467967
14
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/32
Pagina verder
DD
DD
uu
uu
tt
tt
cc
cc
hh
hh
Rider 215TX
Gebr
uiksaanwijzing
Neem de gebruiksaanwijzing gr
ondig door en gebruik de
machine niet voor u alles duidelijk heeft begrepen.
2
Dutch
INHOUD
Inhoud
INHOUD
Inhoud
.......................................................................... 2
Ser
vicejournaal
Ser
vice bij levering ....................................................... 3
Na de eerste 8 uur ....................................................... 3
INLEIDING
Beste klant!
.................................................................. 4
Rijden en transport op de openbare weg ..................... 4
Slepen .......................................................................... 4
Gebruik ........................................................................ 4
Goede service .............................................................. 4
VERKLARING
VAN DE SYMBOLEN
Symbolen
..................................................................... 5
W
AT IS WAT?
W
at is wat op de zitmaaier? ......................................... 7
VEILIGHEIDSINSTR
UCTIES
V
eiligheidsinstructies .................................................... 8
Rijden op hellingen ...................................................... 9
Kinderen ...................................................................... 10
Onderhoud ................................................................... 10
Transport ...................................................................... 11
PRESENT
ATIE
Presentatie
................................................................... 12
Gashendel ................................................................... 12
Chokehendel ................................................................ 12
Snelheidsregeling ........................................................ 12
Handrem ...................................................................... 12
Maaielement ................................................................ 12
Hefstang voor het maaielement ................................... 12
Hendel voor instelling van maaihoogte ........................ 13
Zitting ........................................................................... 13
Tanken ......................................................................... 13
Ontkoppelingsregeling ................................................. 13
Rijden
V
oor de start ................................................................ 14
Starten van de motor ................................................... 14
Starten van een motor met een zwakke accu .............. 15
Rijden met de zitmaaier ............................................... 15
Maaitips ....................................................................... 16
Afzetten van de motor .................................................. 16
ONDERHOUD
Onderhoudsschema
.................................................... 17
Schoonmaken .............................................................. 18
Demontage van de kappen van de zitmaaier .............. 18
Controleren en afstellen van de besturingskabels ....... 18
Afstellen van handrem ................................................. 19
Controleren en afstellen van de gaskabel .................... 19
Controle en afstellen van chokekabel .......................... 19
Vervangen van brandstoffilter ...................................... 19
Controleren van het luchtfilter van de brandstofpomp . 20
Vervangen van luchtfilter .............................................. 20
Ontstekingssysteem .................................................... 20
Controle van veiligheidssysteem ................................. 21
Hoofdzekering .............................................................. 21
Controle van de spanning van de banden ................... 21
Controle van de koelluchtinlaat van de motor .............. 21
Controle en afstellen van gronddruk van het maai-
element ........................................................................
22
Controle van de parallelliteit van het maai-element ..... 22
Afstellen van de parallelliteit van het maai-element ..... 22
Servicestand voor maai-element .................................. 22
Controle van messen ................................................... 24
Verwijderen van BioClip-plug ....................................... 24
Smeren
Controle v
an het oliepeil van de motor ......................... 25
Vervangen van oliefilter ................................................ 25
Controle van het oliepeil van de transmissie ................ 26
Smeren van de riemspanner ........................................ 26
Smeren algemeen ........................................................ 26
Storingssc
hema
Stallen
Winterstalling
................................................................ 28
Beschermkap ............................................................... 28
Service ......................................................................... 28
T
echnische gegevens
EG-v
erklaring van overeenstemming ........................... 31
Dutch
3
Ser
vicejournaal
Ser
vice bij levering
1
Laad de accu 4 uur lang bij max. 3 A.
2 Monteer het stuur, de zitting en indien nodig
andere onderdelen.
3 Controleer de luchtdruk in de banden (60 kPa,
0,6 bar, 9 psi) en pas deze aan.
4 Stel het maai-element af:
Stel de sluitveren af (het maai-element weegt
tussen 12-15 kg / 26.5-33 lb).
Stel het maai-element zodanig af dat de
achterkant ca 2-4 mm / 1/8” hoger staat dan de
voorkant.
Stel de maaihoogte van het snij-aggregaat
zodanig in dat de aansluitstang is aangespannen
op de laagste maaistand.
5 Controleer of de juiste hoeveelheid olie in de
motor zit.
6 Controleer of er olie in de olietank van de
transmissie zit.
7 Sluit de accu aan.
8 Vul brandstof bij en start de motor.
9 Controleer of de machine niet beweegt in
neutraalstand.
10 Controleer:
Vooruit rijden.
Achteruit rijden.
De messen activeren.
Veiligheidsschakelaar voor zitting.
Veiligheidsschakelaar voor hendel.
Veiligheidsschakelaar voor hydrostaatpedalen.
11 Het toerental van de motor controleren Zie
hoofdstuk Technische gegevens.
12 Informeer de klant over:
De noodzaak en de voordelen om het
onderhoudsschema te volgen.
Effect van onderhoud en servicejournaal op de
inruilwaarde van de machine.
Gebruiksmogelijkheden voor BioClip.
Vul het verkoopbewijs enz. in.
Deze service bij levering werd uitgevoerd. Geen andere
opmerkingen. Verklaring:
_____________________________________________
Datum, meterstand, stempel, handtekening
Na de eerste 8 uur
1
Vervang de motorolie
4
Dutch
INLEIDING
Beste klant!
Gef
eliciteerd met uw keuze voor een Husqvarna Rider. De Husqvarna Riders hebben een uniek ontwerp met een vooropgeplaatste
maai-inrichting en gepatenteerde knikbesturing. De Rider werkt heel effectief, ook op kleine en nauwe oppervlakken. De hendels
die bij elkaar zijn geplaatst en een hydrostatische transmissie die met pedalen wordt geregeld, dragen ook bij tot de prestaties van
de machine.
Deze gebruiksaanwijzing is een waardevol document. Door deze te lezen en toe te passen (voor gebruik, onderhoud enz.) kunt u
de levensduur van uw machine verlengen en de inruilwaarde verhogen.
Als u uw Rider verkoopt, moet u de gebruiksaanwijzing aan de nieuwe eigenaar geven.
Het laatste hoofdstuk van de gebruiksaanwijzing is een Servicejournaal. Let erop dat de servicebeurten en reparaties worden
ingevuld. Als u het journaal goed bijhoudt, nemen de kosten voor het seizoensgebonden onderhoud af en blijft de inruilwaarde van
de machine hoog. Neem de gebruiksaanwijzing mee als u uw Rider voor een servicebeurt naar de werkplaats brengt.
Rijden en transpor
t op de openbare weg
Controleer de geldende v
erkeersregels voor het rijden en vervoeren op de openbare weg. Bij eventueel transport moet u altijd
goedgekeurd spanmateriaal gebruiken en ervoor zorgen dat de machine goed vast zit.
Slepen
W
anneer uw machine is voorzien van een hydrostaat mag u de machine alleen over zeer korte afstanden en met een lage snelheid
slepen, anders bestaat het risico dat de hydrostaat beschadigd raakt.
De vermogensoverbrenging moet bij het slepen ontkoppeld zijn, zie de instructies onder de kop Ontkoppelingshendel.
Gebruik
De zitmaaier is bedoeld v
oor het maaien van gras op open en vlakke grondoppervlakken. Daarnaast zijn er diverse, door de
fabrikant aanbevolen accessoires leverbaar waarmee het toepassingsgebied kan worden vergroot. Neem contact op met uw
leverancier voor meer informatie over de beschikbare accessoires. De machine mag uitsluitend worden gebruikt in combinatie met
door de fabrikant aanbevolen apparatuur. Elk ander gebruik is onjuist. Het voldoen aan en strikte opvolging van de voorwaarden
voor gebruik, service en reparatie zoals die door de producent zijn aangegeven, vormen ook een essentieel onderdeel van het
bedoelde gebruik.
Deze machine mag alleen worden gebruikt, onderhouden en gerepareerd door personen die de bijzondere kenmerken kennen en
bekend zijn met de relevante veiligheidsprocedures.
Voorschriften ter voorkoming van ongevallen en alle andere algemeen erkende voorschriften op het gebied van veiligheid en
bedrijfsgezondheid, en alle verkeersvoorschriften moeten te allen tijde in acht worden genomen.
Enige arbitraire wijzigingen die aan deze machine worden uitgevoerd, kunnen de producent ontheffen van zijn
verantwoordelijkheid voor enige schade of verwonding die hieruit voortvloeit.
Goede ser
vice
Husqv
arna-producten worden wereldwijd verkocht, zodat u als klant altijd verzekerd bent van de beste ondersteuning en service.
Voordat het product wordt geleverd, is de machine bijvoorbeeld door uw wederverkoper gecontroleerd en afgesteld. Zie het
certificaat in het Servicejournaal in deze gebruiksaanwijzing.
Als u reserveonderdelen of ondersteuning bij servicevragen, garantiekwesties etc. wilt, kunt u contact opnemen met:
Op het productplaatje van de machine kunt u de volgende informatie vinden:
De typeaanduiding van de machine.
Het typenummer van de producent.
Het productienummer van de machine.
Geef typeaanduiding en productienummer aan wanneer u reserveonderdelen bestelt.
Deze gebruiksaanwijzing hoort bij de
machine met productienummer:
Motor Transmissie
Dutch
5
VERKLARING
V
AN DE SYMBOLEN
Symbolen
Dez
e symbolen staan op de zitmaaier en in de
gebruiksaanwijzing.
WAARSCHUWING! Slordig of onjuist
gebruik kan resulteren in ernstig letsel of
overlijden van de gebruiker of anderen.
Neem de gebruiksaanwijzing grondig
door en gebruik de machine niet voor u
alles duidelijk heeft begrepen.
Draag altijd:
Goedgekeurde gehoorbeschermers
Dit product voldoet aan de geldende CE-
richtlijnen.
Snel
Langzaam
Afzetten van de motor.
Choke.
Brandstof
Oliepeil
Maaihoogte
Achteruit
Vooruit
Ontsteking
Hydrostatische free-wheell
Handrem
Geluidsemissie naar de omgeving volgens
de richtlijnen van de Europese
Gemeenschap. De emissie van de machine
wordt aangegeven in het hoofdstuk
Technische gegevens en op plaatjes.
Inschakelen
Uitschakelen
Waarschuwing: draaiende delen. Houd
de handen en voeten vrij.
Roterende messen Steek geen handen
of voeten onder de kap als de motor
loopt
Warm oppervlak.
Risico dat de zitmaaier kantelt
Rijd nooit dwars over een helling
Gebruik de zitmaaier nooit als zich
personen, in het bijzonder kinderen of
huisdieren, ophouden in de nabijheid
Neem nooit passagiers mee op de
zitmaaier of op het gereedschap
Rijd zonder maaikast zeer langzaam
Het maaidek moet worden
gemonteerd bij volle snelheid.
Rem
6
Dutch
VERKLARING
V
AN DE SYMBOLEN
Star
tinstructie
Zet de motor af en maak de
ontstekingskabel los vóór reparatie of
onderhoud
Controleer het oliepeil van de motor
Controleer het oliepeil van de transmissie
Breng de maaikast omhoog
Schakel de parkeerrem in.
Als de motor koud is, gebruik dan de choke
Los de handrem voordat u gaat rijden
Dutch
7
W
A
T IS
W
A
T?
W
at is wat op de zitmaaier?
12 3 4 5
7
6
8
10
13
14
119
12
1
Snelheidsregeling voor het vooruit rijden
2 Snelheidsregeling voor het achteruit rijden
3 Hefstang voor het maaielement
4 Hendel voor instelling van maaihoogte
5 Ontstekingsslot
6 Chokehendel
7 Gashendel
8 Motorkapslot
9 Handrem
10 Vergrendelknop voor handrem
11 Instelling van zitting.
12 Deksel brandstoftank
13 Accu
14 Hendel voor ontkoppeling van de aandrijving
8
Dutch
VEILIGHEIDSINSTR
UCTIES
V
eiligheidsinstructies
Dez
e instructies zijn gemaakt voor uw veiligheid. Lees ze
aandachtig door.
V
erzeker uw zitmaaier
Controleer de verzekering van uw nieuwe zitmaaier.
Neem contact op met uw verzekeringsmaatschappij.
U moet een verzekering hebben met volledige dekking
voor verkeer, brand, schade, diefstal en WA.
Alg
emeen gebruik
Lees alle instructies uit deze gebruiksaanwijzing en op de
machine voordat u hem start. Vergewis u ervan dat u ze
begrijpt en volg ze daarna op.
Leer hoe u de machine en de hendels op een veilige
manier kunt gebruiken en leer hoe u snel kunt stoppen.
Leer ook alle veiligheidsplaatjes herkennen.
Laat de machine alleen gebruiken door volwassenen die
ermee vertrouwd zijn.
Zorg ervoor dat zich niemand vlakbij de machine bevindt,
wanneer u de motor start, de aandrijving inschakelt of
rijdt.
Maak het terrein schoon van voorwerpen zoals stenen,
speelgoed, draden enz. die door de messen opgenomen
en weggeslingerd kunnen worden.
Stop de motor en voorkom een motorstart voordat u de
uitloopgoot schoonmaakt.
Pas op voor de uitworp en richt die niet op iemand.
Stop de motor om een motorstart te voorkomen, voordat
u het maaielement schoonmaakt.
Denk eraan dat de bestuurder verantwoordelijk is voor
gevaren of ongelukken.
Neem nooit passagiers mee. De machine is alleen
bedoeld om door één persoon te worden gebruikt.
Kijk altijd naar beneden en naar achteren voor en tijdens
het naar achteren rijden. Hou zowel kleine als grote
obstakels in de gaten.
Rem af voordat u de bocht omgaat.
Zet de messen uit wanneer u niet maait.
Wees voorzichtig bij het ronden van een vast voorwerp,
zodat de messen er niet tegen aan komen. Rijd nooit over
vreemde voorwerpen heen.
Gebruik de machine alleen bij daglicht of tijdens andere
goed verlichte omstandigheden. Hou de machine op
veilige afstand van gaten en andere ongelijkmatigheden
in de grond. Wees opmerkzaam op andere mogelijke
risico’s.
Gebruik de machine nooit als u moe bent, alcohol heeft
gedronken of andere drugs heeft ingenomen of wanneer
u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen,
beoordelingsvermogen of coördinatievermogen negatief
beïnvloeden.
Pas op voor verkeer wanneer u vlakbij een weg werkt of
deze oversteekt.
!
W
AARSCHUWING! Deze machine
produceert tijdens bedrijf een
elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder
bepaalde omstandigheden de werking van
actieve of passieve medische implantaten
verstoren. Om het risico op ernstig of fataal
letsel te beperken, raden we personen met
een medisch implantaat aan om contact op
te nemen met hun arts en de fabrikant van
het medische implantaat voordat ze deze
machine gaan bedienen.
!
W
AARSCHUWING! Deze machine kan uw
handen en voeten eraf maaien en
voorwerpen wegslingeren. Wanneer u
verzuimt de veiligheidsvoorschriften te
volgen kan dit tot ernstig letsel leiden.
!
W
AARSCHUWING! De binnenkant van de
geluiddemper bevat chemicaliën die
kankerverwekkend kunnen zijn. Vermijd
contact met deze elementen wanneer de
carburateur is beschadigd.
!
W
AARSCHUWING! De motor stoot
koolmonoxide uit, een kleurloos en giftig
gas. Gebruik de machine niet in afgesloten
ruimtes.
Dutch
9
VEILIGHEIDSINSTR
UCTIES
Laat de machine nooit zonder toezicht achter wanneer de
motor draait. Zet de messen altijd uit, trek de handrem
aan, stop de motor en haal de sleutel eruit voordat u de
machine achterlaat.
Laat kinderen of andere personen die niet zijn opgeleid
om met de machine om te gaan, deze nooit gebruiken of
onderhouden. Lokale voorschriften kunnen de leeftijd van
de gebruiker bepalen.
Gebruik gehoorbescherming om het risico van
gehoorbeschadiging zo klein mogelijk te maken.
Draag nooit loszittende kleding die vast kan komen te
zitten in de bewegende delen.
Gebruik de machine nooit blootvoets. Draag altijd
beschermingsschoenen of beschermingslaarzen, het
liefst met een stalen neus.
Zorg ervoor dat er altijd EHBO-middelen bij de hand zijn
wanneer u de machine gebruikt.
Rijden op helling
en
Het r
ijden op hellingen is een van de operaties waar het risico
het grootst is dat de bestuurder de controle verliest of dat de
machine omver valt, hetgeen ernstig letsel of overlijden kan
veroorzaken. Alle hellingen vragen om extra voorzichtigheid.
Wanneer u op de helling niet naar achteren kunt rijden of u
voelt zich onzeker, maai ze dan niet.
Ga als v
olgt te werk
Verwijder hindernissen zoals stenen, takken enz.
Maai naar boven en naar beneden, niet in zijwaartse
richting.
Gebruik de zitmaaier nooit op terrein dat meer dan 10
°
helt.
Wees extra voorzichtig met eventuele extra uitrusting, die
de stabiliteit van de machine kan wijzigen.
Voorkom het starten of stoppen op een helling. Als de
banden gaan slippen, moet u de messen uitschakelen en
langzaam van de helling afrijden.
Rij altijd gelijkmatig en langzaam op hellingen.
Maak geen plotselinge wijzigingen in snelheid of richting.
Voorkom onnodige bochten op hellingen, en als het nodig
is, draai dan langzaam en stap voor stap naar beneden,
indien mogelijk. Rij langzaam. Gebruik kleine
stuurbewegingen.
Pas op voor greppels, kuilen en verhogingen en rij er niet
overheen. Op ongelijk terrein kan de machine makkelijker
omver vallen. Hoog gras kan hindernissen verbergen.
!
W
AARSCHUWING! Bij al het gebruik van de
machine moet goedgekeurde persoonlijke
beschermingsuitrusting gebruikt worden.
Persoonlijke beschermingsuitrusting
elimineert de risico’s niet, maar vermindert
het schadelijk effect in geval van een
ongeval. Vraag uw dealer om raad wanneer u
uw uitrusting koopt.
BELANGRIJKE INFORMA
TIE
Rij nooit een helling af met een omhoog getild
maaielement.
10
Dutch
VEILIGHEIDSINSTR
UCTIES
Maai niet vlakbij randen, sloten of wallen. De machine kan
plotseling omslaan wanneer één wiel over de rand van
een diepte of een sloot komt, of wanneer een rand instort.
Maai geen nat gras. Dat is glad en de banden kunnen de
grip verliezen zodat de machine gaat glijden.
Probeer de machine niet te stabiliseren door een voet op
de grond te zetten.
Bij het schoonmaken van het onderstel mag de machine
nooit vlak naast een rand of sloot gereden worden.
Houd bij het maaien het toestel uit de buurt van bosjes en
andere objecten.
Volg de aanwijzingen van de producent over
wielverzwaarders of contragewichten om de stabiliteit van
de machine te verhogen.
Kinderen
Ernstige ongelukken kunnen gebeuren als men niet alert
is op kinderen in de buurt van de machine. Kinderen
worden vaak door de machine en de
maaiwerkzaamheden aangetrokken. Ga er nooit van uit
dat kinderen op de plek blijven waar u ze het laatst zag.
Hou kinderen weg van het maaiterrein en onder
zorgvuldig toezicht van een andere volwassene.
Wees op uw hoede en zet de machine uit wanneer
kinderen het werkterrein betreden.
Kijk voor en tijdens een achteruitrijmanoeuvre naar
achteren en naar beneden naar kleine kinderen.
Laat kinderen nooit meerijden. Ze kunnen vallen en zich
ernstig bezeren of het zonder risico’s manoeuvreren van
de machine belemmeren.
Laat kinderen de machine nooit bedienen.
Wees extra voorzichtig in de buurt van hoeken, bosjes,
bomen of andere voorwerpen die het zicht belemmeren.
Onderhoud
Afzetten van de motor. Voorkom een start door de
ontstekingskabel van de bougie te halen of verwijder de
ontstekingssleutel voordat u afstellingen maakt of
onderhoud uitvoert.
Vul nooit binnenshuis brandstof bij.
Benzine en benzinedampen zijn giftig en zeer
brandgevaarlijk. Wees extra voorzichtig bij het hanteren
van benzine omdat onachtzame hantering kan leiden tot
persoonlijk letsel of brand.
Bewaar de brandstof alleen in jerrycans die voor dit doel
zijn goedgekeurd.
Als de motor draait, mag de brandstofdop nooit worden
verwijderd en mag de brandstoftank nooit worden
bijgevuld.
Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult. Rook
niet. Vul brandstof niet bij in de buurt van vonken of open
vlammen.
Ga om rekening te houden met het milieu zorgvuldig om
met olie, oliefilter, brandstof en accu. Volg de lokale
recyclingbepalingen.
Elektrische schokken kunnen verwondingen veroorzaken.
Raak geen kabels aan wanneer de motor loopt. Probeer
het ontstekingssysteem niet met uw vingers.
Als er lekkage is opgetreden in het brandstofsysteem mag
de motor niet gestart worden voordat dit is verholpen.
Bewaar de machine en de brandstof zodanig dat er geen
risico bestaat dat lekkende brandstof of brandstofdampen
schade kunnen veroorzaken.
Controleer voor ieder gebruik het brandstofpeil en laat
ruimte over voor de brandstof om uit te zetten, omdat de
warmte van de motor en de zon anders de brandstof zo uit
kunnen laten zetten dat deze overloopt.
Voorkom overvulling. Als er benzine op de machine is
geknoeid, moet u dit opdrogen en wachten tot het
verdampt is voordat u de motor start. Wanneer u op uw
kleding hebt geknoeid moet u zich omkleden.
Laat de machine afkoelen voordat u iets doet aan de
motorkamer.
BELANGRIJKE INFORMATIE
Wielverzwaarders, gemonteerd op de achterwielen worden
aanbevolen voor het rijden op hellingen voor een veiliger
sturen en beter aandrijfvermogen. Vraag advies aan uw
dealer over het gebruik van wielverzwaarders als u niet
zeker bent. Op AWD-machines kunnen geen
wielverzwaarders worden gebruikt, Gebruik een
contragewicht.
!
WAARSCHUWING! De motor en het
uitlaatsysteem worden zeer warm tijdens
gebruik. Risico voor brandwonden bij
aanraking. Houd bij het maaien het toestel
uit de buurt van bosjes en andere objecten
om een opwarmingseffect te voorkomen.
Dutch – 11
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Wees voorzichtig bij het onderhoud van de accu. In de
accu wordt een explosief gas gevormd. Voer nooit
onderhoud aan de accu uit terwijl u rookt of in de buurt van
open vuur of vonken. De accu kan dan exploderen en
zwaar letsel veroorzaken.
Zorg ervoor dat bouten en moeren goed zijn vastgedraaid
en dat de uitrusting in goede staat verkeert.
Wijzig de veiligheidsmiddelen nooit. Controleer
regelmatig of ze werken. De machine mag niet gebruikt
worden met kapotte of niet gemonteerde
beschermingsplaten, beschermingskappen,
veiligheidsschakelaars of andere beschermingen.
Hou rekening met het risico dat u gewond raakt door
beweegbare of warme onderdelen wanneer u de motor
met open motorkap of verwijderde beschermkappen
start.
Wijzig de instelling van de regelaars niet. Wanneer u met
een te hoog toerental rijdt, bestaat het risico van
machinebeschadiging. Zie het hoofdstuk Technische
gegevens voor de maximaal toegestane motorsnelheid.
Gebruik de machine nooit binnenshuis of in ruimtes die
ventilatie missen. De uitlaatgassen bevatten
koolmonoxide, een geurloos, giftig en levensgevaarlijk
gas.
Stop om de uitrusting te inspecteren wanneer u tegen een
voorwerp aanrijdt. Repareer, indien nodig, voordat u
start.
Voer nooit afstellingen uit terwijl de motor draait.
De machine is alleen getest en goedgekeurd met door de
producent geleverde en aanbevolen uitrusting.
De mesranden zijn scherp en kunnen snijwonden geven.
Verpak de bladen of gebruik beschermingshandschoenen
wanneer u ze hanteert.
Controleer regelmatig de werking van de handrem. Stel af
en onderhoud naar behoefte.
Verminder het brandgevaar door gras, blad en ander vuil
dat erin vast komt te zitten van de machine te halen. Laat
de machine afkoelen voor deze in de stalling wordt gezet.
Transport
De machine is zwaar en kan ernstige beknellingswonden
veroorzaken. Wees extra voorzichtig wanneer hij op of van
een auto of een aanhanger wordt geladen.
Gebruik een goedgekeurde aanhanger om de machine te
transporteren.
Om de machine goed vast te zetten op de aanhangwagen
moet gebruik worden gemaakt van twee goedgekeurde
spanbanden en vier wigvormige wielblokken.
Schakel de parkeerrem in en bind de spanbanden rond
stabiele delen van de machine, zoals het frame of de
achterwagen. Zet de machine goed vast door de banden
aan te spannen in de richting van respectievelijk de
achterzijde en de voorzijde van de aanhangwagen.
Plaats de wielblokken voor en achter de achterwielen.
Controleer en volg lokale verkeersbepalingen voordat u
de machine vervoert of op een weg rijdt.
BELANGRIJKE INFORMATIE
De handrem is niet voldoende om de machine vast te zetten
tijdens transport. Zorg ervoor de machine goed op het
transportvoertuig vast te zetten.
12 – Dutch
PRESENTATIE
Presentatie
Gefeliciteerd met uw keuze van een uitstekend
kwaliteitsproduct waar u lang plezier van zult hebben. Deze
gebruiksaanwijzing beschrijft Rider 215TX
De krachtoverbrenging vanaf de motor wordt gerealiseerd via
een hydrostatische transmissie, die een variabele
snelheidsregeling met behulp van de pedalen mogelijk
maakt.
Er is een pedaal voor het vooruit en een pedaal voor het
achteruit rijden.
Gashendel
De gasbediening regelt het toerental van de motor en
daarmee ook de rotatiesnelheid van de messen.
Om het toerental van de motor te verhogen of verlagen wordt
de bediening vooruit resp. achteruit gebracht.
Voorkom lange tijd stationair draaien, het risico bestaat dat
een afzetting op de bougie optreedt.
Chokehendel
De chokebediening wordt gebruikt voor de koude start om de
motor een vetter brandstofmengsel te geven.
Bij een koude start wordt de bediening achteruit gebracht
naar zijn eindstand.
Snelheidsregeling
De snelheid van de machine wordt traploos geregeld met
twee pedalen. Bij het vooruit rijden wordt pedaal (1) gebruikt
en bij achteruit rijden pedaal (2).
Handrem
De handrem wordt op de volgende wijze aangezet:
1 Druk het parkeerrempedaal (1) in.
2 Druk de vergrendelknop (2) op de stuurkolom in.
3 Laat het parkeerrempedaal opkomen terwijl u de knop
ingedrukt houdt.
De blokkering van de handrem wordt automatisch
uitgeschakeld als het rempedaal wordt ingedrukt.
Maaielement
Rider 215TX kunnen worden voorzien van twee verschillende
maaidekken.
Combi 94
Combi 103
Het combi-element verdeelt het maaisel tot meststoffen,
wanneer de BioClip-plug is gemonteerd. Zonder BioClip-plug
werkt het element op dezelfde manier als een
achteruitworpelement.
Hefstang voor het maaielement
De hendel wordt gebruikt om de maaikast in de transport- of
maaistand te zetten.
Wanneer de stang naar achteren wordt getrokken zal het
element omhoog gaan en stoppen de messen automatisch
met draaien (transportstand).
!
WAARSCHUWING! Zorg ervoor dat takken
niet bij de pedalen kunnen bij het maaien
onder struiken. Gevaar van ongewenste
beweging.
1
2
1
2
Dutch – 13
PRESENTATIE
Wanneer de vergrendelknop wordt ingedrukt en de stang
wordt naar voren gebracht zal het maaielement zakken en
beginnen de messen automatisch te draaien (maaistand).
De hendel kan ook worden gebruikt voor het tijdelijk regelen
van de maaihoogte bij bijv. een kleine verhoging in de
grasmat.
Hendel voor instelling van
maaihoogte
Met de hendel kan de maaihoogte worden geregeld in 10
verschillende standen. 25-75 mm
Zitting
De zitting heeft een gelede bevestiging aan de voorkant en
kan voorover worden geklapt.
De zitting kan ook worden afgesteld in de lengterichting.
Bij afstelling wordt de hendel onder de voorkant van de zitting
naar links gebracht, daarna kan de zitting naar voren of naar
achteren worden geschoven tot de gewenste stand.
Tanken
De motor moet op loodvrije benzine van ten minste 87-octaan
(niet met olie gemengd) lopen. Milieuvriendelijke alkylbenzine
kan heel goed gebruikt worden. (Max. methanol 5%, max.
ethanol 10%, max. MTBE 15%)
Vul de tank niet helemaal, laat ten minste 2,5 cm (1“)
expansieruimte over.
Ontkoppelingsregeling
Om de zitmaaier te kunnen verplaatsen met een motor die uit
staat moet u de ontkoppelingshendel uittrekken.
Als u probeert de machine te rijden met uitgetrokken
ontkoppelingshendels zal hij zich niet verplaatsen. Als de ene
hendel is uitgetrokken, verliest u de aandrijving op die as.
Trek de hendels naar de eindstand, gebruik geen
tussenstanden.
Trek de hendel uit om het aandrijfsysteem uit te
schakelen.
Duw de hendel in om het aandrijfsysteem in te schakelen.
!
WAARSCHUWING! Benzine is zeer
brandgevaarlijk. Neem voorzichtigheid in
acht en tank buitenshuis (zie de
veiligheidsinstructies).
BELANGRIJK!
Gebruik de brandstoftank niet om dingen op te leggen.
14 – Dutch
Rijden
Voor de start
Lees de veiligheidsinstructies en de informatie over de
plaats van de hendels en functies door voordat u start.
Voer dagelijks onderhoud uit voor de start volgens het
Onderhoudsschema.
Starten van de motor
1 Zorg ervoor dat de ontkoppelingshendel ingedrukt is.
2 Breng de maaikast omhoog door de hendel naar achter te
trekken naar de blokkeerstand (transportstand) en zet de
handrem aan. De motor kan niet opnieuw worden gestart,
als de parkeerrem niet wordt ingedrukt.
3 Als de motor koud is, moet de chokebediening achteruit
naar zijn eindstand worden gebracht.
4 Breng de gasbediening naar de middelste stand.
5 Draai de contactsleutel naar de startstand.
6 Als de motor start, laat dan de contactsleutel meteen
terug springen naar de neutrale stand.
7 Schuif de chokebediening geleidelijk naar voren als de
motor is gestart.
8 Laat de motor 3-5 min op laag toerental “halfgas” lopen
voordat hij zwaar belast wordt.
9 Stel het gewenste motortoerental in met de gasbediening.
BELANGRIJKE INFORMATIE
Het luchtinlaatrooster in de motorkap achter de
bestuurderszitting mag niet geblokkeerd zijn door bijv.
kledingstukken, bladeren, gras of viezigheid. Dat
verslechtert de koeling van de motor.
Risico van ernstige motorbeschadigingen.
1
2
BELANGRIJKE INFORMATIE
Laat de startmotor niet langer dan ca. 5 seconden achter
elkaar draaien. Als de motor niet start wacht dan ca. 15
seconden voordat de volgende startpoging wordt gedaan.
!
WAARSCHUWING! Laat de motor nooit
binnenshuis lopen, in een gesloten of slecht
geventileerde ruimte. De uitlaatgassen van
de motor bevatten giftig koolmonoxyde.
START
S
T
O
P
START
ST
OP
START
S
T
O
P
START
STO
P
START
S
T
O
P
START
S
T
O
P
Dutch – 15
Rijden
Starten van een motor met een
zwakke accu
Als de accu te zwak is om de motor te starten, dient deze
opgeladen te worden.
Bij het gebruik van startkabels voor een noodstart, volgt u
onderstaande procedure:
Aansluiten van startkabels
Sluit ieder eind van de rode kabel aan op de POSITIEVE
pool (+) van iedere accu, en let goed op dat u geen einde
tegen het chassis kortsluit.
Sluit het ene uiteinde van de zwarte kabel aan op de
NEGATIEVE pool (-) op de accu die vol is.
Sluit het andere uiteinde van de zwarte kabel aan op
goede CHASSISAARDING, op ruime afstand van de
brandstoftank en de accu.
Verwijder de kabels in omgekeerde
volgorde.
De ZWARTE kabel haalt u eerst los van het chassis en
dan van de volle accu.
De RODE kabel haalt u als laatste van beide accu’s.
Rijden met de zitmaaier
1 Zet de parkeerrem los door eerst het parkeerrempedaal in
te drukken en daarna op te laten komen.
2 Druk voorzichtig een van de pedalen in tot de gewenste
snelheid wordt bereikt. Bij het vooruit rijden wordt pedaal
(1) gebruikt en bij achteruit rijden pedaal (2).
3 Kies de gewenste maaihoogte (1-10) met de hendel voor
het instellen van de maaihoogte.
Om een gelijkmatige maaihoogte te krijgen, is het
belangrijk dat de luchtdruk in beide voorwielen gelijk is 60
kPa/0,6 bar/8,5 PSI.
4 Druk de vergrendelknop op de hefstang in en laat het
maaielement zakken.
!
WAARSCHUWING! Lood-zuur-accu’s geven
explosieve gassen af. Voorkom vonken,
open vuur en roken vlakbij accu’s. Draag
altijd een veiligheidsbril in de buurt van
accu’s.
BELANGRIJKE INFORMATIE Uw grasmaaier is voorzien
van een 12-volts systeem met negatieve aarding. Het
andere voertuig moet ook een 12-volts systeem met
negatieve aarding hebben. Gebruik de accu van de maaier
niet om andere voertuigen te starten.
BELANGRIJKE INFORMATIE
De levensduur van de aandrijfriemen wordt aanzienlijk
verlengd wanneer de motor op laag toerental loopt wanneer
de messen worden ingeschakeld. Geef daarom pas vol gas
wanneer het maai-element neergeklapt is naar maaistand.
1
2
1
2
16 – Dutch
Rijden
Maaitips
Lokaliseer en markeer stenen en andere vaste
voorwerpen om te vermijden dat u hier tegenaan rijdt.
Begin met een hoge maaihoogte en verminder tot het
gewenste maairesultaat wordt verkregen.
Het beste maairesultaat wordt verkregen bij het hoogste
toegestane motortoerental, zie de technische gegevens
(de messen draaien snel), en een lage rijsnelheid (de
Rider beweegt langzaam). Is het gras niet al te lang en
dicht op elkaar groeiend, kan de rijsnelheid worden
verhoogd zonder dat het maairesultaat merkbaar
verslechtert.
De mooiste grasmat krijgt u als u deze vaak maait. Het
maaien wordt regelmatiger en het afgeknipte gras wordt
gelijkmatiger over het oppervlak verdeeld. De totale tijd
die u aan het maaien besteedt wordt niet langer
aangezien een hogere rijsnelheid kan worden gekozen
zonder dat het maairesultaat slechter wordt.
Vermijd het maaien van een natte grasmat. Het
maairesultaat zal dan minder zijn.
Spoel de onderkant van het maai-element na ieder
gebruik met water af, gebruik geen hogedrukspuit. Het
maaielement moet dan in servicestand worden gezet.
Wanneer u de BioClip-functie gebruikt, komt het extra
nauw dat het maai-interval niet te lang is.
Afzetten van de motor
Laat de motor bij voorkeur een minuut stationair lopen om
weer de normale werktemperatuur te krijgen voordat hij wordt
afgezet, als hij hard heeft moeten werken. Voorkom lange tijd
stationair draaien, het risico bestaat dat een afzetting op de
bougie optreedt.
1 Til het maaielement op door de hendel naar achteren te
trekken naar de vergrendelstand.
2 Zet de gashendel in de stationairstand. Draai de
contactsleutel naar de stand ”STOP”.
3 Wanneer de zitmaaier stil staat, moet u de parkeerrem
naar beneden houden en de vergrendelknop indrukken.
!
WAARSCHUWING! Reinig de grasmat van
stenen en andere voorwerpen die door de
messen kunnen worden weggeslingerd.
!
WAARSCHUWING! Gebruik de zitmaaier
nooit op terrein dat meer dan 10
°°
°°
helt. Maai
hellingen recht naar boven en recht naar
beneden, nooit dwars. Vermijd plotselinge
richtingsveranderingen.
S
T
O
P
START
STOP
17 – Dutch
ONDERHOUD
Onderhoudsschema
Hier volgt een lijst met het onderhoud dat aan de zitgrasmaaier moet worden uitgevoerd. Voor de punten die niet in deze
gebruiksaanwijzing staan beschreven, moet u een erkende servicewerkplaats bezoeken.
1)
Bij dagelijks gebruik van de zitmaaier moet er twee keer per week gesmeerd worden.
2)
Onder stoffige omstandigheden moeten
schoonmaken en vervangen vaker gebeuren.
3)
Eerste vervanging na 8 uur. Bij rijden met zware belasting of hoge
omgevingstemperaturen, vervangt u de olie om de 50 uur.
4)
Vervang het oliefilter om de 200 uur.
5)
Vervang het papieren filter
jaarlijks of om de 200 uur.
6)
Moet door een erkende servicewerkplaats worden uitgevoerd.
X = Beschreven in deze gebruiksaanwijzing
O = Niet beschreven in deze gebruiksaanwijzing
Onderhoud
Dagelijks onder-
houd voor de start
Minstens
jaarlijks
Onderhoudsinterval in
uren
25 50 100 200
Schoonmaken X
Controleer het oliepeil van de motor X
Controleer de koelluchtinlaat van de motor X
Controleer het luchtfilter van de brandstofpomp X
Controleer de stuurkabels X
Controleer de accu X
Controleer het veiligheidssysteem X
Controleer bouten en moeren O
Controleer of er geen brandstof- of olielekken zijn. O
Maak schoon rond de geluiddemper O
Maak het voorfilter in het luchtfilter schoon
2)
X
Vervang de motorolie
3, 4)
X
3
X
3
Controleer het maaielement X
Controleer de luchtdruk van de banden 60 kPa/8,5 PSI X
Smeer de riemspanner
1)
X
Smeer scharnierpunten en assen
1)
X
De rem afstellen X
Controleer de V-snaren O
Controleer de koelflenzen van de hydrostaat O
Controle van het oliepeil van de transmissie X
Controle en afstellen van chokekabel X
Draai bouten en moeren vast O
Controleren en afstellen van de gaskabel X
Maak de koelflenzen van de motor en de hydrostaat schoon
2)
O
Vervang het voorfilter en het papieren filter van het luchtfilter
2,5)
X X
Vervang het brandstoffilter X
Vervang de bougie. X
Controleer de ventielspeling van de motor
6)
Controle van noodzaak olie verversen
6,7)
in versnellingsbak/
hydraulisch systeem
O O
Vervang oliefilter X
Maak de verbrandingskamer schoon
6)
Aanslag verwijderen en slijpen van kleppen
6)
Controleer de brandstofleiding. Vervang indien nodig.
6)
O
!
WAARSCHUWING! Werk niet aan de motor of het maai-element vooraleer:
De motor afgezet is.
De handrem geactiveerd is.
De contactsleutel verwijderd is.
Het maai-element losgekoppeld is.
De ontstekingskabels van de bougie gehaald zijn.
18 – Dutch
ONDERHOUD
Schoonmaken
Maak de machine direct na gebruik schoon. Het is veel
makkelijker maairesten weg te spoelen als ze nog niet vast
gedroogd zijn.
Olieresten kunnen worden opgelost met een koud
ontvettingsmiddel. Breng een dunne laag aan.
Afspoelen met gewoon water (waterleidingdruk).
Richt de straal niet op elektrische componenten of lagers.
Spoel geen hete oppervlakken af, zoals de motor en het
uitlaatgassysteem.
Na het schoonmaken raden wij aan de motor te starten en het
maaidek enige tijd te laten draaien, zodat het overgebleven
water wordt weggeblazen.
Smeer de machine indien nodig na het schoonmaken. Smeer
bij voorkeur een keer extra wanneer lagers blootgesteld zijn
aan ontvettingsmiddel of de waterstraal.
Demontage van de kappen van de
zitmaaier
De motorkap
Wanneer de motorkap omhooggeklapt is, kunt u overal goed
bij om de service aan de motor uit te voeren.
Klap de stoel naar voren, maak de klikvergrendeling onder de
stoel los en klap de afdekking naar achteren.
Frontkap
Maak de snelsluiting los en verwijder de frontkap.
Rechter vleugelkap
Verwijder de knop op de snelheidshendel (1), de bouten (2 en
3) en til de kap eraf.
Linker vleugelkap
Maak de bouten van de vleugelkap (2 st) los en til de kap eraf.
Controleren en afstellen van de
besturingskabels
De besturing wordt geregeld met behulp van kabels.
Deze kunnen zich nadat de zitmaaier een tijd in gebruik is
geweest, uitrekken, hetgeen betekent dat de afstelling van de
besturing gewijzigd kan zijn.
De besturing wordt gecontroleerd en afgesteld op de
volgende manier:
1 Verwijder de frameplaat door de bouten los te draaien (2
st) en til de frameplaat aan de achterkant op.
BELANGRIJKE INFORMATIE
Spoel niet met de hogedrukspuit of stoom. Het risico is
groot dat er water in de lagers en de elektrische
aansluitingen komt. Dat kan leiden tot roestvorming,
waardoor storingen in de werking optreden. Het toevoegen
van een schoonmaakmiddel verergert gewoonlijk de
schade.
2
1
2
2
Dutch – 19
ONDERHOUD
2 Controleer hoe strak de stuurkabels zijn door ze bij de
pijlen samen te drukken, zoals op de afbeelding te zien is.
De kabels moeten zo samen kunnen worden geklemd dat
de afstand tussen hen half zo groot wordt, zonder al te
veel kracht te gebruiken.
3 Indien nodig kunnen de kabels gespannen worden door
de stelmoeren aan iedere kant van de stuurkrans aan te
draaien. Span de kabels niet te strak, ze moeten alleen
tegen de stuurkrans getrokken worden.
Hou de kabel tegen met bijv. een bahco, zodat hij niet
ineen draait.
Wanneer de afstelling aan de ene kant gedaan wordt, zal
de middenstand van het stuur beïnvloed worden.
Controleer de spanning van de draden nadat de afstelling
is uitgevoerd volgens punt 2.
Afstellen van handrem
De parkeerrem wordt als volgt afgesteld:
1 Maak de borgmoeren (1) los.
2 Span de kabel met de stelschroef (2) tot alle speling in de
kabel verdwijnt.
3 Draai na het afstellen de borgmoeren (1) vast.
4 Nadat het afstellen gereed is, moet de parkeerrem
opnieuw gecontroleerd worden.
Controleren en afstellen van de
gaskabel
Controleer of de motor reageert bij gas geven en of het juiste
toerental wordt bereikt bij volgas geven.
Bezoek bij twijfel een servicewerkplaats.
Indien afstelling nodig is, kan dit als volgt op de onderste
kabel uitgevoerd worden:
1 Maak de klemschroef voor de mantel van de kabel los en
schuif de gashendel naar de volgasstand.
2 Controleer of de gaskabel in het juiste bevestigingsgat op
de onderste hefarm gemonteerd is, zie afbeelding.
3 Druk de buitenhuls van de gaskabel zo ver mogelijk naar
links en zet de klemschroef vast.
Controle en afstellen van
chokekabel
Als de motor zwarte rook uitstoot of moeilijk start kan dat
veroorzaakt worden door een verkeerd afgestelde
chokekabel (bovenste kabel).
Bezoek bij twijfel een servicewerkplaats.
Indien afstelling nodig is, kan dit als volgt uitgevoerd worden:
1 Maak de klemschroef voor de buitenhuls van de kabel los
en schuif de chokehendel naar volledige chokestand.
2 Controleer of de chokekabel op de bovenste hefarm
gemonteerd is, zie afbeelding.
3 Trek de buitenhuls van de chokekabel zo ver mogelijk
naar rechts en zet de klemschroef vast.
Vervangen van brandstoffilter
Vervang het op de leiding gemonteerde brandstoffilter iedere
100 uur (een keer per seizoen) of vaker als het verstopt is.
Vervang het filter op de volgende wijze:
1 Klap de motorkap omhoog.
2 Haal de slangklemmen weg bij het filter. Gebruik een
platte tang.
!
WAARSCHUWING! Een slecht afgestelde
parkeerrem kan leiden tot verminderd
remvermogen.
20 – Dutch
ONDERHOUD
3 Trek het filter los van de slanguiteinden.
4 Druk het nieuwe filter in de uiteinden van de leiding. Indien
nodig kan een zeepoplosssing op de filteruiteinden
aangebracht worden om de montage te
vergemakkelijken.
5 Zet de slangklemmen weer terug bij het filter.
Controleren van het luchtfilter van
de brandstofpomp
Controleer regelmatig of het luchtfilter van de brandstofpomp
vrij is van vuil.
Het filter kan indien nodig worden gereinigd met een penseel.
Vervangen van luchtfilter
Als de motor zwak lijkt of onregelmatig loopt kan de oorzaak
zijn dat het luchtfilter is verstopt. Het is daarom van belang het
luchtfilter regelmatig te vervangen (zie onder Onderhoud/
Onderhoudsschema voor het juiste service-interval).
Vervangen van luchtfilter gaat als volgt:
1 Maak de knoppen los waarmee de filterkap vastzit en
verwijder hem.
2 Neem het filterpatroon uit het filterhuis.
3 Reinig het filter door er voorzichtig mee op een hard
oppervlak te kloppen. Gebruik geen perslucht om het filter
te reinigen. Vervang het luchtfilter als dit nog steeds vuil is.
Vervang het papierfilter altijd om de 200 uur.
4 Controleer het schuimplastic filter, maak het schoon of
vervang het. Maak het voorfilter schoon door het met
water en schoonmaakmiddel te wassen.
5 Droog het voorfilter goed af.
6 Plaats het voorfilter en het papierfilter terug in de
luchtfilterunit. Verzeker u ervan dat de luchtfiltercartridge
correct in de sleuf is gecentreerd.
7 Monteer het luchtfilterdeksel.
Ontstekingssysteem
De motor is voorzien van een elektronische ontsteking. Alleen
de bougie heeft onderhoud nodig.
Aanbevolen bougie, zie Technische Gegevens.
Vervangen van bougie
1 Trek de bougiedop los en maak het rond de bougie
schoon.
2 Verwijder de bougie met een 3/4' (19 mm) bougiedop.
3 Controleer de bougie. Vervang de bougie wanneer de
elektroden rondom verbrand zijn of wanneer de isolator
gescheurd of beschadigd is. Maak de bougie schoon met
een staalborstel als die moet worden gebruikt.
4 Meet de elektrodenafstand met een voelermaat. De
afstand moet 0,75 mm / 0,030” zijn. Stel de afstand indien
nodig af door de massaelektrode te buigen.
5 Schroef de bougie met de hand terug om te voorkomen
dat het schroefdraad beschadigd raakt.
6 Draai de bougie, als deze tegen de zitting aanligt, met een
bougiesleutel vast. Draai de bougie zo vast dat de ring
wordt samengedrukt. Een oude, opnieuw gebruikte
bougie moet 1/8 slag aangedraaid worden vanaf het
aanligpunt. Een nieuwe bougie moet 1/4 slag
aangedraaid worden vanaf het aanligpunt.
!
WAARSCHUWING! Het uitlaatsysteem is
warm. Laat het afkoelen voordat u begint aan
het vervangen van het luchtfilter.
BELANGRIJKE INFORMATIE
Laat de motor nooit draaien wanneer het luchtfilter is
verwijderd.
BELANGRIJKE INFORMATIE
Een verkeerd type bougie kan de motor beschadigen.
Dutch – 21
ONDERHOUD
7 Zet de bougiedop terug.
Controle van veiligheidssysteem
De zitmaaier is uitgerust met een veiligheidssysteem dat
starten of rijden onder de volgende condities verhindert.
De motor kan alleen in de volgende gevallen worden gestart:
Het maaidek staat in de geheven stand en de parkeerrem
is ingeschakeld.
De motor hoort in de volgende situaties te stoppen:
Het maaidek wordt omlaag gezet en de bestuurder staat
op van de stoel.
Het maaidek staat in de geheven stand, de parkeerrem is
niet ingeschakeld en de bestuurder staat op van de stoel.
Controleer dagelijks of het veiligheidssysteem werkt door de
motor te starten terwijl niet wordt voldaan aan een van
bovenstaande voorwaarden. Wijzig de omstandigheden en
probeer het opnieuw.
Hoofdzekering
De hoofdzekering zit in een losse houder onder het deksel
van de accubak, voor de accu.
Type: Platte stiftbeugel, 15 A.
Vervang de zekering nooit door een ander type zekering.
Een gesprongen zekering geeft aan dat de stift verbrand is.
Trek de zekering uit de houder om te vervangen.
De zekering dient ter bescherming van het elektrisch
systeem. Wanneer hij in korte tijd weer springt, komt dit door
een kortsluiting die moet worden verholpen voordat de
machine weer in gebruik wordt genomen.
Controle van de spanning van de
banden
De spanning van de banden moet 60 kPa (0,6 bar / 9 PSI)
voor alle wielen bedragen. Om het aandrijfvermogen te
verbeteren, kan de spanning voor de achterbanden worden
verminderd tot 40 kPa (0,4 bar/5,6 PSI). Hoogste toegestane
spanning is 100 kPa (1,0 bar/14 PSI).
Controle van de koelluchtinlaat van
de motor
Maak het luchtinlaatrooster in de motorkap achter de
bestuurderszitting schoon.
Klap de motorkap omhoog.
Controleer of de koelluchtinlaat van de motor vrij is van
bladeren, gras en vuil.
Bij een verstopt luchtinlaatrooster, luchtleiding of
koelluchtinlaat verslechtert het koelen van de motor, hetgeen
kan leiden tot beschadiging aan de motor.
BELANGRIJKE INFORMATIE
Een bougie, die niet goed is aangedraaid, kan
oververhitting veroorzaken en de motor beschadigen. Een
bougie, die te hard is aangedraaid, kan de schroefdraad in
de cilinderkop beschadigen.
BELANGRIJKE INFORMATIE
Een gelijke luchtdruk in de banden is van belang voor het
behalen van de best mogelijke prestaties en om schade
aan de machine te voorkomen.
!
WAARSCHUWING! De koelluchtinlaat draait
wanneer de motor loopt. Pas op uw vingers.
22 – Dutch
ONDERHOUD
Controle en afstellen van gronddruk
van het maai-element
Om het beste maairesultaat te krijgen moet het maai-element
de ondergrond volgen zonder te stevig aan te liggen.
De druk wordt afgesteld met een bout en veer aan beide
kanten van de zitmaaier.
1 Controleer de luchtdruk van de banden 60 kPa/0,6 kp/
cm
2
/8,5 PSI.
2 Plaats de zitmaaier op een vlakke ondergrond.
3 Zet de hefstang in maaistand.
4 Plaats een personenweegschaal onder het frame van het
maai-element (aan de voorkant) zo dat het maai-element
op de weegschaal rust. Indien nodig kan er een klos
gelegd worden tussen het frame en de weegschaal zodat
de steunwielen geen gewicht dragen.
5 Stel de gronddruk van het maai-element af door de
stelschroeven die aan beide kanten achter de voorwielen
zitten, in of uit te schroeven. De gronddruk moet tussen de
12 en 15 kg (26,5-33 lb) liggen.
Controle van de parallelliteit van het
maai-element
Controleer de parallelliteit van het maaidek als volgt:
1 Controleer de luchtdruk van de banden 60 kPa/0,6 kp/
cm
2
/8,5 PSI.
2 Plaats de zitmaaier op een vlakke ondergrond.
3 Zet de hefstang in maaistand.
4 Meet de afstand tussen de grond en de rand van het
element, aan de voor- en de achterkant van de kap. Het
maai-element moet een beetje afhangen, de achterkant
moet 2-4 mm (1/8”) hoger zijn dan de voorkant.
Afstellen van de parallelliteit van het
maai-element
1 Verwijder de frontkap.
2 Maak de moeren van de parallelliteitsstang los.
3 Schroef de stang uit (verlengen) om de achterkant van de
kap te verhogen.
Schroef de stang in (verkorten) om de achterkant van de
kap te verlagen.
4 Draai na het afstellen de moeren vast.
5 Nadat het afstellen gereed is, moet de parallelliteit van het
element opnieuw gecontroleerd worden.
6 Monteer de rechter vleugelkap en de frontkap.
Servicestand voor maai-element
Om ervoor te zorgen dat u bij schoonmaken, reparatie en
service overal goed bij kunt, kan het maai-element in
servicestand gezet worden. Servicestand betekent dat het
element opgeklapt en vergrendeld is in verticale stand.
In servicestand zetten
1 Zet de machine op een vlakke ondergrond. Activeer de
handrem.
2 Zet de maaihoogtehendel in de laagste stand en til het
maaielement op.
3 Verwijder de frontkap.
Dutch – 23
ONDERHOUD
4 Maak de veer van de spanpoelie van de aandrijfriem los.
5 Plaats het oog van de veer in de houder.
6 Verwijder de aandrijfriem en plaats hem in de riemhouder.
7 Maak de stang voor de maaihoogte los en plaats deze in
de houder.
8 Pak de voorkant van het element beet en trek het naar
voren tot het niet verder gaat.
9 Til het element op tot het niet meer gaat en u een
klikgeluid hoort.
Het maaielement wordt automatisch in verticale stand
vastgezet.
Terugkeer uit servicestand
1 Pak de voorkant van het element beet en maak de
vergrendeling los, klap het element naar beneden en duw
het terug.
2 Plaats de maaihoogtestang en de riem terug. Span de
riem met de riemspanner op.
3 Plaats de frontkap.
!
WAARSCHUWING! Draag een
beschermingsbril wanneer u het
maaielement demonteert. De veer waarmee
de riem wordt gespannen kan loskomen en
persoonlijk letsel veroorzaken.
!
WAARSCHUWING! Neem voorzichtigheid in
acht zodat uw hand niet bekneld raakt.
24 – Dutch
ONDERHOUD
Controle van messen
Om het beste maairesultaat te bereiken is het belangrijk dat
de messen onbeschadigd en scherp zijn.
Controleer of de bevestigingsbouten van de messen goed zijn
aangedraaid.
Nadat de messen geslepen zijn, moeten ze uitgebalanceerd
worden.
Bij een aanrijding met een hindernis waarbij schade is
ontstaan, moeten beschadigde messen vervangen worden.
Laat de servicewerkplaats beoordelen of het mes kan worden
geslepen of moet worden vervangen.
Verwijderen van BioClip-plug
Om een Combi-maai-element om te zetten van BioClip-
functie naar een maai-element met achteruitworp verwijdert u
de BioClip-plug, die met drie bouten onder het maai-element
vastzit.
Combi 103
1 Zet het maai-element in servicestand, zie In servicestand
zetten.
2 Verwijder de drie bouten waarmee de BioClip-plug vastzit
en haal de plug weg.
3 Tip: Monteer drie bouten M8x15 mm met volledig
schroefdraad in de gaten om daar het schroefdraad te
beschermen.
4 Zet het maai-element weer in normale stand terug.
Monteer de BioClip-plug in de omgekeerde volgorde.
Combi 94
1 Zet het maai-element in servicestand, zie Servicestand
voor maai-element.
2 Maak de knop en de bouten los waarmee de BioClip-plug
is bevestigd en verwijder de plug.
3 Zet het maai-element weer in normale stand terug.
BELANGRIJKE INFORMATIE Vervangen of slijpen van de
messen moet door een erkende servicewerkplaats gedaan
worden.
Dutch – 25
Smeren
Controle van het oliepeil van de
motor
Controleer het oliepeil in de motor als de machine horizontaal
staat en de motor uit is.
Klap de motorkap omhoog.
Maak de peilstok daarna los en trek hem weer omhoog.
Doe de peilstok vervolgens weer in het gat, zonder hem in
te schroeven.
Haal de peilstok omhoog en lees het oliepeil af.
Het oliepeil moet tussen de markeringen op de peilstok
liggen. Als het peil in de buurt van het ADD-teken komt, vul
dan olie bij tot het FULL-teken op de peilstok.
De olie wordt bijgevuld in hetzelfde gat als waar de peilstok in
zit. Vul langzaam de olie bij.
Draai de peilstok stevig vast voor de motor wordt gestart.
Start de motor en laat deze ca. 30 seconden stationair
draaien. Zet de motor uit. Wacht 30 seconden en controleer
het oliepeil. Vul indien nodig olie bij tot de olie het FULL-teken
op de peilstok nadert.
Wij raden de volgende olieklasses aan:
API Service Klasse: SF, SG, SH en SJ
Kies een olie met een viscositeit volgens het
temperatuurbereik in de afbeelding:
Meng geen verschillende soorten olie.
Vervangen van motorolie
De motorolie moet de eerste keer vervangen worden na 8 uur
bedrijfstijd. Daarna moet het verversen om de 100
bedrijfsuren plaatsvinden.
Bij rijden met zware belasting of hoge
omgevingstemperaturen, vervangt u de olie om de 50 uur.
1 Plaats een vat onder de linker aftapklep van de motor.
2 Verwijder de peilstok. Verwijder de aftapklep aan de
linkerkant van de motor.
3 Laat de olie in het vat lopen.
4 Monteer de aftapklep en draai deze vast.
5 Vul indien nodig olie bij tot de olie het FULL-teken op de
peilstok nadert. De olie wordt bijgevuld in hetzelfde gat als
waar de peilstok in zit. Zie Controle van het oliepeil van de
motor voor de vulinstructies. In de motor gaat 1,5 liter (1,6
USqt) wanneer het oliefilter niet wordt vervangen en 1,7
liter (1,8 USqt) wanneer het oliefilter wordt vervangen.
6 Laat de motor warm draaien, controleer daarna of er geen
lekkage is rond de afdichting van de olieklep.
Vervangen van oliefilter
Het oliefilter moet om de 200 bedrijfsuren worden vervangen.
Draai het oude oliefilter tegen de klok in om het te
verwijderen. Gebruik indien nodig een filtertang.
!
WAARSCHUWING! De motorolie kan zeer
warm zijn als deze direct na het stoppen
afgetapt wordt. Laat de motor daarom eerst
wat afkoelen.
BELANGRIJKE INFORMATIE
Gebruikte motorolie, antivries en dergelijke vormen een
gevaar voor de gezondheid en mogen niet op de grond of in
de natuur worden geloosd; deze moeten altijd worden
afgevoerd in een werkplaats of op een aangewezen
afvoerlocatie.
Voorkom contact met de huid, wassen met water en zeep
mocht u evt. knoeien.
26 – Dutch
Smeren
Smeer de rubberen pakking van het nieuwe oliefilter lichtjes
met nieuwe olie in. Monteer het oliefilter door het met de klok
mee te draaien. Doe dit handmatig tot de rubberen pakking
aanligt. Draai het nog een halve slag verder.
Bijvullen met nieuwe motorolie volgens Controle van het
oliepeil van de motor. Start de motor en laat deze ongeveer 3
minuten lopen. Stop hem vervolgens en kijk naar eventuele
lekkage. Vul olie bij om de olie te compenseren die in het
nieuwe oliefilter gaat.
Controle van het oliepeil van de
transmissie
1 Verwijder de transmissiekap. Maak de twee bouten los
(een aan elke kant) en verwijder de transmissiekap.
2 Controleer of er olie in de olietank van de transmissie zit.
3 Vul indien nodig bij met motorolie SAE 10W/40 (klasse
SF-CC).
Olie verversen en filters vervangen moet worden gedaan
door een erkende servicewerkplaats en wordt in het
werkplaatshandboek beschreven.
Maatregelen aan het systeem stellen bijzondere eisen aan
netheid en het systeem moet worden ontlucht voor de
machine in gebruik wordt genomen.
Smeren van de riemspanner
De riemspanner moet regelmatig worden ingevet met
molybdeendisulfidevet van goede kwaliteit*.
Smeer met een vetspuit, 1 smeerpunt aan de rechterkant
onder de onderste poelie van de motor, tot er vet uitkomt.
Bij dagelijks gebruik moet er twee keer per week gesmeerd
worden.
Smeren algemeen
Alle scharnierpunten en lagers zijn bij de productie gesmeerd
met molybdeendisulfidevet. Smeer ze na met hetzelfde type
vet*. Smeer de stuur- en hendelkabels met motorolie.
Smeer regelmatig, bij dagelijks gebruik van de machine moet
er twee keer per week gesmeerd worden.
*Vet van bekende merken (oliemaatschappijen enz.) is
normaliter van goede kwaliteit. De belangrijkste eigenschap
is dat het vet een goede bescherming tegen corrosie biedt.
Dutch – 27
Storingsschema
Probleem Oorzaak
De motor start niet Geen brandstof in de brandstoftank
De bougie defect
Verkeerde bougieaansluitingen of verwisselde kabels
Vuil in carburateur of brandstofleiding
De startmotor krijgt de motor niet rond
De startmotor krijgt de motor niet rond Accu leeg
Slecht contact tussen kabel en accupool
Hendel voor de maaikast in verkeerde stand
Hoofdzekering kapot.
Contactslot kapot
Rem niet geactiveerd.
Defecte startmotor
De motor loopt onregelmatig De bougie verkeerd.
Vergasser verkeerd afgesteld
Het luchtfilter verstopt
Ventilatie van de brandstoftank verstopt
Ontstekingsafstelling verkeerd
Vuil in carburateur of brandstofleiding
Choken of verkeerd afgestelde gaskabel
De motor lijkt zwak Het luchtfilter verstopt
De bougie defect
Vuil in carburateur of brandstofleiding
Vergasser verkeerd afgesteld
Choken of verkeerd afgestelde gaskabel
De motor raakt oververhit De motor overbelast
De bougie defect
Luchtinlaat of koelflenzen verstopt
Ventilator beschadigd
Te weinig of geen olie in de motor
Voorontsteking niet goed
De accu wordt niet opgeladen Een of meer cellen kapot
Slecht contact bij de kabelaansluitingen van de accupolen
De zitmaaier trilt De messen zitten los
De motor zit los
Onbalans tussen een of meer messen, veroorzaakt door schade of slechte
balancering na het slijpen
Ongelijkmatig maairesultaat Messen bot
Lang of nat gras
Maaikast scheef afgesteld
Grasopeenhoping onder de kap
Verschillende spanning in de banden aan de rechter en linker kant
Te hoge rijsnelheid
Te laag motortoerental
De aandrijfriem slipt
28 – Dutch
Stallen
Winterstalling
Aan het eind van het maaiseizoen moet de zitmaaier
onmiddellijk in orde worden gemaakt voor stalling, ook als
deze langer dan 30 dagen niet gebruikt gaat worden.
Brandstof die lange perioden in de tank blijft (30 dagen of
meer) kan kleverige afzettingen produceren, die de vergasser
kunnen verstoppen en de werking van de motor kunnen
verstoren.
Een brandstofstabilisator is een acceptabel alternatief als het
erom gaat kleverige afzettingen tijdens de stalling te
voorkomen. Als alkylaatbenzine (Aspen) werd gebruikt, hoeft
men geen stabilisator toe te voegen, daar deze brandstof
stabiel is. Daarentegen moet men vermijden standaard- en
alkylaatbenzine afwisselend te gebruiken, daar gevoelige
rubberen onderdelen dan hard kunnen worden. Voeg
stabilisator toe aan de brandstof in de tank of het
opbergreservoir. Gebruik altijd de mengverhouding die door
de fabrikant van de stabilisator wordt aangegeven. Laat de
motor minstens 10 minuten lopen na toevoeging van de
stabilisator, zodat de stabilisator tot bij de vergasser komt.
Maak de brandstoftank en de vergasser niet leeg als
stabilisator is toegevoegd.
Om de zitmaaier klaar te maken voor stalling, deze stappen
volgen:
1 Maak de zitmaaier zorgvuldig schoon, in het bijzonder
onder de maaikast. Herstel lakbeschadigingen om
roestaanvallen te voorkomen.
2 Inspecteer de zitmaaier op beschadigde of versleten
onderdelen en draai indien nodig losse bouten en moeren
vast.
3 Ververs de olie in de motor, zorg dat de afgewerkte olie
een goede bestemming krijgt.
4 Maak de benzinetank leeg. Start de motor en laat deze
lopen totdat er ook geen benzine meer zit in de vergasser.
5 Verwijder de bougie en giet ca. een eetlepel motorolie in
iedere cilinder. Draai de motor rond zodat de olie wordt
verdeeld en schroef de bougie weer vast.
6 Smeer alle smeernippels, gewrichten en assen.
7 Verwijder de accu. Maak deze schoon, laad hem op en
bewaar hem op een koele plaats.
8 Stal de zitmaaier schoon en droog en breng een
bedekking aan als extra bescherming.
Beschermkap
Om uw machine te beschermen tijdens stalling of transport is
een hoes verkrijgbaar. Neem contact op met uw dealer voor
een demonstratie.
Service
Het laagseizoen is de meest geschikte tijd om service uit te
voeren of de machine na te kijken om een grote
functiebetrouwbaarheid tijdens het hoogseizoen te
waarborgen.
Bij het bestellen van reserve-onderdelen moet het jaar van
aankoop van de zitmaaier en het model-, type- en
serienummer worden vermeld.
Er moeten altijd originele reserve-onderdelen worden
gebruikt.
Een jaarlijkse inspectie door een erkende servicedealer is
een goede manier om ervoor te zorgen dat uw zitmaaier ook
het volgende seizoen optimaal werkt.
!
WAARSCHUWING! Sla een machine met
brandstof in de tank nooit binnen of in een
slecht geventileerde ruimte op waar
brandstofdampen in aanraking kunnen
komen met open vuur, vonken of een
controlelampje zoals in een
verwarmingsketel, heetwatertank of
wasdroger. Hanteer de brandstof met
voorzichtigheid. Deze is zeer snel
ontvlambaar en onachtzaam gebruik kan
zwaar persoonlijk letsel en schade aan
eigendommen veroorzaken. Tap de
brandstof af in een goedgekeurd reservoir
buitenshuis en op geruime afstand van open
vuur. Gebruik nooit benzine voor het
reinigen. Gebruik in plaats daarvan
ontvettingsmiddel en warm water.
Dutch – 29
Technische gegevens
Opm. 1: Het aangegeven nominale vermogen van de motor heeft betrekking op het gemiddelde nettovermogen (bij het opgegeven toerental) van een typische
productiemotor voor het betreffende motormodel, gemeten volgens de SAE-norm J1349/ISO 1585. In massa geproduceerde motoren kunnen een afwijkende waarde
geven. Het werkelijk geleverde vermogen van de geïnstalleerde motor op de uiteindelijke machine hangt af van de bedrijfssnelheid, de omgevingscondities en andere
waarden.
Opm. 2: Emissie van geluid naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
WA
) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG.
Opm. 3: Geluidsdrukniveau volgens EN 836. De gerapporteerde gegevens voor het geluidsdrukniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking)
van 1,2 dB (A).
Opm. 4: Trillingsniveau volgens EN 836. De gerapporteerde gegevens voor het trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 0,2
m/s
2
(stuurwiel) en 0,8 m/s
2
(stoel).
Afmetingen Rider 215TX
Lengte met maaidek, mm/ft 223 / 7,32
Lengte zonder element, mm/ft 194 / 6,36
Breedte met maaidek, mm/ft 100-108 / 3,28-3,54
Breedte zonder element, mm/ft 89 / 2,92
Hoogte, mm/ft 1070/3,52
Bedrijfsgewicht met maaidek, kg/lb 247-255 / 546-562
Asafstand, mm/ft 887/2,91
Spoorbreedte voor, mm/ft 712/2,34
Spoorbreedte achter, mm/ft 627/2,06
Bandenmaat 16 x 6,50 x 8
Bandenspanning achter en voor, kPa / bar / PSI 60 (0,6/8,5)
Motor
Fabrikaat/Model Briggs & Stratton
Nominaal uitgangsvermogen motor, kW (zie opmerking 1) 12,8
Cilinderinhoud, cm
3
/cu.in 656
Brandstof, het laagste oktaangehalte loodvrij 85
Tankinhoud, liter/USqt 12/13
Olie SAE 5W/30 of SAE 10W/30
Inhoud olietank, liter 1,4
Starten Elektrische start 12V
Max. motortoerental, t/min 3100 ± 100
Elektrisch systeem
Type 12 V, min geaard
Accu 12 V, 24 Ah
Bougie
Elektrodenafstand, mm/inch 0,75/0,030
Geluidsemissie en maaibreedte
(zie opm. 2)
Geluidsvermogen, gemeten dB(A) 97
Geluidsvermogen, gegarandeerd dB(A) 98
Maaibreedte, cm/inch 94-103-112/37-41-44
Geluidsniveau
(zie opm. 3)
Niveau geluidsdruk bij het oor van de gebruiker,dB(A) 82
Trillingsniveau
(zie opm. 4)
Trillingsniveau op het stuurwiel, m/s
2
2,5
Trillingsniveau in stoel, m/s
2
0,7
Transmissie
Fabrikaat Tuff Torq
Olie, klasse SF-CC SAE 10W/40
Snelheid vooruit, km/u 0-9,5
Snelheid achteruit, km/u 0-9,5
Maaielement
Type Combi 94
Combi 103
30 – Dutch
Technische gegevens
Maaielement Combi 94 Combi 103
Maaibreedte, mm/inch 940/37 1030 / 41
Maaihoogtes, 10 standen, mm/inch 25-75/0.98-2.95 25-75/0.98-2.95
Mesdiameter, mm/inch 358/14.09 388/15.28
BELANGRIJKE INFORMATIE Wanneer dit product versleten is en niet langer wordt gebruikt, moet het voor hergebruik bij de
dealer of een andere instantie ingeleverd worden.
BELANGRIJKE INFORMATIE Om verbeteringen te kunnen doorvoeren kunnen de specificaties en de vormgeving veranderd
worden zonder speciale mededeling.
Denk eraan, dat geen enkele gerechtelijke eis, van welke aard dan ook, kan worden gesteld op grond van de informatie in deze
gebruiksaanwijzing.
Gebruik alleen originele onderdelen bij reparaties. Als andere onderdelen worden gebruikt, eindigt de geldigheid van de
garantie.
Dutch – 31
Technische gegevens
EG-verklaring van overeenstemming (Alleen geldig voor Europa)
Husqvarna AB, S-561 82 Huskvarna, Zweden, tel.: +46 36 14 65 00, verklaart hierbij dat de zitmaaier, Husqvarna Rider 215 TX,
met serienummers van 2012 en later (het jaartal staat duidelijk op het productplaatje vermeld, gevolgd door het serienummer),
voldoet aan de vereisten van de volgende EU-richtlijnen:
van 17 mei 2006 "betreffende machines" 2006/42/EG
van 15 december 2004 ”betreffende elektromagnetische compatibiliteit” 2004/108/EEC.
van 8 mei 2000 ”betreffende geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis” 2000/14/EG.
Voor informatie over geluidsemissie en maaibreedte, zie Technische Gegevens
De volgende geharmoniseerde normen zijn van toepassing: EN ISO 12100-2, EN-836.
Aangemelde instantie: 0404, SMP Svensk Maskinprovning AB, Fyrisborgsgatan 3, SE-754 50 Uppsala, heeft rapporten
opgesteld inzake een beoordeling van de overeenstemming met bijlage VI van Richtlijn 2000/14/EG van de Raad van 8 mei 2000
betreffende "de geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis".
De certificaten hebben nummer: 01/901/157
Huskvarna, 31 oktober 2011
Claes Losdahl, Manager R/Tuinproducten (erkende vertegenwoordiger voor Husqvarna AB en verantwoordelijk voor technische
documentatie.)
´®z+VW#¶6V¨
2012-02-07
´®z+VW#¶6V¨
1154550-36
Originele instructies
14

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Husqvarna Rider 215 bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Husqvarna Rider 215 in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 5,19 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info