631188
31
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/48
Pagina verder
Gebruikershandleiding
Deze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28 en UL1594.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Wanneer u een elektrisch apparaat gebruikt, moet u altijd de elementaire veiligheidsvoorschriften
in acht nemen, inclusief het volgende:
Lees alle instructies door voordat u deze huishoudnaaimachine in gebruik neemt. Bewaar de in-
structies op een geschikte plaats, dicht bij de naaimachine. Lever de instructies bij de naaimachine
als deze van eigenaar verwisselt.
GEVAAR - U BEPERKT ALS VOLGT HET RISICO VAN EEN ELEKTRISCHE
SCHOK:
Naaimachines mogen nooit onbewaakt blijven wanneer de stekker in het stopcontact zit. Haal
de stekker van deze naaimachine altijd meteen uit het stopcontact na het gebruik en voordat u
de machine gaat reinigen, afdekpanelen ervan verwijdert, voordat u de machine smeert of wan-
neer u andere onderhoudswerkzaamheden uitvoert die in de gebruiksaanwijzing staan.
WAARSCHUWING - U BEPERKT ALS VOLGT HET RISICO VAN BRAND-
WONDEN, BRAND, EEN ELEKTRISCHE SCHOK OF LICHAMELIJK LETSEL:
Laat kinderen niet spelen met de naaimachine. Let goed op wanneer deze naaimachine wordt
gebruikt door of in de buurt van kinderen.
Gebruik de naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor deze bedoeld is, zoals be-
schreven in deze handleiding. Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aanbevo-
len, zoals in deze handleiding wordt beschreven.
Gebruik deze naaimachine nooit wanneer het netsnoer of de stekker beschadigd is, als de
naaimachine niet goed werkt, als de naaimachine gevallen of beschadigd is of in het water heeft
gelegen. Breng de naaimachine in dat geval naar de dichtstbijzijnde bevoegde dealer of een on-
derhoudscentrum voor onderzoek, reparatie en elektrische of mechanische bijstelling.
Gebruik de naaimachine nooit wanneer de ventilatieopeningen geblokkeerd zijn. Houd de
ventilatieopeningen van de naaimachine en het voetpedaal vrij van opgehoopt stof, pluisjes en
loshangende lappen stof.
Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt
van de naaimachinenaald.
Gebruik altijd de juiste steekplaat. Wanneer u de verkeerde steekplaat gebruikt, kan de naald
breken.
Gebruik geen gebogen naalden.
Trek of duw tijdens het naaien niet aan de stof. Hierdoor kunt u namelijk de naald buigen, waar-
door deze kan breken.
Draag een veiligheidsbril.
Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald,
zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, de spoel plaatsen, een andere
naaivoet plaatsen en dergelijke.
Laat geen voorwerpen in een opening vallen en steek geen voorwerpen in openingen van de
naaimachine.
Gebruik de naaimachine niet buiten.
Gebruik de naaimachine niet in een omgeving waar spuitbussen worden gebruikt of waar zu-
urstof wordt toegediend.
Voordat u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u eerst alle knoppen uitschakelen (“0”).
Trek de stekker niet aan het netsnoer uit het stopcontact. Pak de stekker vast, niet het snoer.
Het voetpedaal wordt gebruikt om de naaimachine te bedienen. Plaats geen andere voorwerpen
op het voetpedaal.
Gebruik de machine niet als hij nat is.
Als het LED-lampje beschadigd of kapot is, moet het worden vervangen door de fabrikant of
GLHQVVHUYLFHDJHQWRIHHQSHUVRRQPHWGH]HOIGHNZDOLÀFDWLHVRPJHYDDUWHYRRUNRPHQ
Als het snoer van het voetpedaal is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant
RIGLHQVVHUYLFHDJHQWRIHHQSHUVRRQPHWGH]HOIGHNZDOLÀFDWLHVRPJHYDDUWHYRRUNRPHQ
Deze naaimachine heeft dubbele isolatie. Gebruik alleen originele reserveonderdelen. Raadpleeg
de instructies voor het repareren van dubbel geïsoleerde apparaten.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
ALLEEN VOOR EUROPA:
Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde
fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring en kennis als ze super-
visie of instructies hebben gekregen om het apparaat op een veilige manier te kunnen gebruiken
en als ze begrijpen welke gevaren eraan verbonden zijn. Kinderen mogen niet met het apparaat
spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet zonder supervisie door kinderen worden
uitgevoerd.
Bij normale gebruiksomstandigheden is het geluidsniveau minder dan 75dB(A).
De machine mag alleen worden gebruikt met een voetpedaal van het type "FR5", gefabriceerd
door Shanghai Bioao Precision Mould Co., Ltd.
VOOR BUITEN EUROPA:
Deze naaimachine is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met
verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten, of met een gebrek aan ervaring en ken-
nis, als ze geen supervisie of instructie voor het gebruik van de naaimachine hebben gekregen van
een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten in de gaten worden
gehouden om te zorgen dat ze niet met de naaimachine spelen.
Bij normale gebruiksomstandigheden is het geluidsniveau minder dan 75dB(A).
De machine mag alleen worden gebruikt met een voetpedaal van het type "FR5", gefabriceerd
door Shanghai Bioao Precision Mould Co., Ltd.
SERVICE UITVOEREN AAN DUBBEL GEÏSOLEERDE
APPARATEN
In een dubbel geïsoleerd product zitten twee isolatiesystemen in plaats van aarding. Dubbel
geïsoleerde apparaten hebben geen aardingsvoorziening en die mag ook niet aan het apparaat
worden toegevoegd. Het repareren van een dubbel geïsoleerd product vereist de hoogste nau-
wkeurigheid en een grondige kennis van het systeem en mag alleen worden uitgevoerd door
deskundige technici. De reserveonderdelen voor dubbel geïsoleerde producten moeten iden-
tiek zijn aan de onderdelen in het product. Een dubbel geïsoleerd product is gemarkeerd met de
woorden ‘DUBBELE ISOLATIE’ OF ‘DUBBEL GEÏSOLEERD’.
Inhoudsopgave
1
Inleiding 1:5
Machineoverzicht ..................................................... 1:6
Voorkant ....................................................................... 1:6
Onderdelen bovenkant ............................................... 1:6
Accessoiredoos ............................................................. 1:7
Bijgeleverde accessoires .............................................. 1:7
Naaivoeten ................................................................... 1:8
Stekenoverzicht ........................................................ 1:9
Nuttige steken .............................................................. 1:9
Quiltsteken ................................................................. 1:11
Naaldkunststeken ...................................................... 1:11
Decoratieve steken .................................................... 1:11
Alfabetten ................................................................ 1:12
2
Voorbereidingen 2:1
Uitpakken .................................................................. 2:2
Aansluiten op de stroomvoorziening ................... 2:2
Opbergen na gebruik ............................................... 2:3
LED-verlichting ........................................................ 2:3
Vrije arm .................................................................... 2:3
Draadafsnijder .......................................................... 2:3
Garenpennen ............................................................ 2:3
De machine inrijgden .............................................. 2:4
Spoelen....................................................................... 2:6
De spoel plaatsen ..................................................... 2:7
IDT
systeem (Ingebouwd Dubbel Transport) .... 2:7
Elektronische knie-hevel (4.2) ................................ 2:8
Naalden ..................................................................... 2:8
De naald vervangen ................................................. 2:9
De transporteur verzinken...................................... 2:9
De naaivoet verwisselen ......................................... 2:9
Toetsen voor quilt expression
4.2 ...................... 2:10
Toetsen voor expression
3.5 ............................... 2:12
Menu instellingen .................................................. 2:15
3
Naaien 3:1
Naaimodus - overzicht ............................................ 3:2
Een steek selecteren ................................................. 3:2
Naaiadviezen ............................................................... 3:2
Steken aanpassen ..................................................... 3:3
Spiegelen ................................................................... 3:4
Afhechtopties ............................................................ 3:4
Taperingprogramma ............................................... 3:5
Snelheidsregeling ..................................................... 3:5
Persoonlijke steken .................................................. 3:6
Naaitechnieken ......................................................... 3:7
Handwerk-quiltsteken ................................................ 3:7
Stoppen ......................................................................... 3:7
Vrije-handpositie ......................................................... 3:8
Knoopsgaten ................................................................ 3:8
Algemene naaipop-ups ......................................... 3:10
4
Reeksen 4:1
Reeksen - overzicht .................................................. 4:2
Een reeks maken....................................................... 4.2
Het alfabet gebruiken .............................................. 4:3
Uw reeksen beheren ................................................ 4:4
Een reeks naaien ....................................................... 4:4
5
Onderhoud 5:1
De naaimachine reinigen ........................................ 5:2
De steekplaat terugplaatsen ................................... 5:2
Problemen oplossen ................................................. 5:3
Let op: In deze handleiding wordt naar de machinemodellen verwezen met 4.2 en 3.5.
Van harte gefeliciteerd!
Gefeliciteerd met de aanschaf van uw nieuwe PFAFF
®
-naaimachine. Als echte naailiefhebber hebt
u gekozen voor een machine met het nieuwste van het nieuwste op design- en technologiegebied,
zodat u al uw creatieve ideeën kunt uitvoeren.
Neem voordat u aan de slag gaat de tijd om deze gebruikershandleiding door te lezen. U zult
DOVQHORQWGHNNHQKRHXRSWLPDDOJHEUXLNNXQWPDNHQYDQXZPDFKLQH2Q]HRIÀFLsOH3)$))
®
-
dealers zullen u natuurlijk ook altijd met plezier willen adviseren.
Uw PFAFF
®
expression
machine zal zorgen voor een totaal nieuwe naai-ervaring!
1
Inleiding
1:6
PFAFF
quilt expression 4.2
10
20
30
40
50
2
1
mm
inch
00
OK
1
2
14
3
4
5
6
7
8
9
10
11
13
12
15
17
18
19
20
242322 25 26 27
29 28
303132
5
21
16
Inleiding
Voorkant
1. Klep met stekenoverzicht en knoopmeter
2. Draadinrijggleuven
3. Draadafsnijder
4. Aansluiting Sensormatic-knoopsgatvoet
5. LED-verlichting
6. Ingebouwde draadinsteker
7. Naaldstang
8. Draadgeleider
9. Steekplaat
10. Spoelhuisdeksel
11. Vrije arm
12. Naaivoet
13. IDT
systeem
14. Persvoetstang en persvoethouder
15. Naaldschroef
16. Persvoetlichter (3.5)
 7RHWVHQHQJUDÀVFKGLVSOD\
18. Handwiel
19. Hoofdschakelaar, aansluitingen voor netsnoer
en voetpedaal
20. Schuif voor het verzinken van de transporteur
21. Aansluiting voor kniehevel (4.2)
Onderdelen bovenkant
22. Voorspanningschijf voor inrijgen en opwinden
van de spoel
23. Spoelgeleider voor opspoelen
24. Draadgeleider
25. Spoeldraadgeleiders
26. Onderdraadafsnijder
27. Spoelgeleider en spoelas
28. Extra garenpen
29. Garenschijven
30. Garenpen
31. Draadspanning
32. Draadhefboom
Machineoverzicht
1:7
35
34
33
383736
414039
44
43
42
474645
Inleiding
Accessoiredoos
In de accessoiredoos zitten speciale vakjes voor
naaivoeten en spoeltjes, en er is ook ruimte voor
naalden en andere toebehoren. Berg de accessoires
op in de doos zodat u ze altijd binnen handbereik
heeft.
33. Ruimte voor accessoires
34. Uitneembaar bakje voor naaivoeten
35. Uitneembare spoelhouder
Bijgeleverde accessoires
36. Garennetje
37. Kantgeleider
38. Vilten ringetje
39. Schroevendraaier
40. Tornmesje
41. Kwastje
42. Garenschijf, groot
43. Garenschijf, gemiddelde grootte
44. Garenschijf, klein
45. Universeel gereedschap
46. Spoelen
47. Kniehevel (4.2)
Niet afgebeelde bijgeleverde accessoires
• Voetpedaal
• Netsnoer
• Naalden
1:8
Inleiding
Naaivoeten
Standaardnaaivoet 0A met IDT
systeem (op de machine bevestigd bij levering)
Deze voet wordt hoofdzakelijk gebruikt voor rechte steken en zigzagsteken met een
steeklengte van meer dan 1,0 mm.
Siersteekvoet 1A met IDT
systeem
Deze voet wordt gebruikt voor het maken van decoratieve steken. De groef aan de
onderkant van de naaivoet is bedoeld voor een soepel transport over de steken.
Siersteekvoet 2A
Gebruik deze voet bij het naaien van decoratieve steken of zigzagsteken en andere
nuttige steken met een steeklengte kleiner dan 1,0 mm. De groef aan de onderkant van de
naaivoet is bedoeld voor een soepel transport over de steken.
Blindzoomvoet 3 met IDT
systeem
Deze voet wordt gebruikt voor blindzoomsteken. De teen op de voet geleidt de stof. De
rode geleider op de voet is bedoeld om langs de vouw van de zoomrand te lopen.
Ritsvoet 4 met IDT
systeem
Deze voet kan rechts of links van de naald op de machine worden geklikt, waardoor
het eenvoudiger is om dicht bij de beide kanten van de tandjes van de rits te naaien.
Verplaats de naaldpositie naar rechts of naar links om dichter langs de tandjes te naaien.
Sensormatic-knoopsgatvoet 5A
Wanneer deze voet op de machine is aangesloten, wordt het knoopsgat op een lengte
genaaid die geschikt is voor de grootte van de knoop die in de machine is ingevoerd.
Handmatige-knoopsgatvoet 5M
Deze voet wordt gebruikt voor het stap voor stap naaien van knoopsgaten. Gebruik de
markeringen op de voet om de rand van het kledingstuk te plaatsen. Het hieltje aan de
achterkant van de voet houdt de draad vast bij knoopsgaten met inlegdraad.
Sensormatic free-motionvoet 6A (4.2)
Deze naaivoet wordt gebruikt voor sensormatic naaien uit de vrije hand. Deze voet kan
ook worden gebruikt voor stopwerk.
Patchworkvoet 6 mm met IDT
systeem (4.2)
De patchworkvoet van 6 mm is perfect voor het aan elkaar naaien van lapjes en
voor patchwork, in het bijzonder wanneer u de voet gebruikt in combinatie met de
rechtstiksteekplaat. De afstand tussen de naald en de buitenrand van de naaivoet is 6 mm
(1/4”) en tussen de naald en de binnenrand van de naaivoet is de afstand 3 mm (1/8”).
Vrije-hand-/stopvoet (3.5)
Steek de pen van de naaivoet zo ver mogelijk in het gat aan de achterkant van de
persvoethouder. De “C-vormige” geleider moet om de persvoetstang komen. De lange
arm moet achter de naaldstang zijn. Draai de schroef vast.
Belangrijk: Zorg ervoor dat het IDT™ systeem is uitgeschakeld wanneer u naaivoet 2A, 5A, 5M, 6A en
vrije-hand-/stopvoet gebruikt.
1:9
Inleiding
Stekenoverzicht
Nuttige steken
Steek
Steek-
nummer
Naam Beschrijving
4.2 3.5
1 1 Rechte steek
Voor aan elkaar naaien en doorstikken. Selecteer uit 37 verschillende naaldposities.
Let op: Deze steek maakt een sterkere afhechting dan steek 52 (4.2) / 43 (3.5).
22
Elastische drievoudige rechte
steek
Versterkte naad. Doorstikken.
3 3 Rechte steek achteruit Doorlopend achteruit naaien.
4 4 Rijgsteek
Voor het aan elkaar rijgen van projecten. Enkele steek gebruikt om te rijgen. U bepaalt de steeklengte
handmatig.
5 5 Zigzagsteek Naden verstevigen, afwerken, elastisch naaien, kant inzetten.
66
Zigzagsteek, naaldpositie rechts
of links
Naden verstevigen, afwerken, elastisch naaien.
7 7 Z-zigzagsteek Applicatie, vastzetten, oogjes.
8 8 Drievoudige zigzag stretchsteek Elastische steek voor decoratieve zomen of doorstikken.
9 9 Genaaide zigzagsteek Elastiek naaien, stoppen, patchwork en decoratief naaien.
10 10 Elastische steek Elastiek naaien, stoppen, patchwork.
11 11 Versterkte rekbare zigzagsteek Elastiek naaien, stoppen, patchwork en decoratief naaien.
12 12 Honingraatsteek Decoratieve steek voor elastische stoffen en zomen. Ook gebruikt met elastisch garen in de spoel.
13 13 Fagotsteek Stoffen en quiltvoering aan elkaar naaien, decoratieve steek voor quilten, ajoursteken.
14 14
Elastische decoratieve
fagotsteek
Verbindingssteek voor ondergoed, badstof, leer, grove stoffen bij overlappende naden.
15 15 Flanelsteek Elastische decoratieve zoom voor elastische stoffen.
16 16 Blindzoomsteek Blinde zomen naaien in geweven stoffen.
17 17 Elastische blindzoomsteek Blinde zomen naaien in elastische stoffen.
18 18 Elastische tricotsteek Naden naaien in elastische stoffen.
19 19 Gesloten overlocksteek Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken.
20
Gesloten overlocksteek In één stap naaien en afwerken.
21 20 Gesloten overlocksteek In één stap naaien en afwerken met verstevigde rand.
22 21 Standaard afwerken Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken met verstevigde rand.
23 Overlocksteek Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken.
1:10
Inleiding
Steek
Steek-
nummer
Naam Beschrijving
4.2 3.5
24 22 Overlocksteek Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken.
25 23 Gesloten overlocksteek In één stap naaien en afwerken, patchwork, zomen.
26 24
Overlocksteek voor elastische
gebreide stoffen
Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken.
27 Versterkte overlocksteek Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken en verstevigen.
28 Afgewerkte overlocksteek Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken met verstevigde rand.
29 25 Valse dekzoom Maak een overlockzoom in elastische stoffen met het uiterlijk van een lockmachine-dekzoom.
30 26
Open overlock blindzoom Maak een decoratieve overlock blindzoom in geweven stoffen.
31 Gesloten overlock blindzoom Maak een decoratieve overlock blindzoom in geweven stoffen.
32 27 Linnenknoopsgat Knoopsgat voor blouses, overhemden en linnengoed.
33 28 Standaardknoopsgat Basisknoopsgat voor blouses, overhemden en jasjes. Ook voor kussenslopen.
34 29
Afgerond knoopsgat met
puntvormige trens
Knoopsgat voor kleding.
35 30
Afgerond knoopsgat met
lengtetrens
Knoopsgat voor kleding.
36 31
Mantelknoopsgat met
puntvormige trens
Kleermakersknoopsgat of sierknoopsgat.
37 32
Mantelknoopsgat met
lengtetrens
Kleermakersknoopsgat voor jasjes en broeken.
38 33 Afgerond knoopsgat Knoopsgat voor dunne kleding of jasjes.
39 34 Elastisch knoopsgat Knoopsgat voor elastische stoffen.
40 Kruissteekknoopsgat Sierknoopsgat
41 Sier-mantelknoopsgat Sierknoopsgat voor jasjes.
42
Nostalgisch rondknoopsgat met
puntvormige trens
Nostalgisch sierknoopsgat.
43 35 Knopen aannaaien Knopen aannaaien of rijgen.
44 36 Knoopsgat met koord Met extra snijruimte voor een knoopsgat met koord (rechte steek).
45 37 Oogje Nostalgische sierrand
46 38 Programmeerbare stopsteek Gaten of beschadigde stof repareren.
47 39
Programmeerbare versterkte
stopsteek
Gaten of beschadigde stof verstevigd repareren.
1:11
Inleiding
Steek
Steek-
nummer
Naam Beschrijving
4.2 3.5
48 40 Trens Automatisch naden en zakken verstevigen.
49 41 Jeanstrens Automatisch naden en zakken decoratief verstevigen.
50 342 Siertrens Automatisch naden en zakken decoratief verstevigen.
51 Kruistrens Automatisch naden en zakken verstevigen.
Quiltsteken
Steek
4.2
52* 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75
3.5
43* 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60
Steek
4.2
76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98
3.5
61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74
Naaldkunststeken
Steek
4.2
99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122
3.5
75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94
Steek
4.2
123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136
3.5
95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107
Decoratieve steken
Steek
4.2
137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 154 155 156 157 158 159 160
3.5
108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130
Steek
4.2
161 162 163 164 165 166 167 168 169 170 171 172 173 174 175 176 177 178 179 180 181 182 183 184
3.5
131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Steek
4.2
185 186 187 188 189 190 191 192 193 194 195 196 197 198 199 200 201 202 203 204 205 206 207 208
3.5
151 152 153 154 155 156 157 158 159 160 161 162 163 164 165 166 167 168 169 170
* Deze steek maakt een meer decoratieve afhechting dan steek 1.
1:12
Inleiding
Steek
4.2
209 210 211 212 213 214 215 216 217 218 219 220 221 222 223 224 225 226 227 228 229 230 231
3.5
171 172 173 174 175 176 177 178 179 180 181 182 183 184 185 186 187 188 189 190 191 192
Steek
4.2
232 233
1
234
1
235
1
236
1
237
2
238
3
239
4
240
5
241
5
242
6
243
6
244 245 246 247 248 249 250 251 252 253 254
3.5
193 194
1
195
1
196
1
197
1
198
2
199
3
200
4
201
5
202
5
203
6
204
6
–––––––––––
1
U hebt een optionele bolletjesvoet met IDT
systeem nodig (onderdeelnr. 820613-096).
2
U hebt een optionele kraalvoet nodig 6 mm (onderdeelnr. 820605-096).
3
U hebt een optionele kraalvoet nodig 4 mm (onderdeelnr. 820604-096).
4
U hebt een optionele doorstikvoet met IDT
systeem nodig (onderdeelnr. 820676-096).
5
U hebt een optionele koordvoet met drie uitsparingen en IDT
systeem nodig (onderdeelnr. 820920-096).
6
U hebt een optionele naaien vouwvoet en IDT
systeem nodig (onderdeelnr. 820931-096).
Alfabetten
Comic (3.5 & 4.2)
Cyrillic (3.5 & 4.2*)
Outline (4.2**)
* Alleen op de Russische quilt expression
4.2 naaimachine.
** Niet bij de Russische quilt expression
4.2 naaimachine.
2
Voorbereidingen
2:2
ABC
Voorbereidingen
Uitpakken
1. Plaats de doos op een stevige, vlakke
ondergrond. Til de machine uit de doos,
verwijder de buitenste verpakking en til de
beschermkap eraf.
2. Verwijder al het andere verpakkingsmateriaal
en de plastic zak.
3. Schuif de accessoiredoos van de machine en
verwijder het styrofoam (piepschuim).
Let op: Als styrofoam achterblijft in de accessoiredoos
kan dit van invloed zijn op de stekenkwaliteit. Styrofoam
is uitsluitend bedoeld als verpakkingsmateriaal en moet
verwijderd worden.
Let op: Uw PFAFF
®
expression
naaimachine is
erop gebouwd om de beste resultaten te leveren bij
normale kamertemperatuur. Extreem warme en koude
temperaturen kunnen de naairesultaten nadelig
beïnvloeden.
Aansluiten op de stroomvoorziening
Bij de toebehoren vindt u ook de voedingskabel en
het voetpedaal.
Let op: Controleer voordat u het voetpedaal aansluit
of het van het type “FR5” is (zie de onderkant van het
voetpedaal).
1. Pak het snoer van het voetpedaal. Draai het
voetpedaal om. Sluit het snoer aan op de
aansluiting in de ruimte van het voetpedaal.
Druk stevig aan zodat het goed is aangesloten.
Leg het snoer in de gleuf op de onderkant van
het voetpedaal.
Let op: U hoeft het snoer alleen de eerste keer dat
u de machine gaat gebruiken aan te sluiten op het
voetpedaal.
2. Sluit het snoer van het voetpedaal aan op
het voorste contact rechts onder aan de
machine (A).
3. Sluit de voedingskabel aan op het achterste
contact, rechts onder aan de machine (B).
Steek de stekker in het stopcontact.
4. Zet de AAN/UIT-schakelaar op ON om de
voedingsspanning en het licht in te
schakelen (C).
2:3
A
Voorbereidingen
De machine opbergen na het naaien
1. De hoofdschakelaar uitzetten.
2. Trek de voedingskabel eerst uit het stopcontact en
vervolgens uit de machine.
3. Haal de stekker van het voetpedaalsnoer uit de
machine. Wind het snoer om het voetpedaal als u
het wilt opbergen.
4. Berg alle toebehoren op in de accessoiredoos.
Schuif de doos op de machine om de vrije arm.
5. Plaats het voetpedaal in de ruimte boven de vrije
arm.
6. Plaats de beschermkap op de machine.
LED-verlichting
Op uw machine zitten LED-lampjes die het licht
zonder schaduw gelijkmatig over het werkgebied
verdelen.
Vrije arm
Om de vrije arm te gebruiken moet u de accessoiredoos
verwijderen. Wanneer de doos is bevestigd, houdt een
haak de accessoiredoos vast aan de machine. Schuif de
doos naar links om hem te verwijderen.
Draadafsnijder
Trek de draad zoals afgebeeld van achteren naar voren
om de draadafsnijder te gebruiken (A).
Garenpennen
Uw naaimachine heeft twee garenpennen:
een hoofdgarenpen en een extra garenpen. De
garenpennen zijn geschikt voor alle soorten garen. De
hoofdgarenpen is instelbaar en kan worden gebruikt in
een horizontale positie (de draad wordt van het klosje
afgerold) of in een verticale positie (het klosje draait).
Gebruik de horizontale positie voor normaal garen en
de verticale positie voor grote klossen of garen met
speciale eigenschappen.
Horizontale positie
Plaats een passende garenschijf en het klosje op de
garenpen. Zorg ervoor dat de draad over de bovenkant
wordt afgerold en schuif dan een tweede garenschijf
op de pen.
Gebruik een garenschijf die iets breder is dan het
klosje. Gebruik bij smalle garenklosjes een kleinere
garenschijf voor het klosje. Gebruik bij brede
garenklosjes een grotere garenschijf voor het klosje.
De platte zijde van de schijf moet stevig tegen de
klos worden gedrukt. Er mag geen ruimte tussen de
garenschijf en de klos zitten.
Kleine garenschijf
Grote garenschijf
2:4
PF
A
AC
D
E
B
C
B
Voorbereidingen
Hoofdgarenpen in verticale positie
Verticale positie
Til de garenpen op tot in verticale positie.
Schuif het grote schijfje erop en plaats een vilten
onderlegger onder het klosje. Dit voorkomt dat het
garen te snel van het klosje wordt afgewikkeld.
Plaats geen garenschijf op de garenpen omdat het
klosje dan niet meer kan draaien.
Extra garenpen
De extra garenpen wordt gebruikt wanneer u
een spoeltje wilt opwinden vanaf een tweede
garenklosje of voor een tweede klosje wanneer
u met een tweelingnaald naait.
Breng de extra garenpen omhoog. Schuif een grote
garenschijf erop en plaats een vilten onderlegger
onder het klosje.
De machine inrijgen
Zorg ervoor dat de naaivoet en de naald zich in de
hoogste stand bevinden.
1. Schuif het garen op de garenpen en zet deze
vast met een passende garenschijf.
2. Trek de draad van voren naar achteren door
de draadgeleider (A). Trek de draad vanaf de
rechterkant onder de spoeldraadgeleider (B) op
de voorspanningsschijf (C).
3. Rijg de draad omlaag door de rechter
inrijggleuf en dan omhoog door de linker
inrijggleuf.
4. Breng de draad vanaf de rechterkant in de
draadhefboom (D) en omlaag in de linker
inrijggleuf naar de draadgeleider bij de
naald (E).
5. Rijg de naald in.
Extra garenpen en hoofdgarenpen in verticale positie
quilt expression
4.2
2:5
PF
A
C
B
D
H
G
AC
E
F
B
Voorbereidingen
Draadinsteker
Met de draadinsteker kunt u de draad automatisch
in de naald steken. Wanneer u de draadinsteker
wilt gebruiken, moet de naald zich in de bovenste
stand bevinden. Bovendien raden wij u aan om de
naaivoet te laten zakken.
1. Gebruik de hendel om de draadinrijger
helemaal omlaag te trekken. De inrijghaak (G)
zwenkt door het oog van de naald.
2. Leg de draad vanaf de achterkant over de
haak (H) en onder de inrijghaak (G).
3. Laat de draadinsteker voorzichtig
terugdraaien. Het haakje trekt de draad door
het oog van de naald en vormt een lus achter
de naald. Trek de lus er achter de naald uit.
Let op: De draadinsteker is ontworpen voor naalden
nr. 70-120. Wanneer u gebruik maakt van naalden met
nr. 60 of kleiner, een zwaardnaald, een tweelingnaald
of een drielingnaald. Er zijn ook enkele optionele
naaivoeten waarbij u de draad met de hand moet
insteken.
De tweelingnaald inrijgen
Vervang de normale naald door een tweelingnaald.
Zorg ervoor dat de naaivoet en de naald zich in de
hoogste stand bevinden.
1. Schuif het garen op de garenpen en zet deze
vast met een passende garenschijf. Breng de
extra garenpen omhoog. Schuif een grote
garenschijf en een vilten onderlegger op de
pen. Plaats de tweede draad op de garenpen.
2. Trek de draden van voren naar achteren door
de draadgeleider (A). Trek beide draden vanaf
de rechterkant onder de spoeldraadgeleider (B)
op de voorspanningsschijf (C).
3. Rijg de draad omlaag door de rechter
inrijggleuf en dan omhoog door de linker
inrijggleuf. Zorg ervoor dat u de ene draad
langs de linkerkant en de andere draad langs
de rechterkant van spanningsschijf (D) leidt.
4. Breng de draden vanaf de rechterkant in de
draadhefboom (E) en omlaag in de linker
inrijggleuf. Zorg ervoor dat één draad door de
draadgeleider bij de naald gaat en de andere
draad aan de buitenkant daarvan. Zorg er ook
voor dat de draden niet in elkaar draaien.
5. Rijg de naalden in.
Let op: Als u speciale garens gebruikt (zoals metallic
garens), verhogen het gewicht en het onregelmatige
oppervlak daarvan de draadspanning. Door de spanning
te verlagen, voorkomt u dat de naald breekt.
quilt expression
4.2
2:6
B
C
A
C
A
B
D
C C
E
Voorbereidingen
Spoelen
Spoelen vanuit horizontale positie
1. Plaats een lege spoel op de spoelas, met het
logo omhoog. Gebruik alleen de originele
PFAFF
®
-spoelen die voor dit model zijn
goedgekeurd.
2. Plaats het klosje op de garenpen in horizontale
positie. Schuif een garenschijf stevig tegen de
garenpen aan.
3. Trek de draad van voren naar achteren door
de draadgeleider (A). Trek de draad linksom
boven de spoelgeleider voor het opspoelen (B)
en dan door de onderdraadgeleiders (C) aan de
achterkant.
Let op: Zorg ervoor dat de draad goed in de
voorspanningschijf wordt getrokken voor de juiste
draadspanning.
4. Rijg de draad van binnen naar buiten door de
gleuf in de spoel (D).
5. Duw de spoelgeleider naar rechts om op
te spoelen. Er verschijnt een pop-up op het
scherm om u te melden dat spoelen actief
is. Druk het voetpedaal in om de spoel op te
winden.
Als de spoel vol is, gaat het spoelen langzamer
en stopt automatisch. De pop-up wordt
gesloten. Verwijder de spoel en snijd de draad
af met behulp van de onderdraadafsnijder (E).
Spoelen door de naald
Zorg ervoor dat de naaivoet en de naald zich in de
hoogste stand bevinden. Spoel alleen door de naald
met een metalen naaivoet.
Breng de draad omhoog vanaf de naald, onder
de naaivoet, omhoog door de linker inrijggleuf en
door de onderdraadgeleiders (C) Volg dan stap 4
en 5 hierboven.
2:7
1
2
43
A
B
C
D
Voorbereidingen
De spoel plaatsen
1. Verwijder het spoelhuisdeksel door het naar u
toe te schuiven.
2. Plaats de spoel in het spoelhuis met het
merkteken naar boven. De draad moet afrollen
vanaf de linkerkant van de spoel. Het spoeltje
zal tegen de wijzers van de klok in draaien,
wanneer u de draad naar buiten trekt.
3. Plaats uw vinger op het spoeltje om te
voorkomen dat het kan draaien als u de draad
stevig naar rechts trekt en vervolgens naar
links in het spanningsveertje (A) totdat het op
zijn plaats “klikt”.
4. Ga verder met het inrijgen om (B) heen en
naar de rechterkant van de draadafsnijder (C).
Plaats het deksel weer op het spoelhuis. Trek
de draad naar links om hem af te snijden.
Let op: Het spoelhuisdeksel kan worden gebruikt als
vergrootglas.
IDT
systeem
(ingebouwd dubbel transport)
Voor een soepele verwerking van iedere stofsoort
biedt PFAFF
®
expression
machine de ideale
oplossing: het IDT
-systeem (Ingebouwd Dubbel
Transport). Net als bij industriële machines zorgt
het IDT
systeem voor een gelijktijdig stoftransport
zowel van onder als van boven. Het materiaal
wordt nauwkeurig getransporteerd, zodat naden
in dunne stoffen zoals zijde en rayon niet meer
rimpelen. Het dubbele transport van het IDT
-
systeem zorgt dat de lagen niet verschuiven
tijdens het naaien, zodat de quiltlagen goed op
elkaar blijven liggen en zodat stoffen met ruiten of
strepen perfect op elkaar aansluiten.
Het IDT
systeem inschakelen
Belangrijk: Voor al uw naaiwerk met het IDT
systeem
kunt u alleen naaivoeten met een uitsparing aan de
achterzijde gebruiken (D).
Breng de naaivoet omhoog. Druk het IDT
systeem
omlaag totdat het vastklikt.
Het IDT
systeem uitschakelen
Breng de naaivoet omhoog. Houd het IDT
systeem
met twee vingers bij de geribbelde greep vast. Trek
het IDT
systeem omlaag en duw het vervolgens
van u af om het IDT
systeem langzaam omhoog te
laten komen.
2:8
G
H
I
A
BCDEF
Voorbereidingen
Elektronische kniehevel (4.2)
Uw machine is uitgerust met een elektronische
kniehevel waarmee u de hoogte van de naaivoet
kunt regelen.
Breng de kniehevel in de daarvoor bedoelde
opening in de naaimachine. De platte kant moet
omhoog wijzen. Draai de drukplaat tot een
comfortabele kniehoogte (A).
Als u de kniehevel naar rechts drukt, gaat de
naaivoet omhoog. Nu kunt u de stof met beide
handen geleiden.
Als u de kniehevel wilt verwijderen, trekt u deze
recht uit de opening.
Naalden
De naaimachinenaald speelt een belangrijke rol
bij succesvol naaien. Gebruik alleen naalden van
goede kwaliteit. Wij raden naalden van systeem
130/705H aan. In het naaldendoosje dat bij uw
machine wordt geleverd, vindt u naalden in de
meest gebruikte maten.
Universele naald (B)
Universele naalden hebben een licht afgeronde
punt en zijn verkrijgbaar in veel verschillende
maten. Voor algemeen naaien in veel verschillende
stoftypen en -dikten.
Stretchnaald (C)
Stretchnaalden hebben een speciale las om
overgeslagen steken te verwijderen wanneer er rek
LQGHVWRI]LW9RRUEUHLVHOV]ZHPNOHGLQJÁHHFH
synthetische suède en kunstleer. Gemarkeerd met
een gele streep.
Borduurnaald (D)
Borduurnaalden hebben een speciale las, een iets
afgeronde punt en een iets groter oog om schade
aan garen en materialen te voorkomen. Gebruik
ze met metallic en andere speciale garens voor
borduurwerk en decoratief naaiwerk. Gemarkeerd
met een rode streep.
Denimnaald (E)
Denimnaalden hebben een scherpe punt om door
dicht geweven stoffen te prikken zonder dat de
QDDOGYHUEXLJW9RRUFDQYDVGHQLPPLFURÀEHU
Gemarkeerd met een blauwe streep.
Zwaardnaalden (F)
De zwaardnaald heeft brede vleugels naast de
naald om gaatjes in de stof te prikken bij het
naaien van entredeux- en andere ajoursteken op
natuurlijke stoffen. Verminder de steekbreedte
voor een optimaal resultaat.
Let op: Vervang de naald regelmatig. Gebruik altijd een
rechte naald met een scherpe punt (G).
Een beschadigde naald (H) kan ervoor zorgen dat er
steken worden overgeslagen, dat er naalden breken of
dat de draad afbreekt. Een kapotte naald kan ook de
steekplaat beschadigen.
Gebruik geen asymmetrische tweelingnaalden (I); uw
naaimachine kan erdoor beschadigen.
2:9
Voorbereidingen
Een naald wisselen
1. Gebruik het gat in het universele gereedschap
om de naald vast te houden.
2. Draai de schroef van de naald los. Gebruik
indien nodig de schroevendraaier.
3. Verwijder de naald.
4. Plaats de nieuwe naald met het gereedschap.
Duw de nieuwe naald omhoog met de platte
kant van u af totdat hij niet verder kan.
5. Draai de schroef van de naald zoveel mogelijk
aan.
De transporteur verzinken
U kunt de transporteur omlaag brengen door de
schakelaar op de voorkant van de naaimachine
naar links te brengen. Breng de schakelaar naar
rechts als u de transporteur omhoog wilt brengen.
Een naaivoet verwisselen
De naaivoet verwijderen
Duw de naaivoet omlaag totdat hij loskomt van de
naaivoethouder.
De naaivoet bevestigen
Plaats de naaivoet onder de persvoethouder,
zodat de pennen van de voet wanneer de naaivoet
omlaag wordt gebracht in de persvoethouder
klikken.
Let op: Controleer of de naaivoet goed vastzit door de
naaivoet omhoog te brengen.
2:10
OK
1
91012 14131516 17
18 19 20 21 22 23 24
8
25 26 27
2
3
4
5
6
7
11
Voorbereidingen
Toetsen voor quilt expression
4.2
Naald omhoog/omlaag met indicator (1)
Druk op deze toets om de naald omhoog of omlaag te
bewegen. De instelling van de naaldstoppositie wordt
tegelijkertijd veranderd. Wanneer “naald omlaag” is
ingeschakeld, is het pictogram verlicht, stopt de naald in
de stof en komt de naaivoet omhoog tot draaihoogte.
Natuurlijk kunt u ook het voetpedaal gebruiken om de
naald omhoog of omlaag te brengen.
Steek opnieuw beginnen (2)
Wanneer u in het midden van een steek bent gestopt met
naaien, drukt u op “opnieuw beginnen” om weer vanaf
het begin van de steek verder te naaien zonder eventuele
voorgaande instellingen opnieuw te hoeven uitvoeren.
Als u op de toets “steek opnieuw beginnen” drukt tijdens
het naaien wordt de steek afgemaakt, waarna de machine
stopt.
Snelheidsregeling (3)
Druk op de snelheidstoets om langzamer te naaien. Een
SLFWRJUDPRSKHWJUDÀVFKGLVSOD\JHHIWDDQKRHODQJ]DDP
uw naaimachine zal naaien. Houd de snelheidstoets lang
ingedrukt en gebruik het wiel (16) om de naaisnelheid te
veranderen.
Let op: U kunt geen hogere snelheid dan de standaardsnelheid
selecteren.
Draden afsnijden met indicator (4)
Druk op de toets wanneer u niet naait; de naaimachine
snijdt dan de boven- en onderdraad af en brengt de
naaivoet en naald omhoog.
Om de draad af te snijden voordat de naald naar de
startpositie van de volgende steek gaat, drukt u tijdens
het naaien op de toets “draden afsnijden”. De draad-
afsnijdindicator gaat branden.
Achteruitnaaien (7) met indicator (5)
Druk voordat u begint te naaien op de toets als u
permanent achteruit wilt naaien. De achteruitnaai-
indicator (5) gaat branden en de machine naait
achteruit totdat u opnieuw op de toets drukt.
Als u tijdens het naaien op de toets drukt, naait de
naaimachine achteruit zolang u de toets ingedrukt
houdt. De achteruitnaai-indicator is verlicht
wanneer de achteruitnaaitoets is ingedrukt.
De achteruitnaaitoets wordt ook gebruikt bij
het naaien van knoopsgaten, geprogrammeerde
afhechtingen, stopsteken en tapse cordonsteken om
tussen delen van de steken heen en weer te gaan.
Indicator geprogrammeerd afhechten (6)
De indicator voor het geprogrammeerd afhechten
gaat branden om aan te geven dat er één of
meerdere afhechtopties zijn geactiveerd. De
indicator blijft branden totdat de afhechtopties niet
meer worden gebruikt.
Onmiddellijk afhechten (8)
Als u op de afhechttoets drukt tijdens het naaien,
naait uw machine enkele afhechtsteken en stopt
automatisch.
Afwisselen tussen naaivoet omhoog en extra
hoog (9)
Brengt de naaivoet omhoog en zet de naald in
de hoogste stand. Druk nogmaals op de toets; de
naaivoet gaat omhoog tot de extra hoge stand.
2:11
Voorbereidingen
Afwisselen tussen naaivoet omlaag en
draaistand (10)
Laat de naaivoet helemaal zakken. Druk nogmaals
op de toets om de naaivoet omhoog te brengen
tot draaihoogte. De naaivoet wordt automatisch
omlaag gebracht wanneer u met naaien begint.
Start/stop (11)
Druk op deze toets om de naaimachine te starten
en te stoppen zonder het voetpedaal te gebruiken.
Druk eenmaal op de toets om te starten en
nogmaals om te stoppen.
Grafisch display (12)
2SKHWJUDÀVFKGLVSOD\NXQWXDOXZVHOHFWLHVHQ
opties zien. De steken worden op ware grootte
getoond.
Steekbreedte of positie van de steek (13)
Vergroot of verklein de steekbreedte met + en -.
Druk op de alternatieventoets (15) om de positie
van de geselecteerde steek te bekijken. Gebruik de
toetsen + en - om de steekpositie te veranderen.
Steeklengte of steekdichtheid (14)
Vergroot of verklein de steeklengte met + en -.
Druk op de alternatieventoets (15) om de
dichtheidsinstelling van cordonsteken te bekijken.
Gebruik de toetsen + en - om de dichtheid van de
geselecteerde steek te veranderen.
Alternatieven (15)
Wanneer u een decoratieve steek selecteert, worden
de breedte- en lengte-instellingen weergegeven op
KHWJUDÀVFKGLVSOD\'RRURSGHDOWHUQDWLHYHQWRHWV
te drukken, wordt de steekpositie getoond in
plaats van de steekbreedte-instelling en wordt
de dichtheid getoond in plaats van de lengte-
instelling.
Wiel (16)
0HWGH]HWRHWVHQNXQWX]LFKRYHUKHWJUDÀVFK
display verplaatsen. Het wiel heeft pijltoetsen
omhoog en omlaag, pijltoetsen links en rechts en
het midden van het wiel is een OK-toets.
Het wiel heeft diverse functies, zoals stappen
tussen steken, de grootte van een knoopsgat
instellen en tussen opties bewegen in het menu
Instellingen.
Rechtstreekse selectie (17)
Door op een van de toetsen van 0 tot 9 te drukken,
of op een combinatie van die toetsen, selecteert u
onmiddellijk de steek die bij dat nummer hoort.
F1 - Functie 1 (18)
De F1-toets wordt gebruikt om het tapering-
programma in te stellen. De toets wordt ook gebruikt
om knoopsgaten te herhalen en om “herhalen” uit
te schakelen voor stopsteken. Alle selecties worden
ZHHUJHJHYHQRSKHWJUDÀVFKGLVSOD\
Bij reeksen wordt de F1-toets gebruikt om een set
tekens te selecteren.
F2 - Functie 2 (19)
De F2-toets wordt gebruikt om de opties voor
afhechten en draden afsnijden in te stellen en bij
reeksen wordt F2 gebruikt om een lettertype te
selecteren. Alle selecties worden weergegeven op
KHWJUDÀVFKGLVSOD\
Info-toets (20)
Druk op deze toets om de weergave van de
aanbevelingen aan of uit te schakelen.
Menu instellingen (21)
Druk op deze toets om het menu voor machine-
instellingen te openen.
Verticaal spiegelen (22)
Om steken en reeksen verticaal te spiegelen.
Horizontaal spiegelen (23)
Om steken en reeksen horizontaal te spiegelen.
Persoonlijke steek of reeks laden (24)
Druk op deze toets om een persoonlijke steek of
reeks te laden.
Persoonlijke steek of reeks opslaan (25)
Druk op deze toets om een steek of reeks in het
machinegeheugen op te slaan.
Wissen (26)
Voor het verwijderen van enkele steken in een
reeks, of van persoonlijke steken en reeksen.
Reeksen (27)
Druk op deze toets om reeksen te openen.
2:12
1
2
3
4
OK
249 11101213 14
15 16 17 18 19 20
1
21 22 23
8
3
5
6
7
Voorbereidingen
Toetsen voor expression
3.5
Naald omhoog/omlaag met indicator (1)
Druk op deze toets om de naald omhoog of omlaag
te bewegen. De instelling van de naaldstoppositie
wordt tegelijkertijd veranderd. Wanneer “naald
omlaag” is ingeschakeld, is het pictogram verlicht,
stopt de naald in de stof.
Natuurlijk kunt u ook het voetpedaal gebruiken
om de naald omhoog of omlaag te brengen.
Onmiddellijk afhechten (2)
Als u op de afhechttoets drukt tijdens het naaien,
naait uw machine enkele afhechtsteken en stopt
automatisch.
Steek opnieuw beginnen (3)
Wanneer u in het midden van een steek bent
gestopt met naaien, drukt u op “opnieuw
beginnen” om weer vanaf het begin van de steek
verder te naaien zonder eventuele voorgaande
instellingen opnieuw te hoeven uitvoeren.
Als u op de toets “steek opnieuw beginnen” drukt
tijdens het naaien wordt de steek afgemaakt,
waarna de machine stopt.
Snelheidsregeling (4)
Druk op de snelheidstoets om langzamer te naaien.
(HQSLFWRJUDPRSKHWJUDÀVFKGLVSOD\JHHIWDDQ
hoe langzaam uw naaimachine zal naaien. Houd
de snelheidstoets lang ingedrukt en gebruik het
wiel (13) om de naaisnelheid te veranderen.
Let op: U kunt geen hogere snelheid dan de
standaardsnelheid selecteren.
Achteruitnaaien (7) met indicator (5)
Druk voordat u begint te naaien op de toets als u
permanent achteruit wilt naaien. De achteruitnaai-
indicator (5) gaat branden en de machine naait
achteruit totdat u opnieuw op de toets drukt.
Als u tijdens het naaien op de toets drukt, naait de
naaimachine achteruit zolang u de toets ingedrukt
houdt. De achteruitnaai-indicator is verlicht
wanneer de achteruitnaaitoets is ingedrukt.
De achteruitnaaitoets wordt ook gebruikt bij
het naaien van knoopsgaten, geprogrammeerde
afhechtingen, stopsteken en tapse cordonsteken om
tussen delen van de steken heen en weer te gaan.
Indicator geprogrammeerd afhechten (6)
De indicator voor het geprogrammeerd afhechten
gaat branden om aan te geven dat er één of
meerdere afhechtopties zijn geactiveerd. De
indicator blijft branden totdat de afhechtopties niet
meer worden gebruikt.
Draden afsnijden met indicator (8)
Druk op de toets wanneer u niet naait; de
naaimachine snijdt dan de boven- en onderdraad af
en brengt de naaivoet en naald omhoog.
Om de draad af te snijden voordat de naald naar
de startpositie van de volgende steek gaat, drukt u
tijdens het naaien op de toets “draden afsnijden”.
De draad-afsnijdindicator gaat branden.
2:13
Voorbereidingen
Grafisch display (9)
2SKHWJUDÀVFKGLVSOD\NXQWXDOXZVHOHFWLHVHQ
opties zien. De steken worden op ware grootte
getoond.
Steekbreedte of positie van de steek (10)
Vergroot of verklein de steekbreedte met + en -.
Druk op de alternatieventoets (12) om de positie
van de geselecteerde steek te bekijken. Gebruik de
toetsen + en - om de steekpositie te veranderen.
Steeklengte of steekdichtheid (11)
Vergroot of verklein de steeklengte met + en -.
Druk op de alternatieventoets (12) om de
dichtheidsinstelling van cordonsteken te bekijken.
Gebruik de toetsen + en - om de dichtheid van de
geselecteerde steek te veranderen.
Alternatieven (12)
Wanneer u een decoratieve steek selecteert, worden
de breedte- en lengte-instellingen weergegeven op
KHWJUDÀVFKGLVSOD\'RRURSGHDOWHUQDWLHYHQWRHWV
te drukken, wordt de steekpositie getoond in
plaats van de steekbreedte-instelling en wordt
de dichtheid getoond in plaats van de lengte-
instelling.
Wiel (13)
0HWGH]HWRHWVHQNXQWX]LFKRYHUKHWJUDÀVFK
display verplaatsen. Het wiel heeft pijltoetsen
omhoog en omlaag, pijltoetsen links en rechts en
het midden van het wiel is een OK-toets.
Ze hebben diverse functies, bijvoorbeeld stappen
tussen steken, de grootte van een knoopsgat
instellen en tussen opties bewegen in het menu
Instellingen. Bevestig uw selecties met het
pictogram OK in het midden van het wiel.
Rechtstreekse selectie (14)
Door op een van de toetsen van 0 tot 9 te drukken,
of op een combinatie van die toetsen, selecteert u
onmiddellijk de steek die bij dat nummer hoort.
F1 - Functie 1 (15)
De F1-toets wordt gebruikt om het
taperingprogramma in te stellen. De toets wordt
ook gebruikt om knoopsgaten te herhalen en om
“herhalen” uit te schakelen voor stopsteken. Alle
VHOHFWLHVZRUGHQZHHUJHJHYHQRSKHWJUDÀVFK
display.
Bij reeksen wordt de F1-toets gebruikt om een set
tekens te selecteren.
F2 - Functie 2 (16)
De F2-toets wordt gebruikt om de opties voor
afhechten en draden afsnijden in te stellen en bij
reeksen wordt F2 gebruikt om een lettertype te
selecteren. Alle selecties worden weergegeven op
KHWJUDÀVFKGLVSOD\
Info-toets (17)
Druk op deze toets om de weergave van de
aanbevelingen aan of uit te schakelen.
Menu instellingen (18)
Druk op deze toets om het menu voor machine-
instellingen te openen.
Horizontaal spiegelen (19)
Om steken horizontaal te spiegelen.
Persoonlijke steek of reeks laden (20)
Druk op deze toets om een persoonlijke steek of
reeks te laden.
Persoonlijke steek of reeks opslaan (21)
Druk op deze toets om een steek of reeks in het
machinegeheugen op te slaan.
Wissen (22)
Voor het verwijderen van enkele steken in een
reeks, of van persoonlijke steken en reeksen.
Reeksen (23)
Druk op deze toets om reeksen te openen.
2:14
Voorbereidingen
2:15
Voorbereidingen
Menu instellingen
In het menu Instellingen kunt u automatische instellingen annuleren en handmatig aanpassingen maken
aan de machine-instellingen, geluidsinstellingen en de instellingen van het scherm.
Open het menu door op de toets van het menu Instellingen te drukken en selecteer de instelling die u
wilt aanpassen met de pijltoetsen omhoog en omlaag op het wiel.
Gebruik de pijltoetsen links en rechts om de waarden aan te passen en instellingen te activeren of open
een lijst met keuzen door op OK te drukken. Een dicht vakje betekent dat het is geactiveerd, een leeg
vakje betekent dat het niet is geactiveerd.
Let op: Als een instelling niet kan worden gecombineerd met een eerder geselecteerde instelling, zijn de randen van
dat vakje gestippeld.
Er zijn twee pictogrammen die naast sommige
instellingsalternatieven worden weergegeven.
Dit pictogram laat u zien dat de instelling wordt
behouden totdat u een andere steek selecteert.
Dit pictogram laat u zien dat de instelling wordt
behouden totdat u de machine uitzet.
Geen pictogram betekent dat deze instelling wordt
behouden totdat u de instelling uitschakelt.
Druk opnieuw op de toets van het menu Instellingen
om het menu te verlaten.
Draadspanning
Uw naaimachine stelt elektronisch een draadspanning
in voor de geselecteerde steek. Afhankelijk van de
stof, de quiltvoering, het garen, enz. kan het nodig
zijn de spanning aan te passen. Gebruik de pijltoetsen
links en rechts op het wiel om de draadspanning aan
te passen. De veranderingen hebben alleen invloed op
de geselecteerde steek. De instelling keert terug naar
standaard wanneer u een andere steek selecteert.
Druk in de naaimodus op de info-toets om de
op dat moment geselecteerde draadspanning
te zien.
Tweelingnaald
Activeer het tweelingnaaldprogramma en gebruik de
pijltoetsen links en rechts op het wiel om de breedte
van de tweelingnaald in te stellen. Wanneer het
formaat voor de tweelingnaald is geselecteerd, wordt
de breedte van alle steken beperkt tot die naaldgrootte
omdat de naalden anders kunnen breken.
Druk in de naaimodus op de info-toets.
Het pictogram met aanbevelingen voor de
tweelingnaald wordt weergegeven.
De instelling blijft behouden totdat u de
tweelingnaaldbreedte deselecteert.
Let op: tweelingnaald en steekbreedtebeveiliging kunnen
niet tegelijkertijd worden gebruikt.
Er verschijnt een waarschuwingspop-up wanneer u
een steek selecteert die te breed is voor de ingestelde
tweelingnaald.
Steekbreedtebeveiliging
Selecteer deze functie wanneer u een steekplaat
of naaivoet voor rechte steken gebruikt, om de
naaldpositie voor alle steken vast te zetten in
het midden om beschadiging van de naald, de
naaivoet en de steekplaat te voorkomen.
Druk in de naaimodus op de info-toets. Het
steekbreedtebeveiligingspictogram wordt
getoond.
Wanneer u de machine opnieuw aanzet terwijl
deze instelling ingeschakeld is en voor iedere
steekselectie die geen rechte steek is, informeert
een pop-upvenster u dat de rechte steek is
ingesteld. Deselecteer steekbreedtebeveiliging
om weer normaal te naaien.
Let op: tweelingnaald en steekbreedtebeveiliging
kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt.
Dynamisch verende voet 6D (4.2)
De dynamisch verende naaivoet gaat bij elke
steek omhoog en omlaag om de stof op de
steekplaat te houden terwijl de steek wordt
gemaakt. Gebruik draaihoogte in het menu
Instellingen voor aanpassing aan verschillende
stofdiktes.
Let op: De Dynamisch verende voet 6D wordt
aanbevolen voor gebruik met rechte steken. Activeer
steekbreedtebeveiliging.
2:16
Voorbereidingen
Spring foot free-motion (4.2)
Schakel dit in om de machine in de Spring
foot free-motion modus te zetten. Verzink de
transporteurs. Een spring foot gaat bij elke steek
omhoog en omlaag om de stof op de steekplaat te
houden terwijl de steek wordt gemaakt.
Druk in de naaimodus op de info-toets. Het
pictogram “spring foot free-motion” wordt
getoond in plaats van de aanbeveling voor
de naaivoet.
Een pop-up meldt u dat spring foot free-motion
actief is wanneer u de machine aanzet.
Let op: De free-motionvoet met open teen is optioneel
HQNDQZRUGHQDDQJHVFKDIWELMXZSODDWVHOLMNHRIÀFLsOH
PFAFF
®
-dealer. Gebruik de voet niet als Sensormatic
free-motion is ingeschakeld omdat de naald de naaivoet
kan beschadigen.
De open naaivoet voor quilten uit de vrije hand en
de andere spring-voeten met lichtgrijze kunststof
behuizing, kunnen ook worden gebruikt om te borduren.
Sensormatic free-motion (4.2)
Schakel dit in om de machine in de Sensormatic
free-motion-modus te zetten voor naaivoet 6A.
Verzink de transporteurs.
Druk in de naaimodus op de info-toets. Het
pictogram “sensormatic free-motion” wordt
getoond in plaats van de aanbeveling voor
de naaivoet.
Bij free-motion naaien met lage snelheid, gaat de
voet bij elke steek omhoog en omlaag om de stof
correct op de steekplaat te houden terwijl de steek
wordt gemaakt. Bij een hogere snelheid zweeft de
naaivoet tijdens het naaien over de stof. De stof
moet met de hand worden bewogen.
Wanneer u de machine aanzet, meldt een pop-up u
dat sensormatic free-motion actief is.
Draaipositie (4.2)
De persvoethoogte kan worden aangepast als de
machine is ingesteld op free-motion (naaien uit de
vrije hand).
In de Sensormatic free-motion modus kan de
stof vrij onder de naaivoet bewegen. Het kan
voorkomen dat steken overslaan wanneer uw stof
op en neer beweegt wanneer u aan het naaien bent.
Het verlagen van de draaipositie vermindert de
ruimte tussen de naaivoet en de stof en voorkomt
het overslaan van steken.
Let op: Wees voorzichtig met het verlagen van de
draaipositie. De stof moet zich altijd vrij onder de
naaivoet kunnen bewegen.
Persvoetdruk (4.2)
In de meeste gevallen hoeft u de persvoetdruk niet
aan te passen. Om het resultaat te verbeteren bij het
gebruik van speciale technieken, moet u de druk
aanpassen.
Gebruik de pijltoetsen links en rechts op het wiel
om de druk aan te passen. Hoe hoger het cijfer,
hoe meer druk op de stof. De waarde kan worden
aangepast tussen 0 en 9 in stappen van 0,5. Uw
handmatige instelling wordt geannuleerd wanneer
u de machine uitzet.
Let op: Als u de persvoetdruk wilt veranderen voor een
hele reeks, breng de reeks dan naar de naaimodus en
verander de instelling daar.
Automatische persvoetlichter (4.2)
De automatische persvoetlichter wordt
ingeschakeld als de functie wordt geselecteerd. De
naaivoet wordt omhoog gebracht tot draaihoogte,
bijvoorbeeld als u stopt met naaien met de naald
omlaag. Wanneer de functie is gedeselecteerd, blijft
de naaivoet in de lage stand - ook als de machine
stopt met de naald omlaag.
Balans
Bij het naaien op speciale stoffen of bij het
uitvoeren van een speciale techniek moet u soms
de balans aanpassen. Naai eerst een steek op een
SURHÁDSMH*HEUXLNGHSLMOWRHWVHQOLQNVHQUHFKWV
om de steek te balanceren tussen -7 en 7. Wanneer
u opnieuw gaat naaien, wordt de balans afgesteld.
De veranderingen hebben alleen invloed op de
geselecteerde steek. De instelling keert terug naar
standaard wanneer u een andere steek selecteert.
Taal
Met de pijltoetsen links en rechts kunt u de taal van
alle tekst in uw machine veranderen.
Hoorbaar alarm
Zet alle alarmgeluiden van de machine aan of uit.
De standaardinstelling is aan.
Contrast
3DVKHWFRQWUDVWYDQKHWJUDÀVFKGLVSOD\DDQPHWGH
pijltoetsen links en rechts. De waarde kan worden
aangepast tussen -20 en 20 in stappen van 1.
Softwareversie
Controleer de softwareversie van uw naaimachine.
3
Naaien
3:2
7
8
10
2
3
4
1
5
6
119
Naaien
'HQDDLPRGXVLVGHHHUVWHZHHUJDYHRSKHWJUDÀVFKGLVSOD\QDGDWXGHPDFKLQHDDQ]HW8ZJHVHOHFWHHUGH
steek wordt op ware grootte weergegeven in het stekengebied. Hier vindt u alle basisinformatie die u
nodig hebt om te beginnen met naaien. Dit is ook het menu waarin u de instellingen van uw steek kunt
aanpassen. De rechte steek is standaard geselecteerd.
Naaimodus - overzicht
1. Geselecteerd steeknummer
2. Stekenveld
3. Steekbreedte/steekpositie
4. Steeklengte/steekdichtheid
5. Taperingprogramma
6. Afhechtopties
Een steek selecteren
Door op een van de rechtstreekse-selectietoetsen
te drukken, selecteert u dat steeknummer
onmiddellijk. Druk snel achter elkaar op twee
of drie cijfers om een steek van 10 of hoger te
selecteren. Als het steeknummer niet bestaat, hoort
u een piep en wordt het eerst ingevoerde cijfer
geselecteerd als steek.
Gebruik de toetsen omhoog en omlaag op het wiel
om van de ene naar de andere steek te gaan.
Naaiadviezen
Druk op de info-toets om naai-aanbevelingen voor de
op dat moment geselecteerde steek op te roepen.
Druk opnieuw op de toets om de informatie te
verbergen.
7. Aanbeveling/instelling voor de naald
Ingesteld op tweelingnaald
Zwaardnaald aanbevolen
Ingesteld op steekbreedtebeveiliging
8. Naaivoetadvies
9. Versteviging aanbevolen
10. Aanbeveling transporteur/IDT
systeem
11. Draadspanningswaarde
Let op: Niet alle symbolen en opties worden tegelijkertijd
getoond.
3:3
1
2
5
3
4
Druk op de alternatieventoets om de
steekpositie en -dichtheid te bekijken
Naaien
Steken aanpassen
Uw machine stelt de beste instellingen in voor
iedere geselecteerde steek. U kunt uw eigen
aanpassingen maken aan de geselecteerde steek.
De instelling heeft alleen invloed op de geselecteerde
steek. Uw veranderde instellingen worden teruggezet
op standaard wanneer u een andere steek selecteert.
De veranderde instellingen worden niet automatisch
opgeslagen wanneer u de machine uitzet.
De ingestelde steekbreedte en de steeklengte
zijn te zien naast de pictogrammen voor iedere
aanpassing. Wanneer u probeert de minimum- of
maximuminstellingen voor breedte en lengte te
overschrijden, klinkt er een waarschuwingsgeluid.
Let op: De cijfers worden gemarkeerd wanneer de
instelling wordt veranderd.
Steekbreedte (1)
Vergroot of verklein de steekbreedte met + en -.
Steeklengte (2)
Vergroot of verklein de steeklengte met + en -. Als
u een zigzagsteek of een decoratieve steek verlengt,
wordt de hele steek langer. Als u een cordonsteek
verlengt waarvan de dichtheid kan worden
aangepast, wordt de hele steek langer, maar blijft
de dichtheid hetzelfde.
Steekpositie (3)
Druk op de alternatieventoets om de steekpositie
te zien in plaats van de steekbreedte. Gebruik de
toetsen + en - om de steek naar links of naar rechts
te verplaatsen.
Let op: Dit is alleen mogelijk wanneer u een steek
gebruikt die smaller dan 9 mm is. U kunt de steekbreedte
verminderen om de steek indien nodig smaller te maken.
Steekdichtheid (4)
Druk bij cordonsteken op de alternatieventoets om
de dichtheid te zien in plaats van de steeklengte.
Nu wordt met de toetsen + en - van de steeklengte
de dichtheid aangepast. De dichtheid heeft geen
invloed op de werkelijke lengte van de hele steek.
Let op: Dit wordt vaak gebruikt bij speciaal garen en
wanneer voor een minder dichte cordonsteek wordt
gekozen. Als u een knoopsgat hebt geselecteerd, toont
KHWJUDÀVFKGLVSOD\VWDQGDDUGGHGLFKWKHLGVLQVWHOOLQJLQ
plaats van de steeklengte.
Draadspanning (5)
Voor mooie en duurzame steken moet u controleren
of de bovendraadspanning goed is afgesteld; voor
algemeen naaien wil dat dus zeggen dat de draden
WXVVHQGHVWRÁDJHQYHUNQRSHQ
Als de onderdraad zichtbaar is op de bovenkant
van de stof, is de bovendraadspanning te hoog.
Verlaag de bovendraadspanning.
Als de bovendraad zichtbaar is op de onderkant
van de stof, is de bovendraadspanning te laag.
Verhoog de bovendraadspanning.
Voor decoratieve steken en knoopsgaten moet de
bovendraad zichtbaar zijn aan de onderkant van de
stof.
Uw naaimachine stelt elektronisch een
draadspanning in voor de geselecteerde steek. Zie
pagina 2:16 voor instructies voor het handmatig
veranderen van de instelling.
3:4
ABC
D
Naaien
Spiegelen
Om steken of reeksen horizontaal te spiegelen,
drukt u op de toets voor horizontaal spiegelen.
Voor 4.2: Om verticaal te spiegelen, drukt u op de
toets voor verticaal spiegelen.
Afhechtopties
Met de afhechtopties kunt u afhechtingen
programmeren aan het begin (A) en het einde (B)
van de steek.
1. Druk op de F2-toets om de weergave van de
afhechtopties te openen.
2. Gebruik het wiel om van de ene naar de andere
optie te gaan en druk op OK om te selecteren
welke functies u wilt gebruiken.
3. Wanneer u uw selecties hebt gemaakt, sluit u
de weergave door opnieuw op de F2-toets te
drukken. Mini-afhechtpictogrammen (D) op het
JUDÀVFKGLVSOD\JHYHQDDQZHONHDIKHFKWIXQFWLHV
zijn geselecteerd. De selecties blijven totdat u ze
deselecteert.
Let op: Voor onmiddellijk afhechten moet u de
afhechttoets op de voorkant van de machine gebruiken.
Naaien met afhechtopties geselecteerd
1. Afhechten aan het begin (A) wordt uitgevoerd
zodra u begint te naaien.
2. Druk op de achteruitnaaitoets om afhechten
aan het einde (B) in te schakelen. De
geprogrammeerde afhechtindicator brandt.
De machine voltooit de steek en maakt een
afhechting.
Wanneer draden afsnijden (C) is
geprogrammeerd, snijdt de machine
automatisch de draden af na de afhechting
aan het einde. De naald en de naaivoet gaan
omhoog.
Let op: Stop met naaien en druk tweemaal op de
achteruitnaaitoets om achteruitnaaien te activeren.
De achteruitnaai-indicator gaat branden. Er wordt
geen afhechting uitgevoerd.
Druk op de achteruitnaaitoets terwijl u achteruitnaait
om afhechten aan het einde in te schakelen. Zowel
de achteruitnaai-indicator als de indicator voor
geprogrammeerd afhechten gaan branden.
Om weer vooruit te gaan naaien, stopt u met
achteruitnaaien en drukt u op de achteruitnaaitoets.
Er branden geen indicators en er worden geen
afhechtingen uitgevoerd.
3. Om de afhechtopties uit te schakelen, gebruikt
u het wiel om naar de verschillende opties te
gaan en drukt u op OK voor ieder optie die u
wilt deselecteren.
3:5
A
B
Naaien
Taperingprogramma
Bij tapering wordt de breedte van de steek
tijdens het naaien vergroot of verkleind voor (a)
symmetrische vormen.
1. Open de weergave van het
taperingprogramma met de F1-toets.
2. Gebruik de pijltoetsen links en rechts op het
wiel om tapering aan het begin of aan het einde
te selecteren. Druk op OK om de instelling aan
of uit te schakelen.
3. Houd OK lang ingedrukt om een weergave
te openen met verschillende hoekkeuzen
voor tapering aan het begin of aan het einde.
Selecteer met de pijltoetsen de hoek waarmee
u uw werk taps wilt laten toelopen en druk op
OK om de hoek te selecteren.
4. Druk opnieuw op de F1-toets om de weergave
van het taperingprogramma te sluiten. Er staan
PLQLSLFWRJUDPPHQ$RSKHWJUDÀVFKHGLVSOD\
die u laten zien of tapering aan het begin of aan
het einde is ingeschakeld.
5. Wanneer tapering is ingeschakeld aan het
begin en het einde, begint de steekbreedte op
0 wanneer u begint te naaien. De steek wordt
breder totdat de geselecteerde steekbreedte
is bereikt. Naai uw gewenste lengte en druk
op de achteruitnaaitoets. De breedte wordt
verkleind tot 0 mm.
Let op: Op bijna alle steken kan tapering worden
toegepast. Wanneer u de weergave van het
taperingprogramma probeert te openen voor een steek
waarop dat niet kan worden toegepast, hoort u een
waarschuwingssignaal.
Snelheidsregeling
1. Houd de snelheidstoets lang ingedrukt om
een pop-up te openen waarin u de linker- en
rechterpijltoets op het wiel kunt gebruiken om
de naaisnelheid te veranderen.
Let op: U kunt geen hogere snelheid dan de
standaardsnelheid selecteren.
2. Druk opnieuw op de snelheidstoets om de
pop-up te sluiten.
3. Druk op de info-toets. Een pictogram op het
JUDÀVFKGLVSOD\JHHIWGHQDDLVQHOKHLGDDQ
waarop uw machine is ingesteld (B).
4. Druk op de snelheidstoets om de
snelheidscontrole uit te schakelen. Druk
opnieuw op de snelheidstoets om met
de snelheid te naaien die u eerder hebt
geselecteerd.
3:6
Naaien
Persoonlijke steken
Persoonlijke steek opslaan
1. U kunt uw persoonlijke steken opslaan in
uw machine door op de toets “opslaan” te
drukken. Het menu “persoonlijke steek of
reeks opslaan” wordt dan geopend.
2. Selecteer een leeg geheugen met de
pijltoetsen. Bevestig uw selectie met OK.
Als het geselecteerde geheugen niet leeg is,
verschijnt er een pop-upbericht dat u vraagt
of u de eerder opgeslagen steek of reeks wilt
overschrijven met de nieuwe. Selecteer ja of
nee met de pijltoetsen en druk op OK.
3. Druk opnieuw op de toets “opslaan” om terug
te keren naar de naaimodus.
Let op: Sommige speciale steken, zoals knoopsgaten,
kunnen niet worden opgeslagen. Een pop-up meldt u dat
wanneer u zo’n steek probeert op te slaan.
Een persoonlijke steek laden
1. U kunt uw persoonlijke steken laden door
op de toets “laden” te drukken. Het menu
“persoonlijke steek of reeks laden” wordt dan
geopend. Selecteer met de pijltoetsen op het
wiel de optie persoonlijke steek in de pop-up.
Bevestig door op OK te drukken.
2. Gebruik de pijltoetsen om de steek die u wilt
gebruiken te selecteren en druk op OK. De
steek verschijnt in de naaimodus en is klaar om
te worden genaaid. Voor het nummer van de
geladen steek staat een hartje.
Persoonlijke steek verwijderen
1. U kunt uw persoonlijke steken uit uw machine
verwijderen in de laad- of opslagmodus.
2. Selecteer de steek die u wilt verwijderen en
druk op de toets “wissen”. Er verschijnt een
pop-upbericht dat u vraagt of u echt wilt
wissen. Selecteer ja of nee met de pijltoetsen op
het wiel en druk op OK.
3:7
Naaien
Naaitechnieken
Handwerk-quiltsteken
Een quilt bestaat meestal uit drie lagen, twee lagen stof met
een laag quiltvoering ertussen.
1. Rijg de quilttop vast aan de voering en de achterkant.
2. Rijg de naald in met onzichtbaar (nylon) garen.
Gebruik rayon- of katoenen garen in een afstekende of
bijpassende kleur in de spoel.
3. Klik de voet vast die door de machine wordt
aanbevolen.
4. Schakel het IDT
systeem in.
5. Wanneer u de steek naait, hoort u alleen de
onderdraad te zien. Verhoog de bovendraadspanning
naar behoefte voor het gewenste effect.
Let op: Gebruik naald maat 90 en dunne, zachte katoenen
onderdraad bij het naaien van quiltsteken met een handgemaakt
uiterlijk. Het is mogelijk dat u de draadspanning moet aanpassen
afhankelijk van de gebruikte stof, garen en tussenvulling. Voer
HHQSDDUWHVWHQXLWRSHHQSURHÁDSMHYDQGHVWRIGLHXJDDW
gebruiken en controleer de spanning.
Aanbevolen steken voor een quilt met een
andgemaakt uiterlijk
Steek
4.2
53 54 55 56 57 58 244 245 246 247 248 249 250 251 252 253 254
3.5
44 45 46 47 48 49
Stoppen
Door een gaatje of scheurtje te stoppen voordat het groter
wordt, kunt u een kledingstuk redden. Kies een dunne
draad in een kleur die zo dicht mogelijk bij de kleur van
uw kledingstuk in de buurt komt.
1. Leg uw kledingstuk met versteviging onder de
naaivoet.
2. Selecteer een stopsteek.
3. Begin te naaien boven het gaatje en naai eroverheen.
4. Wanneer u over het gat hebt genaaid, drukt u op de
achteruitnaaitoets om de lengte van de steek in te
stellen.
Uw naaimachine maakt de steek automatisch af.
5. Standaard staat de machine ingesteld om dezelfde
grootte te herhalen tot een stopvierkantje, u kunt
gewoon door blijven naaien. Het herhalingspictogram
is gemarkeerd om aan te geven dat “herhalen” is
ingeschakeld.
Druk op F1 om “herhalen” uit te schakelen.
3:8
A
B
C
Naaien
Vrije-handpositie (3.5)
Wanneer u de vrije-hand-/stopvoet gebruikt, moet de
naaivoet in de vrije-handpositie staan.
1. Schakel het IDT
systeem uit en verzink de
transporteur.
2. Bevestig de vrije-hand-/stopvoet en selecteer een
steek.
3. Om de vrije-handpositie in te schakelen, brengt u de
persvoetlichter omhoog en duwt u de schakelaar (A)
op de onderkant ervan naar u toe totdat hij op z’n
plaats klikt. Als u de persvoetlichter loslaat, wordt hij
in de vrije-handpositie geplaatst.
 1DDLHHQSURHÁDSMHPHWKHWYHUVWHYLJLQJVRI
watteermateriaal dat u gaat gebruiken. Indien
nodig kunt u de draadspanning verhogen voor het
gewenste resultaat.
5. Begin met naaien.
6. Om de positie uit te schakelen, duwt u de
persvoetlichter iets omhoog en de schakelaar (A) van
u af totdat hij op z’n plaats klikt.
Voor 4.2: Raadpleeg pagina 2:15 voor instructies over
naaien uit de vrije hand met de 4.2.
Knoopsgaten
Om een knoopsgat te naaien bevestigt u eerst de juiste
voet en selecteert u vervolgens uw knoopsgat. Controleer
of het IDT
systeem is losgekoppeld. Om zeker te zijn van
een goed resultaat naait u eerst een testexemplaar op de
stof en de versteviging die u gaat gebruiken.
De richting van de steken die worden genaaid wordt
aangegeven op het scherm door een pijl naast het
knoopsgat.
Sensormatic-knoopsgat
Wanneer u een knoopsgat naait met de Sensormatic-
knoopsgatvoet, pas de lengte van de opening dan aan tot
iets groter dan de maat van de knoop.
1. Klik de Sensormatic-knoopsgatvoet 5A vast.
2. Steek de stekker in het contact links boven het
naaldgebied (B).
3. Gebruik de liniaal op het deksel om uw knoop te
meten. Stel de lengte van de knoopsgatopening in
met de pijltoetsen links en rechts op het wiel.
4. Zorg ervoor dat de rode pijl overeenkomt met de
markering op de naaivoet (C).
5. Begin te naaien door het voetpedaal in te duwen.
 'HSLMOHQRSKHWJUDÀVFKGLVSOD\ODWHQ]LHQZDQQHHU
ieder gedeelte van het knoopsgat wordt genaaid en
in welke richting. De rupsen worden in dezelfde
richting genaaid.
7. Het knoopsgat wordt automatisch afgemaakt. U kunt
het knoopsgat zo vaak als u wilt herhalen door het
voetpedaal in te drukken.
3:9
Naaien
Handmatig knoopsgat
1- Gebruik naaivoet 5M om een handmatig
knoopsgat te naaien in vier stappen.
2. De eerste rups wordt achteruit genaaid. Naai
de eerste rups zo lang als u het knoopsgat
ZLOWPDNHQ2SKHWJUDÀVFKGLVSOD\VWDDW
aangegeven welk gedeelte van het knoopsgat
wordt genaaid en in welke richting.
3. Druk op de achteruitnaaitoets. De machine
naait de trens en de tweede rups. Wanneer de
rupsen even lang zijn, drukt u opnieuw op
de achteruitnaaitoets om de tweede trens te
naaien.
Let op: Het herhalingspictogram is gemarkeerd om
aan te geven dat “herhalen” is ingeschakeld. U kunt
het knoopsgat zo vaak als u wilt herhalen door het
voetpedaal in te drukken.
De machine stopt automatisch wanneer het
knoopsgat klaar is.
Druk op F2 om “herhalen” uit te schakelen.
Een knoop aannaaien
1. Om een knoop aan te naaien, verwijdert u de
naaivoet en selecteert u de knoopaanzetsteek.
2. Verzink de transporteurs.
3. Leg de knoop onder de persvoethouder.
Gebruik de spiegelfunctie om ervoor te zorgen
dat de naald precies in de gaten van de knoop
komt en dat de breedte geschikt is voor de
gebruikte knoop. Als dat nodig is, verandert u
de breedte tussen de gaten met de toetsen + en -.
4. U kunt het aantal steken waarmee de knoop
op de stof wordt vastgezet vermeerderen of
verminderen in stappen van twee, met de
pijltoetsen links en rechts op het wiel.
5. Begin met naaien. De machine naait het
programma voor u en hecht dan af en stopt.
Let op: Gebruik het universele gereedschap om een
“steeltje” te maken voor uw knoop. U kunt ook een
knoopaanzetvoet gebruiken, die als optioneel accessoire
verkrijgbaar is.
3:10
Naaien
Algemene naaipop-ups
Weinig onderdraad (4.2)
Wanneer de spoel bijna leeg is, stopt de machine
automatisch en verschijnt er een pop-up op het
scherm. Vervang de lege spoel door een volle en
druk op OK op het wiel ter bevestiging.
Overbelasting hoofdmotor
Als u zeer dikke stof naait of als de machine wordt
geblokkeerd tijdens het naaien, kan de hoofdmotor
overbelast raken. De machine stopt dan met
naaien. Het pop-upbericht sluit wanneer de
hoofdmotor en de stroomvoorziening veilig zijn.
Vastgelopen draden verwijderen (4.2)
Verwijder draden en stof uit de ruimte onder de
steekplaat. Druk op OK op het wiel om de pop-up
te sluiten.
4
Reeksen
4:2
1
2
3
4
5
6
7
8
Reeksen
De functie “reeksen” op uw machine maakt het mogelijk steken en reeksen aan te maken met uw eigen
persoonlijke instellingen en om steken en letters te combineren in reeksen. U kunt tot 40 steken, letters en
opdrachten in dezelfde reeks zetten. Sla uw eigen steken en reeksen op uw machine op zodat u ze kunt
laden en naaien wanneer u maar wilt.
Alle steken in uw naaimachine kunnen worden gebruikt voor reeksen, behalve knoopsgaten, stoppen,
steken met tapering, knopen aanzetten en trenzen.
Reeksen - overzicht
1. Huidig steeknummer
2. Stekenveld
3. Reeksopdrachten
4. Alfabetten
5. Steekbreedte/steekpositie
6. Steeklengte/steekdichtheid
7. Tekenset (hoofdletter/kleine letter, normale/
speciale symbolen)
8. Lettertypeselectie
Een reeks maken
1. Druk op de toets “reeksen” om reeksen te
openen.
2. Druk op het nummer van de steek die u
wilt gebruiken. De steek verschijnt in het
stekengebied.
3. Druk op het nummer van de volgende
steek. Die verschijnt rechts naast de eerder
ingevoerde steek.
Let op: De huidige positie in het stekengebied wordt
gemarkeerd met een cursor. Ingevoegde steken worden
op de plaats van de cursor gezet. U kunt de cursor door
de reeks verplaatsen met de pijltoetsen links en rechts op
het wiel.
Reeksopdrachten
U kunt afhechtingen, opdrachten voor het
afsnijden van de draad en stopopdrachten in uw
reeks programmeren. Gebruik de pijltoetsen op het
wiel om een opdracht te selecteren en druk op OK
om de opdracht in te voegen. De opdracht wordt
op de plaats van de cursor gezet.
Ingevoerde opdrachten worden in de reeks
opgenomen en worden altijd uitgevoerd tijdens het
naaien.
Let op: U kunt tot 3 opdrachten invoeren in iedere reeks.
4:3
1
2
3
4
5
6
7
8
Reeksen
Het alfabet gebruiken
1. U kunt de cursor met de pijltoetsen links
en rechts op het wiel naar de plaats op het
stekengebied (2) brengen waarop u een letter
wilt toevoegen.
2. Gebruik de pijltoets omlaag om door de
reeksopdrachten (3) naar het alfabet (4) te
gaan. Selecteer een letter met de pijltoetsen
en druk op OK om de letter in te voegen. De
letter wordt op de plaats van de cursor in het
stekengebied gezet.
Let op: De geselecteerde letter van het alfabet wordt
gemarkeerd.
Tekenset en lettertype selecteren
Druk op F1 om de tekenset (7) op hoofdletters
of kleine letters, normale of speciale letters en
symbolen te zetten.
Druk op F2 om van lettertype te veranderen (8).
Tekst en steken aanpassen
U kunt de gewenste steek spiegelen, de lengte (6)
en breedte (5) ervan aanpassen of de dichtheid
en de steekpositie veranderen. De aanpassingen
werken hetzelfde als in de naaimodus. Zie pagina
3:3- 3:5.
Wanneer u een waarde hebt veranderd, worden de
FLMIHUVRSKHWJUDÀVFKGLVSOD\JHPDUNHHUGRPDDQ
te geven dat het niet de standaardwaarde is.
Let op: De aanpassingen hebben alleen invloed op de
steek bij de cursorpositie. Als u terugkeert naar de
naaimodus, hebben alle aanpassingen die daar zijn
gemaakt invloed op de hele reeks en worden ze niet
opgeslagen.
Een steek of letter uit een reeks verwijderen
Als u een steek wilt verwijderen, brengt u de
cursor naar die steek en drukt u op de toets
“verwijderen”.
Breng de cursor links naast de eerste positie en
druk op de toets “wissen” om de hele reeks van het
stekengebied te verwijderen.
4:4
Reeksen
Uw reeksen beheren
U kunt uw reeksen opslaan en opnieuw laden.
Ieder reeksgeheugen heeft ruimte voor 40 steken.
Reeks opslaan
Het opslaan van uw reeks gaat op dezelfde manier
als in de naaimodus. Zie pagina 3:6.
Reeks laden
Het laden van uw reeks gaat op dezelfde manier
als in de naaimodus. Zie pagina 3:6. Selecteer de
optie “reeks” in de pop-up “laden”.
Let op: Wanneer u een reeks in de naaimodus laadt,
wordt het nummer van de opgeslagen reeks weergegeven
met een M ervoor.
Een reeks verwijderen
Het verwijderen van uw reeks gaat op dezelfde
manier als in de naaimodus. Zie pagina 3:6.
Een reeks naaien
Om de reeks te naaien, gaat u terug naar de
naaimodus door op de toets “reeksen” te drukken
of het voetpedaal in te drukken. Uw reeks is klaar
om te worden genaaid. De reeks wordt doorlopend
genaaid als er geen stop is geprogrammeerd.
Let op: Aanpassingen die in de naaimodus worden
gemaakt, hebben invloed op de hele reeks. Die
aanpassingen worden echter niet opgeslagen als u
terugkeert naar reeksen.
5
Onderhoud
5:2
A
B
D
C
Onderhoud
De naaimachine reinigen
Maak uw machine regelmatig schoon om ervoor
te zorgen dat uw machine goed blijft werken. De
machine hoeft niet te worden gesmeerd (geolied).
Neem de buitenkant van uw naaimachine af met
een zachte doek om eventueel opgehoopt stof of
textielresten te verwijderen.
1HHPKHWJUDÀVFKGLVSOD\DIPHWHHQVFKRQH
zachte en vochtige doek.
Het spoelhuis schoonmaken
Let op: Verzink de transporteur en zet de machine uit.
Verwijder het naaivoetje en schuif het
spoelhuisdeksel open. Plaats een schroevendraaier
onder de steekplaat zoals te zien is op de
afbeelding en draai de schroevendraaier
voorzichtig om de steekplaat los te wrikken. Maak
de transporteur schoon met het borsteltje dat bij de
accessoires zit.
Spoelgedeelte schoonmaken
Maak het gedeelte onder het spoelhuis schoon
na diverse naaiprojecten of wanneer u merkt dat
zich textielresten in het spoelhuisgedeelte hebben
opgehoopt.
Verwijder de spoelhuishouder (A) die het voorste
deel van het spoelhuis afdekt door hem op te tillen.
Verwijder het spoelhuis (B) door dit op te tillen.
Reinig met het borsteltje.
Wees voorzichtig wanneer u het gebied om
het mes van de draadafsnijder schoonmaakt
(C).
Plaats het spoelhuis en de spoelhuishouder weer
terug.
Let op: Blaas geen lucht in het spoelhuisgedeelte. Het
stof en de pluisjes worden dan in uw machine geblazen.
De steekplaat terugplaatsen
Plaats met de transporteur omlaag de steekplaats
met de knop in de gleuf aan de achterkant (D).
Duw de steekplaat omlaag totdat hij op zijn plaats
klikt. Schuif het spoelhuisdeksel weer op zijn
plaats.
5:3
Onderhoud
Problemen oplossen
In deze gids voor het oplossen van problemen vindt u oplossingen voor problemen die u kunt
RQGHUYLQGHQPHWXZPDFKLQH1HHPYRRUPHHULQIRUPDWLHFRQWDFWRSPHWXZSODDWVHOLMNHRIÀFLsOH
PFAFF
®
-dealer, die u graag zal helpen.
Probleem/oorzaak Oplossing
Algemene problemen
Wordt de draad niet afgesneden met “draad
afsnijden”?
Verwijder de steekplaat en verwijder textielresten uit
het spoelgedeelte.
Stof wordt niet getransporteerd? Controleer of de machine niet in de free-motion-
modus is ingesteld in het instellingenmenu.
Controleer of de transporteur niet is verzonken.
Verkeerde steek, onregelmatige of smalle steek? Schakel tweelingnaald of steekbreedtebeveiliging uit
in het instellingenmenu.
De naald breekt? Breng de naald correct aan, zoals beschreven staat in
hoofdstuk 2.
Bevestig de juiste naald voor de stof.
De machine naait niet? Controleer of alle stekkers goed in de machine en in
het stopcontact zitten.
Controleer of het snoer van het voetpedaal goed in het
pedaal zit.
Duw de spoelgeleider in de naaipositie.
De functietoetsen van de naaimachine reageren
niet op de aanraking?
De aansluitingen en functietoetsen van de machine
kunnen gevoelig zijn voor statische elektriciteit. Als
de toetsen niet op aanrakingen reageren, zet u de
machine UIT en weer AAN. Als het probleem blijft
bestaan, neem dan contact op met uw plaatselijke
erkende PFAFF
®
dealer.
De naaimachine slaat steken over
Hebt u de naald op de juiste wijze geplaatst? Breng de naald correct aan, zoals beschreven staat in
hoofdstuk 2.
Hebt u een verkeerde naald ingezet? Gebruik naaldsysteem 130/705 H.
Is de naald krom of bot? Plaats een nieuwe naald.
Hebt u de naaimachine op de juiste wijze
ingeregen?
Controleer hoe de machine is ingeregen.
Wordt de juiste naaivoet gebruikt? Bevestig de juist naaivoet.
Is de naald te dun voor de draad? Controleer of de naald geschikt is voor het garen en de
stof.
Beweegt de stof met de naald op en neer
in free-motion (naaien uit de vrije hand)?
(Sensormatic free-motion modus, 4.2)
Verlaag de persvoethoogte in het instelmenu.
De bovendraad breekt
Hebt u de naald op de juiste wijze geplaatst? Breng de naald correct aan, zoals beschreven staat in
hoofdstuk 2.
Hebt u een verkeerde naald ingezet? Gebruik naaldsysteem 130/705 H.
5:4
Onderhoud
Is de naald krom of bot? Plaats een nieuwe naald.
Hebt u de naaimachine op de juiste wijze
ingeregen?
Controleer hoe de machine is ingeregen.
Is de naald te dun voor de draad? Plaats een naald die groot genoeg is voor de draad.
Gebruikt u garen van slechte kwaliteit of garen
dat is uitgedroogd?
Neem nieuw garen van betere kwaliteit dat u bij een
RIÀFLsOH3)$))
®
-dealer hebt gekocht.
Wordt de juiste garenschijf gebruikt? Bevestig een garenschijf die de juiste maat heeft voor
het gebruikte garenklosje.
Staat de garenpen in de beste positie? Gebruik een andere garenpenpositie (verticaal of
horizontaal)
Is het gat in de steekplaat beschadigd? Vervang de steekplaat.
De spoeldraad breekt
Hebt u de spoel op de juiste wijze geplaatst? Controleer de onderdraad.
Is het gat in de steekplaat beschadigd? Vervang de steekplaat.
Is het spoelhuis schoon? Verwijder de textielresten uit het spoelhuis en gebruik
alleen de originele PFAFF
®
-spoelen die voor dit model
zijn goedgekeurd.
Is de spoel goed opgewonden? Spoel garen op een ander spoeltje.
De naad heeft ongelijke steken
Is de draadspanning goed afgesteld? Controleer de bovendraadspanning en hoe de
machine is ingeregen.
Gebruikt u te dik draad of naaigaren van
slechte kwaliteit?
Vervang het garen.
Is de onderdraad gelijkmatig opgewonden? Controleer het opwinden van de spoel.
Wordt er een correcte naald gebruikt? Breng een geschikte naald aan op de juiste manier,
zoals beschreven staat in hoofdstuk 2.
De naaimachine transporteert niet of onregelmatig
Hebt u de naaimachine op de juiste wijze
ingeregen?
Controleer hoe de machine is ingeregen.
Zijn er pluisjes opgehoopt tussen de tanden van
de transporteur?
Verwijder de steekplaat en maak de transporteur met
een borsteltje schoon.
Laat uw naaimachine regelmatig door uw plaatselijke officiële PFAFF
®
-dealer controleren!
Als u deze aanwijzingen voor het oplossen van problemen hebt opgevolgd en nog steeds problemen hebt,
EUHQJGHQDDLPDFKLQHGDQQDDUXZGHDOHU$OVHUHHQVSHFLÀHNSUREOHHPLVLVKHWHUJKDQGLJRPPHWKHW
JHEUXLNWHJDUHQHQPHWHHQUHVWODSMHYDQGHJHEUXLNWHVWRIHHQSURHÁDSMHWHPDNHQHQGDWQDDUXZGHDOHU
WHEUHQJHQ(HQSURHÁDSMHJHHIWYDDNYHHOEHWHUHLQIRUPDWLHGDQZRRUGHQ
Niet-originele onderdelen en accessoires
De garantie geldt niet voor storingen of schade als gevolg van het gebruik van niet-originele accessoires
of onderdelen.
Bij het wegdoen van dit product moet u erop letten dat
het op de juiste wijze wordt gerecycled volgens de nation-
ale richtlijnen voor elektrische/elektronische producten.
Gooi elektrische apparaten niet weg als ongesorteerd
huishoudelijk afval, maar maak gebruik van gescheiden
afvalinzameling. Neem contact op met de gemeente voor
informatie over de aanwezige inzamelpunten. Als u oude
apparaten vervangt door nieuwe, kan de verkoper wettelijk
verplicht zijn om uw oude apparaat gratis terug te nemen
om het af te voeren.
Als elektrische apparaten worden weggegooid op stortp-
laatsen of vuilnisbelten kunnen er gevaarlijke stoffen in het
grondwater lekken, in de voedselketen terechtkomen en
schade aanrichten aan uw gezondheid en welzijn.
Wij behouden ons het recht voor zonder aankondiging
vooraf veranderingen aan te brengen aan de machine, in
het accessoireassortiment of aanpassingen te maken in de
prestaties of het ontwerp.
Dergelijke veranderingen zijn echter altijd ten gunste van
de gebruiker van het product.
Intellectueel eigendom
De octrooien die op dit product rusten, staan vermeld op
een etiket onder de naaimachine.
PFAFF, PERFECTION STARTS HERE, EXPRESSION,
QUILT EXPRESSION, IDT (afbeelding) zijn handelsmerken
van KSIN Luxembourg II, S.ar.l.
CE - Authorised Representative
VSM Group AB, SVP Worldwide
Drottninggatan 2, SE-56184, Huskvarna, SWEDEN
CE - Authorised Representative
VSM Group AB, SVP Worldwide
Drottninggatan 2, SE-56184, Huskvarna, SWEDEN
www.pfaff.com
413 40 31 - 36A • Dutch • InHouse • © 2014 KSIN Luxembourg II, S.ar.l. • All rights reserved • Printed in Germany on environmentally-friendly paper
31

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels
1

Forum

Pfaff-Expression-3.5
  • Ik probeer met de pfaff expression 710 een automatisch knoopsgat te maken volgens de handleiding pagina 4:15. Machine blijft alleen achteruit naaien en maakt geen knoopsgat.
    Wat doe ik fout? Gesteld op 25-8-2024 om 14:23

    Reageer op deze vraag Misbruik melden
  • Kan je het onderhoud zelf doen van de Pfaff expression 3.5? Gesteld op 22-4-2024 om 16:23

    Reageer op deze vraag Misbruik melden
  • Bij het maken van knoopsgaten kan je zelf de grootte van het knoopsgat instellen. Als ik deze op 12 instel, wordt het knoopsgat erg groot. Geen 12 mm, maar ruim 30 mm. Het lijkt eerder 1,2 inch. Wat kan ik hieraan doen? Gesteld op 29-8-2023 om 14:16

    Reageer op deze vraag Misbruik melden
  • Met welke knop schakel ik alle vorige opdrachten
    uit Gesteld op 18-4-2023 om 20:44

    Reageer op deze vraag Misbruik melden
  • Welke steek is de blindzoomsteek bij expression 3.5 pfaff ? Gesteld op 19-2-2023 om 13:11

    Reageer op deze vraag Misbruik melden
  • Ik heb naalden 130/705h zoals voorgeschreven, maar pas vanaf dikte 90 blijven ze vast zitten (90 ook twijfelachtig) . Dit probleem had ik niet, maar nu wel en het naait niet fijn met de wetenschap dat de naald er zomaar uit kan vallen. Strakker draaien wil niet. Dit is het probleem met mijn pfaff expression 3.5 Gesteld op 26-10-2022 om 11:25

    Reageer op deze vraag Misbruik melden
6
  • Hoe verplaats ik de naaldpositie voor het inzetten van een rits
    Gesteld op 1-9-2020 om 15:30

    Reageer op deze vraag Misbruik melden
  • Machine geeft set for straight stich aan, hoe verander ik dit? Gesteld op 11-5-2020 om 15:15

    Reageer op deze vraag Misbruik melden
  • Weet iemand hoe ik de naaldstand kan verzetten van mijn PFAFF expression 3.5 Gesteld op 1-3-2020 om 17:33

    Reageer op deze vraag Misbruik melden
  • mijn pfaff 3.5 geeft de melding opgehoopt draad verwijderen onder steekplaat.
    Deze heb ik volgens de handleiding schoongemaakt, maar hij blijft deze code aangeven .
    Wat nu te doen? Gesteld op 5-1-2020 om 14:37

    Reageer op deze vraag Misbruik melden
  • Blijkbaar een veel voorkomend probleem bij de Pfaff, waar blijkbaar geen oplossing voor is. Geantwoord op 20-6-2021 om 11:34

    Waardeer dit antwoord Misbruik melden
  • Oplossing: nadat je de ruimte onder de steekplaats hebt gereinigd, moet je eerst nog op ok drukken op het keuzewiel. Dan verdwijnt de foutmelding. Geantwoord op 24-2-2023 om 11:43

    Waardeer dit antwoord (5) Misbruik melden
  • Ik had geen oplossing, dus heb de machine weg gedaan en een ander merk gekocht. Geantwoord op 24-2-2023 om 11:50

    Waardeer dit antwoord (2) Misbruik melden
  • Had net dit probleem ook!
    Met een fijn pincet een hoop opgehoopt stof kunnen verwijderen achter de transport tandjes en dan “ok” duwen. Toen deed hij het ineens terug. Geantwoord op 8-7-2023 om 13:55

    Waardeer dit antwoord (1) Misbruik melden
  • Ik probeer automatische knoopsgaten te maken met de Pfaff Expression 3.5. Dat deed ik al eerder. Ik gebruik de Sensormatic-knoopsgatvoet, steek hem in het contact links boven het naaldgebied, verzink de transporteur en koppel het IDT-systeem los, kies een knoopsgat (nr 33) en er gebeurt... niets :-( Naald blijft op en neer gaan en maakt dus een “knoopje”, maar geen knoopsgat. Heb het spoelhuis al schoongemaakt, machine spanningsvrij gezet, gewoon genaaid (doet ie wel). Wat kan er nog aan de hand zijn? Gesteld op 17-2-2019 om 08:46

    Reageer op deze vraag Misbruik melden
    • Sorry sorry sorry. Je moet de transporteur NIET verzinken. Dat staat iets hoger in de handleiding bij “vrije handpositie” en daardoor heb ik me vergist. Met het losgekoppelde IDT-systeem, de ingeplugde sensormatic knoopsgatvoet én MET behulp van de transporteur maakt mijn Pfaff prachtige knoopsgaatjes :-) Ben weer helemaal happy. Geweldige machine trouwens! Geantwoord op 17-2-2019 om 09:16

      Waardeer dit antwoord Misbruik melden
  • Ik probeer met de pfaff expression 710 een automatisch knoopsgat te maken volgens de instructies op pagina 4:15 van de handleiding, maar machine blijft alleen achteruit naaien....maakt geen knoopsgat. Geantwoord op 25-8-2024 om 14:20

    Waardeer dit antwoord Misbruik melden
  • Hoe kan ik met een Pfaff 3,5 blindzomen. Bestaat hier een filmpje over? Gesteld op 22-9-2018 om 19:04

    Reageer op deze vraag Misbruik melden
12

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Pfaff Expression 3.5 bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Pfaff Expression 3.5 in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 3,02 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info