481887
18
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/214
Pagina verder
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE KLEURENSYSTEMEN
Kopieerhandleiding
©2011 TOSHIBA TEC CORPORATION Alle rechten voorbehouden
Volgens de copyrightwet mag deze handleiding niet worden gereproduceerd, in welke vorm dan ook, zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming van TOSHIBA TEC CORPORATION. Er wordt echter aangenomen dat er geen patentverplichting
bestaat met betrekking tot het gebruik van de hierin opgenomen informatie.
Voorwoord 1
Voorwoord
Gebruik van deze handleiding
Hartelijk dank voor de aanschaf van het multifunctionele digitale systeem of multifunctionele digitale kleurensysteem van
TOSHIBA. Deze handleiding beschrijft het gebruik van de kopieerfuncties van dit multifunctionele systeem. Lees deze
handleiding vóór gebruik van dit multifunctionele systeem.
Symbolen in deze handleiding
In deze handleiding gaan bepaalde belangrijke passages vergezeld van de hieronder weergegeven symbolen. Lees die
eerst alvorens dit multifunctionele systeem te gebruiken.
Afwijkend van het bovenstaande, geeft deze handleiding met de volgende pictogrammen ook informatie die nuttig en
handig kan zijn bij de bediening van dit multifunctionele systeem:
Beschrijving van de richting van het origineel/kopieerpapier
Kopieerpapier of originelen met A4-, B5- of LT-formaat kunnen zowel in een staande als een liggende richting worden
geplaatst. In deze handleiding is een "-R" aan het papierformaat toegevoegd wanneer dit papierformaat of origineel in een
liggende richting wordt geplaatst.
bijv.) Origineel in A4-formaat op de glasplaat voor originelen
Kopieerpapier of originelen met A3-, B4-, LD- of LG-formaat kunnen alleen in een liggende richting worden geplaatst,
daarom krijgen deze formaten geen toevoeging "-R".
Displays
y Displays in deze handleiding kunnen afwijken van de werkelijke displays, afhankelijk van de gebruiksomgeving van
het multifunctionele systeem zoals de installatiestatus van opties.
y De in deze handleiding gebezigde displays gelden voor papier in het A/B-formaat. Als u papier in het LT-formaat
gebruikt, dan kan het display of de volgorde van toetsen verschillen van die van uw multifunctionele systeem.
Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die, tenzij deze wordt vermeden, kan
leiden tot de dood, zware verwondingen of ernstige beschadiging van of brand in
het multifunctionele systeem of de omgeving.
Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die, tenzij deze wordt vermeden, kan
leiden tot lichte of matige verwondingen, lichte beschadiging van het
multifunctionele systeem of de omgeving of verlies van gegevens.
Wijst op informatie waar u bij het bedienen van het multifunctionele systeem op
moet letten.
Hierna volgt handige informatie die van pas kan komen bij het bedienen van het
multifunctionele systeem.
Pagina's met onderwerpen die gerelateerd zijn aan uw huidige werkzaamheden.
Bekijk deze pagina's naargelang nodig.
Geplaatst in de staande richting: A4 Geplaatst in de liggende richting: A4-R
2 Voorwoord
Handelsmerken
De in deze handleiding of in deze software voorkomende bedrijfs- en productnamen kunnen de handelsmerken zijn van
de respectieve bedrijven ervan.
Inhoud 3
Inhoud
Voorwoord................................................................................................................................. 1
Hoofdstuk 1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
Menu BASIS voor de kopieerfuncties..................................................................................... 8
Papier plaatsen ....................................................................................................................... 11
Geschikt kopieerpapier........................................................................................................ 11
Papier in laden plaatsen...................................................................................................... 13
Papierformaat vastleggen.................................................................................................... 16
Instelling papiersoort ........................................................................................................... 18
Papier in het dubbele grote papiermagazijn plaatsen ......................................................... 21
Papier in het externe grote papiermagazijn (optie) plaatsen............................................... 23
Hoofdstuk 2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Voorbereidende werkzaamheden ......................................................................................... 26
Opslag van kleurenkopieën................................................................................................. 26
Functie ter voorkoming van vervalsing................................................................................ 26
Originelen plaatsen ................................................................................................................ 27
Aanvaardbare originelen ..................................................................................................... 27
Originelen op de glasplaat voor originelen leggen .............................................................. 27
Boeken ................................................................................................................................ 28
Gebruik van het automatisch documentinvoersysteem (RADF).......................................... 29
Afdrukken maken ................................................................................................................... 32
Basiskopieerprocedure........................................................................................................ 32
Volgend origineel tijdens het kopiëren scannen.................................................................. 35
Kopiëren onderbreken en andere afdrukken maken ........................................................... 36
Proefkopie ........................................................................................................................... 37
Uitvoerbak selecteren.......................................................................................................... 39
Kopiëren met handinvoer ...................................................................................................... 40
Kopiëren met handinvoer .................................................................................................... 40
Kopiëren met handinvoer op standaard papierformaat ....................................................... 41
Afdrukken met handinvoer op niet-standaard papierformaat .............................................. 47
Hoofdstuk 3 BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES
Vóór gebruik van de kopieerfuncties ................................................................................... 52
Standaardinstellingen.......................................................................................................... 52
Ingestelde functies bevestigen ............................................................................................ 53
Ingestelde functies annuleren.............................................................................................. 53
Beperkingen met betrekking tot combinaties van functies .................................................. 54
Papierselectie ......................................................................................................................... 55
Automatische papierselectie (APS)..................................................................................... 55
Gewenste papier handmatig selecteren.............................................................................. 56
Originelen met verschillende formaten in één keer kopiëren .............................................. 57
Kleurinstellingen selecteren.................................................................................................. 59
Instelling Modus voor originelen .......................................................................................... 60
Densiteitaanpassing............................................................................................................... 62
Vergroten en verkleinen.........................................................................................................63
Automatische zoomselectie (AMS)...................................................................................... 63
4 Inhoud
Zowel het origineelformaat als het kopieerpapierformaat afzonderlijk specificeren ............ 65
De reproductiefactor handmatig specificeren...................................................................... 67
Foto-originelen met de optimale reproductiefactor voor kopieerpapierformaat kopiëren
(FOTOZOOM) ..................................................................................................................... 69
Afwerkfunctie selecteren ....................................................................................................... 72
Afwerkfuncties en als optie leverbare afwerkapparaten...................................................... 72
Stand Sorteren/Groeperen .................................................................................................. 74
Stand Roteren en sorteren .................................................................................................. 75
Stand Nieten en sorteren..................................................................................................... 77
Brochure sorteren / Middenvouw / Rughechten .................................................................. 79
Stand Perforatie .................................................................................................................. 82
Stand Handmatig nieten...................................................................................................... 83
Dubbelzijdig kopiëren ............................................................................................................ 85
Een enkelzijdige afdruk maken............................................................................................ 86
Een dubbelzijdige afdruk maken ......................................................................................... 87
Een dubbelzijdige afdruk van een boek maken................................................................... 89
Opslaan als bestand uitvoeren ............................................................................................. 93
Instelling gedeelde map....................................................................................................... 95
Hoofdstuk 4 BEWERKEN-FUNCTIES
Weergave menu BEWERKEN ................................................................................................ 98
Beeld verplaatsen................................................................................................................... 99
Marge boven/onder of marge links/rechts creëren.............................................................. 99
Inbindruimte creëren.......................................................................................................... 101
Rand wissen.......................................................................................................................... 103
Boekmidden wissen ............................................................................................................. 105
Dubbele pagina..................................................................................................................... 107
2IN1 / 4IN1 ............................................................................................................................. 109
Stand Brochure sorteren ..................................................................................................... 112
Beeld bewerken .................................................................................................................... 114
Trimmen / maskeren.......................................................................................................... 114
Spiegelbeeld / Negatief/positief-omkering......................................................................... 117
XY-zoom ................................................................................................................................ 119
Kaftblad ................................................................................................................................. 121
Invoegvel ............................................................................................................................... 124
Tijdstempel............................................................................................................................ 127
Paginanummer...................................................................................................................... 128
Taakopbouw.......................................................................................................................... 130
Beeldrichting......................................................................................................................... 133
Boek - kalender..................................................................................................................... 135
ADF -> SADF ......................................................................................................................... 136
Volledige afdruk.................................................................................................................... 138
Afdrukherhaling.................................................................................................................... 140
Geen blanco pagina ............................................................................................................. 142
Inhoud 5
Buitenkant wissen ................................................................................................................ 144
Hoofdstuk 5 BEELDCORRECTIE
Weergave menu BEELD....................................................................................................... 148
Gebruik van de beeldcorrectiefuncties .............................................................................. 149
Kleurbalans (YMCK-afstelling) .......................................................................................... 149
RGB-afstelling ................................................................................................................... 151
Snelkeuze-instelling........................................................................................................... 152
Achtergrondinstelling......................................................................................................... 153
Scherpte ............................................................................................................................ 154
Tweekleurenkopie ............................................................................................................. 155
Eenkleurenkopie................................................................................................................ 161
Kleurtoon ........................................................................................................................... 162
Verzadiging ....................................................................................................................... 164
Hoofdstuk 6 TEMPLATES
Templates.............................................................................................................................. 166
Weergave templatemenu .................................................................................................. 166
Gebruik van “Praktische templates” .................................................................................. 167
Templates vastleggen .......................................................................................................... 169
Templates in de openbare templategroep vastleggen ...................................................... 169
Een nieuwe privé-groep aanmaken................................................................................... 173
Templates in een privé-groep vastleggen ......................................................................... 175
Templates oproepen ............................................................................................................ 177
Gegevens wijzigen ............................................................................................................... 180
Gegevens van privé-groep wijzigen .................................................................................. 180
Templategegevens wijzigen .............................................................................................. 181
Groepen of templates verwijderen...................................................................................... 183
Privé-groepen verwijderen................................................................................................. 183
Templates verwijderen ...................................................................................................... 185
Hoofdstuk 7 TAAKSTATUS BEVESTIGEN
Bevestiging afdruktaakstatus ............................................................................................. 190
Taken in uitvoering of in de wachtrij bevestigen................................................................ 190
Taakgeschiedenis bevestigen ........................................................................................... 195
Papierladen bevestigen..................................................................................................... 196
Hoeveelheid resterende toner bevestigen......................................................................... 197
Hoofdstuk 8 OVERIGE INFORMATIE
Continue kopieersnelheid.................................................................................................... 200
Maken van kleurenkopieën................................................................................................ 200
In zwart-wit kopiëren.......................................................................................................... 201
Combinatiematrix kopieerfunctie........................................................................................ 203
Combinatiematrix 1/2......................................................................................................... 203
Combinatiematrix 2/2......................................................................................................... 204
Combinatiematrix beeldcorrectiefunctie............................................................................ 205
6 Inhoud
Combinatiematrix 1/2......................................................................................................... 205
Combinatiematrix 2/2......................................................................................................... 206
TREFWOORDENREGISTER ............................................................................................................................... 207
1.VÓÓR GEBRUIK VAN HET
MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
In dit hoofdstuk wordt beschreven wat u moet weten voordat u dit multifunctionele systeem gebruikt, zoals de
samenstelling van het menu BASIS voor de kopieerfuncties en de wijze waarop het kopieerpapier wordt geplaatst.
Menu BASIS voor de kopieerfuncties ....................................................................................8
Papier plaatsen....................................................................................................................... 11
Geschikt kopieerpapier.........................................................................................................................................11
Papier in laden plaatsen.......................................................................................................................................13
Papierformaat vastleggen ....................................................................................................................................16
Instelling papiersoort ............................................................................................................................................18
Papier in het dubbele grote papiermagazijn plaatsen ..........................................................................................21
Papier in het externe grote papiermagazijn (optie) plaatsen................................................................................23
1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
8 Menu BASIS voor de kopieerfuncties
Menu BASIS voor de kopieerfuncties
Enkele seconden na het inschakelen van de stroomvoorziening verschijnt het menu BASIS voor de kopieerfuncties op het
aanraakscherm. Het menu BASIS toont de volgende informatie:
1. Gebied voor meldingen
Hier verschijnt een korte beschrijving van de functies of de huidige status van dit multifunctionele systeem in de vorm
van een melding.
2. Meldingsgebied systeemstatus ( P.10)
Hier verschijnt het formaat, de papiersoort of het resterende aantal vellen in elke lade.
3. Indextabbladen (BASIS, BEWERKEN, BEELD) ( P.97, P.147)
Hiermee kunt u tussen de menu's “BASIS”, “BEWERKEN” en “BEELD” schakelen.
4. Gebied voor waarschuwingsmeldingen
Hier worden waarschuwingsmeldingen, bijv. meldingen dat de tonercartridges of de tonerafvalbak aan vervanging toe
zijn, weergegeven.
5. [APS] toets (automatische papierselectie) ( P.55)
Deze dient voor de overschakeling op automatische papierselectie.
6. [ZOOM] toets ( P.6 3)
Deze dient voor de wijziging van de reproductiefactor van afdrukken.
7. [DUBBELZIJDIG] toets ( P.85)
Deze dient voor het selecteren van enkelzijdig/dubbelzijdig kopiëren (bijv. 1 -> dubbelzijdig, 2 -> dubbelzijdig).
Bij gebruik van de gebruikersbeheerfunctie en de afdelingsbeheerfunctie
Wanneer dit multifunctionele systeem wordt beheerd door middel van de gebruikersbeheerfunctie en de afdelingsbeheerfunctie,
verschijnt hier het voor elke gebruiker of afdeling beschikbare aantal afdrukken ca. 5 seconden na gebruikersauthenticatie.
Het weergegeven aantal beschikbare afdrukken is het kleinste aantal van of gebruiker ( ) of afdeling ( ).
y Het aantal beschikbare kleurenkopieën wordt niet weergegeven wanneer een gebruiker heeft ingelogd die geen
kleurkopieerrechten heeft.
y De weergave kan afhankelijk van de beheersstatus van het multifunctionele systeem afwijken.
y Raadpleeg voor bijzonderheden met betrekking tot de gebruikersbeheerfunctie of de afdelingsbeheerfunctie uw
systeembeheerder.
4
3
1
2
1920 18 17
14
15
16
13
12
9 115 876 10
1.VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
Menu BASIS voor de kopieerfuncties 9
1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
8. [AFWERKING] toets ( P.72)
Deze dient voor het selecteren van een sorteren-stand.
9. [ORIGIN. MODUS] toets ( P.60)
Deze dient voor het selecteren van een modus voor originelen.
10. Datum en tijd
11. [TAAKSTATUS] toets ( P.190)
Deze toets is voor het bevestigen van de verwerkingsstatus van kopieer-, fax-, scan- of afdruktaken, en ook voor het
bekijken van de geschiedenis van de resultaten ervan.
12. [PROEFKOPIE] toets ( P.37 )
Deze dient voor het maken van een proefkopie ter controle van een afdruk voordat een groot aantal afdrukken wordt
gemaakt.
13. Toetsen voor de densiteitaanpassing ( P.62 )
Deze dienen voor de aanpassing van het densiteitniveau van afdrukken.
14. Toetsen voor kleurinstelling ( P.59)
Deze dienen voor het selecteren van kleurinstellingen.
15. Aantal afdruksets
16. Aantal resterende afdruksets
17. (Help) toets
Deze toets is voor het weergeven van de uitleg bij elke functie of de toetsen op het aanraakscherm.
18. [TEMPLATE] toets ( P.165)
Deze dient voor de templatefunctie.
19. [INSTELLING] toets ( P.53)
Deze dient voor de controle van de momenteel ingestelde functies.
20. [OPSLAG] toets ( P.93)
Deze dient voor de opslagfunctie.
1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
10 Menu BASIS voor de kopieerfuncties
Meldingsgebied systeemstatus
In het meldingsgebied voor de status van het systeem wordt de volgende informatie getoond:
1. Weergave uitvoerbak ( P.39 )
Deze toont de bak waarheen de afdrukken worden afgevoerd.
2. [UITVOERLADE] toets ( P.39)
Deze dient voor het selecteren van de uitvoerbakken.
3. Papierladetoetsen ( P. 56 )
Deze tonen het papierformaat, het resterend aantal vellen in elke papierlade en de voor de papierlade ingestelde
papiersoort. Wanneer u een bepaalde papierlade wilt gebruiken, drukt u op de betreffende toets.
Met de toets voor de 2 papierladen van het dubbele grote papiermagazijn kan het aantal resterende vellen in elke lade
weergegeven worden.
Als het papierformaat in dit multifunctionele systeem niet gedetecteerd kan worden, verschijnt er een “
Controleer in dat geval de volgende twee zaken.
- Zit er papier van een ongeschikt formaat in de papierlade?
P.11 “Geschikt kopieerpapier”
- Is de ruimte tussen het papier en de papiergeleiders of eindgeleiding te groot?
P.13 “Papier in laden plaatsen”
Verdwijnt de melding niet, neem dan contact op met uw leverancier.
4. [HANDINVOER] toets ( P. 40 )
Wanneer er op deze toets wordt gedrukt terwijl er papier in de handinvoerbak ligt, wordt deze als het papiermagazijn
ingesteld.
5. Papiersoort in de handinvoerbak ( P.40)
Hier wordt de papiersoort in de handinvoerbak met een pictogram aangegeven.
2
1
3
5
4
1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
Papier plaatsen 11
Papier plaatsen
Geschikt kopieerpapier
Het volgende papier kan worden geplaatst en gebruikt voor het kopiëren.
De waarden zijn alleen geldig als er door TOSHIBA aanbevolen papier wordt gebruikt. Voor het aanbevolen papier zie de
Snelstartgids.
y Plaats geen papier van verschillend formaat of van verschillende soort in dezelfde papierlade.
y Zorg ervoor dat de papierstapel niet hoger is dan de lijn op de geleidingen.
Toevoer-
magazijn
Papiersoort Maximale invoercapaciteit Formaat
Papierladen
*1
Normaal papier,
gerecycled papier
(64 - 105 g/m
2
)
(17 - 28 lb. Bond)
600 vel (64 g/m
2
) (17 lb.
Bond)
540 vel (80 g/m
2
) (20 lb.
Bond)
500 vel (81 - 105 g/m
2
) (21 -
28 lb. Bond)
A/B-formaat:
A3, A4, A4-R, A5-R, B4, B5, B5-R, FOLIO, 305 mm x 457
mm, 320 mm x 450 mm
*8
, 320 mm x 460 mm
*8
LT-formaat:
LD, LG, LT, LT-R, ST-R, COMP, 13"LG, 8.5"SQ, 12" x 18"
K-formaat:
8K, 16K, 16K-R
DIK 1
(- 163 g/m
2
)
(- 90 lb. Index)
300 vel
DIK 2
(- 209 g/m
2
)
(- 110 lb. Index)
250 vel
DIK 3
(- 256 g/m
2
)
(- 140 lb. Index)
200 vel
Dubbel groot
papiermagazijn
Normaal papier,
gerecycled papier
(64 - 105 g/m
2
)
(17 - 28 lb. Bond)
2500 vel (64 g/m
2
) (17 lb.
Bond)
2360 vel (80 g/m
2
) (20 lb.
Bond)
2000 vel (81 - 105 g/m
2
) (21 -
28 lb. Bond)
A4, LT
DIK 1
(- 163 g/m
2
)
(- 90 lb. Index)
1400 vel
DIK 2
(- 209 g/m
2
)
(- 110 lb. Index)
1000 vel
DIK 3
(- 256 g/m
2
)
(- 140 lb. Index)
800 vel
Extern groot
papiermagazijn
(optie)
Normaal papier,
gerecycled papier
(64 - 105 g/m
2
)
(17 - 28 lb. Bond)
3000 vel (64 g/m
2
) (17 lb.
Bond)
2500 vel (80 g/m
2
) (20 lb.
Bond)
2200 vel (81 - 105 g/m
2
) (21 -
28 lb. Bond)
A4, LT
DIK 1
(- 163 g/m
2
)
(- 90 lb. Index)
1500 vel
DIK 2
(- 209 g/m
2
)
(- 110 lb. Index)
1200 vel
DIK 3
(- 256 g/m
2
)
(- 140 lb. Index)
1000 vel
1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
12 Papier plaatsen
*1 Gebruik de handinvoerbak wanneer u een afdruk wilt maken op de achterzijde van gekopieerd Dik1, Dik2 of Dik3 papier.
*2 Bij dubbelzijdig kopiëren op DIK 4 kunnen er strepen op de voorzijde van de afdrukken ontstaan. Deze strepen kunnen duidelijk aanwezig zijn
wanneer het gekopieerde beeld donker is of wanneer het densiteitniveau van de gehele afdruk gelijkmatig is.
*3 Automatisch dubbelzijdig kopiëren is niet beschikbaar.
*4 Wilt u op de etiketten kopiëren, selecteer dan “DIK 2” als papiersoort.
*5 Gebruik voor dubbelzijdig kopiëren papier dat voor dubbelzijdig kopiëren beschikbaar is.
*6 Als u een afdruk wilt maken op de achterzijde van gekopieerd waterproof papier (SPECIAAL 1 is gespecificeerd als papiersoort), leg de losse
vellen dan een voor een op de handinvoerbak.
*7 Als u een afdruk wilt maken op waterproof papier (SPECIAAL 1 is gespecificeerd als papiersoort), verwijder dan, na de uitvoer van circa 10
vel, de gekopieerde vellen uit de uitvoerbak of de bak van het optionele sorteermechanisme.
*8 Als er een optioneel sorteermechanisme is geïnstalleerd, zijn de bovenste uitvoerbak van het sorteermechanisme en de uitvoerbak van het
multifunctionele systeem beschikbaar voor papieruitvoer.
*9 Let op dat er zwarte strepen op de rand van de afdrukken kunnen voorkomen.
y “LT-formaat” is het standaardformaat alleen voor gebruik in Noord-Amerika.
y “K-formaat” is een Chinees standaardformaat.
y Afkortingen voor papierformaten:LT: Letter, LD: Ledger, LG: Legal, ST: Statement, COMP: Computer, SQ: Square
Ongeschikt kopieerpapier
Gebruik geen van de onderstaande soorten papier. Dit kan een papierstoring veroorzaken.
y Vochtig papier
y Gevouwen papier
y Gekruld of gekreukt papier
y Papier met een extreem glad of ruw oppervlak
Gebruik geen van de onderstaande soorten papier. Dit kan een storing in het multifunctionele systeem veroorzaken.
y Papier waarvan het oppervlak een speciale behandeling heeft ondergaan
y Papier dat al een keer is gebruikt in andere multifunctionele systemen of printers
Aanwijzingen voor de opslag van kopieerpapier
Zorg bij de opslag van kopieerpapier voor het volgende:
y Bewaar het papier in de originele verpakking om het stofvrij te houden.
y Vermijd direct zonlicht.
y Bewaar het papier in een vochtvrije ruimte.
y Bewaar kopieerpapier op een vlakke ondergrond om te voorkomen dat het papier vouwt of buigt.
Handinvoerbak Normaal papier,
gerecycled papier
(64 - 105 g/m
2
)
(17 - 28 lb. Bond)
100 vel (64 - 80 g/m
2
) (17 - 20
lb. Bond)
80 vel (81 - 105 g/m
2
) (21 - 28
lb. Bond)
A/B-formaat:
A3, A4, A4-R, A5-R, A6-R, B4, B5, B5-R, FOLIO, 305 mm x
457 mm, 320 mm x 450 mm
*8
, 320 mm x 460 mm
*8
, 330
mm x 483 mm
*8, *9
LT-formaat:
LD, LG, LT, LT-R, ST-R, COMP, 13"LG, 8.5"SQ, 12" x 18",
13" x 19"
*8, *9
K-formaat:
8K, 16K, 16K-R
Niet-standaard formaat:
Lengte: 100 - 297 mm (3.9" - 11.7"),
Breedte: 148 - 432 mm (5.8" - 17")
DIK 1
(- 163 g/m
2
)
(- 90 lb. Index)
40 vel
DIK 2
(- 209 g/m
2
)
(- 110 lb. Index)
30 vel
DIK 3
(- 256 g/m
2
)
(- 140 lb. Index)
30 vel
DIK 4
*2, *3
(- 300 g/m
2
)
(- 110 lb. Cover)
30 vel
Etiketten
*3, *4
Waterproof papier
*5
(- 230 g/m
2
)
30 vel
*6, *7
Overhead
transparanten
*3
30 vel A4, LT
Toevoer-
magazijn
Papiersoort Maximale invoercapaciteit Formaat
1.VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
Papier plaatsen 13
1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
Papier in laden plaatsen
Volg de onderstaande werkwijze voor het in een papierlade plaatsen van papier. Voor het geschikte kopieerpapier zie:
P.11 “Geschikt kopieerpapier”
1
Schakel de stroomvoorziening van het multifunctionele systeem in.
y Er kunnen maximaal 600 vellen (64 g/m
2
) (17 lb. Bond) in een papierlade worden geplaatst. Zorg ervoor dat
de papierstapel niet hoger is dan de lijn aan de binnenzijde van de papiergeleiders.
P.11 “Geschikt kopieerpapier”
y Waaier het papier goed los en stoot het gelijk voordat u het in een papierlade plaatst omdat de vellen
anders vóór het invoeren mogelijk niet van elkaar worden gescheiden. Pas op dat u zich hierbij niet in uw
vingers snijdt.
y Leg het papier mooi gelijk en plaats het tegen de rechter binnenkant van de papierlade. Als er ruimte tussen
zit, dan zou dit kunnen resulteren in het vastlopen van het papier of in het niet detecteren van het
papierformaat.
y Plaats het papier met de kopieerzijde naar boven gekeerd. De kopieerzijde staat meestal aangegeven op
de verpakking.
2
Trek een papierlade voorzichtig uit totdat deze niet
verder gaat.
3
Druk het met een pijl aangegeven gedeelte
(rechterzijde) van de zijgeleider in om deze te
ontgrendelen.
4
Leg het papier in de lade.
1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
14 Papier plaatsen
5
Verplaats de eindgeleiding naar de achterrand van het
papier terwijl u het onderste gedeelte ervan in de
richting van de pijlen duwt.
6
Stel, terwijl u de groene hendel van de voorste
papiergeleider vasthoudt, de papiergeleiders in op het
papierformaat.
Verstel de papiergeleiders met twee handen.
7
Controleer of er niet te veel ruimte tussen het papier
en de papiergeleiders of eindgeleiding zit.
Als de ruimte tussen het papier en de papiergeleiders of eindgeleiding
te groot is, is het mogelijk dat het multifunctionele systeem het formaat
van het papier niet kan detecteren, waardoor het papier zou kunnen
vastlopen.
Ruimte tussen het papier en de papiergeleiders (“A” in de figuur
rechts): Er mag niet meer ruimte dan 0,5 mm aan één kant of 1,0
mm aan beide kanten zijn. Maar als er zich in geval van dik papier
een papierstoring voordoet, maak dan een geschikte tussenruimte.
Ruimte tussen het papier en de eindgeleiding (“B” in de figuur
rechts): Er mag niet meer ruimte zijn dan 0,5 mm.
8
Druk het met een pijl aangeduide gedeelte
(linkerzijde) in ter vergrendeling van de
papiergeleider.
9
Wijzig de papierformaatindicator zo nodig.
A
B
1.VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
Papier plaatsen 15
1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
10
Duw de papierlade voorzichtig en recht in het multifunctionele systeem tot deze niet
verder kan.
Pas op dat uw vingers niet bekneld raken als de papierlade in het multifunctionele systeem wordt
geschoven.
Hierdoor kunt u letsel oplopen.
11
Onderstaand menu verschijnt. Als het papierformaat of de papiersoort afwijkt van het
tevoren in de papierlade gebruikte formaat, druk dan op [NEE] op het aanraakscherm.
Als ze hetzelfde zijn, druk dan op [JA].
y Het kan zijn dat bovenstaand menu - afhankelijk van de instelling van het multifunctionele systeem - niet
verschijnt. Zie in dat geval de volgende pagina's om de instelling van het papierformaat en de papiersoort te
wijzigen:
P.16 “Papierformaat vastleggen”
P.18 “Instelling papiersoort”
y Raadpleeg voor de wijziging van de instelling voor de weergave van dit menu uw systeembeheerder.
Wanneer u op [JA] drukt, wordt de procedure beëindigd.
1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
16 Papier plaatsen
12
Selecteer het papierformaat en de papiersoort van het in de papierlade geplaatste
papier op het aanraakscherm.
1) Selecteer het papierformaat.
2) Selecteer de papiersoort.
3) Druk op [OK].
Wanneer het papierformaat op [AUTO (mm)] of [AUTO (inch)] is ingesteld, wordt het automatisch vastgelegd
en verschijnen de toetsen ervan niet op dit scherm. Als u het bijbehorende papierformaat handmatig wilt
registreren, kijk dan op de volgende pagina om de instellingen te wijzigen.
P.16 “Papierformaat vastleggen”
Papierformaat vastleggen
Wanneer u voor het eerst papier plaatst of het papier door een ander formaat vervangt, dient u het formaat in dit
multifunctionele systeem vast te leggen.
Wanneer het papierformaat is ingesteld op automatische detectie:
Wanneer [AUTO (mm)] of [AUTO (inch)] voor het papierformaat is geselecteerd, kan de volgende procedure achterwege blijven. Het
papierformaat wordt automatisch ingesteld.
1
Druk op de [GEBR.FUNCTIES] toets op het
bedieningspaneel.
1.VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
Papier plaatsen 17
1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
2
Druk op het tabblad [GEBRUIKER] op het aanraakscherm om het instellingenmenu op
te roepen en druk vervolgens op [PAPIERLADE].
3
Selecteer het papierformaat op het aanraakscherm.
1) Selecteer de papierlade waarin het papier is geplaatst.
2) Selecteer het papierformaat.
3) Druk op [OK].
Zo gaat u te werk voor het automatisch detecteren van het formaat van het in een papierlade geplaatste
papier:
Selecteer [AUTO (mm)] wanneer er papier van het A/B-formaat wordt geplaatst en [AUTO (inch)] wanneer er
papier van het LT-formaat wordt geplaatst in plaats van een gespecificeerd papierformaat te selecteren. Het
papierformaat wordt automatisch vastgelegd in het multifunctionele systeem m.b.v. de functie voor automatische
papierformaatdetectie wanneer er papier in deze papierlade wordt gelegd.
1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
18 Papier plaatsen
4
Druk op [SLUITEN] op het aanraakscherm of op de [GEBR.FUNCTIES] toets op het
bedieningspaneel.
Instelling papiersoort
Wanneer u speciaal papier anders dan normaal papier of een soort dat niet voor normaal kopiëren wordt gebruikt plaatst,
dient u de dikte en het kenmerk op het multifunctionele systeem in te stellen.
y De dikte en het kenmerk kunnen tegelijkertijd worden ingesteld.
y Als “DIK 1, 2 of 3” of een kenmerk behalve “GEEN” is ingesteld voor een papierlade, dan wordt het papier in deze
papierlade niet voor de APS-functie gebruikt.
y Als een kenmerk behalve “GEEN” voor een papierlade is ingesteld, dan is de functie Automatisch wisselen van
papiermagazijn (Toevoer van hetzelfde papierformaat vanuit een andere papierlade zelfs al is de opgegeven
papierlade van waaruit papier wordt toegevoerd leeg) uitgeschakeld voor het papier in deze papierlade.
Zie voor het instellen van Automatisch wisselen van papiermagazijn de Handleiding voor MFP-beheer.
y De ingestelde papiersoort wordt met een pictogram aangegeven in het meldingsgebied voor de status van het
systeem.
P.10 “Meldingsgebied systeemstatus”
De volgende papiersoorten zijn geschikt:
Dikte
Toets Omschrijving Pictogram
NORMAAL
Selecteer dit wanneer u wilt dat het papiergewicht (ofwel 64 - 80 g/m
2
(17 - 20 lb.
Bond) ofwel 81 -105 g/m
2
(21 - 28 lb. Bond)) automatisch wordt geselecteerd.
NORMAAL 1, 2 Selecteer dit wanneer u niet wilt dat het papiergewicht automatisch wordt
geselecteerd maar u het zelf wilt doen.
NORMAAL 1: 64 - 80 g/m
2
(17 - 20 lb. Bond)
NORMAAL 2: 81 - 105 g/m
2
(21 - 28 lb. Bond)
,
DIK 1 - 3 Dik papier
DIK 1: 106 - 163 g/m
2
(29 lb. Bond - 90 lb. Index)
DIK 2: 164 - 209 g/m
2
(91 lb. Index - 110 lb. Index)
DIK 3: 210 - 256 g/m
2
(111 lb. Index - 140 lb. Index)
, ,
GERECYCLED
PAPIER
Gerecycled papier
1.VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
Papier plaatsen 19
1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
Kenmerk
*1 Het verzenden en ontvangen van faxberichten is alleen beschikbaar als de fax-unit (optie) is geïnstalleerd.
*2 Wanneer er lijsten worden afgedrukt, wordt de papierinstelling “FAX” gebruikt. Voor het afdrukken van lijsten zie de Handleiding voor MFP-
beheer.
2
Druk op het tabblad [GEBRUIKER] op het aanraakscherm om het instellingenmenu op
te roepen en druk vervolgens op [PAPIERLADE].
Toets Omschrijving Pictogram
GEEN Geen kenmerk aangegeven
INVOEGEN Losse vellen gebruikt in de stand invoegen speciaal invoegvel
P.124 “Invoegvel”
Er kunnen maximaal 2 soorten vellen (invoegvel 1en 2) worden ingesteld. Voor het
instellen van invoegvel 1 en 2, selecteer de papierlade voor invoegvel 1 en druk op
[INVOEGEN] en selecteer daarna een papierlade voor invoegvel 2 en druk op
[INVOEGEN].
,
KAFT Losse vellen gebruikt in de kaftbladen-functie
P.121 “Kaftblad”
SPECIAAL Gekleurd papier of papier met watermerk etc.
FAX
*1, *2
Faxpapier
1
Druk op de [USER FUNCTIONS] toets op het
bedieningspaneel.
1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
20 Papier plaatsen
3
Druk op [PAPIERSOORT].
4
Selecteer de papiersoort.
1) Selecteer de papierlade waarin het papier is geplaatst.
2) Selecteer de papiersoort.
3) Druk op [OK].
5
Druk op [OK].
1.VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
Papier plaatsen 21
1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
6
Druk op [SLUITEN] op het aanraakscherm of op de [USER FUNCTIONS] toets op het
bedieningspaneel.
Ingestelde papiersoort annuleren
Druk op de papierlade-toets in het menu in stap 4 en druk vervolgens op de papiersoort waarvan de instelling moet
worden geannuleerd.
Als zowel INVOEGVEL 1 als INVOEGVEL 2 zijn ingesteld en u annuleert alleen de instelling van INVOEGVEL
1, dan wordt de instelling voor INVOEGVEL 2 automatisch de instelling voor INVOEGVEL 1.
Papier in het dubbele grote papiermagazijn plaatsen
Deze handeling is alleen van toepassing bij het dubbele grote papiermagazijntype.
1
Trek de papierlade van het dubbele grote
papiermagazijn voorzichtig uit tot deze niet verder
kan.
Kom niet aan de geleiderail (“A” in de figuur rechts).
Hierdoor kunt u letsel oplopen.
2
Plaats 2 stapels papier in de betreffende rechter- en
linkerbak.
Waaier het papier goed los en stoot het gelijk voordat u het in de bak
legt. Plaats het papier met de kopieerzijde naar boven gekeerd. Plaats
een papierstapel in de rechterbak (aangeduid met “A” in de afbeelding)
met de zijkant tegen de rechterhoek van de bak en plaats de andere
papierstapel in de linkerbak (aangeduid met “B” in de afbeelding) met
de zijkant tegen de linkerhoek van de bak. Het papier kan correct
worden geplaatst door het in kleine stapeltjes te verdelen en
afwisselend in de twee bakken op te stapelen.
A
A
B
1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
22 Papier plaatsen
y Het papier in de rechterbak wordt het eerst gebruikt. Als het op raakt, wordt het papier in de linkerbak
automatisch naar de rechterbak verplaatst en ingevoerd.
y Er kunnen maximaal 2360 vellen (80 g/m
2
) (20 lb. Bond) in de 2 bakken worden geplaatst. De papierstapel
mag echter niet hoger zijn dan de lijn aan de binnenzijde van de papiergeleiders.
P.11 “Geschikt kopieerpapier”
y De kopieerzijde staat meestal aangegeven op de verpakking.
y Pas op dat u zich niet in uw vingers snijdt bij het waaieren.
y Zorg er bij het plaatsen van het papier voor dat de middelste hendel niet geopend is (zie het etiket in het
dubbele grote papiermagazijn).
3
Duw de papierlade van het dubbele grote papiermagazijn voorzichtig recht in het
multifunctionele systeem.
Wanneer de papierlade volledig is ingeschoven, wordt de rechterbak omhooggezet tot de papierinvoerpositie.
Schuif de papierlade niet met een klap dicht. Want dan kunnen er vellen in de stapel samenvouwen en kunnen
ze niet meer goed getransporteerd worden.
Pas op dat uw vingers niet bekneld raken als de papierlade in het multifunctionele systeem wordt
geschoven.
Hierdoor kunt u letsel oplopen.
4
Wijzig de papiersoort indien nodig.
P.18 “Instelling papiersoort”
Het dubbele grote papiermagazijn tijdens het kopiëren bijvullen
Wanneer het papier in de linkerbak van het dubbele grote papiermagazijn op is geraakt tijdens het kopiëren, dan
verschijnt de melding “Linkerpapierlade kan worden bijgevuld”. U kunt het dubbele grote papiermagazijn uittrekken en de
linkerbak bijvullen zonder het kopieerproces te stoppen. Dit is handig wanneer u snel een groot aantal afdrukken wilt
maken.
1
Trek de papierlade van het dubbele grote
papiermagazijn voorzichtig uit tot deze niet verder
kan.
Alleen de linkerbak kan er uitgehaald worden.
Kom niet aan de geleiderail (“A” in de figuur rechts).
Hierdoor kunt u letsel oplopen.
2
Leg papier in de linkerbak.
Plaats het papier tegen de linkerkant van de bak.
A
1.VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
Papier plaatsen 23
1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM
3
Duw de papierlade van het dubbele grote papiermagazijn voorzichtig recht in het
multifunctionele systeem.
Zodra het papier in de rechterbak op is, zal dat in de linkerbak automatisch naar de rechterbak verplaatst worden.
Schuif de papierlade niet met een klap dicht. Want dan kunnen er vellen in de stapel samenvouwen en kunnen
ze niet meer goed getransporteerd worden.
Pas op dat uw vingers niet bekneld raken als de papierlade in het multifunctionele systeem wordt
geschoven.
Hierdoor kunt u letsel oplopen.
Papier in het externe grote papiermagazijn (optie) plaatsen
y Er kunnen maximaal 3000 vellen (64 g/m
2
) (17 lb. Bond) worden geplaatst. De papierstapel mag echter niet
hoger zijn dan de lijn op de achterste papiergeleider.
P.11 “Geschikt kopieerpapier”
y De kopieerzijde staat meestal aangegeven op de verpakking.
y Pas op dat u zich niet in uw vingers snijdt bij het waaieren.
y Er mag geen ruimte tussen het papier en de achterste papiergeleider overblijven. Als er toch ruimte tussen
zit, kan het gekopieerde beeld scheef zijn.
3
Duw de papierlade van het externe grote papiermagazijn er voorzichtig en recht in.
Wanneer de papierlade volledig is ingeschoven, wordt de bak omhooggezet tot de papierinvoerpositie.
Pas op dat uw vingers niet bekneld raken als de papierlade in het multifunctionele systeem wordt
geschoven.
Hierdoor kunt u letsel oplopen.
1
Trek de papierlade van het externe grote
papiermagazijn voorzichtig uit tot deze niet verder
kan.
Kom niet aan de geleiderails (“A” in de figuur rechts).
Hierdoor kunt u letsel oplopen.
2
Leg papier in de bak.
Waaier het papier goed los en stoot het gelijk voordat u het in de bak
legt. Plaats het papier met de kopieerzijde naar boven gekeerd. Er
mag geen ruimte tussen het papier en de achterste papiergeleider
overblijven.
A
A
2.HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
In dit hoofdstuk worden de basiskopieerprocedures toegelicht.
Voorbereidende werkzaamheden ......................................................................................... 26
Opslag van kleurenkopieën..................................................................................................................................26
Functie ter voorkoming van vervalsing.................................................................................................................26
Originelen plaatsen................................................................................................................ 27
Aanvaardbare originelen ......................................................................................................................................27
Originelen op de glasplaat voor originelen leggen ...............................................................................................27
Boeken .................................................................................................................................................................28
Gebruik van het automatisch documentinvoersysteem (RADF)...........................................................................29
Afdrukken maken ................................................................................................................... 32
Basiskopieerprocedure.........................................................................................................................................32
Volgend origineel tijdens het kopiëren scannen ...................................................................................................35
Kopiëren onderbreken en andere afdrukken maken ............................................................................................36
Proefkopie ............................................................................................................................................................37
Uitvoerbak selecteren...........................................................................................................................................39
Kopiëren met handinvoer......................................................................................................40
Kopiëren met handinvoer .....................................................................................................................................40
Kopiëren met handinvoer op standaard papierformaat ........................................................................................41
Afdrukken met handinvoer op niet-standaard papierformaat ...............................................................................47
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
26 Voorbereidende werkzaamheden
Voorbereidende werkzaamheden
Opslag van kleurenkopieën
Bij de opslag van kleurenkopieën dient op het volgende te worden gelet:
y Vermijd een aan licht blootgestelde plaats. De kleuren kunnen verbleken wanneer afdrukken langdurig aan licht
worden blootgesteld.
y Wanneer afdrukken langdurig tussen plastic vellen van chloorethyleen worden bewaard, kan de toner oplossen en aan
het plastic blijven plakken. Gebruik voor langdurige opslag hoezen van polyethyleen.
y Wanneer een kleurenkopie wordt gevouwen, kan de toner op het gevouwen gedeelte loslaten. Vouw kleurenkopieën
niet wanneer deze worden opgeslagen.
y Toner op afdrukken kan oplossen wanneer deze in contact komt met niet geheel droge oplosmiddelen of inkt. Houd
afdrukken uit de buurt ervan.
y Wanneer afdrukken in een omgeving met extreem hoge temperaturen zoals in de buurt van een verwarmingstoestel
worden bewaard, kan de toner oplossen. Bewaar deze bij kamertemperatuur en voorkom extreme
temperatuurschommelingen.
Functie ter voorkoming van vervalsing
Dit multifunctionele systeem is uitgerust met een functie ter voorkoming van vervalsing. Daarom zou het kunnen
voorkomen dat de scan- of kopieerfunctie niet correct werkt.
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Originelen plaatsen 27
Originelen plaatsen
Aanvaardbare originelen
Wanneer het automatische documentinvoersysteem wordt gebruikt, kunnen dubbelzijdige originelen automatisch vel voor
vel worden gescand. Wanneer de glasplaat voor originelen wordt gebruikt, kunnen originelen zoals overhead
transparanten, calqueerpapier, boekjes of 3-D voorwerpen worden gescand die niet op het automatische
documentinvoersysteem kunnen worden geplaatst, alsmede ook normaal papier.
*1 Het kan zijn dat u de afdrukkwaliteit niet optimaal kunt krijgen wanneer er een origineel met een papiergewicht van meer dan 157 g/m
2
(41.8
lb.) wordt gebruikt.
y Automatische formaatbepaling werkt niet correct wanneer originelen van A/B-formaat worden gebruikt in voor
Noord-Amerika bestemde multifunctionele systemen. Deze functie werkt niet correct wanneer originelen van LT-
formaat worden gebruikt in andere multifunctionele systemen dan voor Noord-Amerika.
y Automatische formaatbepaling werkt niet correct wanneer papier van K-formaat wordt gebruikt voor het kopiëren.
(K-formaat is een standaard papierformaat in China).
y Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.
y Plaats originelen van ST-formaat of A5-formaat in liggende richting wanneer het automatische
documentinvoersysteem wordt gebruikt.
y Er kunnen maximaal 1000 vellen per afdruktaak worden gescand of totdat het geïntegreerde geheugen vol is.
Originelen op de glasplaat voor originelen leggen
De glasplaat voor originelen kan voor originelen zoals overhead transparanten of calqueerpapier alsmede normale
papiervellen gebruikt worden die niet op het automatische documentinvoersysteem kunnen worden geplaatst.
Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.
Zou de glasplaat breken, dan kunt u hierdoor letsel oplopen.
1
Zet het automatische documentinvoersysteem omhoog.
Til het geheel 60° of meer op zodat het formaat van het origineel correct kan worden gedetecteerd.
Plaats Maximumformaat Papiergewicht
Geschikte formaten voor
automatische formaatbepaling
Glasplaat voor originelen
Lengte: 297 mm
Breedte: 432 mm
Anders dan Noord-Amerika: A3,
A4, A4-R, A5-R, B4, B5, B5-R
Noord-Amerika: LD, LG, LT, LT-R,
ST-R
Automatisch
documentinvoersysteem
(RADF)
Enkelzijdige originelen: 35 -
209 g/m
2
(9.3 - 110 lb.)
*1
Dubbelzijdige originelen: 50 -
157 g/m
2
(13.3 - 41.8 lb.)
Anders dan Noord-Amerika: A3,
A4, A4-R, A5-R, B4, B5, B5-R,
FOLIO
Noord-Amerika: LD, LG, LT, LT-R,
ST-R, COMP
2
Leg het origineel op de glasplaat met de te kopiëren
zijde naar beneden tegen de linkerbovenhoek aan.
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
28 Originelen plaatsen
3
Laat het automatische documentinvoersysteem voorzichtig neer.
Boeken
U kunt boeken op de glasplaat voor originelen plaatsen.
Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.
Zou de glasplaat breken, dan kunt u hierdoor letsel oplopen.
1
Zet het automatische documentinvoersysteem omhoog.
3
Laat het automatische documentinvoersysteem voorzichtig neer.
y Duw het automatische documentinvoersysteem niet met kracht omlaag als het origineel erg dik is. Er
ontstaat geen kopieerprobleem, zelfs niet wanneer de klep niet volledig is gesloten.
y Kijk niet rechtstreeks op de glasplaat voor originelen omdat tijdens het kopiëren een fel licht naar buiten kan
komen.
Kopiëren van zeer transparante originelen
Bij het kopiëren van zeer transparante originelen zoals overhead
transparanten of calqueerpapier dient er een leeg vel met hetzelfde
formaat als het origineel of groter op te worden gelegd.
2
Zoek de gewenste pagina in het origineel en leg deze
met de te kopiëren zijde naar beneden op de
glasplaat. Leg het origineel tegen de linkerbovenhoek
op de glasplaat.
Wanneer u dubbelzijdige afdrukken maakt uit boeken in standen zoals
boek met dubbelzijdig kopiëren of kopiëren met twee-pagina
scheidingsfunctie, dient u het midden van het origineel tegen de gele
lijn van de glasplaat voor originelen te plaatsen.
P.89 “Een dubbelzijdige afdruk van een boek maken”
P.107 “Dubbele pagina”
2.HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Originelen plaatsen 29
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Gebruik van het automatisch documentinvoersysteem (RADF)
Aanwijzingen
Gebruik geen originelen zoals onder punt 1 t/m 9 aangegeven omdat dergelijke originelen papierfouten of beschadiging
van het multifunctionele systeem kunnen veroorzaken.
1. Erg gekreukelde, gevouwen of omgekrulde originelen
2. Originelen met carbonpapier
3. Originelen met plakband, met opgeplakte teksten of geknipte originelen
4. Originelen met meerdere perforaties zoals losbladig papier
5. Originelen met paperclips of nietjes
6. Originelen met gaten of scheuren
7. Vochtige originelen
8. Overhead transparanten of calqueerpapier
9. Gecoat papier (behandeld met was etc.)
Behandel originelen zoals aangegeven onder punt 10 en 11 met extra zorg.
10. Originelen die moeilijk met de vingers kunnen worden verschoven of originelen met speciaal behandeld oppervlak
(de vellen van dergelijke originelen mogen niet van elkaar worden gescheiden)
11. Gevouwen of gekrulde originelen (deze moeten voor gebruik worden gladgestreken)
Wanneer er zwarte strepen verschijnen
Indien het scangebied of het geleidingsgebied vuil is, kunnen er zich afdrukproblemen zoals zwarte strepen op de
afdrukken voordoen. Het wekelijks reinigen van deze gebieden wordt aanbevolen. Voor reiniging zie de Snelstartgids.
1342
6
7
89
5
10
11
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
30 Originelen plaatsen
Continue invoer
De invoer is standaard op “continue invoer” ingesteld. Zodra u de originelen hebt ingesteld en daarna op de [START] toets
drukt, worden ze continu pagina voor pagina gescand. Dit is handig als u meerdere originelen in één keer wilt kopiëren.
1
Leg alle originelen netjes tegen de aanleglijst.
Rangschik de originelen in de volgorde waarin u deze wilt kopiëren. Het bovenste origineel zal als eerste worden
gekopieerd.
Bij te veel in één keer te scannen originelen moet u deze in een aantal sets verdelen alvorens te gaan kopiëren. Plaats
de eerste set originelen en druk vervolgens op [VERVOLG] op het aanraakscherm terwijl deze set wordt gescand.
Plaats na het scannen de volgende set originelen en druk op de [START] toets op het bedieningspaneel.
2
Leg de originelen met de af te drukken zijde naar
boven en pas de papiergeleiders aan de lengte van de
originelen aan.
y Ongeacht het formaat zijn originelen geschikt tot 100 vellen (35
tot 80 g/m
2
) of 16 mm in hoogte.
y Voor originelen met verschillende formaten zie:
P.57 “Originelen met verschillende formaten in één keer
kopiëren”
Voor lange originelen
Trek de opvang voor originelen naar buiten, zodat het gescande
origineel er niet af zal vallen.
Na gebruik van de opvang voor originelen moet u de opvang iets
oplichten waarna u deze kunt terugschuiven.
2.HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Originelen plaatsen 31
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Enkelvoudige invoer
Als de invoer is ingesteld op "enkelvoudige invoer" wordt een origineel automatisch ingevoerd wanneer het op het
automatische documentinvoersysteem wordt gelegd. Dit is handig wanneer u slechts 1 vel wilt kopiëren.
P.136 “ADF -> SADF”
3
Als er nog een origineel is, ga dan op dezelfde wijze te werk.
4
Nadat alle originelen naar binnen zijn getrokken in, drukt u op [OPDR.GEREED].
Als u het kopiëren wilt stoppen, drukt u op [STOP OPDR.].
1
Pas de papiergeleiders aan de lengte van de
originelen aan.
2
Plaats het origineel met de te kopiëren zijde naar
boven en recht tegen de papiergeleiders.
Het origineel wordt automatisch naar binnen getrokken en vervolgens
wordt het menu van stap 3 op het aanraakscherm weergegeven.
Laat het origineel los wanneer het naar binnen wordt getrokken.
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
32 Afdrukken maken
Afdrukken maken
Basiskopieerprocedure
Maak afdrukken zoals hieronder beschreven.
1
Controleer of er (voldoende) papier in de papierlade(n) zit.
Voor de geschikte papiersoorten en -formaten alsmede het plaatsen ervan zie:
P.11 “Geschikt kopieerpapier”
P.13 “Papier in laden plaatsen”
P.21 “Papier in het dubbele grote papiermagazijn plaatsen”
P.23 “Papier in het externe grote papiermagazijn (optie) plaatsen”
2
Plaats de originelen.
Voor de formaten en soorten originelen alsmede het plaatsen ervan zie:
P.27 “Aanvaardbare originelen
P.29 “Gebruik van het automatisch documentinvoersysteem (RADF)”
P.27 “Originelen op de glasplaat voor originelen leggen”
P.28 “Boeken”
3
Toets het gewenste aantal afdrukken in als u meer dan één afdruk wilt.
Druk op de [WISSEN] toets op het bedieningspaneel om het ingetoetste aantal te annuleren.
4
Selecteer de kopieerinstellingen naar behoefte.
P.51 “BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES”
P.97 “BEWERKEN-FUNCTIES”
P.147 “BEELDCORRECTIE”
RADF
Glasplaat voor
originelen
OF
2
53
1
4
2.HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Afdrukken maken 33
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
5
Druk op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Het afdrukken begint. De afdrukken worden uitgevoerd met de gekopieerde zijde naar beneden.
Wees voorzichtig omdat de papieruitvoer en omgeving ervan en het papier zelf na het kopiëren heet zijn.
Het onderstaande menu kan verschijnen wanneer speciale programma's worden gebruikt.
Dit menu verschijnt als enkelvoudige invoer is ingesteld voor het documentinvoersysteem of bij functies waarbij het
origineel op de glasplaat wordt gelegd en de gescande gegevens tijdelijk in het geheugen worden opgeslagen,
zoals kopiëren en sorteren of enkelzijdig naar dubbelzijdig kopiëren. Ga als volgt te werk wanneer dit menu
verschijnt.
Er worden verschillende berichten in het bovenste gedeelte van het menu weergegeven voor wanneer de
originelen via het automatische documentinvoersysteem worden gescand en voor wanneer er via de glasplaat
voor originelen wordt gescand.
6
Plaats het volgende origineel en druk vervolgens op de [START] toets op het
bedieningspaneel of op [VLGND AFDR] op het aanraakscherm.
Het scannen begint. (Als het documentinvoersysteem op “SADF (enkelvoudige invoer)” is ingesteld, wordt er
automatisch een origineel ingevoerd wanneer het op het automatische documentinvoersysteem wordt gelegd.)
7
Druk op [OPDR.GEREED] op het aanraakscherm nadat alle originelen zijn gescand.
Het kopiëren begint.
y Als u het kopiëren wilt stoppen, drukt u op [STOP OPDR.].
y Wanneer de papierlade tijdens het kopiëren leeg raakt, kan vanuit een andere papierlade papier worden
ingevoerd als dat papier hetzelfde formaat en dezelfde richting heeft, zonder dat het kopiëren wordt
onderbroken. Wanneer er geen lade met dergelijk papier beschikbaar is, wordt het kopiëren onderbroken
en verschijnt de melding“Papier bijvullen” op het aanraakscherm. Vul in dat geval de papierlade bij.
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
34 Afdrukken maken
Kopiëren stoppen en opnieuw starten
2
Druk op [STOP OPDR] op het aanraakscherm om het kopiëren te beëindigen. Druk op
[VLGND AFDR] op het aanraakscherm of op de [START] toets op het bedieningspaneel
om weer op te starten.
Wanneer u op [STOP OPDR] drukt, worden de gescande gegevens gewist en worden eventuele afdruktaken in de
wachtrij uitgevoerd.
Zelfs wanneer u niet op [STOP OPDR] drukt, worden de gescande gegevens gewist door middel van de
automatische wis-functie.
1
Druk op de [STOP] toets op het bedieningspaneel.
Het kopiëren of scannen wordt onderbroken.
2.HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Afdrukken maken 35
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Volgend origineel tijdens het kopiëren scannen
Zelfs tijdens het uitvoeren van de kopieerfunctie of terwijl “BEDRIJFSKLAAR (OPWARMFASE)” op het aanraakscherm
wordt weergegeven, kan het volgende origineel worden gescand (automatische start).
1
Plaats de originelen.
2
Stel het aantal afdruksets en de kopieerinstellingen naar wens in.
De nieuwe taak wordt gestart overeenkomstig de tevoren geselecteerde kopieerinstellingen tenzij andere
instellingen worden gekozen.
3
Druk op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Er kunnen maximaal 1000 vellen per afdruktaak worden gescand of
totdat het geïntegreerde geheugen vol is.
Automatische taken bevestigen
Taken in de wachtrij kunnen op het aanraakscherm worden bevestigd of indien nodig worden geannuleerd. Zie de
volgende pagina voor meer informatie:
P.190 “Bevestiging afdruktaakstatus”
Actieve scantaken annuleren
Druk op de [STOP] toets op het bedieningspaneel om een taak te annuleren
terwijl originelen worden gescand.
Wanneer u op [STOP OPDR] op het aanraakscherm of op de [FUNCTION
CLEAR] toets op het bedieningspaneel drukt terwijl het scannen
onderbroken is, wordt het scannen beëindigd. (In dat geval worden de
gegevens die zijn gescand voordat de taak werd onderbroken, gekopieerd.)
Druk op de [START] toets om het scannen opnieuw te starten.
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
36 Afdrukken maken
Kopiëren onderbreken en andere afdrukken maken
U kunt de huidige afdruktaak onderbreken voor het maken van andere afdrukken (kopiëren met onderbreking). Wanneer
de onderbroken taak weer wordt gestart, hoeven de kopieerinstellingen niet opnieuw te worden geselecteerd omdat deze
in het geheugen van het multifunctionele systeem zijn opgeslagen.
y De volgende functies kunnen niet worden gebruikt in combinatie met "kopiëren met onderbreking":
Kopiëren met kaftbladen, kopiëren met speciaal invoegvel, taakopbouw, opslaan via e-Filing, kopiëren en opslaan
y Tijdens kopiëren met onderbreking kan er niet overgeschakeld worden naar een niet-kopieerfunctie, zoals e-Filing,
scannen, afdrukken of faxen. Als u de functie wilt wijzigen, druk dan eerst op de [INTERRUPT] toets om het
kopiëren met onderbreking te wissen.
2
Vervang het origineel door een ander.
3
Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de
[START] toets op het bedieningspaneel.
4
Druk opnieuw op de [INTERRUPT] toets nadat de functie "kopiëren met onderbreking"
is beëindigd.
“Gereed om taak 1 af te maken” verschijnt en de onderbroken taak wordt hervat.
1
Druk op de [INTERRUPT] toets op het
bedieningspaneel.
"Taak onderbroken taak 1 opgeslagen" verschijnt en het lampje van de
[INTERRUPT] toets gaat branden.
Als het origineel wordt gescand, verschijnt de bovenstaande
melding na voltooiing van het scannen.
2.HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Afdrukken maken 37
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Proefkopie
Wanneer u een groot aantal afdrukken gaat maken, kunt u controleren of deze precies aan uw wensen voldoen door eerst
één pagina te kopiëren (proefkopie). Dan kunt u de standen of instellingen wijzigen (bijv. het aantal afdruksets, uitvoerbak,
paginanummer, tijdstempel, sorteren/nieten, perforatie) na controle van de proefkopie.
Indien u instellingen zoals de reproductiefactor, de densiteit, de modus voor originelen of enkel/dubbelzijdig kopiëren
wilt wijzigen, moet u de proefkopie eerst voltooien. Wijzig deze instellingen en scan het origineel opnieuw.
1
Vul de papierlade(n) met papier.
2
Plaats de originelen.
3
Selecteer het aantal afdruksets en de kopieerinstellingen.
4
Druk op [PROEFKOPIE] op het aanraakscherm.
"PROEFKOPIE is ingesteld Druk op START-toets om te kopiëren" verschijnt gedurende ca. 2 seconden.
Indien [SORTEREN UIT NIETEN UIT] of [GROEPEREN] is geselecteerd als afwerkfunctie, wordt deze
automatisch in [SORTEREN] gewijzigd.
5
Druk op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Het scannen begint. 1 set afdrukken wordt afgedrukt.
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
38 Afdrukken maken
6
Wijzig het aantal afdruksets en kopieerinstellingen naar wens na controle van de
proefkopie.
Standen of instellingen zoals aantal afdruksets, de uitvoerbak, paginanummer, tijdstempel, sorteren/nieten en
perforatie kunnen worden gewijzigd.
Indien u instellingen zoals de reproductiefactor, de densiteit, de modus voor originelen of enkel/dubbelzijdig
kopiëren wilt wijzigen, moet u de proefkopie eerst voltooien. Wijzig deze instellingen en scan het origineel
opnieuw. Druk op [GEHEUGEN WISSEN] op het aanraakscherm of op de [FUNCTION CLEAR] toets op het
bedieningspaneel om de proefkopie te voltooien.
7
Druk op de [START] toets op het bedieningspaneel.
Indien het aantal afdrukken in de bovenstaande stap 6 niet is gewijzigd, wordt één afdruk minder dan tevoren is
ingesteld afgedrukt omdat er al een als proefkopie is gemaakt. (Als het aantal afdrukken echter is ingesteld op 1,
wordt naast de proefkopie nog een set afdrukken gemaakt.)
2.HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Afdrukken maken 39
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Uitvoerbak selecteren
U kunt de uitvoerbak selecteren.
y Het verschilt welke uitvoerbakken geselecteerd kunnen worden, afhankelijk van of de finisher al of niet is
geïnstalleerd.
y De beschikbare uitvoerbak kan onderhevig zijn aan beperkingen, afhankelijk van kopieerinstellingen en
papierformaten.
y De uitvoerbakselectie is standaard op automatische selectie ingesteld.
De uitvoerbak wijzigen
De momenteel geselecteerde uitvoerbak wordt weergegeven in het meldingsgebied voor de status van het systeem. Druk
voor het wijzigen van de uitvoerbak op [UITVOERLADE]. De weergave verandert telkens wanneer u hierop drukt cyclisch,
van de uitvoerbakken van het multifunctionele systeem, die van de finisher (optie) tot automatische selectie.
Huidige uitvoerbak
Weergave autom. selectie
uitvoerbak
Toets [UITVOERLADE]
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
40 Kopiëren met handinvoer
Kopiëren met handinvoer
Kopiëren met handinvoer
Wanneer u afdrukken op overhead transparanten, etiketten, Dik 4 papier of niet-standaard papierformaat maakt, leg dan
kopieerpapier in de handinvoerbak. Kopiëren met handinvoer is ook raadzaam voor het kopiëren op standaard
papierformaat dat niet in een van de papierladen aanwezig is.
Wanneer u het papierformaat selecteert, kunt u verschillende functies gebruiken zoals de automatische papierselectie
(APS) of de automatische zoomselectie (AMS). Zie de volgende pagina voor meer informatie:
P.203 “Combinatiematrix kopieerfunctie”
De werkwijze voor het kopiëren met handinvoer verschilt afhankelijk van het te gebruiken papierformaat. Zie
onderstaande tabel voor de werkwijze bij elk formaat.
y Kopiëren met handinvoer wordt beëindigd als de handinvoerbak tijdens het kopiëren leeg raakt, zelfs wanneer
papier van hetzelfde formaat in een van de papierladen aanwezig is. Het kopiëren wordt hervat als de
handinvoerbak is bijgevuld.
y Wanneer het kopiëren met handinvoer voltooid is, knippert de [FUNCTION CLEAR] toets op het bedieningspaneel.
Druk op deze toets om van de functie kopiëren met handinvoer over te schakelen op normaal kopiëren met behulp
van de papierladen.
(Zelfs wanneer u niet op de [FUNCTION CLEAR] toets drukt, zal afdrukken met handinvoer worden gewist
wanneer de automatische wis-functie na een bepaalde tijd geactiveerd wordt.)
Open de handinvoerbak voor kopiëren met handinvoer.
Trek, alvorens groot papier te plaatsen, de papierhouder uit. U kunt die naar
gelang nodig uitschuiven door het papierformaat aan te passen aan de
schaalverdeling ervan.
Papierformaat Werkwijze
Standaard-
formaat
Anders dan Noord-Amerika:
A3, A4, B4, B5
Noord-Amerika: LD, LT, LG,
ST-R
P.41 “Kopiëren op A3-, A4-, B4- en B5-formaat (op multifunctioneel systeem
behalve voor Noord-Amerika) / LD-, LT-, LG- en ST-R-formaat (op multifunctioneel
systeem voor Noord-Amerika)”
Behalve bovenstaande P.44 “Kopiëren op andere dan bovenstaande standaard papierformaten”
Overige (niet-standaardformaten) P.47 “Afdrukken met handinvoer op niet-standaard papierformaat”
2.HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Kopiëren met handinvoer 41
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Kopiëren met handinvoer op standaard papierformaat
Kopiëren op A3-, A4-, B4- en B5-formaat (op multifunctioneel systeem
behalve voor Noord-Amerika) / LD-, LT-, LG- en ST-R-formaat (op
multifunctioneel systeem voor Noord-Amerika)
1
Plaats de originelen.
y De papierstapel mag niet hoger zijn dan de aanduiding op de papiergeleiders.
y Wanneer meer dan één vel wordt gebruikt, waaier de vellen dan goed los voordat deze in de handinvoerbak
worden gelegd. Pas op dat u zich hierbij niet in uw vingers snijdt.
y Duw het papier niet in de invoeropening van de handinvoer. Dit kan een papierstoring veroorzaken.
3
Selecteer de toets voor hetzelfde formaat onder “KOPIE” als van het papier dat in de
handinvoerbak is geplaatst.
Het papierformaat is nu ingesteld.
Als het papierformaat niet in deze stap wordt geselecteerd, kan het kopiëren worden vertraagd.
2
Leg het papier met de af te drukken zijde naar
beneden in de handinvoerbak. Pas vervolgens de
papiergeleiders aan de lengte van het papier aan
terwijl u de tab vasthoudt.
Wanneer het papier is geplaatst, verschijnt het menu voor het kopiëren
met handinvoer.
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
42 Kopiëren met handinvoer
4
Druk op [PAPIERSOORT].
5
Druk op de toets voor dezelfde papiersoort als dat van het papier dat in de
handinvoerbak is geplaatst. Druk daarna op [OK].
2.HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Kopiëren met handinvoer 43
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
y Indien u een verkeerde papiersoort selecteert, kunnen papierstoringen of aanzienlijke afdrukproblemen
ontstaan.
y Wanneer u een papiersoort selecteert, kunt u deze bevestigen door middel van de pictogrammen zoals
weergegeven in het onderstaande meldingsgebied voor de status van het systeem.
"ACHTERZIJDE"
Wanneer dubbelzijdige afdrukken op speciale papiersoorten zoals DIK 4 worden gemaakt waarbij automatisch
dubbelzijdig kopiëren niet mogelijk is, dient een papiersoort voor één zijde te worden geselecteerd en een afdruk te
worden gemaakt waarna "(ACHTERZIJDE)" van dezelfde papiersoort voor de andere zijde wordt gekozen.
Voorbeeld: Bij het maken van een dubbelzijdige afdruk op DIK4 papier
y Automatisch dubbelzijdig kopiëren kan worden toegepast op normaal papier, gerecycled papier, DIK 1, DIK
2, DIK 3, SPECIAAL 1 en SPECIAAL 2.
y Dubbelzijdig kopiëren kan niet worden toegepast op overhead transparanten (OHP-FOLIE).
Papiersoort Pictogram Papiersoort Pictogram
NORMAAL
DIK 4
DIK 4
(ACHTERZIJDE)
NORMAAL 1 OHP-FOLIE
NORMAAL 2
GERECYCLED
PAPIER
DIK 1 SPECIAAL 1
DIK 1
(ACHTERZIJDE)
SPECIAAL 1
(ACHTERZIJDE)
DIK 2 SPECIAAL 2
DIK 2
(ACHTERZIJDE)
SPECIAAL 2
(ACHTERZIJDE)
DIK 3
DIK 3
(ACHTERZIJDE)
1. Leg papier in de handinvoerbak.
2. Selecteer "DIK 4" voor de papiersoort en start het kopiëren.
3. Leg het in stap 2 gekopieerde papier weer in de handinvoerbak met de kopieerzijde naar boven
gekeerd.
4. Selecteer "DIK 4 (ACHTERZIJDE)" en start het kopiëren.
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
44 Kopiëren met handinvoer
6
Druk na het instellen van het formaat en soort papier, op [OK].
Het menu keert terug naar het menu BASIS.
7
Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de
[START] toets op het bedieningspaneel.
Als u afdrukt op losse overhead transparanten, verwijder de afgedrukte overhead transparanten dan vel voor
vel terwijl ze in de uitvoerbak vallen. Indien de overhead transparanten zich opstapelen, kunnen deze gaan
krullen en zijn dan niet meer geschikt voor gebruik.
Kopiëren op andere dan bovenstaande standaard papierformaten
1
Plaats de originelen en het papier zoals beschreven in stap 1 en 2 in “Kopiëren op A3-,
A4-, B4- en B5-formaat (op multifunctioneel systeem behalve voor Noord-Amerika) /
LD-, LT-, LG- en ST-R-formaat (op multifunctioneel systeem voor Noord-Amerika)” (
P.41)
2
Druk op [INSTELLING FORMAAT] op het aanraakscherm.
3
Druk op de toets voor hetzelfde formaat als dat van het papier dat in de handinvoerbak
is geplaatst.
Het geselecteerde formaat wordt als een “ANDERS” formaat vastgelegd.
2.HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Kopiëren met handinvoer 45
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
4
Druk op [ANDERS] onder KOPIËREN.
Het papierformaat is nu ingesteld op dat welk als “ANDERS” formaat is vastgelegd.
Als het papierformaat niet in deze stap wordt geselecteerd, kan het kopiëren worden vertraagd.
5
Druk op [PAPIERSOORT].
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
46 Kopiëren met handinvoer
6
Druk op de toets voor dezelfde papiersoort als dat van het papier dat in de
handinvoerbak is geplaatst. Druk daarna op [OK].
y Indien u een verkeerde papiersoort selecteert, kunnen papierstoringen of aanzienlijke afdrukproblemen
ontstaan.
y Wanneer u een papiersoort selecteert, kunt u deze bevestigen door middel van de pictogrammen zoals
weergegeven in het meldingsgebied voor de status van het systeem. Zie de volgende pagina voor meer
informatie:
Tabel in stap 5 in “Kopiëren op A3-, A4-, B4- en B5-formaat (op multifunctioneel systeem behalve voor
Noord-Amerika) / LD-, LT-, LG- en ST-R-formaat (op multifunctioneel systeem voor Noord-Amerika)”(
P. 4 1)
7
Druk na het instellen van het papierformaat en de papiersoort, op [OK].
Het menu keert terug naar het menu BASIS.
8
Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de
[START] toets op het bedieningspaneel.
2.HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Kopiëren met handinvoer 47
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Afdrukken met handinvoer op niet-standaard papierformaat
1
Leg het origineel op de glasplaat.
y De papierstapel mag niet hoger zijn dan de aanduiding op de papiergeleiders.
y Wanneer meer dan één vel wordt gebruikt, waaier de vellen dan goed los voordat deze in de handinvoerbak
worden gelegd. Pas op dat u zich hierbij niet in uw vingers snijdt.
y Duw het papier niet in de invoeropening van de handinvoer. Dit kan een papierstoring veroorzaken.
3
Druk op [AANGEPAST PAPIER] op het aanraakscherm.
U kunt niet-standaard papierformaten gebruiken zoals aan de rechterzijde
weergegeven.
2
Leg het papier met de af te drukken zijde naar
beneden in de handinvoerbak. Pas vervolgens de
papiergeleiders aan de lengte van het papier aan
terwijl u de tab vasthoudt.
Wanneer het papier is geplaatst, verschijnt het menu voor het kopiëren
met handinvoer.
100
-
297 mm
(
3.9"
-
11.7"
)
148
-
432 mm
(
5.8"
-
17"
)
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
48 Kopiëren met handinvoer
4
Toets de afmeting in.
1) Druk op [Lengte] en toets de waarde in (100 mm tot 297 mm).
2) Druk op [Breedte] en toets de waarde in (148 mm tot 432 mm).
3) Druk op [OK].
Druk, om de eerder opgeslagen afmetingsgegevens op te roepen, op de betreffende toets [GEHEUGEN 1] t/m
[GEHEUGEN 4] en druk vervolgens op [OK].
Voor het opslaan in het geheugen van afmetingsgegevens zie:
P.49 “Niet-standaardformaat in het geheugen opslaan”
5
Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de
[START] toets op het bedieningspaneel.
Lengte en breedte worden aangeduid zoals aan de rechterzijde
weergegeven:
Breedte
Lengte
2.HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Kopiëren met handinvoer 49
2 HET MAKEN VAN AFDRUKKEN
Niet-standaardformaat in het geheugen opslaan
1
Ga te werk zoals beschreven in stap 1 t/m 3 in “Afdrukken met handinvoer op niet-
standaard papierformaat”( P.47).
2
Sla afmetingen in het geheugen op.
1) Selecteer een gewenst geheugennummer.
2) Druk op [Lengte] en toets de waarde in (100 mm tot 297 mm).
3) Druk op [Breedte] en toets de waarde in (148 mm tot 432 mm).
4) Druk op [GEHEUGEN].
3.BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste kopieerfuncties, zoals wijziging van de reproductiefactor, instelling van de
sorteerstanden en uitvoering van dubbelzijdig kopiëren, beschreven.
Vóór gebruik van de kopieerfuncties ................................................................................... 52
Standaardinstellingen ...........................................................................................................................................52
Ingestelde functies bevestigen .............................................................................................................................53
Ingestelde functies annuleren ..............................................................................................................................53
Beperkingen met betrekking tot combinaties van functies ...................................................................................54
Papierselectie ......................................................................................................................... 55
Automatische papierselectie (APS)......................................................................................................................55
Gewenste papier handmatig selecteren...............................................................................................................56
Originelen met verschillende formaten in één keer kopiëren ...............................................................................57
Kleurinstellingen selecteren ................................................................................................. 59
Instelling Modus voor originelen.......................................................................................... 60
Densiteitaanpassing............................................................................................................... 62
Vergroten en verkleinen.........................................................................................................63
Automatische zoomselectie (AMS) ......................................................................................................................63
Zowel het origineelformaat als het kopieerpapierformaat afzonderlijk specificeren .............................................65
De reproductiefactor handmatig specificeren.......................................................................................................67
Foto-originelen met de optimale reproductiefactor voor kopieerpapierformaat kopiëren (FOTOZOOM).............69
Afwerkfunctie selecteren.......................................................................................................72
Afwerkfuncties en als optie leverbare afwerkapparaten .......................................................................................72
Stand Sorteren/Groeperen ...................................................................................................................................74
Stand Roteren en sorteren ...................................................................................................................................75
Stand Nieten en sorteren......................................................................................................................................77
Brochure sorteren / Middenvouw / Rughechten ...................................................................................................79
Stand Perforatie....................................................................................................................................................82
Stand Handmatig nieten .......................................................................................................................................83
Dubbelzijdig kopiëren............................................................................................................ 85
Een enkelzijdige afdruk maken ............................................................................................................................86
Een dubbelzijdige afdruk maken ..........................................................................................................................87
Een dubbelzijdige afdruk van een boek maken....................................................................................................89
Opslaan als bestand uitvoeren ............................................................................................. 93
Instelling gedeelde map .......................................................................................................................................95
3 BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES
52 Vóór gebruik van de kopieerfuncties
Vóór gebruik van de kopieerfuncties
Standaardinstellingen
Dit multifunctionele systeem start op met de “standaardinstellingen” wanneer de stroomvoorziening wordt ingeschakeld.
Maar als er nog geen wijziging in instellingen is toegepast, komen de instellingen van het multifunctionele systeem weer
op de standaardwaarden te staan wanneer de energiebesparingsstand wordt gewist of er op de [FUNCTION CLEAR]
toets op het bedieningspaneel wordt gedrukt. De standaardinstellingen voor de belangrijkste kopieerfuncties bij de
installatie worden hieronder weergegeven.
De standaardinstellingen kunnen worden gewijzigd. Voor meer informatie zie de Handleiding voor MFP-beheer.
Onderdeel Standaardinstelling
Reproductiefactor 100%
Aantal afdrukken 1
Papierselectie Automatische papierselectie (APS)
Enkelzijdig/dubbelzijdig Enkelzijdig origineel -> enkelzijdige afdruk
Densiteitaanpassing Handmatige aanpassing
Kleurinstelling KLEUR
Modus voor originelen TEKST/FOTO
Afwerkfunctie Bij gebruik van de glasplaat voor originelen:
SORTEREN UIT NIETEN UIT
Bij gebruik van het automatisch documentinvoersysteem (RADF)
SORTEREN
Invoer bij gebruik van het automatische documentinvoersysteem Continue invoer
3.BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES
Vóór gebruik van de kopieerfuncties 53
3 BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES
Ingestelde functies bevestigen
Als u op [INSTELLING] drukt op het aanraakscherm, verschijnt onderstaand menu. In dit menu kunt u de momenteel
ingestelde functies bekijken.
Naar het functie-instelmenu gaan
Als u de functies in het huidige menu wilt wijzigen, druk dan op de bijbehorende knoppen. Vervolgens verschijnt het
gewenste instelmenu.
Ingestelde functies annuleren
Als u een kopieerfunctie-instelling wilt annuleren, druk dan op [RESET] in het bijbehorende instelmenu.
3 BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES
54 Vóór gebruik van de kopieerfuncties
Maar voor VOLL. AFDRUK in het menu BEWERKEN moet u ook op de gemarkeerde toets drukken om de instelling te
annuleren.
P.97 “BEWERKEN-FUNCTIES”
Alle gewijzigde instellingen annuleren
Wanneer u op de [FUNCTION CLEAR] toets op het bedieningspaneel drukt, worden alle functiewijzigingen geannuleerd.
Zelfs al doet u dat niet, dan worden de wijzigingen toch geannuleerd als het multifunctionele systeem 45 seconden niet in
gebruik is geweest (standaardinstelling). Voor het wijzigen van deze tijd zie Handleiding voor MFP-beheer.
Beperkingen met betrekking tot combinaties van functies
Meerdere functies kunnen samen worden gebruikt. Een aantal functies kunnen echter niet samen met andere worden
gebruikt. Zie de volgende pagina's voor meer informatie:
P.203 “Combinatiematrix kopieerfunctie”
P.205 “Combinatiematrix beeldcorrectiefunctie”
3 BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES
Papierselectie 55
Papierselectie
Automatische papierselectie (APS)
Het multifunctionele systeem detecteert het formaat van het origineel en selecteert automatisch hetzelfde formaat
kopieerpapier. Deze functie heet automatische papierselectie (APS).
y Voor de origineelformaten die kunnen worden gedetecteerd zie:
P.27 “Aanvaardbare originelen
y Sommige origineelformaten kunnen niet met deze functie worden gedetecteerd. Selecteer het gewenste formaat in
dat geval handmatig.
P.56 “Gewenste papier handmatig selecteren”
1
Vul de papierlade(n) met papier.
2
Plaats de originelen.
3
Druk op [APS] op het aanraakscherm.
De papierselectiemodus is nu ingesteld op automatische papierselectie.
y De papierselectiemodus is standaard ingesteld op automatische papierselectie.
y Zelfs wanneer de richting van het in de geselecteerde papierlade geplaatste papier afwijkt van die van het
origineel, draait het multifunctionele systeem de data van het origineel 90° zodat afdrukken worden
gemaakt zolang de formaten hetzelfde zijn. (Dit is alleen van toepassing op A4-, B5- of LT-papier.)
Bijvoorbeeld wanneer een A4-origineel in staande richting wordt geplaatst en A4-R-papier in de papierlade
ligt, worden de data van het A4-origineel gedraaid en correct op A4-R-papier gekopieerd.
Volg de aanwijzingen op wanneer “Wijzig richting van origineel” of “WIJZIG PAPIERLADE TER CORRECTIE
VAN PAPIERFORMAAT” verschijnt.
4
Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de
[START] toets op het bedieningspaneel.
3 BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES
56 Papierselectie
Gewenste papier handmatig selecteren
U dient het papier zelf te selecteren als de volgende originelen worden gekopieerd waarvan de formaten niet correct
kunnen worden gedetecteerd:
y Zeer transparante originelen (bijv. overhead transparanten, calqueerpapier)
y Geheel donkere originelen of originelen met donkere randen
y Originelen met niet-standaard formaat (bijv. kranten, tijdschriften)
Wanneer er in geen van de papierladen papier van het gewenste formaat zit, leg het dan in een papierlade of in de
handinvoerbak.
P.13 “Papier in laden plaatsen”
P.40 “Kopiëren met handinvoer”
1
Vul de papierlade(n) met papier.
Stel bij gebruik van de functie kopiëren met handinvoer het papierformaat in.
2
Plaats de originelen.
3
Druk op de toets voor de papierlade met het gewenste papierformaat.
4
Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de
[START] toets op het bedieningspaneel.
3.BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES
Papierselectie 57
3 BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES
Originelen met verschillende formaten in één keer kopiëren
U kunt een set originelen met verschillende formaten met behulp van het automatische documentinvoersysteem kopiëren.
De volgende origineelformaten kunnen worden gecombineerd:
Noord-Amerika: LD, LG, LT, LT-R, COMP
Anders dan Noord-Amerika: A3, A4, A4-R, B4, B5, FOLIO
1
Vul de papierlade(n) met papier.
De handinvoerbak kan niet worden gebruikt. Gebruik de papierladen.
2
Stel de papiergeleiders op het breedste origineel in en leg de originelen tegen de
papiergeleider aan de voorzijde.
Wanneer originelen met verschillende breedtes worden gekopieerd, kan het gekopieerde beeld van het kleinste
origineel scheef komen te staan omdat het niet tegen de papiergeleider aan de achterzijde ligt.
3
Druk op [ZOOM] op het aanraakscherm.
Als originelen dezelfde breedte hebben
Als originelen niet dezelfde breedte hebben
3 BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES
58 Papierselectie
4
Druk op [GEMENGD].
5
Druk op [AMS] om afdrukken te maken op papier van één formaat. Om afdrukken te
maken op papier van hetzelfde formaat als de originelen druk op [OK] of [AFBREKEN]
zodat het menu terugkeert naar het menu BASIS en druk vervolgens op [APS].
Als [AMS] wordt geselecteerd:
y Bij de automatische zoomselectie kunnen beelden niet worden vergroot van A4 (staande richting), B5
(staande richting) of LT (staande richting) naar A3 (liggende richting), B4 (liggende richting), LD (liggende
richting) of LG (liggende richting). Plaats A4-, B5- of LT-originelen in dat geval in liggende richting.
y Voordat u de automatische papierselectie gebruikt, dienen alle papierformaten overeenkomstig de
origineelformaten in de papierladen te zijn geplaatst.
6
Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de
[START] toets op het bedieningspaneel.
Indien de melding "Wijzig richting van origineel" tijdens het scannen verschijnt, verwijder het origineel dan uit
het automatische documentinvoersysteem (optie) en wijzig de richting ervan dienovereenkomstig.
3 BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES
60 Instelling Modus voor originelen
Instelling Modus voor originelen
U kunt afdrukken met de optimale afdrukkwaliteit maken door de volgende modi voor uw origineel te selecteren. De
instelbare modus voor originelen verschilt afhankelijk van de kleurinstelling zoals weergegeven in onderstaande tabel.
Selecteer eerst de kleurinstelling en daarna de modus voor originelen.
TEKST/FOTO is standaard ingesteld. De standaardinstelling kan bij elke kleurinstelling worden gewijzigd. Voor meer
informatie zie de Handleiding voor MFP-beheer.
1
Druk op [ORIGIN. MODUS] op het aanraakscherm.
Modus voor
originelen
Omschrijving
Kleurinstelling
KLEUR ZWART
AUTO
KLEUR
TEKST/FOTO Originelen met zowel tekst als foto's Ja Ja Ja
TEKST Originelen met alleen tekst (of tekst en lijntekeningen) Ja Ja Ja
AFBEELDING Originelen met fotogravure (bijv. tijdschrift, brochure) Ja Ja
FOTO
Originelen met algemene foto's op fotopapier Ja
Originelen met foto's Ja
KAART Originelen met scherpe illustraties of tekst Ja
BEELD
SMOOTHING
(EGALISATIE)
Originelen met tekst en foto's gemengd (vooral
originelen waarvoor hogere reproduceerbaarheid op
foto's wordt vereist)
—Ja—
18

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Toshiba e-studio 6550C bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Toshiba e-studio 6550C in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 30,63 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Toshiba e-studio 6550C

Toshiba e-studio 6550C Gebruiksaanwijzing - Deutsch - 78 pagina's

Toshiba e-studio 6550C Snelstart handleiding - English - 76 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info