788208
11
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/28
Pagina verder
Inductiekookplaat
EX...LY...
nl Gebruikershandleiding
Register your product on My Siemens and discover exclusive servi-
ces and offers.
siemens-home.bsh-group.com/welcome
The future moving in.
Siemens Home Appliances
nl Veiligheid
2
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer infor-
matie.
Inhoudsopgave
1 Veiligheid..............................................................2
2 Materiële schade voorkomen ..............................4
3 Milieubescherming en besparing........................5
4 Geschikt kookgerei ..............................................5
5 Uw apparaat leren kennen...................................7
6 Voor het eerste gebruik .......................................8
7 De Bediening in essentie.....................................8
8 flexInduction.......................................................10
9 flexInduction Plus ..............................................10
10 powerMove Plus.................................................11
11 Tijdfuncties.........................................................12
12 powerBoost ........................................................12
13 shortBoost..........................................................13
14 Warmhoudfunctie...............................................13
15 flexMotion...........................................................13
16 fryingSensor.......................................................14
17 Kinderslot ...........................................................15
18 Veegbeveiliging..................................................15
19 Individuele veiligheidsuitschakeling ................16
20 Basisinstellingen ...............................................16
21 Kookgerei-test....................................................17
22 HomeConnect ...................................................18
23 Afzuigregeling van het kookveld ......................20
24 Reiniging en onderhoud ....................................21
25 Storingen verhelpen ..........................................22
26 Afvoeren .............................................................23
27 Conformiteitsverklaring.....................................23
28 Servicedienst......................................................24
29 Testgerechten ....................................................24
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡Bewaar de gebruiksaanwijzingen, de appa-
raatpas en de productinformatie voor later
gebruik of voor volgende eigenaren.
¡Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een
deskundige montage volgens de montage-
handleiding. De installateur is verantwoordelijk
voor een goede werking op de plaats van op-
stelling.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡om voedsel en dranken te bereiden.
¡onder toezicht. Houd kortstondige kookpro-
cessen ononderbroken in het oog.
¡voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
Gebruik het apparaat niet:
¡met een externe timer of een separate af-
standsbediening. Dit geldt niet voor het ge-
val dat de werking middels de door
EN50615 genoemde apparaten wordt uit-
geschakeld.
Als u een actief, geïmplanteerd medisch ap-
paraat (zoals een pacemaker of defibrillator)
draagt, ga dan bij uw arts na of dit voldoet
aan de Richtlijn 90/385/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 20
juni 1990 alsmede EN 45502-2-1 en EN
45502-2-2, en conform VDE-AR-E 2750-10 is
geselecteerd, geïmplanteerd en geprogram-
Veiligheid nl
3
meerd. Als aan deze voorwaarden wordt vol-
daan en er bovendien non-ferro pannen met
non-ferro handgrepen worden gebruikt, kan
deze inductiekookplaat zonder bezwaar wor-
den gebruikt, mits dit natuurlijk op de juiste
wijze gebeurt.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veilig gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Zonder toezicht koken op kookplaten met vet
of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorza-
ken.
Verlies hete oliën en vetten daarom nooit
uit het oog.
Nooit proberen om een vuur met water te
blussen, maar het apparaat uitschakelen
en dan de vlammen bijv. met een deksel of
een blusdeken afdekken.
Het kookvlak wordt erg heet.
Nooit brandbare voorwerpen op het kook-
vlak of in de directe omgeving leggen.
Nooit voorwerpen op het kookvlak bewa-
ren.
Het apparaat wordt heet.
Nooit brandbare voorwerpen of spuitbus-
sen bewaren in laden direct onder de kook-
plaat.
Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat on-
gelukken veroorzaken, bijvoorbeeld door
oververhitting, in brand vliegen of ontploffende
materialen.
Dek de kookplaat niet af.
Na gebruik de kookplaat altijd met de hoofd-
schakelaar uitschakelen.
Niet wachten tot de kookplaat automatisch
uitschakelt omdat er zich geen potten en
pannen meer op bevinden.
Levensmiddelen kunnen vuur vatten.
Er moet toezicht worden gehouden op het
kookproces. Een korte procedure moet
permanent worden gecontroleerd.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
zijn aanraakbare onderdelen heet, vooral een
eventueel aanwezig kookplaatframe.
Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Kookplaatbeschermroosters kunnen tot onge-
vallen leiden.
Nooit kookplaatbeschermroosters gebrui-
ken.
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
Het apparaat voor het schoonmaken laten
afkoelen.
Voorwerpen van metaal worden zeer snel
heet op de kookplaat.
Leg nooit voorwerpen van metaal, zoals
messen, vorken, lepels of deksels, op de
kookplaat.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat bescha-
digd raakt, dient dit te worden vervangen
door een speciaal snoer dat verkrijgbaar is
bij de fabrikant of de servicedienst.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Is het oppervlak gescheurd, dan het appa-
raat uitschakelen om een mogelijke elektri-
sche schok te vermijden. Hiervoor het ap-
paraat niet aan de hoofdschakelaar, maar
via de zekering in de meterkast uitschake-
len.
nl Materiële schade voorkomen
4
Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de zekering in de
meterkast uitschakelen.
Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina24
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
Bij hete apparaatonderdelen kan de kabeliso-
latie van elektrische apparaten smelten.
Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elek-
trische apparaten nooit in contact komt met
hete onderdelen van het apparaat.
Contact van metalen voorwerpen met de zich
aan de onderkant van de kookplaat bevinden-
de ventilator kan leiden tot een elektrische
schok.
Bewaar geen lange, puntige metalen voor-
werpen in de lade onder de kookplaat.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van
de pan en de kookzone, kunnen kookpannen
plotseling omhoog springen.
Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem
van de pan altijd droog zijn.
Nooit bevroren kookgerei gebruiken.
Bij de bereiding au-bain-marie kunnen de
kookplaat en kookvorm barsten door overver-
hitting.
De au-bain-marie kookvorm mag niet in di-
rect contact komen met de bodem van de
pan die met water is gevuld.
Gebruik alleen hittebestendige vormen.
Een apparaat met een gebarsten of gebroken
oppervlak kan tot snijwonden leiden.
Het apparaat niet gebruiken als het opper-
vlak ervan gebarsten of gebroken is.
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
2  Materiële schade voorkomen
Hier vindt u de meest voorkomende oorzaken van schade en tips om deze te voorkomen.
Schade Oorzaak Maatregel
Vlekken Bereiden zonder toezicht. Het bereidingsproces in de gaten houden.
Vlekken, defecten Gemorste levensmiddelen, vooral diegene
met hoog suikergehalte.
Onmiddellijk met een schraper voor vitroke-
ramische kookplaat verwijderen.
Vlekken, defecten of
breuken in het glas
Defect kookgerei, kookgerei met gesmolten
emaille of kookgerei met koperen- of alumini-
umbodem.
Gebruik geschikt kookgerei dat in een goede
conditie is.
Vlekken, verkleurin-
gen
Ongeschikte reinigingsmethoden. Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die ge-
schikt zijn voor glaskeramiek en reinig de
kookplaat alleen wanneer deze koud is.
Defecten of breuken
in het glas
Stoten of vallend kookgerei, kookaccessoires
of andere harde of scherpe voorwerpen.
Bij het koken niet tegen het glas stoten of
voorwerpen op de kookplaat laten vallen.
Krassen, verkleurin-
gen
Ruwe pannenbodems of het verplaatsen van
de pan op de kookplaat.
Kookgerei controleren. Kookgerei bij het ver-
plaatsen optillen.
Krassen Zout, suiker of zand. Gebruik de kookplaat niet als plaats om iets
op te zetten of als werkvlak.
Schade aan het ap-
paraat!
Koken met diepgevroren kookgerei. Nooit bevroren kookgerei gebruiken.
Milieubescherming en besparing nl
5
Schade Oorzaak Maatregel
Schade aan de pan
of aan het apparaat
Koken zonder inhoud. Nooit een pan zonder inhoud op een hete
kookzone plaatsen of verhitten.
Glasbeschadigingen Gesmolten materiaal op de hete kookzone of
hete deksels van pannen op het glas.
Geen bakpapier of aluminiumfolie en geen
kunststof containers of pandeksels op de
kookplaat leggen.
Oververhitting Heet kookgerei op het bedieningspaneel of
op het kader.
Plaats heet kookgerei nooit op deze gebie-
den.
LET OP!
Deze kookplaat beschikt aan de onderkant over een
ventilator.
Als er zich onder de kookplaat een lade bevindt, be-
waar daarin dan geen kleine of scherpe voorwer-
pen, geen papier en geen theedoeken. Deze voor-
werpen kunnen aangezogen worden en de ventila-
tor beschadigen of de koeling belemmeren.
Tussen de inhoud van de lade en de ventilator-in-
gang moet een minimale afstand van 2cm worden
aangehouden.
3  Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaat
minder energie.
Een kookzone kiezen die bij de grootte van de pan
past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen.
Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die over-
eenkomt met de diameter van de kookzone.
Tip:Fabrikanten van kookgerei geven vaak de boven-
diameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de
bodemdiameter.
¡Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedekte
kookzones verbruiken veel energie.
Pannen afsluiten met een passend deksel.
¡Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaat
aanzienlijk meer energie nodig.
Deksel zo min mogelijk oplichten.
¡Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel
energie.
Glazen deksel gebruiken.
¡Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zon-
der het deksel op te lichten.
Pannen met vlakke bodem gebruiken.
¡Als de bodem niet vlak is, wordt het energiever-
bruik hoger.
Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levens-
middel.
¡Groot kookgerei met weinig product heeft meer
energie nodig om op te warmen.
Met weinig water koken.
¡Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meer
energie is er nodig om op te warmen.
Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand.
¡Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie.
Productinformatie conform (EU) 66/2014 vindt u op de
meegeleveerde apparaatpas en op het intern op de
productpagina van uw apparaat.
4  Geschikt kookgerei
Een voor inductiekoken geschikt kookgerei moet een
ferromagnetische bodem hebben, dus door een mag-
neet worden aangetrokken, en verder moet de bodem
even groot zijn als de kookzone. Wanneer het kookge-
nl Geschikt kookgerei
6
rei op een kookplaat niet herkend kan worden, plaats
dan het kookgerei op een kookplaat met de eerstvol-
gende kleinere diameter.
4.1 Grootte en kenmerken van het
kookgerei
Houd om het kookgerei correct te kunnen herkennen,
rekening met de grootte en het materiaal van het kook-
gerei. Alle panbodems moeten volledig vlak en glad
zijn.
Met Kookgerei-test kunt u controleren of uw kookgerei
geschikt is. Meer informatie vindt u onder
→"Kookgerei-test", Pagina17.
Kookgerei Materialen Eigenschappen
Aanbevolen kookge-
rei
Edelstalen kookgerei met sandwich-bodem
welke de warmte goed verdeelt.
Dit kookgerei verdeelt de warmte gelijkmatig,
warmt snel op en waarborgt zijn herkenning.
Ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerd
staal, gietijzer, of speciale pannen voor in-
ductie van edelstaal.
Dit kookgerei warmt snel op en waarborgt
zijn herkenning.
Geschikt De bodem is niet volledig ferromagnetisch. Als de diameter van het ferromagnetische
oppervlak kleiner is dan de bodem van het
kookgerei, warmt alleen het ferromagneti-
sche oppervlak op. Daardoor verdeelt de
warmte niet gelijkmatig.
Kookgereibodems met aluminiumaandeel. Deze verkleinen het ferromagnetische opper-
vlak, waardoor er minder vermogen aan de
pan kan worden afgegeven. Het kan zijn dat
deze pannen onvoldoende of helemaal niet
worden herkend en daarom ook onvoldoen-
de worden verwarmd.
Niet geschikt Kookgerei van normaal dun staal, glas, aar-
dewerk, koper of aluminium.
Opmerkingen
¡Gebruik tussen de kookplaat en de pan in principe
geen adapterplaten.
¡Verwarm geen leeg kookgerei en geen kookgerei
met dunne bodem, omdat deze zeer sterk verhit
kunnen raken.
Uw apparaat leren kennen nl
7
5  Uw apparaat leren kennen
5.1 Koken met inductie
Vergeleken met gangbare kookplaten brengt inductie-
koken enkele veranderingen met zich mee en biedt het
een aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het ko-
ken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudi-
ger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een betere
warmteregeling, omdat de warmte direct in het kookge-
rei wordt opgewekt.
5.2 Bedieningspaneel
Individuele details, zoals kleur en vorm, kunnen afwij-
ken van de illustratie.
Tip:Houd het bedieningspaneel schoon en droog.
Opmerking:Geen pannen in de buurt van de displays
en sensoren plaatsen. De elektronica kan oververhit ra-
ken.
Keuzesensoren
Wanneer de kookplaat opwarmt, lichten de symbolen
van de bedieningsvlakken op die op dat moment be-
schikbaar zijn.
Sensor Functie
⁠ Hoofdschakelaar
⁠ Kookzone kiezen
⁠ Instelgedeelte
⁠ powerBoost / shortBoost
⁠ flexInduction
⁠ powerMove Plus
⁠ Veegbeveiliging / Kinderslot
⁠ Warmhoudfunctie
⁠ fryingSensor
⁠ Uitschakeltimer / Timer
⁠ countUp function
⁠ WiFi
⁠ cookConnect System
⁠ Verlichting van de kap
Afhankelijk van de status van de kookplaat lichten ook
de indicatoren voor de kookzones en de verschillende
geactiveerde en beschikbare functies op.
5.3 Verdeling van de kookzones
Het aangegeven vermogen wordt gemeten met de ge-
normeerde pannen, die in IEC/EN 60335-2-6 zijn be-
schreven. Het vermogen kan al naar gelang de grootte
of materiaal van het kookgerei variëren.
A A
Gebied Hoogste kookstand
⁠ ⁠ ⁠ ⁠ Vermogensstand 9
powerBoost
2.200W
3.700W
⁠ ⁠ Vermogensstand 9
powerBoost
3.300W
3.700W
⁠ ⁠ ⁠ Vermogensstand 9
powerBoost
2.600W
3.700W
⁠ ⁠ ⁠ Vermogensstand 9
powerBoost
3.300W
3.700W
nl Voor het eerste gebruik
8
5.4 Kookzone
Controleer voordat u met het koken begint of het for-
maat van de pan bij de kookzone past waarmee u
kookt:
Gebied Type kookzone
⁠ Kookzone van één enkele kring
⁠ Flex-Zone
→"flexInduction", Pagina10
⁠ / ⁠ Uitgebreide Flex Zone
→"flexInduction Plus", Pagina10
5.5 Restwarmte-indicatie
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarm-
te-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt,
mag u de kookzone niet aanraken.
Indicatie Betekenis
⁠ De kookzone is heet.
⁠ De kookzone is warm.
6  Voor het eerste gebruik
Houd de volgende adviezen aan.
6.1 Home Connect instellen
Wanneer het apparaat voor de eerste keer wordt inge-
schakeld, wordt de instelling van het thuisnetwerk op-
gevraagd. Op het display licht gedurende enkele se-
conden het symbool ⁠ op.
Om de aansluitinstelling te starten, de sensor ⁠ aanra-
ken en de aanwijzingen in het hoofdstuk
→"HomeConnect ", Pagina18 opvolgen. Om de eer-
ste instelling te verlaten een willekeurige sensor aanra-
ken.
7  De Bediening in essentie
7.1 Kookplaat inschakelen
⁠ aanraken.
De symbolen van de kookzones en de momenteel
beschikbare functies branden.
aDe kookplaat is klaar voor gebruik.
reStart
Wanneer u het apparaat binnen 4seconden na het
uitschakelen weer inschakelt, treedt de kookplaat in
werking met de vorige instellingen.
7.2 De kookplaat uitschakelen
⁠ aanraken tot de indicaties doven.
aAlle kookzones zijn uitgeschakeld.
Opmerking:Wanneer alle kookzones langer dan
20seconden uitgeschakeld zijn, dan schakelt de kook-
plaat uit.
7.3 De vermogensstand in de kookzones
instellen
De kookzone heeft 17 vermogensstanden, die van ⁠ tot
⁠ met tussenwaarden worden weergegeven. Voor het
product en het geplande bereidingsproces de meest
geschikte vermogensstand kiezen.
1. ⁠ van de gewenste kookzone aanraken.
aDe indicatie ⁠ is helderder verlicht.
2. Selecteer de gewenste vermogensstand in het in-
stelgebied.
aDe vermogensstand is ingesteld.
Opmerking:Wanneer er geen kookgerei op de kook-
plaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert de
gekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordt
de kookzone uitgeschakeld.
quickStart
Wanneer u vóór het inschakelen kookgerei op de
kookplaat plaatst, dan wordt dit bij het inschakelen
herkend en wordt de betreffende kookzone automa-
tisch gekozen. Vervolgens in de volgende 20 secon-
den de vermogensstand kiezen, anders schakelt de
kookplaat zelf uit.
Vermogensstand wijzigen of kookzone
uitschakelen
1. De kookzone kiezen.
2. Kies in het instelbereik de gewenste kookstand of
op ⁠ instellen.
aDe kookstand van de kookzone wijzigt of de kook-
zone schakelt uit en de restwarmte-indicatie ver-
schijnt.
De Bediening in essentie nl
9
7.4 Kooktips
¡Wanneer u puree, romige soepen of dikvloeibare
sauzen opwarmt, deze af en toe omroeren.
¡Om voor te verwarmen, kookstand 8-9 instellen.
¡Wanneer u bereidt met deksel, de kookstand verla-
gen zodra er stoom vrijkomt. Het bereidingsresultaat
wordt door het vrijkomen van stoom niet beïnvloed.
¡Doe na het bereiden een deksel op het kookgerei,
totdat u het gerecht serveert.
¡Houd voor het bereiden met de snelkookpan de
aanwijzingen van de fabrikant aan.
¡Levensmiddelen niet te lang bereiden, voor het be-
houd van de voedingswaarde. Met de kookwekker
kunt u de optimale bereidingstijd instellen.
¡Zorg ervoor dat de olie niet rookt.
¡Om de levensmiddelen te bruinen, deze na elkaar
en in kleine porties aanbraden.
¡Sommige pannen kunnen bij het bereiden hoge
temperaturen bereiken. Gebruik daarom pannenlap-
pen.
¡Advies voor energiezuinig koken kunt u vinden on-
der
→"Energie besparen", Pagina5
Kookadviezen
De tabel geeft aan welke vermogensstand ( ⁠) voor
welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd
( ⁠)kan variëren afhankelijk van de soort, het ge-
wicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen.
⁠ ⁠
Smelten
Chocolade, couverture 1-1.5 -
Boter, honing, gelatine 1-2 -
Verwarmen en warm houden
Eenpansgerecht, bijv. linzen-
schotel
1.5-2 -
Melk11.5-2.5 -
Gekookte worstjes13-4 -
Ontdooien en opwarmen
Spinazie, diepvries 3-4 15-25
Goulash, diepvries 3-4 35-55
Gaarstoven, zachtjes laten ko-
ken
Aardappelballetjes 14.5-5.5 20-30
Vis 14-5 10-15
Witte sauzen, bijv. bechamel-
saus
1-2 3-6
Geklopte sauzen, bijv. bearnai-
sesaus, hollandaisesaus
3-4 8-12
Koken, stomen, stoven
Rijst met dubbele hoeveelheid
water
2.5-3.5 15-30
Rijstepap 22-3 30-40
Aardappelen in schil 4.5-5.5 25-35
Gekookte aardappelen 4.5-5.5 15-30
Pasta 16-7 6-10
1Zonder deksel
2Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.5
⁠ ⁠
Eenpansgerecht 3.5-4.5 120-
180
Soepen 3.5-4.5 15-60
Groente 2.5-3.5 10-20
Groente, diepvries 3.5-4.5 7-20
Eenpansgerecht met de snel-
kookpan
4.5-5.5 -
Sudderen
Rollade 4-5 50-65
Stoofvlees 4-5 60-100
Goulash 23-4 50-60
Sudderen / braden met weinig
vet 1
Schnitzel, al dan niet gepa-
neerd
6-7 6-10
Schnitzel, diepvries 6-7 6-12
Koteletten, al dan niet gepa-
neerd
6-7 8-12
Steak (3 cm dik) 7-8 8-12
Borst van gevogelte (2cm dik) 5-6 10-20
Borst van gevogelte, diepvries 5-6 10-30
Gehaktballen (3 cm dik) 4.5-5.5 20-30
Hamburger (2 cm dik) 6-7 10-20
Vis en visfilet, ongepaneerd 5-6 8-20
Vis en visfilet, gepaneerd 6-7 8-20
Vis, gepaneerd en diepvries,
bijv. vissticks
6-7 8-15
Garnalen en krab 7-8 4-10
Sauteren van verse groente en
paddestoelen
7-8 10-20
Pangerechten, groente, vlees in
reepjes op Aziatische wijze
7-8 15-20
Diepvriesgerechten, bijv. koe-
kenpangerechten
6-7 6-10
Pannenkoeken, na elkaar bak-
ken
6.5-7.5 -
Omelet (na elkaar bakken) 3.5-4.5 3-10
Spiegeleieren 5-6 3-6
Frituren, 150-200g per portie
in 1-2l olie, in porties frituren1
Diepvriesproducten, bijv. frites,
kip-nuggets
8-9 -
Kroketten, diepvries 7-8 -
Vlees, bijv. stukken kip 6-7 -
Vis, gepaneerd of in bierdeeg 6-7 -
Groente, paddestoelen, gepa-
neerd, in bierdeeg of in tempu-
ra
6-7 -
Klein gebak, bijv. beignets, Ber-
liner bollen, fruit in bierdeeg
4-5 -
1Zonder deksel
2Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.5
nl flexInduction
10
8  flexInduction
De flexibele kookzone maakt het voor u mogelijk om
kookgerei in gelijk welke vorm of grootte naar wens te
plaatsen. Hij bestaat uit vier inductoren, die onafhanke-
lijk van elkaar functioneren. Is de flexibele kookzone in
gebruik, dan wordt alleen het gebied geactiveerd dat
door de pan wordt bedekt.
8.1 Plaatsen van het kookgerei
De flexibele kookzone kan op twee manieren worden
geconfigureerd, al naar gelang welk kookgerei wordt
gebruikt. Om een goede warmteherkenning en warmte-
verdeling te waarborgen, het kookgerei goed gecen-
treerd te plaatsen, zoals op de afbeeldingen is weerge-
geven.
Als een gecombineerde kookzone
Aanbevolen voor het komen met slechts één stuk
kookgerei.
¡Plaatsen van het kookgerei afhankelijk van de groot-
te:
¡Aanbevolen langwerpig kookgerei ⁠:
Als twee gescheiden kookzones
Aanbevolen voor het koken met twee stukken kookge-
rei.
U kunt de voorste en achterste zone gescheiden van
elkaar gebruiken en voor elke een eigen vermogens-
stand instellen.
Attentie
Plaats geen kookgerei in het midden tussen de rechter-
en linkerzone. De kookzones worden anders niet cor-
rect geactiveerd en u realiseert geen goed bereidings-
resultaat.
8.2 flexInduction scheiden
Standaard is kookzone zo geconfigureerd dat de beide
kookzones met elkaar zijn verbonden. On de kookzo-
nes te scheiden:
1. Kies één van de beide kookzones.
2. Druk op ⁠.
aDe indicatie brandt. De Flex Zone is gescheiden.
Opmerkingen
¡Zo kunt u de standaard instelling van de flexibele
kookzone wijzigen. In het hoofdstuk Basisinstellin-
gen kunt u nalezen hoe u de waarden verandert
→Pagina16.
¡Als u de pan van de actieve kookzone verplaatst of
optilt, start de kookzone een automatische zoek-
functie en de eerder gekozen kookstand blijft be-
houden.
8.3 flexInduction verbinden
Raak ⁠ aan.
aDe kookzones zijn verbonden en werken weer sa-
men.
9  flexInduction Plus
Met de uitgebreide kookzone kunt u met groter kook-
gerei koken of langwerpig kookgerei zijwaarts plaatsen.
De uitbreiding schakelt steeds in combinatie met een
van beide flexibele kookzones in. U kunt de uitbreiding
niet afzonderlijk inschakelen.
powerMove Plus nl
11
9.1 Plaatsen van het kookgerei
overeenkomstig de vorm en het formaat
Plaats het kookgerei in het midden boven het achterste
gedeelte van de flexibele kookzone en de uitbreiding
ervan.
Afhankelijk van het formaat van het kookgerei en het
afgedekte kookvlak kunt u de flexibele kookzone als
twee gescheiden of als een samenhangende kookzone
inschakelen:
9.2 flexInduction Plus activeren
1. Het kookgerei op de flexibele kookzone plaatsen en
hierbij de uitbreiding afdekken.
2. Kookzone en vermogensstand kiezen De indicaties
voor de kookzone en ⁠ voor de uitgebreide zone
branden.
aDe zone is geactiveerd.
Opmerking:Als de indicatie niet brandt, dan het kook-
gerei optillen en weer op de kookzone plaatsen.
9.3 flexInduction Plus deactiveren
De kookzone kiezen en in het instelgebied op ⁠ zet-
ten.
aDe functie is gedeactiveerd.
10  powerMove Plus
Met deze functie kunt u de vermogensstand van het
kookgerei wijzigen, door het gewoon in de flexibele
kookzone naar voren of terug te schuiven. De zone
wordt hievoor in drie gebieden met verschillende ver-
mogensstanden onderverdeeld.
10.1 Plaatsen en verplaatsen van het
kookgerei
Slechts een stuk kookgerei gebruiken. Het kookgebied
hangt van het gebruikte kookgerei en zijn grootte en
positie af.
Elk kookgebied heeft een vooraf ingestelde vermo-
gensstand:
¡Voorste gebied = kookstand ⁠
¡Middelste gebied = kookstand ⁠
¡Achterste gebied = kookstand ⁠.⁠
U kunt de standaardinstelling van de vooringestelde
vermogensstanden wijzigen. In het hoofdstuk Basisin-
stellingen kunt u nalezen hoe u de waarden verandert
→Pagina16.
10.2 powerMove Plus activeren
Vereiste:Slechts één stuk kookgerei op een flexibele
zone plaatsen.
1. Een van de beide kookzones van de flexibele zone
kiezen.
2. Op ⁠ drukken.
a⁠ brandt helderder en de vermogensstand van het
gebied waarin de pan zich bevindt, brandt.
aDe functie is ingeschakeld.
Opmerking:U kunt de vermogensstanden van de ge-
bieden tijdens het koken wijzigen.
10.3 powerMove Plus deactiveren
⁠ aanraken
a⁠ is zwakker verlicht.
aDe functie is gedeactiveerd.
nl Tijdfuncties
12
11  Tijdfuncties
Uw kookplaat beschikt over verschillende instellingen
voor de bereidingstijd:
¡Uitschakeltimer
¡Timer
¡countUp function
11.1 Uitschakeltimer
Maakt de programmering van een bereidingstijd voor
één of meerdere kookzones mogelijk. Na het verstrij-
ken van de tijd wordt de kookzone automatisch uitge-
schakeld.
Uitschakeltimer inschakelen
1. ⁠ twee keer aanraken.
aDe indicaties ⁠ en ⁠ zijn verlicht.
2. De gewenste kookzone en bereidingstijd kiezen.
aDe indicatie ⁠ van de kookzone licht op.
3. Met ⁠ bevestigen.
4. De gewenste vermogensstand kiezen.
aDe bereidingstijd begint af te lopen.
aWanneer de bereidingstijd is verstreken, schakelt de
kookzone uit en er klinkt een geluidssignaal.
Opmerking:Wanneer in een kookzone, waarin
fryingSensor is geactiveerd, een bereidingstijd is gepro-
grammeerd, begint de geprogrammeerde bereidings-
tijd af te tellen, zodra het gekozen temperatuurniveau is
bereikt.
Uitschakeltimer wijzigen of uitschakelen
1. ⁠ twee keer aanraken.
2. Kies de kookzone.
3. Om de tijd te wissen, in het instelbereik de tijd wijzi-
gen of op ⁠ instellen.
4. Bevestig met ⁠.
11.2 Timer
Maakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot
99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzo-
nes en andere instellingen. Deze schakelt de kookzo-
nes niet automatisch uit.
Timer inschakelen
1. Raak ⁠ aan.
a⁠ en ⁠ branden.
2. Stel in het instelbereik de gewenste tijd in.
3. Bevestig met ⁠.
aDe tijd begint af te lopen.
aAls de tijd is verstreken, klinkt er een signaal en
knipperen de displays.
Timer wijzigen of uitschakelen
1. Raak ⁠ aan.
2. Om de tijd te wissen, in het instelbereik de tijd wijzi-
gen of op ⁠ instellen.
3. Met ⁠ bevestigen.
11.3 countUp function
De stopwatchfunctie geeft de tijd weer die sinds de ac-
tivering is verstreken.
Schakel countUp function in
Raak ⁠ aan.
a⁠ branden.
aDe tijd begint af te lopen.
Schakel countUp function uit
Raak ⁠ aan.
aDe indicaties van de looptijdprogrammeerfunctie
gaan uit.
aDe functie is gedeactiveerd.
12  powerBoost
Met deze functie verhit u grote hoeveelheden water
sneller dan met ⁠.
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor
zover de andere kookzone van dezelfde groep niet in
gebruik is.
12.1 powerBoost inschakelen
1. Kies de kookzone.
2. Op ⁠ tippen. De indicatie ⁠ brandt.
aDe functie is ingeschakeld.
Opmerking:Deze functie kunt u ook bij het koken met
samenhangende FlexZone inschakelen.
12.2 powerBoost uitschakelen
1. Kies de kookzone.
2. Op ⁠ tippen. De indicatie ⁠ verdwijnt en de kookzo-
ne schakelt terug naar de kookstand ⁠.
aDe functie is gedeactiveerd.
Opmerking:Onder bepaalde omstandigheden kan de-
ze functie automatisch uitschakelen, om de elektroni-
sche elementen binnenin de kookplaat te beschermen.
shortBoost nl
13
13  shortBoost
Met deze functie verhit u pannen sneller dan met ⁠.
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor
zover de andere kookzone van dezelfde groep niet in
gebruik is.
13.1 Gebruiksadviezen
¡Leg geen deksel op de pan.
¡Nooit lege pannen zonder toezicht verhitten.
¡Alleen koude pannen gebruiken.
¡Pannen met volkomen effen bodem gebruiken.
Geen pannen met dunne bodem gebruiken.
13.2 Schakel shortBoost in
1. Kies de kookzone.
2. Twee keer op ⁠ tippen. ⁠is verlicht.
aDe functie is ingeschakeld.
Opmerking:Deze functie kunt u ook bij het koken met
samenhangende FlexZone inschakelen.
13.3 shortBoost uitschakelen
1. Kies de kookzone.
2. Op ⁠ tippen. ⁠ dooft en de kookzone schakelt te-
rug naar de kookstand ⁠.
aDe functie is gedeactiveerd.
Opmerking:Om hoge temperaturen te vermijden scha-
kelt deze functie na 30 seconden automatisch uit.
14  Warmhoudfunctie
Deze functie kunt u gebruiken om chocolade of boter
te smelten en gerechten warm te houden.
14.1 Schakel Warmhoudfunctie in
1. Druk op ⁠.
2. Kies in de volgende 10seconden de gewenste
kookzone.
⁠ brandt.
aDe functie start.
14.2 Schakel Warmhoudfunctie uit
1. Raak ⁠ aan.
2. Selecteer kookzone.
⁠ verdwijnt.
De kookzone gaat uit en de restwarmte-indicatie
brandt.
aDe functie is gedeactiveerd.
15  flexMotion
Met deze functie kunt u de kookstand en de gepro-
grammeerde bereidingstijd van de ene naar de andere
kookzone overdragen.
15.1 flexMotion
Vereiste:Verplaats het kookgerei naar een kookzone
die niet ingeschakeld is en nog niet vooraf is ingesteld
en waarop eerder geen ander kookgerei stond.
1. Verplaats het kookgerei.
Het kookgerei wordt herkend en op het display van
de nieuwe kookzone knipperen afwisselend de eer-
der gekozen kookstand en ⁠.
2. Kies de nieuwe kookzone in de instellingen over te
nemen.
Het apparaat zet het vermogen van de oorspronke-
lijk kookzone op ⁠.
aDe instellingen zijn op de nieuwe kookzone overge-
dragen.
Opmerking:Wanneer u een nieuw kookgerei op een
andere kookzone plaatst, voordat u de instellingen
heeft bevestigd, dan kunt u deze functie voor beide
pannen gebruiken.
nl fryingSensor
14
16  fryingSensor
Is geschikt voor het bereiden of inkoken van sauzen,
pannenkoeken of voor het bakken van eieren met bo-
ter, voor het bakken van groente of steaks tot de ge-
wenste gaarheid en hierbij de temperatuur onder con-
trole houden.
In de plaats van tijdens het koken vaak de vermogens-
stand aan te passen, bij het begin een keer de ge-
wenste doeltemperatuur kiezen. De sensoren onder de
keramische glasplaat meten dan de temperatuur van
het kookgerei en houden deze tijdens het volledige
kookproces constant.
Deze functie is op alle kookzones beschikbaar die met
⁠ zijn gemarkeerd.
16.1 Voordelen
¡De temperatuur wordt constant gehouden zonder
dat u de vermogensstand hoeft te veranderen.
¡Olie wordt niet oververhit. Het aanbranden van de
levensmiddelen wordt verhinderd.
¡De kookzone warmt alleen op wanneer dit nodig is
voor het behouden van de temperatuur, waardoor er
energie wordt gespaard.
16.2 Temperatuurstanden
Temperatuurstanden voor de bereiding van voedsel.
Stan
d
Tempe-
ratuur
Functies Kookgerei
1 120ºC Koken en inkoken
van sauzen, bakken
van groente
2 140ºC In olijfolie of boter
aanbraden
3 160ºC Bakken van vis en
grove levensmidde-
len
4 180ºC Frituren van gepa-
neerde, bevroren en
gegrilde gerechten
5 215ºC Hogetemperatuurgrill
en grillplaat
16.3 Aanbevolen kookgerei
Voor deze functie werd speciaal kookgerei ontwikkeld,
dat optimale resultaten levert.
Kookgerei Aanbevolen kookzone
Koekenpan Ø15cm Kookzone met één ring
Koekenpan Ø19cm Kookzone met één ring
Koekenpan Ø21cm Kookzone met één ring
Koekenpan Ø28cm Uitgebreide FlexZone
Teppanyaki ⁠ FlexZone
Grill ⁠ FlexZone
Het aanbevolen kookgerei kunt u verkrijgen via de ser-
vicedienst, de vakhandel of onze onlineshop siemens-
home.bsh-group.com .
Opmerking:U kunt ook ander kookgerei gebruiken. Af-
hankelijk van de kwaliteit van het kookgerei kan de be-
reikte temperatuur echter van de gekozen temperatuur-
stand afwijken.
16.4 fryingSensor inschakelen
1. Lege pan op de kookzone plaatsen.
2. ⁠ aanraken en aansluitend de kookzone kiezen.
3. In de volgende 10 seconden in het instelgebied de
gewenste temperatuurstand kiezen.
aDe functie start. ⁠ knippert tot de ingestelde
doeltemperatuur is bereikt.
aAls de doeltemperatuur is bereikt, weerklinkt een
signaal en ⁠ stopt met knipperen.
4. Het braadvet en dan het product in de braadpan
doen.
Opmerking:Als u meer dan 250 ml olie nodig hebt om
te koken, dan de olie toevoegen en een paar seconden
wachten voordat u het te bereiden product toevoegt.
16.5 Schakel fryingSensor uit
De kookzone kiezen en ⁠ aanraken.
aDe functie is gedeactiveerd.
16.6 Adviezen voor het koken met de
fryingSensor
De volgende tabel toont de ideale temperatuurstand
voor een selectie van gerechten. De temperatuur ⁠ en
de bereidingstijd ⁠ zijn afhankelijk van de hoeveel-
heid, de toestand en de kwaliteit van de levensmidde-
len.
¡⁠ Braadpan
¡⁠Teppanyaki
¡⁠Grillplaat
Kookgerei ⁠ ⁠
Vlees
Schnitzels ⁠ ⁠ ⁠ 4 6-10
Schnitzel, gepaneerd ⁠ 4 6-10
Filet ⁠ ⁠ ⁠ 4 6-10
Koteletten ⁠ ⁠ ⁠ 3 10-15
Cordon bleu, Wiener Schnit-
zel
⁠ 4 10-15
Steak, rare, 3cm dik ⁠ ⁠ ⁠ 5 6-8
Steak, medium, 3cm dik ⁠ ⁠ ⁠ 5 8-12
Steak, well done, 3cm dik ⁠ ⁠ ⁠ 4 8-12
T-Bone-steak, rare, 4,5cm
dik
⁠ ⁠ ⁠ 5 10-15
T-Bone-steak, medium,
4,5cm dik
⁠ ⁠ ⁠ 5 20-30
Borst van gevogelte, 2cm
dik
⁠ ⁠ ⁠ 3 10-20
Spek ⁠ ⁠ ⁠ 2 5-8
Gehakt ⁠ ⁠ 4 6-10
Hamburger, 1,5cm dik ⁠ ⁠ ⁠ 3 6-15
Vleesballetjes, 2 cm dik ⁠ 3 10-20
Kinderslot nl
15
Kookgerei ⁠ ⁠
Worstjes ⁠ ⁠ ⁠ 3 8-20
Chorizo, verse worst ⁠ ⁠ ⁠ 3 10-20
Brochettes, kebabs ⁠ ⁠ ⁠ 3 10-20
Gyros ⁠ ⁠ 4 7-12
Vis en zeevruchten
Visfilet ⁠ ⁠ ⁠ 4 10-20
Visfilet, gepaneerd ⁠ 4 10-20
Vis, gebakken, heel ⁠ ⁠ ⁠ 3 10-20
Sardienen ⁠ ⁠ ⁠ 4 6-12
Scampi, garnalen ⁠ ⁠ ⁠ 4 4-8
Inktvis, sepia ⁠ ⁠ ⁠ 4 6-12
Eiergerechten
Spiegeleieren in boter ⁠ ⁠ 2 2-6
Spiegeleieren ⁠ ⁠ 4 2-6
Roerei ⁠ ⁠ 2 4-9
Omelet ⁠ ⁠ 2 3-6
French toast ⁠ ⁠ 3 4-8
Crêpes, blini's, tortilla's, ta-
co's
⁠ ⁠ 5 1-3
Groente
Gebakken aardappelen ⁠ ⁠ 5 6-12
Frites ⁠ 4 15-25
Aardappelkoekjes ⁠ ⁠ 5 2-4
Uien, gebraden knoflook ⁠ ⁠ 2 2-10
Uienringen ⁠ 3 5-10
Courgettes, aubergines, pa-
prika
⁠ ⁠ ⁠ 2 4-12
Kookgerei ⁠ ⁠
Groene asperges ⁠ ⁠ ⁠ 3 4-15
Paddestoelen ⁠ ⁠ ⁠ 4 10-15
Groente, in olie gesmoord ⁠ 1 10-20
Groente in tempuradeeg ⁠ 4 5-10
Diepvriesproducten
Chicken nuggets ⁠ 4 10-15
Vissticks ⁠ 4 8-12
Frites ⁠ 5 4-8
Pangerechten ⁠ 3 6-10
Loempia's ⁠ 4 10-30
Pastei, kroketten ⁠ 5 3-8
Sauzen
Tomatensaus ⁠ 1 25-35
Bechamelsaus ⁠ 1 10-20
Kaassaus ⁠ 1 10-20
Zoete sauzen ⁠ 1 15-25
Sauzen, ingekookt ⁠ 1 25-35
Andere
Gebakken kaas ⁠ ⁠ 3 7-10
Croutons ⁠ ⁠ 3 6-10
Geroosterd brood ⁠ ⁠ ⁠ 4 4-8
Droge kant-en-klaarmaaltij-
den
⁠ 1 5-10
Amandelen, walnoten, pijn-
boompitten, geroosterd
⁠ ⁠ 4 3-15
Popcorn ⁠ 5 3-4
17  Kinderslot
De kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermee
voorkomt u dat kinderen de kookplaat inschakelen.
17.1 Kinderslot inschakelen
Vereiste:De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
1. Op ⁠ tippen.
2. Raak ⁠ gedurende 4 seconden aan.
aDe indicatie ⁠ is 10seconden lang verlicht.
aDe kookplaat is geblokkeerd.
17.2 Kinderslot uitschakelen
1. Op ⁠ tippen.
2. Raak ⁠ gedurende 4 seconden aan.
aDe blokkering is opgeheven.
17.3 Automatisch kinderslot
U kunt het kinderslot ook automatisch elke keer na het
uitschakelen van de kookplaat activeren.
In het hoofdstuk Basisinstellingen kunt u nalezen hoe u
de functie in- en uitschakelt. →Pagina16
18  Veegbeveiliging
Zorgt voor een blokkering van het bedieningspaneel,
zodat bij het reinigen instellingen niet ongewild worden
gewijzigd.
De reinigingsblokkering heeft geen invloed op de
hoofdschakelaar.
18.1 Schakel Veegbeveiliging in
Druk op ⁠. Er klinkt een waarschuwingssignaal en
⁠ brandt.
aHet bedieningspaneel is gedurende 35seconden
geblokkeerd. 5 seconden voor het uitschakelen
klinkt een signaal.
nl Individuele veiligheidsuitschakeling
16
18.2 Schakel Veegbeveiliging uit
Voor het voortijdig uitschakelen van de functie:
symbool ⁠ aan.
aHet bedieningspaneel is ontgrendeld.
19  Individuele veiligheidsuitschakeling
Is een kookzone lange tijd in gebruik en heeft u de in-
stelling niet veranderd, dan wordt de automatische uit-
schakeling geactiveerd. De kookzone geeft ⁠ ⁠ weer en
schakelt uit.
De tijd van 1 tot 10 uur hangt van de geselecteerde
vermogensstand af.
Druk op een willekeurige button.
20  Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
20.1 Overzicht van de basisinstellingen
Indicatie Instelling Waarde
⁠ ⁠ Kinderslot ⁠ - Handmatig.1
⁠ Automatisch.
⁠ – Uitgeschakeld
⁠ ⁠ Akoestische signalen ⁠ – Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld.
⁠ – Alleen het foutsignaal is ingeschakeld.
⁠ – Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld.
⁠ – Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld 1.
⁠ ⁠ Weergave energieverbruik
Toont het totale energieverbruik tussen het
in- en uitschakelen van de kookplaat in kWh.
De precisie van de indicatie is onder andere
afhankelijk van de spanningskwaliteit van het
elektriciteitsnet.
⁠ – Uitgeschakeld1
⁠ – Ingeschakeld
⁠ ⁠ Automatisch uitschakelen van de kookzones. ⁠ ⁠ - uitgeschakeld.1
⁠ ⁠- ⁠ ⁠ - Tijd tot het automatisch uitschakelen.
⁠ ⁠ Duur van het timer-einde-geluidssignaal ⁠ – 10seconden 1
⁠ – 30seconden
⁠ - 1 minuut
⁠ ⁠ Vermogensbegrenzing
Maakt indien nodig de begrenzing mogelijk
van het totale vermogen van de kookplaat,
indien vereist, op basis van de omstandighe-
den van uw elektrische installatie. De be-
schikbare instellingen zijn afhankelijk van het
maximale vermogen van de kookplaat. Pre-
cieze gegevens vindt u op het typeplaatje.
Wanneer de functie actief is en de kookplaat
de ingestelde vermogensgrens bereikt, dan
wordt ⁠ weergegeven en u kunt geen hogere
vermogensstand kiezen.
⁠ - Uitgeschakeld. Maximaal vermogen van de kookplaat
1.
⁠ - 1000 W. Laagste stand.
⁠. - 1500 W.
...
⁠ - 3000 W. Aanbevolen voor 13 ampère.
⁠. - 3500 W. Aanbevolen voor 16 ampère.
⁠ - 4000 W.
⁠. - 4500 W. Aanbevolen voor 20 ampère.
...
⁠ - Maximaal vermogen van de kookplaat.
⁠ ⁠ ⁠ powerMove Plus
Maakt de wijziging mogelijk van de vooringe-
stelde vermogensstanden van de drie kook-
bereiken van de flexibele kookzone.
Kies hiervoor een van de beide kookzones,
stel de gewenste vermogensstand in het in-
stelbereik in raak ⁠ aan om de nieuwe ver-
mogensstand te bevestigen en de volgende
kookzone te selecteren.
⁠ - Vooringestelde vermogensstand voor de voorste
kookzone.
⁠ - Vooringestelde vermogensstand voor de middelste
kookzone.
⁠. ⁠ - Vooringestelde vermogensstand voor de achterste
kookzone.
1Fabrieksinstelling
Kookgerei-test nl
17
Indicatie Instelling Waarde
⁠ ⁠ ⁠ Kookgerei-test
Met deze functie kunt u de kwaliteit van het
kookgerei controleren.
⁠ - Niet geschikt.
⁠ - Niet optimaal.
⁠ - Geschikt.
⁠ ⁠ ⁠ flexInduction
Inschakelmodus van de FlexZone wijzigen.
⁠ - Als twee onafhankelijke kookzones.
⁠ - Als een gecombineerde kookzone.1
⁠ ⁠ Terugzetten naar de fabrieksinstellingen ⁠ - Individuele instellingen 1.
⁠ - Fabrieksinstellingen.
1Fabrieksinstelling
20.2 Naar de basisinstellingen
Vereiste:De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
1. Raak ⁠ aan om de kookplaat in te schakelen.
2. Raak binnen de volgende 10 seconden ⁠ 4 secon-
den lang aan.
Productinformatie Indicatie
Lijst van de Technische Service (TS) ⁠ ⁠
Fabricagenummer ⁠ ⁠
Fabricagenummer 1 ⁠ ⁠.
Fabricagenummer 2 ⁠. ⁠
aDe eerste vier indicaties geven de productinformatie
weer. Raak het instelgebied aan, om de afzonderlij-
ke indicaties te kunnen zien.
3. Raak ⁠ aan om naar de basisinstellingen te gaan.
a⁠ ⁠ en ⁠ lichten op als voorinstelling.
4. Raak ⁠ net zo lang aan totdat de gewenste instel-
ling verschijnt.
5. De gewenste instelling in het instelbereik kiezen.
6. Raak ⁠ gedurende 4 seconden aan.
aDe instellingen zijn opgeslagen.
20.3 Wijzigen van de basisinstellingen
annuleren
Raak ⁠ aan.
aAlle wijzigingen werden verworpen en niet opgesla-
gen.
21  Kookgerei-test
De kwaliteit van de pan heeft een grote invloed op de
snelheid en het resultaat van het kookproces.
Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei
testen.
Ga vóór de test na of de diameter van de bodem van
de pan met de grootte van de gebruikte kookzone
overeenstemt.
De toegang vindt plaats via de basisinstellingen.
→Pagina16
21.1 Kookgerei-test uitvoeren
De flexibele kookzone is als enige kookzone zo inge-
steld dat deze slechts één enkele pan controleert.
1. Plaats het kookgerei bij kamertemperatuur met ca.
200ml water midden op die kookzone, waarvan de
diameter het best overeenkomt met de diameter van
de bodem van het kookgerei.
2. Roep de basisinstellingen op en kies ⁠ ⁠ ⁠.
3. Het instelgebied aanraken. Op de kookzone knip-
pert de indicatie ⁠.
aDe test is bezig.
aNa 10 seconden verschijnt het resultaat op het
kookzonedisplay.
21.2 Resultaat controleren
In de volgende tabel kunt u zien wat het resultaat voor
kwaliteit en snelheid van het kookproces betekent.
Resultaat
Het kookgerei is voor de kookzone niet geschikt
en wordt daarom niet opgewarmd.
Het kookgerei warmt langzamer op dan verwacht
en het kookproces verloopt niet optimaal.
Het kookgerei wordt goed warm en het kookpro-
ces is in orde.
Raak om deze functie te activeren het instelbereik aan.
nl HomeConnect
18
22  HomeConnect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw
apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te
kunnen bedienen via de HomeConnect app, basisin-
stellingen aan te passen of de actuele gebruikstoe-
stand te bewaken.
De HomeConnect diensten zijn niet in elk land be-
schikbaar. De beschikbaarheid van de functie Ho-
meConnect is afhankelijk van de beschikbaarheid van
de HomeConnect diensten in uw land. Informatie hier-
over vindt u op: www.home-connect.com.
De HomeConnect app leidt u door het gehele aanmel-
dingsproces. Volg de aanwijzingen in de HomeCon-
nect app om de instellingen aan te brengen.
Tips
¡Neem de meegeleverde documenten vanHo-
meConnect in acht.
¡Neem ook de aanwijzingen in deHomeCon-
nectapp in acht.
Opmerkingen
¡Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze ge-
bruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook wor-
den nageleefd wanneer u het apparaat via de Ho-
meConnect app bedient.
→"Veiligheid", Pagina2
¡Kookplaten zijn niet bedoeld voor gebruik zonder
toezicht. Het bereidingsproces moet in de gaten
worden gehouden.
¡De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang.
Gedurende deze tijd is de bediening via de Ho-
meConnectapp niet mogelijk.
¡In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het ap-
paraat max.2W nodig.
22.1 HomeConnect instellen
Vereisten
¡Het apparaat is verbonden met het elektriciteitsnet
en ingeschakeld.
¡U beschikt over een mobiel eindapparaat met een
actuele versie van het iOS- of Android besturingssys-
teem, bijvoorbeeld een smartphone.
¡Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden
zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw
thuisnetwerk.
1. De HomeConnect app downloaden.
2. De HomeConnect app openen en de volgende QR-
code scannen.
3. De aanwijzingen in de HomeConnect app opvol-
gen.
22.2 Overzicht van de HomeConnect instellingen
In de basisinstellingen van uw kookplaat kunt u voor HomeConnect instellingen en netwerkinstellingen aanpassen.
Instelling Selectie of weergave Extra informatie
⁠ ⁠ ⁠ Netwerkverbinding
⁠ – Niet verbonden/netwerkverbinding
verbreken
⁠ - Automatisch verbinden
⁠ - Handmatig verbinden
⁠ - Verbonden
Kookplaat in het WLAN-thuisnetwerk (WiFi) aanmelden of
netwerkverbinding verbreken
⁠ ⁠ ⁠ Verbinding met app
⁠ - Niet verbonden
⁠ – Verbinding maken
⁠ ⁠ ⁠ wordt alleen weergegeven als de kookplaat met
het thuisnetwerk is verbonden.
⁠ ⁠ ⁠ Verbinding met WiFi
⁠ – Draadloze module uitgeschakeld
⁠ – Draadloze module ingeschakeld
Wanneer WiFi is geactiveerd, kunt u gebruikmaken van
de HomeConnect functionaliteit.
⁠ ⁠ ⁠ wordt alleen weergegeven, wanneer de kookplaat
al een keer met het netwerk werd verbonden.
⁠ ⁠ ⁠ Instelling via app
⁠ – Uitgeschakeld
⁠ – Ingeschakeld1
Als ⁠ ⁠ ⁠ is uitgeschakeld, worden uitsluitend de bedrijfs-
toestanden van de kookplaat in de HomeConnect app
weergegeven.
1Fabrieksinstelling
HomeConnect  nl
19
Instelling Selectie of weergave Extra informatie
⁠ ⁠ ⁠ Software-update
⁠ – Update beschikbaar en gereed
voor installatie
⁠ – Installatie starten
⁠ ⁠ ⁠ wordt alleen weergegeven wanneer er een softwa-
re-update beschikbaar is.
⁠ ⁠ ⁠ Toegang op afstand door servicedienst
regelen
⁠ – Niet toegestaan
⁠ - Toegestaan
⁠ ⁠ ⁠ wordt alleen weergegeven wanneer de service-
dienst verbinding probeert te maken met de kookplaat.
Nadat u toegang heeft verleend, kunt u deze op elk ge-
wenst moment weer beëindigen.
⁠ ⁠ ⁠ WiFi-signaalsterkte laten weergeven
⁠ – Niet verbonden met het WiFi-thuis-
netwerk
⁠ – Signaalsterkte 1 (slecht)
⁠ – Signaalsterkte 2 (gemiddeld)
⁠ – Signaalsterkte 3 (goed)
⁠ ⁠ ⁠ wordt alleen weergegeven als er een verbinding is
met het thuisnetwerk (WiFi).
⁠ ⁠ ⁠ Verbinding met de HomeConnect ser-
ver
⁠ - Niet verbonden
⁠ - Verbonden
⁠ ⁠ ⁠ wordt alleen weergegeven als er een verbinding is
met het thuisnetwerk (WiFi).
1Fabrieksinstelling
22.3 Instellingen via de HomeConnect app
wijzigen
Met de HomeConnect app kunt u de instellingen voor
de kookzones wijzigen en naar de kookplaat sturen.
Vereisten
¡De kookplaat is met het thuisnetwerk en de Ho-
meConnect app verbonden.
¡Om de kookplaat via de HomeConnect app in te
kunnen stellen, moet in de basisinstellingen ⁠ ⁠ ⁠ in-
geschakeld zijn. In de toestand bij levering is ⁠ ⁠ ⁠ in-
geschakeld. Als de overdracht van instellingen is ge-
deactiveerd, worden uitsluitend de bedrijfstoestan-
den van de kookplaat in de HomeConnect app
weergegeven.
1. De instelling in de HomeConnect app uitvoeren en
naar de kookplaat sturen.
De aanwijzingen in de HomeConnect app opvol-
gen.
Instellingen die u vanuit de HomeConnect app naar
de kookplaat stuurt, moet u op de kookplaat beves-
tigen.
aWanneer kookinstellingen naar een kookplaat wor-
den doorgestuurd, begint afhankelijk van de instel-
ling de betreffende kookzone-indicatie te knipperen.
2. Om de instelling te bevestigen op de kookzone-indi-
catie van de gewenste kookzone tippen.
3. Om de instelling te verwerpen, op een willekeurig
ander touchveld van de kookplaat tippen.
22.4 Software-update
Met de functie Software-update wordt de software van
uw apparaat bijgewerkt, bijv. optimalisatie, verhelpen
van fouten, veiligheidsrelevante updates.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Ho-
meConnectgebruiker bent, de app op uw mobiele
eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met
de HomeConnectserver hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u
hierover via de HomeConnectapp geïnformeerd en
kunt u de software-update via de app starten. Na het
succesvol downloaden kunt u de installatie via de Ho-
meConnectapp starten als u in uw WLAN-thuisnet-
werk (WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde in-
stallatie wordt u via de HomeConnectapp geïnfor-
meerd.
Opmerkingen
¡Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon
blijven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke in-
stellingen in de app kan een software-update ook
automatisch worden gedownload.
¡In geval van een veiligheidsrelevante update is het
raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
22.5 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toe-
gang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de des-
betreffende wens tot de klantenservice richt, uw appa-
raat met de HomeConnect server verbonden is en de
diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat
gebruikt, beschikbaar is.
Tip:Meer informatie alsook aanwijzingen over de be-
schikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land
vindt u in het gedeelte service/support van de lokale
website: www.home-connect.com
22.6 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de
persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt
verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is
aangesloten, geeft het de volgende
gegevenscategorieën door aan de HomeConnect
server(eerste registratie):
¡Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaan-
de uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de in-
gebouwde Wi-Ficommunicatiemodule).
¡Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemo-
dule (voor de informatietechnische beveiliging van
de verbinding).
¡De actuele software- en hardwareversie van uw
huishoudapparaat.
nl Afzuigregeling van het kookveld
20
¡Status van een eventuele eerdere reset naar de fa-
brieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Ho-
meConnect functionaliteiten voorbereid. Deze registra-
tie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat
u voor het eerst van de HomeConnect functionaliteiten
gebruik wilt maken.
Opmerking:Let erop dat de HomeConnect functionali-
teiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met
de HomeConnect app. Informatie over gegevensbe-
scherming kan worden opgeroepen in de HomeCon-
nect app.
23  Afzuigregeling van het kookveld
Wanneer beide apparaten HomeConnect-compatibel
zijn, verbindt u de apparaten in de HomeConnectapp.
Verbind daarvoor beide apparaten met HomeConnect
en volg de aanwijzingen in de app op.
Opmerkingen
¡De bediening aan de afzuigkap heeft altijd voorrang.
Gedurende deze tijd is een bediening via de afzuig-
regeling van het kookveld niet mogelijk.
¡In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het ap-
paraat max.2W nodig.
¡U kunt de verbinding met de afzuigkap alleen via de
HomeConnectapp realiseren. Andere methoden
voor het verbinden worden niet langer ondersteund.
23.1 HomeConnect instellingen resetten
Als de verbinding van uw apparaat met het WLAN-
thuisnetwerk (Wi-Fi) problemen oplevert of als u uw ap-
paraat in een ander WLAN-thuisnetwerk (Wi-Fi) wilt aan-
melden, kunt u de HomeConnectinstellingen resetten.
Opmerking:Wanneer u de HomeConnect instellingen
reset, wordt ook de verbinding met een mogelijk ver-
bonden afzuigkap verbroken.
1. ⁠ 4seconden ingedrukt houden.
aHet display toont de productinformatie.
2. Net zo vaak op ⁠ tippen tot het display afwisselend
⁠ en ⁠ ⁠ laat zien.
3. In het instelgedeelte de waarde ⁠ instellen.
23.2 Bediening van de afzuigkap via de
kookplaat
In de basisinstellingen van uw kookplaat kunt u het ge-
drag van uw afzuigkap afhankelijk van het inschakelen
en uitschakelen van de kookplaat of afzonderlijke kook-
zones instellen.
Via de bedieningselementen van de kookplaat kunt u
nog meer instellingen aanbrengen.
Ventilator instellen
1. Op ⁠ tippen.
2. In het instelgedeelte een ventilatorstand kiezen.
U kunt kiezen uit de standen 1, 2 en 3.
Tip in het instelgedeelte op 4 of 5 om een intensief-
stand in te stellen. In plaats daarvan kunt ook net zo
vaak op ⁠ tippen tot de gewenste intensiefstand
wordt weergegeven.
Ventilator uitschakelen
In het instelgedeelte ventilatorstand0 kiezen.
Automatische modus inschakelen
⁠ ingedrukt houden tot de indicatie ⁠ aangeeft.
aBij dampvorming start de ventilator automatisch.
Automatische modus uitschakelen
⁠ ingedrukt houden tot ⁠ verdwijnt.
Wanneer u een andere ventilatorstand instelt, wordt
de automatische modus eveneens beëindigd.
Verlichting van de afzuigkap instellen
U kunt het licht van de afzuigkap via het bedieningspa-
neel van de kookplaat inschakelen en uitschakelen.
1. Tip op ⁠ om de verlichting in te schakelen.
2. Tip opnieuw op ⁠ om de verlichting uit te schake-
len.
23.3 Overzicht van de instellingen van de afzuigkapbediening
In de basisinstellingen van uw kookplaat kunt u het gedrag van uw afzuigkap afhankelijk van het inschakelen en uit-
schakelen van de kookplaat of afzonderlijke kookzones instellen.
Instelling Keuze Beschrijving
⁠ ⁠ ⁠ Verbinding kookplaat - afzuigkap
⁠ – niet verbonden / verbinding verbroken
⁠ – Geen functie
⁠ – verbonden met het WLAN-thuisnetwerk (WiFi)
⁠ – verbonden met WiFi en met de afzuigkap
-
1Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
Reiniging en onderhoud nl
21
Instelling Keuze Beschrijving
⁠ ⁠ ⁠ Automatisch starten van de ventilator
⁠ – Uitgeschakeld De afzuigkap moet zo nodig
handmatig worden ingeschakeld.
⁠ – Ingeschakeld met automatische modus1. De af-
zuigkap wordt bij inschakelen van een kookzone
ingeschakeld in de automatische modus.
⁠ – Ingeschakeld met handmatige modus. De af-
zuigkap wordt bij inschakelen van een kookzone
op een vooraf gedefinieerde stand ingeschakeld.
Het display toont de instelling alleen als het appa-
raat is verbonden met de afzuigkap.
⁠ ⁠ ⁠ Naventilatie
⁠ – De ventilator wordt samen met de kookplaat
uitgeschakeld.
⁠ – Ingeschakeld met automatische modus1
⁠ – Ingeschakeld met standaard naventilatie
⁠ – Geen wijziging van de instellingen
Instelling of, en hoelang de ventilator na uitschake-
len van de kookplaat blijft draaien.
Het display toont de instelling alleen als het appa-
raat is verbonden met de afzuigkap.
⁠ ⁠ ⁠ Automatisch inschakelen van de verlichting
⁠ – Uitgeschakeld
⁠ – Ingeschakeld1
De verlichting wordt bij inschakelen van de kook-
plaat ingeschakeld.
Het display toont de instelling alleen als het appa-
raat is verbonden met de afzuigkap.
⁠ ⁠ ⁠ Automatisch uitschakelen van de verlichting
⁠ – Uitgeschakeld1
⁠ – De verlichting wordt bij uitschakelen van de
kookplaat uitgeschakeld.
Het display toont de instelling alleen als het appa-
raat is verbonden met de afzuigkap.
1Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
24  Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
24.1 Reinigingsmiddelen
Geschikte reinigingsmiddelen en schraper voor vitroke-
ramische kookplaat zijn verkrijgbaar bij de service-
dienst, in de vakhandel of in de webshop siemens-ho-
me.bsh-group.com .
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlak-
ken van het apparaat beschadigen.
Nooit ongeschikte reinigingsmiddelen gebruiken.
Geen schoonmaakmiddelen gebruiken zolang de
kookplaat nog heet is. Dat kan tot verkleuring van
het oppervlak leiden.
Ongeschikte reinigingsmiddelen
¡Onverdund afwasmiddel
¡reinigingsmiddelen voor de vaatwasmachine
¡Schuurmiddelen
¡Agressieve reinigingsmiddelen, bijv. ovensprays of
vlekverwijderaars
¡Krassende sponzen
¡Hogedrukreinigers of stoomapparaten
24.2 Kookplaat reinigen
Reinig de kookplaat na elk gebruik, zodat kookresten
niet inbranden.
Vereiste:De kookplaat moet koud zijn. Laat bij suiker-
vlekken, rijstzetmeel, kunststof- of aluminiumfolie de
kookplaat niet afkoelen.
1. Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vi-
trokeramische kookplaat.
2. Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voor
glaskeramiek.
Houd de reinigingsinstructies op de verpakking van
het reinigingsmiddel aan.
Tips
¡Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt
u goede reinigingsresultaten boeken.
¡Wanneer u de bodem van het kookgerei schoon
houdt, dan blijft het oppervlak van de kookplaat
in een goede conditie.
24.3 Kookplaatrand reinigen
Wanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de rand
van de kookplaat bevinden, reinig deze dan.
Opmerking:Geen schraper gebruiken.
1. De kookplaatrand reinigen met warm zeepsop en
een zachte doek.
Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwas-
sen.
2. Droog na met een zachte doek.
nl Storingen verhelpen
22
25  Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt,
dient dit te worden vervangen door een speciaal
snoer dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of de servi-
cedienst.
25.1 Waarschuwing
Opmerkingen
¡Wanneer op het display ⁠ verschijnt, de sensor van
de betreffende kookzone ingedrukt houden en de
storingscode aflezen.
¡Wanneer de storingscode niet in de tabel staat, de
kookplaat loskoppelen van het elektriciteitsnet, 30
seconden wachten en de kookplaat verbinden. Ver-
schijnt de indicatie opnieuw, neem dan contact op
met de technische servicedienst en geef de exacte
storingscode op.
¡Treedt er een fout op, dan gaat het apparaat niet
meer over naar de standby-modus.
¡Om de elektrische onderdelen van het apparaat te
beschermen tegen oververhitting of stroomstoten,
kan het vermogensniveau van de kookplaat voor
korte tijd worden teruggebracht.
25.2 Aanwijzingen op het display
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Er brandt geen enke-
le indicatie.
De stroomtoevoer is onderbroken.
Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroom-
storing.
Het apparaat is niet volgens het schakelschema aangesloten.
Sluit het apparaat aan volgens het schakelschema.
Storing in de elektronica
Als u de storing niet kunt verhelpen, schakel dan de technische servicedienst in.
De indicaties knippe-
ren.
Het bedieningspaneel is vochtig of wordt afgedekt door een voorwerp.
Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp.
⁠ ⁠, ⁠ ⁠, ⁠ ⁠ ⁠ ⁠ ⁠,
⁠ ⁠ ⁠ ⁠ ⁠, ⁠ ⁠ ⁠ ⁠ ⁠
De elektronica is oververhit en heeft één of alle kookzones uitgeschakeld.
Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Vervolgens een willekeurige toets van
het bedieningspaneel aanraken.
⁠ ⁠ + vermogens-
stand en geluidssig-
naal
Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Daardoor kan de elektronica
oververhit raken.
Verwijder het kookgerei. Kort daarna verdwijnt de foutindicatie. U kunt het koken voort-
zetten.
⁠ ⁠ en geluidssignaal Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de
elektronica werd de kookplaat uitgeschakeld.
Verwijder het kookgerei. Wacht enkele seconden. Raak een willekeurig bedieningsvlak
aan. Wanneer de foutindicatie verdwijnt, kunt u verder gaan met koken.
⁠ ⁠/ ⁠ ⁠ De kookzone is oververhit geraakt en werd ter bescherming van het werkblad uitgescha-
keld.
Wacht tot de elektronica voldoende is afgekoeld en schakel aansluitend de kookzone
opnieuw in.
⁠ ⁠ flexMotion schakelt niet in.
Raak een willekeurige sensor aan om de storingsaanwijzing te bevestigen. U kunt koken
zoals u gewend bent, zonder de flexMotion-functie te gebruiken. Met de servicedienst
contact opnemen.
⁠ ⁠ flexInduction Plus schakelt niet in.
Raak een willekeurige sensor aan om de storingsaanwijzing te bevestigen. U kunt verder
koken met de overige kookzones. Neem contact op met de technische servicedienst.
Afvoeren nl
23
Storing Oorzaak en probleemoplossing
⁠ ⁠ De kookzone was gedurende een langere tijd en zonder onderbreking in gebruik.
Individuele veiligheidsuitschakeling is ingeschakeld. Om de kookzone te kunnen instellen
een willekeurige toets aanraken om de indicatie uit te schakelen.
⁠ ⁠ ⁠ ⁠ ⁠/ ⁠ ⁠ ⁠ ⁠ ⁠ De bedrijfsspanning is onjuist en ligt buiten het normale bedrijfsgebied.
Neem contact op met uw elektriciteitsbedrijf.
⁠ ⁠ ⁠ ⁠ De kookplaat is niet op de juiste manier aangesloten.
Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Sluit de kookplaat aan volgens het
schakelschema.
⁠ ⁠ De demo-modus is geactiveerd.
Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. 30 seconden wachten en de kook-
plaat aansluiten. Raak binnen de volgende 3 minuten een willekeurige sensor aan. De
demomodus is gedeactiveerd.
25.3 Normaal geluid van uw apparaat
Soms kan een inductieapparaat geluiden of trillingen
veroorzaken zoals zoemen, sissen, knetteren, ventilat-
orgeluiden of ritmische geluiden.
26  Afvoeren
26.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2. Het netsnoer doorknippen.
3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
27  Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH, dat het appa-
raat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de
fundamentele vereisten en de overige toepasselijke be-
palingen van de Richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op
het internet onder siemens-home.bsh-group.com op
de productpagina van uw apparaat bij de aanvullende
documenten.
2,4-GHz-band (2400–2483,5MHz): max. 100mW
5-GHz-band (5150–5350MHz + 5470–5725MHz):
max. 100mW
BE BG CZ DK DE EE IE el ES
FR HR IT CY LI LV LT LU HU
MT NL AT PL PT RO SI SK FI
SE NO CH TR IS UK (NI)
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
AL GA MD ME MK RS UK UA
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
nl Servicedienst
24
28  Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn
voor de werking in overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van
ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de Europese Econo-
mische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking:Het inschakelen van de servicedienst in
het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
28.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje vindt u:
¡op de apparaatpas.
¡aan de onderkant van de kookplaat.
Het productnummer (E-nr.) vindt u ook op de glaskera-
miek. De servicedienstindex (KI) en het fabricagenum-
mer (FD) kunt u bovendien in de basisinstellingen
→Pagina16 laten weergeven.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
29  Testgerechten
Deze instellingsaanbevelingen zijn bedoeld voor testin-
stituten om het testen van onze apparaten te verge-
makkelijken. De testen worden met onze kooksets voor
inductiekookplaten uitgevoerd. Indien nodig kunt u de-
ze accessoiresets op een later tijdstip aanschaffen bij
de vakhandel, via onze technische klantenservice of in
onze webshop.
29.1 De couverture smelten.
Ingrediënten: 150 g pure chocolade (55% cacao).
¡Pot Ø 16 cm zonder deksel
Koken: Vermogensstand 1.5
29.2 Linzenschotel opwarmen en
warmhouden
Recept volgens DIN 44550
Begintemperatuur 20°C
Opwarmen zonder omroeren
¡Pan Ø 16 cm met deksel Hoeveelheid: 450 g
Verwarmen: tijdsduur 1 min. 30 s., vermogens-
stand 9
Kookpunt: Vermogensstand 1.5
¡Pot Ø 20 cm met deksel Hoeveelheid: 800 g
Verwarmen: tijdsduur 2 min. 30 s., vermogens-
stand 9
Kookpunt: Vermogensstand 1.5
29.3 Linzenschotel opwarmen en
warmhouden
Bijv.: linzendiameter 5-7 mm. Starttemperatuur 20°C
Na 1 min. opwarmen omroeren
¡Pan Ø 16 cm met deksel Hoeveelheid: 500 g
Opwarmen: tijdsduur ca. 1 min. 30 s., vermo-
gensstand 9
Kookpunt: Vermogensstand 1.5
¡Pan Ø 20 cm met deksel Hoeveelheid: 1 kg
Opwarmen: tijdsduur ca. 2 min. 30 s., vermo-
gensstand 9
Kookpunt: Vermogensstand 1.5
29.4 Bechamelsaus
Melktemperatuur: 7ºC
¡Pan Ø 16 cm zonder deksel Ingrediënten: 40 g bo-
ter, 40 g meel, 0,5 l melk met 3,5% vetgehalte en
een snufje zout
Bechamelsaus maken
1. Boter smelten, bloem en zout erdoor roeren en het
geheel verwarmen.
Verwarm het: duur 6 min., vermogensfase 2
2. De melk bij de roux van bloem voegen en deze on-
der voortdurend roeren aan de kook brengen.
Verwarm het: duur 6 min. 30 sec., vermogensfa-
se 7
3. Als de bechamelsaus aan de kook komt, laat deze
dan nog 2 minuten op de kookzone staan, onder
voortdurend roeren.
Kookpunt: Vermogensstand 2
29.5 Kook rijstpudding met deksel
Melktemperatuur: 7ºC
1. De melk verwarmen tot hij begint op te komen.
Verwarmen zonder deksel. Na 10 min. opwarmen
omroeren.
2. Stel het aanbevolen vermogen in en voeg rijst, suiker
en zout toe aan de melk.
Bereidingstijd inclusief opwarmen, ca. 45min.
¡Pan Ø 16 cm Ingrediënten: 190g rijst met ronde
korrel, 90g suiker, 750ml melk met 3,5% vetge-
halte en 1g zout
Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermo-
gensstand 8.5
Kookpunt: Vermogensstand 3
¡Pan Ø 20 cm Ingrediënten: 250g rijst met ronde
korrel, 120g suiker, 1l melk met 3,5% vetgehalte
en 1,5g zout
Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermo-
gensstand 8.5
Doorkoken: vermogensstand 3, na 10 min. om-
roeren
Testgerechten nl
25
29.6 Kook rijstpudding zonder deksel
Melktemperatuur: 7ºC
1. Ingrediënten aan de melk toevoegen en onder
voortdurend roeren opwarmen.
2. Wanneer de melk ca. 90 ºC heeft bereikt, kiest u het
aanbevolen prestatieniveau en laat u de melk ca. 50
minuten sudderen op een lage stand.
¡Pan Ø 16 cm zonder deksel Ingrediënten: 190g
rijst met ronde korrel, 90g suiker, 750ml melk met
3,5% vetgehalte en 1g zout
Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermo-
gensstand 8.5
Kookpunt: Vermogensstand 3
¡Pot Ø 20 cm zonder deksel Ingrediënten: 250g rijst
met ronde korrel, 120g suiker, 1l melk met 3,5%
vetgehalte en 1,5g zout
Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermo-
gensstand 8.5
Kookpunt: Vermogensstand 2.5
29.7 Rijst koken
Recept volgens DIN 44550
Watertemperatuur: 20°C
¡Pan Ø 16 cm met deksel Ingrediënten: 125g rijst
met lange korrel, 300g water en een snufje zout
Opwarmen: tijdsduur ca. 2 min. 30 s., vermo-
gensstand 9
Kookpunt: Vermogensstand 2
¡Pan Ø 20 cm met deksel Ingrediënten: 250 g rijst
met lange korrel, 600g water en een snufje zout
Opwarmen: tijdsduur ca. 2 min. 30 s., vermo-
gensstand 9
Kookpunt: Vermogensstand 2.5
29.8 Varkenslende braden
Begintemperatuur van de lende: 7°C
¡Koekenpan Ø 24 cm zonder deksel Ingrediënten: 3
varkenslendenen, totaalgewicht ca. 300g, 1cm dik,
en 15ml zonnebloemolie
Opwarmen: tijdsduur ca. 1 min. 30 s., vermo-
gensstand 9
Kookpunt: Vermogensstand 7
29.9 Crêpes bereiden
Recept volgens DIN EN 60350-2
¡Koekenpan Ø 24 cm zonder deksel Ingrediënten:
55 ml deeg per crêpe
Verwarmen: tijdsduur 1 min. 30 s., vermogens-
stand 9
Kookpunt: Vermogensstand 7
29.10 Diepvriesfrites frituren
¡Pan Ø 20 cm zonder deksel Ingrediënten: 2 l zonne-
bloemolie. Voor elke bakcyclus: 200 g bevroren frie-
ten, 1 cm dik.
Opwarmen: vermogensstand 9, tot de olie een
temperatuur van 180°C bereikt.
Kookpunt: Vermogensstand 9
*9001687454*
9001687454 (020926)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
siemens-home.bsh-group.com
Geproduceerd door BSH Hausgeräte GmbH onder de handelsmerklicentie van Siemens AG
11

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Siemens EX607LYV5E bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Siemens EX607LYV5E in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 1.44 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Siemens EX607LYV5E

Siemens EX607LYV5E Gebruiksaanwijzing - Deutsch - 28 pagina's

Siemens EX607LYV5E Gebruiksaanwijzing - English - 48 pagina's

Siemens EX607LYV5E Gebruiksaanwijzing - Français - 48 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info