212848
24
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/140
Pagina verder
scanjet 4400c of
5400c scanners
gebruikershandleiding
hp
Copyrightgegevens
© Copyright Hewlett-Packard Company 2001
Alle rechten voorbehouden. Reproductie, aanpassing of vertaling is
niet toegestaan zonder voorafgaande schriftelijke toestemming,
uitgezonderd voor zover toegestaan volgens de
auteursrechtwetgeving.
Handelsmerken
Microsoft
®
, Windows
®
, Windows NT
®
, Hotmail
®,
Microsoft Word
®
,
Microsoft Outlook
®,
en Outlook Express
®
zijn in de VS geregistreerde
handelsmerken van Microsoft Corporation. Adobe
en Acrobat
zijn
handelsmerken van Adobe Systems Incorporated. Netscape
®
is een
in de VS geregistreerd handelsmerk van Netscape. Energy Star
®
is
een in de VS geregistreerd handelsmerk van de United States
Environmental Protection Agency.
Alle andere genoemde producten kunnen handelsmerken zijn van hun
respectieve bedrijven.
Garantie
De informatie in dit document kan zonder kennisgeving worden
gewijzigd.
Hewlett-Packard biedt ten aanzien van deze informatie geen enkele
garantie. HEWLETT-PACKARD BIEDT MET NAME GEEN
IMPLICIETE GARANTIE TEN AANZIEN VAN VERKOOPBAARHEID
EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL.
Hewlett-Packard aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor directe
schade, indirecte schade, incidentele schade, gevolgschade of andere
schade in verband met de levering of het gebruik van deze informatie.
NOTICE TO U.S. GOVERNMENT USERS: RESTRICTED RIGHTS
COMMERCIAL COMPUTER SOFTWARE: "Use, duplication, or
disclosure by the Government is subject to restrictions as set forth in
subparagraph (c) (1) (ii) of the Rights in Technical Data Clause at
DFARS 52.227-7013."
Met dit product gescand materiaal kan zijn beschermd door wetgeving
en andere regelgeving van de overheid, zoals auteursrechtwetgeving.
De klant is uitsluitend zelf verantwoordelijk voor het naleven van alle
van toepassing zijnde wet- en regelgeving.
Terug naar inhoudsopgave Voorpaneel en accessoires vergelijkingen 3
Voorpaneel en accessoires vergelijkingen
Onderstaande tabellen verschaffen informatie over de HP Scanjet
4400c en 5400c scanners, waaronder een beschrijving van de
knoppen op het voorpaneel en van de accessoires die u bij de scanner
kunt gebruiken.
Voor informatie over uw scanner, zie de volgende tabellen:
"HP Scanjet 4400c" op pagina 4.
"HP Scanjet 4470c" op pagina 5.
"HP Scanjet 5400c" op pagina 6.
"HP Scanjet 5470c" op pagina 7.
"HP Scanjet 5490c" op pagina 8.
4 Voorpaneel en accessoires vergelijkingen Terug naar inhoudsopgave
HP Scanjet 4400c
Functie
Op de scanner of in
de doos
Ondersteund
accessoire
*
* Ondersteunde accessoires zijn accessoires die niet in de verpakking
van de scanner worden geleverd, maar die los gekocht kunnen
worden.
Knop Kopiëren
Knop Foto opnieuw afdrukken
Knop Scannen naar
Knop E-mail
Knop Energiebesparing
Parallelkabel
HP Scanjet Transparantenadapter
(XPA)
Terug naar inhoudsopgave Voorpaneel en accessoires vergelijkingen 5
HP Scanjet 4470c
Functie
Op de scanner of in
de doos
Ondersteund
accessoire
*
Knop Kopiëren
Knop Kleuren/Zwart-wit
Knop Foto opnieuw afdrukken
Knop Scannen naar
Knop E-mail
Knop Share-to-Web
Knop Energiebesparing
Knop Meer opties
Knop Annuleren
Tweecijferig LCD-scherm
Parallelkabel
HP Scanjet Transparantenadapter
(XPA)
* Ondersteunde accessoires zijn accessoires die niet in de verpakking
van de scanner worden geleverd, maar die los gekocht kunnen
worden.
Functie
Op de scanner of in
de doos
Ondersteund
accessoire
*
6 Voorpaneel en accessoires vergelijkingen Terug naar inhoudsopgave
HP Scanjet 5400c
Functie
Op de scanner of in
de doos
Ondersteund
accessoire
*
Knop Kopiëren
Knop Kleuren/Zwart-wit
Knop Foto opnieuw afdrukken
Knop Scannen naar
Knop E-mail
Knop Share-to-Web
Knop Energiebesparing
Knop Meer opties
Knop Annuleren
Tweecijferig LCD-scherm
Scannerslot
Parallelkabel
HP Scanjet Transparantenadapter
(XPA)
HP Scanjet Automatische
documenteninvoer (ADI)
* Ondersteunde accessoires zijn accessoires die niet in de verpakking
van de scanner worden geleverd, maar die los gekocht kunnen
worden.
Functie
Op de scanner of in
de doos
Ondersteund
accessoire
*
Terug naar inhoudsopgave Voorpaneel en accessoires vergelijkingen 7
HP Scanjet 5470c
Functie
Op de scanner of in
de doos
Ondersteund
accessoire
*
Knop Kopiëren
Knop Kleuren/Zwart-wit
Knop Foto opnieuw afdrukken
Knop Scannen naar
Knop Bestemming kiezen
Knop E-mail
Knop Share-to-Web
Knop Energiebesparing
Knop Meer opties
Knop Annuleren
LCD-scherm met 16 tekens
Scannerslot
Parallelkabel
HP Scanjet Transparantenadapter
(XPA)
HP Scanjet Automatische
documenteninvoer (ADI)
* Ondersteunde accessoires zijn accessoires die niet in de verpakking
van de scanner worden geleverd, maar die los gekocht kunnen
worden.
Functie
Op de scanner of in
de doos
Ondersteund
accessoire
*
8 Voorpaneel en accessoires vergelijkingen Terug naar inhoudsopgave
HP Scanjet 5490c
Functie
Op de scanner of in
de doos
Ondersteund
accessoire
*
Knop Kopiëren
Knop Kleuren/Zwart-wit
Knop Foto opnieuw afdrukken
Knop Scannen naar
Knop Bestemming kiezen
Knop E-mail
Knop Share-to-Web
Knop Energiebesparing
Knop Meer opties
Knop Annuleren
LCD-scherm met 16 tekens
Scannerslot
Parallelkabel
HP Scanjet Transparantenadapter
(XPA)
HP Scanjet Automatische
documenteninvoer (ADI)
* Ondersteunde accessoires zijn accessoires die niet in de verpakking
van de scanner worden geleverd, maar die los gekocht kunnen
worden.
Functie
Op de scanner of in
de doos
Ondersteund
accessoire
*
9
Inhoud
InhoudInhoud
Inhoud
Voorpaneel en accessoires vergelijkingen
Voorpaneel en accessoires vergelijkingenVoorpaneel en accessoires vergelijkingen
Voorpaneel en accessoires vergelijkingen
HP Scanjet 4400c . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .4
HP Scanjet 4470c . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .5
HP Scanjet 5400c . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .6
HP Scanjet 5470c . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .7
HP Scanjet 5490c . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .8
1
1 1
1 Aan de slag
Aan de slagAan de slag
Aan de slag
Deze informatie afdrukken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .11
De productrondleiding bekijken. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .11
Waar begin ik? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .12
De scannerknoppen gebruiken. . . . . . . . . . . . . . . . . . .12
De HP Precisionscan Pro softwaregebruiken . . . . . . . . . .12
Een ander programma gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . .12
Het HP Scanjet-kopieerhulpprogramma gebruiken . . . . .12
Items selecteren en voorbereiden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .13
Items voor het scannerglas . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .13
Items voor de ADI . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .14
Items voor de XPA . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .14
Uw eerste scan maken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .15
Vaak gestelde vragen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .18
2
2 2
2 Scannen via scannerknoppen
Scannen via scannerknoppen Scannen via scannerknoppen
Scannen via scannerknoppen
Overzicht van de scannerknoppen. . . . . . . . . . . . . . . . . . .22
Snel scannen met de scannerknoppen . . . . . . . . . . . . . . . .24
Scannen naar de HP Precisionscan Pro-software.. . . . . . .24
Naar een ander programma scannen . . . . . . . . . . . . . .25
Een scan naar een website sturen. . . . . . . . . . . . . . . . .26
Scannen voor het opnieuw afdrukken van foto's . . . . . . .27
Een scan versturen in een e-mail. . . . . . . . . . . . . . . . . .28
Kopieën afdrukken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .31
Instellingen voor knoppen wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . .32
Overzicht van opties voor scannerknoppen . . . . . . . . . .33
3
3 3
3 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro
Scanning vanuit HP Precisionscan ProScanning vanuit HP Precisionscan Pro
Scanning vanuit HP Precisionscan Pro
HP Precisionscan Pro softwaregebruiken . . . . . . . . . . . . . . .37
HP Precisionscan Pro softwaregebruiken . . . . . . . . . . . .38
Hulp vinden voor gebruik van de software . . . . . . . . . . .38
Een nieuwe scan maken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .39
Een scan bijsnijden of een gebied selecteren voor
de definitieve scan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .40
Een beeld van dichterbij bekijken (zoomen). . . . . . . . . . . . .41
Het uitvoertype selecteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .41
Optionele aanpassingen (basis) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .43
Formaat wijzigen (uitvoerafmetingen) . . . . . . . . . . . . . .43
De resolutie wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .44
Het contrast wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .44
Een beeld draaien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .45
Een beeld spiegelen (omkeren) . . . . . . . . . . . . . . . . . .45
Een beeld verscherpen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .46
Alle aanpassingen herstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . .46
Optionele aanpassingen (gevorderd) . . . . . . . . . . . . . . . . .47
De kleuren van het beeld omkeren . . . . . . . . . . . . . . . .47
De middentonen wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .48
De accenten wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .49
De schaduwen wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .50
Controle op wegvallende gebieden . . . . . . . . . . . . . . .51
Uitvoerniveaus voor pixels instellen . . . . . . . . . . . . . . . .52
RGB-waarden en pixels bekijken . . . . . . . . . . . . . . . . .53
Het histogram. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .54
De tint wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .54
De verzadiging wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .55
De zwart-witdrempel wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . .56
Instellen welke kleuren zwart of wit worden in
zwart-wit bitmapbeelden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .57
Beelden effenen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .58
Alle aanpassingen herstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .58
10 Terug naar inhoudsopgave
De definitieve scan maken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .59
Verzenden naar een programma . . . . . . . . . . . . . . . . .59
Het beeld verzenden naar een TWAIN-programma. . . . .60
Opslaan naar een bestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .60
Afdrukken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .62
Een scan op een website plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . .63
Het gescande beeld instellen als achtergrond . . . . . . . . .63
Kopiëren en in een ander programma plakken . . . . . . . .63
Slepen-en-neerzetten in een ander programma . . . . . . . .64
Slepen-en-neerzetten op het bureaublad van
Windows of in een map . . . . . . . . . . . . . . . . . . .64
Scannen naar CD . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .65
Andere functies en tips. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .65
Tips voor de beste beeldkwaliteit . . . . . . . . . . . . . . . . .66
Instellingen opslaan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .66
Voorkeuren opslaan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .67
Scannen vanuit andere programma's (TWAIN) . . . . . . .70
Scannen vanuit andere programma's (TWAIN) . . . . . . .71
Wat kunt u verwachten van OCR-programma's? . . . . . .71
4
4 4
4 Accessoires gebruiken
Accessoires gebruikenAccessoires gebruiken
Accessoires gebruiken
Scannen vanuit de ADI . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .74
Scannen vanuit de XPA . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .75
Dia's scannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .75
Negatieven scannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .77
Dia's of negatieven aanpassen (optioneel). . . . . . . . . . . . . .79
Middentonen van dia's of negatieven aanpassen . . . . . .79
Accenten van dia's of negatieven aanpassen . . . . . . . . .80
De schaduw van dia's of negatieven aanpassen . . . . . . .80
RGB-waarden en pixelkleur bekijken . . . . . . . . . . . . . . .81
5
5 5
5 Problemen oplossen en onderhoud
Problemen oplossen en onderhoudProblemen oplossen en onderhoud
Problemen oplossen en onderhoud
Basiscontrole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .84
Uitgangspunt voor probleemoplossing . . . . . . . . . . . . . . . .84
Scannerberichten oplossen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .85
Problemen oplossen waarbij geen bericht verschenen is. . . . .86
Problemen met de beeldkwaliteit oplossen. . . . . . . . . . . . . .89
Problemen met gescande beelden oplossen . . . . . . . . . .89
Problemen met afgedrukte kopieën oplossen . . . . . . . . .92
Problemen met dia's en negatieven oplossen . . . . . . . .94
Problemen met bewerkbare tekst oplossen. . . . . . . . . . . . . .95
Problemen bij het verzenden naar bestemmingen oplossen. . .96
Problemen met accessoires oplossen . . . . . . . . . . . . . . . . .99
Problemen met de XPA oplossen . . . . . . . . . . . . . . . . .99
Problemen met de ADI oplossen. . . . . . . . . . . . . . . . .100
Papierstoringen in de ADI verhelpen . . . . . . . . . . . . . . . .101
Reiniging en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .104
Maak het scannerglas schoon . . . . . . . . . . . . . . . . . .104
De XPA reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .105
Het ADI-venster reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .105
De software verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .106
Overige bronnen, ondersteuning en specificaties . . . . . . . .106
A
A A
A Opdrachten en functies van de software gebruiken
Opdrachten en functies van de software gebruikenOpdrachten en functies van de software gebruiken
Opdrachten en functies van de software gebruiken
Sneltoetsen en menu's gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . .108
De werk- en infobalken van HP Precisionscan Pro . . . . . . . .111
Werkbalk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .111
Functies toevoegen aan de werkbalk . . . . . . . . . . . . .112
Infobalk. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .112
Statusbalk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .113
Contextgevoelige aanwijzers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .114
B
B B
B Verklarende woordenlijst
Verklarende woordenlijstVerklarende woordenlijst
Verklarende woordenlijst
Index
IndexIndex
Index
Terug naar inhoudsopgave Aan de slag 11
1
Aan de slag
Dit gedeelte bevat de basisinformatie die u nodig hebt om aan de slag
te gaan met uw nieuwe HP Scanjet-scanner. Hier vindt u informatie
over het bekijken van de productrondleiding, het voorbereiden van
zaken die u wilt scannen en het kiezen van de beste scanmethode.
Deze informatie afdrukken
U kunt deze pdf-handleiding afdrukken met de opdracht Afdrukken in
het menu Bestand. U kunt het hele document afdrukken, of alleen de
gewenste hoofdstukken of onderwerpen, door de betreffende
paginanummers op te geven. Zie de inhoudsopgave voor de
paginanummers van onderwerpen.
De productrondleiding bekijken
De productrondleiding is een snelle en makkelijke manier om de
mogelijkheden van de scanner te ontdekken en een aantal
interessante manieren te bekijken waarop u de scanner kunt inzetten.
De productrondleiding duurt maar drie minuten en begint automatisch
wanneer u de HP Precisionscan Pro-software start. U kunt de
productrondleiding echter ook uitschakelen en op een ander tijdstip
uitvoeren.
De rondleiding op een ander tijdstip bekijken: Ga in het menu Start
Start naar Programma's en kies HP Precisionscan Pro. Kies
vervolgens Productrondleiding in het menu Help.
12 Aan de slag Terug naar inhoudsopgave
Waar begin ik?
U kunt vanuit de volgende plaatsen beginnen met scannen:
Scannerknoppen
HP Precisionscan Pro-software
Andere programma's
HP Scanjet-kopieerhulpprogramma
Waar u begint, hangt af van wat u met de scan van plan bent en van
uw eigen voorkeuren.
De scannerknoppen gebruiken
De scannerknoppen (sneltoetsen) gebruikt u wanneer u:
de scanner wilt starten
snel wilt scannen zonder wijzigingen aan te brengen
iets wilt scannen op basis van de standaardinstellingen die het
meest geschikt zijn voor de door u gekozen bestemming.
Zie "Scannen via scannerknoppen" op pagina 21.
De HP Precisionscan Pro softwaregebruiken
De HP Precisionscan Pro-software gebruikt u wanneer u:
een gescand beeld wilt bekijken of wilt wijzigen alvorens het te
verzenden. U kunt bijvoorbeeld de resolutie, het bijsnijden of de
beeldgrootte wijzigen.
het beeld wilt verzenden naar een bestemming, zoals een desktop-
publishingprogramma, maar de scanner geen knop heeft voor die
bestemming.
Zie "Scanning vanuit HP Precisionscan Pro" op pagina 37.
Een ander programma gebruiken
U begint te scannen vanuit een ander programma wanneer u:
een gescand object wilt overbrengen naar een geopend
programma, zoals een tekstverwerkingsprogramma;
het programma waarin u werkt, ondersteuning biedt voor TWAIN of
WIA. Een programma ondersteunt TWAIN als bijvoorbeeld het
menu Bestand een opdracht bevat zoals Beeld ophalen of Vanaf
scanner. Weet u niet zeker of uw programma de TWAIN- of WIA-
norm ondersteunt of weet u niet wat de opdracht voor het invoegen
van een gescand object is, raadpleeg dan de documentatie bij het
programma.
Zie "Scannen vanuit andere programma's (TWAIN)" op pagina 70.
Wanneer het programma WIA ondersteunt, raadpleeg dan "Scannen
vanuit andere programma's (TWAIN)" op pagina 71.
Het HP Scanjet-kopieerhulpprogramma gebruiken
Gebruik het HP kopieerhulpprogramma wanneer u standaard
wijzigingen wilt aanbrengen in kopieën zoals vergroten of verkleinen of
donkerder of lichter maken. U kunt ook een andere printer dan de
standaardprinter kiezen.
Het hulpprogramma starten: Ga in het menu Start naar Programma's,
ga naar HP Scanjet-hulpprogramma's en kies HP,
kopieerhulpprogramma. Wilt u assistentie bij het gebruik van dit
hulpprogramma, klik dan op Help in het hulpprogramma.
Terug naar inhoudsopgave Aan de slag 13
Items selecteren en voorbereiden
Alvorens items in de scanner te leggen, kunt u het beste de hierna
volgende richtlijnen voor het selecteren en voorbereiden van items
opvolgen, om schade aan de items en de scanner te voorkomen.
OPGELET Het op onjuiste wijze plaatsen en scannen van items
kan de items en de scanner beschadigen.
Items voor het scannerglas
Op het scannerglas kan een grote verscheidenheid aan items worden
gescand, waaronder:
items van papier
krantenknipsels, bonnetjes en visitekaartjes
afdrukmateriaal van verschillende zwaarte zoals papier dat lichter
is dan 60 g/m
2
of zwaarder dan 105 g/m
2
aan de achterzijde gegomd papier
meerdelige formulieren met carbonvellen
oude of versleten foto's of documenten
items met scheurtjes, perforatielijnen, perforatiegaten, kreukels of
krullen
plattere, driedimensionale items zoals pagina's in boeken, stof en
papier met een structuur
OPGELET Plaats geen items met scherpe randen op het
scannerglas. Dit zou de scanner kunnen
beschadigen.
Alvorens een item op het scannerglas te leggen, controleert u of het
item vrij is van natte lijm, correctievloeistof of andere vervuilende
stoffen.
14 Aan de slag Terug naar inhoudsopgave
Items voor de ADI
De automatische documentinvoer (ADI) van HP is een snelle en
gemakkelijke manier voor het scannen van meerdere pagina's.
Sommige scanners zijn uitgerust met deze ADI. Zie "Voorpaneel en
accessoires vergelijkingen" op pagina 3. De ADI is geschikt voor items
die voldoen aan de volgende specificaties:
items op standaard papierformaten (U.S. Letter, A4 en U.S. Legal)
items die uit 25ongebonden pagina's bestaan
items van 88,9 bij 127 mm tot 215,9 tot 355,6 mm
items van 60 tot 90 g/m
2
items die vierkant of rechthoekig zijn en in goede staat verkeren
(niet kwetsbaar of versleten)
items zonder scheuren, perforatielijnen en perforatiegaten
items zonder natte lijm, correctievloeistof en inkt
Gebruik geen meerdelige formulieren met carbonvellen, dia's,
tijdschriftpagina's, aan de achterzijde gegomde pagina's en licht
doorschijnende pagina's.
Alvorens een item in de ADI te plaatsen, bereidt u het item als volgt
voor:
Strijk krullen of kreukels glad.
Verwijder nietjes, paperclips, plakbriefjes en alle andere materialen
van items.
Voldoet het item niet aan deze richtlijnen of kunt u het niet op de
beschreven wijze voorbereiden, gebruik dan het scannerglas.
Items voor de XPA
De HP Scanjet-transparantenadapter (XPA) is bij sommige
scannermodellen inbegrepen, maar kan ook apart worden besteld.
Met de XPA en de bijbehorende sjablonen scant u:
35 mm fotonegatieven
35 mm dia's
Deze items zijn kwetsbaar; pak ze daarom alleen aan de zijkanten
vast.
Terug naar inhoudsopgave Aan de slag 15
Uw eerste scan maken
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u hetzelfde item scant en afdrukt
met de twee belangrijkste scanmethoden:
Scannerknoppen
HP Precisionscan Pro-software
Plaats vóór het scannen het item op de scanner.
Het item op de scanner plaatsen
1 Kies het item dat u wilt scannen, bijvoorbeeld een pagina uit een
tijdschrift.
2 Leg het item met de afdrukkant omlaag op het scannerglas en sluit
het deksel.
3 Zie "Uw eerste scan maken met de scannerknoppen" op
pagina 16.
16 Aan de slag Terug naar inhoudsopgave
Uw eerste scan maken met de scannerknoppen
1 Leg het item in de scanner. Zie "Het item op de scanner plaatsen"
op pagina 15.
2 Druk op de scanner op de knop Kopiëren ( ). De scanner
scant het item op basis van de instellingen die het meest geschikt
zijn voor het afdrukken van dit type item en drukt het item
vervolgens af op de standaardprinter.
3 Wanneer de scanner niet werkt of wanneer dit proces problemen
oplevert, zie dan "Problemen oplossen waarbij geen bericht
verschenen is" op pagina 86.
Hebt u nog niet gescand met de HP Precisionscan Pro-software,
raadpleeg dan "Uw eerste scan maken met de HP Precisionscan Pro-
software" op pagina 16.
Uw eerste scan maken met de HP Precisionscan Pro-software
1 Leg het item in de scanner. Zie "Het item op de scanner plaatsen"
op pagina 15.
2 Als het item in de scanner is gelegd, drukt u op de knop Scannen
naar ( ) op de scanner. De scanner scant het item met behulp
van de HP Precisionscan Pro-software, waarbij de beste
instellingen voor het type item worden gebruikt.
3 Wanneer het gescande beeld in het voorbeeldvenster van de
software verschijnt, trekt u een selectierand rond het beeld of het
gewenste deel van het beeld. Klik daartoe in een hoek van het
gewenste gebied, houd de muisknop ingedrukt en sleep de
aanwijzer naar de tegenoverliggende hoek. Laat de muisknop los
om de rand definitief vast te leggen.
Kopie
Selectierand
Terug naar inhoudsopgave Aan de slag 17
4 Experimenteren met het beeld. Wijzig het uitvoertype of andere
instellingen.
5 Als u klaar bent: Kies Afdrukken in het menu Scannen.
6 Selecteer de gewenste printeropties en klik op OK. De scanner
voert de definitieve scan uit, inclusief eventuele gewijzigde
instellingen, en het gescande beeld wordt afgedrukt.
7 Wanneer de scanner niet werkt of wanneer dit proces problemen
oplevert, zie dan "Problemen oplossen waarbij geen bericht
verschenen is" op pagina 86.
Hebt u nog niet gescand met de scannerknoppen, raadpleeg dan "Uw
eerste scan maken met de scannerknoppen" op pagina 16.
18 Aan de slag Terug naar inhoudsopgave
Vaak gestelde vragen
In dit gedeelte vindt u antwoorden op een aantal vragen die gebruikers
vaak stellen over het scannen.
Welke instellingen stelt de HP Precisionscan Pro-software automatisch
in voor een item dat ik scan?
Op basis van het te scannen item kiest de software automatisch
optimale waarden voor de volgende instellingen:
uitvoertype
resolutie
verscherpen
belichting (middentonen, accenten en schaduwen)
kleur (tint en verzadiging of zwart-witdrempel)
Normaal gesproken leveren de door de software gekozen waarden
optimale resultaten op. U kunt deze waarden echter wijzigen in de
HP PrecisionScan Pro-software.
Hoe kan ik de tijd die het scannen kost verkorten?
U kunt de scanduur verkorten door in zwart-wit te scannen als het
origineel:
een zwart-witfoto of -tekening is
een kleurenfoto of -tekening is, maar u uiteindelijk een zwartwit-
beeld wilt hebben
alleen tekst bevat
Een andere optie is het verkleinen van de bestandgrootte. Zie "Hoe
kan ik de bestandsgrootte verkleinen?" op pagina 19.
Druk kleurenoriginelen af in zwart-wit door de optie Zwart-wit te kiezen
op het voorpaneel van de scanner. Druk vervolgens op Kopiëren. Zie
"Instellingen voor knoppen wijzigen" op pagina 32. Of kies in de
HP Precisionscan Pro-software uitvoertype Grijsschaal of Zwart-wit
vóór het scannen. Zie "Het uitvoertype selecteren" op pagina 41.
Kies in de HP Precisionscan Pro-software de instelling Lamptime-out
verlengen in het tabblad Scanner. Wanneer deze instelling is
geselecteerd, blijven de scannerlamp en de XPA (indien aanwezig)
langer ingeschakeld dan de standaardduur. Zie "Voorkeuren opslaan"
op pagina 67.
Terug naar inhoudsopgave Aan de slag 19
Hoe kan ik de bestandsgrootte verkleinen?
De bestandsgrootte verkleinen:
Sla bestanden op in een indeling met compressie, zoals TIFF met
compressie of JPEG.
Gebruik het uitvoertype Ware kleuren alleen als dat echt
noodzakelijk is. Dit uitvoertype geeft een uitzonderlijk hoge
kwaliteit bij kleurenfoto's of -tekeningen, maar levert ook zeer grote
bestanden op.
Kies geen hogere resolutie dan strikt noodzakelijk is. Over het
algemeen resulteert de resolutie die de software automatisch
instelt, in het beste evenwicht tussen beeldkwaliteit en
bestandsgrootte.
Bij foto's kunt u de bestandsgrootte aanzienlijk verkleinen door de
foto bij te snijden, zodat alleen het gewenste deel wordt
geselecteerd voor de uiteindelijke scan. U kunt ook de hele foto
verkleinen.
Moet ik de resolutie wijzigen?
De HP Precisionscan Pro-software stelt voor u de resolutie in op basis
van de kenmerken van het origineel. In bijna alle gevallen krijgt u de
beste resultaten en de kleinste bestandgrootte als u de
standaardresolutie gebruikt.
Wat is het verschil tussen beeldschermkwaliteit en afdrukkwaliteit?
Op een computerscherm worden beelden gewoonlijk weergegeven
met een resolutie van 72 tot 75 pixels per inch (PPI). De
afdrukresolutie is meestal hoger. Op een beeldscherm worden ook
minder kleuren gebruikt voor de weergave van beelden. Ook als een
beeld er op het scherm niet goed uitziet, kan het mogelijk toch op de
gewenste manier worden afgedrukt.
Wat het is het verschil tussen zoomen en formaat wijzigen?
Inzoomen gebruikt u om een deel van het gescande beeld van dichtbij
te bekijken. Uitzoomen gebruikt u om terug te gaan naar de
oorspronkelijke weergave van het beeld.
De zoomopdrachten veranderen niet het werkelijke formaat van de
scan, alleen de weergave ervan op het beeldscherm. Om de scan zelf
te verkleinen of te vergroten, gebruikt u de opdracht Formaat wijzigen
in het menu Hulpmiddelen.
Wat moet ik weten over het scannen van tekst?
Wanneer u een item met tekst scant, kunt u de tekst gebruiken als
gescand beeld, bijvoorbeeld voor een fax of een fotoarchief, of als
bewerkbare tekst.
Als u wilt dat de OCR-software (OCR staat voor 'optical character
recognition' ofwel optische tekenherkenning) de tekst automatisch
bewerkbaar maakt en naar een ondersteund tekstverwerkings-
programma stuurt, drukt u op de knop Scannen naar ( ). In de
HP Precisionscan Pro-software kiest u Bewerkbare tekst (OCR) of
Tekst en afbeeldingen als uitvoertype. Kies vervolgens Scannen
naar in het menu Scannen, kies het gewenste
tekstverwerkingsprogramma en klik op Scannen.
Tip
Controleer de spelling na het succesvol scannen
van uw tekst naar een tekstverwerkingsprogramma.
20 Aan de slag Terug naar inhoudsopgave
Terug naar inhoudsopgave 21
2
Scannen via scannerknoppen
De scannerknoppen bieden een eenvoudige manier om items
rechtstreeks te scannen naar een bestemming op basis van de
instellingen die het meest geschikt zijn voor de gekozen bestemming.
U kunt gescande afbeeldingen niet bekijken of wijzigen voordat ze
naar de bestemming worden gestuurd.
Voor het bekijken of wijzigen van afbeeldingen moet u scannen naar
de HP Precisionscan Pro-software via de knop Scannen naar ( ).
Voor meer hulp bij het bekijken of wijzigen van afbeeldingen, zie
"HP Precisionscan Pro softwaregebruiken" op pagina 37.
Tip
U kunt de standaardinstellingen voor sommige
knoppen van de scanner wijzigen. Zie "Instellingen
voor knoppen wijzigen" op pagina 32.
22 Scannen via scannerknoppen Terug naar inhoudsopgave
Overzicht van de scannerknoppen
Voor een lijst met beschikbare knoppen op uw scanner, zie "Voorpaneel en accessoires vergelijkingen" op pagina 3.
Scannen naar
Scant naar de HP Precisionscan Pro-software. Afbeeldingen bekijken of wijzigingen zoals aanpassen van
resolutie en formaat. Wanneer uw scanner tevens is uitgerust met een knop Bestemming selecteren (alleen
op sommige modellen) naast de knop Scannen naar, kunt u ook naar andere programma's op uw computer
scannen.
Bestemming kiezen (alleen op sommige modellen)
Druk deze knop omhoog of omlaag om een programma te kiezen en druk vervolgens op de knop Scannen
naar. Met de knop Scannen naar wordt het item gescand met de optimale instellingen voor de betreffende
bestemming en wordt de scan naar die bestemming gezonden.
Share-to-Web (alleen op sommige modellen)
Scant foto's en stuurt deze naar de HP Share-to-Web-wizard op uw computer. De HP Share-to-Web-wizard
plaatst de afbeelding op een web site.
Foto opnieuw afdrukken
Scant een foto en stuurt deze naar de HP software voor het afdrukken van foto's. Hiermee kunnen meerdere
foto's op één pagina worden afgedrukt of fotoalbums worden gemaakt.
E-mail
Scant met de optimale instellingen voor e-mail. Het venster van het e-mailprogramma wordt automatisch
geopend zodat u uw bericht kunt versturen. Het gescande beeld wordt een bestand dat wordt ingevoegd in
een nieuw e-mailbericht. Wanneer u niet over het juiste e-mailprogramma beschikt, kunt u het gescande
beeld met deze knop opslaan als e-mailbestand.
Terug naar inhoudsopgave Scannen via scannerknoppen 23
Kopie
Kopieën afdrukken met optimale instellingen voor afdrukken. Op de computer kunt u klikken op Annuleren
om extra kopieerinstellingen te kiezen in het HP Scanjet-kopieerhulpprogramma voordat de pagina's worden
afgedrukt.
Aantal exemplaren (alleen op sommige modellen)
Kies het aantal exemplaren alvorens op Kopiëren te drukken. Op het LCD-scherm wordt het aantal gekozen
exemplaren weergegeven.
Kleuren/Zwart-witkopie (alleen op sommige modellen)
Kies de instelling kleuren of zwart-wit voordat u op Kopiëren drukt zodat u zeker weet dat u de goede
instelling gebruikt. Kies alleen voor kleurenkopieën als u afdrukt op een kleurenprinter en een kleurenkopie
wilt maken. Het lampje naast de geselecteerde optie gaat branden.
Meer opties (alleen op sommige modellen)
Het dialoogvenster openen voor wijziging van instellingen voor bepaalde knoppen van de scanner, zoals
uitvoerkwaliteit. Wanneer uw scanner niet met deze knop is uitgerust, kunt u de knopinstellingen wijzigen in
het HP Scanjet-programma voor knopopties op uw computer. Zie "Instellingen voor knoppen wijzigen of
bestemmingen bijwerken" op pagina 32.
Annuleren (alleen op sommige modellen)
Een scan annuleren tijdens het scannen of een aantal scans annuleren die zich in de automatische
documentinvoer (ADI) van HP bevinden.
Energiebesparing
Plaatst de scanner in een stroombesparende stand. De scannerlamp en het kleine lampje naast de knop
Energiebesparing gaan uit. Druk op een willekeurige knop aan de voorzijde van de scanner om de scanner
te gebruiken of om een scan vanaf de computer te starten. De scan begint wanneer het lampje gereed is.
24 Scannen via scannerknoppen Terug naar inhoudsopgave
Snel scannen met de scannerknoppen
Met de scannerknoppen kunt u snel naar een bestemming scannen op
basis van instellingen die het meest geschikt zijn voor die bestemming.
Een bestemming is een printer, een bestand of een ander programma
zoals een e-mail- of tekstverwerkingsprogramma.
Als u dia's of negatieven scant met de HP Scanjet-Transparency
Adapter (XPA), moet u scannen vanuit de HP Precisionscan Pro-
software. Zie "Scannen vanuit de XPA" op pagina 75.
Scannen naar de HP Precisionscan Pro-software.
Wanneer u knop Scannen naar ( ) gebruikt stuurt u de scan
rechtstreeks naar de HP Precisionscan Pro-software. Met de
HP Precisionscan Pro-software kunt u gescande beelden vooraf
beoordelen en wijzigen alvorens ze naar een bestemming of een
bestand te sturen.
Scannen naar de HP Precisionscan Pro-software
Controleer voordat u begint of er geen andere programma's worden
weergegeven in het LCD-scherm van de scanner en of het
LCD_scherm niet het bericht Gereed weergeeft. (Alleen sommige
modellen, zie "Voorpaneel en accessoires vergelijkingen" op
pagina 3). Wanneer een andere programmanaam wordt weergegeven
druk dan de knop Bestemming selecteren ( ) omhoog of omlaag
totdat HP Precisionscan in het LCD-scherm verschijnt.
1 Wanneer het HP Scanjet-kopieerhulpprogramma geopend is, sluit
dit dan af.
2 Leg het origineel met de afdrukkant omlaag op het scannerglas en
sluit het deksel. Wanneer u items in de ADI wilt plaatsen,
raadpleeg dan "Scannen vanuit de ADI" op pagina 74.
3 Druk op de knop Scannen naar op de voorzijde van de scanner.
4 Op uw computer wordt nu de HP Precisionscan Pro-software
geopend. In het venster van de Precisionscan Pro-software
verschijnt een voorbeeld van de scan.
Voor meer informatie raadpleeg "Scanning vanuit HP Precisionscan
Pro" op pagina 37.
Terug naar inhoudsopgave Scannen via scannerknoppen 25
Naar een ander programma scannen
Op sommige modellen kunt u in het LCD-scherm aan de voorzijde uit
een lijst met bestemmingen kiezen (waaronder de HP Precisionscan
Pro-software). Vervolgens kunt u rechtstreeks naar de gekozen
bestemming scannen.
Wanneer u met de knop Bestemming selecteren ( ) een ander
programma kiest dan HP Precisionscan Pro dan gebruikt de scanner
automatisch de optimale instellingen voor de gekozen bestemming. U
kunt gescande afbeeldingen niet bekijken of wijzigen voordat ze naar
de bestemming worden gestuurd.
Rechtstreeks naar een ander programma scannen
1 Wanneer HP Precisionscan Pro en het HP Scanjet-
kopieerhulpprogramma geopend zijn op uw computer sluit deze
dan af.
2 Leg het origineel met de afdrukkant omlaag op het scannerglas en
sluit het deksel. Wanneer u items in de ADI wilt plaatsen,
raadpleeg dan "Scannen vanuit de ADI" op pagina 74.
3 Wanneer uw scanner is uitgerust met de knop Bestemming
selecteren ( ) naast de knop Scannen naar, druk de knop
Bestemming selecteren dan omhoog of omlaag totdat de gewenste
bestemming op het LCD-scherm van de scanner verschijnt.
4 Druk op de knop Scannen naar op de voorzijde van de scanner.
5 Het item wordt gescand met de optimale instellingen voor het
programma dat u heeft gekozen. Het programma wordt gestart en
de scan wordt naar het programma gestuurd.
Opmerking: Voor informatie over het bijwerken van
bestemmingen voor scannerknoppen, raadpleeg
"Instellingen voor knoppen wijzigen" op pagina 32.
Tip
Wanneer uw scanner niet is uitgerust met de knop
Bestemming selecteren naast de knop Scannen
naar kunt u via de HP Precisionscan Pro-software
naar andere programma's scannen. Zie "Verzenden
naar een programma" op pagina 59.
26 Scannen via scannerknoppen Terug naar inhoudsopgave
Een scan naar een website sturen
Op sommige scannermodellen kunt u beelden uitwisselen met
anderen door rechtstreeks naar het Web te scannen met de knop
Share-to-Web ( ). Mensen die u kent, kunnen de foto's en andere
items bekijken op uw eigen website.
Een scan op een website plaatsen
1 Wanneer HP Precisionscan Pro en het HP Scanjet-
kopieerhulpprogramma geopend zijn op uw computer sluit deze
dan af.
2 Leg het origineel met de afdrukkant omlaag op het scannerglas en
sluit het deksel. Wanneer u items in de ADI wilt plaatsen,
raadpleeg dan "Scannen vanuit de ADI" op pagina 74.
3 Druk op de knop Share-to-Web op de voorzijde van de scanner.
4 De HP Share-to-Web-wizard wordt geopend in uw computer. Het
item wordt automatisch met de optimale instellingen voor het Web
gescand.
5 Volg de aanwijzingen op het scherm om het plaatsen van het
gescande beeld op de website te voltooien.
Tip
Wanneer uw scanner niet is uitgerust met de knop
Share-to-Web scan dan naar het Web via de
HP Precisionscan Pro-software. Zie "Een scan op
een website plaatsen" op pagina 63.
Terug naar inhoudsopgave Scannen via scannerknoppen 27
Scannen voor het opnieuw afdrukken van foto's
Met de knop Foto opnieuw afdrukken ( ) kunt u foto's scannen en
voorbereiden voor het opnieuw afdrukken. Door het opnieuw
afdrukken van foto's kunt u optimaal gebruik maken van fotopapier
door meerdere foto's op één pagina af te drukken. U kunt tevens
pagina's met meerdere foto's maken voor bijvoorbeeld fotoalbums.
Gebruik de software voor het afdrukken van foto's van HP die bij uw
scanner is geleverd voor het indelen van foto's, het maken van
aanpassingen en het afdrukken van foto's.
Een nieuwe afdruk van een foto maken
1 Wanneer HP Precisionscan Pro en het HP Scanjet-
kopieerhulpprogramma geopend zijn op uw computer sluit deze
dan af.
2 Leg het origineel met de afdrukkant omlaag op het scannerglas en
sluit het deksel.
3 Druk op de knop Foto opnieuw afdrukken op de voorzijde van de
scanner.
4 Op uw computer wordt nu de software voor het afdrukken van
foto's van HP geopend. Het item wordt automatisch met de
optimale instellingen voor het afdrukken van foto's gescand.
De HP Photo Printing-naslaggids raadplegen
De software van HP voor het afdrukken van foto's is in sommige
landen alleen in het Engels verkrijgbaar. Druk voor hulp in uw taal op
de knop Foto opnieuw afdrukken op de scanner, klik op Help en
vervolgens op Naslaggids.
Druk op de knop Foto opnieuw afdrukken op de scanner om de gids
te raadplegen, druk op Help in de software van HP voor het afdrukken
van foto's en druk vervolgens op Naslaggids in het keuzemenu.
28 Scannen via scannerknoppen Terug naar inhoudsopgave
Een scan versturen in een e-mail
Wanneer u e-mail verstuurt via de knop E-mail ( ), scant de
scanner het item met de standaardinstellingen die het meest geschikt
zijn voor e-mails. Als uw e-mailprogramma door de scanner wordt
ondersteunt, verschijnt het gescande beeld automatisch als
bestandsbijlage in een nieuw e-mailbericht. U kunt het bericht dan
adresseren en verzenden. Als uw e-mailprogramma niet wordt
ondersteund, kunt u toch E-mail kiezen. De scanner scant het item op
basis van de optimale instellingen en u wordt verzocht het item op te
slaan als bestand. Open uw e-mailprogramma en voeg het bestand op
de gebruikelijke wijze toe als bijlage.
Ondersteunde e-mailprogramma's
In het geval van ondersteunde e-mailprogramma's kan de scanner een
item scannen als bestand en het bij een nieuw e-mailbericht voegen.
Wanneer een gescand beeld automatisch als bestandsbijlage in een
nieuw e-mailbericht verschijnt, betekent dit dat uw e-mailprogramma
wordt ondersteund.
Niet ondersteunde e-mailprogramma's
Wanneer u een niet-ondersteund e-mailprogramma gebruikt,
bijvoorbeeld een webprogramma als Microsoft Hotmail®, kan de
scanner items niet rechtstreeks naar een e-mailbericht scannen. De
scanner scant het item met de optimale instellingen voor e-mail maar
vraagt u of u de scan als bestand wilt opslaan. Nadat het beeld als
bestand is opgeslagen, opent u een e-mailbericht en voegt u het
bestand op de gebruikelijke wijze toe als bijlage.
Zorg dat bij de knopopties E-mailbestand is geselecteerd als u wilt dat
het verzoek om het bestand op te slaan verschijnt.
Raadpleeg "Instellingen voor knoppen wijzigen" op pagina 32 als u het
als standaard ingestelde e-mailprogramma wilt controleren of wijzigen
of als u E-mailbestand als standaardinstelling wilt kiezen.
Tip
Om het gescande item te bekijken alvorens het te
verzenden, opent u de bestandsbijlage vanuit het
nieuwe e-mailbericht.
Terug naar inhoudsopgave Scannen via scannerknoppen 29
Een scan e-mailen vanaf de scanner
1 Wanneer HP Precisionscan Pro en het HP Scanjet-
kopieerhulpprogramma geopend zijn op uw computer sluit deze
dan af.
2 Leg het origineel met de afdrukkant omlaag op het scannerglas en
sluit het deksel. Wanneer u items in de ADI wilt plaatsen,
raadpleeg dan "Scannen vanuit de ADI" op pagina 74.
3 Druk op de knop E-mail op de scanner.
4 Wanneer de computer u vraagt naar de aard van het origineel, kies
dan Foto of Document. Voor hulp bij het kiezen van het type
origineel, raadpleeg "Het type origineel selecteren voor e-mail" op
pagina 30.
5 Wanneer uw e-mailprogramma niet wordt ondersteund, vraagt de
computer u of u het beeld als bestand wilt opslaan. Geef in het
dialoogvenster Opslaan als het bestand een naam, kies een locatie
om het bestand op te slaan en klik op Opslaan.
Wanneer de computer u vraagt naar de naam van het bestand in
de bijlage, voer dan een naam in in het venster Bestandsnaam
Wanneer uw e-mailprogramma niet wordt ondersteund, dient u ook
de locatie op te geven waar u het bestand wilt opslaan. Voer een
naam in in het venster Bestandsnaam. Voor meer hulp raadpleeg
"E-mailbijlagen benoemen" op pagina 30.
6 Wanneer u een document scant zonder de ADI te gebruiken, kan
de computer u vragen om de volgende pagina. Kies een van de
volgende mogelijkheden:
Als er geen pagina's meer zijn om te scannen, klikt u op Klaar.
Als er van dit item nog meer pagina's zijn, laadt u de volgende
pagina en klikt u op Scannen. Herhaal dit tot alle pagina's zijn
gescand. Klik vervolgens op Klaar.
Opmerking: Om deze functie uit te schakelen, raadpleeg
"Instellingen voor knoppen wijzigen of
bestemmingen bijwerken" op pagina 32.
7 Als uw e-mailprogramma wordt ondersteunt, verschijnt het
gescande beeld automatisch als bestandsbijlage in een nieuw
emailbericht. Adresseer het bericht en verstuur het. Als uw
e-mailprogramma wordt ondersteund, bevestigt de computer dat
het item als bestand is opgeslagen. Open uw e-mailprogramma en
voeg het opgeslagen bestand in als bijlage.
30 Scannen via scannerknoppen Terug naar inhoudsopgave
Het type origineel selecteren voor e-mail
Wanneer de software u vraagt naar de aard van het origineel, dan
heeft u twee mogelijkheden: Foto of Document. De scanner gebruikt
de optimale instellingen voor het scannen van uw item, afhankelijk van
de gekozen optie. Volg onderstaande richtlijnen om het juiste type
origineel te kunnen bepalen.
Kies Document wanneer het item zowel tekst als beelden bevat. In
dat geval wordt een .pdf-bestand aangemaakt.
Kies Foto wanneer het item een afgedrukte foto of afbeelding is
(geen negatieven of dia's). In dat geval wordt een .jpg-bestand
aangemaakt.
Wanneer u regelmatig originelen van hetzelfde type scant en u niet wilt
dat het scherm Type origineel continu verschijnt, kunt u dit
uitschakelen. Hiervoor kiest u Foto of Document en kruist u de optie
Deze instelling voortaan gebruiken aan. Niet eerst vragen.
Om het verzoek om het type origineel opnieuw te activeren, raadpleeg
"Instellingen voor knoppen wijzigen" op pagina 32.
E-mailbijlagen benoemen
De computer vraagt u iedere keer om een bestandsnaam op te geven.
Wanneer u niet wilt dat de computer u dit vraagt en wanneer u wilt dat
de scansoftware automatisch een bestandsnaam toekent aan de
bijlage kruis dan de optie Bestand voortaan automatisch benoemen
aan. Niet eerst vragen.
Om het verzoek om het benoemen van de bijlage opnieuw te
activeren, raadpleeg "Instellingen voor knoppen wijzigen" op
pagina 32.
Opslaan als type geeft het type bestand weer voor de bijlage in de
e-mail. Foto's worden opgeslagen als .jpg-bestand. Documenten
worden opgeslagen als .pdf-bestand.
Opmerking: Wanneer u het item als een ander bestandstype wilt
opslaan dan .jpg of .pdf, scan het item dan en sla het
op via de HP Precisionscan Pro-software. Zie
"Opslaan naar een bestand" op pagina 60.
Terug naar inhoudsopgave Scannen via scannerknoppen 31
Kopieën afdrukken
Via de scannerknop Kopiëren ( ) kunt u een item scannen en het
naar een printer sturen om kopieën te maken. Bij het maken van
kopieën wordt elke pagina behandeld als aparte afdrukopdracht; de
printer sorteert kopieën dus niet.
Kopieën afdrukken vanaf de scanner
1 Wanneer het HP Precisionscan Pro programma geopend is, sluit
dit dan af.
2 Leg het origineel met de afdrukkant omlaag op het scannerglas en
sluit het deksel. Wanneer u items in de ADI wilt plaatsen,
raadpleeg dan "Scannen vanuit de ADI" op pagina 74.
3 (Voor sommige modellen, zie "Voorpaneel en accessoires
vergelijkingen" op pagina 3.) Kies kleuren- of zwart-witkopieën op
de scanner.
4 (Alleen sommige modellen, zie "Voorpaneel en accessoires
vergelijkingen" op pagina 3.) Selecteer het aantal exemplaren op
de scanner.
5 Druk op de knop Kopiëren op de scanner. Als u niet op Annuleren
klikt, wordt het op de scanner aangegeven aantal exemplaren
rechtstreeks op de standaardprinter afgedrukt.
6 Als u de kopieën groter of kleiner wilt maken, ze lichter of
donkerder wilt maken of een andere bestemmingsprinter wilt
kiezen, klikt u op het beeldscherm op Annuleren om opties in te
stellen in het HP Scanjet-kopieerhulpprogramma. Wijzig de
gewenste opties en klik op Kopiëren.
Tip
Wanneer uw scanner niet is uitgerust met knoppen
voor kleuren- of zwart-witkopieën of voor het aantal
exemplaren, gebruik dan het HP Scanjet-
kopieerhulpprogramma.
32 Scannen via scannerknoppen Terug naar inhoudsopgave
Instellingen voor knoppen wijzigen
Bij gebruik van de scannerknoppen scant de scanner met de
instellingen die het meest geschikt zijn voor de bij de knop horende
bestemming, zoals bijv. e-mail. U kunt de standaardinstellingen voor
sommige knoppen van de scanner wijzigen. De instellingen worden
toegepast op alle items die u scant, totdat u ze handmatig verandert. U
kunt de bestemmingen van scannerknoppen ook bijwerken zodat u
nieuwe programma's op uw computer kunt toevoegen.
Instellingen voor knoppen wijzigen of bestemmingen bijwerken
1 Kies een van de volgende mogelijkheden:
(Alleen sommige modellen, zie "Voorpaneel en accessoires
vergelijkingen" op pagina 3.) Druk op de scanner op Meer opties
().
Ga in het menu Start naar Programma's, ga naar HP Scanjet-
hulpprogramma's en kies HP Scanjet-knopbeheer.
2 Klik op de tab voor de opties die u wilt wijzigen.
3 Voor de tab E-mail: wijzig de instellingen en klik op OK.
4 Voor de tab Algemeen: klik op Bijwerken. De software zoekt in uw
computer automatisch naar nieuwe programma's en werkt de
bestemmingen van de scannerknoppen bij. Wanneer het bijwerken
voltooid is, klikt u op OK.
Tip
Als u de instellingen alleen voor het huidige item wilt
wijzigen, kunt u ook scannen met de
HP Precisionscan Pro-software. Zie "Scanning
vanuit HP Precisionscan Pro" op pagina 37.
Terug naar inhoudsopgave Scannen via scannerknoppen 33
Standaard E-mailknopopties herstellen
1 Kies een van de volgende mogelijkheden:
(Alleen voor sommige modellen, zie "Voorpaneel en accessoires
vergelijkingen" op pagina 3.) Druk op de knop Meer opties op de
scanner ( ).
Ga in het menu Start naar Programma's, ga naar HP Scanjet-
hulpprogramma's en kies HP Scanjet-knopbeheer.
2 Klik op de tab E-mail.
3 Klik op Standaardinstellingen herstellen en klik op OK.
Overzicht van opties voor scannerknoppen
E-mailtabopties
Dit tabblad bevat de scanopties die worden toegepast op items die u
scant met de knop E-mail ( ).
Bestemming
Selecteer het e-mailprogramma waarin gescande beelden als
bestanden moeten worden geplaatst als het scannen gereed is. Als er
geen compatibele e-mailprogramma's zijn geïnstalleerd op het
systeem, kunt u niet rechtstreeks naar e-mail scannen. In plaats
daarvan selecteert u dan E-mailbestand in het veld Bestemming.
Wanneer u vervolgens op de scanner op de knop E-mail ( ) drukt,
wordt u verzocht het gescande beeld op te slaan als bestand. Het
bestand kunt u op de gebruikelijke wijze als bijlage bij een
e-mailbericht voegen.
Wanneer het gewenste e-mailprogramma niet in het overzicht
voorkomt, kunt u de knop Bijwerken gebruiken in het tabblad
Algemeen om de bestemmingslijst voor de knop E-mail bij te werken.
Gaat het om een nieuw e-mailprogramma raadpleeg dan de pagina
voor deze scanner op de HP-website voor nieuwe stuurprogramma's
ter ondersteuning van het e-mailprogramma. Op de pagina voor deze
scanner op de HP-website kunt u ook nagaan of er conflicten bekend
zijn met het programma dat u wilt gebruiken.
Ga naar de HP-website voor ondersteuning op:
http://www.hp.com/go/support
34 Scannen via scannerknoppen Terug naar inhoudsopgave
Type origineel
Kies een van de volgende opties:
Foto
Document
Vraag altijd naar het type origineel
Standaard is het type origineel ingesteld op Vraag altijd naar het type
origineel. Wanneer u verschillende type originelen scant, kunt u
iedere keer het type origineel instellen. Gebruik Foto of Document
wanneer u regelmatig hetzelfde type origineel scant.
Vraag naar naam van e-mailbijlage
Kruis de optie Vraag naar naam van e-mailbijlage aan wanneer u
iedere keer de naam van een e-mailbijlage wilt invoeren. Kruis de optie
Vraag naar naam van e-mailbijlage niet aan wanneer u wilt dat de
scansoftware automatisch een naam toekent aan een bijlage.
Grootte origineel
Deze optie is alleen beschikbaar voor originelen van het type
Document. Kies het formaat dat het te scannen item het dichtst
benadert. Sommige scanners ondersteunen een optionele
automatische documentinvoer (ADI) waarmee u pagina's kunt
scannen die groter zijn dan het scannerglas.
Kwaliteit (voor documenten)
Deze optie is alleen beschikbaar voor originelen van het type
Document. Kies een van de volgende opties:
Klein bestand, lage kwaliteit maakt zwart-witscans bij 100 dpi.
Normaal maakt grijsschaalscans bij 200 dpi.
Groot bestand, hoge kwaliteit maakt kleurenscans bij 300 dpi.
Het bestandstype is .pdf.
Prompt voor het scannen van extra pagina's
Deze optie is alleen beschikbaar voor originelen van het type
Document. Selecteer het vakje Na het scannen vragen om het
scannen van extra pagina's wanneer ADI niet wordt gebruikt als u
wilt dat de computer u vraagt of u meer pagina's aan het huidige
document wilt toevoegen. Deze optie is wanneer u documenten zonder
ADI scant en meerdere pagina's aan een pdf-bestand in de bijlage wilt
toevoegen. Verwijder het kruis in het vakje Na het scannen vragen
om het scannen van extra pagina's wanneer ADI niet wordt
gebruikt als u deze optie wilt uitschakelen.
Te scannen gebied
Deze optie is alleen beschikbaar voor originelen van het type Foto.
Kies een van de volgende opties:
Alleen gedetecteerde items op het scannerglas scannen snijdt
automatisch foto's bij op het scannerglas.
Scan volledige scannerglas scant het gehele scannerglas
zonder bij te snijden.
Kwaliteit (voor foto's)
Kies een van de volgende opties:
Klein bestand, lage kwaliteit maakt scans bij 75 dpi.
Normaal maakt scans bij 100 dpi.
Groot bestand, hoge kwaliteit maakt scans bij 150 dpi.
Voor kleurenfoto's is het uitvoertype Ware kleuren. Voor zwartwitfoto's
is het uitvoertype Grijsschaal.
Kleurenscans maken
Deze optie is alleen beschikbaar voor originelen van het type Foto. Om
de kleur van gescande afbeeldingen te behouden, het vakje Scannen
in kleur aankruisen. Voor het maken van zwart-witscans het vakje
Scannen in kleur niet aankruisen.
Terug naar inhoudsopgave Scannen via scannerknoppen 35
Opties tabblad Algemeen
Wanneer u na het installeren van de scansoftware van HP een nieuw
programma op uw computer installeert, kunt u de bestemmingen van
de scannerknoppen bijwerken in de opties van het tabblad Algemeen.
Door de scannerknoppen bij te werken kunnen scans naar nieuwe
ondersteunde bestemmingen op uw computer gestuurd worden. Voor
het bijwerken van bestemmingen moet uw scanner zijn aangesloten op
uw computer. Vervolgens drukt u op Bijwerken.
In het tabblad Algemeen klikt u op Bijwerken. De software zoekt in uw
computer automatisch naar nieuwe programma's en werkt de
bestemmingen van de scannerknoppen bij. Wanneer het bijwerken
voltooid is, klikt u op OK.
Opmerking: Wanneer uw scanner is uitgerust met een knop
Bestemming selecteren naast de knop Scannen
naar dan verschijnen niet alle bestemmingen in de
bestemmingslijst van de scanner. Zo maken
bijvoorbeeld printers, e-mailprogramma's en het
opslaan als bestand geen onderdeel uit van de lijst.
De lijst bevat slechts de eerste 18 bestemmingen die
door de scansoftware van HP zijn gevonden. Andere
bestemmingen kunt u via de HP Precisionscan Pro-
software bereiken. Zie "Verzenden naar een
programma" op pagina 59 voor meer informatie.
Energiebesparing
U kunt de knop Energiebesparing ( ) gebruiken om energie te
besparen wanneer u de scanner niet gebruikt. Wanneer u op de knop
Energiebesparing drukt, gaan de scannerlamp en het lampje bij de
knop Energiebesparing uit en gaat de scannerlamp terug naar de
uitgangspositie.
Druk op een willekeurige knop aan de voorzijde van de scanner om de
scanner opnieuw te gebruiken of om een scan vanaf de computer te
starten. Na een korte opwarmperiode wordt het scannen hervat.
Annuleren (alleen op sommige modellen)
Met de knop Annuleren ( ) kan een scan tijdens het scannen
geannuleerd worden. Wanneer u tijdens het scannen op de knop
Annuleren drukt, gaat de lamp uit en keert terug in de uitgangspositie.
Wanneer u tijdens het scannen vanuit de ADI op de knop Annuleren
drukt, stoot de ADI alle pagina's uit die op dat moment gescand
worden.
36 Scannen via scannerknoppen Terug naar inhoudsopgave
Terug naar inhoudsopgave 37
3
Scanning vanuit HP Precisionscan Pro
Met de HP Precisionscan Pro-software kunt u gescande beelden
vooraf beoordelen en wijzigen alvorens ze naar een bestemming of
een bestand te sturen. U start de HP Precisionscan Pro-software via
een scannerknop of via Programma's in het menu Start.
U kunt de HP Precisionscan Pro-software ook starten vanuit een ander
programma, bijvoorbeeld een tekstverwerkings- of
beeldbewerkingsprogramma, mits dat programma TWAIN
ondersteunt. Zie "Scannen vanuit andere programma's (TWAIN)" op
pagina 70 voor meer informatie.
HP Precisionscan Pro softwaregebruiken
De HP PrecisionScan Pro-software biedt de mogelijkheid om
voorbeelden te bekijken en hulpmiddelen om een beeld te wijzigen.
Beelden kunnen onder meer als volgt worden gewijzigd:
een deel van een voorbeeld selecteren, of bijsnijden, dat het
uiteindelijke gescande beeld moet worden
de resolutie wijzigen
de grootte van het gescande beeld wijzigen
het contrast wijzigen
38 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro Terug naar inhoudsopgave
HP Precisionscan Pro softwaregebruiken
Om de HP Precisionscan Pro-software te starten, drukt u op de knop
Scannen naar ( ) of klik in het menu Start op Programma's en klik
op HP Precisionscan Pro. De software wordt gestart.
Om de functie van een opdracht te bekijken plaatst u de aanwijzer op
de opdracht tot er een uitleg verschijnt.
Wilt u meer informatie over de hulpmogelijkheden die de software zelf
biedt, zie "Hulp vinden voor gebruik van de software" op deze pagina.
Wilt u meer informatie over sneltoetsen, menuonderdelen, werkbalken
en vormen van de aanwijzer/cursor, raadpleeg dan "Opdrachten en
functies van de software gebruiken" op pagina 107.
Hulp vinden voor gebruik van de software
De HP Precisionscan Pro-software biedt diverse typen hulp.
Stapsgewijze instructies
Aan de hand van de stapsgewijze instructies kunt u tijdens het
scanproces stap voor stap hulp krijgen. Standaard staan de
stapsgewijze instructies aan de linkerkant van het voorbeeldvenster.
Als u de software wat beter kent, kunt u ze verbergen. Om ze te
verbergen, kiest u Stapsgewijze instructies in het menu Weergave.
U kunt ook klikken op op de werkbalk.
Opmerking: Voor computers met Internet Explorer versie 4 of
hoger is er Hulp beschikbaar. Zie "Problemen
oplossen waarbij geen bericht verschenen is" op
pagina 86.
Smart Friends
Smart Friends zijn tips die automatisch verschijnen om u te
waarschuwen voor mogelijke problemen. Als u bijvoorbeeld een hoge
resolutie instelt maar het gescande beeld als e-mail wilt verzenden,
waarschuwt een Smart Friend u dat het bestand waarschijnlijk te groot
is voor een e-mail. Om bepaalde berichten uit te schakelen, selecteert
u de optie Deze waarschuwing niet meer tonen in het dialoogvenster
van het bericht. Om alle berichten uit te schakelen, kiest u Alle Smart
Friends uitschakelen in het menu Help. Om alle berichten weer in te
schakelen, kiest u Alle Smart Friends inschakelen.
Online-Help
De online-Help is een gebruiksvriendelijke informatiebron voor het
gebruik van de scanner en de software, de probleemoplossing en voor
ondersteuning en technische gegevens. Toegang krijgen tot de Help:
Kies Inhoud in het menu Help. Of klik op de knop Help in een
dialoogvenster dat deze knop bevat.
Opmerking: Voor computers met Internet Explorer versie 4 of
hoger is er Hulp beschikbaar. Zie "Problemen
oplossen waarbij geen bericht verschenen is" op
pagina 86.
Wat is dit? Help
Klik op en klik op een knop, menu of opdracht voor meer informatie
over de betreffende functie.
Terug naar inhoudsopgave Scanning vanuit HP Precisionscan Pro 39
Een nieuwe scan maken
Als u een nieuwe scan start, maakt de scanner een voorlopige scan
van het item en wordt het gescande beeld weergegeven in de HP
Precisionscan Pro-software. U kunt het gescande beeld bekijken en
eventueel bewerken alvorens het naar een bestemming te sturen of
het op te slaan als een bestand.
Een nieuwe scan starten
Volg deze stappen om een scan te starten vanuit de HP Precisionscan
Pro-software. Om een scan te starten met een scannerknop, zie "Snel
scannen met de scannerknoppen" op pagina 24.
1 Leg het origineel met de afdrukkant omlaag op het scannerglas en
sluit het deksel.
Opmerking: Plaats de items vervolgens in de Automatische
documentinvoer (ADI) van de HP Scanjet, zie
"Scannen vanuit de ADI" op pagina 74.
2 Ga in het menu Start naar Programma's en kies
HP Precisionscan Pro. De software wordt gestart.
3 Begin op een van de volgende manieren te scannen:
Klik in de HP Precisionscan Pro-software op de werkbalk of
op de Stapsgewijze instructies (indien zichtbaar).
Kies in de HP Precisionscan Pro-software Nieuwe Scan in het
menu Scannen.
Het gescande beeld verschijnt in de HP Precisionscan Pro-software.
Dit gescande beeld is de voorbeeldscan. U kunt wijzigingen
aanbrengen, bijvoorbeeld een deel van het beeld selecteren of het
contrast aanpassen.
Wanneer u het beeld naar een ander programma wilt sturen,
bijvoorbeeld als e-mail, het beeld op een website plaatsen of het
opslaan als bestand, maakt u met de scanner een definitieve scan van
het item, waarin de eventueel aangebrachte wijzigingen worden
verwerkt. In dit gedeelte vindt u aanwijzingen voor het uitvoeren van
optionele wijzigingen en het voltooien van de scan.
40 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro Terug naar inhoudsopgave
Een scan bijsnijden of een gebied
selecteren voor de definitieve scan
Als een gescand beeld in de HP Precisionscan Pro-software wordt
weergegeven, moet u bepalen wat het definitieve gescande beeld
wordt door een selectiegebied te maken. Bij het maken van een
selectiegebied verschijnt rond het gebied een gestippelde
selectierand:
Wilt u informatie over de vorm van de aanwijzer wanneer die zich op
een deel van de selectierand bevindt, raadpleeg dan
"Contextgevoelige aanwijzers" op pagina 114.
Een scan bijsnijden of een gebied selecteren voor de definitieve scan
Kies een van de volgende mogelijkheden:
Plaats de aanwijzer op het gewenste gebied en klik.
Als de aanwijzer er zo uitziet: , klikt u op een hoek van het
gewenste gebied en sleept u de aanwijzer naar de
tegenoverliggende hoek om een rechthoekig selectiegebied te
maken.
Kies Alles selecteren in het menu Bewerken. Het hele
scannerglas, inclusief lege delen, wordt geselecteerd.
Het formaat van het selectiegebied wijzigen
Klik op een greep van de selectierand en sleep deze om het
selectiegebied te wijzigen.
De selectierand verplaatsen
Beweeg de aanwijzer over het selectiegebied. Wanneer de aanwijzer
er zo uitziet: , klikt u en sleept u de selectierand naar een nieuwe
positie.
De selectierand verwijderen
Kies een van de volgende mogelijkheden:
Druk op E
SC
.
Kies Selectie opheffen in het menu Bewerken.
Tip
Als u een gebied van dichterbij wilt bekijken zonder
te veranderen wat in de definitieve scan moet
komen, raadpleeg dan "Een beeld van dichterbij
bekijken (zoomen)" op pagina 41.
Selectierand
Terug naar inhoudsopgave Scanning vanuit HP Precisionscan Pro 41
Een beeld van dichterbij bekijken (zoomen)
U zoomt in op het selectiegebied om het van dichterbij te bekijken of er
wijzigingen in aan te brengen. U zoomt uit om het volledige voorbeeld
te bekijken of om een ander deel van het beeld te selecteren dat u wilt
bekijken. Door in te zoomen op het selectiegebied alvorens wijzigingen
aan te brengen of de definitieve scan uit te voeren, bereikt u de beste
resultaten. De zoomopdrachten zijn alleen beschikbaar als u een
selectiegebied hebt gemaakt.
Bij in- en uitzoomen verandert u niet het deel van het beeld dat de
uiteindelijke scan wordt en ook niet de uiteindelijke uitvoergrootte (de
fysieke uitvoerafmetingen). Wilt u het gebied voor de uiteindelijke scan
wijzigen, raadpleeg dan "Een scan bijsnijden of een gebied selecteren
voor de definitieve scan" op pagina 40. Wilt u de grootte van het beeld
wijzigen, raadpleeg dan "Formaat wijzigen (uitvoerafmetingen)" op
pagina 43.
Inzoomen
Nadat u een selectiegebied hebt gemaakt, kiest u een van de volgende
mogelijkheden:
Kies Inzoomen in het menu Weergave.
Klik op .
Uitzoomen
Kies een van de volgende mogelijkheden:
Kies Uitzoomen in het menu Weergave om de oorspronkelijke
weergave van het beeld te herstellen.
Klik op .
Het uitvoertype selecteren
Wanneer Uitvoertype automatisch selecteren is geselecteerd, kiest
de scannersoftware automatisch een uitvoertype op basis van het
soort item dat u scant. Desgewenst kunt u het uitvoertype wijzigen. De
keuze van het uitvoertype hangt af van de toepassing van het
gescande beeld en het soort item dat u scant.
Een uitvoertype selecteren
1 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Kies Uitvoertype automatisch selecteren in het menu
Uitvoertype (als deze optie nog niet is ingeschakeld). De
software kiest dan het beste uitvoertype voor het soort origineel
dat u scant.
Als u het uitvoertype alleen voor de huidige scan wilt wijzigen,
laat u Uitvoertype automatisch selecteren ingeschakeld en
selecteert u het gewenste uitvoertype in het menu Uitvoertype.
Zie "Overzicht van uitvoertypen" op pagina 42.
Als u het uitvoertype voor de huidige scan en alle overige scans
in deze sessie wilt wijzigen, schakelt u Uitvoertype
automatisch selecteren uit en selecteert u het gewenste
uitvoertype in het menu Uitvoertype. Zie "Overzicht van
uitvoertypen" op pagina 42.
Tip
Wilt u hulp bij de keuze van een uitvoertype, bekijk
dan de Stapsgewijze instructies. Als ze nog niet
worden weergegeven, klikt u op . Bevestig in
stap 3 dat dit het gewenste uitvoertype is en kies
Help me kiezen.
42 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro Terug naar inhoudsopgave
Overzicht van uitvoertypen Het oorspronkelijke uitvoertype herstellen
Kies Uitvoertype automatisch selecteren in het menu Uitvoertype.
De software kiest het beste uitvoertype op basis van het beeld binnen
het selectiegebied.
Voor deze toepassingen
Kiest u dit
uitvoertype
Kleurenfoto's of -tekeningen met veel toonnuances die:
moeten worden afgedrukt met een kleurenprinter;
moeten worden weergegeven op een kleurenmonitor die
is ingesteld op miljoenen kleuren;
moeten worden weergegeven op het web en opgeslagen
in de indeling jpg of png.
Ware kleuren
(16,7 miljoen
kleuren)
Kleurenfoto's of -tekeningen met toonnuances die:
moeten worden afgedrukt op een kleurenprinter;
moeten worden verzonden via e-mail;
moeten worden gebruikt op een manier die een kleine
bestandsgrootte vereist;
moeten worden weergegeven op het beeldscherm van
een computer.
256 kleuren
(optimaal palet)
Kleurenfoto's of -tekeningen met toonnuances die moeten
worden afgedrukt op een zwart-witprinter.
Grijsschaal
Zwart-witfoto's en -tekeningen met toonnuances die moeten
kunnen worden gebruikt voor elk gewenst doel.
Grijsschaal
Zwart-wittekeningen zonder toonnuances die in een ander
programma moeten worden geplaatst zonder
formaatwijziging in het andere programma.
Zwart-wit (bitmap)
Zwart-wittekeningen zonder toonnuances waarvan in een
ander programma het formaat moet worden gewijzigd.
Zwart-wit
(schaalbaar)
Elk beeld dat moet worden opgeslagen in de indeling gif voor
weergave op het web.
256 kleuren
(webpalet)
Tekst die moet kunnen worden bewerkt in een
tekstverwerkingsprogramma.
Bewerkbare tekst
(OCR)
Tekst die bewerkbaar moet zijn en beelden die bruikbaar
moeten zijn.
Tekst en
afbeeldingen,
opdracht
Kleurentekeningen of -logo's met weinig toonnuances en
één geconcentreerd gebied met een bepaalde kleur. Het
beeld moet inzetbaar zijn voor elk gewenst doel.
Steunkleuren
(16 kleuren)
Terug naar inhoudsopgave Scanning vanuit HP Precisionscan Pro 43
Optionele aanpassingen (basis)
Deze hulpmiddelen worden het meest toegepast, maar gebruik ervan
is altijd optioneel. Welke hulpmiddelen beschikbaar zijn, hangt af van
het uitvoertype.
Formaat wijzigen (uitvoerafmetingen)
U kunt de grootte van het beeld wijzigen alvorens de uiteindelijke scan
te maken door de uitvoerafmetingen te wijzigen. Door het gescande
beeld de gewenste afmetingen te geven voordat de definitieve scan
wordt gemaakt, bereikt u de beste beeldkwaliteit.
De grootte van een beeld wijzigen
1 Kies Formaat wijzigen in het menu Hulpmiddelen. Het
dialoogvenster Formaat wijzigen verschijnt.
2 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Selecteer desgewenst een maateenheid in het veld Eenheden.
Typ bij Uitvoerafmetingen een nieuwe waarde in het veld
Breedte of Hoogte en druk op E
NTER
.
Selecteer in het veld Schaal een percentage.
De nieuwe waarden verschijnen in de velden Schaal, Breedte en
Hoogte, maar het selectiegebied en het gescande beeld op het
scherm blijven ongewijzigd. De grootte wordt pas gewijzigd
wanneer u de scan voltooit.
3 Klik desgewenst op . De gedefinieerde uitvoerafmetingen
worden dan vergrendeld, zodat u het selectiegebied kunt wijzigen
zonder de uitvoerafmetingen te wijzigen. Wanneer u de
selectierand wijzigt, past de software de rand aan met behoud van
de hoogte-breedteverhouding. De uitvoerafmetingen blijven
ongewijzigd.
Tip
Als u de grootte van beelden moet wijzigen zodat ze
in een bestand passen, bijvoorbeeld in een
tekstverwerkingsdocument, past u de grootte in de
scannersoftware aan. Als u de grootte van beelden
in een ander programma wijzigt, kunnen de beelden
onscherp worden of kartelranden vertonen.
44 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro Terug naar inhoudsopgave
De resolutie wijzigen
De resolutie bepaalt de hoeveelheid gegevens in een gescand beeld.
De scannersoftware kiest de optimale resolutie op basis van het
uitvoertype. Deze resolutie hoeft normaal gesproken niet te worden
gewijzigd.
Als u de resolutie wijzigt, kies dan geen hogere resolutie dan het
beeldscherm of de printer kan weergeven en een resolutie die geschikt
is voor het type gescand beeld. Als u bijvoorbeeld afdrukt op een
600 dpi printer, kies dan 600 voor zwart-wit-bitmapbeelden, maar kies
hooguit 200 voor kleuren- of grijsschaalbeelden. Deze resoluties
resulteren in een optimale kwaliteit en kleine bestanden.
Als u een hogere resolutie kiest voor kleurenafbeeldingen, worden de
bestanden groter zonder dat de kwaliteit verbetert. Bij verdubbeling
van de resolutie worden bestanden viermaal zo groot. Grote
bestanden kunnen de uitvoering van bepaalde taken, zoals e-mailen,
onmogelijk maken. Ook kunnen ze te veel schijfruimte in beslag
nemen.
Wilt u hulp bij het bepalen van een resolutie op basis van het type
origineel en de bestemming, raadpleeg dan "Tips voor de beste
beeldkwaliteit" op pagina 66.
De resolutie wijzigen
1 Kies Resolutie wijzigen in het menu Hulpmiddelen.
2 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Selecteer een waarde in de lijst.
Typ een waarde tussen 12 en 999.999 in het veld en druk op
E
NTER
.
De resolutie verandert zodra u een waarde selecteert.
De oorspronkelijke resolutie herstellen
Kies Resolutie wijzigen in het menu Hulpmiddelen. Klik vervolgens
op .
Het contrast wijzigen
Het contrast wordt bepaald door de instelling van de middentonen,
accenten en schaduwen. Zie "De middentonen wijzigen" op pagina 48,
"De accenten wijzigen" op pagina 49, en "De schaduwen wijzigen" op
pagina 50.
Tip
U kunt het hulpmiddel Resolutie wijzigen toevoegen
aan de werkbalk. Zie "Resolutie wijzigen en
Verscherpen toevoegen aan de werkbalk" op
pagina 112.
Terug naar inhoudsopgave Scanning vanuit HP Precisionscan Pro 45
Een beeld draaien
U kunt een beeld met de klok mee (rechtsom) of tegen de klok in
(linksom) draaien in stappen van 90 graden. Een beeld kan worden
gedraaid als de onderkant van het item aan de bovenkant van het
scannerglas is geplaatst of als het item zijwaarts is geplaatst. Items
zoals negatieven in een sjabloon worden vaak zijwaarts gescand.
Een beeld draaien
Kies een van de volgende mogelijkheden:
Een beeld met de klok mee (rechtsom) draaien: Kies 90° naar
rechts draaien in het menu Hulpmiddelen. Of klik op op de
werkbalk. Herhaal dit om het beeld verder te draaien.
Een beeld tegen de klok in (linksom) draaien: Kies 90° naar links
draaien in het menu Hulpmiddelen. Of klik op op de
werkbalk. Herhaal dit om het beeld verder te draaien.
Een beeld spiegelen (omkeren)
U kunt een beeld spiegelen of omkeren vanuit de verticale as. Bij
spiegeling van een beeld komen de elementen van het beeld op de
tegenovergestelde kant van hun oorspronkelijke posities te staan.
Spiegelen kan vooral handig zijn bij items zoals negatieven, die
omgekeerd in een sjabloon zijn geplaatst en gespiegeld zijn gescand.
Een beeld spiegelen (omkeren)
Kies Spiegelen in het menu Hulpmiddelen. Herhaal deze stap om de
oorspronkelijke opmaak te herstellen.
Tip
Gescande beelden van de uitvoertypen Bewerkbare
tekst, Tekst en beeld en Zwart-wit schaalbaar niet
draaien. Het draaien van bovengenoemde
uitvoertypen resulteert in een vervormd beeld.
Tip
Gescande beelden van de uitvoertypen Bewerkbare
tekst, Tekst en beeld en Zwart-wit schaalbaar niet
spiegelen. Het draaien van bovengenoemde
uitvoertypen resulteert in een vervormd beeld.
46 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro Terug naar inhoudsopgave
Een beeld verscherpen
Bij verscherping van een beeld wordt het detail in het beeld verbeterd.
De HP Precisionscan Pro-software selecteert automatisch de optimale
verscherpingswaarde. U kunt deze waarde wijzigen.
U kunt het beeld verscherpen als het onscherp overkomt. U kunt een
beeld ook minder scherp maken als het origineel onvolkomenheden of
vlekjes vertoont. Als een beeld (teveel) wordt verscherpt, kunnen de
onvolkomenheden worden geaccentueerd en kunnen er ongewenste
patronen ontstaan.
Een beeld verscherpen
1 Kies Verscherpen in het menu Hulpmiddelen.
2 Selecteer een verscherpingswaarde in de lijst. In de viewer is het
effect van de wijziging op het beeld te zien.
Het oorspronkelijke verscherpingsniveau herstellen
1 Kies Verscherpen in het menu Hulpmiddelen.
2 Klik op .
Alle aanpassingen herstellen
U kunt de optimale waarden (standaardwaarden) herstellen die de
scannersoftware voor een beeld heeft gekozen. De optimale waarden
zijn gebaseerd op het geselecteerde uitvoertype. Bij herstel van de
standaardwaarden worden alle aanpassingen die u hebt verricht
ongedaan gemaakt, uitgezonderd het uitvoertype, het
zoompercentage en het selectiegebied.
Alle aanpassingen herstellen
Kies een van de volgende mogelijkheden:
Kies Hulpmiddelen herstellen in het menu Bewerken.
Klik op op de werkbalk.
Tip
U kunt het hulpmiddel Verscherping toevoegen aan
de werkbalk. Zie "Resolutie wijzigen en
Verscherpen toevoegen aan de werkbalk" op
pagina 112.
Terug naar inhoudsopgave Scanning vanuit HP Precisionscan Pro 47
Optionele aanpassingen (gevorderd)
Deze optionele aanpassingen zijn aanpassingen die niet vaak worden
gebruikt of nodig zijn. Gevorderde gebruikers kunnen ze gebruiken
voor speciale effecten of andere doeleinden. Welke hulpmiddelen
beschikbaar zijn, hangt af van het uitvoertype.
De kleuren van het beeld omkeren
Met de opdracht Omkeren worden de zwarte delen van een beeld
omgezet in wit en witte delen in zwart. Bij kleurenbeelden wordt elke
kleur geconverteerd in zijn complementaire kleur. Over het algemeen
is deze opdracht geschikt voor tekeningen en beelden met
steunkleuren.
De kleuren van het beeld omkeren
Kies Kleuren omkeren in het menu Geavanceerd. Herhaal deze stap
om de kleuren nogmaals om te keren.
48 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro Terug naar inhoudsopgave
De middentonen wijzigen
Met de middentooninstelling kunt u de middenwaarden in een beeld
lichter of donkerder maken. Het bereik voor de waarde in het veld
Middentonen is 1,0 tot 4,0. Bij een aanpassing in de richting van 1,0
wordt het beeld donkerder. Bij een aanpassing in de richting van 4,0
wordt het beeld lichter.
Wilt u de middentonen aanpassen van dia's, negatieven of andere
transparante items, raadpleeg dan "Middentonen van dia's of
negatieven aanpassen" op pagina 79.
Het hele beeld lichter maken
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Sleep de schuifregelaar voor middentonen naar rechts.
Typ een hogere waarde in het veld Middentonen en druk op
E
NTER
.
Klik op de pijl-Omhoog naast het veld Middentonen.
Het hele beeld donkerder maken
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Sleep de schuifregelaar voor middentonen naar links.
Typ een lagere waarde in het veld Middentonen en druk op
E
NTER
.
Klik op de pijl-Neer naast het veld Middentonen.
De standaardinstellingen herstellen
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Klik op Automatisch om voor de middentonen, accenten en
schaduwen de standaardinstellingen van dit gescande beeld te
herstellen. Als u op Automatisch klikt, worden ook de
uitvoerniveaus teruggezet op hun standaardwaarden. Zie
"Uitvoerniveaus voor pixels instellen" op pagina 52.
Tip
Als u het beeld uitwisselt met anderen die het op het
beeldscherm van een computer bekijken, wordt een
waarde van 2,2 voor de middentonen aanbevolen.
Deze waarde is het meest geschikt omdat het een
gemiddelde waarde is die werkt voor een groot
aantal verschillende monitoren.
Middentoon ingesteld
op 2.2 (standaard)
Middentonen
ingesteld op 3,0
Terug naar inhoudsopgave Scanning vanuit HP Precisionscan Pro 49
De accenten wijzigen
Het "accent" is de waarde in het beeld die op het beeldscherm wordt
weergegeven als wit. Alle waarden die lichter zijn dan het accent,
worden ook wit weergegeven.
Het beeld heeft een standaardinstelling voor accenten. Als u een
hogere waarde selecteert, komen meer lichte waarden duidelijk naar
voren, waardoor de lichte gebieden meer detail krijgen. Als u een
lagere waarde selecteert, komen minder lichte waarden duidelijk naar
voren, waardoor de lichte gebieden minder detail krijgen.
Wilt u de accenten aanpassen van dia's, negatieven of andere
transparante items, raadpleeg dan "Accenten van dia's of negatieven
aanpassen" op pagina 80.
Ga als volgt te werk voor meer details in lichtere gebieden
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Sleep de schuifregelaar voor accenten naar rechts.
Typ een hogere waarde in het veld Accenten en druk op E
NTER
.
Klik op de pijl Omhoog naast het veld Accenten.
Ga als volgt te werk voor minder details in lichtere gebieden
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Sleep de schuifregelaar voor accenten naar links.
Typ een lagere waarde in het veld Accenten en druk op E
NTER
.
Klik op de pijl Neer naast het veld Accenten.
Een waarde kiezen als accentwaarde
Klik op (wit pipet). Als de aanwijzer verandert in het pipet, plaats
het dan op het gebied dat het accent moet worden en klik.
De standaardinstellingen herstellen
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Klik op Automatisch om voor de middentonen, accenten en
schaduwen de standaardinstellingen van dit gescande beeld te
herstellen. Als u op Automatisch klikt, worden ook de
uitvoerniveaus teruggezet op hun standaardwaarden. Zie
"Uitvoerniveaus voor pixels instellen" op pagina 52.
Accenten ingesteld
op 215
Accenten ingesteld
op 122
50 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro Terug naar inhoudsopgave
De schaduwen wijzigen
De "schaduw" is de waarde in het beeld die op het beeldscherm wordt
weergegeven als zwart. Alle waarden die donkerder zijn dan de
schaduw, worden ook zwart weergegeven.
Het beeld heeft een standaardinstelling voor schaduwen. Als u een
lagere waarde selecteert, komen meer donkere waarden duidelijk naar
voren, waardoor de donkere gebieden meer detail krijgen. Als u een
hogere waarde selecteert, komen minder donkere waarden duidelijk
naar voren, waardoor de donkere gebieden minder detail krijgen.
Wilt u de schaduwen aanpassen van dia's, negatieven of andere
transparante items, raadpleeg dan "De schaduw van dia's of
negatieven aanpassen" op pagina 80.
Ga als volgt te werk voor meer details in donkere gebieden
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Sleep de schuifregelaar voor schaduwen naar links.
Typ een lagere waarde in het veld Schaduwen en druk op
E
NTER
.
Klik op de pijl Neer naast het veld Schaduwen.
Ga als volgt te werk voor minder details in donkere gebieden
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Sleep de schuifregelaar voor schaduwen naar rechts.
Typ een hogere waarde in het veld Schaduwen en druk op
E
NTER
.
Klik op de pijl Omhoog naast het veld Schaduwen.
Een waarde kiezen als schaduwwaarde
Klik op (zwart pipet). Als de aanwijzer verandert in het pipet, plaats
het dan op het gebied dat de schaduw moet worden en klik.
De standaardinstellingen herstellen
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Klik op Automatisch om voor de middentonen, accenten en
schaduwen de standaardinstellingen van dit gescande beeld te
herstellen. Als u op Automatisch klikt, worden ook de
uitvoerniveaus teruggezet op hun standaardwaarden. Zie
"Uitvoerniveaus voor pixels instellen" op pagina 52.
Schaduwen
ingesteld op 10
Schaduwen
ingesteld op 3
Terug naar inhoudsopgave Scanning vanuit HP Precisionscan Pro 51
Controle op wegvallende gebieden
De lichtste en donkerste delen van een beeld die zonder enig detail
worden afgedrukt, worden 'wegvallende gebieden' genoemd. De
lichtste delen, of accenten, worden afgedrukt als de kleur van het
papier (zonder inkt of toner) en vertonen daarom geen detail. De
donkerste delen, of schaduwen, worden volledig verzadigd afgedrukt
met de zwartste kleur inkt of toner en vertonen daarom ook geen
detail.
U kunt wegvallende gebieden bekijken en veranderen als u wilt dat ze
bij het afdrukken wel detail bevatten.
Wegvallende lichte gebieden (accenten) bekijken en wijzigen
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Klik op (Accentenalarm). De lichtste gebieden in het beeld, die
zonder detail (wit) worden afgedrukt, worden zwart weergegeven.
3 Klik bij Accenten op de pijl Omhoog tot de wegvallende pixels uit
het beeld zijn verdwenen. Het resultaat van de wijziging is hierna
zichtbaar.
4 Klik nogmaals op om het accentenalarm uit te schakelen.
Wegvallende donkere gebieden (schaduwen) bekijken en wijzigen
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Klik op (Schaduwenalarm). De donkerste gebieden in het
beeld, die zonder detail (zwart) worden afgedrukt, worden wit
weergegeven.
3 Klik bij Schaduwen op de pijl Omlaag tot de wegvallende pixels uit
het beeld zijn verdwenen. Het resultaat van de wijziging is hierna
zichtbaar.
4 Klik nogmaals op om het schaduwenalarm uit te schakelen.
Normale
weergave
Weergave bij
inschakeling
van
accentenalarm
Weergave bij
inschakeling
van
Schaduwen-
alarm
52 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro Terug naar inhoudsopgave
Uitvoerniveaus voor pixels instellen
Met de instelling voor uitvoerniveaus kunt u interessante effecten
bereiken met gescande beelden. Bij keuze van deze opdracht
verschijnen de uitvoerniveaus voor zwart en wit. Wit is standaard
ingesteld op 255 en zwart op 0.
Als u het uitvoerniveau voor wit verlaagt, wordt het hele beeld
donkerder. Als u het uitvoerniveau voor zwart verlaagt, wordt het hele
beeld lichter. Als u het uitvoerniveau voor wit op 0 zet en het
uitvoerniveau voor zwart op 255, worden de kleuren in het beeld
omgekeerd.
Wilt u het waardenbereik voor de velden Wit en Zwart wijzigen,
raadpleeg dan het tabblad Regelaars onder "Voorkeuren opslaan" op
pagina 67.
De uitvoerniveaus wijzigen
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Klik op het selectievakje Uitvoerniveaus. Het dialoogvenster wordt
uitgebreid met de huidige uitvoerniveaus voor wit en zwart.
3 Om de niveaus te wijzigen, kiest u een van de volgende
mogelijkheden:
Klik op één kant van een schuifregelaar.
Typ een andere waarde in het veld Wit of Zwart en druk op
E
NTER
.
Klik op pijl Omhoog of pijl Omlaag naast het veld Wit of Zwart.
Het resultaat van de wijzigingen in de uitvoerniveaus is zichtbaar in het
voorbeeldvak.
De standaardinstellingen herstellen
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Klik op Automatisch om voor de middentonen, accenten,
schaduwen en uitvoerniveaus de standaardinstellingen van dit
gescande beeld te herstellen.
Tip
Wanneer u een beeld wilt gebruiken als donkerder
achtergrond voor donkere tekst, bijvoorbeeld voor
een overheadtransparant, verhoog dan de waarde
van het uitvoerniveau voor zwart tot het beeld de
gewenste lichtheid heeft.
Terug naar inhoudsopgave Scanning vanuit HP Precisionscan Pro 53
RGB-waarden en pixels bekijken
Met behulp van de RGB-meter kunt u voor elk punt in een kleuren- of
grijsschaalbeeld de RGB-waarden en pixelkleur bekijken.
Wilt u de RGB-waarden en pixelkleur bekijken bij dia's, negatieven of
andere transparante items, raadpleeg dan "RGB-waarden en
pixelkleur bekijken" op pagina 81.
RGB-waarden en pixels bekijken
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Klik op of .
3 Beweeg de aanwijzer over het beeld. Op de RGB-meter
verschijnen de RGB-waarden en de pixelkleur.
Opmerking: Klik niet zolang de pipetaanwijzer zich op het beeld
bevindt, tenzij u de instelling voor de accenten of de
schaduwen wilt wijzigen.
4 Klik nogmaals op dezelfde pipetknop. De RGB-meter wordt gedimd
en de aanwijzer krijgt weer zijn normale vorm.
RGB-
waarden
Pixelkleur
54 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro Terug naar inhoudsopgave
Het histogram
Het histogram is een grafiek die de pixelverdeling in het selectiegebied
weergeeft. De magentakleurige lijn vertegenwoordigt de huidige
instelling van de schaduwen. De rode lijn vertegenwoordigt de huidige
instelling van de accenten. De instelling van de middentonen wordt niet
weergegeven.
De turkooize lijn verschijnt in het histogram wanneer het pipet over het
beeld wordt bewogen. Deze lijn geeft aan waar in het histogram de
pixels in dat gebied van het beeld voorkomen.
Het histogram geeft de pixelverdeling in het voorbeeld weer, niet die
van het uiteindelijke gescande beeld. Bij wijziging van het
selectiegebied verandert ook het histogram. Bij wijziging van de
instelling voor accenten of schaduwen verandert het histogram niet.
De tint wijzigen
Kleur in een beeld wordt bepaald door twee eigenschappen: tint en
verzadiging. De tint is de algehele kleurtoon van het beeld.
De tint voor een beeld wordt door de software ingesteld, maar kan
worden gewijzigd. U kunt de tint bijvoorbeeld wijzigen als een beeld te
veel van een bepaalde kleur bevat of als u een speciaal effect wilt
bereiken.
De tint wijzigen
1 Kies Kleur aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 De algehele kleur van het beeld kan
op een van de volgende manieren
worden gewijzigd via de
kleurenkaart:
Sleep het indicatierondje naar een
ander gebied.
Klik op de pijl voor een kleur aan
de buitenrand van de cirkel.
Het resultaat van de wijziging is
zichtbaar in het beeld.
De standaardinstellingen herstellen
1 Kies Kleur aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Klik op Automatisch om voor de tint en verzadiging de
standaardinstellingen van dit gescande beeld te herstellen.
Schaduwen
Accenten
Waar pixels in het
beeld onder het
pipet zich bevinden
Tip
Bevat het beeld te veel van één kleur, beweeg het
rondje dan in de richting van de tegenoverliggende
kleur op de kleurenkaart.
Indicatierondje
Pijlen
Terug naar inhoudsopgave Scanning vanuit HP Precisionscan Pro 55
De verzadiging wijzigen
Kleur in een beeld wordt bepaald door twee eigenschappen: tint en
verzadiging. Verzadiging heeft betrekking op de intensiteit van de
kleuren.
De verzadiging voor een beeld wordt automatisch ingesteld, maar kan
worden gewijzigd. U kunt de verzadiging wijzigen om kleuren in een
beeld meer of minder sprekend te maken of om een speciaal effect te
bereiken. Het bereik van het veld Verzadiging gaat van 0 tot 150.
De verzadiging vergroten
1 Kies Kleur aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 U kunt kleuren op een van de volgende manieren sprekender
maken:
Klik rechts van de schuifregelaar.
Typ een hogere waarde in het veld Verzadiging en druk op
E
NTER
.
Klik op de pijl-Omhoog naast het veld Verzadiging.
De verzadiging verminderen
1 Kies Kleur aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 U kunt kleuren op een van de volgende manieren minder sprekend
maken:
Klik links van de schuifregelaar.
Typ een lagere waarde in het veld Verzadiging en druk op
E
NTER
.
Klik op de pijl-Omlaag naast het veld Verzadiging.
De standaardinstellingen herstellen
1 Kies Kleur aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Klik op Automatisch om voor de tint en verzadiging de
standaardinstellingen van dit gescande beeld te herstellen.
56 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro Terug naar inhoudsopgave
De zwart-witdrempel wijzigen
Wijziging van de zwart-witdrempel is alleen mogelijk bij beelden van
het uitvoertype Zwart-wit (bitmap). Deze drempel is een waarde die de
grens tussen zwart en wit vertegenwoordigt. Alle waarden in het beeld
die lichter zijn dan de drempelwaarde worden wit en alle waarden die
donkerder zijn worden zwart.
Het beeld heeft een standaarddrempelwaarde. Bij keuze van een
waarde die dichter bij nul ligt, worden meer waarden wit. Bij keuze van
een hogere waarde worden meer waarden zwart.
De zwart-witdrempel wijzigen
1 Zorg dat de optie Zwart-wit (bitmap) in het menu Uitvoertype is
geselecteerd. Naast de selectie moet een stip staan.
2 Kies Zwart-wit aanpassen in het menu Geavanceerd.
3 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Sleep de schuifregelaar.
Typ een nieuwe waarde in het veld en druk op E
NTER
.
Klik op de pijl Omhoog of pijl Omlaag naast het veld.
De oorspronkelijke zwart-witdrempel herstellen
1 Kies Zwart-wit aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Klik op Automatisch.
Drempel ingesteld op 127
(de standaardwaarde voor
dit beeld)
Drempel ingesteld op 45
Terug naar inhoudsopgave Scanning vanuit HP Precisionscan Pro 57
Instellen welke kleuren zwart of wit worden in zwart-wit
bitmapbeelden
Deze procedure is alleen bestemd voor kleurenbeelden waarvoor
Zwart-wit (bitmap) als uitvoertype wordt gekozen. Hiermee kunt u
speciale effecten bereiken of originelen op gekleurd papier corrigeren.
Beelden bestaan uit pixels. Bij kleurenbeelden hebben alle pixels hun
eigen hoeveelheid rood, groen en blauw, die samen de specifieke kleur
vormen. U kunt bepalen welke waarde in elke pixel (rood, groen of
blauw) moet worden omgezet in zwart of wit in het uiteindelijke
gescande beeld.
Instellen welke kleuren zwart of wit worden in zwart-wit
bitmapbeelden
1 Zorg dat de optie Zwart-wit (bitmap) in het menu Uitvoertype is
geselecteerd. Naast de selectie moet een stip staan.
2 Kies Zwart-wit aanpassen in het menu Geavanceerd.
3 Selecteer een kleurenkanaal in de lijst Scannen via kanaal.
Kies Rood om rood in het beeld om te zetten in wit. Groen en
blauw worden zwart. Deze optie is geschikt voor originelen die
zijn gedrukt op roze of rood papier.
Kies Groen om groen in het beeld om te zetten in wit. Rood en
blauw worden zwart. Deze optie is geschikt voor originelen die
zijn gedrukt op groen papier.
Kies Blauw om blauw in het beeld om te zetten in wit. Rood en
groen worden zwart. Deze optie is geschikt voor originelen die
zijn gedrukt op blauw papier.
Kies NTSC-grijs om lichte tinten van alle kleuren om te zetten in
wit en donkere tinten van alle kleuren in zwart. (Hierbij wordt
geen enkele kleur helemaal wit of zwart.) Kleuren worden
omgezet in grijs in de volgende verhouding: 30% rood, 59%
groen en 11% blauw.
De standaardkleuren herstellen
1 Zorg dat de optie Zwart-wit (bitmap) in het menu Uitvoertype is
geselecteerd. Naast de selectie moet een stip staan.
2 Kies Zwart-wit aanpassen in het menu Geavanceerd.
3 Kies NTSC-grijs in de lijst Scannen via kanaal.
58 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro Terug naar inhoudsopgave
Beelden effenen
Met de opdracht Effenen verwijdert u ongewenste patronen in
gedrukte items die u scant. Een voorbeeld van zo'n ongewenst patroon
is een moiré-patroon. Dit is een patroon van cirkeltjes dat vaak
voorkomt in krantenfoto's.
Als deze opdracht is geselecteerd, duurt het scannen langer. Gebruik
de opdracht Effenen uitsluitend wanneer de scan van een afgedrukt
origineel ongewenste patronen bevat. Wanneer Effenen wordt
ingeschakeld of uitgeschakeld, wordt een nieuwe voorbeeldscan
gestart en worden de standaardinstellingen van beeldaanpassingen
hersteld.
Beelden effenen
Kies Effenen in het menu Geavanceerd. Selecteer de optie nogmaals
om deze uit te schakelen.
Alle aanpassingen herstellen
U kunt de optimale waarden (standaardwaarden) herstellen die de
scannersoftware voor een beeld heeft gekozen. De optimale waarden
zijn gebaseerd op het geselecteerde uitvoertype. Bij herstel van de
standaardwaarden worden alle aanpassingen die u hebt verricht
ongedaan gemaakt, uitgezonderd het uitvoertype, het
zoompercentage en het selectiegebied.
Alle aanpassingen herstellen
Kies een van de volgende mogelijkheden:
Kies Hulpmiddelen herstellen in het menu Bewerken.
Klik op op de werkbalk.
Terug naar inhoudsopgave Scanning vanuit HP Precisionscan Pro 59
De definitieve scan maken
Wanneer u klaar bent met het aanbrengen van wijzigingen, kunt u op
een van de volgende manieren de definitieve scan maken:
"Verzenden naar een programma" op pagina 59.
"Het beeld verzenden naar een TWAIN-programma" op pagina 60.
"Opslaan naar een bestand" op pagina 60.
"Afdrukken" op pagina 62.
"Een scan op een website plaatsen" op pagina 63.
"Het gescande beeld instellen als achtergrond" op pagina 63.
"Kopiëren en in een ander programma plakken" op pagina 63.
"Slepen-en-neerzetten in een ander programma" op pagina 64.
"Slepen-en-neerzetten op het bureaublad van Windows of in een
map" op pagina 64.
"Scannen naar CD" op pagina 65.
Bij de genoemde procedures maakt de scanner een definitieve scan,
inclusief uw wijzigingen, alvorens de scan naar het programma of de
printer van uw keuze te sturen, het beeld te kopiëren, enz.
Beelden worden niet automatisch opgeslagen als bestanden wanneer
u ze afdrukt, naar een ander programma verzendt of kopieert en plakt
in een bestand in een ander programma. Als u het gescande beeld
opnieuw wilt gebruiken, sla het dan eerst op. Zie "Opslaan naar een
bestand" op pagina 60.
Verzenden naar een programma
Als u het gescande beeld hebt bekeken en gewijzigd, kunt u een
definitieve scan maken en die rechtstreeks naar een programma
verzenden, bijvoorbeeld een e-mailprogramma. Als het gewenste
programma niet beschikbaar is, slaat u het beeld op als bestand en
opent u het op de gebruikelijke wijze in het bestemmingsprogramma.
Verzenden naar een programma
1 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Kies Scannen naar in het menu Scannen.
Klik op de werkbalk of in de Stapsgewijze instructies (indien
zichtbaar) op .
2 Kies een programma in de lijst en klik op Scannen.
3 Als het geselecteerde programma bestanden met meerdere
pagina's accepteert, kan de vraag verschijnen of er voor dit
bestand nog meer te scannen pagina's zijn. Kies een van de
volgende mogelijkheden:
Bestaat het item uit één pagina, klik dan op Klaar.
Bestaat het item uit meerdere pagina's, leg dan de volgende
pagina in de scanner en klik op het beeldscherm op Scannen.
Herhaal dit tot alle pagina's zijn gescand. Klik vervolgens op
Klaar.
Het bestemmingsprogramma wordt geopend en het gescande beeld
wordt weergegeven.
Tip
Als u tekst naar Word of een ander
tekstverwerkingsprogramma stuurt en de tekst in
een kader staat dat u niet wilt, dubbelklik dan op de
kaderrand en klik op Kader verwijderen of een
soortgelijke opdracht. Wilt u dit in het vervolg
voorkomen, raadpleeg dan "Voorkeuren opslaan"
op pagina 67.
60 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro Terug naar inhoudsopgave
Het beeld verzenden naar een TWAIN-programma
Als u bent begonnen met scannen vanuit een programma dat TWAIN
ondersteunt, kunt u met de volgende procedure een definitieve scan
maken en het beeld openen in hetzelfde programma. Wilt u meer
informatie over scannen via TWAIN, raadpleeg dan "Scannen vanuit
andere programma's (TWAIN)" op pagina 70.
Het beeld verzenden naar een TWAIN-programma
Kies een van de volgende mogelijkheden:
Kies Beeld verzenden naar in het menu Scannen.
Klik op de werkbalk of in de Stapsgewijze instructies (indien
zichtbaar) op .
Opmerking: U kunt een definitieve scan ook voltooien met behulp
van WIA. Zie "Scannen vanuit andere programma's
(TWAIN)" op pagina 71.
Opslaan naar een bestand
U slaat gescande beelden op als bestanden wanneer u ze later
opnieuw wilt gebruiken. Wilt u hulp bij de keuze van het bestandstype,
raadpleeg dan "Overzicht van bestandstypen" op pagina 61 of "Tips
voor de beste beeldkwaliteit" op pagina 66. Voor definities van
bestandstypen, zie "Verklarende woordenlijst" op pagina 115.
Opslaan naar een bestand
1 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Kies Opslaan als in het menu Scannen.
Klik op de werkbalk of in de Stapsgewijze instructies (indien
zichtbaar) op .
2 Selecteer een bestandstype. Zie "Overzicht van bestandstypen" op
pagina 61.
3 Geef een naam en locatie op voor het bestand en klik op OK.
4 Als de knop Opties aanwezig is, zijn er meer opties beschikbaar
voor dit bestandstype. Klik op Opties, wijzig de gewenste opties en
klik op OK.
Welk bestandstype u moet kiezen, hangt af van de toepassing van het
bestand. Daarnaast zijn sommige bestandstypen niet beschikbaar bij
keuze van bepaalde uitvoertypen.
Terug naar inhoudsopgave Scanning vanuit HP Precisionscan Pro 61
Overzicht van bestandstypen
Bestandsindelingen voor beelden
Bitmap (.bmp). Vaak een goede keuze, omdat Windows zelf en de
meeste Windows-programma's het bestandstype bmp
ondersteunen.
FlashPix (.fpx). Een FlashPix-bestand bevat een compleet beeld
plus een aantal kopieën met een lagere resolutie van dat beeld.
Het voordeel van de bestandsindeling FlashPix ten opzichte van
andere bestandsopm is dat een programma automatisch de beste
resolutie voor een bepaalde taak kan selecteren, wat het gebruik
en de bewerking van beelden sneller en makkelijker maakt. Is niet
beschikbaar voor uitvoertypen met 256 kleuren.
GIF (.gif). GIF is een gecomprimeerde bestandsindeling, geschikt
voor beelden die worden gebruikt op het web of op meerdere
platforms. U kunt een GIF-bestand opslaan als een geinterlinieerde
GIF. Is niet beschikbaar voor het uitvoertype Ware kleuren.
JPEG (.jpg). JPEG is een bestandsindeling met compressie voor
beelden. Voordelen van deze indeling zijn kleine bestanden en
snelheid. Het nadeel is een afname van de beeldkwaliteit. Elke
keer dat een beeld wordt gecomprimeerd met JPEG, gaat een
klein deel van de beeldgegevens verloren. Comprimeer een
bestand daarom niet meer dan één keer met JPEG. JPEG is een
geschikte bestandsindeling voor beelden die worden gebruikt op
het web of op meerdere platforms.
U kunt een JPEG-bestand opslaan met de optie 'progressive'. Bij
gebruik op een webpagina wordt een progressive JPEG om de
andere lijn verstuurd, waarbij de overige lijnen onmiddellijk daarna
worden verstuurd. Daardoor verschijnt er sneller een (ietwat
onscherp) beeld. De meeste mensen geven hier de voorkeur aan.
JPEG kan uitsluitend worden gebruikt met de uitvoertypes Ware
kleuren en Grijsschaal.
PNG (.png). Een bestandsindeling met compressie voor beelden,
die in de toekomst wellicht GIF zal vervangen. Net als GIF werkt
PNG met compressie zonder verlies, wat betekent dat alle visuele
gegevens worden opgeslagen en worden hersteld bij
decompressie van het bestand. Anders dan GIF kan PNG worden
gebruikt bij het uitvoertype Ware kleuren en bij grijsschaal-
uitvoertypen.
TIFF (.tif). TIFF-bestanden worden gewoonlijk gemaakt door
scanners en worden vrijwel altijd ondersteund door programma's
die met foto's en andere beelden werken. Een TIFF-bestand is een
bitmapbeeld (ook wel rasterbeeld genoemd) en kan elke gewenste
resolutie hebben. TIFF-beeldbestanden zijn bruikbaar op meerdere
platforms.
TIFF gecomprimeerd (.tif). Voor beelden zijn gecomprimeerde
TIFF-bestanden kleiner dan standaard TIFF-bestanden.
PCX (.pcx). De bestandsindeling PCX is bestemd voor beelden die
worden gebruikt in Windows-programma's zoals PC Paintbrush en
Paint.
Windows-metabestand (.wmf). Het Microsoft Windows Metafile-
bestandsformaat wordt gebruikt voor schaalbare (vector) beelden
in Windows-programmas. Het is uitsluitend beschikbaar voor
beelden met het uitvoertype Zwart en Wit schaalbaar (vector).
62 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro Terug naar inhoudsopgave
Bestandsindelingen voor tekst of tekst met beelden
HTML (.htm). HTML is bestemd voor tekst en afbeeldingen die
worden weergegeven op het web. Wanneer deze indeling wordt
gekozen voor een gescand beeld met zowel tekst als beelden,
wordt de tekst omgezet in bewerkbare tekst en opgeslagen als
HTML. De beelden worden opgeslagen als GIF- of JPEG-
bestanden.
PDF (.pdf). PDF is een indeling die geschikt is voor tekst, foto's en
tekeningen. Pdf-bestanden kunnen worden bekeken met Adobe
Acrobat Reader. Als een bestand niet hoeft te worden gewijzigd, is
dit bestandstype geschikt voor uitwisseling (bijvoorbeeld via e-mail)
en archivering, omdat pdf-bestanden over het algemeen klein zijn.
Rich Text Format (.rtf). De indeling rtf kan worden gebruikt voor
pagina's die tekst of tekst en afbeeldingen bevatten. De opmaak
van tekst in een rtf-bestand kan gewoonlijk behouden blijven en
worden geïnterpreteerd door andere programma's.
Tekst (.txt). Kies de bestandsindeling txt als u alleen de tekst in het
selectiegebied wilt opslaan en gebruikmaakt van het uitvoertype
Bewerkbare tekst (OCR). De tekst wordt opgeslagen als
bewerkbare ASCII-tekst zonder opmaak.
Afdrukken
Het selectiegebied is het deel van het beeld dat wordt afgedrukt. Als er
geen selectierand is, wordt de inhoud van het hele scannerglas,
inclusief lege delen, afgedrukt.
De opdracht Afdrukken is niet beschikbaar als een van de volgende
uitvoertypen is geselecteerd: Bewerkbare tekst (OCR), Tekst en
afbeeldingen of Zwart-wit (schaalbaar). Om dergelijke beelden te
kunnen afdrukken, moet u een ander uitvoertype selecteren.
Bij het afdrukken van een beeld wordt het niet opgeslagen. Sla een
gescand beeld op als bestand wanneer u het later opnieuw wilt
gebruiken.
Afdrukken
1 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Kies Afdrukken in het menu Scannen.
Klik op de werkbalk of in de Stapsgewijze instructies (indien
zichtbaar) op .
2 Selecteer in het dialoogvenster Afdrukken de gewenste opties en
klik op OK.
Terug naar inhoudsopgave Scanning vanuit HP Precisionscan Pro 63
Een scan op een website plaatsen
U kunt foto's uitwisselen met anderen door rechtstreeks naar het web
te scannen. Mensen die u kent, kunnen de foto's en andere items
bekijken door uw website te bezoeken waarvan u ze het adres kunt
geven.
Een scan op een website plaatsen
1 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Kies Scannen naar in het menu Scannen.
Klik op de werkbalk of in de Stapsgewijze instructies (indien
zichtbaar) op .
2 Kies HP Share-to-Web in de lijst en klik op Scannen.
3 Volg de aanwijzingen op het scherm om het gescande beeld op de
website te plaatsen.
Het gescande beeld instellen als achtergrond
Bij keuze van deze opdracht maakt de software de definitieve scan en
wordt het resultaat ingesteld als achtergrond voor het bureaublad van
Windows. Klik met de rechtermuisknop op het gescande beeld en kies
Als achtergrond gebruiken.
Om een andere achtergrond in te stellen, klikt u met de
rechtermuisknop op het bureaublad van Windows en kiest u
Eigenschappen.
Kopiëren en in een ander programma plakken
U kunt het gescande beeld naar het klembord kopiëren en het
vervolgens in een bestand in het bestemmingsprogramma plakken.
Nadat het beeld is geplakt, maakt het deel uit van het bestand.
Kopiëren en in een ander programma plakken
1 Kies in de HP Precisionscan Pro-software een van de volgende
mogelijkheden:
Kies Kopiëren in het menu Bewerken.
Klik op op de werkbalk.
2 Plaats in het bestemmingsprogramma de aanwijzer op de positie
waar het gescande beeld moet komen en klik.
3 Kies de opdracht Plakken in het programma.
Tip
Wilt u een scan op een andere site dan een
HP Share-to-Web-site plaatsen, sla het gescande
beeld dan op als bestand en plaats het bestand op
de gebruikelijke wijze op de site.
64 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro Terug naar inhoudsopgave
Slepen-en-neerzetten in een ander programma
U kunt een gescand beeld slepen en neerzetten in een ander
programma, mits dat programma slepen-en-neerzetten
(drag-and-drop) ondersteunt. De aanwijzer verandert in een als u
probeert een gescand beeld neer te zetten in een programma dat
slepen-en-neerzetten niet ondersteunt of als u het beeld over een
programma of gebied sleept dat deze functie niet ondersteunt.
Slepen-en-neerzetten in een ander programma
1 Open een bestand in het bestemmingsprogramma. Zorg dat zowel
het bestemmingsprogramma als de HP Precisionscan
Pro-software zichtbaar is.
2 Plaats in de HP Precisionscan Pro-software de aanwijzer op het
gescande beeld.
3 Klik in het selectiegebied en sleep naar de gewenste locatie in het
bestemmingsprogramma. Laat daarna de muisknop los. Wacht tot
de scanner een definitieve scan van het beeld maakt.
Slepen-en-neerzetten op het bureaublad van Windows
of in een map
Gescande beelden die u sleept-en-neerzet op het bureaublad van
Windows of in een map in Windows Verkenner, worden
bitmapbestanden. Het bitmapbestand krijgt een algemene naam,
bijvoorbeeld "scan.bmp." Volgende beelden die naar het bureaublad of
dezelfde map worden gescand, vervangen het huidige scanbestand.
Om een gescand beeld te behouden moet u het een andere naam
geven alvorens een ander beeld naar die locatie te slepen-en-neer te
zetten.
Slepen-en-neerzetten op het bureaublad van Windows of in een map
1 Zorg dat zowel de HP Precisionscan Pro-software als het
bureaublad of de gewenste map in Windows Verkenner zichtbaar
is.
2 Plaats in de HP Precisionscan Pro-software de aanwijzer op het
gescande beeld.
3 Druk op C
TRL
en klik in het selectiegebied.
4 Houd de muisknop ingedrukt, sleep het gescande beeld naar het
bureaublad of de doelmap en laat de muisknop los. Wacht tot de
scanner de definitieve scan maakt.
Terug naar inhoudsopgave Scanning vanuit HP Precisionscan Pro 65
Scannen naar CD
De functie Scannen naar CD is een snelle en gemakkelijke manier om
gescande items naar een herschrijfbare CD op te slaan. Het is een
handige scanfunctie voor mensen die regelmatig scans op CD willen
opslaan. Om naar een CD te kunnen scannen heeft u een CD-writer
en een herschrijfbare cd nodig.
Naar een CD scannen
1 Start een nieuwe scan en maak de nodige aanpassingen met
behulp van de scansoftware.
2 Kies in de HP Precisionscan Pro-software een van de volgende
mogelijkheden:
Kies Scannen naar CD in het menu Scannen.
Klik in de taakbalk op (Scannen naar CD).
Een dialoogvenster Opslaan als verschijnt.
3 Wanneer een CD-writer op uw pc geïnstalleerd is, dan wordt dit
station automatisch boven in het dialoogvenster weergegeven.
Wanneer u mappen op uw CD heeft aangemaakt voor het
organiseren van de beelden, kies dan de map waarin u de scan wilt
opslaan.
4 Voer een bestandsnaam in.
5 Kies het bestandstype in de lijst Opslaan als type. Als u het
bestandstype wilt wijzigen, kiest u een ander bestandstype in het
keuzemenu.
6 Klik op Opslaan.
Andere functies en tips
In dit gedeelte vindt u informatie over:
De instellingen die u moet gebruiken om de beste beeldkwaliteit te
bereiken. (Zie "Tips voor de beste beeldkwaliteit" op pagina 66.)
Het opslaan van een groep instellingen en het gebruik hiervan bij
toekomstige scans. (Zie "Instellingen opslaan" op pagina 66.)
Het wijzigen van de standaardinstellingen die de scanner gebruikt
voor het scannen van alle items. (Zie "Voorkeuren opslaan" op
pagina 67.)
Hoe u begint te scannen vanuit programma's die ondersteuning
bieden voor TWAIN. (Zie "Scannen vanuit andere programma's
(TWAIN)" op pagina 70.)
Scannen met behulp van de Windows Imaging Application (WIA).
(Zie "Scannen vanuit andere programma's (TWAIN)" op
pagina 71.)
Het bewerkbaar maken van gescande tekst. (Zie "Wat kunt u
verwachten van OCR-programma's?" op pagina 71.)
66 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro Terug naar inhoudsopgave
Tips voor de beste beeldkwaliteit
De beeldkwaliteit en de bestandsgrootte worden bepaald door het
uitvoertype, de resolutie, het bestandstype en waarden voor andere
functies.
Wanneer u voor het eerst een item scant, kiest de scanner de
standaardinstellingen voor het uitvoertype en de resolutie. U hoeft
deze instellingen niet te wijzigen. Wilt u deze instellingen wijzigen of
wilt u hulp bij de keuze van een bestandstype, raadpleeg dan:
"Een uitvoertype selecteren" op pagina 41.
"De resolutie wijzigen" op pagina 44.
"Overzicht van bestandstypen" op pagina 61.
Instellingen opslaan
Een groep instellingen die u vaak gebruikt voor een bepaald doel, kan
worden opgeslagen en toegepast op nieuwe items die u scant. Als u
bijvoorbeeld regelmatig beelden naar iemand stuurt via e-mail kunt u
de instellingen opslaan met inbegrip van het uitvoertype, de resolutie
en de afmetingen die u altijd gebruikt. Wanneer u een beeld scant en
die groep instellingen kiest, worden de instellingen automatisch
toegepast.
Opgeslagen instellingen hebben voorrang boven de
standaardinstellingen en eventuele wijzigingen die u tot dat punt hebt
aangebracht. Wijzigingen die u aanbrengt na keuze van de
opgeslagen instellingen, blijven behouden.
Instellingen opslaan
1 Zorg dat het gescande beeld waarvan u de instellingen wilt
opslaan, zich in het voorbeeldvenster bevindt en dat u alle
gewenste instellingen voor het beeld hebt aangepast.
2 Ga in het menu Scannen naar Instellingen en kies Opslaan. De
instellingen voor het huidige gescande beeld verschijnen.
3 Typ in de keuzelijst onderaan een naam voor de instellingen en klik
op Opslaan.
Instellingen gebruiken
1 Scan een item naar de HP Precisionscan Pro-software.
2 Ga in het menu Scannen naar Instellingen en kies Laden.
3 Selecteer de gewenste groep instellingen in de lijst onderaan en
klik op Laden.
Tip
Wilt u hulp bij de keuze van een uitvoertype, bekijk
dan de Stapsgewijze instructies. Als ze nog niet
worden weergegeven, klikt u op . Bevestig in
stap 3 dat dit het gewenste uitvoertype is en kies
Help me kiezen in het keuzemenu.
Tip
Voor beelden die moeten worden afgedrukt, kunt u
het beste TIFF (gecomprimeerd) als bestandstype
kiezen om de bestandsgrootte beperkt te houden
met behoud van de kwaliteit. Bovendien herkennen
veel andere programma's dit bestandstype.
Terug naar inhoudsopgave Scanning vanuit HP Precisionscan Pro 67
Voorkeuren opslaan
De voorkeuren zijn de standaardinstellingen voor alle scans die
worden gemaakt. Wilt u een instelling alleen voor het huidige te
scannen item wijzigen, raadpleeg dan "Optionele aanpassingen
(basis)" op pagina 43 en "Optionele aanpassingen (gevorderd)" op
pagina 47.
Scanvoorkeuren instellen
1 Kies Voorkeuren in het menu Scannen.
2 Klik op de gewenste tab.
3 Wijzig alle gewenste instellingen. Een beschrijving van de opties
op de tabbladen vindt u verderop.
4 Klik op OK als u klaar bent.
Scanner-tabbladopties
Het tabblad Scanner van het dialoogvenster Voorkeuren bevat de
volgende opties.
Voorbeeldscan wanneer op de knop Scannen naar wordt gedrukt
Bij keuze van deze optie verschijnt er een voorbeeld van de scan
wanneer u op de scanner op de knop Scannen naar drukt. Is de optie
uitgeschakeld, dan wordt de software gestart maar maakt de scanner
geen scan. U begint dan te scannen vanuit de HP Precisionscan Pro-
software.
Beste kwaliteit schaal
Bij keuze van deze optie wordt de beste schaalkwaliteit toegepast op
de definitieve scan. Is de optie uitgeschakeld, dan wordt de normale
schaalkwaliteit toegepast, waardoor het scannen sneller verloopt.
Beste kwaliteit verscherping
Bij keuze van deze optie wordt de beste verscherpingskwaliteit
toegepast op de definitieve scan. Is de optie uitgeschakeld, dan wordt
de normale verscherpingskwaliteit toegepast, waardoor het scannen
sneller verloopt.
Maximale pixeldiepte
Bij keuze van deze optie wordt de maximale pixeldiepte van de
scanner gebruikt om de best mogelijke beeldkwaliteit te bereiken. Is de
optie uitgeschakeld, dan worden er minder beeldgegevens verwerkt,
waardoor het scannen sneller verloopt.
Ruisreductie
Bij keuze van deze optie wordt de door de scanner veroorzaakte ruis in
het beeld verminderd. Is de optie uitgeschakeld, dan wordt er geen
ruisreductie toegepast, waardoor het scannen sneller verloopt.
68 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro Terug naar inhoudsopgave
Dialoog over of er nog een pagina moet worden gescand
inschakelen
Bij keuze van deze optie verschijnt er bij het maken van de definitieve
scan een dialoogvenster waarin wordt gevraagd of er voor dit item nog
meer pagina's zijn die moeten worden gescand. Is de optie
uitgeschakeld, dan gaat de scanner ervan uit dat elke opdracht uit één
pagina bestaat. Alleen beschikbaar voor de indelingen pdf, txt en rtf.
Lamptime-out uitbreiden
Wanneer deze instelling is geselecteerd, blijven de scannerlamp en de
XPA (indien aanwezig) langer ingeschakeld dan de standaardduur.
Deze functie heeft de volgende voordelen:
terugbrengen van scanduur door annuleren van normale
lampwarming-up tussen twee scans;
XPA-lamp brandt langer dan de standaardduur zodat de lamp
als lichtbak kan worden gebruikt voor het bekijken van 35 mm
dias.
Wanneer deze instelling wordt uitgeschakeld worden de scannerlamp
en XPA-bron (indien aanwezig) tijdelijk uitgeschakeld en na een
bepaalde time-out uitgeschakeld.
Selectiegebied-tabblad, opties op
Het tabblad Selectiegebied bevat de volgende voorkeuren.
Selectiegebied automatisch maken na muisklik
Bij keuze van deze optie wordt er automatisch een selectiegebied
gemaakt rond een punt waarop u klikt met de aanwijzer.
Uitvoertype automatisch instellen na selectie
Bij keuze van deze optie bepaalt de software automatisch het
uitvoertype van het gebied binnen de selectierand.
Automatisch belichting aanpassen na selectie
Bij keuze van deze optie kiest de scannersoftware automatisch de
optimale waarden voor de instellingen van de opdracht Belichting
aanpassen en Zwart witdrempel aanpassen, telkens wanneer u een
nieuw selectiegebied maakt. De waarden voor een beeld veranderen
niet als u een ander selectiegebied maakt terwijl het dialoogvenster
Belichting aanpassen of Zwart witdrempel aanpassen open is.
Is de optie uitgeschakeld, dan stelt de software de waarden voor deze
twee functies niet automatisch opnieuw in.
Automatisch kleur aanpassen na selectie
Bij keuze van deze optie kiest de scannersoftware automatisch de
optimale waarden voor de instellingen van de opdracht Kleur
aanpassen, telkens wanneer u een nieuw selectiegebied maakt. De
waarden voor een beeld veranderen niet als u een ander
selectiegebied maakt terwijl het dialoogvenster Kleur aanpassen
open is.
Is de optie uitgeschakeld, dan stelt de software de waarden niet
automatisch opnieuw in.
Terug naar inhoudsopgave Scanning vanuit HP Precisionscan Pro 69
Resolutie-tabbladopties
Op het tabblad Resolutie wordt bepaald welke standaardresoluties
beschikbaar zijn bij keuze van de opdracht Resolutie in het menu
Hulpmiddelen.
Er zijn al standaardwaarden ingesteld, maar u kunt eigen
resolutiewaarden toevoegen of waarden verwijderen. Twee resoluties
die hier niet vermeld staan, 200 dpi en 300 dpi, verschijnen wel in het
dialoogvenster Resolutie. Deze waarden kunnen niet worden
verwijderd: het zijn de aanbevolen waarden voor foto's en zwart-
witbeelden.
Het resolutiebereik loopt van 12 tot 999.999.Klik op Toevoegen om
een waarde toe te voegen. U kunt ook een waarde selecteren en op
Verwijderen klikken om de waarde te verwijderen.
Tekst-tabbladopties
Het tabblad Tekst van het dialoogvenster Voorkeuren bevat de
volgende voorkeursinstellingen voor tekstuitvoer uit het OCR-
programma.
Tekstuitvoer (opmaak)
Omkaderde tekst plaatst de tekst van de pagina in kaders en
probeert de paginaopmaak van het origineel zo goed mogelijk te
benaderen. Het programma waarin de tekst wordt geplaatst, moet
dit type optie ondersteunen.
Doorlopende tekst verwijdert kolommen en andere opmaak en
plaatst beelden in de tekst op posities die hun positie in het
origineel zo goed mogelijk benaderen. Doorlopende tekst is
makkelijker te bewerken.
Huidige OCR-taal
Stelt u in staat de taal te kiezen die het OCR-programma gebruikt om
woorden in het item die worden verwerkt, te controleren.
Regelaars-tabblad, opties op
Op het tabblad Regelaars van het dialoogvenster Voorkeuren wordt
het afleesbereik van de regelaars voor het scannen bepaald.
Het afleesbereik voor de regelaars bepaalt de toonresolutie per kleur
die beschikbaar is voor correctie bij de opdrachten Belichting
aanpassen en Zwart-witdrempel aanpassen. Een groter aantal bits
voor het afleesbereik van de regelaars resulteert in meer controle bij
correctie van de belichting of de zwart-witdrempel.
Kies een van de volgende opties:
8-bits aflezing (0-255) stelt de regelaars in op het gebruik van
8 bits aan toonresolutie per kleur
10-bits aflezing (0-1023) stelt de regelaars in op het gebruik van
10 bits aan toonresolutie per kleur
12-bits aflezing (0-4095) stelt de regelaars in op het gebruik van
12 bits aan toonresolutie per kleur
16-bits aflezing (0-65535) stelt de regelaars in op het gebruik
van 16 bits aan toonresolutie per kleur
70 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro Terug naar inhoudsopgave
Scannen vanuit andere programma's (TWAIN)
U kunt een beeld rechtstreeks naar een open bestand in een van uw
programma's brengen, mits dat programma ondersteuning biedt voor
TWAIN. Normaal gesproken ondersteunt een programma TWAIN als
het een opdracht bevat zoals "Ophalen", "Scannen" of "Nieuw object
importeren". Weet u niet zeker of een programma TWAIN ondersteunt
of kent u de naam van de opdracht niet, raadpleeg dan de
documentatie bij het programma.
Wanneer u scant vanuit een TWAIN-conform programma, kan de
HP Precisionscan Pro-software worden gestart als het TWAIN-
programma dit toestaat. Als de HP Precisionscan Pro-software wordt
gestart, kunt u het beeld op de gebruikelijke wijze veranderen. Zo niet,
dan gaat het beeld onmiddellijk terug naar het TWAIN-programma.
Scannen vanuit andere programma's (TWAIN)
1 U begint te scannen vanuit het andere programma door de
opdracht Ophalen (of een soortgelijke opdracht) te kiezen.
2 Als de HP Precisionscan Pro-software verschijnt en het
scanvoorbeeld wordt weergegeven, maakt u een selectiegebied. U
kunt op de gebruikelijke wijze de scan (zo nodig) bijsnijden, het
uitvoertype selecteren en optionele aanpassingen verrichten. Zie
de betreffende gedeelten in dit hoofdstuk voor aanwijzingen.
3 Als u klaar bent met het aanbrengen van wijzigingen in het
gescande beeld, kiest u een van de volgende mogelijkheden om
de definitieve scan te maken en die in het programma te plaatsen
van waaruit u bent begonnen met scannen:
Kies Beeld verzenden naar in het menu Scannen.
Klik op .
Het beeld verschijnt in het open programma. Wellicht moet u de positie
van het beeld aanpassen.
Als het beeld niet verschijnt, bestaat de kans dat het TWAIN-
programma de resolutie of het uitvoertype van uw keuze niet
accepteert. Scan het beeld opnieuw met de standaardinstellingen die
de software voor het beeld kiest.
Tip
Als uw programma TWAIN niet ondersteunt, kunt u
proberen het beeld door kopiëren en plakken of
door slepen-en-neerzetten in het programma te
plaatsen. U kunt het beeld ook opslaan en
vervolgens in het programma plaatsen.
Terug naar inhoudsopgave Scanning vanuit HP Precisionscan Pro 71
Scannen vanuit andere programma's (TWAIN)
(Alleen voor Windows Me) Windows Imaging Application (WIA) is een
andere manier om beelden rechtstreeks naar een toepassing te
scannen waarin u werkt, zoals Microsoft Word. Met WIA, gebruikt u
Microsoft-software om te scannen.
Over het algemeen ondersteunt een programma WIA als het
opdrachten bevat als Beeld/Van scanner of camera in het menu
Invoegen of Bestand. Weet u niet zeker of een programma WIA
ondersteunt of kent u de naam van de opdracht niet, raadpleeg dan de
documentatie bij het programma.
Scannen vanuit andere programma's (WIA)
1 Kies Beeld in het menu Invoegen en klik vervolgens op Van
scanner of camera.
2 Wanneer u meer dan één scanner of camera op uw pc heeft
aangesloten, kies dan de gewenste scanner bij Apparaat.
3 Kies de gewenste scankwaliteit. Klik Webkwaliteit voor een lagere
resolutie zodat uw beeld op het scherm wordt weergegeven. Klik
op Afdrukkwaliteit voor een hogere resolutie voor het afdrukken
van het beeld.
4 Klik op Invoegen on het beeld te scannen en in het document te
voegen met de vooraf bepaalde instellingen.
Meer informatie vindt u in de documentatie bij het programma dat WIA
ondersteunt.
Wat kunt u verwachten van OCR-programma's?
Programma's voor optische karakterherkenning converteren sommige
teksten nauwkeuriger dan andere. Geen enkele OCR-techniek is
perfect. Controleer daarom altijd alle geconverteerde tekst grondig om
te zien of alle tekens correct zijn geïnterpreteerd.
De volgende soorten tekst worden het nauwkeurigst geconverteerd:
tekst in standaardlettertypen;
tekst met een lettergrootte van 9 punten of groter;
scherpe, gestoken tekst;
zwarte tekst op een witte achtergrond.
De volgende soorten tekst worden minder nauwkeurig geconverteerd:
tekst die lijkt op niet-tekstuele elementen, zoals bullets, lijnen of
symbolen;
tekst in calculatie-tabellen, andere tabellen of formulieren;
letters die gaten vertonen, die "uitlopen" langs hun randen of die
andere letters raken;
onderstreepte tekst;
tekst op gekleurd papier.
Handschrift kan niet worden geconverteerd.
72 Scanning vanuit HP Precisionscan Pro Terug naar inhoudsopgave
Terug naar inhoudsopgave 73
4
Accessoires gebruiken
Sommige scanners ondersteunen het gebruik van de automatische
documentinvoer (ADI) en de transparantenadapter (XPA) voor het
scannen van dia's en negatieven op de HP Scanjet. (Alleen sommige
modellen, zie "Voorpaneel en accessoires vergelijkingen" op
pagina 3.)
74 Accessoires gebruiken Terug naar inhoudsopgave
Scannen vanuit de ADI
Items met meerdere pagina's kunnen snel en makkelijk worden
gescand via de ADI. Bij gebruik van de ADI kunt u scannen naar de
HP Precisionscan Pro-software of naar andere bestemmingen. Wilt u
aanwijzingen over installatie van de ADI, raadpleeg dan de Installatie-
en ondersteuningsgids. Voor informatie over het voorbereiden van
items voor de ADI, zie "Items voor de ADI" op pagina 14.
Scannen vanuit de ADI
1 Leg de stapel originelen met hetzelfde formaat in de
documentinvoerlade, met de te scannen kant omhoog en de eerste
pagina bovenaan.
2 Centreer de stapel met behulp van de papiergeleiders.
3 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Start de HP Precisionscan Pro-software en volg de
aanwijzingen op uw beeldscherm.
Druk op een knop op de voorzijde van de scanner.
Wanneer u de scan start vanuit de HP Precisionscan Pro-software
of wanneer u naar de HP Precisionscan Pro-software scant met de
knop Scannen naar ( ):
a Verschijnt het dialoogvenster ADI-Scan met het uitvoertype, de
resolutie en het paginaformaat die zijn ingesteld. Deze instellin-
gen kunnen worden gewijzigd. U kunt ook klikken op Instell-
ingen laden en eerder opgeslagen instellingen kiezen.
b Om het item naar een bestand te scannen klikt u op Scannen.
U kunt ook rechtstreeks naar een bestemming scannen: klik op
Scannen naar, selecteer een bestemming en klik op Scannen.
Wanneer u de scan start met een willekeurige scannerknop maar
niet met de knop Scannen naar, volg dan de aanwijzingen op het
scherm om de scan te voltooien.
Terug naar inhoudsopgave Accessoires gebruiken 75
Scannen vanuit de XPA
U kunt 35 mm dia's of negatieven scannen middels de XPA.
Zie de Installatie- en ondersteuningsgids voor informatie over het
installeren van de XPA.
Zie "Items voor de XPA" op pagina 14 voor informatie over het
voorbereiden van items voor de XPA.
Dia's scannen
Gebruik de XPA-lichtbron en de plaatsingssjabloon voor het scannen
van standaard 35 mm dia's. Wanneer u minder dan drie dia's scant,
heeft u tevens de lichtafscherming voor dia's nodig.
Dia's scannen
1 Sluit de XPA aan op de hiervoor bestemde poort op de scanner en
start de software opnieuw.
2 Plaats het plaatsingssjabloon op het scannerglas met de pijl in de
rechter bovenhoek. Duw het plaatsingssjabloon in de rechter
bovenhoek.
Tip
Gebruik de XPA niet voor het scannen van items
van briefformaat zoals transparanten voor
presentaties. Plaats het transparant op het
scannerglas, leg er een stuk wit papier op en scan
het op de gebruikelijke wijze met de opdracht
Scannerglas in het menu Scannen.
76 Accessoires gebruiken Terug naar inhoudsopgave
3 Plaats maximaal drie dia's in de diahouder onder aan de XPA.
Plaats de dia's met de goede kant naar boven.
4 Wanneer u minder dan drie dia's scant, plaats dan de
lichtafscherming nadat u de laatste dia heeft geplaatst.
5 Plaats de XPA-lichtbron op de plaatsingssjabloon met de dia's naar
beneden en het HP-logo naar boven.
6 Klik in de HP Precisionscan Pro-software op het menu Scannen
en kies de optie XPA (Dia's).
7 Wilt u wijzigingen aanbrengen, raadpleeg dan eerst "Dia's of
negatieven aanpassen (optioneel)" op pagina 79.
8 Als u de XPA niet meer nodig hebt, kiest u Scannerglas in het
menu Scannen. Verwijder de XPA desgewenst.
Tip
De XPA kan ook worden gebruikt als lichtbak voor
het bekijken van 35 mm dia's. Plaats de dia's zoals
hierboven wordt aangegeven.
Kies de instelling Lamptime-out verlengen in de
HP Precisionscan Pro-software om de XPA langer
dan de standaardduur ingeschakeld te houden. Zie
"Voorkeuren opslaan" op pagina 67.
HP-logo hier
Terug naar inhoudsopgave Accessoires gebruiken 77
Negatieven scannen
Gebruik de XPA-lichtbron, de plaatsingssjabloon en de
negatievenhouder voor het scannen van 35 mm negatieven. Wanneer
u minder dan vier negatieven scant, heeft u tevens de lichtafscherming
voor negatieven nodig.
Negatieven scannen
1 Sluit de XPA aan op de hiervoor bestemde poort op de scanner en
start de software opnieuw.
2 Plaats het plaatsingssjabloon op het scannerglas met de pijl in de
rechter bovenhoek. Duw het plaatsingssjabloon in de rechter
bovenhoek.
3 Schuif de negatieven in de negatievenhouder. Als de negatieven
buigen, moeten ze omhoog buigen.
OPGELET Negatieven zijn kwetsbaar. Pak ze alleen vast aan de
zijden.
4 Wanneer u minder dan vier negatieven scant, plaats dan de
lichtafscherming voor negatieven nadat u de negatieven heeft
aangebracht. Zie het pictogram op de negatievenhouder voor
aanwijzingen.
5 Plaats de negatievenhouder in de diahouder onder aan de XPA.
78 Accessoires gebruiken Terug naar inhoudsopgave
6 Plaats de XPA-lichtbron op de plaatsingssjabloon met de
negatieven naar beneden en het HP-logo naar boven.
7 Klik in de HP Precisionscan Pro-software op het menu Scannen
en kies de optie XPA (Negatieven).
8 Wilt u wijzigingen aanbrengen, raadpleeg dan eerst "Dia's of
negatieven aanpassen (optioneel)" op pagina 79.
9 Als u de XPA niet meer nodig hebt, kiest u Scannerglas in het
menu Scannen. Verwijder de XPA desgewenst.
HP-logo hier
Terug naar inhoudsopgave Accessoires gebruiken 79
Dia's of negatieven aanpassen (optioneel)
U kunt optionele aanpassingen aanbrengen in dia's of negatieven die
zijn gescand met de XPA. Voordat u besluit items aan te passen, kunt
u het beste eerst een selectiegebied maken rond één dia of negatief,
zodat de software het item correct belicht. Zie "Een scan bijsnijden of
een gebied selecteren voor de definitieve scan" op pagina 40.
Als u een beeld aanpast nadat u een selectiegebied hebt gemaakt,
kunt u de meeste aanpassingen op de gebruikelijke wijze uitvoeren,
met uitzondering van:
Middentonen. Zie "Middentonen van dia's of negatieven
aanpassen" op pagina 79.
Accenten. Zie "Accenten van dia's of negatieven aanpassen" op
pagina 80.
Schaduwen. Zie "De schaduw van dia's of negatieven aanpassen"
op pagina 80.
RGB-waarden en pixelkleur. Zie "RGB-waarden en pixelkleur
bekijken" op pagina 81.
Middentonen van dia's of negatieven aanpassen
Met de instelling voor de middentonen kunt u de algehele lichtheid of
donkerheid van het gescande beeld aanpassen. Het bereik voor de
waarde in het veld Middentonen is -100 tot 100.
Dia's of negatieven lichter maken
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Sleep de schuifregelaar voor middentonen naar rechts.
Typ een hogere waarde in het veld Middentonen en druk op
E
NTER
.
Dia's of negatieven donkerder maken
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Sleep de schuifregelaar voor middentonen naar links.
Typ een lagere waarde in het veld Middentonen en druk op
E
NTER
.
De standaardinstellingen herstellen
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Klik op Automatisch om voor de middentonen, accenten en
schaduwen de standaardinstellingen van de dia of het negatief te
herstellen.
Tip
Zie "Optionele aanpassingen (basis)" op pagina 43
en "Optionele aanpassingen (gevorderd)" op
pagina 47 voor het uitvoeren van andere
aanpassingen dan de hierboven genoemde.
Tip
Wilt u een dia of negatief vergroten, raadpleeg dan
"Formaat wijzigen (uitvoerafmetingen)" op
pagina 43.
80 Accessoires gebruiken Terug naar inhoudsopgave
Accenten van dia's of negatieven aanpassen
U kunt de accenten aanpassen om de lichte gebieden lichter of
donkerder te maken. Het bereik voor de waarde in het veld Accenten
is -100 tot 100.
Lichtere gebieden lichter maken
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Sleep de schuifregelaar voor accenten naar rechts.
Typ een hogere waarde in het veld Accenten en druk op E
NTER
.
Lichte gebieden donkerder maken
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Sleep de schuifregelaar voor hoge lichten naar links.
Typ een lagere waarde in het veld Accenten en druk op E
NTER
.
De standaardinstellingen herstellen
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Klik op Automatisch om voor de middentonen, accenten en
schaduwen de standaardinstellingen van de dia of het negatief te
herstellen.
De schaduw van dia's of negatieven aanpassen
U kunt de schaduwen aanpassen om de donkere gebieden lichter of
donkerder te maken. Het bereik voor de waarde in het veld
Schaduwen is -100 tot 100.
Donkere gebieden lichter maken
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Sleep de schuifregelaar voor schaduwen naar rechts.
Typ een hogere waarde in het veld Schaduwen en druk op
E
NTER
.
Donkere gebieden donkerder maken
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Kies een van de volgende mogelijkheden:
Sleep de schuifregelaar voor schaduwen naar links.
Typ een lagere waarde in het veld Schaduwen en druk op
E
NTER
.
De standaardinstellingen herstellen
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Klik op Automatisch om voor de middentonen, accenten en
schaduwen de standaardinstellingen van de dia of het negatief te
herstellen.
Terug naar inhoudsopgave Accessoires gebruiken 81
RGB-waarden en pixelkleur bekijken
Met behulp van de RGB-meter kunt u voor elk punt in een kleuren- of
grijsschaalbeeld de RGB-waarden en pixelkleur bekijken.
RGB-waarden en pixelkleur bekijken
1 Kies Belichting aanpassen in het menu Geavanceerd.
2 Klik op . De aanwijzer verandert in een pipet.
3 Plaats de aanwijzer op een punt in het beeld waarvan u de
waarden wilt bekijken. De waarden verschijnen bij RGB. In het
histogram verschijnt een lijn die aangeeft waar deze pixels zich
bevinden.
4 Klik nogmaals op als u klaar bent.
82 Accessoires gebruiken Terug naar inhoudsopgave
Terug naar inhoudsopgave 83
5
Problemen oplossen en onderhoud
Dit gedeelte bevat informatie over:
De oplossing van problemen die zich kunnen voordoen bij gebruik
van de scanner of de HP scannersoftware of problemen met het
uiterlijk van gescande beelden. Begin met "Basiscontrole" op
pagina 84.
Het verhelpen van papierstoringen in de ADI. Zie "Papierstoringen
in de ADI verhelpen" op pagina 101.
Reiniging en onderhoud van de scanner en accessoires. Zie
"Reiniging en onderhoud" op pagina 104.
Zie de Installatie- en ondersteuningsgids voor informatie over het
installeren en problemen oplossen.
84 Problemen oplossen en onderhoud Terug naar inhoudsopgave
Basiscontrole
Als de scanner niet werkt, controleer dan altijd eerst de volgende
punten.
Controleer of het netsnoer tussen de scanner en een werkend
stopcontact of een overspanningsbeveiliging correct is
aangesloten.
Is het netsnoer aangesloten op een overspanningsbeveiliging,
controleer dan of de overspanningsbeveiliging is aangesloten op
een stopcontact en is ingeschakeld.
Controleer of de interfacekabel tussen de scanner en de computer
correct is aangesloten.
Controleer of de scanner ontgrendeld is. Schuif de vergrendeling
naar de ontgrendelde positie. (Alleen sommige modellen, zie
"Voorpaneel en accessoires vergelijkingen" op pagina 3.)
Haal het netsnoer van de scanner en schakel de computer uit. Sluit
na 30 seconden het netsnoer weer aan op de scanner en zet de
computer weer aan, in die volgorde.
Is een programma vastgelopen, sluit het dan. Druk op
C
TRL
+A
LT
+D
ELETE
om Programmas afsluiten of Takenbeheer te
openen. Selecteer elk programma waarbij "Reageert niet" vermeld
staat en klik op Taak beëindigen.
Is het probleem door deze stappen niet opgelost, raadpleeg dan
"Uitgangspunt voor probleemoplossing" op pagina 84.
Uitgangspunt voor probleemoplossing
Begin hier om de benodigde informatie te vinden. Kies eerst een
algemene groep problemen en vervolgens een van de specifieke
problemen in die groep.
De scanner of de software werkt niet.
Op de scanner of de computer verschijnt een bericht. Volg de
aanwijzingen in het bericht om het probleem op te lossen.
Er is geen bericht. Zie "Problemen oplossen waarbij geen
bericht verschenen is" op pagina 86.
Het LCD-scherm op het voorpaneel van de scanner geeft een
foutmelding weer. Zie "Scannerberichten oplossen" op
pagina 85.
De kwaliteit van scans is niet wat ik ervan verwachtte.
Gescande beelden zien er niet goed uit. Zie "Problemen met
gescande beelden oplossen" op pagina 89.
Afgedrukte kopieën zien er niet goed uit. Zie "Problemen met
afgedrukte kopieën oplossen" op pagina 92.
Tekst in beelden is niet bewerkbaar. Zie "Problemen met
bewerkbare tekst oplossen" op pagina 95.
Gescande dia's of negatieven zien er niet goed uit. Zie
"Problemen met dia's en negatieven oplossen" op pagina 94.
Scans komen niet aan op de gekozen bestemming.
Zie "Problemen bij het verzenden naar bestemmingen oplossen"
op pagina 96.
Terug naar inhoudsopgave Problemen oplossen en onderhoud 85
Ik heb een probleem met de HP Scanjet-transparantenadapter (XPA)
of the HP Scanjet-automatische documentinvoer (ADI).
Er is een papierstoring in de ADI. Zie "Papierstoringen in de ADI
verhelpen" op pagina 101.
Er is een ander probleem dan een papierstoring met de ADI. Zie
"Problemen met de ADI oplossen" op pagina 100.
Er is een probleem met de XPA. Zie "Problemen met de XPA
oplossen" op pagina 99.
Scannerberichten oplossen
(Allen op sommige modellen, zie "Voorpaneel en accessoires
vergelijkingen" op pagina 3.) Wanneer een foutmelding verschijnt op
het uit 16 tekens bestaande LCD-scherm op uw scanner, zoek dan de
oorzaak en de oplossing op in dit hoofdstuk.
ADI papierstoring
Er is een papierstoring in de ADI. Zie "Papierstoringen in de ADI
verhelpen" op pagina 101 voor informatie over het verhelpen van
papierstoringen in de ADI.
Papierstoring verhelpen. Wanneer de foutmelding niet verdwijnt, de
stekker van de scanner uit het stopcontact en halen en weer
opnieuw in het stopcontact steken.
Fout ##
De scanner heeft een fout tijdens de zelftest gedetecteerd.
Haal de stekker van de scanner uit het stopcontact en steek deze
opnieuw in het stopcontact. Wanneer de foutmelding niet verdwijnt,
contact opnemen met HP Ondersteuning. Ga naar de HP-website
voor ondersteuning op:
http://www.hp.com/go/support
Zie de Installatie- en ondersteuningsgids voor telefoonnummers.
Scanner vergrendeld
(Alleen sommige modellen, zie "Voorpaneel en accessoires
vergelijkingen" op pagina 3.) De scanner is vergrendeld en werkt
niet. Controleer of de scanner ontgrendeld is. Schuif de
vergrendeling naar de ontgrendelde positie. Wanneer de
foutmelding niet verdwijnt, de stekker van de scanner uit het
stopcontact en halen en weer opnieuw in het stopcontact steken.
86 Problemen oplossen en onderhoud Terug naar inhoudsopgave
Problemen oplossen waarbij geen bericht
verschenen is
Als de scanner of software niet werkt zonder dat er een bericht
verschijnt, zoek dan in dit gedeelte naar de oorzaak en oplossing.
Items die u hebt gescand, zijn niet meer te vinden op de computer.
Het gescande beeld is wellicht niet opgeslagen als bestand. Als u
een beeld rechtstreeks naar een bestemming stuurt, wordt het
gescande beeld niet opgeslagen op het systeem. Wanneer u de
HP Precisionscan Pro gebruikt voor het scannen, gebruik dan
Opslaan Als om het beeld op uw computer op te slaan.
De scannerlamp blijft branden.
De scannerlamp moet tijdelijk uitgaan en na een bepaalde time-out
automatisch worden uitgeschakeld.
Wanneer u de scanner pas nog heeft gebruikt, moet u een paar
minuten wachten.
Wanneer de scannerlamp nog brandt, is mogelijk de functie
Lamptime-out uitbreiden ingeschakeld. Selecteer deze optie
op het tabblad Scanner in de voorkeuren van de
HP PrecisionScan Pro-software. Zie "Voorkeuren opslaan" op
pagina 67.
Druk op de knop Energiebesparing op het voorpaneel van de
scanner om de scannerlamp en de XPA (indien aanwezig) direct
uit te schakelen. Zie "Opties tabblad Algemeen" op pagina 35.
Wanneer u nog steeds problemen ondervindt met de scannerlamp
of de knop Energiebesparing, neem dan contact op met
HP Klantenondersteuning. (Zie "Contact opnemen met
HP Klantenondersteuning" in de Installatie- en
ondersteuningsgids.)
Ik heb een gescand beeld opgeslagen naar een bestand, maar ik
kan het bestand niet openen in het gewenste programma.
Misschien hebt u het bestand opgeslagen in een indeling die niet
door het betreffende programma ondersteund wordt. Sla het
bestand op in een indeling waarmee het programma kan werken.
Kijk bij de opdracht Bestand openen of Importeren van het
programma om te zien welke bestandstypen worden ondersteund.
De scanner werkt niet.
Dit probleem kan een of meer van de volgende oorzaken hebben:
De scanner is niet correct geïnstalleerd.
De interfacekabel is niet compatibel met de scanner.
Misschien is er een kabel los. Controleer of de interfacekabel
goed is bevestigd.
Als de scanner een knarsend geluid maakt, is deze vergrendeld.
Zie "Basiscontrole" op pagina 84 en de Installatie- en
ondersteuningsgids voor informatie over het installeren en
problemen oplossen.
De scanner begint niet meteen te scannen.
Als de scanner enige tijd niet is gebruikt, is de scannerlamp vanzelf
uitgeschakeld. Nadat u de software start of op de knop Scannen
naar drukt, wordt de lamp opgewarmd. Wacht een paar seconden
tot het scannen begint.
Terug naar inhoudsopgave Problemen oplossen en onderhoud 87
Wanneer ik op een knop op de scanner druk, wordt het verkeerde
programma geopend.
Controleer de ingestelde functie die wordt geopend als u op de knop
op de scanner drukt.
In Windows 98 en 2000:
1 Ga in het menu Start naar Instellingen en kies
Configuratiescherm.
2 Dubbelklik op Scanners en Cameras. Selecteer het nummer van
uw scannermodel in de lijst, mocht het nog niet geselecteerd zijn.
3 Klik op Eigenschappen.
4 Selecteer in de lijst Scannergebeurtenissen de naam van de
knop die u wilt controleren. Controleer de functie die voor deze
knop is ingesteld.
In Windows Me:
1 Ga in het menu Start naar Instellingen en kies
Configuratiescherm.
2 Dubbelklik op Scanners en Cameras. Dubbelklik op het
pictogram naast de naam van uw scanner.
3 Klik op Eigenschappen.
4 Selecteer in de lijst Scannergebeurtenissen de naam van de
knop die u wilt controleren. Controleer de functie die voor deze
knop is ingesteld.
In Windows NT 4.0 en Windows 95:
1 Ga in het menu Start naar Programma's, ga naar HP Scanjet-
hulpprogramma's en kies HP Scanjet-knopbeheer.
2 Klik op de tab Gebeurtenissen.
3 Selecteer in de lijst Scannergebeurtenissen de naam van de
knop die u wilt controleren. Controleer de functie die voor deze
knop is ingesteld.
Wanneer ik Scannen naar op de scanner kies, verschijnt het beeld
niet in de software.
Misschien is er een kabel los. Controleer of de interfacekabel
goed is bevestigd.
Misschien hebt u per ongeluk de voorbeeldfunctie
uitgeschakeld. Selecteer deze optie op het tabblad Scanner in
de voorkeuren van de HP PrecisionScan Pro-software. Zie
"Voorkeuren opslaan" op pagina 67.
(Alleen sommige modellen, zie "Voorpaneel en accessoires
vergelijkingen" op pagina 3.) Controleer aan de hand van de
volgende stappen of HP Precisionscan software is ingesteld als
het programma dat opstart wanneer u op de knop Scannen naar
drukt ( ).
In Windows 98 en 2000:
1 Ga in het menu Start naar Instellingen en kies
Configuratiescherm.
2 Dubbelklik op Scanners en Cameras. Selecteer het nummer van
uw scannermodel in de lijst, mocht het nog niet geselecteerd zijn.
3 Klik op Eigenschappen.
4 Selecteer de knop Scannen naar in de lijst
Scannergebeurtenissen.
5 Zorg dat de optie HP Precisionscan Pro is ingeschakeld.
6 Zorg dat de optie Gebeurtenissen uitschakelen is uitgeschakeld.
88 Problemen oplossen en onderhoud Terug naar inhoudsopgave
In Windows Me:
1 Ga in het menu Start naar Instellingen en kies
Configuratiescherm.
2 Dubbelklik op Scanners en Cameras. Dubbelklik op het
pictogram naast de naam van uw scanner.
3 Klik op Eigenschappen.
4 Selecteer de knop Scannen naar in de lijst
Scannergebeurtenissen.
5 Zorg dat onder Acties naast Dit programma starten de optie
HP Precisionscan Pro geselecteerd is.
6 Zorg dat de optie Geen actie ondernemen niet geselecteerd is.
In Windows NT 4.0 en Windows 95:
1 Ga in het menu Start naar Programma's, ga naar HP Scanjet-
hulpprogramma's en kies HP Scanjet-knopbeheer.
2 Klik op de tab Gebeurtenissen.
3 Selecteer de knop Scannen naar in de lijst
Scannergebeurtenissen.
4 Zorg dat de optie HP Precisionscan Pro is ingeschakeld.
5 Zorg dat de optie Gebeurtenissen uitschakelen niet geselecteerd
is.
De scanner scant items zeer traag.
Als u tekst scant die moet worden bewerkt, scant de scanner
trager vanwege het OCR-programma. Dit is normaal. Wacht tot
het item gescand is.
Door sommige standaardinstellingen kan de scanner trager
scannen. Controleer de instellingen. Zie "Voorkeuren opslaan"
op pagina 67.
Misschien is de resolutie te hoog ingesteld. Stel de
standaardresolutie in. Zie "De resolutie wijzigen" op pagina 44.
In de HP Precisionscan Pro-software staan niet de juiste
menuonderdelen.
Hebt u de ADI gebruikt en vervolgens verwijderd, start de
software dan opnieuw.
Als u de XPA gebruikt hebt, kiest u Scannerglas in het menu
Scannen om weer vanaf het glas te scannen.
Als u probeert de XPA te gebruiken en de opdracht XPA (Dias)
of XPA (Negatieven) niet beschikbaar is, start u de software
opnieuw terwijl de XPA is aangesloten op de scanner.
De scanner maakt een luid klikkend of knarsend geluid.
De scanner is vergrendeld. Schuif de vergrendeling naar de
ontgrendelde positie. (Alleen sommige modellen, zie "Voorpaneel
en accessoires vergelijkingen" op pagina 3.)
De online-Help of de stapsgewijze instructies in de HP Precisionscan
Pro-software werken niet.
Voor computers met Internet Explorer versie 4 of hoger is er Hulp
beschikbaar. U kunt een hogere versie van Internet Explorer
installeren of u kunt de on-linegebruikershandleiding raadplegen voor
hulp.
De on-linegebruikershandleiding raadplegen:
Selecteer het menu Help in de HP Precisionscan Pro-software en
klik op Gebruikershandleiding. Of klik op de knop Help in een
dialoogvenster dat deze knop bevat.
Terug naar inhoudsopgave Problemen oplossen en onderhoud 89
Problemen met de beeldkwaliteit oplossen
Dit gedeelte bevat informatie over het oplossen van problemen met de
beeldkwaliteit, of u nu scant vanaf het scannerglas, vanuit de ADI of
met behulp van de XPA.
"Problemen met gescande beelden oplossen" op pagina 89.
"Problemen met afgedrukte kopieën oplossen" op pagina 92.
"Problemen met dia's en negatieven oplossen" op pagina 94.
Problemen met gescande beelden oplossen
In dit gedeelte worden oplossingen gegeven voor problemen die
betrekking hebben op alle gescande beelden, of ze nu zijn gescand
vanaf het scannerglas of via de ADI. Als het om afdrukproblemen gaat,
raadpleeg dan ook "Problemen met afgedrukte kopieën oplossen" op
pagina 92.
Gescande beelden zijn te licht of te donker.
Het origineel kan erg licht of donker zijn of zijn afgedrukt op
gekleurd papier. Pas de instellingen voor de middentonen,
accenten en schaduwen aan in de HP Precisionscan Pro-software.
Zie "Scanning vanuit HP Precisionscan Pro" op pagina 37.
Gescande beelden vertonen zwarte punten of vegen in de boven- en
ondermarge.
Het kan zijn dat er inkt, lijm, correctievloeistof of een andere
substantie op het scannerglas gekomen is. Maak het scannerglas
schoon. Zie "Maak het scannerglas schoon" op pagina 104.
Tip
Wilt u hulp bij keuze van het best mogelijke
uitvoertype, gebruik dan de Stapsgewijze
instructies. Als ze niet worden weergegeven, klikt u
op .
90 Problemen oplossen en onderhoud Terug naar inhoudsopgave
Gescande beelden vertonen ongewenste lijnen.
Het scannerglas kan vuil zijn. Maak het scannerglas schoon. Zie
"Maak het scannerglas schoon" op pagina 104.
Als u de ADI gebruikt, kan het ADI-venster vuil zijn of krassen
vertonen. Maak het ADI-venster schoon. Zie "Het ADI-venster
reinigen" op pagina 105.
Het gescande beeld is niet duidelijk.
Misschien moet de instelling van de resolutie, verscherping of
middentonen, accenten en schaduwen worden aangepast
alvorens te scannen. Zie "Scanning vanuit HP Precisionscan
Pro" op pagina 37.
Het origineel staat misschien op gekleurd papier. Als het
origineel is gedrukt op gekleurd papier of op bruin
kringlooppapier, is het beeld of de tekst misschien onduidelijk.
Pas de instellingen voor de resolutie en de middentonen,
accenten en schaduwen aan in de HP Precisionscan Pro-
software. Zie "Scanning vanuit HP Precisionscan Pro" op
pagina 37.
Het beeld is volledig zwart of wit.
Misschien is het item niet correct op het scannerglas of in de ADI
gelegd. Zorg dat het item met de afdrukkant omlaag op het glas
ligt, of met de te scannen kant omhoog in de ADI.
De kleuren van het gescande beeld wijken af van die van het
origineel.
Scanners, monitoren, printers en verschillende
besturingssystemen interpreteren kleuren op verschillende
manieren. Met de instellingen voor tint en verzadiging in de
HP Precisionscan Pro-software kunt u de kleuren aanpassen.
In de HP Precisionscan Pro-software wordt het hele beeld gescand in
plaats van een gedeelte of omgekeerd.
Misschien is het selectiegebied niet correct aangegeven. Zorg dat
de selectierand om het gebied staat dat in de uiteindelijke scan
moet worden opgenomen.
Gescande beelden staan scheef.
Misschien is het item bij het plaatsen gekreukeld of verschoven
toen u het deksel sloot. Leg het origineel recht op het scannerglas
en scan het opnieuw.
Ik dacht dat ik het beeld vóór de definitieve scan groter of kleiner had
gemaakt in de HP Precisionscan Pro-software, maar het heeft nog
dezelfde grootte als het origineel.
Misschien hebt u in- of uitgezoomd; daardoor verandert het
formaat van het beeld niet. Wijzig het uitvoerformaat. Zie "Formaat
wijzigen (uitvoerafmetingen)" op pagina 43.
Terug naar inhoudsopgave Problemen oplossen en onderhoud 91
Het origineel was onscherp en het gescande beeld ziet er nog
slechter uit.
Het verscherpingsniveau moet worden verhoogd. Pas de
verscherping aan in de HP Precisionscan Pro-software. Zie "Een
beeld verscherpen" op pagina 46.
Gescande beelden zijn korrelig, gekarteld of onscherp.
U hebt de grootte van het beeld gewijzigd in een ander
programma dan HP Precisionscan Pro. Wijzig de grootte van het
beeld in de HP Precisionscan Pro-software alvorens het naar
een ander programma te sturen. (Zie "Formaat wijzigen
(uitvoerafmetingen)" op pagina 43.) Is het origineel een zwart-
wittekening, gebruik dan Zwart-wit (schaalbaar) als uitvoertype
voor het gescande beeld. (Zie "Het uitvoertype selecteren" op
pagina 41.)
In de HP Precisionscan Pro-software is de resolutie te laag
ingesteld. Kies een hogere resolutie of herstel de
standaardresolutie. Zie "De resolutie wijzigen" op pagina 44.
In de HP Precisionscan Pro-software is te veel of te weinig
verscherping toegepast. Pas de verscherping aan. Zie "Een
beeld verscherpen" op pagina 46.
Een foto-origineel vertoont strepen, vlekken of krassen en het
gescande beeld ziet er nog slechter uit in de HP Precisionscan Pro-
software.
U hebt het beeld handmatig verscherpt. Herstel de
standaardinstelling. Zie "Een beeld verscherpen" op pagina 46.
Beste kwaliteit verscherping is geselecteerd. Controleer de
instelling. Zie "Voorkeuren opslaan" op pagina 67.
Ik kies een hogere resolutie voor het beeld in de HP Precisionscan
Pro-software, maar de uitvoerkwaliteit wordt niet beter.
Keuze van een hogere resolutie resulteert niet automatisch in
een betere kwaliteit. De software stelt de resolutie automatisch
in op basis van het soort item dat u scant. Gebruik de
standaardinstellingen of herstel deze. Zie "De resolutie wijzigen"
op pagina 44 of "Tips voor de beste beeldkwaliteit" op pagina 66
voor richtlijnen.
Als u het beeld naar een ander programma hebt verzonden,
ondersteunt dat programma mogelijk niet de resolutie die is
ingesteld in de HP Precisionscan Pro-software. Controleer
welke instelling het programma gebruikt en kies die resolutie in
de HP Precisionscan Pro-software.
Beelden die zijn gescand vanuit de HP Precisionscan Pro-software,
zijn groter dan het origineel wanneer ze worden bekeken of
afgedrukt vanuit een ander programma, zoals MS Paint, MS Internet
Explorer of MS Imaging.
Het andere programma accepteert de beeldgrootte-informatie niet.
Scan het beeld met een lagere resolutie. Wanneer u scant met een
resolutie die het programma accepteert, zal het beeld met de juiste
grootte worden weergegeven of worden afgedrukt.
Het beeld is te groot of te klein.
Stel de uitvoerdimensies in in het dialoogvenster Formaat
wijzigen in de HP Precisionscan Pro-software. Zie "Formaat
wijzigen (uitvoerafmetingen)" op pagina 43.
92 Problemen oplossen en onderhoud Terug naar inhoudsopgave
Wanneer ik vanuit de HP Precisionscan Pro-software probeer te
scannen naar het web, is het beeld te groot of ziet het er op het
scherm niet goed uit.
Misschien zijn de scaninstellingen voor dit beeld verkeerd
ingesteld. Gebruik de Stapsgewijze instructies voor hulp bij de
keuze van een uitvoertype. Zie ook "Tips voor de beste
beeldkwaliteit" op pagina 66.
Problemen met afgedrukte kopieën oplossen
In dit gedeelte vindt u oplossingen voor problemen met afgedrukte
pagina's.
Delen van de pagina rond de randen worden niet afgedrukt.
Printers kunnen niet helemaal tot aan de rand van het papier
afdrukken. Om een beeld binnen het afdrukbare vlak te laten
passen moet u de grootte van het beeld iets verkleinen in de
HP Precisionscan Pro-software en het beeld daarna opnieuw
afdrukken.
Terug naar inhoudsopgave Problemen oplossen en onderhoud 93
Kopieën zijn te licht.
Als u een op gekleurd papier gedrukt item kopieert, is er
misschien te weinig contrast tussen de inktkleuren en de
papierkleur. Pas de instellingen voor de accenten, schaduwen,
middentonen en resolutie aan in de HP Precisionscan Pro-
software. Zie "Scanning vanuit HP Precisionscan Pro" op
pagina 37. U kunt ook het contrast aanpassen in het HP
Scanjet-kopieerhulpprogramma. Gaat het om tekst, gebruik dan
voor zover mogelijk originelen die zijn gedrukt met zwarte inkt op
wit papier.
De printer bevat misschien geen toner of inkt meer. Druk vanuit
een ander programma een ander bestand af op de printer om te
zien of het aan de printer ligt.
De pagina vertoont verticale witte strepen.
De printer bevat misschien geen toner of inkt meer. Druk vanuit
een ander programma een ander bestand af op de printer om te
zien of het aan de printer ligt.
De interne spiegel van de scanner kan vuil zijn. Neem contact
op met het Klantenservicecentrum voor service.
De onderkant van de afgedrukte pagina is leeg of een deel van een
afbeelding is afgesneden.
Misschien is de pagina te complex. (De printer heeft te weinig
geheugen om de pagina te verwerken.) Stel de resolutie van het
beeld in op 300 dpi of lager in de HP Precisionscan Pro-software.
Zie "De resolutie wijzigen" op pagina 44.
Kleuren in afgedrukte beelden zijn niet correct.
Misschien zijn het uitvoertype of de printerinstellingen niet correct.
Kies een ander uitvoertype en druk het beeld opnieuw af.
Controleer de printerinstellingen. Gaat het om een kleurenprinter,
controleer dan of de printer nog inkt of toner bevat.
Gescande beelden zijn gekarteld of onscherp.
Misschien is in de HP Precisionscan Pro-software niet het juiste
uitvoertype ingesteld. Kies Ware kleuren (16,7 miljoen kleuren)
of Grijsschaal als uitvoertype. Zie "Het uitvoertype selecteren"
op pagina 41.
Als u het beeld in een bestand in een ander programma plaatst,
de grootte wijzigt en het beeld afdrukt vanuit dat programma,
wordt het probleem waarschijnlijk veroorzaakt door de wijziging
van de grootte in het andere programma. Wijzig het formaat van
het beeld in de HP Precisionscan Pro-software alvorens het
beeld in een bestand in een ander programma te plaatsen. Zie
"Formaat wijzigen (uitvoerafmetingen)" op pagina 43.
Als het origineel onscherp is en u vergroot het beeld, wordt de
onscherpte geaccentueerd.
94 Problemen oplossen en onderhoud Terug naar inhoudsopgave
Problemen met dia's en negatieven oplossen
Het volgende gedeelte bevat oplossingen voor problemen met dia's,
negatieven en andere transparante materialen die u scant met behulp
van de XPA. Alle handelingen moeten worden uitgevoerd in de
HP Precisionscan Pro-software, omdat dia's, negatieven en andere
transparanten alleen met deze software kunnen worden gescand. Zie
ook "Problemen met de XPA oplossen" op pagina 99.
Ik probeer een gescand beeld van een dia te vergroten, maar het
beeld houdt dezelfde grootte.
Misschien hebt u de opdracht Inzoomen gebruikt, die alleen de
schermweergave van het beeld verandert. Gebruik de opdracht
Formaat wijzigen om de grootte van het uiteindelijke gescande
beeld te wijzigen. Zie "Formaat wijzigen (uitvoerafmetingen)" op
pagina 43.
De kleuren zijn niet correct of het beeld is te licht of te donker.
Misschien stelt de software de belichting in voor het hele gebied
in plaats van één dia of negatief. Maak een selectiegebied rond
de dia of het negatief om ervoor te zorgen dat de belichting
correct is.
De sjabloon is niet volledig op het scannerglas geplaatst. Zorg
dat de sjabloon volledig op het scannerglas ligt.
Wanneer u minder dan drie dias scant met de XPA, gebruik dan
de lichtafscherming voor dias om het overgebleven gebied in de
diahouder af te dekken. Zo voorkomt u dat ongewenst licht in de
scanner komt.
Wanneer u minder dan vier negatieven scant met de XPA,
gebruik dan de lichtafscherming voor negatieven om het
overgebleven gebied in de negatievenhouder af te dekken. Zo
voorkomt u dat ongewenst licht in de scanner komt.
Het gescande beeld vertoont een kleurzweem, meestal roze.
Het beeld is mogelijk zonder XPA gescand of de plaatsingssjabloon
en XPA zijn onjuist op het scannerglas geplaatst. Voor instructies
voor het scannen van 35 mm dias of negatieven, zie "Scannen
vanuit de XPA" op pagina 75.
Gescande beelden verschijnen als kader met meerkleurige verticale
lijnen of als een gestippeld kader met een pijl rond het gebied.
Misschien is de sjabloon niet correct op het scannerglas gelegd.
Plaats de sjabloon op het scannerglas zodat het Hewlett-Packard
logo zich in de hoek rechtsonder bevindt.
Het gescande beeld is zwart, hoewel de lampjes op de
transparantenadapter aan zijn.
Misschien is de sjabloon niet correct op het scannerglas gelegd.
Plaats de sjabloon op het scannerglas zodat het
Hewlett-Packard logo zich in de hoek rechtsonder bevindt.
Controleer de opdracht Belichting aanpassen in het menu
Geavanceerd.
Het gescande beeld vertoont vegen.
Controleer het origineel (dia of negatief) op beschadigingen.
De XPA is mogelijk defect en moet mogelijk gerepareerd
worden.
De scans zijn donker.
De lamp in de XPA is mogelijk defect of werkt niet. Als er een lamp
kapot is, is onderhoud noodzakelijk.
Terug naar inhoudsopgave Problemen oplossen en onderhoud 95
Problemen met bewerkbare tekst oplossen
Dit gedeelte bevat oplossingen voor problemen die u kunt ondervinden
wanneer u tekst bewerkbaar wilt maken.
Gescande tekst is niet bewerkbaar.
Als u de HP Precisionscan Pro-software hebt gebruikt, heeft de
software de tekst misschien aangezien voor een tekening. Kies in
het menu Uitvoertype van de software Bewerkbare tekst (OCR)
of Tekst en afbeeldingen. Kies vervolgens Scannen naar in het
menu Scannen en kies het gewenste programma. Is de tekst nog
steeds niet bewerkbaar, gebruik de tekst dan als beeld of typ de
tekst opnieuw.
Gescande tekst is in het ene programma wel bewerkbaar maar in het
andere niet.
Sommige programma's accepteren alleen indelingen voor beelden
en ondersteunen geen tekst. Controleer of het programma
bewerkbare tekst accepteert.
In de tekst die is geconverteerd met de OCR-software, staan
incorrecte tekens.
De precisie van het OCR-programma is afhankelijk van de correcte
instellingen van het programma van de kwaliteit van het originele
item. U bereikt de best mogelijke resultaten door de scaninstelling
voor tekst te kiezen en alleen scherpe, duidelijke tekst te
verwerken. Zie "Wat kunt u verwachten van OCR-programma's?"
op pagina 71.
Omgezette tekst verschijnt niet in mijn tekstverwerkingsprogramma.
Als u hebt gescand naar de HP Precisionscan Pro-software, kiest u
Bewerkbare tekst (OCR) of Tekst en afbeeldingen in het menu
Uitvoertype. Kies vervolgens Scannen naar in het menu Scannen
en kies het gewenste programma. U kunt de tekst ook kopiëren of
knippen en in het gewenste programma plakken. Is de tekst nog
steeds niet bewerkbaar, gebruik de tekst dan als beeld of typ de
tekst opnieuw.
Ik weet niet hoe ik tekst moet verwerken met een ander OCR-
programma.
Kies een van de volgende mogelijkheden:
Scan het item naar de HP Precisionscan Pro-software, sla het
gescande beeld op als beeldbestand en open het bestand in het
andere OCR-programma.
Scant naar de HP Precisionscan Pro-software. Kies vervolgens
Scannen naar naar in het menu Scannen en kies het andere
OCR-programma.
De lettergrootte en de stijl van de geconverteerde tekst blijven niet
behouden bij plaatsing van de tekst in een
tekstverwerkingsprogramma.
Tekstverwerkingsprogramma's accepteren niet altijd de
oorspronkelijke opmaak van een gescande tekst. Maak de tekst
opnieuw op in het tekstverwerkingsprogramma.
Geconverteerde tekst verschijnt in het tekstverwerkingsprogramma
zonder opmaak, terwijl ik dat wel wilde, of vice versa.
Zelfs als u de opmaak wilt behouden en de instellingen correct
hebt opgegeven, kan het tekstverwerkingsprogramma niet in alle
gevallen de opmaak accepteren. Maak de tekst opnieuw op in het
tekstverwerkingsprogramma.
96 Problemen oplossen en onderhoud Terug naar inhoudsopgave
Na het scannen met de uitvoertypes Tekst of Tekst en beeld wordt
sommige tekst weergegeven als vierkanten of onherkenbare tekens.
Dit is te wijten aan de weergavecapaciteit van uw Microsoft
Windows-besturingssysteem. Zo kan bijvoorbeeld de Engelse
versie van Windows 95 geen Russisch, Turks, Vereenvoudigd
Chinees, Traditioneel Chinees, Koreaans en andere niet West-
Europese talen niet correct weergeven. Windows 2000 kan alle
talen weergeven.
Problemen bij het verzenden naar
bestemmingen oplossen
In dit gedeelte vindt u oplossingen voor problemen bij het verzenden
van beelden naar bestemmingen. Niet alle functies zijn op alle
scanners beschikbaar.
Als ik E-mail kies op de scanner, verschijnen gescande beelden niet
automatisch in een nieuw emailbericht.
Het e-mailprogramma is een programma op webbasis of wordt niet
ondersteund. Sla het gescande beeld op als bestand en voeg het
op de gebruikelijke wijze bij het e-mailbericht.
Wanneer ik E-mail kies op de scanner, wordt het gescande beeld
bijgevoegd als bitmap, maar het bevat tekst die de ontvanger moet
kunnen bewerken.
Om tekst bewerkbaar te maken voor een ontvanger, scant u het
item naar de HP Precisionscan Pro-software en wijzigt u het
uitvoertype voor het gescande beeld in Bewerkbare tekst (OCR).
Kies vervolgens Scannen naar in het menu Scannen en selecteer
het e-mailprogramma. U kunt het gescande beeld ook opslaan als
bestand en het op de gebruikelijke wijze bij een bericht voegen.
Als ik op de knop E-mail druk op de scanner, wordt het onjuiste
e-mailprogramma geopend.
Controleer de opening van welk e-mailprogramma is ingesteld
als u op de knop E-mail drukt ( ) op de scanner. Zie
"Instellingen voor knoppen wijzigen" op pagina 32.
Wanneer u Outlook, Outlook Express, of Netscape Mail gebruikt
moet u het programma instellen als standaard MAPI-toepassing.
Wanneer u hier niet zeker van bent, raadpleeg dan de
documentatie van uw e-mailprogramma.
Terug naar inhoudsopgave Problemen oplossen en onderhoud 97
Bij het afdrukken van kopieën vanaf de scanner of vanuit het
HP Scanjet-hulpprogramma kan ik niet de gewenste printer kiezen.
Scan het item naar de HP Precisionscan Pro-software en druk het
van daaruit af.
Bij het afdrukken van kopieën kan ik alleen kopieën maken van één
pagina tegelijk (ik kan geen kopieën sorteren).
Ook als u gebruikmaakt van de ADI, wordt elke pagina behandeld
als een aparte opdracht. U kunt meerdere kopieën van één pagina
maken, maar niet meerdere kopieën van verschillende pagina's die
u achteraf sorteert.
Ik probeer af te drukken vanuit de HP Precisionscan Pro-software,
maar de opdracht Afdrukken is niet beschikbaar.
Wanneer Bewerkbare tekst (OCR), Tekst en afbeeldingen of
Zwart-wit (schaalbaar) als uitvoertype is geselecteerd, is de
opdracht Afdrukken niet beschikbaar. Kies een ander uitvoertype
en druk het beeld opnieuw af.
Wanneer ik Scannen naar op de scanner kies, verschijnt het beeld
niet in de software.
Misschien is er een kabel los. Controleer of de interfacekabel
goed is bevestigd.
Misschien hebt u per ongeluk de voorbeeldfunctie
uitgeschakeld. Selecteer deze optie op het tabblad Scanner in
de voorkeuren van de HP Precisionscan Pro-software. Zie
"Voorkeuren opslaan" op pagina 67.
Controleer of HP Precisionscan software is ingesteld als het
programma dat opstart wanneer u op de knop Scannen naar
drukt ( ). Zie "Wanneer ik Scannen naar op de scanner kies,
verschijnt het beeld niet in de software." op pagina 87 voor de te
volgen stappen.
Ik probeer te scannen naar een bestaand bestand, maar het
gescande beeld verschijnt in een nieuw bestand.
In sommige programma's kunnen gescande beelden alleen in
nieuwe bestanden worden geplaatst. Knip of kopieer het beeld en
plak het in het gewenste bestand. U kunt het gescande beeld ook
opslaan als bestand en het importeren in het andere programma.
Wanneer ik probeer een gescand beeld te verzenden met de
opdracht Scannen naar in het menu Scannen van de
HP Precisionscan Pro-software, verschijnt het gewenste programma
niet.
Misschien herkent de HP Precisionscan Pro-software het
programma niet als bestemming. Kies een van de volgende
mogelijkheden:
Sla het gescande beeld op in een bestandstype dat het andere
programma ondersteunt en open het bestand in het andere
programma.
Plaats het beeld in het andere programma door kopiëren en
plakken of slepen en neerzetten.
Installeer het niet-herkende programma opnieuw. De kans
bestaat dat de HP Precisionscan Pro-software het programma
vervolgens wel herkent.
98 Problemen oplossen en onderhoud Terug naar inhoudsopgave
Ik wil scannen vanuit een ander programma, bijvoorbeeld mijn
tekstverwerkingsprogramma, zodat ik een beeld in een geopend
bestand kan plaatsen, maar ik kan het scannen niet starten.
Andere programmas moeten TWAIN of Windows Imaging
Application (WIA) ondersteunen. Kunt u geen opdracht zoals
bijvoorbeeld Ophalen of Invoegen vinden, raadpleeg dan de
documentatie bij het programma om te zien of het programma
wordt ondersteund. Is dat niet het geval, kies dan in de
HP Precisionscan Pro-software een van de volgende
mogelijkheden:
Sla het gescande beeld op en plaats het bestand in het andere
programma.
Kies Scannen naar in het menu Scannen en kies een
programma.
Plaats het beeld in het andere programma door kopiëren en
plakken of slepen en neerzetten.
Ik probeer een gescand beeld terug te plaatsen in mijn TWAIN-
programma, maar het beeld verschijnt niet.
Misschien accepteert het TWAIN- of WIA-programma de resolutie
of het uitvoertype van uw keuze niet. Scan het beeld opnieuw met
de standaardinstellingen die de HP Precisionscan Pro-software
voor het beeld kiest.
I kan de bestemmingen niet zien als ik de knop Bestemming
selecteren wil gebruiken naast de knop Scannen naar.
(Alleen sommige modellen, zie "Voorpaneel en accessoires
vergelijkingen" op pagina 3.)
Niet alle bestemmingen verschijnen in de lijst met bestemmingen
van de scanner. Zo maken bijvoorbeeld printers,
e-mailprogramma's en het opslaan als bestand geen onderdeel uit
van de lijst. De lijst bevat slechts de eerste 18 bestemmingen die
door de scansoftware van HP zijn gevonden. Andere
bestemmingen kunt u via de HP Precisionscan Pro-software
bereiken. Zie "Verzenden naar een programma" op pagina 59 voor
meer informatie, of voer een van de volgende stappen uit.
Werk de bestemmingen van uw scannerknoppen bij. Zie
"Instellingen voor knoppen wijzigen of bestemmingen bijwerken"
op pagina 32 voor de te volgen stappen.
Haal de stekker van de scanner uit het stopcontact en stop deze
opnieuw in het stopcontact.
Terug naar inhoudsopgave Problemen oplossen en onderhoud 99
Problemen met accessoires oplossen
In dit gedeelte vindt u oplossingen voor problemen bij het gebruik van
de XPA of ADI.
Problemen met de XPA oplossen
In dit gedeelte vindt de mogelijke problemen bij het gebruik van de
transparantenadapter (XPA). Zie ook "Problemen met dia's en
negatieven oplossen" op pagina 94.
De XPA werkt niet.
Misschien is de XPA-kabel niet correct aangesloten. Zorg dat de
XPA-kabel correct is aangesloten op de XPA-poort van de scanner.
Bij gebruik van de XPA kan ik niet de opdracht XPA (Dia's) of XPA
(Negatieven) in het menu Scannen kiezen.
Misschien is de XPA-kabel niet correct aangesloten. Zorg dat de
XPA-kabel correct is aangesloten op de XPA-poort van de
scanner.
Als u de XPA hebt aangesloten terwijl de HP Precisionscan Pro-
software actief was, moet u de software opnieuw starten.
Daardoor kan de software de XPA detecteren.
Na keuze van XPA (Dia's) of XPA (Negatieven) in het menu Scannen
is er geen of heel weinig licht in de transparantenadapter.
Controleer of u XPA (Dia's) of XPA (Negatieven) hebt gekozen
in het menu Scannen van de HP Precisionscan Pro-software.
Zijn deze twee opdrachten niet beschikbaar, start de software
dan opnieuw terwijl de XPA is aangesloten op de scanner.
De lamp in de XPA is mogelijk defect of werkt niet. Sluit de XPA
aan op de scanner. Houd de XPA omhoog en kijk of er licht
brandt. Als er een lamp kapot is, is onderhoud noodzakelijk.
100 Problemen oplossen en onderhoud Terug naar inhoudsopgave
Problemen met de ADI oplossen
In dit gedeelte vindt u oplossingen voor problemen bij het gebruik van
de automatische documentinvoer (ADI).
De ADI voert meerdere vellen tegelijk in, trekt pagina's scheef of heeft
vaak papierstoringen.
Als de pagina's lijken te worden scheefgetrokken bij invoer in de
ADI, controleer dan de resulterende gescande beelden in de
software om te zien of ze niet scheef zijn.
Misschien is het item niet correct geplaatst. Strijk het item glad
en centreer de stapel papier met behulp van de papiergeleiders.
De ADI en de uitvoerlade kunnen maximaal 25 pagina's
bevatten, afhankelijk van het soort materiaal dat wordt gebruikt.
Zorg dat de invoerlade 25 pagina's of minder bevat en verwijder
pagina's uit de uitvoerlade als die een stapel van meer dan
25 pagina's bevat.
Misschien voldoet het geplaatste item niet aan de specificaties
voor de ADI. Controleer of het gebruikte materiaal voldoet aan
de vereiste specificaties. Zie "Items voor de ADI" op pagina 14.
Bij gebruik van de ADI voert de scanner het item niet in.
De achterklep is mogelijk niet goed bevestigd. Open de achterklep
en duw deze vervolgens goed dicht. Zie "Papierstoringen in de ADI
verhelpen" op pagina 101 voor afbeeldingen.
Een item in de ADI zorgt steeds voor papierstoringen.
Het item voldoet niet aan de specificaties voor de ADI. Zie
"Items voor de ADI" op pagina 14.
Misschien zit er iets op het item. Verwijder alles van het item,
zoals nietjes en zelfklevende memo's. Zie "Items selecteren en
voorbereiden" op pagina 13.
Het item is te klein. De kleinste items die de ADI kan verwerken,
zijn 88,9 bij 127 mm. Gebruik het scannerglas om te scannen.
Het item is te groot. De kleinste items die de ADI kan verwerken,
zijn 216 bij 355,6 mm. Gebruik het scannerglas om het item in
gedeelten te scannen.
De onderkant van het gescande beeld is afgesneden.
De ADI kan items van maximaal 355,6 mm lengte verwerken. Is
het item langer, scan het dan in gedeelten op het scannerglas.
Heeft het item de juiste lengte, kies dan de correcte instelling
voor het paginaformaat in het ADI-dialoogvenster alvorens te
scannen.
Als u het item afdrukt, is het misschien te complex (vergt het
teveel geheugen) om door de printer te kunnen worden
verwerkt. Kies zo mogelijk een printer met voldoende geheugen.
Of kies een lagere resolutie of een ander uitvoertype zoals
zwart-wit of grijsschaal.
Terug naar inhoudsopgave Problemen oplossen en onderhoud 101
Papierstoringen in de ADI verhelpen
Papierstoringen kunnen optreden aan het begin of het einde van een
pagina. Volg de van toepassing zijnde procedure om de storing te
verhelpen en verder te gaan.
Papierstoringen aan het begin van een pagina verhelpen
1 Breng de achterklep omhoog.
2 Breng de grote groene klem omhoog (links van de roller) en
verwijder het vastgelopen papier voorzichtig.
3 Wanneer het item niet makkelijk kan worden verwijderd, de twee
groene klemmen achter de rollers omhoog brengen en verwijder de
groene papiergeleider zoals aangegeven.
Opmerking: Wanneer u een pagina met kracht verwijderd, kunt u
de originelen beschadigen Wanneer het grootste
gedeelte van het papier de roller al gepasseerd is,
moet u de procedure volgen voor het verhelpen van
papierstoringen aan het eind van deze pagina.
102 Problemen oplossen en onderhoud Terug naar inhoudsopgave
4 Verwijder het vastgelopen item uit de ADI en bevestig de
papiergeleider opnieuw.
5 Sluit de achterklep. Goed naar beneden drukken totdat u een
klikkend geluid hoort.
6 Maak een nieuwe stapel van alle pagina's en leg ze weer in de
ADI.
7 Als de ADI-prompt op het scherm verschijnt, selecteert u eventuele
gewijzigde instellingen opnieuw en klikt u nogmaals op Scannen
naar of Scannen.
Terug naar inhoudsopgave Problemen oplossen en onderhoud 103
Papierstoringen aan het einde van een pagina verhelpen
1 Verwijder alle pagina's uit de ADI-invoerlade.
2 Haal de invoerlade uit de ADI.
3 Haal het papier voorzichtig uit de ADI in de invoerrichting (naar u
toe).
4 Als het nog steeds onmogelijk is om het papier uit de ADI te
verwijderen, de ADI-klep volledig openen, het vastgelopen papier
losmaken uit de roller aan de achterkant van de ADI-klep en het
papier voorzichtig uit de ADI verwijderen.
5 Wanneer de papierstoring is verholpen, kunt u de invoerlade
opnieuw bevestigen en de klep sluiten. Druk de klep stevig aan
beide zijden omlaag tot u een klik hoort.
6 Maak een nieuwe stapel van alle pagina's en leg ze weer in de ADI.
7 Als de ADI-prompt op het scherm verschijnt, selecteert u eventuele
gewijzigde instellingen opnieuw en klikt u nogmaals op Scannen
naar of Scannen.
104 Problemen oplossen en onderhoud Terug naar inhoudsopgave
Reiniging en onderhoud
Zo nu en dan moeten de scanner en accessoires worden gereinigd of
is er onderhoud nodig, vooral als gescande beelden onvolkomenheden
of vlekken vertonen.
Maak het scannerglas schoon
Het kan nodig zijn om het scannerglas schoon te maken als de inkt op
items die u scant gaat vlekken of als items zeer veel stof of vuil
bevatten. Dit kan ook nodig zijn als gescande beelden vlekken of
andere onvolkomenheden vertonen.
De scanner reinigen
1 Haal het netsnoer van de scanner af.
2 Open het deksel van de scanner.
3 Maak het glas schoon met een zachte, pluisvrije doek waarop een
milde glasreinigingsvloeistof is gespoten.
OPGELET Gebruik alleen een glasreinigingsmiddel. Gebruik
nooit schuurmiddelen, aceton, benzeen en
tetrachloorkoolstof; deze stoffen kunnen het
scannerglas beschadigen. Gebruik geen
isopropylalcohol, aangezien dit strepen kan
achterlaten op het glas
4 Droog het scannerglas af met een droge, zachte, pluisvrije doek.
5 Sluit het netsnoer weer aan op de scanner als u klaar bent.
Vingerafdrukken of vlekken aan de onderzijde van het glas hebben
geen invloed op gescande beelden, omdat dit deel van het glas buiten
het brandpunt van de scanner valt.
Terug naar inhoudsopgave Problemen oplossen en onderhoud 105
De XPA reinigen
(Alleen sommige modellen, zie "Voorpaneel en accessoires
vergelijkingen" op pagina 3.) Maak de XPA schoon met een droge,
zachte doek. Bevochtig de doek eventueel met glasreiniger of
isopropylalcohol.
Het ADI-venster reinigen
(Alleen sommige modellen, zie "Voorpaneel en accessoires
vergelijkingen" op pagina 3.) Om verzekerd te blijven van scans van
hoge kwaliteit, moet u het venster van de ADI reinigen.
Het ADI-venster reinigen
1 Haal het netsnoer van de scanner af.
2 Open de klep van de scanner en zoek het ADI-venster op het
scannerglas.
3 Maak het glas schoon met een zachte, pluisvrije doek waarop een
milde glasreinigingsvloeistof is gespoten.
OPGELET Gebruik alleen een glasreinigingsmiddel. Gebruik
nooit schuurmiddelen, aceton, benzeen en
tetrachloorkoolstof; deze stoffen kunnen het
scannerglas beschadigen. Gebruik geen
isopropylalcohol, aangezien dit strepen kan
achterlaten op het glas
4 Droog het scannerglas af met een droge, zachte, pluisvrije doek.
5 Sluit het netsnoer weer aan op de scanner als u klaar bent.
Vingerafdrukken of vlekken aan de onderzijde van het glas hebben
geen invloed op gescande beelden, omdat dit deel van het glas buiten
het brandpunt van de scanner valt.
106 Problemen oplossen en onderhoud Terug naar inhoudsopgave
De software verwijderen
Met de optie De-installeren van het installatieprogramma kunt u de
scannersoftware verwijderen uit uw systeem.
Zie de Installatie- en ondersteuningsgids voor informatie over het
installeren en problemen oplossen.
Overige bronnen, ondersteuning en
specificaties
De Installatie- en ondersteuningsgids bevat informatie over de
volgende onderwerpen:
Aanwijzingen voor de installatie en probleemoplossing. Hier
vindt u aanwijzingen voor de installatie en mogelijke oplossingen
voor problemen die zich kunnen voordoen bij de installatie van de
scanner.
Bronnen. Ontdek websites en andere bronnen met informatie over
scantips, recente stuurprogramma's en de laatste informatie over
uw HP-scanner.
Ondersteuning. Hier vindt u de contactgegevens voor uw regio als
u contact wilt opnemen met HP.
Garantie en specificaties. Dit onderwerp bevat de
garantiebepalingen en informatie over het product en de van
toepassing zijnde wet- en regelgeving.
Zie het Leesmij-bestand voor het laatste nieuws over de
HP Precisionscan Pro-software. Het bestand bevindt zich in dezelfde
map als de Installatie- en ondersteuningsgids.
De Installatie- en ondersteuningsgids en het Leesmij-bestand staan op
de cd in de map voor uw taal, of op uw computer in de Precisionscan
Pro-map. Als u de software hebt geïnstalleerd op de standaardlocatie,
luidt het pad: C:\Program Files\Hewlett-Packard\Precisionscan
Pro 3.1.
Terug naar inhoudsopgave 107
A
Opdrachten en functies van de software
gebruiken
In dit gedeelte vindt u informatie over gebruik van de sneltoetsen,
werkbalken en aanwijzers in de HP Precisionscan Pro-software.
HP Precisionscan Pro beschikt over sneltoetsen en werkbalken,
waarmee u snel toegang krijgt tot opdrachten in de software. De
status- en infobalk geven informatie over het gescande beeld en de
contextgevoelige aanwijzers geven informatie over de werkzaamheden
die u met de scansoftware kunt uitvoeren.
108 Opdrachten en functies van de software gebruiken Terug naar inhoudsopgave
Sneltoetsen en menu's gebruiken
In dit gedeelte vindt u een overzicht van de menu's en opdrachten in
de HP Precisionscan Pro-software die u kunt selecteren via het
toetsenbord. Om een menu te openen drukt u op A
LT
+ de
onderstreepte letter voor dat menu. Om een opdracht te kiezen opent
u het menu en drukt u op de onderstreepte letter voor de opdracht.
In dit gedeelte wordt ook een overzicht gegeven van opdrachten die
kunnen worden uitgevoerd door middel van een sneltoets.
Opmerking: De stapsgewijze instructies zijn beschikbaar voor
computers met Internet Explorer versie 4 of hoger.
Zie "Problemen oplossen waarbij geen bericht
verschenen is" op pagina 86.
Nieuwe Scan C
TRL
+N Een nieuwe scan starten (voorbeeldscan).
Scannen N
aar... C
TRL
+T Scannen en naar een bestemming
verzenden, bijvoorbeeld e-mail.
Scannen naar C
D Het opslaan van gescande fotos of
documenten op een CD-writer-station.
B
eeld verzenden naar... Bij gebruik van TWAIN: het gescande
beeld verzenden naar het andere
programma.
O
pslaan als... C
TRL
+S Het selectiegebied opslaan als bestand.
A
fdrukken C
TRL
+P Het selectiegebied scannen en afdrukken.
Printer Inste
lling Afdrukopties wijzigen.
Scanner g
las
XPA (Dias)
XPA (Negatieven)
De bron selecteren van waaruit moet
worden gescand. Er kan maar één type
worden geselecteerd.
Ins
tellingen
Op
slaan Instellingen opslaan.
L
aden Instellingen laden (gebruiken).
Voork
euren Standaardinstellingen voor scannen
wijzigen.
Af
sluiten A
LT
+F4 De HP Precisionscan Pro-software
afsluiten.
Scannen
Hulpmiddelen herstellen C
TRL
+Z Alle standaardinstellingen voor dit beeld
herstellen, behalve het uitvoertype.
K
opiëren C
TRL
+C Het selectiegebied scannen en op het
klembord plaatsen.
A
ll es selecteren C
TRL
+A Het hele scannerglas selecteren
(inclusief lege delen).
Alles deselecteren
E
SC
De selectierand verwijderen.
InZ
oom en Inzoomen op het selectiegebied.
U
itZoomen Uitzoomen naar de oorspronkelijke
weergave.
StapsG
ewijze instructies De stapsgewijze instructies tonen of
verbergen.
W
erkbalk De werkbalk tonen of verbergen.
I
nfobalk De infobalk tonen of verbergen.
S
tatus balk De statusbalk tonen of verbergen.
Bewerken
Weergave
Terug naar inhoudsopgave Opdrachten en functies van de software gebruiken 109
Ware kleuren
(16,7 miljoen kleuren)
Het uitvoertype kiezen. Er kan maar
één type worden geselecteerd. Wilt u
hulp bij de keuze van een uitvoertype,
geef dan de Stapsgewijze instructies
weer vanuit het menu Weergave.
256-kleuren (O
ptimaal
palet)
256-kleuren (w
ebpalet)
S
teunkleuren
(16 kleuren)
G
rijsschaal
Z
wart-wit (bitmap)
Zwart-wit Sc
haalbaar
B e
werkbare tekst (OCR)
Tekst en A
fbeeldingen
UitvoertypeA
utomatisch
selecteren
De software in staat stellen het
uitvoertype te kiezen op basis van de
inhoud van het selectiegebied.
90° naar Links draaien Het beeld 90 graden tegen de klok in
draaien.
90° naar r
echts draaien Het beeld 90 graden met de klok mee
draaien.
S
piegelen Het beeld horizontaal omkeren.
Form
aat wijzigen Het formaat van het selectiegebied
wijzigen. Hierdoor verandert ook de
grootte van het uitvoerbestand.
R
esolutie wijzigen De resolutie van het uiteindelijke
gescande beeld wijzigen.
Vers
cherpen Pas de verscherping aan.
Uitvoertype
Hulpmiddelen
K
leur aanpassen Kleuren (tint) en hun intensiteit
(verzadiging) aanpassen.
B
elichting aanpassen Het contrast (middentonen), detail in
lichte gebieden (accenten) en detail in
donkere gebieden (schaduwen)
aanpassen.
Z
wart-wit aanpassen De waarden in het beeld die worden
weergegeven als zwart of wit wijzigen.
Kleuren o
mkeren Kleuren in het beeld omzetten in hun
complementaire kleuren.
E
ffenen In het gescande beeld ongewenste
patronen verminderen die voorkomen
in een gedrukt origineel.
Geavanceerd
110 Opdrachten en functies van de software gebruiken Terug naar inhoudsopgave
Opmerking: Voor computers met Internet Explorer versie 4 of
hoger is er Hulp beschikbaar. Zie "Problemen
oplossen waarbij geen bericht verschenen is" op
pagina 86.
Inhoud F1 Help-onderwerpen (inhoud) weergeven.
Z
oeken Een Help-onderwerp zoeken.
W
at is dit? S
HIFT
+F1 Contextgevoelige Help weergeven voor
het geselecteerde hulpmiddel of de
geselecteerde functie.
H
P Scanjet op het Web Verbinding maken met internet en de
HP Scanjet-website bezoeken.
P
roductrondleiding De productrondleiding bekijken.
G
ebruikershandleiding De afdrukbare gebruikershandleiding
bekijken in de indeling pdf.
Alle Smart
Friendsi
nschakelen
Instellen dat er aanwijzingen
verschijnen bij potentiële problemen.
Alle Smart
Friendsu
itschakelen
Voorkomen dat er aanwijzingen
verschijnen bij potentiële problemen.
O
ver HP Precisionscan
Pro
Informatie weergeven over programma,
versie en copyright.
Help
Terug naar inhoudsopgave Opdrachten en functies van de software gebruiken 111
De werk- en infobalken van
HP Precisionscan Pro
De HP Precisionscan Pro-software voorziet in een werkbalk, een
statusbalk en een infobalk, waarmee u opdrachten snel kunt
toepassen of informatie kunt vinden over het huidige gescande beeld.
Werkbalk
De HP Precisionscan Pro-software bevat een werkbalk met knoppen
voor veelgebruikte opdrachten.
Opmerking: De stapsgewijze instructies zijn beschikbaar voor
computers met Internet Explorer versie 4 of hoger.
Zie "Problemen oplossen waarbij geen bericht
verschenen is" op pagina 86.
Klik op deze knop Naar
Nieuwe scan Een nieuwe scan starten (voorbeeldscan).
Scannen naar Scannen en naar een bestemming verzenden,
bijvoorbeeld e-mail.
Scannen naar CD Scannen en de selectie opslaan op een rewritable
CD.
Opslaan als... Het selectiegebied opslaan als bestand.
Afdrukken Het selectiegebied scannen en afdrukken.
Beeld verzenden
naar
Bij gebruik van TWAIN: het gescande beeld
verzenden naar het andere programma.
Kopie Het selectiegebied scannen en op het klembord
plaatsen.
Inzoomen Inzoomen op het selectiegebied.
Uitzoomen Uitzoomen naar de oorspronkelijke weergave.
90° naar links
draaien
Het beeld 90 graden tegen de klok in draaien.
90° naar rechts
draaien
Het beeld 90 graden met de klok mee draaien.
Hulpmiddelen
herstellen
Alle standaardinstellingen voor dit beeld herstellen,
behalve het uitvoertype.
Stapsgewijze
instructies
De stapsgewijze instructies tonen of verbergen.
Contextgevoelige
Help
Contextgevoelige Help weergeven voor het
geselecteerde hulpmiddel of de geselecteerde
functie.
112 Opdrachten en functies van de software gebruiken Terug naar inhoudsopgave
Functies toevoegen aan de werkbalk
U kunt de hulpmiddelen Resolutie wijzigen en Verscherpen toevoegen
aan de werkbalk.
Resolutie wijzigen en Verscherpen toevoegen aan de werkbalk
1 Kies Resolutie wijzigen of Verscherpen in het menu
Hulpmiddelen.
2 Wanneer het dialoogvenster verschijnt, plaatst u de aanwijzer op
de titel van het venster.Klik erop en houd de muisknop ingedrukt.
3 Sleep de aanwijzer naar een locatie op de werkbalk en laat de
muisknop los.
Infobalk
De infobalk staat onder aan het voorbeeldvenster en bevat de
volgende informatie:
de breedte van het uitvoerbeeld;
de hoogte van het uitvoerbeeld;
de schaal van het uitvoerbeeld;
het geselecteerde uitvoertype;
de Help-knop voor de HP Precisionscan Pro-software.
Terug naar inhoudsopgave Opdrachten en functies van de software gebruiken 113
Statusbalk
De statusbalk bevat de volgende informatie:
Een korte beschrijving van de handeling die u kunt verrichten
wanneer de aanwijzer zich op een bepaald punt in het
scannersoftwarevenster of op een hulpmiddel bevindt.
Een pictogram voor de transparantenadapter, wanneer die in
gebruik is.
Een van de volgende onderdelen:
Een voortgangsbalk die laat zien wanneer de scanner scant of
wanneer de scannersoftware een opdracht verwerkt.
Het aantal KB (kilobytes), MB (megabytes), GB (gigabytes), of
TB (terabytes) in het beeld in het selectiegebied. Deze grootte is
slechts een schatting van de ware grootte van het beeld. Het
bestand kan groter of kleiner zijn dan de hier getoonde waarde.
De grootte van een opgeslagen bestand is afhankelijk van de
indeling waarin het bestand is opgeslagen.
114 Opdrachten en functies van de software gebruiken Terug naar inhoudsopgave
Contextgevoelige aanwijzers
De vorm van de aanwijzer geeft aan welk type activiteit u kunt
verrichten in de scannersoftware.
Aanwijzer voor selectiegebied
Nieuw
selectiegebied
Sleep om een nieuw selectiegebied te maken.
Selectiegebied
verplaatsen
Sleep het selectiegebied naar een nieuwe locatie in
het voorbeeldgebied.
Sleep het selectiegebied naar een ander
programma.
Druk op C
TRL
en sleep het selectiegebied naar het
bureaublad van Windows of naar een map in
Windows Verkenner.
Horizontaal
formaat van
selectiegebied
wijzigen
Verschijnt op grepen aan de zijden van het
selectiegebied. Sleep de aanwijzer om de breedte
van het selectiegebied te wijzigen.
Verticaal formaat
van
selectiegebied
wijzigen
Verschijnt op de grepen aan de boven- of
onderzijde van het selectiegebied. Sleep de
aanwijzer om de hoogte van het selectiegebied te
wijzigen.
Formaat van
selectiegebied
diagonaal
wijzigen
Verschijnt op grepen op de hoeken van het
selectiegebied. Sleep de aanwijzer om zowel de
hoogte als de breedte van het selectiegebied te
wijzigen.
Neerzetten
mogelijk
Het programma of de map waarnaar het beeld is
gesleept, ondersteunt slepen en neerzetten.
Neerzetten niet
mogelijk
Het programma waarin u het beeld wilt neerzetten,
ondersteunt slepen en neerzetten niet.
Gereed, aanwijzer voor
Gereed voor
activiteit
Klik op een menuonderdeel en selecteer een
opdracht.
Klik op een knop in een lijst om een optie te
selecteren.
Klik op een knop om deze in of uit te schakelen of
om een waarde te verhogen of te verlagen.
Typen, aanwijzer voor
Gegevensinvoer
mogelijk
Klik en typ een waarde.
Aanwijzer voor pixelwaarde
Pipet voor
accenten
Plaats deze aanwijzer op een licht gebied in het
beeld om de pixelwaarde af te lezen op de RGB-
meter en het histogram. Klik op pixels om ze in te
stellen als accentwaarde. Klik bij het hulpmiddel
Belichting aanpassen (XPA) om de RGB-waarde
aan te passen.
Pipet voor
schaduwen
Plaats deze aanwijzer op een donker gebied in het
beeld om de pixelwaarde af te lezen op de RGB-
meter en het histogram. Klik op pixels om ze in te
stellen als schaduwwaarde.
Pipet en "nee"-
symbool
Geeft aan dat het gebied een gebied is waarin de
pixelwaarde niet beschikbaar is.
Wat is dit? Aanwijzer voor Help
Wat is dit? Help Klik op een hulpmiddel, veld, knop of
menuonderdeel om Help voor dat onderdeel te
krijgen.
Terug naar inhoudsopgave 115
B
Verklarende woordenlijst
a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u voorkeuren w x y z
8-bit-grijsschaal
Voor de exacte weergave van zwart-witfoto's. Deze grijsschaalbeelden
bevatten 256 grijstinten.
24-bit-kleur
Kleurenbeelden die zijn opgebouwd uit drie 8-bits kleurenkanalen.
Gecombineerd leveren de kanalen voor rood, groen en blauw
maximaal 16 miljoen kleuren op. Dit worden ook wel Ware kleuren
genoemd.
256 Kleur (optimaal palet)
Het palet voor dit type beeld bevat de 240 meest voorkomende kleuren
in het beeld plus de 16 basiskleuren.
256 Kleur (webpalet)
Een palet of kleurentabel met de rode, groene en blauwe pixelkleuren
die standaard zijn voor beelden die worden opgenomen op
webpagina's of in html-bestanden.
.bmp
Bestandsextensie die wordt gebruikt voor Windows-bitmapbeelden.
Zie ook Windows-bitmap
.
.dib
Device Independent Bitmap. Een gangbare bitmapindeling voor
Windows-programma's.
.fpx
Bestandsextensie die wordt gebruikt voor FlashPix-bestanden.
.gif
Bestandsextensie voor GIF-bestanden (Graphics Interchange Format).
.htm
Bestandsextensie voor HTML-bestanden (Hypertext Markup
Language). Als extensie wordt ook wel .html gebruikt.
116 Verklarende woordenlijst Terug naar inhoudsopgave
.jpg
Bestandsextensie voor JPEG-bestanden (Joint Photographic Experts
Group).
.pcx
Bestandsextensie voor Paintbrush-bestanden.
.pdf
Bestandsextensie voor PDF-bestanden (Portable Document Format).
.png
Bestandsextensie voor PNG-bestanden (Portable Network Graphics).
.rtf
Bestandsextensie voor RTF-bestanden (Rich Text Format).
.tif
Bestandsextensie voor TIFF-bestanden (met of zonder compressie).
.txt
Bestandsextensie voor gewone tekstbestanden.
.wmf
Bestandsextensie voor Windows-metabestanden.
a
accenten
Het lichtste deel van een beeld, bij weergave op het beeldscherm of bij
afdrukken meestal gereproduceerd als wit.
actief programma
Het programma waarin u aan het werk bent of dat geselecteerd is. De
kleur van de titelbalk van het actieve programma verandert om het te
onderscheiden van niet-actieve programma's.
Actieve XPA
Of XPA. Zie transparantenadapter.
ADI
Zie automatische documentinvoer.
ADI-glas
Het gedeelte van het scannerglas dat door de ADI wordt gebruikt voor
het scannen van documenten vanuit de invoerlade.
aliasing (trapjeseffect)
Het zichtbare trapeffect langs lijnen met hoeken of randen van
objecten dat het gevolg is van scherpe tooncontrasten tussen pixels.
Komt zowel in zwart-witbeelden als kleurenbeelden voor. Ook wel
kartelranden of jaggies genoemd.
anti-aliasing
Een techniek die de overgangen tussen pixels verzacht, waardoor het
trapeffect bij lijnrondingen wordt verminderd.
Terug naar inhoudsopgave Verklarende woordenlijst 117
automatisch bijsnijden
Bij automatisch bijsnijden worden alleen op het scannerglas
geregistreerde items weergegeven, en niets van het omringende
gebied.
automatische documentinvoer
Afgekort ADI. Optioneel accessoire waarmee meerdere pagina's
kunnen worden gescand.
automatische resolutie
Functie van de scannersoftware om automatisch de optimale
uitvoerresolutie toe te passen op het selectiegebied. De
uitvoerresolutie wordt bijvoorbeeld automatisch ingesteld op 200
wanneer Ware kleuren als uitvoertype is geselecteerd, en op 300 voor
het uitvoertype Zwart-wit (bitmap).
b
beeld
Digitale afbeelding die kan worden weergegeven op een beeldscherm
of kan worden opgeslagen op een schijf.
beeldbewerker
Programma waarin u bitmapbeelden (tekeningen en foto's) kunt
bewerken.
beeldgrootte
De grootte van een beeld, uitgedrukt in bytes en af te lezen op de
statusbalk. De bestandsgrootte en de beeldgrootte kunnen variëren, al
naar gelang het bestandstype.
belichting
De hoeveelheid licht, of helderheid en contrast, in een beeld.
bestandsgrootte
Het aantal bytes in een bestand. De bestandsgrootte van gescande
beelden wordt bepaald door resolutie, bestandstype, uitvoertype en
vergroting of verkleining. Om bijvoorbeeld de bestandsgrootte van
foto's terug te brengen, kunt u de bitdiepte of de resolutie verlagen.
bestandsindeling
De indeling waarin een scan wordt opgeslagen. Dankzij bepaalde
bestandsindelingen kunnen programma's zoals
tekstverwerkingsprogramma's scans invoegen, openen of importeren.
Gangbare indelingen voor beelden zijn .bmp, .jpg en .tif. Gangbare
indelingen voor tekst zijn .txt (tekst) en .rtf (Rich Text Format).
bestemming
Het bestand, programma of apparaat waarin het gescande beeld
gebruikt moet worden. Dit kan bijvoorbeeld een printer, een webpagina
of een e-mailprogramma zijn.
bewerkbare tekst
Tekst uit een gescand beeld die is omgezet in tekens die u kunt
wijzigen in een tekstverwerkingsprogramma of een ander programma
voor de bewerking van tekst. Al naar gelang de mogelijkheden van het
programma kunt u lettertype, lettergrootte, stijl en andere kenmerken
van bewerkbare tekst wijzigen en woorden of tekstfragmenten
wijzigen.
bijsnijden
Delen van een beeld weglaten uit de uiteindelijke scan.
118 Verklarende woordenlijst Terug naar inhoudsopgave
bitdiepte
Het aantal bits dat wordt gebruikt om de grijstint of kleur van elke pixel
in een beeld te definiëren. Een 1-bits beeld is zwart-wit. Een 8-bits
grijsschaalbeeld bevat 256 grijstinten. Een 8-bits kleurenbeeld bevat
256 geïndexeerde kleuren en is gekoppeld aan een specifiek palet of
een specifieke kleurentabel. Een 24-bits beeld kan meer dan
16 miljoen kleuren bevatten. Hoe groter de bitdiepte, hoe groter het
opgeslagen bestand wordt. Zie ook bestandsgrootte.
bitmap
Type beeld (zwart-wit, grijsschaal of kleur) dat bestaat uit een matrix of
raster van afzonderlijke pixels of puntjes. Ook wel raster, rasterbitmap
of rasterbeeld genoemd.
breedte
De horizontale afmeting van een scan zoals die op zijn bestemming zal
zijn.
bron
Het programma waaruit een beeld wordt gehaald voor gebruik in een
document. TWAIN-conforme programma's halen een beeld uit een
bron, bijvoorbeeld de HP Precisionscan Pro-software.
c
CMYK
Cyaan, magenta, geel, zwart. Het kleurenmodel waarbij alle kleuren
zijn samengesteld uit cyaan, magenta en geel, de primaire kleuren van
pigmenten zoals inkt, plus zwart. Printers maken gebruik van CMYK
om af te drukken in kleur.
configureren
Functie die gebruikers in staat stelt instellingen aan te passen die
bepalen hoe taken worden uitgevoerd met de scannerknoppen en de
scannersoftware.
contextgevoelige Help
Contextgevoelige Help geeft antwoord op vragen die te maken hebben
met het weergegeven onderwerp. Er zijn zes vormen van
hulpinformatie: Tekstlabels, tips, Wat is dit? Help, Smart Friend-tips,
statusbalkberichten en Help-opdrachten.
contrast
Het bereik tussen de lichtste en donkerste tinten in een beeld. Een
beeld met een hoog contrast bevat weinig grijstinten tussen zwart en
wit en lijkt te worden overheerst door sterke lichte en donkere tonen.
Een beeld met een laag contrast bevat veel grijstinten en ziet er al snel
vlak en saai uit. Het contrast kan worden gewijzigd middels de
instellingen voor accenten, schaduwen en middentonen.
d
definitieve grootte
De geschatte hoogte en breedte van de definitieve scan die wordt
gemaakt.
definitieve scan
Het beeld zoals gedefinieerd door het selectiegebied, dat wordt
verzonden naar een bestemming zoals een bestand, een printer, het
klembord of een ander programma.
Terug naar inhoudsopgave Verklarende woordenlijst 119
densiteit
Het vermogen van materiaal om licht te absorberen of door te laten.
Hoe groter de densiteit van een materiaal of object, des te meer zwart
het bevat. Dit geldt voor zowel zwart-witbeelden als kleurenbeelden.
diahouder
Een onderdeel van de XPA waarin u te scannen dia's kunt plaatsen.
Deze is aan de onderkant van de XPA-lichtbron bevestigd.
document
In de context van deze documentatie heeft de term 'document'
betrekking op een origineel item dat tekst of zowel tekst als
beeldmateriaal bevat. Een document kan ook een origineel item zijn
dat wordt gescand met behulp van de automatische documentinvoer.
doorlopende tekst
Bij gebruik van de optie Doorlopende tekst wordt de uitvoer bij
conversie in één kolom geplaatst, waarbij beelden zo dicht mogelijk bij
de bijbehorende tekst worden geplaatst.
dots per inch (punten per inch)
Zie dpi.
dpi
Dots per inch. Het aantal puntjes in een inch. De maateenheid DPI
wordt gebruikt om de resolutie te beschrijven van printers en scanners,
die beelden en tekst opbouwen als een reeks ronde puntjes. Hoe
hoger de DPI-waarde, des te hoger de resolutie is.
dubbelklikken
De muisknop tweemaal achtereen snel indrukken en loslaten.
e
effenen
Het proces van verwijdering van een ongewenst patroon, zoals een
moiré-patroon, dat voorkomt in een gedrukt origineel, zodat het
patroon niet optreedt in het gescande beeld.
e-mail
Netwerk waarbinnen u berichten en digitale bestanden kunt
uitwisselen. E-mail kan ook worden verzonden via webbrowsers.
Energiebesparing
Een energiebesparende modus wanneer de scanner gedurende
bepaalde tijd niet wordt gebruikt.
exporteren
Een bestand opslaan in een bepaalde bestandsindeling voor gebruik in
andere programma's.
f
FlashPix
Een indeling die een snellere verwerking mogelijk maakt, maar ook
grotere bestanden oplevert. FlashPix-bestanden, die worden
opgeslagen met de extensie .fpx, kunnen worden gebruikt op het
Windows- en het Mac OS-platform. De indeling werd ontwikkeld door
Hewlett-Packard, Kodak, Live Picture en Microsoft.
120 Verklarende woordenlijst Terug naar inhoudsopgave
g
gamma
Het contrast in de grijswaarden in het middengebied of de
middentonen van een beeld. Door het gamma van een beeld aan te
passen, kunt u de helderheidswaarden in het middengebied van
grijstinten wijzigen zonder de schaduwen en accenten te sterk te
veranderen. Dit geldt voor zowel zwart-witbeelden als kleurenbeelden.
De standaardinstelling is 2,2 en vormt de beste waarde voor een
getrouwe weergave op verschillende computersystemen.
gecomprimeerd TIFF-bestand
Tagged Image File Format, gecomprimeerd. Bitmap-bestandsindeling
voor beelden, waarmee beelden met een kleurdiepte van maximaal
24-bits kunnen worden opgeslagen. De bestandsindeling TIFF wordt
aanbevolen voor gescande beelden en wordt ondersteund door een
groot aantal programma's en systemen. Gecomprimeerde TIFF-
bestanden maken gebruik van gegevenscompressie om de grootte van
het resulterende bestand terug te brengen. Gecomprimeerde TIFF-
bestanden worden opgeslagen met de extensie .tif.
geïnterpoleerde resolutie
Resolutie die is gewijzigd in de scannersoftware in plaats van in de
hardware. Als het gescande beeld bijvoorbeeld 600 dpi is, kan de
resolutie wellicht worden verhoogd tot 1200 dpi in de scannersoftware.
Op die manier kunnen kleine beelden worden vergroot.
gekarteld
Heeft betrekking op onregelmatige overgangen tussen zwart en wit of
tussen verschillende kleuren in een gescand beeld. Kartelranden
kunnen worden voorkomen door te scannen met een hogere resolutie
dan die van het uitvoerapparaat of door het beeld na het scannen niet
meer te vergroten of te verkleinen.
geschatte grootte
Heeft betrekking op de hoeveelheid schijfruimte die een scan in beslag
neemt als u deze opslaat als bestand. De waarde voor de geschatte
grootte is niet van toepassing als het uitvoertype voor de scan is
ingesteld op tekst; de waarde geldt alleen voor een beeldrepresentatie
van de scan.
Graphics Interchange Format
Bestanden met een GIF-formaat worden door vele Windows-
programma's ondersteund. Bestanden die in dit formaat worden
opgeslagen, ondersteunen 256 kleuren. GIF-bestanden worden
opgeslagen met de bestandsextensie .gif.
grijsschaal
Origineel of uitvoertype dat grijstinten bevat, in plaats van alleen zwart
en wit. In een grijsschaalbeeld bevat elke pixel meerdere bits met
informatie, waardoor er meerdere grijstinten kunnen worden
vastgelegd en weergegeven. Vier bits per pixel betekent een
reproductie van maximaal 16 grijstinten, acht bits per pixel een
reproductie van 256 grijstinten. Grijsschaal wordt het meest gebruikt
als het origineel een zwart-witfoto is, maar is ook effectief voor het
behouden van nuances in potloodtekeningen.
h
halftone
Origineel dat bestaat uit een patroon van puntjes, waarmee voor het
menselijk oog grijstinten of kleuren worden gesimuleerd. Alle soorten
drukwerk kunnen halftones bevatten. Als u in plaats van foto's
halftones scant, is de uiteindelijke beeldkwaliteit vaak slechter.
Terug naar inhoudsopgave Verklarende woordenlijst 121
helderheid
De balans tussen licht (accenten) en donker (schaduwen) in een
beeld. Voor zwart-witbeelden geldt: hoe lager de helderheid, des te
dichter het beeld bij zwart komt. Hoe hoger de helderheid, des te
dichter het beeld bij wit komt. Helderheid dient niet te worden verward
met contrast; contrast meet het bereik tussen de donkerste en lichtste
tinten in een beeld. Helderheid bepaalt de intensiteit van tinten in een
beeld, contrast het aantal tinten in het beeld.
histogram
Grafische weergave van de concentratie van pixels bij elke intensiteit
of grijswaarde in het selectiegebied van het gescande beeld. Aan de
hand van een histogram kan de optimale waarde voor de accenten, de
schaduwen of de zwart-witdrempel van een beeld worden bepaald.
hoogte
De verticale afmeting van een scan zoals die op zijn bestemming zal
zijn.
HP Share-to-Web
Geautomatiseerde functie waarmee gescande beelden rechtstreeks
naar een bestemming op het web worden verzonden. Koppelingen
naar websites zijn in het Engels.
HP Precisionscan Pro-software
De scannersoftware die HP levert. Bevat functies voor het maken van
een voorbeeldscan voordat een beeld naar een bestemming wordt
gestuurd, het aanbrengen van wijzigingen, bijvoorbeeld in resolutie,
formaat en contrast, en het opslaan van beelden als bestanden.
HP Scanjet-kopieerhulpprogramma
Een hulpprogramma voor het kiezen van het aantal exemplaren,
printerbestemming en andere kopieeropties.
HTML
HyperText Markup Language. Taal die wordt gebruikt voor de
vervaardiging van documenten voor het World Wide Web.
Documenten kunnen worden opgeslagen in de indeling HTML en
krijgen .htm of .html als extensie.
hulpmiddel Draaien
De hele scan 90 graden met de klok mee (rechtsom) of tegen de klok
in (linksom) draaien.
i
importeren
Een gescand beeld naar een document in een ander programma
brengen.
Infobalk
Een van de vormen van hulp die verschijnt in de balk in de
linkeronderhoek van het scherm met de volgende informatie: breedte
en hoogte van het uitvoerbeeld, het schaalpercentage, het
geselecteerde uitvoertype en een Helpknop.
instellingen
Door instellingen op te slaan, kunnen gebruikers een groep
instellingen opslaan die is gebruikt voor een gescand beeld en die
instellingen opnieuw gebruiken voor nieuwe te scannen beelden.
122 Verklarende woordenlijst Terug naar inhoudsopgave
interfaceaansluiting
De aansluiting tussen de scanner en de computer. Dit kan een
parallelle, USB- of SCSI-aansluiting zijn, afhankelijk van het
scannermodel en uw besturingssysteem.
interpolatie
Het proces waarbij de resolutie van een beeld wordt verhoogd door
toevoeging van nieuwe pixels in het hele beeld, waarvan de kleuren
zijn gebaseerd op aangrenzende pixels.
inzoomen
De mogelijkheid om het beeld in het voorbeeldvenster uit te vergroten,
zodat er subtielere aanpassingen kunnen worden verricht. Inzoomen is
iets anders dan vergroting van het beeld dat wordt opgeslagen of
afgedrukt, naar het klembord wordt gekopieerd of naar een ander
programma wordt gesleept.
item
De tastbare tekening, foto, collage, enz. die u in de scanner plaatst om
te scannen. Als een item eenmaal is gescand, wordt het beeld of
gescand beeld genoemd.
j
JPEG
Joint Photographic Experts Group. Bestandsindeling met compressie,
die de bestandsgrootte reduceert en zorgt voor snellere toegang tot
bestanden. Door deze indeling kunnen de beeldkwaliteit en de
prestaties teruglopen als een bestand wordt gedecomprimeerd en
opnieuw wordt gecomprimeerd. JPEG-bestanden worden opgeslagen
met de bestandsextensie .jpg.
k
keuzelijst (of menu)
Een lijst met items die verschijnt wanneer u klikt of de aanwijzer plaatst
op een opdracht als Bestand of Bewerken.
kleurbalans
De balans tussen kleuren over het volledige toonbereik. De
kleurenbalans is met name belangrijk bij het scannen van objecten die
neutrale tonen (grijzen) of grote vlakken in één kleur bevatten.
kleurcorrectie
Proces van beeldaanpassing ter correctie van kenmerken van invoer-
en uitvoerapparaten of kleurfoutjes in het origineel.
kleurdiepte
Het aantal kleuren dat een monitor tegelijk kan weergeven. De meeste
PC-monitoren ondersteunen de volgende kleurendieptes: 8-bits kleur
(256 kleuren), 16-bits kleur (ongeveer 65.000 kleuren), 24-bits kleur
(ongeveer 16,7 miljoen kleuren) en 32-bits kleur. Hoe groter de
kleurendiepte, des te levensechter beelden er op het scherm uitzien.
kleuren omkeren
De kleuren in een beeld omkeren (in een zwart-witbeeld bijvoorbeeld
worden de zwarte delen wit en de witte delen zwart).
kleurenkaart
Functie die wordt gebruikt voor aanpassing van de kleurenbalans en
de tint.
Terug naar inhoudsopgave Verklarende woordenlijst 123
kleurenkanaal
De rode, groen en blauwe component waaruit kleuren worden
opgebouwd.
klikken
De linkermuiksnop één keer indrukken en loslaten. Rechts-klikken
betekent de rechtermuisknop één keer indrukken en loslaten.
koppelen
Het venster van een functie koppelen aan het venster van het
hoofdprogramma.
korrelig
Heeft betrekking op beelden, afbeeldingen of foto's waarin de
afzonderlijke pixels relatief groot zijn en waarin tussen de pixels stukjes
wit zichtbaar zijn. Daardoor wordt de algehele waargenomen
beeldkwaliteit slechter. Korreligheid kan optreden wanneer u een
slecht origineel scant of de bitdiepte van het gescande beeld verlaagt
door rastering of halftoning.
l
lichtafscherming voor dia's
Dit XPA-onderdeel blokkeert overbelichting en verbetert de
beeldkwaliteit tijdens het scannen van dia's. Plaats het in de diahouder
nadat u de dia's heeft geplaatst.
lichtafscherming voor negatieven
Dit XPA-onderdeel blokkeert overbelichting en verbetert de
beeldkwaliteit tijdens het scannen van negatieven. Plaats het in de
negatievenhouder nadat u de negatieven heeft geplaatst.
liggend
De stand van een foto of beeld met een grotere breedte dan hoogte.
Wanneer de hoogte groter is dan de breedte, wordt de stand van het
beeld 'staand' genoemd.
m
maximale pixeldiepte
Bij keuze van deze optie wordt het aantal bits per pixel verhoogd
wanneer de scan naar de software wordt verzonden. Wanneer de optie
is uitgeschakeld, worden er 8-bits per pixel verzonden voor
grijsschaalbeelden en 24-bits per pixel voor kleurenbeelden. Wanneer
de optie is ingeschakeld, worden er 16-bits per pixel verzonden voor
grijsschaalbeelden en 48-bits per pixel voor kleurenbeelden.
met de rechtermuisknop klikken
De rechtermuisknop één keer indrukken en loslaten.
middentonen
De grijze tinten van een beeld. De middentonen liggen gewoonlijk
tussen 30% en 70% zwart. Met de regelaar voor de middentonen past
u de helderheid van grijstinten in het beeld aan, zodat de lichtste en
donkerste delen van het beeld correct kunnen worden weergegeven op
het beeldscherm. Hoe hoger de instelling, des te helderder wordt het
beeld op het beeldscherm.
124 Verklarende woordenlijst Terug naar inhoudsopgave
moiré
Een ongewenst patroon in kleurendrukwerk, voortkomend uit het
gebruik van verkeerde rasterhoeken bij het drukken van halftones.
Moiré
patronen treden meestal op bij het scannen van een halftone, bij
het scannen van beelden die rechtstreeks uit een krant of tijdschrift
afkomstig zijn of bij het vergroten of verkleinen van een beeld in een
beeldbewerkingsprogramma nadat het is gescand.
n
negatievenhouder
Een onderdeel van de XPA waarin u te scannen negatieven kunt
plaatsen. Plaats het in de diahouder onder aan de XPA-lichtbron zodat
de negatieven op juiste wijze gescand worden.
negatievensjabloon
Sjabloon die wordt geleverd bij de optionele transparantenadapter, die
op het scannerglas wordt geplaatst. Negatieven worden in de sjabloon
gelegd.
o
OCR
Zie optische tekenherkenning.
omgezette tekst
Tekst die in digitale vorm is omgezet door een OCR-programma.
omkaderde tekst
Bij gebruik van de optie Omkaderde tekst worden tekst en beelden in
een kader geplaatst, waarbij de opmaak in het originele document zo
dicht mogelijk wordt benaderd. Uitgebreidere bewerking van de tekst
kan moeilijker zijn, omdat kaders veelal niet automatisch groter worden
als er meer tekst in moet passen.
ophalen
Opdracht die voorkomt in programma's die TWAIN ondersteunen. Bij
keuze van Ophalen gaat de gebruiker rechtstreeks naar de
geselecteerde scannersoftware en wordt het gescande beeld
teruggebracht naar het oorspronkelijke programma.
optimaal palet
Een palet of een kleurentabel bestaande uit de pixelkleuren die
voorkomen in een beeld.
optische resolutie
De ware resolutie van een scanner: de resolutie waarmee de scanner
beelden vastlegt. Zie ook: geïnterpoleerde resolutie.
optische tekenherkenning
Afgekort OCR. Techniek die letters in een gescand beeld herkent en
ze vertaalt in ASCII-tekens ofwel bewerkbare tekst.
origineel
Het originele document of beeldmateriaal dat moet worden gescand.
Terug naar inhoudsopgave Verklarende woordenlijst 125
p
Paintbrush
Een bitmap bestandsformaat (.pcx extensie) dat wordt ondersteund
door MS-DOS, Windows, UNIX, andere platforms en diverse
programma's. Paintbrush-bestanden ondersteunen 24-bits kleuren en
kunnen een maximale beeldgrootte van 64,000 bij 64,000 pixels
bevatten.
palet
Een subset van de kleurenzoektabel, waarin de kleuren zijn
opgenomen die op een bepaald moment op het beeldscherm kunnen
worden weergegeven. De enige kleurdiepte waarbij meerdere paletten
mogelijk zijn, is de instelling 256 kleuren (of 8-bits) voor het
beeldscherm. Bij een kleurdiepte van 256 kleuren kan elk programma
(of zelfs elk afzonderlijk beeld dat wordt gebruikt of bewerkt in een
programma) een ander kleurenpalet hebben.
paletvernieuwing
De vernieuwing die optreedt wanneer het beeldscherm wordt ingesteld
op een kleurdiepte van 256 kleuren en een ander programma wordt
geactiveerd. Wanneer u andere programma's activeert, wordt het palet
van het actieve programma het systeempalet en vernieuwen alle
andere programma's hun vensters zo nauwkeurig mogelijk op basis
van de nieuwe kleuren.
pc-faxprogramma
Programma voor de verzending van digitale documenten naar iemands
faxapparaat of faxprogramma. Maakt het ook mogelijk gefaxte
documenten te ontvangen op de computer in plaats van op een
faxapparaat.
pixel
Het kleinste element (picture element) waaraan een eigen kleur en
intensiteit kan worden toegekend en dat kan worden weergegeven op
een beeldscherm. Pixels zijn vierkante puntjes die zijn gerangschikt in
een rasterpatroon. Op het scherm weergegeven beelden zijn
opgebouwd uit deze puntjes.
plaatsingssjabloon
Dit XPA is een grote sjabloon met een rechthoekige uitsnijding voor het
correct plaatsen van de XPA-lichtbron op het scannerbed.
PNG
Portable Network Graphics formaat. Bestandsindeling met compressie
voor beelden, geschikt voor het web. Gaat wellicht GIF vervangen
vanwege copyrightproblemen met de indeling GIF. PNG comprimeert
zonder verlies, ondersteunt interlacing (interliniëring) en kan in
tegenstelling tot GIF worden gebruikt in combinatie met het uitvoertype
Ware kleuren.
PPI
Pixels Per Inch. Maateenheid voor de resolutie van monitoren en
scanners, waarbij elk afzonderlijk element een vierkante pixel is.
printerresolutie
Maateenheid voor het aantal dots per inch (dpi) dat de printer kan
afdrukken. De momenteel gangbare laserprinters hebben een
resolutie van 600 dpi en inkjetprinters hebben een resolutie van
300 dpi voor foto's en 600 dpi voor tekst, Beeldbelichters hebben een
resolutie van 1200 of 2400 dpi. Hoe groter het aantal dots per inch, des
te strakker is de uitvoer en des te groter het aantal grijswaarden en
kleuren dat het uitvoerapparaat kan beschrijven.
126 Verklarende woordenlijst Terug naar inhoudsopgave
productrondleiding
De Productrondleiding biedt een overzicht van de mogelijkheden van
de scanner en van de manier waarop scantaken worden uitgevoerd.
De rondleiding verschijnt telkens wanneer de scannersoftware wordt
gestart, tenzij u deze uitschakelt. De rondleiding kan ook worden
geactiveerd via het menu Help.
q
r
rand
Lijn rond het gescande beeld die de grens van de scan aangeeft. Als u
op een beeld klikt, worden er een selectierand en grepen zichtbaar,
waarmee u het te scannen gebied definieert.
raster
Type beeld (zwart-wit, grijsschaal of kleur) dat bestaat uit een matrix of
raster van afzonderlijke pixels of puntjes. Ook wel bitmap genoemd.
rasteren
Het proces waarmee pixelkleuren worden gesimuleerd bij
vermindering van de kleurdiepte van een beeld. Rastering kan
overgangen tussen kleuren verbeteren bij het terugbrengen van een
24-bits beeld naar een 8-bits beeld.
regelaarbereik
Dit bereik bepaalt het aantal bits dat wordt gebruikt in de
aanpassingsvensters voor belichtingscorrectie, schaduwdetail en
zwart-witdrempel. Hoe groter de bitdiepte, des te meer controle de
gebruiker heeft bij aanpassingen met behulp van deze
beeldbewerkingsfuncties.
resolutie
Maateenheid voor het aantal dots per inch (dpi) dat wordt gescand,
weergegeven of afgedrukt. Hoe hoger de dpi-waarde, des te meer
detail er zichtbaar wordt en des te groter de bestandsgrootte wordt.
Het uiteindelijke uitvoerapparaat (monitor, printer) voor een gescand
beeld bepaalt de resolutie van het beeld. Als u een beeld bijvoorbeeld
scant op 600 dpi (de optimale resolutie) en uw printer kan maximaal op
300 dpi afdrukken, krijgt het afgedrukte beeld een resolutie van
hooguit 300 dpi.
RGB
Rood, groen, blauw. Kleurenmodel waarbij elke kleur is samengesteld
uit verschillende hoeveelheden rood, groen en blauw, de drie primaire
kleuren van licht. RGB wordt gebruikt voor de weergave van kleuren
op het beeldscherm van een computer.
rich text format
Indeling voor tekstbestanden. In de rtf-indeling blijft alle opmaak van
het oorspronkelijke tekstdocument behouden. De opmaak wordt
vertaald in instructies die compatibele programma's kunnen
interpreteren. Rtf-bestanden worden opgeslagen met de
bestandsextensie .rtf.
ruisreductie
Deze optie vermindert de ruis (ongewenste stipjes) in een beeld door
toepassing van softwarematige algoritmen, om de effecten van ruis in
de elektronische onderdelen van de scanner te minimaliseren.
s
scanbron
Scanbronnen zijn het scannerglas en transparanten (dia's of
negatieven).
Terug naar inhoudsopgave Verklarende woordenlijst 127
scannen naar website
Term voor het rechtstreeks scannen van items naar een website.
scannen
Een afbeelding, foto of tekst met een scanner vastleggen als digitaal
beeld. Het resultaat hiervan wordt een scan genoemd.
scannerdeksel
Het deksel of de klep van de scanner, dat het papier plat houdt tijdens
het scannen.
scannerglas
Het glasvlak van de scanner waarop te scannen items worden gelegd.
Meestal scannerglas genoemd.
scannerglas
Het glasvlak van de scanner waarop te scannen items worden gelegd.
Ook wel scannerbed genoemd.
schaal proportioneel wijzigen
Methode voor vergroting of verkleining van een beeld waarbij het beeld
in verticale en horizontale richting evenveel wordt vergroot of verkleind.
schaal wijzigen
De fysieke afmetingen van een beeld verkleinen of vergroten met
behoud van de hoogte-breedteverhouding (de verhouding tussen de
horizontale en de verticale afmeting).
schaduw
Het donkerste deel van een beeld, bij weergave op het beeldscherm of
bij afdrukken meestal gereproduceerd als bijna zwart. Het bereik
tussen de accenten en de schaduwen bepaalt de kwaliteit en de
kleurdifferentiatie in het beeld.
schermresolutie
Maateenheid voor het aantal lijnen per inch (lpi) dat een beeldscherm
kan weergeven. Dit is meestal 75 lpi.
scherpte
Heeft betrekking op de scherpte van een beeld.
selectiegebied
Het gebied binnen de rechthoekige rand die wordt getrokken rond een
deel van het beeld in het voorbeeldvenster. Het selectiegebied wordt
gescand wanneer u het beeld sleept en neerzet, opslaat naar een
bestand, kopieert naar het klembord of afdrukt.
slepen
Een object verplaatsen op het scherm. Plaats de aanwijzer op het
beeld of het selectiegebied, houd de linkermuisknop ingedrukt en
beweeg de muis om het object te verplaatsen.
slepen-en-neerzetten
Een object verplaatsen naar een andere locatie en het daar laten. Klik
op het object, sleep het naar een nieuwe locatie, zoals een open
document in een ander programma en laat de muisknop los. Bij slepen
-en-neerzetten tussen programma's wordt een kopie van het object in
het ontvangende programma geplaatst.
128 Verklarende woordenlijst Terug naar inhoudsopgave
Smart Friends
Smart Friends zijn tips die automatisch verschijnen om u te
waarschuwen voor mogelijke problemen. Als u bijvoorbeeld een hoge
resolutie instelt maar het gescande beeld als e-mail wilt verzenden,
waarschuwt een Smart Friend u dat het bestand waarschijnlijk te groot
is voor een e-mail.
sneltoetsen
Een toets of combinatie van toetsen waarmee u snel veelgebruikte
taken kunt uitvoeren.
staand
De stand van een foto of beeld met een grotere hoogte dan breedte.
Wanneer de breedte groter is dan de hoogte, wordt de stand van het
beeld 'liggend' genoemd.
standaardinstellingen
Vastliggende instellingen in de scannersoftware die waarden bepalen
ten behoeve van de gebruiker. De HP Precisionscan Pro-software kent
standaardinstellingen voor: Uitvoertype, Uitvoerresolutie, Kleur,
Belichting, Zwart-witdrempel en Verscherpingsniveau. Gebruikers
kunnen eigen instellingen voorrang geven boven
standaardinstellingen.
Start knop
Knop op de (Windows) taakbalk die kan worden gebruikt om een
programma snel te starten, bestanden te zoeken, instellingen te
wijzigen en documenten te openen.
statusbalk
Gebied onder in het venster van de meeste Windows-programma's,
dat informatie geeft over de in gang zijnde activiteit.
steunkleuren
Functie in de software die grote kleurvlakken in een gescand beeld
opzoekt en daar één kleur op toepast.
stuurprogramma
Software die het systeem gebruikt voor de communicatie met
apparaten, zoals een beeldscherm, printer, muis of scanner.
systeempalet
Palet of kleurentabel waarin een webpalet is opgenomen, plus een
aantal grijstinten en de 16 VGA kleuren.
t
taakbalk
Werkbalk die is gekoppeld aan het bureaublad van Windows. De
taakbalk bevat de knop Start, knoppen voor elk open programma en
een statusveld.
tekst
Bij het scannen wordt tekst opgeslagen in de volgende indelingen: .txt,
doorzoekbare .pdf, .htm en .rtf.
thresholding
Het proces waarbij alle gebieden die donkerder zijn dan een bepaalde
waarde zwart worden weergegeven en alle gebieden die lichter zijn
dan een bepaalde waarde wit worden weergegeven. Kan van pas
komen bij de conversie van grijsschaalbeelden in zwart-witbeelden.
Terug naar inhoudsopgave Verklarende woordenlijst 129
TIFF
Tagged Image File Format. Bitmap-bestandsindeling voor beelden,
waarmee beelden met een kleurdiepte van maximaal 24-bits kunnen
worden opgeslagen. De bestandsindeling TIFF is met name geschikt
voor gescande beelden en wordt ondersteund door een groot aantal
programma's en systemen. TIFF-bestanden worden opgeslagen met
de bestandsextensie .tif.
tint
Het onderscheidende kenmerk van een zichtbare kleur, dat u in staat
stelt de kleur te onderscheiden van andere kleuren. Voor fotografie,
scannen en afdrukken zijn met name de volgende zes tinten van
belang: rood, geel, groen, cyaan, blauw en magenta. De tint wordt
bepaald door de frequentie van de lichtgolf die de kleur vormt. Zie ook
verzadiging.
Tip
Korte omschrijving die verschijnt wanneer de aanwijzer op een functie
staat (zoals een menuonderdeel of een knop op de werkbalk) in het
venster van een programma.
toon
Het algehele effect dat wordt bereikt door de combinatie van belichting,
tint en kleur.
transparantenadapter
Afgekort XPA. Een optionele accessoire voor het scannen van
negatieven en dia's. Een XPA-aansluiting is in de scanner aangebracht
en er wordt een sjabloon gebruikt voor de plaatsing van transparanten
op het glas.
TWAIN
Een in de industrie geaccepteerd communicatieprotocol voor het
sturen van instructies naar hardware (zoals een scanner) en het
ontvangen van gegevens van hardware (zoals een beeld). Wanneer u
een programma gebruikt dat TWAIN ondersteunt, kunt u de HP
Precisionscan Pro-software rechtstreeks vanuit dat programma
starten.
u
uitvoer
Het bestand dat wordt gegenereerd door het scanproces.
uitvoerafmetingen
De feitelijke hoogte en breedte van een beeld wanneer het wordt
opgeslagen. Wijzigingen in het beeldformaat zijn niet zichtbaar in het
voorbeeldvenster, omdat de beeldgrootte alleen betrekking heeft op de
uiteindelijke scan.
uitvoertype
Het type bestand dat wordt gegenereerd tijdens het scanproces. Het
uitvoertype bepaalt de bitdiepte van het beeld.
USB
Universal Serial Bus. Interface voor de aansluiting van randapparaten,
zoals scanners, op een computer.
130 Verklarende woordenlijst Terug naar inhoudsopgave
v
vector
Type beeld dat gebruikmaakt van wiskundige vergelijkingen ter
definitie van de verschillende rechte en gebogen lijnen waaruit een
beeld is opgebouwd.
verscherpen
Het detail in een beeld verbeteren.
verzadiging
De intensiteit van kleur in een bepaalde tint. Een beeld met een hoge
kleurverzadiging heeft sprekende kleuren. Een zwart-witfoto heeft een
verzadiging van nul. Zie ook tint.
voorbeeld
Functie voor weergave van een te scannen beeld, zodat het kan
worden bekeken in de scannersoftware. Op basis van het voorbeeld
kunt u het gebied selecteren dat moet worden opgeslagen,
aanpassingen aanbrengen in de toon, kleur en grootte en het
uiteindelijke beeld opslaan.
voorbeeldvenster
Het rechthoekige vlak in de software waarin het gescande beeld wordt
weergegeven.
voorkeuren
Heeft de betrekking op een methode van scannergebruik waaraan een
gebruiker de voorkeur geeft. De scannersoftware slaat automatisch
bepaalde voorkeuren op, zoals de positie van werkbalken en de
bestemming van een scan, die worden geregistreerd tijdens normaal
gebruik van de scanner. Sommige voorkeuren worden telkens
wanneer de scanner wordt gebruikt opnieuw opgeslagen, andere
gelden alleen voor de duur van een scansessie.
voorpaneel
Het gedeelte op het voorpaneel van de scanner dat de knoppen bevat
voor verzending van een item naar een bestemming of wijziging van
instellingen.
w
Ware kleuren, opdracht
Type beeld dat wordt weergegeven met 24-bits per pixel per kleur.
Webpalet
Een palet (of kleurentabel) met rode, groene en blauwe pixelkleuren
dat standaard is voor beelden die worden opgenomen op webpagina's
of in html-bestanden. Het bestaat uit 216 verschillende kleuren (alle
combinaties van de waarden 0, 51, 102, 153, 204 en 255).
weergaveresolutie
Het aantal pixels dat een computermonitor horizontaal en verticaal kan
weergeven. Gangbare beeldschermresoluties zijn 640 x 480 (VGA),
800 x 600 (super-VGA) en 1024 x 786.
Terug naar inhoudsopgave Verklarende woordenlijst 131
wegvallende pixels
Pixels in een beeld die extreem licht of donker zijn en die aan detail
zouden verliezen wanneer het beeld wordt afgedrukt of weergegeven.
werkbalk
Gebied dat knoppen bevat voor functies van een programma.
WIA
Windows Imaging Application. De methode die MS Word gebruikt om
gescande beelden in een open Word-document te plaatsen.
Vergelijkbaar met TWAIN.
Windows bitmap
Een bitmap bestandsformaat voor afbeeldingen dat door de meeste
Windows-programma's wordt ondesrteund. Windows
bitmapbestanden ondersteunen 1-, 4-, 16-, 24-, en 32-bits kleuren.
Windows-bitmapbestanden worden opgeslagen met de
bestandsextensie .bmp.
Windows-metabestand
Een bestandsformaat dat 24-bits kleuren ondesrteund en dat wordt
gebruikt voor de opslag en uitwisseling van gegevens tussen
Windows-programma's. Windows-metabestanden worden opgeslagen
met de bestandsextensie .wmf.
x
XPA
Zie transparantenadapter.
XPA lichtbron
Dit XPA onderdeel is een lamp die op de scanner kan worden
aangesloten. Het past in de plaatsingssjabloon en geeft licht aan de
achterzijde van dia's en negatieven zodat deze op juiste wijze gescand
kunnen worden. (Het kan ook worden gebruikt als een lichtbak bij het
bekijken van dia's.)
y
z
zwart-wit (bitmap)
Zwart-witbitmaps bevatten alleen zwarte en witte pixels, geen kleuren
of grijstinten. Elke pixel staat voor één bit.
zwart-wit (schaalbaar)
Schaalbare zwart-witbeelden zijn zwart-witbeelden die zijn opgebouwd
uit lijnen in plaats van puntjes. Dergelijke beelden moeten worden
opgeslagen als wmf-bestanden.
Zwart-witdrempel, functie
Met de functie Zwart-witdrempel kunt u het omslagpunt wijzigen
tussen de zwarte en witte pixels in een beeld van het uitvoertype
Zwart-wit (bitmap). Alle pixels beneden de drempelwaarde worden
zwart en alle pixels boven de drempelwaarde worden wit.
132 Verklarende woordenlijst Terug naar inhoudsopgave
133
Index
A
aan de achterzijde gegomd papier, scannen
13
aanpassen
accenten
49
contrast
44
helderheid
48
instellingen
66
kleurenkanalen
57
middentonen
48
resolutiewaarden
69
scannerknoppen
32
schaduwen
50
tint
54
toonresolutie
69
uitvoerniveaus
52
verzadiging
55
voorkeuren voor scannerknoppen
32
voorkeuren voor scannersoftware
67
zwart-witdrempel
56
aanwijzers
contextgevoelige
114
gereed
114
selectiegebied
114
slepen en neerzetten
64
typen
114
wit pipet, hulpmiddel
49
zwart pipet
50
accenten
aanpassen
49
alarm
51
automatische aanpassing
68
definitie
116
histogram
54
transparante items, aanpassen voor
80
wegvallende gebieden, controle op
51
accessoires
gebruiken
73
probleemoplossing
99
8-bits grijsschaal, definitie
115
achtergrond, beelden instellen als
63
actief programma, definitie
116
adapter, transparanten-. Zie XPA
ADI (automatische documentinvoer)
capaciteit
100
documentspecificaties
14
invoerproblemen
100
laden
74
modellen met
3
papierstoringen, verhelpen
101, 103
papierstoringen, voorkomen
100
probleemoplossing
100
reinigen
105
scannen vanuit
74
Scannen vanuit, dialoogvenster
74
Adobe Acrobat Reader
62
Zie ook pdf-bestanden
afbeeldingen
Zie ook beelden
afgesneden
93
bestandsindelingen
61
afdrukken
documentatie
11
in HP Scanjet-kopieerhulpprogramma
12
kopieën
31
probleemoplossing
97
resoluties voor
125
scans
62
werkbalk, sneltoetsen voor
111
Afdrukken, opdracht
gebruiken
62
sneltoetsen
108, 111
afgesneden pagina's, probleemoplossing
93
aflezingen, toonresolutie
69
afmetingen
grootte wijzigen van beelden
43
papierformaten
13, 14
afscherming, licht
dia's
76
negatieven
77
Afsluiten
108
alarm, voor accenten en schaduwen
51
alcohol, reinigen met
104, 105
aliasing, definitie
116
Alle Smart Friends inschakelen,
opdracht
38, 110
Alle Smart Friends uitschakelen,
opdracht
38, 110
Alles selecteren, opdracht
40, 108
anti-aliasing, definitie
116
ASCII-tekst, opslaan als
62
automatisch bijsnijden, definitie
117
automatische belichtingsaanpassing
68
automatische documentinvoer. Zie ADI
automatische resolutie
117
B
bakken, rond dia's of negatieven
94
balans, kleur-
aanpassen
54
definitie
122
Beeld verzenden naar, opdracht
gebruiken
70
sneltoetsen
108, 111
beelden
accenten, aanpassen
49
bestandsindelingen
61
definitie
117
donkerder maken
48
draaien
45
formaat wijzigen
43
lichter maken
48
middentonen, aanpassen
48
omkeren, kleuren
47
schaduwen, aanpassen
50
spiegelen
45
uitvoerniveaus, aanpassen
52
verscherpen
46
verzenden naar programma's
59
beeldkwaliteit, probleemoplossing
89
beginnen te scannen
met HP Precisionscan Pro-software
39
methoden voor
12
via scannerknoppen
21
via TWAIN
70
bekijken
dia's
76
productrondleiding
11
RGB-waarden
53
belichting
automatische aanpassing
68
definitie
117
Belichting aanpassen, opdracht
gebruiken
48, 49, 50
sneltoetsen
109
transparante items
79
Bestand openen, opdracht
86
bestanden
bijvoegen bij e-mail
28
opslaan naar
60
slepen en neerzetten
64
bestandsformaten, typen
61
bestandsgrootte
definitie
117
opties
34
resolutiewijzigingen
44
statusbalk
113
verkleinen
19
beste kwaliteit, instellingen voor
67
bestemmingen
definitie
24
knop kiezen
22
Opties knop E-mail
33
probleemoplossing
96
scannen naar
25
bewerkbare tekst
definitie
117
nauwkeurigheid van
71
opties voor
69
probleemoplossing
95
talen
69
uitvoertypen voor
42
Bewerkbare tekst (OCR), optie, sneltoets
voor
109
Bewerken-menu, sneltoetsen voor
108
Bewerkingen ongedaan maken, opdracht
gebruiken
46
sneltoetsen
108, 111
bijsnijden
definitie
117
scangebied
40
bijvoegen, bestanden bij e-mail
28, 34
bitdiepte, definitie
118
bitmapbestanden (.bmp)
definitie
118
gebruiken
61
blanco pagina's, probleemoplossing
90, 93
blauw kleurenkanaal
57
bmp-bestanden (bitmap)
definitie
118
gebruiken
61
Terug naar inhoudsopgave 134
boeken, pagina's scannen uit
13
bonnen, scannen
13
Breedte, veld
43
bron, definitie
118
brondocumenten. Zie originelen
bureaublad, slepen en neerzetten op
64
C
capaciteit, ADI
100
carbonvellen, scannen
13, 14
CDs, scannen naar
65
checklist, voor probleemoplossing 84
CMYK, definitie
118
configuratiedialoogvenster, openen
32
contextgevoelige Help
Zie ook Help, online-
gebruiken
38
sneltoetsen 110, 111
contrast
aanpassen
44
definitie 118
conversie van tekst. Zie OCR
correctie, kleur-
accenten, aanpassen
49
automatische
68
definitie
122
middentonen, aanpassen
48
schaduwen, aanpassen
50
tint, aanpassen
54
verzadiging, aanpassen
55
cursors. Zie cursors
D
De HP Photo Printing-naslaggids
27
definitieve scans
definitie
118
gebieden selecteren voor
40
opties
59
deksel, scanner
127
densiteit, definitie
119
detail
vergroten in lichte gebieden
49
verminderen in lichte gebieden
49
details
verbeteren
50
vergroten in donkere gebieden
50
verminderen in donkere gebieden
50
wegvallend, controle op
51
zwart-witdrempel
56
dia's
bekijken
76
kleuren aanpassen
79
probleemoplossing
94
scannen
75
dias
XPA (Dias)
46
diahouder
definitie
119
gebruiken 76
Dialoog over of er nog een pagina moet worden
gescand inschakelen
68
dib-bestanden (device independent
bitmaps)
115
diepte, kleur-
definitie
122
uitvoertypen
41
documentatie, afdrukken
11
documenten, definitie 119
donkerder maken, beelden
48
donkere gebieden
aanpassen
50
probleemoplossing
89
doorlopende tekst
definitie
119
optie
69
dots per inch (dpi), definitie
119
Zie ook resolutie
dpi (dots per inch), definitie
119
Zie ook resolutie
draaien van beelden
met HP Precisionscan Pro-software
45
sneltoetsen voor
109
werkbalk, sneltoets
111
drempel, zwart-wit-
56
dubbelklikken, definitie
119
E
Effenen, opdracht
gebruiken
58
sneltoetsen
109
Eigenschappen, bureaublad Windows
63
e-mail op het Web
28
e-mailen, scans
bestandsgrootte
44
bijvoegen van bestanden
28
ondersteunde programma's
28
probleemoplossing
96
via scannerknoppen
29
extra pagina's, prompt voor
34
F
FAQ's (vaak gestelde vragen)
18
film, scannen
dia's
75
kleuren aanpassen
79
negatieven
77
probleemoplossing 94
vanuit XPA
46
FlashPix-bestanden (.fpx)
definitie
119
gebruiken
61
formaat
Zie ook bestandsgrootte
beeld, probleemoplossing
90, 91
grootte wijzigen van beelden
43
papier, ADI 14
transparante afdrukmaterialen
14
formaat wijzigen
beelden
43
probleemoplossing
19
selectiegebieden
40
sneltoetsen voor
109
Formaat wijzigen, opdracht
gebruiken
43
sneltoetsen
109
foto's
kwaliteitopties
34
omkeren, kleuren
47
probleemoplossing
91
uitvoertypen voor
42
foutmeldingen
85
fpx-bestanden (FlashPix)
definitie
119
gebruiken
61
functies, scannermodellen
3
G
gamma, definitie
120
Geavanceerd-menu, sneltoetsen voor
109
gebieden, selecteren
automatische
68
met de aanwijzer
40
Gebruikershandleiding, sneltoets voor
110
gecomprimeerd TIFF-bestand, definitie
120
gecomprimeerde bestandsindelingen
61
geen reactie, probleemoplossing
86
geheugen, te weinig
93
geïnterpoleerde resolutie, definitie
120
gekartelde beelden
definitie
120
probleemoplossing
93
gekleurd papier
aanpassingen voor
57
kopiëren vanaf
93
gekraste sjablonen 94
gekreukte pagina's, probleemoplossing
100
gereed, aanwijzer voor
114
geschatte grootte
bestanden
113
definitie
120
gestippelde kaders 94
gewicht
papierspecificaties, ADI-afdrukmateriaal
14
papierspecificaties, scannerglas 13
GIF-bestanden (.gif)
definitie
120
gebruiken 61
uitvoertypen voor
42
glas, scanner-
afdrukken van hele
62
definitie
127
documenten voorbereiden voor
13
plaatsen van items op
15
reinigen
104
selectie van hele
40
glasreiniger, gebruiken
105
glasreinigingsmiddel, gebruiken
104, 105
Graphics Interchange Format. Zie GIF-
bestanden
gratis websites
26, 63
grijsschaal
8-bits
115
definitie
120
sneltoets voor
109
uitvoertype, gebruiken
42
groen kleurenkanaal
57
grote bestandsgrootte, optie voor
34
Zie ook bestandsgrootte
Terug naar inhoudsopgave 135
H
halftone, definitie
120
handleiding, afdrukken
11
handschrift, converteren
71
helderheid
aanpassen
48
definitie
121
Help, online-
afdrukken
11
contextgevoelige
38, 110, 111
gebruiken
38
HP Scanjet-kopieerhulpprogramma 12
sneltoetsen voor
110
herschrijfbare CD s, scannen naar
65
herstellen
alle aanpassingen
46
resolutie
44
uitvoertypen 42
histogrammen
54, 121
Hoogte, veld
43
hoogte, wijzigen 43
Hotmail
28
HP Precisionscan Pro-software
aanpassen van instellingen
66
functies
37
Help, gebruiken
38
probleemoplossing
87
productrondleiding, bekijken
11
scannen met
39
sneltoetsen
108
starten
38
verwijderen
106
voorkeuren, instellen
67
wanneer te gebruiken
12
werkbalk, sneltoetsen
111
HP Scanjet op het web
110
HP Scanjet-knopopties
32
HP Scanjet-kopieerhulpprogramma
12
HP Share-to-Web-wizard
26
HTML-bestandsindelingen
definitie
121
gebruiken
62
Huidige OCR-taal, optie
69
hulpmiddelen
functies bekijken van
38
wit pipet
49
Hulpmiddelen-menu, sneltoetsen voor
109
I
Importeren, opdracht
86
importeren, scans
70
indelingen, bestand
61
Info over HP Precisionscan Pro, opdracht
110
infobalk
112, 121
Infobalk, opdracht
108
Inhoud, Help-onderwerpen
110
Instellen als achtergrond 63
instellingen
eigen, opslaan
66
herstellen van aanpassingen 46
Knop E-mail
33
Knop Scannen naar
35
laden 66
opslaan
66
optimale
21
Regelaars, tabblad 69
Resolutie, tabblad
69
scannerknoppen
32
Selectiegebied, tabblad 68
sneltoets voor
108
tabblad Scanner
67
Tekst, tabblad 69
voor scannersoftware
67
intensiteit. Zie verzadiging
interne spiegel, vervuilde
93
invoerlade, ADI
laden
74
probleemoplossing
100
invoerproblemen, ADI
100
Inzoomen, opdracht
gebruiken
41
sneltoetsen
108, 111
isopropylalcohol, reinigen met
104, 105
items
laden in ADI
74
plaatsen op scannerglas
15
voorbereiden
13
J
JPEG-bestanden (.jpg)
definitie
122
gebruiken
61
uitvoertypen voor
42
K
kartelranden, definitie
116
klantenondersteuning, bronnen voor
106
kleine bestandsgrootte, optie voor
34
Zie ook bestandsgrootte
klep, scanner
127
Kleur aanpassen, opdracht
gebruiken
54
sneltoetsen
109
kleurbalans
aanpassen
54
definitie
122
kleurcorrectie
accenten, aanpassen
49
automatische
68
definitie
122
middentonen, aanpassen 48
schaduwen, aanpassen
50
tint, aanpassen
54
verzadiging, aanpassen 55
kleurdiepte
definitie
122
uitvoertypen 41
kleuren
accenten, aanpassen
49
automatische aanpassing 68
dia's, probleemoplossing
94
middentonen, aanpassen
48
negatieven, probleemoplossing
94
omkeren
47
omzetten in zwart en wit
57
probleemoplossing
90, 93
RGB-waarden, bekijken
53
schaduwen, aanpassen
50
tint, aanpassen
54
toonresolutie
69
uitvoertypen
41
verzadiging, aanpassen
55
Kleuren omkeren, opdracht
gebruiken
47
sneltoetsen
109
kleurenafbeeldingen, uitvoertypes voor
42
kleurenkaart
aanpassing van tint
54
definitie
122
kleurenkanalen
definitie
123
wijzigen
57
kleurenkopieën, maken
31
klikken, definitie
123
knarsend geluid, probleemoplossing
86
Knop aantal exemplaren
23
Knop Annuleren
23
Knop Bestemming kiezen
22, 98
Knop E-mail
gebruiken
29
herkennen
22
opties
33
Knop Energiebesparing 23
Knop Foto opnieuw afdrukken
gebruiken
27
herkennen 22
Knop Kleurenkopie
23
Knop Kopiëren
gebruiken
31
Knop Meer opties
gebruiken
32
herkennen 23
Knop Scannen naar
gebruiken
24, 25
herkennen 22
opties
35
Knop Share-to-Web
gebruiken
26
zoeken
22
Knop Zwart-witkopie
23
Knopopties, dialoogvenster
32
knoppen. Zie scannerknoppen
kopieën, maken
HP Scanjet-kopieerhulpprogramma
gebruiken
12
kwaliteit, probleemoplossing
92
probleemoplossing
97
via scannerknop
31
kopieerhulpprogramma, HP
12
kopiëren en plakken
via klembord
63
werkbalk, sneltoets
111
Kopiëren, opdracht
gebruiken
63
sneltoetsen
108, 111
koppelen, definitie
123
korrelig, definitie
123
krantenknipsels, scannen
13
kwaliteit, e-mailopties
34
kwaliteit, probleemoplossing
gescande beelden
89
kopieën
92
Terug naar inhoudsopgave 136
L
laden van instellingen
66
laden. Zie invoerlade, ADI
lamp
blijft branden
86
kapotte
99
time-out, uitbreiden
68
uitgeschakeld
86
lampen
blijven branden
86
kapotte
99
lampen, kapotte 99
Lamptime-out uitbreiden
68
landschap, stand, definitie
123
lange items, scannen 100
lawaaiige scans, probleemoplossing
86
lettergroottes, OCR
71
licht doorschijnend papier 14
lichtafscherming
dia's
76
negatieven 77
lichtafscherming voor dia's
definitie
123
gebruiken 76
lichtafscherming voor negatieven
definitie
123
gebruiken
77
lichtbron, XPA
68, 76, 131
lichte afdrukmaterialen, scannen
13
lichte gebieden
aanpassen
49
kopieën, probleemoplossing
93
scans, probleemoplossing
89
lichter maken, beelden
48
lijnen, probleemoplossing
90, 93
M
maken van kopieën
kwaliteit, probleemoplossing
92
probleemoplossing
97
via scannerknop
31
mappen, slepen en neerzetten in
64
marges, aanpassen voor
92
Maximale pixeldiepte
definitie
123
optie
67
meerdelige formulieren, scannen
13
meerdere pagina's
opties voor
34
scannen
67
meerdere vellen tegelijk ingevoerd,
probleemoplossing
100
meldingen, fout
85
menus, probleemoplossing
88
met de rechtermuisknop klikken, definitie
123
Microsoft Hotmail 28
Microsoft Windows. Zie Windows
middentonen
aanpassen
48
automatische aanpassing
68
bereik voor
48
definitie 123
transparante items, aanpassen voor
79
modellen, functies
3
moiré, definitie 124
N
Naar links draaien, opdracht
gebruiken
45
sneltoetsen
109, 111
Naar rechts draaien, opdracht
gebruiken
45
sneltoetsen
109, 111
nauwkeurigheid, OCR
71
negatieven
kleuren aanpassen
79
probleemoplossing
94
scannen
77
XPA (Negatieven)
46
negatievenhouder
definitie
124
gebruiken
77
nieuwe documenten openen,
probleemoplossing
97
Nieuwe scan, opdracht
gebruiken
39
sneltoetsen
108, 111
normale bestandsgrootte, optie voor
34
NTSC-grijs, kanaal
57
O
OCR
definitie
124
nauwkeurigheid van
71
opties voor
69
probleemoplossing
95
talen voor
69
tekst voorbereiden voor
71
uitvoertypen voor
42
omdraaien van beelden
45
omkaderde tekst
definitie
124
optie
69
omkeren van beelden
kleur
47
opmaak
45
ondersteunde programma's
e-mail
28
TWAIN
70
WIA 71
ondersteuning, bronnen voor
106
onderstreepte tekst, converteren
71
online-Help Zie ook Help, online-
onscherpe beelden
probleemoplossing
91, 93
verscherpen 46
ontgrendelen van scanner
85, 86
openen van software
38
ophalen, scans 70
oplossen van problemen. Zie
probleemoplossing
opmaak, tekst
opties
69
probleemoplossing
95
opnieuw afdrukken, foto
27
Opslaan als, opdracht, sneltoets
108, 111
opslaan naar bestanden
indelingen
61
met HP PrecisionScan Pro- software
60
werkbalk, sneltoetsen
111
opslaan van eigen instellingen
66
Optical Character Recognition. Zie OCR
opties
Knop E-mail
33
Knop Scannen naar
35
Regelaars, tabblad
69
Resolutie
69
scannerknoppen, instellingen voor
32
Selectiegebied, tabblad
68
tabblad Scanner
67
tekst
69
voorkeuren, instellen
67
Opties voor het te scannen gebied
34
Opties, knop
60
optimaal palet, definitie
115
optimale instellingen
21
optionele automatische documentinvoer. Zie
ADI
optionele transparantenadapter. Zie XPA
optische resolutie, definitie
124
originelen
laden in ADI
74
plaatsen op scannerglas
15
voorbereiden
13
P
pagina's, meerdere
opties voor
34
scannen
67
Paint-bestanden (.pcx)
125
Paintbrush-bestanden (.pcx) 125
paletten
definitie
125
optimale 115
systeem-
128
web
115
paletvernieuwing, definitie 125
papier
formaten, ADI
14
groottes, scannerglas
13
laden in ADI
74
soorten
13
papier met structuur, scannen
13
papierstoringen, ADI
verhelpen
101, 103
voorkomen
100
patronen, effenen
58
PC Paintbrush-bestanden (.pcx)
125
pc-faxprogramma's, definitie
125
.pcx-bestanden (Paintbrush)
125
.pdf-bestanden
afdrukken van documentatie
11
meerdere pagina's, scannen naar
34
toepassingen voor
62
percentages, schaal-
43
pipetten
aan werkbalk toevoegen
112
bekijken, RGB-waarden
53
functies van
114
wit
49
Terug naar inhoudsopgave 137
zwart
50
zwart pipet
50
pixel, definitie
125
pixeldiepte, opties voor
67
pixelkleur
bekijken
53
transparante items
81
pixels per inch (PPI), definitie
125
plaatsen van items
ADI
74
scannerglas
15
plaatsingssjabloon, XPA
definitie
125
dia's
75
negatieven 77
plakken van beelden
63
Plakken, opdracht
63
platforms, bestandstypen voor 61
PNG-bestanden (.png)
61
portable network graphics (.png)
61
PPI (pixels per inch), definitie 125
Precisionscan Pro-software. Zie Precisionscan
Pro-software
Printerinstelling, opdracht
108
probleemoplossing
ADI
100
beeldkwaliteit
89
checklist
84
dia's
94
e-mailen
96
HP Precisionscan Pro-software
87
kopieën
92
negatieven
94
OCR
95
scanner reageert niet
86
scannerknoppen
87
traag scannen
18, 88
transparanten
94
TWAIN-programma's
98
vaak gestelde vragen
18
XPA
99
zoomen
19
problemen, oplossen. Zieprobleemoplossing
productrondleiding, bekijken
11
Productrondleiding, opdracht
110
programma's
probleemoplossing
87
scannen naar
25
scannen vanuit
70
verzenden naar
59
progressive JPEG-bestanden
61
Prompt voor het scannen van extra pagina's
34
punten, probleemoplossing
89
R
randen, niet-afgedrukte
92
randen, selectie- 40
raster, definitie
126
rasteren, definitie
126
Reader, Adobe Acrobat 62
Zie ook pdf-bestanden
regelaarbereik, definitie
126
Regelaars-tabblad, opties op 69
reinigen
ADI
105
scanner 104
XPA
105
resolutie
afdruk vs. scherm
19
automatische
19
definitie
126
geïnterpoleerde 120
opties
34
optische, definitie
124
printers
125
probleemoplossing
91
scherm, definitie
127
waardenbereik
69
wijzigen
44
Resolutie wijzigen, opdracht
gebruiken
44
sneltoetsen
109
Resolutie-tabblad, opties op
69
RGB-waarden
bekijken
53
definitie
126
transparante items
81
rich text format (.rtf)
definitie
126
gebruiken
62
rode lijn, histogram
54
rood kleurenkanaal
57
roze beelden, probleemoplossing
94
rtf (rich text format)
definitie
126
gebruiken
62
ruisreductie
definitie
126
instellingen voor
67
S
Scanjet op het web
110
Scanjet-knopopties
32
scannen
bestemmingen, definitie
24
dia's
75
gebieden selecteren voor
40
met ADI 74
met HP Precisionscan Pro-software
39
methoden voor
12
negatieven 77
plaatsen van items
15
verzenden naar programma's
59
via scannerknoppen 21
voorbeeldscans
39
voorbereiden, originelen
13
Scannen naar CD
gebruiken
65
sneltoetsen
108, 111
scannen naar website, definitie 127
Scannen naar, opdracht
gebruiken
59, 63
sneltoetsen
108, 111
Scannen via kanaal
57
Scannen-menu, sneltoetsen voor
108
scannerglas
afdrukken van hele
62
definitie
127
documenten voorbereiden voor
13
plaatsen van items
15
reinigen
104
Scannerglas, opdracht
46
selectie van hele
40
Scannerglas, opdracht
gebruiken
46
sneltoetsen
108
scannerknoppen
herkennen
22
instellingen
32
modellen met
3
probleemoplossing
87
wanneer te gebruiken
12, 21
scannerlamp. Zie lamp
Scanner-tabblad, opties op
67
Scans maken met de kleurenoptie
34
schaal proportioneel wijzigen, definitie
127
schaal wijzigen, definitie
127
Schaal, veld
43
schaalaanpassing van beelden
43
schaalbare beelden, bestandsindelingen
61
schaduwen
aanpassen
50
alarm 51
automatische aanpassing
68
definitie
127
histogram 54
wegvallende gebieden, controle op
51
scheefgetrokken pagina's,
probleemoplossing
100
scheefstaande beelden, probleemoplossing
90
schermresolutie
beeldkwaliteit
19
definitie
127
uitvoertypen voor
42
scherpte, definitie 127
scheve beelden, probleemoplossing
90
schuurmiddelen, vermijden
104, 105
selecteren
scangebied
40
uitvoertypen
41
Selectie opheffen, opdracht
40, 108
selectiegebieden
aanwijzers
114
automatische
68
dia's
79
formaat wijzigen
40
inzoomen op
41
negatieven
79
rand verwijderen
40
verplaatsen
40
selectiegebieden verwijderen
40
Selectiegebied-tabblad, opties op
68
sjablonen
dia's
75
negatief
77
probleemoplossing
94
slepen en neerzetten
definitie
127
op bureaublad
64
tussen programma's
64
slot
ontgrendelen
85
Terug naar inhoudsopgave 138
Smart Friends-tips
38
snelheid, probleemoplossen
18
snelheid, probleemoplossing
88
sneltoetsen
108
menu
108
toetsenbord
108
werkbalk
111
software. Zie Precisionscan Pro-software
softwareprogramma's. Zie programma's
sorteren van kopieën
31
specificaties
ADI
14
afdrukmaterialen voor scannerglas
13
spiegel, vervuilde
93
spiegelen van beelden 45
met hulpmiddelen
45
sneltoetsen voor
109
Spiegelen, opdracht
gebruiken
45
sneltoetsen
109
staand, stand, definitie 128
standaardinstellingen
definitie
128
scannerknoppen, aanpassen 32
teruggaan naar
46
standaardprogramma's, wijzigen
32, 95
Stapsgewijze instructies
sneltoets voor
108
verbergen of tonen
38
werkbalk, sneltoets
111
starten van software
38
Start-knop, definitie
128
statusbalk
113, 128
Statusbalk, opdracht
108
steunkleuren
definitie
128
sneltoets voor
109
uitvoertype
42
stoffen, scannen
13
strepen, probleemoplossing
93
stroom, opnieuw aansluiten
84
stuurprogramma, definitie
128
systeempalet, definitie
128
T
Taak beëindigen
84
taakbalk, definitie
128
tabbladopties
Regelaars
69
Resolutie
69
Scanner
67
selectiegebied
68
Tekst
69
Tagged Image File Format. Zie TIFF-bestanden
talen, OCR
69
te weinig geheugen, probleemoplossing 93
tekeningen, uitvoertypen voor
42
tekens, incorrecte
95
Tekst en afbeeldingen, opdracht 109
tekst, bewerkbare
nauwkeurigheid van
71
opties voor, in HP-scannersoftware 69
probleemoplossing
95
talen
69
uitvoertypen voor 42
Tekst-tabblad, opties op
69
thresholding, definitie
128
TIFF-bestanden (.tif)
definitie
129
gebruiken
61, 66
tijdschriftpagina's, scannen 14
time-out, uitbreiden
68
tint
aanpassen
54
automatische aanpassing
68
definitie
129
sneltoetsen
109
tips, Smart Friends-
38
toepassingen. Zie programma's
toetsen. Zie scannerknoppen
tonen, stapsgewijze instructies
38
toon, definitie
129
toonresolutie, aanpassen
69
traag scannen, probleemoplossing
18, 88
transparantenadapter (XPA)
afdrukmateriaalformaten
14
dia's, scannen
75
lichtbron
68, 76, 131
modellen met
3
negatieven, scannen
77
probleemoplossing
94, 99
reinigen
105
scannen vanuit
75
XPA, opdracht
46
turkooize lijn, histogram
54
TWAIN-programma's
beelden verzenden naar
60
definitie
129
probleemoplossing
98
scannen vanuit
70
256 kleuren, opdracht
definitie
115
gebruiken
42
sneltoets voor 109
Type origineel, opties
34
typen, aanwijzer voor
114
U
uitvoerafmetingen
definitie
129
wijzigen
43
uitvoerniveaus voor wit, wijzigen
52
uitvoerniveaus voor zwart, wijzigen 52
uitvoerniveaus, wijzigen
52
Uitvoertype automatisch selecteren
optie
41
sneltoets
109
uitvoertypen
automatische selectie
68
niet beschikbaar voor afdrukken van
beelden
62
optimale resolutie voor
44
selecteren
41
sneltoetsen
109
Uitzoomen, opdracht
gebruiken
41
sneltoetsen
108, 111
USB, definitie
129
V
vaak gestelde vragen
18
vastgelopen programma's
84
vectorbeelden
bestandsindelingen
61
definitie
130
vegen, probleemoplossing
89
verbergen, stapsgewijze instructies
38
verbeteren van detail
46
verbeteren van details
50
verdeling, pixel-
54
vergelijking, functies
3
vergroten
beeldscherpte
46
details
50
verzadiging
55
verhelpen, papierstoringen in ADI
101, 103
verminderen
detail in transparante items
80
details in donkere gebieden
50
details in lichte gebieden 49
verzadiging
55
vernieuwing van palet, definitie
125
verplaatsen, selectiegebieden 40
verscherpen
beelden
46
definitie 130
opties voor
67
sneltoetsen voor
109
Verscherpen, opdracht
gebruiken
46
sneltoetsen
109
verwijderen, selectiegebieden 40
verwijderen, software
106
verzadiging
aanpassen
55
automatische aanpassing
68
definitie
130
sneltoetsen
109
verzenden naar programma's
aanwijzingen voor
59
probleemoplossing
97
24-bits kleur, definitie
115
vingerafdrukken, reinigen
104, 105
visitekaartjes, scannen
13
voorbeeldscans
met HP Precisionscan Pro-software
39
opties voor
67
werkbalk, sneltoets
111
voorbeeldvenster, definitie
130
voorbereiden, originelen
13
Voorkeuren
menuopdracht
108
voor scannerknoppen
32
voor scannersoftware
67
voorpaneel, definitie
130
voortgangsbalk
113
Terug naar inhoudsopgave 139
W
waarschuwingen
accenten
51
schaduwen
51
Smart Friends
38
waarschuwingen. Zie berichten
Ware kleuren, opdracht
definitie
130
gebruiken 42
sneltoets voor
109
Wat is dit?
38, 110, 111
wazige beelden
probleemoplossing
90
verscherpen
46
webafbeeldingen, uitvoertypes 42
webpalet, definitie
115
websites
gratis
26, 63
items scannen naar
26, 63
uitvoertypen voor
42
Weergave-menu, sneltoetsen voor 108
weergaveresolutie
beeldkwaliteit
19
definitie 130
uitvoertypen voor
42
wegvallende pixels
controle op
51
definitie
131
werkbalk
hulpmiddelen toevoegen
112
sneltoetsen
111
Werkbalk, opdracht
108
WIA (Windows Imaging Application), scannen
vanuit
71
Wijzigen, instellingen
32
wijzigen. Zie aanpassen
Windows bureaublad, slepen en neerzetten
op
64
Windows Imaging Application (WIA), scannen
vanuit
71
Windows-metabestanden (.wmf)
definitie
131
gebruiken
61
wit pipet
49
witte beelden, probleemoplossing
90
witte gebieden, aanpassen
49
witte strepen, probleemoplossing
93
wizard, HP Share-to-Web
26
wmf (Windows-metabestanden)
definitie
131
gebruiken
61
X
XPA (Dias), opdracht
gebruiken
76
herstellen naar
46
sneltoetsen 108
XPA (Negatieven), opdracht
gebruiken
78
herstellen naar 46
sneltoetsen
108
XPA (optionele transparantenadapter)
afdrukmateriaalformaten
14
dia's, scannen
75
lichtbron
68, 76, 131
modellen met 3
negatieven, scannen
77
probleemoplossing
94, 99
reinigen 105
scannen vanuit
75
XPA, opdracht
46
Z
zelftestfouten
85
Zoeken, Help-onderwerpen
110
zoomen
definitie
19
in-
41
sneltoetsen voor
108
uit-
41
voorbeelden bekijken
41
werkbalk, sneltoetsen voor
111
zwart pipet
50
zwarte beelden, probleemoplossing
90
zwarte gebieden, aanpassen
50
zwart-wit (bitmap)
definitie
131
kleuren aanpassen in
57
sneltoets voor
109
zwart-wit (schaalbaar)
definitie
131
sneltoets voor
109
zwart-witbeelden
omkeren, kleuren
47
uitvoertypen voor
42
zwart-witdrempel
definitie
131
wijzigen
56
Zwart-witdrempel aanpassen, opdracht
gebruiken
56
sneltoetsen
109
zwart-witkopieën, maken
31
Terug naar inhoudsopgave 140
24

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw HP scanjet 5470c kleurenscanner bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van HP scanjet 5470c kleurenscanner in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 3,17 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info