744240
3
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/44
Pagina verder
Montage- en gebruikshandleiding
Kachels Selection
VOORWOORD – KWALITEITSFILOSOFIE
U hebt gekozen voor een kachel van Spartherm en wij danken u hartelijk voor
uw vertrouwen. In een wereld van overvloed en massaproductie staat onze
naam in het teken van het motto: „Een hoge technische kwaliteit gecombi-
neerd met een eigentijds design en het streven naar een tevreden klant die
ons aan anderen aanbeveelt”. Wij bieden u samen met onze partners uit de
vakhandel hoogwaardige producten die er aantrekkelijk uitzien en gevoelens
van geborgenheid en behaaglijkheid oproepen. Om ervoor te zorgen dat u hier
snel van kunt genieten, raden wij u aan de gebruikshandleiding zorgvuldig
door te lezen, zodat u uw kachel snel en goed leert kennen. Naast informatie
over de bediening bevat deze handleiding tevens belangrijke onderhouds- en
gebruiksinformatie ten behoeve van uw veiligheid en het waardebehoud van
uw kachel en geeft het waardevolle tips en ondersteuning.
Wij laten u bovendien zien hoe u uw kachel milieuvriendelijk kunt gebrui-
ken. Wanneer u nog vragen hebt, kunt u terecht bij uw speciaalzaak.
Wij wensen u vele knusse uurtjes bij uw kachel.
Uw Spartherm-team
G.M. Rokossa
NL 3
INHOUD
1. Algemene Informatie 4
1.1 Geteste Kwaliteit 4
1.1.1 Omvang van de levering 4
1.1.2 Transportschade 5
2. Montagehandleiding 5
2.1 Algemene eisen voor de plaatsing 5
2.1.1 Plaats van opstelling 6
2.1.2 Meervoudige Aansluiting 6
2.2. Plaatsing / Montage 6
2.2.1 Veranderen van de Richtung van de
Rookgasaansluiting 6
2.2.2 Verbrandingsluchttoevoer 8
2.2.2.1 Van de kamerlucht Afhankelijk 8
2.2.2.2 Afzonderlijke Verbrandingsluchttoevoer 9
2.2.2.3 Van de kamerlucht Onafhankelijk 9
2.2.3 Brandpreventie 10
2.2.4 Afsluitmechanisme 14
2.2.5 Verbindingsstuk 14
2.2.6 Draaibare Voet 14
2.2.7 Montage van de opslagstenen Passo M 14
2.2.8 Installatie van de watervoerende Componenten
van de SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O 15
2.2.8.1
Aansluitingen van de SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O
15
2.2.8.2 Algemene eisen aan de Installatie 16
2.2.8.3 Thermische Afvoerbeveiliging (TAS) 17
2.2.8.4 Thermische Pompsturing 17
2.2.8.5 Elektrische Aansluiting 17
2.2.8.6 Aansluiting op een Verwarmingsinstallatie 18
2.2.8.7 Retourtemperatuurverhoging 20
3. Gebruiksaanwijzing 20
3.1. Algemene Gebruiksinformatie 20
3.2 Brandpreventie 21
3.3 Werking van de Draaibare voet 21
3.4 Typeplaatje 22
3.5 Bediening van de Waterwarmtewisselaar SENSO M
H
2
O / PIKO H
2
O 22
4. Verbranding 23
4.1 Eerste Ingebruikneming 23
4.1.1 Regeling Verbrandingslucht 24
4.2 Aanmaken / Branden 24
4.2.1 Hout toevoegen 25
4.2.2 Houthoeveelheid per Uur 26
4.3 Regeling Verwarmingsvermogen 26
4.4 RuimteverWarmingscapaciteit 26
4.5 Verwarmen in de overgangstijd/Ongunstige
Weersomstandigheden 27
5. Brandstof 27
5.1 CO
2
– Neutraliteit 27
5.1.1 Houtopslag 28
5.2 Uw bijdrage aan de bescherming van het milieu 28
6. Reiniging en onderhoud 28
6.1 Reiniging van der Verbrandingskamer / Bekleding 29
6.2 Bekleding van de Verbrandingskamer 30
6.3 Schoorsteenbrand 33
6.4 Onderhoud 33
6.4.1 Onderhoud van der Waterwarmte wisselaar
SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O 33
6.4.2 Ontluchten van de Waterwarmte wisselaar
SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O 33
6.5 Reiniging van de Waterwarmtewisselaar
SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O 34
6.6 Deurmechanism SENSO S RLU 35
7. Fouten oplossen 36
7.1 Flinke, snelle en ongelijkmatige roetvorming
op het glas 36
7.2 Vuur kan moeilijk worden aangemaakt 36
7.3 Er ontsnapt rook tijdens het bijleggen van hout 36
7.4 Hout verbrandt te snel / houtverbruik te hoog 36
7.5 Water-warmtewisselaar SENSO M H
2
O/Piko H
2
O 37
8. Algemene Garantievoorwaarden 38
8.1 Toepassing 38
8.2 Algemene Informatie 38
8.3 Garantieperiode 38
8.4 Effectiviteitsvoorwaarde garantie 38
8.5 Garantie-Uitsluitingen 38
8.6 Verhelpen van gebreken – Reparatie 39
8.7 Verlenging van de garantieperiode 39
8.8 Reserveonderdelen 39
8.9 Aansprakelijkheid 39
8.10 Opmerking 39
9. Technische gegevens 40
10. Ingebruiknemingsprotocol 44
NL 4
1.1 GETESTE KWALITEIT
ONZE KACHELS WERDEN GETEST VOLGENS NEN EN 13240. DE CAPACI-
TEITSVERKLARING KAN WORDEN INGEZIEN EN IS VERKRIJGBAAR VIA
WWW.SPARTHERM.COM
Deze kachels hebben zelfsluitende deuren voor de verbrandingskamer,
zodat de deuren alleen voor het bedienen van de stookruimte (bijv. reinigen
van de verbrandingskamer of bijvullen van brandstof) geopend hoeven te
worden. Manipulatie van het sluitmechanisme is om veiligheidstechnische
redenen niet geoorloofd en leidt tot het vervallen van de garantie en de
gebruiksvergunning. De garantie en de gebruiksvergunning komen even-
eens te vervallen als de kachel op andere wijze door de klant technisch
gewijzigd wordt.
1.1.1 OMVANG VAN DE LEVERING
Verbrandingskamer van vermiculiet/chamotte
Primaire en secundaire luchtgeleiding
Uittrekbare aslade resp. aspot en asrooster (niet alle modellen)
Zelfsluitende deur voor de verbrandingskamer met hoog hittebesten-
dige glazen ruit
Hittebestendige handschoen*
Typeplaatje (zie '3.4 Typeplaatje' op pagina 22)
Levering voorgemonteerd in een transportvriendelijke, kartonnen
wegwerpverpakking
Opslagstenen (alleen bij de Cubo M, Piko M, Senso L (optioneel), Passo
M, STOVO M)
Pompthermostaat, thermische afvoerbeveiliging ¾", ontluchtingsklep
(alleen bij de Senso M H
2
O, PIKO H
2
O)
Geïntegreerd reinigingssysteem met bedieningshendel (alleen bij de
PIKO H
2
O)
1. ALGEMENE INFORMATIE
Voor het plaatsen en installeren van uw kachel dient u overleg te plegen
met de districtsschoorsteenveger in uw buurt. Hij geeft u advies over de
bouwtechnische voorschriften en de geschiktheid van uw schoorsteen
en hij voert de eindcontrole van uw haard uit. De schoorsteenberekening
geschiedt volgens NEN EN 13384 met de in deze handleiding (zie '9. Tech-
nische gegevens' op pagina 40) vermelde waardentripel.
Belangrijk voor kleine kinderen, oudere of gehandicapte personen: net als
bij alle andere verwarmingsapparatuur is het zinvol om een bescherming
voor deze persoonsgroepen aan te brengen, omdat de ruit en ook de bekle-
dende delen van de kachel erg heet kunnen worden!
Verbrandingsgevaar!
Laat de kachel nooit zonder toezicht achter als deze brandt of zojuist is
uitgegaan! De kachel mag niet gedurende langere tijd zonder toezicht in
gebruik zijn!
De bijgeleverde hittebestendige handschoen is uitsluitend bedoeld
als hittebescherming bij het vastpakken van de bedieningsgreep
en ter bescherming van de koude hand. De handschoen is niet
vuurbestendig!
Bij de plaatsing en het gebruik van uw kachel en bij de aansluiting op de
schoorsteen moet rekening worden gehouden met nationale en Europese
normen, de betreffende nationale en plaatselijke richtlijnen en voorschriften
en de betreffende stookverordening.
De kachel moet altijd met gesloten deur worden gebruikt. Veranderingen
aan de sluiting zijn niet geoorloofd!
* Opgelet: de bijgeleverde handschoen is uitsluitend bedoeld als bescherming
tegen hitte en is niet vuurbestendig!
NL
NL 5
1.1.2 TRANSPORTSCHADE
De goederen a.u.b. direct bij levering controleren (visuele controle). Even-
tuele beschadigingen dienen absoluut op uw afleveringsbewijs te worden
vermeld. Vervolgens moet u degene die de kachel plaatst informeren. De
zichtbare delen van de kachel moeten bij de montage worden beschermd
tegen vervuiling en beschadigingen. Voor het transport van uw kachel
mogen alleen goedgekeurde transportmiddelen met voldoende draagver-
mogen worden gebruikt.
Voor een veilig en onproblematisch transport dienen de volgende punten
absoluut in acht te worden genomen:
Het transport mag alleen staand of licht schuin staand met de achterzijden
aangeleund geschieden!
Steekwagens als hulpmiddel bij het transport mogen alleen aan de achter-
kant eronder worden geschoven.
2. MONTAGEHANDLEIDING
Het plaatsen en installeren van uw kachel moet door een vakman worden
uitgevoerd. Voor het plaatsen en installeren van de kachel moet u over-
leggen met de voor u verantwoordelijke districtsschoorsteenveger over de
geschiktheid van uw schoorsteen en de montageplaats. Daarnaast kunt u
hem diverse vragen voorleggen.
2.1 ALGEMENE EISEN VOOR DE PLAATSING
Bij de installatie, aansluiting en het gebruik van de kachel moet rekening
worden gehouden met alle relevante nationale en Europese normen en de
plaatselijke voorschriften (NEN, NEN EN, regionale bouwverordeningen,
stookverordeningen etc.)! Hier volgen relevante regelingen, zonder aan-
spraak op volledigheid.
FeuVo: Stookverordening van de betreffende deelstaat
LBO: Betreffende bouwverordening op deelstaatniveau resp. brandpreven-
tievoorschriften van de
VKF: VKF (Zwitserland)
LRV: (Zwitserland)
1e BlmschV: Eerste verordening voor de uitvoering van de Duitse Wet
Luchtkwaliteit
TR-OL: Vakregels voor ter plaatse gebouwde kachels van gebakken
stenen/pleisterwerk (tegel/metselwerkovens) (ZVSHK)
DIN 1298 / EN 1856: Verbindingsstukken voor stookinstallaties
NEN EN 13240: Met vaste brandstof gestookte kachels/
ruimteverwarmingen
DIN 18896: Verbrandingsinstallaties voor vaste brandstoffen. Technische
regels voor installatie en gebruik
NEN EN 13384: Schoorstenen - Thermische en dynamische
berekeningsmethoden
DIN 18160-1/2: Schoorstenen/huisschoorstenen
DIN 4751 / NEN EN 12828: Verwarmingssystemen in gebouwen –
Ontwerp voor watervoerende verwarmingssystemen
VDI 2035: Waterbehandeling voor verwarmingssystemen
Art. 15a: B-VG (Oostenrijk)
Kachels mogen alleen in ruimtes en op plekken worden geplaatst waar
met betrekking tot de ligging, de bouwtechnische omstandigheden en het
gebruik geen risico ontstaat. Het grondoppervlak van het vertrek moet
dusdanig uitgevoerd en groot zijn, dat de kachel volgens voorschrift en
bestemming gebruikt kan worden.
NL 6
2.2. PLAATSING / MONTAGE
Uw kachel mag uitsluitend op vloeren met voldoende draagkracht worden
geïnstalleerd. Houd a.u.b. rekening met het totaalgewicht (zie '9. Techni-
sche gegevens' op pagina 40)! De draagkracht moet eventueel door een
voldoende dikke bekleding (gewichtsverdeling) worden gegarandeerd.
Neem bij de keuze van de plaats van montage ook de vereiste brandpreven-
tiemaatregelen voor de vloer (zie '2.2.3 Brandpreventie' op pagina 10)
in acht.
Stevige stand
Hoge kachels met geplaatste opslagstenen moeten in verband met het grote
gewicht boven worden beschermd tegen onbedoeld omkantelen.
Het kan daarom bij de modellen CUBO/PIKO M nodig zijn om de stevige stand
te waarborgen d.m.v. passende maatregelen. Spartherm biedt hiervoor een
optionele kantelbeveiliging aan, waarmee de kachel vast verbonden kan
worden met de vloer. Deze is voor de series PIKO/CUBO met het art.nr.:
(draaibaar: 1018625 / niet draaibaar: 1018626) verkrijgbaar.
De kachel wordt op de vloer geplaatst en horizontaal afgesteld, waarbij de
veiligheidsafstanden in acht worden genomen (zie '2.2.3 Brandpreventie' op
pagina 10). De hoogte van de stelpootjes is instelbaar.
2.2.1 VERANDEREN VAN DE RICHTUNG VAN DE
ROOKGASAANSLUITING
De kachel wordt voor de levering voorbereid voor een rookgasaansluiting
naar boven. Afhankelijk van het model kan de positie naar achteren, de
zijkant of overhoeks worden veranderd. Indien de positie wordt veranderd,
moeten de volgende montagestappen worden uitgevoerd:
2.1.1 PLAATS VAN OPSTELLING
Uw kachel mag niet worden geplaatst:
1. in trappenhuizen, behalve in woongebouwen met niet meer dan twee
woningen
2. in algemeen toegankelijke hallen
3. in garages
4. in vertrekken of woningen, die door airconditioning of heteluchtverwar-
ming met behulp van ventilatoren worden ontlucht, tenzij een risicoloos
functioneren van de kachel is gegarandeerd
5. in vertrekken waar licht ontvlambare of explosieve stoffen of mengsels
in zulke hoeveelheden verwerkt, opgeslagen of vervaardigd worden, dat
door ontsteking of ontploffing gevaren kunnen ontstaan.
Kachels die onafhankelijk zijn van de kamerlucht mogen in vertrekken,
woningen of eenheden met een vergelijkbare grootte, waaruit de lucht met
behulp van ventilatoren, bijvoorbeeld airconditioning of heteluchtverwar-
ming, wordt afgezogen, worden geplaatst. Voorwaarde hiervoor is dat de
apparaten die een onderdruk kunnen creëren, geen onderdruk van meer dan
8Pa kunnen opwekken.
2.1.2 MEERVOUDIGE AANSLUITING
Een meervoudige aansluiting op de schoorsteen volgens DIN 18160 is
mogelijk, omdat de kachel over een zelfsluitende deur voor de verbrandings-
kamer (A1) beschikt. Alle op een schoorsteen aangesloten haarden moeten
eveneens voor een meervoudige aansluiting goedgekeurd zijn!
Voor kachels die onafhankelijk zijn van de kamerlucht geldt: een
meervoudige aansluiting op de schoorsteen is niet toegestaan!
NL
NL 7
Veranderen van de richting van de rookgasaansluiting van boven
naar achteren aan de hand van het voorbeeld Senso S
Montage van boven naar achteren
Verwijder voorzichtig de bovenste plaat (A) (afb.1) van de kachel en leg
die op een veilige plek neer. Let erop bij het afnemen van de bovenste
plaat dat het geplaatste blinde deksel (B) (afb.1) niet naar beneden valt en
beschadigd raakt. Afhankelijk van het model moet de bovenste plaat van de
kachel ofwel naar boven toe worden weggenomen ofwel van tevoren worden
ontgrendeld door parallel aan de voorkant te verschuiven (serie Stovo).
Bij apparaten met geplaatste opslagstenen (bijv. CUBO/PIKO M (afb.2)) of
een convectieluchtregeling (afb.3) moeten deze onderdelen worden verwij-
derd (zie '2.2.7 Montage van de opslagstenen Passo M' op pagina 14
en volgende).
Na het afnemen van de bovenste plaat wordt de aan de kachel vastge-
schroefde rookgaspijp (C) (afb.4) zichtbaar. Demonteer die door de
binnenin gelegen inbusschroeven (schroefbreedte 13mm) los te draaien.
Verwijder vervolgens het blinde deksel (D) (afb.5) aan de achterkant van
de afdekplaat om de rookgaspijp aan te sluiten. Afhankelijk van het model
moeten hiervoor de perforatie doorgedrukt of de 2 bevestigingsschroeven
losgedraaid worden.
Het nu zichtbare blinde deksel (E) (afb.6) moet met de binnenin gelegen
schroefverbindingen (schroefbreedte 13) losgemaakt en vervangen worden
door de eerder gedemonteerde rookgaspijp (C) (afb.4). Tot slot het gede-
monteerde blinde deksel (E) aan de bovenste rookgasopening bevestigen
om die af te sluiten (afb.7) (schroefverbinding schroefbreedte 13).
Controleer of de afdichtelementen onder het blinde deksel en de rookgas-
pijp correct werden geplaatst en een dichte afsluiting garanderen. Na het
vastschroeven de optionele opslagelementen en de convectieluchtschuif in
omgekeerde volgorde monteren en de bekleding plaatsen (afb.8).
Opmerking: de montagestappen kunnen afhankelijk van het type kachel
verschillen.
Bijzondere informatie voor model PIKO H
2
0
Model PIKO H
2
0 biedt naast een rookgasafvoer aan de zijkant en bovenkant
bovendien de mogelijkheid om de verbindingspijp overhoeks aan te sluiten.
Wanneer de situatie van plaatsing al in de planningsfase van kachel PIKO
H
2
O wordt vastgelegd, bestaat de mogelijkheid om het apparaat af fabriek
met een passend voorgemonteerde rookgaspijp te bestellen. Indien de posi-
tie van de rookgaspijp ter plaatse moet worden veranderd, moet u als volgt
te werk gaan:
Montage van boven naar achteren/zijkant
De rookgaspijp kan naar achteren in drie verschillende posities worden
aangesloten:
A
B
C
D
E
C
E
13
13
A
B
C
D
E
C
E
13
13
A
B
C
D
E
C
E
13
13
A
B
C
D
E
C
E
13
13
A
B
C
D
E
C
E
13
13
A
B
C
D
E
C
E
13
13
A
B
C
D
E
C
E
13
13
A
B
C
D
E
C
E
13
13
afb. 1
afb. 5
afb. 2
afb. 6
afb. 3
afb. 7
afb. 4
afb. 8
afvoer zijkant links
A
B
C
13
D
E
afvoer in het midden
A
B
C
13
D
E
afvoer zijkant rechts
A
B
C
13
D
E
NL 8
Verwijder voorzichtig de bovenste plaat (A) (afb.9) van de kachel en leg die
op een veilige plek neer. Let erop bij het verwijderen van de bovenste plaat
dat het blinde deksel (B) (afb.10) niet naar beneden valt en beschadigt!
Na het verwijderen van de bovenste plaat wordt de aan de kachel
geschroefde rookgaspijp (C) (afb.10) zichtbaar. Demonteer die door de
binnenin gelegen inbusschroeven (schroefbreedte 13mm) los te schroeven.
Verwijder vervolgens de afdekplaat aan de achterkant (D) (afb.10) met de
schroeven. Achter de afdekplaat wordt een blinde sluiting zichtbaar voor de
rookgasafvoer achter/aan de zijkant (E) (afb.11). Maak die los.
Monteer vervolgens de rookgaspijp afhankelijk van de gewenste positie aan
de zijkant rechts/links of recht naar achteren. Voor de aansluitpositie zijkant
rechts/links werd een afzonderlijke afvoerpijp bij het apparaat geleverd
(afb.13). Voor de aansluitpositie achter wordt de afvoerpijp boven gebruikt.
Let er hierbij op dat het hieronder gelegen afdichtsnoer correct is geplaatst
en helemaal dicht afsluit.
Het gedemonteerde blinde deksel (E) wordt zoals te zien op afb.12 vastge-
schroefd en dicht de rookgasafvoer boven af.
Tot slot moet u de openingen van de bekleding die aan de achterkant van
de kachel nog open zijn afsluiten met de bijgeleverde afdekplaten en de
bovenste plaat weer plaatsen (afb.14).
2.2.2 VERBRANDINGSLUCHTTOEVOER
De verbrandingsluchttoevoer kan volgens '2.2.2.1 Van de kamerlucht
Afhankelijk' op pagina 8 en '2.2.2.3 Van de kamerlucht Onafhankelijk'
op pagina 9 op verschillende manieren gerealiseerd worden.
2.2.2.1 VAN DE KAMERLUCHT AFHANKELIJK
Uw kachel onttrekt de verbrandingslucht aan het vertrek (van de kamerlucht
afhankelijk gebruik). Er moet voor worden gezorgd dat het vertrek van voldoende
frisse lucht wordt voorzien (meer informatie in de nationale stookvoorschriften,
DIN 18896, de vakregels etc.). Degene die de kachel plaatst en de gebruiker
moeten de toevoer van frisse lucht controleren. Bij het gebruik van meerdere
stookinrichtingen in één vertrek of in ruimtes met gekoppelde luchtvoorziening,
moet voor voldoende verbrandingslucht worden gezorgd. Bij afgedichte ramen
en deuren (bijv. in combinatie met energiebezuinigingsmaatregelen) kan de toe-
voer van frisse lucht misschien niet voldoende gegarandeerd worden. Hierdoor
kan de trek van de kachel worden verslechterd, waardoor uw gezondheid en
eventueel ook uw veiligheid in gevaar kunnen komen. Er moet eventueel voor
meer toevoer van frisse lucht een luchtklep in de buurt van de kachel worden
A
B
C
13
D
E
afb. 9
A
B
C
13
D
E
afb. 12
A
B
C
13
D
E
afb. 10
A
B
C
13
D
E
afb. 13
A
B
C
13
D
E
afb. 11
A
B
C
13
D
E
afb. 14
NL
NL 9
ingebouwd of een verbrandingsluchtpijp naar buiten (zie '2.2.2.2 Afzonderlijke
Verbrandingsluchttoevoer' op pagina 9) of naar een goed geventileerde
ruimte (met uitzondering van de stookruimte) worden gelegd. Er moet met name
veiliggesteld blijven dat alle noodzakelijke verbrandingsluchtleidingen tijdens
het gebruik van de stookinrichting open zijn. Dat betekent dat bij gelijktijdig
gebruik van een ventilatiesysteem (bijv. afzuigkap, badkamerventilator etc.) in
dezelfde ruimte of in aangesloten ruimtes, de functie van de kachel nadelig kan
worden beïnvloed (zelfs het uittreden van rookgas in de woonkamer is mogelijk,
ook bij gesloten kacheldeur). Daarom is het gelijktijdig gebruiken van dergelijke
apparaten met de kachel zonder passende maatregelen niet toegestaan (zie
'2.2.2.3 Van de kamerlucht Onafhankelijk' op pagina 9)!
2.2.2.2 AFZONDERLIJKE
VERBRANDINGSLUCHTTOEVOER
Het is mogelijk om de kachel apart te voorzien van verbrandingslucht. De
afzonderlijke verbrandingsluchtaansluiting kan aan de achterzijde of onder-
zijde van het apparaat worden aangesloten. De aansluitstomp is voorgemon-
teerd en de bekleding moet hiervoor worden verwijderd. Bij aansluiting van
een buis op de aansluitstomp voor de verbrandingslucht wordt de verbran-
dingslucht van buitenaf resp. vanuit andere ruimtes, bijv. de kelder, naar de
kachel geleid. Bij aansluiting van de kachel op een verbrandingsluchtpijp moet
de informatie uit TR-OL (vakregels), DIN 18896 etc. in acht worden genomen
en toegepast.
Er moet vooral op een voldoende diameter van de pijpen worden gelet!
Bij gebruik van de draaibare voet moet de aansluiting duurzaam flexi-
bel worden gemaakt! De draaimogelijkheid mag hiervan geen hinder
ondervinden.
Verbrandingsluchtopeningen en -buizen mogen niet afgesloten worden en er
mag ook niets voor worden gezet, tenzij door bijzondere veiligheidsmechanis-
men is veiliggesteld dat de stookinrichting alleen bij geopende sluiting kan
worden gebruikt. De dwarsdoorsnede mag niet met een sluiting of rooster
worden verkleind. Deze maatregel is bij LAS-schoorstenen niet vereist. Indien
de buis voor de verbrandingslucht naar buiten wordt geleid, moet de buis
worden voorzien van een afsluitmechanisme. De positie van het afsluitmecha-
nisme moet van buitenaf te herkennen zijn. Bij deze uitvoering moet de pijp
geïsoleerd zijn, om condensvorming te voorkomen. Bovendien moet de pijp
zo worden gelegd, dat er geen water of andere stoffen in de kachel kunnen
dringen en condensaat dat eventueel ontstaat naar buiten toe kan wegstro-
men. Volgens de voorschriften moeten verbrandingsluchtpijpen in gebouwen
met meer dan twee etages, die brandwanden overbruggen, dusdanig worden
gelegd, dat er geen vuur of rook kan overslaan naar andere verdiepingen of
brandcompartimenten. Neem de nationale en plaatselijke brandpreventievoor-
schriften in acht!
2.2.2.3 VAN DE KAMERLUCHT ONAFHANKELIJK
De van de kamerlucht onafhankelijke kachels zijn ontwikkeld voor het combineren
met airconditioning in woningen voor een onderdruk tot 8 Pa in het vertrek en
kunnen zonder aanvullende veiligheidsmechanismen worden gebruikt. De ver-
brandingslucht moet voor een van de kamerlucht onafhankelijk gebruik altijd via
dichte leidingen van buiten of via een LAS-systeem naar het apparaat worden
geleid. Daarvoor moet het verbrandingsluchtkanaal permanent dicht worden
verbonden met de verbrandingsluchtafvoer (aansluiting achter/zijkant of onder)
van de kachel.
Bij het aansluiten van een kamerluchtonafhankelijke kachel op de verbrandings-
luchtpijp moet de informatie uit TROL (vakregels), DIN 18896 etc. in acht geno-
men en toegepast worden. Er moet vooral op een voldoende diameter van de
pijpen worden gelet.
Neem de nationale en plaatselijke brandpreventievoorschriften in acht! Let er
a.u.b. op dat alle buizen altijd dicht afsluiten.
NL 10
2.2.3 BRANDPREVENTIE
Algemene informatie m.b.t. brandpreventie
Kachels zijn verwarmingssystemen en daarom gelden hiervoor voorschriften
en vereiste maatregelen m.b.t. brandpreventie. Al bij de keuze van de plaats
van opstelling moeten de brandpreventieregels en de minimumafstanden
van het apparaat in acht worden genomen. Er moet altijd een afstand
van de achterwand tot de wand van min. 5 cm worden aangehouden.
Om veiligheids- en brandpreventieredenen moeten bij te bescher-
men muren of brandbare onderdelen grotere afstanden worden
aangehouden.
In de volgende tabel (zie pagina 12) worden de aan te houden afstanden
afhankelijk van het soort kachel en de soort wanden ter plaatse weergege-
ven. Kies met behulp van de tekeningen (afb. 17-21) uw situatie en let erop
dat de aangegeven afstanden worden aangehouden.
Neem bij de plaatsing de brandpreventievoorschriften in acht en
vraag uw schoorsteenveger om advies.
Wanden die niet brandbaar of niet te beschermen zijn, zijn door
hun constructie en materiaalsoort geschikt om permanent te worden
blootgesteld aan temperaturen >85 °C.
Brandbare of te beschermen wanden (bijv. vakwerkmuren) moeten
worden beschermd tegen temperaturen >85 °C.
Voordat de kachel wordt geplaatst, moeten de wanden worden beoordeeld.
Indien het soort wand niet duidelijk kan worden vastgesteld, moet een vak-
man (schoorsteenveger) worden geraadpleegd.
Behang tegen de muur is conform DIN 4102-1 geen brandbare compo-
nent; hiervoor hoeven geen bijzondere maatregelen m.b.t. brandpreven-
tie getroffen te worden. Denk er a.u.b. aan dat de ondergrond onder het
behang (bijv. vakwerkmuur) zeer wel brandbaar of te beschermen kan
zijn, neem hiervoor de passende maatregelen!
Denk er a.u.b. aan dat de aangegeven minimumafstanden tot achter- en
zijwanden bij draaibare apparaten moeten worden aangepast.
Neem de minimumafstand van het schoorsteenverbindingsstuk tot brand-
bare componenten in acht (zie '2.2.5 Verbindingsstuk' op pagina 14).
In een gebied van 50 cm boven de stookplaats mogen zich geen brand-
bare voorwerpen bevinden!
Vloerbedekking in de buurt van de kachel
Vloerbedekking voor de opening van de stookkamer gemaakt van brandbaar
materiaal moet beschermd worden door een bedekking van niet-brandbare
componenten. Deze bedekking moet naar voren minimaal 50 cm en naar
de zijkant minimaal 30 cm uitsteken (afb.17-21 C+D) (gemeten vanaf de
opening van de stookkamer resp. de ruit)!
In het stralingsbereik van de kacheldeur resp. ruit mogen geen brandbare
elementen, meubelen, gordijnen of decoratie worden geplaatst. Deze
afstand kan verminderd worden tot 400 mm indien tussen de stookplaats en
de brandbare onderdelen een aan beide zeiden geventileerde stralingsbe-
scherming in de vorm van een plaat wordt geplaatst.
Minimumafstanden t.o.v. aangrenzende bouwelementen
Afhankelijk van de plaats van de ruiten van uw kachel (zie de grafieken
hierna) en het soort wanden moeten de afstanden uit de tabel (zie pagina
12) worden aangehouden.
Hierbij beschrijft
afstand A de minimumafstand van de zijwand van de kachel tot de wand
van plaatsing
afstand B de minimumafstand van de achterwand van de kachel tot de
wand van plaatsing
afstand C het stralingsbereik voor de ruit(en) van de kachel
NL
NL 11
Bijzondere informatie m.b.t. de minimumafstand aan de zijkant
De minimumafstand aan de zijkant (afb. 15 (A)) beschrijft de minimumaf-
stand van de kachel tot de plaatsingswand aan de zijkant en geldt van de
achterste plaatsingswand tot aan het begin van het stralingsbereik (E) van
de ruit.
Bij apparaten met een ronde ruit of een breed stralingsbereik moet de mini-
male wandafstand (A) aangepast worden met het instekende stralingsbereik.
Afmeten van het stralingsbereik
Om het stralingsbereik van de kachel te beschermen, moet u een meetin-
strument (duimstok of meetlint) op het oppervlak van de ruit aan de voorkant
houden en langs de deurstijl aan de zijkant het middelpunt van de kachel
bepalen (afb. 16). In de hoek die hieruit resulteert en in gebied A1 mogen
zich aan de zijkant geen brandbare of niet te beschermen onderdelen
bevinden.
Voor de ingebruikname wordt uw kachel door de verantwoordelijke schoor-
steenveger gecontroleerd. Hij kan u vooraf ook adviseren over de omstan-
digheden ter plaatse m.b.t. de plaatsing en u informatie geven over de
correcte plaatsing van de kachel.
brennbar
(z.B.Sessel)
E
A
Strahlungsbereich
Bodenbelag
D
afb. 15
brennbar
(z.B.Sessel)
A1
C
Meterstab
Bodenbelag
D
Strahlungsbereich
afb. 16
Vloerbedekking
Brandbaar
(bijv.
fauteuil)
Brandbaar
(bijv.
fauteuil)
Stralingsbereik
Stralingsbereik
Vloerbedekking
Meetstok
NL 12
Kachels Afstand tot de zijwand Afstand tot de achterwand Afstand in het stralingsbereik van de ruit(en) Afmetingen brandpreventie vloerbedekking
A (cm) B (cm) C (cm) D (cm)
Brandbaar Niet te
beschermen
Brandbaar Niet te
beschermen
Brandbaar Niet te beschermen Lengte x breedte Radius (bij ronde vloerbedekking)
Stovo
Stovo S 31 20 16 5 100 80 50 x 30 50
Stovo M 31 20 16 5 100 80 50 x 30 50
Stovo L 56 25 13 5 100 80 50 x 30 50
Sino
Sino L 10 10 8 5 80 80 50 x 30 50
Senso
Senso S / Senso S RLU 47 20 10* 5 90 80 50 x 30 50
Senso M H
2
O 10 10 10 5 80 80 50 x 30 50
Senso L 47 20 10 5 110 80 50 x 30 50
Passo
Passo XS 15 15 5 5 80 80 50 x 30 50
Passo S 10 10 10 5 80 80 50 x 30 50
Passo M 25 20 10 5 80 80 50 x 30 50
Passo L 10 10 10 5 80 80 50 x 30 50
Trias
Trias L 10 10 13 5 80 80 50 x 30 50
Piko
Piko S / Piko S RLU 10 10 10 5 80 80 50 x 30 50
Piko M / Piko M RLU 10 10 10 5 80 80 50 x 30 50
Piko L / Piko L RLU 10 10 10 5 80 80 50 x 30 50
Piko H
2
O 10 10 10 5 80 80 50 x 30 50
Cubo
Cubo S / Cubo S RLU 10 10 10 5 80 80 50 x 30 50
Cubo M / Cubo M RLU 10 10 10 5 80 80 50 x 30 50
Cubo L / Cubo L RLU 10 10 10 5 80 80 50 x 30 50
Piu
Piu L 15 15 15 5 80 80 50 x 30 50
* De afstand geldt alleen in combinatie met een stralingsbescherming (plaat) op de bovenste plaat die achter de verticale rookgaspijp is gemonteerd.
NL
NL 13
Bodenbelag
brennbar
(z.B.Sessel)
Strahlungsbereich
C
B
A
A1
D
Strahlungsbereich
A
B
C
Bodenbelag
D
brennbar
(z.B.Sessel)
Bodenbelag
Strahlungsbereich
Strahlungs-
bereich
A
B
C
D
brennbar
(z.B.Sessel)
C
Strahlungsbereich
A
Bodenbelag
C
D
brennbar
(z.B.Sessel)
Bodenbelag
C
Strahlungsbereich
A
D
B
brennbar
(z.B.Sessel)
afb. 17Breed stralingsbereik afb. 18Glas overhoeks afb. 19Glas in front en zijkant
afb. 21Frontglas rechtafb. 20Frontglas draaibaar
Vloer-
bedekking
Brandbaar
(bijv.
fauteuil)
Stralingsbereik
Stralingsbereik
Stralingsbereik
Stralings-
bereik
Stralingsbereik
Stralingsbereik
Vloer-
bedekking
Vloer-
bedekking
Vloer-
bedekking
Vloer-
bedekking
Brandbaar
(bijv.
fauteuil)
Brandbaar
(bijv.
fauteuil)
Brandbaar
(bijv.
fauteuil)
Brandbaar
(bijv.
fauteuil)
NL 14
2.2.4 AFSLUITMECHANISME
Afzuiginstallaties moeten conform de vakregels voor ter plekke gebouwde
kachels van gebakken stenen/pleisterwerk (tegel/metselwerkovens) (TR-OL)
worden gemaakt. Kachels mogen in het rookgastraject een afsluitmecha-
nisme hebben. Deze afsluiting mag test- en onderhoudswerkzaamheden
aan verbindingsstukken niet belemmeren en mag niet automatisch sluiten.
De positie van het afsluitmechanisme moet van buitenaf te herkennen zijn,
bijv. aan de positie van de bedieningsgreep. Afsluitmechanismen mogen
alleen zijn ingebouwd in de rookgasverzamelaar, rookgaspijp of in het
verbindingsstuk.
2.2.5 VERBINDINGSSTUK
Uw kachel wordt met Ø 150 mm / Ø 160 mm verbindingsstukken van min. 2 mm
dikke staalplaat met de schoorsteen verbonden. Deze moeten voldoen aan de
norm DIN 1298 resp. NEN EN 1856-2 en conform DIN 18160 resp. de natio-
nale voorschriften op de schoorsteen worden aangesloten. Er moet op worden
gelet dat de afzuigpijp via de kortste weg opstijgend naar de schoorsteen wordt
gelegd. Hierbij moeten indien mogelijk weinig bochten in de afvoerstroom wor-
den gemaakt. De afvoerpijp moet gegarandeerd stabiel zijn, indien nodig moet
deze met klemmen worden bevestigd. Als de rookgaspijp door een brandbare
wand loopt of zich dichtbij brandbare componenten bevindt, moet overeenkom-
stig de voorschriften worden geïsoleerd. De verbindingspijp moet altijd dusdanig
worden gemonteerd, dat een reiniging van de verbindingspijp altijd mogelijk
is. Dit dient door een passend aantal onderhoudsopeningen gegarandeerd te
worden. Als de kachel draaibaar gemonteerd wordt, moet de verbindingspijp zo
worden gemonteerd, dat er geen negatieve uitwerking op de fixatie ontstaat. De
afvoerpijp mag niet meedraaien. De minimumafstand van het verbindingsstuk
van de schoorsteen tot brandbare onderdelen kan afhankelijk van de informatie
van de producent de afstand van de kachel tot brandbare onderdelen vergroten.
De genoemde minimumafstanden tot brandbare onderdelen in deze handleiding
hebben betrekking op de kachel en moeten eventueel worden aangepast (zie
'2.2.3 Brandpreventie' op pagina 10).
2.2.6 DRAAIBARE VOET
De draaibare voet kan alleen worden ingebouwd bij een rookgasaansluiting
naar boven en moet bij de bestelling worden vermeld. De kachel kan in dat
geval 120°/180° worden gedraaid, 60°/90° naar links en naar rechts (zie
'3.3 Werking van de Draaibare voet' op pagina 21).
2.2.7 MONTAGE VAN DE OPSLAGSTENEN PASSO M
De opslagstenen moeten in verband met het gewicht ter plaatse worden
ingebouwd. Demonteer bij het plaatsen van de opslagstenen het deksel
en de plaat voor de regeling van de warmtetoevoer. Plaats vervolgens de
opslagstenen zoals te zien op de afbeelding.
A = Demonteren
B = Plaatsen
C = Monteren
NL
NL 15
MONTAGE VAN DE OPSLAGSTENEN (ALLEEN CUBO M
/ PIKO M MET HOUTOPBERGVAK)
2.2.8 INSTALLATIE VAN DE WATERVOERENDE COM-
PONENTEN VAN DE SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O
De montage van de watervoerende componenten, de noodzakelijke veilig-
heidsmechanismen, temperatuursensor en soortgelijke componenten moet
altijd door een vakbedrijf worden uitgevoerd. De SENSO M H
2
O, PIKO H
2
O
moet dusdanig worden gemonteerd, dat alle watervoerende componenten
altijd bereikbaar zijn en gecontroleerd kunnen worden.
De kachel en alle bijbehorende dompelhulzen, aansluitingen, gevormde
delen en pijpen moeten voor de ingebruikname gedemonteerd en op dicht-
heid gecontroleerd worden.
2.2.8.1 AANSLUITINGEN VAN DE SENSO M H
2
O / PIKO
H
2
O
De aansluitingen bevinden zich aan de achterkant/binnenkant (SENSO M
H
2
O) of aan de onderkant bij de PIKO H
2
O (zie afb. A en B).
De aansluitingen zijn voor transportdoeleinden voorzien van beschermende
kappen. Deze moeten bij de montage worden verwijderd. De aansluitingen
zijn duidelijk gemarkeerd en mogen niet anders worden gebruikt! Met name
het geïntegreerde veiligheidsmechanisme (veiligheidswarmtewisselaar) mag
niet voor het verwarmen van water worden gebruikt.
Voor een eenvoudige installatie van de pijpen etc. bij het aansluiten door de
vloer heen, kan op onze website www.spartherm.com in het dealergedeelte
een montagesjabloon worden gedownload. De montagesjabloon geldt
alleen in combinatie met de flex-aansluitingsset. Alternatief kan bij
ons ook een montagesjabloon op een schaal van 1:1 worden aangevraagd.
Voor een eenvoudige en snelle verbinding van de pijpen in de vloer en de
inwendige aansluitingen kan de flex-aansluitingsset worden besteld.
A = Verwijderen
B = Frontstenen plaatsen
C = Binnenstenen plaatsen
D = Afdeksteen (met greep)
plaatsen
NL 16
2.2.8.2 ALGEMENE EISEN AAN DE INSTALLATIE
De SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O mag uitsluitend in thermostatisch beveiligde
installaties conform DIN 4751 resp. DIN EN 12828 worden gemonteerd.
De leidingen naar het verwarmingsnet moeten altijd dusdanig wor-
den gemonteerd dat deze kunnen worden losgehaald (bijv. d.m.v. een
schroefverbinding).
In de directe omgeving van de SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O moet in de voor-
loopbuis een op componenten geteste veiligheidsklep (kencijfer H) met
een reactie-overdruk van max. 3,0 bar worden gemonteerd. Tussen de
veiligheidsklep en de SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O mag geen andere afsluit-
mogelijkheid in het systeem worden geïntegreerd. Dat zou eventueel het
veiligheidsmechanisme buiten werking zetten. Verder moeten alle vereiste
veiligheidsmechanismen zo in het totale systeem worden geïntegreerd dat
een risicoloos gebruik veiliggesteld is. Er moet ook een eigen veiligheids-
klep worden ingebouwd, wanneer in de totale installatie op een andere
plaats zo'n klep aanwezig is (rekening houden met TRD 721!).
Bij de montage dienen altijd de montage- en gebruikshandleidingen van de
ingebouwde verwarmingstechnische componenten/extra componenten te
worden nageleefd!
137
232
292
135
218
232
292
500
500
383
218
A = 'Afvoer' veiligheidswarmtewisselaa ½" IG
B = 'Toevoer' veiligheidswarmtewisselaar ½" IG
C = Terugloop ¾" IG
D = Voorloop ¾" IG
E = Ontluchtingsklep
3
/
8
"
Afb. B – Aansluiting PIKO H
2
O / Onderaanzicht
104
138
170
234
273
295
334
A = Terugloop ¾"
B = Toevoer thermische
afvoerbeveiligin ½"
C = Voorloop ¾"
D = Afvoer thermische
afvoerbeveiliging ½"
Afb. A – Aansluiting SENSO M H
2
O
NL
NL 17
2.2.8.3 THERMISCHE AFVOERBEVEILIGING (TAS)
Aangezien de verwarming van de SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O niet automatisch
en snel kan worden uitgeschakeld, moeten conform DIN 4751 – deel 2 resp.
NEN EN 12828 de apparaten worden voorzien van een thermische afvoer-
beveiliging. Daarvoor is in de SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O een veiligheidsme-
chanisme (veiligheidswarmtewisselaar) tegen oververhitting geïntegreerd.
Dit veiligheidsmechanisme mag niet worden gebruikt als waterverwarming.
De thermische afvoerbeveiliging wordt tijdens het transport en de plaatsing om
veiligheidsredenen niet voorgemonteerd, maar in de verbrandingskamer geplaatst.
Bij de installatie moet hij op de gemarkeerde aansluiting worden gemonteerd.
Daarna moet de capillaire buis met de adapter aan de TAS worden geschroefd.
Hiervoor is een minimumdebiet van 900 kg/h water getest en goedgekeurd.
Bij de montage moet rekening worden gehouden met de volgende punten,
zodat het veiligheidsmechanisme kan functioneren:
Bij de ingang van koud water moet een stromingsdruk van min. 2 bar
ter beschikking staan. Deze druk moet permanent gegarandeerd zijn.
De aansluiting op een huiswatervoorziening die afhankelijk is van het
stroomnet is niet toegestaan!
Een minimumdebiet van ca. 900 kg/h water moet gegarandeerd zijn.
Deze toevoer mag niet afsluitbaar zijn!
Alle veiligheidsrelevante componenten moeten dusdanig in het systeem worden
geïntegreerd, dat de werking en dichtheid te allen tijde gecontroleerd kunnen
worden! De afvoer van de thermische afvoerbeveiliging moet zo worden gemaakt
dat altijd een controle kan worden uitgevoerd (bijv. door een afvoer met een sifon).
Voor de ingebruikname moet de koudwaterleiding worden gespoeld! Hier-
door worden eventuele verontreinigingen uit de leiding gespoeld, die het
sluiten van de TAS zouden kunnen storen. Houd rekening met de informatie
van de fabrikant van de TAS.
2.2.8.4 THERMISCHE POMPSTURING
Voor een optimale aansturing van de circulatiepomp is in het onderste vak
een thermostaat geïntegreerd. Deze zorgt ervoor dat de circulatiepomp
alleen bij de vereiste watertemperatuur (> 60 °C) wordt ingeschakeld. Een
aansturing via de ketelsturing of soortgelijke inrichtingen is mogelijk wan-
neer een inschakeltemperatuur van de pomp tussen 60 °C en 68 °C gega-
randeerd is. De maximale contactbelasting van de thermische pompsturing
bedraagt bij wisselstroom 250V~/10(2,5) A.
De fabrieksinstelling van de thermostaat is vooraf ingesteld op ca. 62 °C.
Daardoor wordt de in- en uitschakeltemperatuur van de circulatiepomp van
de laadunit bij het bereiken of onderschrijden van de vereiste watertempe-
ratuur in de waterwarmtewisselaar van de SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O vastge-
legd. Optioneel, als de omstandigheden daarom vragen, kan de temperatuur
door het installatiebedrijf worden aangepast. Daarvoor moet, afhankelijk van
de uitvoering van de thermostaat, het draaiplateau versteld of de onderste,
ronde afdekking (SENSO M H
2
O – D=10 mm) of de bovenste afdekking
(PIKO H
2
O) afgenomen worden. Na het verwijderen van de afdekking kan het
temperatuurbereik worden gewijzigd.
Bedenk: bij watertemperaturen onder 60 °C stijgt het risico dat onder het
dauwpunt wordt gekomen! Hierdoor kan glansroet ontstaan. Verder worden
de reinigingsintervallen verkort. Wij adviseren daarom de inschakeltempera-
turen niet onder 60 °C te zetten, maar ook niet boven 68 °C.
2.2.8.5 ELEKTRISCHE AANSLUITING
De complete elektrische installatie van de verschillende componenten
van de verwarmingsinstallatie mag alleen door een geautoriseerd vakbe-
drijf worden uitgevoerd. Daarbij moeten alle werkzaamheden conform de
VDE-voorschriften (bijv. VDE 0105, VDE 0116, VDE 0100 etc.) en de tech-
nische aansluitvoorwaarden van de plaatselijke stroomleverancier worden
uitgevoerd.
NL 18
Bij de SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O hoeft alleen de elektrische installatie van
de thermostaat naar de pomp van de laadunit (zie '2.2.8.7 Retourtempera-
tuurverhoging' op pagina 20) en naar het stroomnet te worden uitgevoerd
(zie afbeelding). De temperatuurvaste aansluitleiding is ca. 3,0 m lang en al
in de thermostaat geklemd.
De functie van de thermostaatschakelaar kan met heet water (bijv. uit een
waterkoker) en een thermometer worden gecontroleerd! Daarvoor moet de
bekleding gedemonteerd worden.
2.2.8.6 AANSLUITING OP EEN
VERWARMINGSINSTALLATIE
Houd er a.u.b. rekening mee dat de SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O alleen na
een uitgebreide planning van de complete verwarmingsinstallatie, waarbij
de betreffende technische regels en veiligheidstechnische normen werden
nageleefd, in een complete installatie mag worden gemonteerd. Het cor-
recte ontwerp van de gebruikte pompen, armaturen, buizen, bufferopslag en
de veiligheidstechnische componenten valt onder de verantwoordelijkheid
van het planningsbureau of het uitvoerende installatiebedrijf. Wij adviseren
een minimale nominale buisbreedte bij de verwarmingsbuizen van:
Koperen buis 22 x 1,0 mm of stalen leiding 3/4".
Bij koudwaterleidingen is een nominale buisbreedte (koperen buis) van
15 x 1,0 en een stromingsdruk van 2,0 bar voldoende voor een veilig gebruik.
De afmetingen van de buizen moeten door het vakbedrijf worden vastge-
steld, waarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheden ter plaatse.
De aansluiting van de SENSO M H
2
O/ PIKO H
2
O kan volgens de afbeelding op
pagina 19 worden uitgevoerd.
Een bufferopslag moet altijd worden aangesloten. Voor de berekening van
het bufferopslagvolume is de 1e BImSchV maatgevend. In deze verordening
is vastgelegd dat per kW watercapaciteit minimaal 55 liter bufferopslagvo-
lume beschikbaar moeten zijn.
SENSO M H
2
O
In geval van de Senso M H
2
O zijn dat: 5,0 kW x 55 liter/kW = 275 liter.
PIKO H
2
O
In geval van de Piko H
2
O zijn dat: 4,6 kW x 55 liter/kW = 253 liter.
Aangezien dit geen gebruikelijke maat op de markt is, moet de volgende
grootte bufferopslag worden gekozen met een inhoud van 300/500 liter.
°C
C
2
1
L'
N
PE
PE
N
L
E
E
F
F
A
B
D
C
°C
C
2
1
L'
N
PE
PE
N
L
E
E
F
F
A
B
D
C
A = De geel-groene ader wordt aangesloten
op de aardedraad (aarde) (PE) van de
stroomtoevoer
B = Thermostaat als pompsturing, met ca. 3,0m
aansluitsnoer 2 x 0,75 mm
2
C = Laadunit (circulatiepomp)
D = Klem 1 niet vereist!
E = Fase (L) bruine draad
F = Geschakelde fase (L‘) blauwe draad
Blauw
Geel-groen
Bruin
NL
NL 19
De volgende voorbeeldberekening kan handig zijn bij het berekenen van de
bufferopslag:
Hierbij werd van het volgende uitgegaan:
Senso M H
2
O Piko H
2
O
grootte bufferopslag: 750 liter
(ongeveer 750 kg water)
watertemperatuur in de opslag
aan het begin: 30 °C
watertemperatuur in de opslag
aan het einde: 60 °C
temperatuurverschil 30 °C (komt
overeen met 30 K)
tijdens het verwarmen door
de SENSO M H
2
O wordt geen
warmte afgenomen uit de opslag
grootte bufferopslag: 500 liter
(500 kg water)
watertemperatuur in de opslag
aan het begin: 40 °C
watertemperatuur in de opslag
aan het einde: 70 °C
temperatuurverschil 30 °C (komt
overeen met 30 K)
tijdens het verwarmen door de
PIKO H
2
O wordt geen warmte
afgenomen uit de opslag
Q = cp×m×t
Q = 4,187 kJ × 750kg×30K
kg×K
Q = 94207 kJ
Q = cp×m×t
Q = 4,187 kJ × 500kg×30K
kg×K
Q = 62805 kJ
ϑ
E
F
G
H
K
L
M
N
P
O
Q
R
S
I
J
B
T
C
D
A
A = Temperatuurvoeler voor thermische afvoerbeveiliging
B = Temperatuurvoeler voor thermostaatschakelaa ½'' IG
C = Terugloop ¾'' IG
D = Voorloop ¾'' IG
E = Veiligheidsklep 3 bar
F = Ontluchting
G = Thermostaatschakelaar pomp
H = Retourverhoging
I = Aansluiting verwarmingssysteem
J = Bufferopslag
K = Retourtemperatuurverhoging
L = Circulatiepomp
M = Vul- en aftapkraan
N = Membraanexpansievat
O = Thermische afvoerbeveiliging
P = Vrije afvoer op bijv. riolering
Q = 'Afvoer' veiligheidswarmtewisselaar ½'' IG
R = 'Toevoer' veiligheidswarmtewisselaar ½'' IG
S = Ontluchting
3
/
8
¨
T = Thermische afvoerbeveiliging
NL 20
Dit houdt in: voor het verwarmen
van 750 liter water in een opslag
van veronderstelde 30 °C tot 60 °C
is een theoretische warmtehoeveel-
heid vereist van 94207 kJ (zonder
rekening te houden met verliezen
of het afnemen van warmte in het
systeem). Deze hoeveelheid warmte
komt ongeveer overeen met 26,2
kWh.
Bij een gemiddeld aangenomen
capaciteit van ca. 5,0 kW van de
SENSO M H
2
O duurt het verwar-
men van de complete opslag van
750 liter water ca. 5,25 uur. Deze
berekening heeft betrekking op de
gelijkmatige verwarming van het
totale opslagvolume.
Dit houdt in: voor het verwarmen van
500 liter water in een opslag van 40
°C tot 70 °C is een warmtehoeveel-
heid vereist van 62805 kJ (zonder
rekening te houden met verliezen
of het afnemen van warmte in het
systeem). Deze hoeveelheid warmte
komt ongeveer overeen met 17,5
kWh.
Bij een gemiddeld aangenomen
capaciteit van ca. 4,6 kW van de
PIKO H
2
O duurt het verwarmen van
de complete opslag van 500 liter
water ca. 3,8 uur. Deze berekening
heeft betrekking op de gelijkma-
tige verwarming van het totale
opslagvolume.
Bij een zinvolle opbouw van de verwarmingsinstallatie wordt het warme
water in laagjes opgeslagen in de bufferopslag, bijv. in een lagentank! Hier-
door staat al na een korte opwarmduur warm water ter beschikking en kan
de warmtebenutting al kort na het starten van de circulatie in de SENSO M
H2O / PIKO H2O beginnen. Dan wordt alleen de overtollige, niet voor het
verwarmen benodigde energie opgeslagen in de bufferopslag.
Op erg koude winterdagen zou het kunnen gebeuren dat de SENSO M H
2
O /
PIKO H
2
O ca. 12 uur in gebruik is. De hierbij in het watergedeelte opgewekte
hoeveelheid warmte komt dan theoretisch overeen met 60 kWh / 55 kWh. Deze
warmtehoeveelheid zou voldoende zijn voor het verwarmen van ca. 1700 liter
(van 30 °C naar 60 °C) / 1575 liter (van 40 °C naar 70 °C). Meestal wordt
in een dergelijke situatie echter ook altijd warmte afgenomen, waardoor de
bufferopslag niet overladen (> 90 °C) kan worden, ook niet bij een laag volume.
2.2.8.7 RETOURTEMPERATUURVERHOGING
De SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O moet met een retourtemperatuurverhoging wor-
den gebruikt. Tijdens het gebruik moet de voorlooptemperatuur boven 65 °C
liggen en de teruglooptemperatuur minimaal 60 °C zijn. Om ervoor te zorgen
dat deze temperaturen worden aangehouden, moet er op dusdanige wijze
een circulatiepomp worden ingebouwd, dat deze pas inschakelt als 62 °C is
bereikt. Om het risico dat onder het dauwpunt wordt gekomen te verkleinen,
moet altijd een geregelde retourtemperatuurverhoging worden ingebouwd.
Bij bedrijfsstoringen (roetvorming, aanslag, etc.) of corrosieschade aan
de waterwarmtewisselaar of schoorsteen etc. die het gevolg zijn van een
ontbrekende of niet correct functionerende retourverhoging kunnen wij niet
aansprakelijk worden gesteld en ook geen garantie verlenen.
3. GEBRUIKSAANWIJZING
Lees deze montage- en gebruiksaanwijzing voor de montage resp. inge-
bruikneming van uw kachel zorgvuldig door. Alle voorwerpen moeten uit
de verbrandingskamer worden verwijderd (behalve de bekleding van de
verbrandingskamer). Laat u door uw handelaar informeren over de bedie-
ning en werking van de kachel! Er moet rekening worden gehouden met de
nationale en Europese normen, evenals de plaatselijke voorschriften bij het
gebruik van de stookplaats!
3.1. ALGEMENE GEBRUIKSINFORMATIE
Kleine kinderen, oudere of gehandicapte personen: net als bij alle andere
verwarmingsapparatuur is het zinvol om een bescherming voor deze per-
soonsgroepen aan te brengen, omdat de ruit en ook het bekledingsma-
teriaal van de kachel erg heet kunnen worden! Verbrandingsgevaar! Laat
deze personen nooit zonder toezicht achter bij de kachel als deze brandt
of zojuist is uitgegaan! Maak deze mensen attent op de mogelijke gevaren.
Er mogen geen brandbare voorwerpen op de vrije oppervlakken en
NL
NL 21
bekleding van de kachel worden neergezet of gelegd. Plaats geen was-
goed om te drogen op de kachel. Wasrekken voor het drogen van kleding
mogen uitsluitend buiten het stralingsbereik worden geplaatst!
Door het branden komt warmte-energie vrij die een sterke verwarming
van de kachelcomponenten zoals oppervlakken, deur, deurgrepen,
bedieningsgrepen, het glas, de rookpijp etc. tot gevolg heeft. Niet aanra-
ken of bedienen zonder passende bescherming (bijv. ovenhandschoen).
De meegeleverde hittebestendige handschoen dient uitsluitend
als bescherming tegen hitte bij het vastpakken van de greep en ter
bescherming van de koude hand. De handschoen is niet vuurbestendig!
De kachel mag alleen met gesloten kacheldeur worden gebruikt. De deur
moet ook in koude staat altijd gesloten blijven. De deur mag alleen voor
het aansteken, bijvullen van hout en reinigen worden geopend!
De stookplaats mag niet worden veranderd! Er mogen met name geen
inbouwdelen in de verbrandingskamer of de afvoer- of verbrandings-
luchtwegen worden geplaatst, wanneer deze componenten niet uitdruk-
kelijk zijn goedgekeurd door de firma SPARTHERM. Zonder een dergelijke
uitdrukkelijke goedkeuring heeft een verandering van de stookplaats tot
gevolg dat de garantie en gebruiksvergunning komen te vervallen.
Afzuigkappen, airconditioning etc. die samen met de stookplaatsen in
dezelfde kamer of doorgang zijn geïnstalleerd, kunnen een nadelige
invloed hebben op het functioneren van de kachel (er kan zelfs rook in
de woonkamer komen); deze mogen dus zonder passende maatregelen
nooit tegelijk met de kachel worden gebruikt (zie '2.2.2.3 Van de kamer-
lucht onafhankelijk' op pagina 9).
Met name bij het gebruiken van meerdere stookinrichtingen in een
kamer of in luchtverbonden ruimtes moet voor voldoende verbrandings-
lucht voor alle apparaten worden gezorgd!
Het gaat om een tijdelijke verbrandingsinstallatie. Een permanent
gebruik kan ook niet door het onttrekken van verbrandingslucht worden
bereikt en is niet toegestaan! Een langere stookperiode wordt bereikt
door het passend bijvullen van brandstof.
In het onderste vak van de bekleding mogen uitsluitend niet-brandbare
materialen worden gelegd!
3.2 BRANDPREVENTIE
Zie '2.2.3 Brandpreventie' op pagina 10.
3.3 WERKING VAN DE DRAAIBARE VOET
De draaibare voet kan alleen worden gebruikt bij rookgasaansluiting naar
boven en moet bij de bestelling worden aangegeven. De kachel kan daar-
door 180° worden gedraaid, 90° naar links en naar rechts. (SINO L 120°
draaibaar, 60° naar rechts en links).
Om bijv. de kachel SENSO S te kunnen draaien, moet u de stelbout los-
draaien. U vindt die bij het voetpaneel. Vervolgens kunt u de kachel in de
gewenste stand draaien. Om de kachel weer vast te zetten, draait u de
stelschroef weer vast.
Bij sommige modellen moet eerst de transportbeveiliging worden verwijderd
(afb. 2). U vindt die aan de achterkant onderaan. Om de transportbevei-
liging te demonteren, moet de cilinderschroef met een inbussleutel SW 5
(wordt bij het apparaat geleverd) worden losgedraaid (afb. 2).
Vervolgens verwijdert u de transportbeveiliging (afb. 3).
Kijk hiervoor op de volgende pagina.
NL 22
3.4 TYPEPLAATJE
Het typeplaatje vindt u bij uw kachel op de achterkant van het apparaat of
onder de aslade resp. de aspot. Het bevat technische gegevens en informa-
tie. Het typeplaatje mag niet worden verwijderd, aangezien dit de eindcon-
trole van het apparaat bevestigt en nodig is voor de keuring en jaarlijkse
controle door de schoorsteenveger.
3.5 BEDIENING VAN DE WATERWARMTEWISSELAAR
SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O
De waterwarmtewisselaar wordt met de hendel rechts aan de achterkant
bediend (zie afbeelding). Hierdoor wordt gewisseld tussen aanmaken en
verbranden. Tussenposities van de hendel zijn niet mogelijk.
Afb. 1
60° naar links Normale positie 60° naar rechts
Transportbeveiliging
Cilinderschroef M6
Inbussleutel SW 5
Vergrendeling
Afb. 2
Afb. 3
Afb. 4
A
B
A
B
A = Waterwarmtewisselaar
zwakke capaciteit
B = Waterwarmtewisselaar
maximale capaciteit
SENSO M H
2
O
PIKO H
2
O
NL
NL 23
SENSO M H
2
O
Aansteken resp. aanmaakfase: de hendel staat helemaal boven. De rook-
gassen worden niet door de warmtewisselaar van de SENSO M H
2
O geleid,
zodat de schoorsteentrek zich snel en effectief kan ontwikkelen.
Verbrandingspositie: de hendel is helemaal naar beneden geschoven. Nu
worden alle rookgassen door de waterwarmtewisselaar van de SENSO M
H
2
O geleid. Deze stand mag pas worden gekozen, wanneer de haard vol-
ledig is opgewarmd, de brandstof goed brandt en er een smeulend vuur is
gevormd. Normaal gesproken is dat na ca. 15-20 minuten het geval.
PIKO H
2
O
Aansteken resp. aanmaakfase: de hendel staat helemaal beneden. De rook-
gassen worden langs de warmtewisselaar van de PIKO H
2
O geleid. Hierdoor
kan de schoorsteentrek zich zo snel mogelijk en effectief ontwikkelen.
Verbrandingspositie: de hendel is helemaal naar boven geschoven. Nu
worden alle rookgassen door de waterwarmtewisselaar van de PIKO H
2
O
geleid. Deze stand mag pas worden gekozen, wanneer de haard volledig is
opgewarmd, de brandstof goed brandt en er een smeulend vuur is gevormd.
Normaal gesproken is dat na ca. 15-20 minuten het geval.
Om de SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O beter te laten functioneren, moet er tijdig
hout worden bijgevuld, zodat wordt voorkomen dat de rookgastemperatuur
te veel daalt.
4. VERBRANDING
4.1 EERSTE INGEBRUIKNEMING
De kachel mag alleen door een vakbedrijf worden geplaatst en gemonteerd.
De eerste ingebruikneming mag alleen door een deskundige van het mon-
tagebedrijf worden uitgevoerd. Aan de eigenaar/gebruiker van de installatie
moet een verklaring worden overhandigd, waarin de correcte inbouw en de
goede instelling/werking van alle regel- en veiligheidscomponenten wor-
den bevestigd (zie '10. Ingebruiknemingsprotocol' op pagina 44). Bij de
eerste ingebruikneming mag u alleen een matig vuur ontsteken. Hiermee
voorkomt u scheuren in de bekleding van de verbrandingskamer (die bevat
vóór de eerste keer aansteken eventueel nog wat resterend vocht). Verhoog
het verwarmingsvermogen gedurende 3 à 5 stookbeurten langzaam tot
ongeveer 30% boven de nominale warmtecapaciteit, zodat de roestwerende
coating op de oppervlakken volgens voorschrift kan inbranden. De verf kan
hierbij ietwat zacht worden. Plaats a.u.b. geen voorwerpen op de kachel en
raak het apparaat niet aan. Het zou kunnen dat er bij de inbrandprocedure
een onaangename geur (zelfs een lichte rookontwikkeling) ontstaat. Zorg
daarom bij dit inbranden voor een goede ventilatie. Open alle deuren en
ramen naar buiten toe.
Eerste ingebruikneming SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O
De kachel mag alleen voor het eerst in gebruik worden genomen, nadat
alle noodzakelijke componenten werden aangesloten, alle noodzakelijke
veiligheidsvoorzieningen geïntegreerd werden en functioneel zijn, de
waterwarmtewisselaar gevuld en het systeem ontlucht werd. Het gebruiken
zonder water, slechts ten dele gevuld of met niet functionerende veiligheids-
mechanismen is niet toegestaan. Het kan eventueel nodig zijn bij de eerste
ingebruikneming van de waterwarmtewisselaar om deze meerdere malen
te ontluchten.
NL 24
De gebruiker moet uitgebreid onderwezen worden in de bediening, het func-
tioneren en onderhouden van de complete installatie, inclusief alle aanvul-
lende componenten. Daarnaast moeten aan de gebruiker alle maatregelen
die noodzakelijk zijn om een veilig gebruik van de installatie te garanderen,
worden meegedeeld. Het uitvoeren van de instructie moet worden vastge-
legd in het ingebruiknemingsprotocol (zie '10. Ingebruiknemingsprotocol'
op pagina 44). De montage- en gebruikshandleiding altijd bewaren in de
buurt van de PIKO H
2
O op een gemakkelijk bereikbare plaats.
Er kan ook verontreinigde condens uit de bekleding van de verbrandingska-
mer lekken en de plaats van opstelling vervuilen/beschadigen. Hier moet bij
de eerste stookbeurten een absorberende mat onder het apparaat worden
gelegd, tot er geen condens meer uitkomt.
Voor de ingebruikname moet gecontroleerd worden of er in de stookruimte/
aslade nog voorwerpen aanwezig zijn. Deze moeten worden verwijderd!
Bedenk dat bij het verwarmen of afkoelen van de haard lichte uitzettings- of
spanningsgeluiden kunnen ontstaan. Die zijn normaal en ontstaan door de
materiaaluitzetting als gevolg van de hoge temperaturen.
4.1.1 REGELING VERBRANDINGSLUCHT
De regeling van de verbrandingslucht geschiedt traploos door de stelhendel
te verstellen, die onder de deur is aangebracht (zie afb.). Voer de verstelling
bij gesloten haarddeur uit!
Luchttoevoer geopend (A): bij het ontsteken of bijvullen wordt de stelhendel
helemaal naar rechts geschoven. Nu wordt de maximale hoeveelheid ver-
brandingslucht naar de stookkamer geleid als primaire lucht en secundaire
lucht (zie afbeelding A).
Verminderde stook (B): de stelhendel staat ongeveer in de middenpositie. De
primaire lucht is nu gesloten, zodat het vuur niet teveel lucht krijgt en het
hout te snel opbrandt. De secundaire
lucht stroomt via de luchtverplaatsing
tegen de ruit en voorkomt verregaand
roetvorming op de ruit. Dit is de nor-
male positie tijdens de verbranding.
De exacte positie is afhankelijk van de
omstandigheden ter plaatse en kan
door de gebruiker worden aangepast
aan het verbrandingsgedrag van de
kachel (zie afbeelding B).
Luchttoevoer gesloten (C): stelhen-
del helemaal links. In deze positie
wordt geen verbrandingslucht naar
de stookkamer geleid. De lucht-
toevoer mag pas worden gesloten
nadat de brandstof volledig is ver-
brand. Wanneer de kachel niet in
gebruik is, moet de luchttoevoer altijd worden gesloten (zie afbeelding C).
4.2 AANMAKEN / BRANDEN
Het aanmaken van uw kachel is zeer eenvoudig als u zich aan de onder-
staande instructies houdt:
1. De kachel mag uitsluitend worden aangemaakt wanneer de bekleding
van de verbrandingsruimte correct is aangebracht.
2. Luchtafvoerende ventilatoren (keuken, badkamer, wc etc.) uitschakelen.
Het ontstaan van een onderdruk in de ruimte door het afzuigen van
rookgas uit de schoorsteen wordt hiermee voorkomen. Controleer de
toevoer van verbrandingslucht (de afsluitklep indien nodig openen)!
3. De regelaar voor de verbrandingslucht op positie 'Aanmaken' zetten en
de haarddeur openen.
4. Gekliefd hout (van zacht hout) in het midden van de verbrandingskamer
opstapelen (afbeelding 1).
NL
NL 25
5. Plaats normaal verkrijgbare aanmaakblokjes als starthulp onder het hout
(papier raden wij niet aan, omdat dit te snel opbrandt en opvliegende
as veroorzaakt).
6. Gebruik geen spiritus, benzine, olie of andere licht ontvlambare
vloeistoffen.
7. Steek het vuur bij de aanmaakblokjes aan en laat de haarddeur ca.
3 - 5 cm geopend. Het vuur zou nu fel en intensief moeten gaan branden.
8. Als het aanmaakhout goed brandt kleine stukken hard hout of grote
stukken zacht hout toevoegen, weer volgens het houtstapelprincipe
(afbeelding 2).
9. Als het hout goed brandt, de deur sluiten; de stelhendel blijft in de
positie rechts (luchttoevoer geopend), dit moet ook minimaal 10 - 20
minuten zo blijven om de kachel op bedrijfstemperatuur te laten komen.
10. U leest meer over de juiste hoeveelheid hout in het hoofdstuk Houthoe-
veelheid per uur (zie '4.2.2 Houthoeveelheid per Uur' op pagina 26).
11. Als het hout volledig brandt, kan indien gewenst hout worden toege-
voegd (ideaal is hard hout) (afbeelding 3).
12. Afhankelijk van de weersomstandigheden moet u de stelhendel min of
meer op de middenpositie zetten. Dat is altijd afhankelijk van de ervaring
en de actuele omstandigheden in de ruimte.
13. Open de haarddeur altijd langzaam. U voorkomt hierdoor, dat door een
plotseling ontstaande onderdruk rookgassen in de woonkamer komen.
Open de deur in het begin langzaam en slechts op een spleet.
14. Door het toevoegen van hout in de gloeifase voorkomt u dat er tijdens
het openen van de deur rook uitkomt.
15. Nooit permanent meer dan de aanbevolen hoeveelheid hout toevoegen.
16. Als uw schoorsteen te veel 'trekt', zal het vuur te sterk branden, ook
als er maar weinig secundaire lucht wordt toegevoerd. Zoek naar de
optimale stand voor een gecontroleerde verbranding door de regelaar te
verschuiven. Hoe verder u de regelaar in de richting van 'Luchttoevoer
gesloten' schuift, des te minder lucht er naar de verbrandingskamer
wordt gevoerd. Let erop dat u de luchttoevoer niet te veel vermindert,
want daardoor zou u het vuur verstikken (zie '4.3 Regeling Verwarmings-
vermogen' op pagina 26).
4.2.1 HOUT TOEVOEGEN
Er mag pas brandstof worden toegevoegd als de brandstof zover is opge-
brand dat die nog slechts gloeit.
1. Open de luchttoevoer helemaal.
2. De haarddeur erg langzaam openen (gebruik een ovenhandschoen!),
zodat er geen wervelingen kunnen ontstaan en er rook uit de haard
komt.
3. Het haardhout op het gloeiende hout leggen (bast boven, zaagrand aan
de zijkant). (Let erop dat de luchttoevoer geopend is!).
4. De haarddeur sluiten (gebruik een ovenhandschoen!).
5. De luchtregelaar moet 2-5 minuten helemaal geopend blijven. Deze
positie van de luchtregelaar mag pas veranderd worden als het toege-
voegde hout helemaal brandt. Vervolgens de luchtregelaar ongeveer in
het midden zetten.
afbeelding 1
afbeelding 2
afbeelding 3 afbeelding 4
NL 26
Het einde van de verbranding is bereikt als het hout volledig is opgebrand
en er geen smeulend vuur of onvolledige verbranding kan ontstaan (afbeel-
ding 4). De stelhendel kan nu worden gesloten. Als uw haard niet in gebruik
is, moet u de regelaar altijd op de positie 'Luchttoevoer gesloten' zetten.
4.2.2 HOUTHOEVEELHEID PER UUR
Om beschadiging door oververhitting, zoals verkleuringen van het staal, ver-
vormingen enz. te voorkomen en de optimale werking ook nog na jaren te
kunnen garanderen, moet de kachel goed worden gestookt. Een oververhit-
tingsrisico kan worden uitgesloten als het maximale verwarmingsvermogen
niet wordt overschreden.
U vindt de goede houthoeveelheid per uur in de technische gegevens. De
grootte van de afzonderlijke houtblokken moet ca. 25 cm zijn!
Bedenk: het toevoegen van grotere hoeveelheden leidt tot oververhitting en
beschadiging van de kachel. Houtbriketten hebben een duidelijk hoger ver-
warmingsvermogen dan hardhout. De hoeveelheden per uur moeten daarom
20% lager zijn dan bij haardhout. Bij beschadiging door oververhitting (te
grote hoeveelheden toegevoegd per uur) wijzen wij iedere vorm van garantie
van de hand.
4.3 REGELING VERWARMINGSVERMOGEN
Het verwarmingsvermogen wordt geregeld via de toegevoegde hoeveel-
heid brandstof. Probeer niet de verbranding te sterk te verlangzamen door
de luchttoevoer te verminderen. Dat heeft bij het verwarmen met hout een
onvolledige verbranding tot gevolg en leidt tot brandstofverspilling en onno-
dige milieuvervuiling, want hout ontgast ook zonder vlamvorming. Hierdoor
ontstaat er meer roetvorming op de ruit! Bovendien bestaat het risico van
plotselinge ontploffingen (explosieachtige ontsteking van het rookgas). Zorg
ervoor dat de haarddeur altijd goed dicht is tijdens het stoken, zodat de ver-
branding niet versneld wordt door een ongecontroleerde toevoer van lucht. De
capaciteit van uw kachel is ook afhankelijk van hoe de schoorsteen trekt. Dit
kan door de diameter van de schoorsteen en door omgevingsinvloeden (harde
wind enz.) worden beïnvloed.
4.4 RUIMTEVERWARMINGSCAPACITEIT
De ruimteverwarmingscapaciteit werd vroeger volgens de norm DIN 18893
(laatste versie augustus 1987) aangegeven en is voor moderne huizen van
na 1990 niet meer zinvol. Als vergelijkende waarde of voor toepassing bij
oudere gebouwen die nog niet aan de isolatiestandaard van 1977 voldoen,
kan deze oude aanduiding van de ruimteverwarmingscapaciteit echter nog
interessant zijn (zie '9. Technische gegevens' op pagina 40).
Een precieze beschrijving van 'gunstig', 'minder gunstig' en 'ongunstig'
vindt u in de norm DIN 18893. Eenvoudig gezegd is 'gunstig' een situatie
waarbij de ruimte slechts één buitenwand heeft en verder overwegend aan
verwarmde binnenruimtes grenst, 'ongunstig' daarentegen gaat van twee
buitenwanden en aangrenzend onverwarmde ruimtes uit.
De genoemde waarden hebben betrekking op gebouwen die nog niet aan
de eisen van de verordening m.b.t. warmte-isolatie uit 1977 voldoen en zijn
ook daarvoor een vereenvoudiging, die maximaal voor kamers tot 200 m
3
geldt. Al bij ruimtes vanaf 200 m
3
raadde de norm DIN 18893 een bereke-
ning conform DIN 4701 aan.
Tegenwoordig wordt de voorkeur gegeven aan een schatting volgens TR-OL
of met name een berekening conform DIN 12831.
NL
NL 27
4.5 VERWARMEN IN DE OVERGANGSTIJD/ONGUN-
STIGE WEERSOMSTANDIGHEDEN
In de overgangstijd, d.w.z. bij hogere buitentemperaturen (boven ca. 15 °C),
of bij ongunstige omstandigheden (valwinden etc.) kunnen bij plotselinge
temperatuurstijgingen storingen in de trek van de schoorsteen ontstaan,
waardoor de rookgassen niet volledig worden afgezogen. De stookplaats
moet dan met een geringere hoeveelheid brandstof worden gevuld en met
de luchtschuif in de grootste positie (zie '4.1.1 Regeling Verbrandingslucht'
op pagina 24) worden gebruikt. Hierdoor zal de aanwezige brandstof
sneller (met meer vlamontwikkeling) opbranden. De trek van de schoorsteen
zal hierdoor stabiliseren. Om te voorkomen dat er weerstanden in de gloed
ontstaan, moet de as vaker voorzichtig worden opgerakeld. Nadat de trek
weer is gestabiliseerd, kan de luchttoevoer weer iets worden verminderd
(ongeveer middenpositie).
5. BRANDSTOF
De Duitse stichting 'Wald in Not' (bos in nood) heeft dit in een informatieve
brochure als volgt geformuleerd: "Hout maakt geen schulden bij de natuur.
Hout is opgeslagen zonne-energie. Zonlicht, water en kooldioxide zijn de
componenten waaruit hout ontstaat. Een boomleven lang wordt het zonlicht
chemisch gebonden. Zonne-energie wordt opgeslagen in lignine en cellu-
lose. Bij het verbranden komt die weer vrij." Meer informatie vindt u op de
website www.wald-in-not.de
Kachels mogen alleen worden gebruikt met brandstoffen die voldoen aan de
1e BlmSchV. Voor de kachel zijn alleen gekliefd hout (aanbevolen resterend
vochtpercentage 20% of minder) en geperst hout volgens DIN 51731 toege-
staan. Overigens: een meetapparaat waarmee het vochtgehalte van gekliefd
hout kan worden gemeten, kost niet veel en rendeert snel.
Andere brandstoffen mogen niet worden gebruikt!
Niet geoorloofd is daarom het verbranden van:
gelakt of met kunststof gecoat hout
spaanplaten of hout dat met conserveringsmiddelen werd behandeld
hout dat van europallets stamt
afval, huisvuil, oude kleding
papier, papierbriketten, karton
kolen, koolbriketten, bruinkool
nat hout (vochtgehalte > 25 %)
alle soorten kunststof/schuimstof
vaste of vloeibare materialen anders dan hout
Het is verboden om deze en andere ongeschikte materialen in uw kachel
te verbranden. Als er ander materiaal wordt verbrandt dan de toegestane
brandstoffen gekliefd hout of houtbriketten volgens DIN 51731 kunnen er
schadelijke gassen worden gevormd en kunnen zich storingen in het ver-
brandingsproces en mogelijk zelfs ontploffingen voordoen.
Als de kachel met niet goedgekeurde brandstoffen wordt gebruikt, komt de
garantie te vervallen!
Gebruik voor het ontsteken van het vuur kleine stukken hout. Gebruik als
brandhout alleen gekliefd hout, dat op de dikste plaats niet dikker is dan ca.
8 cm. De optimale lengte bedraagt ca. 25 cm. Voeg bij langdurig stoken niet
teveel hout toe, maar leg liever wat vaker kleine hoeveelheden op het vuur.
5.1 CO
2
– NEUTRALITEIT
Hout geeft slechts zoveel kooldioxide af als het eerder als boom heeft gebonden.
Het maakt daarbij niet uit of het hout verbrandt of in het bos verrot – de hoeveelheid
kooldioxide die wordt afgegeven blijft constant. Er ontstaat een gesloten, natuurlijke
koolstof-kringloop.
NL 28
Gebruik indien mogelijk geen hout dat hars bevat (spar, den). Bij deze
houtsoorten zal zich meer roetaanslag op de ruit van uw kachel vormen
en komen er meer vonken voor. Gebruik daarom om veiligheidsredenen
alleen loofbomenhout (berk, beuk, eik, fruitbomen).
Pas de houthoeveelheid aan de behoefte aan warmte aan.
Of er in uw kachel een schone verbranding met weinig schadelijke stoffen
plaatsvindt, kunt u als volgt controleren:
De as moet wit zijn. Een donkere kleur duidt op houtskoolresten en een
onvolledige verbranding.
De rookgassen bij de schoorsteen moeten zo onzichtbaar mogelijk zijn
(hoe minder rook, des te beter de verbranding).
De bekleding van de verbrandingskamer in uw kachel moet na het bran-
den licht en niet vol roet zijn.
Opmerking: de stookplaats mag niet als afvalverbrandingsoven worden
gebruikt! Verder gaat het om een tijdelijke stookinstallatie. Permanent
gebruik kan ook niet door het onttrekken van verbrandingslucht worden
bereikt en is niet toegestaan!
6. REINIGING EN ONDERHOUD
De kachel mag alleen in koude staat worden gereinigd. Bedenk dat door het
schoonmaken de plaats rond de kachel en de gedragen kleding vies kunnen
worden. Wij adviseren om rond de stookplaats folie of een kleed te leggen
om die tegen vuil te beschermen en werkkleding te dragen. Na het reinigen
moeten alle gedemonteerde onderdelen weer worden aangebracht.
Feit: door de verbranding van hout blijft de natuur in evenwicht. Duitsland heeft een
wettelijk geregeld, duurzaam bosbouwbeleid. Deze verplichting heeft tot gevolg dat
de hoeveelheid hout stijgt, waardoor niet meer hout wordt verbrandt dan er opnieuw
bijgroeit.
5.1.1 HOU TOPSL AG
Er wordt meestal geadviseerd om brandhout ca. 2- 3 jaar vochtvrij en goed
geventileerd te laten liggen (bijv. onder een afdak aan een zijde die niet aan
het weer is blootgesteld). Bij een optimale opslag wordt duidelijk sneller een
vochtgehalte van <25 % bereikt.
Daarom moet u uw brandhout in gekliefde staat opslaan, omdat de bast
voorkomt dat het vocht weg kan. Voor een goede ventilatie moet u tussen de
houtblokken een handbreed afstand laten, zodat de lucht goed kan circule-
ren en het zo ontsnappende vocht door de lucht kan worden meegenomen.
Onder de houtstapel moet een afstand tot de grond van ca. 20-30cm wor-
den aangehouden. De opname van nieuw vocht door neerslag (bijv. regen of
sneeuw) moet worden voorkomen. Het opslaan van hout in garages, onder
plasticfolie of in slecht geventileerde kelders wordt niet aangeraden, omdat
het vocht in het hout op die manier slecht kan ontsnappen.
5.2 UW BIJDRAGE AAN DE BESCHERMING VAN HET
MILIEU
Of uw kachel milieuvriendelijk brandt, hangt vooral af van de bediening en
de brandstoffen. De volgende informatie zou u moeten helpen om uw kachel
op milieuvriendelijke wijze te gebruiken:
NL
NL 29
Bedenk dat het vuur wel 24 uur of langer kan nasmeulen!
Reinigen van de haardruit: de ruit kan probleemloos worden gereinigd met
een gebruikelijke haardruitreiniger, die u bij uw handelaar kunt krijgen. De
glasvezelafdichtingen mogen niet doordrenkt worden met schoonmaakmid-
del! Vervolgens met een droge doek droogmaken (niet over de ruit schuren!).
Gelakte oppervlakken en de bekleding kunnen met een vochtige doek zonder
schoonmaakmiddel worden gereinigd (gebruik geen microvezeldoekjes!).
Glazen oppervlakken kunnen met gebruikelijke glasreinigers en een zachte
doek worden schoongemaakt (gebruik geen microvezeldoekjes!).
Roestvrijstalen oppervlakken kunnen met gebruikelijke roestvrijstaalreini-
gers worden gereinigd. Gebruik deze alleen in de slijprichting!
Natuurstenen oppervlakken kunnen met een vochtige doek of passende
gebruikelijke schoonmaakmiddelen worden gereinigd!
Keramische oppervlakken kunnen met een vochtige doek of passende
gebruikelijke schoonmaakmiddelen worden gereinigd!
Verwijder tijdens het stookseizoen regelmatig stof op en onder de kachel,
want de stofdeeltjes kunnen inbranden of tot kool worden. Dat zou tot ver-
ontreinigingen in de kamer en het interieur kunnen leiden of geuroverlast
kunnen veroorzaken.
6.1 REINIGING VAN DER VERBRANDINGSKAMER /
BEKLEDING
De kachel, de verbrandingskamer, de rookkamer met de stookgasom-
kering, de verbrandingsluchtpijp en de verbindingsstukken naar de
schoorsteen toe moeten regelmatig jaarlijks, eventueel ook tijdens en
na iedere verwarmingsperiode en na de reiniging van de schoorsteen
worden onderzocht op aanslag en indien nodig gereinigd worden (vraag
uw handelaar of de districtsschoorsteenveger naar meer informatie). De
aanslag moet met een handveger en/of aszuiger (vakhandel) worden
verwijderd. De schoorsteen moet regelmatig door een schoorsteenveger
worden geveegd! Verder moet de kachel ieder jaar door een vakman
worden gecontroleerd.
Rookgasomkering: boven de verbrandingskamer en in de rookgasopslag
zijn extra rookgasomkeringen en convectiepijpen aangebracht. Deze
onderdelen moeten regelmatig worden gereinigd. Voor dit doel kunnen
de rookgasomkeringen worden uitgenomen. Ze moeten hiervoor opge-
tild, gedraaid en vervolgens uit de stookkamer genomen worden. De
aanslag op de omkeringen en convectiepijpen kan eenvoudig met een
handveger worden weggeborsteld.
As verwijderen: uw kachel is geschikt voor het verbranden van droog hout,
dat het beste in zijn eigen as verbrandt. Als u de as uit de verbrandingska-
mer wilt verwijderen: Zonder aslade: open de kacheldeur en veeg de as, bijv.
met een blik/veger eruit of zuig die met een aszuiger uit de verbrandings-
kamer. Met aslade: open de kacheldeur en til het rooster omhoog dat boven
de aslade ligt. Veeg de as in de aslade. Vervolgens de onderste bekleding
van de kachel openen om de aslade te kunnen uitnemen. Na het uitnemen
van de aslade aan de greep kunt u de as probleemloos verwijderen. Na het
reinigen de aslade weer in de kachel schuiven, de bekleding sluiten en het
rooster weer plaatsen. Daarna de as reglementair verwijderen.
NL 30
vormt geen enkel probleem en is geen functioneel gebrek. Gebroken en verscho-
ven bekleding van de verbrandingskamer moet echter worden vervangen. Mocht
u nieuwe chamottestenen nodig hebben, kunt u deze bestellen bij degene die de
kachel heeft geplaatst, onder vermelding van het artikelnummer (zie pagina 32) .
6.2 BEKLEDING VAN DE VERBRANDINGSKAMER
In de aanmaakfase is het normaal als er een donkere laag ontstaat op de bekleding.
Na het bereiken van de bedrijfstemperatuur zal de bekleding van de verbrandings-
kamer vrijgebrand zijn. Scheuren zijn geen reden voor reclamaties. De bekleding
wordt aan zeer hoge belastingen blootgesteld. Een spannings- of expansiescheur
Passo S, M, LPasso XS
Sino L, Senso L, M H
2
O
Senso SStovo LStovo S, M
NL
NL 31
Cubo / Piko S, M, L
Piu L
Piko H
2
OTrias
NL 32
Pos. Aanduiding Stovo S, M Stovo L Senso S
Sino L /
Senso
L, M H
2
O
Passo XS
Passo
S, M, L
Trias
Cubo /
Piko
S, M, L
Piko H
2
O Piu L
Losse chamottestenen
1
Bodemsteen voor
1018809 1018809 1015039 1012246 1019862 1012379 1012842 - - 1012379
2
Bodemsteen achter
1018810 1018810 1015040 1012247 1019863 1012380 1012843 - - 1012380
3
Bodemsteen links
- - - - - - - 1015034 1012634 -
4
Bodemsteen rechts
- - - - - - - 1015035 1012634 -
5
Stootplaat
1018816 1018816 1015047 1012254 1019870 1012385 1012848 1015038 1012260 1012491
6
Achterwandsteen boven
1018813 1018813 1015046 1012253 1019869 1012383 - - - -
7
Achterwandsteen onder
1018812 1018812 1015045 1012252 1019867 1012384 - - - -
8
Zijsteen linksvoor
- - 1015041 1012250 - 1012382 1012844 - - -
9
Zijsteen linksachter
- - 1015043 1012248 - - 1012845 - - -
10
Zijsteen rechtsvoor
- - 1015042 1012251 - 1012381 1012846 - - -
11
Zijsteen rechtsachter
- - 1015044 1012249 - - 1012847 - - -
12
Zijwandsteen links
1018814 - - - 1019864 - - - 1012258 1012489
13
Zijwandsteen rechts
1018815 - - - 1019865 - - 1015037 1012259 1012490
14
Randsteen
- 1018817 - - - - - - - -
15
Achterwandsteen
1018811 1018811 - - - - - 1015036 - -
Complete set chamottestenen
Set chamottestenen compleet zonder stootplaat
1024757 1024758 1015105 1014338 1024759 1010170 1014339 1015104 1014517 1006203
Toebehoren
Rooster (klein) 220/160 mm
1019059 1019059 1006404 1019059 1006404 1006404 1006404 1006404
Aspot (klein) 220/150 mm
- 1004809 1004806 1004809
ARTIKELNUMMERS CHAMOTTESTENEN
NL
NL 33
6.3 SCHOORSTEENBRAND
Bij het verbranden van hout (met name naaldhout) springen regelmatig vonken
vanuit de haard in de schoorsteen. Hierdoor zou de roetlaag in de schoorsteen in
brand kunnen vliegen (bij regelmatige reiniging door de schoorsteenveger komt
dit zelden voor). Dat de schoorsteen brandt, is te herkennen aan de vlammen
die uit de schoorsteen komen, aan een grote hoeveelheid vonken, aan rook- en
geuroverlast en aan de steeds warmer wordende schoorsteenmuren. Het is in een
dergelijk geval belangrijk om adequaat te handelen. Bel de brandweer via 112.
Verder moet de schoorsteenveger geïnformeerd worden en moeten brandbare
voorwerpen uit de buurt van de schoorsteen worden gehaald.
Opgelet: in de tussentijd nooit met water blussen. De temperaturen bij een
schoorsteenbrand kunnen oplopen tot wel 1300 °C. Het bluswater zou onmiddel-
lijk in stoom veranderen. Een emmer met 10 liter water zou veranderen in 17 m
3
stoom. De enorme druk die hierbij ontstaat, kan de schoorsteen laten exploderen.
Na het doven van de schoorsteen moet die door een vakman op scheuren en
ondichte plaatsen worden onderzocht en eventueel gerepareerd worden.
6.4 ONDERHOUD
Controleer de afdichting van de deur regelmatig. Deze afdichting moet indien
nodig (bij slijtage, scheuren etc.) worden vervangen. De bekleding van de
verbrandingskamer regelmatig controleren. Deze bestaat uit natuurlijke pro-
ducten, zolang de bekleding van de verbrandingskamer in zijn positie blijft en
niet kapot gaat, is die in orde. Voor een goede functie moet de kachel ieder
jaar (als het kan voor de stookperiode) door een expert worden onderhouden!
Voor kachels die onafhankelijk zijn van de kamerlucht geldt
bovendien:
Een goede afdichting van de deur is uiterst belangrijk voor een van de
kamerlucht onafhankelijke werking van de kachel. Controleer de afdichting
minstens eenmaal per stookperiode op visuele kenmerken (druk, slijtage,
deuken) en vervang die bij beschadigingen onmiddellijk.
De stookplaats mag niet worden veranderd! Er mogen uitsluitend originele
onderdelen, die door de producent zijn goedgekeurd, worden gebruikt!
Neem indien nodig contact op met uw handelaar!
6.4.1 ONDERHOUD VAN DER WATERWARMTE-
WISSELAAR SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O
Onderhoud van de SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O is een vereiste. Alleen wanneer
de SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O regelmatig en correct wordt onderhouden, kan
hij zijn volledige functionaliteit ontplooien. De verwarmingstechnische con-
trole van alle veiligheidsmechanismen (thermische afvoerbeveiliging etc.)
moet jaarlijks voor het stookseizoen worden uitgevoerd. Deze controle mag
uitsluitend door een vakbedrijf worden uitgevoerd. Wij adviseren om met
uw vakbedrijf een onderhoudscontract af te sluiten. Dan wordt de jaarlijkse
veiligheidscontrole automatisch voor het stookseizoen uitgevoerd. Alle jaar-
lijkse veiligheidscontroles moeten gedocumenteerd worden!
6.4.2 ONTLUCHTEN VAN DE WATERWARMTE-
WISSELAAR SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O
SENSO M H
2
O
De ontluchting vindt u achter de bovenste deur van de bekleding. De ont-
luchting moet met een ontluchtingssleutel (5 mm) worden geopend.
Het systeem moet ontlucht worden:
voor de eerste ingebruikneming en opnieuw na de eerste gebruiksdagen.
als er geluiden (luchtbellen) te horen zijn in de warmtewisselaar
als de druk van de huiswatervoorziening werd aangepast
PIKO H
2
O
De ontluchting vindt u bij de verwarmingsaansluitingen in het onderste vak.
De ontluchting moet met een ontluchtingssleutel worden geopend. Er moet
NL 34
een voldoende grote opvangbak of een grote doek worden gebruikt om het
uitlopende water op te vangen. Er mag ook een kleine slang op de ontluch-
ting worden aangesloten. Bij het openen van de klep zal er eerst water uit
de ontluchtingsleiding komen en pas na enkele seconden lucht. Nadat de
lucht is ontsnapt, moet de klep nog vijf seconden volledig geopend blijven.
Het systeem moet ontlucht worden:
voor en tijdens de eerste ingebruikneming
in de hierop volgende weken dagelijks tot er geen lucht meer uitkomt
als er geluiden (luchtbellen) te horen zijn in de warmtewisselaar
als de druk van de huiswatervoorziening werd aangepast.
6.5 REINIGING VAN DE WATERWARMTEWISSELAAR
SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O
Reiniging van de waterwarmtewisselaar is een vereiste. Alleen wanneer
hij regelmatig en correct wordt onderhouden, kan hij zijn volledige func-
tionaliteit ontplooien. De reiniging moet altijd in afgekoelde staat worden
uitgevoerd!
SENSO M H
2
O
Aangezien de waterwarmtewisselaar de rookgassen van de SENSO M H2O
direct afkoelt, waardoor altijd afzettingen op de oppervlakken van de warm-
tewisselaar ontstaan, moeten deze regelmatig met de meegeleverde borstel
worden gereinigd. De reinigingsfrequentie hangt van meerdere factoren af
(gebruiksintensiteit, stookduur, brandstof, schoorsteentrek etc.) en kan niet
algemeen worden aangegeven. Wij adviseren ca. om de 4 weken een reini-
ging uit te voeren. De reinigingsintervallen moeten aan de omstandigheden
ter plaatse worden aangepast. Eventueel moet vaker worden gereinigd. Na
het stookseizoen moeten altijd alle componenten worden gereinigd.
De reiniging van de waterwarmtewisselaar wordt uitgevoerd door de geïn-
tegreerde reinigingsopening. Open hiervoor de bovenste deur van de bekle-
ding, verwijder de vleugelmoeren en neem het deksel af. De oppervlakken
van de warmtewisselaar zijn nu vrijgelegd en kunnen met de meegeleverde
reinigingsborstel worden schoongemaakt.
De montage vindt in omgekeerde volgorde plaats. Eerst het deksel op de
reinigingsopening plaatsen en met de vleugelmoeren weer bevestigen.
Onder goede omstandigheden (goed droge brandstof, passende schoor-
steentrek, correcte luchtinstelling en niet te lage rookgastemperaturen),
zult u slechts weinig vervuiling vinden. Bij een dergelijk gebruik kunnen de
reinigingsintervallen natuurlijk ook duidelijk worden vergroot.
A = Vleugelmoeren verwijderen,
reinigingsdeksel afnemen
B = Aanslag in de buizen en op
de oppervlakken verwijderen!
NL
NL 35
PIKO H
2
O
Aangezien de waterwarmtewisselaar de rookgassen van de PIKO H
2
O direct
afkoelt, waardoor altijd afzettingen op de oppervlakken van de warmtewis-
selaar ontstaan, moeten deze regelmatig met het ingebouwde reinigings-
systeem worden verwijderd. De reiniging moet wekelijks of in dezelfde
cyclus als het legen van de aslade plaatsvinden, zodat het vastlopen
van het reinigingsmechanisme (veroorzaakt door bijv. condensatie/roetvor-
ming door niet functionerende installaties of ontbrekende onderdelen etc.)
wordt voorkomen.
De inschakelhendel van het reinigingsmechanisme wordt bij het apparaat
geleverd en moet voor de reiniging in het 20mm grote gat aan de linker
bovenzijde van het apparaat worden gestoken. Vervolgens moet die ca. 5
keer naar rechts en links worden gedraaid tot aan de aanslag (ca. 20°
draaihoek).
Wanneer het reinigingsmechanisme na langdurig gebruik alleen nog maar
met grote krachtinspanning kan worden bediend, is dat een indicatie voor
een ernstige vervuiling van de waterwarmtewisselaar. Controleer in dit geval
het vochtgehalte van de brandstof (<25%) en controleer of de aansluiting
op de verwarming correct functioneert (min. teruglooptemperatuur >62 °C).
Mocht u twijfelen of aan deze voorwaarden wordt voldaan, neem dan a.u.b.
contact op met uw verwarmingsinstallateur.
Let op bij het insteken van de hendel, dat deze niet tegen de gelakte randen
stoot! Het bij de reiniging losgemaakte roet valt automatisch op de stoot-
plaat in de verbrandingskamer en moet daar minimaal 2 keer per seizoen
worden verwijderd.
6.6 DEURMECHANISM SENSO S RLU
De sluiting en met name de veerkracht van het sluitmechanisme werd vooraf
ingesteld in de fabriek, waardoor de deur optimaal sluit.
Mocht het nodig zijn om de sluitkracht te vergroten (deur sluit niet automa-
tisch), ga dan als volgt te werk:
Om bij het deurmechanisme te kunnen komen, moet de onderste onder-
houdsklep worden geopend. Daarna wordt aan de scharnierzijde van de
kacheldeur het sluitmechanisme zichtbaar.
Om het mechanisme te spannen, moet u de kacheldeur sluiten en een
inbussleutel (SW 24) op de sleutelbevestiging (1) van de aandrijfas zetten.
Draai de aandrijfas nu naar links om de veerkracht te vergroten (zie afbeel-
ding). Doe dit in kleine stapjes (van steeds één tand). Controleer vervol-
gens de werking van het deurmechanisme. Er is een optimale sluitfunctie
gegarandeerd, wanneer de sluithaken van de deurvleugel vastklikken en de
deurvleugel dicht tegen de kachel ligt.
NL 36
7. FOUTEN OPLOSSEN
De onderstaande problemen met uw kachel kunt u zelf verhelpen. Voor
andere problemen neemt u contact op met uw speciaalzaak resp. kachelfa-
brikant of installateur.
7.1 FLINKE, SNELLE EN ONGELIJKMATIGE ROETVOR-
MING OP HET GLAS
Wanneer dit niet vanaf het begin het geval was, dient u de volgende
punten te controleren:
Hebt u de juiste brandstoffen en techniek gebruikt? (zie '5. Brandstof'
op pagina 27)
Geen overgangsperiode? (zie '4.5 Verwarmen in de overgangstijd/
Ongunstige Weersomstandigheden' op pagina 27)
Geen slechte weersomstandigheden? (zie 4'4.5 Verwarmen in de over-
gangstijd/Ongunstige Weersomstandigheden' op pagina 27)
Verbrandingsluchtregelaar staat volledig open (stelhendel volledig uit-
getrokken)? (zie '4.1.1 Regeling Verbrandingslucht' op pagina 24)
Externe verbrandingsluchtleiding vrij? (zie '2.2.2.2 Afzonderlijke Ver-
brandingsluchttoevoer' op pagina 9)
Treedt de roetvorming snel binnen een halfuur op? (Een geleidelijke
vervuiling door het gebruik van de kachel is normaal. Een autoruit wordt
tijdens het rijden ook vies!)
Zit de afdichting correct op zijn plek?
Is het hout droog genoeg? (zie '5. Brandstof' op pagina 27)
Is voldoende hout geplaatst? (Door te kleine houthoeveelheden ontstaan
onvoldoende hoge temperaturen in de oven). (zie '4.2 Aanmaken / Bran-
den' op pagina 24)
7.2 VUUR KAN MOEILIJK WORDEN AANGEMAAKT
Wanneer dit niet vanaf het begin het geval was, dient u de volgende
punten te controleren:
Hebt u de juiste brandstoffen en techniek gebruikt? (zie '5. Brandstof'
op pagina 27)
Is het hout droog genoeg? (zie '5. Brandstof' op pagina 27)
Is het hout te dik? (zie '5. Brandstof' op pagina 27)
Is de luchttoevoer voldoende gegarandeerd? (zie '4.1.1 Regeling Ver-
brandingslucht' op pagina 24)
Geen overgangsperiode? (zie '4.5 Verwarmen in de overgangstijd/
Ongunstige Weersomstandigheden' op pagina 27)
Geen slechte weersomstandigheden? (zie '4.5 Verwarmen in de over-
gangstijd/Ongunstige Weersomstandigheden' op pagina 27)
Verbrandingsluchtregeling volledig geopend? (zie '4.1.1 Regeling Ver-
brandingslucht' op pagina 24)
Externe verbrandingsluchtleiding vrij? (zie '2.2.2.2 Afzonderlijke Ver-
brandingsluchttoevoer' op pagina 9)
7.3 ER ONTSNAPT ROOK TIJDENS HET BIJLEGGEN
VAN HOUT
Zie alle vragen onder punt 7.1
Is het rookkanaal vrij?
Heeft uw kachel al de bedrijfstemperatuur bereikt?
Hebt u de deur aanvankelijk langzaam geopend? (zie '4.2 Aanmaken /
Branden' op pagina 24)
7.4 HOUT VERBRANDT TE SNEL / HOUTVERBRUIK TE HOOG
Wanneer dit niet vanaf het begin het geval was, dient u de volgende
punten te controleren:
Is het hout voldoende gekloofd? (zie '5. Brandstof' op pagina 27)
Trekt de schoorsteen niet te sterk?
Hebt u de verbrandingsluchtregeling gereduceerd (stelhendel iets inge-
schoven)? (zie '4.1.1 Regeling Verbrandingslucht' op pagina 24)
Gebruikt u hardhout met een restvochtgehalte van 15 18 %? (zie '5.
Brandstof' op pagina 27)
NL
NL 37
Is de deur volledig gesloten?
Hebt u zich aan de aanbevolen hoeveelheid hout gehouden? (zie '4.2.2
Houthoeveelheid per Uur' op pagina 26)
7.5 WATER-WARMTEWISSELAAR SENSO M H
2
O/PIKO H
2
O
Thermische trekbeveiliging treedt constant in werking (voortdu-
rende wegvloei van water door de afvoer).
De water-warmtewisselaar kan geen warmte aan de verwarmings-
installatie afgeven.
De tank is „vol“ => warmte uit de tank nemen.
Functie en instelling van de pompthermostaat en de retourverhoging
controleren.
Pomp een niveau hoger (grotere doorstroomhoeveelheid) instellen.
Circulatiepomp functioneert niet. Stroomaansluiting defect?
Kachel verluchten.
Systeemdruk controleren.
Tijdens de eerste opstapelingen vloeit in de bodem van het toestel
water naar buiten.
Voor zover de kachel en de verwarmingsinstallaties na de montage afge-
drukt werden, is het uitvloeiende water condensaat uit de brandstof en de
stookkamerbekleding. Als meer dan 0,2 liter water ontstaat, moet de druk
van de verwarmingsinstallatie worden gecontroleerd.
Borrelende geluiden in de water-warmtewisselaar.
Lucht in het systeem, systeemdruk controleren.
Systeem aan de verluchting verluchten. Bij net gevulde of bijgevulde
systemen duurt het een tijdje vooraleer de complete lucht geconcen-
treerd is. Eén keer verluchten is meestal niet voldoende.
Thermische trekbeveiliging drupt.
Spoelen van de thermische trekbeveiliging door op de rode knop op de
armatuur te klikken.
Aansluitdichtingen en zuigers controleren (zie handleiding thermische
trekbeveiliging).
Eventueel filter voor de trekbeveiliging in het systeem integreren (mini-
male doorstroming in acht nemen!).
Verwarmingselementen worden niet warm. Verwarmingselementen,
die zich niet in de opstelruimte bevinden, zijn koud.
Thermostaten van de verwarmingselementen sluiten, wanneer de inge-
stelde kamertemperatuur bereikt wordt. De convectiewarmte van de
stookplaats verdeelt zich via de luchtverbinding.
Het verwarmingssysteem is al naar gelang de configuratie langzaam. Het
duurt een tijdje vooraleer het verwarmings-systeem de warmte doorgeeft.
Het verwarmingssysteem hydraulisch laten afstemmen.
Controleren of de verwarmingscirculatiepomp werkt.
Brandstofafgifte verhogen.
Toenemende en snellere vervuiling van de stookkamerbekleding en
de glaskeramiek.
De stookkamerbekleding brandt niet meer zonder hulp.
Het vuur kan slechts moeilijk worden aangestoken.
Afzettingen in de warmtewisselaar en in de verbindingsleiding naar de
schoorsteen verwijderen.
De correcte werking van de pompthermostaat controleren.
Correcte stoking en hoeveelheid hout in acht nemen, houtvochtigheid < 25%.
Positie van de luchthendel corrigeren.
De correcte werking van de retourverhoging controleren.
Snelle vervuiling van de verbrandingsgastrajecten in de water-warm-
tewisselaar. Gebrekkig verbrandingsproces.
Retourverhoging controleren.
Correcte stoking en hoeveelheid hout in acht nemen, houtvochtigheid < 25%.
Afzettingen in de warmtewisselaar en in de verbindingsleiding naar de
schoorsteen verwijderen.
De correcte werking van de pompthermostaat controleren.
NL 38
8. ALGEMENE GARANTIEVOORWAARDEN
8.1 TOEPASSING
Deze algemene garantievoorwaarden zijn van toepassing tussen fabrikant,
Spartherm Feuerungstechnik GmbH, en haar wederverkopers. Deze zijn niet
overeenkomstig de verkoop en garantievoorwaarden, die de wederverkoper
geeft aan zijn klant.
8.2 ALGEMENE INFORMATIE
Dit product is een volgens de laatste stand van de techniek gefabriceerd
kwaliteitsproduct. De gebruikte materialen werden zorgvuldig geselecteerd
en staan, net als ons gehele productieproces, onder voortdurende controle.
Voor het plaatsen en/of inbouwen van dit product is speciale vakkennis
noodzakelijk. Daarom mogen onze producten uitsluitend door gespeciali-
seerde bedrijven met inachtneming van de geldende wettelijke bepalingen
ingebouwd en in gebruik genomen worden.
8.3 GARANTIEPERIODE
De algemene garantie voorwaarden zijn alleen geldig in de Bondsrepubliek
Duitsland en de Europese Unie. De garantieperiode en de omvang van de
garantie worden door deze voorwaarden buiten de wettelijke garantie, die
van toepassing blijven, gedekt
Spartherm Feuerungstechnik verleent 5-jarige garantie op de (las)construc-
tie van de volgende producten:
Basisconstructie Inbouwhaarden
Basisconstructie kachels
Basisconstructie Inzethaarden
Basisconstructie Haarddeuren
Spartherm Feuerungstechnik verleend 24 maanden garantie op de liftdeur-
techniek, bedieningselementen zoals handgrepen, regelhendels, schokdemper,
elektronische en elektrische onderdelen (bv ventilator, snelheidsregelaar), ori-
ginele onderdelen, alle ingekocht delen en veiligheidstechnische voorzieningen.
Spartherm Feuerungstechnik verleend en garantie van 6 maanden maanden
op onderdelen in de verbrandingskamer die aan slijtage onderhevig zijn,
zoals chamottestenen, vuurroosters, afdichtingen en glazen ruiten.
8.4 EFFECTIVITEITSVOORWAARDE GARANTIE
Het moment van aankoop dient te worden aangetoond aan de hand van de
factuur of de kassabon en het garantiecertificaat. Zonder dit bewijs zijn wij
niet verplicht tot het verlenen van garantie.
8.5 GARANTIE-UITSLUITINGEN
De garantie is niet van kracht bij:
Slijtage van het produkt
Chamotte/vuurvastbeton/vermiculiet: Dit zijn natuurproducten die bij
ieder stookproces aan expansie en krimp onderhevig zijn. Hierbij kunnen
scheuren ontstaan. Zolang de chamottestenen hun positie in de verbran-
dingsruimte behouden en de stenen niet in stukken uiteenvallen, zijn
deze volledig functioneel.
De oppervlakken: Verkleuring van de lak of op de gegalvaniseerde opper-
vlakken, die het gevolg zijn van thermische belasting of overbelasting.
De liftdeurmechaniek: Het niet naleven van de installatie-eisen en de
daarmee samenhangende oververhitting van de katrollen en lagers.
De afdichtingen: Vermindering van de dichtheid door thermische belas-
ting en verharding.
Glazen ruiten: Vervuiling door roet of ingebrande resten van verbrande
materialen, evenals verandering van kleur of andere optische verande-
ringen op grond van thermische belasting.
NL
NL 39
Onjuist transport en/of verkeerde opslag
Onjuiste behandeling van breekbare delen zoals glas en keramiek
Verkeerde bediening en/of verkeerd gebruik
Geen of gebrekkig onderhoud
Verkeerde inbouw of aansluiting van het apparaat.
Het niet in acht nemen van de installatie- en gebruiksaanwijzing
Technische veranderingen aan ons apparaat door derden, evenals het
toevoegen of verwijderen van onderdelen
8.6 VERHELPEN VAN GEBREKEN – REPARATIE
Onafhankelijk van de wettelijke garantieverplichtingen, die binnen de gel-
dende wettelijke garantieduur voorrang heeft op deze garantieafspraken,
worden binnen deze garantievoorwaarden alle gebreken kosteloos verhol-
pen, die aantoonbaar het gevolg zijn van materiaal- of fabricagefouten te
wijten aan de fabrikant. In het kader van deze garantieovereenkomst, zulks
naar keuze van de firma Spartherm Feuerungstechnik GmbH, oftewel het
gebrek te verhelpen of het apparaat kosteloos te vervangen. Waarbij het
verhelpen van het gebrek voorrang heeft.
Verdergaande claims dan die uitsluitend betrekking hebben op het geleverde
toestel en het verhelpen van het gebrek zijn hierbij uitdrukkelijk uitgesloten.
8.7 VERLENGING VAN DE GARANTIEPERIODE
Indien onder garantie een onderdeel hersteld of vervangen wordt of bij
vervanging van het toestel, wordt de garantietermijn van dit uitgewisselde
onderdeel/toestel verlengd
8.8 RESERVEONDERDELEN
Er mag uitsluitend gebruikgemaakt worden van reserveonderdelen die door
de fabrikant zijn geproduceerd of aanbevolen.
8.9 AANSPRAKELIJKHEID
Schade en claims voor schade, die niet veroorzaakt zijn door een defecte
apparaat geleverd door Spartherm Feuerungstechnik GmbH, zijn uitgesloten
van en maken geen deel uit van deze garantievoorwaarden.
Hiervan uitgesloten zijn wettelijke garantieclaims, indien deze in specifieke
gevallen zouden bestaan.
8.10 OPMERKING
Ook buiten onze garantievoorwaarden staat uw vakhandelaar u met alle
plezier met raad en daad terzijde.
Wij raden aan regelmatig onderhoud te laten plegen aan het apparaat en
afvoerkanaal regelmatig te laten vegen.
Vergissingen en wijzigingen voorbehouden.
NL 40
9. TECHNISCHE GEGEVENS
Stovo S Stovo M Stovo L Sino L Senso S Senso M H
2
O Senso L
Passo XS Passo S / L Passo M Trias L Piko S / L /
Cubo S / L
Piko L HF /
Cubo L HF
Piko H
2
O Piko M /
Cubo M
Piko M HF /
Cubo M HF
Piu L
RLU RLU RLU
Technische Daten
Soort brandstof Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout
Nominale warmtecapaciteit 5,0 kW 5,0 kW 5,0 kW 7,0 kW 7,0 kW 7,9 kW 7,0 kW 5,0 kW 7,0 kW 7 kW 7,0 kW 5,9 kW 5,9 kW 7,9 kW 5,9 kW 6,0 kW 7,0 kW
Houthoeveelheid 1,5 kg/h 1,5 kg/h 1,5 kg/h 2,2 kg/h 2,1 kg/h 2,2 kg/h 2,1 kg/h 1,6 kg/h 2,2 kg/h 2,2 kg/h 2,1 kg/h 1,8 kg/h 1,8 kg/h 2,3 kg/h 2,2 kg/h / 1,8 kg/h 1,8 kg/h 2,2 kg/h
Bereik warmtecapaciteit 3,5 – 6,5 kW 3,5 – 6,5 kW 3,5 – 6,5 kW 4,9 – 9,1 kW 4,9 – 9,1 kW 5,5 – 10,3 kW 4,9 – 9,1 kW 3,5 – 6,5 kW 4,9 – 9,1 kW 4,9 – 9,1 kW 4,9 – 9,1 kW 4,2 – 7,8 kW 4,2 – 7,8 kW 5,5 – 10,3 4,13 – 7,76 kW 4,5 – 7,8 kW 4,9 – 9,1 kW
Rendement > 80% > 80% > 80% > 78 % > 80 % > 85 % > 79 % > 80 % > 80 % > 80 % > 80 % > 80 % > 80 % > 83 % > 80 % > 80 % > 79 %
CO-gehalte bij < 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
Stofgehalte < 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 75 mg/Nm
3
Rookgastemperatuur aan de aansluitstomp 273 °C 273 °C 273 °C 330 °C 260 °C 250 °C 330 °C 255 °C 290 °C 290 °C 360 °C 325 °C 325 °C 215 °C 325 °C 330 °C 376 °C
Druk 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,10 mbar
Rookgasstroom 4,71 g/s 4,71 g/s 4,71 g/s 6,3 g/s 6,12 g/s 6,2 g/s 6,3 g/s 7,22 g/s 6,7 g/s 6,7 g/s 5,2 g/s 4,9 g/s 4,9 g/s 8,6 g/s 4,9 g/s 5,1 g/s 7,9 g/s
Opslagmassa 35 kg / 48 kg 45 kg / 45 kg 60 kg / 60 kg 50 kg / 63 kg 50 kg / 63 kg
Gewicht afh. van model vanaf 133 – 175 kg 196 kg 125 kg 227 – 260 kg vanaf 120 – 165 kg 165 – 233 kg vanaf 165 – 233 kg 125 kg 160 kg / 165 kg 165 kg 200 kg vanaf 160 – 180 kg 200 kg / 205 kg 240 kg 175 kg / 180 kg 285 kg 185 – 245 kg
Voor MSchV 77
ruimteverwar
-
mingscapaciteit
Gunstig ca. (in m
3
) 165 165 165 186 186 186 186 165 186 186 186 165 165 186 165 165 186
Minder gunstig ca. (in m
3
) 95 95 95 120 120 145 120 95 120 120 120 95 95 145 95 95 120
Ongunstig ca. (in m
3
) 65 65 65 82 82 98 82 65 82 82 82 65 65 98 65 65 82
Minimumafstanden
t.o.v. brandbare
delen
Achter (in mm) 160 160 130 80 100 100 100 50 100 100 130 100 100 100 100 100 150
Zijkant (in mm) 310 310 560 100 130 100 470 150 100 250 100 100 100 100 100 100 150
Boven (in mm) 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500
Stralingsbereik (in mm) 1000 1000 1000 800 900 800 1100 800 800 840 800 800 800 800 800 800 800
Vereisten
NEN EN 13240
1e/2e niveau BlmSchV
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/ –
DIN Plus
Regensburg-eisen
München-eisen
Aken-eisen
DIBt onafhankelijk van de kamerlucht
DIBt-nr. goedkeuring Z-43.12-278 Z-43.12-364 Z-43.12-320
Art. 15a B-Vg (Oostenrijk)
Verordening Bestrijding luchtvervuiling vanaf 01/2011
(voor Zwitserland)
* Bij een moderne warmte-isolatie kunnen aanzienlijk grotere ruimtes worden verwarmd.
NL
NL 41
9. TECHNISCHE GEGEVENS
Stovo S Stovo M Stovo L Sino L Senso S Senso M H
2
O Senso L
Passo XS Passo S / L Passo M Trias L Piko S / L /
Cubo S / L
Piko L HF /
Cubo L HF
Piko H
2
O Piko M /
Cubo M
Piko M HF /
Cubo M HF
Piu L
RLU RLU RLU
Technische Daten
Soort brandstof Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout Gekliefd hout
Nominale warmtecapaciteit 5,0 kW 5,0 kW 5,0 kW 7,0 kW 7,0 kW 7,9 kW 7,0 kW 5,0 kW 7,0 kW 7 kW 7,0 kW 5,9 kW 5,9 kW 7,9 kW 5,9 kW 6,0 kW 7,0 kW
Houthoeveelheid 1,5 kg/h 1,5 kg/h 1,5 kg/h 2,2 kg/h 2,1 kg/h 2,2 kg/h 2,1 kg/h 1,6 kg/h 2,2 kg/h 2,2 kg/h 2,1 kg/h 1,8 kg/h 1,8 kg/h 2,3 kg/h 2,2 kg/h / 1,8 kg/h 1,8 kg/h 2,2 kg/h
Bereik warmtecapaciteit 3,5 – 6,5 kW 3,5 – 6,5 kW 3,5 – 6,5 kW 4,9 – 9,1 kW 4,9 – 9,1 kW 5,5 – 10,3 kW 4,9 – 9,1 kW 3,5 – 6,5 kW 4,9 – 9,1 kW 4,9 – 9,1 kW 4,9 – 9,1 kW 4,2 – 7,8 kW 4,2 – 7,8 kW 5,5 – 10,3 4,13 – 7,76 kW 4,5 – 7,8 kW 4,9 – 9,1 kW
Rendement > 80% > 80% > 80% > 78 % > 80 % > 85 % > 79 % > 80 % > 80 % > 80 % > 80 % > 80 % > 80 % > 83 % > 80 % > 80 % > 79 %
CO-gehalte bij < 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
< 1250 mg/Nm
3
Stofgehalte < 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 40 mg/Nm
3
< 75 mg/Nm
3
Rookgastemperatuur aan de aansluitstomp 273 °C 273 °C 273 °C 330 °C 260 °C 250 °C 330 °C 255 °C 290 °C 290 °C 360 °C 325 °C 325 °C 215 °C 325 °C 330 °C 376 °C
Druk 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,12 mbar 0,10 mbar
Rookgasstroom 4,71 g/s 4,71 g/s 4,71 g/s 6,3 g/s 6,12 g/s 6,2 g/s 6,3 g/s 7,22 g/s 6,7 g/s 6,7 g/s 5,2 g/s 4,9 g/s 4,9 g/s 8,6 g/s 4,9 g/s 5,1 g/s 7,9 g/s
Opslagmassa 35 kg / 48 kg 45 kg / 45 kg 60 kg / 60 kg 50 kg / 63 kg 50 kg / 63 kg
Gewicht afh. van model vanaf 133 – 175 kg 196 kg 125 kg 227 – 260 kg vanaf 120 – 165 kg 165 – 233 kg vanaf 165 – 233 kg 125 kg 160 kg / 165 kg 165 kg 200 kg vanaf 160 – 180 kg 200 kg / 205 kg 240 kg 175 kg / 180 kg 285 kg 185 – 245 kg
Voor MSchV 77
ruimteverwar
-
mingscapaciteit
Gunstig ca. (in m
3
) 165 165 165 186 186 186 186 165 186 186 186 165 165 186 165 165 186
Minder gunstig ca. (in m
3
) 95 95 95 120 120 145 120 95 120 120 120 95 95 145 95 95 120
Ongunstig ca. (in m
3
) 65 65 65 82 82 98 82 65 82 82 82 65 65 98 65 65 82
Minimumafstanden
t.o.v. brandbare
delen
Achter (in mm) 160 160 130 80 100 100 100 50 100 100 130 100 100 100 100 100 150
Zijkant (in mm) 310 310 560 100 130 100 470 150 100 250 100 100 100 100 100 100 150
Boven (in mm) 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500
Stralingsbereik (in mm) 1000 1000 1000 800 900 800 1100 800 800 840 800 800 800 800 800 800 800
Vereisten
NEN EN 13240
1e/2e niveau BlmSchV
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/ –
DIN Plus
Regensburg-eisen
München-eisen
Aken-eisen
DIBt onafhankelijk van de kamerlucht
DIBt-nr. goedkeuring Z-43.12-278 Z-43.12-364 Z-43.12-320
Art. 15a B-Vg (Oostenrijk)
Verordening Bestrijding luchtvervuiling vanaf 01/2011
(voor Zwitserland)
Vergissingen en wijzigingen voorbehouden.
NL 42
Technische gegevens SENSO M H
2
O PIKO H
2
O
Waterwarmtecapaciteit ca. 5,0 kW * 4,6 kW
Geoorl. bedrijfsoverdruk 3,0 bar 3,0 bar
Max. geoorl. voorlooptemperatuur
1
105 °C 105 °C
Max. bedrijfstemperatuur 95 °C 95 °C
Minimale teruglooptemperatuur 60 °C 60 °C
Waterzijdige weerstand bij 650 l/h 18 mbar 26 mbar
Minimaal debiet thermische afvoerbeveiliging 900 Ltr. 900 Ltr.
Waterinhoud ca. 17 Ltr. ca. 29 Ltr.
APPARATEN MET WATERZIJDIGE AANSLUITINGEN
De waterzijdige aansluitingen zijn aan de achterkant onderaan aangebracht.
* De vermelde waarden zijn gemiddelde waarden van een stookproces. Deze
waarden ontstaan onder testomstandigheden, indien per uur een houthoe-
veelheid van ca. 2,2 kg gekliefd hout wordt verbrand.
1
De in het verwarmingssysteem geïntegreerde thermische afvoerbeveiliging
wordt bij een voorlooptemperatuur van ca. 95 °C ingeschakeld!
NL
NL 43
RUIMTE VOOR UW
AANTEKENINGEN:
NL 44
10. INGEBRUIKNEMINGSPROTOCOL
Datum
Apparaatnr.
(zie typeplaatje)
Installatiebedrijf
Adres opsteller haard
Dichtheid installatie gecontroleerd ja nee
Veiligheidsmechanismen gecontroleerd
(TAS, veiligheidsklep, MAG)
ja nee
Visuele controle van de installatie ja nee
Functietest uitgevoerd ja nee Stookproef uitgevoerd: ja nee
Alleen bij de SENSO M H
2
O / PIKO H
2
O
Verwarmingsinstallatie ontlucht
Bedrijfsdruk gecontroleerd
ja nee
ja nee
De temperaturen tussen inzet en laadunit vermelden:
Teruglooptemperatuur in °C
Voorlooptemperatuur in °C
De gebruiker van de haard geïnstrueerd over het gebruik en de
montage- en gebruikshandleiding overhandigd
Handtekeningen
Monteur / Gebruiker
Jaarlijks uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden
Soort werkzaamheden
Naam
Datum
Handtekening
OPGELET: zorgvuldig bewaren!
Bewaar deze handleiding a.u.b. met een geldig en duidelijk gedateerd aankoopbewijs en houd de gegevens bij eventuele servicewerkzaamheden voor onze monteurs bij de hand.
3

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Spartherm Senso S bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Spartherm Senso S in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 2 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Spartherm Senso S

Spartherm Senso S Gebruiksaanwijzing - Nederlands - 53 pagina's

Spartherm Senso S Gebruiksaanwijzing - Deutsch - 52 pagina's

Spartherm Senso S Gebruiksaanwijzing - English - 53 pagina's

Spartherm Senso S Gebruiksaanwijzing - Français - 53 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info