660852
11
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/34
Pagina verder
Invertermodel
P/N9319356013-02
Bedieningsvoorschrift
WANDMODEL
AIRCONDITIONER
airconditioner
ASYG9LTCA ASYG12LTCA
condensingunit
AOYG9LTC AOYG12LTC
3514
MIDDENWEG 515, HEERHUGOWAARD
TEL. 072-5723150, WWW.BEERSKLIMAAT.NL
Inhoudsopgave
1. Voorzorgsmaatregelen 3
2. Omschrijving van de functies 4
3. Benaming en functie van onderdelen 6
4. Voorbereiding 8
5. Instellen van de functies 9
6. Instellen luchtuitblaasrichting 13
7. Swingfunctie 14
7. Bewegingsmelder (energie besparend) 14
9. Extra Vermogen functie 16
10. Energiebesparende functie (ECONOMY) 16
11. 10°C verwarming instelling 17
12. Geluidsreductie buitenunit 17
13. Manual auto functie 18
14. Timerfunctie 19
15. Program timerfunctie 20
16. Slaapfunctie (SLEEP) 21
17. Week timer 22
18. Week timer functie 24
19. Onderhoud en schoonmaak 26
20. Problemen 30
21. Bijzonderheden van de werking 32
22. Specificaties 33
2
1. voorzorgsmaatregelen
Lees voor het gebruiken van deze airconditioner het bedieningsvoorschrift zorgvuldig door.
Werk volgens de aanwijzingen.
De instructies in deze alinea hebben betrekking op de veiligheid. Houd bij het gebruik van de
airconditioner rekening met de veiligheidsvoorschriften.
Veiligheidsvoorschriften
GEVAAR!
Probeer niet deze airconditioner zelf te installeren.
Geen van de onderdelen van deze unit kunnen door de gebruiker zelf worden gerepareerd.
Raadpleeg altijd de erkende installateur voor reparaties.
Raadpleeg bij verhuizing een erkende installateur voor het loskoppelen en opnieuw installeren
van de unit.
Blijf niet te lang in de koude luchtstroom van de airconditioner in verband met gevaar voor
onderkoeling.
Steek geen voorwerpen of lichaamsdelen in de luchtuitlaat of het luchtrooster.
Schakel de airconditioner niet uit door de stekker uit het stopcontact te nemen of de
hoofdschakelaar uit te zetten.
Zorg dat het elektrische snoer niet wordt beschadigd.
Schakel het apparaat uit in geval van storing (brandlucht, e.d.). Trek de stekker uit het stopcontact
en raadpleeg de erkende installateur.
Als de elektriciteitskabel van deze airconditioner beschadigd is, dient deze uitsluitend te worden
vervangen door de fabrikant of zijn gemachtigd servicepersoneel om veiligheidsrisico’s te
voorkomen.
PAS OP!
Zorg tijdens het gebruik regelmatig voor ventilatie.
Richt de luchtstroom niet op kachels of verwarmingsapparatuur.
Klim niet op de airconditioner, plaats er geen voorwerpen op.
Plaats geen bloemenvazen of waterbakken op de airconditioner.
Hang geen voorwerpen aan de airconditioner.
Stel de airconditioner niet rechtstreeks bloot aan water.
Bedien de airconditioner niet met natte handen.
Schakel de elektriciteit uit wanneer de unit langere tijd niet wordt gebruikt.
Controleer of het onderstel van de installatie is beschadigd.
Plaats geen planten of dieren in de directe luchtstroom.
Drink niet van het water dat uit de airconditioner komt.
Niet te gebruiken voor toepassingen bij de opslag van voedingsmiddelen, planten, dieren,
precisieapparatuur of kunstwerken.
Oefen geen druk uit op de radiatorvinnen.
Alleen te gebruiken wanneer de luchtfilters zijn geïnstalleerd.
Zorg dat het luchtinlaatrooster en de uitlaatopening niet worden geblokkeerd of afgedekt.
Zorg dat elektronische apparatuur tenminste een meter van de binnen- of buitenunit verwijderd
staat.
Voorkom installatie van de airconditioner dichtbij een kachel of ander verwarmingsapparaat.
Gebruik geen ontvlambare gassen nabij de airconditioner.
Verbindingskleppen worden tijdens verwarmen heet; wees voorzichtig.
Schakel de hoofdschakelaar altijd uit als u de airconditioner reinigt of het luchtfilter verwisselt.
3
2. Omschrijving van de functies
Energiebesparende functies
Inverter functie
Direct na het inschakelen van de airconditioner wordt extra vermogen gebruikt om de ruimte snel
op de ingestelde temperatuur te brengen. Daarna schakelt de unit automatisch over naar een lager
vermogen.
Energiebesparende bewegingsmelder
Als de sensor vaststelt dat er zich geen personen in de ruimte bevinden wordt automatisch het
vermogen verlaagd. Dat bespaart geld door lagere stroomkosten.
Energiebesparende functie
In de energiebesparende functie is de temperatuur tijdens de koelfunctie iets hoger dan de ingestelde
waarde. Tijdens de verwarmingsfunctie is de temperatuur iets lager. Op deze manier wordt energie
bespaard t.o.v. de normale functie.
Swingfunctie
De luchtuitblaasrichting wordt geregeld door de lamellen. Doordat de lamellen automatisch op en
neer bewegen wordt de lucht door de gehele ruimte verspreid.
Automatische functieomschakeling
De airconditioner schakelt automatisch tussen de koel- en verwarmingsfunctie om de ingestelde
temperatuur te handhaven.
Super stil functie
De luchtuitblaassnelheid wordt verlaagd om een fluisterstille koelwerking te verkrijgen.
10° C verwarmingsfunctie
De ruimtetemperatuur kan op 10° C worden ingesteld, waardoor voorkomen wordt dat de ruimte-
temperatuur te ver daalt.
Geluidsbeperking buitenunit
Deze functie vermindert het geluid van de buitenunit door het verlagen van de ventilatorsnelheid en
het toerental van de compressor. Vooral nuttig als het stil is in de omgeving, bijv. ‘s nachts. N.B.: deze
functie is niet beschikbaar voor Multisplit modellen.
Handige functies
Weektimer
De instelling van de temperatuur en de timerfunctie kan naar uw eigen wensen worden gekozen voor
elke dag tussen maandag en vrijdag. U kunt maximaal 4 “ON” tijden of “OFF” tijden per dag instellen.
Programma-timer
De timerfunctie maakt het mogelijk de OFF-timer en ON-timer functies te combineren.
(Bijv. van OFF-timer naar ON-timer of van ON-timer naar OFF-timer binnen een periode van 24 uur.)
Slaapfunctie
Indien de slaapfunctie (SLEEP) toets wordt ingedrukt tijdens de koelfunctie, dan wordt de ingestelde
temperatuur automatisch geleidelijk verhoogd. Als de ingestelde tijd is bereikt, schakelt de air-
conditioner automatisch uit.
Extra vermogen functie
Te gebruiken vor het snel koelen of verwarmen van de ruimte.
4
Reinigingsfuncties
S
chimmelbestendig filter
H
et luchtfilter is behandeld om groei van schimmels tegen te gaan. De uitgeblazen lucht is schoner
en het filter is eenvoudig te onderhouden.
Polyfenol Catechin luchtreinigingsfilter
H
et polyfenol catechin luchtreinigingsfilter verwijdert d.m.v. statische elektriciteit onzichtbaar kleine
stofdeeltjes (tabaksrook, micro-organismen) uit de lucht. Het filter bevat catechin, dat zeer effectief
de groei van diverse bacteriën in het filter voorkomt. Houd er rekening mee, dat de luchthoeveelheid
afneemt als u dit filter installeert. Hierdoor wordt het koelvermogen van de unit iets lager.
Ionenfilter
Het filter verwijdert luchtjes door geabsorbeerde geuren af te breken m.b.v. de oxiderende en
afbrekende werking van zeer fijne keramische deeltjes.
Afstandsbediening
Draadloze afstandsbediening
Met de draadloze afstandsbediening kunt u op een gemakkelijke manier de airconditioner bedienen.
Afstandsbediening met draad (optie)
U kunt ook gebruik maken van een (als optie verkrijgbare) afstandsbediening met draad. Ook is
het mogelijk de draadloze afstandsbediening en de afstandsbediening met draad tegelijkertijd te
gebruiken. Enkele functies zijn dan niet bruikbaar. Worden de niet-bruikbare functies op de afstands-
bediening geselecteerd, dan klinkt een pieptoon; het OPERATION-lampje, het TIMER-lampje en het
derde lampje van de binnenunit gaan knipperen.
De niet-bruikbare functies van de draadloze afstandsbediening zijn:
Bewegingsmelder,
10 °C Verwarmingsfunctie,
Geluidsbeperking buitenunit,
Weektimer,
TIMER (ON Timer, OFF Timer),
Programma timer,
SLEEP timer,
Extra vermogen.
5
3. Benaming en functie van onderdelen
Binnenunit
G
eopend voorpaneel Inlaatrooster
I
ndicatie lampjes
Afvoerleiding
Luchtreinigingsfilter
Geopend inlaatrooster (zie pag 26)
Luchtfilter
Luchtrichting lamellen
Bewegingsmelder
Afstands-
bediening
Batterijen
Luchtreinigingsfilters
houder
voor de
afstands-
bediening
Zelf-tap schroeven
(M3 × 12 mm)
Accessoires bij de binnenunit
Niet aanraken of uw vinger er in steken tijdens het
o
penen/sluiten van het paneel. U zou uw
vinger kunnen bezeren.
B
eweeg het paneel niet handmatig. Dit kan
schade veroorzaken, stoom kan neerslaan op
d
e uitblaaslamellen en er kunnen druppels water
naar beneden vallen.
Hang geen voorwerpen aan het geopende paneel
e
n plaats er geen dingen in als het open is.
D
it veroorzaakt storingen.
W
ordt geopend als de unit wordt opgestart. Gaat na het uitzetten
a
utomatisch weer dicht.
Rechts-links lamellen
(Achter de luchtrichtingslamellen)
O
ntvanger van het signaal van de afstandsbediening en de MANUAL AUTO toets
A ls de batterijen van de afstandsbediening leeg zijn of het als de afstandsbediening
zoek is, kunt u m.b.v. de MANUAL AUTO toets de unit laten werken.
A ls de MANUAL AUTO toets langer dan tien seconden wordt ingedrukt, begint de
geforceerde koelfunctie.
D e g ef or ceerde koelfunctie wordt tijdens de installatie door erkend service-personeel
gebruikt.
M och t de geforceerde koelfunctie onverhoopt vanzelf starten, druk dan op de START/STOP
toets om de functie te stoppen
.
OPERATION lampje (groen)
Brandt tijdens normale werking, knippert tijdens het automatische ontdooi-programma.
TIMER Indicatielampje (oranje)
Als het TIMER lampje knippert tijdens de TIMER functie, dan duidt dit op een fout bij het instellen van
de funtie (Zie pag. 19).
Energiebesparings lampje (groen)
Het energiebesparingslampje brandt als de energiebesparende functie of de 1 verwarmingsfunctie zijn
aangezet.
6
7
: zie pag.
10
10 • 11 • 18
16
17
16
17
10
10
10
14
14
8
8
8 • 18~22
10
17
10 °C verwarmings-
toets
Extra vermogen toets
Temperatuurtoets
Signaalzender
S
tart/stop toets
Functie toets
F
an toets
Swing toets
Energiebesparings-
toets
Toets voor geluids-
reductie buitenunit
Insteltoets
Klok instel toets
Reset toets
Timer
instel-
t
oets
Z
end-
t
oets
Selecteer-
t
oets
Next
toets
Back
button
Weektimer
toets
Aan/Uit
t
oets
Slaap-
toets
18~24
Functie display
Display geluidsreductie
SENSOR button
Energie besparings display
DISPLAY AFSTANDSBEDIENING
6 • 12~20
10
14
10
Temperatuur dsisplay
Zend display
Klok en Timer display
SWING display
AFSTANDSBEDIENING
16
Over de werking van de toetsen en de display van de afstandsbediening
Nadat de toets op de afstandsbediening
is ingedrukt, wordt alleen het betreffende
deel van de display getoond, totdat het
verzenden van de instelling is voltooid.
Dit is een handig hulpmiddel om de instel-
ling gemakkelijk vast te leggen.
Bijv.: Als u tijdens de koelfunctie de
ingestelde temperatuur wilt wijzigen van
24° naar 25° C.
Voordat de toets
wordt ingedrukt
Als de toets
wordt ingedrukt
Display zendindicator
Als de verzending
is voltooid
Display zendindicator
Luchthoeveelheid display
Duidelijkheidshalve zijn alle mogelijke instellingen in de illustratie weergegeven. Normaal gesproken zijn
alleen de actuele indicatoren zichtbaar in de display.
4. Voorbereiding
Voorbereiding van de afstandsbediening
Plaatsen van de batterijen (RO3 of LRO3 x 2)
1. Druk op het klepje aan de achterzijde van de afstandsbediening
en schuif het in de richting van de pijl.
2
. Plaats de batterijen in de juiste richting (+/-) in het batterijenvakje.
3. Sluit het batterijenvakje weer af met het klepje.
LET OP!
Als de afstandsbediening voor een langere periode niet wordt gebruikt, dient u de batterijen
te verwijderen. Dit om beschadiging van de afstandsbediening door lekkage van de batterijen te
voorkomen. Zorg dat uw huid, ogen en mond niet in contact komen met de batterijenvloeistof van
de eventueel lekkende batterijen. Bij contact het lichaamsdeel afspoelen met stromend water.
Raadpleeg uw arts voor verdere behandeling.
Lege batterijen tijdig verwijderen en deponeren in de milieubox of bij de inzameling van chemisch
afval. Geen lege batterijen opladen!
Beide batterijen gelijktijdig vervangen.
Batterijen blijven onder normale omstandigheden ongeveer één jaar houdbaar. Als blijkt dat de
afstandsbediening niet naar behoren functioneert, vervang dan de batterijen en druk op de reset-
toets met het puntje van een balpen of ander puntig voorwerp.
Houd de batterijen buiten bereik van kinderen.
De Energiebesparende functie moet na aanschaf worden ingesteld. Ook na een eventuele
reset staat deze functie uit en moet dus opnieuw worden ingesteld.
Instellen van de tijd
1. Druk op de CLOCK ADJUST-toets.
2. Druk op de SELECT-toets om de juiste dag van de week te selecteren.
Druk op de NEXT-toets
3. Druk op de SELECT-toets om de juiste tijd te selecteren.
8
RESET
NIET ZO!
ZO!
AUTO CO DRY
H FAN
2 3 4 5 6 7
AUTO CO DRY
H FAN
2 3 4 5 6 7
AUTO CO DRY
H FAN
2 3 4 5 6 7
AUTO CO DRY
H FAN
2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO CO DRY
H FAN
2 3 4 5 6 7
toets: voor het vooruit laten lopen van de tijd.
toets: voor het achteruit laten lopen van de tijd.
De tijd loopt per minuut voor- of achteruit. Om de tijd in stappen van 10 minuten te laten
verspringen, houdt u de toets ingedrukt.
3. Druk op de SEND-toets .De tijdsinstelling staat in het geheugen en de klok
gaat lopen. Zorg dat u dichtbij de unit staat als u de SEND-toets indrukt. Als u te ver weg staat
wordt het signaal misschien niet goed verzonden, waardoor de instellingen niet goed ontvangen
zouden worden.
Gebruik van de afstandsbediening
De afstandsbediening moet bij gebruik naar de airconditioner gericht zijn (bereik ca. 6 meter).
Bij ontvangst van een signaal afkomstig van de afstandsbediening, hoort u een pieptoon van de
airconditioner.
Bij het uitblijven van de pieptoon, drukt u de toets opnieuw in.
Signalen zullen niet goed worden doorgegeven als er zich een muur, gordijn of ander voorwerp
tussen de airconditioner en de afstandsbediening bevindt.
Laat geen direct zonlicht of sterke lampen schijnen op de afstandsbediening.
Als de afstandsbediening ook werkt op andere apparatuur raadpleeg dan uw installateur.
Plaats de afstandsbediening niet in direct zonlicht of andere warmtebronnen.
Stel de afstandsbediening niet bloot aan harde schokken en water.
Wanneer in de ruimte geïntegreerde verlichting is, bestaat de mogelijkheid dat de airconditioner
de signalen niet goed ontvangt. Raadpleeg de erkende installateur.
Houder voor de afstandsbediening
De houder kan op de muur worden gemonteerd. Let op dat de airconditioner goed bereikbaar
is voor het signaal van de afstandsbediening.
Bevestig de houder.
Plaats de afstandsbediening in de houder.
Neem de afstandsbediening uit de houder voor handmatig gebruik.
schroeven
induwen
plaatsen
omhoog bewegen
uitnemen
9
5. Instellen van de functies
Druk op de START/STOP-toets
Het groen lampje van de unit gaat branden. De airconditioner
is in werking.
Instellen van de gewenste functie
1. Druk op de MODE-toets om de gewenste functie
te selecteren.
Iedere keer als de toets wordt ingedrukt verschijnen de
functies in de onderstaande volgorde:
Na 3 seconden verschijnen de eerder ingestelde functies weer
op de display.
Instellen van de temperatuur (SET TEMP.)
Druk op de TEMP-toets.
toets: druk op deze toets om de temperatuur te verhogen.
toets: druk op deze toets om de temperatuur te verlagen.
Temperatuurbereik:
Automatisch (AUTO): 18 tot 30 °C
Verwarmen (HEAT): 16 tot 30 °C
Koelen/ontvochtigen(COOL/DRY): 18 tot 30 °C
In de functie circuleren kan de thermostaat kan niet worden
ingesteld. De temperatuur verschijnt niet op de display van de
afstandsbediening.
De ingestelde temperatuur kan worden beschouwd als een
standaard, die een kleine afwijking kan vertonen van de actuele
ruimtetemperatuur.
Na 3 seconden verschijnen de eerder ingestelde functies weer op
de display.
Instellen van de luchtsnelheid (FAN)
Druk op de FAN-toets .
Iedere keer als de toets wordt ingedrukt verschijnen de snelheden
in de onderstaande volgorde:
Na 3 seconden verschijnen de eerder ingestelde functies weer op de display.
(AUTO) (HIGH) (MED) (LOW) (QUIET)
10
M
OTU WETH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
M
OTU WETH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
M
OTU WETH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
M
OTU WETH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
M
OTU WETH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
11
Als de FAN CONTROL op AUTO staat:
Verwarmen (HEAT):
De ventilator zal optimaal de warme lucht laten circuleren. De ventilatordraait echter heel langzaam
a
ls de uitgeblazen lucht te koud is.
Koelen (COOL):
Zodra de ruimtetemperatuur in de automatische (AUTO) functie de ingestelde temperatuur bereikt
heeft, schakelt de ventilator automatisch over op de lage snelheid.
Luchtsnelheid (FAN):
Als het verschil tussen de ruimtetemperatuur en de ingestelde temperatuur is teruggebracht of ver-
hoogd, dan wordt de snelheid van de ventilator aangepast.
In de monitor-functie en in het begin van de verwarmingsfunctie zal de ventilator op zeer lage snelheid
draaien.
Als de FAN CONTROL op Quiet staat:
Het SUPER QUIET indicatie lampje gaat branden. De luchtsnelheid zal iets afnemen, waardoor er
minder geluid wordt geproduceerd.
De super stil (QUIET) functie kan niet worden gebruikt bij de ontvochtigingsfunctie (DRY).
Ditzelfde geldt als de functie DRY is ingesteld via de automatische stand.
De koel- en verwarmingsfunctie zullen iets afnemen wanneer de super stil (QUIET) functie is
ingeschakeld.
Uitschakelen van de airconditioner
Druk op de START/STOP-toets.
Het groene OPERATION lampje gaat uit.
Bijzonderheden van de functies
Automatische omschakelfunctie (AUTO CHANGEOVER)
Als de automatische omschakelfunctie wordt geselecteerd, zal de ventilator ongeveer een minuut
lang zeer langzaam draaien, terwijl de airconditioner de ruimteomstandigheden analiseert om de
juiste functie te kiezen.
Als het verschil tussen de ingestelde temperatuur en de huidige ruimtetemperatuur meer dan +2 °C
bedraagt, wordt de koelfunctie gekozen.
Als het verschil tussen de ingestelde temperatuur en de huidige ruimtetemperatuur tussen + / -2 °C
ligt, wordt de monitor functie gekozen.
Als het verschil tussen de ingestelde temperatuur en de huidige ruimtetemperatuur meer dan -2 °C
bedraagt, wordt de verwarmingsfunctie functie gekozen.
Als de airconditioner de ruimtetemperatuur bijna op de ingestelde temperatuur heeft gebracht, zal
hij gaan draaien in de monitorfunctie. In deze stand zal de ventilator zeer langzaam draaien.
Als de ruimtetemperatuur aanzienlijk verandert, zal de airconditioner nogmaals de juiste functie
kiezen (verwarmen, koelen), om de ruimtetemperatuur weer in overeenstemming met de ingestelde
temperatuur te brengen. (Het werkgebied van de monitorfunctie is + / - 2 °C van de ingestelde
temperatuur.)
Als de automatisch gekozen functie niet optimaal naar uw zin werkt, selecteer dan een van de
andere functies (verwarmen, koelen, ontvochtigen, ventileren.)
Verwarmen (HEAT)
Deze functie wordt gebruikt voor het verwarmen van de ruimte.
Wanneer deze functie is geselecteerd zal de ventilator gedurende 3 - 5 minuten in laag toerental
draaien. Daarna zal de ingestelde ventilatorstand functioneren. Deze tijd geeft de binnenunit de
mogelijkheid om zich op te warmen.
Wanneer de ruimtetemperatuur erg laag is, zal de buitenunit langzaam invriezen. Hierdoor lopen
de prestaties terug. De unit zal van tijd tot tijd de ‘defrost’ opstarten. Gedurende deze defrost-
periode zal het OPERATION-lampje (groen) knipperen en het verwarmen zal stoppen.
Koelen (COOL)
Deze functie wordt gebruikt voor het koelen van de ruimte.
Ontvochtigen (DRY)
Deze functie wordt gebruikt bij geleidelijke koeling en tegelijkertijd voor ontvochtiging van
de ruimte.
De ruimte kan niet verwarmd worden tijdens het ontvochtigen.
Gedurende de ontvochtiging (DRY) werkt de ventilator van de airconditioner op lage snelheid om
de gewenste luchtvochtigheid te bereiken. De ventilator stopt af en toe. De ventilator zal op lage
snelheid gaan draaien als de luchtvochtigheid toeneemt.
De luchtsnelheid kan niet handmatig gewijzigd worden tijdens de ontvochtiging (DRY).
Circuleren (FAN)
Wordt gebruikt om de lucht in de ruimte te laten circuleren.
Tijdens verwarmen
Stel de thermostaat hoger in dan de ruimtetemeratuur. De functie verwarmen werkt niet als de
temperatuur lager is ingesteld dan de ruimtetemperatuur.
Tijdens koelen/ontvochtigen
Stel de thermostaat lager in dan de ruimtetemperatuur. De functie koelen/ontvochtigen werkt niet
als de thermostaat hoger ingesteld is dan de actuele ruimtetemperatuur (in de stand koelen werkt
alleen de ventilator).
Tijdens circuleren
De koel- en verwarmingsfunctie werken niet tijdens het circuleren.
Uitzetten van de unit
Druk op de START/STOP-toets. Het groene OPERATION-lampje gaat uit.
12
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
6. Instellen luchtuitblaasrichting
Gebruik de afstandsbediening voor het verstellen van de verticale uitblaasrichting. Gebruik hiervoor
de SET-toetsen.
De horizontale (rechts-links) luchtrichting wordt handmatig ingesteld door de lamellen te anders te
p
laatsen. Zorg er voor, dat hierbij unit aanstaat en de luchtrichtinglamellen stilstaan.
Verticale verstelling luchtuitblaasrichting
D
ruk op de SET-toets . . Iedere keer als de toets
wordt ingedrukt, verandert de richting als volgt:
Luchtrichting en functie:
1, 2, 3, 4 bij koelen en ontvochtigen.
4, 5, 6, 7 bij verwarmen.
De functie weergave op de display van de afstandsbediening
verandert niet.
Gebruik de aangegeven luchtuitblaasrichtingen die in de afbeelding zijn aangegeven.
De verticale luchtuitblaasrichting wordt automatisch ingesteld, afhankelijk van de ingestelde functie:
Tijdens koelen en ontvochtigen: Horizontale richting 1
Tijdens verwarmen: Neerwaartse richting 6.
De auto-functie kan tijdens de eerste minuut van de werking niet versteld worden, de stand in de
eerste minuut is horizontaal 1. De luchtrichting kan nu niet worden ingesteld.
Aan het begin van de AUTO/HEAT-functie en tijdens het automatisch ontdooien is de luchtstroom
horizontaal 1. De luchtrichting kan aan het begin van de Automatische functie dan ook niet worden
ingesteld.
Horizontale verstelling luchtuitblaasrichting
Verplaats de Rechts-links lamellen handmatig naar de door u gewenste de stand.
Tijdens deze handeling moet de verticale luchtrichting worden stopgezet en de lamellen moeten
helemaal stilstaan.
GEVAAR!
Steek geen voorwerpen of vingers tussen de lamellen. De ventilator kan op hoge snelheid draaien
en lichamelijk letsel veroorzaken.
Zet de airconditioner niet aan wanneer de verticale of horizontale lamellen geblokkeerd zijn.
Gebruik altijd de afstandsbediening om de luchtrichting te verstellen voor de op- en neerwaartse
beweging. Handmatig verstellen van de lamellen kan problemen opleveren. Als dit gebeurt, herstart
dan de airconditioner zodat de lamellen hun oorspronkelijke stand weer innemen.
Tijdens de koel- en ontvochtigingsfunctie mogen de verticale lamellen niet in de verwarmingsstand
(4-7) worden gezet. Dit kan resulteren in condens dat via de lamellen uit de airconditioner zal
druppelen. Als de lamellen tijdens de koel- en ontvochtigingsfunctie voor meer dan 30 minuten
in de verwarmingsstand staan staan, dan gaan deze automatisch terug naar stand 3.
Als in de gekoelde ruimte kinderen, ouderen of zieke personen aanwezig zijn, dienen de ruimte-
temperatuur en de uitblaasrichting zorgvuldig te worden afgesteld.
13
M
OTU WETH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
1
2
3
4
5
6
7
Rechts-links lamellen
Knop
Knoppen
(2 plaatsen)
7. Swingfunctie
Deze functie beweegt de uitblaaslamellen op en neer en verspreidt daarmee warme of koele lucht
door de gehele ruimte.
Selecteren van de SWING-functie
D
ruk op de SWING-toets. Het SWING-display lampje gaat branden. In deze functie bewegen
de uitblaaslamelen automatisch op en neer en bewegen daarmee de luchtstroom omhoog en omlaag.
Stoppen van de SWING-functie
Druk nogmaals op de SWING-toets. Het SWING-display lampje gaat uit. De luchtrichting
keert terug in de oorspronkelijke instelling.
Bijzonderheden swingfunctie
OP/NEER Swing
De Swingfunctie werkt afhankelijk van de ingestelde luchtrichting.
Tijdens koelen en ontvochtigen: Swing tussen 1 en 4
Tijdens verwarmen: Swing tussen 4 en 7.
Het SWING-bereik is afhankelijk van de ingestelde luchthoeveelheid.
De swingfunctie kan tijdelijk stoppen als de ventilator niet in werking is of als deze op zeer lage
snelheid draait.
Als de verticale SET toets wordt ingedrukt tijdens de OP/NEER functie, dan stopt deze functie en
wanneer de horizontale SET toets wordt ingedrukt tijdens de LINKS/RECHTS functie, dan stopt ook
deze functie.
GEVAAR!
Steek geen voorwerpen of vingers tussen de lamellen. De ventilator kan op hoge snelheid draaien
en lichamelijk letsel veroorzaken.
Zet de airconditioner niet aan als de verticale of horizontale lamellen geblokkeerd zijn.
Gebruik altijd de afstandsbediening om de luchtrichting te verstellen voor op- en neerwaartse
beweging. Handmatig verstellen van de lamel kan problemen opleveren. Als dit gebeurt, herstart
dan de airconditioner zodat de lamel zijn oorspronkelijke positie weer inneemt.
Wanneer in de gekoelde ruimte kinderen, ouderen of zieke personen aanwezig zijn, dienen de
ruimtetemperatuur en uitblaasrichting zorgvuldig te worden afgesteld.
8. Bewegingsmelder (energiebesparend)
Deze functie regelt automatisch de temperatuurinstelling wanneer er een tijdlang geen mensen in de
ruimte verblijven en voorkomt daarmee energieverspilling.
Selecteren van de energie-besparing
Na de aanschaf van de unit moet deze energiebesparing worden geactiveerd.
Druk op de SENSOR toets .
verschijnt knipperend in de display van de afstandsbediening.
De functie is hiermee ingesteld.
De functie blijft actief totdat hij wordt uitgeschakeld.
14
M
OTU WETH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
M
OTU WETH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
Energie besparing is aan.
Uitschakelen van de energie-besparing
Druk nogmaals op de SENSOR toets .
v
erdwijnt van de display.
De functie is uitgeschakeld.
Over de energie besparende functie
Als er gedurende ca. 20 minuten niemand in kamer is wordt
a
utomatisch de ingestelde temperatuur aangepast. (Als er
iemand binnenkomt, dan wordt dit opgevangen door de bewegingsmelder en wordt automatisch de
oorspronkelijke instelling weer gekozen.)
Als deze functie samen met de SLEEP timer wordt gebruikt, dan wordt de SLEEP functie gekozen.
Als er tijdens de 10° C Verwarmingsfunctie niemand in de kamer is, zal de ingestelde temperatuur
niet veranderen.
Bereik van de bewegingsmelder: verticale hoek 90°; horizontale hoek 100°.
Over de bewegingsmelder
De bewegingsmelder detecteert of er mensen in de ruimte
zijn door het opvangen van beweging.
Omdat de sensor infra-rood licht (warmte) van mensen
detecteert, kan het soms voorkomen dat onterecht wel/geen
beweging wordt gemeld.
Gevallen waarin de sensor geen mensen waarneemt, terwijl er wel iemand aanwezig is.
Als de temperatuur te hoog is en het verschil met de menselijke temperatuur te klein is.
(Bijv. in de zomer, wanneer de temperatuur 30° C of hoger is.)
Als er iemand in de kamer is die zich langere tijd niet beweegt.
Als iemand wordt afgeschermd door een bank, ander meubilair, glas, of soortgelijke situaties.
Als iemand extreem dikke kleding draagt en met de rug naar de sensor staat.
Gevallen waarin de sensor mensen waarneemt, terwijl er niet iemand aanwezig is.
Als er een hond of een kat door de kamer loopt.
Als de wind gordijnen of plantenbladeren in beweging brengt.
Als er een bewegende elektrische ventilator aan staat.
90°
6 m
6 m
50° 50°
15
Energie besparing is uit.
Functie Functie-details
(Als er een tijdlang niemand in de ruimte is)
Koelen/ De ingestelde temperatuur wordt met maximaal c. 2° C verhoogd.
Ontvochtigen
Verwarmen De ingestelde temperatuur wordt met maximaal ca. 4° verlaagd.
Automatische Wordt bepaald door de automatisch gekozen functie (Koelen of Verwarmen)
functie
9. Extra vermogen functie
D
e unit draait hierbij op maximaal vermogen, wat heel handig is als u de ruimte snel wilt afkoelen of
verwarmen. Zet de airconditioner aan, voordat u deze functie instelt.
Gebruik van de extra vermogen functie
Druk op de Extra vermogen toets . Het “beep”-signaal van deze functie wijkt af van het geluid
van alle andere functies. Deze functie: 3 x (Pi, Pi, Pi!); andere functie: 2x (Pi, Pi!).
Stoppen van de extra vermogen functie
Druk nogmaals op de Extra vermogen toets. De unit gaat werken in de normale functie.
Over de Extra vermogen functie
Koelen/ontvochtigen:
De Extra vermogen functie wordt automatisch uitgeschakeld als de temperatuur in de ruimte tot
de gewenste waarde is gedaald of wanneer er 20 minuten zijn verstreken na het instellen van
de functie. Het is echter niet mogelijk de functie na een ingestelde periode automatisch uit te
schakelen.
Verwarmen:
De Extra vermogen functie wordt automatisch uitgeschakeld als de temperatuur in de ruimte tot
de gewenste waarde is gestegen of wanneer er 20 minuten zijn verstreken na het instellen van
de functie. Het is echter niet mogelijk de functie na een ingestelde periode automatisch uit te
schakelen.
Luchtrichting en luchthoeveelheid worden automatisch ingesteld in de Extra vermogen functie.
De luchtrichting kan worden aangepast met de luchtrichting insteltoets.
De Extra vermogen functie en de Energiebesparende functie kunnen niet gelijktijdig ingesteld
worden. De toets op de afstandsbediening die het laatst is gebruikt is bepalend voor de functie.
Als tijdens de Extra vermogen functie de of de functie wordt geselecteerd, dan
zullen deze pas starten nadat de Extra vermogen functie is afgelopen.
10. Energiebesparende functie
Start de airconditioner alvorens deze functie te selecteren.
Inschakelen van de functie
Druk op de ECONOMY-toets .
Het ECONOMY-indicatielampje (groen) gaat
branden. De functie start.
Uitschakelen van de functie
Druk nogmaals op de ECONOMY-toets .
Het ECONOMY-indicatielampje gaat uit en de
functie stopt.
M
OTU WETH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
Functie
UitAan
Besparing
Timer
Indicatie-lampje
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
M
OTU WETH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
16
17
Bijzonderheden van de Enegiebesparende functie
Bij maximaal vermogen is de Energiebesparende functie ongeveer 70% van het normale vermogen
bij koelen en verwarmen.
Selecteer de normale functie als de ruimte in de Energiebesparende functie onvoldoende wordt
gekoeld of verwarmd.
De Energiebesparende functie kan niet worden ingeschakeld tijdens de Monitor-periode van de
Automatische functie (AUTO).
In de energiebesparende functie is de temperatuur tijdens de koelfunctie iets hoger dan de ingestelde
waarde. Tijdens de verwarmingsfunctie is de temperatuur iets lager. Op deze manier wordt energie
bespaard t.o.v. de normale functie.
Bij multi-type airconditioners geldt de Energiebesparende functie alleen voor de ingestelde unit.
11. 10°C verwarming instelling
Gebruik van de 10°C instelling
Druk op de 10°C toets . Het ECONOMY-lampje
(groen) gaat branden.
Stoppen van de 10°C instelling
Druk op de START/STOP-toets .
Het ECONOMY-lampje gaat uit
en de functie stopt.
Over de 10°C instelling
De verwarmingsfunctie werkt niet, als de ruimtetemperatuur hoog genoeg is.
Met de 10 °C functie wordt de temperatuur op minimaal 10 °C gehouden, waardoor de ruimte-
temperatuur niet te ver daalt.
Als er bij multi-type airconditioners een unit in een andere ruimte wordt gebruikt om te verwarmen,
zal de temperatuur in de ruimte waar de 10 °C functie actief is, oplopen. Wij adviseren om bij
gebruik van de 10 °C Verwarmingsfunctie alle units op deze functie te zetten.
Als de 10°C instelling is ingeschakeld, kan alleen de SWING-functie worden gebruikt.
12. Geluidsreductie buitenunit
De functie geluidsreductie buitenunit reduceert het geluid van de buitenunit door de ventilator-
snelheid en het toerental van de compressor te verlagen. Vooral ‘s nachts en/of in rustige omgevingen
is dit een doeltreffende functie.
Gebruik van de geluidreducerende functie
Druk op de functie-toets .
Op de display van de afstandsbediening verschijnt .
Stoppen van de geluidreducerende functie
Druk nogmaals op de functie-toets .
verdwijnt van de display van de afstandsbediening.
Indicatielampje
Uit
Aan
BesparingTimer
Functie
M
OTU WETH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
M
OTU WETH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
M
OTU WETH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
Over de geluidreducerende functie
De functie geluidsreductie buitenunit kan worden gebruikt tijdens koelen, verwarmen en in de
a
utomatische functie. De functie kan niet worden gebruikt tijdens circuleren en ontvochtigen.
De functie blijft ingesteld als de airconditioner wordt uitgeschakeld. Ook de aanduiding op de
display van de afstandsbediening blijft bewaard.
Als de luchtsnelheid en het toerental van de compressor voldoende verlaagd zijn, zal de geluid-
reducerende functie de luchtsnelheid en het toerental van de compressor niet verder verlagen.
Zelfs als de extra vermogen functie is ingesteld wanneer de wordt geselecteerd, wordt de
p
as ingeschakeld als de extra vermogen functie is geëindigd.
Als de buitentemperatuur te hoog is, werkt de functie soms niet, ook al is deze geselecteerd.
Als het toerental van de compressor en de luchtsnelheid laag genoeg zijn, zal de functie niet
werken, ook al wordt deze geselecteerd.
13. Manual auto functie
Wanneer te gebruiken
Gebruik de manual auto toets als de afstandsbediening weg of onbruikbaar is.
Het instellen van de belangrijkste functies
Druk op de Manal Auto toets. (Langer dan 3 en korter dan 10 seconden.)
Stoppen van de manual auto functie
Druk 3 seconden op de Manual Auto toets.
Zie ook pagina 6 voor meer informatie.
Als de airconditioner bediend wordt met de MANUAL AUTO toets, dan is de werking volgens de
ingestelde functies van de automatisch (AUTO) functie.
De circulatiesnelheid staat op automatisch (AUTO) en de temperatuurinstelling is standaard (24 °C).
18
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
14. Timerfunctie
ON TIMER: de airconditioner start op de door u gekozen tijd.
OFF TIMER: de airconditioner zal stoppen op de door u aangegeven tijd
Controleer of de afstandsbediening de juiste tijd aangeeft, voor u gaat werken met de TIMER-
functie.
Gebruik van de ON TIMER of de OFF TIMER
1. Druk op de Timer instel toets .
Eerst gaat “WEEKLY” knipperen, druk op de Select toets
o
m “ON” of “OFF” te selecterenuit .
Druk op de NEXT toets .
2. Gebruik de SELECT toets om de gewenste OFF TIME of
ON TIME te selecteren.
3. Druk op de SEND toets .
Als de “ON” Timer is geselecteerd, zal de airconditioner stoppen.
Als u halverwege het instellen wilt stoppen, druk dan op de
Timer insteltoets in plaats van op de SEND toets .
Stoppen van de airconditioner als de TIMER in werking is
Druk op de START/ STOP toets .
Uitschakelen van de ON TIMER of de OFF
TIMER
1. Druk op de ON/OFF toets , terwijl zichtbaar is.
2. verdwijnt van de display.
Druk op de ON/OFF toets terwijl niet zichtbaar is in de display om de ON (OFF)
tijd weer op de vorige tijd in te stellen.
19
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
“ON/OFF” , “ON” of “OFF”
zullen knipperen.
15. Program Timer functie
De Program Timer functie maakt het mogelijk de ON TIMER en OFF TIMER functies op elkaar
aan te sluiten. Zo’n koppeling kan bestaan uit één overgang van OFF timer naar ON timer, of van
ON timer naar OFF timer per etmaal.
Controleer of de afstandsbediening de juiste tijd aangeeft, voor u gaat werken met deze TIMER-
functie.
Gebruik van de PROGRAM TIMER
1. Druk op de Timer instel toets .
Eerst gaat “WEEKLY” knipperen, druk op de Select toets
om te selecteren uit .
Druk op de NEXT toets .
2. Gebruik de SELECT toets om de gewenste ON TIME te
selecteren.
Druk op de NEXT toets .
3. Gebruik de SELECT toets om de gewenste OFF TIME te
selecteren.
4. Druk op de SEND toets .
Als de “ON” Timer is geselecteerd, zal de airconditioner stoppen.
Als u halverwege het instellen wilt stoppen, druk dan op de
Timer insteltoets in plaats van op de SEND toets .
Stoppen van de airconditioner als de TIMER in werking is
Druk op de START/ STOP toets.
Stoppen van de PROGRAM TIMER
1. Druk op de ON/OFF toets terwijl zichtbaar is.
2. verdwijnt van de display.
Over de PROGRAM TIMER
Druk op de ON/OFF toets terwijl niet zichtbaar is in de display om de ON (OFF)
tijd weer op de vorige tijd in te stellen.
Het is mogelijk in het programma de inschakeltijd en de uitschakeltijd eenmaal per etmaal
(24 uur) in te stellen, dus OFF timer ON timer of OFF timer ON timer.
De eerste TIMER-tijd die u instelt kan het beste zo dicht mogelijk liggen bij de huidige tijd.
De volgorde van werking staat aangegeven op de display met pijltjes.
De WEEK timer, de ON/OFF timer (Program Timer) en de SLAAP timer kunnen niet
gecombineerd worden gebruikt.
De Program timer kan meer dan 24 uur vooruit worden ingesteld.
20
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
en
knipperen.
16. Slaapfunctie (SLEEP)
U kunt, wanneer u gaat slapen, de OFF timer op elke gewenste
tijd zetten. De unit past de temperatuur aan, zodat u comfortabel
kunt slapen.
Als u eenmaal de gewenste tijd hebt ingesteld, kunt u eenvoudig
de unit naar de volgende insteltijd laten gaan door simpelweg
één keer op de SLEEP toets te drukken.
Gebruik van de slaapfunctie
1. Druk op de Timer instel toets .
Eerst gaat “WEEKLY” knipperen, druk op de Select toets
om te selecteren uit.
Druk op de NEXT toets .
2. Gebruik de SELECT toets om de gewenste OFF TIME te
selecteren.
3. Druk op de SEND toets .
Als de “ON” Timer is geselecteerd, zal de airconditioner stoppen.
Als u halverwege het instellen wilt stoppen, druk dan op de Timer insteltoets in plaats van op
de SEND toets .
Als u op de SLEEP toets drukt terwijl niet langer zichtbaar is, dan worden de
eerder ingestelde tijden opnieuw ingesteld.
De WEEK timer, de ON/OFF timer (Program Timer) en de SLAAP timer kunnen niet
gecombineerd worden gebruikt.
Bijzonderheden slaapfunctie
Om overmatige koeling terwijl u slaapt te voorkomen, zal tijdens de SLEEP-functie de ingestelde
temperatuur automatisch aangepast worden in overeenstemming met de ingestelde uitschakeltijd.
Als de ingestelde tijd is verstreken, dan schakelt de airconditioner zichzelf automatisch uit.
Tijdens verwarmen:
Als de slaaptijd is ingesteld, daalt de thermostaat-
temeratuur ieder halfuur 1°C. Wanneer de verlaging
in totaal meer dan 4°C bedraagt, zal de temperatuur
worden vastgehouden tot de unit automatisch
uitschakelt.
Tijdens koelen/ontvochtigen:
Als de slaaptijd is ingesteld, stijgt de thermostaat-
temperatuur ieder uur 1°C. Wanneer een verhoging van
2°C is bereikt, dan zal de airconditioner die temperatuur
behouden totdat de ingestelde tijd is verstreken. Daarna
schakelt de airconditioner zichzelf automatisch uit.
21
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
0.5H 1H 2H 3H 5H 7H 9H
0.5H7H5H3H2H1H9H
(30 min)
(30 min)
OFF en
knipperen.
toets
toets
30 min.
1 uur
1,5 uur
tijd
1 uur
tijd
22
17. WEEK TIMER
Gebruik de week timer in de volgende gevallen
De OFF timer tijd waarop de functie moet stoppen en de ON timer tijd, waarop de functie weer moet
starten kunnen worden gecombineerd. Er kunnen tot 4 periodes (programma 1-4) per dag worden
ingesteld, en 28 periodes per week. Controleer vòòr het instellen van de periodes de juiste datum en
tijd op de airconditioner. Als de data en tijden niet kloppen, zal de unit niet op de ingestelde tijden
functioneren. (Kijk ook bij “Instellen van datum en tijd” op pagina 8.)
Als de tijden goed zijn ingesteld, zal de gekozen functie dag-in, dag-uit, week-in, week-uit werken.
Voorbeeld om Timer 1 in te stellen
Maandag tot vrijdag
Programma 1: Zet de ON timer met een temperatuur van 24 °C op 7.00 uur
Programma 2: Zet de OFF timer op 9.00 uur
Programma 3: Zet de ON timer met een temperatuur van 26 °C op 17.00 uur
Programma 4: Zet de OFF timer op 23.00 uur
Zaterdag
Geen programma-instellingen
Zondag
Bijv. de OFF timer voor programma 1 op 9.00 uur, programma 2 op 11.00 uur,
programma 3 op 17.00 uur en programma 4 op 23.00 uur
Program
7:00 ON 24°C
Program
9:00 OFF
Program
17:00 ON 26°C
Program
23:00 OFF
Program
9:00 OFF
Program
11:00 OFF
Program
17:00 OFF
Program
23:00 OFF
ON ON ON ON
Maandag
tot vrijdag
Zaterdag
Zondag
Geen timer instellingen
opstaan
naar het
werk
thuis-
komst
naar bed
23
Voorbeeld om Timer 2 in te stellen
U kunt een bepaalde temperatuur instellen in ON instelling in de Week timer.
* U kunt de temperatuur in stellen voor de Auto-functie, de Koelfunctie en de Ontvochtigingsfunctie
tussen 18 en 30 °C; voor Verwarmen op 10° of tussen 16 en 30° C.
Ook als u 10°, 16° of 17° instelt, zal de unit in de Automatische functie, de Koelfunctie en de
o
ntvochtigingsfunctie draaien op 18° C.
Tijdens het verwarmingsseizoen zal de unit automatisch van functie veranderen als de temperatuur in
de ruimte te laag wordt en er niemand aanwezig is.
WAARSCHUWING
Andere functies dan de temperatuurinstelling zullen gelijk blijven aan de functies waarin de unit
stond toen deze de laatste keer werd uitgezet. De overgang van Koelen naar Verwarmen of
Verwarmen naar Koelen kan dus niet op automatisch worden ingesteld.
Als de ON en OFF programma’s op dezelfde tijd staan, dan zal de airconditioner werken volgens het
ON programma. Als twee ON programma op dezelfde tijd staan, dan zal de unit draaien volgens het
programma dat als eerste werd ingesteld.
Als er een stroomonderbreking is, zoals bijv. een stroomstoring of een defecte zekering, tijdens het
Week timer programma, dan werkt de interne timer niet meer correct. (Zie ook pag. 30, Stroom-
storing.) In dat geval zal het Timer lampje u daarop attent maken door te knipperen. Stel dan
datum en tijd opnieuw in (zie pag. 8 Instellen datum en tijd).
U kunt niet de ON/OFF timer tegelijk met de SLEEP timer gebruiken. Als u de unit met de Week
timer wilt gebruiken, terwijl er geen instelruimte meer is na het instellen van de ON/OFF timer,
de Program Timer, of de SLEEP timer, dan zult u de Week timer opnieuw moeten instellen
(zie pag. 18).
Program
7:00 ON 22°C
Program
9:00 ON 24°C
Program
17:00 ON 26°C
Program
23:00 ON 22°C
18. De WEEK TIMER functie
Gebruik van de WEEK timer functie
1. Druk op de Timer instel toets .
Eerst gaat “WEEKLY” knipperen,
druk op de NEXT toets .
2. Selecteer het programma en de dag met behulp
van de SELECT toets .
Druk op de NEXT toets als het programma (1-4) en
de dag die u wilt selecteren knipperen.
3. Gebruik de SELECT toets om de gewenste functie ON
timer, OFF timer of zonder timer te selecteren.
Druk op de NEXT toets .
24
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
P
rogram 1Week
Program Monday
Program
Tuesday Program Sunday
Program
1Week
Program
Monday
Program
Saturday Program Sunday
knippert
Programma en dag/
knipperen
“ON” of “OFF” +
knipperen
Werking zonder timer:
1. Druk op de NEXT toets om terug te keren
naar stap 2
en maak de volgende instelling.
2. Druk tenslotte op de SEND toets .
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
4. Druk op de SELECT toets om de gewenste ON time
en OFF time te selecteren.
Eerst gaat “WEEKLY” knipperen,
druk op de NEXT toets .
Druk op de NEXT toets .
5. Druk op de SELECT toets om de temperatuur in te stellen.
Als u verder wilt gaan naar de volgende instelling, druk dan
op de NEXT toets , keer terug naar stap 2 en maak
de volgende instelling.
Als u halverwege het instellen wilt stoppen, druk dan op de
Timer insteltoets in plaats van op de SEND toets .
LET OP!
Als u de Week timer wilt uitschakelen, selecteer dan “No
Timer Operation” in stap 3 van de procedure Gebruik van
de WEEK timer functie.
Als u terug wilt gaan naar de vorige stap tijdens het maken
van de instellingen, druk dan op de BACK toets .
Druk op de SEND toets terwijl u dicht bij de unit
staat. Als u te ver van de unit verwijderd staat, komt het
signaal misschien niet goed over, waardoor de instellingen
niet goed zouden worden opgeslagen.
Controleren van het schema
1. Druk op de TIMER instel toets .
De aanduiding knippert.
Druk op de NEXT toets .
2. Controleer het programma, de dag en de tijd met de
SELECT toets .
3. Druk op de TIMER insteltoets op terug te gaan naar
de reguliere display-aanduiding.
25
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
Als u de OFF selecteerde in stap 3:
1. Druk op de NEXT toets om terug te keren
naar stap 2
e
n maak de volgende instelling.
2. Druk op de SEND toets .
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
Tijd-display en
knipperen
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
Temperatuur-display en
knipperen
MO TU WE TH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
Uitschakelen van de WEEK timer
1. Druk op de WEEKLY toets terwijl zichtbaar is.
2
. verdwijnt van de display.
Als niet zichtbaar is, druk dan op de WEEKLY toets om
de WEEK timer weer in te schakelen.
De WEEK timer, de ON/OFF timer (Programm Timer) en de
SLAAP timer kunnen niet gecombineerd worden gebruikt.
19. Onderhoud en schoonmaak
LET OP!
Trek voor u begint met schoonmaken de stekker uit het stopcontact of zet de hoofdschakelaar uit.
Zorg dat het luchtinlaatrooster goed is bevestigd.
Let op bij het verwijderen en vervangen van de luchtroosters voor de warmtewisselaar.
Aanraking kan persoonlijk letsel veroorzaken.
Zet de airconditioner niet aan als het inlaatrooster geopend is.
Openen van het inlaatrooster
1. Trek de kleppen aan beide zijden van het inlaatrooster naar voren. Open daarbij zowel het voor-
paneel als het inlaatrooster.
2. Zet het inlaatrooster vast met de daarvoor bestemde roostersteun.
26
Rooster-
steun
Goed
Fout
Klepje van
inlaatrooster
Klepje van
inlaatrooster
Paneel
Reinigen van de luchtfilters
1. Verwijder de luchtfilters. Til de handgrepen van de luchtfilters omhoog, maak beide haken los en
neem ze eruit.
2. - U kunt stof verwijderen met een stofzuiger of door de filters te wassen in een sopje van warm
water en een neutraal wasmiddel. Als u de filters wast, laat ze dan grondig drogen op een plek in
de schaduw.
- Als zich stof heeft verzameld op de luchtfilters, dan wordt de luchtstroom verminderd, de koel-
prestaties nemen af en de unit maakt meer geluid.
- Bij normaal gebruik moeten de filters elke twee weken gereinigd worden.
Terugplaatsen van de luchtfilters
1. Houd de zijkanten van het luchtfilter precies voor het frontpaneel en druk het filter stevig naar
binnen. De twee onderste haken moeten goed in de gaten van het frontpaneel zitten.
Sluiten van het inlaatrooster
1. Maak de roostersteun los.
Als het inlaatrooster niet goed gesloten is, werkt de airconditioner niet.
Het lampje zal op onderstaande manier knipperen:
27
H
andgrepen
L
uchtfilter haken
Rooster-
steun
Indicatie Lampje
OPERATION
ECONOMYTIMER
: Knippert
Gebruik een neutraal schoonmaakmiddel of de stofzuiger voor het reinigen.
Als het filter nat gereinigd is, laat het dan drogen op een schaduwrijke plaats, voordat u het weer
installeert.
Als zich stof heeft opgehoopt op het luchtfilter, dan kan dit de oorzaak zijn van een slechtere
uitblaaskwaliteit en van inefficiënt gebruik.
Tijdens intensief gebruik moeten de luchtfilters om de 2 weken worden gereinigd.
Bij langdurig gebruik kan zich in het filter vuil verzamelen, wat een optimale werking verhindert.
Het is raadzaam de airconditioner regelmatig te laten inspecteren in aanvulling op uw eigen onder-
houdsactiviteiten. Voor meer informatie, raadpleeg de erkende installateur.
Gebruik geen water warmer dan 40°C voor het schoonmaken. De omkasting kan krom trekken
of verkleuren. Dit geldt ook bij het schoonmaken met chemische schoonmaakmiddelen.
Gebruik in de nabije omgeving van de airconditioner geen ontvlambare sprays zoals haarlak en
insecticiden.
Als u de airconditioner voor een langere periode niet gebruikt, laat deze dan een dag draaien bij
droog weer, om de interne delen goed te laten drogen voordat deze worden uitgeschakeld.
Installeren of vervangen van het luchtreinigingsfilter
1. Open het inlaatrooster en verwijder de luchtfilters. (zie pag. 25).
2. Bij vervanging: verwijder de vervuilde luchtreinigingsfilters uit de houders in het frontpaneel.
3. Bevestig nieuwe (of gereinigde) luchtreinigingsfilters in de houders in het frontpaneel.
De nieuwe luchtreinigingsfilters passen zowel op de linker als op de rechter houder.
Gebruik bij vervanging van vervuilde filters de volgende componenten (los verkrijgbaar):
- Polyphenol Catechin Air Cleaning Filter UTR-FA16
- Geurfilter UTR-FA16-2
4. Bevestig de luchtfilters en sluit het inlaatrooster (zie pag. 25).
28
Houders voor de luchtreinigingsfilters
Luchtreinigingsfilters
Houders voor luchtreinigingsfilters
Luchtreinigingsfilter
Haakjes (7 plaatsen)
Haakjes (7 plaatsen)
Over het luchtreinigingsfilter
L
uchtreinigingsfilters werken optimaal als de luchtsnelheid op “High” staat.
Polyphenol Catechin Air Cleaning Filter (één laag)
De luchtreinigingsfilters zijn wegwerpfilters. (Ze kunnen niet worden gewassen en hergebruikt.)
Gebruik de filters zo snel mogelijk na het openen van de verpakking. (Het reinigend vermogen
neemt af, als de filters in geopende verpakking worden bewaard.)
Normaal gesproken moeten de filters ongeveer eens per drie maanden worden vervangen.
Gebruik van kwaliteitsfilters (UTR-FA16; los verkrijgbaar) wordt sterk aanbevolen.
Geurfilter (één laag - lichtblauw)
Voor een goede werking moeten de geurfilters ongeveer om de drie jaar worden vervangen.
Gebruik van kwaliteitsfilters (UTR-FA16-2; los verkrijgbaar) wordt sterk aanbevolen.
Onderhoud van het geurfilter
Voor een goede werking is het nodig het geurfilter om de drie maanden schoon te maken:
- verwijder het geurfilter
- spoel de filters goed af in heet water met een zacht, neutraal wasmiddel. (Nooit wrijven of
schrobben, dat heeft een nadelige invloed op de werking.)
Naspoelen met schoon water
In de schaduw laten drogen.
Filter vervangings indicatie
Kan alleen worden gebruikt als deze tijdens de installatie
correct is ingesteld. Raadpleeg een erkend service monteur
als u deze functie wilt gaan gebruiken.
Het ENERGIE besparingslampje gaat knipperen als het
tijd is om de luchtfilters te reinigen.
Reinig de luchtfilters als beschreven op pag. 24.
Druk na het reinigen korter dan 2 seconden op de
MANUAL AUTO toets van de binnenunit
(zie ook pag. 6).
29
Indicatie lampje
OPERATION
ECONOMYTIMER
: Knippert
M
OTU WETH FR SA SU
AUTO COOL DRY
HEAT FAN
1 2 3 4 5 6 7
Storing probleem pagina
11
De apparatuur werkt
niet onmiddellijk
Geluidsoverlast
Geurtjes
Mist of stoom komt vrij
Als de airconditioner wordt stopgezet en daarna
direct weer wordt opgestart dan zal de compressor
de eerste 3 minuten niet werken om te voorkomen
dat de zekeringen smelten.
Als de stekker uit het stopcontact wordt getrokken
en er daarna opnieuw wordt ingestoken, dan zal het
beveiligingscircuit ervoor zorgen dat de apparatuur
de eerste 3 minuten niet start.
Gedurende de werking en direct na het uitschakelen
van de apparatuur kan het geluid van water dat
door de leidingen stroomt te horen zijn. De eerste
2-3 minuten na inschakelen kunt u eventueel de
koelvloeistof horen.
Gedurende de werking kan het zijn dat een krakend
geluid te horen is. De omkasting reageert op
temperatuurverschillen.
Gedurende de stand verwarmen (HEAT)* kan er een
licht lawaai hoorbaar zijn. Dit wordt veroorzaakt
door de ontdooistand (DEFROST).
Bepaalde geuren kunnen door de airconditioner
in de ruimte worden geblazen. Dit gebeurt door-
dat deze geuren (sigarettenrook etc.) worden aan-
gezogen door de airconditioner.
Gedurende het koelen en ontvochtigen kan het
gebeuren dat stoom of mist vrijkomt van de
airconditioner. Dit heeft als oorzaak het plotseling
afkoelen van lucht door de apparatuur met als
resultaat condensatie en mistvorming.
Gedurende de stand verwarmen (HEAT)* kan de
ventilator van de buitenunit stoppen en kan er
stoom ontstaan. Dit als gevolg van de ontdooistand
(DEFROST).
30
20. Problemen
WAARSCHUWING!
Zet in geval van storing (brandlucht, etc.) onmiddellijk de airconditioner stop. Sluit de stroom af en
raadpleeg de erkende installateur voor verdere actie. Als u de stroom uitschakelt, doe dit dan niet
alleen op de airconditioner. De stroom staat dan nog steeds op het toestel. Zet dus de hoofdschakelaar
op OFF en/of trek de stekker uit het stopcontact.
Voordat u de erkende installateur inschakelt, kunt u zelf de volgende problemen afhandelen:
Storing probleem pagina
11
10
9
11
11
10
17
Luchtstroom is zwak of
stopt
Water komt uit de
buitenunit
De apparatuur
functioneert
helemaal niet meer
Slechte koelprestaties
De unit werkt niet
volgens de ingestelde
waarden
De ventilator draait op lage snelheid tijdens ont-
vochtiging en tijdens het meten van de ruimte-
temperatuur.
In de AUTO stand draait de ventilator erg langzaam.
Wanneer de airconditioner start in de stand ver-
warmen, is de ventilatorsnelheid tijdelijk zeer laag
om de interne onderdelen gelegenheid te geven op
te warmen.
Als gedurende de stand verwarmen de ruimte-
temperatuur stijgt tot boven de temperatuurinstel-
ling, zal de buitenunit stoppen en de binnenunit
op lage snelheid gaan draaien. Als u verder wilt
verwarmen, zet dan de temperatuurinstelling hoger.
Gedurende de stand verwarmen zal de unit tijdelijk
stoppen met werken (tussen de 7 en 15 minuten)
wanneer de defrosting stand werkt. Op het display
zal DEFROST zichtbaar worden.
In de monitor AUTO-stand draait de ventilator op
zeer lage snelheid.
Gedurende de stand verwarmen kan er tijdens de
ontdooistand (DEFROST) water uit de buitenunit
komen.
Zit de stekker in het stopcontact?
Is er een stroomonderbreking?
Is er een zekering gesmolten?
Staat de hoofdschakelaar op de uit (OFF) stand?
Is de timerfunctie actief?
Is het luchtfilter verontreinigd?
Is het luchtinlaatrooster of luchtuitlaatrooster
verstopt?
Heeft u de instellingstemperatuur correct ingesteld?
Is er een deur of raam open?
Is er direct zonlicht aanwezig bij de functie koelen,
sluit dan een gordijn.
Als de airconditioner is ingesteld op koelen, let dan
op of er niet teveel mensen aanwezig zijn, dat er
verwarmingsapparatuur in werking is of dat er
teveel computers in de ruimte staan.
Staat de unit in de SUPER QUIET functie?
Zijn de batterijen leeg?
Zijn de batterijen wel goed geplaatst?
31
Wanneer na controle van de genoemde problemen de airconditioner niet functioneert of het
TIMER-lampje nog knippert, schakel dan de stroom uit (power schakelaar op OFF) en raadpleeg
de erkende installateur.
32
21. Bijzonderheden van de werking
Deze airconditioner werkt volgens het warmtepomp-principe; hij absorbeert warmte van de buiten-
unit en transporteert deze warmte naar de binnenunit. Dit betekent dat de verwarmingsprestaties
teruglopen als de buitentemperatuur daalt. Dit houdt in, dat bijverwarming noodzakelijk kan zijn.
Warmtepomp airconditioners verwarmen de ruimte door middel van luchtcirculatie. Het kan enige
tijd duren voordat de ruimte op temperatuur is.
Wanneer verwarmen wordt gebruikt bij lage buitentemperaturen en hoge vochtigheid kan de buiten-
unit invriezen, waardoor de prestaties teruglopen. Om dit te voorkomen zal de microcomputer-
processor de defrost operation inschakelen. De airconditioner zal nu tijdelijk stoppen om de defrost
operation zijn werk te laten doen (7 - 15 min). Het OPERATION-lampje zal knipperen (rood).
Als de airconditioner voor een langere periode gebruikt wordt in een omgeving met een hoge
luchtvochtigheid, dan kan zich condens vormen. Deze druppelt uit de airconditioner.
Als de apparatuur wordt gebruikt in een omgeving die een hogere temperatuur heeft dan in de
condities staat vermeld, dan kan het zijn dat het automatische beveiligingssysteem de werking
onderbreekt. Als de apparatuur wordt gebruikt bij lagere temperaturen dan aangegeven, dan kan
het zijn dat de warmtewisselaar bevriest. Dit kan lekkage of ander ongemak veroorzaken.
Gebruik de airconditioner niet voor andere doeleinden dan koelen, verwarmen, ontvochtigen en
circuleren.
Microcomputer gecontroleerd automatisch ontdooien
Wanneer de buitentemperatuur laag is en het vochtigheidsgehalte hoog, zal er ijsvorming in de
buitenunit optreden. Dit reduceert de verwarmingscapaciteit. Als dit gebeurt zal de computer auto-
matisch de ontdooifunctie (DEFROST) starten. Gedurende de ontdooifunctie zal de ventilator
van de binnenunit stoppen met draaien en DEFROST zal op de display van de afstandsbediening
zichtbaar worden. Het OPERATION lampje (groen) gaat knipperen. Het kan tot 15 minuten duren
voordat de ventilator opnieuw start.
Stroomstoring
Als de airconditioner uitvalt door een stroomstoring, dan zal deze automatisch worden herstart en
in dezelfde functie doorgaan als voor de stroomstoring.
Als een stroomstoring zich voordoet tijdens de timer-functie, dan worden deze gereset.
Het toestel zal starten en stoppen op de nieuwe tijdsinstelling. Als zich een timer-fout voordoet,
dan knippert het groene timer-lampje.
Wordt in de directe omgeving van de airconditioner gebruik gemaakt van een radio of een elektrisch
scheerapparaat (korte golf), dan kan het gebeuren dat de airconditioner wordt verstoord. Plaats
de stekker opnieuw in het stopcontact. Gebruik de afstandsbediening om de airconditioner opnieuw
op te starten.
33
22. Specificaties
Model
Binnenunit ASYG9LTCA ASYG12LTCA
Condensingunit AOYG9LTC AOYG12LTC
T
ype Inverter Inverter
Voeding V/Hz 230 / 50 230 / 50
Koelen
Capaciteit kW 2,5 3,5
Opgenomen vermogen kW 0,66 0,91
Opgenomen stroom A 3,3 4,3
Energie/ Efficiency
verhouding kW/kW 4,95 4,12
Verwarmen
Capaciteit kW 3,2 4,0
Opgenomen vermogen kW 0,66 0,91
Opgenomen stroom A 3,3 4,3
Energie/ Efficiency
verhouding kW/kW 4,85 4,4
Max. druk
Perszijde kPa 4150 4150
Koudemiddel R410A g 1050 1200
Binnenunit *
Hoogte 282 282
Breedte 870 870
Diepte 185 185
Massa (netto) 9,5 9,5
Condensingunit *
Hoogte 540 540
Breedte 790 790
Diepte 290 290
Massa (netto) 33 40
Temperatuur en
vochtigheidsgraad
Binnentemperatuur
Koelen (°C) 18 ~ 30 18 ~ 30
Verwarmen (°C) 16 ~ 30 16 ~ 30
Buitentemperatuur
Koelen (°C) -10 ~ 43 -10 ~ 43
Verwarmen (°C) -20 ~ 24 -20 ~ 24
Binnenvochtigheid (%) 80 of minder 80 of minder
* maten in mm; massa in kg
32
11

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Fuji electric AOYG12LTC bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Fuji electric AOYG12LTC in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 4,31 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info