773015
92
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/128
Pagina verder
VERTALING VAN DE ORIGINELE
GEBRUIKSHANDLEIDING
BELANGRIJK
VOOR GEBRUIK ZORGVULDIG LEZEN
BEWAREN ALS NASLAGWERK
KB064-ZAFDxx, KB064-ZAFTxx, KB064-ZAFWxx, KB064-ZARWxx, KB064-ZBFD5xx, KB064-ZBFTxx, KB064-ZBFWxx, KB064-ZBRWxx, KB068-ZAFWxx, KB068-ZARWxx,
KB068-ZBFWxx, KB068-ZBFWxx, KB068-ZBRWxx, KB068-ZCFWxx, KB068-ZCRWxx, KB083-ZARWxx, KB084-ZARWxx, KB084-ZBRWxx, KB084-ZCRWxx, KB084-ZDRWxx,
KB111-ZAKDxx, KB111-ZAKDxx, KB111-ZAKTxx, KB111-ZAKWxx, KB112-ZAFDxx, KB112-ZAFTxx, KB112-ZAFWxx, KB112-ZARDxx, KB112-ZARTxx, KB112-ZARWxx,
KB112-ZBFDxx, KB112-ZBFTxx, KB112-ZBFWxx, KB112-ZBRTxx, KB112-ZBRWxx, KB112-ZCFDxx, KB112-ZCFTxx, KB112-ZCFWxx, KB112-ZCRDxx, KB112-ZCRTxx,
KB112-ZCRWxx, KB116-ZAKDxx, KB116-ZAKTxx, KB116-ZAKWxx, KB116-ZBKDxx, KB116-ZBKTxx, KB116-ZBKWxx, KB116-ZCKDxx, KB116-ZCKTxx, KB116-ZCKWxx,
KB116-ZDKDxx, KB116-ZDKTxx, KB116-ZDKWxx, KB118-ZAKDxx, KB118-ZAKTxx, KB118-ZAKWxx, KB118-ZBKDxx, KB118-ZBKTxx, KB118-ZBKWxx, KB133-ZAFWxx,
KB133-ZARWxx, KB133-ZBFWxx, KB133-ZBRWxx, KB133-ZCFWxx, KB133-ZCRWxx, KB133-ZDFWxx, KB133-ZDRWxx, KB137-ZAKDxx, KB137-ZAKTxx, KB137-ZAKWxx,
KB137-ZBKDxx, KB137-ZBKTxx, KB137-ZBKWxx, KB137-ZCKTxx, KB137-ZCKWxx, KB137-ZDKTxx, KB137-ZDKWxx, KB137-ZEKDxx, KB137-ZEKTxx, KB137-ZEKWxx,
KB137-ZFKDxx, KB137-ZFKTxx, KB137-ZFKWxx, KB143-ZAKDxx, KB143-ZAKTxx, KB143-ZAKWxx, KB143-ZBKDxx, KB143-ZBKTxx, KB143-ZBKWxx, KB143-ZCKDxx,
KB143-ZCKTxx, KB143-ZCKWxx, KB143-ZDKDxx, KB143-ZDKTxx, KB143-ZDKWxx, KB144-ZAFWxx, KB144-ZARWxx, KB144-ZBFWxx, KB144-ZBRWxx, KB144-ZCFWxx,
KB144-ZCRWxx, KB144-ZDFWxx, KB144-ZDRWxx
MY20K01-16_1.0_12.06.2019
Quadriga Comp 5 Belt FL, Quadriga Comp 5 Belt RT, Quadriga Plus 8, Quadriga Cityhopper,
Comfort 5, Quadriga Comp CX12, Quadriga P5 FL, Quadriga P5 RT, Quadriga Town & Country Comp,
Escaro Pro 10, Escaro Comp 5 Belt, Quadriga CX10, Traveller E-Gold 8, Traveller E-Gold 7 (F),
Traveller E-Gold 7 (R)
TURBO
SPORT
TOUR
ECO
OFF
MPH
KM/H
Reichweite
AMM
PMWH
MIN
MPH
KM /H
RESET
TURBO
SPOR T
S
TOUR
ECO
OFF
MPH
KM/H
AMM
P MWH
MIN
MPH
KM
/H
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 2
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
1 Over deze gebruikshandleiding 9
1.1 Fabrikant 9
1.2 Typenummer en model 9
1.3 Gebruikshandleiding identificeren 11
1.4 Wetgeving, normen en richtlijnen 11
1.5 Wijzigingen voorbehouden 11
1.6 Taal 11
1.7 Voor uw veiligheid 11
1.7.1 Instructie, opleiding en klantenservice
12
1.7.2 Essentiële veiligheidsaanwijzingen 12
1.7.3 Waarschuwingen 12
1.7.4 Veiligheidsmarkeringen 12
1.8 Ter informatie 13
1.8.1 Instructies 13
1.8.2 Taalconventies 13
1.9 Typeplaat 14
1.9.1 Informatie op de typeplaat 15
2 Veiligheid 16
2.1 Algemene waarschuwingen 16
2.2 Giftige stoffen 17
2.3 Eisen aan de berijder 18
2.4 Bescherming van kwetsbare groepen 18
2.5 Privacyverklaring 18
2.6 Persoonlijke beschermingsmiddelen 18
2.7 Veiligheidsmarkeringen en
veiligheidsaanwijzingen 18
2.8 Noodgevallen 19
2.8.1 Gedrag in noodgevallen 19
2.8.2 Eerstehulpmaatregelen 19
2.8.3 Brand bestrijden 19
2.8.4 Vrijkomende vloeistoffen 20
2.8.4.1 Remvloeistof 20
2.8.4.2 Smeermiddelen en olie uit de vork 20
2.8.4.3 Smeermiddelen en olie uit de
achterbouwdemper 20
3 Overzicht 21
3.1 Beschrijving 22
3.1.1 Wiel en vering 22
3.1.1.1 Ventiel 22
3.1.2 Vering 22
3.1.2.1 Opbouw voorvork met stalen veer 23
3.1.2.2 Opbouw voorvork met luchtvering 23
3.1.2.3 Opbouw achterbouwdemper FOX 23
3.1.2.4 Opbouw achterbouwdemper Suntour 24
3.1.3 Remsysteem 24
3.1.3.1 Velgrem 24
3.1.3.2 Schijfrem 25
3.1.3.3 Terugtraprem 25
3.1.3.4 ABS 26
3.1.4 Elektrisch aandrijfsysteem 27
3.1.5 Accu 27
3.1.5.1 Bagagedrageraccu 28
3.1.5.2 Geïntegreerde accu 29
3.1.6 Display 29
3.1.6.1 USB-aansluiting 30
3.1.7 Rijverlichting 30
3.1.8 Oplader 30
3.2 Bedoeld gebruik 31
3.3 Niet-bedoeld gebruik 32
3.4 Technische gegevens 33
3.4.1 Pedelec 33
3.4.2 Motor ActiveLine 33
3.4.3 Motor ActiveLine Plus 33
3.4.4 Motor Performance Line Cruise 33
3.4.5 Motor Performance Line Speed 33
3.4.6 Motor Performance Line CX 33
3.4.7 Verlichting 34
3.4.8 Accu PowerPack 300 34
3.4.9 Accu PowerPack 400 34
3.4.10 Accu PowerPack 500 34
3.4.11 Accu PowerTube 34
3.4.12 Intuvia display 34
3.4.13 USB-aansluiting 34
3.4.14 BOSCH pedelec ABS BAS100 35
3.4.15 Emissies 35
3.4.16 Aanhaalmoment 35
3.5 Beschrijving van besturing en
weergaven 36
3.5.1 Stuur 36
3.5.2 Acculaadtoestandweergave 36
3.5.3 Bediening 36
3.5.4 Displayweergave 36
3.5.4.1 Pictogram rijverlichting 37
3.5.4.2 Ondersteuningsniveau 37
3.5.4.3 Gevraagd motorvermogen 37
3.5.4.4 Laadtoestandweergave 37
3.5.4.5 Schakeltip 38
3.5.4.6 Tachometerweergave 38
3.5.4.7 Functieweergave 38
3.5.5 Systeemmelding 40
3.5.6 ABS-controlelampje 40
3.6 Omgevingseisen 42
4 Transport en opslag 44
4.1 Fysieke transporteigenschappen 44
4.1.1 Afmetingen bij transport 44
4.1.2 Transportgewicht 44
4.1.3 Voorziene handgrepen/hijspunten 44
4.2 Transport 44
4.2.1 Accu vervoeren 45
4.2.2 Accu verzenden 45
4.2.3 Transportbeveiliging rem gebruiken 45
4.3 Opslag 45
4.3.1 Onderbreking van het gebruik 46
4.3.1.1 Onderbreking van het gebruik
voorbereiden 46
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 3
Inhoudsopgave
4.3.1.2 Onderbreking van het gebruik uitvoeren
46
5 Montage 47
5.1 Vereist gereedschap 47
5.2 Uitpakken 47
5.2.1 Levering 47
5.3 In gebruik nemen 48
5.3.1 Accu controleren 48
5.3.2 Wiel monteren in Suntour-vork 48
5.3.2.1 Wiel met schroefas (15 mm) monteren
48
5.3.2.2 Wiel met schroefas (20 mm) monteren
49
5.3.2.3 Wiel met opsteekas monteren 50
Wiel met snelspanner monteren 51
5.3.4 Wiel monteren in FOX-vork 52
5.3.4.1 Wiel met snelspanner (15 mm) 52
5.3.4.2 FOX-snelspanner afstellen 53
5.3.4.3 Wiel met Kabolt-assen monteren 53
5.3.4.4 Voorbouw en stuur controleren 53
5.3.5 Verkoop van de pedelec 54
6Gebruik 55
6.1 Gevaren en risico's 55
6.1.1 Tips voor een groter bereik 56
6.1.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen 56
6.2 Storingsmeldingen 57
6.2.1 Storingsmelding display 57
6.2.2 Storingsmeldingen accu 59
6.3 Voor het eerste gebruik 60
6.3.1 Zadel afstellen 60
6.3.1.1 Zadelhoek afstellen 60
6.3.2 Zithoogte bepalen 60
6.3.2.1 Zithoogte met snelspanner afstellen 60
6.3.2.2 In hoogte verstelbare zadelpen 61
6.3.2.3 Zitpositie afstellen 61
6.3.3 Stuur afstellen 62
6.3.3.1 Voorbouw afstellen 62
6.3.3.2 Stuurhoogte afstellen 62
6.3.3.3 Stuur opzij draaien 63
6.3.3.4 Spankracht snelspanners controleren 63
6.3.3.5 Spankracht snelspanners afstellen 63
6.3.4 Remhendel afstellen 63
6.3.4.1 Drukpunt Magura remhendel afstellen
63
6.3.4.2 Grijpafstand afstellen 64
6.3.4.3 Grijpafstand Magura remhendel
afstellen 64
6.3.5 Vering van de Suntour-vork afstellen 65
6.3.5.1 Negatieve veerweg afstellen 65
6.3.5.2 Negatieve veerweg van een voorvork
met luchtvering afstellen 65
6.3.5.3 Negatieve veerweg van een voorvork
met stalen veer afstellen 66
6.3.5.4 Trekdemper afstellen 67
6.3.6 Vering van de FOX-vork afstellen 67
6.3.6.1 Negatieve veerweg afstellen 67
6.3.6.2 Trekdemper afstellen 68
6.3.7 Achterbouwdemper Suntour afstellen 69
6.3.7.1 Negatieve veerweg afstellen 69
6.3.7.2 Trekdemper afstellen 69
6.3.7.3 Drukdemper afstellen 69
6.3.8 Achterbouwdemper FOX afstellen 70
6.3.8.1 Negatieve veerweg afstellen 70
6.3.8.2 Trekdemper afstellen 71
6.3.9 Remvoeringen inrijden 71
6.4 Accessoires 72
6.4.1 Kinderzitje 72
6.4.2 Fietsaanhanger 73
6.4.3 Bagagedrager 73
6.5 Voor het rijden 74
6.6 Checklist voor het rijden 74
6.7 Zijstandaard gebruiken 75
6.7.1 Zijstandaard omhoog klappen 75
6.7.1.1 Pedelec parkeren 75
6.8 Bagagedrager gebruiken 75
6.9 Accu 76
Frame-accu 77
6.9.1.1 Frame-accu verwijderen 77
6.9.1.2 Frame-accu aanbrengen 77
Bagagedrageraccu 77
6.9.2.1 Bagagedrageraccu verwijderen 77
6.9.2.2 Bagagedrageraccu aanbrengen 77
Geïntegreerde accu 77
6.9.3.1 Geïntegreerde accu verwijderen 77
6.9.3.2 Geïntegreerde accu aanbrengen 78
6.9.4 Accu opladen 78
6.9.5 Dubbel laden 79
6.9.5.1 Opladen bij twee aangebrachte accu's
80
6.9.5.2 Opladen bij één aangebrachte accu 80
6.9.6 Accu uit de slaapstand halen 80
6.10 Elektrisch aandrijfsysteem 81
6.10.1 Elektrisch aandrijfsysteem inschakelen
81
6.10.2 Aandrijfsysteem uitschakelen 81
6.11 Bediening met display 82
6.11.1 Display verwijderen en aanbrengen 82
6.11.1.1 Display verwijderen 82
6.11.1.2 Display aanbrengen 82
6.11.2 Display borgen tegen verwijdering 82
6.11.3 Interne accu van het display laden 82
6.11.3.1 Op de pedelec opladen 82
6.11.3.2 Via USB-aansluiting laden 82
6.11.4 USB-aansluiting gebruiken 83
6.11.5 Display inschakelen 83
6.11.6 Display uitschakelen 83
6.11.7 Duwondersteuning gebruiken 83
6.11.8 Rijverlichting gebruiken 84
6.11.9 Ondersteuningsniveau selecteren 84
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 4
Inhoudsopgave
6.11.10 Reisinformatie 84
6.11.10.1 Weergegeven reisinformatie wijzigen 84
6.11.10.2 Reisinformatie resetten 84
6.11.11 Systeeminstellingen wijzigen 84
6.12 Rem 85
6.12.1 Remhendel gebruiken 86
6.12.2 Terugtraprem gebruiken 87
6.12.3 ABS gebruiken 87
6.12.3.1 Tijdens het rijden 88
6.13 Vering en demping 89
Drukdemper van de FOX-vork afstellen 89
Drukdemper van de FOX-demper
afstellen 89
Drukdemper van de Suntour-vork
afstellen 90
Drukdemper van de Suntour-demper
afstellen 90
Trekdemper van de RockShox-demper afstellen 91
Drukdemper van de RockShox-demper afstellen 91
6.14 Versnelling 91
Derailleur gebruiken 92
Versnellingsnaaf gebruiken 92
6.14.3 eShift gebruiken 93
6.14.3.1 eShift met Shimano DI2 automatische
versnellingsnaaf 93
6.14.3.2 eShift met handmatige Shimano DI2
versnellingsnaaf 93
6.14.3.3 eShift met Shimano DI2 automatische
versnellingsnaaf 94
6.14.3.4 eShift met NuVinci H|Sync/ enviolo
met Optimized H|Sync 94
6.14.3.5 eShift met Rohloff E-14 Speedhub
500/14 94
7 Reinigen en onderhouden 95
7.1 Reiniging elke keer na het rijden 95
7.1.1 Verende voorvork reinigen 95
7.1.2 Achterbouwdemper reinigen 95
7.1.3 Pedalen reinigen 95
7.2 Grondige reiniging 96
7.2.1 Frame reinigen 96
7.2.2 Voorbouw reinigen 96
7.2.3 Achterbouwdemper reinigen 96
7.2.4 Wiel reinigen 96
7.2.5 Aandrijfelementen reinigen 96
7.2.6 Ketting reinigen 97
7.2.7 Accu reinigen 97
7.2.8 Display reinigen 97
7.2.9 Aandrijfeenheid reinigen 97
7.2.10 Rem reinigen 98
7.3 Onderhoud 98
7.3.1 Onderhoud aan het frame 98
7.3.2 Onderhoud aan de voorbouw 98
7.3.3 Onderhoud aan de vork 98
7.3.4 Onderhoud aan de aandrijfelementen 98
7.3.5 Onderhoud aan de pedalen 99
7.3.6 Onderhoud aan de ketting 99
7.3.7 Onderhoud aan de aandrijfelementen 99
7.4 Onderhouden 99
7.4.1 Wiel 99
7.4.2 Banden controleren 100
7.4.3 Velgen controleren 100
7.4.4 Vuldruk controleren en corrigeren 100
7.4.4.1 Blitzventiel 100
7.4.4.2 Frans ventiel 100
7.4.4.3 Autoventiel 100
7.4.5 Remsysteem 101
7.4.6 Remvoeringen op slijtage controleren
101
7.4.7 Drukpunt controleren 101
7.4.8 Remschijven op slijtage controleren 101
7.4.9 Elektrische bekabeling en remkabels
101
7.4.10 Versnelling 101
7.4.11 Voorbouw 101
7.4.12 USB-aansluiting 101
7.4.13 Kettingspanning controleren 102
7.4.14 Handvaten controleren 102
8 Onderhoud 103
8.1 As met snelspanner 104
8.1.1 Snelspanner controleren 104
8.2 De versnelling afstellen 104
8.2.1 Versnelling met bowdenkabelbediening,
enkel 105
8.2.2 Versnelling met bowdenkabelbediening,
dubbel 105
8.2.3 Draaibare handvatschakelaar met
bowdenkabelbediening, dubbel 105
9 Storingen zoeken, storingen
verhelpen
en reparatie 106
9.1 Storingen zoeken en storingen
verhelpen 106
9.1.1 Aandrijfsysteem of display start
niet op 106
9.1.2 Storingsmeldingen 106
9.2 Reparatie 107
9.2.1 Gebruik uitsluitend originele
onderdelen en smeermiddelen 107
9.2.2 Verlichting vervangen 107
9.2.3 Koplamp afstellen 107
10 Recycling en afvoer 108
11 Documenten 109
11.1 Onderdelenlijst 109
11.2 Montageprotocol 110
11.3 Onderhoudsprotocol 112
11.4 Gebruikshandleiding oplader 115
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 5
Inhoudsopgave
12 Lijst met trefwoorden 124
13 Terminologie 125
Bijlage 128
I. Vertaling van de originele EG-
conformiteitsverklaring 128
1 Over deze gebruikshandleiding 6
1.1 Fabrikant 6
1.2 Typenummer en model 6
1.3 Gebruikshandleiding identificeren 8
1.4 Wetgeving, normen en richtlijnen 8
1.5 Wijzigingen voorbehouden 8
1.6 Taal 8
1.7 Voor uw veiligheid 8
1.7.1 Instructie, opleiding en klantenservice 9
1.7.2 Essentiële veiligheidsaanwijzingen 9
1.7.3 Waarschuwingen 9
1.7.4 Veiligheidsmarkeringen 9
1.8 Ter informatie 10
1.8.1 Instructies 10
1.8.2 Taalconventies 10
1.9 Typeplaat 11
1.9.1 Informatie op de typeplaat 12
2 Veiligheid 13
2.1 Algemene waarschuwingen 13
2.2 Giftige stoffen 14
2.3 Eisen aan de berijder 15
2.4 Bescherming van kwetsbare groepen 15
2.5 Privacyverklaring 15
2.6 Persoonlijke beschermingsmiddelen 15
2.7 Veiligheidsmarkeringen en
veiligheidsaanwijzingen 15
2.8 Noodgevallen 16
2.8.1 Gedrag in noodgevallen 16
2.8.2 Eerstehulpmaatregelen 16
2.8.3 Brand bestrijden 16
2.8.4 Vrijkomende vloeistoffen 17
2.8.4.1 Remvloeistof 17
2.8.4.2 Smeermiddelen en olie uit de vork 17
2.8.4.3 Smeermiddelen en olie uit de
achterbouwdemper 17
3Overzicht 18
3.1 Beschrijving 19
3.1.1 Wiel en vering 19
3.1.1.1 Ventiel 19
3.1.2 Vering 19
3.1.2.1 Opbouw voorvork met stalen veer 20
3.1.2.2 Opbouw voorvork met luchtvering 20
3.1.2.3 Opbouw achterbouwdemper FOX 20
3.1.2.4 Opbouw achterbouwdemper Suntour 21
3.1.3 Remsysteem 21
3.1.3.1 Velgrem 21
3.1.3.2 Schijfrem 22
3.1.3.3 Terugtraprem 22
3.1.3.4 ABS 23
3.1.4 Elektrisch aandrijfsysteem 24
3.1.5 Accu 24
3.1.5.1 Bagagedrageraccu 25
3.1.5.2 Geïntegreerde accu 26
3.1.6 Display 26
3.1.6.1 USB-aansluiting 27
3.1.7 Rijverlichting 27
3.1.8 Oplader 27
3.2 Bedoeld gebruik 28
3.3 Niet-bedoeld gebruik 29
3.4 Technische gegevens 30
3.4.1 Pedelec 30
3.4.2 Motor ActiveLine 30
3.4.3 Motor ActiveLine Plus 30
3.4.4 Motor Performance Line Cruise 30
3.4.5 Motor Performance Line Speed 30
3.4.6 Motor Performance Line CX 30
3.4.7 Verlichting 31
3.4.8 Accu PowerPack 300 31
3.4.9 Accu PowerPack 400 31
3.4.10 Accu PowerPack 500 31
3.4.11 Accu PowerTube 31
3.4.12 Intuvia display 31
3.4.13 USB-aansluiting 31
3.4.14 BOSCH pedelec ABS BAS100 32
3.4.15 Emissies 32
3.4.16 Aanhaalmoment 32
3.5 Beschrijving van besturing en
weergaven 33
3.5.1 Stuur 33
3.5.2 Acculaadtoestandweergave 33
3.5.3 Bediening 33
3.5.4 Displayweergave 33
3.5.4.1 Pictogram rijverlichting 34
3.5.4.2 Ondersteuningsniveau 34
3.5.4.3 Gevraagd motorvermogen 34
3.5.4.4 Laadtoestandweergave 34
3.5.4.5 Schakeltip 35
3.5.4.6 Tachometerweergave 35
3.5.4.7 Functieweergave 35
3.5.5 Systeemmelding 37
3.5.6 ABS-controlelampje 37
3.6 Omgevingseisen 39
4 Transport en opslag 41
4.1 Fysieke transporteigenschappen 41
4.1.1 Afmetingen bij transport 41
4.1.2 Transportgewicht 41
4.1.3 Voorziene handgrepen/hijspunten 41
4.2 Transport 41
4.2.1 Accu vervoeren 42
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 6
Inhoudsopgave
4.2.2 Accu verzenden 42
4.2.3 Transportbeveiliging rem gebruiken 42
4.3 Opslag 42
4.3.1 Onderbreking van het gebruik 43
4.3.1.1 Onderbreking van het gebruik
voorbereiden 43
4.3.1.2 Onderbreking van het gebruik uitvoeren 43
5 Montage 44
5.1 Vereist gereedschap 44
5.2 Uitpakken 44
5.2.1 Levering 44
5.3 In gebruik nemen 45
5.3.1 Accu controleren 45
5.3.2 Wiel monteren in Suntour-vork 45
5.3.2.1 Wiel met schroefas (15 mm) monteren 45
5.3.2.2 Wiel met schroefas (20 mm) monteren 46
5.3.2.3 Wiel met opsteekas monteren 47
5.3.3 Wiel met snelspanner monteren 48
5.3.4 Wiel monteren in FOX-vork 49
5.3.4.1 Wiel met snelspanner (15 mm) 49
5.3.4.2 FOX-snelspanner afstellen 50
5.3.4.3 Wiel met Kabolt-assen monteren 50
5.3.4.4 Voorbouw en stuur controleren 50
5.3.5 Verkoop van de pedelec 51
6Gebruik 52
6.1 Gevaren en risico's 52
6.1.1 Tips voor een groter bereik 53
6.1.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen 53
6.2 Storingsmeldingen 54
6.2.1 Storingsmelding display 54
6.2.2 Storingsmeldingen accu 56
6.3 Voor het eerste gebruik 57
6.3.1 Zadel afstellen 57
6.3.1.1 Zadelhoek afstellen 57
6.3.2 Zithoogte bepalen 57
6.3.2.1 Zithoogte met snelspanner afstellen 57
6.3.2.2 In hoogte verstelbare zadelpen 58
6.3.2.3 Zitpositie afstellen 58
6.3.3 Stuur afstellen 59
6.3.3.1 Voorbouw afstellen 59
6.3.3.2 Stuurhoogte afstellen 59
6.3.3.3 Stuur opzij draaien 60
6.3.3.4 Spankracht snelspanners controleren 60
6.3.3.5 Spankracht snelspanners afstellen 60
6.3.4 Remhendel afstellen 60
6.3.4.1 Drukpunt Magura remhendel afstellen 60
6.3.4.2 Grijpafstand afstellen 61
6.3.4.3 Grijpafstand Magura remhendel
afstellen 61
6.3.5 Vering van de Suntour-vork afstellen 62
6.3.5.1 Negatieve veerweg afstellen 62
6.3.5.2 Negatieve veerweg van een voorvork
met luchtvering afstellen 62
6.3.5.3 Negatieve veerweg van een voorvork
met stalen veer afstellen 63
6.3.5.4 Trekdemper afstellen 64
6.3.6 Vering van de FOX-vork afstellen 64
6.3.6.1 Negatieve veerweg afstellen 64
6.3.6.2 Trekdemper afstellen 65
6.3.7 Achterbouwdemper Suntour afstellen 66
6.3.7.1 Negatieve veerweg afstellen 66
6.3.7.2 Trekdemper afstellen 66
6.3.7.3 Drukdemper afstellen 66
6.3.8 Achterbouwdemper FOX afstellen 67
6.3.8.1 Negatieve veerweg afstellen 67
6.3.8.2 Trekdemper afstellen 68
6.3.9 Remvoeringen inrijden 68
6.4 Accessoires 69
6.4.1 Kinderzitje 69
6.4.2 Fietsaanhanger 70
6.4.3 Bagagedrager 70
6.5 Voor het rijden 71
6.6 Checklist voor het rijden 71
6.7 Zijstandaard gebruiken 72
6.7.1 Zijstandaard omhoog klappen 72
6.7.1.1 Pedelec parkeren 72
6.8 Bagagedrager gebruiken 72
6.9 Accu 73
6.9.1 Frame-accu 74
6.9.1.1 Frame-accu verwijderen 74
6.9.1.2 Frame-accu aanbrengen 74
6.9.2 Bagagedrageraccu 74
6.9.2.1 Bagagedrageraccu verwijderen 74
6.9.2.2 Bagagedrageraccu aanbrengen 74
6.9.3 Geïntegreerde accu 74
6.9.3.1 Geïntegreerde accu verwijderen 74
6.9.3.2 Geïntegreerde accu aanbrengen 75
6.9.4 Accu opladen 75
6.9.5 Dubbel laden 76
6.9.5.1 Opladen bij twee aangebrachte accu's 77
6.9.5.2 Opladen bij één aangebrachte accu 77
6.9.6 Accu uit de slaapstand halen 77
6.10 Elektrisch aandrijfsysteem 78
6.10.1 Elektrisch aandrijfsysteem inschakelen 78
6.10.2 Aandrijfsysteem uitschakelen 78
6.11 Bediening met display 79
6.11.1 Display verwijderen en aanbrengen 79
6.11.1.1 Display verwijderen 79
6.11.1.2 Display aanbrengen 79
6.11.2 Display borgen tegen verwijdering 79
6.11.3 Interne accu van het display laden 79
6.11.3.1 Op de pedelec opladen 79
6.11.3.2 Via USB-aansluiting laden 79
6.11.4 USB-aansluiting gebruiken 80
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 7
Inhoudsopgave
6.11.5 Display inschakelen 80
6.11.6 Display uitschakelen 80
6.11.7 Duwondersteuning gebruiken 80
6.11.8 Rijverlichting gebruiken 81
6.11.9 Ondersteuningsniveau selecteren 81
6.11.10 Reisinformatie 81
6.11.10.1Weergegeven reisinformatie wijzigen 81
6.11.10.2Reisinformatie resetten 81
6.11.11 Systeeminstellingen wijzigen 81
6.12 Rem 82
6.12.1 Remhendel gebruiken 83
6.12.2 Terugtraprem gebruiken 84
6.12.3 ABS gebruiken 84
6.12.3.1 Tijdens het rijden 85
6.13 Vering en demping 86
6.13.1 Drukdemper van de FOX-vork afstellen 86
6.13.2 Drukdemper van de FOX-demper
afstellen 86
6.13.3 Drukdemper van de Suntour-vork
afstellen 87
6.13.4 Drukdemper van de Suntour-demper
afstellen 87
6.13.5 Trekdemper van de RockShox-demper
afstellen 88
6.13.6 Drukdemper van de RockShox-demper
afstellen 88
6.14 Versnelling 88
6.14.1 Derailleur gebruiken 89
6.14.2 Versnellingsnaaf gebruiken 89
6.14.3 eShift gebruiken 90
6.14.3.1 eShift met Shimano DI2 automatische
versnellingsnaaf 90
6.14.3.2 eShift met handmatige Shimano DI2
versnellingsnaaf 90
6.14.3.3 eShift met Shimano DI2 automatische
versnellingsnaaf 91
6.14.3.4 eShift met NuVinci H|Sync/ enviolo
met Optimized H|Sync 91
6.14.3.5 eShift met Rohloff E-14 Speedhub
500/14 91
7 Reinigen en onderhouden 92
7.1 Reiniging elke keer na het rijden 92
7.1.1 Verende voorvork reinigen 92
7.1.2 Achterbouwdemper reinigen 92
7.1.3 Pedalen reinigen 92
7.2 Grondige reiniging 93
7.2.1 Frame reinigen 93
7.2.2 Voorbouw reinigen 93
7.2.3 Achterbouwdemper reinigen 93
7.2.4 Wiel reinigen 93
7.2.5 Aandrijfelementen reinigen 93
7.2.6 Ketting reinigen 94
7.2.7 Accu reinigen 94
7.2.8 Display reinigen 94
7.2.9 Aandrijfeenheid reinigen 94
7.2.10 Rem reinigen 95
7.3 Onderhoud 95
7.3.1 Onderhoud aan het frame 95
7.3.2 Onderhoud aan de voorbouw 95
7.3.3 Onderhoud aan de vork 95
7.3.4 Onderhoud aan de aandrijfelementen 95
7.3.5 Onderhoud aan de pedalen 96
7.3.6 Onderhoud aan de ketting 96
7.3.7 Onderhoud aan de aandrijfelementen 96
7.4 Onderhouden 96
7.4.1 Wiel 96
7.4.2 Banden controleren 97
7.4.3 Velgen controleren 97
7.4.4 Vuldruk controleren en corrigeren 97
7.4.4.1 Blitzventiel 97
7.4.4.2 Frans ventiel 97
7.4.4.3 Autoventiel 97
7.4.5 Remsysteem 98
7.4.6 Remvoeringen op slijtage controleren 98
7.4.7 Drukpunt controleren 98
7.4.8 Remschijven op slijtage controleren 98
7.4.9 Elektrische bekabeling en remkabels 98
7.4.10 Versnelling 98
7.4.11 Voorbouw 98
7.4.12 USB-aansluiting 98
7.4.13 Kettingspanning controleren 99
7.4.14 Handvaten controleren 99
8 Onderhoud 100
8.1 As met snelspanner 101
8.1.1 Snelspanner controleren 101
8.2 De versnelling afstellen 101
8.2.1 Versnelling met bowdenkabelbediening,
enkel 102
8.2.2 Versnelling met bowdenkabelbediening,
dubbel 102
8.2.3 Draaibare handvatschakelaar met
bowdenkabelbediening, dubbel 102
9 Storingen zoeken, storingen verhelpen
en reparatie 103
9.1 Storingen zoeken en storingen
verhelpen 103
9.1.1 Aandrijfsysteem of display start
niet op 103
9.1.2 Storingsmeldingen 103
9.2 Reparatie 104
9.2.1 Gebruik uitsluitend originele
onderdelen en smeermiddelen 104
9.2.2 Verlichting vervangen 104
9.2.3 Koplamp afstellen 104
10 Recycling en afvoer 105
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 8
Inhoudsopgave
11 Documenten 106
11.1 Onderdelenlijst 106
11.2 Montageprotocol 107
11.3 Onderhoudsprotocol 109
11.4 Gebruikshandleiding oplader 112
12 Lijst met trefwoorden 121
13 Terminologie 122
Bijlage 125
I. Vertaling van de originele EG-
conformiteitsverklaring 125
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 9
Over deze gebruikshandleiding
1 Over deze gebruikshandleiding
Hartelijk dank voor uw vertrouwen!
Pedelecs van KETTLER zijn sportuitrusting van
de allerhoogste kwaliteit - u hebt een goede keus
gemaakt. Uw dealer heeft u van advies gediend
en heeft de eindmontage uitgevoerd. Of het nu
gaat om onderhoud, inspectie, ombouw of
reparatie - uw dealer zal ook in de toekomst voor
u klaar staan.
Bij uw nieuwe pedelec ontvangt u deze
gebruikshandleiding. Neemt u alstublieft de tijd
om uw nieuwe pedelec te leren kennen en houdt
u zich aan de tips en suggesties in de
gebruikshandleiding. Zo zult u lang plezier
hebben van uw KETTLER pedelec. Wij wensen u
veel plezier en altijd een goede en behouden
vaart!
Deze gebruikshandleiding is geschreven voor de
berijder en de eigenaar van de pedelec, zodat ook
technische leken de pedelec veilig kunnen
gebruiken.
Om de gebruikshandleiding ook tijdens het rijden
altijd bij de hand te hebben, kunt u deze via het
volgende adres op uw mobiele telefoon
downloaden:
https://www.kettler-alu-
rad.de/de/de/index/service/
downloads.html
1.1 Fabrikant
De fabrikant van de pedelec is:
KETTLER Alu-Rad GmbH
Longericher Straße 2
50739 Köln, Germany
Tel.: +49 6805 6008-0
Fax: +49 6805 6008-3098
E-mail: info@kettler-alu-rad.de
Internet: www.kettler-alu-rad.de
1.2 Typenummer en model
De gebruikshandleiding is onderdeel van
pedelecs met de volgende typenummers:
Aanwijzing
De gebruikshandleiding vervangt niet de
persoonlijke instructie door de uitleverende
dealer.
Deze gebruikshandleiding is onderdeel van de
pedelec. Wanneer deze te zijner tijd wordt
doorverkocht, moet de gebruikshandleiding aan
de nieuwe eigenaar worden overhandigd.
Aanwijzingen voor de dealer hebben een grijze achtergrond en
zijn gemarkeerd met een pictogram. Dealers zijn op grond van
hun relevante vakopleiding in staat de gevaren te herkennen en
de risico's te vermijden, die optreden bij onderhoud aan en
reparatie van de pedelec. Informatie gericht tot deze
vakmensen mag door technische leken niet worden opgevat als
vrijbrief om de betreffende handelingen uit te voeren.
Typenummer Model Type pedelec
KB064-ZAFDxx Quadriga Comp 5
Belt FL Stads- en toerfiets
KB064-ZAFTxx Quadriga Comp 5
Belt FL Stads- en toerfiets
KB064-ZAFWxx Quadriga Comp 5
Belt FL Stads- en toerfiets
KB064-ZARWxx Quadriga Comp 5
Belt RT Stads- en toerfiets
KB064-ZBFD5xx Quadriga Comp 5
Belt FL Stads- en toerfiets
KB064-ZBFTxx Quadriga Comp 5
Belt FL Stads- en toerfiets
KB064-ZBFWxx Quadriga Comp 5
Belt FL Stads- en toerfiets
KB064-ZBRWxx Quadriga Comp 5
Belt RT Stads- en toerfiets
KB068-ZAFWxx Quadriga Plus 8 Stads- en toerfiets
KB068-ZARWxx Quadriga Plus 8 Stads- en toerfiets
KB068-ZBFWxx Quadriga Plus 8 Stads- en toerfiets
KB068-ZBFWxx Quadriga Plus 8 Stads- en toerfiets
KB068-ZBRWxx Quadriga Plus 8 Stads- en toerfiets
KB068-ZCFWxx Quadriga Plus 8 Stads- en toerfiets
KB068-ZCRWxx Quadriga Plus 8 Stads- en toerfiets
KB083-ZARWxx Quadriga Cityhopper Stads- en toerfiets
KB084-ZARWxx Comfort 5 Stads- en toerfiets
KB084-ZBRWxx Comfort 5 Stads- en toerfiets
KB084-ZCRWxx Comfort 5 Stads- en toerfiets
KB084-ZDRWxx Comfort 5 Stads- en toerfiets
KB111-ZAKDxx Quadriga Comp CX12 Stads- en toerfiets
Tabel 1: Typenummer, model en type pedelec
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 10
Over deze gebruikshandleiding
KB111-ZAKDxx Quadriga Comp CX12 Stads- en toerfiets
KB111-ZAKTxx Quadriga Comp CX12 Stads- en toerfiets
KB111-ZAKWxx Quadriga Comp CX12 Stads- en toerfiets
KB112-ZAFDxx Quadriga P5 FL Stads- en toerfiets
KB112-ZAFTxx Quadriga P5 FL Stads- en toerfiets
KB112-ZAFWxx Quadriga P5 FL Stads- en toerfiets
KB112-ZARDxx Quadriga P5 RT Stads- en toerfiets
KB112-ZARTxx Quadriga P5 RT Stads- en toerfiets
KB112-ZARWxx Quadriga P5 RT Stads- en toerfiets
KB112-ZBFDxx Quadriga P5 FL Stads- en toerfiets
KB112-ZBFTxx Quadriga P5 FL Stads- en toerfiets
KB112-ZBFWxx Quadriga P5 FL Stads- en toerfiets
KB112-ZBRTxx Quadriga P5 RT Stads- en toerfiets
KB112-ZBRWxx Quadriga P5 RT Stads- en toerfiets
KB112-ZCFDxx Quadriga P5 FL Stads- en toerfiets
KB112-ZCFTxx Quadriga P5 FL Stads- en toerfiets
KB112-ZCFWxx Quadriga P5 FL Stads- en toerfiets
KB112-ZCRDxx Quadriga P5 RT Stads- en toerfiets
KB112-ZCRTxx Quadriga P5 RT Stads- en toerfiets
KB112-ZCRWxx Quadriga P5 RT Stads- en toerfiets
KB116-ZAKDxx Quadriga Town &
Country Comp Mountainbike
KB116-ZAKTxx Quadriga Town &
Country Comp Mountainbike
KB116-ZAKWxx Quadriga Town &
Country Comp Mountainbike
KB116-ZBKDxx Quadriga Town &
Country Comp Mountainbike
KB116-ZBKTxx Quadriga Town &
Country Comp Mountainbike
KB116-ZBKWxx Quadriga Town &
Country Comp Mountainbike
KB116-ZCKDxx Quadriga Town &
Country Comp Mountainbike
KB116-ZCKTxx Quadriga Town &
Country Comp Mountainbike
KB116-ZCKWxx Quadriga Town &
Country Comp Mountainbike
KB116-ZDKDxx Quadriga Town &
Country Comp Mountainbike
KB116-ZDKTxx Quadriga Town &
Country Comp Mountainbike
KB116-ZDKWxx Quadriga Town &
Country Comp Mountainbike
KB118-ZAKDxx Escaro Pro 10 Stads- en toerfiets
Typenummer Model Type pedelec
Tabel 1: Typenummer, model en type pedelec
KB118-ZAKTxx Escaro Pro 10 Stads- en toerfiets
KB118-ZAKWxx Escaro Pro 10 Stads- en toerfiets
KB118-ZBKDxx Escaro Pro 10 Stads- en toerfiets
KB118-ZBKTxx Escaro Pro 10 Stads- en toerfiets
KB118-ZBKWxx Escaro Pro 10 Stads- en toerfiets
KB133-ZAFWxx Escaro Comp 5 Belt Stads- en toerfiets
KB133-ZARWxx Escaro Comp 5 Belt Stads- en toerfiets
KB133-ZBFWxx Escaro Comp 5 Belt Stads- en toerfiets
KB133-ZBRWxx Escaro Comp 5 Belt Stads- en toerfiets
KB133-ZCFWxx Escaro Comp 5 Belt Stads- en toerfiets
KB133-ZCRWxx Escaro Comp 5 Belt Stads- en toerfiets
KB133-ZDFWxx Escaro Comp 5 Belt Stads- en toerfiets
KB133-ZDRWxx Escaro Comp 5 Belt Stads- en toerfiets
KB137-ZAKDxx Quadriga CX10 Stads- en toerfiets
KB137-ZAKTxx Quadriga CX10 Stads- en toerfiets
KB137-ZAKWxx Quadriga CX10 Stads- en toerfiets
KB137-ZBKDxx Quadriga CX10 Stads- en toerfiets
KB137-ZBKTxx Quadriga CX10 Stads- en toerfiets
KB137-ZBKWxx Quadriga CX10 Stads- en toerfiets
KB137-ZCKTxx Quadriga CX10 Stads- en toerfiets
KB137-ZCKWxx Quadriga CX10 Stads- en toerfiets
KB137-ZDKTxx Quadriga CX10 Stads- en toerfiets
KB137-ZDKWxx Quadriga CX10 Stads- en toerfiets
KB137-ZEKDxx Quadriga CX10 Stads- en toerfiets
KB137-ZEKTxx Quadriga CX10 Stads- en toerfiets
KB137-ZEKWxx Quadriga CX10 Stads- en toerfiets
KB137-ZFKDxx Quadriga CX10 Stads- en toerfiets
KB137-ZFKTxx Quadriga CX10 Stads- en toerfiets
KB137-ZFKWxx Quadriga CX10 Stads- en toerfiets
KB143-ZAKDxx Traveller E-Gold 8 Stads- en toerfiets
KB143-ZAKTxx Traveller E-Gold 8 Stads- en toerfiets
KB143-ZAKWxx Traveller E-Gold 8 Stads- en toerfiets
KB143-ZBKDxx Traveller E-Gold 8 Stads- en toerfiets
KB143-ZBKTxx Traveller E-Gold 8 Stads- en toerfiets
KB143-ZBKWxx Traveller E-Gold 8 Stads- en toerfiets
KB143-ZCKDxx Traveller E-Gold 8 Stads- en toerfiets
KB143-ZCKTxx Traveller E-Gold 8 Stads- en toerfiets
KB143-ZCKWxx Traveller E-Gold 8 Stads- en toerfiets
KB143-ZDKDxx Traveller E-Gold 8 Stads- en toerfiets
Typenummer Model Type pedelec
Tabel 1: Typenummer, model en type pedelec
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 11
Over deze gebruikshandleiding
1.3 Gebruikshandleiding
identificeren
U vindt op elke pagina linksonder het
identificatienummer van de gebruikshandleiding.
Het identificatienummer bestaat uit het
documentnummer, de publicatieversie en de
verschijningsdatum.
1.4 Wetgeving, normen en richtlijnen
Deze gebruikshandleiding voldoet aan de
essentiële eisen van:
de Machinerichtlijn 2006/42/EG,
de EMC-richtlijn 2014/30/EU,
ISO/DIS 20607:2018, Safety of machinery –
Instruction handbook – General drafting
principles
EN 15194:2018, Fietsen – Elektrisch
ondersteunende fietsen – EPAC fietsen,
EN 11243:2016, Fietsen – Bagagedragers voor
fietsen – Eisen en beproevingsmethoden,
EN-ISO 17100:2015/A1:2017, Vertaaldiensten –
Eisen aan vertaaldiensten.
1.5 Wijzigingen voorbehouden
De informatie in deze gebruikshandleiding komt
overeen met de vrijgegeven technische
specificaties op het moment van druk. Relevante
wijzigingen zullen worden verwerkt in een nieuwe
uitgave van de gebruikshandleiding.
Alle wijzigingen op deze gebruikshandleiding
vindt u onder:
https://www.kettler-alu-rad.de/de/de/index/
service/downloads.html.
1.6 Taal
De originele gebruikshandleiding is opgesteld in
de Duitse taal. Een vertaling daarvan is zonder de
originele gebruikshandleiding niet geldig.
1.7 Voor uw veiligheid
Het veiligheidsconcept van de pedelec bestaat uit
vier elementen:
de instructie van de berijder resp. de eigenaar en
het onderhoud en de reparatie van de pedelec
door de dealer,
het hoofdstuk Algemene veiligheid,
de waarschuwingen in deze
gebruikshandleiding, en
de veiligheidsmarkeringen op de typeplaat en de
pedelec.
KB143-ZDKTxx Traveller E-Gold 8 Stads- en toerfiets
KB143-ZDKWxx Traveller E-Gold 8 Stads- en toerfiets
KB144-ZAFWxx Traveller E-Gold 7 (F) Stads- en toerfiets
KB144-ZARWxx Traveller E-Gold 7 (R) Stads- en toerfiets
KB144-ZBFWxx Traveller E-Gold 7 (F) Stads- en toerfiets
KB144-ZBRWxx Traveller E-Gold 7 (R) Stads- en toerfiets
KB144-ZCFWxx Traveller E-Gold 7 (F) Stads- en toerfiets
KB144-ZCRWxx Traveller E-Gold 7 (R) Stads- en toerfiets
KB144-ZDFWxx Traveller E-Gold 7 (F) Stads- en toerfiets
KB144-ZDRWxx Traveller E-Gold 7 (R) Stads- en toerfiets
Identificatienummer MY20K01-16_1.0_12.06.2019
Tabel 2: Identificatienummer
Typenummer Model Type pedelec
Tabel 1: Typenummer, model en type pedelec
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 12
Over deze gebruikshandleiding
1.7.1 Instructie, opleiding en
klantenservice
De klantenservice wordt uitgevoerd door de
uitleverende dealer. Zijn contactgegevens staan
op de achterzijde en op het datablad in deze
gebruikshandleiding. Wanneer deze niet bereikt
kan worden, vindt u op de internetpagina
https://www.kettler-alu-rad.de andere dealers.
De berijder of eigenaar van de pedelec krijgt
uiterlijk bij de overdracht van de pedelec
persoonlijk uitleg van de uitleverende dealer over
de functies van de pedelec, in het bijzonder de
elektrische functies en het juiste gebruik van de
oplader.
Elke berijder aan wie deze pedelec ter
beschikking wordt gesteld, moet instructie krijgen
over de functies van pedelec. Deze
gebruikshandleiding moet aan elke berijder in
gedrukte vorm worden overhandigd ter
kennisneming en inachtneming.
1.7.2 Essentiële veiligheidsaanwijzingen
Deze gebruikshandleiding bevat in hoofdstuk 2,
Veiligheid een toelichting op alle algemene
veiligheidsaanwijzingen.
1.7.3 Waarschuwingen
Gevaarlijke situaties en handelingen zijn
gemarkeerd met waarschuwingen. In deze
gebruikshandleiding worden waarschuwingen als
volgt weergegeven:
1.7.4 Veiligheidsmarkeringen
Op de typeplaten van de pedelec worden
onderstaande veiligheidsmarkeringen gebruikt:
Niet in acht nemen leidt tot ernstig letsel of de
dood. Hoog risico.
Kan bij niet in acht nemen leiden tot ernstig letsel
of de dood. Gemiddeld risico.
Kan leiden tot gering letsel of letsel. Laag risico.
Aanwijzing
Kan bij niet in acht nemen leiden tot materiële
schade.
Algemene waarschuwing
Neem de gebruikshandleiding in acht
Tabel 3: Betekenis veiligheidsmarkeringen
GEVAAR
!
WAARSCHUWING
!
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 13
Over deze gebruikshandleiding
1.8 Ter informatie
1.8.1 Instructies
Instructies zijn als volgt opgebouwd:
Voorwaarden (optioneel)
Instructiestap
Resultaat van de stap (optioneel)
1.8.2 Taalconventies
De in deze gebruikshandleiding beschreven
pedelec kan zijn voorzien van alternatieve
componenten. De uitrusting van de pedelec wordt
bepaald door het betreffende typenummer. Waar
van toepassing, wordt op alternatief toegepaste
componenten gewezen door middel van de
aanwijzing alternatief onder het opschrift. Voor een
betere leesbaarheid worden onderstaande
begrippen gebruikt:
In deze gebruikshandleiding worden
onderstaande schrijfwijzen gebruikt:
Begrip Betekenis
Gebruikshandleiding Originele
gebruikshandleiding resp.
vertaling van de originele
gebruikshandleiding
Pedelec Elektrisch aangedreven
fiets
Motor Aandrijfmotor
Schrijfwijze Gebruik
cursief Terminologiebegrippen
GEBLOKKEERD Weergaven op het display
[Voorbeeld,
paginanummering]
Kruisverwijzingen
Opsommingen
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 14
Over deze gebruikshandleiding
1.9 Typeplaat
De typeplaat bevindt zich op het frame. Zie voor de
exacte positie van de typeplaat afbeelding 2. Op de
typeplaat vindt u dertien gegevens.
Afbeelding 1: Voorbeeld typeplaat
ZEG Zweirad-Einkaufs-
Genossenschaft eG
Longericher Str. 2
50739 Köln, Germany
Typ:
20-16-0001
EN 15194
0,25 kW / 25 km/h
zGG 180 kg
EPAC 25 kg
BJ 2019 / MJ 2020
nach
EPAC
2
3
1
4
5
6
7
89
12
13
10
11
Nr. Aanduiding Beschrijving
1 CE-markering Met de CE-markering verklaart de fabrikant, dat de pedelec voldoet aan de geldende
eisen.
2 Contactgegevens fabrikant Via dit adres kunt u de fabrikant bereiken. Meer informatie vindt u in hoofdstuk 1.1.
3 Typenummer Aan elke pedelec is een achtcijferig typenummer toegekend, dat het modeljaar, het type
pedelec en de betreffende variant beschrijft. Meer informatie vindt u in hoofdstuk 1.9.1.
4 Nominaal continuvermogen Het nominaal continuvermogen is het maximale vermogen gedurende 30 minuten op de
uitgaande as van de elektromotor.
5 Hoogste toegestane totaalgewicht Het hoogste toegestane totaalgewicht is het gewicht van de volledig samengebouwde
pedelec plus berijder plus bagage.
6Bouwjaar Het bouwjaar is het jaar waarin de pedelec is gemaakt. De productieperiode loopt van
augustus 2019 tot en met juli 2020.
7 Type pedelec Meer informatie vindt u in hoofdstuk 1.9.3.
8 Veiligheidsmarkeringen Meer informatie vindt u in hoofdstuk 2.6.
9 Aanwijzing voor afvoer Meer informatie vindt u in hoofdstuk 9.
10 Toepassingsgebied Meer informatie vindt u in hoofdstuk 1.9.4.
11 Modeljaar Het modeljaar is bij de in serie geproduceerde pedelecs het eerste productiejaar van de
versie en is niet altijd identiek aan het bouwjaar. Het bouwjaar kan soms ook voor het
modeljaar liggen. Wanneer geen technische wijzigingen zijn uitgevoerd aan een serie,
kunnen pedelecs van een voorgaand modeljaar ook later zijn gemaakt.
12 Gewicht van de rijklare pedelec Het vermelde gewicht van de rijklare pedelec betreft het gewicht van de pedelec op het
moment van verkoop. Alle aanvullende accessoires moeten bij dit gewicht worden
opgeteld.
13 Uitschakelsnelheid Snelheid van de pedelec op het moment dat de stroom naar nul of naar de vrijloopwaarde
is geschakeld.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 15
Over deze gebruikshandleiding
1.9.1 Informatie op de typeplaat
Op de typeplaten van de producten staat, naast
de waarschuwingen, andere belangrijke
informatie over de pedelec:
Gebruiksaanwijzing lezen
Gescheiden inzameling van
oude elektrische en
elektronische apparaten
Gescheiden inzameling van
batterijen
Niet in het vuur werpen
(verbranden verboden)
Accu openen verboden
Apparaat van
beschermingsklasse II
Uitsluitend geschikt voor
gebruik binnenshuis
Zekering (apparaatzekering)
EU-conformiteit
Recyclebaar materiaal
Beschermen tegen
temperaturen boven 50 °C
en invallend zonlicht
Tabel 4: Betekenis veiligheidsaanwijzingen
max. 50°C
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 16
Veiligheid
2 Veiligheid
2.1 Algemene waarschuwingen
Brand- en explosiegevaar door een defecte
accu
Bij een beschadigde of defecte accu kan de
beveiligingselektronica uitvallen. De
restspanning kan kortsluiting veroorzaken. De
accu kan ontvlammen en exploderen.
Neem een accu, die uitwendige schade
vertoont, onmiddellijk buiten bedrijf en laad
deze nooit op.
Gebruik de accu en accessoires uitsluitend in
correcte toestand.
Gebruik uitsluitend accu's, die voor uw
pedelec zijn toegelaten.
Gebruik de accu niet met defecte
aansluitkabels of defecte contacten.
Gebruik de accu uitsluitend in combinatie met
pedelecs met BMZ-systemen. Alleen zo wordt
de accu beschermd tegen gevaarlijke
overbelasting.
Houd afstand wanneer een accu vervormt of
begint te roken, onderbreek de voeding van de
contactdoos en neem onmiddellijk contact op
met de brandweer.
Blus een beschadigde accu niet met water en
laat deze nooit met water in contact komen.
Neem na een val of botsing zonder uitwendige
schade aan de behuizing, de accu gedurende
ten minste 24 uur buiten bedrijf en observeer
deze.
Een defecte accu is gevaarlijk afval. Voer een
defecte accu zo snel mogelijk op de juiste
wijze af.
Sla deze tot het afvoeren droog op. Sla nooit
brandbare stoffen op in de omgeving.
Probeer nooit de accu te openen of te
repareren.
Laad de accu voor gebruik op. Gebruik
uitsluitend de meegeleverde oplader.
WAARSCHUWING
!
Vermijd grote temperatuurveranderingen.
Gebruik de accu niet op hoogten boven
2000 m.
Elektrische schok bij beschadiging
Een beschadigde oplader, kabel of stekker
verhoogt het risico op een elektrische schok.
Controleer voor elk gebruik de oplader, kabels
en stekkers. Gebruik nooit een beschadigde
oplader.
Brand- en explosiegevaar door kortsluiting
Kleine metalen voorwerpen kunnen de
elektrische aansluitingen van de accu
overbruggen. De accu kan ontvlammen en
exploderen.
Houd paperclips, schroeven, muntstukken,
sleutels en andere kleine voorwerpen op
afstand en steek deze niet in de accu.
Brand- en explosiegevaar door verkeerde
oplader
Een accu, die wordt opgeladen met een
ongeschikte oplader, kan inwendige schade
oplopen. Dit kan leiden tot brand of een explosie.
Gebruik voor de accu uitsluitend de
meegeleverde oplader.
Voorzie, om verwisseling te voorkomen, de
meegeleverde oplader van een eenduidige
markering, bijvoorbeeld het framenummer of
het typenummer van de pedelec.
WAARSCHUWING
!
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 17
Veiligheid
2.2 Giftige stoffen
Brand- en explosiegevaar door binnendringen
van water
De accu is slechts beschermd tegen opspattend
water. Binnendringend water kan kortsluiting
veroorzaken. De accu kan ontvlammen en
exploderen.
Dompel de accu nooit onder in water.
Wanneer er reden is om aan te nemen dat er
water in de accu kan zijn binnengedrongen,
moet deze buiten bedrijf worden genomen.
Brand- en explosiegevaar door hoge
temperaturen
Te hoge temperaturen leiden tot schade aan de
accu. De accu kan ontvlammen en exploderen.
Bescherm de accu tegen hoge temperaturen
Stel de accu niet langdurig bloot aan invallend
zonlicht.
Brand door oververhitte oplader
De oplader wordt tijdens het laden van de accu
warm. Bij onvoldoende koeling kan dit leiden tot
brand of brandwonden aan de handen.
Gebruik de oplader nooit op een licht
ontvlambare ondergrond (bv. papier, tapijt,
enz.).
Dek de oplader tijdens het laden nooit af.
Laad de accu nooit zonder toezicht op.
Elektrische schok door binnendringen van
water
Bij het binnendringen van water in een oplader
bestaat het risico op een elektrische schok.
Laad de accu nooit buitenshuis op.
Aanwijzing
Bij transport van de pedelec en tijdens het rijden
kan een achtergebleven sleutel afbreken of kan
de vergrendeling onbedoeld open gaan.
Verwijder de sleutel van het accuslot
onmiddellijk na gebruik.
Het wordt aanbevolen de sleutel te voorzien
van een sleutelhanger.
VOORZICHTIG
!
Vergiftiging door veringolie
De veringolie in de achterbouwdemper irriteert de
luchtwegen, leidt tot mutaties in kiemcellen en tot
steriliteit, veroorzaakt kanker en is toxisch bij
huidcontact.
Probeer nooit de achterbouwdemper uit elkaar
te halen.
Laat nooit veringolie met de huid in contact
komen.
Letsel aan huid en ogen door een defecte accu
Uit een beschadigde of defecte accu kunnen
vloeistoffen en dampen vrijkomen. Deze kunnen
leiden tot irritatie van de luchtwegen en tot
brandwonden.
Vermijd elk contact met vrijkomende
vloeistoffen.
Zorg voor ventilatie en neem bij klachten
contact op met een arts.
Neem bij oogcontact of klachten onmiddellijk
contact op met een arts.
Spoel bij huidcontact de huid onmiddellijk af
met water.
Ventileer de ruimte goed.
Milieuschade door vrijkomende remvloeistof
In het remsysteem bevindt zich een giftige en
milieugevaarlijke remvloeistof. Wanneer deze in het
riool of het grondwater terechtkomen raken deze
vergiftigd.
Wanneer remvloeistof vrijkomt, moet het
remsysteem onmiddellijk worden gerepareerd.
Neem hiervoor contact op met een dealer.
Voer vrijkomende remvloeistof veilig voor het
milieu en conform de wettelijke voorschriften
af. Neem hiervoor contact op met een dealer.
WAARSCHUWING
!
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 18
Veiligheid
2.3 Eisen aan de berijder
Wanneer geen wettelijke eisen zijn gesteld aan
berijders van elektrisch ondersteunende fietsen,
wordt een minimale leeftijd van 15 jaar
aanbevolen en ervaring in de omgang met
normale fietsen.
De lichamelijke en geestelijke vermogens van de
berijder dienen voldoende te zijn voor het gebruik
van een normale fiets.
2.4 Bescherming van kwetsbare
groepen
Accu's en oplader moeten verwijderd worden
gehouden van kinderen en personen met
verminderde fysieke, organoleptische of mentale
vaardigheden of met onvoldoende kennis en
ervaring.
Wanneer de pedelec door minderjarigen wordt
gebruikt, moet, naast een grondige instructie door
de opvoeder, uit worden gegaan van gebruik
onder toezicht, tot is vastgesteld dat de pedelec
conform deze gebruikshandleiding wordt gebruikt.
2.5 Privacyverklaring
Tijdens het onderhoud worden bij het aansluiten
van de pedelec op de diagnosetool gegevens over
het gebruik van de componenten van de
elektrische aandrijving doorgestuurd naar Bosch
Pedelec Systems (Robert Bosch GmbH) met het
oog op productverbetering. Nadere informatie
vindt u op de Bosch pedelec-website www.bosch-
pedelec.com.
2.6 Persoonlijke
beschermingsmiddelen
Het dragen van een geschikte fietshelm wordt
aanbevolen. Daarnaast wordt aanbevolen
speciale, nauwsluitende fietskleding en stevige
schoenen te dragen.
2.7 Veiligheidsmarkeringen en
veiligheidsaanwijzingen
Op de typeplaat bevinden zich de volgende
veiligheidsmarkeringen en
veiligheidsaanwijzingen:
Milieuschade door smeermiddelen en olie uit
de vork
In de vork bevinden zich giftige en milieugevaarlijke
smeermiddelen en olie. Wanneer deze in het riool
of het grondwater terechtkomen raken deze
vergiftigd.
Wanneer smeermiddelen of olie vrijkomen,
moet de vork onmiddellijk worden
gerepareerd. Neem hiervoor contact op met
een dealer.
Voer vrijkomende smeermiddelen en olie veilig
voor het milieu en conform de wettelijke
voorschriften af. Neem hiervoor contact op
met een dealer.
Milieuschade door smeermiddelen en olie uit
de achterbouwdemper
In de achterbouwdemper bevinden zich giftige en
milieugevaarlijke smeermiddelen en oliën. Wanneer
deze in het riool of het grondwater terechtkomen,
raken deze vergiftigd.
Voer vrijkomende smeermiddelen en olie uit
de achterbouwdemper veilig voor het milieu en
conform de wettelijke voorschriften af. Neem
hiervoor contact op met een dealer.
VOORZICHTIG
!
Picto-
gram Toelichting
Algemene waarschuwing
Neem de gebruikshandleiding in
acht
Tabel 5: Betekenis veiligheidsmarkeringen
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 19
Veiligheid
2.8 Noodgevallen
2.8.1 Gedrag in noodgevallen
Rem bij alle gevaren in het wegverkeerde de
pedelec met de rem af tot stilstand. De rem
dient daarbij als noodstop.
2.8.2 Eerstehulpmaatregelen
Neem bij symptomen, veroorzaakt door
verbrandingsgassen of vrijkomende vloeistoffen
contact op met een arts.
Na inademen
Bij beschadiging of onjuist gebruik van de accu
kunnen dampen vrijkomen. Zorg voor frisse lucht
en neem bij klachten contact op met een arts. De
dampen kunnen leiden tot irritatie van de
luchtwegen.
Na huidcontact
Verwijder vaste delen onmiddellijk. Spoel het
betroffen gebied met veel water (ten minste
15 minuten). Dep daarna de betroffen huid
voorzichtig af. Niet droogwrijven. Trek
verontreinigde kledingonmiddellijk uit. Neem bij
roodheid of andere verschijnselen onmiddellijk
contact op met een arts.
Na oogcontact
Spoel het oog voorzichtig met veel water (ten
minste 15 minuten). Bescherm het andere oog.
Neem onmiddellijk contact op met een arts.
Na inslikken
Drink veel melk of water en wek braken op. Neem
onmiddellijk contact op met een arts.
2.8.3 Brand bestrijden
Bij een beschadigde of defecte accu kan de
beveiligingselektronica uitvallen. De restspanning
kan kortsluiting veroorzaken. De accu kan
ontvlammen en exploderen.
Houd afstand wanneer een accu vervormt of
begint te roken!
Evacueer alle personen uit de onmiddellijke
nabijheid van de brand.
Neem onmiddellijk contact op met de
brandweer!
Gebruik voor de brandbestrijding een
brandblusser van brandklasse D.
Blus een beschadigde accu niet met water en
laat deze nooit met water in contact komen.
Picto-
gram Toelichting
Gebruiksaanwijzing lezen
Gescheiden inzameling van
oude elektrische en
elektronische apparaten
Gescheiden inzameling van
batterijen en accu's
Niet in het vuur werpen
(verbranden verboden)
Openen van batterijen en accu's
verboden
Apparaat van
beschermingsklasse II
Uitsluitend geschikt voor gebruik
binnenshuis
Zekering (apparaatzekering)
EU-conformiteit
Recyclebaar materiaal
Beschermen tegen
temperaturen boven 50 °C en
invallend zonlicht
Tabel 6: Betekenis veiligheidsaanwijzingen
max. 50°C
Vergiftiging
Door inademing van dampen kan
vergiftiging optreden.
Ga aan die kant van het vuur
staan waar de wind vandaan
komt.
Gebruik zo mogelijk
adembescherming.
WAARSCHUWING
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 20
Veiligheid
2.8.4 Vrijkomende vloeistoffen
2.8.4.1 Remvloeistof
Wanneer remvloeistof vrijkomt, moet het
remsysteem onmiddellijk worden gerepareerd.
Neem hiervoor contact op met een dealer.
Voer vrijkomende remvloeistof veilig voor het
milieu en conform de wettelijke voorschriften
af. Neem hiervoor contact op met een dealer.
2.8.4.2 Smeermiddelen en olie uit de vork
Wanneer remvloeistof vrijkomt, moet het
remsysteem onmiddellijk worden gerepareerd.
Neem hiervoor contact op met een dealer.
Voer vrijkomende remvloeistof veilig voor het
milieu en conform de wettelijke voorschriften
af. Neem hiervoor contact op met een dealer.
2.8.4.3 Smeermiddelen en olie uit de
achterbouwdemper
Voer vrijkomende smeermiddelen en olie uit de
achterbouwdemper veilig voor het milieu en
conform de wettelijke voorschriften af. Neem
hiervoor contact op met een dealer.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 21
Overzicht
3Overzicht
Afbeelding 2: Pedelec van rechts gezien, voorbeeld Comfort 5
1Voorwiel
2Vork
3 Voorspatbord
4 Koplamp
5Stuur
6Voorbouw
7Frame
8 Zadelpen
9 Zadel
10 Bagagedrager
11 Achterlicht en reflector
12 Achterspatbord
13 Achterwiel
14 Ketting
15 Kettingbeschermer
16 Framenummer en typeplaat
17 Accu
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14 15 16
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 22
Overzicht
3.1 Beschrijving
3.1.1 Wiel en vering
Afbeelding 3: Componenten van het wiel, voorbeeld
voorwiel
1 Band
2Velg
3 Kop van de verende voorvork met afstelwiel
4 Vorkpoot
5 Spaak
6 Snelspanner
7 Naaf
8Ventiel
9 Uitvaleinde van de vorkpoot
3.1.1.1 Ventiel
Elk wiel heeft een ventiel. Het dient om de band te
vullen met lucht. Elk ventiel is voorzien van een
ventieldop. De aangebrachte ventieldop houdt het
ventiel vrij van stof en vuil.
De pedelec is voorzien van een klassiek
Blitzventiel, een Frans ventiel. of een autoventiel
3.1.2 Vering
Deze modelserie maakt gebruik van zowel starre als
verende voorvorken. Een verende voorvork veert
door middel van een stalen veer of een luchtveer.
Een verende voorvork verbetert het contact met de
ondergrond en het comfort door middel van twee
functies: de vering en de demping.
Afbeelding 4: Pedelec zonder vering (1) en met vering (2)
bij het rijden over een hindernis
De vering zorgt ervoor dat een schok, bv. door
een op de weg liggende steen, niet via de vork
rechtstreeks naar het lichaam van de berijder
wordt geleid, maar door het veersysteem wordt
opgevangen. De verende voorvork wordt daarbij
samengedrukt. Het samendrukken kan worden
geblokkeerd, zodat een verende voorvork
hetzelfde reageert als een starre vork. De
schakelaar waarmee de vork kan worden
geblokkeerd wordt remote lockout genoemd.
Na het samendrukken keert de verende voorvork
terug naar de oorspronkelijke stand. Wanneer een
demper aanwezig is, remt deze de beweging af en
voorkomt zo, dat het veersysteem
ongecontroleerd terugveert en de vork op en neer
blijft schommelen. Dempers, die
samendrukbewegingen dempen, dus een
belasting op druk, worden drukdempers of
compressiedempers genoemd.
Dempers, die uittrekbewegingen dempen, dus
een belasting op trek, worden trekdempers of
rebounddempers genoemd.
1
2
4
5
8
7
3
9
6
12
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 23
Overzicht
3.1.2.1 Opbouw voorvork met stalen veer
Afbeelding 5: Voorbeeld vork Suntour
De voorbouw en het stuur zijn bevestigd op de
vorkschacht (1). Het wiel is bevestigd op de
opsteekas (6). Overige onderdelen: compressie-
instelling (2), kroon (3), Q-loc (5),
vuilafstrijker (6), uitvaleinde voor de
snelspanner (7), standbuis (8) en veer (9)
3.1.2.2 Opbouw voorvork met luchtvering
De vork van de pedelec is voorzien van zowel een
luchtveer als een drukdemper en voor een deel ook
van een trekdemper.
Afbeelding 6: Voorbeeld vork Yari
De tekening toont de volgende onderdelen:
luchtventiel (1), ventieldop (2) vorkblokkering (3),
snelspanner (4) en afsteller van de
trekdemper (5), en de samenstellen:
Luchtveersamenstel (A),
drukdempersamenstel (B) en
trekdempersamenstel (C)
3.1.2.3 Opbouw achterbouwdemper FOX
De achterbouwdemper van de pedelec is voorzien
van zowel een luchtveer als een drukdemper en een
trekdemper.
1
1
2
3
4
5
6
7
8
7
A
B
C
1
2
3
4
5
A
B
C
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 24
Overzicht
Afbeelding 7: Voorbeeld achterbouwdemper FOX
1 Oog geleidestang
2 Luchtventiel
3 Afstelwiel
4 Hendel
5 Luchtkamer
6O-ring
3.1.2.4 Opbouw achterbouwdemper Suntour
De achterbouwdemper van de pedelec is voorzien
van zowel een luchtveer als een drukdemper en een
trekdemper.
Afbeelding 8: Voorbeeld achterbouwdemper Suntour
1 Bovenste oog
2.1 Totale lengte van de demper
2.2 SAG
3 Onderste oog
4O-ring
5Mof
6 Dempereenheid
7 IFP (internal floating piston)
8 Luchtventiel
9 Luchtkamer
10 Lockout hendel
11 Rebound hendel
3.1.3 Remsysteem
Het remsysteem van de pedelec bestaat uit ofwel
een hydraulische:
velgrem op het voor- en achterwiel,
schijfrem op het voor- en achterwiel, of
een velgrem op het voor- en achterwiel en
aanvullend een terugtraprem.
De mechanische remmen dienen als
noodstopvoorziening en leiden tot een snelle en
veilige stop in noodgevallen.
3.1.3.1 Velgrem
Afbeelding 9: Componenten van de velgrem met detail,
voorbeeld Magura HS22
1 Velgrem achterwiel
2 Brake-booster
3 Remblok
4Stuur met remhendel
5 Velgrem voorwiel
De velgrem stopt de beweging van het wiel
doordat, wanneer de berijder in de remhendel
knijpt, twee tegenover elkaar gelegen remblokken
tegen de velg worden gedrukt.
De hydraulische velgrem is voorzien van een
vergrendelingshendel.
Afbeelding 10: Vergrendelingshendel van de velgrem,
gesloten (1) en geopend (2)
25-30%
1
2
4
3
1
2.2
3
4
5
6
78
910
11
2.1
1
2
3
4
5
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 25
Overzicht
3.1.3.2 Schijfrem
Afbeelding 11: Remsysteem van een pedelec met
schijfrem, voorbeeld
1 Remschijf
2 Remzadel met remvoeringen
3Stuur met remhendel
4 Remschijf voorwiel
5 Remschijf achterwiel
Bij een pedelec met schijfrem is de remschijf vast
verbonden met de naaf van het wiel.
Door te trekken aan de remhendel wordt de
remdruk opgebouwd. Door middel van de
remvloeistof wordt de druk via de remleidingen
naar de cilinders op het remzadel geleid. De
remkracht wordt door middel van een
overbrenging versterkt en op de remvoeringen
overgebracht. Deze remmen de remschijf
mechanisch af. Wanneer de remhendel wordt
ingeknepen, worden de remvoeringen tegen de
remschijf gedrukt en wordt de beweging van het
wiel afgeremd tot stilstand.
3.1.3.3 Terugtraprem
Afbeelding 12: Remsysteem van een pedelec met
terugtraprem, voorbeeld
1 Velgrem achterwiel
2Stuur met remhendel
3 Velgrem voorwiel
4Pedaal
5 Terugtraprem
De terugtraprem stopt de beweging van het
achterwiel wanneer de berijder tegen de
rijbeweging in op de pedalen trapt.
De vergrendelingshendel van de velgrem heeft geen opschrift.
De vergrendelingshendel van de velgrem mag uitsluitend door
een dealer worden afgesteld.
1
2
3
4
5
5
2
3
4
1
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 26
Overzicht
3.1.3.4 ABS
Afbeelding 13: BOSCH ABS
1 ABS-besturing met behuizing
2 Display
3 ABS-controlelampje
4 Bediening
5 Remhendel voorwiel
6 Remzadel
7 Wieltoerentalsensor
8 Sensorschijf
Sommige pedelecs zijn aanvullend voorzien van
ABS.
De functionaliteit van de achterwielrem is niet
afhankelijk van de werking van het
antiblokkeersysteem.
Bij bediening van de remmen detecteert de ABS-
functie door middel van de wieltoerentalsensoren
op het voor- en achterwiel kritische slip en
begrenst deze op het voorwiel door daar de
remdruk te verminderen en zo het wiel te
stabiliseren. Nadat het wiel is gestabiliseerd,
wordt door middel van gerichte drukopbouw het
wiel weer tot aan de blokkeergrens gebracht.
De hendel beweegt daardoor bij elke remimpuls
een stukje in de richting van het stuur. Wanneer
het wiel weer blokkeert, wordt opnieuw de
remdruk verminderd. Dit herhaalt zich om het wiel
continu op de hechtgrens te houden en zo de
wrijving tussen banden en ondergrond optimaal te
benutten.
De ABS-functie wordt beëindigd zodra één van de
volgende gebeurtenissen optreedt:
De buffer in de ABS-besturing is volledig gevuld.
De pedelec is tot stilstand gekomen.
De berijder laat de rem los.
Naast de ABS-functie is tevens een detectie
geïntegreerd voor het loskomen van het
achterwiel bij voluit remmen. Daarmee kan,
binnen bepaalde grenzen, over de kop slaan bij
zeer heftige remmanoeuvres worden
tegengewerkt.
Wanneer de lading van de accu onder een
gedefinieerd drempel komt, deactiveert het
systeem in eerste instantie de
motorondersteuning. Het systeem zelf blijft echter
actief, inclusief display, verlichting en ABS, tot
ook de reservelading van de accu is verbruikt. Pas
wanneer de accu bijna volledig is ontladen,
schakelt het elektrische aandrijfsysteem en
daarmee ook de ABS uit.
Voorafgaand aan het definitief uitschakelen
brandt het controlelampje nog één keer
gedurende ca. 5 seconden. Vanaf dat moment is
het ABS-controlelampje uit, ondanks dat de ABS-
regeling niet beschikbaar is. Wanneer er geen of
een lege accu op de pedelec is gemonteerd, is de
ABS niet actief.
De reminstallatie zelf blijft werken, alleen is de
antiblokkeersysteemregeling niet beschikbaar.
1
1
2
(1) (2) (3) (4) (5)
(6)
(6)
(7)
(8)
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 27
Overzicht
3.1.4 Elektrisch aandrijfsysteem
De pedelec kan met spierkracht worden
aangedreven door middel van de
kettingaandrijving. De kracht, die door het trappen
op de pedalen in de rijrichting wordt uitgeoefend,
drijft het voorste kettingwiel aan. Via de ketting
wordt de kracht overgedragen op het achterste
kettingwiel en vervolgens op het achterwiel.
Afbeelding 14: Schema mechanisch aandrijfsysteem
1 Rijrichting
2Ketting
3 Achterste kettingwiel
4 Voorste kettingwiel
5 Pedaal
Daarnaast beschikt de pedelec over een
geïntegreerd elektrisch aandrijfsysteem.
Tot het elektrische aandrijfsysteem behoren
maximaal 8 componenten:
Afbeelding 15: Schema elektrisch aandrijfsysteem
1Koplamp
2Display
3Bediening
4.1 Geïntegreerde accu
4.2 Frame-accu en/of
4.3 Bagagedrageraccu
5 Achterlicht
6Elektrische versnelling (alternatief)
7Motor
een oplader, die op accu is afgestemd.
Zodra de benodigde spierkracht van de berijder
tijdens het trappen een bepaald niveau overstijgt,
schakelt de motor licht bij en ondersteunt deze de
trapbeweging van de berijder. De motorkracht is
afgestemd op het ingestelde
ondersteuningsniveau.
De pedelec beschikt niet over een aparte
noodstop- of nood-uit-knop. Het aandrijfsysteem
kan in geval van nood worden onderbroken door
het display te verwijderen.
De motor schakelt automatisch uit zodra de
berijder niet meer op de pedalen trapt, de
temperatuur buiten het toegestane bereik ligt, er
sprake is van overbelasting of de
uitschakelsnelheid van 25 km/h wordt bereikt.
Er kan een duwondersteuning worden
geactiveerd. De snelheid is daarbij afhankelijk van
de ingeschakelde versnelling. Zolang de berijder
de duwondersteuningstoets op het stuur indrukt,
drijft de duwondersteuning de pedelec aan op
loopsnelheid. De snelheid kan daarbij maximaal
6 km/h bedragen. Bij het loslaten van de plus-
toets stopt de aandrijving.
3.1.5 Accu
Bosch accu's zijn lithium-ion-accu's, die conform
de huidige stand der techniek zijn ontwikkeld en
gemaakt. Van toepassing zijnde
veiligheidsnormen worden aangehouden en
overtroffen. De accu is voorzien van een
ingebouwde beschermingsregeling. Deze is
afgestemd op oplader en pedelec. De
temperatuur van de accu wordt continu bewaakt.
Elke afzonderlijke cel in een Bosch accu is
beschermd door middel van een stalen mantel in
een kunststof behuizing. Deze behuizing mag niet
worden geopend. Daarnaast moeten
mechanische belastingen en inwerking van hitte
worden vermeden omdat deze de accucellen
kunnen beschadigen en kunnen leiden tot het
vrijkomen van ontvlambare stoffen.
5
2
4
1
B
3
1
2
4.2
4.1
4.3
5
6
7
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 28
Overzicht
De accu is beveiligd tegen diepontlading,
overbelading, oververhitting en kortsluiting. Zo
nodig schakelt de accu automatisch uit door
middel van een beveiligingsschakeling.
In geladen toestand heeft de accu een hoge
energie-inhoud. De stoffen in een lithium-ion-accu
zijn onder bepaalde omstandigheden
ontvlambaar. Gedragsregels voor een veilige
omgang vindt u in de gebruikshandleiding in
hoofdstuk 2 Veiligheid en in paragraaf 6.9 Accu.
Wanneer ongeveer 10 minuten lang geen
vermogen van het elektrische aandrijfsysteem
wordt verbruikt (bv. omdat de pedelec stilstaat) en
er niet op toetsen op het display of op de
bediening wordt gedrukt, schakelen het
elektrische aandrijfsysteem en de accu
automatisch uit om energie te besparen.
De levensduur van de accu wordt vooral
beïnvloed door de aard en duur van de belasting.
Zoals elke lithium-ion-accu op natuurlijke wijze
verouderd, geldt dat ook voor de Bosch accu,
zelfs wanneer deze niet wordt gebruikt.
De levensduur van de accu kan worden verlengd
door een goede omgang, met name door deze bij
de juiste temperatuur op te slaan. Ook bij een
goede omgang neemt de laadcapaciteit van de
accu na verloop van tijd af. Een aanmerkelijk
kortere gebruiksduur na het opladen is een teken
dat de accu het einde van zijn levensduur nadert.
Met afnemende temperatuur neemt de capaciteit
van de accu af, omdat de elektrische weerstand
toeneemt. In de winter moet daarom rekening
worden gehouden met een vermindering van het
gangbare bereik. Bij lange ritten in de kou is het
aan te bevelen een thermische bescherming te
gebruiken.
De pedelec is voorzien van een geïntegreerde
accu, een bagagedrageraccu of een frame-accu.
Elke accu is voorzien van een slot.
Er kunnen 3 verschillende frame-accu's zijn
gemonteerd:
Afbeelding 16: Detail frame-accu
1 Accubehuizing
2Accuslot
3 Sleutel van het accuslot
4 Aan/uit-toets (accu)
5 Laadtoestandweergave
6 Afdekking van de laadaansluiting
7 Aansluiting voor de laadconnector
3.1.5.1 Bagagedrageraccu
Er kunnen 3 verschillende bagagedrageraccu's
zijn gemonteerd:
Afbeelding 17: Overzicht bagagedrageraccu
PowerPack 300 PowerPack 400 PowerPack 500
Tabel 7: Overzicht geïntegreerde accu's
PowerPack 300 PowerPack 400 PowerPack 500
Tabel 8: Overzicht bagagedrageraccu's
1
2
3
4
5
678
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 29
Overzicht
Afbeelding 18: Detail bagagedrageraccu
1 Accubehuizing
2 Aansluiting voor de laadconnector
3 Afdekking van de laadaansluiting
4Accuslot
5 Sleutel van het accuslot
6Laadtoestandweergave
7 Aan/uit-toets (accu)
3.1.5.2 Geïntegreerde accu
Er kunnen 2 verschillende geïntegreerde accu's
zijn gemonteerd:
Afbeelding 19: Detail geïntegreerde accu
1 Sleutel van het accuslot
2 Borging
3 Vergrendelhaak
4 Aan/uit-toets (accu)
5Laadtoestandweergave
6 Behuizing geïntegreerde accu
3.1.6 Display
De modelserie waar deze gebruikshandleiding
betrekking op heeft, is voorzien van een Bosch
Intuvia display. Naast de hier vermelde functies
kunnen te allen tijde softwarewijzigingen worden
uitgevoerd om storingen te verhelpen of om de
functies uit te breiden.
Het display stuurt met vier bedieningselementen
het aandrijfsysteem aan en toont de rijgegevens.
De berijder kan het aandrijfsysteem uitschakelen
door het display te verwijderen.
De accu van de pedelec voedt het display
wanneer het display in de houder zit, er een
voldoende opgeladen accu op de pedelec is
gemonteerd en het aandrijfsysteem is
ingeschakeld.
Wanneer de berijder het display uit de houder
verwijderd, wordt het display gevoed via een
interne accu.
Bedieningselementen van het display
Het display heeft vier toetsen en een USB-
aansluiting.
Afbeelding 20: Overzicht opbouw en
bedieningselementen van het display
PowerTube 500
(verticaal)
PowerTube 500
(horizontaal)
Tabel 9: Overzicht geïntegreerde accu's
1
2
3
4
5
6
78
1
2
3
4
5
2
6
TURBO
SPORT
TOUR
ECO
OFF
MPH
KM/H
Reichweite
AMM
PMWH
MIN
MPH
KM /H
RESET
TURB O
SPOR T
S
TOUR
ECO
OFF
MPH
KM/ H
Reichweite
AMM
PMW H
MIN
MPH
KM
/H
1
2
3
4
5
6
78
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 30
Overzicht
3.1.6.1 USB-aansluiting
Onder het rubberen klepje aan de rechterzijde van
het display bevindt zich een USB-aansluiting.
3.1.7 Rijverlichting
Bij geactiveerde rijverlichting zijn de koplamp en
het achterlicht samen ingeschakeld.
3.1.8 Oplader
Bij elke pedelec wordt een oplader meegeleverd.
Doorgaans kunnen alle opladers van het merk
BOSCH worden gebruikt:
de 2A Compact Charger,
de 4A Standard Charger en
de 6A Fast Charger.
Neem de gebruikshandleiding in het hoofdstuk
Documenten in acht.
Pictogram Gebruik
1 Displaybehuizing
2 Rijverlichtingtoets
3 Info-toets (display)
4RESET RESET-toets
5 Aan/uit-toets (display)
6 Houder van het display
7 USB-aansluiting
8 Beschermklep USB-aansluiting
Tabel 10: Overzicht bedieningselement
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 31
Overzicht
3.2 Bedoeld gebruik
De pedelec mag uitsluitend in correcte functionele
toestand worden gebruikt. Per land kunnen van de
standaarduitvoering afwijkende eisen aan de
pedelec worden gesteld. Voor deelname aan het
verkeer gelden deels bijzondere voorschriften met
betrekking tot de rijverlichting, de reflectoren en
andere onderdelen.
De algemene wetgeving en voorschriften ter
voorkoming van ongevallen en ter bescherming
van het milieu van het betreffende gebruiksland
moeten in acht worden genomen. Alle instructies
en checklists in deze gebruikshandleiding moeten
worden aangehouden. Montage van
goedgekeurde accessoires door een vakman is
toegestaan.
Aan elke pedelec is een bepaald type pedelec
toegekend waaruit het bedoelde gebruik en het
toepassingsgebied volgt
Stads- en toerfiets Kinderfiets/
jeugdfiets Mountainbikes Racefiets Transportfiets Vouwfiets
Stads- en toerfietsen
zijn bedoeld voor
dagelijks, comfortabel
gebruik. Ze zijn
geschikt voor
deelname aan het
openbare verkeer.
Deze
gebruikshandleiding
moet voor
ingebruikname door
de opvoeder van de
minderjarige berijder
worden gelezen en
begrepen.
De inhoud van deze
gebruikshandleiding
moet, op een bij de
leeftijd passende
wijze, aan de berijder
worden
overgedragen.
Kinder- en
jeugdfietsen zijn
geschikt voor
deelname aan het
verkeer. Om
orthopedische
redenen moet de
grootte van de
pedelec regelmatig
worden
gecontroleerd.
Ten minste elke drie
maanden moet
worden gecontroleerd
of nog aan het
toegestane
totaalgewicht is
voldaan.
Mountainbikes zijn
bedoeld voor sportief
gebruik.
Constructieve
kenmerken zijn een
korte wielbasis, een
naar voren
verschoven zitpositie
en remmen met
geringe bedienkracht.
Mountainbikes zijn
sportuitrusting, die
naast lichamelijke
fitheid een
gewenningsfase
vereisen. Het gebruik
moet getraind
worden; in het
bijzonder moet
worden geoefend in
het maken van
bochten en het
remmen.
De belasting op de
berijder, in het
bijzonder op handen
en polsen, armen,
schouders, nek en
rug is aanmerkelijk
groter. Een
ongeoefende berijder
neigt gemakkelijk tot
te hard remmen, wat
leidt tot verlies van
controle.
De racefiets is
bedoeld voor snel
rijden op wegen met
een goed,
onbeschadigd
wegoppervlak.
De racefiets is
sportuitrusting en
geen verkeersmiddel.
De racefiets
onderscheidt zich
door zijn lichte
uitvoering en door
minder voor het
fietsen benodigde
onderdelen.
De framegeometrie
en de positie van de
bedieningselementen
zijn bedoeld om met
hoge snelheden te
kunnen rijden. Door
de frameconstructie
is oefening vereist
voor het veilig op- en
afstappen, het
langzaam rijden en
het remmen.
De zitpositie is
sportief. De belasting
op de berijder, in het
bijzonder op handen
en polsen, armen,
schouders, nek en
rug is aanmerkelijk
groter. Deze zitpositie
vereist lichamelijke
fitheid.
De transportfiets is
geschikt voor het
dagelijks
transporteren van
lasten in het
openbare
wegverkeer.
Het transporteren van
lasten vereist
handigheid en
lichamelijke fitheid
om het extra gewicht
in balans te houden.
De wisselende
beladingstoestanden
en
gewichtsverdelingen
vereisen oefening en
handigheid bij het
remmen en het rijden
door bochten.
De lengte en breedte
en de draaicirkel
vereisen een relatief
lange
gewenningsfase. Met
de transportfiets moet
anticiperend worden
gereden. Dat geldt
voor het wegverkeer
en voor de toestand
van de weg.
De vouwfiets is
geschikt voor
deelname aan het
openbare verkeer.
De vouwfiets kan
worden
samengevouwen en
daarmee geschikt
voor
ruimtebesparend
transport,
bijvoorbeeld in het
openbaar vervoer of
een personenauto.
De vouwbaarheid van
de vouwfiets vereist
het gebruik van kleine
wielen en lange
remleidingen en
bowdenkabels.
Onder verhoogde
belasting moet
daarom rekening
worden gehouden
met een verminderde
rijstabiliteit en
remwerking,
verminderd comfort
en verminderde
hanteerbaarheid.
Tabel 11: Bedoeld gebruik
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 32
Overzicht
3.3 Niet-bedoeld gebruik
Niet in acht nemen van het bedoelde gebruik leidt
tot gevaar voor persoonlijk letsel en materiële
schade. Voor onderstaand gebruik is de pedelec
niet geschikt:
manipulaties aan de elektrische aandrijving,
rijden met een beschadigde of incomplete
pedelec,
rijden op trappen,
rijden door diep water,
verhuren van de pedelec aan niet-geïnstrueerde
berijders,
meenemen van andere personen,
rijden met overmatige bagage,
rijden met losse handen,
rijden op ijs en sneeuw,
ondeskundig onderhoud,
ondeskundige reparatie,
zware gebruiksomstandigheden zoals
beroepsmatig gebruik, en
stunts en sprongen.
Stads- en toerfiets Kinderfiets/
jeugdfiets Mountainbikes Racefiets Transportfiets Vouwfiets
Stads- en toerfietsen
zijn geen sportfietsen.
Bij sportief gebruik
moet rekening
worden gehouden
met verminderde
rijstabiliteit en
verminderd comfort.
Kinder- en
jeugdfietsen zijn geen
speelgoed.
Mountainbikes
moeten voor
deelname aan het
verkeer
overeenkomstig de
nationale wet- en
regelgeving alsnog
worden voorzien
van verlichting, een
spatbord, enz.
De vouwfiets is geen
sportfiets.
De vouwfiets is geen
toer- of sportfiets.
Racefietsen moeten
voor deelname aan
het verkeer
overeenkomstig de
nationale wet- en
regelgeving alsnog
worden voorzien van
verlichting, een
spatbord, enz.
Tabel 12: Aanwijzingen met betrekking tot niet-bedoeld gebruik
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 33
Overzicht
3.4 Technische gegevens
3.4.1 Pedelec
3.4.2 Motor ActiveLine
3.4.3 Motor ActiveLine Plus
3.4.4 Motor Performance Line Cruise
3.4.5 Motor Performance Line Speed
3.4.6 Motor Performance Line CX
Transporttemperatuur 5 °C - 25 °C
Optimale transporttemperatuur 10 °C - 15 °C
Opslagtemperatuur 10 °C - 30 °C
Optimale opslagtemperatuur 10 °C - 15 °C
Bedrijfstemperatuur C - 3C
Temperatuur werkplek 15 °C - 25 °C
Temperatuur laden 0 °C - 40 °C
Afgegeven vermogen/systeem 250 W (0,25 kW)
Uitschakelsnelheid 25 km/h
Tabel 13: Technische gegevens pedelec
Nominaal duurvermogen 250 W
Koppel max. 40 Nm
Nominale spanning 36 V DC
Beschermingsgraad IP54
Gewicht, ca. 3 kg
Bedrijfstemperatuur -5 °C - +40 °C
Opslagtemperatuur -1C - +5C
Tabel 14: Technische gegevens motor ActiveLine Plus
Nominaal duurvermogen 250 W
Koppel max. 50 Nm
Nominale spanning 36 V DC
Beschermingsgraad IP54
Gewicht, ca. 3,3 kg
Bedrijfstemperatuur -5 °C - +40 °C
Opslagtemperatuur -1C - +5C
Tabel 15: Technische gegevens motor ActiveLine Plus
Nominaal duurvermogen 250 W
Koppel max. 63 Nm
Nominale spanning 36 V DC
Beschermingsgraad IP54
Gewicht 4 kg
Bedrijfstemperatuur -5 - +40 °C
Opslagtemperatuur -10 - +50 °C
Tabel 16: Technische gegevens Motor Performance Line
Cruise
Nominaal duurvermogen 250 W
Koppel max. 63 Nm
Nominale spanning 36 V DC
Beschermingsgraad IP54
Gewicht 4 kg
Bedrijfstemperatuur -5 °C - +40 °C
Opslagtemperatuur -10 °C - +50 °C
Tabel 17: Technische gegevens Motor Performance Line
Speed
Nominaal duurvermogen 250 W
Koppel max. 75 Nm
Nominale spanning 36 V DC
Beschermingsgraad IP54
Gewicht 4 kg
Bedrijfstemperatuur -5 °C - +40 °C
Opslagtemperatuur -10 °C - +50 °C
Tabel 18: Technische gegevens motor Performance Line CX
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 34
Overzicht
3.4.7 Verlichting
3.4.8 Accu PowerPack 300
3.4.9 Accu PowerPack 400
3.4.10 Accu PowerPack 500
3.4.11 Accu PowerTube
3.4.12 Intuvia display
3.4.13 USB-aansluiting
Geldig voor motoren: Performance Line Cruis, Performance
Line Speed en Performance Line CX
Spanning ca. 6/12 V
Maximaal vermogen
Voorlicht 8,4 /17,4 W
Achterlicht 0,6 / 0,6 W
Geldig voor motoren: ActiveLine en ActiveLine Plus
Spanning ca. 12 V
Maximaal vermogen
Voorlicht 17,4 W
Achterlicht 0,6 W
Tabel 19: Technische gegevens verlichting
Nominale spanning 36 V
Nominale capaciteit 8,2 Ah
Energie 300 Wh
Gewicht 2,5 / 2,6 kg
Beschermingsgraad IP 54
Bedrijfstemperatuur -5 °C - +40 °C
Opslagtemperatuur -10 °C - +60 °C
Toegestaan laadtemperatuurbereik C +4C
Tabel 20: Technische gegevens accu PowerPack 300
Nominale spanning 36 V
Nominale capaciteit 11 Ah
Energie 400 Wh
Gewicht 2,5 / 2,6 kg
Beschermingsgraad IP 54
Bedrijfstemperatuur -5 °C - +40 °C
Opslagtemperatuur -10 °C - +60 °C
Toegestaan laadtemperatuurbereik C +4C
Tabel 21: Technische gegevens accu PowerPack 400
Nominale spanning 36 V
Nominale capaciteit 13,4 Ah
Energie 500 Wh
Gewicht 2,6 / 2,7 kg
Beschermingsgraad IP 54
Bedrijfstemperatuur -5 °C - +40 °C
Opslagtemperatuur -10 °C - +60 °C
Toegestaan laadtemperatuurbereik C +4C
Tabel 22: Technische gegevens accu PowerPack 500
Nominale spanning 36 V
Nominale capaciteit 13,54 Ah
Energie 500 Wh
Gewicht 2,8 kg
Beschermingsgraad IP 54
Bedrijfstemperatuur -5 °C - +40 °C
Opslagtemperatuur -10 °C - +60 °C
Toegestaan laadtemperatuurbereik C +4C
Tabel 23: Technische gegevens accu PowerTube
Lithium-ion-accu intern 3,7 V, 230 mAh
Bedrijfstemperatuur -5 °C - +40 °C
Opslagtemperatuur -10 °C - +50 °C
Laadtemperatuur C +4C
Beschermingsgraad
(bij gesloten USB-klepje)
IP 54
Gewicht, ca. 0,15 kg
Tabel 24: Technische gegevens Intuvia display
Laadspanning 5 V
Laadstroom max. 500 mA
Tabel 25: Technische gegevens USB-aansluiting
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 35
Overzicht
3.4.14 BOSCH pedelec ABS BAS100
3.4.15 Emissies
*Aan de beschermingseisen conform de EMC-richtlijn
2014/30/EU is voldaan. De pedelec en de oplader kunnen
zonder beperkingen in een woonomgeving worden gebruikt.
3.4.16 Aanhaalmoment
*voor zover op het onderdeel geen andere gegevens staan
vermeld
Bedrijfstemperatuur -5 °C - +40 °C
Opslagtemperatuur -10 °C - +60 °C
Beschermingsgraad IPx7
Gewicht, ca. 1 kg
Tabel 26: Technische gegevens BOSCH pedelec ABS
BAS100
A-gewogen geluidsemissiedruk < 70 dB(A)
Totale waarde van de trillingen waaraan
het hand-armstelsel wordt blootgesteld
<2,5m/s²
Maximale kwadratische gemiddelde
waarde van de frequentiegewogen
versnelling waaraan het gehele lichaam
wordt blootgesteld
<0,5m/s²
Tabel 27: Emissies door de pedelec*
Aanhaalmoment asmoer 35 Nm - 40 Nm
Maximaal aanhaalmoment
klemschroeven stuur*
5Nm - 7Nm
Tabel 28: Aanhaalmomenten
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 36
Overzicht
3.5 Beschrijving van besturing en
weergaven
3.5.1 Stuur
Afbeelding 21: Detailaanzicht pedelec vanuit
berijderpositie gezien, voorbeeld
1 Remhendel achter
2Bel
3 Koplamp
4 Display
5 Remhendel voor
6 Bediening
8 Vorkblokkering op de verende voorvork
9 Schakelhendel
3.5.2 Acculaadtoestandweergave
Elke accu is voorzien van een
laadtoestandweergave:
Afbeelding 22: Voorbeeld laadtoestandweergave
1 Aan/uit-toets (accu)
2 Laadtoestandweergave
Afbeelding 23: 7Aansluiting voor de laadconnector
De vijf groene LED's van de laadtoestandweer-
gave geven bij ingeschakelde accu de laadtoe-
stand aan.Daarbij komt elke LED ongeveer over-
een met 20% van de laadcapaciteit. Bij een volle-
dig opgeladen accu branden alle vijf de LED's. De
laadtoestand van de ingeschakelde accu wordt
tevens weergegeven op het display.
Wanneer de laadtoestand van de accu minder
bedraagt dan 5% doven alle LED's van de
laadtoestandweergave. De laadtoestand wordt
dan wel nog weergegeven op het display.
3.5.3 Bediening
De bediening heeft vier toetsen.
Afbeelding 24: Overzicht bedieningselementen
3.5.4 Displayweergave
Het display heeft zeven displayweergaven:
Afbeelding 25: Overzicht displayweergaven
1 Pictogram rijverlichting
2 Ondersteuningsniveau
3 Gevraagd motorvermogen
4 Laadtoestandweergave
5 Schakeltip
6 Tachometerweergave
7 Functieweergave
1
2
5
6
4
7
8
3
1
2
Pictogram Naam
1 Info-toets (bediening)
2 Bediening
3 W A L K Duwondersteuningstoets
4 + Plus-toets
5 Min-toets
Tabel 29: Overzicht bediening
1
2
3
4
5
5
1
2
3
4
6
7
TURBO
SPORT
TOUR
ECO
OFF
MPH
KM/H
Reichweite
AMM
PMWH
MIN
MPH
KM/H
5
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 37
Overzicht
3.5.4.1 Pictogram rijverlichting
Bij geactiveerde rijverlichting wordt het pictogram
rijverlichting weergegeven.
3.5.4.2 Ondersteuningsniveau
Hoe hoger het niveau van de trapondersteuning
wordt geselecteerd, hoe meer het aandrijfsysteem
de berijder ondersteunt bij het trappen. De
volgende ondersteuningsniveaus zijn
beschikbaar:
N.B. voor verschillende Bosch-motoren zijn
verschillende ondersteuningsniveaus
beschikbaar.
Voor aandrijvingen van de Performance Line CX
is tevens "eMTB mode" beschikbaar. In "eMTB
mode" worden de ondersteuningsfactor en het
koppel dynamisch aangepast, afhankelijk van de
trapkracht op de pedalen. Indien de pedelec is
voorzien van eMTB mode, verschijnt kort "eMTB
mode" wanneer het ondersteuningsniveau
"SPORT" wordt geselecteerd.
3.5.4.3 Gevraagd motorvermogen
Het gevraagde motorvermogen wordt
weergegeven op het display. Het maximale
motorvermogen hangt af van het geselecteerde
ondersteuningsniveau. Een lange balk betekent
een hoog stroomverbruik.
3.5.4.4 Laadtoestandweergave
De laadtoestandweergave geeft de laadtoestand
aan van de pedelecaccu, niet van de interne accu
van het display. De laadtoestand van de
pedelecaccu kan tevens worden afgelezen aan de
hand van de LED's op de accu zelf.
Wanneer het display uit de houder wordt
genomen, blijft de laatst weergegeven
laadtoestandweergave behouden.
Op het display komt elk streepje van het
accupictogram overeen met ongeveer 20%
capaciteit.
Wanneer een fiets wordt gebruikt met twee
accu's, dan geeft de laadtoestandweergave de
resterende capaciteit van beide accu's aan.
Wanneer beide accu's van een pedelec worden
opgeladen, wordt met de functieweergave de
voortgang van het laadproces van beide accu's
weergegeven. Welke van beide accu's wordt
opgeladen, kunt u zien aan de knipperende
weergave op de accu.
Ondersteunings-
niveau Gebruik
OFF
Bij ingeschakeld aandrijfsysteem is de
motorondersteuning uitgeschakeld.
De pedelec kan als een normale fiets
worden voortbewogen door te
trappen. De duwondersteuning kan
niet worden geactiveerd.
ECO Geringe ondersteuning met maximale
efficiency voor een maximaal bereik
TOUR Gelijkmatige ondersteuning voor
lange ritten
SPORT
Krachtige ondersteuning voor sportief
rijden op bergachtige routes en in de
stad
TURBO Maximale ondersteuning tot hoge
trapfrequenties voor sportief rijden
Tabel 30: Overzicht ondersteuningsniveaus, standaard
Ondersteunings-
niveau Gebruik
OFF
Bij ingeschakeld aandrijfsysteem is de
motorondersteuning uitgeschakeld.
De pedelec kan als een normale fiets
worden voortbewogen door te
trappen. De duwondersteuning kan
niet worden geactiveerd.
ECO Geringe ondersteuning met maximale
efficiency voor een maximaal bereik
TOUR Gelijkmatige ondersteuning voor
lange ritten
eMTB
Optimale ondersteuning op elk terrein,
sportief rijden, verbeterde dynamiek,
maximale
performance
TURBO Maximale ondersteuning tot hoge
trapfrequenties voor sportief rijden
Tabel 31: Overzicht ondersteuningsniveaus, eMTB mode
Pictogram Betekenis
De accu is volledig opgeladen.
De accu moet worden bijgeladen.
De LED's van de laadtoestandweergave op de
pedelecaccu doven. De
ondersteuningscapaciteit voor de aandrijving is
verbruikt en de ondersteuning wordt
geleidelijke uitgeschakeld. De resterende
capaciteit wordt gebruikt voor de verlichting en
het display. De weergave knippert. De
capaciteit van de pedelecaccu is nog
voldoende om de verlichting ca. 2 uur te laten
branden. Dit is zonder rekening te houden met
andere verbruikers (bv. automatische
schakelen, opladen van externe apparaten via
de USB-aansluiting).
Tabel 32: Overzicht laadtoestandweergave
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 38
Overzicht
Afbeelding 26: De linker accu wordt opgeladen
3.5.4.5 Schakeltip
Bij trapfrequenties boven 50 omwentelingen per
minuut wordt een optimale efficiency van de
aandrijfeenheid bereikt. Zeer langzaam trappen
kost juist veel energie. Door de juiste versnelling
te kiezen, kunt u met dezelfde krachtsinspanning
zowel uw snelheid als het bereik vergroten. Volg
daarom de schakeltips op.
De schakeltip reageert op te langzaam of te snel
trappen en adviseert om over te schakelen.
De schakeltip moet in de systeeminstellingen zijn
ingeschakeld.
3.5.4.6 Tachometerweergave
De tachometerweergave geeft altijd de huidige
snelheid weer.
In de systeeminstellingen kan worden
geselecteerd of de snelheid in kilometers of mijlen
wordt weergegeven.
3.5.4.7 Functieweergave
De functieweergave geeft teksten en waarden
aan. Er worden drie verschillende typen informatie
weergegeven:
Reisinformatie
systeeminstellingen en -informatie en
systeemmeldingen.
Reisinformatie
Afhankelijk van de pedelec toont de
functieweergave tot zeven typen reisinformatie.
De getoonde reisinformatie kan worden
gewisseld.
Aanvullende reisinformatie
Geldt uitsluitend voor pedelecs met eShift en
Shimano DI2 automatische versnellingsnaaf
In de functieweergave zijn aanvullend
onderstaande functies beschikbaar:
Geldt uitsluitend voor pedelecs met eShift en
handmatige Shimano DI2 versnellingsnaaf
In de functieweergave zijn aanvullend
onderstaande functies beschikbaar:
Geldt uitsluitend voor pedelecs met eShift en
Shimano DI2 automatische versnellingsnaaf
In de functieweergave zijn aanvullend
onderstaande functies beschikbaar:
Picto-
gram Gebruik
Trapfrequentie te hoog; een hogere versnelling wordt
aanbevolen
Trapfrequentie te laag; een lagere versnelling wordt
aanbevolen
Tabel 33: Pictogrammen van de schakeltip
OF
MP
H
KM
/
Weergave Functie
TIJ D Huidige tijd
MAX I MUM De bereikte maximale snelheid sinds
de laatste RESET
GEM I DDELD E De bereikte gemiddelde snelheid sinds
de laatste RESET
RIJ T IJD De rijtijd sinds de laatste RESET
BER E IK Het geschatte bereik bij de huidige
acculaadtoestand
AFS T AND TO TAAL De totale afgelegde afstand (niet
wijzigbaar)
AFS T AND De afgelegde afstand sinds de laatste
RESET
Tabel 34: Reisinformatie
Weergave Wijziging
AUTO: AAN / AUTO:
UIT
Via dit menuonderdeel wordt
getoond of de automatische stand
is in- of
uitgeschakeld.
Tabel 35: Aanvullende reisinformatie
Weergave Wijziging
VERS N ELLIN G Op het display wordt de huidige
ingeschakelde versnelling
getoond. Elke keer bij het
overschakelen wordt de nieuw
ingeschakelde versnelling kort op
het display weergegeven.
Tabel 36: Aanvullende reisinformatie
Weergave Wijziging
VERS N ELLIN G Op het display wordt de huidige
ingeschakelde versnelling
getoond. Elke keer bij het
overschakelen wordt de nieuw
ingeschakelde versnelling kort op
het display weergegeven.
Tabel 37: Aanvullende reisinformatie
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 39
Overzicht
Geldt uitsluitend voor pedelecs met eShift en
NuVinci H|Sync/ enviolo met Optimized H|Sync
In de functieweergave zijn aanvullend
onderstaande functies beschikbaar:
Geldt uitsluitend voor pedelecs met eShift en
Rohloff E-14 Speedhub 500/14
In de functieweergave zijn aanvullend
onderstaande functies beschikbaar:
Systeeminstellingen en -informatie
Om de systeeminstellingen en -informatie te zien,
moet de berijder de systeeminstellingen openen.
De berijder kan wel de waarden van de
systeeminstellingen wijzigen, maar niet die van de
systeeminformatie.
Aanvullende systeeminstellingen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met eShift en
Shimano DI2 automatische versnellingsnaaf
Geldt uitsluitend voor pedelecs met eShift en
handmatige Shimano DI2 versnellingsnaaf
Weergave Wijziging
± NUVINCI TRAPFREQ. /
± NUVINCI
VERSNELLING:
Op het display wordt de huidige
ingeschakelde versnelling
getoond. Elke keer bij het
overschakelen wordt de nieuw
ingeschakelde versnelling kort
op het display weergegeven.
De standaardinstelling is
± NuVinci trapfreq.
Tabel 38: Systeeminstellingen wijzigen
WEERGAVE Wijziging
VERS N ELLIN G Op het display wordt de huidige
ingeschakelde versnelling
getoond. Elke keer bij het
overschakelen wordt de nieuw
ingeschakelde versnelling kort op
het display weergegeven.
Tabel 39: Systeeminstellingen wijzigen
Weergave Functie
- TIJD + Tijd wijzigen
- BAN D EN CIRC U M . + Wielomtrek in mm
- NEDERLANDS + Taal wijzigen
- E ENHEI D KM/ M I + Selecteren of snelheid en afstand in
kilometers of mijlen worden
weergegeven
- T I JDFO R M AAT + Selecteren of de tijd in 12-uurs- of
24-uurs-format wordt weergegeven
- S CHAKE L T IP UI T + Schakeltip in- en uitschakelen
Tabel 40: Wijzigbare systeeminstellingen
Weergave Functie
GEBRUIKSDUUR
TOTAAL
De totale rijtijd
DISPL. VX.X.X.X Softwareversie display
DU V X .X.X . X Softwareversie aandrijfsysteem
DU# XXXX XXXXX Serienummer aandrijfsysteem
SERVICE MM/JJJJ (alternatief) vastgelegde
servicedatum
SERV . XX K M /MI (alternatief) vastgelegde service
BAT. VX.X. X .X Softwareversie
1.BAT VX.X.X.X Softwareversie
2.BAT VX.X.X.X Softwareversie
Tabel 41: Systeeminformatie, niet wijzigbaar
Weergave Wijziging
– Wegrijversnelling + Hier kan de wegrijversnelling
worden bepaald. In de stand – –
wordt de automatische
terugschakelfunctie uitgeschakeld.
Dit menuonderdeel wordt
uitsluitend weergegeven wanneer
de boordcomputer zich in de
houder bevindt.
Aanpassing versnelling In dit menuonderdeel kan een
fijnafstelling van de Shimano DI2
worden uitgevoerd. U vindt het
vooraf ingestelde bereik in de
gebruikshandleiding van de
fabrikant van de versnelling. Voer
de fijnafstelling uit zodra u
ongewone geluiden hoort uit de
versnellingsnaaf. Dit
menuonderdeel wordt uitsluitend
weergegeven wanneer de
boordcomputer zich in de houder
bevindt.
Gear vx.x.x.x: Dit is de softwareversie van de
versnelling. Dit menuonderdeel
wordt uitsluitend weergegeven
wanneer de boordcomputer zich in
de houder bevindt. Dit
menuonderdeel verschijnt
uitsluitend in combinatie met een
elektronische versnelling.
Tabel 42: Systeeminstellingen wijzigen
Weergave Wijziging
– Wegrijversnelling + Hier kan de wegrijversnelling
worden bepaald. In de stand – –
wordt de automatische
terugschakelfunctie uitgeschakeld.
Dit menuonderdeel wordt
uitsluitend weergegeven wanneer
de boordcomputer zich in de
houder bevindt.
Aanpassing versnelling In dit menuonderdeel kan een
fijnafstelling van de Shimano DI2
worden uitgevoerd. U vindt het
vooraf ingestelde bereik in de
gebruikshandleiding van de
fabrikant van de versnelling. Voer
de fijnafstelling uit zodra u
ongewone geluiden hoort uit de
versnellingsnaaf. Dit
menuonderdeel wordt uitsluitend
weergegeven wanneer de
boordcomputer zich in de houder
bevindt.
Gear vx.x.x.x: Dit is de softwareversie van de
versnelling. Dit menuonderdeel
wordt uitsluitend weergegeven
wanneer de boordcomputer zich in
de houder bevindt. Dit
menuonderdeel verschijnt
uitsluitend in combinatie met een
elektronische versnelling.
Tabel 43: Systeeminstellingen wijzigen
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 40
Overzicht
Geldt uitsluitend voor pedelecs met eShift en
Shimano DI2 automatische versnellingsnaaf
Geldt uitsluitend voor pedelecs met eShift en
NuVinci H|Sync/ enviolo met Optimized H|Sync
Geldt uitsluitend voor pedelecs met eShift en
Rohloff E-14 Speedhub 500/14
3.5.5 Systeemmelding
Het aandrijfsysteem bewaakt zichzelf continu en
geeft een gedetecteerde storing aan als
systeemmelding met behulp van een getal.
Afhankelijk van de aard van de storing schakelt
het systeem zichzelf zo nodig automatisch uit.
Hulp bij systeemmeldingen vindt u in het
hoofdstuk 8.5 Eerste hulp. Een tabel met alle
systeemmeldingen bevindt zich in de bijlage.
3.5.6 ABS-controlelampje
Het controlelampje van het antiblokkeersysteem
moet na het opstarten van het systeem branden
en na het wegrijden bij ca. 5 km/h doven.
Wanneer het ABS-controlelampje na het
opstarten van het elektrische aandrijfsysteem niet
brandt, is de ABS defect en wordt de berijder daar
aanvullend door middel van de getoonde
storingscode op het display op gewezen.
Wanneer het controlelampje na het wegrijden niet
dooft op tijdens het rijden gaat branden, duidt dat
op een storing in het antiblokkeersysteem. Het
antiblokkeersysteem is dan niet meer actief. De
reminstallatie zelf blijft werken, alleen is de
antiblokkeersysteemregeling niet beschikbaar.
Bij een brandend ABS-controlelampje is de ABS-
functie niet actief.
Weergave Wijziging
Aanpassing versnelling In dit menuonderdeel kan een
fijnafstelling van de Shimano DI2
worden uitgevoerd. U vindt het
vooraf ingestelde bereik in de
gebruikshandleiding van de
fabrikant van de versnelling. Voer
de fijnafstelling uit zodra u
ongewone geluiden hoort uit de
versnellingsnaaf. Dit
menuonderdeel wordt uitsluitend
weergegeven wanneer de
boordcomputer zich in de houder
bevindt.
Reset versnelling Met dit menuonderdeel kan de
versnelling worden gereset,
wanneer dit los is geweest, bv.
door een klap tegen de versnelling
of een val. Het resetten van de
versnelling staat beschreven in de
gebruikshandleiding van de
fabrikant van de versnelling. Dit
menuonderdeel wordt uitsluitend
weergegeven wanneer de
boordcomputer zich in de houder
bevindt.
Gear vx.x.x.x: Dit is de softwareversie van de
versnelling. Dit menuonderdeel
wordt uitsluitend weergegeven
wanneer de boordcomputer zich in
de houder bevindt. Dit
menuonderdeel verschijnt
uitsluitend in combinatie met een
elektronische versnelling.
Tabel 44: Systeeminstellingen wijzigen
Weergave Wijziging
Versnellingkalibratie Hier kunt u een kalibratie uitvoeren
van de traploze versnelling.
Bevestig de kalibratie door te
drukken op de toets "Verlichting".
Volg de aanwijzingen. Ook tijdens
het rijden kan bij storingen een
kalibratie vereist worden. Bevestig
ook dan de kalibratie door te
drukken op de toets "Verlichting"
en volg de aanwijzingen op het
display. Dit menuonderdeel wordt
uitsluitend weergegeven wanneer
de boordcomputer zich in de
houder bevindt.
Gear vx.x.x.x: Dit is de softwareversie van de
versnelling. Dit menuonderdeel
wordt uitsluitend weergegeven
wanneer de boordcomputer zich in
de houder bevindt. Dit
menuonderdeel verschijnt
uitsluitend in combinatie met een
elektronische versnelling.
Tabel 45: Systeeminstellingen wijzigen
Weergave Wijziging
Wegrijversnelling Hier kan de wegrijversnelling
worden bepaald. In de stand – –
wordt de automatische
terugschakelfunctie
uitgeschakeld. Dit menuonderdeel
wordt uitsluitend weergegeven
wanneer de boordcomputer zich in
de houder bevindt.
Gear vx.x.x.x: Dit is de softwareversie van de
versnelling. Dit menuonderdeel
wordt uitsluitend weergegeven
wanneer de boordcomputer zich in
de houder bevindt. Dit
menuonderdeel verschijnt
uitsluitend in combinatie met een
elektronische versnelling.
Tabel 46: Systeeminstellingen wijzigen
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 41
Overzicht
Aanwijzing: om het antiblokkeersysteem weer te
activeren, moet de pedelec worden gestopt en
opnieuw worden opgestart (uit- en weer
inschakelen).
Aanwijzing
Het controlelampje van het antiblokkeersysteem
kan gaan branden wanneer onder extreme
rijomstandigheden de toerentallen van het voor-
en achterwiel sterk van elkaar afwijken, bv. bij
rijden op het achterwiel of wanneer het wiel
ongewoon lang zonder contact met de
ondergrond draait (montagestandaard). Daarbij
wordt het antiblokkeersysteem uitgeschakeld.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 42
Overzicht
3.6 Omgevingseisen
De pedelec is bedoeld voor buitengebruik tot
hoogten van 2000 m.
De pedelec mag worden gebruikt binnen een
temperatuurbereik van 5 °C - 35 °C. Buiten dit
temperatuurbereik is de capaciteit van het
aandrijfsysteem beperkt.
Bij wintergebruik (in het bijzonder onder 0 °C)
adviseren wij de bij kamertemperatuur opgeladen
en opgeslagen accu pas kort voor vertrek op de
pedelec aan te brengen. Bij lange ritten in de kou
is het aan te bevelen een thermische bescherming
te gebruiken.
Temperaturen onder -10 °C en boven +60 °C
moeten worden vermeden.
Daarnaast moeten de volgende temperaturen
worden aangehouden.
Op de typeplaat bevinden zich pictogrammen voor het toepassingsgebied van de pedelec. Controleer voor
het eerste gebruik op welke wegen u mag rijden.
Optimale temperatuur gebruik C - 3C
Transporttemperatuur -10 °C - 50 °C
Opslagtemperatuur -10 °C - 50 °C
Laadtemperatuur
Temperatuur werkplek 15 °C - 25 °C
Temperatuur laden C - 4C
Tabel 47: Technische gegevens pedelec
Toepassings
gebied Stads- en toerfiets Kinderfiets/
jeugdfiets Mountainbikes Racefiets Transportfiets Vouwfiets
Geschikt voor
geasfalteerde en
verharde wegen.
Geschikt voor
geasfalteerde en
verharde wegen.
Geschikt voor
geasfalteerde en
verharde wegen.
Geschikt voor
geasfalteerde en
verharde wegen.
Geschikt voor
geasfalteerde en
verharde wegen.
Geschikt voor
geasfalteerde
wegen, fietspaden
en goed verharde
steenslagwegen,
voor wat langere
routes met een
matige stijging en
voor sprongen tot
15 cm.
Geschikt voor
geasfalteerde
wegen, fietspaden
en goed verharde
steenslagwegen,
voor wat langere
routes met een
matige stijging en
voor sprongen tot
15 cm.
Geschikt voor
geasfalteerde
wegen, fietspaden
en lichte tot
veeleisende
terreinroutes, voor
routes met een
matige stijging en
voor sprongen tot
61 cm.
Geschikt voor
geasfalteerde
wegen, fietspaden
en goed verharde
steenslagwegen,
voor wat langere
routes met een
matige stijging en
voor sprongen tot
15 cm.
Geschikt voor
geasfalteerde
wegen, fietspaden
en lichte tot
veeleisende
terreinroutes, voor
beperkt downhill-
gebruik en voor
sprongen tot
122 cm.
Geschikt voor
geasfalteerde
wegen, fietspaden
en lichte tot zeer
zware terreinrou-
tes, voor onbe-
perkt downhill-
gebruik en voor
sprongen tot wille-
keurige hoogte.
Tabel 48: Toepassingsgebied
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 43
Overzicht
De pedelec is niet geschikt voor de volgende toepassingsgebieden:
Toepassings
gebied Stads- en toerfiets Kinderfiets/
jeugdfiets Mountainbikes Racefiets Transportfiets Vouwfiets
Rijd nooit buiten
verharde wegen en
voer nooit sprongen
uit.
Rijd nooit buiten
verharde wegen en
voer nooit sprongen
uit.
Rijd nooit buiten
verharde wegen en
voer nooit sprongen
uit.
Rijd nooit buiten
verharde wegen en
voer nooit sprongen
uit.
Rijd nooit buiten
verharde wegen en
voer nooit sprongen
uit.
Rijd nooit buiten
verharde wegen en
voer nooit sprongen
uit van meer dan
15 cm.
Rijd nooit buiten
verharde wegen en
voer nooit sprongen
uit van meer dan
15 cm.
Rijd nooit buiten
verharde wegen en
voer nooit
sprongen uit van
meer dan 15 cm.
Rijd nooit buiten
verharde wegen en
voer nooit sprongen
uit van meer dan
15 cm.
Rijd nooit downhill
en voer nooit
sprongen uit van
meer dan 61 cm.
Rijd nooit over zeer
zware terreinroutes
en voer nooit
sprongen uit van
meer dan 122 cm.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 44
Transport en opslag
4 Transport en opslag
4.2 Transport
Neem bij transport het gewicht van de rijklare
pedelec in acht.
Verwijder voor transport van de pedelec het
display en de accu.
Bescherm de elektrische componenten en
aansluitingen van de pedelec met passende
hoezen tegen weersinvloeden.
Verwijder voor transport van de pedelec
accessoires als bidons.
Gebruik bij transport met een personenauto
een passende fietsdrager.
4.1 Fysieke
transporteigenschappen
4.1.1 Afmetingen bij transport
Informatie over de afmetingen van de doos was
bij het opstellen van de gebruikshandleiding nog
niet bekend. Zie voor deze informatie de
nieuwste gebruikshandleiding op het
dealerportaal.
4.1.2 Transportgewicht
Informatie over de afmetingen van de doos was
bij het opstellen van de gebruikshandleiding nog
niet bekend. Zie voor deze informatie de
nieuwste gebruikshandleiding op het
dealerportaal.
4.1.3 Voorziene handgrepen/hijspunten
Informatie over de afmetingen van de doos was
bij het opstellen van de gebruikshandleiding nog
niet bekend. Zie voor deze informatie de
nieuwste gebruikshandleiding op het
dealerportaal.
Vallen bij onbedoelde activering
Bij onbedoelde activering van het
aandrijfsysteem bestaat gevaar voor letsel.
Verwijder de accu voordat de pedelec wordt
getransporteerd.
Brand- en explosiegevaar door hoge
temperaturen
Te hoge temperaturen leiden tot schade aan de
accu. De accu kan ontvlammen en exploderen.
Stel de accu niet langdurig bloot aan invallend
zonlicht.
VOORZICHTIG
!
Olieverlies bij ontbrekende transportbeveiliging
De transportbeveiliging van de rem voorkomt dat
de rem tijdens het transport onbedoeld wordt
bediend. Hierdoor kan onherstelbare schade aan
het remsysteem optreden of olieverlies, wat tot
milieuschade kan leiden.
Trek nooit aan de remhendel wanneer het wiel
is gedemonteerd.
Gebruik bij transport met gedemonteerde
wielen altijd de transportbeveiliging.
Aanwijzing
Wanneer de pedelec op zijn kant ligt, kunnen olie
en vet uit de pedelec vrijkomen.
Wanneer de transportdoos met de pedelec erin
op zijn kant ligt of op de kopse kant staat, biedt
deze onvoldoende bescherming tegen
beschadiging van het frame en de wielen.
Transporteer de pedelec uitsluitend staand.
Fietsdragersystemen waarbij de pedelec
ondersteboven op het stuur of frame wordt
vastgezet, oefenen tijdens het transport
ontoelaatbare krachten uit op de onderdelen.
Hierdoor kan een breuk optreden in dragende
delen.
Gebruik nooit fietsdragersystemen waarbij de
pedelec ondersteboven op het stuur of het
frame wordt vastgezet.
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 45
Transport en opslag
Transporteer de pedelec op een droge, schone
en tegen invallend zonlicht beschermde plek.
4.2.1 Accu vervoeren
Accu's vallen onder de voorschriften voor
gevaarlijke stoffen. Particulieren mogen
onbeschadigde accu's over de weg vervoeren.
Bij beroepstransport moeten de voorschriften
worden aangehouden voor verpakking,
etikettering en vervoer van gevaarlijke stoffen.
Open contacten moeten zijn afgedekt en de accu
moet goed zijn verpakt.
4.2.2 Accu verzenden
De accu valt onder de gevaarlijke stoffen en mag
uitsluitend door opgeleid personeel worden
verpakt en verzonden. Neem hiervoor contact op
met uw dealer.
4.2.3 Transportbeveiliging rem gebruiken
Steek de transportbeveiligingen tussen de
remvoeringen.
De transportbeveiliging klemt tussen de beide
remvoeringen.
Afbeelding 27: Transportbeveiliging bevestigen
4.3 Opslag
Zet bij een pedelec met hydraulische zadelpen
uitsluitend de onderste zadelpen of het frame
vast in een montagestandaard, om schade aan
de zadelpen of de hendel van de zadelpen te
voorkomen.
Zet een pedelec met hydraulische zadelpen nooit
ondersteboven op de grond, om schade aan de
hendel van de zadelpen te voorkomen.
Sla pedelec, accu en oplader op in een droge en
schone omgeving.
Temperaturen onder -10 °C en boven +60 °C
moeten worden vermeden. Opslag bij een
temperatuur van ca. 20 C is gunstig voor een
lange levensduur.
Aanwijzing
De dealer dient u graag van advies bij een juiste
keuze en een veilig gebruik van een passend
dragersysteem.
Voor verzending van de pedelec wordt
aanbevolen de dealer opdracht te geven de
pedelec op de juiste manier gedeeltelijk te
demonteren en te verpakken.
Brand- en explosiegevaar door hoge
temperaturen
Temperaturen boven 60 °C kunnen ertoe leiden
dat vloeistof uit de accu vrijkomt en de behuizing
wordt beschadigd. De accu kan ontvlammen en
exploderen.
Bescherm de accu tegen hoge temperaturen.
Sla de accu nooit op in de nabijheid van hete
of brandbare voorwerpen.
Stel de accu niet langdurig bloot aan invallend
zonlicht en sla deze niet op in de nabijheid van
verwarmingstoestellen.
Aanwijzing
Wanneer de pedelec op zijn kant ligt, kunnen olie
en vet uit de pedelec vrijkomen.
Wanneer de transportdoos met de pedelec erin
op zijn kant ligt of op de kopse kant staat, biedt
deze onvoldoende bescherming tegen
beschadiging van het frame en de wielen.
Sla de pedelec uitsluitend staand op.
Optimale opslagtemperatuur pedelec 20 °C
Optimale opslagtemperatuur accu 22 °C - 26 °C
Tabel 49: Opslagtemperatuur voor de accu, de pedelec en de
oplader
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 46
Transport en opslag
4.3.1 Onderbreking van het gebruik
Wanneer de pedelec, bv. in de winter, langer dan
vier weken buiten gebruik wordt gesteld, moet het
op de onderbreking van het gebruik worden
voorbereid.
4.3.1.1 Onderbreking van het gebruik
voorbereiden
Verwijder de accu van de pedelec.
Laad de accu ca. 30% – 60% op.
Maak de pedelec schoon met een vochtige doek
en conserveer deze met wasspray. Spuit nooit
was op de remvlakken van de rem.
Voor langere stilstandperioden is het aan te
bevelen een inspectie, grondige reiniging en
conservering te laten uitvoeren door de dealer.
4.3.1.2 Onderbreking van het gebruik uitvoeren
Sla pedelec, accu en oplader op in een droge
en schone omgeving. Wij adviseren opslag in
een onbewoonde ruimte voorzien van een
rookmelder. Geschikt zijn droge ruimten met
een omgevingstemperatuur van ca. 20 °C.
Laad de displayaccu elke 3 maanden
gedurende ten minste 1 uur op.
Controleer na 6 maanden de laadtoestand van
de accu. Laad de accu weer ca. 30% 60% op
wanneer nog slechts één LED van de
laadtoestandweergave brandt.
Aanwijzing
Wanneer de accu een periode niet wordt gebruikt
treedt ontlading op. Hierdoor kan de accu schade
oplopen.
Laad de accu elke 6 maanden op.
Wanneer de accu continu op de oplader wordt
aangesloten, kan de accu schade oplopen.
Sluit de accu niet continu aan op de oplader.
Wanneer de displayaccu een periode niet wordt
gebruikt treedt ontlading op. Hierdoor kan de
accu onherstelbare schade oplopen.
Laad de displayaccu elke 3 maanden
gedurende ten minste 1 uur op.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 47
Montage
5 Montage
Voer montagewerkzaamheden aan de pedelec
uit in een schone en droge omgeving.
De temperatuur op de werkplek moet
15 °C - 25 °C bedragen.
Wanneer een montagestandaard wordt gebruikt,
moet deze zijn goedgekeurd voor een gewicht
van 30 kg.
Om het gewicht te verminderen, is het aan te
bevelen de accu altijd gedurende het gebruik van
de montagestandaard van de pedelec te
verwijderen.
5.1 Vereist gereedschap
Om de pedelec op te bouwen is onderstaand
gereedschap vereist:
5.2 Uitpakken
Het verpakkingsmateriaal bestaat hoofdzakelijk
uit karton en kunststof folie.
Voer de verpakking af conform de lokale
voorschriften.
5.2.1 Levering
De pedelec is voor testdoeleinden in de fabriek
eerst volledig gemonteerd en vervolgens voor het
transport weer gedeeltelijk gedemonteerd.
De pedelec is voor 95 - 98% voorgemonteerd. Tot
de levering behoort:
de voorgemonteerde pedelec,
het voorwiel,
de pedalen,
de snelspanners (optioneel),
de oplader,
•de gebruikshandleiding.
De accu wordt apart van de pedelec geleverd.
Oogletsel
Wanneer afstellingen van onderdelen niet correct
worden uitgevoerd, kunnen er problemen
optreden die onder bepaalde omstandigheden tot
ernstig letsel kunnen leiden.
Draag altijd een veiligheidsbril ter
bescherming van uw ogen bij de montage.
Beknelling bij onbedoelde activering
Bij onbedoelde activering van het
aandrijfsysteem bestaat gevaar voor letsel.
Verwijder de accu wanneer deze voor de
montagewerkzaamheden niet absoluut
noodzakelijk is.
Temperatuur werkplek 15 °C - 25 °C
Tabel 50: Temperatuur werkplek
•mes,
inbussleutels (2,5 mm, 3 mm, 4 mm, 5 mm,
6 mm en 8 mm),
momentsleutel met een werkbereik van 5 tot
40 Nm,
Torx-sleutel T25,
ringsleutels (8 mm, 9 mm, 10 mm) 13 mm,
14 mm en 15 mm), en
kruiskop- en sleufschroevendraaiers.
WAARSCHUWING
!
VOORZICHTIG
!
Letsel aan handen door verpakking
De transportdoos is gesloten met metalen
krammen. Bij het uitpakken en verscheuren van
de verpakking bestaat gevaar voor steek- en
snijwonden.
Draag geschikte handschoenen.
Verwijder metalen krammen met een tang
voordat de transportdoos wordt geopend.
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 48
Montage
5.3 In gebruik nemen
Omdat de eerste ingebruikname van de pedelec
speciaal gereedschap en bijzondere vakkennis
vereist, mag dit uitsluitend worden uitgevoerd
door opgeleid personeel.
In de praktijk wordt een onverkochte pedelec vaak
spontaan voor een proefrit aan eindgebruikers
meegegeven zodra deze er rijklaar uitziet.
Daarom is het zinvol elke pedelec na opbouw
direct in de volledig gebruiksklare toestand te
brengen.
Om de pedelec rijklaar te maken, moeten alle
in het montageprotocol (zie bijlage)
beschreven montagewerkzaamheden worden
uitgevoerd. Daarin staan alle voor de veiligheid
relevante inspecties, testen en
onderhoudswerkzaamheden voor de pedelec
beschreven in een aparte lijst.
Vul ter kwaliteitsborging een montageprotocol
in.
5.3.1 Accu controleren
De accu moet worden gecontroleerd voordat deze
de eerste keer wordt opgeladen.
Druk op de aan/uit-toets (accu).
Wanneer geen enkele LED van de
laadtoestandweergave gaat branden, is de
accu mogelijk beschadigd.
Wanneer ten minste één, maar niet alle LED's
van de laadtoestandweergave gaan branden,
kan de accu volledig worden opgeladen.
Breng, wanneer de accu is opgeladen, deze
aan op de pedelec.
5.3.2 Wiel monteren in Suntour-vork
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
5.3.2.1 Wiel met schroefas (15 mm) monteren
Steek de as vanaf de aandrijfzijde volledig in
de naaf.
Afbeelding 28: As volledig insteken
Brand- en explosiegevaar door verkeerde
oplader
Een accu, die wordt opgeladen met een
ongeschikte oplader, kan inwendige schade
oplopen. Dit kan leiden tot brand of een explosie.
Gebruik voor de accu uitsluitend de
meegeleverde oplader.
Voorzie, om verwisseling te voorkomen, de
meegeleverde oplader van een eenduidige
markering, bijvoorbeeld het framenummer of
het typenummer van de pedelec.
Verbranding door een hete aandrijving
Tijdens het gebruik kan de koeler van de
aandrijving zeer heet worden. Bij contact kan
verbranding optreden.
Laat voorafgaand aan de reiniging de
aandrijfeenheid afkoelen.
VOORZICHTIG
!
Brand- en explosiegevaar door een defecte
accu
Bij een beschadigde of defecte accu kan de
beveiligingselektronica uitvallen. De
restspanning kan kortsluiting veroorzaken. De
accu kan ontvlammen en exploderen.
Laad nooit een defecte accu op.
WAARSCHUWING
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 49
Montage
Zet de as vast met 8-10 Nm met een 5 mm
inbussleutel.
Afbeelding 29: As vastzetten
Breng de vergrendelschroef aan aan de
tegenoverliggende zijde.
Afbeelding 30: Snelspanhendel in as schuiven
Zet de vergrendelschroef vast met 5-6 Nm met
een 5 mm inbussleutel.
De hendel is gemonteerd.
Afbeelding 31: Vergrendelschroef vastdraaien
5.3.2.2 Wiel met schroefas (20 mm) monteren
Steek de as vanaf de aandrijfzijde volledig in
de naaf.
Afbeelding 32: Aangebrachte as vastdraaien
Zet de vergrendelklem vast met 7 Nm met een
4 mm inbussleutel.
Afbeelding 33: As vastzetten
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 50
Montage
5.3.2.3 Wiel met opsteekas monteren
Schuif de opsteekas vanaf de aandrijfzijde in
de naaf. Uitvoering II spannen
Afbeelding 34: As in de naaf schuiven
Zet de as vast met de rode hendel.
Afbeelding 35: As vastzetten
Schuif de snelspanhendel in de as.
Afbeelding 36: Snelspanhendel in as schuiven
Haal de snelspanhendel om.
De hendel is geborgd.
Afbeelding 37: Hendel borgen
Vallen door losgeraakte opsteekas
Een defecte of onjuist gemonteerde opsteekas
kan gegrepen worden door de remschijf en het
wiel blokkeren. Een val is het gevolg.
Monteer nooit een defecte opsteekas.
Vallen door defecte of verkeerd gemonteerde
opsteekas
De remschijf kan tijdens gebruik zeer heet
worden. Onderdelen van de opsteekas kunnen
hierdoor schade oplopen. De opsteekas kan
losraken. Een val met letsel is het gevolg.
De opsteekas en de remschijf moeten aan
tegenover elkaar liggende zijden zitten.
Vallen door verkeerde afstelling van de
opsteekas
Onvoldoende spankracht leidt tot een ongunstige
krachtoverdracht. De verende voorvork of de
opsteekas kunnen breken. Een val met letsel is
het gevolg.
Bevestig een opsteekas nooit met
gereedschap (bv. een hamer of tang).
VOORZICHTIG
!
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 51
Montage
Controleer de stand en spankracht van de
snelspanhendel. De snelspanhendel moet vlak
tegen de onderste behuizing aanliggen. Bij het
omhalen van de snelspanhendel moet een
lichte afdruk op de handpalm te zien zijn.
Afbeelding 38: Perfecte stand van de spanhendel
Stel zo nodig de spankracht van de
spanhendel af met een 4 mm inbussleutel.
Controleer daarna opnieuw de stand en
spankracht van de snelspanhendel.
Afbeelding 39: Spankracht van de snelspanner afstellen
5.3.3 Wiel met snelspanner monteren
Controleer voor montage dat de flens van de
snelspanner is uitgeschoven. Open de hendel
volledig.
Afbeelding 40: Gesloten en geopende flens
Vallen door losgeraakte snelspanner
Een defecte of onjuist gemonteerde snelspanner
kan gegrepen worden door de remschijf en het
wiel blokkeren. Een val is het gevolg.
Monteer nooit een defecte snelspanner.
Vallen door defecte of verkeerd gemonteerde
snelspanner
De remschijf kan tijdens gebruik zeer heet
worden. Onderdelen van de snelspanner kunnen
hierdoor schade oplopen. De snelspanner kan
losraken. Een val met letsel is het gevolg.
De snelspanhendel van het voorwiel en de
remschijf moeten aan tegenover elkaar
liggende zijden zitten.
Vallen door verkeerde afstelling van de
spankracht
Een te hoge spankracht beschadigt de
snelspanner zodat deze zijn werking verliest.
Onvoldoende spankracht leidt tot een ongunstige
krachtoverdracht. De verende voorvork of de
snelspanner kunnen breken. Een val met letsel is
het gevolg.
Bevestig een snelspanner nooit met
gereedschap (bv. een hamer of tang).
Gebruik uitsluitend spanhendels met correct
afgestelde spankracht.
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 52
Montage
Schuif de schuif naar binnen tot u een klik
hoort. Controleer dat de flens is uitgeschoven.
Afbeelding 41: Snelspanner inschuiven
Stel de spanning af met halfgeopende
spanhendel tot de flens aan het uitvaleinde
aanligt.
Afbeelding 42: Spanning afstellen
Sluit de snelspanner volledig. Controleer dat
de snelspanner goed vast zit en stel deze zo
nodig op de flens beter af.
De hendel is geborgd.
Afbeelding 43: Snelspanner sluiten
5.3.4 Wiel monteren in FOX-vork
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
5.3.4.1 Wiel met snelspanner (15 mm)
De montageprocedure is hetzelfde voor de
15 x 100 mm als voor de
15 x 110 mm snelspanner.
Breng het voorwiel aan in de uitvaleinden van
de vork. Schuif de as door het uitvaleinde en
de naaf vanaf de niet-aandrijfzijde.
Afbeelding 44: Snelspanner inschuiven
Open de ashendel.
Draai de as 5 tot 6 volle slagen rechtsom in de
asmoer.
Sluit de snelspanhendel. De hendel moet
voldoende spanning hebben, om een afdruk op
uw hand achter te laten.
De hendel moet zich in gesloten stand
1 tot 20 mm voor de vorkpoot bevinden.
Afbeelding 45: Afstand hendel tot vorkpoot
Wanneer de hendel niet genoeg of juist teveel
spanning heeft, als hij in de aanbevolen stand
is gesloten (1 tot 20 mm voor de vork), moet de
snelspanner worden afgesteld.
1-20 mm
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 53
Montage
5.3.4.2 FOX-snelspanner afstellen
Afbeelding 46: Opbouw snelspanner van achteren met (1)
asmoerborging, (2) asmoer-vergrendelschroef, (3)
aanwijspijl, (4) as-afstelwaarde en (5) asmoer
Noteer de as-afstelwaarde (4), die door de
aanwijspijl (3) wordt aangegeven.
Draai met een 2,5 mm inbussleutel de asmoer-
vergrendelschroef (2) ca. 4 slagen los, zonder
de schroef volledig te verwijderen.
Draai de snelspanhendel in de open stand en
draai de as ca. 4 slagen los.
Druk de as vanaf de zijde van de open hendel
naar binnen. Daardoor wordt de asmoer-
vergrendelschroef eruit geschoven zodat u
deze opzij kunt draaien.
Schuif de as verder door en draai de asmoer
rechtsom om de hendelspanning te verhogen,
of draai de as linksom om de hendelspanning
te verlagen.
Breng de asmoerborging weer aan en draai de
schroef met 0,9 Nm vast.
Herhaal de stappen voor montage van de as
om de juiste montage en correcte afstelling te
controleren.
5.3.4.3 Wiel met Kabolt-assen monteren
De montageprocedure is hetzelfde voor de
15 x 100 mm als voor de 15 x 110 mm Kabolt-
assen.
Breng het voorwiel aan in de uitvaleinden van
de vork. Schuif de Kabolt-as door het
uitvaleinde en de naaf vanaf de niet-
aandrijfzijde.
Afbeelding 47: Kabolt-as inschuiven
Draai de schroef van de Kabolt-as vast met
een 6 mm inbussleutel met 17 Nm.
5.3.4.4 Voorbouw en stuur controleren
Verbindingen controleren
Ga voor de pedelec staan om te controleren of
stuur, voorbouw en vorkschacht stevig met
elkaar zijn verbonden. Klem het voorwiel
tussen uw benen. Pak de handvatten van het
stuur vast. Probeer het stuur ten opzichte van
het voorwiel te verdraaien.
De voorbouw mag niet verschuiven of
verdraaien.
Goede bevestiging
Steun, met gesloten snelspanhendel, met uw
volledige lichaamsgewicht op het stuur om te
controleren of de voorbouw goed vast zit.
De stuurschacht mag niet omlaag schuiven in
de vorkschacht.
Wanneer de stuurschacht ten opzichte van de
vorkschacht kan bewegen, moet de
hendelspanning van de snelspanner worden
verhoogd. Draai daarvoor de kartelmoer met
geopende snelspanhendel iets rechtsom.
Sluit de hendel en controleer opnieuw de
bevestiging van de voorbouw.
1
2
3
45
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 54
Montage
Lagerspeling controleren
Sluit de snelspanhendel van de voorbouw om
de lagerspeling van het stuurlager te
controleren. Leg de vingers van één hand om
de bovenste stuurlagerschaal. Knijp met de
andere hand de voorwielrem in en probeer de
pedelec naar voren en achteren te duwen.
De beide schaalhelften van het lager mogen
hierbij niet ten opzichte van elkaar
verschuiven. Houd er hierbij rekening mee, dat
bij een verende voorvork met schijfrem een
eventueel merkbare speling ook kan komen
door uitgesleten lagerbussen of speling in de
remvoering.
Wanneer sprake is van speling in het
stuurlager, moet dit zo snel mogelijk worden
afgesteld omdat anders het lager schade kan
oplopen. Deze afstelling moet worden
uitgevoerd conform het handboek van de
voorbouw.
5.3.5 Verkoop van de pedelec
Vul het datablad in op de omslag van de
gebruikshandleiding.
Noteer merk en nummer van de sleutel.
Pas de pedelec aan aan de berijder.
Stel de standaard en de schakelhendel af om de
koper de afstelling te tonen.
Instrueer de eigenaar of berijder in alle functies
van de pedelec.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 55
Gebruik
6Gebruik
6.1 Gevaren en risico's
Letsel of de dood door andere weggebruikers
Andere weggebruikers, zoals bussen,
vrachtwagens, personenauto's en voetgangers
onderschatten vaak de snelheid van pedelecs. Ook
worden pedelecrijders in het wegverkeer vaak over
het hoofd gezien. Een ongeval met ernstig resp.
dodelijk letsel kan het gevolg zijn.
Draag een fietshelm en opvallende,
reflecterende kleding.
Rijd altijd defensief.
Let op de dode hoek van afslaande voertuigen
en minder uit voorzorg snelheid bij
rechtsafslaand verkeer.
Letsel of de dood door fouten tijdens het
rijden
Een pedelec is geen fiets. Fouten tijdens het rijden
en onderschatting van de eigen snelheid leiden snel
tot gevaarlijke situaties. Een val met ernstig resp.
dodelijk letsel kan het gevolg zijn.
Wen eerst aan de snelheid, zeker wanneer u
langere tijd niet op een pedelec hebt gereden,
voordat u met snelheden boven 12 km/h gaat
rijden. Verhoog stapsgewijs het
ondersteuningsniveau van uw pedelec.
Oefen regelmatig om voluit te remmen.
Volg een rijvaardigheidstraining.
Vallen door loszittende kleding
De spaken van de wielen en de kettingaandrijving
kunnen schoenveters, sjaals en andere
loszittende kleding intrekken. Een val met letsel
kan het gevolg zijn.
Draag stevige schoenen en nauwsluitende
kleding.
WAARSCHUWING
!
VOORZICHTIG
!
Verbranding en brand door hete motor
Tijdens het rijden wordt de motorbehuizing heet.
Bij contact kan verbranding van de huid optreden
of kunnen ander voorwerpen ontbranden.
Raak de motorbehuizing nooit direct na het
rijden aan.
Zet de pedelec direct na het rijden niet op een
ontvlambare ondergrond (gras, hout, enz.).
Vallen door vuil
Sterke vervuiling kan de werking van de pedelec
verstoren, bijvoorbeeld van de remmen. Een val
met letsel kan het gevolg zijn.
Verwijder voor het rijden sterke vervuiling.
Vallen door een slechte toestand van de weg
Losse voorwerpen, bijvoorbeeld takken, kunnen
verstrikt raken in de wielen en een val met letsel
veroorzaken.
Neem de toestand van de weg in acht.
Rijd langzaam en rem tijdig.
Aanwijzing
Door hitte of invallend zonlicht kan de
bandenspanning toenemen tot boven de
toegestane maximale druk. Hierdoor kan de band
falen.
Parkeer de pedelec nooit in de zon.
Controleer op warme dagen regelmatig de
bandenspanning en corrigeer deze zo nodig.
Bij afdalingen kunnen hoge snelheden worden
bereikt.
De pedelec is niet bedoeld om langdurig harder te
rijden dan 25 km/h. Bij een voortdurend hogere
belasting kunnen in het bijzonder de banden
falen.
Rem de pedelec af wanneer snelheden boven
25 km/h worden bereikt.
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 56
Gebruik
6.1.1 Tips voor een groter bereik
Hoe ver kan de pedelec eigenlijk rijden? Er is
geen eenvoudig antwoord op deze vraag omdat
het bereik afhankelijk is van vele factoren. Een
bereik van minder dan 20 kilometer op één
acculading is net zo goed mogelijk als meer dan
100 kilometer. In het algemeen gelden er echter
enkele tips, waarmee het bereik kan worden
gemaximaliseerd.
Trapfrequentie
Bij trapfrequenties boven 50 omwentelingen per
minuut wordt een optimale efficiency van de
aandrijfeenheid bereikt. Zeer langzaam trappen
kost juist veel energie.
Gewicht
De massa moet worden geminimaliseerd, het
totaalgewicht van pedelec en bagage moet niet
onnodig hoog zijn.
Optrekken en remmen
Frequent optrekken en remmen is, net als bij een
auto, minder zuinig dan lange stukken met een zo
gelijkmatig mogelijke snelheid.
Versnelling
De juiste versnelling maakt ook de pedelec
efficiënter: bij optrekken en hellingen bij voorkeur
een lage versnelling, opschakelen al naar gelang
terrein en snelheid. De boordcomputer geeft
hiervoor schakeltips.
Bandenspanning
De rolweerstand kan door een correcte
bandenspanning worden geminimaliseerd. Tip:
rijd voor een zo groot mogelijk bereik met de
maximaal toegestane bandenspanning.
Weergave motorvermogen
Neem de weergave van het motorvermogen op
het display in acht en pas uw rijstijl daarop aan.
Een lange balk betekent een hoog
stroomverbruik.
Accu en temperatuur
Met afnemende temperatuur neemt de capaciteit
van de accu af, omdat de elektrische weerstand
toeneemt. In de winter moet daarom rekening
worden gehouden met een vermindering van het
gangbare bereik.
6.1.2 Persoonlijke
beschermingsmiddelen
Het dragen van een geschikte fietshelm wordt
aanbevolen. Daarnaast wordt aanbevolen lange,
nauwsluitende en reflecterende fietskleding en
stevige schoenen te dragen.
Aanwijzing
Door de open uitvoering kan binnendringend
vocht bij lage temperaturen bepaalde functies
van de pedelec verstoren.
Houd de pedelec altijd droog en vorstvrij.
Wanneer de pedelec wordt gebruikt bij
temperaturen onder 3 °C, moet de dealer
vooraf een inspectie uitvoeren en de pedelec
voorbereiden voor gebruik in de winter.
Bij transport van de pedelec en tijdens het rijden
kan een achtergebleven sleutel afbreken of kan
de vergrendeling onbedoeld open gaan.
Verwijder de sleutel van het accuslot
onmiddellijk na gebruik.
Het wordt aanbevolen de sleutel te voorzien
van een sleutelhanger.
Terreinrijden belast de armgewrichten.
Neem afhankelijk van de toestand van de weg
elke 30 tot 90 minuten pauze.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 57
Gebruik
6.2 Storingsmeldingen
6.2.1 Storingsmelding display
Het aandrijfsysteem bewaakt zichzelf continu en
geeft een gedetecteerde storing aan als
storingsmelding aan de hand van een getal.
Afhankelijk van de aard van de storing schakelt
het systeem zichzelf zo nodig automatisch uit.
Code Beschrijving Oplossingsrichting
410
Eén of meer toetsen van
het display zijn
geblokkeerd
Controleer of er toetsen vast
zitten, bv. door
binnengedrongen vuil.
Reinig zo nodig de toetsen.
414 Verbindingsprobleem van
de bediening
Laat de aansluitingen en
verbindingen controleren.
418
Eén of meer toetsen van
de bediening zijn
geblokkeerd.
Controleer of er toetsen vast
zitten, bv. door
binnengedrongen vuil.
Reinig zo nodig de toetsen.
419
Configuratiefout Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
422 Verbindingsprobleem van
de aandrijfeenheid
Laat de aansluitingen en
verbindingen controleren.
423 Verbindingsprobleem Laat de aansluitingen en
verbindingen controleren.
424 Communicatiefout tussen
de componenten onderling
Laat de aansluitingen en
verbindingen controleren.
426
Interne tijdoverschrijdings-
fout
Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
Het is in deze fouttoestand
niet mogelijk in het menu
Basisinstellingen de
wielomvang te laten
weergeven of aan te passen.
430
Interne displayaccu is leeg Laad de interne displayaccu
op (in de houder of via de
USB-aansluiting).
431
Softwareversiefout Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
440
Interne fout van de
aandrijfeenheid
Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
Bosch pedelecdealer.
450
Interne softwarefout Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
460
Fout in de USB-
aansluiting
Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
Tabel 51: Lijst storingsmeldingen
490 Interne fout van het
display
Laat het display controleren.
500
Interne fout van de
aandrijfeenheid
Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
502
Fout in de verlichting Controleer de verlichting en
de bijbehorende bekabeling.
Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
503
Fout van de
snelheidssensor
Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
510
Interne sensorfout Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
511
Interne fout van de
aandrijfeenheid
Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
530
Fout in de accu Schakel het aandrijfsysteem
uit.
Verwijder de accu.
Breng de accu weer aan.
Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
531
Configuratiefout Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
540
Temperatuurfout De pedelec bevindt zich
buiten het toegestane
temperatuurbereik.
Schakel de pedelec uit om de
aandrijfeenheid te laten
afkoelen of opwarmen naar
het toegestane
temperatuurbereik.
Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
550
Er is een niet-toegestane
verbruiker gedetecteerd
Verwijder de verbruiker.
Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
580
Softwareversiefout Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
Code Beschrijving Oplossingsrichting
Tabel 51: Lijst storingsmeldingen
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 58
Gebruik
591
Authenticatiefout Schakel het aandrijfsysteem
uit.
Verwijder de accu.
Breng de accu weer aan.
Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
592
Incompatibele component Breng een compatibel
display aan.
Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
593
Configuratiefout Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
595,
596
Communicatiefout Controleer de bekabeling
naar de aandrijving.
Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
602
Interne fout tijdens het
opladen
Ontkoppel de oplader van de
accu.
Start het systeem opnieuw
op.
Sluit de oplader aan op de
accu.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
602
Interne fout Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
603
Interne fout Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
605
Temperatuurfout De pedelec bevindt zich
buiten het toegestane
temperatuurbereik.
Schakel het systeem uit om
de aandrijfeenheid te laten
afkoelen of opwarmen naar
het toegestane
temperatuurbereik.
Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
605
Temperatuurfout tijdens
het opladen
Ontkoppel de oplader van de
accu.
Laat de accu afkoelen.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
606
Externe fout Controleer de bekabeling.
Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
Code Beschrijving Oplossingsrichting
Tabel 51: Lijst storingsmeldingen
610
Spanningsfout Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
620
Fout oplader Vervang de oplader.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
640
Interne fout Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
655
Meerdere fouten in de
accu
Schakel het systeem uit.
Verwijder de accu.
Breng de accu weer aan.
Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
656
Softwareversiefout Neem contact op met uw
dealer om een software-
update te laten uitvoeren.
7xx
Aandrijvingfout Neem de
gebruikshandleiding in acht
van de fabrikant van de
versnelling.
800 Interne ABS-fout Neem contact op met uw
dealer.
810 Niet-plausibele pieptonen
bij de wielsnelheid-sensor.
Neem contact op met uw
dealer.
820 Fout bij de leiding naar de
voorste wielsnelheid-
sensor.
Neem contact op met uw
dealer.
821 ...
826
Niet-plausibele pieptonen
bij de voorste
wielsnelheid-sensor.
Sensorschijf eventueel
niet voorhanden, defect of
verkeerd gemonteerd;
duidelijk verschillende
wieldiameter voorwiel en
achterwiel; extreme
rijsituatie,
bijv. rijden op het
achterwiel
Start het systeem opnieuw
op.
Voer minstens 2 minuten een
proefrit uit. Het ABS-
controlelampje moet uitgaan.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
830 Fout bij de leiding naar de
achterste wielsnelheid-
sensor.
Neem contact op met uw
dealer.
831
833 ...
835
Niet-plausibele pieptonen
bij de achterste
wielsnelheid-sensor.
Sensorschijf eventueel
niet voorhanden, defect of
verkeerd gemonteerd;
duidelijk verschillende
wieldiameter voorwiel en
achterwiel; extreme
rijsituatie,
bijv. rijden op het
achterwiel
Start het systeem opnieuw
op.
Voer minstens 2 minuten een
proefrit uit. Het ABS-
controlelampje moet uitgaan.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
840 Interne ABS-fout Neem contact op met uw
dealer.
850 Interne ABS-fout Neem contact op met uw
dealer.
Code Beschrijving Oplossingsrichting
Tabel 51: Lijst storingsmeldingen
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 59
Gebruik
6.2.2 Storingsmeldingen accu
De accu wordt door middel van "Electronic Cell
Protection" (ECP) beschermd tegen
diepontlading, overbelading, oververhitting en
kortsluiting. Zo nodig schakelt de accu
automatisch uit door middel van een
beveiligingsschakeling.
Wanneer een defect van de accu wordt
gedetecteerd, knipperen twee LED's van de
laadtoestandweergave. Neem in dat geval contact
op met een geautoriseerde dealer.
860,
861
Fout in de voeding Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
870,
871,
880
883 ...
885
Communicatiefout Start het systeem opnieuw
op.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
889 Interne ABS-fout Neem contact op met uw
dealer.
890 ABS-controlelampje is
defect of ontbreekt; ABS
mogelijk buiten werking
Neem contact op met uw
dealer.
geen
weer-
gave
Interne fout van het
display
Start het aandrijfsysteem
opnieuw op door het uit en
weer in te schakelen.
Code Beschrijving Oplossingsrichting
Tabel 51: Lijst storingsmeldingen
Code Beschrijving Oplossingsrichting
Wanneer de accu zich
buiten het toegestane
bereik voor de
laadtemperatuur bevindt,
knipperen drie LED's van
de laadtoestandweergave
Ontkoppel de accu van de
oplader tot het deze zich
weer in het
laadtemperatuurbereik
bevindt. Sluit de accu pas
weer op de oplader aan,
wanneer deze de toegestane
laadtemperatuur heeft
bereikt.
Wanneer een defect van
de accu wordt
gedetecteerd, knipperen
twee LED's van de
laadtoestandweergave
Neem contact op met uw
dealer.
Wanneer de oplader
defect is en niet oplaadt,
knippert er geen enkele
LED. Afhankelijk van de
laadtoestand van de accu
branden één of meer
LED's continu
Neem contact op met uw
dealer.
Wanneer er geen stroomt
loopt, knippert er geen
enkele LED
Controleer alle connectoren.
Controleer de contacten van
de accu op vuil en maak de
contacten zo nodig
voorzichtig schoon.
Blijft het probleem bestaan,
neem dan contact op met uw
dealer.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 60
Gebruik
6.3 Voor het eerste gebruik
Uitsluitend een correct aangepaste pedelec biedt
u het gewenste rijcomfort en garandeert een
gezondheidsbevorderende activiteit. Stem
daarom voor het eerste gebruik het zadel, het
stuur en de vering af op uw lichaam en de door u
gewenste rijstijl.
6.3.1 Zadel afstellen
6.3.1.1 Zadelhoek afstellen
Voor een optimale zit moet de zadelhoek worden
aangepast aan de zithoogte en moeten de zadel-
en stuurstand worden aangepast aan de
zadelvorm. Hiermee kan zo nodig de zitpositie
worden geoptimaliseerd. Stel het zadel pas bij
nadat u de voor u geschikte stuurstand hebt
gevonden.
Voordat u de pedelec aan uw behoeften gaat
aanpassen, zet u het zadel horizontaal.
Afbeelding 48: Horizontale zadelhoek
6.3.2 Zithoogte bepalen
Om veilig de juiste zithoogte te bepalen, zet u de
pedelec bij een muur, zodat u zich kunt
afsteunen, of vraagt u een tweede persoon om de
pedelec vast te houden.
Ga op de pedelec zitten.
Plaats uw hiel op het pedaal en strek uw been
volledig door zodat het pedaal op het laagste
punt staat van de omwenteling.
Bij de optimale zithoogte zit de berijder recht
op het zadel. Stel de lengte van de zadelpen af
op de juiste hoogte wanneer dat niet het geval
is.
Afbeelding 49: Optimale zadelhoogte
6.3.2.1 Zithoogte met snelspanner afstellen
Open de snelspanner van de zadelpen om de
zithoogte te wijzigen. Trek hiervoor de
spanhendel weg van de zadelpen.
Afbeelding 50: Snelspanner van de zadelpen (3)
Vallen door verkeerd afgestelde
aanhaalmomenten
Wanneer een schroef te strak wordt
vastgedraaid, kan deze breken. Wanneer een
schroef te los wordt vastgedraaid, kan deze
losraken. Een val met letsel is het gevolg.
Neem altijd de op de schroef resp. in de
gebruikshandleiding vermelde
aanhaalmomenten in acht.
VOORZICHTIG
!
3
4
5
1
2
3
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 61
Gebruik
De snelspanner van de zadelpen met
spanhendel (5) en afstelschroef (4) in geopende
stand (1) en de richting van de gesloten stand (2)
Stel de zadelpen af op de gewenste hoogte.
.
Afbeelding 51: Detailaanzicht zadelpen, voorbeelden van
de markering van de minimale insteekdiepte
Sluit de spanhendel van de zadelpen door deze
helemaal tegen de zadelpen aan te drukken.
Controleer de spankracht van de snelspanner.
6.3.2.2 In hoogte verstelbare zadelpen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Bij het eerste gebruik van de zadelpen moet u
deze een stevige "klap" omlaag geven om deze in
beweging te krijgen. Dat komt door de natuurlijke
neiging van de afdichting om olie weg te drukken
van het afdichtvlak. Dit hoeft uitsluitend te worden
gedaan voor het eerste gebruik resp. wanneer de
pedelec lange tijd niet is gebruikt. Zodra u de
zadelpen eenmaal over de veerweg hebt
bewogen, verdeelt de olie zich over de afdichting
en functioneert de zadelpen normaal.
Afbeelding 52: De bedieningshendel van de zadelpen kan
links (1) of rechts (2) op het stuur zijn gemonteerd
Zadel lager zetten
Om het zadel lager te zetten, belast u het zadel
met de hand of gaat u op het zadel zitten. Druk de
bedieningshendel van de zadelpen in en houdt
deze ingedrukt.
Laat de hendel los wanneer de gewenste
hoogte is bereikt.
Zadel hoger zetten
Trek aan de bedieningshendel van de
zadelpen.
Ontlast het zadel en laat de hendel los
wanneer de gewenste hoogte is bereikt.
6.3.2.3 Zitpositie afstellen
Het zadel kan op het zadelonderstel worden
verschoven. De juiste horizontale positie zorgt
voor een optimale hefboomstand van de benen.
Dat voorkomt knieklachten en een pijnlijke
bekkenscheefstand. Wanneer u het zadel meer
dan 10 mm verschuift, moet u vervolgens de
zadelhoogte nogmaals afstellen omdat beide
afstellingen elkaar beïnvloeden.
Om veilig de juiste zitpositie af te stellen, zet u de
pedelec bij een muur, zodat u zich kunt
afsteunen, of vraagt u een tweede persoon om de
pedelec vast te houden.
Ga op de pedelec zitten.
Zet de pedalen met de voet in de horizontale
stand (3-uur-stand).
De berijder zit in de optimale zitpositie,
wanneer de loodlijn vanaf de knieschijf exact
door de pedaalas loopt. Wanneer de loodlijn
achter het pedaal valt, moet u het zadel verder
naar voren afstellen. Wanneer de loodlijn voor
het pedaal valt, moet u het zadel verder naar
achteren afstellen. Verstel het zadel uitsluitend
Vallen door een te hoog afgestelde zadelpen
Een te hoog afgestelde zadelpen leidt tot breuk
van de zadelpen of het frame. Een val met letsel is
het gevolg.
Trek de zadelpen slechts tot de markering van
de minimale insteekdiepte uit het frame.
VOORZICHTIG
!
3
4
2
1
e
tiert w
se Position zur Be
aber in einem spätere
ochmals montieren.
Sie den mitgelieferten Winkel mit de
orrichtung und stecken Sie die Hülle in die
nvorrichtung.
der
Remotehebel
5
Oder
28
12
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 62
Gebruik
binnen het toegestane verstelbereik van het
zadel (markering op de staande achtervork).
Afbeelding 53: Loodlijn vanaf de knieschijf
6.3.3 Stuur afstellen
6.3.3.1 Voorbouw afstellen
6.3.3.2 Stuurhoogte afstellen
Open de spanhendel van de voorbouw.
Trek de vergrendelhendel op de voorbouw
omhoog en zwenk tegelijkertijd het stuur in de
gewenste stand.
De vergrendelhendel klikt voelbaar vast.
Trek het stuur uit naar de gewenste hoogte.
Vergrendel de snelspanner.
Afbeelding 54: Gesloten (1) en geopende (2) spanhendel
op de voorbouw, voorbeeld by.schulz speedlifter
Het afstelling van het stuur mag uitsluitend in
stilstand worden uitgevoerd.
Maak de voorziene schroefverbindingen los,
stel het stuur af en zet de klemschroeven van
het stuur weer met het maximale
aanhaalmoment vast.
Vallen door losgeraakte voorbouw
Onder belasting kunnen onjuist vastgedraaide
schroeven losraken. Hierdoor kan de voorbouw
los komen te zitten. Een val met letsel is het
gevolg.
Controleer na de eerste twee uren rijden dat
het stuur en het snelspansysteem goed vast
zitten.
90°
VOORZICHTIG
!
Vallen door verkeerde afstelling van de
spankracht
Een te hoge spankracht beschadigt de
snelspanner zodat deze zijn werking verliest.
Onvoldoende spankracht leidt tot een ongunstige
krachtoverdracht. Hierdoor kunnen onderdelen
breken. Een val met letsel is het gevolg.
Bevestig een snelspanner nooit met
gereedschap (bv. een hamer of tang).
Gebruik uitsluitend spanhendels met correct
afgestelde spankracht.
VOORZICHTIG
!
1
2
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 63
Gebruik
6.3.3.3 Stuur opzij draaien
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze uitrusting
Open de spanhendel van de voorbouw.
Trek de vergrendelhendel op de voorbouw
omhoog en zwenk tegelijkertijd het stuur in de
gewenste stand.
De vergrendelhendel klikt voelbaar vast.
Trek het stuur uit naar de gewenste hoogte.
Vergrendel de snelspanner.
Afbeelding 55: Vergrendelhendel omhoog trekken,
voorbeeld by.schulz speedlifter
6.3.3.4 Spankracht snelspanners controleren
Open en sluit de snelspanners van de
voorbouw en de zadelpen.
De spankracht is voldoende, wanneer de
spanhendel vanuit de geopende eindstand tot
halverwege makkelijk kan worden gedraaid en
vanaf halverwege met de vingers of de muis
van de hand moet worden aangedrukt.
6.3.3.5 Spankracht snelspanners afstellen
Draai, als de spanhendel van het stuur niet in de
juiste eindstand kan worden gedraaid, de
kartelmoer uit.
Draai, als de spankracht van de spanhendel
van de zadelpen onvoldoende is, de kartelmoer
in.
Wanneer de spankracht niet kan worden
afgesteld, moet de dealer de snelspanner
controleren.
6.3.4 Remhendel afstellen
6.3.4.1 Drukpunt Magura remhendel afstellen
Het drukpunt wordt afgesteld met de draaiknop.
Draai de draaiknop in de plus-richting (+).
De remhendel gaat dichter naar het handvat
van het stuur toe. Stel zo nodig de grijpafstand
opnieuw af.
De hendel bereikt sneller het drukpunt.
Afbeelding 56: Gebruik van de draaiknop (1) voor
afstelling van het drukpunt
Vallen door verkeerde afstelling van de
spankracht
Een te hoge spankracht beschadigt de
snelspanner zodat deze zijn werking verliest.
Onvoldoende spankracht leidt tot een ongunstige
krachtoverdracht. Een val met letsel is het gevolg.
Bevestig een snelspanner nooit met
gereedschap (bv. een hamer of tang).
Gebruik uitsluitend spanhendels met correct
afgestelde spankracht.
VOORZICHTIG
!
Falen van de remmen bij verkeerde afstelling
Wanneer het drukpunt wordt afgesteld met
remmen waarvan de remvoeringen en remschijf
hun slijtagegrens hebben bereikt, kan dat leiden
tot falen van de remmen en een ongeval met
letsel.
Controleer voor het afstellen van het drukpunt,
dat de slijtagegrens van de remvoeringen en
remschijf niet is bereikt.
WAARSCHUWING
!
1
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 64
Gebruik
6.3.4.2 Grijpafstand afstellen
Afbeelding 57: Grijpafstand van de remhendel
6.3.4.3 Grijpafstand Magura remhendel
afstellen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze uitrusting
De grijpafstand wordt afgesteld met de stelschroef
met een T25 TORX®-sleutel.
Draai de stelschroef in de min-richting (–).
De remhendel gaat dichter naar het handvat
toe.
Draai de stelschroef in de plus-richting (+).
De remhendel gaat verder van het handvat af.
Afbeelding 58: Gebruik van de stelschroef (2) om de
afstand van de remhendel tot het handvat (1) af te stellen
Vallen door verkeerde afstelling van de
grijpafstand
Bij verkeerd afgestelde of verkeerd gemonteerde
remcilinders kan de remwerking op elk moment
volledig verloren gaan. Een val met letsel kan het
gevolg zijn.
Controleer, nadat de grijpafstand is afgesteld,
de stand van de remcilinder en corrigeer deze
zo nodig.
Voer het corrigeren van de stand van de
remcilinder nooit uit zonder speciaal
gereedschap. Laat het corrigeren uitvoeren door
een dealer.
De grijpafstand van de remhendel kan worden
aangepast zodat deze beter bereikbaar is.
Neem contact op met uw dealer wanneer de
remhendel te ver van het stuur af staat of zich
te moeilijk laat bedienen.
WAARSCHUWING
!
1
2
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 65
Gebruik
6.3.5 Vering van de Suntour-vork afstellen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
In deze modelserie kunnen de volgende Suntour-
vorken zijn gemonteerd:
De hier getoonde aanpassing betreft een
basisafstelling. De berijder kan, afhankelijk van
ondergrond en persoonlijke voorkeuren, de
basisafstelling wijzigen.
Het is aan te bevelen de waarden van de
basisafstelling schriftelijk vast te leggen. Dat
kan behulpzaam zijn als uitgangspunt voor
latere, geoptimaliseerde afstellingen en bij
onbedoelde wijzigingen.
6.3.5.1 Negatieve veerweg afstellen
De negatieve veerweg (sag) is de compressie van
de vork die optreedt door het gewicht van de
berijder met uitrusting (bv. een rugzak), de
zitpositie en de framegeometrie. De "sag" treedt
niet op door het rijden.
Elke berijder heeft een ander gewicht en een
andere zitpositie. De "sag" hangt af van de positie
en het gewicht van de berijder en moet,
afhankelijk van het gebruik van de pedelec en de
persoonlijke voorkeuren, liggen tussen 15% en
30% van de maximale veerweg van de vork.
6.3.5.2 Negatieve veerweg van een voorvork
met luchtvering afstellen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Het luchtventiel bevindt zich onder een
afdekking op de kop van de linker vorkpoot.
Verwijder de afdekking.
Afbeelding 60: Schroefafdekkingen in verschillende
uitvoeringen
Breng een hogedrukpomp aan op het ventiel.
Pomp de verende voorvork op naar de
gewenste druk. Overschrijd nooit de
aanbevolen maximale luchtdruk. Houd u aan
de vuldruktabel.
Verwijder de hogedrukpomp.
Aion-35 Boost Voorvork met luchtvering
NCX Voorvork met luchtvering
NEX Voorvork met stalen veer
XCM-ATB Voorvork met stalen veer
XCM Voorvork met stalen veer
XCR32 Voorvork met luchtvering
XCR34 Voorvork met luchtvering
Afbeelding 59: Overzicht Suntour vorken
Vallen door verkeerde afstelling van de vering
Een verkeerde afstelling van de vering kan de
vork beschadigen waardoor problemen kunnen
optreden bij het sturen. Een val met letsel is het
gevolg.
Rijd nooit met een voorvork met luchtvering
zonder lucht.
Gebruik de pedelec nooit zonder de verende
voorvork op het gewicht van de berijder af te
stellen.
Aanwijzing
Veranderingen aan de afstelling van de vering
zijn van grote invloed op het rijgedrag van de
pedelec. Om een val te voorkomen is gewenning
en inrijden vereist
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 66
Gebruik
.
Meet de afstand tussen de kroon en de
vuilafstrijker van de vork. Deze afstand is de
totale veerweg van de vork.
Schuif een tijdelijk aangebrachte kabelbinder
aan de onderzijde tegen de vuilafstrijker van
de vork.
Trek uw normale fietskleding aan inclusief
bagage.
Ga in uw normale rijstand op de pedelec zitten
en steun u af (bv. tegen de muur of een boom).
Stap van de pedelec af zonder deze te laten
inveren.
Meet de afstand tussen de vuilafstrijker en de
kabelbinder. Deze maat is de "sag". De "sag"-
waarde moet 15% (hard) tot 30% (zacht) van
de totale veerweg van de vork bedragen.
Verhoog of verminder de luchtdruk tot u de
gewenste "sag" hebt bereikt.
Wanneer de "sag" correct is, draait u de
blauwe luchtafdekkap weer rechtsom vast.
Wanneer u de gewenste "sag" niet kunt bereiken,
moet er mogelijk een interne afstelling worden
aangepast. Neem hiervoor contact op met uw
dealer.
6.3.5.3 Negatieve veerweg van een voorvork
met stalen veer afstellen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
De vork kan door middel van de voorspanning van
de veer op het gewicht van de berijder en de
voorkeursrijstijl worden afgesteld. Hierbij wordt
dus niet de hardheid van de spiraalveer afgesteld,
maar de voorspanning. Deze vermindert de
negatieve veerweg van de vork wanneer de
berijder op de pedelec gaat zitten.
Afbeelding 61: Afstelwiel voor de negatieve veerweg op de
kroon van de verende voorvork
Het afstelwiel kan zich onder een kunststof
afdekking op de kroon van de verende
voorvork bevinden. Verwijder de kunststof
afdekking naar boven toe.
Draai het afstelwiel voor de negatieve veerweg
rechtsom om de voorspanning van de
voorspanning te verhogen. Draai het afstelwiel
voor de negatieve veerweg linksom om deze te
verlagen.
De optimale afstelling op het gewicht van de
berijder is bereikt, wanneer de vorkpoot onder
de rustbelasting van de berijder 3 mm inveert.
Breng na het afstellen de afdekking weer aan.
Gewicht van de
berijder AION, NEX XCR 32, XCR 34
< 55 kg 35 - 50 psi 40 - 55 psi
55 - 65 kg 50 - 60 psi 55 - 65 psi
65 - 75 g 60 - 70 psi 65 - 75 psi
75 - 85 kg 70 - 85 psi 75 - 85 psi
85 - 95 kg 85 - 100 psi 85 - 95 psi
> 100 kg + 105 psi + 100 psi
max. druk 150 psi 180 psi
Tabel 52: Vuldruktabel voor Suntour-luchtvorken
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 67
Gebruik
6.3.5.4 Trekdemper afstellen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
De trekdemper bepaalt de snelheid waarmee de
vork na de belasting uitveert. De
trekdemperafstelling is afhankelijk van de
luchtdrukafstelling. Een hogere "sag"-afstelling
vereist een lagere trekdemperafstelling.
Draai de trekdemperafsteller helemaal
rechtsom naar de gesloten stand.
Afbeelding 62: Suntour-trekdemperafsteller (2) op de
vork (1)
Draai de trekdemperafsteller linksom.
Stel de trekdemper zo af, dat de vork bij het
testen snel uitveert, maar zonder naar boven
door te slaan. Bij doorslaan veert de vork te
snel uit en komt deze abrupt tot stilstand
wanneer deze de volledige uitveerweg heeft
bereikt. U hoort en voelt daarbij een lichte tik.
6.3.6 Vering van de FOX-vork afstellen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
De hier getoonde aanpassing betreft een
basisafstelling. De berijder kan, afhankelijk van
ondergrond en persoonlijke voorkeuren, de
basisafstelling wijzigen.
Het is aan te bevelen de waarden van de
basisafstelling schriftelijk vast te leggen. Dat
kan behulpzaam zijn als uitgangspunt voor
latere, geoptimaliseerde afstellingen en bij
onbedoelde wijzigingen.
6.3.6.1 Negatieve veerweg afstellen
De negatieve veerweg (sag) is de compressie van
de vork die optreedt door het gewicht van de
berijder met uitrusting (bv. een rugzak), de
zitpositie en de framegeometrie. De "sag" treedt
niet op door het rijden. Elke berijder heeft een
ander gewicht en een andere zitpositie. De "sag"
hangt af van de positie en het gewicht van de
berijder en moet, afhankelijk van het gebruik van
de pedelec en de persoonlijke voorkeuren, liggen
tussen 15% en 20% van de maximale veerweg
van de vork.
1
2
Vallen door verkeerde afstelling van de vering
Een verkeerde afstelling van de vering kan de
vork beschadigen waardoor problemen kunnen
optreden bij het sturen. Een val met letsel is het
gevolg.
Rijd nooit met een voorvork met luchtvering
zonder lucht.
Gebruik de pedelec nooit zonder de verende
voorvork op het gewicht van de berijder af te
stellen.
Aanwijzing
Veranderingen aan de afstelling van de vering
zijn van grote invloed op het rijgedrag van de
pedelec. Om een val te voorkomen is gewenning
en inrijden vereist
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 68
Gebruik
Controleer dat bij het afstellen van de "sag" elke
drukdemperafsteller zich in de geopende stand
bevindt, d.w.z. helemaal linksom is gedraaid.
De druk moet worden gemeten bij een
omgevingstemperatuur van 21 tot 24 °C.
Het luchtventiel bevindt zich onder een blauwe
afdekking op de kop van de linker vorkpoot.
Verwijder de afdekking linksom.
Breng een hogedrukpomp aan op het ventiel.
Pomp de verende voorvork op naar de
gewenste druk. Overschrijd nooit de
aanbevolen maximale luchtdruk. Houd u aan
de vuldruktabel.
Verwijder de hogedrukpomp.
Meet de afstand tussen de kroon en de
vuilafstrijker van de vork. Deze afstand is de
totale veerweg van de vork.
Schuif de O-ring aan de onderzijde tegen de
vuilafstrijker van de vork. Ontbreekt de O-ring,
breng dan tijdelijk een kabelbinder aan op de
standbuis.
Trek uw normale fietskleding aan inclusief
bagage.
Ga in uw normale rijstand op de pedelec zitten
en steun u af (bv. tegen de muur of een boom).
Stap van de pedelec af zonder deze te laten
inveren.
Meet de afstand tussen de vuilafstrijker en de
O-ring resp. de kabelbinder. Deze maat is de
"sag". De aanbevolen "sag"-waarde ligt tussen
15% (hard) en 20% (zacht) van de totale
veerweg van de vork.
Verhoog of verminder de luchtdruk tot u de
gewenste "sag" hebt bereikt.
Wanneer de "sag" correct is, draait u de
blauwe luchtafdekkap weer rechtsom vast.
6.3.6.2 Trekdemper afstellen
De trekdemper bepaalt de snelheid waarmee de
vork na de belasting uitveert. De
trekdemperafstelling is afhankelijk van de
luchtdrukafstelling. Een hogere "sag"-afstelling
vereist een lagere trekdemperafstelling.
Draai de trekdemperafsteller helemaal
rechtsom naar de gesloten stand.
Afbeelding 63: FOX-trekdemperafsteller (1) op de vork
Draai de trekdemperafsteller linksom.
Stel de trekdemper zo af, dat de vork bij het
testen snel uitveert, maar zonder naar boven
door te slaan. Bij doorslaan veert de vork te
snel uit en komt deze abrupt tot stilstand
wanneer deze de volledige uitveerweg heeft
bereikt. U hoort en voelt daarbij een lichte tik.
Gewicht van de
berijder Rhythm 34 Rhythm 36
min. luchtdruk 40 psi (2,8 bar) 40 psi (2,8 bar)
54 - 59 kg 58 psi 55 psi
59 - 64 kg 63 psi 59 psi
64 - 68 kg 68 psi 63 psi
68 - 73 kg 72 psi 67 psi
73 - 77 kg 77 psi 72 psi
77 - 82 kg 82 psi 76 psi
82 - 86 kg 86 psi 80 psi
86 - 91 kg 91 psi 85 psi
91 - 95 kg 96 psi 89 psi
95 - 100 kg 100 psi 93 psi
100 - 104 kg 105 psi 97 psi
104 - 109 kg 110 psi 102 psi
109 - 113 kg 114 psi 106 psi
max. druk 120 psi (8,3 bar) 120 psi (8,3 bar)
Tabel 53: Vuldruktabel voor de FOX-luchtvork
Wanneer u de gewenste "sag" niet kunt
bereiken, moet er mogelijk een interne afstelling
worden aangepast. Neem hiervoor contact op
met uw dealer.
1
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 69
Gebruik
6.3.7 Achterbouwdemper Suntour
afstellen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
6.3.7.1 Negatieve veerweg afstellen
De negatieve veerweg (sag) is de compressie van
de achterbouwdemper die optreedt door het
gewicht van de berijder met uitrusting (bv. een
rugzak), de zitpositie en de framegeometrie. De
"sag" treedt niet op door het rijden. Elke berijder
heeft een ander gewicht en een andere zitpositie.
De "sag" hangt af van de positie en het gewicht
van de berijder en moet, afhankelijk van het
gebruik van de pedelec en de persoonlijke
voorkeuren, liggen tussen 25% en 30% van de
maximale veerweg van de achterbouwdemper.
Zet de drukdemperafstellers in de stand
OPEN, zodat de "sag"-afstelling niet wordt
beïnvloed.
Verwijder de dop van het luchtventiel.
Breng een hogedruk-demperpomp aan op het
ventiel.
Stel de luchtdruk van de demper af
overeenkomstig uw gewicht.
Verwijder de hogedrukpomp.
Meet de afstand tussen de rubberen
luchtkamerafdichting en het uiteinde van de
demper. Deze afstand is de totale veerweg van
de demper.
Trek uw normale fietskleding aan inclusief
bagage. Ga in uw normale rijstand op de
pedelec zitten en steun u af, bv. tegen de muur
of een boom.
Schuif de O-ring aan de onderzijde tegen de
rubberen luchtkamerafdichting.
Stap van de pedelec af zonder deze te laten
inveren.
Meet de afstand tussen de rubberen
luchtkamerafdichting en de O-ring. Deze maat
is de "sag". De aanbevolen "sag"-waarde ligt
tussen 15% (hard) en 25% (zacht) van de
totale veerweg van de demper.
Verhoog of verminder de luchtdruk tot u de
gewenste "sag" hebt bereikt.
6.3.7.2 Trekdemper afstellen
De trekdemper bepaalt de snelheid waarmee de
achterbouwdemper na de belasting uitveert. De
trekdemperafstelling is afhankelijk van de
luchtdrukafstelling. Een hogere "sag"-afstelling
vereist een lagere trekdemperafstelling.
Afbeelding 64: Wiel (1) van de trekdemperafsteller
Suntour op de achterbouwdemper
Draai het wiel van de trekdemperafsteller in
de richting om het uitveren te vergroten.
Draai het wiel van de trekdemperafsteller in
de + richting om het uitveren te verminderen.
6.3.7.3 Drukdemper afstellen
Met de drukdemperafstelling van de
achterbouwdemper kan deze worden afgesteld op
de aard van de ondergrond. De
drukdemperafstelling bepaalt de snelheid
waarmee de achterbouwdemper na de belasting
inveert.
Aanwijzing
Wanneer de luchtdruk in de achterbouwdemper
te hoog of te laag is, kan deze onherstelbare
schade oplopen.
Overschrijd niet de maximale luchtdruk van
300 psi (20 bar).
1
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 70
Gebruik
Afbeelding 65: Drukdemperafsteller Suntour op de
achterbouwdemper
Draai het wiel van de drukdemperafsteller in de
richting om het uitveren te vergroten.
Draai het wiel van de drukdemperafsteller in de
+ richting om het uitveren te verminderen.
6.3.8 Achterbouwdemper FOX afstellen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
6.3.8.1 Negatieve veerweg afstellen
De negatieve veerweg (sag) is de compressie van
de achterbouwdemper die optreedt door het
gewicht van de berijder met uitrusting (bv. een
rugzak), de zitpositie en de framegeometrie. De
"sag" treedt niet op door het rijden. Elke berijder
heeft een ander gewicht en een andere zitpositie.
De "sag" hangt af van de positie en het gewicht
van de berijder en moet, afhankelijk van het
gebruik van de pedelec en de persoonlijke
voorkeuren, liggen tussen 25% en 30% van de
maximale veerweg van de achterbouwdemper.
Zet de drukdemperafstellers in de stand
OPEN.
Stel de luchtdruk van de demper af
overeenkomstig uw gewicht.
Breng de hogedrukpomp aan op de demper.
Druk de demper 10 keer langzaam samen over
25% van de veerweg tot u de gewenste druk
hebt bereikt. Daardoor wordt de luchtdruk in de
positieve en de negatieve luchtkamers gelijk
aan elkaar; u ziet de drukweergave op de
pompdrukmeter dienovereenkomstig
veranderen.
Verwijder de hogedrukpomp.
Afbeelding 66: Achterbouwdemper FOX
De negatieve veerweg (2) is de afstand tussen de
O-ring (4) en de rubberen
luchtkamerafdichting (1). De totale veerweg van
de achterbouwdemper (5) is de afstand tussen
het uiteinde van de achterbouwdemper (3) en de
rubberen luchtkamerafdichting (1)
Meet de afstand tussen de rubberen
luchtkamerafdichting (1) en het uiteinde van de
demper (3). Deze afstand is de totale veerweg
van de demper (5).
Trek uw normale fietskleding aan inclusief
bagage. Ga in uw normale rijstand op de
pedelec zitten en steun u af, bv. tegen de muur
of een boom.
Schuif de O-ring (4) aan de onderzijde tegen
de rubberen luchtkamerafdichting (1).
Stap van de pedelec af zonder deze te laten
inveren.
Meet de afstand tussen de rubberen
luchtkamerafdichting en de O-ring. Deze maat
is de "sag". De aanbevolen "sag"-waarde ligt
tussen 25% (hard) en 30% (zacht) van de
totale veerweg van de demper (5).
Verhoog of verminder de luchtdruk tot u de
gewenste "sag" hebt bereikt.
Aanwijzing
Wanneer de luchtdruk in de achterbouwdemper
te hoog of te laag is, kan deze onherstelbare
schade oplopen.
Overschrijd niet de maximale luchtdruk van
350 psi (24,1 bar). Ook de minimale luchtdruk van
50 psi (3,4 bar) moet worden aangehouden.
1
25-30%
2
1
3
4
5
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 71
Gebruik
6.3.8.2 Trekdemper afstellen
De trekdemper bepaalt de snelheid waarmee de
achterbouwdemper na de belasting uitveert. De
trekdemperafstelling is afhankelijk van de
luchtdrukafstelling. Een hogere "sag"-afstelling
vereist een lagere trekdemperafstelling.
Afbeelding 67: Trekdemperafsteller FOX (1) op de
achterbouwdemper
Draai de trekdemperafsteller helemaal
rechtsom naar de gesloten stand.
Bepaal de trekdemperafstelling aan de hand
van de luchtdruk. Draai de trekdemperafsteller
met het aantal in onderstaande tabel vermelde
klikken linksom terug:
6.3.9 Remvoeringen inrijden
Voor schijfremmen geldt een inremtijd. De
remkracht neemt toe met het verstrijken van de
inremtijd. Gedurende de inremtijd moet u zich er
daarom van bewust zijn, dat de remkracht kan
toenemen. Hetzelfde verschijnsel treedt op na het
vervangen van de remvoeringen of de remschijf.
Versnel de pedelec naar ca. 25 km/h.
Rem de pedelec af tot stilstand.
Herhaal dit 30 tot 50 keer.
De remvoeringen en remschijven zijn
ingereden en bieden de optimale remwerking.
1
Luchtdruk (psi) Aanbevolen trekdemperafstelling
< 100 Open (linksom)
100 - 120 11
120 - 140 10
140 - 160 9
160 - 180 8
180 - 200 7
200 - 220 6
220 - 240 5
240 - 260 4
260 - 280 3
280 - 300 2
Tabel 54: Vuldruktabel voor de FOX-luchtvork
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 72
Gebruik
6.4 Accessoires
Voor pedelecs zonder zijstandaard wordt een
fietsstandaard aanbevolen, waar het voor- of het
achterwiel veilig in kan worden geschoven.
Onderstaande accessoires worden aanbevolen:
*Systeemcomponenten zijn afgestemd op de
bagagedrager en zorgen voor voldoende
stabiliteit door hun speciale krachtoverdracht.
**Systeemcomponenten zijn afgestemd op het
aandrijfsysteem.
6.4.1 Kinderzitje
De dealer dient u graag van advies bij het kiezen
van een bij uw kind en bij de pedelec passend
kinderzitsysteem.
Voor behoud van de veiligheid moet de eerste
montage van een kinderzitje door de dealer
worden uitgevoerd.
Bij de montage van een kinderzitje let de dealer
erop, dat het zitje en de bevestiging van het zitje
bij de pedelec passen, dat alle onderdelen worden
gemonteerd en stevig worden bevestigd, dat
schakelkabels, remkabels, hydraulische en
elektrische leidingen zo nodig worden aangepast,
dat de bewegingsvrijheid van de berijder niet
wordt beperkt en dat het toegestane totaalgewicht
van de pedelec niet wordt overschreden.
De dealer geeft instructie over de omgang met de
pedelec en het kinderzitje.
De dealer dient u graag van advies bij het kiezen
van een bij uw kind en bij de pedelec passend
kinderzitsysteem.
Voor behoud van de veiligheid moet de eerste
montage van een kinderzitje door de dealer
worden uitgevoerd.
Beschrijving Artikelnummer
Beschermende hoes voor
elektrische onderdelen 080-41000 ff
Fietstassen,
systeemcomponent* 080-40946
Bagagedragermand,
systeemcomponent* 051-20603
Bagagedragerbox,
systeemcomponent* 080-40947
Fietsstandaard,
universele standaard XX-TWO14B
Tabel 55: Accessoires
Vallen door een verkeerd kinderzitje
Zowel de bagagedrager als de framebuis van de
pedelec zijn niet geschikt voor een kinderzitje en
kunnen breken. Dit kan leiden tot een val met
ernstig letsel voor de berijder en het kind.
Bevestig nooit een kinderzitje aan het zadel, het
stuur of de framebuis.
Vallen door onjuist gebruik
Het gebruik van een kinderzitje is van grote
invloed op de rijeigenschappen en de stabiliteit
van de pedelec. Dit kan leiden tot verlies van de
controle en een val met letsel.
Oefen een veilig gebruik met het kinderzitje
voordat de pedelec op de openbare weg wordt
gebruikt.
WAARSCHUWING
!
VOORZICHTIG
!
Beknellingsgevaar door open veren
Het kind kan met de vingers bekneld raken tussen
de open veren of het open mechanisme van het
zadel resp. de zadelpen.
Monteer nooit een zadel met open veren
wanneer een kinderzitje wordt gebruikt.
Monteer nooit een verende zadelpen met open
mechanisme resp. open veren wanneer een
kinderzitje wordt gebruikt.
Aanwijzing
Neem de wettelijke bepalingen voor het
gebruik van kinderzitjes in acht.
Neem de bedienings- en
veiligheidsaanwijzingen voor het kinderzitje in
acht.
Overschrijd nooit het toegestane totaalgewicht
van de pedelec.
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 73
Gebruik
Bij de montage van een kinderzitje let de dealer
erop, dat het zitje en de bevestiging van het zitje
bij de pedelec passen, dat alle onderdelen worden
gemonteerd en stevig worden bevestigd, dat
schakelkabels, remkabels, hydraulische en
elektrische leidingen zo nodig worden aangepast,
dat de bewegingsvrijheid van de berijder niet
wordt beperkt en dat het toegestane totaalgewicht
van de pedelec niet wordt overschreden.
De dealer geeft instructie over de omgang met de
pedelec en het kinderzitje.
6.4.2 Fietsaanhanger
Een pedelec, die is vrijgegeven voor gebruik van
een aanhanger, is voorzien van een
overeenkomstige waarschuwingssticker. Er
mogen uitsluitend fietsaanhangers worden
gebruikt, waarvan de verticale belasting en totale
massa de toegestane waarden niet overstijgen.
Afbeelding 68: Waarschuwingssticker aanhanger
De dealer dient u graag van advies bij het kiezen
van een bij de pedelec passend
aanhangersysteem. Voor behoud van de
veiligheid moet daarom de eerste montage van
een aanhanger door de dealer worden uitgevoerd.
6.4.3 Bagagedrager
De dealer dient u graag van advies bij de keuze
van een geschikte bagagedrager.
Voor behoud van de veiligheid moet de eerste
montage van een bagagedrager door de dealer
worden uitgevoerd.
Bij de montage van een bagagedrager let de
dealer erop, dat de bevestiging bij de pedelec
past, dat alle onderdelen worden gemonteerd en
stevig worden bevestigd, dat schakelkabels,
remkabels, hydraulische en elektrische leidingen
zo nodig worden aangepast, dat de
bewegingsvrijheid van de berijder niet wordt
beperkt en dat het toegestane totaalgewicht van
de pedelec niet wordt overschreden.
De dealer geeft instructie over de omgang met de
pedelec en de bagagedrager.
Vallen door falen van de remmen
Bij een hoge aanhangerbelading kan de
remwerking onvoldoende zijn. De lange remweg
kan leiden tot een val of ongeval met letsel.
Overschrijd nooit de vermelde maximale
aanhangerbelading.
Aanwijzing
De bedienings- en veiligheidsaanwijzingen
voor het aanhangersysteem moeten in acht
worden genomen.
De wettelijke bepalingen voor het gebruik van
fietsaanhangers moeten in acht worden
genomen.
Gebruik uitsluitend koppelingssystemen met
typegoedkeuring.
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 74
Gebruik
6.5 Voor het rijden 6.6 Checklist voor het rijden
Controleer de pedelec elke keer voor het
rijden.
Gebruik de pedelec niet wanneer afwijkingen
worden vastgesteld.
Vallen door onopgemerkte schade
Na een val, ongeval of omvallen van de pedelec
kan er sprake zijn van moeilijk herkenbare
schade, bv. aan het remsysteem, de
snelspanners of het frame. Een val met letsel kan
het gevolg zijn.
Neem de pedelec buiten gebruik en laat deze
door een dealer controleren.
Vallen door materiaalmoeheid
Door intensief gebruik kan materiaalmoeheid
optreden. Bij materiaalmoeheid kan een
onderdeel plotseling falen. Een val met letsel kan
het gevolg zijn.
Neem de pedelec onmiddellijk buiten gebruik
bij tekenen van materiaalmoeheid. Laat de
dealer de kwestie controleren.
Laat regelmatig de dealer een inspectie
uitvoeren. Bij deze inspectie onderzoekt de
dealer de pedelec op tekenen van
materiaalmoeheid op het frame, de vork, de
ophanging van de veringelementen (indien
voorzien) en op onderdelen van composieten.
Door warmtestraling (bv. een radiator) in de
directe omgeving kan carbon breekbaar worden.
Falen van het carbon onderdeel en een val met
letsel kan het gevolg zijn.
Stel carbon onderdelen van de pedelec nooit
bloot aan sterke warmtebronnen.
VOORZICHTIG
!
Controleer de pedelec op volledigheid.
Controleer de bevestiging van de accu.
Controleer o.a. verlichting, reflectoren en remmen op
sterke vervuiling.
Controleer spatborden, bagagedrager en
kettingbeschermer op deugdelijke montage.
Controleer voor- en achterwiel op een rechte loop. Dat is
met name van belang wanneer de pedelec getransporteerd
is geweest of met een slot vastgezet is geweest.
Controleer de ventielen en de bandenspanning. Corrigeer
deze zo nodig voor het rijden.
Controleer bij een hydraulische velgrem of de
vergrendelingshendels zich volledig gesloten in hun
eindstand bevinden.
Controleer de voor- en achterwielrem op hun goede
werking. Druk daarvoor de remhendels in om te controleren
of deze in de gebruikelijke stand tegendruk geven. De rem
mag geen remvloeistof verliezen.
Controleer de rijverlichting op een goede werking.
Controleer op ongewone geluiden, trillingen, geuren,
verkleuringen, vervormingen, scheuren, groeven,
schuurplekken en slijtage. Dit duidt op materiaalmoeheid.
Controleer het veersysteem op scheuren, deuken, butsen,
aanlopende delen en vrijgekomen olie. Kijk ook naar delen
aan de onderzijde van de pedelec die niet in het zicht
liggen.
Druk het veersysteem samen met uw lichaamsgewicht.
Stel de optimale "sag" in wanneer dit te zacht aanvoelt.
Controleer dat alle snelspanners, voor zover deze gebruikt
worden, zich volledig gesloten in hun eindstand bevinden.
Verzeker u ervan dat alle bevestigingsschroeven van
steekassystemen, voor zover deze worden gebruikt, met
het juiste aanhaalmoment zijn vastgedraaid.
Let op een ongewoon gevoel bij het remmen, trappen of
sturen.
Controleer bij pedelecs met ABS-systeem, dat het ABS-
controlelampje correct brandt.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 75
Gebruik
6.7 Zijstandaard gebruiken
6.7.1 Zijstandaard omhoog klappen
Klap voor het rijden de zijstandaard met de
voet volledig omhoog.
6.7.1.1 Pedelec parkeren
Klap voor het parkeren de zijstandaard met de
voet volledig omlaag.
Parkeer de pedelec voorzichtig en controleer
dat deze stabiel staat.
6.8 Bagagedrager gebruiken
Verdeel de bagage zo evenredig mogelijk over
de linker- en rechterzijde van de pedelec.
Het gebruik van fietstassen of bagagemanden
wordt aanbevolen.
Vallen door omlaag geklapte zijstandaard
De zijstandaard klapt niet automatisch omhoog.
Bij rijden met omlaag geklapte zijstandaard
bestaat valgevaar.
Klap de zijstandaard voor het rijden volledig
omhoog.
Aanwijzing
Door de hoge massa van de pedelec kan de
zijstandaard op een zachte ondergrond
wegzakken en kan de pedelec kantelen en
omvallen.
Parkeer de pedelec uitsluitend op een vlakke,
stevige ondergrond.
Controleer de stabiliteit in het bijzonder
wanneer de pedelec is voorzien van
accessoires of is beladen met bagage.
Vallen door beladen bagagedrager
Een beladen bagagedrager heeft invloed op het
rijgedrag van de pedelec, in het bijzonder bij het
sturen en remmen. Dat kan leiden tot verlies van
de controle. Een val met letsel kan het gevolg
zijn.
Oefen een veilig gebruik met beladen
bagagedrager voordat de pedelec op de
openbare weg wordt gebruikt.
VOORZICHTIG
!
VOORZICHTIG
!
Vallen door niet vastgezette bagage
Losse of niet vastgezette voorwerpen op de
bagagedrager, bv. riemen, kunnen in het
achterwiel verstrikt raken. Een val met letsel kan
het gevolg zijn.
Op de bagagedrager bevestigde voorwerpen
kunnen de reflectoren of de rijverlichting van de
pedelec afdekken. De pedelec kan daardoor in
het wegverkeer over het hoofd worden gezien.
Een val met letsel kan het gevolg zijn.
Zet op de bagagedrager geplaatste
voorwerpen voldoende vast.
Op de bagagedrager bevestigde voorwerpen
mogen nooit de reflectoren, de koplamp of het
achterlicht afdekken.
Beknelling van de vingers door veerklem
De veerklem van de bagagedrager heeft een hoge
spankracht. De vingers kunnen bekneld raken.
Laat de veerklem nooit ongecontroleerd
dichtklappen.
Let bij het sluiten van de veerklem op de
positie van de vingers.
Aanwijzing
Op de bagagedrager staat het maximale
draagvermogen vermeld.
Overschrijd nooit het toegestane totaalgewicht
bij het beladen van de pedelec.
Overschrijd nooit het maximale
draagvermogen van de bagagedrager.
Breng nooit wijzigingen aan aan de
bagagedrager.
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 76
Gebruik
6.9 Accu
Brand- en explosiegevaar door een defecte
accu
Bij een beschadigde of defecte accu kan de
beveiligingselektronica uitvallen. De
restspanning kan kortsluiting veroorzaken. De
accu kan ontvlammen en exploderen.
Neem een accu, die uitwendige schade
vertoont, onmiddellijk buiten bedrijf en laad
deze nooit op.
Gebruik de accu en accessoires uitsluitend in
correcte toestand.
Gebruik uitsluitend accu's, die voor uw
pedelec zijn toegelaten.
Gebruik de accu niet met defecte
aansluitkabels of defecte contacten.
Gebruik de accu uitsluitend in combinatie met
pedelecs met BMZ-systemen. Alleen zo wordt
de accu beschermd tegen gevaarlijke
overbelasting.
Houd afstand wanneer een accu vervormt of
begint te roken, onderbreek de voeding van de
contactdoos en neem onmiddellijk contact op
met de brandweer.
Blus een beschadigde accu niet met water en
laat deze nooit met water in contact komen.
Neem na een val of botsing zonder uitwendige
schade aan de behuizing, de accu gedurende
ten minste 24 uur buiten bedrijf en observeer
deze.
Een defecte accu is gevaarlijk afval. Voer een
defecte accu zo snel mogelijk op de juiste
wijze af.
Sla deze tot het afvoeren droog op. Sla nooit
brandbare stoffen op in de omgeving.
Probeer nooit de accu te openen of te
repareren.
Laad de accu voor gebruik op. Gebruik
uitsluitend de meegeleverde oplader.
Vermijd grote temperatuurveranderingen.
WAARSCHUWING
!
Gebruik de accu niet op hoogten boven
2000 m.
Letsel aan huid en ogen door een defecte accu
Uit een beschadigde of defecte accu kunnen
vloeistoffen en dampen vrijkomen. Ook te hoge
temperaturen kunnen ertoe leiden dat vloeistof uit
de accu vrijkomt en de behuizing wordt
beschadigd. De vloeistof kan leiden tot irritatie
van de luchtwegen en tot brandwonden.
Vermijd elk contact met vrijkomende
vloeistoffen.
Neem bij oogcontact of klachten onmiddellijk
contact op met een arts.
Spoel bij huidcontact de huid onmiddellijk af
met water.
Ventileer de ruimte goed.
Bescherm de accu tegen temperaturen boven
60 °C, bv. door langdurige blootstelling aan
invallend zonlicht.
Brand- en explosiegevaar door kortsluiting
Kleine metalen voorwerpen kunnen de
elektrische aansluitingen van de accu
overbruggen. De accu kan ontvlammen en
exploderen.
Houd paperclips, schroeven, muntstukken,
sleutels en andere kleine voorwerpen op
afstand en steek deze niet in de accu.
Brand- en explosiegevaar door binnendringen
van water
De accu is slechts beschermd tegen opspattend
water. Binnendringend water kan kortsluiting
veroorzaken. De accu kan ontvlammen en
exploderen.
Dompel de accu nooit onder in water.
Reinig de accu nooit met een
hogedrukreiniger.
Wanneer er reden is om aan te nemen dat er
water in de accu kan zijn binnengedrongen,
moet deze buiten bedrijf worden genomen.
WAARSCHUWING
!
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 77
Gebruik
Schakel de accu en het aandrijfsysteem uit
voordat de accu wordt verwijderd of aangebracht.
6.9.1 Frame-accu
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
6.9.1.1 Frame-accu verwijderen
Afbeelding 69: Frame-accu verwijderen en aanbrengen
(1) Open het slot met de sleutel.
Kantel de accu uit de bovenste houder.
(2) Trek de accu uit de houder.
6.9.1.2 Frame-accu aanbrengen
(3) Plaats de accu op de contacten in de
onderste houder voor de.
(4) Verwijder de sleutel van het slot.
Kantel de accu volledig in de bovenste houder.
Er klinkt een klik.
Controleer dat de aangebrachte accu goed
vast zit.
6.9.2 Bagagedrageraccu
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
6.9.2.1 Bagagedrageraccu verwijderen
Afbeelding 70: Bagagedrageraccu verwijderen (2) en
aanbrengen (3)
(1) Open het slot met de sleutel.
(2) Trek de accu naar achteren uit de houder
voor de bagagedrageraccu.
Verwijder de sleutel van het slot.
6.9.2.2 Bagagedrageraccu aanbrengen
(3) Schuif de accu met de contacten naar voren
in de houder voor de bagagedrageraccu tot deze
vast klikt.
Controleer dat de aangebrachte accu goed
vast zit.
6.9.3 Geïntegreerde accu
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
6.9.3.1 Geïntegreerde accu verwijderen
Afbeelding 71: Geïntegreerde accu verwijderen
Aanwijzing
Bij transport van de pedelec resp. tijdens het
rijden kan een achtergebleven sleutel afbreken of
kan de vergrendeling onbedoeld open gaan.
Verwijder de sleutel van het accuslot
onmiddellijk na gebruik.
Het wordt aanbevolen de sleutel te voorzien
van een sleutelhanger.
(1)
(2)
(3)
(4)
(1) (2)
(3)
(1)
(2)
(3)
(4)
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 78
Gebruik
(1) Open het slot met de sleutel.
(2) De accu is ontgrendeld en valt in de
borging.
(3) Ondersteun de accu van onderaf met de
hand. Druk met de andere hand van bovenaf
op de borging.
(4) De accu is volledig ontgrendeld en valt in de
hand.
Trek de accu uit het frame.
Verwijder de sleutel van het slot.
6.9.3.2 Geïntegreerde accu aanbrengen
Afbeelding 72: Geïntegreerde accu aanbrengen
(1) Plaats de accu met de contacten naar voren
in de onderste houder.
(2) Klap de accu omhoog tot deze door de
borging op zijn plaats wordt gehouden.
(3) Druk de accu omhoog tot deze duidelijk
hoorbaar vast klikt.
Controleer dat de accu goed vast zit.
(4) Sluit de accu af met de sleutel omdat
anders het slot open kan gaan en de accu uit
de houder kan vallen.
Verwijder de sleutel van het slot.
Controleer voor het rijden, dat de accu goed
vast zit.
6.9.4 Accu opladen
(1)
(2) (3)
(4)
Brand- en explosiegevaar door defecte accu
Bij een beschadigde of defecte accu kan de
beveiligingselektronica uitvallen. De
restspanning kan kortsluiting veroorzaken. De
accu kan ontvlammen en exploderen.
Laad nooit een defecte accu op.
Brand door oververhitte oplader
De oplader wordt tijdens het laden van de accu
warm. Bij onvoldoende koeling kan dit leiden tot
brand of brandwonden aan de handen.
Gebruik de oplader nooit op een licht
ontvlambare ondergrond (bv. papier, tapijt,
enz.).
Dek de oplader tijdens het laden nooit af.
Laad de accu nooit zonder toezicht op.
Elektrische schok door binnendringen van
water
Bij het binnendringen van water in een oplader
bestaat het risico op een elektrische schok.
Laad de accu nooit buitenshuis op.
Elektrische schok bij beschadiging
Een beschadigde oplader, kabel of stekker
verhoogt het risico op een elektrische schok.
Controleer voor elk gebruik de oplader, kabels
en stekkers. Gebruik nooit een beschadigde
oplader.
WAARSCHUWING
!
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 79
Gebruik
De omgevingstemperatuur moet tijdens het laden
tussen 0 °C en 40 °C liggen.
De accu kan bij het laden op de pedelec blijven
zitten of worden verwijderd.
Een onderbreking van het laden leidt niet tot
schade aan de accu.
Bij een pedelec voorzien van twee accu's, wordt
het laden van beide accu's gestart via de
bagagedrageraccu
Verwijder het rubberen klepje van de accu.
Sluit de netstekker van de oplader aan op een
normale geaarde contactdoos.
Steek de laadkabel in de laadaansluiting van
de accu.
Het laden start automatisch.
Tijdens het opladen geeft de
laadtoestandweergave de laadtoestand aan.
Bij ingeschakeld aandrijfsysteem wordt het
laden op het display weergegeven.
Ontkoppel de accu van de oplader en laat deze
afkoelen. Sluit de accu pas weer op de oplader
aan, wanneer deze de toegestane
laadtemperatuur heeft bereikt.
Het laden is voltooid wanneer de LED's van de
bedrijfs- en laadtoestandweergave uitgaan.
Ontkoppel na het opladen accu van de oplader
en de oplader van het lichtnet.
6.9.5 Dubbel laden
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Bij pedelecs met twee accu's is één van de
laadaansluitingen niet toegankelijk of afgesloten
met een afsluitkap.
Afbeelding 73: Open contacten afdekken met afdekkap,
voorbeeld bagagedrageraccu
(1) Wanneer u een pedelec, die is bedoeld voor
gebruik met twee accu's, wilt gebruiken met
slechts één accu, moet u de contacten van de
vrije insteekplaats afdekken met de
meegeleverde afdekkap omdat er anders door
de open contacten kortsluiting kan optreden.
Aanwijzing
Wanneer tijdens het laden een storing
optreedt, wordt een systeemmelding
weergegeven. Neem onmiddellijk de oplader
en de accu buiten bedrijf en volg de
aanwijzingen.
Aansluitwaarden 230 V, 50 Hz
Aanwijzing
Let op de juiste netspanning! De spanning van
de netvoeding moet overeenkomen met de
gegevens op de typeplaat van de oplader.
Opladers voor 230 V kunnen ook op 220 V
worden gebruikt.
Wanneer de accu zich
buiten het toegestane
bereik voor de
laadtemperatuur
bevindt, knipperen drie
LED's van de
laadtoestandweergave
.
Aanwijzing
Laad de accu's uitsluitend op via de
toegankelijke laadaansluiting.
Open nooit een afgesloten laadaansluiting.
Opladen via een eerder afgesloten
laadaansluiting kan leiden tot onherstelbare
schade.
(1)
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 80
Gebruik
6.9.5.1 Opladen bij twee aangebrachte accu's
Wanneer op een pedelec twee accu's zijn
aangebracht, laadt u beide accu's op via de
niet afgesloten aansluiting.
Tijdens het opladen worden beide accu's
afwisselend opgeladen, waarbij automatisch
meerdere keren tussen beide accu's wordt
omgeschakeld. De laadtijd is twee keer zo
lang.
Tijdens gebruik worden beide accu's afwisselend
ontladen.
6.9.5.2 Opladen bij één aangebrachte accu
Wanneer u de accu's uit de houders neemt, kunt
u elke accu afzonderlijk opladen.
Wanneer slechts één accu is aangebracht, kunt u
op de pedelec uitsluitend de accu opladen die is
voorzien van de toegankelijke laadaansluiting. De
accu met de afgesloten laadaansluiting kunt u
uitsluitend opladen door de accu uit de houder te
nemen.
6.9.6 Accu uit de slaapstand halen
Wanneer het systeem langere tijd niet wordt
gebruikt, gaat de accu ter bescherming naar de
slaapstand. De LED's van de bedrijfs- en
laadtoestandweergave branden niet.
Druk op de aan/uit-toets (accu).
De bedrijfs- en laadtoestandweergave van de
accu geeft de laadtoestand aan.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 81
Gebruik
6.10 Elektrisch aandrijfsysteem
6.10.1 Elektrisch aandrijfsysteem
inschakelen
Er is een voldoende opgeladen accu op de
pedelec aangebracht.
De accu zit goed vast. De sleutel is verwijderd.
Er zijn drie mogelijkheden om het aandrijfsysteem
in te schakelen.
1 Aan/uit-toets
Druk kort op de aan/uit-toets (accu).
2 Aan/uit-toets display
Druk kort op de aan/uit-toets (display).
3 Ingeschakeld display
Wanneer het display bij het aanbrengen in de
houder als is ingeschakeld, wordt het
elektrische aandrijfsysteem automatisch
ingeschakeld.
Na het inschakelen wordt op het display de
snelheid 0 KM/H weergegeven. Wanneer dat
niet het geval is, controleer dan of het display
wel goed is vastgeklikt.
Wanneer het aandrijfsysteem is ingeschakeld,
wordt de aandrijving geactiveerd zodra de
pedalen met voldoende kracht worden
voortbewogen (behalve in de stand
duwondersteuning of met
ondersteuningsniveau "OFF").
Het motorvermogen is afhankelijk van het op
het display ingestelde ondersteuningsniveau.
Zodra het systeem is geactiveerd, verschijnt
gedurende korte tijd ACTIVE LINE/
PERFORMANCE LINE op het display.
6.10.2 Aandrijfsysteem uitschakelen
Zodra u in normaal bedrijf stopt met trappen op de
pedalen, of zodra u een snelheid bereikt van
25 km/h, wordt de ondersteuning door het
aandrijfsysteem uitgeschakeld. De ondersteuning
wordt weer ingeschakeld wanneer u op de
pedalen trapt en de snelheid onder 25 km/h ligt.
Tien minuten na het laatste commando schakelt
het systeem automatisch uit. Er zijn drie
mogelijkheden om het aandrijfsysteem handmatig
uit te schakelen.
1 Aan/uit-toets display
Druk kort op de aan/uit-toets (display).
2 Aan/uit-toets
Druk op de aan/uit-toets (accu).
3 Display verwijderen
Verwijder het display uit de houder.
De LED's van de bedrijfs- en
laadtoestandweergave gaan uit.
Vallen door niet kunnen remmen
Het ingeschakelde aandrijfsysteem kan door
inwerking van krachten op de pedalen worden
geactiveerd. Wanneer de aandrijving onbedoeld
wordt geactiveerd en de rem niet bereikt kan
worden, kan een val met letsel het gevolg zijn.
Start nooit het elektrische aandrijfsysteem
resp. schakel dit onmiddellijk uit wanneer de
rem niet betrouwbaar kan worden bereikt.
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 82
Gebruik
6.11 Bediening met display
6.11.1 Display verwijderen en aanbrengen
Het systeem wordt door het verwijderen van het
display uitgeschakeld.
6.11.1.1 Display verwijderen
Druk de vergrendeling van het display omlaag
en schuif tegelijkertijd het display naar voren
toe uit de houder.
6.11.1.2 Display aanbrengen
Leg het display op de houder.
Schuif het display helemaal naar achteren.
Afbeelding 74: Display (2) over de vergrendeling van het
display (1) volledig op de houder (3) schuiven
6.11.2 Display borgen tegen verwijdering
Demonteer de displayhouder van het stuur.
Breng het display aan op de houder.
Draai de blokkeerschroef (draad M3, 8 mm
lang) van onderaf in het daarvoor voorziene
draadgat van de houder
Monteer de houder op het stuur.
6.11.3 Interne accu van het display laden
Wanneer de interne accu van het display bij het
inschakelen van het display bijna leeg is,
verschijnt gedurende drie seconden MET
PEDELEC VERBINDEN op de tekstregel.
Daarna schakelt het display weer uit.
Er zijn twee mogelijkheden om de accu op te
laden.
6.11.3.1 Op de pedelec opladen
Breng het display aan in de houder voor het
display als er een accu op de pedelec is
aangebracht.
Druk op de aan/uit-toets (accu).
Gebruik de pedelec.
6.11.3.2 Via USB-aansluiting laden
Open de beschermklep van de USB-
aansluiting.
Verbind de USB-aansluiting met een passende
USB-kabel met een gangbare USB-oplader of
de USB-aansluiting van een computer (5 V
laadspanning; max. 500 mA laadstroom).
Op het display wordt USB AANGESLOTEN
weergegeven.
Aanwijzing
Wanneer de berijder afwezig is, kunnen
onbevoegden bij het display, bv. voor diefstal,
wijziging van systeeminstellingen of aflezen van
reisinformatie.
Verwijder het display wanneer de pedelec
wordt geparkeerd.
ECO
MPH
KM/H
Reichweite
KM /H
RESET
EC O
MPH
KM/H
Reichweite
KM
/H
1
2
3
Aanwijzing
De blokkeerschroef is geen diefstalbeveiliging.
Aanwijzing
Wanneer de interne accu van het display een
periode niet wordt gebruikt treedt ontlading op.
Hierdoor kan de interne accu van het display
onherstelbare schade oplopen.
Laad de interne accu van het display elke
3 maanden gedurende ten minste 1 uur op.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 83
Gebruik
6.11.4 USB-aansluiting gebruiken
De USB-aansluiting kan worden gebruikt voor
externe apparaten, voor zover deze worden
aangesloten met een normconforme micro-A/
micro-B USB-2.0-kabel.
Open de beschermklep van de USB-
aansluiting.
Breng na gebruik van de USB-aansluiting de
beschermklep weer aan.
6.11.5 Display inschakelen
Druk kort op de aan/uit-toets (display).
Het elektrische aandrijfsysteem is
ingeschakeld.
6.11.6 Display uitschakelen
Wanneer het display zich niet in de houder
bevindt, schakelt het na 1 minuut zonder
bediening van de toetsen automatisch uit om
energie te besparen.
Druk kort op de aan/uit-toets (display).
Het elektrische aandrijfsysteem is
uitgeschakeld.
6.11.7 Duwondersteuning gebruiken
De duwondersteuning ondersteunt de berijder bij
het duwen van de pedelec. De snelheid kan
daarbij maximaal 6 km/h bedragen.
De trekkracht en de snelheid van de
duwondersteuning worden beïnvloed door de
gekozen versnelling. Om de aandrijving te
ontzien, wordt voor duwen bergop de eerste
versnelling aanbevolen.
Ondersteuningsniveau OFF mag niet zijn
geselecteerd.
Druk kort op de duwondersteuningstoets om
de duwondersteuning te activeren.
Druk binnen 3 seconden op de plus-toets en
houd deze ingedrukt om de duwondersteuning
in te schakelen.
Laat de plus-toets los om de
duwondersteuning uit te schakelen. De
duwondersteuning schakelt automatisch uit
zodra de wielen van de pedelec worden
geblokkeerd of de snelheid meer dan 6 km/h
bedraagt.
Aanwijzing
Via de USB-aansluiting binnendringend vocht kan
in het display kortsluiting veroorzaken.
Controleer regelmatig dat het rubberen klepje
van de USB-aansluiting correct is aangebracht
en corrigeer dat zo nodig.
Letsel door pedalen en wielen
De pedalen en het aandrijfwiel draaien bij gebruik
van de duwondersteuning. Wanneer de wielen
van de pedelec bij gebruik van de
duwondersteuning geen contact maken met de
ondergrond (bv. tijdens het tillen op een trap of
het beladen van de bagagedrager) bestaat
gevaar voor letsel.
Gebruik de duwondersteuningsfunctie
uitsluitend tijdens het duwen van de pedelec.
Tijdens gebruik van de duwondersteuning
moet de pedelec met beide handen veilig
worden geleid.
Zorg voor voldoende bewegingsruimte voor de
pedalen.
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 84
Gebruik
6.11.8 Rijverlichting gebruiken
Om de rijverlichting in te kunnen schakelen,
moet het aandrijfsysteem zijn ingeschakeld.
Druk op de rijverlichtingtoets.
De rijverlichting is ingeschakeld (het pictogram
rijverlichting wordt weergegeven) resp.
uitgeschakeld (het pictogram rijverlichting
wordt niet weergegeven).
6.11.9 Ondersteuningsniveau selecteren
Druk op de plus-toets om het
ondersteuningsniveau te verhogen.
Druk op de min-toets om het
ondersteuningsniveau te verlagen.
6.11.10 Reisinformatie
De weergegeven reisinformatie kan worden
gewijzigd en voor een deel worden gereset.
Wanneer het display uit de houder wordt
genomen, blijven alle waarden van de functies
behouden en kunnen deze verder worden
weergegeven.
6.11.10.1 Weergegeven reisinformatie
wijzigen
Druk herhaaldelijk op de info-toets (display) of
de info-toets (bediening) tot de gewenste
reisinformatie wordt weergegeven.
6.11.10.2 Reisinformatie resetten
Om de reisinformatie Afstand, Rijtijd of
Gemiddelde te resetten, gaat u naar een van
deze drie functies en drukt u vervolgens zo
lang op de RESET-toets tot de weergave op
nul staat. Daarmee zijn ook de waarden van de
beide andere functies gereset.
Om de reisinformatie Maximum te resetten,
gaat u naar deze functie en drukt u vervolgens
zo lang op de RESET-toets tot de weergave op
nul staat.
Om de reisinformatie Bereik te resetten, gaat u
naar deze functie en drukt u vervolgens zo lang
op de RESET-toets tot de weergave op de
waarde van de standaardinstelling is gereset.
6.11.11 Systeeminstellingen wijzigen
Of de Systeeminstellingen kunnen worden
weergegeven en gewijzigd is afhankelijk van de
vraag of het display in de houder zit of niet.
Sommige instellingen kunnen uitsluitend worden
bekeken en gewijzigd wanneer het display in de
houder zit. Afhankelijk van de uitrusting van de
pedelec kunnen sommige menuonderdelen
ontbreken.
De Systeeminstellingen kunnen worden
gewijzigd.
Druk tegelijkertijd op de info-toets (display) en
de RESET-toets.
Op het display wordt CONFIGURATIE
weergegeven. Het menu Systeeminstellingen
is geopend.
Druk herhaaldelijk op de info-toets (display)
tot de systeeminstelling, die moet worden
gewijzigd, wordt weergegeven.
Druk op de plus-toets of de min-toets om de
weergegeven instelling te wijzigen.
Druk gedurende 3 seconden op de RESET-
toets. om de gewijzigde systeeminstellingen
op te slaan en terug te keren naar de
reisinformatie.
Weergave Wijziging
- T I JD + U kunt de huidige tijd instellen.
Wanneer de insteltoetsen langer
ingedrukt worden gehouden,
gaat de wijziging van de tijd
sneller.
- BANDEN
CIRCUM. +
U kunt deze door de fabrikant
vooraf ingestelde waarde met
± 5% wijzigen. Dit menuonderdeel
wordt uitsluitend weergegeven,
wanneer het display zich in de
houder bevindt
- N E DERLA N D S + U kunt de taal van de
displayteksten wijzigen. U hebt de
keuze uit Duits, Engels, Frans,
Spaans, Italiaans, Portugees,
Zweeds,
Nederlands en Deens.
- E E NHEID KM/MI + U kunt snelheid en afstand laten
weergeven in kilometers of in
mijlen.
- T I JDFO R M AAT + U kunt de tijd laten weergeven in
12-uur- of 24-uur-format.
- S C HAKEL T IP UI T + U kunt het weergeven van
schakeltips in- resp. uitschakelen.
Tabel 56: Systeeminstellingen wijzigen
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 85
Gebruik
6.12 Rem
Hydraulische olie kan bij inslikken en bij
binnendringen in de luchtwegen dodelijk zijn.
Door een ongeval of door materiaalmoeheid kan
hydraulische olie vrijkomen. De hydraulische olie
kan bij inslikken en inademen dodelijk zijn.
Eerstehulpmaatregelen
Draag handschoenen en een veiligheidsbril als
persoonlijke beschermingsmiddelen. Houd
onbeschermde personen op afstand.
Breng slachtoffers uit de gevarenzone en in de
frisse lucht. Laat slachtoffers nooit zonder
toezicht.
Zorg voor voldoende ventilatie.
Verwijder onmiddellijk met hydraulische olie
verontreinigde kleding.
Houd rekening met gevaar door uitglijden ten
gevolge van vrijgekomen hydraulische olie.
Houdt hydraulische olie verwijderd van open
vuur, hete oppervlakken en ontstekingsbronnen.
Vermijd contact met huid en ogen.
Adem dampen en aerosolen niet in.
Na inademen
Verse lucht toevoeren, bij klachten contact
opnemen met een arts.
Na huidcontact
Betroffen huid afwassen met water en zeep en
goed afspoelen. Verontreinigde kleding
verwijderen. Bij klachten contact opnemen met
een arts.
Na oogcontact
De ogen ten minste 10 minuten met geopende
oogleden onder stromend water uitspoelen, ook
onder de oogleden. Bij aanhoudende klachten
contact opnemen met een oogarts.
GEVAAR
!
Na inslikken
De mond met water uitspoelen. Nooit braken
opwekken! Verstikkingsgevaar!
Leg een brakende, op de rug liggende persoon in
stabiele zijligging. Neem onmiddellijk contact op
met een arts.
Milieubeschermingsmaatregelen
Laat hydraulische olie nooit in het riool, het
oppervlaktewater of het grondwater
terechtkomen.
Meldt indringing in de bodem, verontreiniging
van waterlopen resp. het riool bij de
verantwoordelijke autoriteiten.
Vallen door falen van de remmen
Olie of smeermiddelen op de remschijf van een
schijfrem resp. op de velg van een velgrem
kunnen leiden tot het volledig falen van de rem.
Dit kan leiden tot een val met ernstig letsel.
Laat nooit olie of smeermiddelen in contact
komen met de remschijf resp. met de remblokken
en de velg
Wend u tot een dealer of werkplaats voor
reiniging of vervanging van componenten
wanneer de remblokken in contact zijn gekomen
met olie of smeermiddelen.
Bij lang, continu gebruik van de rem (bv. bij een
lange afdaling), kan de olie in het remsysteem
warm worden. Hierdoor kan zich een dampbel
vormen. Dat leidt tot expansie van eventueel in
het remsysteem aanwezig water of lucht.
Hierdoor kan de slag van de remhendel plotseling
groter worden. Een val met ernstig letsel kan het
gevolg zijn.
Laat bij lange afdalingen de rem regelmatig los.
GEVAAR
!
WAARSCHUWING
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 86
Gebruik
Tijdens het rijden wordt de aandrijfkracht van de
motor uitgeschakeld zodra de berijder niet meer
op de pedalen trapt. Bij remmen schakelt het
aandrijfsysteem niet uit.
Trap tijdens het remmen niet meer op de pedalen
voor een optimaal remresultaat.
6.12.1 Remhendel gebruiken
Afbeelding 75: Remhendel achter (1) en voor (2),
voorbeeld Shimano rem
Druk de linker remhendel voor de voorwielrem
resp. de rechter hendel voor de achterwielrem in
tot de gewenste snelheid is bereikt.
Amputatie door draaiende remschijf
De remschijf van de schijfrem is zo scherp, dat
deze ernstig letsel van de vingers veroorzaakt
wanneer deze in de openingen van de remschijf
komen.
Houd de vingers verwijderd van de draaiende
remschijf.
Vallen door natte omstandigheden
Op natte straten kunnen de banden slippen.
Onder natte omstandigheden moet tevens
rekening worden gehouden met een langere
remweg. Dan kan het remmen ook anders
aanvoelen dan normaal. Dit kan leiden tot verlies
van controle of tot een val met letsel.
Rijd langzaam en rem tijdig.
Vallen door verkeerd gebruik
Onjuist gebruik van de rem kan leiden tot verlies
van de controle of tot een val met letsel.
Verplaats uw lichaamsgewicht zo ver mogelijk
naar achteren en omlaag.
Oefen het remmen, ook in noodsituaties, voordat
de pedelec op de openbare weg wordt gebruikt.
Gebruik de pedelec nooit wanneer u bij het
indrukken van de remhendel geen weerstand
voelt. Neem contact op met een dealer.
Brandwonden door heetgelopen remmen
De remmen kunnen tijdens gebruik zeer heet
worden. Bij contact kunnen brandwonden
optreden of kan brand ontstaan.
Vermijd contact met de onderdelen van de rem
direct na het rijden.
WAARSCHUWING
!
VOORZICHTIG
!
Vallen na reiniging of opslag
Het remsysteem is niet bedoeld voor gebruik bij
een op de kop gezette of platgelegde pedelec.
Hierdoor kan de rem onder bepaalde
omstandigheden niet correct werken. Dit kan
leiden tot een val met letsel.
Wanneer de pedelec op de kop gezet of
platgelegd is geweest, moet voor het rijden de
rem enkele keren worden bediend om te zorgen
dat deze weer normaal werkt.
Gebruik de pedelec nooit wanneer deze niet
meer normaal remt. Neem contact op met een
dealer.
VOORZICHTIG
!
1
2
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 87
Gebruik
6.12.2 Terugtraprem gebruiken
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
De beste remwerking wordt bereikt wanneer de
pedalen zich bij het remmen in de 3-uur- resp. 9-
uur-stand bevinden. Om de loze hoek tussen rij-
en rembeweging te overbruggen is het aan te
bevelen, een stuk voorbij de 3-uur- resp. 9-uur-
stand te trappen voordat tegen de rijrichting in
wordt getrapt om te remmen.
Trap op de pedalen tegen de rijrichting in tot de
gewenste snelheid is bereikt.
6.12.3 ABS gebruiken
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Ongeval door uitval van de ABS
Bij een brandend ABS-controlelampje is de ABS-
functie niet actief.
Pas uw rijstijl aan aan de situatie.
Onder extreme rijomstandigheden kan het
voorkomen, dat de ABS niet tot stilstand van het
wiel kan regelen. Dit kan leiden tot een val met
ernstig letsel.
Laat de voorwielrem kort los. Hierdoor kan
opnieuw met de ABS-functie worden geremd.
Pas uw rijstijl aan aan de betreffende
omgevingsomstandigheden en uw persoonlijke
rijvaardigheid.
Een storing van de ABS kan niet worden
weergegeven wanneer het ABS-controlelampje
defect is.
Overtuig u er bij het opstarten van het elektrische
aandrijfsysteem van, dat het ABS-controlelampje
gaat branden. Anders is het controlelampje
defect.
WAARSCHUWING
!
Ongeval in bochten en op gladde
ondergronden
Bij remmanoeuvres met ABS in bochten bestaat
verhoogd valgevaar. Op gladde ondergronden
kunnen de banden makkelijker doorslippen en
bestaat verhoogd valgevaar. Dit kan leiden tot
een val met ernstig letsel.
Pas uw rijstijl aan aan de betreffende
omgevingsomstandigheden en uw persoonlijke
rijvaardigheid.
Ongeval door een langere remweg
De ABS onderdrukt het blokkeren van het
voorwiel. Dat kan in sommige situaties leiden tot
een langere remweg. Dit kan leiden tot een
ongeval met ernstig letsel.
Pas uw rijstijl aan aan de betreffende
omgevingsomstandigheden en uw persoonlijke
rijvaardigheid.
Laat u nooit verleiden tot een lichtzinnige rijstijl.
Ongeval door lucht in het hydraulische
systeem
Door lucht in het remsysteem kan minder remdruk
worden opgebouwd – in het bijzonder na een
ABS-ingreep, waarbij de remhendel dichter naar
het stuur toe wordt bewogen. Dit kan leiden tot
een ongeval met ernstig letsel.
Controleer daarom elke keer voor het rijden door
het aantrekken van de remmen of er sprake is
van een duidelijk voelbaar drukpunt en of de
afstand van de remhendels tot de handvatten
nog voldoende is. Het drukpunt moet liggen bij
ca. 1/3 van de slag van de remhendel.
Zet bij twijfel de slagverstelling in op de maximale
stand.
Neem contact op met de dealer indien er lucht in
het remsysteem is binnengedrongen.
Pas uw rijstijl aan aan de betreffende
omgevingsomstandigheden en uw persoonlijke
rijvaardigheid.
WAARSCHUWING
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 88
Gebruik
6.12.3.1 Tijdens het rijden
Het controlelampje van het antiblokkeersysteem
moet na het opstarten van het systeem branden
en na het wegrijden bij ca. 5 km/h doven.
Wanneer het ABS-controlelampje na het
opstarten van het elektrische aandrijfsysteem niet
brandt, is de ABS defect en wordt de berijder daar
aanvullend door middel van de getoonde
storingscode op het display op gewezen.
Wanneer het controlelampje na het wegrijden niet
dooft op tijdens het rijden gaat branden, duidt dat
op een storing in het antiblokkeersysteem. Het
antiblokkeersysteem is dan niet meer actief. De
reminstallatie zelf blijft werken, alleen is de
antiblokkeersysteemregeling niet beschikbaar. Bij
een brandend ABS-controlelampje is de ABS-
functie niet actief.
Pas uw rijstijl aan aan de betreffende
omgevingsomstandigheden en uw persoonlijke
rijvaardigheid.
Bedenk, dat het antiblokkeersysteem uw remweg
kan verlengen.
Verminder snelheid op gladde ondergronden.
Rem tijdig en gedoseerd.
Om het antiblokkeersysteem weer te activeren,
moet de pedelec worden gestopt en opnieuw
worden opgestart (uit- en weer inschakelen).
Ongeval door manipulatie
Gemanipuleerde, gewijzigde en/of door niet
voorziene componenten vervangen ABS-
componenten hebben een nadelige invloed op de
ABS-functie. Dit kan leiden tot een val met ernstig
letsel.
Voer onderhoudswerkzaamheden en reparaties
altijd deskundig uit.
Vervang defecte onderdelen uitsluitend door
originele onderdelen.
Beknellingsgevaar en/of materiële schade
Tussen de ABS-besturingseenheid en het frame
zit ruimte. Bij bv. volledig inveren van het stuur
kunnen lichaamsdelen resp. onderdelen bekneld
raken. Dit kan leiden tot letsel of materiële
schade.
Houd geen lichaamsdelen of onderdelen als
remleidingen en kabels tussen de ABS-
besturingseenheid en het frame.
Let er bij het bevestigen van accessoires aan het
stuur op, dat het stuur vanuit de middenstand
naar beide zijden over ten minste 60° vrij moet
kunnen worden bewogen. Een vrije ruimte van
25 mm kan voorkomen dat vingers bekneld
raken. Zo nodig moeten stuurbegrenzers worden
toegepast.
WAARSCHUWING
!
VOORZICHTIG
!
Aanwijzing
Het controlelampje van het antiblokkeersysteem
kan gaan branden wanneer onder extreme
rijomstandigheden de toerentallen van het voor-
en achterwiel sterk van elkaar afwijken, bv. bij
rijden op het achterwiel of wanneer het wiel
ongewoon lang zonder contact met de
ondergrond draait (montagestandaard). Daarbij
wordt het antiblokkeersysteem uitgeschakeld.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 89
Gebruik
6.13 Vering en demping
6.13.1 Drukdemper van de FOX-vork
afstellen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Met de drukdemperafsteller kan snel het
veergedrag van de vork worden aangepast bij
veranderingen van het terrein. Deze is bedoeld
voor afstellingen tijdens het rijden.
Afbeelding 76: FOX-drukdemperafsteller met de standen
OPEN (1) en HARD (2)
In de stand OPEN is de drukdemping het kleinst
zodat de vork zachter aanvoelt. Gebruik de stand
HARD wanneer de vork stijver moet aanvoelen of
wanneer u op een zachte ondergrond rijdt. De
hendelstanden tussen de standen OPEN en
HARD zijn voor fijnafstelling van de drukdemping.
Het wordt aanbevolen de hendel van de
drukdemperafsteller in eerste instantie in de stand
OPEN te zetten.
6.13.2 Drukdemper van de FOX-demper
afstellen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Met de drukdemperafsteller kan snel het
veergedrag van de demper worden aangepast bij
veranderingen van het terrein. Deze is bedoeld
voor afstellingen tijdens het rijden.
Afbeelding 77: FOX-drukdemperafsteller op de
achterbouwdemper met de standen OPEN (1). MIDDEL (2)
en HARD (3)
Gebruik de stand OPEN bij ruwe afdalingen, de
stand MIDDEL bij ongelijk terrein en de stand
HARD om efficiënt te klimmen. Zet de
drukdemperafsteller in eerste instantie in de
stand OPEN.
Afbeelding 78: Fijnafstelling van de stand OPEN met de
afsteller (4)
De FOX-achterbouwdemper heeft een
fijnafstelling voor de stand OPEN.
Het wordt aanbevolen fijnafstelling uit te voeren
terwijl de drukdemperafsteller zich in de stand
MIDDEL of HARD bevindt.
Trek de afsteller uit.
Draai de afsteller naar de stand 1, 2 of 3.
Afstelling 1 geeft het zachtste rijgedrag,
afstelling 3 het hardste.
Druk de afsteller in om de afstelling te
vergrendelen.
1
1
2
1
2
3
4
3
2
1
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 90
Gebruik
6.13.3 Drukdemper van de Suntour-vork
afstellen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Met de drukdemperafsteller kan snel het
veergedrag van de vork worden aangepast bij
veranderingen van het terrein. Deze is bedoeld
voor afstellingen tijdens het rijden.
Afbeelding 79: Suntour-drukdemperafsteller met de
standen OPEN (1) en LOCK (2)
In de stand OPEN is de drukdemping het kleinst
zodat de vork zachter aanvoelt. Gebruik de stand
LOCK wanneer de vork stijver moet aanvoelen of
wanneer u op een zachte ondergrond rijdt. De
hendelstanden tussen de standen OPEN en
LOCK zijn voor fijnafstemming van de
drukdemping.
Het wordt aanbevolen de hendel van de
drukdemperafsteller in eerste instantie in de stand
OPEN te zetten.
6.13.4 Drukdemper van de Suntour-demper
afstellen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Met de drukdemperafsteller kan snel het
veergedrag van de demper worden aangepast bij
veranderingen van het terrein. Deze mag nooit
worden gebruikt tijdens het rijden op ruw terrein.
Afbeelding 80: Suntour-drukdemperafsteller geopend (1)
Gebruik de stand OPEN bij ruwe afdalingen en de
stand LOCK om efficiënt te klimmen. Zet de
drukdemperafsteller in eerste instantie in de
stand OPEN.
Afbeelding 81: Suntour-drukdemperafsteller gesloten (2)
1
2
1
2
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 91
Gebruik
6.13.5 Trekdemper van de RockShox-
demper afstellen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
De trekdemper bepaalt de snelheid waarmee de
vork na het inveren weer naar de volle lengte
uitveert. Deze snelheid heeft effect op het
wielcontact met de ondergrond, wat op zijn beurt
de controle en efficiency beïnvloedt. De
achterbouwdemper moet snel uitveren om tractie
te behouden, zonder onrustig of springerig aan te
voelen. Bij een te sterke trekdemping kan de
achterbouwdemper voor de volgende stoot niet
snel genoeg uitveren. De trekdemper voor het
achterwiel bevindt zich in de achterbouwdemper.
Afbeelding 82: Hardheid van de trekdemper afstellen met
het afstelwiel (1) van de achterbouwdemper
Zet het afstelwiel in de middelste stand.
Rijd met de pedelec over een kleine hindernis.
De optimale afstelling van de trekdemper is
bereikt, wanneer de terugveerbeweging van
het achterwiel vergelijkbaar aanvoelt als van
het voorwiel.
Wijzig de afstelling door te draaien aan het
instelwiel, wanneer het achterwiel wezenlijk
sneller of langzamer terugveert dan het voorwiel.
Draai om de uitveersnelheid te verhogen, het
afstelwiel linksom.
Draai om de uitveersnelheid te verlagen, het
afstelwiel rechtsom.
6.13.6 Drukdemper van de RockShox-
demper afstellen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
De drukdemping stuurt de snelheid waarmee de
achterbouwdemper bij langzame stoten inveert,
bv. wanneer de berijder zijn gewicht verplaatst, bij
lichte stoten en bij het rijden door bochten.
Hierdoor verbetert de controle en efficiency.
Met een te hoge drukdemping voelt de vering bij
stoten te hard aan. De drukdemper wordt
afgesteld met de hendel.
Draai de hendel rechtsom (+) om de
inveersnelheid te verlagen.
Draai de hendel linksom (–) om de inveersnelheid
te verhogen.
Afbeelding 83: Hardheid van de drukdemper afstellen met
de hendel (1) van de achterbouwdemper
6.14 Versnelling
De keuze van de juiste versnelling is een
voorwaarde voor het rijden met zo weinig mogelijk
inspanning en voor een goede werking van het
elektrische aandrijfsysteem. De optimale
trapfrequentie ligt tussen 70 en
80 omwentelingen per minuut.
Het is aan te bevelen tijdens het schakelen het
trappen kort te onderbreken. Daardoor gaat het
schakelen gemakkelijker en treedt minder slijtage
op van de aandrijflijn.
2
2
3
1
1
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 92
Gebruik
6.14.1 Derailleur gebruiken
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Door de juiste versnelling te kiezen, kan met
dezelfde krachtsinspanning zowel de snelheid als
het bereik gebruiken vergroot. Derailleur
gebruiken.
Afbeelding 84: Schakelhendel omlaag (1) en
schakelhendel omhoog (2) van de linker (I) en rechter (II)
versnelling
Schakel met de schakelhendels naar de
passende versnelling.
De versnelling schakelt over.
De schakelhendel keert terug naar de
uitgangspositie.
Reinig en smeer de derailleur wanneer het
overschakelen blokkeert.
6.14.2 Versnellingsnaaf gebruiken
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
III
1
22
1
Vallen door verkeerd gebruik
Wanneer tijdens het schakelen teveel druk op de
pedalen wordt uitgeoefend en de schakelhendel
wordt bediend of wanneer in één keer met
meerdere versnellingen wordt overgeschakeld,
kunnen de voeten van de berijder van de pedalen
schieten. De pedelec kan over de kop slaan of
omvallen, wat kan leiden tot letsel.
Het overschakelen met meerdere versnellingen
naar een kleine versnelling kan ertoe leiden, dat
de buitenhuls van de draaibare
handvatschakelaar verspringt. Dit leidt niet tot
problemen met de werking van de draaibare
handvatschakelaar omdat de buitenste geleiding
na het schakelen weer in de oorspronkelijke
stand terugkeert.
Oefen tijdens het schakelen weinig kracht uit op
de pedalen.
Schakel nooit meer dan één versnelling over.
Aanwijzing
Het inwendige van de naaf is niet volledig
waterdicht. Wanneer water in de naaf
binnendringt, kan deze gaan roesten en daardoor
niet meer schakelen.
Gebruik de pedelec nooit op plaatsen waar water
in de naaf kan binnendringen.
Het kan soms voorkomen, dat de derailleur in de
naaf na het schakelen geluiden maakt, die
verband houden met het normale schakelproces.
Demonteer de naaf niet. Neem contact op met de
dealer wanneer de naaf moet worden
gedemonteerd.
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 93
Gebruik
.
Afbeelding 85: Voorbeeld Shimano Nexus versnelling:
Draaibare handvatschakelaar (1) van de versnellingsnaaf
met weergave (3) en de draairichtingen voor omhoog
schakelen (2) en omlaag schakelen (4)
Draai aan de draaibare handvatschakelaar.
De versnelling schakelt over.
Het cijfer op de weergave geeft de
geschakelde versnelling aan.
6.14.3 eShift gebruiken
eShift is de koppeling van elektronische
schakelsystemen aan het pedelecsysteem.
6.14.3.1 eShift met Shimano DI2
automatische versnellingsnaaf
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
U kunt de automatische Shimano DI2
versnellingsnaaf gebruiken in een handmatige of
automatische stand. In de handmatige stand
schakelt u zelf de versnellingen met de
schakelhendel. In de automatische stand schakelt
het schakelsysteem de versnellingen afhankelijk
van de snelheid, de trapkracht op de pedalen en
de trapfrequentie.
Overgaan van de automatische stand naar de
handmatige stand (afhankelijk van de bij u
toegepaste schakelhendel) staat beschreven in
de gebruikshandleiding voor uw versnelling.
Wanneer u de schakelhendel gebruikt in de
automatische stand, schakelt het schakelsysteem
naar de volgende versnelling. Het
schakelsysteem blijft echter in de automatische
stand.
Handmatig schakelen in de automatische stand
heeft een blijvende invloed op het
overschakelgedrag van uw schakelsysteem en
past het schakelen aan aan uw rijstijl (lerend
systeem).
Wanneer het systeem voor het eerst wordt
ingeschakeld bij een nieuwe, nog eerder bereden
pedelec, worden als eerste de versnellingen
ingeleerd. Daarvoor schakelt de automaat tijdens
de eerste rit naar de hoogste/zwaarste versnelling
en vervolgens eenmaal naar alle versnellingen.
Elke keer bij het overschakelen wordt de
ingeschakelde versnelling kort op het display
weergegeven.
Omdat de aandrijfeenheid het schakelen
detecteert en daarom de motorondersteuning kort
vermindert, kan ook altijd worden geschakeld
onder belasting of op een helling.
Wanneer de pedelec vanaf een snelheid van meer
dan 10 km/h tot stilstand wordt gebracht, kan het
systeem automatisch terugschakelen naar een
ingestelde WEGRIJVERSNELLING.
De WEGRIJVERSNELLING kan bij de
systeemeigenschappen worden ingesteld.
6.14.3.2 eShift met handmatige Shimano DI2
versnellingsnaaf
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Elke keer bij het overschakelen wordt de
ingeschakelde versnelling kort op het display
weergegeven.
Omdat de aandrijfeenheid het schakelen
detecteert en daarom de motorondersteuning kort
vermindert, kan ook altijd worden geschakeld
onder belasting of op een helling.
Wanneer de pedelec vanaf een snelheid van meer
dan 10 km/h tot stilstand wordt gebracht, kan het
systeem automatisch terugschakelen naar een
ingestelde WEGRIJVERSNELLING.
De WEGRIJVERSNELLING kan bij de
systeemeigenschappen worden ingesteld.
1
2
3
4
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 94
Gebruik
6.14.3.3 eShift met Shimano DI2
automatische versnellingsnaaf
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Elke keer bij het overschakelen wordt de
ingeschakelde versnelling kort op het display
weergegeven. Omdat de aandrijfeenheid het
schakelen detecteert en daarom de
motorondersteuning kort vermindert, kan ook
altijd worden geschakeld onder belasting of op
een helling.
6.14.3.4 eShift met NuVinci H|Sync/ enviolo
met Optimized H|Sync
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
In de bedrijfsstand NUVINCI TRAPFREQ. kunt
u met de plus-toets resp. min-toets op de
bediening de gewenste trapfrequentie verhogen
of verlagen.
Wanneer u de plus-toets resp. min-toets
ingedrukt houdt, verhoogt resp. verlaagt u de
trapfrequentie in stappen van vijf. De gewenste
trapfrequentie wordt op het display weergegeven.
In de bedrijfsstand NUVINCI VERSNELL. kunt
u met de plus-toets resp. min-toets op de
bediening omhoog en omlaag schakelen tussen
meerdere gedefinieerde verzetten. het
betreffende geschakelde verzet (versnelling)
wordt op het display weergegeven.
6.14.3.5 eShift met Rohloff E-14 Speedhub
500/14
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Elke keer bij het overschakelen wordt de
ingeschakelde versnelling kort op het display
weergegeven.
Omdat de aandrijfeenheid het schakelen
detecteert en daarom de motorondersteuning kort
vermindert, kan ook altijd worden geschakeld
onder belasting of op een helling.
Wanneer de pedelec vanaf een snelheid van meer
dan 10 km/h tot stilstand wordt gebracht, kan het
systeem automatisch terugschakelen naar een
ingestelde WEGRIJVERSNELLING.
De WEGRIJVERSNELLING kan bij de
systeemeigenschappen worden ingesteld.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 95
Reinigen en onderhouden
7 Reinigen en onderhouden
Checklist reiniging
Checklist onderhoud
Onderstaande onderhoudsmaatregelen moeten
periodiek worden uitgevoerd. Dit onderhoud kan
worden uitgevoerd door de eigenaar of de
berijder. Bij twijfel dient de dealer om raad te
worden gevraagd.
7.1 Reiniging elke keer na het rijden
7.1.1 Verende voorvork reinigen
Verwijder met een vochtige doek vuil en
afzettingen van de staande buizen en de
vuilafstrijkers.
Controleer de staande buizen op deuken,
krassen, verkleuringen en vrijgekomen olie.
Controleer de luchtdruk.
Smeer de vuilafstrijkers en de staande buizen.
7.1.2 Achterbouwdemper reinigen
Verwijder met een vochtige doek vuil en
afzettingen van de demper.
Controleer de achterbouwdemper op deuken,
krassen, verkleuringen en vrijgekomen olie.
7.1.3 Pedalen reinigen
Reinig de pedalen na het rijden in vuil en regen
met een sopje en een borstel.
Voer na het reinigen onderhoud aan de
pedalen uit.
Pedaal reinigen elke keer na het
rijden
Verende voorvork en evt.
achterbouwdemper reinigen
elke keer na het
rijden
Accu reinigen maandelijks
Ketting (voornamelijk geasfalteerde
wegen) elke 250 - 300 km
Grondige reiniging en conservering van
alle onderdelen
ten minste elke
zes maanden
Oplader reinigen ten minste elke
zes maanden
In hoogte verstelbare zadelpen reinigen
en smeren
elke zes
maanden
Stand rubberen USB-klepje controleren voor het rijden
Slijtage van de banden controleren wekelijks
Slijtage van de velgen controleren wekelijks
Bandenspanning controleren wekelijks
Slijtage van de remmen controleren maandelijks
Elektrische bekabeling en bowdenkabels
op beschadigingen en functionaliteit
controleren
maandelijks
Kettingspanning controleren maandelijks
Spanning van de spaken controleren elke drie
maanden
Instelling versnelling controleren elke drie
maanden
Verende voorvork en evt.
achterbouwdemper op werking en slijtage
controleren
elke drie
maanden
Slijtage van de remschijven controleren ten minste elke
zes maanden
Vallen bij onbedoelde activering
Bij onbedoelde activering van het
aandrijfsysteem bestaat gevaar voor letsel.
Verwijder de accu voor het reinigen.
VOORZICHTIG
!
Vereist gereedschap en reinigingsmiddel:
Doek
Luchtpomp
Borstel
Water
Reinigingsmiddel
Emmer
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 96
Reinigen en onderhouden
7.2 Grondige reiniging
Verwijder accu en display voorafgaand aan de
grondige reiniging.
7.2.1 Frame reinigen
Zet, afhankelijk van de mate en
hardnekkigheid van de vervuiling, vervuilingen
op het frame met reinigingsmiddel in de week.
Verwijder na voldoende inweektijd alle modder
en vuil met een spons, borstel en
tandenborstel
Spoel ten slotte het frame af met een gieter of
met de hand.
Voer na het reinigen onderhoud aan het frame
uit.
7.2.2 Voorbouw reinigen
Reinig de voorbouw met een doek en sop.
Voer na het reinigen onderhoud aan de
voorbouw uit.
7.2.3 Achterbouwdemper reinigen
Reinig de achterbouwdemper met een doek en
sop.
7.2.4 Wiel reinigen
Controleer tijdens het reinigen van het wiel de
band, de velg, de spaken en de spaaknippels
op eventuele beschadigingen.
Reinig de naaf en de spaken vanuit het midden
naar buiten met een spons en borstel.
Reinig de velg met een spons.
7.2.5 Aandrijfelementen reinigen
Spuit de cassette, de kettingwielen en de
voorderailleur in met een ontvetter.
Verwijder na een korte inweektijd grove
vervuiling met een borstel.
Was alle delen af met reinigingsmiddel en een
tandenborstel.
Voer na het reinigen onderhoud aan de
aandrijfelementen uit.
Vallen door falen van de remmen
Na reiniging, onderhoud of reparatie van de
pedelec kan de remwerking aanvankelijk minder
krachtig aanvoelen dan normaal. Een val met
letsel kan het gevolg zijn.
Breng nooit onderhoudsmiddelen of olie aan
op de remschijven resp. de remblokken en de
remvlakken van de velgen.
Activeer de remmen enkele keren na reiniging,
onderhoud en reparatie.
Aanwijzing
Bij gebruik van een stoomreiniger kan water in de
lagers binnendringen. Het daarin aanwezige
smeermiddel wordt daardoor verdund, waardoor
de wrijving toeneemt en op den duur de lagers
onherstelbare schade oplopen.
Reinig de pedelec nooit met een
stoomreiniger.
Ingevette onderdelen, bv. de zadelpen, het stuur
en de voorbouw, kunnen niet meer betrouwbaar
worden geklemd.
Breng nooit vet of olie aan op klempunten.
Vereist gereedschap en reinigingsmiddel:
Doeken
Spons
Luchtpomp
Borstel
Tandenborstel
•Kwast
•Gieter
Emmer
•Water
Reinigingsmiddel
Ontvetter
Smeermiddel
Remmenreiniger of spiritus
VOORZICHTIG
!
Vallen door een doorgeremde velg
Een doorgeremde velg kan breken en het wiel
blokkeren. Een val met ernstig letsel kan het
gevolg zijn.
Controleer periodiek de slijtage van de velg.
WAARSCHUWING
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 97
Reinigen en onderhouden
7.2.6 Ketting reinigen
Bevochtig een borstel met wat
reinigingsmiddel. Borstel beide zijden van de
ketting af.
Bevochtig een doek met wat sop. Leg de doek
op de ketting.
Houd de doek met lichte druk vast en draai
ondertussen aan het achterwiel zodat de
ketting langzaam onder de doek door loopt.
Reinig de ketting met smeermiddel als deze
hierna nog steeds vuil is.
Voer na het reinigen onderhoud aan de ketting
uit.
7.2.7 Accu reinigen
Reinig de elektrische aansluitingen van de
accu uitsluitend met een droge doek of kwast.
Veeg de zichtzijden af met een vochtige doek.
7.2.8 Display reinigen
Reinig het display voorzichtig met een zachte,
vochtige doek.
7.2.9 Aandrijfeenheid reinigen
Aanwijzing
Gebruik nooit agressieve (zuurhoudende)
reinigingsmiddelen, toestoplossers of
ontvetters bij het reinigen van de ketting.
Gebruik geen kettingreinigingsapparaat en
voer geen kettingreinigingsbaden uit.
Brand- en explosiegevaar door binnendringen
van water
De accu is slechts beschermd tegen opspattend
water. Binnendringend water kan kortsluiting
veroorzaken. De accu kan ontvlammen en
exploderen.
Reinig de accu nooit met een
hogedrukreiniger, waterstraal of perslucht.
Houd de contacten schoon en droog.
Dompel de accu nooit onder in water.
Gebruik nooit reinigingsmiddelen.
Verwijder de accu voorafgaand aan de
reiniging van de pedelec.
VOORZICHTIG
!
Aanwijzing
Reinig de accu niet met oplosmiddelen (d.w.z.
thinner, alcohol, olie,
corrosiebeschermingsmiddel) of
reinigingsmiddelen.
Aanwijzing
Wanneer water het display binnendringt leidt dat
tot onherstelbare schade.
Dompel het display nooit onder in water.
Reinig nooit met een hogedrukreiniger,
waterstraal of perslucht.
Gebruik nooit reinigingsmiddelen.
Verwijder het display voorafgaand aan de
reiniging van de pedelec.
Verbranding door een hete aandrijving
Tijdens het gebruik kan de koeler van de
aandrijving zeer heet worden. Bij contact kan
verbranding optreden.
Laat voorafgaand aan de reiniging de
aandrijfeenheid afkoelen.
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 98
Reinigen en onderhouden
Reinig de aandrijfeenheid voorzichtig met een
zachte, vochtige doek.
7.2.10 Rem reinigen
Reinig rem en remschijven met water,
reinigingsmiddel en een borstel.
Ontvet de remschijven grondig met
remmenreiniger of spiritus.
7.3 Onderhoud
7.3.1 Onderhoud aan het frame
Maak na het reinigen het frame droog.
Spuit het in met een onderhoudsolie. Veeg na
een korte inwerktijd de onderhoudsolie weer
af.
7.3.2 Onderhoud aan de voorbouw
Smeer de schacht van de voorbouw en het
draaipunt van de snelspanhendel in met
siliconen- of teflonolie.
Smeer aanvullend bij de speedlifter twist de
ontgrendelingspen via de moer op het
speedlifterhuis in met olie.
Smeer wat zuurvrij smeervet tussen de
snelspanhendel van de voorbouw en het
glijstuk om de bedieningskracht van de
snelspanhendel te verminderen.
7.3.3 Onderhoud aan de vork
Behandel de vuilafstrijkers met een vorkolie.
7.3.4 Onderhoud aan de
aandrijfelementen
Spuit de cassette, de kettingwielen en de
voorderailleur in met een ontvetter.
Verwijder na een korte inweektijd grove
vervuiling met een borstel.
Was alle delen af met reinigingsmiddel en een
tandenborstel.
Aanwijzing
Wanneer water de aandrijfeenheid binnendringt
leidt dat tot onherstelbare schade.
Dompel de aandrijfeenheid nooit onder in
water.
Reinig nooit met een hogedrukreiniger,
waterstraal of perslucht.
Gebruik nooit reinigingsmiddelen.
Nooit openmaken.
Falen van de remmen door binnendringen van
water
De afdichtingen van de rem zijn niet bestand
tegen hoge drukken. Beschadigde remmen
kunnen leiden tot het falen van de remmen en tot
een ongeval met letsel.
Reinig de pedelec nooit met een
hogedrukreiniger of met perslucht.
Wees voorzichtig met een waterslang. Richt
de waterstraal nooit direct op de afdichtingen.
WAARSCHUWING
!
Vereist gereedschap en reinigingsmiddel:
Doeken
Tandenborstels
Reinigingsmiddel
Frameverzorgingsolie
Siliconen- of teflonolie
Zuurvrij smeervet
Vorkolie
Kettingolie
Ontvetter
Spuitolie
Teflonspray
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 99
Reinigen en onderhouden
7.3.5 Onderhoud aan de pedalen
Behandel na het reinigen de pedalen een
spuitolie.
7.3.6 Onderhoud aan de ketting
Vet na het reinigen de ketting grondig in met
kettingolie.
7.3.7 Onderhoud aan de
aandrijfelementen
Behandel de mechanische overbrenging en
schakelrollen van derailleur en voorderailleur
met teflonspray.
7.4 Onderhouden
Onderstaande onderhoudswerkzaamheden
moeten periodiek worden uitgevoerd. Deze
kunnen worden uitgevoerd door de eigenaar of de
berijder. Bij twijfel dient de dealer om raad te
worden gevraagd.
7.4.1 Wiel
Controleer de slijtage van de banden.
Controleer de bandenspanning.
Controleer de slijtage van de velgen.
Velgen met onzichtbare slijtage-indicator van een
voertuig met velgremmen zijn versleten zodra de
slijtage-indicator in de buurt van de lasnaad
zichtbaar wordt.
Velgen met zichtbare slijtage-indicator zijn
versleten zodra de zwarte groef rondom in de
velgrand onzichtbaar wordt. Het wordt
aanbevolen elke tweede keer dat de
remvoeringen worden vervangen ook de velgen
te vervangen.
Controleer de spanning van de spaken.
Vallen bij onbedoelde activering
Bij onbedoelde activering van het
aandrijfsysteem bestaat gevaar voor letsel.
Verwijder de accu voor het onderhouden.
Vallen door een doorgeremde velg
Een doorgeremde velg kan breken en het wiel
blokkeren. Een val met ernstig letsel kan het
gevolg zijn.
Controleer periodiek de slijtage van de velg.
Aanwijzing
Bij een te lage vuldruk bereikt de band niet zijn
normale draagvermogen. De band is niet stabiel
en kan van de velg aflopen.
Bij een te hoge vuldruk kan de band springen.
Controleer de vuldruk conform de gegevens.
Corrigeer zo nodig de vuldruk.
VOORZICHTIG
!
WAARSCHUWING
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 100
Reinigen en onderhouden
7.4.2 Banden controleren
Controleer de slijtage van de banden. Een
band is versleten wanneer op het loopvlak de
anti-leklaag of het weefsel zichtbaar wordt.
Wanneer een band is versleten, moet deze
door een dealer worden vervangen.
7.4.3 Velgen controleren
Controleer de slijtage van de velgen Velgen
zijn versleten zodra de zwarte groef rondom in
de velgrand onzichtbaar wordt.
Versleten velgen moeten door de dealer
worden vervangen.
Het wordt aanbevolen elke tweede keer dat de
remvoeringen worden vervangen ook de
velgen te vervangen.
7.4.4 Vuldruk controleren en corrigeren
7.4.4.1 Blitzventiel
Bij een eenvoudig Blitzventiel
kan de vuldruk niet worden
gemeten. Daarom wordt de
vuldruk gemeten in de vulslang
tijdens het langzaam
oppompen met de fietspomp.
Het wordt aanbevolen een
fietspomp te gebruiken met
drukmeter. De
gebruikshandleiding van de
fietspomp moet in acht worden
genomen.
Verwijder de ventieldop.
Sluit de fietspomp aan.
Pomp de band langzaam op
en let daarbij op de vuldruk.
Corrigeer de vuldruk conform de gegevens op
de pedelecpas.
Draai, wanneer de vuldruk te hoog is, de wartel
los, laat lucht af en draai de wartel weer vast
aan.
Maak de fietspomp los.
Draai de ventieldop stevig vast.
Draai de velgmoer met de vingertoppen licht
tegen de velg aan.
7.4.4.2 Frans ventiel
Het wordt aanbevolen een
fietspomp te gebruiken met
drukmeter. De
gebruikshandleiding van de
fietspomp moet in acht worden
genomen.
Verwijder de ventieldop.
Draai de kartelmoer ca. vier
slagen los.
Sluit voorzichtig de
fietspomp aan zodat de
ventielinzet niet wordt
verbogen.
Pomp de band op en let daarbij op de vuldruk.
De vuldruk is conform de gegevens
gecorrigeerd.
Maak de fietspomp los.
Draai de kartelmoer met de vingertoppen vast.
Draai de ventieldop stevig vast.
Draai de velgmoer met de vingertoppen licht
tegen de velg aan.
7.4.4.3 Autoventiel
Het wordt aanbevolen een
fietspomp te gebruiken met
drukmeter. De
gebruikshandleiding van de
fietspomp moet in acht worden
genomen.
Verwijder de ventieldop.
Sluit de fietspomp aan.
Pomp de band op en let
daarbij op de vuldruk.
De vuldruk is conform de gegevens
gecorrigeerd.
Maak de fietspomp los.
Draai de ventieldop stevig vast.
Draai de velgmoer met de vingertoppen licht
tegen de velg aan.
1
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 101
Reinigen en onderhouden
7.4.5 Remsysteem
De frequentie waarmee onderhoud aan de rem
moet worden uitgevoerd wordt bepaald door zowel
de frequentie van het gebruik als de
weersomstandigheden tijdens het gebruik. Wanneer
de pedelec onder extreme omstandigheden wordt
gebruikt, zoals bv. regen, modder of lange
afstanden, moet het onderhoud vaker worden
uitgevoerd.
7.4.6 Remvoeringen op slijtage
controleren
Controleer de remvoeringen na 1000 keer vol
remmen.
Controleer dat de remvoeringen nergens
dunner zijn dan 1,8 mm resp. dat remvoering
en dragerplaat samen nergens dunner zijn dan
2,5 mm.
Trek aan de remhendel en houd deze vast.
Controleer daarbij dat de slijtagekaliber van de
transportbeveiliging tussen de dragerplaten
van de remvoeringen past.
De remvoeringen hebben de slijtagegrens niet
bereikt. Anders moet een dealer de
remvoeringen vervangen.
7.4.7 Drukpunt controleren
Trek meerdere keren aan de remhendel en
houd deze vast.
Wanneer het drukpunt niet duidelijk voelbaar is
en verandert, moet een dealer de rem
ontluchten.
7.4.8 Remschijven op slijtage controleren
Controleer dat de remschijf nergens dunner is
dan 1,8 mm.
De remschijven hebben de slijtagegrens niet
bereikt. Anders moet een dealer de
remschijven onmiddellijk vervangen.
7.4.9 Elektrische bekabeling en
remkabels
Controleer alle zichtbare elektrische leidingen
en bowdenkabels op beschadigingen.
Wanneer bv. mantels zijn opgestuikt, moet de
pedelec buiten gebruik worden gesteld tot de
bowdenkabels zijn vervangen.
Controleer alle elektrische leidingen en
bowdenkabels op functionaliteit.
7.4.10 Versnelling
Controleer de afstelling van de versnelling en
de schakelhendel resp. de draaibare
handvatschakelaar van de versnelling en
corrigeer deze zo nodig.
7.4.11 Voorbouw
De voorbouw en het snelspansysteem moeten
periodiek worden gecontroleerd en zo nodig
door de dealer worden afgesteld.
Wanneer daarvoor de inbusschroef wordt
losgedraaid, moet dan ook de lagerspeling
worden afgesteld. Daarna moeten de
losgedraaide schroeven worden voorzien van
een matig schroefborgmiddel (bv. Loctite
blauw) en conform de eisen worden
vastgedraaid.
Controleer op slijtage en tekenen van corrosie
(onderhouden met een geoliede doek) en
controleer op olielekkage.
7.4.12 USB-aansluiting
Vallen door falen van de rem
Versleten remschijven en remvoeringen en
onvoldoende hydraulische olie in de remleiding
verminderen de remwerking. Een val met letsel
kan het gevolg zijn.
Controleer periodiek de remschijven, de
remvoeringen en het hydraulische
remsysteem en laat deze zo nodig vervangen.
VOORZICHTIG
!
Aanwijzing
Via de USB-aansluiting binnendringend vocht kan
in het display kortsluiting veroorzaken.
Controleer regelmatig dat de afdekking van de
USB-aansluiting correct is aangebracht en
corrigeer dat zo nodig.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 102
Reinigen en onderhouden
7.4.13 Kettingspanning controleren
Controleer de kettingspanning over een
complete slag van het crankstel op drie tot vier
plaatsen.
Wanneer de ketting resp. de aandrijfriem meer
dan 2 cm kan worden ingedrukt, moet deze
door de dealer strakker worden gespannen.
Wanneer de ketting resp. de aandrijfriem
minder dan 1 cm omhoog of omlaag kan
worden gedrukt, moet deze weer losser
worden gespannen.
De optimale kettingspanning is bereikt,
wanneer de ketting resp. de aandrijfriem
midden tussen achtertandwiel en kettingblad
maximaal 2 cm kan worden ingedrukt. Het
crankstel moet bovendien zonder weerstand
kunnen draaien.
Bij een versnellingsnaaf moet voor het
spannen van de ketting het achterwiel naar
achteren resp. naar voren worden verschoven.
Dat mag uitsluitend door een vakman worden
uitgevoerd.
Afbeelding 86: Kettingspanning controleren
7.4.14 Handvaten controleren
Controleer dat de handvaten goed vast zitten.
Aanwijzing
Een te hoge kettingspanning zorgt voor
verhoogde slijtage.
Een te geringe kettingspanning kan ertoe leiden
dat de ketting resp. de aandrijfriem van de
kettingwielen afloopt.
Controleer de kettingspanning maandelijks.
2 cm
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 103
Onderhoud
8 Onderhoud
Uiterlijk elke zes maanden moet onderhoud
worden uitgevoerd door de dealer. Alleen
daarmee zijn de veiligheid en goede werking van
de pedelec gewaarborgd.
Het vervangen van een schijfrem, het ontluchten
van een rem of het vervangen van een wiel vereist
vakkennis en speciaal gereedschap en speciale
smeermiddelen. Wanneer de voorschreven
onderhoudswerkzaamheden en procedures niet
worden uitgevoerd, kan de pedelec beschadigen.
Het onderhoud mag daarom uitsluitend door een
dealer worden uitgevoerd.
De dealer controleert de pedelec aan de hand
van de onderhoudstabel in de bijlage.
Bij de grondige reiniging onderzoekt de dealer
de pedelec op tekenen van materiaalmoeheid.
De dealer controleert de softwareversie van
het aandrijfsysteem en update deze. De
elektrische aansluitingen worden
gecontroleerd, gereinigd en geconserveerd.
De elektrische leidingen worden onderzocht op
beschadigingen.
De dealer demonteert en reinigt de volledige
binnen- en buitenzijde van de verende
voorvork. Hij reinigt en smeert de vuilafstrijkers
en glijbussen, controleert de
aanhaalmomenten en stelt de vork af op de
Letsel door beschadigde remmen
Voor reparatie van de rem is vakkennis en
speciaal gereedschap vereist. Onjuiste of
ontoelaatbare montagewerkzaamheden kunnen
de rem beschadigen. Dat kan leiden tot een
ongeval met letsel.
Reparatie van de rem mag uitsluitend door
een dealer worden uitgevoerd.
Voer nooit werkzaamheden of veranderingen uit
(bv. demonteren, afslijpen of lakken) die niet
uitdrukkelijk zijn toegestaan en staan
beschreven in de gebruikershandleiding.
Oogletsel
Wanneer instellingen niet correct worden
uitgevoerd, kunnen er problemen optreden die
onder bepaalde omstandigheden tot ernstig letsel
kunnen leiden.
Draag altijd een veiligheidsbril ter bescherming
van uw ogen wanneer u
onderhoudswerkzaamheden uitvoert zoals het
vervangen van onderdelen.
Vallen bij onbedoelde activering
Bij onbedoelde activering van het
aandrijfsysteem bestaat gevaar voor letsel.
Verwijder de accu voor het inspecteren.
Vallen door materiaalmoeheid
Wanneer de levensduur van een onderdeel wordt
overschreden, kan dat onderdeel plotseling falen.
Een val met letsel kan het gevolg zijn.
Laat elke zes maanden een grondige reiniging
van de pedelec uitvoeren door de dealer, bij
voorkeur tijdens de voorgeschreven
servicewerkzaamheden.
WAARSCHUWING
!
VOORZICHTIG
!
Milieuschade door giftige stoffen
In het remsysteem bevinden zich giftige en
milieugevaarlijke smeermiddelen en oliën. Wanneer
deze in het riool of het grondwater terechtkomen
raken deze vergiftigd.
Voer smeermiddelen en oliën die vrijkomen bij
reparatie veilig voor het milieu en conform de
wettelijke
voorschriften af.
Aanwijzing
De motor is onderhoudsvrij en mag uitsluitend
door gekwalificeerd technisch personeel worden
geopend.
Probeer nooit de motor te openen.
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 104
Onderhoud
voorkeuren van de berijder. Tevens vervangt
hij de schuifhulsen wanneer deze teveel
speling vertonen (meer dan 1 mm bij de
vorkbrug).
De dealer inspecteert de achterbouwdemper
in- en uitwendig, reviseert de
achterbouwdemper, vervangt alle
luchtafdichtingen van luchtvorken, reviseert de
luchtveren, vervangt de olie en vervangt de
vuilafstrijkers.
Er wordt in het bijzonder gekeken naar slijtage
van de velgen en remmen. De spaken worden
zo nodig nagespannen.
8.1 As met snelspanner
8.1.1 Snelspanner controleren
Controleer de stand en spankracht van de
snelspanhendel. De snelspanhendel moet vlak
tegen de onderste behuizing aanliggen. Bij het
omhalen van de snelspanhendel moet een
lichte afdruk op de handpalm te zien zijn.
Afbeelding 87: Spankracht van de snelspanner afstellen
Stel zo nodig de spankracht van de
spanhendel af met een 4 mm inbussleutel.
Controleer daarna opnieuw de stand en
spankracht van de snelspanhendel.
Afbeelding 88: Spankracht van de snelspanner afstellen
8.2 De versnelling afstellen
Wanneer de versnelling niet goed overschakelt,
moet de spanning van de schakelkabel worden
afgesteld.
Trek de afstelwartel voorzichtig van de
behuizing van de schakelhendel weg en
verdraai deze.
Controleer de werking van de versnelling na
elke correctie.
Vallen door losgeraakte snelspanner
Een defecte of onjuist gemonteerde snelspanner
kan gegrepen worden door de remschijf en het
wiel blokkeren. Een val is het gevolg.
Monteer de snelspanhendel van het voorwiel
aan de zijde tegenover de remschijf.
Vallen door defecte of verkeerd gemonteerde
snelspanner
De remschijf kan tijdens gebruik zeer heet
worden. Onderdelen van de snelspanner kunnen
hierdoor schade oplopen. De snelspanner kan
losraken. Een val met letsel is het gevolg.
De snelspanhendel van het voorwiel en de
remschijf moeten aan tegenover elkaar
liggende zijden zitten.
Vallen door verkeerde afstelling van de
spankracht
Een te hoge spankracht beschadigt de
snelspanner zodat deze zijn werking verliest.
Onvoldoende spankracht leidt tot een ongunstige
krachtoverdracht. De verende voorvork of het
frame kan breken. Een val met letsel is het
gevolg.
Bevestig een snelspanner nooit met
gereedschap (bv. een hamer of tang).
Gebruik uitsluitend spanhendels met correct
afgestelde spankracht.
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 105
Onderhoud
8.2.1 Versnelling met
bowdenkabelbediening, enkel
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Stel de afstelwartel op de behuizing van de
schakelhendel zo af, dat de versnelling
gemakkelijk overschakelt.
Afbeelding 89: Afstelwartel (1) van de versnelling met
enkele bowdenkabelbediening en behuizing van de
schakelhendel (2), voorbeeld
8.2.2 Versnelling met
bowdenkabelbediening, dubbel
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Stel de afstelwartel onder de achterbrug van
het frame zo af, dat de versnelling gemakkelijk
overschakelt.
De schakelkabel heeft bij licht uittrekken een
speling van ca. 1 mm.
Afbeelding 90: Afstelwartels (2) van twee alternatieve
uitvoeringen (A resp. B) van een versnelling met dubbele
bowdenkabelbediening aan de achterbrug (1)
8.2.3 Draaibare handvatschakelaar met
bowdenkabelbediening, dubbel
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Stel de afstelwartel op de behuizing van de
schakelhendel zo af, dat deze gemakkelijk
overschakelt.
Bij het draaien aan de draaibare
handvatschakelaar is een speling voelbaar van
ca. 2 - 5 mm (1/2 versnelling).
Afbeelding 91: Draaibare handvatschakelaar met
afstelwartels (1) en speling van de versnelling (2)
2
1
1
A
B
1
2
2
1
2
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 106
Storingen zoeken, storingen verhelpen en reparatie
9 Storingen zoeken, storingen verhelpen
en reparatie
9.1 Storingen zoeken en storingen
verhelpen
De componenten van het aandrijfsysteem worden
continu automatisch bewaakt. Wanneer een
storing wordt vastgesteld, verschijnt de
betreffende storingscode op het display.
Afhankelijk van de aard van de storing wordt de
aandrijving zo nodig automatisch uitgeschakeld.
9.1.1 Aandrijfsysteem of display start
niet op
Handel als volgt wanneer het display en/of het
aandrijfsysteem niet opstart:
Controleer of de accu is ingeschakeld. Zo niet,
schakel de accu in.
Neem contact op met de dealer wanneer de
LED's van de laadtoestandweergave niet
branden.
Verwijder de accu wanneer de LED's van de
laadtoestandweergave branden, maar het
aandrijfsysteem toch niet opstart.
Breng de accu aan.
Start het aandrijfsysteem op.
Verwijder de accu wanneer het
aandrijfsysteem niet opstart.
Reinig alle contacten met een zachte doek.
Breng de accu aan.
Start het aandrijfsysteem op.
Verwijder de accu wanneer het
aandrijfsysteem niet opstart.
Laad de accu volledig op.
Breng de accu aan.
Start het aandrijfsysteem op.
Verwijder het display wanneer het
aandrijfsysteem niet opstart.
Breng het display aan.
Start het aandrijfsysteem op.
Neem contact op met de dealer wanneer het
aandrijfsysteem niet opstart.
9.1.2 Storingsmeldingen
Voer onderstaande stappen uit wanneer een
storingsmelding wordt weergegeven:
Onthoud het nummer van de systeemmelding.
Schakel het aandrijfsysteem uit en start het
opnieuw op.
Wordt de systeemmelding nog steeds
weergegeven, verwijder dan de accu en breng
deze opnieuw aan.
Start het aandrijfsysteem opnieuw op.
Wordt de systeemmelding nog steeds
weergegeven, neem dan contact op met de
dealer.
Brand- en explosiegevaar door defecte accu
Bij een beschadigde of defecte accu kan de
beveiligingselektronica uitvallen. De
restspanning kan kortsluiting veroorzaken. De
accu kan ontvlammen en exploderen.
Neem een accu, die uitwendige schade
vertoont, onmiddellijk buiten bedrijf.
Laat een beschadigde accu nooit in contact
komen met water.
Neem na een val of botsing zonder uitwendige
schade aan de behuizing, de accu gedurende
ten minste 24 uur buiten bedrijf en observeer
deze.
Een defecte accu is gevaarlijk afval. Voer een
defecte accu zo snel mogelijk op de juiste
wijze af.
Sla deze tot het afvoeren droog op. Sla nooit
brandbare stoffen op in de omgeving.
Probeer nooit de accu te openen of te repareren.
WAARSCHUWING
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 107
Storingen zoeken, storingen verhelpen en reparatie
9.2 Reparatie
Voor veel reparaties is bijzondere kennis en
gereedschap vereist. Daarom mag uitsluitend een
dealer reparaties uitvoeren zoals:
banden en velgen vervangen,
remblokken en remvoeringen vervangen,
ketting vervangen resp. spannen.
9.2.1 Gebruik uitsluitend originele
onderdelen en smeermiddelen
De afzonderlijke onderdelen van de pedelec zijn
zorgvuldig geselecteerd en op elkaar afgestemd.
Er mogen uitsluitend originele onderdelen en
smeermiddelen worden gebruikt voor onderhoud
en reparatie.
Die continu geactualiseerde lijsten met
goedgekeurde accessoires en onderdelen
bevinden zich in hoofdstuk 11, Documenten en
tekeningen.
9.2.2 Verlichting vervangen
Gebruik bij vervanging uitsluitend
componenten die overeenkomen met het
betreffende wattage.
9.2.3 Koplamp afstellen
Stel de koplamp zo af, dat de lichtkegel 10 m
voor de pedelec op de weg schijnt.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 108
Recycling en afvoer
10 Recycling en afvoer
Dit apparaat is gemarkeerd in
overeenstemming met de Europese
richtlijn 2012/19/EU betreffende
afgedankte elektrische en elektronische
apparatuur (Waste Electrical and
Electronic Equipment, WEEE) en met de
Europese richtlijn 2006/66/EG
betreffende batterijen en accu's. Deze richtlijn
voorziet in een EU-breed kader voor inname en
recycling van oude apparatuur. Als gebruiker bent
u wettelijk verplicht alle gebruikte batterijen en
accu's in te leveren. Afvoer met het huisvuil is
verboden! De fabrikant is conform §9 van de
Regeling beheer batterijen en accu’s 2008
verplicht om gebruikte en oude accu's gratis terug
te nemen en vervult daarmee de wettelijke
verplichtingen en draagt bij aan de bescherming
van het milieu! De pedelec, de accu, de motor, het
display en de oplader bevatten waardevolle
grondstoffen. Deze moeten overeenkomstig de
van toepassing zijnde wettelijke voorschriften
gescheiden van het huisvuil worden afgevoerd
voor recycling. Door gescheiden inzameling en
recycling worden de grondstofreserves ontzien en
is gewaarborgd dat bij de recycling van het
product en/of de accu alle voorschriften ter
bescherming van de gezondheid en het milieu
worden aangehouden.
Haal de pedelec, de accu of de oplader niet uit
elkaar ten behoeve van het afvoeren.
De pedelec, het display, de ongeopende en
onbeschadigde accu en de oplader kunnen bij
elke dealer gratis worden ingeleverd.
Afhankelijk van uw regio zijn andere
afvoermogelijkheden beschikbaar.
Bewaar onderdelen van een buiten bedrijf
genomen pedelec droog, vorstvrij en beschermd
tegen invallend zonlicht.
Brand- en explosiegevaar
Bij een beschadigde of defecte accu kan de
beveiligingselektronica uitvallen. De
restspanning kan kortsluiting veroorzaken. De
accu kan ontvlammen en exploderen.
Neem een accu, die uitwendige schade
vertoont, onmiddellijk buiten bedrijf en laad
deze nooit op.
Houd afstand wanneer een accu vervormt of
begint te roken, onderbreek de voeding van de
contactdoos en neem onmiddellijk contact op
met de brandweer.
Blus een beschadigde accu nooit met water en
laat deze nooit met water in contact komen.
Een defecte accu is gevaarlijk afval. Voer een
defecte accu zo snel mogelijk op de juiste
wijze af.
Sla deze tot het afvoeren droog op. Sla nooit
brandbare stoffen op in de omgeving.
Probeer nooit de accu te openen of te repareren.
Letsel aan huid en ogen
Uit een beschadigde of defecte accu kunnen
vloeistoffen en dampen vrijkomen. Deze kunnen
leiden tot irritatie van de luchtwegen en tot
brandwonden.
Vermijd elk contact met vrijkomende
vloeistoffen.
Neem bij oogcontact of klachten onmiddellijk
contact op met een arts.
Spoel bij huidcontact de huid onmiddellijk af
met water.
Ventileer de ruimte goed.
WAARSCHUWING
!
VOORZICHTIG
!
Milieuschade
In de vork, de achterbouwdemper en de
hydraulische reminstallatie bevinden zich giftige
en milieugevaarlijke smeermiddelen en oliën.
Wanneer deze in het riool of het grondwater
terechtkomen raken deze vergiftigd.
Voer smeermiddelen en oliën veilig voor het
milieu en conform de wettelijke voorschriften
af.
VOORZICHTIG
!
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 109
Documenten
11 Documenten
11.1 Onderdelenlijst
Informatie over de onderdelenlijst was bij het
opstellen van de gebruikshandleiding nog niet
bekend. Zie voor deze informatie de nieuwste
gebruikshandleiding.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 110
Documenten
11.2 Montageprotocol
Datum: Framenummer:
Component Beschrijving Criteria Maatregelen bij afkeur
Montage/inspectie Testen Acceptatie Afkeur
Voorwiel Montage o.k. los Snelspanner afstellen
Zijstandaard Bevestiging controleren Werking controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Banden Bandenspanning
controleren o.k. bandenspanning te laag/ te
hoog Bandenspanning aanpassen
Frame
Controleren op
beschadigingen, breuken,
krassen
o.k. beschadigd Buitenbedrijfstelling, nieuw frame
Handgrepen,
bekledingen Bevestiging controleren o.k. ontbreekt
Schroeven vastdraaien, nieuw
handgrepen resp. bekledingen
conform stuklijst
Stuur, voorbouw Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien, zo nodig
nieuwe voorbouw conform stuklijst
Stuurlager Controleren op
beschadigingen Werking controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Zadel Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Zadelpen Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Spatbord Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Bagagedrager Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Accessoires Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Bel Werking controleren o.k. geen geluid, zacht,
ontbreekt Nieuwe bel conform stuklijst
Veerelementen
Vork, verende
voorvork
Controleren op
beschadigingen o.k. beschadigd Nieuwe vork conform stuklijst
Achterbouwdemper Controleren op
beschadigingen o.k. beschadigd Nieuwe vork conform stuklijst
Geveerde zadelpen Controleren op
beschadigingen o.k. beschadigd Nieuwe vork conform stuklijst
Reminstallatie
Remhendel Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Remvloeistof Vloeistofpeil controleren o.k. te weinig Remvloeistof bijvullen, bij
beschadiging nieuwe remslangen
Remvoeringen
Remvoeringen,
remschijven resp. velgen
controleren op
beschadigingen
o.k. beschadigd Nieuwe remvoeringen,
remschijven resp. velgen
Terugtraprem
remanker Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Verlichtingsinstallatie
Accu Initiële controle o.k. storingsmelding
Buitenbedrijfstelling, contact
opnemen met accufabrikant,
nieuwe accu
Bekabeling
verlichting
Aansluitingen, correcte
kabelvoering o.k. kabel defect, geen
verlichting Nieuwe bekabeling
Achterlicht Standlicht Werking controleren o.k. geen constante verlichting
Buitenbedrijfstelling, nieuw
achterlicht conform stuklijst, zo
nodig accu vervangen
Voorlicht Standlicht, dagrijlicht Werking controleren o.k. geen constante verlichting
Buitenbedrijfstelling, nieuw
voorlicht conform stuklijst, zo
nodig accu vervangen
Reflectoren Volledig, toestand,
bevestiging o.k. niet volledig of beschadigd Nieuwe reflectoren
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 111
Documenten
Technische controle, veiligheidscontrole, proefrit
Aandrijving/ versnelling
Ketting/ cassette/
achtertandwiel/
kettingblad
Controleren op
beschadigingen o.k. beschadigd zo nodig bevestigen of nieuw
conform stuklijst
Kettingbeschermer/
spaakbeschermer
Controleren op
beschadigingen o.k. beschadigd Nieuw conform stuklijst
Traplager/ crank Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Pedalen Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Schakelhendel Bevestiging controleren Werking controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
schakelkabels Controleren op
beschadigingen Werking controleren o.k. los resp. defect Schakelkabels afstellen, zo nodig
nieuwe schakelkabels
Voorderailleur Controleren op
beschadigingen Werking controleren o.k. schakelt niet of zwaar Afstellen
Derailleur Controleren op
beschadigingen Werking controleren o.k. schakelt niet of zwaar Afstellen
Elektrische aandrijving
Display Controleren op
beschadigingen Werking controleren o.k. geen weergave, onjuiste
weergave
Opnieuw opstarten, accu testen,
nieuwe software of nieuw display,
buitenbedrijfstelling
Bediening elektrische
aandrijving
Controleren op
beschadigingen Werking controleren o.k. geen reactie
Opnieuw opstarten, contact
opnemen met fabrikant bediening,
nieuwe bediening
Tacho Snelheidsmeting o.k. pedelec rijdt 10% te snel/
te langzaam
Pedelec buiten bedrijf stellen tot
oorzaak is gevonden
Bekabeling Visuele controle o.k.
uitval van het systeem,
beschadigingen, geknikte
kabels
Nieuwe bekabeling
Accuhouder Bevestiging, slot,
contacten Werking controleren o.k. los, slot sluit niet, geen
contact Nieuwe accuhouder
Motor Visuele controle en
bevestiging o.k. beschadigd, los
Motor vastdraaien, contact
opnemen met fabrikant motor,
nieuwe motor
Software Versie uitlezen nieuwste
versie niet de nieuwste versie Update uploaden
Component Beschrijving Criteria Maatregelen bij afkeur
Montage/inspectie Testen Acceptatie Afkeur
Reminstallatie
Werking controleren o.k. remt niet voluit, remweg te
lang
Defect onderdeel in de
reminstallatie lokaliseren en
corrigeren
Versnelling onder
bedrijfsbelasting
Werking controleren o.k. problemen bij het
schakelen
Versnelling opnieuw afstellen
Veerelementen (vork,
vorkpoot, zadelpen)
Werking controleren o.k. te weinig of geen vering
meer
Defect onderdeel lokaliseren en
corrigeren
Elektrische
aandrijving
Werking controleren o.k. los contact, problemen
tijdens het rijden,
versnellen
Defect onderdeel elektrische
aandrijving lokaliseren en
corrigeren
Verlichtings-
installatie
Werking controleren o.k. geen continue verlichting,
niet helder genoeg
Defect onderdeel in de
verlichtingsinstallatie lokaliseren
en corrigeren
Proefrit
geen
opvallende
geluiden.
opvallende geluiden Bron van het geluid lokaliseren en
corrigeren
Datum
Naam monteur:
Eindoordeel werkplaatschef
Component Beschrijving Criteria Maatregelen bij afkeur
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 112
Documenten
11.3 Onderhoudsprotocol
Diagnose en documentatie huidige toestand
Datum: Framenummer:
Component Interval Beschrijving Criteria Maatregelen bij afkeur
Inspectie Testen Onderhoud Accepta-
tie
Afkeur
Voorwiel 6 maanden Montage o.k. los Snelspanner afstellen
Zijstandaard 6 maanden Bevestiging controle-
ren
Werking controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Banden 6 maanden Bandenspanning
controleren
o.k. bandenspanning
te laag/ te hoog
Bandenspanning aanpassen
Frame
6 maanden Controleren op
beschadigingen, breu-
ken, krassen
o.k. beschadigd Pedelec buiten bedrijf stel-
len, nieuw frame
Handgrepen,
bekledingen
6 maanden Slijtage, bevestiging
controleren
o.k. ontbreekt Schroeven vastdraaien,
nieuw handgrepen resp.
bekledingen conform stuklijst
Stuur, voor-
bouw 6 maanden
Bevestiging controle-
ren
o.k. los Schroeven vastdraaien, zo
nodig nieuwe voorbouw con-
form stuklijst
Stuurlager 6 maanden Controleren op
beschadigingen
Werking controleren Smeren en afstellen o.k. los Schroeven vastdraaien
Zadel 6 maanden Bevestiging controle-
ren
o.k. los Schroeven vastdraaien
Zadelpen 6 maanden Bevestiging controle-
ren
o.k. los Schroeven vastdraaien
Spatbord 6 maanden Bevestiging controle-
ren
o.k. los Schroeven vastdraaien
Bagagedrager 6 maanden Bevestiging controle-
ren
o.k. los Schroeven vastdraaien
Accessoires 6 maanden Bevestiging controle-
ren
o.k. los Schroeven vastdraaien
Bel 6 maanden Werking controleren o.k. geen geluid,
zacht, ontbreekt
Nieuwe bel conform stuklijst
Veerelementen
Vork, verende
voorvork cf. fabrikant
Controleren op
beschadigingen, corro-
sie, breuk
Onderhoud cf. fabrikant
Smeren, olie vervangen
cf. fabrikant
o.k. beschadigd Nieuwe vork conform stuk-
lijst
Achterbouw-
demper cf. fabrikant
Controleren op
beschadigingen, corro-
sie, breuk
Onderhoud cf. fabrikant
Smeren, olie vervangen
cf. fabrikant
o.k. beschadigd Nieuwe vork conform stuk-
lijst
Geveerde zadel-
pen cf. fabrikant Controleren op
beschadigingen
Onderhoud cf. fabrikant o.k. beschadigd Nieuwe vork conform stuk-
lijst
Reminstallatie
Remhendel 6 maanden Bevestiging controle-
ren
o.k. los Schroeven vastdraaien
Remvloeistof 6 maanden
Vloeistofpeil controle-
ren
naar seizoen o.k. te weinig Remvloeistof bijvullen, bij
beschadiging buitenbedrijf-
stelling, nieuwe remslangen
Remvoeringen 6 maanden
Remvoeringen, rem-
schijven resp. velgen
controleren op bescha-
digingen
o.k. beschadigd Nieuwe remvoeringen, rem-
schijven resp. velgen
Terugtraprem
remanker 6 maanden Bevestiging controle-
ren
o.k. los Schroeven vastdraaien
Reminstallatie 6 maanden Bevestiging controle-
ren
Werking controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 113
Documenten
Inspectie Testen Onderhoud Accepta-
tie
Afkeur
Verlichtingsinstallatie
Accu
Initiële controle o.k. storingsmelding Contact opnemen met accu-
fabrikant, buitenbedrijfstel-
ling, nieuwe accu
Bekabeling ver-
lichting
Aansluitingen, cor-
recte kabelvoering
o.k. kabel defect,
geen verlichting
Nieuwe bekabeling
Achterlicht
Standlicht Werking controleren o.k. geen constante
verlichting
Nieuw achterlicht conform
stuklijst, zo nodig accu ver-
vangen
Voorlicht
Standlicht, dagrijlicht Werking controleren o.k. geen constante
verlichting
Nieuw voorlicht conform
stuklijst, zo nodig accu ver-
vangen
Reflectoren Volledig, toestand,
bevestiging
o.k. niet volledig of
beschadigd
nieuwe reflectoren
Aandrijving/ versnelling
Ketting/ cas-
sette/ achter-
tandwiel/
kettingblad
Controleren op
beschadigingen
o.k. beschadigd zo nodig bevestigen of nieuw
conform stuklijst
Kettingbescher-
mer/ spaakbe-
schermer
Controleren op
beschadigingen
o.k. beschadigd nieuw conform stuklijst
Traplager/ crank Bevestiging controle-
ren
o.k. los Schroeven vastdraaien
Pedalen Bevestiging controle-
ren
o.k. los Schroeven vastdraaien
Schakelhendel Bevestiging controle-
ren
Werking controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
schakelkabels Controleren op
beschadigingen
Werking controleren o.k. los resp. defect Schakelkabels afstellen, zo
nodig nieuwe schakelkabels
Voorderailleur Controleren op
beschadigingen
Werking controleren o.k. schakelt niet of
zwaar
afstellen
Derailleur Controleren op
beschadigingen
Werking controleren o.k. schakelt niet of
zwaar
afstellen
Elektrische aandrijving
Display
Controleren op
beschadigingen
Werking controleren o.k. geen weergave,
onjuiste weer-
gave
Opnieuw opstarten, accu
testen, nieuwe software of
nieuw display, buitenbedrijf-
stelling
Bediening elek-
trische aandrij-
ving
Controleren op
beschadigingen
Werking controleren o.k. geen reactie Opnieuw opstarten, contact
opnemen met fabrikant
bediening, nieuwe bediening
Tacho
Snelheidsmeting o.k. pedelec rijdt 10%
te snel/ te lang-
zaam
Pedelec buiten bedrijf stellen
tot oorzaak is gevonden
Bekabeling
Visuele controle o.k. uitval van het
systeem,
beschadigingen,
geknikte kabels
Nieuwe bekabeling
Accuhouder Bevestiging, slot, con-
tacten
Werking controleren o.k. los, slot sluit niet,
geen contact
Nieuwe accuhouder
Motor
Visuele controle en
bevestiging
o.k. beschadigd, los Motor vastdraaien, contact
opnemen met fabrikant
motor, nieuwe motor, buiten-
bedrijfstelling
Software Versie uitlezen nieuwste
versie
niet de nieuwste
versie
Update uploaden
Component Interval Beschrijving Criteria Maatregelen bij afkeur
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 114
Documenten
Technische controle, veiligheidscontrole, proefrit
Component Beschrijving Criteria Maatregelen bij afkeur
Montage/inspectie Testen Acceptatie Afkeur
Reminstallatie Werking controleren o.k. remt niet voluit, remweg te
lang
Defect onderdeel in de reminstal-
latie lokaliseren en corrigeren
Versnelling onder
bedrijfsbelasting
Werking controleren o.k. problemen bij het schake-
len
Versnelling opnieuw afstellen
Veerelementen (vork,
vorkpoot, zadelpen)
Werking controleren o.k. te weinig of geen vering
meer
Defect onderdeel lokaliseren en
corrigeren
Elektrische aandrij-
ving
Werking controleren o.k. los contact, problemen tij-
dens het rijden, versnellen
Defect onderdeel elektrische aan-
drijving lokaliseren en corrigeren
Verlichtingsinstalla-
tie
Werking controleren o.k. geen continue verlichting,
niet helder genoeg
Defect onderdeel in de verlich-
tingsinstallatie lokaliseren en cor-
rigeren
Proefrit
geen
opvallende
geluiden.
opvallende geluiden Bron van het geluid lokaliseren en
corrigeren
Datum
Naam monteur:
Eindoordeel werkplaatschef
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 115
Documenten
11.4 Gebruikshandleiding oplader
"$
HIHIH%
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 116
Documenten
eBike Battery Charger 36-6/230
0 275 007 918
Li-Ion
Use ONLY with BOSCH Li-Ion batteries
Input: 230V 50Hz 2.15A
Output: 36V 6A
Made in Vietnam
Robert Bosch GmbH, Reutlingen
Fast Charger BCS250
eBike Battery Charger 36-4/230
0 275 007 907
Li-Ion
Use ONLY with BOSCH Li-Ion batteries
Input: 230V 50Hz 1.5A
Output: 36V 4A
Made in PRC
Robert Bosch GmbH, Reutlingen
Standard Charger BCS220
Standard Charger
Fast Charger
%&
%'&
%(&
%&
%)&
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 117
Documenten

Compact Charger
%&
%&
%(&
%'&
%)&
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 118
Documenten
%*& %(&
%& %&
%'&
%((&
%+&
%,&
%,&
%&
-
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 119
Documenten
%+&
%&
%,&
%&
%&
%&
%,&
%((&
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 120
Documenten
%&
%,&
.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 121
Documenten
P!$""96$
0"!!#!$""
96$1
V(..(+.L
+((431L
'('
M)'(+$O14('.'4+.''1(
"""!!#!$""96$1#

V+1)'((431)')'*"1O
)'*('L(,
1 !""" """111#"
$"3)+'.(
4('*((+(**('(()(('
.('
0"""!!#$"07"
1` ."1 "$9"1!"" "
$#" !""" """ "+')(('
)'(+LR*.(('
1 !""" """N'.'.)L
(('.(('.''
!#VV!$1 !""" """:"!
1 !""" """:"!1
"$$#"!K  !""" """
(++*((+(**('(M()'.'L
'.('
1 !""" """ !#!"
"$%9# " :?!6&
""$#$K(4+)3*(+*'L
++.'4('.(*((+(**('(()((
)'(+.(('
#6$:"1 !""" """9
 !""""".""$"
V*((+(**('(((.'()3.L
*'('1'4'+
9"$$#$1#""11
" " 3$#""##"
!169!"" N+(L
*+4'''
=!"" !""" """"111
#"""""!0"""1`"!!
$" "#!$ !""P
+)3(+*'++*4(')(()'(+L
.(('
."1"$66$!"

16 9$1:$$
1V'+'4'+('(+'++(+'
*((+(**('((*
;  $#"1D:
61$!9$!9#$:1#"
1$""""69 
!""" """#!$:$ !""" 
"""661#
"!9 $1+')(('
.(('.'.''+)+.'4+
0#!$""96$1"!!
$1""96$#"D#"!
$1""96$#"1:6
"
(++'(.(*((+(**('(().+1
'O'(+
4'(.*+*(((O)+((.
'%)&"+.++WT-#QT-#N
)'&HVQL-L(,X
9#$#" 1$
((+'4'.O(13+(*
O4('431.'.'*.(O
.'OL)'+*'+4'+
-$! 
N'.(+(O)+*O)L
'*+4'(.*+*((,(O)+
(().(+)'((431
4'(.+1)'((431M(OL
(3.(+'.(4M'((OL
43.(+4'3(++
%(& &*((+(**('((
%& **('((((
%'& **('(('
%)& K+((431*((+(**('((
%& &*((+'
%,& ().'*((+'
%& O+*((+)
%+& ((+'('(
%*& (++.(4'((+(+
%(& ($L(
%((& (+(('+(
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 122
Documenten
>$$#
K !""" """ /"""$
%',E)F'&
 ""$
%',EF('&
B""$
%',E,F'&
\'+L+ H H H%
(*( K]  ^! _ ^!  ^!
U'` V1 ! ^ ! ^ ! ^
L((+*( Ka ^ ^ ^
Q((+'(R " ! ^b
"
&*((+3+
Z\4'\(M( M% %
Z\4'\(!M( M% ^M% M%
Z\4'\(%M( !M% M%
)'*'(' cH  d!  d!  d!
&*(*'(' cH Z d% Z d% Z d%
4M(  M M^ M
'( -\! -\! -\!
"
N((+'4'+)3\4'\(.()3
(,.(+H(dQ*!)'+
N.+.'(*(eTf.(K 3(O43+*((+*O.'+1L
..(''
1
7$1"
K !""" """ !""!1
%6"!$-&
0  "$GN*(.(+')'
.'+.***((3
.(*((+(**('(( iK((++*((+L
(**('(iK)'4'+
+(**('(('%'&.('+(**(L
'((((%&**((+(**('((
'.'*'(+"*'
((
$$"1 !"%6"!$&
(+(+1++'*+
Q'.'+)'((431.(+(
+1(
=!"""1"!! $K'L
3+.'(.'..(+*((+).(+L
(M)3. +'1(+O(('+
+*((+'%&.(*((+(**('((+
(()%,&*+(
-1  !"%6"!$H.&
(+( +(O+.(+*((+)
%& K'3+.'(.'..(+*((+).(+
(M)3. +'1(+O(('+ #+(O+.(+
*((+)%&*+*((+'%&+*L
((+)%,&
0"""1"!!"$#""!!#!$
""96$+3M+(+
(++'((++1*'
*(( Q'.'+)'((431.(+(
+1(
0"" 19""$""1`
h3*4(,(()'(M+()L
+(,.(+(O(((+4'+
'4'+)+(,('.( iZ
_ij(+M.'.4'+)+(,*('(.
(++QN,.()+(,**'"
#3+)'4'++)+(,(O4+L
(+
+(,++'M+((
(O1+'3(+
0"" 1
V(+)M1+'(*((+(**('((+(O
+*((+)*+O'.')+

-"96$IV(+(3M4('+*L
'('.(+L(1(((+*L
'(')').+
-"96$I#3+(+4'++((+'3O+L
+(.'+
V(+.(+(1+')'+*'L
3 h+')'+*'((+()3+(L
((+(++(''+4'+
3(()'+*'.'3+.'L
+*+*(
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 123
Documenten
N((+(+4'++(((+(++(
%*&*+(+)(3*+)'+*'
4'.
#3+(+)'(++QN,.(+((+(+L
+(%*&*+( *'()'(++QN
.'.'ij(*(*(+ N**L
'+QNO*(+.(+.+ij((
-+L(.+(+M+(((+QN,+L
+3+)'+*'4'+(+ V(L
+4'+)++ N'*+(($L%(&*+
L(+'(+((+(++'+L
+4'.4'+
S***((+(**('((.('+
(.(*((+(**('((
+(.(*((+(**('((4'+**+M+(
4'++((((+
-"96$IP('*+OO*(+M
+(((++*((+)%,&1'.++(O+L
%&M1+('.O4('()+'
*((+(**('((((+.(+(L
**+4'+M+((*((+(**('(((*(('
'*4M''+((+(+.(+(
).*4(+
B1E6"#! 
K6"" P! 
+O
>0.` "1
 
(*'L
+'34(+
4('O+
.0.` "1 

S**+(.(*L
((+(**('((((+L
*'(')')'

+(*(4'*
*((+(**('((((M4(L
'+1+(
((+*'('O)L
'
V*((+(**('((((+

0. %""
!9#"!"""
#""1"
0.`1&
(*'L
+'34(+
 !"$!9%$" "1&
'''L

H''(.')L
+
H(.((. +(*+
(.'1
K6"" P! 
*(M()O*L
((+(**('((+O
H''+*(M
((*((+(**('((+'
+'34(+''
+O (*'L
+'34(+
K1#
K1$$
*((+(**('(('4'M+(L
(*'+'34(+
;!"#$1"#
)3(.'(.'*((+(**('(((*
'+'34(+
H(..('+'34(+.+*+
'*((444 )L) 
-#"!#9$
&*((+(**('(M('.'*(*
.'.'(4'+4314'+'+
*((+(**('()3.X
-!!#!"#"I
K+'*'3$_$T)L
'OO+(O+(''L
(**('('+1'.((L
(('M')')('*((+L
(**('((*('1(+*L
.'+3(''+4'+
96$$#1
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 124
Lijst met trefwoorden
12 Lijst met trefwoorden
A
Aan/uit-toets,
Accu, 29
Display, 30
Aandrijfsysteem, 27
- inschakelen, 81
- uitschakelen, 81
Accu, 28
- afvoeren, 108
- controleren, 48
- laden, 78
- uit de slaapstand halen, 80
Achterbouwdemper,
Opbouw, 23, 24
Achterlicht, 27
Achterwielrem, 25
Afstelwiel, 24
Alternatieve uitrusting, 13
B
Bagagedrager, 21
- gebruiken, 75
- wijzigen, 75
Band, 22
Bediening, 36
Bedrijfstoestandweergave, 36
Borging, 29
D
Display, 29
- aanbrengen, 82
- verwijderen, 82
Displayweergave, 36, 73
Draaibare handvatschakelaar van de
versnelling, 36
Duwondersteuning,
- gebruiken, 83
Duwondersteuningstoets, 36
E
Eerste ingebruikname, 48
F
Frame, 21
G
Gewicht,
Toegestaan totaalgewicht, 14
H
Hendel, 24
I
Info-toets (display), 30
Info-toets, 36
K
Ketting, 21, 27
- onderhouden, 102
Kettingaandrijving, 27
Kettingspanning, 102
Kettingwiel, 27
Koplamp, 27
L
Laadtoestandweergave, 36
Luchtkamer, 24
Luchtventiel,
Achterbouwdemper, 24
Vork, 23
M
Markering van de minimale
insteekdiepte, 61
Min-toets, 36
Modeljaar, 14
Motor, 27
N
Naaf, 22
O
Onderbreking van het gebruik, 46
- uitvoeren, 46
- voorbereiden, 46
Ondersteuningsniveau, 36, 37
- selecteren, 84
ECO, 37
OFF, 37
SPORT, 37
TOUR, 37
TURBO, 37
Oplader,
- afvoeren, 108
O-ring, 24
P
Pedaal, 25, 27
Plus-toets, 36
R
Reisinformatie, 38
- resetten, 84
- wijzigen, 84
Afstand totaal, 38
Afstand, 38
Bereik, 38
Gemiddelde, 38
Maximum, 38
Rijtijd, 38
Tijd, 38
Rem,
- transportbeveiliging gebruiken, 45
Remarm, 24
Remhendel, 36
- drukpunt afstellen, 63
Remschijf, 25
Remvoering, 24
- onderhouden, 101
Remzadel, 25
RESET–toets, 30
Riemspanning, 102
Rijrichting, 27
Rijverlichting, 30
- werking controleren, 74
Rijverlichtingtoets, 30
Rollenrem,
- remmen, 87
S
Schakelhendel,
- afstellen, 104
Schakeltip, 38
Snelspanner, 22
Spaak, 22
Spankracht,
- snelspanner afstellen, 50
- snelspanner controleren, 50
Spatbord,
- controleren, 74
Stuur, 21, 36
Systeeminstelling, 39
- wijzigen, 84
Systeeminformatie, 39
wijzigbaar, 38, 39, 40, 84
Systeemmelding, 40, 57
T
Terugtraprem,
- remmen, 87
Toets,
Aan/uit (accu), 29
Aan/uit (display), 30
Duwondersteuning, 36
Info (bediening), 36
Info (display), 30
Min, 36
Plus, 36
RESET, 30
Rijverlichting, 30
Totale rijtijd, 39
Transport, 44
Transporteren, zie transport
Typenummer, 14
U
USB-aansluiting, 30
- gebruiken, 83
V
Veerkop, 22
Velg, 22
- controleren, 99
Ventiel, 22
Blitzventiel, 22
Vergrendelhaak, 29
Vergrendelingshendel van de velgrem
24
Verpakking, 47
Versnelling,
- onderhouden, 101
- schakelen, 91
Versnellingsnaaf 92
Voorwiel, zie wiel
Voorwielrem, 24, 25
- remmen, 86
Vork, 22
- drukdemper afstellen, 91
Opbouw, 23
Trekdemper afstellen, 91
Uitvaleinde, 22
W
Wiel,
- onderhouden, 99
Z
Zadel, 21
- zadelhoek wijzigen, 60
- zadelhoogte bepalen, 60, 61
- zitlengte wijzigen, 61
Zadelpen, 21
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 125
Terminologie
13 Terminologie
Aandrijfriem
Bron: EN 15194:2017, Naadloze, ringvormige
riem, die wordt gebruikt voor overdracht van een
aandrijfkracht.
Bouwjaar
Bron: ZEG, Het bouwjaar is het jaar waarin de
pedelec is gemaakt. De productieperiode loopt
altijd van augustus tot en met juli van het jaar
daarop.
Breuk
Bron: EN 15194:2017, Onopzettelijk scheiding in
twee of meer delen.
Buitenbedrijfstelling
Bron: DIN 31051, Opzettelijke onderbreking van
de werking van een object voor onbepaalde tijd.
CE-markering
Bron: Machinerichtlijn, Met de CE-markering
verklaart de fabrikant, dat de pedelec voldoet aan
de geldende eisen.
Elektrisch ondersteunende fiets, pedelec
Bron: EN 15194:2017, Fiets, voorzien van
pedalen en een elektrische hulpmotor, die niet
uitsluitend door deze elektrische hulpmotor kan
worden aangedreven, uitgezonderd in de
duwondersteuningsstand.
Elektrisch regel- en besturingssysteem
Bron: EN 15194:2017, Elektronische en/of
elektrische componenten of een samenstel van
componenten, die in een voertuig worden
ingebouwd, in verbinding met alle elektrische
aansluitingen en bijbehorende bekabeling voor de
elektrische voeding van de motor.
Gebruikshandleiding
Bron: ISO/DIS 20607:2018, Onderdeel van de
gebruikersinformatie, die machinegebruikers door
machinefabrikanten ter beschikking wordt
gesteld; deze bevat ondersteuning, handleidingen
en adviezen die samenhangen met het gebruik
van de machine in alle fasen van de levensduur.
Geveerd frame
Bron: EN 15194:2017, Frame, dat beschikt over
een geleide, verticale flexibiliteit, om de
overdracht van stoten van de weg naar de berijder
te verminderen.
Geveerde vork
Bron: EN 15194:2017, Voorvork, die beschikt over
een geleide, axiale flexibiliteit, om de overdracht
van stoten van de weg naar de berijder te
verminderen.
Gewicht van de rijklare fiets
Bron: ZEG, Het vermelde gewicht van de rijklare
pedelec betreft het gewicht van de pedelec op het
moment van verkoop. Alle aanvullende
accessoires moeten bij dit gewicht worden
opgeteld.
Hoogste toegestane totaalgewicht
Bron: EN 15194:2017, Het gewicht van de volledig
samengebouwde pedelec plus berijder plus
bagage, conform de definitie van de fabrikant
Jeugdfiets
Bron: EN-ISO 4210-2, Fiets voor gebruik op
openbare wegen door jeugdigen, die minder dan
40 kg wegen, met een maximale zadelhoogte van
635 mm of meer, maar minder dan 750 mm. (zie
EN-ISO 4210)
Markering voor de minimale insteekdiepte
Bron: EN 15194:2017, Markering, die de minimaal
vereiste insteekdiepte van de stuurvoorbouw in de
vorkschacht of de zadelpen in het frame aangeeft.
Maximale bandenspanning
Bron: EN 15194:2017, Maximale
bandenspanning, die door de fabrikant van de
band of de velg wordt aanbevolen voor veilig en
krachtbesparend rijden. Wanneer zowel de velg
als de band een maximale bandenspanning
vermelden, is de geldende maximale
bandenspanning de laagste van de beide
vermelde waarden.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 126
Terminologie
Maximale zadelhoogte
Bron: EN 15194:2017, Verticale afstand van de
grond tot het punt, waar het zadelvlak kruist met
de as van de zadelpen, gemeten met horizontaal
afgesteld zadel en waarbij de zadelpen is
afgesteld op de minimale insteekdiepte.
Modeljaar
Bron: ZEG, Het modeljaar is bij de in serie
geproduceerde pedelecs het eerste productiejaar
van de betreffende versie en is daarmee niet altijd
identiek aan het bouwjaar. Het bouwjaar kan
soms ook voor het modeljaar liggen. Wanneer
geen technische wijzigingen zijn uitgevoerd aan
een serie, kunnen pedelecs van een voorgaand
modeljaar ook later zijn gemaakt.
Mountainbike
Bron: EN-ISO 4210-2, Fiets, die is bedoeld voor
gebruik op ongelijk terrein buiten de weg evenals
voor gebruik op openbare wegen en die is
voorzien van een overeenkomstig versterkt frame
en andere onderdelen evenals, typisch, van
banden met grote diameter en een grof
loopvlakprofiel en een groot verzetbereik.
Nominaal continuvermogen
Bron: ZEG, Het nominaal continuvermogen is het
maximale vermogen gedurende 30 minuten op de
uitgaande as van de elektromotor.
Onbegaanbaar terrein
Bron: EN 15194:2017, Ongelijke grindpaden,
bospaden en andere, in het algemeen buiten de
weg gelegen parcours, waarop boomwortels en
rotsen te verwachten zijn.
Onderhoud
Bron: DIN 31051, Het onderhoud wordt in het
algemeen periodiek en vaak door opgeleid
personeel uitgevoerd. Zo kunnen een zo lang
mogelijke levensduur en een geringe mate van
slijtage van het onderhouden object worden
gegarandeerd. Deskundig onderhoud is vaak ook
een voorwaarde voor het verlenen van garantie.
Racefiets
Bron: EN-ISO 4210-2, Fiets, die is bedoeld voor
amateurritten met hoge snelheden en voor
gebruik op openbare wegen, en die beschikt over
een stuureenheid met meerdere
handgreepposities (die een aerodynamische
lichaamshouding toelaat) en over een
overdrachtssysteem voor meerdere snelheden en
een bandbreedte van ten hoogste 28 mm, waarbij
de afgemonteerde fiets een maximale massa van
12 kg heeft.
Remhendel
Bron: EN 15194:2017, Hendel waarmee de
remvoorziening wordt bediend.
Remweg
Bron: EN 15194:2017, Afstand, die een pedelec
aflegt tussen het moment waarop het remmen
aanvangt en het moment waarop de pedelec tot
stilstand komt
Reserveonderdeel
Bron: EN 13306:2017, art. 3.5, Object ter
vervanging van een overeenkomstig object, om
de oorspronkelijk vereiste functie van het object te
behouden.
Schijfrem
Bron: EN 15194:2017, Rem, waarbij remblokken
worden gebruikt, om aan te grijpen op de
buitenvlakken van een dunne schijf, die op de
wielnaaf is aangebracht of daarin is geïntegreerd.
Slijtage
Bron: DIN 31051, Vermindering van de
slijtagetoeslag (4.3.4) ten gevolge van chemische
en/of fysische processen.
Snelspanvoorziening, snelspanner
Bron: EN 15194:2017, Met een hendel bediend
mechanisme, dat een wiel of ander onderdeel
bevestigt, in positie houdt of borgt.
Stads- en toerfiets
Bron: EN-ISO 4210-2, Pedelec, die is bedoeld
voor gebruik op openbare wegen, in hoofdzaak
voor transport- of vrijetijdsdoeleinden.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 127
Terminologie
Storing
Bron: EN 13306:2017, art.6.1, Toestand van een
object (4.2.1), waarin het niet in staat is een
vereiste functie (4.5.1) te vervullen; uitgezonderd
wanneer deze toestand het gevolg is van
preventief onderhoud of andere geplande
werkzaamheden of van het ontbreken van externe
hulpbronnen
Transportfiets
Bron: DIN 79010, Fiets, die in hoofdzaak is
bedoeld voor goederentransport.
Typenummer
Bron ZEG, Aan elke pedelec is een achtcijferig
typenummer toegekend, dat het modeljaar, het
type pedelec en de betreffende variant beschrijft.
Uitschakelsnelheid
Bron: EN 15194:2017, Snelheid van de pedelec
op het moment dat de stroom naar nul of naar de
vrijloopwaarde is geschakeld.
Verbruiksmateriaal
Bron: EN 82079-1, Onderdeel of materiaal, dat
vereist is voor regelmatig gebruik of onderhoud
van het object
Vorkschacht
Bron: EN 15194:2017, Deel van de vork, dat draait
om de stuuras van de stuurkop van een fiets. In de
regel is de schacht verbonden met de kop van de
vork of direct met de vorkpoten en vormt deze in
de regel de verbinding tussen vork en
stuurvoorbouw.
Vouwfiets
Bron: EN-ISO 4210-2, Fiets bedoeld om compact
te kunnen worden samengevouwen ten behoeve
van transport en opslag.
Werkomgeving
Bron: EN-ISO 9000:2015, Omstandigheden
waaronder werkzaamheden worden uitgevoerd.
Wiel
Bron: EN 15194:2017, Eenheid of samenstel van
naaf, spaken of schijf en velg, echter zonder de
band.
Zadelpen
Bron: EN 15194:2017, Onderdeel, dat het zadel
(met een schroef of andere constructie) vastklemt
en verbindt met het frame.
MY20K01-16_1.0_12.06.2019 128
Bijlage
Bijlage
I. Vertaling van de originele EG-conformiteitsverklaring
De fabrikant:
ZEG Zweirad-Einkaufs-Genossenschaft eG
Longericher Straße 2
50739 Köln
Germany
verklaart hiermee, dat de elektrisch ondersteunende fietsen van de typen:
KB064-ZAFDxx, KB064-ZAFTxx, KB064-ZAFWxx, KB064-ZARWxx, KB064-ZBFD5xx, KB064-ZBFTxx,
KB064-ZBFWxx, KB064-ZBRWxx, KB068-ZAFWxx, KB068-ZARWxx, KB068-ZBFWxx, KB068-ZBFWxx,
KB068-ZBRWxx, KB068-ZCFWxx, KB068-ZCRWxx, KB083-ZARWxx, KB084-ZARWxx, KB084-ZBRWxx,
KB084-ZCRWxx, KB084-ZDRWxx, KB111-ZAKDxx, KB111-ZAKDxx, KB111-ZAKTxx, KB111-ZAKWxx,
KB112-ZAFDxx, KB112-ZAFTxx, KB112-ZAFWxx, KB112-ZARDxx, KB112-ZARTxx, KB112-ZARWxx,
KB112-ZBFDxx, KB112-ZBFTxx, KB112-ZBFWxx, KB112-ZBRTxx, KB112-ZBRWxx, KB112-ZCFDxx,
KB112-ZCFTxx, KB112-ZCFWxx, KB112-ZCRDxx, KB112-ZCRTxx, KB112-ZCRWxx, KB116-ZAKDxx,
KB116-ZAKTxx, KB116-ZAKWxx, KB116-ZBKDxx, KB116-ZBKTxx, KB116-ZBKWxx, KB116-ZCKDxx,
KB116-ZCKTxx, KB116-ZCKWxx, KB116-ZDKDxx, KB116-ZDKTxx, KB116-ZDKWxx, KB118-ZAKDxx,
KB118-ZAKTxx, KB118-ZAKWxx, KB118-ZBKDxx, KB118-ZBKTxx, KB118-ZBKWxx, KB133-ZAFWxx,
KB133-ZARWxx, KB133-ZBFWxx, KB133-ZBRWxx, KB133-ZCFWxx, KB133-ZCRWxx, KB133-ZDFWxx,
KB133-ZDRWxx, KB137-ZAKDxx, KB137-ZAKTxx, KB137-ZAKWxx, KB137-ZBKDxx, KB137-ZBKTxx,
KB137-ZBKWxx, KB137-ZCKTxx, KB137-ZCKWxx, KB137-ZDKTxx, KB137-ZDKWxx, KB137-ZEKDxx,
KB137-ZEKTxx, KB137-ZEKWxx, KB137-ZFKDxx, KB137-ZFKTxx, KB137-ZFKWxx, KB143-ZAKDxx,
KB143-ZAKTxx, KB143-ZAKWxx, KB143-ZBKDxx, KB143-ZBKTxx, KB143-ZBKWxx, KB143-ZCKDxx,
KB143-ZCKTxx, KB143-ZCKWxx, KB143-ZDKDxx, KB143-ZDKTxx, KB143-ZDKWxx, KB144-ZAFWxx,
KB144-ZARWxx, KB144-ZBFWxx, KB144-ZBRWxx, KB144-ZCFWxx, KB144-ZCRWxx, KB144-ZDFWxx,
KB144-ZDRWxx
Bouwjaar 2019 en bouwjaar 2020,
in overeenstemming zijn met alle van toepassing zijnde eisen van de Machinerichtlijn 2006/42/EG. Verder
zijn de elektrisch ondersteunende fietsen in overeenstemming met alle van toepassing zijnde eisen van de
EMC-richtlijn 2014/30/EU.
De volgende normen zijn toegepast: ISO/DIS 20607:2018, Safety of machinery – Instruction handbook –
General drafting principles, EN 15194:2018, Fietsen – Elektrisch ondersteunende fietsen – EPAC fietsen
en EN 11243:2016, Fietsen – Bagagedragers voor fietsen – Eisen en beproevingsmethoden.
Mevrouw Janine Otto, technisch redacteur, c/o ZEG Zweirad-Einkaufs-Genossenschaft eG, Longericher
Straße 2, 50739 Köln, is gevolmachtigd tot het samenstellen van de technische documentatie.
Köln, 16.05.2019
…………………………………………………………………………………………………………………
Plaats, datum en handtekening
Egbert Hageböck
-Directeur-
92

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Kettler Traveller - 2020 bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Kettler Traveller - 2020 in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 18.57 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Kettler Traveller - 2020

Kettler Traveller - 2020 Gebruiksaanwijzing - Deutsch - 125 pagina's

Kettler Traveller - 2020 Gebruiksaanwijzing - English - 125 pagina's

Kettler Traveller - 2020 Gebruiksaanwijzing - Français - 131 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info