801559
10
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/32
Pagina verder
WAARSCHUWINGEN
LEES AANDACHTIG VOOR DE WERKING VAN HET APPARAAT
WETTELIJKE DISCLAIMERS
Voldoen aan de toepasselijke wetten en voorschriften met betrekking tot het gebruik van
metaaldetectoren tijdens het gebruik van deze detector. Gebruik de detector niet zonder toestemming
in beschermde of archeologische sites. Gebruik deze detector niet zonder toestemming rond
niet-geëxplodeerde munitie of in beperkte militaire zones. Informeer de bevoegde autoriteiten met
details van alle historische of cultureel significante artefacten die u vindt.
WAARSCHUWINGEN
Gold Kruzer is een state-of-the-art elektronisch apparaat. Monteer of bedien het apparaat niet
voordat u de gebruikershandleiding leest.
Bewaar het apparaat en de zoek spoel niet onder extreem lage of hoge temperaturen voor langere
perioden. (Bewaartemperatuur: - 20°C to 60°C / - 4°F to 140°F)
Het apparaat is ontworpen met IP68 rating als een waterdichte eenheid tot 5 meter (met
uitzondering van de draadloze koptelefoon!).
Besteed aandacht aan de punten hieronder na het gebruiken van het apparaat vooral onder
zout water:
1. Was het systeem vak, schacht en de spoel met leidingwater en zorg ervoor dat er geen zout water
wordt achtergelaten in de connectoren.
2. Gebruik geen chemicaliën voor het reinigen en/of voor andere doeleinden.
3. Veeg het scherm en de schacht droog met een zachte, niet-kras doek.
Bescherm de detector tegen schokken bij normaal gebruik. Voor de verzand, plaats detector
zorgvuldig in originele doos en veilig met schokbestendige verpakking.
Gold Kruzer metaal detector mag alleen worden gedemonteerd en gerepareerd door Makro
geautoriseerde service centers. Ongeautoriseerde demontage/inbraak in de metaaldetector controle
behuizing om welke reden vervalt de garantie.
Gebruik het apparaat niet binnenshuis. Het apparaat kan constant doel signalen binnen geven waar
er vele metalen aanwezig zijn. Gebruik het apparaat buitenshuis, in open velden.
Laat een andere detector of een elektromagnetisch apparaat niet in dichte nabijheid (10m (30ft.))
aan het apparaat komen.
IMPORTANT
Draag geen metalen voorwerpen tijdens
het gebruik van het apparaat. Houd het
apparaat uit de buurt van je schoenen
tijdens het lopen. Het apparaat kan
detecteren de metalen op u of in uw
schoenen als doelen.
Voor consumenten binnen de Europese Unie: niet beschikken
over deze apparatuur in het algemeen huishoudelijk afval. De
gekruiste container symbool op deze apparatuur geeft aan
dat deze eenheid mag niet worden verwijderd in het algemeen
huishoudelijk afval, maar gerecycleerd in overeenstemming
met de lokale overheid regelgeving en milieu-eisen.
INHOUDSOPGAVE
MONTAGE.......................................................................................................................................................................................................................
INLEIDING TOT DE BEDIENING VAN HET APPARAAT...................................................................................
BATTERIJINFORMATIE.................................................................................................................................................................................
KOPTELEFOON INFORMATIE............................................................................................................................................................
DISPLAY.............................................................................................................................................................................................................................
JUIST GEBRUIK........................................................................................................................................................................................................
SNELGIDS........................................................................................................................................................................................................................
GRONDBALANS....................................................................................................................................................................................................
TARGET ID.......................................................................................................................................................................................................................
ZOEKMODI (MODE).........................................................................................................................................................................................
INSTELLINGEN.........................................................................................................................................................................................................
OPTIES..................................................................................................................................................................................................................................
EXTRA ONDERGRONDSE DIEPTE (E.U.D.(EXTRA UNDERGROUND DEPTH)...........
AUDIO BOOST..........................................................................................................................................................................................................
PINPOINT.........................................................................................................................................................................................................................
OBJECT DIEPTE.......................................................................................................................................................................................................
GROTE OF DICHT BIJ DE OPPERVLAKTE OBJECTEN....................................................................................
VALSE SIGNALEN EN REDENEN....................................................................................................................................................
MAGNETISCHE MINERALISATIEINDICATOR..............................................................................................................
ROTSEN EN ZOEKEN IN ROTSACHTIGE TERRAINS..........................................................................................
TRACKING EN EFFECTEN VAN ROTSEN............................................................................................................................
METALEN ONDER ROTSEN...................................................................................................................................................................
BERICHTEN...................................................................................................................................................................................................................
SOFTWARE UPDATE.......................................................................................................................................................................................
TECHNISCHE GEGEVENS .......................................................................................................................................................................
1
2
3-4
4
5
6
7
8-11
12
13-14
15-18
18-19
20
20
21
22
22
22
22-23
23-24
24
24-25
26
26
27
(1) Om de middelste stang met de bovenste S-stang
te bevestigen, draait u de twistlock los. Druk de pen
naar beneden en zet de delen in elkaar en draai de
draaivergrendeling aan nadat de pen in het gat is geklikt.
(2) Nadat u de ringen op de onderste steel hebt geplaatst,
plaatst u de onderste steel op zijn plaats op de zoekspoel.
Zet vast door de schroef en moer aan te draaien. Niet te vast
aandraaien.
(3) Draai de twist lock los om de lengte van het apparaat aan
te passen aan uw lengte. Pas de lengte van de steel aan door
de pin aan de achterkant ingedrukt te houden en in een van
de gaten op de pin te klikken. Zet vast door de draaisluiting
aan te halen.
(4) Wind de kabel van de zoekspoel op de steel zonder te
veel rekken. Steek vervolgens de connector in de zoekbus
op de systeembox en draai deze vast door de moer vast te
draaien. Tijdens het vastdraaien kunt u klikken horen om
aan te geven dat de connector is bevestigd.
(5) Draai de schroef in de armleuning los om deze naar
uw comfort in te stellen. Schuif de armleuning omhoog of
omlaag om de schroef uit te lijnen met een van de drie gaten
op de S-stang. Zet vast door de schroef vast te draaien.
(6) Steek de armsteunriem in zoals weergegeven op de foto
en stel deze af op uw armmaat en draai deze vast.
1
2
3
4
5
6
1
MONTAGE
2
INLEIDING IN DE OMGANG MET HET APPARAAT
91110
2
3
4
6
7
5
1
8
(1) LCD Display
(2) Uitkiezen / Extra Ondergrondse Diepte (E.U.D)
(3) Instellingen/Optieknop
(4) Audio boost button
(5) Navigatie / Volumeknoppen
BELANGRIJK! Terwijl het apparaat zich in de
detectiemodus bevindt, wat inhoudt dat de cursor
naar MODE wijst, worden de knoppen omhoog
en omlaag gebruikt om het volume te verhogen
/ verlagen. Wanneer INSTELLINGEN / OPTIES zijn
geselecteerd, worden ze gebruikt voor het navigeren
door het menu.
(6) Aan / Uit knop
(7) Pinpoint knop
(8) Ground balance button
(9) Bedrade hoofdtelefoon / oplader / optionele
batterijingang
BELANGRIJK! Wanneer de connectoren niet in
gebruik zijn, houd ze dan gesloten met de plastic
dop! Zorg er bij het plaatsen van de plastic dop
voor dat u de lucht eruit laat! Anders kan de dop
eraf springen.
(10) Luidspreker
(11) Zoekspoel ingangsbus
ingang van het batterijpakket.
BELANGRIJK! Optionele batterij kan niet worden opgeladen en 2 optionele batterijpakketten
kunnen niet achterstevoren aan het apparaat worden bevestigd. Als u de interne batterij van
het apparaat wilt opladen, vergeet dan niet om de optionele batterij los te koppelen! Probeer de
oplaadadapter niet aan te sluiten op de connector op de optionele accu. Deze ingang is alleen voor
bedrade hoofdtelefoons!
Laag Batterij Level
Het batterijpictogram op het display geeft de batterijlevensduur aan. Wanneer de lading afneemt,
nemen ook de balken in het batterijpictogram af. Het bericht "Lo" verschijnt op het display wanneer
de batterijen leeg zijn.
Wanneer de optionele batterij bijna leeg is, geeft het apparaat de waarschuwing '' Lo '' op het scherm,
net als de interne batterij, weer. In dergelijke gevallen moeten de batterijen worden vervangen of moet
de interne batterij worden gebruikt. Als u wilt overschakelen naar het gebruik van de interne batterij,
verwijdert u de optionele batterijkastkabel en schakelt u het apparaat uit en weer in. Anders blijft het
apparaat de Lo-batterijwaarschuwing weergeven.
BATTERIJWAARSCHUWINGEN :
Stel het apparaat niet bloot aan extreme temperaturen (bijvoorbeeld het kofferbak- of
dashboardkastje van een auto)
Laad de batterij niet op bij temperaturen van meer dan 35 ° C (95 ° F) of lager dan 0 ° C (32 ° F).
De Gold Kruzer-batterij kan alleen worden vervangen door Makro-detectoren of erkende
servicecentra.
3
Gold Kruzer heeft een interne Lithium-polymeer batterij van 3700mAh.
De levensduur van de batterij is ongeveer 14-19 uur. Factoren zoals het gebruik van de luidspreker,
bedrade / draadloze hoofdtelefoons of de helderheid (BRIGHT.) hebben invloed op de levensduur
van de batterij.
Opladen
Laad de Gold Kruzer op voor het eerste gebruik. Het opladen duurt ongeveer 4-6 uur.
Om de accu van de Simplex op te laden, steekt u een van de uiteinden van de kabel in de bedrade
hoofdtelefoon/oplader-ingang en het andere uiteinde in de oplaadadapter (5V 2A).
Werking met een Powerbank
U kunt de batterij ook van stroom voorzien en opladen met een powerbank. Om dit te doen, steekt
u één van de uiteinden oplaadkabel in de bedrade hoofdtelefoon/oplader-ingang en het andere
uiteinde in de Powerbank. Houd er rekening mee dat u geen bedrade hoofdtelefoons op het apparaat
kunt aansluiten als er een Powerbank is aangesloten op het apparaat.
BELANGRIJK! Do NOT use the detector underwater while connected to a power bank.
OPTIONEEL WATERBESTENDIG BATTERIJPAKKET
U kunt het optionele batterijpakket kopen en gebruiken wanneer de interne batterij van het apparaat
leeg is en u het niet meer kunt opladen.
You can attach the battery pack easily to the back of the armrest as shown in the pictures.
Het batterijpakket heeft 4 AA Alkaline of oplaadbare NiCd- of NiMH-batterijen nodig.
Het batterijpakket wordt niet bij het apparaat geleverd, het is een optioneel accessoire en bevat niet
de 4 AA-batterijen.
Omdat de ingangsaansluiting voor de bedrade hoofdtelefoon niet kan worden gebruikt wanneer de
optionele batterij op het apparaat is aangesloten, kunt u uw bedrade hoofdtelefoon aansluiten op de
BATTERIJINFORMATIE
ingang van het batterijpakket.
BELANGRIJK! Optionele batterij kan niet worden opgeladen en 2 optionele batterijpakketten
kunnen niet achterstevoren aan het apparaat worden bevestigd. Als u de interne batterij van
het apparaat wilt opladen, vergeet dan niet om de optionele batterij los te koppelen! Probeer de
oplaadadapter niet aan te sluiten op de connector op de optionele accu. Deze ingang is alleen voor
bedrade hoofdtelefoons!
Laag Batterij Level
Het batterijpictogram op het display geeft de batterijlevensduur aan. Wanneer de lading afneemt,
nemen ook de balken in het batterijpictogram af. Het bericht "Lo" verschijnt op het display wanneer
de batterijen leeg zijn.
Wanneer de optionele batterij bijna leeg is, geeft het apparaat de waarschuwing '' Lo '' op het scherm,
net als de interne batterij, weer. In dergelijke gevallen moeten de batterijen worden vervangen of moet
de interne batterij worden gebruikt. Als u wilt overschakelen naar het gebruik van de interne batterij,
verwijdert u de optionele batterijkastkabel en schakelt u het apparaat uit en weer in. Anders blijft het
apparaat de Lo-batterijwaarschuwing weergeven.
BATTERIJWAARSCHUWINGEN :
Stel het apparaat niet bloot aan extreme temperaturen (bijvoorbeeld het kofferbak- of
dashboardkastje van een auto)
Laad de batterij niet op bij temperaturen van meer dan 35 ° C (95 ° F) of lager dan 0 ° C (32 ° F).
De Gold Kruzer-batterij kan alleen worden vervangen door Makro-detectoren of erkende
servicecentra.
De Gold Kruzer wordt geleverd met een draadloze 2,4 GHz-hoofdtelefoon. De draadloze
hoofdtelefoon is NIET waterdicht.
De draadloze verbinding werkt zolang de systeemkast van het apparaat niet in het water is
ondergedompeld. Met andere woorden, u kunt uw draadloze hoofdtelefoon gebruiken terwijl u in
ondiep water zoekt terwijl de spoel onder water is ondergedompeld. Houd er echter rekening mee
dat de draadloze hoofdtelefoon geen contact met water mag maken.
Als de systeembox onderwater wordt ondergedompeld, werkt de draadloze verbinding niet. In dit
geval moet u onze optionele waterdichte hoofdtelefoon kopen voor gebruik op land en onder water.
Alleen voor landgebruik kunt u onze optionele hoofdtelefoonadapter aanschaffen als u de Gold
Kruzer met uw eigen bedrade hoofdtelefoon wilt gebruiken.
4
Gold Kruzer heeft een interne Lithium-polymeer batterij van 3700mAh.
De levensduur van de batterij is ongeveer 14-19 uur. Factoren zoals het gebruik van de luidspreker,
bedrade / draadloze hoofdtelefoons of de helderheid (BRIGHT.) hebben invloed op de levensduur
van de batterij.
Opladen
Laad de Gold Kruzer op voor het eerste gebruik. Het opladen duurt ongeveer 4-6 uur.
Om de accu van de Simplex op te laden, steekt u een van de uiteinden van de kabel in de bedrade
hoofdtelefoon/oplader-ingang en het andere uiteinde in de oplaadadapter (5V 2A).
Werking met een Powerbank
U kunt de batterij ook van stroom voorzien en opladen met een powerbank. Om dit te doen, steekt
u één van de uiteinden oplaadkabel in de bedrade hoofdtelefoon/oplader-ingang en het andere
uiteinde in de Powerbank. Houd er rekening mee dat u geen bedrade hoofdtelefoons op het apparaat
kunt aansluiten als er een Powerbank is aangesloten op het apparaat.
BELANGRIJK! Do NOT use the detector underwater while connected to a power bank.
OPTIONEEL WATERBESTENDIG BATTERIJPAKKET
U kunt het optionele batterijpakket kopen en gebruiken wanneer de interne batterij van het apparaat
leeg is en u het niet meer kunt opladen.
You can attach the battery pack easily to the back of the armrest as shown in the pictures.
Het batterijpakket heeft 4 AA Alkaline of oplaadbare NiCd- of NiMH-batterijen nodig.
Het batterijpakket wordt niet bij het apparaat geleverd, het is een optioneel accessoire en bevat niet
de 4 AA-batterijen.
Omdat de ingangsaansluiting voor de bedrade hoofdtelefoon niet kan worden gebruikt wanneer de
optionele batterij op het apparaat is aangesloten, kunt u uw bedrade hoofdtelefoon aansluiten op de
INFORMATIE OVER HOOFDTELEFOONS
BATTERIJINFORMATIE
5
DISPLAY
(1) Zoekmodi
(2) Instellingen
(3) Opties
(4) Object ID scalering
Toont de ID van het gedetecteerde object op de ID-schaal. Het geeft ok de ID's aan, die met DISC.
geëlimineerd worden, in aanvulling op de toon breekpunten.
(5) Sectie die de object-ID toont bij objectdetectie, de totale waarde van de grondbalans tijdens
grondbalancering (GB) en de geschatte objectdiepte (PP) in de pinpoint-modus. Bovendien wordt
de numerieke waarde van elke instelling die in het menu is geselecteerd, weergegeven in dit veld.
(6) Instant Dieptemeter
(7) Magnetische indicator voor mineralisatie
(8) Gedeelte dat de fijnafstemmingswaarde toont tijdens de aanpassing van de grondbalans en de
huidige waarde van de grondbalans tijdens het zoeken.
(9) Batterij-indicator
(10) Sectie die de waarschuwingsberichten toont
1
6
7
8
10
9
2
3
4 5
6
JUIST GEBRUIK
JUISTE MANIER OM TE ZWAAIEN
Schachthoogte is verkeerd Juiste steelhoogte
Het s erg belangrjk om de as op uw juste
hoogte af te stellen om te kunnen zoeken zonder
ongemak en vermoedhed.
Pas de hoogte van de schacht aan zodat u
rechtop staat, uw arm ontspannen s en de
zoekspoel zch ongeveer 5 cm boven de grond
bevndt.
Het s belangrjk om de zoekspoel parallel
aan de grond te houden om nauwkeurge
resultaten te krjgen.
De zoekspoel moet altjd parallel met de
grond zjn.
Verkeerde zoekspoelhoek Verkeerde zoekspoelhoek Correcte hoek van de zoekspoel
Verkeerde manier om te zwaaien Juiste manier om te zwaaien
7
SNELGIDS
1) Monteer het apparaat volgens de instructies op pagina 1.
2) Druk op de aan/uit-knop om het apparaat in te schakelen.
3) Wanneer het apparaat is ingeschakeld, start het in de GEN-modus.
4) Om de grondbalans te aarden, houdt u de GB knop ingedrukt en pompt u de zoekspoel
omhoog en omlaag tot 3 cm boven de grond totdat u een "pieptoon" hoort.
5) U kunt de GAIN verhogen indien nodig. Het verhogen van de gevoeligheid biedt u meer
diepte. Als de omgeving of de grond echter overmatige storing in het apparaat veroorzaakt,
moet u de gevoeligheidsinstelling verlagen.
6) Als het apparaat in de GEN-modus veel grondgeluiden ontvangt die de stabiliteit van de
grenswaarde verstoren, kunt u de iSAT-waarde hoger instellen.
7) Als de grond sterk gemineraliseerd is, waardoor de spoel overbelast raakt, verlaagt u de
GAIN totdat het ''Overload'' bericht van het scherm verdwijnt.
8) U kunt nu beginnen met zoeken.
9) Aangezien uw apparaat met het bewegingsprincipe werkt, zwaait u de zoekspoel naar
links en naar rechts op een afstand van 5 cm boven de grond. Als de zoekspoel niet beweegt,
levert het apparaat geen audiorespons, zelfs niet als de spoel is geplaatst op een metalen
object.
10) Wanneer een Target wordt gedetecteerd, worden de ID van het Target en de positie op de
ID-schaal in het scherm weergegeven.
11) Na detecteren van een Target kunt u de exacte locatie van het Target bepalen door de
PP-knop ingedrukt te houden. Het audiovolume zal toenemen en de audio-toonhoogte zal
ook toenemen als u het Target nadert.
De grondbalans kan op drie manieren worden uitgevoerd met de GOLD KRUZER: Automatisch,
handmatig en tracering.
Wanneer de GB-knop wordt ingedrukt tijdens het uitvoeren van de automatische of handmatige
grondbalans, schakelt het apparaat automatisch over naar de algemene zoekmodus (GEN) op de
achtergrond zonder enige aanduiding voor de gebruiker, ongeacht de geselecteerde zoekmodus.
Na voltooiing van de grondbalans wordt de huidige grondbalanswaarde weergegeven in het vak
Grondbalans (GB) aan de rechterkant van het display.
Automatische Grondbalans
Automatische grondbalans wordt als volgt uitgevoerd in alle zoekmodi :
1) Zoek een plek waar geen metaal is.
2) Houd de knop GB ingedrukt (de waarde van het aardingsniveau en het waarschuwingsbericht
"Pump Coil" worden op het display weergegeven) en begin met het op en neer pompen van de
zoekspoel van ongeveer 15-20 cm boven de grond (~ 6 '' - 8 '') tot op 3 cm van de grond met vloeiende
bewegingen en houd deze parallel aan de grond.
3) Ga door totdat u een piep hoort die aangeeft dat de grondbalans is uitgevoerd. Afhankelijk van
de omstandigheden op de grond, duurt het meestal ongeveer 2-4 pompen om de grondbalans te
voltooien.
4) Na voltooiing van de grondbalans wordt de waarde van de grondbalans weergegeven op het
display (GB). Het apparaat blijft de grondbalans afstellen en produceert een piepgeluid zolang u de
knop GB ingedrukt houdt en de spoel pompt. Om ervoor te zorgen dat de grondbalans correct is,
moet u de grond minstens 2-3 keer grondbalansen en de waarden van de grondbalans op het display
controleren. Over het algemeen zal het verschil tussen de waarden niet hoger zijn dan 1-2 cijfers.
5) Als u de balans niet kunt uitvoeren, met andere woorden, als er geen piepgeluid wordt
geproduceerd, betekent dit dat de aarde te geleidend is of niet is gemineraliseerd of dat er zich
een Target rechts onder de zoekspoel bevindt. Probeer in een dergelijk geval de grond opnieuw te
grondbalansen op een andere plaats. Als u de balans nog steeds niet kunt uitvoeren, lees dan het
gedeelte '' Belangrijke details over de grondbalans ''.
Wanneer de knop voor grondbalans wordt losgelaten, blijft het apparaat gedurende een korte tijd
in de GEN-modus werken en blijft de waarde van de grondbalans op het display staan. Dit maakt het
mogelijk om de automatische grondbalanswaarde handmatig in te stellen. Raadpleeg het volgende
hoofdstuk "Manual Ground Balance" voor meer informatie over deze functie. Als dit niet gewenst is,
drukt u eenmaal op de knop PP om terug te keren naar het hoofdscherm.
8
GRONDBALANS
OPMERKING: Als de iSAT-waarde hoog is ingesteld, kan het apparaat de grondbalans niet automatisch
aanpassen. Verlaag in een dergelijk geval eerst de iSAT-waarde in GEN-modus. Na het grondbalansen
van de grond, zet u de iSAT terug naar zijn oorspronkelijke positie.
Handmatige Grondbalans
Hiermee kunt u de waarde van de grondbalans handmatig wijzigen. Het heeft meestal niet de
voorkeur omdat het tijd kost. Het is echter de voorkeursoptie in gevallen waarin een geslaagde
grondbalans niet met andere methoden kan worden uitgevoerd of als er kleine correcties zijn vereist
voor de automatische balans.
Gold Kruzer is ontworpen om automatisch grondbalans op elk type ondergrond mogelijk te maken.
Daarom wordt aanbevolen om bij het opstarten een automatische grondbalans uit te voeren. Het is
echter mogelijk dat de grond in sommige gevallen niet geschikt is voor automatische grondbalans en
dat het apparaat op dergelijke gronden niet kan grondbalansen. Zo zijn nat strandzand, bodem met
alkali- of zout water, vuilnisplekken, geploegde velden, sterk gemineraliseerde gronden en gronden
met een zeer lage mineralisatie niet geschikt voor automatische grondbalans.In dergelijke terreinen
kunt u proberen om handmatig grondbalans uit te voeren. Handmatige grondbalans vereist echter
een vaardigheid die zich in de loop van de tijd door oefening ontwikkelt.
Handmatige grondbalans uitvoeren :
1) Zoek een lege plek zonder metalen en schakel het apparaat naar de GEN-modus.
2) U moet luisteren naar de geluiden die uit de grond komen om een handmatige grondbalans uit
te voeren. Pomp de zoekspoel op en neer van ongeveer 15-20 cm (~ 6 '' - 8 '') boven de grond naar
beneden tot 3 cm (1 '') van de grond met vloeiende bewegingen en houd deze parallel aan de grond.
Als het geluid hoger wordt wanneer de zoekspoel boven de grond wordt opgetild, is de waarde van
de grondbalans te laag, met andere woorden, het effect van de grond is negatief en de waarde van de
grondbalans moet worden verhoogd met de knop (+). Aan de andere kant, als het geluid hoger wordt
bij het verlagen van de zoekspoel naar de grond, is de waarde van de grondbalans te hoog, met andere
woorden, het effect van de grond is positief en de waarde van de grondbalans moet worden verlaagd
door de ( -) knop.
3) Druk eenmaal op de knop voor grondbalans en laat hem los. De waarde van de grondbalans wordt
op het display weergegeven en blijft daar even staan. U kunt terugkeren naar het scherm voor de
grondbalans door op de knop voor grondbalans te drukken als het scherm overschakelt.
Handmatige grondbalansfuncties binnen het bereik
van 0-99.80 Elke waarde heeft echter betrekking op
5 stappen die worden gebruikt voor fijnafstemming
in zichzelf en deze stappen worden aangegeven als
veelvouden van 20 in het venster Grondbalans (GB).
De waarde van de grondbalans die aan de zijkant
wordt weergegeven, is bijvoorbeeld 70,80.
Druk op (+) of (-) om de waarde van de grondbalans
respectievelijk te verhogen of te verlagen. Als de toets
eenmaal per keer wordt ingedrukt, tellen de waarden
één voor één en als deze wordt ingedrukt, veranderen
de waarden snel.
4) Herhaal de bovenstaande procedure totdat het geluid uit de grond is verdwenen.
Het geluid wordt in bepaalde gebieden mogelijk niet volledig geëlimineerd. Luister in deze gevallen
naar de geluiden die worden geproduceerd wanneer de zoekspoel naar en van de grond wordt
verplaatst om te controleren of de grondbalans correct is. Als er geen verschil is tussen de twee
geluiden, is de grondbalans correct ingesteld.
Het apparaat keert na een korte periode automatisch terug naar het hoofdscherm na voltooiing van
de grondbalans. Druk één keer op de knop PP om direct terug te keren naar het hoofdscherm.
BELANGRIJK! Ervaren detectoristen passen de grondbalansinstelling aan tot een licht positieve
respons (zwak maar hoorbaar geluid wordt geproduceerd wanneer de zoekspoel dichter bij de
grond wordt geplaatst). Deze methode kan voor ervaren gebruikers gunstige resultaten opleveren
op bepaalde gebieden waar naar kleine doelen wordt gezocht.
Ground Tracking (TRACK)
In deze optie hoeft de gebruiker geen aanpassingen door te voeren. De TRACKING-functie wordt
geactiveerd vanuit het OPTIONS-menu door deze in de 01-positie te zetten. Het woord '' Tracking
'' wordt onder in het GB-venster weergegeven. Het apparaat werkt de grondbalans automatisch
bij, zolang de zoekspoel over de grond wordt gezwaaid en de waarde van de grondbalans in het
GB-venster wordt weergegeven. Het geeft geen feedback aan de gebruiker (zoals het piepgeluid in
de automatische grondbalans).
Terwijl tracking actief is, kan het apparaat in eerste instantie een luid signaal produceren wanneer het
een andere grondstructuur (bijvoorbeeld een mineraal gesteente) of een doel detecteert. Sleep in dit
geval de zoekspoel naar de plek waar het apparaat het signaal produceert. Als het geluid hetzelfde
blijft en het apparaat een ID vertoont, is dit mogelijk een Target. Als het geluid te veel verzwakt of
verloren gaat na enkele zwaaien met de zoekspoel, betekent dit dat het apparaat een signaal voor de
verschillende grondstructuren of een steen heeft geproduceerd.
OPMERKING: Aanbevolen wordt om tracking te gebruiken in de algemene zoekmodus (GEN) en niet
in andere modi.
Tracking is geschikt voor gebruik in gebieden waar verschillende bodemstructuren aanwezig zijn in
hetzelfde land of in velden waar gemineraliseerde rotsen ver uiteen liggen. Als u Tracking gebruikt in
gebieden waar "gemineraliseerde stenen" intens aanwezig zijn, is het apparaat mogelijk niet in staat
om deze sterk gemineraliseerde stenen te negeren of mist u de kleinere of diepere metalen.
BELANGRIJK! Zorg ervoor dat Tracking uitgeschakeld is tijdens luchttests. Anders probeert het
apparaat een grondbalans uit te voeren op het Target waar je de luchttest wilt doen en wordt de
diepte verkleind.
Grondbalans waarde
De Grondbalans waarde geeft informatie over de grond waarop u zoekt. Enkele typische grondtypes
zijn als volgt:
0-25 Nat zout water of natte alkalische bodems
25-50 Nat zout water en natte alkalische bodems bedekt met droge lagen
50-70 Regelmatige bodems van lage kwaliteit
70-90 Zeer magnetische bodems, magnetiet of maghemiet en soortgelijke sterk gemineraliseerde
bodems, zwart zand
Belangrijke details met betrekking tot de Grondbalans
1) Bij het opstarten is de waarde voor de grondbalans ingesteld op 90. Het apparaat kan de
grondbalans automatisch uitvoeren binnen het bereik van 20-99.80 in alle modi.
2) Als de mineralisatie van de grond te laag is, werkt de automatische grondbalans mogelijk niet in
andere modi. In dat geval kunt u proberen om handmatig de grondbalans uit te voeren.
3) U kunt de nauwkeurigheid van de grondbalans testen met de pinpoint-modus. Na het in evenwicht
brengen van de grond, als u geen of een zwak geluid ontvangt wanneer u de zoekspoel dichter bij
de grond in de pinpoint-modus beweegt, is de grondbalans succesvol. Als het geluid harder wordt
wanneer u de zoekspoel dichter bij de grond plaatst, is de grondbalans niet succesvol. Verander in dat
geval van locatie. Als ondanks deze inspanningen de grondbalans niet mogelijk is, moet u doorgaan
met uw zoektocht zonder de grondbalans uit te voeren.
U kunt niet zoeken in de algemene zoekmodus (GEN) zonder grondbalans. U moet een van de
discriminatiemodi gebruiken en de DISC waarde verhogen totdat het geluid is glimineerd.
4) Zodra de grondbalans is ingesteld, blijft deze in de meeste gebieden lang goed. Als u echter een
uitgegraven, opgevulde of geologisch samengestelde bodemstructuur tegenkomt, moet er opnieuw
een grondbalans worden uitgevoerd om deze aan te passen aan de variërende bodemstructuur.
5) In sommige gevallen waarin de iSAT-waarde hoog is ingesteld, kan het apparaat mogelijk niet een
automatisch grondbalans uitvoeren. Laat in een dergelijk geval eerst de iSAT waarde in GEN-modus
zakken en zet na grondbalans de iSAT weer terug.
De grondbalans kan op drie manieren worden uitgevoerd met de GOLD KRUZER: Automatisch,
handmatig en tracering.
Wanneer de GB-knop wordt ingedrukt tijdens het uitvoeren van de automatische of handmatige
grondbalans, schakelt het apparaat automatisch over naar de algemene zoekmodus (GEN) op de
achtergrond zonder enige aanduiding voor de gebruiker, ongeacht de geselecteerde zoekmodus.
Na voltooiing van de grondbalans wordt de huidige grondbalanswaarde weergegeven in het vak
Grondbalans (GB) aan de rechterkant van het display.
Automatische Grondbalans
Automatische grondbalans wordt als volgt uitgevoerd in alle zoekmodi :
1) Zoek een plek waar geen metaal is.
2) Houd de knop GB ingedrukt (de waarde van het aardingsniveau en het waarschuwingsbericht
"Pump Coil" worden op het display weergegeven) en begin met het op en neer pompen van de
zoekspoel van ongeveer 15-20 cm boven de grond (~ 6 '' - 8 '') tot op 3 cm van de grond met vloeiende
bewegingen en houd deze parallel aan de grond.
3) Ga door totdat u een piep hoort die aangeeft dat de grondbalans is uitgevoerd. Afhankelijk van
de omstandigheden op de grond, duurt het meestal ongeveer 2-4 pompen om de grondbalans te
voltooien.
4) Na voltooiing van de grondbalans wordt de waarde van de grondbalans weergegeven op het
display (GB). Het apparaat blijft de grondbalans afstellen en produceert een piepgeluid zolang u de
knop GB ingedrukt houdt en de spoel pompt. Om ervoor te zorgen dat de grondbalans correct is,
moet u de grond minstens 2-3 keer grondbalansen en de waarden van de grondbalans op het display
controleren. Over het algemeen zal het verschil tussen de waarden niet hoger zijn dan 1-2 cijfers.
5) Als u de balans niet kunt uitvoeren, met andere woorden, als er geen piepgeluid wordt
geproduceerd, betekent dit dat de aarde te geleidend is of niet is gemineraliseerd of dat er zich
een Target rechts onder de zoekspoel bevindt. Probeer in een dergelijk geval de grond opnieuw te
grondbalansen op een andere plaats. Als u de balans nog steeds niet kunt uitvoeren, lees dan het
gedeelte '' Belangrijke details over de grondbalans ''.
Wanneer de knop voor grondbalans wordt losgelaten, blijft het apparaat gedurende een korte tijd
in de GEN-modus werken en blijft de waarde van de grondbalans op het display staan. Dit maakt het
mogelijk om de automatische grondbalanswaarde handmatig in te stellen. Raadpleeg het volgende
hoofdstuk "Manual Ground Balance" voor meer informatie over deze functie. Als dit niet gewenst is,
drukt u eenmaal op de knop PP om terug te keren naar het hoofdscherm.
9
OPMERKING: Als de iSAT-waarde hoog is ingesteld, kan het apparaat de grondbalans niet automatisch
aanpassen. Verlaag in een dergelijk geval eerst de iSAT-waarde in GEN-modus. Na het grondbalansen
van de grond, zet u de iSAT terug naar zijn oorspronkelijke positie.
Handmatige Grondbalans
Hiermee kunt u de waarde van de grondbalans handmatig wijzigen. Het heeft meestal niet de
voorkeur omdat het tijd kost. Het is echter de voorkeursoptie in gevallen waarin een geslaagde
grondbalans niet met andere methoden kan worden uitgevoerd of als er kleine correcties zijn vereist
voor de automatische balans.
Gold Kruzer is ontworpen om automatisch grondbalans op elk type ondergrond mogelijk te maken.
Daarom wordt aanbevolen om bij het opstarten een automatische grondbalans uit te voeren. Het is
echter mogelijk dat de grond in sommige gevallen niet geschikt is voor automatische grondbalans en
dat het apparaat op dergelijke gronden niet kan grondbalansen. Zo zijn nat strandzand, bodem met
alkali- of zout water, vuilnisplekken, geploegde velden, sterk gemineraliseerde gronden en gronden
met een zeer lage mineralisatie niet geschikt voor automatische grondbalans.In dergelijke terreinen
kunt u proberen om handmatig grondbalans uit te voeren. Handmatige grondbalans vereist echter
een vaardigheid die zich in de loop van de tijd door oefening ontwikkelt.
Handmatige grondbalans uitvoeren :
1) Zoek een lege plek zonder metalen en schakel het apparaat naar de GEN-modus.
2) U moet luisteren naar de geluiden die uit de grond komen om een handmatige grondbalans uit
te voeren. Pomp de zoekspoel op en neer van ongeveer 15-20 cm (~ 6 '' - 8 '') boven de grond naar
beneden tot 3 cm (1 '') van de grond met vloeiende bewegingen en houd deze parallel aan de grond.
Als het geluid hoger wordt wanneer de zoekspoel boven de grond wordt opgetild, is de waarde van
de grondbalans te laag, met andere woorden, het effect van de grond is negatief en de waarde van de
grondbalans moet worden verhoogd met de knop (+). Aan de andere kant, als het geluid hoger wordt
bij het verlagen van de zoekspoel naar de grond, is de waarde van de grondbalans te hoog, met andere
woorden, het effect van de grond is positief en de waarde van de grondbalans moet worden verlaagd
door de ( -) knop.
3) Druk eenmaal op de knop voor grondbalans en laat hem los. De waarde van de grondbalans wordt
op het display weergegeven en blijft daar even staan. U kunt terugkeren naar het scherm voor de
grondbalans door op de knop voor grondbalans te drukken als het scherm overschakelt.
Handmatige grondbalansfuncties binnen het bereik
van 0-99.80 Elke waarde heeft echter betrekking op
5 stappen die worden gebruikt voor fijnafstemming
in zichzelf en deze stappen worden aangegeven als
veelvouden van 20 in het venster Grondbalans (GB).
De waarde van de grondbalans die aan de zijkant
wordt weergegeven, is bijvoorbeeld 70,80.
Druk op (+) of (-) om de waarde van de grondbalans
respectievelijk te verhogen of te verlagen. Als de toets
eenmaal per keer wordt ingedrukt, tellen de waarden
één voor één en als deze wordt ingedrukt, veranderen
de waarden snel.
4) Herhaal de bovenstaande procedure totdat het geluid uit de grond is verdwenen.
Het geluid wordt in bepaalde gebieden mogelijk niet volledig geëlimineerd. Luister in deze gevallen
naar de geluiden die worden geproduceerd wanneer de zoekspoel naar en van de grond wordt
verplaatst om te controleren of de grondbalans correct is. Als er geen verschil is tussen de twee
geluiden, is de grondbalans correct ingesteld.
Het apparaat keert na een korte periode automatisch terug naar het hoofdscherm na voltooiing van
de grondbalans. Druk één keer op de knop PP om direct terug te keren naar het hoofdscherm.
BELANGRIJK! Ervaren detectoristen passen de grondbalansinstelling aan tot een licht positieve
respons (zwak maar hoorbaar geluid wordt geproduceerd wanneer de zoekspoel dichter bij de
grond wordt geplaatst). Deze methode kan voor ervaren gebruikers gunstige resultaten opleveren
op bepaalde gebieden waar naar kleine doelen wordt gezocht.
Ground Tracking (TRACK)
In deze optie hoeft de gebruiker geen aanpassingen door te voeren. De TRACKING-functie wordt
geactiveerd vanuit het OPTIONS-menu door deze in de 01-positie te zetten. Het woord '' Tracking
'' wordt onder in het GB-venster weergegeven. Het apparaat werkt de grondbalans automatisch
bij, zolang de zoekspoel over de grond wordt gezwaaid en de waarde van de grondbalans in het
GB-venster wordt weergegeven. Het geeft geen feedback aan de gebruiker (zoals het piepgeluid in
de automatische grondbalans).
Terwijl tracking actief is, kan het apparaat in eerste instantie een luid signaal produceren wanneer het
een andere grondstructuur (bijvoorbeeld een mineraal gesteente) of een doel detecteert. Sleep in dit
geval de zoekspoel naar de plek waar het apparaat het signaal produceert. Als het geluid hetzelfde
blijft en het apparaat een ID vertoont, is dit mogelijk een Target. Als het geluid te veel verzwakt of
verloren gaat na enkele zwaaien met de zoekspoel, betekent dit dat het apparaat een signaal voor de
verschillende grondstructuren of een steen heeft geproduceerd.
OPMERKING: Aanbevolen wordt om tracking te gebruiken in de algemene zoekmodus (GEN) en niet
in andere modi.
Tracking is geschikt voor gebruik in gebieden waar verschillende bodemstructuren aanwezig zijn in
hetzelfde land of in velden waar gemineraliseerde rotsen ver uiteen liggen. Als u Tracking gebruikt in
gebieden waar "gemineraliseerde stenen" intens aanwezig zijn, is het apparaat mogelijk niet in staat
om deze sterk gemineraliseerde stenen te negeren of mist u de kleinere of diepere metalen.
BELANGRIJK! Zorg ervoor dat Tracking uitgeschakeld is tijdens luchttests. Anders probeert het
apparaat een grondbalans uit te voeren op het Target waar je de luchttest wilt doen en wordt de
diepte verkleind.
Grondbalans waarde
De Grondbalans waarde geeft informatie over de grond waarop u zoekt. Enkele typische grondtypes
zijn als volgt:
0-25 Nat zout water of natte alkalische bodems
25-50 Nat zout water en natte alkalische bodems bedekt met droge lagen
50-70 Regelmatige bodems van lage kwaliteit
70-90 Zeer magnetische bodems, magnetiet of maghemiet en soortgelijke sterk gemineraliseerde
bodems, zwart zand
Belangrijke details met betrekking tot de Grondbalans
1) Bij het opstarten is de waarde voor de grondbalans ingesteld op 90. Het apparaat kan de
grondbalans automatisch uitvoeren binnen het bereik van 20-99.80 in alle modi.
2) Als de mineralisatie van de grond te laag is, werkt de automatische grondbalans mogelijk niet in
andere modi. In dat geval kunt u proberen om handmatig de grondbalans uit te voeren.
3) U kunt de nauwkeurigheid van de grondbalans testen met de pinpoint-modus. Na het in evenwicht
brengen van de grond, als u geen of een zwak geluid ontvangt wanneer u de zoekspoel dichter bij
de grond in de pinpoint-modus beweegt, is de grondbalans succesvol. Als het geluid harder wordt
wanneer u de zoekspoel dichter bij de grond plaatst, is de grondbalans niet succesvol. Verander in dat
geval van locatie. Als ondanks deze inspanningen de grondbalans niet mogelijk is, moet u doorgaan
met uw zoektocht zonder de grondbalans uit te voeren.
U kunt niet zoeken in de algemene zoekmodus (GEN) zonder grondbalans. U moet een van de
discriminatiemodi gebruiken en de DISC waarde verhogen totdat het geluid is glimineerd.
4) Zodra de grondbalans is ingesteld, blijft deze in de meeste gebieden lang goed. Als u echter een
uitgegraven, opgevulde of geologisch samengestelde bodemstructuur tegenkomt, moet er opnieuw
een grondbalans worden uitgevoerd om deze aan te passen aan de variërende bodemstructuur.
5) In sommige gevallen waarin de iSAT-waarde hoog is ingesteld, kan het apparaat mogelijk niet een
automatisch grondbalans uitvoeren. Laat in een dergelijk geval eerst de iSAT waarde in GEN-modus
zakken en zet na grondbalans de iSAT weer terug.
GRONDBALANS
De grondbalans kan op drie manieren worden uitgevoerd met de GOLD KRUZER: Automatisch,
handmatig en tracering.
Wanneer de GB-knop wordt ingedrukt tijdens het uitvoeren van de automatische of handmatige
grondbalans, schakelt het apparaat automatisch over naar de algemene zoekmodus (GEN) op de
achtergrond zonder enige aanduiding voor de gebruiker, ongeacht de geselecteerde zoekmodus.
Na voltooiing van de grondbalans wordt de huidige grondbalanswaarde weergegeven in het vak
Grondbalans (GB) aan de rechterkant van het display.
Automatische Grondbalans
Automatische grondbalans wordt als volgt uitgevoerd in alle zoekmodi :
1) Zoek een plek waar geen metaal is.
2) Houd de knop GB ingedrukt (de waarde van het aardingsniveau en het waarschuwingsbericht
"Pump Coil" worden op het display weergegeven) en begin met het op en neer pompen van de
zoekspoel van ongeveer 15-20 cm boven de grond (~ 6 '' - 8 '') tot op 3 cm van de grond met vloeiende
bewegingen en houd deze parallel aan de grond.
3) Ga door totdat u een piep hoort die aangeeft dat de grondbalans is uitgevoerd. Afhankelijk van
de omstandigheden op de grond, duurt het meestal ongeveer 2-4 pompen om de grondbalans te
voltooien.
4) Na voltooiing van de grondbalans wordt de waarde van de grondbalans weergegeven op het
display (GB). Het apparaat blijft de grondbalans afstellen en produceert een piepgeluid zolang u de
knop GB ingedrukt houdt en de spoel pompt. Om ervoor te zorgen dat de grondbalans correct is,
moet u de grond minstens 2-3 keer grondbalansen en de waarden van de grondbalans op het display
controleren. Over het algemeen zal het verschil tussen de waarden niet hoger zijn dan 1-2 cijfers.
5) Als u de balans niet kunt uitvoeren, met andere woorden, als er geen piepgeluid wordt
geproduceerd, betekent dit dat de aarde te geleidend is of niet is gemineraliseerd of dat er zich
een Target rechts onder de zoekspoel bevindt. Probeer in een dergelijk geval de grond opnieuw te
grondbalansen op een andere plaats. Als u de balans nog steeds niet kunt uitvoeren, lees dan het
gedeelte '' Belangrijke details over de grondbalans ''.
Wanneer de knop voor grondbalans wordt losgelaten, blijft het apparaat gedurende een korte tijd
in de GEN-modus werken en blijft de waarde van de grondbalans op het display staan. Dit maakt het
mogelijk om de automatische grondbalanswaarde handmatig in te stellen. Raadpleeg het volgende
hoofdstuk "Manual Ground Balance" voor meer informatie over deze functie. Als dit niet gewenst is,
drukt u eenmaal op de knop PP om terug te keren naar het hoofdscherm.
10
OPMERKING: Als de iSAT-waarde hoog is ingesteld, kan het apparaat de grondbalans niet automatisch
aanpassen. Verlaag in een dergelijk geval eerst de iSAT-waarde in GEN-modus. Na het grondbalansen
van de grond, zet u de iSAT terug naar zijn oorspronkelijke positie.
Handmatige Grondbalans
Hiermee kunt u de waarde van de grondbalans handmatig wijzigen. Het heeft meestal niet de
voorkeur omdat het tijd kost. Het is echter de voorkeursoptie in gevallen waarin een geslaagde
grondbalans niet met andere methoden kan worden uitgevoerd of als er kleine correcties zijn vereist
voor de automatische balans.
Gold Kruzer is ontworpen om automatisch grondbalans op elk type ondergrond mogelijk te maken.
Daarom wordt aanbevolen om bij het opstarten een automatische grondbalans uit te voeren. Het is
echter mogelijk dat de grond in sommige gevallen niet geschikt is voor automatische grondbalans en
dat het apparaat op dergelijke gronden niet kan grondbalansen. Zo zijn nat strandzand, bodem met
alkali- of zout water, vuilnisplekken, geploegde velden, sterk gemineraliseerde gronden en gronden
met een zeer lage mineralisatie niet geschikt voor automatische grondbalans.In dergelijke terreinen
kunt u proberen om handmatig grondbalans uit te voeren. Handmatige grondbalans vereist echter
een vaardigheid die zich in de loop van de tijd door oefening ontwikkelt.
Handmatige grondbalans uitvoeren :
1) Zoek een lege plek zonder metalen en schakel het apparaat naar de GEN-modus.
2) U moet luisteren naar de geluiden die uit de grond komen om een handmatige grondbalans uit
te voeren. Pomp de zoekspoel op en neer van ongeveer 15-20 cm (~ 6 '' - 8 '') boven de grond naar
beneden tot 3 cm (1 '') van de grond met vloeiende bewegingen en houd deze parallel aan de grond.
Als het geluid hoger wordt wanneer de zoekspoel boven de grond wordt opgetild, is de waarde van
de grondbalans te laag, met andere woorden, het effect van de grond is negatief en de waarde van de
grondbalans moet worden verhoogd met de knop (+). Aan de andere kant, als het geluid hoger wordt
bij het verlagen van de zoekspoel naar de grond, is de waarde van de grondbalans te hoog, met andere
woorden, het effect van de grond is positief en de waarde van de grondbalans moet worden verlaagd
door de ( -) knop.
3) Druk eenmaal op de knop voor grondbalans en laat hem los. De waarde van de grondbalans wordt
op het display weergegeven en blijft daar even staan. U kunt terugkeren naar het scherm voor de
grondbalans door op de knop voor grondbalans te drukken als het scherm overschakelt.
Handmatige grondbalansfuncties binnen het bereik
van 0-99.80 Elke waarde heeft echter betrekking op
5 stappen die worden gebruikt voor fijnafstemming
in zichzelf en deze stappen worden aangegeven als
veelvouden van 20 in het venster Grondbalans (GB).
De waarde van de grondbalans die aan de zijkant
wordt weergegeven, is bijvoorbeeld 70,80.
Druk op (+) of (-) om de waarde van de grondbalans
respectievelijk te verhogen of te verlagen. Als de toets
eenmaal per keer wordt ingedrukt, tellen de waarden
één voor één en als deze wordt ingedrukt, veranderen
de waarden snel.
4) Herhaal de bovenstaande procedure totdat het geluid uit de grond is verdwenen.
Het geluid wordt in bepaalde gebieden mogelijk niet volledig geëlimineerd. Luister in deze gevallen
naar de geluiden die worden geproduceerd wanneer de zoekspoel naar en van de grond wordt
verplaatst om te controleren of de grondbalans correct is. Als er geen verschil is tussen de twee
geluiden, is de grondbalans correct ingesteld.
Het apparaat keert na een korte periode automatisch terug naar het hoofdscherm na voltooiing van
de grondbalans. Druk één keer op de knop PP om direct terug te keren naar het hoofdscherm.
BELANGRIJK! Ervaren detectoristen passen de grondbalansinstelling aan tot een licht positieve
respons (zwak maar hoorbaar geluid wordt geproduceerd wanneer de zoekspoel dichter bij de
grond wordt geplaatst). Deze methode kan voor ervaren gebruikers gunstige resultaten opleveren
op bepaalde gebieden waar naar kleine doelen wordt gezocht.
Ground Tracking (TRACK)
In deze optie hoeft de gebruiker geen aanpassingen door te voeren. De TRACKING-functie wordt
geactiveerd vanuit het OPTIONS-menu door deze in de 01-positie te zetten. Het woord '' Tracking
'' wordt onder in het GB-venster weergegeven. Het apparaat werkt de grondbalans automatisch
bij, zolang de zoekspoel over de grond wordt gezwaaid en de waarde van de grondbalans in het
GB-venster wordt weergegeven. Het geeft geen feedback aan de gebruiker (zoals het piepgeluid in
de automatische grondbalans).
Terwijl tracking actief is, kan het apparaat in eerste instantie een luid signaal produceren wanneer het
een andere grondstructuur (bijvoorbeeld een mineraal gesteente) of een doel detecteert. Sleep in dit
geval de zoekspoel naar de plek waar het apparaat het signaal produceert. Als het geluid hetzelfde
blijft en het apparaat een ID vertoont, is dit mogelijk een Target. Als het geluid te veel verzwakt of
verloren gaat na enkele zwaaien met de zoekspoel, betekent dit dat het apparaat een signaal voor de
verschillende grondstructuren of een steen heeft geproduceerd.
OPMERKING: Aanbevolen wordt om tracking te gebruiken in de algemene zoekmodus (GEN) en niet
in andere modi.
Tracking is geschikt voor gebruik in gebieden waar verschillende bodemstructuren aanwezig zijn in
hetzelfde land of in velden waar gemineraliseerde rotsen ver uiteen liggen. Als u Tracking gebruikt in
gebieden waar "gemineraliseerde stenen" intens aanwezig zijn, is het apparaat mogelijk niet in staat
om deze sterk gemineraliseerde stenen te negeren of mist u de kleinere of diepere metalen.
BELANGRIJK! Zorg ervoor dat Tracking uitgeschakeld is tijdens luchttests. Anders probeert het
apparaat een grondbalans uit te voeren op het Target waar je de luchttest wilt doen en wordt de
diepte verkleind.
Grondbalans waarde
De Grondbalans waarde geeft informatie over de grond waarop u zoekt. Enkele typische grondtypes
zijn als volgt:
0-25 Nat zout water of natte alkalische bodems
25-50 Nat zout water en natte alkalische bodems bedekt met droge lagen
50-70 Regelmatige bodems van lage kwaliteit
70-90 Zeer magnetische bodems, magnetiet of maghemiet en soortgelijke sterk gemineraliseerde
bodems, zwart zand
Belangrijke details met betrekking tot de Grondbalans
1) Bij het opstarten is de waarde voor de grondbalans ingesteld op 90. Het apparaat kan de
grondbalans automatisch uitvoeren binnen het bereik van 20-99.80 in alle modi.
2) Als de mineralisatie van de grond te laag is, werkt de automatische grondbalans mogelijk niet in
andere modi. In dat geval kunt u proberen om handmatig de grondbalans uit te voeren.
3) U kunt de nauwkeurigheid van de grondbalans testen met de pinpoint-modus. Na het in evenwicht
brengen van de grond, als u geen of een zwak geluid ontvangt wanneer u de zoekspoel dichter bij
de grond in de pinpoint-modus beweegt, is de grondbalans succesvol. Als het geluid harder wordt
wanneer u de zoekspoel dichter bij de grond plaatst, is de grondbalans niet succesvol. Verander in dat
geval van locatie. Als ondanks deze inspanningen de grondbalans niet mogelijk is, moet u doorgaan
met uw zoektocht zonder de grondbalans uit te voeren.
U kunt niet zoeken in de algemene zoekmodus (GEN) zonder grondbalans. U moet een van de
discriminatiemodi gebruiken en de DISC waarde verhogen totdat het geluid is glimineerd.
4) Zodra de grondbalans is ingesteld, blijft deze in de meeste gebieden lang goed. Als u echter een
uitgegraven, opgevulde of geologisch samengestelde bodemstructuur tegenkomt, moet er opnieuw
een grondbalans worden uitgevoerd om deze aan te passen aan de variërende bodemstructuur.
5) In sommige gevallen waarin de iSAT-waarde hoog is ingesteld, kan het apparaat mogelijk niet een
automatisch grondbalans uitvoeren. Laat in een dergelijk geval eerst de iSAT waarde in GEN-modus
zakken en zet na grondbalans de iSAT weer terug.
GRONDBALANS
De grondbalans kan op drie manieren worden uitgevoerd met de GOLD KRUZER: Automatisch,
handmatig en tracering.
Wanneer de GB-knop wordt ingedrukt tijdens het uitvoeren van de automatische of handmatige
grondbalans, schakelt het apparaat automatisch over naar de algemene zoekmodus (GEN) op de
achtergrond zonder enige aanduiding voor de gebruiker, ongeacht de geselecteerde zoekmodus.
Na voltooiing van de grondbalans wordt de huidige grondbalanswaarde weergegeven in het vak
Grondbalans (GB) aan de rechterkant van het display.
Automatische Grondbalans
Automatische grondbalans wordt als volgt uitgevoerd in alle zoekmodi :
1) Zoek een plek waar geen metaal is.
2) Houd de knop GB ingedrukt (de waarde van het aardingsniveau en het waarschuwingsbericht
"Pump Coil" worden op het display weergegeven) en begin met het op en neer pompen van de
zoekspoel van ongeveer 15-20 cm boven de grond (~ 6 '' - 8 '') tot op 3 cm van de grond met vloeiende
bewegingen en houd deze parallel aan de grond.
3) Ga door totdat u een piep hoort die aangeeft dat de grondbalans is uitgevoerd. Afhankelijk van
de omstandigheden op de grond, duurt het meestal ongeveer 2-4 pompen om de grondbalans te
voltooien.
4) Na voltooiing van de grondbalans wordt de waarde van de grondbalans weergegeven op het
display (GB). Het apparaat blijft de grondbalans afstellen en produceert een piepgeluid zolang u de
knop GB ingedrukt houdt en de spoel pompt. Om ervoor te zorgen dat de grondbalans correct is,
moet u de grond minstens 2-3 keer grondbalansen en de waarden van de grondbalans op het display
controleren. Over het algemeen zal het verschil tussen de waarden niet hoger zijn dan 1-2 cijfers.
5) Als u de balans niet kunt uitvoeren, met andere woorden, als er geen piepgeluid wordt
geproduceerd, betekent dit dat de aarde te geleidend is of niet is gemineraliseerd of dat er zich
een Target rechts onder de zoekspoel bevindt. Probeer in een dergelijk geval de grond opnieuw te
grondbalansen op een andere plaats. Als u de balans nog steeds niet kunt uitvoeren, lees dan het
gedeelte '' Belangrijke details over de grondbalans ''.
Wanneer de knop voor grondbalans wordt losgelaten, blijft het apparaat gedurende een korte tijd
in de GEN-modus werken en blijft de waarde van de grondbalans op het display staan. Dit maakt het
mogelijk om de automatische grondbalanswaarde handmatig in te stellen. Raadpleeg het volgende
hoofdstuk "Manual Ground Balance" voor meer informatie over deze functie. Als dit niet gewenst is,
drukt u eenmaal op de knop PP om terug te keren naar het hoofdscherm.
11
OPMERKING: Als de iSAT-waarde hoog is ingesteld, kan het apparaat de grondbalans niet automatisch
aanpassen. Verlaag in een dergelijk geval eerst de iSAT-waarde in GEN-modus. Na het grondbalansen
van de grond, zet u de iSAT terug naar zijn oorspronkelijke positie.
Handmatige Grondbalans
Hiermee kunt u de waarde van de grondbalans handmatig wijzigen. Het heeft meestal niet de
voorkeur omdat het tijd kost. Het is echter de voorkeursoptie in gevallen waarin een geslaagde
grondbalans niet met andere methoden kan worden uitgevoerd of als er kleine correcties zijn vereist
voor de automatische balans.
Gold Kruzer is ontworpen om automatisch grondbalans op elk type ondergrond mogelijk te maken.
Daarom wordt aanbevolen om bij het opstarten een automatische grondbalans uit te voeren. Het is
echter mogelijk dat de grond in sommige gevallen niet geschikt is voor automatische grondbalans en
dat het apparaat op dergelijke gronden niet kan grondbalansen. Zo zijn nat strandzand, bodem met
alkali- of zout water, vuilnisplekken, geploegde velden, sterk gemineraliseerde gronden en gronden
met een zeer lage mineralisatie niet geschikt voor automatische grondbalans.In dergelijke terreinen
kunt u proberen om handmatig grondbalans uit te voeren. Handmatige grondbalans vereist echter
een vaardigheid die zich in de loop van de tijd door oefening ontwikkelt.
Handmatige grondbalans uitvoeren :
1) Zoek een lege plek zonder metalen en schakel het apparaat naar de GEN-modus.
2) U moet luisteren naar de geluiden die uit de grond komen om een handmatige grondbalans uit
te voeren. Pomp de zoekspoel op en neer van ongeveer 15-20 cm (~ 6 '' - 8 '') boven de grond naar
beneden tot 3 cm (1 '') van de grond met vloeiende bewegingen en houd deze parallel aan de grond.
Als het geluid hoger wordt wanneer de zoekspoel boven de grond wordt opgetild, is de waarde van
de grondbalans te laag, met andere woorden, het effect van de grond is negatief en de waarde van de
grondbalans moet worden verhoogd met de knop (+). Aan de andere kant, als het geluid hoger wordt
bij het verlagen van de zoekspoel naar de grond, is de waarde van de grondbalans te hoog, met andere
woorden, het effect van de grond is positief en de waarde van de grondbalans moet worden verlaagd
door de ( -) knop.
3) Druk eenmaal op de knop voor grondbalans en laat hem los. De waarde van de grondbalans wordt
op het display weergegeven en blijft daar even staan. U kunt terugkeren naar het scherm voor de
grondbalans door op de knop voor grondbalans te drukken als het scherm overschakelt.
Handmatige grondbalansfuncties binnen het bereik
van 0-99.80 Elke waarde heeft echter betrekking op
5 stappen die worden gebruikt voor fijnafstemming
in zichzelf en deze stappen worden aangegeven als
veelvouden van 20 in het venster Grondbalans (GB).
De waarde van de grondbalans die aan de zijkant
wordt weergegeven, is bijvoorbeeld 70,80.
Druk op (+) of (-) om de waarde van de grondbalans
respectievelijk te verhogen of te verlagen. Als de toets
eenmaal per keer wordt ingedrukt, tellen de waarden
één voor één en als deze wordt ingedrukt, veranderen
de waarden snel.
4) Herhaal de bovenstaande procedure totdat het geluid uit de grond is verdwenen.
Het geluid wordt in bepaalde gebieden mogelijk niet volledig geëlimineerd. Luister in deze gevallen
naar de geluiden die worden geproduceerd wanneer de zoekspoel naar en van de grond wordt
verplaatst om te controleren of de grondbalans correct is. Als er geen verschil is tussen de twee
geluiden, is de grondbalans correct ingesteld.
Het apparaat keert na een korte periode automatisch terug naar het hoofdscherm na voltooiing van
de grondbalans. Druk één keer op de knop PP om direct terug te keren naar het hoofdscherm.
BELANGRIJK! Ervaren detectoristen passen de grondbalansinstelling aan tot een licht positieve
respons (zwak maar hoorbaar geluid wordt geproduceerd wanneer de zoekspoel dichter bij de
grond wordt geplaatst). Deze methode kan voor ervaren gebruikers gunstige resultaten opleveren
op bepaalde gebieden waar naar kleine doelen wordt gezocht.
Ground Tracking (TRACK)
In deze optie hoeft de gebruiker geen aanpassingen door te voeren. De TRACKING-functie wordt
geactiveerd vanuit het OPTIONS-menu door deze in de 01-positie te zetten. Het woord '' Tracking
'' wordt onder in het GB-venster weergegeven. Het apparaat werkt de grondbalans automatisch
bij, zolang de zoekspoel over de grond wordt gezwaaid en de waarde van de grondbalans in het
GB-venster wordt weergegeven. Het geeft geen feedback aan de gebruiker (zoals het piepgeluid in
de automatische grondbalans).
Terwijl tracking actief is, kan het apparaat in eerste instantie een luid signaal produceren wanneer het
een andere grondstructuur (bijvoorbeeld een mineraal gesteente) of een doel detecteert. Sleep in dit
geval de zoekspoel naar de plek waar het apparaat het signaal produceert. Als het geluid hetzelfde
blijft en het apparaat een ID vertoont, is dit mogelijk een Target. Als het geluid te veel verzwakt of
verloren gaat na enkele zwaaien met de zoekspoel, betekent dit dat het apparaat een signaal voor de
verschillende grondstructuren of een steen heeft geproduceerd.
OPMERKING: Aanbevolen wordt om tracking te gebruiken in de algemene zoekmodus (GEN) en niet
in andere modi.
Tracking is geschikt voor gebruik in gebieden waar verschillende bodemstructuren aanwezig zijn in
hetzelfde land of in velden waar gemineraliseerde rotsen ver uiteen liggen. Als u Tracking gebruikt in
gebieden waar "gemineraliseerde stenen" intens aanwezig zijn, is het apparaat mogelijk niet in staat
om deze sterk gemineraliseerde stenen te negeren of mist u de kleinere of diepere metalen.
BELANGRIJK! Zorg ervoor dat Tracking uitgeschakeld is tijdens luchttests. Anders probeert het
apparaat een grondbalans uit te voeren op het Target waar je de luchttest wilt doen en wordt de
diepte verkleind.
Grondbalans waarde
De Grondbalans waarde geeft informatie over de grond waarop u zoekt. Enkele typische grondtypes
zijn als volgt:
0-25 Nat zout water of natte alkalische bodems
25-50 Nat zout water en natte alkalische bodems bedekt met droge lagen
50-70 Regelmatige bodems van lage kwaliteit
70-90 Zeer magnetische bodems, magnetiet of maghemiet en soortgelijke sterk gemineraliseerde
bodems, zwart zand
Belangrijke details met betrekking tot de Grondbalans
1) Bij het opstarten is de waarde voor de grondbalans ingesteld op 90. Het apparaat kan de
grondbalans automatisch uitvoeren binnen het bereik van 20-99.80 in alle modi.
2) Als de mineralisatie van de grond te laag is, werkt de automatische grondbalans mogelijk niet in
andere modi. In dat geval kunt u proberen om handmatig de grondbalans uit te voeren.
3) U kunt de nauwkeurigheid van de grondbalans testen met de pinpoint-modus. Na het in evenwicht
brengen van de grond, als u geen of een zwak geluid ontvangt wanneer u de zoekspoel dichter bij
de grond in de pinpoint-modus beweegt, is de grondbalans succesvol. Als het geluid harder wordt
wanneer u de zoekspoel dichter bij de grond plaatst, is de grondbalans niet succesvol. Verander in dat
geval van locatie. Als ondanks deze inspanningen de grondbalans niet mogelijk is, moet u doorgaan
met uw zoektocht zonder de grondbalans uit te voeren.
U kunt niet zoeken in de algemene zoekmodus (GEN) zonder grondbalans. U moet een van de
discriminatiemodi gebruiken en de DISC waarde verhogen totdat het geluid is geëlimineerd.
4) Zodra de grondbalans is ingesteld, blijft deze in de meeste gebieden lang goed. Als u echter een
uitgegraven, opgevulde of geologisch samengestelde bodemstructuur tegenkomt, moet er opnieuw
een grondbalans worden uitgevoerd om deze aan te passen aan de variërende bodemstructuur.
5) In sommige gevallen waarin de iSAT-waarde hoog is ingesteld, kan het apparaat mogelijk niet een
automatisch grondbalans uitvoeren. Laat in een dergelijk geval eerst de iSAT waarde in GEN-modus
zakken en zet na grondbalans de iSAT weer terug.
GRONDBALANS
12
OBJECT-ID
TARGET ID is het nummer dat wordt geproduceerd door de metaaldetector op basis van de
geleidbaarheid van de metalen en geeft een idee aan de gebruiker over wat het doelwit kan zijn.
Target-ID wordt getoond met twee cijfers op het display en varieert van 00-99.
OPMERKING: Houd er rekening mee dat grote Targeten een hoger ID kunnen aangeven dan verwacht,
hoewel ze mogelijk van een lagere geleiding zijn.
In sommige gevallen kan het apparaat meerdere ID's voor hetzelfde doel produceren. Met andere
woorden, de ID's kunnen schommelen. Dit kan het gevolg zijn van verschillende factoren.Target
oriëntatie, diepte, zuiverheid van het metaal, corrosie, mineralisatieniveau van de bodem enz. Zelfs de
richting van de swing van de zoekspoel kan ertoe leiden dat het apparaat meerdere ID's genereert.
In sommige gevallen geeft het apparaat mogelijk geen ID op. Het apparaat moet een sterk en duidelijk
signaal van het doel ontvangen om een ID op te geven. Daarom kan het mogelijk niet in staat zijn om
een ID te leveren voor doelen op margindiepten of kleinere doelen, zelfs als het apparaat ze detecteert.
Houd er rekening mee dat Target-ID's "waarschijnlijk" zijn, met andere woorden "geschatte waarden"
en dat het niet mogelijk zou zijn om de eigenschappen van een begraven Target exact te kennen
totdat het wordt uitgegraven.
ID's van non-ferro metalen zoals koper, zilver, aluminium en lood zijn hoog. Het doel-ID-bereik van
goud is breed en kan binnen hetzelfde bereik van metaalafval vallen, zoals ijzer, folie, schroefdoppen
en treklippen. Daarom, als u op zoek bent naar gouden Targeten, wordt het opgraven van bepaalde
afval metalen een feit.
Enkele mogelijke Target ID's en hun waarschijnlijkheid zijn aangegeven in de onderstaande tabel:
Het kan enige tijd en ervaring kosten om optimaal gebruik te maken van de functie Target ID
in uw zoekgebied Verschillende merken en modellen van detectoren produceren verschillende
Targetl-ID-nummers De getallen variëren nog meer afhankelijk van de Target diepte, grond
mineralisatie en aanwezige metalen. Maar na wat oefenen, zul je snel vertrouwd raken met de
betekenissen van de Gold Kruzer's Target-ID's.
0-5 ●●
5-10 ●●
10-20 ●● ●●
20-40 ●●● ●●● ●●
40-70 ●●●
70-80
80-90 ●●● ●●
90-99 ●● ●●
Goud onder
Hot Rocks
Messing
Koper
Aluminium
ID Hot
Rocks Ijzer Goud Zilver
13
ZOEKMODI
Gold Kruzer heeft 4 zoekmodi die zijn ontworpen voor verschillende terreinen en doelen. U kunt
eenvoudig navigeren tussen de modi met behulp van de richtingstoetsen. De geselecteerde
modusnaam zal op het scherm worden omkaderd.
Algemene Zoek (General Search, GEN)
Anders dan de andere modi, heeft deze modus een grenswaardetoon die continu op de achtergrond
te horen is.
In deze modus maakt het apparaat geen onderscheid tussen verschillende Targeten en detecteert alle
doelen (metalen, gemineraliseerde stenen enz.). ID van het gedetecteerde doel wordt op het scherm
weergegeven (behalve voor negatieve hot rock) en voor alle doelen wordt dezelfde geluidstoon
weergegeven. De audiotoon neemt toe in toonhoogte wanneer de spoel het doel nadert. Dit is de
typische All Metal-modus die op de meeste detectoren wordt aangetroffen.
Als het gedetecteerde doelwit een gemineraliseerde gesteente is, zal de mineralisatiebalk (Mineral)
aan de bovenkant van het scherm ook vollopen.
De gain-, grenswaarde- en iSAT-instellingen in deze modus zijn geoptimaliseerd voor de
beste prestaties op verschillende terreinen. U kunt deze instellingen wijzigen op basis van de
grondomstandigheden.
Omdat het apparaat in de GEN-modus een geluidssignaal geeft voor alle ijzerhoudende of
non-ferrometalen, raden wij aan deze modus niet te gebruiken in gebieden met veel metaalafval.
Andere Modi (FAST (SNEL), BOOST en MICRO)
Anders dan in de GEN-modus is er in deze modi geen grenswaarde. Het apparaat geeft alleen een
geluidssignaal wanneer een doelwit wordt gedetecteerd en geeft in deze modi ook de ID's van
gedetecteerde doelen op het scherm weer. Als het gevoeligheidsniveau niet goed is ingesteld, kunt
u in deze modi een krakend geluid horen. Daarom moet de gevoeligheid zodanig worden ingesteld
dat het apparaat stil is wanneer er geen metaal aanwezig is.
Deze modi hebben een aantal gemeenschappelijke kenmerken, maar ze hebben gedragsverschillen.
Discriminatie (DISC.) is een veelvoorkomend kenmerk dat vaak in deze modi wordt gebruikt. Disc.
waarden zijn vooraf ingesteld door de fabriek voor deze modi. Als u wilt, kunt u deze waarden wijzigen
op basis van de veld- en bodemomstandigheden.
Fast (Snel) Mode (FAST)
Het is de single-tone modus ontworpen voor taaie gouden velden met een hoge mineralisatie of
gemineraliseerde stenen (hot rocks). Het biedt lichtjes minder diepte maar snellere doelopsporing
en herstelsnelheid in hoogst gemineraliseerde gronden in vergelijking met de andere modi aan.
In deze modus is DISC. standaard ingesteld op 25. Het doel-ID bereik is 0-40 voor ijzerhoudende
metalen en 41-99 voor non-ferro metalen.
Boost Mode (BOOST)
Het is de single-tone modus ontworpen voor schonere goudvelden met mildere mineralisatie of
minder gemineraliseerde stenen. Het biedt meer diepte in vergelijking met de FAST en MICRO modi.
Net als in de FAST-modus is DISC. standaard ook in deze modus op 25 ingesteld. Target ID bereik is
0-40 voor ferro metalen en 41-99 voor non-ferro metalen.
Opmerking voor ervaren gebruikers: Als u de ID's van de hete stenen in het veld opneemt en ze
vervolgens discrimineert met de DISC-functie, dan is nugget detectie handiger. Bij het discrimineren
van ID's moet je de ID waarde gebruiken die het dichtst bij de ID van de hete stenen ligt. Anders kan
het zijn dat je nuggets mist onder hete stenen. Bijgevolg kan het nodig zijn om de standaard DISC.
waarde van deze modi (25) te wijzigen naar een andere waarde gebaseerd op de ID's van hete stenen
in het veld. Voor meer details over het maskeren van hete stenen, lees de betreffende secties.
Als je een doelsignaal in een goudveld graaft en hete rotsen vindt, moet je er zeker van zijn dat er geen
kleine goudklomp eronder zit.
MICROSIERADENMODUS (MICRO)
Drie-toon modus speciaal ontworpen voor de jacht op micro-sieraden (zoals oorbellen). In deze modus
produceert het apparaat een lage toon voor ijzerhoudende doelen met 0-40 ID's, een gemiddelde
toon voor goud en non-ferro metalen met ID's 41-66 en een hoge toon voor non-ferro metalen met
ID's 67-99 zoals zilver, messing en koper. Door gebruik te maken van de T.BREAK functie, kunt u de
breekpunten van de doeltonen op het Target ID bereik aanpassen.
TARGET DIEPTE
Het apparaat levert een geschatte Objectdiepte op basis van de signaalsterkte, zowel tijdens detectie
als in de pinpoint-modus.
Diepte-indicator: Toont de nabijheid van het doel tot het oppervlak in 5 niveaus tijdens detectie.
Omdat elke modus van de Kruzer een andere diepte bereik heeft, geeft de diepte-indicator een ander
dieptiveau weer voor hetzelfde doel in verschillende modi.
In de pinpoint-modus wordt de geschatte doeldiepte op het display weergegeven in cm (of inch- zie
hieronder voor details) terwijl u dichter bij het OBJECTkomt.
De Detectie diepte wordt aangepast in de veronderstelling dat het doelwit een 2,5 cm (1 '') munt is.
De werkelijke diepte is afhankelijk van de grootte van het Object. De detector geeft bijvoorbeeld
meer diepte aan voor een doel kleiner dan een 2,5 cm (1 '') muntstuk en minder diepte voor een
groter object. In de praktijk is de procedure met de puntjes niet bedoeld voor de bepaling van de
diepte maar voor de exacte locatiebepaling. Daarom wordt aanbevolen dat de diepte-indicator op
het display wordt gebruikt om de nabijheid van het doel te bepalen.
BELANGRIJK! Als u wilt dat de doeldiepte wordt weergegeven in inches in plaats van cms, doet u het
volgende: Terwijl het apparaat uitstaat, houdt u de SETTINGS/OPTIONS and BOOST knoppen
tegelijkertijd ingedrukt en zet u het apparaat aan. '' In '' wordt weergegeven. Om terug te schakelen
naar cms, moet u het apparaat uitschakelen en vervolgens de bovenstaande procedure herhalen.
Terwijl het apparaat wordt geïnitialiseerd, wordt '' SI '' weergegeven.
GROOTSTE OF OBJECTEN DICHT AAN DE OPPERVLAKTE
Objecten die zich in de buurt van het oppervlak bevinden, kunnen verschillende signalen aan het
apparaat doorgeven. Als u een object in de buurt van de oppervlakte verwacht, tilt u de zoekspoel op
en zwaait u langzamer totdat een enkel signaal wordt ontvangen. Als er zich in de buurt van het
oppervlak een groot object bevindt, kan dit een overbelasting van de zoekspoel veroorzaken en
begint het apparaat een continu geluid te genereren dat op een sirene lijkt. Het bericht "Overload"
wordt tegelijkertijd op het display weergegeven. Til in dat geval de zoekspoel hoger op totdat het
bericht verdwijnt.
VALSE SIGNALEN EN REDENEN
Soms kan het apparaat signalen produceren die vergelijkbaar zijn met een objectsignaal, hoewel er
geen metalen object aanwezig is. Er zijn verschillende redenen voor de valse signalen die door het
apparaat worden ontvangen. De meest voorkomende zijn bodemmineralisatie of gesteenten met
een hoog mineraalgehalte, omringende elektromagnetische signalen, werking van een andere
nabijgelegen detector, geroest of aangetast ijzer of folie in de grond, Gain- of Threshold te hoog
ingesteld.
Omringende elektromagnetische signalen kunnen worden geëlimineerd door de gain te
verminderen. Als er een andere detector in de buurt is, kunt u proberen de frequentie te wijzigenof
het zoeken uit te voeren op een afstand waar geen interferentie optreedt. Voor gemineraliseerde
grond of gesteenten met een hoog gehalte aan mineralen, en een te hoog ingestelde gain en
threshold, lees de betreffende secties.
MAGNETISCHE MINERALISATIE INDICATOR
De magnetische mineralisatie-indicator bestaat uit 5 niveaus. De indicatorbalken stijgen niet bij lage
mineraleniveaus tijdens het zoeken en bij het opstarten. In gebieden waar het magnetische
mineraalniveau hoog is, zullen de indicatorbalken stijgen naar de intensiteit. Deze meting kan
worden samengevat als het niveau van magnetische eigenschap en intensiteit van de grond.
Deze meting is belangrijk vanuit twee aspecten. Ten eerste is de zoekdiepte op grond met hoge
magnetische mineralisatie laag en gebruikers moeten zich hiervan bewust zijn. Ten tweede is
magnetische mineralisatie een eigenschap die vooral wordt gezien bij gemineraliseerde gesteenten
en deze meting speelt een belangrijke rol voor het apparaat om de valse signalen die door deze
stenen worden geproduceerd te elimineren.
ROTSEN EN ZOEKEN OP ROTSACHTIG TERREIN (ALGEMENE EN DISCRIMINATIEMODI)
Uitdagende bodemomstandigheden doen zich vooral voor wanneer de geleidbaarheid en de
magnetische eigenschappen van de grond te hoog zijn. Bediening van het apparaat over een
dergelijke ondergrond wordt mogelijk gemaakt door de beste zoekmodus te selecteren, evenals de
juiste instellingen voor grondbalans, Gain, iSAT, iMASK en Threshold.
Stenen en rotsen of holtes in de grond zijn net zo belangrijk als de grond zelf met betrekking tot de
zoek- en doeldetectiekwaliteit.
Bodem en stenen hebben twee verschillende eigenschappen, net zoals de doelen waarnaar u op
zoek bent. Een daarvan is de intensiteit en de andere is de geleidbaarheid - magnetische
permeabiliteitsratio en deze twee eigenschappen zijn onafhankelijk van elkaar. In deze handleiding
wordt de geleidbaarheid - magnetische permeabiliteitsratio in het kort ID genoemd. Hoge
magnetische permeabiliteit, lage geleidbaarheid resulteert in een lage ID. Bodem of stenen kunnen
zeer goed doorlatend zijn en hebben ook lage of hoge ID's. Als de geleidbaarheid toeneemt ten
opzichte van de magnetische permeabiliteit, neemt ook de ID toe.
Gemineraliseerde stenen worden geclassificeerd als negatief of positief op basis van hun ID die laag
of hoog is in vergelijking met de ID van de grond waarin ze zich bevinden. Een of beide typen kunnen
in een veld aanwezig zijn. De negatieve en positieve effecten die hier worden genoemd, zijn alleen
geldig als de grondbalans correct is uitgevoerd op de bestaande grond. Anders zal de bodem zelf niet
anders handelen dan gemineraliseerde stenen in termen van ID. In '' TRACKING '' verschillen de
condities echter. Daarom zullen de effecten van stenen in tracking afzonderlijk worden besproken.
Hier hebben we het over een goede grondbalans zonder tracking.
Positieve stenen werken net als metaal en produceren een metaalgeluid. In de Algemene zoekmodus
(GEN) produceren ze een "zip zip" -geluid wanneer de zoekspoel erover heen zwaait. Als het signaal
sterk genoeg is, kan het apparaat een ID voor deze rotsen produceren. Negatieve stenen in de
algemene zoekmodus produceren een lang "boing" -geluid wanneer de zoekspoel eroverheen wordt
bewogen. Het apparaat geeft geen ID voor deze stenen, zelfs als het signaal sterk is maar de balken
the Mineral Bar will rise.
Positieve rotsen zorgen voor een typisch metaalgeluid in discriminatiemodi. Negatieve stenen
bieden geen geluid in discriminatiemodi (behalve in zeldzame gevallen van valse signalen). De balk
voor de mineralisatie indicator zal in beide gevallen stijgen.
Bij hogere instellingen van de iSAT zal het geluid van positieve of negatieve gemineraliseerde stenen
niet veranderen. Naarmate de iSAT-waarde afneemt, blijft het geluid van positieve gemineraliseerde
stenen hetzelfde, maar de negatievegemineraliseerde stenen kunnen een zachter piepgeluid geven
in plaats van het boinggeluid.
Daarom kunt u een beslissing nemen door te luisteren naar de audioweergaven die door het
apparaat in het veld worden geproduceerd.In de GEN-modus, wanneer het apparaat een audiotoon
produceert, kunt u, als de minerale balk tegelijkertijd stijgt, beslissen of het object een positieve of
een negatieve hete rots is door naar het geluid te luisteren.In de andere modi, als u de standaard
DISC-instelling van het apparaat niet hebt gewijzigd, zal het apparaat geen geluidstoon voor
positieve hete stenen produceren en als u de grond gebalanceerd hebt, zal het toch geen
geluidstoon voor negatieve hete stenen uitzenden. If you have changed the DISC. setting of the
device in these modes, when you receive a strong signal and a stable ID, you can distinguish if the
detected target is a positive hot rock or metal by checking the ID. However, remember that weak
signals may produce different IDs and metals under rocks may produce different metal signals.
Therefore, the most appropriate action is to dig up when a metal signal is received.
Omdat je zo'n situatie kunt tegenkomen in goudzoekgebieden waar naar nuggets wordt gezocht, is
het belangrijk dat je vertrouwd raakt met de hete rotsen en hun ID's in je zoekveld en dat je het
apparaat vooraf test met wat nuggets.
Als u een van de andere modi dan de GEN-modus gebruikt en u kent de ID van de omringende
gemineraliseerde stenen, kunt u de instelling DISC. gebruiken om de stenen te verwijderen. Het is
echter mogelijk dat dit niet voldoende is om alle rotssignalen te vermijden. Het apparaat kan nog
steeds signalen van rotsen ontvangen omdat grond en rotsen samen een gecombineerd effect
vormen en een andere ID genereren dan die van rotsen.
TRACKING EN HET EFFECT VAN STENEN
Wanneer de tracking actief is, kan het apparaat een audio-respons en ID geven wanneer het over een
hot rock heen gaat omdat het effect van de steen anders zal zijn dan van de grond. Tegelijkertijd, zal
de bar voor mineralisering toenemen. Als u de zoekspoel over het gesteente zwaait, zal tracking de
instelling automatisch aanpassen en zal de audiorespons / ID verdwijnen of aanzienlijk afnemen.
Omdat er een kleine vertraging is in het volgen, kunt u een sterk signaal horen bij de eerste één of
twee zwaaien totdat de instelling is aangepast. Het geluid wordt dan zwakker en verdwijnt. Dit
gebeurt niet met metalen doelen omdat metalen voorkomen dat het apparaat kan grondbalansen.
Daarom is er in tracking, als je een constant signaal krijgt over een object na herhaaldelijk zwaaien, is
de kans groot dat het object een metaal is.Zwaaien vanover een steen terug over de bodem, het
apparaat kan signalen naar de grond sturen tijdens een paar zwaaien totdat de instelling voor de
grondbalans opnieuw wordt bijgewerkt. Dit is normaal en zou u niet moeten misleiden.
Tracking wordt niet aanbevolen om stenen onder normale omstandigheden te elimineren. Het wordt
aanbevolen voor gebruik in gebieden met wisselende grondsoorten.
METAAL ONDER STENEN
De Gold Kruzer verhoogt de mogelijkheid om metalen doelen te detecteren onder gemineraliseerde
stenen door de juiste aanpassing van uw instellingen. Het gecombineerde effect gecreëerd door de
steen en metaal samen is lager dan het effect dat het metaal zelf creëert en de weergegeven ID zal
anders zijn dan de verwachte ID van het metaal. De weergegeven ID wordt gevormd door de
combinatie van steen en metaal samen en komt dichter bij de ID van de steen als de grootte van het
metaal kleiner is ten opzichte van de steen. Houd in gedachten dat metalen onder stenen nooit
verschijnen met hun eigen metaal ID. Een goudstuk onder een steen kan bijvoorbeeld een ijzertoon
en ID produceren.
Als u de stenen wegfiltert met een correct afgestelde DISC. instelling in discriminatiemodi, kunt u het
signaal van het object onder het gesteente horen als het doelsignaal een iets groter effect heeft dan
het gefilterde ID. Het belangrijkste is dat als je een object detecteert en een steen opgraaft moet je de
ID noteren die je hebt gekregen voordat je graaft en het als de DISC. Instelling gebruiken de volgende
keer.
Bijvoorbeeld; de gemineraliseerde stenen in je zoekveld geven meestal id's rond 00-01. In dit geval
moet u de DISC instellen tot maximaal 05. Op deze manier kun je stenen verwijderen en signalen van
metalen eronder ontvangen. Wanneer u de DISC. instelt te hoog is onnodig, dan mis je metalen
objecten.
BELANGRIJK! Bij het zoeken in velden met gemineraliseerde gesteente, wordt het gebruik van de
E.U.D-functie (pagina 20) aanbevolen om te voorkomen dat metalen onder gemineraliseerde stenen
worden gemist.
14
Gold Kruzer heeft 4 zoekmodi die zijn ontworpen voor verschillende terreinen en doelen. U kunt
eenvoudig navigeren tussen de modi met behulp van de richtingstoetsen. De geselecteerde
modusnaam zal op het scherm worden omkaderd.
Algemene Zoek (General Search, GEN)
Anders dan de andere modi, heeft deze modus een grenswaardetoon die continu op de achtergrond
te horen is.
In deze modus maakt het apparaat geen onderscheid tussen verschillende Targeten en detecteert alle
doelen (metalen, gemineraliseerde stenen enz.). ID van het gedetecteerde doel wordt op het scherm
weergegeven (behalve voor negatieve hot rock) en voor alle doelen wordt dezelfde geluidstoon
weergegeven. De audiotoon neemt toe in toonhoogte wanneer de spoel het doel nadert. Dit is de
typische All Metal-modus die op de meeste detectoren wordt aangetroffen.
Als het gedetecteerde doelwit een gemineraliseerde gesteente is, zal de mineralisatiebalk (Mineral)
aan de bovenkant van het scherm ook vollopen.
De gain-, grenswaarde- en iSAT-instellingen in deze modus zijn geoptimaliseerd voor de
beste prestaties op verschillende terreinen. U kunt deze instellingen wijzigen op basis van de
grondomstandigheden.
Omdat het apparaat in de GEN-modus een geluidssignaal geeft voor alle ijzerhoudende of
non-ferrometalen, raden wij aan deze modus niet te gebruiken in gebieden met veel metaalafval.
Andere Modi (FAST (SNEL), BOOST en MICRO)
Anders dan in de GEN-modus is er in deze modi geen grenswaarde. Het apparaat geeft alleen een
geluidssignaal wanneer een doelwit wordt gedetecteerd en geeft in deze modi ook de ID's van
gedetecteerde doelen op het scherm weer. Als het gevoeligheidsniveau niet goed is ingesteld, kunt
u in deze modi een krakend geluid horen. Daarom moet de gevoeligheid zodanig worden ingesteld
dat het apparaat stil is wanneer er geen metaal aanwezig is.
Deze modi hebben een aantal gemeenschappelijke kenmerken, maar ze hebben gedragsverschillen.
Discriminatie (DISC.) is een veelvoorkomend kenmerk dat vaak in deze modi wordt gebruikt. Disc.
waarden zijn vooraf ingesteld door de fabriek voor deze modi. Als u wilt, kunt u deze waarden wijzigen
op basis van de veld- en bodemomstandigheden.
Fast (Snel) Mode (FAST)
Het is de single-tone modus ontworpen voor taaie gouden velden met een hoge mineralisatie of
gemineraliseerde stenen (hot rocks). Het biedt lichtjes minder diepte maar snellere doelopsporing
en herstelsnelheid in hoogst gemineraliseerde gronden in vergelijking met de andere modi aan.
In deze modus is DISC. standaard ingesteld op 25. Het doel-ID bereik is 0-40 voor ijzerhoudende
metalen en 41-99 voor non-ferro metalen.
Boost Mode (BOOST)
Het is de single-tone modus ontworpen voor schonere goudvelden met mildere mineralisatie of
minder gemineraliseerde stenen. Het biedt meer diepte in vergelijking met de FAST en MICRO modi.
Net als in de FAST-modus is DISC. standaard ook in deze modus op 25 ingesteld. Target ID bereik is
0-40 voor ferro metalen en 41-99 voor non-ferro metalen.
Opmerking voor ervaren gebruikers: Als u de ID's van de hete stenen in het veld opneemt en ze
vervolgens discrimineert met de DISC-functie, dan is nugget detectie handiger. Bij het discrimineren
van ID's moet je de ID waarde gebruiken die het dichtst bij de ID van de hete stenen ligt. Anders kan
het zijn dat je nuggets mist onder hete stenen. Bijgevolg kan het nodig zijn om de standaard DISC.
waarde van deze modi (25) te wijzigen naar een andere waarde gebaseerd op de ID's van hete stenen
in het veld. Voor meer details over het maskeren van hete stenen, lees de betreffende secties.
Als je een doelsignaal in een goudveld graaft en hete rotsen vindt, moet je er zeker van zijn dat er geen
kleine goudklomp eronder zit.
MICROSIERADENMODUS (MICRO)
Drie-toon modus speciaal ontworpen voor de jacht op micro-sieraden (zoals oorbellen). In deze modus
produceert het apparaat een lage toon voor ijzerhoudende doelen met 0-40 ID's, een gemiddelde
toon voor goud en non-ferro metalen met ID's 41-66 en een hoge toon voor non-ferro metalen met
ID's 67-99 zoals zilver, messing en koper. Door gebruik te maken van de T.BREAK functie, kunt u de
breekpunten van de doeltonen op het Target ID bereik aanpassen.
TARGET DIEPTE
Het apparaat levert een geschatte Objectdiepte op basis van de signaalsterkte, zowel tijdens detectie
als in de pinpoint-modus.
Diepte-indicator: Toont de nabijheid van het doel tot het oppervlak in 5 niveaus tijdens detectie.
Omdat elke modus van de Kruzer een andere diepte bereik heeft, geeft de diepte-indicator een ander
dieptiveau weer voor hetzelfde doel in verschillende modi.
In de pinpoint-modus wordt de geschatte doeldiepte op het display weergegeven in cm (of inch- zie
hieronder voor details) terwijl u dichter bij het OBJECTkomt.
De Detectie diepte wordt aangepast in de veronderstelling dat het doelwit een 2,5 cm (1 '') munt is.
De werkelijke diepte is afhankelijk van de grootte van het Object. De detector geeft bijvoorbeeld
meer diepte aan voor een doel kleiner dan een 2,5 cm (1 '') muntstuk en minder diepte voor een
groter object. In de praktijk is de procedure met de puntjes niet bedoeld voor de bepaling van de
diepte maar voor de exacte locatiebepaling. Daarom wordt aanbevolen dat de diepte-indicator op
het display wordt gebruikt om de nabijheid van het doel te bepalen.
BELANGRIJK! Als u wilt dat de doeldiepte wordt weergegeven in inches in plaats van cms, doet u het
volgende: Terwijl het apparaat uitstaat, houdt u de SETTINGS/OPTIONS and BOOST knoppen
tegelijkertijd ingedrukt en zet u het apparaat aan. '' In '' wordt weergegeven. Om terug te schakelen
naar cms, moet u het apparaat uitschakelen en vervolgens de bovenstaande procedure herhalen.
Terwijl het apparaat wordt geïnitialiseerd, wordt '' SI '' weergegeven.
GROOTSTE OF OBJECTEN DICHT AAN DE OPPERVLAKTE
Objecten die zich in de buurt van het oppervlak bevinden, kunnen verschillende signalen aan het
apparaat doorgeven. Als u een object in de buurt van de oppervlakte verwacht, tilt u de zoekspoel op
en zwaait u langzamer totdat een enkel signaal wordt ontvangen. Als er zich in de buurt van het
oppervlak een groot object bevindt, kan dit een overbelasting van de zoekspoel veroorzaken en
begint het apparaat een continu geluid te genereren dat op een sirene lijkt. Het bericht "Overload"
wordt tegelijkertijd op het display weergegeven. Til in dat geval de zoekspoel hoger op totdat het
bericht verdwijnt.
VALSE SIGNALEN EN REDENEN
Soms kan het apparaat signalen produceren die vergelijkbaar zijn met een objectsignaal, hoewel er
geen metalen object aanwezig is. Er zijn verschillende redenen voor de valse signalen die door het
apparaat worden ontvangen. De meest voorkomende zijn bodemmineralisatie of gesteenten met
een hoog mineraalgehalte, omringende elektromagnetische signalen, werking van een andere
nabijgelegen detector, geroest of aangetast ijzer of folie in de grond, Gain- of Threshold te hoog
ingesteld.
Omringende elektromagnetische signalen kunnen worden geëlimineerd door de gain te
verminderen. Als er een andere detector in de buurt is, kunt u proberen de frequentie te wijzigenof
het zoeken uit te voeren op een afstand waar geen interferentie optreedt. Voor gemineraliseerde
grond of gesteenten met een hoog gehalte aan mineralen, en een te hoog ingestelde gain en
threshold, lees de betreffende secties.
MAGNETISCHE MINERALISATIE INDICATOR
De magnetische mineralisatie-indicator bestaat uit 5 niveaus. De indicatorbalken stijgen niet bij lage
mineraleniveaus tijdens het zoeken en bij het opstarten. In gebieden waar het magnetische
mineraalniveau hoog is, zullen de indicatorbalken stijgen naar de intensiteit. Deze meting kan
worden samengevat als het niveau van magnetische eigenschap en intensiteit van de grond.
Deze meting is belangrijk vanuit twee aspecten. Ten eerste is de zoekdiepte op grond met hoge
magnetische mineralisatie laag en gebruikers moeten zich hiervan bewust zijn. Ten tweede is
magnetische mineralisatie een eigenschap die vooral wordt gezien bij gemineraliseerde gesteenten
en deze meting speelt een belangrijke rol voor het apparaat om de valse signalen die door deze
stenen worden geproduceerd te elimineren.
ROTSEN EN ZOEKEN OP ROTSACHTIG TERREIN (ALGEMENE EN DISCRIMINATIEMODI)
Uitdagende bodemomstandigheden doen zich vooral voor wanneer de geleidbaarheid en de
magnetische eigenschappen van de grond te hoog zijn. Bediening van het apparaat over een
dergelijke ondergrond wordt mogelijk gemaakt door de beste zoekmodus te selecteren, evenals de
juiste instellingen voor grondbalans, Gain, iSAT, iMASK en Threshold.
Stenen en rotsen of holtes in de grond zijn net zo belangrijk als de grond zelf met betrekking tot de
zoek- en doeldetectiekwaliteit.
Bodem en stenen hebben twee verschillende eigenschappen, net zoals de doelen waarnaar u op
zoek bent. Een daarvan is de intensiteit en de andere is de geleidbaarheid - magnetische
permeabiliteitsratio en deze twee eigenschappen zijn onafhankelijk van elkaar. In deze handleiding
wordt de geleidbaarheid - magnetische permeabiliteitsratio in het kort ID genoemd. Hoge
magnetische permeabiliteit, lage geleidbaarheid resulteert in een lage ID. Bodem of stenen kunnen
zeer goed doorlatend zijn en hebben ook lage of hoge ID's. Als de geleidbaarheid toeneemt ten
opzichte van de magnetische permeabiliteit, neemt ook de ID toe.
Gemineraliseerde stenen worden geclassificeerd als negatief of positief op basis van hun ID die laag
of hoog is in vergelijking met de ID van de grond waarin ze zich bevinden. Een of beide typen kunnen
in een veld aanwezig zijn. De negatieve en positieve effecten die hier worden genoemd, zijn alleen
geldig als de grondbalans correct is uitgevoerd op de bestaande grond. Anders zal de bodem zelf niet
anders handelen dan gemineraliseerde stenen in termen van ID. In '' TRACKING '' verschillen de
condities echter. Daarom zullen de effecten van stenen in tracking afzonderlijk worden besproken.
Hier hebben we het over een goede grondbalans zonder tracking.
Positieve stenen werken net als metaal en produceren een metaalgeluid. In de Algemene zoekmodus
(GEN) produceren ze een "zip zip" -geluid wanneer de zoekspoel erover heen zwaait. Als het signaal
sterk genoeg is, kan het apparaat een ID voor deze rotsen produceren. Negatieve stenen in de
algemene zoekmodus produceren een lang "boing" -geluid wanneer de zoekspoel eroverheen wordt
bewogen. Het apparaat geeft geen ID voor deze stenen, zelfs als het signaal sterk is maar de balken
the Mineral Bar will rise.
Positieve rotsen zorgen voor een typisch metaalgeluid in discriminatiemodi. Negatieve stenen
bieden geen geluid in discriminatiemodi (behalve in zeldzame gevallen van valse signalen). De balk
voor de mineralisatie indicator zal in beide gevallen stijgen.
Bij hogere instellingen van de iSAT zal het geluid van positieve of negatieve gemineraliseerde stenen
niet veranderen. Naarmate de iSAT-waarde afneemt, blijft het geluid van positieve gemineraliseerde
stenen hetzelfde, maar de negatievegemineraliseerde stenen kunnen een zachter piepgeluid geven
in plaats van het boinggeluid.
Daarom kunt u een beslissing nemen door te luisteren naar de audioweergaven die door het
apparaat in het veld worden geproduceerd.In de GEN-modus, wanneer het apparaat een audiotoon
produceert, kunt u, als de minerale balk tegelijkertijd stijgt, beslissen of het object een positieve of
een negatieve hete rots is door naar het geluid te luisteren.In de andere modi, als u de standaard
DISC-instelling van het apparaat niet hebt gewijzigd, zal het apparaat geen geluidstoon voor
positieve hete stenen produceren en als u de grond gebalanceerd hebt, zal het toch geen
geluidstoon voor negatieve hete stenen uitzenden. If you have changed the DISC. setting of the
device in these modes, when you receive a strong signal and a stable ID, you can distinguish if the
detected target is a positive hot rock or metal by checking the ID. However, remember that weak
signals may produce different IDs and metals under rocks may produce different metal signals.
Therefore, the most appropriate action is to dig up when a metal signal is received.
Omdat je zo'n situatie kunt tegenkomen in goudzoekgebieden waar naar nuggets wordt gezocht, is
het belangrijk dat je vertrouwd raakt met de hete rotsen en hun ID's in je zoekveld en dat je het
apparaat vooraf test met wat nuggets.
Als u een van de andere modi dan de GEN-modus gebruikt en u kent de ID van de omringende
gemineraliseerde stenen, kunt u de instelling DISC. gebruiken om de stenen te verwijderen. Het is
echter mogelijk dat dit niet voldoende is om alle rotssignalen te vermijden. Het apparaat kan nog
steeds signalen van rotsen ontvangen omdat grond en rotsen samen een gecombineerd effect
vormen en een andere ID genereren dan die van rotsen.
TRACKING EN HET EFFECT VAN STENEN
Wanneer de tracking actief is, kan het apparaat een audio-respons en ID geven wanneer het over een
hot rock heen gaat omdat het effect van de steen anders zal zijn dan van de grond. Tegelijkertijd, zal
de bar voor mineralisering toenemen. Als u de zoekspoel over het gesteente zwaait, zal tracking de
instelling automatisch aanpassen en zal de audiorespons / ID verdwijnen of aanzienlijk afnemen.
Omdat er een kleine vertraging is in het volgen, kunt u een sterk signaal horen bij de eerste één of
twee zwaaien totdat de instelling is aangepast. Het geluid wordt dan zwakker en verdwijnt. Dit
gebeurt niet met metalen doelen omdat metalen voorkomen dat het apparaat kan grondbalansen.
Daarom is er in tracking, als je een constant signaal krijgt over een object na herhaaldelijk zwaaien, is
de kans groot dat het object een metaal is.Zwaaien vanover een steen terug over de bodem, het
apparaat kan signalen naar de grond sturen tijdens een paar zwaaien totdat de instelling voor de
grondbalans opnieuw wordt bijgewerkt. Dit is normaal en zou u niet moeten misleiden.
Tracking wordt niet aanbevolen om stenen onder normale omstandigheden te elimineren. Het wordt
aanbevolen voor gebruik in gebieden met wisselende grondsoorten.
METAAL ONDER STENEN
De Gold Kruzer verhoogt de mogelijkheid om metalen doelen te detecteren onder gemineraliseerde
stenen door de juiste aanpassing van uw instellingen. Het gecombineerde effect gecreëerd door de
steen en metaal samen is lager dan het effect dat het metaal zelf creëert en de weergegeven ID zal
anders zijn dan de verwachte ID van het metaal. De weergegeven ID wordt gevormd door de
combinatie van steen en metaal samen en komt dichter bij de ID van de steen als de grootte van het
metaal kleiner is ten opzichte van de steen. Houd in gedachten dat metalen onder stenen nooit
verschijnen met hun eigen metaal ID. Een goudstuk onder een steen kan bijvoorbeeld een ijzertoon
en ID produceren.
Als u de stenen wegfiltert met een correct afgestelde DISC. instelling in discriminatiemodi, kunt u het
signaal van het object onder het gesteente horen als het doelsignaal een iets groter effect heeft dan
het gefilterde ID. Het belangrijkste is dat als je een object detecteert en een steen opgraaft moet je de
ID noteren die je hebt gekregen voordat je graaft en het als de DISC. Instelling gebruiken de volgende
keer.
Bijvoorbeeld; de gemineraliseerde stenen in je zoekveld geven meestal id's rond 00-01. In dit geval
moet u de DISC instellen tot maximaal 05. Op deze manier kun je stenen verwijderen en signalen van
metalen eronder ontvangen. Wanneer u de DISC. instelt te hoog is onnodig, dan mis je metalen
objecten.
BELANGRIJK! Bij het zoeken in velden met gemineraliseerde gesteente, wordt het gebruik van de
E.U.D-functie (pagina 20) aanbevolen om te voorkomen dat metalen onder gemineraliseerde stenen
worden gemist.
ZOEKMODI
OPMERKING: Tracking wordt aanbevolen om alleen in de GEN-modus te gebruiken.
Iron Volume (Fe VOL.)
Het is alleen actief in de MICRO-modus. I In deze modus wordt het volume van de lage ijzertoon
aangepast of uitgeschakeld. Het kan worden ingesteld tussen 0-5.
5 is het maximale niveau. Naarmate u het verlaagt, zal het volume van de audiorespons die het
apparaat produceert voor ferro metalen afnemen. Op 0-niveau wordt het ijzeren geluid tot zwijgen
gebracht. Met andere woorden, het apparaat zal ferrodoelen detecteren, de Target ID wordt op het
scherm weergegeven, maar het apparaat zal geen audiorespons produceren.
Tone Break (T.BREAK)
Het is alleen actief in de MICRO-modus. Het wordt gebruikt om het breekpunt van de ferro doeltoon
in te stellen tussen 00-66 op het Target ID bereik.
Om de functie Toonbreuk te gebruiken, selecteert u eerst T.BREAK uit INSTELLINGEN. De
toonbreukwaarde voor ijzer van 40 wordt weergegeven. U kunt deze waarde aanpassen tussen 00-66
met behulp van de plus (+) en min (-) knoppen.
Stel, je hebt deze waarde veranderd in 50. In dit geval zal het apparaat een lage ijzertoon produceren
voor alle metalen met ID's gelijk aan of minder dan 50.
TONE
Deze functie kan in alle modi worden geselecteerd, behalve in de MICRO-modus. Hiermee kunt u de
frequentie van de gewenste audioresponstoon en het threshold geluid aanpassen aan uw voorkeur.
De frequentie kan worden ingesteld tussen 150 Hz (15) en 700 Hz (70).
TONE aanpassing is alleen van toepassing op de geselecteerde zoekmodus. De wijziging heeft geen
invloed op de andere modi.
Helderheid (BRIGHT.)
Hiermee kunt u de achtergrondverlichting van het scherm aanpassen aan uw persoonlijke voorkeur.
Het varieert tussen 0-5 en C1-C5. Op 0-niveau is de achtergrondverlichting uitgeschakeld. Wanneer
deze is ingesteld tussen 1-5, licht deze slechts kort op wanneer een doelwit wordt gedetecteerd of
tijdens het navigeren door het menu en dan gaat deze uit. Op C1-C5 niveaus zal dit continu branden.
De constant werking van de achtergrondverlichting heeft invloed op het stroomverbruik, wat niet
wordt aanbevolen.
De achtergrondverlichting wordt bij het in- en uitschakelen van het apparaat weer op de laatst
opgeslagen instelling teruggezet. Deze instelling is in alle modi gebruikelijk; wijziging in een
willekeurige modus geldt ook voor de andere modi.
Frequentie (FREQ.)
Het wordt gebruikt voor het elimineren van de elektromagnetische interferentie die het apparaat
ontvangt van een andere detector die in hetzelfde frequentiebereik in de buurt of uit de omgeving
werkt. Als er te veel storing wordt ontvangen wanneer de zoekspoel in de lucht wordt getild, kan dit
worden veroorzaakt door lokale elektromagnetische signalen of te hoge Gain instellingen.
15
INSTELLINGEN
Terwijl het apparaat zich in de detectiemodus bevindt, d.w.z. wanneer de cursor op MODE wijst, drukt
u eenmaal op de knop SETTINGS/OPTIONS om de instellingen te openen. U kunt door de instellingen
navigeren met de knoppen omhoog en omlaag. De waarde van de geselecteerde instelling wordt op
het scherm weergegeven. U kunt de waarde wijzigen met de plus (+) en min (-) knoppen. Als u de
knoppen omhoog/omlaag en +/- ingedrukt houdt, veranderen de opties en waarden snel.
Om de instellingen te verlaten, drukt u tweemaal op de knop SETTINGS/OPTIONS of eenmaal op de
knop PP. De instellingen worden na ongeveer 8 seconden uitgeschakeld en het apparaat keert terug
naar het modusvenster.
OPMERKING: Bepaalde instellingen zijn modusspecifiek en kunnen dus niet worden geselecteerd in
andere modi.
GAIN
Gain, met andere woorden de gevoeligheid, is de diepte-instelling van het apparaat. Het wordt ook
gebruikt om de omgevingselektromagnetische signalen uit de omgeving en de geluidssignalen van
de grond te verwijderen.
OPMERKING: Om maximale diepteprestaties te verkrijgen, om de ruis veroorzaakt door
elektromagnetische interferentie te elimineren, probeert u eerst de frequentie (FREQ.) te verschuiven.
Het instelbereik voor de gevoeligheid is 01-99 en is vooraf gedefinieerd voor elke modus. Alle modi
beginnen bij de standaardinstellingen. Ze kunnen indien nodig handmatig worden aangepast. De
gevoeligheidsaanpassing is van toepassing op de geselecteerde modus; de gewijzigde instelling
heeft geen invloed op de gevoeligsheidsinstelling van de andere modi.
OPMERKING: Als de grond sterk gemineraliseerd is, waardoor het apparaat overbelast raakt, verlaagt
u de gevoeligheid totdat het ''Overbelasting'' bericht van het scherm verdwijnt.
Gevoeligheid (Gain) in de algemene zoekmodus (GEN)
In de GEN-modus veroorzaakt de gevoeligheidsinstelling een toename of afname van de knallende
geluiden en valse signalen. De gevoeligheidsinstelling is een persoonlijke voorkeur. Het is echter
belangrijk om de gevoeligheidsinstelling op het hoogst mogelijke niveau in te stellen waar geen
grote knallende geluiden worden gehoord om te voorkomen dat er kleinere en diepere doelen
ontbreken. Bijvoorbeeld; als het geluidsniveau geschikt is om te zoeken en hetzelfde is bij de
gevoeligheidsniveaus 40 en 70, dan verdient 70 de voorkeur. Het gebruik van de standaard
fabrieksinstellingen is een goed startpunt totdat u vertrouwd en ervaren bent met het apparaat.
Gevoeligheid (Gain) in andere Modi (GEN)
Aangezien de grenswaardeinstelling niet beschikbaar is in andere modi dan GEN, kunt u de diepte
van het apparaat vergroten of alleen met behulp van de GAIN-instelling voor een ruisvrije werking op
andere gronden zorgen.
Om de gevoeligheid in deze modi aan te passen, voert u eerst de grondbalans uit terwijl de
gevoeligheid op de standaardinstelling staat. Nadat de grondbalans is voltooid, houdt u de zoekspoel
stationair of zwaait u over de grond op zoekhoogte. Vermindert u de gevoeligheid als het apparaat
ruis ontvangt. Als dit niet het geval is (zorgt u ervoor dat de DISC. ook op de standaardinstellingen
staat wanneer u dit controleert), verhoogt u de gevoeligheid dan geleidelijk tot er geen knallend
geluid is. Als het apparaat tijdens het zoeken ruis begint te ontvangen, verlaagt u de gevoeligheid
geleidelijk.
OPMERKING: Gold Kruzer is een apparaat met een hoge gevoeligheid (Gain) en vooral de
BOOST-modus zal relatief luidruchtig werken in vergelijking met andere modi om zo de beste
diepteprestaties te leveren. Echter, als gevolg van de ontwerpkenmerken van deze modus, zal het
geluid meer gehoord worden als de spoel in de vrije lucht is dan wanneer de spoel op de grond wordt
gezwaaid. Houd hier rekening mee bij het aanpassen van de gevoeligheid.
Discriminatie (DISC.)
DISC.is de mogelijkheid van het apparaat om alle metalen onder een bepaalde Target ID te negeren.
In het DISC. proces wordt het gedifferentieerde ID bereik getoond met lijnen op de ID schaal en elke
2 opeenvolgende ID's worden weergegeven met 1 lijn. Als u bijvoorbeeld de DISC.op 30 instelt,
worden 15 lijnen tussen het 0-30 ID-bereik op de weegschaal weergegeven en zal het apparaat geen
audiorespons produceren voor metalen met ID's tussen 0-30.
DISC. instelling is alleen voor de GEN-modus uitgeschakeld. Voor alle andere modi wordt de
fabrieksinstelling bij het opstarten op het scherm weergegeven.
Om de DISC. waarde te wijzigen, selecteert u de DISC. optie uit de SETTINGS en verlaagt of verhoogt
u de waarde met de plus (+) of min (-) knoppen. Vergeet niet dat bepaalde doelen, anders dan de
doelen die u wilt negeren, ook gemist kunnen worden of dat hun signalen zwakker kunnen worden
wanneer u de DISC. instelling gebruikt.
Bij het gebruik van de DISC. instelling moet u er rekening mee houden dat andere objekten, anders
dan de objecten die u wilt negeren, die in hetzelfde ID-bereik vallen, ook gemist kunnen worden of
dat hun signalen zwakker kunnen worden.
In het geval van het ontvangen van meerdere ID's voor hetzelfde doel - laten we zeggen 35 en 55 -
vanwege de oriëntatie van het object of de samenstelling van het metaal zelf, als je de DISC op 40 zet,
omdat 35 in het gediscrimineerde bereik valt, kunnen zowel de signaalsterkte als de diepte afnemen.
Threshold (Thresh.)
In de algemene zoekmodus (GEN) wordt gezocht met een continu zoemend geluid op de
achtergrond, ook wel Threshold-geluid genoemd. De luidheid van dit zoemgeluid heeft een directe
invloed op de detectiediepte van kleinere en diepere objecten en wordt aangepast door de instelling
van de Threshold (Thresh.). Als de Threshold te hoog is ingesteld, is het mogelijk dat een zwak
objectsignaal niet hoorbaar is. Integendeel, als de Threshold te laag is, geeft u het dieptevoordeel op
dat deze instelling biedt. Met andere woorden, zwakke signalen van kleinere of diepere objecten
kunnen worden gemist. Het is aan te raden voor de gemiddelde gebruiker om deze instelling op de
standaardwaarde te laten staan en voor ervaren gebruikers om zich aan te passen aan het hoogste
niveau waar ze nog steeds de zwakke objectsignalen kunnen horen.
Het Threshold-niveau is direct gerelateerd aan de instellingen Gain en iSAT. Lees a.u.b. de betreffende
hoofdstukken van de handleiding aandachtig door.
iSAT (Intelligent Self-Adjusting Threshold)
Om de algemene zoekmodus (GEN) nauwkeurig uit te voeren, is een stabiel Threshold-geluid
noodzakelijk. U kunt niet zoeken in de algemene zoekmodus zonder grondbalancering.
Veranderingen die optreden in de bodemstructuur en mineralisatieniveaus na het balanceren van de
grond, kunnen een stijging of daling van de achtergrondbrom veroorzaken en de stabiliteit van de
threshold verstoren, wat zal resulteren in valse signalen en dus ontbrekende signalen van kleine
metalen. iSAT past de snelheid aan waarmee de Threshold-waarde van het apparaat wordt hersteld
en elimineert de negatieve effecten van gemineraliseerde bodems. Het verhogen van de iSAT in hoge
mineralisatie zal een stabielere werking mogelijk maken door het vermijden van valse signalen. Dit
kan echter leiden tot enig verlies in de diepte en het is normaal.
OPMERKING: Bij hoge mineralisatie, als u te veel valse signalen ontvangt zonder dat de
Threshold-bromgeluid wordt verstoord, verlaagt u eerst de gevoeligheid voordat u de iSAT verhoogt.
Als de stoorsignalen doorgaan, zet u de gevoeligheid terug op de oorspronkelijke waarde en
verhoogt u de iSAT.
Als de mineralisatie laag is, kunt u de iSAT verlagen en de spoel langzamer zwaaien voor een diepere
detectie.
iSAT consists of 6 levels. The device will start at level 2. It is recommended that iSAT should be
increased in high-mineralization and decreased in low mineralization.
iMASK (Intelligent Masking)
Deze instelling is beschikbaar in alle modi behalve in de GEN-modus. Deze wordt gebruikt om valse
signalen te elimineren die worden veroorzaakt door grondgeluiden of hete stenen bij het zoeken en
het beschikbare bereik ligt tussen 00-10. De standaard fabrieksinstelling is ingesteld op (1). U kunt de
waarde wijzigen met de plus (+) en min (-) knoppen.
Als het apparaat veel valse signalen ontvangt als gevolg van sterk gemineraliseerde grond of
gemineraliseerde rotsen tijdens het zoeken, voert u eerst opnieuw de grondbalans uit. Als de valse
signalen doorgaan, laat u de GAIN zakken en controleert u opnieuw. In het geval dat de valse signalen
nog steeds bestaan, probeert u dan de DISC. waarde te verhogen. Ongeacht al deze, als de valse
signalen nog steeds bestaan, verandert u dan eerst de GAIN en DISC. waarden terug naar hun vorige
niveaus. Verhoogt u vervolgens het iMASK niveau totdat de valse signalen zijn geëlimineerd.
Bij de maximale niveaus van iMASK zullen valse signalen verdwijnen of worden geminimaliseerd.
Echter, in sommige gevallen zal het verhogen van de iMASK leiden tot verlies van diepte voor
bepaalde metalen zoals koper.
OPMERKING: De iMASK-waarde ligt tussen 00-10. De fabrieksinstelling is 01. Bij ''0''' is de
iMASK-functie inactief. Als de grond niet sterk gemineraliseerd is of niet veel mineraalstenen bevat,
wordt aanbevolen de iMASK op ''0''' in te stellen.
Tracking (TRACK)
Hoewel de tracking-instelling alleen in de GEN-modus kan worden geselecteerd, is het in feite een
gemeenschappelijke functie voor alle modi, dus wanneer het is ingeschakeld, wordt het in alle
modi actief. De reden dat het alleen in de GEN-modus kan worden geselecteerd, is dat het gebruik
van tracking wordt aanbevolen in de GEN-modus en niet in de andere modi. Als u na het gebruik van
tracking in de GEN-modus overschakelt naar andere modi en geen gebruik wilt maken van
tracking, moet u deze in het menu in de GEN-modus opnieuw selecteren en uitschakelen.
Wanneer de tracking actief is (01 positie), volgt het apparaat continu de veranderende
bodemstructuren en stelt het automatisch de grondbalansinstelling opnieuw in. De onzichtbare
veranderingen in de bodem beïnvloeden de detectiediepte en het onderscheidend vermogen van
het apparaat, zodat het mogelijk is om het apparaat met deze functie onder geschikte
bodemomstandigheden met hogere prestaties te bedienen. Zie pagina 10 voor meer informatie
over Tracking.
Wanneer tracking is geactiveerd, wordt ''Tracking''' onderin het GB-venster weergegeven.
Om het geluid veroorzaakt door elektromagnetische interferentie te elimineren, probeert u eerst de
frequentie te verschuiven (FREQ.) Voordat u de versterking verlaagt om maximale dieptewerking te
verkrijgen. Frequentieverschuiving bestaat uit 5 stappen. De standaardinstelling is F3, de centrale
frequentie. U kunt de frequentie verschuiven tussen F1-F5 met behulp van de plus (+) en de minus (-)
toetsen.
BELANGRIJK! Frequentie verschuiven kan de prestatie verminderen. Daarom is het raadzaam om de
frequentie niet te verschuiven, tenzij dit noodzakelijk is.
Fabrieksinstelling /Save (FD/SAVE)
Met de FD / SAVE-functie van de Kruzer kunt u uw instellingen opslaan of de fabrieksinstellingen
herstellen. Save-functie slaat alle instellingen op, behalve de grondbalans en tracking. Het apparaat
start in de laatste modus waarin de opslagfunctie werd uitgevoerd.
Om uw instellingen op te slaan, selecteert u FD/SAVE op het scherm. Twee streepjes (--) worden op
het scherm weergegeven. Druk op de rechter knop. Wanneer ''SA''' wordt weergegeven, drukt u
eenmaal op de SELECT/E.U.D knop. U ziet de lijnen in het midden van het scherm draaien. Wanneer
het opslaan voltooid is, stoppen de lijnen met draaien en verdwijnt de SA-tekst.
Om terug te keren naar de fabrieksinstellingen, selecteert u FD/Save on screen. Twee streepjes (--)
worden op het scherm weergegeven. Druk op de linker knop. Wanneer ''Fd'' wordt weergegeven,
drukt u eenmaal op de SELECT/E.U.D knop. In het GB-venster aan de rechterkant ziet u lijnen draaien.
Wanneer het proces is voltooid, stoppen de lijnen met draaien en verdwijnt de FD-tekst.
Draadloze verbinding (WIRELESS)
Het wordt gebruikt om de draadloze hoofdtelefoonverbinding in en uit te schakelen en om het
kanaal te veranderen.
Nadat u de optie WIRELESS hebt gekozen, kunt u de kanalen wijzigen tussen 00-19 of kunt u de
draadloze verbinding volledig uitschakelen door de oF (uit) positie te kiezen.
Voor meer gedetailleerde informatie over de draadloze hoofdtelefoon, lees de instructies bij de
hoofdtelefoon.
TARGET DIEPTE
Het apparaat levert een geschatte Objectdiepte op basis van de signaalsterkte, zowel tijdens detectie
als in de pinpoint-modus.
Diepte-indicator: Toont de nabijheid van het doel tot het oppervlak in 5 niveaus tijdens detectie.
Omdat elke modus van de Kruzer een andere diepte bereik heeft, geeft de diepte-indicator een ander
dieptiveau weer voor hetzelfde doel in verschillende modi.
In de pinpoint-modus wordt de geschatte doeldiepte op het display weergegeven in cm (of inch- zie
hieronder voor details) terwijl u dichter bij het OBJECTkomt.
De Detectie diepte wordt aangepast in de veronderstelling dat het doelwit een 2,5 cm (1 '') munt is.
De werkelijke diepte is afhankelijk van de grootte van het Object. De detector geeft bijvoorbeeld
meer diepte aan voor een doel kleiner dan een 2,5 cm (1 '') muntstuk en minder diepte voor een
groter object. In de praktijk is de procedure met de puntjes niet bedoeld voor de bepaling van de
diepte maar voor de exacte locatiebepaling. Daarom wordt aanbevolen dat de diepte-indicator op
het display wordt gebruikt om de nabijheid van het doel te bepalen.
BELANGRIJK! Als u wilt dat de doeldiepte wordt weergegeven in inches in plaats van cms, doet u het
volgende: Terwijl het apparaat uitstaat, houdt u de SETTINGS/OPTIONS and BOOST knoppen
tegelijkertijd ingedrukt en zet u het apparaat aan. '' In '' wordt weergegeven. Om terug te schakelen
naar cms, moet u het apparaat uitschakelen en vervolgens de bovenstaande procedure herhalen.
Terwijl het apparaat wordt geïnitialiseerd, wordt '' SI '' weergegeven.
GROOTSTE OF OBJECTEN DICHT AAN DE OPPERVLAKTE
Objecten die zich in de buurt van het oppervlak bevinden, kunnen verschillende signalen aan het
apparaat doorgeven. Als u een object in de buurt van de oppervlakte verwacht, tilt u de zoekspoel op
en zwaait u langzamer totdat een enkel signaal wordt ontvangen. Als er zich in de buurt van het
oppervlak een groot object bevindt, kan dit een overbelasting van de zoekspoel veroorzaken en
begint het apparaat een continu geluid te genereren dat op een sirene lijkt. Het bericht "Overload"
wordt tegelijkertijd op het display weergegeven. Til in dat geval de zoekspoel hoger op totdat het
bericht verdwijnt.
VALSE SIGNALEN EN REDENEN
Soms kan het apparaat signalen produceren die vergelijkbaar zijn met een objectsignaal, hoewel er
geen metalen object aanwezig is. Er zijn verschillende redenen voor de valse signalen die door het
apparaat worden ontvangen. De meest voorkomende zijn bodemmineralisatie of gesteenten met
een hoog mineraalgehalte, omringende elektromagnetische signalen, werking van een andere
nabijgelegen detector, geroest of aangetast ijzer of folie in de grond, Gain- of Threshold te hoog
ingesteld.
Omringende elektromagnetische signalen kunnen worden geëlimineerd door de gain te
verminderen. Als er een andere detector in de buurt is, kunt u proberen de frequentie te wijzigenof
het zoeken uit te voeren op een afstand waar geen interferentie optreedt. Voor gemineraliseerde
grond of gesteenten met een hoog gehalte aan mineralen, en een te hoog ingestelde gain en
threshold, lees de betreffende secties.
MAGNETISCHE MINERALISATIE INDICATOR
De magnetische mineralisatie-indicator bestaat uit 5 niveaus. De indicatorbalken stijgen niet bij lage
mineraleniveaus tijdens het zoeken en bij het opstarten. In gebieden waar het magnetische
mineraalniveau hoog is, zullen de indicatorbalken stijgen naar de intensiteit. Deze meting kan
worden samengevat als het niveau van magnetische eigenschap en intensiteit van de grond.
Deze meting is belangrijk vanuit twee aspecten. Ten eerste is de zoekdiepte op grond met hoge
magnetische mineralisatie laag en gebruikers moeten zich hiervan bewust zijn. Ten tweede is
magnetische mineralisatie een eigenschap die vooral wordt gezien bij gemineraliseerde gesteenten
en deze meting speelt een belangrijke rol voor het apparaat om de valse signalen die door deze
stenen worden geproduceerd te elimineren.
ROTSEN EN ZOEKEN OP ROTSACHTIG TERREIN (ALGEMENE EN DISCRIMINATIEMODI)
Uitdagende bodemomstandigheden doen zich vooral voor wanneer de geleidbaarheid en de
magnetische eigenschappen van de grond te hoog zijn. Bediening van het apparaat over een
dergelijke ondergrond wordt mogelijk gemaakt door de beste zoekmodus te selecteren, evenals de
juiste instellingen voor grondbalans, Gain, iSAT, iMASK en Threshold.
Stenen en rotsen of holtes in de grond zijn net zo belangrijk als de grond zelf met betrekking tot de
zoek- en doeldetectiekwaliteit.
Bodem en stenen hebben twee verschillende eigenschappen, net zoals de doelen waarnaar u op
zoek bent. Een daarvan is de intensiteit en de andere is de geleidbaarheid - magnetische
permeabiliteitsratio en deze twee eigenschappen zijn onafhankelijk van elkaar. In deze handleiding
wordt de geleidbaarheid - magnetische permeabiliteitsratio in het kort ID genoemd. Hoge
magnetische permeabiliteit, lage geleidbaarheid resulteert in een lage ID. Bodem of stenen kunnen
zeer goed doorlatend zijn en hebben ook lage of hoge ID's. Als de geleidbaarheid toeneemt ten
opzichte van de magnetische permeabiliteit, neemt ook de ID toe.
Gemineraliseerde stenen worden geclassificeerd als negatief of positief op basis van hun ID die laag
of hoog is in vergelijking met de ID van de grond waarin ze zich bevinden. Een of beide typen kunnen
in een veld aanwezig zijn. De negatieve en positieve effecten die hier worden genoemd, zijn alleen
geldig als de grondbalans correct is uitgevoerd op de bestaande grond. Anders zal de bodem zelf niet
anders handelen dan gemineraliseerde stenen in termen van ID. In '' TRACKING '' verschillen de
condities echter. Daarom zullen de effecten van stenen in tracking afzonderlijk worden besproken.
Hier hebben we het over een goede grondbalans zonder tracking.
Positieve stenen werken net als metaal en produceren een metaalgeluid. In de Algemene zoekmodus
(GEN) produceren ze een "zip zip" -geluid wanneer de zoekspoel erover heen zwaait. Als het signaal
sterk genoeg is, kan het apparaat een ID voor deze rotsen produceren. Negatieve stenen in de
algemene zoekmodus produceren een lang "boing" -geluid wanneer de zoekspoel eroverheen wordt
bewogen. Het apparaat geeft geen ID voor deze stenen, zelfs als het signaal sterk is maar de balken
the Mineral Bar will rise.
Positieve rotsen zorgen voor een typisch metaalgeluid in discriminatiemodi. Negatieve stenen
bieden geen geluid in discriminatiemodi (behalve in zeldzame gevallen van valse signalen). De balk
voor de mineralisatie indicator zal in beide gevallen stijgen.
Bij hogere instellingen van de iSAT zal het geluid van positieve of negatieve gemineraliseerde stenen
niet veranderen. Naarmate de iSAT-waarde afneemt, blijft het geluid van positieve gemineraliseerde
stenen hetzelfde, maar de negatievegemineraliseerde stenen kunnen een zachter piepgeluid geven
in plaats van het boinggeluid.
Daarom kunt u een beslissing nemen door te luisteren naar de audioweergaven die door het
apparaat in het veld worden geproduceerd.In de GEN-modus, wanneer het apparaat een audiotoon
produceert, kunt u, als de minerale balk tegelijkertijd stijgt, beslissen of het object een positieve of
een negatieve hete rots is door naar het geluid te luisteren.In de andere modi, als u de standaard
DISC-instelling van het apparaat niet hebt gewijzigd, zal het apparaat geen geluidstoon voor
positieve hete stenen produceren en als u de grond gebalanceerd hebt, zal het toch geen
geluidstoon voor negatieve hete stenen uitzenden. If you have changed the DISC. setting of the
device in these modes, when you receive a strong signal and a stable ID, you can distinguish if the
detected target is a positive hot rock or metal by checking the ID. However, remember that weak
signals may produce different IDs and metals under rocks may produce different metal signals.
Therefore, the most appropriate action is to dig up when a metal signal is received.
Omdat je zo'n situatie kunt tegenkomen in goudzoekgebieden waar naar nuggets wordt gezocht, is
het belangrijk dat je vertrouwd raakt met de hete rotsen en hun ID's in je zoekveld en dat je het
apparaat vooraf test met wat nuggets.
Als u een van de andere modi dan de GEN-modus gebruikt en u kent de ID van de omringende
gemineraliseerde stenen, kunt u de instelling DISC. gebruiken om de stenen te verwijderen. Het is
echter mogelijk dat dit niet voldoende is om alle rotssignalen te vermijden. Het apparaat kan nog
steeds signalen van rotsen ontvangen omdat grond en rotsen samen een gecombineerd effect
vormen en een andere ID genereren dan die van rotsen.
TRACKING EN HET EFFECT VAN STENEN
Wanneer de tracking actief is, kan het apparaat een audio-respons en ID geven wanneer het over een
hot rock heen gaat omdat het effect van de steen anders zal zijn dan van de grond. Tegelijkertijd, zal
de bar voor mineralisering toenemen. Als u de zoekspoel over het gesteente zwaait, zal tracking de
instelling automatisch aanpassen en zal de audiorespons / ID verdwijnen of aanzienlijk afnemen.
Omdat er een kleine vertraging is in het volgen, kunt u een sterk signaal horen bij de eerste één of
twee zwaaien totdat de instelling is aangepast. Het geluid wordt dan zwakker en verdwijnt. Dit
gebeurt niet met metalen doelen omdat metalen voorkomen dat het apparaat kan grondbalansen.
Daarom is er in tracking, als je een constant signaal krijgt over een object na herhaaldelijk zwaaien, is
de kans groot dat het object een metaal is.Zwaaien vanover een steen terug over de bodem, het
apparaat kan signalen naar de grond sturen tijdens een paar zwaaien totdat de instelling voor de
grondbalans opnieuw wordt bijgewerkt. Dit is normaal en zou u niet moeten misleiden.
Tracking wordt niet aanbevolen om stenen onder normale omstandigheden te elimineren. Het wordt
aanbevolen voor gebruik in gebieden met wisselende grondsoorten.
METAAL ONDER STENEN
De Gold Kruzer verhoogt de mogelijkheid om metalen doelen te detecteren onder gemineraliseerde
stenen door de juiste aanpassing van uw instellingen. Het gecombineerde effect gecreëerd door de
steen en metaal samen is lager dan het effect dat het metaal zelf creëert en de weergegeven ID zal
anders zijn dan de verwachte ID van het metaal. De weergegeven ID wordt gevormd door de
combinatie van steen en metaal samen en komt dichter bij de ID van de steen als de grootte van het
metaal kleiner is ten opzichte van de steen. Houd in gedachten dat metalen onder stenen nooit
verschijnen met hun eigen metaal ID. Een goudstuk onder een steen kan bijvoorbeeld een ijzertoon
en ID produceren.
Als u de stenen wegfiltert met een correct afgestelde DISC. instelling in discriminatiemodi, kunt u het
signaal van het object onder het gesteente horen als het doelsignaal een iets groter effect heeft dan
het gefilterde ID. Het belangrijkste is dat als je een object detecteert en een steen opgraaft moet je de
ID noteren die je hebt gekregen voordat je graaft en het als de DISC. Instelling gebruiken de volgende
keer.
Bijvoorbeeld; de gemineraliseerde stenen in je zoekveld geven meestal id's rond 00-01. In dit geval
moet u de DISC instellen tot maximaal 05. Op deze manier kun je stenen verwijderen en signalen van
metalen eronder ontvangen. Wanneer u de DISC. instelt te hoog is onnodig, dan mis je metalen
objecten.
BELANGRIJK! Bij het zoeken in velden met gemineraliseerde gesteente, wordt het gebruik van de
E.U.D-functie (pagina 20) aanbevolen om te voorkomen dat metalen onder gemineraliseerde stenen
worden gemist.
OPMERKING: Tracking wordt aanbevolen om alleen in de GEN-modus te gebruiken.
Iron Volume (Fe VOL.)
Het is alleen actief in de MICRO-modus. I In deze modus wordt het volume van de lage ijzertoon
aangepast of uitgeschakeld. Het kan worden ingesteld tussen 0-5.
5 is het maximale niveau. Naarmate u het verlaagt, zal het volume van de audiorespons die het
apparaat produceert voor ferro metalen afnemen. Op 0-niveau wordt het ijzeren geluid tot zwijgen
gebracht. Met andere woorden, het apparaat zal ferrodoelen detecteren, de Target ID wordt op het
scherm weergegeven, maar het apparaat zal geen audiorespons produceren.
Tone Break (T.BREAK)
Het is alleen actief in de MICRO-modus. Het wordt gebruikt om het breekpunt van de ferro doeltoon
in te stellen tussen 00-66 op het Target ID bereik.
Om de functie Toonbreuk te gebruiken, selecteert u eerst T.BREAK uit INSTELLINGEN. De
toonbreukwaarde voor ijzer van 40 wordt weergegeven. U kunt deze waarde aanpassen tussen 00-66
met behulp van de plus (+) en min (-) knoppen.
Stel, je hebt deze waarde veranderd in 50. In dit geval zal het apparaat een lage ijzertoon produceren
voor alle metalen met ID's gelijk aan of minder dan 50.
TONE
Deze functie kan in alle modi worden geselecteerd, behalve in de MICRO-modus. Hiermee kunt u de
frequentie van de gewenste audioresponstoon en het threshold geluid aanpassen aan uw voorkeur.
De frequentie kan worden ingesteld tussen 150 Hz (15) en 700 Hz (70).
TONE aanpassing is alleen van toepassing op de geselecteerde zoekmodus. De wijziging heeft geen
invloed op de andere modi.
Helderheid (BRIGHT.)
Hiermee kunt u de achtergrondverlichting van het scherm aanpassen aan uw persoonlijke voorkeur.
Het varieert tussen 0-5 en C1-C5. Op 0-niveau is de achtergrondverlichting uitgeschakeld. Wanneer
deze is ingesteld tussen 1-5, licht deze slechts kort op wanneer een doelwit wordt gedetecteerd of
tijdens het navigeren door het menu en dan gaat deze uit. Op C1-C5 niveaus zal dit continu branden.
De constant werking van de achtergrondverlichting heeft invloed op het stroomverbruik, wat niet
wordt aanbevolen.
De achtergrondverlichting wordt bij het in- en uitschakelen van het apparaat weer op de laatst
opgeslagen instelling teruggezet. Deze instelling is in alle modi gebruikelijk; wijziging in een
willekeurige modus geldt ook voor de andere modi.
Frequentie (FREQ.)
Het wordt gebruikt voor het elimineren van de elektromagnetische interferentie die het apparaat
ontvangt van een andere detector die in hetzelfde frequentiebereik in de buurt of uit de omgeving
werkt. Als er te veel storing wordt ontvangen wanneer de zoekspoel in de lucht wordt getild, kan dit
worden veroorzaakt door lokale elektromagnetische signalen of te hoge Gain instellingen.
16
Terwijl het apparaat zich in de detectiemodus bevindt, d.w.z. wanneer de cursor op MODE wijst, drukt
u eenmaal op de knop SETTINGS/OPTIONS om de instellingen te openen. U kunt door de instellingen
navigeren met de knoppen omhoog en omlaag. De waarde van de geselecteerde instelling wordt op
het scherm weergegeven. U kunt de waarde wijzigen met de plus (+) en min (-) knoppen. Als u de
knoppen omhoog/omlaag en +/- ingedrukt houdt, veranderen de opties en waarden snel.
Om de instellingen te verlaten, drukt u tweemaal op de knop SETTINGS/OPTIONS of eenmaal op de
knop PP. De instellingen worden na ongeveer 8 seconden uitgeschakeld en het apparaat keert terug
naar het modusvenster.
OPMERKING: Bepaalde instellingen zijn modusspecifiek en kunnen dus niet worden geselecteerd in
andere modi.
GAIN
Gain, met andere woorden de gevoeligheid, is de diepte-instelling van het apparaat. Het wordt ook
gebruikt om de omgevingselektromagnetische signalen uit de omgeving en de geluidssignalen van
de grond te verwijderen.
OPMERKING: Om maximale diepteprestaties te verkrijgen, om de ruis veroorzaakt door
elektromagnetische interferentie te elimineren, probeert u eerst de frequentie (FREQ.) te verschuiven.
Het instelbereik voor de gevoeligheid is 01-99 en is vooraf gedefinieerd voor elke modus. Alle modi
beginnen bij de standaardinstellingen. Ze kunnen indien nodig handmatig worden aangepast. De
gevoeligheidsaanpassing is van toepassing op de geselecteerde modus; de gewijzigde instelling
heeft geen invloed op de gevoeligsheidsinstelling van de andere modi.
OPMERKING: Als de grond sterk gemineraliseerd is, waardoor het apparaat overbelast raakt, verlaagt
u de gevoeligheid totdat het ''Overbelasting'' bericht van het scherm verdwijnt.
Gevoeligheid (Gain) in de algemene zoekmodus (GEN)
In de GEN-modus veroorzaakt de gevoeligheidsinstelling een toename of afname van de knallende
geluiden en valse signalen. De gevoeligheidsinstelling is een persoonlijke voorkeur. Het is echter
belangrijk om de gevoeligheidsinstelling op het hoogst mogelijke niveau in te stellen waar geen
grote knallende geluiden worden gehoord om te voorkomen dat er kleinere en diepere doelen
ontbreken. Bijvoorbeeld; als het geluidsniveau geschikt is om te zoeken en hetzelfde is bij de
gevoeligheidsniveaus 40 en 70, dan verdient 70 de voorkeur. Het gebruik van de standaard
fabrieksinstellingen is een goed startpunt totdat u vertrouwd en ervaren bent met het apparaat.
Gevoeligheid (Gain) in andere Modi (GEN)
Aangezien de grenswaardeinstelling niet beschikbaar is in andere modi dan GEN, kunt u de diepte
van het apparaat vergroten of alleen met behulp van de GAIN-instelling voor een ruisvrije werking op
andere gronden zorgen.
Om de gevoeligheid in deze modi aan te passen, voert u eerst de grondbalans uit terwijl de
gevoeligheid op de standaardinstelling staat. Nadat de grondbalans is voltooid, houdt u de zoekspoel
stationair of zwaait u over de grond op zoekhoogte. Vermindert u de gevoeligheid als het apparaat
ruis ontvangt. Als dit niet het geval is (zorgt u ervoor dat de DISC. ook op de standaardinstellingen
staat wanneer u dit controleert), verhoogt u de gevoeligheid dan geleidelijk tot er geen knallend
geluid is. Als het apparaat tijdens het zoeken ruis begint te ontvangen, verlaagt u de gevoeligheid
geleidelijk.
OPMERKING: Gold Kruzer is een apparaat met een hoge gevoeligheid (Gain) en vooral de
BOOST-modus zal relatief luidruchtig werken in vergelijking met andere modi om zo de beste
diepteprestaties te leveren. Echter, als gevolg van de ontwerpkenmerken van deze modus, zal het
geluid meer gehoord worden als de spoel in de vrije lucht is dan wanneer de spoel op de grond wordt
gezwaaid. Houd hier rekening mee bij het aanpassen van de gevoeligheid.
Discriminatie (DISC.)
DISC.is de mogelijkheid van het apparaat om alle metalen onder een bepaalde Target ID te negeren.
In het DISC. proces wordt het gedifferentieerde ID bereik getoond met lijnen op de ID schaal en elke
2 opeenvolgende ID's worden weergegeven met 1 lijn. Als u bijvoorbeeld de DISC.op 30 instelt,
worden 15 lijnen tussen het 0-30 ID-bereik op de weegschaal weergegeven en zal het apparaat geen
audiorespons produceren voor metalen met ID's tussen 0-30.
DISC. instelling is alleen voor de GEN-modus uitgeschakeld. Voor alle andere modi wordt de
fabrieksinstelling bij het opstarten op het scherm weergegeven.
Om de DISC. waarde te wijzigen, selecteert u de DISC. optie uit de SETTINGS en verlaagt of verhoogt
u de waarde met de plus (+) of min (-) knoppen. Vergeet niet dat bepaalde doelen, anders dan de
doelen die u wilt negeren, ook gemist kunnen worden of dat hun signalen zwakker kunnen worden
wanneer u de DISC. instelling gebruikt.
Bij het gebruik van de DISC. instelling moet u er rekening mee houden dat andere objekten, anders
dan de objecten die u wilt negeren, die in hetzelfde ID-bereik vallen, ook gemist kunnen worden of
dat hun signalen zwakker kunnen worden.
In het geval van het ontvangen van meerdere ID's voor hetzelfde doel - laten we zeggen 35 en 55 -
vanwege de oriëntatie van het object of de samenstelling van het metaal zelf, als je de DISC op 40 zet,
omdat 35 in het gediscrimineerde bereik valt, kunnen zowel de signaalsterkte als de diepte afnemen.
Threshold (Thresh.)
In de algemene zoekmodus (GEN) wordt gezocht met een continu zoemend geluid op de
achtergrond, ook wel Threshold-geluid genoemd. De luidheid van dit zoemgeluid heeft een directe
invloed op de detectiediepte van kleinere en diepere objecten en wordt aangepast door de instelling
van de Threshold (Thresh.). Als de Threshold te hoog is ingesteld, is het mogelijk dat een zwak
objectsignaal niet hoorbaar is. Integendeel, als de Threshold te laag is, geeft u het dieptevoordeel op
dat deze instelling biedt. Met andere woorden, zwakke signalen van kleinere of diepere objecten
kunnen worden gemist. Het is aan te raden voor de gemiddelde gebruiker om deze instelling op de
standaardwaarde te laten staan en voor ervaren gebruikers om zich aan te passen aan het hoogste
niveau waar ze nog steeds de zwakke objectsignalen kunnen horen.
Het Threshold-niveau is direct gerelateerd aan de instellingen Gain en iSAT. Lees a.u.b. de betreffende
hoofdstukken van de handleiding aandachtig door.
iSAT (Intelligent Self-Adjusting Threshold)
Om de algemene zoekmodus (GEN) nauwkeurig uit te voeren, is een stabiel Threshold-geluid
noodzakelijk. U kunt niet zoeken in de algemene zoekmodus zonder grondbalancering.
Veranderingen die optreden in de bodemstructuur en mineralisatieniveaus na het balanceren van de
grond, kunnen een stijging of daling van de achtergrondbrom veroorzaken en de stabiliteit van de
threshold verstoren, wat zal resulteren in valse signalen en dus ontbrekende signalen van kleine
metalen. iSAT past de snelheid aan waarmee de Threshold-waarde van het apparaat wordt hersteld
en elimineert de negatieve effecten van gemineraliseerde bodems. Het verhogen van de iSAT in hoge
mineralisatie zal een stabielere werking mogelijk maken door het vermijden van valse signalen. Dit
kan echter leiden tot enig verlies in de diepte en het is normaal.
OPMERKING: Bij hoge mineralisatie, als u te veel valse signalen ontvangt zonder dat de
Threshold-bromgeluid wordt verstoord, verlaagt u eerst de gevoeligheid voordat u de iSAT verhoogt.
Als de stoorsignalen doorgaan, zet u de gevoeligheid terug op de oorspronkelijke waarde en
verhoogt u de iSAT.
Als de mineralisatie laag is, kunt u de iSAT verlagen en de spoel langzamer zwaaien voor een diepere
detectie.
iSAT consists of 6 levels. The device will start at level 2. It is recommended that iSAT should be
increased in high-mineralization and decreased in low mineralization.
iMASK (Intelligent Masking)
Deze instelling is beschikbaar in alle modi behalve in de GEN-modus. Deze wordt gebruikt om valse
signalen te elimineren die worden veroorzaakt door grondgeluiden of hete stenen bij het zoeken en
het beschikbare bereik ligt tussen 00-10. De standaard fabrieksinstelling is ingesteld op (1). U kunt de
waarde wijzigen met de plus (+) en min (-) knoppen.
Als het apparaat veel valse signalen ontvangt als gevolg van sterk gemineraliseerde grond of
gemineraliseerde rotsen tijdens het zoeken, voert u eerst opnieuw de grondbalans uit. Als de valse
signalen doorgaan, laat u de GAIN zakken en controleert u opnieuw. In het geval dat de valse signalen
nog steeds bestaan, probeert u dan de DISC. waarde te verhogen. Ongeacht al deze, als de valse
signalen nog steeds bestaan, verandert u dan eerst de GAIN en DISC. waarden terug naar hun vorige
niveaus. Verhoogt u vervolgens het iMASK niveau totdat de valse signalen zijn geëlimineerd.
Bij de maximale niveaus van iMASK zullen valse signalen verdwijnen of worden geminimaliseerd.
Echter, in sommige gevallen zal het verhogen van de iMASK leiden tot verlies van diepte voor
bepaalde metalen zoals koper.
OPMERKING: De iMASK-waarde ligt tussen 00-10. De fabrieksinstelling is 01. Bij ''0''' is de
iMASK-functie inactief. Als de grond niet sterk gemineraliseerd is of niet veel mineraalstenen bevat,
wordt aanbevolen de iMASK op ''0''' in te stellen.
Tracking (TRACK)
Hoewel de tracking-instelling alleen in de GEN-modus kan worden geselecteerd, is het in feite een
gemeenschappelijke functie voor alle modi, dus wanneer het is ingeschakeld, wordt het in alle
modi actief. De reden dat het alleen in de GEN-modus kan worden geselecteerd, is dat het gebruik
van tracking wordt aanbevolen in de GEN-modus en niet in de andere modi. Als u na het gebruik van
tracking in de GEN-modus overschakelt naar andere modi en geen gebruik wilt maken van
tracking, moet u deze in het menu in de GEN-modus opnieuw selecteren en uitschakelen.
Wanneer de tracking actief is (01 positie), volgt het apparaat continu de veranderende
bodemstructuren en stelt het automatisch de grondbalansinstelling opnieuw in. De onzichtbare
veranderingen in de bodem beïnvloeden de detectiediepte en het onderscheidend vermogen van
het apparaat, zodat het mogelijk is om het apparaat met deze functie onder geschikte
bodemomstandigheden met hogere prestaties te bedienen. Zie pagina 10 voor meer informatie
over Tracking.
Wanneer tracking is geactiveerd, wordt ''Tracking''' onderin het GB-venster weergegeven.
Om het geluid veroorzaakt door elektromagnetische interferentie te elimineren, probeert u eerst de
frequentie te verschuiven (FREQ.) Voordat u de versterking verlaagt om maximale dieptewerking te
verkrijgen. Frequentieverschuiving bestaat uit 5 stappen. De standaardinstelling is F3, de centrale
frequentie. U kunt de frequentie verschuiven tussen F1-F5 met behulp van de plus (+) en de minus (-)
toetsen.
BELANGRIJK! Frequentie verschuiven kan de prestatie verminderen. Daarom is het raadzaam om de
frequentie niet te verschuiven, tenzij dit noodzakelijk is.
Fabrieksinstelling /Save (FD/SAVE)
Met de FD / SAVE-functie van de Kruzer kunt u uw instellingen opslaan of de fabrieksinstellingen
herstellen. Save-functie slaat alle instellingen op, behalve de grondbalans en tracking. Het apparaat
start in de laatste modus waarin de opslagfunctie werd uitgevoerd.
Om uw instellingen op te slaan, selecteert u FD/SAVE op het scherm. Twee streepjes (--) worden op
het scherm weergegeven. Druk op de rechter knop. Wanneer ''SA''' wordt weergegeven, drukt u
eenmaal op de SELECT/E.U.D knop. U ziet de lijnen in het midden van het scherm draaien. Wanneer
het opslaan voltooid is, stoppen de lijnen met draaien en verdwijnt de SA-tekst.
Om terug te keren naar de fabrieksinstellingen, selecteert u FD/Save on screen. Twee streepjes (--)
worden op het scherm weergegeven. Druk op de linker knop. Wanneer ''Fd'' wordt weergegeven,
drukt u eenmaal op de SELECT/E.U.D knop. In het GB-venster aan de rechterkant ziet u lijnen draaien.
Wanneer het proces is voltooid, stoppen de lijnen met draaien en verdwijnt de FD-tekst.
Draadloze verbinding (WIRELESS)
Het wordt gebruikt om de draadloze hoofdtelefoonverbinding in en uit te schakelen en om het
kanaal te veranderen.
Nadat u de optie WIRELESS hebt gekozen, kunt u de kanalen wijzigen tussen 00-19 of kunt u de
draadloze verbinding volledig uitschakelen door de oF (uit) positie te kiezen.
Voor meer gedetailleerde informatie over de draadloze hoofdtelefoon, lees de instructies bij de
hoofdtelefoon.
TARGET DIEPTE
Het apparaat levert een geschatte Objectdiepte op basis van de signaalsterkte, zowel tijdens detectie
als in de pinpoint-modus.
Diepte-indicator: Toont de nabijheid van het doel tot het oppervlak in 5 niveaus tijdens detectie.
Omdat elke modus van de Kruzer een andere diepte bereik heeft, geeft de diepte-indicator een ander
dieptiveau weer voor hetzelfde doel in verschillende modi.
In de pinpoint-modus wordt de geschatte doeldiepte op het display weergegeven in cm (of inch- zie
hieronder voor details) terwijl u dichter bij het OBJECTkomt.
De Detectie diepte wordt aangepast in de veronderstelling dat het doelwit een 2,5 cm (1 '') munt is.
De werkelijke diepte is afhankelijk van de grootte van het Object. De detector geeft bijvoorbeeld
meer diepte aan voor een doel kleiner dan een 2,5 cm (1 '') muntstuk en minder diepte voor een
groter object. In de praktijk is de procedure met de puntjes niet bedoeld voor de bepaling van de
diepte maar voor de exacte locatiebepaling. Daarom wordt aanbevolen dat de diepte-indicator op
het display wordt gebruikt om de nabijheid van het doel te bepalen.
BELANGRIJK! Als u wilt dat de doeldiepte wordt weergegeven in inches in plaats van cms, doet u het
volgende: Terwijl het apparaat uitstaat, houdt u de SETTINGS/OPTIONS and BOOST knoppen
tegelijkertijd ingedrukt en zet u het apparaat aan. '' In '' wordt weergegeven. Om terug te schakelen
naar cms, moet u het apparaat uitschakelen en vervolgens de bovenstaande procedure herhalen.
Terwijl het apparaat wordt geïnitialiseerd, wordt '' SI '' weergegeven.
GROOTSTE OF OBJECTEN DICHT AAN DE OPPERVLAKTE
Objecten die zich in de buurt van het oppervlak bevinden, kunnen verschillende signalen aan het
apparaat doorgeven. Als u een object in de buurt van de oppervlakte verwacht, tilt u de zoekspoel op
en zwaait u langzamer totdat een enkel signaal wordt ontvangen. Als er zich in de buurt van het
oppervlak een groot object bevindt, kan dit een overbelasting van de zoekspoel veroorzaken en
begint het apparaat een continu geluid te genereren dat op een sirene lijkt. Het bericht "Overload"
wordt tegelijkertijd op het display weergegeven. Til in dat geval de zoekspoel hoger op totdat het
bericht verdwijnt.
VALSE SIGNALEN EN REDENEN
Soms kan het apparaat signalen produceren die vergelijkbaar zijn met een objectsignaal, hoewel er
geen metalen object aanwezig is. Er zijn verschillende redenen voor de valse signalen die door het
apparaat worden ontvangen. De meest voorkomende zijn bodemmineralisatie of gesteenten met
een hoog mineraalgehalte, omringende elektromagnetische signalen, werking van een andere
nabijgelegen detector, geroest of aangetast ijzer of folie in de grond, Gain- of Threshold te hoog
ingesteld.
Omringende elektromagnetische signalen kunnen worden geëlimineerd door de gain te
verminderen. Als er een andere detector in de buurt is, kunt u proberen de frequentie te wijzigenof
het zoeken uit te voeren op een afstand waar geen interferentie optreedt. Voor gemineraliseerde
grond of gesteenten met een hoog gehalte aan mineralen, en een te hoog ingestelde gain en
threshold, lees de betreffende secties.
MAGNETISCHE MINERALISATIE INDICATOR
De magnetische mineralisatie-indicator bestaat uit 5 niveaus. De indicatorbalken stijgen niet bij lage
mineraleniveaus tijdens het zoeken en bij het opstarten. In gebieden waar het magnetische
mineraalniveau hoog is, zullen de indicatorbalken stijgen naar de intensiteit. Deze meting kan
worden samengevat als het niveau van magnetische eigenschap en intensiteit van de grond.
Deze meting is belangrijk vanuit twee aspecten. Ten eerste is de zoekdiepte op grond met hoge
magnetische mineralisatie laag en gebruikers moeten zich hiervan bewust zijn. Ten tweede is
magnetische mineralisatie een eigenschap die vooral wordt gezien bij gemineraliseerde gesteenten
en deze meting speelt een belangrijke rol voor het apparaat om de valse signalen die door deze
stenen worden geproduceerd te elimineren.
ROTSEN EN ZOEKEN OP ROTSACHTIG TERREIN (ALGEMENE EN DISCRIMINATIEMODI)
Uitdagende bodemomstandigheden doen zich vooral voor wanneer de geleidbaarheid en de
magnetische eigenschappen van de grond te hoog zijn. Bediening van het apparaat over een
dergelijke ondergrond wordt mogelijk gemaakt door de beste zoekmodus te selecteren, evenals de
juiste instellingen voor grondbalans, Gain, iSAT, iMASK en Threshold.
Stenen en rotsen of holtes in de grond zijn net zo belangrijk als de grond zelf met betrekking tot de
zoek- en doeldetectiekwaliteit.
Bodem en stenen hebben twee verschillende eigenschappen, net zoals de doelen waarnaar u op
zoek bent. Een daarvan is de intensiteit en de andere is de geleidbaarheid - magnetische
permeabiliteitsratio en deze twee eigenschappen zijn onafhankelijk van elkaar. In deze handleiding
wordt de geleidbaarheid - magnetische permeabiliteitsratio in het kort ID genoemd. Hoge
magnetische permeabiliteit, lage geleidbaarheid resulteert in een lage ID. Bodem of stenen kunnen
zeer goed doorlatend zijn en hebben ook lage of hoge ID's. Als de geleidbaarheid toeneemt ten
opzichte van de magnetische permeabiliteit, neemt ook de ID toe.
Gemineraliseerde stenen worden geclassificeerd als negatief of positief op basis van hun ID die laag
of hoog is in vergelijking met de ID van de grond waarin ze zich bevinden. Een of beide typen kunnen
in een veld aanwezig zijn. De negatieve en positieve effecten die hier worden genoemd, zijn alleen
geldig als de grondbalans correct is uitgevoerd op de bestaande grond. Anders zal de bodem zelf niet
anders handelen dan gemineraliseerde stenen in termen van ID. In '' TRACKING '' verschillen de
condities echter. Daarom zullen de effecten van stenen in tracking afzonderlijk worden besproken.
Hier hebben we het over een goede grondbalans zonder tracking.
Positieve stenen werken net als metaal en produceren een metaalgeluid. In de Algemene zoekmodus
(GEN) produceren ze een "zip zip" -geluid wanneer de zoekspoel erover heen zwaait. Als het signaal
sterk genoeg is, kan het apparaat een ID voor deze rotsen produceren. Negatieve stenen in de
algemene zoekmodus produceren een lang "boing" -geluid wanneer de zoekspoel eroverheen wordt
bewogen. Het apparaat geeft geen ID voor deze stenen, zelfs als het signaal sterk is maar de balken
the Mineral Bar will rise.
Positieve rotsen zorgen voor een typisch metaalgeluid in discriminatiemodi. Negatieve stenen
bieden geen geluid in discriminatiemodi (behalve in zeldzame gevallen van valse signalen). De balk
voor de mineralisatie indicator zal in beide gevallen stijgen.
Bij hogere instellingen van de iSAT zal het geluid van positieve of negatieve gemineraliseerde stenen
niet veranderen. Naarmate de iSAT-waarde afneemt, blijft het geluid van positieve gemineraliseerde
stenen hetzelfde, maar de negatievegemineraliseerde stenen kunnen een zachter piepgeluid geven
in plaats van het boinggeluid.
Daarom kunt u een beslissing nemen door te luisteren naar de audioweergaven die door het
apparaat in het veld worden geproduceerd.In de GEN-modus, wanneer het apparaat een audiotoon
produceert, kunt u, als de minerale balk tegelijkertijd stijgt, beslissen of het object een positieve of
een negatieve hete rots is door naar het geluid te luisteren.In de andere modi, als u de standaard
DISC-instelling van het apparaat niet hebt gewijzigd, zal het apparaat geen geluidstoon voor
positieve hete stenen produceren en als u de grond gebalanceerd hebt, zal het toch geen
geluidstoon voor negatieve hete stenen uitzenden. If you have changed the DISC. setting of the
device in these modes, when you receive a strong signal and a stable ID, you can distinguish if the
detected target is a positive hot rock or metal by checking the ID. However, remember that weak
signals may produce different IDs and metals under rocks may produce different metal signals.
Therefore, the most appropriate action is to dig up when a metal signal is received.
Omdat je zo'n situatie kunt tegenkomen in goudzoekgebieden waar naar nuggets wordt gezocht, is
het belangrijk dat je vertrouwd raakt met de hete rotsen en hun ID's in je zoekveld en dat je het
apparaat vooraf test met wat nuggets.
Als u een van de andere modi dan de GEN-modus gebruikt en u kent de ID van de omringende
gemineraliseerde stenen, kunt u de instelling DISC. gebruiken om de stenen te verwijderen. Het is
echter mogelijk dat dit niet voldoende is om alle rotssignalen te vermijden. Het apparaat kan nog
steeds signalen van rotsen ontvangen omdat grond en rotsen samen een gecombineerd effect
vormen en een andere ID genereren dan die van rotsen.
TRACKING EN HET EFFECT VAN STENEN
Wanneer de tracking actief is, kan het apparaat een audio-respons en ID geven wanneer het over een
hot rock heen gaat omdat het effect van de steen anders zal zijn dan van de grond. Tegelijkertijd, zal
de bar voor mineralisering toenemen. Als u de zoekspoel over het gesteente zwaait, zal tracking de
instelling automatisch aanpassen en zal de audiorespons / ID verdwijnen of aanzienlijk afnemen.
Omdat er een kleine vertraging is in het volgen, kunt u een sterk signaal horen bij de eerste één of
twee zwaaien totdat de instelling is aangepast. Het geluid wordt dan zwakker en verdwijnt. Dit
gebeurt niet met metalen doelen omdat metalen voorkomen dat het apparaat kan grondbalansen.
Daarom is er in tracking, als je een constant signaal krijgt over een object na herhaaldelijk zwaaien, is
de kans groot dat het object een metaal is.Zwaaien vanover een steen terug over de bodem, het
apparaat kan signalen naar de grond sturen tijdens een paar zwaaien totdat de instelling voor de
grondbalans opnieuw wordt bijgewerkt. Dit is normaal en zou u niet moeten misleiden.
Tracking wordt niet aanbevolen om stenen onder normale omstandigheden te elimineren. Het wordt
aanbevolen voor gebruik in gebieden met wisselende grondsoorten.
METAAL ONDER STENEN
De Gold Kruzer verhoogt de mogelijkheid om metalen doelen te detecteren onder gemineraliseerde
stenen door de juiste aanpassing van uw instellingen. Het gecombineerde effect gecreëerd door de
steen en metaal samen is lager dan het effect dat het metaal zelf creëert en de weergegeven ID zal
anders zijn dan de verwachte ID van het metaal. De weergegeven ID wordt gevormd door de
combinatie van steen en metaal samen en komt dichter bij de ID van de steen als de grootte van het
metaal kleiner is ten opzichte van de steen. Houd in gedachten dat metalen onder stenen nooit
verschijnen met hun eigen metaal ID. Een goudstuk onder een steen kan bijvoorbeeld een ijzertoon
en ID produceren.
Als u de stenen wegfiltert met een correct afgestelde DISC. instelling in discriminatiemodi, kunt u het
signaal van het object onder het gesteente horen als het doelsignaal een iets groter effect heeft dan
het gefilterde ID. Het belangrijkste is dat als je een object detecteert en een steen opgraaft moet je de
ID noteren die je hebt gekregen voordat je graaft en het als de DISC. Instelling gebruiken de volgende
keer.
Bijvoorbeeld; de gemineraliseerde stenen in je zoekveld geven meestal id's rond 00-01. In dit geval
moet u de DISC instellen tot maximaal 05. Op deze manier kun je stenen verwijderen en signalen van
metalen eronder ontvangen. Wanneer u de DISC. instelt te hoog is onnodig, dan mis je metalen
objecten.
BELANGRIJK! Bij het zoeken in velden met gemineraliseerde gesteente, wordt het gebruik van de
E.U.D-functie (pagina 20) aanbevolen om te voorkomen dat metalen onder gemineraliseerde stenen
worden gemist.
INSTELLINGEN
OPMERKING: Tracking wordt aanbevolen om alleen in de GEN-modus te gebruiken.
Iron Volume (Fe VOL.)
Het is alleen actief in de MICRO-modus. I In deze modus wordt het volume van de lage ijzertoon
aangepast of uitgeschakeld. Het kan worden ingesteld tussen 0-5.
5 is het maximale niveau. Naarmate u het verlaagt, zal het volume van de audiorespons die het
apparaat produceert voor ferro metalen afnemen. Op 0-niveau wordt het ijzeren geluid tot zwijgen
gebracht. Met andere woorden, het apparaat zal ferrodoelen detecteren, de Target ID wordt op het
scherm weergegeven, maar het apparaat zal geen audiorespons produceren.
Tone Break (T.BREAK)
Het is alleen actief in de MICRO-modus. Het wordt gebruikt om het breekpunt van de ferro doeltoon
in te stellen tussen 00-66 op het Target ID bereik.
Om de functie Toonbreuk te gebruiken, selecteert u eerst T.BREAK uit INSTELLINGEN. De
toonbreukwaarde voor ijzer van 40 wordt weergegeven. U kunt deze waarde aanpassen tussen 00-66
met behulp van de plus (+) en min (-) knoppen.
Stel, je hebt deze waarde veranderd in 50. In dit geval zal het apparaat een lage ijzertoon produceren
voor alle metalen met ID's gelijk aan of minder dan 50.
TONE
Deze functie kan in alle modi worden geselecteerd, behalve in de MICRO-modus. Hiermee kunt u de
frequentie van de gewenste audioresponstoon en het threshold geluid aanpassen aan uw voorkeur.
De frequentie kan worden ingesteld tussen 150 Hz (15) en 700 Hz (70).
TONE aanpassing is alleen van toepassing op de geselecteerde zoekmodus. De wijziging heeft geen
invloed op de andere modi.
Helderheid (BRIGHT.)
Hiermee kunt u de achtergrondverlichting van het scherm aanpassen aan uw persoonlijke voorkeur.
Het varieert tussen 0-5 en C1-C5. Op 0-niveau is de achtergrondverlichting uitgeschakeld. Wanneer
deze is ingesteld tussen 1-5, licht deze slechts kort op wanneer een doelwit wordt gedetecteerd of
tijdens het navigeren door het menu en dan gaat deze uit. Op C1-C5 niveaus zal dit continu branden.
De constant werking van de achtergrondverlichting heeft invloed op het stroomverbruik, wat niet
wordt aanbevolen.
De achtergrondverlichting wordt bij het in- en uitschakelen van het apparaat weer op de laatst
opgeslagen instelling teruggezet. Deze instelling is in alle modi gebruikelijk; wijziging in een
willekeurige modus geldt ook voor de andere modi.
Frequentie (FREQ.)
Het wordt gebruikt voor het elimineren van de elektromagnetische interferentie die het apparaat
ontvangt van een andere detector die in hetzelfde frequentiebereik in de buurt of uit de omgeving
werkt. Als er te veel storing wordt ontvangen wanneer de zoekspoel in de lucht wordt getild, kan dit
worden veroorzaakt door lokale elektromagnetische signalen of te hoge Gain instellingen.
17
Terwijl het apparaat zich in de detectiemodus bevindt, d.w.z. wanneer de cursor op MODE wijst, drukt
u eenmaal op de knop SETTINGS/OPTIONS om de instellingen te openen. U kunt door de instellingen
navigeren met de knoppen omhoog en omlaag. De waarde van de geselecteerde instelling wordt op
het scherm weergegeven. U kunt de waarde wijzigen met de plus (+) en min (-) knoppen. Als u de
knoppen omhoog/omlaag en +/- ingedrukt houdt, veranderen de opties en waarden snel.
Om de instellingen te verlaten, drukt u tweemaal op de knop SETTINGS/OPTIONS of eenmaal op de
knop PP. De instellingen worden na ongeveer 8 seconden uitgeschakeld en het apparaat keert terug
naar het modusvenster.
OPMERKING: Bepaalde instellingen zijn modusspecifiek en kunnen dus niet worden geselecteerd in
andere modi.
GAIN
Gain, met andere woorden de gevoeligheid, is de diepte-instelling van het apparaat. Het wordt ook
gebruikt om de omgevingselektromagnetische signalen uit de omgeving en de geluidssignalen van
de grond te verwijderen.
OPMERKING: Om maximale diepteprestaties te verkrijgen, om de ruis veroorzaakt door
elektromagnetische interferentie te elimineren, probeert u eerst de frequentie (FREQ.) te verschuiven.
Het instelbereik voor de gevoeligheid is 01-99 en is vooraf gedefinieerd voor elke modus. Alle modi
beginnen bij de standaardinstellingen. Ze kunnen indien nodig handmatig worden aangepast. De
gevoeligheidsaanpassing is van toepassing op de geselecteerde modus; de gewijzigde instelling
heeft geen invloed op de gevoeligsheidsinstelling van de andere modi.
OPMERKING: Als de grond sterk gemineraliseerd is, waardoor het apparaat overbelast raakt, verlaagt
u de gevoeligheid totdat het ''Overbelasting'' bericht van het scherm verdwijnt.
Gevoeligheid (Gain) in de algemene zoekmodus (GEN)
In de GEN-modus veroorzaakt de gevoeligheidsinstelling een toename of afname van de knallende
geluiden en valse signalen. De gevoeligheidsinstelling is een persoonlijke voorkeur. Het is echter
belangrijk om de gevoeligheidsinstelling op het hoogst mogelijke niveau in te stellen waar geen
grote knallende geluiden worden gehoord om te voorkomen dat er kleinere en diepere doelen
ontbreken. Bijvoorbeeld; als het geluidsniveau geschikt is om te zoeken en hetzelfde is bij de
gevoeligheidsniveaus 40 en 70, dan verdient 70 de voorkeur. Het gebruik van de standaard
fabrieksinstellingen is een goed startpunt totdat u vertrouwd en ervaren bent met het apparaat.
Gevoeligheid (Gain) in andere Modi (GEN)
Aangezien de grenswaardeinstelling niet beschikbaar is in andere modi dan GEN, kunt u de diepte
van het apparaat vergroten of alleen met behulp van de GAIN-instelling voor een ruisvrije werking op
andere gronden zorgen.
Om de gevoeligheid in deze modi aan te passen, voert u eerst de grondbalans uit terwijl de
gevoeligheid op de standaardinstelling staat. Nadat de grondbalans is voltooid, houdt u de zoekspoel
stationair of zwaait u over de grond op zoekhoogte. Vermindert u de gevoeligheid als het apparaat
ruis ontvangt. Als dit niet het geval is (zorgt u ervoor dat de DISC. ook op de standaardinstellingen
staat wanneer u dit controleert), verhoogt u de gevoeligheid dan geleidelijk tot er geen knallend
geluid is. Als het apparaat tijdens het zoeken ruis begint te ontvangen, verlaagt u de gevoeligheid
geleidelijk.
OPMERKING: Gold Kruzer is een apparaat met een hoge gevoeligheid (Gain) en vooral de
BOOST-modus zal relatief luidruchtig werken in vergelijking met andere modi om zo de beste
diepteprestaties te leveren. Echter, als gevolg van de ontwerpkenmerken van deze modus, zal het
geluid meer gehoord worden als de spoel in de vrije lucht is dan wanneer de spoel op de grond wordt
gezwaaid. Houd hier rekening mee bij het aanpassen van de gevoeligheid.
Discriminatie (DISC.)
DISC.is de mogelijkheid van het apparaat om alle metalen onder een bepaalde Target ID te negeren.
In het DISC. proces wordt het gedifferentieerde ID bereik getoond met lijnen op de ID schaal en elke
2 opeenvolgende ID's worden weergegeven met 1 lijn. Als u bijvoorbeeld de DISC.op 30 instelt,
worden 15 lijnen tussen het 0-30 ID-bereik op de weegschaal weergegeven en zal het apparaat geen
audiorespons produceren voor metalen met ID's tussen 0-30.
DISC. instelling is alleen voor de GEN-modus uitgeschakeld. Voor alle andere modi wordt de
fabrieksinstelling bij het opstarten op het scherm weergegeven.
Om de DISC. waarde te wijzigen, selecteert u de DISC. optie uit de SETTINGS en verlaagt of verhoogt
u de waarde met de plus (+) of min (-) knoppen. Vergeet niet dat bepaalde doelen, anders dan de
doelen die u wilt negeren, ook gemist kunnen worden of dat hun signalen zwakker kunnen worden
wanneer u de DISC. instelling gebruikt.
Bij het gebruik van de DISC. instelling moet u er rekening mee houden dat andere objekten, anders
dan de objecten die u wilt negeren, die in hetzelfde ID-bereik vallen, ook gemist kunnen worden of
dat hun signalen zwakker kunnen worden.
In het geval van het ontvangen van meerdere ID's voor hetzelfde doel - laten we zeggen 35 en 55 -
vanwege de oriëntatie van het object of de samenstelling van het metaal zelf, als je de DISC op 40 zet,
omdat 35 in het gediscrimineerde bereik valt, kunnen zowel de signaalsterkte als de diepte afnemen.
Threshold (Thresh.)
In de algemene zoekmodus (GEN) wordt gezocht met een continu zoemend geluid op de
achtergrond, ook wel Threshold-geluid genoemd. De luidheid van dit zoemgeluid heeft een directe
invloed op de detectiediepte van kleinere en diepere objecten en wordt aangepast door de instelling
van de Threshold (Thresh.). Als de Threshold te hoog is ingesteld, is het mogelijk dat een zwak
objectsignaal niet hoorbaar is. Integendeel, als de Threshold te laag is, geeft u het dieptevoordeel op
dat deze instelling biedt. Met andere woorden, zwakke signalen van kleinere of diepere objecten
kunnen worden gemist. Het is aan te raden voor de gemiddelde gebruiker om deze instelling op de
standaardwaarde te laten staan en voor ervaren gebruikers om zich aan te passen aan het hoogste
niveau waar ze nog steeds de zwakke objectsignalen kunnen horen.
Het Threshold-niveau is direct gerelateerd aan de instellingen Gain en iSAT. Lees a.u.b. de betreffende
hoofdstukken van de handleiding aandachtig door.
iSAT (Intelligent Self-Adjusting Threshold)
Om de algemene zoekmodus (GEN) nauwkeurig uit te voeren, is een stabiel Threshold-geluid
noodzakelijk. U kunt niet zoeken in de algemene zoekmodus zonder grondbalancering.
Veranderingen die optreden in de bodemstructuur en mineralisatieniveaus na het balanceren van de
grond, kunnen een stijging of daling van de achtergrondbrom veroorzaken en de stabiliteit van de
threshold verstoren, wat zal resulteren in valse signalen en dus ontbrekende signalen van kleine
metalen. iSAT past de snelheid aan waarmee de Threshold-waarde van het apparaat wordt hersteld
en elimineert de negatieve effecten van gemineraliseerde bodems. Het verhogen van de iSAT in hoge
mineralisatie zal een stabielere werking mogelijk maken door het vermijden van valse signalen. Dit
kan echter leiden tot enig verlies in de diepte en het is normaal.
OPMERKING: Bij hoge mineralisatie, als u te veel valse signalen ontvangt zonder dat de
Threshold-bromgeluid wordt verstoord, verlaagt u eerst de gevoeligheid voordat u de iSAT verhoogt.
Als de stoorsignalen doorgaan, zet u de gevoeligheid terug op de oorspronkelijke waarde en
verhoogt u de iSAT.
Als de mineralisatie laag is, kunt u de iSAT verlagen en de spoel langzamer zwaaien voor een diepere
detectie.
iSAT consists of 6 levels. The device will start at level 2. It is recommended that iSAT should be
increased in high-mineralization and decreased in low mineralization.
iMASK (Intelligent Masking)
Deze instelling is beschikbaar in alle modi behalve in de GEN-modus. Deze wordt gebruikt om valse
signalen te elimineren die worden veroorzaakt door grondgeluiden of hete stenen bij het zoeken en
het beschikbare bereik ligt tussen 00-10. De standaard fabrieksinstelling is ingesteld op (1). U kunt de
waarde wijzigen met de plus (+) en min (-) knoppen.
Als het apparaat veel valse signalen ontvangt als gevolg van sterk gemineraliseerde grond of
gemineraliseerde rotsen tijdens het zoeken, voert u eerst opnieuw de grondbalans uit. Als de valse
signalen doorgaan, laat u de GAIN zakken en controleert u opnieuw. In het geval dat de valse signalen
nog steeds bestaan, probeert u dan de DISC. waarde te verhogen. Ongeacht al deze, als de valse
signalen nog steeds bestaan, verandert u dan eerst de GAIN en DISC. waarden terug naar hun vorige
niveaus. Verhoogt u vervolgens het iMASK niveau totdat de valse signalen zijn geëlimineerd.
Bij de maximale niveaus van iMASK zullen valse signalen verdwijnen of worden geminimaliseerd.
Echter, in sommige gevallen zal het verhogen van de iMASK leiden tot verlies van diepte voor
bepaalde metalen zoals koper.
OPMERKING: De iMASK-waarde ligt tussen 00-10. De fabrieksinstelling is 01. Bij ''0''' is de
iMASK-functie inactief. Als de grond niet sterk gemineraliseerd is of niet veel mineraalstenen bevat,
wordt aanbevolen de iMASK op ''0''' in te stellen.
Tracking (TRACK)
Hoewel de tracking-instelling alleen in de GEN-modus kan worden geselecteerd, is het in feite een
gemeenschappelijke functie voor alle modi, dus wanneer het is ingeschakeld, wordt het in alle
modi actief. De reden dat het alleen in de GEN-modus kan worden geselecteerd, is dat het gebruik
van tracking wordt aanbevolen in de GEN-modus en niet in de andere modi. Als u na het gebruik van
tracking in de GEN-modus overschakelt naar andere modi en geen gebruik wilt maken van
tracking, moet u deze in het menu in de GEN-modus opnieuw selecteren en uitschakelen.
Wanneer de tracking actief is (01 positie), volgt het apparaat continu de veranderende
bodemstructuren en stelt het automatisch de grondbalansinstelling opnieuw in. De onzichtbare
veranderingen in de bodem beïnvloeden de detectiediepte en het onderscheidend vermogen van
het apparaat, zodat het mogelijk is om het apparaat met deze functie onder geschikte
bodemomstandigheden met hogere prestaties te bedienen. Zie pagina 10 voor meer informatie
over Tracking.
Wanneer tracking is geactiveerd, wordt ''Tracking''' onderin het GB-venster weergegeven.
Om het geluid veroorzaakt door elektromagnetische interferentie te elimineren, probeert u eerst de
frequentie te verschuiven (FREQ.) Voordat u de versterking verlaagt om maximale dieptewerking te
verkrijgen. Frequentieverschuiving bestaat uit 5 stappen. De standaardinstelling is F3, de centrale
frequentie. U kunt de frequentie verschuiven tussen F1-F5 met behulp van de plus (+) en de minus (-)
toetsen.
BELANGRIJK! Frequentie verschuiven kan de prestatie verminderen. Daarom is het raadzaam om de
frequentie niet te verschuiven, tenzij dit noodzakelijk is.
Fabrieksinstelling /Save (FD/SAVE)
Met de FD / SAVE-functie van de Kruzer kunt u uw instellingen opslaan of de fabrieksinstellingen
herstellen. Save-functie slaat alle instellingen op, behalve de grondbalans en tracking. Het apparaat
start in de laatste modus waarin de opslagfunctie werd uitgevoerd.
Om uw instellingen op te slaan, selecteert u FD/SAVE op het scherm. Twee streepjes (--) worden op
het scherm weergegeven. Druk op de rechter knop. Wanneer ''SA''' wordt weergegeven, drukt u
eenmaal op de SELECT/E.U.D knop. U ziet de lijnen in het midden van het scherm draaien. Wanneer
het opslaan voltooid is, stoppen de lijnen met draaien en verdwijnt de SA-tekst.
Om terug te keren naar de fabrieksinstellingen, selecteert u FD/Save on screen. Twee streepjes (--)
worden op het scherm weergegeven. Druk op de linker knop. Wanneer ''Fd'' wordt weergegeven,
drukt u eenmaal op de SELECT/E.U.D knop. In het GB-venster aan de rechterkant ziet u lijnen draaien.
Wanneer het proces is voltooid, stoppen de lijnen met draaien en verdwijnt de FD-tekst.
Draadloze verbinding (WIRELESS)
Het wordt gebruikt om de draadloze hoofdtelefoonverbinding in en uit te schakelen en om het
kanaal te veranderen.
Nadat u de optie WIRELESS hebt gekozen, kunt u de kanalen wijzigen tussen 00-19 of kunt u de
draadloze verbinding volledig uitschakelen door de oF (uit) positie te kiezen.
Voor meer gedetailleerde informatie over de draadloze hoofdtelefoon, lees de instructies bij de
hoofdtelefoon.
TARGET DIEPTE
Het apparaat levert een geschatte Objectdiepte op basis van de signaalsterkte, zowel tijdens detectie
als in de pinpoint-modus.
Diepte-indicator: Toont de nabijheid van het doel tot het oppervlak in 5 niveaus tijdens detectie.
Omdat elke modus van de Kruzer een andere diepte bereik heeft, geeft de diepte-indicator een ander
dieptiveau weer voor hetzelfde doel in verschillende modi.
In de pinpoint-modus wordt de geschatte doeldiepte op het display weergegeven in cm (of inch- zie
hieronder voor details) terwijl u dichter bij het OBJECTkomt.
De Detectie diepte wordt aangepast in de veronderstelling dat het doelwit een 2,5 cm (1 '') munt is.
De werkelijke diepte is afhankelijk van de grootte van het Object. De detector geeft bijvoorbeeld
meer diepte aan voor een doel kleiner dan een 2,5 cm (1 '') muntstuk en minder diepte voor een
groter object. In de praktijk is de procedure met de puntjes niet bedoeld voor de bepaling van de
diepte maar voor de exacte locatiebepaling. Daarom wordt aanbevolen dat de diepte-indicator op
het display wordt gebruikt om de nabijheid van het doel te bepalen.
BELANGRIJK! Als u wilt dat de doeldiepte wordt weergegeven in inches in plaats van cms, doet u het
volgende: Terwijl het apparaat uitstaat, houdt u de SETTINGS/OPTIONS and BOOST knoppen
tegelijkertijd ingedrukt en zet u het apparaat aan. '' In '' wordt weergegeven. Om terug te schakelen
naar cms, moet u het apparaat uitschakelen en vervolgens de bovenstaande procedure herhalen.
Terwijl het apparaat wordt geïnitialiseerd, wordt '' SI '' weergegeven.
GROOTSTE OF OBJECTEN DICHT AAN DE OPPERVLAKTE
Objecten die zich in de buurt van het oppervlak bevinden, kunnen verschillende signalen aan het
apparaat doorgeven. Als u een object in de buurt van de oppervlakte verwacht, tilt u de zoekspoel op
en zwaait u langzamer totdat een enkel signaal wordt ontvangen. Als er zich in de buurt van het
oppervlak een groot object bevindt, kan dit een overbelasting van de zoekspoel veroorzaken en
begint het apparaat een continu geluid te genereren dat op een sirene lijkt. Het bericht "Overload"
wordt tegelijkertijd op het display weergegeven. Til in dat geval de zoekspoel hoger op totdat het
bericht verdwijnt.
VALSE SIGNALEN EN REDENEN
Soms kan het apparaat signalen produceren die vergelijkbaar zijn met een objectsignaal, hoewel er
geen metalen object aanwezig is. Er zijn verschillende redenen voor de valse signalen die door het
apparaat worden ontvangen. De meest voorkomende zijn bodemmineralisatie of gesteenten met
een hoog mineraalgehalte, omringende elektromagnetische signalen, werking van een andere
nabijgelegen detector, geroest of aangetast ijzer of folie in de grond, Gain- of Threshold te hoog
ingesteld.
Omringende elektromagnetische signalen kunnen worden geëlimineerd door de gain te
verminderen. Als er een andere detector in de buurt is, kunt u proberen de frequentie te wijzigenof
het zoeken uit te voeren op een afstand waar geen interferentie optreedt. Voor gemineraliseerde
grond of gesteenten met een hoog gehalte aan mineralen, en een te hoog ingestelde gain en
threshold, lees de betreffende secties.
MAGNETISCHE MINERALISATIE INDICATOR
De magnetische mineralisatie-indicator bestaat uit 5 niveaus. De indicatorbalken stijgen niet bij lage
mineraleniveaus tijdens het zoeken en bij het opstarten. In gebieden waar het magnetische
mineraalniveau hoog is, zullen de indicatorbalken stijgen naar de intensiteit. Deze meting kan
worden samengevat als het niveau van magnetische eigenschap en intensiteit van de grond.
Deze meting is belangrijk vanuit twee aspecten. Ten eerste is de zoekdiepte op grond met hoge
magnetische mineralisatie laag en gebruikers moeten zich hiervan bewust zijn. Ten tweede is
magnetische mineralisatie een eigenschap die vooral wordt gezien bij gemineraliseerde gesteenten
en deze meting speelt een belangrijke rol voor het apparaat om de valse signalen die door deze
stenen worden geproduceerd te elimineren.
ROTSEN EN ZOEKEN OP ROTSACHTIG TERREIN (ALGEMENE EN DISCRIMINATIEMODI)
Uitdagende bodemomstandigheden doen zich vooral voor wanneer de geleidbaarheid en de
magnetische eigenschappen van de grond te hoog zijn. Bediening van het apparaat over een
dergelijke ondergrond wordt mogelijk gemaakt door de beste zoekmodus te selecteren, evenals de
juiste instellingen voor grondbalans, Gain, iSAT, iMASK en Threshold.
Stenen en rotsen of holtes in de grond zijn net zo belangrijk als de grond zelf met betrekking tot de
zoek- en doeldetectiekwaliteit.
Bodem en stenen hebben twee verschillende eigenschappen, net zoals de doelen waarnaar u op
zoek bent. Een daarvan is de intensiteit en de andere is de geleidbaarheid - magnetische
permeabiliteitsratio en deze twee eigenschappen zijn onafhankelijk van elkaar. In deze handleiding
wordt de geleidbaarheid - magnetische permeabiliteitsratio in het kort ID genoemd. Hoge
magnetische permeabiliteit, lage geleidbaarheid resulteert in een lage ID. Bodem of stenen kunnen
zeer goed doorlatend zijn en hebben ook lage of hoge ID's. Als de geleidbaarheid toeneemt ten
opzichte van de magnetische permeabiliteit, neemt ook de ID toe.
Gemineraliseerde stenen worden geclassificeerd als negatief of positief op basis van hun ID die laag
of hoog is in vergelijking met de ID van de grond waarin ze zich bevinden. Een of beide typen kunnen
in een veld aanwezig zijn. De negatieve en positieve effecten die hier worden genoemd, zijn alleen
geldig als de grondbalans correct is uitgevoerd op de bestaande grond. Anders zal de bodem zelf niet
anders handelen dan gemineraliseerde stenen in termen van ID. In '' TRACKING '' verschillen de
condities echter. Daarom zullen de effecten van stenen in tracking afzonderlijk worden besproken.
Hier hebben we het over een goede grondbalans zonder tracking.
Positieve stenen werken net als metaal en produceren een metaalgeluid. In de Algemene zoekmodus
(GEN) produceren ze een "zip zip" -geluid wanneer de zoekspoel erover heen zwaait. Als het signaal
sterk genoeg is, kan het apparaat een ID voor deze rotsen produceren. Negatieve stenen in de
algemene zoekmodus produceren een lang "boing" -geluid wanneer de zoekspoel eroverheen wordt
bewogen. Het apparaat geeft geen ID voor deze stenen, zelfs als het signaal sterk is maar de balken
the Mineral Bar will rise.
Positieve rotsen zorgen voor een typisch metaalgeluid in discriminatiemodi. Negatieve stenen
bieden geen geluid in discriminatiemodi (behalve in zeldzame gevallen van valse signalen). De balk
voor de mineralisatie indicator zal in beide gevallen stijgen.
Bij hogere instellingen van de iSAT zal het geluid van positieve of negatieve gemineraliseerde stenen
niet veranderen. Naarmate de iSAT-waarde afneemt, blijft het geluid van positieve gemineraliseerde
stenen hetzelfde, maar de negatievegemineraliseerde stenen kunnen een zachter piepgeluid geven
in plaats van het boinggeluid.
Daarom kunt u een beslissing nemen door te luisteren naar de audioweergaven die door het
apparaat in het veld worden geproduceerd.In de GEN-modus, wanneer het apparaat een audiotoon
produceert, kunt u, als de minerale balk tegelijkertijd stijgt, beslissen of het object een positieve of
een negatieve hete rots is door naar het geluid te luisteren.In de andere modi, als u de standaard
DISC-instelling van het apparaat niet hebt gewijzigd, zal het apparaat geen geluidstoon voor
positieve hete stenen produceren en als u de grond gebalanceerd hebt, zal het toch geen
geluidstoon voor negatieve hete stenen uitzenden. If you have changed the DISC. setting of the
device in these modes, when you receive a strong signal and a stable ID, you can distinguish if the
detected target is a positive hot rock or metal by checking the ID. However, remember that weak
signals may produce different IDs and metals under rocks may produce different metal signals.
Therefore, the most appropriate action is to dig up when a metal signal is received.
Omdat je zo'n situatie kunt tegenkomen in goudzoekgebieden waar naar nuggets wordt gezocht, is
het belangrijk dat je vertrouwd raakt met de hete rotsen en hun ID's in je zoekveld en dat je het
apparaat vooraf test met wat nuggets.
Als u een van de andere modi dan de GEN-modus gebruikt en u kent de ID van de omringende
gemineraliseerde stenen, kunt u de instelling DISC. gebruiken om de stenen te verwijderen. Het is
echter mogelijk dat dit niet voldoende is om alle rotssignalen te vermijden. Het apparaat kan nog
steeds signalen van rotsen ontvangen omdat grond en rotsen samen een gecombineerd effect
vormen en een andere ID genereren dan die van rotsen.
TRACKING EN HET EFFECT VAN STENEN
Wanneer de tracking actief is, kan het apparaat een audio-respons en ID geven wanneer het over een
hot rock heen gaat omdat het effect van de steen anders zal zijn dan van de grond. Tegelijkertijd, zal
de bar voor mineralisering toenemen. Als u de zoekspoel over het gesteente zwaait, zal tracking de
instelling automatisch aanpassen en zal de audiorespons / ID verdwijnen of aanzienlijk afnemen.
Omdat er een kleine vertraging is in het volgen, kunt u een sterk signaal horen bij de eerste één of
twee zwaaien totdat de instelling is aangepast. Het geluid wordt dan zwakker en verdwijnt. Dit
gebeurt niet met metalen doelen omdat metalen voorkomen dat het apparaat kan grondbalansen.
Daarom is er in tracking, als je een constant signaal krijgt over een object na herhaaldelijk zwaaien, is
de kans groot dat het object een metaal is.Zwaaien vanover een steen terug over de bodem, het
apparaat kan signalen naar de grond sturen tijdens een paar zwaaien totdat de instelling voor de
grondbalans opnieuw wordt bijgewerkt. Dit is normaal en zou u niet moeten misleiden.
Tracking wordt niet aanbevolen om stenen onder normale omstandigheden te elimineren. Het wordt
aanbevolen voor gebruik in gebieden met wisselende grondsoorten.
METAAL ONDER STENEN
De Gold Kruzer verhoogt de mogelijkheid om metalen doelen te detecteren onder gemineraliseerde
stenen door de juiste aanpassing van uw instellingen. Het gecombineerde effect gecreëerd door de
steen en metaal samen is lager dan het effect dat het metaal zelf creëert en de weergegeven ID zal
anders zijn dan de verwachte ID van het metaal. De weergegeven ID wordt gevormd door de
combinatie van steen en metaal samen en komt dichter bij de ID van de steen als de grootte van het
metaal kleiner is ten opzichte van de steen. Houd in gedachten dat metalen onder stenen nooit
verschijnen met hun eigen metaal ID. Een goudstuk onder een steen kan bijvoorbeeld een ijzertoon
en ID produceren.
Als u de stenen wegfiltert met een correct afgestelde DISC. instelling in discriminatiemodi, kunt u het
signaal van het object onder het gesteente horen als het doelsignaal een iets groter effect heeft dan
het gefilterde ID. Het belangrijkste is dat als je een object detecteert en een steen opgraaft moet je de
ID noteren die je hebt gekregen voordat je graaft en het als de DISC. Instelling gebruiken de volgende
keer.
Bijvoorbeeld; de gemineraliseerde stenen in je zoekveld geven meestal id's rond 00-01. In dit geval
moet u de DISC instellen tot maximaal 05. Op deze manier kun je stenen verwijderen en signalen van
metalen eronder ontvangen. Wanneer u de DISC. instelt te hoog is onnodig, dan mis je metalen
objecten.
BELANGRIJK! Bij het zoeken in velden met gemineraliseerde gesteente, wordt het gebruik van de
E.U.D-functie (pagina 20) aanbevolen om te voorkomen dat metalen onder gemineraliseerde stenen
worden gemist.
INSTELLINGEN
OPMERKING: Tracking wordt aanbevolen om alleen in de GEN-modus te gebruiken.
Iron Volume (Fe VOL.)
Het is alleen actief in de MICRO-modus. I In deze modus wordt het volume van de lage ijzertoon
aangepast of uitgeschakeld. Het kan worden ingesteld tussen 0-5.
5 is het maximale niveau. Naarmate u het verlaagt, zal het volume van de audiorespons die het
apparaat produceert voor ferro metalen afnemen. Op 0-niveau wordt het ijzeren geluid tot zwijgen
gebracht. Met andere woorden, het apparaat zal ferrodoelen detecteren, de Target ID wordt op het
scherm weergegeven, maar het apparaat zal geen audiorespons produceren.
Tone Break (T.BREAK)
Het is alleen actief in de MICRO-modus. Het wordt gebruikt om het breekpunt van de ferro doeltoon
in te stellen tussen 00-66 op het Target ID bereik.
Om de functie Toonbreuk te gebruiken, selecteert u eerst T.BREAK uit INSTELLINGEN. De
toonbreukwaarde voor ijzer van 40 wordt weergegeven. U kunt deze waarde aanpassen tussen 00-66
met behulp van de plus (+) en min (-) knoppen.
Stel, je hebt deze waarde veranderd in 50. In dit geval zal het apparaat een lage ijzertoon produceren
voor alle metalen met ID's gelijk aan of minder dan 50.
TONE
Deze functie kan in alle modi worden geselecteerd, behalve in de MICRO-modus. Hiermee kunt u de
frequentie van de gewenste audioresponstoon en het threshold geluid aanpassen aan uw voorkeur.
De frequentie kan worden ingesteld tussen 150 Hz (15) en 700 Hz (70).
TONE aanpassing is alleen van toepassing op de geselecteerde zoekmodus. De wijziging heeft geen
invloed op de andere modi.
Helderheid (BRIGHT.)
Hiermee kunt u de achtergrondverlichting van het scherm aanpassen aan uw persoonlijke voorkeur.
Het varieert tussen 0-5 en C1-C5. Op 0-niveau is de achtergrondverlichting uitgeschakeld. Wanneer
deze is ingesteld tussen 1-5, licht deze slechts kort op wanneer een doelwit wordt gedetecteerd of
tijdens het navigeren door het menu en dan gaat deze uit. Op C1-C5 niveaus zal dit continu branden.
De constant werking van de achtergrondverlichting heeft invloed op het stroomverbruik, wat niet
wordt aanbevolen.
De achtergrondverlichting wordt bij het in- en uitschakelen van het apparaat weer op de laatst
opgeslagen instelling teruggezet. Deze instelling is in alle modi gebruikelijk; wijziging in een
willekeurige modus geldt ook voor de andere modi.
Frequentie (FREQ.)
Het wordt gebruikt voor het elimineren van de elektromagnetische interferentie die het apparaat
ontvangt van een andere detector die in hetzelfde frequentiebereik in de buurt of uit de omgeving
werkt. Als er te veel storing wordt ontvangen wanneer de zoekspoel in de lucht wordt getild, kan dit
worden veroorzaakt door lokale elektromagnetische signalen of te hoge Gain instellingen.
18
Terwijl het apparaat zich in de detectiemodus bevindt, d.w.z. wanneer de cursor op MODE wijst, drukt
u eenmaal op de knop SETTINGS/OPTIONS om de instellingen te openen. U kunt door de instellingen
navigeren met de knoppen omhoog en omlaag. De waarde van de geselecteerde instelling wordt op
het scherm weergegeven. U kunt de waarde wijzigen met de plus (+) en min (-) knoppen. Als u de
knoppen omhoog/omlaag en +/- ingedrukt houdt, veranderen de opties en waarden snel.
Om de instellingen te verlaten, drukt u tweemaal op de knop SETTINGS/OPTIONS of eenmaal op de
knop PP. De instellingen worden na ongeveer 8 seconden uitgeschakeld en het apparaat keert terug
naar het modusvenster.
OPMERKING: Bepaalde instellingen zijn modusspecifiek en kunnen dus niet worden geselecteerd in
andere modi.
GAIN
Gain, met andere woorden de gevoeligheid, is de diepte-instelling van het apparaat. Het wordt ook
gebruikt om de omgevingselektromagnetische signalen uit de omgeving en de geluidssignalen van
de grond te verwijderen.
OPMERKING: Om maximale diepteprestaties te verkrijgen, om de ruis veroorzaakt door
elektromagnetische interferentie te elimineren, probeert u eerst de frequentie (FREQ.) te verschuiven.
Het instelbereik voor de gevoeligheid is 01-99 en is vooraf gedefinieerd voor elke modus. Alle modi
beginnen bij de standaardinstellingen. Ze kunnen indien nodig handmatig worden aangepast. De
gevoeligheidsaanpassing is van toepassing op de geselecteerde modus; de gewijzigde instelling
heeft geen invloed op de gevoeligsheidsinstelling van de andere modi.
OPMERKING: Als de grond sterk gemineraliseerd is, waardoor het apparaat overbelast raakt, verlaagt
u de gevoeligheid totdat het ''Overbelasting'' bericht van het scherm verdwijnt.
Gevoeligheid (Gain) in de algemene zoekmodus (GEN)
In de GEN-modus veroorzaakt de gevoeligheidsinstelling een toename of afname van de knallende
geluiden en valse signalen. De gevoeligheidsinstelling is een persoonlijke voorkeur. Het is echter
belangrijk om de gevoeligheidsinstelling op het hoogst mogelijke niveau in te stellen waar geen
grote knallende geluiden worden gehoord om te voorkomen dat er kleinere en diepere doelen
ontbreken. Bijvoorbeeld; als het geluidsniveau geschikt is om te zoeken en hetzelfde is bij de
gevoeligheidsniveaus 40 en 70, dan verdient 70 de voorkeur. Het gebruik van de standaard
fabrieksinstellingen is een goed startpunt totdat u vertrouwd en ervaren bent met het apparaat.
Gevoeligheid (Gain) in andere Modi (GEN)
Aangezien de grenswaardeinstelling niet beschikbaar is in andere modi dan GEN, kunt u de diepte
van het apparaat vergroten of alleen met behulp van de GAIN-instelling voor een ruisvrije werking op
andere gronden zorgen.
Om de gevoeligheid in deze modi aan te passen, voert u eerst de grondbalans uit terwijl de
gevoeligheid op de standaardinstelling staat. Nadat de grondbalans is voltooid, houdt u de zoekspoel
stationair of zwaait u over de grond op zoekhoogte. Vermindert u de gevoeligheid als het apparaat
ruis ontvangt. Als dit niet het geval is (zorgt u ervoor dat de DISC. ook op de standaardinstellingen
staat wanneer u dit controleert), verhoogt u de gevoeligheid dan geleidelijk tot er geen knallend
geluid is. Als het apparaat tijdens het zoeken ruis begint te ontvangen, verlaagt u de gevoeligheid
geleidelijk.
OPMERKING: Gold Kruzer is een apparaat met een hoge gevoeligheid (Gain) en vooral de
BOOST-modus zal relatief luidruchtig werken in vergelijking met andere modi om zo de beste
diepteprestaties te leveren. Echter, als gevolg van de ontwerpkenmerken van deze modus, zal het
geluid meer gehoord worden als de spoel in de vrije lucht is dan wanneer de spoel op de grond wordt
gezwaaid. Houd hier rekening mee bij het aanpassen van de gevoeligheid.
Discriminatie (DISC.)
DISC.is de mogelijkheid van het apparaat om alle metalen onder een bepaalde Target ID te negeren.
In het DISC. proces wordt het gedifferentieerde ID bereik getoond met lijnen op de ID schaal en elke
2 opeenvolgende ID's worden weergegeven met 1 lijn. Als u bijvoorbeeld de DISC.op 30 instelt,
worden 15 lijnen tussen het 0-30 ID-bereik op de weegschaal weergegeven en zal het apparaat geen
audiorespons produceren voor metalen met ID's tussen 0-30.
DISC. instelling is alleen voor de GEN-modus uitgeschakeld. Voor alle andere modi wordt de
fabrieksinstelling bij het opstarten op het scherm weergegeven.
Om de DISC. waarde te wijzigen, selecteert u de DISC. optie uit de SETTINGS en verlaagt of verhoogt
u de waarde met de plus (+) of min (-) knoppen. Vergeet niet dat bepaalde doelen, anders dan de
doelen die u wilt negeren, ook gemist kunnen worden of dat hun signalen zwakker kunnen worden
wanneer u de DISC. instelling gebruikt.
Bij het gebruik van de DISC. instelling moet u er rekening mee houden dat andere objekten, anders
dan de objecten die u wilt negeren, die in hetzelfde ID-bereik vallen, ook gemist kunnen worden of
dat hun signalen zwakker kunnen worden.
In het geval van het ontvangen van meerdere ID's voor hetzelfde doel - laten we zeggen 35 en 55 -
vanwege de oriëntatie van het object of de samenstelling van het metaal zelf, als je de DISC op 40 zet,
omdat 35 in het gediscrimineerde bereik valt, kunnen zowel de signaalsterkte als de diepte afnemen.
Threshold (Thresh.)
In de algemene zoekmodus (GEN) wordt gezocht met een continu zoemend geluid op de
achtergrond, ook wel Threshold-geluid genoemd. De luidheid van dit zoemgeluid heeft een directe
invloed op de detectiediepte van kleinere en diepere objecten en wordt aangepast door de instelling
van de Threshold (Thresh.). Als de Threshold te hoog is ingesteld, is het mogelijk dat een zwak
objectsignaal niet hoorbaar is. Integendeel, als de Threshold te laag is, geeft u het dieptevoordeel op
dat deze instelling biedt. Met andere woorden, zwakke signalen van kleinere of diepere objecten
kunnen worden gemist. Het is aan te raden voor de gemiddelde gebruiker om deze instelling op de
standaardwaarde te laten staan en voor ervaren gebruikers om zich aan te passen aan het hoogste
niveau waar ze nog steeds de zwakke objectsignalen kunnen horen.
Het Threshold-niveau is direct gerelateerd aan de instellingen Gain en iSAT. Lees a.u.b. de betreffende
hoofdstukken van de handleiding aandachtig door.
iSAT (Intelligent Self-Adjusting Threshold)
Om de algemene zoekmodus (GEN) nauwkeurig uit te voeren, is een stabiel Threshold-geluid
noodzakelijk. U kunt niet zoeken in de algemene zoekmodus zonder grondbalancering.
Veranderingen die optreden in de bodemstructuur en mineralisatieniveaus na het balanceren van de
grond, kunnen een stijging of daling van de achtergrondbrom veroorzaken en de stabiliteit van de
threshold verstoren, wat zal resulteren in valse signalen en dus ontbrekende signalen van kleine
metalen. iSAT past de snelheid aan waarmee de Threshold-waarde van het apparaat wordt hersteld
en elimineert de negatieve effecten van gemineraliseerde bodems. Het verhogen van de iSAT in hoge
mineralisatie zal een stabielere werking mogelijk maken door het vermijden van valse signalen. Dit
kan echter leiden tot enig verlies in de diepte en het is normaal.
OPMERKING: Bij hoge mineralisatie, als u te veel valse signalen ontvangt zonder dat de
Threshold-bromgeluid wordt verstoord, verlaagt u eerst de gevoeligheid voordat u de iSAT verhoogt.
Als de stoorsignalen doorgaan, zet u de gevoeligheid terug op de oorspronkelijke waarde en
verhoogt u de iSAT.
Als de mineralisatie laag is, kunt u de iSAT verlagen en de spoel langzamer zwaaien voor een diepere
detectie.
iSAT consists of 6 levels. The device will start at level 2. It is recommended that iSAT should be
increased in high-mineralization and decreased in low mineralization.
iMASK (Intelligent Masking)
Deze instelling is beschikbaar in alle modi behalve in de GEN-modus. Deze wordt gebruikt om valse
signalen te elimineren die worden veroorzaakt door grondgeluiden of hete stenen bij het zoeken en
het beschikbare bereik ligt tussen 00-10. De standaard fabrieksinstelling is ingesteld op (1). U kunt de
waarde wijzigen met de plus (+) en min (-) knoppen.
Als het apparaat veel valse signalen ontvangt als gevolg van sterk gemineraliseerde grond of
gemineraliseerde rotsen tijdens het zoeken, voert u eerst opnieuw de grondbalans uit. Als de valse
signalen doorgaan, laat u de GAIN zakken en controleert u opnieuw. In het geval dat de valse signalen
nog steeds bestaan, probeert u dan de DISC. waarde te verhogen. Ongeacht al deze, als de valse
signalen nog steeds bestaan, verandert u dan eerst de GAIN en DISC. waarden terug naar hun vorige
niveaus. Verhoogt u vervolgens het iMASK niveau totdat de valse signalen zijn geëlimineerd.
Bij de maximale niveaus van iMASK zullen valse signalen verdwijnen of worden geminimaliseerd.
Echter, in sommige gevallen zal het verhogen van de iMASK leiden tot verlies van diepte voor
bepaalde metalen zoals koper.
OPMERKING: De iMASK-waarde ligt tussen 00-10. De fabrieksinstelling is 01. Bij ''0''' is de
iMASK-functie inactief. Als de grond niet sterk gemineraliseerd is of niet veel mineraalstenen bevat,
wordt aanbevolen de iMASK op ''0''' in te stellen.
Tracking (TRACK)
Hoewel de tracking-instelling alleen in de GEN-modus kan worden geselecteerd, is het in feite een
gemeenschappelijke functie voor alle modi, dus wanneer het is ingeschakeld, wordt het in alle
modi actief. De reden dat het alleen in de GEN-modus kan worden geselecteerd, is dat het gebruik
van tracking wordt aanbevolen in de GEN-modus en niet in de andere modi. Als u na het gebruik van
tracking in de GEN-modus overschakelt naar andere modi en geen gebruik wilt maken van
tracking, moet u deze in het menu in de GEN-modus opnieuw selecteren en uitschakelen.
Wanneer de tracking actief is (01 positie), volgt het apparaat continu de veranderende
bodemstructuren en stelt het automatisch de grondbalansinstelling opnieuw in. De onzichtbare
veranderingen in de bodem beïnvloeden de detectiediepte en het onderscheidend vermogen van
het apparaat, zodat het mogelijk is om het apparaat met deze functie onder geschikte
bodemomstandigheden met hogere prestaties te bedienen. Zie pagina 10 voor meer informatie
over Tracking.
Wanneer tracking is geactiveerd, wordt ''Tracking''' onderin het GB-venster weergegeven.
OPTIES
Om het geluid veroorzaakt door elektromagnetische interferentie te elimineren, probeert u eerst de
frequentie te verschuiven (FREQ.) Voordat u de versterking verlaagt om maximale dieptewerking te
verkrijgen. Frequentieverschuiving bestaat uit 5 stappen. De standaardinstelling is F3, de centrale
frequentie. U kunt de frequentie verschuiven tussen F1-F5 met behulp van de plus (+) en de minus (-)
toetsen.
BELANGRIJK! Frequentie verschuiven kan de prestatie verminderen. Daarom is het raadzaam om de
frequentie niet te verschuiven, tenzij dit noodzakelijk is.
Fabrieksinstelling /Save (FD/SAVE)
Met de FD / SAVE-functie van de Kruzer kunt u uw instellingen opslaan of de fabrieksinstellingen
herstellen. Save-functie slaat alle instellingen op, behalve de grondbalans en tracking. Het apparaat
start in de laatste modus waarin de opslagfunctie werd uitgevoerd.
Om uw instellingen op te slaan, selecteert u FD/SAVE op het scherm. Twee streepjes (--) worden op
het scherm weergegeven. Druk op de rechter knop. Wanneer ''SA''' wordt weergegeven, drukt u
eenmaal op de SELECT/E.U.D knop. U ziet de lijnen in het midden van het scherm draaien. Wanneer
het opslaan voltooid is, stoppen de lijnen met draaien en verdwijnt de SA-tekst.
Om terug te keren naar de fabrieksinstellingen, selecteert u FD/Save on screen. Twee streepjes (--)
worden op het scherm weergegeven. Druk op de linker knop. Wanneer ''Fd'' wordt weergegeven,
drukt u eenmaal op de SELECT/E.U.D knop. In het GB-venster aan de rechterkant ziet u lijnen draaien.
Wanneer het proces is voltooid, stoppen de lijnen met draaien en verdwijnt de FD-tekst.
Draadloze verbinding (WIRELESS)
Het wordt gebruikt om de draadloze hoofdtelefoonverbinding in en uit te schakelen en om het
kanaal te veranderen.
Nadat u de optie WIRELESS hebt gekozen, kunt u de kanalen wijzigen tussen 00-19 of kunt u de
draadloze verbinding volledig uitschakelen door de oF (uit) positie te kiezen.
Voor meer gedetailleerde informatie over de draadloze hoofdtelefoon, lees de instructies bij de
hoofdtelefoon.
TARGET DIEPTE
Het apparaat levert een geschatte Objectdiepte op basis van de signaalsterkte, zowel tijdens detectie
als in de pinpoint-modus.
Diepte-indicator: Toont de nabijheid van het doel tot het oppervlak in 5 niveaus tijdens detectie.
Omdat elke modus van de Kruzer een andere diepte bereik heeft, geeft de diepte-indicator een ander
dieptiveau weer voor hetzelfde doel in verschillende modi.
In de pinpoint-modus wordt de geschatte doeldiepte op het display weergegeven in cm (of inch- zie
hieronder voor details) terwijl u dichter bij het OBJECTkomt.
De Detectie diepte wordt aangepast in de veronderstelling dat het doelwit een 2,5 cm (1 '') munt is.
De werkelijke diepte is afhankelijk van de grootte van het Object. De detector geeft bijvoorbeeld
meer diepte aan voor een doel kleiner dan een 2,5 cm (1 '') muntstuk en minder diepte voor een
groter object. In de praktijk is de procedure met de puntjes niet bedoeld voor de bepaling van de
diepte maar voor de exacte locatiebepaling. Daarom wordt aanbevolen dat de diepte-indicator op
het display wordt gebruikt om de nabijheid van het doel te bepalen.
BELANGRIJK! Als u wilt dat de doeldiepte wordt weergegeven in inches in plaats van cms, doet u het
volgende: Terwijl het apparaat uitstaat, houdt u de SETTINGS/OPTIONS and BOOST knoppen
tegelijkertijd ingedrukt en zet u het apparaat aan. '' In '' wordt weergegeven. Om terug te schakelen
naar cms, moet u het apparaat uitschakelen en vervolgens de bovenstaande procedure herhalen.
Terwijl het apparaat wordt geïnitialiseerd, wordt '' SI '' weergegeven.
GROOTSTE OF OBJECTEN DICHT AAN DE OPPERVLAKTE
Objecten die zich in de buurt van het oppervlak bevinden, kunnen verschillende signalen aan het
apparaat doorgeven. Als u een object in de buurt van de oppervlakte verwacht, tilt u de zoekspoel op
en zwaait u langzamer totdat een enkel signaal wordt ontvangen. Als er zich in de buurt van het
oppervlak een groot object bevindt, kan dit een overbelasting van de zoekspoel veroorzaken en
begint het apparaat een continu geluid te genereren dat op een sirene lijkt. Het bericht "Overload"
wordt tegelijkertijd op het display weergegeven. Til in dat geval de zoekspoel hoger op totdat het
bericht verdwijnt.
VALSE SIGNALEN EN REDENEN
Soms kan het apparaat signalen produceren die vergelijkbaar zijn met een objectsignaal, hoewel er
geen metalen object aanwezig is. Er zijn verschillende redenen voor de valse signalen die door het
apparaat worden ontvangen. De meest voorkomende zijn bodemmineralisatie of gesteenten met
een hoog mineraalgehalte, omringende elektromagnetische signalen, werking van een andere
nabijgelegen detector, geroest of aangetast ijzer of folie in de grond, Gain- of Threshold te hoog
ingesteld.
Omringende elektromagnetische signalen kunnen worden geëlimineerd door de gain te
verminderen. Als er een andere detector in de buurt is, kunt u proberen de frequentie te wijzigenof
het zoeken uit te voeren op een afstand waar geen interferentie optreedt. Voor gemineraliseerde
grond of gesteenten met een hoog gehalte aan mineralen, en een te hoog ingestelde gain en
threshold, lees de betreffende secties.
MAGNETISCHE MINERALISATIE INDICATOR
De magnetische mineralisatie-indicator bestaat uit 5 niveaus. De indicatorbalken stijgen niet bij lage
mineraleniveaus tijdens het zoeken en bij het opstarten. In gebieden waar het magnetische
mineraalniveau hoog is, zullen de indicatorbalken stijgen naar de intensiteit. Deze meting kan
worden samengevat als het niveau van magnetische eigenschap en intensiteit van de grond.
Deze meting is belangrijk vanuit twee aspecten. Ten eerste is de zoekdiepte op grond met hoge
magnetische mineralisatie laag en gebruikers moeten zich hiervan bewust zijn. Ten tweede is
magnetische mineralisatie een eigenschap die vooral wordt gezien bij gemineraliseerde gesteenten
en deze meting speelt een belangrijke rol voor het apparaat om de valse signalen die door deze
stenen worden geproduceerd te elimineren.
ROTSEN EN ZOEKEN OP ROTSACHTIG TERREIN (ALGEMENE EN DISCRIMINATIEMODI)
Uitdagende bodemomstandigheden doen zich vooral voor wanneer de geleidbaarheid en de
magnetische eigenschappen van de grond te hoog zijn. Bediening van het apparaat over een
dergelijke ondergrond wordt mogelijk gemaakt door de beste zoekmodus te selecteren, evenals de
juiste instellingen voor grondbalans, Gain, iSAT, iMASK en Threshold.
Stenen en rotsen of holtes in de grond zijn net zo belangrijk als de grond zelf met betrekking tot de
zoek- en doeldetectiekwaliteit.
Bodem en stenen hebben twee verschillende eigenschappen, net zoals de doelen waarnaar u op
zoek bent. Een daarvan is de intensiteit en de andere is de geleidbaarheid - magnetische
permeabiliteitsratio en deze twee eigenschappen zijn onafhankelijk van elkaar. In deze handleiding
wordt de geleidbaarheid - magnetische permeabiliteitsratio in het kort ID genoemd. Hoge
magnetische permeabiliteit, lage geleidbaarheid resulteert in een lage ID. Bodem of stenen kunnen
zeer goed doorlatend zijn en hebben ook lage of hoge ID's. Als de geleidbaarheid toeneemt ten
opzichte van de magnetische permeabiliteit, neemt ook de ID toe.
Gemineraliseerde stenen worden geclassificeerd als negatief of positief op basis van hun ID die laag
of hoog is in vergelijking met de ID van de grond waarin ze zich bevinden. Een of beide typen kunnen
in een veld aanwezig zijn. De negatieve en positieve effecten die hier worden genoemd, zijn alleen
geldig als de grondbalans correct is uitgevoerd op de bestaande grond. Anders zal de bodem zelf niet
anders handelen dan gemineraliseerde stenen in termen van ID. In '' TRACKING '' verschillen de
condities echter. Daarom zullen de effecten van stenen in tracking afzonderlijk worden besproken.
Hier hebben we het over een goede grondbalans zonder tracking.
Positieve stenen werken net als metaal en produceren een metaalgeluid. In de Algemene zoekmodus
(GEN) produceren ze een "zip zip" -geluid wanneer de zoekspoel erover heen zwaait. Als het signaal
sterk genoeg is, kan het apparaat een ID voor deze rotsen produceren. Negatieve stenen in de
algemene zoekmodus produceren een lang "boing" -geluid wanneer de zoekspoel eroverheen wordt
bewogen. Het apparaat geeft geen ID voor deze stenen, zelfs als het signaal sterk is maar de balken
the Mineral Bar will rise.
Positieve rotsen zorgen voor een typisch metaalgeluid in discriminatiemodi. Negatieve stenen
bieden geen geluid in discriminatiemodi (behalve in zeldzame gevallen van valse signalen). De balk
voor de mineralisatie indicator zal in beide gevallen stijgen.
Bij hogere instellingen van de iSAT zal het geluid van positieve of negatieve gemineraliseerde stenen
niet veranderen. Naarmate de iSAT-waarde afneemt, blijft het geluid van positieve gemineraliseerde
stenen hetzelfde, maar de negatievegemineraliseerde stenen kunnen een zachter piepgeluid geven
in plaats van het boinggeluid.
Daarom kunt u een beslissing nemen door te luisteren naar de audioweergaven die door het
apparaat in het veld worden geproduceerd.In de GEN-modus, wanneer het apparaat een audiotoon
produceert, kunt u, als de minerale balk tegelijkertijd stijgt, beslissen of het object een positieve of
een negatieve hete rots is door naar het geluid te luisteren.In de andere modi, als u de standaard
DISC-instelling van het apparaat niet hebt gewijzigd, zal het apparaat geen geluidstoon voor
positieve hete stenen produceren en als u de grond gebalanceerd hebt, zal het toch geen
geluidstoon voor negatieve hete stenen uitzenden. If you have changed the DISC. setting of the
device in these modes, when you receive a strong signal and a stable ID, you can distinguish if the
detected target is a positive hot rock or metal by checking the ID. However, remember that weak
signals may produce different IDs and metals under rocks may produce different metal signals.
Therefore, the most appropriate action is to dig up when a metal signal is received.
Omdat je zo'n situatie kunt tegenkomen in goudzoekgebieden waar naar nuggets wordt gezocht, is
het belangrijk dat je vertrouwd raakt met de hete rotsen en hun ID's in je zoekveld en dat je het
apparaat vooraf test met wat nuggets.
Als u een van de andere modi dan de GEN-modus gebruikt en u kent de ID van de omringende
gemineraliseerde stenen, kunt u de instelling DISC. gebruiken om de stenen te verwijderen. Het is
echter mogelijk dat dit niet voldoende is om alle rotssignalen te vermijden. Het apparaat kan nog
steeds signalen van rotsen ontvangen omdat grond en rotsen samen een gecombineerd effect
vormen en een andere ID genereren dan die van rotsen.
TRACKING EN HET EFFECT VAN STENEN
Wanneer de tracking actief is, kan het apparaat een audio-respons en ID geven wanneer het over een
hot rock heen gaat omdat het effect van de steen anders zal zijn dan van de grond. Tegelijkertijd, zal
de bar voor mineralisering toenemen. Als u de zoekspoel over het gesteente zwaait, zal tracking de
instelling automatisch aanpassen en zal de audiorespons / ID verdwijnen of aanzienlijk afnemen.
Omdat er een kleine vertraging is in het volgen, kunt u een sterk signaal horen bij de eerste één of
twee zwaaien totdat de instelling is aangepast. Het geluid wordt dan zwakker en verdwijnt. Dit
gebeurt niet met metalen doelen omdat metalen voorkomen dat het apparaat kan grondbalansen.
Daarom is er in tracking, als je een constant signaal krijgt over een object na herhaaldelijk zwaaien, is
de kans groot dat het object een metaal is.Zwaaien vanover een steen terug over de bodem, het
apparaat kan signalen naar de grond sturen tijdens een paar zwaaien totdat de instelling voor de
grondbalans opnieuw wordt bijgewerkt. Dit is normaal en zou u niet moeten misleiden.
Tracking wordt niet aanbevolen om stenen onder normale omstandigheden te elimineren. Het wordt
aanbevolen voor gebruik in gebieden met wisselende grondsoorten.
METAAL ONDER STENEN
De Gold Kruzer verhoogt de mogelijkheid om metalen doelen te detecteren onder gemineraliseerde
stenen door de juiste aanpassing van uw instellingen. Het gecombineerde effect gecreëerd door de
steen en metaal samen is lager dan het effect dat het metaal zelf creëert en de weergegeven ID zal
anders zijn dan de verwachte ID van het metaal. De weergegeven ID wordt gevormd door de
combinatie van steen en metaal samen en komt dichter bij de ID van de steen als de grootte van het
metaal kleiner is ten opzichte van de steen. Houd in gedachten dat metalen onder stenen nooit
verschijnen met hun eigen metaal ID. Een goudstuk onder een steen kan bijvoorbeeld een ijzertoon
en ID produceren.
Als u de stenen wegfiltert met een correct afgestelde DISC. instelling in discriminatiemodi, kunt u het
signaal van het object onder het gesteente horen als het doelsignaal een iets groter effect heeft dan
het gefilterde ID. Het belangrijkste is dat als je een object detecteert en een steen opgraaft moet je de
ID noteren die je hebt gekregen voordat je graaft en het als de DISC. Instelling gebruiken de volgende
keer.
Bijvoorbeeld; de gemineraliseerde stenen in je zoekveld geven meestal id's rond 00-01. In dit geval
moet u de DISC instellen tot maximaal 05. Op deze manier kun je stenen verwijderen en signalen van
metalen eronder ontvangen. Wanneer u de DISC. instelt te hoog is onnodig, dan mis je metalen
objecten.
BELANGRIJK! Bij het zoeken in velden met gemineraliseerde gesteente, wordt het gebruik van de
E.U.D-functie (pagina 20) aanbevolen om te voorkomen dat metalen onder gemineraliseerde stenen
worden gemist.
INSTELLINGEN
OPMERKING: Tracking wordt aanbevolen om alleen in de GEN-modus te gebruiken.
Iron Volume (Fe VOL.)
Het is alleen actief in de MICRO-modus. I In deze modus wordt het volume van de lage ijzertoon
aangepast of uitgeschakeld. Het kan worden ingesteld tussen 0-5.
5 is het maximale niveau. Naarmate u het verlaagt, zal het volume van de audiorespons die het
apparaat produceert voor ferro metalen afnemen. Op 0-niveau wordt het ijzeren geluid tot zwijgen
gebracht. Met andere woorden, het apparaat zal ferrodoelen detecteren, de Target ID wordt op het
scherm weergegeven, maar het apparaat zal geen audiorespons produceren.
Tone Break (T.BREAK)
Het is alleen actief in de MICRO-modus. Het wordt gebruikt om het breekpunt van de ferro doeltoon
in te stellen tussen 00-66 op het Target ID bereik.
Om de functie Toonbreuk te gebruiken, selecteert u eerst T.BREAK uit INSTELLINGEN. De
toonbreukwaarde voor ijzer van 40 wordt weergegeven. U kunt deze waarde aanpassen tussen 00-66
met behulp van de plus (+) en min (-) knoppen.
Stel, je hebt deze waarde veranderd in 50. In dit geval zal het apparaat een lage ijzertoon produceren
voor alle metalen met ID's gelijk aan of minder dan 50.
TONE
Deze functie kan in alle modi worden geselecteerd, behalve in de MICRO-modus. Hiermee kunt u de
frequentie van de gewenste audioresponstoon en het threshold geluid aanpassen aan uw voorkeur.
De frequentie kan worden ingesteld tussen 150 Hz (15) en 700 Hz (70).
TONE aanpassing is alleen van toepassing op de geselecteerde zoekmodus. De wijziging heeft geen
invloed op de andere modi.
Helderheid (BRIGHT.)
Hiermee kunt u de achtergrondverlichting van het scherm aanpassen aan uw persoonlijke voorkeur.
Het varieert tussen 0-5 en C1-C5. Op 0-niveau is de achtergrondverlichting uitgeschakeld. Wanneer
deze is ingesteld tussen 1-5, licht deze slechts kort op wanneer een doelwit wordt gedetecteerd of
tijdens het navigeren door het menu en dan gaat deze uit. Op C1-C5 niveaus zal dit continu branden.
De constant werking van de achtergrondverlichting heeft invloed op het stroomverbruik, wat niet
wordt aanbevolen.
De achtergrondverlichting wordt bij het in- en uitschakelen van het apparaat weer op de laatst
opgeslagen instelling teruggezet. Deze instelling is in alle modi gebruikelijk; wijziging in een
willekeurige modus geldt ook voor de andere modi.
Frequentie (FREQ.)
Het wordt gebruikt voor het elimineren van de elektromagnetische interferentie die het apparaat
ontvangt van een andere detector die in hetzelfde frequentiebereik in de buurt of uit de omgeving
werkt. Als er te veel storing wordt ontvangen wanneer de zoekspoel in de lucht wordt getild, kan dit
worden veroorzaakt door lokale elektromagnetische signalen of te hoge Gain instellingen.
19
Terwijl het apparaat zich in de detectiemodus bevindt, d.w.z. wanneer de cursor op MODE wijst, drukt
u eenmaal op de knop SETTINGS/OPTIONS om de instellingen te openen. U kunt door de instellingen
navigeren met de knoppen omhoog en omlaag. De waarde van de geselecteerde instelling wordt op
het scherm weergegeven. U kunt de waarde wijzigen met de plus (+) en min (-) knoppen. Als u de
knoppen omhoog/omlaag en +/- ingedrukt houdt, veranderen de opties en waarden snel.
Om de instellingen te verlaten, drukt u tweemaal op de knop SETTINGS/OPTIONS of eenmaal op de
knop PP. De instellingen worden na ongeveer 8 seconden uitgeschakeld en het apparaat keert terug
naar het modusvenster.
OPMERKING: Bepaalde instellingen zijn modusspecifiek en kunnen dus niet worden geselecteerd in
andere modi.
GAIN
Gain, met andere woorden de gevoeligheid, is de diepte-instelling van het apparaat. Het wordt ook
gebruikt om de omgevingselektromagnetische signalen uit de omgeving en de geluidssignalen van
de grond te verwijderen.
OPMERKING: Om maximale diepteprestaties te verkrijgen, om de ruis veroorzaakt door
elektromagnetische interferentie te elimineren, probeert u eerst de frequentie (FREQ.) te verschuiven.
Het instelbereik voor de gevoeligheid is 01-99 en is vooraf gedefinieerd voor elke modus. Alle modi
beginnen bij de standaardinstellingen. Ze kunnen indien nodig handmatig worden aangepast. De
gevoeligheidsaanpassing is van toepassing op de geselecteerde modus; de gewijzigde instelling
heeft geen invloed op de gevoeligsheidsinstelling van de andere modi.
OPMERKING: Als de grond sterk gemineraliseerd is, waardoor het apparaat overbelast raakt, verlaagt
u de gevoeligheid totdat het ''Overbelasting'' bericht van het scherm verdwijnt.
Gevoeligheid (Gain) in de algemene zoekmodus (GEN)
In de GEN-modus veroorzaakt de gevoeligheidsinstelling een toename of afname van de knallende
geluiden en valse signalen. De gevoeligheidsinstelling is een persoonlijke voorkeur. Het is echter
belangrijk om de gevoeligheidsinstelling op het hoogst mogelijke niveau in te stellen waar geen
grote knallende geluiden worden gehoord om te voorkomen dat er kleinere en diepere doelen
ontbreken. Bijvoorbeeld; als het geluidsniveau geschikt is om te zoeken en hetzelfde is bij de
gevoeligheidsniveaus 40 en 70, dan verdient 70 de voorkeur. Het gebruik van de standaard
fabrieksinstellingen is een goed startpunt totdat u vertrouwd en ervaren bent met het apparaat.
Gevoeligheid (Gain) in andere Modi (GEN)
Aangezien de grenswaardeinstelling niet beschikbaar is in andere modi dan GEN, kunt u de diepte
van het apparaat vergroten of alleen met behulp van de GAIN-instelling voor een ruisvrije werking op
andere gronden zorgen.
Om de gevoeligheid in deze modi aan te passen, voert u eerst de grondbalans uit terwijl de
gevoeligheid op de standaardinstelling staat. Nadat de grondbalans is voltooid, houdt u de zoekspoel
stationair of zwaait u over de grond op zoekhoogte. Vermindert u de gevoeligheid als het apparaat
ruis ontvangt. Als dit niet het geval is (zorgt u ervoor dat de DISC. ook op de standaardinstellingen
staat wanneer u dit controleert), verhoogt u de gevoeligheid dan geleidelijk tot er geen knallend
geluid is. Als het apparaat tijdens het zoeken ruis begint te ontvangen, verlaagt u de gevoeligheid
geleidelijk.
OPMERKING: Gold Kruzer is een apparaat met een hoge gevoeligheid (Gain) en vooral de
BOOST-modus zal relatief luidruchtig werken in vergelijking met andere modi om zo de beste
diepteprestaties te leveren. Echter, als gevolg van de ontwerpkenmerken van deze modus, zal het
geluid meer gehoord worden als de spoel in de vrije lucht is dan wanneer de spoel op de grond wordt
gezwaaid. Houd hier rekening mee bij het aanpassen van de gevoeligheid.
Discriminatie (DISC.)
DISC.is de mogelijkheid van het apparaat om alle metalen onder een bepaalde Target ID te negeren.
In het DISC. proces wordt het gedifferentieerde ID bereik getoond met lijnen op de ID schaal en elke
2 opeenvolgende ID's worden weergegeven met 1 lijn. Als u bijvoorbeeld de DISC.op 30 instelt,
worden 15 lijnen tussen het 0-30 ID-bereik op de weegschaal weergegeven en zal het apparaat geen
audiorespons produceren voor metalen met ID's tussen 0-30.
DISC. instelling is alleen voor de GEN-modus uitgeschakeld. Voor alle andere modi wordt de
fabrieksinstelling bij het opstarten op het scherm weergegeven.
Om de DISC. waarde te wijzigen, selecteert u de DISC. optie uit de SETTINGS en verlaagt of verhoogt
u de waarde met de plus (+) of min (-) knoppen. Vergeet niet dat bepaalde doelen, anders dan de
doelen die u wilt negeren, ook gemist kunnen worden of dat hun signalen zwakker kunnen worden
wanneer u de DISC. instelling gebruikt.
Bij het gebruik van de DISC. instelling moet u er rekening mee houden dat andere objekten, anders
dan de objecten die u wilt negeren, die in hetzelfde ID-bereik vallen, ook gemist kunnen worden of
dat hun signalen zwakker kunnen worden.
In het geval van het ontvangen van meerdere ID's voor hetzelfde doel - laten we zeggen 35 en 55 -
vanwege de oriëntatie van het object of de samenstelling van het metaal zelf, als je de DISC op 40 zet,
omdat 35 in het gediscrimineerde bereik valt, kunnen zowel de signaalsterkte als de diepte afnemen.
Threshold (Thresh.)
In de algemene zoekmodus (GEN) wordt gezocht met een continu zoemend geluid op de
achtergrond, ook wel Threshold-geluid genoemd. De luidheid van dit zoemgeluid heeft een directe
invloed op de detectiediepte van kleinere en diepere objecten en wordt aangepast door de instelling
van de Threshold (Thresh.). Als de Threshold te hoog is ingesteld, is het mogelijk dat een zwak
objectsignaal niet hoorbaar is. Integendeel, als de Threshold te laag is, geeft u het dieptevoordeel op
dat deze instelling biedt. Met andere woorden, zwakke signalen van kleinere of diepere objecten
kunnen worden gemist. Het is aan te raden voor de gemiddelde gebruiker om deze instelling op de
standaardwaarde te laten staan en voor ervaren gebruikers om zich aan te passen aan het hoogste
niveau waar ze nog steeds de zwakke objectsignalen kunnen horen.
Het Threshold-niveau is direct gerelateerd aan de instellingen Gain en iSAT. Lees a.u.b. de betreffende
hoofdstukken van de handleiding aandachtig door.
iSAT (Intelligent Self-Adjusting Threshold)
Om de algemene zoekmodus (GEN) nauwkeurig uit te voeren, is een stabiel Threshold-geluid
noodzakelijk. U kunt niet zoeken in de algemene zoekmodus zonder grondbalancering.
Veranderingen die optreden in de bodemstructuur en mineralisatieniveaus na het balanceren van de
grond, kunnen een stijging of daling van de achtergrondbrom veroorzaken en de stabiliteit van de
threshold verstoren, wat zal resulteren in valse signalen en dus ontbrekende signalen van kleine
metalen. iSAT past de snelheid aan waarmee de Threshold-waarde van het apparaat wordt hersteld
en elimineert de negatieve effecten van gemineraliseerde bodems. Het verhogen van de iSAT in hoge
mineralisatie zal een stabielere werking mogelijk maken door het vermijden van valse signalen. Dit
kan echter leiden tot enig verlies in de diepte en het is normaal.
OPMERKING: Bij hoge mineralisatie, als u te veel valse signalen ontvangt zonder dat de
Threshold-bromgeluid wordt verstoord, verlaagt u eerst de gevoeligheid voordat u de iSAT verhoogt.
Als de stoorsignalen doorgaan, zet u de gevoeligheid terug op de oorspronkelijke waarde en
verhoogt u de iSAT.
Als de mineralisatie laag is, kunt u de iSAT verlagen en de spoel langzamer zwaaien voor een diepere
detectie.
iSAT consists of 6 levels. The device will start at level 2. It is recommended that iSAT should be
increased in high-mineralization and decreased in low mineralization.
iMASK (Intelligent Masking)
Deze instelling is beschikbaar in alle modi behalve in de GEN-modus. Deze wordt gebruikt om valse
signalen te elimineren die worden veroorzaakt door grondgeluiden of hete stenen bij het zoeken en
het beschikbare bereik ligt tussen 00-10. De standaard fabrieksinstelling is ingesteld op (1). U kunt de
waarde wijzigen met de plus (+) en min (-) knoppen.
Als het apparaat veel valse signalen ontvangt als gevolg van sterk gemineraliseerde grond of
gemineraliseerde rotsen tijdens het zoeken, voert u eerst opnieuw de grondbalans uit. Als de valse
signalen doorgaan, laat u de GAIN zakken en controleert u opnieuw. In het geval dat de valse signalen
nog steeds bestaan, probeert u dan de DISC. waarde te verhogen. Ongeacht al deze, als de valse
signalen nog steeds bestaan, verandert u dan eerst de GAIN en DISC. waarden terug naar hun vorige
niveaus. Verhoogt u vervolgens het iMASK niveau totdat de valse signalen zijn geëlimineerd.
Bij de maximale niveaus van iMASK zullen valse signalen verdwijnen of worden geminimaliseerd.
Echter, in sommige gevallen zal het verhogen van de iMASK leiden tot verlies van diepte voor
bepaalde metalen zoals koper.
OPMERKING: De iMASK-waarde ligt tussen 00-10. De fabrieksinstelling is 01. Bij ''0''' is de
iMASK-functie inactief. Als de grond niet sterk gemineraliseerd is of niet veel mineraalstenen bevat,
wordt aanbevolen de iMASK op ''0''' in te stellen.
Tracking (TRACK)
Hoewel de tracking-instelling alleen in de GEN-modus kan worden geselecteerd, is het in feite een
gemeenschappelijke functie voor alle modi, dus wanneer het is ingeschakeld, wordt het in alle
modi actief. De reden dat het alleen in de GEN-modus kan worden geselecteerd, is dat het gebruik
van tracking wordt aanbevolen in de GEN-modus en niet in de andere modi. Als u na het gebruik van
tracking in de GEN-modus overschakelt naar andere modi en geen gebruik wilt maken van
tracking, moet u deze in het menu in de GEN-modus opnieuw selecteren en uitschakelen.
Wanneer de tracking actief is (01 positie), volgt het apparaat continu de veranderende
bodemstructuren en stelt het automatisch de grondbalansinstelling opnieuw in. De onzichtbare
veranderingen in de bodem beïnvloeden de detectiediepte en het onderscheidend vermogen van
het apparaat, zodat het mogelijk is om het apparaat met deze functie onder geschikte
bodemomstandigheden met hogere prestaties te bedienen. Zie pagina 10 voor meer informatie
over Tracking.
Wanneer tracking is geactiveerd, wordt ''Tracking''' onderin het GB-venster weergegeven.
OPTIES
Om het geluid veroorzaakt door elektromagnetische interferentie te elimineren, probeert u eerst de
frequentie te verschuiven (FREQ.) Voordat u de versterking verlaagt om maximale dieptewerking te
verkrijgen. Frequentieverschuiving bestaat uit 5 stappen. De standaardinstelling is F3, de centrale
frequentie. U kunt de frequentie verschuiven tussen F1-F5 met behulp van de plus (+) en de minus (-)
toetsen.
BELANGRIJK! Frequentie verschuiven kan de prestatie verminderen. Daarom is het raadzaam om de
frequentie niet te verschuiven, tenzij dit noodzakelijk is.
Fabrieksinstelling /Save (FD/SAVE)
Met de FD / SAVE-functie van de Kruzer kunt u uw instellingen opslaan of de fabrieksinstellingen
herstellen. Save-functie slaat alle instellingen op, behalve de grondbalans en tracking. Het apparaat
start in de laatste modus waarin de opslagfunctie werd uitgevoerd.
Om uw instellingen op te slaan, selecteert u FD/SAVE op het scherm. Twee streepjes (--) worden op
het scherm weergegeven. Druk op de rechter knop. Wanneer ''SA''' wordt weergegeven, drukt u
eenmaal op de SELECT/E.U.D knop. U ziet de lijnen in het midden van het scherm draaien. Wanneer
het opslaan voltooid is, stoppen de lijnen met draaien en verdwijnt de SA-tekst.
Om terug te keren naar de fabrieksinstellingen, selecteert u FD/Save on screen. Twee streepjes (--)
worden op het scherm weergegeven. Druk op de linker knop. Wanneer ''Fd'' wordt weergegeven,
drukt u eenmaal op de SELECT/E.U.D knop. In het GB-venster aan de rechterkant ziet u lijnen draaien.
Wanneer het proces is voltooid, stoppen de lijnen met draaien en verdwijnt de FD-tekst.
Draadloze verbinding (WIRELESS)
Het wordt gebruikt om de draadloze hoofdtelefoonverbinding in en uit te schakelen en om het
kanaal te veranderen.
Nadat u de optie WIRELESS hebt gekozen, kunt u de kanalen wijzigen tussen 00-19 of kunt u de
draadloze verbinding volledig uitschakelen door de oF (uit) positie te kiezen.
Voor meer gedetailleerde informatie over de draadloze hoofdtelefoon, lees de instructies bij de
hoofdtelefoon.
TARGET DIEPTE
Het apparaat levert een geschatte Objectdiepte op basis van de signaalsterkte, zowel tijdens detectie
als in de pinpoint-modus.
Diepte-indicator: Toont de nabijheid van het doel tot het oppervlak in 5 niveaus tijdens detectie.
Omdat elke modus van de Kruzer een andere diepte bereik heeft, geeft de diepte-indicator een ander
dieptiveau weer voor hetzelfde doel in verschillende modi.
In de pinpoint-modus wordt de geschatte doeldiepte op het display weergegeven in cm (of inch- zie
hieronder voor details) terwijl u dichter bij het OBJECTkomt.
De Detectie diepte wordt aangepast in de veronderstelling dat het doelwit een 2,5 cm (1 '') munt is.
De werkelijke diepte is afhankelijk van de grootte van het Object. De detector geeft bijvoorbeeld
meer diepte aan voor een doel kleiner dan een 2,5 cm (1 '') muntstuk en minder diepte voor een
groter object. In de praktijk is de procedure met de puntjes niet bedoeld voor de bepaling van de
diepte maar voor de exacte locatiebepaling. Daarom wordt aanbevolen dat de diepte-indicator op
het display wordt gebruikt om de nabijheid van het doel te bepalen.
BELANGRIJK! Als u wilt dat de doeldiepte wordt weergegeven in inches in plaats van cms, doet u het
volgende: Terwijl het apparaat uitstaat, houdt u de SETTINGS/OPTIONS and BOOST knoppen
tegelijkertijd ingedrukt en zet u het apparaat aan. '' In '' wordt weergegeven. Om terug te schakelen
naar cms, moet u het apparaat uitschakelen en vervolgens de bovenstaande procedure herhalen.
Terwijl het apparaat wordt geïnitialiseerd, wordt '' SI '' weergegeven.
GROOTSTE OF OBJECTEN DICHT AAN DE OPPERVLAKTE
Objecten die zich in de buurt van het oppervlak bevinden, kunnen verschillende signalen aan het
apparaat doorgeven. Als u een object in de buurt van de oppervlakte verwacht, tilt u de zoekspoel op
en zwaait u langzamer totdat een enkel signaal wordt ontvangen. Als er zich in de buurt van het
oppervlak een groot object bevindt, kan dit een overbelasting van de zoekspoel veroorzaken en
begint het apparaat een continu geluid te genereren dat op een sirene lijkt. Het bericht "Overload"
wordt tegelijkertijd op het display weergegeven. Til in dat geval de zoekspoel hoger op totdat het
bericht verdwijnt.
VALSE SIGNALEN EN REDENEN
Soms kan het apparaat signalen produceren die vergelijkbaar zijn met een objectsignaal, hoewel er
geen metalen object aanwezig is. Er zijn verschillende redenen voor de valse signalen die door het
apparaat worden ontvangen. De meest voorkomende zijn bodemmineralisatie of gesteenten met
een hoog mineraalgehalte, omringende elektromagnetische signalen, werking van een andere
nabijgelegen detector, geroest of aangetast ijzer of folie in de grond, Gain- of Threshold te hoog
ingesteld.
Omringende elektromagnetische signalen kunnen worden geëlimineerd door de gain te
verminderen. Als er een andere detector in de buurt is, kunt u proberen de frequentie te wijzigenof
het zoeken uit te voeren op een afstand waar geen interferentie optreedt. Voor gemineraliseerde
grond of gesteenten met een hoog gehalte aan mineralen, en een te hoog ingestelde gain en
threshold, lees de betreffende secties.
MAGNETISCHE MINERALISATIE INDICATOR
De magnetische mineralisatie-indicator bestaat uit 5 niveaus. De indicatorbalken stijgen niet bij lage
mineraleniveaus tijdens het zoeken en bij het opstarten. In gebieden waar het magnetische
mineraalniveau hoog is, zullen de indicatorbalken stijgen naar de intensiteit. Deze meting kan
worden samengevat als het niveau van magnetische eigenschap en intensiteit van de grond.
Deze meting is belangrijk vanuit twee aspecten. Ten eerste is de zoekdiepte op grond met hoge
magnetische mineralisatie laag en gebruikers moeten zich hiervan bewust zijn. Ten tweede is
magnetische mineralisatie een eigenschap die vooral wordt gezien bij gemineraliseerde gesteenten
en deze meting speelt een belangrijke rol voor het apparaat om de valse signalen die door deze
stenen worden geproduceerd te elimineren.
ROTSEN EN ZOEKEN OP ROTSACHTIG TERREIN (ALGEMENE EN DISCRIMINATIEMODI)
Uitdagende bodemomstandigheden doen zich vooral voor wanneer de geleidbaarheid en de
magnetische eigenschappen van de grond te hoog zijn. Bediening van het apparaat over een
dergelijke ondergrond wordt mogelijk gemaakt door de beste zoekmodus te selecteren, evenals de
juiste instellingen voor grondbalans, Gain, iSAT, iMASK en Threshold.
Stenen en rotsen of holtes in de grond zijn net zo belangrijk als de grond zelf met betrekking tot de
zoek- en doeldetectiekwaliteit.
Bodem en stenen hebben twee verschillende eigenschappen, net zoals de doelen waarnaar u op
zoek bent. Een daarvan is de intensiteit en de andere is de geleidbaarheid - magnetische
permeabiliteitsratio en deze twee eigenschappen zijn onafhankelijk van elkaar. In deze handleiding
wordt de geleidbaarheid - magnetische permeabiliteitsratio in het kort ID genoemd. Hoge
magnetische permeabiliteit, lage geleidbaarheid resulteert in een lage ID. Bodem of stenen kunnen
zeer goed doorlatend zijn en hebben ook lage of hoge ID's. Als de geleidbaarheid toeneemt ten
opzichte van de magnetische permeabiliteit, neemt ook de ID toe.
Gemineraliseerde stenen worden geclassificeerd als negatief of positief op basis van hun ID die laag
of hoog is in vergelijking met de ID van de grond waarin ze zich bevinden. Een of beide typen kunnen
in een veld aanwezig zijn. De negatieve en positieve effecten die hier worden genoemd, zijn alleen
geldig als de grondbalans correct is uitgevoerd op de bestaande grond. Anders zal de bodem zelf niet
anders handelen dan gemineraliseerde stenen in termen van ID. In '' TRACKING '' verschillen de
condities echter. Daarom zullen de effecten van stenen in tracking afzonderlijk worden besproken.
Hier hebben we het over een goede grondbalans zonder tracking.
Positieve stenen werken net als metaal en produceren een metaalgeluid. In de Algemene zoekmodus
(GEN) produceren ze een "zip zip" -geluid wanneer de zoekspoel erover heen zwaait. Als het signaal
sterk genoeg is, kan het apparaat een ID voor deze rotsen produceren. Negatieve stenen in de
algemene zoekmodus produceren een lang "boing" -geluid wanneer de zoekspoel eroverheen wordt
bewogen. Het apparaat geeft geen ID voor deze stenen, zelfs als het signaal sterk is maar de balken
the Mineral Bar will rise.
Positieve rotsen zorgen voor een typisch metaalgeluid in discriminatiemodi. Negatieve stenen
bieden geen geluid in discriminatiemodi (behalve in zeldzame gevallen van valse signalen). De balk
voor de mineralisatie indicator zal in beide gevallen stijgen.
Bij hogere instellingen van de iSAT zal het geluid van positieve of negatieve gemineraliseerde stenen
niet veranderen. Naarmate de iSAT-waarde afneemt, blijft het geluid van positieve gemineraliseerde
stenen hetzelfde, maar de negatievegemineraliseerde stenen kunnen een zachter piepgeluid geven
in plaats van het boinggeluid.
Daarom kunt u een beslissing nemen door te luisteren naar de audioweergaven die door het
apparaat in het veld worden geproduceerd.In de GEN-modus, wanneer het apparaat een audiotoon
produceert, kunt u, als de minerale balk tegelijkertijd stijgt, beslissen of het object een positieve of
een negatieve hete rots is door naar het geluid te luisteren.In de andere modi, als u de standaard
DISC-instelling van het apparaat niet hebt gewijzigd, zal het apparaat geen geluidstoon voor
positieve hete stenen produceren en als u de grond gebalanceerd hebt, zal het toch geen
geluidstoon voor negatieve hete stenen uitzenden. If you have changed the DISC. setting of the
device in these modes, when you receive a strong signal and a stable ID, you can distinguish if the
detected target is a positive hot rock or metal by checking the ID. However, remember that weak
signals may produce different IDs and metals under rocks may produce different metal signals.
Therefore, the most appropriate action is to dig up when a metal signal is received.
Omdat je zo'n situatie kunt tegenkomen in goudzoekgebieden waar naar nuggets wordt gezocht, is
het belangrijk dat je vertrouwd raakt met de hete rotsen en hun ID's in je zoekveld en dat je het
apparaat vooraf test met wat nuggets.
Als u een van de andere modi dan de GEN-modus gebruikt en u kent de ID van de omringende
gemineraliseerde stenen, kunt u de instelling DISC. gebruiken om de stenen te verwijderen. Het is
echter mogelijk dat dit niet voldoende is om alle rotssignalen te vermijden. Het apparaat kan nog
steeds signalen van rotsen ontvangen omdat grond en rotsen samen een gecombineerd effect
vormen en een andere ID genereren dan die van rotsen.
TRACKING EN HET EFFECT VAN STENEN
Wanneer de tracking actief is, kan het apparaat een audio-respons en ID geven wanneer het over een
hot rock heen gaat omdat het effect van de steen anders zal zijn dan van de grond. Tegelijkertijd, zal
de bar voor mineralisering toenemen. Als u de zoekspoel over het gesteente zwaait, zal tracking de
instelling automatisch aanpassen en zal de audiorespons / ID verdwijnen of aanzienlijk afnemen.
Omdat er een kleine vertraging is in het volgen, kunt u een sterk signaal horen bij de eerste één of
twee zwaaien totdat de instelling is aangepast. Het geluid wordt dan zwakker en verdwijnt. Dit
gebeurt niet met metalen doelen omdat metalen voorkomen dat het apparaat kan grondbalansen.
Daarom is er in tracking, als je een constant signaal krijgt over een object na herhaaldelijk zwaaien, is
de kans groot dat het object een metaal is.Zwaaien vanover een steen terug over de bodem, het
apparaat kan signalen naar de grond sturen tijdens een paar zwaaien totdat de instelling voor de
grondbalans opnieuw wordt bijgewerkt. Dit is normaal en zou u niet moeten misleiden.
Tracking wordt niet aanbevolen om stenen onder normale omstandigheden te elimineren. Het wordt
aanbevolen voor gebruik in gebieden met wisselende grondsoorten.
METAAL ONDER STENEN
De Gold Kruzer verhoogt de mogelijkheid om metalen doelen te detecteren onder gemineraliseerde
stenen door de juiste aanpassing van uw instellingen. Het gecombineerde effect gecreëerd door de
steen en metaal samen is lager dan het effect dat het metaal zelf creëert en de weergegeven ID zal
anders zijn dan de verwachte ID van het metaal. De weergegeven ID wordt gevormd door de
combinatie van steen en metaal samen en komt dichter bij de ID van de steen als de grootte van het
metaal kleiner is ten opzichte van de steen. Houd in gedachten dat metalen onder stenen nooit
verschijnen met hun eigen metaal ID. Een goudstuk onder een steen kan bijvoorbeeld een ijzertoon
en ID produceren.
Als u de stenen wegfiltert met een correct afgestelde DISC. instelling in discriminatiemodi, kunt u het
signaal van het object onder het gesteente horen als het doelsignaal een iets groter effect heeft dan
het gefilterde ID. Het belangrijkste is dat als je een object detecteert en een steen opgraaft moet je de
ID noteren die je hebt gekregen voordat je graaft en het als de DISC. Instelling gebruiken de volgende
keer.
Bijvoorbeeld; de gemineraliseerde stenen in je zoekveld geven meestal id's rond 00-01. In dit geval
moet u de DISC instellen tot maximaal 05. Op deze manier kun je stenen verwijderen en signalen van
metalen eronder ontvangen. Wanneer u de DISC. instelt te hoog is onnodig, dan mis je metalen
objecten.
BELANGRIJK! Bij het zoeken in velden met gemineraliseerde gesteente, wordt het gebruik van de
E.U.D-functie (pagina 20) aanbevolen om te voorkomen dat metalen onder gemineraliseerde stenen
worden gemist.
20
EXTRA UNDERGROUND DEPTH (E.U.D.)
De object-ID's van bepaalde metalen (zoals goud) in hoge mineralisatie en onder gemineraliseerde
stenen of op marginale diepten kunnen op het apparaat anders worden weerspiegeld dan wat ze
werkelijk zijn. Met andere woorden, een non-ferro goudnugget onder de bovenstaande
omstandigheden, kan door het apparaat worden gedetecteerd als een ijzerhoudend object.
Bovendien is het mogelijk dat u op basis van de DISC. instelling diepteverlies van dergelijke metalen
ervaart of dat het apparaat deze metalen helemaal niet detecteert.
De E.U.D functie van de Kruzer maakt het mogelijk om dergelijke metalen dieper te detecteren met
behulp van een andere toon dan de andere tonen van het apparaat. Bij gebruik van de E.U.D
discrimineert het apparaat geen metalen en biedt het dezelfde toon voor alle objecten.
U kunt de E.U.D-functie van het apparaat op 2 manieren gebruiken: direct of continu. Om de functie
onmiddellijk te gebruiken, moet u de SELECT-knop ingedrukt houden en om deze continu te
gebruiken, moet u tweemaal op de SELECT-knop klikken. In beide gevallen blijft het kader rond de
geselecteerde zoekmodus knipperen.
E.U.D werkt niet in de GEN- en BEACH-modi. Als u E.U.D constant gebruikt, is deze functie, tenzij u
deze uitschakelt, actief, ook als u de zoekmodus wijzigt.
OPMERKING: Omdat met deze functie het apparaat bepaalde objecten kan detecteren die
normaal worden gemaskeerd door bepaalde grondcondities en dus niet kunnen worden
gedetecteerd, is het mogelijk meer ferro-doelen te graven wanneer u deze functie gebruikt.
Deze functie is alleen actief in de GEN-modus en is niet opgenomen in de instellingen op het
scherm. De audio-boost-schakelaar versterkt het geluid van zwakke signalen die worden ontvangen
van kleine of diepe objecten, waardoor het voor u gemakkelijker wordt om die onzekere objecten te
detecteren. Het is aan te raden om de audioboost te gebruiken op een tijdelijke of noodzakelijke
basis, omdat het niet alleen de audio van het objectsignaal versterkt, maar ook de luidheid van de
grondgeluiden en valse signalen verhoogt, samen met de threshold-waarde zoem.
Voor een onmiddellijke audio-boost (versterker) houdt u de knop BOOST ingedrukt tijdens het
zoeken. Om af te sluiten, laat u de knop los. Als u de audioboost voortdurend wilt gebruiken,
dubbelklikt u op de knop ''Boost'''. Om af te sluiten, dubbelklikt u nogmaals op de knop. Wanneer
deze functie actief is, wordt het woord ''Boost''' weergegeven in de berichtensectie van het apparaat.
TARGET DIEPTE
Het apparaat levert een geschatte Objectdiepte op basis van de signaalsterkte, zowel tijdens detectie
als in de pinpoint-modus.
Diepte-indicator: Toont de nabijheid van het doel tot het oppervlak in 5 niveaus tijdens detectie.
Omdat elke modus van de Kruzer een andere diepte bereik heeft, geeft de diepte-indicator een ander
dieptiveau weer voor hetzelfde doel in verschillende modi.
In de pinpoint-modus wordt de geschatte doeldiepte op het display weergegeven in cm (of inch- zie
hieronder voor details) terwijl u dichter bij het OBJECTkomt.
De Detectie diepte wordt aangepast in de veronderstelling dat het doelwit een 2,5 cm (1 '') munt is.
De werkelijke diepte is afhankelijk van de grootte van het Object. De detector geeft bijvoorbeeld
meer diepte aan voor een doel kleiner dan een 2,5 cm (1 '') muntstuk en minder diepte voor een
groter object. In de praktijk is de procedure met de puntjes niet bedoeld voor de bepaling van de
diepte maar voor de exacte locatiebepaling. Daarom wordt aanbevolen dat de diepte-indicator op
het display wordt gebruikt om de nabijheid van het doel te bepalen.
BELANGRIJK! Als u wilt dat de doeldiepte wordt weergegeven in inches in plaats van cms, doet u het
volgende: Terwijl het apparaat uitstaat, houdt u de SETTINGS/OPTIONS and BOOST knoppen
tegelijkertijd ingedrukt en zet u het apparaat aan. '' In '' wordt weergegeven. Om terug te schakelen
naar cms, moet u het apparaat uitschakelen en vervolgens de bovenstaande procedure herhalen.
Terwijl het apparaat wordt geïnitialiseerd, wordt '' SI '' weergegeven.
GROOTSTE OF OBJECTEN DICHT AAN DE OPPERVLAKTE
Objecten die zich in de buurt van het oppervlak bevinden, kunnen verschillende signalen aan het
apparaat doorgeven. Als u een object in de buurt van de oppervlakte verwacht, tilt u de zoekspoel op
en zwaait u langzamer totdat een enkel signaal wordt ontvangen. Als er zich in de buurt van het
oppervlak een groot object bevindt, kan dit een overbelasting van de zoekspoel veroorzaken en
begint het apparaat een continu geluid te genereren dat op een sirene lijkt. Het bericht "Overload"
wordt tegelijkertijd op het display weergegeven. Til in dat geval de zoekspoel hoger op totdat het
bericht verdwijnt.
VALSE SIGNALEN EN REDENEN
Soms kan het apparaat signalen produceren die vergelijkbaar zijn met een objectsignaal, hoewel er
geen metalen object aanwezig is. Er zijn verschillende redenen voor de valse signalen die door het
apparaat worden ontvangen. De meest voorkomende zijn bodemmineralisatie of gesteenten met
een hoog mineraalgehalte, omringende elektromagnetische signalen, werking van een andere
nabijgelegen detector, geroest of aangetast ijzer of folie in de grond, Gain- of Threshold te hoog
ingesteld.
Omringende elektromagnetische signalen kunnen worden geëlimineerd door de gain te
verminderen. Als er een andere detector in de buurt is, kunt u proberen de frequentie te wijzigenof
het zoeken uit te voeren op een afstand waar geen interferentie optreedt. Voor gemineraliseerde
grond of gesteenten met een hoog gehalte aan mineralen, en een te hoog ingestelde gain en
threshold, lees de betreffende secties.
MAGNETISCHE MINERALISATIE INDICATOR
De magnetische mineralisatie-indicator bestaat uit 5 niveaus. De indicatorbalken stijgen niet bij lage
mineraleniveaus tijdens het zoeken en bij het opstarten. In gebieden waar het magnetische
mineraalniveau hoog is, zullen de indicatorbalken stijgen naar de intensiteit. Deze meting kan
worden samengevat als het niveau van magnetische eigenschap en intensiteit van de grond.
Deze meting is belangrijk vanuit twee aspecten. Ten eerste is de zoekdiepte op grond met hoge
magnetische mineralisatie laag en gebruikers moeten zich hiervan bewust zijn. Ten tweede is
magnetische mineralisatie een eigenschap die vooral wordt gezien bij gemineraliseerde gesteenten
en deze meting speelt een belangrijke rol voor het apparaat om de valse signalen die door deze
stenen worden geproduceerd te elimineren.
ROTSEN EN ZOEKEN OP ROTSACHTIG TERREIN (ALGEMENE EN DISCRIMINATIEMODI)
Uitdagende bodemomstandigheden doen zich vooral voor wanneer de geleidbaarheid en de
magnetische eigenschappen van de grond te hoog zijn. Bediening van het apparaat over een
dergelijke ondergrond wordt mogelijk gemaakt door de beste zoekmodus te selecteren, evenals de
juiste instellingen voor grondbalans, Gain, iSAT, iMASK en Threshold.
Stenen en rotsen of holtes in de grond zijn net zo belangrijk als de grond zelf met betrekking tot de
zoek- en doeldetectiekwaliteit.
Bodem en stenen hebben twee verschillende eigenschappen, net zoals de doelen waarnaar u op
zoek bent. Een daarvan is de intensiteit en de andere is de geleidbaarheid - magnetische
permeabiliteitsratio en deze twee eigenschappen zijn onafhankelijk van elkaar. In deze handleiding
wordt de geleidbaarheid - magnetische permeabiliteitsratio in het kort ID genoemd. Hoge
magnetische permeabiliteit, lage geleidbaarheid resulteert in een lage ID. Bodem of stenen kunnen
zeer goed doorlatend zijn en hebben ook lage of hoge ID's. Als de geleidbaarheid toeneemt ten
opzichte van de magnetische permeabiliteit, neemt ook de ID toe.
Gemineraliseerde stenen worden geclassificeerd als negatief of positief op basis van hun ID die laag
of hoog is in vergelijking met de ID van de grond waarin ze zich bevinden. Een of beide typen kunnen
in een veld aanwezig zijn. De negatieve en positieve effecten die hier worden genoemd, zijn alleen
geldig als de grondbalans correct is uitgevoerd op de bestaande grond. Anders zal de bodem zelf niet
anders handelen dan gemineraliseerde stenen in termen van ID. In '' TRACKING '' verschillen de
condities echter. Daarom zullen de effecten van stenen in tracking afzonderlijk worden besproken.
Hier hebben we het over een goede grondbalans zonder tracking.
Positieve stenen werken net als metaal en produceren een metaalgeluid. In de Algemene zoekmodus
(GEN) produceren ze een "zip zip" -geluid wanneer de zoekspoel erover heen zwaait. Als het signaal
sterk genoeg is, kan het apparaat een ID voor deze rotsen produceren. Negatieve stenen in de
algemene zoekmodus produceren een lang "boing" -geluid wanneer de zoekspoel eroverheen wordt
bewogen. Het apparaat geeft geen ID voor deze stenen, zelfs als het signaal sterk is maar de balken
the Mineral Bar will rise.
Positieve rotsen zorgen voor een typisch metaalgeluid in discriminatiemodi. Negatieve stenen
bieden geen geluid in discriminatiemodi (behalve in zeldzame gevallen van valse signalen). De balk
voor de mineralisatie indicator zal in beide gevallen stijgen.
Bij hogere instellingen van de iSAT zal het geluid van positieve of negatieve gemineraliseerde stenen
niet veranderen. Naarmate de iSAT-waarde afneemt, blijft het geluid van positieve gemineraliseerde
stenen hetzelfde, maar de negatievegemineraliseerde stenen kunnen een zachter piepgeluid geven
in plaats van het boinggeluid.
Daarom kunt u een beslissing nemen door te luisteren naar de audioweergaven die door het
apparaat in het veld worden geproduceerd.In de GEN-modus, wanneer het apparaat een audiotoon
produceert, kunt u, als de minerale balk tegelijkertijd stijgt, beslissen of het object een positieve of
een negatieve hete rots is door naar het geluid te luisteren.In de andere modi, als u de standaard
DISC-instelling van het apparaat niet hebt gewijzigd, zal het apparaat geen geluidstoon voor
positieve hete stenen produceren en als u de grond gebalanceerd hebt, zal het toch geen
geluidstoon voor negatieve hete stenen uitzenden. If you have changed the DISC. setting of the
device in these modes, when you receive a strong signal and a stable ID, you can distinguish if the
detected target is a positive hot rock or metal by checking the ID. However, remember that weak
signals may produce different IDs and metals under rocks may produce different metal signals.
Therefore, the most appropriate action is to dig up when a metal signal is received.
Omdat je zo'n situatie kunt tegenkomen in goudzoekgebieden waar naar nuggets wordt gezocht, is
het belangrijk dat je vertrouwd raakt met de hete rotsen en hun ID's in je zoekveld en dat je het
apparaat vooraf test met wat nuggets.
Als u een van de andere modi dan de GEN-modus gebruikt en u kent de ID van de omringende
gemineraliseerde stenen, kunt u de instelling DISC. gebruiken om de stenen te verwijderen. Het is
echter mogelijk dat dit niet voldoende is om alle rotssignalen te vermijden. Het apparaat kan nog
steeds signalen van rotsen ontvangen omdat grond en rotsen samen een gecombineerd effect
vormen en een andere ID genereren dan die van rotsen.
TRACKING EN HET EFFECT VAN STENEN
Wanneer de tracking actief is, kan het apparaat een audio-respons en ID geven wanneer het over een
hot rock heen gaat omdat het effect van de steen anders zal zijn dan van de grond. Tegelijkertijd, zal
de bar voor mineralisering toenemen. Als u de zoekspoel over het gesteente zwaait, zal tracking de
instelling automatisch aanpassen en zal de audiorespons / ID verdwijnen of aanzienlijk afnemen.
Omdat er een kleine vertraging is in het volgen, kunt u een sterk signaal horen bij de eerste één of
twee zwaaien totdat de instelling is aangepast. Het geluid wordt dan zwakker en verdwijnt. Dit
gebeurt niet met metalen doelen omdat metalen voorkomen dat het apparaat kan grondbalansen.
Daarom is er in tracking, als je een constant signaal krijgt over een object na herhaaldelijk zwaaien, is
de kans groot dat het object een metaal is.Zwaaien vanover een steen terug over de bodem, het
apparaat kan signalen naar de grond sturen tijdens een paar zwaaien totdat de instelling voor de
grondbalans opnieuw wordt bijgewerkt. Dit is normaal en zou u niet moeten misleiden.
Tracking wordt niet aanbevolen om stenen onder normale omstandigheden te elimineren. Het wordt
aanbevolen voor gebruik in gebieden met wisselende grondsoorten.
METAAL ONDER STENEN
De Gold Kruzer verhoogt de mogelijkheid om metalen doelen te detecteren onder gemineraliseerde
stenen door de juiste aanpassing van uw instellingen. Het gecombineerde effect gecreëerd door de
steen en metaal samen is lager dan het effect dat het metaal zelf creëert en de weergegeven ID zal
anders zijn dan de verwachte ID van het metaal. De weergegeven ID wordt gevormd door de
combinatie van steen en metaal samen en komt dichter bij de ID van de steen als de grootte van het
metaal kleiner is ten opzichte van de steen. Houd in gedachten dat metalen onder stenen nooit
verschijnen met hun eigen metaal ID. Een goudstuk onder een steen kan bijvoorbeeld een ijzertoon
en ID produceren.
Als u de stenen wegfiltert met een correct afgestelde DISC. instelling in discriminatiemodi, kunt u het
signaal van het object onder het gesteente horen als het doelsignaal een iets groter effect heeft dan
het gefilterde ID. Het belangrijkste is dat als je een object detecteert en een steen opgraaft moet je de
ID noteren die je hebt gekregen voordat je graaft en het als de DISC. Instelling gebruiken de volgende
keer.
Bijvoorbeeld; de gemineraliseerde stenen in je zoekveld geven meestal id's rond 00-01. In dit geval
moet u de DISC instellen tot maximaal 05. Op deze manier kun je stenen verwijderen en signalen van
metalen eronder ontvangen. Wanneer u de DISC. instelt te hoog is onnodig, dan mis je metalen
objecten.
BELANGRIJK! Bij het zoeken in velden met gemineraliseerde gesteente, wordt het gebruik van de
E.U.D-functie (pagina 20) aanbevolen om te voorkomen dat metalen onder gemineraliseerde stenen
worden gemist.
AUDIO BOOST
21
PINPOINT
Pinpoint is om het midden of de exacte locatie van een gedetecteerd object te vinden.
De Gold Kruzer is een bewegingsdetector. Met andere woorden, u moet de zoekspoel over het object
bewegen met de zoekspoel zodat het apparaat het object kan detecteren. De pinpoint-modus is een
niet-bewegingsmodus. Het apparaat blijft een signaal afgeven wanneer de zoekspoel stationair
boven het object wordt gehouden.
De grondbalans moet correct worden uitgevoerd om een precieze lokalisatie te garanderen. Het
wordt aanbevolen om de grondbalans opnieuw uit te voeren voordat u de pinpoint functie uitvoert
op veranderende grondconstructies.
In de pinpointmodus wordt de geschatte diepte van het doel op het display weergegeven. In de
pinpointmodus neemt de signaaltoon in toonhoogte en volume toe naarmate de zoekspoel het
object nadert. In deze modus maakt het apparaat geen onderscheid of geeft het geen object-ID's.
Voor het uitvoeren van pinpoint:
1) Verplaats, nadat een object is gedetecteerd, de zoekspoel opzij waar geen objectrespons is en druk
op de knop PP.
2) Houd de knop ingedrukt en breng de zoekspoel dichter bij het object, langzaam en evenwijdig aan
de grond.
3) Het geluid wordt sterker en verandert in toonhoogte wanneer u dichter bij het hart van het object
in de buurt komt ook zal het cijfer, die de doeldiepte op het display weergeeft, afnemen.
4) Markeer de positie die het luidste geluid levert met je gereedschap of met uw voet.
5) Herhaal de bovenstaande procedure door uw richting 90° te wijzigen. Acties die vanuit
verschillende richtingen worden uitgevoerd, verkleinen het doelgebied en geven u de meest exacte
details waar het object zich bevind.
TARGET DIEPTE
Het apparaat levert een geschatte Objectdiepte op basis van de signaalsterkte, zowel tijdens detectie
als in de pinpoint-modus.
Diepte-indicator: Toont de nabijheid van het doel tot het oppervlak in 5 niveaus tijdens detectie.
Omdat elke modus van de Kruzer een andere diepte bereik heeft, geeft de diepte-indicator een ander
dieptiveau weer voor hetzelfde doel in verschillende modi.
In de pinpoint-modus wordt de geschatte doeldiepte op het display weergegeven in cm (of inch- zie
hieronder voor details) terwijl u dichter bij het OBJECTkomt.
De Detectie diepte wordt aangepast in de veronderstelling dat het doelwit een 2,5 cm (1 '') munt is.
De werkelijke diepte is afhankelijk van de grootte van het Object. De detector geeft bijvoorbeeld
meer diepte aan voor een doel kleiner dan een 2,5 cm (1 '') muntstuk en minder diepte voor een
groter object. In de praktijk is de procedure met de puntjes niet bedoeld voor de bepaling van de
diepte maar voor de exacte locatiebepaling. Daarom wordt aanbevolen dat de diepte-indicator op
het display wordt gebruikt om de nabijheid van het doel te bepalen.
BELANGRIJK! Als u wilt dat de doeldiepte wordt weergegeven in inches in plaats van cms, doet u het
volgende: Terwijl het apparaat uitstaat, houdt u de SETTINGS/OPTIONS and BOOST knoppen
tegelijkertijd ingedrukt en zet u het apparaat aan. '' In '' wordt weergegeven. Om terug te schakelen
naar cms, moet u het apparaat uitschakelen en vervolgens de bovenstaande procedure herhalen.
Terwijl het apparaat wordt geïnitialiseerd, wordt '' SI '' weergegeven.
GROOTSTE OF OBJECTEN DICHT AAN DE OPPERVLAKTE
Objecten die zich in de buurt van het oppervlak bevinden, kunnen verschillende signalen aan het
apparaat doorgeven. Als u een object in de buurt van de oppervlakte verwacht, tilt u de zoekspoel op
en zwaait u langzamer totdat een enkel signaal wordt ontvangen. Als er zich in de buurt van het
oppervlak een groot object bevindt, kan dit een overbelasting van de zoekspoel veroorzaken en
begint het apparaat een continu geluid te genereren dat op een sirene lijkt. Het bericht "Overload"
wordt tegelijkertijd op het display weergegeven. Til in dat geval de zoekspoel hoger op totdat het
bericht verdwijnt.
VALSE SIGNALEN EN REDENEN
Soms kan het apparaat signalen produceren die vergelijkbaar zijn met een objectsignaal, hoewel er
geen metalen object aanwezig is. Er zijn verschillende redenen voor de valse signalen die door het
apparaat worden ontvangen. De meest voorkomende zijn bodemmineralisatie of gesteenten met
een hoog mineraalgehalte, omringende elektromagnetische signalen, werking van een andere
nabijgelegen detector, geroest of aangetast ijzer of folie in de grond, Gain- of Threshold te hoog
ingesteld.
Omringende elektromagnetische signalen kunnen worden geëlimineerd door de gain te
verminderen. Als er een andere detector in de buurt is, kunt u proberen de frequentie te wijzigenof
het zoeken uit te voeren op een afstand waar geen interferentie optreedt. Voor gemineraliseerde
grond of gesteenten met een hoog gehalte aan mineralen, en een te hoog ingestelde gain en
threshold, lees de betreffende secties.
MAGNETISCHE MINERALISATIE INDICATOR
De magnetische mineralisatie-indicator bestaat uit 5 niveaus. De indicatorbalken stijgen niet bij lage
mineraleniveaus tijdens het zoeken en bij het opstarten. In gebieden waar het magnetische
mineraalniveau hoog is, zullen de indicatorbalken stijgen naar de intensiteit. Deze meting kan
worden samengevat als het niveau van magnetische eigenschap en intensiteit van de grond.
Deze meting is belangrijk vanuit twee aspecten. Ten eerste is de zoekdiepte op grond met hoge
magnetische mineralisatie laag en gebruikers moeten zich hiervan bewust zijn. Ten tweede is
magnetische mineralisatie een eigenschap die vooral wordt gezien bij gemineraliseerde gesteenten
en deze meting speelt een belangrijke rol voor het apparaat om de valse signalen die door deze
stenen worden geproduceerd te elimineren.
ROTSEN EN ZOEKEN OP ROTSACHTIG TERREIN (ALGEMENE EN DISCRIMINATIEMODI)
Uitdagende bodemomstandigheden doen zich vooral voor wanneer de geleidbaarheid en de
magnetische eigenschappen van de grond te hoog zijn. Bediening van het apparaat over een
dergelijke ondergrond wordt mogelijk gemaakt door de beste zoekmodus te selecteren, evenals de
juiste instellingen voor grondbalans, Gain, iSAT, iMASK en Threshold.
Stenen en rotsen of holtes in de grond zijn net zo belangrijk als de grond zelf met betrekking tot de
zoek- en doeldetectiekwaliteit.
Bodem en stenen hebben twee verschillende eigenschappen, net zoals de doelen waarnaar u op
zoek bent. Een daarvan is de intensiteit en de andere is de geleidbaarheid - magnetische
permeabiliteitsratio en deze twee eigenschappen zijn onafhankelijk van elkaar. In deze handleiding
wordt de geleidbaarheid - magnetische permeabiliteitsratio in het kort ID genoemd. Hoge
magnetische permeabiliteit, lage geleidbaarheid resulteert in een lage ID. Bodem of stenen kunnen
zeer goed doorlatend zijn en hebben ook lage of hoge ID's. Als de geleidbaarheid toeneemt ten
opzichte van de magnetische permeabiliteit, neemt ook de ID toe.
Gemineraliseerde stenen worden geclassificeerd als negatief of positief op basis van hun ID die laag
of hoog is in vergelijking met de ID van de grond waarin ze zich bevinden. Een of beide typen kunnen
in een veld aanwezig zijn. De negatieve en positieve effecten die hier worden genoemd, zijn alleen
geldig als de grondbalans correct is uitgevoerd op de bestaande grond. Anders zal de bodem zelf niet
anders handelen dan gemineraliseerde stenen in termen van ID. In '' TRACKING '' verschillen de
condities echter. Daarom zullen de effecten van stenen in tracking afzonderlijk worden besproken.
Hier hebben we het over een goede grondbalans zonder tracking.
Positieve stenen werken net als metaal en produceren een metaalgeluid. In de Algemene zoekmodus
(GEN) produceren ze een "zip zip" -geluid wanneer de zoekspoel erover heen zwaait. Als het signaal
sterk genoeg is, kan het apparaat een ID voor deze rotsen produceren. Negatieve stenen in de
algemene zoekmodus produceren een lang "boing" -geluid wanneer de zoekspoel eroverheen wordt
bewogen. Het apparaat geeft geen ID voor deze stenen, zelfs als het signaal sterk is maar de balken
the Mineral Bar will rise.
Positieve rotsen zorgen voor een typisch metaalgeluid in discriminatiemodi. Negatieve stenen
bieden geen geluid in discriminatiemodi (behalve in zeldzame gevallen van valse signalen). De balk
voor de mineralisatie indicator zal in beide gevallen stijgen.
Bij hogere instellingen van de iSAT zal het geluid van positieve of negatieve gemineraliseerde stenen
niet veranderen. Naarmate de iSAT-waarde afneemt, blijft het geluid van positieve gemineraliseerde
stenen hetzelfde, maar de negatievegemineraliseerde stenen kunnen een zachter piepgeluid geven
in plaats van het boinggeluid.
Daarom kunt u een beslissing nemen door te luisteren naar de audioweergaven die door het
apparaat in het veld worden geproduceerd.In de GEN-modus, wanneer het apparaat een audiotoon
produceert, kunt u, als de minerale balk tegelijkertijd stijgt, beslissen of het object een positieve of
een negatieve hete rots is door naar het geluid te luisteren.In de andere modi, als u de standaard
DISC-instelling van het apparaat niet hebt gewijzigd, zal het apparaat geen geluidstoon voor
positieve hete stenen produceren en als u de grond gebalanceerd hebt, zal het toch geen
geluidstoon voor negatieve hete stenen uitzenden. If you have changed the DISC. setting of the
device in these modes, when you receive a strong signal and a stable ID, you can distinguish if the
detected target is a positive hot rock or metal by checking the ID. However, remember that weak
signals may produce different IDs and metals under rocks may produce different metal signals.
Therefore, the most appropriate action is to dig up when a metal signal is received.
Omdat je zo'n situatie kunt tegenkomen in goudzoekgebieden waar naar nuggets wordt gezocht, is
het belangrijk dat je vertrouwd raakt met de hete rotsen en hun ID's in je zoekveld en dat je het
apparaat vooraf test met wat nuggets.
Als u een van de andere modi dan de GEN-modus gebruikt en u kent de ID van de omringende
gemineraliseerde stenen, kunt u de instelling DISC. gebruiken om de stenen te verwijderen. Het is
echter mogelijk dat dit niet voldoende is om alle rotssignalen te vermijden. Het apparaat kan nog
steeds signalen van rotsen ontvangen omdat grond en rotsen samen een gecombineerd effect
vormen en een andere ID genereren dan die van rotsen.
TRACKING EN HET EFFECT VAN STENEN
Wanneer de tracking actief is, kan het apparaat een audio-respons en ID geven wanneer het over een
hot rock heen gaat omdat het effect van de steen anders zal zijn dan van de grond. Tegelijkertijd, zal
de bar voor mineralisering toenemen. Als u de zoekspoel over het gesteente zwaait, zal tracking de
instelling automatisch aanpassen en zal de audiorespons / ID verdwijnen of aanzienlijk afnemen.
Omdat er een kleine vertraging is in het volgen, kunt u een sterk signaal horen bij de eerste één of
twee zwaaien totdat de instelling is aangepast. Het geluid wordt dan zwakker en verdwijnt. Dit
gebeurt niet met metalen doelen omdat metalen voorkomen dat het apparaat kan grondbalansen.
Daarom is er in tracking, als je een constant signaal krijgt over een object na herhaaldelijk zwaaien, is
de kans groot dat het object een metaal is.Zwaaien vanover een steen terug over de bodem, het
apparaat kan signalen naar de grond sturen tijdens een paar zwaaien totdat de instelling voor de
grondbalans opnieuw wordt bijgewerkt. Dit is normaal en zou u niet moeten misleiden.
Tracking wordt niet aanbevolen om stenen onder normale omstandigheden te elimineren. Het wordt
aanbevolen voor gebruik in gebieden met wisselende grondsoorten.
METAAL ONDER STENEN
De Gold Kruzer verhoogt de mogelijkheid om metalen doelen te detecteren onder gemineraliseerde
stenen door de juiste aanpassing van uw instellingen. Het gecombineerde effect gecreëerd door de
steen en metaal samen is lager dan het effect dat het metaal zelf creëert en de weergegeven ID zal
anders zijn dan de verwachte ID van het metaal. De weergegeven ID wordt gevormd door de
combinatie van steen en metaal samen en komt dichter bij de ID van de steen als de grootte van het
metaal kleiner is ten opzichte van de steen. Houd in gedachten dat metalen onder stenen nooit
verschijnen met hun eigen metaal ID. Een goudstuk onder een steen kan bijvoorbeeld een ijzertoon
en ID produceren.
Als u de stenen wegfiltert met een correct afgestelde DISC. instelling in discriminatiemodi, kunt u het
signaal van het object onder het gesteente horen als het doelsignaal een iets groter effect heeft dan
het gefilterde ID. Het belangrijkste is dat als je een object detecteert en een steen opgraaft moet je de
ID noteren die je hebt gekregen voordat je graaft en het als de DISC. Instelling gebruiken de volgende
keer.
Bijvoorbeeld; de gemineraliseerde stenen in je zoekveld geven meestal id's rond 00-01. In dit geval
moet u de DISC instellen tot maximaal 05. Op deze manier kun je stenen verwijderen en signalen van
metalen eronder ontvangen. Wanneer u de DISC. instelt te hoog is onnodig, dan mis je metalen
objecten.
BELANGRIJK! Bij het zoeken in velden met gemineraliseerde gesteente, wordt het gebruik van de
E.U.D-functie (pagina 20) aanbevolen om te voorkomen dat metalen onder gemineraliseerde stenen
worden gemist.
22
TARGET DIEPTE
Het apparaat levert een geschatte Objectdiepte op basis van de signaalsterkte, zowel tijdens detectie
als in de pinpoint-modus.
Diepte-indicator: Toont de nabijheid van het doel tot het oppervlak in 5 niveaus tijdens detectie.
Omdat elke modus van de Kruzer een andere diepte bereik heeft, geeft de diepte-indicator een ander
dieptiveau weer voor hetzelfde doel in verschillende modi.
In de pinpoint-modus wordt de geschatte doeldiepte op het display weergegeven in cm (of inch- zie
hieronder voor details) terwijl u dichter bij het OBJECTkomt.
De Detectie diepte wordt aangepast in de veronderstelling dat het doelwit een 2,5 cm (1 '') munt is.
De werkelijke diepte is afhankelijk van de grootte van het Object. De detector geeft bijvoorbeeld
meer diepte aan voor een doel kleiner dan een 2,5 cm (1 '') muntstuk en minder diepte voor een
groter object. In de praktijk is de procedure met de puntjes niet bedoeld voor de bepaling van de
diepte maar voor de exacte locatiebepaling. Daarom wordt aanbevolen dat de diepte-indicator op
het display wordt gebruikt om de nabijheid van het doel te bepalen.
BELANGRIJK! Als u wilt dat de doeldiepte wordt weergegeven in inches in plaats van cms, doet u het
volgende: Terwijl het apparaat uitstaat, houdt u de SETTINGS/OPTIONS and BOOST knoppen
tegelijkertijd ingedrukt en zet u het apparaat aan. '' In '' wordt weergegeven. Om terug te schakelen
naar cms, moet u het apparaat uitschakelen en vervolgens de bovenstaande procedure herhalen.
Terwijl het apparaat wordt geïnitialiseerd, wordt '' SI '' weergegeven.
GROOTSTE OF OBJECTEN DICHT AAN DE OPPERVLAKTE
Objecten die zich in de buurt van het oppervlak bevinden, kunnen verschillende signalen aan het
apparaat doorgeven. Als u een object in de buurt van de oppervlakte verwacht, tilt u de zoekspoel op
en zwaait u langzamer totdat een enkel signaal wordt ontvangen. Als er zich in de buurt van het
oppervlak een groot object bevindt, kan dit een overbelasting van de zoekspoel veroorzaken en
begint het apparaat een continu geluid te genereren dat op een sirene lijkt. Het bericht "Overload"
wordt tegelijkertijd op het display weergegeven. Til in dat geval de zoekspoel hoger op totdat het
bericht verdwijnt.
VALSE SIGNALEN EN REDENEN
Soms kan het apparaat signalen produceren die vergelijkbaar zijn met een objectsignaal, hoewel er
geen metalen object aanwezig is. Er zijn verschillende redenen voor de valse signalen die door het
apparaat worden ontvangen. De meest voorkomende zijn bodemmineralisatie of gesteenten met
een hoog mineraalgehalte, omringende elektromagnetische signalen, werking van een andere
nabijgelegen detector, geroest of aangetast ijzer of folie in de grond, Gain- of Threshold te hoog
ingesteld.
Omringende elektromagnetische signalen kunnen worden geëlimineerd door de gain te
verminderen. Als er een andere detector in de buurt is, kunt u proberen de frequentie te wijzigenof
het zoeken uit te voeren op een afstand waar geen interferentie optreedt. Voor gemineraliseerde
grond of gesteenten met een hoog gehalte aan mineralen, en een te hoog ingestelde gain en
threshold, lees de betreffende secties.
MAGNETISCHE MINERALISATIE INDICATOR
De magnetische mineralisatie-indicator bestaat uit 5 niveaus. De indicatorbalken stijgen niet bij lage
mineraleniveaus tijdens het zoeken en bij het opstarten. In gebieden waar het magnetische
mineraalniveau hoog is, zullen de indicatorbalken stijgen naar de intensiteit. Deze meting kan
worden samengevat als het niveau van magnetische eigenschap en intensiteit van de grond.
Deze meting is belangrijk vanuit twee aspecten. Ten eerste is de zoekdiepte op grond met hoge
magnetische mineralisatie laag en gebruikers moeten zich hiervan bewust zijn. Ten tweede is
magnetische mineralisatie een eigenschap die vooral wordt gezien bij gemineraliseerde gesteenten
en deze meting speelt een belangrijke rol voor het apparaat om de valse signalen die door deze
stenen worden geproduceerd te elimineren.
ROTSEN EN ZOEKEN OP ROTSACHTIG TERREIN (ALGEMENE EN DISCRIMINATIEMODI)
Uitdagende bodemomstandigheden doen zich vooral voor wanneer de geleidbaarheid en de
magnetische eigenschappen van de grond te hoog zijn. Bediening van het apparaat over een
dergelijke ondergrond wordt mogelijk gemaakt door de beste zoekmodus te selecteren, evenals de
juiste instellingen voor grondbalans, Gain, iSAT, iMASK en Threshold.
Stenen en rotsen of holtes in de grond zijn net zo belangrijk als de grond zelf met betrekking tot de
zoek- en doeldetectiekwaliteit.
Bodem en stenen hebben twee verschillende eigenschappen, net zoals de doelen waarnaar u op
zoek bent. Een daarvan is de intensiteit en de andere is de geleidbaarheid - magnetische
permeabiliteitsratio en deze twee eigenschappen zijn onafhankelijk van elkaar. In deze handleiding
wordt de geleidbaarheid - magnetische permeabiliteitsratio in het kort ID genoemd. Hoge
magnetische permeabiliteit, lage geleidbaarheid resulteert in een lage ID. Bodem of stenen kunnen
zeer goed doorlatend zijn en hebben ook lage of hoge ID's. Als de geleidbaarheid toeneemt ten
opzichte van de magnetische permeabiliteit, neemt ook de ID toe.
Gemineraliseerde stenen worden geclassificeerd als negatief of positief op basis van hun ID die laag
of hoog is in vergelijking met de ID van de grond waarin ze zich bevinden. Een of beide typen kunnen
in een veld aanwezig zijn. De negatieve en positieve effecten die hier worden genoemd, zijn alleen
geldig als de grondbalans correct is uitgevoerd op de bestaande grond. Anders zal de bodem zelf niet
anders handelen dan gemineraliseerde stenen in termen van ID. In '' TRACKING '' verschillen de
condities echter. Daarom zullen de effecten van stenen in tracking afzonderlijk worden besproken.
Hier hebben we het over een goede grondbalans zonder tracking.
Positieve stenen werken net als metaal en produceren een metaalgeluid. In de Algemene zoekmodus
(GEN) produceren ze een "zip zip" -geluid wanneer de zoekspoel erover heen zwaait. Als het signaal
sterk genoeg is, kan het apparaat een ID voor deze rotsen produceren. Negatieve stenen in de
algemene zoekmodus produceren een lang "boing" -geluid wanneer de zoekspoel eroverheen wordt
bewogen. Het apparaat geeft geen ID voor deze stenen, zelfs als het signaal sterk is maar de balken
the Mineral Bar will rise.
Positieve rotsen zorgen voor een typisch metaalgeluid in discriminatiemodi. Negatieve stenen
bieden geen geluid in discriminatiemodi (behalve in zeldzame gevallen van valse signalen). De balk
voor de mineralisatie indicator zal in beide gevallen stijgen.
Bij hogere instellingen van de iSAT zal het geluid van positieve of negatieve gemineraliseerde stenen
niet veranderen. Naarmate de iSAT-waarde afneemt, blijft het geluid van positieve gemineraliseerde
stenen hetzelfde, maar de negatievegemineraliseerde stenen kunnen een zachter piepgeluid geven
in plaats van het boinggeluid.
Daarom kunt u een beslissing nemen door te luisteren naar de audioweergaven die door het
apparaat in het veld worden geproduceerd.In de GEN-modus, wanneer het apparaat een audiotoon
produceert, kunt u, als de minerale balk tegelijkertijd stijgt, beslissen of het object een positieve of
een negatieve hete rots is door naar het geluid te luisteren.In de andere modi, als u de standaard
DISC-instelling van het apparaat niet hebt gewijzigd, zal het apparaat geen geluidstoon voor
positieve hete stenen produceren en als u de grond gebalanceerd hebt, zal het toch geen
geluidstoon voor negatieve hete stenen uitzenden. If you have changed the DISC. setting of the
device in these modes, when you receive a strong signal and a stable ID, you can distinguish if the
detected target is a positive hot rock or metal by checking the ID. However, remember that weak
signals may produce different IDs and metals under rocks may produce different metal signals.
Therefore, the most appropriate action is to dig up when a metal signal is received.
Omdat je zo'n situatie kunt tegenkomen in goudzoekgebieden waar naar nuggets wordt gezocht, is
het belangrijk dat je vertrouwd raakt met de hete rotsen en hun ID's in je zoekveld en dat je het
apparaat vooraf test met wat nuggets.
Als u een van de andere modi dan de GEN-modus gebruikt en u kent de ID van de omringende
gemineraliseerde stenen, kunt u de instelling DISC. gebruiken om de stenen te verwijderen. Het is
echter mogelijk dat dit niet voldoende is om alle rotssignalen te vermijden. Het apparaat kan nog
steeds signalen van rotsen ontvangen omdat grond en rotsen samen een gecombineerd effect
vormen en een andere ID genereren dan die van rotsen.
TRACKING EN HET EFFECT VAN STENEN
Wanneer de tracking actief is, kan het apparaat een audio-respons en ID geven wanneer het over een
hot rock heen gaat omdat het effect van de steen anders zal zijn dan van de grond. Tegelijkertijd, zal
de bar voor mineralisering toenemen. Als u de zoekspoel over het gesteente zwaait, zal tracking de
instelling automatisch aanpassen en zal de audiorespons / ID verdwijnen of aanzienlijk afnemen.
Omdat er een kleine vertraging is in het volgen, kunt u een sterk signaal horen bij de eerste één of
twee zwaaien totdat de instelling is aangepast. Het geluid wordt dan zwakker en verdwijnt. Dit
gebeurt niet met metalen doelen omdat metalen voorkomen dat het apparaat kan grondbalansen.
Daarom is er in tracking, als je een constant signaal krijgt over een object na herhaaldelijk zwaaien, is
de kans groot dat het object een metaal is.Zwaaien vanover een steen terug over de bodem, het
apparaat kan signalen naar de grond sturen tijdens een paar zwaaien totdat de instelling voor de
grondbalans opnieuw wordt bijgewerkt. Dit is normaal en zou u niet moeten misleiden.
Tracking wordt niet aanbevolen om stenen onder normale omstandigheden te elimineren. Het wordt
aanbevolen voor gebruik in gebieden met wisselende grondsoorten.
METAAL ONDER STENEN
De Gold Kruzer verhoogt de mogelijkheid om metalen doelen te detecteren onder gemineraliseerde
stenen door de juiste aanpassing van uw instellingen. Het gecombineerde effect gecreëerd door de
steen en metaal samen is lager dan het effect dat het metaal zelf creëert en de weergegeven ID zal
anders zijn dan de verwachte ID van het metaal. De weergegeven ID wordt gevormd door de
combinatie van steen en metaal samen en komt dichter bij de ID van de steen als de grootte van het
metaal kleiner is ten opzichte van de steen. Houd in gedachten dat metalen onder stenen nooit
verschijnen met hun eigen metaal ID. Een goudstuk onder een steen kan bijvoorbeeld een ijzertoon
en ID produceren.
Als u de stenen wegfiltert met een correct afgestelde DISC. instelling in discriminatiemodi, kunt u het
signaal van het object onder het gesteente horen als het doelsignaal een iets groter effect heeft dan
het gefilterde ID. Het belangrijkste is dat als je een object detecteert en een steen opgraaft moet je de
ID noteren die je hebt gekregen voordat je graaft en het als de DISC. Instelling gebruiken de volgende
keer.
Bijvoorbeeld; de gemineraliseerde stenen in je zoekveld geven meestal id's rond 00-01. In dit geval
moet u de DISC instellen tot maximaal 05. Op deze manier kun je stenen verwijderen en signalen van
metalen eronder ontvangen. Wanneer u de DISC. instelt te hoog is onnodig, dan mis je metalen
objecten.
BELANGRIJK! Bij het zoeken in velden met gemineraliseerde gesteente, wordt het gebruik van de
E.U.D-functie (pagina 20) aanbevolen om te voorkomen dat metalen onder gemineraliseerde stenen
worden gemist.
23
TARGET DIEPTE
Het apparaat levert een geschatte Objectdiepte op basis van de signaalsterkte, zowel tijdens detectie
als in de pinpoint-modus.
Diepte-indicator: Toont de nabijheid van het doel tot het oppervlak in 5 niveaus tijdens detectie.
Omdat elke modus van de Kruzer een andere diepte bereik heeft, geeft de diepte-indicator een ander
dieptiveau weer voor hetzelfde doel in verschillende modi.
In de pinpoint-modus wordt de geschatte doeldiepte op het display weergegeven in cm (of inch- zie
hieronder voor details) terwijl u dichter bij het OBJECTkomt.
De Detectie diepte wordt aangepast in de veronderstelling dat het doelwit een 2,5 cm (1 '') munt is.
De werkelijke diepte is afhankelijk van de grootte van het Object. De detector geeft bijvoorbeeld
meer diepte aan voor een doel kleiner dan een 2,5 cm (1 '') muntstuk en minder diepte voor een
groter object. In de praktijk is de procedure met de puntjes niet bedoeld voor de bepaling van de
diepte maar voor de exacte locatiebepaling. Daarom wordt aanbevolen dat de diepte-indicator op
het display wordt gebruikt om de nabijheid van het doel te bepalen.
BELANGRIJK! Als u wilt dat de doeldiepte wordt weergegeven in inches in plaats van cms, doet u het
volgende: Terwijl het apparaat uitstaat, houdt u de SETTINGS/OPTIONS and BOOST knoppen
tegelijkertijd ingedrukt en zet u het apparaat aan. '' In '' wordt weergegeven. Om terug te schakelen
naar cms, moet u het apparaat uitschakelen en vervolgens de bovenstaande procedure herhalen.
Terwijl het apparaat wordt geïnitialiseerd, wordt '' SI '' weergegeven.
GROOTSTE OF OBJECTEN DICHT AAN DE OPPERVLAKTE
Objecten die zich in de buurt van het oppervlak bevinden, kunnen verschillende signalen aan het
apparaat doorgeven. Als u een object in de buurt van de oppervlakte verwacht, tilt u de zoekspoel op
en zwaait u langzamer totdat een enkel signaal wordt ontvangen. Als er zich in de buurt van het
oppervlak een groot object bevindt, kan dit een overbelasting van de zoekspoel veroorzaken en
begint het apparaat een continu geluid te genereren dat op een sirene lijkt. Het bericht "Overload"
wordt tegelijkertijd op het display weergegeven. Til in dat geval de zoekspoel hoger op totdat het
bericht verdwijnt.
VALSE SIGNALEN EN REDENEN
Soms kan het apparaat signalen produceren die vergelijkbaar zijn met een objectsignaal, hoewel er
geen metalen object aanwezig is. Er zijn verschillende redenen voor de valse signalen die door het
apparaat worden ontvangen. De meest voorkomende zijn bodemmineralisatie of gesteenten met
een hoog mineraalgehalte, omringende elektromagnetische signalen, werking van een andere
nabijgelegen detector, geroest of aangetast ijzer of folie in de grond, Gain- of Threshold te hoog
ingesteld.
Omringende elektromagnetische signalen kunnen worden geëlimineerd door de gain te
verminderen. Als er een andere detector in de buurt is, kunt u proberen de frequentie te wijzigenof
het zoeken uit te voeren op een afstand waar geen interferentie optreedt. Voor gemineraliseerde
grond of gesteenten met een hoog gehalte aan mineralen, en een te hoog ingestelde gain en
threshold, lees de betreffende secties.
MAGNETISCHE MINERALISATIE INDICATOR
De magnetische mineralisatie-indicator bestaat uit 5 niveaus. De indicatorbalken stijgen niet bij lage
mineraleniveaus tijdens het zoeken en bij het opstarten. In gebieden waar het magnetische
mineraalniveau hoog is, zullen de indicatorbalken stijgen naar de intensiteit. Deze meting kan
worden samengevat als het niveau van magnetische eigenschap en intensiteit van de grond.
Deze meting is belangrijk vanuit twee aspecten. Ten eerste is de zoekdiepte op grond met hoge
magnetische mineralisatie laag en gebruikers moeten zich hiervan bewust zijn. Ten tweede is
magnetische mineralisatie een eigenschap die vooral wordt gezien bij gemineraliseerde gesteenten
en deze meting speelt een belangrijke rol voor het apparaat om de valse signalen die door deze
stenen worden geproduceerd te elimineren.
ROTSEN EN ZOEKEN OP ROTSACHTIG TERREIN (ALGEMENE EN DISCRIMINATIEMODI)
Uitdagende bodemomstandigheden doen zich vooral voor wanneer de geleidbaarheid en de
magnetische eigenschappen van de grond te hoog zijn. Bediening van het apparaat over een
dergelijke ondergrond wordt mogelijk gemaakt door de beste zoekmodus te selecteren, evenals de
juiste instellingen voor grondbalans, Gain, iSAT, iMASK en Threshold.
Stenen en rotsen of holtes in de grond zijn net zo belangrijk als de grond zelf met betrekking tot de
zoek- en doeldetectiekwaliteit.
Bodem en stenen hebben twee verschillende eigenschappen, net zoals de doelen waarnaar u op
zoek bent. Een daarvan is de intensiteit en de andere is de geleidbaarheid - magnetische
permeabiliteitsratio en deze twee eigenschappen zijn onafhankelijk van elkaar. In deze handleiding
wordt de geleidbaarheid - magnetische permeabiliteitsratio in het kort ID genoemd. Hoge
magnetische permeabiliteit, lage geleidbaarheid resulteert in een lage ID. Bodem of stenen kunnen
zeer goed doorlatend zijn en hebben ook lage of hoge ID's. Als de geleidbaarheid toeneemt ten
opzichte van de magnetische permeabiliteit, neemt ook de ID toe.
Gemineraliseerde stenen worden geclassificeerd als negatief of positief op basis van hun ID die laag
of hoog is in vergelijking met de ID van de grond waarin ze zich bevinden. Een of beide typen kunnen
in een veld aanwezig zijn. De negatieve en positieve effecten die hier worden genoemd, zijn alleen
geldig als de grondbalans correct is uitgevoerd op de bestaande grond. Anders zal de bodem zelf niet
anders handelen dan gemineraliseerde stenen in termen van ID. In '' TRACKING '' verschillen de
condities echter. Daarom zullen de effecten van stenen in tracking afzonderlijk worden besproken.
Hier hebben we het over een goede grondbalans zonder tracking.
Positieve stenen werken net als metaal en produceren een metaalgeluid. In de Algemene zoekmodus
(GEN) produceren ze een "zip zip" -geluid wanneer de zoekspoel erover heen zwaait. Als het signaal
sterk genoeg is, kan het apparaat een ID voor deze rotsen produceren. Negatieve stenen in de
algemene zoekmodus produceren een lang "boing" -geluid wanneer de zoekspoel eroverheen wordt
bewogen. Het apparaat geeft geen ID voor deze stenen, zelfs als het signaal sterk is maar de balken
the Mineral Bar will rise.
Positieve rotsen zorgen voor een typisch metaalgeluid in discriminatiemodi. Negatieve stenen
bieden geen geluid in discriminatiemodi (behalve in zeldzame gevallen van valse signalen). De balk
voor de mineralisatie indicator zal in beide gevallen stijgen.
Bij hogere instellingen van de iSAT zal het geluid van positieve of negatieve gemineraliseerde stenen
niet veranderen. Naarmate de iSAT-waarde afneemt, blijft het geluid van positieve gemineraliseerde
stenen hetzelfde, maar de negatievegemineraliseerde stenen kunnen een zachter piepgeluid geven
in plaats van het boinggeluid.
Daarom kunt u een beslissing nemen door te luisteren naar de audioweergaven die door het
apparaat in het veld worden geproduceerd.In de GEN-modus, wanneer het apparaat een audiotoon
produceert, kunt u, als de minerale balk tegelijkertijd stijgt, beslissen of het object een positieve of
een negatieve hete rots is door naar het geluid te luisteren.In de andere modi, als u de standaard
DISC-instelling van het apparaat niet hebt gewijzigd, zal het apparaat geen geluidstoon voor
positieve hete stenen produceren en als u de grond gebalanceerd hebt, zal het toch geen
geluidstoon voor negatieve hete stenen uitzenden. If you have changed the DISC. setting of the
device in these modes, when you receive a strong signal and a stable ID, you can distinguish if the
detected target is a positive hot rock or metal by checking the ID. However, remember that weak
signals may produce different IDs and metals under rocks may produce different metal signals.
Therefore, the most appropriate action is to dig up when a metal signal is received.
Omdat je zo'n situatie kunt tegenkomen in goudzoekgebieden waar naar nuggets wordt gezocht, is
het belangrijk dat je vertrouwd raakt met de hete rotsen en hun ID's in je zoekveld en dat je het
apparaat vooraf test met wat nuggets.
Als u een van de andere modi dan de GEN-modus gebruikt en u kent de ID van de omringende
gemineraliseerde stenen, kunt u de instelling DISC. gebruiken om de stenen te verwijderen. Het is
echter mogelijk dat dit niet voldoende is om alle rotssignalen te vermijden. Het apparaat kan nog
steeds signalen van rotsen ontvangen omdat grond en rotsen samen een gecombineerd effect
vormen en een andere ID genereren dan die van rotsen.
TRACKING EN HET EFFECT VAN STENEN
Wanneer de tracking actief is, kan het apparaat een audio-respons en ID geven wanneer het over een
hot rock heen gaat omdat het effect van de steen anders zal zijn dan van de grond. Tegelijkertijd, zal
de bar voor mineralisering toenemen. Als u de zoekspoel over het gesteente zwaait, zal tracking de
instelling automatisch aanpassen en zal de audiorespons / ID verdwijnen of aanzienlijk afnemen.
Omdat er een kleine vertraging is in het volgen, kunt u een sterk signaal horen bij de eerste één of
twee zwaaien totdat de instelling is aangepast. Het geluid wordt dan zwakker en verdwijnt. Dit
gebeurt niet met metalen doelen omdat metalen voorkomen dat het apparaat kan grondbalansen.
Daarom is er in tracking, als je een constant signaal krijgt over een object na herhaaldelijk zwaaien, is
de kans groot dat het object een metaal is.Zwaaien vanover een steen terug over de bodem, het
apparaat kan signalen naar de grond sturen tijdens een paar zwaaien totdat de instelling voor de
grondbalans opnieuw wordt bijgewerkt. Dit is normaal en zou u niet moeten misleiden.
Tracking wordt niet aanbevolen om stenen onder normale omstandigheden te elimineren. Het wordt
aanbevolen voor gebruik in gebieden met wisselende grondsoorten.
METAAL ONDER STENEN
De Gold Kruzer verhoogt de mogelijkheid om metalen doelen te detecteren onder gemineraliseerde
stenen door de juiste aanpassing van uw instellingen. Het gecombineerde effect gecreëerd door de
steen en metaal samen is lager dan het effect dat het metaal zelf creëert en de weergegeven ID zal
anders zijn dan de verwachte ID van het metaal. De weergegeven ID wordt gevormd door de
combinatie van steen en metaal samen en komt dichter bij de ID van de steen als de grootte van het
metaal kleiner is ten opzichte van de steen. Houd in gedachten dat metalen onder stenen nooit
verschijnen met hun eigen metaal ID. Een goudstuk onder een steen kan bijvoorbeeld een ijzertoon
en ID produceren.
Als u de stenen wegfiltert met een correct afgestelde DISC. instelling in discriminatiemodi, kunt u het
signaal van het object onder het gesteente horen als het doelsignaal een iets groter effect heeft dan
het gefilterde ID. Het belangrijkste is dat als je een object detecteert en een steen opgraaft moet je de
ID noteren die je hebt gekregen voordat je graaft en het als de DISC. Instelling gebruiken de volgende
keer.
Bijvoorbeeld; de gemineraliseerde stenen in je zoekveld geven meestal id's rond 00-01. In dit geval
moet u de DISC instellen tot maximaal 05. Op deze manier kun je stenen verwijderen en signalen van
metalen eronder ontvangen. Wanneer u de DISC. instelt te hoog is onnodig, dan mis je metalen
objecten.
BELANGRIJK! Bij het zoeken in velden met gemineraliseerde gesteente, wordt het gebruik van de
E.U.D-functie (pagina 20) aanbevolen om te voorkomen dat metalen onder gemineraliseerde stenen
worden gemist.
24
TARGET DIEPTE
Het apparaat levert een geschatte Objectdiepte op basis van de signaalsterkte, zowel tijdens detectie
als in de pinpoint-modus.
Diepte-indicator: Toont de nabijheid van het doel tot het oppervlak in 5 niveaus tijdens detectie.
Omdat elke modus van de Kruzer een andere diepte bereik heeft, geeft de diepte-indicator een ander
dieptiveau weer voor hetzelfde doel in verschillende modi.
In de pinpoint-modus wordt de geschatte doeldiepte op het display weergegeven in cm (of inch- zie
hieronder voor details) terwijl u dichter bij het OBJECTkomt.
De Detectie diepte wordt aangepast in de veronderstelling dat het doelwit een 2,5 cm (1 '') munt is.
De werkelijke diepte is afhankelijk van de grootte van het Object. De detector geeft bijvoorbeeld
meer diepte aan voor een doel kleiner dan een 2,5 cm (1 '') muntstuk en minder diepte voor een
groter object. In de praktijk is de procedure met de puntjes niet bedoeld voor de bepaling van de
diepte maar voor de exacte locatiebepaling. Daarom wordt aanbevolen dat de diepte-indicator op
het display wordt gebruikt om de nabijheid van het doel te bepalen.
BELANGRIJK! Als u wilt dat de doeldiepte wordt weergegeven in inches in plaats van cms, doet u het
volgende: Terwijl het apparaat uitstaat, houdt u de SETTINGS/OPTIONS and BOOST knoppen
tegelijkertijd ingedrukt en zet u het apparaat aan. '' In '' wordt weergegeven. Om terug te schakelen
naar cms, moet u het apparaat uitschakelen en vervolgens de bovenstaande procedure herhalen.
Terwijl het apparaat wordt geïnitialiseerd, wordt '' SI '' weergegeven.
GROOTSTE OF OBJECTEN DICHT AAN DE OPPERVLAKTE
Objecten die zich in de buurt van het oppervlak bevinden, kunnen verschillende signalen aan het
apparaat doorgeven. Als u een object in de buurt van de oppervlakte verwacht, tilt u de zoekspoel op
en zwaait u langzamer totdat een enkel signaal wordt ontvangen. Als er zich in de buurt van het
oppervlak een groot object bevindt, kan dit een overbelasting van de zoekspoel veroorzaken en
begint het apparaat een continu geluid te genereren dat op een sirene lijkt. Het bericht "Overload"
wordt tegelijkertijd op het display weergegeven. Til in dat geval de zoekspoel hoger op totdat het
bericht verdwijnt.
VALSE SIGNALEN EN REDENEN
Soms kan het apparaat signalen produceren die vergelijkbaar zijn met een objectsignaal, hoewel er
geen metalen object aanwezig is. Er zijn verschillende redenen voor de valse signalen die door het
apparaat worden ontvangen. De meest voorkomende zijn bodemmineralisatie of gesteenten met
een hoog mineraalgehalte, omringende elektromagnetische signalen, werking van een andere
nabijgelegen detector, geroest of aangetast ijzer of folie in de grond, Gain- of Threshold te hoog
ingesteld.
Omringende elektromagnetische signalen kunnen worden geëlimineerd door de gain te
verminderen. Als er een andere detector in de buurt is, kunt u proberen de frequentie te wijzigenof
het zoeken uit te voeren op een afstand waar geen interferentie optreedt. Voor gemineraliseerde
grond of gesteenten met een hoog gehalte aan mineralen, en een te hoog ingestelde gain en
threshold, lees de betreffende secties.
MAGNETISCHE MINERALISATIE INDICATOR
De magnetische mineralisatie-indicator bestaat uit 5 niveaus. De indicatorbalken stijgen niet bij lage
mineraleniveaus tijdens het zoeken en bij het opstarten. In gebieden waar het magnetische
mineraalniveau hoog is, zullen de indicatorbalken stijgen naar de intensiteit. Deze meting kan
worden samengevat als het niveau van magnetische eigenschap en intensiteit van de grond.
Deze meting is belangrijk vanuit twee aspecten. Ten eerste is de zoekdiepte op grond met hoge
magnetische mineralisatie laag en gebruikers moeten zich hiervan bewust zijn. Ten tweede is
magnetische mineralisatie een eigenschap die vooral wordt gezien bij gemineraliseerde gesteenten
en deze meting speelt een belangrijke rol voor het apparaat om de valse signalen die door deze
stenen worden geproduceerd te elimineren.
ROTSEN EN ZOEKEN OP ROTSACHTIG TERREIN (ALGEMENE EN DISCRIMINATIEMODI)
Uitdagende bodemomstandigheden doen zich vooral voor wanneer de geleidbaarheid en de
magnetische eigenschappen van de grond te hoog zijn. Bediening van het apparaat over een
dergelijke ondergrond wordt mogelijk gemaakt door de beste zoekmodus te selecteren, evenals de
juiste instellingen voor grondbalans, Gain, iSAT, iMASK en Threshold.
Stenen en rotsen of holtes in de grond zijn net zo belangrijk als de grond zelf met betrekking tot de
zoek- en doeldetectiekwaliteit.
Bodem en stenen hebben twee verschillende eigenschappen, net zoals de doelen waarnaar u op
zoek bent. Een daarvan is de intensiteit en de andere is de geleidbaarheid - magnetische
permeabiliteitsratio en deze twee eigenschappen zijn onafhankelijk van elkaar. In deze handleiding
wordt de geleidbaarheid - magnetische permeabiliteitsratio in het kort ID genoemd. Hoge
magnetische permeabiliteit, lage geleidbaarheid resulteert in een lage ID. Bodem of stenen kunnen
zeer goed doorlatend zijn en hebben ook lage of hoge ID's. Als de geleidbaarheid toeneemt ten
opzichte van de magnetische permeabiliteit, neemt ook de ID toe.
Gemineraliseerde stenen worden geclassificeerd als negatief of positief op basis van hun ID die laag
of hoog is in vergelijking met de ID van de grond waarin ze zich bevinden. Een of beide typen kunnen
in een veld aanwezig zijn. De negatieve en positieve effecten die hier worden genoemd, zijn alleen
geldig als de grondbalans correct is uitgevoerd op de bestaande grond. Anders zal de bodem zelf niet
anders handelen dan gemineraliseerde stenen in termen van ID. In '' TRACKING '' verschillen de
condities echter. Daarom zullen de effecten van stenen in tracking afzonderlijk worden besproken.
Hier hebben we het over een goede grondbalans zonder tracking.
Positieve stenen werken net als metaal en produceren een metaalgeluid. In de Algemene zoekmodus
(GEN) produceren ze een "zip zip" -geluid wanneer de zoekspoel erover heen zwaait. Als het signaal
sterk genoeg is, kan het apparaat een ID voor deze rotsen produceren. Negatieve stenen in de
algemene zoekmodus produceren een lang "boing" -geluid wanneer de zoekspoel eroverheen wordt
bewogen. Het apparaat geeft geen ID voor deze stenen, zelfs als het signaal sterk is maar de balken
the Mineral Bar will rise.
Positieve rotsen zorgen voor een typisch metaalgeluid in discriminatiemodi. Negatieve stenen
bieden geen geluid in discriminatiemodi (behalve in zeldzame gevallen van valse signalen). De balk
voor de mineralisatie indicator zal in beide gevallen stijgen.
Bij hogere instellingen van de iSAT zal het geluid van positieve of negatieve gemineraliseerde stenen
niet veranderen. Naarmate de iSAT-waarde afneemt, blijft het geluid van positieve gemineraliseerde
stenen hetzelfde, maar de negatievegemineraliseerde stenen kunnen een zachter piepgeluid geven
in plaats van het boinggeluid.
Daarom kunt u een beslissing nemen door te luisteren naar de audioweergaven die door het
apparaat in het veld worden geproduceerd.In de GEN-modus, wanneer het apparaat een audiotoon
produceert, kunt u, als de minerale balk tegelijkertijd stijgt, beslissen of het object een positieve of
een negatieve hete rots is door naar het geluid te luisteren.In de andere modi, als u de standaard
DISC-instelling van het apparaat niet hebt gewijzigd, zal het apparaat geen geluidstoon voor
positieve hete stenen produceren en als u de grond gebalanceerd hebt, zal het toch geen
geluidstoon voor negatieve hete stenen uitzenden. If you have changed the DISC. setting of the
device in these modes, when you receive a strong signal and a stable ID, you can distinguish if the
detected target is a positive hot rock or metal by checking the ID. However, remember that weak
signals may produce different IDs and metals under rocks may produce different metal signals.
Therefore, the most appropriate action is to dig up when a metal signal is received.
Omdat je zo'n situatie kunt tegenkomen in goudzoekgebieden waar naar nuggets wordt gezocht, is
het belangrijk dat je vertrouwd raakt met de hete rotsen en hun ID's in je zoekveld en dat je het
apparaat vooraf test met wat nuggets.
Als u een van de andere modi dan de GEN-modus gebruikt en u kent de ID van de omringende
gemineraliseerde stenen, kunt u de instelling DISC. gebruiken om de stenen te verwijderen. Het is
echter mogelijk dat dit niet voldoende is om alle rotssignalen te vermijden. Het apparaat kan nog
steeds signalen van rotsen ontvangen omdat grond en rotsen samen een gecombineerd effect
vormen en een andere ID genereren dan die van rotsen.
TRACKING EN HET EFFECT VAN STENEN
Wanneer de tracking actief is, kan het apparaat een audio-respons en ID geven wanneer het over een
hot rock heen gaat omdat het effect van de steen anders zal zijn dan van de grond. Tegelijkertijd, zal
de bar voor mineralisering toenemen. Als u de zoekspoel over het gesteente zwaait, zal tracking de
instelling automatisch aanpassen en zal de audiorespons / ID verdwijnen of aanzienlijk afnemen.
Omdat er een kleine vertraging is in het volgen, kunt u een sterk signaal horen bij de eerste één of
twee zwaaien totdat de instelling is aangepast. Het geluid wordt dan zwakker en verdwijnt. Dit
gebeurt niet met metalen doelen omdat metalen voorkomen dat het apparaat kan grondbalansen.
Daarom is er in tracking, als je een constant signaal krijgt over een object na herhaaldelijk zwaaien, is
de kans groot dat het object een metaal is.Zwaaien vanover een steen terug over de bodem, het
apparaat kan signalen naar de grond sturen tijdens een paar zwaaien totdat de instelling voor de
grondbalans opnieuw wordt bijgewerkt. Dit is normaal en zou u niet moeten misleiden.
Tracking wordt niet aanbevolen om stenen onder normale omstandigheden te elimineren. Het wordt
aanbevolen voor gebruik in gebieden met wisselende grondsoorten.
METAAL ONDER STENEN
De Gold Kruzer verhoogt de mogelijkheid om metalen doelen te detecteren onder gemineraliseerde
stenen door de juiste aanpassing van uw instellingen. Het gecombineerde effect gecreëerd door de
steen en metaal samen is lager dan het effect dat het metaal zelf creëert en de weergegeven ID zal
anders zijn dan de verwachte ID van het metaal. De weergegeven ID wordt gevormd door de
combinatie van steen en metaal samen en komt dichter bij de ID van de steen als de grootte van het
metaal kleiner is ten opzichte van de steen. Houd in gedachten dat metalen onder stenen nooit
verschijnen met hun eigen metaal ID. Een goudstuk onder een steen kan bijvoorbeeld een ijzertoon
en ID produceren.
Als u de stenen wegfiltert met een correct afgestelde DISC. instelling in discriminatiemodi, kunt u het
signaal van het object onder het gesteente horen als het doelsignaal een iets groter effect heeft dan
het gefilterde ID. Het belangrijkste is dat als je een object detecteert en een steen opgraaft moet je de
ID noteren die je hebt gekregen voordat je graaft en het als de DISC. Instelling gebruiken de volgende
keer.
Bijvoorbeeld; de gemineraliseerde stenen in je zoekveld geven meestal id's rond 00-01. In dit geval
moet u de DISC instellen tot maximaal 05. Op deze manier kun je stenen verwijderen en signalen van
metalen eronder ontvangen. Wanneer u de DISC. instelt te hoog is onnodig, dan mis je metalen
objecten.
BELANGRIJK! Bij het zoeken in velden met gemineraliseerde gesteente, wordt het gebruik van de
E.U.D-functie (pagina 20) aanbevolen om te voorkomen dat metalen onder gemineraliseerde stenen
worden gemist.
25
TARGET DIEPTE
Het apparaat levert een geschatte Objectdiepte op basis van de signaalsterkte, zowel tijdens detectie
als in de pinpoint-modus.
Diepte-indicator: Toont de nabijheid van het doel tot het oppervlak in 5 niveaus tijdens detectie.
Omdat elke modus van de Kruzer een andere diepte bereik heeft, geeft de diepte-indicator een ander
dieptiveau weer voor hetzelfde doel in verschillende modi.
In de pinpoint-modus wordt de geschatte doeldiepte op het display weergegeven in cm (of inch- zie
hieronder voor details) terwijl u dichter bij het OBJECTkomt.
De Detectie diepte wordt aangepast in de veronderstelling dat het doelwit een 2,5 cm (1 '') munt is.
De werkelijke diepte is afhankelijk van de grootte van het Object. De detector geeft bijvoorbeeld
meer diepte aan voor een doel kleiner dan een 2,5 cm (1 '') muntstuk en minder diepte voor een
groter object. In de praktijk is de procedure met de puntjes niet bedoeld voor de bepaling van de
diepte maar voor de exacte locatiebepaling. Daarom wordt aanbevolen dat de diepte-indicator op
het display wordt gebruikt om de nabijheid van het doel te bepalen.
BELANGRIJK! Als u wilt dat de doeldiepte wordt weergegeven in inches in plaats van cms, doet u het
volgende: Terwijl het apparaat uitstaat, houdt u de SETTINGS/OPTIONS and BOOST knoppen
tegelijkertijd ingedrukt en zet u het apparaat aan. '' In '' wordt weergegeven. Om terug te schakelen
naar cms, moet u het apparaat uitschakelen en vervolgens de bovenstaande procedure herhalen.
Terwijl het apparaat wordt geïnitialiseerd, wordt '' SI '' weergegeven.
GROOTSTE OF OBJECTEN DICHT AAN DE OPPERVLAKTE
Objecten die zich in de buurt van het oppervlak bevinden, kunnen verschillende signalen aan het
apparaat doorgeven. Als u een object in de buurt van de oppervlakte verwacht, tilt u de zoekspoel op
en zwaait u langzamer totdat een enkel signaal wordt ontvangen. Als er zich in de buurt van het
oppervlak een groot object bevindt, kan dit een overbelasting van de zoekspoel veroorzaken en
begint het apparaat een continu geluid te genereren dat op een sirene lijkt. Het bericht "Overload"
wordt tegelijkertijd op het display weergegeven. Til in dat geval de zoekspoel hoger op totdat het
bericht verdwijnt.
VALSE SIGNALEN EN REDENEN
Soms kan het apparaat signalen produceren die vergelijkbaar zijn met een objectsignaal, hoewel er
geen metalen object aanwezig is. Er zijn verschillende redenen voor de valse signalen die door het
apparaat worden ontvangen. De meest voorkomende zijn bodemmineralisatie of gesteenten met
een hoog mineraalgehalte, omringende elektromagnetische signalen, werking van een andere
nabijgelegen detector, geroest of aangetast ijzer of folie in de grond, Gain- of Threshold te hoog
ingesteld.
Omringende elektromagnetische signalen kunnen worden geëlimineerd door de gain te
verminderen. Als er een andere detector in de buurt is, kunt u proberen de frequentie te wijzigenof
het zoeken uit te voeren op een afstand waar geen interferentie optreedt. Voor gemineraliseerde
grond of gesteenten met een hoog gehalte aan mineralen, en een te hoog ingestelde gain en
threshold, lees de betreffende secties.
MAGNETISCHE MINERALISATIE INDICATOR
De magnetische mineralisatie-indicator bestaat uit 5 niveaus. De indicatorbalken stijgen niet bij lage
mineraleniveaus tijdens het zoeken en bij het opstarten. In gebieden waar het magnetische
mineraalniveau hoog is, zullen de indicatorbalken stijgen naar de intensiteit. Deze meting kan
worden samengevat als het niveau van magnetische eigenschap en intensiteit van de grond.
Deze meting is belangrijk vanuit twee aspecten. Ten eerste is de zoekdiepte op grond met hoge
magnetische mineralisatie laag en gebruikers moeten zich hiervan bewust zijn. Ten tweede is
magnetische mineralisatie een eigenschap die vooral wordt gezien bij gemineraliseerde gesteenten
en deze meting speelt een belangrijke rol voor het apparaat om de valse signalen die door deze
stenen worden geproduceerd te elimineren.
ROTSEN EN ZOEKEN OP ROTSACHTIG TERREIN (ALGEMENE EN DISCRIMINATIEMODI)
Uitdagende bodemomstandigheden doen zich vooral voor wanneer de geleidbaarheid en de
magnetische eigenschappen van de grond te hoog zijn. Bediening van het apparaat over een
dergelijke ondergrond wordt mogelijk gemaakt door de beste zoekmodus te selecteren, evenals de
juiste instellingen voor grondbalans, Gain, iSAT, iMASK en Threshold.
Stenen en rotsen of holtes in de grond zijn net zo belangrijk als de grond zelf met betrekking tot de
zoek- en doeldetectiekwaliteit.
Bodem en stenen hebben twee verschillende eigenschappen, net zoals de doelen waarnaar u op
zoek bent. Een daarvan is de intensiteit en de andere is de geleidbaarheid - magnetische
permeabiliteitsratio en deze twee eigenschappen zijn onafhankelijk van elkaar. In deze handleiding
wordt de geleidbaarheid - magnetische permeabiliteitsratio in het kort ID genoemd. Hoge
magnetische permeabiliteit, lage geleidbaarheid resulteert in een lage ID. Bodem of stenen kunnen
zeer goed doorlatend zijn en hebben ook lage of hoge ID's. Als de geleidbaarheid toeneemt ten
opzichte van de magnetische permeabiliteit, neemt ook de ID toe.
Gemineraliseerde stenen worden geclassificeerd als negatief of positief op basis van hun ID die laag
of hoog is in vergelijking met de ID van de grond waarin ze zich bevinden. Een of beide typen kunnen
in een veld aanwezig zijn. De negatieve en positieve effecten die hier worden genoemd, zijn alleen
geldig als de grondbalans correct is uitgevoerd op de bestaande grond. Anders zal de bodem zelf niet
anders handelen dan gemineraliseerde stenen in termen van ID. In '' TRACKING '' verschillen de
condities echter. Daarom zullen de effecten van stenen in tracking afzonderlijk worden besproken.
Hier hebben we het over een goede grondbalans zonder tracking.
Positieve stenen werken net als metaal en produceren een metaalgeluid. In de Algemene zoekmodus
(GEN) produceren ze een "zip zip" -geluid wanneer de zoekspoel erover heen zwaait. Als het signaal
sterk genoeg is, kan het apparaat een ID voor deze rotsen produceren. Negatieve stenen in de
algemene zoekmodus produceren een lang "boing" -geluid wanneer de zoekspoel eroverheen wordt
bewogen. Het apparaat geeft geen ID voor deze stenen, zelfs als het signaal sterk is maar de balken
the Mineral Bar will rise.
Positieve rotsen zorgen voor een typisch metaalgeluid in discriminatiemodi. Negatieve stenen
bieden geen geluid in discriminatiemodi (behalve in zeldzame gevallen van valse signalen). De balk
voor de mineralisatie indicator zal in beide gevallen stijgen.
Bij hogere instellingen van de iSAT zal het geluid van positieve of negatieve gemineraliseerde stenen
niet veranderen. Naarmate de iSAT-waarde afneemt, blijft het geluid van positieve gemineraliseerde
stenen hetzelfde, maar de negatievegemineraliseerde stenen kunnen een zachter piepgeluid geven
in plaats van het boinggeluid.
Daarom kunt u een beslissing nemen door te luisteren naar de audioweergaven die door het
apparaat in het veld worden geproduceerd.In de GEN-modus, wanneer het apparaat een audiotoon
produceert, kunt u, als de minerale balk tegelijkertijd stijgt, beslissen of het object een positieve of
een negatieve hete rots is door naar het geluid te luisteren.In de andere modi, als u de standaard
DISC-instelling van het apparaat niet hebt gewijzigd, zal het apparaat geen geluidstoon voor
positieve hete stenen produceren en als u de grond gebalanceerd hebt, zal het toch geen
geluidstoon voor negatieve hete stenen uitzenden. If you have changed the DISC. setting of the
device in these modes, when you receive a strong signal and a stable ID, you can distinguish if the
detected target is a positive hot rock or metal by checking the ID. However, remember that weak
signals may produce different IDs and metals under rocks may produce different metal signals.
Therefore, the most appropriate action is to dig up when a metal signal is received.
Omdat je zo'n situatie kunt tegenkomen in goudzoekgebieden waar naar nuggets wordt gezocht, is
het belangrijk dat je vertrouwd raakt met de hete rotsen en hun ID's in je zoekveld en dat je het
apparaat vooraf test met wat nuggets.
Als u een van de andere modi dan de GEN-modus gebruikt en u kent de ID van de omringende
gemineraliseerde stenen, kunt u de instelling DISC. gebruiken om de stenen te verwijderen. Het is
echter mogelijk dat dit niet voldoende is om alle rotssignalen te vermijden. Het apparaat kan nog
steeds signalen van rotsen ontvangen omdat grond en rotsen samen een gecombineerd effect
vormen en een andere ID genereren dan die van rotsen.
TRACKING EN HET EFFECT VAN STENEN
Wanneer de tracking actief is, kan het apparaat een audio-respons en ID geven wanneer het over een
hot rock heen gaat omdat het effect van de steen anders zal zijn dan van de grond. Tegelijkertijd, zal
de bar voor mineralisering toenemen. Als u de zoekspoel over het gesteente zwaait, zal tracking de
instelling automatisch aanpassen en zal de audiorespons / ID verdwijnen of aanzienlijk afnemen.
Omdat er een kleine vertraging is in het volgen, kunt u een sterk signaal horen bij de eerste één of
twee zwaaien totdat de instelling is aangepast. Het geluid wordt dan zwakker en verdwijnt. Dit
gebeurt niet met metalen doelen omdat metalen voorkomen dat het apparaat kan grondbalansen.
Daarom is er in tracking, als je een constant signaal krijgt over een object na herhaaldelijk zwaaien, is
de kans groot dat het object een metaal is.Zwaaien vanover een steen terug over de bodem, het
apparaat kan signalen naar de grond sturen tijdens een paar zwaaien totdat de instelling voor de
grondbalans opnieuw wordt bijgewerkt. Dit is normaal en zou u niet moeten misleiden.
Tracking wordt niet aanbevolen om stenen onder normale omstandigheden te elimineren. Het wordt
aanbevolen voor gebruik in gebieden met wisselende grondsoorten.
METAAL ONDER STENEN
De Gold Kruzer verhoogt de mogelijkheid om metalen doelen te detecteren onder gemineraliseerde
stenen door de juiste aanpassing van uw instellingen. Het gecombineerde effect gecreëerd door de
steen en metaal samen is lager dan het effect dat het metaal zelf creëert en de weergegeven ID zal
anders zijn dan de verwachte ID van het metaal. De weergegeven ID wordt gevormd door de
combinatie van steen en metaal samen en komt dichter bij de ID van de steen als de grootte van het
metaal kleiner is ten opzichte van de steen. Houd in gedachten dat metalen onder stenen nooit
verschijnen met hun eigen metaal ID. Een goudstuk onder een steen kan bijvoorbeeld een ijzertoon
en ID produceren.
Als u de stenen wegfiltert met een correct afgestelde DISC. instelling in discriminatiemodi, kunt u het
signaal van het object onder het gesteente horen als het doelsignaal een iets groter effect heeft dan
het gefilterde ID. Het belangrijkste is dat als je een object detecteert en een steen opgraaft moet je de
ID noteren die je hebt gekregen voordat je graaft en het als de DISC. Instelling gebruiken de volgende
keer.
Bijvoorbeeld; de gemineraliseerde stenen in je zoekveld geven meestal id's rond 00-01. In dit geval
moet u de DISC instellen tot maximaal 05. Op deze manier kun je stenen verwijderen en signalen van
metalen eronder ontvangen. Wanneer u de DISC. instelt te hoog is onnodig, dan mis je metalen
objecten.
BELANGRIJK! Bij het zoeken in velden met gemineraliseerde gesteente, wordt het gebruik van de
E.U.D-functie (pagina 20) aanbevolen om te voorkomen dat metalen onder gemineraliseerde stenen
worden gemist.
26
TARGET DIEPTE
Het apparaat levert een geschatte Objectdiepte op basis van de signaalsterkte, zowel tijdens detectie
als in de pinpoint-modus.
Diepte-indicator: Toont de nabijheid van het doel tot het oppervlak in 5 niveaus tijdens detectie.
Omdat elke modus van de Kruzer een andere diepte bereik heeft, geeft de diepte-indicator een ander
dieptiveau weer voor hetzelfde doel in verschillende modi.
In de pinpoint-modus wordt de geschatte doeldiepte op het display weergegeven in cm (of inch- zie
hieronder voor details) terwijl u dichter bij het OBJECTkomt.
De Detectie diepte wordt aangepast in de veronderstelling dat het doelwit een 2,5 cm (1 '') munt is.
De werkelijke diepte is afhankelijk van de grootte van het Object. De detector geeft bijvoorbeeld
meer diepte aan voor een doel kleiner dan een 2,5 cm (1 '') muntstuk en minder diepte voor een
groter object. In de praktijk is de procedure met de puntjes niet bedoeld voor de bepaling van de
diepte maar voor de exacte locatiebepaling. Daarom wordt aanbevolen dat de diepte-indicator op
het display wordt gebruikt om de nabijheid van het doel te bepalen.
BELANGRIJK! Als u wilt dat de doeldiepte wordt weergegeven in inches in plaats van cms, doet u het
volgende: Terwijl het apparaat uitstaat, houdt u de SETTINGS/OPTIONS and BOOST knoppen
tegelijkertijd ingedrukt en zet u het apparaat aan. '' In '' wordt weergegeven. Om terug te schakelen
naar cms, moet u het apparaat uitschakelen en vervolgens de bovenstaande procedure herhalen.
Terwijl het apparaat wordt geïnitialiseerd, wordt '' SI '' weergegeven.
GROOTSTE OF OBJECTEN DICHT AAN DE OPPERVLAKTE
Objecten die zich in de buurt van het oppervlak bevinden, kunnen verschillende signalen aan het
apparaat doorgeven. Als u een object in de buurt van de oppervlakte verwacht, tilt u de zoekspoel op
en zwaait u langzamer totdat een enkel signaal wordt ontvangen. Als er zich in de buurt van het
oppervlak een groot object bevindt, kan dit een overbelasting van de zoekspoel veroorzaken en
begint het apparaat een continu geluid te genereren dat op een sirene lijkt. Het bericht "Overload"
wordt tegelijkertijd op het display weergegeven. Til in dat geval de zoekspoel hoger op totdat het
bericht verdwijnt.
VALSE SIGNALEN EN REDENEN
Soms kan het apparaat signalen produceren die vergelijkbaar zijn met een objectsignaal, hoewel er
geen metalen object aanwezig is. Er zijn verschillende redenen voor de valse signalen die door het
apparaat worden ontvangen. De meest voorkomende zijn bodemmineralisatie of gesteenten met
een hoog mineraalgehalte, omringende elektromagnetische signalen, werking van een andere
nabijgelegen detector, geroest of aangetast ijzer of folie in de grond, Gain- of Threshold te hoog
ingesteld.
Omringende elektromagnetische signalen kunnen worden geëlimineerd door de gain te
verminderen. Als er een andere detector in de buurt is, kunt u proberen de frequentie te wijzigenof
het zoeken uit te voeren op een afstand waar geen interferentie optreedt. Voor gemineraliseerde
grond of gesteenten met een hoog gehalte aan mineralen, en een te hoog ingestelde gain en
threshold, lees de betreffende secties.
MAGNETISCHE MINERALISATIE INDICATOR
De magnetische mineralisatie-indicator bestaat uit 5 niveaus. De indicatorbalken stijgen niet bij lage
mineraleniveaus tijdens het zoeken en bij het opstarten. In gebieden waar het magnetische
mineraalniveau hoog is, zullen de indicatorbalken stijgen naar de intensiteit. Deze meting kan
worden samengevat als het niveau van magnetische eigenschap en intensiteit van de grond.
Deze meting is belangrijk vanuit twee aspecten. Ten eerste is de zoekdiepte op grond met hoge
magnetische mineralisatie laag en gebruikers moeten zich hiervan bewust zijn. Ten tweede is
magnetische mineralisatie een eigenschap die vooral wordt gezien bij gemineraliseerde gesteenten
en deze meting speelt een belangrijke rol voor het apparaat om de valse signalen die door deze
stenen worden geproduceerd te elimineren.
ROTSEN EN ZOEKEN OP ROTSACHTIG TERREIN (ALGEMENE EN DISCRIMINATIEMODI)
Uitdagende bodemomstandigheden doen zich vooral voor wanneer de geleidbaarheid en de
magnetische eigenschappen van de grond te hoog zijn. Bediening van het apparaat over een
dergelijke ondergrond wordt mogelijk gemaakt door de beste zoekmodus te selecteren, evenals de
juiste instellingen voor grondbalans, Gain, iSAT, iMASK en Threshold.
Stenen en rotsen of holtes in de grond zijn net zo belangrijk als de grond zelf met betrekking tot de
zoek- en doeldetectiekwaliteit.
Bodem en stenen hebben twee verschillende eigenschappen, net zoals de doelen waarnaar u op
zoek bent. Een daarvan is de intensiteit en de andere is de geleidbaarheid - magnetische
permeabiliteitsratio en deze twee eigenschappen zijn onafhankelijk van elkaar. In deze handleiding
wordt de geleidbaarheid - magnetische permeabiliteitsratio in het kort ID genoemd. Hoge
magnetische permeabiliteit, lage geleidbaarheid resulteert in een lage ID. Bodem of stenen kunnen
zeer goed doorlatend zijn en hebben ook lage of hoge ID's. Als de geleidbaarheid toeneemt ten
opzichte van de magnetische permeabiliteit, neemt ook de ID toe.
Gemineraliseerde stenen worden geclassificeerd als negatief of positief op basis van hun ID die laag
of hoog is in vergelijking met de ID van de grond waarin ze zich bevinden. Een of beide typen kunnen
in een veld aanwezig zijn. De negatieve en positieve effecten die hier worden genoemd, zijn alleen
geldig als de grondbalans correct is uitgevoerd op de bestaande grond. Anders zal de bodem zelf niet
anders handelen dan gemineraliseerde stenen in termen van ID. In '' TRACKING '' verschillen de
condities echter. Daarom zullen de effecten van stenen in tracking afzonderlijk worden besproken.
Hier hebben we het over een goede grondbalans zonder tracking.
Positieve stenen werken net als metaal en produceren een metaalgeluid. In de Algemene zoekmodus
(GEN) produceren ze een "zip zip" -geluid wanneer de zoekspoel erover heen zwaait. Als het signaal
sterk genoeg is, kan het apparaat een ID voor deze rotsen produceren. Negatieve stenen in de
algemene zoekmodus produceren een lang "boing" -geluid wanneer de zoekspoel eroverheen wordt
bewogen. Het apparaat geeft geen ID voor deze stenen, zelfs als het signaal sterk is maar de balken
the Mineral Bar will rise.
Positieve rotsen zorgen voor een typisch metaalgeluid in discriminatiemodi. Negatieve stenen
bieden geen geluid in discriminatiemodi (behalve in zeldzame gevallen van valse signalen). De balk
voor de mineralisatie indicator zal in beide gevallen stijgen.
Bij hogere instellingen van de iSAT zal het geluid van positieve of negatieve gemineraliseerde stenen
niet veranderen. Naarmate de iSAT-waarde afneemt, blijft het geluid van positieve gemineraliseerde
stenen hetzelfde, maar de negatievegemineraliseerde stenen kunnen een zachter piepgeluid geven
in plaats van het boinggeluid.
Daarom kunt u een beslissing nemen door te luisteren naar de audioweergaven die door het
apparaat in het veld worden geproduceerd.In de GEN-modus, wanneer het apparaat een audiotoon
produceert, kunt u, als de minerale balk tegelijkertijd stijgt, beslissen of het object een positieve of
een negatieve hete rots is door naar het geluid te luisteren.In de andere modi, als u de standaard
DISC-instelling van het apparaat niet hebt gewijzigd, zal het apparaat geen geluidstoon voor
positieve hete stenen produceren en als u de grond gebalanceerd hebt, zal het toch geen
geluidstoon voor negatieve hete stenen uitzenden. If you have changed the DISC. setting of the
device in these modes, when you receive a strong signal and a stable ID, you can distinguish if the
detected target is a positive hot rock or metal by checking the ID. However, remember that weak
signals may produce different IDs and metals under rocks may produce different metal signals.
Therefore, the most appropriate action is to dig up when a metal signal is received.
Omdat je zo'n situatie kunt tegenkomen in goudzoekgebieden waar naar nuggets wordt gezocht, is
het belangrijk dat je vertrouwd raakt met de hete rotsen en hun ID's in je zoekveld en dat je het
apparaat vooraf test met wat nuggets.
Als u een van de andere modi dan de GEN-modus gebruikt en u kent de ID van de omringende
gemineraliseerde stenen, kunt u de instelling DISC. gebruiken om de stenen te verwijderen. Het is
echter mogelijk dat dit niet voldoende is om alle rotssignalen te vermijden. Het apparaat kan nog
steeds signalen van rotsen ontvangen omdat grond en rotsen samen een gecombineerd effect
vormen en een andere ID genereren dan die van rotsen.
TRACKING EN HET EFFECT VAN STENEN
Wanneer de tracking actief is, kan het apparaat een audio-respons en ID geven wanneer het over een
hot rock heen gaat omdat het effect van de steen anders zal zijn dan van de grond. Tegelijkertijd, zal
de bar voor mineralisering toenemen. Als u de zoekspoel over het gesteente zwaait, zal tracking de
instelling automatisch aanpassen en zal de audiorespons / ID verdwijnen of aanzienlijk afnemen.
Omdat er een kleine vertraging is in het volgen, kunt u een sterk signaal horen bij de eerste één of
twee zwaaien totdat de instelling is aangepast. Het geluid wordt dan zwakker en verdwijnt. Dit
gebeurt niet met metalen doelen omdat metalen voorkomen dat het apparaat kan grondbalansen.
Daarom is er in tracking, als je een constant signaal krijgt over een object na herhaaldelijk zwaaien, is
de kans groot dat het object een metaal is.Zwaaien vanover een steen terug over de bodem, het
apparaat kan signalen naar de grond sturen tijdens een paar zwaaien totdat de instelling voor de
grondbalans opnieuw wordt bijgewerkt. Dit is normaal en zou u niet moeten misleiden.
Tracking wordt niet aanbevolen om stenen onder normale omstandigheden te elimineren. Het wordt
aanbevolen voor gebruik in gebieden met wisselende grondsoorten.
METAAL ONDER STENEN
De Gold Kruzer verhoogt de mogelijkheid om metalen doelen te detecteren onder gemineraliseerde
stenen door de juiste aanpassing van uw instellingen. Het gecombineerde effect gecreëerd door de
steen en metaal samen is lager dan het effect dat het metaal zelf creëert en de weergegeven ID zal
anders zijn dan de verwachte ID van het metaal. De weergegeven ID wordt gevormd door de
combinatie van steen en metaal samen en komt dichter bij de ID van de steen als de grootte van het
metaal kleiner is ten opzichte van de steen. Houd in gedachten dat metalen onder stenen nooit
verschijnen met hun eigen metaal ID. Een goudstuk onder een steen kan bijvoorbeeld een ijzertoon
en ID produceren.
Als u de stenen wegfiltert met een correct afgestelde DISC. instelling in discriminatiemodi, kunt u het
signaal van het object onder het gesteente horen als het doelsignaal een iets groter effect heeft dan
het gefilterde ID. Het belangrijkste is dat als je een object detecteert en een steen opgraaft moet je de
ID noteren die je hebt gekregen voordat je graaft en het als de DISC. Instelling gebruiken de volgende
keer.
Bijvoorbeeld; de gemineraliseerde stenen in je zoekveld geven meestal id's rond 00-01. In dit geval
moet u de DISC instellen tot maximaal 05. Op deze manier kun je stenen verwijderen en signalen van
metalen eronder ontvangen. Wanneer u de DISC. instelt te hoog is onnodig, dan mis je metalen
objecten.
BELANGRIJK! Bij het zoeken in velden met gemineraliseerde gesteente, wordt het gebruik van de
E.U.D-functie (pagina 20) aanbevolen om te voorkomen dat metalen onder gemineraliseerde stenen
worden gemist.
BERICHTEN
De Gold Kruzer heeft software-updatemogelijkheden. Alle software-updates die worden gemaakt
nadat het apparaat op de markt is gebracht, worden samen met de bijwerkinstructies op de
webpagina van het product aangekondigd.
Systeem Versie Informatie
Als u de softwareversie van de systeemkaart en het LCD-scherm van de Kruzer wilt bekijken terwijl
het apparaat UIT staat, drukt u tegelijkertijd op de knoppen plus (+) en min (-) en schakelt u het
apparaat in. Houd de knoppen ingedrukt totdat u de softwareversie kunt lezen. De hoofdversie wordt
weergegeven in het gedeelte TARGET-ID en de secundaire versie in het venster GB.
SOFTWARE UPDATE
Waarschuwingsberichten worden onder in het display weergegeven. Berichten die kunnen
verschijnen zijn als volgt:
Overbelast (Overload)
Et verschijnt tegelijk met het overbelastingsalarm op het display. Dit gebeurt wanneer de zoekspoel
een bijna-aan de oppervlakte of een zeer groot object tegenkomt. Het apparaat keert terug naar de
normale werking als u de spoel opheft. Als het alarm en het bericht bij een langere lengte blijven
aanhouden, bent u mogelijk over een lang metaal gegaan zoals een buis.
In geval van hoge mineralisatie kan het apparaat overbelast raken. Als de oorzaak van overbelasting
geen groot metaal is, kan dit de grond zelf zijn en deze situatie kan worden ondervangen door de
gain te verlagen.
Pompen met de zoekspoel (Pump Coil)
Dit bericht verschijnt wanneer er op de knop GB wordt gedrukt voor het balanceren van de grond.
Het duidt niet op een fout of probleem. Het geeft alleen aan wat moet worden gedaan.
De spoel inspecteren (Check Coil)
Dit geeft een onderbreking in het signaal van de zoekspoel aan. De connector van de zoekspoel is
mogelijk niet vast, los of losgekoppeld. Als u een andere detector met dezelfde spoelconnector bezit,
moet u ervoor zorgen dat u niet per ongeluk de verkeerde spoel hebt bevestigd. Als niets van het
bovenstaande de oorzaak is, kan de zoekspoel of de kabel een defect hebben. Als het probleem
aanhoudt wanneer u de zoekspoel wijzigt, is er mogelijk een probleem in het spoelregelcircuit.
Boost
Geeft aan dat de functie Audio Boost actief is.
27
TARGET DIEPTE
Het apparaat levert een geschatte Objectdiepte op basis van de signaalsterkte, zowel tijdens detectie
als in de pinpoint-modus.
Diepte-indicator: Toont de nabijheid van het doel tot het oppervlak in 5 niveaus tijdens detectie.
Omdat elke modus van de Kruzer een andere diepte bereik heeft, geeft de diepte-indicator een ander
dieptiveau weer voor hetzelfde doel in verschillende modi.
In de pinpoint-modus wordt de geschatte doeldiepte op het display weergegeven in cm (of inch- zie
hieronder voor details) terwijl u dichter bij het OBJECTkomt.
De Detectie diepte wordt aangepast in de veronderstelling dat het doelwit een 2,5 cm (1 '') munt is.
De werkelijke diepte is afhankelijk van de grootte van het Object. De detector geeft bijvoorbeeld
meer diepte aan voor een doel kleiner dan een 2,5 cm (1 '') muntstuk en minder diepte voor een
groter object. In de praktijk is de procedure met de puntjes niet bedoeld voor de bepaling van de
diepte maar voor de exacte locatiebepaling. Daarom wordt aanbevolen dat de diepte-indicator op
het display wordt gebruikt om de nabijheid van het doel te bepalen.
BELANGRIJK! Als u wilt dat de doeldiepte wordt weergegeven in inches in plaats van cms, doet u het
volgende: Terwijl het apparaat uitstaat, houdt u de SETTINGS/OPTIONS and BOOST knoppen
tegelijkertijd ingedrukt en zet u het apparaat aan. '' In '' wordt weergegeven. Om terug te schakelen
naar cms, moet u het apparaat uitschakelen en vervolgens de bovenstaande procedure herhalen.
Terwijl het apparaat wordt geïnitialiseerd, wordt '' SI '' weergegeven.
GROOTSTE OF OBJECTEN DICHT AAN DE OPPERVLAKTE
Objecten die zich in de buurt van het oppervlak bevinden, kunnen verschillende signalen aan het
apparaat doorgeven. Als u een object in de buurt van de oppervlakte verwacht, tilt u de zoekspoel op
en zwaait u langzamer totdat een enkel signaal wordt ontvangen. Als er zich in de buurt van het
oppervlak een groot object bevindt, kan dit een overbelasting van de zoekspoel veroorzaken en
begint het apparaat een continu geluid te genereren dat op een sirene lijkt. Het bericht "Overload"
wordt tegelijkertijd op het display weergegeven. Til in dat geval de zoekspoel hoger op totdat het
bericht verdwijnt.
VALSE SIGNALEN EN REDENEN
Soms kan het apparaat signalen produceren die vergelijkbaar zijn met een objectsignaal, hoewel er
geen metalen object aanwezig is. Er zijn verschillende redenen voor de valse signalen die door het
apparaat worden ontvangen. De meest voorkomende zijn bodemmineralisatie of gesteenten met
een hoog mineraalgehalte, omringende elektromagnetische signalen, werking van een andere
nabijgelegen detector, geroest of aangetast ijzer of folie in de grond, Gain- of Threshold te hoog
ingesteld.
Omringende elektromagnetische signalen kunnen worden geëlimineerd door de gain te
verminderen. Als er een andere detector in de buurt is, kunt u proberen de frequentie te wijzigenof
het zoeken uit te voeren op een afstand waar geen interferentie optreedt. Voor gemineraliseerde
grond of gesteenten met een hoog gehalte aan mineralen, en een te hoog ingestelde gain en
threshold, lees de betreffende secties.
MAGNETISCHE MINERALISATIE INDICATOR
De magnetische mineralisatie-indicator bestaat uit 5 niveaus. De indicatorbalken stijgen niet bij lage
mineraleniveaus tijdens het zoeken en bij het opstarten. In gebieden waar het magnetische
mineraalniveau hoog is, zullen de indicatorbalken stijgen naar de intensiteit. Deze meting kan
worden samengevat als het niveau van magnetische eigenschap en intensiteit van de grond.
Deze meting is belangrijk vanuit twee aspecten. Ten eerste is de zoekdiepte op grond met hoge
magnetische mineralisatie laag en gebruikers moeten zich hiervan bewust zijn. Ten tweede is
magnetische mineralisatie een eigenschap die vooral wordt gezien bij gemineraliseerde gesteenten
en deze meting speelt een belangrijke rol voor het apparaat om de valse signalen die door deze
stenen worden geproduceerd te elimineren.
ROTSEN EN ZOEKEN OP ROTSACHTIG TERREIN (ALGEMENE EN DISCRIMINATIEMODI)
Uitdagende bodemomstandigheden doen zich vooral voor wanneer de geleidbaarheid en de
magnetische eigenschappen van de grond te hoog zijn. Bediening van het apparaat over een
dergelijke ondergrond wordt mogelijk gemaakt door de beste zoekmodus te selecteren, evenals de
juiste instellingen voor grondbalans, Gain, iSAT, iMASK en Threshold.
Stenen en rotsen of holtes in de grond zijn net zo belangrijk als de grond zelf met betrekking tot de
zoek- en doeldetectiekwaliteit.
Bodem en stenen hebben twee verschillende eigenschappen, net zoals de doelen waarnaar u op
zoek bent. Een daarvan is de intensiteit en de andere is de geleidbaarheid - magnetische
permeabiliteitsratio en deze twee eigenschappen zijn onafhankelijk van elkaar. In deze handleiding
wordt de geleidbaarheid - magnetische permeabiliteitsratio in het kort ID genoemd. Hoge
magnetische permeabiliteit, lage geleidbaarheid resulteert in een lage ID. Bodem of stenen kunnen
zeer goed doorlatend zijn en hebben ook lage of hoge ID's. Als de geleidbaarheid toeneemt ten
opzichte van de magnetische permeabiliteit, neemt ook de ID toe.
Gemineraliseerde stenen worden geclassificeerd als negatief of positief op basis van hun ID die laag
of hoog is in vergelijking met de ID van de grond waarin ze zich bevinden. Een of beide typen kunnen
in een veld aanwezig zijn. De negatieve en positieve effecten die hier worden genoemd, zijn alleen
geldig als de grondbalans correct is uitgevoerd op de bestaande grond. Anders zal de bodem zelf niet
anders handelen dan gemineraliseerde stenen in termen van ID. In '' TRACKING '' verschillen de
condities echter. Daarom zullen de effecten van stenen in tracking afzonderlijk worden besproken.
Hier hebben we het over een goede grondbalans zonder tracking.
Positieve stenen werken net als metaal en produceren een metaalgeluid. In de Algemene zoekmodus
(GEN) produceren ze een "zip zip" -geluid wanneer de zoekspoel erover heen zwaait. Als het signaal
sterk genoeg is, kan het apparaat een ID voor deze rotsen produceren. Negatieve stenen in de
algemene zoekmodus produceren een lang "boing" -geluid wanneer de zoekspoel eroverheen wordt
bewogen. Het apparaat geeft geen ID voor deze stenen, zelfs als het signaal sterk is maar de balken
the Mineral Bar will rise.
Positieve rotsen zorgen voor een typisch metaalgeluid in discriminatiemodi. Negatieve stenen
bieden geen geluid in discriminatiemodi (behalve in zeldzame gevallen van valse signalen). De balk
voor de mineralisatie indicator zal in beide gevallen stijgen.
Bij hogere instellingen van de iSAT zal het geluid van positieve of negatieve gemineraliseerde stenen
niet veranderen. Naarmate de iSAT-waarde afneemt, blijft het geluid van positieve gemineraliseerde
stenen hetzelfde, maar de negatievegemineraliseerde stenen kunnen een zachter piepgeluid geven
in plaats van het boinggeluid.
Daarom kunt u een beslissing nemen door te luisteren naar de audioweergaven die door het
apparaat in het veld worden geproduceerd.In de GEN-modus, wanneer het apparaat een audiotoon
produceert, kunt u, als de minerale balk tegelijkertijd stijgt, beslissen of het object een positieve of
een negatieve hete rots is door naar het geluid te luisteren.In de andere modi, als u de standaard
DISC-instelling van het apparaat niet hebt gewijzigd, zal het apparaat geen geluidstoon voor
positieve hete stenen produceren en als u de grond gebalanceerd hebt, zal het toch geen
geluidstoon voor negatieve hete stenen uitzenden. If you have changed the DISC. setting of the
device in these modes, when you receive a strong signal and a stable ID, you can distinguish if the
detected target is a positive hot rock or metal by checking the ID. However, remember that weak
signals may produce different IDs and metals under rocks may produce different metal signals.
Therefore, the most appropriate action is to dig up when a metal signal is received.
Omdat je zo'n situatie kunt tegenkomen in goudzoekgebieden waar naar nuggets wordt gezocht, is
het belangrijk dat je vertrouwd raakt met de hete rotsen en hun ID's in je zoekveld en dat je het
apparaat vooraf test met wat nuggets.
Als u een van de andere modi dan de GEN-modus gebruikt en u kent de ID van de omringende
gemineraliseerde stenen, kunt u de instelling DISC. gebruiken om de stenen te verwijderen. Het is
echter mogelijk dat dit niet voldoende is om alle rotssignalen te vermijden. Het apparaat kan nog
steeds signalen van rotsen ontvangen omdat grond en rotsen samen een gecombineerd effect
vormen en een andere ID genereren dan die van rotsen.
TRACKING EN HET EFFECT VAN STENEN
Wanneer de tracking actief is, kan het apparaat een audio-respons en ID geven wanneer het over een
hot rock heen gaat omdat het effect van de steen anders zal zijn dan van de grond. Tegelijkertijd, zal
de bar voor mineralisering toenemen. Als u de zoekspoel over het gesteente zwaait, zal tracking de
instelling automatisch aanpassen en zal de audiorespons / ID verdwijnen of aanzienlijk afnemen.
Omdat er een kleine vertraging is in het volgen, kunt u een sterk signaal horen bij de eerste één of
twee zwaaien totdat de instelling is aangepast. Het geluid wordt dan zwakker en verdwijnt. Dit
gebeurt niet met metalen doelen omdat metalen voorkomen dat het apparaat kan grondbalansen.
Daarom is er in tracking, als je een constant signaal krijgt over een object na herhaaldelijk zwaaien, is
de kans groot dat het object een metaal is.Zwaaien vanover een steen terug over de bodem, het
apparaat kan signalen naar de grond sturen tijdens een paar zwaaien totdat de instelling voor de
grondbalans opnieuw wordt bijgewerkt. Dit is normaal en zou u niet moeten misleiden.
Tracking wordt niet aanbevolen om stenen onder normale omstandigheden te elimineren. Het wordt
aanbevolen voor gebruik in gebieden met wisselende grondsoorten.
METAAL ONDER STENEN
De Gold Kruzer verhoogt de mogelijkheid om metalen doelen te detecteren onder gemineraliseerde
stenen door de juiste aanpassing van uw instellingen. Het gecombineerde effect gecreëerd door de
steen en metaal samen is lager dan het effect dat het metaal zelf creëert en de weergegeven ID zal
anders zijn dan de verwachte ID van het metaal. De weergegeven ID wordt gevormd door de
combinatie van steen en metaal samen en komt dichter bij de ID van de steen als de grootte van het
metaal kleiner is ten opzichte van de steen. Houd in gedachten dat metalen onder stenen nooit
verschijnen met hun eigen metaal ID. Een goudstuk onder een steen kan bijvoorbeeld een ijzertoon
en ID produceren.
Als u de stenen wegfiltert met een correct afgestelde DISC. instelling in discriminatiemodi, kunt u het
signaal van het object onder het gesteente horen als het doelsignaal een iets groter effect heeft dan
het gefilterde ID. Het belangrijkste is dat als je een object detecteert en een steen opgraaft moet je de
ID noteren die je hebt gekregen voordat je graaft en het als de DISC. Instelling gebruiken de volgende
keer.
Bijvoorbeeld; de gemineraliseerde stenen in je zoekveld geven meestal id's rond 00-01. In dit geval
moet u de DISC instellen tot maximaal 05. Op deze manier kun je stenen verwijderen en signalen van
metalen eronder ontvangen. Wanneer u de DISC. instelt te hoog is onnodig, dan mis je metalen
objecten.
BELANGRIJK! Bij het zoeken in velden met gemineraliseerde gesteente, wordt het gebruik van de
E.U.D-functie (pagina 20) aanbevolen om te voorkomen dat metalen onder gemineraliseerde stenen
worden gemist.
TECHNISCHE SPECIFICATIES
Nokta & Makro Detectors behoudt zch het recht voor om het ontwerp, de specfcates of de
accessores zonder voorafgaande kennsgevng en zonder enge verplchtng of aansprakeljkhed te
veranderen.
Werkngsprncpe
Werk Frequentes
Audo Frequentes
Zoek Mod
Ijzer Audo
Tone Break
Groundbalans
Pnpont
Frequente rulen (Frequency Shft)
Gan Instellngen
Target ID
Zoekspoel
Dsplay
Dsplay verlchtng
Gewcht
Lengte
Batterj
Garante
VLF
61kHz
150 Hz - 700Hz aanpasbaar
4
Ja
Ja
Automatsch / Handmatg / Trackng
Ja
Ja
01-99
00-99
GK26C (26x14cm(10"x 5.5")) &
GK19 (19 x10cm (7.5''x4'' )) DD
Custom LCD
Ja
1.4 kg (3lbs.) ncl. de zoekspoel
111cm - 135,5cm (44" - 53 ") aanpasbar
3700mAh Lthum Polymer
2 Jaar
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
KKGK041018NL
TARGET DIEPTE
Het apparaat levert een geschatte Objectdiepte op basis van de signaalsterkte, zowel tijdens detectie
als in de pinpoint-modus.
Diepte-indicator: Toont de nabijheid van het doel tot het oppervlak in 5 niveaus tijdens detectie.
Omdat elke modus van de Kruzer een andere diepte bereik heeft, geeft de diepte-indicator een ander
dieptiveau weer voor hetzelfde doel in verschillende modi.
In de pinpoint-modus wordt de geschatte doeldiepte op het display weergegeven in cm (of inch- zie
hieronder voor details) terwijl u dichter bij het OBJECTkomt.
De Detectie diepte wordt aangepast in de veronderstelling dat het doelwit een 2,5 cm (1 '') munt is.
De werkelijke diepte is afhankelijk van de grootte van het Object. De detector geeft bijvoorbeeld
meer diepte aan voor een doel kleiner dan een 2,5 cm (1 '') muntstuk en minder diepte voor een
groter object. In de praktijk is de procedure met de puntjes niet bedoeld voor de bepaling van de
diepte maar voor de exacte locatiebepaling. Daarom wordt aanbevolen dat de diepte-indicator op
het display wordt gebruikt om de nabijheid van het doel te bepalen.
BELANGRIJK! Als u wilt dat de doeldiepte wordt weergegeven in inches in plaats van cms, doet u het
volgende: Terwijl het apparaat uitstaat, houdt u de SETTINGS/OPTIONS and BOOST knoppen
tegelijkertijd ingedrukt en zet u het apparaat aan. '' In '' wordt weergegeven. Om terug te schakelen
naar cms, moet u het apparaat uitschakelen en vervolgens de bovenstaande procedure herhalen.
Terwijl het apparaat wordt geïnitialiseerd, wordt '' SI '' weergegeven.
GROOTSTE OF OBJECTEN DICHT AAN DE OPPERVLAKTE
Objecten die zich in de buurt van het oppervlak bevinden, kunnen verschillende signalen aan het
apparaat doorgeven. Als u een object in de buurt van de oppervlakte verwacht, tilt u de zoekspoel op
en zwaait u langzamer totdat een enkel signaal wordt ontvangen. Als er zich in de buurt van het
oppervlak een groot object bevindt, kan dit een overbelasting van de zoekspoel veroorzaken en
begint het apparaat een continu geluid te genereren dat op een sirene lijkt. Het bericht "Overload"
wordt tegelijkertijd op het display weergegeven. Til in dat geval de zoekspoel hoger op totdat het
bericht verdwijnt.
VALSE SIGNALEN EN REDENEN
Soms kan het apparaat signalen produceren die vergelijkbaar zijn met een objectsignaal, hoewel er
geen metalen object aanwezig is. Er zijn verschillende redenen voor de valse signalen die door het
apparaat worden ontvangen. De meest voorkomende zijn bodemmineralisatie of gesteenten met
een hoog mineraalgehalte, omringende elektromagnetische signalen, werking van een andere
nabijgelegen detector, geroest of aangetast ijzer of folie in de grond, Gain- of Threshold te hoog
ingesteld.
Omringende elektromagnetische signalen kunnen worden geëlimineerd door de gain te
verminderen. Als er een andere detector in de buurt is, kunt u proberen de frequentie te wijzigenof
het zoeken uit te voeren op een afstand waar geen interferentie optreedt. Voor gemineraliseerde
grond of gesteenten met een hoog gehalte aan mineralen, en een te hoog ingestelde gain en
threshold, lees de betreffende secties.
MAGNETISCHE MINERALISATIE INDICATOR
De magnetische mineralisatie-indicator bestaat uit 5 niveaus. De indicatorbalken stijgen niet bij lage
mineraleniveaus tijdens het zoeken en bij het opstarten. In gebieden waar het magnetische
mineraalniveau hoog is, zullen de indicatorbalken stijgen naar de intensiteit. Deze meting kan
worden samengevat als het niveau van magnetische eigenschap en intensiteit van de grond.
Deze meting is belangrijk vanuit twee aspecten. Ten eerste is de zoekdiepte op grond met hoge
magnetische mineralisatie laag en gebruikers moeten zich hiervan bewust zijn. Ten tweede is
magnetische mineralisatie een eigenschap die vooral wordt gezien bij gemineraliseerde gesteenten
en deze meting speelt een belangrijke rol voor het apparaat om de valse signalen die door deze
stenen worden geproduceerd te elimineren.
ROTSEN EN ZOEKEN OP ROTSACHTIG TERREIN (ALGEMENE EN DISCRIMINATIEMODI)
Uitdagende bodemomstandigheden doen zich vooral voor wanneer de geleidbaarheid en de
magnetische eigenschappen van de grond te hoog zijn. Bediening van het apparaat over een
dergelijke ondergrond wordt mogelijk gemaakt door de beste zoekmodus te selecteren, evenals de
juiste instellingen voor grondbalans, Gain, iSAT, iMASK en Threshold.
Stenen en rotsen of holtes in de grond zijn net zo belangrijk als de grond zelf met betrekking tot de
zoek- en doeldetectiekwaliteit.
Bodem en stenen hebben twee verschillende eigenschappen, net zoals de doelen waarnaar u op
zoek bent. Een daarvan is de intensiteit en de andere is de geleidbaarheid - magnetische
permeabiliteitsratio en deze twee eigenschappen zijn onafhankelijk van elkaar. In deze handleiding
wordt de geleidbaarheid - magnetische permeabiliteitsratio in het kort ID genoemd. Hoge
magnetische permeabiliteit, lage geleidbaarheid resulteert in een lage ID. Bodem of stenen kunnen
zeer goed doorlatend zijn en hebben ook lage of hoge ID's. Als de geleidbaarheid toeneemt ten
opzichte van de magnetische permeabiliteit, neemt ook de ID toe.
Gemineraliseerde stenen worden geclassificeerd als negatief of positief op basis van hun ID die laag
of hoog is in vergelijking met de ID van de grond waarin ze zich bevinden. Een of beide typen kunnen
in een veld aanwezig zijn. De negatieve en positieve effecten die hier worden genoemd, zijn alleen
geldig als de grondbalans correct is uitgevoerd op de bestaande grond. Anders zal de bodem zelf niet
anders handelen dan gemineraliseerde stenen in termen van ID. In '' TRACKING '' verschillen de
condities echter. Daarom zullen de effecten van stenen in tracking afzonderlijk worden besproken.
Hier hebben we het over een goede grondbalans zonder tracking.
Positieve stenen werken net als metaal en produceren een metaalgeluid. In de Algemene zoekmodus
(GEN) produceren ze een "zip zip" -geluid wanneer de zoekspoel erover heen zwaait. Als het signaal
sterk genoeg is, kan het apparaat een ID voor deze rotsen produceren. Negatieve stenen in de
algemene zoekmodus produceren een lang "boing" -geluid wanneer de zoekspoel eroverheen wordt
bewogen. Het apparaat geeft geen ID voor deze stenen, zelfs als het signaal sterk is maar de balken
the Mineral Bar will rise.
Positieve rotsen zorgen voor een typisch metaalgeluid in discriminatiemodi. Negatieve stenen
bieden geen geluid in discriminatiemodi (behalve in zeldzame gevallen van valse signalen). De balk
voor de mineralisatie indicator zal in beide gevallen stijgen.
Bij hogere instellingen van de iSAT zal het geluid van positieve of negatieve gemineraliseerde stenen
niet veranderen. Naarmate de iSAT-waarde afneemt, blijft het geluid van positieve gemineraliseerde
stenen hetzelfde, maar de negatievegemineraliseerde stenen kunnen een zachter piepgeluid geven
in plaats van het boinggeluid.
Daarom kunt u een beslissing nemen door te luisteren naar de audioweergaven die door het
apparaat in het veld worden geproduceerd.In de GEN-modus, wanneer het apparaat een audiotoon
produceert, kunt u, als de minerale balk tegelijkertijd stijgt, beslissen of het object een positieve of
een negatieve hete rots is door naar het geluid te luisteren.In de andere modi, als u de standaard
DISC-instelling van het apparaat niet hebt gewijzigd, zal het apparaat geen geluidstoon voor
positieve hete stenen produceren en als u de grond gebalanceerd hebt, zal het toch geen
geluidstoon voor negatieve hete stenen uitzenden. If you have changed the DISC. setting of the
device in these modes, when you receive a strong signal and a stable ID, you can distinguish if the
detected target is a positive hot rock or metal by checking the ID. However, remember that weak
signals may produce different IDs and metals under rocks may produce different metal signals.
Therefore, the most appropriate action is to dig up when a metal signal is received.
Omdat je zo'n situatie kunt tegenkomen in goudzoekgebieden waar naar nuggets wordt gezocht, is
het belangrijk dat je vertrouwd raakt met de hete rotsen en hun ID's in je zoekveld en dat je het
apparaat vooraf test met wat nuggets.
Als u een van de andere modi dan de GEN-modus gebruikt en u kent de ID van de omringende
gemineraliseerde stenen, kunt u de instelling DISC. gebruiken om de stenen te verwijderen. Het is
echter mogelijk dat dit niet voldoende is om alle rotssignalen te vermijden. Het apparaat kan nog
steeds signalen van rotsen ontvangen omdat grond en rotsen samen een gecombineerd effect
vormen en een andere ID genereren dan die van rotsen.
TRACKING EN HET EFFECT VAN STENEN
Wanneer de tracking actief is, kan het apparaat een audio-respons en ID geven wanneer het over een
hot rock heen gaat omdat het effect van de steen anders zal zijn dan van de grond. Tegelijkertijd, zal
de bar voor mineralisering toenemen. Als u de zoekspoel over het gesteente zwaait, zal tracking de
instelling automatisch aanpassen en zal de audiorespons / ID verdwijnen of aanzienlijk afnemen.
Omdat er een kleine vertraging is in het volgen, kunt u een sterk signaal horen bij de eerste één of
twee zwaaien totdat de instelling is aangepast. Het geluid wordt dan zwakker en verdwijnt. Dit
gebeurt niet met metalen doelen omdat metalen voorkomen dat het apparaat kan grondbalansen.
Daarom is er in tracking, als je een constant signaal krijgt over een object na herhaaldelijk zwaaien, is
de kans groot dat het object een metaal is.Zwaaien vanover een steen terug over de bodem, het
apparaat kan signalen naar de grond sturen tijdens een paar zwaaien totdat de instelling voor de
grondbalans opnieuw wordt bijgewerkt. Dit is normaal en zou u niet moeten misleiden.
Tracking wordt niet aanbevolen om stenen onder normale omstandigheden te elimineren. Het wordt
aanbevolen voor gebruik in gebieden met wisselende grondsoorten.
METAAL ONDER STENEN
De Gold Kruzer verhoogt de mogelijkheid om metalen doelen te detecteren onder gemineraliseerde
stenen door de juiste aanpassing van uw instellingen. Het gecombineerde effect gecreëerd door de
steen en metaal samen is lager dan het effect dat het metaal zelf creëert en de weergegeven ID zal
anders zijn dan de verwachte ID van het metaal. De weergegeven ID wordt gevormd door de
combinatie van steen en metaal samen en komt dichter bij de ID van de steen als de grootte van het
metaal kleiner is ten opzichte van de steen. Houd in gedachten dat metalen onder stenen nooit
verschijnen met hun eigen metaal ID. Een goudstuk onder een steen kan bijvoorbeeld een ijzertoon
en ID produceren.
Als u de stenen wegfiltert met een correct afgestelde DISC. instelling in discriminatiemodi, kunt u het
signaal van het object onder het gesteente horen als het doelsignaal een iets groter effect heeft dan
het gefilterde ID. Het belangrijkste is dat als je een object detecteert en een steen opgraaft moet je de
ID noteren die je hebt gekregen voordat je graaft en het als de DISC. Instelling gebruiken de volgende
keer.
Bijvoorbeeld; de gemineraliseerde stenen in je zoekveld geven meestal id's rond 00-01. In dit geval
moet u de DISC instellen tot maximaal 05. Op deze manier kun je stenen verwijderen en signalen van
metalen eronder ontvangen. Wanneer u de DISC. instelt te hoog is onnodig, dan mis je metalen
objecten.
BELANGRIJK! Bij het zoeken in velden met gemineraliseerde gesteente, wordt het gebruik van de
E.U.D-functie (pagina 20) aanbevolen om te voorkomen dat metalen onder gemineraliseerde stenen
worden gemist.
TARGET DIEPTE
Het apparaat levert een geschatte Objectdiepte op basis van de signaalsterkte, zowel tijdens detectie
als in de pinpoint-modus.
Diepte-indicator: Toont de nabijheid van het doel tot het oppervlak in 5 niveaus tijdens detectie.
Omdat elke modus van de Kruzer een andere diepte bereik heeft, geeft de diepte-indicator een ander
dieptiveau weer voor hetzelfde doel in verschillende modi.
In de pinpoint-modus wordt de geschatte doeldiepte op het display weergegeven in cm (of inch- zie
hieronder voor details) terwijl u dichter bij het OBJECTkomt.
De Detectie diepte wordt aangepast in de veronderstelling dat het doelwit een 2,5 cm (1 '') munt is.
De werkelijke diepte is afhankelijk van de grootte van het Object. De detector geeft bijvoorbeeld
meer diepte aan voor een doel kleiner dan een 2,5 cm (1 '') muntstuk en minder diepte voor een
groter object. In de praktijk is de procedure met de puntjes niet bedoeld voor de bepaling van de
diepte maar voor de exacte locatiebepaling. Daarom wordt aanbevolen dat de diepte-indicator op
het display wordt gebruikt om de nabijheid van het doel te bepalen.
BELANGRIJK! Als u wilt dat de doeldiepte wordt weergegeven in inches in plaats van cms, doet u het
volgende: Terwijl het apparaat uitstaat, houdt u de SETTINGS/OPTIONS and BOOST knoppen
tegelijkertijd ingedrukt en zet u het apparaat aan. '' In '' wordt weergegeven. Om terug te schakelen
naar cms, moet u het apparaat uitschakelen en vervolgens de bovenstaande procedure herhalen.
Terwijl het apparaat wordt geïnitialiseerd, wordt '' SI '' weergegeven.
GROOTSTE OF OBJECTEN DICHT AAN DE OPPERVLAKTE
Objecten die zich in de buurt van het oppervlak bevinden, kunnen verschillende signalen aan het
apparaat doorgeven. Als u een object in de buurt van de oppervlakte verwacht, tilt u de zoekspoel op
en zwaait u langzamer totdat een enkel signaal wordt ontvangen. Als er zich in de buurt van het
oppervlak een groot object bevindt, kan dit een overbelasting van de zoekspoel veroorzaken en
begint het apparaat een continu geluid te genereren dat op een sirene lijkt. Het bericht "Overload"
wordt tegelijkertijd op het display weergegeven. Til in dat geval de zoekspoel hoger op totdat het
bericht verdwijnt.
VALSE SIGNALEN EN REDENEN
Soms kan het apparaat signalen produceren die vergelijkbaar zijn met een objectsignaal, hoewel er
geen metalen object aanwezig is. Er zijn verschillende redenen voor de valse signalen die door het
apparaat worden ontvangen. De meest voorkomende zijn bodemmineralisatie of gesteenten met
een hoog mineraalgehalte, omringende elektromagnetische signalen, werking van een andere
nabijgelegen detector, geroest of aangetast ijzer of folie in de grond, Gain- of Threshold te hoog
ingesteld.
Omringende elektromagnetische signalen kunnen worden geëlimineerd door de gain te
verminderen. Als er een andere detector in de buurt is, kunt u proberen de frequentie te wijzigenof
het zoeken uit te voeren op een afstand waar geen interferentie optreedt. Voor gemineraliseerde
grond of gesteenten met een hoog gehalte aan mineralen, en een te hoog ingestelde gain en
threshold, lees de betreffende secties.
MAGNETISCHE MINERALISATIE INDICATOR
De magnetische mineralisatie-indicator bestaat uit 5 niveaus. De indicatorbalken stijgen niet bij lage
mineraleniveaus tijdens het zoeken en bij het opstarten. In gebieden waar het magnetische
mineraalniveau hoog is, zullen de indicatorbalken stijgen naar de intensiteit. Deze meting kan
worden samengevat als het niveau van magnetische eigenschap en intensiteit van de grond.
Deze meting is belangrijk vanuit twee aspecten. Ten eerste is de zoekdiepte op grond met hoge
magnetische mineralisatie laag en gebruikers moeten zich hiervan bewust zijn. Ten tweede is
magnetische mineralisatie een eigenschap die vooral wordt gezien bij gemineraliseerde gesteenten
en deze meting speelt een belangrijke rol voor het apparaat om de valse signalen die door deze
stenen worden geproduceerd te elimineren.
ROTSEN EN ZOEKEN OP ROTSACHTIG TERREIN (ALGEMENE EN DISCRIMINATIEMODI)
Uitdagende bodemomstandigheden doen zich vooral voor wanneer de geleidbaarheid en de
magnetische eigenschappen van de grond te hoog zijn. Bediening van het apparaat over een
dergelijke ondergrond wordt mogelijk gemaakt door de beste zoekmodus te selecteren, evenals de
juiste instellingen voor grondbalans, Gain, iSAT, iMASK en Threshold.
Stenen en rotsen of holtes in de grond zijn net zo belangrijk als de grond zelf met betrekking tot de
zoek- en doeldetectiekwaliteit.
Bodem en stenen hebben twee verschillende eigenschappen, net zoals de doelen waarnaar u op
zoek bent. Een daarvan is de intensiteit en de andere is de geleidbaarheid - magnetische
permeabiliteitsratio en deze twee eigenschappen zijn onafhankelijk van elkaar. In deze handleiding
wordt de geleidbaarheid - magnetische permeabiliteitsratio in het kort ID genoemd. Hoge
magnetische permeabiliteit, lage geleidbaarheid resulteert in een lage ID. Bodem of stenen kunnen
zeer goed doorlatend zijn en hebben ook lage of hoge ID's. Als de geleidbaarheid toeneemt ten
opzichte van de magnetische permeabiliteit, neemt ook de ID toe.
Gemineraliseerde stenen worden geclassificeerd als negatief of positief op basis van hun ID die laag
of hoog is in vergelijking met de ID van de grond waarin ze zich bevinden. Een of beide typen kunnen
in een veld aanwezig zijn. De negatieve en positieve effecten die hier worden genoemd, zijn alleen
geldig als de grondbalans correct is uitgevoerd op de bestaande grond. Anders zal de bodem zelf niet
anders handelen dan gemineraliseerde stenen in termen van ID. In '' TRACKING '' verschillen de
condities echter. Daarom zullen de effecten van stenen in tracking afzonderlijk worden besproken.
Hier hebben we het over een goede grondbalans zonder tracking.
Positieve stenen werken net als metaal en produceren een metaalgeluid. In de Algemene zoekmodus
(GEN) produceren ze een "zip zip" -geluid wanneer de zoekspoel erover heen zwaait. Als het signaal
sterk genoeg is, kan het apparaat een ID voor deze rotsen produceren. Negatieve stenen in de
algemene zoekmodus produceren een lang "boing" -geluid wanneer de zoekspoel eroverheen wordt
bewogen. Het apparaat geeft geen ID voor deze stenen, zelfs als het signaal sterk is maar de balken
the Mineral Bar will rise.
Positieve rotsen zorgen voor een typisch metaalgeluid in discriminatiemodi. Negatieve stenen
bieden geen geluid in discriminatiemodi (behalve in zeldzame gevallen van valse signalen). De balk
voor de mineralisatie indicator zal in beide gevallen stijgen.
Bij hogere instellingen van de iSAT zal het geluid van positieve of negatieve gemineraliseerde stenen
niet veranderen. Naarmate de iSAT-waarde afneemt, blijft het geluid van positieve gemineraliseerde
stenen hetzelfde, maar de negatievegemineraliseerde stenen kunnen een zachter piepgeluid geven
in plaats van het boinggeluid.
Daarom kunt u een beslissing nemen door te luisteren naar de audioweergaven die door het
apparaat in het veld worden geproduceerd.In de GEN-modus, wanneer het apparaat een audiotoon
produceert, kunt u, als de minerale balk tegelijkertijd stijgt, beslissen of het object een positieve of
een negatieve hete rots is door naar het geluid te luisteren.In de andere modi, als u de standaard
DISC-instelling van het apparaat niet hebt gewijzigd, zal het apparaat geen geluidstoon voor
positieve hete stenen produceren en als u de grond gebalanceerd hebt, zal het toch geen
geluidstoon voor negatieve hete stenen uitzenden. If you have changed the DISC. setting of the
device in these modes, when you receive a strong signal and a stable ID, you can distinguish if the
detected target is a positive hot rock or metal by checking the ID. However, remember that weak
signals may produce different IDs and metals under rocks may produce different metal signals.
Therefore, the most appropriate action is to dig up when a metal signal is received.
Omdat je zo'n situatie kunt tegenkomen in goudzoekgebieden waar naar nuggets wordt gezocht, is
het belangrijk dat je vertrouwd raakt met de hete rotsen en hun ID's in je zoekveld en dat je het
apparaat vooraf test met wat nuggets.
Als u een van de andere modi dan de GEN-modus gebruikt en u kent de ID van de omringende
gemineraliseerde stenen, kunt u de instelling DISC. gebruiken om de stenen te verwijderen. Het is
echter mogelijk dat dit niet voldoende is om alle rotssignalen te vermijden. Het apparaat kan nog
steeds signalen van rotsen ontvangen omdat grond en rotsen samen een gecombineerd effect
vormen en een andere ID genereren dan die van rotsen.
TRACKING EN HET EFFECT VAN STENEN
Wanneer de tracking actief is, kan het apparaat een audio-respons en ID geven wanneer het over een
hot rock heen gaat omdat het effect van de steen anders zal zijn dan van de grond. Tegelijkertijd, zal
de bar voor mineralisering toenemen. Als u de zoekspoel over het gesteente zwaait, zal tracking de
instelling automatisch aanpassen en zal de audiorespons / ID verdwijnen of aanzienlijk afnemen.
Omdat er een kleine vertraging is in het volgen, kunt u een sterk signaal horen bij de eerste één of
twee zwaaien totdat de instelling is aangepast. Het geluid wordt dan zwakker en verdwijnt. Dit
gebeurt niet met metalen doelen omdat metalen voorkomen dat het apparaat kan grondbalansen.
Daarom is er in tracking, als je een constant signaal krijgt over een object na herhaaldelijk zwaaien, is
de kans groot dat het object een metaal is.Zwaaien vanover een steen terug over de bodem, het
apparaat kan signalen naar de grond sturen tijdens een paar zwaaien totdat de instelling voor de
grondbalans opnieuw wordt bijgewerkt. Dit is normaal en zou u niet moeten misleiden.
Tracking wordt niet aanbevolen om stenen onder normale omstandigheden te elimineren. Het wordt
aanbevolen voor gebruik in gebieden met wisselende grondsoorten.
METAAL ONDER STENEN
De Gold Kruzer verhoogt de mogelijkheid om metalen doelen te detecteren onder gemineraliseerde
stenen door de juiste aanpassing van uw instellingen. Het gecombineerde effect gecreëerd door de
steen en metaal samen is lager dan het effect dat het metaal zelf creëert en de weergegeven ID zal
anders zijn dan de verwachte ID van het metaal. De weergegeven ID wordt gevormd door de
combinatie van steen en metaal samen en komt dichter bij de ID van de steen als de grootte van het
metaal kleiner is ten opzichte van de steen. Houd in gedachten dat metalen onder stenen nooit
verschijnen met hun eigen metaal ID. Een goudstuk onder een steen kan bijvoorbeeld een ijzertoon
en ID produceren.
Als u de stenen wegfiltert met een correct afgestelde DISC. instelling in discriminatiemodi, kunt u het
signaal van het object onder het gesteente horen als het doelsignaal een iets groter effect heeft dan
het gefilterde ID. Het belangrijkste is dat als je een object detecteert en een steen opgraaft moet je de
ID noteren die je hebt gekregen voordat je graaft en het als de DISC. Instelling gebruiken de volgende
keer.
Bijvoorbeeld; de gemineraliseerde stenen in je zoekveld geven meestal id's rond 00-01. In dit geval
moet u de DISC instellen tot maximaal 05. Op deze manier kun je stenen verwijderen en signalen van
metalen eronder ontvangen. Wanneer u de DISC. instelt te hoog is onnodig, dan mis je metalen
objecten.
BELANGRIJK! Bij het zoeken in velden met gemineraliseerde gesteente, wordt het gebruik van de
E.U.D-functie (pagina 20) aanbevolen om te voorkomen dat metalen onder gemineraliseerde stenen
worden gemist.
10

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Nokta Makro Gold Kruzer bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Nokta Makro Gold Kruzer in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 1.89 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Nokta Makro Gold Kruzer

Nokta Makro Gold Kruzer Gebruiksaanwijzing - Deutsch - 32 pagina's

Nokta Makro Gold Kruzer Gebruiksaanwijzing - English - 32 pagina's

Nokta Makro Gold Kruzer Gebruiksaanwijzing - Français - 32 pagina's

Nokta Makro Gold Kruzer Gebruiksaanwijzing - Türkiye - 32 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info