1 Hoe kan ik? ....................................................................................................................................................... 1
2 Aan de slag ....................................................................................................................................................... 2
Tips voor de keuze en het gebruik van papier ................................................................... 10
Plaats papier ...................................................................................................................................... 11
Een origineel op de glasplaat plaatsen .............................................................................................. 16
Plaats een origineel in de documentinvoer ........................................................................................ 17
Plaats een USB-stick .......................................................................................................................... 18
De printer bijwerken ........................................................................................................................... 18
Open de HP-printersoftware (Windows) ............................................................................................. 19
Schakel de printer uit .......................................................................................................................... 19
De geïntegreerde webserver kan niet worden geopend .................................................... 83
10 Een probleem oplossen ................................................................................................................................ 85
Test Faxinstallatie ............................................................................................................................ 174
Bijlage C Fouten (Windows) ............................................................................................................................ 175
Inkt bijna op ...................................................................................................................................... 175
Klep is open ...................................................................................................................................... 178
Probleem met de inktcatrtride .......................................................................................................... 178
Advies omtrent nagemaakte cartridges ............................................................................................ 178
Gebruik SETUP-cartridges ............................................................................................................... 179
Gebruik geen SETUP-cartridges ...................................................................................................... 179
Niet compatibele inktcartridges ........................................................................................................ 179
Probleem met printervoorbereiding .................................................................................................. 179
Papier te kort .................................................................................................................................... 179
Inktcartridge is niet juist geïnstalleerd .............................................................................................. 179
Probleem met de instelling van de cartridges .................................................................................. 180
Probleem met de printkop ................................................................................................................ 180
Incompatibele HP Instant Ink cartridge ............................................................................................ 180
Gebruikte HP Instant Ink cartridge ................................................................................................... 180
Gelieve de printer te verbinden met HP Connected ..............
Papierstoring in de automatische documentinvoer .......................................................................... 181
HP Protected cartridge geïnstalleerd ............................................................................................... 181
Index ................................................................................................................................................................. 182
NLWWxi
xiiNLWW
1Hoe kan ik?
●
Aan de slag
●
Afdrukken
●
Kopiëren en scannen
●
Fax
●
Webservices
●
Werken met inktcartridges
●
Een probleem oplossen
NLWW1
2Aan de slag
In deze handleiding vindt u informatie over het gebruik van de printer en het oplossen van problemen.
●
Toegankelijkheid
●
HP EcoSolutions (HP en het milieu)
●
De onderdelen van de printer kennen
●
Het bedieningspaneel van de printer gebruiken
●
Elementaire informatie over papier
●
Plaats papier
●
Een origineel op de glasplaat plaatsen
●
Plaats een origineel in de documentinvoer
●
Plaats een USB-stick
●
De printer bijwerken
●
Open de HP-printersoftware (Windows)
●
Schakel de printer uit
Toegankelijkheid
De printer beschikt over een aantal functies die de printer toegankelijk maken voor gebruikers met
bepaalde handicaps.
Visuele handicap
De HP-software die bij de printer is geleverd, is geschikt voor gebruikers met een visuele handicap of
verminderd zicht door gebruik van de toegankelijkheidsopties en -functies van uw besturingssysteem.
Ook ondersteunt de software de meeste technologische hulpprogramma's zoals schermlezers,
braillelezers en spraak‑naar‑tekst‑toepassingen. Voor gebruikers die kleurenblind zijn, beschikken de
gekleurde knoppen en tabs in de HP-software over tekstlabels en pictogrammen die de vereiste actie
aangeven.
Mobiliteit
Voor gebruikers met mobiliteitsproblemen kunnen de functies van de HP-software worden uitgevoerd
via toetsenbordopdrachten. De HP-software ondersteunt ook de toegankelijkheidsopties van
Windows zoals StickyKeys, ToggleKeys, FilterKeys en MouseKeys. Ook gebruikers met beperkte
kracht en een beperkt bereik kunnen de printerkleppen, knoppen, papierladen en breedtegeleiders
voor het papier bedienen.
Ondersteuning
Meer informatie over de toegankelijkheid van dit product en HP's streven naar optimale
producttoegankelijkheid vindt u op de website van HP op
www.hp.com/accessibility .
Voor informatie over de toegankelijkheid op Mac OS X gaat u naar de website van Apple op
www.apple.com/accessibility.
2Hoofdstuk 2 Aan de slagNLWW
HP EcoSolutions (HP en het milieu)
Hewlett-Packard richt zich erop u te helpen bij het optimaliseren van uw ecologische voetafdruk en
het mogelijk te maken voor u om verantwoord af te drukken - zowel thuis, als op kantoor.
Zie
Programma voor milieubeheer voor meer informatie over milieurichtlijnen die HP volgt tijdens het
productieproces. Bezoek
www.hp.com/ecosolutions voor meer informatie over de milieu-initiatieven
die HP neemt.
●
Stroom beheren
●
Printerbenodigdheden optimaliseren
Stroom beheren
Om elektriciteit te besparen, bevat de printer de volgende functies:
Slaapstand
Het stroomverbruik wordt beperkt in Slaapstand. Na 5 minuten van inactiviteit gaat de printer in
energiezuinige modus.
Om de inactiviteitsperiode voor de Slaapstand van de printer te wijzigen:
1.Druk op
op het scherm van het bedieningspaneel van de printer.
2.Druk op Slaapstand en selecteer dan de gewenste optie.
Planning Aan en Uit
Gebruik deze functie om de printer op de geselecteerde dagen automatisch in en uit te schakelen. U
kunt bijvoorbeeld de printer instellen om zichzelf in te schakelen om 8 uur en uit te schakelen om 20
uur van maandag tot vrijdag. Op deze manier bespaart u energie tijdens de nacht en de weekends.
Om de dagen en de tijdstippen voor de in- en uitschakeling in te stellen:
1.Druk op
op het scherm van het bedieningspaneel van de printer.
2.Druk op Planning printer Aan/Uit.
3.Selecteer de gewenste optie en volg de berichten op het scherm om de dagen en tijdstippen
voor de in- en uitschakeling van de printer in te stellen.
VOORZICHTIG:Schakel de printer altijd correct uit met Planning Uit of met (de Aan/uit-knop).
Als u de printer verkeerd uitschakelt, wordt de wagen met de inktcartridges mogelijk niet op de juiste
positie teruggezet. Dit kan problemen met de inktcartridges en de afdrukkwaliteit veroorzaken.
Printerbenodigdheden optimaliseren
Om te besparen op printerbenodigdheden zoals inkt en papier kunt u het volgende doen:
●
Recycle gebruikte, originele HP inktcartridges via HP Planet Partners. Bezoek
www.hp.com/
recycle voor meer informatie.
●
Verlaag het papierverbruik door op beide kanten van het papier af te drukken.
●
Bespaar inkt en papier bij het afdrukken van webinhoud met HP Smart Print. Ga voor meer
informatie naar
www.hp.com/go/smartprint.
NLWWHP EcoSolutions (HP en het milieu)3
●
Wijzig de afdrukkwaliteit in het printerstuurprogramma naar een conceptinstelling.
Conceptinstellingen verbruiken minder inkt.
●
Maak de printkop niet schoon als het niet nodig is. Dit verspilt inkt en verkort de levensduur van
de cartridges.
De onderdelen van de printer kennen
Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen:
●
Voorzijde
●
Ruimte voor printerbenodigdheden
●
Achteraanzicht
Voorzijde
1Documentinvoer
2Scannerglasplaat
3USB-poort (Universal Serial Bus) voorzijde
4Aan/uit-knop
5Uitvoerlade
6Invoerlade
7Verlengstuk van de uitvoerlade
8Beeldscherm bedieningspaneel
9Bedieningspaneel
10Documentinvoerlade
11Papierbreedtegeleiders van de documentinvoer
4Hoofdstuk 2 Aan de slagNLWW
Ruimte voor printerbenodigdheden
1Printkop
2Inktcartridges
OPMERKING:De inktcartridges moeten in de printer blijven om mogelijke problemen met de
afdrukkwaliteit of schade aan de printkop te voorkomen. Verwijder de benodigdheden niet voor
langere tijd. Schakel de printer niet uit wanneer een cartridge ontbreekt.
Achteraanzicht
1USB (Universal Serial Bus)-poort achteraan
2Ethernet-netwerkpoort
3Faxpoort (2-EXT)
4Faxpoort (1-LINE)
5Stroomaansluiting
NLWWDe onderdelen van de printer kennen5
Het bedieningspaneel van de printer gebruiken
Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen:
●
Overzicht knoppen en lampjes
●
Schermpictogrammen bedieningspaneel
●
Printerinstellingen wijzigen
Overzicht knoppen en lampjes
In het volgende diagram en de bijbehorende tabel vindt u een kort overzicht van de functies op het
bedieningspaneel van de printer.
LabelNaam en beschrijving
1Lampje draadloos: geeft de status van de draadloze verbinding van de printer weer.
2Home-knop: Hiermee kunt u vanuit alle schermen terugkeren naar het beginscherm.
3Scherm van bedieningspaneel: Raak het scherm aan om menuopties te selecteren of scroll door de menupunten. Zie
Schermpictogrammen bedieningspaneel voor meer informatie over de pictogrammen die op het scherm worden
weergegeven.
4Terug-knop: Hiermee gaat u terug naar het vorige menu.
5Help-knop: Hiermee wordt het Help-menu geopend.
Schermpictogrammen bedieningspaneel
PictogramDoel
Hiermee opent u een scherm waar u kopieën kunt maken of andere opties kunt selecteren.
Toont dat er een Ethernet-netwerkverbinding beschikbaar is en biedt ook een eenvoudige toegang tot
het statusscherm van het netwerk.
Vanaf het menu HP Wireless Direct kunt u HP Wireless Direct inschakelen (met en zonder beveiliging),
kunt u HP Wireless Direct uitschakelen, en kunt u de naam en het wachtwoord van HP Wireless Direct
weergeven (als HP Wireless Direct is ingeschakeld met beveiliging).
6Hoofdstuk 2 Aan de slagNLWW
PictogramDoel
Toont dat de HP ePrint is ingeschakeld. Zie HP ePrint voor meer informatie.
Hiermee geeft u een scherm weer dat u kunt gebruiken om een fax te sturen of om faxinstellingen te
wijzigen.
Hiermee geeft u een scherm weer dat u kunt gebruiken om een scan te maken.
Hiermee geeft u een scherm weer dat u kunt gebruiken voor een aantal afdrukbare media van HP (apps
voor uw printer).
Hiermee wordt het Fotoscherm weergegeven om foto's af te drukken en paspoortfoto's te creëren.
Hiermee wordt het installatiescherm weergegeven om rapporten te genereren en om fax- en andere
onderhoudsinstellingen te wijzen.
Het scherm geeft instructievideo's, informatie over de printerfuncties en tips.
Toont de draadloze status en menuopties. Zie De printer instellen voor draadloze communicatie voor
meer informatie.
OPMERKING:
(Ethernet) en (Draadloos) zullen niet tegelijkertijd worden weergegeven. De
weergave van het Ethernet-pictogram hangt af van de manier waarop uw printer is verbonden met het
netwerk. Als de netwerkverbinding van de printer niet werd ingesteld (standaard), geeft het
bedieningspaneel van de printer
(Draadloos) aan.
Hiermee geeft u een scherm weer waarop u enkele omgevingsfuncties van de printer kunt configureren.
Hiermee geeft u een scherm weer voor de functie Automatisch Antwoorden, faxlogboeken en het volume
van het faxgeluid.
Hiermee geeft u een scherm weer waarop informatie over de inktcartridges wordt weergegeven,
waaronder de vulniveaus.
OPMERKING:Waarschuwingen en indicatorlampjes voor het inktniveau bieden uitsluitend schattingen
om te kunnen plannen. Wanneer u een waarschuwingsbericht voor een laag inktniveau krijgt, overweeg
dan om een vervanginktcartridge klaar te houden om eventuele afdrukvertragingen te vermijden. U hoeft
de inktcartridges niet te vervangen voordat de afdrukkwaliteit onaanvaardbaar wordt.
Printerinstellingen wijzigen
Gebruik het bedieningspaneel om de printerfuncties en -instellingen te wijzigen, rapporten af te
drukken of de helpfunctie te openen.
TIP:Als de printer is aangesloten op een computer, kunt u de printerinstellingen ook wijzigen met
HP-softwarehulpprogramma's op de computer, zoals de HP-printersoftware, het HP-hulpprogramma
(OS X) of de geïntegreerde webserver (EWS).
Zie
Hulpprogramma's printerbeheer voor informatie over het gebruik van deze hulpprogramma's.
De instellingen voor een functie wijzigen
Het Start scherm van het printerbedieningspaneel toont de beschikbare printerfuncties.
NLWWHet bedieningspaneel van de printer gebruiken7
1.Raak het scherm van het bedieningspaneel aan en laat uw vinger over het scherm glijden. Raak
dan het pictogram van de gewenste functie aan.
2.Nadat u een functie hebt geselecteerd, bladert u door de beschikbare instellingen. Vervolgens
raakt u de te wijzigen instelling aan.
3.Volg de opdrachten op het scherm van het bedieningspaneel om de instellingen te wijzigen.
OPMERKING:Raak (Start) aan om terug te keren naar het Start-scherm.
De printerinstellingen wijzigen
Om de printerinstellingen te wijzigen of rapporten af te drukken, gebruikt u de opties die beschikbaar
zijn in het Configuratiemenu:
1.Raak Installatie aan op het scherm van het bedieningspaneel van de printer.
2.Blader door de schermen en raak ze aan.
3.Raak de schermelementen aan om schermen of opties te selecteren.
OPMERKING:Raak (Start) aan om terug te keren naar het Start-scherm.
Elementaire informatie over papier
De printer is ontwikkeld voor het correct verwerken van de meeste afdrukmaterialen voor
kantoorgebruik. Wij raden aan om enkele afdrukmaterialen te testen voordat u er grote hoeveelheden
van aankoopt. Gebruik HP-afdrukmateriaal voor de beste afdrukkwaliteit. Bezoek de website van HP
op
www.hp.com voor meer informatie over HP-afdrukmateriaal.
HP beveelt gewoon papier met het ColorLok-logo aan voor het afdrukken van
alledaagse documenten. Alle papiersoorten met het ColorLok-logo werden door
derden getest om te voldoen aan de hoogste maatstaven van betrouwbaarheid en
afdrukkwaliteit, en produceren documenten met heldere, levendige kleuren,
donkerder zwart, en droger sneller dan andere gewone papiersoorten. Zoek naar
papier met het ColorLok-logo in verschillende gewichten en formaten van grote
papierfabrikanten.
Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen:
●
Aanbevolen papiersoorten om af te drukken
●
HP-papier bestellen
●
Tips voor de keuze en het gebruik van papier
Aanbevolen papiersoorten om af te drukken
Voor een optimale afdrukkwaliteit adviseren wij u alleen HP-papier te gebruiken dat voor deze
bepaalde afdruktaak is bedoeld.
Het is mogelijk dat in uw land/regio bepaalde papiersoorten niet beschikbaar zijn.
8Hoofdstuk 2 Aan de slagNLWW
Foto's printen
●
HP Premium Plus fotopapier
HP Premium Plus fotopapier is het beste fotopapier van HP voor de best mogelijke fotokwaliteit.
Met HP Premium Plus fotopapier drukt u de mooiste foto's af die meteen droog zijn. U kunt ze
dus meteen na het afdrukken doorgeven. Dit papier is verkrijgbaar in diverse formaten,
waaronder A4, 21,6 x 27,9 cm (8,5 x 11 inch), 10 x 15 cm (4 x 6 inch), 13 x 18 cm (5 x 7 inch) en
A3 en in twee afwerkingen – glanzend of licht glanzend (halfglanzend). Ideaal om in te kaderen,
als presentatie of om uw beste foto's en speciale fotoprojecten uit te delen. HP Premium Plus
fotopapier biedt uitzonderlijke, duurzame resultaten van een professionele kwaliteit.
●
HP Geavanceerd fotopapier
Dit dikke fotopapier heeft een sneldrogende, veegvaste afwerking. Het papier is bestand tegen
water, vegen, vingerafdrukken en vochtigheid. De foto's die u op deze papiersoort afdrukt, lijken
op foto's die u in een winkel hebt laten afdrukken. Het is beschikbaar in verschillende formaten,
waaronder A4, 8,5 x 11 inches, 10 x 15 cm (4 x 6 inches), 13 x 18 cm (5 x 7 inches) en met twee
afwerkingen - glanzend of zachte glans (gesatineerd mat). Het is zuurvrij voor duurzame
documenten.
●
HP Everyday fotopapier
Druk kleurige, alledaagse snapshots goedkoop af, met papier dat is ontworpen voor gewone
fotoafdrukken. Dit voordelige fotopapier droogt snel en is direct te verwerken. Dit papier
produceert scherpe foto's met elke inkjetprinter. Het is verkrijgbaar met semi-glanzende
afwerking in diverse formaten, waaronder A4, 8,5 x 11 inch en10 x 15 cm (4 x 6 inch). Het is
zuurvrij voor duurzame documenten.
●
HP Photo Value Packs:
HP Photo Value Packs zijn pakketten die originele inktcartridges van HP en HP Geavanceerd
fotopapier bevatten waardoor u tijd bespaart en u niet meer hoeft na te denken over het
afdrukken van betaalbare professionele foto's met uw HP-printer. Originele HP-inkt en HP
Advanced fotopapier zijn op elkaar afgestemd zodat de levensduur van uw foto's wordt verlengd
en uw foto's steeds weer levendig zijn. Zeer geschikt voor het afdrukken van een vakantie vol
foto's of meerdere afdrukken die men kan delen.
Zakelijke documenten
●
HP Premium Presentation papier 120 g, Mat
Dit is zwaar dubbelzijdig mat papier, perfect voor presentaties, voorstellen, rapporten en
nieuwsbrieven. Het is extra zwaar voor een indrukwekkende uitstraling.
●
HP brochurepapier 180 g glanzend of HP professioneel papier 180 glanzend
Papier is glanzend gecoat aan twee zijden voor dubbelzijdig afdrukken. Dit papier is een ideale
keuze voor reproducties van fotokwaliteit, omslagen van bedrijfsrapporten, speciale
presentaties, brochures, mailings en kalenders.
●
HP brochurepapier 180 g mat of HP professioneel papier 180 mat
Papier is mat gecoat aan twee zijden voor dubbelzijdig afdrukken. Dit papier is een ideale keuze
voor reproducties van fotokwaliteit, omslagen van bedrijfsrapporten, speciale presentaties,
brochures, mailings en kalenders.
NLWWElementaire informatie over papier9
Standaard afdrukken
Alle papieren op de lijst voor de dagelijkse afdrukfunctie ColorLok Technology voor minder vlekken,
scherper zwart en heldere kleuren.
●
HP Helderwit Inkjetpapier
HP Helderwit Inkjetpapier levert contrastrijke kleuren en scherp afgedrukte tekst op. Dit papier is
dik genoeg voor dubbelzijdig afdrukken in kleur, zodat het ideaal is voor nieuwsbrieven,
rapporten en folders.
●
HP -afdrukpapier
HP Printing Paper is multifunctioneel papier van hoge kwaliteit. Hiermee vervaardigt u
documenten die er veel professioneler uitzien dan documenten die op standaardpapier of
kopieerpapier zijn afgedrukt. Het is zuurvrij voor duurzame documenten.
●
HP Office Paper
HP Office Paper is multifunctioneel papier van hoge kwaliteit. Het is geschikt voor kopieën,
schetsen, memo's en andere alledaagse documenten. Het is zuurvrij voor duurzame
documenten.
●
HP Office Gerecycled papier
HP Office gerecycled papier is multifunctioneel papier van hoge kwaliteit, gemaakt met 30 %
gerecyclede vezels.
HP-papier bestellen
De printer is ontwikkeld voor het correct verwerken van de meeste afdrukmaterialen voor
kantoorgebruik. Gebruik HP-afdrukmateriaal voor de beste afdrukkwaliteit.
Als u papier en andere materialen van HP wilt bestellen, gaat u naar
www.hp.com. Momenteel zijn
sommige delen van de website van HP alleen beschikbaar in het Engels.
HP raadt eenvoudig papier met het ColorLok-logo aan voor het afdrukken en kopiëren van
alledaagse documenten. Al het papier met het ColorLok-logo is onafhankelijk getest om aan de
hoogste standaarden van betrouwbaarheid en afdrukkwaliteit te voldoen, en documenten te
produceren met heldere kleuren, scherper zwart en die sneller drogen dan normaal eenvoudig papier.
Zoek naar papier met het ColorLok-logo in verschillende gewichten en formaten van grote
papierfabrikanten.
Tips voor de keuze en het gebruik van papier
Voor de beste resultaten moet u zich aan de volgende richtlijnen houden.
●
Plaats slechts een papiersoort tegelijkertijd in een lade of documentinvoer.
●
Zorg ervoor dat het papier goed in de lade en de documentinvoer is geplaatst.
●
Plaats niet te veel papier in de lade of de documentinvoer.
●
Om papierstoringen, een matige afdrukkwaliteit en andere afdrukproblemen te vermijden, kunt u
de volgende papiersoorten beter niet in de lade of de documentinvoer plaatsen:
◦
Formulieren die uit meerdere delen bestaan
◦
Afdrukmateriaal dat is beschadigd, gekruld of verkreukeld
◦
Afdrukmateriaal met inkepingen of perforaties
10Hoofdstuk 2 Aan de slagNLWW
◦
Afdrukmateriaal met een zware textuur of reliëf of afdrukmateriaal dat inkt niet goed
absorbeert
◦
Afdrukmateriaal dat te dun is of gemakkelijk kan worden uitgerekt
◦
Afdrukmateriaal met nietjes of paperclips
Zie
Plaats papier of Plaats een origineel in de documentinvoer voor meer informatie over het plaatsen
van papier.
Plaats papier
Om papier met standaardformaat te laden
1.Trek de uitvoerlade naar boven.
2.Trek de invoerlade naar buiten om ze te verlengen.
OPMERKING:Om papier van Legal-formaat te laden, moet u de grijze knop (links vooraan op
de invoerlade) naar rechts schuiven en de voorkant van de lade laten zakken.
3.Schuif de breedtegeleiders voor het papier zo ver mogelijk naar buiten.
NLWWPlaats papier11
4.Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden in het midden van de lade.
Zorg ervoor dat de stapel papier is uitgelijnd met de juiste papierformaatlijnen op de bodem van
de invoerlade en dat hij de stapelhoogtemarkering op de zijkant van de lade niet overschrijdt.
OPMERKING:Vul nooit papier bij terwijl de printer nog aan het afdrukken is.
5.Schuif de papierbreedtegeleiders in de lade tot ze de rand van de stapel papier raken en sluit
vervolgens de lade.
12Hoofdstuk 2 Aan de slagNLWW
6.Op het scherm van het bedieningspaneel verschijnt een bericht met de herinnering om de
papierinstellingen te wijzigen als u het mediatype hebt gewijzigd, of om de instellingen te
behouden als u het mediatype hebt behouden.
7.Klap het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
Om een enveloppe te plaatsen
1.Trek de uitvoerlade naar boven.
2.Trek de invoerlade naar buiten om ze te verlengen.
NLWWPlaats papier13
3.Leg de enveloppen met de gewenste afdrukzijde naar beneden en plaats ze volgens de
afbeelding.
Zorg ervoor dat de stapel papier is uitgelijnd met de juiste papierformaatlijnen op de bodem van
de invoerlade en dat hij de stapelhoogtemarkering op de zijkant van de lade niet overschrijdt.
OPMERKING:Vul nooit enveloppen bij terwijl de printer nog aan het afdrukken is.
4.Schuif de breedtegeleiders voor het papier in de lade tot ze de rand van de stapel enveloppen
raken en schuif de lade naar binnen.
5.Op het scherm van het bedieningspaneel verschijnt een bericht met de herinnering om de
papierinstellingen te wijzigen als u het mediatype hebt gewijzigd, of om de instellingen te
behouden als u het mediatype hebt behouden.
6.Klap het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
14Hoofdstuk 2 Aan de slagNLWW
Om kaarten en fotopapier te plaatsen
1.Trek de uitvoerlade naar boven.
2.Trek de invoerlade naar buiten om ze te verlengen.
3.Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden in het midden van de lade.
Zorg ervoor dat de stapel papier is uitgelijnd met de juiste papierformaatlijnen op de bodem van
de invoerlade en dat hij de stapelhoogtemarkering op de zijkant van de lade niet overschrijdt.
OPMERKING:Vul nooit papier bij terwijl de printer nog aan het afdrukken is.
NLWWPlaats papier15
4.Schuif de papierbreedtegeleiders in de lade tot ze de rand van de stapel papier raken en sluit
vervolgens de lade.
5.Op het scherm van het bedieningspaneel verschijnt een bericht met de herinnering om de
papierinstellingen te wijzigen als u het mediatype hebt gewijzigd, of om de instellingen te
behouden als u het mediatype hebt behouden.
6.Klap het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
Een origineel op de glasplaat plaatsen
U kunt originelen van maximaal Legal-formaat kopiëren, scannen of faxen door ze op de glasplaat te
plaatsen.
OPMERKING:Veel van de speciale functies werken niet juist als de glasplaat en klep niet schoon
zijn. Zie
Onderhoud aan de printer uitvoeren voor meer informatie.
OPMERKING:Verwijder alle originelen uit de documentinvoerlade voordat u de klep van de printer
optilt.
Een origineel op de glasplaat van de scanner plaatsen
1.Til de scannerklep op.
16Hoofdstuk 2 Aan de slagNLWW
2.Plaats uw origineel met afgedrukte zijde naar beneden zoals hieronder afgebeeld.
TIP:Raadpleeg de gegraveerde geleiders langs de glasplaat voor meer hulp bij het plaatsen
van originelen.
3.Sluit de klep.
Plaats een origineel in de documentinvoer
U kunt een document kopiëren, scannen of faxen door het in de doumentinvoer te plaatsen.
De documentinvoerlade kan maximaal 35 vellen papier van A4-, Letter- of Legal-formaat bevatten.
VOORZICHTIG:Plaats geen foto's in de documentinvoer; dit kan uw foto's beschadigen. Gebruik
enkel papier dat door de documentinvoer wordt ondersteund.
Zie
Tips voor de keuze en het gebruik van papier voor meer informatie.
OPMERKING:Bepaalde functies, zoals de kopieerfunctie Aanpassen aan pagina, werken niet
wanneer u originelen in de documentinvoer plaatst. Om deze functies te laten werken, moet u uw
originelen op de glasplaat van de scanner plaatsen.
Om een origineel in de documentinvoer te laden
1.Plaats uw origineel met de bedrukte zijde naar boven in de documentinvoer.
a.Wanneer u een origineel document plaatst in staande afdrukstand, plaats de pagina's dan
zo dat de bovenrand van het document eerst wordt ingevoerd. Wanneer u een origineel
document plaatst in liggende afdrukstand, plaats de pagina's dan zo dat de linkerrand van
het document eerst wordt ingevoerd.
b.Schuif het papier in de documentinvoer tot u een geluid hoort of tot er op het scherm van
het bedieningspaneel een bericht verschijnt dat aangeeft dat de geplaatste pagina's zijn
gedetecteerd.
TIP:Raadpleeg het diagram in de documentinvoerlade voor hulp bij het plaatsen van
originelen in de documentinvoer.
NLWWPlaats een origineel in de documentinvoer17
2.Schuif de breedtegeleiders voor het papier tegen de linker- en rechterrand van het papier.
Plaats een USB-stick
U kunt de USB-stick in de poort aan de voorkant van de printer plaatsen. U kunt bestanden van de
USB-stick overdragen naar uw computer of bestanden van de printer naar de USB-stick scannen.
VOORZICHTIG:Verwijder de USB-stick niet terwijl deze door de printer wordt gebruikt. Dit kan de
bestanden op de USB-stick beschadigen. U kunt een USB-stick enkel veilig verwijderen als het
lampje van de USB-poort niet knippert.
De printer ondersteunt geen gecodeerde USB-sticks.
De printer bijwerken
HP werkt er altijd aan om de prestaties van zijn printers te verbeteren en u de laatste functies te
bieden.
Normaal controleert de printer automatisch op updates wanneer hij is verbonden met het netwerk en
webservices zijn ingeschakeld.
De printer bijwerken met het bedieningspaneel van de printer
1.Raak Installatie aan op het scherm van het bedieningspaneel van de printer.
2.Raak Printeronderhoud aan.
3.Druk op De printer bijwerken.
De printer automatisch laten zoeken naar updates
OPMERKING:De standaardinstelling van Automatische updates is Aan.
18Hoofdstuk 2 Aan de slagNLWW
1.
Raak op het bedieningspaneel van de printer
(HP ePrint) aan.
2.Raak OK aan.
3.Raak Instellingen aan en raak vervolgens De printer bijwerken aan.
4.Raak Automatisch bijwerken aan en raak vervolgens Aan aan.
De printer bijwerken met de embedded web server (EWS)
1.Open EWS.
Zie
Geïntegreerde webserver voor meer informatie.
2.Klik op het tabblad Extra.
3.Klik in het gedeelte Printerupdates op Firmware-updates en volg de instructies op het scherm.
OPMERKING:Als er een printerupdate beschikbaar is, zal de printer de update downloaden en
installeren en vervolgens opnieuw opstarten.
OPMERKING:Als er u wordt gevraagd naar proxy-instellingen en als uw netwerk proxy-instellingen
gebruikt, volgt u de instructies op het scherm om een proxyserver in te stellen. Als u niet beschikt
over de details, neem dan contact op met uw netwerkbeheerder of de persoon die het netwerk heeft
ingesteld.
Open de HP-printersoftware (Windows)
Na het installeren van de HP-printersoftware kunt u, afhankelijk van uw besturingssysteem, het
volgende doen:
●
Windows 8.1: Klik op de pijl naar beneden in de linkerbenedenhoek van het Start-scherm en
selecteer de printernaam.
●
Windows 8: Klik met de rechtermuisknop op een leeg gebied van het Start-scherm en klik op
Alle apps op de app-balk en selecteer de printernaam.
●
Windows 7, Windows Vista en Windows XP: Klik in het bureaublad op Start, selecteer Alle
programma's, klik op HP en klik op de map van de printer. Selecteer dan het pictogram met de
printernaam.
Schakel de printer uit
Schakel de printer uit door op (de Aan/uit-knop) links vooraan op de printer te drukken. Het aan-/
uit-lampje knippert terwijl de printer wordt uitgeschakeld. Wacht tot het lampje uitgaat voor u de
stekker loskoppelt of een wandschakelaar omzet.
VOORZICHTIG:Als u de printer verkeerd uitschakelt, wordt de wagen met de inktcartridges
mogelijk niet op de juiste positie teruggezet. Dit kan problemen met de inktcartridges en de
afdrukkwaliteit veroorzaken.
VOORZICHTIG:Schakel de printer nooit uit wanneer er inktcartridges ontbreken. HP raadt aan om
ontbrekende cartridges zo snel mogelijk te vervangen om problemen met de afdrukkwaliteit, mogelijk
extra inktverbruik van de resterende inktcartridges of schade aan het inktsysteem te voorkomen.
NLWWOpen de HP-printersoftware (Windows)19
3Afdrukken
De meeste afdrukinstellingen worden in de software automatisch afgehandeld. Wijzig de instellingen
uitsluitend handmatig indien u de afdrukkwaliteit wilt veranderen, u wilt afdrukken op speciale
papiersoorten of als u speciale functies wilt gebruiken.
Zie
Elementaire informatie over papier voor meer informatie over het selecteren van de beste
afdrukmaterialen voor uw documenten.
TIP:Deze printer bevat HP ePrint, een gratis dienst van HP waarmee u op elk ogenblik en vanaf
elke locatie documenten kunt afdrukken met uw printer voorzien van HP ePrint, zonder extra software
of printerstuurprogramma's. Zie
HP ePrint voor meer informatie.
TIP:U kunt deze printer gebruiken om documenten en foto's op uw mobiel toestel (zoals een
smartphone of tablet) af te drukken. Bezoek de website van HP Mobile Printing (
www.hp.com/go/
mobileprinting) voor meer informatie. Deze website is momenteel nog niet beschikbaar in alle talen).
●
Documenten afdrukken
●
Brochures afdrukken
●
Afdrukken op enveloppen
●
Foto's afdrukken
●
Afdrukken op speciaal en aangepast papier
●
Afdrukken aan beide zijden (dubbelzijdig afdrukken)
●
Afdrukken met maximum aantal dpi
●
Tips voor geslaagd afdrukken
●
Afdrukken met AirPrintTM
Documenten afdrukken
Om documenten af te drukken (Windows)
1.Plaats papier in de lade. Zie
Plaats papier voor meer informatie.
2.Selecteer Afdrukken in uw software.
3.Zorg ervoor dat uw printer is geselecteerd.
4.Klik op de knop waarmee u het dialoogvenster Eigenschappen opent.
Afhankelijk van uw softwaretoepassing heeft deze knop de naam Eigenschappen, Opties,
Printerinstellingen, Printereigenschappen, Printer of Voorkeuren.
OPMERKING:Maak de wijzigingen in de HP-software die bij de printer is geleverd om de
afdrukinstellingen voor alle afdruktaken in te stellen. Zie
Hulpprogramma's printerbeheer voor
meer informatie over de HP-software.
5.Selecteer de gewenste opties.
20Hoofdstuk 3 AfdrukkenNLWW
●
Selecteer in het tabblad Indeling de afdrukstand Staand of Liggend.
●
Selecteer in het tabblad Papier/Kwaliteit het juiste papiertype in de vervolgkeuzelijst Media
in het deelvenster Ladekeuze. Kies vervolgens het juiste afdrukkwaliteit in de
vervolgkeuzelijst Instelling afdrukkwaliteit.
●
Klik op Geavanceerd in het gedeelte Papier/uitvoer en selecteer het papierformaat uit de
vervolgkeuzelijst Papierformaat.
OPMERKING:Als u het Papierformaat wijzigt, zorg er dan voor dat u het correcte papier
hebt geplaatst en dat u het overeenkomstige papierformaat op het bedieningspaneel van
de printer hebt ingesteld.
Voor meer afdrukopties, zie Tips voor geslaagd afdrukken.
6.Klik op OK om het dialoogvenster Eigenschappen te sluiten.
7.Klik op Afdrukken of OK om het afdrukken te starten.
Om documenten af te drukken (OS X)
1.Plaats papier in de lade. Zie
Plaats papier voor meer informatie.
2.In het menu Bestand in uw software kiest u Afdrukken.
3.Zorg ervoor dat uw printer is geselecteerd.
4.Geef de pagina-eigenschappen.
Als het gedeelte Opties in het dialoogvenster Afdrukken niet wordt weergegeven, klik dan op
Details weergeven.
OPMERKING:De volgende opties zijn beschikbaar voor uw printer. De positie van de opties
kan verschillen van toepassing tot toepassing.
●
Geef het papierformaat op.
OPMERKING:Als u het Papierformaat wijzigt, zorg er dan voor dat u het correcte papier
hebt geplaatst en dat u het overeenkomstige papierformaat op het bedieningspaneel van
de printer hebt ingesteld.
●
Selecteer de afdrukstand.
●
Geef het vergrotings- of verkleiningspercentage op.
5.Klik op Afdrukken.
Brochures afdrukken
Om brochures af te drukken (Windows)
1.Plaats papier in de lade. Zie
Plaats papier voor meer informatie.
2.Klik op Bestand in het menu Afdrukken van uw softwaretoepassing.
3.Zorg ervoor dat de printer die u wilt gebruiken geselecteerd is.
4.Klik op de knop waarmee u het dialoogvenster Eigenschappen opent om de instellingen te
wijzigen.
Afhankelijk van uw softwaretoepassing kan deze knop de volgende naam hebben:
Eigenschappen, Opties, Printerinstellingen, Printer, of Voorkeuren.
NLWWBrochures afdrukken21
OPMERKING:Maak de wijzigingen in de HP-software die bij de printer is geleverd om de
afdrukinstellingen voor alle afdruktaken in te stellen. Zie
Hulpprogramma's printerbeheer voor
meer informatie over de HP-software.
5.Selecteer de gewenste opties.
●
Selecteer in het tabblad Indeling de afdrukstand Staand of Liggend.
●
Selecteer in het tabblad Papier/Kwaliteit het juiste papiertype in de vervolgkeuzelijst Media
in het deelvenster Ladekeuze. Kies vervolgens het juiste afdrukkwaliteit in de
vervolgkeuzelijst Instelling afdrukkwaliteit.
●
Klik op Geavanceerd in het gedeelte Papier/uitvoer en selecteer het papierformaat uit de
vervolgkeuzelijst Papierformaat.
OPMERKING:Als u het Papierformaat wijzigt, zorg er dan voor dat u het correcte papier
hebt geplaatst en dat u het overeenkomstige papierformaat op het bedieningspaneel van
de printer hebt ingesteld.
Voor meer afdrukopties, zie Tips voor geslaagd afdrukken.
6.Klik op OK.
7.Klik op Afdrukken of OK om te beginnen met afdrukken.
Om brochures af te drukken (OS X)
1.Plaats papier in de lade. Zie
Plaats papier voor meer informatie.
2.Klik op Bestand in het menu Afdrukken van uw softwaretoepassing.
3.Zorg ervoor dat uw printer is geselecteerd.
Als het gedeelte Opties in het dialoogvenster Afdrukken niet wordt weergegeven, klik dan op
Details weergeven.
4.Selecteer een papierformaat uit het pop-upmenu.
Klik op de knop Papierformaat als het pop-upmenu Afdrukken niet in het dialoogvenster Pagina-
instelling staat. Als u klaar bent met het selecteren van het papierformaat, klikt u op OK om
Pagina-instelling af te sluiten en terug te keren naar het dialoogvenster Afdrukken.
OPMERKING:Als u het Papierformaat wijzigt, zorg er dan voor dat u het correcte papier hebt
geplaatst en dat u het overeenkomstige papierformaat op het bedieningspaneel van de printer
hebt ingesteld.
5.Klik in het pop-upmenu op Papiersoort/Kwaliteit en selecteer dan de volgende instellingen:
●
Papiersoort: Het juiste type brochurepapier
●
Kwaliteit:Normaal of Beste
6.Selecteer desgewenst nog andere afdrukinstellingen en klik op Afdrukken om het afdrukken te
starten.
Afdrukken op enveloppen
Vermijd het gebruik van enveloppen met de volgende kenmerken:
●
Zeer gladde afwerking
●
Plakbanden, sluitingen of vensters
22Hoofdstuk 3 AfdrukkenNLWW
●
Dikke, onregelmatige of gekrulde randen
●
Gekreukelde, gescheurde of anderszins beschadigde enveloppen
Zorg ervoor dat de enveloppen die u in de printer plaatst scherp gevouwen zijn.
OPMERKING:Zie voor meer informatie over afdrukken op enveloppen de documentatie van het
softwareprogramma dat u gebruikt.
Enveloppen afdrukken (Windows)
1.Plaats de enveloppen in de lade. Zie
Plaats papier voor meer informatie.
2.In het menu Bestand van uw software klikt u op Afdrukken.
3.Zorg ervoor dat uw printer is geselecteerd.
4.Klik op de knop waarmee u het dialoogvenster Eigenschappen opent.
Afhankelijk van uw softwaretoepassing heeft deze knop de naam Eigenschappen, Opties,
Printerinstellingen, Printereigenschappen, Printer of Voorkeuren.
OPMERKING:Maak de wijzigingen in de HP-software die bij de printer is geleverd om de
afdrukinstellingen voor alle afdruktaken in te stellen. Zie
Hulpprogramma's printerbeheer voor
meer informatie over de HP-software.
5.Selecteer de gewenste opties.
●
Selecteer in het tabblad Indeling de afdrukstand Staand of Liggend.
●
Selecteer in het tabblad Papier/Kwaliteit het juiste papiertype in de vervolgkeuzelijst Media
in het deelvenster Ladekeuze. Kies vervolgens het juiste afdrukkwaliteit in de
vervolgkeuzelijst Instelling afdrukkwaliteit.
●
Klik op Geavanceerd in het gedeelte Papier/uitvoer en selecteer het papierformaat uit de
vervolgkeuzelijst Papierformaat.
OPMERKING:Als u het Papierformaat wijzigt, zorg er dan voor dat u het correcte papier
in de printer plaatst en dat u het overeenkomstige papierformaat op het bedieningspaneel
van de printer instelt.
Voor meer afdrukopties, zie Tips voor geslaagd afdrukken.
6.Klik op OK en klik vervolgens op Afdrukken of OK in het dialoogvenster Afdrukken.
Enveloppen afdrukken (OS X)
1.Plaats enveloppen in de lade met de afdrukzijde naar beneden. Raadpleeg
Plaats papier voor
meer informatie.
2.In het menu Bestand in uw software kiest u Afdrukken.
3.Zorg ervoor dat uw printer is geselecteerd.
4.Stel de afdrukopties in.
Als het gedeelte Opties in het dialoogvenster Afdrukken niet wordt weergegeven, klik dan op
Details weergeven.
OPMERKING:De volgende opties zijn beschikbaar voor uw printer. De positie van de opties
kan verschillen van toepassing tot toepassing.
NLWWAfdrukken op enveloppen23
a.Selecteer het juiste envelopformaat in het pop-upmenu Papierformaat.
OPMERKING:Als u het Papierformaat wijzigt, zorg er dan voor dat u het correcte papier
hebt geplaatst en dat u het overeenkomstige papierformaat op het bedieningspaneel van
de printer hebt ingesteld.
b.In het pop-upmenu kiest u Papiersoort/kwaliteit en controleert u of de instelling papiersoort
is ingesteld op Gewoon papier.
5.Klik op Afdrukken.
Foto's afdrukken
Laat ongebruikt fotopapier niet in de invoerlade zitten. Het fotopapier kan omkrullen, waardoor de
afdrukkwaliteit kan verminderen. Fotopapier moet vlak zijn om er goed op te kunnen afdrukken.
TIP:U kunt deze printer gebruiken om documenten en foto's op uw mobiel toestel (zoals een
smartphone of tablet) af te drukken. Bezoek de website van HP Mobile Printing (
www.hp.com/go/
mobileprinting) voor meer informatie. Deze website is momenteel nog niet beschikbaar in alle talen).
Foto's afdrukken vanaf de computer (Windows)
1.Plaats papier in de lade. Zie
Plaats papier voor meer informatie.
2.Selecteer Afdrukken in uw software.
3.Zorg ervoor dat uw printer is geselecteerd.
4.Klik op de knop waarmee u het dialoogvenster Eigenschappen opent.
Afhankelijk van uw softwaretoepassing heeft deze knop de naam Eigenschappen, Opties,
Printerinstellingen, Printereigenschappen, Printer of Voorkeuren.
5.Selecteer de gewenste opties.
●
Selecteer in het tabblad Indeling de afdrukstand Staand of Liggend.
●
Selecteer in het tabblad Papier/Kwaliteit het juiste papiertype in de vervolgkeuzelijst Media
in het deelvenster Ladekeuze. Kies vervolgens het juiste afdrukkwaliteit in de
vervolgkeuzelijst Instelling afdrukkwaliteit.
●
Klik op Geavanceerd in het gedeelte Papier/uitvoer en selecteer het papierformaat uit de
vervolgkeuzelijst Papierformaat.
OPMERKING:Als u het Papierformaat wijzigt, zorg er dan voor dat u het correcte papier
hebt geplaatst en dat u het overeenkomstige papierformaat op het bedieningspaneel van
de printer hebt ingesteld.
Voor meer afdrukopties, zie Tips voor geslaagd afdrukken.
OPMERKING:Voor een maximale dpi-resolutie gaat u naar het tabblad Papier/Kwaliteit,
selecteert u Fotopapier in de vervolgkeuzelijst Media, klikt u op de knop Geavanceerd en
selecteert u Ja in de vervolgkeuzelijst Druk af in max. DPI. Indien u grijstinten met maximale dpi
wenst af te drukken, selecteer dan Grijstinten van hoge kwaliteit uit de vervolgkeuzelijst
Afdrukken in grijstinten.
6.Klik op OK om terug naar het dialoogvenster Eigenschappen te gaan.
7.Klik op OK en klik vervolgens op Afdrukken of OK in het dialoogvenster Afdrukken.
OPMERKING:Na het voltooien van de afdruk moet u ongebruikt fotopapier uit de lade verwijderen.
Bewaar fotopapier zo dat het niet kan omkrullen, dit leidt tot een mindere kwaliteit van de afdrukken.
24Hoofdstuk 3 AfdrukkenNLWW
Foto's afdrukken vanaf de computer (OS X)
1.Plaats papier in de lade. Zie
Plaats papier voor meer informatie.
2.In het menu Bestand in uw software kiest u Afdrukken.
3.Zorg ervoor dat uw printer is geselecteerd.
4.Stel de afdrukopties in.
Als het gedeelte Opties in het dialoogvenster Afdrukken niet wordt weergegeven, klik dan op
Details weergeven.
OPMERKING:De volgende opties zijn beschikbaar voor uw printer. De positie van de opties
kan verschillen van toepassing tot toepassing.
a.Kies in het pop-upmenu Papierformaat Het juiste papierformaat.
OPMERKING:Als u het Papierformaat wijzigt, zorg er dan voor dat u het correcte papier
hebt geplaatst en dat u het overeenkomstige papierformaat op het bedieningspaneel van
de printer hebt ingesteld.
b.Selecteer een Afdrukstand.
c.Kies uit het pop-upmenu Papiersoort/Kwaliteit en kies vervolgens de volgende instellingen:
●
Papiertype: de juiste soort fotopapier
●
Kwaliteit: Beste of Maximum dpi
●
Klik op het driehoekje Kleuropties en selecteer dan de juiste Fotoherstel optie.
◦
Uit: brengt geen wijzigingen aan de afbeelding.
◦
Normaal: hiermee wordt het beeld automatisch scherp gesteld; hiermee past u de
scherpte van het beeld enigszins aan.
5.Selecteer desgewenst nog andere afdrukinstellingen en klik op Afdrukken.
Om foto's van een USB-stick af te drukken
U kunt een USB-stick (of een geheugenpen) aansluiten op de USB-poort aan de voorkant van de
printer.
Zie
Plaats een USB-stick voor meer informatie over het gebruik van geheugenapparaten.
VOORZICHTIG:Verwijder de USB-stick niet terwijl deze door de printer wordt gebruikt. Dit kan de
bestanden op de USB-stick beschadigen. U kunt een USB-stick enkel veilig verwijderen als het
lampje van de USB-poort niet knippert.
1.Plaats de USB-stick in de USB-poort vooraan.
2.Raak Foto's afdrukken aan in het scherm van het bedieningspaneel.
3.Druk Weergeven en afdrukken op het scherm van het bedieningspaneel om foto's weer te
geven.
4.Selecteer op het scherm van de printer een foto die u wilt afdrukken en druk op Doorgaan.
5.Schuif naar boven of naar beneden om het aantal af te drukken foto's aan te geven.
6.
Raak
(Bewerken) aan om de opties voor het bewerken van geselecteerde foto's te
selecteren. U kunt een foto draaien, bijsnijden of Foto herstellen of Rode ogen verwijderen in- en
uitschakelen.
NLWWFoto's afdrukken25
7.Raak Gereed en Doorgaan aan om een voorbeeld van de geselecteerde foto te bekijken. Indien
u de lay-out of de papiersoort wilt aanpassen, raakt u
(Instellingen) en uw selectie aan. U
kunt alle nieuwe instellingen als standaard opslaan.
8.Raak Afdrukken aan om te beginnen met afdrukken.
Afdrukken op speciaal en aangepast papier
Als uw toepassing een aangepast papierformaat ondersteunt, stelt u het papierformaat eerst in de
toepassing in voordat u het document afdrukt. Zo niet, stelt u het papierformaat in het
printerstuurprogramma in. U moet wellicht de opmaak van bestaande documenten aanpassen om
deze correct te kunnen afdrukken op een aangepast papierformaat.
Om aangepaste formaten in te stellen (Windows)
1.Ga, afhankelijk van het besturingssysteem, op een van de volgende manieren te werk:
●
Windows 8.1 en Windows 8: Wijs of tik in de rechterbovenhoek van het scherm om de
Emoticonsbalk te openen, klik op het pictogram Instellingen, klik of tik op
Configuratiescherm en klik of tik op Apparaten en printers bekijken. Klik of tik op de
printernaam en klik of tik op Eigenschappen afdrukserver.
●
Windows 7: Klik in het menu Start van Windows op Apparaten en printers. Selecteer de
printernaam en klik op Eigenschappen afdrukserver.
●
Windows Vista: Klik vanuit het Start-menu van Windows op Configuratiescherm en klik
vervolgens op Printers. Klik met de rechtermuisknop op een leeg gebied van het venster
Printers en selecteer Eigenschappen server.
●
Windows XP: Klik vanuit het Start-menu van Windows op Configuratiescherm en klik
vervolgens op Printers en faxen. Klik in het menu Bestand op Servereigenschappen.
2.Selecteer het vakje Een nieuwe vorm maken.
3.Voer de naam van het aangepaste papierformaat in.
4.Voer de afmetingen van het aangepaste papierformaat in het gedeelte Vormbeschrijving
(afmetingen).
5.Klik op Vorm opslaan, en vervolgens op Sluiten.
Om op speciaal en aangepast papier af te drukken (Windows)
OPMERKING:Vooraleer u op aangepast papier kunt afdrukken, moet u het aangepaste formaat
instellen in Eigenschappen afdrukserver.
1.Plaats het juiste papier in de lade. Zie Plaats papier voor meer informatie.
2.Klik op Afdrukken in het menu Bestand van uw softwaretoepassing.
3.Zorg ervoor dat uw printer is geselecteerd.
4.Klik op de knop waarmee u het dialoogvenster Eigenschappen opent.
Afhankelijk van uw softwaretoepassing heeft deze knop de naam Eigenschappen, Opties,
Printerinstellingen, Printereigenschappen, Printer of Voorkeuren.
OPMERKING:Maak de wijzigingen in de HP-software die bij de printer is geleverd om de
afdrukinstellingen voor alle afdruktaken in te stellen. Zie
Hulpprogramma's printerbeheer voor
meer informatie over de HP-software.
26Hoofdstuk 3 AfdrukkenNLWW
5.Klik in het tabblad Layout of Papier/kwaliteit op de knop Geavanceerd.
6.Selecteer in de zone Papier/uitvoer het aangepaste papierformaat uit de vervolgkeuzelijst
Papierformaat.
OPMERKING:Als u het Papierformaat wijzigt, zorg er dan voor dat u het correcte papier hebt
geplaatst en dat u het overeenkomstige papierformaat op het bedieningspaneel van de printer
hebt ingesteld.
7.Selecteer desgewenst nog andere afdrukinstellingen en klik op OK.
8.Klik op Afdrukken of OK om het afdrukken te starten.
Om aangepaste formaten in te stellen (OS X)
1.Ga, afhankelijk van het besturingssysteem, op een van de volgende manieren te werk:
●
Klik vanuit het menu Bestand in uw softwaretoepassing op Pagina-indeling en controleer
vervolgens of de printer die u wilt gebruiken is geselecteerd in het pop-upmenu Formaat
voor.
●
Klik vanuit het menu Bestand in uw softwaretoepassing op Afdrukken en controleer of de
printer die u wilt gebruiken is geselecteerd.
2.Selecteer Speciale papierformaten beheren in het pop-upmenu Papierformaat.
OPMERKING:Als u deze opties niet ziet in het dialoogvenster Afdrukken, klik dan op het
blauwe weergavedriehoekje naast het pop-upmenu Printer of klik op Details weergeven.
3.Klik op het +-teken aan de linkerkant van het scherm, dubbelklik op Naamloos en typ een naam
voor het nieuwe aangepaste formaat.
4.Bij Breedte en Hoogte voert u de afmetingen in en stelt u vervolgens de marges in, indien u die
wilt aanpassen.
5.Klik op OK.
Om op speciaal en aangepast papier af te drukken (OS X)
Vooraleer u op aangepast papier kunt afdrukken, moet u het aangepaste formaat instellen in de HP-
software.
1.Laad het juiste papier in de lade. Zie
Plaats papier voor meer informatie.
2.Klik in het menu Bestand van het programma op uw computer op Afdrukken.
3.Zorg ervoor dat uw printer is geselecteerd.
Als het gedeelte Opties in het dialoogvenster Afdrukken niet wordt weergegeven, klik dan op
Details weergeven.
4.Selecteer een papierformaat uit het pop-upmenu.
Klik op de knop Pagina-instelling als het pop-upmenu Papierformaat niet in het dialoogvenster
Afdrukken staat. Als u klaar bent met het selecteren van het papierformaat, klikt u op OK om
Pagina-instelling af te sluiten en terug te keren naar het dialoogvenster Afdrukken .
OPMERKING:Als u het Papierformaat wijzigt, zorg er dan voor dat u het correcte papier hebt
geplaatst en dat u het overeenkomstige papierformaat op het bedieningspaneel van de printer
hebt ingesteld.
5.Klik in het pop-upmenu op Papierverwerking.
NLWWAfdrukken op speciaal en aangepast papier27
6.Klik in het gedeelte Papierformaat bestemming op Aanpassen aan papierformaat.
7.Selecteer eventueel nog andere afdrukinstellingen en klik op Afdrukken om het afdrukken te
starten.
OPMERKING:Software en systeemvereisten vindt u in het Leesmij-bestand. Dit bevindt zich op de
cd met HP-printersoftware die bij uw printer werd geleverd.
Afdrukken aan beide zijden (dubbelzijdig afdrukken)
U kunt automatisch dubbelzijdig afdrukken op een vel papier door middel van het mechanisme voor
Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.
Product:
Spelregels forum
Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:
lees eerst de handleiding door;
controleer of uw vraag al eerder door iemand anders is gesteld;
probeer uw vraag zo duidelijk mogelijk te stellen;
heeft u een probleem en al geprobeerd om dit op te lossen, vermeld dit erbij aub;
heeft u een oplossing gekregen van een bezoeker dan horen wij dat graag in dit forum;
wilt u een reactie geven op een vraag of antwoord, gebruik dan niet dit formulier maar klik op de knop 'reageer op deze vraag';
uw vraag wordt direct op de website gezet; vermijd daarom persoonlijke gegevens in te vullen;
Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.
Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.
Abonneren
Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw HP Officejet 6810 bij:
nieuwe vragen en antwoorden
nieuwe handleidingen
U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.
Ontvang uw handleiding per email
Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van HP Officejet 6810 in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.
De handleiding is 8,87 mb groot.
U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.
Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email
Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.
Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.
Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken
U heeft geen emailadres opgegeven
Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.
Uw vraag is op deze pagina toegevoegd
Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.