigt in
onderstaande volgorde, telkens wanneer wordt ingedrukt.
AMFMCD-modusiPod- of USB-geheugenmodusAUX
Gebruik van de audiotoetsen op het
stuurwiel
Sommige functies van het audiosysteem kunnen worden
bediend met behulp van toetsen op het stuurwiel.
De werking kan verschillen afhankelijk van het type audio- of navi-
gatiesysteem. Raadpleeg de handleiding van het audio- of naviga-
tiesysteem voor meer informatie.
1
2
3
Inschakelen
Selecteren van de audiobron
356
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Druk op + van om he t volume te verho gen en op - om he t
volume te verlagen.
Houd de toets + of - op ingedrukt om het volume in sterkere mate te
verhogen of verlagen.
Houd ingedrukt.
Houd nogmaals ingedrukt om het dempen ongedaan te maken.
Druk op om de radio te selecteren.
Druk op om een ingestelde radiozender te selecteren.
Houd ingedrukt totdat u een piep signaal hoort om de gekozen
frequentieband af te zoeken naar de zend ers die ontvangen kunnen
worden.
Druk op om de CD, iPo d of USB-geheugenmodus te
selecteren.
Druk op om het gewenste muziekstuk, bestand of num-
mer te selecteren.
Regelen van het volume
Dempen van het geluid
Selecteren van een radiozender
Selecteren van een nummer/bestand of muziekstuk
1
2
1
2
357
5-2. Gebruik van het audiosysteem
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Druk op om de CD- of USB-geheugenmodus te selecte-
ren.
Houd de toets ingedrukt totdat u een piepsignaal hoort.
Selecteren van een map (MP3 en WMA of USB-geheugen)
WAARSCHUWING
Beperk de kans op ongevallen
Neem bij het bedienen van de toetsen op het stuurwiel de nodige voorzich-
tigheid in acht.
1
2
358
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5-3. Gebruik van de interieurverlichting
Make-upverlichting (indien aanwezig) (Blz. 359)
Interieurverlichting voor/leeslampjes voor (Blz. 359, 360)
Interieurverlichting achter (indien aanwezig) (Blz. 359)
Leeslampje achter (indien aanwezig) (Blz. 360)
Startknopverlichting (auto's met Smart Entry-systeem en startknop)
Overzicht interieurverlichting
1
2
3
4
359
5-3. Gebruik van de interieurverlichting
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Voor
Stand DOOR
Uit
Achter (indien aanwezig)
Aan
Stand DOOR
Uit
Aan
Uit
Interieurverlichting
CTH53AP035
1
2
1
2
3
Make-upverlichting (indien aanwezig)
1
2
360
5-3. Gebruik van de interieurverlichting
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Voor
Aan/uit
Wanneer een lampje brand t
nadat het door de bijbeho rende
portierkoppelingsschakelaar is
ingeschakeld, gaat dit niet uit,
zelfs niet wanneer op het afdek-
kapje wordt gedrukt.
Achter (indien aanwezig)
Aan/uit
Wanneer een interieurlampje
voor brandt nadat het door de
bijbehorende portierkoppelings-
schakelaar is ingeschakeld,
gaat dit niet uit, zelfs niet wan-
neer op het afdekkapje wordt
gedrukt.
Leeslampjes
361
5-3. Gebruik van de interieurverlichting
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Instapverlichting
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Als de schakelaar van de interieurverlichting in de s tand DOOR staat, wordt
de interieurverlichting automatisch in-/uitgesc hakeld op basis van de stand
van het contact, ongeacht of de portieren vergrendeld/ontgrendeld zijn en of
de portieren geopend/gesloten zijn.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Als de schakelaar van de interieurverlichting in de stand DOOR staat, worden
de interieurverlichting en st artknopverlichting automatisch in-/uitgeschakeld
op basis van de stand van het contact en de aanwezigheid van de elektroni-
sche sleutel, ongeacht of de portiere n vergrendeld/ontgrendeld zijn en of de
portieren geopend/gesloten zijn.
Om te voorkomen dat de accu te ver ontladen raakt
Als de volgende verlichting blijft branden nadat het contact UIT is gezet, gaat
de verlichting na 20 minuten automatisch uit:
Leeslampjes/interieurverlichting
Bagageruimteverlichting
Make-upverlichting (indien aanwezig)
Persoonlijke voorkeursinstellingen die bij een Toyota-dealer of erkende
reparateur kunnen worden geconfigureerd
De instellingen (bijv. de tijd die verstrijkt voordat de verlichting uit gaat) kun-
nen worden gewijzigd.
(Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen:
Blz. 598)
362
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Overzicht van opbergmogelijkheden
Extra opbergvakken
(Blz. 367)
Dashboardkastje (Blz. 363)
Fleshouders (Blz. 364)
Bekerhouders
(indien aanwezig)
(Blz. 365)
Consolevak (Blz. 363)
WAARSCHUWING
Zaken die niet in de opbergvakken moeten worden achtergelaten
Laat geen brillen, aanstekers of spuitbussen in de opbergvakken liggen. Als
u dat wel doet, kan dat bij hoge temperaturen leiden tot het volgende:
Brillen kunnen vervormen als de temperatuur in de auto te hoog oploopt of
barsten als ze in contact komen met andere voorwerpen.
Aanstekers en spuitbussen kunnen exploderen. Als ze in cont act komen
met andere voorwerpen, kunnen aanstekers vlam vatten en kunnen spuit-
bussen gas gaan lekken, waardoor brand kan ontstaan.
Tijdens het rijden of als de opbergvakken niet in gebruik zijn
Houd de kleppen gesloten.
Bij plotseling remmen of uitwijken kan letsel ontstaan doordat een inzittende
wordt geraakt door de open klep of door voorwerpen in het opbergvak.
1
2
3
4
5
363
5-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Trek de hendel omhoog om het
dashboardkastje te openen.
Consolevak
Trek de knop aan de re chter-
zijde omhoog en til he t deksel
op.
Bovenste vak
Trek de knop aan de linkerzijde
omhoog en til het deksel op.
Dashboardkastje
Consolevak
364
5-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Deksel van het achterste deel van de middenconsole
Voor
Achter
De houder gebruiken als fleshouder
Bij het opbergen van een fles dient de dop erop te worden gedraaid.
De fles kan mogelijk niet worden opgeborgen als gevolg van de grootte of
vorm ervan.
Het deksel van het achterste deel van d e
middenconsole kan naar v oren of naar
achteren worden geschoven. (met schuif-
functie)
Fleshouders
365
5-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Voor
Achter (indien aanwezig)
Trek de ar msteun naar bene-
den.
WAARSCHUWING
Voorwerpen die ongeschikt zijn om in de fleshouder te plaatsen
Zet niets anders dan flessen in de fleshouders.
Andere voorwerpen kunnen bij een aanrijding of sterk afremmen naar bui-
ten worden geslingerd en letsel veroorzaken.
Bekerhouders
366
5-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Verwijder het inzetstuk van de bekerhouder (voorste bekerhouder)
De bekerhouder (voor) kan worden aangepast aan de grootte van de
drinkbekers of blikjes
Het inzetstuk kan uit de bekerhouder wor-
den verwijderd zodat het kan worde n
schoongemaakt.
Wijzig de positie van de houder.
WAARSCHUWING
Voorwerpen die niet in de bekerhouders mogen worden geplaatst
Zet niets anders in de bekerhouders dan bekers of blikjes.
Andere voorwerpen kunnen bij een aanrijding of sterk afremmen naar bui-
ten worden geslingerd en letsel veroorzaken. Dek indien mogelijk warme
dranken af om verbranding te voorkomen.
367
5-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Extra opbergvakken
Dak Dashboard bestuurderszijde
Druk op het deksel. Trek aan de lip om het vak te
openen.
WAARSCHUWING
Wees voorzichtig tijdens het rijden
Houd de extra opbergvakken gesloten. Bij plotseling remmen of uitwijken
kan letsel ontstaan doordat een inzittende wordt geraakt door een open-
staand extra opbergvak of door items die erin zijn opgeborgen.
Voorwerpen die niet geschikt zijn om op te bergen (dak)
Berg geen voorwerpen op die zwaarder zijn dan 0,2 kg.
Zwaardere voorwerpen kunnen e rvoor zorgen dat het extra opbergvak
opengaat, waardoor het voorwerp naar buiten kan vallen en letsel kan ver-
oorzaken.
368
5-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Klap de haken omhoog om ze te
gebruiken.
In de bagageruimte zijn haken
aanwezig waaraan de bagage kan
worden vastgezet.
Voorzieningen in de bagageruimte
Bagageogen
WAARSCHUWING
Als de bagagehaken niet in gebruik zijn
Klap, om letsel te voorkomen, de bagagehaken in de rust stand als ze niet
worden gebruikt.
Tashaken
OPMERKING
Voorkomen van beschadiging
Hang geen voorwerpen zwaarder dan 4 kg aan de tashaken.
369
5-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Middelste afdekplaat voor
Til de middelste afdekplaat voor
omhoog om het op bergvak te
gebruiken.
Middelste afdekplaat achter
Hoogste stand
Til de middelste afdekplaat ach-
ter omhoog om h et opbergvak
eronder te gebruiken.
Laagste stand
Til de middelste afdekplaat
achter omhoog en trek hem
naar u toe om he m los te
maken.
Middelste afdekplaten en opbergvak (indien aanwezig)
1
370
5-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Plaats de middelste afdek-
plaat achter op de afdekking
van de bagageruimtevloer.
Verwijder de middelste afdekplaten en het opbergvak.
Middelste afdekplaat voor
Til de middelste afdekplaat voor
omhoog en trek hem naar u toe
om hem te verwijderen.
Middelste afdekplaat achter
Til de middelste afdekplaat ach-
ter omhoog en trek hem naar u
toe om hem te verwijderen.
2
371
5-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Opbergvak
Verwijder de middelste afdekplaat voor en achter.
Til het opbergvak omhoog en
trek het naar u toe om het te
verwijderen.
1
2
WAARSCHUWING
Bedienen van de middelste afdekplaten
Plaats niets op de middelste afdekplaten wanneer u de afdekplaat bedient.
Anders kunnen uw vingers bekneld raken of kan een ongeval ontstaan met
letsel als gevolg.
Wees voorzichtig tijdens het rijden
Rijd niet als de middelste afdekplaten geopend zijn. Er kunnen voorwerpen
uit vallen, waardoor inzittenden letsel kunnen oplopen.
372
5-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Type C
Trek de afdekplaten aan de zijkant
omhoog.
Afscheider voor het rechter extra opbergvak
Extra opbergvakken
Type A Type B
De afscheider voor het rechter extra
opbergvak kan worden verwijderd zoals
aangegeven in de afbeelding.
WAARSCHUWING
Wees voorzichtig tijdens het rijden (type C)
Rijd niet als de afdekplaten aan de zijkanten geopend zijn. Er kunnen voor-
werpen uit vallen, waardoor inzittenden letsel kunnen oplopen.
373
5-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Gebruik van de bagageafdekking
Trek de bagageafdekking naar
buiten en maak deze vast aa n
de bevestigingspunten.
Verwijderen van de bagageafdekking
Druk beide zijden van de baga-
geafdekking in en til hem
omhoog.
Bagageafdekking
374
5-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Openen van de bagageafdekking
De bagageafdekking kan niet alleen volledig worden teruggerold, maar ook
tijdelijk worden opgetild zodat de bagageruimte beter toegankelijk is.
Terugrollen: Trek de bagageafdekking
naar achter en n aar beneden om hem
los te mak en van de bevestigingspun-
ten, en laat hem terugrollen.
Tijdelijk optillen: T rek de bagageafdek-
king iets naar u toe en til langs in de
groef.
375
5-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
WAARSCHUWING
Bij het plaatsen van de bagageafdekking
Controleer of de bagageafdekking veilig geplaatst is. Als dit niet het geval
is, kunnen de inzittenden bij plotseling remmen of een aanrijding ernstig let-
sel oplopen.
Gebruik van de bagageafdekking
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht. Als er met de auto wordt
gereden terwijl de bagageafde kking omhoog staat, wordt het zicht van de
bestuurder belemmerd, waardoor een aa nrijding en ernstig let sel kunnen
ontstaan.
Zorg er bij het sluiten van de bagageafdekking voor dat het linker en rech-
ter haakje goed vastzitten aan de bevestigingspunten. Als de haakjes niet
goed vastzitten, kunnen ze losraken, waardoor d e bagageafdekking
omhoog kan springen.
Gebruik de bagageafdekking niet wanneer u bagage vervoert die hoger is
dan de bagageafdekking. Anders kunnen de haakjes losraken, waardoor
de bagageafdekking omhoog kan springen.
Rijd niet met de auto als de bagageafdekking omhoog staat.
Waarschuwing met betrekking tot de bagageafdekking
Leg geen voorwerpen op de bagageafdekking om ernstig letsel te voorko-
men.
Laat kinderen niet op de bagageafdekking klimmen. Dit kan leiden tot
beschadiging van de bagageafdekking, en mogelijk tot ernstig letsel bij het
kind.
376
5-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Gebruik van het scheidingsnet
Voor
Klap de rugleuningen achter omlaag. (Blz. 148)
Maak het scheidingsnet vast
aan de b evestigingspunten
op de rechter rugleuning.
Schuif het scheidingsnet,
zodra het goed vastzit, naa r
links.
Open de klepjes van d e
bevestigingspunten aan
beide zijden.
Trek het net naar buiten, druk
de linker en rechter haakjes
in en maak ze vast aan de
bevestigingspunten.
Als het net langzaam naar bui-
ten wordt getrokken, kan het
halverwege vergrendelen. Om
het net helemaal naar buiten te
kunnen trekken, moet u het
eerst iets laten terugrollen en
vervolgens weer naar buiten
trekken.
Scheidingsnet (indien aanwezig)
1
2
3
4
377
5-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Achter
Maak het scheidingsnet ach-
ter de achterstoelen vast aan
de bevestigingspunten aan
de zijkant.
Als het scheidingsnet goed vast-
zit, zijn de ontgrendelknoppen
ingedrukt en is de rode marke-
ring aan de zijkant van de knop
niet zichtbaar.
Open de klepjes van d e
bevestigingspunten aan
beide zijden.
Trek het net naar buiten, druk
de linker en rechter haakjes
in en maak ze vast aan de
bevestigingspunten.
1
2
3
378
5-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Verwijderen van het scheidingsnet
Voor
Schuif het scheiding snet naar
rechts om de bevestigingen los
te maken en til het omhoog.
Nadat het scheidingsnet is ver-
wijderd, moeten de rugleu-
ningen van de achterstoelen
weer in de oorspronkelijke posi-
tie worden teruggezet.
Achter
Druk de ontgrendelknoppen links
en rechts in en til het scheidingsnet
omhoog.
Halverwege vergrendelen van het sch eidingsnet indien naar buiten
getrokken
Het scheidingsnet is ontworpen om halverwege te worden vergrendeld, op
een lengte die geschikt is voor gebruik achter, mits langzaam naar buiten
getrokken. (Als het scheidingsnet snel naar buiten wordt getrokken, kan het
helemaal naar buiten worden getrokken.)
Ontgrendelen: Laat het net iets terugrollen en trek het vervolgens weer naar
buiten.
379
5-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
WAARSCHUWING
Bij het plaatsen van het scheidingsnet
Controleer of het scheidingsnet goed geplaatst is. Als dit niet het geval is,
kunnen de inzittenden bij plotseling remmen of een aanrijding ernstig letsel
oplopen.
Bij het gebruik van het scheidingsnet
Voorzorgsmaatregelen bij het vervoer van goederen
Het scheidingsnet is niet ontworpen om de p assagiers en de bestuurder te
beschermen tegen goederen die in de bagageruimte worden vervoerd en
kunnen losraken. Goederen moeten altijd goed worden vastgemaakt, zelfs
wanneer het scheidingsnet wordt gebruikt.
Controleer of de haken o p de juis te
manier vastzitten in de bevestigingspun-
ten. Als dit niet het geval is, kunnen de
inzittenden bij plotseling remmen of een
aanrijding ernstig letsel oplopen.
380
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5-5. Overige voorzieningen in het interieur
Klap de zo nneklep omlaag om
deze in de vooruitgerichte
stand te zetten.
Klap de zonneklep omlaag,
maak de klep los en draai deze
naar de zijkant om de zonne -
klep in de zijdelingse stand te
zetten.
Open het kapje.
Zonnekleppen en make-upspiegels
Zonnekleppen
1
2
Make-upspiegels
381
5-5. Overige voorzieningen in het interieur
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Instellen van de uren
Instellen van de minuten
Afronden op het dichtstbij-
zijnde hele uur
*
*
: bv. 1:00 tot 1:29 1:00
1:30 tot 1:59 2:00
De tijd wordt weergegeven als
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Het contact in stand ACC of AAN staat.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Het contact in stand ACC of AAN (IG) staat.
Als de accu is losgenomen
Zal de klok 1:00 aangeven.
Klok
De klok kan worden ingesteld door op de toetsen te drukken.
1
2
3
382
5-5. Overige voorzieningen in het interieur
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Buitentemperatuurmeter
Het temperatuurbereik geeft temperaturen binnen het bereik
van -40°C tot 50°Cweer.
Type A Type B
Type C
383
5-5. Overige voorzieningen in het interieur
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
De buitentemperatuur wordt weergegeven als
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN staat.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN (IG) staat.
Display
Onder de volgende omstandigheden wordt mogelijk niet de juiste buitentem-
peratuur weergegeven of duurt het langer voordat de weergave wordt gewij-
zigd.
Wanneer de auto stilstaat of met lage snelheid rijdt (lager dan 15 km/h)
Wanneer de buitentemperatuur plotseling verandert (bijvoorbeeld bij het in-
of uitrijden van een garage of tunnel)
Wanneer de weergave van de buitentemperatuur knippert
Auto's zonder multi-informatiedisplay: Wanneer de buitentemperatuur 3°C
of lager is, knippert de weergave van de buitentemperatuur 10 keer en ver-
volgens gaat hij branden.
Auto's met multi-informatiedis play: Wanneer de buitentemperatuur 3°C o f
lager is, knippert de waarschuwing voor g ladheid 10 keer en gaa t
vervolgens branden.
Wanneer --°C wordt weergegeven
Er is mogelijk een storing in het systeem a anwezig. Laat de auto nakijken
door een Toyota-dealer of erkende reparateur.
384
5-5. Overige voorzieningen in het interieur
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
De asbak kan in een bekerhouder
worden geplaatst. (Blz. 365)
Uitneembare asbak
: Indien aanwezig
WAARSCHUWING
Indien niet in gebruik
Houd de asbak gesloten.
Een ongeval of plotseling remmen of uitwijken kan resulteren in letsel.
Voorkomen van brand
Zorg ervoor dat lucifers en sigaretten volledig gedoofd zijn voordat u ze in
de asbak stopt en controleer of de asbak geheel gesloten is.
Stop geen papier of ander brandbaar materiaal in de asbak.
385
5-5. Overige voorzieningen in het interieur
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Voor
Open het deksel.
Achter
Open het deksel.
Bagageruimte
Open het deksel.
Accessoireaansluitingen
Op de accessoireaansluitingen voor en a chter kunnen 12V-
accessoires worden aa ngesloten die minder dan 10 A ve rbrui-
ken. Op de acce ssoireaansluiting in de bagageruimte kunnen
12V-accessoires worden aangesloten die minder dan 1 0 A ver-
bruiken.
386
5-5. Overige voorzieningen in het interieur
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
De accessoireaansluitingen kunnen worden gebruikt als
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Het contact in stand ACC of AAN staat.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Het contact in stand ACC of AAN (IG) staat.
OPMERKING
Om schade aan de accessoireaansluitingen te voorkomen
Sluit de accessoireaansluitingen af met de kapjes als de aansluitingen niet
in gebruik zijn.
Vreemde voorwerpen of vloeistoffen die in de accessoireaansluitingen
terechtkomen, kunnen kortsluiting veroorzaken.
Voorkomen van doorgebrande zekering
Sluit geen accessoires aan die meer dan 10 A aan stroom verbruiken.
Voorkomen van ontlading van de accu
Gebruik de accessoireaansluitingen niet langer dan noodzakelijk is als de
motor niet draait.
387
5-5. Overige voorzieningen in het interieur
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Verwarmt de linker voorstoel
Verwarmt de rechter voor-
stoel
Hoge temperatuur
Lage temperatuur
Het controlelampje gaat bran-
den wanneer de toets is inge -
drukt.
Druk lichtjes op de andere zijde
van de toets dan die eerst was
ingedrukt om de werking te
stoppen.
Stoelverwarming
: Indien aanwezig
1
2
3
4
388
5-5. Overige voorzieningen in het interieur
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
De stoelverwarming kan worden gebruikt als
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN staat.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN (IG) staat.
Indien niet in gebruik
Schakel de stoelverwarming uit.
WAARSCHUWING
Verbranding
Wees voorzichtig als onderst aande personen op een stoel met stoelver-
warming plaatsnemen om te voorkomen dat ze zich branden:
Baby's, kleine kinderen, oudere personen, zieken en gehandicapten
Personen met een gevoelige huid
Personen die oververmoeid zijn
Personen die alcohol hebben gedronken of personen die rustgevende
medicijnen (slaapmiddel, middel tegen verkoudheid, enz.) hebben
gebruikt
Bedek de stoel niet als de stoelverwarming in gebruik is.
Als de stoelverwarming in gebruik is en de stoel bedekt is met een deken
of kussen, kan de temperatuur van de stoel te hoog oplopen, waardoor
oververhitting kan ontstaan.
Gebruik de stoelverwarming niet langer dan noodzakelijk is. Als dit toch
gebeurt, kan dit leiden tot lichte brandwonden of oververhitting.
OPMERKING
Om beschadiging van de stoelverwarming te voorkomen
Plaats geen zware voorwerpen met een ongelijkmatig oppervlak op de stoel
en leg geen scherpe voorwerpen (naalden, punaises, enz.) op de stoel.
Voorkomen van ontlading van de accu
Zet de stoelverwarming uit als de motor niet draait.
389
5-5. Overige voorzieningen in het interieur
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Klap de armsteun omlaag om
deze te kunnen gebruiken.
Armsteun
: Indien aanwezig
OPMERKING
Voorkomen van beschadiging van de armsteun
Plaats geen al te zware last op de armsteun.
390
5-5. Overige voorzieningen in het interieur
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
De kledinghaken maken o nder-
deel uit van de handgrepen ach-
ter.
Kledinghaakjes
WAARSCHUWING
Zaken die niet aan het kledinghaakje mogen worden gehangen
Hang geen kleerhangers, harde voorwe rpen of voorwerpen met scherpe
punten aan het kledinghaakje. Als de curtain airbags geactiveerd worden,
kunnen deze voorwerpen projectielen worden en ernstig letsel veroorzaken.
391
5-5. Overige voorzieningen in het interieur
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
Een handgreep aan he t dak kan
ter ondersteuning van uw lichaam
worden gebruikt wanneer u zit.
Handgrepen
WAARSCHUWING
Handgreep
Gebruik de handgreep niet bij het in- of uit stappen of bij het opstaan vanaf
uw zitplaats.
OPMERKING
Voorkomen van beschadiging van de handgreep
Hang geen zware voorwerpen aan de handgreep e n belast de greep n iet
overmatig.
392
5-5. Overige voorzieningen in het interieur
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Sluiten
Automatisch volledig sluiten
(ingedrukt houden)
*
Openen
Automatisch volledig openen
(ingedrukt houden)
*
*
: Wanneer op een zijde van de scha-
kelaar wordt gedrukt, stopt het
panoramadak in een tussenstand.
Het zonnescherm van het panoramadak kan worden bediend als
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN staat.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Het contact AAN (IG) staat.
Klembeveiliging
Als tijdens het sluiten een object bekneld raakt tussen het zonnescherm van
het panoramadak en het frame, stopt de beweging en wordt het zonne-
scherm weer iets geopend.
Als het zonnescherm van het panoramadak niet automatisch opent/sluit
Druk op de zijde OPEN van de schakelaar om het zonnescherm van het
panoramadak te openen.
Houd de zijde OPEN van de schakelaar ingedrukt tot het zonnescherm
van het panoramadak volledig is geopend en vervolgens een klein stukje
sluit.
Controleer na het voltooien van deze procedure of de automatis che open-/
sluitfunctie beschikbaar is.
Laat als de automatische open-/sluitfunctie niet goed werkt de auto nakijken
door een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Zonnescherm panoramadak
: Indien aanwezig
Het zonnescherm van het panoramadak kan met be hulp van de
schakelaar in de dakconsole worden geopend en gesloten.
1
2
3
4
1
2
393
5-5. Overige voorzieningen in het interieur
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
5
Interieur
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig
letsel.
Sluiten van het zonnescherm van het panoramadak
Controleer of geen van de inzittenden een lichaamsdeel naar buiten steekt
dat bekneld zou kunnen raken als het zonnescherm van het panoramadak
wordt bediend.
Laat het zonnescherm van het panoramadak niet bedienen door kinderen.
Het bekneld raken tussen het dak en het zonnescherm van het panorama-
dak kan ernstig letsel veroorzaken.
De bestuurder dient kinderen te vertellen dat ze het zonnescherm van het
panoramadak niet moeten bedienen.
Klembeveiliging
Steek geen lichaamsdelen in de opening om te proberen of de klembevei-
liging werkt.
Het is mogelijk dat de klembeveiliging niet meer werkt als het zonne-
scherm van het panoramadak bijna gesloten is.
394
5-5. Overige voorzieningen in het interieur
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
395
6
Onderhoud en verzorging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6-1. Onderhoud en verzorging
Reiniging en bescherming
van het
exterieur...........................396
Schoonmaken en
beschermen van het
interieur............................400
6-2. Onderhoud
Onderhoudsvoorschriften ..403
6-3. Zelf uit te voeren
onderhoud
Voorzorgsmaatregelen
bij zelf uit te voeren
onderhoud en controles...406
Motorkap............................410
Plaatsen van de krik ..........412
Motorruimte........................414
Banden ..............................431
Bandenspanning................434
Velgen................................436
Interieurfilter.......................438
Afstandsbediening/batterij
elektronische sleutel ........440
Controleren en vervangen
van zekeringen ................443
Gloeilampen.......................459
396
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6-1. Onderhoud en verzorging
Spoel de auto va n boven naar beneden af met schoon water en
spoel vuil en stof uit de wiel kasten en va n de onderkant van de
auto.
Was de auto met een spons of een zachte doek (bijv. een zeem-
lap).
Verwijder hardnekkige vlekken met e en autowasmiddel en spoel
grondig af met water.
Veeg overtollig water weg.
Wanneer het water niet meer in druppels op de lak b lijft liggen,
moet de auto opnieuw in de was worden gezet.
Zet de auto alleen in de was als de carrosserie is afgekoeld.
Wassen in de wasstraat
Zorg ervoor dat de buitenspiegels zijn ingeklapt en verwijder de antenne
voordat u van een autowasstraat gebruikmaakt. Begin met wassen vanaf de
voorzijde van de auto. Vergeet niet vóór het rijden de antenne weer te plaat-
sen en de buitenspiegels uit te klappen.
Sommige borstels in wasstraten kunnen krassen veroorzaken, waardoor de
lak van uw auto wordt beschadigd.
Hogedrukreinigers
Zorg ervoor dat de spro eiers van de wasstraat zich zo ver mogelijk bij de
ruiten vandaan bevinden.
Controleer voordat u de wasstraat inrijdt of de tankdopklep goed gesloten is.
Reiniging en bescherming van het
exterieur
Voer het volgende uit om uw auto te beschermen en in perfecte
staat te houden:
397
6-1. Onderhoud en verzorging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Bij gebruik van een wasstraat (auto's met Smart entry-systeem en start-
knop)
Als de portiergreep nat wordt terwijl de elektronische sleutel zich binnen het
werkzame gebied bevindt, kan het portier herh aaldelijk worden vergrendeld
en ontgrendeld. V olg in dat geval de correctie procedure hieronder bij het
wassen van de auto:
Leg de sleutel op een afstand van ten minste 2 m van de auto als u de auto
wast. (Zorg ervoor dat de sleutel niet gestolen wordt.)
Schakel de energiebesp arende functie voor de batterij in om het Smart
entry-systeem met startknop uit te schakelen. (Blz. 115)
Lichtmetalen velgen (indien aanwezig)
Verwijder vuil onmiddellijk met een neutraal reinigingsmiddel. Gebruik geen
harde borstels of schuurmiddelen. Gebru ik geen sterke of bijten de oplos-
middelen.
Gebruik hetzelfde neutrale rein igingsmiddel en dezelfde was als gebruikt
voor de carrosserie.
Reinig de velgen niet met reinigingsmiddelen als de velgen, bijvoorbeeld na
een lange rit bij warm weer, nog warm zijn.
Spoel het reinigingsmiddel op de velgen direct na het gebruik af.
Bumpers
Gebruik geen schuurmiddelen.
WAARSCHUWING
Bij het wassen van de auto
Zorg dat er geen water in de motorruimte komt. Dit kan brand in de elektri-
sche componenten enz. veroorzaken.
398
6-1. Onderhoud en verzorging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Bij het wassen van de voorruit (auto's met regensensor)
Wanneer het bovenste deel van de voorruit waar de regensensor is
geplaatst met de hand wordt aangeraakt
Wanneer een natte doek of iets dergelijks in de buurt van de regensensor
wordt gehouden
Als iets tegen de voorruit stoot
Als u het regensensorhuis aanraakt of als iet s in aanraking komt met de
regensensor
Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de uitlaatpijp
Uitlaatgassen zorgen ervoor dat de uitlaatpijp tamelijk heet wordt.
Raak wanneer u de auto wast de uitlaatpijp niet aan totdat deze voldoende
is afgekoeld, aangezien het aanraken van een hete uitlaatpijp brandwonden
kan veroorzaken.
Zet de ruitenwisserschakelaar in de
stand OFF.
Als de ruitenwis serschakelaar in de
stand AUTO staat, kunnen de ruit enwis-
sers in de volgende gevallen onverwacht
in werking treden. Hierdoor kunnen uw
handen bekneld raken en k unt u ernstig
letsel oplopen, en hierdoor kunnen de
ruitenwisserbladen beschadigd raken.
Uit
399
6-1. Onderhoud en verzorging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
OPMERKING
Om aantasting van de lak en corrosie van de carrosserie en onderdelen
(lichtmetalen velgen, enz.) te voorkomen
Was de auto zo spoedig mogelijk:
Na het rijden in een kustgebied
Na het rijden over gepekelde wegen
Als er zich teer of boomsappen op de auto bevinden
Als er zich dode insecten, insecten- of vogelpoep op de auto bevinden
Na het rijden in gebieden waar spra ke is van veel rook, stof, ijzerdeel-
tjes of chemische stoffen
Als de auto erg vuil is geworden van stof of modder
Als er brandstof op de lak is gemorst
Laat krassen of steenslagschade onmiddellijk repareren.
Verwijder vuil v an de velgen en berg ze op een droge plaats op om te
voorkomen dat de velgen tijdens de opslag gaan corroderen.
Schoonmaken van de exterieurverlichting
Was deze met de nodige voorzichtigheid. Gebruik geen organische oplos-
middelen en borstel ze ook niet af met een harde borstel.
Deze kunnen de verlichting beschadigen.
Breng geen was aan op de lenzen.
Was kan het lampglas beschadigen.
Voorzorgsmaatregelen bij het plaatsen en verwijderen van de antenne
Controleer voordat u gaat rijden of de antenne geplaatst is.
Zorg ervoor dat als de antenne word t verwijderd, bijvoorbeeld voordat de
auto door een wasstraat wordt gereden, de antenn e op een ge schikte
plaats wordt opgeborgen zodat deze niet wegraakt. Plaats voor u wegrijdt
de antenne weer in de oorspronkelijke positie.
Voorkomen van beschadiging van de ruitenwisserarm voor
Trek eerst de ruitenwissera rm aan de bestuurderszijde omhoog en daarna
die aan de passagierszijde. Begin, als u de ruitenwisserarmen weer in hun
oorspronkelijke stand terugzet, aan de passagierszijde.
Wassen in een autowasstraat (auto's met ruitenwissers met regensen-
sor)
Zet de ruitenwisserschakelaar in stand OFF.
Als de ruitenwisserschakelaar in st and AUTO staat, kunnen de ruite nwis-
sers in werking treden waardoor de ruitenwisserbladen beschadigd kunnen
raken.
400
6-1. Onderhoud en verzorging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Verwijder vuil en stof met een stofzuiger. Veeg vuile oppervlakken
schoon met een in lauw water gedompelde doek.
Verwijder vuil en stof met een stofzuiger.
Veeg overtollig vuil en stof weg met een zachte doek die is bevoch-
tigd met een verdund reinigingsmiddel.
Gebruik sop met maximaal 5% wolreinigingsmiddel.
Verwijder alle spor en van het r einigingsmiddel grondig met e en
schone, vochtige doek.
Veeg daarna het resterende vocht van het leder af met een droge,
schone doek. Laat de lederen bekleding drogen in een geventi-
leerde ruimte in de schaduw.
Verwijder los vuil met een stofzuiger.
Maak vinyl bekleding schoon met een spons of zachte doek met
een mild sop.
Laat het sop enkele min uten inwerken. Verwijder het vuil en ve eg
het sop weg met een schone, droge doek.
Schoonmaken en beschermen van het
interieur
Voer het volgende uit om het interieur van uw auto te
beschermen en in perfecte staat te houden:
Beschermen van het interieur
Schoonmaken van lederen bekleding
Schoonmaken van vinyl bekleding
401
6-1. Onderhoud en verzorging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Onderhoud van lederen bekleding
Om het leder in een goe de conditie te houden, raadt Toyota u aan het twee
keer per jaar schoon te maken.
Schoonmaken van de vloerbedekking
Er zijn verschillende reinigingsmiddelen op schuimbasis in de handel verkrijg-
baar. Gebruik een spons of een borstel om het schuim op de vloerbedekking
aan te brengen. Wrijf met elkaar overlappende cirkels. Gebruik geen water .
Veeg vuile oppervlakken schoon en laat ze drogen. Het beste resultaat wordt
verkregen als de vloerbedekking zo droog mogelijk wordt gehouden.
Veiligheidsgordels
Maak de veiligheidsgordels schoon met een mild sop, lauw water en een
doek of spons. Controleer de gordels tijdens het schoonmaken op abnormale
slijtage, rafels en scheuren.
WAARSCHUWING
Water in de auto
Mors geen vloeistof in het interieur van de auto.
Dit kan brand of storingen in de elektrische componenten, enz. veroorza-
ken.
Voorkom dat onderdelen of de bedrading van het airbagsysteem i n het
interieur nat worden.
(Blz. 35)
Dit kan een elektrische storing in het airbagsysteem veroorzaken, waar-
door ernstig letsel kan ontstaan.
Reinigen van het interieur (met name het dashboard)
Gebruik geen autowas of lakcleaner. Het dashboard kan in de voorruit wor-
den weerkaatst; hierdoor kan het gezichtsveld van de bestuurder worden
belemmerd wat een ernstig ongeval tot gevolg kan hebben.
402
6-1. Onderhoud en verzorging
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
OPMERKING
Reinigingsmiddelen
De volgende reinigingsmiddelen kunnen verkleuring, strepen en beschadi-
gingen in het interieur veroo rzaken en het is daarom raadzaam deze niet
te gebruiken:
Behalve de stoelen: Organische reinigingsmiddelen zoals wa sbenzine
en terpentine, alkalis che of zuurhoudende middelen, textielv erf en
bleekmiddel
Stoelen: Alkalische en zuurhoudende middelen, zoals thinner, wasben-
zine of alcohol
Gebruik geen autowas of lakclea ner. Het dashboa rd of andere gelakte
delen van het interieur kunnen beschadigd raken.
Voorkomen van beschadiging van lederen bekleding
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om beschadiging en
vroegtijdige slijtage van lederen bekleding te voorkomen:
Verwijder stof en vuil onmiddellijk van de bekleding.
Stel de auto niet langdurig bloot aan direct zonlicht. Parkeer uw auto in de
schaduw, vooral bij warm weer.
Leg geen vinyl of plastic voorwerpen of artikelen die was bevatten op de
bekleding, aangezien ze bij hoge temperaturen in het interieur aan het leer
vast blijven kleven.
Water op de vloerbedekking
Was de vloerbedekking van de auto niet met water.
Water dat in contact komt met elektrische onderdelen boven of onder de
vloerbedekking, kan schade aan de verschillende systemen van de auto
veroorzaken, bijvoorbeeld aan het audiosysteem. Water kan bovendien
roest aan de carrosserie veroorzaken.
Schoonmaken van de binnenzijde van de achterruit
Maak de achterruit niet schoon met een ruitreiniger; een dergelijk middel
kan de verwarmingsdraden beschadigen. Veeg de ruit voorzichtig schoon
met een doek en lauw water. Maak de ruit in horizontale richting schoon,
evenwijdig aan de verwarmingsdraden.
Voorkom beschadiging van de verwarmingsdraden.
403
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
6-2. Onderhoud
Periodiek onderhoud
Laat het onderhoud aan uw auto uitvoer en volgens het onder-
houdsschema.
Zie het Toyota-onderhoudsboekje en het T oyota-garantieboekje voor
het onderhoudsschema.
Zelf uit te voeren onderhoud
Kan de bestuurder zelf onderhoud en controles uitvoeren?
Als u een beetje technisch inzicht en wat eenvoudig gereedschap hebt,
zijn veel onderhoudswerkzaamheden en reparaties zelf uit te voeren.
Houd er echter rekening mee dat voor bepaalde werkzaamheden speci-
aal gereedschap en kennis benodigd zijn. Dit soort werkzaamheden
kunt u beter overlaten a an een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Zelfs als u ee n ervaren doe-het-zelfmonteur bent, raden wij u aan om
reparaties en onderhoud door een Toyota-dealer of erkende reparateur
uit te laten voeren. Een T oyota-dealer of erkende reparateur houdt de
onderhoudshistorie van uw Toyota bij, wat handig kan zijn als u ooit
werkzaamheden moet laten uitvoeren die onder de garantie vallen.
Indien u de onderhoudswerkzaamheden door een andere dan een
Toyota-dealer of erkende reparateur laat uitvoeren, raden wij u aa n te
vragen of de onderhoudshistorie kan worden bijgehouden.
Onderhoudsvoorschriften
Om veilig en economisch te kunnen rijden is het van essentieel
belang dat uw auto goed verzorgd en onderhouden word t.
Toyota raadt u aan uw auto als volgt te onderhouden.
404
6-2. Onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Waar naar toe voor goed onderhoud?
Om uw auto in de best mogelijke staat te houden, raadt Toyota u aan om alle
reparaties en onderhoudswerkzaamheden te laten uitvoeren door een
Toyota-dealer of erkende rep arateur. Laat door de garantie gedekte rep ara-
ties en servicewerkzaamheden uitvoeren door een Toyota-dealer of erkende
reparateur, die originele Toyota-onderdelen gebruikt. Er kunnen ook voorde-
len aan zitten om niet door de garantie gedekte reparaties en servicewerk-
zaamheden te laten uitvoeren door een Toyota-dealer of erkende reparateur,
die u met zijn expertise kan helpen eventuele problemen met uw auto op te
lossen.
Uw Toyota-dealer of erkende reparateur voert alle onderhoudswerkzaamheden
aan uw auto betrouwbaar en tegen zo laag mogelijke kosten uit, dankzij zijn erva-
ring met Toyota's.
Wanneer moet uw auto worden gerepareerd?
Wees attent op veranderingen in de prestaties en geluiden en op z ichtbare
tekenen die erop wijzen dat onderhoud noodzakelijk is. Een p aar belangrijke
aanwijzingen zijn:
De motor hapert, pingelt of slaat over
Een merkbaar verlies aan trekkracht
Vreemde motorgeluiden
Lekkage onder de auto (na gebruik van de airconditioning is waterlekkage
echter normaal)
Verandering in het uitlaatgeluid (dit kan wijzen op een zeer gevaarlijk kool-
monoxidelek. Rijd met alle ruiten open en laat het uitlaatsysteem onmiddel-
lijk controleren).
Abnormaal zachte banden; ongewoon veel bandengepiep bij het nemen
van bochten; ongelijkmatige bandenslijtage
De auto trekt naar één kant, terwijl u rechtuitrijdt op een vlakke weg
Vreemde geluiden die kennelijk in verband staan met de bewegingen van
de wielophanging
Verlies van remkracht; sponzig aanvoelend rempedaal of koppelingspedaal
(auto's met handgeschakelde transmissie); het pedaa l kan bijna tot op d e
vloer worden ingetrapt; scheeftrekken van de auto bij remmen.
Motortemperatuur voortdurend hoger dan normaal
Als u een van deze zaken merkt, laat dan uw auto zo snel mogelijk nakijken
door een Toyota-dealer of erkende rep arateur. Mogelijk moet uw auto afge-
steld of gerepareerd worden.
405
6-2. Onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
WAARSCHUWING
Wanneer uw auto niet volgens de voorschriften is onderhouden
Door onjuist onderhoud kan niet alleen de auto ernstige schade oplopen,
maar kan ook ernstig letsel worden veroorzaakt.
Omgaan met de accu
Accupolen, aansluitingen en bijbeh orende onderdelen bevatten lood. Een
loodvergiftiging kan een hersenbeschadiging veroorzaken. Was daarom na
werkzaamheden altijd uw handen. (Blz. 425)
406
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Voorzorgsmaatregelen bij zelf uit te
voeren onderhoud en controles
Als u controles en onderhoudswerkzaamheden uitvoert, dient u
dit precies te doen zoals in dit hoofdstuk wordt beschreven.
Onderwerp Benodigdheden
Controle van de accu (Blz. 425)
•Warm water
Zuiveringszout
•Vet
Conventionele sleutel
(voor de bou ten van de accuka-
bels)
Koelvloeistofniveau (Blz. 423)
Toyota Super Long Life Coolant of
een gelijkwaardig product
Toyota Super Long Life koelvloei-
stof is voorgemixt met 50% koel-
vloeistof en 50% gedestilleerd
water.
Trechter (uitsluitend voor het bij-
vullen van koelvloeistof)
Motoroliepeil (Blz. 418)
Originele Toyota-motorolie of
gelijkwaardig
Doek of poetspapier
Trechter (uitsluitend voor het bij-
vullen van motorolie)
Zekeringen (Blz. 443)
Zekering met dezelfde stroom-
sterkte als de oorspronkelijke
zekering
Lampen (Blz. 459)
• Lamp met hetzelfde nummer en
vermogen als het oorspronkelijke
exemplaar
Kruiskopschroevendraaier
Sleufkopschroevendraaier
Sleutel
Radiateur, condensor en intercooler
(Blz. 424)
407
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Bandenspanning (Blz. 434)
Bandenspanningsmeter
Compressor
Ruitensproeiervloeistof (Blz. 428)
Water of ruitensproeiervloeistof
met antivries (voor gebruik onder
winterse omstandigheden)
Trechter (uitsluitend voor het bij-
vullen van ruitensproeiervloeistof)
Onderwerp Benodigdheden
408
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
In de motorruimte bevinden zich onderdelen en vloeistoffen die plotseling
kunnen bewegen, heet worden of onder elektrische spanning staan. Neem
onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht om ernstig letsel te voorkomen.
Tijdens werkzaamheden onder de motorkap
Houd handen, kleding en gereedschap uit de buurt van de ventilator en de
aandrijfriem.
Raak de motor, de radiateur, het uitlaatspruitstuk en dergelijke niet aan als
de motor heet is. De olie en andere vloeistoffen kunnen ook heet zijn.
Laat geen brandbare voorwerpen, zoals een stuk papier of een doek, ach-
ter in de motorruimte.
Niet roken en geen open vuur bij brandstof en bij de accu. De brandstof-
en accudampen zijn licht ontvlambaar.
Wees uiterst voorzichtig als u aan de accu werkt. De accu bevat namelijk
het giftige en corrosieve zwavelzuur.
Wees voorzichtig, want remvloeistof is gevaarlijk voor uw handen en ogen
en kan gelakte oppervlakken beschadigen. Als u remvloeistof op uw han-
den of in uw ogen krijgt, spoel ze dan onmiddellijk met schoon water.
Raadpleeg een arts als u last blijft houden.
Werkzaamheden bij de elektrische koelventilatoren of de radiateur
Auto's zonder Smart entry-systeem en startknop:
Zorg ervoor dat het contact UIT staat.
Als het contact AAN staat, kan de elektrische koelventilator automatisch
worden ingeschakeld als de airconditioning aan is en/of als de koelvloeistof-
temperatuur te hoog wordt. (Blz. 424)
Auto's met Smart entry-systeem en startknop:
Zorg ervoor dat het contact UIT staat.
Als het contact AAN staat, kan de elektrische koelventilator automatisch
worden ingeschakeld als de airconditioning aan is en/of als de koelvloeistof-
temperatuur te hoog wordt. (Blz. 424)
409
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
WAARSCHUWING
Veiligheidsbril
Draag een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen rondvliegend of
vallend materiaal, een straal vloeistof, enz.
OPMERKING
Wanneer u het luchtfilter verwijdert
Rijden zonder luc htfilter kan leiden tot overmat ige beschadiging van de
motor door vuil in de inlaatlucht.
Als het vloeistofniveau te laag of te hoog is
Het is normaal dat het remvloeistofniveau iet s lager wordt door slijtage van
de remblokken of door een hoog vloeistofniveau in de accumulator.
Als het reservoir regelmatig moet worden bijgevuld, kan dit duiden op een
serieus probleem.
410
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Trek de on tgrendelingshendel
naar u toe.
De motorkap zal iets omhoog
springen.
Trek de veiligheidshaak
omhoog en open de motorkap.
De motorkap kan worden open-
gehouden door de ste un in d e
uitsparing van de kap te zetten.
Motorkap
Ontgrendelen van de motorkap vanuit het interieur.
1
2
3
411
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
WAARSCHUWING
Controle voor het rijden
Controleer of de motorkap goed dicht en vergrendeld is.
Is dat niet h et geval, dan kan de motorkap tijdens het rijden onverwachts
opengaan, waardoor een ongeval of ernstig letsel kan ontstaan.
Na plaatsing van de steun in de opening
Zorg ervoor dat de steun goed in de opening zit als de motorkap openstaat,
om te voorkomen dat de motorkap op uw hoofd of lichaam valt.
OPMERKING
Bij het sluiten van de motorkap
Let erop de steun in het klemmetje te drukken alvorens de motorkap te slui-
ten. Als de motorkap wordt gesloten terwijl de steun niet in het klemmetje is
geplaatst, kan deze verbogen raken.
412
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Voor
Achter
Plaatsen van de krik
Krik de auto uitsluitend op met de garagekrik onder een van de
aangegeven kriksteunpunten. Als de auto word t opgekrikt, ter-
wijl de krik niet goed is geplaatst, kan de auto beschadigd raken
of van de krik vallen en ernstig letsel veroorzaken.
413
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
WAARSCHUWING
Bij het opkrikken van uw auto
Voorzorgsmaatregelen die u in acht moet nemen ter voorkoming van ern-
stig letsel:
Volg bij het gebruik van een garagekrik altijd de bij de krik geleverde hand-
leiding.
Gebruik niet de schaarkrik die bij uw auto is geleverd.
Zorg ervoor dat er zich geen lichaamsdelen bevinden onder een auto die
alleen door een krik wordt ondersteund.
Gebruik altijd een garag ekrik en/of speciale bokken op een stevige, hori-
zontale ondergrond.
Start de motor niet als de auto op een garagekrik staat.
Parkeer de auto op een stevige v lakke ondergrond, activeer de p arkeer-
rem en zet de selectiehendel in stand P (Multidrive CVT) of in de achteruit
(handgeschakelde transmissie).
Controleer of de krikkop goed in het kriksteunpunt aangrijpt.
Als de auto word t opgekrikt, terwijl de krik niet goed is geplaat st, kan de
auto beschadigd raken of van de krik vallen.
Krik de auto niet op als er zich nog iemand in de auto bevindt.
Plaats bij het opkrikken van de auto niets op of onder de garagekrik.
Gebruik voor het opkrikken van de auto
een garagekrik zoals aangegeven in de
afbeelding.
414
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
1NR-FE motor
Motorruimte
Sproeierreservoir(Blz. 428)
Koelvloeistofreservoir
(Blz. 423)
Motorolievuldop (Blz. 420)
Oliepeilstok (Blz. 418)
Accu (Blz. 425)
Zekeringenkast (Blz. 443)
Elektrische koelventilator
Condensor (Blz. 424)
Radiateur (Blz. 424)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
415
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
1ZR-FAE motor
Sproeierreservoir(Blz. 428)
Koelvloeistofreservoir
(Blz. 423)
Motorolievuldop (Blz. 420)
Oliepeilstok (Blz. 418)
Accu (Blz. 425)
Zekeringenkast (Blz. 443)
Elektrische koelventilator
Condensor (Blz. 424)
Radiateur (Blz. 424)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
416
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
1ND-TV motor
Sproeierreservoir(Blz. 428)
Koelvloeistofreservoir
(Blz. 423)
Motorolievuldop (Blz. 420)
Oliepeilstok (Blz. 418)
Brandstoffilter (Blz. 429)
Accu (Blz. 425)
Zekeringenkast (Blz. 443)
Radiateur (Blz. 424)
Elektrische koelventilator
Condensor (Blz. 424)
Intercooler (Blz. 424)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
417
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
1AD-FTV motor
Sproeierreservoir(Blz. 428)
Koelvloeistofreservoir
(Blz. 423)
Oliepeilstok (Blz. 418)
Motorolievuldop (Blz. 420)
Brandstoffilter (Blz. 429)
Accu (Blz. 425)
Zekeringenkast (Blz. 443)
Elektrische koelventilatoren
Condensor (Blz. 424)
Intercooler (Blz. 424)
Radiateur (Blz. 424)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
418
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Controleer het oliepeil met be hulp van de pe ilstok bij bedrijfswarme,
afgezette motor.
Controle van motorolie
Benzinemotor: Plaats de auto op een horizontale ondergrond.
Wacht, nadat de motor afgezet is, minstens 5 minuten om de olie
de gelegenheid te geven naar het carter terug te stromen.
Dieselmotor: Plaats de auto op een horizontale ondergrond.
Wacht, nadat de motor op bedrijfstemperatuur is gekomen e n is
afgezet, minstens 5 minuten om de olie de gelegenheid te geven
naar het carter terug te stromen.
Trek de peilstok uit de motor terwijl u een doek onder het uiteinde
houdt.
Motorolie
1
2
1NR-FE motor 1ZR-FAE motor
1ND-TV motor 1AD-FTV motor
419
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Veeg de peilstok met een schone doek af.
1ZR-FAE met platte peilstok en 1NR-FE, 1ND-TV en 1AD-FTV
motor: Steek de peilstok weer volledig in de motor.
1ZR-FAE motor met ronde
peilstok: Steek de ronde peil-
stok met de uit stekende
delen ( in de a fbeelding)
naar de motor gekeerd weer
volledig in de motor.
Trek de peilstok uit d e motor en c ontroleer het oliepe il terwijl u
een doek onder het uiteinde houdt.
Laag
Normaal
Te hoog
De vorm van de peilstok is a fhankelijk van de uitvoering van de
auto en het motortype.
Veeg de peilstok af en steek deze helemaal terug in de houder.
3
4
4
1
5
1
2
3
Platte peilstok Ronde peilstok
6
420
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Motorolie bijvullen
Als het oliepeil onder het onderste merkteken of er net boven ligt,
moet u olie b ijvullen van het type zoals hier na is ve rmeld, of van
hetzelfde type als waarmee de motor eerder werd gevuld.
Controleer welke kwaliteit motorolie wordt voorgeschreven en leg
de benodigdheden voor het bijvullen klaar.
Verwijder de motorolievuldop door deze linksom te draaien.
Giet beetje voor beetje motorolie in de vulopening en controleer
ondertussen het oliepeil steeds door middel van de peilstok.
Plaats de olievuldop door deze rechtsom te draaien.
1NR-FE motor 1ZR-FAE motor
1ND-TV motor 1AD-FTV motor
Keuze motorolie Blz. 585
Oliehoeveelheid
(minimaal maxi-
maal)
1NR-FE, 1ZR-FAE en 1ND-TV motor
1,5 l (1,6 qt., 1,3 Imp.qt.)
1AD-FTV motor
1,6 l (1,7 qt., 1,4 Imp.qt.)
Onderwerp Schone trechter
1
2
3
421
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Bijvullen van motorolie (alleen 1ND-TV motor)
Vul niet te veel motorolie bij. Controleer met de peilstok of het oliepeil niet
boven het merkteken Full staat. Het oliepeil moet onder het merkteken Full
blijven.
Motorolieverbruik
Er kan tijdens het rijden een bep aalde hoeveelheid olie worden verbruikt. In
de volgende situaties verbruikt de motor mogelijk meer olie en kan het nodig
zijn om tussen twee onderhoudsbeurten olie bij te vullen.
Als de motor nog nieuw is, bijv oorbeeld direct na aanschaf van de auto o f
nadat de motor is vervangen
Als een lagere kwaliteit motorolie of motorolie met een verkeerde viscositeit
wordt gebruikt
Bij het rijden met hoge motortoerentallen, met een zwaar beladen auto, met
een aanhangwagen of bij veelvuldig optrekken en afremmen
Als de motor langdurig stationair draait, of bij veelvuldig rijden in druk ver-
keer
Na het verversen van de motorolie (alleen dieselmotor)
Het indicatiesysteem motorolie verversen moet worden gereset. Ga als volgt
te werk:
Schakel over op dagteller A op het display terwijl de motor draait.
(Blz. 84, 90)
Zet het contact UIT.
Auto's zonder Smart entry-systeem en startknop:
Houd de toets DISP (,Blz. 8490) ingedrukt en zet het contact AAN (maar
start de motor niet, anders wordt de resetmodus afgebroken). Houd de
toets ingedrukt tot de dagteller 000000 aangeeft.
Auto's met Smart entry-systeem en startknop:
Houd de toets DISP (Blz. 84, 90) ingedrukt en zet het contact AAN (IG)
(maar start de motor niet, anders wordt de resetmodus afgebroken). Houd
de toets ingedrukt tot de dagteller 000000 aangeeft.
1
2
3
422
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Afgewerkte motorolie
Afgewerkte motorolie bevat schadelijke stof fen die huidaandoeningen
zoals ontsteking of huidkanker kunnen veroorzaken. Wees daarom voor-
zichtig en vermijd langdurig en herhaaldelijk contact met de huid. Verwij-
der afgewerkte motorolie door goed met water en zeep te wassen.
Voer afgewerkte motorolie en gebruikte oliefilters op een veilige en accep-
tabele manier af. Gooi afgewerkte motorolie en gebruikte oliefilters nooit
weg in de vuilnisbak, in het riool of zomaar ergens.
Neem contact op met een Toyota-dealer, een erkende reparateur of een
automaterialenzaak voor meer informatie over recycling of afvoeren.
Houd motorolie buiten het bereik van kinderen.
OPMERKING
Om ernstige schade aan de motor te voorkomen
Controleer regelmatig het oliepeil.
Bij het olie verversen of bijvullen
Let erop dat er geen motorolie op onderdelen van de auto terechtkomt.
Vul nooit te veel olie bij; het oliepeil mag nooit boven het bovenste merkte-
ken komen, aangezien de motor dan beschadigd kan raken.
Controleer na het olie verversen altijd het oliepeil met de peilstok.
Controleer of de olievuldop goed is vastgedraaid.
Motorolie (alleen dieselmotor)
Als u andere motorolie dan ACEA C2 gebruikt, kan de kat alysator bescha-
digd raken.
423
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Het koelvloeistofniveau is correct als het zich bij koud e motor tussen
de streepjes FULL en LOW bevindt.
Behalve motor 1AD-FTV
Vuldop
Streepje FULL
Streepje LOW
Als het niveau zich op of onder
het onderste streep je (LOW)
bevindt, moet koelvloeistof wor-
den bijgevuld tot aan het boven-
ste streepje (FULL).
1AD-FTV motor
Vuldop
Streepje FULL
Streepje LOW
Als het niveau zich op of onder
het onderste streep je (LOW)
bevindt, moet koelvloeistof wor-
den bijgevuld tot aan het boven-
ste streepje (FULL).
Selectie van koelvloeistof
Gebruik alleen Toyota Super Long Life Coolant of een gelijkwaardig product.
Toyota Super Long Life Coolant is een mengsel van 50% koelv loeistof en
50% gedemineraliseerd water. (Minimumtemperatuur: -35°)
Neem voor meer informatie over koelvloeistof contact op met een Toyota-
dealer of erkende reparateur.
Als het koelvloeistofniveau korte tijd na het bijvullen weer is gezakt
Controleer de radiateur, de slangen, de doppen van het koelvloeistofreser-
voir, de aftapkraan en de waterpomp visueel.
Als u geen lek kunt vinden, laat dan een Toyota-dealer of erkende reparateur
de druk op de dop nakijken en controleren op lekkages in het koelsysteem.
Koelvloeistof
1
2
3
1
2
3
424
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Controleer de radiateur, condensor en intercooler en verwijder even-
tueel vuil.
Als een van bovenstaande onderdelen extreem vuil is of als u niet
zeker bent van de staat ervan, laat dan uw auto nakijken door een
Toyota-dealer of erkende reparateur.
WAARSCHUWING
Als de motor oververhit is
Draai de dop van het koelvloeistofreservoir niet los.
Als het koelsysteem nog onder druk staat, kan hete koelvloeistof uit de vul-
opening spuiten en brandwonden of ander letsel veroorzaken.
OPMERKING
Bij het vullen van koelvloeistof
Gebruik geen onverdunde antivries of alleen water . Een goed e mengver-
houding van water en antivries zorgt voor een goede smering, c orrosiebe-
scherming en koeling. Lees altijd de informatie op het etiket van de antivries
of koelvloeistof.
Als er koelvloeistof wordt gemorst bij het vullen
Verwijder de koelvloeistof met veel water om te voorkomen dat het de lak of
onderdelen aantast.
Radiateur, condensor en intercooler
WAARSCHUWING
Als de motor oververhit is
Raak om brandwonden te voorkomen d e radiateur, de condensor en de
intercooler niet aan.
425
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Controleer de accu als volgt.
Waarschuwingssymbolen
De betekenis van de waa rschuwingssymbolen aan de bovenzijde
van de accu is als volgt:
Buitenkant van de accu
Controleer de accu op gecorrodeerde en loszittende klemmen,
scheuren en een loszittende bevestigingsbeugel.
Accupolen
Klembeugel
Voorzorgsmaatregelen voor het opladen van de accu
Tijdens het opladen van de accu ontstaat een licht ontvlambare en explosieve
waterstof. Let daarom voorafgaand aan het opladen op het volgende:
Als de accu in de auto is gemonteerd, moe t voorafgaand aan het opladen
de massakabel worden losgenomen.
Controleer of de acculader tijdens het aansluiten en losnemen van de accu-
klemmen is uitgeschakeld.
Accu
Niet roken, geen open
vuur, geen vonken
Accuzuur
Draag een veiligheids-
bril
Lees de
gebruiksaanwijzing
Buiten bereik van kinde-
ren houden
Explosief gas
1
2
426
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Na het opladen/aansluiten van de accu (auto's met Smart entry-systeem
en startknop)
Nadat de accu losgenomen is geweest, is het wellicht niet meteen mogelijk
om de portieren met het Smart entry-systeem met startknop te ontgrende-
len. Gebruik in dat ge val de afstandsbediening of de mechanische sleutel
om de portieren te vergrendelen of ontgrendelen.
Start de motor met het cont act in st and ACC. De auto kan niet worden
gestart als het contact UIT staat. De motor werk t vanaf de tweede poging
echter normaal.
De stand van het contact wordt door de auto opgeslagen. Als de accu weer
wordt aangesloten, keert het cont act terug naar de st and die was geselec-
teerd voordat de accu werd losgenomen. Zet de motor af voordat u de accu
losneemt. Wees extra voorzichtig als niet bekend is wat de stand van het
contact was voordat de accu leeg raakte.
Neem, als het systeem na meerdere pogingen nog niet st art, contact op met
een Toyota-dealer of erkende reparateur.
WAARSCHUWING
Chemicaliën in de accu
Accuzuur is giftig en bijtend en kan het ont staan van een licht ontvlambare
en explosieve waterstof veroorzaken. Neem bij werkzaamheden bij of aan
de accu de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om erns tig letsel te
voorkomen:
Veroorzaak geen vonken met gereedschap.
Rook nooit en steek nooit een lucifer of een aansteker aan bij de accu.
Voorkom dat ogen, huid of kleren in contact komen met de elektrolyt.
Adem of slik nooit elektrolyt in.
Gebruik een veiligheidsbril als u bij de accu bezig bent.
Laat kinderen niet in de buurt spelen als u met de accu bezig bent.
427
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
WAARSCHUWING
Een veilige plaats voor het opladen van de accu
Laad de ac cu altijd op in een open ruimte. Laad de accu niet op in een
garage of in een afgesloten ruimte waar onvoldoende ventilatie is.
Procedure voor het opladen van de accu
Laad de accu alleen op met een druppellader (5 A of minder). Het opladen
van een accu met een snellader kan een explosie veroorzaken.
Noodmaatregelen met betrekking tot elektrolyt
Als er elektrolyt in uw ogen terechtkomt
Spoel de ogen minstens 15 minuten met water en schakel direct medische
hulp in. Blijf zo mogelijk water met een spons of doek op de ogen deppen,
terwijl u naar een arts of het ziekenhuis gaat.
Als er elektrolyt op uw huid terechtkomt
Was de huid zorgvuldig met veel water. Als het pijn doet of brandt, roept u
meteen medische hulp in.
Als er elektrolyt op uw kleding terechtkomt
De elektrolyt kan via de kleding op uw huid terechtkomen. Trek de kleding
waar deze op is terechtgekomen uit en handel indien nodig zoals h ierbo-
ven beschreven.
Als u per ongeluk elektrolyt binnenkrijgt
Drink zoveel mogelijk water of melk. Schakel zo snel mogelijk medische
hulp in.
OPMERKING
Bij het opladen van de accu
Probeer de accu nooit op te lad en bij draaiende moto r. Controleer ook of
alle accessoires zijn uitgeschakeld.
428
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Auto's zonder koplampsproeier
Als een sproeier niet we rkt, is
het sproeierreservoir mogelijk
leeg. Vul ruitensproeiervloei-
stof bij.
Auto's met koplampsproeier
Als het vloeistofpeil extreem
laag is, vul d an ruitensproeier-
vloeistof bij.
Neem de dop van d e opening,
terwijl u het gat in het midden
van de dop met uw vinger dicht-
houdt, en controleer het vloei-
stofpeil in de slang.
Ruitensproeiervloeistof
WAARSCHUWING
Bij het bijvullen van ruitensproeiervloeistof
Vul geen ruitensproeiervloeistof bij als de motor draait of nog niet is afge-
koeld. Ruitensproeiervloeistof bevat alcohol en kan vlam vatten als het bij-
voorbeeld op hete motoronderdelen wordt gemorst.
429
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
U kunt het brandstoffilter zelf aftappen. Maar omdat dit lastig is, advi-
seren wij u het brandstoffilter te laten aftappen door een Toyota-dealer
of erkende reparateur. Neem contact op met e en Toyota-dealer of
erkende reparateur als u het brandstoffilter toch zelf wilt aftappen.
Auto's zonder multi-informatiedisplay
Het water in het brandstoffilter moet worden afgetapt wanneer het
waarschuwingslampje van het brandstoffilter gaat branden en er
een zoemer klinkt. (Blz. 488)
Auto's met multi-informatiedisplay
Wanneer de waarschuwingsmelding DRAIN WATER FROM FUEL
FILTER (tap water af uit brandstoffilter) verschijnt op het multi-infor-
matiedisplay en er een zoemer klinkt. (Blz. 509)
Auto's zonder Smart entry-systeem en startknop: Zet het contact
UIT.
Auto's met Smart entry-systeem en startknop: Zet het contact
UIT.
Plaats een klein ba kje onder de aftapplug om h et water en de
brandstof in op te vangen.
OPMERKING
Vul het reservoir uitsluitend met ruitensproeiervloeistof
Gebruik geen zeepsop of motorantiv ries in plaats van ruitensproeiervloei-
stof.
Wanneer u dit wel doet, kan de lak van uw auto worden aangetast.
Verdunnen van ruitensproeiervloeistof
Verdun ruitensproeiervloeistof indien nodig met water.
Raadpleeg de op het etiket van de ruitensproeiervloeistoffles aangegeven
temperaturen voor de juiste mengverhouding.
Brandstoffilter (alleen dieselmotor)
1
2
430
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Draai de af tapplug linksom,
ongeveer 2 - 2,5 slag.
Beweeg de pompkno p tot er
brandstof uit d e aftapplug
komt.
Draai de aftapplug na het aftappen met de hand vast.
3
4
5
431
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Nieuwe band
Slijtage-indicator
Versleten band
De plaats van de slijtage-indicato-
ren wordt aangegeven met de tekst
TWI of Δ op de wang van de band.
Controleer de staat en de banden-
spanning van he t reservewiel ook
als het niet gebruikt wordt.
Wissel de banden zoals a ange-
geven in de afbeelding.
Toyota beveelt aan om de banden
ongeveer elke 10.000 km van
plaats te wisselen om een gelijk-
matig slijtagepatroon en een lan-
gere levensduur van de banden te
verkrijgen.
Brede banden (17 inch-banden)
In het algemeen slijten brede banden eerder en kan de grip op besneeuwde
en/of gladde wegen beperkt zijn in vergelijking met st andaard banden.
Gebruik daarom winterbanden of sneeuwkettingen op besneeuwde en/of
gladde wegen en rijd voorzichtig waarbij u uw snelheid aanpast aan de
weersomstandigheden en de toestand van de weg.
Als de profieldiepte van winterbanden minder is dan 4 mm
In dat geval gaat de werkzaamheid van de winterbanden verloren.
Banden
Vervang of verwissel banden afhankelijk van het
onderhoudsschema en het slijtagepatroon.
Controleren van de banden
1
2
3
Wisselen van banden
Voor
432
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Bij het controleren of vervangen van de banden
Neem, om de kans op ongevallen te beperken, de volgende voorzorgs-
maatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregelen, kan schade aan de
aandrijflijn veroorzaken en gevaarlijke rijeigenschappen tot gevolg hebben,
waardoor een ongeval met ernstig letsel kan ontstaan.
Gebruik geen banden van verschillende merken, types of profielen.
Gebruik ook geen banden met duidelijk verschillende slijtagepatronen
door elkaar.
Gebruik uitsluitend de door Toyota voorgeschreven bandenmaat.
Gebruik geen verschillende soorten band en (radiaalbanden, gordelban-
den met diagonaalkarkas en diagonaalbanden) door elkaar.
Gebruik geen zomer-, all-season- en winterbanden door elkaar.
Gebruik nooit gebruikte banden onder uw auto.
Door het gebruik van band en waarvan het verleden onbekend is, loopt u
extra risico.
Auto's met een compact reservewiel: Rijd niet met een aanhangwagen als
een compact reservewiel is gemonteerd.
433
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
OPMERKING
Rijden over onverharde wegen
Wees extra voorzichtig bij het rijden over onverharde wege n en wegen met
kuilen.
Dergelijke omstandigheden hebben mogelijk een verlaging van de banden-
spanning tot gevolg, waardoor de verende werking van de band en vermin-
dert. Bovendien kunnen de banden zelf en de velgen en carrosserie
beschadigd raken bij het rijden over onverharde wegen.
Brede banden (17 inch-banden)
Het gebruik van brede banden kan leiden tot meer schade aan de velg bij
het rijden op een slecht wegdek. Let daarom goed op de volgende punten:
Zorg ervoor dat de banden de juiste spanning hebben. Als de banden te
slap zijn, kunnen deze sterker slijten.
Rijd niet door diepe ga ten of tegen hoge of scherpe voorwerpen aan of
eroverheen. Anders kunnen de banden en velgen ernstig beschadigd
raken.
Als tijdens het rijden in elke band een te lage bandenspanning ontstaat
Rijd niet verder als de bandenspanning te laag is, anders kunnen de ban-
den en/of velgen ernstig beschadigd raken.
434
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Gevolgen van een onjuiste bandenspanning
Het rijden met een onjuiste bandenspanning kan de volgende gevolgen heb-
ben:
Onnodig brandstofverbruik
Verminderd rijcomfort en een kortere levensduur van de band
Een onveilige auto
Beschadiging van de aandrijflijn
Als een band vaak moet worden opgepompt, laat deze dan controleren door
een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Instructies voor het controleren van de bandenspanning
Let bij het controleren van de bandenspanning op het volgende:
Controleer de bandenspanning alleen als de banden koud zijn.
Als uw auto ten minste 3 uur heeft stilgestaan of niet meer dan 1,5 km heeft
gereden, kunt u de bandenspanning voor koude banden correct aflezen.
Gebruik altijd een bandenspanningsmeter.
Het uiterlijk van de banden kan misleidend zijn. Bovendien kunnen bande n
waarvan de sp anning enkele tien den van de voorgeschre ven waarde
afwijkt, toch al de stuur- en rijeigenschappen negatief beïnvloeden.
Laat na het rijden geen lucht uit de banden lopen om de spanning te verla-
gen. Het is normaal dat de spanning van een band na een rit opgelopen is.
Overschrijd nooit het maximale laadvermogen van de auto.
Verdeel de passagiers en het gewicht van de bagage gelijkmatig over de
auto.
Bandenspanning
Zorg ervoor dat de banden de ju iste spanning hebben. De ban-
denspanning moet ten minste eenmaal per maand gecontroleerd
worden. Toyota beveelt u echter aan de band enspanning eens
per twee weken te controleren. (Blz. 593)
435
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
WAARSCHUWING
Een goede bandenspanning zorgt voor een langere levensduur van de
banden
Houd de bandenspanning op de juiste waarde. Anders kunnen zich de vol-
gende omstandigheden voordoen, die kunnen leiden tot ongevallen en let-
sel:
Overmatige slijtage
Ongelijkmatige slijtage
Slecht rijgedrag
Mogelijke klapband door oververhitting
Slecht aansluitende velgrand
Wielvervorming en/of het van de velg aflopen
Een grotere kans op beschadiging van de band door voorwerpen op het
wegdek
OPMERKING
Controleren en op de juiste spanning brengen van de banden
Plaats na controle altijd de ventieldopjes.
Zonder de ventieldopjes kan er vuil en vocht in het inwendige van de ventie-
len doordringen. Hierdoor kan de afdichting in gevaar komen, wat kan lei-
den tot een ongeval. V ervang kwijtgeraakte dopjes daarom zo spoed ig
mogelijk.
436
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Let er bij het vervangen van velgen op dat deze hetze lfde draagver-
mogen, dezelfde diameter, velgbreedte en ET-waarde hebben.
*
Vervangende velgen zijn verkrijgbaar bij een Toyota-dealer of erkende
reparateur.
*: “Offset” is de gebruikelijke term.
Toyota adviseert u het volgende niet te gebruiken:
Velgen van verschillende maten of types
Gebruikte velgen
Verbogen velgen die hersteld zijn
Gebruik uitsluitend de Toyota-wielmoeren en de Toyota-wielmoer-
sleutel bij uw lichtmetalen velgen.
Controleer de wielmoeren na de eerste 1.600 km telkens a ls een
band is verwisseld, een band is gerepareerd of is vervangen.
Pas op dat lichtmetalen velgen niet beschadigd raken als u
sneeuwkettingen gebruikt.
Bij het b alanceren moet gebruik worden gemaakt van Toyota- of
gelijkwaardige balanceergewichtjes, die geplaatst dienen te worden
met een kunststof of rubber hamer.
Velgen
Vervang de velg als deze beschadigingen, zoals verbuigingen of
scheuren, vertoont of erg gecorrodeerd is. Anders kan de band
van de velg raken of kan de auto moeilijk beheersbaar worden.
Keuze van velg
Belangrijke aanwijzingen voor lichtmetalen velgen
(indien aanwezig)
437
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
WAARSCHUWING
Vervangen van velgen
Gebruik alleen de in deze handleiding aanbevolen maat velgen en ban-
den. Een andere maat kan leiden tot gevaarlijke stuureigenschappen en
resulteren in een slechtere controle over de auto.
Gebruik nooit een binnenband bij een poreuze velg die ontworpen is voor
een tubeless band. Als u dat wel doet, kan da t leiden tot een ongeval
waarbij ernstig letsel kan ontstaan.
Bij het plaatsen van de wielmoeren
Breng nooit vet of olie aan op de wielbouten en wielmoeren.
Door het gebruik van ol ie of vet worden de w ielmoeren mogelijk te vast
aangedraaid waardoor de bouten of de velg beschadigd kunnen raken.
Daarnaast kunnen de wielmoeren loslopen en de wielen losraken, wat kan
leiden tot een ongeval met ernstig letsel als gevolg. Verwijder het eventu-
eel aanwezige vet of de olie van de wielbouten en wielmoeren.
Gebruik van beschadigde velgen niet toegestaan (auto's met lichtmeta-
len velgen)
Gebruik geen gescheurde of vervormde velgen.
Als u dat wel doet, kan er tijdens het rijden lucht uit de band ont snappen,
waardoor een ongeval zou kunnen ontstaan.
Plaats de wielmoeren met de schuine
kant naar het wiel toe. Als de wielmoe-
ren worden geplaat st met de schuine
kant van het wiel af, kan de velg scheu-
ren waardoor het wiel tijdens het rijden
kan losraken. Dit kan leiden tot een
ongeval, met ernstig letsel als gevolg.
Taps
gedeelt
438
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Zet het contact UIT.
Open het dashboa rdkastje.
Maak de demper los.
Duw aan beide zijden van het
dashboardkastje om de bo ven-
ste klauwen vrij te maken. Trek
vervolgens het dashboard-
kastje naar buiten en maak de
onderste klauwen vrij.
Verwijder de afdekka p van het
filter.
Interieurfilter
Het interieurfilter m oet regelmatig worden vervangen om de
optimale werking van de airconditioning te behouden.
Verwijderen
1
2
3
4
439
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Vervangen
Verwijder het interieurfilter en
vervang het.
De merktekens UP op het filter
moeten naar boven wijzen.
Controle-interval
Controleer en verv ang het interieurfilter volgens het onderhoudssc hema. In
gebieden met veel stof of met veel verkeer moet vervanging vaker plaatsvin-
den. (Zie het onderhou dsboekje of het garantieboekje voor het onderhou ds-
schema.)
Als er te weinig lucht uit de ventilatieroosters stroomt
Het filter kan verstopt zitten. Controleer het filter en vervang het indien nodig.
OPMERKING
Gebruiken van de airconditioning
Controleer of het interieurfilter aanwezig is.
Als de airconditioning zonder filter gebruikt wordt, kan het systeem bescha-
digd raken.
440
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Sleufkopschroevendraaier
Kleine, platte schroevendraaier
CR2016 lithiumbatterij (auto's zonder Smart entry-systeem en start-
knop) of CR2032 (auto's met Smart entry-systeem en startknop)
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Verwijder het klepje.
Omwikkel het uiteinde van de
schroevendraaier met een doek
om schade aa n de sleutel te
voorkomen.
Verwijder de lege batterij.
Plaats een nieuwe batterij met
de positieve aansluiting (+) naar
boven.
Afstandsbediening/batterij elektronische
sleutel
Vervang de batterij door een nieuw exemplaar als deze ontladen
raakt.
De volgende zaken zijn benodigd:
Vervangen van de batterij
1
2
441
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Neem de mechanische sleu-
tel uit de houder.
Verwijder het klepje.
Omwikkel het uiteinde van de
schroevendraaier met een doek
om schade aa n de sleutel te
voorkomen.
Verwijder de accukap.
Omwikkel het uiteinde van de
schroevendraaier met een doek
om schade aa n de sleutel te
voorkomen.
Verwijder de lege batterij.
Plaats een nieuwe batterij met
de positieve aansluiting (+) naar
boven.
1
2
3
4
442
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Gebruik een CR2016 lithiumbatterij (auto's zonder Smart entry-systeem
en startknop) of CR2032 lithiumbatterij (auto's met Smart entry-systeem
en startknop)
Batterijen zijn verkrijgbaar bij e en Toyota-dealer of erkende rep arateur,
plaatselijke elektrozaken of fotospeciaalzaken.
Vervang de batterij alleen door het door de fabrikant aanbevolen type.
Gooi batterijen niet weg, maar lever ze in als KCA.
Als de batterij van de elektronische sleutel ontladen is
Dit kan leiden tot de volgende verschijnselen:
Het Smart entry-systeem met startknop (indien aanwezig) en de afst ands-
bediening kunnen abnormaal werken.
Het bereik van de afstandsbediening zal kleiner worden.
WAARSCHUWING
Lege batterijen en andere onderdelen
Kinderen kunnen deze kleine voorwerpen inslikken en daardoor stikken. Uit
de buurt houden van kinderen. Als u dat niet doet, kan dat leiden tot ernstig
letsel.
Verklaring voor de lithiumbatterij
ALS DE BATTERIJ DOOR EEN ONJUIST TYPE BATTERIJ WORDT VER-
VANGEN, KAN EEN EXPLOSIE OPTREDEN. GOOI BATTERIJEN NIET
WEG, MAAR LEVER ZE IN ALS KCA.
OPMERKING
Om storingen na het vervangen van de batterij te voorkomen
Neem, om de kans op ongevallen te beperken, de volgende voorzorgs-
maatregelen in acht:
Zorg altijd dat uw handen droog zijn.
Door vocht kan de batterij gaan corroderen.
Voorkom dat andere onderdelen in de afstandsbediening worden aange-
raakt of bewogen.
Verbuig de aansluitingen van de batterij niet.
443
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Zet het contact UIT.
Zie na een systeemstoring “Plaats en stroomsterkte van zekerin-
gen” voor meer informatie over d e te controleren zekeringen.
(Blz. 446)
Open het deksel van de zekeringenkast.
Motorruimte
Druk de borglip in en trek het
deksel omhoog.
Haak de borglip bij het plaatsen
eerst vast aan de twee uitsteek-
sels aan de achterzijde.
Controleren en vervangen van
zekeringen
Als een bepaalde stroomverbruiker niet werkt, kan het zijn dat
een zekering is doorgebrand. Controleer in dat geval de desbe-
treffende zekering en vervang deze indien nodig.
1
2
3
444
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Aan de onderzijde van het dashboard aan bestuurderszijde
Type A:
Verwijder het deksel.
Type B:
Open het extra opbergvak.
Duw aan beide zijden van
het extra opbergvak om d e
bovenste klauwen vrij te
maken.
Trek het extra opbergvak
naar buiten en maak de
onderste klauwen vrij.
1
2
445
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Verwijder de zekering met de
zekeringtrekker.
Alleen zekering type A kan worden
verwijderd met de zekeringtrekker.
Controleer of de zekering is doorgebrand.
Goede zekering
Defecte zekering
Vervang de doorgebrande zekering door een nieuwe zekering met de
juiste stroomsterkte. Deze staat vermeld op het deksel van de zekeringen-
kast.
4
5
1
2
Type A Type B
Type C Type D
446
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Motorruimte (benzinemotor)
Plaats en stroomsterkte van zekeringen
Zekering Ampère Circuit
1 ALT 120 A Laadsysteem
2 EPS 80 A Elektrische stuurbekrachtiging
3 VLVMATIC*
1
30 A
(Sequentieel) multipoint brandstofinspuit-
systeem
4 H-LP-MAIN 30 A
H-LP RH-LO, H-LP LH-LO, H-LP RH-HI,
H-LP LH-HI
5 ST 30 A Startsysteem
6 INJ/EFI-B*
1
15 A
(Sequentieel) multipoint brandstofinspuit-
systeem
7 IG2 15 A
Meters en tellers, (sequentieel) multipoint
brandstofinspuitsysteem, SRS
8 TURN&HAZ 10 A Meters en tellers, richtingaanwijzers
9 ETCS 10 A Elektronische smoorklepaansturing
447
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
10 ICS/ALT-S 5 A Laadsysteem
11 EFI-MAIN
25 A*
1
(Sequentieel) multipoint brandstofinspuit-
systeem, EFI NO.1, EFI NO.2, brandstof-
pomp
20 A*
2
12 HORN 10 A Claxon
13 D/C CUT 30 A DOME, ECU-B NO.1, RADIO
14 AM2 7,5 A
(Sequentieel) multipoint brandstofinspuit-
systeem, startsysteem, IG2, Stop & Start-
systeem
15 ECU-B NO.3 5 A Elektrische stuurbekrachtiging
16 ECU-B NO.2 10 A
Airconditioning, elektrisch b edienbare
ruiten, Smart entry-s ysteem met start-
knop, buitenspiegels, tellers en meters
17 SPARE 30 A Reservezekering
18 HTR 50 A Airconditioning
19 ABS NO.1 50 A ABS, VSC
20 DEF 30 A
Achterruitverwarming, buitenspiegelver-
warming
21 RDI 40 A Elektrische koelventilator
22 ABS NO.2 30 A ABS, VSC
23 DRL 10 A Dagrijverlichting
24 RADIO 20 A Audiosysteem
25 DOME 7,5 A
Interieurverlichting, make-upverlichting,
bagageruimteverlichting, hoofd-body-
ECU
26 ECU-B NO.1 10 A
Afstandsbediening, hoofd-body-ECU,
Smart entry-systeem met startknop, klok,
VSC, centrale vergrendeling
27 SPARE 20 A Reservezekering
28 EFI NR. 2 10 A
(Sequentieel) multipoint brandstofinspuit-
systeem
29 EFI NO.1 10 A
(Sequentieel) multipoint brandstofinspuit-
systeem, Stop & Start-systeem
Zekering Ampère Circuit
448
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
*
1
: Auto's met 1ZR-FAE motor
*
2
: Auto's met 1NR-FE motor
*
3
: Auto's zonder gasontladingskoplampen
*
4
: Auto's met gasontladingskoplampen
*
5
: Auto's zonder 600 W PTC-verwarming
*
6
: Auto's met 600 W PTC-verwarming
30 MIR-HTR 10 A
(Sequentieel) multipoint brandstofinspuit-
systeem, buitenspiegelverwarming
31 SPARE 10 A Reservezekering
32 H-LP RH-LO
10 A*
3
Rechter koplamp (dimlicht)
15 A*
4
33 H-LP LH-LO
10 A*
3
Linker koplamp (dimlicht), draaiknop kop-
lampverstelling
15 A*
4
Linker koplamp (dimlicht)
34 H-LP RH-HI 7,5 A Rechter koplamp (grootlicht)
35 H-LP LH-HI 7,5 A
Linker koplamp (grootlicht), meters en
tellers
36 BBC*
2
40 A Stop & Start-systeem
37 STRG LOCK 20 A Stuurslot
38 AMP 15 A Audiosysteem
39 H-LP CLN 30 A Koplampsproeiers
40 PTC HIR NO.1
30 A*
5
Airconditioning
50 A*
6
41 PTC HIR NO.2 30 A Airconditioning
42 S-HORN 10 A S-HORN
43 PTC HIR NO.3 30 A Airconditioning
Zekering Ampère Circuit
449
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Onder het dashboard (benzinemotor)
Type A
Zekering Ampère Circuit
1 P/OUTLET 15 A Accessoireaansluiting (bagageruimte)
2 OBD 7,5 A Diagnosesysteem
3 STOP 7,5 A
Remlichten, (sequentieel) multipoint
brandstofinspuitsysteem, derde remlicht,
ABS, VSC, schakelblokkeersysteem
4 FOG RR 7,5 A Mistachterlicht, meters en tellers
5 D/L NO.3 20 A Centrale vergrendeling
6 S/ROOF 20 A Zonnescherm panoramadak
7 FOG FR 7,5 A Mistlampen voor, meters en tellers
8 AM1 5 A IG1 RLY, ACC RLY
9 D/L NO.2 10 A
Achterklepvergrendeling, centrale ver-
grendeling
10 DOOR NO.2 20 A Elektrisch bedienbare ruiten
11 DOOR R/R 20 A Elektrisch bedienbare ruiten
12 DOOR R/L 20 A Elektrisch bedienbare ruiten
13 WASHER 15 A Ruitensproeier
14 WIPER NO.2 25 A Ruitenwissers
15 WIPER RR 15 A Achterruitenwisser
450
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
16 WIPER NO.1 25 A Ruitenwissers
17 CIG 15 A Accessoireaansluiting
18 ACC 7,5 A
Buitenspiegels, audiosysteem, hoofd-
body-ECU, klok, laadsysteem, accessoi-
reaansluiting, Stop & S tart-systeem,
audiosysteem
19 SFT LOCK-ACC 5 A Schakelblokkeersysteem
20 TAIL 10 A
Parkeerlichten voor, achterlichten, kente-
kenplaatverlichting, mistlampen voor ,
mistachterlicht
21 PANEL 7,5 A
Schakelaarverlichting, verlichting instru-
mentenpaneel, verlichting dashboard-
kastje, hoofd-body-ECU
22 WIPER-S 5 A Laadsysteem
23 ECU-IG NO.1 7,5 A
Elektrische koelventilator, AFS, laadsys-
teem, ABS, VSC
24 ECU-IG NO.2 7,5 A
Achteruitrijlicht, (sequentieel) multipoint
brandstofinspuitsysteem, audiosysteem,
AFS, Toyota Parking Assist-sensor
25 ECU-IG NO.3 7,5 A
(Sequentieel) multipoint brandstofinspuit-
systeem, binnenspiegel, schakelblok-
keersysteem, koplampsproeier,
audiosysteem, AFS, zonnescherm pano-
ramadak, ruitensproeier
26 HTR-IG 7,5 A
Airconditioningsysteem, achterruitver-
warming, Stop & Start-systeem
27 ECU-IG NR. 4 7,5 A
Hoofd-body-ECU, controlelampje veilig-
heidsgordel voorpassagier, handmatig in-
/uitschakelsysteem airbag, buitenspie-
gels, Toyota Parking Assist-sensor
28 ECU-IG NO.5 5 A
Elektrische stuurbekrachtiging, S top &
Start-systeem
29 IGN 7,5 A
Smart entry-systeem met startknop,
(sequentieel) multipoint brandstofinspuit-
systeem, stuurslotsysteem
Zekering Ampère Circuit
451
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Type B
30 S/HTR 15 A Stoelverwarming
31 METER 5 A Meters en tellers, Stop & Start-systeem
32 A/BAG 7,5 A SRS-airbagsysteem
Zekering Ampère Circuit
Zekering Ampère Circuit
1 P/SEAT 30 A Elektrisch verstelbare stoel
2 DOOR NR. 1 30 A Elektrisch bedienbare ruiten
452
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Motorruimte (dieselmotor)
Zekering Ampère Circuit
1 ALT 140 A Laadsysteem
2 EPS 80 A Elektrische stuurbekrachtiging
3 H-LP-MAIN 30 A
H-LP RH-LO, H-LP LH-LO, H-LP RH-HI,
H-LP LH-HI
4 ST 30 A Startsysteem
5
EFI-MAIN
NO.2
*
1
20 A
(Sequentieel) multipoint brandstofinspuit-
systeem
ECU-B NO.4*
2
10 A
6 IG2 15 A
Meters en tellers, (sequentieel) multipoint
brandstofinspuitsysteem, SRS
7 TURN&HAZ 10 A Meters en tellers, richtingaanwijzers
8 EDU*
1
20 A
(Sequentieel) multipoint brandstofinspuit-
systeem
9 ICS/ALT-S 5 A Laadsysteem
453
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
10 EFI-MAIN 30 A
(Sequentieel) multipoint brandstofinspuit-
systeem, EFI NO.1, EFI NO.2
11 HORN 10 A Claxon
12 D/C CUT 30 A DOME, ECU-B NO.1, RADIO
13 AM2 7,5 A
(Sequentieel) multipoint brandstofinspuit-
systeem, startsysteem, IG2, Stop & Start-
systeem
14 ECU-B NO.3 5 A Elektrische stuurbekrachtiging
15 ECU-B NO.2 10 A
Airconditioning, elektrisch b edienbare
ruiten, Smart entry-s ysteem met start-
knop, buitenspiegels, tellers en meters
16 SPARE 30 A Reservezekering
17 HTR 50 A Airconditioning
18 ABS NO.1 50 A ABS, VSC
19 DEF 30 A
Achterruitverwarming, buitenspiegelver-
warming
20 RDI 40 A Elektrische koelventilator
21 ABS NO.2 30 A ABS, VSC
22 DRL 10 A Dagrijverlichting
23 RADIO 20 A Audiosysteem
24 DOME 7,5 A
Interieurverlichting, make-upverlichting,
bagageruimteverlichting, hoofd-body-
ECU
25 ECU-B NO.1 10 A
Afstandsbediening, hoofd-body-ECU,
Smart entry-systeem met startknop, klok,
VSC, centrale vergrendeling
26 SPARE 20 A Reservezekering
27 EFI NO.2*
2
10 A
(Sequentieel) multipoint brandstofinspuit-
systeem
28 EFI NO.1 10 A
(Sequentieel) multipoint brandstofinspuit-
systeem
29 MIR-HTR 10 A
(Sequentieel) multipoint brandstofinspuit-
systeem, buitenspiegelverwarming
Zekering Ampère Circuit
454
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
*
1
: Auto's met 1AD-FTV motor
*
2
: Auto's met 1ND-TV motor
*
3
: Auto's zonder gasontladingskoplampen
*
4
: Auto's met gasontladingskoplampen
30 SPARE 10 A Reservezekering
31 H-LP RH-LO
10 A*
3
Rechter koplamp (dimlicht)
15 A*
4
32 H-LP LH-LO
10 A*
3
Linker koplamp (dimlicht), draaiknop kop-
lampverstelling
15 A*
4
Linker koplamp (dimlicht)
33 H-LP RH-HI 7,5 A Rechter koplamp (grootlicht)
34 H-LP LH-HI 7,5 A
Linker koplamp (grootlicht), meters en
tellers
35 GLOW 80 A Voorgloeisysteem
36 BBC 40 A Stop & Start-systeem
37 STRG LOCK 20 A Stuurslot
38 AMP 15 A Audiosysteem
39 CDN FAN 30 A Elektrische koelventilator(en)
40 H-LP CLN 30 A Koplampsproeiers
41 PTC HIR NO.1 50 A Airconditioning
42 PTC HIR NO.2 30 A Airconditioning
43 STV HTR 25 A Extra verwarming
44 S-HORN 10 A
45 PTC HIR NO.3 30 A Airconditioning
Zekering Ampère Circuit
455
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Onder het dashboard (dieselmotor)
Type A
Zekering Ampère Circuit
1 P/OUTLET 15 A Accessoireaansluiting (bagageruimte)
2 OBD 7,5 A Diagnosesysteem
3 STOP 7,5 A
Remlichten, (sequentieel) multipoint
brandstofinspuitsysteem, derde remlicht,
ABS, VSC, schakelblokkeersysteem
4 FOG RR 7,5 A Mistachterlicht, meters en tellers
5 D/L NO.3 20 A Centrale vergrendeling
6 S/ROOF 20 A Zonnescherm panoramadak
7 FOG FR 7,5 A Mistlampen voor, meters en tellers
8 AM1 5 A IG1 RLY, ACC RLY
9 D/L NO.2 10 A
Achterklepvergrendeling, centrale ver-
grendeling
10 DOOR NO.2 20 A Elektrisch bedienbare ruiten
11 DOOR R/R 20 A Elektrisch bedienbare ruiten
12 DOOR R/L 20 A Elektrisch bedienbare ruiten
13 WASHER 15 A Ruitensproeier
14 WIPER NO.2 25 A Ruitenwissers
15 WIPER RR 15 A Achterruitenwisser
456
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
16 WIPER NO.1 25 A Ruitenwissers
17 CIG 15 A Accessoireaansluiting
18 ACC 7,5 A
Buitenspiegels, audiosysteem, hoofd-
body-ECU, klok, laadsysteem, accessoi-
reaansluiting, Stop & Start-systeem
19 SFT LOCK-ACC 5 A Schakelblokkeersysteem
20 TAIL 10 A
Parkeerlichten voor, achterlichten, kente-
kenplaatverlichting, mistlampen voor ,
mistachterlicht
21 PANEL 7,5 A
Schakelaarverlichting, verlichting instru-
mentenpaneel, verlichting dashboard-
kastje, hoofd-body-ECU
22 WIPER-S 5 A Laadsysteem
23 ECU-IG NO.1 7,5 A
Elektrische koelventilator, AFS, laadsys-
teem, ABS, VSC
24 ECU-IG NO.2 7,5 A
Achteruitrijlicht, (sequentieel) multipoint
brandstofinspuitsysteem, audiosysteem,
AFS, Toyota Parking Assist-sensor
25 ECU-IG NO.3 7,5 A
(Sequentieel) multipoint brandstofinspuit-
systeem, binnenspiegel, schakelblok-
keersysteem, zonnescherm
panoramadak, koplampsproeier, audio-
systeem, AFS, ruitensproeier
26 HTR-IG 7,5 A
Airconditioningsysteem, achterruitver-
warming, extra verwarming, Stop & Start-
systeem
27 ECU-IG NR. 4 7,5 A
Controlelampje veiligheidsgordel voor-
passagier, handmatig in-/uit schakelsys-
teem airbag, buitenspiegels, hoofd-body-
ECU, Toyota Parking Assist-sensor
28 ECU-IG NO.5 5 A
Elektrische stuurbekrachtiging, S top &
Start-systeem
29 IGN 7,5 A
Smart entry-systeem met startknop,
(sequentieel) multipoint brandstofinspuit-
systeem, stuurslotsysteem
Zekering Ampère Circuit
457
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Type B
30 S/HTR 15 A Stoelverwarming
31 METER 5 A Meters en tellers, Stop & Start-systeem
32 A/BAG 7,5 A SRS-airbagsysteem
Zekering Ampère Circuit
Zekering Ampère Circuit
1 P/SEAT 30 A Elektrisch verstelbare stoel
2 DOOR NR. 1 30 A Elektrisch bedienbare ruiten
458
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Na het vervangen van een zekering
Als na het vervangen van de zekering de verlichting nog niet werkt, kan het
zijn dat de lamp moet worden vervangen. (Blz. 459)
Laat als de nieuwe zekering direct doorslaat de auto controleren door een
Toyota-dealer of erkende reparateur.
Als de stroomafname van een circuit te groot is
De zekeringen zullen doorbranden voordat de bedrading van de auto onher-
stelbaar beschadigd raakt.
Bij het vervangen van lampen
Toyota raadt u aan om originele Toyota-producten te gebruiken, die speciaal
voor deze auto ontworpen zijn. Doordat bepaalde lampen in verbinding staan
met circuits die zijn ontworpen om o verbelasting te voorkomen, kunnen niet-
originele onderdelen of onderdelen die niet voor deze auto ontworpen zijn
onbruikbaar zijn.
WAARSCHUWING
Voorkomen van storingen en het ontstaan van brand
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in
schade aan de auto, brand en ernstig letsel.
Monteer nooit een zekering voor een hogere stroo msterkte dan aange-
geven, of een stukje metaal.
Gebruik altijd een originele Toyota-zekering of een gelijkwaardige zeke-
ring.
Vervang de zekering nooit door een stukje draad of metaal, ook niet tijde-
lijk.
Breng geen wijzigingen aan de zekeringen of de zekeringenkasten aan.
OPMERKING
Voordat u een zekering vervangt
Laat de oorzaak van de te grote stroomafname zo snel mogelijk vaststellen
door een Toyota-dealer of erkende reparateur.
459
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Controleer het vermogen van de defecte lamp. (Blz. 595)
Voor
Auto's met halogeenkoplampen
Gloeilampen
U kunt de onderstaande lampen desgewenst zelf verv angen.
Sommige lampen zijn eenv oudiger te vervangen dan andere
lampen. Aangezien de onderdelen beschadigd zouden kun nen
raken, raden wij u aan om de vervanging te laten uitvoeren door
een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Zorg voor een nieuwe gloeilamp
Plaats lampen
Koplampen
Richtingaanwijzers opzij
Richtingaanwijzers voor
Mistlampen voor (indien aanwezig)
1
2
3
4
460
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Auto's met gasontladingskoplampen
Achter
Richtingaanwijzers voor
Richtingaanwijzers opzij
Mistlampen voor
1
2
3
Mistachterlicht
Achteruitrijlicht
Rem-/achterlichten
Richtingaanwijzers achter
Kentekenplaatverlichting
1
2
3
4
5
461
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Koplampen (auto's met halogeenkoplampen)
Verwijder de borgclip. Draai
de vulpijp voor de ru iten-
sproeiervloeistof en trek
deze eruit. (Alleen bij vervan-
ging van lamp aan de rech-
terzijde.)
Verwijder het klepje.
Draai de lamp fitting linksom
en verwijder hem.
Neem de stekke r los, terwijl
de borglip wordt ingedrukt.
Vervangen van gloeilampen
1
2
3
4
462
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Vervang de lamp en plaats
hem in de lampvoet.
Breng de 3 nokken op de lamp
in lijn met de bevestiging en
steek de lamp erin.
Draai de lampvoet en zet
hem vast.
Beweeg de lampvoet voorzichtig
om te controleren of hij niet los-
zit en zet de koplampen aan om
visueel te controleren of er geen
licht langs de bevestiging af
schijnt.
Plaats het deksel.
Controleer of het uitstekende
deel (A op de afbeelding)
omhoog is gekeerd en druk de
omtrek van het deksel stevig
aan.
Steek de vulpijp voor de rui-
tensproeiervloeistof erin en
draai deze om. Plaat s de
borgclip. (Alleen bij vervan-
ging van lamp aan de rech-
terzijde.)
5
6
A
7
8
463
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Mistlampen voor (indien aanwezig)
Draai het stuurwiel in de
tegenovergestelde richting
van de lamp die u wilt ver -
vangen.
Draai het stuurwiel zo dat uw
hand gemakkelijk tussen de
band en het binnenscherm past.
Verwijder de 2 schroeven en
verwijder de wielkuip gedeel-
telijk.
Verwijder de wielkuip gedeel-
telijk, zodat de lamp zicht-
baar is.
Neem de stekke r los, terwijl
de borglip wordt ingedrukt.
1
2
3
4
464
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Draai de lamp fitting linksom
en verwijder hem.
Plaats een nieuwe lamp.
Breng de 3 nokken op de lamp
in lijn met de bevestiging en
steek de lamp erin.
Draai de lampvoet recht som en
zet hem vast.
Sluit de stekker aan.
Beweeg de stekker voorzichtig
om te controleren of hij niet los-
zit en z et de mistlampen voor
een keer aan om visueel te con-
troleren of er geen licht langs de
bevestiging schijnt.
Voer voor het plaatsen van het binnenscherm en in omge-
keerde volgorde uit.
Controleer of het binnenscherm aan de bin nenzijde van de bumper is
bevestigd.
5
6
7
8 3 2
465
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Richtingaanwijzers voor
Verwijder de borgclip. Draai
de vulpijp voor de ru iten-
sproeiervloeistof en trek
deze eruit. (Alleen bij vervan-
ging van lamp aan de rech-
terzijde.)
Draai de lampvoet linksom.
Verwijder de lamp.
Voer voor het plaatsen van de lamp en in omgekeerde
volgorde uit.
Steek de vulpijp voor de rui-
tensproeiervloeistof erin en
draai deze om. Plaat s de
borgclip. (Alleen bij vervan-
ging van lamp aan de rech-
terzijde.)
1
2
3
4 3 2
5
466
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Richtingaanwijzers opzij
Verwijder het kapje.
Steek de platte schroeven-
draaier erin en schuif deze langs
de richtingaanwijzer opzij.
Omwikkel de schroevendraaier
met tape om te voork omen dat
de auto wordt beschadigd.
Druk op de 2 clip s en verwij-
der de richtingaanwijzer opzij
uit het zonneklephuis.
Verwijder de fitting uit het
huis van de richtingaanwij-
zer opzij.
Verwijder de lamp.
1
2
3
4
467
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Verwijder de fitting uit het
huis van de richtingaanwij-
zer opzij.
Breng de groeven op de fitting in
lijn met het huis van de richting-
aanwijzer opzij.
Voer de bedr ading door het
onderste deel van de rich-
tingaanwijzer opzij en plaats
deze in het huis van de zon-
neklep.
Breng de 6 lippen in lijn e n
plaats de afdekkap.
Let op of u een klik geluid hoort
en controleer vervolgens of de
afdekkap goed op zijn plaats zit.
5
6
7
468
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Rem-/achterlichten en richtingaanwijzers achter
Open de achterkle p en ver -
wijder de 2 schroe ven. Ver-
wijder de lamp door deze
recht naar achteren te trek-
ken.
Draai de lampvoet linksom.
Rem-/achterlichten
Richtingaanwijzers achter
Verwijder de lamp.
Rem-/achterlichten
Richtingaanwijzers achter
Voer voor het plaatsen van de lamp en in omgekeerde
volgorde uit.
Plaats de lamp en vervol-
gens de 2 schroeven.
Breng bij het plaat sen de gelei-
der ( ) en pen ( ) op de
lamp in lijn met de fitting.
1
2
1
2
3
1
2
4 3 2
5
1 2
469
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Achteruitrijlicht en mistachterlicht
Open de achterkle p en ver -
wijder de afdekkap.
Steek een platte schroeven-
draaier of een dergelijk gereed-
schap in de opening in
bovenzijde van de afdekplaat en
verwijder deze zoals a ange-
geven in de afbeelding.
Omwikkel de schroevendraaier
met tape om te voork omen dat
de auto wordt beschadigd.
Draai de lamp fitting linksom
en verwijder hem.
Verwijder de lamp.
Plaatsen: Herhaal de g enoemde stappen in omgekeerde volg-
orde.
1
2
3
4
470
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Kentekenplaatverlichting
Verwijder het klepje.
Steek een platte schroevendraaier van het juiste formaat in de opening
aan de binnenzijde van het klepje, maak de klauw los en wrik het klepje
naar buiten, zoals aangegeven in de afbeelding.
Omwikkel het uiteinde van de schroevendraaier met tape om te voorko-
men dat de auto wordt beschadigd.
Verwijder de lamp.
Plaatsen: Herhaal de g enoemde stappen in omgekeerde volg-
orde.
1
2
3
471
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
Vervangen van de volgende lampen
Laat de onderstaande lampen vervangen door een Toyota-dealer of
erkende reparateur.
Koplampen (auto's met gasontladingskoplampen)
Parkeerlichten voor/dagrijverlichting
Derde remlicht
Gasontladingkoplampen (auto's met gasontladingskoplampen)
Als de spanning van de ontsteking van de lamp te laag is, gaan de lampen
niet branden of g aan ze even uit. De gasontladingslampen gaan branden
zodra de normale ontstekingsspanning is hersteld.
LED-lampen
Het derde remlicht en de parkeerlichten voor/dagrijverlichting bestaan uit een
aantal LED's. Laat een defecte LED verv angen door een T oyota-dealer of
erkende reparateur.
Condensvorming in de koplampen
Het tijdelijk beslaan van de binnenzijde van het koplampglas is normaal.
Neem in de volgende gevallen contact op met een Toyota-dealer of erkende
reparateur voor meer informatie.
Als er erg veel condens aan de binnenzijde van het koplampglas zit.
Als zich een plasje water in de lamp heeft gevormd.
Bij het vervangen van lampen
Blz. 458
472
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Vervangen van gloeilampen
Schakel de verlichting uit. Wacht na het uitschakelen van de verlichting tot
de lampen zijn afgekoeld.
De lampen kunnen erg heet worden en brandwonden veroorzaken.
Raak het glas van de lamp niet aan met blote handen. Als u het glas van
de lamp toch moet vastp akken, gebruik daarvoor dan een schone droge
doek, om te voorkomen dat er vocht of olie op de lamp komt.
Als de lamp een kras heeft of is gevallen, kan deze defect raken of breken.
Zorg ervoor dat de lamp en de borgclips goed vastzitten. Anders kan de
lamp door oververhitting beschadigd raken, kan brand ontstaan of kan de
koplamp gaan lekken. Hierdoo r kunnen de koplampen beschadigd raken
en kan condensvorming in de koplamp optreden.
Auto's met gasontladingskoplampen:
Wanneer de koplampen branden en
korte tijd nadat ze zijn uitgeschakeld,
zijn de met alen delen aan de achter-
zijde van de koplampunit zeer heet.
Raak de metalen delen niet aan voordat
u zeker weet dat ze v oldoende zijn
afgekoeld, om brandwonden te voorko-
men.
Meta-
len
delen
473
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
6
Onderhoud en verzorging
WAARSCHUWING
Gasontladingkoplampen (auto's met gasontladingskoplampen)
Neem contact op met een Toyota-dealer of erkende reparateur voor meer
informatie over het vervangen van gasontladingslampen.
Raak de hoogspanningsfitting van de gasontladingslampen niet aan wan-
neer de koplampen ingeschakeld worden.
Er wordt een extreem hoge sp anning van 30.000 V afgegeven, die een
elektrische schok kan veroorzaken, wat kan leiden tot zeer ernstig letsel of
de dood.
Probeer de koplampen, de stekkers, de voedingscircuits en aanverwante
onderdelen niet te demonteren of te repareren.
Als u dat wel doet, kan dat leiden tot een elektrische schok waarbij ernstig
letsel kan ontstaan.
Om schade en brand te voorkomen
Controleer of de lampen en borgclips goed vastzitten.
474
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
475
7
Bij problemen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7-1. Belangrijke informatie
Alarmknipperlichten ...........476
Als uw auto in geval van
nood tot stilstand moet
worden gebracht..............477
7-2. Stappen die genomen
moeten worden in
noodgevallen
Als uw auto moet
worden gesleept ..............479
Als u denkt dat er iets
mis is ...............................485
Uitschakelsysteem
brandstofpomp
(alleen benzinemotor)......486
Als een waarschuwings-
lampje gaat branden of
een waarschuwings-
zoemer klinkt ...................487
Als een waarschuwings-
melding of
indicator wordt
weergegeven (auto's
met multi-informatie-
display) ............................501
Als de auto een lekke
band heeft (auto's met
reservewiel) .....................522
Als de auto een lekke
band heeft (auto's met
bandenreparatieset) ........534
Als de motor niet wil
aanslaan..........................558
Als de selectiehendel
niet uit stand P kan
worden gezet (auto's met
Multidrive CVT)................560
Als de elektronische sleutel
niet goed werkt (auto's
met Smart entry-systeem
en startknop)....................561
Als de accu leeg is.............564
Als de motor oververhit
raakt.................................571
Als u zonder brandstof
komt te staan en de
motor afslaat (alleen
dieselmotoren).................574
Als de auto vastzit..............575
476
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7-1. Belangrijke informatie
Druk op de schakelaar.
Alle richtingaanwijzers gaan nu
gelijktijdig knipperen, ongeacht of
de motor nu draait of niet.
Druk nogmaals op de schakelaar
om ze weer uit te schakelen.
Alarmknipperlichten
Als de alarmknipperlichten langere tijd worden gebruikt terwijl de motor niet
draait, kan de accu ontladen raken.
Alarmknipperlichten
De alarmknipperlichten worden gebruikt om andere bestuurders
te waarschuwen wanneer de auto tot st ilstand moet worden
gebracht, bijvoorbeeld bij pech.
477
7-1. Belangrijke informatie
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Trap het rempedaal met beide voeten stevig in.
Rem niet “pompend”; hierdoor is meer kracht nodig om de auto to t stil-
stand te brengen.
Zet de selectiehendel in stand N.
Als de selectiehendel in stand N is gezet
Zet na h et afremmen de a uto stil o p een veilige p laats langs de
weg.
Zet de motor af.
Als de selectiehendel niet in stand N gezet kan worden
Blijf het rempedaal met beide voeten intrappen om de rijsnelheid
van de auto zo veel mogelijk af te remmen.
Auto's zonder Smart entry-sys-
teem en startknop: Zet de
motor af door het contact in
stand ACC te zetten.
Auto's met Smart entry-sys-
teem en st artknop: Houd de
startknop gedurende ten minste
2 seconden ingedrukt of druk
hem 3 maal a chter elkaar kort
in om de motor uit te schakelen.
Breng de auto op een veilige plaats langs de weg tot stilstand.
Als uw auto in geval van nood tot stilstand
moet worden gebracht
Breng de auto alleen in noodge vallen, bijvoorbeeld wanneer de
auto niet op de normale manier stilgezet kan worden, als volgt
tot stilstand:
1
2
3
4
3
4
Houd de startknop ten minste 2 secon-
den ingedrukt of druk deze 3 maal of
vaker achter elkaar kort in
4
5
478
7-1. Belangrijke informatie
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Als de motor tijdens het rijden afgezet moet worden
De rem- en stuurbekrachtiging zullen niet meer werk en, waardoor het
intrappen van het rempedaal en het verdraaien van het stuurwiel zwaarder
gaan. Minder zo veel mogelijk vaart voordat u de motor uitschakelt.
Auto's zonder Smart entry-systeem en startknop: Probeer nooit de sleutel
uit het contactslot te halen, omdat het stuurwiel dan wordt vergrendeld.
7
Bij problemen
479
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Het volgende kan duiden op een probleem in de tran smissie. Neem
contact op met een Toyota-dealer of erkende reparateur voordat u uw
auto laat slepen.
De motor draait maar de auto komt niet in beweging.
De auto maakt een abnormaal geluid.
In geval van nood kunt u ee n
sleepkabel of - ketting aan een
sleepoog vastmaken.
Uw auto mag op de ze manier
alleen op de verharde weg en met
lage snelheid over een ko rte
afstand worden gesleept.
Er moet een bestuurder in de auto
zitten om te sturen en te remmen.
Ook dienen de wielen, de assen,
de aandrijflijn, de stuu rinrichting
en de remmen in een goede con-
ditie te zijn.
Als uw auto moet worden gesleept
Als uw auto moet worden gesleept, adviseren wij u dat te laten
doen door een Toyota-dealer of erkende reparateur of professio-
neel bergingsbedrijf, en daarbij gebruik te maken van een lepel-
wagen of een autoambulance.
Gebruik een stevige sleepkabel en neem de wettelijke voor-
schriften in acht.
Voor het slepen
Slepen in een noodgeval
480
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Haal het sleepoog tevoorschijn. (Blz. 523, 535)
Druk op de sleep oogkap en
open deze.
Plaats het sleepoog in de ope-
ning en draai het zo ver moge-
lijk met de hand vast.
Draai het sleepoog stevig vast
met behulp van een wielmoer-
sleutel
* of een stevige metalen
stang.
*: Als de auto n iet is uitgerust met
een wielmoersleutel, kunt u een
aanschaffen bij een T oyota-dealer
of erkende reparateur.
Sleepoog plaatsen
1
2
3
4
481
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Sleep de auto niet met een takel-
wagen, om besch adiging van de
carrosserie te voorkomen.
Slepen met een takelwagen
482
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Slepen met een lepelwagen
Aan de voorzijde Aan de achterzijde
Deactiveer de parkeerrem. Auto's met Mul tidrive CVT:
Gebruik een dolly onder de voor-
wielen.
Auto's met handgeschakelde
transmissie: We raden u aan om
een dolly onder de voorwielen te
plaatsen.
Auto's zonder Smart entry-sys-
teem en st artknop: Als er geen
dolly wordt gebruikt, zet het con-
tact dan in st and ACC en zet de
selectiehendel in stand N.
Auto's met Smart entry-sys teem
en startknop: Als er geen dolly
wordt gebruikt, zet het c ontact
dan in stand ACC en zet de trans-
missie in stand N.
483
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Als uw auto met touwen of kettin-
gen wordt vastgezet, moeten de
aangegeven bevestigingshoeken
45° zijn.
Trek de tou wen of kettingen niet
te strak aan omdat hie rdoor
schade aan de auto kan ontstaan.
Voor het slepen
Auto's zonder Smart entry-systeem en startknop:
Zet het contact in stand ACC (motor uit) of AAN (motor draait).
Auto's met Smart entry-systeem en startknop:
Zet het contact in stand ACC (motor uit) of AAN (motor draait).
Zet de selectiehendel in stand N.
Deactiveer de parkeerrem.
Vervoeren op een autoambulance
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig
letsel.
Waarschuwing
Wees extra voorzichtig als er op deze manier wordt gesleept.
Voorkom plotseling wegrijden of plot selinge bewegingen waardoor er
extreme krachten op het sleepoog en de sleepkabel of -ketting worden uit-
geoefend. Let tijdens het slepen altijd op de omgeving en de medewegge-
bruikers.
Zet het contact niet UIT.
Anders wordt het stuurwiel vergrendeld en kan het niet meer worden
gedraaid, wat kan leiden tot ongevallen en ernstig letsel.
Als de motor niet draait, werken de rem- en stuurbekrachtiging niet. Hier-
door zal het remmen en sturen veel zwaarder gaan dan normaal.
Plaatsen van de sleepogen op de auto
Controleer of de sleepogen goed vastzitten.
Als dat niet het geval is, kunnen ze tijdens het slepen losraken.
1
2
3
484
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
OPMERKING
Voorkomen van ernstige schade aan de transmissie bij het slepen met
een lepel (auto's met Multidrive CVT)
Sleep een auto nooit aan de achterzijde met de voorwielen op de grond.
Voorkomen van ernstige schade aan het Stop & Start-systeem bij het
slepen (auto's met Stop & Start-systeem)
Sleep deze auto nooit met vier wielen op de grond. Gebruik een autoambu-
lance of sleep de auto met de voor- of achterwielen in een lepel.
Voorkomen van schade aan de auto bij het slepen met een lepel (auto's
met Multidrive CVT)
Let erop dat de andere zijde van de auto dan die die op de lepel st aat vol-
doende grondspeling heeft. Als er onvoldoende speling aanwezig is, kan de
auto tijdens het slepen beschadigd raken.
Voorkomen van schade aan de auto bij het slepen met een lepel (auto's
met handgeschakelde transmissie)
Auto's zonder Smart entry-systeem en startknop: Sleep de auto niet met
de achterwielen omhoog terwijl het contact UIT staat of de sleutel is verwij-
derd. Het stuurslotmechanisme is niet sterk genoeg om de voorwielen tij-
dens het slepen recht te houden.
Auto's met Smart ent ry-systeem en startknop: Sleep de auto niet met de
achterwielen omhoog als het contact UIT staat. Het stuurslotmechanisme
is niet sterk genoeg om de voorwielen tijdens het slepen recht te houden.
Let erop dat de andere zijde van de auto dan die die op de lepel staat vol-
doende grondspeling heeft. Als er onvoldoende speling aanwezig is, kan
de auto tijdens het slepen beschadigd raken.
Voorkomen van be schadiging van de carrosserie bij het slepen met
een takelwagen
Sleep de auto niet met een takelwagen, noch vooruit, noch achteruit.
Om ernstige beschadiging van de transmissie tijdens het slepen te
voorkomen (auto's met Multidrive CVT)
Sleep een auto nooit aan de achterzijde met alle vier wielen op de grond.
Hierdoor kan de transmissie ernstig beschadigd raken.
485
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Sporen van lekkage onder de auto.
(na gebruik van de airconditioning is waterlekkage normaal).
Banden die er te zacht uit zien of die ongelijkmatig versleten zijn
Auto's zonder multi-informatiedisplay: Het waarschuwingslampje
hoge koelvloeistoftemperatuur gaat branden of knipperen.
Auto's met multi-in formatiedisplay: Een motortempe ratuur die
voortdurend hoger is dan normaal.
Abnormale uitlaatgeluiden
Overmatig piepende banden bij het nemen van een bocht
Vreemde geluiden die kennelijk in verband staan met de bewegin-
gen van de wielophanging
Pingelende of andere abnormale geluiden uit de motorruimte
De motor hapert, pingelt of draait onregelmatig
Een merkbaar verlies aan trekkracht
De auto trekt tijdens het remmen sterk naar één kant
De auto trekt sterk naar één kant, terwijl u rechtui trijdt op een
vlakke weg
Teruglopende remwerking, sponzig gevoel in het rempedaal, een
rempedaal dat bijna tot op de vloer kan worden ingetrapt
Als u denkt dat er iets mis is
Als u een van de volgende verschijnselen opmerkt, kan het zijn
dat uw auto afge steld of gerep areerd moet worden. Nee m zo
snel mogelijk contact op met een Toyota-dealer of erkende repa-
rateur.
Zichtbare symptomen
Hoorbare symptomen
Merkbare symptomen
486
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Volg onderstaande procedure om de motor te herstarten als het sys-
teem geactiveerd is.
Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
Zet het contact in stand ACC of UIT.
Start de motor opnieuw.
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Zet het contact in stand ACC of UIT.
Start de motor opnieuw.
Uitschakelsysteem brandstofpomp
(alleen benzinemotor)
Het uitschakelsysteem van de brandstofpomp onderbreekt de
brandstoftoevoer naar de motor om de kan s op brandstof-
lekkage te verkleinen als de motor afslaat of a ls een a irbag
wordt geactiveerd als gevolg van een ongeval.
OPMERKING
Vóór het starten
Controleer de grond onder de auto.
Als er brandstoflekkage waarneembaar is, is het waarschijnlijk dat het
brandstofsysteem beschadigd is en reparatie behoeft. Start de motor in dat
geval niet opnieuw.
1
2
1
2
487
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
De volgende waarschuw ingen geven aan dat er mogelijk een pro-
bleem in het remsysteem aanwezig is. Breng de auto onmiddellijk tot
stilstand op een veilige plaats en laat uw auto direct controleren door
een Toyota-dealer of erkende reparateur.
*: Waarschuwingszoemer geactiveerde parkeerrem:
Er klinkt een zoemer om aan te geven dat de parkeerrem nog niet is gede-
activeerd (als de auto een snelheid van 5 km/h heeft bereikt).
Als een waarschuwingslampje gaat
branden of een waarschuwingszoemer
klinkt
Voer op rustige wijze onderstaande handelingen uit als een van
de waarschuwingslampjes gaat br anden of knipperen. Als een
van de lampjes g aat branden of knipperen en daarn a weer uit-
gaat, is er niet noodzakelijkerwijs een defect in het systeem aan-
wezig. Als deze situatie echter blijft voortduren, laat uw auto dan
controleren bij een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Breng de auto direct tot stilstand. Doorrijden met de auto kan
gevaarlijk zijn.
Waarschu-
wingslampje
Waarschuwingslampje/details
Waarschuwingslampje remsysteem (waarschuwings-
zoemer)
*
Laag remvloeistofniveau
Storing in rembekrachtigingssysteem
Dit lampje gaat ook branden als de parkeerrem niet gede-
activeerd is. Als het lampje uitgaat nadat de parkeerrem
gedeactiveerd is, werkt het systeem normaal.
488
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
De volgende waarschuwing geeft aan dat er mogelijk schade aan de
auto is die kan leiden tot een ongeval. Breng de auto onmiddellijk tot
stilstand op een veilige plaats en laat uw auto direct controleren door
een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Het niet laten on derzoeken van de oorzaak van de vo lgende waar-
schuwingen kan leide n tot een abnormale werking van het systeem
en mogelijk een ongeval veroorzaken. Laat uw auto direct controleren
door een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Breng de auto direct tot stilstand.
Waarschu-
wingslampje
Waarschuwingslampje/details
Laadstroomcontrolelampje (auto's zonder multi-infor-
matiedisplay)
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het laadsys-
teem van de auto
Waarschuwingslampje lage oliedruk (auto's zonder
multi-informatiedisplay)
Geeft aan dat de oliedruk te laag is.
en
Waarschuwingslampje hoge koelvloeistoftemperatuur
(auto's zonder multi-informatiedisplay)
Geeft aan dat de motor oververhit raakt. (Blz. 571)
Laat uw auto direct contro leren door een T oyota-dealer of
erkende reparateur.
Waarschu-
wingslampje
Waarschuwingslampje/details
Motorcontrolelampje
Geeft aan dat er een storing is in:
Het elektronische motorregelsysteem;
De elektronische smoorklepregeling; of
Het elektronische regelsysteem Multidrive CVT (indien
aanwezig)
489
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Waarschuwingslampje SRS
Geeft aan dat er een storing is in:
Het airbagsysteem; of
Het gordelspannersysteem
Waarschuwingslampje ABS
Geeft aan dat er een storing is in:
Het antiblokkeersysteem; of
Het Brake Assist-systeem
Waarschuwingslampje elektrische stuurbekrachtiging
(waarschuwingszoemer)
Geeft aan dat er een storing is in de elektrische stuurbe-
krachtiging
(Knippert)
Controlelampje uitgeschakeld Stop & S tart-systeem
(indien aanwezig)
Geeft aan dat er een storing aanwezig is het Stop & Start-
systeem
(Gaat bran-
den)
Controlelampje Traction Control (indien aanwezig)
Geeft aan dat er een storing is in:
Het VSC-systeem;
De TRC; of
De Hill Start Assist Control
Het lampje gaat knipperen wanneer de VSC, de TRC of
het Hill Start Assist-regelsysteem in werking is.
(Brandt geel)
Controlelampje Automatic High Beam-systeem (indien
aanwezig)
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het Automatic
High Beam-systeem.
(Knippert)
Controlelampje AFS OFF (indien aanwezig)
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het Adaptive
Front Lighting-systeem
Waarschu-
wingslampje
Waarschuwingslampje/details
490
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Controleer, nadat de noodzakelijke handelingen uitgevoerd zijn om
het probleem te verhelpen, of de waarschuwingslampjes uitgaan.
Waarschuwingslampje brandstoffilter (indien aanwezig)
Geeft aan dat er te veel water is verzameld in het brand-
stoffilter.
(Brandt geel)
Controlelampje cruise control (indien aanwezig)
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het cruise con-
trol-systeem.
(Brandt geel)
Controlelampje snelheidsbegrenzer (indien aanwezig)
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in de snelheids-
begrenzer.
(Knippert
gedurende
15 seconden
geel)
Controlelampje Smart en try-systeem met st artknop
(indien aanwezig)
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het Smart
entry-systeem met startknop.
Volg de correctieprocedures.
Waarschu-
wingslampje
Waarschuwingslampje/details
Waarschu-
wingslampje
Waarschuwingslampje/details Correctieprocedure
Waarschuwingslampje
open portier/achterklep
(waarschuwingszoemer)
(auto's zonder multi-infor-
matiedisplay)
*
1
Geeft aan dat een van de
portieren of de achterklep
niet geheel gesloten is
Controleer of alle portieren
en de achterklep gesloten
zijn.
Waarschuwingslampje
laag brandstofniveau
Geeft aan dat de reste-
rende hoeveelheid brand-
stof ongeveer 7,5 liter of
minder is
Vul de brandstoftank.
491
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Controlelampje (waarschu-
wingszoemer) bestuur-
ders- en voorpassagiers-
gordel
*
2
Waarschuwt de bestuurder
en/of voorpassagier dat de
veiligheidsgordel vastge-
maakt dient te worden.
Doe de veiligheidsgordel om.
Als er iemand op de voor-
passagiersstoel zit, moet
ook de veiligheidsgordel
voor de voorpassagier
worden vastgemaakt,
waarna het waarschu-
wingslampje (de waar-
schuwingszoemer) uitgaat.
Controlelampje (waarschu-
wingszoemer) veiligheids-
gordel achterpassagiers
*
2
Waarschuwt de achterpas-
sagiers om de veiligheids-
gordel om te doen.
Doe de veiligheidsgordel om.
Waarschuwingslampje
laag motoroliepeil (indien
aanwezig)
Geeft aan dat het motor-
oliepeil laag is, maar duidt
niet op een storing.
Controleer het oliepeil en vul
indien nodig olie bij.
(Blz. 418)
Waarschu-
wingslampje
Waarschuwingslampje/details Correctieprocedure
492
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Waarschuwingslampje
roetfiltersysteem
Geeft aan dat het roetfil-
ter gereinigd moet wor-
den vanwege het
herhaaldelijk rijden van
korte afstanden en/of het
rijden met lage snelhe-
den.
Geeft aan dat de hoe-
veelheid afzettingen in
het roetfilter een
bepaalde drempel over-
schreden heeft.
Om het roetfilter te reinigen
moet er gedurende 20 - 30
minuten met de auto gere-
den worden met een snel-
heid van 65 km/h of hoger
totdat het waarschuwings-
lampje van het roetfiltersys-
teem uitgaat
*
3
.
Zet de motor zo min mogelijk
uit totdat het waarschu-
wingslampje van het roetfil-
tersysteem uitgaat.
Als het niet mogelijk is te rij-
den met een snelheid van 65
km/h of hoger, of als het
waarschuwingslampje van
het roetfilter niet uitgaat ook
al is er langer dan 30 minu-
ten met de auto gereden,
laat dan uw auto controleren
door een Toyota-dealer of
erkende reparateur.
Waarschu-
wingslampje
Waarschuwingslampje/details Correctieprocedure
493
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
(Knippert)
Waarschuwingslampje
motorolie verversen
(indien aanwezig)
Geeft aan dat de motor-
olie moet worden ververst.
1ND-TV motor
Knippert na ongeveer
14.500 km nadat de motor-
olie is ververst. (Blz.
498) (Als het indicatiesys-
teem voor het verversen
van de motorolie niet is
gereset, zal het controle-
lampje niet goed werken.)
1AD-FTV motor
Knippert ongeveer 35.000
km nadat de motorolie ver-
verst is. (Als het indicatie-
systeem voor het
verversen van de motor-
olie niet is gereset, zal het
controlelampje niet goed
werken.)
Auto's zonder Smart
entry-systeem en start-
knop: Knippert onge-
veer 15 seconden als
het contact AAN wordt
gezet.
Auto's met Smart entry-
systeem en startknop:
Knippert ongeveer 15
seconden als het contact
AAN wordt gezet.
Laat de motorolie en het olie-
filter door een Toyota-dealer
of erkende reparateur con-
troleren en vervangen. Na
het verversen van de motor-
olie moet het verversings-
systeem worden gereset.
(Blz. 421)
Waarschu-
wingslampje
Waarschuwingslampje/details Correctieprocedure
494
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Waarschuwingslampje
motorolie verversen
(indien aanwezig)
Geeft aan dat de motor-
olie moet worden ververst.
1ND-TV motor
Gaat ongeveer 15.000 km
na het verversen van de
motorolie (en het resetten
van het indicatiesysteem
voor het verversen van de
motorolie) branden.
1AD-FTV motor
Gaat na het verversen van
de motorolie (en het indi-
catiesysteem voor het ver-
versen van de motorolie is
gereset) na ongeveer
30.000 km branden.
Laat de motorolie en het olie-
filter door een Toyota-dealer
of erkende reparateur con-
troleren en vervangen. Na
het verversen van de motor-
olie moet het verversings-
systeem worden gereset.
(Blz. 421)
Waarschu-
wingslampje
Waarschuwingslampje/details Correctieprocedure
495
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
*
1
: Waarschuwingslampje open portier
De waarschuwingszoemer open portier/achterklep klinkt om aan te geven
dat een of meerdere portieren niet goed gesloten zijn (als de rijsnelheid 5
km/h of hoger is).
*
2
: Waarschuwingszoemer veiligheidsgordel bestuurder en voorpassagier:
De waarschuwingszoemer voor de veiligheidsgordels herinnert de
bestuurder en de p assagiers eraan de veiligheidsgordel om te doen. De
zoemer klinkt gedurende 30 seconden nadat de auto een snelheid van
ten minste 20 km/h heeft bereikt. Als de veiligheidsgordel daarna nog niet
is vastgemaakt, laat de zoemer gedurende 90 seconden een ander geluid
horen.
*
3
: Het waarschuwingslampje van het roetfiltersysteem kan blijven branden
als het waarschuwingslampje motorolie verversen brandt. Laat in dit geval
uw auto direct controleren door een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Centraal waarschuwings-
lampje (auto's met multi-
informatiedisplay)
Een zoemer klinkt en het
waarschuwingslampje
gaat branden en knippert
om aan te geven dat het
centrale waarschuwings-
systeem een storing heeft
gesignaleerd.
Blz. 501
Waarschu-
wingslampje
Waarschuwingslampje/details Correctieprocedure
496
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Controleer, nadat de noodzakelijke handelingen uitgevoerd zijn om
het probleem te verhelpen, of de waarschuwingslampjes uitgaan.
Volg de corre ctieprocedures. (auto's met Smart entry-systeem
en startknop en zonder multi-informatiedisplay)
Interi-
eur
zoe-
mer
Exteri-
eur
zoemer
Waar-
schu-
wings-
lampje
Waarschuwingslampje/details
Correctie
procedure
Con-
tinu
Con-
tinu
(Knippert
geel)
Controlelampje Smart entry-
systeem met startknop
(auto's met Multidrive CVT)
De elektronische sleutel
bevond zich buiten de auto
en het bestuurdersportier
werd geopend en gesloten
terwijl de selectiehendel in
een andere stand dan stand
P werd gezet zonder het con-
tact UIT te zetten.
Zet de selec-
tiehendel in
stand P.
Neem de
elektroni-
sche sleutel
weer mee in
de auto.
Een
keer
3 keer
(Knippert
geel)
Controlelampje Smart entry-
systeem met startknop
(auto's met Multidrive CVT)
De elektronische sleutel
bevond zich buiten de auto
en het bestuurdersportier
werd geopend en gesloten
terwijl de selectiehendel in
een andere stand dan stand
P werd gezet zonder het con-
tact UIT te zetten.
Zet het con-
tact UIT of
zorg ervoor dat
de elektroni-
sche sleutel
zich in de auto
bevindt.
Controlelampje Smart entry-
systeem met startknop
Geeft aan dat er een ander
portier dan het bestuurders-
portier werd geopend en
gesloten terwijl het contact in
een andere stand dan UIT
stond en de elektronische
sleutel zich buiten het ont-
vangstgebied bevond.
Controleer
waar de elek-
tronische sleu-
tel zich
bevindt.
497
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Een
keer
Con-
tinu
(5
secon-
den)
(Knippert
geel)
Controlelampje Smart entry-
systeem met startknop
Er wordt geprobeerd de auto
te verlaten met de elektroni-
sche sleutel en de portieren
te vergrendelen zonder dat
het contact eerst UIT is gezet.
Zet het con-
tact UIT en
vergrendel de
portieren
opnieuw.
Een
keer
(Knippert
gedu-
rende 15
seconden
geel)
Controlelampje Smart entry-
systeem met startknop
Geeft aan dat de elektroni-
sche sleutel niet aanwezig is
als geprobeerd wordt de
motor te starten.
Controleer
waar de elek-
tronische sleu-
tel zich
bevindt.
9 keer
(Knippert
geel)
Controlelampje Smart entry-
systeem met startknop
Er is geprobeerd om te rijden
terwijl de gewone sleutel zich
niet in de auto bevond.
Ga na of de
elektronische
sleutel zich in
de auto
bevindt.
Een
keer
(Knippert
gedu-
rende 15
seconden
geel)
Controlelampje Smart entry-
systeem met startknop
Geeft aan dat de batterij van
de elektronische sleutel bijna
leeg is.
Vervang de
batterij.
(Blz. 440)
Een
keer
(Knippert
gedu-
rende 15
seconden
snel en
groen)
Controlelampje Smart entry-
systeem met startknop
Geeft aan dat het stuurslot
nog is vergrendeld.
Ontgrendel het
stuurslot.
(Blz. 200)
Interi-
eur
zoe-
mer
Exteri-
eur
zoemer
Waar-
schu-
wings-
lampje
Waarschuwingslampje/details
Correctie
procedure
498
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Detectiesensor voorpassagier, controlelampje veiligheidsgordel en
waarschuwingszoemer
Als er bagage wordt geplaatst op de passagiersstoel kan de detectiesensor
het controlelampje laten knipperen en de waarschuwingszoemer laten klin-
ken, ook al zit er niemand op de passagiersstoel.
Als er op de stoel een kussen wordt geplaatst, werkt de sensor wellicht niet
goed, waardoor ook het waarschuwingslampje niet goed werkt.
Als het motorcontrolelampje tijdens het rijden gaat branden
Het motorcontrolelampje gaat branden als de brandstoftank volledig leeg
raakt. Als de brandstoftank leeg is, vul deze dan zo snel mogelijk. Het motor-
controlelampje gaat na enkele ritten weer uit.
Laat de auto zo snel mogelijk nakijken door een T oyota-dealer of erkende
reparateur als het motorcontrolelampje niet uit gaat.
Waarschuwingszoemer
De zoemer is in sommige gevallen niet hoorbaar, zoals in een luidruchtige
omgeving of wanneer het volume van de audio hoog staat.
Wanneer het waarschuwingslampje motorolie verversen knippert (indien
aanwezig)
Het veelvuldig rijden van korte afstanden en/of rijden met lage snelheden kan
ertoe leiden dat de olie sneller veroudert dan normaal, ongeacht de afge-
legde afstand. Als dat het geval is, zal het waarschuwingslampje motorolie
verversen gaan knipperen.
Een
keer
(Knippert
gedu-
rende 30
seconden
geel)
Controlelampje Smart entry-
systeem met startknop
Toen de portieren werden
ontgrendeld met de mecha-
nische sleutel en de start-
knop vervolgens werd
ingedrukt, kon de elektroni-
sche sleutel niet worden
gesignaleerd in de auto.
De elektronische sleutel
kon niet worden gesigna-
leerd, ook niet nadat de
startknop tweemaal achter
elkaar werd ingedrukt.
Houd de elek-
tronische sleu-
tel bij de
startknop en
trap tegelijker-
tijd het rempe-
daal in.
Interi-
eur
zoe-
mer
Exteri-
eur
zoemer
Waar-
schu-
wings-
lampje
Waarschuwingslampje/details
Correctie
procedure
499
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Waarschuwingslampje motorolie verversen gaat branden (indien aanwe-
zig)
1ND-TV motor:
Vervang het oliefilter als het wa arschuwingslampje motorolie verversen niet
gaat branden als u meer dan 15.000 km hebt gerede n nadat de motorolie is
ververst.
Mogelijk is het waarschuwingslampje motorolie verversen gaan branden als u
minder dan 15.000 km hebt gereden op basis van een gebruiks- of rijomstan-
digheid.
1AD-FTV motor:
Vervang het oliefilter als het wa arschuwingslampje motorolie verversen niet
gaat branden als u meer dan 30.000 km hebt gerede n nadat de motorolie is
ververst.
Mogelijk is het waarschuwingslampje motorolie verversen gaan branden als u
minder dan 30.000 km hebt gereden op basis van een gebruik s- of rij-
omstandigheid.
Waarschuwingslampje elektrische stuurbekrachtiging (waarschuwings-
zoemer)
Als de spanning van de accu laag is of tijdelijk daalt, kan het waarschuwings-
lampje van de elektrische stuurbekrachtiging gaan branden.
WAARSCHUWING
Als de waarschuwingslampjes van het ABS en het remsys teem blijven
branden
Breng de auto onmiddellijk tot stilstand op een veilige plaats en laat uw auto
direct controleren door een Toyota-dealer of erkende reparateur. De auto
kan tijdens het re mmen extreem onstabiel worden en het ABS-systeem
treedt mogelijk niet in werking, waardoor een aanrijding en ernstig letsel
kunnen ontstaan.
Als het waarschuwingslampje elektrische stuurbekrachtiging gaat
branden
De besturing kan extreem zwaar aanvoelen.
Als het stuurwiel zwaarder werkt dan gebruikelijk, houd het dan stevig vast
en oefen meer kracht uit.
Tijdens het rijden om het roetfilter te reinigen (dieselmotor)
Houd tijdens het rijden voldoende rekening met de weersomstandigheden,
de conditie van de weg, het terrein en het overige verkeer en neem altijd de
verkeersregels in acht. Als u dat niet doet, kunt u een ongeval veroorzaken,
waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
500
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
OPMERKING
Als het waarschuwingslampje roet filtersysteem gaat branden (indien
aanwezig)
Als het waarschuwingslampje roetfiltersysteem blijft branden zonder dat het
roetfilter wordt gereinigd, kan het motorcontrolelampje na 100 tot 300 km
gaan branden. Laat in dat geval uw auto direct controleren door een Toyota-
dealer of erkende reparateur.
Als het waarschuwingslampje brandstoffilter gaat branden (indien aan-
wezig)
Rijd niet als het waarschuwingslampje brandt. Rijden met te veel water in
het brandstoffilter kan de brandstofpomp beschadigen.
501
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Centraal waarschuwingslampje
Het centrale waarschuwings-
lampje gaat ook branden of knip-
peren om aan te geven dat er op
dat moment een me lding wordt
weergegeven op het multi-informa-
tiedisplay.
Multi-informatiedisplay
Als een waarschuwingmelding of indicator wordt weergegeven na de
volgende handelingen, neem dan contact op met een Toyota-dealer of
erkende reparateur.
Als een waarschuwingsmelding of
indicator wordt weergegeven (auto's met
multi-informatiedisplay)
Blijf kalm en voer onderstaande handelingen uit als er een waar-
schuwingsmelding verschijnt op het multi-informatiedisplay:
1
2
502
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
De volgende waarschuwing geeft aan dat er mogelijk schade aan de
auto is die kan leiden tot een ongeval. Breng de auto onmiddellijk tot
stilstand op een veilige plaats en laat uw auto direct controleren door
een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Breng de auto direct tot stilstand.
Waarschuwings-
melding/indicator
Details
Geeft aan dat de oliedruk niet in orde is
Het waarschuwingslampje kan gaan branden
als de oliedruk te laag is.
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het
laadsysteem van de auto.
503
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Een zoemer klinkt en er verschijnt een waarschuwingsmelding/indica-
tor op het multi-informatiedisplay. Het niet laten onderzoeken van de
oorzaak van de volgende waarschuwingen kan leiden tot een abnor-
male werking van het systeem en mogelijk een ongeval veroorzaken.
Laat uw auto controleren bij een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Laat uw auto onmiddellijk controleren.
Waarschuwings-
melding/indicator
Details
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het
cruise control-systeem
Druk eenmaal op de toets ON-OFF om het
systeem uit te schakelen en druk vervolgens
opnieuw op de toets om het systeem in te
schakelen.
Er klinkt ook een zoemer.
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het
Automatic High Beam-systeem
Er klinkt ook een zoemer.
(indien
aanwezig)
(indien
aanwezig)
504
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het
Smart entry-systeem met startknop
Er klinkt ook een zoemer.
Geeft aan dat er een storing in de snelheidsbe-
grenzer aanwezig is.
Er klinkt ook een zoemer.
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in de
Toyota Parking Assist-sensor
De defecte sensor knippert.
Er klinkt ook een zoemer.
Waarschuwings-
melding/indicator
Details
(Knippert)
(indien
aanwezig)
(indien
aanwezig)
(indien
aanwezig)
505
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Controleer, nadat de noodzakelijke handelingen uitgevoerd zijn om
het probleem te verhelpen, of de waarschuwingsmelding verdwijnt en
het lampje uitgaat.
Volg de correctieprocedures.
Waarschuwings-
melding/indicator
Details Correctieprocedure
Geeft aan dat een of
meerdere portieren niet
goed gesloten zijn.
Het systeem geeft
tevens aan welk por-
tier niet goed geslo-
ten is.
Als de rijsnelheid
5 km/h is, klinkt er
een zoemer om aan
te geven dat een of
meerdere portieren
of de achterklep niet
goed gesloten zijn.
Controleer of alle
portieren zijn gesloten.
506
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Geeft aan dat de ach-
terklep niet geheel
gesloten is
Als de rijsnelheid
5 km/h is, klinkt er
een zoemer om aan
te geven dat de ach-
terklep niet goed
gesloten is.
Sluit de achterklep.
Geeft aan dat de par-
keerrem nog is geacti-
veerd
Als de rijsnelheid 5
km/h wordt, knippert
en klinkt er
een zoemer om aan
te geven dat de par-
keerrem nog is geac-
tiveerd.
Deactiveer de parkeer-
rem.
Waarschuwings-
melding/indicator
Details Correctieprocedure
507
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Auto's zonder Smart
entry-systeem en start-
knop:
Geeft aan dat het con-
tact UIT of in de stand
ACC is gezet en het
bestuurdersportier
geopend wordt terwijl
de verlichting is inge-
schakeld
Er klinkt ook een zoe-
mer.
Auto's met Smart entry-
systeem en startknop:
Geeft aan dat het con-
tact UIT of in stand
ACC is gezet en het
bestuurdersportier
geopend wordt terwijl
de verlichting is inge-
schakeld.
Er klinkt ook een zoe-
mer.
Schakel de verlichting
uit.
Geeft aan dat het
motoroliepeil laag is.
Er klinkt ook een zoe-
mer.
Controleer het oliepeil
en vul indien nodig olie
bij.
Waarschuwings-
melding/indicator
Details Correctieprocedure
(Knippert)
(Dieselmotor)
508
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Geeft aan dat de
motorolie moet worden
ververst.
1ND-TV motor
Gaat ongeveer
14.500 km nadat de
olie ververst is bran-
den. (Als het indica-
tiesysteem voor het
verversen van de
motorolie niet is gere-
set, zal het controle-
lampje niet goed
werken.)
1AD-FTV motor
Gaat ongeveer
25.000 km nadat de
olie ververst is bran-
den. (Als het indica-
tiesysteem voor het
verversen van de
motorolie niet is gere-
set, zal het controle-
lampje niet goed
werken.)
Auto's zonder
Smart entry-sys-
teem en startknop:
Gaat ongeveer 15
seconden branden
als het contact
AAN wordt gezet.
Auto's met Smart
entry-systeem en
startknop: Gaat
ongeveer 15
seconden branden
als het contact
AAN (IG) wordt
gezet.
Controleer de motorolie
en ververs indien
nodig. Na het verver-
sen van de motorolie
moet het verversings-
systeem worden gere-
set. (Blz. 421)
Waarschuwings-
melding/indicator
Details Correctieprocedure
(Dieselmotor)
509
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Geeft aan dat de
motorolie moet worden
ververst.
1ND-TV motor
Gaat ongeveer
15.000 km nadat de
olie ververst is bran-
den. (Als het indica-
tiesysteem voor het
verversen van de
motorolie niet is gere-
set, zal het controle-
lampje niet goed
werken.)
1AD-FTV motor
Gaat nadat de motor-
olie ververst is na
ongeveer 30.000 km
branden. (Als het
indicatiesysteem
voor het verversen
van de motorolie niet
is gereset, zal het
controlelampje niet
goed werken.)
Laat de motorolie en
het oliefilter door een
Toyota-dealer of
erkende reparateur
controleren en vervan-
gen. Na het verversen
van de motorolie moet
het verversingssys-
teem worden gereset.
(Blz. 421)
Geeft aan dat er te veel
water is verzameld in
het brandstoffilter.
Er klinkt ook een zoe-
mer.
Laat het onderhoud uit-
voeren door uw Toyota-
dealer of erkende repa-
rateur.
Waarschuwings-
melding/indicator
Details Correctieprocedure
(Dieselmotor)
(Dieselmotor)
510
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Geeft aan dat de hoe-
veelheid afzettingen in
het roetfilter een
bepaalde drempel
overschreden heeft.
Om het roetfilter te rei-
nigen moet er gedu-
rende 20 - 30 minuten
met de auto gereden
worden met een snel-
heid van 65 km/h of
hoger totdat de melding
verdwijnt.
Zet de motor zo min
mogelijk uit totdat de
melding verdwijnt.
Als het niet mogelijk is
te rijden met een snel-
heid van 65 km/h of
hoger, of als het waar-
schuwingslampje van
het roetfilter niet uitgaat
ook al is er langer dan
30 minuten met de auto
gereden, laat dan uw
auto controleren door
een Toyota-dealer of
erkende reparateur.
Geeft aan dat de
Toyota Parking Assist-
sensor vuil is of bedekt
is met ijs.
Er klinkt ook een zoe-
mer.
Reinig de sensor.
Waarschuwings-
melding/indicator
Details Correctieprocedure
(Dieselmotor)
(indien
aanwezig)
511
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Controleer, nadat de noodzakelijke handelingen uitgevoerd zijn om
het probleem te verhelpen, of de waarschuwingsmelding verdwijnt en
het lampje uitgaat.
Laat het defect onmiddellijk verhelpen.
(auto's met Smart entry-systeem en startknop)
Interi-
eur
zoe-
mer
Exteri-
eur
zoe-
mer
Waarschuwingsmelding Details
Correctie-
procedure
Een
keer
De elektronische
sleutel wordt niet
gesignaleerd ter-
wijl er wordt
geprobeerd om
de motor te star-
ten.
Start de
motor met
de elektro-
nische
sleutel in
de buurt.
Een
keer
3 keer
De elektronische
sleutel bevond
zich buiten de
auto en er werd
een ander portier
dan het bestuur-
dersportier
geopend en
gesloten terwijl
het contact niet
UIT stond.
Neem de
elektroni-
sche sleu-
tel weer
mee in de
auto.
Het bestuurders-
portier werd
geopend en
gesloten terwijl de
elektronische
sleutel zich niet in
de auto bevond,
de selectiehendel
in stand P (Multi-
drive CVT) stond
en het contact
niet UIT stond.
Zet het
contact UIT
of zorg
ervoor dat
de elektro-
nische
sleutel zich
in de auto
bevindt.
(Knippert)
(Knippert)
512
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Een
keer
Con-
tinu
(5
secon
den)
Er werd gepro-
beerd de auto te
verlaten met de
elektronische
sleutel en de por-
tieren te vergren-
delen zonder het
contact eerst UIT
te zetten terwijl de
selectiehendel in
stand P stond.
Zet het
contact UIT
en ver-
grendel de
portieren
opnieuw.
9
keer
Er is geprobeerd
om te rijden terwijl
de gewone sleutel
zich niet in de
auto bevond.
Ga na of
de elektro-
nische
sleutel zich
in de auto
bevindt.
Con-
tinu
Het bestuurders-
portier werd
geopend terwijl de
selectiehendel
niet in stand P
stond en het con-
tact niet UIT
stond.
Zet de
selectie-
hendel in
stand P.
Interi-
eur
zoe-
mer
Exteri-
eur
zoe-
mer
Waarschuwingsmelding Details
Correctie-
procedure
(Afwisselend
weergegeven)
(Knippert)
(Auto's met Multidrive
(Knippert)
(Knippert)
(Auto's met Multidrive
CVT)
513
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Con-
tinu
Con-
tinu
Het bestuurders-
portier werd
geopend en
gesloten terwijl de
elektronische
sleutel zich niet in
de auto bevond,
de selectiehendel
niet in stand P
stond en het con-
tact niet UIT
stond.
Zet de
selectie-
hendel in
stand P.
Neem de
elektroni-
sche
sleutel
weer
mee in
de auto.
Con-
tinu
(5
secon
den)
Er is geprobeerd
de portieren te
vergrendelen met
het Smart entry-
systeem met
startknop terwijl
de elektronische
sleutel zich nog in
de auto bevond.
Neem de
elektroni-
sche sleu-
tel uit de
auto en
vergrendel
de portie-
ren
opnieuw.
Interi-
eur
zoe-
mer
Exteri-
eur
zoe-
mer
Waarschuwingsmelding Details
Correctie-
procedure
(Afwisselend
weergegeven)
(Knippert)
(Auto's met Multidrive
CVT)
(Knippert)
514
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Een
keer
Con-
tinu
(5
secon
den)
Er is geprobeerd
een van de voor-
portieren te ver-
grendelen door
een portier te
openen en de ver-
grendelknop aan
de binnenzijde in
de vergrendel-
stand te zetten,
en het portier ver-
volgens te sluiten
door aan de bui-
tenportiergreep te
trekken terwijl de
elektronische
sleutel zich nog
steeds in de auto
bevond.
Neem de
elektroni-
sche sleu-
tel uit de
auto en
vergrendel
de portie-
ren
opnieuw.
Interi-
eur
zoe-
mer
Exteri-
eur
zoe-
mer
Waarschuwingsmelding Details
Correctie-
procedure
(Knippert)
515
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Een
keer
Toen de portie-
ren werden ont-
grendeld met
de mechani-
sche sleutel en
de startknop
vervolgens
werd ingedrukt,
kon de elektro-
nische sleutel
niet worden
gesignaleerd in
de auto.
De elektroni-
sche sleutel kon
niet worden
gesignaleerd,
ook niet nadat
de startknop
tweemaal ach-
ter elkaar werd
ingedrukt.
Houd de
elektroni-
sche sleu-
tel bij de
startknop
en trap
tegelijker-
tijd het
rempedaal
in.
Toen de portie-
ren werden ont-
grendeld met
de mechani-
sche sleutel en
de startknop
vervolgens
werd ingedrukt,
kon de elektro-
nische sleutel
niet worden
gesignaleerd in
de auto.
De elektroni-
sche sleutel kon
niet worden
gesignaleerd,
ook niet nadat
de startknop
tweemaal ach-
ter elkaar werd
ingedrukt.
Houd de
elektroni-
sche sleu-
tel bij de
startknop
en trap
tegelijker-
tijd het
koppe-
lingspe-
daal in.
Interi-
eur
zoe-
mer
Exteri-
eur
zoe-
mer
Waarschuwingsmelding Details
Correctie-
procedure
(Knippert)
(Auto's met Multidrive
CVT)
(Knippert)
(Auto's met
handgeschakelde
tii)
516
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Een
keer
Er is geprobeerd
de motor te star-
ten terwijl de
selectiehendel
niet in de juiste
stand stond.
Zet de
selectie-
hendel in
stand P en
start de
motor.
Het contact is uit-
geschakeld door
de automatische
power off-functie.
Wanneer
de motor
de vol-
gende keer
wordt
gestart,
moet het
motortoe-
rental
enigszins
worden
verhoogd
en gedu-
rende
ongeveer 5
minuten op
dit niveau
worden
gehand-
haafd om
de accu op
te laden.
Interi-
eur
zoe-
mer
Exteri-
eur
zoe-
mer
Waarschuwingsmelding Details
Correctie-
procedure
(Knippert)
(Auto's met Multidrive
CVT)
(Auto's met Multidrive
CVT)
517
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Een
keer
De batterij van de
elektronische
sleutel is (bijna)
leeg.
Vervang de
batterij van
de elektro-
nische
sleutel.
(Blz.
440)
Een
keer
Het bestuurders-
portier werd
geopend en
gesloten terwijl
het contact UIT
stond en vervol-
gens werd het
contact tweemaal
in de stand ACC
of AAN gezet zon-
der dat de motor
werd gestart.
Druk op de
startknop
terwijl u het
rempedaal
intrapt.
Tijdens een start-
procedure in een
situatie, waarin de
elektronische
sleutel niet goed
werkte
(Blz. 562), werd
de elektronische
sleutel tegen de
startknop gehou-
den.
Houd het
rempedaal
ingetrapt
en druk de
startknop
in binnen
10 secon-
den nadat
de zoemer
heeft
geklonken.
Interi-
eur
zoe-
mer
Exteri-
eur
zoe-
mer
Waarschuwingsmelding Details
Correctie-
procedure
(Knippert)
(Auto's met Multidrive
CVT)
518
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Een
keer
Het bestuurders-
portier werd
geopend en
gesloten terwijl
het contact UIT
stond en vervol-
gens werd het
contact tweemaal
in de stand ACC
of AAN gezet zon-
der dat de motor
werd gestart.
Druk op de
startknop
terwijl het
koppe-
lingspe-
daal
ingetrapt
wordt.
Tijdens een start-
procedure in een
situatie, waarin de
elektronische
sleutel niet goed
werkte
(Blz. 562), werd
de elektronische
sleutel tegen de
startknop gehou-
den.
Houd het
koppe-
lingspe-
daal
ingetrapt
en druk de
startknop
in binnen
10 secon-
den nadat
de zoemer
heeft
geklonken.
Interi-
eur
zoe-
mer
Exteri-
eur
zoe-
mer
Waarschuwingsmelding Details
Correctie-
procedure
(Knippert)
(Auto's met handge-
schakelde transmissie)
519
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Een
keer
Het stuurslot kon
niet worden ont-
grendeld binnen 3
seconden nadat
de startknop is
ingedrukt.
Druk de
startknop
in terwijl
het rempe-
daal wordt
ingetrapt
en het
stuurwiel
naar links
en rechts
wordt
gedraaid.
Het stuurslot kon
niet worden ont-
grendeld binnen 3
seconden nadat
de startknop is
ingedrukt.
Druk de
startknop
in terwijl
het koppe-
lingspe-
daal wordt
ingetrapt
en het
stuurwiel
naar links
en rechts
wordt
gedraaid.
Interi-
eur
zoe-
mer
Exteri-
eur
zoe-
mer
Waarschuwingsmelding Details
Correctie-
procedure
(Knippert)
(Auto's met Multidrive
CVT)
(Knippert)
(Auto's met handge-
schakelde transmissie)
520
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Waarschuwingszoemer
De zoemer is in sommige gevallen niet hoorbaar, zoals in een luidruchtige
omgeving of wanneer het volume van de audio hoog staat.
Een
keer
Het contact is UIT
gezet terwijl de
selectiehendel in
een andere stand
dan P of N stond.
Zet de
selectie-
hendel in
stand P.
Een
keer
Nadat het contact
UIT is gezet ter-
wijl de selectie-
hendel in een
andere stand dan
P stond, is de
selectiehendel in
stand P gezet.
Zet het
contact
UIT.
Interi-
eur
zoe-
mer
Exteri-
eur
zoe-
mer
Waarschuwingsmelding Details
Correctie-
procedure
(Knippert)
(Auto's met Multidrive
CVT)
(Knippert)
(Auto's met Multidrive
CVT)
521
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Waarschuwingmelding motorolie verversen gaat branden (dieselmotor)
1ND-TV motor:
Vervang het oliefilter als de waarschuwingsmelding motorolie verversen niet
gaat branden als u meer dan 15.000 km hebt gerede n nadat de motorolie is
ververst.
Mogelijk is de melding OIL MAINTENANCE REQUIRED (motorolie verversen
noodzakelijk) weergegeven als u minder dan 15 .000 km heb t gereden op
basis van een gebruiks- of rijomstandigheid.
1AD-FTV motor:
Vervang het oliefilter als de waarschuwingsmelding motorolie verversen niet
wordt weergegeven als u meer dan 30.000 km hebt gereden nadat de motor-
olie is ververst.
Mogelijk is de melding OIL MAINTENANCE REQUIRED (motorolie verversen
noodzakelijk) weergegeven als u minder dan 30 .000 km heb t gereden op
basis van een gebruiks- of rijomstandigheid.
WAARSCHUWING
Tijdens het rijden om het roetfilter te reinigen (dieselmotor)
Houd tijdens het rijden voldoende rekening met de weersomstandigheden,
de conditie van de weg, het terrein en het overige verkeer en neem altijd de
verkeersregels in acht. Als u dat niet doet, kunt u een ongeval veroorzaken,
waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
OPMERKING
Als de waarschuwingsmelding roetfiltersysteem gaat branden (diesel-
motor)
Als de waarschuwingmelding roetfiltersysteem wordt weergegeven zonder
dat het roetfilter wordt gereinigd, kan het moto rcontrolelampje na 100 tot
300 km gaan branden. Laat in dat geval uw auto direct controleren door een
Toyota-dealer of erkende reparateur.
Als de waarschuwingsmelding brandstoffilter gaat branden (dieselmo-
tor)
Rijd niet als de waarschuwingsmelding wordt weergegeven. Rijden met te
veel water in het brandstoffilter kan de brandstofpomp beschadigen.
522
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Breng de auto tot stilstand op een stevige, vlakke ondergrond.
Activeer de parkeerrem.
Zet de se lectiehendel in stand P (Multidrive CVT) of de achteruit
(handgeschakelde transmissie).
Zet de motor af.
Schakel de alarmknipperlichten in. (Blz. 476)
Als de auto een lekke band heeft
(auto's met reservewiel)
Verwijder het wiel met de lekke band en monteer het reservewiel.
Voor meer informatie over banden: Blz. 431
WAARSCHUWING
Als de auto een lekke band heeft
Rijd nooit door met een lekke band.
Zelfs als er over een korte afstand met een lekke band wordt doorgereden,
kunnen band en velg zodanig beschadigd worden dat reparatie niet meer
mogelijk is en kan er een ongeval ontstaan.
Voor het opkrikken van de auto
523
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Plaats van reservewiel, krik en gereedschap
Krikslinger
Wielmoersleutel
Krik
Reservewiel
Sleepoog
1
2
3
4
5
524
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Gebruiken van de krik
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Onjuist gebruik van de krik kan ertoe leiden dat de auto van de krik valt, wat
tot ernstig letsel kan leiden.
Gebruik de krik uitsluitend voor het verwisselen van een wiel of de mon-
tage en het verwijderen van sneeuwkettingen.
Gebruik voor het verwisselen van een wiel uit sluitend de met de auto
meegeleverde krik.
Gebruik de krik niet voor het verwisselen van wielen van andere auto's en
gebruik ook geen krik van een andere auto.
Zet de krik op de juiste wijze onder het kriksteunpunt.
Zorg ervoor dat er zich geen lichaamsdelen bevinden onder een auto die
alleen door een krik wordt ondersteund.
Start de motor niet en ga niet met de auto rijden als deze door de krik
wordt ondersteund.
Krik de auto niet op als er nog iemand in de auto aanwezig is.
Plaats niets op of onder de krik als de auto wordt opgekrikt.
Krik de auto niet verder op dan voor het verwisselen van het wiel noodza-
kelijk is.
Plaats de auto op bokken als u onder de auto moet zijn.
Zorg wanneer u de auto laat z akken dat er nie mand onder komt. Breng
mensen in de buurt op de hoogte van het laten zakken.
525
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Auto's met afdekplaten: Verwijder de middelste afdekplaten en het
opbergvak. (Blz. 370)
Verwijder de afdekking van d e
bagageruimtevloer.
Haal de krik eruit.
Auto's met afdekplaten: Verwijder de middelste afdekplaten en het
opbergvak. (Blz. 370)
Verwijder de afdekking van d e
bagageruimtevloer en de
gereedschapkoffer.
Verwijderen van de krik
1
2
3
Verwijderen van het reservewiel
1
2
526
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Draai de bevestiging van het
reservewiel los.
Leg blokken voor de wielen.
3
WAARSCHUWING
Bij het opbergen van de reservewiel
Zorg ervoor dat er geen vingers of andere lichaamsdelen tussen het reser-
vewiel en de carrosserie bekneld raken.
Vervangen van wiel met een lekke band
1
Lekke band Positie wielblok
Voor
Links Achter het rechter achterwiel
Rechts Achter het linker achterwiel
Achter
Links Voor het rechter voorwiel
Rechts Voor het linker voorwiel
527
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Auto's met stalen velgen: Ver-
wijder de wieldop met een sleu-
tel.
Plaats, om de wieldop te bescher-
men, een doek tussen de sleutel
en de wieldop.
Draai de wielmoeren iets los
(één slag).
Draai deel A van de krik met de
hand aan totdat de uitsparing in
de kop van de krik in cont act
komt met het krikpunt.
De aanduidingen van de kriksteun-
punten bevinden zich onder de
dorpel. Deze duiden de kriksteun-
punten aan.
Draai de krik vervolgens verder
omhoog totdat het wiel vrij van
de grond is.
2
3
4
5
528
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Verwijder alle wielmoeren en
het wiel.
Leg het wiel met de buitenzijde
omhoog op de grond, om krassen
op de velg te voorkomen.
6
WAARSCHUWING
Vervangen van wiel met een lekke band
Raak de wielen of het gedeelte rond de remmen niet aan direct nadat met
de auto is gereden.
Nadat met de auto is gereden, zijn de wielen en het gedeelte rond de rem-
men mogelijk zeer heet. W anneer deze delen met handen, voeten of
andere lichaamsdelen worden aangeraakt tijdens het verwisselen van een
wiel, kan dit leiden tot brandwonden.
Het niet opvolgen van deze voorzorgsmaatregelen kan ertoe leiden dat de
wielmoeren losraken, waardoor het wiel van de auto af kan lopen, wat kan
leiden tot ernstig letsel.
Breng nooit vet of olie aan op de wielbouten en wielmoeren.
Door het gebruik van olie of vet worden de wielmoeren mogelijk te vast
aangedraaid waardoor de bouten of de velg beschadigd kunnen raken.
Bovendien kunnen door gebruik van olie of vet de wielbouten of wiel-
moeren loslopen, waardoor het wiel los kan raken en een ernstig onge-
val kan ontstaan. Verwijder het eventueel aanwezige vet of de olie van
de wielbouten en wielmoeren.
Laat na het verwisselen van een wiel de wielmoeren zo snel mogelijk
met een momentsleutel vastdraaien met 103 Nm (10,5 kgm, 76 ft•lbf).
Plaats een beschadigde naafdop niet opnieuw, omdat deze tijdens het
rijden los kan raken.
Gebruik bij het aanbrengen van een wiel uit sluitend wielmoeren d ie
speciaal zijn ontworpen voor het desbetreffende wiel.
Bij gescheurde of vervormde bouten, schroefdraad van moeren of bout-
gaten van het wiel, dient de auto te wo rden gecontroleerd door uw
Toyota-dealer of erkende reparateur.
Plaats de wielmoeren met de schuine kant naar het wiel toe. (Blz. 437)
529
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Verwijder eventueel aanwezige
verontreinigingen van het con-
tactvlak van de velg.
Als er verontrein igingen op het
contactvlak aanwezig zijn, kunnen
tijdens het rijden de wielmoeren los
lopen, waardoor het wiel los kan
raken.
Plaats het wiel en draai elke wielmoer met d e hand ongeveer in
dezelfde mate vast.
Draai bij het vervangen van een
wiel met een stalen velg (inclu-
sief een compact reservewiel)
de wielmoeren verder tot het
tapse gedeelte aan ligt tege n
de velg.
Draai bij het vervangen van een
wiel met een lichtmetalen velg
door een wiel met een stalen
velg (incl. ee n compact reser-
vewiel) de w ielmoeren verder
tot het t apse gedeelte aan ligt
tegen de velg.
Laat de auto zakken.
Plaatsen van het reservewiel
1
2
Taps gedeelte
Velg
Taps gedeelte
Velg
3
530
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Draai iedere moer twee of d rie
keer aan in de volgorde die in
de afbeelding is aangeven.
Aanhaalmoment:
103 Nm (10,5 kgm, 76 ft•lbf)
Berg het wiel met de lekke band, de krik en het gereedschap op.
Het compacte reservewiel
Op de band van het c ompacte reservewiel staat aan de zijkant de aandui-
ding TEMPORARY USE ONLY (alleen voor tijdelijk gebruik).
Gebruik het compacte reservewiel alleen tijdelijk en alleen in noodgevallen.
Controleer de bandenspanning van het compacte reservewiel.
(Blz. 593)
Bij gebruik van het compacte reservewiel
De auto ligt lager op de weg als het compacte reservewiel is gemonteerd dan
wanneer er gereden wordt met de standaardbanden.
Als uw a uto een lekke voorband krijgt op een weg die bedekt is met
sneeuw of ijs
Vervang een van de achterwielen van de auto door het comp acte reserve-
wiel. Voer onderstaande stappen uit en monteer sneeuwkettingen op de voor-
wielen:
Monteer het compacte reservewiel links of rechts achter.
Vervang het wiel met de lekke voorband d oor het wiel dat van de achter-
zijde afkomstig is.
Monteer de sneeuwkettingen op de voorwielen.
Monteren wieldop (auto's met stalen velgen)
4
Breng de uitsparing in de wieldop in lijn
met het ventieldopje zoals aangegeven in
de afbeelding.
5
1
2
3
531
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Verklaring voor de krik
532
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Bij gebruik van het compacte reservewiel
Houd er rekening mee dat het reservewiel speciaal ontworpen is voor
gebruik onder uw auto. Gebruik uw reservewiel daarom niet onder een
andere auto.
Monteer niet gelijktijdig meer dan één compact reservewiel onder uw auto.
Vervang het reservewiel zo snel mog elijk door een wiel met een stan-
daardband.
Vermijd plotseling accelereren, abrupte stuuracties, plotseling remmen en
schakelhandelingen die een plotselinge motorremwerking veroorzaken.
Bij gebruik van het compacte reservewiel
Het kan voorkomen dat de rijsnelheid niet goed wordt weergegeven en dat
de volgende systemen niet goed werken:
Snelheidsbeperking bij gebruik van het compacte reservewiel
Rijd niet harder dan 80 km/h als er een compact reservewiel onder de auto
is gemonteerd.
Het compacte reservewiel is niet ontworpen voor gebruik bij hoge snelhe-
den. Het niet opvolgen van deze voorzorgsmaatregel kan leiden tot een
ongeval en ernstig letsel.
Na gebruik van gereedschap en krik
Controleer voor het rijden of het gereedschap en de krik weer goed zijn
opgeborgen en bevestigd. Dit om te voorkomen dat een van deze voorwer-
pen bij een aanrijding of bij hard remmen letsel veroorzaakt.
ABS en Brake Assist
•VSC
TRC
Automatic High Beam-systeem
(indien aanwezig)
Cruise control (indien aanwezig)
•EPS
AFS (indien aanwezig)
533
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
OPMERKING
Rijd voorzichtig over oneffenheden in het wegdek heen als het com-
pacte reservewiel onder de auto gemonteerd is.
De auto ligt lager op de weg als het compacte reservewiel is gemonteerd
dan wanneer er gereden wordt met de standaardbanden. Wees voorzichtig
bij het rijden over slechte wegen.
Rijden met sneeuwkettingen en het compacte reservewiel
Monteer geen sneeuwketting op het compacte reservewiel.
De sneeuwketting kan de carrosserie beschadigen en het rijgedrag in nega-
tieve zin beïnvloeden.
534
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Vóór het repareren van de band
Breng de auto tot stilst and op een veilige plaats en een stevige,
vlakke ondergrond.
Activeer de parkeerrem.
Zet de selectiehendel in stand P (Multidrive CVT) of de vrijstand
(handgeschakelde transmissie).
Zet de motor af.
Schakel de alarmknipperlichten in. (Blz. 476)
Als de auto een lekke band heeft
(auto's met bandenreparatieset)
Een lek dat wordt veroorzaakt door een spijker of schroef die door het
loopvlak van de band steekt, kan ti jdelijk worden gerepareerd met de
bandenreparatieset. (De set bestaat uit een fles met bandenreparatie-
vloeistof. De bandenreparatievloeistof kan slecht s één keer worden
gebruikt voor de tijdelijke reparatie van één band, waarbij de spijker of
schroef in het loopvlak moet blijven zitten.) Afhankelijk van de schade
kan deze set niet worden gebruikt om de band te repareren. (Blz. 538)
Laat de band vervolgens repareren of vervangen door een Toyota-dea-
ler of erkende reparateur. Met de bandenreparatieset kunnen alleen tij-
delijke reparaties worden uitgevoerd. Laat de band z o snel mogelijk
repareren of vervangen.
535
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Locatie van de bandenreparatieset
Type A
Type B
*: Gebruik van de krik, krikslinger en wielmoersleut el. (indien aanwezig)
(Blz. 526)
Een krik, krikslinger en wielmoersleutel zijn verkrijgbaar bij een Toyota-dea-
ler of erkende reparateur.
Bandenreparatieset
Krik
*
Sleepoog
Krikslinger
*
Wielmoersleutel*
1
2
3
4
5
536
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Onderdelen bandenreparatieset
Type A
Slang
Ontluchtingsdopje
Bandenspanningsmeter
Compressorschakelaar
Voedingsaansluiting
Stickers
1
2
3
4
5
6
537
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Type B
Spuitmond
Slang
Compressorschakelaar
Bandenspanningsmeter
Ontgrendelknop
Voedingsaansluiting
Stickers
1
2
3
4
5
6
7
538
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Controleer de mate w aarin de
band beschadigd is.
• Haal de spijker of schr oef niet
uit de band. Door het verwijde-
ren van de spijker of de schroef
kan het gat groter worden waar-
door de band niet meer tijdelijk
gerepareerd kan worden.
Type A: Rijd de auto naar voren
tot het gat, voor z over zicht-
baar, zich bo ven aan d e band
bevindt om lekka ge van ban-
denreparatievloeistof te voorko-
men.
In de volgende gevallen is reparatie van de band met behulp van de ban-
denreparatieset niet mogelijk. Neem contact op met uw Toyota-dealer of
erkende reparateur.
De band is beschadigd door rijden met onvoldoende spanning
Wanneer de scheurtjes of beschadigingen zich niet in het loopvlak bevinden
maar bijvoorbeeld in de wangen van de band
De band is van de velg afgelopen
Het lek in of beschadiging van het loopvlak is 4 mm of groter
De velg is beschadigd
Twee of meer banden zijn lek
Wanneer een enkele band door 2 of meer scherpe voorwerpen doorboord is
Wanneer de bandenreparatievloeistof over de uiterste houdbaarheidsdatum
is
Voordat u een noodreparatie uitvoert
539
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Auto's met afdekplaten: Verwijder de middelste afdekplaten en het
opbergvak. (Blz. 370)
Verwijder de afdekking van d e
bagageruimtevloer.
Verwijder de bandenreparatieset. (Blz. 535)
Neem de reparatieset uit de gereedschapskoffer.
Verwijder het ventieldopje van
het wiel met de lekke band.
Verwijder de beschermende
laag van de fles en trek de
slang uit. V erwijder het dopje
van de slang.
Bevestig de bij de fles meegele-
verde stickers op de aangegeven
plaatsen. (Zie stap 9.)
Het ontluchtingsdopje van de slang
wordt nog gebruikt. Berg het dopje
daarom veilig op.
Verwijderen van de bandenreparatieset
1
2
Reparatiemethode in noodgevallen (type A)
3
1
2
3
540
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Sluit de slang aan op het ven-
tiel.
Draai het uiteinde van de slang zo
ver mogelijk rechtsom.
Zorg ervoor dat de compressor
is uitgeschakeld.
Verwijder de voedin gsaanslui-
ting van de compressor.
Sluit de voedingsstekker aan
op de accessoireaansluiting.
(Blz. 385)
4
5
6
7
541
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Verwijder de sticker.
Bevestig de 2 s tickers zoals
aangegeven.
Verwijder vuil en vocht van het wiel
voordat u de sticker bevestigt. Als
de sticker niet kan worden beves-
tigd, laat dan wa nneer u de band
laat repareren of vervangen de
Toyota-dealer of erkende rep ara-
teur weten dat bandenreparatie-
vloeistof is ingespoten.
8
9
542
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Sluit de fles aan op de com-
pressor.
Plaats de fles, om deze aan te slui-
ten, verticaal in de compressor,
zoals aangegeven in de afbeel-
ding, en zorg ervoor dat de klauw
op de flessenhals in de uit sparing
van het compressorhuis haakt.
Controleer de voorgeschreven bandenspanning.
De bandenspanning wordt aangegeven op de sticker, zoals afgebeeld.
(Blz. 593)
Start de motor.
Zet de compressor aan om d e
bandenreparatievloeistof in te
spuiten en de band met lucht te
vullen.
10
11
12
13
543
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Vul de band tot d e voorge-
schreven bandenspanning
bereikt is.
De bandenreparatievloeistof
wordt ingespoten, de druk
loopt op en daalt vervolgens
geleidelijk.
De bandenspanningsmeter
geeft ongeveer 1 minuut (5
minuten bij lage temperatu-
ren) nadat de schakelaar aan
is gezet de werkelijke ban-
denspanning weer.
Vul de b and tot de voorge-
schreven bandenspanning.
Zet de compressor uit en contro-
leer de bandensp anning. Zorg
dat de band niet te hard word t
opgepompt en vul de band met
lucht tot de voorgeschreven
bandenspanning is bereikt.
Als de bande nspanning nog
steeds lager is dan voorge-
schreven nadat de schakelaar
35 minuten aan staat, is de band
te veel beschadigd om nog
gerepareerd te worden. Scha-
kel de compressor uit en neem
contact op met een Toyota-dea-
ler of erkende reparateur.
Laat wat lucht ontsnappen wan-
neer de ban denspanning de
voorgeschreven waarde over-
schrijdt.
(Blz. 553, 593)
14
1
2
3
544
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Maak terwijl de compressor is uitgeschakeld de slang los van het
ventiel en trek vervolgen s de voedingsstekker uit de accessoire-
aansluiting.
Mogelijk ontsnapt er bij het verwijderen van de slang wat bandenreparatie-
vloeistof.
Plaats het ventieldopje op het ventiel van het gerepareerde wiel.
Plaats het ontluchtingsdopje op
het uiteinde van de slang.
Als het ontluchtingsdopje niet
wordt geplaatst, ontsnapt er moge-
lijk bandenreparatievloeistof en
kan de auto vuil worden.
Berg de fles, terwijl deze aan de compressor is bevestigd, tijdelijk
op in de bagageruimte.
Rijd, om de bandenreparatievloeistof gelijkmatig over de ba nd te
verdelen, meteen ongeveer 5 km met een snelheid van maximaal
80 km/h.
Stop, nadat u ongeveer 5 km/h
hebt gereden, op een veilige
plaats met ee n harde en hori-
zontale ondergrond en verwij-
der het ontluch tingsdopje van
de slang voordat u de reparatie-
set opnieuw aansluit.
15
16
17
18
19
20
545
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Zet de compressor aan, wacht
ongeveer 5 seconden en zet de
compressor weer uit. Contro -
leer de bandenspanning.
Als de bandenspanning lager
is dan 130 kPa (1,3 kg/cm
2
of
bar, 19 psi): Het gat kan niet
worden gerepareerd. Neem
contact op met uw Toyota-
dealer of erkende reparateur.
Als de bandenspanning 130
kPa (1,3 kg/cm
2
of bar, 19
psi) of hoger is, maar lage r
dan de voorgeschreven
spanning: Ga door naar .
Als de bandenspanning juist
is: (→Blz. 593): Ga verder
met .
Zet de compressor aan om d e
band op de voorgeschreven
spanning te b rengen. Rijd
ongeveer 5 km en ga dan door
naar .
Plaats het ontluchtingsdopje op
het uiteinde van de slang.
Als het ontluchtingsdopje niet
wordt geplaatst, ontsnapt er moge-
lijk bandenreparatievloeistof en
kan de auto vuil worden.
Berg de fles, terwijl deze aan de compressor is bevestigd, op in de
bagageruimte.
21
1
2
22
3
23
22
20
23
24
546
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Vermijd plotseling remmen, plotseling accelereren en scherpe
bochten, rijd voo rzichtig met een snelheid van maximaal 80 km/h
naar de dicht stbijzijnde Toyota-dealer of erkende reparateur voor
het repareren of vervangen van de band.
Neem de reparatieset uit de gereedschapskoffer.
Zorg er bij het verwijderen van de fles uit de originele zak voor dat de zak
niet scheurt en gooi de zak niet weg.
Bevestig de 2 s tickers zoals
aangegeven.
Verwijder vuil en vocht van het wiel
voordat u de sticker bevestigt. Als
de sticker niet kan worden beves-
tigd, laat dan wa nneer u de band
laat repareren of vervangen de
Toyota-dealer of erkende rep ara-
teur weten dat bandenreparatie-
vloeistof is ingespoten.
Verwijder het ventieldopje van
het wiel met de lekke band.
Reparatiemethode in noodgevallen (type B)
25
1
2
3
547
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Sluit de spuitmond aan op het
ventiel.
Draai het uiteinde van de spuit-
mond zo ver mogelijk rechtsom.
De fles moet verticaal hangen,
zonder de grond te raken. V er-
plaats de auto als de fles niet hori-
zontaal hangt, tot het vent iel zich
op de juiste plaats bevindt.
Verwijder het dopje van de fles.
Trek de slang uit de co mpres-
sor.
Sluit de fles aan op de com-
pressor.
Draai het uiteinde van de spuit-
mond zo ver mogelijk rechtsom.
4
5
6
7
548
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Zorg ervoor dat de compressor
is uitgeschakeld.
Verwijder de voedin gsaanslui-
ting van de compressor.
Sluit de voedingsstekker aan
op de accessoireaansluiting.
(Blz. 385)
8
9
10
549
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Controleer de voorgeschreven bandenspanning.
De bandenspanning wordt aangegeven op de sticker, zoals afgebeeld.
(Blz. 593)
Start de motor.
Zet de compressor aan om d e
bandenreparatievloeistof in te
spuiten en de band met lucht te
vullen.
11
12
13
550
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Vul de band tot d e voorge-
schreven bandenspanning
bereikt is.
De bandenreparatievloeistof
wordt ingespoten, de druk
loopt op en daalt vervolgens
geleidelijk.
De bandenspanningsmeter
geeft ongeveer 1 minuut
(5 minuten bij lag e tempera-
turen) nadat de schakelaa r
aan is gezet de we rkelijke
bandenspanning weer.
Vul de b and tot de voorge-
schreven bandenspanning.
Als de bande nspanning nog
steeds lager is dan voorge-
schreven nadat de schakelaar
35 minuten aan staat, is de band
te veel beschadigd om nog
gerepareerd te worden. Scha-
kel de compressor uit en neem
contact op met een Toyota-dea-
ler of erkende reparateur.
Laat wat lucht ontsnappen wan-
neer de ban denspanning de
voorgeschreven waarde over-
schrijdt.
(Blz. 553, 593)
14
1
2
3
551
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Schakel de compressor uit en
druk vervolgens op de knop om
de druk van de fles te halen.
Haal de uitstroomopening van het velgventiel en haal daarna de
voedingsaansluiting uit de accessoireaansluiting.
Mogelijk ontsnapt er bij het verwijderen van de spuitmond wat bandenre-
paratievloeistof.
Plaats het ventieldopje op het ventiel van het gerepareerde wiel.
Neem de slang los van de fles
en plaats de dop op de fles.
Plaats de fles in de originele zak en
rits deze dicht.
Berg de fles en de compressor op in de bagageruimte.
Rijd, om de bandenreparatievloeistof gelijkmatig over de ba nd te
verdelen, meteen ongeveer 5 km met een snelheid van maximaal
80 km/h.
Breng de auto na ongeveer
5 km tot stilstand op een veilige
plaats met e en stevige, vlakke
ondergrond en sluit de com-
pressor weer aan.
15
16
17
18
19
20
21
552
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Controleer de bandenspanning.
Als de bandenspanning lager
is dan 130 kPa (1,3 kg/cm
2
of
bar, 19 psi): Het gat kan niet
worden gerepareerd. Neem
contact op met uw Toyota-
dealer of erkende reparateur.
Als de bandenspanning 130
kPa (1,3 kg/cm
2
of bar, 19
psi) of hoger is, maar lage r
dan de voorgeschreven
spanning: Ga door naar .
Als de bandenspanning juist
is
(Blz. 593): Ga verder met
.
Zet de compressor aan om de band op de voorgeschreven span-
ning te brengen. Rijd ongeveer 5 km en ga dan door naar .
Berg de compressor op in de bagageruimte.
Vermijd plotseling remmen, plotseling accelereren en scherpe
bochten, rijd voo rzichtig met een snelheid van maximaal 80 km/h
naar de dicht stbijzijnde Toyota-dealer of erkende reparateur voor
het repareren of vervangen van de band.
22
1
2
23
3
24
23
21
24
25
553
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Als de band te hard wordt opgepompt
Type A
Neem de slang los van het ventiel.
Neem de slang los van het ventiel, verwijder het dop je van de slang en
sluit dan de slang weer aan.
Zet de compressor aan, wacht enkele seconden en zet de compress or
weer uit. Controlee r of de bandenspanningsmeter de voorgeschreven
spanning aangeeft.
Zet de compressor weer aan als de sp anning onder de voorgeschreven
waarde ligt en vul de band tot de juiste spanning is bereikt.
Type B
Controleer of de bandenspanningsmeter de voorgeschreven spanning
aangeeft.
Zet de compressor weer aan als de sp anning onder de voorgeschreven
waarde ligt en vul de band tot de juiste spanning is bereikt.
Het ventiel van een gerepareerde band
Nadat de band met de bandenreparatieset is gerepareerd, moet het ventiel
bij een definitieve reparatie worden vervangen.
Plaats het dopje op het uiteinde v an
de slang en duw het uit stekende
gedeelte van het dopje in h et ventiel
van de ban d om wat lu cht te laten
ontsnappen.
Druk op de knop om wat lucht te laten
ontsnappen.
1
2
3
4
1
2
554
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Aanwijzing voor het controleren van de bandenreparatieset
Controleer regelmatig de uiterste houdbaarheidsdatum van de bandenrepa-
ratievloeistof.
De uiterste houdbaarheidsdatum staat vermeld op de fles. Gebruik de ban-
denreparatievloeistof niet wanneer de uiterste houdbaarheidsdatum is ver-
streken. Anders worden reparaties met de bandenreparatieset mogelijk niet
goed uitgevoerd.
Bandenreparatieset
De vloeistof in de bandenreparatieset kan slechts eenmalig worden gebruikt
om een enkele band tijdelijk te repareren. Als de bandenreparatievloeistof is
gebruikt en moet worde n vervangen, koop dan een nieuwe fles bij een
Toyota-dealer of erkende reparateur. De compressor kan opnieuw worden
gebruikt.
De reparatievloeistof kan worden gebruikt bij een buitentemperatuur van -
30°C tot 60°C.-
De reparatieset is speciaal ontworpen voor de standaard op uw auto
gemonteerde banden. Gebruik de set niet voor banden met een afwijkende
maat of voor andere doeleinden.
De bandenreparatievloeistof is beperkt houdbaar. De uiterste houdbaar-
heidsdatum staat vermeld op de fles. Vervang de fles bandenreparatievloei-
stof vóór de uiterste houdbaarheidsdatum door een nieuwe fles. Neem voor
vervanging contact op met een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Als de bandenreparatievloeistof op uw kleren komt, kan deze vlekken ver-
oorzaken.
Eventueel gemorste bandenreparatievloeistof moet direct van het wiel of de
carrosserie worden verwijderd. Veeg het oppervlak onmiddellijk af met een
vochtige doek.
Tijdens de werking van de reparatieset wordt veel lawaai geproduceerd. Dit
is normaal en duidt niet op een storing.
Niet gebruiken om de bandenspanning te controleren of op de voorgeschre-
ven waarde te brengen.
555
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
WAARSCHUWING
Rijd niet door als de auto een lekke band heeft
Rijd nooit door met een lekke band.
Zelfs als er over een korte afstand met een lekke band wordt doorgereden,
kunnen band en velg zodanig beschadigd worden dat reparatie niet meer
mogelijk is.
Door het rijden met een lekke band k an er op de wang rondom een groef
ontstaan. In zo'n geval kan de band bij het gebruik van een rep aratieset
exploderen.
Wees voorzichtig tijdens het rijden
De reparatieset is speciaal ontworpen voor uw auto.
Gebruik de set niet voor andere auto's. Als u dat wel doet, kan dat leiden
tot een ongeval met ernstig letsel tot gevolg.
Gebruik de set niet voor banden met een afwijkende maat of voor andere
doeleinden. Als de banden niet volledig zijn gerepareerd, kan dit leiden tot
een ongeval met ernstig letsel tot gevolg.
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de bandenreparatievloeistof
Het inslikken van bandenreparatievloeistof is schadelijk voor uw gezond-
heid. Drink zoveel mogelijk water en raad pleeg direct een huisarts wan-
neer u bandenreparatievloeistof hebt ingeslikt.
Spoel direct met water wanneer bandenreparatievloeistof in uw ogen of op
uw huid is terechtgekomen. Raadpleeg een huisarts als u zich niet lekker
blijft voelen.
Bij het repareren van een lekke band
Parkeer de auto op een veilige plaats en een vlakke ondergrond.
Raak de wielen of het gedeelte rond de remmen direct nadat met de auto
is gereden niet aan.
Nadat met de auto is gereden, zijn de wielen en het gedeelte rond de rem-
men mogelijk zeer heet. Wanneer u deze delen met uw handen, voeten of
andere lichaamsdelen aanraakt, kan dit leiden tot brandwonden.
Laat ter voorkoming van beschadiging of ernstige lekkage de fles niet val-
len. Voer vóór gebruik een visuele controle van de fles uit. Gebruik uitslui-
tend onbeschadigde en niet-lekkende flessen. In dergelijke gevallen direct
vervangen.
Sluit de slang stevig aan op het ventiel terwijl het wiel aan de auto beves-
tigd is. Als de slang niet goed op het ventiel is aangesloten, kan er lekkage
van lucht optreden waarbij bandenreparatievloeistof naar buiten spuit.
Als de slang tijdens het vullen loskomt van het ventiel, is het mogelijk dat
de slang abrupte bewegingen maakt.
556
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Bij het repareren van een lekke band
Nadat de band gevuld is, kunnen er spetters bandenrep aratievloeistof
naar buiten komen als de slang wordt losgemaakt of wanneer u lucht uit
de band laat ontsnappen.
Volg voor het repareren van de band de volgende procedure. Als u de pro-
cedures niet volgt, kan de bandenreparatievloeistof naar buiten spuiten.
Bewaar afstand tot de band wanneer deze gerepareerd wordt, omdat de
band kan klappen. Als u scheuren of beschadigingen waarneemt, zet dan
de compressor uit en stop onmiddellijk met de reparatie.
De reparatieset kan oververhit raken als deze langere tijd achter elkaar
wordt gebruikt. Gebruik de reparatieset niet langer dan 40 minuten achter
elkaar.
Delen van de reparatieset worden tijdens het gebruik heet. Wees voor en
na gebruik voorzichtig met de reparatieset. Raak het metalen deel rond de
verbinding tussen de fles en de compressor niet aan. Dit is namelijk zeer
heet.
Plak de waarschuwingsstick er voor de rijsnelheid alleen op de aange-
geven plaats. Als de sticker word t aangebracht op een plaat s waar zich
een airbag bevindt, zoals op het stuurwielkussen, werkt de airbag mogelijk
niet goed meer.
Rijden om de bandenreparatievloeistof gelijkmatig te verdelen
Neem om de kans op ongevallen te beperken de volgende voorzorgsmaat-
regelen in acht.
Als u dat niet doet kunt u de macht over het stuur verliezen, waardoor ern-
stig letsel kan ontstaan.
Rijd langzaam en voorzichtig. Wees extra voorzichtig bij het maken van
bochten.
Breng de auto tot stilstand wanneer de auto niet rechtuit wil rijden of al s u
voelt dat er aan het stuurwiel wordt getrokken en controleer het volgende.
Toestand van de band. De band kan van de velg zijn afgelopen.
Bandenspanning. Als de bandenspanning 130 kPa (1,3 kg/cm
2
of
bar, 19 psi) of lager is, is de band mogelijk ernstig beschadigd.
557
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
OPMERKING
Een noodreparatie uitvoeren
Een band mag alleen tijdelijk worden gerepareerd indien de beschadiging
te wijten is aan perforatie door een spijker of schroef.
Verwijder de spijker of de schroef niet uit de band. Door het verwijderen
van de spijker of de schro ef kan het gat groter worden waardoo r de band
niet meer tijdelijk gerepareerd kan worden.
De reparatieset is niet waterbestendig. Zorg dat de reparatieset niet nat
wordt, wanneer de set bijvoorbeeld in de regen wordt gebruikt.
Zet de reparatieset niet op een stoffige ondergrond zoals bijvoorbeeld
zand. Als de reparatieset stof e.d. opzuigt, kunnen er storingen optreden.
Type B: Houd de fles tijdens het geb ruik niet ondersteboven, om schade
aan de compressor te voorkomen.
Voorzorgsmaatregelen voor de bandenreparatieset
De reparatieset heeft als voeding 12V-gelijkstroom nodig. Sluit de repara-
tieset niet aan op andere voedingsbronnen.
Als er benzinedruppels op de reparatieset terechtkomen, kan de set defect
raken. Zorg dat de set niet met benzine in aanraking kan komen.
Berg de reparatieset op, zodat de set beschermd is tegen vuil en vocht.
Berg de rep aratieset op in de gereedschapshouder onder de afdekking
van de bagageruimtevloer, buiten bereik van kinderen.
Demonteer de reparatieset niet en breng geen wijzigingen aan. S tel
onderdelen als de bandenspanningsmeter niet bloot aan schokken. Hier-
door kunnen storingen optreden.
558
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Een van de onderstaande punten kan het probleem veroorzaken:
Er is mogelijk onvoldoende brandstof aanwezig in de tank.
Vul de brandstoftank.
De motor kan verzopen zijn.
Probeer nogmaals de motor te starten en volg daarbij de juiste
startprocedures. (Blz. 190, 194)
Er kan een storing aanwezig zijn in de startblokkering.
(Blz. 67)
Een van de onderstaande punten kan het probleem veroorzaken:
De accu kan te ver ontladen zijn. (Blz. 564)
De accuklemmen kunnen loszitten of gecorrodeerd zijn.
Het startsysteem van de motor is mogelijk defect als gevolg van een
elektrische storing, zoals ee n ontladen batterij van de elektronische
sleutel of een defecte zekering. Er bestaat echter een noodmaatregel
om de motor te starten.
(Blz. 559)
Als de motor niet wil aanslaan
Als de motor niet wil aanslaan terwijl wel de juiste startprocedu-
res zijn gevolgd (Blz. 190, 194), dan kan dat de volgende oor-
zaken hebben:
De motor slaat niet aan terwijl de startmotor wel normaal werkt.
De startmotor draait langzaam rond, de interieurverlichting en de
koplampen gaan zwakker branden of de claxon maakt geen of
weinig geluid.
De startmotor draait niet (auto's met Smart entry-systeem en
startknop)
559
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Een van de onderstaande punten kan het probleem veroorzaken:
Een of beide accuklemmen zit(ten) los.
De accu kan te ver ontladen zijn. (Blz. 564)
Er kan een storing aanwezig zijn in het stuurslotsysteem.
Neem contact op met een Toyota-dealer of erkende reparateur als het pro-
bleem niet verholpen kan worden of als de reparatieprocedure niet bekend
is.
Als de motor niet start maar de startknop normaal werkt, kan de motor
aan de hand van de volgende stappen als een tijdelijke maatregel
worden gestart:
Zet de selectieh endel in stand P (Multidrive CVT) of de vrijst and
(handgeschakelde transmissie).
Activeer de parkeerrem.
Zet het contact in stand ACC.
Houd de startknop ongeveer 15 seconden ingedrukt terwijl u het
rempedaal (Multidrive CVT) of het koppelingspedaal (handgescha-
kelde transmissie) stevig ingetrapt houdt.
Ook als de auto aan de hand van deze stappen kan worden gestart,
kan er een storing in het systeem zijn. La at uw auto controleren bij
een Toyota-dealer of erkende reparateur.
De startmotor draait niet, de interieurverlichting en de
koplampen gaan niet aan of de claxon maakt geen geluid.
Noodstartfunctie (auto's met Smart entry-systeem en startknop)
1
2
3
4
560
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Activeer de parkeerrem.
Auto's zonder Smart entry-systeem en startknop: Zet het contact in
stand ACC.
Auto's met Smart e ntry-systeem en startknop: Zet het contact in
stand ACC.
Trap het rempedaal in.
Druk de deblokkeerschakelaar
in.
De selectiehendel kan worden ver-
plaatst als de schakelaar ingedrukt
is.
Als de selectiehendel niet uit stand P kan
worden gezet (auto's met Multidrive CVT)
Als de selectiehendel niet in een andere stand gezet kan worden
terwijl u het rempedaal ingetrapt hebt, kan er een probleem aan-
wezig zijn in het s chakelblokkeersysteem (een systeem dat
voorkomt dat de selectiehendel per ongeluk in een andere stand
gezet kan worden). Laat uw auto direct contro leren door een
Toyota-dealer of erkende reparateur.
Met de volgende procedure kan in noodgevallen de blokkering
van de selectiehendel ongedaan worden gemaakt.
1
2
3
4
561
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Gebruik de mechanische sleutel
(Blz. 107) om de volgende han-
delingen uit te voeren:
Vergrendelen van alle portieren
Ontgrendelen van alle portieren
Als de elektronische sleutel niet goed
werkt (auto's met Smart entry-systeem en
startknop)
Als de communicatie tussen de elektronische sleutel en de auto
is verbroken (Blz. 116) of de elektronische sleutel niet kan wor-
den gebruikt omdat de batterij le eg is, werken het Smart e ntry-
systeem met st artknop en de af standsbediening niet. In dat
geval kunnen de portieren worden g eopend of kan de moto r
worden gestart door de onderstaande procedure te volgen.
Vergrendelen en ontgrendelen van de portieren
1
2
562
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Multidrive CVT: Controleer of de selectiehendel in stand P staat en
trap het rempedaal in.
Handgeschakelde transmissie: Zet de selectiehendel in stand N en
trap het koppelingspedaal in.
Houd de zijde van de elektroni-
sche sleutel met het T oyota-
logo tegen de startknop.
Wanneer de elektronische sleutel
wordt gedetecteerd, klinkt er een
zoemer en het cont act wordt AAN
(IG) gezet.
Wanneer het Smart entry-systeem
met startknop is uitgeschakeld via
de persoonlijke v oorkeursinstellin-
gen, wordt het cont act in stand
ACC gezet.
Auto's zonder multi-informatiedisplay: Trap het rempedaal (Multi-
drive CVT) of koppelingspedaal (handgeschakelde transmissie)
stevig in en controleer of het controlelampje Smart entry-systeem
met startknop (groen) gaat branden.
Auto's met multi-informatiedisplay: Trap het rempedaal (Multidrive
CVT) of koppelingspedaal (handgeschakelde transmissie) stevig in
en controleer of op het multi-informatiedisplay verschijnt.
Druk op de startknop.
Laat uw au to direct controleren door een Toyota-dealer of erkende
reparateur als de motor nog steeds niet gestart kan worden.
Starten van de motor
1
2
3
4
563
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Uitzetten van de motor
Zet de selectiehendel in st and P (Mu ltidrive CVT) o f N (handgeschakelde
transmissie) en druk op de startknop, zoals u normaliter doet bij het afzetten
van de motor.
Vervangen van de sleutelbatterij
Omdat deze procedure een noodmaatregel is, wordt geadviseerd de batterij
van de elektronische sleutel zo snel mogelijk te laten vervangen als deze ont-
laden is. (Blz. 440)
Alarm (indien aanwezig)
Het alarmsysteem wordt niet ingeschakeld als de mechanische sleutel wordt
gebruikt om de portieren te vergrendelen.
Het alarm kan worden geactiveerd als een portier met de mechanische sleu-
tel wordt ontgrendeld terwijl het alarmsysteem is ingeschakeld.
Wijzigen van de stand van het contact
Laat het rempedaal (Multidrive CVT) of het koppelingspedaal (handgescha-
kelde transmissie) los en druk tijdens stap hierboven op de startknop.
De motor wordt niet gestart en de st and verandert iedere keer dat de knop
wordt ingedrukt. (Blz. 197)
Als de elektronische sleutel niet goed werkt
Controleer of het Smart entry-systeem met startknop niet is uitgeschakeld
via de persoonlijke voorkeursinstellingen. Is de functie uitgeschakeld, scha-
kel hem dan in.
(Systemen met mogelijkheden voor pers oonlijke voorkeursinstellingen
Blz. 598)
Controleer of de energiebesparende functie voor de batterij is ingeschakeld.
Is de functie ingeschakeld, schakel hem dan uit.
(Blz. 115)
3
564
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Als u de b eschikking hebt over een set st artkabels en een tweede
voertuig met een accu , kunt u uw auto starten met behulp van de
onderstaande hulpstartprocedure.
Open de motorkap. (Blz. 410)
Verwijder bij a uto's met 1ZR-FAE, 1ND-TV of 1AD-FTV motor de
motorafdekkap.
1ZR-FAE motor
Trek de achterkant van de afdek-
kap omhoog om de twee a chter-
ste bevestigingen los te nemen en
vervolgens de voo rkant van de
afdekkap voor de twee voorste
bevestigingen.
1ND-TV motor
Trek de voorkant van de afdekkap
omhoog om hem uit de bevesti-
gingen te verwijderen en trek ver-
volgens aan de kap om hem los te
maken uit de ste unen op de ach-
terste stang.
Als de accu leeg is
Als de accu van de au to ontladen is, kan de motor met behulp
van de onderstaande procedures worden gestart.
U kunt ook cont act opnemen met een T oyota-dealer of erkende
reparateur.
1
2
565
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
1AD-FTV motor
Sluit de startkabels als volgt aan:
1NR-FE motor
Sluit de positieve startkabel aan op de positieve accupool (+) van
uw auto.
Sluit de andere zijde van de positieve startkabel aan op de posi-
tieve accupool (+) van de tweede auto.
Sluit de negatieve startkabel aan op de negatieve accupool (-)
van de tweede auto.
Sluit de andere zijde van de negatieve (zwarte) startkabel aan op
de auto met de on tladen accu op een stevig, stilstaand, niet
gelakt metalen punt uit de buurt van de accu en bewegende
delen, zoals aangegeven in de afbeelding.
3
1
2
3
4
566
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
1ZR-FAE en 1AD-FTV motor
Sluit de positieve startkabel aan op de positieve accupool (+) van
uw auto.
Sluit de andere zijde van de positieve startkabel aan op de posi-
tieve accupool (+) van de tweede auto.
Sluit de negatieve startkabel aan op de negatieve accupool (-)
van de tweede auto.
Sluit de andere zijde van de negatieve (zwarte) startkabel aan op
de auto met de on tladen accu op een stevig, stilstaand, niet
gelakt metalen punt uit de buurt van de accu en bewegende
delen, zoals aangegeven in de afbeelding.
1
2
3
4
567
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
1ND-TV motor
Sluit de positieve startkabel aan op de positieve accupool (+) van
uw auto.
Sluit de andere zijde van de positieve startkabel aan op de posi-
tieve accupool (+) van de tweede auto.
Sluit de negatieve startkabel aan op de negatieve accupool (-)
van de tweede auto.
Sluit de andere zijde van de negatieve (zwarte) startkabel aan op
de auto met de on tladen accu op een stevig, stilstaand, niet
gelakt metalen punt uit de buurt van de accu en bewegende
delen, zoals aangegeven in de afbeelding.
Start de motor van de tweede auto. Verhoog het motortoerental iets
en laat de motor gedurende ongeveer 5 minu ten met het ver-
hoogde toerental draaien om de accu van uw auto op te laden.
Open en sluit een van de portieren terwijl het contact UIT staat.
Auto's zonder Smart entry-systeem en startknop:
Houd het motortoerental van de tweede auto constant en zet he t
contact AAN. Start vervolgens de motor van de auto.
Auto's met Smart entry-systeem en startknop:
Houd het motortoerental van de tweede auto constant en zet he t
contact AAN. Start vervolgens de motor van de auto.
1
2
3
4
4
5
6
568
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Verwijder de startkabels in exact de omgekeerde volgorde van aan-
sluiten zodra de motor van uw auto aangeslagen is.
Laat, nadat de motor van uw auto aangeslagen is, de auto zo snel
mogelijk nakijken door een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Starten van de motor als de accu leeg is
De auto kan niet worden aangeduwd.
Voorkomen van ontlading van de accu
Zet de koplampen en het audiosysteem uit als de motor niet draait.
Schakel niet-noodzakelijke elektrische verbruikers uit als er gedurende lan-
gere tijd met lage snelheden gereden wordt, bijvoorbeeld in een file.
Als de accu verwijderd of ontladen is (auto's met alarm)
Zorg ervoor dat de sleutel zich niet in de auto bevindt als de accu wordt opge-
laden of vervangen. Wanneer het alarm wordt geactiveerd, kan de sleutel in
de auto worden ingesloten. (Blz. 76)
Laden van de accu
De accu zal geleidelijk aan ontladen, zelfs wanneer de auto niet in gebruik is.
Dit wordt veroorzaakt door natuurlijke ontlading en het ef fect van bepaalde
elektrische apparatuur. Als de auto langere tijd niet gebruikt wordt, kan de
accu ontladen en kan de auto mogelijk niet meer worden gestart. (De accu
laadt automatisch op tijdens het rijden.)
7
569
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Bij het bijladen of vervangen van de accu
Auto's met Smart-entry systeem met startknop: Wanneer de accu ontladen
is, is het in sommige gevallen niet mogelijk om de portieren te ontgrendelen
met het Smart entry -systeem met startknop. Gebruik de afstandsbediening
of de mechanische sleutel om de portieren te vergrendelen of te ontgrende-
len.
Mogelijk start de motor niet bij de eerste poging nadat de accu weer is opge-
laden, maar start hij wel normaal na de tweede poging. Dit wijst niet op een
storing.
Auto's met Smart entry -systeem met st artknop: De st and van het contact
wordt door de auto opgeslagen. Wanneer de accu weer wordt aangesloten,
keert het systeem terug naar de st and die was geselecteerd voordat de
accu werd losgenomen. Zet vóór het losnemen van de accu het contact UIT.
Wees extra voorzichtig bij het aansluiten van de accu wanneer u niet zeker
weet in welke stand het contact stond voordat de accu ontladen raakte.
WAARSCHUWING
Voorkomen van brand en explosie
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om te voorkomen dat het
licht ontvlambare gas dat uit de a ccu kan komen, per onge luk tot ontbran-
ding komt:
Zorg ervoor dat de startkabel aangesloten wordt op de juiste accupool en
niet per ongeluk in aanraking komt met een ander onderdee l dan de
bedoelde accupool.
Zorg ervoor dat de op de “+”-pool aangesloten startkabel niet in cont act
komt met andere onderdelen of me talen oppervlakken, zoals met alen
steunen en ongelakt metaal.
Laat de “+” en “-” klemmen van de startkabels niet in c ontact komen met
elkaar.
Rook niet en gebruik geen open vuur in de buurt van de accu.
570
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de accu
De accu bevat giftige en corrosieve elektrolyt en de onderdelen van de accu
bevatten lood en loodhoudende samenstellingen. Neem bij het omgaan met
de accu de volgende voorzorgsmaatregelen in acht:
Draag bij het werken met de accu altijd een veiligheidsbril en zorg ervoor
dat de vloeistof uit de accu niet in contact komt met de huid, kleding of de
carrosserie van de auto.
Leun niet over de accu heen.
Was accuvloeistof, die op de huid of in de ogen terecht is gekomen, direct
weg met water en raadpleeg een arts.
Bedek de plaats waar de accuvloeistof op terechtgekomen is met een
natte spons of doek totdat er medische hulp kan worden verkregen.
Was altijd uw handen nadat u de acc udrager, de accupolen en andere
accu-gerelateerde onderdelen hebt aangeraakt.
Houd kinderen uit de buurt van de accu.
OPMERKING
Omgaan met startkabels
Zorg er bij het aansluiten van de startkabels voor dat deze niet verstrikt
raken in de koelventilatoren of in de aandrijfriem van de motor.
571
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Auto's zonder multi-informatiedisplay: Het waarschuwingslampje
hoge koelvloeistoftemperatuur (Blz. 488) gaat branden, of u
merkt een verlies aan trekkracht. (De auto accelereert bijvoorbeeld
niet als het gaspedaal wordt ingetrapt.)
Auto's met multi-informatiedisplay: De naald van de koelvloeistof-
temperatuurmeter (Blz. 90) komt in het rode gebied of u merkt
dat de motor minder vermogen levert. (De auto accelereert bijvoor-
beeld niet als het gaspedaal wordt ingetrapt.)
Er komt stoom onder de motorkap uit.
Breng de auto op een veilige plaats tot stilstand, schakel de aircon-
ditioning uit en zet vervolgens de motor af.
Als er stoom te zien is:
Open, nadat de stoom is verdwenen, voorzichtig de motorkap.
Als er geen stoom te zien is:
Open voorzichtig de motorkap.
Controleer nadat de motor vol-
doende is afgekoeld de slangen
en het rad iateurblok (radiateur)
op sporen van lekkage.
Radiateur
Koelventilator
Neem bij lekkage van een grote
hoeveelheid koelvloeistof
onmiddellijk contact op met een
Toyota-dealer of erkende rep a-
rateur.
Als de motor oververhit raakt
Het volgende kan erop duiden dat de auto oververhit raakt:
Correctieprocedures
1
2
3
1
2
572
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Het koelvloeistofniveau is co rrect als het zich tussen de streepjes
FULL en LOW bevindt.
Reservoir
FULL (maximaal)
LOW (minimaal)
Vul indien nodig koelvloeistof
bij.
In noodgevallen mag ook water
gebruikt worden als u geen koel-
vloeistof bij de hand hebt.
Start de motor, schakel de airconditioning in e n controleer of de
koelventilator van de radiateur draait en of er geen koelvloeistof lekt
uit de radiateur of de slangen.
De koelventilator gaat draaien als de airconditioning direct na een koude
start wordt ingeschakeld. Controleer of de ventilator draait door ernaar te
luisteren en te voelen of er luchtstroom is. Schakel als u hier niet zeker van
bent de airconditioning nog een aantal keer in en uit. (De ventilator werkt
mogelijk niet bij temperaturen beneden het vriespunt.)
4
1
2
3
Behalve motor 1AD-FTV 1AD-FTV motor
5
6
573
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Als de koelventilator niet draait:
Schakel onmiddellijk de motor uit en neem contact op met e en
Toyota-dealer of erkende reparateur.
Als de koelventilator draait:
Laat de auto nakijken door de dichtstbijzijnde Toyota-dealer of
erkende reparateur.
WAARSCHUWING
Bij controles in de motorruimte van uw auto
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan erns tig letsel,
zoals brandwonden, tot gevolg hebben.
Als er stoom onder de motorkap vandaan komt, open de mo torkap dan
niet voordat de stoom is verdwenen. De motorruimte kan zeer heet zijn.
Houd uw handen en kleding (met name stropdassen, sjaals en dassen) uit
de buurt van de ventilator en aandrijfriemen.
Draai de dop van het k oelvloeistofreservoir niet los als de motor en de
radiateur heet zijn.
OPMERKING
Bijvullen van koelvloeistof
Vul langzaam koelvloeistof bij nadat de motor voldoende is afge koeld. Het
te snel bijvullen van koude koelvloeistof bij een hete motor kan schade aan
de motor veroorzaken.
Voorkomen van beschadigingen aan het koelsysteem
Houd u aan de volgende voorzorgsmaatregelen:
Zorg dat de koelvloeistof niet verontreinigd raakt (bijvoorbeeld met zand of
stof)
Gebruik geen koelvloeistofadditief.
7
574
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Vul de brandstoftank van uw auto.
Bedien om h et brandstofsys-
teem te ontluchten de ontluch -
tingspomp totdat u meer
weerstand voelt.
Start de motor. (Blz. 190, 194)
Als de motor niet aanslaat nadat de bovenstaande stappen zijn uitgevoerd,
wacht dan 10 seconden en probeer stap 2 en 3 vervolgens opnieuw uit te
voeren. Neem contact op met een Toyota-dealer of erkende reparateur als
de motor nog steeds niet gestart kan worden.
Trap nadat de motor is aangeslagen het gaspedaal iets in tot de motor
soepel ronddraait.
Als u zonder brandstof komt te staan en de
motor afslaat (alleen dieselmotoren)
Als u zonder brandstof komt te staan en de motor afslaat:
1
2
OPMERKING
Als de motor herstart wordt
Start de motor niet als er nog geen brandstof is bijgevuld en het brandstof-
systeem nog niet ontlucht is met de ontluchtingspomp. Hierdoor kan
schade aan de motor en het brandstofsysteem ontstaan.
Auto's zonder Smart entry-systeem en startknop: Laat de startmotor niet
langer dan 30 seconden onafgebroken werken. Anders kunn en de start-
motor en de bedrading oververhit raken.
3
575
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
7
Bij problemen
Zet de motor af. Zet de selectiehendel in stand P (Multidrive CVT)
of N (handgeschakelde transmissie) en activeer de parkeerrem.
Verwijder modder, sneeuw of zand rond de voorwielen.
Leg een stuk hout, stenen of ander materiaal onder de voorwielen
om de wielen grip te geven.
Start de motor opnieuw.
Zet de selectiehendel in stand D of R (Multidrive CVT) of in de 1e
versnelling of de achteruit (handgeschakelde transmissie) en deac-
tiveer de parkeerrem. Trap vervolgens voorzichtig het gaspedaal in.
Wanneer u de auto moeilijk los kunt krijgen
Als de auto vastzit
Voer de volgende procedures uit als de banden doorslippen of
als de auto vastzit in modder, sneeuw, enz.:
Druk op om de TRC uit te schakelen.
1
2
3
4
5
576
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
WAARSCHUWING
Bij het vrij proberen te krijgen van een auto die vastzit
Als u de auto in beweging wilt krijgen door te “schommelen”, controleer dan
eerst of er in de omgeving van de auto geen andere auto's, objecten of per-
sonen aanwezig zijn die geraakt zouden kunnen worden als de auto plotse-
ling in beweging komt. De auto kan ook een plot selinge beweging maken
als de wielen weer grip krijgen. Neem de grootst mogelijke voorzichtigheid
in acht.
Bedienen van de selectiehendel
Zet de selectiehendel niet in een andere st and als het gaspedaal is inge-
trapt.
Als u dat wel doet, kan de auto onverwacht snel accelereren, waardoor een
aanrijding en ernstig letsel kunnen ontstaan.
OPMERKING
Om beschadiging van de transmissie en andere componenten te voor-
komen
Vermijd dat de voorwielen doorslippen en dat u het gaspedaal verder dan
noodzakelijk intrapt.
Als de auto na deze pogingen nog steeds vas tzit, moet deze door een
ander voertuig worden losgetrokken.
577
8
Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
8-1. Specificaties
Onderhoudsgegevens
(brandstof, motoroliepeil,
enz.).................................578
Informatie over brandstof...596
8-2. Persoonlijke
voorkeursinstellingen
Systemen met
mogelijkheden voor
persoonlijke
voorkeursinstellingen.......598
578
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
8-1. Specificaties
Onderhoudsgegevens
(brandstof, motoroliepeil, enz.)
Afmetingen en gewichten
Totale lengte 4560 mm (179,5 in.)
Totale breedte 1760 mm (69,3 in.)
Totale hoogte*
1
1460 mm (57,5 in.)*
2
1475 mm (58,1 in.)
*
3
Wielbasis 2600 mm (102,4 in.)
Spoorbreedte
Voor
1535 mm (60,4 in.)
*
4
1525 mm (60,0 in.)*
5
1515 mm (59,6 in.)*
6, 7
Achter
1NR-FE en 1ND-TV motoren
1535 mm (60,4 in.)
*
4
1520 mm (59,8 in.)*
5
1510 mm (59,4 in.)*
6
1ZR-FAE motor
1525 mm (60,0 in.)
*
4
1510 mm (59,4 in.)*
5
1500 mm (59,1 in.)*
7
1AD-FTV motor
1510 mm (59,4 in.)
*
5
1500 mm (59,1 in.)*
7
Maximaal toelaatbaar totaalgewicht
1NR-FE motor
1765 kg (3891 lb.)
1ZR-FAE motor
1860 kg (4101 lb.)
*
8
1835 kg (4045 lb.)*
9
1ND-TV motor
1845 kg (4068 lb.)
1AD-FTV motor
1915 kg (4222 lb.)
579
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
8
Specificaties
*
1
: Ongeladen auto
*
2
: Auto's zonder roofrail
*
3
: Auto's met roofrail
*
4
: Auto's met 195/65R15 banden
*
5
: Met 205/55R16 banden
*
6
: Auto's met 215/45R17 banden
*
7
: Auto's met 225/45R17 banden
*
8
: Auto's met Multidrive CVT
*
9
: Auto's met handgeschakelde transmissie
Maximale
asbelasting
Voor
1NR-FE, 1ZR-FAE en 1ND-TV
motoren
1020 kg (2249 lb.)
1AD-FTV motor
1080 kg (2381 lb.)
Achter 1010 kg (2227 lb.)
Kogeldruk
1NR-FE en 1ND-TV motoren
55 kg (121 lb.)
1ZR-FAE motor
65 kg (143 lb.)
1AD-FTV motor
72 kg (159 lb.)
Maximaal
toelaatbaar
aanhangwagen-
gewicht
Geremd
1NR-FE en 1ND-TV motoren
1000 kg (2205 lb.)
1ZR-FAE motor
1300 kg (2867 lb.)
1AD-FTV motor
1500 kg (3308 lb.)
Ongeremd 450 kg (992 lb.)
580
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Voertuigidentificatienummer
Het voertuigidentificatienummer (VIN) is het wettelijke identificatie-
nummer van u w auto. Dit is h et belangrijkste identificatienummer
van uw Toyota. Het wordt gebruikt voor het op naam zetten van de
auto.
Dit nummer is a angebracht
onder de rechter voorstoel.
Het voertuigidentificatienummer
staat ook op het typeplaatje.
Chargenummer
Alleen voor Nederland:
Elke door Louwman & Parqui
ingevoerde Toyota-automobiel
krijgt een chargenummer. Dit
nummer staat op de sticker die
aan de binnenzijde van de klep
van het dashboardkastje is
geplakt. Vermeld bij eventuele
correspondentie of het inwinnen
van telefonische informatie, altijd
het chargenummer van uw auto.
Identificatie van de auto
581
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
8
Specificaties
Motornummer
Het motornummer is op de aangegeven plaats ingeslagen in he t
motorblok.
1NR-FE motor 1ZR-FAE motor
1ND-TV motor 1AD-FTV motor
582
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Benzinemotor
Motor
Uitvoering 1NR-FE, 1ZR-FAE
Type 4-cilinder lijnmotor, 4-takt, benzine
Boring x slag
1NR-FE motor
72,5 × 80,5 mm (2,85 × 3,17 in.)
1ZR-FAE motor
80,5 × 78,5 mm (3,17 × 3,09 in.)
Cilinderinhoud
1NR-FE motor
1329 cm
3
(81,1 cu.in.)
1ZR-FAE motor
1598 cm
3
(97,5 cu.in.)
Klepspeling
(koude motor)
Automatische afstelling
Dynamoriemspanning
1NR-FE motor
Automatische afstelling
1ZR-FAE motor
7,6 10,0 mm (0,30 0,39 in.)
*
*
: Doorbuiging aandrijfriem (gebruikt) bij indrukken met
98 N (10 kg, 22 lbf)
Dynamo
Waterpomp
Airco-
compressor
Krukas
583
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
8
Specificaties
Dieselmotor
Uitvoering 1ND-TV, 1AD-FTV
Type 4 cilinder lijnmotor, 4-takt dieselmotor (met turbo)
Boring x slag
1ND-TV motor
73 × 81,5 mm (2,87 × 3,21 in.)
1AD-FTV motor
86 × 86 mm (3,39 × 3,39 in.)
Cilinderinhoud
1ND-TV motor
1364 cm
3
(83,2 cu.in.)
1AD-FTV motor
1998 cm
3
(121,9 cu.in.)
Klepspeling
(koude motor)
1ND-TV motor
Inlaat: 0,11 0,17 mm (0,004 0,007 in.)
Uitlaat: 0,14 0,20 mm (0,006 0,008 in.)
1AD-FTV motor
Automatische afstelling
Dynamoriemspanning Automatische afstelling
OPMERKING
Soort aandrijfriem (1ND-TV motor)
Een aandrijfriem met een hoge sterkte is gebruikt als aandrijfriem aan dyna-
mozijde. Vervang de aandrijfriem door een originele Toyota aandrijfriem met
een hoge sterk te of gelijkwaardig. Als er geen riem met een hoge sterkte
wordt gebruikt, zal de riem eerder slijten. De aand rijfriem met een hoge
sterkte bevat een aramidekern die sterker is dan gewone riemen met een
PET- of PEN-kern.
584
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Benzinemotor
Dieselmotor
Brandstof
Brandstofsoort
EU:
Uitsluitend loodvrije benzine conform de
Europese norm EN228
Behalve EU:
Uitsluitend loodvrije benzine
Research-octaangetal
(RON)
95 of hoger
Inhoud brandstoftank
(Referentie)
50 l (13,2 gal., 11,0 Imp. gal.)
Brandstofsoort
EU:
Dieselbrandstof conform de Europese norm
EN590
Behalve EU:
Dieselbrandstof met een zwavelgehalte van 50
ppm of minder
Cetaangetal 48 of hoger
Inhoud brandstoftank
(Referentie)
50 l (13,2 gal., 11,0 Imp. gal.)
585
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
8
Specificaties
*: De aangegeven hoeveelheid motorolie is een referentiehoeveelheid voor
het verversen van de motorolie. Breng de motor op bedrijfstemperatuur en
zet de motor uit, wacht ten minste 5 minuten en controleer het oliepeil met
de peilstok.
Keuze motorolie
Benzinemotor
De motor is af fabriek gevuld met originele Toyota-motorolie. Toyota
beveelt het gebruik van originele Toyota-motorolie aan. Er kan ook
andere motorolie van gelijkwaardige kwaliteit worden gebruikt.
Oliesoort:
0W-20, 5W-20, 5W-30 en 10W-30:
API SL “Energy-Conserving”, SM “Energy-Conserving”,
SN “Resource-Conserving” of ILSAC multigrade-motorolie
15W-40 en 20W-50:
API SL, SM of SN multigrade motorolie
Smering
Inhoud
(verversen indicatie*)
Met filter
1NR-FE motor
3,4 l (3,6 qt., 3,0 Imp. qt.)
1ZR-FAE motor
4,2 l (4,4 qt., 3,7 Imp. qt.)
1ND-TV motor
3,9 l (4,1 qt., 3,4 Imp. qt.)
1AD-FTV motor
5,9 l (6,2 qt., 5,2 Imp. qt.)
Zonder filter 1NR-FE motor
3,2 l (3,4 qt., 2,8 Imp. qt.)
1ZR-FAE motor
3,9 l (4,1 qt., 3,4 Imp. qt.)
1ND-TV motor
3,5 l (3,7 qt., 3,1 Imp. qt.)
1AD-FTV motor
5,5 l (5,8 qt., 4,8 Imp. qt.)
586
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Aanbevolen viscositeit (SAE):
Uw Toyota is af fabriek gevuld
met motorolie met ee n viscosi-
teit van SAE 0W-20. Deze
motorolie is de beste keuze
voor uw auto vanwege een laag
brandstofverbruik en goede
starteigenschappen bij kou d
weer.
U kunt de viscositeit SAE 5W-
30 gebruiken als SAE 0W -20
niet beschikbaar is. De ze dient
echter bij de vo lgende verver-
sing vervangen te worden door
SAE 0W-20.
Bij het geb ruik van motor olie
met een visco siteit van SAE
10W-30 of h oger, kan het bij
extreme kou voorkomen dat de
motor moeilijk start. Daarom
wordt motorolie met een visco-
siteit van SAE 5W-30 of lagere
viscositeit aanbevolen.
Viscositeit (als voorbeeld wordt hier 0W-20 gebruikt):
Het gedeelte 0W in 0W-20 geeft aan dat de olie ervoor zorgt dat
de motor goed start bij koud weer. Olie met een lage waarde voor
de W zorgt dat de motor goed start bij koud weer.
Het gedeelte 20 in 0W-20 geeft de viscositeit van de olie weer als
de olie een hoge temperatuur heeft. Olie met een hogere viscosi-
teit (hogere waarde) is moge lijk beter geschikt w anneer met
hoge snelheden of met veel belading wordt gereden.
Te verwachten temperatuurbereik
tot volgende verversing.
Aanbevo-
587
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
8
Specificaties
Merktekens oliekwaliteit:
Let er bij het aa nschaffen van motorolie op of ten minste é én van
beide bovenstaande symbolen op de verpakking is gedrukt.
API-symbool
Bovenste deel: Geef t de kwali-
teit van de motorolie aa n door
middel van een afkorting zoals
SN. Deze aanduiding is vastge-
steld door API (American Petro-
leum Institute).
Middelste deel: Geeft de viscosi-
teit aan (SAE 0W-20)
Onderste deel: In dit deel st aat
“Resource-Conserving”, wat
staat voor brandstofbesparende
en groene eigenschappen.
ILSAC-symbool
Het ILSAC-symbool (Internatio-
nal Lubricant Standardization
and Approval Committee) st aat
op de voorzijde van de verpak-
king.
1
2
588
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Dieselmotor
De motor is af fabriek gevuld met originele Toyota-motorolie. Toyota
beveelt het gebruik van originele Toyota-motorolie aan. Er kan ook
andere motorolie van gelijkwaardige kwaliteit worden gebruikt.
Oliesoort: ACEA C2
Aanbevolen viscositeit (SAE):
Uw Toyota is af fabriek gevuld
met motorolie met ee n viscosi-
teit van SAE 0W-30. Deze
motorolie is de beste keuze
voor uw auto vanwege een laag
brandstofverbruik en goede
starteigenschappen bij kou d
weer.
Viscositeit (als voorbeeld wordt hier 0W-30 gebruikt):
Het gedeelte 0W in 0W-30 geeft aan dat de olie ervoor zorgt dat
de motor goed start bij koud weer. Olie met een lage waarde voor
de W zorgt dat de motor goed start bij koud weer.
Het gedeelte 30 in 0W-30 geeft de viscositeit van de olie weer als
de olie een hoge temperatuur heeft. Olie met een hogere viscosi-
teit (hogere waarde) is moge lijk beter geschikt w anneer met
hoge snelheden of met veel belading wordt gereden.
OPMERKING
Gebruik van een andere motorolie dan ACEA C2 kan de katalysator bescha-
digen.
Te verwachten temperatuurbereik
tot de volgende verversing
Aanbevo-
589
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
8
Specificaties
Koelsysteem
Capaciteit
(Referen-
tie)
1NR-FE motor
Met uitlaatgaswarmterecirculatiesysteem
5,7 l (6,0 qt., 5,0 Imp. qt.)
Zonder uitlaatgaswarmterecirculatiesys-
teem
4,7 l (5,0 qt., 4,1 Imp. qt.)
1ZR-FAE motor
Auto's met Multidrive CVT
5,8 l (6,1 qt., 5,1 Imp. qt.)
Auto's met handgeschakelde transmissie
5,6 l (5,9 qt., 4,9 Imp. qt.)
1ND-TV motor
Met extra verwarming
6,0 l (6,3 qt., 5,3 Imp. qt.)
Zonder extra verwarming
5,6 l (5,9 qt., 4,9 Imp. qt.)
1AD-FTV motor
Met extra verwarming
7,8 l (8,2 qt., 6,9 Imp. qt.)
Zonder extra verwarming
7,4 l (7,8 qt., 6,5 Imp. qt.)
Soort koelvloeistof
Gebruik een van de volgende middelen.
“Toyota Super Long Life Coolant”
Of een gelijkwaardig product
Gebruik geen kraanwater.
Ontsteking (benzinemotor)
Bougie
Merk DENSO SC20HR11
Elektrodenafstand 1,1 mm (0,043 in.)
OPMERKING
Bougies met iridium elektroden
Gebruik alleen bougies met iridium elektroden. Wijzig de elektrodenafstand
niet.
590
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
*: De aangegeven hoeveelheid vloeistof is een globale hoeveelheid.
Als vervanging noodzakelijk is, neem dan contact op met een Toyota-dea-
ler of erkende reparateur.
Elektrisch systeem
Accu
Klemspanning
bij 20°C (68°F):
12,6 12,8 V volledig geladen
12,2
12,4 V half geladen
11,8
12,0 V ontladen
(De spanning wordt gemeten 20 minuten nadat
de motor en verlichting zijn uitgeschakeld.)
Laadstroom Max. 5 A
Multidrive CVT
Hoeveelheid* 7,6 l (8,0 qt., 6,7 Imp. qt.)
Soort vloeistof Originele Toyota CVT FE-vloeistof
OPMERKING
Soort Multidrive-vloeistof
Door het gebruik van andere Multidrive-vloeistof dan Toyota Genuine CVT
FE-vloeistof kan de s chakelkwaliteit verminderen, de lockup van de trans-
missie vergezeld gaan van trillingen en uiteindelijk schade aan de transmis-
sie van uw auto ontstaan.
591
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
8
Specificaties
Handgeschakelde transmissie
Inhoud transmissieolie
(referentiewaarde)
1AD-FTV motor
2,3 l (2,4 qt., 2,0 Imp. qt.)
Overige
2,4 l (2,5 qt., 2,1 Imp. qt.)
Oliesoort
Gebruik een van de volgende middelen:
Originele TOYOTA handgeschakelde-
transmissieolie type LV
Andere transmissieolie die voldoet
aan de API GL-4 en SAE 75W specifi-
caties
OPMERKING
Transmissieolie
Houd er rekening mee dat, afhankelijk van de specifieke kenmerken van de
transmissieolie die is gebruikt of de omstandigheden, het geluid bij het sta-
tionair draaien, het schakelgevoel en/of het brandstofverbruik kunnen afwij-
ken. Toyota raadt voor op timale prestaties het gebruik van origine le
TOYOTA handgeschakelde-transmissieolie type LV aan.
Koppeling
Vrije slag pedaal 5 15 mm (0,2 0,59 in.)
Soort vloeistof
SAE J1703 of FMVSS nr . 116 DOT 3,
SAE J1704 of FMVSS nr. 116 DOT 4
592
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
*
1
: Minimumafstand van pedaal tot vloer bij een pedaalkracht van 294 N (30
kg, 66 lbf) met draaiende motor
*
2
: Vrije slag parkeerhendel bij aantrekken met 200 N (20,4 kg, 45,0 lbf).
Remmen
Vrije slag pedaal*
1
Min. 63 mm (2,48 in.)
Vrije slag pedaal 1 6 mm (0,04 0,24 in.)
Vrije slag
parkeerremhendel
*
2
5 8 klikken
Soort vloeistof
SAE J1703 of FMVSS nr. 116 DOT 3 of
SAE J1704 of FMVSS nr. 116 DOT 4
Stuurinrichting
Vrije slag Minder dan 30 mm (1,2 in.)
593
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
8
Specificaties
Type A
Type B
*: 1AD-FTV motor
Banden en velgen
Bandenmaat 195/65R15 91H
Bandenspanning
(Aanbevolen
bandenspanning
koud)
Rijsnelheid
Velgmaat voor
kPa (kg/cm
2
of
bar, psi)
Velgmaat
achter
kPa (kg/cm
2
of
bar, psi)
Voor snelheden
boven 160 km/h
(100 mph)
260 (2,6, 38) 260 (2,6, 38)
Voor snelheden
onder 160 km/h
(100 mph)
230 (2,3, 33) 230 (2,3, 33)
Wielmaat 15 × 6 J
Aanhaalmoment
wielmoeren
103 Nm (10,5 kgm, 76 ft•lbf)
Bandenmaat 205/55R16 91V, 225/45R17 91W
Bandenspanning
(Aanbevolen
bandenspanning
koud)
Rijsnelheid
Velgmaat voor
kPa (kg/cm
2
of
bar, psi)
Velgmaat
achter
kPa (kg/cm
2
of
bar, psi)
Voor snelheden
boven 160 km/h
(100 mph)
270 (2,7, 39)*
260 (2,6, 38)
260 (2,6, 38)
Voor snelheden
onder 160 km/h
(100 mph)
240 (2,4, 35)*
230 (2,3, 33)
230 (2,3, 33)
Wielmaat 16 × 6 1/2 J (205/55R16), 17 × 7 J (225/45R17)
Aanhaalmoment
wielmoeren
103 Nm (10,5 kgm, 76 ft•lbf)
594
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Type C
Compact reservewiel
Bij het rijden met een aanhangwagen
Verhoog de bandenspanning met 20,0 kPa (0,2 kg/cm
2
of bar, 3 psi) en houd
rekening met de lagere toegestane maximumsnelheid, van minder dan 100
km/h (62 mph).
Bandenmaat 215/45R17 87W
Bandenspanning
(Aanbevolen ban-
denspanning koud)
Rijsnelheid
Velgmaat voor
kPa (kg/cm
2
of
bar, psi)
Velgmaat
achter
kPa (kg/cm
2
of
bar, psi)
Voor snelheden
boven 160 km/h
(100 mph)
260 (2,6, 38) 260 (2,6, 38)
Voor snelheden
onder 160 km/h
(100 mph)
230 (2,3, 33) 230 (2,3, 33)
Wielmaat 17 × 7 J
Aanhaalmoment
wielmoeren
103 Nm (10,5 kgm, 76 ft•lbf)
Bandenmaat T125/70D17 98M
Bandenspanning
(Aanbevolen banden-
spanning koud)
420 kPa (4,2 kg/cm
2
of bar, 60 psi)
Wielmaat 17 × 4T
Aanhaalmoment
wielmoeren
103 Nm (10,5 kgm, 76 ft•lbf)
595
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
8
Specificaties
Gloeilampen
Lampen W Type
Exterieur
Koplampen
Gasontladingslamp
Halogeenlamp
35
55
A
B
Mistlampen voor* 19 C
Richtingaanwijzers voor 21 D
Richtingaanwijzers opzij 5 E
Mistachterlicht 21 F
Richtingaanwijzers achter 16 F
Rem-/achterlichten 21/5 G
Achteruitrijlichten 16 F
Kentekenplaatverlichting 5 F
Interieur
Make-upverlichting* 5 H
Interieurverlichting/leeslampjes voor 8 F
Interieurverlichting achter* 8 H
Leeslampjes achter* 8 F
Bagageruimteverlichting 5 H
A: D4S gasontladingslamp
C: H16 halogeenlamp
E: Glassokkellamp (oranje)
G: Bolvormige lamp (helder)
*: Indien aanwezig
B: HIR2 halogeenlamp
D: Bolvormige lamp (oranje)
F: Glassokkellamp (helder)
H: Buislampjes
596
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Kleinere vulopening van de brandstoftank voor loodvrije benzine
Om vergissingen bij tankstations te voorkomen, is uw auto uitgerust met een
kleinere vulopening.
Als u van plan bent met uw Toyota naar het buitenland te gaan
Er is mogelijk geen diesel met een laag zwavelgehalte verkrijgbaar. Vraag
daarom eerst bij uw dealer na of er diesel met een laag zwavelgehalte ver-
krijgbaar is in het land van bestemming.
Als de motor pingelt
Neem contact op met een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Het kan een enkele keer voorkomen dat u de motor licht hoort pingelen tij-
dens accelereren of bij het oprijden van e en heuvel. Dit is normaal en is
geen reden tot bezorgdheid.
Informatie over brandstof
Benzinemotor
EU-landen:
Gebruik alleen loodvri je benzine die voldoet aan de Europese
norm EN228.
Gebruik loodvrije benzine me t een octaangetal van 95 RON
(Research Octane Number) of hoger voor optimale prestaties
van uw auto.
Behalve EU-landen:
Gebruik alleen loodvrije benzine.
Gebruik loodvrije benzine me t een octaangetal van 95 RON
(Research Octane Number) of hoger voor optimale prestaties
van uw auto.
Dieselmotor
EU:
Gebruik alleen dieselbran dstof die voldoet aan de Europese
norm EN590.
Behalve EU:
Gebruik uitsluitend dieselbrandstof met een zwavelgehalte van
50 ppm of minder, cetaangetal 48 of hoger.
597
8-1. Specificaties
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
8
Specificaties
OPMERKING
Opmerking over de brandstofkwaliteit
Gebruik de juiste brandstoffen. De motor zal beschadigd raken wanneer u
de verkeerde brandstof gebruikt.
Benzinemotor: Gebruik geen loodhoudende benzine.
Gebruik van loodhoudende benzine zal de werking van de driewegkataly-
sator blijvend aantasten, waardoor het emissieregelsysteem niet goed kan
werken.
Dieselmotor: Gebruik geen brandstof met een zwavelgeha lte van meer
dan 50 ppm.
Door het gebruik van brandstof met een hoog zwavelgehalte kan de motor
beschadigd raken.
Benzinemotor (EU-landen): Gebruik geen bio-ethanolbrandstof die wordt
verkocht onder de naam E50 of E85, of brandstof met een h oog ethanol-
gehalte. Bij gebru ik van deze brandstof fen wordt het brandstofsysteem
beschadigd. Neem bij twijfel contact op met een Toyota-dealer of erkende
reparateur.
Benzinemotor (behalve EU-land en): Gebruik geen bio-ethanolbrandstof
die wordt verkocht onder de naam E50 of E85, of brandstof met een hoog
ethanolgehalte. Uw auto is geschik t voor brandstof met maximaal 10%
ethanol. Bij het gebruik van brandstof met meer dan 10% ethanol (E10)
wordt het brandstofsysteem beschadigd. Zorg ervoor dat u brandstof tankt
met de juiste specificaties en de vereiste kwaliteit. Neem bij twijfel contact
op met een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Dieselmotor (EU-landen): Gebruik geen FAME-brandstof (Fatty Acid
Methyl Ester) (biodiesel) die wordt verkocht onder de naam B30 of B100,
of brandstof met een hoog FAME-gehalte. Bij gebruik van deze brandstof-
fen wordt het brandstofsysteem beschadigd. Neem bij twijfel cont act op
met een Toyota-dealer of erkende reparateur.
Dieselmotor (behalve EU-lan den): Gebruik geen FAME-brandstof (Fatty
Acid Methyl Ester) (biodiesel) die wordt verkocht onder de naam B30 of
B100, of brandstof met een hoog FAME-gehalte. Uw auto is geschikt voor
dieselbrandstof met maximaal 5% biodiesel FAME (B5). Bij het gebruik
van brandstof met meer dan 5% FAME (B5) wordt het brandstofsysteem
beschadigd. Zorg ervoor dat u brandstof tankt met de juiste specificaties
en de vereiste kwaliteit. Neem bij twijfel contact op met een Toyota-dealer
of erkende reparateur.
598
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
8-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
Instellingen die u met het touchscreen kunt wijzigen*
(Raadpleeg de handleiding voor het touchscreen voor meer infor-
matie indien uw auto is uitgerust met een touchscreen.)
Instellingen die kunnen worden aangepast door een Toyota-dealer
of erkende reparateur
Systemen met mogelijkheden voor
persoonlijke voorkeursinstellingen
Uw auto is voorzien van verschillende elektronische functies die
naargelang uw persoonlijke voorkeur kunnen worden ingesteld.
Deze voorkeursinstellingen kunnen alleen met speciaal gereed-
schap worden uitgevoerd door een T oyota-dealer of erkende
reparateur.
Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke
voorkeursinstellingen
1
2
*: Auto's met touchscreen
599
8-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
8
Specificaties
Definitie van symbolen: O = beschikbaar, – = niet beschikbaar
Onderwerp Functie
Standaard
instellen
Persoon-
lijke voor-
keurs-
instelling
Smart
entry-
systeem
met
startknop
*
1
(Blz. 109)
en
afstands-
bediening
(Blz. 129)
Werkingssignaal
(alarmknipperlichten)
Aan Uit O
De tijd totdat na het ont-
grendelen, zonder dat een
portier wordt geopend, de
portieren automatisch
weer worden vergren-
deld, wordt ingesteld
30
seconden
60
seconden
O
120
seconden
Waarschuwingszoemer
geopend portier (tijdens
het vergrendelen)
Aan Uit O
Smart
entry-
systeem
met
startknop
*
1
(Blz. 109)
Smart entry-systeem met
startknop
Aan Uit O O
Aantal opeenvolgende
portiervergrendelingen
2 keer
Zo veel als
gewenst
O
Afstands-
bediening
(Blz. 129)
Afstandsbediening Aan Uit O
Ontgrendeling
achterklep
*
2
Press and
hold (short)
((kort)
ingedrukt
houden)
One short
press (één
keer kort
indrukken)
O
Push twice
(twee keer
indrukken)
Press and
hold (long)
((lang)
ingedrukt
houden)
Uit
1 2
600
8-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Automati-
sche ver-
lichting
*
1
(Blz. 216)
De gevoeligheid van de
lichtsensor wordt ingesteld
Niveau 3
Niveau 1
tot 5
O O
Halogeen-
koplampen
(Blz. 216)
Tijd die verstrijkt voordat
de koplampen automa-
tisch worden uitgescha-
keld
30
seconden
60
seconden
O
90
seconden
120
seconden
Automatic
High Beam-
systeem
*
1
(Blz. 222)
Automatic High Beam-
systeem
Aan Uit O
Onderwerp Functie
Standaard
instellen
Persoon-
lijke voor-
keurs-
instelling
1 2
601
8-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
8
Specificaties
Richting-
aanwijzer-
schakelaar
(Blz. 213)
Het aantal keren dat de
richtingaanwijzers auto-
matisch knipperen wan-
neer de
richtingaanwijzerschake-
laar wordt bewogen naar
de eerste positie om het
veranderen van rijstrook
aan te geven.
(Nadat de richtingaanwij-
zers hebben ge knipperd
bij het links- of recht saf-
slaan terwijl deze functie
is uitgeschakeld en de
richtingaanwijzerschake-
laar naar de eerste positie
wordt bewogen in de ric h-
ting van de knipperende
richtingaanwijzer, kunt u
selecteren of de richting-
aanwijzers moeten knip-
peren of doven.)
3
5
O
7
Off
(De rich-
tingaanwij-
zers gaan
niet knip-
peren als
de richting-
aanwijzer-
schakelaar
naar de
eerste
positie in
de richting
van het
laten knip-
peren van
de richting-
aanwijzer
wordt
bewogen.)
Onderwerp Functie
Standaard
instellen
Persoon-
lijke voor-
keurs-
instelling
1 2
602
8-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
*
1
: Indien aanwezig
*
2
: Auto's zonder Smart Entry-systeem en startknop
*
3
: Auto's met Smart Entry-systeem en startknop
Verlichting
(Blz. 358)
Regeling
interieurverlichting
*
1
Aan Uit O
Tijd die verstrijkt voordat
de interieurverlichting uit
gaat
15
seconden
7,5
seconden
O
30
seconden
Werking als het contact
UIT wordt gezet
Aan Uit O
Werking als de portieren
worden ontgrendeld
Aan Uit O
Werking wanneer u de
auto nadert terwijl u de
elektronische sleutel bij u
draagt
*
3
Aan Uit O
Onderwerp Functie
Standaard
instellen
Persoon-
lijke voor-
keurs-
instelling
1 2
603
8-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
8
Specificaties
Voertuigaanpassingen
Als de portieren niet worden geopend nadat de portieren zijn ontgrendeld en
de “Auto relock timer” (timer automatisch opnieuw vergrendelen) wordt geac-
tiveerd, worden de signalen gegenereerd overeenkomstig de instellingen bij
“Lock/unlock feedback lights” (verlichting feedfack vergrendelen/ontgrende-
len).
WAARSCHUWING
Tijdens het aanpassen van de persoonlijke voorkeursinstellingen
Aangezien de motor tijdens het aanpassen moet draaien, dient de auto te
worden geparkeerd op een plaats met voldoende ventilatie. In een afgeslo-
ten ruimte, zoals een g arage, kunnen uitlaatgassen die he t schadelijke
koolmonoxide (CO) bevatten, zich ophopen en in de auto terechtkomen. Dit
kan zeer schadelijk zijn voor de gezondheid.
OPMERKING
Tijdens het aanpassen van de persoonlijke voorkeursinstellingen
Om te voorkomen dat de accu leegraakt, dient de motor te draaien terwijl de
persoonlijke voorkeursinstellingen worden aangepast.
604
8-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
605
Trefwoordenlijst
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Wat moet u doen als...
(Problemen oplossen)...606
Alfabetische index....................613
606
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Wat moet u doen als... (Problemen oplossen)
Wat moet u doen als... (Problemen oplossen)
Als u uw s leutel of mechanische sleutel verloren bent, kan uw
Toyota-dealer of erkende rep arateur nieuwe originele sleutels
leveren. (Blz. 107)
Als u uw sleutels of elektronische sleutels verloren bent, neemt de
kans dat uw auto wordt gestolen aanmerkelijk toe. Laat in dit geval
uw auto zo snel mogelijk nakijken door een Toyota-dealer of
erkende reparateur. (Blz. 108)
Is de batterij van de sleutel zwak of leeg? (Blz. 440)
Auto's met Smart entry-systeem en startknop:
Staat het contact AAN (IG)?
Zorg ervoor dat het contact UIT staat wanneer u de portieren ver-
grendelt. (Blz. 197)
Auto's met Smart Entry-systeem en startknop:
Bevindt de elektronische sleutel zich in de auto?
Vergrendel de portieren nadat u hebt gecontroleerd of u de elek-
tronische sleutel bij u hebt.
De functie werkt mogelijk niet goed als gevolg van de radiogolven.
(Blz. 116, 130)
Als u een probleem hebt, controleer dan het volgende voordat u
contact opneemt met een Toyota-dealer of erkende reparateur.
De portieren kunnen niet worden vergrendeld, ontgren deld,
geopend of gesloten
U bent uw sleutels verloren
De portieren kunnen niet worden vergrendeld of ontgren-
deld
607
Wat moet u doen als... (Problemen oplossen)
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Is het kinderslot geactiveerd?
Het achterportier kan niet vanaf de binnenzijde van de auto wor-
den geopend wanneer het kinderslot is geactiveerd. Open het ach-
terportier vanaf de buitenzijde en deactiveer het kinderslot.
(Blz. 140)
Auto's met Multidrive CVT:
Staat de selectiehendel in stand P? (Blz. 190)
Auto's met handgeschakelde transmissie:
Draait u de sleutel terwijl het koppelingspedaal stevig is ingetrapt?
(Blz. 190)
Is het stuurslot ontgrendeld? (Blz. 191)
Is de accu ontladen? (Blz. 564)
Het achterportier kan niet worden geopend
Als u denkt dat er iets mis is
De motor kan niet worden gestart (auto's zonder
Smart entry-systeem en startknop)
608
Wat moet u doen als... (Problemen oplossen)
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Auto's met Multidrive CVT:
Hebt u op de startknop gedrukt terwijl u het rempedaal stevig inge-
trapt hield? (Blz. 194)
Auto's met handgeschakelde transmissie:
Hebt u op de startknop gedrukt terwijl u het koppelingspedaal ste-
vig ingetrapt hield? (Blz. 194)
Auto's met Multidrive CVT:
Staat de selectiehendel in stand P? (Blz. 200)
Kan de elektronische sleutel in de auto worden gesignaleerd?
(Blz. 112)
Is het stuurslot ontgrendeld? (Blz. 201)
Is de batterij van de elektronische sleutel zwak of leeg?
De motor kan in dit geval worden gestart op een tijdelijke manier.
(Blz. 562)
Is de accu ontladen? (Blz. 564)
Auto's zonder Smart entry-systeem en startknop:
Staat het contact AAN?
Als u de selectiehendel niet in een andere stand kunt zetten terwijl
het rempedaal wordt ingetrapt met het contact AAN. (Blz. 560)
Auto's met Smart entry-systeem en startknop:
Staat het contact AAN (IG)?
Als u de selectiehendel niet in een andere stand kunt zetten terwijl
het rempedaal wordt ingetrapt met het contact AAN (IG).
(Blz. 560)
De motor kan niet worden gestart
(auto's met Smart entry-systeem en startknop)
De selectiehendel kan niet vanuit stand P in een andere
stand worden ge zet, zelfs al trapt u he t rempedaal in
(auto's met Multidrive CVT)
609
Wat moet u doen als... (Problemen oplossen)
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Auto's zonder Smart entry-systeem en startknop:
Wordt vergrendeld ter voorkoming van diefstal wanneer de sleutel
uit het contact is genomen. (Blz. 192)
Auto's met Smart entry-systeem en startknop:
Wordt automatisch vergrendeld om diefstal van de auto te voorko-
men. (Blz. 200)
Is de blokkeerschakelaar van de ruitbediening ingedrukt?
De elektrisch bedienbare ruiten, behalve die van het bestuurders -
portier, kunnen niet worden bediend als de blokkeersc hakelaar
van de ruitbediening wordt ingedrukt. (Blz. 160)
De auto power off-functie wordt bediend als het contact gedurende
een bepaalde tijd in stand ACC of AAN (IG) staat (de motor draait
niet). (Blz. 200)
Het stuurwiel kan niet worden g edraaid nadat de motor is
uitgeschakeld
De ruiten kunnen niet worden geopend of gesloten met de
schakelaars van de ruitbediening
Het contact wordt automatisch UIT ge zet (auto's met
Smart entry-systeem en startknop)
610
Wat moet u doen als... (Problemen oplossen)
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Het controlelampje van de veiligheidsgordel knippert
Dragen de bestuurder en de voorpassagier hun veiligheidsgordel?
(Blz. 491)
Het waarschuwingslampje van het remsysteem brandt
Is de parkeerrem gedeactiveerd? (Blz. 214)
Afhankelijk van de situatie klinken er mogelijk ook andere soorten
waarschuwingszoemers. (Blz. 487, 501)
Heeft iemand een portier geopend tijdens het instellen van het
alarm?
De sensor signaleert dit en laat het alarm klinken. (Blz. 74)
Auto's zonder Smart entry-systeem en startknop
Zet het contact AAN of start de motor om het alarm uit te schakelen.
Auto's met Smart entry-systeem en startknop
Zet het contact AAN (IG) of start de motor om het alarm uit te sc hake-
len.
Tijdens het rijden klinkt een waarschuwingszoemer
Er wordt een alarm geactiveerd en de claxon klinkt
(auto's met alarmsysteem)
611
Wat moet u doen als... (Problemen oplossen)
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Bevindt de elektronische sleutel zich in de auto?
Auto's met multi-informatiedisplay: Controleer de melding op het
multi-informatiedisplay. (Blz. 501)
Raadpleeg Blz. 487 als er een waarschuwingslampje g aat bran-
den.
Raadpleeg Blz. 487, 501 wanneer een waarschuwingslampje gaat
branden of een waarschuwingsmelding of indicator wordt weerge-
geven.
Bij het verlaten van de auto klinkt een
waarschuwingszoemer
(auto's met Smart entry-systeem en startknop)
Er gaat een waarschuwingslampje branden
(auto's met display aandrijflijnmonitor)
Er gaat een waarschuwingslampje branden of er word t
een waarschuwingsmelding of indicator weergegeven
(auto's met multi-informatiedisplay)
612
Wat moet u doen als... (Problemen oplossen)
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Auto's met een reservewiel:
Breng de auto op een veilige plaat s tot stilst and en vervang de
lekke band door het reservewiel. (Blz. 522)
Auto's met een bandenreparatieset:
Breng de auto op een veilige plaat s tot stilst and en repareer de
lekke band met de bandenreparatieset. (Blz. 534)
Voer de procedure uit voor als de auto vastzit in modder, vuil of
sneeuw. (Blz. 575)
Wanneer zich een probleem heeft voorgedaan
Als de auto een lekke band heeft
De auto zit vast
613
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Alfabetische index
Alfabetische index
A/C........................................ 295, 304
Interieurfilter............................. 438
ABS
(antiblokkeersysteem) ............. 275
Functie ..................................... 275
Waarschuwingslampje............. 489
Accessoireaansluitingen............ 385
Accu ............................................. 425
Accu controleren...................... 425
Als de accu ontladen is............ 564
Rijden in de winter,
voorbereidingen en
controles................................ 284
Waarschuwingslampje..... 488, 502
Achterklep .................................. 141
Achterlichten............................... 216
Lichtschakelaar........................ 216
Vervangen van lampen............ 459
Wattage ................................... 595
Achterruitenwisser ..................... 234
Achterruitverwarming
Achterruit ................................. 314
Buitenspiegels ......................... 314
Achterruitverwarming................. 314
Achterstoel
Neerklappen ............................ 148
Achteruitrijlichten
Lampen vervangen .................. 459
Wattage ................................... 595
Adaptive Front Lighting-
systeem (AFS) .......................... 219
Afdekplaat.................................... 369
Afmetingen .................................. 578
AFS
(Adaptive Front Lighting-
systeem).................................... 219
Afstandsbediening...................... 109
Afstandsbediening ................... 129
Smart entry-systeem met
startknop ............................... 109
Afstandsbediening...................... 129
Energiebesparende functie...... 115
Vergrendelen/ontgrendelen ..... 129
Vervangen van de batterij........ 440
Airbags........................................... 33
Aanbrengen van wijzigingen en
demonteren van airbags.......... 39
Airbags,
voorzorgsmaatregelen
voor kinderen........................... 36
Algemene
voorzorgsmaatregelen
airbags..................................... 36
Curtain airbags,
voorzorgsmaatregelen............. 38
De juiste houding achter
het stuur .................................. 26
Handmatig
in-/uitschakelsysteem
airbag ...................................... 44
Plaats van airbags ..................... 33
SRS-airbags............................... 33
Voorwaarden voor activering
curtain airbags......................... 40
Voorwaarden voor
activering side airbags............. 40
Voorwaarden voor activering van
airbags..................................... 40
Voorzorgsmaatregelen
side airbag............................... 36
Voorzorgsmaatregelen
side airbags en curtain
airbags..................................... 36
Waarschuwingslampje
airbag .................................... 489
Werkingsvoorwaarden
side airbags en curtain
airbags..................................... 40
Airconditioning.................... 295, 304
Interieurfilter ............................. 438
Alarm.............................................. 74
Alarm.......................................... 74
Waarschuwingszoemer.... 487, 501
Alarmknipperlichten ................... 476
Antennes (Smart entry-
systeem
met startknop)........................... 112
Antiblokkeersysteem
(ABS).......................................... 275
Functie ..................................... 275
Waarschuwingslampje ............. 489
A
614
Alfabetische index
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Antidiefstalsysteem
Alarm ......................................... 74
Startblokkering........................... 67
Armsteun ..................................... 389
Asbakken ..................................... 384
Audio-ingang............................... 354
Audiosysteem ............................. 316
Audio-ingang............................ 354
Audiotoetsen
op het stuurwiel ..................... 355
AUX-aansluiting/
USB-aansluiting .... 336, 345, 354
CD-speler................................. 324
Draagbare audioapparatuur..... 354
iPod.......................................... 336
MP3/WMA................................ 329
Optimaal gebruik...................... 352
Radio ....................................... 320
USB-geheugen ........................ 345
Automatisch
grootlichtsysteem .................... 222
Automatische verticale
koplampverstelling................... 221
AUX-aansluiting .......................... 354
Baby- en kinderzitjes .................... 47
Baby- of kinderzitje met
ISOfix-bevestigingssysteem
plaatsen................................... 61
Baby- of kinderzitje plaatsen
met bovenste gordel................ 62
Baby- of kinderzitje plaatsen
met veiligheidsgordels............. 57
Babyzitjes, definitie .................... 47
Babyzitjes, plaatsen................... 57
Kinderzitjes, definitie.................. 47
Kinderzitjes, plaatsen................. 57
Zitkussens, definitie ................... 47
Zitkussens, plaatsen .................. 59
Bagageafdekking ........................ 373
Bagagehaken............................... 368
Band met lage wang ................... 431
Banden ......................................... 431
Als de auto een
lekke band heeft ............ 522, 534
Bandenmaat............................. 593
Bandenreparatieset.................. 534
Bandenspanning ...................... 593
Controle ................................... 431
Reservewiel ............................. 522
Sneeuwkettingen ..................... 286
Vervangen................................ 522
Winterbanden........................... 287
Wisselen van banden............... 431
Bandenreparatieset..................... 534
Bandenspanning ......................... 434
Onderhoudsgegevens.............. 593
Bekerhouders .............................. 365
Bevestigingspunten...................... 56
Binnenspiegel
Binnenspiegel .......................... 154
Buitenspiegels.......................... 156
Blokkeerschakelaar
ruitbediening............................. 160
Bluetooth
®
Audiosysteem*
Handsfree-systeem*
(voor mobiele telefoon)
Bougies ........................................ 589
Bovenste gordel ............................ 62
Brake Assist ................................ 275
Brandstof ..................................... 236
Brandstoffilter................... 429, 574
Brandstofmeter .................... 84, 90
Capaciteit ................................. 584
Informatie ................................. 596
Tanken ..................................... 236
Type ................................. 236, 584
Uitschakelsysteem
brandstofpomp ...................... 486
Waarschuwingslampje ............. 490
Wanneer u zonder
brandstof komt te staan
en de motor afslaat................ 574
Buitenspiegels............................. 156
Buitenspiegelverwarming......... 314
Verstellen en inklappen............ 156
Buitentemperatuurmeter ............ 382
B
615
Alfabetische index
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
CD-speler ..................................... 324
Centraal
waarschuwingslampje ............. 495
Chargenummer ........................... 584
Claxon.......................................... 215
Condensor ................................... 424
Consolevak.................................. 363
Contact
(startknop)......................... 190, 194
Contactslot .......................... 190, 194
Controlelampje
veiligheidsgordel...................... 491
Controlelampjes............................ 82
Cruise control
Cruise control........................... 240
Curtain airbags.............................. 34
Dagrijverlichting.......................... 216
Dagtellers................................. 86, 92
Dashboardkastje ......................... 363
Disc met WMA-bestanden.......... 329
Display
Display aandrijflijnmonitor.......... 84
Multi-informatiedisplay ............... 90
Ritinformatie......................... 86, 92
Waarschuwingsmelding .......... 501
DPF
Diesel Particulate
Filter system
(roetfilter)............................... 282
Waarschuwingslampje............. 492
Waarschuwingsmelding........... 509
Draaiknop
koplampverstelling................... 218
ECO-indicator.............................. 101
Elektrisch bedienbare ruiten...... 159
Blokkeerschakelaar
ruitbediening.......................... 160
Klembeveiliging........................ 161
Werking.................................... 159
Elektrische
stuurbekrachtiging (EPS) ........ 275
Functie ..................................... 275
Waarschuwingslampje ............. 489
Elektronische sleutel .................. 106
Als de elektronische sleutel
niet goed werkt ...................... 561
Energiebesparende functie ...... 115
Vervangen van de batterij ........ 440
EPS
(elektrische
stuurbekrachtiging).................. 275
Functie ..................................... 275
Waarschuwingslampje ............. 489
Extra opbergvakken............ 367, 372
Extra verwarming........................ 312
Fleshouders................................. 364
Follow Me Home-systeem .......... 218
Gereedschap ....................... 523, 535
Gewichten .................................... 578
Haken
Bagagehaken........................... 368
Bevestigingshaken (vloermat).... 24
Kledinghaakjes......................... 390
Tashaken ................................. 368
Handgeschakelde transmissie
Handgeschakelde
transmissie ............................ 209
Schakeladviesindicator ............ 210
Handgrepen ................................. 391
Handmatig
in-/uitschakelsysteem airbag .... 44
Handsfree-systeem
(voor mobiele telefoon)*
C
D
E
F
G
H
*: Raadpleeg de handleiding voor het touchscreen
616
Alfabetische index
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Hendel
Ontgrendelingshendel
motorkap ............................... 410
Richtingaanwijzerschakelaar ... 213
Ruitenwisserhendel ......... 229, 234
Selectiehendel ................. 204, 209
Veiligheidshaak........................ 410
Hill Start Assist Control.............. 280
Hoofdsteunen.............................. 151
Identificatie .................................. 580
Auto ......................................... 580
Motor........................................ 581
Initialisatie
Elektrisch bedienbare ruiten .... 162
Motorolie,
onderhoudsgegevens............ 421
Inrijperiode, tips ......................... 169
Instapverlichting ......................... 361
Instrumentenpaneel................ 84, 90
Controlelampjes......................... 82
Multi-informatiedisplay ............... 90
Regeling
instrumentenverlichting ..... 87, 93
Tellers .................................. 84, 90
Waarschuwingslampjes ............. 80
Intercooler ................................... 424
Interieurfilter................................ 438
Interieurverlichting ..................... 358
ISOfix-bevestigingssystemen...... 56
Kentekenplaatverlichting ........... 216
Lichtschakelaar........................ 216
Vervangen van lampen............ 459
Wattage ................................... 595
Kilometerteller......................... 86, 92
Kindersloten................................ 140
Kledinghaakjes............................ 390
Klembeveiliging
Elektrisch bedienbare ruiten .... 161
Zonnescherm panoramadak.... 393
Klok .............................................. 381
Knie-airbags .................................. 33
Koelsysteem................................ 423
Oververhitting .......................... 571
Koelvloeistof................................ 423
Capaciteit ................................. 589
Controle ................................... 423
Rijden in de winter,
voorbereidingen en
controles................................ 284
Koelvloeistof-
temperatuurmeter................. 85, 90
Koplampen................................... 216
Adaptive Front Lighting-
systeem (AFS)....................... 219
Automatic High
Beam-systeem ...................... 222
Follow Me Home-systeem ....... 218
Gasontladingskoplampen,
voorzorgsmaatregelen........... 473
Lichtschakelaar ........................ 216
Vervangen van lampen ............ 459
Wattage.................................... 595
Krik
Bij de auto geleverde
krik................................. 523, 535
Plaatsen van de krik................. 412
Krikslinger ........................... 523, 535
Lampen
Vervangen................................ 459
Wattage.................................... 595
Leeslampjes................................. 360
Leeslampjes achter..................... 360
Leeslampjes voor........................ 360
Lekke band
Auto's met een reservewiel...... 522
Auto's zonder een
reservewiel ............................ 534
Make-upspiegels ......................... 380
Make-upverlichting ..................... 359
Make-upverlichting................... 359
Wattage.................................... 595
Meters....................................... 84, 90
Mistachterlicht............................. 227
Lampen vervangen .................. 459
Schakelaar ............................... 227
Wattage.................................... 595
I
K
L
M
617
Alfabetische index
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Mistlampen .................................. 227
Toets........................................ 227
Vervangen van lampen............ 459
Wattage ................................... 595
Mistlampen voor ......................... 227
Toets........................................ 227
Vervangen van lampen............ 459
Wattage ................................... 595
Motor ............................................ 582
Als de motor niet wil
aanslaan................................ 558
Contact (startknop) .......... 190, 194
Contactslot....................... 190, 194
Identificatienummer ................. 581
Motorkap.................................. 410
Motorruimte.............................. 414
Oververhitting .......................... 571
Stand ACC............................... 197
Starten van de
motor ............................. 190, 194
Motorcontrolelampje .................. 488
Motorkap...................................... 410
Openen .................................... 410
Motorolie...................................... 418
Capaciteit................................. 585
Controle ................................... 418
Rijden in de winter,
voorbereidingen en
controles................................ 284
Waarschuwingslampje laag mo tor-
oliepeil ................................... 491
Waarschuwingslampje lage olie-
druk ....................................... 488
Waarschuwingsmelding
lage oliedruk.......................... 502
Waarschuwingsmelding
oliepeil ................................... 507
Motorolie,
onderhoudsgegevens .............. 421
MP3-disc ...................................... 329
Multi-informatiedisplay................. 90
Overschakelen naar een
andere weergave .................... 90
Rijmonitor................................... 93
Ritinformatie............................... 92
Taal............................................ 95
Waarschuwingsmelding........... 501
Multidrive CVT ............................. 204
Als de selectiehendel niet
in een andere stand dan P
gezet kan worden .................. 560
Paddle shift-schakelaars.......... 206
Stand M.................................... 207
Noodstopsignaal ......................... 275
Olie
Handgeschakelde-
transmissieolie....................... 591
Motorolie .................................. 585
Onderhoud
Onderhoud en reparatie........... 403
Onderhoudsgegevens.............. 578
Zelf uit te voeren
onderhoud ............................. 406
Onderhoud........................... 396, 400
Exterieur................................... 396
Interieur.................................... 400
Lichtmetalen velgen ................. 397
Veiligheidsgordels.................... 401
Opbergmogelijkheden ................ 362
Openen
Achterklep ................................ 141
Motorkap .................................. 410
Tankdopklep ............................ 238
Oververhitting, motor ................. 571
Paddle shift-schakelaars ............ 206
Parkeerlichten voor..................... 216
Lichtschakelaar ........................ 216
Vervangen van lampen ............ 471
Parkeerrem .................................. 214
Waarschuwingsmelding
geactiveerde parkeerrem ...... 506
Waarschuwingszoemer
geactiveerde
parkeerrem .................... 487, 506
Werking.................................... 214
Parking Assist-sensoren ............ 248
N
O
P
618
Alfabetische index
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Pech, wat te doen bij
Als de accu ontladen is............ 564
Als de auto een
lekke band heeft............ 522, 534
Als de elektronische sleutel
niet goed werkt...................... 561
Als de motor niet wil
aanslaan................................ 558
Als de motor
oververhit raakt ..................... 571
Als de selectiehendel niet
in een andere stand
dan P gezet kan worden ....... 560
Als een
waarschuwingszoemer
klinkt ...................................... 487
Als er een
waarschuwingslampje gaat
branden ................................. 487
Als er een
waarschuwingsmelding
verschijnt ............................... 501
Als u denkt dat er iets
mis is ..................................... 485
Als uw auto
in geval van nood tot
stilstand moet worden
gebracht ................................ 477
Als uw auto moet worden
gesleept................................. 479
Als uw auto vast komt
te zitten.................................. 575
Wanneer u zonder
brandstof komt te staan
en de motor afslaat ............... 574
Portieren ...................................... 138
Achterklep................................ 141
Buitenspiegels ......................... 156
Kinderslot................................. 140
Portierslot................................. 139
Waarschuwingslampje
open portier/achterklep . 490, 505
Waarschuwingszoemer
open portier ........................... 113
Zijruiten .................................... 159
Portierslot
Afstandsbediening ................... 129
Portieren .................................. 138
Smart entry-systeem
met startknop......................... 109
Radiateur...................................... 424
Radio ............................................ 320
Radio Data Systeem (RDS)......... 321
Rear View Monitor-systeem*
Regeling helderheid
Regeling
instrumentenverlichting ..... 87, 93
Regeling
instrumentenverlichting....... 87, 93
Remlichten
Noodstopsignaal ...................... 275
Vervangen van lampen ............ 459
Wattage.................................... 595
Remsysteem
Noodstopsignaal ...................... 275
Parkeerrem .............................. 214
Vloeistof ................................... 592
Waarschuwingslampje ............. 487
Reservewiel ................................. 522
Bandenspanning ...................... 594
Opbergmogelijkheden.............. 523
Resetten van
onderhoudsgegevens .............. 421
Richtingaanwijzers...................... 213
Richtingaanwijzerschakelaar ... 213
Vervangen van lampen ............ 459
Wattage.................................... 595
Richtingaanwijzers achter.......... 213
Richtingaanwijzerschakelaar ... 213
Vervangen van lampen ............ 459
Wattage.................................... 595
Richtingaanwijzers opzij ............ 213
Richtingaanwijzerschakelaar ... 213
Vervangen van lampen ............ 459
Wattage.................................... 595
Richtingaanwijzers voor............. 213
Richtingaanwijzerschakelaar ... 213
Vervangen van lampen ............ 471
Wattage.................................... 595
R
619
Alfabetische index
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Rijden ........................................... 166
De juiste houding achter
het stuur .................................. 26
Inrijperiode, tips ....................... 169
Procedures .............................. 166
Rijden in de winter ................... 284
Rijden in de winter ...................... 284
Rijden met een
aanhangwagen ........................ 181
Ritinformatie............................ 86, 92
Roofrail ........................................ 179
Ruiten........................................... 159
Ruiten........................................... 159
Achterruitverwarming............... 314
Elektrisch bedienbare ruiten .... 159
Ruitenwissers...................... 229, 234
Ruitenwissers met
intervalafstelling .................... 229
Ruitenwissers met
regensensor .......................... 230
Schakeladviesindicator .............. 210
Schakelblokkeersysteem ........... 560
Scheidingsnet ............................. 376
Schoonmaken ..................... 396, 400
Exterieur .................................. 396
Interieur.................................... 400
Lichtmetalen velgen................. 397
Veiligheidsgordels.................... 401
Selectiehendel..................... 204, 209
Als de selectiehendel niet
in een andere stand dan
P gezet kan worden .............. 560
Handgeschakelde
transmissie ............................ 209
Multidrive CVT ......................... 204
Sensor
Automatic High
Beam-systeem ...................... 226
Automatisch
koplampsysteem ................... 220
Binnenspiegel .......................... 155
Ruitenwissers met
regensensor .......................... 230
Toyota Parking
Assist-sensor......................... 248
Side airbags................................... 34
Simple-IPA ................................... 254
Sleutels ........................................ 106
Afstandsbediening ........... 109, 129
Afstandsbediening ................... 129
Als de elektronische sleutel
niet goed werkt ...................... 561
Als u uw sleutels verliest.......... 107
Contactslot ....................... 190, 194
Elektronische sleutel ................ 106
Energiebesparende functie ...... 115
Mechanische sleutel ................ 107
Plaatje met sleutelnummer ...... 106
Vervangen van de batterij ........ 440
Waarschuwingszoemer............ 113
Smart entry-systeem
met startknop............................ 109
Instapfuncties........................... 109
Plaats van antenne .................. 112
Starten van de motor ............... 194
Waarschuwingsmelding ........... 504
Sneeuwkettingen......................... 286
Snelheidsbegrenzer .................... 245
Snelheidsmeter ....................... 84, 90
Specificaties ................................ 578
Spiegels
Binnenspiegel .......................... 154
Buitenspiegels.......................... 156
Buitenspiegelverwarming......... 314
Make-upspiegels...................... 380
Sportmodus ................................. 205
Spraakcommandosysteem*
Spraaktoets*
S
*: Raadpleeg de handleiding voor het touchscreen
620
Alfabetische index
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Sproeier ............................... 229, 234
Controle ................................... 428
Rijden in de winter,
voorbereidingen en
controles................................ 284
Schakelaar....................... 229, 234
Startblokkering.............................. 67
Stoelen ......................................... 146
Afstellingen .............................. 146
Baby- en kinderzitjes
plaatsen................................... 56
Hoofdsteunen .......................... 151
Juiste zithouding ........................ 26
Schoonmaken.......................... 400
Stoelverwarming ...................... 387
Voorzorgsmaatregelen met
betrekking tot verstellen ........ 147
Stoelverwarming ......................... 387
Stop & Start-systeem.................. 269
Stuurbekrachtiging ..................... 275
Waarschuwingslampje............. 489
Stuurslot
Ontgrendeling stuurslot.... 192, 201
Waarschuwingsmelding
stuurslotsysteem ................... 519
Stuurslot ...................................... 153
Stuurwiel...................................... 153
Afstellingen .............................. 153
Audiotoetsen............................ 355
Systemen met mogelijkheden voor
persoonlijke
voorkeursinstellingen .............. 598
Taal (multi-informatiedisplay)...... 95
Tankdopklep................................ 236
Tanken..................................... 236
Tanken ......................................... 236
Brandstofsoort ......................... 584
Capaciteit................................. 584
Openen van de tankdop .......... 238
Tashaken ..................................... 368
Telefoontoetsen*
Toerenteller ............................. 84, 90
Toetsen
Airbag,
aan/uit-schakelaar ................... 44
Blokkeerschakelaar
ruitbediening.......................... 160
Contactslot ....................... 190, 194
Cruise control-schakelaar ........ 240
Lichtschakelaar ........................ 216
Paddle shift-schakelaars.......... 206
Schakelaar achterruit-
en
buitenspiegelverwarming....... 314
Schakelaar AFS OFF............... 219
Schakelaar
alarmknipperlichten ............... 476
Schakelaar centrale
vergrendeling......................... 139
Schakelaar mistlampen............ 227
Schakelaar ruitenwissers
en -sproeiers ................. 229, 234
Schakelaar Simple-IPA ............ 255
Schakelaar
snelheidsbegrenzer ............... 245
Schakelaar
Toyota Parking
Assist-sensor......................... 248
Schakelaar
zonnescherm panoramadak.. 392
Schakelaars
afstandsbediening
audiosysteem ........................ 355
Schakelaars
buitenspiegels ....................... 156
Schakelaars centrale
vergrendeling......................... 139
Schakelaars ruitbediening........ 159
Schakelaars
stoelverwarming .................... 387
Spraaktoets*
Startknop.......................... 190, 194
Telefoontoetsen*
Toets DISP........................... 84, 91
Toets sportmodus .................... 205
Toets VSC OFF ....................... 276
Uitschakeltoets
Stop & Start-systeem ............ 269
Totale werkingsduur
Stop & Start-systeem ........... 86, 92
T
621
Alfabetische index
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Toyota Parking
Assist-sensor............................ 248
Functie ..................................... 248
Waarschuwingsmelding........... 504
Traction Control (TRC) ............... 275
Transmissie ......................... 204, 209
Als de selectiehendel niet
in een andere stand dan
P gezet kan worden .............. 560
Paddle shift-schakelaars.......... 206
Schakeladviesindicator ............ 210
Stand M ................................... 207
TRC (Traction Control) ............... 275
Trekhaak ...................................... 479
Maximaal toelaatbaar
aanhangwagengewicht ......... 578
Rijden met een
aanhangwagen...................... 181
Sleepoog.................................. 480
Slepen in een noodgeval ......... 479
Uitschakelsysteem
brandstofpomp ......................... 486
Uitschakeltoets
Stop & Start-systeem ............... 270
USB-aansluiting .......................... 345
Vastzitten
Als de auto
vastzit .................................... 575
Vehicle Stability Control
(VSC).......................................... 275
Veiligheidsgordels ........................ 28
Baby- en kinderzitjes
plaatsen................................... 57
Blokkeerautomaat
(ELR) ....................................... 30
Controlelampje en
waarschuwingszoemer
veiligheidsgordel.................... 491
Dragen van veiligheidsgordels
door kinderen .......................... 30
Gordelspanners ......................... 29
Hoe de veiligheidsgordel
te dragen ................................. 26
Veiligheidsgordel afstellen ......... 29
Veiligheidsgordels
schoonmaken en
onderhouden ......................... 401
Veiligheidsgordels,
gebruik bij zwangerschap........ 31
Waarschuwingslampje
airbagsysteem ....................... 489
Veiligheidsvoorzieningen
voor kinderen.............................. 46
Baby- en kinderzitjes.................. 47
Batterij elektronische sleutel,
voorzorgsmaatregelen........... 442
Blokkeerschakelaar
ruitbediening.......................... 160
Dragen van
veiligheidsgordels
door kinderen .......................... 30
Kindersloten ............................. 140
Plaatsen van
veiligheidssystemen
voor kinderen........................... 56
Voorzorgsmaatregelen
airbags..................................... 36
Voorzorgsmaatregelen
elektrisch bedienbare ruit ...... 163
Voorzorgsmaatregelen
met betrekking tot de accu .... 570
Voorzorgsmaatregelen
stoelverwarming .................... 388
Voorzorgsmaatregelen
veiligheidsgordel...................... 32
Zonnescherm panoramadak,
voorzorgsmaatregelen........... 393
U
V
*: Raadpleeg de handleiding voor het touchscreen
622
Alfabetische index
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Velgen .......................................... 436
Bandenmaat ............................ 593
Vervangen ............................... 436
Verlichting
Automatic High
Beam-systeem ...................... 222
Bagageruimteverlichting .......... 142
Follow Me Home-systeem ....... 218
Instapverlichting....................... 361
Interieurverlichting ................... 359
Leeslampjes............................. 360
Lichtschakelaar........................ 216
Make-upverlichting................... 359
Overzicht interieurverlichting ... 358
Richtingaanwijzerschakelaar ... 213
Schakelaar mistlampen ........... 227
Vervangen van lampen............ 459
Wattage ................................... 595
Verlichting,
automatische ............................ 216
Vervangen
Banden .................................... 522
Batterij
afstandsbediening ................. 440
Batterij elektronische sleutel .... 440
Lampen.................................... 459
Zekeringen............................... 443
Verwarming
Buitenspiegels ......................... 314
Stoelverwarming ...................... 387
Verwarming.............................. 290
Verwarming ................................. 290
Vloeistof
Koppeling................................. 591
Multidrive CVT ......................... 590
Remsysteem............................ 592
Sproeier ................................... 428
Vloermatten ................................... 24
Voertuigidentificatienummer ..... 580
Voorstoelen ................................. 146
Afstellingen .............................. 146
De juiste houding achter
het stuur .................................. 26
Hoofdsteunen .......................... 151
Schoonmaken.......................... 400
Stoelverwarming ...................... 387
VSC
(Vehicle Stability Control)........ 275
Waarschuwingslampjes ............... 80
ABS.......................................... 489
Brandstoffilter........................... 490
Centraal
waarschuwingslampje ........... 495
Controlelampje AFS OFF......... 489
Controlelampje
Automatic High
Beam-systeem ...................... 489
Controlelampje
cruise control ......................... 490
Controlelampje
snelheidsbegrenzer ............... 490
Controlelampje
Stop & Start-systeem ............ 490
Controlelampje
Traction Control..................... 489
Elektrische
stuurbekrachtiging ................. 489
Laadsysteem............................ 488
Laag brandstofniveau .............. 490
Motorcontrolelampje ................ 488
Motoroliedruk ........................... 488
Motoroliepeil............................. 491
Onderhoud motorolie ............... 493
Open portier ............................. 490
Remsysteem ............................ 487
Roetfiltersysteem ..................... 492
Smart entry-systeem
met startknop................. 490, 496
SRS.......................................... 489
Veiligheidsgordel,
controlelampje ....................... 491
Waarschuwingslampje hoge
koelvloeistoftemperatuur ....... 488
Waarschuwingsmeldingen......... 501
W
623
Alfabetische index
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
Waarschuwingszoemers
Achterdeur is open........... 490, 506
Elektrische
stuurbekrachtiging................. 489
Herinnering veiligheidsgordel .. 491
Open portier..................... 490, 505
Remsysteem............................ 487
Terugschakelen ....................... 208
Toyota Parking
Assist-sensor......................... 248
Waarschuwingssysteem
sleutel in
contactslot ............. 192, 496, 511
Wassen en in de was zetten....... 396
Werkingsduur
Stop & Start-systeem ........... 86, 92
Winterbanden .............................. 287
Zekeringen................................... 443
Zelf uit te voeren onderhoud ..... 406
Zonnekleppen.............................. 380
Zonnescherm
Panoramadak .......................... 392
Zonnescherm panoramadak ...... 392
Z
*: Raadpleeg de handleiding voor het touchscreen
624
Auris Touring Sports_EE (OM12G12E)
INFORMATIE VOOR HET TANKSTATION
Veiligheidshaak Tankdopklep
Blz. 410 Blz. 238
Ontgrendelings-
hendel motorkap
Tankdopklep-
ontgrendeling
Bandenspanning
Blz. 410 Blz. 238 Blz. 593
Inhoud brandstoftank
(Referentie)
50 l (13,2 gal., 11,0 Imp. gal.)
Brandstofsoort Blz. 584
Bandenspanning
koud
Blz. 593
Hoeveelheid
motorolie
(Verversen
bij benadering)
Blz. 585
Soort motorolie
Originele Toyota-motorolie of gelijkwaardig
Blz. 585
06-2013
01651-080TS-00
Auris Touring Sports Handleiding
Auris Touring Sports
Handleiding
578

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels
1

Forum

Toyota-Auris-Touring-Sports-2013

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Toyota Auris Touring Sports 2013 bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Toyota Auris Touring Sports 2013 in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 15,87 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Toyota Auris Touring Sports 2013

Toyota Auris Touring Sports 2013 Gebruiksaanwijzing - English - 616 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info