761784
6
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/88
Pagina verder
VERTALING VAN DE ORIGINELE
GEBRUIKSHANDLEIDING
BELANGRIJK
VOOR GEBRUIK ZORGVULDIG LEZEN
Pedelecs
FUTURA Fold Carbon I-10S
21-Y-0001
MY21H05 - 1 • 1.0 • 3. december 2020
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 2
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
1 Over deze gebruikshandleiding 6
1.1 Fabrikant 6
1.2 Taal 6
1.3 Wetgeving, normen en richtlijnen 6
1.4 Ter informatie 6
1.4.1 Waarschuwingen 6
1.4.2 Tekstopmaak 7
1.5 Typeplaat 8
1.6 Typenummer en model 9
1.7 Gebruikshandleiding identificeren 9
2 Veiligheid 10
2.1 Restrisico's 10
2.1.1 Brand- en explosiegevaar 10
2.1.1.1 Accu 10
2.1.1.2 Oplader 10
2.1.1.3 Heetgelopen onderdelen 10
2.1.2 Elektrische schok 10
2.1.2.1 Beschadigingen 10
2.1.2.2 Binnendringen van water 11
2.1.2.3 Condens 11
2.1.3 Valgevaar 11
2.1.3.1 Verkeerde afstelling snelspanners 11
2.1.3.2 Verkeerd aanhaalmoment 11
2.1.4 Gevaar voor amputatie 11
2.1.5 Afbreken van de sleutel 11
2.2 Giftige stoffen 11
2.2.1 Remvloeistof 11
2.2.2 Veringolie 11
2.2.3 Defecte accu 11
2.3 Eisen aan de berijder 11
2.4 Kwetsbare groepen 12
2.5 Persoonlijke beschermingsmiddelen 12
2.6 Veiligheidsmarkeringen en
veiligheidsaanwijzingen 12
2.7 Gedrag in noodgevallen 13
2.7.1 Gevaarlijke situaties in het wegverkeer 13
2.7.2 Vrijgekomen remvloeistof 13
2.7.3 Vrijkomende accudampen 13
2.7.4 Brand van de accu 14
2.7.5 Vrijgekomen remvloeistof 14
2.7.6 Vrijgekomen smeermiddelen en olie
uit de vork 14
2.7.7 Vrijgekomen smeermiddelen en olie
uit de achterbouwdemper 14
3 Overzicht 15
3.1 Beschrijving 16
3.1.1 Wiel 16
3.1.1.1 Ventiel 16
3.1.2 Vering 16
3.1.2.1 Verende voorvork 16
3.1.2.2 Voorvork met stalen veer 18
3.1.3 Remsysteem 18
3.1.3.1 Schijfrem 18
3.1.4 Elektrisch aandrijfsysteem 19
3.1.5 Motor 19
3.1.6 Accu 20
3.1.7 Bediening 20
3.2 Oplader 21
3.3 Bedoeld gebruik 22
3.4 Niet-bedoeld gebruik 23
3.5 Privacyverklaring 23
3.5.1 Hoogste toegestane totaalgewicht 23
3.6 Technische gegevens 24
3.6.1 Pedelec 24
3.6.2 Emissies 25
3.6.3 Aanhaalmoment 25
3.7 Beschrijving van besturing en
weergaven 26
3.7.1 Stuur 26
3.7.2 Accu 26
3.7.3 Weergaven bediening 26
3.7.4 Bediening 26
3.7.4.1 Weergavebalk 26
3.7.4.2 Ondersteuningsniveau 27
3.8 Omgevingseisen 28
4 Transport en opslag 30
4.1 Fysieke transporteigenschappen 30
4.1.1 Voorziene handgrepen/hijspunten 30
4.2 Transport 31
4.2.1 Transportbeveiliging rem gebruiken 31
4.2.2 Pedelec transporteren 31
4.2.3 Pedelec verzenden 31
4.2.4 Accu transporteren 31
4.2.5 Accu verzenden 31
4.3 Opslag 32
4.3.1 Onderbreking van het gebruik 32
4.3.1.1 Onderbreking van het gebruik
voorbereiden 32
4.3.1.2 Onderbreking van het gebruik
uitvoeren 32
5 Montage 33
5.1 Vereist gereedschap 33
5.2 Uitpakken 33
5.2.1 Levering 33
5.3 Accu voorbereiden 33
5.3.1 Accu controleren 33
5.4 In gebruik nemen 33
5.4.1 Voorbouw en stuur controleren 34
5.4.1.1 Verbindingen controleren 34
5.4.1.2 Goede bevestiging 34
5.4.1.3 Lagerspeling controleren 34
5.5 Verkoop van de pedelec 34
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 3
Inhoudsopgave
6 Gebruik 35
6.1 Gevaren en risico's 35
6.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen 36
6.3 Tips voor een groter bereik 36
6.4 Storingsmeldingen 38
6.5 Instructie en klantenservice 39
6.6 Pedelec aanpassen 39
6.6.1 Zadel afstellen 39
6.6.1.1 Zadelhoek afstellen 39
6.6.1.2 Zithoogte bepalen 39
6.6.1.3 Zithoogte met snelspanner afstellen 40
6.6.1.4 In hoogte verstelbare zadelpen 40
6.6.1.5 Zitpositie afstellen 41
6.6.2 Stuur afstellen 41
6.6.3 Voorbouw afstellen 41
6.6.3.1 Stuurhoogte afstellen 41
6.6.3.2 Spankracht snelspanners afstellen 42
6.6.4 Rem afstellen 42
6.6.5 Remvoeringen inrijden 42
6.7 Accessoires 43
6.8 Checklist voor het rijden 44
6.9 Zijstandaard omhoog klappen 45
6.10 Bagagedrager gebruiken 45
6.11 Zadel gebruiken 45
6.12 Oplader 46
6.12.1 Oplader aansluiten 46
6.13 Accu 46
6.13.1 Accu laden 46
6.13.1.1 Accu opladen in de aandrijfeenheid 46
6.13.1.2 Accu opladen op de pedelec 46
6.13.2 Accu in de aandrijfeenheid
aanbrengen 47
6.13.3 Accu uit de aandrijfeenheid verwijderen 47
6.14 Aandrijfeenheid 47
6.14.1 Aandrijfeenheid op de pedelec
aanbrengen 47
6.14.2 Aandrijfeenheid verwijderen van de
pedelec 48
6.15 Elektrisch aandrijfsysteem 49
6.15.1 Elektrisch aandrijfsysteem inschakelen 49
6.15.2 Aandrijfsysteem uitschakelen 49
6.15.3 Ruststand van het aandrijfsysteem 49
6.16 Bediening 50
6.16.1 Duwondersteuning gebruiken 50
6.16.2 Ondersteuningsniveau selecteren 50
6.17 Rem 51
6.17.1 Remhendel gebruiken 51
6.18 Versnelling 52
6.18.1 Derailleur gebruiken 52
6.19 Invouwen 53
6.19.1 Pedelec invouwen 53
6.19.1.1 Pedaal invouwen 53
6.19.1.2 Voorbouw, uitvoering I, invouwen 53
6.19.1.3 Voorbouw, uitvoering II, invouwen 53
6.19.1.4 Zadelpen inschuiven 54
6.19.1.5 Frame invouwen 54
6.19.2 De fiets weer rijklaar maken 54
6.19.2.1 Frame uitvouwen 54
6.19.2.2 Pedaal uitvouwen 55
6.20 Pedelec parkeren 56
7 Reinigen en onderhouden 57
7.1 Reiniging elke keer na het rijden 58
7.1.1 Verende voorvork reinigen 58
7.1.2 Pedalen reinigen 58
7.2 Grondige reiniging 59
7.2.1 Frame reinigen 59
7.2.2 Voorbouw reinigen 59
7.2.3 Wiel reinigen 59
7.2.4 Aandrijfelementen reinigen 59
7.2.5 Ketting reinigen 59
7.2.6 Accu reinigen 60
7.2.7 Display reinigen 60
7.2.8 Motor reinigen 60
7.2.9 Rem reinigen 60
7.2.10 Zadel reinigen 60
7.3 Onderhoud 61
7.3.1 Onderhoud aan het frame 61
7.3.2 Onderhoud aan de voorbouw 61
7.3.3 Onderhoud aan de vork 61
7.3.4 Onderhoud aan de aandrijfelementen 61
7.3.5 Onderhoud aan de pedalen 61
7.3.6 Onderhoud aan de ketting 61
7.4 Onderhouden 61
7.4.1 Wiel 61
7.4.1.1 Banden controleren 61
7.4.1.2 Velgen controleren 61
7.4.1.3 Vuldruk controleren en corrigeren 62
7.4.1.4 Vuldruk controleren en corrigeren,
autoventiel 62
7.4.2 Remsysteem 63
7.4.3 Remvoeringen op slijtage controleren 63
7.4.4 Drukpunt controleren 63
7.4.5 Remschijven op slijtage controleren 63
7.4.6 Elektrische bekabeling en remkabels
controleren 63
7.4.7 Versnelling controleren 63
7.4.8 Voorbouw controleren 63
7.4.9 USB-aansluiting controleren 64
7.4.10 Kettingspanning controleren 64
8 Onderhoud 65
8.1 Veersystemen 66
8.1.1 Achterbouwdemper 66
8.1.2 Verende voorvork 67
8.1.3 Geveerde zadelpen 68
8.2 As met snelspanner 68
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 4
Inhoudsopgave
8.2.1 Snelspanner controleren 69
8.3 Voorbouw onderhouden 69
8.4 Versnelling instellen 69
8.4.1 Versnelling met bowdenkabelbediening,
enkel 69
8.4.2 Versnelling met bowdenkabelbediening,
dubbel 70
8.4.3 Draaibare handvatschakelaar met
bowdenkabelbediening, dubbel 70
9 Storingen zoeken, storingen
verhelpen en reparatie 71
9.1 Storingen zoeken en storingen
verhelpen 71
9.1.1 Aandrijfsysteem of display start niet op 71
9.1.2 Storingen ondersteuningsfunctie 72
9.1.3 Fout in de accu 73
9.1.4 Storingen display 74
9.1.5 Verlichting werkt niet 74
9.1.6 Overige storingen 75
9.2 Reparatie 75
9.2.1 Originele onderdelen en smeermiddelen 75
9.2.2 Verlichting vervangen 75
9.2.3 Koplamp afstellen 75
9.2.4 Controle of de band vrijloopt 75
10 Recycling en afvoer 76
11 Documenten 77
11.1 Onderdelenlijst 77
11.1.1 Futura Fold Carbon I-10 77
11.2 Montageprotocol 78
11.3 Onderhoudshandleiding 80
12 Terminologie 84
12.1 Afkortingen 86
12.2 Vereenvoudigde begrippen 86
13 Bijlage 87
I. Vertaling van de originele EG/EU-
conformiteitsverklaring 87
14 Trefwoordenregister 88
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 5
Over deze gebruikshandleiding
Hartelijk dank voor uw vertrouwen!
Pedelecs van HERCULES zijn voertuigen van de
hoogste kwaliteit. U hebt een goede keus
gemaakt. Eindmontage, advies en instructie
worden door uw dealer verzorgd. Of het nu gaat
om onderhoud, ombouw of reparatie – uw dealer
zal ook in de toekomst voor u klaar staan.
Bij uw nieuwe pedelec ontvangt u deze
gebruikshandleiding. Neemt u alstublieft de tijd
om uw nieuwe pedelec te leren kennen en houdt
u zich aan de tips en suggesties in de
gebruikshandleiding. Zo zult u lang plezier
hebben van uw pedelec. Wij wensen u veel plezier
en altijd een goede en behouden vaart!
Deze gebruikshandleiding richt zich in hoofdzaak
tot de berijder resp. de eigenaar. Het doel is om
technische leken de pedelec veilig te kunnen laten
gebruiken.
Om de gebruikshandleiding
ook tijdens het rijden bij de
hand te hebben, kunt u
deze via het volgende
internetadres op uw
mobiele telefoon
downloaden:
https://www.hercules-bikes.de/de/de/index/
downloads.html.
Copyright
© HERCULES GmbH
Verspreiding en vermenigvuldiging van deze
gebruikshandleiding, evenals exploitatie en
mededeling van de inhoud zijn verboden voor
zover niet uitdrukkelijk toegestaan. Overtreding
hiervan verplicht tot schadevergoeding. Alle
rechten voor eventuele octrooiaanvragen,
aanvragen voor gebruiksmodellen of
Gemeenschapsmodellen voorbehouden.
Redactie
Tekst en afbeeldingen:
ZEG Zweirad-Einkaufs-Genossenschaft eG
Longericher Straße 2
50739 Köln, Germany
Vertaling
RKT Übersetzungs- und Dokumentations-GmbH
Markenstraße 7
40227 Düsseldorf, Germany
Contact bij vragen over of problemen met
deze gebruikshandleiding:
tecdoc@hercules-bike.de
Aanwijzing
De gebruikshandleiding vervangt niet de
persoonlijke instructie door de uitleverende
dealer.
Deze gebruikshandleiding is onderdeel van de
pedelec. Wanneer deze te zijner tijd wordt
doorverkocht, moet de gebruikshandleiding aan
de nieuwe eigenaar worden overhandigd.
Enkele paragrafen richten zich speciaal tot de
dealer. Het doel van deze paragrafen is vooral
om de eerste montage en het onderhoud veilig te
kunnen uitvoeren. De paragrafen die zich richten
tot de dealer hebben een grijze achtergrond en
zijn gemarkeerd met een moersleutelpictogram.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 6
Over deze gebruikshandleiding
1Over deze
gebruikshandleiding
1.1 Fabrikant
De fabrikant van de pedelec is:
HERCULES GmbH
Longericher Straße 2
50739 Köln, Germany
Tel.: +49 4471 18735 0
Fax: +49 4471 18735 29
E-mail: info@hercules-bikes.de
Internet: www.hercules-bikes.de
Interne wijzigingen voorbehouden
De informatie in deze gebruikshandleiding komt
overeen met de vrijgegeven technische
specificaties op het moment van druk. Relevante
wijzigingen worden verwerkt in een nieuwe
publicatieversie van de gebruikshandleiding. Alle
wijzigingen op deze gebruikshandleiding vindt u
onder:
https://www.hercules-bikes.de/de/de/index/
downloads.htm
1.2 Taal
De originele gebruikshandleiding is opgesteld in
de Duitse taal. Een vertaling daarvan is zonder de
originele gebruikshandleiding niet geldig.
1.3 Wetgeving, normen en richtlijnen
Deze gebruikshandleiding voldoet aan de
essentiële eisen van:
de Machinerichtlijn 2006/42/EG,
de EMC-richtlijn 2014/30/EU,
EN-ISO 20607:2019, Machineveiligheid
Instructiehandboek – Algemene regels voor het
opstellen
EN 15194:2018, Fietsen – Elektrisch
ondersteunende fietsen – EPAC fietsen
EN 11243:2016, Fietsen – Bagagedragers voor
fietsen – Eisen en beproevingsmethoden,
EN-ISO 17100:2015/A1:2017 Vertaaldiensten
Eisen aan vertaaldiensten.
1.4 Ter informatie
Voor een betere leesbaarheid worden in deze
gebruikshandleiding verschillende markeringen
gebruikt.
1.4.1 Waarschuwingen
Waarschuwingen geven gevaarlijke situaties en
handelingen aan. In de gebruikshandleiding vindt
u onderstaande waarschuwingen:
Niet in acht nemen leidt tot ernstig letsel of de
dood. Hoog risico.
Kan bij niet in acht nemen leiden tot ernstig letsel
of de dood. Gemiddeld risico.
Kan bij niet in acht nemen leiden tot gering letsel
of letsel. Laag risico.
Aanwijzing
Kan bij niet in acht nemen leiden tot materiële
schade.
GEVAAR
!
WAARSCHUWING
!
VOORZICHTIG
!
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 7
Over deze gebruikshandleiding
1.4.2 Tekstopmaak
In de gebruikshandleiding vindt u onderstaande
schrijfwijzen:
Aanwijzingen voor de dealer hebben een grijze
ondergrond. Ze zijn gemarkeerd met een
moersleutelpictogram. Informatie voor de dealer
mag door technische leken niet worden opgevat
als vrijbrief om de betreffende handelingen uit te
voeren.
Schrijfwijze Gebruik
cursief Terminologiebegrip
blauw onderstreept Link
grijs onderstreept Kruisverwijzingen
Vinkje Voorwaarde
Driehoek Instructiestap
1Instructiestap Meerdere stappen in
voorgeschreven
volgorde
Resultaat van de stap
GEBLOKKEERD Weergaven op het
display
Opsommingen
Geldt uitsluitend voor
pedelecs met deze
uitrusting
Elk type is voorzien van
een andere uitrusting.
Op alternatief
toegepaste
componenten wordt
gewezen door middel
van een aanwijzing
onder de kop.
Tabel 1: Tekstopmaak
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 8
Over deze gebruikshandleiding
1.5 Typeplaat
De typeplaat bevindt zich op het frame. Zie voor de
exacte positie van de typeplaat afbeelding 2. Op de
typeplaat vindt u dertien gegevens.
Afbeelding 1: Voorbeeld typeplaat
Typ:
21-17-1017
0,25 kW / 25 km/h
zGG 150 kg
EPAC 25 kg
BJ 2020 / MJ 2021
EN 15194
nach
EPAC
2
3
1
4
5
6
7
89
12
13
10
11
Hercules GmbH
Longericher Str. 2
50739 Köln, Germany
Nr. Aanduiding Beschrijving
1CE-markering Met de CE-markering verklaart de fabrikant, dat de pedelec voldoet aan de geldende
eisen.
2 Contactgegevens fabrikant Via dit adres kunt u de fabrikant bereiken. Meer informatie vindt u in hoofdstuk 1.
3 Typenummer Aan elke pedelec is een achtcijferig typenummer toegekend, dat het modeljaar, het type
pedelec en de betreffende variant beschrijft. Meer informatie vindt u in hoofdstuk 1.
4 Nominaal continuvermogen Het nominaal continuvermogen is het maximale vermogen gedurende 30 minuten op de
uitgaande as van de elektromotor.
5 Hoogste toegestane totaalgewicht Het hoogste toegestane totaalgewicht is het gewicht van de volledig samengebouwde
pedelec plus berijder plus bagage.
6 Bouwjaar Het bouwjaar is het jaar waarin de pedelec is gemaakt. De productieperiode loopt van
augustus 2020 tot en met juli 2021.
7 Type pedelec Meer informatie vindt u in paragraaf 3.3.
8 Veiligheidsmarkeringen Meer informatie vindt u in paragraaf 1.4.
9 Aanwijzing voor afvoer Meer informatie vindt u in hoofdstuk 10.
10 Toepassingsgebied Meer informatie vindt u in paragraaf 3.8.
11 Modeljaar Het modeljaar is bij de in serie geproduceerde pedelecs het eerste productiejaar van de
versie. Het bouwjaar is niet altijd gelijk aan het modeljaar.
12 Gewicht van de rijklare pedelec Het gewicht van de rijklare pedelec wordt vermeld vanaf een gewicht van 25 kg en heeft
betrekking op het gewicht op het moment van verkoop. Aanvullende accessoires moeten
bij het gewicht worden opgeteld.
13 Uitschakelsnelheid De snelheid van de pedelec op het moment dat de stroom naar nul of naar de
vrijloopwaarde wordt geschakeld.
Tabel 2: Informatie typeplaat
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 9
Over deze gebruikshandleiding
1.6 Typenummer en model
De gebruikshandleiding is onderdeel van pede-
lecs met de volgende typenummers:
1.7 Gebruikshandleiding
identificeren
Het identificatienummer van de
gebruikshandleiding bevindt zich linksonder op
elke pagina. Het identificatienummer is
opgebouwd uit het documentnummer, de
publicatieversie en de verschijningsdatum.
Type-
nummer Model Type pedelec
21-Y-0001 Futura Fold Carbon I-10 Vouwfiets
Tabel 3: Typenummer, model en type pedelec
Identificatienummer MY21H05-6_1.0_03.12.2020
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 10
Veiligheid
2 Veiligheid
2.1 Restrisico's
2.1.1 Brand- en explosiegevaar
2.1.1.1 Accu
Bij een beschadigde of defecte accu kan de
beveiligingselektronica uitvallen. De restspanning
kan kortsluiting veroorzaken. De accu kan
ontvlammen en exploderen.
Gebruik accu en accessoires uitsluitend
wanneer deze zich in een goed staat bevinden.
Laad de accu uitsluitend op wanneer deze zich
in een goed staat bevindt.
Probeer nooit de accu te openen of te
repareren.
Neem een accu, die uitwendige schade
vertoont, onmiddellijk buiten bedrijf.
Stel na een val of botsing de accu gedurende
ten minste 24 uur buiten bedrijf en observeer
deze.
Een defecte accu is gevaarlijk afval. Voer een
defecte accu op de juiste wijze af. Sla de accu
tot het afvoeren droog op. Sla nooit brandbare
stoffen op in de omgeving.
De accu is slechts beschermd tegen opspattend
water. Binnendringend water kan kortsluiting
veroorzaken. De accu kan ontvlammen en
exploderen.
Dompel de accu nooit onder in water.
Stel bij verdenking op het binnendringen van
water de accu buiten bedrijf.
Temperaturen boven 60 °C kunnen ertoe leiden
dat vloeistof uit de accu vrijkomt en de behuizing
wordt beschadigd. De accu kan ontvlammen en
exploderen.
Bescherm de accu tegen hoge temperaturen.
Sla de accu nooit op in de nabijheid van hete
voorwerpen.
Stel de accu niet langdurig bloot aan invallend
zonlicht.
Vermijd grote temperatuurveranderingen.
Een oplader met te hoge spanning brengt schade
toe aan de accu. Dit kan leiden tot brand of een
explosie.
Gebruik uitsluitend accu's, die voor de pedelec
zijn toegelaten. Voorzie de meegeleverde
oplader van een eenduidige markering.
Metalen voorwerpen kunnen de elektrische
aansluitingen van de accu overbruggen. De accu
kan ontvlammen en exploderen.
Steek nooit paperclips, schroeven, munten,
sleutels en andere kleine voorwerpen in de
accu.
2.1.1.2 Oplader
De oplader wordt tijdens het laden van de accu
warm. Bij onvoldoende koeling kan dit leiden tot
brand of brandwonden aan de handen.
Gebruik de oplader nooit op een licht
ontvlambare ondergrond.
Dek de oplader tijdens het laden nooit af.
Laad de accu nooit zonder toezicht op.
2.1.1.3 Heetgelopen onderdelen
De remmen en de motor kunnen tijdens gebruik
zeer heet worden. Bij contact kunnen
brandwonden optreden of kan brand ontstaan.
Vermijd contact met de rem en de motor direct
na het rijden.
Zet de pedelec direct na het rijden niet op een
ontvlambare ondergrond (gras, hout, enz.).
2.1.2 Elektrische schok
2.1.2.1 Beschadigingen
Een beschadigde oplader, kabel of stekker
verhoogt het risico op een elektrische schok.
Controleer voor elk gebruik de oplader, kabel
en stekker. Gebruik nooit een beschadigde
oplader.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 11
Veiligheid
2.1.2.2 Binnendringen van water
Bij het binnendringen van water in een oplader
bestaat het risico op een elektrische schok.
Laad de accu nooit buitenshuis op.
2.1.2.3 Condens
In de oplader en de accu kan zich, bij een
temperatuursverandering van koud naar warm,
condens vormen waardoor kortsluiting kan
ontstaan.
Wacht met het aansluiten van de oplader resp.
de accu tot beide apparaten op
kamertemperatuur zijn.
2.1.3 Valgevaar
2.1.3.1 Verkeerde afstelling snelspanners
Een te hoge spankracht beschadigt de
snelspanner zodat deze zijn werking verliest.
Onvoldoende spankracht leidt tot een ongunstige
krachtoverdracht. Hierdoor kunnen onderdelen
breken. Een val met letsel is het gevolg.
Bevestig een snelspanner nooit met
gereedschap (bv. een hamer of tang).
Gebruik uitsluitend spanhendels met correct
afgestelde spankracht.
2.1.3.2 Verkeerd aanhaalmoment
Wanneer een schroef te strak wordt vastgedraaid,
kan deze breken. Wanneer een schroef te los
wordt vastgedraaid, kan deze losraken. Een val
met letsel is het gevolg.
Neem altijd het op de schroef resp. in de
gebruikshandleiding vermelde
aanhaalmoment in acht.
2.1.4 Gevaar voor amputatie
De remschijf van de schijfrem is zo scherp, dat
deze ernstig letsel van de vingers veroorzaakt
wanneer deze in de openingen van de remschijf
komen.
Houd de vingers altijd verwijderd van
draaiende remschijven.
2.1.5 Afbreken van de sleutel
Bij transport en tijdens het rijden kan een
achtergebleven sleutel afbreken of kan de
vergrendeling onbedoeld open gaan.
Verwijder de sleutel uit het accuslot.
2.2 Giftige stoffen
2.2.1 Remvloeistof
Door een ongeval of door materiaalmoeheid kan
remvloeistof vrijkomen. De remvloeistof kan bij
inslikken en inademen dodelijk zijn.
Probeer nooit de reminstallatie uit elkaar te
halen.
Vermijd huidcontact.
Adem de dampen niet in.
2.2.2 Veringolie
De veringolie in de achterbouwdemper en de vork
irriteert de luchtwegen, leidt tot mutaties in
kiemcellen en tot steriliteit, veroorzaakt kanker en
is toxisch bij huidcontact.
Probeer nooit de achterbouwdemper of
geveerde vork uit elkaar te halen.
Vermijd huidcontact.
2.2.3 Defecte accu
Uit een beschadigde of defecte accu kunnen
vloeistoffen en dampen vrijkomen. Ook te hoge
temperaturen kunnen ertoe leiden dat vloeistoffen
en dampen uit de accu vrijkomen. De vloeistoffen
en dampen kunnen leiden tot irritatie van de
luchtwegen en tot brandwonden.
Probeer nooit de accu uit elkaar te halen.
Vermijd huidcontact.
Adem de dampen niet in.
2.3 Eisen aan de berijder
De lichamelijke, motorische en geestelijke
vermogens van de berijder dienen voldoende te
zijn voor deelname aan het verkeer. Een minimale
leeftijd van 14 jaar wordt aanbevolen.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 12
Veiligheid
2.4 Kwetsbare groepen
Houd accu's en oplader verwijderd van kinderen
en personen met verminderde fysieke,
organoleptische of mentale vaardigheden of met
onvoldoende kennis en ervaring.
Wanneer de pedelec door minderjarigen wordt
gebruikt, moet een opvoeder de jeugdige grondig
instrueren.
2.5 Persoonlijke
beschermingsmiddelen
Draag ter bescherming een geschikte fietshelm,
stevige schoenen en lange, nauwsluitende
kleding.
2.6 Veiligheidsmarkeringen en
veiligheidsaanwijzingen
Op de typeplaat van pedelec en accu bevinden
zich onderstaande veiligheidsmarkeringen en
veiligheidsaanwijzingen:
Picto-
gram Toelichting
Algemene waarschuwing
Neem de gebruikshandleiding in acht
Tabel 4: Betekenis veiligheidsmarkeringen
Picto-
gram Toelichting
Gebruiksaanwijzing lezen
Gescheiden inzameling van
oude elektrische en
elektronische apparaten
Gescheiden inzameling van
batterijen en accu's
Niet in het vuur werpen
(verbranden verboden)
Openen van batterijen en accu's
verboden
Apparaat van
beschermingsklasse II
Uitsluitend geschikt voor
gebruik binnenshuis
Zekering (apparaatzekering)
EU-conformiteit
Recyclebaar materiaal
Beschermen tegen
temperaturen boven 50 °C en
invallend zonlicht
Tabel 5: Veiligheidsaanwijzingen
max. 50°C
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 13
Veiligheid
2.7 Gedrag in noodgevallen
2.7.1 Gevaarlijke situaties in het
wegverkeer
Rem bij alle gevaren in het wegverkeer de
pedelec met de rem af tot stilstand. De rem
dient daarbij als noodstop.
2.7.2 Vrijgekomen remvloeistof
Breng slachtoffers uit de gevarenzone en in de
frisse lucht.
Laat slachtoffers nooit zonder toezicht.
Verwijder onmiddellijk met remvloeistof
verontreinigde kleding.
Adem de dampen niet in. Zorg voor voldoende
ventilatie.
Draag ter bescherming handschoenen en een
veiligheidsbril.
Houd onbeschermde personen op afstand.
Houd rekening met gevaar door uitglijden door
vrijgekomen remvloeistof.
Houd vrijgekomen remvloeistof verwijderd
open vuur, hete oppervlakken en
ontstekingsbronnen.
Vermijd contact met huid en ogen.
Na inademen
Zorg voor ventilatie. Neem bij klachten
onmiddellijk contact op met een arts.
Na huidcontact
Was de betroffen huid met water en zeep en
spoel deze goed af. Verwijder verontreinigde
kleding. Neem bij klachten onmiddellijk contact
op met een arts.
Na oogcontact
Spoel de ogen ten minste 10 minuten met
geopende oogleden uit onder stromend water,
ook onder de oogleden. Neem bij oogcontact of
klachten onmiddellijk contact op met een arts.
Na inslikken
Spoel de mond uit met water. Wek nooit braken
op. Verstikkingsgevaar!
Leg een persoon die begint te braken en op de
rug ligt, in de stabiele zijligging. Neem
onmiddellijk contact op met een arts.
Milieubeschermingsmaatregelen
Laat remvloeistof nooit in het riool, waterlopen
of het grondwater terechtkomen.
Meld indringing in de bodem, verontreiniging
van waterlopen of het riool bij de
verantwoordelijke autoriteiten.
Neem bij klachten veroorzaakt door
verbrandingsgassen of vrijkomende
vloeistoffen onmiddellijk contact op met een
arts.
2.7.3 Vrijkomende accudampen
Bij beschadiging of onjuist gebruik van de accu
kunnen dampen vrijkomen. De dampen kunnen
leiden tot irritatie van de luchtwegen.
Zorg voor frisse lucht.
Neem bij klachten onmiddellijk contact op met
een arts.
Na oogcontact
Spoel het oog voorzichtig met veel water ten
minste 15 minuten. Bescherm het andere oog.
Neem onmiddellijk contact op met een arts.
Na huidcontact
Verwijder vaste delen onmiddellijk.
Spoel het betroffen gebied met veel water ten
minste 15 minuten. Dep daarna de betroffen
huid voorzichtig af. Nooit droogwrijven.
Trek verontreinigde kleding onmiddellijk uit.
Neem bij roodheid of klachten onmiddellijk
contact op met een arts.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 14
Veiligheid
2.7.4 Brand van de accu
Bij een beschadigde of defecte accu kan de
beveiligingselektronica uitvallen. De restspanning
kan kortsluiting veroorzaken. De accu kan
ontvlammen en exploderen.
1Houd afstand wanneer een accu vervormt of
begint te roken!
2Verwijder de stekker uit de contactdoos
wanneer de accu op dat moment wordt
geladen.
3Neem contact op met de brandweer.
Gebruik voor de brandbestrijding een
brandblusser van brandklasse D.
Blus een beschadigde accu niet met water en
laat deze nooit met water in contact komen.
Door inademing van dampen kan vergiftiging
optreden.
Ga aan die kant van het vuur staan waar de
wind vandaan komt.
Gebruik zo mogelijk adembescherming.
2.7.5 Vrijgekomen remvloeistof
Wanneer remvloeistof vrijkomt, moet het
remsysteem onmiddellijk worden gerepareerd.
Voer vrijkomende remvloeistof veilig voor het
milieu en conform de wettelijke voorschriften af.
Neem contact op met de dealer.
2.7.6 Vrijgekomen smeermiddelen en olie
uit de vork
Voer vrijkomende smeermiddelen en olie uit de
vork veilig voor het milieu en conform de wettelijke
voorschriften af.
Neem contact op met de dealer.
2.7.7 Vrijgekomen smeermiddelen en olie
uit de achterbouwdemper
Voer vrijkomende smeermiddelen en olie uit de
achterbouwdemper veilig voor het milieu en
conform de wettelijke voorschriften af.
Neem contact op met de dealer.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 15
Overzicht
3Overzicht
Afbeelding 2: Pedelec van rechts gezien, voorbeeld HERCULES Futura Fold Carbon I-10
1Voorwiel
2Vork
3 Voorspatbord met koplamp
4Stuur
5Voorbouw
6Frame
7 Zadelpen
8 Zadel
9 Bagagedrager
10 Achterlicht
11 Achterspatbord
12 Achterwiel
13 Ketting
14 Zijstandaard
15 Motor
16 Pedaal
17 Accu en typeplaat
1
2
3
4
567891011
12
13 14 15 16 17
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 16
Over deze gebruikshandleiding
3.1 Beschrijving
3.1.1 Wiel
Afbeelding 3: Zichtbare componenten van het wiel
1 Band
2Velg
3 Spaak
4 Spaaknippel
5 Naaf
6Ventiel
Het wiel bestaat uit een wiel, een binnenband met
ventiel en een buitenband.
3.1.1.1 Ventiel
Elk wiel heeft een ventiel. Het dient om de band te
vullen met lucht. Elk ventiel is voorzien van een
ventieldop. De aangebrachte ventieldop houdt het
ventiel vrij van stof en vuil.
De pedelec is voorzien van ofwel
een klassiek Blitzventiel,
een Frans ventiel (ook Sclaverand- of
Prestaventiel genoemd) of
een autoventiel.
3.1.2 Vering
3.1.2.1 Verende voorvork
Een verende voorvork verbetert het contact met de
ondergrond en het comfort door middel van twee
functies: de vering en de demping. Bij een pedelec
met vering wordt een schok, bv. door een op de weg
liggende steen, niet via de vork rechtstreeks naar het
lichaam van de berijder geleid, maar door het
veersysteem opgevangen. De verende voorvork
wordt daarbij samengedrukt.
Afbeelding 4: Pedelec zonder vering (1) en met vering (2)
Na het samendrukken keert de verende voorvork
terug naar de oorspronkelijke stand. Wanneer een
demper aanwezig is, remt deze de beweging af en
voorkomt zo, dat het veersysteem
ongecontroleerd terugveert en de vork op en neer
blijft schommelen. Dempers, die
samendrukbewegingen dempen, dus een
belasting op druk, worden drukdempers of
compressiedempers genoemd.
Dempers, die uittrekbewegingen dempen, dus
een belasting op trek, worden trekdempers of
rebounddempers genoemd.
Bij elke verende voorvork kan het samendrukken
worden geblokkeerd. Hierdoor gedraagt de verende
voorvork zich als een starre vork.
1
2
3
6
5
4
12
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 17
Over deze gebruikshandleiding
Negatieve veerweg
De negatieve veerweg (sag) is het percentage van
de totale veerweg dat door het gewicht van de
berijder inclusief uitrusting (bv. een rugzak), de
zitpositie en de framegeometrie wordt ingedrukt.
De sag treedt niet op door het rijden.
Bij een optimale afstelling veert de pedelec met
gecontroleerde snelheid uit. Het wiel blijft bij
oneffenheden in contact met de ondergrond
(blauwe lijn).
De kop van de voorvork, het stuur en de berijder
volgen bij het rijden over oneffenheden ongeveer
de ondergrond (groene lijn). De beweging van de
vering is voorspelbaar en gecontroleerd.
Afbeelding 5: Optimaal rijgedrag van de vork
Bij een optimale afstelling werkt de vork in
heuvelachtig terrein het inveren tegen, blijft deze
hoger in de veerweg en ondersteunt deze de
berijder om zijn snelheid bij het rijden in
heuvelachtige delen van het terrein vast te
houden.
Afbeelding 6: Optimaal rijgedrag van de vork in heuvelachtig terrein
Bij een optimale afstelling veert de vork bij het
raken van oneffenheden snel en ongehinderd in
en vangt deze de oneffenheid op. De tractie blijft
in stand (blauwe lijn).
De vork reageert snel op de schok. De kop van het
stuur en het stuur zelf gaan bij het opvangen van
de oneffenheid iets omhoog (groene lijn).
Afbeelding 7: Optimaal rijgedrag van de vork bij oneffenheden
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 18
Over deze gebruikshandleiding
3.1.2.2 Voorvork met stalen veer
De voorbouw en het stuur zijn bevestigd op de
vorkschacht. Het wiel is bevestigd op de as.
Afbeelding 8: Voorbeeld Suntour voorvork met stalen veer
3.1.3 Remsysteem
De pedelec is voorzien van een hydraulisch
remsysteem. In een gesloten slangenstelsel
bevindt zich remvloeistof. Wanneer de berijder
aan de remhendel trekt, wordt via de remvloeistof
de rem op het wiel geactiveerd.
De mechanische remmen dienen als
noodstopvoorziening en leiden tot een snelle en
veilige stop in noodgevallen.
3.1.3.1 Schijfrem
Afbeelding 9: Remsysteem met schijfrem, voorbeeld
1 Remschijf
2 Remzadel met remvoeringen
3Stuur met remhendel
4 Remschijf voorwiel
5 Remschijf achterwiel
Bij een pedelec met schijfrem is de remschijf vast
verbonden met de naaf van het wiel. Door te
trekken aan de remhendel wordt de remdruk
opgebouwd. Door middel van de remvloeistof
wordt de druk via de remleidingen naar de
cilinders op het remzadel geleid. De remkracht
wordt door middel van een overbrenging versterkt
en op de remvoeringen overgebracht. Deze
remmen de remschijf mechanisch af. Wanneer de
remhendel wordt ingeknepen, worden de
remvoeringen tegen de remschijf gedrukt en
wordt de beweging van het wiel afgeremd tot
stilstand.
1 Vorkschacht
2 Afstelwiel sag
3 Kroon
4 Vuilafstrijker
5Q-loc
6As
7 Uitvaleinde van de vork
8 Standbuis
9 Drukdemperafsteller
1
1
2
3
4
5
6
8
9
7
1
3
4
5
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 19
Overzicht
3.1.4 Elektrisch aandrijfsysteem
De pedelec kan met spierkracht worden
aangedreven door middel van de
kettingaandrijving. De kracht, die door het trappen
op de pedalen in de rijrichting wordt uitgeoefend,
drijft het voorste kettingwiel aan. Via de ketting
wordt de kracht overgedragen op het achterste
kettingwiel en vervolgens op het achterwiel.
Afbeelding 10: Schema mechanisch aandrijfsysteem
1 Rijrichting
2Ketting
3 Achterste kettingwiel
4 Voorste kettingwiel
5 Pedaal
Daarnaast beschikt de pedelec over een
geïntegreerd elektrisch aandrijfsysteem. Tot het
elektrische aandrijfsysteem behoren 5
componenten:
Afbeelding 11: Schema elektrisch aandrijfsysteem
1 Bediening
2 Trapasversnelling
3Motor
4Accu
5 een oplader, op accu afgestemd.
3.1.5 Motor
Afbeelding 12: Motor
Zodra de benodigde spierkracht van de berijder
tijdens het trappen een bepaald niveau overstijgt,
schakelt de motor licht bij en ondersteunt deze de
trapbeweging van de berijder. De motorkracht is
afgestemd op het ingestelde
ondersteuningsniveau. Het door het systeem
geleverde vermogen wordt bepaald door de
instellingen voor de trapondersteuning op de
bediening.
De pedelec beschikt niet over een aparte
noodstop- of nood-uit-knop. De motor schakelt
automatisch uit zodra de berijder niet meer op de
pedalen trapt, de temperatuur buiten het
toegestane bereik ligt, er sprake is van
overbelasting of de uitschakelsnelheid van 25 km/
h wordt bereikt.
Wanneer u weer op de pedalen trapt en de
snelheid minder bedraagt dan 25 km/h, schakelt
het systeem weer in.
Er kan een duwondersteuning worden
geactiveerd. De snelheid is daarbij afhankelijk van
de ingeschakelde versnelling. De berijder remt de
pedelec af naar zijn eigen snelheid door de
pedelec tegen te houden.
1
2
543
1
234
1
2
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 20
Overzicht
3.1.6 Accu
Afbeelding 13: Accu, aanzicht zijde laadaansluiting
1 Laadaansluiting
2 Aan/uit-toets
3 Laadtoestand (accu)
De lithium-ion-accu is voorzien van een
ingebouwde beschermingsregeling. Deze is
afgestemd op de oplader en de motor van de
pedelec. De temperatuur van de accu wordt
continu bewaakt. De accu is beveiligd tegen
diepontlading, overbelading, oververhitting en
kortsluiting. Zo nodig schakelt de accu
automatisch uit door middel van een
beveiligingsschakeling. Wanneer de pedelec
gedurende 10 uur niet meer is bewogen en er ook
niet op toetsen op de bediening is gedrukt of de
laadtoestand van de accu minder bedraagt dan
30%, de pedelec 3 uur niet meer is bewogen en er
ook niet op toetsen op de bediening is gedrukt
schakelen het elektrische aandrijfsysteem en de
accu automatisch uit om energie te besparen.
De levensduur van de accu kan worden verlengd
door een goede omgang, met name door deze bij
de juiste temperatuur op te slaan. Ook bij een
goede omgang neemt de laadcapaciteit van de
accu echter na verloop van tijd af. Een
aanmerkelijk kortere gebruiksduur na het opladen
is een teken dat de accu het einde van zijn
levensduur nadert.
Bij het inschakelen van de accu toont de
laadtoestandweergave de startanimatie. Daarna
geven de LED's kort de laadtoestand van de accu
aan.
Bij het inschakelen van de accu kan de
laadtoestand met een korte druk op de aan/uit-
toets worden opgevraagd.
3.1.7 Bediening
Afbeelding 14: Overzicht opbouw en bediening
1
23
Transporttemperatuur C - 2C
Optimale transporttemperatuur 10 °C - 15 °C
Opslagtemperatuur C - 2C
Optimale opslagtemperatuur 10 °C - 15 °C
Omgevingstemperatuur laden 10 °C - 30 °C
Tabel 6: Technische gegevens accu
Naam
1 Weergavebalk
2 Bovenste toets
3 Middelste toets
4 Onderste toets
5 Uitbreidingsaansluiting
6 Weergave laadtoestand resp. trapondersteuning
7 Statusscherm
Tabel 7: Overzicht bediening
1
2
3
4
5
7
6
6
6
6
6
6
6
6
6
6
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 21
Overzicht
3.2 Oplader
De lithium-ion-accu is voorzien van een
ingebouwde beschermingsregeling. Deze is
afgestemd op de oplader. Om die reden mag de
pedelec uitsluitend worden opgeladen met de
meegeleverde oplader.
Afbeelding 15: Detail oplader
1 Netstekker
2 LED-weergave oplader
3 Netadapterconnector
4 Aansluitkabel
5 Stroomaansluiting
Nominale ingangsspanning 100 ... 240 V AC
Frequentie 50 ... 60 Hz
Uitgangsspanning 42 V DC
Laadstroom 2 A
Bedrijfstemperatuur -20 ... +60 °C
Opslagtemperatuur -20 ... +60 °C
Beschermingsgraad IP 54
Gewicht, ca. 0,6 kg
Tabel 8: Technische gegevens oplader
2
3
1
4
5
1
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 22
Overzicht
3.3 Bedoeld gebruik
De pedelec mag uitsluitend in correcte functionele
toestand worden gebruikt. Per land kunnen van de
standaarduitvoering afwijkende eisen aan de
pedelec worden gesteld. Voor deelname aan het
verkeer gelden deels bijzondere voorschriften met
betrekking tot de rijverlichting, de reflectoren en
andere onderdelen.
De algemene wetgeving en voorschriften ter
voorkoming van ongevallen en ter bescherming
van het milieu van het betreffende gebruiksland
moeten in acht worden genomen. Alle instructies
en checklists in deze gebruikshandleiding moeten
worden aangehouden. Montage van
goedgekeurde accessoires door een vakman is
toegestaan.
De accu's zijn uitsluitend bedoeld voor voeding
van de pedelecmotor en mogen niet voor andere
doeleinden worden gebruikt.
Aan elke pedelec is een bepaald type pedelec
toegekend waaruit het bedoelde gebruik, de
functie en het toepassingsgebied volgt.
Stads- en toerfiets Kinderfiets/
jeugdfiets Mountainbikes Racefiets Transportfiets Vouwfiets
Stads- en toerfietsen
zijn bedoeld voor
dagelijks, comfortabel
gebruik. Ze zijn
geschikt voor deel-
name aan het open-
bare verkeer.
Deze gebruikshand-
leiding moet voor
ingebruikname door
de opvoeder van de
minderjarige berijder
worden gelezen en
begrepen.
De inhoud van deze
gebruikshandleiding
moet, op een bij de
leeftijd passende
wijze, aan de berijder
worden overgedra-
gen.
Kinder- en jeugdfiet-
sen zijn geschikt voor
deelname aan het
verkeer. Om orthope-
dische redenen moet
de grootte van de
pedelec regelmatig
worden gecontro-
leerd.
Ten minste elke drie
maanden moet wor-
den gecontroleerd of
nog aan het de toege-
stane totaalgewicht is
voldaan.
Mountainbikes zijn
bedoeld voor sportief
gebruik. Construc-
tieve kenmerken zijn
een korte wielbasis,
een naar voren ver-
schoven zitpositie en
remmen met geringe
bedienkracht.
De mountainbike is
sportuitrusting, die
naast lichamelijke fit-
heid een gewen-
ningsfase vereist. Het
gebruik moet getraind
worden; in het bijzon-
der moet worden
geoefend in het
maken van bochten
en het remmen.
De belasting op de
berijder, in het bijzon-
der op handen en pol-
sen, armen,
schouders, nek en
rug is aanmerkelijk
groter. Een ongeoe-
fende berijder neigt
gemakkelijk tot te
hard remmen, wat
leidt tot verlies van
controle.
De racefiets is
bedoeld voor snel rij-
den op wegen met
een goed, onbescha-
digd wegoppervlak.
De racefiets is spor-
tuitrusting en geen
verkeersmiddel. De
racefiets onder-
scheidt zich door zijn
lichte uitvoering en
door minder voor het
fietsen benodigde
onderdelen.
De framegeometrie
en de positie van de
bedieningselemen-
ten zijn bedoeld om
met hoge snelheden
te kunnen rijden.
Door de framecon-
structie is oefening
vereist voor het veilig
op- en afstappen, het
langzaam rijden en
het remmen.
De zitpositie is spor-
tief. De belasting op
de berijder, in het bij-
zonder op handen en
polsen, armen,
schouders, nek en
rug is aanmerkelijk
groter. Deze zitpositie
vereist lichamelijke
fitheid.
De transportfiets is
geschikt voor het
dagelijks transporte-
ren van lasten in het
openbare wegver-
keer.
Het transporteren van
lasten vereist handig-
heid en lichamelijke
fitheid om het extra
gewicht in balans te
houden. De wisse-
lende beladingstoe-
standen en
gewichtsverdelingen
vereisen oefening en
handigheid bij het
remmen en het rijden
door bochten.
De lengte en breedte
en de draaicirkel ver-
eisen een relatief
lange gewennings-
fase. Het besturen
van een transport-
fiets vereist anticipe-
rend rijden. Dat geldt
voor het wegverkeer
en voor de toestand
van de weg.
De vouwfiets is
geschikt voor deel-
name aan het open-
bare verkeer.
De vouwfiets kan
worden samengevou-
wen en daarmee
geschikt voor ruimte-
besparend transport,
bijvoorbeeld in het
openbaar vervoer of
een personenauto.
De vouwbaarheid van
de vouwfiets vereist
het gebruik van kleine
wielen en lange rem-
leidingen en bowden-
kabels. Onder
verhoogde belasting
moet daarom reke-
ning worden gehou-
den met een
verminderde rijstabili-
teit en remwerking,
verminderd comfort
en verminderde han-
teerbaarheid.
Tabel 9: Bedoeld gebruik voor elk type pedelec
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 23
Overzicht
3.4 Niet-bedoeld gebruik
Niet in acht nemen van het bedoelde gebruik leidt
tot gevaar voor persoonlijk letsel en materiële
schade. Dit gebruik is voor de pedelec verboden:
manipulaties aan het elektrische aandrijfsysteem,
rijden met een beschadigde of incomplete
pedelec,
rijden op trappen,
rijden door diep water,
laden met een verkeerde oplader,
verhuren van de pedelec aan niet-geïnstrueerde
berijders,
meenemen van andere personen,
rijden met overmatige bagage,
rijden met losse handen,
rijden op ijs en sneeuw,
ondeskundig onderhoud,
ondeskundige reparatie,
zware gebruiksomstandigheden zoals
beroepsmatig gebruik, en
stunts en sprongen.
3.5 Privacyverklaring
Bij het aansluiten van de pedelec op de BOSCH
Diagnostic Tool worden gegevens over het
gebruik van de accu (temperatuur, celspanning,
enz.) doorgestuurd naar BOSCH eBike Systems
(Robert Bosch GmbH). Nadere informatie vindt u
op de website van BOSCH: www.bosch-
ebike.com.
3.5.1 Hoogste toegestane totaalgewicht
De pedelec mag slechts tot aan de grens van het
hoogste toegestane totaalgewicht (resp. de
toegestane maximum massa, TMM) worden
belast. Het hoogste toegestane totaalgewicht is
het gewicht van de volledig samengebouwde
pedelec plus berijder plus bagage.
Stads- en toerfiets Kinderfiets/
jeugdfiets Mountainbikes Racefiets Transportfiets Vouwfiets
Stads- en toerfietsen
zijn geen sportfiet-
sen. Bij sportief
gebruik moet reke-
ning worden gehou-
den met verminderde
rijstabiliteit en vermin-
derd comfort.
Kinder- en jeugdfiet-
sen zijn geen speel-
goed.
Mountainbikes moe-
ten voor deelname
aan het verkeer
overeenkomstig de
nationale wet- en
regelgeving alsnog
worden voorzien
van verlichting, een
bel, enz.
Racefietsen moeten
voor deelname aan
het verkeer overeen-
komstig de nationale
wet- en regelgeving
alsnog worden voor-
zien van verlichting,
een bel, enz.
De transportfiets is
geen toer- of sport-
fiets.
De vouwfiets is geen
sportfiets.
Tabel 10: Aanwijzingen met betrekking tot niet-bedoeld gebruik
Typenummer Model TTM
[kg]
21-Y-0001 Futura Fold Carbon I-10 135
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 24
Overzicht
3.6 Technische gegevens
3.6.1 Pedelec
Motor
Trapasversnelling
Accu
Bediening
Oplader
Transporttemperatuur -15 ... +60 °C
Opslagtemperatuur -15 ... +60 °C
Ontlaadtemperatuur -15 ... +60 °C
Bedrijfstemperatuur -0 ... +45 °C
Ontlaadtemperatuur -15 ... +60 °C
Laadtemperatuur 0 ... +45 °C
Temperatuur werkplek 15 °C - 25 °C
Afgegeven vermogen/systeem 250 W (0,25 kW)
Uitschakelsnelheid 25 km/h
Gewicht van de rijklare pedelec zie typeplaat
Tabel 11: Technische gegevens pedelec
Nominaal continuvermogen 250 W
Max. vermogen 400 W
Koppel op de ketting, max. 60 Nm
Nominale spanning 36 V
Bedrijfstemperatuur -20 ... +60 °C
Opslagtemperatuur -20 ... +60 °C
Beschermingsgraad IP 54
Gewicht, ca. 2kg
Tabel 12: Technische gegevens motor Fazua
Ondersteuningsmoment, max. 60 Nm
Q-factor, min. 135 (zonder crankarm)
Bedrijfstemperatuur -20 ... +60 °C
Opslagtemperatuur -20 ... +60 °C
Beschermingsgraad IP 54
Kettinglijn 49, 52 mm
Gewicht, ca. 1,3 kg
Tabel 13: Technische gegevens trapasversnelling
Type Lithium-ion-accu
Nominale spanning 36 V
Nominale capaciteit 7Ah
Vermogen 252 Wh
Bedrijfstemperatuur -20 ... +60 °C
Opslagtemperatuur -20 ... +60 °C
Ontlaadtemperatuur -20 ... +60 °C
Laadtemperatuur 0 ... +45 °C
Beschermingsgraad IP 54
Gewicht, ca. 1,4 kg
Tabel 14: Technische gegevens accu
Bedrijfstemperatuur -20 ... +60 °C
Opslagtemperatuur -20 ... +60 °C
Beschermingsgraad
(bij gesloten USB-klepje)
IP 54
Gewicht, ca. 0,075 kg
Tabel 15: Technische gegevens bediening
Nominale ingangsspanning 100 ... 240 V AC
Frequentie 50 ... 60 Hz
Uitgangsspanning 42 V DC
Laadstroom 2 A
Bedrijfstemperatuur -20 ... +60 °C
Opslagtemperatuur -20 ... +60 °C
Beschermingsgraad IP 54
Gewicht, ca. 0,6 kg
Tabel 16: Technische gegevens oplader
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 25
Overzicht
3.6.2 Emissies
*Aan de beschermingseisen conform de EMC-richtlijn
2014/30/EU is voldaan. De pedelec en de oplader kunnen
zonder beperkingen in een woonomgeving worden gebruikt.
3.6.3 Aanhaalmoment
*voor zover op het onderdeel geen andere gegevens staan
vermeld
A-gewogen geluidsemissiedruk < 70 dB(A)
Totale waarde van de trillingen waaraan
het hand-armstelsel wordt blootgesteld <2,5m/s²
Maximale kwadratische gemiddelde
waarde van de frequentiegewogen
versnelling waaraan het gehele lichaam
wordt blootgesteld
<0,5m/s²
Tabel 17: Emissies door de pedelec*
Aanhaalmoment asmoer 35 Nm - 40 Nm
Maximaal aanhaalmoment
klemschroeven stuur* 5Nm - 7Nm
Tabel 18: Aanhaalmomenten
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 26
Overzicht
3.7 Beschrijving van besturing en
weergaven
3.7.1 Stuur
Afbeelding 16: Detailaanzicht pedelec vanuit
berijderpositie gezien, voorbeeld
1 Remhendel achter
2 Remhendel voor
3 Bediening
4 Vorkblokkering op de verende voorvork
5 Schakelhendel
3.7.2 Accu
Afbeelding 17: Accu, aanzicht zijde laadaansluiting
1 Laadaansluiting
2 Aan/uit-toets
3 Laadtoestand (accu)
Bij het inschakelen van de accu toont de
laadtoestand de startanimatie. Daarna geven de
LED's kort de laadtoestandweergave van de accu
aan. De vijf groene LED's van de
laadtoestandweergave geven bij ingeschakelde
accu de laadtoestand van de accu aan. Daarbij
komt elke LED ongeveer overeen met 20% van de
laadcapaciteit. Wanneer de accu is ontladen, licht
de laatste LED periodiek op.
De laadtoestand van de accu wordt tevens
weergegeven op de bediening.
3.7.3 Weergaven bediening
3.7.4 Bediening
Afbeelding 18: Overzicht opbouw en
bedieningselementen
De bediening stuurt door middel van drie toetsen
het aandrijfsysteem aan en toont ofwel de
laadtoestand van de accu of de geselecteerde
trapondersteuning.
De accu van de pedelec voedt dat de bediening
wanneer er een voldoende opgeladen accu op de
pedelec is gemonteerd en het aandrijfsysteem is
ingeschakeld.
3.7.4.1 Weergavebalk
De weergavebalk van de bediening bestaat uit
11 LED's. De bovenste LED dient als
statusweergave, die u informeert over de status
van uw eBike. De resterende 10 LED's dienen als
weergave voor de laadtoestand en de
trapondersteuning.
1
2
34
5
1
23
Naam
1 Weergavebalk
2 Bovenste toets
3 Middelste toets
4 Onderste toets
5 Uitbreidingsaansluiting
6 Weergave laadtoestand resp. trapondersteuning
7 Statusscherm
Tabel 19: Overzicht bedieningselement
Bedrijfstemperatuur -20 ... +60 °C
Opslagtemperatuur -20 ... +60 °C
Beschermingsgraad
(bij gesloten USB-klepje)
IP 54
Gewicht, ca. 0,075 kg
Tabel 20: Technische gegevens display
1
2
3
4
5
7
6
6
6
6
6
6
6
6
6
6
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 27
Overzicht
Statusscherm
De statusweergave toont een statusverandering
of een actieve storing. De statusweergave brandt
niet als er geen storing wordt gedetecteerd.
De verschillende kleuren van de statusweergave
hebben de volgende betekenis:
3.7.4.2 Ondersteuningsniveau
Met de bediening kunt u het gewenste
ondersteuningsniveau instellen. De
trapondersteuning kan op elk moment worden
gewijzigd.
Hoe hoger het ondersteuningsniveau wordt
geselecteerd, hoe meer het aandrijfsysteem de
berijder ondersteunt bij het trappen. De volgende
ondersteuningsniveaus zijn beschikbaar.
De volgende ondersteuningsniveaus zijn
mogelijk:
Resterend bereik
Zowel voorafgaand aan als tijdens een rit kan
geen nauwkeurige voorspelling worden gedaan
over het resterende bereik van uw systeem.
Meerdere factoren kunnen het bereik van uw
pedelec beïnvloeden, zoals bv.
ondersteuningsniveau, snelheid, schakelgedrag,
type banden en bandenspanning, route- en
weersomstandigheden, gewicht van berijder en
pedelec en de toestand resp. de leeftijd van de
accu.
Kleur Betekenis
groen
De statusweergave licht na correcte montage van
de aandrijfeenheid op de pedelec kort groen op. Zo
krijgt u een visueel signaal dat het systeem kan
worden ingeschakeld.
geel
De statusweergave brandt bij het optreden van een
"soft fault" kort geel op. Dat betekent, dat er sprake
is van een tijdelijke of niet-kritische storing, die in
de meeste gevallen leidt tot vermogensverlies. Bij
een "soft fault" kunt u met de pedelec blijven rijden.
Dat wordt echter niet aanbevolen.
rood
De statusweergave licht bij het optreden van een
"hard fault" rood op. Bij het optreden van een "hard
fault" kan de pedelec niet meer worden bediend en
moet deze onderhoud ondergaan.
Tabel 21: Betekenis kleuren statusweergave
Ondersteunings-
niveau Gebruik
GEEN De ondersteuning door de motor is
gedeactiveerd. De pedelec kan
worden gebruikt als een gewone fiets.
BREEZE Geringe, maar effectieve
ondersteuning voor een maximaal
bereik.
RIVER Betrouwbare ondersteuning voor de
meeste situaties.
ROCKET Maximale ondersteuning voor
veeleisende ritten.
Tabel 22: Overzicht ondersteuningsniveaus
Ondersteunings-
niveau Kleur
Max. onder-
steunings-
factor
Max.
vermogen
GEEN WIT 0% 0 W
BREEZE GROEN 75% 125 W
RIVER BLAUW 150% 250 W
ROCKET ROZE 240% 400 W
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 28
Overzicht
3.8 Omgevingseisen
De pedelec mag worden gebruikt binnen een
temperatuurbereik van 5 °C - 35 °C. Buiten dit
temperatuurbereik is de capaciteit van het
elektrische aandrijfsysteem beperkt.
Bij wintergebruik (in het bijzonder onder 0 °C)
adviseren wij de bij kamertemperatuur opgeladen
en opgeslagen accu pas kort voor vertrek op de
pedelec aan te brengen. Bij lange ritten in de kou
is het aan te bevelen een thermische bescherming
te gebruiken.
Temperaturen onder -10 °C en boven +40 °C
moeten worden vermeden.
Daarnaast moeten de volgende temperaturen
worden aangehouden.
Op de typeplaat bevinden zich pictogrammen voor
het toepassingsgebied van de pedelec.
Controleer voor het eerste gebruik op welke
wegen u mag rijden.
Optimale temperatuur gebruik 22 °C - 26 °C
Tabel 23: Optimale temperaturen
Transporttemperatuur 10 °C - 40 °C
Opslagtemperatuur 10 °C - 40 °C
Temperatuur werkplek 15 °C - 25 °C
Temperatuur laden 10 °C - 40 °C
Tabel 24: Technische gegevens pedelec
Toepassings-
gebied Stads- en toerfiets Kinderfiets/
jeugdfiets Mountainbikes Racefiets Transportfiets Vouwfiets
Geschikt voor
geasfalteerde en
verharde wegen.
Geschikt voor
geasfalteerde en
verharde wegen.
Geschikt voor
geasfalteerde en
verharde wegen.
Geschikt voor
geasfalteerde en
verharde wegen.
Geschikt voor
geasfalteerde en
verharde wegen.
Geschikt voor
geasfalteerde
wegen, fietspaden
en goed verharde
steenslagwegen,
voor wat langere
routes met een
matige stijging en
voor sprongen tot
15 cm.
Geschikt voor
geasfalteerde
wegen, fietspaden
en goed verharde
steenslagwegen,
voor wat langere
routes met een
matige stijging en
voor sprongen tot
15 cm.
Geschikt voor
geasfalteerde
wegen, fietspaden
en goed verharde
steenslagwegen,
voor wat langere
routes met een
matige stijging en
voor sprongen tot
15 cm.
Geschikt voor
geasfalteerde
wegen, fietspaden
en goed verharde
steenslagwegen,
voor wat langere
routes met een
matige stijging en
voor sprongen tot
15 cm.
Geschikt voor
geasfalteerde
wegen, fietspaden
en lichte tot
veeleisende
terreinroutes, voor
routes met een
matige stijging en
voor sprongen tot
61 cm.
Geschikt voor
geasfalteerde
wegen, fietspaden
en lichte tot
veeleisende
terreinroutes, voor
beperkt downhill-
gebruik en voor
sprongen tot
122 cm.
Tabel 25: Toepassingsgebied
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 29
Overzicht
De pedelec is niet geschikt voor de volgende toepassingsgebieden:
Toepassings-
gebied Stads- en toerfiets Kinderfiets/
jeugdfiets Mountainbikes Racefiets Transportfiets Vouwfiets
Rijd nooit buiten
verharde wegen en
voer nooit sprongen
uit.
Rijd nooit buiten
verharde wegen en
voer nooit sprongen
uit.
Rijd nooit buiten
verharde wegen en
voer nooit sprongen
uit.
Rijd nooit buiten
verharde wegen en
voer nooit sprongen
uit.
Rijd nooit buiten
verharde wegen en
voer nooit sprongen
uit.
Rijd nooit buiten
verharde wegen en
voer nooit sprongen
uit van meer dan
15 cm.
Rijd nooit buiten
verharde wegen en
voer nooit sprongen
uit van meer dan
15 cm.
Rijd nooit buiten
verharde wegen en
voer nooit sprongen
uit van meer dan
15 cm.
Rijd nooit buiten
verharde wegen en
voer nooit sprongen
uit van meer dan
15 cm.
Rijd nooit downhill
en voer nooit
sprongen uit van
meer dan 61 cm.
Rijd nooit over zeer
zware terreinroutes
en voer nooit
sprongen uit van
meer dan 122 cm.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 30
Transport en opslag
4 Transport en opslag
4.1 Fysieke transporteigenschappen
Gewicht en afmetingen bij transport
*Gewicht van het voertuig zonder accu. Het totaalgewicht van
het voertuig is afhankelijk van de aangebrachte accu.
4.1.1 Voorziene handgrepen/hijspunten
De doos is niet voorzien van handgrepen.
Typenummer
Frame
Afmeting
doos
[cm]
Gewicht
[kg]
Transportgewicht
[kg]
21-Y-0001
57 n.n.b. n.n.b. n.n.b.
61 n.n.b. n.n.b. n.n.b.
65 n.n.b. n.n.b. n.n.b.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 31
Transport en opslag
4.2 Transport
4.2.1 Transportbeveiliging rem gebruiken
Geldt uitsluitend voor pedelecs met
schijfremmen
Steek de transportbeveiligingen tussen de
remvoeringen.
De transportbeveiliging klemt tussen de beide
remvoeringen en voorkomt onbedoeld continu
remmen waardoor de remvloeistof kan
vrijkomen.
Afbeelding 19: Transportbeveiliging bevestigen
4.2.2 Pedelec transporteren
Fietsdragersystemen waarbij de pedelec
ondersteboven op het stuur of frame wordt
vastgezet, oefenen tijdens het transport
ontoelaatbare krachten uit op de onderdelen.
Hierdoor kan een breuk optreden in dragende
delen.
Gebruik nooit fietsdragersystemen waarbij de
pedelec ondersteboven op het stuur of het
frame wordt vastgezet. De dealer dient u graag
van advies bij een juiste keuze en een veilig
gebruik van een passend dragersysteem.
Neem bij transport het gewicht van de rijklare
pedelec in acht.
Bescherm de elektrische componenten en
aansluitingen van de pedelec met passende
hoezen tegen weersinvloeden.
Transporteer de accu op een droge, schone en
tegen invallend zonlicht beschermde plek.
4.2.3 Pedelec verzenden
Voor verzending van de pedelec wordt
aanbevolen de dealer opdracht te geven deze
op de juiste manier te verpakken.
4.2.4 Accu transporteren
Accu's vallen onder de voorschriften voor
gevaarlijke stoffen. Particulieren mogen
onbeschadigde accu's over de weg vervoeren.
Bij beroepstransport moeten de voorschriften
worden aangehouden voor verpakking,
etikettering en vervoer van gevaarlijke stoffen.
Open contacten moeten zijn afgedekt en de accu
moet goed zijn verpakt.
4.2.5 Accu verzenden
De accu valt onder de gevaarlijke stoffen en mag
uitsluitend door opgeleid personeel worden
verpakt en verzonden. Neem contact op met uw
dealer.
Vallen bij onbedoelde activering
Bij onbedoelde activering van het
aandrijfsysteem bestaat gevaar voor letsel.
Verwijder de accu.
Olieverlies bij ontbrekende transportbeveiliging
De transportbeveiliging van de rem voorkomt dat
de rem tijdens transport/ verzending onbedoeld
wordt bediend. Hierdoor kan onherstelbare
schade aan het remsysteem optreden of
olieverlies, wat tot milieuschade kan leiden.
Trek nooit aan de remhendel bij een
gedemonteerd wiel.
Gebruik bij transport/ verzending altijd de
transportbeveiliging.
VOORZICHTIG
!
VOORZICHTIG
!
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 32
Transport en opslag
4.3 Opslag
Sla pedelec, accu en oplader droog, schoon en
beschermd tegen invallend zonlicht op. Sla
deze, om de levensduur te verlengen, niet
buitenshuis op.
Temperaturen onder -10 °C en boven +40 °C
moeten worden vermeden.
Opslag bij een temperatuur van ca. 20 °C is
gunstig voor een lange levensduur van de accu.
Sla pedelec, display, accu en oplader gescheiden
op.
4.3.1 Onderbreking van het gebruik
Wordt de pedelec tot maximaal vier weken niet
gebruikt, verwijder dan het display uit de
houder. Bewaar het display in een droge
omgeving bij kamertemperatuur.
Wordt de pedelec langer dan vier weken buiten
gebruik gesteld, moet deze op de onderbreking
van het gebruik worden voorbereid.
4.3.1.1 Onderbreking van het gebruik
voorbereiden
Verwijder de accu van de pedelec.
Laad de accu ca. 30% - 60% op.
Maak de pedelec schoon met een vochtige doek
en conserveer deze met wasspray. Spuit nooit
was op de remvlakken van de rem.
Voor langere stilstandperioden is het aan te
bevelen een inspectie, grondige reiniging en
conservering te laten uitvoeren door de dealer.
4.3.1.2 Onderbreking van het gebruik
uitvoeren
1Sla pedelec, accu en oplader op in een droge en
schone omgeving. Wij adviseren opslag in een
onbewoonde ruimte voorzien van een
rookmelder. Geschikt zijn droge ruimten met een
omgevingstemperatuur van ca. 10 °C - 20 °C.
2Laad het display elke 3 maanden gedurende
ten minste 1 uur op.
3Controleer na 6 maanden de laadtoestand van
de accu. Laad de accu weer ca. 30% – 60% op
wanneer nog slechts één LED van de
laadtoestandweergave brandt.
Optimale opslagtemperatuur pedelec 10 °C -20 °C
Tabel 26: Opslagtemperatuur voor accu's en de pedelec
Aanwijzing
Wanneer de accu een periode niet wordt gebruikt
treedt ontlading op. Hierdoor kan de accu schade
oplopen.
Laad de accu elke 6 maanden op.
Wanneer de accu continu op de oplader wordt
aangesloten, kan de accu schade oplopen.
Sluit de accu nooit continu aan op de oplader.
Wanneer de displayaccu een periode niet wordt
gebruikt treedt ontlading op. Hierdoor kan deze
onherstelbare schade oplopen.
Laad de displayaccu elke 3 maanden
gedurende ten minste 1 uur op.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 33
Montage
5 Montage
Voer montagewerkzaamheden aan de pedelec
uit in een schone en droge omgeving.
De temperatuur op de werkplek moet
15 °C - 25 °C bedragen.
De gebruikte montagestandaard moet zijn
goedgekeurd voor een gewicht van 30 kg.
5.1 Vereist gereedschap
Om de pedelec op te bouwen is dit gereedschap
vereist:
5.2 Uitpakken
Het verpakkingsmateriaal bestaat hoofdzakelijk
uit karton en kunststof folie.
Voer de verpakking af conform de lokale
voorschriften.
5.2.1 Levering
De pedelec is voor testdoeleinden in de fabriek
eerst volledig gemonteerd en vervolgens voor het
transport weer gedeeltelijk gedemonteerd.
De pedelec is voor 95 - 98% voorgemonteerd. Tot
de levering behoort:
de voorgemonteerde pedelec,
het voorwiel,
de pedalen,
de snelspanners (optioneel),
de oplader, en
•de gebruikshandleiding.
De accu wordt apart van de pedelec geleverd.
5.3 Accu voorbereiden
5.3.1 Accu controleren
De accu moet worden gecontroleerd voordat deze
de eerste keer wordt opgeladen.
1Druk op de aan/uit-toets (accu).
Wanneer geen enkele LED van de laadtoe-
standweergave gaat branden, is de accu
mogelijk beschadigd.
Wanneer ten minste één, maar niet alle LED's
van de laadtoestandweergave gaan branden,
kan de accu volledig worden opgeladen.
5.4 In gebruik nemen
Omdat de eerste ingebruikname van de pedelec
speciaal gereedschap en bijzondere vakkennis
vereist, mag dit uitsluitend worden uitgevoerd
door opgeleid personeel.
Gevaar voor oogletsel
Wanneer afstellingen van onderdelen niet correct
worden uitgevoerd, kunnen er problemen
optreden die onder bepaalde omstandigheden tot
ernstig letsel kunnen leiden.
Draag altijd een veiligheidsbril ter
bescherming van uw ogen bij de montage.
Val- en beknellingsgevaar bij onbedoelde
activering
Bij onbedoelde activering van het
aandrijfsysteem bestaat gevaar voor letsel.
Verwijder de accu.
•mes,
inbussleutels (2,5 mm, 3 mm 4 mm, 5 mm, 6 mm
en 8 mm),
momentsleutel met een werkbereik van
5 tot 40 Nm,
ratel,
Torx-sleutel T25,
ringsleutels (8 mm, 9 mm, 10 mm) 13 mm,
14 mm en 15 mm), en
kruiskop- en sleufschroevendraaiers.
T25 TORX®-sleutel l
WAARSCHUWING
!
VOORZICHTIG
!
Verbranding door een hete aandrijving
Tijdens het gebruik kan de koeler van de
aandrijving zeer heet worden. Bij contact kan
verbranding optreden.
Laat voorafgaand aan de montage de
aandrijfeenheid afkoelen.
VOORZICHTIG
!
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 34
Montage
In de praktijk wordt een onverkochte pedelec vaak
spontaan voor een proefrit aan klanten
meegegeven zodra deze er rijklaar uitziet.
Daarom is het zinvol elke pedelec na opbouw
direct in de volledig gebruiksklare toestand te
brengen.
In het montageprotocol (zie paragraaf 11.2)
staan alle voor de veiligheid relevante
inspecties, testen en
onderhoudswerkzaamheden beschreven. Om
de pedelec rijklaar te maken, moeten alle
montagewerkzaamheden worden uitgevoerd.
Vul ter kwaliteitsborging een montageprotocol
in.
5.4.1 Voorbouw en stuur controleren
5.4.1.1 Verbindingen controleren
1Ga voor de pedelec staan om te controleren of
stuur, voorbouw en vorkschacht stevig met
elkaar zijn verbonden. Klem het voorwiel
tussen uw benen. Pak de handvatten van het
stuur vast.
2Probeer het stuur ten opzichte van het voorwiel
te verdraaien.
De voorbouw mag niet verschuiven of
verdraaien.
5.4.1.2 Goede bevestiging
1Steun, met gesloten snelspanhendel, met uw
volledige lichaamsgewicht op het stuur om te
controleren of de voorbouw goed vast zit.
De stuurschacht mag niet omlaag schuiven in
de vorkschacht.
2Wanneer de stuurschacht ten opzichte van de
vorkschacht kan bewegen, moet de
hendelspanning van de snelspanner worden
verhoogd. Draai daarvoor de kartelmoer met
geopende snelspanhendel iets rechtsom.
3Sluit de hendel en controleer opnieuw de
bevestiging van de voorbouw.
5.4.1.3 Lagerspeling controleren
1Sluit de snelspanhendel van de voorbouw om
de lagerspeling van het stuurlager te
controleren.
2Leg de vingers van één hand om de bovenste
stuurlagerschaal. Knijp met de andere hand de
voorwielrem in en probeer de pedelec naar
voren en achteren te duwen.
3De beide schaalhelften van het lager mogen
hierbij niet ten opzichte van elkaar
verschuiven. Houd er hierbij rekening mee, dat
bij een verende voorvork met schijfrem een
eventueel merkbare speling ook kan komen
door uitgesleten lagerbussen of speling in de
remvoering.
4Wanneer sprake is van speling in het
stuurlager, moet dit zo snel mogelijk worden
afgesteld omdat anders het lager schade kan
oplopen. Deze afstelling moet worden
uitgevoerd conform het handboek van de
voorbouw.
5.5 Verkoop van de pedelec
Vul de pedelecpas in op de omslag van de
gebruikshandleiding.
Noteer merk en nummer van de accusleutel.
Pas de pedelec aan aan de berijder, zie
hoofdstuk 6.6.
Stel de standaard en de schakelhendel af.
Instrueer de eigenaar of berijder in alle functies
van de pedelec.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 35
Gebruik
6Gebruik
6.1 Gevaren en risico's
Letsel of de dood door andere weggebruikers
Andere weggebruikers, zoals bussen,
vrachtwagens, personenauto's en voetgangers
onderschatten vaak de snelheid van pedelecs. Ook
worden pedelecs in het wegverkeer vaak over het
hoofd gezien. Een ongeval met ernstig resp.
dodelijk letsel kan het gevolg zijn.
Draag opvallende, reflecterende kleding en
een fietshelm.
Rijd altijd defensief.
Let op de dode hoek van afslaande
voertuigen. Minder uit voorzorg vaart bij
rechtsafslaand verkeer.
Letsel of de dood door fouten tijdens het
rijden
Een pedelec is geen fiets. Fouten tijdens het rijden
en onderschatting van de eigen snelheid leiden snel
tot gevaarlijke situaties. Een val met ernstig resp.
dodelijk letsel kan het gevolg zijn.
Wen eerst aan de snelheid, zeker wanneer u
langere tijd niet op een pedelec hebt gereden,
voordat u met snelheden boven 12 km/h gaat
rijden. Verhoog stapsgewijs de
ondersteuningsniveaus.
Oefen regelmatig om voluit te remmen.
Volg een rijvaardigheidstraining.
Letsel of de dood door afleiding
Ongeconcentreerd rijden in het verkeer verhoogt
het risico van een ongeval. Dit kan leiden tot een
val met ernstig letsel.
Laat u nooit door het display of een mobiele
telefoon afleiden.
Stop de fiets om bedieningen op het display uit
te voeren die verder gaan dan alleen het
wijzigen van het ondersteuningsniveau. Voer
gegevens uitsluitend in stilstand in.
WAARSCHUWING
!
Vallen door loszittende kleding
De spaken van de wielen en de kettingaandrijving
kunnen schoenveters, sjaals en andere
loszittende kleding intrekken. Een val met letsel
kan het gevolg zijn.
Draag stevige schoenen en nauwsluitende
kleding.
Vallen door onopgemerkte schade
Na een val, ongeval of omvallen van de pedelec
kan er sprake zijn van moeilijk herkenbare
schade, bv. aan het remsysteem, de
snelspanners of het frame. Een val met letsel kan
het gevolg zijn.
Neem de pedelec buiten gebruik en laat deze
door een dealer controleren.
Vallen door materiaalmoeheid
Door intensief gebruik kan materiaalmoeheid
optreden. Bij materiaalmoeheid kan een
onderdeel plotseling falen. Een val met letsel kan
het gevolg zijn.
Stel de pedelec onmiddellijk buiten gebruik bij
tekenen van materiaalmoeheid. Laat de dealer
de kwestie controleren.
Laat regelmatig de dealer een inspectie
uitvoeren. Bij deze inspectie onderzoekt de
dealer de pedelec op tekenen van
materiaalmoeheid op het frame, de vork, de
ophanging van de veringelementen (indien
voorzien) en op onderdelen van composieten.
VOORZICHTIG
!
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 36
Gebruik
6.2 Persoonlijke
beschermingsmiddelen
Het wordt aanbevolen een geschikte fietshelm,
lange, sportieve, nauwsluitende en reflecterende
fietskleding en stevige schoenen te dragen.
6.3 Tips voor een groter bereik
Het bereik van de pedelec is afhankelijk van vele
factoren. Een bereik van minder dan 20 kilometer
op één acculading is net zo goed mogelijk als
meer dan 100 kilometer. In het algemeen gelden
er enkele tips, waarmee het bereik kan worden
gemaximaliseerd.
Veerelementen
Open de verende voorvork en demper, indien
nodig, uitsluitend op ruw terrein of
steenslagwegen. Blokkeer de verende
voorvork en demper op geasfalteerde wegen
en op hellingen.
Vermogen van de berijder
hoe meer vermogen de berijder opbrengt, hoe
groter het potentiële bereik is.
Schakel 1–2 versnellingen omlaag om
daarmee de opgebrachte kracht resp. de
trapfrequentie te verhogen.
Vallen door een slechte toestand van de weg
Losse voorwerpen, bijvoorbeeld takken, kunnen
verstrikt raken in de wielen en een val met letsel
veroorzaken.
Neem de toestand van de weg in acht.
Rijd langzaam en rem tijdig.
Op natte straten kunnen de banden slippen.
Onder natte omstandigheden moet tevens
rekening worden gehouden met een langere
remweg. Dan kan het remmen ook anders
aanvoelen dan normaal. Dit kan leiden tot verlies
van controle of tot een val met letsel.
Rijd bij regen langzaam en rem tijdig.
Vallen door vuil
Sterke vervuiling kan de werking van de pedelec
verstoren, bijvoorbeeld van de remmen. Een val
met letsel kan het gevolg zijn.
Verwijder voor het rijden sterke vervuiling.
Aanwijzing
Door hitte of invallend zonlicht kan de
bandenspanning toenemen tot boven de
toegestane maximale druk. Hierdoor kan de band
falen.
Parkeer de pedelec nooit in de zon.
Controleer op warme dagen regelmatig de
bandenspanning en corrigeer deze zo nodig.
Bij afdalingen kunnen hoge snelheden worden
bereikt. De pedelec is niet bedoeld om langdurig
harder te rijden dan 25 km/h. Bij een voortdurend
hogere belasting kunnen in het bijzonder de
banden falen.
Rem de pedelec af wanneer snelheden boven
25 km/h worden bereikt.
VOORZICHTIG
!
Aanwijzing
Door de open uitvoering kan binnendringend
vocht bij temperaturen onder nul bepaalde
functies verstoren.
Houd de pedelec altijd droog en vorstvrij.
Wanneer de pedelec wordt gebruikt bij
temperaturen onder 3 °C, moet de dealer
vooraf een inspectie uitvoeren en het gebruik
in de winter voorbereiden.
Terreinrijden belast de armgewrichten. Neem
afhankelijk van de toestand van de weg en uw
lichamelijke fitheid elke 30 tot 90 minuten pauze.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 37
Gebruik
Trapfrequentie
Rijd met een trapfrequentie van meer dan
50 omwentelingen per minuut. Dat
optimaliseert het rendement van de elektrische
aandrijving.
Vermijd zeer langzaam trappen.
Gewicht
Minimaliseer het totaalgewicht van pedelec en
bagage.
Optrekken en remmen
Rijd lange afstanden met een gelijkmatige
snelheid.
Vermijd vaak optrekken en afremmen.
Versnelling
Gebruik bij het optrekken en op hellingen een
kleine versnelling en een laag
ondersteuningsniveau.
Schakel op al naar gelang terrein en snelheid.
Bandenspanning
Rijd altijd met de maximaal toegestane
bandenspanning.
Accu en temperatuur
Met afnemende temperatuur neemt de elektrische
weerstand toe. De capaciteit van de accu neemt
af. In de winter moet daarom rekening worden
gehouden met een vermindering van het
gangbare bereik.
Gebruik in de winter een thermocover voor de
accu.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 38
Gebruik
6.4 Storingsmeldingen
De statusweergave toont een statusverandering
of een actieve storing. De statusweergave brandt
niet als er geen storing wordt gedetecteerd.
De verschillende kleuren van de statusweergave
hebben de volgende betekenis:
Neem bij een aanhoudende "soft fault" of bij
een "hard fault" onmiddellijk contact op met uw
dealer.
Kleur Betekenis
groen
De statusweergave licht na correcte montage van
de aandrijfeenheid op de pedelec kort groen op. Zo
krijgt u een visueel signaal dat het systeem kan
worden ingeschakeld.
geel
De statusweergave brandt bij het optreden van een
"soft fault" kort geel op. Dat betekent, dat er sprake
is van een tijdelijke of niet-kritische storing, die in
de meeste gevallen leidt tot vermogensverlies. Bij
een "soft fault" kunt u met de pedelec blijven rijden.
Dat wordt echter niet aanbevolen.
rood
De statusweergave licht bij het optreden van een
"hard fault" rood op. Bij het optreden van een "hard
fault" kan de pedelec niet meer worden bediend en
moet deze onderhoud ondergaan.
Tabel 27: Betekenis kleuren statusweergave
"Soft faults" van de pedelec zijn meestal terug te
voeren op ontbrekende gegevens van de
speedsensor.
Bij een aanhoudende "soft fault" kunt u proberen
de magneet van de speedsensor opnieuw te
monteren. Blijft het probleem bestaan, neem dan
contact op met uw FAZUA servicepartner of
bezoek het FAZUA serviceplatform
(www.fazua.com/service).
Neem bij een "hard fault" contact op met uw
FAZUA servicepartner of bezoek het FAZUA
serviceplatform (www.fazua.com/service).
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 39
Gebruik
6.5 Instructie en klantenservice
De klantenservice wordt uitgevoerd door de
uitleverende dealer. Zijn contactgegevens staan
op de pedelecpas in deze gebruikshandleiding.
Uiterlijk bij de overdracht van de pedelec krijgt u
persoonlijk uitleg van de dealer over de functies
van de pedelec. Deze gebruikshandleiding wordt
u bij elke pedelec als naslagwerk overhandigd.
Of het nu gaat om onderhoud, ombouw of
reparatie – uw dealer zal ook in de toekomst voor
u klaar staan.
6.6 Pedelec aanpassen
Uitsluitend een correct aangepaste pedelec biedt
het gewenste rijcomfort en garandeert een
gezondheidsbevorderende activiteit. Stem
daarom voor het eerste gebruik het zadel, het
stuur en de vering af op uw lichaam en de door u
gewenste rijstijl.
6.6.1 Zadel afstellen
6.6.1.1 Zadelhoek afstellen
Voor een optimale zit moet de zadelhoek worden
aangepast aan de zithoogte en moeten de zadel-
en stuurstand worden aangepast aan de
zadelvorm. Hiermee kan zo nodig de zitpositie
worden geoptimaliseerd. Stel eerst het stuur af en
daarna het zadel.
Zet het zadel horizontaal.
Afbeelding 20: Horizontale zadelhoek
6.6.1.2 Zithoogte bepalen
Om veilig de juiste zadelhoogte te bepalen
of de pedelec bij een muur zetten zodat de
berijder zich kan afsteunen
of een tweede persoon vragen om de pedelec
vast te houden.
1Ga op de pedelec zitten.
2Plaats uw hiel op het pedaal en strek uw been
volledig door zodat het pedaal op het laagste
punt staat van de omwenteling.
Bij de optimale zithoogte zit de berijder recht
op het zadel. Stel anders de lengte van de
zadelpen af op de juiste hoogte.
Afbeelding 21: Optimale zadelhoogte
Vallen door verkeerd afgestelde
aanhaalmomenten
Wanneer een schroef te strak wordt
vastgedraaid, kan deze breken. Wanneer een
schroef te los wordt vastgedraaid, kan deze
losraken. Een val met letsel is het gevolg.
Neem altijd de op de schroef resp. in de
gebruikshandleiding vermelde
aanhaalmomenten in acht.
VOORZICHTIG
!
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 40
Gebruik
6.6.1.3 Zithoogte met snelspanner afstellen
1Open de snelspanner van de zadelpen (1) om
de zithoogte te wijzigen. Trek hiervoor de
spanhendel weg van de zadelpen (3).
Afbeelding 22: Snelspanner van de zadelpen openen
2Stel de zadelpen af op de gewenste hoogte.
Afbeelding 23: Detailaanzicht zadelpen, voorbeelden van
de markering van de minimale insteekdiepte
3Sluit de spanhendel van de zadelpen door deze
helemaal tegen de zadelpen aan te
drukken (2).
4Controleer de spankracht van de snelspanner.
6.6.1.4 In hoogte verstelbare zadelpen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze uitrusting
Voorbereiding
Bij het eerste gebruik van de zadelpen moet u
deze een stevige "klap" omlaag geven om
deze in beweging te krijgen. Dat komt door de
natuurlijke neiging van de afdichting om olie
weg te drukken van het afdichtvlak. Dit hoeft
uitsluitend te worden gedaan voor het eerste
gebruik resp. wanneer de pedelec lange tijd
niet is gebruikt.
Zodra u de zadelpen eenmaal over de veerweg
hebt bewogen, verdeelt de olie zich over de
afdichting en functioneert de zadelpen
normaal.
Zadel lager zetten
1Om het zadel lager te zetten, belast u het zadel
met de hand of gaat u op het zadel zitten.
Afbeelding 24: De hendel van de zadelpen, links (1) of
rechts (2) op het stuur gemonteerd
2Druk op de hendel van de zadelpen en houd
deze ingedrukt.
3Laat de hendel los wanneer de gewenste
hoogte is bereikt.
Zadel hoger zetten
1Druk op de hendel van de zadelpen en houd
deze ingedrukt.
2Ontlast het zadel.
3Laat de hendel los wanneer de gewenste
hoogte is bereikt.
Vallen door een te hoog afgestelde zadelpen
Een te hoog afgestelde zadelpen leidt tot breuk
van de zadelpen of het frame. Een val met letsel is
het gevolg.
Trek de zadelpen slechts tot de markering van
de minimale insteekdiepte uit het frame.
3
4
5
1
2
3
VOORZICHTIG
!
3
4
2
1
e
tiert w
se Position zur Be
aber in einem spätere
ochmals montieren.
Sie den mitgelieferten Winkel mit de
orrichtung und stecken Sie die Hülle in die
nvorrichtung.
der
Remotehebel
5
Oder
28
12
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 41
Gebruik
6.6.1.5 Zitpositie afstellen
Het zadel kan op het zadelonderstel worden
verschoven. De juiste horizontale positie zorgt
voor een optimale hefboomstand van de benen.
Dat voorkomt knieklachten en een pijnlijke
bekkenscheefstand. Wanneer u het zadel meer
dan 10 mm hebt verschoven, moet u vervolgens
de zadelhoogte nogmaals afstellen omdat beide
afstellingen elkaar beïnvloeden.
Om veilig de juiste zitpositie af te stellen, zet u de
pedelec bij een muur, zodat u zich kunt
afsteunen, of vraagt u een tweede persoon om de
pedelec vast te houden.
1Ga op de pedelec zitten.
2Zet de pedalen met de voet in horizontale
stand.
De berijder zit in de optimale zitpositie, wanneer
de loodlijn vanaf de knieschijf exact door de
pedaalas loopt.
3.1Wanneer de loodlijn achter het pedaal valt,
moet het zadel verder naar voren worden
afgesteld.
3.2Wanneer de loodlijn voor het pedaal valt, moet
het zadel verder naar achteren worden
afgesteld.
4Verstel het zadel uitsluitend binnen het
toegestane verstelbereik van het zadel
(markering op de staande achtervork).
Afbeelding 25: Loodlijn vanaf de knieschijf
6.6.2 Stuur afstellen
6.6.3 Voorbouw afstellen
6.6.3.1 Stuurhoogte afstellen
1Open de voorbouwspanhendel.
Afbeelding 26: Gesloten (1) en geopende (2)
voorbouwspanhendel, voorbeeld All Up
Het afstelling van het stuur mag uitsluitend in
stilstand worden uitgevoerd.
Maak de voorziene schroefverbindingen los,
stel het stuur af en zet de klemschroeven van
het stuur weer met het maximale
aanhaalmoment vast.
90°
Vallen door verkeerde afstelling van de
spankracht
Een te hoge spankracht beschadigt de
snelspanner zodat deze zijn werking verliest.
Onvoldoende spankracht leidt tot een ongunstige
krachtoverdracht. Hierdoor kunnen onderdelen
breken. Een val met letsel is het gevolg.
Bevestig een snelspanner nooit met
gereedschap (bv. een hamer of tang).
Gebruik uitsluitend spanhendels met correct
afgestelde spankracht.
Vallen door losgeraakte voorbouw
Onder belasting kunnen onjuist vastgedraaide
schroeven losraken. Hierdoor kan de voorbouw
los komen te zitten. Een val met letsel is het
gevolg.
Controleer na de eerste twee uren rijden dat
het stuur en het snelspansysteem goed vast
zitten.
VOORZICHTIG
!
VOORZICHTIG
!
1
2
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 42
Gebruik
Afbeelding 27: Vergrendelhendel omhoog trekken,
voorbeeld All Up
2Trek het stuur uit naar de gewenste hoogte.
Neem de minimale insteekdiepte in acht.
3Sluit de voorbouwspanhendel.
6.6.3.2 Spankracht snelspanners afstellen
Wanneer de spanhendel van het stuur voor zijn
eindstand stopt, moet de kartelmoer worden
uitgedraaid.
Wanneer de spankracht van de spanhendel van
de zadelpen onvoldoende is, moet de
kartelmoer worden ingedraaid.
Wanneer de spankracht niet kan worden
afgesteld, moet de dealer de snelspanner
controleren.
6.6.4 Rem afstellen
De grijpafstand van de remhendel kan worden
aangepast zodat deze beter bereikbaar is. Tevens
kan het drukpunt aan de voorkeur van de berijder
worden aangepast.
Neem contact op met de dealer wanneer een
beschrijving van de rem ontbreekt.
6.6.5 Remvoeringen inrijden
Voor schijfremmen geldt een inremtijd. De remkracht
neemt toe met het verstrijken van de inremtijd.
Gedurende de inremtijd moet u zich er daarom van
bewust zijn, dat de remkracht kan toenemen.
Hetzelfde verschijnsel treedt op na het vervangen
van de remvoeringen of de remschijf.
1Versnel de pedelec naar ca. 25 km/h.
2Rem de pedelec af tot stilstand.
3Herhaal dit 30 tot 50 keer.
De schijfrem is ingereden en biedt de optimale
remwerking.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 43
Gebruik
6.7 Accessoires
Voor pedelecs zonder zijstandaard wordt een
fietsstandaard aanbevolen waar of het voorwiel of
het achterwiel veilig in kan worden gezet.
Onderstaande accessoires worden aanbevolen:
*Systeemcomponenten zijn afgestemd op de
bagagedrager en zorgen voor voldoende
stabiliteit door hun speciale krachtoverdracht.
**Systeemcomponenten zijn afgestemd op het
aandrijfsysteem.
Beschrijving Artikelnummer
Beschermende hoes voor
elektrische onderdelen 080-41000 ff
Fietstassen,
systeemcomponent* 080-40946
Bagagedragermand,
systeemcomponent* 051-20603
Bagagedragerbox,
systeemcomponent* 080-40947
Fietsstandaard,
universele standaard XX-TWO14B
Tabel 28: Accessoires
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 44
Gebruik
6.8 Checklist voor het rijden
Controleer de pedelec elke keer voor het
rijden.
Neem de pedelec buiten gebruik bij
afwijkingen.
Controleer de pedelec op volledigheid.
Controleer de bevestiging van de accu.
Controleer o.a. verlichting, reflectoren en remmen op
sterke vervuiling.
Controleer spatborden, bagagedrager en
kettingbeschermer op deugdelijke montage.
Controleer voor- en achterwiel op een rechte loop. Dat is
met name van belang wanneer de pedelec getransporteerd
is geweest of met een slot vastgezet is geweest.
Controleer de ventielen en de bandenspanning. Corrigeer
deze zo nodig voor het rijden.
Controleer bij een hydraulische velgrem of de
vergrendelingshendels zich volledig gesloten in hun
eindstand bevinden.
Controleer de voor- en achterwielrem op hun goede
werking. Druk daarvoor de remhendels in om te controleren
of deze in de gebruikelijke stand tegendruk geven. De rem
mag geen remvloeistof verliezen.
Controleer de rijverlichting op een goede werking.
Controleer op ongewone geluiden, trillingen, geuren,
verkleuringen, vervormingen, scheuren, groeven,
schuurplekken en slijtage. Dit duidt op materiaalmoeheid.
Controleer het veersysteem op scheuren, deuken, butsen,
aanlopende delen en vrijgekomen olie. Kijk ook naar delen
aan de onderzijde van de pedelec die niet in het zicht
liggen.
Controleer dat alle snelspanners, voor zover deze gebruikt
worden, zich volledig gesloten in hun eindstand bevinden.
Let op een ongewoon gevoel bij het remmen, trappen of
sturen.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 45
Gebruik
6.9 Zijstandaard omhoog klappen
Klap de zijstandaard voor het rijden met de
voet volledig omhoog.
6.10 Bagagedrager gebruiken
Verdeel de bagage zo evenredig mogelijk over
de linker- en rechterzijde.
Het gebruik van fietstassen of bagagemanden
wordt aanbevolen.
Op de bagagedrager staat het maximale
draagvermogen vermeld.
Overschrijd nooit het hoogste toegestane
totaalgewicht bij het beladen.
Overschrijd nooit het maximale
draagvermogen van de bagagedrager.
Breng nooit wijzigingen aan aan de
bagagedrager.
6.11 Zadel gebruiken
Draag geen spijkerbroek omdat anders de
bekleding van het zadel kan beschadigen.
Draag bij de eerste ritten donkere kleding
omdat een nieuw lederen zadel kan afgeven.
Vallen door beladen bagagedrager
Een beladen bagagedrager heeft invloed op het
rijgedrag van de pedelec, in het bijzonder bij het
sturen en remmen. Dat kan leiden tot verlies van
de controle. Een val met letsel kan het gevolg
zijn.
Oefen een veilig gebruik met beladen
bagagedrager voordat de pedelec op de
openbare weg wordt gebruikt.
Beknelling van de vingers door veerklem
De veerklem van de bagagedrager heeft een hoge
spankracht. De vingers kunnen bekneld raken.
Laat de veerklem nooit ongecontroleerd
dichtklappen.
Let bij het sluiten van de veerklem op de
positie van de vingers.
Vallen door niet vastgezette bagage
Losse of niet vastgezette voorwerpen op de
bagagedrager, bv. riemen, kunnen in het
achterwiel verstrikt raken. Een val met letsel kan
het gevolg zijn.
Op de bagagedrager bevestigde voorwerpen
kunnen de reflectoren of de rijverlichting afdekken.
De pedelec kan daardoor in het wegverkeer over
het hoofd worden gezien. Een val met letsel kan
het gevolg zijn.
Zet op de bagagedrager geplaatste
voorwerpen voldoende vast.
Op de bagagedrager bevestigde voorwerpen
mogen nooit de reflectoren, de koplamp of het
achterlicht afdekken.
VOORZICHTIG
!
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 46
Over deze gebruikshandleiding
6.12 Oplader
6.12.1 Oplader aansluiten
Sluit de netadapterconnector van de
aansluitkabel aan op de stroomaansluiting van
de oplader. Sluit de (landspecifieke) netstekker
van de aansluitkabel aan op een stopcontact.
Afbeelding 28: Oplader met netstekker (1), LED-weergave
oplader (2), netadapterconnector (3), aansluitkabel (4) en
stroomaansluiting (5)
6.13 Accu
6.13.1 Accu laden
De omgevingstemperatuur moet tijdens het laden
tussen 0 °C en +45 °C liggen. Bij een
temperatuur buiten het toegestane
laadtemperatuurbereik kan de accu niet worden
geladen, zelfs niet wanneer deze met de oplader
is verbonden. Pas na het bereiken van de
toegestane laadtemperatuur kan deze weer
worden geladen.
De accu kan bij het laden in de aandrijfeenheid
blijven zitten of worden verwijderd.
Een onderbreking van het laden leidt niet tot
schade aan de accu.
6.13.1.1 Accu opladen in de aandrijfeenheid
Sluit de laadconnector van de oplader aan op
de laadaansluiting van de in de
aandrijfeenheid aangebrachte accu.
Afbeelding 29: Aandrijfeenheid met laadtoestandweer-
gave (1), laadaansluiting (2), aandrijfeenheid met accu (3),
laadconnector (4) en aansluitkabel (5)
Het opladen begint zodra de laadconnector
van de oplader wordt verbonden met de
laadaansluiting van de aangesloten accu.
De laadtoestand wordt weergegeven door
middel van de laadtoestandweergave op de
accu. Elke LED komt overeen met 20% van de
laadcapaciteit. Wanneer alle 5 de LED's
branden, is de accu volledig opgeladen.
Nadat de accu volledig is opgeladen, doven de
LED's van de laadtoestandweergave. U kunt
de laadtoestand dan controleren door kort op
de aan/uit-knop op de accu te drukken.
Ontkoppel na het opladen de oplader van het
lichtnet en de accu van de oplader.
6.13.1.2 Accu opladen op de pedelec
De aandrijfeenheid bevindt zich op de pedelec.
Sluit de laadconnector van de oplader aan op
de laadaansluiting van de pedelec.
Afbeelding 30: Aandrijfeenheid (1) met laadtoestandweer-
gave (2), laadconnector (3) en aansluitkabel (4)
Het opladen begint zodra de laadconnector
van de oplader wordt verbonden met de
laadaansluiting van de aangesloten accu.
Nominale ingangsspanning 100 ... 240 V AC
Frequentie 50 ... 60 Hz
2
3
1
4
5
1
1
2
3
4
5
1
2
3
4
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 47
Over deze gebruikshandleiding
De laadtoestand wordt weergegeven door
middel van de laadtoestandweergave op de
accu. Elke LED komt overeen met 20% van de
laadcapaciteit. Wanneer alle 5 de LED's
branden, is de accu volledig opgeladen.
Nadat de accu volledig is opgeladen, doven de
LED's van de laadtoestandweergave. U kunt
de laadtoestand dan controleren door kort op
de aan/uit-knop op de accu te drukken.
Ontkoppel na het opladen de oplader van het
lichtnet en de accu van de oplader.
6.13.2 Accu in de aandrijfeenheid
aanbrengen
Afbeelding 31: Accu in de aandrijfeenheid aanbrengen
Om de accu (4) in de aandrijfeenheid (2) aan
te brengen, moet u de aandrijfeenheid (2) in de
ene hand nemen en de accu (4) in de andere.
Controleer dat de ontlaadaansluiting naar de
accu-opname (3) wijst.
Voeg beide delen samen door de accu (4)
voorzichtig in de accu-opname (3) van de
aandrijfeenheid (2) te schuiven.
Wanneer de accu (4) volledig is ingeschoven,
wordt deze automatisch vergrendeld door de
accusluiting (1).
6.13.3 Accu uit de aandrijfeenheid
verwijderen
Afbeelding 32: Accu uit de aandrijfeenheid verwijderen
Om de accu (1) uit de aandrijfeenheid (3) te
verwijderen, moet u op de accusluiting (2)
drukken en tegelijkertijd de accu (1) uit de
accu-opname trekken.
6.14 Aandrijfeenheid
6.14.1 Aandrijfeenheid op de pedelec
aanbrengen
Afbeelding 33: Aandrijfeenheid op de pedelec aanbrengen
De aandrijfeenheid moet zijn voorzien van een
opgeladen accu.
(1) Positioneer de interface voor het traplager
direct onder de framebuis van de pedelec voor
de vrije interface op het traplager.
(2) Zwenk de bovenzijde van de
aandrijfeenheid in de framebuis tot de
vergrendelingshaak vast klikt.
Controleer dat de aandrijfeenheid goed vast
zit.
Aanwijzing
Vuil veroorzaakt wrijving bij het inschuiven van de
accu in de aandrijfeenheid en maakt dit
moeilijker.
Maak de accu (1) en de aandrijfeenheid (2)
voor het aanbrengen schoon en houdt deze
schoon.
1
2
3
4
1
2
3
1
2
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 48
Over deze gebruikshandleiding
Sluit de aandrijfeenheid af ter bescherming tegen
diefstal.
Afbeelding 34: Aandrijfeenheid afsluiten
Steek de sleutel (3) in het cilinderslot (4).
Draai de sleutel (3) linksom.
6.14.2 Aandrijfeenheid verwijderen van de
pedelec
Afbeelding 35: Aandrijfeenheid ontsluiten
Steek de sleutel (1) in het cilinderslot (2).
Draai de sleutel (1) rechtsom.
De aandrijfeenheid is nu ontsloten.
Afbeelding 36: Aandrijfeenheid van de pedelec
verwijderen
Houd de aandrijfeenheid met één hand vast.
Druk de aandrijfeenheid stevig tegen het
frame.
Druk met de andere hand op de drukknop (3).
Zwenk de aandrijfeenheid uit het frame en
verwijder de aandrijfeenheid.
Aanwijzing
Houd bij het verwijderen de aandrijfeenheid
goed vast omdat deze anders uit het frame kan
vallen.
-90°
4
3
90°
2
1
3
4
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 49
Gebruik
6.15 Elektrisch aandrijfsysteem
6.15.1 Elektrisch aandrijfsysteem
inschakelen
Er is een voldoende opgeladen accu op de
pedelec aangebracht.
De accu zit goed vast. De sleutel is verwijderd.
De aandrijfeenheid is op de pedelec
aangebracht.
De speedsensor is correct verbonden met het
traplager en de spaakmagneet staat in de juiste
stand.
Druk op een willekeurige toets van de
bediening.
De bediening toont de startanimatie en is
daarna gereed voor gebruik.
6.15.2 Aandrijfsysteem uitschakelen
Om onbedoeld wegrijden van de pedelec te
voorkomen en de accu te ontzien, moet u de
pedelec na het parkeren altijd uitschakelen. Er
zijn 4 mogelijkheden om het aandrijfsysteem uit te
schakelen:
1 Middelste toets
Houd de middelste toets van de bediening
gedurende 2 seconden ingedrukt.
2 Aandrijfeenheid
Verwijder de aandrijfeenheid van de pedelec.
3 Accu
Schakel de accu uit.
4 Ruststand
Zet de pedelec in de ruststand.
De LED's van de laadtoestandweergave tonen
een uitschakelanimatie en de accu wordt
uitgeschakeld.
6.15.3 Ruststand van het aandrijfsysteem
De pedelec zet zichzelf in de ruststand
wanneer de pedelec gedurende 10 uur niet
meer is bewogen en er ook niet op toetsen op
de bediening is gedrukt, of
de laadtoestand van de accu minder bedraagt
dan 30%, de pedelec gedurende 3 uur niet
meer is bewogen en er ook niet op toetsen op
de bediening is gedrukt.
Wanneer de pedelec zichzelf in de ruststand
zet, wordt automatisch de accu uitgeschakeld.
Wanneer het aandrijfsysteem in de ruststand
wordt gezet, schakelt de accu zichzelf uit om de
resterende energie te behouden.
Wanneer de accu gedurende 12 uur uit de
aandrijfeenheid is verwijderd of op de oplader is
aangesloten en er ook niet op toetsen van de accu
is gedrukt, schakelt de accu zichzelf uit om de
resterende energie te behouden. Schakel de accu
in om een systeem dat zichzelf in de ruststand
heeft gezet weer te activeren.
Vallen door niet kunnen remmen
Het ingeschakelde aandrijfsysteem kan door
inwerking van krachten op de pedalen worden
geactiveerd. Wanneer de aandrijving onbedoeld
wordt geactiveerd en de rem niet bereikt kan
worden, kan een val met letsel het gevolg zijn.
Start nooit het elektrische aandrijfsysteem
resp. schakel dit onmiddellijk uit wanneer de
rem niet betrouwbaar kan worden bereikt.
VOORZICHTIG
!
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 50
Gebruik
6.16 Bediening
6.16.1 Duwondersteuning gebruiken
De duwondersteuning ondersteunt de berijder bij
het duwen van de pedelec. De snelheid kan
daarbij maximaal 6 km/h bedragen. De gebruiker
kan de snelheid van de pedelec naar zijn eigen
looptempo afremmen door de fiets tegen te
houden.
Zet op de bediening het niveau van de
trapondersteuning op GEEN.
Houd de onderste toets van de bediening
ingedrukt. Na 2 seconden wordt de
duwondersteuning geactiveerd.
Om de duwondersteuning te deactiveren, laat
u de onderste toets van de bediening los.
6.16.2 Ondersteuningsniveau selecteren
Druk op de bovenste resp. onderste toets van
de bediening. De volgende
ondersteuningsniveaus zijn mogelijk:
Aanwijzing
Gebruik het display niet als handgreep.
Wanneer u de pedelec optilt aan het display,
kunt u het display onherstelbaar beschadigen
Letsel door pedalen en wielen
De pedalen en het aandrijfwiel draaien bij gebruik
van de duwondersteuning. Wanneer de wielen
van de pedelec bij gebruik van de
duwondersteuning geen contact maken met de
ondergrond (bv. tijdens het tillen op een trap of
het beladen van een fietsdrager) bestaat gevaar
voor letsel.
Gebruik de duwondersteuningsfunctie
uitsluitend tijdens het duwen van de pedelec.
Tijdens gebruik van de duwondersteuning
moet de pedelec met beide handen veilig
worden geleid.
Zorg voor voldoende bewegingsruimte voor de
pedalen.
VOORZICHTIG
!
Ondersteunings-
niveau Gebruik
GEEN De ondersteuning door de motor is
gedeactiveerd. De pedelec kan
worden gebruikt als een gewone fiets.
BREEZE Geringe, maar effectieve
ondersteuning voor een maximaal
bereik.
RIVER Betrouwbare ondersteuning voor de
meeste situaties.
ROCKET Maximale ondersteuning voor
veeleisende ritten.
Tabel 29: Overzicht ondersteuningsniveaus
Ondersteunings-
niveau Kleur
Max. onder-
steunings-
factor
Max.
vermogen
GEEN WIT 0% 0 W
BREEZE GROEN 75% 125 W
RIVER BLAUW 150% 250 W
ROCKET ROZE 240% 400 W
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 51
Gebruik
6.17 Rem
Tijdens het rijden wordt de aandrijfkracht van de
motor uitgeschakeld zodra de berijder niet meer
op de pedalen trapt. Bij remmen schakelt het
aandrijfsysteem niet uit.
Een juist gebruik van de rem ondersteunt de
controle over de pedelec en voorkomt vallen.
Trap tijdens het remmen niet meer op de
pedalen voor een optimaal remresultaat.
Verplaats uw lichaamsgewicht zo ver mogelijk
naar achteren en omlaag.
Oefen het remmen, ook in noodsituaties,
voordat de pedelec op de openbare weg wordt
gebruikt.
6.17.1 Remhendel gebruiken
Afbeelding 37: Remhendel achter (1) en voor (2),
voorbeeld Shimano rem
Knijp in de linker remhendel voor bediening van
de voorwielrem.
Knijp in de rechter remhendel voor bediening van
de achterwielrem.
Vallen door falen van de remmen
Bij lang, continu gebruik van de rem (bv. bij een
lange afdaling), kan de olie in het remsysteem
warm worden. Hierdoor kan zich een dampbel
vormen. Water of luchtbellen die eventueel in het
remsysteem aanwezig zijn, kunnen door de hitte
expanderen. Hierdoor wordt de slag van de
remhendel plotseling groter. Een val met ernstig
letsel kan het gevolg zijn.
Laat bij lange afdalingen de rem regelmatig
los.
Gebruik de pedelec nooit wanneer u bij het
indrukken van de remhendel geen weerstand
voelt of de remmen niet goed werken. Neem
contact op met een dealer.
WAARSCHUWING
!
1
2
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 52
Gebruik
6.18 Versnelling
De keuze van de juiste versnelling is een
voorwaarde voor het rijden met zo weinig mogelijk
inspanning en voor een goede werking van het
elektrische aandrijfsysteem. De optimale
trapfrequentie ligt tussen 70 en
80 omwentelingen per minuut.
Onderbreek tijdens het schakelen kort het
trappen. Daardoor gaat het schakelen
gemakkelijker en treedt minder slijtage op van
de aandrijflijn.
6.18.1 Derailleur gebruiken
Door de juiste versnelling te kiezen, kan met
dezelfde krachtsinspanning zowel de snelheid als
het bereik gebruiken vergroot. Derailleur
gebruiken.
Afbeelding 38: Schakelhendel omlaag (1) en
schakelhendel omhoog (2) van de linker (I) en rechter (II)
versnelling
Schakel met de schakelhendels naar de
passende versnelling.
De versnelling schakelt over.
De schakelhendel keert terug naar de
uitgangspositie.
Reinig en smeer de derailleur wanneer het
overschakelen blokkeert.
III
1
22
1
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 53
Gebruik
6.19 Invouwen
6.19.1 Pedelec invouwen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze uitrusting
De pedelec wordt in acht stappen ingevouwen.
1Schakel het elektrische aandrijfsysteem uit
(zie paragraaf 6.15.2).
2Klap de zijstandaard uit (zie paragraaf 6.9).
3Verwijder het display (zie paragraaf 6.13.1.1).
4Verwijder de accu (zie paragraaf 6.12.1.1,
6.12.2.1 of 6.12.3.1).
5Vouw de pedalen in (zie paragraaf 6.19.1.1).
6Vouw de voorbouw in (zie paragraaf 6.19.1.2 of
6.19.1.3).
7Schuif de zadelpen in (zie paragraaf 6.19.1.4).
8Vouw het frame in (zie paragraaf 6.19.1.5).
6.19.1.1 Pedaal invouwen
1Druk met de voet het pedaal tegen de crank.
Afbeelding 39: Pedaal tegen de crank (1) drukken
2Vouw het pedaal in tegen de crank.
Afbeelding 40: Pedaal omlaag (I) of omhoog (II) invouwen
6.19.1.2 Voorbouw, uitvoering I, invouwen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze uitrusting
1Open de spanhendel van de snelspanner van de
voorbouw.
2Trek de vergrendelhendel op de
voorbouwomhoog en zwenk de voorbouw
tegelijkertijd over 90° naar rechts of naar links.
Het stuur klikt voelbaar vast.
3Schuif het stuur in.
4Sluit de spanhendel van de snelspanner van de
voorbouw.
Afbeelding 41: Geopende spanhendel van de snelspanner (3)
op de voorbouw (2), uitvoering I, met vergrendelhendel op de
voorbouw (1)
6.19.1.3 Voorbouw, uitvoering II, invouwen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze uitrusting
1Open de spanhendel van de snelspanner van de
voorbouw.
2Druk op de deblokkeringsknop.
3Zwenk het stuur over 90° naar rechts of naar
links.
Het stuur klikt voelbaar vast.
4Sluit de spanhendel van de snelspanner van de
voorbouw.
Afbeelding 42: Voorbouw, uitvoering II met spanhendel
van de snelspanner van de voorbouw (1) en
deblokkeringsknop (2)
Aanwijzing
Controleer dat bowdenkabels, elektrische
leidingen en remleidingen bij het invouwen
niet bekneld raken of knikken.
1
III
1
2
3
1
2
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 54
Gebruik
6.19.1.4 Zadelpen inschuiven
1Open de spanhendel van de snelspanner van de
zadelpen.
2Schuif het zadel in tot het minimum.
3Sluit de spanhendel van de snelspanner van de
zadelpen.
6.19.1.5 Frame invouwen
1Zwenk de vergrendelhendel van het frame
omhoog.
De spanhendel van het frame kan vrij worden
geopend.
2Open de spanhendel van het frame.
3Vouw het frame volledig in.
Afbeelding 43: Gesloten (1) en geopende (2)
framevergrendelhendel
6.19.2 De fiets weer rijklaar maken
De fiets wordt in acht stappen weer rijklaar
gemaakt.
1Klap de zijstandaard met de voet volledig
omlaag.
2Vouw het frame uit (zie paragraaf 6.19.2.1.)
3Stel de voorbouw af (zie paragraaf 6.5.3).
4Stel het zadel af (zie paragraaf 6.5.1).
5Vouw de pedalen uit (zie paragraaf 6.19.2.2).
6Breng de accu aan (zie paragraaf 6.12.1.2,
6.12.2.2 of 6.12.3.2).
7Breng het display aan (zie paragraaf 6.13.1.2).
8Schakel het elektrische aandrijfsysteem in
(zie paragraaf 6.19.2).
6.19.2.1 Frame uitvouwen
1Vouw het frame volledig uit.
2Sluit de spanhendel van het frame.
De spanhendel van het frame is volledig
gesloten. De vergrendelhendel van het frame
borgt de spanhendel van het frame. De
spanhendel van het frame is gesloten.
Afbeelding 44: gesloten framespanhendel (1) en gesloten
framevergrendelhendel (2)
Vallen door verkeerd gebruik van de
geopende vergrendelhendel
Bij een geopende vergrendelhendel kan het
frame tijdens het rijden plotseling samenklappen.
Een val met ernstig letsel is het gevolg.
Gebruik de pedelec uitsluitend met gesloten
vergrendelhendel.
VOORZICHTIG
!
1
2
2
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 55
Gebruik
6.19.2.2 Pedaal uitvouwen
Druk met de voet vanaf de voorzijde het pedaal
tegen de crank.
Afbeelding 45: Pedaal tegen de crank (1) drukken
Vouw het pedaal omhoog resp. omlaag uit.
Afbeelding 46: Pedaal omhoog uitvouwen
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 56
Gebruik
6.20 Pedelec parkeren
1Schakel het aandrijfsysteem uit (zie
paragraaf 6.15.2).
2Klap na het afstappen de zijstandaard met de
voet volledig omlaag om de pedelec te
parkeren.
3Parkeer de pedelec voorzichtig en controleer
dat deze stabiel staat.
4Reinig de verende voorvork en de pedalen (zie
paragraaf 7.1).
5Dek het zadel met af met een hoes wanneer de
pedelec buiten wordt geparkeerd.
6Zet de pedelec op slot met een fietsslot.
7Verwijder, om diefstal te voorkomen, de
boordcomputer (zie paragraaf 6.13.1.1), de
accu (zie paragraaf 6.12.1.1, 6.12.2.1 of
6.12.3.1) en, indien van toepassing, de
smartphone (zie paragraaf 6.10.4).
Aanwijzing
Door hitte of invallend zonlicht kan de
bandenspanning toenemen tot boven de
toegestane maximale druk. Hierdoor kan de band
falen.
Parkeer de pedelec nooit in de zon.
Controleer op warme dagen regelmatig de
bandenspanning en corrigeer deze zo nodig.
Door de open uitvoering kan binnendringend
vocht bij temperaturen onder nul bepaalde
functies verstoren.
Houd de pedelec altijd droog en vorstvrij.
Wanneer de pedelec wordt gebruikt bij
temperaturen onder 3 °C, moet de dealer
vooraf een inspectie uitvoeren en het gebruik
in de winter voorbereiden.
Onder het hoge gewicht van de pedelec kan de
zijstandaard in een zachte ondergrond
wegzakken. De pedelec kan kantelen en
omvallen.
Parkeer de pedelec uitsluitend op een vlakke,
stevige ondergrond.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 57
Reinigen en onderhouden
7 Reinigen en onderhouden
Checklist reiniging
Checklist onderhoud
Pedaal reinigen elke keer na het
rijden
Verende voorvork elke keer na het
rijden
Accu reinigen maandelijks
Ketting elke 250 - 300 km
Grondige reiniging en conservering van
alle onderdelen ten minste elke
zes maanden
Oplader reinigen ten minste elke
zes maanden
Stand rubberen USB-klepje controleren voor het rijden
Slijtage van de banden controleren wekelijks
Slijtage van de velgen controleren wekelijks
Bandenspanning controleren wekelijks
Slijtage van de remmen controleren maandelijks
Elektrische bekabeling en bowdenkabels
op beschadigingen en functionaliteit
controleren maandelijks
Kettingspanning controleren maandelijks
Spanning van de spaken controleren elke drie
maanden
Instelling versnelling controleren elke drie
maanden
Verende voorvork en evt.
achterbouwdemper op werking en slijtage
controleren
elke drie
maanden
Slijtage van de remschijven controleren ten minste elke
zes maanden
Vallen door falen van de remmen
Olie of smeermiddelen op de remschijf van een
schijfrem resp. op de velg van een velgrem
kunnen leiden tot het volledig falen van de rem.
Dit kan leiden tot een val met ernstig letsel.
Laat nooit olie of smeermiddelen in contact
komen met de remschijf resp. met de
remblokken en de velg.
Wend u tot een dealer of werkplaats voor
reiniging of vervanging van componenten
wanneer de remblokken in contact zijn
gekomen met olie of smeermiddelen.
Activeer de remmen enkele keren na reiniging,
onderhoud en reparatie.
Het remsysteem is niet bedoeld voor gebruik bij
een op de kop gezette of platgelegde pedelec.
Hierdoor kan de rem onder bepaalde
omstandigheden niet correct werken. Dit kan
leiden tot een val met letsel.
Wanneer pedelec op de kop gezet of
platgelegd is geweest, moet voor het rijden de
rem enkele keren worden bediend om te
zorgen dat deze weer normaal werkt
Vallen bij onbedoelde activering
Bij onbedoelde activering van het
aandrijfsysteem bestaat gevaar voor letsel.
Verwijder de accu voor het reinigen.
WAARSCHUWING
!
VOORZICHTIG
!
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 58
Reinigen en onderhouden
Het remsysteem is niet bedoeld voor gebruik bij
een op de kop gezette of platgelegde pedelec.
Hierdoor kan de rem onder bepaalde
omstandigheden niet correct werken. Dit kan
leiden tot een val met letsel.
Wanneer pedelec op de kop gezet of platgelegd is
geweest, moet voor het rijden de rem enkele
keren worden bediend om te zorgen dat deze
weer normaal werkt
De onderhoudsmaatregelen moeten periodiek
worden uitgevoerd. Neem bij twijfel contact op
met uw dealer.
7.1 Reiniging elke keer na het rijden
7.1.1 Verende voorvork reinigen
Verwijder met een vochtige doek vuil en
afzettingen van de standbuizen en de
vuilafstrijkers.
Controleer de staande buizen op deuken,
krassen, verkleuringen en vrijgekomen olie.
Smeer de vuilafstrijkers en de staande buizen.
7.1.2 Pedalen reinigen
Reinig de pedalen na het rijden in vuil en regen
met een sopje en een borstel.
Voer na het reinigen onderhoud aan de
pedalen uit.
Aanwijzing
Bij gebruik van een hogedrukreiniger kan water in
de lagers binnendringen. Het daarin aanwezige
smeermiddel wordt daardoor verdund, waardoor
de wrijving toeneemt en op den duur de lagers
onherstelbare schade oplopen.
Reinig de pedelec nooit met een
hogedrukreiniger.
Ingevette onderdelen, bv. de zadelpen, het stuur
en de voorbouw, kunnen niet meer betrouwbaar
worden geklemd.
Breng nooit vet of olie aan op klempunten.
Vereist gereedschap en reinigingsmiddel:
Doek
Luchtpomp
Borstel
Water
Reinigingsmiddel
Emmer
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 59
Reinigen en onderhouden
7.2 Grondige reiniging
Verwijder accu en display voorafgaand aan de
grondige reiniging.
7.2.1 Frame reinigen
1Zet, afhankelijk van de mate en
hardnekkigheid van de vervuiling, het
complete frame met reinigingsmiddel in de
week.
2Verwijder na een korte inweektijd modder en
vuil met een spons, borstel en tandenborstel.
3Spoel het frame af met een gieter of met de
hand.
4Voer na het reinigen onderhoud aan het frame
uit.
7.2.2 Voorbouw reinigen
1Reinig de voorbouw met een doek en sop.
2Voer na het reinigen onderhoud aan de
voorbouw uit.
7.2.3 Wiel reinigen
1Controleer tijdens het reinigen van het wiel de
band, de velg, de spaken en de spaaknippels
op eventuele beschadigingen.
2Reinig de naaf en de spaken vanuit het midden
naar buiten met een spons en borstel.
3Reinig de velg met een spons.
7.2.4 Aandrijfelementen reinigen
1Spuit de cassette, de kettingwielen en de
voorderailleur in met een ontvetter.
2Verwijder na een korte inweektijd grove
vervuiling met een borstel.
3Was alle delen af met reinigingsmiddel en een
tandenborstel.
4Voer na het reinigen onderhoud aan de
aandrijfelementen uit.
7.2.5 Ketting reinigen
1Bevochtig een borstel met wat
reinigingsmiddel. Borstel beide zijden van de
ketting af.
2Bevochtig een doek met wat sop. Leg de doek
op de ketting.
3Houd de doek met lichte druk vast en draai
ondertussen aan het achterwiel zodat de
ketting langzaam onder de doek door loopt.
4Reinig de ketting met smeermiddel als deze
hierna nog steeds vuil is.
5Voer na het reinigen onderhoud aan de ketting
uit.
Vereist gereedschap en reinigingsmiddel:
Doeken
Spons
Luchtpomp
Borstel
Tandenborstel
•Kwast
•Gieter
Emmer
•Water
Reinigingsmiddel
Ontvetter
Smeermiddel
Remmenreiniger of spiritus
Vallen door een doorgeremde velg
Een doorgeremde velg kan breken en het wiel
blokkeren. Een val met ernstig letsel kan het
gevolg zijn.
Controleer periodiek de slijtage van de velg.
WAARSCHUWING
!
Aanwijzing
Gebruik nooit agressieve (zuurhoudende)
reinigingsmiddelen, toestoplossers of
ontvetters bij het reinigen van de ketting.
Gebruik nooit een kettingreinigingsapparaat
en voer geen kettingreinigingsbaden uit.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 60
Reinigen en onderhouden
7.2.6 Accu reinigen
Reinig de elektrische aansluitingen van de
accu uitsluitend met een droge doek of kwast.
Veeg de zichtzijden af met een vochtige doek.
7.2.7 Display reinigen
Reinig het display voorzichtig met een zachte,
vochtige doek.
7.2.8 Motor reinigen
Reinig de motor voorzichtig met een zachte,
vochtige doek.
7.2.9 Rem reinigen
Reinig rem en remschijven met water,
reinigingsmiddel en een borstel.
Ontvet de remschijven grondig met
remmenreiniger of spiritus.
7.2.10 Zadel reinigen
Reinig het zadel met een doek bevochtigd met
een lauwwarm sopje met natuurlijke zeep.
Brand- en explosiegevaar door binnendringen
van water
De accu is slechts beschermd tegen opspattend
water. Binnendringend water kan kortsluiting
veroorzaken. De accu kan ontvlammen en
exploderen.
Reinig de accu nooit met een
hogedrukreiniger, waterstraal of perslucht.
Houd de contacten schoon en droog.
Dompel de accu nooit onder in water.
Gebruik nooit reinigingsmiddelen.
Verwijder de accu voorafgaand aan de
reiniging van de pedelec.
Aanwijzing
Reinig de accu nooit met oplosmiddelen (bv.
thinner, alcohol, olie,
corrosiebeschermingsmiddel) of
reinigingsmiddelen.
Aanwijzing
Wanneer water het display binnendringt leidt dat
tot onherstelbare schade.
Dompel het display nooit onder in water.
Reinig het display nooit met een
hogedrukreiniger, waterstraal of perslucht.
Gebruik nooit reinigingsmiddelen.
Verwijder het display voorafgaand aan de
reiniging van de pedelec.
VOORZICHTIG
!
Aanwijzing
Wanneer water de motor binnendringt leidt dat tot
onherstelbare schade.
Dompel de motor nooit onder in water.
Reinig het display nooit met een
hogedrukreiniger, waterstraal of perslucht.
Gebruik nooit reinigingsmiddelen.
Falen van de remmen door binnendringen van
water
De afdichtingen van de rem zijn niet bestand
tegen hoge drukken. Beschadigde remmen
kunnen leiden tot het falen van de remmen en tot
een ongeval met letsel.
Reinig de pedelec nooit met een
hogedrukreiniger of met perslucht.
Wees voorzichtig met een waterslang. Richt
de waterstraal nooit direct op de afdichtingen.
Aanwijzing
Nooit reinigen met een hogedrukreiniger.
Nooit reinigen met oplosmiddelen of andere
chemische middelen.
WAARSCHUWING
!
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 61
Reinigen en onderhouden
7.3 Onderhoud
7.3.1 Onderhoud aan het frame
Droog het frame af.
Spuit het in met een onderhoudsolie.
Veeg na een korte inwerktijd de
onderhoudsolie weer af.
7.3.2 Onderhoud aan de voorbouw
Smeer de schacht van de voorbouw en het
draaipunt van de snelspanhendel in met
siliconen- of teflonolie.
Smeer aanvullend bij de speedlifter twist de
ontgrendelingspen via de moer op het
speedlifterhuis in met olie.
Smeer wat zuurvrij smeervet tussen de
snelspanhendel van de voorbouw en het
glijstuk om de bedieningskracht van de
snelspanhendel te verminderen.
7.3.3 Onderhoud aan de vork
Behandel de vuilafstrijkers met vorkolie.
7.3.4 Onderhoud aan de
aandrijfelementen
6Behandel de mechanische overbrenging en
schakelrollen van derailleur en voorderailleur
met teflonspray.
7.3.5 Onderhoud aan de pedalen
Behandel de pedalen met spuitolie.
7.3.6 Onderhoud aan de ketting
Vet de ketting grondig in met kettingolie.
7.4 Onderhouden
Onderstaande onderhoudswerkzaamheden
moeten periodiek worden uitgevoerd.
7.4.1 Wiel
1Controleer de slijtage van de banden.
2Controleer de bandenspanning.
3Controleer de slijtage van de velgen.
Velgen met onzichtbare slijtage-indicator van
een voertuig met velgremmen zijn versleten
zodra de slijtage-indicator in de buurt van de
lasnaad zichtbaar wordt.
Velgen met zichtbare slijtage-indicator zijn
versleten zodra de zwarte groef rondom in de
velgrand onzichtbaar wordt. Het wordt
aanbevolen elke tweede keer dat de
remvoeringen worden vervangen ook de
velgen te vervangen.
4Controleer de spanning van de spaken.
7.4.1.1 Banden controleren
Controleer de slijtage van de banden. Een
band is versleten wanneer op het loopvlak de
anti-leklaag of het weefsel zichtbaar wordt.
Wanneer een band is versleten, moet deze
door een dealer worden vervangen.
7.4.1.2 Velgen controleren
Controleer de slijtage van de velgen. Velgen
zijn versleten zodra de zwarte groef rondom in
de velgrand onzichtbaar wordt.
Neem contact op met uw dealer voor het
vervangen van de velgen. Het wordt
aanbevolen elke tweede keer dat de
remvoeringen worden vervangen ook de
velgen te vervangen.
Vereist gereedschap en reinigingsmiddel:
Doeken
Tandenborstels
Reinigingsmiddel
Frameverzorgingsolie
Siliconen- of teflonolie
Zuurvrij smeervet
Vorkolie
Kettingolie
Ontvetter
Spuitolie
Teflonspray
Vallen door een doorgeremde velg
Een doorgeremde velg kan breken en het wiel
blokkeren. Een val met ernstig letsel kan het
gevolg zijn.
Controleer periodiek de slijtage van de velg.
WAARSCHUWING
!
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 62
Reinigen en onderhouden
7.4.1.3 Vuldruk controleren en corrigeren
Blitzventiel
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze uitrusting
Bij een eenvoudig Blitzventiel
kan de vuldruk niet worden
gemeten. Daarom wordt de
vuldruk gemeten in de vulslang
tijdens het langzaam oppompen
met de fietspomp.
Het wordt aanbevolen een
fietspomp te gebruiken met
drukmeter. De
gebruikshandleiding van de
fietspomp moet in acht worden
genomen.
1Verwijder de ventieldop.
2Sluit de fietspomp aan.
3Pomp de band langzaam op en let daarbij op
de vuldruk.
4Corrigeer de vuldruk conform de gegevens op
de pedelecpas.
5Draai, wanneer de vuldruk te hoog is, de wartel
los, laat lucht af en draai de wartel weer vast.
6Verwijder de fietspomp.
7Draai de ventieldop stevig vast.
8Draai de velgmoer met de vingertoppen licht
tegen de velg aan.
Frans ventiel
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze uitrusting
Het wordt aanbevolen een
fietspomp te gebruiken met
drukmeter. De
gebruikshandleiding van de
fietspomp moet in acht
worden genomen.
1Verwijder de ventieldop.
2Draai de kartelmoer ca. vier
slagen los.
3Sluit voorzichtig de
fietspomp aan zodat de
ventielinzet niet wordt
verbogen.
4Pomp de band op en let daarbij op de vuldruk.
5Corrigeer de vuldruk conform de gegevens op
de band.
6Verwijder de fietspomp.
7Draai de kartelmoer met de vingertoppen vast.
8Draai de ventieldop stevig vast.
9Draai de velgmoer met de vingertoppen licht
tegen de velg aan.
7.4.1.4 Vuldruk controleren en corrigeren, auto-
ventiel
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze uitrusting
Het wordt aanbevolen een
fietspomp te gebruiken met
drukmeter. De
gebruikshandleiding van de
fietspomp moet in acht
worden genomen.
1Verwijder de ventieldop.
2Sluit de fietspomp aan.
3Pomp de band op en let
daarbij op de vuldruk.
De vuldruk is conform de gegevens
gecorrigeerd.
4Verwijder de fietspomp.
5Draai de ventieldop stevig vast.
6Draai de velgmoer (1) met de vingertoppen
licht tegen de velg aan.
Aanwijzing
Bij een te lage vuldruk bereikt de band niet zijn
normale draagvermogen. De band is niet stabiel
en kan van de velg aflopen.
Bij een te hoge vuldruk kan de band springen.
Controleer de vuldruk conform de gegevens.
Corrigeer zo nodig de vuldruk.
1
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 63
Reinigen en onderhouden
7.4.2 Remsysteem
De frequentie waarmee onderhoud aan de rem
moet worden uitgevoerd wordt bepaald door
zowel de frequentie van het gebruik als de
weersomstandigheden tijdens het gebruik.
Wanneer de pedelec onder extreme
omstandigheden wordt gebruikt, zoals bv. regen,
modder of lange afstanden, moet het onderhoud
vaker worden uitgevoerd.
7.4.3 Remvoeringen op slijtage
controleren
Controleer de remvoeringen na 1000 keer voluit
remmen.
1Controleer dat de remvoeringen nergens
dunner zijn dan 1,8 mm resp. dat remvoering
en dragerplaat samen nergens dunner zijn dan
2,5 mm.
2Trek aan de remhendel en houd deze vast.
Controleer daarbij dat de slijtagekaliber van de
transportbeveiliging tussen de dragerplaten
van de remvoeringen past.
De remvoeringen hebben de slijtagegrens niet
bereikt. Neem bij slijtage contact op met uw
dealer.
7.4.4 Drukpunt controleren
Trek meerdere keren aan de remhendel en
houd deze vast.
Wanneer het drukpunt niet duidelijk voelbaar is
en verandert, moet de rem worden ontlucht.
Neem contact op met uw dealer.
7.4.5 Remschijven op slijtage controleren
Controleer dat de remschijf nergens dunner is
dan 1,8 mm.
De remschijven hebben de slijtagegrens niet
bereikt. Anders moet de remschijf worden
vervangen. Neem contact op met uw dealer.
7.4.6 Elektrische bekabeling en
remkabels controleren
Controleer alle zichtbare elektrische leidingen
en bowdenkabels op beschadigingen.
Wanneer bv. mantels zijn opgestuikt, een rem
defect is of een lamp niet werkt, moet de
pedelec buiten gebruik worden gesteld tot de
leidingen resp. bowdenkabels zijn
gerepareerd. Neem contact op met uw dealer.
7.4.7 Versnelling controleren
Controleer de afstelling van de versnelling en
de schakelhendel resp. de draaibare
handvatschakelaar van de versnelling en
corrigeer deze zo nodig.
7.4.8 Voorbouw controleren
De voorbouw en het snelspansysteem moeten
periodiek worden gecontroleerd en zo nodig
door de dealer worden afgesteld.
Wanneer daarvoor de inbusschroef wordt
losgedraaid, moet dan ook de lagerspeling
worden afgesteld. Daarna moeten de
losgedraaide schroeven worden voorzien van
een matig schroefborgmiddel (bv. Loctite
blauw) en conform de eisen worden
vastgedraaid.
Neem contact op met uw dealer bij slijtage en
tekenen van corrosie.
Vallen door falen van de rem
Versleten remschijven en remvoeringen en
onvoldoende hydraulische olie in de remleiding
verminderen de remwerking. Een val met letsel
kan het gevolg zijn.
Controleer periodiek de remschijven, de
remvoeringen en het hydraulische
remsysteem. Neem bij slijtage contact op met
uw dealer.
VOORZICHTIG
!
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 64
Reinigen en onderhouden
7.4.9 USB-aansluiting controleren
Controleer regelmatig dat de afdekking van de
USB-aansluiting correct is aangebracht en
corrigeer dat zo nodig.
7.4.10 Kettingspanning controleren
1Controleer de kettingspanning over een
complete slag van het crankstel op drie tot vier
plaatsen.
Afbeelding 47: Kettingspanning controleren
2Wanneer de ketting meer dan 2 cm kan worden
ingedrukt, moet de ketting door de dealer
strakker worden gespannen.
3Wanneer de ketting minder dan 1 cm omhoog
of omlaag kan worden gedrukt, moet de ketting
weer losser worden gespannen.
De optimale kettingspanning is bereikt,
wanneer de ketting midden tussen
achtertandwiel en kettingblad maximaal 2 cm
kan worden ingedrukt. Het crankstel moet
bovendien zonder weerstand kunnen draaien.
4Bij een versnellingsnaaf moet voor het
spannen van de ketting het achterwiel naar
achteren resp. naar voren worden verschoven.
Neem contact op met uw dealer.
5Controleer dat de handvatten goed vast zitten.
Aanwijzing
Een te hoge kettingspanning zorgt voor
verhoogde slijtage. Een te geringe
kettingspanning kan ertoe leiden dat de ketting
van de kettingwielen afloopt.
Controleer de kettingspanning maandelijks.
2 cm
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 65
Over deze gebruikshandleiding
8 Onderhoud
Uiterlijk elke zes maanden moet onderhoud
worden uitgevoerd door de dealer. Alleen
daarmee zijn de veiligheid en goede werking van
de pedelec gewaarborgd. Het vervangen van de
schijfrem, het ontluchten van de rem of het
vervangen van een wiel: veel onderhoudswerk-
zaamheden vereisen vakkennis, speciaal gereed-
schap en speciale smeermiddelen. Wanneer de
voorschreven onderhoudswerkzaamheden en
procedures niet worden uitgevoerd, kan de
pedelec beschadigen. Het onderhoud mag
daarom uitsluitend door een dealer worden
uitgevoerd.
De dealer controleert de pedelec aan de hand
van de onderhoudstabel in paragraaf 11.3,
pagina 80.
Bij de grondige reiniging onderzoekt de dealer
de pedelec op tekenen van materiaalmoeheid.
De dealer controleert de softwareversie van
het aandrijfsysteem en update deze. De elek-
trische aansluitingen worden gecontroleerd,
gereinigd en geconserveerd. De elektrische
leidingen worden onderzocht op beschadi-
gingen.
De dealer demonteert en reinigt de volledige
binnen- en buitenzijde van de verende voor-
vork. Hij reinigt en smeert de vuilafstrijkers en
glijbussen, controleert de aanhaalmomenten
Letsel door beschadigde remmen
Voor reparatie van de rem is vakkennis en
speciaal gereedschap vereist. Onjuiste of
ontoelaatbare montagewerkzaamheden kunnen
de rem beschadigen. Dat kan leiden tot een
ongeval met letsel.
Reparatie van de rem mag uitsluitend door
een dealer worden uitgevoerd.
Voer uitsluitend veranderingen of
werkzaamheden uit aan de rem (bv.
demonteren, afslijpen of lakken), die in de
gebruikershandleiding van de rem zijn
toegestaan en worden beschreven.
Oogletsel
Wanneer instellingen niet correct worden
uitgevoerd, kunnen er problemen optreden die
onder bepaalde omstandigheden tot ernstig letsel
kunnen leiden.
Draag altijd een veiligheidsbril bij
onderhoudswerkzaamheden.
Vallen bij onbedoelde activering
Bij onbedoelde activering van het
aandrijfsysteem bestaat gevaar voor letsel.
Verwijder de accu voor het inspecteren.
Vallen door materiaalmoeheid
Wanneer de levensduur van een onderdeel wordt
overschreden, kan dat onderdeel plotseling falen.
Een val met letsel kan het gevolg zijn.
Laat elke zes maanden een grondige reiniging
van de pedelec uitvoeren door de dealer, bij
voorkeur tijdens de voorgeschreven
servicewerkzaamheden.
WAARSCHUWING
!
VOORZICHTIG
!
Milieuschade door giftige stoffen
In het remsysteem bevinden zich giftige en
milieugevaarlijke smeermiddelen en oliën. Wanneer
deze in het riool of het grondwater terechtkomen
raken deze vergiftigd.
Voer smeermiddelen en oliën die vrijkomen bij
reparatie veilig voor het milieu en conform de
wettelijke voorschriften af.
Aanwijzing
De motor is onderhoudsvrij en mag uitsluitend
door gekwalificeerd technisch personeel worden
geopend.
Probeer nooit de motor te openen.
VOORZICHTIG
!
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 66
Over deze gebruikshandleiding
en stelt de vork af op de voorkeuren van de
berijder. Tevens vervangt hij de schuifhulsen
wanneer deze teveel speling vertonen (meer
dan 1mm bij de vorkbrug).
De dealer inspecteert de achterbouwdemper
in- en uitwendig, reviseert de achterbouwdem-
per, vervangt alle luchtafdichtingen van lucht-
vorken, reviseert de luchtveren, vervangt de
olie en vervangt de vuilafstrijkers.
Er wordt in het bijzonder gekeken naar slijtage
van de velgen en remmen. De spaken worden
zo nodig nagespannen.
8.1 Veersystemen
Het uitvoeren van correct onderhoud aan de veer-
systemen garandeert niet alleen een lange le-
vensduur, maar houdt ook de prestaties op een
optimaal niveau. Elk onderhoudsinterval geeft het
maximale aantal rij-uren aan voor het betreffende
type aanbevolen onderhoud. Afhankelijk van de
terrein- en omgevingsomstandigheden kunnen de
prestaties door middel van kortere onderhouds-
intervallen worden geoptimaliseerd.
8.1.1 Achterbouwdemper
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Onderhoudsinterval
RockShox achterbouwdemper
Onderhoud aan het luchtkamersamenstel elke 50 uur
Onderhoud aan dempers en veren elke 200 uur
FOX achterbouwdemper
Volledig onderhoud (volledige in- en
uitwendige inspectie, revisie van
dempers en luchtveren, vervangen van
olie en vuilafstrijkers)
elke 125 uur of
elk jaar
Suntour achterbouwdemper
Grondige service van de schokdempers,
inclusief weer in elkaar zetten van de
demper en vervangen van de
luchtafdichting
elke 100 uur
Letsel door exploderen
De luchtkamer staat onder druk. Bij onderhoud aan
het luchtsysteem van een defecte achterbouw-
demper kan deze exploderen en ernstig letsel
veroorzaken.
Draag bij montage of onderhoud een
veiligheidsbril, veiligheidshandschoenen en
veiligheidskleding.
Laat de lucht uit alle luchtkamers afblazen.
Demonteer alle luchtinzetten.
Onderhoud of demonteer nooit een
achterbouwdemper zonder dat deze volledig is
uitgeveerd.
Vergiftiging door veringolie
De veringolie irriteert de luchtwegen, leidt tot
mutaties in kiemcellen en tot steriliteit, veroorzaakt
kanker en is toxisch bij huidcontact.
Draag altijd een veiligheidsbril en nitril
handschoenen tijdens werkzaamheden met
veringolie.
Voer nooit onderhoud uit tijdens de
zwangerschap.
Gebruik een olieopvangbak op de plek waar
onderhoud aan de achterbouwdemper wordt
uitgevoerd.
Milieuschade door giftige stoffen
In de achterbouwdemper bevinden zich giftige en
milieugevaarlijke smeermiddelen en oliën.
Wanneer deze in het riool of het grondwater
terechtkomen, raken deze vergiftigd.
Voer smeermiddelen en oliën die vrijkomen bij
reparatie veilig voor het milieu en conform de
wettelijke voorschriften af.
WAARSCHUWING
!
WAARSCHUWING
!
VOORZICHTIG
!
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 67
Over deze gebruikshandleiding
Onderhoud aan en reparatie van de
achterbouwdemper vereist vakkennis over
veringcomponenten, speciaal gereedschap en
speciale smeermiddelen.
Wanneer de beschreven procedures niet worden
uitgevoerd, kan de achterbouwdemper
beschadigen. Onderhoud aan de
achterbouwdemper mag uitsluitend door een
dealer worden uitgevoerd.
8.1.2 Verende voorvork
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Onderhoudsinterval
Onderhoud aan en reparatie van de verende
voorvork vereist vakkennis over
veringcomponenten, speciaal gereedschap en
speciale smeermiddelen.
Wanneer de beschreven procedures niet worden
uitgevoerd, kan de verende voorvork
beschadigen. Onderhoud aan de verende
voorvork mag uitsluitend door een dealer worden
uitgevoerd.
Suntour verende voorvork
Onderhoud 1
Functionele controle, controle van
bevestigingen en controle op slijtage
elke 50 uur
Onderhoud 2
Onderhoud 1+ volledige reiniging van
binnen- en buitenzijde van de vork /
reiniging en smering van de vuilafstrijkers
en geleidingen/kunststof bussen /
controle van de aanhaalmomenten
elke 100 uur
FOX verende voorvork
Volledig onderhoud (volledige in- en
uitwendige inspectie, revisie van
dempers, vervangen van
luchtafdichtingen bij luchtvorken, revisie
van luchtveren, vervangen van olie en
vuilafstrijkers).
elke 125 uur of
elk jaar
RockShox verende voorvork
Onderhoud van de dompelbuizen voor:
Paragon™, XC™ 28, XC 30, 30™, Judy®,
Recon™, Sektor™, 35™*, Bluto™, REBA®,
SID®, RS-1™, Revelation™, PIKE®, Lyrik™,
Yari™, BoXXer
elke 50 uur
Onderhoud van de veer- en
dempereenheid voor:
Paragon, XC 28, XC 30,30 (2015 en ouder),
Recon (2015 en ouder), Sektor (2015 en
ouder), Bluto (2016 en ouder), Revelation
(2017 en ouder), REBA (2016 en ouder), SID
(2016 en ouder), RS-1 (2017 en ouder),
BoXXer (2018 en ouder)
elke 100 uur
Onderhoud van de veer- en
dempereenheid voor:
30 (2016+), Judy (2018+), Recon (2016+),
Sektor (2016+), 35 (2020+)*, Revelation
(2018+), Bluto (2017+), REBA (2017+), SID
(2017+), RS-1 (2018+), PIKE (2014+), Lyrik
(2016+), Yari (2016+), BoXXer (2019+)
elke 200 uur
Letsel door exploderen
De luchtkamer staat onder druk. Bij onderhoud aan
het luchtsysteem van een defecte verende voorvork
kan deze exploderen en ernstig letsel veroorzaken.
Draag bij montage of onderhoud een
veiligheidsbril, veiligheidshandschoenen en
veiligheidskleding.
Laat de lucht uit alle luchtkamers afblazen.
Demonteer alle luchtinzetten.
Onderhoud of demonteer nooit een verende
voorvork zonder dat deze volledig is
uitgeveerd.
Milieuschade door giftige stoffen
In de verende voorvork bevinden zich giftige en
milieugevaarlijke smeermiddelen en oliën.
Wanneer deze in het riool of het grondwater
terechtkomen, raken deze vergiftigd.
Voer smeermiddelen en oliën die vrijkomen bij
reparatie veilig voor het milieu en conform de
wettelijke voorschriften af.
WAARSCHUWING
!
VOORZICHTIG
!
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 68
Over deze gebruikshandleiding
8.1.3 Geveerde zadelpen
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Onderhoudsinterval
Onderhoud aan en reparatie van de geveerde
zadelpen vereist vakkennis over
veringcomponenten, speciaal gereedschap en
speciale smeermiddelen.
Wanneer de beschreven procedures niet worden
uitgevoerd, kan de geveerde zadelpen
beschadigen. Onderhoud aan de geveerde
zadelpen voorvork mag uitsluitend door een
dealer worden uitgevoerd.
8.2 As met snelspanner
by.schulz zadelpen
alle schroeven controleren op correcte
aanhaalmomenten voor:
G1 en G2
na 250 km en
elke 1500 km
Suntour geveerde zadelpen
Onderhoud 1 elke 100 uur
RockShox geveerde zadelpen
Ontluchten van de
afstandsbedieningshendel en/of
onderhoud van de onderste
zadelpeneenheid voor:
Reverb™ A1/A2/B1, Reverb Stealth A1/A2/B1/
C1*, Reverb AXS™ A1*
elke 50 uur
Ontluchten van de
afstandsbedieningshendel en/of
onderhoud van de onderste
zadelpeneenheid voor:
Reverb B1, Reverb Stealth B1/C1*, Reverb
AXS A1*
elke 200 uur
Compleet onderhoud van de zadelpen
voor:
Reverb A1/A2, Reverb Stealth A1/A2
elke 200 uur
Compleet onderhoud van de zadelpen
voor:
Reverb B1, Reverb Stealth B1
elke 400 uur
Compleet onderhoud van de zadelpen
voor:
Reverb AXS A1*, Reverb Stealth C1*
elke 600 uur
Alle andere geveerde zadelpennen
Onderhoud elke 100 uur
Vallen door losgeraakte snelspanner
Een defecte of onjuist gemonteerde snelspanner
kan gegrepen worden door de remschijf en het
wiel blokkeren. Een val is het gevolg.
Monteer de snelspanhendel van het voorwiel
aan de zijde tegenover de remschijf.
Vallen door defecte of verkeerd gemonteerde
snelspanner
De remschijf kan tijdens gebruik zeer heet
worden. Onderdelen van de snelspanner kunnen
hierdoor schade oplopen. De snelspanner kan
losraken. Een val met letsel is het gevolg.
De snelspanhendel van het voorwiel en de
remschijf moeten aan tegenover elkaar
liggende zijden zitten.
Vallen door verkeerde afstelling van de
spankracht
Een te hoge spankracht beschadigt de
snelspanner zodat deze zijn werking verliest.
Onvoldoende spankracht leidt tot een ongunstige
krachtoverdracht. De verende voorvork of het
frame kan breken. Een val met letsel is het
gevolg.
Bevestig een snelspanner nooit met
gereedschap (bv. een hamer of tang).
Gebruik uitsluitend spanhendels met correct
afgestelde spankracht.
VOORZICHTIG
!
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 69
Over deze gebruikshandleiding
8.2.1 Snelspanner controleren
Controleer de stand en spankracht van de
snelspanhendel. De snelspanhendel moet vlak
tegen de onderste behuizing aanliggen. Bij het
omhalen van de snelspanhendel moet een
lichte afdruk op de handpalm te zien zijn.
Afbeelding 48: Spankracht van de snelspanner afstellen
Stel zo nodig de spankracht van de
spanhendel af met een 4 mm inbussleutel.
Controleer daarna opnieuw de stand en
spankracht van de snelspanhendel.
Afbeelding 49: Spankracht van de snelspanner afstellen
8.3 Voorbouw onderhouden
Onder belasting kunnen onjuist vastgedraaide
schroeven losraken. Hierdoor kan de voorbouw
los komen te zitten. Een val met letsel is het
gevolg.
Controleer na de eerste twee uren rijden dat
het stuur en het snelspansysteem van de
voorbouw goed vast zitten.
8.4 Versnelling instellen
Wanneer de versnelling niet goed overschakelt,
moet de spanning van de schakelkabel worden
afgesteld.
Trek de afstelwartel voorzichtig van de
behuizing van de schakelhendel weg en
verdraai deze.
Controleer de werking van de versnelling na
elke correctie.
8.4.1 Versnelling met
bowdenkabelbediening, enkel
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Stel de afstelwartel op de behuizing van de
schakelhendel zo af, dat de versnelling
gemakkelijk overschakelt.
Afbeelding 50: Afstelwartel (1) van de versnelling met
enkele bowdenkabelbediening en behuizing van de
schakelhendel (2), voorbeeld
2
1
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 70
Over deze gebruikshandleiding
8.4.2 Versnelling met
bowdenkabelbediening, dubbel
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Stel de afstelwartel onder de achterbrug van
het frame zo af, dat de versnelling gemakkelijk
overschakelt.
De schakelkabel heeft bij licht uittrekken een
speling van ca. 1 mm.
Afbeelding 51: Afstelwartels (2) van twee alternatieve
uitvoeringen (A en B) van een versnelling met dubbele
bowdenkabelbediening aan de achterbrug (1)
8.4.3 Draaibare handvatschakelaar met
bowdenkabelbediening, dubbel
Geldt uitsluitend voor pedelecs met deze
uitrusting
Stel de afstelwartel op de behuizing van de
schakelhendel zo af, dat deze gemakkelijk
overschakelt.
Bij het draaien aan de draaibare handvatscha-
kelaar is een speling voelbaar van ca. 2 - 5 mm
(1/2 versnelling).
Afbeelding 52: Draaibare handvatschakelaar met
afstelwartels (1) en speling van de versnelling (2)
1
A
B
1
2
2
1
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 71
Storingen zoeken, storingen verhelpen en reparatie
9 Storingen zoeken, storingen verhelpen en reparatie
9.1 Storingen zoeken en storingen
verhelpen
De componenten van het aandrijfsysteem worden
continu automatisch bewaakt. Wanneer een
storing wordt vastgesteld, verschijnt een
storingsmelding op het display. Afhankelijk van de
aard van de storing wordt de aandrijving zo nodig
automatisch uitgeschakeld.
9.1.1 Aandrijfsysteem of display start niet
op
Handel als volgt wanneer het display en/of het
aandrijfsysteem niet opstart:
1Controleer of de accu is ingeschakeld. Zo niet,
schakel de accu in.
Neem contact op met de dealer wanneer de
LED's van de laadtoestandweergave niet
branden.
2Verwijder de accu wanneer de LED's van de
laadtoestandweergave branden, maar het
aandrijfsysteem toch niet opstart.
3Breng de accu aan.
4Start het aandrijfsysteem op.
5Verwijder de accu wanneer het
aandrijfsysteem niet opstart.
6Reinig alle contacten met een zachte doek.
7Breng de accu aan.
8Start het aandrijfsysteem op.
9Verwijder de accu wanneer het
aandrijfsysteem niet opstart.
10 Laad de accu volledig op.
11 Breng de accu aan.
12 Start het aandrijfsysteem op.
13 Verwijder het display wanneer het
aandrijfsysteem niet opstart.
14 Breng het display aan.
15 Start het aandrijfsysteem op.
16 Neem contact op met de dealer wanneer het
aandrijfsysteem niet opstart.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 72
Storingen zoeken, storingen verhelpen en reparatie
9.1.2 Storingen ondersteuningsfunctie
Symptoom Oorzaak / mogelijkheid Oplossing
Er is geen ondersteuning
beschikbaar.
Is de accu voldoende opgeladen? 1Controleer het laadniveau van de accu.
2Is de accu leeg, laad deze dan op.
Rijdt u onder zomerse omstandigheden
op lange hellingen of rijdt u lange tijd
met zware belasting? De accu is
mogelijk te heet.
1Schakel het aandrijfsysteem uit.
2Wacht enige tijd en probeer het dan opnieuw.
De accu, het display of de
ondersteuningsschakelaar is mogelijk
verkeerd aangesloten of er kan een
probleem zijn met één of meer van
deze onderdelen.
Neem contact op met de dealer.
Is de snelheid te hoog?
Controleer de displayweergaven. De elektronische
schakelondersteuning werkt slechts tot een maximum
snelheid van 25 km/h.
Er is geen ondersteuning
beschikbaar.
Wordt op de pedalen getrapt? De pedelec is geen motorfiets. Trap op de pedalen.
Is de ondersteuningsstand op [UIT]
ingesteld?
1Stel de ondersteuningsstand in op een ander
ondersteuningsniveau dan [UIT].
2Neem contact op met de dealer wanneer u nog steeds het
gevoel hebt, dat er geen ondersteuning beschikbaar is.
Is het systeem ingeschakeld? Druk op de aan/uit-toets van de accu om deze weer in te
schakelen.
De afgelegde afstand met
ondersteuning is te kort.
De afgelegde afstand kan al naar
gelang de wegomstandigheden, de
versnelling en de totale gebruiksduur
van de verlichting korter worden.
1Controleer het laadniveau van de accu.
2Is de accu leeg, laad deze dan op.
De prestaties van de accu nemen af
onder winterse omstandigheden. Dit wijst niet op een probleem.
De accu is een slijtdeel. Herhaaldelijk
opladen en een lange gebruiksduur
leiden tot verslechtering van de accu
(prestatieverlies).
Wanneer de afstand die met een enkele lading kan worden
afgelegd, te kort wordt, dient de accu te door een nieuwe te
worden vervangen.
Is de accu volledig opgeladen?
Wanneer de totale afgelegde afstand op een volledig
opgeladen accu kleiner is geworden, is de accu mogelijk
verslechterd. Vervang de accu door een nieuwe.
Het trappen op de
pedalen kost veel moeite.
Zijn de banden op voldoende druk
opgepompt?
Pomp de banden op.
Is de ondersteuningsstand op UIT
ingesteld?
1Stel de ondersteuningsstand in op [BOOST].
2Neem contact op met de dealer wanneer u nog steeds het
gevoel hebt, dat er geen ondersteuning beschikbaar is.
De accu is mogelijk onvoldoende
opgeladen.
Controleer de mate van ondersteuning opnieuw na het
opladen van de accu. Wanneer u nog steeds het gevoel hebt,
dat er geen ondersteuning beschikbaar is, neem dan contact
op met de verkoper.
Is het systeem ingeschakeld met uw
voet op het pedaal?
1Schakel het systeem opnieuw in zonder druk op het pedaal uit
te oefenen. Wanneer u nog steeds het gevoel hebt, dat er
geen ondersteuning beschikbaar is, neem dan contact op met
uw dealer.
Tabel 30: Storingsoplossing ondersteuningsniveau
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 73
Storingen zoeken, storingen verhelpen en reparatie
9.1.3 Fout in de accu
Symptoom Oorzaak / mogelijkheid Oplossing
De accu is snel leeg. De accu is mogelijk aan het einde van
zijn gebruiksduur.
Vervang deze door een nieuwe accu.
De accu laat zich niet
opladen.
Is de netstekker van de oplader goed
op de contactdoos aangesloten?
1Verwijder de netstekker van de oplader uit de contactdoos en
sluit deze opnieuw aan.
2Herhaal het opladen.
3Wanneer de accu zich nog steeds niet laat opladen, neem dan
contact op met uw dealer.
Is de laadconnector van de oplader
goed op de accu aangesloten?
1Verwijder de netstekker van de oplader uit de contactdoos en
sluit deze opnieuw aan.
2Herhaal het opladen.
3Wanneer de accu zich nog steeds niet laat opladen, neem dan
contact op met uw dealer.
Is de adapter goed met de
laadconnector en de laadaansluiting
van de accu aangesloten?
1Sluit de adapter goed aan op de laadconnector en de
laadaansluiting van de accu.
2Start het opladen opnieuw.
3Neem contact op met uw dealer wanneer de accu nog steeds
niet oplaadt.
Is de aansluitklem van oplader, adapter
of accu vuil?
1Veeg de aansluitklemmen af met een droge doek om deze
schoon te maken.
2Herhaal het opladen.
3Wanneer de accu zich nog steeds niet laat opladen, neem dan
contact op met de verkoper.
De accu start niet met
opladen wanneer de
oplader is aangesloten.
De accu is mogelijk aan het einde van
zijn gebruiksduur.
Vervang deze door een nieuwe accu.
De accu en de oplader
worden heet.
De accu resp. de oplader overschrijdt
mogelijk de toegestane
bedrijfstemperatuur.
1Onderbreek het opladen.
2Wacht enige tijd en probeer het dan opnieuw.
3Wanneer de accu te heet is om aan te raken, kan dit wijzen op
een probleem met de accu. Neem contact op met uw dealer.
De oplader is warm. Wanneer de oplader continu wordt
gebruikt om accu's op te laden, kan
deze warm worden.
Wacht enige tijd voordat u de oplader opnieuw gebruikt.
De LED op de oplader
gaat niet branden.
Is de laadconnector van de oplader
goed op de accu aangesloten?
1Controleer dat de aansluiting vrij is voordat u laadconnector
opnieuw aansluit.
2Blijft het probleem bestaan, neem dan contact op met uw
dealer.
Is de accu volledig opgeladen?
Wanneer de accu volledig is opgeladen, gaat de LED op de
oplader uit. Dit is geen storing.
1Verwijder de netstekker van de oplader uit de contactdoos en
sluit deze opnieuw aan.
2Herhaal vervolgens het opladen.
3Wanneer de LED op de oplader nog steeds niet gaat branden,
neem dan contact op met uw dealer.
De accu kan niet worden
verwijderd.
Neem contact op met uw dealer.
De accu kan niet
worden aangebracht.
Neem contact op met uw dealer.
Tabel 31: Storingsoplossing accu
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 74
Storingen zoeken, storingen verhelpen en reparatie
9.1.4 Storingen display
9.1.5 Verlichting werkt niet
Er komt vloeistof vrij uit de
accu.
Houd u aan alle waarschuwingen uit hoofdstuk 2 Veiligheid.
Er is sprake van een
ongewone geur.
1Verwijder de accu onmiddellijk.
2Neem direct contact op met de brandweer.
3Houd u aan alle waarschuwingen uit hoofdstuk 2 Veiligheid.
Er komt rook vrij uit de
accu. 1Verwijder de accu onmiddellijk.
2Neem direct contact op met de brandweer.
3Houd u aan alle waarschuwingen uit hoofdstuk 2 Veiligheid.
Symptoom Oorzaak / mogelijkheid Oplossing
Tabel 31: Storingsoplossing accu
Symptoom Oorzaak / mogelijkheid Oplossing
Op het display worden
geen gegevens
weergegeven wanneer op
de aan/uit-toets van de
accu wordt gedrukt.
De accu is mogelijk onvoldoende
opgeladen.
1Laad de accu op.
2Schakel de stroom in.
Is de stroom ingeschakeld? Houd de aan/uit-toets ingedrukt om de stroom in te schakelen.
Wordt de accu opgeladen?
Wanneer de accu op de pedelec is gemonteerd en wordt
opgeladen, kan deze niet worden ingeschakeld. Onderbreek
het opladen.
Is de connector goed op de
stroomkabel gemonteerd?
Controleer of de connector van de stroomkabel niet is
losgekoppeld. Wanneer u dat niet zeker weet, neem dan
contact op met de verkoper.
Het kan voorkomen, dat een
component is aangesloten, die het
systeem niet kan identificeren.
Neem contact op met uw dealer.
De versnelling wordt niet
op het display
weergegeven.
De versnelling wordt uitsluitend
weergegeven bij gebruik van de
elektronische versnelling.
Controleer of de connector van de stroomkabel los is.
Wanneer u dat niet zeker weet, neem dan contact op met uw
dealer.
Het instelmenu kan niet
worden geopend tijdens
het rijden.
Het product is zo ontworpen, dat het
instelmenu niet kan worden geopend,
wanneer wordt gedetecteerd dat de
pedelec rijdt. Dat is geen storing.
Stop de pedelec en voer vervolgens de instellingen uit.
De tijdweergave knippert
"0:00". De knoopcel in het display is leeg. Vervang de knoopcel in het display.
Tabel 32: Storingsoplossing display
Symptoom Oorzaak / mogelijkheid Oplossing
De koplamp of het
achterlicht brandt niet,
zelfs niet wanneer de
schakelaar wordt
ingedrukt.
De basisinstellingen van het elektrische
aandrijfsysteem zijn mogelijk niet juist
uitgevoerd. De lamp is defect.
1Neem de pedelec onmiddellijk buiten gebruik.
2Neem contact op met uw dealer.
Tabel 33: Storingsoplossing accu
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 75
Storingen zoeken, storingen verhelpen en reparatie
9.1.6 Overige storingen
9.2 Reparatie
Voor veel reparaties is bijzondere kennis en
gereedschap vereist. Daarom mag uitsluitend een
dealer reparaties uitvoeren zoals:
banden en velgen vervangen,
remvoeringen en velgen resp. remschijven
vervangen,
ketting vervangen resp. spannen.
9.2.1 Originele onderdelen en
smeermiddelen
De afzonderlijke onderdelen van de pedelec zijn
zorgvuldig geselecteerd en op elkaar afgestemd.
Er mogen uitsluitend originele onderdelen en
smeermiddelen worden gebruikt voor onderhoud
en reparatie.
Die continu geactualiseerde lijsten met
goedgekeurde accessoires en onderdelen
bevinden zich in hoofdstuk 11, Documenten en
tekeningen.
Houd u aan de gebruikshandleiding van de
nieuwe onderdelen.
9.2.2 Verlichting vervangen
Gebruik bij vervanging uitsluitend
componenten die overeenkomen met het
betreffende wattage.
9.2.3 Koplamp afstellen
Stel de koplamp zo af, dat de lichtkegel 10 m
voor de pedelec op de weg schijnt.
9.2.4 Controle of de band vrijloopt
Wanneer de band van een verende voorvork
wordt vervangen door een andere maat, moet
altijd worden gecontroleerd dat de band vrijloopt.
1Laat de druk af uit de vork.
2Druk de vork volledig samen.
3Meet de afstand tussen de bovenzijde van de
band en de onderzijde van de kroon. Deze
afstand mag niet minder bedragen dan 10 mm.
Wanneer de band te groot is, komt deze in
contact met de onderzijde van de kroon
wanneer de vork volledig wordt samengedrukt.
4Ontlast de vork en pomp deze weer op als het
een vork met luchtvering betreft.
5Houd er rekening mee, dat de afstand kleiner
wordt wanneer er een spatbord wordt
gemonteerd. Herhaal de controle om er zeker
van te zijn dat de band voldoende vrijloopt.
Symptoom Oorzaak / mogelijkheid Oplossing
Bij het drukken op een schakelaar klin-
ken twee pieptonen en de schakelaar
kan niet worden bediend.
De betreffende schakelaar is gedeacti-
veerd.
Dit is geen storing.
Er klinken drie pieptonen. Er is sprake van een storing of
waarschuwing.
Dit gebeurt wanneer er een waarschuwing of
storing op het display wordt weergegeven. Volg de
aanwijzingen die voor de betreffende code staan
vermeld in hoofdstuk 6.2 Systeemmeldingen.
Wanneer u een elektronische versnel-
ling gebruikt, hebt u het gevoel, dat de
trapondersteuning zwakker wordt wan-
neer de versnelling wordt geschakeld.
Dit komt doordat de trapondersteuning
door de computer op de optimaal wordt
ingesteld.
Dit is geen storing.
Na het schakelen hoort u een geluid. Neem contact op met uw dealer.
Tijdens normaal rijden hoort u een
geluid komen van het achterwiel. De versnelling is mogelijk niet correct
afgesteld.
Neem contact op met uw dealer.
Wanneer u stopt met de pedelec,
schakelt het verzet niet naar de stand
die vooraf bij deze functie is ingesteld.
Mogelijk hebt u te sterke druk op de
pedalen uitgeoefend.
Wanneer u slechts lichte druk op de pedalen
uitoefent, gaat het overschakelen van de
versnelling gemakkelijker.
Tabel 34: Storingsoplossing accu
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 76
Recycling en afvoer
10 Recycling en afvoer
Dit apparaat is gemarkeerd in
overeenstemming met de Europese
richtlijn 2012/19/EU betreffende
afgedankte elektrische en elektronische
apparatuur (Waste Electrical and
Electronic Equipment, WEEE) en met
de Europese richtlijn 2006/66/EG betreffende
batterijen en accu's. Deze richtlijn voorziet in een
EU-breed kader voor inname en recycling van
oude apparatuur. Als gebruiker bent u wettelijk
verplicht alle gebruikte batterijen en accu's in te
leveren. Afvoer met het huisvuil is verboden! De
fabrikant is conform §9 van de Regeling beheer
batterijen en accu’s 2008 verplicht om gebruikte
en oude accu's gratis terug te nemen en vervult
daarmee de wettelijke verplichtingen en draagt bij
aan de bescherming van het milieu! De pedelec,
de accu, de motor, het display en de oplader
bevatten waardevolle grondstoffen. Deze moeten
overeenkomstig de van toepassing zijnde
wettelijke voorschriften gescheiden van het
huisvuil worden afgevoerd voor recycling. Door
gescheiden inzameling en recycling worden de
grondstofreserves ontzien en is gewaarborgd dat
bij de recycling van het product en/of de accu alle
voorschriften ter bescherming van de gezondheid
en het milieu worden aangehouden.
Haal de pedelec, de accu of de oplader niet uit
elkaar ten behoeve van het afvoeren.
De pedelec, het display, de ongeopende en
onbeschadigde accu en de oplader kunnen bij
elke dealer gratis worden ingeleverd.
Afhankelijk van uw regio zijn andere
afvoermogelijkheden beschikbaar.
Bewaar onderdelen van een buiten bedrijf
genomen pedelec droog, vorstvrij en
beschermd tegen invallend zonlicht.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 77
Documenten
11 Documenten
11.1 Onderdelenlijst
11.1.1 Futura Fold Carbon I-10
21-Y-0001
Onderdeel
Vork Carbon, star, 1.5"
Stuur Trekking Al, 31.8 mm, 15° backsweep
Voorbouw Al, verstelbaar, 90mm, met "All Up" hoogteverstelling, 150 mm
Zadel Selle Royal LookIn Relaxed
Zadelpen Kalloy SP-DC1, Al, 350 mm, Ø30,9 mm
Crankset FSA CK-8658-1, Hollow Carbon
Derailleur Shimano ZEE
Schakelhendel Shimano Deore, SL-M6000
Cassette/tandkrans Shimano CS-HG50 11-36T
Ketting KMC X10E
Schijf achter Shimano SM-RT10 / 160 mm
Velg voor Mach1 650
Velg achter Mach1 650
Naaf voor Shimano MT400, boost, met opsteekas 15 mm, Centerlock
Naaf achter Shimano MT400, boost, met opsteekas 12 mm, Centerlock
Banden Schwalbe Big Apple RaceGuard, 50-406, 20 inch
Binnenband Schwalbe AV 7
Koplamp Busch & Müller ILU, tot 30 Lux, geïntegreerd in het voorspatbord
Achterlamp Busch & Müller ILU jr., geïntegreerd in het achterspatbord
Bagagedrager i-Rack, systeemdrager, met veerklem
Slot ABUS accuslot, met plus-cilinder
Motor Fazua Drivepack Evation 1.0
Accu-aanduiding fabrikant Fazua Evation 1.0 252 DownTube
Display Fazua Remote Controller
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 78
Documenten
11.2 Montageprotocol
Datum: Framenummer:
Component Beschrijving Criteria Maatregelen bij afkeur
Montage/inspectie Testen Acceptatie Afkeur
Voorwiel Montage o.k. los Snelspanner afstellen
Zijstandaard Bevestiging controleren Werking controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Banden Bandenspanning
controleren o.k. bandenspanning te laag/ te
hoog Bandenspanning aanpassen
Frame Controleren op beschadi-
gingen, breuken, krassen o.k. beschadigd Buitenbedrijfstelling, nieuw frame
Handgrepen,
bekledingen Bevestiging controleren o.k. ontbreekt Schroeven vastdraaien, nieuw
handgrepen resp. bekledingen
conform stuklijst
Stuur, voorbouw Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien, zo nodig
nieuwe voorbouw conform stuklijst
Stuurlager Controleren op
beschadigingen Werking controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Zadel Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Zadelpen Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Spatbord Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Bagagedrager Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Accessoires Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Bel Werking controleren o.k. geen geluid, zacht,
ontbreekt Nieuwe bel conform stuklijst
Veerelementen
Vork, verende
voorvork
Controleren op
beschadigingen o.k. beschadigd Nieuwe vork conform stuklijst
Achterbouwdemper Controleren op
beschadigingen o.k. beschadigd Nieuwe vork conform stuklijst
Geveerde zadelpen Controleren op
beschadigingen o.k. beschadigd Nieuwe vork conform stuklijst
Reminstallatie
Remhendel Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Remvloeistof Vloeistofpeil controleren o.k. te weinig Remvloeistof bijvullen, bij
beschadiging nieuwe remslangen
Remvoeringen
Remvoeringen,
remschijven resp. velgen
controleren op
beschadigingen
o.k. beschadigd Nieuwe remvoeringen,
remschijven resp. velgen
Terugtraprem
remanker Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Verlichtingsinstallatie
Accu Initiële controle o.k. storingsmelding Buitenbedrijfstelling, contact
opnemen met accufabrikant,
nieuwe accu
Bekabeling
verlichting
Aansluitingen, correcte
kabelvoering o.k. kabel defect, geen
verlichting Nieuwe bekabeling
Achterlicht Standlicht Werking controleren o.k. geen constante verlichting Buitenbedrijfstelling, nieuw
achterlicht conform stuklijst, zo
nodig accu vervangen
Voorlicht Standlicht, dagrijlicht Werking controleren o.k. geen constante verlichting Buitenbedrijfstelling, nieuw
voorlicht conform stuklijst, zo
nodig accu vervangen
Reflectoren Volledig, toestand,
bevestiging o.k. niet volledig of beschadigd Nieuwe reflectoren
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 79
Documenten
Technische controle, veiligheidscontrole, proefrit
Aandrijving/ versnelling
Ketting/ cassette/
achtertandwiel/
kettingblad
Controleren op
beschadigingen o.k. beschadigd Zo nodig bevestigen of nieuw
conform stuklijst
Kettingbeschermer/
spaakbeschermer
Controleren op
beschadigingen o.k. beschadigd Nieuw conform stuklijst
Traplager/ crank Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Pedalen Bevestiging controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Schakelhendel Bevestiging controleren Werking controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Schakelkabels Controleren op
beschadigingen Werking controleren o.k. los resp. defect Schakelkabels afstellen, zo nodig
nieuwe schakelkabels
Voorderailleur Controleren op
beschadigingen Werking controleren o.k. schakelt niet of zwaar Afstellen
Derailleur Controleren op
beschadigingen Werking controleren o.k. schakelt niet of zwaar Afstellen
Elektrische aandrijving
Display Controleren op
beschadigingen Werking controleren o.k. geen weergave, onjuiste
weergave
Opnieuw opstarten, accu testen,
nieuwe software of nieuw display,
buitenbedrijfstelling
Bediening elektrische
aandrijving
Controleren op
beschadigingen Werking controleren o.k. geen reactie Opnieuw opstarten, contact
opnemen met fabrikant bediening,
nieuwe bediening
Tacho Snelheidsmeting o.k. pedelec rijdt 10% te snel/
te langzaam Pedelec buiten gebruik nemen tot
de oorzaak is gevonden
Bekabeling Visuele controle o.k. uitval van het systeem,
beschadigingen, geknikte
kabels Nieuwe bekabeling
Accuhouder Bevestiging, slot,
contacten Werking controleren o.k. los, slot sluit niet, geen
contact Nieuwe accuhouder
Motor Visuele controle en
bevestiging o.k. beschadigd, los Motor vastdraaien, contact
opnemen met fabrikant motor,
nieuwe motor
Software Versie uitlezen nieuwste
versie niet de nieuwste versie Update uploaden
Component Beschrijving Criteria Maatregelen bij afkeur
Component Beschrijving Criteria Maatregelen bij afkeur
Montage/inspectie Testen Acceptatie Afkeur
Reminstallatie
Werking controleren o.k. remt niet voluit, remweg te
lang Defect onderdeel in de
reminstallatie lokaliseren en
corrigeren
Versnelling onder
bedrijfsbelasting
Werking controleren o.k. problemen bij het
schakelen Versnelling opnieuw afstellen
Veerelementen (vork,
vorkpoot, zadelpen)
Werking controleren o.k. te weinig of geen vering
meer Defect onderdeel lokaliseren en
corrigeren
Elektrische
aandrijving
Werking controleren o.k. los contact, problemen
tijdens het rijden,
versnellen
Defect onderdeel elektrische
aandrijving lokaliseren en
corrigeren
Verlichtingsinstalla-
tie
Werking controleren o.k. geen continue verlichting,
niet helder genoeg Defect onderdeel
verlichtingsinstallatie lokaliseren
en corrigeren
Proefrit
geen
opvallende
geluiden
opvallende geluiden Bron van het geluid lokaliseren en
corrigeren
Datum:
Naam monteur:
Eindoordeel werkplaatschef
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 80
Documenten
11.3 Onderhoudshandleiding
Diagnose en documentatie huidige toestand
Datum: Framenummer:
Component Interval Beschrijving Criteria Maatregelen bij afkeur
Inspectie Testen Onderhoud Accepta-
tie
Afkeur
Voorwiel 6 maanden Montage o.k. los Snelspanner afstellen
Zijstandaard 6 maanden Bevestiging
controleren Werking controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Banden 6 maanden Bandenspanning
controleren o.k. bandenspanning
te laag/ te hoog Bandenspanning aanpassen
Frame 6 maanden Controleren op
beschadigingen,
breuken, krassen o.k. beschadigd Pedelec buiten gebruik
nemen, nieuw frame
Handgrepen,
bekledingen 6 maanden Slijtage, bevestiging
controleren o.k. ontbreekt Schroeven vastdraaien,
nieuw handgrepen resp.
bekledingen conform stuklijst
Stuur,
voorbouw 6 maanden Bevestiging
controleren o.k. los Schroeven vastdraaien, zo
nodig nieuwe voorbouw
conform stuklijst
Stuurlager 6 maanden Controleren op
beschadigingen Werking controleren Smeren en afstellen o.k. los Schroeven vastdraaien
Zadel 6 maanden Bevestiging
controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Zadelpen 6 maanden Bevestiging
controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Spatbord 6 maanden Bevestiging
controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Bagagedrager 6 maanden Bevestiging
controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Accessoires 6 maanden Bevestiging
controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Bel 6 maanden Werking controleren o.k. geen geluid,
zacht, ontbreekt Nieuwe bel conform stuklijst
Veerelementen
Vork, verende
voorvork
cf.
fabrikant*
Controleren op
beschadigingen,
corrosie, breuk
Onderhoud cf. fabrikant
Smeren, olie vervangen
cf. fabrikant
o.k. beschadigd Nieuwe vork conform
stuklijst
Achterbouw-
demper
cf.
fabrikant*
Controleren op
beschadigingen,
corrosie, breuk
Onderhoud cf. fabrikant
Smeren, olie vervangen
cf. fabrikant
o.k. beschadigd Nieuwe vork conform
stuklijst
Geveerde
zadelpen
cf.
fabrikant* Controleren op
beschadigingen Onderhoud cf. fabrikant o.k. beschadigd Nieuwe vork conform
stuklijst
Reminstallatie
Remhendel 6 maanden Bevestiging
controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Remvloeistof 6 maanden Vloeistofpeil
controleren Naar seizoen o.k. te weinig
Remvloeistof bijvullen, bij
beschadiging pedelec
buiten gebruik nemen,
nieuwe remslangen
Remvoeringen 6 maanden
Remvoeringen,
remschijven resp.
velgen controleren op
beschadigingen
o.k. beschadigd Nieuwe remvoeringen,
remschijven resp. velgen
Terugtraprem
remanker 6 maanden Bevestiging
controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Reminstallatie 6 maanden Bevestiging
controleren Werking controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
*zie hoofdstuk 8.1
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 81
Documenten
Inspectie Testen Onderhoud Accepta-
tie
Afkeur
Verlichtingsinstallatie
Accu 6 maanden Initiële controle o.k. storingsmelding Contact opnemen met accu-
fabrikant, buitenbedrijfstel-
ling, nieuwe accu
Bekabeling
verlichting 6 maanden Aansluitingen, correcte
kabelvoering o.k. kabel defect,
geen verlichting Nieuwe bekabeling
Achterlicht 6 maanden Standlicht Werking controleren o.k. geen constante
verlichting Nieuw achterlicht conform
stuklijst, zo nodig accu
vervangen
Voorlicht 6 maanden Standlicht, dagrijlicht Werking controleren o.k. geen constante
verlichting Nieuw voorlicht conform
stuklijst, zo nodig accu
vervangen
Reflectoren 6 maanden Volledig, toestand,
bevestiging o.k. niet volledig of
beschadigd Nieuwe reflectoren
Aandrijving/ versnelling
Ketting/
cassette/
achtertandwiel/
kettingblad
6 maanden
Controleren op
beschadigingen o.k. beschadigd Zo nodig bevestigen of
nieuw conform stuklijst
Kettingbescher-
mer/ spaakbe-
schermer
6 maanden Controleren op
beschadigingen o.k. beschadigd Nieuw conform stuklijst
Traplager/ crank 6 maanden Bevestiging
controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Pedalen 6 maanden Bevestiging
controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Schakelhendel 6 maanden Bevestiging
controleren Werking controleren o.k. los Schroeven vastdraaien
Schakelkabels 6 maanden Controleren op
beschadigingen Werking controleren o.k. los resp. defect Schakelkabels afstellen, zo
nodig nieuwe schakelkabels
Voorderailleur 6 maanden Controleren op
beschadigingen Werking controleren o.k. schakelt niet of
zwaar Afstellen
Derailleur 6 maanden Controleren op
beschadigingen Werking controleren o.k. schakelt niet of
zwaar Afstellen
Elektrische aandrijving
Display 6 maanden
Controleren op
beschadigingen Werking controleren o.k. geen weergave,
onjuiste
weergave
Opnieuw opstarten, accu
testen, nieuwe software of
nieuw display,
buitenbedrijfstelling
Bediening
elektrische
aandrijving
6 maanden Controleren op
beschadigingen Werking controleren o.k. geen reactie Opnieuw opstarten, contact
opnemen met fabrikant
bediening, nieuwe bediening
Tacho 6 maanden Snelheidsmeting o.k. pedelec rijdt 10%
te snel/ te
langzaam
Pedelec buiten gebruik
nemen tot de oorzaak is
gevonden
Bekabeling 6 maanden
Visuele controle o.k. uitval van het
systeem,
beschadigingen,
geknikte kabels
Nieuwe bekabeling
Accuhouder 6 maanden Bevestiging, slot,
contacten Werking controleren o.k. los, slot sluit niet,
geen contact Nieuwe accuhouder
Motor 6 maanden
Visuele controle en
bevestiging o.k. beschadigd, los Motor vastdraaien, contact
opnemen met fabrikant
motor, nieuwe motor,
buitenbedrijfstelling
Software 6 maanden Versie uitlezen nieuwste
versie niet de nieuwste
versie Update uploaden
Component Interval Beschrijving Criteria Maatregelen bij afkeur
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 82
Documenten
Technische controle, veiligheidscontrole, proefrit
Component Beschrijving Criteria Maatregelen bij afkeur
Montage/inspectie Testen Acceptatie Afkeur
Reminstallatie 6 maanden Werking controleren o.k. remt niet voluit, remweg te
lang
Defect onderdeel in de
reminstallatie lokaliseren en
corrigeren
Versnelling onder
bedrijfsbelasting 6 maanden Werking controleren o.k. problemen bij het
schakelen Versnelling opnieuw afstellen
Veerelementen (vork,
vorkpoot, zadelpen) 6 maanden Werking controleren o.k. te weinig of geen vering
meer Defect onderdeel lokaliseren en
corrigeren
Elektrische
aandrijving 6 maanden Werking controleren o.k. los contact, problemen
tijdens het rijden,
versnellen
Defect onderdeel elektrische
aandrijving lokaliseren en
corrigeren
Verlichtingsinstalla-
tie 6 maanden Werking controleren o.k. geen continue verlichting,
niet helder genoeg Defect onderdeel verlichtingsin-
stallatie lokaliseren en corrigeren
Proefrit 6 maanden Werking controleren geen
opvallende
geluiden opvallende geluiden Bron van het geluid lokaliseren en
corrigeren
Datum:
Naam monteur:
Eindoordeel werkplaatschef
Notities
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 83
Documenten
Notities
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 84
Terminologie
12 Terminologie
Aandrijfriem
Bron: EN 15194:2017, Naadloze, ringvormige
riem, die wordt gebruikt voor overdracht van een
aandrijfkracht.
Bouwjaar
Bron: ZEG, Het bouwjaar is het jaar waarin de
pedelec is gemaakt. De productieperiode loopt
altijd van augustus tot en met juli van het jaar
daarop.
Breuk
Bron: EN 15194:2017, Onopzettelijk scheiding in
twee of meer delen.
Buitenbedrijfstelling
Bron: DIN 31051, Opzettelijke onderbreking van
de werking van een object voor onbepaalde tijd.
CE-markering
Bron: Machinerichtlijn, Met de CE-markering
verklaart de fabrikant, dat de pedelec voldoet aan
de geldende eisen.
Elektrisch ondersteunende fiets, pedelec
Bron: EN 15194:2017, Fiets, voorzien van
pedalen en een elektrische hulpmotor, die niet
uitsluitend door deze elektrische hulpmotor kan
worden aangedreven, uitgezonderd in de
duwondersteuningsstand.
Elektrisch regel- en besturingssysteem
Bron: EN 15194:2017, Elektronische en/of
elektrische componenten of een samenstel van
componenten, die in een voertuig worden
ingebouwd, in verbinding met alle elektrische
aansluitingen en bijbehorende bekabeling voor de
elektrische voeding van de motor.
Gebruikshandleiding
Bron: ISO/DIS 20607:2018, Onderdeel van de
gebruikersinformatie, die machinegebruikers door
machinefabrikanten ter beschikking wordt
gesteld; deze bevat ondersteuning, handleidingen
en adviezen die samenhangen met het gebruik
van de machine in alle fasen van de levensduur.
Geveerd frame
Bron: EN 15194:2017, Frame, dat beschikt over
een geleide, verticale flexibiliteit, om de
overdracht van stoten van de weg naar de berijder
te verminderen.
Geveerde vork
Bron: EN 15194:2017, Voorvork, die beschikt over
een geleide, axiale flexibiliteit, om de overdracht
van stoten van de weg naar de berijder te
verminderen.
Gewicht van de rijklare fiets
Bron: ZEG, Het vermelde gewicht van de rijklare
pedelec betreft het gewicht van de pedelec op het
moment van verkoop. Alle aanvullende
accessoires moeten bij dit gewicht worden
opgeteld.
Hoogste toegestane totaalgewicht
Bron: EN 15194:2017, Het gewicht van de volledig
samengebouwde pedelec plus berijder plus
bagage, conform de definitie van de fabrikant.
Jeugdfiets
Bron: EN-ISO 4210-2, Fiets voor gebruik op
openbare wegen door jeugdigen, die minder dan
40 kg wegen, met een maximale zadelhoogte van
635 mm of meer, maar minder dan 750 mm.
(zie EN-ISO 4210).
Markering voor de minimale insteekdiepte
Bron: EN 15194:2017, Markering, die de minimaal
vereiste insteekdiepte van de stuurvoorbouw in de
vorkschacht of de zadelpen in het frame aangeeft.
Maximale bandenspanning
Bron: EN 15194:2017, Maximale
bandenspanning, die door de fabrikant van de
band of de velg wordt aanbevolen voor veilig en
krachtbesparend rijden. Wanneer zowel de velg
als de band een maximale bandenspanning
vermelden, is de geldende maximale
bandenspanning de laagste van de beide
vermelde waarden.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 85
Terminologie
Maximale zadelhoogte
Bron: EN 15194:2017, Verticale afstand van de
grond tot het punt, waar het zadelvlak kruist met
de as van de zadelpen, gemeten met horizontaal
afgesteld zadel en waarbij de zadelpen is
afgesteld op de minimale insteekdiepte.
Modeljaar
Bron: ZEG, Het modeljaar is bij de in serie
geproduceerde pedelecs het eerste productiejaar
van de betreffende versie en is daarmee niet altijd
identiek aan het bouwjaar. Het bouwjaar kan
soms ook voor het modeljaar liggen. Wanneer
geen technische wijzigingen zijn uitgevoerd aan
een serie, kunnen pedelecs van een voorgaand
modeljaar ook later zijn gemaakt.
Mountainbike
Bron: EN-ISO 4210-2, Fiets, die is bedoeld voor
gebruik op ongelijk terrein buiten de weg evenals
voor gebruik op openbare wegen en die is
voorzien van een overeenkomstig versterkt frame
en andere onderdelen evenals, typisch, van
banden met grote diameter en een grof
loopvlakprofiel en een groot verzetbereik.
Nominaal continuvermogen
Bron: ZEG, Het nominaal continuvermogen is het
maximale vermogen gedurende 30 minuten op de
uitgaande as van de elektromotor.
Onbegaanbaar terrein
Bron: EN 15194:2017, Ongelijke grindpaden,
bospaden en andere, in het algemeen buiten de
weg gelegen parcours, waarop boomwortels en
rotsen te verwachten zijn.
Onderhoud
Bron: DIN 31051, Het onderhoud wordt in het
algemeen periodiek en vaak door opgeleid
personeel uitgevoerd. Zo kunnen een zo lang
mogelijke levensduur en een geringe mate van
slijtage van het onderhouden object worden
gegarandeerd. Deskundig onderhoud is vaak ook
een voorwaarde voor het verlenen van garantie.
Racefiets
Bron: EN-ISO 4210-2, Fiets, die is bedoeld voor
amateurritten met hoge snelheden en voor
gebruik op openbare wegen, en die beschikt over
een stuureenheid met meerdere handgreepposi-
ties (die een aerodynamische lichaamshouding
toelaat) en over een overdrachtssysteem voor
meerdere snelheden en een bandbreedte van ten
hoogste 28 mm, waarbij de afgemonteerde fiets
een maximale massa van 12 kg heeft.
Remhendel
Bron: EN 15194:2017, Hendel waarmee de
remvoorziening wordt bediend.
Remweg
Bron: EN 15194:2017, Afstand, die een pedelec
aflegt tussen het moment waarop het remmen
aanvangt en het moment waarop de pedelec tot
stilstand komt.
Reserveonderdeel
Bron: EN 13306:2017, art. 3.5, Object ter
vervanging van een overeenkomstig object, om
de oorspronkelijk vereiste functie van het object te
behouden.
Schijfrem
Bron: EN 15194:2017, Rem, waarbij remblokken
worden gebruikt, om aan te grijpen op de
buitenvlakken van een dunne schijf, die op de
wielnaaf is aangebracht of daarin is geïntegreerd.
Slijtage
Bron: DIN 31051, Vermindering van de
slijtagetoeslag (4.3.4) ten gevolge van chemische
en/of fysische processen.
Snelspanvoorziening, snelspanner
Bron: EN 15194:2017, Met een hendel bediend
mechanisme, dat een wiel of ander onderdeel
bevestigt, in positie houdt of borgt.
Stads- en toerfiets
Bron: EN-ISO 4210-2, Pedelec, die is bedoeld
voor gebruik op openbare wegen, in hoofdzaak
voor transport- of vrijetijdsdoeleinden.
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 86
Terminologie
Storing
Bron: EN 13306:2017, art.6.1, Toestand van een
object (4.2.1), waarin het niet in staat is een
vereiste functie (4.5.1) te vervullen; uitgezonderd
wanneer deze toestand het gevolg is van
preventief onderhoud of andere geplande
werkzaamheden of van het ontbreken van externe
hulpbronnen.
Transportfiets
Bron: DIN 79010, Fiets, die in hoofdzaak is
bedoeld voor goederentransport.
Typenummer
Bron ZEG, Aan elke pedelec is een achtcijferig
typenummer toegekend, dat het modeljaar, het
type pedelec en de betreffende variant beschrijft.
Uitschakelsnelheid
Bron: EN 15194:2017, Snelheid van de pedelec
op het moment dat de stroom naar nul of naar de
vrijloopwaarde is geschakeld.
Verbruiksmateriaal
Bron: EN 82079-1, Onderdeel of materiaal, dat
vereist is voor regelmatig gebruik of onderhoud
van het object.
Vorkschacht
Bron: EN 15194:2017, Deel van de vork, dat draait
om de stuuras van de stuurkop van een fiets. In de
regel is de schacht verbonden met de kop van de
vork of direct met de vorkpoten en vormt deze in
de regel de verbinding tussen vork en
stuurvoorbouw.
Vouwfiets
Bron: EN-ISO 4210-2, Fiets bedoeld om compact
te kunnen worden samengevouwen ten behoeve
van transport en opslag.
Werkomgeving
Bron: EN-ISO 9000:2015, Omstandigheden
waaronder werkzaamheden worden uitgevoerd.
Wiel
Bron: EN 15194:2017, Eenheid of samenstel van
naaf, spaken of schijf en velg, echter zonder de
band.
Zadelpen
Bron: EN 15194:2017, Onderdeel, dat het zadel
(met een schroef of andere constructie) vastklemt
en verbindt met het frame.
12.1 Afkortingen
ABS antiblokkeersysteem
ECP Electronic Cell Protection
12.2 Vereenvoudigde begrippen
Voor een betere leesbaarheid worden
onderstaande begrippen gebruikt:
Begrip Betekenis
Gebruikshandleiding Originele
gebruikshandleiding
Motor Aandrijfmotor,
deelmachine
Tabel 35: Vereenvoudigde begrippen
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 87
Bijlage
13 Bijlage
I. Vertaling van de originele EG/EU-conformiteitsverklaring
De machine, de pedelec van het type:
21-P-0001 E-IMPERIAL I-R5 Stads- en toerfiets
bouwjaar 2020 en bouwjaar 2021, is in overeenstemming met onderstaande van
toepassing zijnde EU-richtlijnen:
Machinerichtlijn 2006/42/EG
RoHS-richtlijn 2011/65/EU en
EMC-richtlijn 2014/30/EU
Aan de essentiële eisen van de Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU is voldaan
conform Bijlage I, art. 1.5.1 van de Machinerichtlijn 2006/42/EG
De volgende geharmoniseerde normen zijn toegepast:
EN-ISO 20607:2019, Machineveiligheid – Instructiehandboek – Algemene regels
voor het opstellen
EN 15194:2017, Fietsen Elektrisch ondersteunende fietsen – EPAC fietsen
De volgende overige technische normen zijn toegepast:
EN 11243:2016, Fietsen – Bagagedragers voor fietsen – Eisen en
beproevingsmethoden
Köln,16.11.2020
…………………………………………………………………………………………………
Georg Honkomp, directeur HERCULES GmbH
*Persoon, gevestigd in de Gemeenschap, die gemachtigd is het technisch dossier
samen te stellen
Fabrikant
HERCULES GmbH
Longericher Straße 2
50739 Köln
Germany
Gevolmachtigde voor de documentatie*
Janine Otto
c/o ZEG Zweirad-Einkaufs-Genossenschaft eG
Longericher Straße 2
50739 Köln
Germany
MY21H05-6_1.0_03.12.2020 88
Trefwoordenregister
14 Trefwoordenregister
A
Aandrijfsysteem, 19
- inschakelen, 49
Accu,
- afvoeren, 76
- controleren, 33
- reinigen, 60
- transporteren, 31
- verzenden, 31
Achterwielrem, 18
Alternatieve uitrusting, 86
B
Bagagedrager, 15
- gebruiken, 45
- wijzigen, 45
Band, 16
- controleren, 61
Bedrijfstoestandweergave, 20, 26
C
Cassette,
- onderhouden, 61
D
Display, 26
- accu laden, 50
- reinigen, 60
Draaibare handvatschakelaar van de
versnelling, 26
- controleren, 63
Duwondersteuning,
- gebruiken, 50
E
Eerste ingebruikname, 33
EG-conformiteitsverklaring, 87
Elektrische bekabeling,
- controleren, 63
F
Frame, 15
- onderhouden, 61
- reinigen, 59
G
Gewicht,
Toegestaan totaalgewicht, 8
Grondige reiniging 59
K
Ketting, 15, 19
- onderhouden, 61, 64
Kettingaandrijving, 19
Kettingspanning,
- controleren, 64
Kettingwiel, 19
Kettingwielen,
- onderhouden, 61
L
Laadtoestandweergave, 26
M
Markering van de minimale
insteekdiepte, 40
Mechanische overbrenging,
- onderhouden, 61
Modeljaar, 8
Motor,
- reinigen, 60
N
Naaf, 16
Noodstopsysteem 13
O
Onderbreking van het gebruik, 32
- uitvoeren, 32
- voorbereiden, 32
Onderdelenlijst, 87
Ondersteuningsniveau, 27, 50
Oplader,
- afvoeren, 76
P
Pedaal, 19
- onderhouden, 61
- reinigen, 58
Pedelec,
- transporteren, 31
- verzenden, 31
R
Reisinformatie, 27
Rem,
- bij transport beveiligen, 31
- drukpunt controleren, 63
- remkabels controleren, 63
- remschijf controleren, 63
- remvoering controleren, 63
Remhendel, 26
Remschijf, 18
- controleren, 63
Remvoering, 18
- controleren, 63
Remzadel, 18
Riemspanning,
- controleren 64
Rijrichting, 19
Rijverlichting, 20
- werking controleren, 44
S
Schakelhendel,
- afstellen, 69
- controleren, 63
Schakelrol,
- onderhouden, 61
Spaak, 16
Spatbord,
- controleren, 44
Stuur, 15, 26
- controleren, 34
T
Transport, 30
Transporteren, zie transport
Typenummer, 8
V
Velg, 16
- controleren, 61
Ventiel, 16
Autoventiel, 16
Blitzventiel, 16
Frans ventiel, 16
Versnelling,
- controleren, 63
- onderhouden, 63
- schakelen, 52, 53, 56
Voorbouw,
- controleren, 34, 63
- onderhouden, 61
- reinigen, 59
Voorderailleur,
- onderhouden, 61
Voorwiel, zie wiel
Voorwielrem, 18
- remmen, 51
Vork,
- onderhouden, 61
- reinigen, 58
W
Wiel,
- onderhouden, 61
- reinigen, 59
Winterpauze, zie onderbreking van het
gebruik
Z
Zadel, 15, 45
- gebruiken, 45
- reinigen, 60
- zadelhoek wijzigen, 39
- zadelhoogte bepalen, 39, 41
- zitlengte wijzigen, 41
Zadelpen, 15
6

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Hercules Fazua Pedelec 2021 bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Hercules Fazua Pedelec 2021 in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 8,51 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Hercules Fazua Pedelec 2021

Hercules Fazua Pedelec 2021 Gebruiksaanwijzing - Deutsch - 92 pagina's

Hercules Fazua Pedelec 2021 Gebruiksaanwijzing - English - 87 pagina's

Hercules Fazua Pedelec 2021 Gebruiksaanwijzing - Français - 89 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info