693633
59
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/63
Pagina verder
0•1
© 2016 Line 6, Inc.90-20-0370 - C (Voor Helix Rack-rmware 2.00)
HANDLEIDING 2.0
2
Inhoud
Welkom bij de Helix 4
Inhoud van de leveringsdoos 4
Terminologie 4
Frontpaneel van de Helix Rack/Bedieningspaneel van
de Helix Control 6
Achterpaneel van de Helix Rack/Helix Control 8
Startpagina 10
Aan de slag 11
Helix Rack met de Helix Control verbinden 11
Instellen van het uitgangsniveau 11
Geheugens en Setlists kiezen 12
Preset-voetschakelaarmode 13
Stomp-voetschakelaarmode 13
Snapshot-voetschakelaarmode 14
Looper-voetschakelaarmode 14
Sounds met de voeten editen 15
Blokken kiezen/parameters instellen 16
Blokken deactiveren 16
Modellen aan blokken toewijzen 16
Ingang kiezen 17
Uitgang kiezen 17
Blokken verplaatsen 18
Kopiëren en plakken van blokken 18
Blokken verwijderen 18
Alle blokken verwijderen 18
Sound opslaan/naam geven 19
Seriële of parallelverbinding 19
Parallelpad B verwijderen 20
Split- en Merge-blokken verplaatsen 20
Dynamische DSP 22
Blokvolgorde en stereoplaatsing 22
Wat is de Variax? 23
De blokken 24
Input 24
Output 25
Eecten 26
Amp+Cab 29
Amp 30
Preamp 30
Cab 30
Impulsantwoorden (IR) 32
Send/Return 33
Looper 34
Split 34
Merge 34
Tuner 36
Tuner-parameters 36
Snapshots 37
Snapshots > blok aan/uit 37
Snapshots > parametercontrole 38
Snapshots > Command Center 39
Werken met Snapshots 39
Snapshots kopiëren 40
Verwisselen van Snapshots 40
Naam geven aan een Snapshot 41
Snapshots opslaan 41
Wat gebeurt er met Snapshot-wijzigingen? 41
Keuze van de voetschakelaarfuncties 42
Bypass Assign 43
Snelle aan/uit-toewijzing 43
Handmatige aan/uit-toewijzing 43
Label wijzigen 44
LED-kleur van de voetschakelaar wijzigen 44
Verwisselen van voetschakelaars 44
Controller Assign 45
Snelle toewijzing van bedieningsorganen 45
Manuele toewijzing van bedieningsorganen 45
Controletoewijzingen van een blok wissen 47
Alle controletoewijzingen wissen 47
Wijzigen van de controle-voetschakelaar namen 47
Command Center 48
Commando’s toewijzen 48
Kopiëren en plakken van commando’s 50
Kopiëren en plakken van alle commando’s 50
Commando’s wissen 50
Alle commando’s wissen 50
Wijzigen van een commandolabel 50
LED-kleur van een commando wijzigen 51
Global EQ 52
Global EQ initialiseren 52
Global Settings 53
Alle globale instellingen initialiseren 53
Global Settings > Ins/Outs 54
Global Settings > Preferences 55
Global Settings > MIDI/Tempo 55
Global Settings > Footswitches 56
Global Settings > EXP Pedals 56
Global Settings > Displays 56
USB-audio 57
Directe vs. softwaremonitoring 57
DI-opname en ‘re-amping’ 58
ASIO-driverparameters
(alleen Windows) 59
Core Audio-driverparameters (alleen Mac) 60
MIDI 61
MIDI-bank- en programmakeuze 61
MIDI CC 61
3
Please Note: Line 6, POD Farm, StageSource and Variax are trademarks of Line 6, Inc. registered in the U.S. and other countries. L6 LINK, DT25, DT50, and Helix are trademarks of Line 6, Inc. All
rights reserved. James Tyler is a registered trademark of James Tyler, used under license. Apple, Mac, OS X, iPad, iPhone, Logic, GarageBand, and iTunes are trademarks of Apple, Inc. registered
in the U.S. and other countries. Apple is not responsible for the operation of this device or its compliance with safety and regulatory standards. Windows is a registered trademark of Microsoft
Corporation in the United States and/or other countries. YouTube is a trademark of Google, Inc. Cubase is a registered trademark of Steinberg Media Technologies GmbH. Pro Tools is a registered
trademark of Avid Technology, Inc.
4
Welkom bij de Helix
Bedankt voor uw aankoop van een Helix Rack, één van ‘s werelds krachtigste en
meest exibele audioprocessoren. Wij hopen dat u er zowel in de studio als live een
hele hoop inspiratie uit zal putten.
Omdat de Helix Rack en de Helix Control (die apart worden verkocht) voor elkaar
bestemd zijn, komen ze in deze handleiding samen aan bod.
Waar ben ik aan begonnen?
Hoewel de Helix er op het eerste zicht wat ingewikkeld uitziet, is zijn systeem zo ont-
wikkeld dat u eigenlijk maar een aantal basishandelingen en shortcuts moet leren om
de meest complexe en vette sounds voor te bereiden zonder de hele nacht in ondui-
delijke menu’s door te brengen.
U hebt waarschijnlijk zin om hem meteen uit te pakken, maar we willen eerst nog wat
kwijt! Kijk op z’n minst naar de bijgeleverde “Helix Rack/Control Cheat Sheet” en leg
hem ergens in de buurt. Lees daarna het hoofdstuk “Aan de slag” in deze handlei-
ding – pas dan bent u er helemaal klaar voor.
Opmerking: Als u uw sounds op een Mac of PC wilt wijzigen, verdient het aan-
beveling de gratis “Helix” app (editor) van line6.com/software te downloaden.
Tip: Zie ook line6.com/videos voor een reeks informatieve video’s – ook voor
andere Line 6-apparaten!
Inhoud van de leveringsdoos
Helix Rack
Line 6 Helix Rack
Een Helix Rack/Control spiekbrief in kleur (lees die eerst!)
USB-stick met de handleiding, die u momenteel aan het lezen bent
Netsnoer
USB-kabel
Garantiekaart
Helix Control
7,5m lange CAT-5-kabel voor de communicatie met en de voeding door de
Helix Rack
Garantiekaart
Terminologie
Tijdens het doornemen van deze handleiding ziet u hier en daar misschien onbe-
kende termen. Het is wel belangrijk dat u weet waar die voor staan. Maar met wis-
kunde heeft het gelukkig niets te maken!
Start
Op de startpagina kunt u de belangrijkste dingen voor de aanmaak
en het editen van uw sounds selecteren. Als u ooit de weg kwijt bent,
keert u met terug naar de startpagina.
Blok
Blokken zijn bouwstenen, die verschillende soundaspecten vertegen-
woordigen, zoals versterkers, speakerkasten, eecten, splits, Loopers
en zelfs in- en uitgangen en impulsantwoorden.
Pad
Een pad vertegenwoordigt de signaalstroom van uw sound. De Helix
biedt twee aparte signaalpaden (1 en 2) met eigen in- en uitgangen.
Elk signaalpad kan in serie (Single) of parallel (Dual) worden gebruikt.
Signaalpad 1 kan bovendien met pad 2 worden verbonden voor erg
complexe sounds.
Geheugen
Elk geheugen (Preset) vertegenwoordigt een sound. Het bevat alle op
de startpagina getoonde blokken, voetschakelaar- en controletoewij-
zingen evenals “Command Center”-commando’s.
Setlist
Een Setlist is een geheugengroep. De Helix biedt 8 Setlists met tel-
kens 128 geheugens.
Model
Elk blok kan één model (af en toe ook wel twee modellen) bevatten.
De Helix bevat 45 gitaarversterker-, 7 basversterker-, 30 speaker-, 16
microfoon- en 93 eectmodellen.
Speelhulp
Speelhulpen (ook wel “controllers” genaamd) laten het beïnvloeden
van parameters toe. Een expressiepedaal kan bv. als wahwah worden
gebruikt, de toonregelaar van een Variax-gitaar kan voor het wijzigen
van een “Gain”-parameter, de galmintensiteit enz. dienen.
Sends/
Returns
De Send- en Return-aansluitingen laten het aansluiten van bijko-
mende apparaten op de Helix toe voor eectlussen of simultane
bewerkingen van meerdere instrumenten. De Helix heeft 4 Sends en
Returns (allemaal mono). Het is echter mogelijk om er telkens twee
voor stereotoepassingen te gebruiken.
IR
IRs (impulsantwoorden) zijn wiskundige functies, die de klankmatige
metingen van een speciek audiosysteem vertegenwoordigen (op de
Helix zijn dit speaker- en microfooncombinaties). De Helix kan tot 128
IRs van derden bevatten. Zie “Impulsantwoorden (IR)”.
Variax
®
Een Variax is niet alleen een te gekke gitaar, maar bevat tevens spe-
ciale elektronica, die de sounds van andere gitaren kan emuleren en
zelfs de stemming van de snaren (softwarematig) kan wijzigen. De
Helix kan op een unieke en veelzijdige manier met een Variax commu-
niceren. Zie “Wat is de Variax?”
L6 LINK™
L6 LINK vormt de eenvoudigste manier om uw Helix op Line 6 Stage-
Source
®
-monitors en/of versterkers van de DT-serie aan te sluiten. Zie
“L6 LINK-uitgang”.
5
FRFR
FRFR-speakerkasten (Full Range, Flat Response), zoals de Line 6
StageSource-serie laten het uitversterken van een modeler toe zonder
iets aan de sound te wijzigen (wat bij een gewone gitaarverster-
ker wel het geval is). Op die manier klinkt u altijd en overal hetzelfde.
FRFR-speakers zijn in wezen studiomonitoren die ook live kunnen
worden gebruikt.
DAW
Een DAW (digitale audio workstation) slaat op audio-opnamesoftware
voor een computer (of iPad). Een DAW omvat minstens één audio-in-
terface, software (zoals Cubase
®
, Logic, GarageBand, Pro Tools
®
enz.) en een auistering (versterkers en monitoren en/of hoofdtele-
foon). De Helix kan dienst doen als hoogwaardige USB 2.0-audio-in-
terface en werkt perfect samen met alle belangrijke DAW-pakketten.
Zie “USB-audio”.
6
Frontpaneel van de Helix Rack/Bedieningspaneel van de Helix Control
16B Dream Rig Duet
FeedbackTime
1/16
Delay Harmony Delay
Key
0.0dB40%MinorD
1
0
.0
d
B
4
0
%
nor
1
PRESET
PHONESVOLUME
BYPASS
SAVE
ACTION
PAGE
PAGE
TAP/
TUNER
GUITAR IN
16B Dream Rig Duet
eam
Rig Duet
CONTROL
1
4
5 6
7 8
9
10 11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
19
20
2
3
7
Helix Rack
1. Hoofddisplay: Het LC-display is a.h.w. het “raam” met zicht op de beschikbare
parameters.
2. Netschakelaar: Dient voor het in- en uitschakelen.
3. GUITAR IN: Sluit hier uw hoofdgitaar of bas aan. Deze connector laat het instel-
len van de impedantie toe en biedt een niveaukeuzeschakelaar.
4. PRESET: Met deze regelaar kiest u geheugens. Druk erop om naar het “Set-
list”-menu te gaan. Zie “Geheugens en Setlists kiezen”.
5. SAVE: Druk op deze knop om uw instellingen een naam te geven en ze op te
slaan.
6. : Druk op deze knop om toegang te krijgen tot bijkomende functies van de He-
lix, zoals “Command Center”, “Global EQ”, “Global Settings” en andere menu’s.
7. : Als u ooit de weg kwijt bent, keert u met deze knop terug naar de startpagina.
8. : Druk één of meerdere keren op deze knop om snel naar de voorversterker-
parameters (GAIN, BASS, MID, TREBLE enz.) van de momenteel actieve Amp+-
Cab-, Amp- en Preamp-modellen te gaan.
9. Joystick: Met de joystick navigeert u door het display. Op de startpagina kiest u
met de joystick blokken. Druk op ACTION om het gekozen blok met de joystick te
verplaatsen. Draai aan de joystick om een ander model aan het gekozen blok toe
te wijzen. Druk op de joystick om een lijst van modellen te openen.
10. BYPASS: Druk op deze knop om het gekozen blok in of uit te schakelen.
SNELKOPPELING: Houd BYPASS ingedrukt om de Global EQ in (het “
”-icoontje verschijnt rechts in het display) en uit te schakelen.
11. ACTION: Met deze knop roept u een lijst van mogelijke acties voor het huidige
blok c.q. de huidige pagina op. Op de startpagina kunt u blokken verplaatsen,
kopiëren, invoegen en verwijderen. Op andere pagina’s staan andere acties ter
beschikking. Voor “Global Settings” kunt u bv. alle algemene parameters terug op
de fabriekswaarden zetten.
12. < PAGE, PAGE >: Als het geselecteerde blok of item meer dan één displaypa-
gina beslaat, worden er een reeks punten afgebeeld: . Met < PAGE en
PAGE > gaat u naar andere parameterpagina’s.
13. Regelaars 1~6: Met de zes regelaars onder het hoofddisplay wijzigt u de er-
boven afgebeelde parameters. Druk een regelaar in om weer de fabriekswaarde
voor die parameter te kiezen. Als boven een regelaar een button staat, kunt u hem
activeren/uitschakelen door de regelaar in te drukken.
SNELKOPPELING: Voor de meeste tijdsgebaseerde parameters (vertra-
gingstijd, modulatiesnelheid e.d.) kunt u de regelaar indrukken om tussen
“ms” (of “Hz”) en nootwaarden (kwartnoot, achtste noot enz.) te kiezen.
SNELKOPPELING: De meeste parameters kunnen in realtime worden
beïnvloed. Houd de regelaar van een parameter ingedrukt om meteen naar
de bijbehorende “Controller Assign”-pagina te springen.
14. VOLUME: Hiermee regelt u het uitgangsvolume van de Helix.
15. PHONES:
Hiermee regelt u het volume in de hoofdtelefoon (PHONES-connector).
16. TAP/TUNER: Druk deze knop minstens twee keer in om het tempo van de Helix
in te stellen. Houd hem ingedrukt om de ”Tuner”-pagina te openen.
17. Hofdtelefoonconnector: (12Ω) Hier kunt u een stereo-hoofdtelefoon aanslui-
ten. Met de PHONES-regelaar stelt u het volume ervan in.
Opmerking: Het niveau van de Helix is voldoende hoog voor hoofdtele-
foons met een hoge impedantie. Een hoofdtelefoon met een lage impedan-
tie kan oversturen, wanneer u de PHONES-regelaar helemaal naar rechts
draait. Dit is normaal.
Helix Control
18. Hoofddisplay: Dit LCD met 20 tekenposities beeldt het nummer en de naam
van het geselecteerde geheugen af. Houd voetschakelaar 12 (TAP) ingedrukt om
te zorgen dat de tuner zowel op de Helix Control als op de Helix Rack wordt af-
gebeeld.
19. Labelvelden: De 12 LCD-labelvelden tonen de functie van de bijbehorende
voetschakelaars, zodat u altijd weet waar ze voor dienen. Als u meer dan één
functie aan een voetschakelaar toewijst, luidt de naam aanvankelijk “MULTIPLE
(X)” (“X” slaat op het aantal toewijzingen). De benamingen van de labelvelden kunt
u wijzigen. Zie “Label wijzigen”.
20. Voetschakelaars: Dit zijn capacitieve, aanraakgevoelige voetschakelaars met
een LED-ring, die in verschillende kleuren kan oplichten en u op de hoogte houdt
van de status. In de Stomp-voetschakelaarmode kunt u een voetschakelaar aan-
raken (zonder hem in te drukken) om er snel een ander blok of item aan toe te
wijzen. Raak de voetschakelaar meerdere keren aan om alle toewijzingen te zien.
Zie “Stomp-voetschakelaarmode”.
SNELKOPPELING: In de Stomp-voetschakelaarmode kunt u een voet-
schakelaar aanraken (zonder hem in te drukken) om er snel een ander blok
aan toe te wijzen.
SNELKOPPELING: Ga naar de Stomp-voetschakelaarmode en raak twee
voetschakelaars een tijdje aan (zonder ze in te drukken) om te zorgen dat
ze de posities ruilen. Ook de benamingen van de labelvelden en de kleur
van de LED-kransen veranderen navenant.
SNELKOPPELING: Raak TAP even aan (zonder hem in te drukken) om het
tempovenster te openen. Nu kunt u het tempo preciezer instellen zonder
naar het “Global Settings > MIDI/Tempo”-menu te gaan.
Opmerking: De “Touch-Select”-functie kan worden uitgeschakeld en de
overige voetschakelaarinstellingen kunnen worden aangepast. Zie “Global
Settings > Footswitches”.
8
Achterpaneel van de Helix Rack/Helix Control
USB
AUX IN
MIC IN
OUT/THRUIN
AES/EBU INS/PDIF AES/EBU OUT
L6 LINK
GUITAR THRU
(BUFFERED)
IN
OUT
LEFT/MONORIGHT
XLR OUT 1/4" OUT
SEND RETURN SEND RETURN
GND
LIFT
OFF
ON
IN
— 1
— 2 —
— 3
— 4 —
L/MONO
RIGHT
EXP2EXP1
EXP TOE SWITCH
EXP3
EXT AMP 1(TIP)/
2(RING)
CV OUT
WARNING / AVIS:
SHOCK HAZARD DO NOT OPEN. RISQUE
DE CHOC ÉLECTRIQUE NE PAS OUVRIR.
TO REDUCE THE RISK OF FIRE OR
ELECTRIC SHOCK DO NOT EXPOSE THIS
EQUIPMENT TO RAIN OR MOISTURE. TO
REDUCE THE RISK OF ELECTRIC SHOCK
DO NOT REMOVE COVER. NO USER
SERVICEABLE PARTS INSIDE. REFER
SERVICING TO QUALIFIED SERVICE
PERSONNEL.
THIS EQUIPMENT HAS BEEN TESTED AND
FOUND TO COMPLY WITH THE LIMITS FOR
A CLASS B DIGITAL DEVICE PURSUANT
TO PART 15 OF THE FCC RULES.
OPERATION IS SUBJECT TO THE
FOLLOWING TWO CONDITIONS: (1) THIS
DEVICE MAY NOT CAUSE HARMFUL
INTERFERENCE, AND (2) THIS DEVICE
MUST ACCEPT ANY INTERFERENCE
RECEIVED, INCLUDING INTERFERENCE
THAT MAY CAUSE UNDESIRABLE
OPERATION.
100-240V
~
50 - 60Hz
100W Max
POWER REQUIREMENTS
PRUDENCECAUTION
RISQUE D’ELECTROCUTION-
NE PAS OUVRIR
RISK OF ELECTRIC SHOCK
DO NOT OPEN
SERIAL NUMBER
ETL LABEL
VARIAXMIDI
DIGITAL
SENDS / RETURNS
WORDCLOCKEXPRESSION PEDAL
ANALOG INPUTS
HELIX
CONTROL
TERMINATOR
PUSH
PUSH
P
U
SH
P
USH
EXP 1 EXP 2 EXP 3
EXPRESSION PEDALUSB
HOST
DC IN
EXP TOE
SWITCH
PUSH
CONTROL
37 38
28
36
3531
23 2522 24 2721
3433
323029
26
444342414039
9
Helix Rack
21. AUX IN: (10kΩ) Sluit hier uw tweede gitaar of bas met actieve elektronica aan.
22. MIC IN: Sluit hier een microfoon aan om uw zangpartijen te bewerken of met een
computer (via USB) op te nemen. De XLR-connector levert 48V-fantoomvoeding
voor studio-condensatormicrofoons en biedt een instelbaar hoogpaslter.
23. SENDS/RETURNS 1~4: Deze 6,3mm-in-/uitgangen kunnen als eectlussen
voor het gebruik van externe eectpedalen worden gebruikt. Tevens kunnen ze
als bijkomende in-/uitgangen voor keyboards, drumcomputers, mixers en andere
apparaten dienen. Zie ”Send/Return”.
24. GND/LIFT-schakelaar: Indien u te kampen hebt met brom, moet u deze scha-
kelaar indrukken om een aardlus te voorkomen.
25. XLR OUT: Sluit hier symmetrische XLR-kabels aan, die u met uw studioappara-
tuur, de PA of actieve speakerkasten verbindt. Bij gebruik van een monosysteem
hoeft u alleen LEFT/MONO XLR aan te sluiten.
BELANGRIJK! Sluit de XLR-uitgangen van de Helix Rack nooit aan op
XLR-ingangen van een apparaat waarop de 48V-fantoomvoeding actief
is!
26. 1/4” OUT: Sluit hier asymmetrische TS-kabels (6,3mm) aan, die u met uw gi-
taarversterker, actieve speakers, studiomonitors of een ander weergavesysteem
verbindt. Bij gebruik van één versterker/speaker hoeft u alleen LEFT/MONO 1/4”
OUT aan te sluiten.
27. GUITAR THRU: Stuurt het via GUITAR IN ontvangen gitaarsignaal onveranderd
en zonder A/D/A-conversie uit.
28. Netingang: Sluit de Helix aan op een stopcontact met aarding.
29. EXPRESSION PEDAL 1/2/3/EXP TOE SWITCH: Met een expressiepedaal
kunt u het volume, het wah-eect of een combinatie van versterker- en eectpa-
rameters beïnvloeden. (Optioneel kunt u op de Helix Control expressiepedalen en
een externe schakelaar aansluiten – zie item 44.)
30. EXT AMP 1/2, CV OUT/EXPRESSION: Verbind EXT AMP met uw gitaarver-
sterker om kanalen te kiezen of het reverbeect in/uit te schakelen. Voor dubbele
functies hebt u een TRS-kabel nodig (1= tip, 2= ring). Verbind CV OUT met de
expressie-ingang van een eectpedaal of synthesizer met CV-ingang (stuurspan-
ning).
31. MIDI IN, OUT/THRU: De Helix kan met andere MIDI-apparaten worden ver-
bonden en programmakeuze-, controle- en andere MIDI-commando’s zenden en
ontvangen.
32. HELIX CONTROL: Sluit de Helix Rack aan op de HOST-poort van de Helix
Control. Hiervoor hebt u een CAT-5- of Ethercon-kabel nodig.
33. VARIAX: Deze connector is digitaal en dient voor de verbinding, de voeding en
de controle van een Line 6 Variax-gitaar. Zie “Wat is de Variax?”.
34. WORDCLOCK IN: Ontvangt een digitaal synchronisatiesignaal van een exter-
ne audio-interface of een digitale mixer. Op die manier is de digitale uitgang van
de Helix in sync met uw systeem. Indien de Helix het laatste apparaat van uw
BNC-Wordclock-keten is, moet u de TERMINATOR-schakelaar indrukken (ON).
35. S/PDIF IN/OUT: Dienen voor een digitale verbinding van de Helix met uw stu-
dioapparatuur. Hiervoor hebt u S/PDIF-kabels (75Ω, RCA) nodig.
36. AES/EBU IN: Dienen voor een digitale verbinding van de Helix met uw studio-
apparatuur. Hiervoor hebt u AES/EBU-kabels (110Ω, XLR) nodig.
Opmerking: S/PDIF en AES/EBU kunnen nooit samen actief zijn. Zie
”Global Settings > Ins/Outs” voor meer details.
37. AES/EBU OUT, L6 LINK: L6 LINK vormt de eenvoudigste manier om uw Helix
op Line 6 StageSource-monitors en versterkers van de DT-serie aan te sluiten. Hij
kan ook voor een digitale AES/EBU-verbinding (110Ω, XLR) met studioapparatuur
worden gebruikt. Zie “Wat is de Variax?”.
38. USB: De Helix doet bovendien dienst als hoogwaardige 24-bits/96kHz-audio-in-
terface voor Mac- en Windows
®
-computers. Deze poort ondersteunt meerdere
kanalen, met bovendien DI-, Re-amping- en MIDI-functies. Mits een optionele
camerakit van Apple iPad kan de Helix ook voor opnamen met een Apple iPad
worden gebruikt. Verbind hem met een a USB 2.0- of 3.0-poort. Gebruik nooit een
externe USB-hub. Zie “USB-audio”.
Helix Control
39. Power-schakelaar: U hoeft de Helix Control niet apart in/uit te schakelen – hij
wordt samen met de Helix Rack in- en uitgeschakeld.
40. Adapterkabelhaak: Voor eventuele toekomstige toepassingen.
41. DC IN: Voor eventuele toekomstige toepassingen. Wanneer de verbindingskabel
bijzonder lang is, gebruikt u het best een Line 6 DC-3G adapter (optie).
42. HOST-poort: Sluit de Helix Control met behulp van een CAT-5-kabel (wordt bij
de Helix Control geleverd) of een Ethercon-kabel aan op de Helix Rack.
43. USB: Voor eventuele toekomstige toepassingen.
44. EXPRESSION PEDAL1/2/3/TOE SWITCH: Met een expressiepedaal kunt u
het volume, het wah-eect of een combinatie van versterker- en eectparameters
beïnvloeden.
Opmerking: Een ingevoegd Wah- of Pitch Wham-blok wordt automatisch
aan “EXP 1” toegewezen. Een ingevoegd Volume Pedal- of Pan-blok wordt
automatisch aan “EXP 2” toegewezen.
10
Startpagina
90% van uw tijd brengt u waarschijnlijk door op deze pagina.
Druk op om van waar dan ook terug te gaan naar de startpagina.
Draai aan de joystick om een
model te kiezen. Druk op de
joystick om een lijst van model-
len te openen. “ ” vertegen-
woordigt een stereomodel.
Beide signaalpaden van de
Helix kunnen parallel (A en B)
of in serie (alleen A) worden
gebruikt.
Draai aan PRESET
om een geheugen
te kiezen.
Gebruik de joystick of
raak de bovenkant van
een voetschakelaar
aan om een blok te
selecteren (wit kader).
Split-blok (alleen zicht-
baar, wanneer u het
selecteert). Naar bene-
den verplaatsen om
een tweede Input-blok
aan te maken.
“E” betekent dat
u minstens één
instelling gewij-
zigd hebt.
Merge-blok (alleen
zichtbaar, wanneer
u het selecteert).
Naar beneden ver-
plaatsen om een
tweede Output-blok
aan te maken.
Druk op BYPASS om het blok
in en uit te schakelen (uitge-
schakelde blokken worden
donkerder afgebeeld).
Met < PAGE/PAGE > gaat u
naar andere parameterpagina’s
van het blok. Dit blok heeft vier
pagina’s.
Houd BYPASS ingedrukt om
de Global EQ in en uit te scha-
kelen. Het icoontje betekent
dat de Global EQ actief is.
Kies een Output-blok en draai
aan de joystick om het sig-
naal naar de uitgangen op het
achterpaneel, signaalpad 2 of
uw computer (via USB) uit te
sturen. Een signaalpad kan één
of twee Output-blokken bevat-
ten.
Kies een Input-blok en draai
aan de joystick om een signaal-
bron te kiezen. Een signaalpad
kan één of twee Input-blokken
bevatten.
Wanneer een speelhulp
is toegewezen, wordt de
waarde in het wit en tussen
haakjes afgebeeld.
Druk op de regelaar om
“Level” op nominaal
(0.0dB) en “Pan” in het
midden te zetten.
Druk op de regelaar om
afwisselend de noot- of
de ms-eenheid (of Hz) te
kiezen.
Met de regelaars 1~6 stelt u de parame-
ters van het gekozen blok in.
PAD 1
PAD 2
16B Dream Rig Duet
FeedbackTime
[37%]
Delay Harmony Delay
LevelMixKeyScale
0.0dB40%MinorD1/8
1
A
A
B
Houd BYPASS inge-
drukt om de Global EQ
in en uit te schakelen.
Wanneer de Global
EQ actief is, wordt dit
symbool afgebeeld.
11
Aan de slag
Helix Rack met de Helix Control verbinden
1. Sluit de CAT-5-kabel (wordt bij de HELIX CONTROL geleverd) aan
op de HELIX CONTROL-poort van de Helix Rack en de HOST-poort
van de Helix Control.
Opmerking: De Helix Control wordt door de Helix Rack gevoed. De DC
IN-connector van de Helix Control hebt u alleen nodig, wanneer u een bij-
zonder lange CAT-5-kabel gebruikt. Gebruik in dergelijke gevallen een Line
6 DC-3G adapter (optie, zie de Line 6-onlineshop).
2. Schakel de Helix Rack en de Helix Control in.
U hoeft de Helix Control niet apart in/uit te schakelen – hij wordt samen met de
Helix Rack in- en uitgeschakeld.
Instellen van het uitgangsniveau
1. Draai de VOLUME- en PHONES-regelaar helemaal naar links.
PHONES
2. Sluit uw gitaar aan op de GUITAR IN-connector van de Helix.
3. Verbind de uitgangen van de Helix met uw versterker e.d.
OR
Het uitgangsniveau van de 1/4” OUT- en XLR OUT-connectors moet eventueel
op de versterker enz. worden afgestemd. Als u alleen een hoofdtelefoon ge-
bruikt, kunt u meteen naar stap 9 gaan.
4. Druk op om het menu te openen.
5. Druk op regelaar 6 (Global Settings).
De “Global Settings”-pagina verschijnt:
Ins/Outs
MIDI/T
emp
o
D
i
sp
l
ays
Footsw
i
tc
h
es
Global Settings
Pre
f
erences
EXP Pe
d
a
l
s
Firmware Version 2.00.0
Mic In
48V Phantom
Off0dBOffOff
Mic In
Low Cut
Mic In
Gain
Guitar In
Pad
Ins/Outs
0.0dBMulti
USB In 1/2
Trim
USB In 1/2
Destination
Ins/Outs
6. Beweeg de joystick, indien nodig, naar links om het “Ins/Outs”-sub-
menu te kiezen.
7. Kies met PAGE > .
8. Stel de niveaus met regelaar 1 en 2 zoals hieronder vermeld in:
12
Uitgang
Welk apparaat ontvangt de signalen? Aanbeveling:
1/4”
Eectpedaal of ingang van een gitaar-
versterker
Zet “1/4” Outputs” op
“Instrument”.
Actieve speakers met asymmetrische
ingangen of digitale recorder
Zet “1/4” Outputs” op “Line”.
XLR
Microfooningangen op mengpaneel of
microfoonvoorversterkers
Zet “XLR Outputs” op “Mic”.
PA-/FRFR-speakers of studiomonito-
ren met symmetrische ingangen
Zet “XLR Outputs” op “Line”.
9. Draai de VOLUME-regelaar geleidelijk aan open.
Als u een hoofdtelefoon gebruikt, moet u de PHONES-regelaar naar wens instel-
len.
PHONES
Geheugens en Setlists kiezen
1. Draai aan PRESET om een geheugen binnen de huidige Setlist te
kiezen.
De Helix biedt plaats aan 8 Setlists met telkens 32 banken en 4 geheugens (A,
B, C en D). In het totaal zijn er dus 1024 geheugenplaatsen. Als dat te weinig is,
mag uw coverband gerust een hogere gage vragen.
2. Druk op PRESET om het “Setlist”-menu te openen.
Rename
Setlist
Rename
Preset
Reorder
Preset
Select
Snapshot
Rename
Snapshot
CC32: 007
PC: 005
CC69: 000
SNAPSHOT 1
1 FACTORY 1
2 FACTORY 2
3 USER 1
4 USER 2
5 USER 3
6 USER 4
7 USER 5
8 TEMPLATES
15A
15B
15C
15D
16A
16B
16C
16D
Cold Shot
Hey Joe
Tom Sawyer
Untitled Streets
Have a Cigar
Bottle Message
Mad House
Run Like
1 FACTORY 1 16B Bottle Message
De navigatie in het “Setlist”-menu is zo klaar als een klontje:
Draai aan de joystick (of beweeg hem op/neer) om items in de lijst te kiezen.
Als u zich in de Setlist-kolom bevindt, drukt u op de joystick (of beweegt u
hem naar rechts) om het eerste geheugen te laden.
Bevindt u zich in de geheugenkolom, dan kunt u de joystick naar links bewe-
gen om naar de Setlist-kolom te gaan.
Draai aan regelaar 3 (Reorder Preset) om het gekozen geheugen naar boven/
onder te verschuiven.
3. Kies met de joystick “8 TEMPLATES > Preset 01A Quick Start”.
Tip: De donkere tekst boven regelaar 2 toont de MIDI-commando’s, die
u met een extern apparaat/pakket voor de keuze van Setlists, geheu-
gens en/of Snapshots moet selecteren. In de illustratie hierboven worden
de Setlist “FACTORY 1” met de CC32-waarde “007”, het geheugen
16B Bottle Message” met het PC-nummer (programmakeuze) “005” en
Snapshot 1 met de CC69-waarde “000” geselecteerd.
4. Druk op om naar de startpagina terug te gaan.
Het display zou er nu als volgt moeten uitzien:
01A Quick Start
Ch VolPresenceBass MidDriveTreble
8.02.04.45.05.15.0
Amp+Cab US Deluxe Nrm
1
13
Preset-voetschakelaarmode
In de Preset-mode kunt u geheugens binnen de actuele Setlist kiezen.
1. Om de Preset-mode te selecteren drukt u op voetschakelaar 6
(MODE).
De 8 voetschakelaars in het midden vertegenwoordigen twee geheugenbanken.
Het momenteel gekozen geheugen herkent u aan de rode LED-ring en het witte
labelveld:
BANK
BANK
DAW Remote
01D
Jimi, Not Jimmy
01C
Dream Rig+Vocals
01B
None More Black
01A
TAP
H O L D F O R T U N E R
The Bishop Game
02D
Starsburn
02C
HechoDeEstrellas
02B
Powercore
02A
MODE
H O L D T O E D I T
2. Kies met BANK of BANK de gewenste bank.
De geheugens van die bank knipperen om aan te geven dat ze kunnen worden
geladen.
3. Druk op één van de 8 geheugenschakelaars in het midden om het
bijbehorende geheugen (Preset) te laden.
Opmerking: U kunt de respons van de voetschakelaars wijzigen. Zie “Global
Settings > Footswitches”.
Stomp-voetschakelaarmode
In de Stomp-mode hebben de 8 voetschakelaars in het midden meerdere functies:
In-/uitschakelen van het toegewezen eectblok.
Afwisselend kiezen tussen twee waarden voor één of meerdere parameters.
Zenden van MIDI-commando’s, een External Amp- of een CV/Expressi-
on-signaal.
Alle vermelde dingen (zelfs simultaan, als het moet).
Om de Stomp-mode te selecteren drukt u op voetschakelaar 6 (MODE).
De 8 voetschakelaars in het midden beelden nu de eectnamen, parameternamen,
“Command Center”-boodschappen en/of zelf geprogrammeerde labels af:
Ubiquitous VibeMystery Filter
Mi
notau
r
Harmony Delay
BANK
BANK
LooperMULTIPLE (3)OctoTeemah!
TAP
H O L D F O R T U N E R
MODE
H O L D T O E D I T
Opmerking: Als een voetschakelaar aan meerdere blokken of items is toege-
wezen, luidt zijn benaming “MULTIPLE (X)” (“X” vertegenwoordigt het aantal
toewijzingen). Deze worden samen in- en uitgeschakeld. Wanneer sommige
blokken actief en andere uit zijn, wijzigt de voetschakelaar hun aan/uit-status.
Opmerking: Wanneer u, in de Stomp-mode, op BANK of BANK drukt,
wordt tijdelijk de Preset-mode geselecteerd. Zodra u een geheugen kiest,
selecteert de Helix opnieuw de Stomp-mode.
14
Snapshot-voetschakelaarmode
De Helix biedt acht geheugens waarin u “momentopnames” van de huidige instellin-
gen kunt opslaan (ongeveer zoals op een digitaal mengpaneel), ondermeer:
Blok aan/uit—De status (aan of uit) van de bewerkingsblokken (met uitzon-
dering van de looper). De blokken hoeven niet aan een voetschakelaar toe-
gewezen te zijn. Zie ook “Snapshots > blok aan/uit”.
Parametercontrole—De waarden, die door de speelhulpen (maximaal 64
per geheugen) worden verzonden. Zie ook “Snapshots > parametercontrole”.
Command Center—De waarden van “Instant” MIDI CC-, bank-/programma-
keuze-, MMC- en CV Out-commando’s evenals de status (zwak of normaal
oplichtend) van CC Toggle-, CV Toggle- en Ext Amp-commando’s. Zie ook
“Command Center”.
• Tempo—Het huidige systeemtempo, wanneer “Global Settings > MIDI/
Tempo” > Tempo Select staat ingesteld op “Per Snapshot”. (De fabrieksin-
stelling luidt “Per Preset”.)
1. Druk BANK en BANK samen in om de Snapshot-mode te
activeren.
De acht voetschakelaars in het midden knipperen om aan te geven dat u een
Snapshot kunt kiezen.
BANK
BANK
TAP
H O L D F O R T U N E R
CANCEL
SNAPSHOT 1
1
SNAPSHOT 5
5
SNAPSHOT 2
2
SNAPSHOT 6
6
SNAPSHOT 3
3
SNAPSHOT 7
7
SNAPSHOT 4
4
SNAPSHOT 8
8
2. Druk op één van de acht voetschakelaars om een Snapshot te
kiezen.
Opmerking: De Snapshots zijn dermate handig dat we er een apart hoofdstuk
aan wijden. Zie “Snapshots” voor meer details.
Opmerking: Als, na de keuze van een Snapshot, permanent de Snapshot-voet-
schakelaarfunctie moet worden afgebeeld, moet u regelaar 4 (Snapshot Mode
Switches) (zie “Global Settings > Footswitches”) op “Manual Return” instel-
len. Dan blijft de Helix zo lang in de Snapshot-ltermode tot u voetschakelaar 6
(CANCEL) intrapt.
Looper-voetschakelaarmode
De derde voetschakelaarmode is alleen beschikbaar, wanneer (in de Stomp-mode)
een Looper-blok werd geselecteerd. De meeste presets van de Helix bevatten een
Looper-blok, dat aan een voetschakelaar is toegewezen. Uw eigen sounds echter
eventueel niet.
Loopertype Max. looplengte (1/2 snelheid)
Max. looplengte (normale snelheid)
Mono
120 seconden 60 seconden
Stereo
60 seconden 30 seconden
1. Druk, in de Stomp-mode, op de “Looper”-voetschakelaar (indien
aanwezig).
De Looper-mode wordt geactiveerd:
BANK
BANK
TAP
H O L D F O R T U N E R
O
N
C
E
EXIT
L O O P E R
REV
FWD
FULL
S P E E D
1/2
Voetschakelaar
Omschrijving
Trap in om de Loop-opname te starten. Trap aan het einde van
het ri opnieuw in om de opname te stoppen en meteen de weergave
te activeren. Trap in om bijkomende partijen toe te voegen. Trap
opnieuw in om de weergave te stoppen.
Als u de laatste overdub niet wilt behouden, kunt u hem met UNDO
wissen.
Trap in om de opgenomen Loop één keer af te spelen.
Wanneer u een op normale snelheid ingespeelde Loop met halve snel-
heid weergeeft, wordt hij een octaaf lager afgespeeld. Wanneer u een
met halve snelheid opgenomen Loop op normale snelheid afspeelt,
wordt hij één octaaf hoger en dubbel zo snel weergegeven.
Trap REV/FWD in om de Loop achterstevoren af te spelen.
Opmerking: Wanneer u intrapt, terwijl de Loop niet afgespeeld wordt,
worden alle partijen gewist (omdat er een nieuwe Loop wordt aangemaakt).
15
BELANGRIJK! Tijdens de Loop-weergave mag u andere geheugens kiezen.
In de volgende gevallen stopt de Looper echter: indien de Looper van het
nieuwe geheugen van het andere type (mono c.q. stereo) is, zich in een ander
signaalpad (1 i.p.v. 2) bevindt en/of niet aan voetschakelaar toegewezen is.
Opmerking: Wanneer, u in de Looper-mode, op BANK of BANK drukt,
wordt tijdelijk de Preset-mode geselecteerd. Zodra u een geheugen kiest,
selecteert de Helix opnieuw de Looper-mode.
2. Om naar de vorige mode terug te gaan, drukt u op voetschakelaar 6
(EXIT).
Sounds met de voeten editen
De meeste blokken kunt u editen terwijl u gewoon blijft spelen. Als u niet zo dol
bent op verbuigingen voor uw pedalenbak, wordt de Pedal Edit-mode waarschijn-
lijk uw nieuwe beste vriend. Hoewel hij de overige bedieningsorganen niet overbo-
dig maakt, komt hij van pas om even snel een aantal parameters te wijzigen, terwijl u
blijft spelen.
1. Houd voetschakelaar 6 (MODE) twee seconden ingedrukt.
De bewerkingsblokken van het geheugen worden aan de voetschakelaars toe-
gewezen en knipperen:
A/BWhoWatt 100Mystery FilterVolume Pedal
Minotaur
1x12 US Deluxe
Adriatic DelayFX Loop 1/2OctoverbUbiquitous Vibe
EXIT
H O L D T O S A V E + E X I T
MORE...
Bevat een geheugen meer dan 10 blokken, dan is het benodigde blok momen-
teel misschien onzichtbaar. Druk voetschakelaar 6 (MORE…) zo vaak in tot dit
wel het geval is.
Opmerking: De selectie van een blok in de Pedal Edit-mode is niet gekop-
peld aan de voetschakelaartoewijzing.
2. Druk op de voetschakelaar van het blok dat u wilt editen.
De eerste parameters van dit blok worden nu aan de voetschakelaars 1~6 toe-
gewezen.
Mod Speed Mod DepthFeedbackTime Mod Phas
eM
ix
EXIT
PAGEBACK VALUE– VALUE+
P
A
GE
H O L D T O S A V E + E X I T
2 5 %0 °8 4 %2 0 H z5 0 %5 0 0 m s
Bevat het blok meerdere parameterpagina’s, dan kunt u die met voetschakelaar
8 (< PAGE) of 9 (PAGE >) oproepen.
3. Druk op de voetschakelaar van de parameter die u wilt editen.
Houd een “Time”- of “Speed”-voetschakelaar ingedrukt om afwisselend “ms”,
“Hz” of een nootwaarde (kwartnoot, gepunte achtste enz.) te kiezen.
4. Stel met het expressiepedaal de gewenste waarde in.
Voor wijzigingen in kleinere stappen drukt u op voetschakelaar 10 (VALUE–) of
11 (VALUE+). Houd voetschakelaar 10 (VALUE–) of 11 (VALUE +) ingedrukt om
de instelling sneller te wijzigen.
Kies met voetschakelaar 7 (BACK) een ander blok.
5. Druk tenslotte op voetschakelaar 12 (EXIT).
Om de wijzigingen op te slaan moet u voetschakelaar 12 (EXIT) twee secon-
den ingedrukt houden.
16
Blokken kiezen/parameters instellen
“Blokken” zijn bouwstenen, die verschillende soundaspecten vertegenwoordigen,
zoals versterkers, speakerkasten, eecten, splits, Loopers en zelfs in- en uitgangen.
1. Raak, in de Stomp-voetschakelaarmode even de voetschakelaar
van het gewenste blok aan (maar druk hem vooral niet in).
Rond het geselecteerde blok verschijnt nu een wit kader (zowel in het hoofddis-
play als in het labelveld):
Harmony Delay
Indien een voetschakelaar aan meerdere blokken is toegewezen, beeldt het
labelveld “MULTIPLE (X)” af. Raak de bovenkant van de voetschakelaar dan
zo vaak aan tot het gewenste blok is geselecteerd.
Opmerking: Door een “MULTIPLE (X)”-voetschakelaar verschillende keren
aan te raken springt u eventueel naar een compleet andere pagina (naar
gelang de betreende toewijzing). Voorbeeld: wanneer een voetschake-
laar aan een eectblok, een eectparameter en een MIDI-commando van
het “Command Center” is toegewezen, selecteert u achtereenvolgens de
start-, “Controller Assign”- en “Command Center”-pagina. Op die manier
komt u meteen op de gewenste plaats terecht.
Alternatief: kies het gewenste blok met de joystick.
2. Draai aan de regelaars 1~6 onder het display.
Sommige blokken hebben meer dan één parameterpagina. In dat geval geven
de witte stippen rechts aan waar u zich momenteel bevindt. In het voorbeeld
hieronder hebben we pagina 1 gekozen (gekleurde stip). Er zijn vier pagina’s in
het totaal:
3. Druk op < PAGE/PAGE > om andere parameters te selecteren
(indien aanwezig).
Blokken deactiveren
Indien een voetschakelaar aan het blok toegewezen is, trapt u hem
gewoon in.
Alternatief: selecteer het blok en druk op BYPASS om het blok afwisse-
lend in en uit te schakelen.
Niet actieve blokken worden half doorschijnend afgebeeld. Zijn ze aan een voetscha-
kelaar toegewezen, dimmen hun LED-ringen. En het labelveld wordt grijs:
H
armon
y
D
e
l
a
y
Opmerking: De kleur van de LED-ring en de info in het labelveld hebben tel-
kens betrekking op het laatst geselecteerde blok of item, zelfs al zijn er verschil-
lende blokken/items aan een voetschakelaar toegewezen.
MULTIPLE
(3)
Modellen aan blokken toewijzen
Om een ander model aan een blok toe te wijzen, moet u het selecteren
en aan de joystick draaien.
Om een nieuw blok aan te maken kiest u een vrije locatie en draait u
aan de joystick.
De keuze van een ander model binnen dezelfde categorie gaat snel. Omdat de Helix
echter honderden mogelijkheden biedt, werkt deze methode wat stroef. Voorbeeld:
de afstand tussen een mono-model van het Distortion-blok en een FX Loop-stereo-
blok is bijvoorbeeld enorm groot. Dan kunt u beter de modellijst openen.
1. Druk op de joystick om een lijst van modellen te openen.
FeedbackTime
[37%]
Delay Harmony Delay
LevelMixKey Scale
0.0dB50%MinorA1/8
Mono
Stereo
None
Distortion
Dynamics
EQ
Modulation
Delay
Reverb
Pitch/Synth
Multitap 6
Ping Pong
Sweep Echo
Ducked Delay
Reverse Delay
Vintage Digital
Transistor Tape
Harmony Delay
17
De meeste modelcategorieën bevatten nog subcategorieën. Eecten kunnen in
de regel mono of stereo zijn (naast stereomodellen ziet u het -icoontje).
Amp+Cab- en Amp-modellen bevatten een “Guitar”- en een “Bass”-subcatego-
rie. Cab-modellen bevatten een “Single”- en een “Dual”-subcategorie.
Draai aan de joystick (of beweeg hem op/neer) om items in de lijst te kiezen.
Druk op de joystick (of beweeg hem naar rechts) om de inhoud van een cate-
gorie of subcategorie te bekijken.
Beweeg de joystick naar links om één kolom terug te gaan.
BELANGRIJK!
Grijs of helemaal niet getoonde items in de lijst betekenen
dat het betreende pad (1 of 2) geen capaciteit meer voor de betreende
categorie, subcategorie c.q. het model heeft. Zie “Dynamische DSP”.
2. Selecteer met de joystick de categorie, de subcategorie en het
model.
Opmerking: Amp+Cab- en Cab > Dual-blokken bevatten telkens twee
modellen. Om aan een Amp+Cab-blok een ander versterkermodel toe te
wijzen drukt u op < PAGE tot het versterkericoontje wit wordt afgebeeld en
draait u vervolgens aan de joystick. Om een speakermodel te kiezen drukt
u op PAGE > tot het speakericoontje wit wordt afgebeeld en draait u ver-
volgens aan de joystick.
Om het linker speakermodel van een Cab > Dual-blok te kiezen
drukt u op < PAGE tot het linker speakericoontje wit wordt af-
gebeeld en draait u vervolgens aan de joystick. Om het tweede
speakermodel te wijzigen drukt u op PAGE > tot het rechter
speakericoontje wit wordt afgebeeld en draait u vervolgens aan
de joystick.
3. Om de modellijst te sluiten selecteert u een item helemaal rechts en
drukt u op de joystick (of op ).
Ingang kiezen
Beweeg de joystick naar links om een Input-blok te selecteren en draai
aan de joystick.
In de meeste gevallen kiest u het best “Multi”. Dit staat voor drie simultaan beschik-
bare ingangen: GUITAR IN, AUX en Variax.
Tip: Druk op de joystick om een lijst van de beschikbare ingangen te zien.
SNELKOPPELING: Om van eender welk Input-blok naar het bijbehorende Out-
put-blok te gaan, schuift u de joystick naar links. Om van eender welk Out-
put-blok naar het bijbehorende Input-blok te gaan, schuift u de joystick naar
rechts. Dit noemen we de “Pac-Man-snelkoppeling”.
Uitgang kiezen
Beweeg de joystick naar rechts om een Output-blok te selecteren en
draai aan de joystick.
In de meeste gevallen kiest u het best “Multi”. Dit staat voor vier simultaan beschik-
bare uitgangsparen: 1/4”, XLR, DIGITAL en USB 1/2.
Als pad 1 te weinig bloklocaties of DSP-vermogen heeft, kunt u het naar pad 2
routen:
Kies het uitgangsblok van signaalpad 1 en draai aan de joystick om pad
2A te selecteren.
Het Input-blok van pad 2 beeldt een pijl af om duidelijk te maken dat het signaal van
pad 1 wordt ontvangen.
18
Indien pad 2 twee ingangsblokken heeft, kunt u hetzij 2A, hetzij 2B kiezen of het sig-
naal uitsplitsen naar 2A en 2B. Zie “2 naar 1” voor een voorbeeld.
Tip: Druk op de joystick om een lijst van de beschikbare uitgangen te zien.
Blokken verplaatsen
1. Kies eender welk blok (behalve Input of Output) en druk op
ACTION.
Het blok wordt nu “opgetild” en de actiepagina verschijnt. Een icoontje toont in
welke richting het blok kan worden verplaatst.
Use joystick to move block; move down to create Path B
Clear
Block
Clear All
Blocks
Copy
Block
P
aste
Bl
oc
k
2. Beweeg de joystick naar links of naar rechts om het blok te ver-
plaatsen.
Door de joystick naar beneden te bewegen maakt u een parallel lopend B-pad
aan. Zie “Seriële of parallelverbinding” voor meer details.
Opmerking: Een blok van pad 1 kan niet naar pad 2 (en vice versa) worden
verschoven. U kunt een dergelijk blok echter wel van het ene pad naar het
andere kopiëren. Zie verderop.
3. Druk opnieuw op ACTION (of op ) om het actievenster te sluiten.
Kopiëren en plakken van blokken
Blokken kunnen binnen hetzelfde pad, naar een ander pad of naar een pad van een
ander geheugen worden gekopieerd.
1. Kies het blok dat u wilt kopiëren en druk op ACTION.
2. Druk op regelaar 1 (Copy Block).
3. Kies de plaats waar u het blok wilt plakken –zelfs in een ander ge-
heugen– en druk op ACTION.
4. Druk op regelaar 2 (Paste Block).
Opmerking: Input-, Output-, Split- en Merge-blokken evenals de Looper
kunnen eveneens worden gekopieerd. Wanneer u de Looper echter naar
een Split-blok tracht te kopiëren, is regelaar 2 (Paste Block) niet beschik-
baar. Als de DSP-capaciteit van het pad van bestemming het te plakken
blok niet meer aankan, wordt even de boodschap “Cannot Paste—Path 1
[2] DSP full!” afgebeeld. Zie “Dynamische DSP”.
C
l
ear
B
l
oc
k
Clear All
Blocks
Copy
Bl
oc
k
Paste
Block
Cannot Paste—Path 1 DSP Full!
Blokken verwijderen
1. Kies het blok dat u wilt verwijderen en druk op ACTION.
2. Druk op regelaar 3 (Clear Block).
Alle blokken verwijderen
Wanneer u alle blokken (en dus ook de Looper) verwijdert, verdwijnen ze allemaal en
worden signaalpad 1 en 2 opnieuw in serie geschakeld. Dit heeft echter geen invloed
op het Input- en Output-blok van pad 1A en 2A. Ook de “Command Center”-instel-
lingen blijven behouden.
1. Druk op ACTION.
2. Druk op regelaar 4 (Clear All Blocks).
Het volgende dialoogvenster verschijnt:
OKCancel
Clear all blocks?
3. Druk op regelaar 6 (OK).
19
Sound opslaan/naam geven
1. Druk op SAVE om de “Save Preset”-pagina te openen:
Cancel Delete Insert
Replace 1 FACTORY 1 > 26A M’Lady Neckbeard
Setlist
1
Destination
26A
Save Preset
Save
M‘ Lady
Ne c
kbeard
L
N
O
P
J
K
Beweeg de joystick naar links of naar rechts om de cursor te verplaatsen.
Draai aan de cursor (of beweeg hem op/neer) om een ander teken te kiezen.
Druk op regelaar 2 (Delete) om het geselecteerde teken te wissen en alle
navolgende tekens verder naar links te schuiven.
Druk op regelaar 3 (Insert) om een spatie in te voegen – alle navolgende te-
kens schuiven dan één positie verder naar rechts.
SNELKOPPELING: Druk op de joystick om achtereenvolgens “A”, “a”, “0”
en [spatie] te kiezen.
2. Draai aan regelaar 4 (Setlist) en 5 (Destination) om de Setlist en het
geheugen te kiezen waar u de instellingen wilt opslaan.
Alle 1024 geheugens van de Helix kunnen worden overschreven.
3. Druk opnieuw op SAVE of op regelaar 6 (Save).
Seriële of parallelverbinding
Voor de meeste gitaarsounds is een serieel stereopad ruimschoots voldoende. Onze
8 TEMPLATES > 01A Quick Start”-sound biedt bv. een volume- en wah-pedaal,
Amp+Cab, reverb en een Looper. En er is nog steeds plaats voor Distortion-, Modu-
lation- en Delay-blokken:
Voor complexere sounds kunt u echter met een parallel opzet (twee stereopaden)
werken. Dit laat toe een signaal in twee stereopaden op te splitsen, die apart worden
bewerkt en pas aan het einde weer bij samenlopen.
1. Kies het Amp+Cab-blok en druk op ACTION om het “op te tillen”.
2. Beweeg de joystick naar beneden.
Het Amp+Cab-blok wordt naar het nieuw aangemaakte parallelpad (B, onder)
verschoven.
In de afbeelding hierboven:
Gaat ons signaal naar het Volume- en Wah-blok.
Wordt het signaal in pad 1A (boven) en 1B (onder) opgesplitst.
Stereopad 1A (boven) gaat naar het Reverb- en Looper-blok, stereopad 1B (on-
der) naar het Amp+Cab-blok.
Achter het Looper-blok worden stereopad 1A en 1B weer bij elkaar gevoegd en
naar de Multi-uitgang doorgeseind.
3. Druk opnieuw op ACTION om het Amp+Cab-blok te laten “vallen”.
Deze conguratie klinkt waarschijnlijk niet echt overtuigend. Een betere sound
zou signaalpad 1A en 1B met aparte Amp+Cab-blokken kunnen zijn, die net
vóór Reverb opnieuw samenkomen…
20
…of anders één Amp-blok met twee aparte Cab-blokken…
…of twee aparte Amp- en dito Cab-blokken…
…of twee aparte Amp-blokken, die naar eenzelfde Cab > Dual-blok gaan.
Dit is echter nog maar de helft van de mogelijkheden: u kunt ook nog pad 2A en 2B
gebruiken!
Parallelpad B verwijderen
Om pad B te verwijderen, hoeft u maar de blokken van signaalpad B
(onder) te wissen of naar pad A (boven) te verschuiven.
Split- en Merge-blokken verplaatsen
1. Kies met de joystick de plaats waar signaalpad A en B moeten
worden opgesplitst of samengevoegd.
“Split”- en “Merge”-blokken zijn alleen zichtbaar, wanneer u ze selecteert. Ze
kunnen echter net zoals andere blokken worden ingesteld en verplaatst.
2. Druk op ACTION om het Split- of Merge-blok op te tillen.
Kies één van de volgende parallelle routingopties:
2 naar 1
Verschuif het Split-blok naar pad B.
Het Split-blok schuift naar links en er wordt een tweede Input-blok aangemaakt:
Aan dit nieuwe Input-blok kan een andere ingang worden toegewezen. Deze
aanpak is geschikt voor het combineren van een gitaar- met een zangpartij ofte-
wel voor het simultane gebruik van het model en de magnetische pickups van een
Variax-gitaar, die dus apart kunnen worden bewerkt.
1 naar 2
Verschuif het Merge-blok naar pad B.
Het Merge-blok schuift naar rechts en er wordt een tweede Output-blok aange-
maakt:
In dit voorbeeld wordt het Input-blok uitgesplitst naar pad A en B. Beide beschik-
ken over een apart Output-blok. Pad A zou naar de 1/4”-uitgangen en pad B naar
de XLR-connectors kunnen worden uitgestuurd.
21
Compleet parallel
Schuif zowel het Split- als het Merge-blok naar pad B.
Nu worden een nieuw Input- en Output-blok aangemaakt:
In dit opzet kunnen de gitaar en de zang onafhankelijk van elkaar worden gebruikt,
beide met een aparte ingang, een stereopad, aparte blokken en aparte uitgangen.
Dit werkt ook voor een ritmegitarist, die zijn pedalenbak (weer niet) niet bij heeft.
Superserie
Een serieel pad biedt acht bloklocaties. Als dat voor uw supersound gewoon te
weinig is, kunt u het parallelpad B als “verlenging” van het seriële pad gebruiken.
1. Verschuif het Merge-blok naar pad 1B.
Nu wordt een nieuw Output-blok aangemaakt.
2. Schuif het Split-blok helemaal naar links – tot achter het laatste
bewerkingsblok van pad 1A.
3. Selecteer het Output-blok van pad 1A en draai regelaar 2 (Level)
compleet naar links.
Nu hoort u enkel nog Output 1B.
In de afbeelding hierboven wordt het signaal door de 8 blokken van pad 1A en
daarna nog door 3 blokken van pad 1B bewerkt.
Als dit nog steeds onvoldoende is, kunt u de hierboven ingestelde constructie
naar pad 2 kopiëren en het Output-blok van 1B naar pad 2A uitsturen om maxi-
maal 32 blokken te gebruiken (voor zover de DSP dit aankan, zie “Dynamische
DSP”):
22
Dynamische DSP
Zoals de meeste hedendaagse audioprocessoren berust de Helix op een DSP (digi-
tale signaalprocessor). Sommige modellen vereisen meer DSP-berekeningen dan
andere. Daarom is het logisch dat het maximale aantal blokken wordt bepaald door
de benodigde rekenkracht. Bij wijze van “oplossing” laten andere processoren maar
één versterker, één reverb, één delay enz. toe. Voor de Helix vonden we het belang-
rijk dat u alles kunt gebruiken wat voor een bepaalde sound van belang is, ook al laat
de DSP-capaciteit het op een bepaald moment afweten.
Er zijn echter wel een aantal regels m.b.t. het aantal bloktypes, die binnen een
geheugen actief kunnen zijn:
Amp+Cab-, Amp of
Preamp-blokken
Eender welke combinatie, maximaal 4 (2 per
pad)
Cab-blokken
(inclusief Amp+Cab-blokken)
Maximaal 4 (2 per pad; Cab > Dual-blokken
gelden als 2 blokken)
IR-blokken
4 impulsantwoorden van maximaal 1024 sam-
ples (2 per pad); 2 IRs van 2048 (1 per pad)
Looper-blok
1
Om te weten te komen, welke modellen aan het huidige blok kunnen
worden toegewezen, drukt u op de joystick om de modellijst te openen.
Grijze items zijn niet beschikbaar en kunnen niet worden geselecteerd. Zie “Blokken
kiezen/parameters instellen”.
Modulation Chorus
ToneDepthPredelaySpeed WavShape
50%0.0Triangle5.02.02.5
Mix
Mono
S
tere
o
Optical Trem
60s Bias Trem
Tremolo
Harmon
i
c Tremo
lo
Script Mod Phase
U
bi
qu
i
tous V
ibe
De
l
uxe P
h
ase
r
Gray Flanger
None
Distortion
Dynamics
EQ
Modulation
Delay
R
ever
b
P
i
tc
h
/Synt
h
Tips voor een slim DSP-gebruik
De twee hoofdpaden van de Helix beschikken over een eigen DSP. Indien u
alle blokken aan 1A en 1B toewijst, gebruikt u dus maar de halve rekenkracht
van de Helix! Voor sounds met twee of meer versterkers en meer dan vijf
eecten gebruikt u het best beide paden (1 en 2).
Sommige blokken hebben meer DSP-kracht nodig dan andere: verster-
kers, speakers, IRs en pitchshifters. Een Amp+Cab-blok is het gulzigst. EQ-,
Dynamics-, Volume/Pan- en Send/Return-blokken zijn betrekkelijk zuinig.
Sommige modellen van een bepaalde categorie vereisen eventueel meer
DSP-kracht dan andere. Dit geldt met name voor versterkermodellen.
Eerst het goede nieuws: indien signaalpad 1 geen DSP-capaciteit meer
heeft, kunt u met pad 2 verder werken. Voor sounds met twee of meer ver-
sterkers en meer dan vijf eecten gebruikt u het best beide paden.
In plaats van een parallelpad met twee Amp+Cab-blokken of aparte verster-
kers en speakers zou u één Amp-blok gevolgd door één Cab > Dual-blok
kunnen gebruiken (het gebruik van twee verschillende speakerkasten biedt
heel wat mogelijkheden).
De stereoversie van een eectblok vereist twee keer zoveel DSP als de mon-
oversie van dat blok. Ook de Dual-versie van een Cab-blok is ongeveer twee
keer zo zwaar voor de DSP als de Single-versie.
In plaats van over te schakelen tussen versterker- en eectblokken (met ver-
schillende instellingen) kunt u controllers of Snapshots voor het wijzigen van
parameterwaarden gebruiken.
Blokvolgorde en stereoplaatsing
De meeste eectmodellen van de Helix bestaan in mono en in stereo. Een stereoblok
herkent u aan het -icoontje achter de naam. De stereoplaatsing (d.w.z. hoe breed
de sound in de speakers lijkt) hangt voor een groot deel af van de modeltypes en hun
volgorde.
Houd tijdens het programmeren het volgende in de gaten:
Alle Amp+Cab-, Amp- en Preamp-modellen zijn mono. De ingangssignalen
van die blokken worden dus tot monosignalen gecombineerd. Het is verstan-
diger om vóór de versterkers en voorversterkers uitsluitend monoblokken te
gebruiken.
Het invoegen van een monomodel zorgt voor een monocombinatie van alle
voorafgaande stereosignalen.
Als u de Helix sowieso altijd op één gitaarversterker of één actieve speaker-
kast aansluit, hebt u waarschijnlijk geen enkel stereomodel nodig (tenzij een
bepaald model alleen in stereo bestaat, natuurlijk).
23
Wat is de Variax?
Line 6 Variax-gitaren bevatten speciale elektronica, die de sounds van verschillende
gitaren en andere snaarinstrumenten modelleren en toelaten elke snaar virtueel naar
wens te stemmen. De Helix werkt op een uiterst exibele manier samen met een
Variax-gitaar. U kunt:
De modelkeuze van de Variax, de stemming en/of de volume- en toonrege-
ling ervan in de Helix opslaan en samen met de bijhorende versterkersound
laden.
Met een voetschakelaar of via MIDI afwisselend twee Variax-modellen en/of
stemmingen gebruiken.
Zorgen dat de volume- en toonregelaar van de Variax de gewenste verster-
ker- en eectparameters van de Helix beïnvloeden. In zekere zin komt dit
overeen met een EXP 4- en EXP 5-lijn (hoewel die er niet echt zijn).
De signalen van het Variax-model en de magnetische pickups uitsplitsen,
met aparte signaalpaden bewerken en via aparte Helix-uitgangen naar de
buitenwereld sturen.
Voeding van de Variax-modeler met behulp van een VDI-kabel (CAT-5 of
Ethercon). De Variax hoeft dan geen accu te bevatten.
24
De blokken
Input
Elk geheugen beschikt over maximaal vier Input-blokken (één per signaalpad).
I0I
0II
None
Deactiveert het Input-blok. Alleen beschikbaar voor pad 2.
Multi
De GUITAR IN-, AUX- en VARIAX-ingangen zijn actief. In de
regel moet u “Multi” kiezen.
Guitar
Alleen GUITAR IN.
Aux
Alleen AUX IN.(10kΩ-ingang voor een gitaar of bas met actieve
elektronica.)
Variax
In het geval van een James Tyler® Variax® (JTV) of Variax®
Standard gitaar ontvangt de “Variax”-ingang hetzij het model-
signaal, hetzij het signaal van de magnetische pickups. Dit
wordt bepaald door de modelkeuzeregelaar van de gitaar.
Variax Magnetics
Ontvangt alleen het signaal van de magnetische pickups op de
JTV of Variax Standard.
Mic
Alleen MIC IN.
Return 1, 2, 3, 4,
1/2, 3/4
Return 1, 2, 3 en 4 kunnen als bijkomende mono-ingangsblok-
ken worden gebruikt. Return 1/2 en 3/4 kunnen dienst doen als
bijkomende stereo-ingangsblokken voor toetsen, drumcompu-
ters of zelfs een andere modeler. Wanneer een geheugen een
Return- of FX Loop-blok bevat, kan de betreende Return-in-
gang niet voor iets anders worden geselecteerd. Zie “Send/
Return”.
Digital (S/PDIF of
AES/EBU)
Alleen de digitale S/PDIF- of AES/EBU-ingang. Wanneer een
ander Input-blok al de Variax-ingang (of de Multi-ingang, die
ook de Variax bevat) gebruikt, kan S/PDIF of AES/EBU niet
worden geselecteerd.
USB 3/4, 5/6,
7/8
De USB-ingangen 3/4, 5/6 en 7/8 kunnen worden gebruikt
om bepaalde sporen van uw DAW-project te bewerken. Zie
“USB-audio”.
Signalen, die de Helix via de USB 1/2-kanalen ontvangt,
kunnen niet worden bewerkt, omdat die kanalen eigenlijk voor
het auisteren van de DAW-Master op uw computer (of iPad)
dienen. Kies deze ingang dus nooit voor signalen, die u wilt
bewerken.
Alle Input-blokken hebben een eigen noisegate. De “Threshold”- en “Decay”-para-
meter werken alleen, wanneer de “Input Gate”-parameter actief is:
Guitar In-Z
Auto
Input Multi (Guitar, Aux, Variax)
Input Gate
D
eca
y
Th
res
h
o
l
d
5
00 ms–48.0
d
BOff
Input > Multi- en Input > Guitar-blokken bieden tevens een “Guitar In-Z”-parameter.
De Helix bevat een impedantieschakeling op de gitaaringang voor het beïnvloeden
van de klankkleur en de respons van de pickups (hiermee wordt de wisselwerking
met een eectpedaal of versterker gesimuleerd). Een kleine waarde levert een ronder
signaal met minder gain en een “zachtere” respons op. Bij een hoge waarde hoort u
alle frequenties en lijkt het instrument ook meer ballen te hebben.
Multi- en Variax-ingangsblokken bieden bijkomende pagina’s voor de Variax-parame-
ters:
James Tyler Variax of Variax Standard
Pagina
Regelaar
Parameter Omschrijving
1
Variax Settings
Bepaalt of de Variax-instellingen voor één of alle
geheugens gelden.
2
Variax Model
Hiermee kiest u het Variax-model en de pickuppo-
sitie. Kies “Don’t Force”, als de Helix de huidige
instellingen van de Variax niet mag wijzigen.
3
Variax Vol Knob
Bepaalt de instelling van de volumeregelaar op de
Variax. Wanneer u “Don’t Force” kiest, hanteert de
Helix de instelling van de fysieke volumeregelaar op
de Variax.
4
Variax Tone
Knob
Bepaalt de instelling van de toonregelaar op de
Variax. Wanneer u “Don’t Force” kiest, hanteert de
Helix de instelling van de fysieke toonregelaar op
de Variax.
5
Lock Variax
Controls
Wanneer u “Unlocked” kiest, blijven de volume-
en toonregelaar evenals de keuzeschakelaar van
de Variax actief. U kunt ze echter vergrendelen om
te voorkomen dat ze de sound van de Variax nog
beïnvloeden. Door aan de modelkeuzeregelaar van
de Variax te draaien kiest u opnieuw “Unlocked”.
6
Variax Tuning
Kies “Don’t Force”, als de Helix de stemming van
de Variax niet mag wijzigen. Kies “Custom” om de
gitaarstemming met de Helix te kunnen wijzigen
(pagina ).
25
Pagina
Regelaar
Parameter Omschrijving
1
Variax String 6
Hiermee kunt u de stemming van de fysieke snaar
softwarematig in halve tonen verhogen of vermin-
deren. Dit geldt telkens voor de geselecteerde
snaar. De benamingen gaan ervan uit dat de gitaar
normaal staat gestemd (E, A, D, G, B, E) en A=
440Hz hanteert.
2
Variax String 5
3
Variax String 4
4
Variax String 3
5
Variax String 2
6
Variax String 1
Output
Elk geheugen beschikt over maximaal vier Output-blokken (één per signaalpad).
Multi
De 1/4”-, XLR-, DIGITAL- en USB 1/2-uitgangen zijn simultaan actief.
In de regel moet u “Multi” kiezen.
Path 2A,
2B, 2A+B
Deze uitgangen worden alleen voor pad 1 getoond en dienen voor het
routen van pad 1 naar pad 2.
1/4"
Alleen 1/4” OUT.
XLR
Alleen XLR OUT.
Send 1/2,
Send 3/4
Send 1/2 en 3/4 kunnen als bijkomende uitgangsblokken worden
gebruikt.
Digital
S/PDIF,
AES/EBU,
L6 LINK
Er kan telkens maar één digitale uitgang actief zijn. Kies “S/P DIF” of
“AES/EBU” en stel onder “Global Settings > Ins/Outs” de gewenste
samplingfrequentie in. De “Global Ins/Outs”-parameters hoeven voor
L6 LINK niet te worden gewijzigd. Zie “L6 LINK-uitgang” voor meer
details.
USB 1/2,
USB 3/4,
USB 5/6
USB 1/2, 3/4 en 5/6 kunnen als bijkomende uitgangen naar uw com-
puter, iPad of iPhone (met optionele iPhone-camerakit) worden
gebruikt. USB 7 en 8 zijn bedoeld voor “re-amping”-toepassingen en
kunnen dus niet voor uitgangsblokken worden gebruikt. Zie “USB-au-
dio” voor meer details.
Alle Output-blokken beelden regelaar 1 (Pan) en regelaar 2 (Level) af:
Pan
Center
Level
0.0dB
Output Multi (1/4”, XLR, Digital, USB 1/2)
SNELKOPPELING: Druk op regelaar 1 (Pan) om “Pan” terug in het midden te
zetten. Druk op regelaar 2 (Level) om “Level” op de nominale waarde (0.0dB) te
zetten.
Tip: Met regelaar 2 (Level) stelt u het algemene niveau van het betreende
signaalpad in. Hiermee kunt u zorgen dat al uw sounds ongeveer hetzelfde
volume hanteren.
L6 LINK-uitgang
De digitale XLR-connector kan ook dienst doen als L6 LINK-uitgang (hiervoor
gebruikt u het best een XLR-kabel van 110Ω). L6 LINK vormt de eenvoudigste
manier om uw Helix op Line 6 StageSource-monitors en/of versterkers van de DT-se-
rie aan te sluiten. Twee StageSource-speakers of DT-versterkers kunnen via L6 LINK
ook in serie worden aangesloten. Het stereosignaal van de Helix wordt dan op een
intelligente manier gesplit: het linker kanaal gaat naar de eerste StageSource/DT en
het rechter kanaal naar de tweede. Sluit u maar één StageSource/DT aan, dan wordt
het Helix-signaal in mono naar die StageSource/DT uitgestuurd.
Wanneer u een L6 LINK-apparaat op de Helix aansluit, wordt de S/P DIF-uitgang
automatisch uitgeschakeld en het signaal ervan naar de digitale XLR-connector uit-
gestuurd. U hoeft de “Global Settings > Ins/Outs > Digital Audio” en/of “Sample
Rate”-instellingen dus niet handmatig te wijzigen.
Tip: In geval van een L6 LINK-verbinding met een versterker van de DT-se-
rie kiest u in de regel beter een Preamp-model van de Helix (i.p.v. een Amp-
of Amp+Cab-model). De eindtrap van de DT kan namelijk manueel worden
gecongureerd om precies de gewenste sound op te leveren!
Tip: De Helix Rack kan verschillende parameters op een versterker van de
DT-serie (kanaalkeuze, eindtrap-topologie, reverb enz.) via MIDI wijzigen. Sluit
een MIDI-kabel aan op de MIDI OUT-connector van de Helix Rack en op de
MIDI IN-connector van de DT-versterker. Op de “Command Center”-pagina
van de Helix kunt u de benodigde MIDI-commando’s voor elk geheugen apart
kiezen.
Laad de “TEMPLATES > 04D DT25-DT50 Remote” preset van de Helix: hij
bevat al talrijke handige schakelaartoewijzingen voor DT-versterkers. Dit sjab-
loon kunt u wijzigen, elders opslaan en als basis voor uw eigen Helix-sounds
gebruiken. Zie ook de MIDI-implementatiegids voor de DT (http://line6.com/
support/manuals/) voor een overzicht van de beschikbare MIDI-commando’s.
26
Effecten
Talrijke Helix-eectblokken kunnen in mono of stereo worden gebruikt. Stereo-eec-
ten herkent u aan het “ ”-symbool achter de naam.
Kies een effectblok en draai aan de joystick om er een ander model aan
toe te wijzen.
Distortion-modellen
Model Subcategorie Gebaseerd op*
Minotaur
Mono, stereo Klon
®
Centaur
Teemah!
Mono, stereo Paul Cochrane Timmy
®
overdrive
Compulsive Drive
Mono, stereo Fulltone
®
OCD
Valve Driver
Mono, stereo Chandler Tube Driver
Top Secret OD
Mono, stereo DOD
®
OD-250
Scream 808
Mono, stereo Ibanez
®
TS808 Tube Screamer
®
Hedgehog D9
Mono, stereo MAXON
®
SD9 Sonic Distortion
Vermin Dist
Mono, stereo Pro Co RAT
KWB
Mono, stereo
Ben Adrian Kowloon Walled Bunny vervorming
Arbitrator Fuzz
Mono, stereo Arbiter
®
FuzzFace
®
Triangle Fuzz
Mono, stereo Electro-Harmonix
®
Big Mu π
®
Industrial Fuzz
Mono, stereo Z.Vex Fuzz Factory
Tycoctavia Fuzz
Mono, stereo Tycobrahe
®
Octavia
Wringer Fuzz
Mono, stereo Gemodiceerde BOSS
®
FZ-2 van Garbage
Megaphone
Mono, stereo Megaphone
Bitcrusher
Mono, stereo Line 6-origineel
Dynamics-modellen
Model Subcategorie Gebaseerd op*
Deluxe Comp
Mono, stereo Line 6-origineel
Red Squeeze
Mono, stereo MXR
®
Dyna Comp
LA Studio Comp
Mono, stereo Teletronix
®
LA-2A
®
Noise Gate
Mono, stereo Line 6-origineel
Hard Gate
Mono, stereo Line 6-origineel
EQ-modellen
Model Subcategorie Gebaseerd op*
Simple EQ
Mono, stereo Line 6-origineel
Low Cut/High Cut
Mono, stereo Line 6-origineel
Parametric
Mono, stereo Line 6-origineel
10-Band Graphic
Mono, stereo MXR
®
grasche 10-bands EQ
Cali Q Graphic
Mono, stereo
Grasche EQ van de MESA/Boogie® Mark IV
Modulation-modellen
Model Subcategorie Gebaseerd op*
Optical Trem
Mono, stereo Optisch tremolocircuit van Fender
®
60s Bias Trem
Mono, stereo Tremolo van de Vox
®
AC-15
Tremolo/Autopan
Mono, stereo BOSS
®
PN-2
Harmonic Tremolo
Mono, stereo Line 6-origineel
Script Mod Phase
Mono, stereo MXR
®
Phase 90
Ubiquitous Vibe
Mono, stereo Shin-ei Uni-Vibe
®
Deluxe Phaser
Mono, stereo Line 6-origineel
Gray Flanger
Mono, stereo MXR
®
117 Flanger
Harmonic Flanger
Mono, stereo A/DA Flanger
Courtesan Flange
Mono, stereo Electro-Harmonix
®
Deluxe EM
Dynamix Flanger
Mono, stereo Line 6-origineel
Chorus
Mono, stereo Line 6-origineel
70s Chorus
Mono, stereo BOSS
®
CE-1
* Zie “In de VS geregistreerde handelsmerken” op blz. 35. Alle productnamen zijn handelsmerken van de betreende eigenaars, die op geen enkele manier aan Line 6 verbonden zijn. De productnamen, omschrijvingen en foto’s
worden alleen gehanteerd als verwijzingen naar de producten wier geluiden Line 6 tijdens de ontwikkeling van de modellen bestudeerd heeft.
27
Modulation-modellen
Model Subcategorie Gebaseerd op*
Trinity Chorus
Stereo DyTronics Tri-Stereo Chorus
Bubble Vibrato
Mono, stereo BOSS
®
VB-2 Vibrato
Vibe Rotary
Stereo Fender
®
Vibratone
122 Rotary
Stereo Leslie
®
122
145 Rotary
Stereo Leslie
®
145
AM Ring Mod
Mono, stereo Line 6-origineel
Pitch Ring Mod
Stereo Line 6-origineel
Delay-modellen
Model Subcategorie Gebaseerd op*
Simple Delay
Mono, stereo Line 6-origineel
Mod Chorus Echo
Mono, stereo Line 6-origineel
Dual Delay
Stereo Line 6-origineel
Multitap 4
Stereo Line 6-origineel
Multitap 6
Stereo Line 6-origineel
Ping Pong
Stereo Line 6-origineel
Sweep Echo
Mono, stereo Line 6-origineel
Ducked Delay
Mono, stereo TC Electronic
®
2290
Reverse Delay
Mono, stereo Line 6-origineel
Vintage Digital
Mono, stereo
Line 6-origineel
Transistor Tape
Mono, stereo Maestro
®
Echoplex EP-3
Harmony Delay
Stereo Line 6-origineel
Bucket Brigade
Mono, stereo BOSS
®
DM-2
Adriatic Delay
Mono, stereo BOSS
®
DM-2 met Adrian-modicatie
Elephant Man
Mono, stereo Electro-Harmonix
®
Deluxe Memory Man
Reverb-modellen
Model Subcategorie Gebaseerd op*
Plate
Stereo Line 6-origineel
Room
Stereo Line 6-origineel
Chamber
Stereo Line 6-origineel
Hall
Stereo Line 6-origineel
Echo
Stereo Line 6-origineel
Tile
Stereo Line 6-origineel
Cave
Stereo Line 6-origineel
Ducking
Stereo Line 6-origineel
Octo
Stereo Line 6-origineel
63 Spring
Stereo Line 6-origineel
Spring
Stereo Line 6-origineel
Particle Verb
Stereo Line 6-origineel
Pitch/Synth-modellen
Model Subcategorie Gebaseerd op*
Pitch Wham
Mono, stereo Digitech Whammy
®
Twin Harmony
Mono, stereo Eventide
®
H3000
Simple Pitch
Mono, stereo Line 6-origineel
Dual Pitch
Mono, stereo
Line 6-origineel
3 OSC Synth
Stereo Line 6-origineel
Filter-modellen
Model Subcategorie Gebaseerd op*
Mutant Filter
Mono, stereo Musitronics
®
Mu-Tron
®
III
Mystery Filter
Mono, stereo Korg
®
A3
Autolter
Mono, stereo Line 6-origineel
* Zie “In de VS geregistreerde handelsmerken” op blz. 35. Alle productnamen zijn handelsmerken van de betreende eigenaars, die op geen enkele manier aan Line 6 verbonden zijn. De productnamen, omschrijvingen en foto’s
worden alleen gehanteerd als verwijzingen naar de producten wier geluiden Line 6 tijdens de ontwikkeling van de modellen bestudeerd heeft.
28
Wah-modellen
Model Subcategorie Gebaseerd op*
UK Wah 846
Mono, stereo Vox
®
V846
Teardrop 310
Mono, stereo Dunlop
®
Cry Baby
®
Fasel Model 310
Fassel
Mono, stereo Dunlop
®
Cry Baby
®
Super
Weeper
Mono, stereo Arbiter
®
Cry Baby
®
Chrome
Mono, stereo Vox
®
V847
Chrome Custom
Mono, stereo Gemodiceerd Vox
®
V847
Throaty
Mono, stereo RMC
®
Real McCoy 1
Vetta Wah
Mono, stereo Line 6-origineel
Colorful
Mono, stereo Colorsound
®
Wah-fuzz
Conductor
Mono, stereo Maestro
®
Boomerang
Volume/Pan-modellen
Model Subcategorie Gebaseerd op*
Volume Pedal
Mono, stereo Line 6-origineel
Gain
Mono, stereo Line 6-origineel
Pan
Stereo Line 6-origineel
Gemeenschappelijke effectinstellingen
Parameter Omschrijving
Drive
Bepaalt de hoeveelheid overdrive, vervorming of fuzz.
Bass
Bepaalt het basniveau.
Mid
Bepaalt het niveau van de middentonen
Treble
Bepaalt het niveau van de hoge tonen.
Speed
Regelt de snelheid van het eect. Hoe groter de waarde, hoe sneller
het eect. Druk op de regelaar om afwisselend Hz- en nooteenhe-
den te kiezen. Een Hz-waarde speciceert de modulatiesnelheid in
cyclussen per seconde. Een nootwaarde wordt altijd op basis van het
ingestelde tempo berekend. Niet alle “Speed”-parameters kunnen met
het tempo worden gesynchroniseerd, omdat ze niet lineair zijn of heel
interactief werken.
Parameter Omschrijving
Rate
Regelt de snelheid van het eect. Hoe groter de waarde, hoe snel-
ler het eect. Druk op de regelaar om afwisselend numerieke en
nooteenheden te kiezen. Niet alle “Rate”-parameters kunnen met
het tempo worden gesynchroniseerd, omdat ze niet lineair zijn of heel
interactief werken.
Time
Bepaalt de vertraging/herhalingstijd. Hoe groter de waarde, hoe langer
de vertraging. Druk op de regelaar om afwisselend ms- en noot-
eenheden te kiezen. “ms” staat voor milliseconden. Een nootwaarde
wordt op basis van het ingestelde tempo berekend. Wanneer u later
een ander model kiest, blijft de keuze van de nootwaarde behouden.
Depth
Hiermee regelt u de intensiteit van het modulatie-eect. Hoe groter de
waarde, hoe sterker de pitchbend, het “bibberen”, het “bonzen” e.d.
(naar gelang het eect).
Feedback
Bepaalt hoe veel van het eectsignaal opnieuw naar het eect wordt
gestuurd. Hoe groter de waarde, hoe meer de delay een eigen leven
gaat leiden.
Decay
Hiermee bepaalt u de duur van het reverbeect.
Predelay
Bepaalt de vertraging tussen het binnenkomende signaal en het begin
van de reverb.
Headroom
Sommige modulatie- en delaypedalen hebben de neiging om
het signaal wat te vervormen, vooral wanneer ze zich achter een
“high-gain”-versterker bevinden. Met negatieve waarden wordt de
vervorming beter hoorbaar. Met positieve waarden maakt u het eect
a.h.w. schoon. Kies “0dB” om de sound van het originele pedaal te
hanteren.
Low Cut
Onderdrukt een gedeelte van de lage (of hoge) tonen en voorkomt zo
gerommel of een iets te schel geluid.
High Cut
Mix
Bepaalt de balans tussen het eect- en het onbewerkte signaal aan
de uitgang van het blok. Bij keuze van “0%” is het eect onhoorbaar.
Bij keuze van “100%” hoort u alleen het eect, maar geen droog sig-
naal meer.
Level
Bepaalt het uitgangsvolume van het eectblok. Bij de meeste blok
ken
kiest u het best geen extreme waarde, omdat dit tot digitale oversturing
leidt. In de regel is “0.0dB” een goede instelling. Wanneer het volume
van het originele pedaal c.q. zijn volumeregelaar niet echt dB-waarden
vertegenwoordigt, wordt in plaats daarvan “0.0~10” gebruikt.
Trails
Trails uit: Delay-herhalingen en galm worden bij het deactiveren van
het eect meteen uitgeschakeld. Trails actief: Tijdens het deactiveren
van een blok c.q. het selecteren van een andere Snapshot sterft de
delay of galm natuurlijk uit.
* Zie “In de VS geregistreerde handelsmerken” op blz. 35. Alle productnamen zijn handelsmerken van de betreende eigenaars, die op geen enkele manier aan Line 6 verbonden zijn. De productnamen, omschrijvingen en foto’s
worden alleen gehanteerd als verwijzingen naar de producten wier geluiden Line 6 tijdens de ontwikkeling van de modellen bestudeerd heeft.
29
Amp+Cab
Amp+Cab-blokken zitten slim in elkaar: bij keuze van een Amp-model wordt automa-
tisch het bijhorende Cab-model geselecteerd.
Om aan een Amp+Cab-blok een ander versterkermodel toe te wijzen
drukt u op < PAGE tot het versterkericoontje wit wordt afgebeeld en
draait u vervolgens aan de joystick. Om een speakermodel te kiezen
drukt u op PAGE > tot het speakericoontje wit wordt afgebeeld en
draait u vervolgens aan de joystick.
De eerste Amp+Cab-parameterpagina bevat de regelaars die u van de gemodel-
leerde versterker kent:
Ch VolPresenceBass MidDriveTreble
102.53.45.02.53.4
Amp+Cab Stone Age 185
SNELKOPPELING: Druk op om het Amp+Cab-, Amp- of Preamp-blok
te selecteren en toegang te hebben tot de voorversterkerparameters (GAIN,
BASS, MID, TREBLE enz.). Als een geheugen meer dan één van deze blokken
bevat, kunt u de benodigde toonregeling met selecteren.
Amp-modellen
Model Subcategorie Gebaseerd op*
WhoWatt 100
Gitaar Hiwatt
®
DR-103 Brill
Soup Pro
Gitaar Supro
®
S6616
Stone Age 185
Gitaar Gibson
®
EH-185
Tweed Blues Nrm
Gitaar Fender
®
Bassman
®
(normaal kanaal)
Tweed Blues Brt
Gitaar Fender
®
Bassman
®
(Bright-kanaal)
US Small Tweed
Gitaar Fender
®
Champ
US Deluxe Nrm
Gitaar Fender
®
Deluxe Reverb
®
(normaal kanaal)
US Deluxe Vib
Gitaar Fender
®
Deluxe Reverb
®
(Vibrato-kanaal)
Amp-modellen
Model Subcategorie Gebaseerd op*
US Double Nrm
Gitaar Fender
®
Twin Reverb
®
(normaal kanaal)
US Double Vib
Gitaar Fender
®
Twin Reverb
®
(Vibrato-kanaal)
Mail Order Twin
Gitaar Silvertone
®
1484
Divided Duo
Gitaar ÷13 JRT 9/15
Interstate Zed
Gitaar Dr Z
®
Route 66
Jazz Rivet 120
Gitaar Roland
®
JC-120 Jazz Chorus
Essex A15
Gitaar Vox
®
AC-15
Essex A30
Gitaar Vox
®
AC-30 met Top Boost
A30 Fawn Nrm
Gitaar Vox
®
AC-30 Fawn (normaal kanaal)
A30 Fawn Brt
Gitaar Vox
®
AC-30 Fawn (Bright-kanaal)
Matchstick Ch1
Gitaar Matchless
®
DC30 (kanaal 1)
Matchstick Ch2
Gitaar Matchless
®
DC30 (kanaal 2)
Matchstick Jump
Guitar Matchless
®
DC30 (overbrugd)
Mandarin 80
Gitaar Orange™ OR80
Brit J45 Nrm
Gitaar Marshall
®
JTM-45 (normaal kanaal)
Brit J45 Brt
Gitaar Marshall
®
JTM-45 (Bright-kanaal)
Brit Plexi Nrm
Gitaar Marshall
®
Super Lead 100 (normaal kanaal)
Brit Plexi Brt
Gitaar Marshall
®
Super Lead 100 (Bright-kanaal)
Brit Plexi Jump
Gitaar Marshall
®
Super Lead 100 (overbrugd)
Brit P75 Nrm
Gitaar Park
®
75 (normaal kanaal)
Brit P75 Brt
Gitaar Park
®
75 (Bright-kanaal)
Brit J-800
Gitaar Marshall
®
JCM-800
German Mahadeva
Gitaar Bogner
®
Shiva
®
German Ubersonic
Gitaar Bogner
®
Überschall
®
Cali IV Rhythm 1
Gitaar MESA/Boogie
®
Mark IV (kanaal I)
Cali IV Rhythm 2
Gitaar MESA/Boogie
®
Mark IV (kanaal II)
Cali IV Lead
Gitaar MESA/Boogie
®
Mark IV (Lead-kanaal)
Cali Rectire
Gitaar MESA/Boogie
®
Dual Rectier
®
* Zie “In de VS geregistreerde handelsmerken” op blz. 35. Alle productnamen zijn handelsmerken van de betreende eigenaars, die op geen enkele manier aan Line 6 verbonden zijn. De productnamen, omschrijvingen en foto’s
worden alleen gehanteerd als verwijzingen naar de producten wier geluiden Line 6 tijdens de ontwikkeling van de modellen bestudeerd heeft.
30
Amp-modellen
Model Subcategorie Gebaseerd op*
ANGL Meteor
Gitaar ENGL
®
Fireball 100
Solo Lead Clean
Gitaar Soldano SLO-100 (Clean-kanaal)
Solo Lead Crunch
Gitaar Soldano SLO-100 (Crunch-kanaal)
Solo Lead OD
Gitaar Soldano SLO-100 (Overdrive-kanaal)
PV Panama
Gitaar Peavey
®
5150
®
Line 6 Elektrik
Gitaar Line 6-origineel
Line 6 Doom
Gitaar Line 6-origineel
Line 6 Epic
Gitaar Line 6-origineel
Line 6 2204 Mod
Gitaar Line 6-origineel
Line 6 Fatality
Gitaar Line 6-origineel
Tuck n' Go
Bas Ampeg
®
B-15NF Portaex
®
SV Beast Nrm
Bas Ampeg
®
SVT (normaal kanaal)
SV Beast Brt
Bas Ampeg
®
SVT (Bright-kanaal)
Cali Bass
Bas MESA/Boogie
®
M9 Carbine
Cali 400 Ch1
Bas MESA/Boogie
®
Bass 400+ (kanaal 1)
Cali 400 Ch2
Bas MESA/Boogie
®
Bass 400+ (kanaal 2)
G Cougar 800
Bas Gallien-Krueger
®
GK 800RB
Andere sound- en bijkomende parameters vindt u op de daarna volgende pagina’s.
Dit verschilt van model tot model.
Gemeenschappelijke Amp-parameters
Parameter Omschrijving
Master
Bepaalt de vervormingsintensiteit van de eindtrap. Deze parameter
werkt interactief samen met de overige eindtrapparameters: hoe klei-
ner de “Master”-waarde, hoe minder de instellingen van de overige
eecten opvallen.
Sag
Een lage “Sag”-waarde levert een “tighte” respons op (goed voor
Metal). Met hogere waarden is de respons dynamischer, terwijl de sus-
tain langer wordt – perfect voor blues en klassieke rockris.
Parameter Omschrijving
Hum
Hiermee bepaalt u hoe sterk de brom en de wisselstroomgolven de
sound beïnvloeden. Bij een grote waarde wordt het een beetje freake-
rig.
Ripple
Bias
Hiermee kiest u de werkwijze (Bias) van de eindtrapbuizen. Met een
kleine waarde bereikt u een betrekkelijk kille “Class AB”-sound. De
maximumwaarde komt overeen met “Class A”.
Bias X
Hiermee bepaalt u hoe de eindtrapbuizen op hoog niveau gaan reage-
ren. Kies een kleine waarde voor een “tighte feel”. Een grotere waarde
zorgt voor alsmaar meer buizencompressie. Deze parameter werkt
samen met “Drive” en “Master”.
Amp
Amp-blokken werken op dezelfde manier als Amp+Cab-blokken, maar bevatten
geen speakermodel.
Preamp
Er zijn tevens voorversterkermodellen van de Amp-modellen, die alleen de klankbe-
werkingen van de voorversterker bevatten. Kies er zo één, wanneer u de Helix op
een gitaarversterker aansluit (hetzij via 1/4” OUT, hetzij via L6 LINK voor een Line 6
DT25 of DT50).
Preamp-blokken vereisen minder DSP-capaciteit dan Amp-blokken.
Cab
Er zijn twee Cab-subcategorieën: Single- en Dual-blokken. Dual Cab-blokken verei-
sen dubbel zoveel DSP-capaciteit als Single Cab-blokken.
Om het eerste speakermodel van een Cab > Dual-blok te kiezen drukt u
op < PAGE tot het linker speakericoontje wit wordt afgebeeld en draait
* Zie “In de VS geregistreerde handelsmerken” op blz. 35. Alle productnamen zijn handelsmerken van de betreende eigenaars, die op geen enkele manier aan Line 6 verbonden zijn. De productnamen, omschrijvingen en foto’s
worden alleen gehanteerd als verwijzingen naar de producten wier geluiden Line 6 tijdens de ontwikkeling van de modellen bestudeerd heeft.
31
u vervolgens aan de joystick. Om het tweede speakermodel te wijzigen
drukt u op PAGE > tot het rechter speakericoontje wit wordt afgebeeld
en draait u vervolgens aan de joystick.
Cab-modellen
Model Subcategorie Gebaseerd op*
Soup Pro Ellipse
Single, Dual 1 x 6x9" Supro
®
S6616
1x8 Small Tweed
Single, Dual 1x8" Fender
®
Champ
1x12 Field Coil
Single, Dual 1x12" Gibson
®
EH185
1x12 US Deluxe
Single, Dual 1x12" Fender
®
Deluxe Oxford
1x12 Celest 12-H
Single, Dual 1x12" ÷13 JRT 9/15 G12 H30
1x12 Blue Bell
Single, Dual 1x12" Vox
®
AC-15 Blue
1x12 Lead 80
Single, Dual 1x12" Bogner
®
Shiva
®
CL80
2x12 Double C12N
Single, Dual 2x12" Fender
®
Twin C12N
2x12 Mail C12N
Single, Dual 2x12" Silvertone
®
1484
2x12 Interstate
Single, Dual 2x12" Dr Z
®
Z Best V30
2x12 Jazz Rivet
Single, Dual 2x12" Roland
®
JC-120
2x12 Silver Bell
Single, Dual 2x12" Vox
®
AC-30TB Silver
2x12 Blue Bell
Single, Dual 2x12" Vox
®
AC-30 Fawn Blue
4x10 Tweed P10R
Single, Dual 4x10" Fender
®
Bassman
®
P10R
4x12 WhoWatt 100
Single, Dual 4x12" Hiwatt
®
AP Fane
®
4x12 Mandarin EM
Single, Dual 4x12" Orange
®
Eminence
4x12 Greenback25
Single, Dual 4x12" Marshall
®
Basketweave G12 M25
4x12 Greenback20
Single, Dual 4x12" Marshall
®
Basketweave G12 M20
4x12 Blackback30
Single, Dual 4x12" Park
®
75 G12 H30
4x12 1960 T75
Single, Dual 4x12" Marshall
®
1960 AT75
4x12 Uber V30
Single, Dual 4x12" Bogner
®
Uberkab V30
4x12 Uber T75
Single, Dual 4x12" Bogner
®
Uberkab T75
4x12 Cali V30
Single, Dual 4x12" MESA/Boogie
®
4FB V30
Cab-modellen
Model Subcategorie Gebaseerd op*
4x12 XXL V30
Single, Dual 4x12" ENGL
®
XXL V30
4x12 SoloLead EM
Single, Dual 4x12" Soldano
1x15 Tuck n' Go
Single, Dual 1x15" Ampeg
®
B-15
2x15 Brute
Single, Dual 2x15" MESA/Boogie
®
2x15 EV
®
4x10 Rhino
Single, Dual 4x10" Ampeg
®
SVT-410HLF
6x10 Cali Power
Single, Dual 6x10" MESA/Boogie
®
Power House
8x10 SV Beast
Single, Dual 8x10" Ampeg
®
SVT
Microfoonmodellen
Model Gebaseerd op*
57 Dynamic
Shure
®
SM57
409 Dynamic
Sennheiser
®
MD 409
421 Dynamic
Sennheiser
®
MD 421-U
30 Dynamic
Heil Sound
®
PR 30
20 Dynamic
Electro-Voice
®
RE20
121 Ribbon
Royer
®
R-121
160 Ribbon
Beyerdynamic
®
M 160
4038 Ribbon
Coles
®
4038
414 Cond
AKG
®
C414 TLII
84 Cond
Neumann
®
KM84
67 Cond
Neumann
®
U67
87 Cond
Neumann
®
U87
47 Cond
Neumann
®
U47
112 Dynamic
AKG
®
D112
12 Dynamic
AKG
®
D12
7 Dynamic
Shure
®
SM7
* Zie “In de VS geregistreerde handelsmerken” op blz. 35. Alle productnamen zijn handelsmerken van de betreende eigenaars, die op geen enkele manier aan Line 6 verbonden zijn. De productnamen, omschrijvingen en foto’s
worden alleen gehanteerd als verwijzingen naar de producten wier geluiden Line 6 tijdens de ontwikkeling van de modellen bestudeerd heeft.
32
Cab-parameters
Regelaar
Parameter Omschrijving
1 Mic
Kies één van de 16 microfoonmodellen.
2 Distance
Bepaalt de afstand (2,5~30cm) tussen de microfoon en de
speakergrille.
3
Low Cut
Onderdrukt een gedeelte van de lage (of hoge) speakertonen
en voorkomt zo gerommel of een iets te schel geluid.
4
High Cut
5 EarlyRec
Hiermee bepaalt u het niveau van de “eerste reecties”. Met
een grote waarde voorziet u het signaal van duidelijk opval-
lende reecties.
6 Level
Bepaalt het uitgangsvolume van het speakermodel.
Impulsantwoorden (IR)
Impulsantwoorden zijn wiskundige functies, die de klankmatige metingen van een
speciek audiosysteem vertegenwoordigen (bij de Helix zijn dit speaker- en micro-
fooncombinaties). De Helix kan tot 128 IRs van derden bevatten.
Laden van andere impulsantwoorden
Voor het laden van impulsantwoorden hebt u een Mac- of Windows-computer en de
Helix”-applicatie nodig. De Helix-applicatie is gratis en kan van line6.com/software
worden gedownload.
1. Sluit de Helix via USB op uw computer aan en open de “Helix”-ap-
plicatie.
2. Klik op het [Impulses]-tabblad.
3. Sleep één of verschillende IR-bestanden van het bureaublad (of
waar dan ook) naar de “IR Manager”-lijst van de Helix-applicatie.
De “Helix” app seint deze data automatisch door naar de Helix. De Helix kan
maximaal 128 impulsantwoorden bevatten. .WAV-impulsantwoorden (48kHz, 16
bit, mono) met 2048 samples worden natief ondersteund. De “Helix” app laat het
importeren van .WAV-impulsantwoorden met andere samplingfrequenties, bitre-
soluties en zelfs het stereoformaat toe. Deze worden door de app geconverteerd
alvorens naar de Helix-hardware te worden doorgeseind.
Ga naar de voorkeuren van de “Helix” app om te bepalen hoe stereo-WAV-
IRs moeten worden geïmporteerd. U kunt het linker of rechter kanaal c.q.
beide kanalen als bron voor het mono-impulsantwoord kiezen dat naar de
Helix wordt doorgeseind.
Het geïmporteerde impulsantwoord wordt automatisch ingekort (of ver-
lengd) tot 2048 samples. Optioneel kunt u een versie van 1024 samples in
de modellijst kiezen om DSP-capaciteit te besparen. Het impulsantwoord
wordt dan ongeveer halverwege gestopt.
BELANGRIJK! IR-blokken verwijzen naar het nummer van een impul-
santwoord i.p.v. het IR-bestand. Als u bv. “IR 12” in de “Helix” app wist,
heeft dit gevolgen voor alle IR-blokken, die een beroep doen op “IR 12”.
33
Instellingen voor impulsantwoorden
Regelaar
Parameter Omschrijving
1
IR Select
Kies één van de 128 IR-locaties. Wanneer een locatie een IR
bevat, staat de naam ervan in de kopregel. Anders staat daar
“<EMPTY>”.
2
Low Cut
Onderdrukt een gedeelte van de lage (of hoge) tonen van de IR
en voorkomt zo gerommel of een iets te schel geluid.
3
High Cut
4
Mix
Bepaalt de balans tussen het impulsantwoord en het binnenko-
mende (onbewerkte) signaal. Bij keuze van “0%” is het impul-
santwoord onhoorbaar. Bij keuze van “100%” hoort u alleen
nog het impulsantwoord, maar geen droog signaal meer.
5
Level
Bepaalt het uitgangsvolume van het IR-blok.
Send/Return
De vier Sends en Returns van de Helix kunnen hetzij voor verschillende dingen, hetzij
als eectlussen (Send/Return) worden gebruikt.
Eectlussen laten toe externe eectpedalen op een dynamische manier op de
gewenste plaatsen in het signaalpad te gebruiken.
Opmerking: Elk Send- en Return-paar kan op instrumentniveau (voor eectpe-
dalen) of lijnniveau worden ingesteld. Zie “Global Settings > Ins/Outs”.
Opmerking: Elke Return-connector kan maar één keer per geheugen worden
gebruikt. Voorbeeld: wanneer u een Return 1-blok invoegt (of voor een Input-
blok “Return 1”) kiest, worden “Return 1/2”, “FX Loop 1” en “FX Loop 1/2” in
het grijs afgebeeld, omdat ze allemaal een beroep doen op Return 1.
Send-parameters
Regelaar
Parameter Omschrijving
1
Send
Bepaalt het niveau van het signaal dat naar het externe appa-
raat wordt uitgestuurd.
2
Dry Thru
Regelt het niveau van het signaal aan de ingang van het Send-
blok (geen relatie met regelaar 1 (Send)). In de regel kiest u hier
het best “0.0dB”.
Return-parameters
Regelaar
Parameter Omschrijving
1
Return
Regelt het niveau dat via de Return-connector wordt ontvan-
gen.
2
Dry Thru
Bepaalt de balans tussen het Return-signaal en het niet naar
buiten gestuurde signaal. Bij keuze van “0%” is het Return-sig-
naal onhoorbaar. Bij keuze van “100%” hoort u alleen het
Return-signaal, maar geen droog signaal meer.
FX Loop-parameters
Regelaar
Parameter Omschrijving
1
Send
Bepaalt het niveau van het signaal dat naar het externe appa-
raat wordt uitgestuurd.
2
Return
Regelt het niveau dat via de Return-connector wordt ontvan-
gen.
3
Mix
Bepaalt de balans tussen het FX Loop-signaal en het niet naar
buiten gestuurde signaal. Bij keuze van “0%” is de eectlus
onhoorbaar. Bij keuze van “100%” hoort u alleen de eectlus,
maar geen droog signaal meer.
4
Trails
Trails uit: Bij het deactiveren van het FX Loop-blok verdwijnt het
signaal van het externe eect meteen. Trails actief: Een extern
delay- of reverbpedaal sterft natuurlijk uit, wanneer u het FX
Loop-blok deactiveert of een andere Snapshot kiest.
34
Looper
De Helix ondersteunt één mono of stereo Looper-blok per geheugen.
De Looper kan eender waar in signaalpad 1 of 2 worden geplaatst. Zie ook “Loo-
per-voetschakelaarmode”.
Looper-parameters
Regelaar
Parameter Omschrijving
1
Playback
Bepaalt het weergavevolume van de Looper. Wanneer de Loop
net iets te luid staat, kunt u hem met deze parameter zachter
zetten.
2
Overdub
Regelt het volume van de Loop tijdens overdubs. Als u “Over-
dub Level” bv. op “90%” zet, wordt de Loop bij elke overdub
10% stiller t.o.v. de toegevoegde frase.
3
Low Cut
Dient voor het lteren van de lage en/of hoge tonen van de
Loop, die hierdoor duidelijker wordt.
4
High Cut
Split
Een Split-blok wordt gegenereerd, wanneer u een parallelpad aanmaakt. U ziet het
echter alleen, wanneer het geselecteerd is:
De Helix ondersteunt drie verschillende Split-bloktypes:
Y
Het linker en rechter kanaal worden in gelijke mate naar signaalpad A
(boven) en B (onder) uitgestuurd. Een Split > Y-blok verschijnt telkens,
wanneer u een parallel blok aanmaakt. Hier hoeft u niets in te stellen.
A/B
Het signaal kan met de gewenste balans naar pad A (boven) en B
(onder) worden uitgestuurd.
Crossover
De hoge tonen gaan naar signaalpad A (boven) en de lage tonen naar
pad B (onder).
Split > A/B-parameters
Regelaar
Parameter Omschrijving
1
Route To
Bepaalt het niveau van het signaal dat naar pad A enerzijds en
pad B anderzijds wordt uitgestuurd. Druk op de regelaar om
“Even Split” te kiezen.
Split > Crossover-parameters
Regelaar
Parameter Omschrijving
1
Frequency
Alle frequenties boven deze waarde worden naar pad A
(boven) uitgestuurd. Alle frequenties onder deze waarde
worden naar pad B (onder) uitgestuurd.
2
Reverse
Wanneer deze parameter actief is, wordt de verdeling omge-
keerd (hoge tonen naar pad B, lage tonen naar pad A).
Merge
Een Merge > Mixer-blok wordt gegenereerd, wanneer u een parallelpad aanmaakt. U
ziet het echter alleen, wanneer het geselecteerd is:
Regelaar
Parameter Omschrijving
1
A Level
Bepaalt het uitgangsvolume van pad A (boven).
2
A Pan
Bepaalt de links/rechts-balans van pad A.
3
B Level
Bepaalt het uitgangsvolume van pad B (onder).
4
B Pan
Bepaalt de links/rechts-balans van pad B.
5
B Polarity
Keert de polariteit van pad B om. In de regel kiest u hier het
best “Normal”.
6
Level
Bepaalt het uitgangsvolume van het Merge-blok.
35
In de VS geregistreerde handelsmerken
Alle productnamen zijn handelsmerken van de betreende eigenaars, die op geen enkele manier aan Line 6 verbonden zijn. De productnamen, omschrijvingen en foto’s worden alleen gehanteerd
als verwijzingen naar de producten wier geluiden Line 6 tijdens de ontwikkeling van de modellen bestudeerd heeft.
Klon is a registered trademark of Klon, LLC. Timmy is a registered trademark of Paul Cochrane AKA PAULCAUDIO. Fulltone is a registered trademark of Fulltone Musical Products, Inc. DOD,
DigiTech Whammy and AKG are registered trademarks of Harman International Industries, Inc. Ibanez is a registered trademark of Hoshino, Inc. Tube Screamer is a registered trademark of
Hoshino Gakki Co. Ltd. MAXON is a registered trademark of Nisshin Onpa Co., Ltd. Tycobrahe is a registered trademark of Kurt Stier. Leslie is a registered trademark of Suzuki Musical
Instrument Manufacturing Co. Ltd. MXR, Uni-Vibe, Cry Baby, Fuzz Face and Dunlop are registered trademarks of Dunlop Manufacturing, Inc. Teletronix and LA-2A are registered trademarks
of Universal Audio, Inc. Vox is a registered trademark of Vox R&D Limited. Roland and BOSS are registered trademarks of Roland Corporation U.S. TC Electronic is a registered trademark of
MUSIC Group IP Ltd. Eventide is a registered trademark of Eventide Inc. Musitronics is a registered trademark of Mark S. Simonsen. Mu-Tron is a registered trademark of Henry Zajac. Korg is
a registered trademark of Korg, Inc. Electro-Harmonix and Big Mu π are registered trademarks of New Sensor Corp. Arbiter is a registered trademark of Martin Costello Music, Ltd. Colorsound
is a registered trademark of Sola Sound Limited Corporation, UK. Maestro and Gibson are registered trademarks of Gibson Guitar Corp. Hiwatt is a registered trademark of Simon Giles and
Justin Harrison. Supro is a registered trademark of Absara Audio LLC. Fender, Twin Reverb, Bassman, Champ and Deluxe Reverb are registered trademarks of Fender Musical Instruments
Corporation. Silvertone is a registered trademark of Samick Music Corporation. Matchless is a registered trademark of Matchless, LLC. Dr. Z is a registered trademark of Dr. Z Amps, Inc.
Orange is a registered trademark of Orange Brand Services Limited. Marshall is a registered trademark of Marshall Amplication Plc. Bogner and Überschall are registered trademarks of Bogner
Amplication. Mesa/Boogie and Rectier are registered trademarks of Mesa/Boogie, Ltd. Engl is a registered trademark of Beate Ausug and Edmund Engl. Peavey is a registered trademark
of Peavey Electronics Corporation. 5150 is a registered trade¬mark of ELVH Inc. Gallien-Krueger is a registered trademark of Gallien Technology, Inc. Park is a registered trademark of AMP RX
LLC. Ampeg, Portaex, and SVT are registered trademarks of Loud Technologies Inc. Fane is a trademark of Fane International Ltd. Shure is a registered trademark of Shure Inc. Sennheiser is
a registered trademark of Sennheiser Electronic GmbH & Co. KG. Heil Sound is a registered trademark of Heil Sound Ltd. Electro-Voice is a registered trademark of Bosch Security Systems, Inc.
Royer is a registered trademark of Bulldog Audio, Inc. DBA Rover Labs. Beyerdynamic is a registered trademark of Beyer Dynamic GmbH & Co. KG. Neumann is a registered trademark of Georg
Neumann GmbH.
36
Tuner
1. Houd de TAP/TUNER-voetschakelaar van de Helix Rack ingedrukt
tot de “Tuner”-pagina verschijnt:
Tuner
B
Output
Multi
Reference
440 Hz
Input
Multi Off
Offsets
+50–50
+3–3
Houd de TAP-voetschakelaar van de Helix Control ingedrukt tot de
“Tuner”-pagina verschijnt:
In tune
Sharp
Flat
Te hoog
Te laag
Goed gestemd
2. Sla een snaar van uw gitaar aan.
Een vakje links van het midden wijst erop dat de snaar te laag gestemd is. Een
vakje rechts van het midden betekent dat de snaar te hoog is. Wanneer de mid-
delste balk in de onderste regel groen oplicht, kunt u de kleinere balken erboven
gebruiken om nog preciezer te stemmen. Wanneer beide pijlen oplichten, staat
de snaar juist gestemd.
3. Trap eender welke voetschakelaar in (of druk op ) om de tuner te
verlaten.
De tunerparameters gelden voor alle geheugens.
Tip: Als u liever met uw vertrouwde tuner (rackversie of pedaal) werkt,
kunt u zijn ingang op Send 1, 2, 3 of 4 aansluiten en met regelaar 2 (Tuner
Out) instellen, welke Send-connector u gebruikt. Als u dan de TAP-voet-
schakelaar ingedrukt houdt, stuurt de Helix het signaal automatisch naar
de externe tuner.
Tuner-parameters
Pagina
Regelaar
Parameter Omschrijving
1
Tuner In
Hiermee kiest u de ingang wiens signaal door de tuner wordt gemeten. Normaliter werkt u het best met “Multi”, omdat de GUITAR IN-, AUX IN- en
VARIAX-connector dan met de tuner verbonden zijn.
2
Tuner Out
Hiermee bepaalt u welke uitgangen actief moeten zijn, wanneer de “Tuner”-pagina wordt afgebeeld. Als uw signaal tijdens het stemmen niet mag
worden weergegeven, kiest u het best “Mute”. In de regel moet u “Multi” kiezen, omdat het signaal dan naar de 1/4” OUT-, XLR OUT-, DIGI-
TAL-connectors en de USB 1/2-kanalen wordt uitgestuurd.
3
Reference
Om een andere referentiefrequentie dan 440Hz te gebruiken, kiest u hier 425~455Hz.
6
Osets
Activeert de op de “ ”-pagina ingestelde verschuivingen (osets).
1
String 6 Oset
Sommige gitaristen stemmen bepaalde snaren een tikkeltje hoger of lager dan eigenlijk juist zou zijn, omdat dit de intonatie vereenvoudigt. Met
“String Osets” zorgt u ervoor dat uw tuner dergelijke verschuivingen als “normaal” beschouwt. Snaar 6 is de lage E, snaar 1 daarentegen de hoge
E. Er wordt alleen rekening gehouden met de “Oset”-instellingen, wanneer u regelaar 6 (Osets) op de “ ”-pagina activeert.
2
String 5 Oset
3
String 4 Oset
4
String 3 Oset
5
String 2 Oset
6
String 1 Oset
37
Snapshots
Vanaf de Helix-Firmware 2.0 ziet u rechtsboven in het display een camera-icoontje.
Het cijfer verwijst naar de momenteel gekozen Snapshot.
1
Waarom moet ik mij bezighouden met Snapshots?
Laten we eerlijk zijn: misschien is dit compleet overbodig. Stel u echter even de vol-
gende vragen:
Stoort het mij dat het signaal tussen twee sounds telkens even wegvalt?
Word ik gek, wanneer de delay en de reverb niet natuurlijk uitsterven?
Zoek ik al een tijdje naar een manier om de versterker- en eectinstellingen
tijdens een complete song te beïnvloeden?
Als u met “nee” geantwoord of gewoon uw schouders opgehaald hebt, hoeft u niet
verder te lezen – u hebt geen boodschap aan Snapshots. Als u echter ook maar één
vraag met “ja” hebt beantwoordt, leest u het best verder.
OK, ik ben er nog…
Tijdens het overschakelen naar een ander geheugen moet een complex appa-
raat zoals de Helix gewoon even alles uitzetten. Dit is nu eenmaal de werkwijze van
alle actuele DSPs. Snapshots bieden echter een verregaande controle binnen een
geheugen. Dergelijke wijzigingen kunnen onmiddellijk en naadloos worden uitge-
voerd.
De Helix biedt acht geheugens waarin u “momentopnames” van de huidige instellin-
gen kunt opslaan (ongeveer zoals op een digitaal mengpaneel), ondermeer:
Blok aan/uit—De status (aan of uit) van de bewerkingsblokken (met uitzon-
dering van de looper). De blokken hoeven niet aan een voetschakelaar toe-
gewezen te zijn. Zie ook “Snapshots > blok aan/uit”.
Parametercontrole—De waarden, die door de speelhulpen (maximaal 64
per geheugen) worden verzonden. Zie ook “Snapshots > parametercontrole”.
Command Center—De waarden van “Instant” MIDI CC-, bank-/programma-
keuze-, MMC- en CV Out-commando’s evenals de status (zwak of normaal
oplichtend) van CC Toggle-, CV Toggle- en Ext Amp-commando’s. Zie ook
“Command Center”.
Tempo—Het huidige systeemtempo, wanneer “Global Settings > MIDI/
Tempo” > Tempo Select staat ingesteld op “Per Snapshot”. (De fabrieksin-
stelling luidt “Per Preset”.)
Naar gelang hoe u ze congureert, kunnen Snapshots worden gebruikt als 8 vari-
aties van dezelfde sound, 8 compleet verschillende sounds of eender welke
combinatie tussen deze twee uitersten. Dit alles binnen één en hetzelfde
geheugen. In de meeste gevallen hebt u voldoende aan Snapshots voor de verschil-
lende songdelen.
Snapshots > blok aan/uit
Snapshots bevatten de actuele status (aan/uit) voor alle bewerkingsblokken. Voor-
beeld: Snapshot 1—Intro zou de volgende blokken kunnen activeren: Distortion 1,
Amp 1, Cab, Mod 1 en Delay 1.
Snapshot 2—Couplet zou met Dynamics, Distortion 2, Filter, FX Loop 1, Amp 2,
Cab, Delay 2 en Reverb kunnen werken.
Snapshot 3—Middendeel zou Dynamics, FX Loop 2, Amp 2, IR, EQ, Mod 2 en
Delay 2 kunnen gebruiken.
Snapshot 4—Refrein activeert ze allemaal:
En Snapshot 5—Tussenspel zou alleen Amp 1 en IR kunnen gebruiken:
Alle Snapshots van een geheugen moeten dezelfde modellen gebruiken. Snapshot
1 kan dus bv. niet het “US Deluxe”-model voor het Amp-blok gebruiken, terwijl
Snapshot 2 een beroep doet op “Essex A30”. Zolang er voldoende DSP-capaciteit
is, kunt u echter twee Amp-blokken met verschillende modellen voorbereiden en er
telkens maar één van activeren.
BELANGRIJK! Snapshots kunnen verwarring veroorzaken, wanneer meer-
dere blokken aan eenzelfde voetschakelaar toegewezen zijn. Voorbeeld: wan-
neer u met voetschakelaar 2 tussen Delay (aanvankelijk actief) en Reverb (uit)
heen en weer schakelt, terwijl een Snapshot het Reverb-blok activeert, scha-
kelt voetschakelaar 2 daarna beide blokken samen in en uit.
Zie “Werken met Snapshots” voor meer details.
38
Snapshots > parametercontrole
Indien nodig, kunt u de parameters op zo’n manier instellen dat ze tijdens het kiezen
van een Snapshot naar de gewenste waarde springen.
Laten we een voorbeeld van 7 parameters (van de 64 mogelijke) bekijken, die door
de selectie van Snapshots worden beïnvloed:
Snapshot
Variax
Model
Amp
Gain
Delay
Mix
Split A/B Pitch
IR
Select
Output
Level
1. Intro
Spank-1 4.5 35% Pad A: 100 0 27 –7.2dB
2. Couplet
Spank-1 4.5 35% Pad A: 100 +5 27 0.0dB
3. Brug
Lester-5 5.2 43% Pad B: 100 +3 103 +0.8dB
4. *Chorus
Lester-5 4.5 50% Pad B: 100 0 103 +1.5dB
5. Tussenspel
Spank-1 3.9 8%
Evenwichtige
balans
+5 27 0.0dB
6. Solo
Lester-5 8.7 72% Pad B: 100 +12 103 +2.6dB
7. Breakdown
Acous-3 2.0 46% Pad B: 47 –12 12 0.0dB
8. Outro
Spank-1 4.5 35% Pad A: 100 0 41 -3.6dB
In de tabel hierboven ziet u dat, tijdens de overgang van Snapshot 2—Couplet naar
Snapshot 3—Middendeel, het volgende gebeurt:
De aangesloten Variax-gitaar gaat van het “Spank-1”-gitaarmodel naar
“Lester-5”.
Het niveau van het Amp-blok stijgt van 4.5 naar 5.2.
De “Mix”-waarde van het Delay-blok springt van 35% naar 43%.
Het Split-blok stuurt het gitaarsignaal van pad A naar pad B.
De “Interval”-waarde van het Pitch-blok gaat van +5 naar +3.
In plaats van IR 27 wordt 103 gebruikt.
Het niveau van het Output-blok wordt van 0.0dB naar +0.8dB verhoogd.
Wanneer een parameter tijdens het selecteren van een Snapshot automatisch moet
veranderen, moet u hem een controller (bv. de Snapshots-controller) toewijzen.
Snelle toewijzing aan de Snapshots-controller
Om een parameter in te stellen EN de betreffende waarde tijdens het la-
den van een Snapshot automatisch op te roepen moet u op de regelaar
drukken en er tegelijk aan draaien.
De parameter wordt wit tussen haakjes afgebeeld. Dit betekent dat er een controller
(hier de Snapshots-controller) aan toegewezen is:
Feedback
[37%]
Wanneer u de parameter UITSLUITEND wilt beïnvloeden zonder de
Snapshots meteen te actualiseren, mag u alleen aan de regelaar draai-
en (zonder hem in te drukken).
Zolang een parameter aan geen enkele controller is toegewezen, geldt zijn instelling
voor alle Snapshots.
SNELKOPPELING: Houd BYPASS ingedrukt, terwijl u op een parameterrege-
laar drukt om alle controllertoewijzingen (waaronder de Snapshots-controller)
te wissen. De waarde wordt dan zonder haakjes afgebeeld, omdat geen enkele
speelhulp is toegewezen.
Zie “Werken met Snapshots” voor meer details.
Handmatige toewijzing aan de Snapshots-controller
1. Spring naar de startpagina en houd de regelaar van de parameter,
die voor elke Snapshot anders moet worden ingesteld, ingedrukt.
De Helix springt naar de “Controller Assign”-pagina waar de geselecteerde para-
meter boven regelaar 1 (Parameter) vermeld staat.
2. Kies met regelaar 2 (Controller) “Snapshots”.
Opmerking: Welke speelhulp u aan een parameter toewijst, is van onder-
geschikt belang: tijdens de selectie van een Snapshot worden alle para-
meters geactualiseerd waaraan een controller is toegewezen. De enige
uitzondering hierop vormen parameters (o.m. “Volume”, “Wah” en “Pitch
Wham”), die met EXP-pedaal 1, 2 of 3 worden beïnvloed: ze worden alleen
geactualiseerd, wanneer u “Global Settings > EXP Pedals” > EXP 1/2/3
Pedal Position op “Per Snapshot” instelt.
3. Druk op om naar de startpagina terug te gaan.
39
Opmerking: Per geheugen kunt u maximaal 64 controllertoewijzingen vast-
leggen, waaronder parameters, die met Snapshots kunnen worden beïn-
vloed. Probeert u nog een 65e toe te voegen, dan verschijnt de boodschap
“Too many controller assignments!”:
Too many controller assignments!
FeedbackTime
[37%]
LevelMixKeyScale
0.0 dB[40%][Minor][D][1/8]
Dan moet u eerst een aantal overbodige toewijzingen wissen. Zie “Contro-
letoewijzingen van een blok wissen” of “Alle controletoewijzingen wissen”.
Snapshots > Command Center
Snapshots bevatten tevens de volgende MIDI-, CV- en Ext Amp-commando’s, die
vanuit het “Command Center” naar externe apparaten worden doorgeseind:
De waarde van alle Instant MIDI CC-, bank-/programmakeuze-, MMC- en
CV Out-boodschappen.
De status (waarde voor aan of uit) van CC Toggle- of CV Toggle-com-
mando’s, die aan de voetschakelaars zijn toegewezen.
De status (waarde voor aan of uit) van Ext Amp-commando’s, die aan de
voetschakelaars zijn toegewezen.
Voorbeeld: u sluit een MIDI-compatibel reverbpedaal aan op de MIDI OUT-connector
van de Helix, een gitaarversterker op zijn EXT AMP-connector en een computer met
DAW-software op zijn USB-poort.
Snapshot
Galmtype van het
externe apparaat
(Instant CC)
Mix van het
externe gal-
mapparaat (CC
Toggle)
Versterkerkanaal
(Ext Amp)
DAW-bediening
(Instant MMC)
1. Intro
Swell 50% 1 Weergave
2. Couplet
Swell 50% 1 Weergave
3. Brug
Shimmer 40% 2 Weergave
4. Refrein
Shimmer 40% 2 Weergave
5. Tussenspel
Bloom 50% 1 Weergave
6. Solo
Shimmer 40% 2 Weergave
7. Breakdown
Bloom 40% 1 Weergave
8. Outro
Swell 50% 2 Stop
In de tabel hierboven ziet u dat, tijdens het overschakelen van Snapshot 7—Break-
down naar Snapshot 8—Outro, het volgende gebeurt:
Het externe eectpedaal kiest het “Swell”-algoritme in plaats van “Bloom”.
Het externe eectpedaal kiest de mixwaarde “50%” (i.p.v. “40%”).
De externe versterker gaat van kanaal 1 naar kanaal 2.
De weergave van de DAW-software stopt.
Opmerking: “Command Center”-commando’s worden alleen verzonden, wan-
neer hun waarde verandert. In de tabel hierboven bv. zou de Helix niet voor elke
Snapshot een MMC-weergavecommando zenden. In Snapshot 8 verandert de
MMC-waarde daarentegen (stop) – en wordt dus wel doorgeseind.
Zie ook “Command Center”.
Werken met Snapshots
Hebt u genoeg gelezen en wilt eindelijk iets met de Snapshots gaan doen? Dan gaan
we nu aan de slag…
1. Druk BANK en BANK samen in om de Snapshot-voetschake-
laarmode te kiezen.
De acht voetschakelaars in het midden knipperen om aan te geven dat u een
Snapshot kunt kiezen. De indicator van de momenteel actieve Snapshot licht
rood op en zijn camera-objectief wordt negatief afgebeeld.
BANK
BANK
TAP
H O L D F O R T U N E R
CANCEL
SNAPSHOT 1
1
SNAPSHOT 5
5
SNAPSHOT 2
2
SNAPSHOT 6
6
SNAPSHOT 3
3
SNAPSHOT 7
7
SNAPSHOT 4
4
SNAPSHOT 8
8
2. Druk op één van de acht voetschakelaars om een Snapshot te
kiezen.
Opmerking: Als, na de keuze van een Snapshot, permanent de
Snapshot-voetschakelaarfunctie moet worden afgebeeld, moet u regelaar
4 (Snapshot Mode Switches) (zie “Global Settings > Footswitches” >) op
“Manual Return” instellen. Dan blijft de Helix zo lang in de Snapshot-lter-
mode tot u voetschakelaar 6 (CANCEL) intrapt.
Alternatief: Druk op de PRESETS-regelaar en draai aan regelaar 5 (Select
Snapshot).
40
Opmerking: Wanneer u een Snapshot selecteert, die nog niet werd gewij-
zigd, worden de instellingen van de daarvóór gekozen Snapshot verder
gebruikt. Zodra u een nieuwe Snapshot wijzigt (voorbeeld: activeren of uit-
schakelen van een versterker- of eectblok), wordt hij geactiveerd en levert
hij de gewenste wijzigingen op.
3. Wijzig de opgeslagen instellingen als volgt:
Schakel één of meerdere blokken (met de voetschakelaars in de Stomp-
mode of met de BYPASS-knop) in of uit.
“Druk-draai” aan meerdere regelaars om de bijhorende parameters aan
de Snapshots-controller toe te wijzen (de betreende waarden worden wit
tussen haakjes afgebeeld).
Spring naar de “Command Center”-pagina en stel de waarde van meer-
dere “Instant ”-commando’s in of druk op een voetschakelaar, die aan “CC
Toggle”, “CV Toggle” of “Ext Amp” is toegewezen.
4. Keer terug naar de Snapshot, die u aan het wijzigen bent.
De Helix gaat meteen en zonder drop-out terug naar de vorige staat.
Opmerking: Als u “Global Settings > Preferences” > Snapshot Edits
op “Discard” instelt, moet u het geheugen opslaan alvorens een andere
Snapshot te selecteren. Anders gaan uw wijzigingen verloren!
Snapshots kopiëren
In plaats van telkens compleet nieuwe Snapshots aan te maken kunt u een
bestaande Snapshot als uitgangspunt gebruiken en alleen de noodzakelijke dingen
wijzigen. Dit kan op twee manieren:
Kopiëren van Snapshots met de voetschakelaars
1. Druk BANK en BANK tegelijk in om de Snapshot-voetschake-
laarmode te kiezen.
2. Raak de voetschakelaar van de Snapshot, die u wilt kopiëren, een
tijdje aan, terwijl u even de voetschakelaar van het Snapshot-ge-
heugen van bestemming aanraakt.
Het volgende dialoogvenster verschijnt:
OKCancel
Copy Snapshot 4 to Snapshot 5?
3. Druk op regelaar 6 (OK).
Snapshot via het frontpaneel kopiëren
1. Druk op PRESETS om het “Setlist”-menu te openen en kies met
regelaar 5 (Select Snapshot) de Snapshot, die u wilt kopiëren.
2. Druk op ACTION en daarna op regelaar 1 (Copy Snapshot).
De Helix gaat terug naar het “Setlist”-menu.
3. Kies met regelaar 5 (Select Snapshot) het Snapshot-geheugen dat
een kopie van de instellingen moet bevatten (dat geheugen wordt
overschreven).
4. Druk op ACTION en daarna op regelaar 2 (Paste Snapshot).
Het volgende dialoogvenster verschijnt:
OKCancel
Copy Snapshot 4 to Snapshot 5?
5. Druk op regelaar 6 (OK).
Verwisselen van Snapshots
1. Raak de voetschakelaars van de twee gewenste Snapshots aan
(zonder ze in te trappen) tot de volgende boodschap verschijnt:
OKCancel
Swap Snapshots 1 and 5?
2. Druk op regelaar 6 (OK).
41
Naam geven aan een Snapshot
In plaats van te onthouden welke instellingen “SNAPSHOT 1”, “SNAPSHOT 2” enz.
bevatten geeft u uw Snapshots het best duidelijke namen, zoals “VERSE”, “BIG
SOLO” en “D. IGLOO”.
1. Druk op PRESETS om het “Setlist”-menu te openen.
2. Druk op regelaar 6 (Rename Snapshot).
De “Rename Snapshot”-pagina verschijnt:
Cancel Delete Insert
Rename Snapshot
OK
SNAP OTHS
1
R
T
U
V
P
Q
R
emov
e
Beweeg de joystick naar links of naar rechts om de cursor te verplaatsen.
Snapshot-namen mogen maximaal 10 tekenposities bevatten.
Draai aan de joystick (of beweeg hem op/neer) om een ander teken te kie-
zen.
Druk op regelaar 2 (Delete) om het geselecteerde teken te wissen en alle
navolgende tekens verder naar links te schuiven.
Druk op regelaar 3 (Insert) om een spatie in te voegen – alle navolgende te-
kens schuiven dan één positie verder naar rechts.
SNELKOPPELING: Druk op de joystick om achtereenvolgens “A”, “a”, “0”
en [spatie] te kiezen.
Druk op regelaar 4 (Remove) om de huidige naam te wissen. “Remove” is
alleen beschikbaar, wanneer een geheugen niet meer de voorgeprogrammeerde
naam hanteert.
3. Druk op regelaar 6 (OK).
Om de Snapshot-namen te bewaren moet u het betreende geheugen opnieuw
opslaan. Zie hieronder.
Snapshots opslaan
Druk twee keer op SAVE om de instellingen op te slaan.
In dit geval worden ook alle 8 Snapshots opgeslagen.
Opmerking: Tijdens het oproepen van een geheugen wordt automatisch de
Snapshot geladen, die tijdens de opslag van uw instellingen geselecteerd was.
Wat gebeurt er met Snapshot-wijzigingen?
Stel dat u een aantal dingen van Snapshot 2 (Couplet) wijzigt: een Delay-blok
wordt geactiveerd, het Mod-blok wordt uitgeschakeld en de “Gain”-parameter van
het Amp-blok wordt met de toonregelaar van de Variax gewijzigd. Als u dan naar
Snapshot 4 (Refrein) en weer terug naar Snapshot 2 gaat (omdat het tweede couplet
begint) – wat gebeurt er dan met de eerder gemaakte wijzigingen van Snapshot 2?
Op de Helix kunt u dit zelf bepalen.
1. Druk op en daarna op regelaar 6 (Global Settings).
2. Kies met de joystick het “Preferences”-submenu.
Ins/Outs
MIDI/T
emp
o
D
i
sp
l
ays
Footsw
i
tc
h
es
Global Settings
Pre
f
erences
EXP Pe
d
a
l
s
Firmware Version 2.00.0
Preferences
01A-32D
Preset
Numbering
Authentic
Tap Tempo
Pitch
Snapshot
Edits
Recall
Preferences
3. Kies met regelaar 1 (Snapshot Edits) de editrespons:
Recall—De wijzigingen van de Snapshot-instellingen worden gebuerd en
opnieuw gebruikt, wanneer u de betreende Snapshot selecteert (fabrieksin-
stelling).
Discard—Tijdens de overschakeling naar een andere Snapshot worden niet
opgeslagen wijzigingen gewist. Wanneer u de Snapshot later opnieuw selec-
teert, worden weer de opgeslagen instellingen gebruikt. Om tijdelijke wijzigin-
gen te bewaren, terwijl “Snapshot Edits” op “Discard” staat ingesteld moet u
twee keer op SAVE drukken alvorens een andere Snapshot te kiezen.
42
Het camera-icoontje beeldt de “Snapshot Edits”-instelling als volgt af: indien u
“Recall” geselecteerd hebt, is het camera-icoontje grijs. Indien u “Discard” geselec-
teerd hebt, is het camera-icoontje rood.
1 1
SNELKOPPELING: Houd BYPASS ingedrukt, terwijl u op SAVE drukt om
tussen de twee mogelijkheden heen en weer te gaan.
Keuze van de voetschakelaarfuncties
1. Druk op en daarna op regelaar 6 (Global Settings).
2. Kies met de joystick het “Footswitches”-submenu.
Ins/Outs
MIDI/T
emp
o
D
i
sp
l
ays
Footsw
i
tc
h
es
Global Settings
Pre
f
erences
EXP Pe
d
a
l
s
Firmware Version 2.00.0
Stomp Mode
Switches
Footswitches
8 Switches8 PresetsOn
Snapshot Mode
Switches
Auto Return
Preset Mode
Switches
Banks
Up/Down
Switches
Touch Select
Footswitches
3. Kies met regelaar 2 (Preset Mode Switches) de functie van de acht
voetschakelaars in het midden:
8 Presets—Twee geheugenbanken (fabrieksinstelling).
Preset/Stomp—Eén bank boven, Stomp-voetschakelaarfuncties in de
tweede rij.
Stomp/Preset—Stomp-voetschakelaarfuncties boven, één geheugenbank in
de tweede rij.
Preset/Snap—Eén geheugenbank boven, Snapshots 1~4 in de tweede rij.
Snap/Preset—Snapshots 1~4 boven, één geheugenbank in de tweede rij.
Snap/Stomp—Snapshots 1~4 boven, Stomp-voetschakelaarfuncties in de
tweede rij (zie de afbeelding hieronder).
Stomp/Snap—Stomp-voetschakelaarfuncties in de bovenste rij, Snapshots
1~4 eronder.
8 Snapshots—Snapshots 1~8.
SNAPSHOT
SNAPSHOT
TAP
H O L D F O R T U N E R
CANCEL
Teemah! Dual Pitch Tremolo/Autopan Start Reaper
SNAPSHOT 1
1
SNAPSHOT 2
2
SNAPSHOT 3
3
SNAPSHOT 4
4
4. Draai aan regelaar 5 (Up/Down Switches) om de functie van de
voetschakelaars 1 en 7 links te wijzigen.
Kies “Banks (Bank Queue)”, “Presets” of “Snapshots” (zie de afbeelding hierbo-
ven).
SNELKOPPELING: Houd voetschakelaar 1 en 7 samen ingedrukt om
achtereenvolgens BANK / , PRESET / en SNAPSHOT / te
kiezen.
Tips voor een creatief Snapshot-gebruik
Het belangrijkste voordeel van Snapshots is dat u er parameterwijzigin-
gen voor de verschillende songdelen mee kunt voorbereiden. Voorbeeld:
Snapshot 1 voor de intro, Snapshot 2 voor couplet 1, Snapshot 3 voor het
refrein enz.
Zet de “Trails”-parameter van Delay-, Reverb- en/of FX Loops-blokken op
“On” om naadloze overgangen tussen de Snapshots te bekomen.
“SNAPSHOT (X)” in een labelveld blijft waarschijnlijk een beetje abstract.
Geef uw Snapshots daarom duidelijke namen. Zie “Naam geven aan een
Snapshot”.
Vreest u dat eindeloze wijzigingen de sound uiteindelijk slechter maken i.p.v.
beter? Snapshots kunnen zonder meer voor A/B/C/…-vergelijken van ver-
schillende versies worden gebruikt, terwijl u gewoon blijft spelen.
Wilt u op uw versterker een ander kanaal kiezen zonder daarvoor een voet-
schakelaar op te oeren? MIDI-, CV- en Ext Amp Instant -commando’s
(Command Center) worden tijdens het selecteren van een Snapshot automa-
tisch verzonden.
Wijzig de toonaard van een “Harmony Delay”-blok of de intervallen van een
Pitch-blok door gewoon een andere Snapshot te kiezen.
Wijs aan elke Snapshot een ander Variax-model (en/of een andere stemming)
toe.
Wilt u een complete song altijd met precies het juiste niveau spelen? Stel met
de “Level”-parameter van het Output-blok telkens de geschikte waarden in.
43
Bypass Assign
Snelle aan/uit-toewijzing
1. Kies, op de startpagina, het blok dat u aan een voetschakelaar wilt
toewijzen.
Input-, Output-, Split > Y- en Merge-blokken kunt u niet aan voetschakelaars
toewijzen. Split > A/B- en Split > Crossover-blokken kunnen aan een voetscha-
kelaar worden toegewezen. In de bypass-stand werken ze precies zoals Split >
Y-blokken…
2. Kies met voetschakelaar 6 (MODE) de Stomp-mode (indien nodig).
3. Raak de gewenste voetschakelaar een tijdje aan (zonder hem in te
trappen) tot de volgende boodschap verschijnt:
OKCancel
Assign footswitch to bypass selected block?
Type
Latching
Assign
Merge
C
ustom
i
z
e
Als er tot nu toe meerdere blokken aan die voetschakelaar waren toegewezen,
terwijl u er nu nog meer één wilt, kies dan met regelaar 4 (Assign)Replace”.
De “Merge”-instelling betekent daarentegen dat meerdere blokken aan eenzelf-
de voetschakelaar kunnen worden toegewezen.
Om de werkwijze van de voetschakelaar te bepalen kiest u met regelaar 5 (Type)
hetzij “Momentary”, hetzij “Latching”.
Momentary
Het blok is alleen uitgeschakeld (of actief, indien het al uit staat),
terwijl u de voetschakelaar ingetrapt houdt.
Latching
Het blok wordt door een trap op de voetschakelaar afwisselend
in- en uitgeschakeld. Dit is de normale werking.
4. Druk op regelaar 6 (OK).
Handmatige aan/uit-toewijzing
Op de “Bypass Assign”-pagina kunt u bepalen welke blokken er in de Stomp-mode
aan de voetschakelaars moeten worden toegewezen.
1. Druk op om het menu te openen.
2. Druk op regelaar 1 (Bypass Assign).
De “Bypass Assign”-pagina lijkt op de startpagina:
16B Dream Rig+Vocals
Delay Harmony Delay
None
Footswitch
Bypass Assign
1
C
ustom
i
z
e
3. Kies met de joystick het blok dat u met een voetschakelaar in en uit
wilt schakelen.
Input-, Output-, Split > Y- en Merge-blokken kunt u niet aan voetschakelaars
toewijzen. Split > A/B- en Split > Crossover-blokken kunnen aan een voetscha-
kelaar worden toegewezen. In de bypass-stand werken ze precies zoals Split >
Y-blokken.
4. Draai aan regelaar 1 (Footswitch) om voetschakelaar 1~ 5, 7~11 of
“Exp Toe” te kiezen.
Opmerking: De voetschakelaars 1 en 7 kunnen eveneens worden toege-
wezen, maar dat ziet u alleen, wanneer u “Stomp Mode Switches” op “10
switches” zet (zie “Global Settings > Footswitches”). In alle andere gevallen
doen voetschakelaar 1 en 7 dienst als BANK en BANK .
Opmerking: Een toegevoegd Volume Pedal-, Pan-, Wah- of Pitch Wham-
blok wordt automatisch aan “Exp Toe” toegewezen.
Opmerking: Aan elke voetschakelaar kunnen maximaal 8 functies worden
toegewezen. Probeert u nog een negende toe te voegen, dan verschijnt de
boodschap “Can’t assign any more blocks to this footswitch!”:
Can’t assign any more blocks to this footswitch!
Customize
Type
Latching2
Footswitch
Bij keuze van een voetschakelaar (behalve Exp Toe) verschijnt regelaar 2 (Type):
Delay Harmony Delay
Type
Latching2
Fo
otswitch Customize
44
5. Draai aan regelaar 2 (Type) om “Momentary” of “Latching” te
kiezen.
Momentary
Het blok is alleen uitgeschakeld (of actief, indien het al uit staat),
terwijl u de voetschakelaar ingedrukt houdt.
Latching
Het blok wordt door een trap op de voetschakelaar in- en uitge-
schakeld. Dit is de normale werking.
Opmerking: Het type (“Momentary” of “Latching”) geldt telkens voor de
voetschakelaar en kan niet voor elke toewijzing apart worden gekozen.
Label wijzigen
1. Kies, op de “Bypass Assign”-pagina, met de joystick een blok wiens
bypass-status met de voet kan worden gewijzigd en druk op rege-
laar 6 (Customize).
De “Customize”-pagina verschijnt:
16B Dream Rig+Vocals
Cancel Delete Insert
Customize
OK
M
O
P
Q
K
L
Remove Switch LED
Auto Color
No
tu
at La nch
Beweeg de joystick naar links of naar rechts om de cursor te verplaatsen.
Draai aan de cursor (of beweeg hem op/neer) om een ander teken te kiezen.
Druk op regelaar 2 (Delete) om het geselecteerde teken te wissen en alle
navolgende tekens verder naar links te schuiven.
Druk op regelaar 3 (Insert) om een spatie in te voegen – alle navolgende te-
kens schuiven dan één positie verder naar rechts.
SNELKOPPELING: Druk op de joystick om achtereenvolgens “A”, “a”, “0”
en [spatie] te kiezen.
Druk op regelaar 4 (Remove) om uw eigen naam te wissen en weer de toe-
wijzing van de voetschakelaar te zien. “Remove” is alleen beschikbaar, wan-
neer een geheugen niet meer de voorgeprogrammeerde naam hanteert.
2. Druk op regelaar 6 (OK).
SNELKOPPELING: Raak de voetschakelaar, na het toewijzen van de
eerste functie, aan (zonder hem in te trappen) om de “Customize”-functie
voor regelaar 5 te selecteren.
Opmerking: De voetschakelaarfuncties kunnen ook op de “Command
Center”-pagina (of in de “Helix” app) worden vastgelegd.
LED-kleur van de voetschakelaar wijzigen
1. Draai, op de “Customize”-pagina, aan regelaar 5 (Switch LED) om
de gewenste kleur te kiezen (of de LED te deactiveren).
In de regel kiest u hier het best “Auto Color”.
2. Druk op regelaar 1 (Cancel) of om de pagina te verlaten.
Verwisselen van voetschakelaars
Om een voetschakelaarfunctie in de Stomp-mode te “verplaatsen” (wat met name
voor voetschakelaars met talrijke toewijzingen handig is) kunt u twee voetschake-
laars van plaats laten ruilen.
1. Raak één van de twee voetschakelaars in de Stomp-mode zo lang
aan (zonder hem in te drukken) tot het volgende dialoogvenster
verschijnt:
OKCancel
Swap all assignments between footswitches 2 and 8?
2. Druk op regelaar 6 (OK).
45
Controller Assign
De Helix biedt verschillende opties voor het beïnvloeden van uw sounds tijdens het
spelen. De meest voor de hand liggende is het expressiepedaal (dat vaak als wah- of
volumepedaal wordt gebruikt). U kunt echter ook met voetschakelaars tussen twee
parameterwaarden heen en weer schakelen, parameters via MIDI aansturen of via de
volume- en toonregelaar van een James Tyler Variax of Variax Standard gitaar beïn-
vloeden. Indien nodig, kunnen de waarden van de gewenste parameters binnen een
geheugen ook met behulp van Snapshots worden gewijzigd.
Wanneer een bedieningsorgaan aan een parameter is toegewezen, wordt de waarde
in het wit en tussen haakjes afgebeeld:
Feedback
[37%]
Opmerking: Een toegevoegd Wah- of Pitch Wham-blok wordt automatisch aan
“EXP 1” toegewezen. Een toegevoegd Volume Pedal- of Pan-blok wordt auto-
matisch aan “EXP 2” toegewezen.
Opmerking: Per geheugen kunt u 64 controlefuncties deniëren. Probeert u
nog een 65e toe te voegen, dan verschijnt de boodschap “Too many controller
assignments!”:
Learn
Controller
Parameter
Feedback
Controller
None
Too many controller assignments!
Dan moet u eerst een aantal overbodige toewijzingen wissen. Zie “Controletoe-
wijzingen van een blok wissen” of “Alle controletoewijzingen wissen”.
Snelle toewijzing van bedieningsorganen
1. Ga naar de startpagina en houd de regelaar van de parameter, die u
wilt toewijzen, 2 seconden ingedrukt.
De Helix springt naar de “Controller Assign”-pagina waar de geselecteerde para-
meter boven regelaar 1 (Parameter) vermeld staat.
2. Druk op regelaar 6 (Learn Controller).
Het breinicoontje van de button wordt in het blauw afgebeeld en de boodschap
bovenaan luidt “Move/use controller to learn…”:
Learn
Controller
Parameter
Feedback
Controller
None
L
Move/use controller to learn...
3. Kies het gewenste bedieningsorgaan: beweeg het expressiepedaal,
draai aan de volume- of toonregelaar van de aangesloten Variax,
trap in de Stomp-mode een voetschakelaar in, zend een program-
makeuze-commando met uw keyboard e.d.
De naam van het bedieningsorgaan verschijnt boven regelaar 2 (Controller).
Opmerking: Der Helix hanteert bepaalde MIDI-controlecommando’s voor
zijn globale functies. Deze “CC-nummers” zijn niet beschikbaar voor de
beïnvloeding van de gewenste parameters. Als u probeert een CC-com-
mando “aan te leren” dat voor een globale functie is gereserveerd, ver-
schijnt het volgende dialoogvenster:
Learn
Controller
Parameter
Feedback
Controller
None
L
This MIDI CC# is reserved for global functions!
Zie “MIDI” voor meer details.
4. Druk op om naar de startpagina terug te gaan.
SNELKOPPELING: De toewijzing van een parameter aan de
Snapshots-controller is nóg eenvoudiger: druk op de parameterregelaar,
terwijl u eraan draait. De waarde wordt wit tussen haakjes afgebeeld om u
attent te maken op de toewijzing.
SNELKOPPELING: Houd BYPASS ingedrukt, terwijl u op een parameterre-
gelaar drukt om alle controllertoewijzingen (waaronder de Snapshots-con-
troller) te wissen. De waarde wordt dan zonder haakjes afgebeeld, omdat
geen enkele speelhulp is toegewezen.
Manuele toewijzing van bedieningsorganen
Op de “Controller Assign”-pagina kunt u de parameters kiezen, die u met bepaalde
bedieningsorganen (“controllers”) wilt beïnvloeden.
1. Druk op om het menu te openen.
2. Druk op regelaar 2 (Controller Assign).
46
De “Controller Assign”-pagina lijkt op de startpagina:
Delay Harmony Delay
Level
0.0 dB
Parameter
Time
Controller
None
Learn
Controller
Controller Assign
1
3. Beweeg de joystick om het blok te kiezen dat u aan een bedienings-
orgaan wilt toewijzen.
De laatst gekozen parameter staat boven regelaar 1 (Parameter) vermeld.
Opmerking: Amp+Cab- en Cab > Dual-blokken bevatten telkens twee
modellen. Om de versterkerparameters van een Amp+Cab-blok te
kunnen beïnvloeden drukt u zo vaak op < PAGE tot het versterkericoontje
wit wordt afgebeeld. Om speakerparameters te kunnen beïnvloeden moet
u zo vaak op PAGE > drukken tot het speakericoontje wit wordt afgebeeld.
Om bepaalde parameters van de eerste speaker van een Cab > Dual-
blok te kunnen beïnvloeden, moet u zo vaak op < PAGE drukken tot het
linker speakericoontje wit wordt afgebeeld. Voor hetzelfde met de tweede
speaker moet u zo vaak op PAGE > drukken tot het rechter speakericoon-
tje wit wordt afgebeeld.
4. Kies met 1 (Parameter) de parameter die u wilt beïnvloeden.
5. Kies met regelaar 2 (Controller) het gewenste bedieningsorgaan.
None
Wist de toewijzing.
Exp Pedal
1, 2, or 3
De vaakst gebruikte speelhulp. Geschikt voor volume, wah,
“Pitch Wham” enz.
Variax Vol,
Variax Tone
Als u een James Tyler Variax of Variax Standard gitaar bezit, kunt
diens volume- en toonregelaar eveneens voor het beïnvloeden
van Helix-parameters gebruiken.
Footswitch
1-5, 7-11
Wanneer u de toegewezen voetschakelaar in de Stomp-mode
intrapt, zendt hij afwisselend de “Min”- en “Max”-waarde.
Wanneer de voetschakelaar aan één parameter (maar geen blok,
“Command Center”-commando of bijkomende parameters) toe-
gewezen is, verschijnt de naam van die parameter in het label-
veld:
Feedback
Bij keuze van “Footswitch 1–5” of “7–11” verschijnt regelaar 3
(Type). Draai aan regelaar 3 om “Momentary” of “Latching” te
kiezen. “Momentary” betekent dat de toegewezen waarde alleen
wordt gehanteerd zolang u de voetschakelaar ingetrapt houdt.
“Latching” betekent dat u met de voetschakelaar afwisselend de
“Min”- en “Max”-waarde kiest.
De voetschakelaarfuncties kunnen op de “Command Center”-pa-
gina worden gewijzigd.
MIDI CC
Bij keuze van “MIDI CC” of verschijnt regelaar 3 (MIDI CC#). Kies
met regelaar 3 het gewenste controlecommando.
Snapshots
Hoewel alle parameters, die aan een speelhulp zijn toegewezen,
tijdens de selectie van een Snapshot geactualiseerd worden, is er
bovendien een “Snapshots”-controller, indien de overige speel-
hulpen al bezet zijn.
Opmerking: De voetschakelaars 1 en 7 kunnen eveneens worden toege-
wezen, maar dat ziet u alleen, wanneer u “Stomp Mode Switches” op “10
switches” zet (zie “Global Settings > Footswitches”). In alle andere gevallen
doen voetschakelaar 1 en 7 dienst als BANK en BANK .
Opmerking: Het type (“Momentary” of “Latching”) geldt telkens voor de
voetschakelaar en kan niet voor elke toewijzing apart worden gekozen.
Opmerking: Sommige CC-nummers kunnen niet worden gekozen, omdat
ze aan globale functies van de Helix toegewezen zijn. Zie “MIDI” voor meer
details.
6. Indien gewenst, kunt u met regelaar 4 (Min Value) en 5 (Max Value)
het bereik instellen waarbinnen de parameter kan worden beïn-
vloed.
Tip: Om de werking van de speelhulp om te keren, moet u voor “Min” een
grotere waarde kiezen dan voor “Max”.
47
Tips voor een creatieve parametercontrole
Wanneer u een voetschakelaar aan meer dan één parameter of functie toe-
wijst, is het automatisch gekozen “MULTIPLE (X)”-label eventueel wat ondui-
delijk. Dat kunt u echter wijzigen. Zie “Wijzigen van een commandolabel”.
Aanvankelijk worden de “Min”- en “Max”-waarden ingesteld om het hele
instelbereik te bestrijken. Dat is voor de meeste toepassingen echter veel te
radicaal.
Om bv. tussen de sound van signaalpad A en B heen en weer te faden, kiest
u een Split > A/B-blok en wijst u diens “Route To”-parameter toe aan een
expressiepedaal. Aanvankelijk hoort u alleen signaalpad A, wanneer het
pedaal helemaal opgeklapt is. Hoe verder u het expressiepedaal indrukt, hoe
luider pad B wordt (crossfade). Alternatief wijst u een voetschakelaar aan de
“Route To”-parameter toe om gewoon tussen de twee paden heen en weer
te schakelen (zonder fade).
Om een solo wat ruiger te maken activeert u normaliter een Distortion-blok.
Maar u zou ook een voetschakelaar kunnen gebruiken om de waarden van
de “Mid”- en “Ch Vol”-parameter van het Amp+Cab-, Amp- of Preamp-blok
te verhogen.
Voor een “cleane” boost hebt u niet per se een Volume/Pan > Gain-blok
nodig: wijs gewoon een voetschakelaar aan de “Level”-parameter van een
Merge > Mixer- of Output-blok toe.
Om af en toe uw favoriete delay- of reverbpedaaltje te gebruiken, kunt u het
met een FX Loop-blok in het signaalpad inlussen. Kies EXP 1, 2 of 3 voor de
beïnvloeding van de “Mix”-parameter van dat blok en u kunt het signaal van
uw pedaaltje aan de overige soundcomponenten toevoegen.
Wie van psychedelisch delay-geuit houdt, hoeft maar een voetschakelaar
aan de “Feedback”- (meer) en de “Time”-parameter (trager) van een delay
toe te wijzen.
Of gebruik een voetschakelaar om afwisselend kwart- en achtste noten voor
een “Delay > Time”-parameter te kiezen.
Wijs de toonregelaar van uw JTV Variax- of Variax Standard-gitaar toe aan
de “Position”-parameter van een Pitch Wham-blok. En let dan maar eens op
de gitaristen in het publiek – ze zullen zich afvragen hoe je die enorme glides
bereikt.
Wijs meerdere Amp+Cab-parameters aan eenzelfde voetschakelaar toe.
Hoe meer, hoe beter, luidt de leuze – op die manier doet de voetschakelaar
immers dienst als virtuele A/B-kanaalschakelaar.
Wijs “Mic” of “IR Select” aan een voetschakelaar toe. Kies voor de “Min”- en
“Max”-waarde verschillende microfoonmodellen of impulsantwoorden. Nu
kunt u tussen die twee sounds heen en weer schakelen.
Controletoewijzingen van een blok wissen
1. Kies, op de “Controller Assign”-pagina, het blok wiens controle-
functies u wilt wissen en druk op ACTION.
2. Druk op regelaar 1 (Clear Controllers).
Alle controletoewijzingen wissen
1. Ga naar de “Controller Assign”-pagina en druk op ACTION.
2. Druk op regelaar 2 (Clear All Controllers).
Het volgende dialoogvenster verschijnt:
OKCancel
Clear all controller assignments from every block?
3. Druk op regelaar 6 (OK).
BELANGRIJK! Wanneer u alle toewijzingen wist, gaan ook de “Wah”- en
“Volume”-toewijzing aan EXP 1 en EXP 2 verloren. Wees dus voorzichtig
met deze functie!
Wijzigen van de controle-voetschakelaar-
namen
Omdat er op de “Controller Assign”-pagina geen plaats is voor een vast toegewezen
“Customize”-button, moeten de labelvelden voor voetschakelaars, die uitsluitend als
controller fungeren, op de “Command Center”-pagina worden geprogrammeerd.
SNELKOPPELING: Raak de voetschakelaar, na het toewijzen van de eerste
functie, aan (zonder hem in te trappen) om de “Customize”-functie voor rege-
laar 5 te selecteren.
48
Command Center
Uw Helix Rack is bovendien een uitgebreide afstandsbediening voor uw complete
live- en studiorig. Alle voetschakelaars (in de Stomp-mode) en expressiepedalen
kunnen een hele rits MIDI-, CV-/expressie- en “External Amp”-commando’s naar
gitaarversterkers, eectpedalen, synthesizers en zelfs andere modelers zenden.
Bovendien kunnen maar liefst 6 “Instant”-commando’s ( ) automatisch worden ver-
zonden, wanneer u op de Helix een geheugen kiest. Die laten het starten van een
DAW, het triggeren van een lichtinstallatie via MIDI of de geheugenkeuze op externe
apparaten toe.
Alle “Command Center”-toewijzingen maken deel uit van de afzonderlijke geheu-
gens. Indien nodig, kunt u de toewijzingen naar andere geheugens kopiëren. Zie
“Kopiëren en plakken van commando’s”.
Opmerking: De “Value”-parameters van “Instant” MIDI CC-, bank-/program-
makeuze-, MMC- en CV Out-commando’s evenals de status (“Dim” of “Lit”) van
CC Toggle-, CV Toggle- en Ext Amp-commando’s worden tijdens de selectie
van een Snapshot automatisch geladen.
Opmerking: Alle MIDI-baseerde “Command Center”-commando’s worden
simultaan via MIDI OUT en USB uitgestuurd.
Commando’s toewijzen
1. Druk op om het menu te openen.
2. Druk op regelaar 3 (Command Center).
Voetschakelaars, pedalen en “Instant”-blokken met een toegekende functie
herkent u aan een turquoise driehoek:
Instant 2
CC#MIDI Ch
007Base (1)
Value
072
Command
MIDI CC
Command Center
3. Kies met de joystick de voetschakelaar, het pedaal, de Variax-rege-
laar of het “Instant”-blok waaraan u een commando wilt toewijzen.
4. Draai aan regelaar 1 (Command) om het commandotype te kiezen.
De beschikbare commando’s verschillen naar gelang de stuurbron. Kies “None
om overbodige toewijzingen te wissen.
5. Stel met regelaars 2~5 de waarden van het commando in. Deze
parameters verschillen naar gelang het commandotype:
MIDI-controlecommando (CC)
Regelaar
Parameter Omschrijving
2
MIDI Ch
MIDI-kanaal voor het controlecommando (1~16). Kies
“Base” om het op de “Global Settings > MIDI/Tempo”-pa-
gina ingestelde “Base”-kanaalnummer te gebruiken.
3
CC #
Kies hier het nummer van het controlecommando (0~127).
2
Value [Min
Value]
Stel hier de waarde voor het controlecommando in
(0~127). Voor “EXP 1~3” en “Variax Volume/Tone Knob”
bepaalt u hiermee de kleinste waarde, die het pedaal of de
regelaar kan zenden.
3
[Max Value]
Voor “EXP 1~3” en “Variax Volume/Tone Knob” bepaalt u
hiermee de hoogste waarde, die het pedaal of de regelaar
kan zenden.
CC Toggle
Regelaar
Parameter Omschrijving
2
MIDI Ch
MIDI-kanaal voor het controlecommando (1~16). Kies
“Base” om het op de “Global Settings > MIDI/Tempo”-pa-
gina ingestelde “Base”-kanaalnummer te gebruiken.
3
CC #
Kies hier het nummer van het controlecommando (0~127).
4
Dim Value
Waarde (0~127), die wordt verzonden, wanneer de LED-
ring van de voetschakelaar dimt. Voor de voetschakelaars
7 (MODE) en 12 (TAP) heet deze parameter “Initial Val”.
5
Lit Value
Waarde (0~127), die wordt verzonden, wanneer de LED-
ring van de voetschakelaar oplicht. Voor de voetschake-
laars 7 (MODE) en 12 (TAP) heet deze parameter “Toggle
Val”.
Opmerking: Voor “CC Toggle”-commando’s wordt één van de twee waar-
den bij keuze van het betreende geheugen automatisch verzonden (naar
gelang of de voetschakelaar tijdens de opslag actief of inactief was). Trapt
u de voetschakelaar daarna een aantal keren in, zendt hij afwisselend de
waarde van regelaar 4 (Dim Value) en 5 (Lit Value).
49
Bank/Prog
Regelaar
Parameter Omschrijving
2
MIDI Ch
MIDI-kanaal voor het bankkeuzecommando (1~16). Kies
“Base” om het op de “Global Settings > MIDI/Tempo”-pa-
gina ingestelde “Base”-kanaalnummer te gebruiken.
3
Bank
CC00
Waarde voor het CC00-commando (Bank MSB). Kies “O”
om geen CC00-waarde te verzenden.
4
Bank CC32
Waarde voor het CC32-commando (Bank LSB). Kies “O”
om geen CC32-waarde te verzenden.
5
Program
MIDI-programmanummer (PC). Kies “O”, als u alleen een
MSB- en/of LSB-bankkeuzecommando wilt zenden.
Note On
Regelaar
Parameter Omschrijving
2
MIDI Ch
MIDI-kanaal voor het nootcommando (1~16). Kies “Base”
om het op de “Global Settings > MIDI/Tempo”-pagina
ingestelde “Base”-kanaalnummer te gebruiken.
3
Note
Kies hier het MIDI-nootnummer (C–1~G9). De middelste C
(do) heet “C3”.
4
Velocity
Aanslagwaarde voor het nootcommando (0~127).
5
Note O
Stel hier in of de noot moet worden aangehouden tot u
de voetschakelaar opnieuw intrapt (Latching) of alleen
mag klinken, terwijl u de voetschakelaar ingetrapt houdt
(Momentary).
MMC (MIDI Machine Control)
Regelaar
Parameter Omschrijving
2
Message
Kies hier het gewenste commando.
Ext Amp
Regelaar
Parameter Omschrijving
2
Select
Geef hier aan welk connectortype de “Ext Amp” op de
externe versterker moet aansturen om het gewenste resul-
taat te bereiken: 1 (punt naar massa), 2 (ring naar massa)
of beide.
BELANGRIJK! Verbind de EXT AMP 1/2-connectors uitsluitend met ver-
sterkers met voetschakelaaringangen van het type “kortsluiting naar
massa”. Alle andere ingangen zouden zowel de versterker als uw Helix
kunnen beschadigen! Als u niet weet welk connectortype uw versterker
hanteert, moet u dit bij de distributeur of maker navragen.
BELANGRIJK! De Amp-controlefuncties van de Helix werden met tal-
rijke combo’s en tops getest. Helaas kunnen we geen garantie voor de
compatibiliteit met alle producten geven. De schakelingen van de betref-
fende ingang op de gitaarversterker kan er bv. voor zorgen dat het “EXT
Amp”-commando niet naar behoren wordt uitgevoerd.
Opmerking: Wanneer u een “Ext Amp”-commando aan “Instant 1~6”
toewijst, wordt de met regelaar 2 (Select) gekozen verbinding tijdens de
keuze van het betreende geheugen geactiveerd. Wanneer u een “Ext
Amp”-commando aan een voetschakelaar toewijst, bepaalt de status van
deze laatste (actief of uit) of de verbinding met de externe versterker tij-
dens het kiezen van het geheugen al dan niet tot stand wordt gebracht. Is
zijn ring dim, wordt er geen verbinding opgebouwd. Licht hij daarentegen
op, wordt de met regelaar 2 (Select) gekozen verbinding gemaakt. Door de
voetschakelaar daarna herhaaldelijk in te trappen, activeert (LED licht op)
en deactiveert (LED uit) u de verbinding.
CV Out (stuurspanning)
Regelaar
Parameter Omschrijving
2
CV Value
[CV Min
Val]
Hiermee bepaalt u de CV-waarde (1~100) voor de CV/
Expression-connector van de Helix. Voor “EXP 1~3” en
de volume-/toonregelaar van de Variax bepaalt u hiermee
de kleinste CV-waarde, die het pedaal of de regelaar kan
zenden.
3
[CV Max
Val]
Voor “EXP 1~3” en de volume-/toonregelaar van de Variax
bepaalt u hiermee de grootste CV-waarde, die het pedaal
of de regelaar kan zenden.
CV Toggle
Regelaar
Parameter Omschrijving
4
Dim Value
CV-waarde (0~100), die wordt verzonden, wanneer de
LED-ring van de voetschakelaar dimt. Voor de voetscha-
kelaars 7 (MODE) en 12 (TAP) heet deze parameter “Initial
Val”.
5
Lit Value
CV-waarde (0~100), die wordt verzonden, wanneer de
LED-ring van de voetschakelaar oplicht. Voor de voetscha-
kelaars 7 (MODE) en 12 (TAP) heet deze parameter “Toggle
Val”.
50
Opmerking: Voor “CV Toggle”-commando’s wordt één van de twee waar-
den bij keuze van het betreende geheugen automatisch via de CV/
Expression-uitgang verzonden (naar gelang of de voetschakelaar tijdens de
opslag actief of inactief was). Trapt u de voetschakelaar daarna een aantal
keren in, zendt hij afwisselend de waarde van regelaar 4 (Dim Value) en 5
(Lit Value).
Kopiëren en plakken van commando’s
1. Kies het bedieningsorgaan dat het te kopiëren commando bevat en
druk op ACTION.
2. Druk op regelaar 1 (Copy Command).
3. Kies de plaats waar u het commando wilt plakken –zelfs in een
ander geheugen– en druk op ACTION.
4. Druk op regelaar 3 (Paste Command).
Kopiëren en plakken van alle commando’s
Het apart kopiëren van een reeks toewijzingen neemt heel wat tijd in beslag. Daarom
biedt de Helix tevens een functie voor het kopiëren en plakken van alle toegewezen
commando’s naar een ander geheugen.
1. Ga naar de “Command Center”-pagina en druk op ACTION.
2. Druk op regelaar 2 (Copy All Commands).
3. Kies het geheugen waar u de commando’s naartoe wilt kopiëren en
druk op ACTION.
4. Druk op regelaar 3 (Paste All Commands).
Commando’s wissen
1. Kies het bedieningsorgaan dat het te wissen commando bevat en
druk op ACTION.
2. Druk op regelaar 4 (Clear Command).
Alle commando’s wissen
1. Ga naar de “Command Center”-pagina en druk op ACTION.
2. Druk op regelaar 5 (Clear All Commands).
Het volgende dialoogvenster verschijnt:
OKCancel
Clear all Command Center assignments?
3. Druk op regelaar 6 (OK).
Wijzigen van een commandolabel
1. Kies, op de “Command Center”-pagina, voetschakelaar 1~6, 7~11
of “Exp Toe” en druk op regelaar 6 (Customize).
De “Customize”-pagina verschijnt:
16B Dream Rig+Vocals
Cancel Delete Insert
Customize
OK
M
O
P
Q
K
L
Remove Switch LED
Auto Color
No
tu
at La nch
Beweeg de joystick naar links of naar rechts om de cursor te verplaatsen.
Draai aan de cursor (of beweeg hem op/neer) om een ander teken te kiezen.
Druk op regelaar 2 (Delete) om het geselecteerde teken te wissen en alle
navolgende tekens verder naar links te schuiven.
Druk op regelaar 3 (Insert) om een spatie in te voegen – alle navolgende te-
kens schuiven dan één positie verder naar rechts.
SNELKOPPELING: Druk op de joystick om achtereenvolgens “A”, “a”, “0”
en [spatie] te kiezen.
Druk op regelaar 4 (Remove) om uw eigen labelnaam te wissen en weer de
toewijzing van de voetschakelaar te zien. “Remove” is alleen beschikbaar,
wanneer een geheugen niet meer de voorgeprogrammeerde naam hanteert.
2. Druk op regelaar 6 (OK).
51
Opmerking: De voetschakelaarfuncties kunnen ook op de “Bypass
Assign”-pagina (of in de “Helix” app) worden vastgelegd.
LED-kleur van een commando wijzigen
1. Draai, op de “Customize”-pagina, aan regelaar 5 (Switch LED) om
de gewenste kleur te kiezen (of de LED te deactiveren).
In de regel kiest u hier het best “Auto Color”.
2. Druk op regelaar 1 (Cancel) of om de pagina te verlaten.
52
Global EQ
De Helix bevat een globale equalizer met drie volledig parametrische banden even-
als instelbare hoog- en laagpaslters. Deze EQ is bedoeld voor snelle soundaanpas-
singen aan de akoestiek van de zaal en om te zorgen dat de sounds in elke studio
overtuigend overkomen. De Global EQ geldt voor alle Setlists en geheugens en beïn-
vloedt de signalen van de 1/4” OUT- of XLR OUT-connectors (of beide).
Opmerking: De Global EQ heeft geen invloed op de SEND-, DIGITAL- of
USB-uitgangen.
Wanneer de Global EQ actief is, ziet u links van het Snapshot-icoontje een Global
EQ-icoon:
1
1. Druk op om het menu te openen.
2. Druk op regelaar 5 (Global EQ).
De “Global EQ”-pagina verschijnt:
Mid Gain
0.0 dB
Mid QMid Freq
2.5 kHz
5.0
Low Freq
180 Hz
Low Q
5.0
Low Gain
0.0 dB
Press BYPASS to turn Global EQ on/off
Global EQ
3. Druk op BYPASS om de globale EQ in of uit te schakelen.
SNELKOPPELING: Ga naar de startpagina en houd BYPASS ingedrukt om
de equalizer in en uit te schakelen. Dat werkt sneller dan het oproepen van de
“Global EQ”-pagina.
Tip: Druk op PAGE > om “ ” te kiezen en draai aan regelaar 1 (Apply EQ)
om te kiezen of de “Global EQ” alleen de 1/4”-uitgangen, alleen de XLR-uit-
gangen of beide moet beïnvloeden.
Global EQ initialiseren
Met “initialiseren” bedoelen we dat de Global EQ terug compleet neutraal (geen kleu-
ring) wordt ingesteld.
1. Ga naar de “Global EQ”-pagina en druk op ACTION.
2. Druk op regelaar 1 (Reset Global EQ).
Het volgende dialoogvenster verschijnt:
OKCancel
Reset Global EQ?
3. Druk op regelaar 6 (OK).
53
Global Settings
Het “Global Settings”-menu bevat parameters, die voor alle Setlists en geheugens
gelden. Hier vindt u dingen zoals in- en uitgangsniveaus, voetschakelaarmodes enz.
Rechtsboven wordt de huidige rmwareversie van de Helix afgebeeld. Op line6.com/
support kunt u nagaan of er eventueel een nieuwere rmware voor uw Helix bestaat.
1. Druk op om het menu te openen.
2. Druk op regelaar 6 (Global Settings).
De “Global Settings”-pagina verschijnt:
Ins/Outs
MIDI/T
emp
o
D
i
sp
l
ays
Footsw
i
tc
h
es
Global Settings
Pre
f
erences
EXP Pe
d
a
l
s
Firmware Version 2.00.0
Mic In
48V Phantom
Off0dBOffOff
Mic In
Low Cut
Mic In
Gain
Guitar In
Pad
Ins/Outs
0.0dBMulti
USB In 1/2
Trim
USB In 1/2
Destination
Ins/Outs
3. Kies met de joystick één van de zes submenu’s.
Met < PAGE/PAGE > gaat u naar andere parameterpagina’s.
Alle globale instellingen initialiseren
Door de globale instellingen van de Helix te initialiseren kiest u opnieuw de fabrieks-
waarden voor deze parameters. Deze handeling heeft echter geen invloed op de
intern opgeslagen sounds.
1. Druk, in eender welk “Global Settings”-submenu, op ACTION.
2. Druk op regelaar 1 (Factory Settings).
Het volgende dialoogvenster verschijnt:
OKCancel
Restore Global Settings to factory defaults?
3. Druk op regelaar 6 (OK).
54
Global Settings > Ins/Outs
Pagina
Regelaar
Parameter Omschrijving
1
Guitar In Pad
Als uw gitaar of bas actieve elektronica bevat en een pittig signaalniveau hanteert, moet u deze parameter eventueel activeren. Er is echter geen
gouden regel – doe gewoon wat het beste klinkt.
2
Mic In 48V Phantom
Wanneer deze parameter actief is, genereert de MIC IN-connector (XLR) van de Helix 48V-fantoomvoeding voor een condensatormicrofoon.
3
Mic In Gain
Het analoge ingangsniveau van de MIC IN-connector.
4
Mic In Low Cut
Frequentie van het instelbare laag-af lter op de MIC IN-connector. Draai hem helemaal naar links (of druk hem in) om het lter de deactiveren
.
5
USB In 1/2 Destination
Als u graag met iTunes, YouTube™ of uw DAW jamt, kunt u met deze parameter de Helix-uitgangen kiezen via dewelke de stereomaster van
uw computer of iPad moet worden weergegeven. De signalen van USB In 1/2 worden door de Helix niet bewerkt. Kies USB 3/4, 5/6 of 7/8 voor
Input-blokken, wanneer u een DAW-spoor met alle actieve modellen wilt bewerken. In de meeste gevallen kiest u het best “Multi” om de USB In
1/2-signalen naar de 6,3mm-, XLR- en digitale uitgangen uit te sturen. Zie “USB-audio”.
6
USB In 1/2 Trim
Regelt het niveau van de via USB 1/2 ontvangen signalen. Die worden door de Helix niet bewerkt. In de regel kiest u hier het best “0.0dB”.
1
1/4" Outputs
Kies “Instrument”, wanneer u de 1/4”-uitgangen van de Helix op externe eectpedalen of een gitaarversterker aangesloten hebt. Kies “Line” voor
de verbinding met een mixer, studiomonitoren of recorders. Bij gebruik van één versterker/speaker hoeft u alleen 1/4” OUT LEFT/MONO aan te
sluiten.
2
XLR Outputs
Kies “Mic”, wanneer u de XLR-uitgangen van de Helix op microfoonvoorversterkers of de XLR-ingangen van een mengpaneel aansluit. Kies “Line”
voor de verbinding met studiomonitoren of de lijningangen van een mengpaneel. Bij gebruik van een monosysteem hoeft u alleen XLR OUT LEFT/
MONO aan te sluiten.
3
Send/Return 1
Kies “Instrument” bij gebruik van een Send/Return-paar als eectlus voor eectpedalen. Kies “Line” voor een Send/Return-paar dat u op een
rack-eectprocessor aansluit of als in- en uitgangen voor toetseninstrumenten, drumcomputers, mixers en andere apparaten wilt gebruiken.
4
Send/Return 2
5
Send/Return 3
6
Send/Return 4
1
Re-amp Src (USB 7)
USB Out 7 en 8 zijn gereserveerd voor DI-signalen, die u voor “re-amping”-toepassingen nodig hebt. Kies de twee ingangen, die een onbewerkt
signaal naar uw DAW moeten doorseinen. Zie “USB-audio”.
2
Re-amp Src (USB 8)
3
Volume Knob Controls
Hiermee bepaalt u welke uitgangen de VOLUME-regelaar beïnvloedt. Misschien wilt u alleen het volume van het signaal, dat via de 1/4”-uitgangen
naar uw monitor wordt doorgeseind, kunnen wijzigen, terwijl het XLR OUT-niveau (verbinding met de PA) constant moet blijven.
4
Headphones Monitor
Hiermee kiest u de signalen die naar de PHONES-uitgang worden uitgestuurd. In de regel gebruikt u waarschijnlijk “Multi” (1/4”+XLR+Digital+USB
1/2). Soms is het echter handiger om alleen de signalen van de 1/4”- of XLR-uitgangen te horen, met name wanneer ze voor verschillende signa-
len (of bandleden) worden gebruikt.
5
Digital In/Out
Er kan telkens maar één digitale uitgang actief zijn. Kies dus “S/P DIF” of “AES/EBU”. Bij het aansluiten van een L6 LINK-apparaat op de Helix
wordt de S/P DIF OUT-connector automatisch gedeactiveerd. De USB-audiosignalen worden hierdoor niet beïnvloed. Zie ook “Output”.
6
Digital Out Level
Bepaalt het uitgangsniveau voor S/PDIF- en AES/EBU-signalen. In de regel kiest u hier het best “0.0dB”.
1
Sample Rate
Hiermee kiest u de samplingfrequentie voor de S/PDIF- en AES/EBU-uitgang. Kies 44.1kHz (fabrieksinstelling), 48kHz, 88.2kHz of 96kHz. Bij een
digitale verbinding met de S/PDIF- of AES/EBU-ingang van een ander apparaat moet u zorgen dat beide apparaten dezelfde samplingfrequentie
hanteren. Deze instelling heeft geen invloed op de samplingfrequentie van de signalen, die de Helix via USB uitstuurt.
2
Clock Source
Hiermee bepaalt u of de S/PDIF- en AES/EBU-uitgang de interne digitale klok van de Helix, dan wel het via WORDCLOCK IN ontvangen synchro-
nisatiesignaal volgt. Beide digitale apparaten moeten dezelfde samplingfrequentie hanteren.
55
Global Settings > Preferences
Regelaar
Parameter Omschrijving
1
Snapshot Edits
Bepaalt of de wijzigingen van een Snapshot-geheugen (blok aan/uit, parametercontrole, Command Center, tempo) gebuerd en later opnieuw gebruikt worden.
Als u “Recall” kiest, worden wijzigingen van de Snapshot-instellingen gebuerd en later opnieuw gehanteerd. Als u “Discard” kiest, worden wijzigingen van de
Snapshot-instellingen bij het kiezen van een ander Snapshot-geheugen gewist. Daarna hanteert de Snapshot opnieuw de laatst opgeslagen instellingen. Om wijzi-
gingen te bewaren, terwijl “Snapshot Edits” op “Discard” staat ingesteld, moet u twee keer op SAVE drukken alvorens een andere Snapshot te kiezen. Het came-
ra-icoontje op de hoofdpagina houdt u op de hoogte van de gekozen “Snapshot Edits”-instelling: bij keuze van “Recall” is het grijs. Bij keuze van “Discard” is de
camera rood. Om deze instelling te wijzigen kunt u BYPASS ingedrukt houden, terwijl u op SAVE drukt. Zie ook “Wat gebeurt er met Snapshot-wijzigingen?”
2
Tap Tempo Pitch
Hiermee bepaalt u wat er met de delay-herhalingen gebeurt, wanneer u TAP indrukt. “Accurate” betekent dat de voor een delay-eect typische toonhoogteschom-
melingen tijdens het wijzigen van de vertragingstijd duidelijk hoorbaar zijn. Bij keuze van “Transparent” speelt dit fenomeen geen rol.
3
Preset
Numbering
Hiermee bepaalt u of de geheugens van een Setlist in de vorm van 32 banken x 4 geheugens (A, B, C, D), dan wel met de nummers 000~127 (handig, wanneer u
gebruik maakt van de MIDI-programmakeuze) moeten worden afgebeeld.
Global Settings > MIDI/Tempo
Regelaar
Parameter Omschrijving
1
MIDI Base
Channel
Hiermee kiest u het MIDI-kanaal dat de Helix voor de ontvangst en het verzenden van MIDI-commando’s gebruikt (ook via USB). De op de “Command Center”-pa-
gina gekozen MIDI-commando’s kunnen/mogen andere kanalen hanteren.
2
MIDI Thru
Activeer deze parameter om te zorgen dat de MIDI OUT-connector tevens dienst doet als MIDI THRU. Dit laatste betekent dat alle via MIDI IN ontvangen com-
mando’s naar andere apparaten worden doorgeseind.
3
MIDI Over USB
Activeer deze parameter om de USB-poort van de Helix voor het verzenden en ontvangen van MIDI-commando’s te gebruiken.
4
MIDI PC
Send/Receive
Hier stelt u in of de Helix bij het selecteren van een geheugen automatisch een MIDI-programmanummer (PC) moet zenden. (Heeft geen invloed op de MIDI-com-
mando’s, die u op de “Command Center”-pagina denieert.) Bovendien legt u vast of de Helix programmakeuze-commando’s ontvangt.
5
Tempo Select
De “Speed”- of “Time”-parameter van alle tempogebaseerde eecten kan op een nootwaarde worden ingesteld, die het TAP-tempo of het met regelaar 6
(Snapshot BPM/Preset BPM/Global BPM) ingestelde tempo volgt. Het tempo kan voor elke Snapshot, elk geheugen of globaal (voor de hele Helix) worden opge-
slagen.
6
Snapshot BPM/
Preset BPM/
Global BPM
Dit is een andere aanpak voor het instellen van het Helix-tempo voor wie de TAP-voetschakelaar liever niet gebruikt. Naar gelang de instelling van regelaar 5
(Tempo Select) wordt deze waarde voor elke Snapshot apart, dan wel globaal opgeslagen. Het tempo van de Helix kan tot op 0.1BPM (maatslagen per minuut)
nauwkeurig worden ingesteld. Deze parameter kunt u sneller selecteren door de TAP-voetschakelaar even aan te raken.
56
Global Settings > Footswitches
Regelaar
Parameter Omschrijving
1
Touch Select
Als u niet wilt dat de Helix automatisch de toegewezen blokken of items selecteert (wanneer u de bovenkant van een voetschakelaar aanraakt) c.q. “Quick
Footswitch Assign” activeert (wanneer u de bovenkant van een voetschakelaar 2 seconden aanraakt), moet u hier “O” kiezen. Goed voor blote voeten.
2
Preset Mode
Switches
Aanvankelijk worden in de Preset-voetschakelaarmode telkens twee banken (rijen) à 4 geheugens afgebeeld. Mogelijkheden: “8 Presets”, “Preset/Stomp” (één
geheugenbank in de bovenste rij, Stomp-voetschakelaars in de onderste rij), “Stomp/Preset” (Stomp-voetschakelaars boven, één geheugenbank in de onder-
ste rij), “Preset/Snap” (één geheugenbank boven, Snapshot 1~4 eronder), “Snap/Preset” (Snapshot 1~4 boven, één geheugenbank eronder), “Snap/Stomp”
(Snapshot 1~4 boven, Stomp-voetschakelaarfuncties eronder), “Stomp/Snap” (Stomp-voetschakelaarfuncties boven, Snapshot 1~4 eronder) en “8 Snapshots”
(Snapshot 1~8).
3
Stomp Mode
Switches
Wanneer u “10 switches” kiest, dienen voetschakelaar 1 (BANK ) en 7 (BANK ) eveneens voor het in-/uitschakelen van eectblokken. Dit werkt echter alleen
in de Stomp-voetschakelaarmode. In de Preset-, Snapshot- of Looper-voetschakelaarmode blijven de BANK - en BANK -functies behouden.
4
Snapshot Mode
Switches
Indien u “Auto Return” kiest, keert de Helix na keuze van een Snapshot terug naar de eerder gekozen voetschakelaarmode. Bij keuze van “Manual Return” blijft
de Helix zo lang in de Snapshot-voetschakelaarmode tot u voetschakelaar 6 (CANCEL) intrapt.
5
Up/Down
Switches
Wanneer u “Presets” of “Snapshots” kiest, veranderen de voetschakelaars 1 (BANK ) en 7 (BANK ) in PRESET / of SNAPSHOT / . Ze dienen dan
voor de sequentiële keuze van geheugens of Snapshots. Dat is handig voor een vaste set om zonder veel poespas naar de instellingen van de telkens volgende
song c.q. songgedeelte te gaan. U kunt de beschikbare instellingen achtereenvolgens kiezen door en twee seconden ingedrukt te houden. U kunt op elk
moment voetschakelaar 1 en 7 ingedrukt houden om afwisselend BANK / , PRESET / en SNAPSHOT / te kiezen.
Global Settings > EXP Pedals
Rege-
laar
Parameter Omschrijving
1
EXP 1 Polarity
Wanneer het externe expressiepedaal “averechts” lijkt te werken (d.w.z. maximaal volume, wanneer het opgeklapt is), moet u hier “Inverted” kiezen.
2
EXP 2 Polarity
3
EXP 3 Polarity
4
EXP 1 Pedal
Position
Hiermee bepaalt u of de positie van het Helix-expressiepedaal voor elke Snapshot c.q. elk geheugen apart wordt geladen of globaal wordt toegepast. Indien de
waarde van het volume- of wahpedaal tijdens het kiezen van een ander geheugen niet mag veranderen, moet u “Global” kiezen.
5
EXP 2 Pedal
Position
6
EXP 3 Pedal
Position
Global Settings > Displays
Regelaar
Parameter Omschrijving
1
LED Ring Brightness
Hiermee bepaalt u of de LED-ringen van de voetschakelaars in de Stomp-mode moeten dimmen ofwel doven, wanneer u het bijbehorende blok uitschakelt. Voor
een optreden bij daglicht adviseren wij de “O/Bright” instelling.
2
Tap Tempo LED
Als u de rood knipperende LED van voetschakelaar 12 (TAP) storend vindt, kunt u dat hiermee uitschakelen.
57
USB-audio
De Helix kan als audio-interface voor Windows- en Mac-computers evenals voor een
iPad en iPhone (mits een optionele Apple-camerakit) fungeren. Dan beschikt u over
meerdere in- en uitgangen in het 24-bit/96kHz-formaat voor uw DAW.
Opmerking: Voor USB-audiotoepassingen met een Windows-computer moet
u de Line 6 Helix ASIO-driver downloaden (zie pagina
59
). Bij gebruik van
een Mac-computer hoeft u de Line 6 Mac Core Audio-driver alleen te instal-
leren, indien u andere samplingfrequenties dan 48kHz nodig hebt (zie “Core
Audio-driverparameters (alleen Mac)”). Deze drivers vindt u op line6.com/soft-
ware. Voor een Apple iPad of iPhone hoeft geen driver te worden geïnstalleerd.
Bij keuze van “Multi” voor de Input- en Output-blokken wordt het uitgangssignaal
van uw audiosoftware (USB 1/2) automatisch naar de uitgangen XLR OUT, 1/4”
OUT en PHONES van de Helix uitgestuurd. Dit laat u toe om met YouTube, iTunes of
uw eigen songs te jammen – indien gewenst, worden de betreende audiosignalen
eveneens door de versterker- en eectblokken bewerkt.
P
USH
P
U
SH
DIGITAL
S/PDIF
AES/EBU
L6 LINK OUT
HELIX OUTPUTS
USB OUTPUTS
1/2 3/4 5/6 7/8
USB INPUTS
1 2 3 4 5 6 7 8
HELIX INPUTS
16B Dream Rig+Vocals
Ch VolPresenceBass MidDriveTreble
102.53.45.02.53.4
Amp+Cab Stone Age 185
INPUT
ROUTING
OUTPUT
ROUTING
In 3/4 5/6 7/8
In 1/2
Out 1/2 3/4 5/6
Out 7 Out 8
Jamming with
YouTube, iTunes, etc.
DI (Dry) Signal
for Re-amping
USB-uitgangen
Jammen met YouTube,
iTunes enz.
DI-signaal (droog) voor
“re-amping”
Helix-uitgangen Helix-ingangen
USB-ingangen
Als u in uw DAW de USB 1/2-poort van de Helix kiest, kan het bewerkte signaal
worden opgenomen (en het signaal vertraagt dan niet, omdat u het Helix-uitgangs-
signaal hoort i.p.v. het monitorsignaal van de DAW).
De overige USB-in- en -uitgangen van de Helix kunnen zowel in de Input- en Out-
put-blokken en natuurlijk in uw DAW als bronnen worden gekozen. Hiervan kunt u
handig gebruik maken om de meest krankzinnige routings samen te stellen zonder
een hoop kabels te gebruiken.
Directe vs. softwaremonitoring
Bij keuze van de “Multi”-instelling voor de Input- en Output-blokken hoort u tijdens
het spelen alleen het uitgangssignaal van het apparaat (dus ook wanneer het geko-
zen spoor niet in opname staat).
Dit heeft dus niets te maken met de monitorinstellingen van uw DAW. Het grote
voordeel van deze “hardwaremonitoring” is dat uw gitaar- of microfoonsignaal niet
vertraagt (geen latency), omdat het niet eerst langs de computer hoeft te passeren.
In bepaalde DAW-scenario’s kan het echter slimmer zijn om het uitgangssignaal van
het betreende spoor te beluisteren (“softwaremonitoring”), met name wanneer u
gebruik maakt van plug-ins, die uw signaal in de computer bewerken. Dit leidt echter
tot een minimale vertraging van uw live gespeeld/gezongen signaal, omdat het sig-
naal eerst door de computer moet alvorens bij de uitgangen van de Helix te belan-
den. Deze lichte vertraging noemen ze in de studiowereld “latency”. De Helix is zo
gestructureerd dat deze latency nauwelijks opvalt. Zie ook “ASIO-driverparameters
(alleen Windows)” voor meer details en de parameters.
Wanneer u het spoorsignaal als monitoring gebruikt, wilt u het directe uitgangssig-
naal van de Helix waarschijnlijk niet horen (wegens faseproblemen e.d.). Om dit te
voorkomen moet u het Output-blok van de Helix op “USB Out 3/4” of “5/6” instellen.
Bij deze Output-instellingen seint de Helix het bewerkte stereosignaal door naar uw
DAW-software (en is er dus geen sprake van Helix-hardwaremonitoring via USB 1/2).
Zorg ervoor dat het betreende DAW-spoor het signaal van de op de Helix gekozen
USB Out-kanalen ontvangt om het in die vorm op te nemen. Indien u nog twijfelt of
de sound wel goed zit, kunt u nog een tweede DAW-spoor aanmaken en daarmee de
USB Out 7- en USB Out 8-signalen (zonder bewerking) opnemen. Zie hieronder.
Opmerking: Stel het Input-blok van de Helix in op “Multi” en zorg dat het Mas-
ter-kanaal van uw DAW zijn signalen naar Helix USB 1/2 uitstuurt om de mix
van uw DAW-project te horen.
58
DI-opname enre-amping
Tegenwoordig worden gitaarpartijen vaak tegelijk in een DI-versie (Direct Input),
d.w.z. zonder enige bewerking van het gitaar-, zang- of Variax-signaal opgenomen.
Dit laat toe de DI-versie met plug-ins (bv. Line 6 POD Farm®) te bewerken of het
opgenomen DI-signaal tijdens de mix op een compleet andere manier te bewerken
(wat “re-amping” wordt genoemd). Hiervoor biedt de Helix handige opties voor de
opname van onbewerkte signalen en voor “re-amping”-toepassingen met zijn interne
versterker- en eectmodellen – zonder ook maar één kabel te gebruiken!
De Helix biedt twee speciale DI-uitgangen (USB Out 7 en 8), die u in uw DAW als
ingangsbronnen kunt kiezen. De signalen van deze twee USB-uitgangskanalen
worden direct achter de gekozen Helix-ingangen afgetapt. Om voor elk de gewenste
Helix-ingang te kiezen, moet u naar “Global Settings>Ins/Outs>Re-amp Src (USB7)”
en “Re-amp Src (USB8)” gaan en “Guitar”, “AUX”, “Variax”, “Variax Mags” of “Mic”
kiezen.
16B Dream Rig Duet
1
Ins/Outs
MIDI/T
emp
o
D
i
sp
l
ays
Footsw
i
tc
h
es
Global Settings
Pre
f
erences
EXP Pe
d
a
l
s
Firmware Version 2.00.0
Volume Knob
Controls
S/PDIFMultiMultiMic
Guitar
Digital
Output
Headphones
Monitor
Reamp Src
(USB 7)
Reamp Src
(USB 8)
Ins/Outs
0.0 dB
Digital
Out Level
Ins/Outs
Opname van het onbewerkte gitaarsignaal
In dit voorbeeld nemen we de gitaarpartij op twee DAW-sporen tegelijk op: het ene
spoor bevat achteraf de met de Helix gecreëerde sound, de andere het onbewerkte
(DI) signaal.
1. Ga naar de pagina “Global Settings>Ins/Outs>Page 3” van de Helix
en stel “Re-amp Src (USB 7)” in op “Guitar” (zie de afbeelding hier-
boven).
2. Selecteer de gewenste Helix-sound en zorg ervoor dat de instelling
voor het Input- en Output-blok “Multi” luidt.
3. Maak in uw DAW-project twee nieuwe sporen aan:
- Eén stereospoor voor de gitaarpartij met de complete Helix-bewerking dat de
signalen van USB 1/2 ontvangt.
- Een bijkomend monospoor dat het onbewerkte gitaarsignaal (USB 7) van de
Helix opneemt.
GUITAR IN
USB
DRY DI GUITAR
PROCESSED GUITAR
TRACK 1 (Dry DI Guitar)
TRACK 2 (Processed Guitar)
16B Dream Rig Duet
FeedbackTime
[37%]
Delay Harmony Delay
LevelMixKeyScale
0.0 dB40%MinorD1/8
Direct gitaarsignaal (zonder bewerking)
Spoor 1: Direct gitaarsignaal
(zonder bewerking)
Spoor 2: Bewerkte gitaar
(met de volle sound)
Bewerkte gitaar
4. Wijs beide sporen en de Master-uitgang van uw DAW-project toe
aan USB 1/2: die signalen worden nu naar de Helix uitgestuurd.
Opmerking: Door voor het stereospoor de Helix USB 1/2-uitgang te kiezen
zorgt u ervoor dat u het door de Helix bewerkte spoor direct hoort (“hard-
ware-monitoring”, geen latency). Hiervoor moet u de software-auistering
van al uw DAW-sporen echter deactiveren.
5. Activeer beide sporen, start de opname en speel uw gitaarpartij in.
Nu beschikt u over twee versies van uw gitaarpartij: één met de door de Helix gecre-
eerde sound en een tweede met alleen de “droge gitaar”. Deze laatste kunt u tij-
dens de mix met de plug-ins van uw DAW of met echte versterkers helemaal anders
bewerken, indien dit beter bij de song past.
‘Re-amping’ met de Helix
Indien uw DAW opties voor het routen van de spoorsignalen naar andere uitgangen
dan de Helix (USB 1/2) biedt, kunt u de onbewerkte gitaarpartij op een later tijdstip
opnieuw met de Helix bewerken.
1. Wijs de uitgang van het DI-spoor aan eender welk USB Out-kanaal
van de Helix behalve USB Out 1/2 toe. In dit voorbeeld kiezen we
voor USB Out 3/4.
2. Maak een nieuw stereospoor in uw DAW-project aan en kies als in-
gangen hetzelfde USB-paar (USB In 3/4) en als uitgangen USB 1/2.
De naam van dit spoor zou “Re-amped” kunnen luiden. Activeer dit
spoor voor de opname.
Opmerking: Bij de meeste DAW-pakketten moet u bovendien die soft-
ware-auistering van dit “Re-amped”-spoor deactiveren om tijdens de pro-
jectweergave het door de Helix bewerkte signaal te horen. Zie de docu-
mentatie van uw pakket.
59
3. Kies op de Helix het Input-blok en stel het op zo’n manier in dat
het de USB In 3/4-signalen ontvangt. Voor het Output-blok kunt u
gewoon “Multi” blijven gebruiken. Laad het gewenste Helix-geheu-
gen en sleutel nog wat aan de sound, indien nodig.
16B Dream Rig Duet
FeedbackTime
[37%]
Delay Harmony Delay
LevelMixKeyScale
0.0 dB40%MinorD1/8
DRY DI GUITAR
USB
RE-AMPED GUITAR
TRACK 1 (Dry DI Guitar)
T
RA
C
K
2
(
Processed
G
uitar
)
TRACK 3 (Re-amped Guitar)
Droge gitaar (DI)
Spoor 1: Droge gitaar (DI)
Spoor 2: Bewerkte gitaar
Spoor 3: Gitaar met re-amping
Gitaar met re-amping
4. Start de weergave van uw DAW-project: het signaal van het “Re-
amped”-spoor wordt nu door de Helix bewerkt!
Indien nodig, moet u de volumeparameter van het spoor lager instellen om on-
gewenste oversturing te voorkomen. Wijzig de Helix-sound nu in functie van de
muzikale context tot u er helemaal vrolijk van wordt.
5. Eens u de juiste sound hebt gevonden, activeert u de solomode
voor het “Re-amped”-spoor, spoelt u terug naar het begint van de
song en neemt u de nieuwe versie op een ander spoor op.
Wacht tot het einde van de gitaarpartij en stop vervolgens de opname. Klaar!
Tip: U beschikt nog steeds over een gitaarpartij zonder modelbewerking…
Dus kunt u de “re-amping”-operatie nog een aantal keren met andere Helix-
sounds herhalen, plug-ins gebruiken en met combinaties werken.
ASIO-driverparameters
(alleen Windows)
Bij gebruik van de Helix als audio-interface voor een Windows-DAW verdient het
aanbeveling om te zorgen dat de software de ASIO-driver aanspreekt. De Line 6
ASIO-driver garandeert namelijk de best mogelijke kwaliteit bij een ultra lage latency.
De driver kunt u in de regel in de voorkeuren of opties van uw DAW-software kiezen.
Zie de documentatie van uw pakket.
Opmerking: Download de actuele Line 6 Helix ASIO-audiodriver van line6.com/
software en installeer hem.
Eens u de Helix ASIO-driver aan uw DAW-software hebt toegewezen, ziet u in het
betreende venster een button, die “ASIO Settings” (of iets dergelijks) heet. Klik
daarop om het Helix-conguratiescherm te openen waar u de volgende dingen kunt
instellen.
Sound
Control
Panel
Met deze button roept u het “Geluid van het Conguratiescherm”
van Windows op waar u de Helix tevens als weergaveappa-
raat voor uw multimediatoepassingen (Windows Media Player,
iTunes enz.) zou kunnen kiezen. Die instellingen zijn echter van
geen belang voor uw DAW-pakket, omdat deze toepassingen de
gewone Windows-driver gebruiken.
60
Default Bit
Depth
Kies de bitdiepte van de Helix voor de opname en weergave met
uw DAW-software. Voor hoogwaardige audioproducties kiest u het
best 24 of 32 bit.
ASIO
Buer Size
Het ultieme doel is een minimale latency zonder wegvallende sig-
nalen in de DAW-software. Een kleine buer beperkt weliswaar de
latency, maar dan moet de computer ook harder werken – en dit
uit zich soms in klik-, pop- en andere nare geluiden. Begin met een
kleine waarde, maar verhoog hem in kleine stappen tot de audio-
weergave vlekkeloos verloopt.
Wanneer u alles naar wens ingesteld hebt, klikt u op de Toepassen- of OK-button om
naar het DAW-pakket terug te keren. Zie de documentatie van uw pakket voor meer
details of de juiste audio-, buer- en projectinstellingen.
Core Audio-driverparameters (alleen Mac)
Om de Helix als audio-interface voor een Mac te gebruiken hoeft u geen bijkomende
driver te installeren. De Helix gebruikt dan de standaardconforme USB-driver van de
Mac en hoeft alleen op één van zijn USB-poorten te worden aangesloten. Daarna
verschijnt de Helix als selecteerbaar Core Audio-apparaat in het Mac OS X-venster
“Hulpprogramma’s > Audio-MIDI-instellingen” en/of direct in uw audio- en multime-
diapakketten. Houd echter in de gaten dat de Apple-driver alleen de samplingfre-
quentie 48kHz ondersteunt. Als u een andere samplingfrequentie verkiest (of als uw
DAW dit vereist), kunt u de Line 6 Mac Core Audio-driver van line6.com/software
downloaden. Deze Line 6-driver ondersteunt 44.1kHz, 48kHz, 88kHz en 96kHz.
61
MIDI
Opmerking: De Helix zendt en ontvangt via zijn USB-poort op dezelfde
manier MIDI-commando’s als bij gebruik van de MIDI-aansluitingen. Voor
USB–MIDI-toepassingen op een Windows-computer moet u de Line 6 Helix
ASIO-driver downloaden (zie line6.com/software). Op een Apple Mac, iPad of
iPhone hoeft u geen driver te installeren.
MIDI-bank- en programmakeuze
De Helix ontvangt bank- en programmakeuze-commando’s van andere MIDI-appara-
ten (en MIDI-software via USB) en selecteert dan de betreende Setlist, het overeen-
komstige geheugen en/of de Snapshot:
Selectie van Setlists, geheugens en/of Snapshots vanop
afstand
Druk op PRESETS om het “Setlist”-menu te openen.
Rename
Setlist
Rename
Preset
Reorder
Preset
Select
Snapshot
Rename
Snapshot
CC32: 007
PC: 005
CC69: 000
SNAPSHOT 1
1 FACTORY 1
2 FACTORY 2
3 USER 1
4 USER 2
5 USER 3
6 USER 4
7 USER 5
8 TEMPLATES
15A
15B
15C
15D
16A
16B
16C
16D
Cold Shot
Hey Joe
Tom Sawyer
Untitled Streets
Have a Cigar
Bottle Message
Mad House
Run Like
1 FACTORY 1 16B Bottle Message
De donkere tekst boven regelaar 2 toont de MIDI-commando’s, die u met een
extern apparaat/pakket voor de keuze van Setlists, geheugens en/of Snapshots
moet selecteren. In de illustratie hierboven worden de Setlist “FACTORY 1” met
de CC32-waarde “007”, het geheugen “16B Bottle Message” met het PC-num-
mer (programmakeuze) “005” en Snapshot 1 met de CC69-waarde “000” gese-
lecteerd.
Opmerking: Tijdens de geheugenkeuze op de Helix zelf (PRESETS-regelaar,
voetschakelaars, PRESET /PRESET enz.) zendt de Helix automatisch
MIDI-programmanummers, die u met een sequencer e.d. kunt opnemen. Als de
Helix niet automatisch PC-commando’s mag ontvangen/zenden, moet u met
regelaar 4 (MIDI PC Send/Receive) op de “Global Settings > MIDI/Tempo”-pa-
gina “O” kiezen.
MIDI CC
De Helix hanteert bepaalde MIDI-controlecommando’s voor zijn globale functies.
Deze “CC-nummers” zijn niet beschikbaar voor de beïnvloeding van andere parame-
ters. Als u probeert een CC-commando “aan te leren” dat voor een globale functie is
gereserveerd (zie “Controller Assign”), verschijnt het volgende dialoogvenster:
Learn
Controller
Parameter
Feedback
Controller
None
L
This MIDI CC# is reserved for global functions!
Controle-
commando
Waarde Functie
Pedaal- en voetschakelaarfuncties
1
0~127 Zelfde functie als EXP 1-pedaal
2
0~127 Zelfde functie als EXP 2-pedaal
3
0~127 Zelfde functie als EXP 3-pedaal
49
0~127 Functie van voetschakelaar 1 in de Stomp-mode
50
0~127 Functie van voetschakelaar 2 in de Stomp-mode
51
0~127 Functie van voetschakelaar 3 in de Stomp-mode
52
0~127 Functie van voetschakelaar 4 in de Stomp-mode
53
0~127 Functie van voetschakelaar 5 in de Stomp-mode
54
0~127 Functie van voetschakelaar 7 in de Stomp-mode
55
0~127 Functie van voetschakelaar 8 in de Stomp-mode
56
0~127 Functie van voetschakelaar 9 in de Stomp-mode
57
0~127 Functie van voetschakelaar 10 in de Stomp-mode
58
0~127 Functie van voetschakelaar 11 in de Stomp-mode
59
0~127 Zelfde functie als EXP-teenschakelaar
62
Controle-
commando
Waarde Functie
Looper-bediening
60
0~63: Overdub;
64~127: Opname
Loop Record/Overdub-schakelaar (8)
61
0~63: Stop;
64~127: Weergave
Loop Play/Stomp-schakelaar (9)
62
64~127 Loop Play Once-schakelaar (3)
63
64~127 Loop Undo-schakelaar (2)
65
0~63: Normaal;
64~127: Achter-
stevoren
Loop Forward/Reverse-schakelaar (11)
66
0~63: Full;
64~127: Half
Loop Full/Half Speed-schakelaar (10)
67
0~63: Uit;
64~127: Aan
Looper-blok aan/uit (indien beschikbaar). Bovendien
selecteren/verlaten van de Looper-mode
Andere commando’s
0
0~7 Bankkeuze MSB
32
0~7 Bankkeuze LSB. Keuze van Setlists
64
64~127 Tap Tempo
68
0~127 Selecteren/verlaten van de “Tuner”-pagina
69
0~7 Snapshot-keuze
70
0~127
Globale MIDI-commando’s voor toekomstige toepas-
singen
71
0~127
72
0~127
73
0~127
74
0~127
75
0~127
76
0~127
128
0~63: Asjemenou;
64~127: Nee toch!
De Helix begint grappen te maken over uw rare smoel
tijdens de solo
63
59

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Line 6 Helix Control bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Line 6 Helix Control in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 12,31 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Line 6 Helix Control

Line 6 Helix Control Gebruiksaanwijzing - English - 62 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info