537614
14
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/152
Pagina verder
Wij danken en feliciteren u met uw keuze van de
BOSS JS-5 JamStation.
Gelieve de paragrafen
VEILIG GEBRUIK VAN DIT TOESTEL (pagina 2–3)
• BELANGRIJKE OPMERKINGEN (pagina 10–11)
aandachtig te lezen vooraleer dit toestel te gebruiken.
Deze paragrafen bevatten belangrijke informatie over de juiste werking
van het toestel.
Om er bovendien ook zeker van te zijn dat u van elk kenmerk van uw
nieuw toestel iets hebt opgestoken, is het aan-gewezen de
gebruikershandleiding volledig door te nemen. Bewaar het handboek
als handig naslagwerk.
Copyright © 2000 BOSS CORPORATION
Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag onder geen
enkele vorm worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming
van BOSS CORPORATION.
2
U
SING THE UNIT SAFELY
001
¥ Lees onderstaande instructies en de gebruikers-
handleiding vooraleer u dit toestel gebruikt.
..........................................................................................................
002c
¥ Open het toestel en de AC-adaptor niet (of wijzig
er niets aan).
..........................................................................................................
003
¥ Probeer het toestel niet te herstellen of er onder-
delen van te vervangen (behalve wanneer er in dit
handboek specifieke instructies worden gegeven
om dit wel te doen). Alle onderhoud moet worden
gedaan door uw leverancier, het dichtstbijzijnde
Roland Service Center of een erkende Roland verdeler,
zoals deze op de "Informatie" pagina staan aangegeven.
..........................................................................................................
004
¥
Het toestel niet gebruiken of opslaan in plaatsen die:
¥ onderhevig zijn aan extreme temperaturen (bv.
direct zonlicht in een gesloten voertuig, dicht bij
warmteleidingen of bovenop een warmtebron,
¥
vochtig zijn (bv., bad- en waskamers, op natte vloeren)
,
¥ nat zijn,
¥ blootgesteld zijn aan regen,
¥ stoffig zijn,
¥ onderhevig zijn aan hevige trillingen.
..........................................................................................................
007
¥ Zet het toestel steeds op een vlakke ondergrond
waar het stabiel staat. Zet het nooit op een
wankele standaard of op hellende oppervlakken.
..........................................................................................................
008c
¥ Gebruik uitsluitend de AC-adaptor die met het
toestel werd meegeleverd. Zorg er ook voor dat de
lijnspanning van de installatie overeenkomt met
de inkomende spanning die op het huis van de
AC-adaptor staat vermeld. Andere AC-adaptors
kunnen een andere polariteit hebben of ontwor-
pen zijn voor een andere spanning, zodat hun
gebruik kan leiden tot schade, slecht functioneren, of een
elektrische schok.
..........................................................................................................
009
¥ Het stroomsnoer niet overmatig draaien of buigen
en er geen zware voorwerpen op plaatsen. Dit kan
het snoer beschadigen en kan kortsluiting
veroorzaken. Beschadigde stroomsnoeren vormen
een risico op brand en elektrische schokken.
..........................................................................................................
010
¥ Dit toestel kan -op zichzelf of in combinatie met
een versterker en een hoofdtelefoon of
luidsprekers- klankniveaus produceren die
permanent gehoorverlies kunnen veroorzaken.
Nooit gedurende een langere tijd aan een hoog of
oncomfortabel volume werken. Als uw gehoor
vermindert of als u gefluit hoort, moet u onmid-
dellijk stoppen met het toestel te gebruiken en een
oorarts raadplegen.
..........................................................................................................
011
¥ Zorg er voor dat er geen voorwerpen (bv.,
brandbare materialen, munten, pennen) of vloei-
stoffen (water, limonade, enz.) in het toestel
binnendringen.
..........................................................................................................
012b
¥ Zet onmiddellijk de stroom af, verwijder de AC-
adaptor van de uitgang en raadpleeg uw lever-
ancier, het dichtstbijzijnde Roland Service Center
of een erkende Roland verdeler, zoals deze op de
"Informatie" pagina staan aangegeven wanneer:
¥ de AC-adaptor, het stroomsnoer of de stekker
beschadigd is;
¥ er voorwerpen of vloeistoffen in het toestel zijn
geraakt,
¥ het toestel aan regen is blootgesteld of op een
andere manier nat geworden is,
¥ Het toestel schijnbaar niet normaal werkt of er
een opmerkelijke verandering in de werking
vertoont.
..........................................................................................................
Wordt gebruikt voor instructies die de
gebruiker wijzen op het risico op
verwondingen of materi‘le schade bij
onjuist gebruik van het toestel.
* Materi‘le schade verwijst naar schade
of andere ongunstige effecten die aan
het huis en de hele inboedel, huisdieren
inbegrepen, worden toegebracht.
Wordt gebruikt voor instructies die de
gebruiker wijzen op levensgevaar of
ernstige verwondingen bij onjuist
gebruik van het toestel.
Het -symbool maakt de gebruiker attent op zaken die
moeten worden uitgevoerd. De tekening in de cirkel geeft aan
wat er precies dient te gebeuren. Het symbool hier links
betekent dat de stekker van de stroomkabel moet worden
uitgetrokken.
Het -symbool maakt de gebruiker attent op belangrijke
instructies of waarschuwingen. De juiste betekenis van het
symbool wordt bepaald door de tekening in de driehoek. Het
symbool hier links duidt op algemene verwittigingen of waar-
schuwingen, of vestigt de aandacht op gevaar.
Het -symbool maakt de gebruiker attent op zaken die
nooit mogen worden uitgevoerd (verboden zijn). De tekening
in de cirkel geeft aan wat er precies verboden is. Het symbool
hier links betekent dat het toestel nooit mag worden
gedemonteerd.
VEILIG GEBRUIK VAN HET TOESTEL
INSTRUCTIES TER VOORKOMING VAN BRAND, ELEKTRISCHE SCHOKKEN OF VERWONDING VAN PERSONEN
Over
WAARSCHUWING en OPGEPAST
Over de Symbolen
WAAR-
SCHUWING
OPGEPAST
NEEM STEEDS HET VOLGENDE IN ACHT
Waarschuwing Waarschuwing
3
013
¥ In gezinnen met kleine kinderen moet een
volwassene de kinderen begeleiden tot ze in staat
zijn om alle regels te volgen die essentieel zijn om
het toestel veilig te gebruiken.
..........................................................................................................
014
¥ Bescherm het toestel tegen hevige schokken.
(Laat het niet vallen!)
..........................................................................................................
015
¥ Sluit het stroomsnoer van het toestel niet samen
aan op een uitgang van een onredelijk aantal
andere toestellen. Wees vooral voorzichtig met het
gebruik van verlengsnoerenÑhet totale vermogen
dat gebruikt wordt door alle toestellen die op het
verlensgnoer zijn aangesloten, mag het vermogen
(watt/ampere) van het verlengsnoer niet
overschrijden. Te hoge belastingen kunnen de
isolatie van het verlengsnoer doen opwarmen en
mogelijk doen smelten.
..........................................................................................................
016
¥ Raadpleeg uw verkoper, het dichtsbijzijnde
Roland Service Center of een erkende Roland
verdeler, die u vindt op de ÒinformatieÓpagina,
vooraleer u het toestel in het buitenland gebruikt..
..........................................................................................................
101b
¥ Stel het toestel en de AC-adaptor op in een plaats
waar voldoende ventilatie is.
102c
¥ Alleen de stekker van het AC-adaptorsnoer
vastnemen wanneer men deze op het toestel
aansluit of afsluit.
..........................................................................................................
103b
¥ Koppel de AC-adaptor los wanneer het toestel
gedurende langere tijd niet wordt gebruikt.
104
¥ Zorg er voor dat snoeren en kabels niet in de war
raken. De snoeren en kabels moeten ook buiten
het bereik van kinderen worden geplaatst.
..........................................................................................................
106
¥ Plaats geen zware voorwerpen op het toestel of ga
er niet op staan.
..........................................................................................................
107c
¥ De AC-adaptor of zijn stekkers nooit met natte
handen vastnemen wanneer men deze op het
toestel aan- of afsluit.
..........................................................................................................
108b
¥ Koppel de AC-adaptor en alle snoeren los van het
toestel en ontkoppel alle snoeren van externe
toestellen vooraleer u het toestel verplaatst.
..........................................................................................................
109b
¥ Zet de stroom uit en trek de AC-adaptor uit
vooraleer u het toestel reinigt .
..........................................................................................................
110b
¥ Bij kans op onweer moet u de AC-adaptor los-
koppelen.
Waarschuwing
Opgepast
4
Inhoud
Hoofdkenmerken..............................................................................9
BELANGRIJKE OPMERKINGEN...................................................10
Namen van onderdelen en functies.............................................12
Voorpaneel................................................................................................................................12
Achterpaneel.............................................................................................................................14
Enkele afspraken in dit handboek.........................................................................................15
Voorbereidingen............................................................................16
Klanken spelen ..............................................................................20
Een song creëren ..........................................................................33
De wijze veranderen waarop een song speelt ............................44
Gitaarspel opnemen......................................................................49
---------------------------------------------------------------------------
Hoofdstuk 1 Overzicht van de JS-5..............................................55
Over songs.................................................................................................................................55
Over stijlen................................................................................................................................ 55
Over parts ................................................................................................................................. 55
Over tracks ............................................................................................................................... 55
Over forms................................................................................................................................ 55
Over stijl- en akkoordomzettingen ....................................................................................... 56
Over het maken van user songs..............................................................................................56
Over het maken van user styles ............................................................................................56
Over geheugen..........................................................................................................................57
Over gegevens veranderen......................................................................................................57
Over procedures voor het veranderen van instellingen ......................................................58
PaginaÕs wisselen..................................................................................................................... 58
[CURSOR] en [VALUE] gebruiken....................................................................................... 58
Snel starten
5
Inhoud
Hoofdstuk 2 Een song spelen ......................................................59
Veranderde instellingen bewaren ........................................................................................ 59
Een song spelen........................................................................................................................59
Het tempo veranderen .............................................................................................................60
De toonaard veranderen ..........................................................................................................60
Een aftel toevoegen..................................................................................................................60
Het akkoordenschema tonen ..................................................................................................61
Met een ander akkoordenschema spelen ..............................................................................61
Met een andere style spelen....................................................................................................61
Spelen met zelf geselecteerde forms......................................................................................62
Spelen met zelf ingevoerde akkoorden.................................................................................62
De klank van een specifieke part uitzetten ..........................................................................63
Een specifieke percussieklank uitzetten...............................................................................63
Meer dan ŽŽn song continu spelen (Song Chain).................................................................64
Naar de laatste maat van een song springen.........................................................................64
Hoofdstuk 3 Songs componeren met EZ compose....................65
Hoofdstuk 4 User songs maken...................................................66
Het opnamedoel selecteren .....................................................................................................66
Een style selecteren..................................................................................................................66
Een opname-track selecteren ..................................................................................................66
Wanneer er geen gegevens in het opnamedoel zijn........................................................... 66
Forms opnemen ........................................................................................................................67
Realtime recording .................................................................................................................. 67
Step recording.......................................................................................................................... 67
Fill-ins en breaks toevoegen................................................................................................... 68
Forms wissen............................................................................................................................ 69
Forms kopi‘ren........................................................................................................................ 69
Het akkoordenschema opnemen ............................................................................................70
Realtime recording .................................................................................................................. 70
Step recording.......................................................................................................................... 71
Akkoorden wissen................................................................................................................... 72
Akkoorden kopi‘ren ............................................................................................................... 72
Een preset song gebruiken als basis voor een nieuwe song ...............................................73
Een song benoemen .................................................................................................................74
6
Inhoud
Hoofdstuk 5 Songs bewerken ......................................................75
Forms wissen ............................................................................................................................75
Akkoorden wissen ...................................................................................................................75
Forms en akkoorden samen wissen .......................................................................................76
Forms kopi‘ren.........................................................................................................................77
AkkoordenschemaÕs kopi‘ren ................................................................................................78
Forms en akkoorden samen kopi‘ren ...................................................................................79
Maten wissen............................................................................................................................80
Maten invoegen........................................................................................................................80
Een volledige song wissen/De gegevens van een bepaalde track wissen .........................81
Een volledige song kopi‘ren ..................................................................................................82
Hoofdstuk 6 De balans tussen parts aanpassen .......................83
Veranderde instellingen bewaren......................................................................................... 83
Het volume van elke part aanpassen .....................................................................................83
Het stereobeeld van elke part veranderen ............................................................................84
De hoeveelheid Chorus en Reverb veranderen die op elke part wordt toegepast ...........84
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen.................................86
Gewijzigde instellingen bewaren.......................................................................................... 86
De reverb-instellingen veranderen ........................................................................................86
De chorus-instellingen veranderen........................................................................................87
De invoegeffecten gebruiken .................................................................................................88
De part selecteren die met de invoegeffecten moet worden gebruikt............................. 88
Het type selecteren .................................................................................................................. 88
De instellingen van elk type veranderen ............................................................................. 89
Hoofdstuk 8 Uitvoeringsinstrumenten veranderen................109
De gewijzigde instellingen bewaren................................................................................... 109
Drum part-instrumenten veranderen...................................................................................109
Bass part-instrumenten veranderen .....................................................................................110
INST part-instrumenten veranderen ...................................................................................110
Hoofdstuk 9 Eigen uitvoeringen opnemen ...............................111
Opmerkingen..........................................................................................................................111
Voor de opname .....................................................................................................................111
Over opnametijden................................................................................................................ 111
De opname-invoer selecteren ..............................................................................................111
Audio-kwaliteit selecteren ................................................................................................... 112
7
Inhoud
De beschikbare opnametijd controleren ............................................................................ 112
Aftelinstellingen .................................................................................................................... 112
Opnamehandelingen (nieuwe opnamen)............................................................................112
Afspelen .................................................................................................................................. 113
Een nieuwe opname maken (heropnemen).........................................................................113
De opgenomen gegevens wissen..........................................................................................114
De JS-5 gebruiken als Phrase Trainer..................................................................................115
Het tempo bevestigen dat voor de opname wordt gebruikt..............................................115
Hoofdstuk 10 Verschillende uitvoeringstechnieken................116
Een song herhaaldelijk afspelen (Loop Play) .....................................................................116
Een loop instellen terwijl de uitvoering gestopt is ........................................................... 116
Loops spelen........................................................................................................................... 116
De voetschakelaar gebruiken om het afspelen te starten/stoppen...................................117
Een voetschakelaar aansluiten............................................................................................. 117
Functies van de voetschakelaar instellen........................................................................... 117
Hoofdstuk 11 User styles maken ...............................................119
Opmerkingen bij het maken van user styles ......................................................................119
Arrange-modus...................................................................................................................... 119
Opnamevoorbereidingen ......................................................................................................120
De opname zelf.......................................................................................................................120
Een user style wissen/gegevens van een bepaalde form wissen ......................................122
Forms kopi‘ren.......................................................................................................................122
Parts wissen ............................................................................................................................123
Styles kopi‘ren.......................................................................................................................123
Een style benoemen ...............................................................................................................124
Hoofdstuk 12 Geheugenkaarten gebruiken..............................125
Omgaan met geheugenkaarten .............................................................................................125
De geheugenkaart initialiseren ............................................................................................125
Alle instellingen van de JS-5 op een kaart bewaren..........................................................126
Backup-bestanden van een kaart terug op de JS-5 zetten .................................................127
Gegevens op kaart wissen.....................................................................................................127
Hoofdstuk 13 De gebruiksomgeving veranderen...................128
Het contrast van de display afstellen...................................................................................128
De klankgenerator van de JS-5 afstellen.............................................................................128
De metronoominstellingen veranderen...............................................................................128
8
Inhoud
Groepen user songs en styles kopi‘ren van de JS-5 en geheugenkaarten e.o
.
...............129
Gegevens in groep wissen.....................................................................................................129
Terugkeren naar de fabrieksinstellingen............................................................................130
Het resterende geheugen tonen............................................................................................130
Hoofdstuk 14 De JS-5 sturen met MIDI .....................................131
Wat isMIDI?............................................................................................................................131
MIDI-connectoren ................................................................................................................. 131
MIDI-kanalen ......................................................................................................................... 131
MIDI-informatie die door de JS-5 verwerkt wordt........................................................... 131
MIDI-implementatiekaart ....................................................................................................132
De JS-5 als MIDI-klankmodule gebruiken.........................................................................132
Een uitvoering synchroniseren.............................................................................................133
Gegevens bewaren in een extern MIDI-instrument (Bulk Dump)...................................134
Gegevens vanuit een extern MIDI-instrument terugsturen (Bulk Load) .......................135
---------------------------------------------------------------------------
Problemen oplossen...................................................................136
Foutmeldingen.............................................................................139
Lijst van preset songs.................................................................141
Lijst van preset styles.................................................................142
Instrumentenlijst..........................................................................143
Lijst van drum kits.......................................................................144
Akkoordenkaart...........................................................................146
Een demo song beluisteren........................................................147
MIDI-implementatiekaart.............................................................148
Specificaties.................................................................................149
Index..............................................................................................150
9
Hoofdkenmerken
De JS-5 is een begeleidingstoestel dat is uitgerust met een begeleidingsgenerator en dat beschikt over nieuwe
kenmerken waarmee op een eenvoudige manier vier partijen-begeleidingsgegevens gecre‘erd kunnen worden,
zelfs door mensen voor wie sequencers of muziek nieuw zijn.
Het toestel is eveneens uitgerust met een digitale opname-eenheid zodat men gitaarsoloÕs en stemmen kan
opnemen.
Dit betekent dat alleen de JS-5 volstaat om een volledige song te kunnen afwerken.
Begeleidingsgenerator
Afhankelijk van het gewenste gebruik worden
hoogkwalitatieve vier partijen-begeleidingsgegevens
gecre‘erd door selecteren en combineren van vooringestelde
songs en stijlen.
200 preset songs
Er zijn ongeveer 200 songs voorzien in een breed gamma
van genres, waaronder rock en jazz. U kan onmiddellijk
beginnen met gitaarspelen door gewoonweg een song te
selecteren. U kan ook vooringestelde (preset) songs kopi‘ren
en gebruiken bij het cre‘ren van uw originele songs.
Het is eveneens mogelijk een begeleidende partij uit te zetten
en ze te gebruiken als ritmemachine met bas.
Knopinvoer voor 15 soorten
akkoorden
Omvat zelfs ingewikkelde akkoorden en maakt het mogelijk
om akkoordenschemaÕs in te voeren net zoals ze geschreven
zijn.
User songs creëren
U kan songs componeren (user songs) door een stijl te
specifi‘ren en de vorm en het akkoordenschema op te
nemen. ( U kan maximaal 100 user songs bewaren in het
toestel). Indien u een geheugenkaart gebruikt, kan u
maximaal 100 songs op de kaart bewaren.
EZ componeerfunctie
Dit interactief kenmerk maakt het eenvoudig om met een
minimum aan instellingen, op een snelle en gemakkelijke
manier, songgegevens te voltooien.
Digitale opnamefunctie
U kan ongeveer twee minuten gitaarspel, zang of andere
geluiden opnemen. U kan eveneens een geheugenkaart
gebruiken (SmartMedia). Bijvoorbeeld, met 64-megabyte
(MB) smart media is het mogelijk om ongeveer 68 minuten
op te nemen.
Bij het opnemen van gegevens wordt in functie van het
begeleidingstempo automatisch Òtime stretchingÓ toegepast
zodat de opname met de begeleiding gesynchroniseerd
wordt.
Loop-functie
Voor iedere individuele song kan u een loop instellen. Deze
instelling maakt het mogelijk om in een bepaalde passage
een opname te maken of een loop af te spelen.
Sturing met behulp van
voetschakelaars
Als u een voetschakelaar aansluit (afzonderlijk te koop), dan
kan u deze gebruiken om het afspelen te starten of te stoppen
of om van vorm te veranderen.
Synchroon spelen met MIDI-
instrumenten
Het toestel is compatibel met MIDI Song Position Pointer,
zodat u synchroon kan spelen met een MIDI-instrument
zoals de BR-8 of een sequencer.
* SmartMedia is een handelsmerk van Toshiba Corporation
10
BELANGRIJKE OPMERKINGEN
291a
Gelieve naast de onderwerpen beschreven in “BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN” op pagina 2–3,
eveneens het volgende in acht te nemen:
Stroomtoevoer
301
¥ Dit toestel mag niet worden gebruikt op hetzelfde stroom-
circuit van eender welk toestel dat lijnruis genereert (zoals
een elektrische motor of een variabel verlichtingssysteem).
302
¥ De AC-adaptor wordt warm wanneer hij lange tijd
aanhoudend wordt gebruikt. Dit is normaal en mag geen
reden geven tot ongerustheid.
307
¥ Zet de stroom van alle toestellen uit vooraleer dit toestel
aan andere toestellen aan te sluiten. Op deze manier
voorkomt men het slecht functioneren en/of bescha-
diging van luidsprekers of andere apparatuur.
Plaatsing
351
¥ Het gebruik van dit toestel in de buurt van stroomver-
sterkers (of andere apparatuur met sterke stroomtransfor-
matoren) kan brom veroorzaken. Om dit probleem op te
lossen, moet u de richting van het toestel veranderen, of
het toestel verder van de interferentiebron verwijderen.
352
¥ Dit apparaat kan interfereren met radio- en televisie-
ontvangst. Gebruik dit apparaat niet in de buurt van
zulke ontvangers.
354a
¥ Het toestel niet blootstellen aan direct zonlicht, niet in de
buurt plaatsen van apparaten die warmte afgeven, laat het
niet achter in een afgesloten voertuig of stel het niet bloot
aan extreme temperaturen. Overmatige hitte kan het
toestel vervormen of ontkleuren.
355
¥ Gebruik het toestel niet op natte plaatsen (waar het is
blootgesteld aan regen of ander vocht) om een mogelijke
panne te vermijden
Onderhoud
401a
¥ Voor het alledaags schoonmaken, reinigt men het toestel
met een zachte, droge doek of met een doek die met een
beetje water is bevochtigd. Voor het verwijderen van
hardnekkig vuil gebruikt u een doek die in een zachte,
niet-bijtende detergent is gedrenkt. Daarna het toestel
afdrogen met een zachte, droge doek.
402
¥ Gebruik nooit benzine, verdunners, alcohol of oplosmid-
delen om ontkleuring en/of vervorming te voorkomen.
Herstellingen en gegevens
452
¥ Wij wijzen u erop dat alle gegevens die het geheugen van
uw toestel bevat, verloren kunnen gaan wanneer het
toestel wordt binnengebracht voor herstelling. Belangrijke
gegevens moeten steeds op een geheugenkaart worden
bewaard (SmartMedia), of (indien mogelijk) worden
opgeschreven. Tijdens de herstelling wordt al het
mogelijke gedaan om het verlies van gegevens te
voorkomen. Jammer genoeg komt het voor dat in
sommige gevallen (wanneer bijvoorbeeld het geheugen-
circuit zelf beschadigd is) de gegevens niet kunnen
worden hersteld; Roland Corporation is niet verant-
woordelijk voor zulk verlies van gegevens.
Geheugen-backup
501b
¥ Dit toestel is uitgerust met een batterij die het geheugen
van stroom voorziet wanneer de stroom is uitgeschakeld.
Wanneer deze batterij bijna leeg is, zal de onderstaande
boodschap in de display verschijnen. Wanneer u deze
boodschap ziet, dient u onmiddellijk de batterij door een
nieuwe te vervangen om het verlies van alle geheugenge-
gevens te voorkomen. Raadpleeg uw leverancier, het
dichtstbij gelegen Roland Service Center of een erkende
Roland verdeler, te vinden in de ÒinformatiepaginaÓ,
wanneer u de batterij wil vervangen.
ÒBattery Low !Ó
Bijkomende
voorzorgmaatregelen
551
¥ Gelieve er aan te denken dat de inhoud van het geheugen
onherroepelijk verloren kan gaan door foutieve werking,
of door het onjuiste gebruik van het toestel. Om uzelf
tegen het verlies van belangrijke gegevens te beschermen,
raden wij aan om de belangrijke gegevens die u in het
geheugen van het toestel hebt bewaard regelmatig als
back-up kopie op een geheugenkaart (SmartMedia) te
bewaren.
552
¥ Jammer genoeg is het niet altijd mogelijk om de inhoud
van de gegevens te herstellen die op een geheugenkaart
(SmartMedia) zijn opgeslagen eens ze verloren zijn
gegaan. Roland Corporation is niet verantwoordelijk voor
zulk verlies van gegevens.
553
¥ Behandel de knoppen, schuiven en andere controlefunc-
ties, eveneens als de jacks en de aansluitingen van het
toestel met de nodige voorzichtigheid. Een ruwe behan-
deling kan aanleiding geven tot slecht functioneren.
554
¥ Nooit op de display slaan of er sterke druk op uitoefenen.
11
BELANGRIJKE OPMERKINGEN
556
¥ Bij het aansluiten of afkoppelen van de kabels moet de
connector zelf vastgenomen worden - nooit aan de kabel
trekken. Op deze manier wordt kortsluiting en bescha-
diging van de interne elementen van de kabel voorkomen.
558a
¥ Probeer het volume van het toestel binnen redelijke
perken te houden zodat de buren niet gestoord worden.
Misschien verkiest u het gebruik van een hoofdtelefoon,
waardoor u zich geen zorgen moet maken over degenen
die u omringen (vooral Ôs avonds laat).
559a
¥ Wanneer u het toestel moet vervoeren, moet het indien
mogelijk in de oorspronkelijke verpakking (samen met de
pads) worden ingepakt. Is dit niet mogelijk, dan moet u
gelijkaardige verpakkingsmaterialen gebruiken.
562
¥ Gebruik kabels van Roland om het toestel aan te sluiten.
Indien u een ander soort aansluitingskabel gebruikt, moet
men volgende zaken in acht nemen:
¥ Sommige aansluitingskabels bevatten resistoren.
Gebruik geen kabels met resistoren wanneer u dit
toestel aansluit. Het gebruik van zulke kabels kan
resulteren in een extreem laag, of zelfs onmogelijk te
horen klankvolume. Contacteer de kabelfabrikant voor
meer informatie over de specificaties van uw kabel.
Vooraleer u
geheugenkaarten gebruikt
Geheugenkaarten gebruiken
704
¥ Schuif de geheugenkaart voorzichtig en volledig naar
binnenÑtot ze stevig op haar plaats zit.
fig.RE12-01
705
¥ De terminals van de geheugenkaart nooit aanraken. Zorg
er eveneens voor dat de terminals niet vuil worden.
Auteursrecht
851
¥ Niet geautoriseerde opnames, verdeling, verkoop,
bruikleen, openbare opvoeringen, uitzendingen enzovoort
van het volledige werk of een gedeelte van een werk
(muziekcompositie, video, uitzending, enz.) waarvan een
derde partij het auteursrecht heeft, is door de wet
verboden.
853
¥ Gebruik dit toestel niet voor doeleinden die een inbreuk
zouden kunnen vormen op het auteursrecht van derden.
BOSS/Roland is op geen enkele manier verantwoordelijk
voor inbreuken op de auteursrechten van derden die door
uw gebruik van dit toestel zouden kunnen gepleegd
worden.
De kant zonder
gouden contactpunten
naar boven
12
Namen van onderdelen en functies
Voorpaneel
fig.IN02-01
1. REC LEVEL-knop
Regelt de inkomende klank van een toestel dat op de
REC INPUT-jack is aangesloten.
2. VOLUME-knop
Past het totale volume aan van de JS-5.
3. Display
Links: toont de maat en de aftel.
Rechts: toont een breed gamma aan informatie,
afhankelijk van de aard van de handeling.
Indien Ò Ó in de display getoond wordt, mag u in geen
geval de stroom uitschakelen of de geheugenkaart
verwijderen (SmartMedia).
4. VALUE-schijf
Verandert de instelwaarden van de parameters. Als u de
SHIFT-knop ingedrukt houdt terwijl u aan de schijf
draait, zullen de waarden in grotere stappen veranderen.
5. FORM-knoppen
Selecteren een vorm (Form) voor het spelen of opnemen
van acht soorten Forms (uitvoeringspatronen) gaande
van Intro tot Ending.
Wanneer het lampje van de CHORD-knop brandt, is de
grondtoon van het akkoord geselecteerd.
6. CHORD-knop
Druk deze in om instellingen te maken die met
akkoorden te maken hebben, zoals het ingeven van een
akkoord of het tonen van akkoordenschemaÕs.
7. SONG-knop
Voor het maken van instellingen m.b.t. songs, zoals het
selecteren van songs en het opnemen.
10
1
2
3
4
5
6
7
8
9
11
12
13
14 15
16 17
18
19
20
21
22
23
24
25 26
27
13
Namen van onderdelen en functies
8. STYLE-knop
Voor het maken van instellingen m.b.t. stijl, zoals het
selecteren van een stijl en het opnemen.
9. SONG/STYLE BANK
(Song Bank/Style Bank)-knoppen
SONG-knop met brandend lampje:
Selecteert een song-categorie (ROCK 1 tot CARD).
STYLE-knop met brandend lampje
Selecteert een stijlcategorie (ROCK 1 tot CARD).
CHORD-knop met brandend lampje
Selecteert een akkoordtype (Maj tot 9de).
10.
CURSOR-knoppen
Worden gebruikt om parameters te selecteren en om van
schermen (paginaÕs) te wisselen.
* Indien u de knop ingedrukt houdt, zal de verandering blijvend
voortduren.
* Indien u de ene knop ingedrukt houdt en daarna op de andere
knop drukt, zal de verandering sneller gebeuren.
11.
EXIT-knop
Druk deze in om een handeling te be‘indigen.
12.
ENTER-knop
Gebruik deze om een waarde te ÒbeveiligenÓ die u hebt
ingesteld of om een handeling uit te voeren.
13.
TEMPO-knop
Gebruik deze om het tempo aan te passen.
14.
SHIFT-knop
Wordt in combinatie met andere knoppen gebruikt.
15.
UTILITY-knop
Gebruik deze wanneer u instellingen maakt die te maken
hebben met de gebruiksomgeving van de JS-5.
ERASE-knop:
Wanneer u de SHIFT -knop ingedrukt houdt en op de
UTILITY-knop drukt, wordt deze functie een ERASE
(wis)-knop waarmee u gegevens kan wissen of
verwijderen.
16.
PART-knop
Voor het maken van instellingen m.b.t. parts (partijen).
INSERT-knop:
Wanneer u de SHIFT -knop ingedrukt houdt en op de
PART-knop drukt, wordt deze functie een INVOEG-
knop waarmee u gegevens kan invoegen.
17.
EFFECTS-knop
Gebruik deze om instellingen te maken voor galm
(reverb), koor (chorus) of voor invoegeffecten.
COPY-knop:
Wanneer u de SHIFT -knop ingedrukt houdt en op de
EFFECTS-knop drukt, wordt deze functie een COPY
(kopieer)-knop waarmee u gegevens kan kopi‘ren.
18.
LONG REC (Long Recording)-knop
Bij het opnemen van een eigen uitvoering kan u hiermee
overschakelen tussen opname van hoge kwaliteit en
opname van langere duur.
19.
PART MUTE/SELECT-knop
Hiermee wordt een part (partij) uitgezet (stil gezet)
tijdens het spelen van een song. Selecteer de doelpart
wanneer u instellingen maakt voor een part.
20.
LOOP 1 en 2-knoppen
Gebruik deze voor het spelen van een loop.
21.
EZ (EZ Compose)-knop
Gebruik deze wanneer u EZ Compose gebruikt. Deze
knop wordt eveneens gebruikt wanneer het akkoorden-
schema voorlopig wordt veranderd tijdens de uitvoering
van een song.
22.
RESET -knop
Wanneer u het afspelen in het midden van een song
be‘indigt, brengt deze knop u terug naar het begin van
de song.
23.
RWD (Rewind) en
FWD (Forward)-knoppen
RWD: Elke druk op deze knop verplaatst de
afspeelpositie van de song ŽŽn maat naar
achter.
FWD: Elke druk op deze knop verplaatst de
afspeelpositie van de song ŽŽn maat naar voor.
* Als u de knop ingedrukt houdt, blijft de verandering
voortduren.
* Indien u de ene knop ingedrukt houdt en daarna op de andere
drukt, zal de verandering sneller gebeuren.
14
Namen van onderdelen en functies
24.
STOP-knop
Deze knop be‘indigt de uitvoering.
25.
START-knop
Deze knop start de uitvoering.
26.
REC (Record)-knop
Zet de JS-5 in een toestand waarin opnemen mogelijk is.
Zijpaneel
27.
Gleuf van de geheugenkaart
Voor het inbrengen van een geheugenkaart (smart
media).
Koop smartmedia bij uw plaatselijke computerleverancier of
bij een verkoper van digitale cameraÕs.
* De JS-5 kan van 8 MB tot 64 MB smartmedia
gebruiken met een stroomspanning van 3.3 V.
* Roland S2M-5/S4M-5 SmartMedia kan niet worden
gebruikt.
Achterpaneel
fig.IN02-02
28.
Snoerhaak
Voor het bevestigen van het snoer van de meegeleverde
AC-adaptor. Helpt het voorkomen van stroomonder-
breking omwille van een uitgetrokken plug of vermijdt
extreme belasting op de jack van de AC-adaptor
wanneer er per ongeluk aan het snoer wordt getrokken.
29.
Jack van de AC-adaptor
Voor het aansluiten van de meegeleverde AC-adaptor
(BRC reeks).
30.
POWER-schakelaar
Schakelt de stroom aan en uit.
31.
MIDI IN- en OUT-connectoren
Voor het aansluiten van externe MIDI-instrumenten.
Gebruik MIDI-kabels (afzonderlijk te koop) om de
aansluitingen te maken.
32.
Jack van de FOOT SW (Foot Switch)
Voor het aansluiten van een voetschakelaar zoals de FS-
5U (afzonderlijk te koop). Wanneer u een PCS-31
aansluitingssnoer gebruikt (afzonderlijk te koop), kan u
twee voetschakelaars aansluiten en gebruiken.
33.
Jack van de PHONES (hoofdtelefoon)
Voor het aansluiten van een hoofdtelefoon.
34.
OUTPUT-jacks R en L (MONO)
Dit zijn output-jacks voor audiosignalen. Ze worden
gebruikt voor het aansluiten van een versterker, een
audioset, of een gelijkaardig toestel. Gebruik een audio-
kabel (afzonderlijk te koop) om de aansluiting te maken.
35.
REC INPUT-selecteerschakelaar
Hierdoor wordt de ingevoerde klank van een toestel dat
aan de REC INPUT-jack is aangesloten met de JS-5
compatibel gemaakt.
36.
REC INPUT-jack
Voor het aansluiten van een instrument dat u zelf
bespeelt, zoals een elektrische gitaar of een microfoon.
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
15
Namen van onderdelen en functies
37.
MicroSaver Veiligheidsgleuf ( )
MicroSaver en Kensington zijn geregistreerde
handelsmerken van Kensington Microware Limited.
© 1997 Kensington Microware Limited
Kensington Microware Limited
2855 Campus Drive
San Mateo, CA 94403 U.S.A.
Web:www.kensington.com
Enkele afspraken in dit handboek
In dit handboek worden de hieronderstaande termen gebruikt voor het beknopt aanduiden van de werkmethodes.
Tekst tussen Ò[ ]Ó is de aanduiding van knoppen, toetsen en andere sturingen op het paneel.
[SONG]: Song-knop
[VOLUME]: Volume-knop
[VALUE]: Value-schijf
[SHIFT] + [***] betekent Òdruk op de *** knop terwijl u de Shift-knop ingedrukt houdtÓ.
16
Voorbereidingen
Aansluitingen maken
De JS-5 is niet uitgerust met een ingebouwde versterker of luidsprekers. Om
klanken te spelen, moet u beschikken over een versterker of een audio-set,
of een stereo-hoofdtelefoon.
* Audio-kabels, MIDI-kabels, stereo-hoofdtelefoon en voetschakelaar zijn niet
meegeleverd en moeten afzonderlijk worden aangekocht.
fig.QS01-01a
1
Controleer het volgende vooraleer de aansluitingen te
maken.
Werd het volumeniveau van het toestel en de aangesloten versterker of
ander toestel helemaal naar beneden gezet?
Werd de stroom van het toestel en de aangesloten versterker of ander toestel
uitgeschakeld?
Om een slechte werking en/of
eschadiging aan het toestel te
voorkomen, moet u steeds het
volume laag zetten en de
stroom van alle toestellen
uitzetten vooraleer u
aansluitingen maakt.
GUITAR LINE MIC
Foot Switch
(FS-5U)
PCS-31
Stereo
hoofdtelefoon
Digital Recorder (BR-8 enz.)
Monitor Speaker,
Audio Set, enz.
Elektrische gitaar
(met effector)
Semi-akoestische gitaar,
Keyboard, enz.
Microfoon
AC-adaptor
(BRC-serie)
17
Voorbereidingen
Snel starten
2
Sluit de meegeleverde AC-adaptor aan op de JS-5 en sluit
de AC-adaptor daarna aan op een stopcontact.
* Om accidentele onderbreking van de stroom naar uw toestel te voorkomen (indien
de fiche per ongeluk wordt uitgetrokken) en om overmatige belasting op de jack van
de AC-adaptor te vermijden, moet u het stroomsnoer aan de snoerhaak vastmaken
zoals afgebeeld in de illustratie .
fig.QS01-01b
3
Sluit de versterker of de audio-set aan zoals in de
afbeelding wordt getoond.
Sluit indien nodig een hoofdtelefoon aan.
* Om de JS-5 optimaal te laten werken, bevelen we het gebruik van stereo aan.
Gebruikt u mono, dan moet u aansluiten via de OUTPUT L (MONO)-jack.
Voor aansluitingen op MIDI-connectoren, zie (pg. 131).
Voor aansluiting op een jack van een FOOT SW (voetschakelaar), zie (pg. 117)
.
18
Voorbereidingen
De stroom aanzetten
Wanneer de aansluitingen gemaakt zijn, moet u de stroom van de
verschillende toestellen in de aangegeven volgorde aanzetten. Indien u de
toestellen in een verkeerde volgorde aanzet, is het mogelijk dat de luid-
sprekers en andere toestellen slecht functioneren en/of beschadigd raken.
1
Controleer het volgende vooraleer u de stroom aanzet.
Werden de externe toestellen correct aangesloten?
Werd het volumeniveau van het toestel en de aangesloten versterker of
ander toestel volledig naar beneden gezet?
2
Zet de POWER-schakelaar aan op het achterpaneel van de
JS-5
.
fig.QS01-02
* Dit toestel is uitgerust met een beveiligingscircuit. Na het aanzetten van de stroom
is er een korte tijd (enkele seconden) nodig vooraleer het toestel normaal zal werken.
3
Zet de stroom aan van de versterker of van een ander
toestel.
4
Pas het volume aan op de JS-5.
Druk [START] om het afspelen te beginnen. Gebruik [VOLUME] om het
volume op het aangepaste niveau te zetten.
fig.QS01-03
5
Zet het volume van de aangesloten versterker of een
ander toestel eveneens op het geschikte niveau.
On
Off
19
Voorbereidingen
Snel starten
6
Als u het volume heeft aangepast, drukt u op [STOP] om
het afspelen te stoppen.
De stroom uitzetten
1
Controleer het volgende vooraleer u de stroom uitzet.
Werd het volumeniveau van het toestel en de aangesloten versterker of
ander toestel volledig naar beneden gezet?
2
Zet de stroom uit van de versterker of van een ander
toestel.
3
Zet de stroom van de JS-5 uit.
20
Klanken spelen
Preset songs beluisteren
De JS-5 is uitgerust met 200 preset (ingebouwde) songs. Probeer
verschillende songs te kiezen en af te spelen.
De 200 preset songs zijn onderverdeeld per categorie, zoals rock of jazz.
fig.QS02-02
1
Druk op [SONG] zodat het lampje in de knop gaat
branden.
Het song-scherm verschijnt.
fig.QS02-03
2
Druk op [SONG/STYLE BANK] en selecteer een
categorie.
De door u geselecteerde categorie verschijnt.
ROCK 1 . . . . . . . . . . . . Hard rock, Heavy metal
ROCK 2 . . . . . . . . . . . . Typische Rock van de jaren zestig tot negentig
ROCK 3 . . . . . . . . . . . . Basic Rock
POP . . . . . . . . . . . . . . . Pops, 8-beat, en 16-beat
BALLAD. . . . . . . . . . . Ballade
BLUES . . . . . . . . . . . . . Blues
Lijst van preset songs
(pg. 141)
Op de JS-5 wordt elke
compositie een song
genoemd. De songs die in
de fabriek in het toestel
werden geplaatst, worden
preset songs
(vooringestelde songs)
genoemd, terwijl de songs
die u zelf maakt user
songs (gebruikerssongs)
worden genoemd.
12 5 4
3
5
Songnummer Songnaam
Categorie
21
Klanken spelen
Snel starten
R&B . . . . . . . . . . . . . . . Rhythm en blues, funk en soul
JAZZ . . . . . . . . . . . . . . Jazz
FUSION . . . . . . . . . . . Fusion
DANCE. . . . . . . . . . . . Hip hop, techno, etc.
LATIN. . . . . . . . . . . . . Salsa, bossa nova en samba, etc.
COUNTRY . . . . . . . . . Country
WORLD . . . . . . . . . . . Wereldmuziek
USER . . . . . . . . . . . . . . User-songs van 1 tot 100
CARD . . . . . . . . . . . . . User-songs op kaart van 1 tot 100
* Als er geen geheugenkaart werd ingebracht, kan men ÒCARDÓ niet selecteren, zelfs
niet als men op [CARD] drukt.
3
Draai aan [VALUE] om een song te selecteren.
De naam van de door u geselecteerde song (de song-naam) verschijnt.
fig.QS02-04
* De nummers van de songs verschillen in functie van de categorie .
4
Druk op [START] om het afspelen van de song te
beginnen.
[START] flikkert op de maat van de slag (beat) die in Style werd
geselecteerd.
* Indien u een instelling hebt gemaakt voor de aftel (pg.60) verschijnt de aftel in de
linker display en wordt de telklank tegelijkertijd gespeeld. Na de aftel-display begint
de klank te spelen.
De verlichte [FORM]-knoppen ([INTRO] tot [ENDING]) veranderen samen
met wat er wordt gespeeld en tonen het uitvoeringspatroon (form) van dat
moment.
5
Druk op [STOP] om het spelen te be‘indigen.
Druk op [FWD] om naar de volgende maten te gaan.
Druk op [RWD] om een maat terug te gaan.
Druk op [RESET] om naar het begin van een song te gaan.
* De uitvoering stopt automatisch wanneer ze het einde bereikt.
Wat is een Form (vorm)?
(pg. 27)
22
Klanken spelen
Het tempo van een uitvoering veranderen
Probeer nu het tempo van de gespeelde song te veranderen.
fig.QS02-05
1
Druk op [TEMPO] waardoor het lampje in de knop gaat
branden.
Het huidige tempo verschijnt in de display.
fig.QS02-06
2
Draai aan [VALUE] om het tempo aan te passen.
Instelwaarden: 40Ð250
3
Wanneer u een tempo hebt gekozen, moet u op [TEMPO],
drukken waardoor het lampje in de knop wordt gedoofd.
U kan gespecifieerde maten telkens opnieuw spelen.
ÒHerhaaldelijk een song afspelen (Loop Play)Ó (pg. 116)
2
1,3
23
Klanken spelen
Snel starten
Het akkoordenschema tonen
Het is mogelijk om naar een scherm (akkoordenscherm)[chord-scherm]
over te schakelen waar het akkoordenschema wordt getoond en u het
akkoordenschema kan controleren.
fig.QS02-07
1
Druk op [CHORD] waardoor het lampje in de knop gaat
branden.
Het Chord-scherm verschijnt.
fig.QS02-08
2
Druk op [START] om het spelen van de song te starten.
Wanneer het akkoord verandert, ziet u in de display het volgende akkoord.
fig.QS02-11
3
Druk op [SONG] om terug te gaan naar het song-
scherm,waardoor het lampje in de knop gaat branden.
3 2
1
De grondtoon bepaalt de
asisnoot van een akkoord.
Alle akkoorden zijn opge-
ouwd met de grondtoon
als basis en de naam van de
grondtoon verschijnt ook
in hoofdletters in de naam
van het akkoord.
Een on-bass akkoord is een
akkoord dat bas gebruikt
voor een andere noot dan
de grondtoon, zoals een ÒF
(Maj)Ó akkoord met een
ÒGÓ als basnoot. Dit wordt
meestal uitgedrukt als ÒF/
GÓ of ÒF op G.Ó
Akkoord-type
Grondtoon
Songnummer
Categorie
On-Bass akkoord
24
Klanken spelen
Beluisteren met een verschillend akkoordenschema
De preset songs hebben een bijkomend akkoordenschema. We proberen een
preset song te spelen nadat we op dit akkoordenschema zijn
overgeschakeld.
fig.QS02-12
1
Wanneer het spelen is gestopt, moet u [SHIFT] ingedrukt
houden en [EZ] indrukken waardoor het lampje in de
knop gaat branden.
2
Wanneer [START] wordt ingedrukt, wordt de uitvoering
gestart met een ander akkoordenschema.
3
Om naar het originele akkoordenschema terug te gaan,
moet u terwijl het spelen is gestopt [SHIFT] ingedrukt
houden en [EZ] indrukken waardoor het lampje in de
knop wordt gedoofd.
* Het akkoordenschema kan niet worden veranderd wanneer [SHIFT] + [EZ] wordt
ingedrukt terwijl een song aan het spelen is.
1,3 2
25
Klanken spelen
Snel starten
De stijl (style)van een preset song veranderen
Het is mogelijk dat u de style (stijl) van een preset song wil veranderen. De
JS-5 beschikt over 200 soorten preset (vooringestelde) stijlen. We proberen
verschillende stijlen te spelen.
De 200 preset-stijlen zijn gerangschikt per categorie zoals rock of jazz.
Wanneer u de stijl verandert, zal de song worden gespeeld op de wijze die
overeenkomt met de gekozen stijl, zelfs als het akkoordenschema dat voor
de preset song is ingesteld niet verandert.
fig.QS02-14
1
Terwijl het afspelen gestopt is, drukt u op [STYLE]
waardoor het lampje in de knop gaat branden.
Het Style-scherm verschijnt.
fig.QS02-15
2
Druk op [SONG/STYLE BANK] en selecteer een
categorie.
De door u geselecteerde categorie verschijnt.
Over stijlen
Muziek omvat songs in een
reed gamma van catego-
rie‘n (muziekstijlen) zoals
rock en jazz. Songs in
dezelfde categorie
gebruiken min of meer
dezelfde uitvoerings-
patronen (frasering) en
instrumenten of het tempo
is min of meer hetzelfde.
Dit maakt het mogelijk om
de bijzondere sfeer van de
categorie te herkennen. De
S-5 is voorzien van inge-
ouwde preset stijlen die
de begeleidende uitvoer-
ingspatronen, instrumen-
ten (parts) en tempi voor
elke categorie groepeert,
zodat men met behulp van
deze stijlen gemakkelijk
songs kan cre‘ren met een
verschillende sfeer.
1 4
3
2
Style-nummer Style-naam
Categorie
26
Klanken spelen
ROCK 1 . . . . . . . . . . . . Hard rock, Heavy metal
ROCK 2 . . . . . . . . . . . . Typische Rock van de jaren zestig tot negentig
ROCK 3 . . . . . . . . . . . . Basic Rock
POP . . . . . . . . . . . . . . . Pops, 8-beat en 16-beat
BALLAD. . . . . . . . . . . Ballade
BLUES . . . . . . . . . . . . . Blues
R&B . . . . . . . . . . . . . . . Rhythm en blues, funk en soul
JAZZ . . . . . . . . . . . . . . Jazz
FUSION . . . . . . . . . . . Fusion
DANCE. . . . . . . . . . . . Hip hop, techno, etc.
LATIN. . . . . . . . . . . . . Salsa, bossa nova en samba, etc.
COUNTRY . . . . . . . . . Country
WORLD . . . . . . . . . . . Werelmuziek
USER . . . . . . . . . . . . . . User-stijlen van 1 tot 20
CARD . . . . . . . . . . . . . User-stijlen op kaart van1 tot 20
* Als er geen geheugenkaart werd ingebracht, kan men ÒCARDÓ niet selecteren, zelfs
niet als men op [CARD] drukt.
3
Draai aan [VALUE] om een stijl te selecteren.
De naam van de door u geselecteerde stijl (de stijlnaam) verschijnt.
fig.QS02-16
* De nummers van de stijlen verschillen in functie van de categorie .
4
Druk op [START] om het afspelen van de song te
beginnen.
U kan uw eigen originele stijl cre‘ren.
ÒUser styles cre‘renÓ (pg. 119)
27
Klanken spelen
Snel starten
Forms (vormen) verwisselen
We proberen een Preset-song te spelen met behulp van door u geselecteerde
forms.
fig.QS02-30
* Wanneer een form wordt verwisseld, wordt de volledige vormvolgorde
uitgeschakeld die voor de Song werd ingesteld. Wanneer men op [RESET] drukt,
wordt de vormvolgorde die is ingesteld voor de Song opnieuw hersteld.
1
Druk op [FORM] ([INTRO] tot [ENDING]) om de form
te selecteren die eerst moet worden gespeeld.
Indien u een form selecteert die verschilt van de huidig geselecteerde form
( waarvoor de knop verlicht is), zal het lampje in de knop beginnen te
flikkeren en wordt het afspelen op pauze gezet.
2
Druk op [START] en het afspelen begint met de op dit
moment geselecteerde form.
Wanneer de eerst geselecteerde form klaar is met spelen, zal het afspelen
overschakelen naar de form die op pauze werd gezet. Het lampje in de knop
zal niet langer flikkeren (gepauseerd) maar branden (spelen).
3
Druk op [FORM] (INTROÐENDING) om de form te
wisselen.
De vorm verandert in de maat die na het punt komt waarop u de knop
indrukte en het lampje in de knop stopt met flikkeren en gaat branden.
In geval van VERSE 1 en VERSE 2 blijft de uitvoering zich herhalen tot
het afspelen overschakelt op de volgende form.
Als u overschakelt naar FILL 1, FILL 2, BREAK 1 of BREAK 2, zal
wanneer de uitvoering gestopt is, het afspelen automatisch
a
s een
orm
Forms zijn de uitvoerings-
patronen waaruit een song
is samengesteld.
De JS-5 beschikt over acht
soorten forms die voor elke
stijl kunnen worden
geselecteerd.
INTRO:
Intro
VERSE 1, 2:
De belangrijkste uitvoe-
ringspatronen. 1 is het
asispatroon en 2 is een
variatie.
FILL (Fill-In) 1, 2:
Ornamentale uitvoerings-
patronen die op gepaste
punten worden ingevoegd,
ijv. waar de ene frase in de
andere overgaat. Selecteer 1
of 2 afhankelijk van de
vorm die na het
ingevoegde stuk komt.
BREAK 1, 2:
Blanco stukken die een
melodie of een ritme
tijdelijk stopzetten. Er
kunnen twee verschillende
reaks voorbereid worden.
ENDING:
Uitvoeringspatronen die
als slot van een muziek-
compositie worden
gebruikt.
2
1,3
28
Klanken spelen
overschakelen naar de voordien geselecteerde VERSE 1 of VERSE 2.
In geval van ENDING keert u terug naar het begin van de song wanneer
het afspelen stopt.
* Wanneer het afspelen het aantal maten heeft bereikt dat voor de song is bepaald, zal
het afspelen stoppen en zal u terugkeren naar het begin van de song.
Een akkoord inbrengen
We proberen een Preset-song te spelen met akkoorden die u zelf inbrengt.
* Wanneer u een akkoord inbrengt, worden alle akkoorden die in de song zijn
ingevoerd buiten werking gesteld. Wanneer u op [RESET] drukt, wordt het
ingestelde akkoordenschema van de song geactiveerd.
fig.QS02-17
1
Druk op [CHORD] waardoor het lampje in de knop gaat
branden.
Het Chord-scherm verschijnt.
2
Gebruik de volgende knoppen om een akkoord in te
geven.
Gebruik [C] tot [B] en [#/
b
] om de grondtoon van het akkoord te bepalen.
Door herhaaldelijk op [#/
b
] te drukken loopt u door de selecties “#,” “
b
,”
en “none.”
Gebruik [Maj] tot [9th] om het soort akkoord te bepalen.
Om een On-Bass akkoord te specifiëren moet u [SHIFT] ingedrukt
houden en [C] tot [B] en [#/
b
] gebruiken om de bastoon te bepalen.
1,4 2,42,4
2,4
3
De grondtoon bepaalt de
basisnoot van een akkoord.
Alle akkoorden zijn opge-
bouwd met de grondtoon
als basis en de naam van de
grondtoon verschijnt ook
in hoofdletters in de naam
van het akkoord.
Een on-bass akkoord is een
akkoord dat bas gebruikt
voor een andere noot dan
de grondtoon, zoals een ÒF
(Maj)Ó akkoord met een
ÒGÓ als basnoot. Dit wordt
meestal uitgedrukt als ÒF/
GÓ of ÒF op G.Ó
29
Klanken spelen
Snel starten
fig.QS02-18
3
Wanneer [START] is ingedrukt, start de uitvoering met
het ingevoerde akkoord.
4
Voer de akkoorden naar believen in.
Song number Chord type
On-Bass chord
Chord root
Category
Men kan akkoordtypes ingeven die niet beschikbaar zijn in [Maj]Ð
[9th].
ÒSpelen met akkoorden die u zelf ingeeftÓ (pg. 62)
30
Klanken spelen
Een ritmemachine gebruiken
Het uitvoeringspatroon van een song wordt met behulp van volgende vier
parts gespeeld: ÒInst (instrument) 1,Ó ÒInst (instrument) 2,Ó ÒDrumÓ en
ÒBass.Ó
Wanneer men alleen de drumpart van een song speelt, kan de JS-5 als een
ritmemachine gebruikt worden
fig.QS02-19
1
Druk op de [PART MUTE] [BASS], [INST 1] en [INST 2]
knoppen om de lampjes te doen doven.
Wanneer het lampje van een knop niet verlicht is, staat zijn
overeenkomstige part uit (stil).
1
31
Klanken spelen
Snel starten
Een song begeleiden op gitaar
We proberen een elektrische gitaar aan te sluiten op de JS-5 en de song te
begeleiden op gitaar.
fig.QS02-20
1
Draai [REC LEVEL] helemaal tegen de klok in.
fig.QS02-21
2
Sluit de elektrische gitaar aan op de REC INPUT-jack.
5
1,4
2,3
32
Klanken spelen
3
Stel de selectieschakelaar van REC INPUT juist in.
GUITAR: Wanneer een elektrische gitaar (of bas) is aangesloten of
wanneer een elektrische gitaar (of bas) en een
effectenprocessor zijn aangesloten
(De Guitar Amp Simulator staat aan.)
LINE: Wanneer een elektrische akoestische gitaar is aangesloten of
wanneer een keyboard is aangesloten
MIC: Wanneer een microfoon is aangesloten
fig.QS02-23
4
Draai aan [REC LEVEL] om het volumeniveau van de
aangesloten uitrusting aan te passen.
* Afhankelijk van de plaatsing van de microfoons ten opzichte van de luidsprekers kan
er gefluit optreden. Dit kan worden verholpen door:
1) De richting van de microfoon(s) te veranderen.
2) De microfoon(s) verder van de luidsprekers te plaatsen.
3) Het volume te verlagen.
5
Selecteer een song, druk daarna op [START] om met het
spelen van de song te beginnen.
33
Snel starten
Een song creëren
Met de JS-5 kan u maximaal 100 originele songs (user songs) maken. We
proberen een echte song te maken.
Vooraleer we een song maken, bekijken we even hoe een song wordt
samengesteld.
fig.QS03-01
Style:
Selecteert een stijl in een categorie die overeenkomt met het concept voor de
song.
Form track (spoor van de form):
Specifieert de sequentie voor het spelen van de forms, zoals intro, fill-in en
ending in overeenkomst met de stijl die u kiest.
Chord track (spoor van de akkoorden):
Specifieert het akkoordenschema voor het spelen van de forms.
Audio track (spoor van audio)(alleen user song):
Neemt gitaarspel, zang of andere geluiden op die in REC INPUT worden
ingevoerd.
Verse 1 Ending
Form
Track
B7th
E7th E7th
Code
Track
Audio
Track
Intro
• Preset
• User
Style
Part
Effect
Song
De form track en Chord
samen worden de Sequence
tracks genoemd.
34
Een song creëren
Een eigen originele song componeren
(EZ Compose)
Met EZ Compose kan men gemakkelijk eigen originele songs componeren.
fig.QS03-02
1
Selecteer een user song om op te nemen.
1-1 Druk op [SONG] waardoor het lampje van de knop gaat branden.
1-2 Druk op [USER].
1-3 Draai aan [VALUE] om een song te selecteren.
Een user song zonder opgenomen gegevens wordt aangeduid met een Ò*Ó
op het scherm.
2
Druk op [EZ] waardoor het lampje van de knop gaat
branden.
Het startscherm van EZ Compose verschijnt gedurende ongeveer een
seconde, waarna het style-scherm verschijnt.
fig.QS03-03
1-1
2
1-3
,4,6,8,
10
5,7,9,
11
,
12
3
1-2
Style-nummer Style-naam
Categorie
Om EZ Compose te
annuleren , moet u op [EZ]
drukken om het knop-
lampje te doen doven.
35
Een song creëren
Snel starten
3
Druk op [SONG/STYLE BANK] en selecteer een categorie.
4
Draai aan [VALUE] om een stijl te selecteren.
* Wanneer u op [START] drukt, wordt de stijl gespeeld met de forms die op dat
moment zijn ingesteld. (Er wordt geen akkoordenschema toegevoegd).
5
Druk op [ENTER] nadat u een stijl hebt gekozen.
Het selectiescherm van Chord Template verschijnt.
fig.QS03-04
6
Draai aan [VALUE] om een Chord template te selecteren.
Een Chord template groepeert de form-sequenties en akkoordenschemaÕs
in een enkele set.
BluesChord 1–9: Selecteer dit voor het cre‘ren van songs met blues
akkoordenschemaÕs.
MajorChord 1–24: Selecteer dit voor het cre‘ren van songs die uit
majeurmelodie‘n bestaan.
MinorChord 1–17: Selecteer dit voor het cre‘ren van songs die uit
mineurmelodie‘n bestaan.
7
Druk op [ENTER] nadat u een Chord template hebt gekozen.
Het Tempo Setting-scherm verschijnt.
fig.QS03-05
8
Draai aan [VALUE] om het tempo in te stellen.
Instelwaarden: 40Ð250
9
Druk op [ENTER] nadat u een tempo hebt gekozen.
Het Key Setting-scherm verschijnt.
fig.QS03-06
36
Een song creëren
10
Draai aan [VALUE] om de toonaard (grondtoon) van de
song te bepalen.
Men kan een toonaard bepalen van C tot B in stappen van een halve toon.
11
Druk op [ENTER] nadat u de toonaard van de song hebt
gekozen.
Er verschijnt een scherm waarin gevraagd wordt of u wil verdergaan met
EZ Compose.
fig.QS03-40
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
12
Druk op [ENTER] om EZ Compose uit te voeren.
Het verwerken van de songgegevens wordt gestart.
fig.QS03-07
Wanneer de verwerking van de songgegevens voltooid is, verschijnt
onderstaand scherm. Daarna verschijnt het song-scherm.
fig.QS03-08
* De song die gemaakt is, krijgt een songnaam die automatisch dezelfde zal zijn als de
Chord template.
De naam van de song kan worden veranderd.
ÒEen song benoemenÓ (pg. 74)
37
Een song creëren
Snel starten
Een song creëren vanuit een Score
Men kan een song componeren door een style te kiezen en de forms en het
akkoordenschema op te nemen.
Deze paragraaf gebruikt voorbeelden om de stappen te beschrijven die
nodig zijn om een song, gelijkaardig aan de song hieronder, te componeren.
Zo neemt men een song op die een Rock Style met een Blues
akkoordenschema combineert.
fig.QS03-09
1234
EN.C ------ ------ ------
5678
FILL 1
E
7th A7th E7th E7th
9 101112
A7th A7th E7th E7th
13 14 15 16
B7th A7th E7th B7th
17 18 19 20
ENDING
E
N.C ------ ------ ------
INTRO ------ ------ ------
------ ------
------ ------ ------
------ ------ ------
------ ------
STYLE: ROCK 1
VERSE 1
------
21 22
------
------
------
------
04: 80’sHardRock
N.C. (Non-Chord Type)
Selecteer dit type wanneer u wil dat de originele uitvoeringsgegevens
worden gespeeld zoals ze zijn, zonder omzetting van de akkoorden.
Aangezien de akkoordenschemaÕs ÒIntroÓ en ÒEndingÓ in de
originele uitvoeringsgegevens vervat zijn, is het mogelijk om de
akkoordenschemaÕs van de uitvoeringsgegevens te spelen zoals ze
zijn wanneer men Non-Chord Type specifieert.
In normale omstandigheden worden de akkoorden van de
uitvoeringsgegevens niet omgezet wanneer de Chord Type met als
grondtoon ÒCÓ in ÒN.C.Ó wordt veranderd.
Als de grondtoon niet ÒCÓ is, worden de originele uitvoeringsgegevens met
deze grondtoon als basis gespeeld. Bijvoorbeeld, wanneer ÒDÓ wordt
geselecteerd met Non-Chord Type, worden de originele uitvoerings-
gegevens een hele toon boven de originele gegevens gespeeld.
38
Een song creëren
fig.QS03-10
(1) Selecteer het opnamedoel.
Selecteer de bestemming waar de user song moet worden opgenomen.
1
Druk op [SONG] waardoor het lampje van de knop gaat branden
.
2
Druk op [USER].
3
Draai aan [VALUE] om een song te selecteren.
Een user song zonder opnamegegevens is voorzien van Ò*Ó naast het song-
nummer.
(2) Selecteer een style.
4
Druk op [STYLE] waardoor het lampje van de knop gaat
branden.
5
Druk op [SONG/STYLE BANK] en selecteer een categorie.
Selecteer in dit voorbeeld ÒROCK 1.Ó
6
Draai aan [VALUE] om een style te selecteren.
Selecteer in dit voorbeeld Ò04: 80'sHardRock.Ó
42
3,6
5
1,8
7
39
Een song creëren
Snel starten
(3) Selecteer een opname-track.
7
Druk op [REC] waardoor het lampje van de knop gaat
branden.
[SONG], [CHORD] en [AUDIO TRACK] beginnen te flikkeren en het
selectiescherm van de Recording Track verschijnt.
fig.QS03-30
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
Neem eerst de form op.
8
Druk op [SONG] om de Form Track te selecteren.
Het Recording standby-scherm van de Form verschijnt. [SONG] gaat
branden.
fig.QS03-12
(4) Neem de forms op.
Neem de forms op de Form Track op. In dit voorbeeld proberen we
Realtime recording te gebruiken.
fig.QS03-19
Opnamespoor
Realtime-opname is een
methode voor het opnemen
van geselecteerde vormen
op de Form Track terwijl
[FORM] is ingedrukt en de
forms een na een worden
afgespeeld. Een andere
opnamemethode is Step
recording, waarbij u voor
elke maat of beat een form
specifieert .
Meer informatie vindt u in
ÒUser- songs cre‘renÓ (pg.
56).
9
11
14
1310
40
Een song creëren
9
Druk op [REC] om ÒREALÓ te doen verschijnen.
Nu is Realtime recording geselecteerd.
fig.QS03-13
10
Druk op [FORM] om de form te selecteren die eerst moet
worden opgenomen.
Druk nu op [INTRO] waardoor het lampje van de knop gaat branden.
11
Druk op [START].
Het Realtime Recording-scherm van de form verschijnt, en de opname
begint vanaf de geselecteerde intro.
fig.QS03-14
Wanneer de intro stopt met spelen, schakelt de JS-5 automatisch over op het
afspelen van Verse 1. In dit geval schakelt de JS-5 over naar Verse 1 in de
tweede maat en gaat het lampje van [VERSE 1] branden.
12
Speel Verse 1 verder in de maten 5 tot 15.
13
Druk op [FILL1] terwijl de laatste slag van maat 15
speelt.
Het lampje van de knop flikkert.
Aan het begin van maat 16 start de uitvoering van Fill 1; het lampje van de
knop stopt met flikkeren en gaat constant branden.
14
Druk op [ENDING] terwijl maat 16 speelt.
Het lampje van de knop flikkert.
Aan het begin van maat 17 start de uitvoering van de ending; het lampje van
de knop stopt met flikkeren en gaat constant branden.
Wanneer het bewerkte deel van de uitvoering voorbij is, wordt de
uitvoering gestopt en is de opname voltooid.
Het lampje van [REC] dooft uit en het song-scherm verschijnt opnieuw.
41
Een song creëren
Snel starten
(5) De akkoorden opnemen.
Neem op de Chord Track het akkoordenschema op. In dit voorbeeld
proberen we Step recording te gebruiken
fig.QS03-20
15
Druk op [REC] waardoor het lampje van de knop gaat
branden.
[SONG], [STYLE], [CHORD] en [AUDIO TRACK] flikkeren en het
selectiescherm van Recording Track verschijnt.
fig.QS03-32
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
16
Druk op [CHORD] om een Chord Track te selecteren.
Het Recording standby-scherm van de Chord verschijnt. Het lampje van
[CHORD] gaat branden.
fig.QS03-15
Step recording is een
opnamemethode waarbij u
voor elke afzonderlijke
maat of beat een akkoord
specifieert.
Een andere opname-
methode is Realtime
recording, waarbij u
akkoorden specifieert die
overeenkomen met de
forms die gespeeld worden
Meer informatie vindt u in
ÒUser songs cre‘renÓ (pg.
56)
15, 17
19, 20
21
16
21
20, 22
22 24
18, 26
25
19, 20
Recording Track
Quantize
42
Een song creëren
17
Druk op [REC] om ÒSTEPÓ te laten verschijnen.
Nu is Step recording geselecteerd.
18
Druk op [CURSOR] om de Quantize display te doen
flikkeren en draai daarna aan [VALUE] om de instelling
te maken voor quantizing.
Zet deze in dit voorbeeld op ÒwÓ (hele noot).
19
Druk op [START].
Het Step Recording-scherm voor akkoorden verschijnt en de opname
begint.
fig.QS03-16
20
Neem het akkoord op (Non-Chord Type ÒEÓ) voor de
eerste maat.
Druk op [E].
Druk daarna op [CURSOR ] waardoor de display van Chord Type
begint te flikkeren en draai aan [VALUE] om Ò- -Ó (Non-Chord Type) te
selecteren.
fig.QS03-17
21
Druk verschillende keren op [FWD].
De handeling wordt uitgevoerd binnen de timing (stappen) voor het
opnemen van het volgende akkoord (E7). In dit voorbeeld gaat het verder
tot maat 5.
22
Neem het volgende akkoord op.
Druk op [E] [7th].
Quantize
Tel
Tik
Een tik is een nog kleinere
onderverdeling van een tel.
Een tel is gelijk aan 96
tikken.
Wanneer men Step
recording gebruikt, stelt
Quantizing de resolutie
van de stappen in die
zullen volgen wanneer men
in latere handelingen op
[FWD] of [RWD]drukt.
De resolutie waarin een
maat verdeeld is, wordt
ingesteld door noten; het
opvoeren van de resolutie
van de noten verhoogt het
aantal stappen (de
opname-timing van de
form).
43
Een song creëren
Snel starten
fig.QS03-18
23
Herhaal stappen 21Ð22 om alle akkoorden in de score op
pagina 37 op te nemen.
* Als hetzelfde akkoord wordt aangehouden, kan men het eerste akkoord opnemen en
in de rest van de opname van dat akkoord weglaten. Ga verder naar de timing
waarin u een ander akkoord wenst op te nemen.
24
Druk op [STOP] wanneer u klaar bent met het opnemen
van de akkoorden.
Het lampje van [REC] dooft uit en het Chord-scherm verschijnt.
* Druk op [SONG] om het song-scherm te laten verschijnen.
(6
) De door u gecomponeerde song beluisteren
.
25
Druk op [RESET].
26
Druk op [START].
De song begint te spelen.
U kan akkoorden opnemen in een toonhoogte die een octaaf hoger
of lager ligt dan degene die wordt gespeeld.
ÒStep RecordingÓ (pg. 71)
De naam van de song kan worden veranderd.
ÒEen song een naam gevenÓ (pg. 74)
Als u een geheugenkaart gebruikt (SmartMedia) kan u maximaal
100 originele songs (User Songs) op de kaart bewaren.
ÒHoofdstuk 4 User songs cre‘renÓ (pg. 66)
44
De wijze veranderen waarop een Song speelt
De toonaard veranderen
Men kan Key Transpose gebruiken om de toonaard van een song te
veranderen (transponeren).
fig.QS04-0
1
Selecteer een song.
1-1 Druk op [SONG] waardoor het lampje van de knop gaat branden.
1-2 Druk op [SONG/STYLE BANK] en selecteer een categorie.
1-3 Draai aan [VALUE] om een song te selecteren.
2
Druk op [CURSOR ] om Ò1 KEY TRANSPOSEÓ te selecteren
.
fig.QS04-0
3
Druk op [START].
De song begint te spelen.
4
Draai aan [VALUE] om de toonaard in te stellen.
Instelwaarden: -24Ð +24
De toonaard kan ingesteld worden in stappen van een halve toon binnen
een bereik van twee octaven hoger of lager.
* Gewij
zigde instellingen van een vooringestelde song kunnen niet opgeslagen wor-
den. Als u deze instellingen wil bewaren, moet u ze naar een user song kopi‘ren
(pg.82).
* Hoewel de toonaard van de akkoorden die werkelijk gespeeld worden, getransponeerd wordt
wanneer Key Transpose is ingesteld, zal de toonaard die tijdens de uitvoering in de display
wordt getoond niet veranderen.
Het transponeren van de
toonaard omvat het ver-
schuiven van de algemene
toonhoogte van de
gespeelde noten.
1-11-2
1-3
,4
2
5
3
45
De wijze veranderen waarop een Song speelt
Snel starten
5
Druk op [EXIT] wanneer u klaar bent met het maken van
instellingen.
In de display verschijnt opnieuw het originele scherm.
Het volume van elke part aanpassen
Men kan het volume aanpassen van elk van de parts die een stijl vormen:
Inst 1, Inst 2, Drum en Bass.
* Wanneer een uitvoering op de Audio Track is opgenomen, kan u eveneens het
volume van deze track aanpassen.
fig.QS04-03
1
Selecteer een song.
1-1 Druk op [SONG] waardoor het lampje van de knop gaat branden.
1-2 Druk op [SONG/STYLE BANK] en selecteer een categorie.
1-3 Draai aan [VALUE] om een song te selecteren..
2
Druk op [PART].
3
Druk op [CURSOR] om Ò1 VOLUMEÓ te selecteren.
1-11-2
1-3
,63
4
2,8
8
5
46
De wijze veranderen waarop een Song speelt
fig.QS04-04
4
Druk op [PART SELECT] en selecteer de part waarvan u
het volume wil veranderen.
Als u op [AUDIO TRACK] drukt wanneer een user song geselecteerd is, zal
het volgende scherm verschijnen:
fig.RE06-02
5
Druk op [START].
De song begint te spelen.
6
Draai aan [VALUE] om het volume te veranderen.
Instelwaarden: 0Ð127
7
Herhaal indien nodig stappen 4 en 5.
* Gewijzigde instellingen van een vooringestelde song kunnen niet opgeslagen
worden. Als u deze instellingen wil bewaren, moet u ze naar een user song kopi‘ren
(pg.82).
8
Druk nogmaals op [PART] of druk op [EXIT] wanneer u
klaar bent met het maken van instellingen.
In de display verschijnt opnieuw het originele scherm.
Drum
Geselecteerde Part
Bass Inst 1 Inst 2
Volumeniveau van de Parts
47
De wijze veranderen waarop een Song speelt
Snel starten
Effecten gebruiken
De JS-5 is voorzien van effecten zoals Reverb en Chorus.
In dit voorbeeld proberen we de instellingen voor Reverb te veranderen om
na te gaan wat het effect precies doet.
* Het is niet mogelijk om effecten te gebruiken op de klankinvoer vanuit REC INPUT.
fig.QS04-05
1
Selecteer een song.
1-1 Druk op [SONG] waardoor het lampje van de knop gaat branden.
1-2 Druk op [SONG/STYLE BANK] en selecteer een categorie.
1-3 Draai aan [VALUE] om een song te selecteren.
2
Druk op [EFFECTS].
3
Druk op [CURSOR] en selecteer Ò1 REVERB TYPE.Ó
Dit is het scherm voor de instelling van het soort reverb (galm).
fig.QS04-06
4
Druk op [START].
De song begint te spelen.
Een effect verandert en
produceert een klank, zoals
galm toevoegen aan een
klank om diepte uit te
drukken of een klank
vertragen om een speciaal
effect te verkrijgen.
1-11-2
1-3
,53
2
6
6
4
48
De wijze veranderen waarop een Song speelt
5
Draai aan [VALUE] om het type te selecteren.
Probeer verschillende types te veranderen en beluister de verschillende
effecten.
* Gewijzigde instellingen van een vooringestelde song kunnen niet opgeslagen
worden. Als u deze instellingen wil bewaren, moet u ze naar een user song kopi‘ren
(pg. 82).
6
Druk nogmaals op [EFFECT] of druk op [EXIT] wanneer
u klaar bent met het maken van instellingen.
In de display verschijnt opnieuw het originele scherm
Men kan de hoeveelheid galm afwisselen die op elke part wordt
toegepast.
ÒDe hoeveelheid Chorus en Reverb veranderen die op elke part wordt
toegepastÓ
(pg. 84)
De instellingen van de effecten kunnen op verschillende
manieren worden gewijzigd.
ÒInstellingen van effecten wijzigenÓ (pg. 86)
49
Snel starten
Gitaarspel opnemen
Eigen uitvoeringen kunnen op de (Preset/User) Audio track van een song
worden opgenomen.
Selecteer hier een preset die u aanspreekt, kopieer deze naar de user songs
van de JS-5 en neem de gitaaruitvoering (of zang, of een ander instrument)
samen met deze song op.
* Hieronder wordt de beschikbare opnametijd van de JS-5 weergegeven.
Hi-Fi: 1 minuut, 35 seconden
LONG: 1 minuut, 58 seconden
Een Preset-song kopiëren
fig.QS05-30
1
Selecteer de preset song die als kopieerbron moet
worden gebruikt.
1-1 Druk op [SONG] waardoor het lampje van de knop gaat branden.
1-2 Druk op [ROCK 1] tot [WORLD] en selecteer een categorie.
1-3 Draai aan [VALUE] om een song te selecteren.
2
Druk op [COPY] ([SHIFT] + [EFFECTS]).
Het bronscherm van de kopie verschijnt.
fig.QS05-31
Uitvoeringsgegevens die
op de Audio Track zijn
opgenomen, worden
Òaudio-gegevensÓ
genoemd.
1-11-2
1-3
,
3-1, 3-23-1, 3-2
4
2
Bestemmingssong
categorie / nummer
50
Gitaarspel opnemen
3
Selecteer de user song die als kopieerdoel moet worden
gebruikt.
Selecteer hier een van de user songs van de JS-5.
3-1 Druk op [CURSOR] en het lampje van de categorie-aanduiding begint
te flikkeren. Draai daarna aan [VALUE] om “USER” (de JS-5) te
selecteren.
3-2 Druk op [CURSOR], en het lampje van de nummeraanduiding begint
te flikkeren. Draai daarna aan [VALUE] om het song-nummer te
selecteren.
* User songs zonder opgenomen gegevens worden aangeduid met een "*" in de
display.
4
Druk op [ENTER] wanneer u een kopieerdoel heeft
gekozen.
Het bevestigingsscherm van de kopie verschijnt.
fig.QS05-32
5
Druk op [ENTER] wanneer u het kopi‘ren wil
doorvoeren.
Het kopi‘ren begint. Nadat het kopi‘ren voltooid is, verschijnt het volgende
scherm, waarna het scherm van het kopieerdoel wordt getoond.
fig.QS05-33
* Druk op [EXIT] om te annuleren. Het Copy-scherm verschijnt opnieuw.
Met elke druk op de [EXIT]
knop gaat u ŽŽn scherm
terug.
51
Gitaarspel opnemen
Snel starten
Opnemen
fig.QS05-01
1
Selecteer de user song die moet worden opgenomen.
Gebruik de hierboven beschreven procedure om de gekopieerde song te
selecteren.
1-1 Druk op [SONG] waardoor het lampje van de knop gaat branden.
1-2 Druk op [USER].
1-3 Draai aan [VALUE] om een song te selecteren.
2
Druk op [REC] waardoor het lampje van de knop gaat
branden.
[SONG], [CHORD] en [AUDIO TRACK] flikkeren en het selectiescherm
van de Recording Track verschijnt.
fig.QS05-20
3
Druk op [AUDIO TRACK] om de Audio Track te selecteren.
Het standbyscherm van Recording voor de Audio Track verschijnt.
fig.QS05-22
* Wanneer er geen audio-gegevens zijn, verschijnt Ò*Ó op het scherm.
1-11-2
1-3
3
7
6,9 2
4
5
8
Opnamespoor
52
Gitaarspel opnemen
4
Druk op [LONG REC] en selecteer de opnamekwaliteit.
Hi-Fi: Selecteren wanneer men hoogkwalitatieve opnames wil maken.
LONG: Selecteren wanneer men de opnametijd wil verlengen.
Wanneer u ÒLONGÓ selecteert, gaat het lampje van [LONG REC] branden.
5
Het opnameniveau aanpassen.
Bespeel de gitaar en draai aan [REC LEVEL] om het opnameniveau van de
klank aan te passen die in REC INPUT wordt ingevoerd zodat de Ò
Ó aan de
uiterst rechtse zijde van de niveaumeter binnen het gepaste bereik van
niveaus wordt getoond (zie onderstaand diagram).
fig.QS05-04
6
Druk op
[START]
waardoor het lampje van de knop gaat
branden en start de opname.
Als u een instelling hebt gemaakt voor de aftel (pg. 60), zal de aftel in de
linkse display verschijnen en wordt de aftelklank tegelijkertijd afgespeeld.
Na het tonen van de aftel begint de opname.
fig.QS05-05
7
Druk op [STOP] als de opname voltooid is.
Het lampje van [REC] dooft uit en het song-scherm verschijnt.
Afspelen
8
Druk op [RESET].
9
Druk op [START].
De audio-gegevens worden in de maat van de uitvoering afgespeeld.
Opnamevolume
Eerste maat
Laatste maat
Gepast bereik
De aftel is een telklank
(metronoom) van een of
twee streepjes die zijn
toegevoegd voor de maat
waarin de opname begint.
Door het gebruik van de
aftel bent u zeker van het
tempo en de timing bij het
starten van de opname.
53
Gitaarspel opnemen
Snel starten
Opgenomen gegevens wissen
Om alle audio-gegevens voor de op dit moment geselecteerde user song te
wissen moet u de hieronder beschreven stappen volgen:
fig.QS05-06
1
Druk op [ERASE] ([SHIFT] + [UTILITY]) in het song-scherm.
Het wisscherm van de song verschijnt.
fig.QS05-07
2
Draai aan [VALUE] om ÒAUDIOÓ te selecteren.
fig.QS05-40
3
Druk op [ENTER].
Er verschijnt een scherm waarin u gevraagd wordt het wissen van de audio-
gegevens te bevestigen.
* Druk op [EXIT] om de handeling te annuleren. Dit brengt u terug naar stap 2.
fig.QS05-08
1
2
3,4
Te wissen data
54
Gitaarspel opnemen
4
Druk op [ENTER] om de gegevens te wissen.
De audio-gegevens worden gewist.
Het volgende scherm verschijnt.
fig.QS05-41
Wanneer het wissen voltooid is, verschijnt het song-scherm opnieuw.
fig.QS05-42
Wil u meer weten over het opnemen op de Audio Track?
ÒHoofdstuk 9 een eigen uitvoering opnemenÓ (pg. 111)
Met een geheugenkaart (smart media) kan men langere tijd
opnemen.
ÒOpnametijdÓ (pg. 111)
De maten kunnen slechts in een bepaald gedeelte opnieuw
worden opgenomen.
ÒEen nieuwe opname maken (Heropnemen)Ó (pg. 113)
55
1
Hoofdstuk 1 Overzicht van de JS-5
Over songs
Een enkele song op de JS-5 wordt een song genoemd. De 200
interne songs van de JS-5 worden preset songs genoemd
terwijl de songs die door de gebruiker worden gecre‘erd
user songs worden genoemd.
De JS-5 kan maximaal 100 user songs bevatten en men kan
ten hoogste 100 songs bewaren op afzonderlijk verkochte
geheugenkaarten (SmartMedia).
De 200 preset songs zijn per categorie gerangschikt, zoals
ÒRockÓ en ÒJazzÓ.
fig.QS03-01
Over stijlen
Stijlen omvatten tempogroepen, uitvoeringspatronen en
instrumenten (parts) in de begeleidingsgedeelten van elke
categorie. Men kan een song in een bepaald genre cre‘ren
door de song op een stijl te baseren.
Elk van de 200 ingebouwde stijlen van de JS-5 wordt een
preset style genoemd, terwijl een stijl die door de gebruiker
wordt gecre‘erd een user style wordt genoemd. Men kan
twintig soorten user styles cre‘ren.
De JS-5 kan maximaal 20 user styles bevatten en er kunnen
maximum 20 stijlen op afzonderlijk verkochte
geheugenkaarten (SmartMedia).
Verder zijn er, zelfs met stijlen uit dezelfde categorie, lichtjes
verschillende uitvoeringspatronen nodig voor de
verschillende delen van een song (intro, fill-ins, enz.). Een
uitvoeringspatroon van deze soort wordt form genoemd. In
een style kunnen tot acht verschillende forms worden
gebruikt.
Over Parts
Bij het spelen van Style-uitvoeringspatronen worden vier
parts gebruikt: ÒINST 1Ó; ÒINST 2Ó; DRUM en BASS.
fig.RE01-02
Over Tracks (sporen)
Songs beschikken over de volgende drie tracks.
Form track:
Bepaalt de volgorde waarin de intro, de fill-ins, de endings
en de andere forms van de geselecteerde stijl moeten worden
gespeeld.
Chord track:
Bepaalt het akkoordenschema waarin de forms worden
gespeeld.
* De Form track en de Chord track samen worden
sequence
tracks
genoemd.
Audio track:
Neemt gitaaruitvoeringen, zang en andere klanken op die in
de REC INPUT worden ingevoerd.
* Uitvoeringsgegevens die op de Audio Track werden
opgenomen, worden Òaudio-gegevensÓ genoemd.
Over forms
Hier volgen acht verschillende soorten forms die in elke stijl
kunnen worden ingesteld.
fig.RE01-03
INTRO:
Intro
VERSE 1, 2:
De belangrijkste uitvoeringspatronen. 1 is het basispatroon, 2
is het variatiepatroon.
FILL (Fill-In) 1, 2:
Ornamentale uitvoeringspatronen die op bepaalde punten
worden ingevoegd, bijvoorbeeld waar de ene frase in de
andere overgaat. Selecteer 1 of 2 afhankelijk van de form die
op de fill-in volgt.
BREAK 1, 2:
Blanco stukken die een melodie of een ritme tijdelijk
stopzetten. Er kunnen twee verschillende breaks worden
voorbereid.
ENDING:
Uitvoeringspatronen die dienen als het slotgedeelte van een
muziekcompositie.
Verse 1 Ending
Form
Track
B7th
E7th E7th
Code
Track
Audio
Track
Intro
• Preset
• User
Style
Part
Effect
Song
Drum Kit
Drum
Instrument
Bass
Instrument
Inst 1
Instrument
Inst 2
Style
56
Hoofdstuk 1 Overzicht van de JS-5
Over stijl- en akkoordomzettingen
In de JS-5 worden de stijluitvoeringsgegevens omgezet
volgens de ÒChord-naamÓ (akkoordnaam) die op de Chord
Track is opgenomen. Uitvoeringsgegevens van de Preset
Style worden gecre‘erd op basis van de omzetting van de
akkoorden; de gegevens worden geconverteerd en
uitgevoerd door gewoonweg de akkoorden aan te duiden.
fig.RE01-04
* Uitvoeringen verschillen afhankelijk van de instellingen van
de Arrange-modus op het moment dat de akkoorden worden
omgezet (pg. 119).
Door ÒN.C Ò(Non-Chord Type) op de Chord Track op te
nemen, kan u de uitvoeringsgegevens spelen zonder dat er
veranderingen zijn aangebracht.
Over het maken van user songs
Hierna volgen de belangrijkste stappen voor het maken van
user songs.
(1) Selecteer een te gebruiken Style uit de
preset styles of user styles.
(2) Neem de volgorde van forms op in de
Form Track.
Er worden twee methoden gebruikt om de forms op te
nemen, nl. Realtime Recording, waarin elke geselecteerde
form net zoals hij werd uitgevoerd op de Form Track wordt
opgenomen door op de [FORM]-knop te drukken; en Step
Recording, waarin forms met ŽŽn maat of ŽŽn slag
tegelijkertijd worden bepaald.
(3) Neem de akkoorden die in de forms
worden gespeeld in de Chord Track op.
Er worden twee methoden gebruikt om de Chords op te
nemen, nl. Realtime Recording, waarin de akkoorden
opgenomen worden terwijl ze gesynchroniseerd worden met
de uitvoering van de forms en Step Recording, waarin de
Chords met ŽŽn maat of ŽŽn slag tegelijkertijd worden
bepaald.
* Het bewerken van zowel forms als akkoorden wordt uitgevoerd
in de Step Recording-modus.
(4) Neem uw eigen uitvoering op (klanken
ingevoerd in de REC INPUT) op de Audio
Track.
(5) Pas de volumebalans aan en maak de
effectinstellingen.
fig.RE01-05
Over het maken van User styles
U kan maximaal 20 verschillende eigen stijlen opnemen. Net
als bij de preset styles kan elke user style gecre‘erd worden
met behulp van ten hoogste acht verschillende forms.
Uitvoeringspatronen worden gemaakt door de tonen
(instrumenten) voor elke part te bepalen.
User styles kunnen ook worden opgenomen met behulp van
Realtime Recording.
Hoewel men uitvoeringen kan opnemen zoals ze worden
gespeeld met behulp van Realtime Recording, kan men
geen Realtime Recording uitvoeren met de JS-5 zelf.
Uitvoeringspatronen moeten worden opgenomen door het
bespelen van een MIDI-klavier dat op de MIDI IN-connector
van de JS-5 is aangesloten.
Originele Performance Data
Uitgevoerd met de
originele performance
data ongewijzigd
Als het akkoord
niet gewijzigd
wordt
C m7 D M7
C -- (N.C)
Arranger
Realtime
Recording
Step
Recording
De Forms opnemen
Selecteer een Style
Realtime
Recording
De akkoorden opnemen
Het audiospoor opnemen
Step
Recording
Regel de volumebalans
Maak de effectinstellingen
57
Hoofdstuk 1 Overzicht van de JS-5
1
Over geheugen
ÒGeheugenÓ verwijst naar de plaatsen waar de instellingen,
zoals degene voor ÒSongsÓ en ÒStylesÓ zijn opgeslagen. De
JS-5 is uitgerust met drie soorten geheugen: systeem-
geheugen, user-geheugen en preset-geheugen. Men kan ook
optionele geheugenkaarten gebruiken (SmartMedia).
fig.RE01-06
Systeemgeheugen
In het systeemgeheugen worden de instellingen opgeslagen
van de parameters die de werkomgeving van de JS-5 bepalen
(bijvoorbeeld de Master Tune en MIDI-parameters).
User-geheugen
Het user-geheugen is het geheugen dat herschrijfbare
gegevens bevat, waardoor u instellingen kan bewaren die u
zelf cre‘ert. Het user-geheugen kan worden gebruikt voor
het opslaan van maximaal 100 user-songs en ten hoogste 20
verschillende user-stijlen.
Audio-gegevens worden hier ook opgeslagen.
Preset-geheugen
Het Preset-geheugen bevat instellingen die niet kunnen
worden overschreven. 200 preset-songs en 200 verschillende
preset-styles zijn in het preset-geheugen opgeslagen.
* Bij het opnemen van een preset-song op de Audio track worden
de audio-gegevens in het user-geheugen of op een
geheugenkaart bewaard.
Geheugenkaarten (SmartMedia)
Dit zijn read/write kaarten waarop gegevens kunnen
worden geschreven. Net als bij het user-geheugen kunnen
geheugenkaarten maximaal 100 user-songs en ten hoogste 20
verschillende user styles bevatten.
User songs en user styles die op geheugenkaarten zijn
opgeslagen kunnen op exact dezelfde manier behandeld
worden als de user songs en user styles die in het user-
geheugen zijn opgeslagen.
Over gegevens veranderen
Gegevens veranderen in het user-
geheugen
Gegevens worden naar het user-geheugen geschreven tijdens
een aantal verschillende handelingen, zoals wanneer bv. van
pagina wordt gewisseld of wanneer op [ENTER], [EXIT] of
[STOP] wordt gedrukt. Hier verschijnt Ò Ó in de linkse
display en tijdens de uitvoering zal Ò Ó in wijzerzin
draaien.
fig.RE01-07
Zet nooit de stroom van de JS-5 uit of verwijder nooit de
geheugenkaart uit de JS-5 wanneer Ò Ó nog steeds
zichtbaar is in de linkse display (wanneer gegevens worden
weggeschreven), aangezien dit het correct wegschrijven van
de gegevens verhindert en latere handelingen ongunstig kan
be•nvloeden.
Gegevens veranderen in het preset-
geheugen
De gegevens in het preset-geheugen gaan verloren wanneer
een andere handeling wordt uitgevoerd of wanneer de
stroom van de JS-5 wordt uitgezet. Wanneer men gegevens
wil bewaren, moet men de gegevens eerst naar het USER-
geheugen of een geheugenkaart kopiëren.
Instellingen veranderen die in het
systeemgeheugen zijn opgeslagen
In het systeemgeheugen zijn de gegevens altijd actueel
aangezien de instellingen worden veranderd en de gegevens
rechtstreeks worden gecre‘erd.
200
200
20
100
Geheugenkaart
Song
Style
Song
Style
System
Preset User
Data editing
JS-5
Audio
Data
20
100
Song
Style
Audio
Data
Backup
10
58
Hoofdstuk 1 Overzicht van de JS-5
Over procedures voor het
veranderen van instellingen
Deze paragraaf verklaart de handelingen van de JS-5 die
door verschillende functies worden gedeeld.
Pagina’s wisselen
Wanneer een pagina in de display verschijnt, wordt Ò Ó
rechts van de pagina getoond.
Drukt men in dit geval meerdere malen op [CURSOR ]
dan zal de display overschakelen op de volgende pagina.
Om naar de vorige paginaÕs terug te gaan, moet men
meerdere keren op [CURSOR ] drukken.
* Het benodigde aantal keer drukken kan verminderd worden
door [SHIFT] ingedrukt te houden terwijl men op [CURSOR]
drukt.
fig.RE01-08
[CURSOR] en [VALUE] gebruiken
Men kan [CURSOR] en [VALUE] gebruiken wanneer men de
instellingen verandert die in de display worden getoond.
[CURSOR]
Druk op deze knoppen om naar de positie te gaan waarin de
instelling getoond wordt die u wil veranderen. Instellingen
die veranderd kunnen worden, flikkeren in de display.
* Als u de knop ingedrukt houdt, is de verandering
ononderbroken.
* Als u de ene knop ingedrukt houdt en op de andere knop drukt,
zal de verandering versnellen.
[VALUE]
Draai aan de [VALUE] schijf om de waarde-instellingen te
veranderen. Waardeveranderingen worden ononderbroken
gemaakt.
Houdt men [SHIFT] ingedrukt terwijl men aan de schijf
draait, dan zal de waardeverandering sneller gaan.
59
2
Hoofdstuk 2 Een song spelen
Veranderde instellingen bewaren
Als men de instellingen van een user song verandert, gaat de
veranderde inhoud verloren wanneer men naar een andere
song/stijl overschakelt.
Indien u de instellingen wil bewaren, moet u de volgende
procedure volgen:
1. Druk op [REC] waardoor het lampje van de knop gaat branden.
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
2. Druk op [STOP].
Het volgende scherm verschijnt en de instellingen
worden bewaard.
fig.RE06-50
Wanneer de instellingen bewaard zijn, keert u terug naar
het vorige scherm.
Zet nooit de stroom van de JS-5 uit of verwijder nooit de
geheugenkaart uit de JS-5 wanneer Ò Ó nog steeds
zichtbaar is in de linkse display (wanneer gegevens worden
weggeschreven), aangezien dit het correct wegschrijven van
de gegevens verhindert en latere handelingen ongunstig kan
be•nvloeden.
Als u de instellingen van de preset songs hebt veranderd en u
de instellingen wil behouden, moet u ze naar een user song
kopi‘ren (pg. 82).
Als men [SHIFT] + [REC] indrukt, worden de instellingen
onmiddellijk bewaard.
Een song spelen
Hier selecteren we en spelen we een song van de 200 preset
songs en de user songs (in het toestel of op een
geheugenkaart).
1. Druk op [SONG] waardoor het lampje van de knop
gaat branden.
Het song-scherm verschijnt.
2.
Druk op [SONG/STYLE BANK] en selecteer een categorie
.
De door u geselecteerde categorie verschijnt.
ROCK 1. . . . . . . .Hard rock, Heavy metal
ROCK 2
. . . . . . . . Typical Rock v.d. jaren zestig tot negentig
ROCK 3. . . . . . . .Basic Rock
POP . . . . . . . . . . .Pops, 8-beat en 16-beat
BALLAD. . . . . . .Ballade
BLUES. . . . . . . . .Blues
R&B . . . . . . . . . . Rhythm en blues, funk en soul
JAZZ. . . . . . . . . . Jazz
FUSION . . . . . . . Fusion
DANCE . . . . . . . Hip hop, techno, etc.
LATIN . . . . . . . . Salsa, bossa nova en samba, etc.
COUNTRY . . . . Country
WORLD. . . . . . . Wereldmuziek
USER . . . . . . . . . User songs van 1 tot 100
CARD. . . . . . . . . User songs op kaart van 1 tot 100
* Als er geen geheugenkaart aanwezig is, is het onmogelijk om
ÒCardÓ te selecteren, zelfs niet wanneer men op [CARD] drukt.
3. Draai aan [VALUE] om een song te selecteren.
De naam van de door u geselecteerde song (de song-
naam) verschijnt.
fig.RE02-01
* Het song-nummer varieert afhankelijk van de categorie.
* Bij een user song zonder opgenomen gegevens verschijnt Ò*Ó
naast het song-nummer.
4. Druk op [START] om het spelen van de song te starten.
[START] flikkert in de maat van de slag die in de
geselecteerde style werd ingesteld.
* Als u een instelling hebt gemaakt voor de aftel (pg. 60), zal de
aftel in de linkse display verschijnen en wordt de aftelklank
tegelijkertijd afgespeeld. Na het tonen van de aftel begint de
klank te spelen.
De verlichte [FORM] knoppen ([INTRO] tot [ENDING])
veranderen samen met wat wordt gespeeld en tonen het
huidige uitvoeringspatroon (form).
Wanneer er tijdens het afspelen op een knop wordt
gedrukt, zal dat wat wordt gespeeld bovendien
overschakelen naar de form van de ingedrukte knop.
5. Druk op [STOP] om het spelen te be‘indigen.
Druk op [FWD] om naar de volgende maat te gaan.
Druk op [RWD] om een maat terug te gaan.
Druk op [RESET] om naar het begin van de song te gaan.
* Als de uitvoering ten einde loopt, stopt ze automatisch.
Met behulp van [FWD] en [RWD] om de maat te bepalen en
door daarna op {START] te drukken, kan u in het midden
van een song beginnen te spelen.
* Als u begint te spelen in het midden van een song is de aftel
niet beschikbaar.
Songnummer Songnaam
Categorie
60
Hoofdstuk 2 Een song spelen
Het tempo veranderen
Nu veranderen we het tempo waarin de song wordt
afgespeeld.
1. Druk op [TEMPO] waardoor het lampje van de knop
gaat branden.
Het huidige tempo verschijnt in de linkse display.
fig.RE02-02
2. Draai aan [VALUE] om het tempo aan te passen.
3. Druk op [TEMPO] om het knoplampje te doven
wanneer u een tempo hebt gekozen.
* Als u de instellingen wil bewaren, moet u de Save-procedure
uitvoeren
(pg. 59).
De toonaard veranderen
Men kan Key Transpose gebruiken om de toonaard van een
song te veranderen (transponeren).
1. Druk op [CURSOR ] in het song-scherm en
selecteer Ò1 KEY TRANSPOSE.Ó
fig.RE02-03
2. Draai aan [VALUE] om de instelwaarde te veranderen.
Instelwaarden: -24Ð +24
De instelling kan gemaakt worden in stappen van een
halve toon binnen een bereik van een octaaf hoger of
lager.
* Als u de instellingen wil bewaren, moet u de save-procedure
uitvoeren (pg. 59).
* Hoewel de toonaard van de akkoorden die werkelijk gespeeld
worden, getransponeerd wordt wanneer Key Transpose is
ingesteld, zal de toonaard die tijdens de uitvoering in de
display wordt getoond niet veranderen.
Een aftel toevoegen
Wanneer een song wordt gespeeld, kan men een aftel van
een of twee maten toevoegen.
Wanneer men een aftel toevoegt, verschijnt deze op de linkse
display. Door op [START] te drukken, begint de aftelklank
(de aftel) en als de aftel stopt, begint de song te spelen.
* De aftel die u hier instelt, blijft van kracht tijdens realtime
recording voor forms of akkoorden (pg. 67, 70) of wanneer op
de Audio Track (pg. 112) wordt opgenomen.
* De aftel klinkt wanneer u het spelen of opnemen bovenaan een
song begint (de eerste maat). Als u ergens later in de song
begint af te spelen of op te nemen, zal de aftel niet klinken, zelfs
niet wanneer u hebt ingesteld dat de aftel moet klinken.
1. Druk [CURSOR ] in het song-scherm om Ò2
COUNT INÓ te selecteren.
fig.RE02-04
2. Draai aan [VALUE] en maak de instelling voor de aftel.
Instelwaarden: OFF, 1meas of 2meas
Om een aftel toe te voegen, moet u deze instellen op
Ò1measÓ (maat) of Ò2measÓ (maten).
Zet op ÒOFFÓ wanneer u geen aftel wil toevoegen.
* Als u de instellingen wil bewaren, moet u de save-procedure
uitvoeren (pg. 59).
Als de geselecteerde song audio-gegevens bevat, zal het
tempo dat gebruikt werd toen de audio-gegevens
werden opgenomen (het originele tempo) links in het
scherm verschijnen.
fig.RE02-22
Wanneer [ENTER] wordt ingedrukt, zal het huidige
tempo op dezelfde waarde worden ingesteld als het
originele tempo.
* U kan het originele tempo niet veranderen.
Oorspronkelijk tempo
61
Hoofdstuk 2 Een song spelen
2
Het akkoordenschema tonen
Hiermee verandert het song-scherm in een scherm dat het
akkoordenschema toont (Chord-scherm).
1. Druk op [CHORD] waardoor het lampje van de knop
gaat branden.
Het chord-scherm verschijnt.
fig.RE02-05
* Zelfs wanneer er een song speelt, kan het chord-scherm
gewisseld worden.
2. Druk op [START] om het spelen van de song te starten.
Wanneer het akkoord verandert, wordt het volgende
akkoord getoond.
fig.RE02-20
3. Druk op [SONG] om naar het song-scherm terug te
gaan waardoor het lampje van de knop gaat branden.
Met een ander
akkoordenschema spelen
De preset songs beschikken over een bijkomend
akkoordenschema. U kan een preset song spelen nadat u
naar dit akkoordenschema bent overgeschakeld.
1. Druk op [SHIFT] + [EZ] terwijl het spelen is gestopt
waardoor het lampje van de knop gaat flikkeren.
2. Wanneer [START] wordt ingedrukt, begint de
uitvoering met een ander akkoordenschema.
3. Om naar het originele akkoordenschema over te
schakelen, moet u op [SHIFT] + [EZ] drukken terwijl
het spelen is gestopt, waardoor het knoplampje zal
doven.
*
Het akkoordenschema kan niet verwisseld worden als [SHIFT] +
[EZ] wordt ingedrukt tijdens het spelen van een song
.
Bij het kopi‘ren van een song (pg. 82) wordt het akkoorden-
schema gekopieerd dat op dat moment geselecteerd is.
Met een andere stijl spelen
Men kan een stijl selecteren uit de 200 preset styles en uit
maximaal 20 user styles en naar deze stijl overschakelen.
Wanneer u de stijl wijzigt, zal de song in de gekozen stijl
spelen terwijl het akkoordenschema dat voor de preset song
is ingesteld hetzelfde blijft.
1. Druk op [STYLE] terwijl het spelen is gestopt waardoor
het lampje van de knop gaat branden.
2.
Druk op [SONG/STYLE BANK] en selecteer een categorie
.
De door u geselecteerde categorie verschijnt.
ROCK 1 . . . . . . . Hard rock, Heavy metal
ROCK 2
. . . . . . . . Typical Rock v.d. jaren zestig tot negentig
ROCK 3 . . . . . . . Basic Rock
POP . . . . . . . . . . Pops, 8-beat en 16-beat
BALLAD . . . . . . Ballade
BLUES . . . . . . . . Blues
R&B . . . . . . . . . . Rhythm en blues, funk en soul
JAZZ. . . . . . . . . . Jazz
FUSION . . . . . . . Fusion
DANCE . . . . . . . Hip hop, techno, etc.
LATIN . . . . . . . . Salsa, bossa nova en samba, etc.
COUNTRY . . . . Country
WORLD. . . . . . . Wereldmuziek
USER . . . . . . . . . User songs van 1 tot 100
CARD. . . . . . . . . User songs op kaart van1 tot 100
* Als er geen geheugenkaart werd ingevoerd, is het onmogelijk
om ÒCardÓ te selecteren, zelfs niet wanneer men op [CARD]
drukt.
3. Draai aan [VALUE] om een style te selecteren.
De naam van de stijl (Style-naam) die u hebt gekozen
verschijnt.
fig.RE02-09
* Het stijlnummer is afhankelijk van de categorie.
4. Druk op [START] om met het spelen van de song te
beginnen.
* Als u de instellingen wil bewaren, moet u de save-procedure
uitvoeren (pg. 59).
* Wanneer u overschakelt op user styles (USER of CARD) die
veel geheugen gebruiken, is het mogelijk dat de boodschap ÒNo
More Memory!Ó verschijnt en zullen de gegevens, ook al
werden ze in de form opgenomen, in sommige gevallen niet
gespeeld worden. In zulke gevallen kan u ofwel overschakelen
naar een preset song of een user song die minder geheugen
gebruikt of kan u alle forms doen spelen door de gegevens van
de song of style te verminderen. Merk bovendien op dat in
bovenvermelde situaties wanneer u geen vooraf opgenomen
forms kan afspelen, het mogelijk is dat alle forms overschreven
worden als u een style opname probeert uit te voeren.
Akkoordtype
Grondtoon
Songnummer
Categorie
Style-nummer Style-naam
Categorie
62
Hoofdstuk 2 Een song spelen
Spelen met zelf
geselecteerde forms
U kan een song spelen met behulp van forms die u zelf hebt
geselecteerd.
* De volgorde van forms die voor de song is ingesteld, wordt
inactief wanneer men van forms verwisselt. Wanneer men op
[RESET] drukt, herstelt men de forms-volgorde die voor die
song is ingesteld.
1. Druk op [FORM] ([INTRO] tot [ENDING]) om de form
te selecteren die eerst moet worden gespeeld.
Als u een form selecteert die verschilt van de huidig
geselecteerde form (waarvoor het lampje brandt), dan
zal het knoplampje gaan flikkeren en zal het afspelen op
pauze gezet worden.
2. Druk op [START] en het afspelen begint met de form
die op dit moment geselecteerd is.
Wanneer het spelen van de geselecteerde form stopt,
schakelt het afspelen over op de form die gepauzeerd
werd. Het knoplichtje stopt met flikkeren (gepauzeerd)
en gaat branden (spelen).
3. Druk op [FORM] (INTROÐENDING) om de form te
verwisselen.
De form verandert in de maat die volgt op het punt
waarop u op de knop drukte en het knoplampje stopt
met flikkeren en gaat branden.
In het geval van VERSE 1 en VERSE 2 zal de
uitvoering voortdurend herhaald worden tot het
afspelen naar de volgende form overschakelt.
Als u op FILL 1, FILL 2, BREAK 1 of BREAK 2
overschakelt, zal het afspelen bij het eindigen van de
uitvoering automatisch overspringen op de voordien
geselecteerde VERSE 1 of VERSE 2.
In het geval van ENDING keert u terug naar het begin
van de song wanneer het afspelen stopt.
* Wanneer het afspelen het aantal maten heeft bereikt die voor de
song gespecifieerd zijn, dan zal het afspelen stoppen en zal u
terugkeren naar het begin van de song.
Spelen met zelf ingevoerde
akkoorden
U kan een song spelen met akkoorden die u zelf hebt
ingevoerd.
* Wanneer u een akkoord invoert, worden alle ingestelde
akkoorden in de song inactief gemaakt. Druk op [RESET] om
het akkoordenschema van de song opnieuw actief te maken.
Als de uitvoering gestopt is
* Druk op [RESET] om terug te keren naar de eerste maat; druk
op [RWD] of [FWD] om naar de vorige of volgende maat te
gaan.
1. Druk op [CHORD] waardoor het lampje van de knop
gaat branden.
2. Gebruik de volgende knoppen om een akkoord in te
voeren.
Gebruik [C] tot [B] en [#/
b
] om de grondtoon van het
akkoord aan te geven.
Als u meermaals op [#/
b
] drukt, loopt u door de
selecties vanÒ#Ó, Ò
b
Ó en Ònone.Ó
* Afhankelijk van de grondtoon van het akkoord kunnen de te
selecteren symbolen vari‘ren.
Gebruik [Maj] tot [9th] om het soort akkoord aan te
duiden.
Wanneer u een akkoord selecteert dat niet tot [Maj] tot
[9th] behoort, moet u op [CURSOR] drukken waardoor
de display gaat flikkeren en daarna aan [VALUE]
draaien om het soort akkoord te selecteren.
fig.RE02-30
Om een On-Bass akkoord te specifiëren, moet u
[SHIFT] ingedrukt houden en [C] tot [B] en [#/
b
]
gebruiken om de bastoon te bepalen.
fig.RE02-10
3. Wanneer [START] wordt ingedrukt, begint de
uitvoering bij het ingevoerde akkoord.
4. Voer de akkoorden in.
* Men kan geen ander soort akkoord dan [Maj] tot [9th]
selecteren terwijl de song aan het spelen is.
- - (N.C) Maj M7 M9
7 7(13)7
b
5
7#9 6 69 m6
m69 add99 madd9
mM9 m mM7 m7
dimm9 sus4
7sus4 aug aug7
7
b
9
m7
b
5
Songnummer Akkoordtype
On-Bass akkoord
Grondtoon
63
Hoofdstuk 2 Een song spelen
2
Wanneer de uitvoering bezig is
1. Druk op [CHORD] waardoor het lampje van de knop
gaat branden.
2. Gebruik de volgende knoppen om een akkoord in te
voeren.
Gebruik [C] tot [B] en [#/
b
] om de grondtoon van het
akkoord aan te geven.
Als u meermaals op [#/
b
] drukt, loopt u door de
selecties vanÒ#Ó, Ò
b
Ó en Ònone.Ó
* Afhankelijk van de grondtoon van het akkoord zullen de
symbolen die geselecteerd kunnen worden vari‘ren.
Gebruik [Maj] tot [9th] om het soort akkoord aan te
duiden.
* Men kan geen ander soort akkoord dan [Maj] tot [9th]
selecteren terwijl de song aan het spelen is.
Om een On-Bass akkoord te specifiëren, moet u
[SHIFT] ingedrukt houden en [C] tot [B] en [#/
b
]
gebruiken om de bastoon te bepalen.
fig.RE02-10
3. Indien nodig stap 2 herhalen.
De klank van een specifieke
part uitzetten
U kan om het even welke part (Drum, Base, Inst 1 of Inst 2) of
de Audio track uitzetten terwijl u een song speelt.
1. Druk op een van de PART MUTE/SELECT-knoppen
([DRUM] tot [INST 2]) zodat het lampje van de knop
uitdooft.
Is het lampje uit, dan is de klank uitgezet. Is de knop
verlicht, dan zal de klank spelen.
fig.RE02-11
2. Om het uitzetten te annuleren, moet u op de
overeenkomstige knop drukken, zodat deze opnieuw
gaat branden.
* Als u de instellingen wil bewaren, moet u de save-procedure
uitvoeren (pg. 59).
Een specifieke
percussieklank uitzetten
U kan de klank uitzetten van een specifiek percussie-
instrument (zoals de snare) dat deel uitmaakt van de
drumklanken die voor de drum part worden gebruikt.
* Dit kenmerk kan niet worden gebruikt wanneer de drum part
uitgezet is (dus, wanneer het lampje van de knop gedoofd is).
1. Druk [SHIFT] in en druk op de knop die overeenstemt
met de percussieklank die u wil uitzetten ([DRUM] tot
[INST 2]) zodat het lampje van de knop uitgedoofd
wordt.
Is het lampje uit, dan is de klank uitgezet. Is de knop
verlicht, dan zal de klank spelen.
fig.RE02-12
[SHIFT] + [DRUM]: Kick (KICK)
[SHIFT] + [BASS]: Snare (SNARE)
[SHIFT] + [INST 1]: Hi-hat (HI-HAT)
[SHIFT] + [INST 2]: Alles behalve kick, snare en hi-
hat (OTHERS)
U kan controleren welke percussieklanken uitgezet zijn door
[SHIFT] ingedrukt te houden en te kijken welke knoppen
verlicht zijn en welke niet.
2. Druk [SHIFT] in en druk op de overeenkomstige knop
zodat het lampje gaat branden om het uitzetten te
annuleren.
* Als u de instellingen wil bewaren, moet u de save-procedure
uitvoeren (pg. 59).
Songnummer Akkoordtype
On-Bass akkoord
Grondtoon
aan aan uit aan uit
64
Hoofdstuk 2 Een song spelen
Meer dan één song continu
spelen (Song Chain)
Men kan tot tien songs na elkaar spelen in een uitvoering.
Deze functie wordt Song Chain genoemd.
* Voor continu spelen kan men user songs in het toestel en op
een geheugenkaart combineren .
fig.RE02-13
1. Druk op [CURSOR ] om Ò5 SONG CHAIN MODEÓ
te selecteren in het song-scherm.
fig.RE02-14
2. Druk op [ENTER].
De instelling van het Song Chain-scherm verschijnt.
fig.RE02-21
3. Selecteer de songs die achtereenvolgens moeten
worden gespeeld samen met de door u gewenste
volgorde.
Druk op [CURSOR] om de volgorde van de songs in te
stellen (van 1 tot 10).
Druk op [SONG/STYLE BANK] en selecteer een
categorie.
Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om het song-nummer te
selecteren.
Als u op [ERASE] ([SHIFT] + [UTILITY]) drukt, dan zal
de op dit moment getoonde song geannuleerd worden
en een blanco song worden. Als u op [ERASE] drukt
terwijl een blanco song getoond wordt, dan zullen de
volgende songs naar voren worden geplaatst om de
opening op te vullen.
Als u op [INSERT] ([SHIFT] + [PART]) drukt, wordt een
blanco song ingevoerd. Voegt u een blanco in
wanneer er reeds tien songs werden aangeduid, dan zal
de tiende song geannuleerd worden.
* Wanneer er geen song geselecteerd is verschijnt het volgende.
fig.RE02-23
4. Druk op [CURSOR ] wanneer u klaar bent met het
maken van instellingen om de volgorde van de songs
op Ò1Ó terug te brengen en druk daarna op [RESET].
5. Druk op [START].
De Song Chain speelt in de ingestelde volgorde, te
beginnen met de eerste song-selectie. De display
verandert en toont de volgende song wanneer het spelen
van elke opeenvolgende song in de ketting begint.
* Wanneer er een ander scherm dan het instellingscherm van de
Song Chain wordt getoond, dan is de Song Chain-functie
uitgeschakeld en kan geen opeenvolgende uitvoering worden
gespeeld.
* Er kan een korte pauze zijn vooraleer de volgende song start.
Door op [SHIFT] + [SONG] te drukken in het song-scherm,
springt u naar het instellingsscherm van de Song Chain.
Naar de laatste maat van
een song springen
U kan naar de laatste maat van de op dit moment
geselecteerde song springen.
1. Druk op [SHIFT] + [FWD] wanneer het afspelen
gestopt is.
De laatste maat verschijnt in de linkse display.
ROCK 1
No. 001
USER
No. 002
ROCK 3
No. 003
12 10
SongnaamSongnummer
Categorie
Volgorde
65
3
Hoofdstuk 3 Songs componeren met EZ Compose
Met behulp van EZ Compose kan u gemakkelijk uw eigen
originele songs cre‘ren.
1. Selecteer een user song om op te nemen (pg. 59).
* Als er geen kaart is ingevoegd, kan u geen user song selecteren
die op een kaart staat.
2. Druk op [EZ] waardoor het lampje van de knop gaat
branden.
Het startscherm van EZ Compose verschijnt gedurende
ongeveer ŽŽn seconde, waarna het selectiescherm van
Style verschijnt.
fig.RE03-01
Om EZ Compose te annuleren, moet u op [EZ] drukken
zodat het lampje uitdooft.
3. Druk op [SONG/STYLE BANK] en selecteer een
categorie.
4. Draai aan [VALUE] om een style te selecteren.
* Wanneer u op [START] drukt, wordt de style gespeeld met de
forms die op dat moment zijn geselecteerd.
5. Druk op [ENTER] wanneer u een style gekozen hebt.
Het selectiescherm van de Chord template verschijnt.
fig.RE03-03
6. Draai aan [VALUE] om een Chord template te
selecteren.
Een Chord template groepeert de akkoordenschemaÕs
en vormsequenties in een enkele set.
BluesChord 1–9: Selectie voor het cre‘ren van songs
met blues akkoordenschemaÕs.
MajorChord 1–24: Selectie voor het cre‘ren van songs
met melodie‘n in majeur.
MinorChord 1–17: Selectie voor het cre‘ren van songs
met melodie‘n in mineur.
7. Druk op [ENTER] wanneer u een Chord template hebt
gekozen.
Het instelscherm van tempo verschijnt.
fig.RE03-04
8. Draai aan [VALUE] om het tempo in te stellen.
Instelwaarden: 40Ð250
9. Druk op [ENTER] wanneer u een tempo hebt gekozen.
Het instelscherm van key verschijnt.
fig.RE03-05
10. Draai aan [VALUE] om de toonaard (grondtoon) van de
song te bepalen.
U kan een toonaard kiezen van C tot B, in stappen van
een halve toon.
11. Druk op [ENTER] wanneer u de toonaard van de song
hebt gekozen.
Er verschijnt een scherm waarin u gevraagd wordt of u
wil verdergaan met EZ Compose.
fig.QS03-40
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
12. Druk op [ENTER] om EZ Compose uit te voeren.
De verwerking van de song-gegevens begint.
fig.RE03-06
Wanneer de song-gegevens verwerkt zijn, verschijnt
ÒCompleted!Ó in de display.
* De gemaakte song krijgt automatisch een song-naam, die
dezelfde is als die van de Chord template.
Style-nummer Style-naam
Categoie
66
Hoofdstuk 4 User songs maken
Zet nooit de stroom van de JS-5 uit of verwijder nooit de
geheugenkaart uit de JS-5 wanneer Ò Ó nog steeds
zichtbaar is in de linkse display (wanneer gegevens worden
weggeschreven), aangezien dit het correct wegschrijven van
de gegevens verhindert en latere handelingen ongunstig kan
be•nvloeden.
Het opnamedoel selecteren
Selecteer de user song die als opnamedoel moet worden
gebruikt.
1. Druk op [SONG] waardoor het lampje van de knop
gaat branden.
2. Druk op [USER] of [CARD] om op ÒUSERÓ (de JS-5) of
ÒCARDÓ (geheugenkaart) over te schakelen.
*
Als er geen geheugenkaart werd ingevoerd, is het onmogelijk om
ÒCardÓ te selecteren, zelfs niet wanneer men op [CARD] drukt
.
3. Draai aan [VALUE] om een song te selecteren.
fig.RE04-01
* Bij een user song zonder opgenomen gegevens verschijnt Ò*Ó
naast het song-nummer.
Een stijl selecteren
1. Druk op [STYLE] waardoor het lampje van de knop
gaat branden.
fig.RE04-50
2. Druk op [SONG/STYLE BANK] en selecteer een
categorie.
* Als er geen geheugenkaart werd ingevoerd, kan men geen user
styles selecteren die op kaart zijn opgeslagen.
3. Draai aan [VALUE] om een stijl te selecteren.
Wanneer u op [START] drukt, wordt de style gespeeld
met de forms die op dat moment geselecteerd zijn.
Net zoals tijdens de opname kan u het tempo van de
geselecteerde style controleren.
Druk op [STOP] wanneer u het tempo gecontroleerd
hebt om de uitvoering te be‘indigen en druk daarna op
[RESET].
Gebruik de volgende procedure om het tempo te
veranderen als het tempo te snel (of te traag) is.
1) Druk op [TEMPO], het knoplamje gaat branden.
2) Draai aan [VALUE] om het tempo in te stellen.
3) Druk nogmaals op [TEMPO] wanneer u een tempo
hebt gekozen; het lampje van de knop dooft uit.
Een opnametrack selecteren
Wanneer er geen gegevens in
het opnamedoel zijn
1. Druk op [REC] waardoor het lampje van de knop gaat
branden.
[SONG], [CHORD] en [AUDIO TRACK] flikkeren en het
selectiescherm van de Recording Track verschijnt.
fig.RE04-40
* Wanneer een user style geselecteerd is, flikkert [STYLE].
2. Druk op [SONG] of [CHORD] om een opnametrack te
selecteren.
[SONG]: Form track
[CHORD]: Chord track
3. Druk op [ENTER].
Het Recording standby- scherm van de geselecteerde
track verschijnt.
fig.RE04-03
Gebruik de volgende procedure wanneer u
van stijl verandert.
1. Druk op [CURSOR ] om het selectiescherm van
style op te roepen.
fig.RE04-04
2. Druk op [SONG/STYLE BANK] en selecteer een
categorie.
* Als er geen geheugenkaart werd ingevoerd, is het onmogelijk
om user styles die zijn opgeslagen op kaart te selecteren.
Opnametrack
Als u de Form Track selecteert
Als u de Chord Track selecteert
67
Hoofdstuk 4 User songs maken
4
3. Draai aan [VALUE] om een Style te selecteren.
* Tijdens deze handelingen is het onmogelijk de door u
geselecteerde style te spelen.
4. Druk op [SONG] of [CHORD] om naar het Recording
standby-scherm terug te keren.
Forms opnemen
Opnemen van forms op de Form Track. Hiervoor bestaan
twee methoden: Realtime Recording en Step Recording.
Realtime Recording
De form wordt opgenomen in eenheden van ŽŽn maat.
1.
Roep het Recording Standby-scherm van de form op (pg. 66
)
[REC] en [SONG] gaan branden.
2. Druk op [REC] om ÒREALÓ te doen verschijnen
Realtime Recording is geselecteerd.
fig.RE04-05
3. Druk op [FORM] om de eerste form te selecteren die
moet worden opgenomen.
Het lampje in de knop van de geselecteerde form gaat
branden.
4. Druk op [START].
Het Realtime Recording scherm van de form verschijnt
en het opnemen begint. [REC] gaat branden.
* Als u de aftel hebt geselecteerd, zal de aftel in de linkse display
verschijnen en wordt de aftelklank tegelijkertijd afgespeeld. Na
het tonen van de aftel begint de opname.
ig.RE04-08
* Als de volgende form niet geselecteerd is wanneer de ÒIntroÓ
eerst wordt opgenomen, zal Verse 1 automatisch spelen
wanneer de intro be‘indigd is en zal het lampje van [VERSE
1] gaan branden.
5. Druk op [FORM] in de volgorde van de Forms.
De huidige form blijft spelen tot u naar de volgende
form overschakelt. Als de form reeds is opgenomen,
dan zal deze form gespeeld worden.
Wanneer u op [ENDING] drukt, stopt de opname automatisch
wanneer de ending beëindigd is en keert u terug naar het
Recording Standby-scherm van de song.
6. Druk op [STOP] wanneer u klaar bent met de opname.
[REC] dooft uit en het song-scherm verschijnt opnieuw.
Timing voor het indrukken van de knoppen
Als u net voor het einde van de huidig geselecteerde form de
knop van de volgende form indrukt, dan zal het lampje van
de knop gaan flikkeren ( voor standby). De volgende form
begint te spelen op hetzelfde moment dat de uitvoering van
de huidige form stopt en het lampje van de knop flikkert niet
meer, maar gaat branden.
Neem [BREAK 2] op wanneer u een stil gedeelte wil cre‘ren.
Step Recording
De form wordt opgenomen in eenheden van ŽŽn maat.
1.
Roep het Recording Standby-scherm van de form op (pg. 66
[REC] en [SONG] gaan branden.
2. Druk op [REC] om ÒSTEPÓ te doen verschijnen
Step Recording is geselecteerd.
fig.RE04-09
3. Druk op [START].
Het Step Recording scherm van de form verschijnt en de
opname begint.
fig.RE04-10
Als u op [CURSOR ] drukt om Ò1 COUNT INÓ te
selecteren, kan u aftelinstellingen maken.
Form
Tik
Tel
68
Hoofdstuk 4 User songs maken
Wanneer Ò- - - - - -Ó voor de form is aangeduid, betekent dit
dat de form niet wordt opgenomen met deze timing.
Wanneer de song wordt gespeeld, wordt de form
overgenomen die eerder werd opgenomen.
ig.RE04-11
4.
Ga naar de maat die bij de opname van de form
gebruikt zal worden.
Druk op [FWD] om naar de volgende maat te gaan of
druk op [RWD] om naar de vorige maat terug te keren.
5.
Druk op [FORM] om de forms op te nemen.
Het form-scherm van de vorm die opgenomen wordt
verschijnt.
6.
Ga naar de timing (measure/beat/clock) die in de
opname van de volgende form moet worden gebruikt.
7.
Herhaal indien nodig stappen 5 en 6..
Druk op [FWD] terwijl u [SHIFT] ingedrukt houdt om
naar de Quantize -waarde van de opname te gaan die in
de volgende form wordt gebruikt; druk op [RWD]
terwijl u [SHIFT] ingedrukt houdt om naar de Quantize-
waarde van de opname te gaan die in de vorige form
werd gebruikt.
8.
Druk op [STOP] wanneer u klaar bent met kopi‘ren.
[REC] dooft uit en het song-scherm verschijnt opnieuw.
Fill-ins en breaks toevoegen
Gebruik de volgende procedure voor het toevoegen van fill-
ins en breaks na de opname.
1.
Roep het Recording-scherm van de form op (pg. 66)
[REC] en [SONG] gaan branden.
2.
Druk op [REC] om ÒREALÓ te laten verschijnen.
Realtime Recording is geselecteerd.
fig.RE04-05
3.
Druk op [START].
Het Realtime Recording-scherm van de form verschijnt
en de opgenomen form wordt gespeeld.
4.
Druk op [FILL 1] of [FILL 2], [BREAK 1] of [BREAK 2]
in de maat van de opname.
5.
Druk op [STOP] wanneer u klaar bent met opnemen.
[REC] dooft uit en het song-scherm verschijnt opnieuw.
Het aantal maten van de form die opgenomen wordt,
verschijnt tussen haakjes onderaan rechts op het scherm.
Bijvoorbeeld, wanneer "4meas" verschijnt, duidt dit aan
dat de huidige form samengesteld is uit vier maten.
fig.RE04-41
Opgenomen gegevens kunnen worden afgespeeld door
op [START] te drukken terwijl Step Recording
uitgevoerd wordt. De maat die op het moment wordt
gespeeld, verschijnt in de linkse display.
* Terwijl de gegevens gespeeld worden, kan u niet
verdergaan met opnemen.
Wanneer de laatste form gespeeld wordt, zal de
uitvoering stoppen en naar de beginpositie terugkeren.
Daarna kan men opnieuw opnemen.
* Druk op [STOP] om een uitvoering die loopt te stoppen.
De uitvoering keert terug naar de beginpositie, waarna
men opieuw kan opnemen.
Als de form verschijnt als ÒSong EndÓ dan werd er na
deze maat geen form meer opgenomen.
fig.RE04-41a
Maten die voor deze maat kwamen, worden aangeduid
met Ò Ó bovenaan rechts in het scherm.
69
Hoofdstuk 4 User songs maken
4
Forms wissen
In dit scherm kan men de opgenomen form wissen.
Nadat de form gewist is, verschijnt Ò------Ó voor de form en
wordt de voorgaande form in de plaats gezet (pg. 68).
1.
Roep het Step Recording-scherm van de form op (pg. 66)
.
fig.RE04-12
2. Druk op [FWD] of [RWD] om de form die u wil wissen
op te roepen.
3. Druk op [ERASE] ([SHIFT] + [UTILITY]).
Forms kopiëren
Hierdoor worden de forms in een welbepaald bereik van
maten gekopieerd naar andere maten op dezelfde track.
fig.RE04-13
1. Druk op [COPY] ([SHIFT] + [EFFECTS]) in het Step
Recording-scherm van de form.
Het selectiescherm voor de te kopi‘ren track verschijnt.
fig.RE04-46
2.
Draai aan
[VALUE] om ÒFORMÓ te selecteren
3. Druk op [ENTER].
Het doelscherm van copy verschijnt.
fig.RE04-14
4. Bepaal het bereik van de maten in de kopieerbron.
Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om de begin- en de
eindmaat aan te duiden.
5. Druk op [ENTER].
Het doelscherm van de kopie verschijnt.
fig.RE04-15
* Druk op [EXIT] om te annuleren. Het Step Recording-scherm
van de form verschijnt opnieuw.
6. Bepaal de maat van het kopieerdoel.
Draai aan [VALUE] om de startmaat te bepalen. De
laatste maat wordt automatisch bepaald door het aantal
maten in de kopieerbron.
7. Druk op [ENTER].
Het scherm van de kopieerbevestiging verschijnt.
fig.RE04-16
* Druk op [EXIT] om te annuleren. Het scherm van het
kopieerdoel verschijnt opnieuw.
8. Druk op [ENTER] wanneer u met kopi‘ren wil
doorgaan.
Het kopi‘ren wordt uitgevoerd en wanneer dit voltooid
is, verschijnt ÒCompleted!Ó in de display.
9. Druk op [EXIT] om het kopi‘ren van de form te
be‘indigen.
VERSE 1 VERSE 2
INTRO
FILL 1
001 002 003 004
VERSE 1 VERSE 2
FILL 1
008 009 010 011
Copy
Betreffende track
Eerste maat
Laatste maat
Beginmaat
70
Hoofdstuk 4 User songs maken
Het akkoordenschema
opnemen
Opnemen van akkoordenschemaÕs op de Chord Track.
Hiervoor bestaan twee methoden: Realtime Recording en
Step Recording.
* Gebruik Step Recording om Octave Shift (pg. 71) en on-bass
akkoorden in te voeren.
Realtime Recording
1. Roep het Recording Standby-scherm van de Chord op (pg. 66)
[REC] en [CHORD] gaan branden.
2. Druk op [REC] om ÒREALÓ te doen verschijnen
Realtime Recording is geselecteerd.
fig.RE04-42
3. Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om Quantize in te
stellen.
De Quantize , met de timing ingesteld op de
geselecteerde nootlengte, corrigeert onregelmatigheden
in de timing tijdens het opnemen van fill-ins en breaks.
fig.RE04-60
4. Voor u begint, moet u het eerste akkoord ingeven dat u
wil opnemen.
Wanneer u het akkoord invoert, zal het volgende scherm
verschijnen.
fig.RE04-18a
* Wanneer u op [EXIT] drukt, keert u terug naar het record
standby-scherm. Wanneer dit scherm echter niet verschijnt, is
het onmogelijk om met de opname van het door u ingevoerde
akkoord te beginnen.
Gebruik [C] tot [B] en [#/
b
] om de grondtoon van het
akkoord aan te geven.
Als u meermaals op [#/
b
] drukt, loopt u door de
selecties vanÒ#Ó, Ò
b
Ó en Ònone.Ó
* Afhankelijk van de grondtoon van het akkoord kunnen de te
selecteren symbolen vari‘ren.
Gebruik [Maj] tot [9th] om het soort akkoord aan te
duiden.
Wanneer u een akkoord selecteert dat niet tot [Maj] tot
[9th] behoort, moet u op [CURSOR] drukken waardoor
de display gaat flikkeren en daarna aan [VALUE]
draaien om het soort akkoord te selecteren.
fig.RE02-30
Om een On-Bass akkoord te specifiëren, moet u
[SHIFT] ingedrukt houden en [C] tot [B] en [#/
b
]
gebruiken om de bastoon te bepalen.
5. Druk op [START].
Het Realtime Recording-scherm van het akkoord
verschijnt. De form die wordt opgenomen begint te
spelen en de opname begint met de akkoordeninvoer in
stap 4.
* Als u de aftel hebt geselecteerd, zal de aftel in de linkse display
verschijnen en wordt de aftelklank tegelijkertijd afgespeeld. Na
het tonen van de aftel begint de opname.
fig.RE04-18
6. Neem het volgende akkoord op.
Gebruik [C] tot [B] en [#/
b
] om de grondtoon van het
akkoord te bepalen.
Gebruik [Maj] tot [9th] om het soort akkoord aan te
duiden.
Druk tegelijkertijd op beide knoppen om de grondtoon en
het soort akkoord in te voeren.
Bijvoorbeeld wanneer u ÒCMajÓ na ÒE7Ó wil opnemen, moet
u op [C] drukken en daarna op [Maj] drukken om ÒC7thÓ en
ÒCMajÓ op te nemen.
* Men kan geen ander soort akkoord selecteren dan [Maj] tot
[9th] terwijl de song wordt gespeeld.
7. Herhaal stap 6 indien nodig.
8. Druk op [STOP] wanneer u klaar bent met het
opnemen van het akkoord.
[REC] dooft uit en het Chord-scherm verschijnt.
* Druk op [SONG] om het song-scherm te doen verschijnen.
(384)
(192)
(128)
(96)
(64)
(48)
(32)
(24)
Display
Quantize
Display
Quantize
Halve noot
Kwartnoot triolen
Kwartnoot
8e noot triolen
8e noot
16e noot
Hele noot
Halve noot triolen
(Tik)
(Clock)
- - (N.C) Maj M7 M9
7 7(13)7
b
5
7#9 6 69 m6
m69 add99 madd9
mM9 m mM7 m7
dimm9 sus4
7sus4 aug aug7
7
b
9
m7
b
5
Als u op [CURSOR ] drukt om Ò1 COUNT INÓ te
selecteren, kan u aftelinstellingen maken (pg. 60).
71
Hoofdstuk 4 User songs maken
4
Step Recording
1. Roep het Recording Standby-scherm van de Chord op (pg. 66)
[REC] en [CHORD] gaan branden.
2. Druk op [REC] om ÒSTEPÓ te doen verschijnen
Step Recording is geselecteerdÓ
fig.RE04-43
3. Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om Quantize in te
stellen.
Quantize stelt de timing in op de geselecteerde
nootlengte van de volgende stap wanneer [FWD] of
[RWD] tijdens latere handelingen wordt ingedrukt.
fig.RE04-06
4. Druk op [START].
Het Step Recording-scherm van het akkoord verschijnt
en de opname begint. [REC] gaat branden.
fig.RE04-20
5. Ga naar de timing (maat/slag/tik) die in de opname van
het akkoord gebruikt moet worden.
Druk op [FWD] om Quantize zodanig in te stellen dat de
timing met de volgende stap gesynchroniseerd is. Druk
op [RWD] om de timing met de vorige stap gelijk te
zetten.
* Men kan de Quantize-waarde veranderen door op [CURSOR]
te drukken en daarna aan [VALUE] te draaien om de
Quantize display te doen flikkeren.
6. Neem het akkoord op.
Gebruik [C] tot [B] en [#/
b
] om de grondtoon van het
akkoord aan te geven.
Als u meermaals op [#/
b
] drukt, loopt u door de
selecties vanÒ#Ó, Ò
b
Ó en Ònone.Ó
* Afhankelijk van de grondtoon van het akkoord kunnen de te
selecteren symbolen vari‘ren.
Gebruik [Maj] tot [9th] om het soort akkoord aan te
duiden.
Wanneer u een akkoord selecteert dat niet tot [Maj] tot
[9th] behoort, moet u op [CURSOR] drukken waardoor
de display gaat flikkeren en daarna aan [VALUE]
draaien om het soort akkoord te selecteren.
fig.RE02-30
Om een On-Bass akkoord te specifiëren, moet u
[SHIFT] ingedrukt houden en [C] tot [B] en [#/
b
]
gebruiken om de bastoon te bepalen.
Wanneer u Non-Chord Types opneemt, moet u op
[CURSOR] drukken om de Chord Type display te doen
flikkeren en aan [VALUE] draaien om “- -” te selecteren.
fig.RE04-21
7. Stel indien nodig de Octave Shift van het akkoord in.
Bij het instellen van de Octave Shift kan men de klank
van het akkoord een octaaf hoger of lager zetten.
Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om de onderstaande
symbolen op te roepen.
: Naar de volgende hogere inversie.
¥¥¥: Basisakkoord (grondtoon onderaan).
: Naar de volgende lagere inversie.
* Octave Shift van het akkoord kan alleen in het Step Recording
scherm worden ingesteld.
Display
Quantize
Display
Quantize
Halve noot
Kwartnoot triolen
Kwartnoot
8e noot triolen
8e noot
16e noot
Hele noot
Halve noot triolen
Quantize
Tik
Te l
Octave Shift
- - (N.C) Maj M7 M9
7 7(13)7
b
5
7#9 6 69 m6
m69 add99 madd9
mM9 m mM7 m7
dimm9 sus4
7sus4 aug aug7
7
b
9
m7
b
5
Non-chord type
N.C. (Non-Chord Type)
Selecteer dit type wanneer u wil dat de originele
uitvoeringsgegevens worden gespeeld zoals ze zijn,
zonder omzetting van de akkoorden.
Aangezien de akkoordenschemaÕs ÒIntroÓ en ÒEndingÓ
in de originele uitvoeringsgevens vervat zijn, is het
mogelijk om, wanneer men Non-Chord Type specifieert,
de akkoordenschemaÕs in de uitvoeringsgegevens te
spelen zoals ze zijn .
In normale omstandigheden worden de uitvoerings-
gegevens gespeeld zonder omzetting van de akkoorden
wanneer de Chord Type met als grondtoon ÒCÓ in
ÒN.C.Ó wordt veranderd.
Als de grondtoon niet ÒCÓ is, worden de originele
uitvoeringsgegevens met deze grondtoon als basis
gespeeld. Bijvoorbeeld, wanneer ÒDÓ wordt geselecteerd
met Non-Chord Type, worden de originele uitvoerings-
gegevens een hele toon boven de originele gegevens
gespeeld.
72
Hoofdstuk 4 User songs maken
8. Ga naar de timing (maat/slag/tik) die in de opname van
het volgende akkoord gebruikt moet worden.
fig.RE04-23
Wanneer de grondtoon van het akkoord in kleinere karakters
wordt weergegeven, betekent dit dat een eerder opgenomen
akkoord naar voren werd geplaatst.
9. Herhaal indien nodig stappen 5 tot 8.
Druk op [FWD] terwijl u [SHIFT] ingedrukt houdt om
naar de maat te gaan waarin het volgende akkoord
wordt opgenomen en druk op [RWD] terwijl u [SHIFT]
ingedrukt houdt om naar de maat te gaan waarin het
vorige akkoord wordt opgenomen.
10. Druk op [STOP] wanneer u klaar bent met het
opnemen van het akkoord
[REC] dooft uit en het Chord-scherm verschijnt
opnieuw.
* Druk op [SONG] om het song-scherm op te roepen.
Akkoorden wissen
Men kan het opgenomen akkoord in dit scherm wissen.
Nadat het akkoord gewist is, wordt het voorgaande akkoord
naar voren geschoven.
1.
Roep het Step Recording-scherm van het akkoord op (pg.
66)
.
fig.RE04-24
2. Gebruik [FWD] of [RWD] om het akkoord op te roepen
dat u wil wissen.
3. Druk op [ERASE] ([SHIFT] + [UTILITY]).
Akkoorden kopiëren
Hiermee kunnen de akkoorden in een bepaalde
maatvolgorde gekopieerd worden op andere maten van
dezelfde track.
fig.RE04-25
1. Druk op [COPY] ([SHIFT] + [EFFECTS]) in het Step
Recording-scherm van het akkoord.
Het selectiescherm van de te kopi‘ren track verschijnt.
fig.RE04-47
2. Draai aan [VALUE] om ÒCHORDÓ te selecteren.
3. Druk op [ENTER].
Het doelscherm van copy verschijnt.
fig.RE04-26
Als Ò Ó niet langer getoond wordt in de rechter
bovenzijde van het scherm, betekent dit dat de
akkoorden niet in opeenvolgende maten worden
opgenomen.
Om opgenomen gegevens te spelen, moet u op [START]
drukken terwijl Step Recording bezig is. De maat die op
dit moment wordt gespeeld, verschijnt in de linkse
display.
* Wanneer de gegevens worden gespeeld, kan het opnemen
niet worden verdergezet.
Als de laatste form gespeeld is, stopt de uitvoering en
keert ze terug naar de beginpositie waarna men opnieuw
kan opnemen.
* Druk op [STOP] om een spelende uitvoering te stoppen .
De uitvoering keert terug naar de beginpositie waarna
men opnieuw kan opnemen.
E7th E7th
B7th
B7th
001 002 003 004
E7th E7th
B7th
008 009 010 011
Copy
Betreffende Track
Eerste maat
Laatste maat
73
Hoofdstuk 4 User songs maken
4
4. Bepaal het maatbereik in de kopieerbron.
Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om de begin- en de
eindmaat te bepalen.
5. Druk op [ENTER].
Het doelscherm van copy verschijnt.
fig.RE04-27
6. Bepaal de maat van het kopieerdoel.
Draai aan [VALUE] om de startmaat te bepalen. De
laatste maat wordt automatisch bepaald door het aantal
maten in de kopieerbron.
7. Druk op [ENTER].
Het bevestigingsscherm van copy verschijnt.
fig.RE04-16
* Druk op [EXIT] om te annuleren. Het scherm van het
kopieerdoel verschijnt opnieuw.
8. Druk op [ENTER] wanneer u met kopi‘ren wil
doorgaan.
Het kopi‘ren wordt uitgevoerd en wanneer dit voltooid
is, verschijnt ÒCompleted!Ó in de display.
9. Druk op [EXIT] om het kopi‘ren van de form te
be‘indigen.
Een preset-song gebruiken als basis
voor het maken van een nieuwe song
Aangezien het niet mogelijk is om een preset song te
bewerken, moet u de preset song naar de users songs
kopi‘ren wanneer men een user song wil maken door een
preset song te bewerken.
1. Selecteer de preset song die als kopieerbron moet
dienen.
2. Druk op [COPY] ([SHIFT] + [EFFECTS]).
Het doelscherm van copy verschijnt.
fig.RE04-29
3. Selecteer de user song die als kopieerdoel moet dienen.
Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om “USER” (de JS-5)
of “CARD” (geheugenkaart) te selecteren.
*
Als er geen geheugenkaart werd ingevoerd, is het onmogelijk om
ÒCardÓ te selecteren, zelfs niet wanneer men op [CARD] drukt
.
Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om het song-nummer
te selecteren.
* Bij een user song zonder opgenomen gegevens verschijnt Ò*Ó
in de display.
4. Druk op [ENTER].
Het bevestigingsscherm van copy verschijnt.
fig.RE04-32
* Druk op [EXIT] om te annuleren. Het doelscherm van Copy
verschijnt opnieuw.
5. Druk op [ENTER] wanneer u een kopieerbestemming
hebt gekozen.
Het kopi‘ren wordt uitgevoerd en wanneer dit voltooid
is, verschijnt ÒCompleted!Ó in de display.
Beginmaat
Bestemmingssong
categorie / nummer
74
Hoofdstuk 4 User songs maken
Een song benoemen
U kan de song een song-naam geven.
1. Selecteer de user song die u een naam wil geven.
2. Druk op [REC].
Het selectiescherm van Recording Track verschijnt.
3. Druk op [SONG] of [CHORD].
Het Record standby-scherm van Form of Chord
verschijnt.
fig.RE04-03
4. Druk op [CURSOR ] om Ò2 EDIT NAMEÓte
selecteren.
Het invoerscherm voor de song-naam verschijnt.
fig.RE04-33
5. Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om de karakters in te
voeren.
Als u op [SHIFT] + [ ] drukt, gaat de cursor naar het
begin van de naam.
Als u op [SHIFT] + [ ] drukt, gaat de cursor naar het
einde van de naam.
Als u op [INSERT] ([SHIFT] + [PART]) drukt, wordt er
een spatie gegeven op de plaats van de cursor.
Als u op [ERASE] ([SHIFT] + [UTILITY]) drukt, wordt
het karakter op de plaats van de cursor gewist en
worden de volgende karakters naar links geplaatst om
de open plaats op te vullen.
Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en aan [VALUE] draait
verschijnen er hoofdletters/kleine letters/symbolen/
(spatie)/ en cijfers.
6. Herhaal indien nodig stap 5.
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
7. Druk op [STOP] om de procedure te be‘indigen.
Als u de Form Track selecteert
Als u de Chord Track selecteert
SongnaamCursor
75
5
Hoofdstuk 5 Songs bewerken
Zet nooit de stroom van de JS-5 uit of verwijder nooit de
geheugenkaart uit de JS-5 wanneer Ò Ó nog steeds
zichtbaar is in de linkse display (wanneer gegevens worden
weggeschreven), aangezien dit het correct wegschrijven van
de gegevens verhindert en latere handelingen ongunstig kan
be•nvloeden.
Forms wissen
U kan forms wissen binnen een bepaald aantal maten.
Hiermee wist u alleen de gegevens en blijven de maten
behouden. Nadat de form gewist is, verschijnt Ò- - - - - -Ó
voor
de form en wordt de vorige vorm opgeschoven (pg. 68).
fig.RE05-01
1. Selecteer de user song waarvan u de vorm wil wissen.
2. Druk op [ERASE] ([SHIFT] + [UTILITY]) als het spelen
gestopt is.
Het wisscherm van song verschijnt.
ig.RE05-23
3. Druk op [CURSOR ] om ÒERASE MEASURE?Ó te
selecteren.
Het selectiescherm van de te wissen track verschijnt.
fig.RE05-43
4. Draai aan [VALUE] om ÒFORMÓ te selecteren.
5. Druk op [ENTER].
Het wisscherm van form verschijnt.
fig.RE05-03
6. Bepaal het aantal maten dat moet worden gewist.
Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om de begin- en de
eindmaat te bepalen.
* De aangeduide eindmaat kan niet voor de beginmaat komen.
7. Druk op [ENTER] als u de te wissen maten heeft
gekozen.
Het bevestigingsscherm verschijnt.
fig.RE05-04
* Druk op [EXIT] om te annuleren. Het wisscherm van de form
verschijnt opnieuw.
8. Druk op [ENTER] om de form te wissen.
Het wissen wordt uitgevoerd en wanneer het voltooid is
verschijnt ÒCompleted!Ó in de display.
9. Druk op [EXIT] om het wissen van de form te
be‘indigen.
Akkoorden wissen
Men kan een bepaald aantal maten van het opgenomen
akkoord wissen. Hiermee wist u alleen de gegevens en
blijven de maten behouden.
Nadat het akkoord gewist is
wordt het vorige akkoord
opgeschoven
(pg. 72).
fig.RE05-05
1. Selecteer de user song waarvan u een akkoord wil
wissen.
2. Druk op [ERASE] ([SHIFT] + [UTILITY]) als het spelen
gestopt is.
Het wisscherm van song verschijnt.
ig.RE05-23
3. Druk op [CURSOR ] om ÒERASE MEASURE?Ó te
selecteren.
Het selectiescherm voor de te wissen track verschijnt.
VERSE 1 FILL 1
INTRO
VERSE 1
001 002 003 004
Erase
VERSE 2
VERSE 1 (VERSE 1)
INTRO
VERSE 1
001 002 003 004
(VERSE 1)
005
005
Te wissen data
Betreffende track
eerste maat
laatste maat
Reeks te wissen maten
E7th B7th
B7th
A7th
001 002 003 004
Erase
E7th
E7th (A7th)
B7th
A7th
001 002 003 004
(A7th)
005
005
Te wissen data
76
Hoofdstuk 5 Songs bewerken
fig.RE05-44
4. Draai aan [VALUE] om ÒCHORDÓ te selecteren.
5. Druk op [ENTER].
Het wisscherm van chord verschijnt.
fig.RE05-06
6. Bepaal het aantal te wissen maten.
Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om de begin- en de
eindmaat aan te duiden.
* De aangeduide eindmaat kan niet voor de beginmaat komen.
7. Druk op [ENTER] als u de te wissen maten heeft
gekozen.
Het bevestigingsscherm voor het wissen van chords
verschijnt.
fig.RE05-04
* Druk op [EXIT] om te annuleren. Het wisscherm van chord
verschijnt opnieuw.
8. Druk op [ENTER] om het akkoord te wissen.
Het wissen wordt uitgevoerd en wanneer het voltooid is
verschijnt ÒCompleted!Ó in de display.
9. Druk op [EXIT] om de handeling te be‘indigen.
Forms en akkoorden samen
wissen
Men kan een bepaald aantal maten van zowel forms als
akkoorden wissen. Hiermee wist u alleen de gegevens en
blijven de maten behouden.
fig.RE05-09a
1. Selecteer de user song waarvan u een form en een
akkoord wil wissen.
2. Druk op [ERASE] ([SHIFT] + [UTILITY]) als het spelen
gestopt is.
Het wisscherm van song verschijnt.
ig.RE05-23
3. Druk op [CURSOR ] om ÒERASE MEASURE?Ó te
selecteren.
Het selectiescherm voor de te wissen track verschijnt.
fig.RE05-44
4. Draai aan [VALUE] om ÒCHD&FORMÓ te selecteren.
5. Druk op [ENTER].
Het scherm voor gelijktijdig wissen van forms en
akkoorden verschijnt.
fig.RE05-09c
Betreffende track
eerste maat
laatste maat
Reeks te wissen maten
E7th B7th
B7th
A7th
Erase
E7th
E7th (A7th)
B7th
A7th
(A7th)
VERSE 1 FILL 1
INTRO
VERSE 1
001 002 003 004
VERSE 2
VERSE 1 (VERSE 1)
INTRO
VERSE 1
001 002 003 004
(VERSE 1)
005
005
Te wissen data
Betreffende track
eerste maat
laatste maat
Reeks te wissen maten
77
Hoofdstuk 5 Songs bewerken
5
6. Bepaal het aantal te wissen maten.
Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om de begin- en de
eindmaat aan te duiden.
* De aangeduide eindmaat kan niet voor de beginmaat komen.
7. Druk op [ENTER] als u de te wissen maten heeft
gekozen.
Het bevestigingsscherm voor het gelijktijdig wissen van
forms en akkoorden verschijnt.
fig.RE05-04
* Druk op [EXIT] om te annuleren. Het wisscherm van chord
verschijnt opnieuw.
8. Druk op [ENTER] om de gegevens te wissen.
Het wissen wordt uitgevoerd en wanneer het voltooid is
verschijnt ÒCompleted!Ó in de display.
9. Druk op [EXIT] om de handeling te be‘indigen.
Forms kopiëren
Hiermee kopieert men forms binnen een bepaald aantal
maten waarna ze over andere maten van dezelfde track
worden gekopieerd.
fig.RE04-13
1. Selecteer de user song waarvan u de form wil kopi‘ren.
2. Druk op [COPY] ([SHIFT] + [EFFECTS]) als het spelen
gestopt is.
Het kopieerscherm van song verschijnt.
fig.RE05-25
3. Druk op [CURSOR ] om ÒCOPY MEASURE?Ó te
selecteren.
Het selectiescherm voor de te kopi‘ren track verschijnt.
fig.RE05-45
* Wanneer u probeert te veel maten tegelijkertijd te kopi‘ren, is
het mogelijk dat de boodschap ÒNo More Memory!Ó verschijnt
en u de gegevens niet kan kop•eren. In dit geval kan u de
gegevens kopi‘ren door de te kopi‘ren maten in kleinere
onderverdelingen op te splitsen en door de kopieerprocedure zo
vaak als nodig te herhalen.
4. Draai aan [VALUE] om ÒFORMÓ te selecteren.
5. Druk op [ENTER].
Het bronscherm van copy verschijnt.
fig.RE04-14
6. Bepaal het aantal maten in de kopieerbron.
Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om de begin- en de
eindmaat te bepalen.
7. Druk op [ENTER].
Het doelscherm van copy verschijnt.
VERSE 1 VERSE 2
INTRO
FILL 1
001 002 003 004
VERSE 1 VERSE 2
FILL 1
008 009 010 011
Copy
Bestemmingssong
categorie / nummer
Betreffende track
Eerste maat
Laatste maat
78
Hoofdstuk 5 Songs bewerken
fig.RE04-15
8. Bepaal de maat voor het kopieerdoel.
Draai aan [VALUE] om de beginmaat te bepalen. De
eindmaat wordt automatisch vastgelegd door het aantal
maten in de kopieerbron.
9. Druk op [ENTER].
Het bevestigingsscherm van copy verschijnt.
fig.RE04-16
* Druk op [EXIT] om te annuleren. Het doelscherm van copy
verschijnt.
10. Druk op [ENTER] om met kopi‘ren door te gaan.
Het kopi‘ren wordt uitgevoerd en wanneer het voltooid
is verschijnt ÒCompleted!Ó in de display.
11. Druk op [EXIT] om de handeling te be‘indigen.
Akkoordenschema’s kopiëren
Hiermee kopieert u de akkoorden in een bepaald aantal
maten waarna ze over andere maten van dezelfde track
worden gekopieerd.
fig.RE04-25
1. Selecteer de user song waarvan u het akkoordenschema
wil kopi‘ren.
2. Druk op [COPY] ([SHIFT] + [EFFECTS]) als het spelen
gestopt is.
Het kopieerscherm van song verschijnt.
fig.RE05-25
3. Druk op [CURSOR ] om ÒCOPY MEASURE?Ó te
selecteren.
Het selectiescherm voor de te kopi‘ren track verschijnt.
fig.RE05-46
* Wanneer u probeert te veel maten tegelijkertijd te kopi‘ren, is
het mogelijk dat de boodschap ÒNo More Memory!Ó verschijnt
en u de gegevens niet kan kop•eren. In dit geval kan u de
gegevens kopi‘ren door de te kopi‘ren maten in kleinere
onderverdelingen op te splitsen en door de kopieerprocedure zo
vaak als nodig te herhalen.
4. Draai aan [VALUE] om ÒCHORDÓ te selecteren.
5. Druk op [ENTER].
Het bronscherm van copy verschijnt.
fig.RE04-26
6. Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om de begin- en de
eindmaat van de kopieerbron te bepalen.
7. Druk op [ENTER].
Het doelscherm van copy verschijnt.
fig.RE04-27
8. Bepaal de maat voor het kopieerdoel.
Draai aan [VALUE] om de beginmaat te bepalen. De
eindmaat wordt automatisch vastgelegd door het aantal
maten in de kopieerbron.
* Men kan geen maten van de kopieerbron in het kopieerdoel
voegen.
9. Druk op [ENTER].
Het bevestigingsscherm van copy verschijnt.
fig.RE04-16
* Druk op [EXIT] om te annuleren. Het doelscherm van copy
verschijnt.
10. Druk op [ENTER] om met kopi‘ren door te gaan.
Het kopi‘ren wordt uitgevoerd en wanneer het voltooid
is verschijnt ÒCompleted!Ó in de display.
11. Druk op [EXIT] om de handeling te be‘indigen.
Beginmaat
E7th E7th
B7th
B7th
001 002 003 004
E7th E7th
B7th
008 009 010 011
Copy
Bestemmingssong
categorie / nummer
Betreffende track
Eerste maat
Laatste maat
Beginmaat
79
Hoofdstuk 5 Songs bewerken
5
Forms samen met
akkoorden kopiëren
Hiermee kopieert u de forms samen met de akkoorden in een
bepaald aantal maten waarna ze over andere maten van
dezelfde track worden gekopieerd.
fig.RE05-10
1. Selecteer de user song waarvan u de forms en
akkoorden wil kopi‘ren.
2. Druk op [COPY] ([SHIFT] + [EFFECTS]) als het spelen
gestopt is.
Het kopieerscherm van song verschijnt.
fig.RE05-25
3. Druk op [CURSOR ] om ÒCOPY MEASURE?Ó te
selecteren.
Het selectiescherm voor de te kopi‘ren track verschijnt.
fig.RE05-46
* Wanneer u probeert te veel maten tegelijkertijd te kopi‘ren, is
het mogelijk dat de boodschap ÒNo More Memory!Ó verschijnt
en u de gegevens niet kan kop•eren. In dit geval kan u de
gegevens kopi‘ren door de te kopi‘ren maten in kleinere
onderverdelingen op te splitsen en door de kopieerprocedure zo
vaak als nodig te herhalen.
4. Draai aan [VALUE] om ÒCHD&FORMÓ te selecteren.
5. Druk op [ENTER].
Het scherm voor het gelijktijdig kopi‘ren van forms en
akkoorden verschijnt.
fig.RE05-12
6. Bepaal het aantal maten in de kopieerbron.
Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om de begin- en de
eindmaat te bepalen.
7. Druk op [ENTER].
Het doelscherm van copy verschijnt
fig.RE05-13
8. Bepaal de maat voor het kopieerdoel.
Draai aan [VALUE] om de beginmaat te bepalen. De
eindmaat wordt automatisch vastgelegd door het aantal
maten in de kopieerbron.
9. Druk op [ENTER].
Het bevestigingsscherm van copy verschijnt.
fig.RE04-16
* Druk op [EXIT] om te annuleren. Het doelscherm van copy
verschijnt.
10. Druk op [ENTER] om met kopi‘ren door te gaan.
Het kopi‘ren wordt uitgevoerd en wanneer het voltooid
is verschijnt ÒCompleted!Ó in de display.
11. Druk op [EXIT] om de handeling te be‘indigen.
VERSE 1 VERSE 2
INTRO
FILL 1
001 002 003 004
VERSE 1 VERSE 2
FILL 1
008 009 010 011
Copy
E7th E7th
B7th
B7th
E7th E7th
B7th
Bestemmingssong
categorie / nummer
Betreffende track
eerste maat
laatste maat
Beginmaat
80
Hoofdstuk 5 Songs bewerken
Maten wissen
Hiermee wist u voor een bepaald aantal maten de maten zelf,
samen met de forms en akkoorden die ze bevatten.
Nadat de maten verwijderd zijn , worden de daaropvolgende
maten naar voren geschoven om de gevormde leegte op te
vullen.
* Zelfs indien u een maat wist van een song die audiogegevens
bevat, zullen de audiogegevens niet veranderen.
* Het Loop-punt dat in een song werd ingesteld, zal niet
veranderen, zelfs niet wanneer er een maat is gewist. Stel
indien nodig een nieuw Loop-punt in.
fig.RE05-16
1. Selecteer de user song waarvan u een maat wil wissen.
fig.RE05-41
2. Druk op [ERASE] ([SHIFT] + [EFFECTS]) als het spelen
gestopt is.
Het wisscherm van song verschijnt.
ig.RE05-23
3. Druk op [CURSOR ] om ÒDELETE MEASURE?Óte
selecteren.
Het wisscherm van de maten verschijnt.
fig.RE05-17
4. Bepaal het aantal te wissen maten.
Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om de begin- en de
eindmaat te bepalen.
* De aangeduide eindmaat kan niet voor de beginmaat komen.
5. Druk op [ENTER] als u de te wissen maten heeft
gekozen.
Het bevestigingsscherm voor het wissen verschijnt.
fig.RE05-04
* Druk op [EXIT] om te annuleren. Het wisscherm voor maten
verschijnt opnieuw.
6. Druk op [ENTER] om de gegevens te wissen.
Het wissen wordt uitgevoerd en wanneer het voltooid is
verschijnt ÒCompleted!Ó in de display.
7. Druk op [EXIT] om de handeling te be‘indigen.
Maten invoegen
Hiermee kan u lege maten in de form- en de akkoordentrack
invoegen.
* Zelfs indien u lege maten in een song invoegt die
audiogegevens bevatten, zullen de audiogegevens niet
veranderen.
* Het Loop-punt dat in een song werd ingesteld, zal niet
veranderen, zelfs niet wanneer er lege maten werden
ingevoegd. Stel indien nodig een nieuw Loop-punt in.
fig.RE05-19
1. Selecteer de user song waarin u lege maten wil
invoegen.
2. Druk op [INSERT] ([SHIFT] + [PART]) als het spelen
gestopt is.
Het bevestigingsscherm voor het invoegen van maten
verschijnt.
fig.RE05-20
001 002 003 004 005 006 007 008 009 010
10
1 2 3 4 5 6
7
8 9
Delete
001 002 003 004 005 006 007
10
1 2 3 7 8 9
Te wissen data
eerste maat
laatste maat
Reeks te wissen maten
001 002 003 004 005 006 007 008 009 010
Insert
001 002 003 004 005 006 007
Maat waar de nieuwe maten moeten
worden ingevoegd
81
Hoofdstuk 5 Songs bewerken
5
3. Draai aan [VALUE] om de maat te selecteren waarin de
nieuwe maten moeten worden ingevoegd.
4. Druk op [ENTER] wanneer u het invoegpunt hebt
gekozen.
Het doelscherm voor het invoegen van maten verschijnt.
fig.RE05-21
5. Draai aan [VALUE] om het aantal in te voegen maten te
bepalen.
6. Druk op [ENTER] als u het aantal maten heeft gekozen.
Het bevestigingsscherm voor het invoegen van maten
verschijnt.
fig.RE05-50
* Druk op [EXIT] om te annuleren. Het doelscherm voor het
invoegen van maten verschijnt.
7. Druk op [ENTER] om de maten in te voegen.
Het invoegen wordt uitgevoerd en wanneer het voltooid
is, verschijnt ÒCompleted!Ó in de display.
8. Druk op [EXIT] om de handeling te be‘indigen.
Een volledige song wissen/De gege-
vens van een bepaalde track wissen
Hiermee wist u een volledige user song. De gegevens op de
audio-track (de audio-gegevens) en de song-naam worden
eveneens gewist.
Men kan ook alleen gegevens wissen van de ÒForm trackÓ de
ÒChord trackÓ of de ÒAudio trackÓ.
1. Selecteer de te wissen user song.
* U kan geen user song selecteren die op een geheugenkaart is
opgeslagen wanneer de kaart niet aanwezig is.
2. Druk op [ERASE] ([SHIFT] + [UTILITY]) als het spelen
is gestopt.
Het wisscherm van song verschijnt.
fig.RE05-23
3. Draai aan [VALUE] om de te wissen gegevens te
selecteren.
ALL: Alle gegevens in de geselecteerde songs
worden gewist.
CHD&FORM: Alle gegevens van de form en de chord
track worden gewist.
FORM: De gegevens van de form track worden
gewist.
CHORD: De gegevens van de chord track
worden gewist.
AUDIO: De gegevens van de audio track (audio-
gegevens) worden gewist.
4. Druk op [ENTER] wanneer u de te wissen gegevens
hebt gekozen.
Het bevestigingsscherm voor het wissen van gegevens
verschijnt.
g.RE05-24
* Druk op [EXIT] om te annuleren. Het selectiescherm voor het
wissen van gegevens verschijnt opnieuw.
5. Druk op [ENTER] om de song te wissen.
Het wissen wordt uitgevoerd en wanneer het voltooid is
verschijnt ÒCompleted!Ó in de display.
Aantal in te voegen maten
Te wissen data
82
Hoofdstuk 5 Songs bewerken
Een volledige song kopiëren
Hiermee wordt een volledige preset of user song naar de
user songs gekopieerd. Bij het kopi‘ren van een user song
kunnen de audio-gegevens samen met de rest van de
gegevens gekopieerd worden.
1. Selecteer de te kopi‘ren song.
* U kan geen user song selecteren die op een geheugenkaart is
opgeslagen wanneer de kaart niet aanwezig is.
2. Druk op [COPY] ([SHIFT] + [EFFECTS]) als het spelen
gestopt is.
Het kopieerscherm van song verschijnt.
fig.RE05-25
3. Selecteer de user song die als kopieerdoel moet worden
gebruikt.
Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om “USER” (de JS-5)
of “CARD” (geheugenkaart) te selecteren.
* ÒCARDÓ kan niet geselecteerd worden wanneer geen ge-
heugenkaart aanwezig is, zelfs niet als men [CARD] indrukt.
Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om het Song-nummer
te selecteren.
* User songs waarin geen gegevens zijn opgenomen worden
aangeduid met een Ò*Ó in de display.
4. Druk op [ENTER].
Als de song van de kopieerbron audio-gegevens bevat,
dan zal het bevestigingsscherm van audiogegevens
kopi‘ren verschijnen.
fig.RE05-28
5. Geef aan of u de audio-gegevens al dan niet wenst mee
te kopi‘ren.
Indien u de audio-gegevens wil meekopiëren, moet u
[CURSOR] gebruiken om “YES” te laten flikkeren en
daarna op [ENTER] drukken.
Indien u de audio-gegevens niet wil meekopiëren, moet
u [CURSOR] gebruiken om “NO” te laten flikkeren en
daarna op [ENTER] drukken.
Het bevestigingsscherm voor het kopi‘ren van een song
verschijnt.
fig.RE05-29
* Druk op [EXIT] om te annuleren. Het bevestigingsscherm
voor het kopi‘ren van audio-gegevens verschijnt opnieuw.
6. Druk op [ENTER] om de gegevens te kopi‘ren.
Het kopi‘ren wordt uitgevoerd en wanneer het voltooid
is, verschijnt ÒCompleted!Ó in de display.
Bestemmingssong
categorie / nummer
Als er in de kopieerbestemming niet genoeg geheugen
vrij is, verschijnt de volgende boodschap in de display.
fig.RE05-30
Druk in dit geval op [ENTER] of [EXIT] om naar het
bevestigingsscherm voor het kopi‘ren van
audiogegevens te gaan.
83
6
Hoofdstuk 6 De balans tussen parts aanpassen
Veranderde instellingen bewaren
Als u de instellingen van een user song verandert, zal de
veranderde inhoud verloren gaan wanneer u naar een
andere song/stijl overschakelt.
Als u de instellingen wil behouden, moet u de volgende
procedure toepassen:
1. Druk op [REC] waardoor het lampje van de knop gaat
branden.
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
2. Druk op [STOP].
Het volgende scherm verschijnt en de instellingen zijn
bewaard.
fig.RE06-50
Wanneer u de instellingen hebt bewaard, kan u
teruggaan naar het vorige scherm.
Zet nooit de stroom van de JS-5 uit of verwijder nooit de
geheugenkaart uit de JS-5 wanneer Ò Ó nog steeds
zichtbaar is in de linkse display (wanneer gegevens worden
weggeschreven), aangezien dit het correct wegschrijven van
de gegevens verhindert en latere handelingen ongunstig kan
be•nvloeden.
Als u de instellingen van de preset songs hebt veranderd, moet
u, als u de instellingen wil bewaren, deze naar een user song
kopi‘ren (pg. 82).
Als u op [SHIFT] + [REC] drukt, worden de instellingen
onmiddellijk bewaard.
Het volume van elke part
aanpassen
U kan het volume aanpassen van de parts ÒINST 1Ó ,ÒINST
2Ó, ÒDRUMÓ en ÒBASSÓ en de ÒAudio trackÓ.
1. Selecteer een song.
2. Druk op [PART].
3. Druk op [CURSOR] om Ò1 VOLUMEÓ te doen
verschijnen.
fig.RE06-01
4. Druk op [PART SELECT] om de part te selecteren
waarvan u het volume (of de audio track) wil
veranderen.
Als u op [AUDIO TRACK] drukt wanneer een user song
geselecteerd is, zal het volgende scherm verschijnen.
fig.RE06-02
5. Draai aan [VALUE] om het volume te veranderen.
Instelwaarden: 0Ð127
* Als u op [START] drukt, kan u de instellingen maken terwijl
u naar de uitvoering luistert.
6. Herhaal indien nodig stappen 4 en 5.
7. Druk nogmaals op [PART] of druk op [EXIT] wanneer
u klaar bent met het maken van instellingen.
Het originele scherm verschijnt opnieuw.
* Als u de instellingen wil bewaren, moet u de save-procedure
uitvoeren.
Drum
Geselecteerde Part
Bass Inst 1 Inst 2
Volumeniveau van de Parts
84
Hoofdstuk 6 De balans tussen parts aanpassen
Het stereobeeld van elke part
veranderen
U kan het stereobeeld (Pan) aanpassen van elk van de parts
ÒINST 1Ó ,ÒINST 2Ó, ÒDRUMÓ en ÒBASSÓ.
* De pan van de audio track is in het midden vastgelegd.
1. Selecteer een song.
2. Druk op [PART].
3. Druk op [CURSOR] om Ò2 PANÓ te doen verschijnen.
fig.RE06-03
4. Druk op [PART SELECT] om de part te selecteren
waarvan de pan moet worden veranderd.
5. Draai aan [VALUE] om de waarde te veranderen.
Instelling: L64-0-R63
Een instelling van ÒL64Ó plaatst de klank uiterst links,
ÒCÓ plaatst de klank in het midden en ÒR63Ó plaatst de
klank uiterst rechts.
* In bepaalde gevallen is het mogelijk dat men de klank van
rechts (links) hoort, ook al hebt u hem uiterst links (rechts)
geplaatst.
fig.RE06-04
* Als u op [START] drukt, kan u de instellingen maken terwijl
u naar de uitvoering luistert.
6. Herhaal indien nodig stappen 4 en 5.
7. Druk nogmaals op [PART] of druk op [EXIT] wanneer
u klaar bent met het maken van instellingen.
Het originele scherm verschijnt opnieuw.
* Als u de instellingen wil bewaren, moet u de save-procedure
uitvoeren (pg. 83).
De hoeveelheid chorus en
reverb veranderen die op elke
part wordt toegepast
U kan de hoeveelheid chorus en reverb aanpassen die is
toegepast op elk van de parts ÒINST 1Ó ,ÒINST 2Ó, ÒDRUMÓ
en ÒBASSÓ.
Daarnaast kan u tegelijkertijd het volume van de directe
(droge) klank aanpassen zodat u de juiste balans krijgt tussen
de chorus/reverb-klank en de directe klank.
fig.RE06-05
Om de toegepaste hoeveelheid reverb te veranderen, moet u
Reverb Send Level aanpassen. Om de toegepaste hoeveel-
heid chorus te veranderen, moet u Chorus Send Level
aanpassen.
Om het volume van de directe klank te veranderen, moet u
Direct Level aanpassen.
* Chorus en reverb kunnen niet op de audio track worden
toegepast.
1. Selecteer een song .
2. Druk op [PART].
3. Druk op [CURSOR] om Ò3 FX BALANCEÓ te selecteren.
fig.RE06-06
4. Druk op [PART SELECT] om de part te selecteren
waarvan de instellingen moeten worden veranderd.
5. Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om elk niveau aan te
passen.
Instelwaarden: 0Ð127
Hoe hoger de ingestelde waarde, hoe meer chorus of
reverb wordt toegepast. Al u geen chorus of reverb wil
toepassen, moet deze waarde op Ò0Ó staan.
0 R63L64 L1 R1
Reverb send level
OUT
Reverb
Chorus
Direct
geluid
(Origineel geluid)
Chorus send level
Direct level
IN
Direct level
Geselecteerde Part
Chorus send level
Reverb send level
85
Hoofdstuk 6 De balans tussen parts aanpassen
6
* Bij parts waarin invoegeffecten (Insert effects) (pg. 88) worden
gebruikt, past Direct Level het niveau van de klank aan nadat
de invoegeffecten zijn toegevoegd. In dit geval verschijnt het
volgende in de display:
fig.RE06-07
* Als u op [START] drukt, kan u de instellingen maken terwijl
u naar de uitvoering luistert.
* Wanneer Ò0Ó voor alle niveaus geselecteerd is, geeft de
geselecteerde part geen klank.
6. Herhaal indien nodig stappen 4 en 5.
7. Druk nogmaals op [PART] of druk op [EXIT] wanneer
u klaar bent met het maken van instellingen.
Het originele scherm verschijnt opnieuw.
* Als u de instellingen wil bewaren, moet u de save-procedure
uitvoeren (pg. 83).
86
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
De JS-5 is uitgerust met ÒReverbÓ (galm), ÒChorusÓ (koor) en
ÒInsert EffectsÓ (invoegeffecten) als interne effecten. Dit
hoofdstuk verduidelijkt de procedures die gebruikt worden
om de instellingen van deze effecten te veranderen
* Op de Audio track kan men geen effecten toepassen.
Gewijzigde instellingen bewaren
Als u de instellingen van een user song verandert, zal de
veranderde inhoud verloren gaan wanneer u naar een
andere song/stijl overschakelt.
Als u de instellingen wil behouden, moet u de volgende
procedure toepassen:
1. Druk op [REC] waardoor het lampje van de knop gaat
branden.
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
2. Druk op [STOP].
Het volgende scherm verschijnt en de instellingen zijn
bewaard.
fig.RE06-50
Wanneer u de instellingen hebt bewaard, kan u
teruggaan naar het vorige scherm.
Zet nooit de stroom van de JS-5 uit of verwijder nooit de
geheugenkaart uit de JS-5 wanneer Ò Ó nog steeds
zichtbaar is in de linkse display (wanneer gegevens worden
weggeschreven), aangezien dit het correct wegschrijven van
de gegevens verhindert en latere handelingen ongunstig kan
be•nvloeden.
Als u de instellingen van de preset songs hebt veranderd, moet
u, als u de instellingen wil bewaren, deze naar een user song
kopi‘ren (pg. 82).
Als u op [SHIFT] + [REC] drukt, worden de instellingen
onmiddellijk bewaard.
De reverb-instellingen veranderen
Selecteer en verander de instellingen (parameters) van de
reverb (galm).
1. Selecteer een song.
2. Druk op [EFFECTS].
3. Druk op [CURSOR] om de parameter te selecteren die
u wil veranderen.
fig.RE07-01
1 REVERB TYPE
Instelwaarden: ROOM1, ROOM2, STAGE1, STAGE2,
HALL1, HALL2, DELAY, PAN-DELAY
fig.RE07-02
2 REVERB TIME
Instelwaarden: 0Ð127
fig.RE07-03a
3 REVERB LEVEL
Instelwaarden: 0Ð127
fig.RE07-03b
4 REVERB FEEDBACK
Instelwaarden: 0Ð127
fig.RE07-03c
5 REVERB HF DAMP
Instelwaarden: 0/250/315/400/500/630/800/1000/
1250/1600/2000/2500/3150/4000/
5000/6300/8000 Hz, BYPASS
4. Draai aan [VALUE] om de instelwaarden te
veranderen.
* Als u de instellingen wil bewaren, moet u de save-procedure
uitvoeren.
87
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
7
Functies van elke parameter
1 REVERB TYPE
Selecteert het soort reverb.
ROOM1: Dichte, korte reverb
ROOM2: Dunne, korte reverb
STAGE1: Reverb met veel weerkaatsingen achteraan
STAGE2: Reverb met sterke weerkaatsingen vooraan
HALL1: Heldere, zuivere reverb
HALL2: Rijke reverb
DELAY: Algemene basis-delay
PAN-DELAY
: Delay (echo)-klank wordt afwisselend links en
rechts geplaatst
2 REVERB TIME
Wanneer TYPE is ingesteld op ROOM1-HALL2, stelt deze
parameter de Reverb Time in (de tijdspanne waarin de galm
mag voortduren); wanneer TYPE is ingesteld op DELAY of
PAN-DELAY stelt deze parameter de Delay Time in. Hoe
hoger de ingestelde waarde, hoe breder en voller de klank.
3 REVERB LEVEL
Stelt de hoeveelheid galm in.
4 REVERB DELAY FB (Reverb delay feedback)
Wanneer TYPE is ingesteld op DELAY of PAN-DELAY stelt
deze parameter de hoeveelheid echo-klank in die naar de
Delay wordt teruggestuurd (Feedback). Hoe hoger de
ingestelde waarde, hoe meer de delay-klank zal voortduren.
5 REVERB HF DAMP
Stelt de afsnijfrequentie in voor de hoge frequenties van de
reverb-klank.
De mate van het dempen (afsnijden) in de hoge frequenties
van de reverb verandert in functie van het materiaal waaruit
de muren bestaan. HF Damp (High Frequency Damp) is een
parameter die deze voorwaarden simuleert door de hoge
frequentiecomponenten van de klank af te snijden.
Als deze parameter op een lagere frequentie wordt ingesteld,
wordt de klank donkerder; wordt deze op een hogere
frequentie ingesteld, dan wordt de klank helderder.
Met de instelling op BYPASS wordt geen enkele hoge
frequentiecomponent afgesneden.
De chorus-instellingen
veranderen
Selecteer en verander de instellingen (parameters) van de
chorus.
1. Selecteer een song.
2. Druk op [EFFECTS].
3. Druk op [CURSOR] om de parameter te selecteren die
u wil veranderen.
fig.RE07-04
6 CHORUS RATE
Instelwaarden: 0Ð127
fig.RE07-05a
7 CHORUS DEPTH
Instelwaarden: 0Ð127
fig.RE07-05b
8 CHORUS PRE DELAY
Instelwaarden: 0Ð127
fig.RE07-06a
9 CHORUS FEEDBACK
Instelwaarden: 0Ð127
fig.RE07-06b
10 CHORUS LEVEL
Instelwaarden: 0Ð127
4. Draai aan [VALUE] om de instelwaarden te
veranderen.
* Als u de instellingen wil bewaren, moet u de save-procedure
uitvoeren
(pg. 86).
88
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
Functies van elke parameter
6 CHORUS RATE (chorus-snelheid)
Stelt de snelheid in van de chorusklank.
7 CHORUS DEPTH (chorus-diepte)
Stelt de diepte in van het golvend effect van de chorus.
8 CHORUS PRE DELAY
Stelt de tijd in die verloopt tussen het moment waarop de
bronklank wordt gespeeld tot het moment waarop de
chorus-klank wordt gemaakt. Hoe hoger de ingestelde
waarde, hoe meer adem de klank lijkt te hebben.
9 CHORUS FEEDBACK
Stelt de hoeveelheid chorus-klank in die naar het chorus-
effect wordt teruggestuurd (Feedback). Hoe hoger de
ingestelde waarde, hoe ingewikkelder de chorus-klank
wordt.
10 CHORUS LEVEL
Stelt de hoeveelheid chorus-klank in.
Invoegeffecten gebruiken
Invoegeffecten(Insert Effects) zijn effecten die rechtstreeks
op bepaalde parts kunnen worden toegepast. Men kan de
invoegeffecten gebruiken om de toonaard van een part te
wijzigen.
Er bestaan veertig soorten invoegeffecten, waaronder
ÒOverdriveÓ (oversturing) en ÒDistortionÓ(vervorming).
Men kan elk van deze effecten beschouwen als het equivalent
van een afzonderlijk effecttoestel.
Sommige van deze effecten bevatten samengestelde effecten
waarin twee effecten serieel of parallel met elkaar verbonden
zijn.
* Men kan van ÒDrumÓ, ÒBassÓ, ÒInst1Ó of ÒInst2Ó om het
even welke part selecteren om de invoegeffecten te gebruiken.
* In bepaalde gevallen is het mogelijk dat men klank hoort,
terwijl het uitgangsniveau van het invoegeffect op Ò0Ó staat.
De part selecteren die met de
invoegeffecten moet worden
gebruikt
Selecteer de part, ofwel ÒDrumÓ, ÒBassÓ, ÒInst 1Ó of ÒInst 2Ó
waarin de invoegeffecten moeten worden gebruikt.
1. Selecteer een song.
2. Druk op [EFFECTS].
3. Druk op [CURSOR] om Ò11 INSERT FX PARTÓ te
selecteren.
fig.RE07-07
4. Draai aan [VALUE] om de part te selecteren.
Selecteer ÒOFFÓ indien u het effect niet wil toepassen.
* Als u de instellingen wil bewaren, moet u de save-procedure
uitvoeren (pg. 86).
Het type selecteren
Selecteer een effect uit de veertig beschikbare types.
1. Druk op [EFFECTS].
2. Druk op [CURSOR] om Ò12 INSERT FX TYPEÓ te
selecteren.
fig.RE07-08
3. Draai aan [VALUE] om het type te selecteren..
* Als u de instellingen wil bewaren, moet u de save-procedure
uitvoeren (pg. 86).
89
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
7
* Voor meer details over de effecten van elk type, wordt
verwezen naar de referentiepaginaÕs .
STEREO-EQ (p. 90)
OVERDRIVE (p. 90)
DISTORTION (p. 91)
PHASER (p. 91)
SPECTRUM (p. 91)
ENHANCER (p. 92)
AUTO-WAH (p. 92)
ROTARY (p. 92)
COMPRESSOR (p. 93)
LIMITER (p. 93)
HEX-CHORUS (p. 94)
TREMOLO-CHO (p. 94)
SPACE-D (p. 95)
STEREO-CHO (p. 95)
STEREO-FL (p. 96)
STEP-FL (p. 96)
STEREO-DLY (p. 97)
MOD-DELAY (p. 98)
3-TAP-DLY (p. 99)
4-TAP-DLY (p. 100)
TIMECTL-DLY (p. 101)
2-P.SHIFT (p. 101)
FB-P.SFT (p. 102)
REVERB (p. 102)
GATE-REVERB (p. 103)
ODCHO (p. 103)
ODFL (p. 104)
ODDLY (p. 104)
DSCHO (p. 105)
DSFL (p. 105)
DSDLY (p.105)
EHCHO (p. 105)
EHFL (p. 106)
EHDLY (p. 106)
CHODLY (p. 107)
FLDLY (p. 107)
CHOFL (p. 108)
CHO / DLT (p. 108)
FL / DLY (p. 108)
CHO / FL (p. 108)
De instellingen van elk type
veranderen
Hiermee verandert u de instellingen (parameters) van het
geselecteerde soort effect.
* De parameters die veranderd kunnen worden, verschillen van
soort tot soort.
1. Druk op [EFFECTS].
2. Druk op [CURSOR] om Ò13 INSERT-FX TYPEÓ te
selecteren.
3. Draai aan [VALUE] om het type te selecteren.
4. Druk op [CURSOR ] om de parameter te selecteren
die u wil veranderen.
fig.RE07-10
5. Draai aan [VALUE] om de instelwaarden te
veranderen.
* Als u de instellingen wil bewaren, moet u de save-procedure
uitvoeren (pg.86).
Parameter Waarde
Type
90
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
STEREO-EQ (Stereo Equalizer)
Dit is een stereo-equalizer waarmee u de toonkwaliteit kan
aanpassen met behulp van sturingen voor het lage bereik, twee
middenbereiken en het hoge bereik.
fig.RE07-101
LOW FREQ (Low Frequency) 200/400 Hz
Selecteert de frequentie waarop het lage frequentiebereik zal
worden aangepast.
LOW GAIN -15–+15 dB
Bepaalt de gain (mate van vergroten of afsnijden) van de lage
frequentie.
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het lage bereik
.
HI FREQ (High Frequency) 4000/8000 Hz
Selecteert de frequentie waarop het hoge frequentiebereik zal
worden aangepast.
HI GAIN (High Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain (mate van vergroten of afsnijden) van de
hoge frequentie.
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het hoge bereik
.
P1 FREQ (Piek 1 Frequentie) 200–8000 Hz
Bepaalt de middenfrequentie van het gebied waarin het
vergroten of afsnijden zal gebeuren.
P1 Q (Piek 1 Q) 0.5/1.0/2.0/4.0/8.0
Bepaalt de breedte van het gebied dat in de P1 FREQ-
instelling in het midden is geplaatst.
Hogere instellingen maken het gebied smaller waarop P1
GAIN van toepassing is.
P1 GAIN (Piek 1 Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain (mate van vergroten of afsnijden) die zal
worden toegepast in het gebied dat door P1 FREQ en P1 Q
werd bepaald.
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het gebied
dat door P1 FREQ en P1Q werd bepaald.
P2 FREQ (Piek 2 Frequentie) 200–8000 Hz
Bepaalt de middenfrequentie van het gebied waarin het
vergroten of afsnijden zal gebeuren.
P2 Q (Piek 2 Q) 0.5/1.0/2.0/4.0/8.0
Bepaalt de breedte van het gebied dat in de P2 FREQ-
instelling in het midden is geplaatst.
Hogere instellingen maken het gebied smaller waarop P2
GAIN van toepassing is.
P2 GAIN (Piek 2 Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain (mate van vergroten of afsnijden) die zal
worden toegepast in het gebied dat door P2 FREQ en P2 Q
werd bepaald.
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het gebied
dat door P2 FREQ en P2Q werd bepaald.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
OVERDRIVE
Overdrive (oversturing) produceert een natuurlijk klinkende
vervorming die vergelijkbaar is met de vervorming van een
vacuŸm buisversterker.
fig.RE07-102
DRIVE 0–127
Bepaalt de diepte van de vervorming. Het volume verandert
samen met de diepte van de vervorming.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
U kan de instelling van het uitgangsniveau gebruiken om het
volumeverschil weg te werken tussen de klank met en
zonder overdrive.
LOW GAIN -15–+15 dB
Bepaalt de gain (mate van vergroten of afsnijden) van de lage
frequentie.
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het lage
bereik.
HI GAIN (High Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain (mate van vergroten of afsnijden) van de
hoge frequentie.
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het hoge
frequentiebereik.
AMP (Amp Type)
SMALL/BUILT-IN/2-STACK/3-STACK
Selecteert het soort gitaarversterker.
SMALL: Simuleert een compacte versterker.
BUILT-IN: Simuleert een ingebouwde versterker.
2-STACK:
Simuleert een grote dubbel gestapelde versterker
.
3-STACK:
Simuleert een grote driedubbel gestapelde versterker
.
L in
R in
L out
R out
4-Band EQ
4-Band EQ
Amp
Simulator
2-Band
EQ
L in
R in
Over
drive
L out
R out
91
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
7
DISTORTION
Distortion produceert een intensere vervorming dan het
overdrive-effect.
fig.RE07-103
DRIVE 0–127
Past de hoeveelheid van de vervorming aan. Het volume
verandert samen met de hoeveelheid vervorming.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
U kan de instelling van het uitgangsniveau gebruiken om het
volumeverschil weg te werken tussen de klank met en
zonder distortion.
LOW GAIN -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de lage frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het lage
frequentiebereik.
HI GAIN (High Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de hoge frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het hoge
frequentiebereik.
AMP (Amp Type)
SMALL/BUILT-IN/2-STACK/3-STACK
Selecteert het soort gitaarversterker.
SMALL: Simuleert een compacte versterker.
BUILT-IN: Simuleert een ingebouwde versterker.
2-STACK:
Simuleert een grote dubbel gestapelde versterker
.
3-STACK:
Simuleert een grote driedubbel gestapelde versterker
.
PHASER
Phaser is een effect dat een in fasen verschoven klank
toevoegt aan de originele klank om een tijdsverandering te
cre‘ren waardoor de klank gemoduleerd wordt.
fig.RE07-104
MANUAL 100 Hz–8 kHz
Bepaalt de middenfrequentie waarop de klank gemoduleerd
wordt.
RATE (Phaser-snelheid) 0.05–10.0 Hz
Bepaalt de modulatiefrequentie.
DEPTH (Phaser-diepte) 0–127
Bepaalt de modulatiediepte.
RESONANCE 0–127
Bepaalt de hoeveelheid feedback van de phaser. Hogere
instellingen geven de klank meer karakter.
MIX (Mix Level) 0–127
Bepaalt het volume van de in fasen verschoven klank in
functie van de directe klank.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
SPECTRUM
Spectrum is een soort filter die het niveau op specifieke
frequenties vergroot of afsnijdt om de toon te veranderen.
Spectrum werkt op dezelfde manier als de equalizer, maar
aangezien de acht frequenties vastgelegd zijn op plaatsen die
ideaal zijn om de klank meer karakter te geven, kunnen
specialere klanken worden gecre‘erd.
fig.RE07-105
De klanken worden ingesteld met BAND 1 tot 6.
BAND 1 (Band 1 Level) -15–+15 dB
Zet de gain (mate van vergroten of afsnijden) op 250 Hz.
BAND 2 (Band 2 Level) -15–+15 dB
Zet de gain (mate van vergroten of afsnijden) op500 Hz.
BAND 3 (Band 3 Level) -15–+15 dB
Zet de gain (mate van vergroten of afsnijden) op 1000 Hz.
L in
R in
L out
R out
Amp
Simulator
2-Band
EQ
Distortion
Phaser
Resonance
Mix
L in
R in
L out
R out
Spectrum
L out
R out
L in
R in
92
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
BAND 4 (Band 4 Level) -15–+15 dB
Zet de gain (mate van vergroten of afsnijden) op 1250 Hz.
BAND 5 (Band 5 Level) -15–+15 dB
Zet de gain (mate van vergroten of afsnijden) op 2000 Hz.
BAND 6 (Band 6 Level) -15–+15 dB
Zet de gain (mate van vergroten of afsnijden) op 3150 Hz.
BAND 7 (Band 7 Level) -15–+15 dB
Zet de gain (mate van vergroten of afsnijden) op 4000 Hz.
BAND 8 (Band 8 Level) -15–+15 dB
Zet de gain (mate van vergroten of afsnijden) op 8000 Hz.
WIDTH (Bandbreedte) 0.5–8.0
Deze instelling waarover elke Band beschikt, stelt de breedte
in van de frequentieband die door de volumewaarde wordt
verhoogd of verlaagd.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
ENHANCER
Enhancer stuurt de overtone-structuur van het hoge
frequentiebereik waardoor de klank sprankelend wordt en
de uitvoering verbetert.
fig.RE07-106
SENS (Gevoeligheid) 0–127
Bepaalt de diepte van het enhancer-effect.
MIX (Mix Level) 0–127
Bepaalt de mate waarin de overtonen die door de enhancer worden
geproduceerd met de originele klank zullen worden vermengd.
LOW GAIN -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de lage frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het lage
frequentiebereik.
HI GAIN (High Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de hoge frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het hoge
frequentiebereik.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
AUTO-WAH
Auto Wah verplaatst op cyclische wijze de filterfrequentie
om een wah-effect (cyclische modulatie van de toon) te
verkrijgen.
fig.RE07-107
FILTER TYPE LPF/BPF
Bepaalt het soort filter.
LPF (Low-pass Filter):
Het wah effect wordt in een breed frequentiebereik geproduceerd
.
BPF (Bandpass Filter):
Het wah effect wordt in een smal frequentiebereik
geproduceerd.
SENS (Gevoeligheid) 0–127
Bepaalt de gevoeligheid waarmee de filter wordt toegepast.
MANUAL 0–127
Bepaalt de middenfrequentie waarop het wah-effect
geproduceerd wordt.
PEAK 0–127
Bepaalt hoe het wah-effect het gebied rond de
middenfrequentie zal be•nvloeden. Lagere instellingen
resulteren in een wah-effect in een breed gebied rond de
middenfrequentie. Hogere instellingen resulteren in een
wah-effect in een smal gebied rond de middenfrequentie.
LFO RATE 0.05–10.0 Hz
Bepaalt de modulatiefrequentie van het wah-effect.
LFO DEPTH 0–127
Bepaalt de modulatiediepte van het wah-effect.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
ROTARY
Dit effect simuleert de klank van klassieke roterende luidsprekers,
waardoor golvingen aan de klank worden toegevoegd door de
luidspreker te draaien terwijl hij speelt. Het effect van rotary is
het grootst wanneer het gebruikt wordt met een orgelklank. De
hoorn (de luidspreker van de hoge tonen) en de rotor (de
luidspreker van de bastonen) kunnen gecombineerd worden om
deze subtiele effecten opnieuw te cre‘ren
.
fig.RE07-108
L in
R in
L out
R out
Mix
Mix
Enhancer
Enhancer
2-Band
EQ
2-Band
EQ
Auto Wah
L out
R out
L in
R in
L out
R out
L in
R in
Rotary
93
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
7
LOW SLOW
(Low Frequency Slow Rate)
0.05–10.0 Hz
Bepaalt de lage (SLOW) rotatiesnelheid van de lage
bereikrotor.
LOW FAST
(Low Frequency Fast Rate)
0.05–10.0 Hz
Bepaalt de hoge (FAST) rotatiesnelheid van de lage
bereikrotor.
LOW ACCL
(Low Frequency Acceleration)
0–15
Bepaalt de tijd die de rotatiesnelheid van de lage bereikrotor
nodig heeft om van lage snelheid naar hoge snelheid (of van
hoge naar lage snelheid) over te schakelen. Als de waarde
van de parameter verlaagd wordt, zal dit meer tijd vergen.
LOW LEVEL (Low Frequency Level) 0–127
Bepaalt het volume van de lage bereikrotor.
HI SLOW
(High Frequency Slow Rate)
0.05–10.0 Hz
Bepaalt de lage (SLOW) rotatiesnelheid van de hoge
bereikrotor.
HI FAST
(High Frequency Fast Rate)
0.05–10.0 Hz
Bepaalt de hoge (FAST) rotatiesnelheid van de hoge
bereikrotor.
HI ACCL (High Frequency Acceleration) 0–15
Bepaalt de tijd die de rotatiesnelheid van de hoge bereikrotor
nodig heeft om van lage snelheid naar hoge snelheid (of van
hoge naar lage snselheid) over te schakelen. Als de waarde
van de parameter verlaagd wordt, zal dit meer tijd vergen.
HI LEVEL (High Frequency Level) 0–127
Bepaalt het volume van de hoge bereikrotor.
SEPARATE 0–127
Bepaalt de ruimtelijkheid van de klank.
SPEED SLOW/FAST
Selecteert de rotatiesnelheid van de lage bereik- en de hoge
bereikrotor.
SLOW:
De vastgelegde rotatiesnelheden (de LOW SLOW RATE/HI
SLOW RATE waarden) worden actief.
FAST:
De vastgelegde rotatiesnelheden (de LOW FAST RATE/HI
FAST RATE waarden) worden actief.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
COMPRESSOR
De compressor is een effect dat hoge klankniveaus beperkt
en lage klankniveaus vergroot, waardoor volumevariaties
worden weggewerkt.
fig.RE07-109
ATTACK (Attack Time) 0–127
Bepaalt de aanslagtijd van een ingevoerde klank.
SUSTAIN (Sustain Level) 0–127
Bepaalt de tijdspanne waarin klanken met laag niveau
worden vergroot tot een constant volumeniveau.
POST GAIN 0/+6/+12/+18
Bepaalt het uitgangsniveau.
LOW GAIN -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de lage frequentie (mate van vergroten of afsnijden)
.
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het lage
frequentiebereik.
HI GAIN (High Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de hoge frequentie (mate van vergroten of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het hoge
frequentiebereik.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
LIMITER
De limiter (begrenzer) is een effect dat klanken samendrukt
die luider zijn dan een bepaald volumeniveau, waardoor
men vervorming voorkomt.
fig.RE07-110
THRESHOLD (Threshold Level) 0–127
Bepaalt het volumeniveau waarop de compressie begint.
RATIO
(Compression Ratio)
1.5:1/2:1/4:1/100:1
Bepaalt de compressieverhouding.
RELEASE (Release Time) 0–127
Bepaalt de tijdspanne waarin het volume onder het treshold-
niveau valt tot het moment waarop het limiter-effect niet
langer wordt toegepast.
L in
R in
L out
R out
Compressor
2-Band
EQ
L in
R in
L out
R out
Limiter
2-Band
EQ
94
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
POST GAIN 0/+6/+12/+18
Bepaalt het uitgangsniveau.
LOW GAIN -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de lage frequentie (mate van vergroten
of afsnijden). Positieve (+) instellingen beklemtonen
(vergroten) het lage frequentiebereik.
HI GAIN (High Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de hoge frequentie (mate van vergroten
of afsnijden). Positieve (+) instellingen beklemtonen
(vergroten) het hoge frequentiebereik.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
HEX-CHORUS (Hexa Chorus)
Hexa-chorus is een zes-stappen chorus die diepte en
ruimtelijkheid aan de klank geeft. (Zes chorus-klanken met
verschillende delay-tijden liggen over elkaar.)
fig.RE07-111
PRE DELAY (Pre Delay Time) 0.0–100 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de chorus-klank hoort.
RATE (Chorus Rate) 0.05–10.0 Hz
Bepaalt de modulatiefrequentie van de chorus-klank.
DEPTH (Chorus Depth) 0–127
Bepaalt de modulatiediepte van de chorus-klank.
PRE DLY DEV (Pre Delay Deviation) 0–20
De Pre Delay-parameter bepaalt de tijdspanne vanaf de originele
klank tot het moment waarop men de chorus-klank hoort. Deze
Pre Delay Deviation-parameter bepaalt de verschillen in Pre
Delay-tijd voor elk van de chorus-klanken. Hogere instellingen
plaatsen elk van de chorus-klanken verder uit elkaar.
DEPTH DEV (Depth Deviation) -20–+20
Bepaalt het verschil in modulatiediepte tussen elk van de
chorusklanken.
PAN DEV (Pan Deviation) 0–20
Bepaalt het verschil in stereopositie tussen elk van de
chorusklanken.
Bij een instelling van 0 worden alle chorus-klanken in het
midden geplaatst. Bij een instelling van 20 wordt elke
chorus-klank op intervallen van 60 graden t.o.v. het centrum
geplaatst.
BALANCE (Effect Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de originele klank en de
chorus-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de originele klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
chorus-klank uitgestuurd.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
TREMOLO-CHO (Tremolo Chorus)
Tremolo-chorus is een chorus met een tremolo-effect
(cyclische modulatie van het volume).
fig.RE07-112
PRE DELAY (Pre delay Time) 0.0–100 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de chorus-klank hoort.
CHO RATE (Chorus Rate) 0.05–10.0 Hz
Bepaalt de modulatiefrequentie van de chorus-klank.
CHO DEPTH (Chorus Depth) 0–127
Bepaalt de modulatiediepte van de chorus-klank.
TREM PHASE (Tremolo Phase) 0–180
Bepaalt de fase van de tremolo-klank.
TREM RATE (Tremolo Rate) 0.05–10.0 Hz
Bepaalt de modulatiefrequentie van het tremolo-effect.
TREM DEPTH (Tremolo Depth) 0–127
Bepaalt de diepte van het tremolo-effect.
BALANCE (Effect Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de originele klank en de
tremolo chorus-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de originele klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
tremolo chorus-klank uitgestuurd.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
Balance E
Balance E
L in
R in
L out
R out
Hexa Chorus
Balance D
Balance D
Tremolo Chorus
L in
R in
L out
R out
Balance D
Balance D
Balance E
Balance E
95
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
7
SPACE-D
Space-D is een meervoudige chorus dat twee-stappen
modulatie toepast in stereo. Het produceert geen modulatie-
effect, maar cre‘ert een transparant chorus-effect.
fig.RE07-113
PRE DELAY (Pre Delay Time) 0.0–100 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de chorus-klank hoort.
RATE (Chorus Rate) 0.05–10.0 Hz
Bepaalt de modulatiefrequentie van de chorus-klank.
DEPTH (Chorus Depth) 0–127
Bepaalt de modulatiediepte van de chorus-klank.
PHASE 0–180
Bepaalt de ruimtelijkheid van de chorus-klank.
LOW GAIN -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de lage frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het lage
frequentiebereik.
HI GAIN (High Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de hoge frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het hoge
frequentiebereik.
BALANCE (Effect Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de originele klank en de
chorus-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de originele klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
chorus-klank uitgestuurd.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
STEREO-CHO (Stereo Chorus)
Dit is een stereo chorus. Met behulp van een filter kan u de
toon van de chorus-klank aanpassen.
fig.RE07-114
PRE DELAY (Pre Delay Time) 0.0–100 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de chorus-klank hoort.
RATE (Chorus Rate) 0.05–10.0 Hz
Bepaalt de modulatiefrequentie van de chorus-klank.
DEPTH (Chorus Depth) 0–127
Bepaalt de modulatiediepte van de chorus-klank.
PHASE 0–180
Bepaalt de ruimtelijkheid van de chorus-klank.
FILTER TYPE OFF/LPF/HPF
Selecteert het soort filter.
OFF:
Er wordt geen filter gebruikt.
LPF (Low-pass Filter):
Het frequentiebereik boven de instelling van de
afsnijfrequentie wordt afgesneden.
HPF (High-pass Filter):
Het frequentiebereik onder de instelling van de
afsnijfrequentie wordt afgesneden.
CUTOFF (Cutoff Frequency) 200–8000 Hz
Bepaalt de frequentie waarop de filter begint te snijden.
LOW GAIN -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de lage frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het lage
frequentiebereik.
HI GAIN (High Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de hoge frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het hoge
frequentiebereik.
L in
R in
Space D
Space D
L out
R out
2-Band
EQ
2-Band
EQ
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
L in
R in
Chorus
Chorus
L out
R out
2-Band
EQ
2-Band
EQ
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
96
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
BALANCE (Effect Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de originele klank en de
chorus-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de originele klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
chorus-klank uitgestuurd.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
STEREO-FL (Stereo Flanger)
Dit effect is een stereo flanger (de LFO heeft links en rechts
dezelfde fase). Het produceert een metaalachtige resonantie
die lijkt op het geluid van een opstijgende en landende
straaljager. Er is een filter voorzien waarmee de toon van de
flanger-klank kan worden aangepast.
fig.RE07-115
PRE DELAY (Pre Delay Time) 0.0–100 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de flanger-klank hoort.
RATE (LFO Rate) 0.05–10.0 Hz
Bepaalt de modulatiefrequentie van de flanger-klank.
DEPTH (LFO Depth) 0–127
Bepaalt de modulatiefrequentie van de flanger-klank.
FFEDBACK -98–+98%
Bepaalt de verhouding (%) van de flanger-klank die naar de
invoer moet worden teruggestuurd.
Positieve (+) instellingen sturen het signaal terug naar de
invoer met de originele fase, terwijl negatieve (-) instellingen
een omgekeerde fase produceren.
Hogere instellingen produceren een specialere klank.
PHASE 0–180
Bepaalt de ruimtelijkheid van de flanger-klank.
FILTER TYPE OFF/LPF/HPF
Bepaalt het soort filter.
OFF:
Er wordt geen filter gebruikt.
LPF (Low-pass Filter):
Snijdt het frequentiebereik af boven de instelling van de
afsnijfrequentie.
HPF (High-pass Filter):
Snijdt het frequentiebereik af onder de instelling van de
afsnijfrequentie.
CUTOFF (Cutoff Frequency) 200–8000 Hz
Bepaalt de frequentie waarop de filter begint te snijden.
LOW GAIN -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de lage frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het lage
frequentiebereik.
HI GAIN (High Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de hoge frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het hoge
frequentiebereik.
BALANCE (Effect Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de originele klank en de
flanger-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de originele klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
flanger-klank uitgestuurd.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
STEP-FL (Step Flanger)
Het step flanger-effect is een flanger waarin de toonhoogte
van de flanger-klank in stappen verandert. De frequentie van
de toonhoogteverandering kan worden bepaald als een
nootlengte van een specifiek tempo.
fig.RE07-116
PRE DELAY (Pre Delay Time) 0.0–100 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de flanger-klank hoort.
RATE (LFO Rate) 0.05–10.0 Hz
Bepaalt de modulatiefrequentie van de flanger-klank.
DEPTH (LFO Depth) 0–127
Bepaalt de modulatiediepte van de flanger-klank.
R in
R out
L in
L out
Flanger
Feedback
Feedback
Flanger
Balance E
Balance D
Balance E
Balance D
2-Band
EQ
2-Band
EQ
R in
R out
L in
L out
Feedback
Feedback
Balance E
Balance D
Balance E
Balance D
2-Band
EQ
2-Band
EQ
Step Flanger
Step Flanger
97
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
7
FEEDBACK -98–+98%
Bepaalt de verhouding (%) van de flanger-klank die naar de
invoer moet worden teruggestuurd.
Positieve (+) instellingen sturen het signaal terug naar de
invoer met de originele fase, terwijl negatieve (-) instellingen
een omgekeerde fase produceren.
Hogere instellingen produceren een meer speciale klank.
PHASE 0–180
Bepaalt de ruimtelijkheid van de flanger-klank.
STEP RATE
0.05–10.0 Hz/x / /x. /e/q £/e. /q /h £ /q . /h
Bepaalt de frequentie van de toonhoogteverandering.
* Als Step Rate op een noot staat, wordt het effect gesynchro-
niseerd met de MIDI-klok van de JS-5 of van een extern
toestel. Gebruik Clock Source (pg. 133), een systeemparameter,
om te selecteren of de MIDI-klok van de JS-5 of van een extern
toestel moet worden gebruikt voor de synchronisatie.
* Wanneer men een numerische instelling maakt, wordt de
MIDI-klok genegeerd. Als de instelling met een noot wordt
gemaakt maar er geen MIDI-klok ontvangen wordt, worden de
toonhoogteveranderingen gesynchroniseerd met het
ingebouwde standaardtempo van de JS-5 (pg. 133).
LOW GAIN -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de lage frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het lage
frequentiebereik.
HI GAIN (High Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de hoge frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het hoge
frequentiebereik.
BALANCE (Effect Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de originele klank en de
flanger-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de originele klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
flanger-klank uitgestuurd.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
STEREO-DLY (Stereo Delay)
Dit is een stereo delay.
Wanneer FB MODE parameter NORMAL is:
fig.RE07-117a
Wanneer FB MODE parameter CROSS is:
fig.RE07-117b
DELAY L (Delay Time Left) 0.0–500 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot de linkse
delay weerklinkt.
DELAY R (Delay Time Right) 0.0–500 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot de rechtse
delay weerklinkt.
FEEDBACK -98–+98%
Bepaalt de verhouding (%) van de delay-klank die naar de
invoer moet worden teruggestuurd.
Positieve (+) instellingen sturen het signaal terug naar de
invoer met de originele fase, terwijl negatieve (-) instellingen
een omgekeerde fase produceren.
FB MODE (Feedback Mode) NORMAL/CROSS
Bepaalt de input-bestemming waarnaar de delay-klank
wordt teruggestuurd.
NORMAL:
De linkse delay-klank wordt naar de linkse input gestuurd,
de rechtse delay-klank wordt naar de rechtse input gestuurd.
CROSS:
De linkse delay-klank wordt naar de rechtse input gestuurd,
de rechtse delay-klank wordt naar de linkse input gestuurd.
R in
R out
L in
L out
Feedback
Feedback
Balance E
Balance D
Balance E
Balance D
2-Band
EQ
2-Band
EQ
Delay
Delay
R in
R out
L in
L out
Feedback
Feedback
Balance E
Balance D
Balance E
Balance D
2-Band
EQ
2-Band
EQ
Delay
Delay
98
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
PHASE L (Phase Left) NORMAL/INVERT
Bepaalt de fase van de linkse delay-klank.
NORMAL: De fase verandert niet.
INVERT: De fase wordt omgedraaid.
PHASE R (Phase Right) NORMAL/INVERT
Bepaalt de fase van de rechtse delay-klank.
NORMAL: De fase verandert niet.
INVERT: De fase wordt omgedraaid.
HF DAMP (High-Frequency Damp)
200–8000 Hz, BYPASS
Bepaalt de frequentie waarop het hoge frequentiebereik
wordt afgesneden van de delay-klank die naar de input
wordt teruggestuurd.
Selecteer BYPASS als u de klank niet wil afsnijden.
LOW GAIN -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de lage frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het lage
frequentiebereik.
HI GAIN (High Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de hoge frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het hoge
frequentiebereik.
BALANCE (Effect Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de originele klank en de
delay-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de originele klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
delay-klank uitgestuurd.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
MOD-DELAY (Modulatie Delay)
Modulatie-delay is een effect dat modulatie toevoegt aan de
delay-klank. Het heeft een effect als een flanger.
Wanneer FB MODE parameter NORMAL is:
fig.RE07-118a
Wanneer FB MODE parameter CROSS is:
fig.RE07-118b
DELAY L (Delay Time Left) 0.0–500 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot de linkse
delay weerklinkt.
DELAY R (Delay Time Right) 0.0–500 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot de rechtse
delay weerklinkt.
FEEDBACK -98–+98%
Bepaalt de verhouding (%) van de delay-klank die naar de
invoer moet worden teruggestuurd.
Positieve (+) instellingen sturen het signaal terug naar de
invoer met de originele fase, terwijl negatieve (-) instellingen
een omgekeerde fase produceren.
FB MODE (Feedback Mode) NORMAL/CROSS
Bepaalt de input-bestemming waarnaar de delay-klank
wordt teruggestuurd.
NORMAL:
De linkse delay-klank wordt naar de linkse input gestuurd,
de rechtse delay-klank wordt naar de rechtse input gestuurd.
CROSS:
De linkse delay-klank wordt naar de rechtse input gestuurd,
de rechtse delay-klank wordt naar de linkse input gestuurd.
RATE (Modulation Rate) 0.05–10.0 Hz
Bepaalt de modulatiefrequentie van het modulatie-effect.
R in R out
L in L out
Feedback
Feedback
Balance E
Balance D
Balance E
Balance D
2-Band
EQ
2-Band
EQ
Delay
Delay
Modulation
Modulation
R in
R out
L in
L out
Feedback
Feedback
Balance E
Balance D
Balance E
Balance D
2-Band
EQ
2-Band
EQ
Delay
Delay
Modulation
Modulation
99
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
7
DEPTH (Modulation Depth) 0–127
Bepaalt de modulatiediepte van het modulatie-effect.
PHASE 0–180
Bepaalt de ruimtelijkheid van het modulatie-effect.
HF DAMP
(High-Frequency Damp)
200–8000 Hz, BYPASS
Bepaalt de frequentie waarop het hoge frequentiebereik
wordt afgesneden van de delay-klank die naar de input
wordt teruggestuurd.
Selecteer BYPASS als u de klank niet wil afsnijden.
LOW GAIN -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de lage frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het lage
frequentiebereik.
HI GAIN (High Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de hoge frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het hoge
frequentiebereik.
BALANCE (Effect Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de originele klank en de
modulatie delay-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de originele klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
modulatie delay-klank uitgestuurd.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
3-TAP-DLY (Triple Tap Delay)
Triple-tap-delay is een effect dat delays in drie richtingen
produceert: midden, links en rechts. De delay-tijd kan ook
worden bepaald als een nootlengte in functie van een
specifiek tempo.
fig.RE07-119
DELAY C (Delay Time Center)
200–1000 ms/x / /x . /e//e . /q /h £ /q . /h
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot de
middenste delay weerklinkt.
* Als Step Rate op een noot staat, wordt het effect gesynchro-
niseerd met de MIDI-klok van de JS-5 of van een extern
toestel. Gebruik Clock Source (pg. 133), een systeemparameter,
om te selecteren of de MIDI-klok van de JS-5 of van een extern
toestel moet worden gebruikt voor de synchronisatie.
* Wanneer men een numerische instelling maakt, wordt de
MIDI-klok genegeerd. Als de instelling met een noot wordt
gemaakt maar er geen MIDI-klok ontvangen wordt, worden de
toonhoogteveranderingen gesynchroniseerd met het
ingebouwde standaardtempo van de JS-5 (pg. 133).
DELAY L (Delay Time Left)
200–1000 ms/x / /x . /e//e . /q /h £ /q . /h
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot de linkse
delay weerklinkt.
DELAY R (Delay Time Right)
200–1000 ms/x / /x . /e//e . /q /h £ /q . /h
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot de rechtse
delay weerklinkt.
FEEDBACK -98–+98%
Bepaalt de verhouding (%) van de delay-klank die naar de
invoer moet worden teruggestuurd.
Positieve (+) instellingen sturen het signaal terug naar de
invoer met de originele fase, terwijl negatieve (-) instellingen
een omgekeerde fase produceren.
LEVEL C (Center Level) 0–127
Bepaalt het volume van de middenste delay-klank.
LEVEL L (Left Level) 0–127
Bepaalt het volume van de linkse delay-klank.
LEVEL R (Right Level) 0–127
Bepaalt het volume van de rechtse delay-klank.
L in
R in
L out
R out
Left Tap
Right Tap
Triple Tap Delay
2-Band
EQ
2-Band
EQ
Balance E
Balance D
Balance E
Balance D
Feedback
Center Tap
100
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
HF DAMP (High-Frequency Damp)
200–8000 Hz, BYPASS
Bepaalt de frequentie waarop het hoge frequentiebereik
wordt afgesneden van de delay-klank die naar de input
wordt teruggestuurd.
Selecteer BYPASS als u de klank niet wil afsnijden.
LOW GAIN -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de lage frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het lage
frequentiebereik.
HI GAIN (High Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de hoge frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het hoge
frequentiebereik.
BALANCE (Effect Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de originele klank en de
delay-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de originele klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
delay-klank uitgestuurd.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
4-TAP-DLY (Quadruple Tap Delay)
Quadruple-tap-delay produceert vier delays. De tijdspanne
van elke delay kan worden bepaald als een nootlengte in
functie van een specifiek tempo.
fig.RE07-120a
De stereo positie van elke delay-klank is als volgt:
fig.RE07-120b
DELAY 1 (Delay Time 1)
200–1000 ms/x / /x. /e/q £ /e. /q /h £ /q . /h
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot de delay 1-
klank weerklinkt.
* Wanneer de delay-tijd is ingesteld als een nootwaarde, kan
deze gesynchroniseerd worden met de interne klok van de JS-5
of met de MIDI-klok van een extern toestel. ZieÒ3-TAP-DLYÓ
voor meer details.
DELAY 2 (Delay Time 2)
200–1000 ms/x / /x. /e/q £ /e. /q /h £ /q . /h
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot de delay 2-
klank weerklinkt.
DELAY 3 (Delay Time 3)
200–1000 ms/x / /x. /e/q £ /e. /q /h £ /q . /h
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot de delay 3-
klank weerklinkt..
DELAY 4 (Delay Time 4)
200–1000 ms/x / /x. /e/q £ /e. /q /h £ /q . /h
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot de delay 4-
klank weerklinkt..
LEVEL 1 (Level 1) 0–127
Bepaalt het volume van delay 1.
LEVEL 2 (Level 2) 0–127
Bepaalt het volume van delay 2.
LEVEL 3 (Level 3) 0–127
Bepaalt het volume van delay 3.
LEVEL 4 (Level 4) 0–127
Bepaalt het volume van delay 4.
FEEDBACK -98–+98%
Bepaalt de verhouding (%) van de delay-klank die naar de
invoer moet worden teruggestuurd.
Positieve (+) instellingen sturen het signaal terug naar de
invoer met de originele fase, terwijl negatieve (-) instellingen
een omgekeerde fase produceren.
HF DAMP (High-Frequency Damp)
200–8000 Hz, BYPASS
Bepaalt de frequentie waarop het hoge frequentiebereik
wordt afgesneden van de delay-klank die naar de input
wordt teruggestuurd.
Selecteer BYPASS als u de klank niet wil afsnijden.
BALANCE (Effect Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de originele klank en de
delay-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de originele klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
delay-klank uitgestuurd.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
L in
R in
L out
R out
Quadruple Tap Delay
Balance E
Balance D
Balance E
Balance D
Delay 1
Delay 2
Delay 3
Delay 4
Feedback
1
23
4
L
R
101
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
7
TIMECTL-DLY (Time Control Delay)
Hierdoor kan men een delay-tijd in re‘le tijd aansturen.
Wanneer de delay-tijd veranderd werd, zullen de delay-tijd
en de toonhoogte van de delay-klank veranderen aan de
snelheid die in Acceleration werd ingesteld. Afhankelijk van
de instellingen die u gebruikt , kan u hiermee bepaalde echt
ingewikkelde effecten maken.
fig.RE07-121
DELAY (Delay Time) 200–1000 ms /x /e3 /x ./e /
q3
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot de delay-
klank weerklinkt.
ACCELERATION 0–15
Bepaalt de tijd waarin de huidige delay-tijd verandert naar
de zopas ingestelde delay-tijd wanneer de delay-tijd werd
gewijzigd. De snelheid van de toonhoogteverandering staat
in verhouding met de delay-tijd.
FEEDBACK -98–+98%
Bepaalt de verhouding (%) van de delay-klank die naar de
invoer moet worden teruggestuurd.
Positieve (+) instellingen sturen het signaal terug naar de
invoer met de originele fase, terwijl negatieve (-) instellingen
een omgekeerde fase produceren.
HF DAMP (High-Frequency Damp)
200–8000 Hz, BYPASS
Bepaalt de frequentie waarop het hoge frequentiebereik
wordt afgesneden van de delay-klank die naar de input
wordt teruggestuurd.
Selecteer BYPASS als u de klank niet wil afsnijden.
LOW GAIN -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de lage frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het lage
frequentiebereik.
HI GAIN (High Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de hoge frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het hoge
frequentiebereik.
BALANCE (Effect Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de originele klank en de
delay-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de originele klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
delay-klank uitgestuurd.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
2-P.SHIFT (2 Voice Pitch Shifter)
Pitch Shifter is een effect dat de toonhoogte van de originele
klank doet verschuiven. 2-voice-pitch-shifter heeft twee pitch
shifters en kan twee pitch-shift klanken aan de originele
klank toevoegen .
fig.RE07-122
COARSE A (Coarse Pitch A) -24–+12
Bepaalt de hoeveelheid pitch shift in stappen van een halve
toon voor pitch shift A (-2Ð+1 octaaf).
FINE A (Fine Pitch A) -100–+100
Past de hoeveelheid pitch shift aan in eenheden van 2
honderdsten (1 honderdste = 1/100ste van een halve toon)
voor pitch shift A.
PRE DLY A (Pre Delay Time A) 0.0–500 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de pitch shift A -klank hoort.
COARSE B (Coarse Pitch B) -24–+12
Bepaalt de hoeveelheid pitch shift in stappen van een halve
toon voor pitch shift B (-2Ð+1 octaaf).
FINE B (Fine Pitch B) -100–+100
Past de hoeveelheid pitch shift aan in eenheden van 2
honderdsten (1 honderdste = 1/100ste van een halve toon)
voor pitch shift B.
PRE DLY B (Pre Delay Time B) 0.0–500 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de pitch shift B -klank hoort.
MODE (Pitch Shift Mode) 1–5
Hogere instellingen resulteren in een tragere respons, maar
geven een vastere toonhoogte.
LVL BAL (Level Balance) A100:0B–A0:100B
Bepaalt de volumebalans tussen de pitch shift A -klank en de
pitch shift B-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de pitch shift A-
klank uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt
alleen de pitch shift B-klank uitgestuurd.
L in
R in
L out
R out
2-Band
EQ
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
2-Band
EQ
Feedback
Time Control Delay
L in
R in
L out
R out
2Voice Pitch Shifter
Level Balance A
Balance E
Balance D
Balance E
Balance D
Level Balance B
102
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
FX BAL (Effect Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de originele klank en de
pitch shift-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de originele klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
pitch shift-klank uitgestuurd.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
FB-P.SFT (Feedback Pitch Shifter)
Dit is een pitch shifter die de pitch shift-klank terug naar de
input kan sturen.
fig.RE07-123
COARSE (Coarse Pitch) -24 to +12
Bepaalt de hoeveelheid pitch shift in stappen van een halve
toon (-2Ð+1 octaaf).
FINE (Fine Pitch) -100–+100
Past de hoeveelheid pitch shift aan in eenheden van 2
honderdsten (1 honderdste = 1/100ste van een halve toon).
PRE DELAY (Pre Delay Time) 0.0–500 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de pitch shift-klank hoort.
MODE (Pitch Shift Mode) 1–5
Hogere instellingen resulteren in een tragere respons, maar
geven een vastere toonhoogte.
FEEDBACK -98–+98%
Bepaalt de verhouding (%) van de pitch shift-klank die naar
de invoer moet worden teruggestuurd.
Positieve (+) instellingen sturen het signaal terug naar de
invoer met de originele fase, terwijl negatieve (-) instellingen
een omgekeerde fase produceren.
LOW GAIN -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de lage frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het lage
frequentiebereik.
HI GAIN (High Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de hoge frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het hoge
frequentiebereik.
BALANCE (Effect Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de originele klank en de
pitch shift-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de originele klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
pitch shift-klank uitgestuurd.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
REVERB
Reverb voegt galm toe aan de originele klank, waardoor een
akoestische ruimte wordt gesimuleerd.
fig.RE07-124
TYPE (Reverb Type)
ROOM1/ROOM2/STAGE1/ STAGE2/HALL1/HALL2
Bepaal het soort reverb.
ROOM1: Korte galm met hoge dichtheid
ROOM2: Korte galm met lage dichtheid
STAGE1: Galm met sterke latere reflecties
STAGE2: Galm met sterke vroege reflecties
HALL1: Heldere galm
HALL2: Rijke galm
PRE DELAY (Pre Delay Time) 0.0–100 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de reverb hoort.
TIME (Reverb Time) 0–127
Bepaalt de lengte van de galm.
HF DAMP (High-Frequency Damp)
200–8000 Hz, BYPASS
Bepaalt de frequentie waarop het hoge frequentiebereik van
de reverb-klank wordt afgesneden.
Bij lagere frequentie-instellingen wordt een groter deel van
het hoge bereik afgesneden, waardoor men een zachtere
reverb-klank krijgt .
Selecteer BYPASS als u de klank niet wil afsnijden.
LOW GAIN -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de lage frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het lage
frequentiebereik.
L in
R in
L out
R out
2-Band
EQ
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
2-Band
EQ
Feedback
Pitch Shifter
L in
R in
L out
R out
Reverb
2-Band
EQ
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
2-Band
EQ
103
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
7
HI GAIN (High Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de hoge frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het hoge
frequentiebereik.
BALANCE (Effect Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de originele klank en de
reverb-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de originele klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
reverb-klank uitgestuurd.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
GATE-REVERB
Gate reverb is een soort reverb-effect dat de reverb-klank
afsnijdt tijdens het uitsterven.
fig.RE07-125
TYPE (Reverb Type)
NORMAL/REVERSE/ SWEEP1/SWEEP2
Bepaal het soort reverb.
NORMAL: Conventionele gate reverb.
REVERSE: Omgekeerde reverb.
SWEEP1: De reverb-klank gaat van rechts naar links.
SWEEP2: De reverb-klank gaat van links naar rechts.
PRE DELAY (Pre Delay Time) 0.0–100 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de reverb hoort.
GATE TIME 5–500
Bepaalt de lengte van de galm.
LOW GAIN -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de lage frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het lage
frequentiebereik.
HI GAIN (High Gain) -15–+15 dB
Bepaalt de gain van de hoge frequentie (mate van vergroten
of afsnijden).
Positieve (+) instellingen beklemtonen (vergroten) het hoge
frequentiebereik.
BALANCE (Effect Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de originele klank en de
reverb-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de originele klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
reverb-klank uitgestuurd.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
OD CHO (Overdrive Chorus)
Dit effect maakt een seri‘le verbinding tussen een overdrive
en een chorus.
fig.RE07-126
OD DRIVE 0–127
Bepaalt de hoeveelheid vervorming van de overdrive. Het
volume verandert samen met de hoeveelheid vervorming.
CHO PREDLY (Chorus Pre delay) 0.0–100 ms
Bepaalt het interval van de tijd vanaf de originele klank tot
het moment waarop de chorus -klank wordt gespeeld.
CHO RATE (Chorus Rate) 0.05–10.0 Hz
Bepaalt de modulatiefrequentie van de chorus-klank.
CHO DEPTH (Chorus Depth) 0–127
Bepaalt de modulatiediepte van de chorus-klank.
CHO BAL (Chorus Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de overdrive-klank die niet
door de chorus gaat en de overdrive-klank die wel door de
chorus gaat.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de overdrive-
klank uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt
alleen de overdrive-klank uitgestuurd die door de chorus
gaat.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
L in
R in
L out
R out
Gate Reverb
2-Band
EQ
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
2-Band
EQ
L in
R in
Chorus
Overdrive
L out
R out
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
104
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
OD FL (Overdrive Flanger)
Dit effect maakt een seri‘le verbinding tussen een overdrive
en een flanger.
fig.RE07-127
OD DRIVE 0–127
Bepaalt de hoeveelheid vervorming van de overdrive. Het
volume verandert samen met de hoeveelheid van de
vervorming.
FL PRE DLY (Flanger Pre delay) 0.0–100 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de flanger-klank hoort.
FL RATE (Flanger Rate) 0.05–10.0 Hz
Bepaalt de modulatiefrequentie van de flanger-klank.
FL DEPTH (Flanger Depth) 0–127
Bepaalt de modulatiediepte van de flanger-klank.
FL FEEDBACK (Flanger Feedback) -98–+98%
Bepaalt de verhouding (%) van de flanger-klank die naar de
invoer moet worden teruggestuurd.
Positieve (+) instellingen sturen het signaal terug naar de
invoer met de originele fase, terwijl negatieve (-) instellingen
een omgekeerde fase produceren.
FL BAL (Flanger Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de overdrive-klank die niet
door de flanger gaat en de overdrive-klank die wel door de
flanger gaat.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de overdrive-
klank uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt
alleen de overdrive-klank uitgestuurd die door de flanger
gaat.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
OD DLY (Overdrive Delay)
Dit effect maakt een seri‘le verbinding tussen een overdrive
en een delay.
fig.RE07-128
OD DRIVE 0–127
Bepaalt de hoeveelheid vervorming van de overdrive. Het
volume verandert samen met de hoeveelheid vervorming.
DLY TIME (Delay Time) 0.0–500 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de delay-klank hoort.
DLY FB (Delay Feedback) -98–+98%
Bepaalt de verhouding (%) van de delay-klank die naar de
invoer moet worden teruggestuurd.
Positieve (+) instellingen sturen het signaal terug naar de
invoer met de originele fase, terwijl negatieve (-) instellingen
een omgekeerde fase produceren.
DLY HF
(Delay HF Damp)
200–8000 Hz, BYPASS
Bepaalt de frequentie waarop het hoge frequentiebereik
wordt afgesneden van de delay-klank die naar de invoer
wordt teruggestuurd.
Selecteer BYPASS als u de klank niet wil afsnijden.
DLY BAL (Delay Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de overdrive-klank die niet
door de delay gaat en de overdrive-klank die wel door de
delay gaat.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de overdrive-
klank uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt
alleen de overdrive-klank uitgestuurd die door de delay
gaat.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
L in
R in
Flanger
Overdrive
L out
R out
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
Feedback
L in
R in
Delay
Overdrive
L out
R out
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
Feedback
105
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
7
DS CHO (Distortion Chorus)
Dit effect maakt een seri‘le verbinding tussen een distortion
en een chorus.
fig.RE07-129
De parameters zijn dezelfde als die van ÒOD CHOÓ ,
uitgezonderd de twee volgende:
DS DRIVE (Distortion Drive) 0–127
Bepaalt de hoeveelheid vervorming van de overdrive. Het
volume verandert samen met de hoeveelheid vervorming.
CHO BAL (Chorus Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de distortion-klank die niet
door de chorus gaat en de distortion-klank die wel door de
chorus gaat.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de distortion-
klank uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt
alleen de distortion-klank uitgestuurd die door de chorus
gaat.
DS FL (Distortion Flanger)
Dit effect maakt een seri‘le verbinding tussen een distortion
en een flanger.
fig.RE07-130
De parameters zijn dezelfde als die van ÒOD FLÓ ,
uitgezonderd de twee volgende:
DS DRIVE (Distortion Drive) 0–127
Bepaalt de hoeveelheid vervorming van de overdrive. Het
volume verandert samen met de hoeveelheid vervorming.
FL BAL (Flanger Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de distortion-klank die niet
door de flanger gaat en de distortion-klank die wel door de
flanger gaat.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de distortion-
klank uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt
alleen de distortion-klank uitgestuurd die door de flanger
gaat.
DS DLY (Distortion Delay)
Dit effect maakt een seri‘le verbinding tussen een distortion
en een delay.
fig.RE07-131
De parameters zijn dezelfde als die van ÒOD DLYÓ,
uitgezonderd de twee volgende:
DS DRIVE (Distortion Drive) 0–127
Bepaalt de hoeveelheid vervorming van de overdrive. Het
volume verandert samen met de hoeveelheid vervorming.
DLY BAL (Delay Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de distortion-klank die niet
door de delay gaat en de distortion-klank die wel door de
delay gaat.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de distortion-
klank uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt
alleen de distortion-klank uitgestuurd die door de delay
gaat.
EH CHO (Enhancer Chorus)
Dit effect maakt een seri‘le verbinding tussen een enhancer
en een chorus.
fig.RE07-132
EH SENS (Enhancergevoeligheid) 0–127
Bepaalt de gevoeligheid van de enhancer.
EH MIX (Enhancer Mix Level) 0–127
Bepaalt het volume van de overtonen die door de enhancer
worden geproduceerd in functie van de originele klank.
CHO PREDLY (Chorus Pre delay) 0.0–100 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de chorus-klank hoort.
CHO RATE (Chorus Rate) 0.05–10.0 Hz
Bepaalt de modulatiefrequentie van de chorus-klank.
CHO DEPTH (Chorus Depth) 0–127
Bepaalt de modulatiediepte van de chorus-klank.
L in
R in
Chorus
Distortion
L out
R out
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
L in
R in
Flanger
Distortion
L out
R out
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
Feedback
L in
R in
Delay
Distortion
L out
R out
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
Feedback
Chorus
L in
R in
L out
R out
Mix
Mix
Enhancer
Enhancer
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
106
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
CHO BAL (Chorus Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de enhancer-klank die niet
door de chorus gaat en de enhancer-klank die wel door de
chorus gaat.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de enhancer-
klank uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt
alleen de enhancer-klank uitgestuurd die door de chorus
gaat.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
EH FL (Enhancer Flanger)
Dit effect maakt een seri‘le verbinding tussen een enhancer
en een flanger.
fig.RE07-133
EH SENS (Enhancer-gevoeligheid) 0–127
Bepaalt de gevoeligheid van de enhancer.
EH MIX (Enhancer Mix Level) 0–127
Bepaalt het volume van de overtonen die door de enhancer
worden geproduceerd in functie van de originele klank.
FL PRE DLY (Flanger Pre delay) 0.0–100 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de flanger-klank hoort.
FL RATE (Flanger Rate) 0.05–10.0 Hz
Bepaalt de modulatiefrequentie van de flanger-klank.
FL DEPTH (Flanger Depth) 0–127
Bepaalt de modulatiediepte van de flanger-klank.
FL FEEDBACK (Flanger Feedback) -98–+98%
Bepaalt de verhouding (%) van de flanger-klank die naar de
invoer moet worden teruggestuurd.
Positieve (+) instellingen sturen het signaal terug naar de
invoer met de originele fase, terwijl negatieve (-) instellingen
een omgekeerde fase produceren.
FL BAL (Flanger Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de enhancer-klank die niet
door de flanger gaat en de enhancer-klank die wel door de
flanger gaat.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de enhancer-
klank uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt
alleen de enhancer-klank uitgestuurd die door de flanger
gaat.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
EH DLY (Enhancer Delay)
Dit effect maakt een seri‘le verbinding tussen een enhancer
en een delay.
fig.RE07-134
EH SENS (Enhancer-gevoeligheid) 0–127
Bepaalt de gevoeligheid van de enhancer.
EH MIX (Enhancer Mix Level) 0–127
Bepaalt het volume van de overtonen die door de enhancer
worden geproduceerd in functie van de originele klank.
DLY TIME (Delay Time) 0.0–500 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de delay-klank hoort
DLY FB (Delay Feedback) -98–+98%
Bepaalt de verhouding (%) van de delay-klank die naar de
invoer moet worden teruggestuurd.
Positieve (+) instellingen sturen het signaal terug naar de
invoer met de originele fase, terwijl negatieve (-) instellingen
een omgekeerde fase produceren.
DLY HF
(Delay HF Damp)
200–8000 Hz, BYPASS
Bepaalt de frequentie waarop het hoge frequentiebereik
wordt afgesneden van de delay-klank die naar de input
wordt teruggestuurd.
Selecteer BYPASS als u de klank niet wil afsnijden.
DLY BAL (Delay Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de enhancer-klank die niet
door de delay gaat en de enhancer-klank die wel door de
delay gaat.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de enhancer-
klank uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt
alleen de enhancer-klank uitgestuurd die door de delay gaat.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
Feedback
Flanger
L in
R in
L out
R out
Mix
Mix
Enhancer
Enhancer
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
Feedback
Delay
L in
R in
L out
R out
Mix
Mix
Enhancer
Enhancer
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
107
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
7
CHO DLY (Chorus Delay)
Dit effect maakt een seri‘le verbinding tussen een chorus en
een delay.
fig.RE07-135
CHO PREDLY (Chorus Pre delay) 0.0–100 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de chorus-klank hoort.
CHO RATE (Chorus Rate) 0.05–10.0 Hz
Bepaalt de modulatiefrequentie van de chorus-klank.
CHO DEPTH (Chorus Depth) 0–127
Bepaalt de modulatiediepte van de chorus-klank.
CHO BAL (Chorus Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de originele klank en de
chorus-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de originele klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
chorus-klank uitgestuurd.
DLY TIME (Delay Time) 0.0–500 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de delay-klank hoort.
DLY FB (Delay Feedback) -98–+98%
Bepaalt de verhouding (%) van de delay-klank die naar de
invoer moet worden teruggestuurd.
Positieve (+) instellingen sturen het signaal terug naar de
invoer met de originele fase, terwijl negatieve (-) instellingen
een omgekeerde fase produceren.
DLY HF
(Delay HF Damp)
200–8000 Hz, BYPASS
Bepaalt de frequentie waarop het hoge frequentiebereik
wordt afgesneden van de delay-klank die naar de input
wordt teruggestuurd.
Selecteer BYPASS als u de klank niet wil afsnijden.
DLY BAL (Delay Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de chorus-klank die niet door
de delay gaat en de chorus-klank die wel door de delay gaat.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de chorus-klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
chorus-klank uitgestuurd die door de delay gaat.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
FL DLY (Flanger Delay)
Dit effect maakt een seri‘le verbinding tussen een flanger en een delay.
fig.RE07-136
FL PRE DLY (Flanger Pre delay) 0.0–100 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de flanger-klank hoort.
FL RATE (Flanger Rate) 0.05–10.0 Hz
Bepaalt de modulatiefrequentie van de flanger-klank.
FL DEPTH (Flanger Depth) 0–127
Bepaalt de modulatiediepte van de flanger-klank.
FL FEEDBACK (Flanger Feedback) -98–+98%
Bepaalt de verhouding (%) van de flanger-klank die naar de
invoer moet worden teruggestuurd. Positieve (+) instellingen
sturen het signaal terug naar de invoer met de originele fase,
terwijl negatieve (-) instellingen een omgekeerde fase produceren
.
FL BAL (Flanger Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de originele klank en de
flanger-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de originele klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
flanger-klank uitgestuurd
DLY TIME (Delay Time) 0.0–500 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de delay-klank hoort.
DLY FB (Delay Feedback) -98–+98%
Bepaalt de verhouding (%) van de delay-klank die naar de invoer
moet worden teruggestuurd. Positieve (+) instellingen sturen het
signaal terug naar de invoer met de originele fase, terwijl
negatieve (-) instellingen een omgekeerde fase produceren
.
DLY HF
(Delay HF Damp)
200–8000 Hz, BYPASS
Bepaalt de frequentie waarop het hoge frequentiebereik wordt
afgesneden van de delay-klank die naar de input wordt
teruggestuurd. Selecteer BYPASS als u de klank niet wil afsnijden.
DLY BAL (Delay Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de flanger-klank die niet
door de delay gaat en de flanger-klank die wel door de delay
gaat.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
flanger-klank uitgestuurd die door de delay gaat.
Feedback
Delay
L in
R in
L out
R out
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
Chorus
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
Feedback
Delay
L in
R in
L out
R out
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
Flanger
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
Feedback
108
Hoofdstuk 7 Effectinstellingen veranderen
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
CHO FL (Chorus Flanger)
Dit effect maakt een seri‘le verbinding tussen een chorus en een flanger.
fig.RE07-137
CHO PREDLY (Chorus Pre delay) 0.0–100 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de chorus-klank hoort.
CHO RATE (Chorus Rate) 0.05–10.0 Hz
Bepaalt de modulatiefrequentie van de chorus-klank.
CHO DEPTH (Chorus Depth) 0–127
Bepaalt de modulatiediepte van de chorus-klank.
CHO BAL (Chorus Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de originele klank en de
chorus-klank.
Bij een instelling van D100:0E wordt alleen de originele klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
chorus-klank uitgestuurd.
FL PRE DLY (Flanger Pre delay) 0.0–100 ms
Bepaalt de tijdspanne vanaf de originele klank tot het
moment waarop men de flanger-klank hoort.
FL RATE (Flanger Rate) 0.05–10.0 Hz
Bepaalt de modulatiefrequentie van de flanger-klank.
FL DEPTH (Flanger Depth) 0–127
Bepaalt de modulatiediepte van de flanger-klank.
FL FEEDBACK (Flanger Feedback) -98–+98%
Bepaalt de verhouding (%) van de flanger-klank die naar de
invoer moet worden teruggestuurd.
Positieve (+) instellingen sturen het signaal terug naar de
invoer met de originele fase, terwijl negatieve (-) instellingen
een omgekeerde fase produceren.
FL BAL (Flanger Balance) D100:0E–D0:100E
Bepaalt de volumebalans tussen de chorus-klank die niet door de
flanger gaat en de chorus-klank die wel door de flanger gaat. Bij
een instelling van D100:0E wordt alleen de chorus-klank
uitgestuurd en bij een instelling van D0:100E wordt alleen de
chorus-klank uitgestuurd die door de flanger gaat.
LEVEL (Uitgangsniveau) 0–127
Bepaalt het uitgangsvolume.
CHO/DLY (Chorus Delay)
Dit effect maakt een parallelle verbinding tussen een chorus
en een delay.
fig.RE07-138
* De parameters die men kan instellen zijn dezelfde als die van
ÒCHO DLYÓ. De instelling van Delay Balance bepaalt
echter het balansniveau van de originele klank en de delay-
klank.
FL/DLY (Flanger Delay)
Dit effect maakt een parallelle verbinding tussen een flanger
en een delay.
fig.RE07-139
* De parameters die men kan instellen zijn dezelfde als die van
ÒFL DLYÓ. De instelling van Delay Balance bepaalt echter
het balansniveau van de originele klank en de delay-klank.
CHO/FL (Chorus Flanger)
Dit effect maakt een paralelle verbinding tussen een flanger
en een delay.
fig.RE07-140
* De parameters die men kan instellen zijn dezelfde als die van
ÒCHO FLÓ. De instelling van Delay Balance bepaalt
echter het balansniveau van de originele klank en de flanger-
klank
Feedback
Flanger
L in
R in
L out
R out
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
Chorus
Balance E
Balance E
Balance D
Balance D
R in R out
L in L out
Feedback
Balance E
Balance D
Balance E
Balance D
Delay
Chorus
R in R out
L in L out
Feedback
Feedback
Balance E
Balance D
Balance E
Balance D
Delay
Flanger
R in R out
L in L out
Feedback
Balance E
Balance D
Balance E
Balance D
Flanger
Chorus
109
8
Hoofdstuk 8 Uitvoeringsinstrumenten veranderen
Voor elk van de ÒDRUMÓ, ÒBASSÓ, ÒINST 1Ó en ÒINST 2Ó -
parts kan het gebruikte instrument (toon) veranderd worden
en kan het vervangen worden door een ander instrument
(toon).
Elk van deze instrumentale klanken wordt een Instrument
genoemd. Verwissel deze instrumenten om de instrumentale
klanken te veranderen die in een uitvoering worden
gebruikt.
De gewijzigde instellingen bewaren
Als u de instellingen van een user song verandert, zal de
veranderde inhoud verloren gaan als u naar een andere
song/style overschakelt.
Gebruik de volgende procedure als u de instellingen wil
behouden.
1. Druk op [REC] waardoor het knoplampje gaat
branden.
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
2. Druk op [STOP].
Het volgende scherm verschijnt en de instellingen
worden bewaard.
fig.RE06-50
Als de instellingen bewaard zijn, keert u terug naar het
vorige scherm.
Zet nooit de stroom van de JS-5 uit of verwijder nooit de
geheugenkaart uit de JS-5 wanneer Ò Ó nog steeds
zichtbaar is in de linkse display (wanneer gegevens worden
weggeschreven), aangezien dit het correct wegschrijven van
de gegevens verhindert en latere handelingen ongunstig kan
be•nvloeden.
Als u de instellingen van de preset songs hebt veranderd, moet
u deze naar een user song kopi‘ren als u de instellingen wil
bewaren (pg. 82).
Als u op [SHIFT] + [REC] drukt, worden de instellingen
onmiddellijk bewaard.
Drum part -instrumenten
veranderen
Wanneer u de drumklanken wil veranderen die voor de
drum parts worden gebruikt, moet u de Drum Kit
omwisselen. Drum kits zijn verzamelingen van een aantal
verschillende klanken van percussie-instrumenten.
ÒLijst van drum kits Ó (pg. 144)
1. Selecteer een song.
2. Druk op [PART].
3. Druk op [CURSOR] om Ò4 INSTRUMENTÓ te
selecteren.
4. Druk op [DRUM] waardoor het lampje van de knop
gaat branden.
De drum part is geselecteerd.
fig.RE08-01
5. Draai aan [VALUE] om de drum kit te selecteren.
* Als u op [START] drukt, kan u de drum kit selecteren terwijl
u naar de uitvoering luistert.
6. Druk nogmaals op [PART] of druk op [EXIT] als u
klaar bent met het maken van instellingen.
Het originele scherm verschijnt opnieuw.
* Als u de instellingen wil bewaren, moet u de save-procedure
uitvoeren.
Drum Kit
110
Hoofdstuk 8 Uitvoeringsinstrumenten veranderen
Bass part-instrumenten veranderen
Verwissel het instrument dat u voor de bass part gebruikt
met een ander instrument.
ÒInstrumentenlijstÓ (pg. 143)
1. Selecteer een song.
2. Druk op [PART].
3. Druk op [CURSOR] om Ò4 INSTRUMENTÓ te
selecteren.
4. Druk op [BASS] waardoor het lampje van de knop gaat
branden.
De bass part is geselecteerd.
fig.RE08-02
5. Draai aan [VALUE] om het instrument te selecteren.
* Als u op [START] drukt, kan u het instrument selecteren
terwijl u naar de uitvoering luistert.
6. Druk nogmaals op [PART] of druk op [EXIT] als u
klaar bent met het maken van instellingen.
Het originele scherm verschijnt opnieuw.
* Als u de instellingen wil bewaren, moet u de save-procedure
uitvoeren (pg. 109).
INST Part-instrumenten
veranderen
Verwissel het instrument dat u gebruikt voor de INST 1 of
INST 2 -part met een ander instrument.
ÒInstrumentenlijstÓ (pg. 143)
1. Selecteer een song.
2. Druk op [PART].
3. Druk op [CURSOR] om Ò4 INSTRUMENTÓ te
selecteren.
4. Druk op [INST 1] of [INST 2] waardoor het lampje van
de knop gaat branden.
De INST 1 of INST 2 -part is geselecteerd. Alle knoppen,
behalve die van de geselecteerde part, gaan flikkeren.
fig.RE08-03
5. Draai aan [VALUE] om het instrument te selecteren.
* Als u op [START] drukt, kan u het instrument selecteren
terwijl u naar de uitvoering luistert.
6. Druk nogmaals op [PART] of druk op [EXIT] als u
klaar bent met het maken van instellingen.
Het originele scherm verschijnt opnieuw.
* Als u de instellingen wil bewaren, moet u de save-procedure
uitvoeren (pg. 109).
Instrument
Instrument
111
9
Hoofdstuk 9 Eigen uitvoeringen opnemen
Dit hoofdstuk verduidelijkt de procedures die gebruikt
worden voor het opnemen van gitaaruitvoeringen, zang of
een andere invoer in de audio track van de user song.
Opmerkingen
Audio moet op de audio track worden opgenomen
nadat de opname/bewerking van de user song klaar is.
Audio-gegevens worden in hetzelfde geheugen
bewaard als de song (USER of CARD) die voor de
opname werd geselecteerd.
Als u na de opname de user song bewerkt en het aantal
maten verandert, kan u uitsluitend Erase (pg. 114) en
geen andere bewerkingen uitvoeren op de audio-
gegevens. Dit betekent dat het aantal maten in de song
verschilt van het aantal maten in de audio-gegevens.
fig.RE09-100
Als u een song afspeelt waarvan het aantal maten
kleiner is dan het aantal maten van de audio-gegevens
dan zal de laatste maat van de song steeds opnieuw
herhaald worden tot de audio-gegevens met spelen
zijn gestopt.
fig.RE09-101
Als u Sync-modus (pg. 133) hebt ingesteld zodat de JS-
5 door een extern MIDI-toestel gestuurd wordt en
synchroon zal afspelen, is het niet mogelijk om op de
audio-track op te nemen.
Het is niet mogelijk om audio-gegevens op te nemen in
de JS-5 wanneer er reeds zes user songs met audio-
gegevens werden opgenomen. Om deze situatie te
verhelpen, kan u overbodige audio-gegevens wissen. U
kan dan audio opnemen (pg. 81).
Als u een user song geselecteerd hebt zonder audio-
gegevens en daarop audio hebt opgenomen, is het
mogelijk dat u er achteraf niet in slaagt forms of
akkoorden op te nemen. In dit geval moet u de
opgenomen audio-gegevens wissen, eerst de forms/
akkoorden opnemen en daarna de audio opnieuw
opnemen.
Voor de opname
Vooraleer u met de opname begint, volgt hier een
verduidelijking van opnametijd en van de parameters die
tijdens het opnameproces worden ingesteld.
Over opnametijd
Hieronder wordt de opnametijd getoond die in het
user-geheugen beschikbaar is
Hi-Fi: 1 minuut, 35 seconden
LONG: 1 minuut, 58 seconden
* U kan maximaal 6 songs opnemen, binnen de hierboven
getoonde tijd.
In de volgende gevallen kunnen gegevens opgeslagen
worden op geheugenkaarten (SmartMedia).
fig.RE09-01
* Afhankelijk van de hoeveelheid gegevens die op de
geheugenkaart werden bewaard, kan de beschikbare opnametijd
voor de audio-gegevens korter zijn dan de hierboven getoonde
tijden.
* De gegeven opnametijden zijn van toepassing voor opnames
met een doorlopend karakter. De beschikbare opnametijd
vermindert aanzienlijk als u een groot aantal korte fragmenten
en audio-gegevens (die elk ongeveer enkele seconden duren)
opneemt.
SmartMedia is te koop bij uw plaatselijke
computerhandelaar of verdeler van digitale cameraÕs.
* De JS-5 kan van 8 MB tot 64 MB smart media
gebruiken met een stroombronspanning van 3.3 V.
* Roland S2M-5/S4M-5 SmartMedia kan niet worden
gebruikt.
De opname-invoer selecteren
Zet de REC INPUT -schakelaar zo dat hij overeenkomt met
het toestel dat op de jack van de REC INPUT is aangesloten.
GUITAR: Wanneer een elektrische gitaar (of bas) is
aangesloten of wanneer een elektrische gitaar
(of bas) en een effect processor zijn
aangesloten.
(De Amp Simulator van de gitaar werkt.)
LINE: Wanneer een elektrische akoestische gitaar of
wanneer een klavier is aangesloten.
MIC: Wanneer een microfoon is aangesloten.
ABC
AB
Delete
ABB
32 MB 64 MB
Hi-Fi
LONG
27 minuten, 11 seconden
33
minuten,
59
seconden
54 minuten, 28 seconden
68
minuten,
5
seconden
112
Hoofdstuk 9 Eigen uitvoeringen opnemen
Audio-kwaliteit selecteren
Bij de opname selecteert u in het selectiescherm van de
Recording Quality of u kiest voor audio-kwaliteit of
opnameduur.
Hi-Fi: Selecteer dit om op te nemen met een hoge
klankkwaliteit.
LONG: Selecteer dit om de beschikbare opnametijd te
verlengen.
De beschikbare opnametijd
controleren
Wanneer het standby- scherm van de audio track (pg. 112)
getoond wordt, kan u verschillende malen op [CURSOR ]
drukken om naar het volgende scherm te gaan.
fig.RE09-02
In dit scherm kan u de beschikbare opnametijd en het aantal
maten in de geselecteerde opnamekwaliteit controleren.
* Let wel dat de aangegeven tijd niet meer dan een schatting is
en dus een zekere foutmarge inhoudt.
Door op [LONG REC] te drukken om de opnamekwaliteit te
veranderen, kan u de beschikbare opnametijd voor ÒLONGÓ
en ÒHi-FiÓ vergelijken.
* Men kan de opnamemodus niet veranderen wanneer de audio-
gegevens reeds in de geselecteerde song zijn opgenomen.
Aftelinstellingen
Wanneer het standby-scherm van de audio track-opname
zichtbaar is, kan men verschillende malen op [CURSOR ]
drukken om naar het instelscherm voor de aftel te gaan.
Als men de aftel instelt op Ò1measÓ (maat) of Ò2measÓ
(maten) in het instelscherm van de aftel, kan men beginnen
opnemen nadat er een aftel wordt gespeeld.
Het toevoegen van een aftel maakt het mogelijk het startpunt
en het gebruikte tempo van de opname vast te leggen.
fig.RE09-03
* De aftel klinkt wanneer u het spelen of opnemen bovenaan een
song begint (de eerste maat). Als u ergens later in de song
begint af te spelen of op te nemen, zal de aftel niet klinken, zelfs
niet wanneer u hebt ingesteld dat de aftel moet klinken
Wanneer u een audio-opname op een ander punt dan de start
in de song begint dan kan u in de aanloop naar de opname de
song in plaats van de aftel laten spelen door het punt waar de
song begint te spelen verschillende maten voor de start van de
opname in te stellen.
Opnamehandelingen
(Nieuwe opnamen)
1. Selecteer de user song die moet worden opgenomen.
* User songs die op een geheugenkaart zijn opgeslagen, kunnen
niet geselecteerd worden wanneer de kaart niet aanwezig is.
2. Pas het tempo naar wens aan (pg. 60).
3. Druk op [REC] waardoor het knoplamje gaat branden.
[SONG], [CHORD] en [AUDIO TRACK] beginnen te
flikkeren en het selectiescherm van de opname track
verschijnt.
* Wanneer een user-stijl geselecteerd is, zal [STYLE] flikkeren.
ig.RE09-04
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
4. Druk op [AUDIO TRACK] om de audio track te
selecteren.
Het standby-scherm van de audio track verschijnt.
fig.RE09-06
* Als de song geen audio-gegevens bevat , verschijntÒ*Ó in de
display.
5. Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om de begin- en de
eindmaat in te stellen van het gebied dat moet worden
heropgenomen.
* Men kan de beginmaat voor het heropnemen niet op een
vroeger punt instellen dan de beginmaat van de uitvoering (de
maat die in de linkse display is aangeduid).
* Als u op [FWD] [RWD] of [RESET] drukt, kan u de maat
veranderen waarin het afspelen zal beginnen. Het is echter niet
mogelijk deze later in te stellen dan de startmaat van de
opname.
6. Druk op [LONG REC] om de opnamemodus te
selecteren.
Hi-Fi: Selecteer dit voor opnames met een hoge
geluidskwaliteit.
LONG:
Selecteer dit wanneer u meer tijd wil voor de opname.
Wanneer ÒLONGÓgeselecteerd is, gaat [LONG REC]
branden.
Beschikbare opnametijd en
maximaal aantal maten
Betreffende track
eerste maat
laatste maat
113
Hoofdstuk 9 Eigen uitvoeringen opnemen
9
7. Het opnameniveau aanpassen.
Bespeel de gitaar en draai aan [REC LEVEL] om het
opnameniveau aan te passen dat in REC INPUT wordt
ingevoerd, zodat het Ò
Ó uiterst rechts van de
niveaumeter binnen het gepaste niveaubereik valt (zie
onderstaand diagram).
fig.RE09-30
8. Druk op [START].
Het opnamescherm van de audio track verschijnt en de
opname begint. Het lampje van [REC] gaat branden.
Wanneer de aftel geselecteerd is, verschijnt de aftel in de
linkse display terwijl de aftelklank tegelijkertijd speelt.
Nadat de aftel getoond werd, begint de opname.
fig.RE09-07
9. Druk op [STOP] wanneer u klaar bent met opnemen.
Het lampje van [REC] dooft en het song-scherm
verschijnt opnieuw.
Afspelen
Druk op [START] in het song-scherm waardoor het
knoplamje gaat branden. De audio-gegevens worden in
maat met de uitvoering afgespeeld.
fig.RE09-
08
* Het volume waarop de audio-gegevens worden afgespeeld kan
worden aangepast (pg. 83).
* Hoewel de audio-gegevens zelfs wanneer het tempo veranderd werd,
gesynchroniseerd zijn, zullen de gegevens onjuist worden afgespeeld
wanneer het tempo met een of twee factoren wordt verhoogd of verlaagd.
*
Bij sommige vormen van audio-gegevens lijkt het alsof er delay aan de
klank werd toegevoegd wanneer het tempo wordt verlaagd en sommige
klanken lijken onderbroken wanneer het tempo wordt verhoogd
.
* Wanneer men user songs afspeelt waarin audiogegevens zijn
opgenomen, is het mogelijk dat de audiogegevens niet correct
worden afgespeeld als men te snel op [START] drukt nadat
men op de [STOP], [RESET], [RWD] of [FWD] knoppen heeft
gedrukt. In dit geval verschijnt de boodschap ÒOperate
Slowly!Ó in de display.
Een opname opnieuw
maken (Heropnemen)
Als u geen goede opname kan maken van een uitvoering,
dan kan u de uitvoering heropnemen.
Aangezien heropnemen wordt uitgevoerd in een bepaald
gebied van maateenheden, kan u de heropname uitsluitend
in een bereik van verschillende maten maken of alle
maten aanduiden en de heropname maken vanaf het
begin van de uitvoering.
Bij een heropname wordt de audio track afgespeeld terwijl
het opnemen start en stopt na het aantal aangeduide maten,
waarna de uitvoering overschakelt naar de play-modus.
fig.RE09-09
1.
Selecteer de user song die moet worden heropgenomen
.
* User songs die op een geheugenkaart zijn opgeslagen, kunnen
niet geselecteerd worden wanneer de kaart niet aanwezig is.
2. Druk op [REC] waardoor het knoplampje gaat
branden.
[SONG], [CHORD] en [AUDIO TRACK] gaan flikkeren
en het selectiescherm van de opname-track verschijnt.
* Wanneer een user style geselecteerd is, zal [STYLE] flikkeren.
fig.RE09-04
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
3. Druk op [AUDIO TRACK] om de audio track te
selecteren.
Het volgende scherm verschijnt en de maat waar de
opname begint, gaat flikkeren.
fig.RE09-10
Als u verschillende malen op [CURSOR ] drukt
om “1 QUALITY” te selecteren, kan u de
beschikbare opnametijd controleren (pg. 112).
Als u verschillende malen op [CURSOR ] drukt
en “2 COUNT IN” selecteert, kan u aftelinstellingen
maken.
Opnameniveau Gepast bereik
001 002 003 004 005 006 007 008 009 010
Heropnemen
001 002 003 004 005 006 007 008 009 010
Weergave Opname Weergave
Opname begint Opname eindigt
Betreffende track
eerste maat
laatste maat
114
Hoofdstuk 9 Eigen uitvoeringen opnemen
4. Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om de begin- en de
eindmaat in te stellen van het gebied dat moet worden
heropgenomen.
* Men kan de beginmaat voor het heropnemen niet op een
vroeger punt instellen dan de beginmaat van de uitvoering (de
maat die in de linkse display is aangeduid).
* Als u op [FWD] [RWD] of [RESET] drukt, kan u de maat
veranderen waarin het afspelen zal beginnen. Het is echter niet
mogelijk deze later in te stellen dan de startmaat van de
opname.
5. Druk op [START].
Aangezien de maten die in stap 4 werden aangeduid,
reeds audio-gegevens bevatten, moet u eerst naar het
wisscherm van de audio-gegevens gaan.
Er verschijnt een bevestigingsscherm waarin gevraagd
wordt of u de audio-gegevens in het aangeduide gebied
wil wissen.
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
* Als u een voetschakelaar hebt gebruikt om te starten, worden
de audio-gegevens in het aangeduide gebied automatisch
gewist en zal het standby-scherm van Record verschijnen.
fig.RE09-12
6. Druk op [ENTER] om de gegevens te wissen.
De audio-gegevens worden gewist en het standby-
scherm van de opname verschijnt opnieuw.
fig.RE09-13
7. Druk op [RWD], [FWD] of [RESET] om de beginmaat
van de uitvoering in te stellen.
* Men kan de beginmaat voor de opname niet op een vroeger
punt instellen dan de beginmaat van de uitvoering.
8. Druk op [START] en de opname begint.
Wanneer de aftel geselecteerd is, verschijnt de aftel in de
linkse display terwijl de aftelklank tegelijkertijd speelt.
Nadat de aftel getoond werd, begint de opname.
fig.RE09-50
De eerder opgenomen uitvoering wordt afgespeeld.
Wanneer u met deze klanken meespeelt, wordt de
nieuwe opname alleen in het aangeduide gebied
gemaakt.
9. Druk op [STOP] wanneer u klaar bent met opnemen.
Het lampje van [REC] dooft en het song-scherm
verschijnt opnieuw.
Als u maar een gedeelte van de audio-gegevens wil wissen,
moet u stappen 1-6 voor de heropname volgen en daarna op
[STOP] drukken.
De opgenomen gegevens wissen
Gebruik de volgende procedure om alle audio-gegevens in
de op dit moment geselecteerde user song te wissen.
1. Druk op [ERASE] ([SHIFT] + [UTILITY]) in het song-
scherm.
Het wisscherm voor de song verschijnt.
fig.QS05-07
2. Draai aan [VALUE] om ÒAUDIOÓ te selecteren.
fig.QS05-40
3. Druk op [ENTER].
Er verschijnt een scherm waarin u gevraagd wordt het
wissen van de audio-gegevens te bevestigen.
fig.QS05-08
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
Wanneer het gebied dat moet worden opgenomen het
aantal beschikbare opnamematen overschrijdt, zal het
volgende scherm verschijnen.
fig.RE09-40
In dit geval moet u [CURSOR] en [VALUE] gebruiken om het
standby-scherm van de opname op te roepen en de begin- en
eindmaten van het op te nemen fragment wijzigen.
* Als u het maatbereik dat moet worden heropgenomen niet
wil wijzigen, kan u audio-gegevens wissen die in een
andere song werden opgenomen zodat u het aantal
beschikbare maten voor de opname vermeerdert.
Te wissen data
115
Hoofdstuk 9 Eigen uitvoeringen opnemen
9
4. Druk op [ENTER] om de gegevens te wissen.
De audio-gegevens worden gewist.
Het volgende scherm verschijnt.
fig.QS05-41
Wanneer het wissen voltooid is, verschijnt ÒCompleted!Ó
in de display.
De JS-5 gebruiken als een
Phrase Trainer
Als men klanken van CDÕs, MDÕs of andere bronnen op de
audio track opneemt, kan men de JS-5 gebruiken als een
gemakkelijke Òphrase trainerÓ voor het kopi‘ren en het
herhaaldelijk inoefenen van moeilijke passages. Door het
tempo aan te passen, kan u snelle frasen in een langzamer
tempo afspelen.
Aansluitingen
fig.RE09-16
* REC INPUT in een mono-ingang voor gebruik met standaard
fiches. Als het toestel dat u wil aansluiten stereo-uitgangen
heeft, moet u het toestel op elk van de L of R-jacks aansluiten.
Opnemen
De procedures zijn dezelfde als deze in
“Opnamehandelingen (Nieuwe opnames)” (pg. 112).
De songs worden gespeeld tijdens het opnemen (en
het afspelen); zet de parts van Drum-INST 2 uit (zie pg.
63 voor de procedures).
Stel het tempo in op of rond 120 (zie pg. 60 voor de
procedures).
Het tempo bevestigen dat
voor de opname wordt
gebruikt
Wanneer u een song selecteert waarin audio-gegevens zijn
opgenomen, kan u het tempo controleren dat werd gebruikt
wanneer deze audio-gegevens werden opgenomen.
1. Druk op [TEMPO] waardoor het knoplamje gaat
branden.
fig.RE09-20
Wanneer [ENTER] wordt ingedrukt, wordt het huidige
tempo op dezelfde waarde ingesteld als die van het
originele tempo.
* Het originele tempo kan niet veranderd worden.
CD-speler,
MD-speler, enz.
Oorspronkelijk tempo
116
Hoofdstuk 10 Verschillende uitvoeringstechnieken
Een song herhaaldelijk
afspelen (Loop Play)
Men kan een gespecifieerd aantal maten herhaaldelijk laten
afspelen. Dit wordt ÒLoop PlayÓ (afspelen in lussen)
genoemd.
In om het even welke song kan u twee loop-fragmenten
(Loop 1 en 2) zetten.
Een loop instellen wanneer de
uitvoering gestopt is
* Dit beschrijft de procedures voor het instellen van Loop 1.
Voor het instellen van Loop 2 vervangt u gewoon ÒLOOP 2Ó
door ÒLOOP 1Ó in de volgende tekst.
1. Selecteer een song.
* ÒCARDÓ kan niet geselecteerd worden wanneer er geen ge-
heugenkaart aanwezig is, zelfs niet als men op [CARD] drukt.
2. Druk op [CURSOR] en selecteer Ò3 LOOP POINT 1Ó
voor Loop 1 of Ò4 LOOP POINT 2Ó voor Loop 2.
fig.RE10-02
3. Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om het begin- en het
eindpunt van de loop te veranderen.
Als u de instellingen wil bewaren, moet u de save-procedure
uitvoeren (pg. 109).
Zet nooit de stroom van de JS-5 uit of verwijder nooit de
geheugenkaart uit de JS-5 wanneer Ò Ó nog steeds zichtbaar is
in de linkse display (wanneer gegevens worden weggeschreven),
aangezien dit het correct wegschrijven van de gegevens
verhindert en latere handelingen ongunstig kan be•nvloeden.
Als u de instellingen van de preset songs hebt veranderd, moet
u deze naar een user-song kopi‘ren als u de instellingen wil
bewaren (pg. 82).
Afwisselend op [LOOP 1] ([LOOP 2]) drukken, schakelt de
loop aan (verlicht) en uit (donker).
Loops spelen
Als in een song bijvoorbeeld maat 5 tot maat 8 zijn ingesteld
als Loop 1 en u de song van in het begin gaat spelen, zal het
verloop van de song er als volgt uit zien.
fig.RE10-50
Wanneer u op [FWD] of de voetschakelaar drukt (pg. 117)
terwijl de loop speelt, dan zal de loop stoppen wanneer het
einde van Loop 1 bereikt is en zal de song verder spelen
vanaf maat 9.
fig.RE10-51
In een ander voorbeeld zijn maat 2-4 ingesteld als Loop 1 en
maten 7 en 8 ingesteld als Loop 2. Drukt u nu op [START] of
de voetschakelaar (pg. 117) terwijl Loop 1 speelt, dan zal de
uitvoering gespeeld worden tot op het einde van Loop 1, dan
worden de maten 5 en 6 gespeeld, waarna Loop 2 begint.
fig.RE10-52
* Als u tijdens het afspelen van een loop waarin audio-gegevens
zijn opgenomen het tempo aanzienlijk sneller of langzamer zet,
is het mogelijk dat het lijkt alsof de klank onderbroken is.
Als u op [SHIFT]+[LOOP 1]([LOOP 2]) drukt wanneer het
afspelen van de song is gestopt, dan zal de huidige maat
ingesteld worden als de begin/eindmaat van de loop. (Het
knopje van loop flikkert).
* Druk op [STOP] om te annuleren. (De instelling wordt
veranderd.)
Druk daarna op [FWD] om de maat te veranderen en druk
op [LOOP 1] ([LOOP 2]) om deze maat in te stellen als de
eindmaat van de loop. (Het knopje van loop flikkert).
eerste maat
laatste maat
Loop 1
Loop 1
Loop 1 Loop 2
117
Hoofdstuk 10 Verschillende uitvoeringstechnieken
10
De voetschakelaar
gebruiken om het afspelen
te starten/stoppen
Wanneer er een voetschakelaar (zoals de afzonderlijk
verkochte FS-5U) op de FOOT SW jack is aangesloten op het
achterpaneel van de JS-5, kan u deze gebruiken om
uitvoeringen te starten of te stoppen. U kan ook, met behulp
van een speciale kabel (de afzonderlijk verkochte PCS-31),
twee voetschakelaars aansluiten.
Een voetschakelaar aansluiten
Zorg er bij het aansluiten van een voetschakelaar op de JS-5
voor om het volume van alle aangesloten toestellen uit te
zetten en de stroom uit te zetten om slechte werking, schade
aan de luidsprekers of gelijkaardige problemen te
voorkomen.
Eén voetschakelaar aansluiten
fig.RE10-04
Twee voetschakelaars aansluiten
fig.RE10-05
* Sluit FOOT SWITCH 1 aan op de witte fiche en FOOT
SWITCH 2 op de rode fiche.
* Wanneer u een voetschakelaar aansluit (de afzonderlijk
verkochte FS-5U) op de FOOT SW jack moet u de polariteit
als volgt instellen.
fig.RE10-06
Functies van de voetschakelaar
instellen
Hiermee selecteert u de functie die wordt uitgevoerd
wanneer er op FOOT SWITCH 1 of FOOT SWITCH 2 wordt
gedrukt.
U kan FOOT SWITCH 1 en 2 instellen om ofwel dezelfde of
verschillende functies te laten uitvoeren.
* Als er maar ŽŽn voetschakelaar is aangesloten, gaat het over
FOOT SWITCH 1.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op [CURSOR] en selecteer Ò4 FOOT SWITCH 1Ó
of Ò5 FOOT SWITCH 2Ó.
fig.RE10-07
3. Draai aan [VALUE] om de functie van de
voetschakelaar te selecteren.
(Start/Stop):
Als men op de voetschakelaar drukt terwijl de
uitvoering is gestopt, dan zal de uitvoering starten; als
men op de voetschakelaar drukt terwijl de uitvoering
speelt, dan zal de uitvoering stoppen.
(Reset & Start/Stop):
Als men op de voetschakelaar drukt terwijl de
uitvoering is gestopt, dan zal de uitvoering starten; als
men op de voetschakelaar drukt terwijl de uitvoering
speelt, dan zal de uitvoering stoppen en teruggaan naar
het begin van de song.
EXIT LOOP:
Als men tijdens de uitvoering op de voetschakelaar
drukt, wordt de loop be‘indigd.
PCS-31: Optional
Wit Rood
Polariteitsschakelaar
118
Hoofdstuk 10 Verschillende uitvoeringstechnieken
FORM INTRO–BREAK2:
Als men tijdens de uitvoering op de voetschakelaar
drukt, dan zal de knop van de aangeduide form gaan
flikkeren (standby) en zal de aangeduide form in de
volgende maat worden geselecteerd.
MUTE DRUM–AUDIO TRACK:
Telkens u op de voetschakelaar drukt, zal de aangeduide
part verwisselen tussen Òuitgezet (stil)Ó en Òniet
uitgezet (klinkend).Ó
Het lampje van de knop is gedoofd wanneer de part is
uitgezet en is verlicht wanneer deze klinkt.
4. Druk nogmaals op [UTILITY] of druk op [EXIT]
wanneer u klaar bent met het maken van instellingen.
Het originele scherm verschijnt.
119
11
Hoofdstuk 11 User styles maken
Men kan maximaal 20 verschillende user styles (gebruikersstijlen)
cre‘ren en opslaan. Net als bij de preset styles(vooringestelde
stijlen) kan elke user style gecre‘erd worden met behulp van acht
verschillende forms
.
De opname van user styles kan ook gedaan worden met
behulp van Realtime recording.
Hoewel u met Realtime Recording uitvoeringen kan
opnemen zoals ze worden gespeeld, kan u geen Realtime
Recording uitvoeren met behulp van de JS-5 zelf.
Neem uitvoeringspatronen op door een MIDI-klavier te be-
spelen dat aangesloten is op de MIDI IN-connector van de JS-
5.
Zet nooit de stroom van de JS-5 uit of verwijder nooit de
geheugenkaart uit de JS-5 wanneer Ò Ó nog steeds zichtbaar is
in de linkse display (wanneer gegevens worden weggeschreven),
aangezien dit het correct wegschrijven van de gegevens
verhindert en latere handelingen ongunstig kan be•nvloeden.
Opmerkingen bij het maken
van user styles
Om er zeker van te zijn dat de user song het akkoordenschema
correct weergeeft dat in de chord track is gespecifieerd, ge-
bruikt u voor het cre‘ren van uitvoeringsgegevens akkoorden
met ÒCÓ als grondtoonÓ of frasen in de toonaard van ÒC.Ó
Op deze manier zet de Arranger-functie de verschillende
akkoorden om op basis van de klanken in de toonaard van ÒCÓ
of op akkoordklanken van ÒCÓ.
Wanneer er uitsluitend akkoorden worden gespeeld, zoals bij
akkoordbegeleiding, moeten de uitvoeringsgegevens gecre‘erd
worden door akkoorden met ÒCÓ als grondtoon (voorbeelden
van zulke akkoorden zijn o.m. ÒC6Ó (C, E, G, A) en andere).
Wanneer de ÒARPEGGIOÓ-instelling in de Arrange-modus
(zie verder) is geselecteerd, worden de klanken in de
uitvoeringsgegevens zo geschikt dat ze bij de noten passen die
de akkoorden samenstellen. Met de instellingen van de
Arrange-modus kan u echter geen andere noten spelen dan
degene waardoor de akkoorden zijn samengesteld.
Met een andere techniek kan u echter niet alleen akkoorden
componeren, maar ook melodieuze frasen spelen die met het
akkoordenschema overeenstemmen. In dit geval worden de
frasen gecre‘erd in de toonaard van ÒCÓ. Zo worden de
klanken in de uitvoeringsgegevens geschikt om overeen te
komen met de toonladders van de noten die de akkoorden
samenstellen als ÒOBBLIGATOÓ in de Arrange modus is
geselecteerd. Aangezien het met de ÒOBBLIGATOÓ-
instellingen mogelijk is om andere noten te spelen dan
degene die de akkoorden samenstellen, is het echter soms
mogelijk dat, afhankelijk van de gegevens, men niet in de
buurt komt van de gespeelde akkoorden.
* Wanneer styles exact worden gespeeld zoals ze zijn
gecomponeerd -d.i. zonder dat de akkoorden omgezet zijn- geeft
u N.C. (Non-Chord Type) in op de Chord track (pg. 71).
Hierdoor kan u songs cre‘ren waarin u elke stijl als een
onafhankelijk patroon gebruikt. Deze manier gebruikt echter
meer stijlen dan in songs waarin de akkoorden zijn omgezet,
zodat ook meer geheugen in beslag zal worden genomen..
Arrange-modus
De manier waarop de akkoorden zijn omgezet (het
arrangement) kan worden veranderd door de user style op
arrange-modus in te stellen.
* De arrange-modus van de drum parts kan niet veranderd
worden (deze is vastgelegd op NO ARRANGE).
* Voor de preset styles werden geschikte arrange-modi
geselecteerd. Als men de arrange-modus van een preset style
wil veranderen, moet men de preset style eerst naar de user
styles kopi‘ren (pg. 123) voordat men de wijzigingen
aanbrengt.
NO ARRANGE:
Uitvoeringsgegevens op tracks die op ÒNO ARRANGEÓ zijn
ingesteld, worden uitgevoerd zoals ze oorspronkelijk werden
gespeeld, zonder arrangement (akkoordenomzetting). Drum
parts staan altijd in deze modus.
BASS:
Deze instelling is bedoeld voor drumuitvoeringen. Net als bij
ÒOBBLIGATOÓ worden de noten in de uitvoering
automatisch gewisseld naar noten die in de toonladders van
de akkoorden passen.
Daarnaast worden noten die hoger zijn dan de noten in de
basregisters, ŽŽn octaaf lager geplaatst en wordt de
grondtoon naar de basnoot getransponeerd wanneer On-
Bass Chord is geselecteerd
OBBLIGATO:
Het beste voor uitvoeringen met melodieuze frasen. De
noten in de uitvoeringsgegevens worden omgezet naar noten
in toonladders van de akkoorden.
ARPEGGIO:
Geschikt voor arpeggioÕs en akkoorden. De noten in de
uitvoeringsgegevens worden omgezet naar de noten in de
akkoorden die worden ingevoerd. Deze modus speelt andere
omgezette noten die niet centraal staan in het akkoord.
* Als u niet al de gegevens op de uitvoeringstrack van style door
de Arranger wil sturen, moet u ÒCÓ ingeven voor de Chord
track en ÒN.C (- -)Ó voor het Chord-type. N.C doet de style de
akkoorden spelen zoals ze in de uitvoeringsgegevens staan,
zonder de akkoorden om te zetten.
* Het in de Chord track ingeven van N.C. (Non-Chord Type)
zet de instellingen van de Arrange-modus uit voor de style die
wordt uitgevoerd.
120
Hoofdstuk 11 User styles maken
Opnamevoorbereidingen
In geval van Realtime Recording sluit u de JS-5 aan op een
MIDI-klavier en stelt u de MIDI-kanalen (pg. 131) in voor de
parts die opgenomen worden.
fig.RE11-01
De opname zelf
1. Selecteer de user style voor de opnamebestemming.
1)
Druk op [STYLE] waardoor het knoplampje gaat branden
.
2) Druk op [USER] of [CARDom naar “USER” (de JS-5) of
“CARD” (geheugenkaart) over te schakelen.
* U kan ÒCardÓ niet selecteren als er geen geheugenkaart aanwezig
is, zelfs niet wanneer men op [CARD] drukt.
3) Draai aan [VALUE] om een style-nummer te selecteren.
2. Druk op [FORM] om de form te selecteren die moet
worden opgenomen.
De knop van de geselecteerde form gaat flikkeren.
3. Druk op [REC] waardoor het knoplamje gaat branden.
[SONG], [STYLE], [CHORD] en [AUDIO TRACK]
flikkeren en het selectiescherm van de opnametrack
verschijnt.
* Als men een preset style heeft geselecteerd, brandt alleen het
lampje van [STYLE].
fig.RE11-30
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
* Merk op dat, ook al neemt u niets op, u de hoeveelheid
beschikbaar geheugen doet afnemen telkens u in het opname
standby-scherm van de user style gaat, zelfs wanneer u op
[STOP] hebt gedrukt om het opnameproces te stoppen.
4. Druk op [STYLE].
Het opname standby-scherm van de user style
verschijnt.
fig.RE11-04
5. Zet het MIDI-kanaal van het MIDI-klavier op
hetzelfde nummer als dat van de op te nemen part.
6. Druk op [PART].
7.
Druk op [CURSOR] om Ò4 INSTRUMENTÓ te selecteren
.
fig.RE11-03
8. Draai aan [VALUE] om het instrument (Drum Kit) te
selecteren.
9. Druk nogmaals op [PART] of druk op [EXIT] als u
klaar bent met het maken van instellingen.
Part MIDI-kanaal
Drum 10
Bass 2
Inst 1 3
Inst 2 4
Tijdens de opname kan u de Metronoom gebruiken. Zie
ÒVeranderen van de metronoominstellingenÓ (pg. 128)
voor meer details over de metronoom.
* In de fabrieksinstellingen zal de metronoom klinken.
MIDI OUT
MIDI IN
MIDI keyboard
Opnametrack
Aantal maten Maatsoort
Quantize
Instrument
Selected Part
121
Hoofdstuk 11 User styles maken
11
10.
Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om Quantize in te stellen
.
De Quantize verbetert hier onregelmatigheden in de
timing tijdens de opname van fill-ins en breaks; de
timing is afgesteld op de geselecteerde nootlengte. Als
de instelling op Ò- -Ó staat, worden de gegevens exact
opgenomen met de timing van de ingedrukte knop.
fig.RE11-07
11. Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om de lengte van de
form te selecteren.
Instelwaarden: 1-16
De form-lengte wordt ingesteld in eenheden van een
maat.
* Kan niet gewijzigd worden als er reeds gegevens zijn opgenomen.
12. Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om de beat van de
form te selecteren.
Instelwaarden: 2/4Ð16/4, 5/8Ð16/8
* Er kan maar ŽŽn beat worden ingesteld voor een style . Er
kunnen geen verschillende beats voor elke form worden
opgenomen .
* Kan niet gewijzigd worden als er reeds gegevens zijn opgenomen.
Ga naar stap 15 voor het instellen van een drum part.
13. Druk verschillende malen op [CURSOR] om naar het
instelscherm van de arrange-modus te gaan voor de
part die u wil opnemen.
fig.RE11-08
14. Draai aan [VALUE] om de arrange-modus in te stellen.
Instelwaarden: NO ARRANGE, BASS, OBBLIGATO,
ARPEGGIO
ÒArrange-modusÓ (pg. 119)
15. Druk op [CURSOR] om Ò1 COUNT INÓ te selecteren.
fig.RE11-09
16. Draai aan [VALUE] om de aftel te selecteren.
Instelwaarden: OFF, 1meas, 2meas
Wanneer u de aftel gebruikt, moet u deze afstellen op
Ò1measÓ (maat) of Ò2measÓ (maten).
Zet dit op ÒOFFÓ wanneer u geen aftel gebruikt.
17. Druk op [START].
Het Realtime Recording-scherm van de part verschijnt
en het opnemen begint.
Wanneer de aftel geselecteerd is, wordt deze getoond in
de linkse display terwijl de aftelklank tegelijkertijd
weerklinkt. Nadat de aftel getoond werd, begint de
opname.
fig.RE11-10
18. Bespeel het MIDI-klavier en neem de klanken op.
In de drum parts worden de ritme-instrumenten
opgenomen wanneer u het MIDI-klavier bespeelt.
Het op dit moment geselecteerde ritme-instrument van
de drum kit dat overeenstemt met de gespeelde toets
(nootnummer) wordt opgenomen.
Tijdens de opname worden loops gespeeld in functie
van de lengte die in de form bepaald is.
Zie ÒLijst van drum kitsÓ (pg. 144) voor meer details over de
overeenkomst van nootnummers en ritme-instrumenten.
19. Druk op [STOP] als u klaar bent met opnemen.
Het opname standby-scherm voor de style verschijnt
opnieuw.
Display
Quantize
Display
Quantize
Kwartnoot triolen
Kwartnoot
8e noot triolen
8e noot
16e noot
geen quantize
- -
BASS part
INST 1 part
INST 2 part
Een uitvoering wissen
Als u een opgenomen uitvoering wil wissen, moet u op
[ERASE] ([SHIFT] + [UTILITY]) drukken om in het
volgende scherm te gaan.
fig.RE11-40
Als u nu op [BASS]Ð[INST 2] drukt, wordt de uitvoering
gewist van de part waarvan u de knop hebt ingedrukt.
122
Hoofdstuk 11 User styles maken
Een user style wissen/gegevens van
een bepaalde form wissen
Hier wordt beschreven hoe men de geselecteerde user style
kan wissen.
Het is eveneens mogelijk om alleen de gegevens van de
aangeduide form te wissen.
1. Selecteer de user style waarvan u de gegevens wil
wissen.
2. Druk op [ERASE] ([SHIFT] + [UTILITY]) terwijl het
spelen is gestopt.
3. Druk op [CURSOR ] om ÒDELETE STYLE?Ó te
selecteren.
Het wisscherm van de style verschijnt.
fig.RE11-11
4. Draai aan [VALUE] om de gegevens die u wil wissen
aan te duiden.
ALL:
Wis de geselecteerde user style.
INTRO–ENDING:
Wis de gegevens van de geselecteerde form.
5. Druk op [ENTER].
Het bevestigingsscherm voor het wissen verschijnt.
fig.RE11-12
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
6. Druk op [ENTER] om de gegevens te wissen.
De gegevens worden gewist en als dit voltooid is
verschijnt ÒCompleted!Ó in de display.
Forms kopiëren
Hiermee kopieert men de inhoud van de op dit moment
geselecteerde form die naar een andere form in dezelfde style
wordt geschreven.
1. Roep het Record Standby-scherm van de user style op.
(pg. 120)
2. Druk op [COPY] ([SHIFT] + [EFFECTS]).
Het kopieerscherm van de form verschijnt.
fig.RE11-13
3. Draai aan [VALUE] omde form te selecteren die dienst
doet als kopieerbron.
4. Druk op [ENTER].
Het bevestigingsscherm van copy verschijnt.
fig.RE11-14
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
5. Druk op [ENTER] om de kopie te maken.
De gegevens worden gekopieerd en als dit voltooid is
verschijnt ÒCompleted!Ó in de display.
Te wissen data
123
Hoofdstuk 11 User styles maken
11
Parts wissen
Hiermee wist u de inhoud van een bepaalde part (met
uitzondering van de audio track) in de form die op dit
moment geselecteerd is.
1. Roep het Record Standby-scherm van de user style op.
(pg. 120)
2. Druk op [ERASE] ([SHIFT] + [UTILITY]).
3. Druk op [CURSOR ] om ÒERASE PART?Ó te
selecteren
Het wisscherm van de part verschijnt.
fig.RE11-15
4. Draai aan [VALUE] om een part te selecteren.
5. Druk op [ENTER].
Het bevestigingsscherm voor het wissen verschijnt.
fig.RE11-16
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
6. Druk op [ENTER] om de gegevens te wissen.
De gegevens worden gewist en als dit voltooid is
verschijnt ÒCompleted!Ó in de display. Ó
Styles kopiëren
Hiermee kopieert u een style (Preset of User) naar de user
styles.
7. Druk op [COPY] ([SHIFT] + [EFFECTS]) terwijl het
spelen is gestopt.
1. Druk op [CURSOR ] om ÒCOPY STYLE?Ó te
selecteren.
Het kopieerscherm van de style verschijnt.
fig.RE11-19
2. Selecteer de user song die dienst moet doen als
kopieerdoel.
Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om “USER” (de JS-5)
of “CARD” (geheugenkaart) te selecteren.
* U kan ÒCardÓ niet selecteren als er geen geheugenkaart aanwezig
is, zelfs niet wanneer men op [CARD] drukt.
Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om een style-nummer
te selecteren.
3. Druk op [ENTER] als u een nummer hebt gekozen.
Het bevestigingsscherm van copy verschijnt.
fig.RE11-20
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
4. Druk op [ENTER] om de kopie te maken.
De gegevens worden gekopieerd en als dit voltooid is
verschijnt ÒCompleted!Ó in de display.
Bestemmingsstyle
categorie / nummer
124
Hoofdstuk 11 User styles maken
Een style benoemen
Hiermee geeft men een naam (Style-naam) aan de styles die
u cre‘ert.
1. Selecteer de user style die u een naam wil geven.
2. Druk op [REC] om het Record Standby-scherm van
style op te roepen.
3. Druk meerdere malen op [CURSOR ] om Ò5 EDIT
NAME?Ó te selecteren.
Het invoerscherm van de style-naam verschijnt.
fig.RE11-21
4. Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om de karakters in te
voeren.
Als u op [SHIFT] + [ ] drukt, gaat de cursor naar het
begin van de naam.
Als u op [SHIFT] + [ ] drukt, gaat de cursor naar het
einde van de naam.
Als u op [INSERT] ([SHIFT] + [PART]) drukt, wordt op
de plaats van de cursor een spatie ingevoegd.
Als u op [ERASE] ([SHIFT] + [UTILITY]) drukt, wordt
het karakter op de plaats van de cursor gewist en
worden de volgende karakters naar voren geschoven
om de opening op te vullen.
Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en aan [VALUE] draait,
verschijnen er hoofdletters / kleine letters / symbolen.
5. Herhaal zo nodig stap 4.
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
6. Druk op [STOP] om de procedure te be‘indigen.
Style-naamCursor
125
12
Hoofdstuk 12 Geheugenkaarten gebruiken
Wanneer u afzonderlijk verkrijgbare geheugenkaarten
(SmartMedia) gebruikt, kan u met de JS-5 het volgende doen:
U kan tot maximaal 100 user songs (inclusief audio-
gegevens) en maximaal 20 verschillende user styles
bewaren.
User songs en user styles die op geheugenkaarten zijn
opgeslagen, kunnen op dezelfde manier behandeld
worden als de user songs en de user styles die in het
user-geheugen zijn opgeslagen.
U kan de volledige gegevens en alle instellingen van
de JS-5 op een geheugenkaart bewaren en deze daarna,
wanneer nodig, opnieuw opladen in de JS-5.
Omgaan met geheugenkaarten
SmartMedia is te koop bij uw plaatselijke
computerhandelaar of verkoper van digitale cameraÕs.
* De JS-5 kan van 8 MB tot 64 MB smart media
gebruiken bij een stroomspanning van 3.3 V.
* Roland S2M-5/S4M-5 SmartMedia kan niet gebruikt
worden.
De geheugenkaart mag alleen in de MEMORY CARD-
gleuf geplaatst worden wanneer de uitvoering van een
song gestopt is.
fig.RE12-01
* Plaats de geheugenkaart zodanig dat het oppervlak met de
(gouden) contacten niet bovenaan is.
* Breng de kaart stevig en volledig aan in de gleuf.
* Raak de contacten van de kaart niet aan en maak ze niet vuil .
* Wanneer men een handeling uitvoert waarbij de kaart
betrokken is (zoals formatteren of het wegschrijven of inlezen
van gegevens), mag de geheugenkaart nooit worden verwijderd
of mag de stroom van de JS-5 niet worden uitgezet; hierdoor
kunnen uw gegevens verloren gaan of kan de kaart zelfs
onbruikbaar worden.
* Als men een Write Protect sticker op de Write Protect-plaats
op een kaart aanbrengt, kan men op die kaart niet meer
formatteren of gegevens inlezen of wegschrijven. Gelieve de
gebruikershandleiding die bij uw geheugenkaart geleverd werd
te lezen voor meer details over de Write Protect sticker. Als u
een kaart met een Write Protect sticker wil formatteren of er
gegevens op wil wegschrijven, zal het volgende scherm
verschijnen.
fig.RE12-02
De geheugenkaart initialiseren
Geheugenkaarten moeten worden geformatteerd vooraleer
ze met de JS-5 kunnen worden gebruikt.
Bovendien moeten kaarten die reeds met een JS-5 werden
gebruikt en waarvan de gegevens werden gewist, eveneens
geformatteerd worden.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op [CURSOR] om Ò12 CARD FORMAT?Óte
selecteren.
fig.RE12-06
3. Druk op [ENTER].
Het bevestigingsscherm van Format verschijnt.
fig.RE12-03
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
4. Druk op [ENTER] om het formatteren van de kaart te
starten.
Het volgende scherm verschijnt en het formatteren
begint.
fig.RE12-04
Als het formatteren klaar is, verschijnt ÒCompleted!Ó in
de display.
De kant zonder
gouden contactpunten
naar boven
126
Hoofdstuk 12 Geheugenkaarten gebruiken
Alle instellingen van de JS-5
op een kaart bewaren
Hiermee bewaart u alle gegevens van het user- en het
systeemgeheugen in ŽŽn bestand. Dit bestand wordt het
“backup-bestand” genoemd.
U kan maximaal tien backup-bestanden bewaren.
* Het aantal backup-bestanden dat op een geheugenkaart kan
worden opgeslagen, is afhankelijk van de capaciteit van de
kaart.
* De backup-bestanden krijgen bestandsnamenÑBACKUP01
tot BACKUP10. Deze bestandsnamen kunnen niet worden
veranderd.
1. Zorg er voor dat er een kaart aanwezig is in de
MEMORY CARD-gleuf.
2. Druk op [UTILITY].
3. Druk op [CURSOR] om Ò13 SYSTEM BACKUP to
CARD?Ó te selecteren.
Het backup-scherm verschijnt.
fig.RE12-07
4. Druk op [ENTER].
Het selecteerscherm van backup file (backup-bestand)
verschijnt.
fig.RE12-08
5. Draai aan [VALUE] om het backup-bestand te
selecteren.
* Wanneer het geselecteerde backup-bestand geen gegevens
bevat, zal een asterisk (Ò*Ó) verschijnen.
6. Druk op [ENTER].
Het invoerscherm van comment verschijnt.
U kan een opmerking (comment/memo) van maximaal
12 karakters aan het geselecteerde backup-bestand
toevoegen.
fig.RE12-10
7. Gebruik [CURSOR] en [VALUE] om de opmerkingen
in te voeren.
Als u op [SHIFT] + [ ] drukt, verplaatst de cursor
zich naar het begin van de opmerking.
Als u op [SHIFT] + [ ] drukt, verplaatst de cursor
zich naar het einde van de opmerking.
Als u op [INSERT] ([SHIFT] + [PART]) drukt, verschijnt
een spatie op de plaats van de cursor
Als u op [ERASE] ([SHIFT] + [UTILITY]) drukt,wordt
het karakter op de plaats van de cursor gewist en
worden de volgende karakters naar links geschoven om
de opening op te vullen.
Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en aan [VALUE] draait,
worden hoofdletters/kleine letters/symbolen/(spatie)/
cijfers getoond.
8. Herhaal stap 7 zoveel als nodig is.
9. Druk op [ENTER] als de opmerking klaar is.
Het bevestigingsscherm van backup file verschijnt.
fig.RE12-11
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
10. Druk op [ENTER].
De backup begint.
fig.RE12-13
Tijdens een backup nooit de stroom van de JS-5 uitzetten of
de geheugenkaart verwijderen.
Wanneer de backup klaar is, verschijnt ÒCompleted!Ó in
de display.
Als de kaart niet genoeg geheugen heeft, zal het
volgende scherm verschijnen en kunnen de gegevens
niet bewaard worden.
Plaats in dit geval een andere kaart die voldoende
geheugen heeft of wis onnodige gegevens (pg. 127).
fig.RE12-09
Commentaar
Cursor
127
Hoofdstuk 12 Geheugenkaarten gebruiken
12
Backup-bestanden van een
geheugenkaart terug op de
JS-5 zetten
Hiermee kan men backup-bestanden die op een
geheugenkaart zijn bewaard, terug in de JS-5 brengen. Deze
functie wordt Load genoemd.
1. Zorg er voor dat een geheugenkaart in de MEMORY
CARD-gleuf aanwezig is.
2. Druk op [UTILITY].
3. Druk op [CURSOR] om Ò14 SYSTEM LOAD from
CARD?Ó te selecteren.
Het load-scherm verschijnt.
fig.RE12-15
4. Druk op [ENTER].
Het selectiescherm van het backup-bestand verschijnt.
fig.RE12-16
5. Draai aan [VALUE] om het bestand te selecteren dat
moet worden opgeladen.
* Als het geselecteerde backup-bestand geen gegevens bevat,
verschijnt een asterisk (Ò*Ó).
* Backup-bestanden die geen gegevens bevatten, kunnen niet
worden opgeladen. In dit geval kan men de volgende
handelingen niet uitvoeren, zelfs niet wanneer [ENTER]
wordt ingedrukt.
6. Druk op [ENTER] als u het op te laden bestand hebt
gekozen.
Het bevestigingsscherm van load verschijnt.
fig.RE12-17
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
7. Druk op [ENTER].
Het opladen begint.
fig.RE12-18
Tijdens het opladen nooit de stroom van de JS-5 uitzetten of
de geheugenkaart verwijderen.
Als het opladen klaar is, verschijnt ÒCompleted!Ó in de
display.
Gegevens op kaart wissen
Hiermee wist (delete) men overbodige backup-bstanden.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op [CURSOR] om Ò15 SYSTEM DELETE
BACKUP?Ó te selecteren.
Het wisscherm van het backup-bestand verschijnt.
fig.RE12-19
3. Druk op [ENTER].
Het selectiescherm van file delete verschijnt.
fig.RE12-20
4. Draai aan [VALUE] om het bestand te selecteren dat
gewist moet worden.
5. Druk op [ENTER] wanneer u het te wissen bestand
hebt gekozen.
Het confirmatiescherm van file delete verschijnt.
fig.RE12-21
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
6. Druk op [ENTER] om het bestand te wissen.
Het volgende scherm verschijnt en het bestand wordt
gewist.
fig.RE12-22
Tijdens het wissen van een bestand nooit de stroom van de
JS-5 uitzetten of de geheugenkaart verwijderen.
Als het wissen klaar is, verschijnt ÒCompleted!Ó in de
display.
Commentaar
128
Hoofdstuk 13 De gebruiksomgeving veranderen
Het contrast van de display
aanpassen
Pas het contrast aan als u de rechtse display moeilijk kan
zien.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op [CURSOR] om Ò1 SETUP LCD CONTRASTÓ
te selecteren.
fig.RE13-01
3. Draai aan [VALUE] om het contrast aan te passen.
Instelwaarden: 1Ð4
4. Druk nogmaals op [UTILITY] of druk op [EXIT] om het
maken van de instelling te be‘indigen.
De klankgenerator van de
JS-5 afstellen
Hiermee stelt u de klankgenerator van de JS-5 af.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op [CURSOR] en selecteer Ò2 SETUP M.TUNEÓ.
fig.RE13-02
3. Draai aan [VALUE] om de generator af te stellen.
Instelwaarden: 427.4Ð456.2 Hz
De getoonde waarde is de frequentie van de A4-toets.
4. Druk nogmaals op [UTILITY] of druk op [EXIT] om het
maken van de instelling te be‘indigen.
De metronoominstellingen
veranderen
U kan de instellingen (parameters) veranderen van de
metronoomklank die gespeeld wordt tijdens de Realtime
recording van een user style.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op [CURSOR] om Ò3 SETUP METRONOMEÓ te
selecteren.
fig.RE13-03
3. Draai aan [VALUE] om de waarde van de instelling te
veranderen.
Instelwaarden: Off, LEVEL1, LEVEL2
Wanneer u de metronoomklank wil horen, moet u deze
waarde instellen op ÒLEVEL1Ó (voor minimumvolume)
of ÒLEVEL2Ó (voor maximumvolume).
Zet op ÒOFFÓ als u de metronoom wil uitzetten.
4. Druk nogmaals op [UTILITY] of druk op [EXIT] om het
maken van de instelling te be‘indigen.
* Wanneer geen geheugenkaart aanwezig is of wanneer songs
uitgevoerd worden, wordt de hoeveelheid beschikbaar geheugen
van het bevestigingsscherm van Remaining Memory van de
geheugenkaart aangeduid als Ò- - -KB.Ó
129
Hoofdstuk 13 De gebruiksomgeving veranderen
13
Groepen user songs en styles kopiëren
van de JS-5 en geheugenkaarten e.o.
Men kan blokken van songs en style-gegevens (begeleidings-
gegevens) zowel kopi‘ren van de JS-5 (user-geheugen) naar
een geheugenkaart als van een geheugenkaart naar de JS-5
(user-geheugen).
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op [CURSOR] om Ò10 ALL BACKING COPY?Ó
te selecteren.
Het kopieerscherm van de backing-gegevens verschijnt.
fig.RE13-06
3. Draai aan [VALUE] om de kopieerrichting te
selecteren.
USERCARD: Kopieert van het user-geheugen
naar een geheugenkaart.
CARDUSER: Kopieert van een geheugenkaart
naar het user-geheugen.
4. Druk op [ENTER].
Het bevestigingsscherm van copy verschijnt.
fig.RE13-07
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
5. Druk op [ENTER].
In de display wordt het bevestigingsscherm getoond
voor het wissen van gegevens op de plaats waarnaar de
gegevens worden gekopieerd.
* Alle audio-gegevens die op die plaats zijn opgenomen, worden
automatisch gewist.
fig.RE13-50
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
6. Druk op [ENTER] om het wissen uit te voeren.
Het kopi‘ren wordt uitgevoerd.
Tijdens de verwerking verschijnt het volgende scherm.
fig.RE13-08
Als het kopi‘ren gedaan is, verschijnt ÒCompleted!Ó in de
display.
Gegevens in groep wissen
U kan een groep sequentiegegevens wissen die in het user-
geheugen (van het toestel) of op een geheugenkaart zijn
opgeslagen.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op [CURSOR] en selecteer Ò11 ALL DATA
ERASE?Ó.
Het wisscherm van Data verschijnt.
fig.RE13-10
3. Draai aan de schijf om de gegevens te selecteren die u
wil wissen.
USER: Wist sequentiegegevens in het user-geheugen.
CARD: Wist sequentiegegevens op een
geheugenkaart.
4. Druk op [ENTER].
Er verschijnt een scherm waarin u gevraagd wordt het
wissen van de gegevens te bevestigen.
fig.RE13-11
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
5. Druk op [ENTER] om de gegevens te wissen.
De gegevens worden gewist.
Tijdens de verwerking verschijnt het volgende scherm:
fig.13-20
Als het wissen klaar is, verschijnt ÒCompleted!Ó in de
display.
130
Hoofdstuk 13 De gebruiksomgeving veranderen
Terugkeren naar de
fabrieksinstellingen
Hiermee worden alle instellingen van de JS-5 teruggebracht
naar de waarden die het toestel had toen het de fabriek
verliet. Dit wordt Factory Reset genoemd.
Wanneer u een Factory Reset uitvoert, worden alle
sequentiegegevens gewist en worden andere instellingen
opnieuw op hun standaardwaarden ingesteld.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op [CURSOR] en selecteer Ò16 SYSTEM
FACTORY RESET?Ó.
Het scherm van Factory Reset verschijnt.
fig.RE13-12
3. Druk op [ENTER].
Er verschijnt een scherm waarin u gevraagd wordt de
Factory Reset te bevestigen.
fig.RE13-13
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
4. Druk op [ENTER] om de gegevens te wissen
De gegevens worden gewist.
Tijdens de verwerking verschijnt het volgende scherm.
fig.RE13-21
Als de Factory Reset be‘indigd is, verschijnt
ÒCompleted!Ó in de display.
Het resterende geheugen
tonen
U kan de hoeveelheid beschikbaar geheugen controleren van
het user-geheugen, de ingebrachte geheugenkaart en de
tijdelijke zone.
De tijdelijke zone (temporary area) is het tijdelijk geheugen
dat wordt gebruikt voor het oproepen van gegevens die
worden bewaard in het user-geheugen en op
geheugenkaarten, voor het opnemen van songs en styles en
voor het bewerken van gegevens.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op [CURSOR] om het gewenste scherm op te
roepen.
fig.RE13-14
Het resterende user- en kaartgeheugen wordt
weergegeven in kilobytes; de hoeveelheid geheugen die
rest in de tijdelijke zone wordt uitgedrukt als een
percentage van het totaal.
Een kilobyte (KB) is een eenheid die de hoeveelheid
gegevensruimte aangeeft.
3. Druk op nogmaals op [UTILITY] of druk op [EXIT] om
naar het originele scherm terug te keren.
User-geheugen
Geheugenkaart
Temporary Area
131
14
Hoofdstuk 14 De JS-5 sturen met MIDI
Wat is MIDI?
MIDI (Musical Instrument Digital Interface) is een standaard
die het uitwisselen tussen elektronische instrumenten en
computers regelt van uitvoeringen en andere informatie.
Gegevens kunnen gestuurd en ontvangen worden door
toestellen die uitgerust zijn met MIDI-connectoren als die
toestellen door MIDI-kabels verbonden zijn.
MIDI-connectoren
De JS-5 is uitgerust met MIDI IN en MIDI OUT-connectoren.
fig.RE14-01
MIDI IN
Hier worden gegevens ontvangen vanuit een aangesloten
extern MIDI-toestel. Moet aangesloten worden op de MIDI
OUT-connector van het externe MIDI-toestel.
MIDI OUT
Verstuurt de gegevens vanuit de JS-5. Moet aangesloten
worden op de MIDI IN-connector van het externe MIDI-
toestel.
MIDI-kanalen
MIDI gebruikt kanalen die MIDI-kanalen (1 tot 16) worden
genoemd en kunnen vergeleken worden met
televisiekanalen. De informatie kan alleen worden
uitgewisseld wanneer het zend- en het ontvangtoestel op
hetzelfde kanaal zijn afgestemd.
fig.RE14-02
Wanneer de MIDI-kanalen zoals hierna volgt zijn ingesteld
zal klankgenerator B weerklinken als men het klavier
bespeelt.
fig.RE14-03
MIDI-kanalen op de JS-5
Op de JS-5 zijn de kanalen ingesteld voor elke part (Drum,
Bass, Inst 1 en Inst 2).
Drum: 10
Bass: 2
Inst 1: 3
Inst 2: 4
Audio Track: 5 (alleen volumecommando)
MIDI-informatie die door de JS-5
verwerkt wordt
MIDI verzendt verschillende soorten informatie die met
uitvoeringen te maken heeft. Daarmee gaat een grote
verscheidenheid van verschillende gegevenssoorten
(commandoÕs) gepaard. MIDI-informatie wordt verdeeld in
de informatie die verwerkt wordt op kanaalniveau
(kanaalcommandoÕs) en in informatie die niets met kanalen
te maken heeft (systeemcommandoÕs).
Informatie die door elk MIDI-kanaal
wordt verwerkt (kanaalcommando’s)
Dit zijn commandoÕs voor het verzenden van informatie over
handelingen tijdens uitvoeringen.
Nootcommando’s
Deze komen overeen met de uitvoeringsgegevens van de
toetsen van het klavier. De verschillende nootcommandoÕs
worden hieronder gegeven:
Note Number: Toetspositie (toonhoogte)
Note On: Ingedrukte toets
Note Off: Losgelaten toets
Velocity: Snelheid waarmee de toetsen worden
ingedrukt
Drum Part
Aan elk van de ritme-instrumenten die een drum kit
samenstellen wordt een Note Number (nootnummer)
toegewezen. Wanneer de overeenkomstige nootnummers
worden verzonden, kan elk ritme-instrument van de drum
kit hierdoor verschillende klanken spelen.
Televisie-
zender A
T.V.-informatie van vele verschillende televisiezenders wordt
door een antenne opgevangen.
U kiest het kanaal van de
televisiezender die u
wenst te bekijken.
Televisie-
zender B
Televisie-
zender C
MIDI
OUT
MIDI IN
Klank-
module A
Zendkanaal: 1
Ontvangstkanaal: 2
Ontvangstkanaal: 1
MIDI THRU
MIDI IN
Klank-
module B
132
Hoofdstuk 14 De JS-5 sturen met MIDI
Bass/Inst 1 en 2 Parts
Deze worden verwerkt zoals ze zijn; hun toonhoogte blijft
onveranderd.
Program Change
Drum Part
Hierdoor wordt de drum kit verwisseld.
Bass/Inst 1 en 2 Parts
Hierdoor worden de instrumenten verwisseld.
Control Change
Zendt informatie uit voor verhoogde expressie in een
uitvoering.
Commando’s die los staan van MIDI-
kanalen (Systeemcommando’s)
SysteemcommandoÕs omvatten Exclusive-commandoÕs,
commandoÕs die nodig zijn voor het synchroniseren van een
uitvoering, commandoÕs die fouten voorkomen en andere
soorten commandoÕs.
System Exclusive
Deze commandoÕs worden gebruikt voor het opslaan van
gegevens zoals de user songs die met de JS-5 werden
gemaakt of de instellingen voor user styles op een andere
aangesloten JS-5 of een externe sequencer.
Common
Deze categorie omvat Song Select die informatie geeft over
de selectie van de songs en de Song Position Pointer die
wordt gebruikt voor het aanduiden van de positie die op het
moment in een song wordt gespeeld.
Realtime
Dit zijn commandoÕs die worden gebruikt bij
gesynchroniseerde uitvoeringen.
Ze omvatten Clock Transmit, gebruikt voor het doen
overeenkomen van tempi, Start/Stop van uitvoeringen en
Continue Start (voor het herstarten van songs die tijdens het
spelen werden gestopt).
Daarnaast helpen Active Sensing-commandoÕs met het
voorkomen van geblokkeerde tonen wanneer externe MIDI-
toestellen worden gebruikt die met MIDI-kabels of andere
middelen zijn aangesloten.
MIDI-implementatiekaart
Niet alle MIDI-commandoÕs kunnen tussen alle toestellen
worden uitgewisseld; de commandoÕs van een toestel
moeten bepaalde zaken gemeen hebben met die van het
aangesloten toestel.
Daarom bevatten de gebruikershandleidingen voor MIDI-
toestellen een MIDI-implementatiekaart waardoor de
gebruiker snel kan controleren welke toestellen compatibel
zijn. Als men de MIDI-implementatiekaarten vergelijkt, kan
de gebruiker nagaan welke commandoÕs kunnen worden
uitgewisseld.
fig.RE14-04
De JS-5 als MIDI-
klankmodule gebruiken
Men kan uitvoeringsgegevens van een extern MIDI-
instrument verzenden om op de JS-5 gespeeld te worden.
fig.RE14-05
Stel het verzendkanaal op het externe MIDI-instrument in
zodat het overeenkomt met het MIDI-kanaal van de part die
u op de JS-5 wil spelen.
Tonen veranderen
Hierdoor wordt het ontvangen part -instrument (of, voor de
Drum Part, de Drum Kit) veranderd in functie van de
Program Change die vanuit een extern MIDI-instrument
wordt verstuurd.
Part MIDI-kanaal
Drum 10
Bass 2
Inst 1 3
Inst 2 4
TransmitFunction
Vouw hier
MIDI-toestel A MIDI-toestel B
Recognized
Remarks
MIDI OUT
MIDI IN
MIDI Keyboard,
MIDI-sequencer, enz.
133
Hoofdstuk 14 De JS-5 sturen met MIDI
14
Een uitvoering
synchroniseren
U kan de JS-5 synchroon bespelen met een extern MIDI-
instrument, zoals een MIDI-sequencer.
Om een uitvoering met een extern MIDI-toestel te
synchroniseren, moet u bepalen of de JS-5 of het externe
MIDI-instrument het starten en stoppen zal aansturen en
welk tempo -dat van de JS-5 of dat van het externe MIDI-
toestel- gevolgd moet worden (Sync modus).
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op [CURSOR] en selecteer Ò6 MIDI SYNC
MODEÓ.
Het instelscherm van de Sync-modus verschijnt.
fig.RE14-06
3. Draai aan [VALUE] om de instelling voor de Sync
modus te maken.
INT:
Start/Stop....... Alleen gestuurd door de JS-5
Tempo ............ Gesynchroniseerd op het tempo van de
JS-5
MIDI:
Start/Stop....... Alleen gestuurd door het externe MIDI-
instrument
Tempo ............ Gesynchroniseerd op het kloksignaal van
het externe MIDI-instrument
REMOTE:
Start/Stop....... Stuurbaar door zowel de JS-5 als het
externe MIDI-instrument
Tempo ............ Gesynchroniseerd op het tempo van de
JS-5
AUTO:
Start/Stop....... Stuurbaar door zowel de JS-5 als het
externe MIDI-instrument
Tempo ............ Gesynchroniseerd op het tempo van de
JS-5 wanneer de handeling door de JS-5
werd gestart en gesynchroniseerd op het
kloksignaal van het externe MIDI-
instrument wanneer de handeling door
het externe MIDI-instrument werd
gestart.
Aansluitingen maken voor
gesynchroniseerde uitvoeringen
Maak de aansluitingen zoals hieronder aangegeven,
afhankelijk van de Sync-modus.
fig.RE14-07
De Tempo display
Wanneer het tempo door het MIDI-kloksignaal van het
externe MIDI-instrument wordt gestuurd (wanneer de Sync
modus ÒMIDIÓ ofÒAUTOÓ) verschijnt een Tempo Display-
scherm zoals hieronder afgebeeld.
fig.RE14-08
In dit geval kan u het tempo niet met de JS-5 aanpassen.
* Als MIDI-klokcommandoÕs vanuit een extern MIDI-toestel
voor de synchronisatie worden gebruikt, is het mogelijk dat de
uitvoering gaat zweven door onnauwkeurigheden van de
MIDI-klok.
*
* Als u in de synchrone uitvoering niet het gewenste resultaat
verkrijgt en de ÒAUTOÓ Sync-modus geselecteerd is op de JS-
5, moet u de Sync-modus op ÒMIDIÓ zetten.
MIDI Sequencer
etc.
• INT
JS-5
OUT
IN
IN
OUT
OUT
IN
IN
OUT
• MIDI
REMOTE
• AUTO
134
Hoofdstuk 14 De JS-5 sturen met MIDI
Gegevens bewaren in een extern
MIDI-instrument (Bulk Dump)
Hierdoor worden user songs (zonder de audio-gegevens) en
user style-gegevens van de JS-5 naar een MIDI-sequencer of
een andere JS-5 gestuurd. Dit noemt men een Òbulk dumpÓ.
De gegevens worden als Exclusive-commandoÕs verzonden.
Om Exclusive-commandoÕs te verzenden en te ontvangen,
moeten de respectievelijke instrumenten op de
overeenkomstige toestel ID-nummers ingesteld worden.
* Meer informatie betreffende het instellen van het toestel ID-
nummer van het externe MIDI-instrument, vindt u in de
documentatie van het instrument.
* Het toestel ID-nummer van de JS-5 werd in de fabriek
ingesteld op Ò17Ó.
Aansluitingen
fig.RE14-09
Werking
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op [CURSOR] en selecteer Ò7 MIDI DEVICE IDÓ.
Het scherm van Device ID (toestel ID) verschijnt.
fig.RE14-10
3. Draai aan [VALUE] en stel het toestel ID-nummer in.
Instelwaarden: 17Ð32
4. Druk op [CURSOR ] en selecteer Ò8 MIDI BULK
DUMP?Ó.
Het scherm van Bulk Dump verschijnt.
fig.RE14-11
5. Druk op [ENTER].
Het standby-scherm van Bulk Dump verschijnt.
fig.RE14-12
6. Druk op [ENTER] om de bulk dump uit te voeren
De bulk dump begint.
Zorg er voor nooit de stroom uit te zetten terwijl het
verzenden uitgevoerd wordt.
* Druk op [EXIT] om de handeling stop te zetten. Hierdoor keert
u terug naar het scherm van Bulk Dump.
Terwijl het verzenden wordt uitgevoerd, verschijnt het
onderstaande scherm.
fig.RE14-13
* Wanneer u op [EXIT] drukt terwijl het verzenden wordt
uitgevoerd, wordt het verzenden be‘indigd en verschijnt het
scherm van Bulk Dump opnieuw.
Wanneer de Bulk Dump be‘indigd is, verschijnt
ÒCompleted!Ó in de display.
MIDI OUT
Zendtoestel (JS-5)
MIDI IN
Ontvangsttoestel
(MIDI-sequencer enz.)
135
Hoofdstuk 14 De JS-5 sturen met MIDI
14
Gegevens vanuit een extern
MIDI- instrument terugsturen
(Bulk Load)
Dit wordt gebruikt om gegevens die naar een MIDI-
sequencer zijn gestuurd terug naar het toestel te sturen of om
gegevens te ontvangen vanuit een andere JS-5. Deze
handeling wordt Òbulk loadÓ genoemd.
Aansluitingen
fig.RE14-15
Werking
* Stel de verschillende toestellen in zodat ze overeenstemmen
met de ID-nummers.
* Bij het naar de JS-5 terugsturen van gegevens die naar een
MIDI-sequencer werden gestuurd, moet u de instelling maken
voor hetzelfde toestel ID-nummer dat u hebt gebruikt toen u
de gegevens hebt verstuurd
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op [CURSOR] en selecteer Ò9 MIDI BULK
LOAD?Ó.
Het scherm van Bulk Load verschijnt.
fig.RE14-16
3. Druk op [ENTER].
Het bevestigingsscherm voor de audio-gegevens
verschijnt.
fig.RE14-50
* Druk op [EXIT] om te annuleren.
4. Druk op [ENTER] toom het wissen uit te voeren.
Het standby-scherm van Bulk Load verschijnt.
fig.RE14-17
5. Verstuur de gegevens vanuit het externe MIDI-
instrument.
Wanneer de gegevens ontvangen zijn, verschijnt het
scherm van de gegevensontvangst.
fig.RE14-18
Zet nooit de stroom uit terwijl de gegevens worden
ontvangen!
* Als men op [EXIT] drukt tewijl de ontvangst bezig is, wordt
de ontvangst gestopt en keert u terug naar het scherm van
Bulk Load.
Wanneer de bulk load be‘indigd is, verschijnt het
standby-scherm van Bulk Load opnieuw.
MIDI OUT
Zendtoestel
(MIDI-sequencer enz.)
MIDI IN
Ontvangsttoestel (JS-5)
136
Problemen oplossen
Gelieve de volgende punten te controleren als de JS-5 niet functioneert zoals verwacht. Wordt het probleem hierdoor
niet opgelost, moet u het dichtstbij gelegen Roland service center of uw verdeler contacteren.
Geen klank
Staat de stroom van de JS-5 en de aangesloten
instrumenten aan?
Controleer de aansluitingen en zet de stroom aan.
Werd het volume laag gezet?
Draai aan [VOLUME] om het volume aan te passen
(pg. 18).
Gebruik [REC LEVEL] om het volume van het
instrument (of toestel) aan te passen dat op REC
INPUT is aangesloten (pg. 32).
Staat de part die u wil spelen uit?
Druk op [DRUM]Ð[AUDIO TRACK] zodat het
knopje gaat branden van de part die moet klinken
(pg. 63).
Staat het part-volume op “0?”
Past het niveau van elke part aan (pg. 83).
Staan het Reverb-niveau, het Chorus-niveau en het
Direct-niveau allemaal op “0?”
Zet elk niveau op een gepaste waarde (pg. 84).
Uitvoering start niet, zelfs niet
wanneer men op [START] drukt
Staat de Sync modus op “MIDI?”
Selecteer een andere instelling dan ÒMIDIÓ voor de
Sync modus (pg. 133).
Werd een user song zonder gegevens geselecteerd?
Eén bepaald instrument klinkt niet
Werd dat percussie-instrument uitgezet?
Als [DRUM]Ð[INST 2] uitgedoofd is wanneer u op
[SHIFT] drukt , staat het overeenkomstige percussie-
instrument uit.
Als u het instrument wil bespelen, moet u de
ÒmuteÓ-functie uitzetten (pg. 63).
Effecten
Reverb wordt niet toegepast
Staat het Reverb Send-niveau op “0?”
Zet het niveau op een gepaste waarde (pg. 84).
Chorus wordt niet toegepast
Staat het Chorus Send-niveau op “0?”
Zet het niveau op een gepaste waarde (pg. 84).
Invoegeffecten worden niet toegepast
Staan de invoegeffecten op “OFF?”
Selecteer de part waarvoor de invoegeffecten
worden gebruikt (pg. 88).
Opname
Opnemen lukt niet
Hebt u Preset Song/Style geselecteerd?
Selecteer de User Song/Style.
Probeert u meer dan zes songs op te nemen?
Wanneer de JS-5 alleen wordt gebruikt, kunnen er
maximaal zes songs worden opgenomen.
Is de geheugenkaart correct ingebracht?
Voer de kaart correct in (pg. 125).
Is de geheugenkaart voorzien van een
beschermingssticker?
Verwijder de beschermingssticker om op de kaart te
kunnen opnemen (pg. 125).
Is het resterende geheugen onvoldoende?
Controleer de hoeveelheid resterend geheugen (pg.
130).
Wis elke overbodige user song (pg. 81).
Wis elke overbodige user style (pg. 122).
137
Problemen oplossen
Appendix
Weinig opnametijd op de audio-track
Neemt u op met Hi-Fi-instelling?
Als de opnamekwaliteit op Hi-Fi is ingesteld, dan is
de beschikbare opnametijd korter dan wanneer
LONG is ingesteld (pg. 112).
Hebt u veel verschillende korte fragmenten audio-
gegevens opgenomen?
De opnametijden die in de gebruikershandleiding
staan aangegeven, gelden voor voortdurende
opname. De opnametijd is korter als verscheidene
korte fragmenten met korte audiogegevens
(verschillende seconden) in ŽŽn enkele song worden
opgenomen, of als verschillende korte songs worden
opgenomen. De opnametijd neemt ook af als een
gedeelte van de audio-gegevens tijdens de
heropname gewist wordt , of als de gegevens niet
kunnen worden opgenomen (pg. 111).
Blijven er overbodige gegevens over?
Wis de overbodige audio-gegevens (pg. 114).
Als u een kaart gebruikt die door een ander toestel
werd gebruikt, is het mogelijk dat de gegevens van
dat toestel op de kaart blijven staan. Formatteer de
kaart (pg. 125).
Hebt u backup-bestanden bewaard?
Als het aantal backup-bestanden toeneemt, zal de
beschikbare opnametijd verminderen (pg. 126).
Klanken die op de audio track zijn
opgenomen, worden vervormd
Hebt u de instelling van de keuzeschakelaar van REC
INPUT veranderd?
Zet de keuzeschakelaar van REC INPUT zo dat hij
overeenkomt met het instrument (of toestel) dat aan
REC INPUT is aangesloten (pg. 111).
Is het opnameniveau aangepast aan een juiste
instelling?
Voor u opneemt, moet u het opnameniveau zodanig
aanpassen dat het binnen het gepaste bereik valt
(pg. 113).
MIDI
Er komt geen klank van de JS-5 als ik
een extern MIDI-toestel gebruik
Zijn de MIDI-kanalen juist ingesteld?
Stel de MIDI-kanalen zo in dat ze overeenstemmen
met de parts die u wil spelen (pg. 131).
Andere
Laag volume van het instrument dat
aan REC INPUT is aangesloten/Er is
iets mis met de klankkwaliteit
Hebt u aansluitingen gemaakt met een hoge Z-
instrumentenkabel of een kabel die weerstand
genereert?
Gebruik kabels (zoals kabels van de RolandÕs PCS
reeks) die geen weerstand toevoegen.
Hebt u de instelling van de keuzeschakelaar van REC
INPUT veranderd?
Zet de keuzeschakelaar van REC INPUT zo dat hij
overeenkomt met het instrument (of toestel) dat aan
REC INPUT is aangesloten (pg. 111).
Ik heb inst 1 en inst 2 uitgezet maar
hoor nog steeds de begeleidende
gitaarklank
Sommige speciale gitaarklanken gebruiken een
instrument van de drum kit.
Gewijzigde instellingen worden niet
bewaard
Verandert u de instellingen van een preset song?
Veranderingen aan een preset song kunnen niet
worden bewaard. Als u de gemaakte veranderingen
wil bewaren, moet u de song naar een user song
kopi‘ren (pg. 82).
Hebt u de Save-procedure uitgevoerd?
Als u de instellingen van een user song hebt
gewijzigd, moet u de save-procedure uitvoeren als u
de veranderingen wil bewaren (pg. 59).
138
Problemen oplossen
De toonaard van het akkoord dat op
het scherm getoond wordt, verschilt
van de klank die op het moment
wordt gespeeld
Hebt u Key Transpose ingesteld?
Wanneer u Key Transpose (pg. 60) hebt ingesteld,
dan zal de toonaard van het akkoord dat u nu speelt,
veranderen in functie van de instelling, maar de
toonaard die op het scherm wordt getoond, blijft
onveranderd.
Het akkoordenschema verschilt van
het form-schema
Hebt u de Style geselecteerd met een verschillende
beat?
Als u een song en een style met verschillende beats
combineert, zoals een song met beat 4/4 niet correct
kan worden gespeeld als de beat veranderd wordt
naar 3/4 .
139
Appendix
Foutmeldingen
Als u een foute handeling maakt of als een handeling niet kan worden uitgevoerd, dan verschijnt er een foutmelding in
de display. Raadpleeg de lijst en volg de gepaste raadgevingen.
Battery Low!
Oorzaak: De interne backup-batterij is bijna leeg.
Oplossing:Zodra u deze melding ziet, moet u de batterij zo
snel mogelijk door een nieuwe vervangen om het
verlies van alle gegevens in het geheugen te
voorkomen. Raadpleeg uw verkoper, het
dichtstbijzijnde Roland Service Center of een
erkende Roland verdeler die op de
ÒInformatieÓpagina staan aangegeven.
Select
User or Card
Oorzaak: U probeert een preset song of style op te nemen.
Oplossing:Druk op [USER] of [CARD] om een user song of
style te selecteren.
Can’t Work!
Preset Song
Oorzaak: U probeert gegevens van een preset song te
wissen, te annuleren of in te brengen.
Oplossing:Gegevens van een preset song kunnen niet
worden gewist, geannuleerd of ingevoegd.
Can’t Work!
Preset Style
Oorzaak: U probeert de gegevens van een preset style te
wissen of te annuleren.
Oplossing:Gegevens van een preset style kunnen niet
worden gewist of geannuleerd.
No Card!
Oorzaak: [CARD] werd ingedrukt zonder dat een
geheugenkaart (SmartMedia) aanwezig is of met
een onvolledig ingebrachte geheugenkaart.
Oorzaak: De geheugenkaart werd verwijderd nadat de
gegevens op deze geheugenkaart werden
geselecteerd.
Oplossing:Breng de geheugenkaart volledig en vast in.
Unsupported
Format!
Oorzaak: De JS-5 kan het formaat van de ingebrachte
geheugenkaart niet herkennen of gebruiken.
Oplossing:Plaats een geheugenkaart die geschikt is voor
gebruik met de JS-5 (pg. 125).
Read Error!
Oorzaak: De gegevens van de geheugenkaart kunnen niet
correct worden geladen.
Oplossing:Breng de geheugenkaart volledig en vast in.
Oplossing:Formatteer de kaart (pg. 125).
* Als dezelfde boodschap verschijnt nadat u de hierboven
vermelde stappen hebt genomen, is het mogelijk dat de
geheugenkaart slecht functioneert.
Protected!
Oorzaak: U probeert gegevens weg te schrijven op een
geheugenkaart met een Write Protect sticker.
Oplossing:Als u gegevens op de kaart wil wegschrijven
moet u de Write Protect sticker verwijderen (pg.
125).
SONG/STYLE REC
to Orig.Tempo...
Oorzaak: Het geselecteerde tempo waaraan een audio track
moet worden heropgenomen verschilt van het
tempo dat voor de vorige opname werd gebruikt.
Oplossing:de JS-5 zet het vorige tempo (het originele tempo)
automatisch om.
Failed!
Oorzaak: Er gebeurde een fout bij het kopi‘ren of het
wissen van gegevens of bij de uitvoering van een
andere handeling waardoor deze handeling niet
kon worden voltooid.
Oplossing:Probeer de handeling opnieuw.
Oorzaak: De geheugenkaart is niet correct ingebracht.
Oplossing:Verwijder eerst de geheugenkaart en breng ze
daarna opnieuw volledig en vast in.
No More Memory!
Oorzaak: De hoeveelheid resterend geheugen volstaat niet
voor het opnemen of kopi‘ren.
Oplossing:Wis overbodige gegevens.
Oplossing:Gebruik een geheugenkaart met voldoende vrij
geheugen.
Too Much Data!
Oorzaak: Opnemen of afspelen is onmogelijk omdat er te
veel uitvoeringsgegevens zijn of omdat het tempo
te snel is.
Oplossing:Vertraag het tempo (pg. 60).
140
Foutmeldingen
Oplossing:Zet een part uit (pg. 63).
Oplossing:Als u een user style gebruikt, moet u het aantal
noten in de user style verminderen (pg. 121).
Tempo Too Fast!
Oorzaak: Het afspeeltempo is beduidend sneller dan het
tempo dat tijdens de opname werd gebruikt,
waardoor correct afspelen verhinderd wordt.
Oplossing:Pas het tempo aan.
Tempo Too Slow!
Oorzaak: Het afspeeltempo is beduidend trager dan het
tempo dat tijdens de opname werd gebruikt,
waardoor correct afspelen verhinderd wordt.
Oplossing:Pas het tempo aan.
MIDI Off Line!
Oorzaak: Er is een probleem met de aansluiting van de
MIDI-kabel.
Oplossing:Controleer of de kabel niet is uitgetrokken en of
hij niet kortgesloten is.
MIDI Buffer Full!
Oorzaak: Er worden teveel MIDI-commandoÕs tegelijkertijd
ontvangen voor de JS-5 zodat deze ze niet kan
verwerken.
Oplossing:Druk op [EXIT] en verminder het aantal MIDI-
commandoÕs die door de JS-5 ontvangen worden.
Checksum Error!
Oorzaak: Er is een fout exclusive-commando.
Oplossing:Druk op [EXIT] en probeer opnieuw.
MIDI Error!
Oorzaak: Er zijn foute MIDI-commandoÕs.
Oplossing:Controleer of de kabel niet is uitgetrokken en of
hij niet kortgesloten is en probeer opnieuw.
Unsupported Media!
Oorzaak: De ingebrachte geheugenkaart is niet compatibel
met de JS-5.
Oplossing:Gebruik een geheugenkaart die compatibel is
met de JS-5 (8 tot 64 MB SmartMedia met een
voedingsbron van 3.3 V)
Appendix
141
Nr. Naam Nr. Naam Nr. Naam Nr. Naam Nr. Naam
Lijst van preset songs
ROCK 1
001 JS-5HardRock
002 BritHardRck1
003 BritHardRck2
004 80'sHardRock
005 Fast Boogie
006 Heavy & Loud
007 Slow Rock 1
008 Slow Rock 2
009 Slow & Heavy
010 Hyper Metal
011 Old HvyMetal
012 Speed Metal
013 HvySlowShffl
014 MidFastHR 1
015 MidFastHR 2
016 80sHeavyMetl
017 ShffleHrdRck
018 FastHardRock
019 HvyFunkRock
ROCK 2
001 90sGrooveRck
002 90sMixedRock
003 70sClssicRck
004
70sPowerRock
005 70sFunkyRock
006 80sWestCoast
007 Cyber Rock 1
008 Cyber Rock 2
009 BritishRock1
010 BritishRock2
011 ElectricRock
012 Grunge
013 Speedy Rock
014 Funk Rock
015 Glam Rock
016 Funk Groove
017 Spacy Rock
018 Progressive
ROCK 3
001 AcousticRck1
002 AcousticRck2
003 Gtr Arpeggio
004 CntmpraryRck
005 8bt Rock 1
006 8bt Rock 2
007 8bt Rock 3
008 16bt Rock
009 5/4 Rock
010 Shuffle Rock
011 Fusion Rock
012 Sweet Sound
013 Synth Rock
014 Piano Rock
015 6/8 Piano
016 Trio Rock 1
017 Trio Rock 2
018 Trio Rock 3
POP
001 Shuffle 1
002 Shuffle 2
003 Mid Shuffle
004 Simple8btPop
005 70's Pop
006 Early80'sPop
007 Dance Pop
008 Synth Pop
009 Honky Piano
010 Slow Pop
011 Reggae Pop
012 Rockabilly
013 Surf Rock
014 8thNoteFeel1
015 8thNoteFeel2
016 16thNoteFeel
BALLAD
001 NewAgeBallad
002 PianoBallad1
003 PianoBallad2
004 E.PianoBalad
005 R&B Ballad
006 Rock Ballad1
007 Rock Ballad2
008 StrngsBallad
009 6/8 Ballad 1
010 6/8 Ballad 2
011 AcoGtrBallad
012 Ac.Gtr&Organ
013 MinorArpegio
BLUES
001 ChicagoBlues
002 BigBandBlues
003 ShuffleBlues
004 Boogie
005 Rockin'Blues
006 RckBeatBlues
007 Medium Blues
008 Funky Blues
009 Jump Blues
010 BluesInMinor
011 Blues Brass
012 AcGtr Boogie
013 Gospel Shout
R&B
001 RhythmGtrFnk
002 Brass Funk
003 Psyche-Funk
004 Cajun Funk
005 Funky Soul 1
006 Funky Soul 2
007 60's Soul
008 70's Soul
009 WstCoastSoul
010 Detroit Soul
011 Old R&B 1
012 Old R&B 2
013 R&B Groove 1
014 R&B Groove 2
015 R&B Shuffle
016 Smooth R&B
JAZZ
001 DublTimeFeel
002 Organ Jazz
003 5/4 Jazz
004 Latin Jazz
005 Soul Jazz
006 Swing Jazz 1
007 Swing Jazz 2
008 Swing 6/8
009 BigBandJazz
010 Combo Jazz
011 Modern Jazz
012 Jazz 6/8
013 Jazz Waltz
014 Jazz Ballad
FUSION
001 Power Fusion
002 Smooth Jazz
003 Wave Shuffle
004 Super Funk
005 Crossover
006 70's Fusion
007 80's Fusion
008 Samba Fusion
009 Pop Fusion
010 BGM Fusion
011 MellowFusion
012 Cntmp Fusion
013 Funk Fusion
014 Drum Funk
DANCE
001 808 Hip Hop
002 DigiRock
003 Drum'nBass
004 HipHopJazz 1
005 HipHopJazz 2
006 R&B HipHop 1
007 R&B HipHop 2
008 80's Dance
009 House
010 Techno
011 Acid Pop
012 UK Acid
013 6/8 Dance
LATIN
001 Latin Pop 1
002 Latin Pop 2
003 Latin Pop 3
004 Latin Pop 4
005 ElectroLatin
006 CntmpraryLtn
007 Salsa Grunge
008 Salsa 1
009 Salsa 2
010 Bossa Nova 1
011 Bossa Nova 2
012 Samba 1
013 Samba 2
014 Songo
015 Mambo
016 Cha Cha
017 Merengue
018 Cumbia
019 Bomba
COUNTRY
001 ShuffleCntry
002 90's Country
003 Trad Country
004 CountryPop 1
005 CountryPop 2
006 CountryPop 3
007 Cntry Ballad
008 CntryBal 3/4
009 Country Folk
010 Country Rock
011 CountryWaltz
012 Bluegrass
WORLD
001 Reggae 1
002 Reggae 2
003 Reggae 3
004 Reggae 4
005 ElectroRggae
006 Ska
007 Tabla Ethnic
008 Beguine
009 Ragtime
010 BandaNortena
011 Polka
012 Tango
013 Mozambique
014 Afro
015 Hawaiian
142
Nr. Naam Nr. Naam Nr. Naam Nr. Naam Nr. Naam
Lijst van preset styles
ROCK 1
01 JS-5HardRock **
02 BritHardRck1 **
03 BritHardRck2 *
04 80'sHardRock **
05 Fast Boogie **
06 Heavy & Loud **
07 Slow Rock 1 **
08 Slow Rock 2 **
09 Slow & Heavy **
10 Hyper Metal **
11 Old HvyMetal **
12 Speed Metal **
13 HvySlowShffl **
14 MidFastHR 1 **
15 MidFastHR 2 *
16 80sHeavyMetl **
17 ShffleHrdRck **
18 FastHardRock **
19 HvyFunkRock *
ROCK 2
01 90sGrooveRck **
02 90sMixedRock **
03 70sClssicRck *
04 70sPowerRock *
05 70sFunkyRock *
06 80sWestCoast **
07 Cyber Rock 1 *
08 Cyber Rock 2 **
09 BritishRock1 *
10 BritishRock2 **
11 ElectricRock *
12 Grunge **
13 Speedy Rock *
14 Funk Rock *
15 Glam Rock *
16 Funk Groove **
17 Spacy Rock **
18 Progressive **
ROCK 3
01 AcousticRck1 *
02 AcousticRck2 *
03 Gtr Arpeggio *
04 CntmpraryRck *
05 8bt Rock 1 *
06 8bt Rock 2 *
07 8bt Rock 3 *
08 16bt Rock *
09 5/4 Rock **
10 Shuffle Rock *
11 Fusion Rock **
12 Sweet Sound *
13 Synth Rock *
14 Piano Rock *
15 6/8 Piano **
16 Trio Rock 1 **
17 Trio Rock 2 *
18 Trio Rock 3 *
POP
01 Shuffle 1 *
02 Shuffle 2 *
03 Mid Shuffle *
04 Simple8btPop *
05 70's Pop **
06 Early80'sPop **
07 Dance Pop **
08 Synth Pop **
09 Honky Piano *
10 Slow Pop *
11 Reggae Pop **
12 Rockabilly *
13 Surf Rock **
14 8thNoteFeel1 *
15 8thNoteFeel2 *
16 16thNoteFeel *
BALLAD
01 NewAgeBallad *
02 PianoBallad1 *
03 PianoBallad2 *
04 E.PianoBalad *
05 R&B Ballad **
06 Rock Ballad1 **
07 Rock Ballad2 *
08 StrngsBallad *
09 6/8 Ballad 1 *
10 6/8 Ballad 2 *
11 AcoGtrBallad **
12 Ac.Gtr&Organ *
13 MinorArpegio **
BLUES
01 ChicagoBlues *
02 OrganBlues **
03 ShuffleBlues *
04 Boogie *
05 Rockin'Blues *
06 RckBeatBlues *
07 Medium Blues *
08 Funky Blues *
09 Jump Blues *
10 BluesInMinor **
11 Blues Brass *
12 AcGtr Boogie *
13 Gospel Shout *
R&B
01 RhythmGtrFnk *
02 Brass Funk **
03 Psyche-Funk *
04 Cajun Funk *
05 Funky Soul 1 *
06 Funky Soul 2 *
07 60's Soul **
08 70's Soul *
09 WstCoastSoul *
10 Detroit Soul *
11 Old R&B 1 *
12 Old R&B 2 *
13 R&B Groove 1 *
14 R&B Groove 2 *
15 R&B Shuffle *
16 Smooth R&B *
JAZZ
01 DublTimeFeel **
02 Organ Jazz *
03 5/4 Jazz *
04 Latin Jazz *
05 Soul Jazz **
06 Swing Jazz 1 *
07 Swing Jazz 2 *
08 Swing 6/8 *
09 BigBandJazz *
10 Combo Jazz *
11 Modern Jazz *
12 Jazz 6/8 **
13 Jazz Waltz *
14 Jazz Ballad *
FUSION
01 Power Fusion **
02 Smooth Jazz *
03 Wave Shuffle *
04 Super Funk *
05 Crossover *
06 70's Fusion *
07 80's Fusion **
08 Samba Fusion *
09 Pop Fusion **
10 BGM Fusion **
11 MellowFusion *
12 Cntmp Fusion *
13 Funk Fusion **
14 Drum Funk *
DANCE
01 808 Hip Hop **
02 DigiRock *
03 Drum'nBass *
04 HipHopJazz 1 **
05 HipHopJazz 2 *
06 R&B HipHop 1 **
07 R&B HipHop 2 **
08 80's Dance **
09 House **
10 Techno *
11 Acid Pop **
12 UK Acid **
13 6/8 Dance **
LATIN
01 Latin Pop 1 *
02 Latin Pop 2 *
03 Latin Pop 3 **
04 Latin Pop 4 *
05 ElectroLatin *
06 CntmpraryLtn *
07 Salsa Grunge *
08 Salsa 1 *
09 Salsa 2 **
10 Bossa Nova 1 *
11 Bossa Nova 2 *
12 Samba 1 *
13 Samba 2 *
14 Songo *
15 Mambo *
16 Cha Cha *
17 Merengue *
18 Cumbia *
19 Bomba *
COUNTRY
01 ShuffleCntry *
02 90's Country *
03 Trad Country *
04 CountryPop 1 *
05 CountryPop 2 *
06 CountryPop 3 *
07 Cntry Ballad *
08 CntryBal 3/4 *
09 Country Folk *
10 Country Rock *
11 CountryWaltz *
12 Bluegrass *
WORLD
01 Reggae 1 *
02 Reggae 2 *
03 Reggae 3 **
04 Reggae 4 *
05 ElectroRggae *
06 Ska *
07 Tabla Ethnic **
08 Beguine *
09 Ragtime *
10 BandaNortena *
11 Polka **
12 Tango **
13 Mozambique *
14 Afro *
15 Hawaiian *
* : Deze style is ideaal voor een melodie in majeur.
** : Deze style is ideaal voor een melodie in mineur.
Appendix
143
Nr. Naam Nr. Naam Nr. Naam
Instrumentenlijst
001 Fingered Bs1
002 Fingered Bs2
003 Fingered Bs3
004 Fingered Bs4
005 MonoFingerBs *
006 Pick Bass 1
007 Pick Bass 2
008 MonoPickBass *
009 Hip Bass
010 PickBs forOD
011 Slap Bass 1
012 Slap Bass 2
013 Slap Bass 3
014 MonoSlapBass *
015 Finger&Slap
016 Acoustic Bs1
017 Acoustic Bs2
018 Acoustic Bs3
019 Acoustic Bs4
020 Fretless Bs1
021 Fretless Bs2
022 MonoFretless *
023 TwinFretless
024 Muted Bass 1
025 Muted Bass 2
026 Funk Bass
027 Fuzz Bass
028 Saw Bass *
029 Acid Bass
030 SH101 Bass *
031 House Bass *
032 Rubber Bass *
033 Dist Gtr 1
034 Dist Gtr 2
035 MutedDistGtr
036 Power Guitar
037 Mute&PowerGt
038 Nylon Gtr 1
039 Nylon Gtr 2
040 NylonStrings
041 Wide Steel
042 6-Str Steel
043 12-Str Steel
044 JC Strat
045 Rhythm Gtr
046 Jazz Gtr 1
047 Jazz Gtr 2
048 MutedGuitar1
049 MutedGuitar2
050 Tremolo Gtr
051 Clean Front
052 Clean Rear
053 Gtr For FX 1
054 Gtr For FX 2
055 Gtr For FX 3
056 Gtr For FX 4
057 Banjo
058 Sitar
059 Pedal Steel
060 Piano 1
061 Piano 2
062 Piano 3
063 Honky-tonk
064 MIDI Piano
065 Bright EP
066 Rhodes EP
067 BrightRhodes
068 Mr.Suitcase
069 FM EP
070 Digi Rhodes
071 MK-80 Rhodes
072 Clav 1
073 Clav 2
074 Funk Clav
075 Rock Organ
076 Tone Wh.Solo
077 Dist Organ 1
078 Dist Organ 2
079 Rotary Organ
080 Jazz Organ 1
081 Jazz Organ 2
082 Ballad Organ
083 Gospel Organ
084 Perc Organ
085 Small Church
086 Cathedral
087 Vibraphone
088 Marimba
089 Steel Drums
090 Accordion Fr
091 Clarinet
092 Flute
093 Pan Flute
094 Trumpet
095 MutedTrumpet
096 Trombone
097 Harmonica
098 Alto Sax
099 Tenor Sax
100 Baritone Sax
101 Tp&Tb&Sax.
102 Brass Sect.
103 Octave Brass
104 Bari/BrsSect
105 Synth Brass1
106 Synth Brass2
107 Poly Synth
108 Unison Saws
109 Violin
110 Viola
111 Cello
112 Contrabass
113 PizzicatoStr
114 Wide Strings
115 Syn Strings1
116 Syn Strings2
117 Str.Ensmble
118 Warm Pad
119 Hollow Pad
120 Wire String
121 SynVox Key
122 Bell Heaven
123 Saw Lead *
124 Pulse Lead *
125 Square Lead
126 Sine Wave *
127 Velo Tekno *
128 Analog Seq
* : Monofoon
144
35
39
40
41
43
45
47
42
44
46
36
38
37
87
88
84
86
85
51
52
53
55
57
59
54
56
58
48
50
49
63
64
65
67
69
71
66
68
70
60
62
61
75
76
77
79
81
83
78
80
82
72
74
73
C2
C3
C4
C5
C6
Note No.
89
91
93
95
90
92
94
96
98
97
C7
Lijst van drum kits
001
PowerKit1
Verb Kick
Deep Kick 3
Dry Stick
Piccolo SN
Hand Claps
RoomSnr
Verb Tom Lo
Cl HiHat 2
Verb Tom Lo
Pedal HiHat
Verb Tom Lo
Op HiHat
Verb Tom Lo
Verb Tom Hi
Crash 1
Verb Tom Hi
Ride 1
China Cym
Ride Bell 1
Tambourine
Splash
Cowbell 1
Crash 1
Vibraslap
Ride 2
Cga Mute Hi
Cga Mute Lo
Cga Slap
Cga Open Hi
Cga Open Lo
Timbales H
Timbales L
Agogo
Agogo
Cabasa Up
Maracas
SambaWhistle
SambaWhistle
Long Guiro
Long Guiro
Claves
Wood Block
Wood Block
Cuica
Cuica
Open Triangl
Open Triangl
Cabasa Cut
Bongo Hi
Bongo Lo
Wood Block
Cga Slap
Dry Tom Lo
Mondo Kick
Round Kick
Hybrid Kick1
808 Kick
Natural SN1
Natural SN2
Hard Snare
Op HiHat
Metronome 2
R8 Click
Metronome 1
002
FunkKit1
Old Kick
Sol Kick
Dry Stick
RoomSnr
Hand Claps
Natural SN2
Dry Tom Lo
Cl HiHat 2
Dry Tom Lo
Pedal HiHat
Dry Tom Lo
Op HiHat
Dry Tom Lo
Dry Tom Hi
Crash 1
Dry Tom Hi
Ride 1
China Cym
Ride Bell 1
Tambourine
Splash
Cowbell 1
Crash 1
Vibraslap
Ride 2
Cga Mute Hi
Cga Mute Lo
Cga Slap
Cga Open Hi
Cga Open Lo
Timbales H
Timbales L
Agogo
Agogo
Cabasa Up
Maracas
SambaWhistle
SambaWhistle
Long Guiro
Long Guiro
Claves
Wood Block
Wood Block
Cuica
Cuica
Open Triangl
Open Triangl
Cabasa Cut
Bongo Hi
Bongo Lo
Wood Block
Cga Slap
Dry Tom Lo
Round Kick
Old Kick
Sol Snare
Natural SN1
Wah Up 1
Wah Down 1
Wah Down 2
Wah Up 2
Metronome 2
R8 Click
Metronome 1
003
RockKit1
Round Kick
Verb Kick
Dry Stick
Sol Snare
808clps2
Hard Snare
Verb Tom Lo
Cl HiHat 2
Verb Tom Lo
Pedal HiHat
Verb Tom Lo
Op HiHat
Verb Tom Lo
Verb Tom Hi
Crash 1
Verb Tom Hi
Ride 1
China Cym
Ride Bell 1
Tambourine
Splash
Cowbell 1
Crash 1
Vibraslap
Ride 2
Cga Mute Hi
Cga Mute Lo
Cga Slap
Cga Open Hi
Cga Open Lo
Timbales H
Timbales L
Agogo
Agogo
Cabasa Up
Maracas
SambaWhistle
SambaWhistle
Long Guiro
Long Guiro
Claves
Wood Block
Wood Block
Cuica
Cuica
Open Triangl
Open Triangl
Cabasa Cut
Bongo Hi
Bongo Lo
Wood Block
Cga Slap
Dry Tom Lo
Lite Kick
Round Kick
Old Kick
808 Kick
Natural SN1
Natural SN2
SN Roll
Brush Slap
Metronome 2
R8 Click
Metronome 1
004
DanceKit1
Dance Kick 3
Dance Kick 2
Side Stick
Jungle SD1
808clps2
HipHop SD2
909 Tom 2
606 HiHat Cl
909 Tom 2
606 HiHat Cl
909 Tom 2
606 HiHat Op
909 Tom 2
909 Tom 2
Crash 1
909 Tom 2
Ride 2
China Cym
Ride Bell 1
Tambourine
606 HiHat Op
Cowbell 1
Crash 1
Vibraslap
Ride 1
Cga Mute Hi
Cga Mute Lo
Cga Slap
Cga Open Hi
Cga Open Lo
Timbales H
Timbales L
Agogo
Agogo
Cabasa Up
Maracas
Soft Pad A
Soft Pad B
Long Guiro
Long Guiro
Claves
Wood Block
Wood Block
Cuica
Cuica
Open Triangl
Open Triangl
Cabasa Cut
Bongo Hi
Bongo Lo
Wood Block
White Noise
White Noise
Elec Kick
909 Kick
Old Kick
808 Kick
808 SN
909 Snare
Rap Snr
Natural SN2
MC500 Beep 2
R8 Click
MC500 Beep 1
005
BrushKit
Hybrid Kick1
Old Kick
Side Stick
Brush Swish
Brush Slap
Brush Roll
BrushTomMid
Pedal HiHat
BrushTomMid
Pedal HiHat
BrushTomMid
Op HiHat
BrushTomHi
BrushTomHi
Crash 1
BrushTomHi
Ride 1
China Cym
Ride Bell 1
Tambourine
Splash
Cowbell 1
Crash 1
Vibraslap
Ride 2
Cga Mute Hi
Cga Mute Lo
Cga Slap
Cga Open Hi
Cga Open Lo
Timbales H
Timbales L
Agogo
Agogo
Cabasa Up
Maracas
SambaWhistle
SambaWhistle
Long Guiro
Long Guiro
Claves
Wood Block
Wood Block
Cuica
Cuica
Open Triangl
Open Triangl
Cabasa Cut
Bongo Hi
Bongo Lo
Wood Block
Cga Slap
Dry Tom Lo
Lite Kick
Round Kick
Old Kick
808 Kick
Natural SN1
Natural SN2
SN Roll
Brush Slap
Metronome 2
R8 Click
Metronome 1
006
JazzKit
Round Kick
Old Kick
Dry Stick
Loose Snr
Hand Claps
Ballad SN
Verb Tom Lo
Cl HiHat 2
Dry Tom Lo
Pedal HiHat
Verb Tom Lo
Op HiHat
Dry Tom Lo
Verb Tom Hi
Crash 1
Dry Tom Hi
Ride 1
China Cym
Ride Bell 1
Tambourine
Splash
Cowbell 1
Crash 1
Vibraslap
Ride 2
Cga Mute Hi
Cga Mute Lo
Cga Slap
Cga Open Hi
Cga Open Lo
Timbales H
Timbales L
Agogo
Agogo
Cabasa Up
Maracas
SambaWhistle
SambaWhistle
Long Guiro
Long Guiro
Claves
Wood Block
Wood Block
Cuica
Cuica
Open Triangl
Open Triangl
Cabasa Cut
Bongo Hi
Bongo Lo
Wood Block
Cga Slap
Dry Tom Lo
Lite Kick
Round Kick
Old Kick
808 Kick
Natural SN1
Natural SN2
SN Roll
Brush Slap
Metronome 2
R8 Click
Metronome 1
007
PopKit1
Round Kick
Hybrid Kick1
Dry Stick
Ballad SN
Hand Claps
Natural SN2
Verb Tom Lo
Cl HiHat 2
Verb Tom Lo
Pedal HiHat
Verb Tom Lo
Op HiHat
Verb Tom Lo
Verb Tom Hi
Crash 1
Verb Tom Hi
Ride 2
China Cym
Ride Bell 1
Tambourine
Splash
Cowbell 1
Crash 1
Vibraslap
Ride 2
Cga Mute Hi
Cga Mute Lo
Cga Slap
Cga Open Hi
Cga Open Lo
Timbales H
Timbales L
Agogo
Agogo
Cabasa Up
Maracas
SambaWhistle
SambaWhistle
Long Guiro
Long Guiro
Claves
Wood Block
Wood Block
Cuica
Cuica
Open Triangl
Open Triangl
Cabasa Cut
Bongo Hi
Bongo Lo
Wood Block
Cga Slap
Dry Tom Lo
Dance Kick 3
909 Snare
606 HiHat Cl
Tabla Tun
Tabla Ge
Tabla Na
Tabla Te
Tabla Tkt
Metronome 2
R8 Click
Metronome 1
008
ElectroKit
Mondo Kick
Elec Kick
Dry Stick
Ele Snare
808clps2
Piccolo SN
SYN_DRUM
Cl HiHat 2
SYN_DRUM
Pedal HiHat
SYN_DRUM
Op HiHat
SYN_DRUM
SYN_DRUM
Crash 1
SYN_DRUM
Ride 2
China Cym
Ride Bell 1
Tambourine
606 HiHat Op
Cowbell 1
Crash 1
Vibraslap
Ride 1
Cga Mute Hi
Cga Mute Lo
Cga Slap
Cga Open Hi
Cga Open Lo
Timbales H
Timbales L
Agogo
Agogo
Cabasa Up
Maracas
SambaWhistle
SambaWhistle
Long Guiro
Long Guiro
Claves
Wood Block
Wood Block
Cuica
Cuica
Open Triangl
Open Triangl
Cabasa Cut
Bongo Hi
Bongo Lo
Wood Block
White Noise
White Noise
Round Kick
Natural SN2
China Cym
Splash
SLAP
MG Blip
Scratch 1
Scratch 2
MC500 Beep 2
R8 Click
MC500 Beep 1
145
Lijst van drum kits
Appendix
35
39
40
41
43
45
47
42
44
46
36
38
37
87
88
84
86
85
51
52
53
55
57
59
54
56
58
48
50
49
63
64
65
67
69
71
66
68
70
60
62
61
75
76
77
79
81
83
78
80
82
72
74
73
C2
C3
C4
C5
C6
Note No.
89
91
93
95
90
92
94
96
98
97
C7
009
CountryKit
Lite Kick
Old Kick
Dry Stick
Ballad SN
Hand Claps
Brush Slap
Dry Tom Lo
Cl HiHat 2
Dry Tom Lo
Pedal HiHat
Dry Tom Lo
Op HiHat
Dry Tom Lo
Dry Tom Hi
Crash 1
Dry Tom Hi
Ride 1
China Cym
Ride Bell 1
Tambourine
Splash
Cowbell 1
Crash 1
Vibraslap
Ride 2
Cga Mute Hi
Cga Mute Lo
Cga Slap
Cga Open Hi
Cga Open Lo
Timbales H
Timbales L
Agogo
Agogo
Cabasa Up
Maracas
SambaWhistle
SambaWhistle
Long Guiro
Long Guiro
Claves
Wood Block
Wood Block
Cuica
Cuica
Open Triangl
Open Triangl
Cabasa Cut
Bongo Hi
Bongo Lo
Wood Block
Cga Slap
Dry Tom Lo
Hybrid Kick1
Round Kick
909 Kick
808 Kick
Natural SN1
Natural SN2
SN Roll
808 SN
Metronome 2
R8 Click
Metronome 1
010
OrchestraKit
Old Kick
Old Kick
Dry Stick
Loose Snr
Hand Claps
SN Roll
Timpani
Timpani
Timpani
Timpani
Timpani
Timpani
Timpani
Timpani
Timpani
Timpani
Timpani
Timpani
Timpani
Tambourine
Splash
Cowbell 1
Crash 1
Vibraslap
Ride 2
Cga Mute Hi
Cga Mute Lo
Cga Slap
Cga Open Hi
Cga Open Lo
Timbales H
Timbales L
Agogo
Agogo
Cabasa Up
Maracas
SambaWhistle
SambaWhistle
Long Guiro
Long Guiro
Claves
Wood Block
Wood Block
Cuica
Cuica
Open Triangl
Open Triangl
Cabasa Cut
Bongo Hi
Bongo Lo
Wood Block
Cga Slap
Dry Tom Lo
Hybrid Kick1
Ballad SN
Cl HiHat 2
Crash 1
Pedal HiHat
Ride 1
Op HiHat
Ride Bell 1
Metronome 2
R8 Click
Metronome 1
011
PowerKit2
Deep Kick 3
Mondo Kick
Dry Stick
Rash Snare
Hand Claps
Hard Snare
Verb Tom Lo
Cl HiHat 2
Verb Tom Lo
Pedal HiHat
Verb Tom Lo
Op HiHat
Verb Tom Lo
Verb Tom Hi
Crash 1
Verb Tom Hi
Ride 1
China Cym
Ride Bell 1
Tambourine
Splash
Cowbell 1
Crash 1
Vibraslap
Ride 2
Cga Mute Hi
Cga Mute Lo
Cga Slap
Cga Open Hi
Cga Open Lo
Timbales H
Timbales L
Agogo
Agogo
Cabasa Up
Maracas
SambaWhistle
SambaWhistle
Long Guiro
Long Guiro
Claves
Wood Block
Wood Block
Cuica
Cuica
Open Triangl
Open Triangl
Cabasa Cut
Bongo Hi
Bongo Lo
Wood Block
Cga Slap
Dry Tom Lo
Verb Kick
Round Kick
Hybrid Kick1
808 Kick
Natural SN1
Natural SN2
Hard Snare
HipHop SD2
Metronome 2
R8 Click
Metronome 1
012
DanceKit2
Kick Ghost
808 Kick
909 Rim 2
ungle SD2
808clps2
ungle SD1
909 Tom 2
606 HiHat Cl
909 Tom 2
ungle HiHat
909 Tom 2
606 HiHat Op
909 Tom 2
909 Tom 2
Crash 1
909 Tom 2
Ride 2
China Cym
Ride Bell 1
Tambourine
606 HiHat Op
Cowbell 1
Crash 1
Vibraslap
Ride 1
Cga Mute Hi
Cga Mute Lo
Cga Slap
Cga Open Hi
Cga Open Lo
Timbales H
Timbales L
Agogo
Agogo
Cabasa Up
Maracas
Soft Pad A
Soft Pad B
Long Guiro
Long Guiro
Claves
Wood Block
Wood Block
Cuica
Cuica
Open Triangl
Open Triangl
Cabasa Cut
Bongo Hi
Bongo Lo
Wood Block
White Noise
White Noise
Techno BD2
909 Kick
Elec Kick
Dance Kick 3
808 SN
909 Snare
Scratch 1
Scratch 2
MC500 Beep 2
HI_Q
MC500 Beep 1
013
PopKit2
Dance Kick 3
Round Kick
Dry Stick
Hard Snare
Hand Claps
909 Snare
Tom Lo
Cl HiHat 2
Tom Lo
Pedal HiHat
Tom Lo
Op HiHat
Tom Lo
Tom Mid
Crash 1
Tom Mid
Ride 2
China Cym
Ride Bell 1
Tambourine
Splash
Cowbell 1
Crash 1
Vibraslap
Ride 1
Cga Mute Hi
Cga Mute Lo
Cga Slap
Cga Open Hi
Cga Open Lo
Timbales H
Timbales L
Agogo
Agogo
Cabasa Up
Maracas
SambaWhistle
SambaWhistle
Long Guiro
Long Guiro
Claves
Wood Block
Wood Block
Cuica
Cuica
Open Triangl
Open Triangl
Cabasa Cut
Bongo Hi
Bongo Lo
Wood Block
Cga Slap
Dry Tom Lo
Hybrid Kick1
ungle SD1
606 HiHat Cl
Tabla Tun
Tabla Ge
Tabla Na
Tabla Te
Tabla Tkt
Metronome 2
R8 Click
Metronome 1
014
FunkKit2
Hybrid Kick1
Sol Kick
Dry Stick
RoomSnr
Hand Claps
Wet Snare
Dry Tom Lo
Cl HiHat 2
Dry Tom Lo
Pedal HiHat
Dry Tom Lo
Op HiHat
Dry Tom Lo
Dry Tom Hi
Crash 1
Dry Tom Hi
Ride 1
China Cym
Ride Bell 1
Tambourine
Splash
Cowbell 1
Crash 1
Vibraslap
Ride 2
Cga Mute Hi
Cga Mute Lo
Cga Slap
Cga Open Hi
Cga Open Lo
Timbales H
Timbales L
Agogo
Agogo
Cabasa Up
Maracas
SambaWhistle
SambaWhistle
Long Guiro
Long Guiro
Claves
Wood Block
Wood Block
Cuica
Cuica
Open Triangl
Open Triangl
Cabasa Cut
Bongo Hi
Bongo Lo
Wood Block
Cga Slap
Dry Tom Lo
Round Kick
Old Kick
RoomSnr
Natural SN2
Wah Up 1
Wah Down 1
Wah Down 2
Wah Up 2
Metronome 2
R8 Click
Metronome 1
015
DanceKit3
909 Kick
808 Kick
909 Rim 2
808 SN
808clps2
909 Snare
808 Kick
606 HiHat Cl
909 Tom 2
606 HiHat Cl
808 Kick
606 HiHat Op
909 Tom 2
808 Kick
Crash 1
909 Tom 2
Ride 2
China Cym
Ride Bell 1
Tambourine
606 HiHat Op
Cowbell 1
Crash 1
Vibraslap
Ride 1
Cga Mute Hi
Cga Mute Lo
Cga Slap
Cga Open Hi
Cga Open Lo
Timbales H
Timbales L
HI_Q
MG Blip
Cabasa Up
Maracas
Soft Pad A
Soft Pad B
Long Guiro
Long Guiro
Claves
Wood Block
Wood Block
Cuica
Cuica
Open Triangl
Open Triangl
Cabasa Cut
Bongo Hi
Bongo Lo
Wood Block
White Noise
White Noise
Elec Kick
Dance Kick 2
Old Kick
Hybrid Kick1
Jungle SD2
90's Snare
SLAP
REV Dance K3
MC500 Beep 2
R8 Click
MC500 Beep 1
016
RockKit2
Deep Kick 3
Hybrid Kick1
Dry Stick
Natural SN1
Hand Claps
Piccolo SN
Tom Lo
Cl HiHat 2
Tom Lo
Pedal HiHat
Tom Lo
Op HiHat
Tom Lo
Tom Mid
Crash 1
Tom Mid
Ride 2
China Cym
Ride Bell 1
Tambourine
Splash
Cowbell 1
Crash 1
Vibraslap
Ride 1
Cga Mute Hi
Cga Mute Lo
Cga Slap
Cga Open Hi
Cga Open Lo
Timbales H
Timbales L
Agogo
Agogo
Cabasa Up
Maracas
SambaWhistle
SambaWhistle
Long Guiro
Long Guiro
Claves
Wood Block
Wood Block
Cuica
Cuica
Open Triangl
Open Triangl
Cabasa Cut
Bongo Hi
Bongo Lo
Wood Block
Cga Slap
Dry Tom Lo
Lite Kick
Round Kick
Old Kick
808 Kick
Natural SN1
Natural SN2
SN Roll
Op HiHat
Metronome 2
R8 Click
Metronome 1
146
Akkoordenkaart
Soorten akkoorden waarmee men akkoorden kan omzetten (26 soorten en N.C.) bestaan uit de volgende noten.
Hieronder worden de soorten akkoorden gegeven met C als grondtoon.
fig.RE15_71.Chord Type
M9
M7
79
Maj
6
7
75
7(13)
79
69
m6
m69
9
add9
madd9
mM9
m
mM7
m9
dim
sus4
aug
aug7
– – (N.C)
m7
m7 5
7sus4
Een demo song beluisteren
Vooraleer het toestel de fabriek verlaat, wordt een demo-song die alle kenmerken van de JS-5 volledig
gebruikt als de eerste user song opgeslagen. Probeer deze demo-song te selecteren en te beluisteren.
fig.demo-01
* Alle rechten voorbehouden. Onrechtmatig gebruik van dit
materiaal voor andere dan privŽdoeleinden en persoonlijk
gebruik is een overtreding van de betrokken wetgeving.
1. Druk op [SONG] waardoor het knoplampje gaat
branden.
Het Song-scherm verschijnt.
fig.demo-02
2. Druk op [USER].
3. Draai aan [VALUE] en selecteer Ò001: TakeMeHigherÓ.
fig.demo-03e
4. Druk op [START].
De demo-song begint te spelen.
Song-titel: You Take Me Higher
Copyright © 2000, Roland US
5. Druk op [STOP] om het spelen te be‘indigen.
Druk op [FWD] om naar de volgende maat te gaan.
Druk op [RWD] om ŽŽn maat terug te gaan.
Druk op [RESET] om terug te keren naar het begin van
de song.
* De uitvoering keert automatisch terug naar het begin wanneer
ze afgelopen is.
* SmartMedia is een handelsmerk Toshiba Corporation.
12 5 4
3
Song number Demo song
OPMERKINGEN
Als u een Factory Reset (Gebruikershandleiding pg. 130) hebt uitgevoerd, wordt de bestaande demo gewist. (U kan de
originele demo-song niet recupereren).
Hoewel u met de JS-5 in LONG-modus maximaal 1 minuut en 58 seconden audio-gegevens kan opnemen
(Gebruikershandleiding pg. 111), wordt een deel van de ruimte ingenomen door de gitaar- en stemopnamen van de
demo-song en verminderen deze dus de beschikbare opnametijd voor nieuwe audio-opnamen.
Als u de beschikbare opnametijd tot een maximum wil opdrijven, moet u ofwel de volledige demo-song wissen
(Gebruikershandleiding pg. 81) of alleen de audio-opnamen wissen (Gebruikershandleiding pg. 114).
De demo-song werd bewaard als een user song zodat de gegevens kunnen herschreven worden. U kan de demo-song
veranderen, of deze zelfs wissen als hij overbodig is, maar eens hij gewist is kan u de originele demo-song niet meer
recupereren.
Als u de demo-song wil bewaren, raden wij u aan om deze op een geheugenkaart te bewaren (SmartMedia: afzonderlijk
te koop). (Gebruikershandleiding p. 82)
147
148
MIDI Implementation Chart
MIDI Implementation Chart
Function...
Basic
Channel
Mode
Note
Number :
Velocity
After
Touch
Pitch Bend
Control
Change
Program
Change
System Exclusive
System
Common
System
Real Time
Aux
Messages
Notes
Transmitted Recognized
Remarks
Default
Changed
Default
Messages
Altered
True Voice
Note On
Note Off
Key's
Channel's
1
6, 38
7
10
11
64
91
94
100, 101
: True Number
: Song Position
: Song Select
: Tune Request
: Clock
: Commands
: Local On/Off
: All Notes Off
: All Sound Off
: Reset All Controllers
: Active Sensing
: System Reset
2, 3, 4, 10
X
Mode 3
X
O
O
0–127
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
O
O
O *4
O
O
O
O
O
O
X
**************
O
O *1
O *1
X
O *1
O *1
X
X
X
X
O *1
X
2, 3, 4, 10
X
Mode 3
Mode 3, 4 (M = 1)
O
O
0–127
0–127
X
X
O Resolution : 9 bit
O
0–127
O
O *2
O *2
X
O *3
O *2
X
O
O
O
O
X
Modulation
Data entry
Volume
Panpot
Expression
Hold 1
Effect 1 (Reverb Send Level)
Effect 3 (Chorus Send Level)
RPN MSB, LSB
* 1 Except SYNC Mode = “EXT”
* 2 Except SYNC Mode = “INT”
* 3 Except SYNC Mode = “INT” or “REMOTE”
* 4 The volume of the audio part can be received on channel 5.
JamStation
Model JS-5
Date : Apr. 5, 2000
Version : 1.00
MIDI Implementation Chart
**************
**************
Mode 1 : OMNI ON, POLY
Mode 3 : OMNI OFF, POLY
Mode 2 : OMNI ON, MONO
Mode 4 : OMNI OFF, MONO
O : Yes
X : No
PROGRAM 1 - 128
149
Appendix
Specificaties
JS-5: JamStation
Maximale polyfonie
32 stemmen
Instrumenten
Instrumenten (inclusief Bass): 128
Drum kits: 16
Effecten
Reverb
Chorus
Invoegeffecten (40 soorten)
Stijlen
Preset style: 200 x 8 (Forms)
User style: maximum 20 x 8 (Forms) *1
* Form: Intro, Verse 1, Fill 1, Verse 2, Fill 2, Break 1, Break 2,
slot
Songs
Preset songs: 200
User songs: maximum 100 *1 *2
Card songs: maximum 100 *1 *2
Song-lengte: Maximum 999 maten voor song *1
* Dit aantal kan vari‘ren afhankelijk van de grootte van de
stijlen en het aantal gebruikte akkoorden en forms.
Resolutie
Per vierde noot: 96
Tempo
Vierde noot: 20Ð260
Methode van gegevensinvoer
Realtime / Step
* User styles zijn alleen in realtime recording beschikbaar.
Beschikbare opnametijd op de audio track
Intern geheugen:
1 minuut, 58 seconden (Lange opnamemodus)
1 minuut, 35 seconden (Hi-Fi opnamemodus)
Geheugenkaart (SmartMedia):
32 Mbytes
33 minuten, 59 seconden (Lange opnamemodus)
27 minuten, 11 seconden (Hi-Fi opnamemodus)
64 Mbytes
68 minuten, 5 seconden (Lange opnamemodus
)
54 minuten, 28 seconden (Hi-Fiopnamemodus)
* De hierboven gegeven tijden zijn de totale opnametijden voor
alle songs. Als u langere tijd aan ŽŽn song opneemt, zal de
beschikbare opnametijd voor de andere songs afnemen en is de
opname in sommige gevallen niet mogelijk.
* De beschikbare opnametijd is de maximale opnametijd die
beschikbaar is in het intern geheugen en op de geheugenkaart.
Deze kan kleiner zijn afhankelijk van het geheugen dat wordt
gebruikt voor de opnamevan user (of kaart) songs en van de
gegevens die op de geheugenkaart zijn opgeslagen.
Display
16 karakters x 2 lijnen LCD
3 karakters 7 segmenten LED
Connectoren
Input jack voor opname
Output jacks (L (MONO), R )
Jack van de hoofdtelefoon(stereo miniatuurtelefoon)
Jack van de voetschakelaar
MIDI-connectoren (IN, OUT)
Jack van de AC -adaptor (AC 14 V)
Voeding
AC 14 V (AC-adaptor)
Stroom
650 mA
Afmetingen
269 (W) x 176 (D) x 63 (H) mm
10-9/16" (W) x 6-15/16" (D) x 2-1/2" (H) inches
Gewicht
1.1 kg / 2 lbs 7 oz (zonder AC -adaptor)
Toebehoren
Gebruikershandleiding
AC-adaptor (BRC-reeks)
Opties
Voetschakelaar: FS-5U
Kabel van de voetschakelaar: PCS-31 (Roland)
( hoofdtelefoonfiche1/4 inch (stereo) - 1/4
hoofdtelefoonfiche (mono) x 2)
*1 Dit kan minder zijn door de hoeveelheid opgenomen
user (kaart) songs/styles, de opnametijd op de audio
track en het aantal backups op de geheugenkaart.
*2 Wanneer men een geheugenkaart gebruikt, kan men
audio opnames maken van maximaal 100 song.
Wanneer de JS-5 alleen wordt gebruikt, kan men audio
opnames maken van maximaal 6 songs.
In het belang van de productverbetering kunnen de
specificaties en/of het uitzicht van dit toestel zonder
voorafgaande verwittiging worden gewijzigd.
150
Index
A
Aanpassen van volume .................................................83
Aftel.............................................................................52, 60
Akkoord ...............................................................23, 28, 62
Akkoordenschema .........................................................61
Akkoordenschema veranderen ..............................24, 61
Arrange-modus ............................................................119
Audio track ...............................................................33, 55
AUTO .............................................................................133
B
Backup file .............................................................126Ð127
Bass part .........................................................................110
Bewaren .......................................................59, 83, 86, 109
BREAK .......................................................................27, 55
C
Categorie ..............................................................20, 25, 55
Chord ...................................................................23, 28, 62
Chord template .........................................................35, 65
Chord track ...............................................................33, 55
Chorus ..............................................................................87
Chorus send level ...........................................................84
Contrast .........................................................................128
CURSOR ..........................................................................58
D
Direct level ......................................................................84
Drum kit ........................................................................109
E
Effecten ............................................................................47
ENDING ....................................................................27, 55
EXIT LOOP ....................................................................117
EZ Compose ..............................................................34, 65
F
Factory Reset .................................................................130
FILL ............................................................................27, 55
Form .....................................................................27, 55, 62
Form track .................................................................33, 55
Format ............................................................................125
G
Galm .................................................................................86
Galm - send level ............................................................84
Gebruikersgeheugen ..............................................57, 130
Geheugen .........................................................................57
Geheugenkaart .......................................57, 111, 125, 130
Grondtoon .......................................................................23
H
Heropnemen .................................................................113
Hi-Fi ..........................................................................52, 111
I
Initializeren ...................................................................125
INST part .......................................................................110
Instrument .....................................................................109
INT ..................................................................................133
INTRO ........................................................................27, 55
Invoegen ..........................................................................80
Invoegeffecten .................................................................88
J
Jump .................................................................................64
K
Key transpose ............................................................44, 60
Kopi‘ren ..............49, 69, 72Ð73, 77Ð79, 82, 122Ð123, 129
L
Laden...............................................................................127
LONG .......................................................................52, 111
Loop play .......................................................................116
M
Metronoom.....................................................................128
MIDI .......................................................................131, 133
MIDI-kanaal ..................................................120, 131Ð132
Mute .........................................................................63, 118
N
N.C. .....................................................................37, 71, 119
NO ARRANGE .............................................................119
Non-Chord type ...............................................37, 71, 119
O
On-Bass chord ...........................................................23, 28
Opname-invoer .............................................................111
Opnameniveau ...............................................................52
Opnametijd ....................................................................111
Opname-track .................................................................66
Origineel tempo ......................................................60, 115
P
Pan ....................................................................................84
Part ...................................................................................55
Phrase Trainer ...............................................................115
151
Index
Appendix
Preset geheugen .............................................................57
Preset song ................................................................20, 55
Q
Quantize ............................................................42, 71, 121
R
Realtime Recording ....................................39, 67, 70, 119
REC INPUT .....................................................................32
REC LEVEL .....................................................................32
REMOTE ........................................................................133
Resterend geheugen .....................................................130
Reverb ..............................................................................86
Reverb send level ...........................................................84
Ritmemachine .................................................................30
S
Save ..............................................................59, 83, 86, 109
Sequence track ................................................................55
SmartMedia .............................................................57, 125
Song ..................................................................................55
Song chain .......................................................................64
Song -naam ......................................................................74
SONG/STYLE BANK ........................................25, 59, 61
Step Recording ....................................................41, 67, 71
Stereobeeld ......................................................................84
Style/stijl .............................................................25, 33, 55
Style-naam......................................................................124
Synchroniseren van een uitvoering ...........................133
Systeemgeheugen ...........................................................57
T
Tempo ................................................................22, 60, 133
Tijdelijke zone ...............................................................130
Toestel ID ...............................................................134Ð135
Toonaard transponeren ...........................................44, 60
Track .................................................................................55
Transponeren ..................................................................44
Tuning ............................................................................128
U
Uitzendniveau van chorus ............................................84
Uitzetten ..................................................................63, 118
User-geheugen ........................................................57, 130
User song .......................................................33, 55Ð56, 66
User style .................................................................56, 119
V
VALUE .............................................................................58
VERSE ........................................................................27, 55
Verwijder .............................53, 80Ð81, 114, 122, 127, 129
Voetschakelaar ..............................................................117
Volume van elke part aanpassen ..................................45
Volume aanpassen .........................................................83
Vorm .....................................................................27, 55, 62
W
Wis ..................................................69, 72, 75Ð76, 121, 123
Informatie
Als u een herstellingsdienst nodig hebt, contacteer dan een Roland Service Center of een erkende Roland-verdeler in uw
land.
11 juni 1999
ARGENTINA
Instrumentos Musicales S.A.
Florida 656 2nd Floor
Office Number 206A
Buenos Aires
ARGENTINA, CP1005
TEL: (54-11) 4- 393-6057
BRAZIL
Roland Brasil Ltda.
R. Coronel Octaviano da Silveira
203 05522-010
Sao Paulo BRAZIL
TEL: (011) 3743 9377
CANADA
Roland Canada Music Ltd.
(Head Office)
5480 Parkwood Way Richmond
B. C., V6V 2M4 CANADA
TEL: (0604) 270 6626
Roland Canada Music Ltd.
(Toronto Office)
Unit 2, 109 Woodbine Downs
Blvd, Etobicoke, ON
M9W 6Y1 CANADA
TEL: (0416) 213 9707
MEXICO
Casa Veerkamp, s.a. de c.v.
Av. Toluca No. 323 Col. Olivar de
los Padres 01780 Mexico D.F.
MEXICO
TEL: (525) 668 04 80
La Casa Wagner de
Guadalajara s.a. de c.v.
Av. Corona No. 202 S.J.
Guadalajara, Jalisco Mexico
C.P.44100 MEXICO
TEL: (3) 613 1414
PANAMA
Productos Superiores, S.A.
Apartado 655 - Panama 1
REP. DE PANAMA
TEL: (507) 270-2200
U. S. A.
Roland Corporation U.S.
5100 S. Eastern Avenue
Los Angeles, CA 90040-2938,
U. S. A.
TEL: (323) 890 3700
VENEZUELA
Musicland Digital C.A.
Av. Francisco de Miranda,
Centro Parque de Cristal, Nivel
C2 Local 20 Caracas
VENEZUELA
TEL: (02) 285 9218
AUSTRALIA
Roland Corporation
Australia Pty., Ltd.
38 Campbell Avenue
Dee Why West. NSW 2099
AUSTRALIA
TEL: (02) 9982 8266
NEW ZEALAND
Roland Corporation (NZ) Ltd.
97 Mt. Eden Road, Mt. Eden,
Auckland 3, NEW ZEALAND
TEL: (09) 3098 715
HONG KONG
Tom Lee Music Co., Ltd.
Service Division
22-32 Pun Shan Street, Tsuen
Wan, New Territories,
HONG KONG
TEL: 2415 0911
CHINA
Beijing Xinghai Musical
Instruments Co., Ltd.
6 Huangmuchang Chao Yang
District, Beijing, CHINA
TEL: (010) 6774 7491
INDIA
Rivera Digitec (India) Pvt. Ltd.
409, Nirman Kendra Mahalaxmi
Flats Compound Off. Dr. Edwin
Moses Road, Mumbai-400011,
INDIA
TEL: (022) 498 3079
INDONESIA
PT Citra Inti Rama
J1. Cideng Timur No. 15J-150
Jakarta Pusat
INDONESIA
TEL: (021) 6324170
MALAYSIA
Bentley Music SDN BHD
140 & 142, Jalan Bukit Bintang
55100 Kuala Lumpur,MALAYSIA
TEL: (03) 2443333
PHILIPPINES
G.A. Yupangco & Co. Inc.
339 Gil J. Puyat Avenue
Makati, Metro Manila 1200,
PHILIPPINES
TEL: (02) 899 9801
SINGAPORE
Swee Lee Company
150 Sims Drive,
SINGAPORE 387381
TEL: 748-1669
CRISTOFORI MUSIC PTE
LTD
Blk 3014, Bedok Industrial Park E,
#02-2148, SINGAPORE 489980
TEL: 243 9555
TAIWAN
ROLAND TAIWAN
ENTERPRISE CO., LTD.
Room 5, 9fl. No. 112 Chung Shan
N.Road Sec.2, Taipei, TAIWAN,
R.O.C.
TEL: (02) 2561 3339
THAILAND
Theera Music Co. , Ltd.
330 Verng NakornKasem, Soi 2,
Bangkok 10100, THAILAND
TEL: (02) 2248821
BAHRAIN
Moon Stores
Bab Al Bahrain Road,
P.O. Box 20077
State of BAHRAIN
TEL: 211 005
VIETNAM
Saigon Music
138 Tran Quang Khai St.,
District 1
Ho Chi Minh City
VIETNAM
TEL: (08) 844-4068
ISRAEL
Halilit P. Greenspoon &
Sons Ltd.
8 Retzif Fa'aliya Hashnya St.
Tel-Aviv-Yaho ISRAEL
TEL: (03) 6823666
JORDAN
AMMAN Trading Agency
Prince Mohammed St. P.O. Box
825 Amman 11118 JORDAN
TEL: (06) 4641200
KUWAIT
Easa Husain Al-Yousifi
P.O. Box 126 Safat 13002
KUWAIT
TEL: 5719499
LEBANON
A. Chahine & Fils
P.O. Box 16-5857 Gergi Zeidan St.
Chahine Building, Achrafieh
Beirut, LEBANON
TEL: (01) 335799
OMAN
OHI Electronics & Trading
Co. LLC
P.O. Box 889 Muscat
Sultanate of OMAN
TEL: 959085
QATAR
Badie Studio & Stores
P.O. Box 62,
DOHA QATAR
TEL: 423554
SAUDI ARABIA
aDawliah Universal
Electronics APL
P.O. Box 2154 ALKHOBAR 31952,
SAUDI ARABIA
TEL: (03) 898 2081
SYRIA
Technical Light & Sound
Center
Khaled Ibn Al Walid St.
P.O. Box 13520
Damascus - SYRIA
TEL: (011) 2235 384
TURKEY
Barkat Muzik aletleri ithalat
ve ihracat limited ireketi
Siraselviler Cad. Billurcu Sok.
Mucadelle Cikmeze No. 11-13
Taksim. Istanbul. TURKEY
TEL: (0212) 2499324
U.A.E.
Zak Electronics & Musical
Instruments Co.
Zabeel Road, Al Sherooq Bldg.,
No. 14, Grand Floor DUBAI
U.A.E.
P.O. Box 8050 DUBAI, U.A.E.
TEL: (04) 360715
EGYPT
Al Fanny Trading Office
P.O. Box 2904,
El Horrieh Heliopolos, Cairo,
EGYPT
TEL: (02) 4185531
REUNION
Maison FO - YAM Marcel
25 Rue Jules MermanZL
Chaudron - BP79 97491
Ste Clotilde REUNION
TEL: 28 29 16
SOUTH AFRICA
That Other Music Shop
(PTY) Ltd.
11 Melle Street (Cnr Melle and
Juta Street)
Braamfontein 2001
Republic of SOUTH AFRICA
TEL: (011) 403 4105
Paul Bothner (PTY) Ltd.
17 Werdmuller Centre Claremont
7700
Republic of SOUTH AFRICA
P.O. Box 23032
Claremont, Cape Town
SOUTH AFRICA, 7735
TEL: (021) 64 4030
CYPRUS
Radex Sound Equipment Ltd.
17 Diagorou St., P.O. Box 2046,
Nicosia CYPRUS
TEL: (02) 453 426
DENMARK
Roland Scandinavia A/S
Nordhavnsvej 7, Postbox 880
DK-2100 Copenhagen
DENMARK
TEL: (039)16 6200
FRANCE
Roland France SA
4, Rue Paul Henri SPAAK
Parc de l'Esplanade F 77 462 St.
Thibault Lagny Cedex FRANCE
TEL: 01 600 73 500
FINLAND
Roland Scandinavia As,
Filial Finland
Lauttasaarentie 54 B
Fin-00201 Helsinki, FINLAND
TEL: (9) 682 4020
GERMANY
Roland Elektronische
Musikinstrumente
Handelsgesellschaft mbH.
Oststrasse 96, 22844 Norderstedt,
GERMANY
TEL: (040) 52 60090
GREECE
STOLLAS S.A.
Music Sound Light
155, New National Road
26422 Patras, GREECE
TEL: 061-435400
HUNGARY
Intermusica Ltd.
Warehouse Area ÔDEPOÕ Pf.83
H-2046 Torokbalint, HUNGARY
TEL: (23) 511011
IRELAND
Roland Ireland
Audio House, Belmont Court,
Donnybrook, Dublin 4.
Republic of IRELAND
TEL: (01) 2603501
ITALY
Roland Italy S. p. A.
Viale delle Industrie, 8
20020 Arese Milano, ITALY
TEL: (02) 937-78300
NORWAY
Roland Scandinavia Avd.
Kontor Norge
Lilleakerveien 2 Postboks 95
Lilleaker N-0216 Oslo
NORWAY
TEL: 273 0074
POLAND
P. P. H. Brzostowicz
UL. Gibraltarska 4.
PL-03664 Warszawa POLAND
TEL: (022) 679 44 19
PORTUGAL
Tecnologias Musica e Audio,
Roland Portugal, S.A.
RUA SANTA CATARINA
131 - 4000 Porto -PORTUGAL
TEL: (02) 208 44 56
RUSSIA
Slami Music Company
Sadojava-Triumfalnaja st., 16
103006 Moscow, RUSSIA
TEL: 095 209 2193
SPAIN
Roland Electronics
de Espa–a, S. A.
Calle Bolivia 239 08020 Barcelona,
SPAIN
TEL: (93) 308 1000
SWITZERLAND
Roland (Switzerland) AG
Musitronic AG
Gerberstrasse 5, CH-4410 Liestal,
SWITZERLAND
TEL: (061) 921 1615
SWEDEN
Roland Scandinavia A/S
SWEDISH SALES OFFICE
Danvik Center 28, 2 tr.
S-131 30 Nacka SWEDEN
TEL: (08) 702 0020
UKRAINE
TIC-TAC
Mira Str. 19/108
P.O. Box 180
295400 Munkachevo, UKRAINE
TEL: (03131) 414-40
UNITED KINGDOM
Roland (U.K.) Ltd.
Atlantic Close, Swansea
Enterprise Park SWANSEA
SA7 9FJ,
UNITED KINGDOM
TEL: (01792) 700139
KOREA
Cosmos Corporation
Service Station
261 2nd Floor Nak-Won Arcade
Jong-Ro ku, Seoul, KOREA
TEL: (02) 742 8844
AUSTRIA
Roland Austria GES.M.B.H.
Siemensstrasse 4, P.O. Box 74,
A-6063 RUM, AUSTRIA
TEL: (0512) 26 44 260
BELGIUM/HOLLAND/
LUXEMBOURG
Roland Benelux N. V.
Houtstraat 3 B-2260 Oevel
(Westerlo) BELGIUM
TEL: (014) 575811
AFRICA
CHILE
Comercial Fancy S.A.
Avenida Rancagua #0330
Providencia Santiago, CHILE
TEL: 56-2-373-9100
URUGUAY
Todo Musica
Cuareim 1488, Montevideo,
URUGUAY
TEL: 5982-924-2335
EUROPE
AUSTRALIA/
NEW ZEALAND
ASIA
CENTRAL/LATIN
AMERICA
NORTH AMERICA
MIDDLE EAST
AFRICA
EL SALVADOR
OMNI MUSIC
75 Avenida Notre y Alameda
Juan Pablo 2 No. 4010
San Salvador, EL SALVADOR
TEL: (503) 262-0788
ROMANIA
FBS LINES
Plata Libertatii 1.
RO-4200 Cheorgheni
TEL: (066) 164-609
14

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Roland JamStation JS-5 bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Roland JamStation JS-5 in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 4,29 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info