614000
27
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/28
Pagina verder
Installatie- en onderhoudsinstructie
Vlakke collector voor zonnethermische systemen
SCM3
6720803995-00.1ST
Montage op het dak
6 720 806 154 (2013/03) NL
2
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
1 Toelichting van de symbolen en veiligheidsaanwijzingen . . . 3
1.1 Uitleg van de symbolen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
1.2 Algemene veiligheidsinstructies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
2 Specificaties collector en accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
2.1 Dakverbinding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
2.2 Collector . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
2.3 Bedoeld gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
2.4 Accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
2.5 EG-conformiteitsverklaring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
2.6 Onderdelen en technische documenten . . . . . . . . . . . . . 5
2.7 Leveringsomvang . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
3 Voorschriften . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
3.1 Geldigheid van de voorschriften . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
3.2 Normen, voorschriften, richtlijnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
4 Transport . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
5 Voor de montage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
5.1 Algemene aanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
5.2 Opstelling van de collectoren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
5.3 Benodigde ruimte op het dak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
5.4 Beveiliging tegen blikseminslag . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
5.5 Benodigde gereedschappen en materialen . . . . . . . . . 11
5.6 Montagevolgorde . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
6 Montage van de dakbevestiging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
6.1 Drie horizontale collectoren boven elkaar . . . . . . . . . . 12
6.2 Afstanden bepalen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
6.3 Monteren van dakhaken bij dakpannen . . . . . . . . . . . . 13
6.4 Monteer de dakhaken bij beverstaartpannen . . . . . . . 15
6.5 Speciale dakhaken bij leipannen/leiplaten monteren . 16
6.6 Monteer stokschroeven bij metalen dak. . . . . . . . . . . . 16
6.7 Monteer stokschroeven bij golfplaten . . . . . . . . . . . . . 17
7 Montage van de accessoires voor hogere lasten . . . . . . . . . 18
7.1 Monteren extra dakhaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
7.2 Monteren sneeuwlastprofiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
7.3 Profielrails monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
8 Montage van de profielrails . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
8.1 Profielrails verbinden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
8.2 Profielrails monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
8.3 Profielrails uitrichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
8.4 Beveiliging tegen afglijden monteren. . . . . . . . . . . . . . 19
9 Montage van de collectoren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
9.1 Collectormontage op de begane grond voorbereiden 19
9.2 Collectoren bevestigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
9.3 Sensor monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
10 Hydraulische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
10.1 Aansluitleiding zonder ontluchting op het dak
aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
10.2 Sluit de aansluitleiding met automatische
ontluchter (accessoires) op het dak aan . . . . . . . . . . . 24
10.3 Monteren verbindingsset voor 2 rijen (accessoires) . . 25
11 Afsluitende werkzaamheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
11.1 Controleer de installatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
11.2 Aansluitingen en leidingen isoleren. . . . . . . . . . . . . . . . 26
12 Reiniging van de collectoren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
13 Milieubescherming en afvoeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
14 Onderhoud/inspectie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
3
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Toelichting van de symbolen en veiligheidsaanwijzingen 1
1 Toelichting van de symbolen en veiligheids-
aanwijzingen
1.1 Uitleg van de symbolen
Waarschuwing
De volgende signaalwoorden zijn vastgelegd en kunnen in dit document
worden gebruikt:
OPMERKING betekent dat materiële schade kan ontstaan.
VOORZICHTIG betekent dat licht tot middelzwaar lichamelijk letsel
kan optreden.
WAARSCHUWING betekent dat zwaar tot levensgevaarlijk lichame-
lijk letsel kan optreden.
GEVAAR betekent dat zwaar tot levensgevaarlijk lichamelijk letsel zal
optreden.
Belangrijke informatie
Aanvullende symbolen
1.2 Algemene veiligheidsinstructies
Deze installatieinstructie is bedoeld voor installateurs van gas- en water-
installaties.
Lees de installatieinstructies (collector, zonnestation, zonneregelaar,
enz.) voor de installatie.
Houd de veiligheids- en waarschuwingsinstructies aan.
Houd de nationale en regionale voorschriften, technische regels en
richtlijnen aan.
Documenteer uitgevoerde werkzaamheden.
Bedoeld gebruik
De collectoren zijn bedoeld als warmteproducent in een thermische zon-
ne-installatie. De montageset is uitsluitend bedoeld voor de correcte
montage van de collectoren.
Gebruik de collectoren alleen in intrinsiek gesloten zonne-installaties
(geen contact met zuurstof).
Gebruik de collectoren alleen met een geschikte zonneregelaar.
Opslag van de collectoren
Bij zonnestraling bestaat verbrandingsgevaar aan de collectoren en het
montagemateriaal.
Bescherm collectoren en montagemateriaal tegen zonnestralen (bijv.
met een afdekzeil).
Sla de collectoren droog op, bij buitenopslag beschermen tegen re-
gen.
Ga niet op de collectoren staan.
Werkzaamheden op het dak
Bij werkzaamheden op het dak bestaat valgevaar, wanneer de maatrege-
len voor ongevallenpreventie niet worden aangehouden.
Wanneer er geen onafhankelijke valbeveiliging aanwezig is, de per-
soonlijke beschermingskleding of beschermingsuitrusting dragen.
Ongevallenpreventievoorschriften aanhouden.
Draagkracht van het dak
Monteer de collectoren alleen op een dak met voldoende draagkracht.
Neem in geval van twijfel contact op met een staticus en/of dakdek-
ker.
Overdracht aan de eigenaar
Instrueer de eigenaar bij de overdracht in de bediening en bedrijfsom-
standigheden van de zonne-installatie.
Leg de bediening uit – ga daarbij in het bijzonder in op alle veiligheids-
relevante handelingen.
Wijs erop, dat ombouw of reparatie alleen door een erkend installa-
teur mag worden uitgevoerd.
Wijs op de noodzaak tot inspectie en onderhoud voor een veilig en mi-
lieuvriendelijk bedrijf.
Geef de installatie- en bedieningsinstructies aan de eigenaar in bewa-
ring. Voor het bewaren geldt:
Bewaren op een zichtbare plaats, beschermt tegen hitte, water en
stof,
doorgeven aan volgende eigenaar/gebruiker.
Veiligheidsinstructies in de tekst worden aangegeven
met een gevarendriehoek.
Het signaalwoord voor de waarschuwing geeft het soort
en de ernst van de gevolgen aan indien de maatregelen
ter voorkoming van het gevaar niet worden nageleefd.
Belangrijke informatie zonder gevaar voor mens of mate-
rialen wordt met het nevenstaande symbool gemar-
keerd.
Symbool Betekenis
Handelingsstap
1., 2. Genummerde handelingsstappen
Kruisverwijzing naar een andere plaats in het document
Opsomming/lijstpositie
Opsomming/lijstpositie (2e niveau)
Tabel 1
4
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Specificaties collector en accessoires2
2 Specificaties collector en accessoires
De vlakke collector SCM3 wordt in deze instructie kortweg collector ge-
noemd. Dakpannen, -tegels, -platen enz. worden hierna dakpannen ge-
noemd.
2.1 Dakverbinding
De afbeeldingen in deze instructie tonen als voorbeeld een dakpannen-
dak en de dakverbinding voor dit dak. Wanneer de montage op andere
daken daarvan afwijkt, wordt daarop gewezen.
2.2 Collector
Afb. 1 Collectortype verticaal
[1] Dompelhuls voor collectorsensor
[2] Collectoraansluiting, aanvoer
[3] Montage-uitsparing in de behuizing (voor de bevestiging van de
collector)
[4] Collectoraansluiting, retour
2.2.1 Technische gegevens
Afb. 2 Drukverliezen van de collectoren
[1] Drukverliescurve voor type verticaal
[2] Drukverliescurve voor type horizontaal
2.2.2 Typeplaatje
De typeplaat van de collector bevindt zich op het collectorhuis.
Afb. 3 Positie van de typeplaat
[1] Typeplaat op het collectorhuis
[2] Dompelhuls collectorsensor, collectortype verticaal
[3] Dompelhuls collectorsensor, collectortype horizontaal
Dakbedekking: Dakverbinding:
dakpannen, leipannen
plaat, golfplaat
Leipannen/leiplaten
Tabel 2
In de afbeeldingen van deze instructies worden verticale
collectoren getoond. Wanneer de montage van verticale
collectoren afwijkt van de montage van horizontale col-
lectoren, dan wordt daarop gewezen.
6720803995-10.1ST
2
4
1
2
3
4
SCM3
Certificaten
(CE-markering, Solar Keymark)
Lengte 2170 mm
Breedte 1175 mm
Hoogte 87 mm
Afstand tussen de collectoren 25 mm
Collectoraansluiting (nominale diameter) DN 15
Absoberinhoud, type verticaal (V
f
)1,61l
Absoberinhoud, type horizontaal (V
f
)1,95kgl
Buitenoppervlak (bruto oppervlak, A
G
)2,55m
2
Absorberoppervlak (netto oppervlak, A
A
)2,35m
2
Apertuuroppervlak (lichtdoorlatend
oppervlak, A
a
)
2,43 m
2
Gewicht netto (m) 45 kg
Toegestane bedrijfsdruk collector (p
max
)10bar
Tabel 3
DIN
l/h
6720803995-31.1ST
mbar
0
100
200
300
400
0 50 100 150 200 250
1
2
6720803995.23-1.ST6720803995.23-1.ST
2
3
1
5
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Specificaties collector en accessoires 2
2.3 Bedoeld gebruik
De montageset is uitsluitend bedoeld voor de correcte bevestiging van
de collectoren.
Voer geen veranderingen uit aan de onderdelen.
Toegestane warmtegeleider
De collectoren moeten ter bescherming tegen vorst en corrosie wor-
den gebruikt in combinatie met de koelvloeistof LS.
Toegestane dakbedekkingen
Deze instructie beschrijft de montage van de collector op schuine daken
met dakpannen, leipannen, holle dakpannen, leiplaten, shingles, plaat
en golfplaat.
Monteer de montageset alleen op deze daken.
Maximale dakpan- en panlatdikte
De maximale openingsmaat van de dakhaak is
70 mm ( afb. 22, pagina 13). Daarom mag voor het inhangen van de
dakhaak de dikte van de dakpan samen met de dikte van de panlat maxi-
maal 70 mm bedragen.
Wanneer de openingsmaat van de dakhaak te klein is, de dakhaak als
keperverankering gebruiken ( afb. 26, pagina 14).
Toegestane dakhellingen
Monteer de montageset op de volgende daken:
Dakhaken: toegestane dakhelling 25° tot 65°
Stokschroeven: toegestane dakhelling 5° tot 65°
Laat bij montage op daken met dakhellingen kleiner dan 25° de dak-
dichtheid door een dakdekker waarborgen.
Toegestane belastingen
Monteer collectoren alleen op plaatsen met lagere waarden dan ge-
specificeerd in tab. 4. Schakel indien nodig een gebouwingenieur in.
De montageset is geschikt voor de volgende maximale lasten (conform
de DIN 1055, deel 4 en 5):
Houd bij het bepalen van de maximale windsnelheid de volgende fac-
toren aan:
Positie van de zonne-installatie
Geografische hoogte van het terrein
Topografie (terrein/bebouwing)
–Gebouwhoogte
De maximale sneeuwbelasting resulteert uit de regionale zones
(sneeuwbelastingszones) en de terreinhoogte.
Informeer naar de plaatselijke sneeuwbelasting.
Het ophopen van sneeuw boven de collector moet worden voorkomen.
Sneeuwvangrooster boven de collector monteren (afstand maximaal
1 meter tussen collector en sneeuwvangrooster aanhouden).
-of-
Sneeuw regelmatig ruimen.
Toegestane panlatafstanden
Monteer het collectortype horizontaal op daken met een panlataf-
stand van max. 420 mm.
2.4 Accessoires
Een actueel volledig overzicht staat in de overzichtscatalogus en in de
planningsdocument.
2.5 EG-conformiteitsverklaring
Dit product voldoet qua constructie en werking aan de Europese richtlij-
nen evenals aan de bijkomende nationale vereisten. De conformiteit
wordt aangetoond door het CE-kenmerk. De conformiteitsverklaring kan
worden opgevraagd bij de fabrikant (adres zie achterzijde).
2.6 Onderdelen en technische documenten
De thermische zonne-installatie is bedoeld voor de warmwatervoorzie-
ning en indien nodig ook als verwarmingsondersteuning. Deze bestaat
uit verschillende componenten, die ook installatieinstructies bevatten.
Aanvullende instructies kunnen in de accessoires aanwezig zijn.
Afb. 4 Componenten van een zonne-installatie
[1] Collector met collectorsensor boven
[2] Leiding (retour)
[3] Zonnestation met expansievat, temperatuur- en veiligheidsin-
richtingen
[4] Zonneboiler
[5] Zonneregelaar
[6] Leiding (aanvoer)
Maximale
sneeuwbelas-
ting
Maximale windsnel-
heid
Extra benodigde accessoi-
res
1)
1) Per collector (montage: hoofdstuk 7)
Collectortype verticaal:
2,0 kN/m
2
151 km/h
2)
2) Komt overeen met een stuwdruk van 1,1 kN/m
2
--
3,1 kN/m
2
151 km/h
2)
2 x dakverbinding
2 x sneeuwlastprofiel
1 x Profielrail
3)
3) Inclusief collectorspanner
Collectortype horizontaal:
2,0 kN/m
2
151 km/h
2)
--
Tabel 4
6720640298-22.1ST
1
4
5
6
2
3
6
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Specificaties collector en accessoires2
2.7 Leveringsomvang
Controleer of de levering compleet en niet beschadigd is.
2.7.1 Montageset voor de collectoren
Afb. 5 Montageset voor 2 collectoren: 1 montageset basisuitvoering, 1 montageset uitbreiding en 2 montagesets voor dakpannen
Montageset basisuitvoering, per collectorrij en voor de eerste col-
lector:
Montageset uitbreiding, per extra collector:
Montageset voor dakpannen
1)
,per collector:
Pos.1 Profielrail 2 x
Pos.4 Enkelzijdige collectorspanner 4 x
Pos.7 Beveiliging tegen afglijden 2 x
Pos.3 Schroef M 8 4 x
Tabel 5
Pos.1 Profielrail 2 x
Pos.2 Dubbelzijdige collectorspanner 2 x
Pos.7 Beveiliging tegen afglijden 2 x
Pos.5 Steekverbinding 2 x
Pos.3 Schroef M 8 4 x
Tabel 6
1) Montagesets voor andere daken zijn in hoofdstuk 6 beschreven.
Pos.6 Dakhaken instelbaar 4 x
Tabel 7
7
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Specificaties collector en accessoires 2
2.7.2 Aansluitset
Afb. 6 1 aansluitset op het dak en 2 verbindingssets
Aansluitset voor een collectorveld: 2.7.3 Collector met 2 verbindingssets
Afb. 7 2 transportbeschermingshoeken bevatten ieder 1 verbindings-
set (1 verbindingsset bevat 2 klemmen en 1 ribbelbuisverbin-
der)
6720803995-01.1ST
8
Pos.1 Klemmen 2 x
Pos.3 Aansluitleiding (isolatie niet afgebeeld) 2 x
Pos.4 installatie- en onderhoudsinstructie 1 x
Pos.5 cylinderkopschroef 5 mm 1 x
Pos.6 Plug voor dompelhuls (collectorsensor) 1 x
Pos.7 Isolatie voor ribbelbuisverbinder 710 mm 1 x
Pos.8 Dop 2 x
Tabel 8
Pos.1 Klemmen 4 x
Pos.2 Ribbelbuisverbinder 2 x
Pos.10 Transportbeschermingshoeken
met verbindingsset
2 x
Tabel 9
1
2
6720648968-06.1T
10
8
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Voorschriften3
3 Voorschriften
3.1 Geldigheid van de voorschriften
Gewijzigde voorschriften of aanvullingen aanhouden. Deze voor-
schriften gelden tevens op het tijdstip van de installatie.
3.2 Normen, voorschriften, richtlijnen
Voor de montage en het gebruik van de installatie de nationale en
plaatselijke normen en richtlijnen aanhouden.
Voor Nederland gelden onder andere de volgende normen
en voorschriften:
Montage op de daken:
–Bouwbesluit
NVN/EN 7250: Zonne-energiesystemen - Integratie in daken en gevels -
Bouwkundige aspecten
Aansluiten van thermische systemen
EN 12976: Thermische zonne-energiesystemen en componenten -
Fabrieksmatig geproduceerde systemen
EN 12977: Thermische zonne-energiesystemen en componenten -
Op maat gebouwde systemen
NEN 1006: Algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties
4 Transport
Voer de transportverpakking af via milieuvriendelijke recyclingmetho-
den.
Afb. 8 Gebruik de collectoraansluitingen niet als transporthulpmiddel.
Afb. 9 Dragen collector
[1] Grepen
[2] Verwijder de dop pas op het dak
[3] Collector dragen: collectorrand rondom
[4] Collector dragen: grepen
Om het transport van de collectoren en de montagematerialen te ver-
gemakkelijken kunnen indien nodig de volgende hulpmiddelen wor-
den gebruikt:
Draagriem
3-punts zuignappen
Bouwlift
Bouwsteiger
GEVAAR: Voor valpartijen!
Gebruik geen ladder voor het transport op het dak,
omdat het montagemateriaal en de collectoren zwaar
en onhandig zijn.
Bij alle werkzaamheden op het dak beveiligen tegen
vallen.
Wanneer geen onafhankelijk valbeveiliging aanwezig
is, persoonlijke beschermingsuitrusting dragen.
WAARSCHUWING: Gevaar voor lichamelijk letsel door
vallende delen!
Collectoren en montagemateriaal tijdens het trans-
port beveiligen tegen vallen.
Twee van de vier transportbeschermhoeken van de col-
lector bevatten belangrijke componenten ( afb. 7,
pagina 7).
Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn milieuvriende-
lijk en kunnen worden hergebruikt.
6720803995.25-1.ST6720803995.25-1.ST
6720640298.28-1.ST6720640298.28-1.ST
1
4
3
1
2
9
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Voor de montage 5
5 Voor de montage
5.1 Algemene aanwijzingen
Verzamel informatie over de bouwkundige omstandigheden en de lo-
kale voorschriften.
Collectoren optimaal op het dak opstellen. Hierbij vooral op het vol-
gende letten:
Houd de benodigde ruimte op het dak aan ( hoofdstuk 5.3).
Collectorveld zo zuidelijk mogelijk uitrichten ( afb. 10).
Collectorveld zodanig uitrichten, dat het in lijn ligt met ramen, deu-
ren enz. ( afb. 10).
Mogelijke beschaduwing vermijden ( afb. 11).
Let op de hydraulische koppeling op de leiding ( hoofdstuk 5.2).
Afb. 10
Voorkom beschaduwing van het collectorveld door andere gebou-
wen, bomen enz.
Afb. 11
Zonnestation niet onder het collectorveld
In bepaalde gevallen kan het zonnestation [1] niet onder het collector-
veld worden gemonteerd (bijv. bij dakverwarmingscentrales).
Om bij deze installaties oververhitting te voorkomen:
Aanvoer eerst op hoogte van de collectorretouraansluiting [2] instal-
leren. Daarna tot het zonnestation installeren.
Afb. 12
WAARSCHUWING: Wanneer de collector en het monta-
gemateriaal langere tijd worden blootgesteld aan zonne-
stralen, bestaat verbrandingsgevaar aan deze delen.
Persoonlijke beschermingsuitrusting dragen.
Collector en montagemateriaal beschermen tegen
zonnestralen.
Aangezien dakdekkersbedrijven ervaring hebben met
dakwerkzaamheden en gevaren door vallen, raden wij
een samenwerking met deze bedrijven aan.
6720640298.03-1.ST6720640298.03-1.ST
N
S
WO
6720640298.04-1.ST
6720640298-61.1ST
2
1
10
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Voor de montage5
5.2 Opstelling van de collectoren
Toegestane opstelling en uitrichting
Plan de installatie van de collectorsensorkabels zodanig in, dat de col-
lectorsensor in de collector met de aangesloten aanvoer [3] kan wor-
den gemonteerd.
Afb. 13
[1] Collectorsensor in dompelhuls: altijd boven aan collector met de
aangesloten aanvoer
[2] Retour (van boiler)
[3] Aanvoer (naar boiler)
Serieschakeling
1 rij, gelijkzijdige aansluiting: maximaal 5 collectoren.
Afb. 14 Gelijkzijdige aansluiting rechts of links (1 rij)
2 rijen, gelijkzijdige aansluiting: maximaal 5 collectoren per rij.
Afb. 15 Gelijkzijdige aansluiting horizontale collectoren (2 rijen)
1 rij, wisselzijdige aansluiting: maximaal 10 collectoren.
Afb. 16 Wisselzijdige aansluiting (1 rij)
Parallelschakeling
Sluit meerrijige collectorvelden met meer dan 10 collectoren conform
het Tichelmann-principe aan:
Het totaal van alle weerstanden (bijv. leidinglengten met dezelfde
doorsnede) tussen de eerste en laatste aftakkingen moet gelijk
zijn.Het totaal van alle weerstanden (bijv. leidinglengten met de-
zelfde doorsnede) tussen de eerste en laatste aftakkingen moet ge-
lijk zijn.
Het aantal collectoren van iedere rij moet gelijk zijn.
Afb. 17 Wisselzijdige aansluiting van een parallelschakeling
[1] Afsluitventiel voor persvulling (iedere collectorrij afzonderlijk)
2 rijen, gelijkzijdige aansluiting: maximaal 5 collectoren per rij
Afb. 18 Gelijkzijdige aansluiting van een parallelschakeling
[1] Afsluitventiel voor persvulling (iedere collectorrij afzonderlijk)
Als serieschakeling zijn maximaal 2 collectorrijen moge-
lijk.
6720803995.12-1.ST
1
3
2
1
1
6720803995.15-1.ST6720803995.15-1.ST
6720803995.14-1.ST6720803995.14-1.ST
6720803995.13-1.ST
6720803995.13-1.ST
6720803995.16-1.ST
6720803995.16-1.ST
1
6720803995.30-1.ST6720803995.30-1.ST
1
11
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Montage van de dakbevestiging 6
5.3 Benodigde ruimte op het dak
Afb. 19
Maat a: beide formules zijn mogelijk. De kleinere waarde kan worden
gebruikt.
Maat A en B: tab. 10
Maat C: minimaal twee rijen dakpannen tot de nok/schoorsteen.
Maat D: minimaal 0,5 m voor de aanvoer rechts of links naast het col-
lectorveld.
Maat E: komt overeen met 1,9 m (type horizontaal: 1,0 m) en is de
minimumafstand van bovenkant collector tot de onderste profielrail,
die eerst wordt gemonteerd.
Maat F: wanneer een ontluchter op het dak nodig is, minimaal
0,4 m voor de aanvoer.
5.4 Beveiliging tegen blikseminslag
Conform de regionale voorschriften controleren, of een bliksembevei-
ligingsinstallatie nodig is.
Vaak wordt een bliksembeveiliging bijv. voor gebouwen voorgeschre-
ven, die hoger zijn dan 20 m.
Installatie van een bliksembeveiliging laten uitvoeren door een elek-
trotechnisch installateur.
Wanneer een bliksembeveiligingsinstallatie aanwezig is, de koppeling
van de zonne-installatie op dit systeem controleren.
5.5 Benodigde gereedschappen en materialen
Steeksleutel 27 en 30 mm voor de aansluiting van de leiding
Steeksleutel 24 en 37 voor de verbindingsset (2 rijen, accessoires)
Steeksleutel 19 mm voor stokschroeven
Houtboor Ø 6 mm en metaalboor 13 mm voor stokschroeven
Haakse slijper bij bedekking met leipannen
•Waterpas
•Metselkoord
Ontluchtingspan of antennedoorgangen
Materiaal voor isolatie van de leidingen
5.6 Montagevolgorde
1. Bepaal de afstanden voor dakverbindingen.
2. Monteer de dakverbindingen.
3. Monteer de profielrail en de afglijbeveiliging.
4. Monteer de collectoren en collectorsensoren.
5. Sluit de leidingen aan op de collectoren.
6 Montage van de dakbevestiging
Afhankelijk van de dakbedekking wordt de dakverbinding met verschil-
lende dakhaken of stokschroeven uitgevoerd.
Voor een betere begaanbaarheid van het dak een dakdekkerladder
gebruiken en/of afzonderlijke dakpannen omhoog schuiven.
Gebroken dakpannen, leipannen, platen enz. verwijderen en vervan-
gen.
GEVAAR: Levensgevaar door collectoren, die niet be-
stand zijn tegen de wind- en stromingspieken.
Minimale afstand tot de rand van het dak aanhouden
(maat a).
Aantal
collectoren
Maat A Maat B Maat A Maat B
1 1,18 m 2,17 m 2,17 m 1,18 m
2 2,38 m 2,17 m 4,37 m 1,18 m
3 3,58 m 2,17 m 6,56 m 1,18 m
4 4,78 m 2,17 m 8,76 m 1,18 m
5 5,98 m 2,17 m 10,95 m 1,18 m
6 7,18 m 2,17 m 13,15 m 1,18 m
7 8,38 m 2,17 m 15,34 m 1,18 m
8 9,58 m 2,17 m 17,54 m 1,18 m
9 10,78 m 2,17 m 19,73 m 1,18 m
10 11,98 m 2,17 m 21,93 m 1,18 m
Tabel 10 Benodigde ruimte voor type verticaal en horizontaal
a
a =
b
10
a =
10
bb
h
h
aa
aa
6720640298.18-1.ST6720640298.18-1.ST
E
F
aa
C
Voor de montage van de montageset en de aansluitset is
alleen de inbussleutel 5 mm van de aansluitset nodig.
GEVAAR: Voor valpartijen!
Bij alle werkzaamheden op het dak beveiligen tegen
vallen.
Wanneer geen onafhankelijk valbeveiliging aanwezig
is, persoonlijke beschermingsuitrusting dragen.
12
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Montage van de dakbevestiging6
6.1 Drie horizontale collectoren boven elkaar
Afb. 20 Afstanden van de dakhaken bij 3 horizontale collectoren
6.2 Afstanden bepalen
Dakhaakposities vastleggen en op het dak aantekenen ( afb. 21).
Afb. 21 Dakhaken voor twee collectoren (maten tussen haakjes hebben betrekking op horizontale collectoren; maten in mm)
6720803995-26.1ST
1.
3.
5.
7.
9.
11.
300-390 mm
*
*
Bij daken met dakpannen bepalen de golfdalen, bij da-
ken met golfplaten de golfhoogten de werkelijke afstand
tussen de dakhaken/stokschroeven.
De horizontale montage is enkel mogelijk bij een afstand
tussen de daklatten van max. 420 mm.
Maat W
Collectortype
Verticaal 1515-1880 1610-1800 1610-1800
Horizontaal 590-900 685-805 685-805
Tabel 11 Maten in mm
608-1028 (1603-2023)608-1028 (1603-2023)
172-592172-592
~ 1200 (~ 2195)~ 1200 (~ 2195)
~ 1200 (~ 2195)~ 1200 (~ 2195)
WW
(172-592)(172-592)
6720803995.28-1.ST6720803995.28-1.ST
13
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Montage van de dakbevestiging 6
6.3 Monteren van dakhaken bij dakpannen
Draai de moer met inbussleutel 5 mm los, om het onderstuk van de
dakhaak [1] te draaien of om te zetten.
Gebruik de dakhaak als keperverankering ( afb. 26) wanneer de
dakpan- en panlatdikte samen meer zijn dan 70 mm.
Afb. 22 Verdraaien onderstuk dakhaak, maten in mm
Dakhaak aan daklat hangen
Schuif bij de dakhaakpositie een dakpan omhoog.
Afb. 23 Ingehangen dakhaken
Plaats de dakhaak in het golfdal en hang deze aan de panlat.
Schuif het onderstuk van de dakhaak [1] tot aan de panlat omhoog.
Draai de moer [2] vast, wanneer de vertande vulring [3] in de vertan-
ding van het onderstuk van de dakhaak grijpt.
Afb. 24
Verwijder het steunpunt van de dakpan voorzichtig, zodat geen vlieg-
sneeuw kan binnendringen.
Afb. 25 Geprofileerde dakpan
WAARSCHUWING: Schade aan de installatie door na-
derhand
losraken van de lange moer op de dakhaak.
Bij het vastdraaien van de moer wordt een borging geac-
tiveerd.
Wanneer de lange moer meer dan eenmaal wordt los-
gemaakt, bouwzijdig het schroefdraad borgen (bijv.
met geschikte lijmstof).
6720640298-07.1ST
1
37-7037-70
6720640298-08.1ST
6720640298.09-1.ST6720640298.09-1.ST
1
2
3
6720803995-24.1ST
14
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Montage van de dakbevestiging6
Monteren dakhaken als keperverankering
Steek het onderstuk van de dakhaak [1] in het bovenste gat [2]. Draai
de moer nog niet vast.
Afb. 26
[1] Onderstuk dakhaak
[2] Gebruik het bovenste gat
[3] Inkorten, indien nodig
Bevestig indien nodig op de spanten voldoende draagkrachtige plan-
ken [1] (minimale dikte: 30 mm). Verwijder indien nodig in dit gebied
de tegenlatten.
Plaats de ondersteuning voor [2] zodanig op de dakpannen, dat de
ondersteuning bij belasting in een golfdal aanligt.
Afb. 27 Bevestig de keperverankering op de plank.
De dakhaak heeft aan de bovenkant van de dakpan enige speling nodig
[1].
Pas indien nodig de dakpan aan de bovenkant aan.
Om te zorgen dat de dakhaak aan de voorkant op de dakpan aanligt
[4], de dakhaak indien nodig aan het onderstuk met planken opvullen.
Draai de moer vast, wanneer de vertande vulring [2] in de vertanding
van het onderstuk van de dakhaak grijpt.
Bevestig het onderstuk met drie lokale, geschikte schroeven op de
spanten [3] (planken).
Afb. 28
Verwijder het steunpunt van de dakpan voorzichtig, zodat geen vlieg-
sneeuw kan binnendringen.
Afb. 29 Geprofileerde dakpan
WAARSCHUWING: Schade aan de installatie door
breuk van de dakhaak!
Steek het onderstuk van de dakhaak in het bovenste
gat.
6720640298-05.1ST
1
3
2
2
1
> 30 mm
6720640298-56.2ST
6720640298-55.1ST
3
4
2
1
> 3 mm> 3 mm
6720803995-24.1ST
15
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Montage van de dakbevestiging 6
6.4 Monteer de dakhaken bij beverstaartpannen
Steek het onderstuk van de dakhaak [1] in het bovenste gat van de
dakhaak [2]. Draai de moer nog niet vast.
Afb. 30
[1] Onderstuk dakhaak
[2] Gebruik het bovenste gat
[3] Inkorten, indien nodig
Bevestig indien nodig op de spanten voldoende draagkrachtige plan-
ken [3]. Verwijder indien nodig in dit gebied de tegenlatten.
Draai de moer [1] vast, wanneer de vertande vulring [2] in de vertan-
ding van het onderstuk van de dakhaak grijpt.
Onderstuk dakhaak met drie lokale, geschikte schroeven bevestigen.
Afb. 31
Aanliggende leipannen bijzagen (stippellijn [1]).
Afb. 32
OPMERKING: Daklekkage door verkeerd werken!
Laat u bij montage door een dakdekker adviseren.
WAARSCHUWING: Schade aan de installatie door na-
derhand
losraken van de lange moer op de dakhaak.
Bij het vastdraaien van de moer wordt een borging geac-
tiveerd.
Wanneer de lange moer meer dan eenmaal wordt los-
gemaakt, bouwzijdig het schroefdraad borgen (bijv.
met geschikte lijmstof).
WAARSCHUWING: Schade aan de installatie door
breuk van de dakhaak!
Steek het onderstuk van de dakhaak in het bovenste
gat.
6720640298-01.1ST
1
3
2
< 35
OPMERKING: Daklekkage door verkeerd geplaatste
dakhaken!
Plaats de dakhaken midden op de dakpan. Het onder-
stuk ligt daarbij op de spanten (planken).
6720640298-32.1ST
2
1
3
> 3 mm> 3 mm
1
6720640298-30.1ST
16
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Montage van de dakbevestiging6
6.5 Speciale dakhaken bij leipannen/leiplaten monteren
Monteer voor een waterdichte montage plaatselijk een plaat [3] on-
der de speciale dakhaken.
Monteer de speciale dakhaken voor met de afdichtingen [2] en de
schroef [1].
Bevestig de speciale haken achter voldoende op de dakondergrond.
Afb. 33 Voorbeeld afdichting
[1] Schroef (op montageplaats)
[2] Afdichtingen (op montageplaats)
[3] Plaat (op montageplaats)
[4] Gemonteerde speciale dakhaken
6.6 Monteer stokschroeven bij metalen dak.
Soldeer voor de stokschroeven bouwzijdig hulzen voor het metalen
dak.
Daardoor wordt de dakdichtheid gewaarborgd.
Afb. 34
[1] Bevestigingschraag
[2] Moer M12
[3] Afdichtingschijf
[4] Zelftappende schroef M12
[5] Huls (op de montageplaats)
[6] Onderlegplaat
OPMERKING: Daklekkage door verkeerd werken!
Laat de montage op daken met leipannen/leiplaten
uitvoeren door een dakdekker.
3
4
1
2
6720640298.20-1.ST6720640298.20-1.ST
OPMERKING: Daklekkage door verkeerd werken!
Laat de montage op metalen daken uitvoeren door
een dakdekker.
De stokschroeven worden net zo gemonteerd als bij het
golfplaten dak ( hoofdstuk 6.7, pagina 17).
6720640298.23-1.ST6720640298.23-1.ST
1
2
3
4
5
6
< 105 mm
17
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Montage van de dakbevestiging 6
6.7 Monteer stokschroeven bij golfplaten
Afb. 35 Boorsjabloon opmaken
1. Met metalen boor Ø 13 mm op de golfberg door de golfplaat boren.
Niet echter in het hout daaronder!
2. Boor met de houtboor Ø 6 mm exact verticaal door het boorsjabloon
[1] en de onderconstructie.
Afb. 36
Draai de voorgemonteerde stokschroef met steeksleutel 19 mm zo
ver in, tot maat Z ( tab. 12) is bereikt ( afb. 37).
Draai de moer [2] zover vast tot het afdichtingsplaatje [4] helemaal
op de golfplaat aanligt.
Afb. 37 Gemonteerde stokschroef met bevestigingsschraag
[1] Bevestigingschraag
[2] Moer M12
[3] Onderlegplaat
[4] Afdichtingschijf
[5] Zelftappende schroef M12
De profielrails mogen niet doorhangen.
Vul indien nodig de profielrails via de bevestigingsschraag.
Bevestig de profielrails telkens met twee schroeven.
Afb. 38
Ga verder met "profielrails uitlijnen" ( pagina 18).
GEVAAR: Levensgevaar door inademen van asbesthou-
dende vezels!
Houd de nationale regelgeving in de omgang met as-
best aan.
Draag persoonlijke beschermingsuitrusting
(bijv. adembeschermingstoestel).
OPMERKING: Schade aan de installatie door een onder-
constructie die onvoldoende dragend is.
Voor de stokschroeven zijn houten balken van min.
40 × 40 mm nodig.
Wij adviseren een boorsjabloon te maken om exact verti-
caal boren mogelijk te maken.
63043965.23-1.SD63043965.23-1.SD
6720640298.10-1.ST
6 mm
13 mm
1.
2.
90°
1
Hoogte golf, maat Y Maat Z
35 mm 70 mm
40 mm 65 mm
45 mm 60 mm
50 mm 55 mm
55 mm 50 mm
60 mm 45 mm
Tabel 12
Y
Z
0 mm
6720640298.11-1.ST
19
1
2
3
5
4
6720640298-50.1ST
18
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Montage van de accessoires voor hogere lasten7
7
Montage van de accessoires voor hogere lasten
Door de montage van extra dakhaken en rails kan het montagesysteem
voor de verticale collector hogere lasten opnemen ( hoofdstuk 2.3,
pagina 5).
Als voorbeeld wordt de montage op een dak met dakpannen getoond.
Leveringsomvang per collector:
Bovendien zijn collectorspanners (een- en tweezijdig) voor de extra pro-
fielrails meegeleverd.
7.1 Monteren extra dakhaken
Bevestig extra dakhaken [1] indien mogelijk in het midden tussen de
reeds gemonteerde bovenste en onderste dakhaken.
Afb. 39 Extra dakhaken voor twee collectoren naast elkaar
7.2 Monteren sneeuwlastprofiel
Plaats het sneeuwlastprofiel [1] op de dakhaken en schroef deze
handvast met schroef M8.
Richt de sneeuwlastprofielen onderling horizontaal in één lijn uit (ge-
bruik een metselkoord). Draai daarna de schroeven vast.
Afb. 40
7.3 Profielrails monteren
Verbinden profielrails ( afb. 42).
Plaats de profielrails [1] in de inkervingen van de sneeuwlastprofielen
en schroef deze handvast met de aluminium moer [2].
Afb. 41
Ga verder met "profielrails uitlijnen" ( pagina 19).
8 Montage van de profielrails
8.1 Profielrails verbinden
Schuif de profielrails [2] op de steekverbinders [1], tot deze vastklik-
ken.
Afb. 42
Dakverbinding (bijv. dakhaken) 2 x
Sneeuwlastprofiel 2 x
Profielrail 1 x
Tabel 13
6720640298-51.1ST
1
6720640298-52.1ST
1
6720640298-53.1ST
1
2
6720640298-29.1ST
1 2
19
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Montage van de collectoren 9
8.2 Profielrails monteren
Verbindt de profielrails zo ver mogelijk boven in het sleufgat van de
dakhaak met schroef M8.
Draai de schroef vast, wanneer de profielrails is uitgelijnd.
Afb. 43
8.3 Profielrails uitrichten
Positioneer de profielrails horizontaal en met de opgegeven afstand.
Gebruik een waterpas.
Positioneer de bovenste en onderste profielrails aan de zijkant in lijn
t.o.v. elkaar.
Controleer de haaksheid. Meet de diagonaal of plaats bijv. een panlat
[1] aan de uiteinden van de profielrails.
Schroeven M8 vastdraaien.
Afb. 44 Waarde tussen haakjes geldt voor collectortype horizontaal (ma-
ten in mm)
8.4 Beveiliging tegen afglijden monteren.
Gebruik de beide inwendige sleufgaten [1] voor de montage van de bei-
de afglijbeveiligingen.
Schuif de afglijbeveiliging over de profielrails en laat deze in het sleuf-
gat borgen [2].
Afb. 45
9 Montage van de collectoren
9.1 Collectormontage op de begane grond voorbereiden
Houd de instructies uit hoofdstuk 5.2 (pagina 10) aan betreffende
de opstelling van de collectoren.
Als voorbeeld wordt hierna de aanvoer en retour aan de rechter collec-
torzijde getoond en de eerste collector rechts gemonteerd.
Voor de aansluitende collectormontage is het van be-
lang, dat de profielrails exact zijn gepositioneerd.
6720640298.42-1.ST6720640298.42-1.ST
90°90°
6720803995.29-1.ST6720803995.29-1.ST
90°90°
1610-1800 (610-805)1610-1800 (610-805)
1
GEVAAR: Voor valpartijen!
Montage op het dak uitvoeren met minimaal 2 perso-
nen.
WAARSCHUWING: Gevaar voor lichamelijk letsel door
vallende collectoren!
Beveilig de collectoren tijdens het transport en de
montage tegen vallen.
Controleer na voltooiing van de montage of de monta-
geset en de collectoren goed zijn bevestigd.
Ook de verbindingsset (accessoires) voor twee collec-
torrijen kan op de grond worden voorgemonteerd
( hoofdstuk 10.3, pagina 25).
1 1
2
6720640298.44-1.ST
20
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Montage van de collectoren9
9.1.1 Monteren dop
Verwijder de beschermdoppen van de collectoraansluitingen.
1. Schuif de dop met de O-ringen op de collectoraansluiting.
2. Schuif de klemmen voor het borgen van de aansluiting over de doppen
en de collectoraansluitingen. Controleer de correcte positie van de
klemmen.
Afb. 46
9.1.2 Verbindingsset monteren
Neem de verbindingsset uit de transportbeschermhoeken.
Verwijder de beschermdoppen van de collectoraansluitingen.
1. Plaats de ribbelbuisverbinder op de collectoraansluiting.
2. Schuif de klem voor borging van de aansluiting over de ribbelbuisver-
binder en de collectoraansluiting.
Afb. 47 Verbindingsset op de tweede en alle verdere collectoren.
9.2 Collectoren bevestigen
9.2.1 Monteer de enkelzijdige collectorspanner rechts.
Schuif de collectorspanner in de profielrails en laat deze in het sleuf-
gat borgen.
Afb. 48
WAARSCHUWING: Gevaar voor lichamelijk letsel door
niet geborgde doppen!
Waarborg, dat iedere dop met een klem is geborgd.
OPMERKING: Schade aan de collector en lekkage door
beschadigde ribbelbuisverbinders.
Gebruik geen gereedschappen (bijv. tangen) bij de
montage.
6720803995-02.1ST
1.
2.
6720803995-17.1ST
1.
2.
WAARSCHUWING: Gevaar voor lichamelijk letsel door
vallende collectoren.
Waarborg dat de montage-openingen in de behuizing
vrij zijn van beschadigingen en vrij toegankelijk zijn.
De kunststof delen op de collectorspanners hebben
geen dragende functie. Deze vergemakkelijken slechts
de montage.
Monteer de enkelzijdige collectorspanning links pas
wanneer de laatste collector is gemonteerd.
6720640298-35.1ST
21
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Montage van de collectoren 9
9.2.2 Eerste collector op de profielrails leggen
Collector zodanig verdraaien, dat de dompelhuls voor de collector-
sensor zich aan de bovenkant van de collector bevindt.
Leg de collector rechts op de profielrails en laat de montage-uitspa-
ring [2] in de afglijbeveiligingen [1] glijden .
Afb. 49
Schuif de collector voorzichtig tegen de collectorspanner en positio-
neer hem horizontaal.
De neerhouder [1] van de collectorspanner mag niet verdraaien. Indien
nodig, tegenhouden aan neerhouder.
Draai de schroef van de collectorspanner met een inbussleutel 5 mm
vast.
Afb. 50
9.2.3 Dubbelzijdige collectorspanners inleggen
Plaats de dubbelzijdige collectorspanner op de profielrails en schuif
deze op de collector.
Afb. 51
9.2.4 Plaats de tweede collector op de profielrails.
1. Schuif de collector met de ribbelbuisverbinders op de collectoraan-
sluitingen van de eerste collector.
2. Schuif de tweede klem over de ribbelbuisverbinder.
Afb. 52
WAARSCHUWING: Gevaar voor lichamelijk letsel door
vallende collectoren.
Waarborg, dat de afglijbeveiligingen in de montage-
openingen vallen.
21
6720640298-36.1ST
A
OPMERKING: Schade aan de collector en lekkage door
beschadigde ribbelbuisverbinders.
Gebruik geen gereedschappen (bijv. tangen) bij de
montage.
6720803995-11.1ST
1.
2.
A
22
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Montage van de collectoren9
Wanneer de vier openingen op de dubbelzijdige collectorspanner volle-
dig groen zijn gevuld, dan zijn de collectoren voldoende samen gescho-
ven [2].
Draai de schroef van de dubbelzijdige collectorspanner met een in-
bussleutel 5 mm vast.
Afb. 53 Dubbelzijdige collectorspanner gemonteerd
[1] Collectoren niet voldoende op collectorspanner geschoven
[2] Collector correct gemonteerd, schroef kan worden vastgedraaid.
Afb. 54
Alle overige collectoren op dezelfde manier monteren.
9.2.5 Enkelzijdige collectorspanner links monteren
Schuif de collectorspanner [1] in de profielrails en laat deze in het
sleufgat borgen.
De neerhouder [2] van de collectorspanner mag niet verdraaien. Indien
nodig, tegenhouden aan neerhouder.
Draai de schroef van de collectorspanner met een inbussleutel 5 mm
vast.
Afb. 55
9.3 Sensor monteren
De collectorsensor is met de zonneregelaar meegeleverd.
Monteer de collectorsensor in de collector met de aangesloten aan-
voer.
Afb. 56 Positie van de collectorsensor
[1] Positie van de collectorsensor bij velden met één rij.
[2] Positie van de collectorsensor bij velden met twee rijen
[3] Aanvoer
[4] Retour
VOORZICHTIG: Gevaar voor lichamelijk letsel en lekka-
ge door niet geborgde ribbelbuisverbinders, omdat dan
zonnevloeistof kan ontsnappen.
Borg iedere ribbelbuisverbinder op de collectoraan-
sluiting met twee klemmen.
OPMERKING: Uitval van de installatie door een defecte
sensorkabel!
Sensorkabel beschermen tegen mogelijke schade,
bijv. door aanvreten.
2
1
6720803995.19-1.ST6720803995.19-1.ST
4
3
4
3
23
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Hydraulische aansluiting 10
Stoot de afdichting van de dompelhuls door, bijv. met een schroeven-
draaier, en schuif de collectorsensor tot aan de aanslag in (komt over-
een met 165 mm).
Afb. 57
[1] Positie van de dompelhuls voor de collectorsensor
10 Hydraulische aansluiting
Informatie over het installeren van leidingen naar de collector bevindt
zich in de instructie van het zonnestation.
Afb. 58 Voer de aansluitleiding door het dak
[1] Aansluitleiding (aanvoer)
[2] Standaard ventilatiepan
[3] Sensorkabel
[4] Aansluitleiding (retour)
10.1 Aansluitleiding zonder ontluchting op het dak
aansluiten
1. Schuif de aansluitleiding op de collectoraansluiting.
2. Borg de aansluitleiding met klemmen en voer deze samen met de sen-
sorkabel door het dak.
3. Steek de leiding in de klemringkoppeling 15 mm en de koppeling vast-
draaien.
Monteer de aansluitleiding voor de retour op dezelfde wijze.
Afb. 59 Voer de aansluitleiding (aanvoer) door het dak
Wanneer de dompelhuls van een verkeerde collector
werd doorstoten, dan moet deze dompelhuls met de
plug uit de aansluitset worden afgedicht.
OPMERKING: Schade aan de collector door lekkage!
De directe aansluiting van een starre leiding op de col-
lector is niet toegestaan.
Voer de hydraulische aansluiting van de collector op
de leiding uit met de flexibele aansluitbuizen.
Wij adviseren standaard ventilatiepannen of antenne-
doorgangen voor het installeren van de aansluitleidingen
onder het dak te gebruiken.
6720803995.18-1.ST6720803995.18-1.ST
165 mm
1
23
1
4
6720803995.20-1.ST
6720803995.03-1.ST6720803995.03-1.ST
24
30
2.
1.
3.
24
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Hydraulische aansluiting10
10.2 Sluit de aansluitleiding met automatische ontluchter
(accessoires) op het dak aan
Voor het optimaal functioneren van de automatische ontluchter [1] het
volgende aanhouden:
Aanvoer [2] onder een stijgende hoek naar de ontluchter op het hoog-
ste punt van de installatie installeren.
Retour onder een stijgende hoek naar het collectorveld installeren.
Bij iedere richtingsverandering naar beneden en daarna opnieuw een
stijging moet een volgende ontluchter worden gemonteerd.
Wanneer er geen ruimte onder het dak beschikbaar is, een voldoende
temperatuurbestendige handbediende ontluchter monteren.
Afb. 60
Afb. 61 Leveringsomvang ontluchterset
[1] Automatische ontluchter met afsluitschroef (1x)
[2] Afdichting 9 x 15 mm (1x)
[3] Kogelkraan (1x)
[4] Afdichting 17 x 24 mm (1x)
[5] Ontluchtingsbeker (1x)
[6] Dubbele nippel G¾ met O-ring (1x)
[7] Nippel R¾ (1x)
[8] Wartelmoer (2x)
[9] Afdichting (1x)
[10] Vulring (1x)
[11] Klemring (1x)
10.2.1 Ontluchter onder het dak monteren
Schuif de aansluitleiding op de collectoraansluiting en borg deze met
klemmen.
Voer de aansluitleiding samen met de sensorkabel door het dak.
Monteer de aansluitleiding voor de retour op dezelfde wijze.
Schroef de aansluitleiding en de dubbele nippel [1] in de luchtbeker.
Steek de leiding [3] in de klemringkoppeling 18 mm [2] en de koppe-
ling vastdraaien.
Afb. 62
[1] Dubbele nippel met O-ring
[2] Knelkoppeling
[3] Leiding (niet meegeleverd)
10.2.2 Ontluchter boven op het dak monteren
Voor de verbinding van de aansluitleiding op de ontluchter moet:
de hoeksteun van de aansluitleiding worden verwijderd en
de dubbele nippel worden gemonteerd.
Voorbereiden afdichtoppervlak
1. Hoeksteun verwijderen en bramen verwijderen.
2. Schuif de wartelmoer over de leiding. Leg de klemschijf achter de eer-
ste ribbel en druk deze bij elkaar. De klemschijf moet gelijkmatig te-
gen de kraag van de wartelmoer liggen.
3. Plaats de vulring en draai de dubbele nippel vast in de wartelmoer.
Verwijder de dubbele nippel en controleer of er een vlak afdichtings-
vlak is ontstaan. Neem de vulring weg.
4. Plaats de afdichting en schroef de dubbele nippel erin.
Afb. 63
1
6720803995.21-1.ST6720803995.21-1.ST
2
6720803995.22-1.ST6720803995.22-1.ST
24
30
1
2
3
6720803995.04-1.ST6720803995.04-1.ST
6720803995.06-1.ST6720803995.06-1.ST
1.
2.
3.
4.
24
30
25
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Hydraulische aansluiting 10
Monteer de automatische ontluchter
Schroef de nippel [1] en de aansluitleiding [2] in de luchtbeker.
Schuif de luchtbeker met nippel op de collectoraansluiting en borg
deze met de klem.
Voer de aansluitleiding samen met de sensorkabel door het dak.
Leiding [3] in de klemringkoppeling steken en de koppeling vastdraaien.
Afb. 64
10.3 Monteren verbindingsset voor 2 rijen (accessoires)
Met de verbindingsset kunnen de bovenste en onderste collectorrij hy-
draulisch worden gekoppeld.
10.3.1 Leveringsomvang
Afb. 65
[1] Wartelmoer G1 (1x)
[2] Klemring (2x)
[3] Klemring (1x)
[4] Vulring (1x)
[5] Afdichting (1x)
[6] Aansluitleiding (1x)
[7] Hoeksteun (1x)
[8] Dop (2x)
[9] Verbindingsset
10.3.2 Monteren extra doppen
Schuif de doppen met de O-ringen op de vrije collectoraansluitingen
en borg deze met de klemmen ( afb. 65, [8]).
10.3.3 Verbindingsset monteren
Verwijder de dubbele nippel met de klemringschroefverbinding van
de aansluitleiding.
Plaats de afdichting [1] in de wartelmoer en schroef deze op de hoek-
steun [2].
Schuif de aansluitleiding op de collectoraansluiting en borg deze met
de klemmen.
Afb. 66
10.3.4 Verleng de verbindingsset
Monteer de klemring [3] en de wartelmoer op de hoeksteun [4].
Schuif de ingekorte koperen leiding in de klemringkoppelingen en
schroef deze vast.
Afb. 67
[1] Aansluitleiding
[2] Koperleiding
[3] Klemring
[4] Hoekstuk
6720803995.05-1.ST6720803995.05-1.ST
1
2
6720803995.07-1.ST6720803995.07-1.ST
1
2
3
4
5
8 7 6
8
9
Houd hoofdstuk 10.2.2 (pagina 24) aan, wanneer u de
aansluitleiding moet inkorten. Houd hoofdstuk 10.3.4
(pagina 25) aan, wanneer u deze moet verlengen.
2
1
24
27
6720803995.08-1.ST6720803995.08-1.ST
24
27
1
6720803995.09-1.ST6720803995.09-1.ST
2
4
3
26
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Afsluitende werkzaamheden11
11 Afsluitende werkzaamheden
11.1 Controleer de installatie
Controlewerkzaamheden:
11.2 Aansluitingen en leidingen isoleren.
Leidingen gehele zonnecircuit conform de voorschriften isoleren.
Leidingen in buitenopstelling met UV-, weer- en hogetemperatuurbe-
stendig materiaal (150 °C) isoleren.
Leidingen in binnenopstelling met hogetemperatuurbestendig mate-
riaal (150 °C) isoleren.
Isolatie indien nodig tegen vogelvraat beschermen.
12 Reiniging van de collectoren
Glasvensters reinigen
De glasvensters zijn in de regel bij een dakhelling van 15° en meer zelf-
reinigend.
Bij sterke verontreiniging glasvensters met glasreiniger schoonma-
ken. Geen aceton gebruiken.
Reinig de venitlatie-opening
Door de ventilatie-openingen [1] op iedere hoek van de collector kan het
nachtelijke vocht (condensaat) uit de collector ontsnappen.
Door omgevingsinvloeden kunnen deze openingen verstopt raken.
Wanneer de collector ondanks intensieve zonneschijn na 4 uur nog al-
tijd is beslagen, de ventilatie-openingen [1] bijv. met een dunne naald
reinigen.
Afb. 68
OPMERKING: Schade aan de installatie door corrosie!
Wanneer waterresten na het spoelen of lekdichtheids-
test langere tijd in de zonne-installatie blijven staan, dan
kan corrosie ontstaan.
Zonne-installatie direct na de lekdichtheidscontrole
( instructie zonnestation) met zonnevloeistof in be-
drijf nemen.
Voer, wanneer u de genoemde controle-werkzaamheden
heeft uitgevoerd, de afsluitende isolatiewerkzaamheden
uit.
1. Profielrails met dakhaken verbonden en schroeven
aangetrokken?
2. Wegglijborgingen gemonteerd?
3. Collectorspanner gemonteerd en schroeven aange-
trokken?
4. Aansluitleidingen met klemmen geborgd en juiste be-
vestiging van de klemmen gecontroleerd?
5. Vrije collectoraansluitingen met dop afgesloten en met
klem geborgd? Juiste bevestiging van de klemmen ge-
controleerd?
6. Is de collectorsensor tot aan de aanslag ingeschoven
(165 mm)?
7. Lekdichtheidscontrole uitgevoerd en alle aansluitingen
op dichtheid gecontroleerd (zie instructie zonnestati-
on)?
Tabel 14
Wanneer u de ontluchting van de zonne-installlatie met
een automatische ontluchter op het dak (accessoires)
uitvoert, dan moet u na het ontluchten de kogelkraan
sluiten ( instructie zonnestation).
De zonne-installatie wordt in bedrijf gesteld conform de
specificaties van de installatie- en onderhoudsinstructie
van het zonnestation.
GEVAAR: Levensgevaar door vallen!
Bij alle werkzaamheden op het dak beveiligen tegen
vallen.
Wanneer geen onafhankelijk valbeveiliging aanwezig
is, persoonlijke beschermingsuitrusting dragen.
OPMERKING: Glasbreuk door koud water op hete col-
lector.
Reinig de glasvensters, wanneer de collector is afge-
koeld.
6720640298-60.1ST
1
27
SCM3 • 6 720 806 154 (2013/03)
Milieubescherming en afvoeren 13
13 Milieubescherming en afvoeren
Milieubescherming is ons ondernemingsprincipe.
Kwaliteit van de producten, rendement en milieubescherming zijn voor
ons gelijkwaardige doelstellingen. Wetgeving en verordeningen voor mi-
lieubescherming worden strikt aangehouden. Ter bescherming van het
milieu gebruiken wij, rekening houdend met bedrijfseconomische ge-
zichtspunten, de best mogelijke techniek en materialen.
Collectoren demonteren
Leidingen aftappen.
Maak de collectorspanner aan de zijkant en tussen de collectoren los.
Ribbelbuisverbinders en aansluitleidingen verwijderen.
Gebruik een hulpmiddel voor transport van de collectoren
( hoofdstuk 4, pagina 8).
Collectoren afvoeren
Aan het einde van de levenscyclus van de collectoren moeten deze
worden afgevoerd via milieuvriendelijke recyclingmethoden.
14 Onderhoud/inspectie
Gebruik de tabel als kopieerblad om ook na het 3e onderhoud nog docu-
mentatie beschikbaar te hebben.
Controleer na ca. 500 bedrijfsuren voor de eerste keer het collector-
veld (inspectie). Daarna met tussenpozen van 1-2 jaar. Gebreken di-
rect verhelpen (onderhoud).
Protocol invullen en de uitgevoerde werkzaamheden afvinken.
GEVAAR: Levensgevaar door vallen!
Bij alle werkzaamheden op het dak beveiligen tegen
vallen.
Wanneer geen onafhankelijk valbeveiliging aanwezig
is, persoonlijke beschermingsuitrusting dragen.
GEVAAR: Levensgevaar door vallen!
Bij alle werkzaamheden op het dak beveiligen tegen
vallen.
Wanneer geen onafhankelijk valbeveiliging aanwezig
is, persoonlijke beschermingsuitrusting dragen.
De installatie- en onderhoudsinstructie van het zonne-
station bevat specificaties over het onderhoud van de to-
tale installatie. Ook deze informatie aanhouden.
Gebruiker: Plaats:
Tabel 15
Onderhouds- en inspectiewerkzaamheden Pagina Onderhoud/inspectie
Datum:
1. Visuele inspectie van de collectoren uitgevoerd (goede bevestiging, optische
indruk)?
2. Collectorsensor correct gepositioneerd en tot aan de aanslag in de dompel-
huls ingeschoven?
3. Visuele controle van het montagesysteem uitgevoerd?
4. Visuele inspectie van de overgangen tussen het montagesysteem en het dak
op lekdichtheid uitgevoerd?
5. Visuele inspectie van de leidingisolatie uitgevoerd? 26
6. Visuele inspectie van de glasvensters. Reiniging bij sterke vervuiling. 26
Opmerkingen
Het collectorveld werd conform deze instructie onderhouden.
Datum, stempel,
handtekening
Datum, stempel,
handtekening
Datum, stempel,
handtekening
Tabel 16
Bosch Thermotechniek B.V., Postbus 3, 7400 AA Deventer
DealerLine: 0570 - 67 85 66
Consumenten Infolijn: 0570 - 67 85 00
Fax: 0570 - 67 85 86
Internet: www.nefit.nl/professioneel
27

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Nefit SCM3 bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Nefit SCM3 in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 1,96 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Nefit SCM3

Nefit SCM3 Installatiehandleiding - Nederlands - 40 pagina's

Nefit SCM3 Installatiehandleiding - Nederlands - 28 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info