525703
109
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/112
Pagina verder
Gebruikershandleiding
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Deze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28.
Elektrische aansluiting
Deze naaimachine moet worden gebruikt met het voltage dat is aangegeven op het betreffende plaatje.
Opmerkingen over de veiligheid
 'H]HQDDLPDFKLQHLVQLHWEHGRHOGYRRUJHEUXLNGRRUSHUVRQHQRRNNLQGHUHQPHWYHUPLQGHUGH
lichamelijke, zintuiglijke of mentale functies, of met onvoldoende ervaring en kennis, tenzij ze onder
toezicht staan of geïnstrueerd worden over het gebruik van de naaimachine door een persoon die
verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
 .LQGHUHQPRHWHQRQGHUWRH]LFKWVWDDQ]RGDW]HQLHWPHWGHQDDLPDFKLQHNXQQHQVSHOHQ
 (HQQDDLPDFKLQHPDJQRRLW]RQGHUWRH]LFKWPHWGHVWHNNHULQKHWVWRSFRQWDFWEOLMYHQVWDDQ
 9HUZLMGHUGLUHFWQDJHEUXLNHQYRRUGDWXGHPDFKLQHVFKRRQPDDNWGHVWHNNHUYDQGHQDDLPDFKLQHXLW
het stopcontact.
 6FKDNHOGHQDDLPDFKLQHXLW´µZDQQHHUXLHWVZLOWYHUDQGHUHQLQGHRPJHYLQJYDQGHQDDOG]RDOV
een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke.
 *HEUXLNGHQDDLPDFKLQHQRRLWDOVKHWVQRHURIGHVWHNNHUEHVFKDGLJG]LMQ

Draag een veiligheidsbril.
 +RXGXZYLQJHUVXLWGHEXXUWYDQDOOHEHZHJHQGHGHOHQ:HHVYRRUDOYRRU]LFKWLJLQGHEXXUWYDQGH
naaimachinenaald.
 *HEUXLNGH]HQDDLPDFKLQHDOOHHQYRRUGHZHUN]DDPKHGHQZDDUYRRUGHQDDLPDFKLQHEHGRHOGLVHQ
]RDOVGLHZRUGHQEHVFKUHYHQLQGH]HKDQGOHLGLQJ*HEUXLNDOOHHQKXOSVWXNNHQGLHGRRUGHSURGXFHQW
zijn aanbevolen zoals in deze handleiding wordt beschreven.
Bij het wegdoen van dit product moet u erop letten dat het
op de juiste wijze wordt gerecycled volgens de nationale
richtlijnen voor elektrische/elektronische producten. In
geval van twijfel kunt u voor assistentie contact opnemen
met uw dealer.
*HIHOLFLWHHUGPHWGHDDQNRRSYDQ
uw nieuwe PFAFF
®
creative
3.0 naai-
en borduurmachine.
Als naailiefhebber bent u in het
bezit gekomen van één van de meest
geavanceerde en uitgebreide naai- en
borduurmachines ter wereld; met
deze machine kunt u al uw creatieve
ideeën uitvoeren met de allernieuwste
technologie en functies.
Neem voordat u aan de slag gaat de
tijd om deze handleiding door te lezen.
U zult al snel ontdekken hoe u optimaal
gebruik kunt maken van uw machine.
2Q]HRIÀFLsOH3)$))
®
dealers zullen
u natuurlijk ook altijd met plezier
willen adviseren.
Met uw PFAFF
®
creative
3.0 naai- en
borduurmachine zult u zonder twijfel
een compleet nieuwe dimensie van
naaien en borduren ervaren.
Van harte
gefeliciteerd!
1
2
3
4
Inleiding 1:7
Machineoverzicht 1:8
9RRUNDQW ....................................................................... 1:8
Achterkant .................................................................... 1:9
Onderdelen bovenkant ............................................... 1:9
Accessoiredoos ............................................................. 1:9
Onderdelen van de borduureenheid ........................ 1:9
Bijgeleverde accessoires 1:10
Naaivoeten ................................................................. 1:11
6WHNHQRYHU]LFKW 
Nuttige steken ............................................................ 1:12
Decoratieve steken .................................................... 1:15
Alfabetten ................................................................... 1:16
Voorbereidingen 2:1
Uitpakken 2:2
+HWVQRHUYDQKHWYRHWSHGDDODDQVOXLWHQ 
+HWVQRHUHQKHWYRHWSHGDDODDQVOXLWHQ 
De machine opbergen na het naaien 2:3
LED-lampjes 2:3
9ULMHDUP 
Draadafsnijder 2:3
*DUHQSHQQHQ 
De machine inrijgen 2:5
Draadinsteker ............................................................... 2:5
Draadsensor 2:6
6SRHOHQ 
De spoel plaatsen 2:8
IDT
V\VWHHP,QJHERXZG'XEEHO7UDQVSRUW 
De naaivoet verwisselen 2:9
Naald vervangen 2:9
De transporteur verzinken 2:9
Naalden 2:10
*DUHQV 
9HUVWHYLJLQJ 
86%SRRUW 
86%HPEURLGHU\VWLFN ............................................... 2:12
$DQYXOOHQGHVRIWZDUHSF 
+RHXXZPDFKLQHNXQWXSGDWHQ 
INHOUD
Machine-instellingen en toetsen 3:1
7RXFKVFUHHQ 
7RXFKVFUHHQRYHU]LFKW 
Menu Instellingen 3:3
Machine-instellingen .................................................. 3:3
Naai-instellingen ......................................................... 
Borduurinstellingen .................................................... 3:5
Machine-informatie ..................................................... 3:5
7RHWVHQHQLQGLFDWRUV 
Algemene pictogrammen 3:8
Naaimodus 4:1
1DDLPRGXV 
Beginaanzicht ............................................................... 
1DDLPRGXVRYHU]LFKW 
6HOHFWLHPHQX 
Een steek selecteren ..................................................... 
Een lettertype selecteren ............................................. 
6WHHNLQVWHOOLQJHQ 
6WHHNEUHHGWH ................................................................. 
6WHHNSRVLWLH ................................................................... 
6WHHNOHQJWH .................................................................... 
6WHHNGLFKWKHLG .............................................................. 
Balans ............................................................................ 
Draadspanning ............................................................ 
6SLHJHOHQ ....................................................................... 
2SVODDQLQSHUVRRQOLMNPHQX 
2SWLHVYRRUQDDLHQERUGXUHQXLWGHYULMHKDQG 
$IKHFKWRSWLHV 
1DDLSURJUDPPD·V 
5HHNVHQ 
Stitch Creator
IXQFWLH 
1DDLWHFKQLHNHQ 
Ritssluitingen naaien ................................................. 
Zomen naaien in dikke stof...................................... 
*HQDDLGH]LJ]DJVWHHN ............................................... 
Blindzoomsteek ......................................................... 
.QRRSVJDWHQ .............................................................. 
Een knoop aannaaien ................................................ 
6WRSSHQ ....................................................................... 
Quilten ........................................................................ 
6SHFLDOHQDDLWHFKQLHNHQ 
$OJHPHQHQDDLSRSXSV 
5 6
7
Reeksen 5:1
Reeksen 5:2
Reeksen - overzicht 5:2
Reeksen openen en afsluiten 5:3
Een reeks maken 5:3
Een reeks laden en naaien 5:5
Een reeks opslaan 5:5
Belangrijke informatie over reeksen 5:6
Algemene pop-ups van reeksen 5:6
Stitch Creator
functie 6:1
Stitch Creator
functie 6:2
Stitch Creator
functie - overzicht 6:2
De Stitch Creator
functie openen en afsluiten ..... 6:3
'HÀQLWLHYDQHHQVWHHNSXQW ...................................... 6:3
Beginnen met creëren - een steek of
steekpunt toevoegen ................................................... 6:3
6WHHNSXQWHQVHOHFWHUHQ ............................................... 6:3
Een geselecteerd steekpunt dupliceren .................... 
Een nieuw steekpunt invoegen ................................. 
Drievoudige steek ....................................................... 
+RUL]RQWDDOVSLHJHOHQ ................................................. 
9HUWLFDDOVSLHJHOHQ ...................................................... 
Een geselecteerd steekpunt verwijderen.................. 
Druk/sleepfuncties 6:5
Positie van het gemarkeerde steekpunt 6:5
6WHHNODGHQHQQDDLHQ 
Een steek opslaan 6:6
Algemene pop-ups van de Stitch Creator
functie 6:6
Borduurmodus – voorbereidingen 7:1
2YHU]LFKWERUGXXUHHQKHLG 
2YHU]LFKWERUGXXUULQJHQ 
%HYHVWLJERUGXXUYRHW$ 
,QJHERXZGHERUGXXUPRWLHYHQ 
creative
%RUGXXUFROOHFWLH 
'HERUGXXUHHQKHLGDDQVOXLWHQ 
'HERUGXXUHHQKHLGYHUZLMGHUHQ 
'HVWRILQGHERUGXXUULQJVSDQQHQ 
'HERUGXXUULQJRSYDQGHPDFKLQHVFKXLYHQ 
$DQGHVODJPHWERUGXUHQ 
8
9
10
11
Borduurmodus – bewerken 8:1
Borduurmodus - bewerken 8:2
Borduurmotief bewerken - overzicht 8:2
6HOHFWLHPHQX 
Een borduurmotief laden 8:3
Een lettertype laden 8:3
'UXNVOHHSIXQFWLHV 
9HUSODDWVHQ ................................................................... 
6FKDDOYHUGHOLQJ............................................................ 
Roteren .......................................................................... 
Borduurmotief selecteren 8:5
Borduurmotief in borduurring verplaatsen 8:5
Een borduurmotief spiegelen 8:5
Een borduurmotief verwijderen 8:5
Optiebalk in borduurmotief bewerken 8:6
Opslaan in persoonlijke bestanden ........................... 8:6
Zoom-opties/beeld verplaatsen ................................ 8:6
Borduurring selecteren ............................................... 
Borduurteksteditor ...................................................... 
Borduren ....................................................................... 
Pop-ups voor het bewerken van borduurmotieven 8:8
Borduurmodus – borduren 9:1
Borduren openen 9:2
Borduren - overzicht 9:2
6QHOKHLGVUHJHOLQJ 
.UXLVMH 
Rijgen 9:3
Monochroom 9:3
6WHHNYRRUVWHHNVWDSSHQ 
Draadspanning 9:3
%RUGXXULQIRUPDWLH 
2SWLHEDON 
Basis precise positioning ............................................ 
Zoom-opties/beeld verplaatsen ................................ 9:5
Borduurringpositie ...................................................... 9:5
Lijst met kleurblokken ................................................ 9:6
7HUXJQDDU%RUGXXUPRWLHIEHZHUNHQ ...................... 9:6
%DVLVSUHFLVHSRVLWLRQLQJJHEUXLNHQ 
+RHNSLFWRJUDPPHQ .................................................... 9:8
Zoomen naar kruisje ................................................... 9:8
Algemene pop-ups voor Borduren 9:9
Persoonlijke bestanden 10:1
Persoonlijke bestanden 10:2
Bestandsformaten 10:2
Bladeren door persoonlijke bestanden 10:3
Een bestand laden 10:3
Een map openen 10:3
Eén mapniveau omhoog........................................... 10:3
2UJDQLVHUHQ 
Algemene pop-ups van de
SHUVRRQOLMNHEHVWDQGHQ 
Onderhoud 11:1
De naaimachine reinigen 11:2
Niet-originele onderdelen en accessoires 11:2
Problemen oplossen 11:3
Index 11:5
Intellectueel eigendom 11:11
Inleiding
1
1:8
Inleiding
PFAFF
10
20
30
40
50
2
1
mm
inch
00
Quilt
Machineoverzicht
Voorkant
1 .OHSPHWVWHHNFDWHJRULHsQ
2. Draadinrijggleuven
3 Draadafsnijder
 $DQVOXLWLQJ6HQVRUPDWLF
knoopsgatvoet
5. LED-lampjes
6 9ULMHDUP
 Achteruitnaaien
8. Achteruitnaai-indicator
9. Actie-indicator
10. Draden afsnijden
11. 6WDUWVWRS
12. Afwisselen tussen naaivoet
omlaag en draaistand
13. Afwisselen tussen naaivoet
omhoog en extra hoog:
 Onmiddellijk afhechten
15. 6WHHNRSQLHXZEHJLQQHQ
16. 6QHOKHLGVUHJHOLQJ
 Naald omhoog/omlaag
18. PFAFF
®
creative
kleuren
touchscreen
19. .QRRSOLQLDDO
20. +DQGZLHO
21 Ingebouwde 86%SRRUW
22. 6W\OXVKRXGHU
23. +RRIGVFKDNHODDU
aansluitingen voor netsnoer
en voetpedaal
 6FKXLIYRRUKHWYHU]LQNHQ
van de transporteur
Naaldgebied
25. Ingebouwde draadinsteker
26 6SRHOKXLVGHNVHO
 6WHHNSODDW
28. Naaivoet
29 Naaivoetstang en
naaivoethouder
30 Bovendraadgeleider
31 Naaldschroef
32 Naaldstang
24
31
29
26
27
30
28
25
1
2
3
4
5
6
7
8
9
13
12
11
10
14
15 16 17
19
18
20
21
22
23
32
5
1:9
Inleiding
Achterkant
33 +DQGYDW
 IDT
systeem
35. Aansluiting borduureenheid
Onderdelen bovenkant
36 9RRUVSDQQLQJVFKLMIYRRULQULMJHQHQRSZLQGHQ
van de spoel
 6SRHOJHOHLGHUYRRURSVSRHOHQ
38. Draadgeleider
39 6SRHOJHOHLGHUVYRRURSVSRHOHQ
 Draadafsnijder spoelgeleider
 6SRHODV
 Extra garenpen
 *DUHQVFKLMYHQ
 *DUHQSHQ
 Draadspanningsschijf
 Draadhefboom
Accessoiredoos
In de accessoiredoos zitten speciale vakjes voor
naaivoeten en spoeltjes, en er is ook ruimte voor
naalden en andere accessoires. Berg de accessoires
op in de doos zodat u ze altijd binnen handbereik
heeft.
5XLPWHYRRUDFFHVVRLUHV
Uitneembaar bakje voor naaivoeten
Uitneembare spoelhouder
Onderdelen van de borduureenheid
W\SH%(
50. Ontkoppelingstoets borduureenheid
51. Afstelpootjes
52. Aansluiting borduureenheid
53. Aansluiting borduurring
 Borduurarm
33
34
35
47
48
49
36 37 38
39
40 41
42434446 45
50
51
51
54
53
52
1:10
Inleiding
Bijgeleverde accessoires
Accessoires
55. 6W\OXV
56. *DUHQQHWMH
 *HOHLGHUYRRUGRRUVWLNNHQTXLOWHQ
58 9LOWHQRQGHUOHJJHU
59. 86%HPEURLGHU\VWLFN
60. 6FKURHYHQGUDDLHU
61. 7RUQPHVMH
62. Borsteltje
63. *DUHQVFKLMIJURRW
 *DUHQVFKLMIPHGLXP
 *DUHQVFKLMINOHLQ
66 Multifunctioneel gereedschap
 6SRHOWMHV
68. Borduurringklemmen
Bijgeleverde borduurringen
69. creative
648$5(+223[
 creative
(/,7(+223[
Niet afgebeelde bijgeleverde accessoires
 9RHWSHGDDO
 Netsnoer
 Naalden
 'UDDJNRIIHU
 0LFURYH]HOGRHNMH
 creative
3.0 Borduurcollectie
 4XLFNVWDUWERUGXXUVHW
 *DUDQWLH
69 70
55 56 57 58 59
60 61 62
63
64
65
66
67 68
1:11
Inleiding
Naaivoeten
0A - Standaardnaaivoet met IDT
systeem
(op de naaimachine bevestigd bij levering)
Deze voet wordt hoofdzakelijk gebruikt voor rechte steken en zigzagsteken met een
steeklengte van meer dan 1,0mm.
1A - Siersteekvoet met IDT
systeem
Deze voet wordt gebruikt voor het maken van decoratieve steken. De groef in de
onderkant van de naaivoet is bedoeld voor een soepel transport over de steken.
2A - Siersteekvoet
*HEUXLNGH]HYRHWELMKHWQDDLHQYDQGHFRUDWLHYHVWHNHQRI]LJ]DJVWHNHQHQDQGHUHQXWWLJH
steken van minder dan 1,0mm lang. De groef in de onderkant van de naaivoet is bedoeld
voor een soepel transport over de steken.
3 - Blindzoomvoet met IDT
systeem
Deze naaivoet wordt gebruikt voor blindzoomsteken. De teen op de naaivoet geleidt de
stof. De rode geleider op de naaivoet moet langs de vouw van de zoomrand lopen.
4 - Ritsvoet met IDT
systeem
Deze naaivoet kan rechts of links van de naald op de machine worden geklikt, waardoor
het eenvoudiger is om dicht bij de beide kanten van de tandjes van de rits te naaien.
9HUSODDWVGHQDDOGSRVLWLHQDDUUHFKWVRIQDDUOLQNVRPGLFKWHUODQJVGHWDQGMHVWHQDDLHQ
5A - Sensormatic knoopsgatvoet
:DQQHHUGH]HYRHWRSGHPDFKLQHLVDDQJHVORWHQZRUGWKHWNQRRSVJDWJHQDDLGPHWGH
lengte die in de machine is ingevoerd.
5M - Handmatige knoopsgatvoet
'H]HQDDLYRHWZRUGWJHEUXLNWYRRUKHWQDDLHQYDQKDQGPDWLJHNQRRSVJDWHQ*HEUXLNGH
PDUNHULQJHQRSGHYRHWRPGHUDQGYDQKHWNOHGLQJVWXNWHSODDWVHQ+HWKLHOWMHDDQGH
achterkant van de voet houdt de draad vast bij knoopsgaten met inlegdraad.
6A - Borduur-/Sensormatic free-motionvoet
Deze voet wordt gebruikt voor borduren en free-motion naaien. Deze voet kan ook
worden gebruikt voor stopwerk.
Belangrijk: Controleer of het IDT
systeem is uitgeschakeld als u naaivoet 2A, 5A, 5M en 6A gebruikt.
1:12
Inleiding
Stekenoverzicht
Nuttige steken
Steek Steeknummer Naam Beschrijving
1.1.1 Rechte steek
Voor aan elkaar naaien en doorstikken. Kies uit 37 verschillende naald-
posities. Let op: Deze steek vormt een sterkere afhechting dan steek 2.1.1.
1.1.2
Elastische drievoudige
rechte steek
Versterkte naad Doorstikken.
1.1.3 Rechte steek achteruit Naai doorlopend achteruit met sterke afhechting.
1.1.4 Rijgsteek
Enkele steek gebruikt om te rijgen. Verzink de transporteur. Druk op
voetpedaal om één steek te naaien. Beweeg de stof met de hand naar
de gewenste positie en druk opnieuw op het voetpedaal om nog een
steek te naaien.
1.1.5 Zigzagsteek Naden verstevigen, afwerken, elastisch naaien, kant inzetten.
1.1.6
Zigzagsteek, naald-
positie rechts of links
Naden verstevigen, afwerken, elastisch naaien.
1.1.7 Z-zigzagsteek Applicatie, vastzetten, oogjes.
1.1.8
Drievoudige zigzag
stretchsteek
Elastische steek voor decoratieve zomen of doorstikken.
1.1.9 Genaaide zigzagsteek Elastiek naaien, stoppen, patchwork en decoratief naaien.
1.1.10 Elastische steek Elastiek naaien, stoppen, patchwork.
1.1.11
Drievoudige elastische
steek
Elastiek naaien, stoppen, patchwork en decoratief naaien.
1.1.12 Honingraatsteek
Decoratieve steek voor elastische stoffen en zomen. Ook gebruikt met
elastisch garen op de spoel.
1.1.13 Fagotsteek
Stoffen en quiltvoering aan elkaar naaien, decoratieve steek voor
quilten, ajoursteken.
1.1.14
Elastische decoratieve
fagotsteek
Verbindingssteek voor badstof, leer, dikke lagen stof bij
overlappende naden.
1.1.15 Flanelsteek Elastische decoratieve zoom voor elastische stoffen.
1.1.16 Blindzoomsteek Blindzomen naaien in geweven stoffen.
1.1.17
Elastische
blindzoomsteek
Blindzomen naaien in elastische stoffen.
1.1.18 Elastische tricotsteek Naden naaien in elastische stoffen.
1.2.1 Gesloten overlocksteek Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken.
1:13
Inleiding
1.2.2 *HVORWHQRYHUORFNVWHHN In één stap naaien en afwerken.
1.2.3 *HVORWHQRYHUORFNVWHHN In één stap naaien en afwerken met verstevigde rand.

Elastische
overlocksteek
Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken.
1.2.5
6WDQGDDUG
overlocksteek
Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken met verstevigde
rand.
1.2.6 Overlocksteek Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken.
 *HVORWHQRYHUORFNVWHHN In één stap naaien en afwerken, patchwork, zomen.
1.2.8
Overlocksteek
elastische gebreide
stoffen
Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken.
1.2.9
9HUVWHUNWH
overlocksteek
Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken en verstevigen.
1.2.10
Afgewerkte
overlocksteek
Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken met verstevigde
rand.
1.2.11 9DOVHGHN]RRP
Maak een overlockzoom in elastische stoffen die eruit ziet als een
lockmachine-dekzoom.
1.2.12
Open overlock
blindzoom
Maak een decoratieve overlock blindzoom in geweven stoffen.
1.2.13
*HVORWHQRYHUORFN
blindzoom
Maak een decoratieve overlock blindzoom in elastische stoffen.
1.3.1 Linnenknoopsgat .QRRSVJDWYRRUEORXVHVRYHUKHPGHQHQOLQQHQJRHG
1.3.2 6WDQGDDUGNQRRSVJDW
Basisknoopsgat voor blouses, overhemden en jasjes. Ook voor
woonaccessoires.
1.3.3
Afgerond knoopsgat
met puntvormige trens
.QRRSVJDWYRRUNOHGLQJ

Afgerond knoopsgat
met lengtetrens
.QRRSVJDWYRRUNOHGLQJ
1.3.5
Mantelknoopsgat met
puntvormige trens
.OHHUPDNHUVNQRRSVJDWRIVLHUNQRRSVJDW
1.3.6
Mantelknoopsgat met
lengtetrens
.OHHUPDNHUVNQRRSVJDWYRRUMDVMHVHQEURHNHQ
 Afgerond knoopsgat .QRRSVJDWYRRUGXQQHNOHGLQJRIMDVMHV
1.3.8 Elastisch knoopsgat .QRRSVJDWYRRUHODVWLVFKHVWRIIHQ
1.3.9 .UXLVVWHHNNQRRSVJDW 6LHUNQRRSVJDW
1:14
Inleiding
1.3.10 Sier-mantelknoopsgat Sierknoopsgat voor jasjes.
1.3.11
Nostalgisch rond
knoopsgat met
puntvormige trens
Nostalgisch sierknoopsgat.
1.3.12 Knoopsgat met koord Fagotsteek voor knoopsgat met koord.
1.3.13 Knopen aannaaien Knopen aannaaien of rijgen. Verzink de transporteur.
1.4.1 Sieroogje Sieroogje voor nostalgisch naaien.
1.4.2
Programmeerbare
stopsteek
Gaten of beschadigde stof repareren.
1.4.3
Programmeerbare
versterkte stopsteek
Gaten of beschadigde stof verstevigd repareren.
1.4.4 Trens Automatisch naden en zakken verstevigen.
1.4.5 Jeanstrens Automatisch naden en zakken decoratief verstevigen.
1.4.6 Siertrens Automatisch naden en zakken decoratief verstevigen.
1.4.7 Kruistrens Automatisch naden en zakken verstevigen.
1:15
Inleiding
Decoratieve steken
2.1 Quiltsteken -
Handwerksteken
2.2 Quiltsteken -
Traditionele quiltsteken
2.3 Quiltsteken -
Meandersteken
3.1 Naaldkunststeken -
Kruissteken
2.4 Quiltsteken -
Crazy-patchworksteken
3.2. Naaldkunststeken -
Ajoursteken
3.3 Naaldkunststeken -
Traditionele borduursteken
2.4 Quiltsteken -
Crazy-patchworksteken
3.3 Naaldkunststeken -
Traditionele borduursteken
4.1 Decoratieve steken -
Cordon- en randafwerksteken
3.4 Naaldkunststeken -
Smoksteken
4.1 Decoratieve steken -
Cordon- en randafwerksteken
1:16
Inleiding
4.2 Decoratieve steken -
Bloemen en siersteken
4.3 Decoratieve steken -
Kunststeken
4.4 Decoratieve steken -
Fantasiesteken
5.1 Naaitechnieken -
Steken voor optionele naaivoeten
5.2 Naaitechnieken -
Handwerk-quiltsteken
4.2 Decoratieve steken -
Bloemen en siersteken
4.3 Decoratieve steken -
Kunststeken
4.4 Decoratieve steken -
Fantasiesteken
Comic
CyrillicContour
Script
Alfabetten
2
Voorbereidingen
2:2
Voorbereidingen
C A B
Uitpakken
 3ODDWVGHGRRVRSHHQVWHYLJHYODNNHRQGHUJURQG7LOGHPDFKLQHXLWGHGRRVYHUZLMGHUGHEXLWHQVWH
verpakking en til de beschermkap eraf.
 9HUZLMGHUDOKHWDQGHUHYHUSDNNLQJVPDWHULDDOHQGHSODVWLF]DNNHQ
 6FKXLIGHDFFHVVRLUHGRRVYDQGHPDFKLQHHQYHUZLMGHUKHWSLHSVFKXLPRQGHUGHYULMHDUP
Let op: Als er piepschuim in de accessoiredoos blijft zitten tijdens het naaien, kan de steekkwaliteit worden benadeeld.
Het piepschuim is alleen voor verpakkingsdoeleinden en moet worden verwijderd.
Let op: Uw creative
3.0 naai- en borduurmachine is erop gebouwd om de beste resultaten te leveren bij normale
kamertemperatuur. Extreem warme en koude temperaturen kunnen de naairesultaten nadelig beïnvloeden.
Het snoer van het voetpedaal
aansluiten
Bij de accessoires zit ook het snoer van het
voetpedaal. U hoeft het snoer alleen de eerste keer
dat u de machine gaat gebruiken aan het voetpedaal
te bevestigen.
1. Pak het snoer van het voetpedaal. Draai het
YRHWSHGDDORP6OXLWKHWVQRHUDDQRSGH
uitgang in de ruimte aan de onderkant van het
voetpedaal, zoals op de afbeelding te zien is.
2. Duw goed aan zodat het snoer goed verbinding
maakt.
 7UHNKHWVQRHULQGHJOHXIOLQNVYDQKHWFRQWDFW
om ervoor te zorgen dat het voetpedaal
gelijkmatig op de vloer rust.
Het snoer en het voetpedaal
aansluiten
Let op: Controleer voordat u het voetpedaal aansluit
of het van het type “FR5” is (zie de onderkant van het
voetpedaal).
1. 6OXLWKHWVQRHUYDQKHWYRHWSHGDDODDQRSKHW
YRRUVWHFRQWDFWUHFKWVRQGHUDDQGHPDFKLQH$
 6OXLWKHWQHWVQRHUDDQRSKHWDFKWHUVWHFRQWDFW
UHFKWVRQGHUDDQGHPDFKLQH%6WHHNGH
stekker in een stopcontact.
 =HWGH,2VFKDNHODDURS´,µRPGH
voedingsspanning en het licht in te schakelen
&
2:3
Voorbereidingen
De machine opbergen na het
naaien
 =HWGHKRRIGVFKDNHODDU,RS´µ&
 +DDOGHVWHNNHUYDQGHYRHGLQJVNDEHOHHUVWXLW
KHWVWRSFRQWDFWHQYHUYROJHQVXLWGHPDFKLQH%
 +DDOGHVWHNNHUYDQKHWYRHWSHGDDOVQRHUXLWGH
PDFKLQH$5ROKHWVQRHUYDQKHWYRHWSHGDDO
op en leg het in de ruimte op de onderkant van
het voetpedaal.
 %HUJDOOHDFFHVVRLUHVRSLQGHDFFHVVRLUHGRRV
6FKXLIGHGRRVRSGHQDDLPDFKLQHRPGHYULMH
arm heen.
5 Plaats het voetpedaal in de ruimte boven de
vrije arm.
6 Plaats de beschermkap op de machine.
LED-LAMPJES
Op uw machine zitten LED-lampjes die het licht
zonder schaduw gelijkmatig over het werkgebied
verdelen.
Vrije arm
Om de vrije arm te gebruiken moet u de
DFFHVVRLUHGRRVYHUZLMGHUHQ:DQQHHUGHGRRVLV
bevestigd, houdt een haak de accessoiredoos vast
DDQGHPDFKLQH6FKXLIGHGRRVQDDUOLQNVRPKHP
te verwijderen.
Draadafsnijder
7UHNGHGUDDG]RDOVDIJHEHHOGYDQDFKWHUHQQDDU
voren om de draadafsnijder te gebruiken.
2:4
Voorbereidingen
Kleine garenschijf
Hoofdgarenpen in verticale positie
Grote garenschijf
Garenpennen
Uw naaimachine heeft twee garenpennen:
een hoofdgarenpen en een extra garenpen. De
garenpennen zijn geschikt voor alle soorten garen.
De hoofdgarenpen is instelbaar en kan worden
gebruikt in een horizontale positie (de draad wordt
van het klosje afgerold) of in een verticale positie
(het klosje draait). Gebruik de horizontale positie
voor normaal garen en de verticale positie voor
grote klossen of garen met speciale eigenschappen.
Horizontale positie
Plaats een passende garenschijf en het klosje op
de garenpen. Controleer of de draad linksom van
het klosje wordt afgerold en schuif dan een tweede
garenschijf op de pen.
Let op: Niet alle garenklosjes zijn op dezelfde manier
gemaakt. Als u problemen heeft met het garen, draai het
klosje dan om of gebruik de verticale positie.
Gebruik een garenschijf die iets breder is dan het
klosje. Gebruik bij smalle garenklosjes een kleinere
garenschijf voor het klosje. Gebruik bij brede
garenklosjes een grotere garenschijf voor het klosje.
De platte zijde van de schijf moet stevig tegen het
klosje worden gedrukt. Er mag geen ruimte tussen
de garenschijf en het klosje zitten.
Verticale positie
Til de garenpen op tot in verticale positie. Schuif het
grote schijfje erop en plaats een vilten onderlegger
onder het klosje. Dit voorkomt dat het garen te snel
van het klosje wordt afgewikkeld.
Plaats geen garenschijf op de garenpen omdat het
klosje dan niet meer kan draaien.
Let op: Wanneer de garenpen in verticale positie wordt
gebruikt, kan het zijn dat de draadspanning handmatig
moet worden aangepast.
Extra garenpen
De extra garenpen wordt gebruikt wanneer u
een spoeltje wilt opwinden vanaf een tweede
garenklosje of voor een tweede klosje wanneer u
met een tweelingnaald naait.
Breng de extra garenpen omhoog. Schuif een grote
garenschijf erop en plaats een vilten onderlegger
onder het klosje.
Extra garenpen en hoofdgarenpen in verticale positie.
2:5
Voorbereidingen
P
D
E
F
G
C
B
A
C
B
A
De machine inrijgen
Zorg ervoor dat de naaivoet en de naald omhoog
staan.
 6FKXLIKHWJDUHQRSGHJDUHQSHQHQ]HWGH]H
vast met een passende garenschijf.
Let op: Houd de draad met uw beide handen vast zodat
deze niet slap gaat hangen tijdens het inrijgen. Op deze
manier wordt de draad goed door de inrijgroute geleid.
 7UHNGHGUDDGYDQYRUHQQDDUDFKWHUHQGRRUGH
GUDDGJHOHLGHU$=RUJHUYRRUGDWGHGUDDG
RS]LMQSODDWVNOLNW7UHNGHGUDDGGDQRQGHU
de VSRHOJHOHLGHUYRRUKHWRSVSRHOHQ%RSGH
YRRUVSDQQLQJVVFKLMI&
3. Rijg de draad omlaag door de rechter inrijggleuf
en dan omhoog door de linker inrijggleuf.
 %UHQJGHGUDDGYDQDIGHUHFKWHUNDQWLQGH
GUDDGKHIERRP'HQRPODDJLQGHOLQNHU
inrijggleuf naar de ERYHQGUDDGJHOHLGHU(
5. Rijg de bovendraad in.
Draadinsteker
Met de draadinsteker kunt u de draad automatisch
LQGHQDDOGVWHNHQ:DQQHHUXGHGUDDGLQVWHNHUZLOW
gebruiken, moet de naald zich in de bovenste stand
bevinden.
1. Laat de naaivoet zakken.
 *HEUXLNGHKHQGHORPGHGUDDGLQVWHNHU
KHOHPDDORPODDJWHWUHNNHQ'HLQULMJKDDN*
zwenkt door het oog van de naald.
3. Leg de draad vanaf de achterkant over de
KDDN)HQRQGHUGHLQULMJKDDN*
 /DDWGHGUDDGLQVWHNHUYRRU]LFKWLJWHUXJGUDDLHQ
+HWKDDNMHWUHNWGHGUDDGGRRUKHWRRJYDQGH
QDDOGHQYRUPWHHQOXVDFKWHUGHQDDOG7UHNGH
lus er achter de naald uit.
Let op: De draadinsteker is ontworpen voor naalden
nr. 70-120. U kunt de draadinsteker niet gebruiken
bij naalden van nr. 60 of kleiner, de zwaardnaald,
tweelingnaald of drielingnaald. Er zijn ook enkele
optionele accessoires waarbij u de draad met de hand
moet insteken.
Het spoelhuisdeksel kan worden gebruikt als
vergrootglas.
2:6
Voorbereidingen
PF
A
D
E
C
B
F
A
C
B
A
De tweelingnaald inrijgen
9HUYDQJGHQRUPDOHQDDOGGRRUHHQtweelingnaald.
Zorg ervoor dat de naaivoet en de naald omhoog
staan.
 6FKXLIKHWJDUHQRSGHJDUHQSHQHQ]HWGH]H
vast met een passende garenschijf. Breng de
H[WUDJDUHQSHQRPKRRJ6FKXLIHHQJURWH
garenschijf en een vilten onderlegger op de pen.
Plaats het tweede naaigaren op de garenpen.
Let op: Houd de draden met uw beide handen vast zodat
deze niet slap gaan hangen tijdens het inrijgen. Op deze
manier wordt de draad goed door de inrijgroute geleid.
 7UHNGHGUDGHQYDQYRUHQQDDUDFKWHUHQGRRUGH
GUDDGJHOHLGHU$=RUJHUYRRUGDWGHGUDGHQRS
KXQSODDWVNOLNNHQ7UHNGHGUDGHQGDQRQGHU
GHVSRHOJHOHLGHUYRRUKHWRSVSRHOHQ%RSGH
YRRUVSDQQLQJVVFKLMI&
3. Rijg de draad omlaag door de rechter inrijggleuf
en dan omhoog door de linker inrijggleuf. Zorg
ervoor dat u de ene draad langs de linkerkant
en de andere draad langs de rechterkant van
VSDQQLQJVVFKLMI)OHLGW
 %UHQJGHGUDGHQYDQDIGHUHFKWHUNDQWLQGH
GUDDGKHIERRP'HQRPODDJLQGHOLQNHU
inrijggleuf. Zorg ervoor dat één draad door de
GUDDGJHOHLGHUELMGHQDDOG(JDDWHQGHDQGHUH
draad aan de buitenkant daarvan. Zorg er ook
voor dat de draden niet in elkaar draaien.
5 Rijg de draad door de naalden.
Let op: Activeer ‘tweelingnaald’ en selecteer de juiste
tweelingnaaldbreedte in het instellingenmenu. Hierdoor
wordt de breedte van alle steken voor die naaldgrootte
beperkt om schade aan de naaivoet en naald te voorkomen.
Let op: De dikte en het onregelmatige oppervlak van
speciale garens, zoals metallic garens, verhoogt de mate
van wrijving op de draad. Door de spanning te verlagen,
voorkomt u dat de naald breekt.
Let op: Gebruik geen asymmetrische tweelingnaalden (G);
uw naaimachine kan erdoor beschadigen.
Draadsensor
Als de bovendraad breekt of de onderdraad op is,
stopt de machine en verschijnt er een pop-up op het
scherm.
Als de bovendraad breekt: rijg de machine opnieuw
LQHQGUXNRS2.LQGHSRSXS$OVGHVSRHOGUDDG
opraakt, plaats dan een volle spoel en ga door met
naaien.
Let op: Wanneer de spoel bijna leeg is, stopt de machine
en verschijnt de pop-up ‘spoel bijna leeg’ op het scherm.
U kunt doorgaan met naaien zonder de pop-up te sluiten
totdat de onderdraad helemaal opraakt.
G
2:7
Voorbereidingen
C
D
B
A
Spoelen
Spoelen vanuit horizontale positie
1. Plaats een lege spoel op de spoelas, met het logo
RPKRRJ*HEUXLNDOOHHQGHRULJLQHOH3)$))
®
spoelen die voor dit model zijn goedgekeurd.
2. Plaats het klosje op de garenpen in horizontale
SRVLWLH6FKXLIHHQJDUHQVFKLMIVWHYLJRSKHWNORVMH
3 Plaats de draad van voren naar achteren door
GHGUDDGJHOHLGHU$7UHNGHGUDDGOLQNVRP
boven de VSRHOJHOHLGHUYRRUKHWRSVSRHOHQ%
HQGDQGRRUGHVSRHOGUDDGJHOHLGHUV&DDQGH
achterkant.
Let op: Zorg ervoor dat de draad goed in de voor-
spanningsschijf wordt getrokken voor de juiste
draadspanning.
 +DDOGHGUDDGYDQELQQHQQDDUEXLWHQGRRUGH
JOHXILQGHVSRHO'
5. Duw de spoelas naar rechts om op te spoelen. Er
verschijnt een pop-up op het scherm die u laat
ZHWHQGDWRSVSRHOHQDFWLHILV*HEUXLNGHVFKXLILQ
de pop-up om de spoelsnelheid te regelen. Begin
met opspoelen door op het voetpedaal te drukken
of druk op start/stop.
Als de spoel vol is, stopt het spoelen. Laat
het voetpedaal los of druk op start/stop
om de opspoelmotor te stoppen. Duw de
spoelgeleider naar links om de pop-up te sluiten.
9HUZLMGHUGHVSRHOHQVQLMGGHGUDDGDIPHWGH
RQGHUGUDDGDIVQLMGHU)
Opspoelen met ingeregen machine
Zorg ervoor dat de naaivoet en de naald zich in de
KRRJVWHVWDQGEHYLQGHQ7UHNGHGUDDGXLWGHQDDOG
om te voorkomen dat de naald verbuigt.
%UHQJGHGUDDGRPKRRJYDQDIGHGUDDGJHOHLGHU(
verder omhoog door de linker inrijggleuf en door
GHRQGHUGUDDGJHOHLGHUV&9ROJGDQVWDSHQ
hierboven.
F
E
C
A
2:8
Voorbereidingen
B
C
A
1
3
2
4
De spoel plaatsen
 9HUZLMGHUKHWVSRHOKXLVGHNVHOGRRUKHWQDDUX
toe te schuiven.
2. Plaats de spoel in het spoelhuis met het
merkteken naar boven. De draad moet afrollen
YDQDIGHOLQNHUNDQWYDQGHVSRHO+HWVSRHOWMH
zal tegen de wijzers van de klok in draaien,
wanneer u de draad naar buiten trekt.
3. Plaats uw vinger op het spoeltje om te
voorkomen dat het kan draaien als u de draad
stevig naar rechts trekt en vervolgens naar links
LQKHWVSDQQLQJVYHHUWMH$WRWGDWKHWRS]LMQ
SODDWV´NOLNWµ
 *DYHUGHUPHWKHWLQULMJHQRP%KHHQHQQDDU
GHUHFKWHUNDQWYDQGHGUDDGDIVQLMGHU&3ODDWV
KHWGHNVHOZHHURSKHWVSRHOKXLV7UHNGHGUDDG
naar links om hem af te snijden.
IDT
systeem (Ingebouwd Dubbel
Transport)
Om alle stoffen nauwkeurig te kunnen naaien, biedt
de PFAFF
®
creative
3.0 naai- en borduurmachine
de ideale oplossing: het ingebouwde dubbele
transport, het IDT
systeem. Net als bij industriële
machines zorgt het IDT
systeem voor een
gelijktijdig stoftransport zowel van onder als
YDQERYHQ+HWPDWHULDDOZRUGWQDXZNHXULJ
getransporteerd, zodat naden in dunne stoffen zoals
]LMGHHQUD\RQQLHWPHHUULPSHOHQ+HWGXEEHOH
transport van het IDT
systeem zorgt dat de lagen
QLHWYHUVFKXLYHQWLMGHQVKHWQDDLHQ]RGDWTXLOWODJHQ
goed op elkaar blijven liggen en zodat stoffen met
ruiten of strepen perfect op elkaar aansluiten.
Het IDT
systeem inschakelen
Belangrijk: Gebruik voor al uw naaiwerk met het IDT
naaivoeten met een uitsparing aan de achterzijde (A).
Breng de naaivoet omhoog. Druk het IDT
systeem
omlaag totdat het vastklikt.
Het IDT
systeem uitschakelen.
%UHQJGHQDDLYRHWRPKRRJ+RXGKHWIDT
systeem
PHWWZHHYLQJHUVELMGHJHULEEHOGHJUHHSYDVW7UHN
het IDT
systeem omlaag en duw het vervolgens
van u af en laat het IDT
langzaam omhoog komen.
A
2:9
Voorbereidingen
De naaivoet verwisselen
De naaivoet verwijderen
Duw de naaivoet omlaag totdat hij loskomt van de
naaivoethouder.
De naaivoet bevestigen
Plaats de pennetjes op de voet op één lijn met de
opening onder de naaivoethouder. Druk omhoog
totdat de voet vastklikt.
U kunt ook de toetsen voor het omhoog/omlaag
brengen van de naaivoet gebruiken om de naai-
voethouder omhoog of omlaag te brengen. Zet de
naaivoet zodanig onder de naaivoethouder dat bij
het omlaag brengen de pennetjes van de voet op de
naaivoethouder klikken.
Naald vervangen
 *HEUXLNKHWJDWLQKHWuniversele gereedschap
om de naald vast te houden.
2 Draai de naaldschroef los.
 9HUZLMGHUGHQDDOG
 3ODDWVGHQLHXZHQDDOGPHWKHWJHUHHGVFKDS
Duw de nieuwe naald omhoog met de platte
kant van u af totdat hij niet verder kan.
5 Draai de schroef van de naald zoveel mogelijk
aan.
De transporteur verzinken
U kunt de transporteur verzinken door de schakelaar
op de voorkant van de naaimachine naar links te
brengen. Breng de schakelaar naar rechts als u de
transporteur omhoog wilt brengen.
Bij het borduren wordt de transporteur automatisch
omlaag gebracht wanneer de borduureenheid wordt
DDQJHVORWHQ:DQQHHUGHERUGXXUHHQKHLGZRUGW
verwijderd, wordt de transporteur automatisch
weer omhoog gebracht wanneer u begin met naaien.
2:10
Voorbereidingen
F
G
D
A B C D E
Naalden
De naaimachinenaald speelt een belangrijke rol bij
VXFFHVYROQDDLHQ*HEUXLNDOOHHQQDDOGHQYDQJRHGH
NZDOLWHLW:LMUDGHQQDDOGHQYDQV\VWHHP+
aan. In het naaldendoosje dat bij uw machine wordt
geleverd, vindt u naalden in de meest gebruikte
maten.
Universele naald (A)
Universele naalden hebben een iets afgeronde
punt en zijn verkrijgbaar in veel verschillende
PDWHQ9RRUDOJHPHHQQDDLHQLQYHHOYHUVFKLOOHQGH
stoftypen en -dikten.
Stretchnaald (B)
6WUHWFKQDDOGHQKHEEHQHHQVSHFLDOHODVRP
overgeslagen steken te voorkomen wanneer er rek
LQGHVWRI]LW9RRUEUHLVHOV]ZHPNOHGLQJÁHHFHHQ
synthetische suède en leer.
Borduurnaald (C)
Borduurnaalden hebben een speciale las, een iets
afgeronde punt en een iets groter oog om schade
aan het garen en de materialen te voorkomen.
*HEUXLNGH]HQDDOGHQPHWPHWDOOLFHQDQGHUH
speciale garens voor borduurwerk en decoratief
naaien
Denimnaald (D)
Denimnaalden hebben een scherpe punt die door
dicht geweven stoffen kan prikken zonder dat de
QDDOGYHUEXLJW9RRUFDQYDVGHQLPPLFURÀEHUV
Zwaardnaald (E)
'H]ZDDUGQDDOGKHHIWEUHGH´YOHXJHOVµDDQGH
zijkanten van de naald om gaten in de stof te
prikken bij het naaien van entredeux en andere
ajoursteken op natuurlijke stoffen.
Let op: Vervang de naald regelmatig. Gebruik altijd een
rechte naald met een scherpe punt (F).
Een beschadigde naald (G) kan ervoor zorgen dat er
steken worden overgeslagen, dat de naald breekt of dat de
draad afbreekt. Een kapotte naald kan ook de steekplaat
beschadigen.
Gebruik geen asymmetrische tweelingnaalden (H); uw
naaimachine kan erdoor beschadigen.
2:11
Voorbereidingen
Garens
Er zijn tegenwoordig veel garens te koop die zijn
ontwikkeld voor verschillende doeleinden.
Universeel naaigaren
Universeel naaigaren is gemaakt van synthetisch
materiaal, katoen of katoen met een polyesterlaagje.
Dit type garen wordt gebruikt voor het naaien van
kleding en werkstukken.
Borduurgaren
Borduurgaren is gemaakt van verschillende vezels:
rayon, polyester, acryl of metallic. Deze garens
geven borduurmotieven en ander decoratief
naaiwerk een glad en glanzend effect.
*HEUXLNELMERUGXUHQborduur-ondergaren op de
spoel omdat dat dun is en geen ophopingen vormt
onder het borduurmotief.
Let op: Als u metallic of plat garen gebruikt om te
borduren, heeft u waarschijnlijk een naald met een groter
oog nodig en moet u de borduursnelheid verlagen. Rijg de
naaimachine in met de spoel in verticale positie.
Transparant garen
7UDQVSDUDQWJDUHQRRNZHOPRQRÀODPHQWJDUHQ
genoemd, is enkeldradig helder synthetisch garen.
+HWZRUGWJHEUXLNWYRRUTXLOWHQHQDQGHUGHFRUDWLHI
naaiwerk. Rijg de naaimachine in met de spoel in
verticale positie. Als u een spoel opwindt, spoel dan
met lage snelheid en spoel tot de spoel halfvol is.
Let op:
In sommige stoffen zit nog overtollige verf,
waardoor ze kunnen afgeven op andere stoffen of op uw
naaimachine. De afgegeven kleur kan zeer moeilijk of
zelfs helemaal niet te verwijderen zijn.
Fleece en denim geven vaak af, vooral rood en blauw.
Als u denkt dat uw stof/kant en klare kledingstukken af
kunnen geven, was ze dan altijd eerst voordat u ze gaat
naaien/borduren om te voorkomen dat ze afgeven op
uw machine.
Versteviging
Scheurversteviging
6FKHXUYHUVWHYLJLQJZRUGWJHEUXLNWELMVWHYLJH
JHZHYHQVWRIIHQ*HEUXLNVFKHXUYHUVWHYLJLQJ
onder de stof voor decoratief naaiwerk of span de
versteviging samen met de stof in de borduurring
DOVXJDDWERUGXUHQ6FKHXUQDKHWQDDLHQGH
overtollige versteviging weg.
Opstrijkversteviging
Opstrijkversteviging is een volledig stevige
versteviging met een gladde kant die op de stof kan
worden gestreken. Deze soort wordt aanbevolen
YRRUMHUVH\HQDOOHVRRUWHQJHYRHOLJHVWRIIHQ6WULMN
deze versteviging op de verkeerde kant van de stof
voordat u begint met naaien of voordat u de stof
LQGHERUGXXUULQJVSDQW6FKHXUQDKHWQDDLHQGH
overtollige versteviging weg.
Knipversteviging
.QLSYHUVWHYLJLQJVFKHXUWQLHWGXVPRHWRYHUWROOLJ
materiaal worden weggeknipt. Deze soort wordt
aanbevolen voor jersey en alle soorten onstabiele
stoffen en in het bijzonder voor borduren in de
borduurring.
Wateroplosbare versteviging
:DWHURSORVEDUHYHUVWHYLJLQJZRUGWRSGHVWRI
gelegd bij het versieren/borduren van stoffen
met een vleug of met lussen, zoals badstof. Bij
opengewerkt borduren gebruikt u de versteviging
onder de stof. Leg uw werk in water om overtollige
versteviging op te lossen. De versteviging is
verkrijgbaar in diverse dikten.
Versteviging die vanzelf uit elkaar valt
Dit is een stabiele, losjes geweven stof die wordt
gebruikt voor technieken zoals opengewerkt
borduurwerk en wanneer u een gehaakt randje aan
de stofrand wilt maken. De versteviging verdwijnt
met warmte.
Plakversteviging
Plakversteviging wordt gebruikt voor borduren in
de borduurring wanneer de stof te kwetsbaar of te
NOHLQLVRPLQGHERUGXXUULQJWHVSDQQHQ6SDQGH
plakversteviging in de borduurring met de papieren
NDQWRPKRRJ9HUZLMGHUKHWSDSLHUHQSODNGHVWRI
RSKHWSODNNHQGHJHGHHOWH6FKHXUQDKHWQDDLHQGH
overtollige versteviging weg.
2:12
Voorbereidingen
USB-poort
8ZPDFKLQHKHHIWHHQ86%SRRUWZDDURSXXZ86%
embroidery stick kunt aansluiten.
Let op: Controleer of de USB-stick die u gebruikt de
indeling FAT32 heeft.
USB embroidery stick
%LMXZPDFKLQHZRUGWHHQ86%HPEURLGHU\VWLFN
JHOHYHUG*HEUXLNGHVWLFNRPERUGXXUPRWLHYHQHQ
borduurlettertypes op te slaan.
Aansluiten op en loskoppelen van USB-poort
6WHHNGH86%HPEURLGHU\VWLFNLQGHSRRUW'H
86%VWHNNHUNDQVOHFKWVRSppQPDQLHUZRUGHQ
aangesloten – steek hem niet met kracht in de poort!
2PGH86%HPEURLGHU\VWLFNWHYHUZLMGHUHQWUHNWX
de stick er voorzichtig recht uit.
De USB embroidery stick gebruiken
Een lampje op het uiteinde van de stick geeft aan
GDWGH86%HPEURLGHU\VWLFNFRUUHFWLVDDQJHVORWHQ
7LMGHQVKHWODGHQYDQGH86%HPEURLGHU\VWLFN
knippert het lampje.
Let op: Verwijder de USB embroidery stick niet als het
lampje knippert, want daardoor kunnen de bestanden op
uw USB embroidery stick beschadigd raken.
Aanvullende software (pc)
Er is een pc softwarepakket verkrijgbaar voor uw
PFAFF
®
creative
3.0 naai- en borduurmachine. Dit
pakket bevat de volgende extra functies:
 QuickFont programma waarmee u een
ongelimiteerd aantal borduurlettertypes kunt
PDNHQPHWGHPHHVWH7UXH7\SH
®
HQ2SHQ7\SH
®
lettertypes die op uw computer staan.
 Omgaan met borduurmotieven: borduur-
motieven bekijken in miniatuurweergave,
verschillende borduurbestandsformaten lezen,
afsnij-opdrachten toevoegen en meer.
*DQDDUGH3)$))
®
website op www.pfaff.com,zoek
QDDU%RUGXXUPDFKLQH6XSSRUWHQGRZQORDGGH
software. Bij het installeren wordt u gevraagd naar
GHLQVWDOODWLHFRGH9RHUKHWYROJHQGHQXPPHULQ
8200
Meer informatie en gedetailleerde installatie-
instructies staan op de downloadpagina.
Let op: U kunt de USB
embroidery stick die bij de
machine wordt geleverd
in de machine laten zitten
wanneer u de beschermkap
erop doet. Zorg ervoor dat
de bescherming van de
USB stick omlaag wijst.
2:13
Voorbereidingen
Hoe u uw machine kunt updaten
Raadpleeg de website www.pfaff.com en/
of uw plaatselijke erkende PFAFF
®
dealer voor
updates en upgrades voor uw machine en de
gebruiksaanwijzing.
Update-instructies
 *DQDDUGH3)$))
®
website op www.pfaff.com
HQ]RHNXZQDDLHQERUGXXUPDFKLQHRS+LHU
vindt u de updates die beschikbaar zijn voor uw
machine.
 'RZQORDGGHXSGDWHVRIWZDUHRSXZ86%
embroidery stick en decomprimeer het bestand.
 =RUJGDWXZPDFKLQHXLWVWDDW6OXLWGH86%
embroidery stick met de nieuwe softwareversie
DDQRSGH86%SRRUWYDQXZPDFKLQH
 =HWXZPDFKLQHDDQWHUZLMOXGH
achteruitnaaitoets ingedrukt houdt.
 'HXSGDWHVWDUWDXWRPDWLVFKHQXNXQWGH
achteruitnaaitoets loslaten wanneer de
voortgangsbalk verschijnt.
Let op: Het kan een minuut duren voordat de
voortgangsbalk verschijnt en u de achteruitnaaitoets
los kunt laten.
 :DQQHHUGHXSGDWHLVYROWRRLGVWDUWGHPDFKLQH
automatisch opnieuw. Controleer het nummer
van de softwareversie in het instellingenmenu.
Achteruitnaaitoets
3
Machine-instellingen
en toetsen
3:2
Machine-instellingen en toetsen
Naaimodus
Borduurmodus
Selectiemenu
Menu Instellingen
Quick help
Horizontaal spiegelen
Verticaal spiegelen
Verwijderen
Touchscreen
:HUNHQPHWKHWWRXFKVFUHHQYDQXZ3)$))
®
creative
3.0 naai- en borduurmachine is zeer gemakkelijk
UDDNKHWJHZRRQDDQPHWXZVW\OXVRIXZYLQJHURPXZNHX]HVWHPDNHQ+LHURQGHUZRUGWKHW
touchscreen beschreven buiten het PFAFF
®
creative
kleuren touchscreen. Dit aanraakgebied blijft er
hetzelfde uitzien wanneer u overschakelt tussen verschillende modi.
Touchscreen - overzicht
Naai- en borduurmodus
U kunt overschakelen tussen de naaimodus en de
borduurmodus door op een van deze pictogrammen
te drukken.
Selectiemenu
Druk op dit pictogram om het selectiemenu te
openen. In de naaimodus kunt u steken, steekletter-
types selecteren, persoonlijke bestanden of een
86%DSSDUDDWRSHQHQ,QGHERUGXXUPRGXVNXQW
u borduurmotieven, borduurlettertypes selecteren,
SHUVRRQOLMNHEHVWDQGHQRIHHQ86%DSSDUDDWRSHQHQ
Menu Instellingen
Druk op dit pictogram om het Menu Instellingen
te openen. In deze weergave kunt u standaard-
instellingen veranderen en handmatig aanpassingen
maken aan de machine-instellingen, de naai-
instellingen en de borduurinstellingen. U vindt ook
machine-informatie in het Menu Instellingen.
Quick help
Uw machine heeft een ingebouwde Quick-
helpfunctie die u direct informatie geeft over alles wat
XRSKHWWRXFKVFUHHQ]LHW'UXNRSKHWTXLFNKHOS
SLFWRJUDPRPTXLFNKHOSWHDFWLYHUHQ(UYHUVFKLMQW
een vraagteken op het PFAFF
®
creative
kleuren
touchscreen. Druk op een pictogram, tekst of gebied
op het deel van het scherm waarover u informatie
wenst. Een pop-up geeft u een korte uitleg. Druk op
2.LQGHSRSXSRPTXLFNKHOSWHVOXLWHQ
Horizontaal spiegelen
In de naaimodus kunt u een steek of reeks horizontaal
spiegelen door op het pictogram ‘horizontaal
spiegelen’ te drukken. In de borduurmodus wordt
een borduurmotief horizontaal gespiegeld wanneer
u op het pictogram drukt.
Verticaal spiegelen
In de naaimodus kunt u een steek of reeks verticaal
spiegelen door op het pictogram ‘verticaal
spiegelen’ te drukken. In de borduurmodus wordt
een borduurmotief verticaal gespiegeld wanneer u
op het pictogram drukt.
Verwijderen
Druk op het pictogram ‘verwijderen’ als u een steek,
reeks, borduurmotief of map wilt verwijderen.
Druk lang op verwijderen in de borduurmodus
om alle borduurmotieven uit het borduurgebied
te verwijderen. Als een map wordt verwijderd,
worden ook alle bestanden die in de map staan
verwijderd. Om alle bestanden en mappen uit de
huidige map te verwijderen, drukt u lang op het
pictogram ‘verwijderen’.
Let op: U kunt geen ingebouwde steken, lettertypes en
borduurmotieven verwijderen.
3:3
Machine-instellingen en toetsen
Menu Instellingen
In het Menu Instellingen kunt u
standaardinstellingen veranderen en handmatig
aanpassingen maken aan de machine-instellingen,
de naai-instellingen en de borduurinstellingen.
Druk op de pictogrammen om een functie in
te schakelen of een keuzelijst te openen. De
instellingen blijven ook bewaard nadat u de
machine uitzet.
Machine-instellingen
Taal
Druk op het taalpictogram om de beschikbare talen
WHEHNLMNHQ6HOHFWHHUXZJHZHQVWHWDDOXLWGHOLMVW
door erop te drukken.
Geluid herhalen
:DQQHHUGLWLVLQJHVFKDNHOGZRUGWKHWVLJQDDOYRRU
waarschuwings- of ‘let op’-pop-ups met intervallen
herhaald totdat het wordt geannuleerd.
Scherm vergrendelen
Indien de kans bestaat dat tegen het scherm wordt
gestoten waardoor de steek, het borduurmotief of
de instelling wordt gewijzigd als u aan het naaien
of borduren bent, kunt u het scherm eenvoudig
blokkeren.
:DQQHHUGLWLVLQJHVFKDNHOGZRUGWKHWVFKHUPWLHQ
seconden nadat het voor het laatst is aangeraakt
XLWJHVFKDNHOG+HWVFKHUPEOLMIWYHUJUHQGHOGWRWGDW
XKHWRQWJUHQGHOWGRRURS2.WHGUXNNHQ
Touchscreen kalibreren
+HWWRXFKVFUHHQNDQZRUGHQJHNDOLEUHHUGYRRUGH
individuele gebruiker.
Druk op het pictogram ‘touchscreen kalibreren’ om
een speciaal scherm te openen voor het kalibreren
van het PFAFF
®
creative
NOHXUHQWRXFKVFUHHQ9ROJ
de instructies op het scherm om te kalibreren.
Pop-up voor taalselectie
Machine-instellingen
Naai-instellingen
Borduurinstellingen
Machine-informatie
Menu Instellingen
Pop-up voor het vergrendelen van het scherm
3:4
Machine-instellingen en toetsen
Naai-instellingen
Tweelingnaald
Druk op het pictogram van de tweelingnaald
om een lijst voor het selecteren van de breedte
YDQWZHHOLQJQDDOGHQWHRSHQHQ:DQQHHUKHW
formaat van de tweelingnaald is geselecteerd,
wordt de breedte van alle steken beperkt tot die
naaldgrootte omdat de naalden anders kunnen
breken. De instelling blijft behouden totdat u de
tweelingnaaldbreedte deselecteert.
De steekbreedte van de geselecteerde steek wordt
automatisch aangepast voor de breedte van de
tweelingnaald. Als u een steek selecteert die te
breed is voor de tweelingnaald, verschijnt er een
ZDDUVFKXZLQJVSRSXS6HOHFWHHU´XLWµLQGH
tweelingnaaldlijst om tweelingnaald te deselecteren
en terug te keren naar normaal naaien.
Steekbreedtebeveiliging
6HOHFWHHUGH]HIXQFWLHZDQQHHUXHHQVWHHNSODDWRI
naaivoet voor rechte steken gebruikt, om de naald
in het midden te vergrendelen voor alle steken.
6WHHNEUHHGWHEHYHLOLJLQJYRRUNRPWVFKDGHDDQGH
naald en/of de naaivoet.
:DQQHHUXGHPDFKLQHRSQLHXZDDQ]HWWHUZLMO
deze instelling ingeschakeld is en voor iedere
steekselectie die geen rechte steek is, informeert een
pop-upvenster u dat de rechte steek is ingesteld.
Deselecteer steekbreedtebeveiliging om weer
normaal te naaien.
Let op: Tweelingnaald en steekbreedtebeveiliging kunnen
niet tegelijkertijd worden gebruikt.
Naaivoetdruk
In sommige gevallen hoeft u de naaivoetdruk niet
DDQWHSDVVHQ9RRUVSHFLDOHWHFKQLHNHQRIGLNNHVWRI
NDQHHQDDQSDVVLQJQRGLJ]LMQ+RHKRJHUKHWFLMIHU
hoe meer druk op de stof.
Automatische naaivoetlichter
De automatische naaivoetlichter wordt ingeschakeld
als de functie wordt geselecteerd. De naaivoet wordt
omhoog gebracht tot draaihoogte, bijvoorbeeld als u
VWRSWPHWQDDLHQPHWGHQDDOGRPODDJ:DQQHHUGH
functie is gedeselecteerd, blijft de naaivoet in de lage
stand - ook als de machine stopt met de naald omlaag.
Draden afsnijden voor naaien
De automatische draadafsnijfunctie wordt
ingeschakeld als de functie wordt geselecteerd.
De draden worden automatisch afgesneden en
de naaivoet gaat omhoog wanneer het naaien
LVYROWRRLGELMYHHQNQRRSVJDW:DQQHHUGH
functie gedeselecteerd is, worden de draden niet
automatisch afgesneden.
Symbool Steekbreedte-
beveiliging
Symbool Tweelingnaald
Lijst met breedten
tweelingnaalden
Naaivoetdruk-
instelling
3:5
Machine-instellingen en toetsen
Hoogteregeling
naaivoet
Borduurinstellingen
Naaivoethoogte
Pas de hoogte van de naaivoet aan in de borduurmodus.
Gebruik de pictogrammen + en - om de hoogte van de
naaivoet te vergroten of te verkleinen.
Sommige borduurmotieven kunnen zich opbouwen
onder de naaivoet. Als er niet voldoende ruimte
is tussen de naaivoet en het borduurmotief, vormt
de onderdraad lussen op de onderkant van het
borduurmotief. Verhoog de hoogte van de naaivoet in
kleine stapjes totdat het borduurmotief vrij beweegt
onder de naaivoet.
Let op: Omdat de Dynamisch verende voet 6D (optioneel
820991-096) de dikte van de stof meet, is de optie om
de naaivoethoogte aan te passen bij het borduren alleen
beschikbaar als Dynamisch verende voet 6D voor
borduurwerk is gedeselecteerd.
Dynamisch verende voet 6D
Gebruik bij het borduren de optionele Dynamisch
verende voet 6D (onderdeelnummer 820991-096,
verkrijgbaar bij uw erkende PFAFF
®
dealer). Activeer
de functie “Dynamisch verende voet 6D”.
Als er een ander type borduurvoet wordt gebruikt,
zoals Borduurvoet/Sensormatic free-motionvoet 6A,
schakelt u de dynamisch verende voet 6D uit in het
Menu Instellingen.
Sprongsteken afsnijden
Uw naai- en borduurmachine heeft de automatische
functie Sprongsteken afsnijden. Dankzij deze functie
hoeft u geen draden meer af te knippen wanneer
het borduurmotief klaar is. Wanneer Sprongsteken
afsnijden is geselecteerd, snijdt de machine de bovenste
sprongsteekdraad af en trekt het draaduiteinde naar de
onderkant van de stof terwijl u borduurt. Wanneer de
functie is gedeselecteerd, stopt de machine na enkele
steken in iedere kleurwissel zodat u de draden met de
hand kunt afknippen.
Let op: De machine snijdt ook de draad af nadat u met een
nieuwe kleur bent begonnen. Houd het uiteinde van de draad
vast wanneer u doorgaat met borduren, zodat u het stukje
draad eenvoudig kunt verwijderen nadat het is afgesneden.
Borduurmotieven die met dit symbool zijn
gemarkeerd, zijn geprogrammeerd voor Sprongsteken
afsnijden. Opdrachten voor Sprongsteken afsnijden
kunnen aan alle borduurmotieven worden toegevoegd
met het softwarepakket dat kan worden gedownload
van de PFAFF
®
website (zie pagina 2:12).
Draden afsnijden voor borduren
Draden afsnijden voor borduren is automatisch
standaard ingeschakeld. Deze functie snijdt
automatisch de draden af bij kleurwissels of wanneer
een borduurmotief is voltooid.
Machine-informatie
Op de machine-informatietab staat de softwareversie, het
gebruikte geheugen in de machine en licentie-informatie.
3:6
Machine-instellingen en toetsen
Toetsen en indicators
Wisselen tussen naaivoet omhoog en extra hoog:
Druk op deze toets om de naaivoet omhoog te
brengen. Druk op deze toets om de naaivoet
omhoog te brengen. Als u nogmaals op de toets
drukt, gaat de naaivoet omhoog tot de extra hoge
positie en gaat de naald naar de hoge positie.
Wisselen tussen naaivoet omlaag en draaistand
Druk op deze toets om de naaivoet helemaal
omlaag te brengen. Druk nogmaals op de toets om
de naaivoet omhoog te brengen tot draaihoogte.
De naaivoet wordt automatisch omlaag gebracht
wanneer u begint te naaien.
Steek opnieuw beginnen
:DQQHHUXLQKHWPLGGHQYDQHHQVWHHNEHQW
gestopt met naaien, drukt u op ‘steek opnieuw
beginnen’ om terug te keren naar het begin van
de steek zonder eventuele voorgaande speciale
instellingen opnieuw te hoeven uitvoeren.
Als u op de toets ‘steek opnieuw beginnen’ drukt
tijdens het naaien wordt de steek afgemaakt,
waarna de machine stopt. U kunt ‘steek opnieuw
beginnen’ ook gebruiken om terug te gaan naar het
begin van een borduurmotief.
Snelheidsregeling
Met deze functie kunt u de naaisnelheid eenvoudig
verlagen. Druk op de snelheidsregeltoets om de
snelheid te verlagen. Deselecteer de toets om terug
te keren naar de normale snelheid.
Achteruitnaaitoets
Achteruitnaai-indicator
Actie-indicator
Start/stop
Wisselen tussen naaivoet omhoog en extra hoog
Draden afsnijden
Wisselen tussen naaivoet omlaag en draaistand
Steek opnieuw beginnen
Onmiddellijk afhechten
Naald omhoog/omlaag
Snelheidsregeling
U kunt de snelheidslimiet op uw machine
veranderen. Druk lang op de snelheidsregeltoets
RPHHQSRSXSWHRSHQHQ6WHOGHJHZHQVWH
snelheidslimiet in met de schuif en sluit dan
de pop-up. De volgende maal dat u op de
snelheidsregeltoets drukt, wordt de snelheid
verlaagd tot de limiet die u heeft gekozen. De limiet
wordt weergegeven in de linker bovenhoek, zowel
in de naaimodus als in de borduurmodus. U kunt
doorgaan met naaien zonder het pop-up venster te
sluiten.
Onmiddellijk afhechten
Druk op onmiddellijk afhechten tijdens het naaien.
Uw machine naait dan enkele afhechtsteken en
stopt automatisch.
Door de afhechttoets nogmaals aan te raken terwijl
de actie-indicator brandt, kan de functie worden
uitgeschakeld.
De afhechtfunctie kan worden geprogrammeerd; zie
SDJLQD
Naald omhoog/omlaag
Druk op deze toets om de naald omhoog of omlaag
te brengen. De instelling van de naaldstoppositie
ZRUGWWHJHOLMNHUWLMGYHUDQGHUG:DQQHHU¶QDDOG
omlaag’ is ingeschakeld, is de indicator onder de
toets verlicht, stopt de naald in de stof en komt de
naaivoet omhoog tot draaihoogte.
Natuurlijk kunt u ook het voetpedaal gebruiken om
de naald omhoog of omlaag te brengen.
3:7
Machine-instellingen en toetsen
Start/stop
Druk op deze toets om de naaimachine te starten
en te stoppen zonder het voetpedaal te gebruiken.
Druk eenmaal op de toets om te starten en
nogmaals om te stoppen.
Draden afsnijden
Druk hierop om de boven- en onderdraad
onmiddellijk af te snijden.
Als u op deze toets drukt tijdens het naaien,
maakt de machine de steek af en snijdt de draden
af voordat de naald naar de startpositie van de
volgende steek gaat. Uw machine hecht de draad
af, snijdt de boven- en onderdraad af en brengt de
naaivoet en de naald omhoog.
De draden-afsnijfunctie kan worden
JHSURJUDPPHHUG]LHSDJLQD
Let op: de draden worden automatisch afgesneden wanneer
u knoopsgaten naait met de Sensormatic-knoopsgatvoet.
De naaivoet gaat niet omhoog na het afsnijden van de
draad als Naaivoet automatisch omhoog is uitgeschakeld
in het Menu Instellingen
Het afsnijden van de draden door de machine kan worden
geannuleerd in het Menu Instellingen.
In de borduurmodus worden de draden afgesneden en de
naaivoet omhoog gebracht. De bovendraad wordt alleen
automatisch afgesneden bij een kleurwissel. Als het
motief is voltooid worden zowel de boven- als onderdraad
automatisch afgesneden.
Achteruitnaaitoets
Druk eenmaal op de toets voordat u begint te
naaien als u permanent achteruit wilt naaien.
De achteruitnaai-indicator wordt verlicht en de
machine naait achteruit totdat u opnieuw op de
toets drukt. Als u tijdens het naaien op de toets
drukt, naait de naaimachine achteruit zolang u de
toets ingedrukt houdt. De achteruitnaai-indicator
gaat branden wanneer de achteruitnaaitoets wordt
ingedrukt.
Achteruitnaaien wordt ook gebruikt bij het naaien
van handmatige knoopsgaten, geprogrammeerd
afhechten aan het einde en taperingsteken.
Achteruitnaai-indicator
'HLQGLFDWRU´DFKWHUXLWQDDLHQµZRUGWYHUOLFKW
wanneer de achteruitnaaitoets wordt ingedrukt.
De indicator wordt ook verlicht bij het permanent
achteruitnaaien.
Actie-indicator
De actie-indicator wordt verlicht om aan te geven
dat een handeling moet worden uitgevoerd, zoals
ELMYRRUEHHOG´WDSHULQJµ'HLQGLFDWRUEOLMIWYHUOLFKW
totdat de handeling is uitgevoerd.
Achteruitnaaitoets
Achteruitnaai-indicator
Actie-indicator
Start/stop
Wisselen tussen naaivoet omhoog en extra hoog
Draden afsnijden
Wisselen tussen naaivoet omlaag en draaistand
Steek opnieuw beginnen
Onmiddellijk afhechten
Naald omhoog/omlaag
Snelheidsregeling
3:8
Machine-instellingen en toetsen
Algemene pictogrammen
6RPPLJHSLFWRJUDPPHQHQIXQFWLHVZRUGHQYDDN
gebruikt op het scherm. De meest gebruikte worden
hier beschreven.
Schuifbalk
Druk en sleep de schuifbalk om omhoog/omlaag te
bladeren voor meer beschikbare opties.
Lang drukken
6RPPLJHSLFWRJUDPPHQKHEEHQPHHUGHUHIXQFWLHV
gemarkeerd met een pijl in de rechteronderhoek.
Druk lang op het pictogram om deze functies te
openen.
OK en annuleren
'HSLFWRJUDPPHQ2.HQDQQXOHUHQZRUGHQ
gebruikt om uw instellingen en selecties te
bevestigen. Ze worden ook gebruikt om vensters
op volledige schermgrootte te sluiten.
Om een lopend proces af te breken, drukt u op
DQQXOHUHQ'UXNRS2.RPGRRUWHJDDQ
OK
Annuleren
Lang drukken
Schuifbalk
4
Naaimodus
4:2
Naaimodus
Naaimodus
In de naaimodus kunt u steken selecteren, aanpassen en naaien. De geselecteerde steek wordt in ware
grootte weergegeven in het steekgebied. Aanbevelingen en machine-instellingen worden bovenaan het
touchscreen weergegeven.
Iedere modus heeft op het PFAFF
®
creative
kleuren touchscreen zijn eigen kleurenschema om het
navigeren en het gebruik van de machine te vereenvoudigen.
Beginaanzicht
Wanneer u uw machine aanzet, verschijnt er een opstartscherm en vervolgens opent de machine de
naaimodus. Als de borduureenheid is bevestigd, opent de machine automatisch de borduurmodus.
Naaimodus - overzicht
Opslaan in
persoonlijk menu
Afhechtopties
Naai-opties
Reeksen
Opties voor naaien/borduren uit de vrije hand
Aanbeveling - naaivoet
Snelheidsregel-
symbool
Geselecteerd steeknummer
Steekbreedte/Steekpositie
Draadspanning
Steeklengte/Steekdichtheid
IDT
systeem/Transporteur verzinken aanbevolen Tweelingnaald/steekbreedtebeveiliging geactiveerd
Versteviging aanbevolen
Let op: Niet alle symbolen en opties worden tegelijkertijd getoond.
Stitch Creator
4:3
Naaimodus
Selectiemenu
Om het selectiemenu te openen, drukt u op het
pictogram van het selectiemenu aan de linkerkant.
Het selectiemenu bevat een selectiebalk aan de
rechterkant met pictogrammen voor steken,
steeklettertypes, persoonlijke bestanden en USB-
apparaten. In hoofdstuk 10 kunt u meer lezen over
persoonlijke bestanden en USB-apparaten.
Wanneer een steek of lettertype is geselecteerd,
wordt het selectiemenu automatisch gesloten. Een
geselecteerd steeklettertype wordt geopend in het
venster ‘reeksen’.
Een steek selecteren
Selecteer een steek door op de gewenste steek op
het scherm te drukken. Gebruik de bladerpijlen om
door de lijst met steken te bladeren.
Om alle categorieën te zien, drukt u op het
pictogram stekencategorie. Iedere categorie
heeft twee of meer subcategorieën. Voor iedere
subcategorie wordt een lijst met steken getoond.
Een lettertype selecteren
Er kan tekst worden gemaakt met steeklettertypes.
Om een steeklettertype te laden, opent u
het selectiemenu. Selecteer steken van de
selectiebalk. Uw machine bevat vier ingebouwde
steeklettertypes. Het cijfer rechts van ieder
lettertype geeft de lettertypegrootte weer.
Selecteer een lettertype door erop te drukken. Een
geselecteerd steeklettertype wordt geopend in
reeksen. In hoofdstuk 5 kunt u meer lezen over
reeksen.
Let op: Steeklettertypes zijn alleen zichtbaar als de
naaimodus actief is.
Steken
Steeklettertypes
Persoonlijke bestanden
USB-apparaat
Annuleren
Bladerpijlen
Stekencategorie
Categorie
Subcategorie
Selectiemenu
Steeklettertypes
4:4
Naaimodus
Steekinstellingen
Uw machine stelt de beste instellingen in voor iedere
geselecteerde steek. U kunt uw eigen aanpassingen
maken aan de geselecteerde steek. De veranderde
instelling heeft alleen invloed op de geselecteerde
steek. Uw veranderde instellingen worden teruggezet
op standaard wanneer u een andere steek selecteert.
De veranderde instellingen worden niet automatisch
opgeslagen wanneer u de naaimachine uitzet. U
kunt een aangepaste steek opslaan in een persoonlijk
menu om de aanpassingen te behouden.
Voor sommige steken kunt u meer dan één instelling
veranderen in iedere instellingsregelaar. Dit wordt
aangegeven met een symbool in het midden van
de regelaar. Druk op het knoopsymbool om af te
wisselen tussen verschillende steekinstellingen.
Als een steek kan worden gebalanceerd, verschijnt er
een lang-drukkensymbool in de rechter onderhoek
in het midden van de regelaar. Druk lang op het
knoopsymbool om de balansinstelling te openen.
Let op: Sommige steken kunnen worden gebalanceerd,
maar niet afgewisseld tussen twee steekinstellingen
(breedte/positioning) en/of (lengte/dichtheid). Als u
eenmaal lang op een knoopsymbool drukt, blijft de
steekregelaar er hetzelfde uitzien. Dit geeft aan dat de
geselecteerde steek niet kan overschakelen tussen de twee
steekinstellingen.
Let op: Wanneer u probeert de minimum- of
maximuminstellingen voor de steekregelaars te
overschrijden, klinkt er een waarschuwingsgeluid. De
standaardwaarde wordt in het wit weergegeven.
Steekbreedte
Vergroot of verklein de steekbreedte met + en -. Het
nummer boven de regelaar geeft de steekbreedte aan
in mm.
Steekpositie
Voor bepaalde steken wordt het steekpositiepictogram
weergegeven in plaats van de steekbreedteregelaar.
Gebruik + om de naald naar rechts te verplaatsen en
- om de naald naar links te verplaatsen. Het nummer
boven de regelaar geeft de naald positie weer in
mm ten opzichte van de middelste naaldpositie. De
machine heeft 37 naaldposities voor rechte steken.
Het is mogelijk om de naaldpositie van alle steken
te veranderen die minder dan 9 mm breed zijn.
Druk op het knoopsymbool in het midden van de
breedte/positieregelaar om over te schakelen tussen
steekbreedte en steekpositie. De steekpositie kan
niet verder worden veranderd dan tot de limiet van
de maximum-steekbreedte. Het veranderen van
de steekpositie beperkt ook de mogelijkheid om de
steekbreedte aan te passen.
Steekbreedte
Steekpositie
Steekbreedte/Steekpositie
Steeklengte/Steekdichtheid
Lang
drukken
Knoopsymbool
4:5
Naaimodus
Steekdichtheid
+
+
Steeklengte
9HUJURRWRIYHUNOHLQGHVWHHNOHQJWHPHWHQ
+HWQXPPHUERYHQGHUHJHODDUJHHIWGHVWHHNOHQJWH
weer in mm. Als u een zigzagsteek of een
decoratieve steek verlengt, wordt de hele steek
langer. Als u een cordonsteek verlengt waarvan de
dichtheid kan worden aangepast, wordt de hele
steek langer, maar blijft de dichtheid hetzelfde.
Steekdichtheid
Met de steekdichtheidsregelaar wordt de dichtheid
DDQJHSDVWKRHGLFKWGHFRUGRQVWHNHQGLHGHKHOH
VWHHNYRUPHQELMHONDDUNRPHQ'HGLFKWKHLGKHHIW
geen invloed op de werkelijke lengte van de hele
steek.
'UXNRSRPGHGLFKWKHLGWHYHUNOHLQHQ'UXNRS
RPGHGLFKWKHLGWHYHUJURWHQ+HWQXPPHUERYHQ
de regelaar geeft de afstand tussen cordonsteken
weer in mm.
Let op: Dit wordt vaak gebruikt bij speciaal garen en als
voor een minder dichte cordonsteek wordt gekozen.
Balans
Bij het naaien op speciale stoffen of bij het uitvoeren
van een speciale techniek moet u soms de balans
aanpassen. Als een steek kan worden gebalanceerd,
verschijnt er een symbool voor ‘lang drukken’ in de
steeklengte-/-dichtheidsregelaar.
Om zeker te zijn van een goed resultaat naait u eerst
HHQSURHÁDSMHYDQGHVWRIGLHXJDDWJHEUXLNHQ
Druk lang op de lengte/dichtheidsregelaar om
EDODQVWHDFWLYHUHQ*HEUXLNGHSLFWRJUDPPHQHQ
om de balans vooruit/achteruit van de steek aan te
passen.
Let op: Ook knoopsgaten kunnen worden gebalanceerd.
Balans vooruit/achteruit
Steeklengte
4:6
Naaimodus
Draadspanning
Uw machine stelt automatisch de beste
draadspanning in voor de geselecteerde steek.
De draadspanning kan worden aangepast voor
VSHFLDOHJDUHQVWHFKQLHNHQRIVWRI'UXNRSRP
de bovendraadspanning te verhogen en op - om de
bovendraadspanning te verlagen.
Juiste en onjuiste draadspanning
9RRUPRRLHHQGXXU]DPHVWHNHQPRHWXFRQWUROHUHQ
of de bovendraadspanning goed is afgesteld; voor
algemeen naaien wil dat dus zeggen dat de draden
WXVVHQGHVWRÁDJHQYHUNQRSHQ$
Als de onderdraad zichtbaar is op de bovenkant van
GHVWRILVGHERYHQGUDDGVSDQQLQJWHKRRJ9HUODDJ
GHERYHQGUDDGVSDQQLQJ%
Als de bovendraad zichtbaar is op de achterkant
YDQGHVWRILVGHERYHQGUDDGVSDQQLQJWHODDJ&
9HUKRRJGHbovendraadspanning.
9RRUNQRRSVJDWHQHQGHFRUDWLHYHVWHNHQPRHWGH
bovendraad zichtbaar zijn op de onderkant van de
VWRI&9HUPLQGHUGHERYHQGUDDGVSDQQLQJRP
de bovendraad naar de achterkant van de stof te
brengen.
Spiegelen
Om een steek of reeks horizontaal te spiegelen,
drukt u op het pictogram ‘horizontaal spiegelen’.
Om verticaal te spiegelen, drukt u op het pictogram
‘verticaal spiegelen’.
Let op: Knoopsgaten kunnen niet worden gespiegeld.
B
A
C
Horizontaal
spiegelen
Verticaal
spiegelen
Draadspanning
4:7
Naaimodus
Opslaan in persoonlijk menu
Om een steek op te slaan, drukt u op het pictogram
‘opslaan in persoonlijk menu’ in de naaimodus.
U vindt opgeslagen steken in persoonlijk menu
categorie 6. Iedere subcategorie in het persoonlijke
menu heeft 10 posities voor het opslaan van uw
HLJHQVWHNHQRIUHHNVHQ.LHVGHVXEFDWHJRULHZDDULQ
u uw steek wilt opslaan. Alle eerder opgeslagen
steken worden weergegeven in het persoonlijke
menu.
U kunt met de bladerpijlen door de persoonlijke
menu’s bladeren om een vrije positie te vinden.
Een vak zonder steek is een vrije positie en kan
worden gebruikt om uw nieuwe steek in op te slaan.
Druk gewoon op de positie en uw steek wordt
opgeslagen.
Een vak met een steek is een bezette positie. U kunt
een eerder opgeslagen steek overschrijven. Druk
gewoon op de steek om de steek te overschrijven.
Een pop-up vraagt u te bevestigen dat u de eerder
opgeslagen steek wilt overschrijven. Annuleer
het opslaan door op het pictogram ‘annuleren’
WHGUXNNHQ+HWYHQVWHUYRRUKHWRSVODDQZRUGW
gesloten en u keert terug naar het vorige scherm.
Een steek verwijderen
Als u één steek wilt verwijderen, drukt u eerst op
YHUZLMGHUHQ$(UYHUVFKLMQWHHQJHPDUNHHUG
JURHQYHUZLMGHUV\PERRO%UHFKWVRQGHURPDDQ
te geven dat verwijderen actief is.Druk daarna op
de steek die u wilt verwijderen. De positie wordt
leeggemaakt. Om het verwijderen af te breken
voordat u een steek selecteert, drukt u opnieuw op
¶YHUZLMGHUHQ·$'UXNODQJRSYHUZLMGHUHQRPGH
hele subcategorie die is geselecteerd te legen.
Verwijderen (A)
Verwijdersymbool (B)
Bladerpijlen
Opslaan in persoonlijk menu
4:8
Naaimodus
Opties voor naaien/borduren uit de
vrije hand
Alle steken op uw machine kunnen in free-motion
worden genaaid voor fantastische effecten.
Druk op het pictogram voor de free-motion-opties
om een venster te openen waarin u kunt kiezen
uit drie verschillende free-motion-opties. De
geselecteerde free-motion-optie wordt bovenaan het
scherm weergegeven met een symbool voor free-
PRWLRQRSWLHV*HEUXLNTXLFNKHOSRSKHWV\PERRO
voor informatie over de huidige instelling.
9RRUDOKHWQDDLHQXLWGHYULMHKDQGPRHWGH
stof handmatig worden verplaatst en moet de
transporteur worden verzonken. Zie pagina 2:9 voor
informatie over het verzinken van de transporteur.
Bovenaan het scherm wordt een aanbeveling voor
het verzinken van de transporteur weergegeven.
Let op: Controleer of het IDT
systeem is losgekoppeld.
U kunt meer lezen over naaien uit de vrije hand op
SDJLQD
Dynamisch verende voet 6D
Activeer dit om de machine in te stellen op de
Dynamisch verende voet free-motion-modus
voor de '\QDPLVFKYHUHQGHYRHW'RSWLRQHHO
DFFHVVRLUHRQGHUGHHOQXPPHU'H
Dynamisch verende voet meet de dikte van de stof
en gaat met iedere steek omhoog en omlaag om de
stof vast te houden op de steekplaat terwijl de steek
wordt gevormd.
Let op: De Dynamisch verende voet 6D wordt
aanbevolen voor gebruik met rechte steken. Activeer
Steekbreedtebeveiliging in Machine-instellingen.
Free-motionvoet verend
6FKDNHOGLWLQRPGHPDFKLQHLQGHIUHH
motionmodus verend te zetten voor optionele
QDDLYRHWHQ(HQ´YHUHQGHµQDDLYRHWJDDWELM
elke steek omhoog en omlaag om de stof op
de steekplaat te houden terwijl de steek wordt
gemaakt.
Let op: Optionele verende naaivoeten kunt u aanschaffen
bij uw plaatselijke erkende PFAFF
®
dealer.
Free Motion opties
Symbool Free Motion opties
Dynamisch verende free-motionvoet 6D
Free-motionvoet verend
Sensormatic free-motion
Aanbeveling voor het ver-
zinken van de transporteur
4:9
Naaimodus
Sensormatic free-motion
6FKDNHOGLWLQRPGHPDFKLQHLQGH6HQVRUPDWLF
free-motion-modus te zetten, bijvoorbeeld voor
ERUGXXUYRHW6HQVRUPDWLFQDDLYRHWYRRUTXLOWHQXLW
de vrije hand 6A.
%LMQDDLHQXLWGHYULMHKDQGIUHHPRWLRQPHW
lage snelheid, gaat de voet bij elke steek omhoog
en omlaag om de stof correct op de steekplaat te
houden terwijl de steek wordt gemaakt. Bij een
hogere snelheid zweeft de naaivoet tijdens het
naaien over de stof.
Er kunnen steken worden overgeslagen als uw
stof met de naald mee omhoog en omlaag beweegt
tijdens het naaien. Door de naaivoethoogte omlaag
te brengen, wordt de ruimte tussen de naaivoet
en de stof verminderd en de overgeslagen steken
opgeheven.
Om de naaivoethoogte aan te passen in de
6HQVRUPDWLFIUHHPRWLRQPRGXVGUXNWXODQJRSKHW
selectievakje en maakt u aanpassingen in de pop-up.
Let op: Wees voorzichtig dat u de naaivoethoogte niet
te veel vermindert. De stof moet vrij onder de naaivoet
blijven bewegen.
Gebruik geen verende naaivoet als Sensormatic free-
motion is ingeschakeld omdat de naald de naaivoet kan
beschadigen.
Naaivoethoogte
4:10
Naaimodus
Afhechtopties
Afhechten begin
Afhechten einde
Draden afsnijden
Afhechtopties
:DQQHHUXRSKHWDIKHFKWRSWLHVSLFWRJUDPGUXNW
gaat er een uitklapmenu open waarmee u drie
verschillende functies kunt selecteren: afhechten
begin, afhechten einde en draden afsnijden.
:DQQHHUXGHLQVWHOOLQJHQKHHIWLQJHVFKDNHOG
kunt u de drie pictogrammen verbergen door
opnieuw op het afhechtpictogram op de optiebalk
WHGUXNNHQ+HWDIKHFKWRSWLHVSLFWRJUDPODDWXZ
instellingen zien door de kleur van de gekozen
functie te veranderen. De instellingen blijven actief
totdat u ze uitschakelt.
Let op: Voor onmiddellijk afhechten moet u de toets
‘Onmiddellijk afhechten’ gebruiken die bij de andere
toetsen op de voorkant van de machine te vinden is.
Naaien met de afhechtopties geselecteerd
1. Afhechten aan het begin wordt uitgevoerd
zodra u begint te naaien.
2. Druk op de achteruitnaaitoets om afhechten aan
het einde uit te voeren. De actie-indicator gaat
branden. De naaimachine voltooit de steek en
hecht af.
:DQQHHUGUDDGDIVQLMGHQLVJHSURJUDPPHHUG
snijdt de machine automatisch de draden af na
het uitvoeren van afhechten aan het einde. De
naald en de naaivoet gaan omhoog.
Let op: Om achteruitnaaien te activeren, stopt u
met naaien en drukt u op de achteruitnaaitoets. De
achteruitnaai-indicator gaat branden. Er wordt geen
afhechting gemaakt.
Druk op de achteruitnaaitoets tijdens het achteruit
naaien om afhechten aan het einde te activeren. De
achteruitnaai-indicator en de actie-indicator gaan
branden.
Om weer vooruit te naaien, stopt u met achteruitnaaien
en drukt u op de achteruitnaaitoets. Er gaan geen
indicators branden en er worden geen afhechtingen
gemaakt.
Achteruitnaaitoets
Actie-indicator
Onmiddellijk afhechten
Achteruitnaai-indicator
4:11
Naaimodus
Naaiprogramma’s
Met deze opties kunt u tapering, enkelmotief-
programma’s en patchworkprogramma’s activeren.
U kunt doorgaan met naaien zonder dit pop-up
venster te sluiten.
Let op: Niet alle programma’s kunnen tegelijkertijd
worden gebruikt.
Taperingprogramma
Bij tapering wordt de breedte van de steek
WLMGHQVKHWQDDLHQYHUJURRWRIYHUNOHLQGYRRUD
symmetrische vormen.
U kunt tapering inschakelen door een van
de tapering-pictogrammen te selecteren. De
VWDQGDDUGKRHNLVJUDGHQ'UXNODQJRSHHQ
tapering-pictogram om de hoek te kiezen die u voor
GLHWDSHULQJZLOWJHEUXLNHQ6HOHFWHHUppQKRHNYRRU
de begintaper en dezelfde hoek of een andere voor
de eindtaper.
Als tapering is uitgeschakeld en dan weer
ingeschakeld, wordt de eerder geselecteerde hoek
ingesteld.
:DQQHHUWDSHULQJLVLQJHVFKDNHOGDDQKHWEHJLQ
en het einde, begint de steekbreedte op 0 wanneer
u begint te naaien. De steek wordt breder totdat
de geselecteerde steekbreedte is bereikt. Naai uw
gewenste lengte en druk op de achteruitnaaitoets.
De breedte wordt verkleind tot 0mm en de actie-
indicator op de machine wordt verlicht totdat
tapering is voltooid.
Enkelmotiefprogramma
Activeer het enkelmotiefprogramma door op
het pictogram te drukken. Met het enkelmotief-
programma kunt u beslissen u hoeveel herhalingen
van de steek u wilt naaien.
6WHOKHWDDQWDOKHUKDOLQJHQLQPHWGHSLFWRJUDPPHQ
DDQGHUHFKWHUNDQW+HWDDQWDOJHNR]HQKHUKDOLQJHQ
LVWH]LHQWXVVHQGHSLFWRJUDPPHQHQ'H
machine stopt automatisch wanneer de herhalingen
zijn genaaid.
Taperingprogramma
Enkelmotiefprogramma
Patchworkprogramma
Het aantal steekherhalingen in een
enkelmotiefprogramma instellen
Naai-
programma’s
Pop-up voor taperingprogramma
Aantal
herhalingen
Enkelmotiefprogramma
4:12
Naaimodus
Patchworkprogramma
Met het patchworkprogramma kunt u een exacte
naadlengte programmeren die herhaald kan worden
JHQDDLG'LWLVHUJKDQGLJYRRUKHWTXLOWHQ
Om een naadlengte te programmeren, schakelt u
het patchworkprogramma in. Naai uw gewenste
naadlengte en druk op de achteruitnaaitoets.
De actie-indicator op de machine wordt verlicht
totdat de laatste herhaling van de steek is voltooid.
+LHUPHHZRUGWGHOHQJWHYDQGHQDDGLQJHVWHOG
Nadat u de patchworkreeks heeft geprogrammeerd,
is het pictogram van het patchworkprogramma
LQDFWLHI+HWHQNHOPRWLHISURJUDPPDZRUGWLQSODDWV
daarvan ingeschakeld.
Tapering en patchwork of
enkelmotiefprogramma’s combineren
Door tapering en patchwork of enkelmotief-
programma’s te combineren, is het mogelijk een
getaperde naad te herhalen met dezelfde lengte.
Activeer tapering door een van de
taperingpictogrammen te selecteren en activeer dan
3DWFKZRUNGRRURSKHWSLFWRJUDPWHGUXNNHQ9ROJ
de instructies voor tapering op de vorige pagina.
:DQQHHUGHDFKWHUXLWQDDLWRHWVZRUGWLQJHGUXNW
blijft de actie-indicator branden totdat de tapering
en de laatste herhaling van de steek is voltooid.
De steek is nu geprogrammeerd en het
HQNHOPRWLHISURJUDPPDLVJHDFWLYHHUG:DQQHHU
u weer gaat naaien, wordt de steek automatisch
herhaald met dezelfde lengte.
7XVVHQGHSLFWRJUDPPHQHQZRUGWKHWDDQWDO
KHUKDOLQJHQYDQKHWSURJUDPPDJHWRRQG*HEUXLN
GHSLFWRJUDPPHQHQRPGHOHQJWHYDQGHQDDG
aan te passen.
Let op: De tapering is inbegrepen in de herhalingen die op
het scherm staan.
Reeksen
Druk op dit pictogram om reeksen te openen. In
de functie reeksen kunt u een reeks van steken en
letters maken en aanpassen. In hoofdstuk 5 kunt u
meer lezen over reeksen.
Stitch Creator
functie
Druk op dit pictogram om de Stitch Creator
functie
te openen. Stitch Creator
zorgt ervoor dat u uw
eigen 9mm steken kunt maken of ingebouwde
steken kunt bewerken. Alle steekpunten kunnen
worden bewerkt. In hoofdstuk 6 kunt u meer lezen
over de Stitch Creator
functie
Enkelmotiefprogramma
Patchworkprogramma
Reeksen
Stitch Creator
functie
4:13
Naaimodus
Naaitechnieken
9RRUGH]HWHFKQLHNHQNXQQHQVSHFLDOHQDDLYRHWHQ
en accessoires nodig zijn.
Ritssluitingen naaien
Er zijn verschillende manieren om ritsen in te
]HWWHQ9ROJGHDDQZLM]LQJHQRSXZSDWURRQYRRU
het beste resultaat.
9RRUVRPPLJHW\SHVULWVHQLVKHWYDQEHODQJGDWX
dicht bij de tanden van de rits naait. U kunt ritsvoet
YDVWNOLNNHQDDQGHOLQNHURIGHUHFKWHUNDQW
van de naaivoetstang, afhankelijk van de manier
ZDDURSXGHULWVLQ]HW6WHOGHVWHHNSRVLWLHGDQ]R
in dat de naald dicht bij de rand van de tandjes van
GHULWVVOXLWLQJNRPW*HEUXLNKLHUYRRUHHQYDQGH
EHVFKLNEDUHQDDOGSRVLWLHVYRRUGHUHFKWHVWHHN
Let op: Als de naaivoet aan de rechterkant van de
naaivoetstang is bevestigd, mag de naald alleen naar links
worden verplaatst. Als de naaivoet aan de linkerkant van
de naaivoetstang is bevestigd, mag de naald alleen naar
rechts worden verplaatst.
Zomen naaien in dikke stof
Als u over naden in zeer dikke stof of een zoom in
spijkerstof naait, kan de voet kantelen wanneer de
machine over de naad gaat.
*HEUXLNKHWPXOWLIXQFWLRQHOHJHUHHGVFKDSRPGH
hoogte van de naaivoet tijdens het naaien gelijk te
houden. De ene kant van het gereedschap is dikker
GDQGHDQGHUHNDQW*HEUXLNGHNDQWGLHKHWEHVWELM
de dikte van de zoom past.
6FKDNHOKHWIDT
V\VWHHPLQ]LHSDJLQD9HUODDJ
de naaisnelheid op het dikste punt van de stof.
Tip! Door de steeklengte te vergroten kan het naairesultaat
verbeteren bij het naaien van naden in dikke stof.
links
Goede kant
4:14
Naaimodus
Genaaide zigzagsteek
6WHHNQXPPHUNDQZRUGHQJHEUXLNWRP
knipranden af te werken. Controleer of de naald
door de stof prikt aan de linkerkant en de rand
afwerkt aan de rechterkant.
6WHHNQXPPHUNDQRRNZRUGHQJHEUXLNW
als elastische steek om pyjama’s, rokken en
sportkleding rek te geven.
Blindzoomsteek
Blindzoomsteek nummer 1.1.16 wordt gebruikt
voor onzichtbare zomen in rokken, broeken en
ZRQLQJGHFRUDWLHV*HEUXLNQDDLYRHWQXPPHUPHW
IDT
systeem.
 :HUNGHNDQWYDQGH]RRPDI
 6ODGH]RRPRPQDDUGHYHUNHHUGHNDQWHQSHUV
 9RXZGH]RRPZHHUWHUXJRYHU]LFK]HOIKHHQ
zodat ongeveer 1 cm van de afgewerkte rand
buiten de vouw uitsteekt. De verkeerde kant
van uw naaiwerk moet nu naar boven liggen.
 /HJGHVWRI]RRQGHUGHQDDLYRHWGDWGHYRXZLQ
de bovenlaag tegen geleider A ligt.
 %LMKHWLQVWHNHQLQGHYRXZPDJGHQDDOGPDDU
een klein beetje stof opnemen. Als de steken
zichtbaar zijn op de goede kant van de stof, past
XGHJHOHLGHUYRRUGRRUVWLNNHQHQTXLOWHQ$DDQ
met stelschroef B totdat de steek die de zoom
grijpt net zichtbaar is.
Elastische blindzoomsteek
'HHODVWLVFKHEOLQG]RRPVWHHNQXPPHULV
speciaal geschikt voor rekbare materialen, omdat
de zigzag in de steek ervoor zorgt dat de steek kan
worden uitgerekt. De zoom wordt tegelijkertijd
afgewerkt en genaaid. Bij de meeste gebreide stoffen
is het niet nodig om eerst de onafgewerkte rand af
te werken.
Blindzoomsteek
nummer 1.1.16
Elastische blindzoomsteek
nummer 1.1.17
B
A
4:15
Naaimodus
Knoopsgaten
U vindt knoopsgaten in categorie 1, subcategorie 1.3
in het selectiemenu.
Let op: Knoopsgaten van tot 50mm kunnen worden
genaaid met de Sensormatic-knoopsgatvoet 5A. De beide
zijden van het Sensormatic-knoopsgat worden in dezelfde
richting genaaid voor een gelijkmatiger resultaat.
Knoopsgaten groter dan 50mm worden handmatig
genaaid in vier stappen met naaivoet 5M.
De richting van de steken die worden genaaid
wordt aangegeven op het scherm door een pijl naast
het knoopsgat.
Om een knoopsgat te naaien bevestigt u eerst de
juiste voet en selecteert u vervolgens uw knoopsgat.
Om zeker te zijn van een goed resultaat naait u eerst
een testexemplaar op de stof en de versteviging die
u gaat gebruiken.
Let op: Controleer of het IDT
systeem is losgekoppeld.
De Sensormatic-knoopsgatvoet vastklikken
 .OLNGH6HQVRUPDWLFNQRRSVJDWYRHWYDVW
 6WHHNGHVWHNNHULQKHWFRQWDFWOLQNVERYHQKHW
QDDOGJHELHGDFKWHUGHGUDDGLQVWHNHU$
Sensormatic-knoopsgat
:DQQHHUXHHQNQRRSVJDWQDDLWPHWGH6HQVRUPDWLF
knoopsgatvoet, pas de lengte van de opening dan
aan tot iets groter dan de maat van de knoop. U
kunt uw knoop meten met de knoopliniaal op de
deksel.
6WHOGHOHQJWHYDQGHRSHQLQJLQHQ]RUJHUYRRUGDW
de rode pijl gelijk loopt met de markering op de
QDDLYRHW%%HJLQWHQDDLHQGRRUKHWYRHWSHGDDOLQ
te drukken of door op de start/stoptoets te drukken.
+HWNQRRSVJDWZRUGWDXWRPDWLVFKDIJHPDDNWHQGH
draden worden afgesneden. U kunt het knoopsgat
zo vaak herhalen als u maar wilt.
A
B
Lengte van de opening
4:16
Naaimodus
Handmatig knoopsgat
*HEUXLNQDDLYRHW0RPHHQKDQGPDWLJ
knoopsgat te naaien. Naai de eerste rups zo lang
als u het knoopsgat wilt maken. Druk op de
achteruitnaaitoets. De machine naait de trens en de
WZHHGHUXSV:DQQHHUGHUXSVHQHYHQODQJ]LMQ
drukt u op de achteruitnaaitoets om de tweede trens
te naaien.
Een handmatig knoopsgat herhalen
:DQQHHUXXZNQRRSVJDWKHHIWDDQJHSDVWJHEUXLNW
u de functie knoopsgat herhalen om identieke
kopieën te naaien. Zo lang dat pictogram is
geselecteerd, herhaalt de machine het knoopsgat
VWHHGVRSQLHXZ.QRRSVJDWKHUKDOHQLVDOOHHQ
zichtbaar bij het handmatig naaien van een
knoopsgat.
Om deze functie te annuleren, deselecteert u
het pictogram. De herhaalfunctie wordt ook
geannuleerd als u een aanpassing maakt.
Knoopsgat met inlegdraad
.QRRSVJDWHQPHWLQOHJGUDDGGLHZRUGHQJHQDDLG
met contourdraden zijn stabieler, duurzamer en
]LHQHUSURIHVVLRQHHOXLW*HEUXLNGDDUYRRUSHUOp
garen of normaal contourdraad.
1. Leg het midden van een stuk contourdraad over
het metalen stangetje dat aan de achterkant van
de handmatige-knoopsgatvoet 5M uitsteekt.
Leid de draaduiteinden onder de naaivoet door
naar de voorkant van de naaivoet.
 .OLNGH+DQGPDWLJHNQRRSVJDWYRHW0YDVW
3. Als u klaar bent met het knoopsgat, trekt u aan
de uiteinden van de contourdraad totdat de
draadlus verborgen is onder de trens van het
knoopsgat.
 5LMJGHFRQWRXUGUDGHQLQHHQQDDOGHQWUHN]H
naar de verkeerde kant van het kledingstuk.
.QRRSGHXLWHLQGHQDDQHONDDUYDVWHQNQLSKHW
overtollige draad af.
Knoopsgat herhalen
4:17
Naaimodus
Een knoop aannaaien
Om een knoop aan te naaien, verwijdert u
de naaivoet en selecteert u het knoopaanzet-
SURJUDPPD9HU]LQNGHWUDQVSRUWHXU]LHSDJLQD
/HJGHNQRRSRQGHUGHQDDLYRHWKRXGHU*HEUXLN
het pictogram voor horizontaal spiegelen om ervoor
te zorgen dat de naald precies in de gaten van de
knoop komt en dat de breedte geschikt is voor de
gebruikte knoop. Pas indien nodig de steekbreedte
met de steekbreedteregelaar zo aan dat de naald wel
in de gaten van de knoop komt.
9HUJURRWRIYHUNOHLQLQGLHQQRGLJKHWDDQWDOVWHNHQ
waarmee de knoop op de stof wordt bevestigd met
de pictogrammen voor het aantal steken van de
knoop. Begin met naaien. De naaimachine zal het
programma voor u naaien.
Let op: Gebruik het multifunctionele gereedschap om
een “steeltje” te maken voor uw knoop. U kunt ook een
knoopaanzetvoet gebruiken, die als optioneel accessoire
verkrijgbaar is bij uw plaatselijke erkende PFAFF
®
dealer.
Stoppen
Een gaatje of scheurtje stoppen voordat het groter
ZRUGWNDQHHQNOHGLQJVWXNUHGGHQ.LHVHHQGXQQH
draad in een kleur die zo dicht mogelijk bij de kleur
van uw kledingstuk in de buurt komt.
1. Leg stof of versteviging onder het gat of de
scheur in uw kledingstuk.
 6HOHFWHHUHHQVWRSVWHHN
3. Begin te naaien naast en boven het gat en dan er
overheen.
 :DQQHHUXRYHUKHWJDWKHHIWJHQDDLGGUXNWX
op de achteruitnaaitoets om de lengte van de
steek in te stellen. Uw naaimachine maakt de
steek automatisch af.
5. De naaimachine is standaard ingesteld om
dezelfde maat stopvierkant te herhalen; u kunt
gewoon doorgaan met naaien.
+HWSLFWRJUDPYRRUKHUKDOHQZRUGWJHPDUNHHUG
om aan te geven dat herhalen is ingeschakeld.
Druk op het pictogram voor herhalen om dit uit
te schakelen.
Steek herhalen
Steekbreedte
Horizontaal spiegelen
4:18
Naaimodus
Quilten
(HQTXLOWEHVWDDWJHZRRQOLMNXLWGULHODJHQWZHH
lagen stof met een laag vulling ertussen.
U kunt uit zeer veel verschillende steken en
technieken kiezen om de drie lagen mee aan elkaar
te naaien.
Steekplaat voor rechte steken (optioneel)
%HYHVWLJGHVWHHNSODDWYRRUUHFKWHVWHNHQRSWLRQHHO
DFFHVVRLUHRQGHUGHHOQXPPHUZDQQHHU
XXZTXLOWLQHONDDU]HW+HWNOHLQVWHJDWLQGH
steekplaat voor rechte steken ondersteunt de stof
dichter bij de naald en helpt te voorkomen dat de
stof omlaag wordt getrokken in het spoelgebied,
vooral aan het begin en/of het einde van een naad.
Let op: Activeer steekbreedtebeveiliging in het Menu
Instellingen wanneer u de steekplaat voor rechte steken
gebruikt.
Patchworkprogramma
Met het patchworkprogramma kunt u een exacte
naadlengte programmeren die herhaald kan worden
JHQDDLG'LWLV]HHUKDQGLJELMKHWTXLOWHQYRRUDO
ZDQQHHUXYHHOTXLOWEORNNHQPHWGH]HOIGHJURRWWH
aan elkaar naait.
=LHSDJLQDRYHUKHWJHEUXLNYDQKHW
patchworkprogramma.
De quilttop in elkaar naaien
6QLMGGHVWXNMHVVWRIYRRUXZTXLOWWRSPHW
HHQQDDGWRHVODJYDQPP.OLNGHTXLOWHQ
patchworkvoet met IDT
systeem op de machine;
leg de stof zo onder de naaivoet dat de kniprand
gelijk ligt met de buitenste rand van de naaivoet.
Pers de naad plat om de steken vast te zetten en
open dan de stofdelen en pers de naadtoeslag naar
één kant. Pers indien nodig de naadtoeslagen naar
de donkerste stof toe.
Naai de stukken stof aan elkaar volgens de
SDWURRQLQVWUXFWLHV/HJGHSDWFKZRUNTXLOWWRS
de tussenvulling en de achtergrondstof op elkaar.
6SHOGGHODJHQDDQHONDDUDOVYRRUEHUHLGLQJRSKHW
TXLOWHQ
Patchworkprogramma
4:19
Naaimodus
Quilten met handgemaakt effect
 5LMJGHERYHQNDQWYDQGHTXLOWDDQGH
tussenvulling en de achterkant.
 5LMJGHQDDOGLQPHWWUDQVSDUDQWQ\ORQJDUHQ
*HEUXLNHHQFRQWUDVWHUHQGRIELMSDVVHQGUD\RQ
of katoenen garen als onderdraad.
 .OLNGHQDDLYRHWGLHZRUGWZHHUJHJHYHQLQGH
naai-aanbevelingen op de machine.
 6FKDNHOKHWIDT
systeem in.
 6HOHFWHHUHHQYDQGHTXLOWVWHNHQPHW
handgemaakt effect 5.2.1-5.2.11. Deze
steken zijn vooraf ingesteld met een hogere
draadspanningswaarde om de onderdraad
met opzet omhoog te trekken en het gewenste
´KDQGJHPDDNWHµHIIHFWWHYHUNULMJHQ
Let op: Gebruik naald maat 90 en dunne, zachte
katoenen onderdraad bij het naaien van quiltsteken
met een handgemaakt uiterlijk. Het is mogelijk dat
u de draadspanning moet aanpassen afhankelijk van
de gebruikte stof, garen en tussenvulling. Voer een
SDDUWHVWHQXLWRSHHQSURHÁDSMHYDQGHVWRIGLHXJDDW
gebruiken en controleer de spanning.
Doorstikken in de naad
Doorstikken in de naad is een andere mogelijkheid
voor het aan elkaar naaien van de lagen van uw
TXLOW6SHOGGHODJHQDDQHONDDUYDVW]RDOVKLHUERYHQ
LVEHVFKUHYHQ.OLNVLHUVWHHNYRHW$PHWIDT
systeem op de machine en schakel het IDT
systeem
LQ1DDLLQGHQDGHQYDQGHTXLOWHQJHEUXLNGHURGH
lijn op de naaivoet als geleide.
Let op: U kunt ook de optionele naaivoet, de doorpitvoet met
IDT
systeem gebruiken (onderdeelnummer 820 925-096).
Crazy-quiltsteken
9HUVLHUXZTXLOWPHWGHFRUDWLHYHVWHNHQXLW
VWHNHQFDWHJRULH'HVWHNHQNXQQHQLQHHQ
bijpassende of een contrasterende kleur worden
JHQDDLGDIKDQNHOLMNYDQKHWJHZHQVWHHIIHFW6RPV
worden decoratieve garens gebruikt, zoals rayon
borduurgaren of dikke katoenen garens.
4:20
Naaimodus
Pictogram optionele naaivoet
Meanderen uit de vrije hand
Meanderen uit de vrije hand voegt structuur en een
PRRLHIIHFWWRHDDQXZTXLOWHQKRXGWGHODJHQELM
elkaar.
Meanderen uit de vrije hand doet u met de
transporteur verzonken. U beweegt de stof met de
hand om de steeklengte te bepalen.
 6WHOXZQDDLPDFKLQHLQRSQDDLHQXLWGH
vrije hand met een rechte steek. Bevestig
de steekplaat voor rechte steken. Activeer
steekbreedtebeveiliging in het Menu Instellingen,
]LHSDJLQD9HU]LQNGHWUDQVSRUWHXU]LH
pagina 2:9. Druk op het pictogram voor de optie
voor naaien/borduren uit de vrije hand en
selecteer een van de drie opties.
Let op: U kunt meer lezen over de verschillende opties op
pagina 4:8.
 6FKDNHOKHWIDT
systeem uit en bevestig de
juiste naaivoet voor naaien/borduren uit de
vrije hand, afhankelijk van de techniek die u
heeft geselecteerd. Er verschijnt een symbool
van de naaivoet voor de geselecteerde instelling
bovenaan het scherm.
 6SHOGHHUVWDOOHODJHQDDQHONDDUPHW
veiligheidsspelden - begin in het midden van
XZTXLOWHQZHUNGDQQDDUEXLWHQ%UHQJLHGHUH
15-20cm een speld aan.
Tip! Oefen het meanderen op stukjes stof met vulling
van uw quilt. Het is belangrijk om de stof gelijk met de
naaisnelheid te bewegen om te lange of te korte steken
te voorkomen. Door de snelheid tijdens het naaien uit
de vrije hand gelijk te houden, krijgt u ook gelijkmatige
steken. Voor een gelijkmatige snelheid, verlaagt u de
naaisnelheid en duwt u het voetpedaal in.
 %HJLQLQKHWPLGGHQYDQGHTXLOW1DDLppQVWHHN
en trek de onderdraad naar de bovenkant van
GHTXLOW0DDNHHQDDQWDOVWHNHQSUHFLHVQDDVW
HONDDURPGHGUDGHQYDVWWH]HWWHQ6FKDNHO
Naald omlaag in.
5. Bedenk een route voor uw naaiwerk en begin
dan uw gewenste meanderpatroon te naaien,
ZDDUELMXGHTXLOWPHHEHZHHJW%OLMIPHDQGHUHQ
WRWGDWGHKHOHTXLOWWRSLVJHYXOG
Speciale naaitechnieken
De 5e stekencategorie bevat steken voor speciale
naaitechnieken, zoals de bolletjessteek, naai- en
vouwsteek, naaien met de garendecoratievoet met
GULHJDDWMHVSDUHOVWHNHQHQUDQGDIZHUNVWHNHQ9RRU
deze technieken kunnen speciale naaivoeten en
accessoires nodig zijn. Dit wordt aangegeven door
het pictogram van de optionele naaivoet.
Let op: Druk op Quick help en druk dan op de
geselecteerde steek in het selectiemenu om te zien
welke speciale naaivoet nodig is voor die steek.
Free Motion opties
Symbool Free Motion opties
Dynamisch verende free-motionvoet 6D
Free-motionvoet verend
Sensormatic free-motion
4:21
Naaimodus
Algemene naaipop-ups
Onderdraad bijna op
:DQQHHUGHRQGHUGUDDGELMQDRSLVYHUVFKLMQWHU
een pop-upbericht dat u erop wijst dat de spoel
binnenkort moet worden vervangen. Dit geeft u de
mogelijkheid te plannen waar u gaat stoppen met
naaien om de spoel te vervangen. Als u door wilt
gaan met naaien, drukt u het voetpedaal in zonder
GHSRSXSWHVOXLWHQ:DQQHHUGHVSRHOLVYHUYDQJHQ
GRRUHHQYROOHGUXNWXRS2.LQGHSRSXS
Bovendraad controleren
De machine stopt automatisch als de bovendraad
op is of breekt. Rijg de bovendraad opnieuw in,
sluit de pop-up en ga weer door met naaien.
De Sensormatic-knoopsgatvoet verwijderen
'H6HQVRUPDWLFNQRRSVJDWYRHWPRHWZRUGHQ
verwijderd voordat u een van de volgende zaken
uitvoert:
 8QDDLWHHQVWHHNGLHJHHQknoopsgat is.
 8QDDLWHHQNQRRSVJDWGDWQLHWPHWGH
6HQVRUPDWLFNQRRSVJDWYRHWNDQZRUGHQ
genaaid.
 8QDDLWHHQDDQJHSDVWNQRRSVJDWGDW]RQGHUGH
6HQVRUPDWLFNQRRSVJDWYRHWLVRSJHVODJHQLQXZ
persoonlijke menu.
Machine moet rusten
Als de machine stopt en deze pop-up op het scherm
YHUVFKLMQWPRHWGHPDFKLQHUXVWHQ:DQQHHUKHW
2.SLFWRJUDPLVLQJHVFKDNHOGNXQWXGRRUJDDQ
met naaien. De naairesultaten worden hier niet door
beïnvloed.
5
Reeksen
5:2
Let op: Niet alle symbolen en opties worden tegelijkertijd getoond.
Reeksen
Reeksen
U kunt steken en/of letters en cijfers combineren om reeksen te maken. Combineer verschillende
decoratieve steken en steeklettertypes van de machine of van een extern apparaat. Ook steken die in
6WLWFK&UHDWRU]LMQJHPDDNWNXQQHQLQHHQUHHNVZRUGHQLQJHYRHJG
Reeksen - overzicht
Lengte van
de reeks bij
benadering
Stopopdracht
Opdracht Afhechten
Opdracht Draden afsnijden
Steekbreedte/Steekpositie
OK, sluit
reeks
Stekengebied
Steeklengte/
Steekdichtheid
Pijlen (breng cursor vooruit
en achteruit in de reeks)
5:3
Reeksen
Reeksen openen en afsluiten
Reeksen kan alleen worden gebruikt in de
naaimodus Druk op het pictogram voor reeksen
op de optiebalk om de functie te openen. Om
reeksen te sluiten en uw gemaakte reeks te naaien,
GUXNWXRS2.LQGHUHFKWHUERYHQKRHNYDQKHW
reeksenvenster.
Let op: U kunt reeksen ook sluiten door het voetpedaal
in te drukken of op de start/stop-toets te drukken.
Niet alle steken kunnen in een reeks worden
gebruikt. Als u probeert een steek te selecteren die
niet beschikbaar is, verschijnt er een pop-up die u
dat meldt.
Een reeks maken
Om te beginnen met het maken van een reeks,
zoekt u de gewenste steek en/of lettertype op
door het selectiemenu te openen.
Reeks maken van steken
2SHQKHWVHOHFWLHPHQX*HEUXLNGHEODGHUSLMOHQ
om door de lijst met steken te bladeren. Druk
op een steek in het selectiegebied om deze aan
de reeks toe te voegen. Om een overzicht van
alle stekencategorieën te krijgen, drukt u op het
pictogram ‘stekencategorie’.
Reeks maken van letters
Open het selectiemenu. Druk op steeklettertypes
om een venster te openen met beschikbare
lettertypes. Druk op het gewenste lettertype om
het in reeksen te laden.
Druk op het pictogram ‘lettertypestijl’ om over
te schakelen tussen hoofdletters of kleine letters,
cijfers of speciale symbolen. Beweeg de cursor
door de reeks met de pijlen vooruit/achteruit.
Om een letter of steek te verwijderen, drukt u op
‘verwijderen’. Druk hier lang op om de hele reeks
te verwijderen.
De actieve positie wordt gemarkeerd door een
cursor en de geselecteerde steek of letter wordt
met groen gemarkeerd. Ingevoegde steken
worden op de plaats van de cursor gezet. Alleen
de geselecteerde steek kan worden aangepast.
Stekencategorie
Bladerpijlen
Lettertypestijl
Pijl vooruit/achteruit
Verwijderen
Steken
Steeklettertypes
Reeksen
Selectiemenu
5:4
Horizontaal
spiegelen
Verticaal
spiegelen
Verwijderen
Reeksen
Steek of letter invoegen
Breng de cursor naar de plaats waar u een steek
RIOHWWHUZLOWWRHYRHJHQ6HOHFWHHUGHVWHHNGLHX
wilt invoegen. De steek wordt op de plaats van de
cursor gezet.
Tekst en steken aanpassen
U kunt de geselecteerde steek spiegelen, de lengte
en breedte ervan aanpassen of de dichtheid of
SRVLWLHHUYDQYHUDQGHUHQ6RPPLJHVWHNHQNXQQHQ
worden afgewisseld tussen twee steekinstellingen
EUHHGWHSRVLWLRQLQJHQRIOHQJWHGLFKWKHLG'LW
wordt aangegeven door een symbool van een knoop
LQKHWPLGGHQYDQGHVWHHNLQVWHOOLQJ6FKDNHORYHU
tussen de verschillende steekinstellingen door op
het knoopsymbool in het midden van de instelling
te drukken. De aanpassingen werken hetzelfde als
in de naaimodus.
Steek of letter verwijderen
Als u een steek wilt verwijderen, brengt u de cursor
naar die steek en drukt u op het pictogram voor
verwijderen. Druk lang op het pictogram om de
hele reeks te verwijderen.
Een steek of letter vervangen
Om een steek te vervangen, selecteert u de steek,
drukt u op verwijderen en voegt u de nieuwe steek
in. De steek wordt op de plaats van de cursor gezet.
Reeksopdrachten
U kunt afhechtingen, stops en opdrachten voor het
afsnijden van de draad in de reeks programmeren.
Deze opdrachten worden in de reeks opgenomen en
worden altijd uitgevoerd tijdens het naaien.
Breng de cursor naar de plaats waar u een opdracht
ZLOWWRHYRHJHQ6HOHFWHHUGHSODDWVHUZRUGWHHQ
SLFWRJUDPWRHJHYRHJGLQGHUHHNV+HWSLFWRJUDP
geeft aan dat de opdracht is ingevoegd en laat
ook zien waar de opdracht in de reeks wordt
uitgevoerd.
*HEUXLNGHafhechtopdracht als u een stevige
afhechting wilt. U kunt op iedere gewenste plaats in
de reeks afhechtopdrachten invoegen.
9RHJGHopdracht voor het afsnijden van de draden
in als u wilt dat de machine afhecht, de draden
afsnijdt en de naaivoet omhoog brengt.
9RHJHHQstopopdracht in als u wilt dat de machine
stopt. Dit is bijvoorbeeld handig aan het einde van
de reeks als u de reeks maar één keer wilt naaien of
als u een reeks wilt naaien over verschillende rijen.
Stopopdracht
Opdracht Afhechten
Opdracht Draden afsnijden
Stopopdracht
Opdracht Afhechten
Opdracht Draden afsnijden
Steekbreedte/Steekpositie
Steeklengte/
Steekdichtheid
Cursor verplaatsen
Cursor
verplaatsen
5:5
Reeksen
Een reeks laden en naaien
2PGHUHHNVWHQDDLHQGUXNWXRS2.LQGHUHFKWHU
bovenhoek van het venster ‘reeksen’. De reeks wordt
in de naaimodus geladen.
Let op: U kunt reeksen ook sluiten door het voetpedaal in te
drukken of op de start/stop-toets te drukken.
In de naaimodus kunt u overal in de reeks beginnen
PHWQDDLHQ*HEUXLNGHSLMOHQRPGRRUGHUHHNVWH
stappen.
Als u een andere steek selecteert in de naaimodus
en dan reeksen opnieuw opent, blijft uw reeks
RQYHUDQGHUG6WHHGVZDQQHHUUHHNVHQZRUGWJHVORWHQ
wordt de reeks in de naaimodus geladen.
De hele reeks aanpassen
Aanpassingen die in de naaimodus worden gemaakt,
hebben invloed op de hele reeks. Die veranderingen
worden echter niet opgeslagen als u terugkeert naar
reeksen. Om afzonderlijke steken in de reeks aan te
passen, keert u terug naar reeksen.
Een reeks opslaan
U slaat een reeks met uw persoonlijke
UHHNVDDQSDVVLQJHQRSLQGHQDDLPRGXV6OXLWUHHNVHQ
GRRURS2.WHGUXNNHQLQGHUHFKWHUERYHQKRHNYDQ
het venster ‘reeksen’.
6ODGHUHHNVRSGRRURSKHWSLFWRJUDPRSVODDQ
in persoonlijk menu te drukken. U kunt met de
bladerpijlen door de persoonlijke menu’s bladeren om
een vrije positie te vinden. Een vak zonder steek is een
vrije positie en kan worden gebruikt om uw nieuwe
steek in op te slaan. Druk gewoon op de positie en uw
steek wordt opgeslagen.
Een vak met een steek is een bezette positie. U kunt
een eerder opgeslagen steek overschrijven. Druk
gewoon op de steek om de steek te overschrijven.
Een pop-up vraagt u te bevestigen dat u de eerder
opgeslagen steek wilt overschrijven. Annuleer het
opslaan door op het pictogram voor annuleren te
drukken.
Een reeks verwijderen
Als u één steek wilt verwijderen, drukt u eerst op
¶YHUZLMGHUHQ·$(UYHUVFKLMQWHHQJHPDUNHHUGJURHQ
YHUZLMGHUV\PERRO%UHFKWVRQGHURPDDQWHJHYHQ
dat verwijderen actief is. Druk dan op de steek die
u wilt verwijderen. De positie wordt leeggemaakt.
Om het verwijderen af te breken voordat u een
steek selecteert, drukt u opnieuw op het pictogram
¶YHUZLMGHUHQ·$$OVXODQJRSKHWSLFWRJUDP
¶YHUZLMGHUHQ·$GUXNWZRUGWGHKHOHJHVHOHFWHHUGH
subcategorie leeggemaakt.
Pijlen (breng cursor vooruit
en achteruit in de reeks)
Opslaan in persoonlijk menu
Bladerpijlen
Verwijderen (A)
Verwijdersymbool (B)
Annuleren
5:6
Reeksen
Belangrijke informatie over reeksen
Reeksen aanpassen
Aanpassingen die in de naaimodus worden
gemaakt, hebben invloed op de hele reeks. Die
veranderingen worden echter niet opgeslagen als u
terugkeert naar reeksen. Om afzonderlijke steken in
de reeks aan te passen, keert u terug naar reeksen.
Reeksen in de Stitch Creator
functie
Een reeks kan worden geopend in de Stitch Creator
functie en gewijzigd. Als u dat doet, wordt uw reeks
één steek. Als u reeksen opnieuw opent, is het niet
meer mogelijk om delen van de eerdere steken in de
reeks aan te passen. De hele reeks wordt behandeld
als één steek.
Algemene pop-ups van reeksen
Geen bewerkbare steek
6RPPLJHVWHNHQNXQQHQQLHWLQHHQUHHNVZRUGHQ
ingevoegd, zoals knoopsgaten.
Reeks buiten bereik
Door de steek die u probeert toe te voegen wordt de
reeks te lang.
Uw geprogrammeerde steek kan maximaal
ongeveer 500 mm lang zijn en tot 99 steken
bevatten. Als de reeks de maximumlengte of het
maximale aantal steken overschrijdt, laat deze pop-
up u dat weten.
6
Stitch Creator
functie
6:2
Stitch Creator™ functie
Stitch Creator
functie
In de Stitch Creator
functie kunt u compleet nieuwe steken maken en ieder afzonderlijk steekpunt
aanpassen. Pas steken aan en maak uw eigen steken. U kunt steken direct op het scherm toevoegen,
wissen, verplaatsen en combineren. U kunt ook een ingebouwde steek invoegen en die dan bewerken tot
uw eigen versie.
De breedte van het steekgebied is 9 mm en de maximale steeklengte is 6 mm. Het raster en de verticale
middellijn helpen u de steek te maken. U steek mag maximaal ongeveer 500 mm lang zijn en kan in uw
persoonlijke menu of in persoonlijke bestanden worden opgeslagen.
Stitch Creator
functie - overzicht
Stekengebied
Steekpunt selecteren
Verwijderen
Druk/sleepfunctie - Verplaatsen
Druk/sleepfunctie -
Zoomen/Beeld verplaatsen
Wiel
Nieuw steekpunt
Drievoudige steek
Zijpositie
steekpunt
Transportlengte
vanaf vorige
steekpunt
OK, sluit het venster van de Stitch Creator
functie
Dupliceren
Verticaal spiegelen
Horizontaal spiegelen
Raster
6:3
A
B
Stitch Creator™ functie
De Stitch Creator
functie openen en
afsluiten
Om de functie te openen, drukt u op het pictogram
van de Stitch Creator
functie (A) op de optiebalk.
Om de Stitch Creator
functie te sluiten en uw
gemaakte steek of combinatie te naaien of te
borduren, drukt u op OK in de rechter bovenhoek
van het scherm.
Let op: Als uw geprogrammeerde steek klaar is om te
worden genaaid, kunt u ook de actieve functie sluiten
door het voetpedaal in te drukken of door op de start/
stoptoets te drukken.
Sommige steken kunnen niet met de Stitch Creator
functie worden gebruikt. Als u een van die steken
probeert te selecteren, verschijnt er een pop-up die
u dat meldt.
'HÀQLWLHYDQHHQsteekpunt
Een steekpunt is het punt waarop de naald door de
stof gaat. Steekpunten zijn verbonden door steken.
Ieder steekpunt wordt aangegeven met een groene
stip. Een geselecteerd steekpunt wordt aangegeven
met een open vierkantje. Een gemarkeerd steekpunt
wordt aangegeven met een opgevuld vierkantje.
Beginnen met creëren - een steek of
steekpunt toevoegen
Om een nieuw steekpunt toe te voegen, drukt u
op het pictogram voor een nieuw steekpunt. U
kunt ook een ingebouwde steek selecteren uit het
selectiemenu.
Steekpunten selecteren
Om een steekpunt te selecteren, drukt u erop op
het scherm met uw stylus of gebruikt u de pijlen in
de regelaar ‘steekpunt selecteren’. Als u meer dan
één steekpunt selecteert met de stylus, worden de
steken tussen de twee steekpunten automatisch ook
geselecteerd, met groen gemarkeerd (A en B op de
afbeelding).
U kunt ook steekpunten selecteren door de regelaar
‘steekpunt selecteren’ te activeren. Druk eerst op
het knoopsymbool in het midden van de regelaar.
Het knoopsymbool wordt omringd door een
groene cirkel om aan te geven dat het actief is.
Gebruik de pijl omhoog om de steekpunten voor
het gemarkeerde steekpunt te selecteren en de pijl
omlaag om de steekpunten na het gemarkeerde
steekpunt te selecteren.
Let op: Bij het selecteren van steekpunten met de pijl
omhoog kunt u steekpunten deselecteren door op de pijl
omlaag te drukken.
Het eerste nummer boven de geselecteerde
steekpuntinstelling is het gemarkeerde steekpunt.
Het tweede getal is het totale aantal steekpunten.
Stitch Creator
functie
OK, sluit de Stitch
Creator
functie
Selectiemenu
Nieuw steekpunt
Steekpunt selecteren
6:4
Stitch Creator™ functie
Horizontaal spiegelen
Verticaal spiegelen
Drievoudige steek
Dupliceren
Een geselecteerd steekpunt dupliceren
Als u een steekpunt (steekpunten) wilt dupliceren,
selecteert u het en gebruikt u het pictogram
‘dupliceren’ om een kopie te maken.
Als diverse steekpunten zijn geselecteerd, worden
die allemaal gekopieerd en na het gemarkeerde
steekpunt ingevoegd.
Een nieuw steekpunt invoegen
Druk op dit pictogram om één enkel steekpunt in te
voegen. De twee steekpunten vormen een nieuwe
steek.
Drievoudige steek
Druk op het pictogram van de drievoudige
steek en de geselecteerde steek/steken worden
verdriedubbeld.
Let op: Alleen mogelijk als er meer dan één steekpunt is
geselecteerd.
Horizontaal spiegelen
De geselecteerde steekpunt(en) worden horizontaal
gespiegeld.
Verticaal spiegelen
De geselecteerde steekpunt(en) worden verticaal
gespiegeld.
Let op: Alleen mogelijk als er meer dan één steekpunt is
geselecteerd.
Een geselecteerd steekpunt verwijderen
Als u één steekpunt wilt verwijderen, selecteert u
het en drukt u op het pictogram ‘verwijderen’. Als
meer dan één steekpunt is geselecteerd, worden die
allemaal verwijderd als u op het pictogram drukt.
Druk lang op het pictogram om alle steekpunten in
het stekengebied te verwijderen.
Nieuw steekpunt
Drievoudige steek
Verwijderen
Verticaal spiegelen
Horizontaal spiegelen
6:5
Druk/sleepfuncties
Gebruik uw stylus om direct op het scherm
veranderingen te maken door drukken en slepen
in het stekengebied. U kunt het beeld verplaatsen
en steek/steekpunten verplaatsen afhankelijk van
welke druk/sleepfunctie is ingeschakeld. U kunt
ook de pijlen in het wiel gebruiken om precieze
aanpassingen te maken.
Verplaatsen
U kunt de geselecteerde steek of steekpunten
verplaatsen met uw stylus op het scherm of door
op de pijlen in het wiel te drukken.
Zoomen/Beeld verplaatsen
Wanneer u het pictogram zoomen/beeld
verplaatsen gebruikt, blijft de focus op het
gemarkeerde steekpunt. Beeld verplaatsen wordt
actief. Gebruik de stylus om het beeld op het scherm
te verplaatsen.
Let op: U kunt het beeld niet buiten het naaigebied
verplaatsen. Als de schaal bijvoorbeeld 100% of minder
is, kunt u het beeld niet opzij verplaatsen.
De afstand tussen de rasterlijnen is gelijk aan 1 mm
op de stof. Gebruik de pijlen om in of uit te zoomen.
Als u inzoomt op het stekengebied, verschijnen er
dunnere rasterlijnen. De afstand tussen deze lijnen
is gelijk aan 0,5 mm. Als u uitzoomt, zijn alleen de
randlijnen van het stekengebied zichtbaar.
Positie van het gemarkeerde
steekpunt
Het getal links boven het wiel laat de actuele
naaldpositie vanaf de middellijn zien voor het
gemarkeerde steekpunt (A).
Het getal rechts boven het wiel laat de actuele
transportlengte zien vanaf het vorige steekpunt (B).
A
B
Stitch Creator™ functie
Druk/sleepfunctie - Verplaatsen
Druk/sleepfunctie - Zoomen/Beeld verplaatsen
Wiel
Zijpositie
steekpunt (A)
Transportlengte
vanaf vorige
steekpunt (B)
1mm
0,5mm
6:6
Stitch Creator™ functie
Steek laden en naaien
Om de gecreëerde steek te naaien, drukt u op OK in
de rechter bovenhoek in het venster van de Stitch
Creator
functie. De steek wordt in de Naaimodus
geladen en is klaar om te worden genaaid.
Als u een andere steek selecteert in de naaimodus
en dan de Stitch Creator
functie opnieuw opent,
blijft uw gemaakte steek onveranderd. Steeds
wanneer de Stitch Creator
functie wordt gesloten,
wordt de steek in de naaimodus geladen.
Een steek opslaan
Een steek wordt opgeslagen in de naaimodus. Sluit
de Stitch Creator
functie door op OK te drukken in
de rechter bovenhoek van het scherm. Sla de steek
op door op het pictogram ‘opslaan in persoonlijk
menu’ te drukken.
U vindt opgeslagen steken in persoonlijk menu
categorie 6. Iedere subcategorie in het persoonlijke
menu heeft 10 posities voor het opslaan van uw
eigen steken of reeksen. Kies de subcategorie waarin
u uw steek wilt opslaan. Alle eerder opgeslagen
steken worden weergegeven in het persoonlijke
menu.
Algemene pop-ups van de Stitch
Creator
functie
Geen bewerkbare steek
Sommige steken kunnen niet worden bewerkt in de
Stitch Creator
functie. Knoopsgaten kunnen niet
worden geopend in de Stitch Creator
functie.
Reeks buiten bereik
Uw geprogrammeerde steek mag tot maximaal
ongeveer 500mm lang zijn. Als de steek/reeks de
maximumlengte overschrijdt, laat deze pop-up u
dat weten.
Door de steek of het steekpunt die u probeert toe te
voegen wordt de steek te lang.
Opslaan in persoonlijk menu
7
Borduurmodus –
voorbereidingen
Borduurmodus - voorbereidingen
7:2
A
B
B
F
G
I
J
K
D
E
D
C
L
Wanneer u de borduureenheid de eerste
maal uit de doos haalt, controleer dan of
de verpakkingsbeugel van de onderkant
van de borduureenheid is verwijderd.
Overzicht borduureenheid
W\SH%(
A Ontkoppelingstoets borduureenheid
B Afstelpootjes
C Aansluiting borduureenheid
D Aansluiting borduurring
E Borduurarm
Overzicht borduurringen
F Aansluiting borduurring
* %XLWHQULQJ
+ %LQQHQULQJ
I Quick release
- .OHPVFKURHI
. 5LEEHQYRRUEHYHVWLJLQJYDQGHFOLSV
L Middenmarkeringen
Bevestig borduurvoet 6A
*HEUXLNGHERUGXXUYRHW6HQVRUPDWLFQDDLYRHW$
voor borduren. Zie pagina 2:9 voor instructies voor
het vervangen van de naaivoet.
Let op: U kunt ook de optionele Dynamisch verende voet
6D (onderdeelnummer 820991-096) gebruiken voor
borduren.
Borduurmodus - voorbereidingen
7:3
Ingebouwde borduurmotieven
In het geheugen van uw machine zitten meer dan
150 borduurmotieven.
creative
3.0 Borduurcollectie
Blader door de creative
vision 3.0 Borduurcollectie
voor alle ingebouwde borduurmotieven en
lettertypes.
+HWERUGXXUPRWLHIQXPPHUGHVWHNHQWHOOLQJ
DDQWDOVWHNHQLQKHWPRWLHIHQGHJURRWWHYDQKHW
borduurmotief staan naast ieder borduurmotief
weergegeven. De voorgestelde garenkleur voor
ieder kleurnummer wordt weergegeven.
De borduureenheid aansluiten
Er is een afgedekte aansluiting achter de vrije arm;
zie afbeelding. De afdekking gaat automatisch open
wanneer u de borduureenheid aansluit.
 6FKXLIGHDFFHVVRLUHGRRVYDQGHPDFKLQHDI
 6FKXLIGHERUGXXUHHQKHLGRSGHYULMHDUP
van de machine totdat de eenheid goed in
GHDDQVOXLWLQJ]LW*HEUXLNDOVGDWQRGLJLV
de afstelpootjes, zodat de machine en de
borduureenheid even hoog staan. Zet de
machine aan als die uit stond.
3. Een pop-upbericht vraagt u het borduurgebied
vrij te maken en de borduurring te verwijderen
YRRUKHWSODDWVHQ'UXNRS2.'HPDFKLQH
wordt gekalibreerd en de borduurarm gaat
naar de startpositie. Deze kalibratie stelt iedere
keer dat u de borduureenheid bevestigt uw
borduurfuncties in.
Let erop dat u de machine niet kalibreert als de
borduurring bevestigd is. De naald, naaivoet,
borduurring en/of de borduureenheid kunnen
GDDUGRRUEHVFKDGLJHQ9HUZLMGHUDOOHPDWHULDOHQ
rond de machine voordat het kalibreren start, zodat
de borduurarm nergens tegenaan stoot tijdens het
kalibreren.
De borduureenheid verwijderen
1. Als u de borduureenheid op wilt bergen, brengt
u de borduurarm naar de parkeerpositie door
SDUNHHUSRVLWLHWHVHOHFWHUHQ]LHSDJLQDRS
het scherm in Borduren.
2. Druk op de knop links, onder de borduur-
HHQKHLG$HQVFKXLIGHHHQKHLGQDDUOLQNVYDQ
de machine af.
Let op: Als u overschakelt naar de naaimodus kunt u
niet beginnen met naaien wanneer de borduureenheid
is bevestigd.
A
A
B
C
Borduurmodus - voorbereidingen
7:4
De stof in de borduurring spannen
Leg een laag versteviging onder de stof voor
de beste borduurresultaten. Zorg ervoor dat u
de versteviging en de stof glad en stevig in de
borduurring opspant.
 2SHQGHTXLFNUHOHDVH$RSGHEXLWHQULQJ
9HUZLMGHUGHELQQHQULQJ/HJGHEXLWHQULQJRS
een stevige platte ondergrond met de schroef
rechts onder. Er staat een pijltje in het midden
van de onderste rand van de borduurring
dat gelijk moet komen met een pijltje op de
binnenring.
2. Leg de versteviging en de stof, met de goede
kanten omhoog, op de buitenring. Leg de
binnenring op de stof met het pijltje aan de
onderste rand. Als u de borduurringgrootte
kunt zien in het onderste gedeelte van de
ELQQHQULQJKHHIWXKHPJRHGEHYHVWLJG&
3. Druk de binnenring stevig in de buitenring.
 6OXLWGHTXLFNUHOHDVH3DVGHGUXNYDQGH
EXLWHQULQJDDQGRRUDDQGHNOHPVFKURHI%WH
draaien. De stof moet strak in de borduurring
zijn gespannen voor het beste resultaat.
Let op: Als u extra borduurmotieven op dezelfde
stof borduurt, opent u de quick release, brengt u de
borduurring naar de nieuw positie op de stof en sluit u de
quick release weer. Als u het type stof verandert, moet u
mogelijk de druk aanpassen met de klemschroef. Forceer
de quick release niet.
De borduurring op/van de machine
schuiven
6FKXLIGHERUGXXUULQJYDQYRRUQDDUDFKWHUHQRS
de borduureenheid totdat de borduurring op zijn
plaats klikt.
Om de borduurring van de borduurarm te
verwijderen, drukt u op de grijze knop op de
aansluiting van de borduurring en schuift u de
borduurring naar u toe.
Borduurmotieven
Borduren
USB-apparaat
Start/stop
Borduurmodus
Selectiemenu
Persoonlijke bestanden
Borduurmodus - voorbereidingen
7:5
Aan de slag met borduren
1. Breng na het bevestigen van de borduureenheid
en de borduurvoet een spoeltje met een dunne
onderdraad aan.
Let op: Controleer of het IDT
systeem is losgekoppeld.
2. Druk op het pictogram van de borduurmodus
om naar Borduurmotief bewerken te gaan. Om
een ingebouwd borduurmotief te selecteren,
opent u het selectiemenu en drukt u op het
pictogram van de borduurmotieven. Zoek het
gewenste borduurmotief en druk er eenmaal op
om Borduurmotief bewerken te laden.
U kunt ook een borduurmotief laden van een
86%DSSDUDDWRIXLWSHUVRRQOLMNHEHVWDQGHQ
'UXNRS86%DSSDUDDWRISHUVRRQOLMNH
bestanden om uw borduurmotief te zoeken
en druk lang op het borduurmotief om het te
laden.
 +HWERUGXXUPRWLHIZRUGWLQKHWPLGGHQYDQGH
borduurring geplaatst.
 6FKDNHOYDQ%RUGXXUPRWLHIEHZHUNHQQDDU
Borduren door op het pictogram voor Borduren
op de optiebalk te drukken.
5. Als u de Borduurmodus opent, verschijnt er een
pop-up op het scherm. Rijg de machine in met
de kleur die in de pop-up staat aangegeven.
6. Bereid de aanbevelen borduurring voor met stof
en versteviging. Bevestig de borduurring aan de
borduurarm.
 0DDNYROGRHQGHUXLPWHYULMYRRUGHEHZHJLQJ
YDQGHERUGXXUDUPHQGHERUGXXUULQJ+RXG
de bovendraad vast en druk op de start/
stoptoets of op het voetpedaal. De machine
begint te borduren.
Lijst met kleurblokken
Borduurmodus - voorbereidingen
7:6
Let op: Deze naai- en borduurmachine heeft de
automatische functie Sprongsteken afsnijden. Als deze
functie is ingeschakeld, snijdt de machine de bovenste
sprongsteekdraad af en trekt de draaduiteinden naar
de onderkant van de stof. De standaardinstelling is
'aan'. Om de functie uit te zetten gaat u naar het Menu
Instellingen, Borduurinstellingen en deselecteert u
Sprongsteken afsnijden. In hoofdstuk 3 kunt u meer lezen
over Sprongsteken afsnijden.
 $OV6SURQJVWHNHQDIVQLMGHQQLHWLVLQJHVFKDNHOG
stopt de machine nadat er enkele steken zijn
genaaid. Er verschijnt een pop-upbericht op
het scherm dat u vraagt het draaduiteinde af te
VQLMGHQ.QLSGHGUDDGDIHQGUXNRSVWDUWVWRS
om door te gaan met borduren.
 7LMGHQVKHWERUGXUHQNXQWXRSGHNOHXUHQOLMVW
drukken om alle kleuren van het borduurmotief
WH]LHQ+HWDFWLHYHNOHXUEORNLVJHPDUNHHUGPHW
HHQJURHQNDGHU$
 :DQQHHUGHHHUVWHNOHXUDILVVWRSWGH
machine. Rijg de machine opnieuw in met de
aanbevolen garenkleur die in de pop-up wordt
weergegeven en ga door met borduren door op
start/stop te drukken.
Elk kleursegment wordt aan het einde afgehecht
en de bovendraad wordt afgesneden.
 :DQQHHUKHWERUGXXUPRWLHINODDULVVQLMGWGH
machine de boven- en onderdraad af en stopt.
De naald en de naaivoet gaan automatisch
omhoog zodat u de borduurring eenvoudig
kunt verwijderen.
Een pop-upvenster meldt u dat uw
ERUGXXUPRWLHIYROWRRLGLV'UXNRS2.RP
het borduurmotief geladen te houden en in
Borduren te blijven.
A
8
Borduurmodus –
bewerken
8:2
Borduurmodus - bewerken
Borduurmodus - bewerken
Druk op het pictogram van de borduurmodus om naar Borduurmotief bewerken te gaan. Als u de machine
aanzet wanneer de borduureenheid is bevestigd, wordt Borduurmotief bewerken automatisch geopend.
In Borduurmotief bewerken kunt u borduurmotieven aanpassen, combineren, opslaan en verwijderen.
De borduureenheid hoeft niet op uw machine te zijn aangesloten om uw borduurmotieven te kunnen
bewerken. De geladen borduurmotieven worden weergegeven in het borduurgebied.
Borduurmotief bewerken - overzicht
Opslaan in persoon-
lijke bestanden
Druk/sleepfunctie - Verplaatsen
Zoom-opties/beeld
verplaatsen
Borduurring
selecteren
Borduurtekst-
editor
Borduren
Huidige
geselecteerde
borduurmotief
Totaal aantal
steken
Druk/sleepfunctie - Schaalverdeling
Druk/sleepfunctie - Roteren
Wiel
Midden van het wiel
Borduurgebied Borduurmotief selecteren
Borduurmotief
in borduurring
verplaatsen
Borduur-
modus
Totaal aantal
borduurmotieven
8:3
Borduurmodus - bewerken
Selectiemenu
In de borduurmodus bevat het selectiemenu een
selectiebalk aan de rechterkant met opties voor
borduurmotieven, borduurlettertypes, persoonlijke
EHVWDQGHQHQ86%DSSDUDWHQ
6HOHFWHHUppQYDQGHRSWLHVRSGHVHOHFWLHEDONRPGH
PHQX·VWHRSHQHQ:DQQHHUHHQERUGXXUPRWLHIRI
lettertype is geselecteerd, wordt het selectiemenu
automatisch gesloten. Om terug te keren naar de
eerdere weergave, sluit u af door op annuleren te
drukken.
Een borduurmotief laden
Om een borduurmotief te laden, opent u het
VHOHFWLHPHQX6HOHFWHHUGHWDEERUGXXUPRWLHYHQRS
GHVHOHFWLHEDON*HEUXLNGHVFKXLIEDONRPGRRUDOOH
ingebouwde borduurmotieven te bladeren. Druk
op een borduurmotief om het te selecteren en in
Borduurmotief bewerken te laden.
De creative
3.0 Borduurcollectie die bij uw
machine wordt geleverd, bevat alle ingebouwde
borduurmotieven en lettertypes.
Een lettertype laden
Er kan tekst worden gemaakt met
borduurlettertypes. Om een borduurlettertype
WHODGHQRSHQWXKHWVHOHFWLHPHQX6HOHFWHHUKHW
WDEEODGERUGXXUOHWWHUW\SHV*HEUXLNGHVFKXLIEDON
om door alle ingebouwde borduurlettertypes te
bladeren. Uw machine bevat twee ingebouwde
ERUGXXUOHWWHUW\SHV+HWFLMIHUUHFKWVYDQLHGHU
lettertype geeft de lettertypegrootte weer. Een
geselecteerd borduurlettertype wordt geopend
in de borduurteksteditor. Lees meer over de
ERUGXXUWHNVWHGLWRURSSDJLQD
Let op: Borduurlettertypes zijn alleen zichtbaar als de
borduurmodus actief is.
Laden van persoonlijke bestanden/USB-
apparaat
Om een borduurmotief of lettertype te laden uit
persoonlijke bestanden, drukt u op het tabblad
persoonlijke bestanden. Zoek uw borduurmotief of
lettertype op en druk er lang op om het te laden en
het selectiemenu te sluiten.
U kunt een borduurmotief of lettertype ook laden
YDQHHQ86%DSSDUDDW'UXNRSKHW86%DSSDUDDW
om uw borduurmotief of lettertype op te zoeken en
druk lang om het te laden en het selectiemenu te
sluiten.
In hoofdstuk 10 kunt u meer lezen over persoonlijke
EHVWDQGHQHQ86%DSSDUDWHQ
Borduurmotieven
Borduurlettertypes
Persoonlijke bestanden
USB-apparaat
Borduurmotiefgebied
Borduurlettertypes
Selectiemenu
USB-apparaat
Persoonlijke bestanden
8:4
Borduurmodus - bewerken
Druk/sleepfuncties
U kunt uw stylus gebruiken om direct op het
scherm veranderingen te maken door drukken
en slepen in het borduurgebied. U kunt het beeld
verplaatsen, vergroten/verkleinen en roteren,
afhankelijk van welke druk/sleepfunctie is
ingeschakeld. U kunt ook de pijlen in het wiel
gebruiken voor nauwkeurige afstellingen.
Verplaatsen
:DQQHHU·YHUSODDWVHQ·DFWLHILVNXQWXGHERUGXXU
motieven naar iedere gewenste plaats in het
borduurgebied verplaatsen. De getallen boven
het wiel geven aan in millimeters hoe ver het
borduurmotief van het midden van de borduurring
is verplaatst, zowel horizontaal als verticaal.
Als u op het pictogram van het midden van het
wiel drukt, worden de borduurmotieven naar het
midden van de borduurring gebracht.
Schaalverdeling
:DQQHHUVFKDDOYHUGHOLQJDFWLHILVNXQWXKHW
borduurmotief vergroten of verkleinen zonder het
totale aantal steken te veranderen. De verhoudingen
zijn standaard vergrendeld. Dit wordt weergegeven
met het gesloten hangslotje in het pictogram in het
midden van het wiel. Druk op het hangslot om de
vergrendeling op te heffen. De hoogte en breedte
kunnen dan afzonderlijk worden veranderd.
Als u de stylus op het scherm naar het midden
van de geselecteerde borduurmotieven beweegt,
worden deze verkleind. Als u de stylus op het
scherm uit het midden van de geselecteerde
borduurmotieven beweegt, worden deze vergroot.
*HEUXLNKHWZLHOYRRUGHQDXZNHXULJHDIVWHOOLQJ
Boven het wiel kunt u de nieuwe breedte en hoogte
van het borduurmotief zien. Druk op het pictogram
Oorspronkelijke grootte om het borduurmotief weer
op de oorspronkelijke grootte te zetten.
Roteren
:DQQHHUURWHUHQLVLQJHVFKDNHOGZRUGHQGH
geselecteerde borduurmotieven om het middelpunt
van de geselecteerde borduurmotieven geroteerd.
*HEUXLNGHSLMOHQLQKHWZLHORPGHERUGXXU
motieven in stappen van één graad te roteren. Met
iedere druk op het pictogram van het midden van
het wiel worden de borduurmotieven 90 graden
rechtsom gedraaid.
Boven het wiel kunt u zien hoeveel graden
de borduurmotieven zijn geroteerd vanaf de
oorspronkelijke positie.
Schaalverdeling
Oorspronkelijke grootte
Midden van het wiel
Verplaatsen
Schaalverdeling
Roteren
Hangslot
Hangslot
Wiel
8:5
Borduurmotief in
borduurring verplaatsen
Borduurmodus - bewerken
Borduurmotief selecteren
Bij het laden van borduurmotieven in Borduur-
motief bewerken wordt het laatst geladen borduur-
motief standaard geselecteerd. Als u een ander
borduurmotief laadt, wordt het laatst geladen
ERUGXXUPRWLHIJHVHOHFWHHUG+HWSLFWRJUDPYRRU
borduurmotief selecteren wordt automatisch
geactiveerd wanneer er borduurmotieven in het
borduurgebied worden geladen.
6WHHGVZDQQHHUXRSKHWSLFWRJUDPYRRUERUGXXU
motieven selecteren drukt, selecteert u het volgende
borduurmotief in de volgorde waarin ze zijn
geladen.
Als u lang op het pictogram voor borduurmotief
selecteren drukt, worden alle borduurmotieven
in het borduurgebied geselecteerd. Om het
borduurmotief te deselecteren, drukt u buiten het
borduurmotief in het borduurgebied.
Let op: Om een borduurmotief in het borduurgebied te
bewerken, moet het borduurmotief actief zijn doordat het
is geselecteerd.
Borduurmotief in borduurring
verplaatsen
Dit wordt gebruikt om motieven die buiten de
borduurring staan in het borduurringgebied te
]HWWHQ+HWERUGXXUPRWLHIZRUGW]RGLFKWPRJHOLMN
bij de vorige positie geplaatst.
Een borduurmotief spiegelen
Om een borduurmotief horizontaal te spiegelen,
drukt u op het pictogram ’horizontaal spiegelen’.
Om verticaal te spiegelen, drukt u op het pictogram
’verticaal spiegelen’.
Een borduurmotief verwijderen
Om een borduurmotief van het borduurgebied
te verwijderen, selecteert u het gewenste
borduurmotief en drukt u op het pictogram
’verwijderen’.
+RXGKHWSLFWRJUDP·YHUZLMGHUHQ·ODQJLQJHGUXNW
om alle borduurmotieven uit het borduurgebied te
verwijderen. Er verschijnt een pop-upvenster voor
bevestiging.
Borduurmotief selecteren
Verticaal spiegelen
Horizontaal spiegelen
Verwijderen
8:6
Borduurmodus - bewerken
Optiebalk in borduurmotief
bewerken
Rechts op het scherm is een optiebalk waarmee u
kunt opslaan, zoomen, een borduurring selecteren,
een borduurtekst bewerken en overschakelen naar
borduren.
Let op: Het grijze veld rechts van de pictogrammen is
een aanraakveld, waarmee u gemakkelijker selecties kunt
maken in de optiebalk.
Opslaan in persoonlijke bestanden
Om een bestand op te slaan in uw persoonlijke
bestanden, drukt u op het pictogram ‘opslaan
in persoonlijke bestanden’. Er wordt een nieuw
venster geopend waarin u kunt selecteren waar u
uw borduurmotief wilt opslaan. U kunt opslaan
LQXZSHUVRRQOLMNHEHVWDQGHQRIRSHHQ86%
apparaat. U kunt ook mappen aanmaken om uw
borduurmotieven te organiseren.
Om de naam van het borduurmotief te veranderen,
drukt u op het pictogram ’naam veranderen’ en
YHUDQGHUWXGHQDDP'UXNRS2.RPKHWRSVODDQ
te bevestigen. Als u het opslaan wilt afbreken,
drukt u op annuleren. U keert dan terug naar
Borduurmotief bewerken.
Zoom-opties/beeld verplaatsen
Druk op het pictogram zoom-opties/beeld
verplaatsen om een uitklaplijst met zoom-opties
WHRSHQHQ*HEUXLNGHSLFWRJUDPPHQHQRP
in of uit te zoomen op het borduurgebied. De
aanpassingen worden weergegeven in procenten.
Beeld verplaatsen is altijd actief wanneer het
tabblad ’zoomopties/beeld verplaatsen’ actief is.
Zoomen naar vak laat u beslissen hoe veel en waar
XLQ]RRPWRSKHWERUGXXUJHELHG6HOHFWHHUHHUVW
]RRPHQQDDUYDN+HWSLFWRJUDP·]RRPHQQDDUYDN·
wordt omrand door een groene cirkel, die aangeeft
dat zoomen naar vak actief is. In het borduurgebied
op het PFAFF
®
creative
kleuren touchscreen drukt
en sleept u met uw stylus om het gebied te bepalen
ZDDURSPRHWZRUGHQLQJH]RRPG+HWSLFWRJUDP
’zoomen naar vak’ wordt dan uitgeschakeld.
Zoomen naar alles geeft alle borduurmotieven in
de borduurcombinatie weer in de grootst mogelijke
weergave.
Zoomen naar borduurring past de weergave zo aan
dat de geselecteerde borduurring wordt getoond.
Opslaan in persoonlijke bestanden
Zoom-opties/beeld verplaatsen
Borduurring selecteren
Borduurteksteditor
Borduren
Naam veranderen
Nieuwe map
aanmaken
Zoomen naar borduurring
Zoomen naar vak
Zoomen naar alles
Uitzoomen
Inzoomen
OK
Annu-
leren
8:7
Borduurmodus - bewerken
Borduurring selecteren
Om de juiste borduurringgrootte te selecteren,
drukt u op het pictogram voor borduurring-
selectie. Er verschijnt een uitklapmenu met
de borduurringkeuzen, waaronder ook de
borduurringen die bij uw erkende PFAFF
®
dealer
WHNRRS]LMQ*HEUXLNGHVFKXLIEDONRPPHHU
beschikbare borduurringen te zien.
Nadat u de grootte van uw borduurring heeft
geselecteerd, gaat de lijst automatisch weer dicht.
Borduurteksteditor
Als u tekst heeft gemaakt met borduurlettertypes,
kunt u de bestaande tekst aanpassen in
%RUGXXUPRWLHIEHZHUNHQ6HOHFWHHUGHWHNVWHQ
druk op het pictogram van de borduurteksteditor
op de optiebalk. Druk met de stylus op de letters
die u aan de tekst wilt toevoegen. De tekst wordt
weergegeven in het tekstgebied met de cursor
ELMGHDFWLHYHOHWWHU*HEUXLNGHSLMOHQRPYRRU
en achteruit te stappen. Druk op het pictogram
’tekenstijl’ om over te schakelen tussen hoofdletters
of kleine letters, cijfers en speciale symbolen. Druk
RS2.RPWHUXJWHNHUHQQDDU%RUGXXUPRWLHI
bewerken; uw tekst is te zien in het borduurgebied.
Een letter toevoegen in een tekst
*HEUXLNGHSLMOHQRPGHFXUVRUQDDUGHSODDWVWH
brengen waarop u een letter wilt toevoegen. Druk
op de letter. Die wordt ingevoegd op de positie van
de cursor.
Een letter verwijderen
Om één letter te verwijderen, plaatst u de cursor
na de letter die verwijderd moet worden. Druk
op het pictogram ’verwijderen’. Als u alle tekst
die u heeft geschreven wilt verwijderen, drukt u
lang op het pictogram ’verwijderen’. Er verschijnt
een pop-upbericht dat u vraagt het verwijderen te
bevestigen.
Borduren
Om uw borduurmotief/borduurmotieven te
borduren, opent u Borduren. Controleer of de
ERUGXXUHHQKHLGLVDDQJHVORWHQ6FKDNHOQDDU
Borduren door op het pictogram voor Borduren
op de optiebalk te drukken.
Borduurmodus
Pijlen
Verwijderen
Cursor OK
Tekenstijl
Tekstgebied
Ruimte
Verwijderen
Borduurteksteditor
Borduren
8:8
Borduurmodus - bewerken
Pop-ups voor het bewerken van
borduurmotieven
Verwijder de borduurring
Deze pop-up verschijnt wanneer er een functie is
gekozen waardoor de borduureenheid buiten de
limieten voor de bevestigde borduurring moet
gaan. Verwijder de borduurring en druk op OK
zodat de borduurarm vrij kan bewegen. Druk op
Annuleren om de functie af te breken.
Borduurmotievencombinatie is te complex
Dit pop-upbericht verschijnt om één van de
volgende redenen:
 'HERUGXXUPRWLHYHQFRPELQDWLHEHYDWWHYHHO
kleurblokken.
 'HFRPELQDWLHKHHIWWHYHHOERUGXXUPRWLHYHQ
 'HERUGXXUPRWLHYHQFRPELQDWLHGLHX
probeert te maken, bevat teveel steken. Uw
borduurmotievencombinatie kan maximaal
ongeveer 500.000 steken hebben.
9
Borduurmodus –
borduren
9:2
Borduurmodus - borduren
Borduren openen
Om uw borduurmotief/borduurmotieven te borduren, opent u Borduren. Controleer of de
borduureenheid is aangesloten voordat u Borduren opent.
Borduren - overzicht
Basis precise positioning
Zoom-opties/beeld
verplaatsen
Borduurringpositie
Lijst met kleurblokken
Terug naar
Borduurmotief
bewerken
Monochroom
Rijgen
Huidige steek in het huidige
kleurblok
Kruisje
Huidige steek in het borduurmotief
of de combinatie
Draadspanning
Steek voor steek
stappen
Snelheidsregelaar
Snelheidsregeling
Met deze functie kunt u de borduursnelheid
eenvoudig verlagen. U drukt gewoon op de
snelheidsregeltoets op de voorkant van de machine,
om de snelheid te verlagen. Deselecteer de toets om
terug te keren naar de maximumsnelheid.
U kunt de snelheidslimiet op uw machine
veranderen. Druk lang op de snelheidsregeltoets
om een pop-up op te roepen. Stel de gewenste
snelheidslimiet in met de schuif en sluit dan de pop-
up. Nadat u op het snelheidsregelpictogram heeft
gedrukt, wordt de snelheid verlaagd tot de limiet die
u heeft gekozen. Als er een snelheidslimiet actief is,
wordt er een snelheidsregelsymbool weergegeven in
de linker bovenhoek van de borduurmodus.
Let op: U kunt doorgaan met borduren zonder het pop-up
venster te sluiten.
Snelheidsregelsymbool in de linker
bovenhoek in Borduren
Snelheidsregeltoets
9:3
Borduurmodus - borduren
Kruisje
Tijdens het borduren geeft een kruisje de huidige
naaldpositie op het scherm aan.
Rijgen
Met rijgen kunt u uw stof op een versteviging
vastmaken. Dit is vooral handig wanneer de stof
waarop u gaat borduren niet in de borduurring kan
worden gespannen. Rijgen geeft ook ondersteuning
aan rekbare materialen.
Druk op het rijgpictogram om rijgen in te schakelen.
De machine maakt een rijgsteek rondom het
borduurmotiefgebied om aan te geven waar het
borduurmotief op de stof komt te staan.
Let op: De kleurblokkenlijst kan niet worden geopend
wanneer rijgen is geactiveerd en wordt gebruikt.
Monochroom
Druk op het pictogram om monochroom borduren
te activeren. Alle borduurmotieven worden
weergegeven in een grijze kleur en de machine
stopt niet voor kleurblokwissels. Druk opnieuw
op het pictogram om monochroom borduren uit te
schakelen.
Steek voor steek stappen
Druk op + om steek voor steek vooruit te gaan en
op - op steek voor steek achteruit te gaan. Gebruik
het pictogram - om een paar stappen terug te gaan
als de bovendraad breekt of op is. Houd ingedrukt
om snel door de steken heen te gaan. Het kruisje
volgt de steken in het borduurgebied.
Draadspanning
Bij het borduren met speciaal garen of speciale
stof kan het nodig zijn de draadspanning aan te
passen voor het beste resultaat. De draadspanning
kan omhoog of omlaag worden aangepast met
de + en de -. Wanneer u de draadspanning heeft
verhoogd of verlaagd, veranderen de cijfers boven
de instelling van kleur. Hoe hoger het nummer hoe
hoger de draadspanning.
Kruisje
Rijgen
Monochroom
Steek voor steek stappen
Draadspanning
9:4
Borduurmodus - borduren
Borduurinformatie
De huidige steek in het huidige kleurblok staat
naast het kleurbloksymbool. Het getal tussen
haakjes laat het totale aantal steken van het huidige
kleurblok zien.
De huidige steek in het borduurmotief of de
combinatie staat naast het vlindersymbool. Het
getal tussen haakjes laat het totale aantal steken in
het borduurmotief of de combinatie zien.
Optiebalk
Aan de rechterkant van het scherm staat een
optiebalk met de volgende keuzemogelijkheden:
basis precise positioning, zoom-opties/beeld
verplaatsen, borduurringpositie, kleurblokkenlijst
en terug naar Borduren.
Let op: Het grijze veld rechts van de pictogrammen is
een aanraakveld, waarmee u gemakkelijker selecties kunt
maken in de optiebalk.
Basis precise positioning
Met ‘basis precise positioning’ kunt u een
borduurmotief op een precieze plek op uw stof
plaatsen. Het wordt ook gebruikt wanneer u een
borduurmotief naast een eerder geborduurd motief
wilt borduren.
Gebruik zoom-opties/beeld verplaatsen om er
zeker van te zijn dat u het borduurmotief precies
daar plaatst waar u het wilt hebben. Nauwkeurig
afstellen met het wiel.
Lees meer over het gebruik van basis precise
positioning op pagina 9:7.
Basis precise positioning
Zoom-opties/beeld verplaatsen
Borduurringpositie
Lijst met kleurblokken
Terug naar Borduurmotief
bewerken
1. Vergrendelpunt
2. Borduurring
plaatsen
Wiel
Hoekpictogrammen
Zoom-opties/beeld verplaatsen
Wielinstelling
Basis precise positioning
Huidige steek in het
huidige kleurblok
Huidige steek in het
borduurmotief of de
combinatie
9:5
Borduurmodus - borduren
Zoomen naar
borduurring
Zoomen naar vak
Zoomen naar alles
Uitzoomen
Inzoomen
Zoom-opties/beeld verplaatsen
Druk op het pictogram zoom-opties/beeld
verplaatsen om een uitklaplijst met zoom-opties
te openen. Gebruik de pictogrammen + en - om
in of uit te zoomen op het borduurgebied. De
aanpassingen worden weergegeven in procenten.
Beeld verplaatsen is altijd actief.
Zoomen naar vak laat u beslissen hoe veel en waar
u inzoomt op het borduurgebied. Selecteer eerst
zoomen naar vak. Het pictogram ‘zoomen naar vak’
wordt omrand door een groene cirkel, die aangeeft
dat zoomen naar vak actief is. In het borduurgebied
op het PFAFF
®
creative
kleuren touchscreen drukt
en sleept u met uw stylus om het gebied te bepalen
waarop moet worden ingezoomd. Zoomen naar vak
wordt dan uitgeschakeld.
Zoomen naar alles geeft alle borduurmotieven in
de borduurcombinatie weer in de grootst mogelijke
weergave.
Zoomen naar borduurring past de weergave zo aan
dat de geselecteerde borduurring wordt getoond.
Borduurringpositie
Gebruik de borduurringpositie-functies om de
borduurring in verschillende posities te verplaatsen.
Huidige positie
Wanneer u terug wilt keren naar de huidige steek
en door wilt gaan met borduren waar u was
gestopt, drukt u op het pictogram ‘huidige positie’.
U kunt ook eenmaal op de start/stoptoets drukken
om terug te keren naar de huidige steek en te
beginnen met borduren.
Parkeerpositie
Wanneer u uw borduurmotief hebt voltooid,
verwijdert u de borduurring en selecteert u
‘parkeerpositie’. De borduurarm wordt in een
positie geplaatst waarin de eenheid kan worden
opgeborgen.
Let op: Het is zeer belangrijk dat de borduurring wordt
verwijderd, anders kan de ring worden beschadigd.
9:6
Borduurmodus - borduren
Spoelpositie
Druk op ‘spoelpositie’ om de spoel eenvoudiger te
kunnen vervangen. De borduurring beweegt naar
achteren, waardoor u het spoelhuisdeksel kunt
openen en de lege spoel kunt vervangen.
Knippositie
Met ‘knippositie’ wordt de borduurring naar u toe
gebracht waardoor u eenvoudiger sprongsteken
kunt afsnijden en stof kunt bijknippen wanneer u
bijvoorbeeld een applicatie borduurt.
Middenpositie
Gebruik de middenpositie als u wilt controleren
waar de middenpositie van de borduurring op de
stof wordt geplaatst.
Lijst met kleurblokken
Alle kleuren in de geladen borduurmotieven
worden weergegeven in de volgorde waarin ze
worden geborduurd. Van iedere kleur op de lijst
zijn de kleurvolgorde en het nummer weergegeven.
Gebruik de schuifbalk om alle kleuren in de lijst te
zien. Druk op een kleurblok in de kleurblokkenlijst
om de huidige steek in te stellen als eerste steek van
dat kleurblok.
Voor borduurmotieven in .VP3- en .VIP-formaat
wordt het garennummer weergegeven. De
garenfabrikant wordt weergegeven wanneer u
Quick help gebruikt voor een kleurblok.
Voorbeeld (A): 1:2, 2296 betekent dat de tweede
garenkleur in het eerste geladen borduurmotief kleur
nummer 2296 is.
Terug naar Borduurmotief bewerken
Als u terug wilt keren naar Borduurmotief
bewerken, drukt u op het pictogram ‘terug naar
Borduurmotief bewerken’ op de optiebalk. Als u
terugkeert naar Borduurmotief bewerken, gaat de
borduurarm naar de parkeerpositie.
Let op: Het is zeer belangrijk dat de borduurring wordt
verwijderd voordat u terugkeert naar Borduurmotief
bewerken, anders kan de borduurring worden beschadigd.
Terug naar
Borduurmotief bewerken
A
9:7
Borduurmodus - borduren
Basis precise positioning gebruiken
Vergrendelpunt selecteren
Selecteer het vergrendelpunt (A). Plaats het groene
kruisje waar u het vergrendelpunt wilt hebben in
uw borduurmotief. Het vergrendelpunt is een punt
op het borduurmotief op het scherm dat u kunt
laten samenvallen met een punt op de stof in de
borduurring. Als u het vergrendelpunt in een hoek
wilt instellen, gebruikt u de hoekpictogrammen.
Gebruik ‘zoomen naar kruisje’ om het kruisje
precies daar te plaatsen waar u het wilt hebben.
Borduurringpositie selecteren
De volgende stap is het activeren van de
borduurringpositie (2). Het groene kruisje wordt
op het scherm vergrendeld en verandert van
groen in zwart met een ring om het midden van
het vergrendelpunt. Nu kunt u het borduurmotief
nauwkeurig plaatsen. Sleep op het scherm met
de stylus of gebruik de pijlen op het wiel om de
borduurring onder de naald te plaatsen. Blijf
verplaatsen totdat de naald precies boven het punt
op de stof staat dat u overeen wilt laten komen.
Controleer de positie door de naald met het
handwiel omlaag te brengen. Gebruik de pijlen van
het wiel om indien nodig nauwkeurig af te stellen.
De positie van de naald geeft aan waar het
vergrendelpunt op de stof wordt geplaatst.
Waarschuwing naald uitschakelen
Als u probeert de borduurring te verplaatsen
wanneer de naald omlaag staat, verschijnt er een
pop-up. Om een lage naaldpositie mogelijk te
maken, drukt u in het vakje zodat er een vinkje
verschijnt. De naald kan dan dicht bij de stof blijven
wanneer u basis precise positioning gebruikt.
Controleer wel of de naald boven de stof staat om
schade aan de naald en de stof te voorkomen.
Let op: De waarschuwing kan niet worden uitgeschakeld
wanneer de naald onder de steekplaat is.
Zoomen naar kruisje
in zoom-opties/beeld
verplaatsen
1. Vergrendelpunt
2. Borduurring plaatsen
Zoom-opties/beeld verplaatsen
Hoekpictogrammen
Wiel
9:8
Borduurmodus - borduren
Hoekpictogrammen
Gebruik de hoekpictogrammen om het aansluitpunt
in een hoek van het borduurmotief in te stellen.
Dit is de makkelijkste en snelste manier omdat het
aansluitpunt automatisch precies in de hoek wordt
geplaatst. Dat is handig wanneer u een ontwerp op
een stof met dessin plaatst.
De hoekpictogrammen kunnen ook worden
gebruikt wanneer het vergrendelpunt is
geselecteerd. Wanneer u op een van de
pictogrammen drukt, wordt het geselecteerde punt
automatisch ingesteld op de bijbehorende positie:
dat wil zeggen in een hoek of in het midden van het
borduurmotief.
Wanneer u bijvoorbeeld het hoekpictogram
linksboven kiest, wordt het aansluitpunt ingesteld
in de linker bovenhoek op de buitenste lijn van de
motieven. Hierna kunt u doorgaan en uw eigen
aanpassingen maken aan het aansluitpunt.
Het borduurmotiefgebied bepalen
De hoekpictogrammen kunnen ook worden
gebruikt om het gebied van het borduurmotief
te bepalen door één voor één op de vier
hoekpictogrammen te drukken. U kunt het midden
van het borduurmotief weer vinden door op het
centreringspictogram te drukken.
Zoomen naar kruisje
Druk op het pictogram voor zoomen naar kruisje
om het beeld te verplaatsen naar de huidige positie
van het kruisje en zoveel mogelijk in te zoomen op
het scherm. U kunt het vergrendel- en aansluitpunt
precies plaatsen waar u ze wilt hebben.
Zoomen
naar kruisje
Hoekpictogrammen
9:9
Borduurmodus - borduren
Algemene pop-ups voor Borduren
Borduureenheid kalibreren
Wanneer de borduureenheid wordt bevestigd,
vraagt een pop-up u om de borduurring eraf te
schuiven en het gebied om de machine vrij te maken
voor het kalibreren van de borduurarm. U wordt
er ook aan herinnerd om het IDT
systeem uit te
schakelen en de juiste borduurvoet te bevestigen.
Let op: Het is zeer belangrijk dat u de borduurring
verwijdert, anders kunnen de borduurring of de
borduureenheid worden beschadigd tijdens het kalibreren.
Bevestig de correcte borduurring
Als de afmeting van de borduurring die op de
machine is bevestigd niet overeenkomt met de
afmeting die op het scherm staat, kan de machine
niet borduren. U moet de borduurring met
de grootte die in de pop-up staat aangegeven
aanbrengen of de borduurringinstelling veranderen.
Om de borduurringinstellingen te veranderen, keert
u terug naar Borduurmotief bewerken en drukt u
op het pictogram ‘borduurring selecteren’.
Spoel leeg - naar spoelpositie gaan?
Wanneer de onderdraad bijna op is, verschijnt er
een pop-upbericht dat u erop wijst dat de spoel
binnenkort moet worden vervangen. Dit geeft u de
mogelijkheid te plannen waar u gaat stoppen met
borduren om de spoel te vervangen.
U kunt borduren totdat de draad helemaal op is.
Druk op de start/stoptoets om door te gaan met
borduren zonder de pop-up ‘spoel leeg’ te sluiten.
Druk op ‘annuleren’ om op de huidige steekpositie
te blijven. Druk op OK om de borduurring naar de
spoelpositie te brengen. De borduurringpositietab
wordt geopend. Vervang het lege spoeltje door een
volle. Druk op Huidige positie en trek overtollige
bovendraad naar achteren. Druk op start/stop
of druk uw voetpedaal in om door te gaan met
borduren.
9:10
Borduurmodus - borduren
Bovendraad controleren
De machine stopt automatisch als de bovendraad op
is of breekt. Rijg de bovendraad opnieuw in, sluit de
pop-up, ga een paar steken terug en ga weer door
met borduren.
Draaduiteinde afsnijden
Als sprongsteken afsnijden niet is ingeschakeld in
machine-instellingen in het Menu Instellingen, stopt
de machine nadat er enkele steken zijn genaaid.
Knip de draad af en druk op start/stop om door te
gaan met borduren.
Een naald voor open borduurwerk aanbrengen
(optioneel accessoire)
Sommige opengewerkte borduurmotieven kunnen
worden geborduurd met de optionele PFAFF
®
Naaldenset voor Open Borduurwerk (art.nr. 820
945-096). Deze borduurmotieven zijn gemarkeerd
met een symbool voor open borduurwerk in de
creative
3.0 Borduurcollectie. Wanneer de machine
stopt en dit pop-upbericht verschijnt, brengt u de
bijbehorende open-borduurwerknaald aan. Druk op
OK en druk op de start/stoptoets om verder te gaan
met borduren.
Let op: Deze opengewerkte borduurmotieven
kunnen ook worden geborduurd zonder naalden
voor open borduurwerk; het kleurblok voor de open
borduurwerknaald moet dan wel handmatig worden
opengeknipt. Als u met de hand knipt, gaat u naar het
volgende kleurblok van de kleurblokkenlijst wanneer de
pop-up verschijnt.
Machine moet rusten
Als de machine stopt en deze pop-up op het scherm
verschijnt, moet de machine rusten. Wanneer het
OK-pictogram is ingeschakeld, kunt u doorgaan
met borduren. Het resultaat van het borduurmotief
wordt hier niet door beïnvloed.
10
Persoonlijke bestanden
10:2
Persoonlijke bestanden
Persoonlijke bestanden
*HEUXLNSHUVRRQOLMNHEHVWDQGHQRPDOXZERUGXXUPRWLHYHQHQOHWWHUW\SHVWHRUJDQLVHUHQWRHWHYRHJHQWH
YHUZLMGHUHQHQWHNRSLsUHQ*HEUXLNKHWLQJHERXZGHJHKHXJHQRIHHQH[WHUQDSSDUDDWGDWRSXZPDFKLQH
is aangesloten voor het opslaan.
Persoonlijke bestanden - overzicht
Eén mapniveau
omhoog
Nieuwe map aanmaken
USB-apparaten
(alleen zichtbaar
wanneer een
apparaat is
aangesloten)
Knippen
Kopiëren Plakken
Naam van bestand of map veranderen
Persoonlijke
bestanden
Lijst/miniatuurweergave
Bestandsformaten
Uw machine kan de volgende bestandsformaten
laden:
 6+9'+9939,3+863(&3(6
3&6;;;6(:-()(;3HQ'67
ERUGXXUEHVWDQGHQ
 9)ERUGXXUOHWWHUW\SHEHVWDQGHQ
Let op: Als het bestandstype of de bestandsversie niet
wordt ondersteund door uw machine of als het bestand is
beschadigd, wordt het weergegeven in het selectiegebied
als niet herkend bestand.
Beschikbaar geheugen
In het ingebouwde geheugen kunnen borduur-
motieven, lettertypen en andere bestanden worden
opgeslagen. Om te controleren hoeveel ruimte er
nog vrij is in het ingebouwde geheugen, opent u het
Menu Instellingen. Druk op machine-informatie op
de selectiebalk rechts.
Machine-informatieMenu Instellingen
10:3
Persoonlijke bestanden
Bladeren door persoonlijke
bestanden
Om de persoonlijke bestanden te openen, opent
XHHUVWKHWVHOHFWLHPHQX6HOHFWHHUSHUVRRQOLMNH
bestanden in de selectiebalk rechts op het scherm.
In uw persoonlijke bestanden kunt u borduur-
motieven, lettertypes en uw eigen aangepaste
borduurmotieven opslaan.
Maak mappen en organiseer uw persoonlijke
bestanden zo dat u uw favorieten gemakkelijk
kunt vinden.
USB-apparaten
8NXQWHHQ86%DSSDUDDWGDWRSGH86%SRRUWLV
DDQJHVORWHQGRRU]RHNHQ+HWSLFWRJUDPYDQKHW
86%DSSDUDDWLVDOOHHQEHVFKLNEDDUZDQQHHUHUHHQ
apparaat is aangesloten.
'UXNRSKHW86%DSSDUDDWRPGHLQKRXGWH]LHQLQ
het selectiegebied. Bestanden worden weergegeven
als miniatuur of met een pictogram.
Lijst-/miniatuurweergave
Druk op het pictogram voor lijst-/miniatuur-
weergave om de bestanden weer te geven
in een lijst met meer ruimte voor de tekens
YDQGHEHVWDQGVQDDP9DQLHGHUEHVWDQG
worden de bestandsnaam en het bestandstype
weergegeven. Druk opnieuw op het pictogram
lijst-/miniatuurweergave om terug te keren naar
miniatuurweergave.
Een bestand laden
Om een bestand te laden, drukt u lang op het
JHZHQVWHEHVWDQG*HEUXLNGHVFKXLIEDONRP
omlaag te schuiven in de map. U kunt één bestand
tegelijk openen.
Een map openen
Om een map te openen in persoonlijke mappen,
drukt u lang op de map. De inhoud van de map
wordt weergegeven op het scherm.
Eén mapniveau omhoog
*HEUXLNKHWSLFWRJUDP¶ppQPDSQLYHDXRPKRRJ·
om door de niveaus van mappen te lopen. U kunt
helemaal omhoog gaan naar het basisniveau. Op het
scherm ziet u de bestanden en mappen van ieder
niveau terwijl u er doorheen loopt.
USB-apparaat
Lijst-/miniatuurweergave
Eén mapniveau
omhoog
Selectiemenu Persoonlijke bestanden
Nieuwe map maken
10:4
Persoonlijke bestanden
Organiseren
Een nieuwe map maken
Druk op het pictogram ‘nieuwe map aanmaken’ om
een nieuwe map aan te maken. Er gaat een pop-up
open waarin u een naam voor uw map kunt invoeren.
Een bestand of map verplaatsen
*HEUXLNNQLSSHQHQSODNNHQRPHHQEHVWDQGRIPDS
HUJHQVDQGHUVRSWHVODDQ6HOHFWHHUKHWEHVWDQGRIGH
map en druk dan op ‘knippen’. Open de map waarin u
het bestand of de map wilt plaatsen. Druk op ‘plakken’.
Een bestand of map kopiëren
*HEUXLNNQLSSHQHQSODNNHQRPHHQEHVWDQGRIPDS
HUJHQVDQGHUVRSWHVODDQ6HOHFWHHUKHWEHVWDQGRIGH
map en druk dan op ‘kopiëren’. Open de map waarin u
het bestand of de map wilt plaatsen. Druk op ‘plakken’.
Een bestand of map verwijderen
Om een bestand of map te verwijderen, markeert u
deze en drukt u op ‘verwijderen’. Een pop-up vraagt
u het verwijderen te bevestigen. Als een map wordt
verwijderd, worden ook alle bestanden die in de map
staan verwijderd.
Om alle bestanden en mappen uit de huidige map
te verwijderen, drukt u lang op het pictogram
‘verwijderen’.
Naam van een bestand of map veranderen
6HOHFWHHUGHPDSRIKHWEHVWDQGZDDUYDQXGHQDDP
wilt veranderen en druk dan op het pictogram ‘naam
veranderen’ om een pop-up te openen waarin u de
naam kunt veranderen.
Algemene pop-ups van de
persoonlijke bestanden
Weinig ruimte beschikbaar in geheugen
Uw machine kan bestanden opslaan in het ingebouwde
JHKHXJHQ:DQQHHUKHWJHKHXJHQYROLVNXQWX]H
naar een extern apparaat verplaatsen met de functies
knippen en plakken.
:DQQHHUHUQRJPDDUHHQNOHLQJHGHHOWHYDQKHW
geheugen over is, meldt uw machine u dat eenmaal.
Als u het geheugen blijft vullen, geeft de machine geen
herinnering meer totdat het geheugen helemaal vol is.
Systeem bezet
:DQQHHUGHPDFKLQHEHVWDQGHQODDGWRSVODDWRI
verplaatst of met iets bezig is dat tijd vergt, is de
pop-up ‘systeem bezet’ te zien.
Nieuwe map aanmaken
Knippen
Kopiëren
Plakken
Naam van bestand
of map veranderen
Ver-
wijderen
11
Onderhoud
11:2
B
A
D
C
Onderhoud
De naaimachine reinigen
Maak uw naaimachine regelmatig schoon om ervoor te
zorgen dat uw machine goed blijft werken. De machine
hoeft niet te worden gesmeerd (geolied).
Neem de buitenkant van uw naaimachine af met een
zachte doek om eventueel opgehoopt stof of textielresten
te verwijderen.
Let op: Het gebruik van reinigings- of oplosmiddelen op de
naai- en borduurmachine kan het materiaal van de machine
beschadigen.
Veeg het touchscreen schoon met het microvezeldoekje
dat bij uw machine wordt geleverd.
Het spoelhuis schoonmaken
Let op: Breng de transporteur omlaag (zie pagina 2:9)
en schakel de machine uit.
Verwijder de naaivoet en schuif het spoelhuisdeksel open.
Plaats een schroevendraaier onder de steekplaat zoals
te zien is op de afbeelding en draai de schroevendraaier
voorzichtig om de steekplaat los te wrikken. Maak
de transporteur schoon met het borsteltje dat bij de
accessoires zit.
Het gedeelte onder het spoelhuis schoonmaken
Maak het gedeelte onder het spoelhuis schoon na diverse
naaiprojecten of wanneer u merkt dat zich textielresten in
het spoelhuisgedeelte hebben opgehoopt.
Til de spoelhuishouder (A) die het voorste deel van het
spoelhuis afdekt op en verwijder de houder. Verwijder
het spoelhuis (B) door dit op te tillen. Reinig met het
borsteltje.
Let op: Wees voorzichtig wanneer u om het
draadmesje (C) heen schoonmaakt.
Plaats het spoelhuis en de spoelhuishouder weer terug.
Let op: Blaas geen lucht in het spoelhuisgedeelte. Het stof en de
pluisjes worden dan in uw machine geblazen.
Let op: Als u de optionele PFAFF
®
Naalden voor Open
Borduurwerk gebruikt, moet u het spoelgedeelte na ieder
geborduurd borduurmotief/project schoonmaken.
De steekplaat vervangen
Plaats met de transporteur omlaag de steekplaat met
de knop in de gleuf aan de achterkant (D). Duw de
steekplaat omlaag totdat hij op zijn plaats klikt. Schuif het
spoelhuisdeksel weer op zijn plaats.
Niet-originele onderdelen en accessoires
De garantie geldt niet voor storingen of schade als
gevolg van het gebruik van niet-originele accessoires of
onderdelen.
11:3
Onderhoud
Probleem/oorzaak Oplossing
Algemene problemen
Spoelsignaal werkt niet? Verwijder de textielresten uit het spoelhuis en gebruik alleen de
originele PFAFF
®
spoelen die voor dit model zijn goedgekeurd.
Wordt de draad niet afgesneden met 'draad afsnijden'? Verwijder de steekplaat en verwijder textielresten uit het
spoelgedeelte.
Schakel automatisch draadafsnijden in in het Menu Instellingen.
Stof wordt niet getransporteerd? Zorg ervoor dat de machine niet in de free-motionmodus staat. Zie
hoofdstuk 4.
Zorg ervoor dat de transporteur niet is verzonken en dat de
borduureenheid niet is bevestigd.
Verkeerde steek, onregelmatige of smalle steek? Schakel tweelingnaald of steekbreedtebeveiliging uit in het Menu
Instellingen.
De naald breekt? Breng de naald correct aan, zoals beschreven staat in hoofdstuk 2.
Breng de juiste naald aan voor de stof.
De machine naait niet? Controleer of alle stekkers goed in de machine en in het stopcontact
zitten.
Controleer of het snoer van het voetpedaal goed is aangesloten op
het voetpedaal.
Duw de spoelgeleider in de naaipositie.
Geeft het PFAFF
®
creative
kleuren-touchscreen het
opstartscherm weer?
Raak het touchscreen aan om het te activeren.
Zet de screensaver uit in het Menu Instellingen.
Worden de pictogrammen op het touchscreen niet
geactiveerd wanneer u erop drukt?
Sluit eventuele pop-ups die het scherm blokkeren.
Het touchscreen kalibreren. U vindt 'touchscreen kalibreren' in het
Menu Instellingen.
Het scherm van de naai- en borduurmachine en/of de
functietoetsen reageren niet op aanrakingen?
De contacten en functietoetsen van de machine kunnen gevoelig
zijn voor statische elektriciteit. Als het scherm niet op aanrakingen
reageert, zet u de machine UIT en weer AAN. Neem contact op met
uw erkende PFAFF
®
dealer als het probleem blijft bestaan.
De naaimachine slaat steken over
Heeft u de naald op de juiste wijze geplaatst? Vervang de naald en breng de naald correct aan, zoals beschreven
staat in hoofdstuk 2.
Heeft u een verkeerde naald ingezet? Gebruik naaldsysteem 130/705 H.
Is de naald krom of bot? Plaats een nieuwe naald.
Heeft u de naaimachine op de juiste wijze ingeregen? Controleer hoe de machine is ingeregen.
Wordt de juiste naaivoet gebruikt? Bevestig de juiste naaivoet.
Is de naald te dun voor de draad? Vervang de naald.
Beweegt de stof omhoog en omlaag met de naald tijdens
het naaien of borduren uit de vrije hand?
Bevestig de Dynamisch verende voet 6D (optioneel accessoire,
onder deelnummer 820991-096). Als u naaivoet 6A gebruikt, ver-
minder dan de naaivoethoogte bij borduurinstellingen. Verlaag de
naaivoethoogte in de opties voor naaien uit de vrije hand als u naait.
De bovendraad breekt
Heeft u de naald op de juiste wijze geplaatst? Vervang de naald en breng de naald correct aan, zoals beschreven
staat in hoofdstuk 2.
Heeft u een verkeerde naald ingezet? Gebruik naaldsysteem 130/705 H.
Is de naald krom of bot? Plaats een nieuwe naald.
Heeft u de naaimachine op de juiste wijze ingeregen? Controleer hoe de machine is ingeregen.
Problemen oplossen
In deze gids voor het oplossen van problemen vindt u oplossingen voor problemen die u kunt ondervinden
PHWXZPDFKLQH1HHPYRRUPHHULQIRUPDWLHFRQWDFWRSPHWXZSODDWVHOLMNHRIÀFLsOH3)$))
®
dealer, die u
graag zal helpen.
11:4
Onderhoud
Is de naald te dun voor de draad? Vervang de naald die groot genoeg is voor de draad.
Gebruikt u garen van slechte kwaliteit of garen dat is
uitgedroogd?
1HHPQLHXZJDUHQYDQEHWHUHNZDOLWHLWGDWXELMHHQRIÀFLsOH
PFAFF
®
dealer hebt gekocht.
Wordt de juiste garenschijf gebruikt? Bevestig een garenschijf die de juiste maat heeft voor het gebruikte
garenklosje, zoals beschreven staat in hoofdstuk 2.
Staat de garenpen in de beste positie? Gebruik een andere garenpenpositie (verticaal of horizontaal)
Is het gat in de steekplaat beschadigd? Vervang de steekplaat.
De spoeldraad breekt
Heeft u de spoel op de juiste wijze geplaatst? Controleer de onderdraad.
Is het gat in de steekplaat beschadigd? Vervang de steekplaat.
Zitten er veel textielresten in het spoelhuisgedeelte? Verwijder de textielresten uit het spoelhuis en gebruik alleen de
originele PFAFF
®
spoelen die voor dit model zijn goedgekeurd.
Is de spoel goed opgewonden? Spoel garen op een nieuw spoeltje, zoals beschreven staat in
hoofdstuk 2.
De naad heeft ongelijke steken
Is de draadspanning goed afgesteld? Controleer de bovendraadspanning en hoe de machine is
ingeregen.
Gebruikt u te dik draad of naaigaren van slechte kwaliteit? Vervang het garen.
Is de onderdraad gelijkmatig opgewonden? Controleer het opwinden van de spoel. Zie hoofdstuk 2.
Wordt er een correcte naald gebruikt? Breng een geschikte naald aan op de juiste manier, zoals
beschreven staat in hoofdstuk 2.
De naaimachine transporteert niet of onregelmatig
Heeft u de naaimachine op de juiste wijze ingeregen? Controleer hoe de machine is ingeregen.
Zijn er pluisjes opgehoopt tussen de tanden van de
transporteur?
Verwijder de steekplaat en maak de transporteur met een borsteltje
schoon.
Stof wordt niet getransporteerd? Zorg ervoor dat de transporteur niet is verzonken en dat de
borduureenheid niet is bevestigd.
Er worden draadlussen gevormd op de onderkant van het borduurmotief
Is het borduurmotief te hoog geworden om vrij onder de
naaivoet te kunnen bewegen?
Verhoog de naaivoethoogte in het Menu instellingen met kleine
stapjes totdat het probleem is opgelost.
Het borduurmotief is vervormd
Is de stof goed gespannen in de borduurring? De stof moet strak worden gespannen.
Is de binnenste borduurring helemaal in de buitenste
borduurring aangebracht?
Span de stof zodanig in dat de binnenste borduurring altijd precies
op de buitenste borduurring aansluit.
Is het gebied om de borduurarm vrij? Maak het gebied om de borduureenheid vrij en kalibreer opnieuw.
Het borduurmotief is gerimpeld
Heeft u uw stof voldoende verstevigd? Controleer of u de juiste versteviging gebruikt voor uw techniek of
stoftype.
De machine borduurt niet
Is de borduureenheid bevestigd? Controleer of de borduureenheid goed in de houder is bevestigd.
Is de verkeerde borduurring bevestigd? Schuif de juiste borduurring op de machine
Systeemrapport
Laat uw machine de pop-up met het systeemrapport zien? Wanneer de pop-up met het systeemrapport verschijnt, gaat u
naar persoonlijke bestanden/Rapport om het bestand te zoeken.
Sla het bestand op een USB-stick op. Stuur het bestand samen
met een korte beschrijving van wat u deed voordat de pop-up
verscheen naar product.improvement@pfaff.com. Verwijder het
bestand van de machine nadat u het heeft verstuurd.
Index
11:5
INDEX
A
Aanbeveling - naaivoet .................................................... 4:2
Aanbeveling voor het verzinken van de transporteur 4:8
Aan de slag met borduren ............................................... 7:5
Aanpassingen aan het borduurmotief ........................... 8:5
Borduurmotief in borduurring verplaatsen ....................... 8:5
Spiegelen ................................................................................. 8:5
Verwijderen ............................................................................ 8:5
Aansluiten op en loskoppelen van USB-poort ........... 2:12
De USB embroidery stick gebruiken ................................. 2:12
Aansluiting borduureenheid ........................................... 1:9
Aansluiting borduurring.................................................. 1:9
Aansluiting Sensormatic-knoopsgatvoet....................... 1:8
Aanvullende software .................................................... 2:12
Accessoiredoos ........................................................... 1:9, 2:3
Accessoires ....................................................................... 1:10
Achteruitnaaien ................................................................. 1:8
Achteruitnaai-indicator ............................................. 1:8, 3:7
Achteruitnaaitoets .................................. 3:7, 4:10, 4:11, 4:12
Actie-indicator ............................................................ 1:8, 3:7
Afhechten begin .............................................................. 4:10
Afhechten einde .............................................................. 4:10
Afhechtopties ............................................................ 4:2, 4:10
Afhechten begin ................................................................... 4:10
Afhechten einde ................................................................... 4:10
Draden afsnijden .................................................................. 4:10
Ajoursteken ...................................................................... 1:15
Alfabetten ......................................................................... 1:16
Algemene pictogrammen ................................................ 3:8
Lang drukken ......................................................................... 3:8
OK en annuleren .................................................................... 3:8
Schuifbalk................................................................................ 3:8
Annuleren ................................................................... 3:8, 8:6
Automatische naaivoetlichter ......................................... 3:4
B
Balans .................................................................................. 4:5
Basis precise positioning ........................................... 9:2, 9:4
Basis precise positioning, hoe te gebruiken .................. 9:7
Beginaanzicht ..................................................................... 4:2
Belangrijke informatie over reeksen ............................... 5:6
Beschikbaar geheugen .................................................... 10:2
Bestand, laden .................................................................. 10:3
Bestandsformaten............................................................ 10:2
Bevestig borduurvoet 6A ................................................. 7:2
Bijgeleverde accessoires ................................................. 1:10
Bijgeleverde borduurringen .......................................... 1:10
Bladeren door persoonlijke bestanden......................... 10:3
Bladerpijlen ........................................................................ 3:8
Blindzoomsteek ............................................................... 4:14
Elastische blindzoomsteek ................................................. 4:14
Blindzoomvoet met IDT™ systeem .............................. 1:11
Bloemen en siersteken .................................................... 1:16
Borduren ................................. 7:5, 8:2, 8:6, 8:7, 9:2, 9:2–9:10
Borduurarm ....................................................................... 1:9
Borduurcollectie .............................................................. 1:10
Borduureenheid ................................................................ 1:9
Overzicht ................................................................................. 7:2
Borduureenheid aansluiten ............................................. 7:3
Borduureenheid kalibreren ............................................. 9:9
Borduureenheid overzicht ............................................... 7:2
Borduureenheid verwijderen .......................................... 7:3
Borduurgaren ......................................................... 2:10, 2:11
Borduurinformatie ............................................................ 9:4
Borduurinstellingen .......................................................... 3:5
Borduurlettertypebestand .............................................. 10:2
Borduurlettertypes ............................................................ 8:3
Borduurmodus .................................................... 3:2, 7:5, 8:2
Borduurmotief ................................................................... 8:3
Laden ....................................................................................... 8:3
Selecteren ................................................................................ 8:5
Spiegelen ................................................................................. 8:5
Verwijderen ............................................................................ 8:5
Borduurmotiefbestand ................................................... 10:2
Borduurmotief bewerken .......................................... 8:2–8:8
Borduurmotiefgebied, bepalen ....................................... 9:8
Borduurmotief in borduurring verplaatsen ........... 8:2, 8:5
Borduurmotief laden ........................................................ 8:3
Borduurmotief selecteren .......................................... 8:2, 8:5
Borduurmotief spiegelen ................................................. 8:5
Borduurmotief verwijderen ............................................. 8:5
Borduurmotieven .............................................................. 8:3
Borduurmotieven, ingebouwde ...................................... 7:3
Borduurringklemmen ..................................................... 1:10
Borduurring, op/van de machine schuiven ................. 7:4
Borduurring plaatsen ................................................ 9:4, 9:7
Borduurringpositie ............................................. 9:2, 9:4, 9:5
Borduurringpositie selecteren ......................................... 9:7
Borduurring selecteren ....................................... 8:2, 8:6, 8:7
Borduurring, stof inspannen ........................................... 7:4
Borduurteksteditor ............................................. 8:2, 8:6, 8:7
Borduurvoet 6A ............................................................... 1:11
Borsteltje ........................................................................... 1:10
Bovendraad controleren ........................................ 4:21, 9:10
Bovendraadgeleider ................................................... 1:8, 2:5
Bovenkant van de quilt in elkaar zetten ...................... 4:18
Bovenklep ........................................................................... 1:8
C
Categorie ............................................................................ 4:3
Cordon- en randsteken ................................................... 1:15
Crazy-patchworksteken ................................................. 1:15
Crazy-quiltsteken ............................................................ 4:19
creative™ 3.0 Borduurcollecte ........................................ 7:3
creative™ 120 Square hoop ........................................... 1:10
creative™ Elite hoop ....................................................... 1:10
Index
11:6
D
De borduurring op/van de machine schuiven............. 7:4
Decoratieve steken .......................................................... 1:15
De correcte borduurring bevestigen .............................. 9:9
'HÀQLWLHYDQHHQVWHHNSXQW ............................................. 6:3
De hele reeks aanpassen................................................... 5:4
Deksel.................................................................................. 2:2
De machine inrijgen .......................................................... 2:6
Denimnaald ...................................................................... 2:10
Borduurnaald ....................................................................... 2:10
Draadinsteker ....................................................................... 2:10
Stretchnaald .......................................................................... 2:10
Universele naald .................................................................. 2:10
Zwaardnaald ........................................................................ 2:10
De Sensormatic-knoopsgatvoet verwijderen .............. 4:21
Doorstikken in de naad .................................................. 4:19
Draadafsnijder .......................................................... 1:8, 2:11
Draadafsnijder spoelgeleider .......................................... 1:9
Draadgeleider ............................................................. 1:9, 2:3
Draadhefboom .......................................................... 1:9, 2:10
Draadinsteker ............................................................. 1:8, 2:5
Garenfabrikant ....................................................................... 2:6
Tweelingnaald inrijgen ......................................................... 2:5
Draadsensor ..................................................................... 2:11
Draadspanning ............................................. 4:2, 4:6, 9:2, 9:3
Draadspanningsschijf ....................................................... 1:9
Draaduiteinde afsnijden ................................................. 9:10
Draagkoffer ........................................................................ 2:2
Draden afsnijden ............................................... 1:8, 3:7, 4:10
Draden afsnijden voor borduren .................................... 3:5
Draden afsnijden voor naaien ......................................... 3:4
Drievoudige steek ...................................................... 6:2, 6:4
Druk/sleepfunctie - Roteren .................................... 8:2, 8:4
Druk/sleepfunctie - Schaalverdeling ...................... 8:2, 8:4
Druk/sleepfunctie - Verplaatsen ...................... 6:2, 8:2, 8:4
Druk/sleepfunctie - Zoomen/Beeld verplaatsen . 6:2, 6:5
Dupliceren .......................................................................... 6:2
Dynamisch verende free-motionvoet 6D....................... 4:8
Dynamisch verende voet 6D .................................... 3:5, 4:8
Dynamisch verende voet 6D voor borduurwerk ....... 2:11
E
Een handmatig knoopsgat herhalen ............................ 4:16
Eén mapniveau omhoog ....................................... 10:2, 10:3
Een naald voor open borduurwerk aanbrengen ........ 9:10
Een reeks verwijderen ...................................................... 5:5
Een steek verwijderen ...................................................... 4:7
Elastische blindzoomsteek ............................................. 4:14
Enkelmotiefprogramma ................................................. 4:11
Extra garenpen ........................................................... 1:9, 2:4
Horizontale positie ................................................................ 2:4
Versteviging ............................................................................ 2:4
Verticale positie ...................................................................... 2:4
F
Fantasiesteken.................................................................. 1:16
Free Motion opties ..................................................... 4:2, 4:8
Free-motionvoet verend ................................................... 4:8
G
Garenfabrikant................................................................... 9:6
Garennetje ........................................................................ 1:10
Garenpen ............................................................................ 1:9
Garenpennen ..................................................................... 2:4
Garenschijf ....................................................................... 1:10
Garenschijven ........................................................... 1:9, 1:10
Geheugen, beschikbaar .................................................. 10:2
Geleider voor doorstikken/quilten .............................. 1:10
Geluid herhalen ................................................................. 3:3
Genaaide zigzagsteek ..................................................... 4:14
Geselecteerd steeknummer .............................................. 4:2
Geselecteerd steekpunt dupliceren ................................ 6:4
Geselecteerd steekpunt verwijderen .............................. 6:4
Greep ................................................................................... 1:9
H
Handgemaakte Quiltsteken ........................................... 1:16
Handmatige knoopsgatvoet 5M ................................... 1:11
Handmatig knoopsgat .................................................... 4:16
Handwerksteken ............................................................. 1:15
Handwiel ............................................................................ 1:8
Hangslot ............................................................................. 8:4
Het borduurmotiefgebied bepalen ................................. 9:8
Het gedeelte onder het spoelhuis schoonmaken ........ 11:2
Het snoer van het voetpedaal aansluiten ...................... 2:2
Het spoelhuis schoonmaken.......................................... 11:2
Hoekpictogrammen ............................................ 9:4, 9:7, 9:8
Hoofdschakelaar ............................................................... 1:8
Hoogte naaivoet borduren ............................................... 3:5
Hoogteregeling naaivoet .................................................. 3:5
Horizontaal spiegelen .................................. 3:2, 4:6, 6:4, 8:5
Huidige geselecteerde borduurmotief ........................... 8:2
Huidige positie .................................................................. 9:5
Huidige steek in het huidige kleurblok .................. 9:2, 9:4
Huidig kleurblok ............................................................... 9:4
I
IDT™ systeem ................... 1:9, 2:8, 4:8, 4:14, 4:15, 4:19, 7:5
IDT™ systeem aanbevolen .............................................. 4:2
IDT™ systeem inschakelen ............................................ 2:11
IDT™ systeem/Transporteur verzinken aanbevolen .. 4:2
IDT™ systeem uitschakelen ................................... 2:8, 2:10
Ingebouwde borduurlettertypes ..................................... 8:3
Ingebouwde borduurmotieven ....................................... 7:3
Ingebouwde draadinsteker .............................................. 1:8
Ingebouwde USB-poort .................................................... 1:8
Ingebouwd geheugen ..................................................... 10:2
Intellectueel eigendom ................................................. 11:11
Inzoomen ..................................................................... 8:6, 9:5
Index
11:7
K
Kalibreren touchscreen ..................................................... 3:3
Kleuren touchscreen ......................................................... 1:8
Kniehevel .......................................................................... 2:11
Knippen ................................................................... 10:2, 10:4
Knipversteviging ............................................................... 2:3
Knoop aannaaien ............................................................ 4:17
Knoopliniaal ....................................................................... 1:8
Knoopsgat ........................................................................ 4:15
Een handmatig knoopsgat herhalen ................................. 4:16
Handmatig knoopsgat ........................................................ 4:16
Knoopsgat met inlegdraad ................................................. 4:16
Knoopsgat, Sensormatic ..................................................... 4:15
Sensormatic-knoopsgatvoet vastklikken .......................... 4:15
Knopen aannaaien .......................................................... 4:17
.RSLsUHQ .................................................................. 10:2, 10:4
Kruisje ................................................................... 9:2, 9:3, 9:7
Kruissteken ...................................................................... 1:15
Kunststeken...................................................................... 1:16
L
Laden van persoonlijke bestanden/USB-apparaat ...... 8:3
Lang drukken .................................................................... 3:8
LED-lampjes ....................................................................... 1:8
Lengte van de opening ................................................... 4:15
Letter toevoegen in een tekst ........................................... 8:7
Lettertype laden ................................................................ 8:3
Lettertype selecteren ......................................................... 4:3
Lettertypestijl ..................................................................... 5:3
Letter verwijderen ............................................................. 8:7
Licentie-informatie ................................................... 3:5, 10:2
Lijst met kleurblokken ................................. 7:6, 9:2, 9:4, 9:6
Lijst-/miniatuurweergave .................................... 10:2, 10:3
M
Machine-informatie .......................................................... 3:5
Machine-instellingen ................................................. 2:9, 3:3
Machine moet rusten ............................................. 4:21, 9:10
Machineoverzicht .............................................................. 1:8
Map openen ..................................................................... 10:3
Mappenniveau ................................................................. 10:3
Meanderen uit de vrije hand ......................................... 4:20
Meandersteken ................................................................ 1:15
Menu Instellingen ...................................................... 3:2, 3:3
Microvezeldoekje ............................................................ 11:2
Middenpositie .................................................................... 9:6
Midden van het wiel .................................................. 8:2, 8:4
Monochroom ....................................................... 9:2, 9:3, 9:4
Multifunctioneel gereedschap .............................. 1:10, 4:17
N
Naai-instellingen ............................................................... 3:4
Naaimachine reinigen .................................................... 11:2
Naaimodus .................................................. 3:2, 4:2, 4:2–4:22
Naai-opties ......................................................................... 4:2
Naaiprogramma’s ........................................................... 4:11
Enkelmotiefprogramma ...................................................... 4:11
Patchworkprogramma ........................................................ 4:12
Taperingprogramma ........................................................... 4:11
Naaitechnieken ....................................................... 1:16, 4:13
Naaivoet ............................................................................. 1:8
Naaivoet bevestigen ......................................................... 2:9
Naaivoetdruk ..................................................................... 3:4
Naaivoetdrukinstelling .................................................... 3:4
Naaivoeten, bijgeleverd ................................................. 1:11
Naaivoethoogte .......................................................... 2:9, 3:5
Naaivoethouder................................................................. 1:8
Naaivoetstang .................................................................... 1:8
Naaivoet vervangen .......................................................... 2:9
Naaivoet bevestigen .............................................................. 2:9
Naaivoet verwijderen ............................................................ 2:9
Naalden ..................................................................... 1:10, 2:9
Naaldkunststeken ........................................................... 1:15
Naald omhoog/omlaag ............................................ 1:8, 3:6
Naaldschroef ...................................................................... 1:8
Naaldstang ......................................................................... 1:8
Naald vervangen ............................................................... 2:9
Naam eigenaar ................................................................... 3:3
Naam van bestand of map veranderen .............. 10:2, 10:4
Naam van een bestand of map veranderen ................ 10:4
Naam veranderen ............................................................. 8:6
Naden in dikke stof ......................................................... 4:13
Netsnoer ........................................................................... 1:10
Niet herkend bestand ..................................................... 10:2
Niet-originele onderdelen en accessoires .................... 11:2
Nieuwe map..................................................................... 10:4
Nieuwe map maken........................................ 8:6, 10:2, 10:4
Nieuw steekpunt ........................................................ 6:2, 6:3
Nieuw steekpunt invoegen .............................................. 6:4
Nostalgische borduursteken .......................................... 1:15
Nuttige steken.................................................................. 1:12
O
OK ......................................................................... 3:8, 8:6, 8:7
Onderdelen van de borduureenheid .............................. 1:9
Onderdraad bijna op ...................................................... 4:21
Onderdraadgeleider ......................................................... 2:5
Onderhoud ....................................................................... 11:2
Onmiddellijk afhechten ............................................. 1:8, 3:6
Ontkoppelingstoets borduureenheid ............................. 1:9
Oorspronkelijke grootte ................................................... 8:4
Opdracht Afhechten .................................................. 5:2, 5:4
Opdracht Draden afsnijden ...................................... 5:2, 5:4
Opslaan in persoonlijke bestanden ......................... 8:2, 8:6
Opslaan in Persoonlijk menu ............................ 4:2, 4:7, 5:5
Opspoelen met ingeregen machine ................................ 2:7
Optiebalk ..................................................................... 8:6, 9:4
Optiebalk in borduurmotief bewerken .......................... 8:6
Opties voor de transporteur ............................................ 2:5
Optionele accessoires ........... , 2:5, 4:8, 4:19, 4:20, 4:17, 9:10
Optionele naaivoet .......................................................... 4:20
Organiseren ...................................................................... 10:4
Index
11:8
Overzicht
Borduren ................................................................................. 9:2
Borduureenheid ..................................................................... 7:2
Borduurmotief bewerken ..................................................... 8:2
Borduurring ............................................................................ 7:2
Machine ................................................................................... 1:8
Naaimodus ............................................................................. 4:2
Persoonlijke bestanden ....................................................... 10:2
Reeksen .................................................................................... 5:2
Steken .................................................................................... 1:12
Stitch Creator™ ...................................................................... 6:2
P
Parkeerpositie ............................................................. 7:3, 9:5
Patchworkprogramma .......................................... 4:12, 4:18
PDF gidsen ......................................................................... 2:3
PDF gidsen bekijken en afdrukken .............................. 2:12
Persoonlijke bestanden ......................4:3, 7:5, 8:3, 10:2-10:4
Persoonlijke bestanden, opslaan ..................................... 8:6
PFAFF
®
creative™ kleuren touchscreen ........................ 1:8
Pictogrammen, algemene ................................................. 3:8
Annuleren ............................................................................... 3:8
Bladerpijlen ............................................................................. 3:8
Lang drukken ......................................................................... 3:8
OK ............................................................................................ 3:8
Pictogram Snelheidsregeling ........................................... 4:2
Pictogram Tweelingnaald/steekbreedtebeveiliging ... 4:2
Plakken .................................................................... 10:2, 10:4
Plakversteviging .............................................................. 2:11
Pop-upmeldingen
Borduureenheid kalibreren .................................................. 9:9
Borduurmotief is voltooid .................................................... 7:6
Borduurmotievencombinatie is te complex ....................... 8:8
Bovendraad controleren ............................................ 4:21, 9:10
De correcte borduurring bevestigen ................................... 9:9
De Sensormatic-knoopsgatvoet verwijderen ................... 4:21
Draaduiteinde afsnijden .............................................. 7:6, 9:10
Een naald voor open borduurwerk aanbrengen
(optioneel accessoire). ......................................................... 9:10
Garenkleur gebruiken ........................................................... 7:5
Geen bewerkbare steek. ................................................. 5:6, 6:6
Het maximum aantal steken is overschreden ................... 8:8
Machine moet rusten .................................................. 4:21, 9:10
Onderdraad bijna op ........................................................... 4:21
Reeks buiten bereik ........................................................ 5:6, 6:6
Spoel leeg - naar spoelpositie gaan? ................................... 9:9
Stitch Creator™ ...................................................................... 6:6
Systeem bezet ....................................................................... 10:4
Waarschuwing naald uitschakelen ..................................... 9:7
Weinig geheugenruimte beschikbaar ............................... 10:4
Verwijder de borduurring .................................................... 8:8
Pop-ups voor borduren .................................................... 9:9
Pop-ups voor het bewerken van borduurmotieven .... 8:8
Pop-ups voor naaien ....................................................... 4:21
Pop-ups voor reeksen ....................................................... 5:6
Positie van het gemarkeerde steekpunt. ........................ 6:5
Problemen oplossen ........................................................ 11:3
Q
Quick help ............................................ 2:5, 3:2, 4:8, 4:20, 9:2
Quilten .............................................................................. 4:18
Bovenkant van de quilt in elkaar zetten ........................... 4:18
Crazy-quiltsteken ................................................................. 4:19
Patchworkprogramma ........................................................ 4:18
Steekplaat voor rechte steek ............................................... 4:18
Quilten met handgemaakt effect .................................. 4:19
Quiltsteken ....................................................................... 1:15
R
Raster .................................................................................. 6:2
Reeksen
De hele reeks aanpassen ....................................................... 5:5
Reeks maken van letters ....................................................... 5:3
Reeks maken van steken ....................................................... 5:3
Reeks verwijderen ................................................................. 5:5
Steek of letter invoegen ......................................................... 5:4
Steek of letter vervangen ...................................................... 5:4
Steek of letter verwijderen .................................................... 5:4
Tekst en steken aanpassen .................................................... 5:4
Reeksen aanpassen............................................................ 5:6
Reeksen in Stitch Creator™ ............................................. 5:6
Reeksen openen en afsluiten ........................................... 5:3
Reeks laden ........................................................................ 5:5
Reeks laden en naaien ...................................................... 5:5
Reeks maken ...................................................................... 5:3
Reeks naaien ...................................................................... 5:5
Reeksopdrachten ............................................................... 5:4
Reeks opslaan .................................................................... 5:5
Rijgen ........................................................................... 9:2, 9:3
Ritssluitingen naaien ...................................................... 4:13
Ritsvoet met IDT™ systeem 4 ....................................... 1:11
Robison-Anton................................................................... 2:9
Roteren ................................................................................ 8:4
S
Schaalverdeling ................................................................. 8:4
Scherm ................................................................................ 1:8
Scherm vergrendelen ................................................. 2:3, 3:3
Scheurversteviging ........................................................... 2:5
Schroevendraaier ............................................................ 1:10
Schuifbalk ........................................................................... 3:8
Schuif voor het verzinken van de transporteur ............ 1:8
Selectiemenu ........................................ 3:2, 4:3, 7:5, 8:3, 10:3
Sensormatic free-motion .................................................. 4:9
Sensormatic free-motionvoet 6A ........................... 1:11, 4:9
Sensormatic-knoopsgat .................................................. 4:15
Sensormatic-knoopsgatvoet .......................................... 4:15
Sensormatic knoopsgatvoet 5A ..................................... 1:11
Sensormatic-knoopsgatvoet, bevestigen ..................... 4:15
Sensormatic-knoopsgatvoet vastklikken ..................... 4:15
Siersteekvoet 2A .............................................................. 1:11
Siersteekvoet met IDT™ systeem 1A ........................... 1:11
Index
11:9
Smoksteken ...................................................................... 1:15
Snelheidsregeling ......................................... 1:8, 3:6, 4:6, 9:2
Snelheidsregelsymbool .................................................... 9:2
Snijpositie ........................................................................... 9:6
Softwareversie .......................................................... 3:5, 10:2
Speciale naaitechnieken ................................................. 4:20
Spiegelen ..................................................................... 4:6, 8:5
Spoelen....................................................................... 1:10, 2:7
Opspoelen met ingeregen machine ..................................... 2:7
Spoelen vanuit horizontale positie ...................................... 2:7
Spoelgeleider voor opspoelen .............................................. 2:7
Spoelen vanuit horizontale positie ................................. 2:7
Spoelgeleiders voor opspoelen ....................................... 1:9
Spoelgeleider voor opspoelen ......................................... 1:9
Spoelhuisdeksel ................................................................. 1:8
Spoelhuis, reinigen .......................................................... 11:2
Spoel leeg - naar spoelpositie gaan? ............................... 9:9
Spoel, plaatsen ................................................................... 2:8
Spoelpositie ........................................................................ 9:6
Sprongsteken afsnijden .................................... 2:11, 3:4, 3:5
Standaard naaivoet met IDT™ systeem 0A ................ 1:11
Start/stop ............................................................. 1:8, 3:6, 3:7
Steekbreedtebeveiliging ................................... 2:11, 3:4, 4:8
Steekbreedte/Steekpositie ........................................ 4:2, 4:4
Steekdichtheid ................................................................... 4:5
Steek herhalen.................................................................. 4:17
Steekinstellingen ............................................................... 4:4
Balans ....................................................................................... 4:5
Draadspanning ....................................................................... 4:6
Spiegelen ................................................................................. 4:6
Steekbreedte ........................................................................... 4:4
Steekdichtheid ........................................................................ 4:5
Steeklengte .............................................................................. 4:5
Steekpositie ............................................................................. 4:4
Steeklengte/Steekdichtheid .............................. 4:2, 4:4, 4:5
Steeklettertypes ................................................................. 4:3
Steek naaien ....................................................................... 6:6
Steek of letter vervangen .................................................. 5:4
Steek of letter verwijderen ............................................... 5:4
Steek of steekpunt toevoegen .......................................... 6:3
Steek opnieuw beginnen ........................................... 1:8, 3:6
Steek opslaan ..................................................................... 6:6
Steekplaat ........................................................................... 1:8
Steekplaat vervangen ..................................................... 11:2
Steekplaat voor rechte steken (optioneel) .................... 4:18
6WHHNSXQWGHÀQLWLH ........................................................... 6:3
Steekpunt selecteren .................................................. 6:2, 6:3
Steek selecteren .................................................................. 4:3
Steek voor steek stappen ........................................... 9:2, 9:3
Steken .................................................................................. 4:3
Stekencategorie .................................................................. 4:3
Stekenoverzicht ............................................................... 1:12
Steken/steekpunten selecteren ....................................... 6:3
Steken voor optionele naaivoeten ................................. 1:16
Stitch Creator™ ................................................. 4:12, 6:2–6:6
Een steek naaien ..................................................................... 6:6
Steek laden .............................................................................. 6:6
Steek opslaan .......................................................................... 6:6
Stitch Creator™ openen ................................................... 6:3
Stitch Creator™ openen en afsluiten .............................. 6:3
Stitch Creator™ pop-ups ................................................. 6:6
Stitch Creator™ sluiten .................................................... 6:3
Stopopdracht............................................................... 5:2, 5:4
Stoppen ............................................................................. 4:17
Stylus ................................................................................. 1:10
Stylus houder ..................................................................... 1:8
Subcategorie ....................................................................... 4:3
Systeem bezet................................................................... 10:4
T
Taal ...................................................................................... 3:3
Taperingprogramma ...................................................... 4:11
Tekenstijl ............................................................................ 8:7
Tekst en steken aanpassen ............................................... 5:4
Terug naar Borduurmotief bewerken .............. 9:2, 9:4, 9:6
Toetsen ................................................................................ 3:6
Achteruitnaaitoets ................................................................. 3:7
Toetsen en indicators ........................................................ 3:6
Achteruitnaai-indicator ......................................................... 3:7
Achteruitnaaitoets ................................................................. 3:7
Actie-indicator ........................................................................ 3:7
Draden afsnijden .................................................................... 3:7
Naald omhoog/omlaag ........................................................ 3:6
Onmiddellijk afhechten ........................................................ 3:6
Snelheidsregeling ................................................................... 3:6
Start/stop ................................................................................ 3:7
Steek opnieuw beginnen ....................................................... 3:6
Wisselen tussen naaivoet omhoog en extra hoog ............. 3:6
Wisselen tussen naaivoet omlaag en draaistand ............... 3:6
Tornmesje ......................................................................... 1:10
Totaal aantal borduurmotieven ...................................... 8:2
Totaal aantal steken .......................................................... 8:2
Touchscreen ....................................................................... 3:2
Traditionele quiltsteken ................................................. 1:15
Transportbeugel ................................................................ 7:2
Transporteur, opties ......................................................... 2:8
Transportlengte vanaf vorige steekpunt ................ 6:2, 6:5
Tweelingnaald .......................................................... 2:11, 3:4
Tweelingnaaldbreedte ............................................... 2:6, 3:4
Tweelingnaald/steekbreedtebeveiliging geactiveerd ..... 4:2
U
Uitneembaar bakje voor naaivoeten ............................... 1:9
Uitneembare spoelhouder ............................................... 1:9
Uitpakken ......................................................................... 2:10
Uitschakelen ....................................................................... 2:8
IDT™ systeem (ingebouwd dubbel transport).................. 2:8
Inschakelen ............................................................................. 2:8
Uitzoomen ................................................................... 8:6, 9:5
Universeel naaigaren ...................................................... 2:11
Update-instructies ........................................................... 2:13
USB-apparaat ..................................... 4:3, 7:5, 8:3, 10:2, 10:3
USB embroidery stick ..................................................... 1:10
USB-poort ......................................................................... 2:12
USB-poorten ....................................................................... 1:8
Uw machine updaten ................................................ 2:2, 2:3
Index
11:10
V
Waarschuwing naald uitschakelen................................. 9:7
Wateroplosbare versteviging ........................................ 2:11
Weinig geheugenruimte beschikbaar .......................... 10:4
Vergrendelpunt .......................................................... 9:4, 9:7
Vergrendelpunt selecteren ............................................... 9:7
Verplaatsen .......................................................... 6:2, 6:5, 8:4
Versteviging aanbevolen .................................................. 4:2
Versteviging die vanzelf uit elkaar valt ......................... 2:8
Verticaal spiegelen ....................................... 3:2, 4:6, 6:4, 8:5
Verwijderen................................................. 3:2, 8:5, 8:7, 10:4
Verwijdersymbool ............................................................. 4:7
Wiel ................................................................ 6:2, 8:2, 9:4, 9:7
Wielinstelling ..................................................................... 9:4
Vilten onderlegger .......................................................... 1:10
Wisselen tussen naaivoet omhoog en extra hoog ... 1:8, 3:6
Wisselen tussen naaivoet omlaag en draaistand ... 1:8, 3:6
Voetpedaal ....................................................................... 1:10
Voetpedaal aansluiten ...................................................... 2:2
Voorspanningschijf voor inrijgen en
opwinden van de spoel .................................................... 1:9
Vrije arm ...................................................................... 1:8, 2:4
Z
Zijpositie steekpunt ................................................... 6:2, 6:5
Zomen naaien in dikke stof ........................................... 4:13
Zoomen ............................................................................... 6:5
Zoomen naar alles ........................................................... 8:6, 9:5
Zoomen naar borduurring ............................................ 8:6, 9:5
Zoomen naar vak ............................................................ 8:6, 9:5
Zoomen/Beeld verplaatsen ...................................... 6:2, 6:5
Zoomen naar alles ...................................................... 8:6, 9:5
Zoomen naar borduurring ........................................ 8:6, 9:5
Zoomen naar kruisje .................................................. 9:7, 9:8
Zoomen naar vak ....................................................... 8:6, 9:5
Zoom-opties/beeld verplaatsen .. 8:2, 8:6, 9:2, 9:4, 9:5, 9:7
Zwaardnaald .................................................................... 2:10
Bij het wegdoen van dit product moet u erop letten dat het
op de juiste wijze wordt gerecycled volgens de nationale
richtlijnen voor elektrische/elektronische producten. In
geval van twijfel kunt u voor assistentie contact opnemen
met uw dealer.
/DDWXZQDDLPDFKLQHUHJHOPDWLJGRRUXZSODDWVHOLMNHRIÀFLsOH
PFAFF
®
dealer controleren!
Als u deze aanwijzingen voor het oplossen van problemen heeft
opgevolgd en nog steeds problemen heeft, breng de naaimachine dan
QDDUXZGHDOHU$OVHUHHQVSHFLÀHNSUREOHHPLVLVKHWHUJKDQGLJRP
met het gebruikte garen en met een stukje van de gebruikte stof een
SURHÁDSMHWHPDNHQHQGDWQDDUXZGHDOHUWHEUHQJHQ(HQSURHÁDSMH
geeft vaak veel betere informatie dan woorden.
U heeft een moderne naai- en borduurmachine gekocht waarvan
de software kan worden bijgewerkt. Aangezien we regelmatig
software-updates uitgeven, is het mogelijk dat er verschillen zijn
tussen de machine-software en de software die staat beschreven in de
JHEUXLNVDDQZLM]LQJ5DDGSOHHJXZSODDWVHOLMNHRIÀFLsOH3)$))
®
dealer en bezoek regelmatig onze website op www.pfaff.com voor de
nieuwste updates van de software en de gebruiksaanwijzing.
Wij behouden ons het recht voor zonder aan kondiging vooraf
veranderingen aan te brengen in de machine en het assortiment
accessoires, of aanpassingen te doen in functies of ontwerp.
Dergelijke veranderingen zijn echter altijd ten gunste van de gebruiker
van het product.
Intellectueel eigendom
De octrooien die op dit product rusten staan vermeld op een etiket op
de onderkant van de naaimachine.
PFAFF, CREATIVE, STITCH CREATOR, PERFECTION STARTS HERE
en IDT (afbeelding) zijn handelsmerken van KSIN Luxembourg II, S.ar.l.
CE - Erkend vertegenwoordiger
VSM Group AB, SVP Worldwide
Drottninggatan 2, SE-56184, Huskvarna, ZWEDEN
www.pfaff.com
413 35 71-36B'XWFK,Q+RXVH.6,1/X[HPERXUJ,,6DUO$OOULJKWVUHVHUYHG3ULQWHGLQ*HUPDQ\RQHQYLURQPHQWDOO\IULHQGO\SDSHU
109

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Pfaff Creative 3.0 bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Pfaff Creative 3.0 in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 6,77 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Pfaff Creative 3.0

Pfaff Creative 3.0 Gebruiksaanwijzing - Deutsch - 112 pagina's

Pfaff Creative 3.0 Gebruiksaanwijzing - English - 112 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info