527999
24
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/30
Pagina verder
r
DJ-2000
professional dj mixer
Bedankt voor en gefeliciteerd met uw keuze van de Roland DJ-2000 Professional DJ Mixer.
We raden u aan om deze handleiding helemaal door te lezen. Op die manier ziet u geen enkele mogelijkheid van
uw nieuwe aanwinst over het hoofd en kunt u er jarenlang plezier aan beleven.
DJ-2000 Handleiding
2
Voorzorgsmaatregelen
Voeding
Schakel de DJ-2000 en de overige instrumenten altijd uit
voordat u ze op elkaar aansluit.
Sluit het netsnoer van de DJ-2000 nooit aan op een stop-
contact waar andere apparaten, die brom of ruis veroorzak-
en (b.v. dimmers, motoren enz.) of veel vermogen trekken,
op zijn aangesloten.
Let, bij het aansluiten van het netsnoer op het lichtnet, op
het voltage.
Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer en zorg dat
er niemand over kan struikelen. Trek, bij het verbreken van
de aansluiting op het lichtnet, altijd aan de stekker zelf en
nooit aan het netsnoer om de draden niet te beschadigen.
Als u de DJ-2000 lange tijd niet wenst te gebruiken, ver-
breekt u best de aansluiting op het lichtnet.
Het zou kunnen gebeuren dat de DJ-2000 niet naar behoren
werkt wanneer u hem onmiddellijk na uitschakelen weer
inschakelt. Wacht dus telkens een paar seconden voordat u
hem weer inschakelt.
Plaatsing
Om problemen te vermijden, dient u de DJ-2000 te besch-
ermen tegen direct zonlicht, hitte, vochtigheid en stof.
Plaats de DJ-2000 niet te dicht in de buurt van een neonli-
cht, een fluorescerende lamp, een TV-toestel of ander, geli-
jkaardig materiaal dat enerzijds ruis door interferentie, en
anderzijds allerlei fouten kan veroorzaken.
Onderhoud
Gebruik, voor het reinigen van het instrument, enkel een
zachte, droge of lichtjes bevochtigde doek. Om hardnekkig
vuil te verwijderen, gebruikt u een neutraal reinigingsmid-
del. Wrijf de DJ-2000 daarna droog met een zachte doek.
Gebruik nooit oplosmiddelen zoals bv. verfverdunners
want deze kunnen de behuizing beschadigen.
Andere voorzorgsmaatregelen
Behandel de DJ-2000 zachtjes.
Laat geen voorwerpen (muntstukken, metalen draad enz.)
of vloeistoffen (water, alcohol, sap enz.) in het inwendige
terechtkomen.
Neem contact op met de dichtstbijzijnde Roland hersteldi-
enst voordat u de DJ-2000 in het buitenland gebruikt.
Als de DJ-2000 niet naar behoren werkt, schakel hem dan
onmiddellijk uit en neem contact op met uw dealer of de
Roland hersteldienst.
Inhoud
3
Inhoud
Voornaamste kenmerken .............................. 4
1. Voorzieningen op de DJ-2000..................... 5
1.1 Frontpaneel..........................................................5
1.2 Achterpaneel........................................................7
2. Voorbeeld van een DJ-systeem .................. 9
3. Werken met effecten ................................ 10
3.1 Namen en functies in het DSP-blok..................10
3.2 Beschrijving van de effecten.............................11
OD+DELAY (Overdrive + Short Delay) ...................12
OD+FL (Overdrive + Flanger) ................................... 13
DELAY.......................................................................13
JAO.............................................................................14
VOICE........................................................................14
ROBOT.......................................................................15
FLANGER.................................................................. 15
SLICER ......................................................................16
FILTER.......................................................................16
AUTO PAN ................................................................ 17
3.3 Overzicht van de DSP-effect parameters ..........18
3.4 Patronen voor het Slicer-effect..........................18
3.5 Voorbeelden van DSP-effectinstellingen..........19
3.6 Effectmemo (voor DSP-instellingen)................20
4. Synchronisatie ........................................... 21
4.1 BPM instellen....................................................21
4.2 MIDI-instrumenten synchroniseren ..................22
4.3 Tempo aanpassen ..............................................22
5. Cross Fader vervangen.............................. 23
6. Mogelijke problemen................................ 24
7. Specificaties ............................................... 25
7.1 Algemeen .......................................................... 25
7.2 Ingangen............................................................26
7.3 Uitgangen .......................................................... 26
8. MIDI-implementatie .................................. 27
9. Blokdiagram............................................... 28
10. Sjablonen voor instellingen.................... 29
DJ-2000 Handleiding
4
Voornaamste kenmerken
De DJ-2000 is een professionele vierkanaals DJ-
mixer waarin we een nieuwe chip met op maat
gesneden effecten voor de DJ hebben gestoken.
Naast te gekke effecten bevat de DJ-2000 ook een
heleboel ronduit nuttige functies, zoals tempocon-
trole (BPM).
Met de Isolator in de DJ-2000 kunt u de hoge, mid-
den- of lage tonen volledig weghalen. Veel krachti-
ger dus dan de gangbare driebands-toonregelingen
in DJ-mengtafels. Met de “GRAB”-schakelaar kunt
u het geluid onmiddellijk in- en uitschakelen, wat
makkelijker werkt voor ritmische patronen dan het
snel op en neer schuiven van de kanaalfader.
De ingangen en GAIN-regelaars van de DJ-2000
kunnen alle soorten signalen aan.
Aangezien de DJ-2000 is voorzien van MIDI-aans-
luitingen kunt u interessante combinaties maken met
instrumenten zoals een SP-202, VT-1, MC-303/505,
JP-8000 of JX-305.
BOSS SP-202: hiermee kunt u korte fragmenten uit
de DJ-2000 sampelen en meteen weergeven.
BOSS VT-1: door de uitgang van het micro-
foonkanaal (MIC1) naar de VT-1 te sturen kunt u uw
stem totaal onherkenbaar laten klinken.
Roland MC-303/505, JP-8000 of JX-305: deze
groove-machines van Roland kunt u via de MIDI-
aansluiting synchroon laten lopen met de DJ-2000.
Voorzieningen op de DJ-2000
5
1.
Voorzieningen op de DJ-2000
1.1 Frontpaneel
Kanaalstroken
Microfoonkanaal
1) MIC 1
EQ-regelaars
HIGH: hiermee regelt u de hoge tonen.
LOW: hiermee regelt u de lage tonen.
Kanaalfader (MIC 1)
Hiermee regelt u het volume van MIC 1 (onafhan-
kelijk van MIC 2).
2) MIC 2
LEVEL-regelaar
Hiermee regelt u het volume van de twee microfoon
(MIC 2).
Opmerking:
De gevoeligheid van de “MIC 1” en “MIC 2”
ingangen is geoptimaliseerd voor microfoonsignalen.
Gelieve daarom geen ander signalen op deze ingangen
aan te sluiten.
Lijnkanalen 1~4
3) BEAT-indicator
Het knipperen van deze indicator geeft het tempo
aan.
Opmerking:
Als de indicator blijft branden is dat om aan
te geven dat het ingangssignaal te sterk is. In dat geval
moet u met de GAIN-regelaar de ingangsgevoeligheid ter-
ugregelen.
4) INPUT-schakelaar
Stel deze in in functie van het soort instrument dat u
hebt aangesloten (zie blz. 7).
Kanaal 1: LINE 1/LINE 2
Kanaal 2: PHONO 1/LINE 3
Kanaal 3: PHONO 2/LINE 4
Kanaal 4: PHONO 3/LINE 5
5) GAIN-regelaar
Hiermee regelt u de ingangsgevoeligheid.
6) EQ-regelaars
HIGH: hiermee versterkt of verzwakt u de hoge
tonen.
1
3
4
5
6
7
8
9
10
2
11
12
13
14
15
16
DJ-2000 Handleiding
6
MID: hiermee versterkt of verzwakt u de middento-
nen.
LOW: hiermee versterkt of verzwakt u de lage tonen.
7) ASSIGN-schakelaar
Hiermee kiest u de gewenste uitgang.
8) Kanaalfader
Hiermee regelt u het volume van het betreffende
kanaal.
9) CROSS FADER
Als u de fader naar links schuift hoort u kanaal 1/2;
schuift u de fader naar rechts, dan hoort u kanaal 3/
4. Als de fader in het midden staat hoort u alle kanal-
en.
Opmerking:
We weten dat bij de gemiddelde DJ de Cross
Fader heel wat te verduren krijgt (snel ritmisch op en neer
schuiven enz.). Daarom hebben we voorzien in een
vervangonderdeel (CFX-1), voor het geval de fader niet
meer naar behoren werkt (ruis e.d.). Op blz. 23 leest u hoe
u de Cross Fader kunt vervangen.
10)TRANSFORMER-schakelaars
Hiermee kunt u tijdelijk het tegenoverliggende
kanaalpaar in de mix brengen. Met andere woorden:
als de Cross Fader op “1/2” staat en u drukt de Trans-
former-schakelaar naast “1/2” in, dan hoort u kanaal
3/4 even hard als kanaal 1/2 – tot u de schakelaar
weer loslaat.
Master-blok
11)EFFECT
SEND SELECT-schakelaar: hiermee kiest u welk
signaal er naar de externe effectprocessor wordt ges-
tuurd:
RETURN-regelaar: hiermee regelt u het retourvol-
ume van de externe effectprocessor.
12)LEVEL METER
Niveaumeter
SELECT-schakelaar: hiermee kiest u welke signalen
u op de niveaumeter kunt aflezen:
13)ISOLATOR
Hiermee kunt u bepaalde frequentiebanden volledig
uit het spectrum verwijderen of ze juist versterken.
HIGH: -~+12 dB
MID: -~+12 dB
LOW: -~+12 dB
GRAB-schakelaar: als deze schakelaar op “ON” staat
is de Isolator ingeschakeld. De “GRAB”-stand dient
om de Isolator tijdelijk in te schakelen. Zodra u de
schakelaar loslaat springt hij terug naar de “OFF”-
stand.
Wat is de Isolator?
De Isolator kunt u het best zien als een hele krachtige
equalizer, die veel meer kan dan de klassieke toon-
regeling op uw mengtafel, stereo-installatie, enz.
High, Mid en Low zijn benamingen die u van nor-
male equalizers kent. Een draai aan één van deze
regelaars laten u echter onmiddellijk kennismaken
met de unieke mogelijkheden van de Isolator: een
frequentieband waarvoor u de knop helemaal naar
links draait verdwijnt daadwerkelijk volledig uit het
geluidsbeeld. Op die manier kunt u bepaalde instru-
menten/instrumentgroepen nagenoeg verwijderen:
MIC 1
Enkel het signaal van het MIC 1-kanaal
wordt naar de EFFECT SEND-uitgang
gezonden. De overige kanalen worden
rechtstreeks naar de Master Fader gezonden
en gaan niet naar de effectuitgang.
SEND
RETURN
MIC 1
CH 1 - 4
MASTER
OUT
DJ-2000
Externe
effectprocessor
VT-1, enz.
MAS-
TER
Alle kanalen worden zowel naar de effect-
processor als naar de Master Fader gestu-
urd.
SELECT-schakelaar
op “ON” .
De bovenste meter geeft het vol-
ume van MASTER L (linker-
kanaal) aan, de onderste meter
het volume van MASTER R
(rechterkanaal).
SELECT-schakelaar
op “OFF” .
De bovenste meter geeft het vol-
ume van MASTER L (linker-
kanaal) aan, de onderste meter
het volume van MASTER R
(rechterkanaal).
SEND
RETURN
MIC 1
CH 1 - 4
MASTER
OUT
Externe
effectprocessor
Reverb, Delay, enz.
DJ-2000
Voorzieningen op de DJ-2000
7
HIGH instrumenten met veel hoge tonen, zoals
cymbalen enz.
MID stemmen en andere instrumenten met veel
middentonen.
LOW laagfrequente geluiden zoals basdrum enz.
Met de GRAB-schakelaar kunt u de Isolator laten
“stotteren” (snel in- en uitschakelen). Als u tussenti-
jds ook nog aan de regelaars draait levert dat dyna-
mische en onverwachte “sprongen” in het geluids-
beeld op.
14)MASTER/BOOTH-fader
Hiermee bepaalt u het totaalvolume van de mix.
15)MONITOR
BALANCE-regelaar
Hiermee bepaalt u welke balans u in de hoofdtele-
foon hoort tussen het MASTER-signaal en het CUE-
signaal. Het CUE-signaal is het signaal dat u kiest
met de CUE/SAMPLER OUT-schakelaar. Als u de
regelaar helemaal in tegenwijzerzin draait hoort u
enkel dit signaal. Draait u hem helemaal in wijzer-
zin, dan hoort u enkel het MASTER-signaal. Met de
regelaar in het midden hoort u beide signalen even
hard.
LEVEL: hiermee regelt u het volume van de
hoofdtelefoon.
CUE/SAMPLER OUT-schakelaar: hiermee kiest u
het signaal dat naar de SAMPLER-uitgang en naar
het CUE-circuit voor de hoofdtelefoon wordt gestu-
urd.
Opmerking:
De stand van de MASTER- en kanaalfaders
heeft geen invloed op het volume dat naar de SAMPLER-
uitgang wordt gestuurd.
Opmerking:
Let erop dat u bij het maken van samples geen
lus creëert: zorg dat u met de CUE/SAMPLER OUT-
schakelaar niet het retoursignaal van de sampler, DAT,
enz. selecteert en zet voor alle veiligheid de fader van dat
signaal op “0”. Gebruikt u een BOSS SP-202, stel dan de
SOURCE MIX-parameter in op “OFF”.
Hoofdtelefoonuitgang (stereo)
Opmerking:
Lange blootstelling aan luide volumes kan wel
degelijk permanente gehoorschade tot gevolg hebben.
Houd het volume dus een beetje in de gaten wanneer u met
een hoofdtelefoon werkt.
16)DSP EFFECT-gedeelte (zie blz. 10)
1.2 Achterpaneel
1) POWER-schakelaar
Hiermee schakelt u de DJ-2000 in en uit. Zet alle
faders en volumeregelaars in de minimumstand voor
u de DJ-2000 inschakelt.
2) AC-ingang
Sluit hierop de bijgeleverde AC-stroomkabel aan.
3) OUTPUT-connectors
SAMPLER-uitgang (cinch): hierop kunt u een sam-
pler, DAT-recorder, enz. aansluiten.
Opmerking:
De stand van de MASTER- en kanaalfaders
heeft geen invloed op het volume dat naar de SAMPLER-
uitgang wordt gestuurd.
Opmerking:
Let erop dat u bij het maken van samples geen
lus creëert: zorg dat u met de CUE/SAMPLER OUT-
schakelaar niet het retoursignaal van de sampler, DAT,
enz. selecteert en zet voor alle veiligheid de fader van dat
signaal op “0”. Gebruikt u een BOSS SP-202, stel dan de
SOURCE MIX-parameter in op “OFF”.
MASTER/BOOTH-uitgang (jack of cinch): dit zijn
de mixuitgangen van de DJ-2000. De twee uitgan-
genparen zijn parallel aangesloten, wat betekent dat
u de mengtafel tegelijk via jack en cinch kunt ver-
sterken (u verbindt bijvoorbeeld de jack-uitgangen
met de zaalversterkers en de cinch-uitgangen met de
monitorversterkers.
4) EFFECT (jack)
Op deze connectors kunt u een externe effectproces-
sor aansluiten.
15
7
8
6
4
32
DJ-2000 Handleiding
8
SEND-connector: verbind deze met de ingang van de
effectprocessor.
RETURN-connector: verbind deze met de uitgang
van de effectprocessor.
5) MIDI OUT
Via deze connector worden MIDI-data gezonden.
Verbind deze connector met de MIDI IN van externe
instrumenten, zoals een drummachine, sequencer,
enz.
6) INPUT (cinch)
Kanaal 1: LINE 1/LINE 2
Kanaal 2: PHONO 1/LINE 3
Kanaal 3: PHONO 1/LINE 4
Kanaal 4: PHONO 1/LINE 5
7) GND-connector
Hierop moet u de aarding van de platenspeler aans-
luiten.
8) MIC-ingangen
MIC 1 (XLR/TRS jack)
Opmerking:
Gebruik beide types connector niet samen,
want dat kan een vermindering van het volume tot gevolg
hebben.
MIC 2 (TRS jack)
Sluit op de “MIC 1” en “MIC 2” ingangen enkel
microfoons aan. Deze ingangen zijn niet geschikt
voor andere signalen.
Opmerking:
Zet steeds het volume in de minimumstand
voor u aansluitingen maakt. Op die manier voorkomt u
schade aan versterker, luidsprekers, enz.
Opmerking:
Zodra u alle aansluitingen hebt gemaakt mag
u de instrumenten in de onderstaande volgorde inschake-
len:
Geluidsbronnen (CD, synthesizer, enz.) DJ-2000
versterker, enz.
(Respecteer bij het uitschakelen de omgekeerde volgorde)
Opmerking:
De DJ-2000 is uitgerust met een beveiliging-
scircuit. Daarom hoort u pas enkele seconden na het
inschakelen geluid.
Opmerking:
Als u bij het gebruik van een microfoon last
hebt van rondzingen (“fluiten”), doe dan het volgende:
1. laat de microfoon in een andere richting “wijzen”.
2. plaats de microfoon verder van de luidsprekers.
3. kies een lager volume.
Voorbeeld van een DJ-systeem
9
2.
Voorbeeld van een DJ-systeem
0 0 0 0
l
PORTA
CH 1
(LINE 1)
CH 2
(PHONO 1)
CH 3
(LINE 4)
CH 4
(LINE 5)
MIDI OUT
SAMPLER
OUT
RETURN
SEND
L(MONO)
MASTER OUTPUT
Effectprocessor
(VT-1, enz.)
MIDI-instrument
(MC-303/505, JP-8000, JX-305, enz.)
Platenspeler
CD-speler
Sampler (SP-202, enz.)
Stereo-hoofdtelefoon
(voorbeluistering)
(RH-120, enz.)
Microfoon
(DR-10/20, enz.)
MIDI IN
OUTPUT
OUTPUT
OUTPUT
INPUT
* Verbind met
GND-connector
INPUT
INPUT
INPUT
OUTPUT
(naar hoofdtelefoonuitgang)
Versterker
(SRA-800, enz.)
Versterker
(SRA-260, enz.)
Luidsprekers
(SST-151, enz.)
Luidsprekers
(SST-251, SSW-351,enz.)
To Monitor system
To PA
MIC
MIC 1(XLR/TRS)
Naar stopcontact
Stroomkabel
DJ-2000 Handleiding
10
3.
Werken met effecten
3.1 Namen en functies in het DSP-blok
1) CH SELECT (kanaalkeuze)
Hiermee kiest u het kanaal waarop u het effect wilt
gebruiken.
2) FREQ RANGE (frequentiebereik)
Hiermee bepaalt u over welk frequentiebereik het
effect actief is.
3) SYNC TYPE
Hiermee kiest u de maatsoort die u wilt gebruiken als
u het DSP-effect synchroniseert met een extern tem-
po.
Als er één indicator oplicht is de maatsoort rechts
van de indicator geselecteerd.
Lichten er twee indicators op, dan is de maatsoort
tussen de twee indicators geselecteerd.
4) BPM SYNC
BPM SYNC-knop: druk op deze knop als u het DSP-
effect wilt synchroniseren met de maatsoort die u als
SYNC TYPE hebt geselecteerd.
BPM SYNC-indicator: als u BPM SYNC hebt inge-
schakeld knippert deze indicator in het tempo van de
muziek.
5) Parameter-regelaars (zie blz. 18)
6) Effect-keuzeknoppen
Hiermee kiest u het type effect.
7) MIDI CONTROL-knop
Hiermee kunt u een aangesloten MIDI-instrument
starten of stoppen (zie blz. 21).
8) BPM-display
Hierin wordt de huidige BPM-waarde afgebeeld (zie
blz. 21).
1
4
2
3
5
67
89
10
11
FULL het effect werkt op alle frequenties.
HIGH het effect werkt enkel op de hoge tonen.
MID het effect werkt enkel op de middentonen.
LOW het effect werkt enkel op de lage tonen.
is geselecteerd
""
""
is geselecteerd
Werken met effecten
11
9) BPM ADJ-knoppen
Hiermee kunt u manueel het BPM-waarde ingeven
(zie blz. 21).
10)TAP-knop
Door “in de maat” op deze knop te tikken kunt u een
BPM-waarde ingeven (zie blz. 21). Bovendien
werkt deze knop als [SHIFT]-knop om ...
effecten te kiezen.
de BPM-waarde in stappen van 0.1 in te stellen (zie
blz. 21).
MIDI-instrumenten automatisch te synchroniseren
(zie blz. 22).
11)EFFECT BAL (Effectbalans)
Hiermee bepaalt u de volumebalans tussen het
directe signaal van het kanaal (dat u met CH
SELECT hebt gekozen) en het effectsignaal. Als u
de regelaar helemaal in tegenwijzerzin draait
(DIRECT) hoort u enkel nog het directe geluid, door
hem helemaal in wijzerzin te draaien hoort u enkel
het effectgeluid.
Opmerking:
Als u het frequentiebereik van het effect
beperkt (door de FREQ RANGE-regelaar op HIGH, MID
of LOW in te stellen) is het verschil tussen DIRECT en
EFFECT mogelijk nogal extreem.
3.2 Beschrijving van de effecten
Dit zijn de tien effecten die u in het DSP-blok kunt
kiezen.
OD+DELAY (Overdrive+Short Delay)
OD+FL (Overdrive+Flanger)
DELAY
JAO
VOICE
ROBOT
FLANGER
SLICER
FILTER
AUTO PAN
Effecten kiezen
Druk op de knop waarop het gewenste effect staat
afgedrukt.
Wilt u het effect kiezen dat boven of onder de knop
staat afgebeeld (in wit op zwart), houd dan [SHIFT]
ingedrukt terwijl u op de knop drukt.
Als u tijdens de weergave een ander effect kiest is
het mogelijk dat het geluid even wordt onderbroken.
SLICER
SLICER
Houd ingedrukt
Druk op
de knop
DJ-2000 Handleiding
12
Blokdiagram van de DSP-effecten
OD+DELAY (Overdrive + Short
Delay)
Het geluid wordt mild overstuurd en vervolgens her-
haald (echo).
1) Kies met de CH SELECT-regelaar het kanaal
waarop u het effect wilt gebruiken.
2) Druk op [OD+DELAY] (de indicator licht op).
3) Kies met de FREQ RANGE-knop het gewenste
frequentiebereik.
4) Stel de gewenste parameterwaarden in.
Opmerking:
De maximale delaytijd bedraagt 1.3 sec.
Functies van de regelaars
Synchrone weergave
Door op [BPM SYNC] te drukken kunt u de delayt-
ijd synchroniseren met de maatsoort die u met de
[SYNC TYPE]-knop hebt gekozen.
5) Kies het SYNC TYPE (de LED begint te knipper-
en).
6) Druk op [BPM SYNC] om de synchronisatie te
starten. De SYNC TYPE LED blijft branden en
de BPM-indicator knippert in de maat van de
MIDI OUT
MIC 1
CH 1 L/R
CH 2 L/R
CH 3 L/R
CH 4 L/R
MASTER L/R
MIC 1
CH 1 L/R
CH 2 L/R
CH 3 L/R
CH 4 L/R
MASTER L/R
FULL
HIGH
MID
LOW
BPM-
DETECTOR
EFFECT
DIRECT
CONTROL
EFFECTSTURING
SIGNAAL IN
SIGNAAL UIT
MULTI-
EFFECTEN
SLICER
1
2
3
4
6
5
RATE/CUTOFF
Hiermee kiest u de afsnijfrequen-
tie. Door de regelaar in tegenwi-
jzerzin te draaien verwijdert u
hoge tonen uit het geluid.
PITCH/DEPTH
Hiermee bepaalt u de mate van
vervorming. Door in wijzerzin te
draaien verhoogt u de vervorm-
ing.
FORMANT/RESO
Door deze regelaar in wijzerzin te
draaien verhoogt u het aantal her-
halingen.
Let wel: deze parameter werkt
enkel indien BPM SYNC is inge-
schakeld.
Werken met effecten
13
muziek. Desgewenst kunt u tijdens de weergave
een ander Sync Type kiezen.
OD+FL (Overdrive + Flanger)
Het geluid wordt mild overstuurd en vervolgens
door een flanger (metalige resonantie) gehaald.
1) Kies met de CH SELECT-regelaar het kanaal
waarop u het effect wilt gebruiken.
2) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op
[OD+DELAY] (de indicator begint te knipperen).
3) Kies met de FREQ RANGE-knop het gewenste
frequentiebereik.
4) Stel de gewenste parameterwaarden in.
Functies van de regelaars
Synchrone weergave
Door op [BPM SYNC] te drukken kunt u de snelheid
van de flanger synchroniseren met de maatsoort die
u met de [SYNC TYPE]-knop hebt gekozen.
5) Kies het SYNC TYPE (de LED begint te knipper-
en).
6) Druk op [BPM SYNC] om de synchronisatie te
starten. De SYNC TYPE LED blijft branden en
de BPM-indicator knippert in de maat van de
muziek. Desgewenst kunt u tijdens de weergave
een ander Sync Type kiezen.
DELAY
Voegt herhalingen (echo’s) toe aan het geluid.
1) Kies met de CH SELECT-regelaar het kanaal
waarop u het effect wilt gebruiken.
2) Druk op [DELAY] (de indicator licht op).
3) Kies met de FREQ RANGE-knop het gewenste
frequentiebereik.
4) Stel de gewenste parameterwaarden in.
Functies van de regelaars
Synchrone weergave
Door op [BPM SYNC] te drukken kunt u de delayt-
ijd synchroniseren met de maatsoort die u met de
[SYNC TYPE]-knop hebt gekozen.
5) Kies het SYNC TYPE (de LED begint te knipper-
en).
6) Druk op [BPM SYNC] om de synchronisatie te
starten. De SYNC TYPE LED blijft branden en
de BPM-indicator knippert in de maat van de
muziek. Desgewenst kunt u tijdens de weergave
een ander Sync Type kiezen.
Opmerking:
De maximale delaytijd bedraagt 1.3 sec.
RATE/CUTOFF
Hiermee kiest u de afsnijfrequen-
tie. Door de regelaar in tegenwi-
jzerzin te draaien verwijdert u
hoge tonen uit het geluid.
PITCH/DEPTH
Hiermee bepaalt u de mate van
vervorming. Door in wijzerzin te
draaien verhoogt u de vervorm-
ing.
FORMANT/RESO
Door deze regelaar in wijzerzin te
draaien verhoogt u de resonantie
(het geluid worden metaliger).
Let wel: deze parameter werkt
enkel indien BPM SYNC is inge-
schakeld.
SLICER
1
2
3
4
6
5
Houd ingedrukt
RATE/CUTOFF
Hiermee past u de delaytijd aan.
Door de regelaar in wijzerzin te
draaien kiest u een langere delay.
Let wel: deze regelaar werkt in
dit geval enkel wanneer BPM
SYNC is uitgeschakeld.
PITCH/DEPTH
Door de regelaar in tegenwijzer-
zin te draaien verwijdert u hoge
tonen uit het geluid.
FORMANT/RESO
Door deze regelaar in wijzerzin te
draaien verhoogt u het aantal her-
halingen.
SLICER
1
2
3
4
6
5
DJ-2000 Handleiding
14
JAO
Dit effect laat het geluid klinken alsof het uit een pijp
komt.
1) Kies met de CH SELECT-regelaar het kanaal
waarop u het effect wilt gebruiken.
2) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [DELAY]
(de indicator begint te knipperen).
3) Kies met de FREQ RANGE-knop het gewenste
frequentiebereik.
4) Stel de gewenste parameterwaarden in.
Functies van de regelaars
Synchrone weergave
Door op [BPM SYNC] te drukken kunt u de modu-
latie synchroniseren met de maatsoort die u met de
[SYNC TYPE]-knop hebt gekozen.
5) Kies het SYNC TYPE (de LED begint te knipper-
en).
6) Druk op [BPM SYNC] om de synchronisatie te
starten. De SYNC TYPE LED blijft branden en
de BPM-indicator knippert in de maat van de
muziek. Desgewenst kunt u tijdens de weergave
een ander Sync Type kiezen.
VOICE
Hiermee kunt u de toonhoogte en de klankkleur van
een stem wijzigen.
1) Kies met de CH SELECT-regelaar het kanaal
waarop u het effect wilt gebruiken.
Voor dit effect kiest u best een stem. Met andere sig-
naalbronnen zijn de resultaten nogal onvoor-
spelbaar.
2) Druk op [VOICE] (de indicator licht op).
3) Voor dit effect kunt u geen FREQ RANGE
kiezen, die is namelijk vast ingesteld op “FULL”.
4) Stel de gewenste parameterwaarden in.
Functies van de regelaars
Synchrone weergave
Door op [BPM SYNC] te drukken kunt u de modu-
latie synchroniseren met de maatsoort die u met de
[SYNC TYPE]-knop hebt gekozen.
5) Kies het SYNC TYPE (de LED begint te knipper-
en).
6) Druk op [BPM SYNC] om de synchronisatie te
starten. De SYNC TYPE LED blijft branden en
de BPM-indicator knippert in de maat van de
muziek. Desgewenst kunt u tijdens de weergave
een ander Sync Type kiezen.
RATE/CUTOFF
Door deze regelaar in wijzerzin te
draaien maakt u de modulatiecy-
clus korter en de toonhoogte
hoger.
Let wel: deze regelaar werkt in
dit geval enkel wanneer BPM
SYNC is uitgeschakeld.
PITCH/DEPTH
Hiermee regelt u de diepte van
het effect. Door de regelaar in
wijzerzin te draaien maakt u het
geluid dieper.
FORMANT/RESO
Hiermee regelt u de resonantie.
Door in wijzerzin te draaien
voegt u een typische kleuring toe
aan het geluid.
SLICER
1
2
3
4
5
6
Ingedrukt houden
RATE/CUTOFF
Hiermee past u de modulatiesnel-
heid aan. Door deze regelaar in
wijzerzin te draaien versnelt u de
modulatie.
Let wel: deze regelaar werkt in
dit geval enkel wanneer BPM
SYNC is uitgeschakeld.
PITCH/DEPTH
Hiermee past u de toonhoogte
aan. Door in wijzerzin te draaien
verhoogt u de stem.
FORMANT/RESO
Hiermee regelt u de formantin-
houd van de stem. Door in wijz-
erzin te draaien maakt u de stem
dunner.
SLICER
1
2
3
4
6
5
Werken met effecten
15
ROBOT
Hiermee maakt u mechanische en robotachtige
stemgeluiden.
1) Kies met de CH SELECT-regelaar het kanaal
waarop u het effect wilt gebruiken.
Voor dit effect kiest u best een stem. Met andere sig-
naalbronnen zijn de resultaten nogal onvoor-
spelbaar.
2) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [VOICE]
(de indicator begint te knipperen).
3) Voor dit effect kunt u geen FREQ RANGE
kiezen, die is namelijk vast ingesteld op “FULL”.
4) Stel de gewenste parameterwaarden in.
Functies van de regelaars
Synchrone weergave
Door op [BPM SYNC] te drukken kunt u de modu-
latie synchroniseren met de maatsoort die u met de
[SYNC TYPE]-knop hebt gekozen.
5) Kies het SYNC TYPE (de LED begint te knipper-
en).
6) Druk op [BPM SYNC] om de synchronisatie te
starten. De SYNC TYPE LED blijft branden en
de BPM-indicator knippert in de maat van de
muziek. Desgewenst kunt u tijdens de weergave
een ander Sync Type kiezen.
FLANGER
Voorziet het geluid van een metalige modulatie.
1) Kies met de CH SELECT-regelaar het kanaal
waarop u het effect wilt gebruiken.
2) Druk op [FLANGER] (de indicator licht op).
3) Kies met de FREQ RANGE-knop het gewenste
frequentiebereik.
4) Stel de gewenste parameterwaarden in.
Functies van de regelaars
Synchrone weergave
Door op [BPM SYNC] te drukken kunt u de modu-
latie synchroniseren met de maatsoort die u met de
[SYNC TYPE]-knop hebt gekozen.
5) Kies het SYNC TYPE (de LED begint te knipper-
en).
6) Druk op [BPM SYNC] om de synchronisatie te
starten. De SYNC TYPE LED blijft branden en
de BPM-indicator knippert in de maat van de
muziek. Desgewenst kunt u tijdens de weergave
een ander Sync Type kiezen.
RATE/CUTOFF
Hiermee past u de modulatiesnel-
heid aan. Door deze regelaar in
wijzerzin te draaien versnelt u de
modulatie.
Let wel: deze regelaar werkt in
dit geval enkel wanneer BPM
SYNC is uitgeschakeld.
PITCH/DEPTH
Hiermee past u de toonhoogte
aan. Door in wijzerzin te draaien
verhoogt u de stem.
FORMANT/RESO
Hiermee regelt u de formantin-
houd van de stem. Door in wijz-
erzin te draaien maakt u de stem
dunner.
SLICER
1
2
3
4
6
5
Ingedrukt houden
RATE/CUTOFF
Hiermee past u de modulatiesnel-
heid aan. Door deze regelaar in
wijzerzin te draaien versnelt u de
modulatie.
Let wel: deze regelaar werkt in
dit geval enkel wanneer BPM
SYNC is uitgeschakeld.
PITCH/DEPTH
Door de regelaar in wijzerzin te
draaien maakt u de modulatie
dieper, meer uitgesproken.
FORMANT/RESO
Door deze regelaar in wijzerzin te
draaien verhoogt u de resonantie
(de metalige kleur).
SLICER
1
2
3
4
6
5
DJ-2000 Handleiding
16
SLICER
Hakt het geluid in stukjes en voegt modulatie toe. Dit
effect werkt enkel wanneer BPM SYNC is inge-
schakeld, en bewijst de beste diensten op lang aange-
houden klanken, zoals “synthesizertapijten”, enz.
1) Kies met de CH SELECT-regelaar het kanaal
waarop u het effect wilt gebruiken.
2) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [FLANG-
ER] (de indicator begint te knipperen).
3) Kies met de FREQ RANGE-knop het gewenste
frequentiebereik.
4) Stel de gewenste parameterwaarden in.
Functies van de regelaars
Synchrone weergave
Door op [BPM SYNC] te drukken kunt u het patroon
synchroniseren met de maatsoort die u met de
[SYNC TYPE]-knop hebt gekozen.
5) Kies het SYNC TYPE (de LED begint te knipper-
en).
6) Druk op [BPM SYNC] om de synchronisatie te
starten. De SYNC TYPE LED blijft branden en
de BPM-indicator knippert in de maat van de
muziek. Desgewenst kunt u tijdens de weergave
een ander Sync Type kiezen.
FILTER
Dit filter maakt het geluid helderder of doffer of
voegt speciale kleuren toe.
1) Kies met de CH SELECT-regelaar het kanaal
waarop u het effect wilt gebruiken.
2) Druk op [FILTER] (de indicator licht op).
3) Kies met de FREQ RANGE-knop het gewenste
frequentiebereik.
4) Stel de gewenste parameterwaarden in.
Functies van de regelaars
Synchrone weergave
Door op [BPM SYNC] te drukken kunt u de modu-
latiesnelheid synchroniseren met de maatsoort die u
met de [SYNC TYPE]-knop hebt gekozen.
5) Kies het SYNC TYPE (de LED begint te knipper-
en).
6) Druk op [BPM SYNC] om de synchronisatie te
starten. De SYNC TYPE LED blijft branden en
de BPM-indicator knippert in de maat van de
muziek. Desgewenst kunt u tijdens de weergave
een ander Sync Type kiezen.
RATE/CUTOFF
Hiermee kiest u het ritmische
patroon. U hebt de keuze uit vijf
patronen. Een overzicht van de
patronen vindt u onder “Patronen
voor het Slicer-effect” op blz. 18.
PITCH/DEPTH
Hiermee bepaalt u in welke mate
de accenten worden benadrukt.
Hoe verder u in wijzerzin draait,
hoe meer u ze benadrukt.
FORMANT/RESO
Hiermee kiest u het accentpa-
troon. Ook hier hebt u de keuze
uit vijf types (zie het overzicht op
blz. 18).
SLICER
1
2
3
4
6
5
Ingedrukt houden
RATE/CUTOFF
Hiermee kiest u de afsnijfrequen-
tie. Door de regelaar in tegenwi-
jzerzin te draaien verwijdert u
hoge tonen uit het geluid.
PITCH/DEPTH
Hiermee bepaalt u de diepte.
Door de regelaar in wijzerzin te
draaien. Deze parameter werkt
enkel wanneer BPM SYNC is
ingeschakeld.
FORMANT/RESO
Door deze regelaar in wijzerzin te
draaien verhoogt u de resonantie
(typische synthesizerkleur).
SLICER
1
2
3
4
6
5
Werken met effecten
17
AUTO PAN
Hiermee kunt u het geluid door het stereobeeld laten
bewegen.
1) Kies met de CH SELECT-regelaar het kanaal
waarop u het effect wilt gebruiken.
2) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [FILTER]
(de indicator begint te knipperen).
3) Kies met de FREQ RANGE-knop het gewenste
frequentiebereik.
4) Stel de gewenste parameterwaarden in.
Functies van de regelaars
Synchrone weergave
Door op [BPM SYNC] te drukken kunt u de modu-
latiesnelheid synchroniseren met de maatsoort die u
met de [SYNC TYPE]-knop hebt gekozen.
5) Kies het SYNC TYPE (de LED begint te knipper-
en).
6) Druk op [BPM SYNC] om de synchronisatie te
starten. De SYNC TYPE LED blijft branden en
de BPM-indicator knippert in de maat van de
muziek. Desgewenst kunt u tijdens de weergave
een ander Sync Type kiezen.
RATE/CUTOFF
Hiermee kiest u de snelheid
waarmee het geluid van links
naar rechts beweegt.
Deze parameter werkt enkel wan-
neer BPM SYNC is uitge-
schakeld.
PITCH/DEPTH
Hiermee past u de breedte van het
effect aan. Hoe verder u in wijz-
erzin draait, hoe extremer het
geluid van links naar rechts gaat.
FORMANT/RESO
Hiermee bepaalt u of de as van de
beweging zich daadwerkelijk in
het midden bevindt of meer naar
links/rechts. Door in wijzerzin te
draaien verplaatst u de as naar
rechts, door in tegenwijzerzin te
draaien naar links.
SLICER
1
2
3
4
6
5
Ingedrukt houden
DJ-2000 Handleiding
18
3.3 Overzicht van de DSP-effect parameters
3.4 Patronen voor het Slicer-effect
BPM
SYNC
EFFECTEN
RATE/CUTOFF PITCH/DEPTH
FORMANT/
RESONANCE
Wat wordt
er
gesynchro-
niseerd
OFF
CUTOFF DRIVEOD+DELAY
ON DELAY TIME
OFF
CUTOFF DRIVE
OD+
FLANGER
ON LFO RATE
OFF
DELAY TIME
HF DUMP FEEDBACKDELAY
ON DELAY TIME
OFF
PITCH FORMANTVOICE
ON LFO RATE
LFO RATE
OFF
PITCH FORMANTROBOT
ON LFO RATE
LFO RATE
OFF
DEPTH RESONANCEFLANGER
ON LFO RATE
LFO RATE
OFF
SLICER
ON TIMING PTN
OFF
DEPTH RESONANCEJAO
ON VIBRATE RATE
VIBRATE RATE
OFF
CUTOFF RESONANCEFILTER
ON LFO RATE DEPTH
OFF
WIDTH POSITIONAUTO PAN
ON RATE
RATE
PARAMETER CHART
TIMING PTN ACCENT PTN
ACCENT LEVEL
FEEDBACK
FEEDBACK
RATE/CUTOFF
FORMANT/
RESONANCE
SLICER PATTERN CHART
ACCENT PATTERN TIMING PATTERN
ON
OFF
LEVEL
Werken met effecten
19
3.5 Voorbeelden van DSP-effectinstellingen
Om u op weg te helpen laten we hieronder enkele voorbeelden zien van instellingen voor de DSP-effecten. De rege-
laars waarnaast een dubbele pijl staat leveren interessante effecten wanneer u er tijdens de weergave aan draait.
VOICE
DELAY
FILTER
JAO
ROBOT
SLICER
AUTO PAN
FLANGER
AAN/UIT!
AAN/UIT!
OD+DELAY
OD+FL
Enkel voor stem
DJ-2000 Handleiding
20
3.6 Effectmemo (voor DSP-instellingen)
De onderstaande bladzijde mag u naar hartelust kopiëren. Op die manier krijgt u een stapel handige memoblaadjes
waarop u uw favoriete instellingen kunt noteren (op blz. 29 vindt u een gelijkaardig sjabloon voor alle instellingen
van de DJ-2000).
Synchronisatie
21
4.
Synchronisatie
De DJ-2000 biedt de mogelijkheid om de interne
DSP-effecten en aangesloten MIDI-instrumenten te
synchroniseren met platen of CD’s.
Het puntje onder het nummer in het BPM-display
knippert om het tempo aan te geven.
De BPM-waarde is tot één cijfer na de komma nau-
wkeurig, hoewel dat laatste cijfer niet wordt afge-
beeld.
Opmerking:
BPM staat voor “Beats Per Minute” (kwart-
noten per minuut).
Opmerking:
Bij het inschakelen wordt steeds de stand-
aardwaarde 120.0 gekozen.
Opmerking:
Het instelbereik voor de BPM-waarde gaat
van 40.0~240.0 (90.0~180.0 als u automatisch meet).
4.1 BPM instellen
U kunt de BPM-waarde op drie manieren instellen:
TAP-knop
Tik mee in de maat van de muziek (één-twee-drie-
vier-één-...). Zodra u minstens vier keer hebt gedrukt
wordt de BPM-waarde automatisch berekend en
afgebeeld in het display (de drie puntjes onder de
nummers lichten ook op).
BPM ADJ [
][
]-knoppen
Met deze knoppen kunt u de BPM-waarde manueel
ingeven, in stappen van één.
Drukt u tegelijk de [SHIFT]-knop in, dan kunt u de
BPM-waarde in stappen van 1/10de BPM wijzigen.
De waarde in het display verschuift dan één positie
naar links, zodat u het cijfer na de komma kunt
aflezen.
BPM COUNT
De DJ-2000 kan ook zélf de BPM-waarde van muz-
iek op plaat of CD meten, voor zover die niet buiten
het bereik van 90.0~180.0 ligt.
1) Regel de GAIN-regelaar van het relevante
ingangskanaal af tot de BEAT-indicator knippert
in de maat van de muziek.
Het display geeft aan of het ingangsvolume te hoog
of te laag is.
2) Druk de BPM ADJ [][]-knoppen tegelijk in.
De BPM van het signaal dat u met CHANNEL
SELECT hebt gekozen wordt nu opgemeten. Ter-
wijl dat gebeurt wordt in het display “---” afge-
beeld.
SYNC
BPM = 120
BPM = 120
DSP-effecten
DJ-2000
MIDI-
instrumenten
Voorbeeld: BPM = 120.1
Het ingangsvolume is te hoog. Het ingangsvolume is te laag.
De BPM-waarde wordt nu gemeten.
DJ-2000 Handleiding
22
3) De automatisch berekende BPM-waarde verschi-
jnt in het display.
4) Wacht tot de waarde ophoudt met knipperen en
laat dan de BPM ADJ [][]- knoppen los. De
nieuwe tempowaarde is nu vastgelegd.
Opmerking:
Niet alle signalen zijn geschikt om het BPM
op te meten.
4.2 MIDI-instrumenten
synchroniseren
Via zijn MIDI OUT-connector zendt de DJ-2000
MIDI Clock-commando’s die overeenkomen met de
geselecteerde BPM-waarde. De [MIDI/CON-
TROL]-knop kan in dit verband Start/Stop-comman-
do’s zenden.
Als uw MIDI-instrument overweg kan met System
Realtime-commando’s reageert het zowel op tempo-
informatie als op Start/Stop-commando’s.
1) Verbind de MIDI OUT van de DJ-2000 met de
MIDI IN van het MIDI-instrument (sequencer,
drummachine, enz.).
Maak de nodige instellingen zodat het externe
MIDI-instrument als “Slave” fungeert.
2) Druk op [MIDI CONTROL] om de weergave te
starten (als de indicator niet oplicht) of te stoppen
(als de indicator oplicht).
4.3 Tempo aanpassen
Met [TAP]+[MIDI CONTROL]
Door deze knopcombinatie in te drukken kunt u het
externe MIDI-instrument synchroon met de DJ-2000
starten.
Zorg dat [BPM SYNC] is ingeschakeld, houd [TAP]
ingedrukt en druk op [MIDI CONTROL].
[BPM SYNC] + BPM ADJ [
][
]
Als u MIDI-insrumenten synchroniseert met de
BPM van CD-spelers, platenspelers of andere
aangesloten instrumenten, dan zult u van tijd tot tijd
even moeten “bijsturen”, tenslotte gaat het hier om
manuele synchronisatie (een CD of plaat bevat geen
MIDI-tijdcode). Als u hoort dat de instrumenten uit
de pas lopen kunt u de timing bijsturen, zonder de
afgebeelde BPM-waarde te wijzigen.
Houd [BPM SYNC] ingedrukt en stuur met de BPM
AJD [][]-knoppen het tempo bij:
[] PULL Hiermee vertraagt u het MIDI-instrument.
[
] PUSH Hiermee vertraagt u het MIDI-instrument.
Ingedrukt houden
Druk hierop
SLICER
Ingedrukt houden
Druk hierop
Cross Fader vervangen
23
5.
Cross Fader vervangen
We weten dat de Cross Fader bij de gemiddelde DJ heel wat te verduren krijgt. Daarom bieden we een vervan-
gonderdeel aan. Merkt u dat de fader ruist of niet meer naar behoren werkt, dan is het tijd om een nieuwe fader
(CFX-1) te installeren. Vergeet niet de DJ-2000 uit te schakelen en het netsnoer te verwijderen voor u aan deze
klus begint.
Voorzorgen bij het installeren
Schakel de DJ-2000 uit en verbreek alle verbindin-
gen met het lichtnet, andere instrumenten enz.
Statische elektriciteit kan schade veroorzaken aan
interne componenten. Neem de fader daarom enkel
vast bij de rand. Raak nooit aan de elektronische
componenten of aansluitingen.
Gebruik een kruiskopschroevendraaier van het juiste
formaat. Door een verkeerd formaat te gebruiken ris-
keert u de schroefkoppen te beschadigen.
Verwijder tijdens het installeren enkel de hieronder
aangeduide schroeven.
Let erop dat de schroeven die u verwijdert niet in het
interieur van de DJ-2000 terechtkomen.
Kijk uit: de rand van de opening waar de fader in
moet is behoorlijk scherp!
Probeer de fader nooit op zijn plaats te forceren. Als
het niet lukt, neemt u hem er best uit en probeert u
het opnieuw.
Vergeet niet, zodra u de fader hebt geïnstalleerd,
even te controleren of alles juist zit.
Werkwijze
1) Schakel de DJ-2000 uit.
2) Verwijder de twee buitenste schroeven op de Cross Fader.
3) Haal de Cross Fader uit de behuizing en maak de connector los.
4) Verbind de connector met de nieuwe Cross Fader.
5) Steek de nieuwe Cross Fader in de behuizing.
Opmerking:
Een vervangfader kunt u verkrijgen in de winkel waar u de DJ-2000 hebt gekocht.
Verwijder enkel de twee buitenste schroeven.
DJ-2000 Handleiding
24
6.
Mogelijke problemen
Hoort u geen geluid of lijkt de DJ-2000 niet naar behoren te werken, controleer dan eerst de onderstaande punten.
Slaagt u er niet in om het probleem op te lossen, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde Roland hersteldienst.
De DSP-effecten werken niet
Controleer of u met de CH SELECT-regelaar wel het
juiste kanaal hebt gekozen.
Controleer of de EFFECT BAL-regelaar niet voll-
edig in tegenwijzerzin staat (want in dat geval hoort
u enkel het directe geluid, zonder effecten).
Parameter-regelaars in het DSP EFFECT-blok
werken niet
Bij bepaalde effecten werken de parameter-regelaars
enkel wanneer BPM SYNC is ingeschakeld – bij
andere effecten moet BPM SYNC dan weer op zijn
uitgeschakeld. Uitsluitsel hieromtrent krijgt u in de
uitleg bij de individuele effecten en in het parameter-
overzicht op blz. 18.
SLICER werkt niet
Het SLICER-effect werkt enkel als BPM SYNC is
ingeschakeld.
U hoort niet enkel de frequenties die u met de
FREQ RANGE-regelaar hebt gekozen
Misschien hoort u een stukje direct geluid omdat de
EFFECT BAL-regelaar niet helemaal in wijzerzin is
gedraaid.
De DJ-2000 kan de BPM niet automatisch detec-
teren
Controleer of met de CH SELECT-regelaar wel het
juiste kanaal hebt gekozen.
Misschien is de ingangsgevoeligheid van het kanaal
niet optimaal afgesteld. Pas de stand van de GAIN en
EQ LOW regelaars aan en probeer het dan nog eens.
Er zijn nu eenmaal soorten muziek waarbij de
DJ-2000 geen BPM kan ontdekken.
U kunt de weergave op een aangesloten MIDI-
instrument niet starten
Misschien hebt u de externe synchronisatie op het
MIDI-instrument niet geactiveerd (het externe
instrument moet als “Slave” fungeren).
U kunt enkel synchroniseren met MIDI-instrument-
en die System Real-Time commando’s herkennen.
Het ingangssignaal is stereo, toch blijft het uit-
gangssignaal mono
De DSP-effecten VOICE, JAO en ROBOT maken
van een stereo-ingangssignaal een mono-uit-
gangssignaal.
U hoort geen geluid uit de microfoon
Als u de EFFECT SEND SELECT-schakelaar op
“MIC 1” instelt wordt het signaal van de microfoon
(die op de MIC 1-ingang is aangesloten) niet meer
naar de MASTER-uitgang gestuurd. Hebt u daad-
werkelijk een extern effect aangesloten, controleer
dan of de uitgang hiervan wel degelijk op de
RETURN-ingang is aangesloten en of de RETURN-
regelaar niet in de minimumstand staat. Hebt u geen
effect aangesloten, zet de EFFECT SEND SELECT-
schakelaar dan op “MASTER”.
Zodra u opneemt begint het zaakje rond te zingen
Het ingangskanaal waarmee de uitgang van de sam-
pler, enz. is verbonden moet u tijdens de opname op
“0” zetten.
Controleer of u niet per ongeluk met de CUE/SAM-
PLER OUT SELECT-schakelaar het ingangskanaal
hebt gekozen waarmee de uitgang van de sampler,
DAT-recorder, enz. is verbonden.
Gebruikt u een BOSS SP-202 of een gelijkaardig
instrument, stel dan de SOURCE MIX-schakelaar
op “OFF”.
Specificaties
25
7.
Specificaties
7.1 Algemeen
De specificaties van dit product kunnen worden gewijzigd zonder voorafgaande kennisgeving.
Frequentiebereik 20 Hz~20 kHz ±1 dB (GAIN=min)
Totale harmonische vervorming 0.05% of minder (uitgaand van een uitgangssignaal van 20 Hz~20 kHz)
Signaal/ruis-verhouding 80 dB (ingang afgesloten met 150 , IHF-A, typisch)
Overspraak -70 dB of minder (op 1 kHz, tussen kanalen)
Equalizer
HIGH: ±16 dB op 12 kHz (shelving)
MID: ±16 dB op 2 kHz (peaking)
LOW: ±16 dB op 40 Hz (shelving)
Isolator
HIGH: -~+12 dB
MID: -~+12 dB
LOW: -~+12 dB
Stroomvoorziening AC 117 V, AC 230 V, AC 240 V
Stroomverbruik 35 W
Afmetingen 482 (B) x 311 (D) x 112 (H) mm
Gewicht 6.8 kg
Toebehoren Gebruiksaanwijzing, stroomkabel
Optionele toebehoren Cross Fader (CFX-1) om
DJ-2000 Handleiding
26
7.2 Ingangen
7.3 Uitgangen
Opmerking:
0 dBm = 0.775 Vrms
(*1) Beide kanalen geladen met 33 .
Ingang Ingangsniveau
Max. ingangsniveau voor
oversturing
Ingangsimpedantie Connectortype
MIC 1 -50 dBm (2.45 mV) -10 dBm (245 mV) 2.2 k
XLR-3-31 TYPE (onge-
balanceerd)
1/4” TRS jack (ongebal-
anceerd)
MIC 2 -50 dBm (2.45 mV) -10 dBm (245 mV) 2.2 k
1/4” TRS jack (ongebal-
anceerd)
LINE 1~5
-20 dBm (77.5 mV)
(GAIN=max)
0 dBm (775 mV)
(GAIN=max)
22 k RCA
+4 dBm (1.23 mV)
(GAIN=min)
+24 dBm (12.3 V)
(GAIN=min)
PHONO 1~3
-55 dBm (1.38 mV)
(GAIN=max)
-35 dBm (13.8 mV)
(GAIN=max)
50 k RCA
-31 dBm (22 mV)
(GAIN=min)
-15 dBm (138 mV)
(GAIN=min)
RETURN -10 dBm (245 mV) +10 dBm (2.45 mV) 100 k 1/4” jack
Uitgang Uitgangsniveau
Max. uitgangsniveau
voor oversturing
Uitgangsimpedantie Connectortype
MASTER OUT
+4 dBm (1.23 mV) +20 dBm (7.75 V) 300 1/4” jack
0 dBm (775 mV) +16 dBm (4.89 V) 2.2 k RCA
SEND OUT -10 dBm (245 mV) +10 dBm (2.45 mV) 2.2 k 1/4” jack
SAMPLER OUT -10 dBm (245 mV) +10 dBm (2.45 mV) 2.2 k RCA
PHONES ---------------- 1 W + 1 W (*1) 10 1/4” stereo-jack
MIDI-implementatie
27
8.
MIDI-implementatie
Function...
Basic
Channel
Mode
Note
Number :
Velocity
After
Touch
Pitch Bend
Control
Change
Prog
Change
System Exclusive
System
Common
System
Real Time
Aux
Message
Notes
Transmitted Recognized Remarks
Default
Changed
Default
Messages
Altered
True Voice
Note ON
Note OFF
Key's
Ch's
: True #
: Song Pos
: Song Sel
: Tune
: Clock
:
: Commands
: All sound off
:
Reset all controllers
: Local ON/OFF
: All Notes OFF
: Active Sense
: Reset
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
xx
x
**************
x
x
x
x
O
O
x
x
x
x
O
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
**************
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Professional DJ Mixer
Model DJ-2000
Date : Jan. 6, 1998
Version : 1.00
MIDI Implementation Chart
**************
**************
Mode 1 : OMNI ON, POLY
Mode 3 : OMNI OFF, POLY
Mode 2 : OMNI ON, MONO
Mode 4 : OMNI OFF, MONO
O : Yes
X : No
DJ-2000 Handleiding
28
9.
Blokdiagram
H
M
L
H
M
L
EQ
MIC
FADER
MIC LEVEL
H
L
MIC 1
12
3
PHONO 1 L / R
LINE 3 L / R
LINE 1 L / R
LINE 2 L / R
CH FADER
GAIN
SAME AS ABOVE
PHONO EQ
DSP
CH SELECT
EQ
BEAT
H
M
L
ASSIGN
CUE
CH 3
CH 4
PHONO 3 L / R
LINE 5 L / R
PHONO 2 L / R
LINE 4 L / R
CH FADER
GAIN
SAME AS ABOVE
PHONO EQ
DSP
CH SELECT
EQ
BEAT
ASSIGN
CUE
PHONO EQ
TRANS
FORMER
TRANS
FORMER
CROSS
FADER
DSP
CH SELECT
DSP
EFFECTS
MIDI OUT
ISOLATOR
MONITOR
BALANCE
MONITOR LEVEL
R
LEVEL
METER
L
LEVEL
METER
RETURN LEVEL
EFFECT
SEND
EFFECT
RETURN
MASTER
OUT
L / R
PHONES
CUE/SAMPLER
OUT
MASTER L / R
CUE/SAMPLER L / R
to DSP
from DSP
MIC 2
CH 2
CH 1
DSP
CH SELECT
SEND SELECT
CUE
MASTER
FADER
ISOLATOR
DSP
EFFECTS
ON
GRAB
Sjablonen voor instellingen
29
10.
Sjablonen voor instellingen
De onderstaande sjablonen mag u naar hartelust kopiëren. De kopies kunt u gebruiken om uw favoriete instellingen
te noteren.
DJ-2000 Handleiding
30
24

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Roland DJ-2000 MIXER bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Roland DJ-2000 MIXER in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 1,76 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info