614001
38
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/40
Pagina verder
Voor de vakman
Montagevoorschrift
Vlakke collectoren
Zonnecollector SCM2
Montage op plat dak en aan de gevel
63043970.01-1.SD
63043970.01-1.SD
7 747 000 409 (2013/03)
2
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
1 Algemeen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
2 Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
3 Veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
3.1 Voorgeschreven toepassing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
3.2 Soorten aanwijzingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
3.3 Neem deze veiligheidsaanwijzingen in acht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
4 Voor de montage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
4.1 Algemene aanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
4.2 Beschrijving van de componenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
4.3 Extra benodigde hulpmiddelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
4.4 Transport en opslag. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
4.5 Technische documentatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
4.6 Hellingshoek van de collectoren vastleggen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
4.7 Benodigde plaats bepalen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
5 Staanders voor plat dak en gevel monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
5.1 Afstanden van de collectorsteunen bij voetverankering op de montageplaats . . . . . 17
5.2 Afstanden van de collectorsteunen bij verzwaringsbakken (toebehoren) . . . . . . . . 18
5.3 Staander voor plat dak stabiliseren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
5.4 Gevelstaander monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
5.5 Profielrails monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
6 Collectoren monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
6.1 Collectormontage voorbereiden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
6.2 Collectoren bevestigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28
7 Collectorvoeler aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
8 Verzamelleidingen aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33
8.1 Houder voor toevoerleiding monteren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33
8.2 Ontluchting door drukvulling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34
8.3 Ontluchting door ontluchter (toebehoren) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
8.4 Verbinding van twee rijen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36
9 Afsluitende werkzaamheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
9.1 Installatiecontrole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
9.2 Aansluit- en verzamelleidingen isoleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
10 Korte instructie voor voetverankering en drukvulling . . . . . . . . . . . . . . . 38
Algemeen
1
3
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
1 Algemeen
In dit hoofdstuk vindt u een beschrijving van de regels
van de techniek die gedurende de montage in acht
genomen moeten worden.
Voor Nederland moet u zich houden aan:
- Arbo wet
- Bouwbesluit
Beveiliging tegen blikseminslag
Wanneer de zonne-installatie boven de nok van het dak
uitsteekt of wanneer het gebouw (montagehoogte)
hoger is dan 20 m en er geen bliksemafleider aanwezig
is, moeten de elektrisch geleidende onderdelen die zich
op het dak bevinden, door het elektrotechnisch bedrijf
worden verbonden met een aarding van ten minste
16 mm
2
en worden aangesloten op de
potentiaalvereffening.
Wanneer het gebouw (montagehoogte) minder hoog is
dan 20 m, zijn geen speciale maatregelen ter beveiliging
tegen blikseminslag noodzakelijk.
Wanneer er een installatie ter beveiliging tegen
blikseminslag aanwezig is, moet de koppeling aan de
zonne-installatie door een erkend elektrotechnisch
vakman worden gecontroleerd.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Neem voor de montage en de werking
van de installatie goed nota van de
landspecifieke normen en richtlijnen!
RECYCLING
Wanneer de collectoren aan vervanging
toe zijn, kunt u ze teruggeven aan de
fabrikant. De materialen worden dan op
de meest milieuvriendelijke wijze
gerecycleerd.
4
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Technische gegevens2
2 Technische gegevens
Tab. 1 Technische gegevens
SCM2
Certificaten
Lengte 2.070 mm
Breedte 1.145 mm
Hoogte 90 mm
Afstand tussen de collectoren 25 mm
Absorberinhoud, type verticaal V
f
1,43 l
Absorberinhoud, type horizontaal V
f
1,76 l
Buitenoppervlak (bruto oppervlak) A
G
2,37 m²
Absorber oppervlak (netto oppervlak) 2,23 m²
Gewicht netto, type verticaal m 44 kg
Gewicht netto, type horizontaal m 45 kg
Toegestane werkoverdruk van de
collector
p
max
10 bar
DIN
0036
Veiligheid 3
5
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
3 Veiligheid
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe de aanwijzingen uit
dit montagevoorschrift zijn opgebouwd en krijgt u een
overzicht van de algemene veiligheidsaanwijzingen
voor een veilige en storingsvrije werking.
De veiligheidsaanwijzingen en de aanwijzingen voor de
gebruiker die specifiek betrekking hebben op de
montage, staan in het montagevoorschrift direct bij de
betreffende montagestappen.
Lees de veiligheidsaanwijzingen zorgvuldig door,
voordat u met de montage begint.
Veronachtzaming van de veiligheidsaanwijzingen kan
leiden tot ernstig persoonlijk letsel – zelfs met de dood
tot gevolg – evenals tot materiële schade en
milieuvervuiling.
Over dit voorschrift
Dit montagevoorschrift bevat belangrijke informatie over
een veilige en vakkundige montage van de set voor
montage op plat dak en aan de gevel alsmede over de
hydraulische aansluiting.
De afbeeldingen in dit voorschrift tonen de verticale
montage van de collectoren. Wijkt de horizontale
montage af van de verticale, dan wordt hierop gewezen.
De complete technische documentatie moet worden
bewaard. U kunt deze bij de fabrikant inzien.
Voor de in dit montagevoorschrift beschreven
werkzaamheden moet u de nodige vakkennis hebben
en een beroepsopleiding gevolgd hebben voor gas- en
waterinstallaties. Voer de montagestappen alleen zelf
uit, wanneer u over de nodige vakkennis beschikt.
z Overhandig dit montagevoorschrift aan de klant.
z Geef de klant de nodige uitleg over de werking en de
bediening van het apparaat.
3.1 Voorgeschreven toepassing
Monteer de onderdelen enkel op voldoende dragende
daken. Houd rekening met de extra dakbelasting per
staander voor plat dak, inclusief de zonnecollector.
Vraag eventueel raad aan een bouwdeskundige.
De set mag enkel worden geplaatst op platte daken of
op daken met een geringe dakhelling ( 25°).
Wanneer de kans bestaat, dat er zich achter de
collectoren (aan nokzijde) grotere hoeveelheden
sneeuw kunnen verzamelen, moet u dat verhinderen
door b.v. roosters aan te brengen.
Bij daken met een geringe hellingsgraad moet de
bevestiging op het dak ter plaatse gedaan worden.
Toepassingsvoorwaarden staander voor plat dak
Monteer de montageset alleen op daken met voldoende
draagkracht.
De montageset is geschikt voor een max. normale
sneeuwbelasting van 2,0 kN/m² en een montagehoogte
van max. 20 m. Door uitbreiding met
dienovereenkomstig toebehoren kan de montageset
worden gebruikt voor een max. normale
sneeuwbelasting van 3,8 kN/m² en een max.
montagehoogte van 100 m.
De montageset voor plat dak mag niet worden gebruikt
voor de bevestiging van andere dakconstructies. De
constructie dient uitsluitend voor een veilige bevestiging
van zonnecollectoren.
Toepassingsvoorwaarden gevelstaander
Monteer de gevelstaander enkel op muren met
voldoende draagkracht. Vraag evt. raad aan een
bouwdeskundige.
De gevelstaander mag alleen tot een montagehoogte
van 20 m en tot een sneeuwbelasting van max.
2,0 kN/m² worden gemonteerd.
3.2 Soorten aanwijzingen
Er bestaan twee soorten aanwijzingen die door
verschillende signaalwoorden worden aangeduid:
Een ander symbool om aanwijzingen voor de gebruiker
aan te duiden:
WAARSCHUWING!
LEVENSGEVAAR
Wijst op een gevaar dat eventueel van het
product uitgaat en dat kan leiden tot zwaar
lichamelijk letsel, zelfs met de dood tot
gevolg, wanneer onvoldoende
voorzorgsmaatregelen genomen worden.
OPGELET!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN/
SCHADE AAN DE INSTALLATIE/
SCHADE AAN HET GEBOUW
Wijst op een situatie die mogelijk
gevaarlijk is en die zou kunnen leiden tot
matig of licht lichamelijk letsel of materiële
schade.
6
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Veiligheid3
3.3 Neem deze veiligheidsaanwijzingen
in acht
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Tips voor een optimaal gebruik van de
apparaten en een optimale instelling,
evenals andere nuttige informatie.
WAARSCHUWING!
LEVENSGEVAAR
door vallen en naar beneden vallend
materiaal.
z Tref bij alle werkzaamheden op daken
de gepaste maatregelen om
ongelukken te voorkomen.
z Zorg er bij alle werkzaamheden op
daken voor dat u niet kunt vallen.
z Draag steeds uw persoonlijke
veiligheidskleding of
veiligheidsuitrusting.
z Controleer na voltooiing van de
montage of de montageset en de
collectoren goed zijn bevestigd.
OPGELET!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN
Wanneer er wijzigingen aan de
constructie worden uitgevoerd, kan dat
resulteren in verwondingen en
functiestoringen.
z Voer geen wijzigingen aan de
constructie uit.
OPGELET!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN
Wanneer de collector en het
montagemateriaal gedurende langere tijd
zijn blootgesteld aan bestraling door de
zon, bestaat er gevaar voor verbranding
aan die onderdelen.
z Draag steeds uw persoonlijke
veiligheidskleding of
veiligheidsuitrusting.
z Bedek de collector (b.v. met een als
toebehoren verkrijgbaar afdekzeil) en
het montagemateriaal tijdens de
montage om ze te beschermen tegen
de hoge temperaturen door bestraling
door de zon.
Voor de montage 4
7
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
4 Voor de montage
4.1 Algemene aanwijzingen
Informeer u vóór de montage over de omstandigheden
op de bouwplaats en de plaatselijke voorschriften.
Controleer
z of de levering compleet en intact is.
z of de dakconstructie voldoende draagkracht heeft en
niet beschadigd is (b.v. lekkages).
z de hoogte van het gebouw en bepaal aan de hand
van die gegevens hoe de staander voor plat dak
moet worden bevestigd (zie hoofdstuk 5.3 "Staander
voor plat dak stabiliseren", pagina 20).
z of de plaatsing van de zonnecollectoren optimaal is.
Houd rekening met de bestraling door de zon
(hellingshoek, gericht naar het zuiden). Vermijd
schaduw van hoge bomen of iets dergelijks en pas
het collectorveld aan de vorm van het gebouw aan
(b.v. in één lijn met ramen, deuren enz.).
z de stabiliteit op de standplaats. Verwijder kiezel en
dergelijke.
4.2 Beschrijving van de componenten
4.2.1 Montageset voor de collectoren
De montagesets zijn bestemd voor opnemen en
bevestigen van collectoren.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Aangezien dakdekkersbedrijven
ervaringen hebben met
dakwerkzaamheden en gevaren door
vallen, raden wij een samenwerking met
deze bedrijven aan.
Afb. 1 Totaalaanzicht collectorpaar, montage op plat dak
Afb. 2 Totaalaanzicht collectorpaar, montage aan gevel
63043970.02-1.SD
63043970.02-1.SD
63043970.05-1.SD
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Gebruik uitsluitend originele onderdelen
van de fabrikant en vervang defecte
onderdelen onmiddellijk.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Laat moeilijke dakreparaties, met name
afdichtingswerkzaamheden bij de
bitumenlaag, door een dakdekker
uitvoeren.
8
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Voor de montage4
Afb. 3 Montageset voor 2 collectoren - 1 basismontageset, 1 uitbreidingsmontageset
63043970.03-1.SD
63043970.03-1.SD
1
4
5
6
5
7
2 3
3
8
Basismontageset, per collectorveld en voor de
eerste collector (afb. 3):
Uitbreidingsmontageset, per verdere collector
(afb. 3):
Pos. 1: profielrail 2 × Pos. 1: profielrail 2 ×
Pos. 3: schroef M8 × 20 6 × Pos. 2: steekverbinding met stifttappen 2 ×
Pos. 5: enkelzijdige collectorspanner 4 × Pos. 3: schroef M8 × 20 3 ×
Pos. 6: moer M8 4 × Pos. 4: dubbelzijdige collectorspanner 2 ×
Pos. 7: collectorsteun 2 × Pos. 6: moer M8 2 ×
Pos. 8: beveiliging tegen afglijden 2 × Pos. 7: collectorsteun 1 ×
Pos. 8: beveiliging tegen afglijden 2 ×
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Naargelang gebruik van de staander voor
plat dak zijn extra steunen en extra
profielrails nodig; hier wordt in de
betreffende hoofdstukken op gewezen.
Voor de montage 4
9
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
4.2.2 Hydraulische verbinding
Voor ieder collectorveld heeft u een aansluitset nodig.
De collectoren onderling worden verbonden met een
verbindingsset.
Aansluitset, per collectorveld (afb. 4)
Verbindingsset tussen de collectoren, per collector
(in twee transporthoeken, afb. 5)
Afb. 4 Aansluitset en verbindingsset (afbeelding met 2 verticale collectoren)
63043969.03-1.SD
63043969.03-1.SD
1
2
5
6
3
8
4
7
9
10
Pos. 2: klem (als reserve) 2 × Pos. 7: houder voor verzamelleiding 2 ×
Pos. 3: elleboog 2 × Pos. 8: klemschroefverbinding voor collectorvoeler 1 ×
Pos. 4: klemring 2 × Pos. 9: sleutel SW5 1 ×
Pos. 5: wartelmoer 2 × Pos. 10: afsluitkapje 2 ×
Pos. 6: isolatie voor ribbelbuisverbinder 710 mm 1 ×
Afb. 5 Twee transporthoeken met een verbindingsset
63043966.04-1.SD
63043966.04-1.SD
1
2
Pos. 1: ribbelbuisverbinder 2 ×
Pos. 2: klem 4 ×
10
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Voor de montage4
4.3 Extra benodigde hulpmiddelen
waterpas
metselkoord
zuignap
vest met veiligheidslijn
materiaal voor isolatie van de leidingen
bouwsteiger
dakdekkersladder of inrichtingen voor
schoorsteenveegwerk
kraan of bouwlift
gereedschap voor bevestiging op de montageplaats
4.4 Transport en opslag
Alle onderdelen zijn beschermd met
transportverpakkingen.
Transportbescherming voor collectoraansluitingen
De aansluitingen van de collectoren zijn middels rubber
doppen beschermd tegen beschadigingen.
Opslag
De collectoren mogen uitsluitend droog worden
opgeslagen.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Voer de transportverpakkingen op
milieuvriendelijke wijze af.
Afb. 6 Rubber doppen op collectoraansluitingen
63043966.05-1.SD
63043966.05-1.SD
1
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door beschadigde afdichtingsvlakken.
z Verwijder de rubber doppen
(afb. 6, pos. 1) pas direct voor de
montage.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De collectoren mogen niet zonder
bescherming tegen de regen in de
buitenlucht worden opgeslagen.
Voor de montage 4
11
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
4.5 Technische documentatie
De zonne-installatie bestaat uit verschillende
componenten (afb. 7) die voor de montage, bediening
en het onderhoud noodzakelijke documentatie bevatten.
Eventueel hebben toebehoren een aparte
documentatie.
4.6 Hellingshoek van de collectoren vastleggen
De te kiezen hellingshoek van de collectoren is
afhankelijk van het gewenste toepassingsgebied. Deze
kan met de telescopische rails worden ingesteld (afb. 8).
4.6.1 Toepassingsbereik bepalen
De verschillende toepassingen van zonne-installaties
vragen om verschillende hellingshoeken, die
naargelang seizoen een optimaal rendement
garanderen.
Afb. 7 Zonne-installatiecomponenten en technische
documentatie
63043965.07-1.SD
63043965.07-1.SD
2
3
1
Pos. 1:
collector: montagevoorschrift voor montage
op plat dak is bij de aansluitset gevoegd
Pos. 2:
compleet station: montagevoorschrift is bij
het compleet station gevoegd
Pos. 3:
boiler: montagevoorschrift is bij de boiler
gevoegd
Afb. 8 Hellingshoek van de collector op een plat dak
63043970.06-1.SD
Toepassing
Hellingshoek-
bereik
Warmwater 30 – 45°
Warmwater + verwarming 45 – 60°
Warmwater + zwembad 30 – 45°
Warmwater + verwarming + zwembad 45 – 60°
Tab. 2 Toepassingen, hellingshoek-bereik
12
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Voor de montage4
4.6.2 Daken met helling
Bij daken die iets naar het zuiden gericht zijn, moet u de
hoek van de dakhelling aftrekken van de hellingshoek.
Bij daken die iets naar het noorden gericht zijn, moet u
de hoek van de dakhelling optellen bij die van de
hellingshoek (afb. 9).
4.6.3 Gevels
De horizontale collectorsteunen kunnen als staander
voor plat dak alsmede als gevelstaander worden
gebruikt.
Afb. 9 Hellingshoek van de collector op een plat dak
Pos. 1: hellingshoek (absolute hoek t.o.v. horizontale lijn)
Pos. 2: hellingshoek collector
Pos. 3: dakhelling
63043970.07-1.SD
63043970.07-1.SD
30°
45°
30°
15°
15°
45°
1
2
3
WAARSCHUWING!
LEVENSGEVAAR
Wanneer het gevaar bestaat, dat er zich
achter de collectoren (aan nokzijde)
grotere hoeveelheden sneeuw kunnen
verzamelen, moet u dat verhinderen door
b.v. roosters aan te brengen op de
montageplaats.
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
Door sterke winden. Op platte daken die
een lichte helling hebben, moeten de
staanders voor plat dak op de
montageplaats worden bevestigd.
z Laat de montage op platte daken met
een lichte helling door een
dakbedekker uitvoeren.
Afb. 10 Hellingshoek van de collector aan een gevel
Pos. 1: hellingshoek (absolute hoek t.o.v. horizontale lijn)
Pos. 2: hellingshoek collector
45°
45°
30°
60°
63043970.27-1.SD
63043970.27-1.SD
2
1
WAARSCHUWING!
LEVENSGEVAAR
door naar beneden vallende collectoren
door verkeerd gebruik.
z De hellingshoek van de collector
(afb. 10, pos. 1) t.o.v. de horizontale
lijn moet tussen 45° en 60° liggen (of
de hellingshoek afb. 10, pos. 2 van de
collector moet tussen 30° en 45°
liggen).
Voor de montage 4
13
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
4.6.4 Telescopische rails monteren
Met de telescopische rails kunnen verschillende
hellingshoeken worden ingesteld.
z Kies de gaten van de bovenste en onderste
telescopisch rails overeenkomstig afb. 12 en afb. 13.
z Steek de telescopische rails in elkaar en bevestig
deze met schroef M8 × 20 (afb. 11).
Afb. 11 Verbinden van de telescopische rails
63043970.08-1.SD
63043970.08-1.SD
1.
Afb. 12 Hellingshoek voor verticale collectoren instellen
63043970.39-1.SD
63043970.39-1.SD
60°
55°
50°
45°
40°
35°
30°
25°
140 mm
1
2
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Gebruik bij de verticale montage voor de
collector-hellingshoek 30° tot 60° het
bovenste gat van de onderste
telescopische rail (afb. 12, pos. 1).
Voor de hellingshoek 25° moet u de
onderste rail boven 140 mm inkorten en
het onderste gat gebruiken
(afb. 12, pos. 2).
14
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Voor de montage4
4.7 Benodigde plaats bepalen
4.7.1 Afstand tussen de collectorrijen vastleggen
De minimumafstand tussen de collectorrijen wordt
bepaald door de hellingshoek van de collector.
Baseer u op de waarden in de tabel of bereken
(Planningsdocument) de noodzakelijke afstand.
Afb. 13 Hellingshoek voor horizontale collectoren instellen
63043970.40-1.SD
63043970.40-1.SD
55°
50°
45°
40°
35°
30°
140 mm
25°
60°
3
2
1
1
1
1
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Gebruik bij de horizontale montage voor
de collector-hellingshoek 35° tot 60° het
bovenste gat van de onderste
telescopische rail (afb. 13, pos. 3).
Voor de hellingshoek 25° en 30° moet u
de onderste rail boven 140 mm inkorten
en het onderste gat gebruiken
(afb. 13, pos. 2).
WAARSCHUWING!
LEVENSGEVAAR
door naar beneden vallende collectoren
door verkeerd gebruik.
z Voor de gevelmontage mogen alleen
de posities voor de collector-
hellingshoek 30°, 35°, 40° en 45°
worden gebruikt (afb. 13, pos. 1).
Afb. 14 Weergave schaduw - afstand X
63043970.09-1.SD
63043970.09-1.SD
X
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Let er bij velden met meerdere rijen op,
dat de afstand X (afb. 14) tussen de rijen
ten minste zo groot is, dat de ene rij niet
in de schaduw van de andere staat.
Hellingshoek
collector
Afstand X
Inbouw
verticaal
Inbouw
horizontaal
25° 4,74 m 2,63 m
30° 5,18 m 2,87 m
35° 5,58 m 3,09 m
40° 5,94 m 3,29 m
45° 6,26 m 3,46 m
50° 6,52 m 3,61 m
55° 6,74 m 3,73 m
60° 6,90 m 3,82 m
Tab. 3 Afstand X wordt bepaald door de hellingshoek en
de minimale zonnestand (17°)
Voor de montage 4
15
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
4.7.2 Benodigde plaats inschatten
Plan voldoende plaatsingsruimte voor de verschillende
types montage (horizontaal, verticaal).
De maten (tab. 4 en tab. 5) hebben betrekking op het
dakoppervlak dat ter beschikking moet staan.
Bij de aangegeven maten voor de benodigde plaats gaat
het enkel om de zuivere breedte voor het collectorveld.
Plan bovendien voor de montage van de leidingen
rechts en links van het collectorveld telkens nog ten
minste 0,5 m.
Afb. 15 Afstand van de dakrand
>1 m
>1 m
63043970.41-1.SD
63043970.41-1.SD
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door zuig- en drukpieken van de wind aan
de randen van het plat dak.
z Let erop, dat reeds voor de montage
tussen de staanders voor plat dak en
de rand van het plat dak een afstand
van ten minste een meter wordt
gepland (afb. 15).
Afb. 16 Benodigde plaats collectorveld - verticale uitvoering
63043970.10-1.SD
63043970.10-1.SD
A
B
Benodigde plaats bij verticale collectoren: Benodigde plaats bij horizontale collectoren:
Aantal
collectoren
Maat A
Hellings-
hoek
Maat B
Aantal
collectoren
Maat A
Hellings-
hoek
Maat B
1 1,15 m 30° 1,75 m 1 2,07 m 30° 1,02 m
2 2,34 m 25° 1,84 m 2 4,18 m 25° 1,06 m
3 3,51 m 30° 1,75 m 3 6,28 m 30° 1,02 m
4 4,68 m 35° 1,68 m 4 8,38 m 35° 0,96 m
5 5,85 m 40° 1,58 m 5 10,48 m 40° 0,91 m
6 7,02 m 45° 1,48 m 6 12,58 m 45° 0,85 m
7 8,19 m 50° 1,48 m 7 14,68 m 50° 0,85 m
8 9,36 m 55° 1,48 m 8 16,78 m 55° 0,85 m
9 10,53 m 60° 1,48 m 9 18,88 m 60° 0,85 m
10 11,70 m 10 20,98 m
Tab. 4 Benodigde plaats van verticaal gemonteerde
collectoren
Tab. 5 Benodigde plaats van horizontaal gemonteerde
collectoren
16
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Staanders voor plat dak en gevel monteren5
5 Staanders voor plat dak en gevel monteren
Let op voldoende stabiliteit op het plaatsingsvlak,
verwijder grind en dergelijke van het plaatsingsvlak.
Het montageprincipe geldt eveneens voor de
staander voor plat dak bij horizontale collectoren.
Hierna beschrijven we de montage van de staanders
voor plat dak voor verticale collectoren. De montage van
de horizontale uitvoering gebeurt op analoge wijze.
Bij afwijkingen zijn de nodige opmerkingen aangegeven.
Afb. 17 Verticale staanders voor plat dak voor 2 collectoren
63043970.11-1.SD
WAARSCHUWING!
LEVENSGEVAAR
Zorg er bij alle werkzaamheden op daken
voor dat u niet kunt vallen.
WAARSCHUWING!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN
door vallen en naar beneden vallend
materiaal.
z Tref bij alle werkzaamheden op daken
de gepaste maatregelen om
ongelukken te voorkomen.
z Draag steeds uw persoonlijke
veiligheidskleding of
veiligheidsuitrusting.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Neem de ongevallenpreventie-
voorschriften en de in dit voorschrift
vermelde veiligheidsaanwijzingen bij alle
werkzaamheden op daken in acht.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Leg ter bescherming van de dakhuid in de
handel gebruikelijke
beschermingsmatten op het dak, waarop
de profielen kunnen liggen. De
afdichtingslaag mag niet worden
beschadigd.
Afb. 18 Horizontale staanders voor plat dak voor
2 collectoren
63043970.23-1.SD
Staanders voor plat dak en gevel monteren 5
17
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
5.1 Afstanden van de collectorsteunen bij
voetverankering op de montageplaats
De afstanden van de collectorsteunen (hart/hart,
gegevens in mm) zijn afhankelijk van:
de collectoruitvoering (verticaal, horizontaal)
en van de maximale sneeuw- en windbelastingen.
5.1.1 Basisuitvoering
Voor de eerste collector zijn 2 collectorsteunen nodig.
Voor iedere verdere verticale collector is weer een
collectorsteun nodig (afb. 19). Voor iedere verdere
horizontale collector zijn weer twee collectorsteunen
nodig (afb. 21).
De basisuitvoering kan worden gebruikt voor de
volgende belastingen:
max. 20 m gebouwhoogte (montagehoogte)
max. 2,0 kN/m² sneeuwbelasting
Afb. 19 Basisuitvoering voor 2 verticale collectoren
Afb. 20 Basisuitvoering voor 3 - 10 verticale collectoren
Afb. 21 Basisuitvoering voor 2 horizontale collectoren
63043970.44-1.SD
63043970.44-1.SD
980 980
63043970.13-1.SD
63043970.13-1.SD
9801170980
eerste
x collectoren
laatste
collector
collector
63043970.14-1.SD
63043970.42-1.SD
63043970.42-1.SD
18201820
275
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
U moet de afstanden van de
collectorsteunen zeer zorgvuldig
aanhouden, zodat later de profielrails nog
kunnen worden gemonteerd.
18
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Staanders voor plat dak en gevel monteren5
5.1.2 Uitvoering met extra steun (toebehoren)
Bij hogere belastingen is voor de verticale montage een
extra steun (en extra profielrails, pagina 25) voor de
tweede en alle verdere collectoren nodig (afb. 22). Deze
uitvoering kan worden gebruikt voor de volgende
belastingen:
max. 100 m gebouwhoogte (montagehoogte)
max. 3,8 kN/m² sneeuwbelasting
5.2 Afstanden van de collectorsteunen bij
verzwaringsbakken (toebehoren)
De afstanden van de collectorsteunen (hart/hart,
gegevens in mm) zijn afhankelijk van:
de collectoruitvoering (verticaal, horizontaal)
en van de maximale sneeuw- en windbelastingen.
Bij de verticale montage moet telkens bij de 4e, 7e en
10e collector een extra steun worden geplaatst
(afb. 23, pos. 1).
5.2.1 Basisuitvoering
De basisuitvoering kan worden gebruikt voor de
volgende belastingen:
max. 20 m gebouwhoogte (montagehoogte)
max. 2,0 kN/m² sneeuwbelasting
Afb. 22 Extra steunen voor 3 verticale collectoren
63043970.14-1.SD
63043970.14-1.SD
63043970.14-1.SD
980980 980190 190
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Bij de horizontale montage kan met de
basisuitvoering (afb. 21, echter met extra
rail pagina 25) een max. gebouwhoogte
van 100 m en een max. sneeuwbelasting
van 3,8 kN/m² worden gerealiseerd.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
U moet de afstanden van de
collectorsteunen zeer zorgvuldig
aanhouden, zodat de profielrails kunnen
worden gemonteerd.
Aantal
collectoren
Maat A Maat B Maat C
4 381 mm - -
5 381 mm - -
6 571 mm - -
7 571 mm 381 mm -
8 571 mm 381 mm -
9 571 mm 571 mm -
10 571 mm 571 mm 381 mm
Staanders voor plat dak en gevel monteren 5
19
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Tab. 6 Afstanden van de extra steunen
Bij de horizontale montage moeten voor elke collector
3 collectorsteunen worden gemonteerd (afb. 24).
5.2.2 Uitvoering voor maximale belastingen
(toebehoren, afb. 25)
Voor hogere belastingen zijn bovendien voor verzwaring
kabelzekeringen (pagina 21) en extra rails (pagina 25)
nodig. Deze uitvoering kan worden gebruikt voor de
volgende belastingen:
max. 100 m gebouwhoogte (montagehoogte)
max. 3,8 kN/m² sneeuwbelasting
Afb. 23 Basisuitvoering voor max. 10 verticale collectoren (gegevens in mm)
63043970.15-1.SD
63043970.15-1.SD
980980980
980980980980980980980
ABC
1.2.3.4.5.6.7.8.9.10.
1
1
1
Afb. 24 Basisuitvoering voor 2 horizontale collectoren
63043970.14-1.SD
63043970.16-1.SD
63043970.16-1.SD
980 980 135 980 980
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De horizontale montage kan uitsluitend
met de extra steun (toebehoren) worden
uitgevoerd.
Afb. 25 Uitvoering voor maximale belastingen, 3 verticale
collectoren
63043970.14-1.SD
63043970.14-1.SD
63043970.14-1.SD
980980 980190 190
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De afstanden van de horizontale
collectorsteunen voor max. belastingen
vindt u in afb. 24.
20
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Staanders voor plat dak en gevel monteren5
5.3 Staander voor plat dak stabiliseren
De volgende gegevens hebben betrekking op één
enkele collector. Basis voor deze gegevens vormt de
norm DIN 1055, deel 4 "Ontwerpbelastingen voor
gebouwen".
Om ervoor te zorgen, dat de constructie niet naar
beneden kan glijden of omvallen onder invloed van de
wind, zijn er drie mogelijke manieren om een
afzonderlijke staander voor plat dak te bevestigen:
Staander voor plat dak met voetverankeringen
beveiligen (bevestiging op montageplaats).
Staander voor plat dak met betonplaten, kiezel en
dergelijke verzwaren (verzwaringsbakken nodig).
Staander voor plat dak met betonplaten, kiezel en
dergelijke verzwaren (verzwaringsbakken nodig) en
evt. met kabelzekering extra beveiligen.
Bij elke vorm van bevestiging moet u rekening houden
met de draagkracht van het dak.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Met kiezel in de verzwaringsbakken is
een max. verzwaring van 320 kg per
collector mogelijk (tab. 7).
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Voor de volgende tabel moet ook
rekening worden gehouden met de
afstanden en het aantal extra
collectorsteunen (hoofdstuk 5.1
"Afstanden van de collectorsteunen bij
voetverankering op de montageplaats").
Stabilisatie van een collector
Gebouwhoogte Windsnelheid
Voetverankering Verzwaring
Kabelzekering
Beveiligen tegen
omvallen
Beveiligen tegen
afglijden
Aantal en soort
schroeven
2
Gewicht
(b.v. betonplaten)
Gewicht
(b.v. betonplaten)
Maximale
trekkracht op
kabels
0 m tot 8 m 102 km/h 2 × M8/8.8 270 kg 180 kg 1,6 kN
boven 8 m tot 20 m 129 km/h 2 × M8/8.8 450 kg 320 kg 2,5 kN
boven 20 m tot
100 m
1
151 km/h 3 × M8/8.8 450 kg 3,3 kN
Tab. 7 Waarden voor de noodzakelijke fixering bij een collector
1
Alleen met extra rail
2
Per collectorsteun
Staanders voor plat dak en gevel monteren 5
21
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
5.3.1 Staander voor plat dak met voetverankering
op montageplaats beveiligen
U kunt de staander voor plat dak met voetverankeringen
bevestigen. Als voorbeeld wordt de bevestiging op
dubbele T-balken (afb. 26, pos. 3) beschreven.
De onderconstructie op de montageplaats moet zo
worden berekend, dat de wind- en sneeuwkrachten die
inwerken op de collectoren, kunnen worden
opgenomen.
Verder moet er op de montageplaats een bevestiging
mogelijk zijn die de constructie stabiliseert en daarbij het
dak niet beschadigt.
z Breng de gatenafstand van het onderste profiel
(afb. 26, pos. 2) over op de dubbele T-balk en boor
de betreffende gaten.
z Steek de schroeven (zie tab. 7 en afb. 26, pos. 1)
door de profielen en dubbele T-balk en schroef deze
vast met moer en vulring.
5.3.2 Staander voor plat dak met verzwaring
beveiligen
z Plaats de collectorsteunen (zie hoofdstuk 5.1
"Afstanden van de collectorsteunen bij
voetverankering op de montageplaats").
z Leg de verzwaringsbakken (afb. 27, pos. 2) in de
onderste profielen (afb. 27, pos. 1) en in elkaar
(afb. 27, pos. 3).
z Leg betonplaten of iets dergelijks in de
verzwaringsbakken (noodzakelijk gewicht zie tab. 7).
5.3.3 Staander voor plat dak extra voorzien van
kabelzekering
De verzwaarde staander voor plat dak kan extra worden
beveiligd met kabels.
Kies de kabelzekering overeenkomstig de te
verwachten belastingen (zie tab. 7).
z Bevestig iedere collector op de montageplaats met
minimaal 2 staalkabels (afb. 28, pos. 1) aan de
schroef van het onderste profiel en op een geschikt
punt van het dak.
Afb. 26 Staander voor plat dak op dubbele T-balk, maten in
mm (waarde tussen haakjes = horizontale uitvoering)
Afb. 27 Per collector 4 verzwaringsbakken
Afb. 28 Staander voor plat dak met kabelzekering
63043970.46-1.SD
63043970.46-1.SD
5
6
3
5
6
3
(
3
5
3
)
5
6
3
5
6
3
(
3
5
3
)
2
3
1
63043970.19-1.SD63043970.19-1.SD
63043970.19-1.SD
1
2
3
63043970.20-1.SD
63043970.20-1.SD
1
1
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door wijzigingen aan de constructie van
de staander voor plat dak.
z Doorboor b.v. de profielen van de
staanders voor plat dak niet.
22
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Staanders voor plat dak en gevel monteren5
5.4 Gevelstaander monteren
De horizontale collectorsteunen kunnen ook worden
gebruikt voor montage aan de gevel.
z Ontwerp de bevestiging als volgt:
Afb. 29 Gevelstaander
63043970.05-1.SD
WAARSCHUWING!
LEVENSGEVAAR
door naar beneden vallende collectoren
door verkeerd gebruik.
z Alleen de horizontale collectorsteunen
mogen voor montage aan de gevel
worden gebruikt.
z De montage aan een gevel is slechts
toegestaan tot een gebouwhoogte van
maximaal 20 m (windsnel-
heid = 129 km/h) en tot een
sneeuwbelasting van maximaal
2,0 kN/m².
z Iedere collectorsteun moet met 3 op
de montageplaats beschikbaar
staande (tab. 8) schroeven worden
bevestigd bij de daarvoor bestemde
boorgaten.
z De montage mag alleen worden
uitgevoerd op een gesloten gevel die
geen wind doorlaat.
z Controleer vóór de montage van de
gevelstaander de draagkracht van de
bevestigingsmuur (van de
ondergrond). Vraag evt. raad aan een
bouwdeskundige.
z Wijzig niets aan de toestand van de
gevelstaander.
z Stapel geen voorwerpen op in de
ruimten tussen de gevelstaanders.
z Bevestig geen ommanteling op de
collectoren.
Wandopbouw
3
Schroeven/pluggen per collectorsteun
Afstand tot de rand van
de gevel
Gewapend beton min. B25
(min. 120 mm)
3 × UPAT MAX express-anker, type MAX 8 (A4)
1
en
3 × vulringen
2
conform DIN 9021
> 100 mm
3 × Hilti HST-HCR-M8
1
of HST-R-M8
1
en
3 × vulringen
2
conform DIN 9021
> 100 mm
Onderconstructie van staal (b.v. dubbele
T-balk)
3 × M8 (4.6) en 2 × vulringen
2
conform DIN 9021
Tab. 8 Bevestigingsmiddelen
1
Elke plug/schroef moet bestand zijn tegen een trekkracht van ten minste 1,63 kN of een verticale kracht (breukkracht) van ten minste 1,56 kN.
2
3 × diameter van de schroeven = buitendiameter van de vulringen.
3
Metselwerk op aanvraag.
Staanders voor plat dak en gevel monteren 5
23
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
z Bevestig iedere collectorsteun met 3 schroeven (zie
tab. 8, afb. 30, pos. 1) naast elkaar aan de gevel.
Afb. 30 Bevestiging van de collectorsteunen op de gevel voor 2 collectoren (gegevens in mm)
63043970.30-1.SD
63043970.30-1.SD
9
8
0
9
8
0
1
3
5
9
8
0
9
8
0
1
24
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Staanders voor plat dak en gevel monteren5
5.5 Profielrails monteren
De profielrails moeten onderling worden verbonden met
steekverbindingen. Voor iedere collector is een
bovenste en onderste profielrail voorzien.
5.5.1 Profielrails verbinden
z Schuif de steekverbinding (afb. 31, pos. 1) tot de
aanslag in beide profielrails (afb. 31, pos. 2).
z Draai voor vergrendeling de beide voorgemonteerde
stifttappen M10 (afb. 31, pos. 3) in de
steekverbinding met sleutel SW5 vast.
5.5.2 Profielrails monteren
De plaatsing van de profielrails is afhankelijk van
de verticale of horizontale uitvoering
en van de afstanden van de collectorsteunen.
Begin de bevestiging van de profielrails bij
voetverankeringen als volgt:
Tab. 9 Uitlijning van de onderste en bovenste profielrails bij
voetverankeringen
Begin de bevestiging van de profielrails bij
verzwaringsbakken als volgt:
Tab. 10 Uitlijning van de onderste en bovenste profielrails bij
verzwaringsbakken
Afb. 31 Profielrails verbinden
63043965.33-1.SD
63043965.33-1.SD
1
2
3
Afb. 32 Uitlijnen van de profielrails bij voetverankering op de
montageplaats
Afb. 33 Uitlijnen van de profielrails bij verzwaringsbakken
63043970.43-1.SD
63043970.43-1.SD
1
2
3
63043970.45-1.SD
63043970.45-1.SD
1
2
3
Voetverankering
Basisuitvoering Extra steun
verticaal:
uitlijning: middelste gat
van de
steekverbinding
(afb. 32, pos. 1)
uitlijning: 2e slobgat
van rechts
(afb. 32, pos. 3)
horizontaal:
uitlijning: 3eslobgat
van rechts
(afb. 32, pos. 2)
--
Verzwaringsbakken
2 collectoren 3 tot 10 collectoren
verticaal:
uitlijning: middelste gat
van de
steekverbinding
(afb. 33, pos. 1)
uitlijning: 6e slobgat
van rechts
(afb. 33, pos. 2)
horizontaal:
uitlijning: 2e slobgat
van rechts
(afb. 33, pos. 3)
uitlijning: 2e slobgat
van rechts
(afb. 33, pos. 3)
Staanders voor plat dak en gevel monteren 5
25
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
z Draai de voorgemonteerde profielrails
(afb. 34, pos. 2) met schroeven M8 x 20
(afb. 34, pos. 1) slechts lichtjes aan, zodat de
profielrails nog kunnen worden uitgelijnd.
z Lijn de bovenste en onderste profielrail zijwaarts in
één lijn uit.
z Draai de schroeven vast.
5.5.3 Extra profielrails monteren (toebehoren)
Wordt het collectorveld aan hogere belastingen
(gebouw- of montagehoogte boven 20 m en/of
sneeuwbelasting boven 2,0 kN/m²) blootgesteld, dan
moeten extra rails worden gemonteerd.
z Bevestig de extra profielrails zoals beschreven in
hoofdstuk 5.5.2 "Profielrails monteren" in het
middelste gat van het profiel (afb. 35, pos. 1).
z Profielrails zijwaarts in één lijn uitlijnen.
z Draai de schroeven vast.
5.5.4 Beveiligingen tegen afglijden monteren
Om de collectoren te beschermen tegen afglijden, moet
u voor iedere collector 2 beveiligingen tegen afglijden op
de onderste profielrails bevestigen.
z Schuif de beveiligingen tegen afglijden
(afb. 36, pos. 3) telkens in de binnenliggende
slobgaten (afb. 36, pos. 1) van buiten zover over de
profielrails tot deze vastklikken (afb. 36, pos. 2).
Afb. 34 Profielrails monteren
(hier: voor 2 verticale collectoren)
63043970.21-1.SD
63043970.21-1.SD
1
2
Afb. 35 Extra profielrails monteren
63043970.25-1.SD
63043970.25-1.SD
1
Afb. 36 Beveiliging tegen afglijden inhangen
Pos. 1: bevestigingsgaten voor de beveiligingen tegen
afglijden
Pos. 2: vastklikken van de beveiliging tegen afglijden
Pos. 3: beveiliging tegen afglijden
63043970.24-1.SD
63043970.24-1.SD
1
3
2
26
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Collectoren monteren6
6 Collectoren monteren
Wanneer u begint met de montage van de collectoren,
moet u goed nota nemen van de volgende
veiligheidsaanwijzingen en aanwijzingen voor de
gebruiker.
Afb. 37 Aanzicht montage op plat dak met 2 collectoren
63043970.02-1.SD
63043970.02-1.SD
WAARSCHUWING!
LEVENSGEVAAR
door vallen en naar beneden vallend
materiaal.
z Tref bij alle werkzaamheden op daken
de gepaste maatregelen om
ongelukken te voorkomen.
z Zorg er bij alle werkzaamheden op
daken voor dat u niet kunt vallen.
z Draag steeds uw persoonlijke
veiligheidskleding of
veiligheidsuitrusting.
z Controleer na voltooiing van de
montage of de montageset en de
collectoren goed zijn bevestigd.
Afb. 38 Aanzicht montage aan gevel
63043970.05-1.SD
OPGELET!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN
bij onderbrekingen van de
werkzaamheden.
z Zorg ervoor dat de collectoren niet
naar beneden kunnen vallen.
z Stabiliseer het collectorveld.
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door beschadigde afdichtingsvlakken.
z Verwijder de rubber doppen op de
collectoraansluitingen pas direct voor
de montage.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Maak voor de montage gebruik van een
heftoestel uit de dakdekkerbranche of van
3-punts zuignappen met voldoende
draagvermogen of als toebehoren
verkrijgbare speciale draaggrepen
(vergemakkelijkt het tillen).
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Tijdens het transport of tijdens de
montage kunnen onbeveiligde
collectoren naar beneden vallen.
Collectoren monteren 6
27
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
6.1 Collectormontage voorbereiden
Vóór aanvang van de eigenlijke montage op het dak
kunt u de afsluitkapjes op de grond voormonteren, om
zo het werk op het dak te vergemakkelijken.
Om de afsluitkapjes (en later ook de
ribbelbuisverbinders en aansluitleidingen) te borgen,
moeten de aansluitingen worden voorzien van
klemmen.
6.1.1 Hydraulische aansluiting
De collectoren moeten zodanig worden gemonteerd dat
de voelerdoorvoeren voor opnemen van de
collectorvoeler (afb. 40, pos. 1) boven liggen.
De geleiding van de leiding in de collector is uitgevoerd
als dubbele meander, daardoor is het mogelijk om twee
verschillende hydraulische aansluitingen uit te voeren:
Aansluiting aan één zijde tot max. 5 collectoren
U kunt de aansluiting aan één zijde uitvoeren tot een
collectorveldgrootte van max. 5 collectoren
(afb. 39 en afb. 40).
Afwisselende aansluiting tot max. 10 collectoren
Worden in een collectorrij meer dan 5 collectoren
gemonteerd, dan moet de hydraulische aansluiting
afwisselend worden uitgevoerd (Tichelmann-principe,
afb. 41).
De afwisselende aansluiting kan ook bij minder dan
6 collectoren worden uitgevoerd (afb. 41).
Afb. 39 Hydraul. aansluiting rechts tot max. 5 collectoren
Pos. 1: ribbelbuisverbinder
Pos. 2: toevoerleiding
Pos. 3: retourleiding
Pos. 4: afsluitkapje
Afb. 40 Hydraul. aansluiting links tot max. 5 collectoren
Afb. 41 Afwisselende hydraulische aansluiting
63043966.09-1.SD
63043966.09-1.SD
2
1
3
4
1
4
63043966.10-1.SD
63043966.10-1.SD
1
63043966.08-1.SD
63043966.08-1.SD
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door lekkages bij de
collectoraansluitingen.
De ribbelbuisverbinders,
aansluitleidingen en de
collectoraansluitingen mogen niet
beschadigd en vuil zijn.
z De collectoraansluitingen zijn voor
een eenvoudigere montage af fabriek
van een speciaal vet voorzien. Er mag
geen ander vet worden gebruikt.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De hydraulische aansluitleidingen
kunnen rechts (afb. 39) of links (afb. 40)
worden aangesloten. In dit voorschrift
werden de aansluitleidingen aan de
rechterkant afgebeeld.
28
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Collectoren monteren6
6.1.2 Afsluitkapjes monteren
Voor de aansluiting van een collectorveld zijn niet alle
aansluitingen nodig en deze moeten daarom worden
gesloten.
z Verwijder de rubber doppen (transportbescherming)
van de betreffende collectoraansluitingen.
z Schuif het afsluitkapje met de O-ringen
(afb. 42, pos. 3) op de collectoraansluiting.
z Schuif de klem (afb. 42, pos. 2) voor borging van de
aansluiting over het afsluitkapje en de
collectoraansluiting.
6.2 Collectoren bevestigen
De bevestiging van de collectoren op de profielrails
geschiedt door de enkelzijdige collectorspanners
(afb. 43, pos. 2) aan het begin en einde van een
collectorrij en de dubbelzijdige collectorspanners
(afb. 43, pos. 1) tussen de collectoren.
Bovendien wordt door de beveiligingen tegen afglijden
(afb. 43, pos. 3) voorkomen dat de collector afglijdt.
Afb. 42 Afsluitkapje met klem borgen
63043966.12-2.SD
63043966.12-2.SD
2
3
1
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door ongeborgde afsluitkapjes.
z Borg ieder afsluitkapje met een klem
(afb. 42, pos. 1).
Afb. 43 Bevestigingselementen voor de collector
63043970.26-1.SD
63043970.26-1.SD
2
1
3
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De kunststof delen op de
collectorspanners hebben geen
dragende functie. Deze vergemakkelijken
slechts de montage.
Collectoren monteren 6
29
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Enkelzijdige collectorspanners rechts inschuiven
z Schuif de enkelzijdige collectorspanners
(afb. 44, pos. 1) aan het rechter uiteinde van het
collectorveld in de profielrails tot deze in het eerste
slobgat van de profielrails vastklikken.
Eerste collector opleggen
Leg de collector zodanig op de profielrails dat de
voelerdoorvoer voor opnemen van de collectorvoeler
zich boven bevindt. Begin aan de rechterkant de
collectors op de profielrails te leggen.
z Leg de eerste collector op de profielrails en laat deze
in de beveiligingen tegen afglijden (afb. 45, pos. 2)
glijden (afb. 45).
De onderste collectorrand moet in de opening van de
beveiliging tegen afglijden liggen (afb. 45, pos. 1).
z Schuif de collector (afb. 46, pos. 1) voorzichtig tegen
de enkelzijdige collectorspanner en lijn deze
horizontaal uit.
z Schroef de enkelzijdige collectorspanner met de
sleutel SW5 vast (afb. 46, pos. 2).
De klembeugel (afb. 46, pos. 2) van de
collectorspanner grijpt nu in de onderste collectorrand.
Afb. 44 Enkelzijdige collectorspanners inschuiven
63043970.31-1.SD
63043970.31-1.SD
1
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Monteer de enkelzijdige
collectorspanners aan de linkerkant van
het collectorveld pas na montage van de
laatste collector.
Afb. 45 Eerste collector op de profielrails leggen
63043970.32-1.SD
63043970.32-1.SD
1
2
OPGELET!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN
Voer de montage van de collectoren
steeds met twee personen uit.
Afb. 46 Vastgeschroefde enkelzijdige collectorspanner
63043965.45-1.SD
63043965.45-1.SD
1
2
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Door vastdraaien van de schroef breekt
de kunststof geleiding bij de gewenste
breukplekken weg.
30
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Collectoren monteren6
Dubbelzijdige collectorspanners inleggen
z Leg de dubbelzijdige collectorspanner met de moer
vooraan zodanig in de opening van de profielrail en
steekverbinding dat het kunststof afstandsblokje
(afb. 47, pos. 1) om de profielrail heen grijpt.
z Schuif de dubbelzijdige collectorspanner tot aan het
collectorframe.
6.2.1 Ribbelbuisverbinders op de eerste collector
monteren
z Verwijder de rubber doppen van de aansluitingen.
z Schuif de ribbelbuisverbinders (afb. 48, pos. 1) op
de linker aansluitingen van de eerste collector.
z Schuif de klem (afb. 48, pos. 2) voor borging van de
aansluiting over de ribbelbuisverbinder en de
collectoraansluiting.
6.2.2 Tweede collector opleggen
z Laat de tweede collector in de beveiliging tegen
afglijden glijden.
z Schuif de tweede collector zodanig tegen de eerste
collector, dat de collectoraansluitingen in de
voorgemonteerde ribbelbuisverbinders
(afb. 49, pos. 1) van de eerste collector worden
geschoven.
z Steek de tweede klem (afb. 49, pos. 3) over de
ribbelbuisverbinder en de collectoraansluiting.
Afb. 47 Dubbelzijdige collectorspanners monteren
63043969.02-1.SD
63043969.02-1.SD
1
1
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Draai de schroef pas vast, wanneer de
tweede collector tot aan de dubbelzijdige
collectorspanner is geschoven.
Afb. 48 Ribbelbuisverbinders op de eerste collector
monteren
63043966.11-1.SD
63043966.11-1.SD
2
1
Afb. 49 Tweede collector tegen de eerste schuiven
2
63043966.15-1.SD
63043966.15-1.SD
1
2
3
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door beschadigde ribbelbuisverbinders.
z Gebruik geen hulpgereedschappen
zoals b.v. tangen (afb. 49, pos. 2).
Deze zouden de ribbelbuisverbinder
onbruikbaar kunnen maken.
Collectoren monteren 6
31
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
z Draai de schroef van de dubbelzijdige
collectorspanner met de sleutel SW5 vast.
De klembeugel (afb. 51, pos. 1) van de
collectorspanner grijpt nu in de onderste collectorrand.
Ga bij alle andere collectoren op dezelfde manier te
werk.
Enkelzijdige collectorspanner links monteren
Zijn alle collectoren gemonteerd, dan kunnen de beide
overige enkelzijdige collectorspanners worden
bevestigd.
z Schuif de enkelzijdige collectorspanners
(afb. 52, pos. 1) in de bovenste en onderste
profielrail.
z Schuif de collectorspanners tot aan het
collectorframe en schroef deze met sleutel SW5 vast
(afb. 52, pos. 2).
De klembeugel (afb. 52, pos. 2) van de
collectorspanner grijpt nu in de onderste collectorrand.
Afb. 50 Ribbelbuisverbinders met klemmen geborgd
63043966.16-1.SD
63043966.16-1.SD
1
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door ongeborgde ribbelbuisverbinders en
afsluitkapjes.
z Borg ieder afsluitkapje met een klem
en iedere ribbelbuisverbinder met
twee klemmen (afb. 50, pos. 1).
Afb. 51 Dubbelzijdige collectorspanner tussen 2 collectoren
63043965.48-1.SD
63043965.48-1.SD
1
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Door vastdraaien van de schroef breekt
de kunststof brug bij de gewenste
breukplekken weg.
Afb. 52 Enkelzijdige collectorspanner links
63043970.34-1.SD
63043970.34-1.SD
2
1
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Door vastdraaien van de schroef breekt
de kunststof geleiding bij de gewenste
breukplekken weg.
32
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Collectorvoeler aansluiten7
7 Collectorvoeler aansluiten
Montageplaats
De collectorvoeler moet in de collector met de
aangesloten toevoerleiding (afb. 53, pos. 2) worden
gemonteerd.
Inbouwpositie (afb. 53, pos. A) bij systemen met één
rij collectoren.
Inbouwpositie (afb. 53, pos. B) bij systemen met
twee rijen collectoren.
Collectorvoeler monteren
Voor een correct functioneren van de zonne-installatie is
het noodzakelijk dat de collectorvoeler (afb. 54, pos. 1)
tot aan de aanslag (komt overeen met ca. 250 mm) in de
voelerleibuis wordt geschoven.
z Stoot met de collectorvoeler of een schroevendraaier
door de afdichtingslaag van de voelerdoorvoer
(afb. 54, pos. 3).
z Draai de klemschroefverbinding (afb. 54, pos. 2) in
de voelerdoorvoer.
z Schuif de collectorvoeler ca. 250 mm in de
voelerleibuis (tot aan de aanslag).
z Draai de klemschroefverbinding (afb. 54, pos. 2)
vast, houd deze evt. tegen.
Afb. 53 Montageplaats collectorvoeler
(schematische weergave)
Pos. 1: retourleiding
Pos. 2: toevoerleiding
B
A
63043966.25-1.SD
63043966.25-1.SD
2
1
2
1
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De collectorvoeler wordt bij het complete
station of bij de regeling geleverd.
Let op de montageplaats bij systemen
met één of twee rijen collectoren
(afb. 53).
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door defecte voelerkabel.
z Bescherm evt. de kabel tegen
mogelijke beschadigingen (b.v.
aanvreten door steenmarters).
Afb. 54 Collectorvoeler in de collector schuiven
Pos. 1: collectorvoeler
Pos. 2: klemschroefverbinding
Pos. 3: voelerdoorvoer
2
5
0
m
m
K
o
l
l
e
k
t
o
r
63043966.26-1.SD
63043966.26-1.SD
2
1
3
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Wanneer u de voelerdoorvoer
(afb. 54, pos. 3) van de verkeerde
collector heeft doorgestoten, moet u deze
met de stop uit de aansluitset afdichten.
Tevoren moet u met behulp van de
kabelschroefverbinding (afb. 54, pos. 2)
de in de voelerdoorvoer aanwezige moer
verwijderen.
Verzamelleidingen aansluiten 8
33
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
8 Verzamelleidingen aansluiten
Informatie over het leggen van de verzamelleidingen
vindt u in het montagevoorschrift van het complete
station.
8.1 Houder voor toevoerleiding monteren
U kunt met de houder de geïsoleerde toevoerleiding op
de collector bevestigen.
z Steek de houder (afb. 56, pos. 3) op het
collectorframe en draai met sleutel SW5 de schroef
vast.
z Bevestig de geïsoleerde verzamelleiding op de
montageplaats op de houder.
Afb. 55 Verzamelleidingen naar het collectorveld brengen
Pos. 1: toevoerleiding
Pos. 2: retourleiding
63043969.01-1.SD
63043969.01-1.SD
12
1
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door lekkages bij de collectoraansluiting
door thermische bewegingen.
z Breng de toevoerleiding op de
montageplaats (afb. 55, pos. 1) langs
de collector en niet verticaal omlaag.
Afb. 56 Houder op collectorframe bevestigen
Pos. 1: leidingklem (op montageplaats)
Pos. 2: schroefdraad M8
Pos. 3: houder
63043970.35-1.SD
63043970.35-1.SD
3
2
1
Aanwijzing voor de gebruiker
Wij adviseren in de handel gebruikelijke
leidingklemmen (afb. 56, pos. 1) voor
bevestiging van de verzamelleiding aan
de schroefdraad M8 van de houder
(afb. 56, pos. 2).
Kies de diameter van de leidingklem
volgens de buitendiameter van de
toevoerleiding incl. isolatie.
34
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Verzamelleidingen aansluiten8
8.2 Ontluchting door drukvulling
Wanneer de ontluchting van de zonne-installatie wordt
uitgevoerd met een drukvulpomp, is geen ontluchter op
het dak nodig.
z Verwijder de rubber doppen (transportbescherming)
van de betreffende collectoraansluitingen.
z Schuif de elleboog (afb. 57, pos. 2) met klemring en
wartelmoer op de collectoraansluiting.
z Borg de elleboog met de klem (afb. 57, pos. 1).
Ga op dezelfde manier te werk bij de retouraansluiting.
Afb. 57 Toevoerleiding monteren (zonder ontluchter
op het dak)
Pos. 1: klem
Pos. 2: elleboog
Pos. 3: klemring 18 mm
Pos. 4: wartelmoer voor klemring
63043969.04-1.SD
63043969.04-1.SD
2
1
3
4
Verzamelleidingen aansluiten 8
35
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
8.3 Ontluchting door ontluchter (toebehoren)
Wanneer u de zonne-installatie op het hoogste punt van
de installatie wilt ontluchten met behulp van een
automatische ontluchter (toebehoren), dan moet u de
toevoerleiding met een stijging naar de ontluchter
(afb. 58, pos. 2) en de retourleiding met een stijging
naar het collectorveld leggen (afb. 58).
Vermijd veelvuldige veranderingen van richting.
Functie stifttap en beschermkap
(weersomstandigheden) van de automatische
ontluchter
De zonne-installatie wordt via de geopende stifttap
ontlucht. Zodat er door de geopende stifttap geen vocht
in de zonne-installatie kan binnendringen, moet het
beschermkapje (afb. 59, pos. 1) tijdens werking steeds
op de stifttap zitten.
Open de ontluchter door de stifttap één slag los te
draaien.
Leveringsomvang ontluchterset universeel
(afb. 59):
Afb. 58 Aanzicht luchtbeker met ontluchter voor
toevoeraansluiting
Pos. 1: collectorvoeler
Pos. 2: automatische ontluchter op het dak
63043966.20-1.SD
63043966.20-1.SD
2
1
1
Aanwijzing voor de gebruiker
Bij elke verandering van richting naar
beneden en bij elke nieuwe stijging moet
u een extra luchtbeker met ontluchter
aanbrengen.
Afb. 59 Ontluchterset universeel
63043966.21-2.SD
2
1
3
4
5
7
8
9
6
10
11
Aanwijzing voor de gebruiker
Wij adviseren om bij zonne-installaties
altijd ontluchters te gebruiken die
helemaal van metaal zijn, aangezien
deze bestand zijn tegen de optredende
temperaturen.
Pos. 1: beschermkapje (stifttap) 1 ×
Pos. 2: automatische ontluchter 1 ×
Pos. 3: kogelkraan 1 ×
Pos. 4: afdichting 1 ×
Pos. 5: ontluchterbeker 1 ×
Pos. 6: dubbele nippel met O-ring 1 ×
Pos. 7: nippel R¾ 1 ×
Pos. 8: wartelmoer (is hier niet nodig) 2 ×
Pos. 9: afdichting (is hier niet nodig) 1 ×
Pos. 10: carrosserieschijf (is hier niet nodig) 1 ×
Pos. 11: klemschijf (is hier niet nodig) 1 ×
36
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Verzamelleidingen aansluiten8
Ontluchter monteren
z Schroef de nippel (afb. 60, pos. 6) en dubbele nippel
(afb. 60, pos. 4) in de luchtbeker vast
(O-ring-afdichting).
z Schuif de luchtbeker (afb. 60, pos. 5) met nippel op
de collectoraansluiting en borg deze met de klem.
z Sluit de verzamelleiding op de
klemringschroefverbinding (18 mm) aan
(afb. 60, pos. 2).
8.4 Verbinding van twee rijen
Voor de verbinding van twee collectorrijen
(afb. 61, pos. 1) heeft u een tweede aansluitset nodig.
z Monteer de onderdelen zoals beschreven in
hoofdstuk 8.2 "Ontluchting door drukvulling".
z Breng op de montageplaats de verbinding tussen de
collectorrijen met koperleiding tot stand.
Afb. 60 Ontluchter aansluiten
Pos. 1: klem
Pos. 2: wartelmoer voor 18 mm klemringschroefverbinding
Pos. 3: klemring
Pos. 4: dubbele nippel met O-ring
Pos. 5: luchtbeker
Pos. 6: nippel
63043969.05-1.SD
63043969.05-1.SD
2
1
3
4
5
6
Afb. 61 Twee collectorrijen achter elkaar
63043969.06-1.SD
63043969.06-1.SD
1
1
37
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Afsluitende werkzaamheden 9
9 Afsluitende werkzaamheden
9.1 Installatiecontrole
Controlewerkzaamheden
9.2 Aansluit- en verzamelleidingen
isoleren
z Snij de meegeleverde isolatie (710 mm lang) in
stukken van 88 mm lang op maat en leg deze om de
ribbelbuisverbinders tussen de collectoren.
Isolatie op de montageplaats van de
verzamelleidingen bij binnen- en buitenmontage
Gebruik voor de isolatie van de leidingen buiten
UV-bestendige materialen die bestand zijn tegen
hoge temperaturen.
Gebruik voor de isolatie van de leidingen binnen
materialen die bestand zijn tegen hoge
temperaturen.
Bescherm evt. de isolatie tegen aanvreten door
vogels.
OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door corrosie, wanneer waterresten na
het spoelen of na een drukproef langere
tijd in de zonne-installatie blijft staan.
z Neem de zonne-installatie direct na
het spoelen / na de drukproef met de
speciaal voor zonne-installaties
bedoelde Solarfluid in gebruik
(informatie over spoelen / drukproef
zie voorschrift voor compleet station).
Voer anders het spoelen / de
drukproef later uit.
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Voer de afsluitende
isolatiewerkzaamheden pas uit, wanneer
de vermelde controlewerkzaamheden
zijn uitgevoerd.
1.
Ribbelbuisverbinders, afsluitkapjes en
aansluitellebogen met klemmen geborgd?
2.
Alle collectorsteunen met profielrails
verbonden?
3.
Beveiliging tegen afglijden gemonteerd en in
profielrail vastgeklikt?
4.
Voeler tot de aanslag ingeschoven en met
klemschroefverbinding geborgd?
5.
Drukproef uitgevoerd en alle aansluitingen
dicht (zie voorschrift van compleet station)?
AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Wanneer u de ontluchting van de zonne-
installatie uitvoert met een automatische
ontluchter (toebehoren), moet u na het
ontluchten de kogelkraan sluiten (zie
montagevoorschrift van compleet
station).
38
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Korte instructie voor voetverankering en drukvulling10
10 Korte instructie voor voetverankering en drukvulling
Deze instructie dient slechts als overzicht van de uit te
voeren werkzaamheden. Neem absoluut goed nota van
de uitvoerige beschrijvingen van de werkzaamheden op
de genoemde pagina's en alle veiligheidsaanwijzingen
en aanwijzingen voor de gebruiker.
Afb. 62 Montage op plat dak
Afb. 63 Hydraulische aansluiting
Afb. 64 Collectorvoeler en aansluitdelen monteren
63043970.48-1.SD
63043970.48-1.SD
1
3
2
4
6
8, 10
11, 14
16
63043966.31-1.SD
63043966.31-1.SD
12
12
7
7
13
9
17
63043969.07-1.SD
63043969.07-1.SD
19
7
20
12
18
Steunen en profielrails monteren
1.
Telescopische rails overeenkomstig de gekozen
hellingshoek in elkaar steken en bevestigen.
pagina 13
2.
Gaten in dubbele T-balk (of iets dergelijks) boren
en collectorsteunen met schroeven bevestigen.
pagina 21
3.
Profielrails onderling verbinden met
steekverbindingen.
pagina 24
4.
Profielrails op collectorsteunen bevestigen.
pagina 25
5.
Profielrails zijwaarts in één lijn uitlijnen.
pagina 25
6.
Beveiligingen tegen afglijden in de beide
binnenste slobgaten van de onderste profielrails
monteren.
pagina 25
Collectormontage voorbereiden
7.
Afsluitkapjes op de niet benodigde aansluitingen
schuiven en met klemmen borgen.
pagina 28
Collectoren bevestigen
8.
Enkelzijdige collectorspanners rechts in
profielrails schuiven.
pagina 29
9.
Eerste collector rechts op profielrails leggen en
tegen collectorspanners schuiven.
pagina 29
10.
Collectorspanners rechts vastschroeven.
pagina 29
11.
Dubbelzijdige collectorspanners in profielrail
leggen en tegen eerste collector schuiven.
pagina 30
12.
Ribbelbuisverbinders op de aansluitingen van de
eerste collector schuiven en met klemmen
vastzetten.
pagina 30
13.
Tweede collector tegen de eerste collector
schuiven en met klemmen vastzetten.
pagina 30
14.
Schroeven van de dubbelzijdige
collectorspanners vastdraaien.
pagina 30
15.
Op dezelfde manier te werk gaan bij alle verdere
collectoren.
pagina 31
16.
Enkelzijdige collectorspanners links monteren.
pagina 31
Verzamelleidingen aansluiten
17.
Collectorvoeler tot de aanslag in de collector met
de aan te sluiten toevoerleiding schuiven en
vastschroeven.
pagina 32
18.
Houder voor toevoerleiding op collectorframe
steken en vastschroeven.
pagina 33
19.
Elleboog met wartelmoer en klemring aan
toevoer- en retouraansluiting bevestigen.
pagina 34
20.
Elleboog met klemmen vastzetten.
pagina 34
21.
Installatiecontrole uitvoeren.
pagina 37
22.
Verzamelleidingen isoleren met UV-bestendig
materiaal dat bestand is tegen hoge
temperaturen.
pagina 37
39
Montagevoorschrift Zonnecollector SCM2 Montage boven op dak • 2013/03
Bosch Thermotechniek B.V., Postbus 3, 7400 AA Deventer
DealerLine: 0570 - 67 85 66
Consumenten Infolijn: 0570 - 67 85 00
Fax: 0570 - 67 85 86
Internet: www.nefit.nl
38

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Nefit SCM2 bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Nefit SCM2 in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 2,41 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Nefit SCM2

Nefit SCM2 Installatiehandleiding - Nederlands - 44 pagina's

Nefit SCM2 Installatiehandleiding - Nederlands - 44 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info