818943
71
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/86
Pagina verder
GEBRUIKERSGIDS
Oorspronkelijke gebruikersinstructies
Robotmaaier
RK1000, RK1000 Pro, RK2000,
RK2000 Pro, RK3000 Pro, RK4000 Pro
PB 1
NL v2
Veiligheid eerst
BELANGRIJK!
LEES DEZE INSTRUCTIES EN VEILIGHEIDSGIDS AANDACHTIG
VOOR HET GEBRUIK. BEWAAR ZE VOOR LATER
Dit product is een autonome robotmaaier met een oplaadbare li-ion-
accu en een basisstation.
De maaier zal automatisch uit zijn basisstation vertrekken, het gazon
maaien en naar het basisstation terugkeren om zich op te laden.
Een vooraf geïnstalleerde perimeterdraad die met het basisstation
verbonden is, bepaalt de grenzen (als een "virtueel hek") voor de maaier.
Hij wordt langs de rand van het gazon gelegd en rond de voorwerpen
die de maaier moet vermijden.
De maaier beweegt willekeurig binnen de door de perimeterdraad
afgebakende werkzone.
De maaier bevat een Bluetooth- en een gsm-radiomodule (bij bepaalde
modellen).
Veilige werkpraktijken
1
2
3
Definities van de symbolen
Veiligheidsfuncties
Bijlage A – Instructies voor het verwijderen
van de accu
Laat de maaier niet door kinderen gebruiken of
bedienen. Kinderen moeten altijd onder toezicht staan.
2 3
Deze gids bevat de instructies van de oorspronkelijke fabrikant in termen van de
Richtlijnen 2006/42/EG en 2014/53/EU. Het is mogelijk dat hij modellen beschrijft
die in uw land niet verkrijgbaar zijn.
Gelieve tijdens het gebruik van deze gids op de onderstaande terminologie te letten.
Voorkant en achterkant van de maaier:
De voorkant is de kant tegenover de (rode) STOP-knop. Het is de rijrichting van de
maaier en de kant met het of de passieve wielen.
De achterkant is de kant met de (rode) STOP-knop en de aandrijfwielen.
Links en rechts worden bepaald wanneer u achter de maaier staat en naar zijn
voorkant kijkt.
Veiligheidsrichtlijnen
Beschrijft situaties die een dodelijk ongeval of een ongeval met ernstige
letsels zullen veroorzaken als het risico niet wordt vermeden.
Beschrijft situaties die een dodelijk ongeval of een ongeval met ernstige
letsels kunnen veroorzaken als het risico niet wordt vermeden.
Beschrijft situaties die een ongeval met lichte of matige letsels, of
schade aan eigendom en/of het product kunnen veroorzaken als het
risico niet wordt vermeden.
Informeert over het juiste gebruik van het project en het vermijden van
mogelijke problemen met de werking.
i
OPGELET
GEVAAR
WAARSCHUWING
2 3
Belangrijke veiligheidsinformatie
Bij onweer moet u de perimeterdraad afkoppelen van het basisstation en de
stekker van de voeding uit het stopcontact nemen.
OPGELET
Sluit de voeding altijd aan op een stopcontact binnenshuis, beschermd tegen
het weer en beveiligd met een aardlekschakelaar met een afschakelstroom van
maximaal 30 mA. Volg de plaatselijke instructies voor de elektrische installatie.
GEVAAR
Het stroomsnoer mag niet worden vervangen! Als het snoer beschadigd is, moet
de volledige voeding worden vervangen. Sluit een beschadigd stroomsnoer
niet aan op het stopcontact en raak een beschadigd stroomsnoer niet aan, het
kan een elektrische schok veroorzaken.
Laat geen stroomsnoeren onder de maaier komen, om beschadiging te
vermijden.
GEVAAR
Laat de messen volledig tot stilstand komen voor u de maaier opheft of kantelt
of in de buurt van de messen komt.
WAARSCHUWING
Het is uw verantwoordelijkheid om:
Het gebruik van deze maaier te beperken tot mensen die de waarschuwingen
en instructies in deze gids en op de maaier hebben gelezen en begrepen en
volgen
Uw buren te informeren dat u een robotmaaier in gebruik hebt en dat zij
gekwetst kunnen worden als ze op uw gazon komen terwijl hij werkt
WAARSCHUWING
4 5
Veilige
werkpraktijken
A. Algemene informatie
1. Lees, begrijp en volg alle instructies op de maaier en in de handleiding(en) voor u de maaier
assembleert en gebruikt. Bewaar deze handleiding op een veilige plaats zodat u ze later regelmatig
kunt raadplegen en voor het geval u onderdelen moet bestellen.
2. Maak u vertrouwd met alle bedieningen en hun correcte gebruik.
3. Het is uw verantwoordelijkheid om uw buren te informeren dat u een robotmaaier in gebruik hebt
en dat zij gekwetst kunnen worden als ze op uw gazon komen terwijl hij werkt.
4. Als uw gazon aan de straat en/of de tuin van de buren grenst, moet u tijdens de werking van de
maaier aanwezig zijn om te beletten dat mensen met de maaier in aanraking komen. Ofwel moet
u uw gazon beveiligen/omheinen zodat mensen niet op het gazon kunnen komen terwijl hij werkt.
5. Laat kinderen onder de 14 jaar de maaier nooit met de app voor afstandsbediening gebruiken.
Kinderen van 14 jaar of ouder moeten de instructies en de veilige werkpraktijken in deze handleiding
en op de maaier lezen en begrijpen, en moeten door een volwassene worden opgeleid en begeleid.
6. Laat de maaier nooit gebruiken door kinderen, personen met een fysieke, zintuiglijke of geestelijke
beperking, of personen die niet vertrouwd zijn met deze gebruiksinstructies.
7. Als situaties zich voordoen die niet in deze handleiding worden behandeld, moet u voorzichtig zijn
en uw gezond verstand gebruiken. Raadpleeg uw vertegenwoordiger van de klantendienst als u
hulp nodig hebt.
8. Deze maaier is elektrisch precisiegereedschap, geen speelgoed. Wees dus altijd uiterst
voorzichtig. Deze maaier is voor één taak ontworpen: gras maaien. Gebruik hem niet voor
andere doeleinden.
B. Het gebruik voorbereiden
LAAD HET PRODUCT VOOR HET EERSTE GEBRUIK
GEDURENDE 48 UREN ZONDER ONDERBREKING OP.
i
1. Zorg voor de juiste plaatsing van de perimeterdraad, zoals in de startgids wordt beschreven.
2. Inspecteer de zone waar de maaier zal worden gebruikt zorgvuldig. Verwijder alle stenen, stokken,
draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen die het mes zouden kunnen beschadigen
of die het mes zou kunnen wegslingeren. Weggeslingerde voorwerpen kunnen ernstige letsels
veroorzaken.
3. Houd omstanders, kinderen en huisdieren uit de buurt wanneer de maaier aan het werk is. Stop
de maaier als iemand op het gazon komt.
4. Als er gevaar op onweer is, moet u de maaier op een veilige plaats bewaren en de voeding
afkoppelen.
1
4 5
C. Bediening
Laat de maaier niet zonder toezicht werken als u weet dat
er huisdieren, kinderen of mensen in de buurt zijn.
WAARSCHUWING
1. Uw robotmaaier is gevaarlijk elektrisch gereedschap. Wees voorzichtig wanneer u met de maaier
werkt en volg alle veiligheidsinstructies en waarschuwingen.
2. In het geval van een ongeluk of een defect tijdens de werking moet u onmiddellijk op de rode
STOP-knop drukken.
3. Gebruik de maaier niet wanneer een veiligheidsvoorziening of een onderdeel beschadigd, versleten
of defect is.
4. Schakel de maaier altijd uit door de veiligheidssleutel te verwijderen voor u de maaier optilt,
een blokkering van het of de messen en/of wielen verwijdert of de maaier afstelt. Als de
veiligheidssleutel verwijderd is, is de stroom naar de aandrijfwielen en het mes afgesneden.
5. Neem de maaier nooit op en draag hem nooit terwijl de wielen of het mes draaien. Raak het mes
niet aan voor het volledig tot stilstand is gekomen.
6. Gebruik de maaier niet voor een ander doel dan het maaien van gras.
7. Probeer nooit een beveiliging te omzeilen of een beschermkap of deksel te verwijderen.
Dit kan letsels veroorzaken door een aanraking van het draaiende mes. De sensors zijn
veiligheidsvoorzieningen.
8. Het maaimes blijft na de activering van een veiligheidssensor of het indrukken van de rode STOP-
knop tot twee (2) seconden draaien. Kom nooit met om het even wel lichaamsdeel in de zone van
het mes als u niet zeker weet dat het niet meer draait.
9. Als de maaier abnormaal begint te trillen, moet u onmiddellijk de motor uitschakelen en de oorzaak
opsporen. Trillingen wijzen meestal op een probleem.
10. Draag tijdens de bediening op afstand en het afstellen of reparaties altijd een veiligheidsbril om
uw ogen te beschermen. Voorwerpen die worden weggeslingerd, kunnen ernstige oogletsels
veroorzaken.
11. Gebruik de maaier nooit als een veiligheidsvoorziening, beschermkap of deksel beschadigd is.
Deze waarschuwing negeren, kan persoonlijke letsels veroorzaken.
12. Breng uw handen of voeten niet in de buurt van draaiende onderdelen of onder het maaidek.
Handen of voeten kunnen worden geamputeerd als ze het mes of de messen raken.
13. Let op voor kuilen, geulen, bulten, stenen of andere verborgen voorwerpen. Ongelijkmatig terrein
of verborgen voorwerpen kunnen een ongeval veroorzaken. Hoog gras kan obstakels verbergen.
14. Uw maaier is ontworpen om normaal gazongras met een hoogte van maximaal 15 cm te maaien.
Probeer geen ongewoon hoog gras (bijvoorbeeld weiland) te maaien.
15. Bedien de maaier niet als het deksel niet gesloten is.
16. Programmeer de wekelijkse maaibeurten op momenten waarop niemand op het gazon is. Gebruik
de procedure voor de eenmalige instelling op het scherm van de maaier of via de app om de
gewenste werkuren te programmeren.
17. Sluit een beschadigd stroomsnoer niet aan op het stopcontact en raak het niet aan voor de stekker
uit het stopcontact is genomen, om geen elektrische schok te krijgen.
6 7
18. Laat geen stroomsnoeren onder de maaier komen, om beschadiging te vermijden. Een beschadigd
stroomsnoer kan een elektrische schok veroorzaken. Neem de stekker uit het stopcontact als het
stroomsnoer beschadigd is of verstrikt raakt.
RAAK HET SNOER NIET AAN VOOR U DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT HEBT GENOMEN.
Als de voeding buiten geïnstalleerd is, mag u ze niet gebruiken of afkoppelen als de temperatuur
lager dan 0°C of hoger dan 40°C is, om het risico van brand te voorkomen.
19. Bedien de maaier alleen met de hand als u hem kunt zien. Blijf op maximaal 6 meter afstand van
de maaier als u hem met de hand bedient.
20. Reik niet te ver, bewaar altijd uw evenwicht en zorg dat u op hellingen stabiel staat; tijdens het
gebruik van de maaier mag u nooit lopen.
D. Kinderen
1. Zorg er altijd voor dat zich geen kinderen op het gazon bevinden om tragische ongevallen te
vermijden. Kinderen worden vaak aangetrokken door de maaier en zijn activiteit. Ze begrijpen het
gevaar niet. Veronderstel nooit dat kinderen op de plaats zullen blijven waar u ze het laatst hebt
gezien. Veronderstel nooit dat kinderen uit de buurt van de maaier zullen blijven terwijl hij aan
het werk is.
2. Houd omstanders, kinderen en huisdieren uit de buurt wanneer de maaier aan het werk is en zorg
voor toezicht door een verantwoordelijke volwassene. Stop de maaier als iemand op het gazon
komt.
3. Wees op uw hoede en schakel de maaier uit wanneer een kind of omstander op het gazon komt.
4. Laat kinderen niet op de maaier rijden. De maaier is geen speelgoed.
5. Laat kinderen niet op het gazon spelen terwijl de maaier aan het werk is. Leer uw kinderen dat de
maaier gevaarlijk is en ze uit zijn buurt moeten blijven.
6. Laat kinderen onder de 14 jaar de maaier nooit met de app voor afstandsbediening gebruiken.
Kinderen van 14 jaar of ouder moeten de instructies en de veilige werkpraktijken in deze
handleiding en op de maaier lezen en begrijpen, en moeten door een volwassene worden
opgeleid en begeleid.
E. Transport
Ga als volgt te werk voor u de maaier verplaatst of vervoert:
1. Druk op de rode STOP-knop of trek ze uit om de maaier uit te schakelen.
2. U kunt de afstandsbediening (verkrijgbaar via de mobiele app) gebruiken om de maaier van de ene
plaats naar de andere te laten rijden.
3. Als u de maaier liever draagt:
Schakel de maaier uit door op de knop “UIT” onder het bovendeksel van de maaier te
drukken. De rode STOP-bediening wordt dan een draaggreep.
4. Draag de maaier altijd met de messen van u af. Zorg dat u de scherpe rand van het mes niet
raakt wanneer u de maaier optilt of draagt.
6 7
F. Afstandsbediening
1. Raadpleeg de afzonderlijke gebruikershandleiding die bij de downloadbare app wordt geleverd.
Houd u aan alle waarschuwingen en instructies.
2. Gebruik de maaier altijd volgens de instructies in de app terwijl u uit de buurt van de maaier blijft.
3. Blijf tijdens de werking op een veilige afstand van de maaier. Schakel de maaier altijd uit voor u
ernaartoe gaat, wat de reden ook mag zijn.
4. Wees uiterst voorzichtig wanneer de maaier in uw richting komt.
5. Bedien de maaier alleen op afstand bij daglicht of in goed kunstlicht en vermijd werken op nat gras.
6. Maai nooit op afstand op blote voeten, met sandalen of gladde of lichte (bv. stoffen) schoenen
aan. Draag altijd stevig schoeisel en een lange broek; zorg dat u op hellingen altijd stabiel staat.
G. Accu’s
1. Gebruik uitsluitend door de fabrikant geleverde originele accu's. U vindt de artikelnummer van de
accu's in het boekje 'Bijkomende informatie'.
2. Open de verzegelde accu niet, laat hem niet vallen en beschadig hem niet. Als de accu zichtbaar
defect of vervormd is, gebroken of gebarsten, mag u hem niet gebruiken
3. PROBEER EEN ACCU NIET TE REPAREREN OF TE WIJZIGEN! Pogingen om een accu te repareren
kunnen ernstige letsels veroorzaken als gevolg van een ontploffing of een elektrische schok. Als de
accu lekt, is het elektrolyt dat vrijkomt bijtend en giftig
4. Probeer nooit delen van de accu te verwijderen of te vernietigen.
5. Het accupak bevat elektrolyt. Als elektrolyt uit de accu lekt, gaat u als volgt te werk:
Contact met de huid: was de zones die in contact geweest zijn onmiddellijk met water en
zeep.
Contact met de ogen: gedurende 15 minuten met veel zuiver water spoelen. Niet wrijven.
Zoek medische hulp.
6. Verbrand de accu niet. Hij zou kunnen ontploffen.
7. De accu is ontworpen om op te laden wanneer hij in de maaier geplaatst en correct aangesloten is.
Gebruik altijd de bij de maaier geleverde voeding. Een verkeerd gebruik kan een elektrische schok,
oververhitting of brand veroorzaken.
8. Gebruik de accu niet voor een ander doel dan als stroombron voor de robotmaaier. De accu
aanpassen om hem met een ander product te gebruiken, is uiterst gevaarlijk.
9. Ruim de accu op volgens de toepasselijke wetten en reglementen om het milieu te beschermen.
Raadpleeg het hoofdstuk “De oplaadbare accu opruimen” in deze gebruikersgids voor meer
informatie.
10. Zorg dat u de accuconnector juist aanbrengt wanneer u de accu vervangt. Een omgekeerde
polariteit kan de accu en de maaier beschadigen.
8 9
H. Op een helling maaien
1. Alle hellingen vereisen extra voorzichtigheid. Als u merkt dat de maaier te weinig tractie op de
helling heeft, is de helling te steil om te maaien. Nat gras zal de tractie verminderen, zodat de
maaier op de helling kan slippen en wegglijden. Dit kan ernstige letsels en schade aan eigendom
veroorzaken.
2. Meet voor uw veiligheid de helling voor u de maaier op hellend terrein gebruikt. Gebruik een
meetinstrument voor de hellingsgraad voor u de maaizones afbakent of deze maaier op hellend
of heuvelachtig terrein gebruikt. Er bestaan ook smartphone-apps om hellingen te meten. Als de
helling groter is dan 24 graden (45%), kan de maaier uit de maaizone glijden.
3. Maai niet op hellingen van meer dan 24 graden (45%).
4. Gebruik de maaier in geen enkele situatie waarin de tractie of de stabiliteit onzeker is. Verzeker
u altijd van de geschiktheid van het te maaien terrein. Een maaier die kantelt of over de kop gaat,
kan ernstige persoonlijke letsels of schade aan eigendom veroorzaken.
5. Houd ten minste 1,2 meter afstand van scherpe hoogteverschillen, grachten, hellingen of oevers,
om te verzekeren dat de maaier de maaizone niet verlaat. Dat kan de maaier beschadigen of
ernstige letsels veroorzaken.
I. Onderhoud en speciale instructies
1. Houd de maaier in goede staat van werking. Vervang versleten, beschadigde of kapotte onderdelen.
U vindt de artikelnummers van de accu's, messen en voedingen in het boekje 'Bijkomende
informatie'.
2. Wijzig niets aan de maaier, om ernstige letsels te vermijden.
3. De messen van de maaier zijn scherp. Omwikkel het mes of draag handschoenen en wees extra
voorzichtig wanneer u het mes vervangt.
4. Schakel de maaier altijd uit door de veiligheidssleutel te verwijderen voor u de maaier onderhoudt,
een blokkering van het of de messen en/of wielen verwijdert of de maaier inspecteert. Probeer
nooit de maaier te herstellen of af te stellen terwijl hij werkt. Controleer of het mes en alle
bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voor u de maaier schoonmaakt, repareert of
nakijkt.
5. Het mes moet binnen twee (2) seconden na het indrukken van de rode STOP-knop volledig tot
stilstand komen. Als u niet binnen twee (2) seconden hoort dat het mes tot stilstand is gekomen,
moet de maaier professioneel worden onderhouden door een erkende dealer voor u hem weer
gebruikt.
6. Gebruik nooit een hogedrukreiniger of de tuinslang om de maaier schoon te maken. Water kan
onderdelen en de programmeerbare controller beschadigen. Gebruik een vochtige doek om het
scherm schoon te vegen.
7. Inspecteer het mes visueel op schade (bv. abnormale slijtage, verbogen, gebarsten). Vervang het
mes uitsluitend door een mes van de oorspronkelijke fabrikant (OEM). Andere messen zullen niet
goed passen en kunnen onveilig zijn.
8. Het gebruik van reserveonderdelen die niet aan de originele specificaties voldoen, kan de prestaties
aantasten en de veiligheid in het gedrang brengen.
9. Stop de maaier als u een vreemd voorwerp hebt geraakt of als de maaier vastloopt. Inspecteer de
maaier zorgvuldig op schade. Repareer de schade voor u de maaier weer start en bedient.
10. In zones dichtbij een plaats waar kinderen spelen, waterlichamen, steile hellingen of de openbare
weg, moet u de perimeterdraad aanvullen met een harde begrenzing (hout/steen) van ten minste
6 cm hoogte, om te vermijden dat de maaier de maaizone verlaat.
8 9
11. Als u de maaier op een open terrein of een publieke locatie gebruikt, moet u waarschuwingsborden
aanbrengen met: "Automatische maaier! Blijf uit de buurt van de machine! Houd toezicht op
kinderen!"
12. Reinig of vervang de veiligheids- en instructielabels zoals nodig.
J. Opslag in de winter
De maaier
Laad de maaier volledig op in zijn basisstation. Schakel de maaier uit. Reinig de maaier en bewaar
hem binnenshuis, in een droge omgeving met een temperatuur boven 0°C.
Basisstation
Voor het basisstation gelden geen bijzondere instructies voor de opslag in de winter. Het mag in de
winter op het gazon blijven.
Het is aanbevolen dat u in de winter de stekker van de voeding uit het stopcontact neemt.
Jaarlijks onderhoud
Voor een goede conditie van uw maaier is het aanbevolen dat u hem naar een erkende dealer
brengt voor service, voor of nadat u hem voor de winter opbergt.
Het jaarlijkse onderhoud kan van dienstverlener tot dienstverlener verschillen en omvat een of
meer van het volgende: de onderdelen van de maaier en het maaidek schoonmaken, controleren op
versleten onderdelen en ze indien nodig vervangen (messen, aandrijfwielen en andere bewegende
onderdelen), de functies van de maaier en de veiligheidscomponenten testen, de accu controleren,
de recentste softwareversie laden, mogelijk met nieuw toegevoegde functies.
K. Einde van de levensduur
1. De maaier en zijn accessoires moeten op het einde van hun levenscyclus correct worden opgeruimd
om te voorkomen dat elektrisch en elektronisch afval worden gestort en om de kwaliteit van het
milieu te beschermen en te verbeteren. Informeer bij uw plaatselijke afvaldienst of gemeente naar
de regels voor de opruiming. Veel gemeenten hebben speciale afvalstations voor de opruiming van
accu's en elektronische uitrusting.
2. Doe de accu of de maaier niet bij het niet-gesorteerde huishoudelijke afval.
3. Verbrand de accu niet.
4. Raadpleeg de plaatselijke of andere reglementen voor eventuele speciale voorschriften voor de
opruiming of recycling. Raadpleeg het einde van de rubriek Snelgids voor instructies voor de
opruiming.
5. De maaier moet van het basisstation afgekoppeld zijn voor u de accu verwijdert;
6. Verwijder de accu uit het toestel voor het wordt opgeruimd. Volg de instructies voor het verwijderen
van de accu zoals beschreven in Bijlage A;
7. De accu moet veilig worden opgeruimd.
10 11
Symbool Beschrijving
WAARSCHUWING — LEES DE GEBRUIKERSHANDLEIDING(EN)
Lees, begrijp en volg alle veiligheidsregels en instructies op de maaier en in de
handleiding(en) voor u de maaier gebruikt. Het verzuim om deze informatie na te leven, kan
tot ernstige of dodelijke ongevallen leiden. Bewaar deze handleiding op een veilige plaats,
zodat u ze later regelmatig kunt raadplegen.
GEVAAR — VERMIJD AMPUTATIELETSELS
Breng uw handen of voeten niet in de buurt van of onder het maaidek. Handen of voeten
kunnen worden geamputeerd als ze het mes raken.
WAARSCHUWING — VERMIJD BOTSINGEN/VERWONDINGEN DOOR HET MES. BLIJF
TIJDENS DE WERKING OP EEN VEILIGE AFSTAND VAN DE MAAIER.
Maai niet met kinderen of andere mensen in de buurt. Houd andere mensen uit de buurt
terwijl de maaier werkt, om contact met het mes of met weggeslingerde voorwerpen te
vermijden. Houd omstanders, kinderen en huisdieren uit de buurt wanneer de maaier aan
het werk is. Stop de maaier als iemand op het gazon komt.
WAARSCHUWING — VERMIJD LETSELS DOOR WEGGESLINGERDE VOORWERPEN
Houd omstanders op ten minste 5 meter afstand van de maaier terwijl hij werkt. Verwijder
alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen die het mes of de
messen zouden kunnen wegslingeren. Bedien de maaier niet als het deksel niet gesloten is
en de veiligheidsvoorzieningen niet correct aangebracht zijn en goed werken.
WAARSCHUWING — VERMIJD BOTSINGEN/VERWONDINGEN DOOR HET MES
Laat kinderen niet op de maaier rijden. De maaier is geen speelgoed.
WAARSCHUWING
Schakel de maaier uit voor u onderhoud uitvoert.
WAARSCHUWING
Verwijder de veiligheidssleutel voor u aan de maaier werkt of hem optilt
WAARSCHUWING – GEBRUIK UITSLUITEND DE OORSPRONKELIJKE VOEDING
Wijzig de aansluiting van de voeding niet! Gebruik uitsluitend de door de fabrikant geleverde
oorspronkelijke voeding bij de maaier of als reserveonderdeel. Het juiste onderdeelnummer
wordt op het product aangegeven, op dit etiket. Een niet-oorspronkelijke voeding kan brand
veroorzaken en het basisstation en de maaier beschadigen.
Gebruik nooit een hogedrukreiniger of de tuinslang om de maaier schoon te maken. Water
kan onderdelen en de programmeerbare controller beschadigen. Gebruik een vochtige doek
om het scherm schoon te vegen.
Definities van de
symbolen
2
10 11
Uw maaier is van verscheidene ingebouwde beveiligingen
voorzien. De maaier is een gevaarlijk toestel met scherpe
messen die ernstige verwondingen kunnen veroorzaken bij
iedereen die ermee in aanraking komt.
Het is streng verboden op het gazon te komen terwijl de
maaier aan het werk is.
STOP-bediening/draaggreep
Disabling device
Interfacedeur
A. Kinderslot
Het kinderslot voorkomt dat de maaier onvoorzien gaat werken als toevallig een knop
wordt ingedrukt. U moet twee knoppen in de juiste volgorde indrukken om de machine
te starten. U moet het kinderslot activeren als kinderen jonger dan 6 jaar in contact
kunnen komen met de maaier.
Veiligheidsfuncties
WAARSCHUWING
3
12 13
B. Diefstalbeveiliging
(veiligheidssleutel met beveiligingscode)
De diefstalbeveiliging verhindert het gebruik of het verrijden van de maaier als geen
geldige code wordt ingevoerd. De Robomow zal u vragen een code van vier cijfers als
persoonlijke veiligheidscode in te voeren. Het is stellig aanbevolen dat u deze functie
te activeert om te voorkomen dat kinderen of mensen die de maaier niet kennen of
niet mogen gebruiken de maaier inschakelen.
C. Tilsensor
Als de maaier wordt opgetild, zullen de maaier en het draaien van het mes binnen
twee (2) seconden stoppen.
D. Sensor voor scheefstand
Als de maaier verticaal wordt gekanteld, zullen de maaier en het draaien van het mes
binnen twee (2) seconden stoppen.
E. Bumpersensor
Tijdens de werking detecteert uw maaier obstakels op zijn weg. Als de maaier op een
obstakel stoot, zal hij zijn beweging in die richting stoppen en achteruit wegrijden van
het obstakel, terwijl de maaier en het draaien van het mes binnen twee (2) seconden
stoppen.
F. Snelstop
Trek de rode STOP-bediening tijdens de werking uit om de maaier en het mes binnen
twee (2) seconden te stoppen.
G. Verwijderbare veiligheidssleutel
Als u de veiligheidssleutel verwijdert, kan de maaier niet meer werken. U moet de
veiligheidssleutel verwijderen voor u de maaier optilt en voor u onderhoud uitvoert.
H. Basisstation en perimeterdraad
De maaier kan niet werken zonder een geïnstalleerde en via het basisstation
geactiveerde perimeterdraad. Als het signaal van de perimeterdraad uitvalt, stopt de
maaier met werken.
12 13
Bijlage A – Instructies voor
het verwijderen van de accu
1. Verwijder de veiligheidssleutel.
2. Schakel de maaier uit door de knop GO 2 seconden ingedrukt te houden.
3. Plaats de sleutel in het slot, draai hem 90° naar links en trek het luik halfweg naar boven, tot
het niet verder kan
4. Draai de sleutel 45° terug en trek het luik volledig naar boven.
5. Koppel de accu af van het net.
6. Druk op de klem van de accubehuizing om de accu te verwijderen.
Aan de slag.
Ik kan niet
wachten om
uw gazon te
maaien.
PB 15
Welkom in een
vriendelijk thuis
Prociat met uw aankoop! U staat op het punt uw beste teamspeler te
ontmoeten. U zult weldra op uw nieuwe vriend kunnen rekenen om uw
gazon perfect te maaien.
Hij zal op vooraf bepaalde dagen en uren automatisch uit zijn basisstation
vertrekken, uw gazon maaien en naar het basisstation terugkeren om zich
op te laden.
Een vooraf geïnstalleerde perimeterdraad bepaalt de grenzen (als een
"virtueel hek") voor uw maaier. Hij loopt langs de rand van het gazon en
rond voorwerpen die u wilt beschermen.
De maaier beweegt willekeurig binnen de door de perimeterdraad
afgebakende werkzone. De willekeurige beweging zorgt voor een perfecte
maaibeurt van de volledige oppervlakte van uw gazon.
16 17
Hij volgt bovendien de perimeterdraad om de randen van het gazon te
maaien en perfect af te werken.
Consistent maaien geeft een mooi, gezond gazon, en dat is net wat uw
Robomow doet.
Nadat u de instructies voor de installatie hebt gevolgd, kunt u van uw vrije
tijd genieten terwijl uw nieuwe vriend voor uw gazon zorgt.
Het is stellig aanbevolen dat u voor de installatie de installatiegids
helemaal leest.
Om de installatie te vergemakkelijken
Is het aanbevolen het gazon een laatste keer met een traditionele maaier
te maaien en de randen van het gazon 24 uur voor de installatie van de
draad te besproeien.
16 17
Wat zit er in de doos
Het product
Uw nieuwe robotmaaier
Basisstation
Hier laadt de maaier zich op
Perimeterdraad*
Bakent het werkgebied van
de maaier af
(*) Niet bij alle modellen
inbegrepen
Haringen voor het
basisstation
Om het basisstation aan
de grond te bevestigen
x4
Voeding
De voeding voorhet
opladen van uw maaier
Verlengsnoer
15 m laagspanningsnoer
om de maaier met de
voeding te verbinden
Extra
aansluitconnector
Om de perimeterdraad
op het basisstation aan
te sluiten
Draadconnectoren
Om de perimeterdraad
te splitsen als hij
onderbroken is
x2 x2
Draadpennen*
Om de draad aan de
grond te bevestigen
(*) Niet bij alle modellen
inbegrepen
18 19
Klaar? We beginnen ...
RoboRuler
Om de afstand van de perimeterdraad tot
de rand van het gazon te meten
Veiligheidsinstructies
Startgids
Wielreinigers Gereedschap
Voor de installatie vereist gereedschap
18 19
Waar gaan we heen?
Een correcte installatie van uw maaier zal een optimaal resultaat
garanderen. U moet het volgende doen om uw maaier voor te
bereiden om perfect voor u te werken:
De plaats van het
basisstation
De plaats van het basisstation
Zachte obstakels
Hoe u zachte obstakels
beschermt
Hellingen
Welke hellingen kan de maaier aan
Aparte zone
Hoe u een aparte zone bedraadt
Plaats de draad
Bepaal de "virtuele omheining"
Harde obstakels
Wanneer moeten
ze worden uitgesloten
Smalle doorgang
Hoe u een subzone bedraadt
Afwerken
Voltooi de installatie
5
1
3
6
2
4
7
8
20 21
Type A
Alleen basiszone
Uw gazon is een doorlopende zone en
overal breed genoeg om de maaier te
laten passeren (op het smalste punt ten
minste 4 m breed).
Een goed begrip van uw gazon zal onnodige vergissingen
voorkomen en de installatie gemakkelijker en eenvoudiger
maken.
Ken uw gazon
Hoofdzone
Hoofdzone
Subzone
Type B
Basiszone + subzone
Uw gazon bestaat uit meer dan één
zone. De verschillende zones zijn met
een smalle doorgang (1-2 m breed)
met elkaar verbonden. De maaier kan
tussen de zones rijden om het volledige
gazon te maaien.
Als uw gazon kent, kunt u ook delen van deze handleiding overslaan omdat
ze niet relevant zijn voor uw gazon.
Hoe ziet uw gazon eruit?
20 21
Hoofdzone
Gescheiden zone
Hoofdzone
Subzone Aparte zone
Type D
Basiszone + subzone+
aparte zone
Sommige delen van uw gazon zijn met
de basiszone verbonden door een smalle
doorgang (tot 1-2 m breed) en sommige
delen zijn volledig van de basiszone
gescheiden door een omheining,
een voetpad, een pad of een andere
hindernis en de maaier kan niet van het
ene naar het andere deel rijden.
Type C
Basiszone + aparte zone
Uw gazon bestaat uit twee of meer
zones die niet met elkaar verbonden
zijn (gescheiden door een omheining,
voetpad, pad of ander obstakel). De
maaier kan niet tussen deze zones
rijden.
22 23
Het basisstation laadt uw maaier op en het begin en eind van de
perimeterdraad worden erop aangesloten. In deze stap van de
installatie bepaalt u een goede locatie voor het basisstation.
Waar moet u het basisstation
plaatsen?
Overweging A
Het is stellig aanbevolen het basisstation in de grootste zone van
uw gazon te plaatsen
Kies de locaties voor het basisstation en de voeding
Overweging B
Maximaal 15 meter van een stopcontact
Locatie
basisstation
1
22 23
TIPS
Blijf op een afstand van ten minste 1 meter van sproeiers, om
beschadiging van de interne componenten van de maaier te
voorkomen
Overweging C
Minimaal 3 m rechte draad voor het basisstation en minimaal 1 m achter het
basisstation, zodat de maaier vlot in en uit kan rijden
Min. 3 m
Min. 1 m
Overweging D
Op een plek met schaduw
24 25
Overweging E
Zorg dat de grond een en vlak is, zonder helling
Hoe installeert u het basisstation?
Plaats het basisstation zoals in de onderstaande aeelding
ORIËNTATIE
24 25
Gebruik de RoboRuler om de draad op de juiste afstand van de rand van
uw gazon te installeren.
Als het gazon op gelijk
niveau ligt met de grond,
gebruikt u de 1ste afstand
van de RoboRuler
Als het terrein
voorbij de rand lager
is, gebruikt u de
2de afstand van de
RoboRuler
Als er aan de rand een
'muur' van meer dan 5 cm
hoog is, gebruikt u de 3de
afstand
AFSTAND VAN DE RAND
2
3
1
26 27
BEVESTIG DE BASIS
Na de keuze van de juiste plaats, bevestigt u het basisstation aan de
grond met de meegeleverde haringen.
Zorg dat u geen irrigatieleidingen beschadigt wanneer u de
haringen in de grond slaat.
26 27
Vooruit plannen
Wandel voor u begint langs de omtrek van uw gazon en plan hoe u de
perimeterdraad zult plaatsen. Noteer alle obstakels en hellingen.
28 29
Harde obstakels
Harde obstakels zijn verticaal, stijf en
hoger dan 15 cm, zoals bomen of grote
harde objecten die de maaier niet kan
beschadigen als hij er zacht op botst
Vijvers
Vijvers en andere waterpartijen
moeten met perimetereilanden worden
beschermd.
Zachte obstakels
Zachte obstakels zijn bloembedden,
vijvers of kleine bomen. Ze moeten
met perimetereilanden worden
beschermd.
OBSTAKEL
Obstakels en hellingen
Let op eventuele obstakels of hellingen voor u een pen in de grond slaat.
28 29
De helling is te steil als...
De maaier bij het beklimmen van de helling kantelt. Sluit dergelijke
hellingen uit van het maaigebied.
HELLINGEN
Hellingen langs de rand
Om te beletten dat de maaier van het gazon glijdt, zeker als het gras nat is,
moet de perimeterdraad aan de rand van het gazon hellingen van meer dan
20% (20 cm stijging per 1 m) vermijden.
TIP
Hellingen binnen het gazon
Uw maaier kan binnen het gazon zones met een helling tot 45% maaien. U kunt
hellingen langs de rand in de perimeter opnemen als het terrein naar het gazon toe
aelt, zodat er geen gevaar bestaat dat de maaier van het gazon zou glijden. Een
helling van 45% komt overeen met 45 cm hoogteverschil per 1 m.
Max. 45%
Minder dan
20 cm
Minder dan 20%
1 m
Meer dan 20%
1 m
Meer dan 20
cm
Max. 45%
30 31
Plaats de draad
2
Zorg dat u de verpakking van de maaier in de buurt hebt.
Geef het gazon nog een laatste beurt met uw oude maaier
voor u de draad plaatst. De grond moet bovendien vochtig
zijn. Dat vergemakkelijkt het aanbrengen van de draadpennen
en zorgt ervoor dat de maaier de draad niet doorsnijdt.
DIT
HEBT U
NODIG
Hamer
Combinatietang
Plaats de perimeterdraad ("virtueel hek") die het
werkgebied van de maaier aakent.
TIPS
U bent nu klaar om de perimeterdraad te installeren. We doen het
stap voor stap.
... Een zonnige dag en een zonnig humeur :)
50 cm
30 31
Leg hem losjes langs de perimeter terwijl u de rand van het gazon
volgt. Als u een gebied/object bereikt dat een bijzondere aandacht
vereist, moet u de perimeterdraad leggen zoals dat in de volgende
delen wordt beschreven.
Wikkel de draad tegen de klok in af rondom het gazon,
vertrekkend van de plaats van het basisstation.
Trek ongeveer 50 cm draad door het gat in het plastic deksel en
bevestig het begin van de draad met een pen aan de grond op de
plaats waar het basisstation zal komen.
Laten we goed beginnen
32 33
Plaats pennen op 2-3 m afstand van elkaar en op de hoeken. In
deze vroege fase gebruikt u zo weinig mogelijk pennen. Later kunt
u alle pennen die nodig zijn aanbrengen.
Trek de draad strak en hamer de pen volledig in de grond.
Zorg dat u geen irrigatieleidingen beschadigt.
TIPS
Houd voldoende afstand
De perimeterdraad wordt aan de grond bevestigd
met de pennen die bij het product worden
geleverd. Gebruik de RoboRuler om de afstand
tussen de perimeterdraad en de rand van het
gazon of obstakels te bepalen.
~ 2 m
32 33
Als de rand steil is, gebruikt u afstand 2
van de RoboRuler
Als de rand een muur is (meer dan 2
cm boven de grond) gebruikt u de 3de
afstand van de RoboRuler.
1
Als de rand vlak is, gebruikt u de korte
afstand van de RoboRuler.
2
3
34 35
Het is niet nodig om de perimeterdraad te begraven.
In blootgestelde zones, zoals betegelde zones, is het aanbevolen
dat u de draad begraaft.
Als u extra draad nodig hebt om de installatie te voltooien,
verbindt u hem met de meegeleverde waterdichte connectors
(zie pagina 56 “De perimeterdraad splitsen”).
TIPS
Bewaar een afstand van ten minste 1,2 meter als
de rand van het gazon langs water loopt.
Of plaats een fysieke barrière bij
het water.
Min. 1,2 m
15 cm
34 35
Draden naar en van een eiland moeten met dezelfde pen worden
bevestigd
Laat de perimeterdraad
met de klok mee rond
het obstakel lopen,
want anders zal de
maaier het eiland
binnenrijden en de
zone eromheen
niet goed
maaien.
TIPS
Bescherm zachte obstakels
Objecten zoals bloembedden, vijvers of kleine bomen moeten
worden beschermd door perimetereilanden te vormen.
Zachte obstakels
3
Houd minstens 1,2 m afstand
tussen eilanden; als de obstakels
zich dichter bij elkaar bevinden,
maakt u er één eiland van.
Als de afstand tussen een eiland en de
perimeterdraad kleiner is dan 1,2 m, gebruikt
u het obstakel als een deel van de rand van
het gazon.
Positie perimeterdraad
Perimeterdraad
36 37
Harde obstakels
4
Bescherm harde obstakels
Sluit alle harde objecten die lager dan 15 cm zijn uit van het gazon.
Hogere harde objecten kunnen zonder bescherming binnen het
gazon blijven
Min. 15 cm
36 37
Hellingen
Uw maaier kan binnen het gazon elke helling tot 45% aan
Hellingen
5
1 m
45 cm
Max. 45% (24°)
Max. 45% (24°)
38 39
<20% (11°)
>20% (11°)
L = 1 m
H =20 cm
20% =
Sluit hellingen van meer dan 20% aan de rand van het gazon uit om te
voorkomen dat de maaier van het gazon glijdt (vooral als het gras nat is)
38 39
Type A
Alleen basiszone
Type B
Basiszone +
subzone
Type C
Basiszone +
aparte zone
Type D
Basiszone +
subzone+ aparte
zone
Basiszone
Aparte zone
Basiszone
Basiszone
Subzone
Basiszone
Subzone Aparte
Zone
Herinner u het type van uw gazon
Subzone
Hoofdzone
Smalle
doorgang
Hoofdzone
Een smalle doorgang verbindt de
hoofdzone met een subzone.
Hebt u geen subzone?
Sla deze sectie over!
Hoe u een subzone bedraadt
Type B / Type D
Smalle doorgang
6
W
40 41
Een smalle doorgang verbindt de hoofdzone met een subzone.
Als de doorgang breder dan 2 m is, kan de maaier automatisch
passeren.
W
W > 2m
Min. 1,5 m
40 41
Smalle doorgangen moeten vast, een en vlak zijn.
Als de doorgang smal is, tussen 1-2 m, moeten de draden in het midden
van de doorgang worden geïnstalleerd, met afstand 1 van de RoboRuler
ertussen, zodat de maaier de draden in en uit de subzone kan volgen. Bij
het begin van de doorgang in beide richtingen moet u een hoek van 45°
vormen, zodat de maaier nauwkeurig in en uit de smalle doorgang kan
rijden.
45˚
45˚
W
1 m < B < 2 m
13 cm
5"
45˚
45˚
42 43
Verleng de perimeterdraad van uit de basiszone over het obstakel heen.
Twee draden
onder dezelfde
pen
Basisstation
F. Hoe u een aparte zone bedraadt
Hebt u geen aparte zone?
Sla deze sectie over!
Type C / Type D
Aparte zone
7
42 43
De perimeterdraad splitsen
(indien nodig)
Plaats de twee draadeinden in de uiterst linkse en uiterst rechtse
posities van de connector.
Controleer of de draden volledig in de connector geplaatst zijn.
Gebruik een tang om de knop op de connector neer te drukken. Druk
de knop volledig in zonder de connector te beschadigen.
TIP
44 45
Wanneer de perimeterdraad
volledig gelegd is en u weer bij
het basisstation bent, plaatst u
de laatste pen op ongeveer 5
cm voor het basisstation. Het
is erg belangrijk dat de draad
in lijn is met het midden van
het basisstation.
G. Voltooi het plaatsen van de draad
Wikkel de draad tot op
ongeveer 50 cm voorbij
het basisstation af en
snijd hem af.
TIPS
Voltooi de
installatie
8
30 cm
12"
50 cm
44 45
Open de achterste deur van het
basisstation.
Schuif of installeer de draad door de tunnel en leid hem door de opening
onder de laadconnectors, tot hij het basisstation langs achter verlaat
1
2
46 47
Installeer de connector op het uiteinde van de draad, zoals op de
tekeningen. Snijd het uiteinde van de draad dicht bij de connector af.
Geweldig! Het
ergste is achter
de rug!
46 47
Bevestig de draad met een pen aan de grond. Draai en wikkel de draden
zodat ze netjes in het vak van het basisstation passen. Verbind het met “A
gemerkte draadeinde aan de met “A” gemerkte connector aan de achterkant
van het basisstation. Verbind het andere uiteinde met de andere connector.
Stop de draad in het vak en sluit de deur.
Sluit de stroomkabel aan op het stopcontact
Plaats maaier in het
basisstation en zorg
ervoor dat hij de
oplaadarmen raakt
Het ledlampje van het basisstation moet nu groen knipperen (als de maaier
zich buiten het basisstation bevindt) of aanhoudend groen branden (als de
maaier zich in het basisstation bevindt).
48 49
Continu groen
Maaier in
basisstation
Maaier buiten
basisstation
Knipperend
groen
Knipperend
rood
4 sec. oranje
Continu rood
LED
Ledlampjes
Het verlengsnoer van de voeding naar het basisstation moet
goed aan de grond worden bevestigd! Men mag er niet over
kunnen struikelen.
Het verlengsnoer mag ALLEEN over zachte oppervlakken
lopen. Het mag niet over harde oppervlakken (bijvoorbeeld
een voetpad, oprit) lopen, waar het niet goed kan worden
bevestigd.
Let op
Nog één stap...;)
4 sec.
48 49
A. Taal, datum en tijd instellen
Eenmalige instelling
Schakel de maaier in en voer de eerste instelling uit om hem klaar te maken
voor het werk.
2 sec Selecteer uw
taal
Stel de
datum in
Volgende
Terug
Taal
Welkomstscherm
Datum
50 51
Installatie door ...
Selecteer wie de installatie uitvoert.
Stel de tijd in
Tijd
Wat is het type van uw
gazon?
Kies 'Hoofd+' als het gazon meer
dan 1 zone heeft.
De positie van de draad
testen
Verzekert dat de robot de draad
ongehinderd kan volgen. Uw maaier
zal de draad volgen en stoppen waar
de positie van de draad moet worden
aangepast. Volg de instructies op het
scherm van de maaier. Lees meer in
Bijlage B.
50 51
Aparte zone
Als u een aparte zone in uw gazon
hebt, moet u de schakelaar voor aparte
zones op “AAN” zetten. U kunt dan
op het hoofdscherm van de maaier
“aparte zone” selecteren om het
maaien te beginnen nadat u de maaier
met de hand in uw aparte zone hebt
geplaatst. Denk eraan uw maaier na
het werk in een aparte zone terug te
brengen naar het basisstation, zodat
hij kan opladen en het automatische
plan verder kan uitvoeren zonder een
maaibeurt over te slaan.
Grootte hoofdzone
Stel de grootte van uw hoofdzone in.
Installatie gereed
De eerste instelling is klaar. Over
enkele seconden verschijnt het
volgende scherm.
52 53
De maaihoogte instellen
U kunt de maaihoogte instellen door
de knop naar links of rechts te draaien.
Druk op Volgende als u klaar bent.
Als het gras hoog is, is het aanbevolen
dat u voor het beste resultaat hoog
begint en in de loop van enkele weken
de hoogte geleidelijk aan verlaagt.
Maaischema
De maaier berekent automatisch een
maaischema op basis van de grootte
van uw gazon. Om het automatische
schema te starten, moet u het
goedkeuren. U kunt het ook op dit
scherm wijzigen of er later naar
terugkeren om het aan te passen.
U vindt het automatische schema
op het scherm instellingen via het
hoofdscherm.
In de sectie “Automatische werking”
van deze handleiding vindt u meer
informatie over de instelopties van het
automatische schema.
Klaar om te maaien
De eenmalige instelling is voltooid :)
Uw maaier is nu klaar om te maaien.
Controleer of hij zich in het basisstation
bevindt en dat het maaischema
ingeschakeld is.
52 53
Bijlage B – De draadpositie
testen
1. Let terwijl uw maaier de draad volgt op deze mogelijke situaties:
a. De draad loopt te dicht bij obstakels
Als de maaier een obstakel ontmoet terwijl hij de draad volgt, zal hij
het omzeilen. Plaats de draad in dat geval verder van het obstakel,
zodat de maaier het kan ontwijken zonder de draad te verlaten.
b. De draad loopt te dicht bij de rand van het gazon
Als de maaier van de rand van het gazon valt terwijl hij de draad
volgt, moet u de draad verder van de rand plaatsen.
c. De draad loopt te ver van obstakels en/of de rand van het gazon
Uw maaier bezit het unieke vermogen om zeer dicht bij obstakels
en bij de rand van uw gazon te komen. Als u zones ziet waar niet zo
grondig gemaaid is als u wenst, plaatst u de draad gewoon verder
naar buiten. Let alleen op dat u situaties “a & b” vermijdt.
d. Ruw of moeilijk terrein
Als u zones ziet waar de maaier weinig tractie heeft of moeite heeft
om nauwkeurig te maneuvreren, zult u de draad op die plaatsen
waarschijnlijk moeten aanpassen. Op erg losse of zanderige grond,
rotsachtig terrein, plaatsen met veel wortels en/of zeer ongelijke
oppervlakken, bestaat er een groter risico dat de maaier vastloopt en
niet altijd naar het basisstation zal kunnen terugkeren om op te laden.
Zones die bij droog weer al erg moeilijk zijn, zullen dat na zware
regenval waarschijnlijk nog meer zijn.
54 55
2. Om aanpassingen aan de draad te testen, drukt u op de Stop-bediening
en draagt u de maaier naar een plaats op de draad op ongeveer 3 m
voor de aangepaste zone. Stuur de maaier weer naar het basisstation.
Herhaal dit zo vaak en op zoveel plaatsen als nodig is om de maaier vlot
de volledige perimeter te doen volgen.
3. Wanneer de maaier de volledige perimeter afgelegd heeft, zal hij het
basisstation binnenrijden.
54 55
De draad vastzetten
~ 2 m
~ 50 cm
Nu is het tijd om pennen aan de draad toe te voegen.
Gebruik de resterende pennen met intervallen van 0,5 m tot 1 m langs de
perimeterdraad.
56 57
Extra opties met de
mobiele App
Uw maaier is een intelligent geconnecteerd product. Dankzij een ingebouwde
Bluetooth LE (Low Energy) voorziening kunt u de maaier via uw smartphone
bedienen.
Dankzij een gratis mobiele app kunt u uw maaier op een heel nieuwe manier
ervaren!
U kunt de Robomow-app downloaden op de Google Play Store (Android) of
de Apple AppStore (iOS). Na de download kunt u uw maaier registreren om
extra functies te gebruiken.
De App geeft u niet alleen een fascinerende ervaring maar ook extra opties en
mogelijkheden voor uw slimme kleine maaier:
Een programma voor automatisch maaien invoeren
De diefstalbeveiliging inschakelen
Gazon instellingen bepalen (formaat, max. aantal sub-zones, aparte zones)
Uw maaier met de hand besturen
Diagnose van de maaier
Vermijd storingen door het wijzigen van het signaaltype
Schakel de “Opslagmodus” in om minder stroom te verbruiken en aan de
CEC/DoE-reglementering te voldoen.
Geo-omheining en pushmelding voor modellen met gsm-module.
*Zoek de Robomow-app in Google Play en App Store.
56 57
Goed
gedaan!
Ontspan u en laat uw
maaier het werk doen.
58 59
Ken uw maaier
Menustructuur
Automatische werking
Handmatige bediening
Kenmerken – hoe
Periodiek onderhoud
Probleemoplossing
Veel gestelde vragen
1
2
3
4
5
6
7
8
58 59
Leer de verschillende onderdelen en berichten van uw maaier kennen om
hem optimaal te gebruiken. Als u begrijpt hoe de maaier werkt en zich
gedraagt, zult u hem gemakkelijk kunnen bedienen.
Externe delen
Interfacedeur
Laadcontacten
Disabling device
STOP-bediening /
Draaggreep
Aanraakgevoelige
bumper
Ken uw maaier
1
60 61
Aangedreven wiel
Accudeur
Rijmotor
Maaimotor
Veiligheidsdraden
VoorwielMesschijf
60 61
Onder de motorkap
Knop om de maaihoogte in
te stellen
Bedieningspaneel
Navigatietoetsen
Terug-knop
Aan/Uit/
Got-knop
62 63
LCD-scherm
Diefstalbeveiliging /
Kinderslot
Datum en tijd
Selecteer zone
Bluetooth
Accustatus
Vorige
handeling
volgende handeling
laden
status automatisch
vertrek
Maaimodus Schema
aan/uit
Randmaaien
voor maaien
Instellingen
62 63
Ledlampje basisstation
Indicatie Betekenis
Continu groen Signaal van de perimeterdraad OK; de
maaier bevindt zich in het basisstation
Knippert groen
Signaal van de perimeterdraad OK;
de maaier bevindt zich buiten het
basisstation
Continu rood Laadt niet
Knippert rood Perimeterdraad slecht aangesloten of
te lang
Oranje Signaaltype is gewijzigd A/B/C
LED
Continu
groen
Maaier in
basisstation
Maaier buiten
basisstation
Knipperend
groen
Knipperend
rood
4 sec. oranje
Continu
rood
4 sec.
64 65
Congureer de gebruikersvoorkeuren
Menustructuur
2
Maaieropties
Kinderslot
Vergrendel het toetsenbord om toevallige bediening te voorkomen
Datum en tijd
Stel de datum en tijd in
Taal
Wijzig de menutaal van de maaier
Diefstalbeveiliging
Beveiliging met pincode
Formaat
Selecteer het tijdformaat (24/12) en de meeteenheid (meter/voet)
64 65
Gazonopties
Raadpleeg het gedeelte Functies van dit document voor een volledige
beschrijving van alle menuopties. U kunt ook het aanraakscherm
gebruiken om door de menu's te navigeren met de navigatietoetsen.
Maak een selectie door op de groene knop Go te drukken.
Aan/Uitschakelen
Eilanden
Voer de grootte van uw gazon in
Formaat
Voeg tot 4 subzones aan het schema toe
Subzone toevoegen
Kinderslot
Vergrendel het toetsenbord om toevallige bediening te voorkomen
Geluid
Schakel het geluid aan/uit
Signaltype
Wijzig het om storingen met andere robotmaaiersin
de omgeving te voorkomen
Opslagmodus
Beperkt het stroomverbruik tot het minimum in de winter
of andere lange perioden waarin niet wordt gemaaid en
de maaier in het basisstation blijft.
Bochtmodus
Maakt het maaien eciënter door meer vloeiende, continue
bochten bij de rand van het gazon mogelijk te maken.
66 67
Verhoogt de maai-intensiteit tijdelijk gedurende 7
dagen tot het maximum
Intensief maaien
Voorkomt wielsporen over hetzelfde pad door op verschillende afstanden
langs de perimeterdraad te rijden (niet gecentreerd op draad)
Hou draadafstand
Randmaaien bij automatische werking aan/uitschakelen
Randmaaien
Om de maaier in aparte zones te gebruiken
Aparte zone
66 67
Leer de automatische werking te congureren en ze indien nodig
handmatig te omzeilen/op te heen
De maaier gebruikt de instelling Formaat zone om automatisch de
vereiste maaitijd voor uw gazon te bepalen en een weekschema voor het
beste resultaat aan te bevelen.
Het schema houdt rekening met de beschikbare werkdagen en de
beschikbare aanbevolen werkperiode voor elke dag.
U kunt de werkdagen en de werkperiode volgens uw behoeften aanpassen.
Automatische
werking
3
68 69
U kunt de dagelijkse werkperiode in twee afzonderlijke periodes verdelen,
als u wenst dat de maaier tussen de twee periodes niet op het gazon
komt.
Het is belangrijk dat u de werktijd van de maaier niet te veel beperkt.
Als u het schema open houdt, kan de maaier zich beter aan wisselende
omstandigheden aanpassen om de vereiste werkuren per week te
bereiken.
De maaier zal u waarschuwen als het aantal werkdagen en/of de duur
van de werkperiodes niet volstaan om de vereiste werkuren per week te
bereiken.
Uw maaier zal stoppen met maaien wanneer hij de op de grootte
van het gazon gebaseerde vereiste uren per week heeft bereikt.
Het schema is dus niet noodzakelijk om te voorkomen dat de
maaier te veel werkt. TIP
68 69
Hoewel uw Robomow een intelligent schema berekent op basis van de
gazongrootte die u hebt ingevoerd, kan het soms nodig zijn dat u het
schema moet aanpassen.
De voor het onderhoud van uw gazon vereiste maaitijd kan variëren
volgens factoren zoals het type gras, het weer, het seizoen, de
blootstelling aan de zon, de drainage van de bodem, bemesting enz.
Daarom is het aanbevolen dat u de kwaliteit van uw gazon in de gaten
houdt en het schema indien nodig aanpast.
U kunt het automatische schema opwaarts of neerwaarts aanpassen,
zowel voor het volledige gazon als voor elke subzone.
Te veel maaien kan uw gazon beschadigen en de levensduur
van uw maaier verkorten
Te weinig maaien kan een ongelijkmatig resultaat opleveren
omdat de maaier de groei van het gras niet kan volgen TIP
Maai uren
70 71
Voor de beste resultaten is het aanbevolen het maaien niet meer dan 2
dagen over te slaan.
Wanneer hij zijn taak voor een gegeven dag voltooid heeft, blijft de
maaier in het basisstation tot de volgende werkdag begint.
De intensieve modus van de maaier is standaard ingeschakeld. In deze
modus zal de maaier tijdelijk (7 dagen) op maximale capaciteit maaien.
Dit gebeurt om uw gazon snel op gelijke hoogte te brengen voor de
maaier naar zijn automatische onderhoudsschema overschakelt.
Als de maaier tijdens het seizoen een grote achterstand op de dekking
oploopt (misschien omdat hij lange tijd uitgeschakeld was, het gras erg
snel gegroeid is, enz.) kunt u Intensief maaien weer inschakelen, zodat
hij zijn achterstand kan inlopen. De maaier zal dan weer gedurende 7
dagen op maximaal vermogen maaien en daarna terugkeren naar het
vorige schema.
Let op:
71

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Robomow RK1000 Pro - 2022 bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Robomow RK1000 Pro - 2022 in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 3.41 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Robomow RK1000 Pro - 2022

Robomow RK1000 Pro - 2022 Gebruiksaanwijzing - Deutsch - 86 pagina's

Robomow RK1000 Pro - 2022 Gebruiksaanwijzing - English - pagina's

Robomow RK1000 Pro - 2022 Gebruiksaanwijzing - Français - 86 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info