481934
157
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/198
Pagina verder
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE SYSTEMEN
Gebruikershandleiding (Basis)
©2012 TOSHIBA TEC CORPORATION Alle rechten voorbehouden
Volgens de copyrightwetten mag deze handleiding niet worden gereproduceerd, in wat voor vorm dan ook, zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming van TTEC.
-3-
V
OORWOORD
Elke moeite is gedaan om ervoor te zorgen dat de informatie in dit document volledig, nauwkeurig en up-
to-date is. De fabrikant neemt geen verantwoordelijkheid voor de gevolgen van fouten die buiten onze
macht zijn. De fabrikant kan tevens niet garanderen dat wijzigingen in software en apparatuur uitgevoerd
door andere fabrikanten en verwezen naar deze handleiding geen invloed hebben op de toepasbaarheid
van de informatie daarin. Vermelding van softwareproducten gefabriceerd door ander bedrijven hoeft niet
altijd tot goedkeuring van de fabrikant te leiden.
Hoewel alle redelijke inspanningen zijn gedaan om dit document zo nauwkeurig en nuttig mogelijk te
maken, geven we geen garantie van welke aard dan ook, expliciet of impliciet, met betrekking tot de
nauwkeurigheid of volledigheid van de informatie die deze handleiding bevat.
Alle rechten zijn voorbehouden aan Toshiba tec corporation. Het is verboden ongeautoriseerd te kopiëren,
verzenden, vertalen of gerelateerde acties uit te voeren. U moet schriftelijke toestemming hebben van
Toshiba tec corporation voordat u een van bovenstaande acties wilt uitvoeren.
© 2012 TOSHIBA TEC CORPORATION, Alle rechten voorbehouden
Energy Star is een handelsmerk van de United States Environmental Protection Agency.
Microsoft, Windows, Windows Server en Windows Vista zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft
Corporation.
Apple, Macintosh, Rosetta, Mac en Mac OS zijn geregistreerde handelsmerken van Apple Inc.
Andere productnamen en merknamen zijn geregistreerde handelsmerken of handelsmerken van hun
eigenaren.
Dit product voldoet aan de vereisten van de Richtlijnen van de Raad 2004/108/EC (EMC) en
2006/95/EC (LVD) en 1999/5/EC (R&TTE), zoals gewijzigd indien van toepassing op de
onderlinge aanpassingen van wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot
elektromagnetische compatibiliteit, laagspanning en eindapparatuur voor
radiotelecommunicatie.
De volgende kabels werden gebruikt om dit product te evalueren voor het tot stand brengen van de EMC-
richtlijn Voldoet aan 2004/108/EC en configuraties anders dan deze kunnen daar mogelijk niet meer aan
voldoen.
KABELTYPE LENGTE
(METER)
KERN BESCHER-
MING
Vermogen 1,8

USB 5,0

LAN 15,0

Telefoon 3,0

-4-
EHBO
Let op met tonerpoeder:
Indien ingeslikt, geef kleine hoeveelheden water en raadpleeg een arts. Probeer
NIET zelf braken op te wekken.
Indien geïnhaleerd, breng de persoon naar buiten voor frisse lucht. Raadpleeg een
arts.
Als u het in uw ogen krijgt, spoel ten minste 15 minuten met grote hoeveelheden
water en de oogleden geopend. Raadpleeg een arts.
Gemorste toner moet met koud water en zeep behandeld worden om het gevaar voor
vlekken op de huid of kleding te verminderen.
I
MPORTEUR
VOOR
DE
EU/G
EAUTORISEERD
VERTEGENWOORDIGER
TOSHIBA TEC GERMANY IMAGING SYSTEMS GmbH
CARL-SCHURZ-STRASSE 7
4146 NEUSS - GERMANY
TEL +49 (0) 2131 1245-0
FAX +49 (0) 2131 1245-402
Neem contact op met uw lokale distributeur voor verkoopinformatie, ondersteuning en algemene
informatie.
O
MGEVINGSINFORMATIE
ENERGY STAR
®
-
PROGRAMMA
Toshiba Tec Corporation, als deelnemer aan het ENERGY STAR-programma, voegt het ENERGY STAR-
logo toe aan alle producten die aan de eisen van het ENERGY STAR-programma voldoen.
Het ENERGY STAR-programma wil de bevordering van de ontwikkeling en verder gebruik van
kantoorapparatuur met inbegrip van energiezuinige computers aanmoedigen teneinde iets te doen aan
milieuproblemen zoals het broeikaseffect. Fabrikanten die aan dit programma deelnemen, mogen het
ENERGY STAR-logo op producten aanbrengen na bevestiging dat ze voldoen aan de in dit programma
vastgestelde energiebesparingsstandaarden. Ook worden deze standaarden en dit logo algemeen
gebruikt binnen het Amerikaanse Environmental Protection Agency (EPA) (agentschap voor
milieubescherming) en deelnemende landen.
Specifieke producten, afzetlanden of -gebieden zijn hiervan mogelijk uitgesloten.
U kunt zien of het product al dan niet aan de eisen van het ENERGY STAR-programma voldoet door te
controleren of het betreffende logo op het product aanwezig is. Neem voor al uw vragen contact op met
uw leverancier.
-5-
Voor uw veiligheid
Lees om veiligheidsredenen de Gebruikershandleiding (deze handleiding) door alvorens het product te
gebruiken.
Waarschuwing met betrekking tot veiligheid
Algemene waarschuwingen
Toont extra informatie welke kan leiden tot persoonlijk fataal letsel of de dood wanneer de
richtlijnen niet worden opgevolgd.
Toont extra informatie welke kan leiden tot persoonlijk letsel wanneer u deze niet leest.
WAARSCHUWING
Raak de veiligheidsschakelaar
in de machine niet aan. Dit
kan een elektrische schok
veroorzaken wanneer zich
hoogspanning voordoet.
Bovendien kan de aandrijving
gaan draaien, waardoor
persoonlijk letsel kan
ontstaan.
Gebruik geen ontvlambare
spray in de nabijheid van de
machine. Dit kan brand
veroorzaken door het
gedeelte in de machine dat
wordt opgewarmd.
Haal de stekker uit het
stopcontact en neem contact
op met de klantenservice
wanneer de afdekking
ongebruikelijk heet is, rookt,
een onverklaarbare geur
afgeeft of een vreemd geluid
maakt.
Anders kan dit brand
veroorzaken.
Haal de stekker uit het
stopcontact en neem contact
op met de klantenservice
wanneer er vloeistof zoals
water in de interne
onderdelen van de machine is
binnengedrongen.
Anders kan dit brand
veroorzaken.
Haal de stekker uit het
stopcontact en verwijder
vreemde materialen zoals
paperclips wanneer deze in
de machine vallen.
Anders kan dit een
elektrische schok en/of brand
veroorzaken met mogelijk
persoonlijk letsel tot gevolg.
Bedien en/of demonteer de
machine niet anders dan als
beschreven in de
Gebruikershandleiding.
Dit kan een elektrische schok
en/of brand veroorzaken dat
persoonlijk letsel tot gevolg
kan hebben.
Haal de stekker uit het
stopcontact en neem contact
op met de klantenservice als
de machine gevallen is of de
afdekking beschadigd is.
Anders kan dit een
elektrische schok en/of brand
veroorzaken met mogelijk
persoonlijk letsel tot gevolg.
Haal de stekker tijdelijk uit
het stopcontact om de
stekkerpolen en
stekkergedeelte tussen de
polen te reinigen.
Als de stekker langdurig in
het stopcontact zit, wordt het
stekkergedeelte stoffig en
kan er kortsluiting ontstaan,
wat brand kan veroorzaken.
Verwijder gemorste toner niet
met een stofzuiger.
Door het verwijderen van
toner met een stofzuiger kan
deze vlam vatten door de
vonken van het elektrische
contact.
Gemorste toner op de vloer
moet met een natte doek
worden weggeveegd.
Plaats geen materialen in
ventilatiegaten.
Dit kan een elektrische schok
en/of brand veroorzaken dat
persoonlijk letsel tot gevolg
kan hebben.
Plaats geen voorwerpen
gevuld met water op de
machine.
Dit kan een elektrische schok
en/of brand veroorzaken dat
persoonlijk letsel tot gevolg
kan hebben.
Raak de fuser en andere
delen niet aan bij het openen
van de afdekking van de
machine.
Dit kan brandwonden
veroorzaken.
Gooi geen tonercartridges en
beelddrumcatridges in vuur.
Dit kan een stofexplosie
veroorzaken, wat tot
brandwonden leidt.
Gebruik geen voedingskabel,
een kabel of aardedraad die
afwijken van die vermeld in
de Gebruikershandleiding.
Dit kan brand veroorzaken.
De werking van het gebruik
van UPS (uninterruptible
power source) of omvormers
is niet gegarandeerd. Gebruik
geen UPS (uninterruptible
power source) of omvormers.
Dit kan brand veroorzaken.
WAARSCHUWING
LET OP
-6-
Dit product bevat de software die is ontwikkeld door Heimdal Project.
Copyright (c) 1995 - 2008 Kungliga Tekniska Högskolan
(Royal Institute of Technology, Stockholm, Sweden).
Alle rechten voorbehouden.
Herdistributie en gebruik in bronvorm en binaire vorm, met of zonder aanpassingen, zijn
toegestaan mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
1. Herdistributies van de broncode moeten de bovenstaande auteursrechtelijke verklaring,
deze lijst met voorwaarden en de volgende disclaimer handhaven.
2. Herdistributies in binaire vorm moeten de bovenstaande auteursrechtelijke verklaring, deze
lijst met voorwaarden en de volgende disclaimer in de documentatie en/of andere
materialen geleverd met de distributie reproduceren.
3. Noch de naam van het instituut noch de namen van de medewerkers mogen worden
gebruikt ter aanbeveling of promotie van producten die zijn afgeleid van deze software,
zonder specifieke voorafgaande schriftelijke toestemming.
DEZE SOFTWARE WORDT “ZOALS HET IS” DOOR HET INSTITUUT EN MEDEWERKERS
GELEVERD EN ALLE UITDRUKKELIJKE OF IMPLICIETE GARANTIES, INCLUSIEF, MAAR NIET
BEPERKT TOT, DE IMPLICIETE GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID EN BEKWAAMHEID VOOR
EEN BEPAALD DOEL WORDEN VERWORPEN. IN GEEN ENKEL GEVAL ZAL HET INSTITUUT OF
ZULLEN DE MEDEWERKERS AANSPRAKELIJK ZIJN VOOR DIRECTE, INDIRECTE, INCIDENTELE,
SPECIALE, EXEMPLAIRE OF GEVOLGSCHADE (INCLUSIEF, MAAR NIET BEPERKT TOT,
AANSCHAF VAN VERVANGENDE GOEDEREN OF DIENSTEN; VERLIES VAN GEBRUIK,
GEGEVENS OF WINST; OF ZAKELIJKE ONDERBREKING) HOE DAN OOK VEROORZAAKT EN
VOLGENS HET PRINCIPE VAN AANSPRAKELIJKHEID, HETZIJ IN EEN CONTRACT, STRIKTE
AANSPRAKELIJKHEID OF ONRECHTMATIGHEID (INCLUSIEF NALATIGHEID OF ANDERS) OP
ENIGE WIJZE ONTSTAAN DOOR HET GEBRUIK VAN DEZE SOFTWARE, ZELFS ALS MEN IS
INGELICHT OVER DE MOGELIJKHEID VAN DERGELIJKE SCHADE.
LET OP
Kom niet dichtbij het gedeelte van de
papieruitgang wanneer de machine is
ingeschakeld en tijdens het afdrukken.
Dit kan persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
Raak geen beschadigd lcd-scherm aan.
Als vloeistof (vloeibare kristallen) lekkend uit een
lcd-scherm in uw ogen of mond komen moet u
dit met veel water spoelen. Raadpleeg een arts
wanneer nodig.
-7-
A
FWIJZING
VAN
AANSPRAKELIJKHEID
De onderstaande kennisgeving bevat de aansprakelijkheidsuitsluitingen en -beperkingen van
TOSHIBA TEC CORPORATION (inclusief haar werknemers, tussenpersonen en toeleveranciers)
jegens enige koper of gebruiker (‘Gebruiker’) van de e-STUDIOxxxx, met inbegrip van
bijbehorend(e) accessoires, opties en programmapakket (‘Product’).
1. De in deze kennisgeving vermelde aansprakelijkheidsuitsluitingen en -beperkingen zijn van
kracht in de hoogste mate die de wet toelaat. Ter vermijding van twijfel wordt niets in deze
kennisgeving geacht de aansprakelijkheid van TOSHIBA TEC CORPORATION uit te sluiten of te
beperken voor overlijden of persoonlijk letsel als gevolg van veronachtzaming van de kant van
TOSHIBA TEC CORPORATION of als gevolg van bedrieglijke, onjuiste verklaringen van
TOSHIBA TEC CORPORATION.
2. Alle stilzwijgende waarborgen, bedingen en andere voorwaarden worden, in de hoogste
mate die de wet toelaat, uitgesloten en dergelijke stilzwijgende waarborgen worden niet
gegeven en zijn niet van toepassing met betrekking tot de Producten.
3. TOSHIBA TEC CORPORATION aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enig(e) verlies, kosten,
uitgaven, vorderingen of schade, veroorzaakt door welke van de volgende zaken ook:
(a) gebruik van of omgang met het Product dat niet of die niet in overeenstemming is met de
handleidingen, met inbegrip van maar niet beperkt tot de bedieningshandleiding,
gebruikershandleiding, en/of onjuiste of onzorgvuldige omgang met of gebruik van het
Product;
(b) enige oorzaak als gevolg waarvan het Product niet op de juiste wijze kan werken of
functioneren die voortvloeit uit of toe te schrijven is aan handelingen, het nalaten van
handelingen, gebeurtenissen, of ongevallen die redelijkerwijs buiten de macht van TOSHIBA
TEC CORPORATION liggen met inbegrip van maar niet beperkt tot overmacht, oorlog, oproer,
binnenlandse onlusten, kwaadwillige of opzettelijke beschadiging, brand, overstromingen,
stormen, natuurrampen, aardbevingen, abnormaal voltage of andere rampen;
(c) aanvullingen, wijzigingen, demontage, transport of reparaties uitgevoerd door niet door
TOSHIBA TEC CORPORATION gemachtigde servicetechnici; of
(d) gebruik van papier, verbruiksmaterialen of onderdelen die niet worden aanbevolen door
TOSHIBA TEC CORPORATION.
4. Behoudens het bepaalde in lid 1 is TOSHIBA TEC CORPORATION niet aansprakelijk jegens de
Klant voor:
(a) winstderving; verlies van verkopen of omzet; verlies van of bezoedeling van reputatie;
verlies van productie; verlies van besparingen; verlies van goodwill of zakelijke kansen; verlies
van klanten; verlies van of verlies van het gebruik van enige programmatuur of gegevens;
verlies krachtens of met betrekking tot enig contract;
of
(b) enige bijzondere schade, bijkomende schade, gevolgschade of indirecte verliezen of
schade, kosten, uitgaven, geldelijke verliezen of vorderingen tot vergoeding van gevolgschade;
welke dan ook en hoe dan ook veroorzaakt en voortvloeiende uit of verband houdende met het
Product of het gebruik of de behandeling van het Product, zelfs al is TOSHIBA TEC
CORPORATION op de hoogte gesteld van de mogelijkheid van een dergelijke schade.
TOSHIBA TEC CORPORATION is niet aansprakelijk voor enig(e) verlies, kosten, uitgaven,
vorderingen of schade ontstaan door ongeschiktheid voor gebruik (met inbegrip van, maar niet
beperkt tot, uitval, storing, programmastop, virusinfectie of andere problemen) voortvloeiende
uit het gebruik van het Product met hardware, goederen of programmatuur die TOSHIBA TEC
CORPORATION niet direct of indirect heeft geleverd.
-8-
Inhoud
Voorwoord. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .3
EHBO . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .4
Importeur voor de EU/Geautoriseerd vertegenwoordiger. . . . . . . . . . . . . . . .4
Omgevingsinformatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .4
ENERGY STAR
®
-programma . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .4
Voor uw veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .5
Afwijzing van aansprakelijkheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .7
Handmatige compositie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Over deze handleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
1 Instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Samenvatting van de machine . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Pakketinhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Beschikbare opties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Installatievereisten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Namen van componenten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Uw machine installeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
De machine uitpakken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Uw machine in- en uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Installatie-opties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Een tweede lade-eenheid installeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Bedieningspaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28
Standaardscherm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
Tekst invoeren met behulp van het bedieningspaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
Papier en documenten plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Papier . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Ondersteunde papiersoorten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Papier . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34
Papier bewaren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34
Papier plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
Papieruitvoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
Documenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Documentvereisten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Te scannen gebied . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Documenten plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
Basisinstellingen voor faxen (alleen voor e-STUDIO403S) . . . . . . . . . . . . . . 43
Instelling voor landcode . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
Een telefoonlijn aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
Inhoud
-9-
Overige gevallen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45
Instellingen voor elk type kiezen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
Instellen van datum/tijd. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
Afzenderinformatie specificeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
PBX aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
Instellingen voor Super G3 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
De ontvangstmodus specificeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
Een computer aansluiten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
Netwerkverbinding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51
USB-verbinding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59
De netwerkinstellingen configureren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
De algemene instellingeninformatie controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
Scannen naar e-mail en Internetvax instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
Scannen naar netwerk-pc instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
Profielen beheren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77
Configuratie afdrukken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79
Afdrukprocedure . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79
2 Kopiëren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
Basishandeling. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
Een kopieeropdracht starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
Een lopende opdracht annuleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
Kopieerinstellingen configureren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81
Het scanformaat (Scanformaat) wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81
De papierlade wijzigen (Papiertoevoer) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81
Beeldsoriëntatie van het document wijzigen (Richting) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 82
Vergrote of verkleinde kopieën maken (Zoomen) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 82
Continu scanmodus inschakelen (Continu scannen) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83
Dubbelzijdige kopieën maken (Dubbelzijdig kopiëren) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84
De kopieerdichtheid (Dichtheid) aanpassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84
Het documenttype (Documenttype) wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
De achtergrondverwijdering aanpassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
Scanresolutie wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
Kopieerinstellingen resetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
3 Faxen (alleen voor e-STUDIO403S) . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
Basisprocedure voor faxen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
Een fax verzenden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
Een bestemming specificeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
Gespecificeerde bestemmingen verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
Inhoud
-10-
Faxinstellingen configureren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91
Scanformaat (Scan formaat) wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91
Resolutie (Resolutie) wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91
Dichtheid (Dichtheid) aanpassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91
De naam van de afzender afdrukken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
Faxverzending controleren en annuleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
Een faxverzending annuleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
Een gereserveerde opdracht annuleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
Verzend- en ontvangstgeschiedenis controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
Machinegedrag bij faxontvangst. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94
Ontvangstgedrag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94
Ontvangen faxen afdrukken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 96
Telefoonboek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97
Snelkiezen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97
Registreren en bewerken. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97
Registreren vanuit de geschiedenis. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97
Verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 98
Groep kiezen (Groepsnummer) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 98
Registreren en bewerken. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 98
Verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
One-Touch-toetsenbord . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
Registreer alle telefoonnumers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
De machine registreren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
Basisprocedure voor Scannen naar faxserver. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 100
Gegevens naar faxserver verzenden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .100
De bestemming specificeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .100
De gespecificeerde bestemming verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .101
De faxverzending stoppen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .101
Basisprocedure voor Internetfaxen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 102
Een internetfax verzenden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .102
Een bestemming specificeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .103
Bestemmingen controleren, verwijderen en wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .104
Verzending annuleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .105
Internetfaxen ontvangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .106
4 Scannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
Scannerstuurprogramma's installeren (TWAIN/WIA/ICA-stuurprogramma) . . . 107
Installatieprocedure. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .107
Voor Windows . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
Voor Mac OS X . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109
De ActKey-software gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .110
De software installeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
De software starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
Inhoud
-11-
Instellingen om WSD-scannen te gebruiken. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 111
Installatieprocedure. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .111
Scanmethodes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 112
Scannen naar e-mail . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .112
Scannen naar netwerk-pc. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .114
Scannen naar USB-geheugen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .114
Scannen naar lokale pc . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .115
Scannen naar externe pc . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .116
De huidige scanopdracht annuleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .119
Adresboek registreren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 120
Adresboek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .120
Groepslijst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .121
Alle e-mailadressen registreren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .121
Het apparaat registreren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121
Adressen vanuit een bestand importeren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 122
Bestemmingen voor netwerkscan registreren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 123
5 Als een printer gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
Vanaf een computer afdrukken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
Afdrukken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .124
Een afdrukopdracht annuleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .127
Afdrukken vanuit het USB-geheugen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 128
Een afdrukopdracht starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .128
Afdrukinstellingen configureren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .129
Een afdrukopdracht annuleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .130
6 Gebruikersauthenticatie en Toegangsbeheer. . . . . . . . . . 131
Over Gebruikersauthenticatie en Toegangsbeheer . . . . . . . . . . . . . . . . . . 131
Authenticatie door middel van PIN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132
Een PIN registreren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .132
Toegangsbeheer inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .132
Handelingen Bij ingeschakelde PIN-authenticatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .132
Authenticatie door middel van gebruikersnaam en wachtwoord . . . . . . . . . 136
Gebruikersnaam en wachtwoord registreren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .136
Toegangsbeheer inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .136
Handelingen bij ingeschakelde gebruikersnaam- en wachtwoordauthenticatie. . . . . . . . .136
Inhoud
-12-
7 Problemen oplossen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 139
Papierstoringen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 139
Foutmeldingen controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .139
Oplossen van papierstoringen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .139
Foutmeldingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 146
Foutmeldingen die op het scherm worden weergegeven. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .146
De status van de machine controleren met de <STATUS (STATUS)> toets. . . . . . . . . . .158
Andere problemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 159
Niet in staat tot afdrukken vanaf een computer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .159
Onmogelijk om een printerstuurprogramma succesvol te installeren . . . . . . . . . . . . . . .161
Beperkingen voor elk besturingssysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .163
Kopieerproblemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .165
Faxproblemen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .168
Scanproblemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .169
Problemen met de beeldkwaliteit. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .170
Invoerproblemen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .173
Machineproblemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .175
Wanneer de stroom uitvalt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .177
8 Onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 179
Verbruiksartikelen vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 179
Tonercartridges vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .180
De beelddrum vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .181
Uw machine reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 183
Het oppervlak van de machine reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .183
De glasplaat reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .183
De documentinvoerrollen in de ADF reinigen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .183
Papierinvoerrollen reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .184
LED-koppen reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .185
Uw machine verplaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
9 Bijlage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 188
Specificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 188
Basisstappen in Windows . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 193
Index . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194
-13-
Handmatige compositie
De volgende handleiding is met dit product meegeleverd.
Snelstartgids
De Snelstartgids beschrijft de initiële instellingen voor het gebruik van elke functie. En tevens wordt
de basisbediening van elke functie beschreven.
Gebruikershandleiding (Basis) ---- Dit document
Om deze machine te kunnen bedienen wordt de basisbediening van deze machine beschreven. De
beschrijving van de initiële instellingen, methode voor het hanteren van problemen en
onderhoudsprocedures worden tevens beschreven.
Gebruikershandleiding (Geavanceerd)
De geavanceerde gids beschrijft de geavanceerde bedieningen van elke functie. Ook is de
instellingeninformatie voor de hulpsoftware en het netwerk inbegrepen.
Over deze handleiding
Termen in dit document
De volgende termen worden in deze handleiding gebruikt:
Opmerking
Duidt op belangrijke informatie over de bediening. Zorg ervoor dat u deze zeker gelezen hebt.
Memo
Duidt op belangrijke informatie over de bediening. Zorg ervoor dat u deze zeker gelezen hebt.
Meer info
Geeft aan waar u kunt kijken wanneer u meer gedetailleerde of gerelateerde informatie wilt verkrijgen.
Symbolen in dit document
De volgende symbolen worden in deze handleiding gebruikt:
WAARSCHUWING
Toont extra informatie welke kan leiden tot persoonlijk fataal letsel of de dood wanneer de richtlijnen niet
worden opgevolgd.
LET OP
Toont extra informatie welke kan leiden tot persoonlijk letsel wanneer u deze niet leest.
Symbolen Beschrijving
[ ]
Duidt de namen van de menu's aan op het weergavescherm.
Duidt menu, scherm, dialoognamen op de computer aan.
" " Duidt meldingen aan en voert tekst in op het
weergavescherm.
Duidt bestandsnamen op de computer aan.
Duidt referentietitels aan.
< > toets Toont een hardwaretoets op het bedieningspaneel of een
toets op het toetsenbord van de computer.
> Toont hoe u bij het gewenste menu komt in het menu van de
printer of de computer.
-14-
Legenda's die in deze handleiding worden gebruikt
Bepaalde zaken in dit document kunnen als volgt geschreven zijn.
PostScript3 Emulation PSE, POSTSCRIPT3 Emulation, POSTSCRIPT3 EMULATION
Microsoft
®
Windows
®
7 64-bit editie besturingssysteem Windows 7 (64-bit versie)
Microsoft
®
Windows Vista
®
64-bit editie besturingssysteem Windows Vista (64-bit versie)
Microsoft
®
Windows Server
®
2008 R2 64-bit editie besturingssysteem Windows Server 2008
Microsoft
®
Windows Server
®
2008 64-bit editie besturingssysteem Windows Server 2008 (64-bit versie)
Microsoft
®
Windows
®
XP x64 editie besturingssysteem Windows XP (x64 versie)
Microsoft
®
Windows Server
®
2003 x64 editie besturingssysteem Windows Server 2003 (x64 versie)
Microsoft
®
Windows
®
7 besturingssysteem Windows 7
Microsoft
®
Windows Vista
®
besturingssysteem Windows Vista
Microsoft
®
Windows Server
®
2008 besturingssysteem Windows Server 2008
Microsoft
®
Windows
®
XP besturingssysteem Windows XP
Microsoft
®
Windows Server
®
2003 besturingsyssteem Windows Server 2003
Generieke naam voor Windows 7, Windows Vista, Windows Server 2008, Windows XP en Windows Server 2003
Windows
Web Services on Devices WSD
Als er geen speciale beschrijving is, wordt de 64-bit versie gebruikt in Windows 7, Windows Vista,
Windows Server 2008, Windows XP en Windows Server 2003. (64-bit versie en Windows Server 2008
R2 is inbegrepen in Windows Server 2008.)
Als er geen speciale beschrijving is, wordt Windows 7 gebruikt als Windows, wordt Mac OS X 10.7
gebruikt als Mac OS X, en wordt e-STUDIO403S gebruikt als het voorbeeldapparaat in dit document.
Afhankelijk van uw besturingssysteem of model kan de beschrijving in dit document verschillen.
-15-
Instellen
1
1. Instellen
In dit hoofdstuk worden de basisbedieningen en het instellen van de machine beschreven alvorens u een
van de functies gebruikt.
Samenvatting van de machine
Deze paragraaf beschrijft de samenvatting van de machine.
Pakketinhoud
Controleer of de onderstaande inhoud van de
doos compleet is.
Meer info
Raadpleeg "De machine uitpakken" p. 19 voor meer
informatie over het openen van de verpakking.
Machine
Beelddrumcartridge
Startertonercartridge
Opmerking
De startertonercartridges zijn voor verzending af
fabriek in de beelddrum geïnstalleerd.
Software DVD-ROM
Netsnoer
Afdekking telefoonconnector
De afdekking van de telefoonconnector is op de
telefoonconnector van de hoofdeenheid
geïnstalleerd.
Telefoonk abel
Niet meegeleverd in sommige landen.
Opmerking
Een ethernetkabel en USB-kabel zijn niet met uw machine
meegeleverd. Schaf ze afzonderlijk aan.
Verpakking en beschermende materialen zijn vereist op
het moment dat de machine wordt verzonden. Bewaar dit
om de machine later eventueel te transporteren.
Samenvatting van de machine
-16-
Beschikbare opties
De volgende bestanden zijn beschikbaar voor uw
machine:
Tweede lade-eenheid (lade 2)
Meer info
Raadpleeg "Installatie-opties" p. 25 voor meer informatie
over het installeren van de opties.
Installatievereisten
Installatieomgeving
Uw machine moet in de volgende omgeving
worden geïnstalleerd:
Opmerking
Wees voorzichtig met condensatie. Het kan een defect
veroorzaken.
Als u de machine in een omgeving installeert waar de
luchtvochtigheid lager is dan 30% RH is, gebruik dan een
luchtbevochtiger of antistatische mat.
Temperatuur: 10°C~32°C
Luchtvochtigheid: 20%~80% RH(relatieve
vochtigheid)
Maximale
natteboltemperat
uur: 25°C
Installeer niet in de nabijheid van hoge
temperaturen of vuur.
Installeer niet op een plaats waar chemische
reacties tot stand worden gebracht (laboratorium
enz.).
Installeer niet in de nabijheid van ontvlambare
oplosmiddelen, zoals alcohol en thinner.
Installeer de machine niet binnen handbereik van
kleine kinderen.
Plaats de machine niet op een onstabiel oppervlak
(wankele stander, hellende plaats, enz.).
Plaats de machine niet op vochtige en stoffige
plaatsen en niet op een plaats die door directe
zonnestraling wordt getroffen.
Installeer de machine niet in een omgeving met
ziltige lucht en bijtend gas.
Plaats de machine niet op een plaats met veel
trillingen.
Installeer de machine niet op een plaats waar het
ventilatiegat van de machine wordt afgesloten.
Plaats de machine niet op een vloerkleed of tapijt
met lange strengen.
Installeer de machine niet in een gesloten ruimte
met matige ventilatie en circulatie.
Als u de machine voor langere tijd in een kleine
ruimte gebruikt, vergeet dan niet de ruimte te
ventileren.
Installeer uit de buurt van sterke magnetische
velden en geluidsbronnen.
Installeer uit de buurt van monitors of tv's.
Houd, bij het verplaatsen van de machine, deze
aan beide zijden vast en verplaats deze door de
achterzijde van de machine iets te laten vallen.
WAARSCHUWING
LET OP
Samenvatting van de machine
-17-
Instellen
1
Installatieruimte
Installeer uw machine op een vlakke ondergrond
die breed genoeg is om de machine neer te
zetten.
Zorg voor voldoende ruimte rondom te machine
overeenkomstig de onderstaande afbeeldingen.
Bovenaanzicht
Zijaanzicht
Zijaanzicht (lade 2 geplaatst)
Namen van componenten
20cm
(193cm)
20cm
50cm
100cm
(83cm)
50cm
(96cm)
50cm
(110cm)
Nr. Naam
1 Deksel automatische documentinvoer (ADF)
2Documentlade
3 Scannereenheid
4 Deksel glasplaat
5 Bedieningspaneel
6USB-poort
7 Ventilatieopeningen
8Lade 1
9
Handmatige invoer (alleen voor e-STUDIO332S)
Multifunctionele (MP) lade (alleen voor
e-STUDIO403S)
10 Knop bovenklep openen
11 Bovenklep
Nr. Naam
12 Glasplaat
11
10
9
8
7
3
4
5
6
2
1
12
Samenvatting van de machine
-18-
Intern onderdeel van de afdekking van de connector
Nr. Naam
13 Fusereenheid
14 Startertonercartridge
15 Beelddrum
16 LED-kop
17 Aan/uit-schakelaar
Nr. Naam
18 Stapelaar afdrukzijde naar boven
19 Voedingsingang
20 Ventilatieopeningen
21 LIJN-verbinding (alleen voor e-STUDIO403S)
22 TEL-verbinding (alleen voor e-STUDIO403S)
16
13
15
17
14
LINE TEL
22
21
18
19
20
Nr. Naam
23 USB-interfaceverbinding
24 SD-geheugenkaartsleuf (alleen voor
e-STUDIO403S)
25 Netwerkinterfaceverbinding
25
23
24
Uw machine installeren
-19-
Instellen
1
Uw machine installeren
Deze paragraaf geeft uitleg over het uitpakken van uw machine en over het in- en uitschakelen van de
machine.
De machine uitpakken
Opmerking
De beelddrum (de groene buis) is zeer delicaat. Wees
voorzichtig.
Stel de beelddrum niet bloot aan direct zonlicht of zeer
heldere binnenverlichting (circa meer dan 1500 lux). Laat
deze, zelfs onder normale binnenverlichting niet langer
dan 5 minuten achter.
Verpakking en beschermende materialen zijn vereist op
het moment dat de machine wordt verzonden. Bewaar dit
om de machine later eventueel te transporteren.
1 Haal uw machine uit de doos en
verwijder de beschermende materialen
en een plastic zak van uw machine.
De accessoires zijn in de beschermende
materialen (1) verpakt.
2 Til uw machine op en plaats de machine
daar waar deze wordt geïnstalleerd.
Opmerking
Open de scanner niet voordat procedure nr.9 is voltooid.
3 Verwijder de beschermende tape (2) bij
het boekdeel en de zijkanten van uw
machine om de beschermende
materialen te verwijderen (3).
4 Verwijder de beschermende tape (4) om
de MP-lade te openen.
5 Verwijder de beschermende tape (5) om
het papier eruit te trekken.
1
2
3
4
5
Uw machine installeren
-20-
6 Sluit de MP-lade.
7 Open het deksel van de glasplaat.
8 Verwijder de beschermende tape (6).
Open de ADF en verwijder de
verpakkingstape.
9 Sluit het deksel van de glasplaat.
Nu kunt u de scanner openen of sluiten.
10 Open de scannereenheid.
11 Verwijder de beschermende tape (7) en
verwijder droogmiddelen en
beschermfolie.
12 Druk op de knop Bovenklep openen (8)
en open de bovenklep.
13 Til de beelddrum uit de printer.
Opmerking
Stel de beelddrum niet langer dan
5 minuten bloot aan licht
Raak het groene glimmende oppervlak onderaan de
beelddrum niet aan.
14 Verwijder de silicia gelverpakking
alvorens de beelddrum te installeren.
15 Plaats de beelddrum terug in de printer:
laat deze in de printer zakken en plaats
de pennen (1) aan elk uiteinde in de
6
8
Uw machine installeren
-21-
Instellen
1
sleuven in de zijkanten van de
printeruitsparing (2).
16 Draai de hendel in de aangeduide
richting.
De pijl op de hendel moet op één lijn liggen met de pijl
op de beelddrum.
Wanneer de tonercartridge niet volledig is geplaatst,
kan zich een afname van de afdrukkwaliteit voordoen.
17 Sluit de bovenklep.
18 Sluit de scannereenheid.
Meer info
Raadpleeg "Papier plaatsen" p. 35 voor informatie over het
plaatsen van het papier in de machine.
Uw machine in- en uitschakelen
Netvoedingvoorwaarden
De netvoeding moet aan de volgende
voorwaarden voldoen:
Opmerking
Gebruik een spanningsregelaar als de netvoeding onstabiel
is.
Het maximale stroomverbruik van deze machine is 950 W.
Zorg dat de netvoeding voldoende is voor het bedienen
van deze machine.
Wij kunnen de werking niet garanderen wanneer er een
UPS (uninterruptible power system) of omvormer wordt
gebruikt. Gebruik geen UPS (uninterruptible power
system) of omvormer.
1
1
2
2
Stroomsterkte: 110 - 127 VAC
(Bereik 99 - 140 VAC)
220 - 240 VAC
(Bereik 198 - 264 VAC)
Frequentie: 50/60 Hz ± 2%
Uw machine installeren
-22-
Uw machine inschakelen
1 Steek de stekker van de kabel in de
aansluiting van uw machine.
2 Steek de kabel in het stopcontact.
3 Controleer of er geen documenten onder
de glasplaat of ADF liggen en of de ADF-
klep is gesloten.
4 Druk de aan/uit-knop ongeveer een
seconde in om het apparaat aan te
zetten.
Het scherm kopiëren stand-by wordt
weergegeven zodra de machine de
gereedstatus heeft.
Opmerking
Schakel de voeding uit en duw na enkele seconden op de
aan/uit-schakelaar bij het opnieuw inschakelen van de
voeding.
Er is gevaar voor een
elektrische schok en/of
brandgevaar.
Vergeet, na bevestiging van een netsnoer en aarde
en verwijdering van netvoedingschakelaar UIT
schakelen, deze niet uit te voeren.
Zorg ervoor dat voor exclusief gebruik een
aardedraad met de geaarde aansluiting is
verbonden.
Verbind in geen enkel geval met een aarding van
een waterleiding, een gasleiding en telefoondraad
en een bliksemafleider.
Zorg ervoor dat de geaarde aansluiting wordt
aangesloten alvorens het netsnoer met de stekker
te verbinden.
Zorg ervoor dat verwijdering en plaatsing van een
netsnoer met een stekker wordt uitgevoerd.
Steek de stekker goed in het stopcontact.
Verwijder en steek de stekker niet met natte
handen uit en in het stopcontact.
Installeer een netsnoer zodanig dat er niet op
gestapt kan worden en plaats geen voorwerpen op
een netsnoer.
Het netsnoer niet verdraaien, binden noch knopen.
Gebruik geen beschadigd netsnoer.
Voer geen starburst-verbinding uit.
Sluit deze machine en andere elektrische
producten niet op hetzelfde stopcontact aan. Als
de machine tegelijkertijd met voornamelijk een
airconditioning kopieermachine,
papierversnipperaar, enz. wordt aangesloten, kan
de machine door elektrische ruis onjuist werken.
Wanneer het aansluiten op hetzelfde stopcontact
onvermijdelijk is, gebruik dan een commercieel
ruisfilter of een commerciële noise-cut
transformator.
Gebruik het verbonden netsnoer en plaats de
directory op de geaarde aansluiting aan. Gebruik
het netsnoer niet voor andere producten dan de
machine.
Gebruik geen verlengsnoer. Wanneer het gebruik
onvermijdelijk is, gebruik deze dan met een
nominale waarde van meer dan 15 A.
Het gebruik van een verlengsnoer kan door lage
netspanning mogelijke juiste werking van de
machine verhinderen.
Koppel, tijdens het afdrukken, de netvoeding niet
los of trek de stekker niet uit het stopcontact.
Trek het netsnoer eruit wanneer u deze niet
gebruikt voor opeenvolgende vakanties of lange
reizen.
Gebruik het bevestigde snoer niet voor andere
producten.
WAARSCHUWING
Uw machine installeren
-23-
Instellen
1
Uw machine uitschakelen
Volg de onderstaande procedure telkens wanneer
u de machine uitschakelt.
1 Houd de aan/uit-schakelaar ongeveer
een seconde ingedrukt.
Opmerking
Druk de aan/uit-schakelaar minder dan 5 seconden in.
Het bericht [Shutdown in progress.
Please wait. The machine turns off
automatically. (Shutdown in progress.
Please wait. The machine turns off
automatically.)] verschijnt in het
bedieningspaneel en de aanduiding van
de aan/uit-schakelaar knippert elke 1
seconde. Vervolgens schakelt de
machine automatisch uit en gaat de
aanduiding van de aan/uit-schakelaar
uit.
Opmerking
Schakel de voeding uit en duw na enkele seconden op de aan/
uit-schakelaar bij het opnieuw inschakelen van de voeding.
Wanneer u de machine voor
langere tijd niet gebruikt
Haal de stekker uit het stopcontact wanneer de
machine voor langere tijd niet wordt gebruikt
vanwege vakanties of reizen.
Memo
De machine heeft geen functionele problemen bij het
langdurig verwijderen van de stekker (langer dan 4
weken).
Energiespaarstand en Slaapstand
De tweefase energiespaarstand zorgt ervoor dat
het stroomverbruik afneemt.
Energiespaarstand
Wanneer uw machine een bepaalde tijd niet
wordt gebruikt, gaat deze automatisch naar de
energiespaarstand om het stroomverbruik te
verminderen.
U kunt handmatig naar de energiespaarstand
gaan door op de toets <
POWER SAVE
(ENERGIEBESPARING)> op het bedieningspaneel
te drukken.
De toets <
POWER SAVE
(ENERGIEBESPARING)> gaat branden in de
modus.
Memo
Standaard staat de tijdsinterval voor de energiespaarstand
ingesteld op 1 minuut. U kunt de tijdsinterval wijzigen door
de toets <
SETTING
(INSTELLING)> op het
bedieningspaneel te drukken en selecteer [
Beheerder
instelling
]>[
Beheer
]>[
Spaarstand
]>[
Tijd
energiespaarst.
].
Slaapstand
Uw machine gaat na een ingestelde tijd van de
energiespaarstand naar de slaapstand. In de
slaapstand is de status van uw machine bijna
hetzelfde als wanneer deze is uitgeschakeld.
De toets <
POWER SAVE
(ENERGIEBESPARING)> knippert in de
slaapstand.
Opmerking
De machine gaat niet naar de slaapstand als zich een fout
voordoet.
Als tijdingestelde verzending gepland staat, gaat de
machine niet naar de slaapstand.
Als de faxverzending op herkiezen wacht, kan de machine
niet naar de slaapstand.
Memo
Standaard staat de tijdsinterval voor de slaapstand
ingesteld op 30 minuten. U kunt de tijdsinterval wijzigen
door op de toets <SETTING (INSTELLING)> op het
bedieningspaneel te drukken en selecteer vervolgens
[Beheerder
instelling]>[Beheer]>[Spaarstand]>[Slaap tijd].
Uw machine installeren
-24-
Naar de standby-modus
terugkeren
Druk op de toets <POWER SAVE
(ENERGIEBESPARING)> op het bedieningspaneel
om de machine terug in de stand-bymodus te
zetten vanuit de energiespaarstand en
slaapstand.
Memo
Wanneer uw machine een afdrukopdracht van een
computer of ander apparaat ontvangt, keert de machine
automatisch terug naar de stand-bymodus.
Auto Power Off
Wanneer u de machine gedurende een langere
periode niet wordt gebruikt, wordt de voeding
automatisch uitgeschakeld. Zodra de machine
uitschakelt, moet u voor gebruik de machine
opnieuw inschakelen.
De machine heeft drie instellingen om het
machinegedrag voor Automatisch uitschakelen te
selecteren.
Enable
Auto Config
Disable
Enable
Wanneer u de machine gedurende een langere
periode niet wordt gebruikt, wordt de voeding
automatisch uitgeschakeld.
Auto Config
De machine schakelt niet automatisch uit onder
de omstandigheden zoals hieronder vermeld.
- als er een ethernetkabel op een
netwerkinterfaceverbinding is aangesloten
- als er een telefoonkabel op een LIJN-
aansluiting is aangesloten
Disable
De functie Automatisch uitschakelen is
uitgeschakeld. De machine schakelt de voeding
niet automatisch uit.
Opmerking
In de volgende gevallen wordt de functie Automatisch
uitschakelen tevens uitgeschakeld.
- Wanneer zich een fout voordoet
- Wanneer tijdingestelde verzending staat gepland
- Wanneer de faxverzending op herkiezen wacht
- Wanneer [Auto Power Off] is [Auto Config.] en de
ethernetkabel verbonden is
- Wanneer [Auto Power Off] is [Auto Config.] en de
telefoonkabel is aangesloten
Memo
Standaard staat de tijdsinterval voor het uitschakelen van de
voeding ingesteld op 4 uur. U kunt de tijdsinterval wijzigen
door op de toets <
SETTING
(INSTELLING)> op het
bedieningspaneel te drukken en selecteer [
Beheerder
instelling
]>[
Beheer
]>[
Spaarstand
]>[
Auto Power Off
Time
].
Standaard staat [Auto Power Off] ingesteld op [Auto
Config]. U kunt de instelling wijzigen door op de toets
<SETTING (INSTELLING)> op het bedieningspaneel te
drukken en selecteer [Beheerder instelling]>
[Gebruiker installatie]>[Spaarstand]>[Auto Power
Off]
Installatie-opties
-25-
Instellen
1
Installatie-opties
Deze paragraaf geeft uitleg over het installeren van opties op uw machine. De volgende opties zijn
beschikbaar:
Tweede lade-eenheid
Opmerking
Houd de aan/uit-schakelaar gedurende een seconde ingedrukt om de machine in te schakelen en verwijder de AC-kabel en
ethernet- of USB-kabel voordat u opties installeert. Opties installeren terwijl uw machine is ingeschakeld kan uw machine en de
opties beschadigen.
Meer info
Raadpleeg "Namen van componenten" p. 17 voor meer informatie over de locatie van elk component van de machine .
Een tweede lade-eenheid
installeren
Installeer een optionele tweede lade-eenheid
(lade 2) wanneer u de papiercapaciteit van uw
machine wilt verhogen. Na installatie moet u de
instellingen configureren voor het
printerstuurprogramma.
Meer info
Raadpleeg "Papier plaatsen" p. 35 voor de specificatie van
de tweede lade-eenheid (lade 2).
Installatie
1
Houd de aan/uit-schakelaar gedurende
een seconde ingedrukt om de voeding in
te schakelen en verwijder de AC-kabel en
ethernet- of USB-kabel voordat u opties
installeert.
Meer info
"Uw machine uitschakelen" p. 23
2 Til uw machine op en lijn de drie pennen
van de tweede lade-eenheid uit met de
gaten onderaan uw machine.
3 Plaats uw machine voorzichtig op de
tweede lade.
4 Bevestig de vergrendelingsonderdelen.
5 Steek de AC-kabel en ethernetkabel of
USB-kabel in uw machine en druk
vervolgens op de aan/uit-schakelaar.
Modelnummer: MY-1036
Installatie-opties
-26-
Configuratie printerstuurprogramma
Opmerking
U dient ingelogd te zijn als beheerder om deze procedure
te kunnen voltooien.
Als de volgende voorwaarden voldoen voor Mac OS X hoeft
u het printerstuurprogramma niet te configureren, omdat
de geconfigureerde optie-informatie automatisch door de
machine wordt geselecteerd.
-USB-verbinding
- Als de opties op de machine werden geïnstalleerd
voorafgaand aan het installeren van het
stuurprogramma, waarbij er met behulp van EtherTalk
een verbinding met een netwerk is gemaakt
Windows PCL XPS-printerstuurprogramma is niet
beschikbaar voor Windows Vista, Windows Server 2008,
Windows Server 2003 en Windows XP.
Meer info
Het printerstuurprogramma moet op de computer worden
geïnstalleerd alvorens deze procedure uit te voeren.
Raadpleeg voor meer informatie over het installeren van het
printerstuurprogramma "Een computer aansluiten" p. 50.
Voor Windows PCL/PCL XPS-
stuurprogramma
1 Klik op [Start]>[Devices and
Printers].
2 Rechtsklik op het pictogram TOSHIBA
e-STUDIO403S en selecteer [Printer
properties]. (Selecteer [Printer
properties] >[TOSHIBA
e-STUDIO403S(PCL)] of [TOSHIBA
e-STUDIO403S(PCL XPS)] als u
meerdere printerstuurprogramma's hebt
geïnstalleerd).
3 Selecteer het tabblad [Apparaatopties
(Device Options)].
4 Selecteer [Haal printerinstellingen op
(Get Printer Settings)] voor de
netwerkverbinding.
Controleer [
Lower Cassette
(Lower Cassette)] voor
de USB-verbinding.
5 Klik op [Goed (OK)].
Voor Windows PS-
stuurprogramma
1 Klik op [Start]>[Devices and
Printers].
2 Rechtsklik op het pictogram [TOSHIBA
e-STUDIO403S(PS)] en selecteer
vervolgens [Printer properties].
(Selecteer [Printer properties] > als u
meerdere printerstuurprogramma's
installeert
[TOSHIBA e-STUDIO403S(PS)].)
3 Selecteer het tabblad [Device Settings
(Device Settings)].
4 Selecteer [Get installed options
automatically (Get installed options
automatically)] onder [Installable
Options (Installable Options)] voor de
netwerkverbinding en klik vervolgens op
[Setup (Setup)].
Selecteer [Geïnstalleerd (Installed)] voor
[Second tray (Second tray)] onder [Installable
Options (Installable Options)] voor de USB-
verbinding.
5 Klik op [Goed (OK)].
Voor Mac OS X PCL/PS-
printerstuurprogramma
(Mac OS X 10.5 tot 10.7)
1 Selecteer [System Preferences] uit het
Apple-menu.
2 Klik op [Print & Scan] (Voor Mac OS X
10.5 en 10.6:[Print & Fax]).
3 Selecteer de naam van uw machine en
klik vervolgens op [Options &
Supplies].
4 Selecteer het tabblad [Driver].
Installatie-opties
-27-
Instellen
1
5 Klik op [Second Tray] als de optionele
lade al is gemonteerd en klik vervolgens
op [Goed (OK)].
Voor Mac OS X PCL/PS-
printerstuurprogramma
(Mac OS X 10.4.0 tot 10.4.11)
Memo
De volgende procedure gebruikt Mac OS X 10.4.11 als
voorbeeld. Afhankelijk van het besturingssysteem kan de
beschrijving verschillen.
1 Uit [Go], selecteer [Utilities] en
dubbelklik vervolgens op [Printer Setup
Utility].
2 Selecteer de naam van uw machine en
klik vervolgens op [Show Info].
3 Selecteer [Installable Options].
4 Klik op [Second Tray] als de optionele
lade al is gemonteerd en klik vervolgens
op [Apply Changes (Apply Changes)].
5 Sluit [Printer Info].
Bedieningspaneel
-28-
Bedieningspaneel
Deze paragraaf geeft uitleg over de namen en functies van componenten op het bedieningspaneel en
over het invoeren van tekst.
Nr. Naam Functie
1 Weergavescherm Geeft de bedieningsinstructies en de status van de machine weer.
2 Hoofdfunctietoetsen Verwisselt functies. De geselecteerde toets licht blauw op.
<COPY (KOPIЁREN)> toets Schakelt naar het scherm Kopiëren starten.
toets <SCAN (SNANNEN)> Schakelt naar het menuscherm Scannen.
toets <PRINT (PRINTEN)> Schakelt naar het menuscherm Afdrukken.
toets <FAX/HOOK (FAX/HAAK)>
(voor e-STUDIO403S)
Schakelt naar het menu Fax/Internetfax. Verbreekt de telefoonlijn
in het faxmenu.
3toets <START (MONO) (START
(MONOCHROOM))>
Start kopiëren, scannen, faxen of afdrukken vanuit USB-geheugen
in zwart/wit.
4toets <START (COLOR) (START
(KLEUR))>
Start scannen in kleur.
5toets <STOP (STOP)> Annuleert onmiddellijk de huidige opdracht.
6toets <STATUS (STATUS)> Geeft het menuscherm Status weer.
Knippert/schakelt in als er een statusitem moet worden
weergegeven.
7toets <SETTING (INSTELLING)> Geeft het menuscherm Apparaatinstellingen weer.
8toets <REDIAL/?HELP (OPNIEUW
KIEZEN/?HELP)>
(voor e-STUDIO403S) toets
<?HELP (?HELP)>
(voor e-STUDIO332S)
Geeft het Helpscherm weer. Druk bij het afsluiten op de toets
<
REDIAL/?HELP (OPNIEUW KIEZEN/?HELP)
>, toets <
Return
(Return)
> of toets <
RESET/LOG OUT (RESETTEN/UITLOGGEN)
>.
Kies op bepaalde schermen het telefoonnummer dat de laatste keer
werd gekozen.
9toets <RESET/LOG OUT
(RESETTEN/UITLOGGEN)>
Uitloggen kan in het bovenste scherm van elke functie.
Keert in het startscherm van elke functie terug naar het bovenste
scherm.
*In de kopieerfunctie is het bovenste scherm hetzelfde als het
startscherm.
Reset in het instellingenscherm een instelwaarde en keer terug
naar het startscherm.
10 Tiencijferig toetsenbord Voert nummers in.
Voert alfabetische tekens en symbolen in.
11 toets <UP (OMHOOG)> Schuift de gemarkeerde selectie omhoog terwijl een item wordt
geselecteerd of tekens worden ingevoerd.
12 toets <DOWN (OMLAAG)> Schuift de gemarkeerde selectie omlaag terwijl een item wordt
geselecteerd of tekens worden ingevoerd.
2
19
1
22
20
1854317
12 1413
11
16
15
6789 10
21
Bedieningspaneel
-29-
Instellen
1
Standaardscherm
Schakel de machine in, en wanneer deze zich in
de status bevindt waarin het kan worden
gebruikt, wordt het scherm Kopiëren starten als
de standaardmodus weergegeven.
Met behulp van de hoofdfunctietoetsen kunt u
naar andere functies schakelen.
Meer info
U kunt het standaardscherm wijzigen door op de toets
<SETTING (INSTELLING)> op het bedieningspaneel te
drukken en selecteer vervolgens [Beheerder
instelling]>[Beheer]>[Standaard modus].
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor
meer informatie.
Tekst invoeren met behulp van
het bedieningspaneel
Wanneer u tekst moet invoeren tijdens het
instellen van een item, verschijnt het
onderstaande invoerscherm.
U kunt met het schermtoetsenbord hoofdletters
en kleine letters, cijfers en symbolen invoeren.
Memo
Wanneer u alleen cijfers moet invoeren, wordt het
schermtoetsenbord mogelijk niet weergegeven. Voer in
dat geval cijfers in met behulp van het tiencijferige
toetsenbord.
13 toets <LEFT (LINKS)> Keert terug naar het vorige scherm.
Schuift de gemarkeerde selectie naar links terwijl een item wordt
geselecteerd of tekens worden ingevoerd.
14 toets <RIGHT (RECHTS)> Gaat verder naar het volgende scherm.
Schuift de gemarkeerde selectie naar rechts terwijl een item
wordt geselecteerd of tekens worden ingevoerd.
15 toets <OK (Goed)> Controleert het gemarkeerde item.
Selecteert een te controleren item.
16 toets <BACK (TERUG)> Keert terug naar het vorige scherm.
17 toets <CLEAR (WISSEN)> Voert de volgende acties uit overeenkomstig de ingevoerde
Minimaliseert een instelwaarde.
Stelt nul voor een instelwaarde in.
Wist wat is ingevoerd.
Annuleert een geselecteerde item.
18 toets <POWER SAVE
(ENERGIEBESPARING)>
Gaat naar of verlaat de energiespaarstand.
Sluit de slaapstand af.
Licht groen op in de standen.
19 indicator <DATA IN MEMORY
(GEGEVENS IN GEHEUGEN)>
(voor e-STUDIO403S)
Licht op wanneer er zich gegevens in het geheugen bevinden.
* Slaapstand licht niet op, zelfs niet als er zich gegevens in het
geheugen bevinden.
20 One-Touch-toetsenbord Geeft toegang tot een geregistreerd e-mailadres of faxnummer.
8 toetsen x 2 groepen is 16 invoeren in totaal (druk op de toets
<SHIFT> om van groep te wisselen)
21 toets <JOB MACRO (OPDRACHT
MACRO)>
(voor e-STUDIO403S)
Terug naar het scherm macrofunctie opdracht.
22 Qwerty-toetsenbord
(voor e-STUDIO403S)
Voert tekst in.
Het zit onder de one-touch-toetsen.
Nr. Naam Functie
Bedieningspaneel
-30-
Tekst invoeren
1 Druk op , , , om het door u
gewenste teken te selecteren en druk
vervolgens op .
Het geselecteerde teken wordt in het tekstveld
ingevoerd.
2 Herhaal stap 1 totdat alle vereiste tekens
zijn ingevoerd.
3 Druk op en om [Enter (Enter)] te
selecteren en druk op om het
invoerproces te voltooien.
Het tiencijferige toetsenbord
gebruiken
U kunt het tiencijferige toetsenbord tevens
gebruiken voor het invoeren van alfanumerieke
tekens in het invoerscherm.
Door de toetsen herhaaldelijk in te drukken, kunt
u zowel de op elke toets vermelde nummers als
de overige tekens invoeren.
1 Druk op het tiencijferige toetsenbord
totdat het door u gewenste teken in het
tekstveld verschijnt.
2 Herhaal stap 1 totdat alle vereiste tekens
zijn ingevoerd.
Als u voortdurend op dezelfde toets drukt, kunt u
op de knop drukken om de cursor te
verplaatsen.
3 Controleer of [Enter] is geselecteerd en
druk op om het invoerproces te
voltooien.
Memo
U kunt de volgende tekens invoeren door op de toetsen op
het tiencijferige toetsenbord in te drukken.
OK
OK
Tien
toetsen
Tekens
1 1
2 abc2ABC
3 def3DEF
4 ghi4GHI
5 jkl5JKL
6 mno6MNO
7 pqrs7PQRS
8 tuv8TUV
9 wxyz9WXYZ
0 (Spatie) 0
* @*
# ._-(Spatie)+!"$%&'(),/
:;<=>?[\]^#
OK
Bedieningspaneel
-31-
Instellen
1
Het QWERTY-toetsenbord
gebruiken (e-STUDIO403S)
U kunt tevens het QWERTY-toetsenbord
gebruiken voor het invoeren van alfanumerieke
tekens en symbolen in het invoerscherm.
Met het toetsenbord kunt u van de invoermodus
overschakelen naar de standaardmodus, CAPS-
modus of CTRL-modus. De weergegeven stand
wordt op het weergavescherm van het
toetsenbord weergegeven.
Standaardmodus
U kunt kleine alfabetische letters invoeren.
Het volgende schermtoetsenbord wordt
weergegeven.
CAPS-modus
Door op de toets <CAPS (CAPS)> te drukken,
kunt u alfabetische hoofdletters invoeren.
Het volgende schermtoetsenbord wordt
weergegeven.
CTRL-modus
Door op de toets <CTRL (CTRL)> te drukken,
kunt u symbolen invoeren.
Het volgende schermtoetsenbord wordt
weergegeven.
Opmerking
Wanneer de QWERTY-toetsenbordklep open is, kan alleen
het numerieke toetsenbord worden gebruikt voor het
invoeren van nummers.
De ingevoerde tekst verwijderen
U kunt tekst in het tekstveld op de volgende
manieren verwijderen.
Door op de toets <CLEAR
(WISSEN)> te drukken
Druk op de toets <CLEAR (WISSEN)> om het
laatste ingevoerde teken te verwijderen.
Houd de toets <CLEAR (WISSEN)> ingedrukt
om alle door u ingevoerde tekens te verwijderen.
[BS] op het schermtoetsenbord
selecteren
Druk op en om [BS] te markeren en druk
vervolgens op om het laatste ingevoerde
teken te verwijderen.
De toets Backspace op het Qwerty-
toetsenbord indrukken (for
e-STUDIO403S)
Druk op de toets Backspace om het laatst
ingevoerde teken te verwijderen.
OK
Papier en documenten plaatsen
-32-
Papier en documenten plaatsen
Deze paragraaf geeft uitleg over de specificaties voor papier en documenten en hoe ze te plaatsen.
Papier
Ondersteunde papiersoorten
Voor high-quality afdrukken en om afdrukproblemen te voorkomen, is het raadzaam de ondersteunde
papiersoorten te gebruiken. Gebruik papier voor digitaal foto's afdrukken.
Controleer ruim van tevoren de afdrukkwaliteit en de beweging van het papier om ervoor te zorgen dat
er geen problemen zijn. Uw machine ondersteunt de volgende soorten papier.
Het gebruik van ander papier dan aanbevolen papiersoorten kan leiden tot onstabiele papieruitvoer
afhankelijk van hoe de voorkant/achterkant van het papier wordt geladen. Controleer dan ook vooraf
door het papier omgekeerd enz. in te voeren en te controleren of het correct wordt uitgevoerd voor u
het gaat gebruiken.
*1 Lade 1 kan papier van 100 tot 216 mm breed en 148 tot 355,6 mm lang bevatten.
*2 Lade 2 kan papier van 148 tot 216 mm breed en 210 tot 355,6 mm lang bevatten.
*3 De MP-lade (e-STUDIO403S) of Handmatige invoer (e-STUDIO332S) kan papier van 86 tot 216 mm
breed en 140 tot 1320,8 mm lang bevatten.
Papiertype Papierformaat mm Papiergewicht
Standaardpapier A4 210 x 297
60 tot 163 g/m
2
(16 tot 43lb)
Voor dubbelzijdig afdrukken, 60 tot
163 g/m
2
(16 tot 43lb)
Opmerking
Als het papierformaat is ingesteld op A6,
A5 of als het een papierbreedte heeft die
smaller is dan 148 mm (A5 breedte), zal
het afdrukken trager zijn.
A5 148 x 210
A6 105 x 148
B5 182 x 257
Letter 215,9 x 279,4
Legal (13 inch) 215,9 x 330,2
Legal (13,5 inch) 215,9 x 342,9
Legal (14 inch) 215,9 x 355,6
Executive 184,2 x 266,7
Statement 139,7 x 215,9
16K
(184 x 260 mm)
184 x 260
16K
(195 x 270 mm)
195 x 270
16K
(197 x 273 mm)
197 x 273
Aangepast *1*2*3 Breedte:
64~216
Lengte:
148~1321
60 tot 163 g/m
2
(16 tot 43lb)
Papier en documenten plaatsen
-33-
Instellen
1
Papiertype Papierformaat mm Papiergewicht
Enveloppe Monarch 98,4 x 190,5
Enveloppen moeten van 88 g/m
2
(24lb)
papier zijn en het flapgedeelte van
enveloppen moet gevouwen zijn
Com-9 98,4 x 225,4
Com-10 104,8 x 241,3
DL 110 x 220
C5 162 x 229
Indexkaart Indexkaart 76,2 x 127,0
Etiket A4 210 x 297 0,1~0,2 mm
Letter 215,9 x 279,4
Gedeeltelijk
afdrukken papier
Afhankelijk van het standaardpapier
64 tot 163 g/m
2
(18 tot 43lb)
Gekleurd papier Afhankelijk van het standaardpapier
64 tot 163 g/m
2
(18 tot 43lb)
Papier en documenten plaatsen
-34-
Papier
Uw MFP is geschikt voor tal van afdrukmedia,
met inbegrip van diverse papiergewichten en -
formaten.
In dit hoofdstuk vindt u algemene informatie
over geschikte media en hoe die te gebruiken.
De beste resultaten worden behaald met
standaard 75~90g/m² papier voor
kopieertoestellen en laser printers.
Sterk gegaufreerd papier of papier met zeer
grove textuur wordt afgeraden.
Voorbedrukt papier is geschikt maar de inkt
moet wel bestand zijn tegen de hoge
temperaturen die bij het afdrukken worden
bereikt.
Enveloppen
Enveloppen moeten vrij zijn van vouwen,
kreuken of andere vervormingen.
Ze moeten ook van het rechthoekige type zijn
met klep voorzien van lijm die is bestand tegen
de warme drukrol die bij dit type printer wordt
gebruikt. Vensterenveloppen zijn niet geschikt.
Etiketten
Etiketten moeten eveneens geschikt zijn voor
kopieertoestellen en laser printers, waarbij het
rugvel volledig moet bedekt zijn met etiketten.
Andere soorten etiketten kunnen de printer
beschadigen doordat ze loskomen tijdens het
afdrukken.
Papier bewaren
Bewaar papier onder de volgende
omstandigheden om de kwaliteit te behouden:
In een kast of andere droge en donkere ruimte
Op een vlakke ondergrond
Temperatuur: 20°C
Luchtvochtigheid: 50% RH (relative vochtigheid)
Vermijd de volgende plaatsen:
Direct op de grond
In direct zonlicht
Nabij de binnenkant van een buitenmuur
Op een ongelijk oppervlak
Waar statische elektriciteit kan worden gegenereerd
Waar temperaturen snel veranderen
Nabij een printer, airconditioner, verwarming of
leiding
Opmerking
Pak het papier niet uit voordat u gereed bent om het te
gebruiken.
Laat papier niet gedurende een langere tijd onverpakt
liggen. Dit kan leiden tot problemen met de
papierdoorvoer en de afdrukkwaliteit.
Papier en documenten plaatsen
-35-
Instellen
1
Papier plaatsen
Uw machine beschikt over twee ingebouwde lades (lade 1 en de MP-lade) (e-STUDIO332S is
Handmatige invoer) en een optionele lade (lade 2). Raadpleeg de onderstaande lijst om de
ondersteunde papiersoorten en capaciteiten van elke lade te controleren.
Opmerking
Dubbelzijdig afdrukken kan niet worden afgedrukt op papier dat is aangeduid met een "*".
Lade
Ondersteund
papierformaat
Papiercapaciteit Papiergewicht
Lade 1 A4
A5*
B5
A6*
Letter
Legal 13
Legal 13,5
Legal 14
Executive
Statement*
16K (184 x 260 mm)
16K (195 x 270 mm)
16K (197 x 273 mm)
Aangepast
250 vellen
(wanneer papiergewicht is
80 g/m
2
)
Licht
60 tot 63 g/m
2
(16 tot 17 lb)
Normaal-licht
64 tot 74 g/m
2
(18 tot 19 lb)
Normaal
75 tot 87 g/m
2
(20 tot 23 lb)
Normaal-zwaar
88 tot 104 g/m
2
(24 tot 27 lb)
Zwaar
105 tot 122 g/m
2
(28 tot 32 lb)
Lade 2
(optioneel)
A4
A5*
B5
Letter
Legal 13
Legal 13,5
Legal 14
Executive
16K (184 x 260 mm)
16K (195 x 270 mm)
16K (197 x 273 mm)
Aangepast
530 vellen
(wanneer papiergewicht is
80 g/m
2
)
Licht
60 tot 63 g/m
2
(16 tot 17 lb)
Normaal-licht
64 tot 74 g/m
2
(18 tot 19 lb)
Normaal
75 tot 87 g/m
2
(20 tot 23 lb)
Normaal-zwaar
88 tot 104 g/m
2
(24 tot 27 lb)
Zwaar
105 tot 122 g/m
2
(28 tot 32 lb)
Papier en documenten plaatsen
-36-
Papier in lade 1 en lade 2 plaatsen
De volgende procedure geeft uitleg over het
plaatsen van papier in lade 1 of lade 2
(optioneel).
Memo
De volgende procedure gebruikt lade 1 als voorbeeld en is
tevens van toepassing op lade 2.
1 Trek de papierlade eruit.
2 Schuif de papiergeleider (1) tot aan de
breedte van het te plaatsen papier.
3 Schuif de papierstopper (2) tot aan de
lengte van het te laden papier.
MP-lade
(e-STUDIO403S)
A4
A5
B5
A6*
Letter
Legal 13
Legal 13,5
Legal 14
Executive
Statement*
16K (184 x 260 mm)
16K (195 x 270 mm)
16K (197 x 273 mm)
Aangepast
Com-9-enveloppe*
Com-10-enveloppe*
Monarch-enveloppe*
DL-enveloppe*
C5-enveloppe*
C6-enveloppe*
Enveloppe 4 (A4)*
100 vellen
(wanneer papiergewicht is
80 g/m
2
)
10 enveloppen
Licht
60 tot 63 g/m
2
(16 tot 17 lb)
Normaal-licht
64 tot 74 g/m
2
(18 tot 19 lb)
Normaal
75 tot 87 g/m
2
(20 tot 23 lb)
Normaal-zwaar
88 tot 104 g/m
2
(24 tot 27 lb)
Zwaar
105 tot 122 g/m
2
(28 tot 32 lb)
Ultrazwaar
123 tot 163 g/m
2
(33 tot 43 lb)
Handmatige
invoer
(e-STUDIO332S)
1 vel
1 enveloppe
Lade
Ondersteund
papierformaat
Papiercapaciteit Papiergewicht
1
2
Papier en documenten plaatsen
-37-
Instellen
1
4 Buig het papier heen en weer en waaier
het uit. Maak de randen van de
papierstapel recht op een vlakke
ondergrond.
5 Plaats papier met de afdrukzijde naar
beneden gericht.
Opmerking
Plaats geen papier boven de vullijn (3).
6 Duw tegen de papierlade tot deze stopt.
Registreer het geplaatste papier op uw machine.
Ga verder naar "De lade-instellingen configureren"
p. 38.
Papier laden in de MP-lade
(e-STUDIO403S)
De volgende procedure geeft uitleg over het
plaatsen van papier in de MP-lade.
1 Open de MP-lade.
2 Trek de papiersteun eruit.
3 Trek de tweede steun eruit.
4 Pas de papiergeleider van de handmatige
invoer aan de breedte van het te
plaatsen papier aan.
5 Plaats het papier met de afdrukzijde naar
boven gericht tot de rand de ingang van
de papierinvoer raakt.
Opmerking
Plaats geen papier boven de vullijn (1).
[ ▼ ▼ ▼ ]
3
1
Papier en documenten plaatsen
-38-
6 Druk op de knop Instellen (2).
Registreer het geplaatste papier op uw machine.
Ga verder naar "De lade-instellingen
configureren".
Opmerking
Plaats geen papier met een ander formaat, van een ander
type of gewicht op hetzelfde moment.
Bij het toevoegen van papier, verwijder het papier uit de
MP-lade en maak de randen van beide papierstapels recht
en plaats ze vervolgens terug.
Plaats alleen papier voor afdrukken in de lade.
Memo
Plaats, bij het plaatsen van enveloppen in de MP-lade, de
enveloppen naar boven in de richting zoals hieronder
vermeld.
- You-enveloppen (Monarch, Com-9, Com-10, DL en C5)
worden met gevouwen flap geplaatst en moeten aan de
rechterkant van de invoerrichting komen.
Papier in de Handmatige invoer
laden (e-STUDIO332S)
De volgende procedure geeft uitleg over het
plaatsen van papier in de Handmatige invoer.
1 Open de Handmatige invoer.
2 Pas de papiergeleider van de handmatige
invoer aan de breedte van het te
plaatsen papier aan.
3 Plaats het papier.
Opmerking
Er kan slechts één vel tegelijk in de Handmatige invoer
worden ingesteld.
Papier wordt niet geladen wanneer het toestel zich in de
slaap- of energiespaarstand bevindt. Bevindt het zich in
één van beide bij gebruik van handmatige invoer, druk dan
op de toets <POWER SAVE (ENERGIEBESPARING)> op
het bedieningspaneel. Het toestel schakelt dan om naar de
wachtstand. Laad vervolgens papier.
De lade-instellingen configureren
Nadat u papier in lade 1, lade 2 (optioneel) of de
MP-lade hebt geplaatst, moet u het geplaatste
papier op uw machine registreren.
1 Druk op de toets <SETTING
(INSTELLING)> op het
bedieningspaneel.
2 Druk op om [Papier instellingen
(Paper Setup)] te selecteren en druk
vervolgens op .
3 Druk op om de papierlade te
selecteren waarin u het papier hebt
geplaatst en vervolgens op .
4 Druk op om [Papierformaat] te
selecteren en druk vervolgens op .
5 Druk op om het formaat van het
geplaatste papier te selecteren en druk
vervolgens op .
Meer info
Als [AANGEPAST] is geselecteerd voor
[Papierformaat], moet u het aangepaste formaat
registreren. Raadpleeg "Aangepaste formaten
registreren" p. 39 voor informatie over het registreren
van het aangepast formaat.
6 Druk op om [Media soort] te
selecteren en druk vervolgens op .
2
OK
OK
OK
OK
OK
Papier en documenten plaatsen
-39-
Instellen
1
7 Druk op om het type geplaatste media
te selecteren en druk vervolgens op .
8 Druk op om [Media gewicht] te
selecteren en druk vervolgens op .
9 Druk op om het gewicht van het
geplaatste papier te selecteren en druk
vervolgens op .
10 Druk op tot het bovenste scherm
wordt weergegeven.
Aangepaste formaten registreren
Om een aangepast papierformaat te plaatsen,
moet u de breedte en lengte van het papier
registreren alvorens af te drukken. De
verschillende formaten die u kunt instellen
verschillen overeenkomstig de papierlade.
Opmerking
Voor lade 1 en lade 2 kunt u de instelling [AANGEPAST]
alleen configureren wanneer [Papierformaat] is ingesteld
op [AANGEPAST].
De beschikbare maten voor dubbelzijdig afdrukken zijn
hetzelfde als die voor lade 2.
1 Druk op de toets <SETTING
(INSTELLING)> op het
bedieningspaneel.
2 Druk op om [Papier instellingen
(Paper Setup)] te selecteren en druk
vervolgens op .
3 Druk op om de papierlade te
selecteren waarin u het papier hebt
geplaatst en druk vervolgens op .
4 Druk op om [AANGEPAST (Custom)]
te selecteren en druk vervolgens op .
5 Voer de gewenste waarde in met behulp
van het tiencijferig toetsenbord en druk
vervolgens op .
Druk op of om naar het volgende venster te
gaan.
6 Druk op tot het bovenste scherm
wordt weergegeven.
Papieruitvoer
Uw machine voert uit met de stapelaar
afdrukzijde naar beneden of naar boven. De
volgende papiersoorten kunnen naar elke
stapelaar worden uitgevoerd.
Bij het uitvoeren van dubbelzijdig afdrukken,
wordt het papier naar de stapelaar afdrukzijde
naar beneden uitgevoerd.
Opmerking
Open of sluit de stapelaar afdrukzijde boven niet tijdens
het afdrukken, omdat dit tot een papierstoring kan leiden.
De stapelaar afdrukzijde naar
beneden gebruiken
Levert papier met de afdrukzijde naar beneden
gericht.
Lade Beschikbare formaten
Lade 1 Breedte:
100 tot 216 mm
Lengte:
148 tot 355,6 mm
Lade 2 (optioneel) Breedte:
148 tot 216 mm
Lengte:
210 tot 355,6 mm
MP-lade
(e-STUDIO403S)
Handmatige
invoer
(e-STUDIO332S)
Breedte:
86 tot 216 mm
Lengte:
140 tot 1320,8 mm
OK
OK
OK
OK
OK
Uitvoer
stape-
laar
Onder-
steunde
papier-
soorten
Capaciteit
papieruitvoer
Naar
beneden
Standaard
Gerecycled
papier
150 vellen (wanneer
het papiergewicht
minder is dan 80 g/m
2
)
OK
OK
Papier en documenten plaatsen
-40-
Opmerking
Controleer of de stapelaar afdrukzijde boven aan de
achterzijde van de machine gesloten is. Als de stapelaar
afdrukzijde naar boven open is, wordt het papier altijd
naar de stapelaar afdrukzijde naar boven uitgevoerd.
De stapelaar afdrukzijde naar
boven gebruiken
Levert papier met de afdrukzijde naar boven
gericht.
Opmerking
De stapelaar afdrukzijde naar boven is niet beschikbaar in
dubbelzijdig afdrukken.
1 Trek de stapelaar afdrukzijde naar boven
er aan de achterzijde van de machine uit
en open het naar u toe.
2 Ontvouw de stapelaar afdrukzijde naar
boven.
Documenten
U kunt de automatische documentinvoer (ADF)
of de glasplaat gebruiken om documenten voor
kopiëren, scannen of faxen te plaatsen.
Documentvereisten
De volgende documenten kunt u niet in de ADF
plaatsen. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat:
Gescheurd of geperforeerd papier
Gekruld of opgerold papier
Nat papier
Statisch papier
Carbonpapier
Stoffen, metalen bladen of dia's
Papier met nietjes, paperclips, linten of plakband
Geplakt papier, papier met lijm
Glanzend papier
Speciaal gelaagd papier
Denk aan het volgende om schade aan de
glasplaat te vermijden:
Druk een document niet stevig aan op de glasplaat
bij het kopiëren van een dik document.
Leg harde documenten voorzichtig neer.
Vermijd het plaatsen van documenten met scherpe
uitsteeksels.
Te scannen gebied
De tekst of het beeld in het hieronder
aangeduide gearceerde gebied wordt niet
gescand.
Memo
De pijl in de bovenstaande tekening duidt de invoerrichting
in de automatische documentinvoer of startzijde voor
scannen op de glasplaat aan.
2 mm
2 mm
2 mm
2 mm
Papier en documenten plaatsen
-41-
Instellen
1
Documenten plaatsen
Opmerking
Controleer documenten met lijm, inkt of correctievloeistof
eerst of ze volledig droog zijn alvorens ze te plaatsen.
Dubbelzijdig scannen kan niet worden uitgevoerd op
papier dat is aangeduid met een "*".
Documenten in de ADF laden
1 Plaats uw documenten naar boven
gericht in de ADF.
Hebt u documenten in portretstand, plaats dan
eerst de bovenrand van de documenten.
Hebt u documenten in liggende stand, plaats dan
eerst de linkerrand van de documenten.
2 Pas de documentgeleiders aan de
breedte van uw documenten aan.
Documenten op de glasplaat
plaatsen
1 Til het deksel op en open de glasplaat.
2 Plaats een document met afdrukzijde
naar beneden op de glasplaat.
Hebt u documenten in portretstand, lijn de
bovenrand uit met de linkerbovenhoek van het
glas.
Hebt u documenten in liggende stand, lijn de
rechterrand uit met de linkerbovenhoek van het glas.
3 Sluit voorzichtig de klep van de
glasplaat.
Meer info
[Document Direction] instellen overeenkomstig de
richting van uw document om de gewenste uitvoer te
verkrijgen. De fabrieksinstelling is [Portrait]. Raadpleeg
"Beeldsoriëntatie van het document wijzigen (Richting)"
p. 82.
Scanner-
type
Te scannen
formaat
Papier-
capaci-
teit
Papierge-
wicht
ADF A4
A5
B5
A6*
Letter
Legal 13
Legal 13,5
Legal 14
Executive
50 vellen
(80 g/m
2
)
60 tot 105 g/m
2
(16 tot 28 lb)
Glasplaat A4
A5
B5
A6
Letter
Executive
-20 mm
Papier en documenten plaatsen
-42-
Opmerking
Als u een kopie maakt met behulp van de glasplaat, zorg
dan dat u deze niet overmatig belast.
Basisinstellingen voor faxen (alleen voor e-STUDIO403S)
-43-
Instellen
1
Basisinstellingen voor faxen (alleen voor
e-STUDIO403S)
Deze paragraaf geeft uitleg over basisinstellingen voor faxen. Zorg ervoor dat u de volgende instellingen hebt
geconfigureerd alvorens faxen te verzenden.
Instelling voor landcode
Opmerking
Wijzig in de geschikte landcode.
Als [
Country Code
] onjuist is ingesteld, is er een mogelijkheid
dat faxverzending en faxontvangst niet juist functioneren.
Zorg ervoor dat de [
Country Code
] eerst wordt ingesteld
wanneer faxverzending en faxontvangst mislukken terwijl de
lijnverbinding juist is.
1 Druk de aan/uit-knop ongeveer een
seconde in om het apparaat aan te
zetten.
2 Druk op de toets <SETTING
(INSTELLING)> op het
bedieningspaneel.
3 Druk op om [Beheerder instelling
(Admin Setup)] te selecteren en druk
vervolgens op .
4 Voer het beheerderwachtwoord in.
Het standaardwachtwoord is "aaaaaa".
a Druk op , , , om het door u
gewenste teken te selecteren en druk
vervolgens op .
- Het geselecteerde teken wordt als "*"
in het tekstveld ingevoerd.
- Wanneer u een incorrecte waarde hebt
ingevoerd drukt u op de toets <CLEAR
(WISSEN)> en voert u vervolgens de
correcte waarde in.
b Herhaal de stap tot alle vereiste tekens
zijn ingevoerd.
c Druk op en om [Enter] te
selecteren en druk vervolgens op .
5 Druk op om [Fax Instellingen] te
selecteren en druk vervolgens op .
6 Druk op om [Fax Instelling] te
selecteren en druk vervolgens op .
7 Druk op om [Country Code] te
selecteren en druk vervolgens op .
8 Druk op of om uw landnaam te
selecteren en druk vervolgens op .
Indien uw landnaam niet wordt
weergegeven, selecteer de volgende waarde.
- Indien uw land Tsjechië of Slokawije
betreft, selecteer [Czech/Slovakia].
- Indien uw land Canada betreft, selecteer
[U.S.A].
- Indien de regio van uw land Latijns-
Amerika is, selecteer [Latijns Amerika].
- Indien de regio van uw land Europa of
Midden-Oosten betreft, selecteer
[Internationaal].
Instelbare landcode:
OK
OK
U.S.A. Internationaal Groot-Brittannië Ierland
Noorwegen Sweden Finland Denemarken
Duitsland Hongarije Czech/Slovakia Poland
Switzerland Austria Belgie Nederland France
Portugal Spain Italië Greece Australia New
Zealand Singapore Hong Kong Latijns Amerika
Mexico China Rusland Taiwan Japan Korea
Thailand Malaysia Jordan Argentina Brazil
South Africa Belarus Moldova Turkey
Oekraïne
OK
OK
OK
OK
OK
Basisinstellingen voor faxen (alleen voor e-STUDIO403S)
-44-
9 Druk op als het bevestigingsbericht op
het weergavescherm wordt
weergegeven.
De machine herstart automatisch en het
standaardscherm wordt enkele minuten
later weergegeven.
10 Druk de aan/uit-schakelaar ongeveer
een seconde in om het apparaat aan te
zetten.
Memo
Als de landcode is gewijzigd, zijn de waarden van [PBX
Lijn] en [MF(Tone)/DP(Pulse)] gewijzigd in de waarden
voor elke landcode.
Een telefoonlijn aansluiten
Afhankelijk van uw omgeving verschilt de
methode voor het aansluiten van een
telefoonlijn. Verbind de lijn voor uw omgeving op
basis van de volgende cijfers.
Opmerking
Schakel de machine uit wanneer u de telefoonlijn met de
machine verbindt.
U kunt niet rechtstreeks op de ISDN-lijn aansluiten.
Gebruik de terminaladapter (TA) om het aan te sluiten en
verbind met de LIJN-verbinding van de machine.
Verbind op dit moment niet met een USB-kabel of LAN-
kabel.
Memo
Raadpleeg "De ontvangstmodus specificeren" p. 49 voor
het controleren van de ontvangstmodus, afhankelijk van
de omgeving van de machine.
Raadpleeg "Instellingen voor elk type kiezen" p. 47 om de
instellingen van de kiesmogelijkheden te controleren.
Verbinden met een openbare lijn
(alleen voor verbinden met fax)
1 Steek het ene uiteinde van de
[Telefoonkabel] in de [LIJN-
verbinding] van uw machine en het
andere uiteinde in een [Openbare lijn
(analoog)].
Opmerking
Sluit de telefoonkabel op de [
LIJN-verbinding
] zonder
fouten. Sluit het nooit op de [
TEL-verbinding
] aan.
De openbare lijn aansluiten
(aansluiten voor fax en telefoon)
1 Steek het ene uiteinde van de
[Telefoonkabel] in de [LIJN-
verbinding] van uw machine en het
andere uiteinde in een [Openbare lijn
(analoog)].
OK
LIJN-verbinding
Telefoonkabel
Openbare lijn
(analoog)
LIJN-verbinding
Telefoonkabel
Openbare lijn
(analoog)
Basisinstellingen voor faxen (alleen voor e-STUDIO403S)
-45-
Instellen
1
2
Verwijder de [
afdekking
telefoonconnector
]
.
3 Steek de externe telefoonkabel in de
[
TEL-verbinding
] van uw machine.
De telefoon die is verbonden met de machine
wordt de externe telefoon genoemd.
Opmerking
Er kan slechts één telefoonnummer aan de machine
worden toegewezen.
Sluit de telefoon niet parallel op de machine aan. Als u de
machine parallel op de machine aansluit, doet zich het
volgende probleem voor en werkt de machine niet correct.
- Wanneer u een fax verzendt of ontvangt kan het faxbeeld
onderbroken zijn of kan zich een communicatiefout voordoen
door de telefoon op te pakken.
- De functie Fax verzenden is niet beschikbaar voor
werking vanaf de externe telefoon.
Memo
In het geval van directe verbinding is de andere constructie
nodig. Neem contact op met uw telefoonbedrijf.
Overige gevallen
Opmerking
Schakel de machine uit wanneer u de telefoonlijn met de
machine verbindt.
Op de ADSL-omgeving aansluiten
Steek de [Telefoonkabel] die is verbonden met
de ADSL-modem in de [LIJN-verbinding] van
uw machine.
Verwijder de afdekking van de telefoonconnector.
Steek de externe telefoonkabel in de [TEL-
verbinding] van uw machine.
Memo
Raadpleeg "Beheerder instelling - Gebruiker installatie"
pag. 113 Geavanceerd om de kiestoondetectie te
detecteren als deze niet kan kiezen.
Als het niet goed mogelijk is een fax te verzenden of te
ontvangen, stel [
Super G3
] in op uit. Raadpleeg
"Instellingen voor Super G3" p. 49 voor meer details.
Afdekking
telefoon-
connector
TEL-verbinding
Openbare lijn (analoog) Openbare lijn (analoog) begane
grond
eerste
verdieping
TEL-verbinding
LIJN-verbinding
Telephone cable
Splitter
ADSL-modem
Openbare
lijn
(analoog)
Basisinstellingen voor faxen (alleen voor e-STUDIO403S)
-46-
Aansluiten op een IP-telefoon
Steek de [Telefoonkabel] die is aangesloten op
de IP-telefoon in de [LIJN-verbinding] van uw
machine.
Verwijder de afdekking van de telefoonconnector.
Steek de externe telefoonkabel in de [TEL-
verbinding] van uw machine.
Memo
Raadpleeg "Beheerder instelling - Gebruiker installatie"
pag. 113 Geavanceerd om de kiestoondetectie te
detecteren als deze niet kan kiezen.
Als het niet goed mogelijk is een fax te verzenden of te
ontvangen, stel [
Super G3
] in op uit. Raadpleeg
"Instellingen voor Super G3" p. 49 voor meer details.
Aansluitien van CS-tuner of digitale
televisie
Steek de [Telefoonkabel] die is verbonden met
de
[Openbare lijn (analoog)] in de [LIJN-
verbinding] van uw machine.
Verwijder de afdekking van de telefoonconnector.
Steek de telefoonkabel die is verbonden met de
CS-tuner of digitale televisie in de [TEL-
verbinding] van uw machine.
Aansluiten van PBX, huistelefoon of
zakelijke telefoon
Steek de [Telefoonkabel] die is verbonden met
de [Openbare lijn (analoog)] in de [LIJN-
verbinding] van uw machine.
Verwijder de afdekking van de telefoonconnector.
Steek de telefoonkabel die is verbonden met een
besturingsapparaat inclusief PBX, enz. in de [TEL-
verbinding] van uw machine.
- Huistelefoon -
In het algemeen zijn veel telefoons met één of
twee telefoonlijnen verbonden en kunnen de interne
communicatie en deurtelefoon worden bediend. Dit
is eenvoudige schakelapparatuur voor
huishoudelijk gebruik.
- Zakelijke telefoon -
In het algemeen is er ruimte voor meer dan twee
telefoonlijnen, waarbij deze telefoonlijnen met vele
telefoons kunnen worden gedeeld en de interne
communicatie kan worden uitgevoerd. Dit is
eenvoudige schakelapparatuur.
LIJN-verbinding
TEL-verbinding
Telefoonkabel
Optische IP-telfoon
overeenkomstige telefoon
*Steek in de aansluiting
van de telefoonkabel.
Optisch netwerk Eenheid (ONU)
Optische kabel
LANk-
abel
LIJN-verbinding
TEL-verbinding
CS-tuner of digitale
televisie
Telefoonkabel
Openbare lijn
(analoog)
LIJN-verbinding
TEL-verbinding
Telefoonkabel
Openbare lijn
(analoog)
Besturingsapp
araat inclusief
PBX, enz.
Basisinstellingen voor faxen (alleen voor e-STUDIO403S)
-47-
Instellen
1
Een interne telefoon aansluiten
Steek de [Telefoonkabel] die is verbonden met
een besturingsapparaat inclusief PBX, in de
[LIJN-verbinding] van uw machine.
Memo
Stel [PBX Lijn] in op [AAN]. Raadpleeg "PBX aansluiten"
p. 48 voor meer details.
Instellingen voor elk type
kiezen
De fabrieksinstelling [MF(Tone)/DP(Pulse)] is
ingesteld op [Toon].
Voor telefoons met drukknoppen als u een "Beep,
boop, beep" geluid hoort, laat [MF(Tone)/
DP(Pulse)] als [Toon].
Voor telefoons met drukknoppen als u geen "Beep,
boop, beep" geluid hoort of als u een telefoon met
draaischijf gebruikt, stel [
MF(Tone)/DP(Pulse)
] in
op [
Pulse
].
Instellingen configureren
1 Druk op de toets <SETTING
(INSTELLING)> op het
bedieningspaneel.
2 Druk op om [Beheerder instelling]
te selecteren en druk vervolgens op .
3 Voer het beheerderwachtwoord in.
Het fabriekswachtwoord is "aaaaaa".
4 Selecteer [Enter] en druk op .
5 Druk op om [Gebruiker installatie]
te selecteren en druk vervolgens op .
6 Druk op , selecteer [MF(Tone)/
DP(Pulse)]en druk vervolgens op .
7
Druk op , selecteer Kiestype en druk
vervolgens op .
8
Druk op tot het bovenste scherm wordt
weergegeven.
Instellen van datum/tijd
Instellen van datum/tijd van uw regio.
Meer info
U kunt datum en tijd automatisch instellen met behulp van
Webpage. Raadpleeg voor meer informatie de
Geavanceerde Gebruikershandleiding.
1
Druk op de toets <
SETTING
(INSTELLING)
> op het bedieningspaneel.
2 Druk op om [Eenvoudige Netwerk
instelling (Easy Setup)] te selecteren
en druk vervolgens op .
3 Voer het beheerderwachtwoord in.
Het fabriekswachtwoord is "aaaaaa".
4 Selecteer [Enter] en druk op .
5 Druk op om [Datum/tijd instelling
(Date/Time Setting)] te selecteren en
druk vervolgens op .
6 Druk op om de juiste tijdzonde te
selecteren en druk vervolgens op .
7 Druk op om [Handmatig] te
selecteren en druk vervolgens op .
8 Druk op of om de huidige datum te
selecteren en druk vervolgens op .
Druk op om naar het volgende venster te gaan.
LIJN-verbinding
Openbare lijn
(analoog)
Telefoonkabel
Besturingsapp
araat inclusief
PBX, enz.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Basisinstellingen voor faxen (alleen voor e-STUDIO403S)
-48-
9 Druk op of om de huidige tijd te
selecteren en druk vervolgens op .
Druk op om naar het volgende venster te gaan.
10
Druk op om de instellingen te voltooien
wanneer het instellingenmenuscherm
wordt weergegeven.
Afzenderinformatie
specificeren
Specificeer het faxnummer en naam van
afzender voor uw machine.
1
Druk op de toets <
SETTING
(INSTELLING)
> op het bedieningspaneel.
2 Druk op om [Eenvoudige Netwerk
instelling (Easy Setup)] te selecteren
en druk vervolgens op .
3 Voer het beheerderwachtwoord in.
Het fabriekswachtwoord is "aaaaaa".
4 Selecteer [Enter] en druk op .
5 Druk op om [Fax Instelling (Fax
Setting)] te selecteren en druk
vervolgens op de .
6 Druk op om het invoervenster [Fax
nummer (Fax Number)] te selecteren.
7 Voer het faxnummer van uw machine in
met het numerieke toetsenbord.
8 Selecteer [Enter (Enter)] en druk
vervolgens op .
9
Druk op om het selectievenster [
Zender
ID
] te selecteren.
10 Voer willekeurige informatie van
afzender in.
Er kunnen maximaal 22 tekens worden ingevoerd.
Memo
Wanneer een ontvanger faxen afdrukt, wordt hierop
ingevoerde informatie van de afzender bovenaan de
faxen afgedrukt.
11 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
12
Wanneer het menuscherm instellingen
wordt weergegeven, druk op om de
instellingen te voltooien.
PBX aansluiten
Bij het aansluiten op PBX (interne uitwisseling),
zet [PBX Lijn] op [AAN].
1 Druk op de toets <SETTING
(INSTELLING)>.
2 Druk op om [Beheerder instelling]
te selecteren en druk vervolgens op .
3 Voer het beheerderwachtwoord in.
Het standaardwachtwoord is "aaaaaa".
4 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
5 Druk op om [Fax Instellingen] te
selecteren en druk vervolgens op .
6 Druk op om [Fax Instelling] te
selecteren en druk vervolgens op .
7 Druk op om [PBX Lijn] te selecteren
en druk vervolgens op .
8 Druk op om [AAN] te selecteren en
druk vervolgens op .
9 Druk op tot het bovenste scherm
wordt weergegeven.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Basisinstellingen voor faxen (alleen voor e-STUDIO403S)
-49-
Instellen
1
Instellingen voor Super G3
1 Druk op de toets <SETTING
(INSTELLING)>.
2 Druk op om [Beheerder instelling]
te selecteren en druk vervolgens op .
3 Voer het beheerderwachtwoord in.
Het standaardwachtwoord is "aaaaaa".
4 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
5 Druk op om [Gebruiker installatie]
te selecteren en druk vervolgens op .
6 Druk op om [Super G3] te selecteren
en druk vervolgens op .
7 Druk op om [OFF] te selecteren en
druk vervolgens op .
8 Druk op tot het bovenste scherm
wordt weergegeven.
De ontvangstmodus
specificeren
Een optimale ontvangstmodus verschilt
afhankelijk van de omgeving van uw machine.
Controleer met de volgende beschrijving.
Fax gereed Modus
Deze stand wordt aanbevolen wanneer u de
machine gebruikt als een faxmachine.
Tel/Fax gereed Modus
Deze stand wordt aanbevolen wanneer u een
externe telefoon met de machine verbindt.
Ans/Fax gereed Modus
Deze stand wordt aanbevolen wanneer u een
extern antwoordapparaat met de machine
verbindt.
Tel gereed modus
Deze stand wordt aanbevolen wanneer u het
meeste gebruik maakt van een externe telefoon
die is verbonden met de machine.
DRD
Deze stand wordt aanbevolen wanneer u de
functie distinctieve ringdetectie (DRD) gebruikt
die wordt verschaft door het telefoonbedrijf.
1 Druk op de toets <SETTING
(INSTELLING)> op het
bedieningspaneel.
2 Druk op om [Beheerder instelling]
te selecteren en druk vervolgens op .
3 Voer het beheerderwachtwoord in.
Het fabriekswachtwoord is "aaaaaa".
4 Selecteer [Enter] en druk op .
5 Druk op om [Gebruiker installatie]
te selecteren en druk vervolgens op .
6 Druk op om [Ontvangst modus] te
selecteren en druk vervolgens op .
7 Druk op om de ontvangstmodus te
specificeren en druk vervolgens op .
8 Druk op tot het bovenste scherm
wordt weergegeven.
OK
OK
OK
OK
OK
Instelbare ontvangstmodus:
Fax gereed Modus* Tel/Fax gereed Modus
Ans/Fax gereed Modus Tel gereed modus
DRD
*duidt de fabrieksinstelling aan.
OK
OK
OK
OK
OK
Een computer aansluiten
-50-
Een computer aansluiten
Deze paragraaf geeft uitleg over het aansluiten van uw machine op een computer en het installeren van een
printer en faxstuurprogramma.
Verbindingsmethode
U kunt een van de volgende verbindingsmethodes selecteren:
"Netwerkverbinding" p. 51
"USB-verbinding" p. 59
Productvereisten
Uw machine ondersteunt de volgende besturingssystemen:
Windows 7/Windows 7 (64-bit versie)
Windows Vista/Windows Vista (64-bit versie)
Windows Server 2008 R2
Windows Server 2008/Windows Server 2008 (x64 versie)
Windows XP/Windows XP (x64 versie)
Windows Server 2003/Windows Server 2003 (x64 versie)
Mac OS X 10.4.0 tot 10.7
Opmerking
Voor Mac OS X 10.7 gebruikers, installeer Rosetta alvorens het printerstuurprogramma te installeren.
Type stuurprogramma's
De type stuurprogramma's kunnen als volgt worden geïnstalleerd.
Voor Windows
Voor Mac OS X
Opmerking
De beschrijving kan verschillen afhankelijk van een printerstuurprogramma, Windows of Mac OS X.
Type Beschrijving
PCL Het PCL-printerstuurprogramma is geschikt voor het afdrukken van zakelijke documenten.
PS Het PS-printerstuurprogramma is geschikt voor het afdrukken van documenten inclusief
PostScript-lettertypen en EPS-gegevens.
PCL XPS Het PCL XPS-stuurprogramma is geschikt voor het afdrukken vanuit een toepassing voor XPS.
* Het ondersteunt geen Windows Vista/Windows Server 2008/Windows XP/Windows Server 2003.
FAX Wordt geïnstalleerd bij het rechtstreeks verzenden van faxen naar bestemmingen vanaf de
computer via de machine.
Type Beschrijving
PS Het PS-printerstuurprogramma is geschikt voor het afdrukken van documenten inclusief
PostScript-lettertypen en EPS-gegevens.
Kan ook voor normaal afdrukken worden gebruikt.
PCL Het PCL-printerstuurprogramma is geschikt voor het afdrukken van zakelijke documenten.
Een computer aansluiten
-51-
Instellen
1
Netwerkverbinding
Voer de volgende procedure uit om uw machine
op een computer via het netwerk te verbinden.
Een ethernetkabel aansluiten
Zorg ervoor dat uw machine via een netwerk met
een ethernetkabel is verbonden alvorens het
stuurprogramma te installeren.
1 Maak een ethernetkabel en een hub
gereed.
Bereid een ethernetkabel (categorie 5, twisted
pair, recht) en een hub afzonderlijk voor.
2 Druk de aan/uit-schakelaar ongeveer
een seconde in om het apparaat aan te
zetten.
Meer info
"Uw machine uitschakelen" p. 23
3 Steek een uiteinde van de ethernetkabel
in de netwerkinterfaceverbinding aan de
achterzijde van de machine.
4 Steek het andere uiteinde van de
ethernetkabel in de hub.
Een printer- en een
faxstuurprogramma installeren
(voor Windows)
Stel eerst IP -adressen voor de machine in en
installeer vervolgens een printer en
faxstuurprogramma op de computer om de
netwerkverbinding met een Windows-computer
te voltooien.
Als er geen DHCP-server of BOOTP-server op het
netwerk aanwezig is, moet u handmatig het
IPadres op de computer of machine configureren.
Stel de IP-adressen handmatig in als uw
netwerkbeheerder of internetserviceprovider een
uniek IP-adres voor de computer en uw machine
specificeert.
Opmerking
U moet de netwerkinstellingen van de computer voltooien
alvorens deze procedure uit te voeren.
Om deze procedure te voltooien moet u als een beheerder
inloggen.
Vraag, bij het handmatig instellen van een IP-adres, de
netwerkbeheerder of uw internetserviceprovider welk IP-
adres te gebruiken. Als het IP-adres foutief is ingesteld,
gaat het netwerk uit of wordt internettoegang
uitgeschakeld.
Memo
Stel de IP-adressen in zoals hieronder vermeld als u een
klein netwerk bestaande uit slechts uw machine en een
computer configureert (conform RFC1918).
Om [Netwerkschaal] in te stellen, druk op de toets
<SETTING (INSTELLING)> en selecteer vervolgens
[Beheerder instelling]>[NETWERKMENU]>
[Netwerkinstellingen]>[Netwerkschaal].
Stel eerst het IP-adres van de machine in.
1 Druk de aan/uit-schakelaar ongeveer
een seconde in om het apparaat aan te
zetten.
2 Druk op de toets <SETTING
(INSTELLING)> op het
bedieningspaneel.
2
Voor de computer
IP-adres: 192.168.0.1~254
Subnetmasker: 255.255.255.0
Standaard gateway: niet gebruikt
DNS-server: niet gebruikt
Voor de machine
Instelling IP-adres: Handmatig
IP-adres: 192.168.0.1~254 (selecteer
een andere waarde van de
computer)
Subnetmasker: 255.255.255.0
Standaard gateway: 0.0.0.0
Netwerkschaal: Klein
Een computer aansluiten
-52-
3 Druk op om [Eenvoudige Netwerk
instelling (Easy Setup)] te selecteren
en druk vervolgens op .
4 Voer het beheerderwachtwoord in.
Het fabriekswachtwoord is "aaaaaa".
5 Selecteer [Voltooid] en druk op .
6 Druk op en [Netwerk instelling
(Network Setting)] en selecteer
vervolgens .
7 Als het IP-adres handmatig wordt
ingesteld, controleer dan of [Handmatig
(Manual)] is geselecteerd en druk op .
Als het IP-adres automatisch wordt verkregen,
druk dan op en selecteer [Auto (Auto)] en
druk op . Ga verder naar stap 12.
8 Voer het IP-adres in en druk op .
Druk op om naar het volgende venster te gaan.
9 Voer het subnetmasker in en druk op .
Druk op om naar het volgende venster te gaan.
10 Voer het standaard gatewayadres in en
druk op .
Druk op om naar het volgende venster te gaan.
11 Voer de DNS-server en WINS-server in,
indien nodig.
Als het niet nodig is een DNS-server of WINS-
server met het netwerk te verbinden, druk dan op
tot het pop-upbericht voor voltooiing van de
instelling wordt weergegeven.
12 Wanneer het instellingenmenuscherm
wordt weergegeven, druk op om de
instellingen te voltooien.
Installeer vervolgens het stuurprogramma
voor de printer en fax in de computer.
Opmerking
Om deze procedure te voltooien moet u als een beheerder
inloggen.
1 Zorg ervoor dat de machine en de
computer zijn ingeschakeld en
aangesloten en plaats vervolgens de
"Software DVD-ROM" in de computer.
2 Klik op [
Run Setup.exe
] nadat
[
AutoPlay
] wordt weergegeven.
Als het dialoogvenster [User Account Control]
verschijnt, klik op [Ja].
3
Selecteer de taal en klik vervolgens op
[
Next
].
4 Selecteer het apparaat van uw machine
en klik vervolgens op [
Next
(Next)].
5 Lees de licentieovereenkomst en klik op
[
I Agree
].
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Een computer aansluiten
-53-
Instellen
1
6
Lees het "Milieuadvies voor gebruikers" en
klik op [
Next
].
7
Selecteer het selectievakje van het
printerstuurprogramma,
faxstuurprogramma of beiden om te
installeren en klik vervolgens op de knop
Groep installeren.
Memo
Standaard zijn [PCL driver], [Scanner driver] en
[ActKey] geselecteerd.
Alle stuurprogramma's en softwarepakketten zijn
middels collectieve installatie geïnstalleerd als beide
vakjes zijn aangevinkt. Als u stuurprogramma's en
software afzonderlijk wilt installeren, klik op de knop
Installeren rechts en volg de instructies op het
scherm.
8 Als het dialoogvenster [Windows
Security] verschijnt, klik op [Install
this driver software anyway].
9 Klik op de knop [Netwerk].
Het apparaat start met zoeken.
-
Als de machine is gedetecteerd, wordt deze
automatisch geïnstalleerd. Ga verder naar
stap 11.
- Als de machine niet wordt gedetecteerd,
wordt het scherm [Review your
installation settings. (Review your
installation settings.)] weergegeven. Ga
verder naar stap 10.
10 klik op [Restart search (Restart
search)] om zoeken naar het apparaat te
herstarten.
Nadat de machine wordt weergegeven, selecteer
de machine en klik op [Next (Next)].
Memo
Als de machine niet wordt weergegeven door op
[Restart search] te klikken, selecteer [Printer
name/IP Address] en voer het IP-adres in dat is
toegewezen aan uw machine en klik vervolgens op
[Next].
11 Als het dialoogvenster [Windows
Security] verschijnt, klik op [Install
this driver software anyway].
12 Klik op de knop [Exit].
13 Verwijder de "Software DVD-ROM" van
de computer.
De installatie is voltooid.
Een computer aansluiten
-54-
Druk een testpagina af om te controleren
of het printerstuurprogramma succesvol is
geïnstalleerd op de computer.
1 Klik op [Start]>[Devices and
Printers].
2 Rechtsklik op het pictogram TOSHIBA
e-STUDIO403S en selecteer [Printer
properties (Printer properties)] (> een
gewenst printerstuurprogramma als u
meerdere stuurprogramma's hebt
geïnstalleerd) uit het pop-upmenu.
3 Op het tabblad [General], klik op [Print
Test Page].
Een printerstuurprogramma
installeren (Voor Mac OS X)
Installeer een printerstuurprogramma op de
computer en stel uw machine in als
netwerkprinter om de netwerkverbinding met
een Mac-besturingssysteem te voltooien.
Selecteer het protocol voor uw
netwerkverbinding uit het volgende:
EtherTalk
Bonjour
Opmerking
EtherTalk wordt niet ondersteund in Mac OS X 10.6 of
hoger.
Schakel de antivirussoftware uit alvorens deze procedure
te starten.
EtherTalk wordt niet ondersteund in Mac PCL.
EtherTalk gebruiken
(voor Mac OS X 10.5)
Bij het verbinden met het netwerk met EtherTalk
moet u EtherTalk in de machine inschakelen.
Installeer vervolgens het stuurprogramma in de
computer.
Schakel eerst EtherTalk in de machine in.
1 Zorg ervoor dat uw machine en computer
zijn ingeschakeld en verbonden.
Meer info
"Een ethernetkabel aansluiten" p. 51
2 Druk op de toets <SETTING
(INSTELLING)> op het
bedieningspaneel.
3 Druk op om [Beheerder instelling]
te selecteren en druk vervolgens op .
4 Voer het beheerderwachtwoord in.
Het fabriekswachtwoord is "aaaaaa".
5 Selecteer [Voltooid] en druk op .
6 Druk op om [NETWERKMENU] te
selecteren en druk vervolgens op .
7 Druk op om [Netwerkinstellingen]
te selecteren en druk vervolgens op .
8 Druk op om [ETHERTALK] te
selecteren en druk vervolgens op .
9 Druk op om [Enable] te selecteren en
druk vervolgens op .
10 Druk op tot het bovenste scherm
wordt weergegeven.
Installeer vervolgens het stuurprogramma in
de computer.
1 Plaats de "Software DVD-ROM" in de
computer.
2 Dubbelklik op het pictogram [TOSHIBA]
op het bureaublad.
3 Dubbelklik op [Driver]>[Printer]>
[Installer for MacOSX].
4 Voer het beheerderwachtwoord in en klik
vervolgens op [Goed].
Volg de instructies op het scherm om de installatie
te voltooien.
5 Selecteer [System Preferences] uit het
Apple-menu.
6 Klik op [Print & Fax].
7 Klik op [+].
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Een computer aansluiten
-55-
Instellen
1
8 Klik op [AppleTalk (AppleTalk)].
9
Selecteer de naam van uw machine en
controleer vervolgens of [
TOSHIBA
e-STUDIO403S(PS)
(TOSHIBA
e-STUDIO403S(PS))] wordt weergegeven
in [
Print Using
(Print Using)].
10 Klik op [Add (Add)].
11 Controleer of uw machine wordt
weergegeven in [Printers (Printers)] en
[TOSHIBA e-STUDIO403S(PS)
(TOSHIBA e-STUDIO403S(PS))] wordt
weergegeven in [Kind (Kind)].
Opmerking
Als [TOSHIBA e-STUDIO403S(PS)] niet juist wordt
weergegeven in [Soort], klik op [-] om uw machine
uit [Print & Fax] te verwijderen en voer vervolgens
de procedure van stap 7 tot 10 opnieuw uit.
12 Sluit [Print & Fax].
13 Verwijder "Software DVD-ROM" uit de
computer.
De installatie is voltooid.
EtherTalk gebruiken
(Voor Mac OS X 10.4.0 tot 10.4.11)
Bij het verbinden met het netwerk met EtherTalk
moet u EtherTalk in de machine inschakelen.
Installeer vervolgens het stuurprogramma in de
computer.
Memo
De volgende procedure gebruikt Mac OS X 10.4.11 als
voorbeeld. Afhankelijk van het besturingssysteem kan de
beschrijving verschillen.
Schakel eerst EtherTalk in de machine in.
1 Zorg ervoor dat uw machine en computer
zijn ingeschakeld en verbonden.
Meer info
"Een ethernetkabel aansluiten" p. 51
2 Druk op de toets <SETTING
(INSTELLING)> op het
bedieningspaneel.
3 Druk op om [Beheerder instelling]
te selecteren en druk vervolgens op .
4 Voer het beheerderwachtwoord in.
Het fabriekswachtwoord is "aaaaaa".
5 Selecteer [Voltooid] en druk op .
6 Druk op om [NETWERKMENU] te
selecteren en druk vervolgens op .
7 Druk op om [Netwerkinstellingen]
te selecteren en druk vervolgens op .
8 Druk op om [ETHERTALK] te
selecteren en druk vervolgens op .
9 Druk op om [Enable] te selecteren en
druk vervolgens op .
10 Druk op tot het bovenste scherm
wordt weergegeven.
Installeer vervolgens het stuurprogramma in
de computer.
1 Selecteer [System Preferences] uit het
Apple-menu.
2 Selecteer [Network].
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Een computer aansluiten
-56-
3 Selecteer [Network Port
Configurations (Network Port
Configurations)] uit [Show (Show)] en
controleer vervolgens of [Built-in
Ethernet (Built-in Ethernet)] is
geselecteerd.
4 Selecteer [Built-in Ethernet (Built-in
Ethernet)] uit [Show (Show)] en
selecteer het tabblad [AppleTalk
(AppleTalk)] en controleer vervolgens of
[Make AppleTalk Active (Make
AppleTalk Active)] is geselecteerd.
5 Sluit [Network (Network)].
6 Plaats "Software DVD-ROM" in de
computer.
7 Dubbelklik op het pictogram [TOSHIBA]
op het bureaublad.
8 Dubbelklik op [Driver] map> [PS] of
[PCL] map> [Installer for Mac OSX].
9 Voer het beheerderwachtwoord in en klik
vervolgens op [Goed].
Volg de instructies op het scherm om de installatie
te voltooien.
10 Uit het menu [Go] selecteer [Utilities]
en dubbelklik vervolgens op [Printer
Setup Utility].
Opmerking
Als [Printer Setup Utility] al in werking is, sluit het
en open het opnieuw.
11 Klik op [Add (Add)].
Als het dialoogvenster [You have no printers
available (You have no printers available)]
verschijnt, klik op [Add (Add)].
12 Selecteer de naam van uw machine
wiens [Connection] is [AppleTalk
(AppleTalk)] en controleer vervolgens of
[TOSHIBA e-STUDIO403S(PS)] wordt
weergegeven in [Print Using].
13 Klik op [Add (Add)].
14 Controleer of de naam van uw machine
wordt weergegeven in [Printer List
(Printer List)] en sluit vervolgens het
venster.
15 Uit het menu [Go] selecteer
[Applications] en dubbelklik vervolgens
op [TextEdit].
16 Selecteer het menu [File]>[Page
Setup].
17 Selecteer de naam van uw machine uit
[Format for].
Een computer aansluiten
-57-
Instellen
1
18 Controleer of [TOSHIBA
e-STUDIO403S(PS)] wordt correct
weergegeven onder [Format for
(Format for)].
19 Klik op [OK].
20 Verwijder "Software DVD-ROM" uit de
computer.
De installatie is voltooid.
Bonjour gebruiken
(Voor Mac OS X 10.5 tot 10.7)
Installeer vervolgens het stuurprogramma in de
computer en stel de machine in als een
netwerkprinter.
Installeer het stuurprogramma in de computer.
1 Zorg ervoor dat uw machine en computer
zijn ingeschakeld en verbonden.
Meer info
"Een ethernetkabel aansluiten" p. 51
2 Plaats de "Software DVD-ROM" in de
computer.
3 Dubbelklik op het pictogram [TOSHIBA]
op het bureaublad.
4 Dubbelklik op [Driver] map > [PS] of
[PCL] map > [Installer for MacOSX].
5 Voer het beheerderwachtwoord in en klik
vervolgens op [Goed].
Volg de instructies op het scherm om de installatie
te voltooien.
6 Selecteer [System Preferences] uit het
Apple-menu.
7 Klik op [Print & Scan] (voor Mac OS X
10.5 en 10.6:[Print & Fax (Print &
Fax)]).
8 Klik op [+].
9 Klik op [Default (Default)].
10 Selecteer de naam van uw machine
wiens [Kind (Kind)] is [Bonjour
(Bonjour)] en controleer vervolgens of
[TOSHIBA e-STUDIO403S(PS)
(TOSHIBA e-STUDIO403S(PS))] of
[TOSHIBA e-STUDIO403S(PCL)
(TOSHIBA e-STUDIO403S(PCL))] wordt
weergegeven in [Print Using (Print
Using)].
De naam van uw machine wordt weergegeven in
het formaat van "TOSHIBA e-STUDIO403S- (de
laatste zes cijfer van het MAC-adres)".
11 Klik op [Add (Add)].
12 Als het venster [Installable Options]
wordt weergegeven, klik op [Continue].
Als u de optionele tweede lade-eenheid hebt
geïnstalleerd alvorens het stuurprogramma te
installeren, configureer dan elk item en klik
vervolgens op [Continue].
Een computer aansluiten
-58-
13 Controleer of uw machine wordt
weergegeven in [Printers] en
[TOSHIBA e-STUDIO403S(PS)] of
[TOSHIBA e-STUDIO403S(PCL)]
wordt weergegeven in [Kind (Kind)].
Opmerking
Als [TOSHIBA e-STUDIO403S(PS)] of [TOSHIBA
e-STUDIO403S(PCL)] niet correct wordt
weergegeven in [Kind], klik op [-] om uw machine uit
[Print & Fax] te verwijderen en voer de procedure
vanaf stap 8 tot 12 opnieuw uit.
14 Sluit [Print & Scan] (voor Mac OS X
10.5 en 10.6:[Print & Fax]).
15 Verwijder "Software DVD-ROM" uit de
computer.
De installatie is voltooid.
Bonjour gebruiken (voor Mac OS X
10.4.0 tot 10.4.11)
Installeer het stuurprogramma in de computer
en stel de machine in als een netwerkprinter.
Memo
De volgende procedure gebruikt Mac OS X 10.4.11 als
voorbeeld. Afhankelijk van het besturingssysteem kan de
beschrijving verschillen.
Installeer het stuurprogramma in de computer.
1 Zorg ervoor dat uw machine en computer
zijn ingeschakeld en verbonden.
Meer info
"Een ethernetkabel aansluiten" p. 51
2 Selecteer [System Preferences] uit het
Apple-menu.
3 Selecteer [Network].
4 Selecteer [Network Port
Configurations (Network Port
Configurations)] uit [Show (Show)] en
controleer vervolgens of [Built-in
Ethernet (Built-in Ethernet)] is
geselecteerd.
5 Sluit [Network (Network)].
6 Plaats de "Software DVD-ROM" in de
computer.
7 Dubbelklik op het pictogram [TOSHIBA]
op het bureaublad.
8 Dubbelklik op de [Driver] map > [PS] of
de [PCL] map [Installer for Mac OSX].
9 Voer het beheerderwachtwoord in en klik
vervolgens op [Goed].
Volg de instructies op het scherm om de installatie
te voltooien.
10 Uit het menu [Go] selecteer [Utilities]
en dubbelklik vervolgens op [Printer
Setup Utility].
Opmerking
Als [Printer Setup Utility] al in werking is, sluit het
en open het opnieuw.
11 Klik op [Add (Add)].
Als het dialoogvenster [You have no printers
available (You have no printers available)]
verschijnt, klik op [Add (Add)].
Een computer aansluiten
-59-
Instellen
1
12 Selecteer de naam van uw machine
wiens [Connection] is [Bonjour] en
controleer vervolgens of [TOSHIBA
e-STUDIO403S(PS)] of [TOSHIBA
e-STUDIO403S(PCL)] wordt
weergegeven in [Print Using (Print
Using)].
De naam van uw machine wordt weergegeven in
het formaat van "TOSHIBA e-STUDIO403S- (de
laatste zes cijfer van het MAC-adres)".
13 Klik op [Add (Add)].
14 Als het venster [Installable Options]
wordt weergegeven, klik op [Continue].
Als u de optionele tweede lade-eenheid hebt
geïnstalleerd alvorens het stuurprogramma te
installeren, configureer dan elk item en klik
vervolgens op [Continue].
15 Controleer of de naam van uw machine
wordt weergegeven in [Printer List
(Printer List)] en sluit vervolgens het
venster.
16 Uit het menu [Go], selecteer
[Applications]>[TextEdit].
17 Selecteer het menu [File]>[Page
setup].
18 Selecteer de naam van uw machine uit
[Format for].
19 Controleer of [TOSHIBA
e-STUDIO403S(PS)] of [TOSHIBA
e-STUDIO403S(PCL)] correct wordt
weergegeven onder [Format for
(Format for)].
20 Klik op [OK (OK)].
21 Verwijder "Software DVD-ROM" uit de
computer.
De installatie is voltooid.
USB-verbinding
Voer de volgende procedure uit om uw machine
met een computer via USB te verbinden.
Een USB-kabel aansluiten
1 Bereid een USB-kabel voor.
Een USB-kabel wordt niet meegeleverd met uw
machine. Bereid een USB 2,0 kabel afzonderlijk
voor.
Memo
Gebruik een USB 2,0 Hi-Speed-kabel voor een USB
2,0 Hi-Speed-verbinding.
2 Druk de aan/uit-schakelaar ongeveer
een seconde in om het apparaat en de
computer aan te zetten.
Meer info
"Uw machine uitschakelen" p. 23
Een computer aansluiten
-60-
3 Steek het ene uiteinde van de USB-kabel
in de USB-interfaceconnector aan de
achterzijde van de machine.
4 Steek het andere uiteinde van de USB-
kabel in de USB-interfaceconnector van
de computer.
Opmerking
Steek voor Windows-besturingssytemen het andere
uiteinde van de USB-kabel niet in de computer voordat
u een prompt ontvangen hebt tijdens het installeren
van het stuurprogramma.
Opmerking
Steek de USB-kabel niet in de netwerkinterfaceverbinding.
Hierdoor kan het toestel worden beschadigd.
Een printer- en faxstuurprogramma
installeren (Voor Windows)
Opmerking
U dient ingelogd te zijn als beheerder om deze procedure
te kunnen voltooien.
1 Zorg ervoor dat uw machine is
uitgeschakeld en de USB-kabel niet op
de computer is aangesloten.
2 Schakel de computer in.
3 Plaats de "Software DVD-ROM" in de
computer.
4 Klik op [Run Setup.exe] nadat [Auto
Play] wordt weergegeven.
Als het dialoogvenster [User Account Control]
verschijnt, klik op [Ja].
5 Selecteer de taal en klik vervolgens op
[Next].
6 Selecteer het apparaat van uw machine
en klik vervolgens op [Next (Next)].
7 Lees de licentieovereenkomst en klik
vervolgens op [I Agree].
8 Lees "Milieuadvies voor gebruikers" en
klik op [Next].
9 Selecteer het selectievakje van het
printerstuurprogramma,
faxstuurprogramma of beiden om te
installeren en klik vervolgens op de knop
Groep installeren.
Memo
Standaard zijn [PCL driver], [Scanner driver] en
[ActKey] geselecteerd.
Alle stuurprogramma's en softwarepakketten zijn
middels collectieve installatie geïnstalleerd als beide
vakjes zijn aangevinkt. Als u stuurprogramma's en
software afzonderlijk wilt installeren, klik op de knop
Installeren rechts en volg de instructies op het
scherm.
2
Een computer aansluiten
-61-
Instellen
1
10 Als het dialoogvenster [Windows
Security] verschijnt, klik op [Install
this driver software anyway].
11 Wanneer de instructie prompt om de
machine met de computer te verbinden
en schakel de machine in verschijnt,
steek dan het andere uiteinde van de
USB-kabel in de USB-interfaceconnector
van de computer en schakel uw machine
in.
Opmerking
Steek de USB-kabel niet in de
netwerkinterfaceverbinding. Dit kan een defect
veroorzaken.
12 Klik op de knop [Exit].
13 Verwijder "Software DVD-ROM" uit de
computer.
De installatie is voltooid.
Druk een testpagina af om te controleren
of het printerstuurprogramma succesvol is
geïnstalleerd op de computer.
1 Klik op [Start]>[Devices and
Printers].
2 Rechtsklik op het pictogram TOSHIBA
e-STUDIO403S en selecteer [Printer
properties (Printer properties)] (> een
gewenst printerstuurprogramma als u
meerdere stuurprogramma's hebt
geïnstalleerd) uit het pop-upmenu.
3 Op het tabblad [General], klik op [Print
Test Page].
Een printerstuurprogramma
installeren (Voor Mac OS X)
Opmerking
Schakel de antivirussoftware uit alvorens deze procedure
te starten.
(Voor Mac OS X 10.5 tot 10.7)
1 Zorg ervoor dat uw machine en computer
zijn ingeschakeld en verbonden.
Meer info
"Een USB-kabel aansluiten" p. 59
2 Plaats de "Software DVD-ROM" in de
computer.
3 Dubbelklik op het pictogram [TOSHIBA]
op het bureaublad.
4 Dubbelklik op de [Driver] map > [PS] of
de [PCL] map [Installer for MacOSX].
5 Voer het beheerderwachtwoord in en klik
vervolgens op [Goed].
Volg de instructies op het scherm om de installatie
te voltooien.
6 Selecteer [System Preferences] uit het
Apple-menu.
7 Klik op [Print & Scan] (Mac OS X 10.5
en 10.6:[Print & Fax]).
Een computer aansluiten
-62-
8 Klik op [+].
Opmerking
Als de machine al wordt getoond in [Printers],
selecteer uw machine en klik op [-] om te
verwijderen. Klik daarna op [+].
9
Selecteer de naam van de machine wiens
[
Connection
] is [
USB
] en controleer
vervolgens of [
TOSHIBA
e-STUDIO403S(PS)
] of [
TOSHIBA
e-STUDIO403S(PCL)
] wordt weergegeven
in [
Print Using
(Print Using)]
.
10 Klik op [Add (Add)].
11 Controleer of de naam van uw machine
wordt weergegeven in [Printers
(Printers)] en [TOSHIBA
e-STUDIO403S(PS)] of [TOSHIBA
e-STUDIO403S(PCL)] wordt
weergegeven.
Opmerking
Als [TOSHIBA e-STUDIO403S(PS)] of [TOSHIBA
e-STUDIO403S(PCL)] niet correct wordt
weergegeven, klik op [-] om uw machine uit
[Printers] te verwijderen en voer de procedure vanaf
stap 8 tot 10 opnieuw uit.
12 Sluit [Print & Scan](Mac OS X 10.5 en
10.6:[Print & Fax]).
13 Verwijder "Software DVD-ROM" uit de
computer.
De installatie is voltooid.
Voor Mac OS X 10.4.0 tot 10.4.11
Memo
De onderstaande procedure gebruikt Mac OS X 10.4.11 als
voorbeeld. Afhankelijk van uw besturingssysteem kan de
beschrijving verschillen.
1 Zorg ervoor dat uw machine en computer
zijn ingeschakeld en verbonden.
Meer info
"Een USB-kabel aansluiten" p. 59
2 Plaats de "Software DVD-ROM".
3 Dubbelklik op het pictogram [TOSHIBA]
op het bureaublad.
4 Dubbelklik op de [Driver] map > [PS] of
de [PCL] map > [Installer for Mac
OSX].
5 Voer het beheerderwachtwoord in en klik
vervolgens op [Goed].
Volg de instructies op het scherm om de installatie
te voltooien.
6 Uit het menu [Go] selecteer [Utilities]
en dubbelklik vervolgens op [Printer
Setup Utility].
Opmerking
Als [Printer Setup Utility] al in werking is, sluit het
en open het opnieuw.
Een computer aansluiten
-63-
Instellen
1
7 Klik op [Add (Add)].
Als het dialoogvenster [You have no printers
available (You have no printers available)]
verschijnt, klik op [Add (Add)].
Opmerking
Als de naam van uw machine wiens [connection] is
[USB] al wordt weergegeven, selecteer het en klik op
[Delete] en klik vervolgens op [Add].
8 Selecteer de naam van de machine wiens
[Connection] is [USB] en controleer
vervolgens of [TOSHIBA
e-STUDIO403S(PS)] of [TOSHIBA
e-STUDIO403S(PCL)] wordt
weergegeven in [Print Using (Print
Using)].
9 Klik op [Add (Add)].
10 Controleer of de naam van uw machine
wordt weergegeven in [Printer List
(Printer List)] en sluit vervolgens het
venster.
11 Verwijder "Software DVD-ROM" uit de
computer.
De installatie is voltooid.
De netwerkinstellingen configureren
-64-
De netwerkinstellingen configureren
Deze paragraaf beschrijft de instellingen die zijn vereist voor het gebruik van Scannen naar e-mail,
Scannen naar netwerk-pc, Scannen naar faxserver en de functies voor Internetfaxen.
Met de bovenstaande functies kunt u gescande gegevens naar een computer via de netwerkverbinding
verzenden. Om ze te kunnen gebruiken, moet u machine en de computer instellen waarnaar u de
gescande gegevens wilt verzenden.
Controleer eerst de instellingen van de computer en vul de informatie in kolom [User Value] van het
onderstaande instellingeninformatieformulier in. Configureer vervolgens uw machine en de computer
met behulp van de informatie in [User Value].
Meer info
Vergeet niet de netwerkverbinding te configureren alvorens de onderstaande procedures uit te voeren. Raadpleeg
"Netwerkverbinding" p. 51 voor de netwerkverbinding.
Instellingeninformatieformulier
Nr. Item Samenvatting Voorbeeld
Gebruikerwaarde
*U kunt de volgende pagina's
bekijken en hier notities
maken van de informatie die u
hebt gecontroleerd of de
instellingen die u hebt
geconfigureerd.
Algemene instellingeninformatie
A-1 Beheerderwachtwoord
voor uw machine
Het wachtwoord dat u gebruikt om de
systeeminstellingen van de machine te
wijzigen
aaaaaa
A-2 IP-adres van uw
machine
Het IP-adres dat is toegewezen aan uw
machine
192.168.0.2
A-3 DNS-serveradres DNS-serveradres 192.168.0.1
Instellingeninformatie vereist voor Scannen naar e-mail, Scannen naar faxserver en
Internetfax
B-1 E-mailadres voor uw
machine
Het e-mailadres dat wordt gebruikt voor
het verzenden van e-mails vanaf de
machine
user@hotmail.
com
(maximaal 80 tekens)
B-2 SMTP-serveradres Het adres van de server dat wordt
gebruikt voor het verzenden van e-mails
smtp.test.com
B-3 POP3-serveradres Het adres van de server dat wordt
gebruikt voor het ontvangen van e-mails
pop3.test.com
B-4 Authenticatiemethode Mailserverauthenticatie verzenden SMTP
B-5 SMTP gebruiker-ID Accountnaam mailserver verzenden
TOSHIBAESTUDIO403S
B-6 SMTP-wachtwoord Mailserverwachtwoord verzenden
toshibaestudio403s
B-7 POP gebruiker-ID Accountnaam mailserver ontvangen gebruiker
B-8 POP-wachtwoord Mailserverwachtwoord ontvangen
toshibaestudio403s
B-9 Naam van de e-
mailbestemming
De naam van de ontvanger aan wie u een
scan-naar-mail/internetfax vanaf de
machine verzendt
Gebruiker
B-10 E-mailadres van de e-
mailbestemming
Het e-mailadres van de ontvanger aan
wie u een scan-naar-mail/internetfax
vanaf de machine verzendt
user@test.com
Instellingeninformatie vereist voor Scannen naar netwerk-pc
C-1 Naam van de
doelcomputer
De naam van de computer waaraan u
gescande gegevens doorstuurt
PC1
C-2 Gebruikersnaam om
op de doelcomputer
in te loggen
Gebruikersnaam om op de computer in te
loggen waaraan u gescande gegevens
doorstuurt
estudio403s
(maximaal 32 tekens)
De netwerkinstellingen configureren
-65-
Instellen
1
De algemene
instellingeninformatie
controleren
Controleer de algemene instellingeninformatie
voor Scannen naar e-mail, Scannen naar netwerk-
pc, Scannen naar faxserver en Internetfax en vul
de overeenkomstige kolommen van het
instellingeninformatieformulier in.
Beheerderwachtwoord voor uw
machine
Voer het beheerderwachtwoord van uw machine
in A-1 van het instellingeninformatieformulier in.
Vraag de beheerder naar het wachtwoord als u
niet de beheerder van de machine bent.
Memo
Wachtwoorden zijn hoofdlettergevoelig.
Het beheerderwachtwoord staat standaard ingesteld op
"aaaaaa".
Gatewayadres/DNS-server
1 Druk op de toets <SETTING
(INSTELLING)> op het
bedieningspaneel.
2 Controleer of [Rapporten] is
geselecteerd voor en druk op .
3 Controleer of [Configuratie] is
geselecteerd en druk op .
4 Druk op of om [Ja] te selecteren in
het bevestigingsscherm en druk op .
5 Voer het adres in dat geschreven is in de
gatewayadresregel rechtsonder pagina 3
van de afgedrukte configuratie in A-2 op
het instellingeninformatieblad.
6 Voer het adres in dat geschreven is in de
DNS-serverregel (primair) rechtsonder
op dezelfde pagina in A-3.
Opmerking
U dient het gatewayadres van tevoren te configureren. Als
u ook een internetserviceprovider gebruikt, moet de DNS-
server worden geconfigureerd. Volg procedure 54 pagina
om het te configureren als het niet werd geconfigureerd
(0.0.0.0).
Scannen naar e-mail en
Internetvax instellen
Met de functies Scannen naar e-mail, Scannen
naar faxserver en Internetfax kunt u gescande
beelden als bijlage van een e-mail naar het
gespecificeerde e-mailadres in het netwerk
verzenden. Om deze functies te gebruiken dient
u de e-mailinstellingen voor uw machine in te
stellen.
Bij het gebruik van Automatische levering of de
functie Verzendgegevens opslaan (alleen
e-STUDIO403S) zijn de volgende instellingen
vereist.
De e-mailinstellingen van de
computer controleren
Opmerking
Als een netwerkbeheerder de waarden, zoals een
mailserveraccount, wachtwoord en e-mailadres, voor uw
machine specificeert, moet u deze in het
instellingeninformatieformulier invoeren.
Memo
De onderstaande procedure gebruikt Windows Live Mail in
Windows 7. Als u andere mailsoftware gebruikt, raadpleeg
de handleiding van de betreffende e-mailsoftware.
1 Klik op [Start] en selecteer [Windows
Live Mail].
C-3 Wachtwoord om in te
loggen op de
doelcomputer
Wachtwoord om in te loggen op de
computer waaraan u gescande gegevens
doorstuurt
estudio403s
(maximaal 32 tekens)
C-4 Profielnaam om de
instellingen te
registreren
Naam voor het registreren van de
machine-instellingen
Sales
(maximaal 16 tekens)
C-5 Gedeelde mapnaam
in de doelcomputer
Mapnaam van de computer waaraan u de
gescande gegevens doorstuurt
SalesDev
(maximaal 64 tekens)
C-6 Bestandsnaam van de
gescande gegevens
Mapnaam gescande gegevens ScanData
(maximaal 64 tekens)
Nr. Item Samenvatting Voorbeeld
Gebruikerwaarde
*U kunt de volgende pagina's
bekijken en hier notities
maken van de informatie die u
hebt gecontroleerd of de
instellingen die u hebt
geconfigureerd.
OK
OK
OK
De netwerkinstellingen configureren
-66-
2 Selecteer het menu [Tools]>
[Accounts].
Indien de menubalk niet wordt weergegeven, klik
op het pictogram [Menus] en selecteer
vervolgens [Show menu bar].
3 Selecteer het mailaccount en klik
vervolgens op [Properties (Properties)].
4 Voer op het tabblad [General (General)]
de inhoud van [Naam (Name)] en
[E-mail address (E-mail address)] in
B-9 en B-10 van het
instellingeninformatieformulier in.
5 Klik op het tabblad [Servers (Servers)]
en noteer vervolgens elke instelling in de
overeenkomstige kolommen van het
instellingeninformatieformulier.
- Als het selectievakje [My server requires
authentication (My server requires
authentication)] is aangevinkt, voer "SMTP" in B-4
in en volg procedure 6.
- Als selectievakje [My server requires
authentication (My server requires
authentication)] niet is aangevinkt, voer [POP or
not yet authenticated] in B-4 in. Op dit punt is
de bevestiging van de e-mailinstellingen voltooid.
Opmerking
Voer [POP] in als u een internetserviceprovider gebruikt.
6 Klik op [Settings].
7 Controleer de inloginformatie in het
venster [Outgoing Mail Server
(Outgoing Mail Server)].
-Voer, als [Use same settings as my incoming
mail server (Use same settings as my incoming
mail server)] is geselecteerd, dezelfde waarden in
als in B-7 en B-8 in B-5 en B-6.
-Noteer, als [Log on using (Log on using)] is
geselecteerd, de inhoud van [Accountname
(Accountname)] en respectievelijk [Password
(Password)] in B-5 en B- 6 in.
Het e-mailadres voor uw machine
instellen
Bij het verzenden van gescande gegevens vanaf
de machine door een e-mail is het e-mailadres
van de machine noodzakelijk. Stel volgens de
volgende procedure het e-mailadres van de
machine in en voer een e-mailadres in dat door
uw machine moet worden gebruikt in B-1 van het
instellingeninformatieformulier.
Als het -mailadres van uw machine door de
netwerkbeheerder is gespecificeerd, voer dan het e
-
mailadres in B-1 in.
Vraag een e
-mailadres voor uw machine van de
provider als u een internetserviceprovider gebruikt
en voer vervolgens het
-mailadres in B-1 in.
Als het e
-mailadres van uw machine niet
gespecificeerd en verkregen is, bepaal dan het e
-
mailadres overeenkomstig de ingevoerde waarde in
B-4 (authenticatiemethode):
- Als B-4 is "SMTP", bepaal dan een e
-mailadres en
voer het in B-1 in.
- Als B-4 is "POP", voer dan hetzelfde e
-mailadres
in als B-10 in B-1.
Opmerking
Als u wilt dat uw machine e-mail ontvangt, moet u een e-
mailadres voor uw machine van een netwerkbeheerder of
uw internetserviceprovider verkrijgen.
B-9
B-10
B-3
B-2
B-7
B-8
De netwerkinstellingen configureren
-67-
Instellen
1
Uw machine configureren voor
Scannen naar e-mail, Scannen naar
faxserver en Internetfax
Stel uw machine voor Scannen naar e-mail en
Internetfax in met behulp van de informatie in
het instellingeninformatieformulier.
1 Druk op de toets <SETTING
(INSTELLING)> op het
bedieningspaneel.
2 Druk op om [Eenvoudige Netwerk
instelling (Easy Setup)] te selecteren
en druk op .
3 Voer het beheerderwachtwoord in (A-1).
4 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
5 Druk op om [Instelling voor E-mail
(E-mail Setting)] te selecteren en druk
vervolgens op .
6 Druk op en voer vervolgens de
informatie in B-2 in.
7 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
8 Druk op en voer vervolgens de
informatie in B-1 in.
9 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
10 Druk op en selecteer een e-
mailontvangstprotocol voor het toestel,
en druk vervolgens op .
- Wilt u het toestel e-mail laten ontvangen van een
POP3 server, selecteer dan [POP3]. Ga verder
naar stap 11.
- Wilt u het toestel e-mail laten ontvangen zonder
gebruik te maken van een mail server, selecteer
dan [SMTP]. Ga verder naar stap 13.
- Wilt u het toestel geen e-mail laten ontvangen,
selecteer dan [Disable]. Ga verder naar stap 13.
11 Druk op en voer de informatie in bij
B-3.
12 Selecteer [Enter] en druk vervolgens
op .
13 Druk op en selecteer vervolgens een
authenticatiemethode op basis van de
informatie in B-4. Druk vervolgens op .
- Als B-4 is "Do not authenticate", selecteer [Do
not authenticate]. Ga verder naar stap 24.
- Als B-4 is "SMTP", selecteer [SMTP
Authenticatie]. Ga verder naar stap 14.
- Als B-4 is "POP", selecteer [POP voor SMTP]. Ga
verder naar stap 18.
14 Druk op en voer vervolgens de
informatie in B-5 in.
15 Selecteer [Enter] en druk vervolgens
op .
16 Druk op en voer vervolgens de
informatie in B-6 in.
17 Selecteer [Enter] en druk vervolgens
op .
Ga verder naar stap 24.
18 Druk op en voer vervolgens de
informatie in B-3 in.
19 Selecteer [Enter] en druk vervolgens
op .
20 Druk op en voer vervolgens de
informatie in B-7 in.
21 Selecteer [Enter] en druk vervolgens
op .
22 Druk op en voer vervolgens de
informatie in B-8 in.
23 Selecteer [Enter] en druk vervolgens
op .
24 Wanneer het instelmenuscherm wordt
weergegeven, druk op .
De instellingen voor Scannen naar e-mail,
Scannen naar faxserver en Internetfax zijn
voltooid.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
De netwerkinstellingen configureren
-68-
Meer info
Raadpleeg "Scannen naar e-mail" p. 112 voor meer
informatie over het gebruik van Scannen naar e-mail.
Raadpleeg "Basisprocedure voor Scannen naar faxserver"
p. 100 voor meer informatie over het gebruik van Scannen
naar faxserver.
Raadpleeg "Basisprocedure voor Internetfaxen" p. 102
voor meer informatie over het gebruik van Internetfax.
Scannen naar netwerk-pc
instellen
Met de functie Scannen naar netwerk-pc kunt u
gescande beelden naar de "gedeelde map" van
een computer in het netwerk verzenden en
opslaan. Registreer, om deze functie te
gebruiken, uw machine op de computer als een
gebruiker en maak een gedeelde map aan en
maak een profiel aan op uw machine om de
instellingen voor de computer te registreren.
Opmerking
Vraag eerst toestemming van de netwerkbeheerder om
een gedeelde map op de computer aan te maken door de
onderstaande procedure te volgen, alvorens het instellen
te starten.
Memo
Het CIFS-protocol wordt in deze procedure gebruikt.
De naam van de computer
controleren
Controleer de naam van de computer met behulp
van de onderstaande procedure en vul in C-1 van
het instellingeninformatieformulier in.
Voor Windows 7, Windows Server
2008 R2, Windows Server 2008 en
Vista
1 Klik op [Start] en selecteer [Control
Panel].
2 Selecteer [System and Security].
Voor Windows Server 2008 en Windows Vista,
selecteer [System and Maintenance].
3 Selecteer [See the name of this
computer] onder [System].
4 Voer de naam in [Computer name
(Computer name)] in C-1 van het
instellingeninformatieformulier in.
5 Sluit het venster.
Voor Windows Server 2003 en
Windows XP
1 Klik op [start]>[Control Panel]>
[Performance and Maintenance]>
[System].
Voor Windows Server 2003, klik op [Start]>
[Bedieningspaneel]>[System].
2 Selecteer het tabblad [Computer
Name] en klik vervolgens op [Change].
3 Voer de naam in [Computer Name] in
C-1 van het
instellingeninformatieformulier in.
4 Klik op [Cancel] om het venster te
sluiten.
Voor Mac OS X
1 Selecteer [System Preferences] uit het
Apple-menu.
2 Klik op [Sharing].
3 Voer de naam in [Computer Name
(Computer Name)] in C-1 van het
instellingeninformatieformulier in.
C-1
C-1
De netwerkinstellingen configureren
-69-
Instellen
1
Memo
Als de computernaam meer dan 16 tekens bevat, voer dan
voor Mac OS X 10.4.11 de eerste 15 tekens voor C-1 in.
Selecteer voor Mac OS X 10.5-10.6 de netwerkservice die
u van [System Environment Settings]>[Network]
gebruikt en voer de NetBios-veldnaam in C-1 in WINS in
Gedetailleerde instellingen in.
4 Sluit [Sharing].
De namen van de items bepalen die
zijn vereist voor Scannen naar
netwerk-pc
Bepaal de namen van de volgende items en vul
ze in C-2 tot C-6 in het
instellingeninformatieformulier in.
Gebruikersnaam om in te loggen op de doelcomputer
(C-2)
Opmerking
Als de gebruikersnaam in het domein wordt beheerd,
voer dan "Gebruikersnaam@Domeinnaam" in C-2 in.
Klik op [Change] in het tabblad [Computer Naam]
in het dialoogvenster [System Properties] om de
domeinnaam te controleren.
Wachtwoord om in te loggen op de doelcomputer
(C-3)
Profielnaam om de instellingen op uw machine te
registreren (C-4)
Gedeelde mapnaam in de doelcomputer
(C-5)
Bestandsnaam van de gescande gegevens (C-6)
De computer voor Scannen naar
netwerk-pc configureren
Maak met het instellingeninformatieformulier een
account en gedeelde map aan voor de machine in
de computer.
Memo
Als de computer een domein betreft, kan de procedure
voor het toevoegen van een gebruikeraccount verschillen
van de onderstaande procedure. Raadpleeg de handleiding
van Microsoft Windows.
Voor Windows 7, Windows Server
2008 R2, Windows 2008 en
Windows Vista
1 Klik op [Start]>[Control Panel].
2 Selecteer [Add or remove user
accounts].
3 Selecteer [Create a new account].
4 Voer de informatie in C-2 in het tekstvak
in.
5 Zorg ervoor dat [Standard user] is
geselecteerd en klik vervolgens op
[Create Account].
6 Klik op het pictogram van het
gebruikeraccount dat is aangemaakt in
stap 5.
7 Selecteer [Create a password].
8 Voer de informatie in C-3 in [New
password (New password)] en
[Confirm new password (Confirm new
password)] in en klik vervolgens op
[Create password (Create password)].
9 Sluit het bedieningspaneel.
10 Maak een nieuwe map op de computer
aan met de naam die is ingevoerd in C-5.
Memo
Het is raadzaam een map op de lokale schijf (C-schijf
of D-schijf) aan te maken, niet op het bureaublad [My
Documents] of de netwerkschijf.
11 Rechtsklik op de map die is aangemaakt
in stap 10 en selecteer [Properties].
De netwerkinstellingen configureren
-70-
12 Selecteer het tabblad [Sharing
(Sharing)] en klik vervolgens op [Share
(Share)].
13 Selecteer het gebruikeraccount dat is
aangemaakt in stap 5 in het dropdown-
venster en klik vervolgens op [Add
(Add)].
14 Controleer of de gebruiker die is
toegevoegd in stap 13 wordt
weergegeven en klik vervolgens op
[Share (Share)].
Nadat het dialoogvenster [Network discovery
and file sharing] wordt weergegeven, klik op
[No, make the network that I am connected
to a private network].
15 Klik op [Done].
16 Klik op [Advanced Sharing] op het
tabblad [Sharing].
17 Klik op [Permissions (Permissions)].
Voor Windows Vista/Windows Server 2008, ga
verder naar stap 20.
18 Klik op [Add (Add)].
19 Voer de waarde in C-2 in het invoerveld
in en klik vervolgens op [OK (OK)].
20 Selecteer de gebruiker die is toegevoegd
in stap 13 en selecteer het selectievakje
[Allow (Allow)] voor [Full Control (Full
Control)] en klik vervolgens op [OK
(OK)].
21 klik op [OK].
22 Klik op [Close].
Ga verder naar "Een profiel voor Scannen naar
netwerk-pc aanmaken" p. 76.
De netwerkinstellingen configureren
-71-
Instellen
1
Voor Windows XP
1 Klik op [start]>[Control Panel].
2 Dubbelklik op [User Accounts].
3 Selecteer [Create a new account].
4 Voer de waarde van C-2 in het tekstvak
in en klik vervolgens op [Next (Next)].
5 Selecteer [Limited (Limited)] en klik op
[Create Account (Create Account)].
6 Klik op het pictogram van het
gebruikeraccount dat is aangemaakt in
stap 5.
7 Selecteer [Create a password].
8 Voer de waarde van C-3 in [Type a new
password (Type a new password)] en
[Type the new password again to
confirm (Type the new password again
to confirm)] in en klik vervolgens op
[Create Password (Create Password)].
9 Sluit het bedieningspaneel.
10 Maak een nieuwe map aan op de
computer met de naam die is ingevoerd
in C-5.
Memo
Het is raadzaam een map op de lokale schijf (C-schijf
of D-schijf) aan te maken, niet op het bureaublad [My
Documents] of de netwerkschijf.
11 Rechtsklik op de map die is aangemaakt
in stap 10 en selecteer vervolgens
[Sharing and Security].
12 Klik op [If you understand the
security risks but want to share files
without running the wizard, click
here. (If you understand the security
risks but want to share files without
running the wizard, click here.)].
Als het onderstaande scherm verschijnt, selecteer
[Share this folder (Share this folder)] en klik op
[Permissions (Permissions)]. Ga verder naar
stap 15.
13 Selecteer [Just enable file sharing
(Just enable file sharing)] in Windows
Firewall en klik vervolgens op [OK (OK)].
De netwerkinstellingen configureren
-72-
14 Selecteer de selectievakjes [Share this
folder on the network (Share this
folder on the network)] en [Allow
network users to change my files
(Allow network users to change my
files)] en klik vervolgens op [OK (OK)].
Ga verder naar "Een profiel voor Scannen naar
netwerk-pc aanmaken" p. 76
15 Klik op [Add (Add)].
16 Voer de waarde in C-2 in het invoerveld
in en klik op [OK (OK)].
17 Selecteer het selectievakje [Allow
(Allow)] voor [Full Control (Full
Control)] en klik vervolgens op [OK
(OK)].
Ga verder naar "Een profiel voor Scannen naar
netwerk-pc aanmaken" p. 76
Voor Windows Server 2003
Memo
Deze items kunnen verschillen afhankelijk van de editie die
u gebruikt.
1 Klik op [Start]>[Administrative
Tools]>[Computer Management].
2 Dubbelklik in het rechtervenster op
[System Tools (System Tools)]>[Local
Users and Groups] en rechtsklik
vervolgens op [Users] en selecteer
[New User].
3 Voer de waarde van C-2 in [User name
(User name)] in en de waarde van C-3 in
[Password (Password)] en [Confirm
password (Confirm password)].
4 Selecteer [User can not change
password] en [Password never
expires] en klik vervolgens op [Create].
Memo
Als [Gebruiker moet wachtwoord wijzigen bij
eerstvolgende keer inloggen] is geselecteerd, wis
het zodat u [Gebruiker kan wachtwoord niet
wijzigen] en [Wachtwoord altijd geldig] kunt
selecteren.
5 Klik op [Close].
6 Dubbelklik op [User] en controleer of de
gebruiker die is aangemaakt in stap 4
wordt weergegeven.
7 Sluit het venster.
De netwerkinstellingen configureren
-73-
Instellen
1
8 Maak een nieuwe map op de computer
aan met dezelfde naam die is ingevoerd
in C-5.
Memo
Het is raadzaam een map op de lokale schijf (C-schijf
of D-schijf) aan te maken, niet op het bureaublad [My
Documents] of de netwerkschijf.
9 Rechtsklik op de map die is aangemaakt
in stap 8 en selecteer vervolgens
[Sharing].
10 Selecteer [Share this folder (Share this
folder)] en klik vervolgens op
[Permissions (Permissions)].
11 Klik op [Add (Add)].
12 Voer de waarde in C-2 in het invoerveld
in en klik op [OK (OK)].
Ga verder naar stap 15.
13 Selecteer het selectievakje [Allow
(Allow)] voor [Full Control (Full
Control)] en klik vervolgens op [OK
(OK)].
14 Zorg ervoor dat het pictogram van de
gedeelde map die is aangemaakt in stap
8 wijzigt in het pictogram met een hand
en sluit vervolgens het venster.
"Een profiel voor Scannen naar netwerk-pc
aanmaken" p. 76
Voor Mac OS X 10.5 tot 10.7
1 Selecteer [System Preferences] uit het
Apple-menu.
2 Klik op [Users & Groups] (voor Mac OS
X 10.5 en 10.6: [Accounts]).
3 Klik op [Click the lock to make
changes.] links onderaan het scherm en
voer het wachtwoord van de
administrator in. Klik vervolgens op
[Unlock] (voor Mac OS X 10.5 en 10.6:
[OK]).
4 Klik op [+].
De netwerkinstellingen configureren
-74-
5 Selecteer [Standard (Standard)] uit
[New Account (New Account)].
6 Voer de waarde van C-2 in [Naam
(Name)] in.
Voor Mac OS X 10.5 voer de waarde van C-2 in
[Naam] in.
7 Voer de waarde in C-3 in zowel
[Password] als [Verify] in.
8 Klik op [Create User] (voor Mac OS X
10.5 en 10.6: [Create Account]).
Memo
Schakel automatisch inloggen in het dialoogvenster
uit.
9 Controleer of een account is toegevoegd
aan [Other Users] (voor Mac OS X 10.5
en 10.6: [Other Accounts]) met de
naam van C-2, en sluit [Users &
Groups] (voor Mac OS X 10.5 en 10.6:
[Accounts]).
10 Maak een nieuwe map op de computer
aan met de naam die is ingevoerd in C-5.
11 Selecteer [System Preferences] uit het
Apple-menu.
12 Klik op [Sharing].
13 Vink het selectievakje van [File Sharing
(File Sharing)] aan.
14 Klik op [+] onder [Shared Folder].
15 Selecteer de map die is aangemaakt in
stap 10 en klik vervolgens op [Add].
16 Selecteer de map die is toegevoegd in
stap 15 en klik op [+] onder [Users].
17 Selecteer het account dat is aangemaakt
in stap 8 en klik vervolgens op [Select
(Select)].
De netwerkinstellingen configureren
-75-
Instellen
1
18 Klik op de driehoekknop rechts van de
gebruiker die is toegevoegd in stap 17 en
selecteer [Read & Write (Read &
Write)].
19 Klik op [Options (Options)].
20 Vink het selectievakje van [Share files
and folders using SMB (Windows)]
aan.
Voor Mac OS X 10.5 vink het selectievakje van
[Share files and folders using SMB] aan.
21 Vink het selectievakje aan van het
account dat is aangemaakt in stap 16.
22 Voer de waarde van C-3 in [Password
(Password)] in en klik op [OK (OK)].
23 Klik op [Done].
24 Sluit [Sharing].
Ga verder naar "Een profiel voor Scannen naar
netwerk-pc aanmaken" p. 76
Voor Mac OS X 10.4.0 tot 10.4.11
Memo
De volgende procedure gebruikt Mac OS X 10.4.11 als
voorbeeld. Afhankelijk van het besturingssysteem kan de
beschrijving verschillen.
1 Selecteer [System Preferences] uit het
Apple-menu.
2 Klik op [Accounts].
3 Klik op [Click the lock to make
changes.] links onderaan het scherm en
voer het wachtwoord van de
administrator in. Klik vervolgens op
[OK].
4 Klik op [+].
5 Voer de waarde van C-2 in [Naam
(Name)] in.
6 Voer de waarde in C-3 in zowel
[Password (Password)] en [Verify
(Verify)] in.
7 Klik op [Create Account (Create
Account)].
Memo
Schakel automatisch inloggen in het dialoogvenster
uit.
8 Controleer of een account is toegevoegd
aan [Other Accounts] met de naam van
C-2 en sluit [Accounts].
9 Maak een nieuwe map op de computer
aan met de naam die is ingevoerd in C-5.
De netwerkinstellingen configureren
-76-
10 Selecteer [System Preferences] uit het
Apple-menu.
11 Klik op [Sharing].
12 Vink het selectievakje van [Windows
Sharing (Windows Sharing)] aan.
13 Klik op [Enable Accounts... (Enable
Accounts...)].
14 Vink het selectievakje aan van het
account dat is aangemaakt in stap 7.
15 Voer de waarde in C-3 in [Password
(Password)] in en klik op [OK (OK)].
16 Klik op [Done].
17 Sluit [Sharing].
Ga verder naar "Een profiel voor Scannen naar
netwerk-pc aanmaken".
Een profiel voor Scannen naar
netwerk-pc aanmaken
Registreer de informatie op het
informatieformulier op de computer als profiel.
Het profiel moet gespecificeerd worden om
gegevens te verzenden wanneer u Scannen naar
netwerk-pc uitvoert met de computer.
1 Druk op de toets <SETTING
(INSTELLING)> op het
bedieningspaneel.
2 Druk op om [Profiel (Profile)] te
selecteren en druk vervolgens op .
3 Druk op om het profielnummer te
selecteren dat u wilt registeren druk
vervolgens op .
4 Druk op om [Register] te selecteren
en druk vervolgens op .
5 Druk om [Profielnaam] te selecteren en
druk vervolgens op .
6 Voer de informatie in C-4 in.
7 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
8 Druk op om [Doel URL] te selecteren
en druk vervolgens op .
9 Voer de waarde van C-1 en C-5 als "\\C-
1\C-5" in.
Opmerking
Als er zich geen DNS-server in het netwerk bevindt,
kunt u de computer niet specificeren met behulp van
de computernaam (C-1). In een dergelijk geval kunt u
de instellingen configureren met behulp van het IP-
adres van de computer.
Memo
Om het teken "\" in te voeren bij gebruik van een
QWERTY-toetsenbord, druk op <CTRL (CTRL)> en
vervolgens op <\>.
10 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
11 Druk op om [Gebruiker naam] te
selecteren en druk vervolgens op .
Voorbeeld: \\PC1\SalesDev
Voorbeeld: \\192.168.0.3\SalesDev
OK
OK
OK
OK
OK
OK
De netwerkinstellingen configureren
-77-
Instellen
1
12 Voer de informatie in C-2 in.
Opmerking
Als domeinbeheer is voltooid, voer "C-
2@domeinnaam" in.
Als u bij het uitvoeren van domeinbeheer geen
verbinding kunt maken, zelfs niet na het invoeren van
"C-2@Domeinnaam", verwijder "@Domeinnaam".
Ga opnieuw naar de website van de machine en stel
de NetBIOS-domeinnaam in [Workgroup name] in
[Beheerder instelling]>[NETWERKMENU]>[NBT/
NetBEUI] in.
*Raadpleeg de netwerkbeheerder voor de
domeinnaam.
13 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
14 Druk op om [Wachtwoord] te
selecteren en druk vervolgens op .
15 Voer de waarde van C-3 in.
16 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
17 Druk op om [Bestand naam] te
selecteren en druk vervolgens op .
18 Voer de informatie in C-6 in.
- Door "#n" aan het einde van de bestandsnaam
toe te voegen, wordt automatisch een
serienummer aan het einde van de naam van
verzonden bestanden toegevoegd.
- Door "#d" aan het einde van de bestandsnaam
toe te voegen, wordt automatisch een datum aan
het einde van de naam van verzonden bestanden
toegevoegd.
19 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
20 Configureer andere items, indien nodig.
21 Druk op om de instellingen te
registreren.
De installatie voor Scannen naar netwerk-pc is
voltooid.
Meer info
Raadpleeg "Scannen naar netwerk-pc" p. 114 voor meer
informatie over het gebruik van Scannen naar netwerk-pc.
Profielen beheren
Om Scannen naar netwerk-pc, Automatische
levering of de functie Verzendgegevens opslaan
(alleen voor e-STUDIO403S) uit te voeren, moet
een profiel voor elke bestemming worden
aangemaakt. U kunt maximaal 50 profielen
registreren.
Meer info
Raadpleeg "Een profiel voor Scannen naar netwerk-pc
aanmaken" p. 76
Een profiel aanpassen
1 Druk op de toets <SETTING
(INSTELLING)> op het
bedieningspaneel.
2 Druk op om [Profiel] te selecteren en
druk vervolgens op .
3 Druk op om het aan te passen profiel
te selecteren en druk vervolgens op .
4 Druk op om [Wijzig] te selecteren en
druk vervolgens op .
5 Druk op om het aan te passen item te
selecteren en druk vervolgens op .
6 Pas het item aan.
7 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
8 Als u meer dan een item wilt aanpassen,
herhaal dan stap 5 en 7.
9 Druk op om de instellingen te
registreren.
Een Profiel verwijderen
1 Druk op de toets <SETTING
(INSTELLING)> op het
bedieningspaneel.
2 Druk op om [Profiel] te selecteren en
druk vervolgens op .
3 Druk op om het te verwijderen profiel
te selecteren druk vervolgens op .
4 Druk op om [verwijderen] te
selecteren en druk vervolgens op .
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
De netwerkinstellingen configureren
-78-
5 Druk op of om [Ja] te selecteren in
het bevestigingsbericht en druk
vervolgens op .
OK
Configuratie afdrukken
-79-
Instellen
1
Configuratie afdrukken
Deze paragraaf geeft uitleg over het afdrukken van de configuratie waarop u de gedetailleerde
informatie van uw apparaat kunt controleren, zoals de instellingen en de status van uw apparaat.
Afdrukprocedure
1 Druk op de toets <SETTING
(INSTELLING)> op het
bedieningspaneel.
2 Druk op om [Rapporten] te
selecteren en druk vervolgens op .
3 Druk op om [Configuratie] te
selecteren en druk vervolgens op .
4 Druk op of om [Ja] te selecteren in
het bevestigingsbericht en druk op .
Meer info
U kunt ook rapporten en lijsten afdrukken voor elke
functie. Raadpleeg de Geavanceerde
Gebruikershandleiding.
OK
OK
OK
-80-
2. Kopiëren
Dit hoofdstuk geeft uitleg over de basishandelingen en instellingen voor de kopieerfunctie van uw
apparaat.
Basishandeling
Deze sectie geeft uitleg over het starten en annuleren van een kopieeropdracht.
Een kopieeropdracht starten
1 Druk op <COPY (KOPIЁREN)> op het
bedieningspaneel om het kopieëren
stand-by scherm te openen.
2 Plaats uw document met de afdrukzijde
omhoog in de ADF of met de afdrukzijde
omlaag op de glasplaat.
3 Configureer de kopieerinstellingen
wanneer nodig.
4 Voer het aantal kopieën in met behulp
van het tiencijferige toetsenbord.
- U kunt 1 tot maximaal 99 sets invoeren.
- Wanneer u een incorrecte waarde heeft ingevoerd
drukt u op <CLEAR (WISSEN)> en voert u
vervolgens de correcte waarde in.
5 Druk op om het kopiëren te
starten.
Meer info
Raadpleeg "Kopieerinstellingen configureren" p. 81 voor
meer informatie over het configureren van elke
kopieerinstelling.
Raadpleeg "Documenten plaatsen" p. 41 voor meer
informatie over het plaatsen van uw documenten met de
ADF of op de glasplaat.
Een lopende opdracht
annuleren
U kunt het kopiëren annuleren tot de melding
wordt weergegeven dat het kopiëren is voltooid.
1 Druk op <STOP (STOP)> op het
bedieningspaneel.
Opmerking
Als u een kopie maakt met behulp van de glasplaat, zorg
dan dat u deze niet overmatig belast.
MONO
Kopieerinstellingen configureren
-81-
Kopiëren
2
Kopieerinstellingen configureren
U kunt de kopieerinstellingen wijzigen om de uitvoer zo te veranderen dat deze aan uw behoefte
voldoet. Elke instelling kan geconfigureerd worden in het [Wijzig instellingen (Change Settings)]
menu op het kopieren stand-by scherm.
Voer de volgende procedure uit bij stap 3 van "Een kopieeropdracht starten" p. 80 hierboven
beschreven.
Meer info
De wijzigingen die gemaakt zijn in het [Wijzig instellingen] menu op het scherm kopiëren stand-by zijn tijdelijk. U kunt de
standaardinstellingen wijzigen door [Beheerder instelling] te configureren met de <SETTING (INSTELLING)> toets.
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor meer informatie.
Het scanformaat (Scanformaat)
wijzigen
U kunt het geschikte formaat selecteren voor het
te scannen document.
1 Druk op om het [Wijzig instellingen]
menu in te gaan.
2 Zorg ervoor dat [Scan formaat]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
3 Druk op om een scanformaat te
selecteren en druk vervolgens op .
4 Druk op tot het startscherm wordt
weergegeven.
Opmerking
Als u een scanformaat kleiner dan of gelijk aan 177,8 mm
breed selecteert en kopieën maakt met ADF, dan wordt de
scanresolutie automatisch gewijzigd naar high-quality.
De papierlade wijzigen
(Papiertoevoer)
U kunt het formaat selecteren van het te kopiëren
document.
1 Druk op om het [Wijzig instellingen]
menu in te gaan.
2 Druk op om [Papier invoer] te
selecteren en druk vervolgens op .
3 Druk op om een lade te selecteren en
druk vervolgens op .
4 Druk op tot het startscherm wordt
weergegeven.
Memo
[Lade 2] wordt alleen weergegeven wanneer de optionele
tweede lade-eenheid geïnstalleerd is.
De MP-lade wordt niet geselecteerd in de
standaardinstellingen wanneer deze is ingesteld op
[Auto]. Om de MP-lade te gebruiken drukt u op de
<SETTING (INSTELLING)> toets en selecteert u [Papier
instellingen]>[Selecteer een lade.]>[Kopiëren]>[MP
lade] en vervolgens selecteert u [AAN] of [ON (Prior)].
De lade met ander formaat papier dan A4, B5, A5, A6,
brief, legal 13/13,5/14, of executive wordt niet
geselecteerd wanneer deze is ingesteld op [Auto]. Om een
ander papierformaat te gebruiken selecteert u de
gewenste papierlade in de [Papier cassette] instelling.
Kopiëren met behulp van de MP-
lade
Als u [MP lade] heeft geselecteerd kunt u uw
documenten kopiëren op papier uit de MP-lade.
1 Plaats uw document met de afdrukzijde
omhoog in de ADF of met de afdrukzijde
omlaag op de glasplaat.
2 Plaats het papier in de MP-lade.
3 Druk op .
In te stellen waarden:
A4* A5 A6 B5 LETTER Legal 13
Legal 13,5 Legal 14 Executieve
*duidt de fabrieksinstellingen aan.
OK
OK
OK
In te stellen waarden:
Auto* Lade 1 Lade 2 MP lade**
*duidt de fabrieksinstellingen aan.
**Wordt niet weergegeven bij e-STUDIO332S.
OK
MONO
Kopieerinstellingen configureren
-82-
4 Druk op of om [Start (Start)] te
selecteren wanneer het pop-upbericht
wordt weergegeven en druk vervolgens
op .
Meer info
Raadpleeg "Papier laden in de MP-lade (e-STUDIO403S)"
p. 37 voor meer informatie over het plaatsen van papier in
de MP-lade.
Beeldsoriëntatie van het
document wijzigen (Richting)
U kunt [Portrait] of [Landscape] selecteren
voor de oriëntatie van het document. Specificeer
een geschikte oriëntatie om het gewenste
kopieerresultaat te krijgen.
Meer info
Raadpleeg "Documenten plaatsen" p. 41 voor meer
informatie over het plaatsen van documenten in elke
richting.
1 Druk op om het [Wijzig instellingen]
menu in te gaan.
2 Druk op om [Directie] te selecteren
en druk vervolgens op .
3 Druk op om de oriëntatie van een
document te selecteren en druk
vervolgens op .
4 Druk op tot het startscherm wordt
weergegeven.
Vergrote of verkleinde kopieën
maken (Zoomen)
U kunt grotere of kleinere kopieën maken door
[Zoom] in te stellen. U kunt de zoomfactor op de
volgende drie manieren instellen:
Met behulp van [Auto]
Een vooraf ingestelde zoomfactor selecteren
De zoomfactor instellen met behulp van het
tiencijferige toetsenbord
Met behulp van [Auto]
Door [Auto] te selecteren wordt de zoomfactor
automatisch vastgesteld overeenkomstig het
geselecteerde scanformaat en de geselecteerde
papierlade.
Opmerking
U kunt [Auto] alleen gebruiken wanneer u kopieert op A4,
A5, A6, B5 brief, legal 13/13,5/14, en executive papier.
1 Druk op om het [Wijzig instellingen]
menu in te gaan.
2 Druk op om [Zoom] te selecteren en
druk vervolgens op .
3 Druk op om [Auto] te selecteren en
druk vervolgens op .
4 Druk op tot het startscherm wordt
weergegeven.
Memo
Het instellen van [Paper Tray] op [Automatisch] zorgt
ervoor dat [Enlarge/Reduce] automatisch ingesteld
wordt op [100%]. Wanneer u een andere schaalfactor wilt
selecteren, stel dan eerst [Paper Tray] in, en vervolgens
[Enlarge/Reduce].
Een vooraf ingestelde zoomfactor
selecteren
1 Druk op om het [Wijzig instellingen]
menu in te gaan.
2 Druk op om [Zoom] te selecteren en
druk vervolgens op .
3 Druk op om de gewenste waarde te
selecteren en druk vervolgens op .
Memo
Door [Fit to page(98%) ] te selecteren wanneer
documentformaat en papierformaat hetzelfde zijn,
wordt het document verkleind zodat het op het papier
past.
4 Druk op totdat het startscherm wordt
weergegeven.
In te stellen waarden:
Portrait* Landscape
*duidt de fabrieksinstellingen aan.
OK
OK
OK
Waarden:
100%* A4->A5(70%)
Leg14->Let(78%) Leg13,5->Let(81%)
Leg13->Let(84%) A4->B5(86%)
A4->Let(94%) Let->A4(97%)
Fit to page(98%) B5->A4(115%)
A5->A4(141%)
*duidt de fabrieksinstellingen aan.
OK
OK
OK
OK
Kopieerinstellingen configureren
-83-
Kopiëren
2
Opmerking
Wanneer [Papier invoer] is ingesteld op [Auto] kunnen
sommige waarden niet worden geselecteerd. De mogelijk
te selecteren waarden verschillen afhankelijk van het
geselecteerde scanformaat.
Bij sommige zoomfactoren kan het zijn dat een gedeelte
van de documentafbeelding ontbreekt of dat randen
verschijnen op de gekopieerde uitvoer.
Memo
Wanneer [Papier invoer] is ingesteld op [Auto] wordt de
papierlade automatisch geselecteerd overeenkomstig de
geselecteerde zoomfactor. Als u een specifieke papierlade
wilt gebruiken, dient u de [Papier invoer] instellingen
opnieuw te configureren.
Zelfs als [Papier invoer] is ingesteld op [Auto] kan een
papierlade die een ander formaat papier bevat dan A4, B5,
A5, A6, brief, legal 13/13,5/14, of executive niet worden
geselecteerd. Om de gewenste papierlade te selecteren
dient u de [Papier invoer] instelling opnieuw te
configureren.
De zoomfactor instellen met behulp
van het tiencijferige toetsenbord
1 Druk op om het [Wijzig instellingen]
menu in te gaan.
2 Druk op om [Zoom] te selecteren en
druk vervolgens op .
3 Druk op om [Zoom (25~400%)] te
selecteren en druk vervolgens op .
4 Voer de zoomfactor in van 25 tot 400%
met behulp van het tiencijferige
toetsenbord en druk vervolgens op .
- U kunt de factor instellen met een vaste toename
van 1%.
- Wanneer u een incorrecte waarde heeft ingevoerd
drukt u op <CLEAR (WISSEN)> en voert u
vervolgens de correcte waarde in.
5 Druk op tot het startscherm wordt
weergegeven.
Continu scanmodus
inschakelen (Continu scannen)
Als u meerdere documentensets wilt kopiëren als
een enkele kopieeropdracht, dient u de continu
scanmodus in te schakelen. Dit is nuttig bij
gebruik van [Sorteren], [N-in-1] of
[Dubbelzijdige kopie] functies.
Memo
Continu scanmodus is ook beschikbaar voor zowel faxen,
internetfaxen als voor scanfuncties. U kunt faxen
configureren vanuit [Applied Settings], en internetfaxen
en scans vanuit [Reading Settings].
Meer info
Raadpleeg "Dubbelzijdige kopieën maken (Dubbelzijdig
kopiëren)" voor meer informatie over de [Dubbelzijdige
kopie] functies.
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor
meer informatie over de [Sorteren] en [N-in-1] functies.
1 Druk op om het [Wijzig instellingen]
menu in te gaan.
2 Druk op om [continueer scan] te
selecteren en druk vervolgens op .
3 Druk op om [AAN] te selecteren en
druk vervolgens op .
4 Druk op tot het startscherm wordt
weergegeven.
Kopiëren met continu scanmodus
Met de continu scanmodus kunt u documenten
kopiëren door middel van de ADF, de glasplaat,
of beide.
1 Plaats het eerste document met de
afdrukzijde omhoog in de ADF of met de
afdrukzijde omlaag op de glasplaat.
2 Configureer de kopieerinstellingen
wanneer nodig.
Wijzig andere kopieerinstellingen zoals vereist.
3 Voer het aantal kopieën in met behulp
van het tiencijferige toetsenbord.
4 Druk op om te starten met het
scannen van het eerste document.
5 Plaats het volgende document in de ADF
of op de glasplaat wanneer het [Please
set next document (Please set next
document)] scherm wordt weergegeven.
Opmerking
Wanneer u het volgende document op een andere plaats
invoert, zorg er dan voor dat u het vorige document
verwijdert van de plaats die u daarvoor heeft gebruikt.
6 Druk op om [Start (Start Scan)] te
selecteren en druk vervolgens op .
OK
OK
OK
OK
OK
MONO
OK
Kopieerinstellingen configureren
-84-
7 Wanneer alle sets documenten gescand
zijn drukt u op om [Scan Complate]
te selecteren en vervolgens drukt u op
.
Memo
Wanneer u N-in-1 en/of dubbelzijdige kopieën maakt met
behulp van de glasplaat, wordt het [Please set next
document] scherm weergegeven na het scannen van de
documenten, zelfs als [continueer scan] is ingesteld op
[OFF].
Volg voor fax, internetfax en scanfuncties procedure 5-7
nadat het inlezen van de eerste documentpagina is
begonnen.
Dubbelzijdige kopieën maken
(Dubbelzijdig kopiëren)
U kunt een 1-zijdig (simplex) en 2-zijdig (duplex)
document kopiëren op één zijde (simplex) of op
beide zijden (duplex) van een vel papier. U kunt
de bindingspositie selecteren uit binden aan de
lange zijde of aan de korte zijde.
Specificeer van te voren de juiste oriëntatie van
het document onder [Directie] om het gewenste
kopieerresultaat te krijgen.
Opmerking
Gebruik standaardformaat gewoon papier voor
dubbelzijdige kopieën. Het gebruik van niet-standaard
papier kan een papierstoring teweegbrengen in de
duplexeenheid van uw apparaat.
Dubbelzijdig afdrukken kan niet worden uitgevoerd
wanneer papiertoevoer wordt geregeld door de
handmatige invoer in e-STUDIO332S.
Meer info
Raadpleeg "Papier plaatsen" p. 35 voor meer informatie
over beschikbaar papier voor uw machine.
Raadpleeg [Directie] voor meer informatie over het
configureren van de "Beeldsoriëntatie van het document
wijzigen (Richting)" p. 82 instelling.
Inbinden lange zijde
Kopieert uw document zodat deze langs de lange
zijde van het papier wordt ingebonden.
Inbinden korte zijde
Kopieert uw document zodat deze langs de korte
zijde van het papier wordt ingebonden.
Meer info
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor
het instellen van marges voor het inbinden.
Dubbelzijdige kopieën inschakelen
1 Druk op om het [Wijzig instellingen]
menu in te gaan.
2 Druk op om [Dubbelzijdige kopie]
te selecteren en druk vervolgens op .
3 Druk op om de gewenste waarde te
selecteren en druk vervolgens op .
4 Druk op tot het startscherm wordt
weergegeven.
Opmerking
U kunt alleen van "dubbelzijdig naar dubbelzijdig" of "van
dubbelzijdig naar enkelzijdig
" kopiëren wanneer u de
documenten scant vanaf de ADF.
Memo
Wanneer u dubbelzijdige kopieën maakt vanaf de
glasplaat, wordt de continu scanmodus automatisch
ingeschakeld. Volg de instructies op het scherm.
De kopieerdichtheid
(Dichtheid) aanpassen
U kunt de kopieerdichtheid aanpassen door
middel van 7 niveaus.
1 Druk op om het [Wijzig instellingen]
menu in te gaan.
2 Druk op om [Afbeelding instelling]
te selecteren en druk vervolgens op .
OK
In te stellen waarden voor de afdrukmethode:
UIT (Simplex)*
Enkelzijdig document Dubbelzijdig LE
Enkelzijdig document Dubbelzijdig SE
Dubbelzijdig document

Dubbelzijdig afdrukken
Dubbelzijdig LE Enkelzijdig afdrukken
Dubbelzijdig SE Enkelzijdig afdrukken
*duidt de fabrieksinstellingen aan.
OK
OK
OK
Kopieerinstellingen configureren
-85-
Kopiëren
2
3 Zorg ervoor dat [Dichtheid]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
4 Druk op of om de gewenste
dichtheid te selecteren en druk
vervolgens op .
Memo
[0] is de standaardwaarde. Om het documentbeeld
donkerder te maken selecteert u [+1], [+2] of [+3]
(grootste dichtheid). Andersom, om het
documentbeeld lichter te maken, selecteert u
[-1], [-2] of [-3] (kleinste dichtheid).
5 Druk op tot het startscherm wordt
weergegeven.
Het documenttype
(Documenttype) wijzigen
U kunt het documenttype selecteren om kopieën
te maken in de voor u meest geschikte kwaliteit.
1 Druk op om het [Wijzig instellingen]
menu in te gaan.
2 Druk op om [Afbeelding instelling]
te selecteren en druk vervolgens op .
3 Druk op om [Document soort] te
selecteren en druk vervolgens op .
4 Druk op om een documenttype te
selecteren en druk vervolgens op .
Memo
[Tekst]: Stel dit in wanneer u een tekstdocument
kopieert.
[tekst&foto]: Stel dit in wanneer u een document
met tekst en foto's kopieert.
Afbeeldingen worden gereproduceerd met een balans
tussen tekst en foto's.
[Foto]: Stel dit in wanneer u foto's en grafische
documenten kopieert.
Dit reproduceert de grijswaarden voor afbeeldingen
waarbij dit belangrijk is.
[Foto glossy]: Stel dit in wanneer u fotodocumenten
kopieert op glanzend halide fotopapier of op glanzend
inkjetpapier.
Afbeeldingen worden gereproduceerd door op de
grijswaarden te focussen met inachtneming van de
glans.
Wanneer Foto of Foto (Glanzend) wordt geselecteerd,
wordt de scanresolutie ingesteld op Normaal.
5 Druk op tot het startscherm wordt
weergegeven.
Opmerking
Wanneer u [Tekst] selecteert kan het zijn dat de
grijswaarden gereduceerd zijn op sommige documenten.
Wanneer u [Foto], [Foto glossy] selecteert kan het zijn
dat smalle tekst of regels wazig zijn op sommige
documenten.
Wanneer u [Foto glossy] selecteert, kan het zijn dat
afbeeldingen helder zijn.
De achtergrondverwijdering
aanpassen
U kunt de achtergrondverwijdering voor
documenten uitzetten of de dichtheid van de
achtergrond aanpassen aan de hand van 6
niveaus.
1 Druk op om het [Wijzig instellingen]
menu in te gaan.
2 Druk op om [Afbeelding instelling]
te selecteren en druk vervolgens op .
3 Zorg ervoor dat [Achtergrond
verwijderen] geselecteerd is en druk
vervolgens op .
4 Druk op of om de gewenste waarde
te selecteren en druk vervolgens op .
Memo
[3] is de standaardwaarde. Selecteer [4], [5] of [6]
om de achtergrond (basis) van het document lichter te
maken. Andersom, om de achtergrond donkerder te
maken, selecteert u [2], [1] of [OFF] (geen
verwijdering).
5 Druk op tot het startscherm wordt
weergegeven.
Opmerking
Wanneer u de instelling van de achtergrondverwijdering
lichter maakt kan het zijn dat smalle regels, teksten of
lichte kleur niet worden gereproduceerd op sommige
documenten.
In te stellen dichtheidswaarden:
+3 +2 +1 0* -1 -2 -3
*duidt de fabrieksinstellingen aan.
In te stellen types:
Tekst tekst&foto* Foto Foto glossy
*duidt de fabrieksinstellingen aan.
OK
OK
OK
OK
OK
In te stellen waarden:
OFF 1 2 3* 4 5 6
*duidt de fabrieksinstellingen aan.
OK
OK
OK
Kopieerinstellingen configureren
-86-
Scanresolutie wijzigen
U kunt de scanresolutie van een document
wijzigen.
1 Druk op om het [Wijzig instellingen]
menu in te gaan.
2 Druk op om [Afbeelding instelling]
te selecteren en druk vervolgens op .
3 Zorg ervoor dat [Resolutie]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
4 Druk op of om de gewenste waarde
te selecteren en druk vervolgens op .
Memo
[High Speed] zorgt voor snel kopiëren. Door
[Gewoon] of [High Quality] te selecteren kan de
reproductie en grijswaarde van smalle regels of
teksten verbeterd worden.
Opmerking
Als u een scanformaat kleiner dan of gelijk aan 177,8 mm
breed selecteert en kopieën maakt met ADF, dan wordt de
scanresolutie automatisch gewijzigd naar high-quality.
5 Druk op tot het startscherm wordt
weergegeven.
Kopieerinstellingen resetten
Automatisch resetten
Alle instellingen die u voor uw kopieeropdracht
heeft geconfigureerd worden teruggezet naar de
standaardwaarden als er geen handeling wordt
uitgevoerd voor een ingestelde tijdsperiode. De
tijd voor automatisch resetten is ingesteld op 3
minuten volgens de fabrieksinstellingen.
Meer info
U kunt de tijd voor automatisch resetten wijzigen door
[Beheerder instelling] te configureren onder de
<SETTING (INSTELLING)> toets. Raadpleeg de
Geavanceerde Gebruikershandleiding voor meer
informatie.
De <RESET/LOG OUT (RESETTEN/
UITLOGGEN)> toets gebruiken
Door op de <RESET/LOG OUT (RESETTEN/
UITLOGGEN)> toets de drukken worden de
instellingen die u heeft geconfigureerd voor uw
kopieeropdracht teruggezet naar de
standaardwaarden.
Druk na het kopiëren op de <RESET/LOG OUT
(RESETTEN/UITLOGGEN)> toets om de
standaardinstellingen te resetten voor de
volgende gebruiker.
In te stellen resolutie:
High Speed* Gewoon High Quality
*duidt de fabrieksinstellingen aan.
OK
OK
OK
-87-
Faxen (alleen voor e-STUDIO403S)
3
3. Faxen (alleen voor e-STUDIO403S)
Dit hoofdstuk geeft uitleg over de basisinstellingen en -handelingen voor faxen, scannen naar faxserver
en internetfaxen en handelingen met betrekking tot het beheren van het telefoonboek.
Basisprocedure voor faxen
Deze paragraaf geeft uitleg over basishandelingen voor het verzenden van faxen. U dient de
basisinstellingen te wijzigen alvorens u de faxfunctie gebruikt.
Memo
U kunt alleen documenten met het formaat A4, letter of legal in de ADF plaatsen en documenten met het formaat A4 of letter
op de glasplaat leggen.
U kunt geen mix van documentformaten plaatsen wanneer u wilt faxen.
Meer info
Raadpleeg "Basisinstellingen voor faxen (alleen voor e-STUDIO403S)" p. 43 voor meer informatie over de basisinstellingen voor
de faxfunctie.
Een fax verzenden
Memo
De machine geeft de ADF voorrang bij het scannen van
documenten. Zorg ervoor dat u geen documenten op de
ADF plaatst wanneer u de glasplaat gebruikt.
1
Druk op <
FAX/HOOK
(FAX/HAAK)> op
het bedieningspaneel.
2 Plaats uw document met de afdrukzijde
omhoog in de ADF of met de afdrukzijde
omlaag op de glasplaat.
3
Zorg ervoor dat [
Fax
(Fax)] geselecteerd is
en druk op om het startscherm voor
faxen te openen.
4 Contoleer of [voer bestemming in (Add
Destination)] geselecteerd is op het
startscherm en druk vervolgens op .
5 Specificeer een bestemming.
U kunt een bestemming specificeren met behulp van het
tiencijferige toetsenbord, de snelkieslijst, de groepslijst,
de verzendgeschiedenis, de ontvangstgeschiedenis of
het one-touch-toetsenbord.
Meer info
Raadpleeg "Een bestemming specificeren" p. 88 voor
meer informatie over elke procedure.
6 Configureer de geavanceerde functies
wanneer nodig.
Meer info
"Faxinstellingen configureren" p. 91
7 Druk op om het verzenden te
starten.
Wanneer u meerdere documenten wilt scannen in
één faxopdracht met behulp van de glasplaat,
dient u de continu scanmodus in te schakelen.
Meer info
Raadpleeg "Continu scanmodus inschakelen (Continu
scannen)" p. 83 voor meer informatie over de continu
scanmodus.
Opmerking
U kunt de knop niet gebruiken.
Als <STATUS (STATUS)> wordt ingedrukt en twee keer
wordt ingedrukt, wordt de informatie op het
weergavescherm weergegeven.
Meer info
Raadpleeg "Documenten plaatsen" p. 41 voor meer
informatie over het plaatsen van uw documenten in de ADF
of op de glasplaat.
Raadpleeg de Basisgebruikershandleiding voor meer
informatie over het specificeren van meerdere
bestemmingen.
OK
OK
MONO
C
OLO
R
Basisprocedure voor faxen
-88-
Opmerking
Als u een kopie maakt met behulp van de glasplaat, zorg
dan dat u deze niet overmatig belast.
Een bestemming specificeren
U kunt een bestemming specificeren op de
volgende zes manieren:
Met behulp van het tiencijferige toetsenbord
Met behulp van snelkeuze
Met behulp van een groep
Met behulp van de verzendgeschiedenis
Met behulp van de ontvangstgeschiedenis
Met behulp van het one-touch-toetsenbord
Voer de volgende procedure uit bij stap 5 van
"Een fax verzenden" p. 87 zoals hierboven
beschreven.
Directe invoer
U kunt het faxnummer van een bestemming
direct invoeren met behulp van het tiencijferige
toetsenbord. U kunt maximaal 40 cijfers
invoeren.
1 Druk op om [Directe Invoer] te
selecteren en druk vervolgens op .
2 Voer het faxnummer van een
bestemming in met behulp van het
tiencijferige toetsenbord op het
bedieningspaneel.
3 Selecteer [Enter (Enter)] en druk
vervolgens op .
Memo
U kunt het tiencijferige toetsenbord ook gebruiken om een
bestemming in te voeren op het scherm dat wordt
weergegeven nadat u op de <FAX/HOOK (FAX/HAAK)>
toets heeft gedrukt. In dit geval verschijnt het startscherm
faxen nadat een bestemming is ingevoerd.
Kiesfuncties
U kunt de volgende functies gebruiken voor het
invoeren van het faxnummer van een
bestemming.
Selecteer de gewenste functie en druk
vervolgens op het invoerscherm voor het
faxnummer.
-(Koppelteken)
Voegt een koppelteken aan het ingevoerde
faxnummer toe.
Voorvoegsel
Voegt van tevoren geregistreerd
voorkiesnummer in. "N" wordt ingevoegd bij het
invoeren.
Flash
Vraagt uw PBX (Private Branch Exchange) op om
u te verbinden met PSTN (Public Switched
Telephone Network). Voer "F" in tijdens het
invoeren.
Voer "Pause" en "#" in door op <#> te drukken
op het tiencijferige toetsenbord. Wanneer u <#>
indrukt, schakelt u tussen "P" en "#".
Pauzeren
Pauzeert enkele seconden tijdens het kiezen. U
kunt meerdere pauzes gebruiken. "P" wordt
ingevoegd bij het invoeren.
# (Hekje-symbool)
Wanneer het toonkiezen is ingesteld, verzendt
"#" via een circuit. Voer "#" tijdens het invoeren.
Voer "Tone" en "*" in door op <*> te drukken op
het tiencijferige toetsenbord. Wanneer u <*>
indrukt, schakelt u tussen "T" en "*".
Toon
Schakelt naar toonkiezen wanneer pulskiezen is
ingesteld. "T" wordt ingevoegd bij het invoeren.
* (Sterretje)
Wanneer het toonkiezen ingesteld is, verzendt
"*" via een circuit. Voer "*" in tijdens het
invoeren.
Meer info
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor
meer informatie over voorkiesnummers.
OK
OK
Basisprocedure voor faxen
-89-
Faxen (alleen voor e-STUDIO403S)
3
Snelkieslijst en Groepslijst
gebruiken
U kunt een bestemming kiezen uit de nummers
die geregistreerd zijn in de snelkieslijst of de
groepslijst. U dient deze van tevoren te
registreren.
Meer info
Raadpleeg "Telefoonboek" p. 97 voor meer informatie over
het registreren van nummers in de Snelkieslijst en de
Groepslijst.
1 Druk op om [Snelkieslijst] of [Groep
Lijst] te selecteren en druk vervolgens
op .
2 Druk op om een bestemming of groep
te selecteren en druk vervolgens op .
Het selectievakje is geselecteerd. U kunt
meerdere items selecteren.
3 Wanneer u alle bestemmingen heeft
geselecteerd, druk dan op .
4 Zorg ervoor dat [Voltooid] geselecteerd
is en druk vervolgens op .
Verzend- en ontvangstgeschiedenis
gebruiken
U kunt een bestemming selecteren uit de 50
meest recente verzendingen en ontvangsten.
1 Druk op om [Verzend historie] of
[Ontvangst Historie] te selecteren en
druk vervolgens op .
2 Druk op om een invoer te selecteren
en druk vervolgens op .
Het selectievakje is geselecteerd. U kunt
meerdere items selecteren.
3 Wanneer u alle bestemmingen heeft
geselecteerd, druk dan op .
4 Zorg ervoor dat [Voltooid] geselecteerd
is en druk vervolgens op .
Het One-Touch-toetsenbord
Het one-touch-toetsenbord kan fax nummers
bevatten die geregistreerd zijn in de Snelkieslijst.
De snelkiesnummers 1 tot 16 worden
automatisch geregistreerd onder het one-touch-
toetsenbord.
1 Druk op de gewenste one-touch-toets op
het startscherm.
Druk op de <SHIFT (SHIFT)> toets om de
snelkiesnummers 9 tot 16 te selecteren die aan
het one-touch-toetsenbord zijn toegewezen.
Memo
U kunt het one-touch-toetsenbord ook gebruiken op het
scherm dat wordt weergegeven nadat u op de <FAX/
HOOK (FAX/HAAK)> toets heeft gedrukt. In dit geval
verschijnt het scherm fax stand-by nadat een one-touch-
toets is ingedrukt zodat u andere geavanceerde
instellingen of faxfuncties kunt configureren.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Basisprocedure voor faxen
-90-
Gespecificeerde
bestemmingen verwijderen
1 Selecteer de gespecificeerde
bestemming op het scherm voor fax
starten door op te drukken en druk
vervolgens op .
2 Druk op om de te verwijderen
bestemming te selecteren en druk
vervolgens op .
Het selectievakje is geselecteerd. U kunt
meerdere items selecteren.
3 Wanneer u alle te verwijderen
bestemmingen heeft geselecteerd, druk
dan op .
4 Zorg ervoor dat [verwijder het adres]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
- Als alle ontvangers verwijderd zijn wordt u
automatisch teruggeleid naar het startscherm.
- Als niet alle ontvangers verwijderd zijn, druk dan
op om terug te gaan naar het startscherm.
OK
OK
OK
Faxinstellingen configureren
-91-
Faxen (alleen voor e-STUDIO403S)
3
Faxinstellingen configureren
U kunt de faxinstellingen configureren om de uitvoer te veranderen zodat deze aan uw behoefte voldoet.
Elke instelling kan geconfigureerd worden in het [FAX functies (Fax Functions)] menu op het scherm
voor fax starten.
Voer de volgende procedures uit bij stap 6 of "Een fax verzenden" p. 87 zoals hierboven beschreven.
Scanformaat (Scan formaat)
wijzigen
U kunt het juiste scanformaat voor uw document
selecteren.
1 Druk op om [FAX functies] te
selecteren op scherm fax starten en druk
vervolgens op .
2 Zorg ervoor dat [Scan formaat]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
3 Druk op om een formaat te selecteren
en druk vervolgens op .
4
Druk op tot het scherm fax stand-by
verschijnt.
Resolutie (Resolutie) wijzigen
U kunt een geschikte resolutie selecteren voor
het scannen van uw faxdocument om de optimale
beeldkwaliteit te verkrijgen.
1 Druk op om [FAX functies] te
selecteren op het scherm fax stand-by
en druk vervolgens
op .
2 Druk op om [Resolutie] te selecteren
en druk vervolgens op .
3 Druk op om een resolutie te
selecteren en druk vervolgens op .
Memo
Het kan zijn dat [Ext-Fine] niet beschikbaar is,
afhankelijk van het ontvangstapparaat.
Scannen duurt langer in de [Fijn], [Ext-Fine], of
[Foto] modus.
4
Druk op tot het scherm fax stand-by
verschijnt.
Dichtheid (Dichtheid)
aanpassen
U kunt de dichtheid aanpassen aan de hand van
7 niveaus.
1
Druk op om [
FAX functies
] te
selecteren op het scherm fax stand-by en
druk vervolgens op .
2 Druk op om [Dichtheid] te selecteren
en druk vervolgens op .
3
Druk op
om te selecteren en druk
vervolgens op .
Memo
[0] is de standaardwaarde. Om de
documentafbeelding donkerder te maken selecteert u
[+1], [+2] of [+3] (grootste dichtheid). Andersom,
om de documentafbeelding lichter te maken,
selecteert u [-1], [-2] of [-3] (kleinste dichtheid).
4
Druk op tot het scherm fax stand-by
verschijnt.
In te stellen formaatwaarden:
A4* LETTER Legal 13 Legal 13,5
Legal 14
*duidt de fabrieksinstellingen aan.
In te stellen resolutie:
Gewoon* Fijn Ext-Fine Foto
*duidt de fabrieksinstellingen aan.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Waarden:
+3 +2 +1 0* -1 -2 -3
*duidt de fabrieksinstellingen aan.
OK
OK
OK
Faxinstellingen configureren
-92-
De naam van de afzender
afdrukken
U kunt De machine zo instellen dat deze de naam
van de afzender afdrukt op de faxen die u
verzendt. Standaard wordt de naam afgedrukt
die u onder [Zender ID] heeft gespecificeerd.
Meer info
Raadpleeg [Zender ID] voor meer informatie over
"Afzenderinformatie specificeren" p. 48.
1 Druk op om [FAX functies] te
selecteren op het scherm fax stand-by
en druk vervolgens op .
2 Druk op om [Afz. gegevens] te
selecteren en druk vervolgens op .
3 Druk op om [AAN] te selecteren en
druk vervolgens op .
4
Druk op
tot het scherm fax starten
verschijnt.
Meer info
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor
meer informatie over het registreren van de naam van een
afzender en het wijzigen van de te gebruiken naam van de
afzender.
OK
OK
OK
Faxverzending controleren en annuleren
-93-
Faxen (alleen voor e-STUDIO403S)
3
Faxverzending controleren en annuleren
Deze paragraaf geeft uitleg over het controleren en annuleren van faxopdrachten.
Een faxverzending annuleren
Zo lang als het bericht met de melding dat de
opdracht is voltooid niet verschijnt, kunt u een
opdracht annuleren die wordt verzonden.
1 Druk op de <STOP (STOP)> toets op het
bedieningspaneel.
Een gereserveerde opdracht
annuleren
U kunt gereserveerde opdrachten annuleren.
1 Druk op <FAX/HOOK
(FAX/HAAK)
> op
het bedieningspaneel.
2 Zorg ervoor dat [Fax (Fax)] geselecteerd
is en druk vervolgens op om het
scherm fax starten te openen.
3 Druk op om [FAX JOB bekijken/
Annuleren] te selecteren en druk
vervolgens op .
4 Druk op om het de te annuleren
opdracht te selecteren en druk
vervolgens op .
5 Controleer de opdrachtinhoud en druk
vervolgens op .
6 Druk op om [Verwijder
gereserveerd TX] te selecteren en druk
vervolgens op .
7 Druk op of om [Ja] te selecteren en
druk vervolgens op .
Opmerking
Wanneer u een rondstuuropdracht selecteert, wordt de
opdracht zelf geannuleerd.
Memo
De opdracht die wordt verzonden wordt bovenaan de lijst
weergegeven.
Verzend- en
ontvangstgeschiedenis
controleren
U kunt de verzend- en ontvangstgeschiedenis en
resultaten controleren.
Memo
Als een fax verzonden wordt, kunt u de verzending
bekijken op het [FAX JOB bekijken/Annuleren] scherm.
1 Druk op <FAX/HOOK
(FAX/HAAK)
> op
het bedieningspaneel.
2 Zorg ervoor dat [Fax (Fax)] geselecteerd
is en druk vervolgens op om het
scherm fax starten te openen.
3 Druk op om [Fax Historie] te
selecteren en druk vervolgens op .
4 Druk op om [Verzend historie] of
[Ontvangst Historie] te selecteren en
druk vervolgens op .
5 Druk op om de gewenste geschiedenis
te selecteren en druk vervolgens op .
6 Controleer de geschiedenisinhoud en
druk vervolgens op .
Opmerking
De geschiedenis van ontvangen berichten die wordt
weergegeven op het paneel is alleen voor berichten die
ontvangen zijn met F-code polling.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Machinegedrag bij faxontvangst
-94-
Machinegedrag bij faxontvangst
Deze paragraaf geeft uitleg over het gedrag van uw machine bij het ontvangen en afdrukken van faxen.
Ontvangstgedrag
Het gedrag van het machine verschilt afhankelijk
van de gespecificeerde ontvangstmodus.
Uw machine is standaard ingesteld op [Fax
gereed Modus] zodat het automatisch faxen
ontvangt. Raadpleeg de volgende beschrijvingen
voor het gedrag van uw machine wanneer u de
faxontvangstmodus gewijzigd heeft.
Wanneer de machine faxen ontvangt, brandt de
<DATA IN MEMORY (GEGEVENS IN
GEHEUGEN)> indicator. Als u op <STATUS
(STATUS)> drukt en daarna tweemaal op ,
wordt de informatie weergegeven op het
weergavescherm. Zelfs als de ontvangst voltooid
is blijft de indicator aan terwijl de gegevens in
het geheugen worden opgeslagen.
Memo
Ontvangst wordt geannuleerd wanneer het geheugen
overloopt terwijl de machine gegevens aan het ontvangen
is. Vraag de afzender om de fax opnieuw te verzenden
wanneer dit gebeurt.
Bij het ontvangen van oproepen en
faxen (Tel/Faxgereedmodus)
Wanneer het apparaat ingesteld is op [Tel/Fax
gereed Modus] kunt u oproepen en faxen
ontvangen. U dient van tevoren een externe
telefoon aan te sluiten om oproepen te
ontvangen.
Meer info
Raadpleeg "Een telefoonlijn aansluiten" p. 44 voor meer
informatie over het aansluiten van een externe telefoon.
Faxen Ontvangen
Het apparaat start automatisch de ontvangst van
faxen.
Oproepen ontvangen
De telefoon gaat over wanneer het een oproep
ontvangt.
1
Haal de hoorn van de haak wanneer het
apparaat over gaat.
U kunt praten met iemand aan de lijn.
2
Druk op als u een fax wilt
ontvangen.
Als u de hoorn van de haak blijft nemen, kunt u
met de afzender praten nadat de faxen ontvangen
zijn.
Memo
Wanneer u vaak oproepen ontvangt is het raadzaam
[Telefoon Prioriteit Mode] te activeren. Raadpleeg de
Geavanceerde Gebruikershandleiding voor meer informatie
over [Telefoon Prioriteit Mode].
Wanneer u verbinding zoekt met een telefoon die ver weg
is, kunt u faxen ontvangen door het externe
omschakelnummer te kiezen. Draai het externe
omschakelnummer binnen drie seconden. Raadpleeg de
Geavanceerde Gebruikershandleiding voor meer informatie
over het externe omschakelnummer.
Bij het verbinden met een
antwoordapparaat Machine
(Antw.app./Faxgereedmodus)
Als het apparaat is ingesteld op [Ans/Fax
gereed Modus] kunt u een antwoordapparaat
gebruiken en faxen automatisch ontvangen. Zorg
ervoor dat van tevoren een extern
antwoordapparaat aangesloten is.
Memo
Afhankelijk van het antwoordapparaat en de machine van
de afzender kan het zijn dat [Ans/Fax gereed Modus]
niet op de juiste wijze werkt.
Meer info
Raadpleeg "Een telefoonlijn aansluiten" p. 44 voor meer
informatie over het aansluiten van een antwoordapparaat.
Faxen Ontvangen
Het antwoordapparaat gaat over, het
antwoordbericht start en het apparaat start
automatisch met het ontvangen van de fax.
Oproepen ontvangen
Het antwoordapparaat gaat over, het
antwoordbericht start en vervolgens start het
met het opnemen van een bericht.
MONO
Machinegedrag bij faxontvangst
-95-
Faxen (alleen voor e-STUDIO403S)
3
Bij veelvuldig gebruik van de
telefoon (Telefoongereedmodus)
[
Tel gereed modus
] wordt aangeraden wanneer u
veelvuldig gebruikt maakt van de externe telefoon
die met het apparaat verbonden is.
Oproepen ontvangen
De telefoon gaat over wanneer het een oproep
ontvangt.
Faxen ontvangen
De telefoon gaat over wanneer het een signaal
ontvangt.
1 Haal de hoorn van de haak wanneer het
apparaat over gaat.
2 Druk op .
Om een gesprek opnieuw te starten na het
ontvangen van een fax hoeft u alleen de
ontvanger op te pakken. Nadat de fax verzonden
is kunt u praten over de telefoon.
Bij gebruik van twee nummers met verschillende overgangstonen (DRD)
Deze modus is geprogrammeerd zodat de fax alleen een bepaalde overgangstoon beantwoordt. U kunt een signaal
telefoonlijn hebben die twee verschillende overgangstonen beantwoordt, een voor normale oproepen en een voor
fax. Als de telefoonlijn in gebruik is en er een inkomende fax is, zal de afzender een bezettoon ontvangen.
Er zijn verschillende typen DRD-belpatronen. De lengte van een overgangstoon AAN tijd en overgangstoon UIT tijd
zijn verschillend.
Dit is afhankelijk van de landcode.
Stel de landcode en het DRD-type zodanig in dat er een voor u en geschikt DRD-belpatroon aangemaakt wordt.
Landcode: behalve Nieuw Zeeland, Australië en Hong Kong (Dit patroon is van toepassing op de DRD van de
Verenigde Staten.)
Landcode: Nieuw Zeeland (Dit patroon is van toepassing op de DRD van Nieuw Zeeland.)
Landcode: Australië (Dit patroon is van toepassing op de DRD van Australië.)
Landcode: Hong Kong (Dit patroon is van toepassing op de DRD van Hong Kong.)
MONO
DRD-type De lengte van de overgangstoon AAN tijd en de overgangstoon UIT tijd
Type 1 herhaling van 2 sec AAN - 4 sec UIT
Type 2 herhaling van 0,8 sec AAN - 0,4 sec UIT - 0,8 sec AAN - 4 sec UIT
Type 3 herhaling van 0,4 sec AAN - 0,2 sec UIT - 0,4 sec AAN - 0,2 sec UIT - 0,8 sec AAN - 4 sec UIT
Type 4 herhaling van 0,3 sec AAN - 0,2 sec UIT - 1 sec AAN - 0,2 sec UIT - 0,3 sec AAN - 4 sec UIT
DRD-type De lengte van de overgangstoon AAN tijd en de overgangstoon UIT tijd
Type 1 herhaling van 0,4 sec AAN - 0,2 sec UIT - 0,4 sec AAN - 2 sec UIT
Type 2 herhaling van 0,4 sec AAN - 2,6 sec UIT
Type 3 herhaling van 0,4 sec AAN - 0,2 sec UIT - 0,4 sec AAN - 0,2 sec UIT - 0,4 sec AAN - 1,4 sec
UIT
Type 4 herhaling van 0,4 sec AAN - 0,8 sec UIT - 0,4 sec AAN - 1,4 sec UIT
DRD-type De lengte van de overgangstoon AAN tijd en de overgangstoon UIT tijd
Type 1 herhaling van 0,4 sec AAN - 0,2 sec UIT - 0,4 sec AAN - 2 sec UIT
Type 2 herhaling van 0,2 sec AAN - 0,4 sec UIT - 0,2 sec AAN - 0,4 sec UIT - 0,2 sec AAN - 1,6 sec
UIT
DRD-type De lengte van de overgangstoon AAN tijd en de overgangstoon UIT tijd
Type 1 herhaling van 1,2 sec AAN - 3 sec UIT
Type 2 herhaling van 0,4 sec AAN - 0,2 sec UIT - 0,4 sec AAN - 0,2 sec UIT - 0,8 sec AAN - 0,4 sec
UIT
Type 3 herhaling van 0,5 sec AAN - 0,5 sec UIT - 1 sec AAN - 0,5 sec UIT - 0,5 sec AAN - 3 sec UIT
Machinegedrag bij faxontvangst
-96-
Instellingsmethode om het DRD-
patroon te wijzigen
1 Druk op de <SETTING (INSTELLING)>
toets.
2 Druk op om [Beheerder instelling]
te selecteren en druk vervolgens op .
3 Voer het beheerderwachtwoord in.
Het standaardwachtwoord is "aaaaaa".
4 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
5 Druk op om [Gebruiker installatie]
te selecteren en druk vervolgens op .
6 Druk op om [DRD Type] te selecteren
en druk vervolgens op .
7 Druk op om een DRD-type te
selecteren en druk vervolgens op .
8 Druk op tot het bovenste scherm
verschijnt.
Ontvangen faxen afdrukken
Het apparaat drukt de ontvangen fax automatisch
af. U kunt de te gebruiken papierlade specificeren.
Opmerking
Trek de papierlades niet uit wanneer het apparaat aan het
afdrukken is.
Memo
Gebruik alleen standaard of gerecycled papier.
Beschikbare papierformaten zijn A4, letter of legal.
Meer info
Afbeeldingen die groter zijn dan het gespecificeerde papier
worden kleiner gemaakt, weggelaten, of op meerdere
vellen papier afgdrukt, afhankelijk van de
afdrukinstellingen voor ontvangst. Raadpleeg de
Geavanceerde Gebruikershandleiding voor meer
informatie.
De te gebruiken lade selecteren
1 Druk op <SETTING (INSTELLING)> op
het bedieningspaneel.
2 Druk op om [Papier instellingen
(Paper Setup)] te selecteren en druk
vervolgens op .
3 Druk op om [Selecteer een lade.] te
selecteren en druk vervolgens op .
4 Zorg ervoor dat [Fax] geselecteerd is en
druk vervolgens op .
5 Druk op om een papierlade te
selecteren en druk vervolgens op .
6 Druk op om een waarde te selecteren
en druk vervolgens op .
- Bij selectie van [ON (Prior)] voor een papierlade
heeft het gebruik van deze lade voorrang op dat
van andere lades die hetzelfde papierformaat
bevatten.
- De MP-lade is volgens de fabrieksinstellingen
ingesteld op [OFF].
7 Druk op tot het bovenste venster
wordt weergegeven.
Wanneer het afdrukken van
ontvangen faxen niet mogelijk is
Ontvangen faxgegevens worden tijdelijk in het
geheugen opgeslagen wanneer het afdrukken
van een ontvangen fax niet mogelijk is vanwege
gebrek aan papier of een papierstoring. Wanneer
het probleem is opgelost wordt het afdrukken
automatisch hervat.
Meer info
Raadpleeg "Papier plaatsen" p. 35 voor meer informatie
over het plaatsen van papier.
Raadpleeg "Papierstoringen" p. 139 voor meer informatie
over het oplossen van papierstoringen.
Raadpleeg "Verzend- en ontvangstgeschiedenis
controleren" p. 93 om de ontvangstgeschiedenis te
bekijken.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
In te stellen waarden:
AAN* OFF ON (Prior)
*duidt de fabrieksinstellingen aan.
OK
OK
OK
OK
Telefoonboek
-97-
Faxen (alleen voor e-STUDIO403S)
3
Telefoonboek
Deze paragraaf geeft uitleg over het registreren van faxnummers in het telefoonboek en het bewerken
of verwijderen van geregistreerde nummers. In het telefoonboek kunt u veelvuldig gebruikte nummers
toevoegen als snelkiesnummer en nummergroepen aanmaken waarnaar u faxen kunt verzenden.
Snelkiezen
U kunt maximaal 100 favoriete bestemmingen
onder snelkiezen registreren.
Registreren en bewerken
Meer info
Raadpleeg "Tekst invoeren met behulp van het
bedieningspaneel" p. 29 voor meer informatie over het
invoeren van tekst.
1 Druk op <SETTING (INSTELLING)> op
het bedieningspaneel.
2 Druk op om [Telefoon Boek (Phone
Book)] te selecteren en druk vervolgens
op .
3 Zorg ervoor dat [Snelkeuze]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
4 Druk op om een snelkiesnummer te
selecteren en druk vervolgens op .
U kunt geen snelkiesnummer selecteren dat is
gespecificeerd als gereserveerde faxopdracht of
voor de functie automatische levering.
5 Zorg ervoor dat [Register] geselecteerd
is en druk vervolgens op .
Selecteer [Wijzig] bij het bewerken van een
geregistreerd snelkiesnummer.
6 Specificeer een invoernaam wanneer
nodig.
a) Zorg ervoor dat [Naam] geselecteerd is
en druk vervolgens op .
b) Voer een naam in.
Voor een naam van maximaal 24 tekens in.
c) Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
7 Druk op om [Fax nummer] te
selecteren en druk vervolgens op .
8 Voer een telefoonnummer in.
Voer een telefoonnummer van maximaal 40 cijfers
in.
9 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
10 Specificeer een groepsnummer wanneer
nodig.
a) Druk op om [Group No] te selecteren
en druk vervolgens op .
b) Druk op om een groepsnummer te
selecteren (1 tot 20).
Het selectievakje is geselecteerd. U kunt
meerdere items selecteren.
c) Wanneer u alle groepen heeft
geselecteerd, druk dan op .
d) Zorg ervoor dat [
Groep Selectie
afgerond
]
geselecteerd is en druk
vervolgens op .
11 Druk op .
Memo
Nummers die onder groepen geregistreerd zijn met behulp
van de [Snelkeuze] functie worden gesynchroniseerd met
nummers die onder groepen geregistreerd zijn met behulp
van de [Group No] functie.
Registreren vanuit de geschiedenis
U kunt telefoonnummers registreren als
snelkiesnummers vanuit de verzend- en
ontvangstgeschiedenis van de fax.
1 Druk op <FAX/HOOK
(FAX/HAAK)
> op
het bedieningspaneel.
2 Zorg ervoor dat [Fax (Fax)] geselecteerd
is en druk vervolgens op om het
scherm fax starten te openen.
3 Druk op om [Fax Historie] te
selecteren en druk vervolgens op .
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Telefoonboek
-98-
4 Druk op om [Verzend historie] of
[Ontvangst Historie] te selecteren en
druk vervolgens op .
5 Druk op om een invoer te selecteren
en druk vervolgens op .
6 Controleer de invoergegevens en druk
vervolgens op .
7 Zorg ervoor dat [Snelkeuze Lijst
Registratie] geselecteerd is en druk
vervolgens op .
8 Herhaal stap 4 tot 11 van "Registreren
en bewerken" p. 97.
Het faxnummer wordt automatisch ingevoerd. U
hoeft het niet handmatig in te voeren.
Verwijderen
1 Druk op <SETTING (INSTELLING)> op
het bedieningspaneel.
2 Druk op om [Telefoon Boek (Phone
Book)] te selecteren en druk vervolgens
op .
3 Zorg ervoor dat [Snelkeuze]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
4 Druk op om een invoernummer te
selecteren en druk vervolgens op .
5 Druk op om [verwijderen] te
selecteren en druk vervolgens op .
6 Druk op of om [Ja] te selecteren en
druk vervolgens op .
Opmerking
U kunt geen invoer verwijderen die als een gereserveerde
faxopdracht of voor de functie automatische levering is
gespecificeerd.
Groep kiezen
(Groepsnummer)
U kunt maximaal 20 groepen aanmaken en de
gehele groep registreren onder een
snelkiesnummer.
Registreren en bewerken
Meer info
Raadpleeg "Tekst invoeren met behulp van het
bedieningspaneel" p. 29 voor meer informatie over het
invoeren van tekst.
1 Druk op <SETTING (INSTELLING)> op
het bedieningspaneel.
2 Druk op om [Telefoon Boek (Phone
Book)] te selecteren en druk vervolgens
op .
3 Druk op om [Group No] te selecteren
en druk vervolgens op .
4 Druk op om een groepsnummer te
selecteren en druk vervolgens op .
5 Zorg ervoor dat [Register] geselecteerd
is en druk vervolgens op .
Voor het bewerken van geregistreerde
groepsnummers selecteert u [Bewerken].
6 Zorg ervoor dat [Naam] geselecteerd is
en druk vervolgens op .
7 Voer een naam in.
Voer een naam van maximaal 16 tekens in.
8 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
9 Druk op om [Snelkeuze] te
selecteren en druk vervolgens op .
10 Druk op om een snelkiesnummer (1
tot 100) te selecteren en druk vervolgens
op .
Het selectievakje is geselecteerd. U kunt
meerdere items selecteren.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Telefoonboek
-99-
Faxen (alleen voor e-STUDIO403S)
3
11 Wanneer u alle nummers geselecteerd
heeft, druk dan op .
12 Zorg ervoor dat [Voltooid] geselecteerd
is en druk vervolgens op .
13 Druk op .
Memo
Nummers die geregistreerd zijn onder groepen met behulp
van de [Snelkeuze] functie worden gesynchroniseerd met
nummers die geregistreerd zijn onder groepen met behulp
van de [Groep Nr] functie.
Verwijderen
1 Druk op <SETTING (INSTELLING)> op
het bedieningspaneel.
2 Druk op om [Telefoon Boek (Phone
Book)] te selecteren en druk vervolgens
op .
3 Druk op om [Group No] te selecteren
en druk vervolgens op .
4 Druk op om een groepsnummer te
selecteren en druk vervolgens op .
5 Druk op om [verwijderen] te
selecteren en druk vervolgens op .
6 Druk op of om [Ja] te selecteren en
druk vervolgens op .
Memo
U kunt geen invoer verwijderen die als een gereserveerde
faxopdracht of voor de functie automatische levering is
gespecificeerd.
One-Touch-toetsenbord
De snelkiesnummers 1 tot 16 worden
automatisch geregistreerd onder het one-touch-
toetsenbord.
Registreer alle telefoonnumers
Alle inhoud van het telefoonboek kan worden
geregistreerd met behulp van de configuratietool.
Raadpleeg de Geavanceerde
Gebruikershandleiding, "7, voor het installeren van
de configuratietool. Nuttige Software".
De machine registreren
Bij gebruik van het configuratietool of het
introduceren van
een nieuwe machine dient u het apparaat te
registreren in de configuratietool.
1 Selecteer [Start], [All Programs]>
[Toshiba]>[Configuration Tool]>
[Configuration Tool].
2 Selecteer [Register Device] uit het
[Tools] menu. Zoekresultaten worden
weergegeven.
3 Selecteer het apparaat en klik op
[Register].
4 Klik op [Ja] op het bevestigingsscherm.
Adressen vanuit een bestanden
importeren.
1 Selecteer vanuit welk apparaat u wenst
te importeren uit [Registered Device
Table].
2 Selecteer het tabblad [User Setting].
3 Klik op [Speed Dial Manager].
4 Voer het beheerderwachtwoord in en klik
op [Goed].
5 Klik op .
6 Selecteer [Open] uit [Select CSV File].
7 Selecteer het bestand dat u wenst te
importeren en klik op [Open].
8 Klik op [Next].
9 Selecteer de te importeren instellingen
en klik op [Import].
10 Klik op .
Memo
CSV-bestanden die door Outlook Express geëxporteerd
worden (Windows e-mail en Windows Live e-mail) kunnen
ook teruggeplaatst worden.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Basisprocedure voor Scannen naar faxserver
- 100 -
Basisprocedure voor Scannen naar faxserver
Deze paragraaf geeft uitleg over basishandelingen voor gegevensverzending naar de faxserver.
Met de functie Faxserver kunt u faxgegevens als bijlage naar een e-mail verzenden. Een document
wordt gescand en geconverteerd naar een TIFF-bestand. De gegevens worden meteen na het scannen
verzonden zonder dat deze in het geheugen worden opgeslagen. U kunt alleen e-mailadressen als
bestemming specificeren.
De functie Scan naar faxserver dient ingeschakeld te zijn in de Admin-instellingen (zie de Geavanceerde
Gebruikershandleiding). Als de functie Scannen naar faxserver eenmaal is ingeschakeld wordt de
analoge fax uitgeschakeld voor het verzenden en ontvangen van berichten.
Memo
U kunt alleen documenten met het formaat A4, letter of legal in de ADF plaatsen en alleen documenten met het formaat A4 of
brief op de glasplaat leggen. U kunt geen mix van documentformaten plaatsen voor faxverzending.
Afhankelijk van het apparaat van de ontvanger kan het zijn dat de documentgegevens die verzonden worden door de functie
Faxserver niet juist afgedrukt kunnen worden.
De gedetailleerde instellingen voor de functie Faxserver zijn hetzelfde als voor de functie Scannen naar e-mail. Raadpleeg voor
meer informatie de "Geavanceerde Gebruikershandleiding".
Meer info
Voordat u functie Faxserver gebruikt dient u de server te installeren. Raadpleeg "Scannen naar e-mail en Internetvax instellen"
p. 65 voor het instellen van de server.
Gegevens naar faxserver
verzenden
1 Druk op <FAX/HOOK
(FAX/HAAK)
> op
het bedieningspaneel.
2 Het origineel kan ingevoerd worden met
behulp van automatische
documentinvoer of de glasplaat.
3 Selecteer [Fax (Fax)] en druk vervolgens
op .
4 Stel de scanopties in zoals vereist.
Meer info
"Geavanceerde Gebruikershandleiding".
5 Zorg ervoor dat [voer bestemming in
(Add Destination)] geselecteerd is en
druk vervolgens op .
6 Specificeer het faxnummer van de
bestemming.
U kunt de bestemming specificeren door middel
van de Snelkieslijst, Groepslijst, Directe invoer of
Tx-geschiedenis.
7 Druk op de Start-toets om faxverzending
te starten.
Wanneer u meerdere documenten via de glasplaat
scant, schakel dan de Continu scanmodus in.
Meer info
"Continu scanmodus inschakelen (Continu scannen)"
p. 83.
De bestemming specificeren
U kunt de faxbestemming specificeren op elk van de
volgende vier manieren:
Met behulp van de snelkieslijst
Met behulp van de groepslijst
Met behulp van directe invoer
Met behulp van Tx-geschiedenis
Gebruik een van de volgende handelingen tijdens de
"Gegevens naar faxserver verzenden" p. 100 procedure.
OK
OK
Basisprocedure voor Scannen naar faxserver
- 101 -
Faxen (alleen voor e-STUDIO403S)
3
Met behulp van de Snelkieslijst of
Groepslijst
U kunt snel faxbestemmingen selecteren vanuit
de Snelkieslijst of Groepslijst. U dient van
tevoren ontvangers te registreren in de
Snelkieslijst of de Groepslijst.
Meer info
Raadpleeg
"Telefoonboek" p. 97
voor het invoeren van
faxnummers in de Snelkieslijst of Groepslijst.
1 Druk op om [Snelkieslijst] of [Groep
Lijst] te selecteren en druk vervolgens
op .
2 Druk op om de bestemming of groep
te selecteren en druk vervolgens op .
Het vakje is geselecteerd. U kunt meerdere items
selecteren.
3 Wanneer u alle bestemmingen heeft
geselecteerd, druk dan op .
4 Zorg ervoor dat [Voltooid] geselecteerd
is, en druk vervolgens op .
Directe invoer
Dit is hetzelfde als bij de faxfunctie.
Met behulp van Tx-geschiedenis
U kunt een bestemming selecteren uit de 50
meest recent opgeroepen ontvangers die onder
de verzendgeschiedenis zijn geregistreerd.
1 Druk op om [Transmission History]
te selecteren en druk vervolgens op .
2 Druk op om een invoer te selecteren
en druk vervolgens op .
Het vakje is geselecteerd. U kunt meerdere items
selecteren.
3 Wanneer u alle bestemmingen
geselecteerd heeft, druk dan op .
4 Zorg ervoor dat [Voltooid] geselecteerd
is en druk vervolgens op .
De one-touch-toetsen gebruiken
Dit is hetzelfde als bij de faxfunctie. Voer de
tekst op dezelfde wijze in.
De gespecificeerde
bestemming verwijderen
Dit is hetzelfde als bij de faxfunctie. Voer de
tekst op dezelfde wijze in.
De faxverzending stoppen
Dit is hetzelfde als bij de internetfaxfunctie. Voer
de tekst op dezelfde wijze in.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Basisprocedure voor Internetfaxen
- 102 -
Basisprocedure voor Internetfaxen
Deze paragraaf geeft uitleg over basishandelingen voor het verzenden van internetfaxen.
Met de functie internetfaxen kunt u faxgegevens als bijlage van een e-mail verzenden. Een document
wordt gescand en geconverteerd naar een TIFF-bestand. De gegevens worden meteen na het scannen
verzonden zonder dat deze in het geheugen worden opgeslagen. U kunt alleen e-mailadressen als
bestemming specificeren.
Memo
U kunt alleen documenten met het formaat A4, letter of legal in de ADF plaatsen en documenten met het formaat A4 of letter
op de glasplaat leggen. U kunt geen mix van documentformaten plaatsen voor internetfaxen.
Afhankelijk van het apparaat van de ontvanger kan het zijn dat de documentgegevens die verzonden worden door de functie
Internetfaxen niet juist afgedrukt kunnen worden.
De gedetailleerde instellingen voor de functie Internetfaxen zijn hetzelfde als voor de functie Scannen naar e-mail. Raadpleeg
de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor meer informatie.
Meer info
Voordat u de functie Internetfaxen gebruikt, dient u de serverinstellingen te configueren. Raadpleeg "Scannen naar e-mail en
Internetvax instellen" p. 65 voor details.
Een internetfax verzenden
1 Druk op <FAX/HOOK
(FAX/HAAK)
> op
het bedieningspaneel.
2 Plaats uw document met de afdrukzijde
omhoog in de ADF of met de afdrukzijde
omlaag op de glasplaat.
3 Druk op om [Internet Fax (Internet
Fax)] te selecteren en druk vervolgens
op .
4 Configureer de internetfaxinstellingen
wanneer nodig.
Meer info
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding
voor meer informatie over de internetfaxinstellingen.
5 Zorg ervoor dat [voer bestemming in
(Add Destination)] geselecteerd is en
druk vervolgens op .
Memo
Hier kunt u adressen toevoegen door middel van de one-
touch-toetsen. U kunt adressen toevoegen met [Aan]. Ook
kunt u meerdere adressen toevoegen door middel van de
one-touch-toetsen.
6 Zorg ervoor dat [Aan] geselecteerd is en
druk vervolgens op .
Druk op om [Cc] of [Bcc] te selecteren
wanneer nodig.
7 Specificeer een bestemming.
- U kunt de ontvanger instellen door deze direct in
te voeren of door middel van het adresboek, de
groepslijst, de verzendgeschiedenis, de LDAP-
zoekactie of de one-touch-toets.
Meer info
Raadpleeg "Een bestemming specificeren" p. 103.
8 Druk op om de verzending te
starten.
Als u meerdere documenten wilt scannen met
behulp van de glasplaat dient u de continu
scanmodus in te schakelen.
Meer info
"Continu scanmodus inschakelen (Continu scannen)"
p. 83
Meer info
Raadpleeg "Documenten plaatsen" p. 41 voor meer
informatie over het plaatsen van uw documenten in de ADF
of op de glasplaat.
OK
OK
OK
MONO
Basisprocedure voor Internetfaxen
- 103 -
Faxen (alleen voor e-STUDIO403S)
3
Een bestemming specificeren
U kunt een bestemming specificeren op de
volgende vijf manieren:
Met behulp van het adresboek
Met behulp van een groep
Met behulp van de verzendgeschiedenis
Directe invoer
Met behulp van LDAP-zoeken
Voer een van de volgende procedures uit bij stap
7 van "Een internetfax verzenden" p. 102 zoals
hierboven beschreven.
Het Adresboek en de Groepslijst
gebruiken
U kunt een bestemming selecteren vanuit het
adresboek of de groepen. U dient deze van
tevoren te registreren.
Meer info
Raadpleeg "Adresboek registreren" p. 120 voor meer
informatie over het toevoegen van e-mailadressen aan het
adresboek en de groepen.
1 Druk op om [Adres Boek] of [Group
list] te selecteren en druk vervolgens op
.
2 Druk op om de gewenste bestemming
of groep te selecteren en druk
vervolgens op .
Het selectievakje is geselecteerd. U kunt
meerdere items selecteren.
3 Wanneer u alle bestemingen heeft
geselecteerd, druk dan op .
4 Zorg ervoor dat [Voltooid] geselecteerd
is en druk vervolgens op .
5 Druk op om terug te keren naar het
startscherm internetfax.
De verzendgeschiedenis gebruiken
U kunt een bestemming selecteren uit de
verzendgeschiedenis.
Opmerking
De verzendgeschiedenis geeft alleen de ontvangers weer
waarvan de adressen direct zijn ingevoerd.
1 Druk op om [Verzend historie] te
selecteren en druk vervolgens op .
2 Druk op om de gewenste invoer te
selecteren en druk vervolgens op .
Het selectievakje is geselecteerd. U kunt
meerdere items selecteren.
3 Wanneer u alle bestemmingen heeft
geselecteerd, druk dan op .
4 Zorg ervoor dat [Voltooid] geselecteerd
is en druk vervolgens op .
5 Druk op om terug te keren naar het
startscherm internetfax.
Directe invoer
U kunt een bestemming direct invoeren.
Meer info
Raadpleeg "Tekst invoeren met behulp van het
bedieningspaneel" p. 29 voor meer informatie over het
invoeren van tekst.
1 Druk op om [Directe Invoer] te
selecteren en druk vervolgens op .
2 Voer een e-mailadres in.
Een e-mailadres van maximaal 80 tekens.
3 Selecteer [Enter (Enter)] en druk
vervolgens op .
4 Druk op om terug te keren naar het
startscherm internetfax.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Basisprocedure voor Internetfaxen
- 104 -
LDAP-zoeken gebruiken
U kunt zoeken naar een bestemming die zich op
de LDAP-server bevindt.
U kunt ofwel [Gewoon zoeken] of
[Geavanceerd zoeken] selecteren als
zoekmethode.
[Gewoon zoeken] zoekt alleen naar een enkel
trefwoord als gebruikersnaam. Met Eenvoudig
zoeken kunt u ook alleen zoeken naar een
tekenreeks die zich in de gebruikersnamen
bevinden. U kunt niet zoeken naar tekenreeksen
in e-mailadressen.
Wanneer u [Geavanceerd zoeken] selecteert
kunt u zoeken naar een gebruikersnaam of e-
mailadres. U kunt ook zoekcondities selecteren
die alleen zoekresultaten opvragen met alle
gespecificeerde trefwoorden.
Meer info
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor
meer informatie over de LDAP-serverinstellingen.
Voor Eenvoudig zoeken
1 Druk op om [LDAP] te selecteren en
druk vervolgens op .
2 Zorg ervoor dat [Gewoon zoeken]
geselecteerd is en druk op .
3 Voer een trefwoord in voor het zoeken
naar een gebruikersnaam in de LDAP-
server.
4 Selecteer [Enter (Enter)] en druk
vervolgens op om het zoeken te
starten.
5 Wanneer de zoekresultaten verschijnen
drukt u op om de gewenste
bestemming te selecteren en vervolgens
druk u op .
Het selectievakje is geselecteerd. U kunt
meerdere adressen selecteren.
6 Wanneer u alle bestemmingen heeft
geselecteerd, druk dan op .
7 Zorg ervoor dat [Voltooid] geselecteerd
is en druk vervolgens op .
8 Druk op om terug te keren naar het
scherm internetfax.
Voor Geavanceerd zoeken
1 Druk op om [LDAP] te selecteren en
druk vervolgens op .
2 Druk op om [Geavanceerd zoeken]
te selecteren en druk vervolgens op .
3 Zorg ervoor dat [Zoek Methode]
geselecteerd is en druk vervolgens op .
4
Selecteer ofwel [
Of
] of [
En
] en druk op
.
5 Druk op , selecteer [User name] en
druk vervolgens op .
6 Voer het trefwoord in waarnaar gezocht
dient te worden.
7 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
8 Druk op , selecteer [E-mailadres] en
druk vervolgens op .
9 Voer het trefwoord in waarnaar gezocht
dient te worden.
10 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
11 Druk op om het zoeken te starten.
12 Wanneer de zoekresultaten verschijnen
druk dan op om de gewenste
bestemming te selecteren en druk
vervolgens op .
Het selectievakje is geselecteerd. U kunt
meerdere adressen selecteren.
13 Wanneer u alle bestemmingen heeft
geselecteerd, druk dan op .
14 Zorg ervoor dat [Voltooid] geselecteerd
is en druk vervolgens op .
15 Druk op om terug te keren naar het
startscherm internetfax.
Bestemmingen controleren,
verwijderen en wijzigen
Een Bestemming controleren
1 Druk op op het startscherm om een
gespecificeerde bestemming te
selecteren en druk vervolgens op .
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Basisprocedure voor Internetfaxen
- 105 -
Faxen (alleen voor e-STUDIO403S)
3
2 Druk op om het te controleren
bestemmingstype te selecteren en druk
vervolgens op .
Het bestemmingstype omvat Aan, Cc en Bcc.
3 Wanneer u de bestemming heeft
gecontroleerd, druk dan op .
4 Zorg ervoor dat [Close the list]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
Een bestemming verwijderen
1 Druk op op het startscherm om de
gespecificeerde bestemming te
selecteren en druk vervolgens op .
2 Druk op om het bestemmingstype te
selecteren waarin de te verwijderen
bestemming zich bevindt en druk
vervolgens op .
Het bestemmingstype omvat Aan, Cc en Bcc.
3 Druk op om de te verwijderen
bestemming te selecteren en druk
vervolgens op .
Het selectievakje is geselecteerd. U kunt
meerdere adressen selecteren.
4 Wanneer u alle te verwijderen
bestemmingen heeft geselecteerd, druk
dan op .
5 Druk op om [verwijder het adres]
te selecteren en druk vervolgens op .
Het bestemmingstype wijzigen
1 Druk op op het startscherm om de
gespecificeerde bestemming te
selecteren en druk vervolgens op .
2 Druk op om het bestemmingstype te
selecteren waarin de te wijzigen
bestemming zich bevindt en druk
vervolgens op .
Het bestemmingstype omvat Aan, Cc en Bcc.
3 Druk op om de te wijzigen
bestemming te selecteren en druk
vervolgens op .
Het selectievakje is geselecteerd. U kunt
meerdere adressen selecteren.
4 Wanneer u alle te wijzigen
bestemmingen heeft geselecteerd, druk
dan op .
5 Zorg ervoor dat [Wijzig
bestemmingstype] geselecteerd is en
druk vervolgens op .
6 Druk op om het gewenste
bestemmingstype te selecteren uit
[Aan], [Cc], of [Bcc] en druk vervolgens
op .
Verzending annuleren
U kunt de opdracht annuleren terwijl het scherm
"Scannen" wordt weergegeven.
1 Druk op <STOP (STOP)> op het
bedieningspaneel om de verzending te
annuleren.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Basisprocedure voor Internetfaxen
- 106 -
Internetfaxen ontvangen
De machine drukt de ontvangen internetfaxen
automatisch af. Als het document groter is dan
A4 formaat verkleint het apparaat het
automatisch naar het papierformaat dat zich in
de gespecificeerde papierlade bevindt.
Meer info
Wanneer u een internetfax wilt doorsturen kunt u de
functie automatische levering gebruiken (
voor
e-STUDIO403S). Raadpleeg de Geavanceerde
Gebruikershandleiding voor meer informatie.
De functie Automatische levering werkt niet op machines
waarin er geen SD-kaart is geplaatst.
U dient van tevoren de instellingen voor e-mailontvangst
te configureren om internetfaxen te kunnen ontvangen.
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor
meer informatie.
- 107 -
Scannen
4
4. Scannen
Dit hoofdstuk geeft uitleg over de basishandelingen en instellingen voor de scanfuncties van uw
machine.
Scannerstuurprogramma's installeren (TWAIN/
WIA/ICA-stuurprogramma)
Deze paragraaf geeft uitleg over het installeren van het scannerstuurprogramma. Installeer het
scannerstuurprogramma voordat u de scanfunctie gebruikt. U kunt het TWAIN-stuurprogramma en het
WIA-stuurprogramma (alleen voor Windows) tegelijkertijd installeren. U dient het TWAIN-
stuurprogramma en het ICA-stuurprogramma (onderdeel van MAC OS X) afzonderlijk te installeren.
Wanneer u de netwerkscanfunctie wilt gebruiken dient u de installatieprocedure hieronder te volgen en
de informatie van uw computer te registreren om vervolgens het scannerstuurprogramma te installeren.
Memo
Wanneer u de netwerkscanfunctie in Windows gebruikt, installeer dan het ActKey-hulpprogramma.
Meer info
Voordat u het scannerstuurprogramma handmatig installeert dient u de netwerkinstellingen in te stellen. Raadpleeg
"Netwerkverbinding" p. 51 voor meer informatie over het instellen van de netwerkinstellingen.
Opmerking
Wanneer u een scanner met een netwerkverbinding gebruikt in Windows, wijzig dan de instellingen in de netwerkconfiguratie
wanneer het IP-adres van de apparatuur gewijzigd is. Wijzig voor Mac OS X de instellingen in de instellingentools van de
netwerkscanner. Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor meer informatie.
Installatieprocedure
Memo
Installeer de Netwerkconfiguratie wanneer u gebruik
maakt van de netwerkscanfunctie in Windows. Voor Mac
OS X worden instellingentools van de netwerkscanner
automatisch geïnstalleerd.
Voor Windows
1 Zorg ervoor dat uw machine en de
computer zijn ingeschakeld en
verbonden, en plaats vervolgens de
"Software DVD-ROM" in de computer.
2 Klik op [Run setup.exe] nadat [Auto
Play] is weergegeven.
Klik op [Ja] wanneer het [User Account
Controll] dialoogvenster verschijnt.
3 Selecteer de taal en klik vervolgens op
[Next].
4 Selecteer het apparaat van uw machine
en klik vervolgens op [Next].
5 Lees de licentieovereenkomst en klik
vervolgens op [I Agree].
6 Selecteer het juiste stuurprogramma
onder [Software] en klik vervolgens op
het installatiepictogram.
Wanneer het scannerstuurprogramma
geïnstalleerd is wordt het onderhoudsprogramma
voor het instellen van het
scannerstuurprogramma weergegeven. Vink het
selectievakje van [Toevoegen] aan en klik
vervolgnes op [Next] om verder te gaan naar
stap 8.
Scannerstuurprogramma's installeren (TWAIN/WIA/ICA-stuurprogramma)
- 108 -
7 Klik op [Next (Next)].
8 Vink het selectievakje van [Network
scanner (Network scanner)] aan en klik
op [Next (Next)].
9 Vink het [IP Address (IP Address)] of
[Search MFP (Search MFP)]
selectievakje aan om het adres van het
machine in te voeren en klik vervolgens
op [Next (Next)].
Als u de [IP Address (IP Address)] wilt instellen,
volg dan procedure 10.
10 Wanneer [Search MFP (Search MFP)]
geselecteerd is, selecteer dan het
apparaat en klik op [Next (Next)].
11 Stel de naam van het
scannerstuurprogramma in en klik op
[Next (Next)].
12 Voer de hostnaam, het IP-adres en het
poortnummer in en klik vervolgens op
[Configure].
13 Klik op [Next (Next)].
14 Klik op [Next (Next)].
Scannerstuurprogramma's installeren (TWAIN/WIA/ICA-stuurprogramma)
- 109 -
Scannen
4
15 Klik op [Finish (Finish)].
Voor Mac OS X
1
Zorg ervoor dat de machine verbonden is
met de computer en dat de aan/uit-
schakelaar van de machine op AAN staat.
Plaats vervolgens de "Software DVD-ROM"
in de computer.
2
Dubbelklik op het [
TOSHIBA
] pictogram op
het bureaublad.
3 Dubbelklik op [Drivers]>[Scanner]>
[Installer for Mac OSX].
4 Klik op [Continueer (Continue)].
5 Klik op [Continueer (Continue)].
6 Controleer het scherm en klik op
[Continueer (Continue)] wanneer de
gegevens juist zijn.
7 Lees de licentieovereenkomst en klik op
[Continueer (Continue)].
8 Klik op [Agree (Agree)] als u akkoord
gaat.
9 Klik op [Installeren (Install)].
Om de installatielocatie van het
stuurprogramma te wijzigen klikt u op
[Change Install Location (Change
Install Location)].
10 Voer de beheerdernaam en het
wachtwoord in en klik op [Goed].
Scannerstuurprogramma's installeren (TWAIN/WIA/ICA-stuurprogramma)
- 110 -
11 Klik op [Continue Installation
(Continue Installation)].
12 Klik op [Restart (Restart)].
De ActKey-software gebruiken
Door ActKey te gebruiken, kunt u met een klik op
de knop een scanopdracht starten in de
gespecificeerde instellingen.
Memo
ActKey biedt geen ondersteuning voor Mac OS X.
ActKey werkt niet wanneer u gebruik maakt van WSD-
scannen.
Bij het installeren van ActKey wordt tegelijkertijd
Netwerkconfiguratie geïnstalleerd.
Meer info
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor
meer informatie over het starten van een scanopdracht.
De software installeren
1 Plaats de "Software DVD-ROM" in uw
computer.
Een venster opent.
2 Selecteer [ActKey] uit [Software].
3 Installeer de software volgens de
instructies.
4 Klik op [Finish].
De software starten
1 Klik op [Start] om [All Programs]>
[Toshiba]>[ActKey]>[ActKey] te
selecteren.
Instellingen om WSD-scannen te gebruiken
- 111 -
Scannen
4
Instellingen om WSD-scannen te gebruiken
Het volgende geeft uitleg over het instellen van de computer om de functie WSD-scannen te gebruiken.
Om de functie WSD-scannen te kunnen gebruiken dient dit hulpmiddel op de computer te worden
geïnstalleerd.
WSD-scannen kan worden gebruikt vanaf Scannen naar lokale pc en Scannen naar externe pc via
netwerk.
Om WSD-scannen te gebruiken dient het apparaat verbonden te zijn met de computer waarop Windows
Vista/Windows7/Windows Server 2008/Windows Server 2008R2 is geïnstalleerd via Netwerk.
Meer info
Zorg ervoor dat u de netwerkverbinding controleert voor u de volgende procedure start. Raadpleeg
"Netwerkverbinding" p. 51 voor details.
Opmerking
Wanneer een scanner wordt gebruikt via een WSD-scanverbinding en het IP-adres van het apparaat gewijzigd is, selecteer dan
[Uninstal] in stap 2 van de installatieprocedure en maak de scannerinstallatie ongedaan. Voer vervolgens de
installatieprocedure opnieuw uit.
Installatieprocedure
Memo
Wanneer u de onderstaande procedure volgt, wordt de
WIA automatisch als scanner besturingsprogramma
geïnstalleerd.
Opmerking
Selecteer [Network and Sharing Center] op het
bedieningspaneel voordat u de installatie start en zorg
ervoor dat Netwerk zoeken is ingeschakeld.
1 Selecteer [Start] uit het [Network]
menu. De apparaten die verbonden zijn
met het netwerk worden weergegeven.
2 Klik met de rechtermuisknop op het
pictogram TOSHIBA e-STUDIO403S
onder [Multifunction Devices] en
selecteer [Installeren].
Indien het dialoogvenster [User
Account Control] verschijnt, klik op
[Ja].
3 Wanneer de ballonmelding voor het
voltooien van de installatie verschijnt op
de taakbalk, klik op de ballon voor meer
details en klik op [Close (Close)] .
Controleer als volgt de installatie van het
hulpprogramma op de machine.
4 Druk op <SCAN (SNANNEN)> op het
bedieningspaneel.
5 Druk op om [Lokale PC] te selecteren
en druk vervolgens op .
6 Controleer [Select A Connecting PC] is
geselecteerd en druk op .
7 Druk op om [Kies uit aangeslot.
webserv.PC-lijst] te selecteren en druk
op .
8 Zorg ervoor dat de computer waarop het
hulpprogramma wordt geïnstalleerd
wordt weergegeven als de doelcomputer.
Memo
Er kunnen maximaal 50 PC's worden geregistreerd.
OK
OK
OK
Scanmethodes
- 112 -
Scanmethodes
Deze paragraaf geeft uitleg over de basiswerking van de scanfunctie. In de scanmodus kunt u vijf
scanfuncties gebruiken, namelijk scannen naar e-mail, scannen naar USB-geheugen, scannen naar
netwerkcomputer, scannen naar lokale computer en pc-scan. U kunt deze functies selecteren nadat u op
<SCAN (SNANNEN)> heeft gedrukt.
Meer info
De scanfunctie ondersteunt de Continu scanmodus. Raadpleeg "Continu scanmodus inschakelen (Continu
scannen)" p. 83 voor meer informatie over de [continueer scan] functies.
Scannen naar e-mail
U kunt een document scannen en dit toevoegen
aan e-mail.
1 Druk op <SCAN (SNANNEN)> op het
bedieningspaneel.
2 Plaats uw document met de afdrukzijde
omhoog in de ADF of met de afdrukzijde
omlaag op de glasplaat.
3 Zorg ervoor dat [Email (E-mail)]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
Memo
Hier kunt u adressen toevoegen door middel van de one-
touch-toetsen. U kunt adressen toevoegen met behulp van
[Aan]. Vervolgens kunt u meerdere adressen toevoegen
met behulp van de one-touch-toetsen.
4 Zorg ervoor dat [voer bestemming in]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
5 Zorg ervoor dat [Aan] geselecteerd is en
druk vervolgens op .
Druk op
om [Cc] of [Bcc] te
selecteren en druk vervolgens op
.
6 Specificeer een bestemming.
U kunt een bestemming specificeren door middel
van directe invoer of vanuit adresboek, groepen,
e-mailgeschiedenis, LDAP of de one-touch-toets.
7 Druk op of .
Een bestemming specificeren
U kunt een bestemming specificeren op de
volgende zes manieren:
Met behulp van het adresboek
Met behulp van een groepslijst
Met behulp van de e-mailgeschiedenis
Directe invoer
Met behulp van LDAP-zoeken
Met behulp van het one-touch-toetsenbord
Voer een van de volgende handelingen uit bij
stap 6 van "Scannen naar e-mail" zoals
hierboven beschreven.
Het adresboek of de groepslijst
gebruiken
U kunt een bestemming selecteren vanuit het
adresboek of de groepslijst. Zorg ervoor dat ze
van tevoren geregistreerd zijn.
Meer info
Raadpleeg "Adresboek registreren" p. 120 voor informatie
over het registreren van bestemmingen in het adresboek
of de groepslijst.
1 Druk op om [Adres Boek] of [Group
list] te selecteren en druk vervolgens op
.
2 Druk op om de gewenste bestemming
of groep te selecteren en druk
vervolgens op .
Het selectievakje is geselecteerd. U kunt
meerdere items selecteren.
3 Wanneer u alle bestemmingen heeft
geselecteerd, druk dan op .
4 Zorg ervoor dat [Voltooid] geselecteerd
is en druk vervolgens op .
5 Druk op om terug te keren naar het
startscherm.
OK
OK
OK
OK
MONO
C
OLOR
OK
OK
OK
Scanmethodes
- 113 -
Scannen
4
E-mailgeschiedenis gebruiken
U kunt een bestemming selecteren uit de
verzendgeschiedenis.
1 Druk op om [Verzend historie] te
selecteren en druk vervolgens op .
2 Druk op om een bestemming te
selecteren en druk vervolgens op .
Het selectievakje is geselecteerd. U kunt
meerdere items selecteren.
3 Wanneer u alle bestemmingen heeft
geselecteerd, druk dan op .
4
Zorg ervoor dat [
Voltooid
] geselecteerd
is en druk vervolgens op
.
5 Druk op om terug te keren naar het
startscherm.
Directe invoer
U kunt een bestemming direct invoeren door
middel van het toetsenbord op het scherm.
1 Druk op om [Directe Invoer] te
selecteren en druk vervolgens op .
2 Voer het e-mailadres van een
bestemming in tot maximaal 80 tekens.
Meer info
Raadpleeg "Tekst invoeren met behulp van het
bedieningspaneel" p. 29 voor het invoeren van teksten.
3 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
4 Druk op om terug te keren naar het
startscherm.
LDAP-zoeken gebruiken
U kunt een bestemming zoeken uit de lijst van de
LDAP-server.
U kunt ofwel [
Gewoon zoeken
] selecteren of
[
Geavanceerd zoeken
] als zoekmethode.
[Gewoon zoeken] zoekt alleen voor een enkel
trefwoord als gebruikersnaam.Met Eenvoudig
zoeken kunt u ook alleen zoeken naar
tekenreeksen die gebruikt worden in
gebruikersnamen. U kunt niet zoeken op
tekenreeksen in e-mailadressen.
Wanneer u [
Geavanceerd zoeken
] selecteert
kunt u zoeken naar een gebruikersnaam of e-
mailadres. U kunt ook zoekcondities selecteren
die alleen de zoekresultaten weergeven die alle
gespecificeerde trefwoorden bevatten.
Meer info
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor
informatie over de LDAP-serverinstellingen.
Voor Eenvoudig zoeken
1 Druk op om [LDAP] te selecteren en
druk vervolgens op .
2 Zorg ervoor dat [Gewoon zoeken]
geselecteerd is en druk op .
3 Voer een trefwoord in voor het zoeken
naar een gebruikersnaam op de LDAP-
server.
4 Selecteer [Enter] en druk op om het
zoeken te starten.
5 Wanneer de zoekresultaten verschijnen
drukt u op om de gewenste
bestemming te selecteren en vervolgens
drukt u op .
Het selectievakje is geselecteerd. U kunt
meerdere items selecteren.
6 Wanneer u alle bestemmingen
geselecteerd heeft, druk dan op .
7 Zorg ervoor dat [Voltooid] geselecteerd
is en druk vervolgens op .
8 Druk op om terug te keren naar het
startscherm.
Voor Geavanceerd zoeken
1 Druk op om [LDAP] te selecteren en
druk vervolgens op .
2 Druk op om [Geavanceerd zoeken]
te selecteren en druk vervolgens op .
3 Zorg ervoor dat [Gewoon zoeken]
geselecteerd is en druk op .
4 Selecteer ofwel [Of] of [En] en
druk op .
5 Druk op , selecteer [Gebruiker
naam] en druk vervolgens op .
6 Voer het trefwoord in waar naar gezocht
dient te worden.
7 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
8 Druk op , selecteer [E-mailadres] en
druk vervolgens op .
9 Voer het trefwoord in waar naar gezocht
dient te worden.
10 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Scanmethodes
- 114 -
11 Druk op om het zoeken te starten.
12 Wanneer de zoekresultaten verschijnen
drukt u op om de gewenste
bestemming te selecteren en vervolgens
drukt u op .
Het selectievakje is geselecteerd. U kunt
meerdere items selecteren.
13 Wanneer u alle bestemmingen
geselecteerd heeft, druk dan op .
14 Zorg ervoor dat [Voltooid] geselecteerd
is en druk vervolgens op .
15 Druk op om terug te keren naar het
startscherm.
Scannen naar netwerk-pc
U kunt een gescand document naar een server
op het netwerk verzenden.
Het document wordt gescand en geconverteerd
naar een PDF-, JPEG-, TIFF- of XPS-bestand. De
fabrieksinstelling is PDF.
Opmerking
Zorg ervoor dat het apparaat verbonden is met het
netwerk.
U dient Scannen naar netwerk-pc van tevoren te
installeren.
Meer info
Voor het instellen van Scannen naar netwerk-pc, raadpleeg
"Scannen naar netwerk-pc instellen" p. 68.
1 Druk op <SCAN (SNANNEN)> op het
bedieningspaneel.
2 Plaats uw document met de afdrukzijde
omhoog in de ADF of met de afdrukzijde
omlaag op de glasplaat.
3 Druk op om [NetwerkPC (Network
PC)] te selecteren en druk vervolgens op
.
4 Zorg ervoor dat [Select Profiel]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
5 Druk op om een profiel te selecteren
en druk vervolgens op .
6 Druk op of .
Scannen naar USB-geheugen
U kunt het gescande document opslaan in een
USB-geheugen.
Meer info
Raadpleeg "Specificaties Afdrukken vanuit USB-geheugen" p.
192 voor specificaties over het USB-geheugen dat u kunt
gebruiken.
1 Druk op <SCAN (SNANNEN)> op het
bedieningspaneel.
2 Plaats uw document met de afdrukzijde
omhoog in de ADF of met de afdrukzijde
omlaag op de glasplaat.
3 Plaats het USB-geheugen in de USB-
geheugeninterface van het machine.
Opmerking
Plaats het USB-geheugen recht in de USB-poort. Als
het niet onder de juiste hoek wordt ingevoerd kan de
USB-poort beschadigen.
4 Druk op om [USB geheugen (USB
Memory)] te selecteren en druk
vervolgens op .
5 Druk op voor de scaninstellingen
wanneer nodig.
6 Druk op of .
7 Verwijder het USB-geheugen uit de poort
nadat het bericht is weergegeven dat het
USB-geheugen verwijderd kan worden.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
MONO
C
OLO
R
OK
MONO
C
OLO
R
Scanmethodes
- 115 -
Scannen
4
Scannen naar lokale pc
U kunt de gescande gegevens opslaan op uw lokale
computer.
Wanneer u op of drukt start de
scanopdracht en starten het ActKey-
hulpprogramma en het TWAIN-stuurprogramma
automatisch. U kunt het gescande document
verzenden naar een gespecificeerde toepassing,
opslaan in een gespecificeerde map of verzenden
via fax.
Binnen de verbinding WSD-scanverbinding kunt
u een starttoepassing instellen en een locatie
waarnaar u documenten kunt versturen of waarin
u documenten kunt opslaan voor elke ontvanger.
De machine kan worden verbonden met de USB-
poort of het netwerk. Slechts één computer
tegelijkertijd kan worden verbonden.
Wanneer de Mac OS X in werking is, starten
beeld vastleggen en het ICA-stuurprogramma
automatisch op.
U kunt een map selecteren en hierin de gescande
documenten opslaan.
Opmerking
Verbind de machine met de computer via USB of een
netwerk.
Installeer ActKey en het scannerprogramma voordat u
gaat scannen naar een lokale computer.
Wanneer u de machine verbindt met een netwerk, volg
dan deze instructies.
-Stel de [TCP/IP] instellingen in op [Enable].
- Pas de IP-versie van de machine aan dat van de
computer aan.
- Stel de DNS-server in.
- Schakel de netwerk TWAIN-instelling in.
Wanneer de Mac OS X in werking is, kunt u een document
op vast A4 formaat alleen scannen via de glasplaat.
Wanneer Mac OS X 10.7 in werking is en u documenten via
de netwerkverbinding scant, dient u eerst Beeld
vastleggen op te starten. Daarna dient u het apparaat te
selecteren uit de lijst die links op het scherm Beeld
vastleggen wordt weergegeven.
Stel het volgende in om de MFP in WSD-scanverbinding te
gebruiken.
-Stel de [TCP/IP] instelling van de MFP in op [Enable].
- Zorg ervoor dat de IP-versies van de MFP en de
computer overeenkomen.
- Schakel de WSD-scan in.
- Installeer de MFP op de computer.
Meer info
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor
meer informatie over het inschakelen van de netwerk
TWAIN-instelling.
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor
meer informatie over het installeren van het ActKey-
hulpprogramma.
Raadpleeg de "Gebruikershandleiding, Toepassingen" voor
de procedure voor het inschakelen van WSD-scannen.
Raadpleeg "Instellingen om WSD-scannen te gebruiken" p.
111 voor het installeren van de MFP op de computer.
Verbinden via USB
1 Druk op <SCAN (SNANNEN)> op het
bedieningspaneel.
2 Plaats uw document met de afdrukzijde
omhoog in de ADF of met de afdrukzijde
omlaag op de glasplaat.
3 Druk op om [Lokale PC (Local PC)] te
selecteren en druk vervolgens op .
Wanneer de netwerk TWAINinstelling is ingesteld
op [Disable], ga dan door naar stap 6.
4 Zorg ervoor dat [Select A Connecting
PC] geselecteerd is en druk vervolgens
op .
5 Druk op om [Van USB Interface] te
selecteren en druk vervolgens op .
6 Druk op om [Selecteer een
Applicatie] te selecteren en druk
vervolgens op .
7 Druk op om de verzendbestemming
van het gescande document te
selecteren en druk vervolgens op .
Opmerking
Wanneer Mac OS X in werking is, kunt u alleen Map
selecteren.
8 Druk op of .
Memo
Wanneer u [Applicatie] selecteert wordt de
gespecificeerde toepassing gestart en wordt het gescande
beeld weergegeven op de toepassing.
Wanneer u [Map] selecteert wordt het gescande beeld
opgeslagen in de gespecificeerde map.
Wanneer u [PC-Fax] selecteert wordt de toepassing voor
faxverzending gestart. Verzend na het verzenden van het
gescande beeld een fax met de fax verzendsoftware op uw
computer.
MONO
C
OLOR
Te selecteren locatiewaarden voor het
verzenden:
Applicatie Map PC-Fax
OK
OK
OK
OK
OK
MONO
C
OLO
R
Scanmethodes
- 116 -
Verbinden via het netwerk
1 Druk op <SCAN (SNANNEN)> op het
bedieningspaneel.
2
Plaats uw document met de afdrukzijde
omhoog in de ADF of met de afdrukzijde
omlaag op de glasplaat.
3 Druk op om [Lokale PC] te selecteren
en druk vervolgens op .
4 Zorg ervoor dat [Select A Connecting
PC] geselecteerd is en druk vervolgens
op .
5 Zorg ervoor dat [Van Netwerk]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
6 Druk op om de gewenste computer te
selecteren en druk vervolgens op .
7 Druk op om [Selecteer een
Applicatie] te selecteren en druk
vervolgens op .
8 Druk op om de verzendbestemming
van het gescande document te
selecteren en druk vervolgens op .
9 Druk op of .
Memo
Wanneer u [Applicatie] selecteert wordt de
gespecificeerde toepassing gestart en wordt het gescande
beeld weergegeven op de toepassing.
Wanneer u [Map] selecteert wordt het gescande beeld
opgeslagen in de gespecificeerde map.
Wanneer u [
PC-Fax
] selecteert wordt de toepassing voor
faxverzending gestart. Verzend na het verzenden van het
gescande beeld een fax met de fax verzendsoftware op uw
computer.
WSD-scanverbinding
1 Druk op <SCAN (SNANNEN)> op het
bedieningspaneel.
2 Plaats het origineel in de automatische
documentinvoer of op de glasplaat.
3 Druk op om [Lokale PC] te selecteren
en druk vervolgens op .
4 Zorg ervoor dat [Select A Connecting
PC] geselecteerd is en druk op .
5 Druk op om [Kies uit aangeslot.
webserv.PC-lijst] te selecteren en druk
vervolgens op .
6 Druk op om de doelcomputer te
selecteren en druk vervolgens op .
7 Druk op om [Dubbelzijdige Scan] te
selecteren en druk vervolgens op .
8 Druk op of om [AAN] of [OFF] te
selecteren en druk op .
9 Druk op of .
Memo
Om tweezijdig scannen te starten dient u de instellingen
hiervoor in te schakelen en het origineel in de automatisch
documentinvoer te plaatsen. Wanneer u dubbelzijdig
scannen inschakelt, maar het origineel op de glasplaat legt,
kan er niet dubbelzijdig gescand worden.
Bij gebruik van de scanner toepassing op de computer zal
er gescand worden met het scantype dat is ingesteld onder
de scanprofielinstellingen op de computer, ongeacht waar
het document is geplaatst en ongeacht de instellingen van
[Dubbelzijdige Scan].
Scannen naar externe pc
Deze functie start het Scannerstuurprogramma
vanaf een hulpprogramma dat op de computer
geïnstalleerd is (ActKey, PaperPort, Image,
Adobe Photoshop CS3, enz.) en start het
scannen.
Verbind de machine met de computer via USB of
een netwerk.
Voor de pc-scanfunctie zijn er drie standen:
eenvoudige scanmodus, beveiligde scanmodus
en WSD-scannen. In de eenvoudige modus kan
het scannen gestart worden vanaf alle computers
via USB en het netwerk. In de beveiligde
scanmodus kan het scannen alleen gestart
worden vanaf de reeds geregistreerde computers
in de machine via USB en het netwerk. In WSD-
scannen kan het scannen alleen gestart worden
vanaf reeds geregistreerde computers in de
machine via het netwerk. Alleen een computer
kan tegelijkertijd zijn aangesloten.
Memo
Voor de volgende procedure wordt ActKey als voorbeeld
gebruikt voor Windows en Adobe Photoshop CS3 voor Mac
OS X. De items in deze handleiding kunnen verschillen
afhankelijk van de toepassing die u gebruikt.
Opmerking
Verbind de machine met de computer via USB of een
netwerk.
Installeer een toepassing (ActKey, PaperPort, enz.) en een
scannerstuurprogramma voordat u een scanopdracht
start. Deze installatie is NIET vereist voor de WSD-
scanverbinding.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
MONO
C
OLOR
OK
OK
OK
OK
OK
OK
MONO
C
OLO
R
Scanmethodes
- 117 -
Scannen
4
Wanneer u de machine verbind met een netwerk, volg dan
deze instructies.
-Stel de [TCP/IP] instellingen in op [Enable].
- Pas de IP-versie van de machine aan dat van de
computer aan.
- Stel de DNS-server in.
- Schakel de netwerk TWAIN-instelling in.
Wanneer de Beveiligde scanmodus wordt gebruikt dient de
beheerder van tevoren de computerinformatie te
registreren via het bedieningspaneel of de website voor
het uitvoeren van veiligheidsscans.
Bij gebruik van de Mac OS X dient u voor het uitvoeren van
de eerste netwerkscan het verbindingsdoel in te stellen
wanneer u een besturingsprogramma gebruikt. Wanneer u
het stuurprogramma voor het eerst gebruikt zal het
hulpprogramma voor selectie van het verbindingsdoel
starten.
Het is niet nodig om het verbindingsdoel in te stellen na de
eerste keer.
Stel het volgende in om de MFP te bedienen in de WSD-
scanverbinding.
-Stel de [TCP/IP] instelling van de MFP in op [Enable].
- Zorg ervoor dat de IP-versies van de MFP en de
computer overeenkomen.
- Schakel de WSD-scan in.
- Installeer de MFP op de computer.
Meer info
Raadpleeg "Scannerstuurprogramma's installeren (TWAIN/
WIA/ICA-stuurprogramma)" p. 107 voor meer informatie
over het installeren van een scannerstuurprogramma.
Eenvoudige scanmodus
Voor Windows
1 Druk op <SCAN (SNANNEN)> op het
bedieningspaneel.
2 Plaats uw document met de afdrukzijde
omhoog in de ADF of met de afdrukzijde
omlaag op de glasplaat.
3 Druk op om [Remote PC (Remote
PC)] te selecteren en druk vervolgens op
.
4 Zorg ervoor dat [TWAIN] geselecteerd
is en druk op .
5 Start ActKey op uw computer.
6 Klik op de gewenste scanknop.
De scanopdracht start.
Memo
Wanneer u [Application1] of [Application2] selecteert
zal de gespecificeerde toepassing starten en het gescande
document zal worden weergegeven in de toepassing.
Wanneer u [Map] selecteert zal het gescande document
worden opgeslagen in de gespecificeerde map.
Wanneer u [PC-Fax] selecteert, start de toepassing voor
faxverzending en wordt het gescande document naar de
toepassing verzonden. Stuur een fax met de
faxverzendsoftware op uw computer.
Voor Mac OS X
1 Druk op <SCAN (SNANNEN)> op het
bedieningspaneel.
2 Plaats uw document met de afdrukzijde
omhoog in de ADF of met de afdrukzijde
omlaag op de glasplaat.
3 Druk op om [Remote PC] te
selecteren en druk vervolgens op .
4 Zorg ervoor dat [TWAIN] geselecteerd
is en druk op .
5 Start Adobe Photoshop CS3 op uw
computer.
6 Selecteer [Import] uit [File] om
[TOSHIBA e-STUDIOxxxS USB] of
[TOSHIBA e-STUDIOxxxS Network]
te selecteren.
-Wanneer u [TOSHIBA e-STUDIOxxxS USB]
selecteert, ga dan door naar stap 10.
-Wanneer u [TOSHIBA e-STUDIOxxxS
Network] selecteert en het netwerk is de tweede
of meer die aan het scannen is, ga dan door naar
stap 10.
7 Voor de eerste netwerkscan wordt het
dialoogvenster weergegeven met de
melding dat het hulpprogramma voor de
selectie van de verbindingsbestemming
gestart is. Klik op [Goed].
8 Selecteer een verbindingsbestemming in
het [scan instellingen] dialoogvenster
en registreer de hostinformatie wanneer
nodig. Klik vervolgens op [Goed].
9 Selecteer [Import] uit [File] in Adobe
Photoshop CS3 om [TOSHIBA
e-STUDIOxxxS Network] te
selecteren.
Een venster verschijnt.
OK
OK
Naam van de scanknop:
Application1, Application2, Map, PC-Fax
OK
OK
Scanmethodes
- 118 -
10 Klik op de scanknop.
Het scannen start.
11 Selecteer [Quit Photoshop] uit
[Photoshop].
Beveiligde scanmodus
(Voor netwerkverbinding)
Voor Windows
1
Druk op <SCAN (SNANNEN)> op het
bedieningspaneel.
2 Plaats uw document met de afdrukzijde
omhoog in de ADF of met de afdrukzijde
omlaag op de glasplaat.
3 Druk op om [Remote PC] te
selecteren en druk vervolgens op .
4
Zorg ervoor dat [
TWAIN
] geselecteerd is
en druk op .
5
Zorg ervoor dat [
Select A Connecting
PC
] geselecteerd is en druk vervolgens op
.
6 Zorg ervoor dat [Van Netwerk]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
7 Druk op om de gewenste bestemming
te selecteren en druk vervolgens op .
8 Druk op of .
9 Start ActKey op uw computer.
10 Druk op de scanknop.
Voor Mac OS X
1
Druk op <SCAN (SNANNEN)> op het
bedieningspaneel.
2 Plaats uw document met de afdrukzijde
omhoog in de ADF of met de afdrukzijde
omlaag op de glasplaat.
3 Druk op om [Remote PC] te
selecteren en druk vervolgens op .
4 Zorg ervoor dat [TWAIN] geselecteerd
is en druk op .
5
Zorg ervoor dat [
Select a Connecting PC
]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
6 Zorg ervoor dat [Van Netwerk]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
7 Druk op om de gewenste bestemming
te selecteren en druk vervolgens op .
8 Druk op of .
9 Start Adobe Photoshop CS3 op uw
computer.
10 Selecteer [Import] uit [File] om
[TOSHIBA e-STUDIOxxxS Network]
te selecteren.
Wanneer u [TOSHIBA e-STUDIOxxxS
Network] selecteert en het netwerk is de tweede
of meer die aan het scannen is, ga dan door naar
stap 13.
11 Voor de eerste netwerkscan wordt het
dialoogvenster weergegeven met de
melding dat het hulpprogramma voor de
selectie van de verbindingsbestemming
gestart is. Klik op [Goed].
12 Selecteer een verbindingsbestemming in
het [scan instellingen] dialoogvenster
en registreer de hostinformatie wanneer
nodig. Klik vervolgens op [Goed].
13 Selecteer [Import] uit [File] in Adobe
Photoshop CS3 om [TOSHIBA
e-STUDIOxxxS Network] te
selecteren.
Een venster verschijnt.
14 Klik op de scanknop.
Het scannen start.
15 Selecteer [Quit Photoshop] uit
[Photoshop].
Beveiligde scanmodus (Voor USB-
verbinding)
Voor Windows
1 Druk op <SCAN (SNANNEN)> op het
bedieningspaneel.
2 Plaats uw document met de afdrukzijde
omhoog in de ADF of met de afdrukzijde
omlaag op de glasplaat.
3 Druk op om [Remote PC] te
selecteren en druk vervolgens op .
4 Zorg ervoor dat [TWAIN] geselecteerd
is en druk op .
OK
OK
OK
OK
OK
MONO
C
OLOR
OK
OK
OK
OK
OK
MONO
C
OLO
R
OK
OK
Scanmethodes
- 119 -
Scannen
4
5 Zorg ervoor dat [Select a Connecting
PC] geselecteerd is en druk Vervolgens
op .
6 Druk op om [Van USB Interface] te
selecteren en druk vervolgens op .
7 Druk op of .
8 ActKey start op uw computer.
9 Klik op de Scanknop.
Voor Mac OS X
1 Druk op <SCAN (SNANNEN)> op het
bedieningspaneel.
2 Plaats uw document met de afdrukzijde
omhoog in de ADF of met de afdrukzijde
omlaag op de glasplaat.
3 Druk op om [Remote PC] te
selecteren en druk vervolgens op .
4 Zorg ervoor dat [TWAIN] geselecteerd
is en druk op .
5 Zorg ervoor dat [Select a Connecting
PC] geselecteerd is en druk vervolgens
op .
6 Druk op om [Van USB Interface] te
selecteren en druk vervolgens op .
7 Druk op of .
8 Start Adobe Photoshop CS3 op uw
computer.
9 Selecteer [Import] uit [File] om
[e-STUDIOxxxS USB] te selecteren.
10 Druk op de scanknop.
Het scannen start.
11 Selecteer [Quit Photoshop] uit
[Photoshop].
WSD-scan (Voor
netwerkverbinding)
Voor Windows
1 Druk op <SCAN(SNANNEN)> op het
bedieningspaneel.
2 Plaats het origineel in de automatische
documentinvoer of op de glasplaat.
3 Druk op om [Remote PC] te
selecteren en druk vervolgens op .
4 Druk op om [Webservice] te
selecteren en druk vervolgens op .
5 Start een scanprogramma op het
programma.
6 Druk op de scanknop. Het scannen van
het document start.
Memo
Afhankelijk van het formaat kan het scannen met behulp
van de automatische documentinvoer na de tweede pagina
mis gaan.
Bijvoorbeeld voor Windows Fax en Scan kan het scannen
met behulp van de automatische documentinvoer mis
gaan na de tweede pagina bij de volgende combinatie.
Kleurformaat: Kleur/Grijswaarden + Bestandstype: BMP/
PNG.
Kleurformaat: Zwart/wit + Bestandstype: BMP/PNG/JPG
De huidige scanopdracht
annuleren
Het scannen zal stoppen terwijl de melding wordt
weergegeven dat het document ingelezen wordt.
1 Druk op <STOP (STOP)> op het
bedieningspaneel.
Opmerking
U kunt een opdracht niet annuleren met Scannen naar
lokale pc en Scannen naar externe pc.
OK
OK
MONO
C
OLOR
OK
OK
OK
OK
MONO
C
OLOR
OK
OK
Adresboek registreren
- 120 -
Adresboek registreren
Deze paragraaf geeft uitleg over het registreren en verwijderen van het adresboek en de groepslijst.
U kunt e-mail in het adresboek registreren en groepen creëren voor het verzenden van berichten. Het
Adresboek en de Groepslijst kunnen gebruikt worden voor het specificeren van de bestemming in
Scannen naar e-mail en internetfaxfuncties.
Adresboek
U kunt maximaal 100 e-mailadressen registreren
in het adresboek.
Registreren en bewerken
Meer info
Raadpleeg "Tekst invoeren met behulp van het
bedieningspaneel" p. 29 voor meer informatie over het
invoeren van tekst.
1 Druk op <SETTING (INSTELLING)> op
het bedieningspaneel.
2 Druk op om [Adres Boek] te
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
3 Zorg ervoor dat [E-mailadres]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
4 Druk op om een nummer te selecteren
en druk vervolgens op .
U kunt geen nummer specificeren dat in de functie
Automatische levering gespecificeerd is.
5 Zorg ervoor dat [Register] geselecteerd
is en druk vervolgens op .
Selecteer [Wijzig] voor het bewerken van
geregistreerde adressen.
6 Specificeer een naam wanneer nodig.
a) Zorg ervoor dat [Naam] geselecteerd is
en druk vervolgens op .
b) Voer een naam van maximaal 16 tekens
in.
c)
Selecteer [Enter] en druk vervolgens
op
.
7 Druk op om [E-mailadres] te
selecteren en druk vervolgens op .
8 Voer een e-mailadres in van maximaal
80 tekens en druk vervolgens op .
9 Druk op .
Registeren vanuit de
verzendgeschiedenis
U kunt e-mailadressen aan het adresboek
toevoegen vanuit de e-mailverzendgeschiedenis.
Opmerking
De verzendgeschiedenis geeft alleen adressen van
ontvangers weer naar wie een e-mail verzonden is door
het direct invoeren van het adres van de ontvanger.
1 Druk op <SCAN (SNANNEN)> op het
bedieningspaneel.
2 Zorg ervoor dat [E-mail] geselecteerd is
en druk vervolgens op .
3 Druk op om [E-mail Tx History] te
selecteren en druk vervolgens op .
4 Druk op om de gewenste invoer te
selecteren en druk vervolgens op .
5 Controleer de invoer en druk vervolgens
op .
6 Zorg ervoor dat [Register in Adres
Boek] geselecteerd is en druk
vervolgens op .
7 Herhaal stap 4 tot 9 van "Registreren en
bewerken".
Het e-mailadres wordt automatisch ingevoerd. U
hoeft het niet handmatig in te voeren.
Verwijderen
1 Druk op <SETTING (INSTELLING)>.
2 Druk op om [Adres Boek] te
selecteren en druk vervolgens op .
3 Zorg ervoor dat [E-mailadres]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
4 Druk op om een invoernummer te
selecteren en druk vervolgens op .
5 Druk op om [verwijderen] te
selecteren en druk vervolgens op .
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Adresboek registreren
- 121 -
Scannen
4
6 Druk op of om [Ja] te selecteren op
het bevestigingsscherm en druk
vervolgens op .
Opmerking
U kunt een e-mailadres niet verwijderen dat binnen de
functie Automatische levering gespecificeerd is.
Groepslijst
U kunt maximaal 20 groepen e-mailadressen
aanmaken.
Registreren en bewerken
Meer info
Raadpleeg "Tekst invoeren met behulp van het
bedieningspaneel" p. 29 voor meer informatie over het
invoeren van tekst.
1 Druk op <SETTING (INSTELLING)>.
2 Druk op om [Adres Boek] te
selecteren en druk vervolgens op .
3 Druk op om [E-mail Groep] te
selecteren en druk vervolgens op .
4 Druk op om een groepsnummer te
selecteren en druk vervolgens op .
5 Zorg ervoor dat [Register] geselecteerd
is en druk vervolgens op .
Selecteer [Wijzig] voor het bewerken van
geregistreerde groepsnummers.
6 Zorg ervoor dat [Naam] geselecteerd is
en druk vervolgens op .
7 Voer een naam van maximaal 16 tekens
in.
8 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
9 Druk op om [Address Number] te
selecteren en druk vervolgens op .
10 Druk op om het gewenste e-mailadres
te selecteren uit het adresboek en druk
vervolgens op .
Het selectievakje is geselecteerd. U kunt
meerdere items selecteren.
11 Wanneer u alle gewenste e-mailadressen
geselecteerd heeft, druk dan op .
12 Zorg ervoor dat [Voltooid] geselecteerd
is en druk vervolgens op .
13 Druk op .
Memo
U kunt de e-mailgroep ook registreren vanuit
[Group No] in [E-mailadres].
Verwijderen
1 Druk op <SETTING (INSTELLING)>.
2 Druk op om [Adres Boek] te
selecteren en druk vervolgens op .
3 Druk op om [E-mail Groep] te
selecteren en druk vervolgens op .
4 Druk op om een groepsnummer te
selecteren en druk vervolgens op .
5 Druk op om [verwijderen] te
selecteren en druk vervolgens op .
6 Druk op of om [Ja] te selecteren in
op het bevestigingsscherm en druk
vervolgens op .
Alle e-mailadressen
registreren
Alle inhoud van het e-mailadresboek kan
geregistreerd worden door middel van de
configuratietool. Zie de Gebruikershandleiding
(Geavanceerd), "7, voor het installeren van de
configuratietool. Nuttige Software".
Het apparaat registreren
Wanneer de configuratietool wordt gebruikt of
een nieuwe printer wordt geïntroduceerd dient
de printer in de configuratietool geregistreerd te
worden.
1 Selecteer [Start], [All Programs]>
[Toshiba]>[Configuration Tool]>
[Configuration Tool].
2 Selecteer [Register Devicee] uit het
[Tools] menu.
Zoekresultaten worden weergegeven.
3 Selecteer het apparaat en klik op
[Register].
4
Klik op [
Ja
] op het bevestigingsscherm.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Adresboek registreren
- 122 -
Adressen vanuit een bestand
importeren
1 Selecteer vanuit welk apparaat u wilt
importeren onder [Registered Device
Table].
2 Selecteer het tabblad [User Setting].
3 Klik op [E-mail Address Manager].
4 Voer het beheerderwachtwoord in en klik
op [Goed].
5 Klik op .
6 Selecteer [Open] uit [Select CSV File].
7 Selecteer het bestand dat u wilt
importeren en klik op [Open].
8 Klik op [Next].
9 Selecteer de te importeren instellingen
en klik op [Import].
10 Klik op .
Memo
CSV-bestanden die door Outlook Express geëxporteerd
worden (Windows e-mail en Windows Live e-mail) kunnen
ook teruggeplaatst worden.
Bestemmingen voor netwerkscan registreren
- 123 -
Scannen
4
Bestemmingen voor netwerkscan registreren
Deze paragraaf geeft uitleg over het registreren van een computer die verbonden is met het netwerk.
U kunt locaties op een netwerk registeren waarnaar u documenten kunt scannen.
Memo
U kunt ook computers registeren die verbonden zijn met het netwerk door middel van ActKey onder Netwerkconfiguratie. U
kunt computers die verbonden zijn met het netwerk registreren of verwijderen, maar u kunt deze niet bewerken. Raadpleeg de
Geavanceerde Gebruikershandleiding voor meer informatie.
Registreren en bewerken
Meer info
Raadpleeg "Tekst invoeren met behulp van het
bedieningspaneel" p. 29 voor meer informatie over het
invoeren van tekst.
1 Druk op <SETTING (INSTELLING)> op
het bedieningspaneel.
2 Druk op om [Netwerk Scan
bestemming] te selecteren en druk
vervolgens op .
3 Druk op om een IP-adres of
domeinnaam te selecteren en druk
vervolgens op .
4 Zorg ervoor dat [Register] geselecteerd
is en druk vervolgens op .
Selecteer [Wijzig] voor het bewerken van
geregistreerde nummers.
5 Zorg ervoor dat [Bestemming]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
6 Voer een bestemming in.
Een bestemming van maximaal 16 tekens.
7 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
8 Druk op om [Bestemmingsadres] te
selecteren en druk vervolgens op .
9 Voer een IP-adres of een
hostcomputernaam in.
Een IP-adres of een naam van maximaal 64
tekens.
10 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
11 Druk op om [Poort Nr.] te selecteren
en druk vervolgens op .
12 Voer een poortnummer in en druk
vervolgens op .
13 Druk op .
14 Druk op tot het bovenste venster
wordt weergegeven.
Verwijderen
1 Druk op <SETTING (INSTELLING)> op
het bedieningspaneel.
2 Druk op om [Netwerk Scan
bestemming] te selecteren en druk
vervolgens op .
3 Druk op om een nummer te selecteren
en druk vervolgens op .
4 Druk op om [verwijderen] te
selecteren en druk vervolgens op .
5 Druk op of om [Ja] te selecteren in
het bevestigingsscherm en druk
vervolgens op .
6 Druk op tot het bovenste venster
wordt weergegeven.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
- 124 -
5. Als een printer gebruiken
Dit hoofdstuk beschrijft hoe u documenten kunt printen vanaf een computer of USB-geheugen.
Vanaf een computer afdrukken
Deze paragraaf geeft uitleg over het printen vanuit een computer.
Memo
Deze paragraaf gebruikt Wordpad in Windows en Tekst bewerken in Mac OS X als voorbeelden. De weergave en procedure
kunnen verschillen afhankelijk van het besturingssysteem, de toepassingen en de versie van het printerstuurprogramma dat u
gebruikt.
Raadpleeg de online hulpfunctie voor extra informatie over de instelitems in het printerstuurprogramma.
Afdrukken
1 Open het bestand dat u wilt afdrukken
vanuit een toepassing.
2 Configureer de afdrukinstellingen in het
printerstuurprogramma en start het
afdrukken.
Het volgende geeft uitleg over het configureren
van het papierformaat, de papierbron en het
mediagewicht in elk printerstuurprogramma dat u
gebruikt.Raadpleeg de volgende instructies voor
het instellen van elk printerstuurprogramma.
Voor Windows PCL/PCL XPS-
printerstuurprogramma
1 Selecteer [Print] vanuit het [File] menu
van een toepassing.
2 Selecteer het printerstuurprogramma dat
u wenst te gebruiken.
3 Klik op [Preferences].
4 Selecteer een papierformaat onder
[Setup (Setup)] op het tabblad
[Formaat (Size)].
5 Selecteer een lade onder [Bron
(Source)].
6 Selecteer een mediagewicht onder
[Weight (Weight)].
7 Klik op [Goed (OK)].
8 Klik op [Afdrukken (Print)].
Vanaf een computer afdrukken
- 125 -
Als een printer gebruiken
5
Voor Windows PS-
printerstuurprogramma
1 Selecteer [Print] uit het [File] menu om
een afdrukvenster te openen.
2 Selecteer het printerstuurprogramma dat
u wenst te gebruiken.
3 Klik op [Preferences].
4 Selecteer het tabblad [Paper/Quality
(Paper/Quality)].
5 Selecteer een lade onder [Papierbron
(Paper Source)].
6 Klik op [Geavanceerd (Advanced)].
7 Klik op [Papierformaat (Paper Size)] en
selecteer een papierformaat uit de drop-
downlijst.
8 Klik op [Media soort (Media Type)] en
selecteer een mediatype vanuit de drop-
downlijst.
9 Klik op [Goed (OK)].
10 Klik op [Goed (OK)].
11 Klik op [Afdrukken (Print)].
Voor Mac OS X PS-
printerstuurprogramma
1 Selecteer [Page Setup] uit het [File]
menu.
2 Selecteer de printer die u wenst te
gebruiken onder [Format For].
3 Selecteer een papierformaat onder
[Papierformaat (Paper Size)] en klik
vervolgens op [Goed (OK)].
4 Selecteer [Afdrukken (Print)] uit het
[File] menu.
5 Selecteer [Papier invoer (Paper Feed)]
uit het paneelmenu.
Memo
Wanneer het afdrukvenster slechts twee menu's bevat
en niet de opties bevat die u verwacht te zien op de
Mac OS X 10.5 tot 10.7, klik dan op het
ontsluitingsdriehoekje naast het [Printer] menu.
6 Selecteer een lade op het [Papier
invoer (Paper Feed)] paneel.
7 Selecteer [Printer Features (Printer
Features)] uit het paneelmenu.
Vanaf een computer afdrukken
- 126 -
8 Selecteer [Insert Options (Insert
Options)] uit [Features Sets (Features
Sets)].
9 Selecteer een mediatype uit [Media
soort (Media Type)].
10 Klik op [Afdrukken (Print)].
Voor Mac OS X PCL-
printerstuurprogramma
1 Selecteer [Page Setup] uit het [File]
menu.
2 Selecteer de printer die u wenst te
gebruiken onder [Format For].
3 Selecteer een papierformaat onder
[Papierformaat (Paper Size)] en klik
vervolgens op [Goed (OK)].
4 Selecteer [Afdrukken] uit het
[Bestand] menu.
5 Selecteer [Setup] uit het paneelmenu.
Memo
Wanneer het afdrukvenster slechts twee menu's bevat en
niet de opties bevat die u verwacht te zien op de Mac OS X
10.5 tot 10.6, klik dan op het ontsluitingsdriehoekje naast
het [Printer] menu.
6 Selecteer een lade onder [Papierbron
(Paper Source)].
7 Selecteer een mediatype onder [Media
gewicht (Media Weight)] .
8 Klik op [Afdrukken (Print)].
Memo
Voor normaal gebruik is [Printer Setting] voldoende als
papiergewicht. Wanneer u [Printer Setting] selecteert
worden de instellingen voor het papiergewicht toegepast
die geconfigureerd zijn in het menu voor
apparatuurinstellingen op het bedieningspaneel van het
apparaat.
Meer info
Wanneer u [Auto] selecteert als papierbron wordt de lade
met het aangegeven papiertype automatisch geselecteerd.
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor
meer informatie over de automatische ladeselectie.
Wanneer u de MP-lade selecteert als papierbron moet het
papier in de MP-lade geplaatst worden. Voor meer
informatie over het plaatsen van papier in de MP lade,
raadpleeg "Papier laden in de MP-lade (e-STUDIO403S)"
p. 37.
Vanaf een computer afdrukken
- 127 -
Als een printer gebruiken
5
Een afdrukopdracht annuleren
U kunt een afdrukopdracht annuleren vanuit een
computer door de opdracht in de opdrachtlijst op
het bedieningspaneel te verwijderen.
1 Druk op <Print (Afdrukken)> op het
bedieningspaneel om het afdrukmenu te
openen.
2 Zorg ervoor dat [Job Lists (Job Lijst)]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
3 Druk op om de opdracht te selecteren
die u wenst te annuleren en druk
vervolgens op .
4 Zorg ervoor dat [Annuleer]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
5 Druk op of op het
bevestigingsscherm om [Ja] te
selecteren en druk vervolgens op .
Opmerking
Pagina's die klaar staan om afgedrukt te worden op het
apparaat worden afgedrukt zonder wijzigingen.
Wanneer het scherm dat aangeeft dat de gegevens
afgedrukt worden voor lange tijd op het bedieningspaneel
blijft staan, verwijder dan een afdrukopdracht op een
computer.
OK
OK
OK
OK
Afdrukken vanuit het USB-geheugen
- 128 -
Afdrukken vanuit het USB-geheugen
Deze paragraaf geeft uitleg over het afdrukken vanuit het USB-geheugen. Wanneer u het USB-geheugen
in het apparaat plaatst kunt u het document dat hierin is opgeslagen direct afdrukken.
Opmerking
Het is niet gegarandeerd dat alle USB-geheugenproducten werken. (USB-geheugen met beveiligingsfuncties worden niet
ondersteund.)
Een USB-hub en een externe USB HDD worden niet ondersteund.
Gecodeerde PDF wordt niet ondersteund.
Memo
De volgende bestandsformaten worden ondersteund: FAT12, FAT16, FAT32.
De volgende bestandsformaten worden ondersteund: JPEG, PDF (v1.7), M-TIFF (v6 Baseline), PRN (PCL, PS).
Tot maximaal 32 GB USB-geheugencapaciteit wordt ondersteund.
Maximaal 100 bestanden in ondersteunde bestandsformaten die in het USB-geheugen zijn opgeslagen worden weergegeven in
de bestandslijst.
- Wanneer meer bestanden zijn opgeslagen in het USB-geheugen kan het zijn dat de opgeslagen bestanden niet juist worden
weergegeven.
- USB-geheugen met een directorystructuur van 20 niveaus of meer kunnen niet juist gelezen worden.
- Een bestandspad met meer dan 240 tekens kan niet juist gelezen worden.
U kunt één bestand tegelijkertijd selecteren en printen in uw USB-geheugen.
Een afdrukopdracht starten
1 Steek het USB-geheugen in de USB-
poort van uw apparaat.
Opmerking
Steek het USB-geheugen recht in de USB-poort.
Wanneer het USB-geheugen ingevoerd wordt onder
een hoek, kan de USB-poort mogelijk beschadigen.
2 Druk op <Print (Afdrukken)> op het
bedieningspaneel om het afdrukmenu te
openen.
3 Druk op om [Print From USB
Memory (Afdrukken van USB
geheugen)] te selecteren en druk
vervolgens op .
4 Zorg ervoor dat [Select Print bestand]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
Wanneer een af te drukken bestand niet in de map
is opgeslagen, ga dan door naar stap 7.
5 Druk op om de map te selecteren met
het af te drukken bestand en druk
vervolgens op .
6 Druk op om [Open folder.] te
selecteren en druk vervolgens op .
Herhaal stap 5 en 6 totdat het af te drukken
bestand wordt weergegeven.
Memo
Wanneer [Controleert de Map Informatie]
geselecteerd is kunt u de mapinformatie controleren.
7 Druk op om een bestand af te drukken
en druk vervolgens op .
OK
OK
OK
OK
OK
Afdrukken vanuit het USB-geheugen
- 129 -
Als een printer gebruiken
5
8 Druk op om [Select a file] te
selecteren en druk vervolgens op .
Memo
Wanneer [Bestand eigenschap] geselecteerd is kunt
u de bestandsinformatie controleren.
9 Voer afdrukinstellingen uit wanneer
nodig.
Meer info
"Afdrukinstellingen configureren" p. 129
10 Druk op om het afdrukken te
starten.
11 Verwijder het USB-geheugen uit de poort
nadat het bericht wordt weergegeven dat
het USB-geheugen veilig verwijderd kan
worden.
Afdrukinstellingen
configureren
U kunt de instellingen voor afdrukken vanuit het
USB-geheugen configureren in het [Printer
instellen] menu. Voer de volgende procedure uit
bij stap 9 van "Afdrukken vanuit het USB-
geheugen" p. 128 onder "Een afdrukopdracht
starten".
Het papiertype wijzigen
(Papierinvoer)
U kunt de papierbron selecteren.
Opmerking
Bij het afdrukken van een PRN-bestand volgt de instelling
voor de papierlade de instellingen van het
stuurprogramma tijdens bestandsaanmaak.
1 Druk op om [Printer instellen] te
selecteren en druk vervolgens op .
2 Zorg ervoor dat [Papier invoer]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
3 Druk op om de gewenste waarde te
selecteren en druk vervolgens op .
4 Druk op om terug te keren naar het
startscherm.
Memo
[Lade 2 (Tray 2)] wordt alleen weergegeven wanneer de
tweede lade-eenheid optioneel geïnstalleerd is.
Het aantal kopieën wijzigen
(Kopieën)
U kunt het aantal af te drukken kopieën instellen.
1 Druk op om [Printer instellen] te
selecteren en druk vervolgens op .
2 Druk op om [Aantal kopieën] te
selecteren en druk vervolgens op .
3 Voer het aantal kopieën in en druk op .
U kunt 1 tot 999 invullen.
4 Druk op om terug te keren naar het
startscherm.
Dubbelzijdig afdrukken (Duplex)
U kunt 1-zijdig (simplex) of 2-zijdig (duplex)
afdrukken.
Opmerking
Bij het afdrukken van een PRN-bestand volgt de instelling
voor dubbelzijdig afdrukken de instellingen van het
stuurprogramma tijdens bestandsaanmaak.
1 Druk op om [Printer instellen] te
selecteren en druk vervolgens op .
2 Druk op om [Dubbelzijdig] te
selecteren en druk vervolgens op .
3 Druk op om [AAN] te selecteren voor
dubbelzijdig afdrukken of [OFF] voor
enkelzijdig afdrukken en druk vervolgens
op .
4 Druk op om terug te keren naar het
startscherm.
De inbindpositie instellen (Inbinden)
U kunt de inbindpositie voor dubbelzijdige
afdrukken instellen.
1 Druk op om [Printer instellen] te
selecteren en druk vervolgens op .
Te selecteren waarden voor de papierlade:
Lade 1* Lade 2 MP-lade
*duidt de fabrieksinstellingen aan.
OK
MONO
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Afdrukken vanuit het USB-geheugen
- 130 -
2 Druk op om [Inbinden] te selecteren
en druk vervolgens op .
3 Druk op om [Lange zijde] te
selecteren om langs de lange zijde van
het papier in te binden of om [Short
edge bind] te selecteren om langs de
korte zijde van het papier in te binden en
druk vervolgens op .
4 Druk op om terug te keren naar het
startscherm.
Meer info
Voor meer informatie over het inbinden aan de lange en
korte zijde, raadpleeg "Dubbelzijdige kopieën maken
(Dubbelzijdig kopiëren)" p. 84.
Pagina's passend maken (Passend)
U kunt de paginagrootte aanpassen aan het
papierformaat bij het afdrukken.
Wanneer de paginagrootte van een af te drukken
bestand groter of kleiner is dan het effectieve
afdrukgebied, wordt de paginagrootte aangepast
aan het papierformaat.
Opmerking
Bij het afdrukken van een PRN-bestand werken deze
instellingen niet.
Memo
Deze functie is standaard ingeschakeld op [AAN].
1 Druk op om [Printer instellen] te
selecteren en druk vervolgens op .
2 Druk op om [Passen maken] te
selecteren en druk vervolgens op .
3 Druk op om [AAN] te selecteren
wanneer u het papierformaat wilt
aanpassen of [OFF] te selecteren
wanneer u de paginagrootte niet wilt
aanpassen en druk vervolgens op .
4 Druk op om terug te keren naar het
startscherm.
Een afdrukopdracht annuleren
U kunt een afdrukopdracht annuleren vanuit het
USB-geheugen door op <STOP (STOP)> te
drukken op het bedieningspaneel.
Afdrukken zal stoppen terwijl een melding wordt
weergegeven dat het afdrukken voltooid is.
1 Druk op <STOP (STOP)> op het
bedieningspaneel.
Opmerking
Pagina's die klaar staan om afgedrukt te worden op het
apparaat worden afgedrukt zonder wijzigingen.
OK
OK
OK
OK
OK
- 131 -
Gebruikersauthenticatie en Toegangsbeheer
6
6. Gebruikersauthenticatie en
Toegangsbeheer
Dit hoofdstuk geeft uitleg over functies voor gebruikersauthenticatie en toegangsbeheer.
Over Gebruikersauthenticatie en Toegangsbeheer
De functies voor gebruikersauthenticatie en toegangsbeheer staan u toe de functies die voor iedere
gebruiker beschikbaar zijn te beperken. Wanneer toegangsbeheer wordt ingeschakeld is
gebruikersauthenticatie vereist voordat het apparaat gebruikt wordt. Wanneer authenticatie succesvol is
kunnen alleen van tevoren gespecificeerde functies gebruikt worden.
Uw apparaat kent de volgende twee authenticatiemethoden:
PIN (persoonlijk identificatienummer)
Gebruikersnaam en wachtwoord
Om toegang tot het apparaat te beheren dient van tevoren een PIN (persoonlijk identificatienummer) of
een gebruikersnaam en wachtwoord geregistreerd te worden voor iedere gebruiker. U kunt maximaal
100 pincodes en 100 sets gebruikersnamen en wachtwoorden registreren.
Wanneer toegangsbeheer ingeschakeld is dient de gebruiker afhankelijk van de instellingen een PIN in te
voeren of een gebruikersnaam en wachtwoord om in te kunnen loggen op het apparaat of om af te
kunnen drukken vanuit een computer.
Toegangsbeheer kan worden toegepast op de volgende functies:
Kopiëren
Faxen
Scannen naar e-mail
Scannen naar USB-geheugen
Scannen naar netwerk-pc
Afdrukken
Afdrukken vanuit het USB-geheugen
Scannen naar internetfax
Scannen naar faxserver
Opmerking
Instellingen voor het verzenden van faxen gelden ook voor het verzenden van faxen vanuit een computer.
De volgende condities zijn vereist voor het inschakelen van de functies voor gebruikersauthenticatie en
toegangsbeheer:
Configuratietool op computers die aangesloten zijn op het Netwerk/USB (PIN/Gebruikersnaam en wachtwoord)
Website (PIN)
Meer info
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor meer informatie over de configuratietool.
Authenticatie door middel van PIN
- 132 -
Authenticatie door middel van PIN
Deze paragraaf geeft uitleg over het inschakelen van toegangsbeheer door gebruik te maken van
authenticatie door middel van PIN en hoe te handelen wanneer toegangsbeheer is ingeschakeld.
Een PIN registreren
Zorg ervoor dat een PIN wordt geregistreerd voor
elke gebruiker voordat gebruikersauthenticatie
en toegangsbeheer worden ingeschakeld. U dient
over beheerderrechten te beschikken om
pincodes te kunnen registreren.
Start PIN-manager vanuit de configuratietool om
een PIN te registreren.
Meer info
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor
meer informatie over het registreren van een PIN vanuit
de configuratietool.
Memo
U kunt ook een PIN registreren vanuit een webbrowser of
vanuit Afdrukopdracht Accounting.
Toegangsbeheer inschakelen
U dient over beheerderrechten te beschikken om
toegang tot het apparaat te kunnen beheren.
1 Druk op <SETTING (INSTELLING)> op
het bedieningspaneel.
2 Druk op om [Beheerder instelling]
te selecteren en druk vervolgens op .
3 Voer het beheerderwachtwoord in.
Het standaardwachtwoord is "aaaaaa".
4 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
5 Druk op om [Beheer] te selecteren
en druk vervolgens op .
6 Druk op om [Systeeminstellingen]
te selecteren en druk vervolgens op .
7 Zorg ervoor dat [Toegangsbeheer]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
8 Druk op om [PIN] te selecteren en
druk vervolgens op .
9 Druk op totdat de melding "Access
Control has been enabled." wordt
weergegeven.
Handelingen Bij ingeschakelde
PIN-authenticatie
Inloggen op de machine
Voor algemene gebruikers
1 Voer uw PIN-nr. in met behulp van het
tiencijferige toetsenbord op het
bedieningspaneel.
2 Druk op .
Wanneer authenticatie succesvol is verschijnt het
bovenste venster.
Voor de beheerder
1 Voer "000000" in met behulp van het
tiencijferige toetsenbord op het
bedieningspaneel.
Het PIN-nr. van de beheerder is "000000". U kunt
deze waarde niet wijzigen.
2 Druk op .
3 Voer het beheerderwachtwoord in
wanneer het invoervenster voor het
wachtwoord verschijnt.
Het standaardwachtwoord is "aaaaaa".
4 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
Wanneer authenticatie succesvol is verschijnt het
bovenste venster.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Authenticatie door middel van PIN
- 133 -
Gebruikersauthenticatie en Toegangsbeheer
6
Uitloggen op de machine
Wanneer u klaar bent met de uit te voeren
handelingen, vergeet dan niet uit te loggen.
1 Druk op totdat het bovenste venster
verschijnt.
2 Druk op <RESET/LOG OUT (RESETTEN/
UITLOGGEN)> op het bedieningspaneel.
3 Druk op of op het
bevestigingsscherm om [Ja] te
selecteren en druk vervolgens op .
Memo
Na een bepaalde tijd logt het apparaat de gebruikers
automatisch uit.
Bediening vanuit een Computer
Om toegang te beheren voor bediening vanuit
een computer dient u van tevoren
Afdrukopdracht Accounting Cliënt op de
computer te installeren.
Memo
Het type authenticatie dat op de computer gespecificeerd
is overschrijft de op de machine gespecificeerde type
authenticatie.
Meer info
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor
meer informatie over Afdrukopdracht Accounting.
Afdrukken (voor Windows)
Memo
Deze procedure gebruikt NotePad en het PCL-
stuurprogramma als voorbeeld. De procedures en menu's
kunnen verschillen afhankelijk van het stuurprogramma
dat u gebruikt.
1 Klik op [Start]>[All
Programs]>[Toshiba]>[Print Job
Accounting Client]>[Change Job
Accounting Mode].
Klik op [Yes] in het [User Account Control]
venster. (Klik op [Ga door] voor Windows Vista.)
2 Selecteer het gewenste
printerstuurprogramma onder [Driver].
3 Selecteer het [Tab] selectievakje en klik
vervolgens op [Change].
4 Klik op [Goed].
5 Selecteer [Sluiten] uit het [Bestand]
menu.
6 Klik op [Start] en selecteer [Devices
and Printers].
7 Klik met de rechtermuisknop op
pictogram TOSHIBA e-STUDIO403S en
selecteer [Printer
properties]>[TOSHIBA
e-STUDIO403S(*)].
* Selecteer het gewenste type stuurprogramma.
8 Selecteer het tabblad
[Taakverantwoording].
9 Voer de gebruikersnaam in bij
[Gebruiker naam (UserName)] en de
PIN bij [Job Account ID (Job Account
ID)].
10 Klik op [Goed (OK)].
11 Open het bestand dat u wenst af te
drukken.
12 Selecteer [Afdrukken] uit het
[Bestand] menu.
13 Selecteer het printerstuurprogramma dat
u in stap 7 geselecteerd heeft en klik op
[Afdrukken].
Afdrukken (Voor Mac OS X PS-
stuurprogramma)
Memo
Deze procedure gebruikt Text Edit als voorbeeld. De
procedures en menu's kunnen verschillen afhankelijk van
het stuurprogramma dat u gebruikt.
1 Plaats de Software DVD-ROM in de
computer.
2 Dubbelklik op het [TOSHIBA] pictogram
op uw bureaublad.
3 Dubbelklik op [Utilities].
4 Kopieer de [Print Job Accounting
Client] map door deze naar uw
Toepassingenmap te slepen en daar los
te laten.
OK
Authenticatie door middel van PIN
- 134 -
5 Open de [Print Job Accounting Client]
map die u geopend heeft en dubbelklik
op [Print Job Accounting Client].
6 Klik op [New].
7 Voer de gebruikersnaam in bij
[UserName (UserName)] en voer de
pincode in bij [JobAccountingID
(JobAccountingID)].
8 Klik op [Opslaan (Save)].
9 Klik op [Opslaan (Save)].
10 Wanneer een bericht verschijnt dat u
vraagt het gebruikerswachtwoord in te
voeren, voer dit dan in en klik op [Goed
(OK)].
11 Open het af te drukken bestand.
12 Selecteer [Afdrukken] uit het
[Bestand] menu.
13 Selecteer uw apparaat en klik op
[Afdrukken].
Afdrukken (Voor Mac OS X PCL-
stuurprogramma)
1
Selecteer [Print] uit het [File] menu van
een toepassing.
2 Selecteer het [Job Options] paneel.
3 Druk op de [Advanced] knop.
4 Voer de gebruikersnaam in bij
[Gebruiker naam (User Name)] en voer
de PIN in bij [Job Account ID (Job
Account ID)].
5 Klik op [Goed (OK)].
6 Klik op [Afdrukken].
Faxen verzenden vanaf uw
computer (alleen voor Windows)
Memo
In de volgende procedure wordt Notepad gebruikt als
voorbeeld. De items hier kunnen verschillen afhankelijk
van de toepassing die u gebruikt.
1 Klik op [Start]>[All Programs]
[Toshiba]>[Print Job Accounting
Client]>[Change Job Accounting
Mode].
Klik op [Yes] in het [User Account Control]
venster.
2 Selecteer het gewenste
printerstuurprogramma onder [Driver].
3 Selecteer het [Tab] selectievakje en klik
vervolgens op [Change].
4 Klik op [Goed (OK)].
5 Selecteer [Sluiten] uit het [Bestand]
menu.
6 Klik op [Start] en selecteer [Devices
and Printers].
7
Klik met de rechtermuisknop op het
pictogram TOSHIBA e-STUDIO403S en
selecteer [
Printer properties
]>[
TOSHIBA
e-STUDIO403S(*)
].
8 Selecteer het tabblad
[Taakverantwoording].
9 Voer de gebruikersnaam in bij
[Gebruiker naam (User Name)] en de
PIN bij [Job Account ID (Job Account
ID)].
10 Klik op [Goed (OK)].
11 Open het bestand dat u wilt faxen.
12 Selecteer [Afdrukken] uit het
[Bestand] menu.
Authenticatie door middel van PIN
- 135 -
Gebruikersauthenticatie en Toegangsbeheer
6
13 Selecteer het printerstuurprogramma dat
u in stap 7 geselecteerd heeft en klik op
[Afdrukken].
Meer info
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding
voor meer informatie over het verzenden van een fax
vanaf een computer.
Authenticatie door middel van gebruikersnaam en wachtwoord
- 136 -
Authenticatie door middel van gebruikersnaam en
wachtwoord
Deze paragraaf geeft uitleg over het inschakelen van toegangsbeheer met behulp van de authenticatie
door middel van gebruikersnaam en wachtwoord en hoe te handelen wanneer toegangsbeheer is
ingeschakeld.
Gebruikersnaam en
wachtwoord registreren
Zorg ervoor dat een gebruikersnaam en
wachtwoord wordt geregistreerd voor iedere
gebruiker voordat gebruikersauthenticatie en
toegangsbeheer worden ingeschakeld. U dient
over beheerderrechten te beschikken om
gebruikersnamen en wachtwoorden te kunnen
registreren.
Start PIN-manager vanuit de configuratietool om
een gebruikersnaam en wachtwoord te
registreren.
Meer info
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding voor
meer informatie over het registreren van een
gebruikersnaam en wachtwoord vanuit de configuratietool.
Toegangsbeheer inschakelen
U dient over beheerderrechten te beschikken om
toegang tot het apparaat te kunnen beheren.
1 Druk op <SETTING (INSTELLING)> op
het bedieningspaneel.
2 Druk op om [Beheerder instelling]
te selecteren en druk vervolgens op .
3 Voer het beheerderwachtwoord in.
Het standaardwachtwoord is "aaaaaa".
4 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
5 Druk op om [Beheer] te selecteren
en druk vervolgens op .
6 Druk op om [Systeeminstellingen]
te selecteren en druk vervolgens op .
7 Zorg ervoor dat [Toegangsbeheer]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
8 Druk op om [gebruiker/
wachtwoord] te selecteren en druk
vervolgens op .
9 Druk op om [Gebruiker
authentificatie methode] te selecteren
en druk vervolgens op .
10 Zorg ervoor dat [Lokaal] geselecteerd is
en druk vervolgens op .
Meer info
Wanneer u [LDAP] of [Secure Protocol] selecteert
zijn de serverinstellingen benodigd. Raadpleeg de
Geavanceerde Gebruikershandleiding voor meer
informatie.
11 Druk op totdat de melding "Access
Control has been enabled." wordt
weergegeven.
Handelingen bij ingeschakelde
gebruikersnaam- en
wachtwoordauthenticatie
Inloggen op de machine
1 Zorg ervoor dat [Gebruiker naam (User
Name)] geselecteerd is en druk
vervolgens op .
2 Voer uw naam in.
3 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
4 Zorg ervoor dat [Wachtwoord
(Password)] geselecteerd is en druk
vervolgens op .
5 Voer uw wachtwoord in.
6 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Authenticatie door middel van gebruikersnaam en wachtwoord
- 137 -
Gebruikersauthenticatie en Toegangsbeheer
6
7 Op het [Log in (Login)] scherm, drukt u
op .
Wanneer authenticatie succesvol is verschijnt het
bovenste venster.
Meer info
Voor meer informatie over het invoeren van tekst,
raadpleeg "Tekst invoeren met behulp van het
bedieningspaneel" p. 29.
Uitloggen op de machine
Wanneer u klaar bent met de uit te voeren
handelingen, vergeet dan niet uit te loggen.
1 Druk op totdat het bovenste venster
verschijnt.
2 Druk op <RESET/LOG OUT (RESETTEN/
UITLOGGEN)> op het bedieningspaneel.
3 Druk op of op het
bevestigingsscherm om [Ja] te
selecteren en druk vervolgens op .
Memo
Na een bepaalde tijd logt het apparaat de gebruikers
automatisch uit.
Bediening vanaf de computer
Memo
Het type authenticatie dat op de computer gespecificeerd
is overschrijft de op de machine gespecificeerde type
authenticatie.
Afdrukken (voor Windows)
Opmerking
Het PCL XPS-printerstuurprogramma kan voor deze functie
niet gebruikt worden.
Memo
Deze procedure gebruikt NotePad en het PCL-
stuurprogramma als voorbeeld. De procedures en menu's
kunnen verschillen afhankelijk van het stuurprogramma
dat u gebruikt.
1 Open het bestand dat u wenst af te
drukken.
2 Selecteer [Print] uit het [File] menu.
3 Selecteer het gewenste
printerstuurprogramma onder [Select
Printer] en klik op [Preferences].
4 Selecteer het tabblad [Taakopties (Job
Options)].
5 Klik op [User Auth (User Auth)].
6 Selecteer het [Use User
Authentication (Use User
Authentication)] selectievakje.
7 Voer de gebruikersnaam in bij
[Username (Username)] en het
wachtwoord bij [Wachtwoord
(Password)], respectievelijk.
Door op [Use Windows Login (Use Windows
Login)] te klikken wordt uw inlognaam
automatisch ingevoerd bij Windows.
8 Klik op [Goed (OK)].
9 Klik op [Goed (OK)] en klik vervolgens
op [Afdrukken].
Afdrukken (voor Mac OS X)
Memo
Deze procedure gebruikt Text Edit als voorbeeld. De
procedures en menu's kunnen verschillen afhankelijk van
het stuurprogramma dat u gebruikt.
1 Open het bestand dat u wenst af te
drukken.
2 Selecteer [Print] uit het [File] menu.
3 Selecteer het printerstuurprogramma
van de machine.
OK
OK
Authenticatie door middel van gebruikersnaam en wachtwoord
- 138 -
4 Selecteer [Use User Authentication
(Use User Authentication)] uit het
paneelmenu.
5 Selecteer het [Use User
Authentication (Use User
Authentication)] selectievakje.
6 Voer de gebruikersnaam in bij
[Gebruiker naam (User Name)] en het
wachtwoord bij [Wachtwoord
(Password)], respectievelijk.
7 Klik op [Afdrukken (Print)].
Faxen vanaf een computer
(Alleen voor Windows)
Memo
Deze procedure gebruikt NotePad als voorbeeld. De
procedures en menu's kunnen verschillen afhankelijk van
het stuurprogramma dat u gebruikt.
1 Open het bestand dat u wilt faxen.
2 Selecteer [Print] uit het [File] menu.
3 Selecteer het faxstuurprogramma van
uw apparaat onder [Select Printer] en
klik op [Preferences].
4 Klik op [Gebruikersverific (User
Authentication)] op het tabblad [Setup
(Setup)].
5 Selecteer het [Use User
Authentication (Use User
Authentication)] selectievakje.
6 Voer de gebruikersnaam in bij
[Username (Username)] en het
wachtwoord bij [Wachtwoord
(Password)], respectievelijk.
Door op [Gebruik Windows Login] te klikken
wordt uw inlognaam automatisch ingevoerd bij
Windows.
7 Klik op [Goed (OK)].
8 Klik op [Goed (OK)] en klik vervolgens
op [Afdrukken (Print)].
Meer info
Raadpleeg de Geavanceerde Gebruikershandleiding
voor meer informatie over het verzenden van een fax
vanaf een computer.
- 139 -
Problemen oplossen
7
7. Problemen oplossen
Dit hoofdstuk biedt oplossingen voor problemen die u tegen kunt komen terwijl u handelingen uitvoert
op uw machine.
Papierstoringen
Deze paragraaf geeft uitleg over het oplossen van papierstoringen.
Meer info
Voor meer informatie over de locatie van elk component van de machine, raadpleeg "Uw machine reinigen" p. 183.
Voor meer informatie over de locatie van elk component van de machine, raadpleeg "Namen van componenten" p. 17.
Foutmeldingen controleren
Wanneer zich een papierstoring voordoet
verschijnt de [Paper jam] of [Document jam]
melding op het weergavescherm en de
<STATUS (STATUS)> toets op het
bedieningspaneel gaat knipperen. De foutcode en
beschrijving verschilt afhankelijk van waar de
papierstoring zich voordoet.
Controleer de foutcode die verschijnt in de
onderstaande lijst en raadpleeg de relevante
procedure voor het oplossen van
papierstoringen.
Oplossen van papierstoringen
Opmerking
De drum (de groene buis) is heel gevoelig. Ga hier
voorzichtig mee om.
Stel de drum niet bloot aan direct zonlicht of erg heldere
binnenverlichting (ongeveer meer dan 1500 lux). Stel het
zelfs niet aan normale binnenverlichting meer dan 5
minuten bloot.
Fout-
code
Bericht
Referen-
tiepagina
370 Paper Jam Occurs: 3##P
Please open the scanner unit and
the top cover And, please check.
Please see Help for details.
p.140
371 p.140
372 p.140
380 p.141
381 p.141
382 p.141
389 p.141
390 p.143
391 Paper Jam Occurs: 3##
Please pull out the paper cassette
of the indicated tray. And, please
check.
Please see Help for details.
p.144
392 p.144
Document Jam Occurs.
Please open the scanner unit and the
ADF cover. And, please check.
Please see Help for details.
p.145
Kans op brandwonden.
Doordat de fusereenheid rechts extreem heet is
dient u de handeling voorzichtig uit te voeren.
Fout-
code
Bericht
Referen-
tiepagina
LET OP
Papierstoringen
- 140 -
Foutcode 370, 371, 372
(Dubbelzijdige papierstoring)
1 Verwijder alle aanwezige document uit
de documentlade.
2 Open de scannereenheid.
3 Druk op de open-knop van de bovenklep
(1) en open de bovenklep.
4 Haal de drum er voorzichtig in zijn
geheel uit, inclusief de inktcartridge.
Zorg ervoor dat u de groene
drumoppervlakte niet aanraakt of
bekrast.
5 Verwijder de drum zoals beschreven in
stap 3, verwijder vervolgens de
dubbelzijde eenheid (1) door de
gekleurde hendels (2) aan beide zijden
op te tillen en deze er voorzichtig aan de
hendels uit te nemen.
6 Verwijder het papier en plaats de
dubbelzijdige eenheid terug.
7 Wanneer u de transcriptie-eenheid terug
plaatst in de printer, plaats dan beide
uitsteeksels (A) aan de voorkant van de
transcriptie-eenheid in de houders van
de printer.
8 Plaats de uitsteeksels aan de achterkant
, dichtbij beide hendels van de
transcriptie-eenheid gelegen, in beide
montagegaten van de printer.
1
Papierstoringen
- 141 -
Problemen oplossen
7
9 Bevestig de transcriptie-eenheid aan de
printer door beide hendels van de
transcriptie-eenheid in de richting van de
pijl bij
te draaien.
Opmerking
Raak de sponsroller van de transcriptie-eenheid niet met
de hand aan.
10 Plaats de drum compleet met
inktcartridge terug en zorg er daarbij
voor dat de pinnen (1 & 2) goed in de
sleuven geplaatst worden aan beide
zijden van de printer (3).
11 Sluit de bovenklep.
12 Sluit de scannereenheid.
Foutcode 380, 381, 382, 389
(Storing in papierinvoer)
1 Verwijder alle aanwezige document uit
de documentlade.
2 Open de scannereenheid.
3 Druk op de open-knop van de bovenklep
(1) en open de boveklep.
4 Haal de drum er voorzichtig in zijn
geheel uit, inclusief de inktcartridge.
Zorg ervoor dat u de groene
drumoppervlakte niet aanraakt of
bekrast.
1
Papierstoringen
- 142 -
5 Wanneer de bovenkant van het papier
zichtbaar is aan de achterzijde van de
transparante weerstandsgeleider, draai
de weerstandsgeleider dan richting de
fusereenheid, houdt het papier aan de
bovenkant vast en trek het er voorzichtig
uit.
Als zowel de bovenkant als de onderkant
van het papier niet zichtbaar zijn,
verplaats het vastgelopen papier dan in
de richting van de pijl zoals
weergegeven. Houdt het papier aan de
bovenkant met de hand vast en trek het
er voorzichtig uit.
Wanneer de onderkant van het papier
zichtbaar is, houdt dan het papier met de
hand vast en trek het er voorzichtig uit.
Papieruitvoerenheid (Vastgelopen
papier)
Wanneer de onderkant van het papier
zichtbaar is in de printer, houdt het papier
dan vast en trek het er voorzichtig uit.
Opmerking
Wanneer papier vast komt te zitten bij de
papieruitvoereenheid en dit papier zichtbaar is in de
bovenklep, trek het papier er dan uit in de richting van de
binnenkant van de printer.
Wanneer de onderkant van het papier niet
zichtbaar is, maar de bovenkant wel
zichtbaar is bij de papieruitvoereenheid,
houdt het papier dan aan de bovenkant
vast en trek het er voorzichtig uit.
Wanneer het niet lukt het papier te
verwijderen volgens stap (A)1 en (A)2,
trek het papier er dan uit volgens de (B)
stappen.
(B)1 (B)2
(A)1 (A)2
Papierstoringen
- 143 -
Problemen oplossen
7
Wanneer het niet lukt om vastgelopen
papier te verwijderen, forceer het
uittrekken van papier dan niet, maar volg
de onderstaande stappen.
Plaats de drumcartridge terug in de printer en
sluit de bovenklep.
Zet de aan/uit-schakelaar van de printer eerst
op UIT (O) en zet deze dan weer AAN (I).
Wanneer de motor begint te roteren, houdt de
bovenkant van het papier dan vast en trek het
er uit.
Opmerking
Wanneer papier vastloopt terwijl u papier aan het plaatsen
bent, controleer dan alle eenheden voor papierinvoer om
te zien of er geen papier is achtergebleven. Denk eraan
dat u het alarmscherm alleen kunt wegdrukken nadat u de
bovenklep geopend en daarna weer gesloten heeft.
6 Plaats de drum compleet met
inktcartridge terug en zorg er daarbij
voor dat de pinnen (1 & 2) goed in de
sleuven geplaatst worden aan beide
zijden van de printer (3).
7 Sluit de bovenklep.
8 Sluit de scannereenheid.
Foutcode 390 (Vastgelopen
papierinvoer (Multifunctionele
lade))
1 Verwijder alle aanwezige document uit
de documentlade.
2 Open de scannereenheid.
3 Druk op de open-knop van de bovenklep
(1) en open de boveklep.
4 Haal de drum er voorzichtig in zijn
geheel uit, inclusief de inktcartridge.
Zorg ervoor dat u de groene
drumoppervlakte niet aanraakt of
bekrast.
5 Wanneer de bovenkant van het papier
zichtbaar is aan de achterzijde van de
transparante weerstandsgeleider, draai
de weerstandsgeleider dan richting de
fusereenheid, houdt het papier aan de
bovenkant vast en trek het er voorzichtig
uit.
Als zowel de bovenkant als de onderkant
van het papier niet zichtbaar zijn,
verplaats het vastgelopen papier dan in
de richting van de pijl zoals
weergegeven. Houdt het papier aan de
bovenkant met de hand vast en trek het
er voorzichtig uit.
Papierstoringen
- 144 -
Wanneer de onderkant van het papier
zichtbaar is, houdt dan het papier met de
hand vast en trek het er voorzichtig uit.
6 Plaats de drum compleet met
inktcartridge terug en zorg er daarbij
voor dat de pinnen (1 & 2) goed in de
sleuven geplaatst worden aan beide
zijden van de printer (3).
7 Sluit de bovenklep.
8 Sluit de scannereenheid.
Foutcode 391, 392 (Vastgelopen
papierinvoer)
Foutcode 391 wijst op een fout in Lade 1 en
Foutcode 392 wijst op een papierstoring in Lade
2.
Memo
De volgende procedure gebruikt lade 1 als voorbeeld.
1 Trek de papiercassette van de
aangegeven lade uit en neem deze weg.
2 Verwijder vastgelopen papier.
3 Doe de lade terug in het apparaat.
4 Open de scannereenheid.
5 Druk op de open-knop van de bovenklep
(1) en open de boveklep.
6 Sluit de bovenklep.
7 Sluit de scannereenheid.
1
Papierstoringen
- 145 -
Problemen oplossen
7
Documentstoring opgetreden
Wanneer u het document in de
dubbelzijde papierbaan kunt zien
zitten
1 Open de ADF-klep en trek het document
er naar boven toe uit.
Wanneer u het document in de ADF
kunt zien zitten
1 Verwijder alle aanwezige document uit
de documentlade.
2 Open de ADF-klep.
3 Pak het vastgelopen document vast aan
de bovenzijde en trek het er voorzichtig
uit.
Wanneer de rand van het document te zien is
onder de papiergeleider (1), til dan de
papiergeleider op en trek het document eruit.
Wanneer de rand van het document niet te zien is
in de ADF, til dan de documentlade op (2) en trek
het document eruit.
Trek de documentlade omlaag.
4 Sluit de ADF-klep.
1
2
Foutmeldingen
- 146 -
Foutmeldingen
Deze paragraaf geeft uitleg over de oorzaken en oplossingen voor foutmeldingen die worden
weergegeven op het weergavescherm en de functie van de <STATUS (STATUS)> toets.
Foutmeldingen die op het scherm worden weergegeven
Memo
In de volgende lijsten:
-Duidt "%COLOR%" op K (zwart)
- Duidt "%TRAY%" op lade 1, lade 2 of de MP-lade
- Duidt "%ERRCODE%" op een foutcode
- Duiden "%FS_ERR%", "%CODE%" en "%FATALSTRING1%" op gedetailleerde informatie over fouten
- Duidt "%MEDIA_SIZE%" op papierformaat
- Duidt "%MEDIA_TYPE%" op een papiertype
- Duidt "%COVER%" op de bovenklep of achterklep.
Wanneer de weergegeven melding de zin "Raadpleeg Help voor meer informatie" bevat, kunt u oplossingen bekijken door op
<?HELP (?HELP)> te drukken op het bedieningspaneel.
Wanneer de weergegeven melding " om te Sluiten" bevat, druk dan op op het bedieningspaneel om de fout te
verwijderen.
Meer info
Voor meer informatie over de functie van de <STATUS (STATUS)> toets, raadpleeg "De status van de machine controleren met
de <STATUS (STATUS)> toets" p. 158.
Algemene foutmeldingen voor alle functies
Fout-
code
Bericht
<Status
(Status)>
toets
Oorzaak/Oplossing
Inspectie is vereiste.
PU Flash Error
Knippert Er is een fout opgetreden in de firmware.
Contacteer uw dealer.
Inspectie is vereiste.
PU Communication Error
Knippert Er is een fout opgetreden in de firmware.
Contacteer uw dealer.
%COLOR% Toner Low.
Please see Help for details.
Gaat
branden*
De inktcartridge van de aangegeven kleur is
bijna op.
Maak een nieuwe tonercartridge gereed.
* Wanneer de <
SETTING
(INSTELLING)> toets>[
Beheerder
instelling
]>[
Device Management
]>[
Systeeminstellingen
]>
[
Near life LED
] is ingesteld op [
Disable
], dan gaat de
<
STATUS
(STATUS)> toets niet aan.
Image Drum Unit Near Life.
Please see Help for details.
Gaat
branden*
De beelddrumeenheid heeft het einde van zijn
levensduur bijna bereikt.
Maak een vervangende beelddrum gereed.
* Wanneer de <
SETTING
(INSTELLING)> toets >[
Beheerder
instelling
]>[
Device Management
]>[
Systeeminstellingen
]>
[
Status in Near life
] is ingesteld op [
Enable
] en [
Near life
LED
] is ingesteld op [
Disable
], dan gaat de <
STATUS
(STATUS)> toets niet aan.
Wanneer [Status in Near life] is ingesteld op [Disable],
wordt deze melding niet weergegeven en de <STATUS
(STATUS)> toets gaat niet aan.
OK
OK
Foutmeldingen
- 147 -
Problemen oplossen
7
413 %COLOR% Toner Empty
%ERRCODE%
Please see Help for details.
Knippert De inktcartridge van de aangegeven kleur is op.
Vervang deze door een nieuwe inktcartridge.
413 : K
%COLOR% Toner Empty
Please see Help for details.
Gaat
branden
De inktcartridge van de aangegeven kleur is op.
Vervang deze door een nieuwe inktcartridge.
613 %COLOR% Toner cartridge not installed. :
%ERRCODE%
Please see Help for details.
Knippert De inktcartridge van de aangegeven kleur is niet
goed geplaatst.
Plaats deze op de juiste manier.
613 : K
%COLOR% Toner cartridge not installed.
Please see Help for details.
Gaat
branden
De inktcartridge van de aangegeven kleur is niet
goed geplaatst.
Plaats deze op de juiste manier.
%TRAY% Empty.
Please see Help for details.
Gaat
branden
De aangegeven lade is leeg.
Plaats papier in de lade.
File System is full.
Please see Help for details.
Gaat
branden
Het bestandssysteem is vol.
File System is write protected.
Please see Help for details.
Gaat
branden
Het bestandssysteem waarnaar u probeerde te
schrijven is tegen schrijven beveiligd.
Geheugen overloop.
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Het geheugen is overgelopen.
Wanneer u andere taken tegelijk aan het
uitvoeren bent, maak deze dan af en probeer
opnieuw. Als dat niet werkt, verklein dan de
afdrukresolutie.
420 Memory Overflow. : 420
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Het geheugen is overgelopen.
Verklein de afdrukresolutie. Als dat niet werkt,
verklein dan het formaat van de afdrukgegevens.
Access Limitation Error
Deleted unauthorized user data.
Please see Help for details.
om te sluiten
Gaat
branden
De machine heeft de opdracht van een
onbevoegde gebruiker verwijderd.
Accounting Log Buffer is near full.
Please see Help for details.
Gaat
branden
De buffer van de opdracht accounting logbestand
is bijna vol.
Fout-
code
Bericht
<Status
(Status)>
toets
Oorzaak/Oplossing
OK
OK
OK
Foutmeldingen
- 148 -
Accounting Log Buffer Full (Delete old logs) Gaat
branden
Oude accounting logbestanden worden
verwijderd omdat de buffer van het accounting
logbestand vol is.
Accounting Log Writing Error
Please see Help for details.
om te sluiten
Gaat
branden
Een schrijffout is opgetreden in het opdracht
accounting logbestand.
Disk Use Failed %FS_ERR%
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Een fout is opgetreden tijdens schijfbewerking.
Please check data.
Message Data Write Error : %CODE%.
Gaat
branden
Het schrijven van te uploaden berichtgegevens is
mislukt.
Contacteer uw dealer.
Please check %COLOR% Toner Cartridge.
Please see Help for details.
Gaat
branden
Er is iets fout gegaan met de inktsensor van de
aangegeven kleur tijdens het afdrukken.
Controleer of de inktcartridge van de aangegeven
kleur op de juiste wijze is geplaatst.
543 Please check %COLOR% Toner Cartridge. :
%ERRCODE%
Please see Help for details.
Knippert Er is iets fout met de inktsensor van de
aangegeven kleur.
Controleer of de inktcartridge van de aangegeven
kleur op de juiste wijze is geplaatst.
543 : K
547 Please check %COLOR% Toner Cartridge. :
%ERRCODE%
Please see Help for details.
Knippert De inktcartridge van de aangegeven kleur is niet
goed gesloten.
Controleer of de vergrendelingshendel goed naar
links is geschoven.
547 : K
372
380
381
382
389
390
Paper Jam: %ERRCODE%
Please open the scanner unit and the top
cover.
Please see Help for details.
Knippert Papierstoring is opgetreden.
Verwijder het vastgelopen papier.
Fout 372: Verkeerde invoer vanuit dubbelzijdig
afdruk
Fout 380: Papierinvoer
Fout 381: Transport
Fout 382: Afsluiten
Fout 389: Afdrukpagina is verloren
Fout 390: MP-lade
Fout 390: HANDMATIG
391
392
Paper Jam: %ERRCODE%
Please pull out the paper cassette of the
indicated tray.
Please see Help for details.
Knippert Papierstoring is opgetreden terwijl papier werd
ingevoerd vanuit de aangegeven lade.
Verwijder het vastgelopen papier.
391 : Lade 1
392 : Lade 2
310
587
Please check the %COVER%.: %ERRCODE%
Please check the %COVER%.
Please see Help for details.
Knippert De bovenklep is open.
Sluit de bovenklep.
310 : Bovenklep
587 : Achterklep
Fout-
code
Bericht
<Status
(Status)>
toets
Oorzaak/Oplossing
OK
OK
Foutmeldingen
- 149 -
Problemen oplossen
7
ADF Cover Open
Please see Help for details.
Knippert De ADF-klep is open.
Sluit de ADF-klep.
Schakel machine uit en aan
%ERRCODE%: Error
Knippert Een fout is opgetreden in het apparaat.
Zet de machine uit en dan weer aan.
Contacteer uw dealer wanneer de fout niet
verholpen is.
Inspectie is vereiste.
%ERRCODE: Error
Knippert Een fout is opgetreden in het apparaat.
Contacteer uw dealer.
Schakel machine uit en aan
%ERRCODE%: Error %FATALSTRING1%
Knippert Een fout is opgetreden in het apparaat.
Zet de machine uit en dan weer aan.
Als dezelfde fout optreedt, zet de machine dan
uit en dan weer aan. Als de fout niet is
verholpen, of dezelfde fout treedt weer op,
contacteer uw dealer.
Document Jam
Please open the scanner unit and the ADF
cover.
Please see Help for details.
Knippert Een documentstoring is opgetreden.
Open de ADF-klep en verwijder het vastgelopen
papier.
Lamp Error. Please call service.
<%CODE%>
Please see Help for details.
Knippert Geeft aan dat er een fout is opgetreden in de
lamp.
Deze melding wordt weergegeven doordat de
lichtintensiteit van de lamp zwakker is.
Contacteer uw dealer.
%TRAY% missing.
Please see Help for details.
Gaat
branden
Een van de papiercassettes bevindt zich niet in
de aangegeven lade.
Plaats de papiercassette in de aangegeven lade.
Als de cassette reeds in het apparaat is
geplaatst, trek de cassette er dan uit en plaats
deze vervolgens terug zodat deze er op de juiste
wijze in zit.
430
440
Please close %TRAY%.: 430,440
To cancel, select [Cancel]
Knippert Een van de papiercassettes bevindt zich niet in
de aangegeven lade.
Plaats de papiercassette in de aangegeven lade.
Als de cassette reeds in het apparaat is
geplaatst, trek de cassette er dan uit en plaats
deze vervolgens terug zodat deze er op de juiste
wijze in zit.
Inspectie is vereiste.
%ERRCODE%: SIP Error
Knippert Verwerking van gescande afbeelding is mislukt.
Zet de machine uit en dan weer aan.
Contacteer uw dealer wanneer de fout niet
verholpen is.
Please call service.
Scanner unit failed to detect printer unit.
Knippert Een fout is opgetreden tussen de scanner en
printereenheden.
Zet de machine uit en dan weer aan.
Contacteer uw dealer wanneer de fout niet
verholpen is.
SIP Firmware Missing Knippert Er is een fout in het moederbord geconstateerd.
Zet de machine uit en dan weer aan.
Contacteer uw dealer wanneer de fout niet
verholpen is.
Fout-
code
Bericht
<Status
(Status)>
toets
Oorzaak/Oplossing
Foutmeldingen
- 150 -
Wait a moment.
Network initializing ...
Gaat
branden
Gewijzigde netwerkinstellingen worden hersteld.
085 Please change SD Memory Card.
Error Code: 085
Gaat
branden
De inhoud van de SD-geheugenkaart kunnen niet
normaal gelezen worden.
Wanneer dezelfde kaart vaker gebruikt wordt kan
dezelfde fout optreden. Vervang de SD-
geheugenkaart.
Schakel machine uit en aan
Carriage Error <1>
Please see Help for details.
Knippert Wijst op een cartridgefout.
Deze melding wordt weergegeven doordat de
cartridge van de scanner niet goed werkt.
Contacteer uw dealer wanneer de fout niet
verholpen is.
Schakel machine uit en aan
Carriage Error <%CODE%>
Knippert Geeft aan dat de volgende transportfout is
opgetreden.
2 : Startpositiefout (transportconnectiefout)
3 : Scanstartpositie detectiefout
Neem contact op met uw dealer wanneer de fout
niet verholpen is.
581 Please close faceup stacker.
581:Cannot print with duplex.
Knippert Een poging tot dubbelzijdig printen is mislukt
doordat de stapelaar afdrukzijde omhoog is en
dubbelzijdig afdrukken is uitgeschakeld.
500 Please install paper on
Manual Feeder. Please set paper
(%MEDIA_SIZE%).
To cancel, select [Cancel]
Knippert Handmatig invoeren van papier is vereist. Voer
het papier handmatig in zoals weergegeven bij
%MEDIA_SIZE%.
400 Paper Size Error
Please open the scanner unit and the top
cover and check paper size.
Please see Help for details.
Knippert Onjuist papierformaat is gebruikt.
Controleer het papier in de lade of controleer op
meervoudige invoer. Open en sluit de klep om
het afdrukken te herstellen en ga verder.
347 Please install new Image Drum Unit.
Please see Help for details.
Knippert De beelddrumeenheid heeft het einde van zijn
levensduur bereikt.
Decode error occurred.
Please check image data.
om te sluiten
Gaat
branden
Een fout is opgetreden tijden de analyse van de
beeldgegevens die van buiten de MFP zijn
ingevoerd.
Een fout is opgetreden in de TIFF- of JPEG-
gegevensanalyse tijdens afdrukken vanuit USB-
geheugen of InternetFAX/E-mailPrint/FaxToPrint
(met opslaan van communicatiegegevens).
409 Please open the top cover.
409:Faceup Stacker Error
Knippert Omdat de stapelaar afdrukzijde omhoogd werd
bediend tijdens het afdrukken is het afdrukken
gestopt en is er een fout aangegeven.
Fout-
code
Bericht
<Status
(Status)>
toets
Oorzaak/Oplossing
OK
Foutmeldingen
- 151 -
Problemen oplossen
7
Foutmeldingen bij kopiëren
De volgende meldingen worden weergegeven op het weergavescherm van het bedieningspaneel terwijl
de kopieerfunctie in gebruik is.
Foutmeldingen voor faxen
De volgende meldingen worden weergegeven op het weergavescherm van het bedieningspaneel terwijl
de faxfunctie in gebruik is.
Foutcode
Bericht
<Status
(Status)>
toets
Oorzaak/Oplossing
Offline mode Gaat
branden
Het apparaat is offline en kan geen
kopieeropdracht starten.
Druk op de <PRINT (PRINTEN)> toets op het
bedieningspaneel en selecteer vervolgens
[Online/Offline] op het afdrukmenuscherm.
Wil u scannen hervaten? Gaat
branden
Het scannen voor een kopieeropdracht is gestopt
doordat er een fout is opgetreden, maar de fout
is nu verholpen.
Voer de overige documenten in bij de ADF en
selecteer [Ja] om te starten met het scannen
van de overige documenten.
Foutcode
Bericht
<Status
(Status)>
toets
Oorzaak/Oplossing
Received invalid data.
Please see Help for details.
om te sluiten
Gaat
branden
Het apparaat heeft onbevoegde PC-faxgegevens
ontvangen en verwijderd. Het kan zijn dat de
verbinding met de computer onstabiel is geweest
terwijl het apparaat de computer faxgegevens
ontving.
Controleer de verbinding tussen de machine en
de computer.
Communication Error
om te sluiten
Knippert Faxverzending en ontvangst is geannuleerd
vanwege fouten.
Tele phone
Please see Help for details.
Gaat
branden
De telefoon is in gebruik.
Wacht totdat de oproep op de telefoonlijn
beëindigd is.
Geheugen overloop.
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Het geheugen is overgelopen terwijl pc-
faxgegegevens ontvangen werden.
Controleer de geheugencapaciteit door een van
de volgende handelingen uit te voeren.
Wanneer de tijdspecificatie voor faxverzending
is ingesteld, annuleer deze dan.
Verwijder documenten die zijn opgeslagen in
het F-codevenster.
Deze melding kan ook worden weergegeven
wanneer een fout optreedt in de machine.
Herstel de fout.
Wanneer de fout niet verholpen is, verminder
dan de gegevens die als PC Fax verzonden
dienen te worden.
OK
OK
OK
Foutmeldingen
- 152 -
Foutmeldingen bij het scannen
De volgende meldingen worden weergegeven op het weergavescherm terwijl de scanfunctie in gebruik
is.
Offline mode Gaat
branden
Het apparaat is offline en kan de ontvangen
faxgegevens niet afdrukken.
Druk op de <PRINT (PRINTEN)> toets op het
bedieningspaneel en selecteer vervolgens
[Online/Offline] op het afdrukmenuscherm.
Memory Overflow has occurred
during Fax Tx reservation.
om te sluiten
Knippert Het geheugen is overgelopen tijdens verzending
van het faxgeheugen.
Foutcode
Bericht
<Status
(Status)>
toets
Oorzaak/Oplossing
Annulering Gaat
branden
Een Scannen naar opdracht is geannuleerd.
Annulering verzending ... Gaat
branden
Een e-mail of bestandsverzending is
geannuleerd.
Memory Overflow
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Het geheugen is overgelopen tijdens het scannen
van gegevens.
USB Memory Full
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Het USB-geheugen is vol en kan geen data meer
opslaan.
Verwijder bestanden die niet benodigd zijn van
het USB-geheugen, of gebruik een USB-
geheugen met voldoende vrije ruimte.
Writing Failed
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Schrijven naar het USB-geheugen is mislukt.
Verwijder de schrijfbeveiliging van het verbonden
USB-geheugen.
USB Memory disconnected.
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert USB-geheugen is niet aangesloten op de
machine en de machine kan daardoor geen
gegevens opslaan.
Controleer of het USB-geheugen juist is
aangesloten op de machine.
Connect to PC failed.
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Het verbinden van het apparaat met een
computer is mislukt.
Controleer of het apparaat juist is aangesloten
op de computer.
File Transmission Error
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Een fout is opgetreden tijdens
bestandsverzending.
Controleer de netwerkconfiguratie,
kabelverbinding en status en de serverstatus.
Foutcode
Bericht
<Status
(Status)>
toets
Oorzaak/Oplossing
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Foutmeldingen
- 153 -
Problemen oplossen
7
E-mail Transmission Error
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Een fout is opgetreden tijdens e-mailverzending.
Controleer de netwerkconfiguratie,
kabelverbinding en status en de serverstatus.
Please check SMTP settings.
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Een fout is opgetreden tijdens het verbinden met
een SMTP-server.
Controleer de netwerkconfiguratie,
kabelverbinding en status en de serverstatus.
Controleer de SMTP-instellingen.
Please check POP3 settings.
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Een fout is opgetreden tijdens het verbinden met
een POP3-server.
Controleer de netwerkconfiguratie,
kabelverbinding en status en de serverstatus.
Controleer de POP3-instellingen.
SMTP Login failed.
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Inloggen op de SMTP-server is mislukt.
Controleer de inlognaam en het wachtwoord van
de server.
SMTP Auth. Unsupported
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Een SMTP-server ondersteund de authenticatie
niet.
POP3 Login failed.
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Inloggen op een POP3-server is mislukt.
Controleer de inlognaam en het wachtwoord van
de server.
Getting target IP failed.
Please check DHCP Settings.
Please see Help for details.
Knippert Het apparaat heeft geen IP-adres kunnen
ontvangen van de DHCP-server.
Controleer de netwerkconfiguratie,
kabelverbinding en status en de serverstatus.
Please check DNS settings.
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Een fout is opgetreden tijdens het verbinden met
een DNS-server,
of het apparaat heeft geen IP-adres kunnen
verkrijgen.
Controleer de netwerkconfiguratie,
kabelverbinding en status en de serverstatus.
Controleer de DNS-instellingen.
Controleer de [Doel URL] in het profiel en
controleer of de computernaam juist is
ingesteld.
Als er zich geen DNS-server op het netwerk
bevindt, stel dan het IP-adres in plaats van de
computernaam in bij het profiel [Doel URL].
Wanneer de gebruikersnaam wordt beheerd
vanuit een domein, voer dan "gebruikersnaam
@ domeinnaam" in bij de [Username]
instellingen.
Foutcode
Bericht
<Status
(Status)>
toets
Oorzaak/Oplossing
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Foutmeldingen
- 154 -
Please check Server setting.
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Een fout is opgetreden tijdens het verbinden met
een bestandsserver.
Controleer de netwerkconfiguratie,
kabelverbinding en status en de serverstatus.
Controleer de serverinstellingen.
Wanneer de gebruikersnaam wordt beheerd
vanuit een domein, voer dan "gebruikersnaam
@ domeinnaam" in bij de [Username]
instellingen.
Server Login failed.
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Inloggen op de bestandsserver is mislukt.
Controleer het ID en wachtwoord van de server.
Entering directory failed.
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Het apparaat heeft geen toegang kunnen krijgen
tot de FTP-serverdirectory.
Changing data Transfer Type failed.
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Het verzenden van een bestand van het apparaat
naar een FTP-server is mislukt.
Wijzig het gegevensoverdrachttype voor het
bestand.
Not authorized to write file.
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Het schrijven naar een bestand is mislukt.
Zorg ervoor dat de gebruikersnaam die is
ingesteld op de computer en de [Username]
die is ingesteld in het profiel overeenkomen.
Het is mogelijk dat de instellingen zo
geconfigureerd zijn dat ze schrijven naar
algemene mappen niet toestaan. Controleer de
map met gedeelde instellingen.
Storage Space Full
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert De opslagruimte van de server is vol. Het
schrijven naar een bestand is mislukt.
Please change File Name.
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Een bestandsnaam is niet bevoegd bevonden
door de server.
Wijzig de bestandsnaam.
Sommige apparaten kunnen geen goede
verbinding maken vanwege niet
overeenkomende tekencodes bij gebruik van
een FTP-server voor het opslaan van data bij
Scannen naar netwerk-pc. Wijzig [Host side
Japanese Kanji code]. Wanneer u een Mac
gebruikt voor de FTP-server, wijzig dan [Host
side Japanese Kanji code] in [UTF-8].
Device communication protocol not
supported.
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Het apparaat ondersteunt de gespecificeerde
server niet.
In enkele gevallen kan het voorkomen dat het
apparaat geen verbinding kan maken met CIFS
wanneer u NAS gebruikt om gegevens op te
slaan bij het Scannen naar netwerk-pc. Wijzig
het profiel [CIFF Tekenset] naar [Shift-JIS]
onder [UTF-16].
Foutcode
Bericht
<Status
(Status)>
toets
Oorzaak/Oplossing
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Foutmeldingen
- 155 -
Problemen oplossen
7
Foutmeldingen bij het afdrukken
Please check Network Share Name.
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert De naam van een gedeelde netwerkmap is
ongeldig.
Het apparaat kon geen CIFS-verbinding
maken.
Wijzig de naam van de gedeelde map.
Please remove the connected USB
device.
Unsupported USB device is
connected.
Knippert Geeft aan dat een USB-apparaat is aangesloten
dat niet ondersteund wordt.
Deze melding zal worden weergegeven totdat
het USB-apparaat eruit wordt gehaald.
Please remove the USB Hub.
USB Hub is connected.
Knippert USB-hub is aangesloten. Het apparaat
ondersteunt geen USB-hub.
Koppel de USB-hub los.
Access denied to PC.
Please check PC.
om te sluiten
Gaat
branden
De PushScan-aanvraag is geweigerd door de
computer.
Foutcode
Bericht
<Status
(Status)>
toets
Oorzaak/Oplossing
Offline mode Gaat
branden
Het apparaat is offline en kan daardoor geen
afdrukopdracht starten.
Druk op de <PRINT (PRINTEN)> toets op het
bedieningspaneel en selecteer vervolgens
[Online/Offline] op het afdrukmenuscherm.
Error Postscript
om te sluiten
Gaat
branden
Een Postscript-fout is opgetreden.
PDF Cache Write Error
om te sluiten
Gaat
branden
Schrijven is mislukt tijdens het opslaan van een
PDF omdat er geen opslagruimte was op een SD-
kaart of in het geheugen.
Vergroot de vrije ruimte op de SD-
geheugenkaart. (alleen voor e-STUDIO403S).
Vergroot het vrije geheugen (voor andere
gevallen dan e-STUDIO403S).
Error PDF
om te sluiten
Gaat
branden
Een methodologische fout is gedetecteerd in een
PDF.
Controleer of het PDF-bestand juist geopend is.
Invalid Password
om te sluiten
Gaat
branden
Dit is een PDF-bestand met ingeschakelde
coderingsfunctie.
Als u een gecodeerd PDF-bestand wilt afdrukken,
open het dan op uw computer en druk het
vervolgens af.
This document restricts printing to a
valid owner password.
om te sluiten
Gaat
branden
Dit is een PDF-bestand met ingeschakelde
coderingsfunctie.
Als u een gecodeerd PDF-bestand wilt afdrukken,
open het dan op uw computer en druk het
vervolgens af.
Foutcode
Bericht
<Status
(Status)>
toets
Oorzaak/Oplossing
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
Foutmeldingen
- 156 -
Data verwijderding Gaat
branden
Ontvangen gegevens annuleren.
Gaat
branden
Wanneer een papierstoring optreedt terwijl
<
SETTING
(INSTELLING)> [
Beheerder
instelling
]>[
Printer instellen
]>[
Print menu
]>
[
Printer regelen
]>[
Herprint na
papierstoringJ
] is ingesteld op [
Disable
], wordt
de rest van de afdrukopdracht geannuleerd.
Gaat
branden
Gegevens annuleren die verzonden zijn door een
gebruiker die door Afdrukopdracht Accounting
niet bevoegd is bevonden om af te drukken.
Deleting encrypted job. Gaat
branden
Een gecodeerde opdracht verwijderen.
Bestand verwijdering Gaat
branden
Een geheim bestand wissen.
Erased Data Full
Please see Help for details.
Knippert Te wissen geheime bestanden zijn vol.
Expired Secure Job
Please see Help for details.
om te sluiten
Gaat
branden
Het apparaat heeft een verlopen beveiligde
opdracht verwijderd.
Received invalid data.
Please see Help for details.
om te sluiten
Gaat
branden
Het apparaat heeft een verlopen beveiligde
opdracht verwijderd.
500 Please install paper on MP Tray. : 490
Please set paper (%MEDIA_SIZE%)
To cancel, select [Annuleerl]
Knippert De MP-lade is leeg.
Plaats het aangegeven papierformaat.
460
461
462
Tray Media Mismatch: %ERRCODE%
Please install paper (%MEDIA_SIZE%
%MEDIA_TYPE%) on %TRAY%.
Knippert Het papierformaat in de aangegeven lade
verschilt van het papierformaat dat is
gespecificeerd voor deze lade.
Plaats het aangegeven papiertype of
papierformaat.
490
491
492
Please install paper on %TRAY%.:
%ERRCODE% Please set paper
(%MEDIA_SIZE%).
To cancel, select [Annuleer]
Knippert De aangegeven lade is leeg.
Plaats het aangegeven papierformaat.
430
440
Please close %TRAY%.: 430,440
To cancel, select [Annuleer]
Knippert Een papiercasette van de aangegeven lade is niet
in het apparaat geplaatst.
Plaats de papiercasette.
Access Limitation Error
Data was deleted due to the printing
limitation.
Please see Help for details.
om te sluiten
Gaat
branden
Een afdrukopdracht die is verzonden door een
onbevoegde gebruiker is verwijderd.
Warmt op Gaat
branden
Het apparaat is op aan het warmen of af aan het
koelen.
Wacht een tijdje zonder het apparaat uit te
schakelen.
Dit is geen storing van de machine.
Foutcode
Bericht
<Status
(Status)>
toets
Oorzaak/Oplossing
OK
OK
OK
Foutmeldingen
- 157 -
Problemen oplossen
7
Preparing. Gaat
branden
De printereenheid is niet voorbereid voor het
afdrukken.
Wacht totdat deze melding verdwijnt.
Access Limitation Error
Deleted unauthorized user data.
Please see Help for details.
om te sluiten
Gaat
branden
Brengt gebruikers op de hoogte van het feit dat
opdrachten geannuleerd zijn omdat ze niet zijn
toegestaan voor afdrukken. (Gerelateerd aan
opdrachtaccount).
Brengt gebruikers op de hoogte van het feit dat
opdrachten geannuleerd zijn omdat ze niet zijn
toegestaan voor PC-Fax. (Gerelateerd aan
opdrachtaccount).
USB Memory disconnected.
Please see Help for details.
om te sluiten
Knippert Geeft aan dat het USB-geheugen is weggehaald.
Wanneer USB-geheugen wordt weggehaald
tijdens het Scannen naar geheugen wordt het
opslaan van het beeldbestand gestopt.
Cannot read the file.
om te sluiten
Gaat
branden
Afdrukken vanuit het USB-geheugen is mislukt
door een fout met het bestemmingsapparaat.
Cannot open the file.
om te sluiten
Gaat
branden
Het gespecificeerde bestand kon niet geopend
worden voor het afdrukken vanuit het USB-
geheugen.
Foutcode
Bericht
<Status
(Status)>
toets
Oorzaak/Oplossing
OK
OK
OK
OK
Foutmeldingen
- 158 -
De status van de machine controleren met de <STATUS
(STATUS)> toets
Door middel van de <STATUS (STATUS)> toets op het bedieningspaneel kunt u de status van uw
apparaat controleren.
De foutstatus controleren
De <
STATUS
(STATUS)> toets knippert of gaat branden wanneer er een fout is opgetreden in uw apparaat.
Druk erop om de foutstatus te bekijken.
1 Druk op <STATUS (STATUS)> op het
bedieningspaneel om het statusmenu te
openen.
2 Zorg ervoor dat [Systeem Status]
geselecteerd is en druk vervolgens op
.
3 Druk op om het te controleren item te
selecteren en druk vervolgens op .
De status van het apparaat en de opdracht controleren
U kunt de status van het apparaat, zoals de overige levensduur van de verbruiksmaterialen en de
opdrachtlijsten controleren via de <
STATUS
(STATUS> toets.
1 Druk op <STATUS (STATUS)> op het
bedieningspaneel om het statusmenu te
openen.
2 Druk op om [Machine informatie] te
selecteren en druk vervolgens op .
3 Druk op om het te controleren item te
selecteren en druk vervolgens op .
OK
OK
OK
OK
Andere problemen
- 159 -
Problemen oplossen
7
Andere problemen
Deze paragraaf geeft uitleg over de problemen die u kunt tegenkomen tijdens het bedienen van uw machine
en hoe u deze kunt oplossen.
Niet in staat tot afdrukken vanaf een computer
Memo
Contacteer uw dealer wanneer het probleem niet kan worden opgelost zoals hieronder beschreven.
Voor problemen die worden veroorzaakt door een toepassing, gelieve de producent van deze applicatie te contacteren.
Algemene oorzaken
Vaak voorkomend bij Windows en Mac OS X
Voor Windows
Oorzaak Oplossing
Referentie
Het apparaat staat in slaapstand. Druk op <POWER SAVE (ENERGIEBESPARING)>op het
bedieningspaneel om de stand-by stand in te schakelen.
Wanneer de slaapstand niet gebruikt wordt, schakel deze
dan uit met de <
SETTING
(INSTELLING)
> toets >
[
Beheerder instelling
]>[Gebruiker installatie]>
[Spaarstand]>[Slaap].
p.23
De machine is uitgeschakeld. Houd de aan/uit-schakelaar ongeveer een seconde
ingedrukt om het apparaat aan te zetten.
p.22
De ethernetkabel of USB-kabel is
losgekoppeld.
Zorg ervoor dat de kabel goed is aangesloten op het
apparaat en de computer.
-
Er is iets fout met de kabel. Vervang deze voor een nieuwe kabel. -
De machine is offline. Druk op <PRINT (PRINTEN)>knop op het
bedieningspaneel, en selecteer vervolgens [On-Line].
-
Een foutmelding wordt weergegeven op
het beeldscherm van het
bedieningspaneel.
"Foutmeldingen die op het scherm worden weergegeven"
p. 146 of Druk op de <?HELP (?HELP)> knop op het
bedieningspaneel.
p.146
De interface-instelling is uitgeschakeld. Controleer de instelling van de gebruikte interface op het
bedieningspaneel.
Geavanceerd
Er is iets fout met de afdrukfunctie. Controleer als u een configuratieprint kunt uitvoeren. p.79
De LED-indicator van de aan/
uitschakelaar knippert snel met een
interval van ongeveer 0,3
seconden.
De machine is mogelijk defect. Trek onmiddellijk de
stekker uit het stopcontact. Neem contact op met uw
dealer.
-
Oorzaak Oplossing
Referentie
De machine is niet ingesteld als
standaardprinter.
Stel de machine in als standaardprinter. -
De uitvoerpoort van het
printerstuurprogramma is niet juist.
Selecteer de uitvoerpoort waarmee de ethernetkabel of
USB-kabel is verbonden.
-
Een afdrukopdracht van een andere
interface is bezig.
Wacht totdat de afdrukopdracht is afgelopen. -
[Received invalid data] wordt
weergegeven op het beeldscherm en het
is onmogelijk om te af te drukken.
Druk op de <
SETTING
(INSTELLING)> toets en selecteer
[
Beheerder instelling
]>[
Printer instellen
]>[
Print menu
]>
[
Printer regelen
]>[
Wachttijd
], en selecteer vervolgens een
langere tijdsduur. De standaardinstelling is 40 seconden.
-
Andere problemen
- 160 -
Netwerkverbindingsproblemen
Vaak voorkomend bij Windows en Mac OS X
Voor Windows
Een afdrukopdracht werd automatisch
geannuleerd.
Indien u de Afdrukopdrachtcontrole gebruikt, is een
afdrukopdracht niet toegestaan, ofwel is de logbuffer van
de Afdrukopdracht Accounting vol.
Geavanceerd
Het opdrachttype van "Beveiligde afdruk",
"Opslaan op HDD" en "Gecodeerd
beveiligd afdrukken" zijn niet
selecteerbaar op de e-STUDIO403S.
Voor Windows PCL-stuurprogramma
1.Klik op [
Start
]>[
Devices and Printers
].
2.Klik met de rechtermuisknop op het pictogram [
TOSHIBA
e-STUDIO403S(PCL)
] en selecteer [
Printer properties
].
(Indien u meerdere printerstuurprogamma's hebt
geïnstalleerd, selecteer [
Printer properties
]>[
TOSHIBA
e-STUDIO403S(PCL)
]).
3.Selecteer het tabblad [
Apparaatopties
].
4.Voor de netwerkverbinding, selecteer [
Haal
printerinstellingen op
].
Voor de USB-verbinding, voeg een vinkje toe aan [
SD Kaart
].
5.Klik [
Goed
].
Voor Windows PS-stuurprogramma
1.Klik op [
Start
]>[
Devices and Printers
].
2.Klik met de rechtermuisknop op het pictogram [
TOSHIBA
e-STUDIO403S(PS)
] en selecteer vervolgens [
Printer
properties
]. (Indien u meerdere printerstuurprogrammma's
hebt geïnstalleerd, selecteer [
Printer properties
]>
[
TOSHIBA e-STUDIO403S(PS)
].)
3.Selecteer het tabblad [
Device Settings
].
4.Voor de netwerkverbinding, selecteer [
Get installed
options automatically
] onder [
Installable Options
], en
klik vervolgens op [
Setup
].
Voor de USB-verbinding, selecteer [
Geïnstalleerd
] voor [
SD
Kaart
] onder [
Installable Options
].
5. Klik [
Goed
].
Geavanceerd
Oorzaak Oplossing
Referentie
Gebruik van een crossover-kabel. Gebruik een rechte kabel. -
De machine is ingeschakeld voordat een
Kabel werd verbonden.
Verbind de kabels voordat u de machine inschakelt. p.51
De hub en de machine zijn niet compatibel
of er is een probleem.
Druk op de <
SETTING
(INSTELLING)
> toets en selecteer
[
Beheerder instelling
]>[NETWERKMENU]>
[Netwerkinstellingen]>[Hublink-instellingen], en
selecteer vervolgens [10Base-T Half].
-
Oorzaak Oplossing
Referentie
IP-adres is niet juist. Controleer of hetzelfde IP-adres is ingesteld voor de
machine en de poortinstelling van de machine op de
computer.
Indien u LPR-hulpsoftware gebruikt, controleer de
instelling van het IP-adres in LPR-hulpsoftware.
p.64
Niet alle pagina's werden afgedrukt. Indien u een WSD-poort gebruikt, verander dit naar de
standaard TCP/IP-poort.
Oorzaak Oplossing
Referentie
Andere problemen
- 161 -
Problemen oplossen
7
USB-verbindingsproblemen
Vaak voorkomend bij Windows en Mac OS X
Voor Windows
Onmogelijk om een printerstuurprogramma succesvol te
installeren
Memo
Contacteer uw dealer wanneer het probleem niet kan worden opgelost zoals hieronder beschreven.
Voor problemen die worden veroorzaakt door een toepassing, gelieve de producent van deze applicatie te contacteren.
USB-verbindingsproblemen
Voor Windows
Oorzaak Oplossing
Referentie
De gebruikte USB-kabel wordt niet
ondersteund.
Gebruik een USB 2,0 kabel. -
Een USB-hub wordt gebruikt. Verbind de machine rechtstreeks met de computer. p.59
Het printerstuurprogramma is niet juist
geïnstalleerd.
Herinstalleer het printerstuurprogramma. p.59
Oorzaak Oplossing
Referentie
De machine is offline. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram TOSHIBA
e-STUDIO403S en selecteer vervolgens [See print
jobs] (>[TOSHIBA e-STUDIO403S(*)] wanneer
meerdere stuurprogramma's zijn geïnstalleerd). In het
dialoogvenster, selecteer het [Printer] menu en wis
vervolgens het vinkje van [Use Printer Offline].
* Selecteer het type stuurprogramma dat u wenst.
-
Een schakelaar, buffer, verlengkabel of
USB-hub is in gebruik.
Verbind de machine rechtstreeks met de computer. p.59
Een printerstuurprogramma die gebruik
maakt van een USB-verbinding werd
geïnstalleerd.
Verwijder het andere printerstuurprogramma van de
computer.
-
Oorzaak Oplossing Referentie
Een pictogram van het apparaat werd
niet gemaakt in de [Devices and
Printers] map.
Het printerstuurprogramma is niet juist geïnstalleerd.
Herinstalleer het printerstuurprogramma op de juiste
manier.
p.59
Andere problemen
- 162 -
Enkel het eerste printerstuurprogramma
is geïnstalleerd, zelfs wanneer meerdere
printerstuurprogramma's zijn
geselecteerd om te installeren.
Volg de onderstaande procedure om een tweede en
opeenvolgende printerstuurprogramma's te installeren:
1.Plaats de "Software DVD-ROM" in de computer.
2.Klik op [Run setup.exe] en volg de instructies op het
scherm.
3. Selecteer [Custom Installation (Printer)] van
[Driver Installation].
4. Klik op [Next].
5. Selecteer [Local Printer] en klik vervolgens op
[Next].
6. Op het [Select printer port] scherm, selecteer
[FILE] en klik vervolgens op [Next].
7. Voltooi de instelling door de instructies op het scherm
te volgen.
8. Klik op [Devices and Printers] met de
rechtermuisknop op het pictogram van het tweede of
volgende stuurprogramma en selecteer [Printer
properties] ([TOSHIBA e-STUDIO403S(*)] wanneer
er meerdere stuurprogramma's zijn geïnstalleerd).
*Selecteer het type stuurprogramma dat u wenst.
9. Van het tabblad [Ports], selecteer [USBxxx] uit de
lijst.
10. Klik op [Goed].
-
De [Unable to install printer driver]
foutmelding wordt weergegeven.
Gebruik Plug-and-Play. Volg de onderstaande
procedure:
1. Zorg ervoor dat het toestel en de computer zijn
uitgeschakeld.
2. Verbind een USB-kabel.
3. Houd de aan/uit-schakelaar ongeveer een seconde
ingedrukt om het apparaat aan te zetten.
4. Schakel de computer in.
5. Wanneer de wizard voor Nieuwe Hardware Gevonden
wordt weergegeven, volg de instructies op het scherm
om de instellingen te voltooien.
Voor meer informatie, raadpleeg [README.TXT] op de
"Software DVD-ROM".
-
Oorzaak Oplossing Referentie
Andere problemen
- 163 -
Problemen oplossen
7
Beperkingen voor elk besturingssysteem
Beperkingen voor Windows 7/Windows Vista/Windows Server 2008 R2/
Windows Server 2008
Item Symptoom Oorzaak/Oplossing
Printerstuurprogra
mma's
[Help] wordt niet
weergegeven.
De [Help] functie wordt niet ondersteund door PS-
printerstuurprogramma's.
Het [User Account Control]
dialoogvenster wordt
weergegeven.
Wanneer u een installatie- of ander programma start, kan
het [User Account Control] dialoogvenster weergegeven
worden. Klik op [Ja] of [ContinueerVerdergaan] om het
installatie- of ander programma als beheerder te starten.
Indien u [Nee] klikt, zal het installatie- of ander programma
niet starten.
Netwerkuitbreiding [Help] wordt niet
weergegeven.
De [Help] functie wordt niet ondersteund.
Het [User Account
Control]dialoogvenster wordt
weergegeven.
Wanneer u een installatie- of ander programma start, kan
het [User Account Control] dialoogvenster weergegeven
worden. Klik [Ja] of [Continueer] om het installatie- of
ander programma als een beheerder te starten. Indien u
[Nee] klikt, zal het installatie- of ander programma niet
starten.
Het [Program Capability
Assistant] dialoogvenster
wordt weergegeven.
Als het [Program Capability Assistant] dialoogvenster
verschijnt na een installatie (ook wanneer u een installatie
afbreekt alvorens deze is voltooid), druk zeker op [This
program installed correctly].
Gamma-aanpassing
PS
Het [User Account Control]
dialoogvenster wordt
weergegeven.
Wanneer u een installatie- of ander programma start, kan
het [User Account Control] dialoogvenster weergegeven
worden. Klik [Ja] of [Continueer] om het installatie- of
ander programma als een beheerder te starten. Als je op
[Nee] klikt, start het installatie- of ander programma niet.
Het [Program Capability
Assistant] dialoogvenster
wordt weergegeven.
Als het [Program Capability Assistant] dialoogvenster
verschijnt na een installatie (ook wanneer u een installatie
afbreekt alvorens deze is voltooid), druk zeker op [This
program installed correctly].
Andere problemen
- 164 -
Beperkingen voor Windows Server 2003 Service Pack 1 en Windows XP
Service Pack 2
Beperkingen voor Windows Firewall
Op Windows Server 2003 Service Pack 1 en Windows XP Service Pack 2, is de functionaliteit van de
Windows Firewall verbeterd. De volgende beperkingen kunnen van toepassing zijn op uw
printerstuurprogramma's en hulpprogramma's.
Memo
De volgende procedures worden uitgelegd met behulp van Windows XP Service Pack 2 als voorbeeld. De procedure en
menubenamingen kunnen verschillen bij Windows Server 2003 Server Pack 1.
Beperkingen voor Mac OS X 10.6
Beperkingen voor Mac OS X 10.5
Item Symptoom Oorzaak/Oplossing
Printerstuurprogra
mma
U kunt geen bestand afdrukken terwijl u de
machine gebruikt als een gedeelde printer in
een netwerk.
Klik op de server op [start] en selecteer
vervolgens [Bedieningspaneel]>[Security
Center]>[Windows Firewall].
Selecteer het tabblad [Exceptions] en
selecteer het selectievakje [File and Printer
Sharing]. Klik op [OK].
LPR-hulpsoftware Kan geen machine vinden. Als het selectievakje [Don’t allow
exceptions] is aangevinkt op het tabblad
[General] van Windows Firewall, kunt u niet
zoeken naar een apparaat in een segment dat
met een andere router is verbonden. Enkel
machines binnen hetzelfde segment als de
machine het doel van de zoekopdracht is.
Wanneer u geen machine kunt vinden,
specificeer het IP adres van de machine in [Add
Printer] of [Confirm Connections] scherm.
Item Symptoom Oorzaak/Oplossing
TWAIN-
stuurprogramma
Onmogelijk om te scannen met behulp van
beeld vastleggen.
Scannen is alleen beschikbaar als de
computer met behulp van USB is
verbonden.
In beeld vastleggen wordt de
gebruikersinterface van het TWAIN-
stuurprogramma niet weergegeven.
Gebruik de gebruikersinterface van beeld
vastleggen en scan vervolgens de
gegevens.
Item Symptoom Oorzaak/Oplossing
TWAIN-
stuurprogramma
Onmogelijk om te scannen met behulp van
beeld vastleggen.
Geef bij beeld vastleggen, als de computer is
verbonden met het netwerk, de
gebruikersinterface van de TWAIN-
stuurprogramma alvorens te gebruiken.
Om de gebruikersinterface van de TWAIN-
driver weer te geven, na het starten van beeld
vastleggen, selecteer [Browse Devices] uit
het [Devices] menu beeld vastleggen en
open vervolgens de browser van het apparaat.
Selecteer een stuurprogramma en klik gebruik
[Use TWAIN UI].
Andere problemen
- 165 -
Problemen oplossen
7
Beperkingen voor Mac OS X 10.4
Kopieerproblemen
Memo
Contacteer uw dealer wanneer het probleem niet kan worden opgelost zoals hieronder beschreven.
Kan niet kopiëren
Item Symptoom Oorzaak/Oplossing
TWAIN-
stuurprogramma
Kan niet scannen door beeld vastleggen Geef bij beeld vastleggen, als de computer is
verbonden met het netwerk, de
gebruikersinterface van de TWAIN-
stuurprogramma alvorens te gebruiken.
Om de gebruikersinterface van de TWAIN-
stuurprogramma weer te geven, na het
starten van beeld vastleggen, selecteer
[Browse Devices] uithet [Devices] menu
van beeld vastleggen. Selecteer een
stuurprogramma in [TWAIN devices] en vink
vervolgens het [Use TWAIN software]
selectievakje aan dat zichtbaar is in de
rechterbenedenhoek.
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Kan niet kopiëren. Is het apparaat ingeschakeld? Houd de aan/uit-schakelaar
ongeveer een seconde ingedrukt
om het apparaat aan te zetten.
p.22
Start het apparaat op? Wacht tot het opstarten is voltooid. -
Is uw document goed in het
apparaat geplaatst?
Plaats het document juist in het
apparaat.
p.41
Zit er papier in de lade? Plaats papier in de lade.
Of, controleer of de papiercassette
op het apparaat is geïnstalleerd.
p.35
Is het juiste papierformaat voor uw
document in de lade geplaatst?
Plaats het juiste papierformaat
voor uw document.
p.35
Is de papierlade selecteerbaar
wanneer [Papier invoer] is
ingesteld op [Auto]?
Druk op de toets
<
SETTING
(INSTELLING)
>
enselecteer [Papier
instellingen]>[Selecteer een
lade.]>[Kopiëren]> de
papierlade waarin het papier dat u
gebruikt is geladen, en selecteer
vervolgens [AAN] of
[AAN(prior)].
-
Is het geladen papier compatibel
met dubbelzijdig afdrukken?
Dubbelzijdig kopiëren kan mogelijk
niet worden uitgevoerd afhankelijk
van de papiergrootte, het
documenttype of
documentgewicht.
Laad het juiste papier voor
dubbelzijdig afdrukken en
configureer de papiergrootte, het
documenttype en het
documentgewicht op een juiste
manier.
p.35
Andere problemen
- 166 -
De gekopieerde uitvoer verschilt van het originele document
Kan niet kopiëren. Is het mediatype voor de
papierlade ingesteld op [Gewoon]
of [Hergebruikt]?
Bij het instellen van [Papier
invoer] op [Auto], stel het
mediatype voor de papierlade in op
[Gewoon] of [Hergebruikt].
p.38
Is er een papierstoring? Controleer de foutmelding en
verwijder al het geblokkeerde
papier.
p.139
Is er een lege tonercartridge? Vervang deze door een nieuwe
inktcartridge.
p.180
Heeft de beelddrum het einde van
zijn levensduur bereikt?
Vervang het voor een nieuwe
beelddrum.
p.181
Zijn er kleppen op het apparaat
open?
Sluit alle kleppen. p.17
Treedt er een fout op? Los de fout op. p.146
Is er een andere opdracht aan de
gang?
Start met kopiëren nadat de
andere opdracht is voltooid.
-
Is er een afdrukopdracht van een
computer of een ander apparaat
aan de gang?
Wacht totdat het afdrukken is
voltooid.
-
Wordt er op dit moment een fax
verzonden?
Wacht totdat de verzending is
voltooid.
-
Is de Continu scanmodus
ingeschakeld?
Selecteer [Scan completed] op
het weergavescherm.
p.83
Is het apparaat offline? Druk op de toets <PRINT
(PRINTEN)> op het
bedieningspaneel, en selecteer
vervolgens [On-Line/Off-Line].
-
Hebt u toegang tot het maken van
kopieën?
Voer uw geautoriseerde PIN of
gebruikersnaam en wachtwoord in.
p.131
Kan geen documenten
met verschillende
formaten kopiëren.
Is [Gemende grote
documenten] ingesteld op [OFF]?
Stel [Gemende grote
documenten] in op [AAN].
Geavanceerd
Is het formaat van uw document
compatibel voor het maken van
kopieën met verschillende
formaten?
Gebruik documenten met formaten
die worden ondersteund voor het
kopiëren van verschillende
formaten.
Geavanceerd
Is er papier met alle formaten van
het origineel geladen?
Plaats papier met de vereiste
formaten in elke papierlade. De
papierlades dienen te worden
ingesteld op [AAN] of
[AAN(prior)] van de <
SETTING
(INSTELLING)
> knop >[Papier
instellingen]>[Selecteer een
lade.]>[Kopiëren].
-
Kan de kopieën niet
sorteren.
Is [Sorteren] ingesteld op [OFF]? Stel [Sorteren] in op [AAN]. Geavanceerd
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
De gekopieerde uitvoer
verschilt van het
originele document.
Is [DuplexCopy] ingeschakeld? Stel [DuplexCopy] in op [OFF]. p.84
Is [Gemende grote
documenten] ingesteld op
[AAN]?
Stel [Gemende grote
documenten] in op [OFF].
Geavanceerd
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Andere problemen
- 167 -
Problemen oplossen
7
Problemen na het starten met kopiëren
Het formaat van de
gekopieerde uitvoer
verschilt van het formaat
van het originele
document.
Is het juiste papierformaat voor
het document geladen in de
papierlade?
Laad het juiste papierformaat voor
het document.
p.35
Is de zoomfactor juist ingesteld? Stel de juiste zoomfactor in. p.82
Is [Herhaal] ingesteld op [AAN]? Stel [Herhaal] in op [OFF]. Geavanceerd
Een deel van de
documentafbeelding
ontbreekt op de kopie.
Is [Rand wissen] ingesteld op
[AAN]?
Stel [Rand wissen] in op [OFF]. Geavanceerd
Is [Marge] ingesteld op [AAN]? Stel [Marge] in op [OFF]. Geavanceerd
Is [N-in-1] ingesteld op [AAN]? Stel [N-in-1] in op [OFF]. Geavanceerd
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Het apparaat is traag bij
het starten met
kopiëren.
Wordt [Warming Up] of
[Preparing] weergegeven op het
weergavescherm?
Het apparaat is aan het opwarmen.
Wacht totdat het kopiëren start.
-
Een kopieeropdracht
werd geannuleerd.
Treedt er een probleem op? Een kopieeropdracht is
geannuleerd wanneer specifieke
fouten optreden tijdens het
kopiëren.
Los het probleem op en herstart de
kopieeropdracht.
p.146
Zit er papier in de MP-lade? Wanneer u bij het kopiëren gebruik
maakt van het papier uit de MP-
lade, controleer voor het starten
van het kopiëren of er genoeg
papier in de MP-lade is geplaatst.
En, druk op de toets <
SETTING
(INSTELLING)
> en selecteer
[Papier instellingen]>
[Selecteer een lade.]>
[Kopiëren]>[MP-lade] en
controleer vervolgens als [AAN] of
[AAN (Prior)] is geselecteerd.
-
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Andere problemen
- 168 -
Faxproblemen
Memo
Contacteer uw dealer wanneer het probleem niet kan worden opgelost zoals hieronder beschreven.
Kan geen fax verzenden
Kan geen fax ontvangen
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Kan geen fax verzenden. Hebt u de juiste procedure
uitgevoerd?
Controleer de geschikte procedure
en probeer opnieuw.
p.87
Heeft u het juiste nummer
gespecificeerd?
Als u gebruik maakt van een
sneltoets, druk de lijst met
sneltoetsen af en controleer de
invoer.
p.88
Geavanceerd
Heeft u het geschikte type kieslijn
gespecificeerd?
Specificeer het geschikte type
kieslijn voor uw regio.
p.47
Ligt het aan het apparaat van de
ontvanger?
Neem contact op met de ontvanger
en vraag hem om de status van
zijn apparaat na te kijken.
-
Het apparaat zendt niet
continu een document.
Heeft u het document op de juiste
wijze in de ADF geladen?
Hou de randen van de leidende
pagina's in het document gelijk.
p.41
Heeft u een document met een
ander formaat dan A4, letter of
legal 13/13,5/14 in de ADF
geladen?
Alleen de documentformaten A4,
letter en legal 13/13,5/14 kunnen
vanaf de ADF worden verzonden.
-
Het apparaat zendt geen
fax door, ondanks dat u
het nummer heeft
gedraaid en op
heeft gedrukt.
Heeft u het geschikte type kieslijn
gespecificeerd?
Specificeer het geschikte type
kieslijn voor uw regio.
p.47
Heeft u het document op juiste
wijze geladen?
Laad het document op juiste wijze. p.41
Heeft u het juiste nummer
gedraaid?
Draai het juiste nummer. -
Is de lijn van de ontvanger bezet? Wacht totdat de lijn vrij is en
probeer opnieuw.
-
Kan een fax niet
handmatig verzenden.
Hebt u de telefoonhoorn
neergelegd alvorens op te
drukken?
Druk eerst op en leg daarna
pas het hoorn neer.
Geavanceerd
Het apparaat start niet
met scannen (tijdens
geheugentransmissie).
Heeft u het document op juiste
wijze geladen?
Laad het document op juiste wijze. p.41
Is er voldoende geheugen? Controleer het beschikbare
geheugen.
Geavanceerd
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Kan geen fax ontvangen. Heeft u de geschikte
ontvangstmodus gespecificeerd?
Controleer de ontvangstmodus p.94
Zit er papier in de lade? Laad het papier. p.35
Is er een papierstoring? Controleer de foutmelding en
verwijder het geblokkeerde papier.
p.139
Is de telefoonkabel juist verbonden
met het apparaat?
Verbind de telefoonkabel op juiste
wijze.
p.44
Is er voldoende geheugen? Controleer het beschikbare
geheugen.
Geavanceerd
M
ONO
M
ONO
M
ONO
Andere problemen
- 169 -
Problemen oplossen
7
Kan geen fax verzenden of ontvangen
Het apparaat selecteert niet het juiste papier voor de fax
Scanproblemen
Memo
Contacteer uw dealer wanneer het probleem niet kan worden opgelost zoals hieronder beschreven.
Kan een fax niet
handmatig ontvangen.
Heeft u de telefoonhoorn
neergelegd alvorens op te
drukken?
Druk eerst op en leg
vervolgens de hoorn neer.
p.94
F-code polling mislukt en
een foutbericht wordt
afgedrukt.
Heeft de afzender een document
opgeslagen in
een mededelingenvenster?
Neem contact op met de afzender
en vraag hem om het polling-
document op te slaan.
-
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Kan geen fax verzenden
of ontvangen.
Is de verbinding met de
telefoonkabel goed?
Controleer de verbinding van de
telefoonkabel.
p.44
Heeft u een IP-telefoon
geïnstalleerd op het apparaat in
een breedbandomgeving?
Druk op de toets <
SETTING
(INSTELLING)
> enselecteer
[
Beheerder instelling
]>
[Gebruiker installatie]>[Super
G3]>[OFF].
-
Heeft u het contract voor het
gebruik van het telefoonnetwerk
aangepast?
Specificeer het geschikte type
kieslijn voor uw regio.
-
Is de [Country Code] instelling
juist?
Gelieve de juiste landcode in te
stellen.
p.43
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Het apparaat selecteert
niet het juiste
papierformaat voor de
ontvangen fax.
Heeft u iets anders gespecificeerd
dan [Gewoon] of [Hergebruikt]
in [Media soort] voor de
papierlade die wordt gebruikt voor
faxontvangst?
Specificeer [Gewoon] of
[Hergebruikt] in [Media soort]
voor de papierlade die wordt
gebruikt voor faxontvangst.
Geavanceerd
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Kan de scanopdracht
niet starten.
Is het apparaat ingeschakeld?
Houd de aan/uit-schakelaar
ongeveer een seconde ingedrukt om
het apparaat aan te zetten.
p.22
Is de kabel verbonden met het
apparaat?
Controleer de kabelverbindingen en
verbind deze op juiste wijze.
p.50
Is de kabel beschadigd? Vervang de kabel. p.50
Is het netwerk juist ingesteld?
Stel het netwerk juist in. p.64
Treedt er een fout op? Volg de instructies weergegeven op
het beeldscherm van het apparaat.
p.146
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
M
ONO
M
ONO
Andere problemen
- 170 -
Problemen met de beeldkwaliteit
Memo
Contacteer uw dealer wanneer het probleem niet kan worden opgelost zoals hieronder beschreven.
Verzenden en ontvangen
van e-mail is niet
mogelijk.
Heeft u de ethernetkabel verbonden
na het inschakelen van het
apparaat?
Houd de aan/uit-schakelaar
ongeveer een seconde ingedrukt om
het apparaat aan te zetten. Verbind
de ethernetkabel en houd
vervolgens de aan/uit-schakelaar
ongeveer een seconde ingedrukt om
het apparaat aan te schakelen.
p.51
Is het e-mailadres van het apparaat
ingesteld?
Stel het e-mailadres van het
apparaat in.
p.65
Heeft u het foute e-mailadres
ingevoerd?
Voer het juiste e-mailadres in. p.65
Is de instelling van de SMTP-
serveradres juist?
Controleer de instellingen van de
SMTP-server.
p.65
Is de instelling van het POP3-
serveradres juist?
Controleer de instelling van de
POP3-server.
p.65
Is de instelling van het DNS-
serveradres juist?
Controleer de instelling van het
DNS-serveradres.
p.65
Wordt er een andere opdracht
uitgevoerd?
Wacht totdat de andere opdracht is
voltooid.
-
Treedt er een fout op? Volg de instructies weergegeven op
het beeldscherm van het apparaat.
p.146
Bestanden kunnen niet
worden opgeslagen in
een
netwerkbestandsmap.
Is de instelling van de FTP/CIFS
juist?
Controleer de profielinstellingen. p.77
Treedt er een fout op? Volg de instructies weergegeven op
het beeldscherm van het apparaat.
p.146
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Er verschijnen verticale
witte lijnen.
De LED-koppen zijn vuil. Veeg de LED-koppen schoon met
keukenpapier.
p.185
De tonercartridge is bijna leeg. Vervang de tonercartridge. p.180
Vreemde materialen kunnen
aanwezig zijn op de beelddrum.
Vervang de beelddrum. p.181
De beelddrum is niet juist
geïnstalleerd.
Installeer de beelddrum op juiste
wijze.
p.181
De ADF-glasplaat is vuil. Reinig het ADF-documentglas. p.183
Afgedrukte beelden
vervagen verticaal.
De LED-koppen zijn vuil. Veeg de LED-koppen schoon met
keukenpapier.
p.185
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Andere problemen
- 171 -
Problemen oplossen
7
Afgedrukte beelden
vervagen verticaal.
De tonercartridge is bijna leeg. Vervang de tonercartridge. p.180
Het papier is niet geschikt. Gebruik aanbevolen papier. -
De afgedrukte beelden
zijn licht.
De tonercartridge werd niet juist
geïnstalleerd.
Installeer de tonercartridge op
juiste wijze.
p.180
De tonercartridge is bijna leeg. Vervang de tonercartridge. p.180
Het papier is vochtig. Gebruik papier dat onder de juiste
warmte- en vochtigheidscondities
werd opgeslagen.
p.34
Het papier is niet geschikt. Gebruik aanbevolen papier. -
Het papier is niet geschikt.
De instellingen van het mediatype
en de breedte zijn niet juist.
Druk op de toets <
SETTING
(INSTELLING)
> en
selecteer [Papier instellingen]>
de papierlade die u gebruikt, en
selecteer vervolgens de juiste
waarden voor [Media soort] en
[Media gewicht]. Of selecteer de
bredere waarden voor [Media
gewicht].
p.38
Het papier is gerecycleerd. Druk op de toets <
SETTING
(INSTELLING)
> en selecteer
[Papier instellingen]> de
papierlade die u gebruikt, en
selecteer vervolgens bredere
waarden voor [Media gewicht].
p.38
De kleuren geel en groen worden
in het originele document gebruikt.
Vraag, zodra de originele gegevens
zijn verzonden, de afzender de
kleur van het originele document
in zwart/wit te veranderen.
-
De afgedrukte beelden
zijn gedeeltelijk
vervaagd. Witte vlekken
en lijnen verschijnen.
Het papier is te vochtig of te
droog.
Gebruik papier dat onder de juiste
warmte- en vochtigheidscondities
werd opgeslagen.
p.34
Verticale lijnen
verschijnen.
De beelddrum is beschadigd. Vervang de beelddrum. p.181
De tonercartridge is bijna leeg. Vervang de tonercartridge. p.180
De glasplaat en de papierinvoerrol
van de ADF zijn vuil.
Reinig de glasplaat en de
papierinvoerrol.
p.183
Af en toe verschijnen er
horizontale lijnen en
vlekken.
Als de tussenruimte van lijnen of
vlekken ongeveer 94 mm is, dan is
de beelddrum (de groene buis)
beschadigd of vuil.
Veeg de beelddrum voorzichtig
schoon met keukenpapier.
Vervang de beelddrum als deze is
beschadigd.
p.181
Als de tussenruimte van de lijnen
of vlekken ongeveer 40 mm is,
kunnen er vreemde materialen
aanwezig zijn op de beelddrum.
Open en sluit de bovenklep en
druk opnieuw af.
-
De beelddrum is blootgesteld
geweest aan licht.
Plaats de beelddrum terug in de
machine en laat deze enkele uren
rusten. Als dit het probleem niet
oplost, vervang dan de beelddrum.
p.181
Het papierinvoerpad is vuil. Druk enkele testkopieën af. -
Het witte gebied van het
papier is licht gevlekt.
Het papier bevat statische
elektriciteit.
Gebruik papier dat onder de juiste
warmte- en vochtigheidscondities
werd opgeslagen.
p.34
Het papier is te dik. Gebruik dunner papier. -
De tonercartridge is bijna leeg. Vervang de tonercartridge. p.180
De omtrek van de letters
is vlekkerig.
De LED-koppen zijn vuil. Veeg de LED-koppen schoon met
keukenpapier.
p.185
Het papier is niet geschikt. Gebruik het aanbevolen papier. -
Het papier is vochtig. Vervang voor nieuw papier. p.35
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Andere problemen
- 172 -
Het gehele papier is licht
gevlekt bij het afdrukken
op enveloppen of
gelaagd papier.
De tonercartridge plakt mogelijk
aan het volledige oppervlak van de
enveloppe of het gelaagde papier.
Dit is geen storing van de
machine.
Gelaagd papier wordt afgeraden.
-
De toner komt los
wanneer er op gewreven
wordt.
De instellingen van het mediatype
en de breedte zijn niet juist.
Druk de toets <
SETTING
(INSTELLING)
> en selecteer
[Papier instellingen]> de
papierlade die u gebruikt, en
selecteer vervolgens de geschikte
waarden voor [Media soort] en
[Media gewicht]. Of selecteer de
bredere waarden voor [Media
gewicht].
p.38
Het papier is gerecycleerd. Druk op de toets <
SETTING
(INSTELLING)
> en selecteer
[Papier instellingen]> de
papierlade die u gebruikt, en
selecteer vervolgens bredere
waarden voor [Media gewicht].
p.38
De glans is niet gelijk. De instellingen van het mediatype
en de breedte zijn niet juist.
Druk de toets <
SETTING
(INSTELLING)
> en selecteer
[Papier instellingen]> de
papierlade die u gebruikt, en
selecteer vervolgens de geschikte
waarden voor [Media soort] en
[Media gewicht]. Of selecteer de
bredere waarden voor [Media
gewicht].
p.38
Er verschijnen zwarte of
witte stippen.
Het papier is niet geschikt. Gebruik aanbevolen papier. -
Als de tussenruimte de stippen
ongeveer 94 mm is, is de
beelddrum (de groene buis)
beschadigd of vuil.
Veeg de beelddrum voorzichtig
schoon met keukenpapier.
Vervang de beelddrum als deze
beschadigd is.
p.181
De glasplaat of documenthouder is
vuil.
Reinig de glasplaat en
documenthouder.
p.183
Vuil is afgedrukt. Het papier is vochtig. Vervang voor nieuw papier. p.35
Het papier is niet geschikt. Gebruik aanbevolen papier. -
De glasplaat of documenthouder is
vuil.
Reinig de glasplaat en
documenthouder.
p.183
De volledige pagina is
zwart afgedrukt.
Het apparaat is mogelijk defect. Contacteer uw dealer. -
Er wordt niets afgedrukt. Twee of meer bladen papier
worden tegelijk ingevoerd.
Maak het papier goed los en laad
het opnieuw.
p.35
Het apparaat is mogelijk defect. Contacteer uw dealer. -
De achterkant van het document
wordt gescand.
Plaats het document op juiste
wijze.
p.41
Er verschijnen witte
vlakken.
Het papier is vochtig. Vervang voor nieuw papier. p.35
Het papier is niet geschikt. Gebruik aanbevolen papier. -
De glasplaat is vuil. Reinig de glasplaat. p.183
De volledige pagina is
vuil.
De glasplaat is vuil. Reinig de glasplaat. p.183
Als het document dubbelzijdig is,
wordt de afbeelding op de
achterzijde doorgedrukt.
Als het document dun is, kan de
afbeelding op de achterzijde
doorgedrukt worden. Maak de
dichtheid lichter.
-
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Andere problemen
- 173 -
Problemen oplossen
7
Invoerproblemen
Memo
Contacteer uw dealer wanneer het probleem niet kan worden opgelost zoals hieronder beschreven.
Het margegebied van de
pagina is vuil.
De papierhouderrol of de
documenthouder is vuil.
Reinig de papierhouderrol en de
documenthouder.
p.183
Het papierformaat is groter dan
het formaat van het document
(wanneer de zoomfactor is
ingesteld op 100%).
Gebruik papier met hetzelfde
formaat als van het document.
-
De richting van het document en
het papier verschillen.
Stel de juiste richting van het
document in.
-
De zoomfactor is onjuist ingesteld. Stel de zoomfactor juist in
overeenkomstig het
papierformaat.
-
Het afgedrukte beeld
staat scheef.
Het document is onjuist geladen. Plaats het document op juiste
wijze.
p.41
Er is een ongeschikt document in
de ADF geplaatst.
Plaats een geschikt document in
de ADF.
p.41
Vreemde materialen kunnen
aanwezig zijn op de ADF-glasplaat.
Reinig het ADF-documentglas. p.183
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Het document is niet uit
de machine geworpen.
Het document is vastgelopen. Verwijder het vastgelopen
document en plaats het opnieuw.
p.139
Het document loopt vaak
vast.
Het document is niet geschikt voor
de machine.
Gebruik een geschikt document. p.40
De documentgeleiders zijn niet
correct afgesteld.
Pas de documentgeleiders op het
document aan.
p.41
Er bevindt zich een stuk papier in
de ADF.
Open de documentklep en
verwijder al het papier.
p.139
De rollen in de ADF zijn niet
schoon.
Reinig de rollen in de ADF. p.183
Het document loopt
vaak vast.
Meerdere vellen
worden gelijktijdig
ingevoerd.
Het papier is onder een
hoek ingevoerd.
De machine helt over.
Plaats de machine op een vlakke
ondergrond.
-
Het papier is te licht of te zwaar. Gebruik het geschikte papier voor
de machine.
p.32
Het papier is vochtig of heeft een
statische lading.
Gebruik papier dat onder de juiste
warmte- en vochtigheidscondities
werd opgeslagen.
p.34
Het papier is gekreukeld,
gevouwen of gekruld.
Gebruik geschikt papier voor de
machine.
Repareer het teruggeslagen papier.
p.32
Er is al op de achterzijde van het
papier afgedrukt.
U kunt geen papier gebruiken
waarop werd afgedrukt voor lade 1
en lade 2.
Plaats het in de MP-lade of
Handmatige invoer om af te
drukken.
p.37
De randen van het papier zijn niet
recht gebleven.
Waaier het papier uit en maak de
randen gelijk.
p.35
Er is slechts één vel papier in de
lade.
Plaats meerdere vellen papier. p.35
U heeft nieuw papier op al
geplaatst papier in de lade
toegevoegd.
Verwijder het al geplaatste papier,
stapel het op het nieuwe papier,
maak de randen gelijk en plaats
het papier met het oude papier
bovenop.
p.35
Andere problemen
- 174 -
Het document loopt
vaak vast.
Meerdere vellen
worden gelijktijdig
ingevoerd.
Het papier is onder een
hoek ingevoerd.
Het papier is onder een hoek
ingevoerd.
Pas voor lade 1 en lade 2 de
papierbreedtegeleider en stopper
aan het papier aan.
Pas voor de MP-lade of
Handmatige invoer de
papierbreedtegeleider aan het
papier aan.
p.35
Enveloppen zijn niet correct
geplaatst.
Plaats enveloppen correct. p.37
Papier, envelopen of etiketten met een
gewicht tussen 123 en 163 g/m
2
(33
en 43 lb), worden in de lade 1 en
lade 2 geplaatst.
Plaats papier, enveloppen en
etiketten met een gewicht tussen
1
23 en
1
63 g/m
2
(33 en 43 lb) in
de MP-lade (e-STUDIO403S) of
Handmatige invoer
(e-STUDIO332S).
p.37
p.40
Papier wordt niet in de
machine ingevoerd.
De instelling van [Paper Feeding
Source] het
printerstuurprogramma is niet
correct gespecificeerd.
Controleer de papierlade en
selecteer de juiste lade in [Paper
Feeding Source] het
printerstuurprogramma.
-
U heeft handmatige invoer in het
printerstuurprogramma
gespecificeerd.
Plaats het papier in de MP-lade.
Selecteer vervolgens [Restart] op
het bedieningspaneel.
Of wis het selectievakje [Gebruik
de universeellade voor
handmatige invoer] in
[Papierinvoeropties] in het
printerstuurprogramma.
p.37
Geavanceerd
De machine start niet
met verwerken, ondanks
dat het vastgelopen is
verwijderd.
- Open en sluit de bovenklep. -
Het papier is gevouwen
of gekreukeld.
Het papier is vochtig of heeft een
statische lading.
Gebruik papier dat onder de juiste
warmte- en vochtigheidscondities
werd opgeslagen.
p.34
Het papier is licht.
Druk op de toets <
SETTING
(INSTELLING)> en selecteer
vervolgens [
Papier instellingen
]>
[
(tray name)
]>[
Media gewicht
].
Specifeer vervolgens een lager
gewicht.
p.38
Er zit papier rond de
rollen van de
fusereenheid gewikkeld.
De instellingen van mediagewicht
en type zijn niet correct.
Druk op de toets <
SETTING
(INSTELLING)
> en selecteer
vervolgens [Papier
instellingen]>[
(tray name)
]>
[Media soort]/ [Media gewicht].
Specificeer vervolgens de juiste
waarden.
Of specificeer een zwaarder
gewicht in [Media gewicht].
p.38
Het papier is licht. Gebruik zwaarder papier. -
Er is een afbeelding of tekst op de
leidende rand van het papier.
Voeg aan de linkerzijde van het
leidende papier een marge toe.
Voeg voor dubbelzijdig afdrukken
een marge toe aan de leidende en
onderranden.
-
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Andere problemen
- 175 -
Problemen oplossen
7
Machineproblemen
Memo
Contacteer uw dealer wanneer het probleem niet kan worden opgelost zoals hieronder beschreven.
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Heb de machine
ingeschakeld, maar blijft
"Offline".
De stekker zit niet in het
stopcontact.
Druk de aan/uit-schakelaar
ongeveer een seconde in om de
voeding in te schakelen en steek
de stekker stevig in het
stopcontact.
-
Er is geen stroom. Controleer of er stroom aan het
stopcontact wordt geleverd.
-
De machine werkt niet.
De stekker zit niet stevig in het
stopcontact.
Steek de stekker stevig in het
stopcontact.
-
De machine is uitgeschakeld. Houd de aan/uit-schakelaar
ongeveer een seconde ingedrukt
om het apparaat aan te zetten.
p.22
De machine werd
automatisch
uitgeschakeld door de
functie automatisch
uitschakelen en reageert
niet meer.
De machine werd uitgeschakeld
omdat de tijd voor automatisch
uitschakelen was verstreken.
Schakel de machine in. -
De printer reageert niet. De printer bevindt zich in
foutstatus.
Druk de aan/uit-schakelaar langer
dan 5 seconden in om het apparaat
uit te schakelen. En schakel de
printer vervolgens opnieuw in.
-
De machine start niet
met afdrukken.
Er wordt een fout op het paneel
weergegeven.
Controleer de foutcode en volg de
instructies op het scherm.
p.146
De ethernetkabel of USB-kabel is
losgekoppeld.
Steek de ethernetkabel of USB-
kabel stevig in aansluiting.
p.51
p.59
Er is iets niet in orde met de
ethernetkabel of USB-kabel.
Gebruik een andere ethernetkabel
of USB-kabel.
-
De machine ondersteunt niet uw
ethernetkabel of USB-kabel.
Gebruik een USB 2.0
compatibele kabel.
Gebruik een ethernet 10BASE-T/
100BASE-TX compatibele kabel.
-
Er kan iets fout zijn met de
afdrukfunctie.
Druk op de toets <
SETTING
(INSTELLING)
> en selecteer
[Rapporten]>[Configuratie] en
druk de configuratielijst af om de
afdrukprestaties te controleren.
p.79
De interface is uitgeschakeld. Druk op de toets <
SETTING
(INSTELLING)
> en selecteer
[
Beheerder instelling
]>
[NETWERKMENU]>
[Netwerkinstellingen] en
schakel de door u gebruikte
interface in.
-
Het printerstuurprogramma van de
machine is niet geselecteerd.
Stel het printerstuurprogramma
van de machine als
standaardprinter in.
-
De gespecificeerde poort van het
printerstuurprogramma is niet
juist.
Specificeer de poort waarop de
ethernetkabel of USB-kabel is
aangesloten.
-
Andere problemen
- 176 -
Het weergavescherm is
blanco.
Het apparaat staat in slaapstand. Controleer of de toets <POWER
SAVE (ENERGIEBESPARING)>
gaat branden druk op de toets
<POWER SAVE
(ENERGIEBESPARING)> om de
machine te activeren.
p.23
Afdrukgegevens zijn niet
naar de machine
verzonden.
De ethernetkabel of USB-kabel is
defect.
Sluit een nieuwe kabel aan. -
De ingestelde time-out periode op
de computer is verstreken.
Stel een langere time-out periode
in.
-
Er is een afwijkend
geluid te horen.
De machine helt over. Plaats de machine op een vlakke
ondergrond.
-
Er zit een stuk papier of een
onbekend voorwerp in de machine.
Controleer de binnenzijde de
machine en verwijder alle
voorwerpen.
-
De bovenklep is open. Sluit de bovenklep. -
Er is een zoemend geluid
te horen.
De machine drukt op zwaar of dun
papier af wanneer de interne
temperatuur hoog is.
Dit is geen defect. U kunt de
handeling voortzetten.
-
Het duurt een poosje
voordat het afdrukken
start.
De machine warmt op vanuit de
energiespaarstand of slaapstand.
Druk op de toets
<
SETTING
(INSTELLING)
> en
selecteer [
Beheerder instelling
]>
[Gebruiker installatie]>
[Spaarstand]/ [Slaap] en schakel
beide standen uit.
p.23
De machine reinigt mogelijk de
beelddrum.
Even wachten. -
De machine past de temperatuur
van de fusereenheid aan.
Even wachten. -
De machine verwerkt gegevens
van een andere interface.
Wacht totdat het proces is voltooid. -
Een afdrukopdracht werd
tijdens het afdrukproces
gestopt.
Als gevolg van continu verwerken
van afdrukopdrachten is de
fusereenheid heet geworden. De
fusereenheid koelt af.
Even wachten.
Wanneer de fusereenheid afkoelt,
herstart het afdrukken
automatisch.
-
Als gevolg van het continu
langdurig verwerken van
afdrukopdrachten is de
temperatuur binnenin de machine
te hoog geworden. De machine
koelt af.
Even wachten.
Wanneer de machine afkoelt,
herstart het afdrukken
automatisch.
-
De gespecificeerde
instellingen zoals de
tijdinstelling werden
gewist.
De machine werd voor langere tijd
of iedere dag uitgeschakeld.
De levensduur van de batterij is
mogelijk beëindigd. Contacteer uw
dealer.
-
Onvoldoende geheugen. U hebt meerdere toepassingen
gestart.
Sluit de toepassingen die u niet
gebruikt.
-
Het duurt lang om het
afdrukken te voltooien.
De verwerkingssnelheid van de
computer kan de afdrukopdracht
vertragen.
Gebruik een computer met een
snellere verwerkingssnelheid.
-
U hebt [High Quality (Multiple
tones)] op het tabblad [Print Job
Options] van het
printerstuurprogramma
geselecteerd.
Selecteer [Fijn / Detail
(1200x600)] of [Normaal (600
x 600)] op het tabblad
[TaakoptiesJ] van het
printerstuurprogramma.
-
De afdrukgegevens zijn
gecompliceerd.
Maak de gegevens eenvoudiger. -
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Andere problemen
- 177 -
Problemen oplossen
7
Wanneer de stroom uitvalt
Machinegedrag
Wanneer de stroom uitvalt, vertoont de machine het volgende gedrag:
Opmerking
Wij kunnen de werking niet garanderen wanneer er een UPS (uninterruptiblepower system) of omvormer wordt gebruikt.
Het
printerstuurprogramma
wordt niet juist
weergegeven in Mac OS
X.
Het printerstuurprogramma werkt
mogelijk onjuist.
Maak de installatie van het
printerstuurprogramma ongedaan
en installeer het vervolgens
opnieuw.
Geavanceerd
De machine schakelt
automatisch uit.
Wanneer u de machine gedurende
een langere periode niet wordt
gebruikt (fabrieksinstelling 4 uur),
wordt de machine automatisch
uitgeschakeld. Deze functie wordt
Automatisch uitschakelen
genoemd.
Druk op de toets <
SETTING
(INSTELLING)
> en selecteer
[
Beheerder instelling
]>
[Gebruiker installatie]>
[Spaarstand]>[Auto Power Off]
en schakel de functie uit.
p.21
Status van de
machine
Gedrag
Tijdens een oproep U kunt blijven spreken.
Tijdens het verzenden
van een fax
De communicatie stopt.
Wanneer de stroomtoevoer is hersteld
De machine start automatisch met het verzenden van de fax waarvan de verzending
en de bijbehorende gegevens werden gestopt als het een geheugenoverdracht betrof.
De machine verzendt geen gegevens als het een real-time verzending betrof. Stel het
document in en specificeer te bestemming opnieuw om de verzending te starten.
Een fax ontvangen De verzending stopt gedurende de bewerking.
Wanneer de stroomtoevoer is hersteld, start de machine automatisch met het
afdrukken van de succesvol ontvangen gegevens en slaat ze op in het geheugen.
Een lijst kopiëren of
afdrukken
Het afdrukproces stopt gedurende de bewerking.
Start de opdracht opnieuw, zodra de stroomtoevoer is hersteld.
Niet-actief U kunt geen andere kopieer-, fax-, scan- of afdrukopdracht starten.
U kunt ook geen andere faxen ontvangen.
Symptoom Te controleren punt Oplossing Referentie
Andere problemen
- 178 -
Opgeslagen faxgegevens
Een back-up van gegevens in het geheugen maken
Zelfs als de stroom uitvalt of uw machine schakelt uit, blijven de gegevens van faxverzendingen en
ontvangen faxen in het geheugen behouden.
Gewist rapport
De machine drukt automatisch een gewist rapport af als de faxgegevens in het geheugen verloren zijn.
Het rapport toont welke gegevens verloren zijn gegaan door de volgende informatie te verstrekken:
Document F-codevenster
Ontvangen documenten en afwisselende ontvangers
De notificatie voor verwijdering informeert u over het volgende item na de verwijderde gegevens.
Documenttype
Nummer F-codevenster
Naam F-codevenster
Doelnaam
Vertrouwelijke F-code communicatie/mededelingenvenster F-code communicatie
Tijdcommunicatie werd gestart
Ontvangen aantal pagina's
Memo
Het communicatietype wordt afgedrukt wanneer het handmatige ontvangst, F-code polling, F-code beveiligde ontvangst of
ontvangst F-code mededelingenvenster betrof.
- 179 -
Onderhoud
8
8. Onderhoud
Dit hoofdstuk geeft uitleg over het vervangen van verbruiksartikelen, het reinigen van de machine of het
verplaatsen of vervoeren van de machine.
Verbruiksartikelen vervangen
Deze paragraaf geeft uitleg over het vervangen van verbruiksartikelen.
Opmerking
Gebruik alleen originele TOSHIBA verbruiksartikelen om verzekerd te zijn van optimale kwaliteit.
Het oplossen van een probleem door gebruik van niet-originele TOSHIBA verbruiksartikelen worden in rekening gebracht, zelfs
als de gratis garantieperiode of de periode van het onderhoudscontract niet verlopen zijn.
WAARSCHUWING
Gooi de toner niet weg of gooi
de tonercartridge niet in vuur.
Hierdoor kan de toner gaan
spatten en brandwonden tot
gevolg hebben.
Bewaar de tonercartridge niet
in de nabijheid van vuur. Het
kan vlam vatten en brand of
brandwonden tot gevolg
hebben.
Zuig geen gemorste
tonerpoeder op met de
stofzuiger. Bij het stofzuigen
kan ontbranding ontstaan
door vonken van elektrische
contacten. Gemorste toner op
de vloer moet met een natte
doek worden weggeveegd.
LET OP
Er bevinden zich onderdelen
in het apparaat die erg heet
worden. Raak de rand van het
label met de tekst "Let op
heet" niet aan; dit kan
brandwonden veroorzaken.
Houd de tonercartridge buiten
het bereik van kleine
kinderen. Raadpleeg
onmiddellijk een arts als uw
kind tonerpoeder heeft
ingeslikt.
Als de tonerpoeder wordt
geïnhaleerd, gorgel met grote
hoeveelheden water en
verplaats de persoon naar
buiten voor frisse lucht. Volg
het advies van de arts
wanneer nodig.
Was uw handen met zeep als
de tonerpoeder op uw huid,
bijvoorbeeld uw handen, blijft
plakken.
Als de toner in uw ogen
terechtkomt, spoel
onmiddellijk met veel water.
Volg het advies van de arts
wanneer nodig.
Als u tonerpoeder inslikt,
drink grote hoeveelheden
water om de toner weg te
spoelen. Volg het advies van
de arts wanneer nodig.
Zorg dat uw handen en
kleding niet vuil worden bij
het hanteren van een
papierstoring of het
vervangen van de
tonercartridge. Spoel
tonervlekken op uw kleding
schoon met koud water. Als u
heet water gebruikt kan de
toner in uw kleding trekken;
dit kan het reinigen
bemoeilijken.
Demonteer de tonercartridge
niet. Tonerpoeder kan
omhoog vliegen en kunt u de
tonerpoeder inhaleren of
kunnen uw kleding en handen
vuil worden.
Bewaar gebruikte
tonercartridge in een zak,
zodat de tonerpoeder niet
omhoog kan vliegen.
Verbruiksartikelen vervangen
- 180 -
Tonercartridges vervangen
Vervangingsprocedure
1
Open de bovenklep en verwijder de
gebruikte tonercartridge.
Memo
Mocht het weggooien van gebruikte tonercartridges
noodzakelijk zijn, stop deze dan in een plastic zak en
volg de instructies en regels van uw lokale gemeente.
Draai de blauwe hendel van de tonercartridge
in de richting van de pijl van de
tonercartridge tot deze stopt.
Verwijder de tonercartridge.
2 Installeer een nieuwe tonercartridge.
Pak de nieuwe tonercartridge uit.
Houd de tonercartridge vast en schud enkele
keren op voorzichtige wijze.
Plaats de tonercartridge horizontaal en
verwijder de tape een klein beetje.
Houd de tonercartridge vast met de tape naar
beneden gericht en de blauwe hendel aan de
rechterkant.
Plaats de tonercartridge, waarbij de
linkerkant van de tonercartridge overeenkomt
met de uitsteeksels aan de linkerkant van de
beelddrum.
Druk de groeven aan de rechterkant van de
tonercartridge stevig tegen de uitsteeksels
van de cartridgegeleider aan de rechterkant
van de beelddrum.
Terwijl de bovenkant van de tonercartridge
met de hand ingedrukt wordt gehouden om
omhooggaan te voorkomen, draait u aan de
blauwe ontgrendelingshendel aan de
rechterkant in de richting van de pijl van
op de tonercartridge tot deze stopt.
Opmerking
Wanneer de tonercartridge niet volledig is geplaatst, kan
zich een afname van de afdrukkwaliteit voordoen.
Model Type
e-STUDIO332S Startertonercartridge
Tonercartridge
Tonercartridge
(Medium)
e-STUDIO403S Startertonercartridge
Tonercartridge
Tonercartridge
(Medium)
Tonercartridge (Groot)
WAARSCHUWING
Let op dat u geen tonercatridges
in het vuur gooit; toner in de
cartridges kan wegvliegen en
exploderen en brandwonden tot
gevolg hebben.
Toner cartridge
hendel
Toner cartridge
Tap e
uitsteeksels van de beelddrum.
hendel
Verbruiksartikelen vervangen
- 181 -
Onderhoud
8
3 Veeg de gehele LED-kop schoon met een
zachte doek of zacht keukenpapier.
Opmerking
Gebruik geen oplosmiddelen zoals methylalcohol of
thinners. Ze beschadigen de LED-kop.
4 Sluit de bovenklep.
5 Sluit de scannereenheid.
Memo
Mocht het weggooien van een tonercartridge noodzakelijk
zijn, stop deze dan in een plastic zak iets dergelijks en volg de
instructies en regels van uw lokale gemeente.
De beelddrum vervangen
Levensduur van de beelddrum
Wanneer er een bericht [Image Drum Near
Life] verschijnt op het weergavescherm, maak
een vervangende beelddrum gereed.
Als u het afdrukken vervolgt, wordt het bericht
[Please Replace the Image Drum]
weergegeven en stopt het afdrukken.
Een richtlijn voor het vervangen van de
beelddrum is ongeveer 30.000 pagina voor A4-
formaat papier (bij enkelzijdig afdrukken). Het
aantal pagina's geldt echter voor afdrukken
onder normale omstandigheden (3 pagina's per
keer). Afdrukken op één pagina per keer
vermindert de levensduur van de beelddrum met
de ongeveer de helft.
Het werkelijke aantal afgedrukte pagina's wordt
mogelijk opnieuw gehalveerd ten opzichte van de
bovenstaande richtlijn, afhankelijk van de
afdrukomstandigheden.
Opmerking
Het werkelijke aantal pagina's dat kan worden afgedrukt met
de beelddrum is afhankelijk van de manier waarop u het
gebruikt. De bovenstaande richtlijn wordt mogelijk met de
helft verminderd, afhankelijk van de afdrukomstandigheden.
Opmerking
De afdrukkwaliteit kan verslechteren als de tonercartridge
een jaar niet uitgepakt is geweest. Vervang het voor een
nieuwe.
Vervangingsprocedure
Opmerking
De drum (de groene buis) is heel delicaat. Ga hier
voorzichtig mee om.
Stel de beelddrum niet bloot aan direct zonlicht of zeer
heldere binnenverlichting (circa meer dan 1500 lux). Stel
het zelfs niet aan normale binnenverlichting meer dan 5
minuten bloot.
Om maximale prestaties uit uw machine te halen, dient u
originele TOSHIBA verbruiksartikelen te gebruiken.
Als u andere verbruiksartikelen dan originele TOSHIBA
gebruikt en er doet zich een fout voor dan wordt het
oplossen ervan in rekening gebracht, ongeacht of de gratis
garantieperiode van kracht is. (Dit geldt niet voor alle
fouten die zich voordoen met niet-originele TOSHIBA
producten. Houd er echter wel rekening mee bij het
gebruik van deze producten.)
1 Open de bovenklep en verwijder de
gebruikte beelddrum.
Verwijder de beelddrum langzaam in
opwaartse richting.
Als de beelddrum wordt verwijderd, wordt
ook de tonercartridgde verwijderd.
Memo
Wanneer u dubbelzijdige kopieën maakt vanaf de
glasplaat, wordt de continu scanmodus automatisch
ingeschakeld. Volg de instructies op het scherm.
LED-kop
WAARSCHUWING
Let op dat u geen gebruikte
beelddrums en tonercartridges in
het vuur gooit; toner in de
cartridges kan wegvliegen en
exploderen en brandwonden tot
gevolg hebben.
Verbruiksartikelen vervangen
- 182 -
2 Installeer een nieuwe beelddrum.
Haal de nieuwe beelddrum uit de verpakking.
Verwijder de silica gelverpakking.
Opmerking
Gebruik altijd een nieuwe beelddrum. Een beelddrum dat
op een andere printer werd bevestigd of gebruikt, kan niet
worden gebruikt.
Lijn beide geleiderpunten van de beelddrum
uit met de geleidergroeven op de printer en
plaats de beelddrum voorzichtig in de printer.
Verwijder de tonerafdekking (oranje) van de
in de printer geplaatste beelddrum door het
uitsteeksel in de richting van de pijl te duwen.
Memo
Gooi de tonerafdekking weg als onbrandbare materie.
Opmerking
Sommige toner plakt aan de keerzijde van de
tonerafdekking. Dit kan vlekken op andere delen
veroorzaken, wanneer de tonerafdekking wordt
verwijderd.
De beelddrum (de groene buis) is zeer delicaat. Behandel
met uiterste voorzichtigheid.
Stel de beelddrum niet bloot aan direct zonlicht of erg
heldere binnenverlichting (ongeveer meer dan 1500 lux of
hoger). Dek de beelddrum af als deze 5 minuten of langer
in normale binnenverlichting wordt achtergelaten.
Laak de beelddrum niet langer dan 1 uur achter, zelfs niet
als deze is afgedekt met zwart papier.
3 Installeer een nieuwe tonercartridge.
Zie "Vervangingsprocedure" (p. 180) voor
meer informatie.
4 Sluit de bovenklep.
Silica gel
geleiderpunt
geleiderpunt
geleidergroeven
Uitsteeksel
Tonerafdekking
Uw machine reinigen
- 183 -
Onderhoud
8
Uw machine reinigen
Deze paragraaf geeft uitleg over het reinigen van elk deel van uw machine.
Het oppervlak van de machine
reinigen
Opmerking
Gebruik geen benzeen thinner of alcohol als
reinigingsmiddel. Ze kunnen de plastic delen van de
machine beschadigen.
Smeer uw machine niet met olie.
1 Druk de aan/uit-schakelaar ongeveer
een seconde in om het apparaat uit te
zetten.
Meer info
"Uw machine uitschakelen" (p. 23)
2 Veeg het oppervlak van de machine met
een zachte en enigszins vochtige doek
met water of een neutraal
reinigingsmiddel schoon.
3 Droog het oppervlak van de machine met
een droge zachte doek.
De glasplaat reinigen
Het is raadzaam de glasplaat eens per maand te
reinigen om de beeldkwaliteit van de afdrukken
te behouden.
Opmerking
Gebruik geen benzeen thinner of alcohol als
reinigingsmiddel. Ze kunnen de plastic delen van de
machine beschadigen.
1 Open de klep van de glasplaat.
2 Veeg het oppervlak van het frame van de
documenthouder (1), de glasplaat (2) en
de ADF-glasplaat (3) met een zachte
enigszins vochtige doek met water
schoon.
3 Sluit de klep van de glasplaat.
Memo
Als het oppervlak van de glasplaat en het frame van de
documenthouder te vuil worden, veeg ze dan schoon met
een zachte enigszins vochtige doek met neutraal
reinigingsmiddel en veeg het vervolgens nogmaals schoon
met een zachte enigszins vochtige doek met water.
De documentinvoerrollen in de
ADF reinigen
Als de documentinvoerrollen in de ADF met inkt,
tonerdeeltjes of papierstof zijn bevuild, worden
documenten en afdrukken vuil en kan zich een
papierstoring voordoen. Om dit te voorkomen is
het raadzaam de rollen eens per maand te
reinigen.
Opmerking
Gebruik geen benzeen thinner of alcohol als
reinigingsmiddel. Ze kunnen de plastic delen van de
machine beschadigen.
1 Open de ADF-klep.
2
3
1
Uw machine reinigen
- 184 -
2 Veeg de documentinvoerrollen (1), het
oppervlak van de geleider (2), het
rubberkussen (3) en het rubbervel (4)
met een zachte enigszins vochtige doek
met water schoon.
Veeg het gehele oppervlak van de rol schoon
terwijl u deze met uw hand ronddraait.
3 Sluit de ADF-klep.
Memo
Als de rollen te vuil worden, veeg ze dan schoon met een
zachte enigszins vochtige doek met neutraal
reinigingsmiddel en veeg het vervolgens nogmaals schoon
met een zachte enigszins vochtige doek met water.
Papierinvoerrollen reinigen
Reinig de papierinvoerrollen als zich regelmatig
papierstoringen voordoen.
Voor lade 1 en lade 2
Memo
De volgende procedure gebruikt lade 1 als voorbeeld en is
tevens van toepassing op lade 2.
1 Trek de lade eruit.
2 Veeg de documentinvoerrollen (1) in de
machine met een zachte enigszins
vochtige doek met water schoon.
3 Veeg de papierinvoerrol (2) in de lade
schoon.
4 Duw de lade terug in de machine.
Alleen voor MP-lade (alleen
e-STUDIO403S)
1 Open de MP-lade.
2
Open het deksel door de tab (1) van het
deksel van de papierinvoerrol naar rechts te
drukken.
3 Veeg de documentinvoerrol (2) met een
zachte enigszins vochtige doek met
water schoon.
1
3
4
2
1
2
Uw machine reinigen
- 185 -
Onderhoud
8
4 Sluit de klep van de papierinvoerrol.
5 Sluit de MP-lade.
LED-koppen reinigen
Reinig de LED-koppen zodra er verticale witte
lijnen verschijnen, beelden verticaal vervagen of
de omranding van letters vlekkerig is in de
afdrukken. Vuil op de LED-koppen kan tevens
papierstoringen veroorzaken.
Opmerking
Gebruik geen methylalcohol of thinners als
reinigingsmiddel. Ze kunnen de LED-koppen beschadigen.
Stel de beelddrum niet bloot aan direct zonlicht of erg
heldere binnenverlichting (ongeveer meer dan 1500 lux).
Stel het zelfs niet aan normale binnenverlichting meer dan
5 minuten bloot.
1 Druk de aan/uit-schakelaar ongeveer
een seconde in om het apparaat uit te
zetten.
Meer info
"Uw machine uitschakelen" (p. 23)
2 Open de scannereenheid.
3 Druk op de open-knop van de bovenklep
(1) en open de bovenklep.
4 Veeg de lenzen (2) van de LED-koppen
met keukenpapier voorzichtig schoon.
5 Sluit de bovenklep.
6 Sluit de scannereenheid.
2
3
4
1
2
LET OP
Kans op
brandwonden.
De fusereenheid is extreem heet. Raak het niet
aan.
1
2
Uw machine verplaatsen
- 186 -
Uw machine verplaatsen
Deze paragraaf geeft uitleg over het verplaatsen of vervoeren van uw machine.
Uw machine verplaatsen
1 Druk de aan/uit-schakelaar ongeveer
een seconde in om het apparaat uit te
zetten.
Meer info
"Uw machine uitschakelen" (p. 23)
2 Haal alle kabels uit het apparaat.
Kabel en aardedraad
Ethernetkabel of USB-kabel
Telefoonkabel(s)
3 Verwijder al het papier uit de
papierlades.
4 Til uw machine op en verplaats het naar
een andere locatie.
Uw machine vervoeren
Opmerking
De drum (de groene buis) is heel delicaat.Ga hier
voorzichtig mee om.
Stel de beelddrum niet bloot aan direct zonlicht of erg
heldere binnenverlichting (ongeveer meer dan 1500 lux).
Stel het zelfs niet aan normale binnenverlichting meer dan
5 minuten bloot.
1 Druk de aan/uit-schakelaar ongeveer
een seconde in om het apparaat aan te
zetten.
Meer info
"Uw machine uitschakelen" (p. 23)
2 Haal alle kabels uit het apparaat.
Kabel en aardedraad.
Ethernetkabel of USB-kabel.
Telefoonkabel(s)
3 Verwijder al het papier uit de
papierlades.
4 Open de scannereenheid.
5 Druk op de open-knop van de bovenklep
(1) en open de boveklep.
6 Sluit de bovenklep.
7 Sluit de scannereenheid.
8 Verwijder de optionele tweede lade-
eenheid uit de hoofdeenheid indien deze
is geïnstalleerd.
Verwijder de vergrendelingsonderdelen en til uw
machine op en verwijder vervolgens de tweede
lade-eenheid.
LET OP
Kans op
brandwonden.
De fusereenheid is extreem heet. Raak het niet
aan.
1
Uw machine verplaatsen
- 187 -
Onderhoud
8
9 Bescherm uw machine met
verpakkingsmateriaal.
10 Til uw machine op en plaats het in een
doos.
Opmerking
Gebruik de verpakkingsmaterialen die zijn gebruikt
bij de aanschaf van uw machine.
Verwijder na het vervoeren of bij het opnieuw
installeren de tape voor het vastmaken van de
beelddrum en tonercartridges.
- 188 -
9. Bijlage
Dit hoofdstuk geeft uitleg over de specificaties van uw machine en informatie over verbruiksartikelen en
optionele onderdelen.
Specificaties
Algemene specificaties
MFP-model Modelnummer
e-STUDIO332S DP-3321S
e-STUDIO403S DP-4030S
e-STUDIO332S
e-STUDIO403S
CPU Printerbesturing
PowerPC405, 330 MHz
Scannerbesturing
ARM9 max 266 MHz
Geheugen Resident Printerbesturing
256 MB
Scannerbesturing
128 MB
Flash ROM Printer
Besturing
SPI ROM: 16MB x 2
Scanner
Besturing
NAND: 64 MB
SPI: 2 MB
Opslagapparaat - SD-geheugenkaart
Resident
4 GB
Gewicht 20 kg (inclusief verbruiksartikelen)
Afmetingen 427 (B) x 425 (D) x 455 (H)
Voeding Model van 120 V:120VAC ± 10%, 50/60Hz ± 2%
Model van 230 V:230VAC ± 10%, 50/60Hz ± 2%
Stroomverbruik Gewoon gebruik
540 W
Niet-actief
80 W
Piek
950 W
Slaapstand
Minder dan 3 W
Energiespaarstand
Minder dan 14 W
UIT-stand
Minder dan 0,5 W
Gewoon gebruik
610 W
Niet-actief
80 W
Piek
950 W
Slaapstand
Minder dan 3 W
Energiespaarstand
Minder dan 14 W
UIT-stand
Minder dan 0,5 W
Bedrijfsomstandigheden
In bedrijf
Temperatuur: 10 tot 32°C, luchtvochtigheid: 20 tot 80% RH
Niet-actief
Temperatuur: 0 tot 43°C, luchtvochtigheid: 10 tot 90% RH
Interface USB 2.0 (Hi-Speed), Ethernet 10BASE-T/100BASE-TX
Scherm Grafisch paneel 84,1(B) x 33,6(H) mm, 320 x 128 beeldpunten
Specificaties
- 189 -
Bijlage
9
Specificaties kopieermachine
Faxspecificaties
PC/Faxspecificaties
Internetfaxspecificaties
Ondersteunde
besturingssystemen
Windows 7, Windows Vista, Windows Server 2008 R2, Windows Server 2008,
Windows XP, Windows Server 2003
Mac OS X 10.4.0-10.7
Raadpleeg "Productvereisten" (P. 49)
e-STUDIO332S
e-STUDIO403S
Document-
formaat
ADF
A6 , B5 , A5 , A4 , letter , legal 13/13,5/14, executive
Glasplaat
A6 , B5 , A5 , A4 , letter , executive
Eerste
kopie Tijd
Mono Minder dan 11 seconden (ADF, High
Speed)
Minder dan 10 seconden (ADF, High
Speed)
Kopieën Maximaal 99
e-STUDIO332S
e-STUDIO403S
Compatibiliteit - ITU-T G3/Super G3
Compressiemethode - MH, MR, MMR, JBIG
Modemsnelheid - Maximaal 33,6 kbps
Lijnen - PSTN, PBX Line
Lijninterface - RJ11 x 2 (Lijn/TEL)
Document-
formaat
ADF - A4, letter, legal 13/13,5/14
Glasplaat - A4, letter
Verzendsnelheid - Ong. 3 seconden/pagina (ITU-T no.1,
JBIG, Normal)
Geheugengrootte
opgeslagen document
-4 Mb
Opslagslagcapaciteit
document
- Maximaal 200 pagina's (ITU-T no.1, MMR,
Normal)
Resolutie - Normaal
8 beeldpunten x 3,85 lijnen/mm
Fijn
8 beeldpunten x 7,7 lijnen/mm
Foto
8 beeldpunten x 7,7 lijnen/mm
Extra-Fijn
8 beeldpunten x 15,4 lijnen/mm
e-STUDIO332S
e-STUDIO403S
Interface NVT USB 2.0 (Hi-Speed), Ethernet 10BASE-T/
100BASE-TX
Ondersteunde
besturingssystemen
NVT
Windows 7, Windows Vista, Windows Server
2008 R2, Windows Server 2008, Windows XP,
Windows Server 2003
e-STUDIO332S
e-STUDIO403S
Communicatieprotocol NVT SMTP, POP3, MIME
Bestandsformaat NVT TIFF
e-STUDIO332S
e-STUDIO403S
Specificaties
- 190 -
Scannerspecificaties
Specificaties Scannen naar e-mail
Specificaties Scannen naar netwerk-pc
Specificaties Scannen naar USB-geheugen
e-STUDIO332S
e-STUDIO403S
Scannertype Glasplaat met ADF-functie
Beeldsensor Color CIS
Lichtbron LED
Document
dikte
ADF
60 tot 105 g/m
2
(16 tot 28 lb)
Glasplaat 20 mm
ADF-
documentcapaciteit
50 vellen (80 g/m
2
)
Scan
gebied
ADF 105 x 148 - 215,9 x 355,6 mm
Glasplaat 105 x 148 - 215,9 x 296,9 mm
Scan
snelheid
Kleur Ca. 6 seconden/pagina (A4, 300 x 300 dpi, ADF simplex)
Grijs Ca. 2 seconden/pagina (A4, 300 x 300 dpi, ADF simplex)
e-STUDIO332S
e-STUDIO403S
Communicatieprotocol SMTP, POP3, MIME
Bestandsformaat PDF (ondersteunde codering), M-TIFF (RAW/G3/G4 gecomprimeerd), JPEG (JFIF)
(alleen kleur/grijswaarden), XPS
Authenticatie
mailserver
SMTP-AUTH, POP3
Ondersteunde
mailserver
toepassing
Lotus Domino Mail Server 5.0, Microsoft Exchange 2000 Server, Microsoft Exchange
2003 Server, Microsoft Exchange 2007 Server, Red Hat 7.0 Sendmail
Ondersteunde LDAP-
server
Windows Server 2008 Active Directory, Windows Server 2003 ActiveDirectory,
Windows 2000 Server Active Directory, Lotus Notes/Domino 7.0
Ondersteunde
mailtoepassing
Microsoft Office Outlook 2000, Microsoft Outlook Express 5.0/6.0, Windows Mail
(Windows Vista), Windows Live Mail, Mail (MAC built-in application), Lotus Notes/
Domino R5
e-STUDIO332S
e-STUDIO403S
Communicatieprotocol FTP, HTTP, CIFS
Bestandsformaat PDF (ondersteunde codering), M-TIFF (RAW/G3/G4 gecomprimeerd), JPEG (JFIF)
(alleen kleur/grijswaarden), XPS
e-STUDIO332S
e-STUDIO403S
Connectiviteitsinterface USB2.0 Host IF
Opslagapparaat USB-geheugen (maximaal 32 GB)
Het is niet gegarandeerd dat alle USB-geheugenproducten werken.
Ondersteund
bestandssysteem
FAT12, FAT (FAT16), FAT32
Bestandsformaat PDF (ondersteunde codering), M-TIFF (RAW/G3/G4 gecomprimeerd), JPEG (JFIF)
(alleen kleur/grijswaarden), XPS
Specificaties
- 191 -
Bijlage
9
Specificaties Scannen naar lokale pc
Specificaties voor afdrukken
e-STUDIO332S
e-STUDIO403S
Communi-
catieproto-
col
Windows TWAIN, WIA
Mac OS X TWAIN, ICA
Bestandsformaat PDF, TIFF, JPEG, BMP, PCX, GIF, TGA, PNG, WMF, EMF
e-STUDIO332S
e-STUDIO403S
Afdrukmethode Droge elektrofotografische opnamemethode met LED (Light-Emitting Diode)
Emulatie T PCL6 (PCLXL), PCL5e PCL6 (PCLXL), PCL5e, PostScript 3
Residente lettertypen PCL: 91 Europese lettertypen PCL: 91 Europese lettertypen
PS: 136 Europese lettertypen
Resolutie 600 x 600 dpi, 600 x 1200 dpi, 600 x
2400dpi
600 x 600 dpi , 1200 x 1200 dpi
Kleur zwart
Afdruksnelheid (A4) 600 x 600 dpi,
600 x 1200 dpi
Simplex: Ca. 33 ppm
Duplex: Ca. 17 ppm
600 x 2400 dpi
Simplex: Ca. 17 ppm
Duplex: Ca. 9 ppm
1200 x 1200 dpi,
600 x 600 dpi
Simplex: Ca. 40 ppm
Duplex: Ca. 20 ppm
Eerste
pagina
tijd
Stand-by Minder dan 5 seconden
Energiebes
paring
Minder dan 30 seconden
Papierfor-
maat
Lade 1 Legal 13/13,5/14, letter, executive, Statement, A4, A5, B5, A6, 16K (197 x 273 mm,
195 x 270 mm, 184 x 260 mm), aangepast formaat
Lade 2
(Optioneel)
Legal 13/13,5/14, letter, executive, Statement, A4, A5, B5, A6, 16K (197 x 273 mm,
195 x 270 mm, 184 x 260 mm), aangepast formaat
MP-lade - Legal 13/13,5/14, letter, executive,
Statement, A4, A5, B5, A6, C5, C6, DL,
Com-9, Com-10, Monarch, 16K (197 x
273 mm, 195 x 270 mm, 184 x 260 mm),
aangepast formaat
Handmatige
invoer
Legal 13/13,5/14, letter, executive,
Statement, A4, A5, B5, A6, C5, C6, DL,
Com-9, Com-10, Monarch, 16K (197 x
273 mm, 195 x 270 mm, 184 x 260 mm),
aangepast formaat
-
Dubbelzijdig
afdrukken
Legal 13/13,5/14, letter, executive, A4, B5, 16 K (197 x 273 mm, 195 x 270 mm,
184 x 260 mm), aangepast formaat
Aangepast
formaat
Lade 1
100 x 148-216 x 355,6 mm
Lade 2 (optioneel)
148 x 210-216 x 355,6 mm
Handmatige invoer
86 x 140-216 x 1320,8 mm
Lade 1
100 x 148-216 x 355,6 mm
Lade 2 (optioneel)
148 x 210-216 x 355,6 mm
MP-lade
86 x 140-216 x 1320,8 mm
Mediatype Standaaardpapier (60 g/m
2
- 163 g/m
2
), enveloppen, etiketten.
Invoermethode Automatische invoer vanuit lade 1 en lade
2 (optioneel), handmatige invoer vanuit
Handmatige invoer
Automatische invoer vanuit lade 1, MP-
lade en lade 2 (optioneel), Automatische
invoer vanuit MP-lade
Specificaties
- 192 -
Specificaties Afdrukken vanuit USB-geheugen
Netwerkspecificaties
Laadcapaciteit papier Lade 1
250 vellen standaardpapier/80 g/m
2
,
totaal
dikte 25 mm of minder.
Handmatige invoer
1 vel.
Lade 2 (optioneel)
530 vellen standaardpapier/80 g/m
2
,
totaal
dikte 53 mm of minder.
Lade 1
250 vellen standaardpapier/80 g/m
2
,
totaal
dikte 25 mm of minder.
MP-lade
100 vellen standaardpapier /80 g/m
2
en
totale dikte 10 mm of minder, 10
enveloppen/gewicht van
85 g/m
2
Lade 2 (optioneel)
530 vellen standaardpapier/80 g/m
2
,
totaal
dikte 53 mm of minder
Uitvoermethode Omlaag
Capaciteit
papieruitvoer
Omlaag
150 vellen (minder dan 80 g/m
2
)
Afdrukgegarandeerd
gebied
6,35 mm of meer vanaf de papierrand (niet van toepassing op speciale media zoals
enveloppen)
Afdruknauwkeurigheid Afdrukbegin:± 2 mm, papier scheef:± 1 mm/100 mm,
beeldvergroting:± 1 mm/100 mm (80 g/m
2
)
Opwarmtijd Bij inschakeling
Minder dan 60 seconden
In de energiespaarstand
Minder dan 25 seconden
Gebruik
omgevingscondities
In bedrijf
10~32°C / Relatieve vochtigheid van 20~80% RH (maximale natteboltemperaruur
van 25°C, maximale drogeboltemperatuur van 2°C)
Niet in bedrijf
0~43°C / Relatieve vochtigheid van 10~90% RH (maximale natteboltemperaruur
van 26,8°C, maximale drogeboltemperatuur van 2°C)
Condities voor
gegarandeerd
afdrukkwaliteit
Temperatuur 10°C, luchtvochtigheid 30 tot 78% RH/ temperatuur 32°C,
luchtvochtigheid 30 to 54% RH/ luchtvochtigheid 30% RH, temperatuur 10 tot 32°C/
luchtvochtigheid 80% RH, temperatuur
18 tot 27°C
Verbruiksartikelen,
Onderhoud
Tonercartridges, beelddrum
e-STUDIO332S
e-STUDIO403S
Interface USB 2.0 (High Speed) Host IF
Opslagapparaat USB-geheugen (maximaal 32 GB)
Het is niet gegarandeerd dat alle USB-geheugenproducten werken.
Ondersteund
bestandssysteem
FAT12, FAT (FAT16), FAT32
Bestandsformaat TIFF (TIFF 6.0 Baseline), PRN (PCL) PDF (v1.7, ondersteund geen gecodeerde
PDF), JPEG, TIFF (TIFF 6.0 Baseline), PRN
(PS/PCL)
e-STUDIO332S
e-STUDIO403S
Interface Ethernet 10BASE-T/100BASE-TX
Protocol TCP/IPv4, TCP/IPv6, NetBEUI, NetBIOS over TCP, EtherTalk, NetWare, LPR,
Port9100, IPP, FTP, HTTP, TELNET, SMTP, POP3, SNMPv1/v3, DHCP, BOOTP, DNS,
DDNS, UPnP, WINS, SLP, Bonjour (Rendezvous), SNTP, LLTD, Web Services Discovery
(WSD), SSL/TLS, IPSec, CIFS, SMB (Versie 1.0), LDAPv3, Kerberos
Ondersteunde browsers Microsoft IE 6.0 of hoger, Safari 2.0 of hoger, Firefox 3.0 of hoger
e-STUDIO332S
e-STUDIO403S
Basisstappen in Windows
- 193 -
Bijlage
9
Basisstappen in Windows
Dit zijn de stappen voor het weergeven van het instellingenvenster voor het stuurprogramma vanuit
map [Printer] / [Printer and FAX] voor Windows besturingssytemen, behalve Windows 7, die zijn
gebruikt voor voorbeelden in deze handleiding.
Memo
De stappen voor Windows Server 2008 R2 zijn hetzelfde als voor Windows 7.
Als u meerdere stuurprogramma's hebt geïnstalleerd, worden de pictogrammen voor elk stuurprogramma in de map [Printer]
/ [Printer and FAX] weergegeven. Volg de onderstaande stappen om de door u te gebruiken stuurprogramma's in te stellen
en/of te controleren.
Geeft het scherm Eigenschappen weer
Voor Windows Vista/Windows Server 2008
1 Klik op [Start] en selecteer [Control Panel]>[Printer].
2 Rechtsklik op het pictogram TOSHIBA e-STUDIO403S en selecteer [Properties].
Voor Windows XP/Windows Server 2003
1 Klik op [Start] en selecteer [Printers and Faxes].
2 Rechtsklik op het pictogram TOSHIBA e-STUDIO403S en selecteer [Properties].
Geeft het printerinstellingenscherm weer
Voor Windows Vista/Windows Server 2008
1 Klik op [Start] en selecteer [Control Panel]>[Printer].
2 Rechtsklik op het pictogram TOSHIBA e-STUDIO403S en selecteer [Printing
Preferences].
Voor Windows XP/Windows Server 2003
1 Klik op [Start] en selecteer [Printers and Faxes].
2 Rechtsklik op het pictogram TOSHIBA e-STUDIO403S en selecteer [Printing
Preferences].
- 194 -
Index
Symbolen
-(Koppelteken) .............. 88
*(Sterretje) ................... 88
#(Hekje-symbool) .......... 88
A
Aangepast formaat ......... 39
Achtergrondverwijdering
............................ 85
ActKey .........110, 115, 116
ADF ............................. 41
Adresboek .....103, 112, 120
ADSL ............................ 45
Afdrukken vanuit het USB-
geheugen ............ 128
Antw.app./Faxgereedmodus
............................ 94
Automatisch resetten ..... 86
B
Beeld vastleggen ......... 115
Beelddrum .................. 181
Beheerderwachtwoord .... 65
Bestemmingen netwerkscan
.......................... 123
Beveiligde scanmodus
.......................... 118
Bijlage van een e-mail .... 65
C
Configuratierapport ........ 79
Continu scannen
....... 83, 87, 100, 102,
112
CS-tuner ....................... 46
D
De glasplaat reinigen .... 183
Dichtheid .................84, 91
Digitale televisie ............ 46
Documenten plaatsen ..... 40
Documentinvoerrollen in de
ADF reinigen ......... 183
Documentstoring .......... 145
Documenttype ...............85
DRD ....................... 49, 95
Dubbelzijdig afdrukken
............... 35, 39, 129
Dubbelzijdig scannen ......41
Dubbelzijdige kopieën .....84
E
Een bestemming specificeren
............. 88, 103, 112
Eenvoudig zoeken
...................104, 113
Eenvoudige scanmodus
.......................... 117
E-mailgeschiedenis ....... 113
Energiespaarstand ..........23
Enveloppe .....................33
Etiket ...........................33
F
Faxen ontvangen ............95
Faxgereedmodus ............49
Flash ............................88
Foutcode ..............139, 146
Foutmeldingen ............. 146
Functietoetsen ...............29
G
Geavanceerd zoeken
...................104, 113
Gebruikersauthenticatie
.......................... 131
Gebruikersnaam ........... 136
Gedeeltelijk afdrukken papier
............................33
Gekleurd papier .............33
Glasplaat .......................41
Groep kiezen .................98
Groepslijst
...... 89, 103, 112, 121
H
Handmatige invoer ...36, 38
I
ICA .............................107
Inbinden ......................129
Indexkaart .................... 33
Indicator DATA IN GEHEUGEN
............................. 94
Indicator GEGEVENS IN
GEHEUGEN ............ 29
Inloggen op de machine
...........................132
Installeren
Faxstuurprogramma
.................... 51
Printerstuurprogramma
(Mac OS X)
...............54, 61
Printerstuurprogramma
(Windows)
...............51, 60
Scannerstuurprogramma
...................107
Internetfaxen ...............102
IP-adres ....................... 51
IP-telefoon .................... 46
K
Kiesfuncties .................. 88
Kiestype ....................... 47
Kopieerinstellingen ......... 81
Kopiëren ...................... 80
L
Landcode ...................... 43
LDAP ................... 104, 113
LED-kop reinigen ..........185
M
Mac OS X ..................... 50
MP-lade
.....36, 37, 81, 96, 129
Index
- 195 -
Index
N
Naam van afzender ...48, 92
Netvoedingvoorwaarden
............................ 21
Netwerkconfiguratie ..... 107
O
One-Touch-toets
...29, 89, 99, 101, 112
Ontvangstgeschiedenis
.......................93, 97
Ontvangstmodus ............ 49
Openbare lijn ................ 44
Oproepen ontvangen ...... 95
P
Papierformaat
.......... 32, 35, 39, 124
Papierformaat instellen ... 38
Papiergewicht (Document)
............................ 41
Papiergewicht (Printpapier)
.......................32, 35
Papierinvoer ................ 129
Papierinvoerrollen reinigen
.......................... 184
Papierlade ................35, 39
Papierstoringen ........... 139
Papiertoevoer ................ 81
Passend maken ........... 130
Pauzeren ...................... 88
PBX .............................. 46
PIN ............................ 132
Printerstuurprogramma
.......................... 124
Productvereisten ............ 50
Profiel .....................76, 77
Q
QWERTY-toetsenbord
.......................29, 31
R
Registreer alle
e-mailadressen. .... 121
Resolutie (Fax) ..............91
Richting ........................82
S
Scanformaat .......41, 81, 91
Scannen ...................... 112
Scannen naar e-mail ..... 112
Scannen naar externe pc
.......................... 116
Scannen naar faxserver
.......................... 100
Scannen naar lokale pc
.......................... 115
Scannen naar netwerk-pc
.......................... 114
Scannen naar USB-geheugen
.......................... 114
Scanresolutie .................86
Server instellen ..............64
Skater afdrukzijde naar
beneden .................39
Skater afdrukzijde naar boven
.............................40
Slaapstand ....................23
Snelkiezen ............... 89, 97
Standaardpapier ............32
Standaardscherm ...........29
Stroom valt uit ............. 177
Symbolen ......................30
Systeemvereisten ...........16
T
Te scannen formaat ........41
Tekst invoeren ...............30
Tel/Faxgereedmodus ......94
Telefoongereedmodus
...................... 94, 95
Tien toetsen
.....30, 39, 80, 82, 88,
132
Toegangsbeheer ........... 131
Toets AFDRUKKEN
.............. 28, 127, 128
Toets ENERGIE BESPAREN
....................... 23, 29
Toets FAX/HAAK
................28, 87, 102
Toets HELP
(voor e-STUDIO332S)
..................... 28, 146
Toets HERKIEZEN/HELP
(voor e-STUDIO403S)
..................... 28, 146
Toets INSTELLINGEN ...... 28
Toets KOPIEREN ....... 28, 80
Toets MACROFUNCTIE
OPDRACHT ............ 29
Toets RESETTEN/UITLOGGEN
........ 28, 86, 133, 137
Toets SCANNEN
......28, 112, 114, 116,
117, 118
Toets START (KLEUR)
......28, 112, 114, 115,
116, 118, 119
Toets START (MONO)
......... 28, 80, 87, 112,
114, 115, 116, 118, 119
Toets STATUS
.......28, 139, 146, 158
Toets STOPPEN
......... 28, 80, 93, 105,
119, 130
Toets TERUG ................. 29
Toets WISSEN
............ 29, 31, 80, 83
Tonercartridge .............180
Toon ............................ 88
TWAIN ......... 107, 115, 116
Tweede lade-eenheid (lade 2)
..................... 25, 186
U
Uitloggen op de machine
...........................133
USB-geheugen .............128
Index
- 196 -
V
Verzendgeschiedenis
....... 89, 98, 101, 103,
120
Voorvoegsel .................. 88
W
Wachtwoord ................ 136
WIA ........................... 107
Windows ....................... 50
Z
Zoomen ........................ 82
DP-3321S/4030S
- 198 -
Index
2-17-2, HIGASHIGOTANDA, SHINAGAWA-KU, TOKYO, 141-8664, JAPAN
2012-03
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE SYSTEMEN
Gebruikershandleiding (Basis)
©2012 TOSHIBA TEC CORPORATION Alle rechten voorbehouden
157

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Toshiba e-STUDIO 332S bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Toshiba e-STUDIO 332S in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 24,26 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Toshiba e-STUDIO 332S

Toshiba e-STUDIO 332S Snelstart handleiding - Nederlands - 131 pagina's

Toshiba e-STUDIO 332S Gebruiksaanwijzing - Deutsch - 206 pagina's

Toshiba e-STUDIO 332S Gebruiksaanwijzing - Deutsch - 202 pagina's

Toshiba e-STUDIO 332S Gebruiksaanwijzing - Deutsch - 137 pagina's

Toshiba e-STUDIO 332S Gebruiksaanwijzing - English - 183 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info