NEDERLANDS ...................................................................................................................................................................................................4
VOORBEREIDING VOOR HET ONDERHOUD ......................................................................................................................................................................7
AFVOERSYSTEEM VAN DE ROOKGASSEN ..........................................................................................................................................................................9
DETAiLS ANgELA pLuS Sp ................................................................................................................................................................11
kENmERkEN kANALiSATiES ANgELA pLuS Sp ..............................................................................................................................12
WERKING ExTRA THERMOSTAAT VOOR BESTURING MOTOR KANALISATIES ...................................................................................................12
pELLETS EN ToEVoER .......................................................................................................................................................................13
pERSoNAL DigiTAL ASSiSTANT (pDA) ............................................................................................................................................15
TYPE BATTERIjEN EN VERVANGING VAN DE BATTERIjEN .........................................................................................................................................15
iNSTELLiNgEN VooR DE EERSTE oNTSTEkiNg .............................................................................................................................19
LANGUAGE (TAAL) .....................................................................................................................................................................................................................19
WERkiNg EN LogicA ........................................................................................................................................................................20
fRoNT AiR (LuchT VooRZiJDE) ......................................................................................................................................................21
AiR DucTiNg (kANALiSATiE) ...........................................................................................................................................................21
WERKING MET ExTRA THERMOSTAAT (OPTIONEEL) ..................................................................................................................................................25
DELTA T ...........................................................................................................................................................................................................................................26
ExTRA fuNcTiES ...............................................................................................................................................................................26
FIRST LOAD (EERSTE LADING) ..............................................................................................................................................................................................26
INSTALLATIE ExTRA THERMOSTAAT (OPTIONEEL) .......................................................................................................................................................26
WERKING ExTRA THERMOSTAAT VOOR BESTURING MOTOR KANALISATIES ...................................................................................................27
REiNigiNg EN oNDERhouD ............................................................................................................................................................28
PERIODIEKE REINIGING DOOR DE GEBRUIKER ..............................................................................................................................................................28
gEWooN oNDERhouD uiTgEVoERD DooR ERkENDE TEchNici .............................................................................................30
VEILIGHEIDSSySTEMEN KUNNEN OPTREDEN DIE DE GENERATOR DOEN
6NEDERLANDS
UITGAAN. INDIEN DIT GEBEURT, CONTACTEERT MEN DE TECHNISCHE DIENST;
MEN MAG IN IEDER GEVAL DE VEILIGHEIDSSySTEMEN NIET UITSCHAKELEN.
IN GEVAL VAN BRAND IN HET ROOKKANAAL, MOET MEN VOOR ADEqUATE
SySTEMEN ZORGEN OM DE VLAMMEN TE DOVEN OF EEN INTERVENTIE VAN
DE BRANDWEERDIENST VRAGEN.
DIT TOESTEL MAG NIET ALS AFVALBRANDER WORDEN GEBRUIKT.
GEBRUIK GEEN ONTVLAMBARE VLOEISTOF VOOR HET AANZETTEN
TIJDENS HET VULLEN DE ZAK MET PELLETS NIET MET HET PRODUCT IN
CONTACT BRENGEN
DE MAJOLICA’S ZIJN PRODUCTEN VAN HOOGSTAANDE HANDENARBEID
EN KUNNEN ALS DUSDANIG MICROKORRELS, HAARSCHEURTJES EN
KLEURONVOLKOMENHEDEN VERTONEN. DEZE KENMERKEN GETUIGEN
VAN HUN KOSTBARE AARD. EMAIL EN MAJOLICA PRODUCEREN PRECIES
DOOR HUN VERSCHILLENDE UITZETTINGSCOëFFICIëNT, MICROBARSTJES
(HAARSCHEURTJES) DIE DE WERKELIJKE AUTHENTICITEIT AANTONEN. VOOR HET
SCHOONMAKEN VAN DE MAJOLICA’S IS HET GEBRUIK VAN EEN ZACHTE, DROGE
DOEK AANBEVOLEN; INDIEN MEN EEN DETERGENT OF VLOEISTOF GEBRUIKT,
ZOU DEZE IN DE HAARSCHEUREN KUNNEN DRINGEN EN ZE LATEN UITKOMEN.
AANGEZIEN HET PRODUCT ZELFSTANDIG KAN INSCHAKELEN DOOR
MIDDEL VAN DE CHRONOTHERMOSTAAT, OF DOOR MIDDEL VAN BEDIENING
OP AFSTAND MET DE SPECIFIEKE APPLICATIES, IS HET STRIKT VERBODEN OM
ONTVLAMBAAR MATERIAAL ACHTER TE LATEN BINNEN DE OP HET ETIKET
VAN DE TECHNISCHE GEGEVENS AANGEVEN VEILIGHEIDSAFSTANDEN.
DE INTERNE ONDERDELEN VAN DE VERBRANDINGSKAMER KUNNEN
ONDERHEVIG ZIJN AAN ESTHETISCHE SLIJTAGE, MAAR DIT IS NIET VAN
INVLOED OP DE FUNCTIONALITEIT.
GEWOON ONDERHOUD
Op basis van het decreet van 22 januari 2008 nr.37 art.2 wordt met gewoon onder-
houd bedoeld de interventies uitgevoerd met de bedoeling het normale aftakelen
door gebruik in te perken, evenals het oplossen van tijdelijke gebeurtenissen die
leiden tot de noodzaak van eerste interventies, maar die in ieder geval de structuur
van de installatie waarop de interventie wordt uitgevoerd of de gebruiksbestem-
ming volgens de bepalingen voorzien door de technische normen die van kracht
zijn en voorzien door de handleiding voor gebruik en onderhoud van de fabrikant
niet wijzigen.
7NEDERLANDS
INSTALLATIE INZETSTUKKEN
Bij de installatie van inzetstukken moet de toegang tot de binnenzijde van het apparaat verhinderd worden, en tijdens de extractie mogen de
delen die onder spanning staan niet toegankelijk zijn.
Eventuele bedradingen zoals de voedingskabel of omgevingssondes moeten op dergelijke manier geschikt worden dat ze niet beschadigd
kunnen worden tijdens de beweging van het inzetstuk en niet in contact kunnen komen met warme delen. In geval van installatie in een nis
gemaakt van brandbaar materiaal, wordt aanbevolen om alle voorzorgsmaatregelen van de installatievoorschriften in acht te nemen.
VENTILEREN EN LUCHTEN VAN DE RUIMTEN VAN INSTALLATIE
In geval van een niet-hermetische generator en/of een niet-hermetische installatie moet de ventilatie verzorgd worden op basis van de
hieronder aangegeven minimale zone (overweeg de grootste onder de voorgestelde waarden):
Categorieën van de
toestellenReferentienormen
Percentage van de doorsnede
netto van de opening ten opzichte van de doorsnede
van de uitgang van de rookgassen uit het toestel
Netto minimale waarde van de
opening van de ventilatieleiding
PelletkachelsUNI EN 14785-80 cm²
KetelsUNI EN 303 (-5)50%100 cm²
INSTALLATIE
ALGEMEEN
De aansluitingen van de rookgasafvoer en het water moeten uitgevoerd worden door gekwaliceerd personeel, dat de verklaring moet
aeveren waarin staat dat de installatie conform de nationale voorschriften is.
De installateur moet de conformiteitsverklaring van de installatie volgens de wet overhandigen aan de eigenaar of een vertegenwoordiger
ervan, vergezeld van:
1) de handleiding voor gebruik en onderhoud van het toestel en van de componenten van het systeem (bijvoorbeeld de rookgaskanalen,
schoorsteen, enz.);
2) fotostatische of fotograsche kopie van de schoorsteenplaat;
3) handleiding van het systeem (waar voorzien).
De installateur wordt aangeraden om een bewijs te vragen voor ontvangst van de overhandigde documentatie en die samen te bewaren met een
kopie van de technische documentatie van de uitgevoerde installatie.
Bij een installatie in een appartementsgebouw, moet vooraf de beheerder aangesproken worden.
Indien nodig moet er na de installatie een test van de afgegeven verbrandingsgassen worden uitgevoerd. De eventuele voorbereiding van de
plaats van monsterneming moet luchtdicht worden uitgevoerd.
COMPATIBILITEIT
De installatie in omgevingen waar er sprake is van brandgevaar is verboden. Verder is het verboden om te installeren in woonomgevingen
waar er sprake is van de volgende omstandigheden:
1. aanwezigheid van continu werkende toestellen die functioneren met vloeibare brandstof en die de verbrandingslucht onttrekken aan
de ruimte van installatie.
2. aanwezigheid, in aangrenzende of communicerende ruimten, van apparaten op gas van het type B, bestemd voor de verwarming van
de ruimten, met of zonder productie van warm huishoudelijk water.
3. in geval van een gemeten onderdruk tussen de externe en de interne omgeving van meer dan 4 Pa.
N.B.: De apparaten met een gesloten systeem kunnen ook geïnstalleerd worden in de gevallen van de punten 1, 2 en 3 van deze paragraaf.
INSTALLATIE IN BADKAMERS, SLAAPKAMERS EN LOFTS
In badkamers, slaapkamers en lofts is uitsluitende de hermetische installate toegestaan, of de installatie van toestellen met gesloten vuurpot
met gekanaliseerde afname van de verbrandingslucht van buitenaf.
vloerbescherming
POSITIONERING EN VEILIGHEIDSAFSTANDEN
De draagvlakken en/of steunpunten moeten geschikt zijn om het totaal gewicht van
het apparaat, de accessoires en de bekledingen te dragen. Als de vloer is uitgevoerd in
brandbaar materiaal, wordt aanbevolen een bescherming in vuurvast materiaal te gebruiken
die ook de voorzijde tegen eventueel gemorste brandstof beschermt tijdens de gewone
onderhoudswerkzaamheden. Voor de correcte werking, moet de generator waterpas
staan. Wij raden aan om voor de zij- en achterwanden en het steunvlak op de vloer niet-
ontvlambaar materiaal te gebruiken.
A
C
B
Men moet bovendien rekening houden met alle
nationale, regionale, provinciale en gemeentelijke wetten
en normen, van kracht in het land waar het toestel is
geïnstalleerd, evenals de aanwijzingen in de handleiding.
Luchtinlaat
Onder alle omstandigheden, inclusief de aanwezigheid van afzuigkappen en/of systemen voor gecontroleerde, geforceerde ventilatie,
moet het drukverschil tussen de ruimte van installatie van de generator en de externe omgeving altijd gelijk of minder zijn dan 4 Pa.
MINIMALE AFSTANDEN
De installatie in de nabijheid van brandbare of warmtegevoelige materialen is toegestaan, mits
de noodzakelijke veiligheidsafstanden in acht worden genomen, zoals aangegeven op het
label aan het begin van de handleiding (pag.2). In het geval van niet- brandbare materialen
moet aan de zij- en achterkant een afstand van ten minste 100mm in acht worden genomen (met
uitzondering van de inbouwapparaten). Voor de producten voorzien van een afstandsstuk aan
de achterzijde is de installatie tegen de muur, uitsluitend aan de achterkant, toegestaan.
VOORBEREIDING VOOR HET ONDERHOUD
Voor het buitengewone onderhoud kan het noodzakelijk zijn om het product vanaf de aangrenzende wanden te verwijderen. Deze handeling moet worden
uitgevoerd door een technicus bevoegd voor het loskoppelen, en vervolgens weer aansluiten, van de afvoerkanalen van de verbrandingsproducten. Voor
generatoren aangesloten op het hydraulische systeem, moet de verbinding tussen het systeem en het product zodanig tot stand worden gebracht dat de
generator, tijdens het buitengewone onderhoud door een bevoegde technicus, ten minste 1 meter vanaf de aangrenzende wanden verwijderd kan worden.
3 - 5%
Max 3 mt
8NEDERLANDS
VOORBEELDEN VAN CORRECTE AANSLUITING OP DE SCHOORSTEEN
Wanneer er toestellen op gas van het type B aanwezig zijn met afwisselende werking die niet bestemd zijn voor de verwarming, dan moeten die worden
voorzien van een opening voor verluchting en/of ventilatie.
De luchtinlaten moeten voldoen aan de volgende vereisten:
beschermd zijn door middel van roosters, metalen netten enz. zonder evenwel de nuttige netto doorsnede te verminderen;
uitgevoerd zijn zodat de onderhoudswerkzaamheden mogelijk worden;
geplaatst zodat die niet afgesloten kunnen worden;
De aanvoer van schone en niet-vervuilde lucht kan ook verkregen worden vanuit een vertrek grenzend aan de installatieruimte (onrechtstreekse verluchting
en ventilatie), op voorwaarde dat deze aanvoer van lucht vrij kan plaatsvinden doorheen permanente openingen op de buitenomgeving.
Het aanpalende lokaal mag niet worden gebruikt als garage, opslagplaats voor brandbaar materiaal of voor activiteiten die brandgevaar opleveren, of als
badkamer, slaapkamer of gemeenschappelijk lokaal van het gebouw.
AFVOER ROOKGASSEN
De warmtegenerator werkt in onderdruk en is voorzien van een ventilator bij de uitgang voor de extractie van de rookgassen. Het afvoersysteem moet alleen
voor de generator dienen. Afvoer in rookgaskanalen die gedeeld worden met andere apparatuur is niet toegelaten.
De componenten van het systeem voor evacuatie van rookgassen moeten worden gekozen in functie van het type te installeren apparaat, volgens:
UNI/ TS 11278 in het geval van metalen schoorstenen, met bijzondere aandacht voor wat in de omschrijving staat;
UNI EN 13063-1 en UNI EN 13063-2, UNI EN 1457, .-UNI EN 1806: voor niet-metalen schoorstenen.
De lengte van het horizontaal deel moet miniem zijn en mag in elk geval niet langer dan 3 meter bedragen, met een helling van minstens 3% naar boven toe.
Het aantal veranderingen van richting met inbegrip van het eect door het gebruik van het “T”-element mag niet meer dan 4 bedragen.
Men moet een "T"-verbinding voorzien met dop voor de opvang van het condens, aan de basis van het verticaal deel.
Als de afvoer niet uitmondt in een bestaand rookgaskanaal, moet een verticaal stuk voorzien worden met een windscherm aan het uiteinde (UNI 10683).
Het verticaal stuk kan binnen of buiten het gebouw gesitueerd zijn. Als het rookgaskanaal wel uitmondt in een bestaand rookgaskanaal, moet dit
gehomologeerd zijn voor vaste brandstoen.
Als het rookgaskanaal buiten het gebouw gerealiseerd wordt, moet het altijd goed geïsoleerd zijn.
De rookgaskanalen moeten een hermetische opening hebben om stalen van het rookgas te kunnen afnemen.
Alle delen van het rookgaskanaal moeten nagekeken kunnen worden.
Er moeten inspectieopeningen voor de reiniging voorzien worden.
In het geval de temperatuur van de rookgassen van de generator lager is dan 160°C+ omgevingstemperatuur als gevolg van het hoge rendement (raadpleeg
de technische gegevens), moet hij absoluut bestand zijn tegen vocht.
Een schoorsteensysteem dat niet voldoet aan de bovenstaande punten of dat, in het algemeen, niet voldoet aan de normen, kan oorzaak zijn van het
optreden van condensatie in de schoorsteen.
SCHOORSTEENPOT
De schoorsteenpotten moeten aan de volgende vereisten voldoen:
een nuttige doorsnede bij uitgang hebben die niet kleiner is dan het dubbele van de doorsnede van de schoorsteen/het ommantelsysteem waarop die
is aangebracht;
geconformeerd zijn zodat regen of sneeuw niet in de schoorsteen/het ommantelsysteem kan binnendringen;
gebouwd zijn zodat de evacuatie van de verbrandingsproducten ook verzekerd wordt in geval van wind die uit alle mogelijke richtingen komt en met
elke willekeurige inclinatiehoek.
Bescherming tegen
regen en wind
Condenswerende
"T"-koppeling met
inspectieluik
Geïsoleerd
rookkanaal
Geïsoleerde "T"-
koppeling met
inspectieluik
Bescherming tegen regen en wind
Condenswerende
"T"-koppeling
met inspectieluik
AANSLUITING OP HET ELEKTRICITEITSNET
De generator is voorzien van een elektrisch stroomsnoer dat gekoppeld moet worden aan een stopcontact van 230V 50 Hz, mogelijk met een
magnetothermische schakelaar. Het stopcontact moet makkelijk bereikbaar zijn.
De elektrische instalatie moet conform zijn; controleer in het bijzonder de eciëntie van de aardaansluiting. Een verkeerde aardaansluiting
kan storingen veroorzaken waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk gesteld kan worden.
Afwijkingen van de voeding van meer dan 10% kunnen storingen geven in de werking van het product.
Max 4 mt
9NEDERLANDS
Max 1,5 m -
max 2 bochten
Voorbeeld Van installatie
Men moet bovendien rekening houden met alle nationale, regionale, provinciale en gemeentelijke wetten en normen, van kracht in het land waar het
toestel is geïnstalleerd, evenals met de instructies van deze handleiding.
HermetiscHe installatie
De generator is een product dat volledig luchtdicht is ten opzichte van de omgeving van installatie. Dit betekent dat hij ideaal is voor
passiefhuizen omdat het geen lucht onttrekt aan de interne omgeving van de woningen.
VerbrandingslucHt
Om de hermetische afdichting van de kachel te behouden moet het verbindingskanaal voor de verbrandingslucht (verbranding) rechtstreeks
worden aangesloten op de buitenomgeving met behulp van speciale luchtdichte buizen en verbindingsstukken.
aFVoersYsteem Van de rooKgassen
•Indien de temperatuur van de rookgassen van de generator lager is dan 160°C+ omgevingstemperatuur als gevolg van het hoge
rendement (raadpleeg de technische gegevens), moet het afvoersysteem van de rookgassen absoluut bestand zijn tegen vocht.
•Wanneer de mogelijkheid bestaat dat de rookgassen condenseren, moet extern van de kachel gezorgd worden voor een “T-stuk” voor
de inspectie.
B
C
A
E
F
G
H
D
I
NEDERLANDS
DEtAIls AnGElA sp
AUitlaat omgevingsluchtDNood-radiokaart
G
On/O
BToegang verbrandingskamer en
asladeEAchterste uitlaat rookgassen
Zekering
Voeding 230V
CPelletreservoir met druksluitingF
Seriële ingangHOntgrendeling
Ingang extra
thermostaatIIngang verbrandingslucht
10
B
C
A
F
G
H
I
D
J
E
NEDERLANDS
DEtAIls AnGElA plus sp
AUitlaat omgevingsluchtDNood-radiokaart
I
Seriële ingang
Ingang extra
thermostaat
BToegang verbrandingskamer en
aslade
EOntgrendelingIngang thermostaat kanalisaties
J
On/O
FAchterste uitlaat rookgassen
Zekering
CPelletreservoir met druksluiting
GKanalisatie
HIngang verbrandingsluchtVoeding 230V
11
NEDERLANDS
kEnmErkEn kAnAlIsAtIEs AnGElA plus sp
Het model Angela Plus SP is uitgerust met 1 onafhankelijke uitgang voor de kanalisatie.
Kenmerken:
diameter uitgang kanalisatie: 80 mm
aanbevolen maximale lengte kanalisatie 8 mt
thermisch bestuurbare kanalisatie
instelling van de ventilatiesnelheid in percentage
kanalisaties die onafhankelijk geactiveerd(gedeactiveerd kunnen worden (ONOFF)
OntGrEnDElInG
We raden aan een bevoegde technicus te raadplegen indien er
automatisch wordt uitgeschakeld, om er de oorzaak van vast te
stellen.
ZEkErInG
Controleer in geval van stroomuitval de conditie van de zekering in
de lade tussen de schakelaar van de kachel en de aansluiting van de
voedingskabel.
DE InstAllAtIE mOEt wOrDEn uItGEvOErD DOOr GEkwAlIFICEErD pErsOnEEl En/OF tHE tECHnIsCHE DIEnst
vAn DE FABrIkAnt
wErkInG ExtrA tHErmOstAAt vOOr BEsturInG mOtOr kAnAlIsAtIEs
Voor de modellen met motor voor de kanalisaties bestaat ook de mogelijkheid om een thermostaat op de motor zelf te plaatsen. Door middel
van de aansluiting van een externe thermostaat kan de motor voor de kanalisatie gecontroleerd worden, onafhankelijk van de werking van
de kachel.
Op dit punt is het voldoen om de gewenste temperatuur extern in te stellen:
op basis van de te bereiken temperatuur (gesloten contact), de motor voor de kanalisatie volgt het proces van de kachel.
op basis van de bereikte temperatuur (open contact), de motor voor de kanalisatie functioneert om minimale snelheid.
De aansluitklem voor de thermostaat van de kanalisatie is standaard uitgerust met een jumper.
Het verlengstuk van de kanalisering bevindt zich in de
verpakking met accessoires vanbinnen in de kachel.
De montage gebeurt met 4 schroeven die meegeleverd zijn.
12
NEDERLANDS
PELLETS EN TOEVOER
De pellets worden gemaakt door zaagsel, ofwel zuivere houtresten (zonder verf) geproduceerd door zagerijen, meubelmakerijen en andere
activiteiten verbonden met het bewerken en verzagen van hout, onder zeer hoge druk te plaatsen.
Dit type brandstof is absoluut ecologisch aangezien er geen enkele lijmstof wordt gebruikt om hem compact te houden. In feite wordt de
compactheid van de pellets na verloop van tijd gegarandeerd door een natuurlijk bestanddeel: de ligniet.
Naast het feit dat pellets een ecologische brandstof vormen, aangezien de houtresten maximaal benut worden, bieden ze ook technische
voordelen.
Hout heeft een verwarmingsvermogen van 4,4 kWh/kg. (bij 15% vochtigheid, dus na circa 18 maanden drogen), terwijl het vermogen van
pellet 5 kWh/kg bedraagt.
De dichtheid van de pellets is 650 kg/m3 en het watergehalte is gelijk aan 8% van het gewicht. Derhalve hoeven pallets niet eerst te drogen
om een voldoende geschikte calorische waarde te verkrijgen.
HET GEBRUIK VAN PELLETS MET EEN SLECHTE KWALITEIT OF IEDER ANDER MATERIAAL, TAST DE WERKING VAN
DE GENERATOR AAN EN KAN LEIDEN TOT HET VERVALLEN VAN DE GARANTIE EN DE DAARMEE VERBONDEN
AANSPRAKELIJKHEID VAN DE FABRIKANT.
Schoon houden
Het is raadzaam om tijdens Het laden de zak niet direct op de kacHel te laten steunen!
Gebruik altijd een vulscHep voor Het laden van Het reservoir. Wrijf niet op de afdicHtinG van Het
reservoir en laat er Geen GeWicHten op steunen. Houd Het steunoppervlak van de afdicHtinG van de
deksel van Het reservoir altijd Goed scHoon. controleer reGelmatiG de conditie van de afdicHtinG.
neem in Geval van verslecHterinG contact op met de plaatselijke erkende tecHnicus.
De gebruikte pellets moet conform zijn aan voorschriften van de
normen:
EN PLUS class A1, ISO 17225-2 class A1
en
UNI EN 3035 met de volgende kenmerken: watergehalte ≤ 12%,
asgehalte ≤ 0,5% en calorische waarde lager dan >17 MJ/kg (in het
geval van verwarmingsketels).
De fabrikant raadt u aan om voor haar toestellen steeds pellets te
gebruiken met een diameter van 6 mm.
OPSLAG VAN PELLET
Om een probleemloze verbranding te garanderen, moeten pellets op
een droge plaats worden opgeslagen.
Open het deksel van het reservoir en laad de pellet met behulp van
een vulschep.
PELLETRESERVOIR DRUKSLUITING.
Zowel tijdens de werking van de kachel, als wanneer hij niet gebruikt wordt, moeten alle deurtjes (pelletreservoir, deur, aslade) altijd gesloten
blijven. Ze mogen alleen geopend worden gedurende de tijd die noodzakelijk is voor het laden van brandstof en het onderhoud.
In geval van niet-naleving van één van de bovenstaande aanwijzingen verschijnt, tijdens de werking, op het display de volgende melding:
“reservoir-deur sluiten”
Deze melding geeft aan dat er 60 seconden beschikbaar zijn voor het sluiten van de deur en het pelletreservoir.
Na het verstrijken van de 60 seconden wordt, tijdens de fase van ontsteking, het alarm “ALL DEPR ALARM ONDERDRUK” geactiveerd;
tijdens de normale werking gaat de kachel over naar “WAITING COOLING WACHT OP KOELING” om vervolgens bij het herstel van de
omstandigheden (afgekoelde kachel, enz.) de werking automatisch te hervatten.
13
P1
P2
P3
L5
L4
L3
L2
L1
NEDERLANDS
Nood-radiokaart
De kachel is aan de zijkant uitgerust met een nood-radiokaart voor het basisbeheer van de kachel in geval van een defect of een storing van
de PDA.
De functies die door middel van de noodkaart beheerd kunnen worden, zijn:
-
P1On/ O kachel.
L1 : Gele led
Led uit: radiocommunicatie afwezig.
Led aan: radiocommunicatie aanwezig.
L2 : Rode ledLed uit: normale werking.
Led aan: actief alarm.
P2Instelling van het 5^ vermogen.
L3 : Groene
led
Led uit: kachel uitgeschakeld.
Led aan: kachel aan.
Knipperende led: reiniging kachel in
uitvoering, alarm, stand-by / in afwachting
koeling / of in afwachting blackout.
L4 : Gele ledLed aan: 5^ vermogen ingesteld (door de
gebruiker).
P3Instelling van het 1^ vermogen.
L5 : Gele ledLed aan: 1^ vermogen ingesteld (door de
gebruiker).
14
NEDERLANDS
TYPE BATTERIJEN EN VERVANGING VAN DE
BATTERIJEN
Voor het plaatsen/vervangen van de batterijen is het voldoende
om het beschermkapje op de achterkant van de PDA te
verwijderen (afbeelding 1).
Bij het plaatsen van de batterijen de op de PDA en de batterijen
aangegeven symbolen in acht nemen.
Voor de werking zijn 3 AAA-batterijen nodig.
CONFIGURATIE
DE CODEERPROCEDURE VAN DE PDA:
1. De kachel van de energievoorziening loskoppelen.
2. Druk gelijktijdig op de toetsen
OK
en
OK
tot de pagina voor de selectie van de UNIT.
3. Selecteer door middel van de knoppen
OK
en
OK
de nieuwe UNIT.
4. De kachel inschakelen. Binnen 10 seconden (op de nood-radiokaart knipperen alle leds) de gekozen eenheid bevestigen door te
drukken op de toets OK van de PDA.
5. Ter bevestiging van de uitgevoerde conguratie blijven alle leds van de nood-radiokaart gedurende 2 seconden branden.
6. Indien de conguratie niet slaagt, verschijnt op het display de melding "". In dit geval moet de procedure herhaald worden.
J
DE PDA IS REEDS GECONFIGUREERD MET "UNIT 0". IN GEVAL ER SPRAKE IS VAN EEN ANDERE KACHEL MOET, OM
STORINGEN TE VOORKOMEN, EEN NIEUWE CONFIGURATIE WORDEN UITGEVOERD DOOR ÉÉN VAN DE TWEE KACHELS
TE WIJZIGEN.
SOMMIGE RADIOAPPARATEN BV. MOBIELE TELEFOONS, ENZ... ZOUDEN DE COMMUNICATIE TUSSEN DE PDA EN
DE KACHEL KUNNEN VERSTOREN.
Denk aan het milieu!
De gebruikte batterijen bevatten metalen die schadelijk zijn voor het milieu, ze moeten daarom afzonderlijk in speciale
inzamelbakken worden verwijderd.
PERSONAL DIGITAL ASSISTANT PDA
(afbeelding 1)
KALIBRATIE OMGEVINGSSONDE PDA
In deze modus kan de door de PDA waargenomen
omgevingstemperatuur gekalibreerd worden (alleen met
geactiveerde ventilatie). Voor een correcte kalibratie wordt
aangeraden de PDA in een omgeving met een constante
temperatuur te plaatsen en tenminste enkele uren te wachten.
De procedure voor de kalibratie is als volgt:
Open het menu en ga naar “TECH MENU”.
Stel de toegangscode "F4" in. - “ADJ SONDA TELE”
Door middel van de toetsen
OK
of
OK
de gewenste
omgevingstemperatuur regelen.
Sla op en verlaat de functie met de toets
OK
.
15
2
3
1
4
5
6
7
8
NEDERLANDS
KENMERKEN PDA
1.DISPLAY
2.SET POWER/ door de menu's scrollen / verhogen - een instelling selecteren
3.SET THERMOSTAT omgeving / door de menu's scrollen / verlagen - een instelling deselecteren
4.Terug-toets
5.Toets toegang tot het MENU en BEVESTIGEN
6.On/o kachel of herstel vanuit slaapstand.
7.-
8.Batterijvakje
De PDA is uitgerust met een LCD-display met achtergrondverlichting. De duur van de achtergrondverlichting is 5 seconden. Het display
wordt na een bepaalde tijd uitgeschakeld om de batterijen te sparen (slaapstand).
Bij druk op de toets ON/OFF (6) wordt het display weer ingeschakeld.
LET OP!
Breng de PDA niet in direct of indirect contact met water. De PDA zou in aanwezigheid van vocht of wanneer blootgesteld aan water
niet goed kunnen werken.
FREQUENTIEBANDENMAXIMAAL ZENDVERMOGEN
868,3 MHz4 mW ERP
869,85 MHz4 mW ERP
16
NEDERLANDS
SCHERM TIJDENS DE WERKING
SCHERM MET EXTERNE THERMOSTAAT AANGESLOTEN OP DE KLEM “TA”
DISPLAY
Weergave tekst
Waargenomen
omgevingstemperatuur
Ingestelde set
omgevingstemperatuur
Vermogen 1-5^Tijd
Chrono actief
STANDBY
actief
Lege batterij
weergave tekst
Tijd
Geeft het contact van de
extra externe thermostaat
aan
17
NEDERLANDS
HOOFDMENU
TOETSFUNCTIE
OK
OK
Door de parameters scrollen
Wijziging gegevens instelling
OK
Toets inschakeling - uitschakeling
TOETSFUNCTIE
Terug-toets - afsluiten
OK
Toets toegang tot het menu
FRONT AIR LUCHT
VOORZIJDE
SPEED SNELHEID
*AIR DUCTING
*KANALISATIES
ENABLE
ACTIVERING
SPEED SNELHEID
EASY SETUP
CHRONOENABLE
ACTIVERING
PRG1
PRG2
SETTINGS
INSTELLINGEN
DATETIME
DATUMTIJDPRG3
LANGUAGE
TAALPRG4
DISPLAY
STANDBY
DELTA T
DEGREES GRADEN
**STOVE STATUS
**STATUS KACHEL
RESET
DEPRESSURE
NOTICE* WAAR VOORZIEN
** ALLEEN VOOR DE
TECHNICUS
** TECH MENU **
MENU TECHNICUS
ALGEMENE WAARSCHUWINGEN
Tips die tijdens de eerste ontstekingen van het product gevolgd moeten
worden:
Tijdens de eerste uren van werking kunnen er dampen en geuren worden
afgegeven die te wijten zijn aan het normale proces voor “thermische
uitzetting”.
Tijdens dit proces, dat een variabele duur heeft, wordt aanbevolen om:
De ruimte goed te luchten
Om de eventueel aanwezige keramische delen op de bovenkant van
het product te verwijderen
Het product te activeren met maximaal vermogen en maximale
temperatuur
Te vermijden lang in de omgeving te verblijven
De oppervlakken van het product niet aan te raken
Opmerkingen:
De voltooiing van het proces vindt plaats na enkele verwarmings-/koelcycli.
Gebruik voor de verbranding geen andere elementen of stoen dan wordt
aangegeven in de handleiding.
Voorafgaand aan de ontsteking van het product moeten de volgende
controles worden uitgevoerd:
In geval er een verbinding met een hydraulisch systeem is voorzien,
moet deze verbinding compleet en volledig functioneel zijn en voldoen
aan de aanwijzingen van de handleiding van het product en de
toepasselijke geldende normen.
Het pelletreservoir moet volledig gevuld zijn
De verbrandingskamer en de vuurpot moeten schoon zijn
Controleer de hermetische sluiting van de vuurdeur, van de aslade en
het pelletreservoir (indien aanwezig in de hermetische uitvoering); deze
moeten gesloten zijn en er mogen ter hoogte van de afdichtingselementen
en pakkingen geen vreemde voorwerpen aanwezig zijn.
Controleer of de voedingskabel correct is aangesloten
De tweepolige schakelaar (indien aanwezig) moet geplaatst zijn op
stand “1”.
18
NEDERLANDS
J
MISLUKTE ONTSTEKING
DE EERSTE ONTSTEKING ZOU KUNNEN MISLUKKEN, AANGEZIEN DE SCHROEF LEEG IS EN ER NIET ALTIJD IN SLAAGT
DE VUURPOT OP TIJD TE LADEN MET DE BENODIGDE HOEVEELHEID PELLETS VOOR DE NORMALE ONTSTEKING VAN
DE VLAM.
INDIEN HET PROBLEEM ZICH PAS NA ENKELE MAANDEN WERKING VOORDOET, MOET GECONTROLEERD WORDEN OF
DE GEWONE REINIGING, ZOALS VERMELD IN DE HANDLEIDING VAN DE KACHEL, CORRECT IS UITGEVOERD.
GEBRUIK VOOR HET ONTSTEKEN NOOIT ONTVLAMBARE VLOEISTOFFEN!
BRENG DE ZAK MET PELLETS TIJDENS HET BIJVULLEN NIET IN CONTACT MET DE KOKEND HETE KACHEL!
IN GEVAL VAN VOORTDURENDE MISLUKTE ONTSTEKINGEN CONTACT OPNEMEN MET EEN ERKENDE TECHNICUS.
INSTELLINGEN VOOR DE EERSTE ONTSTEKING
HET IS VERBODEN HET APPARAAT TE GEBRUIKEN ZONDER: SCHEIDINGSWAND
A EN VLAMPLAAT B.
DE VERWIJDERING VAN DE SCHEIDINGSWAND TAST DE VEILIGHEID VAN
HET PRODUCT AAN EN LEIDT TOT HET ONMIDDELLIJK VERVALLEN VAN DE
GARANTIEPERIODE.
IN GEVAL VAN SLIJTAGE OF BESCHADIGING MOET DE VERVANGING VAN HET
ONDERDEEL AAN DE TECHNISCHE DIENST WORDEN OPGEVRAAGD.
DE VERVANGING VALT NIET ONDER DE GARANTIE VAN HET PRODUCT
OMDAT HET EEN AAN SLIJTAGE ONDERHEVIG DETAIL BETREFT.
DATETIME DATUMTIJD
Met dit menu kunnen de tijd en de datum worden ingesteld.
Voor de instelling: OK > SETTINGS > DATETIME.
LANGUAGE TAAL
Met dit menu kan de voorkeurstaal worden ingesteld.
Voor de instelling: OK > SETTINGS > LANGUAGE.
De selecteerbare talen zijn: Italiaans, Engels, Frans, Duits, Spaans, Portugees.
INSTELLING GRADEN
Met dit menu kan de gewenste meeteenheid worden ingesteld.
Voor de instelling: OK > SETTINGS > DEGREES
Na het verbinden van de voedingskabel op de achterzijde van de generator, de schakelaar, die zich eveneens op de achterzijde bevindt, in de
stand (I) plaatsen.
De schakelaar op de achterzijde van de generator dient om spanning te geven aan de kaart van de generator.
De generator blijft uitgeschakeld en op het paneel verschijnt een eerste scherm met de tekst OFF .
NETFREQUENTIE 50/ 60HZ
Wanneer de generator wordt geïnstalleerd in een land met een frequentie van 60Hz, verschijnt op de generator de melding “POWER
FREQUENCY ERROR ". Wijzig in dat geval de frequentie naar 60Hz.
BA
19
NEDERLANDS
IGNITION ONTSTEKING
Druk na de controle van de eerder vermelde punten gedurende drie seconden op de toets
OK
om de kachel in te schakelen. Voor de
ontstekingsfase zijn 15 minuten beschikbaar, gedurende welke de aanwezigheid van de vlam gecontroleerd wordt. Bij het bereiken van de
controletemperatuur onderbreekt de kachel de ontstekingsfase en gaat hij over op PREPARATION (VOORBEREIDING).
PREPARATION VOORBEREIDING
Tijdens de fase voor voorbereiding stabiliseert de kachel door de verbranding geleidelijk te verhogen, om vervolgens de ventilatie in te
schakelen en over te gaan naar WORK WERKING
WORK WERKING
Tijdens de fase van de werking bereikt de kachel de door de klant ingestelde SET POWER SET VERMOGEN en wordt de omgeving verwarmt
tot aan het bereiken van de SET THERMOSTAT SET THERMOSTAAT. Zie het volgende item.
REGELING SET THERMOSTAT SET THERMOSTAAT
De SET THERMOSTAT omgeving kan worden ingesteld met de toetsen 2 en 3, tussen LOWTA - 7°C - 40°C - HOT. Indien de waarde ligt tussen
07°C-40°C zal de kachel de omgevingstemperatuur controleren door middel van een in de PDA geïntegreerde sonde. Na het bereiken van de
ingestelde temperatuur verlaagt de kachel automatisch het vermogen en wordt een optimaal comfort en een vermindering van het verbruik
van pellets gewaarborgd: dit proces wordt “modulatie” genoemd.
LOWTA LAAG HOT HEET
Indien de SET THERMOSTAT gelijk is aan "LOWTA" (set onder de drempel van 7°) wordt de besturing van de temperatuur toevertrouwd aan
het extra contact thermostaat en wordt dus de in de PDA geïntegreerde temperatuursonde genegeerd.
Wanneer het contact geopend is (voldaan) zal de kachel overgaan naar het minimum.
Wanneer het contact gesloten is (vereist) zal de kachel altijd op het ingestelde vermogen functioneren.
Indien de instelling gelijk is aan “HOT” (set boven de 40°C) zal de kachel altijd en alleen functioneren op het ingestelde vermogen en worden
dus het externe contact en de temperatuursonde genegeerd.
AFSTELLING SET POWER
De set power heeft 5 werkingsniveaus. Door te drukken op de toets
OK
is het mogelijk om het ingestelde vermogen weer te geven,
Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.
Product:
Spelregels forum
Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:
lees eerst de handleiding door;
controleer of uw vraag al eerder door iemand anders is gesteld;
probeer uw vraag zo duidelijk mogelijk te stellen;
heeft u een probleem en al geprobeerd om dit op te lossen, vermeld dit erbij aub;
heeft u een oplossing gekregen van een bezoeker dan horen wij dat graag in dit forum;
wilt u een reactie geven op een vraag of antwoord, gebruik dan niet dit formulier maar klik op de knop 'reageer op deze vraag';
uw vraag wordt direct op de website gezet; vermijd daarom persoonlijke gegevens in te vullen;
Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.
Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.
Abonneren
Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Extraflame Angela SP bij:
nieuwe vragen en antwoorden
nieuwe handleidingen
U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.
Ontvang uw handleiding per email
Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Extraflame Angela SP in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.
De handleiding is 4.51 mb groot.
U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.
Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email
Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.
Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.
Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken
U heeft geen emailadres opgegeven
Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.
Uw vraag is op deze pagina toegevoegd
Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.