614001
38
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/44
Pagina verder
Voor de vakman
Montagevoorschrift
Vlakke collectoren
Zonnecollector SCM2
Montage boven op dak
63043966.01-1.SD
63043966.01-1.SD
7 747 000 407 (2013/03)
2
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
1 Algemeen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
2 Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
3 Veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
3.1 Voorgeschreven toepassing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
3.2 Soorten aanwijzingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
3.3 Neem deze veiligheidsaanwijzingen in acht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
4 Voor de montage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
4.1 Algemene aanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
4.2 Beschrijving van de onderdelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
4.3 Extra benodigde hulpmiddelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
4.4 Transport en opslag. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
4.5 Technische documentatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
4.6 Benodigde plaats op het dak vaststellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
5 Dakverbinding en profielrails monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
5.1 Afstanden vastleggen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
5.2 Dakbedekking met pannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
5.3 Dakbedekking met beverstaartpannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
5.4 Dakbedekking met golfplaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
5.5 Dakbedekking met leien/shingles . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
5.6 Dakbedekking met metalen platen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
5.7 Extra rails monteren (toebehoren) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
5.8 Profielrails monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
6 Collectoren monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
6.1 Collectormontage voorbereiden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
6.2 Collectoren bevestigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28
7 Collectorvoeler aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
8 Verzamelleidingen aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33
8.1 Ontluchting door drukvulling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34
8.2 Ontluchting door ontluchter (toebehoren) op het dak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
9 Verbindingsset voor twee rijen (toebehoren) monteren . . . . . . . . . . . . . 38
10 Afsluitende werkzaamheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
10.1 Installatiecontrole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
10.2 Aansluit- en verzamelleidingen isoleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
11 Korte instructie voor pannendak en drukvulling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Algemeen 1
3
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
1 Algemeen
In dit hoofdstuk vindt u een beschrijving van de regels
van de techniek die gedurende de montage in acht
genomen moeten worden.
Voor Nederland moet u zich houden aan:
- Arbo wet
- Bouwbesluit
Beveiliging tegen blikseminslag
Wanneer het gebouw (montagehoogte) hoger is dan
20 m en er geen bliksemafleider aanwezig is, moeten de
elektrisch geleidende onderdelen die zich op het dak
bevinden, door het elektrotechnische bedrijf worden
verbonden met een aarding van ten minste 16 mm
2
en
worden aangesloten op de potentiaalvereffening.
Wanneer het gebouw (montagehoogte) minder hoog is
dan 20 m, zijn geen speciale maatregelen ter beveiliging
tegen blikseminslag noodzakelijk.
Wanneer er een installatie ter beveiliging tegen
blikseminslag aanwezig is, moet de koppeling aan de
zonne-installatie door een erkend elektrotechnisch
vakman worden gecontroleerd.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Neem voor de montage en de werking
van de installatie goed nota van de
landspecifieke normen en richtlijnen!
RECYCLING
Wanneer de collectoren aan vervanging
toe zijn, kunt u ze teruggeven aan de
fabrikant. De materialen worden dan op
de meest milieuvriendelijke wijze
gerecycleerd.
4
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Technische gegevens2
2 Technische gegevens
Tab. 1 Technische gegevens
SCM2
Certificaten
Lengte 2.070 mm
Breedte 1.145 mm
Hoogte 90 mm
Afstand tussen de collectoren 25 mm
Absorberinhoud, type verticaal V
f
1,43 l
Absorberinhoud, type horizontaal V
f
1,76 l
Buitenoppervlak (bruto oppervlak) A
G
2,37 m²
Absorber oppervlak (netto oppervlak) 2,23 m²
Gewicht netto, type verticaal m 44 kg
Gewicht netto, type horizontaal m 45 kg
Toegestane werkoverdruk van de
collector
p
max
10 bar
DIN
0036
Veiligheid 3
5
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
3 Veiligheid
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe de aanwijzingen
uit dit montagevoorschrift zijn opgebouwd en krijgt u
een overzicht van de algemene veiligheidsaanwijzin-
gen voor een veilige en storingsvrije werking.
De veiligheidsaanwijzingen en de aanwijzingen voor de
gebruiker die specifiek betrekking hebben op de
montage, staan in het montagevoorschrift direct bij de
betreffende montagestappen.
Lees de veiligheidsaanwijzingen zorgvuldig door,
voordat u met de montage begint.
Veronachtzaming van de veiligheidsaanwijzingen kan
leiden tot ernstig persoonlijk letsel – zelfs met de dood
tot gevolg – evenals tot materiële schade en milieu-
vervuiling.
Over dit voorschrift
Dit montagevoorschrift bevat belangrijke informatie over
een veilige en vakkundige montage van de set voor
montage op het dak en over de hydraulische aansluiting.
De afbeeldingen in dit voorschrift tonen de verticale
montage van de collectoren. Wijkt de horizontale mon-
tage af van de verticale, dan wordt hierop gewezen.
De complete technische documentatie moet worden
bewaard. U kunt deze bij de fabrikant inzien.
Voor de in dit montagevoorschrift beschreven werkza-
amheden moet u de nodige vakkennis hebben en een
beroepsopleiding gevolgd hebben voor gas- en
waterinstallaties. Voer de montagestappen alleen zelf
uit, wanneer u over de nodige vakkennis beschikt.
z Overhandig dit montagevoorschrift aan de klant.
z Geef de klant de nodige uitleg over de werking en de
bediening van het apparaat.
3.1 Voorgeschreven toepassing
Deze montageset is bestemd voor het opnemen van
thermische zonnecollectoren (verticale en horizontale
uitvoering), die worden opgebouwd op bestaande
schuine daken met een hellingsgraad van 25° tot 65°.
Montage op daken met golfplaten en metalen platen kan
plaatsvinden op daken met hellingen van 5° tot 65°.
Toepassingsvoorwaarden
Monteer de montageset alleen op daken met voldoende
draagkracht. Neem eventueel een staticus of dakdekker
in de arm.
De montageset is geschikt voor een max. normale
sneeuwbelasting van 2,0 kN/m² en een montagehoogte
van max. 20 m. Door uitbreiding met
dienovereenkomstig toebehoren kan de montageset
worden gebruikt voor een max. normale
sneeuwbelasting van 3,1 kN/m² en een max.
montagehoogte van 100 m. Raadpleeg hiervoor ook
Kapitel 5.7 „Extra rails monteren (toebehoren)“.
De set voor montage op het dak mag niet worden
gebruikt voor de bevestiging van andere
dakconstructies. De constructie dient uitsluitend voor
een veilige bevestiging van zonnecollectoren.
6
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Veiligheid3
3.2 Soorten aanwijzingen
Er bestaan twee soorten aanwijzingen die door
verschillende signaalwoorden worden aangeduid:
Een ander symbool om aanwijzingen voor de gebruiker
aan te duiden:
3.3 Neem deze veiligheidsaanwijzingen
in acht
WARNUNG!
LEVENSGEVAAR
Wijst op een gevaar dat eventueel van het
product uitgaat en dat kan leiden tot zwaar
lichamelijk letsel, zelfs met de dood tot
gevolg, wanneer onvoldoende
voorzorgsmaatregelen genomen worden.
OPGELET!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN/
SCHADE AAN DE INSTALLATIE/
SCHADE AAN HET GEBOUW
Wijst op een situatie die potentieel
gevaarlijk is en die zou kunnen leiden tot
licht en matig lichamelijk letsel of
materiële schade.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Tips voor een optimaal gebruik van de
apparaten en een optimale instelling,
evenals andere nuttige informatie.
WARNUNG!
LEVENSGEVAAR
door vallen en naar beneden vallend
materiaal.
z Tref bij alle werkzaamheden op daken
de gepaste maatregelen om on-
gelukken te voorkomen.
z Zorg er bij alle werkzaamheden op
daken voor dat u niet kunt vallen.
z Draag steeds uw persoon-
lijke veiligheidskleding of
veiligheidsuitrusting.
z Controleer na voltooiing van de
montage of de montageset en de
collectoren goed zijn bevestigd.
OPGELET!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN
Wanneer er wijzigingen aan de
constructie worden uitgevoerd, kan dat
resulteren in verwondingen en
functiestoringen.
z Voer geen wijzigingen aan de
constructie uit.
OPGELET!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN
Wanneer de collector en het montage-
materiaal gedurende langere tijd zijn
blootgesteld aan bestraling door de zon,
bestaat er gevaar voor verbranding aan
die onderdelen.
z Draag steeds uw persoon-
lijke veiligheidskleding of
veiligheidsuitrusting.
z Bedek de collector (b.v. met een als
toebehoren verkrijgbaar afdekzeil) en
het montagemateriaal tijdens de mon-
tage om ze te beschermen tegen de
hoge temperaturen door bestraling
door de zon.
Voor de montage 4
7
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
4 Voor de montage
4.1 Algemene aanwijzingen
Informeer u vóór de montage over de omstandigheden
op de bouwplaats en de plaatselijke voorschriften.
Controleer
z of de levering compleet en intact is.
z of de plaatsing van de zonnecollectoren optimaal is.
Houd rekening met de bestraling door de zon
(hellingsgraad, gericht naar het zuiden). Vermijd
schaduw van hoge bomen of iets dergelijks en pas
het collectorveld aan de vorm van het gebouw aan
(b.v. in één lijn met ramen, deuren enz.).
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Aangezien dakdekkersbedrijven
ervaringen hebben met
dakwerkzaamheden en gevaren door
vallen, raden wij een samenwerking met
deze bedrijven aan.
Afb. 1 Totaalaanzicht collectorpaar, montage op het dak
63043966.02-1.SD
63043966.02-1.SD
OPGELET!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN
Wanneer de collector en het montage-
materiaal gedurende langere tijd zijn
blootgesteld aan bestraling door de zon,
bestaat er gevaar voor verbranding aan
deze onderdelen.
z Draag veiligheidskleding.
z Bedek de collector (b.v. met een als
toebehoren verkrijgbaar afdekzeil) en
het montagemateriaal tijdens de
montage om ze te beschermen tegen
de hoge temperaturen door bestraling
door de zon.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Gebruik uitsluitend originele onderdelen
van de fabrikant en vervang defecte
onderdelen onmiddellijk.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Verwijder afgebroken dakpannen, shin-
gles of dakplaten rond de collectoren en
laat ze vervangen.
8
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Voor de montage4
4.2 Beschrijving van de onderdelen
4.2.1 Montageset voor de collectoren
Dakverbinding voor dakbedekking met
pannen, per collector (afb. 2):
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De montagesets zijn bestemd voor
opnemen en bevestigen van collectoren.
Afb. 2 Montageset voor 2 collectoren - 1 basismontageset, 1 uitbreidingsmontageset en 2 montagesets voor verbinding met dak
63043965.03-1.SD
63043965.03-1.SD
1
2
3
4
7
3
6
5
8
Basismontageset, per collectorveld en
voor de eerste collector (afb. 2):
Uitbreidingsmontageset, per verdere collector (afb. 2):
Pos. 1: profielrail 2 × Pos. 1: profielrail 2 ×
Pos. 3: enkelzijdige collectorspanner 4 × Pos. 2: dubbelzijdige collectorspanner 2 ×
Pos. 7: beveiliging tegen afglijden 2 × Pos. 7: beveiliging tegen afglijden 2 ×
Pos. 8: schroef M8 4 × Pos. 6: steekverbinding met stifttappen 2 ×
Pos. 8: schroef M8 4 ×
Pos. 4: dakhaak, instelbaar 4 ×
Pos. 5: schuifmoer 4 ×
Voor de montage 4
9
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
4.2.2 Hydraulische verbinding
Aansluitset, per collectorveld (afb. 3)
Verbindingsset tussen de collectoren, per
collector (in twee transporthoeken, afb. 4)
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Voor ieder collectorveld heeft u een
aansluitset nodig. De collectoren
onderling worden verbonden met een
verbindingsset.
Afb. 3 Aansluitset en verbindingsset (afbeelding met 2 verticale collectoren)
63043966.03-1.SD
63043966.03-1.SD
2
1
3
4
7
6
5
Pos. 2: klem 2 × Pos. 6: sleutel SW 5 1 ×
Pos. 3: aansluitleiding (isolatie niet afgebeeld) 2 × Pos. 7: afsluitkapje 2 ×
Pos. 4: isolatie voor ribbelbuisverbinder 710 mm 1 × Pos. 8: stop voelerdoorvoer, niet afgebeeld 1 ×
Pos. 5: klemschroefverbinding voor collectorvoeler 1 ×
Afb. 4 Twee transporthoeken met een verbindingsset
63043966.04-1.SD
63043966.04-1.SD
1
2
Pos. 1: ribbelbuisverbinder 2 ×
Pos. 2: klem 4 ×
10
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Voor de montage4
4.3 Extra benodigde hulpmiddelen
waterpas
metselkoord
zuignap
vest met veiligheidslijn
materiaal voor isolatie van de leidingen
bouwsteiger
dakdekkersladder of inrichtingen voor
schoorsteenveegwerk
kraan of bouwlift
4.4 Transport en opslag
Alle onderdelen zijn beschermd met
transportverpakkingen.
Transportbescherming voor collectoraansluitingen
De aansluitingen van de collectoren zijn middels rubber
doppen beschermd tegen beschadigingen.
Opslag
De collectoren mogen uitsluitend droog worden
opgeslagen.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Voor de montage van de set voor
montage op het dak en de hydraulische
aansluiting heeft u als gereedschap
alleen de sleutel SW 5 van de aansluitset
nodig.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Voer de transportverpakkingen op
milieuvriendelijke wijze af.
Afb. 5 Kunststof doppen op collectoraansluitingen
63043966.05-1.SD
63043966.05-1.SD
1
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door beschadigde afdichtingsvlakken.
z Verwijder de rubber doppen (afb. 5,
pos. 1) pas direct voor de montage.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De collectoren mogen niet zonder
bescherming tegen de regen in de
buitenlucht worden opgeslagen.
Voor de montage 4
11
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
4.5 Technische documentatie
De zonne-installatie bestaat uit verschillende
componenten (afb. 6) die voor de montage, bediening
en het onderhoud noodzakelijke documentatie bevatten.
Eventueel hebben toebehoren een aparte
documentatie.
Afb. 6 Zonne-installatie componenten en technische
documentatie
63043965.07-1.SD
63043965.07-1.SD
2
3
1
Pos. 1:
collector: montagevoorschrift voor montage
op het dak is bij de aansluitset gevoegd
Pos. 2:
compleet station: montagevoorschrift is bij
het compleet station gevoegd
Pos. 3:
boiler: montagevoorschrift is bij de boiler
gevoegd
12
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Voor de montage4
4.6 Benodigde plaats op het dak vaststellen
Neem goed nota van de volgende afmetingen die u
minimaal ter beschikking moeten staan.
Maat A en B
Benodigde plaats voor het collectorveld.
Maat C
Minimaal twee pannenrijen tot aan nok of schoorsteen.
Vooral bij ingemetselde pannen bestaat anders het
risico van beschadiging van de dakbedekking.
Maat D
Dakrand inclusief geveldikte.
Maat E
Minimaal 30 cm voor de montage van de
aansluitleidingen op de zolder onder.
Maat F
Minimaal 40 cm voor de montage van de
aansluitleidingen op de zolder boven (bij montage van
een ontluchter moet bovendien voldoende ruimte in het
bereik van de toevoeropening worden gepland).
Maat G
Minimaal 50 cm links en rechts naast het collectorveld
voor de aansluitleidingen onder het dak.
Maat H
Maat H komt overeen met 1.900 mm (bij horizontale
collectoren: 1.000 mm) en is de minimumafstand van
bovenkant collector tot de onderste profielrail, die eerst
wordt gemonteerd.
Afb. 7 Afstandsmaten die moeten worden aangehouden
G
H
63043965.09-1.SD
Benodigde plaats bij verticale collectoren: Benodigde plaats bij horizontale collectoren:
Aantal collectoren Maat A Maat B Aantal collectoren Maat A Maat B
1 1,15 m 2,07 m 1 2,07 m 1,15 m
2 2,32 m 2,07 m 2 4,17 m 1,15 m
3 3,49 m 2,07 m 3 6,26 m 1,15 m
4 4,66 m 2,07 m 4 8,36 m 1,15 m
5 5,83 m 2,07 m 5 10,45 m 1,15 m
6 7,06 m 2,07 m 6 12,55 m 1,15 m
7 8,17 m 2,07 m 7 14,64 m 1,15 m
8 9,34 m 2,07 m 8 16,74 m 1,15 m
9 10,51 m 2,07 m 9 18,61 m 1,15 m
10 11,68 m 2,07 m 10 20,93 m 1,15 m
Tab. 2 Benodigde plaats van verticaal gemonteerde
collectoren
Tab. 3 Benodigde plaats van horizontaal gemonteerde
collectoren
Dakverbinding en profielrails monteren 5
13
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
5 Dakverbinding en profielrails monteren
Afb. 8 Kant en klaar gemonteerde profielrails voor twee
collectoren
63043965.10-1.SD
WARNUNG!
LEVENSGEVAAR
Zorg er bij alle werkzaamheden op daken
voor dat u niet kunt vallen.
WARNUNG!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN
door vallen en naar beneden val-
lend materiaal.
z Tref bij alle werkzaamheden op daken
de gepaste maatregelen om on-
gelukken te voorkomen.
z Draag steeds uw persoonlijke
veiligheidskleding of vei-
ligheidsuitrusting.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Om ervoor te zorgen dat u gemakke-
lijker op het dak kunt lopen, is het aan
te raden een dakdekkersladder te
gebruiken of de pannen aan de rand
van het collectorveld naar boven te
schuiven.
14
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Dakverbinding en profielrails monteren5
5.1 Afstanden vastleggen
De maten die worden aangegeven in de tabellen, zijn
richtwaarden die zo veel mogelijk in acht genomen
moeten worden.
Afstanden tussen de dakhaken
Elke profielrail wordt met twee dakhaken bevestigd
(afb. 9). De afstand die zich ongeveer tussen de
dakhaken bevindt, vindt u in de tabel.
Afstanden tussen de profielrails
Leg de afstand tussen de bovenste en onderste
profielrail vast (afb. 10). Richt u naar de tabelwaarden.
Afb. 9 Afstand tussen de dakhaken onderling
z
z
x
x
63043965.11-1.SD
63043965.11-1.SD
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
In principe bepalen bij pannendaken de
golfdalen de werkelijke afstand tussen de
dakhaken.
Type montage Afstand w Afstand x Afstand z
verticaal ca. 1170 mm 610 - 1030 mm 170 - 540 mm
horizontaal ca. 2090 mm 1520-1950 mm 170 - 540 mm
Tab. 4 Afstand tussen de dakhaken onderling
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De afstanden x en z moeten in de buurt
komen van de afstand w.
Afb. 10 Afstand tussen de profielrails onderling
y
y
63043965.12-1.SD
63043965.12-1.SD
Type montage Afstand y
van tot
verticaal 1320 mm 1710 mm
horizontaal 600 mm 820 mm
Tab. 5 Afstand (hart-hart) tussen de onderste en bovenste
profielrail
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Horizontale montage is alleen bij een
daklattenafstand van max. 420 mm
mogelijk.
Dakverbinding en profielrails monteren 5
15
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
5.2 Dakbedekking met pannen
Monteer eerst alle dakhaken volgens de in de
tab. 4 en 5 op Seite 14 aangegeven richtwaarden.
5.2.1 Dakhaak aan daklat hangen
Het onderstuk van de dakhaak is bij levering ingeklapt.
z Draai de lange zeskantmoer (afb. 12, pos. 2) op de
dakhaak los en zet het onderstuk van de dakhaak
(afb. 12, pos. 1) in de juiste positie.
z Schuif overeenkomstig de dakhaakposities (tab. 4
en tab. 5, Seite 14) pannen omhoog.
z Hang de dakhaak zodanig in dat de steun voor in
een golfdal ligt (afb. 13, pos. 4).
z Schuif het onderstuk van de dakhaak (afb. 13,
pos. 3) zover omhoog dat dit tegen de daklat
(afb. 13, pos. 2) ligt.
z Draai de lange zeskantmoer (afb. 13, pos. 1) vast.
Steek hiervoor de sleutel SW 5 in een gat van de
zeskantmoer en draai deze.
Afb. 11 Aanzicht gemonteerde dakhaken voor twee
collectoren
63043965.13-1.SD
63043965.13-1.SD
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Verander niets aan de dakconstructie en
vermijd een beschadiging van de
dakbedekking. Til bij ingemetselde
nokpannen pas vanaf de 3e rij onder de
nok de pannen op.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Damit die Pfanne über dem Dachhaken
besser aufliegt, sollten Sie die
PfannenAuflagepunkte vorsichtig ab-
schneiden.
Afb. 12 Onderstuk van dakhaak draaien
Afb. 13 Ingehangen dakhaak (voor een beter aanzicht zijn
enkele pannen niet afgebeeld)
63043965.14-1.SD
63043965.14-1.SD
1
2
63043965.15-1.SD
1
3
4
4
2
5
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door later losdraaien van de lange
zeskantmoer op de dakhaak. Bij
vastdraaien van de moer wordt lijm ge-
activeerd die de verbinding na een uur
borgt.
z Wordt de moer na een uur los-
gedraaid, dan moet deze op de
bouwplaats worden geborgd
(b.v. getande borgring).
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De getande vulring (afb. 13, pos. 5) moet
in de vertanding van het onderstuk van de
dakhaak grijpen.
16
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Dakverbinding en profielrails monteren5
5.2.2 Dakhaak aan spanten bevestigen
De dakhaak kan als alternatief ook worden gebruikt als
spantanker voor bevestiging op de spanten.
Overeenkomstig de dakhaakposities (tab. 4 en tab. 5,
Seite 14) moeten evt. op de spanten (tengels uitsparen)
planken/balken met voldoende draagkracht worden
aangebracht, om de dakhaak tussen de spanten te
monteren.
z Draai de lange zeskantmoer (afb. 14, pos. 2) los.
z Steek de schroef in het bovenste gat (afb. 14,
pos. 3).
z Bevestig het onderstuk van de dakhaak (afb. 14,
pos. 1) losjes. Draai de verbinding nog niet vast aan.
z Leg de steun voor zodanig op de pan dat deze bij
belasting in een golfdal ligt (afb. 15, pos. 3).
De dakhaak moet daarbij aan de bovenkant van de
pan een beetje speling hebben (afb. 15, pos. 4). Pas
eventueel de pan boven aan.
z Schuif het onderstuk van de dakhaak zover om-
laag tot dit op het spant of op de plank/balk (afb.
15, pos. 6) ligt.
z Draai de lange zeskantmoer (afb. 15, pos. 1) vast.
Steek hiervoor de sleutel SW 5 in een gat van de
zeskantmoer en draai deze.
z Bevestig het onderstuk van de dakhaak min. in het
eerste (afb. 15, pos. 2) en tweede gat met geschikte
schroeven op het spant.
Afb. 14 Dakhaak op spanten bevestigen
Pos. 1: onderstuk dakhaak
Pos. 2: lange zeskantmoer
Pos. 3: bovenste gat voor bevestiging van onderstuk
Pos. 4: opvullen, indien nodig
Pos. 5: afkorten, indien nodig
63043965.16-1.SD
63043965.16-1.SD
2
1
3
5
4
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Bij enkele dakbedekkingen kan het nodig
zijn om de dakhaak bij het onderstuk
(afb. 14, pos. 4) op te vullen met
planken/balken, zodat de dakhaak boven
op de pan ligt.
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door breuk van de dakhaak, wanneer de
schroef niet in het bovenste gat wordt
geplaatst en er zodoende ongunstige
krachtinwerkingen kunnen ontstaan.
Afb. 15 Gemonteerde dakhaak (voor een beter aanzicht
zijn enkele pannen niet afgebeeld)
Pos. 1: lange zeskantmoer
Pos. 2: schroef voor dakhaakbevestiging
Pos. 3: steun voor
Pos. 4: pan evt. aan dakhaak aanpassen
Pos. 5: getande vulring
Pos. 6: plank/balk
63043965.17-1.SD
63043965.17-1.SD
1
4
6
3
2
5
3
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De getande vulring (afb. 15, pos. 5) moet
in de vertanding van het onderstuk van de
dakhaak grijpen.
Dakverbinding en profielrails monteren 5
17
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
5.3 Dakbedekking met
beverstaartpannen
Neem bij de montage goed nota van de aan te houden
afstanden (w, x en y) van de dakhaken (Tab. 4 en
Tab. 5, Seite 14).
Overeenkomstig de dakhaakposities (afb. 16, pos. 1)
moeten evt. op de spanten (tengels uitsparen)
planken/balken met voldoende draagkracht worden
aangebracht, om de dakhaak tussen de spanten te
monteren.
Dakhaak voorbereiden
Vóór de montage moet het onderstuk in de juiste positie
worden gebracht.
z Draai de lange zeskantmoer (afb. 17, pos. 2) los.
z Steek de schroef in het bovenste gat (afb. 17,
pos. 3).
z Bevestig het onderstuk van de dakhaak (afb. 17,
pos. 1) losjes. Draai de verbinding nog niet vast aan.
Afb. 16 Planken/balken monteren, indien nodig
63043965.18-1.SD
63043965.18-1.SD
1
1
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Laat u bij montage op een dak met
beverstaartpannen door een dakdekker
adviseren.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Wanneer het dak is uitgevoerd met
tengels, kunt u ook de dakhaken
overeenkomstig de dakbedekking met
pannen gebruiken (Seite 15).
Afb. 17 Onderstuk van dakhaak opnieuw plaatsen
Pos. 1: onderstuk dakhaak
Pos. 2: lange zeskantmoer
Pos. 3: bovenste gat voor bevestiging van onderstuk
Pos. 4: afkorten, indien nodig
63043965.16-1.SD
63043965.16-1.SD
1
3
2
4
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door breuk van de dakhaak, wanneer de
schroef niet in het bovenste gat wordt
geplaatst en er zodoende ongunstige
krachtinwerkingen kunnen ontstaan.
18
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Dakverbinding en profielrails monteren5
Dakhaak monteren
z Leg de steun voor zodanig op de pan dat deze bij
belasting aanligt (afb. 19, pos. 4).
De dakhaak moet daarbij aan de bovenkant van de
pan een beetje speling hebben (afb. 19, pos. 5). Pas
eventueel de pan boven aan.
z Schuif het onderstuk van de dakhaak zover
omlaag tot dit op het spant of op de plank/balk ligt
(afb. 18, pos. 1).
z Draai de lange zeskantmoer (afb. 19, pos. 1) vast.
Steek hiervoor de sleutel SW 5 in een gat van de
zeskantmoer en draai deze.
z Bevestig het onderstuk van de dakhaak min. in het
eerste (afb. 19, pos. 3) en tweede gat met geschikte
schroeven op het spant of de plank/balk.
z Snij de aanliggende beverstaartpan (afb. 20, pos.
1) op maat (stippellijn, Abb. 20, Pos. 2).
Afb. 18 Gemonteerde dakhaak
Afb. 19 Gemonteerde dakhaak - doorsnede met ingekort
onderstuk van dakhaak
63043965.20-1.SD
63043965.20-1.SD
1
63043965.21-1.SD
63043965.21-1.SD
1
3
2
5
4
OPGELET!
SCHADE AAN HET GEBOUW
door lekkage.
z Monteer iedere dakhaak in het midden
op een beverstaartpan.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Wanneer de daklatten een te geringe
afstand hebben, kunt u het onderstuk van
de dakhaak tussen het tweede en derde
gat afkorten.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De getande vulring (afb. 19, pos. 2) moet
in de vertanding van het onderstuk van de
dakhaak grijpen.
Afb. 20 Dakhaak met ingedekt dak
63043965.65-1.SD
63043965.65-1.SD
2
1
Dakverbinding en profielrails monteren 5
19
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
5.4 Dakbedekking met golfplaten
In plaats van de dakhaken moeten zelftappende
schroeven voor bevestiging van de profielrails worden
gemonteerd.
Leveringsomvang (afb. 21):
In principe bepalen bij daken met golfplaten de
bovenkant van de golven de werkelijke afstand tussen
de zelftappende schroeven. Neem bij de montage goed
nota van de aan te houden afstanden (w, x en y) van de
zelftappende schroeven (Tab. 4 en Tab. 5, Seite 14).
Afb. 21 Dakverbinding golfplaten
Extra benodigd gereedschap
accuschroevendraaier
meetlint
houtboor, Ø 6 mm (boorlengte siehe Kapitel
„Zelftappende schroeven monteren“, Seite 20)
metaalboor, Ø 13 mm
steeksleutel SW 15 en 19
63043965.22-1.SD
63043965.22-1.SD
1
5
4
3
2
6
WARNUNG!
LEVENSGEVAAR
door inademen van
asbesthoudende vezels.
z Werkzaamheden bij asbesthoudende
materialen mogen alleen door experts
of geïnstrueerde personen worden
uitgevoerd.
z De noodzakelijke maatregelen uit de
arbowet betreffende gevaarlijke
stoffen moeten strikt worden
nageleefd.
Pos. 1: schroef M8 4 ×
Pos. 2: bevestigingsblokje 4 ×
Pos. 3: moer M12 4 ×
Pos. 4: vulring 4 ×
Pos. 5: afdichtingsplaatje 4 ×
Pos. 6: zelftappende schroef M12 4 ×
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door een niet dragende onderconstructie.
z Controleer of de onderconstructie
voldoende dragend is. Voor de
bevestiging van de zelftappende
schroeven zijn kanthouten van min.
40 × 40 mm Stärke notwendig.
z Monteer eventueel extra kanthouten,
zodat de maten van de tab. 4 en tab.
5 kunnen worden aangehouden.
20
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Dakverbinding en profielrails monteren5
Zelftappende schroeven monteren
z De boorlengte voor de benodigde houtboor bepaalt u
volgens de volgende berekening:
z Boor met een metaalboor (Ø 13 mm)
overeenkomstig de posities van de zelftappende
schroeven (zie tab. 4 en tab. 5) door het dak met
golfplaten. Boor niet door het hout eronder!
z Voer de houtboor 6 mm) door de boorsjabloon en
boor verticaal in de onderconstructie (kanthout).
z Let bij het monteren van de zelftappende schroeven
op de volgorde van de afzonderlijke delen (afb. 23).
z Draai het bevestigingsblokje (afb. 23, pos. 1) tot de
aanslag op de zelftappende schroef (afb. 23,
pos. 5).
z Draai de voorgemonteerde zelftappende schroeven
met behulp van een steeksleutel SW 15 zover in het
dak tot de maat B is bereikt (tab. 5).
Afb. 22 Boorsjabloon vervaardigen
Afb. 23 Volgorde voor de montage van de zelftappende
schroeven
Pos. 1: bevestigingsblokje
Pos. 2: moer M12
Pos. 3: vulring
Pos. 4: afdichtingsplaatje
Pos. 5: zelftappende schroef M12
63043965.23-1.SD
63043965.23-1.SD
63043965.24-1.SD
63043965.24-1.SD
5
2
3
4
1
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
U moet met de houtboor in een hoek van
exact 90° door de onderconstructie van
het dak boren, om later een vlakke
bevestigingsondergrond te krijgen tussen
het bevestigingsblokje en de profielrail.
Hiervoor is het handig om een
boorgeleiding of boorsjabloon te ver-
vaardigen.
z Neem een kanthout van ca.
0,50 1,00 m lang. Boor een door-
gangsgat (Ø 6 mm) verticaal in het
kanthout (afb. 22).
90 mm
Hoogte van de golf
+
Hoogte van de boorsjabloon
+
Noodzakelijke boorlengte vanaf
boorhouder voor houtboor
6 mm)
=
OPGELET!
SCHADE AAN HET GEBOUW
door lekkage.
z Boor nooit in een golfdal.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Zorg ervoor dat bij het indraaien van de
zelftappende schroeven de afstand B
(tab. 6 en afb. 24) bij alle zelftappende
schroeven gelijk is.
Dakverbinding en profielrails monteren 5
21
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
z Draai de moer (afb. 24, pos. 2) zover vast tot het
afdichtingsplaatje (afb. 24, pos. 3) helemaal op het
dak ligt.
Profielrail vastschroeven
Neem ook goed nota van Kapitel 5.8.1 „Profielrails
verbinden“.
z Bevestig de profielrails (afb. 25, pos. 2) telkens met
twee schroeven (afb. 25, pos. 1).
Afb. 24 Gemonteerde zelftappende schroef op dak
met golfplaten
Pos. 1: bevestigingsblokje
Pos. 2: moer, M12
Pos. 3: afdichtingsplaatje
63043965.25-1.SD
63043965.25-1.SD
1
2
3
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
z Het bevestigingsblokje moet tot de
aanslag op de zelftappende schroef
zijn gedraaid.
Hoogte van de golf maat A Maat B
35 mm 70 mm
40 mm 65 mm
45 mm 60 mm
50 mm 55 mm
55 mm 50 mm
60 mm 45 mm
Tab. 6 Montagematen dak met golfplaten. Maten zijn
afhankelijk van de hoogte van de golven.
Afb. 25 Profielrail op bevestigingsblokje bevestigen
Pos. 1: schroef
Pos. 2: profielrail
Pos. 3: bevestigingsblokje
63043965.26-1.SD
63043965.26-1.SD
2
1
3
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De profielrails mogen door niveau-
verschillen van de dakspanten niet
doorhangen.
z Gebruik ter controle een metselkoord.
Indien nodig vult u de profielrails bij het
bevestigingsblokje op.
22
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Dakverbinding en profielrails monteren5
5.5 Dakbedekking met leien/shingles
Als voorbeeld wordt de montage van een speciale
dakhaak en waterdicht indekken met ter plaatse
beschikbaar te stellen platen (afb. 26, pos. 1 en 2) op
een dak met leien/shingles getoond.
Neem bij de montage goed nota van de aan te
houden afstanden (w, x en y) tussen de speciale
dakhaken onderling (tab. 4 en tab. 5, Seite 14).
z Monteer de speciale dakhaak (afb. 26, pos. 5) en
afdichting (afb. 26, pos. 4) met de schroef (afb. 26,
pos. 6) op de dakbedekking met leien/shingles.
z Om ervoor te zorgen dat de montage waterdicht is
uitgevoerd, moeten er ter plaatse boven en onder de
speciale dakhaken platen (afb. 26, pos. 1, 2) worden
gemonteerd.
5.6 Dakbedekking met metalen platen
In plaats van de dakhaken moeten zelftappende
schroeven (afb. 27, pos. 5) voor bevestiging van de
profielrails worden gemonteerd. Neem bij de montage
goed nota van de aan te houden afstanden (w, x en y)
van de zelftappende schroeven (Tab. 4 en Tab. 5,
Seite 14).
Om ervoor te zorgen dat het dak dicht is, moeten voor
de zelftappende schroeven (afb. 27, pos. 5) ter plaatse
hulzen (afb. 27, pos. 6) op het dak met metalen platen
worden gesoldeerd.
Afb. 26 Montage op een dak met leien/shingles
Pos. 1: plaat (op montageplaats)
Pos. 2: plaat (op montageplaats)
Pos. 3: afbeelding meervoudige bedekking
Pos. 4: afdichting (op montageplaats)
Pos. 5: speciale dakhaak
Pos. 6: schroef
63043965.27-1.SD
63043965.27-1.SD
1
2
3
4
5
4
6
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De montage op lei-/shingleplaten moet
worden uitgevoerd door een dakdekker.
Aanwijzing voor de gebruiker
De speciale dakhaak moet voor op een
meervoudige bedekking (afb. 26, pos. 3)
liggen.
Afb. 27 Montage op dak met metalen platen
Pos. 1: bevestigingsblokje
Pos. 2: moer M12
Pos. 3: vulring
Pos. 4: afdichtingsplaatje
Pos. 5: zelftappende schroef M12
Pos. 6: huls (op de montageplaats)
1
2
3
4
5
63043965.29-1.SD
1
2
4
5
6
3
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De montage op dakbedekkingen met
metalen platen moet worden uitgevoerd
door een dakdekker.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Het verloop van de montage van de
zelftappende schroeven en profielrails
alsmede dienovereenkomstige
aanwijzingen vindt u in Kapitel 5.4
„Dakbedekking met golfplaten“.
Dakverbinding en profielrails monteren 5
23
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
5.7 Extra rails monteren (toebehoren)
Bij montagehoogten van 20 tot 100 m en/of normale
sneeuwbelastingen van 2,0 tot 3,1 kN/m
2
zijn extra
maatregelen noodzakelijk.
Extra dakhaken aanbrengen
Voor opnemen van sneeuwlastprofielen moeten
verdere dakhaken worden gemonteerd.
z Bevestig extra dakhaken (afb. 28, pos. 1) indien
mogelijk in het midden tussen de reeds gemonteerde
bovenste en onderste dakhaken.
Sneeuwlastprofiel op dakhaken bevestigen
z Schuif de schuifmoer (afb. 29, pos. 1) in de richting
van de pijl op de dakhaak.
z Leg het sneeuwlastprofiel (afb. 29, pos. 2) op de
dakhaken en draai deze met schroef M8 (afb. 29,
pos. 3) vast.
z Richt de sneeuwlastprofielen onderling horizontaal in
één lijn uit (gebruik een metselkoord).
Profielrails monteren
Voor de bevestiging van de profielrails moeten deze
worden verbonden. Neem hiervoor goed nota van
Kapitel 5.8.1 „Profielrails verbinden“.
z Leg de profielrails (afb. 30, pos. 1) in de inkepingen
(afb. 30, pos. 2) van de sneeuwlastprofielen en draai
deze met schroeven en aluminium moeren (afb. 30,
pos. 3) slechts lichtjes vast, zodat de profielrails nog
kunnen worden uitgericht.
z Ga met de andere profielrails op dezelfde manier te
werk.
Zet de montage voort met Kapitel 5.8.3 „Profielrails
uitrichten“.
Afb. 28 Extra dakhaken voor het sneeuwlastprofiel
(hier: voor twee collectoren)
Afb. 29 Bevestiging van het sneeuwlastprofiel
Afb. 30 Horizontale profielrails monteren
63043965.30-1.SD
63043965.30-1.SD
1
63043965.31-1.SD
63043965.31-1.SD
2
1
3
63043965.32-1.SD
2
1
3
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Als voorbeeld krijgt u de montage met
een dakbedekking van pannen getoond.
De extra rails kunnen ook op andere in dit
voorschrift beschreven dakbedekkingen
worden gemonteerd.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Tussen de bovenste, middelste en
onderste dakhaak moet zich telkens
minimaal één vrije pannenrij bevinden.
24
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Dakverbinding en profielrails monteren5
5.8 Profielrails monteren
De profielrails moeten onderling worden verbonden met
steekverbindingen. Voor iedere collector is een boven-
ste en onderste profielrail voorzien.
5.8.1 Profielrails verbinden
z Schuif de steekverbinding (afb. 31, pos. 1) tot de
aanslag in beide profielrails (afb. 31, pos. 2).
z Draai voor vergrendeling de beide voorge-
monteerde stifttappen M10 (afb. 31, pos. 3) in de
steekverbinding met sleutel SW 5 vast.
5.8.2 Profielrails monteren
z Schuif de schuifmoer (afb. 32, pos. 1) in de richting
van de pijl op de dakhaak.
z Leg de onderste profielrails (afb. 32, pos. 2) op de
dakhaken en draai schroef M8 (afb. 32, pos. 3)
slechts lichtjes aan, zodat de profielrails nog kunnen
worden uitgericht.
z Ga met de bovenste profielrails op dezelfde manier
te werk.
Afb. 31 Profielrails verbinden
Pos. 1: steekverbinding
Pos. 2: profielrail
Pos. 3: stifttap M10
63043965.33-1.SD
63043965.33-1.SD
1
2
3
Afb. 32 Profielrails aan de dakhaak bevestigen
Pos. 1: schuifmoer
Pos. 2: profielrail
Pos. 3: schroef
63043965.34-1.SD
63043965.34-1.SD
1
2
3
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Wij adviseren om voor de afstand van de
profielrails een hulpmiddel van daklatten
te vervaardigen.
Dakverbinding en profielrails monteren 5
25
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
5.8.3 Profielrails uitrichten
z Richt de bovenste en onderste profielrails aan de
zijkant in één lijn t.o.v. elkaar en telkens horizontaal
uit (afb. 33, gebruik een waterpas).
z Draai de schroeven vast.
5.8.4 Beveiligingen tegen afglijden monteren
Om de collectoren te beschermen tegen afglijden, moet
u voor iedere collector twee beveiligingen tegen afglij-
den op de onderste profielrails bevestigen.
z Schuif de beveiligingen tegen afglijden (afb. 34,
pos. 3) telkens in de binnenliggende slobgaten
(afb. 34, pos. 1) zover over de profielrails tot deze
vastklikken (afb. 34, pos. 2).
Afb. 33 Profielrails uitrichten
90°
90°
90°
90°
63043965.35-1.SD
63043965.35-1.SD
1
1
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Meet de diagonalen of leg b.v. een daklat
(afb. 33, pos. 1) op de uiteinden van de
profielrails. De hoek tussen de daklat en
de profielrail moet 90° bedragen. Richt de
profielrails via de slobgaten uit.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De profielrails mogen door
niveauverschillen van de
dakspanten niet doorhangen.
Gebruik ter controle een metselkoord.
Vul indien nodig de profielrails bij
de dakhaak op.
Afb. 34 Beveiliging tegen afglijden inhangen
Pos. 1: bevestigingsgaten voor de beveiligingen tegen
afglijden
Pos. 2: vastklikken van de beveiliging tegen afglijden
Pos. 3: beveiliging tegen afglijden
1
3
2
26
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Collectoren monteren6
6 Collectoren monteren
Wanneer u begint met de montage van de collectoren,
moet u goed nota nemen van de volgende
veiligheidsaanwijzingen en aanwijzingen voor de
gebruiker.
Afb. 35 Aanzicht montage op het dak met collectoren
63043965.37-1.SD
WARNUNG!
LEVENSGEVAAR
door vallen en naar beneden vallend
materiaal.
z Tref bij alle werkzaamheden op daken
de gepaste maatregelen om on-
gelukken te voorkomen.
z Zorg er bij alle werkzaamheden op
daken voor dat u niet kunt vallen.
z Draag steeds uw persoonlijke
veiligheidskleding of vei-
ligheidsuitrusting.
z Controleer na voltooiing van de
montage of de montageset en de
collectoren goed zijn bevestigd.
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door beschadigde afdichtingsvlakken.
z Verwijder de rubber doppen op de
collectoraansluitingen pas direct voor
de montage.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Maak voor de montage gebruik van een
heftoestel uit de dakdekkerbranche of van
3-punts zuignappen met voldoende
draagvermogen of als toebehoren
verkrijgbare speciale draaggrepen
(vergemakkelijkt het tillen).
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Tijdens het transport of tijdens de
montage kunnen onbeveiligde
collectoren naar beneden vallen.
Collectoren monteren 6
27
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
6.1 Collectormontage voorbereiden
Vóór aanvang van de eigenlijke montage op het dak
kunt u de afsluitkapjes op de grond voormonteren, om
zo het werk op het dak te vergemakkelijken.
Om de afsluitkapjes (en later ook de
ribbelbuisverbinders en aansluitleidingen) te borgen,
moeten de aansluitingen worden voorzien van
klemmen.
6.1.1 Hydraulische aansluiting
De collectoren moeten zodanig worden gemonteerd dat
de voelerdoorvoeren voor opnemen van de
collectorvoeler ((afb. 37, pos. 1) boven liggen.
De geleiding van de leiding in de collector is uitgevoerd
als dubbele meander, daardoor is het mogelijk om twee
verschillende hydraulische aansluitingen uit te voeren:
Aansluiting aan één zijde tot max. 5 collectoren
U kunt de aansluiting aan één zijde uitvoeren tot een
collectorveldgrootte van max. 5 collectoren (Abb. 36 en
Abb. 37).
Afwisselende aansluiting tot max. 10 collectoren
Worden in een collectorrij meer dan 5 collectoren
gemonteerd, dan moet de hydraulische aansluiting
afwisselend worden uitgevoerd (Tichelmann-principe,
Abb. 38).
De afwisselende aansluiting kan ook bij minder dan
6 collectoren worden uitgevoerd (afb. 38).
Afb. 36 Hydraul. aansluiting rechts tot max. 5 collectoren
Pos. 1: ribbelbuisverbinder
Pos. 2: toevoerleiding
Pos. 3: retourleiding
Pos. 4: afsluitkapje
Afb. 37 Hydraul. aansluiting links tot max. 5 collectoren
Afb. 38 Afwisselende hydraulische aansluiting
63043966.09-1.SD
63043966.09-1.SD
2
1
3
4
1
4
63043966.10-1.SD
63043966.10-1.SD
1
63043966.08-1.SD
63043966.08-1.SD
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door lekkages bij de
collectoraansluitingen.
De ribbelbuisverbinders,
aansluitleidingen en de collec-
toraansluitingen mogen niet
beschadigd en vuil zijn.
z De collectoraansluitingen zijn voor
een eenvoudigere montage af fabriek
van een speciaal vet voorzien. Er mag
geen ander vet worden gebruikt.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De hydraulische aansluitleidingen
kunnen rechts (afb. 36) of links (afb. 37)
worden aangesloten. In dit voorschrift
werden de aansluitleidingen aan de
rechterkant afgebeeld.
28
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Collectoren monteren6
6.1.2 Afsluitkapjes monteren
Voor de aansluiting van een collectorveld zijn niet alle
aansluitingen nodig en deze moeten daarom worden
gesloten.
z Verwijder de rubber doppen (transportbescherming)
van de betreffende collectoraansluitingen.
z Schuif het afsluitkapje met de O-ringen ((afb. 39,
pos. 1) op de collectoraansluiting.
z Schuif de klem ((afb. 39, pos. 2) voor borging van de
aansluiting over het afsluitkapje en de collec-
toraansluiting.
6.2 Collectoren bevestigen
De bevestiging van de collectoren op de profielrails
geschiedt door de enkelzijdige collectorspanners
((afb. 40, pos. 2) aan het begin en einde van een
collectorrij en de dubbelzijdige collectorspanners
((afb. 40, pos. 1) tussen de collectoren.
Bovendien wordt door de beveiligingen tegen afglijden
voorkomen dat de collector afglijdt.
Enkelzijdige collectorspanners rechts inschuiven
z Schuif de enkelzijdige collectorspanners ((afb. 41,
pos. 1) aan het rechter uiteinde van het collectorveld
in de profielrails tot deze in het eerste slobgat van de
profielrails vastklikken.
Afb. 39 Afsluitkapje met klem borgen
63043966.12-1.SD
63043966.12-1.SD
2
1
Afb. 40 Bevestigingselementen voor de collector
63043965.42-1.SD
63043965.42-1.SD
2
1
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De kunststof delen op de
collectorspanners hebben geen
dragende functie. Deze vergemakkelijken
slechts de montage.
Afb. 41 Enkelzijdige collectorspanners inschuiven
2
1
63043965.43-1.SD
63043965.43-1.SD
1
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Monteer de enkelzijdige
collectorspanners aan de linkerkant van
het collectorveld pas na montage van de
laatste collector.
Collectoren monteren 6
29
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Eerste collector opleggen
Leg de collector zodanig op de profielrails dat de
voelerdoorvoer voor opnemen van de collectorvoeler
zich boven bevindt. Begin aan de rechterkant de
collectors op de profielrails te leggen.
z Leg de eerste collector op de profielrails en laat deze
in de beveiligingen tegen afglijden glijden (afb. 42).
De onderste collectorrand moet in de opening van de
beveiliging tegen afglijden liggen ((afb. 42, pos. 1).
z Schuif de collector ((afb. 43, pos. 1) voorzichtig
tegen de enkelzijdige collectorspanner en richt deze
horizontaal uit.
z Schroef de enkelzijdige collectorspanner ((afb. 43,
pos. 2) met de sleutel SW 5 vast.
De klembeugel van de collectorspanner ((afb. 43,
pos. 2) grijpt nu in de onderste collectorrand.
Dubbelzijdige collectorspanners inleggen
z Leg de dubbelzijdige collectorspanner met de moer
vooraan zodanig in de opening van de profielrail en
steekverbinding dat het kunststof afstandsblokje
((afb. 44, pos. 1) om de profielrail heen grijpt.
z Schuif de dubbelzijdige collectorspanner tot aan het
collectorframe.
Afb. 42 Eerste collector op de profielrails leggen
2
1
1
63043966.13-1.SD
63043966.13-1.SD
1
OPGELET!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN
Voer de montage van de collectoren
steeds met twee personen uit.
Afb. 43 Vastgeschroefde enkelzijdige collectorspanner
63043965.45-1.SD
63043965.45-1.SD
1
2
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Door vastdraaien van de schroef breekt
de kunststof geleiding bij de gewenste
breukplekken weg.
Afb. 44 Dubbelzijdige collectorspanners monteren
2
1
63043966.14-1.SD
63043966.14-1.SD
1
1
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Draai de schroef pas vast, wanneer de
tweede collector tot aan de dubbelzijdige
collectorspanner is geschoven.
30
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Collectoren monteren6
Ribbelbuisverbinders op de eerste collec-
tor monteren
z Verwijder de rubber doppen van de aansluitingen.
z Schuif de ribbelbuisverbinders ((afb. 45, pos. 1) op
de linker aansluitingen van de eerste collector.
z Schuif de klem ((afb. 45, pos. 2) voor borging van de
aansluiting over de ribbelbuisverbinder en de col-
lectoraansluiting.
Tweede collector opleggen
z Leg de tweede collector op de profielrails en laat
deze in de beveiligingen tegen afglijden glijden.
z Schuif de tweede collector zodanig tegen de eerste
collector, dat de collectoraansluitingen in de
voorgemonteerde ribbelbuisverbinders ((afb. 46,
pos. 1) van de eerste collector worden geschoven.
z Steek de tweede klem ((afb. 46, pos. 3) over de
ribbelbuisverbinder en de collectoraansluiting.
Afb. 45 Ribbelbuisverbinders op de eerste collector
monteren
63043966.11-1.SD
63043966.11-1.SD
2
1
Afb. 46 Tweede collector tegen de eerste schuiven
2
63043966.15-1.SD
63043966.15-1.SD
1
2
3
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door beschadigde ribbelbuisverbinders.
z Gebruik geen hulpgereedschappen
zoals b.v. tangen ((afb. 46, pos. 2).
Deze zouden de ribbelbuisverbinder
onbruikbaar kunnen maken.
Afb. 47 Ribbelbuisverbinders met klemmen geborgd
63043966.16-1.SD
63043966.16-1.SD
1
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door ongeborgde ribbelbuisverbinders en
afsluitkapjes.
z Borg ieder afsluitkapje met een klem
en iedere ribbelbuisverbinder met
twee klemmen ((afb. 47, pos. 1).
Collectoren monteren 6
31
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
z Draai de schroef van de dubbelzijdige
collectorspanner met de sleutel SW 5 vast.
De klembeugel ((afb. 48, pos. 1) van de
collectorspanner grijpt nu in de onderste
collectorranden.
Ga bij alle andere collectoren op dezelfde manier te
werk.
Enkelzijdige collectorspanner links monteren
Zijn alle collectoren gemonteerd, dan kunnen de beide
overige enkelzijdige collectorspanners worden beves-
tigd.
z Schuif de enkelzijdige collectorspanners ((afb. 49,
pos. 1) in de bovenste en onderste profielrails.
z Schuif de collectorspanners tot aan het collector-
frame en schroef deze met sleutel SW 5 vast ((afb.
49, pos. 2).
Afb. 48 Dubbelzijdige collectorspanner tussen twee
collectoren
63043965.48-1.SD
63043965.48-1.SD
1
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Door vastdraaien van de schroef breekt
de kunststof brug bij de gewenste
breukplekken weg.
Afb. 49 Enkelzijdige collectorspanner links
63043966.17-1.SD
63043966.17-1.SD
2
1
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Door vastdraaien van de schroef breekt
de kunststof geleiding bij de gewenste
breukplekken weg.
32
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Collectorvoeler aansluiten7
7 Collectorvoeler aansluiten
Montageplaats
De collectorvoeler moet in de collector met de
aangesloten toevoerleiding (afb. 50, pos. 2) worden
gemonteerd.
Inbouwpositie (afb. 50, pos. A) bij systemen met één
rij collectoren.
Inbouwpositie (afb. 50, pos. B) bij systemen met
twee rijen collectoren.
Collectorvoeler monteren
Voor een correct functioneren van de zonne-installatie is
het noodzakelijk dat de collectorvoeler (afb. 51, pos. 1)
tot aan de aanslag (komt overeen met ca. 250 mm) in de
voelerleibuis wordt geschoven.
z Stoot met de collectorvoeler of een
schroevendraaier door de afdichtingslaag van de
voelerdoorvoer (afb. 51, pos. 3).
z Draai de klemschroefverbinding (afb. 51, pos. 2) in
de voelerdoorvoer.
z Schuif de collectorvoeler ca. 250 mm in
de voelerleibuis (tot aan de aanslag).
z Draai de klemschroefverbinding (afb. 51, pos. 2)
vast, houd deze evt. tegen.
Afb. 50 Montageplaats collectorvoeler
(schematische weergave)
Pos. 1: retourleiding
Pos. 2: toevoerleiding
B
A
63043966.25-1.SD
63043966.25-1.SD
2
1
2
1
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De collectorvoeler wordt bij het complete
station of bij de regeling geleverd.
Let op de montageplaats bij systemen
met één of twee rijen collectoren
(afb. 50).
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door defecte voelerkabel.
z Bescherm evt. de kabel tegen mo-
gelijke beschadigingen
(b.v. aanvreten door steenmarters).
Afb. 51 Collectorvoeler in de collector schuiven
Pos. 1: collectorvoeler
Pos. 2: klemschroefverbinding
Pos. 3: voelerdoorvoer
2
5
0
m
m
K
o
l
l
e
k
t
o
r
63043966.26-1.SD
63043966.26-1.SD
2
1
3
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Wanneer u de voelerdoorvoer (afb. 51,
pos. 3) van de verkeerde collector heeft
doorgestoten, moet u deze met de stop
uit de aansluitset afdichten. Tevoren moet
u met behulp van de
kabelschroefverbinding (afb. 51, pos. 2)
de in de voelerdoorvoer aanwezige moer
verwijderen.
Verzamelleidingen aansluiten 8
33
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
8 Verzamelleidingen aansluiten
Informatie over het leggen van de verzamelleidingen
vindt u in het montagevoorschrift van het complete
station.
De hydraulische aansluiting op de verzamelleidingen
geschiedt met behulp van de lange flexibele
aansluitleidingen. Een directe aansluiting van een starre
verzamelleiding op de collector is niet toegestaan.
Afb. 52 Aansluitleidingen onder het dak voeren
Pos. 1: toevoerleiding (afbeelding zonder isolatie)
Pos. 2: retourleiding (afbeelding zonder isolatie)
Pos. 3: voelerkabel
63043966.18-1.SD
63043966.18-1.SD
1
2
3
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Gebruik voor het leggen van de
aansluitleidingen onder het dak
standaard ontluchtingspannen of de
antennedoorvoeren.
Geef evt. een gespecialiseerde firma
opdracht om de aansluitleidingen on-
der het dak te voeren.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Voer samen met de toevoerleiding
de voelerkabel door de ontlucht-
ingspan onder het dak.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Wanneer u de zonne-installatie op het
hoogste punt van de installatie wilt
ontluchten met behulp van een au-
tomatische ontluchter (toebehoren),
dan moet u de toevoerleiding met een
stijging naar de ontluchter en de
retourleiding met een stijging naar het
collectorveld leggen.
34
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Verzamelleidingen aansluiten8
8.1 Ontluchting door drukvulling
Wanneer de ontluchting van de zonne-installatie wordt
uitgevoerd met een drukvulpomp, is geen ontluchter op
het dak nodig.
z Schuif de aansluitleiding (1000 mm,Abb. 53, Pos. 1)
op de toevoeraansluiting van het collectorveld en zet
deze vast met de klem (afb. 53, pos. 4).
z Voer de aansluitleiding samen met de voelerkabel
door de ontluchtingspan (afb. 53, pos. 3) en door de
dakisolatie.
z Sluit de verzamelleiding op de klemringschroe-
fverbinding (afb. 53, pos. 2) aan.
Ga op dezelfde manier te werk bij de retouraansluiting.
Afb. 53 Toevoerleiding monteren (zonder ontluchter op
het dak)
63043966.19-1.SD
2
4
3
1
Verzamelleidingen aansluiten 8
35
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
8.2 Ontluchting door ontluchter (toebehoren) op het dak
Wanneer u de zonne-installatie op het hoogste punt van
de installatie wilt ontluchten met behulp van een
automatische ontluchter (toebehoren), dan moet u de
toevoerleiding met een stijging naar de ontluchter
(afb. 54, pos. 2) en de retourleiding met een stijging
naar het collectorveld leggen (afb. 54).
Vermijd veelvuldige veranderingen van richting.
Kan er vanwege plaatsgebrek geen automatische
ontluchter worden geplaatst, dan moet er een
handmatige ontluchter worden geïnstalleerd.
Functie stifttap en beschermkap
(weersomstandigheden) van de automatische
ontluchter
De zonne-installatie wordt via de geopende stifttap
ontlucht. Zodat er door de geopende stifttap geen vocht
in de zonne-installatie kan binnendringen, moet het
beschermkapje (afb. 55, pos. 1) tijdens werking steeds
op de stifttap zitten.
Open de ontluchter door de stifttap één slag los te
draaien.
Leveringsomvang ontluchterset universeel
(afb. 55):
Afb. 54 Aanzicht luchtbeker met ontluchter voor
toevoeraansluiting
Pos. 1: collectorvoeler
Pos. 2: automatische ontluchter op het dak
63043966.20-1.SD
63043966.20-1.SD
2
1
Aanwijzing voor de gebruiker
Bij elke verandering van richting naar
beneden en bij elke nieuwe stijging moet
u een extra luchtbeker met ontluchter
aanbrengen.
Aanwijzing voor de gebruiker
Wij adviseren om bij zonne-installaties
altijd ontluchters te gebruiken die
helemaal van metaal zijn, aangezien
deze bestand zijn tegen de optredende
temperaturen.
Afb. 55 Ontluchterset universeel
63043966.21-1.SD
63043966.21-1.SD
2
1
3
4
5
8
9
10
6
11
7
Pos. 1: beschermkapje (weersomstandigheden) 1 ×
Pos. 2: automatische ontluchter 1 ×
Pos. 3: kogelkraan 1 ×
Pos. 4: afdichting 1 ×
Pos. 5: ontluchterbeker 1 ×
Pos. 6: dubbele nippel met O-ring 1 ×
Pos. 7: nippel 1 ×
Pos. 8: wartelmoer 2 ×
Pos. 9: afdichting 1 ×
Pos. 10: carrosserieschijf 1 ×
Pos. 11: klemschijf 1 ×
36
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Verzamelleidingen aansluiten8
8.2.1 Ontluchter onder het dak monteren
z Schuif de aansluitleiding (afb. 56, pos. 3) op de to-
evoeraansluiting van het collectorveld en zet deze
vast met de klem (afb. 56, pos. 5).
z Voer de aansluitleiding samen met de voelerkabel
door de ontluchtingspan (afb. 56, pos. 4) en door de
dakisolatie.
Ga op dezelfde manier te werk bij de retouraansluiting.
z Verwijder de wartelmoer en klemring van
de aansluitleiding.
z Schroef de aansluitleiding (afb. 56, pos. 3) en
dubbele nippel (afb. 56, pos. 1) in de luchtbeker vast
(O-ring-afdichting).
z Sluit de verzamelleiding op dubbele nippel aan met
de klemringschroefverbinding (afb. 56, pos. 1).
Afb. 56 Ontluchter onder het dak monteren
Pos. 1: dubbele nippel met O-ring
Pos. 2: luchtbeker Pos.
3: aansluitleiding
Pos. 4: ontluchtingspan
Pos. 5: klem
63043966.22-1.SD
63043966.22-1.SD
2
1
3
4
5
Verzamelleidingen aansluiten 8
37
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
8.2.2 Ontluchter boven op het dak monteren
Voor de verbinding van de aansluitleiding aan de
ontluchter (toevoeraansluiting) moet de elleboog van de
aansluitleiding verwijderd en de dubbele nippel
gemonteerd worden.
z Snij de elleboog (afb. 57, pos. 1) met een pijpsnijder
van de aansluitleiding.
z Schuif de wartelmoer over de aansluitleiding.
Afdichtingsvlak tot stand brengen:
z Leg de klemschijf (afb. 57, pos. 2) achter de eerste
ribbel en druk deze bij elkaar. De klemschijf moet
gelijkmatig tegen de kraag van de wartelmoer liggen.
z Leg de carrosserieschijf (afb. 57, pos. 3) vóór het
snijvlak van de aansluitleiding in de wartelmoer.
z Schroef de dubbele nippel (afb. 57, pos. 4) stevig in
de wartelmoer, zodat een vlak afdichtingsvlak op de
aansluitleiding ontstaat.
z Verwijder de dubbele nippel en de carrosserieschijf
en controleer of er een vlak afdichtingsvlak is
ontstaan.
z Verwijder eventueel uitstekende bramen.
z Plaats de afdichting (afb. 57, pos. 5) en schroef de
dubbele nippel erin.
Verbinding met de collector:
z Schroef de nippel (afb. 58, pos. 5) en
aansluitleiding (afb. 58, pos. 2) in de
luchtbeker vast (O-ring-afdichting).
z Schuif de luchtbeker (afb. 58, pos. 1) met nippel op
de collectoraansluiting en borg deze met de klem
(afb. 58, pos. 6).
z Voer de aansluitleiding samen met de voelerkabel
door de ontluchtingspan (afb. 58, pos. 4) en door de
dakisolatie.
z Sluit de verzamelleiding op de klemringschroe-
fverbinding (afb. 58, pos. 3) aan.
Afb. 57 Aansluitleiding voorbereiden
Pos. 1: elleboog
Pos. 2: klemschijf
Pos. 3: carrosserieschijf (om het afdichtingsvlak tot stand te
brengen)
Pos. 4: dubbele nippel
Pos. 5: afdichting
Afb. 58 Ontluchter monteren
Pos. 1: luchtbeker
Pos. 2: aansluitleiding
Pos. 3: klemringschroefverbinding 18 mm
Pos. 4: ontluchtingspan
Pos. 5: nippel
Pos. 6: klem
63043966.24-1.SD
63043966.24-1.SD
3.
4.
2
1
4
3
5
63043966.23-1.SD
63043966.23-1.SD
2
1
5
3
4
6
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Voer de montage van de
retouraansluiting uit zoals beschreven in
Kapitel 8.1 „Ontluchting door drukvulling“.
38
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Verbindingsset voor twee rijen (toebehoren) monteren9
9 Verbindingsset voor twee rijen (toebehoren) monteren
Als toebehoren is de verbindingsset (afb. 59, pos. 9)
verkrijgbaar die de verbinding van twee collectorrijen tot
stand brengt.
Leveringsomvang (afb. 59)
Extra afsluitkapjes monteren
Sluit de niet benodigde collectoraansluitingen af met de
afsluitkapjes (afb. 59, pos. 1, siehe Kapitel 6.1.2
„Afsluitkapjes monteren“, Seite 28).
Verbindingsset monteren
z Verwijder de dubbele nippel met de
klemringschroefverbinding van de aansluitleiding.
z Leg de afdichting (afb. 60, pos. 2) in de wartelmoer.
z Leg de elleboog (afb. 60, pos. 3) in de wartelmoer
G1, richt deze uit en schroef deze vast.
z Schuif de aansluitleiding (afb. 60, pos. 1) op de
collectoraansluitingen en zet deze met de klemmen
(afb. 60, pos. 4) uit de aansluitset vast.
Verbindingsset verlengen
z Monteer de klemring (afb. 61, pos. 2) en de
wartelmoer op de elleboog (afb. 61, pos. 3).
z Schuif een dienovereenkomstig afgekorte
koperleiding (18 mm, Abb. 61, Pos. 1) in de
klemringschroefverbindingen.
z Draai de schroefverbindingen vast.
Afb. 59 Schematische weergave en leveringsomvang
Afb. 60 Verbindingsset tussen twee collectorrijen
Afb. 61 Aansluitleiding verlengen
63043966.27-1.SD
63043966.27-1.SD
6
2
1
3
4
5
9
1
1
7
8
63043966.29-1.SD
63043966.29-1.SD
3
1
4
2
63043966.32-1.SD
63043966.32-1.SD
3
1
2
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Monteer zoveel mogelijk aansluitdelen op
de grond aan de collectoren. Dat maakt
de montage op het dak gemakkelijker.
Pos. 1: afsluitkapje 2 ×
Pos. 2: aansluitleiding 1 ×
Pos. 3: elleboog 1 ×
Pos. 4: afdichting 1 ×
Pos. 5: carrosserieschijf 1 ×
Pos. 6: klemschijf 1 ×
Pos. 7: klemring 2 ×
Pos. 8: wartelmoer G1 1 ×
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Wanneer u de aansluitleiding (afb. 60,
pos. 1) moet inkorten, neem dan a.u.b.
goed nota van de montagestappen in
Kapitel „Afdichtingsvlak tot stand
brengen:“ Seite 37.
Afsluitende werkzaamheden 10
39
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
10 Afsluitende werkzaamheden
10.1 Installatiecontrole
Controlewerkzaamheden
10.2 Aansluit- en verzamelleidingen
isoleren
z Snij de meegeleverde isolatie (710 mm lang) in
stukken van 88 mm lang op maat en leg deze om de
ribbelbuisverbinders tussen de collectoren.
Isolatie op de montageplaats van de verza-
melleidingen bij binnen- en buitenmontage
Gebruik voor de isolatie van de leidingen buiten UV-
bestendige materialen die bestand zijn tegen hoge
temperaturen.
Gebruik voor de isolatie van de leidingen
binnen materialen die bestand zijn tegen hoge
temperaturen.
Bescherm evt. de isolatie tegen aanvreten door
vogels.
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door corrosie, wanneer waterresten na
het spoelen of na een drukproef langere
tijd in de zonne-installatie blijft staan.
z Neem de zonne-installatie direct na
het spoelen / na de drukproef met de
speciaal voor zonne-installaties
bedoelde Solarfluid in gebruik
(informatie over spoelen / drukproef
zie voorschrift voor compleet sta-
tion). Voer anders het spoelen / de
drukproef later uit.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Voer de afsluitende isolatiewerkza-
amheden pas uit, wanneer de vermelde
controlewerkzaamheden zijn uitgevoerd.
1.
Ribbelbuisverbinders, afsluitkapjes en
aansluitleidingen met klemmen geborgd?
2.
Profielrails verbonden met dakhaken en
schuifmoeren?
3.
Beveiliging tegen afglijden gemonteerd en in
profielrail vastgeklikt?
4.
Voeler tot de aanslag ingeschoven en met
klemschroefverbinding geborgd?
5.
Drukproef uitgevoerd en alle aansluitingen
dicht (zie voorschrift van compleet station)?
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Wanneer u de ontluchting van de zonne-
installatie uitvoert met een automatische
ontluchter (toebehoren), moet u na het
ontluchten de kogelkraan sluiten
(zie montagevoorschrift van compleet
station).
40
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Korte instructie voor pannendak en drukvulling11
11 Korte instructie voor pannendak en drukvulling
Deze instructie dient slechts als overzicht van de uit te
voeren werkzaamheden. Neem absoluut goed nota van
de uitvoerige beschrijvingen van de werkzaamheden op
de genoemde pagina's en alle veiligheidsaanwijzingen
en aanwijzingen voor de gebruiker.
Afb. 62 Montage op het dak
Afb. 63 Hydraulische aansluiting
Afb. 64 Collectorvoeler en verzamelleidingen monteren
63043965.62-1.SD
63043965.62-1.SD
1, 2
3
8, 10
4
6
11, 14
5
63043966.31-1.SD
63043966.31-1.SD
12
7
18
7
9
17
12
63043966.30-1.SD
63043966.30-1.SD
12
18,19
12
13
13
7
18
17
Dakhaken en profielrails monteren
1.
Onderstuk van dakhaak draaien en complete
dakhaak overeenkomstig de afstanden (Kapitel 5.1
„Afstanden vastleggen“, Seite 14) in een golfdal
hangen.
pagina
15
2.
Onderstuk van dakhaak omhoog schuiven en
schroefverbinding vastdraaien.
pagina
15
3.
Profielrails onderling verbinden met
steekverbindingen.
pagina
24
4.
Profielrails op dakhaken bevestigen.
pagina
24
5.
Profielrails horizontaal en zijdelings in één lijn
uitrichten.
pagina
25
6.
Beveiligingen tegen afglijden in de beide binnenste
slobgaten van de onderste profielrails monteren.
pagina
25
Collectormontage voorbereiden
7.
Afsluitkapjes op de niet benodigde aansluitingen
schuiven en met klemmen vastzetten.
pagina
28
Collectoren bevestigen
8.
Enkelzijdige collectorspanners rechts in profielrails
schuiven.
pagina
28
9.
Eerste collector rechts op profielrails leggen en
tegen collectorspanners schuiven.
pagina
29
10.
Collectorspanners rechts vastschroeven.
pagina
29
11.
Dubbelzijdige collectorspanners in profielrail leggen
en tegen eerste collector schuiven.
pagina
29
12.
Ribbelbuisverbinders op de aansluitingen van de
eerste collector schuiven en met klemmen
vastzetten.
pagina
30
13.
Tweede collector tegen de eerste schuiven en
tweede klem monteren.
pagina
30
14.
Schroeven van de dubbelzijdige collectorspanners
vastdraaien.
pagina
31
15.
Op dezelfde manier te werk gaan bij alle verdere
collectoren.
pagina
31
16.
Enkelzijdige collectorspanners links monteren.
pagina
31
Verzamelleidingen aansluiten
17.
Collectorvoeler tot de aanslag in de collector met de
aan te sluiten toevoerleiding schuiven en
vastschroeven.
pagina
32
Korte instructie voor pannendak en drukvulling 11
41
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
18.
Aansluitleidingen op toevoer- en retouraansluiting
schuiven en met klemmen vastzetten.
pagina
34
19.
Toevoer-aansluitleiding samen met voelerkabel
door ontluchtingspan en dakisolatie voeren.
pagina
34
20.
Installatiecontrole uitvoeren.
pagina
39
21.
Verzamelleidingen en ribbelbuisverbinders isoleren
met UV-bestendig materiaal dat bestand is tegen
hoge temperaturen.
pagina
39
42
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
43
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Bosch Thermotechniek B.V., Postbus 3, 7400 AA Deventer
DealerLine: 0570 - 67 85 66
Consumenten Infolijn: 0570 - 67 85 00
Fax: 0570 - 67 85 86
Internet: www.nefit.nl
38

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Nefit SCM2 bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Nefit SCM2 in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 3,51 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Nefit SCM2

Nefit SCM2 Installatiehandleiding - Nederlands - 40 pagina's

Nefit SCM2 Installatiehandleiding - Nederlands - 44 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info