633479
149
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/156
Pagina verder
NEDERLANDS
MODEL
-
328/329
BREIMACHINE
HANDLEIDING
E
mpisal vertegenwoord iging
Uw
DENK ERAAN
-
ALLEEN OEFENEN
MAAKT VOLMAAKT
U
zult
veel plezier hebben bij het breien en
dit
boekje zal
u
helpen. Mocht iets
tout
gaan,
MAAK
U
NI ET ONGE RUST
-
herlees de aanwijzigingen en weldra
zult
u
breien
met vertrouwen en
enthousiasme
.
Dit
boekje
is
verschillende malen herzien, maar indien
u
nieuwe voorstellen heeft die
u
en vele anderen kunnen helpen, schrijf onsverdere ideeen voor wijzigingen om het te
verbeteren en makkelijker temaken, zijn steeds welkom.
Volg nauwkeurig de aanwijzigingen en afbeeldingen. In
een
min
i
mum van
tijd
gaa
t
het
breien
u
niet alleen gemakkelijk van de hand, het bereidt
u
bovendien veel vreugde.
U
heeft zeker vaak de wens gehad, voor
u
en uw familie gebreide kleding te maken, die
werkelijk past en bevalt.
Onze gelukwensen met de aankoop van onze nieuwe EMPISAL KNITMASTER
328/329 Breimachine.
PONSKAARTBREIMACHINE
VEEL VREUGDE MET UW NIEUWE
1~~
~
1
-
2
-
De kant van de machine moet gelijk zijn
aan de kant van de tafel.
Schuif de klemmen in de openingen 'B'
onder de machine.
Draai schroef
'A'
in pijlrichting zover
als gaat.
Verwijder beide tafelklemmen uit
de
onderdelendoo
s
.
Neem de onderdelendoos af.
3. Trek de deksel omhoog en naar voren, en verwijder hem volledig van de machine.
G:::[
J::i]
1.
Plaats de machine op een vlakke tafel met het merkteken naar boven en de handgreep
naar achter.
2. Open de twee sluitringen aan de
achterkant
.
OPSTELLING VAN DE MACHINE
Til de handgreep
tot
hij
in
verticale positie
klikt.
Verwijder de slotplaat door hem naar
u
toe
te trekken.
Draai de beide draaiknoppen in pijlrichting
los.
NOTA: Als de machine niet gebruikt wordt
zet de slede vast aan de machine
met de slotplaat,
Met slotplaat
'A'
is
de slede verzekerd tegen
schacle gedurende transport.
SLEDE SLOT PLAAT
(GEEN OVERDREVEN KRACHT)
Draai beide klemmen
in
pijlrichting vast.
1~~
"
1-4-
EN
NI
ET OP de afstrijkslede
zitten
zoals aangetoond.
Verzeker
u
dat
de draaiknoppen 'C'
juist in uitsnijding
'
D' passen.
BELANGRIJK
Vooraleer verder
te
gaan let nauwkeurig
op volgende punten.
Duw de afstrijkhek zover mogeliik naar
achter en draai de knoppen in pijlrichting
vast.
Schuif de afstrijkslede onder de twee
draaik noppen.
Maak draadveer
'
A' los
uit
klem
'
B' en
neem de afstrijkslede uit
het
deksel.
DE AFSTRIJKSLEDE
Verwijder
het
beschermmateriaal uit
het afstrijkhek.
FOUT
let
zijhendels 'A'
op<Ollll
let
voorkanthefbomen 'B' op
II
Duw de weefborstelhendels naar boven
op•
let
patroonschakelaar
'D'
op
0
ope
opS
let
kaartontspannerknop
'A'
let
patroonvariatieknop
'B'
PATROONPANEEL
A
B
1-'-
71
,.
~
.
,
-
~
~
/
'
..
··~
i"
t!i
~ddddddddddddddddddddd~
I
TOERENTELLER
A
B
c
D
di
jj
~ ,_~
Herzet de cijfers op 'O' door middel van
knopjes A,
B
en C.
~
@
@
~
@
De toerenteller uitschakelen door hendel
'D'
ope
te zetten.
let
patroonapparaat buiten werking door
omzetknop
'A'
op
'
O'
te zetten.
PATROONAPPARAAT
MACHINEOPSTELLING VOOR GEWOON BREIEN
Stop met de slede rechts.
Schuif de slede een paar maal over het bed.
lndien sommige naalden niet
in
deze positie
staan, neemt u naaldkam
1
x
1
en schuift
u
alle naalden
in
'A
'
stand.
Verzeker u
dat
alle naalden
in
'A' stand staan.
NAALDGELEIDING
Naaldenkam
-
1
x 2 en
1
x 5
Naaldenkam
-
1
x 3 en 3 x
1
Naaldenkam
-
1
x
1
en
0
VERSCHI LLENDE NAALDENKAMMEN
D
-
ruststand voor verkorte toeren
-
voor-
kanthefbomen moeten op
I
staan
.
C
-
naalden breien terug in
B
stand als de
voorkanthefbomen op
I
staan.
B
-
normale breistand en patronen
A
-
buiten werking
Op linker en rechter zijde van het naaldenbed ziet
u kentekens A,
B,
C
en
D
.
Dit zijn verschillende
naald-posities.
-
-
AC
s[
c[
DC
NAALDENBEDMARKERING
1~~
'.[
l-
9
-
I
Verzeker
u
dat het garen zich tussen de 2
schijven 'A' bevindt onder pin 'B'.
BELANGRIJKE TEST
TWEEDE KL EUR
'B' -
rechts van de
draadspanning op dezelfde wijze als het hoofd-
garen.
6. Trek het garen naar beneden en bevestigung
het aan de staafklips.
5. Door het oog van de draadgeleider
4. Door het oog van de spanningsveer.
3
.
Door de garengeleideroog
2. Tussen de 2 spannings-
schijven 'A' en beneden
stoppin
'
B
'
.
1.
Door garengeleideroog
HOOFDGAR EN
'A' -
links van de
draadspanning alsvolgt:
Voor de oefening bereidt
u
2 bollen van verschillende kleur medium 4 draads en span
in
alsvolgt
:
INSPANNEN VAN DE DRAAD VOOR TWEEKLEUR BREIEN
1~~
"
1-"-
·
11
-
I
In het midden van de slede staat de
steekgrootte
-
knop.
Stel de grootte
in
gelijk aan het gebruikt garen
.
Hier nr 7 voor middlefijn garen.
STEEKGROOTTEKNOP
Regel de draaclspanningsknop in overeenkomst
met het gebruikt garen. Draai de plastieke knop
'A'
totdat
de vereiste nummer gelijk staat met
insnijding 'B' op de spanningsschijf.
Hier nr 5 voor middelfijn garen.
DRAADSPANNINGSKNOP
GAREN
SPANNING
STEEKGROOTTE
;n
~
DUN
6-7
1-4
MEDIUM
3-5
5-8
DIK
1-2
9
-10
ALVORENS TE BEGINNEN RADEN WIJ
U
AAN DE DRAADSPANNING
EN
STEEKWIJDTE TE REGELEN OVEREENKOMSTIG MET DE
ALGEMENE SPANNINGSGELEIDING
H
I
ERONDER.
ZOALS BIJ HANDBREIEN
IS
HET BELANGRIJK OM DE JUISTE
STEEKGROOTTE TE HEBBEN VOOR HET GAREN
DATU
GEBRUIKT.
ALGEMENE SPANNINGSGELEIDING
1~~
~
1-12
-
opO
D
JiiTh
@
~
,_,
Stel de toerenteller in.
~
@
@
~
Zet knop
'D'
@ Ga na of alle nummers
staan
Vooraleer te beginnen vermijdt
u
los garen
in de draadspanning, trek wat aan.
Gebruik de rechte zijde van de 1x1 naaldkam en breng 20 naalden op elke zijde van het midden 'O'
van
'A'
(ruststand) positie naar
'B'
(brei-) positie.
U
heeft nu
40
naalden
in
'B'
brei
positie
.
ALLE ANDERE NAALDEN MOETEN IN
'A'
POSITIE STAAN.
OPEN AFZET
Beginnende met de kleinste lus het verst verwijderd
van de slede, hier naald nr 1, duw de naalden met
kleine lussen een voor een terug
in
'B' stand.
Houd het garen boven de garengeleider en trek
naar beneden om een lus te vormen.
VERBETERING
Dit
is
verkeerd en kan makkelijk verbeterd
word en.
NOTA
Terwijl
u
de eerste toer breit kan
het
gebeuren
dat
de lussen kleiner worden naar de linker
zijde toe. (Zie afbeelding)
Regelmatige lussen hebben zich gevormd
tussen naaldenhaak
'B'
en hekpin
'C'.
Brei
1
toer
door de slede langzaam van rechts
naar links te schuiven.
Zorg ervoor
dat
de afstrijksledeplaat
'A'
de
laatste naald
in
'B'
positie
4
tot
5
cm
is
voorbij
gegaan.
Brei verder
tot
u
vertrouwd geraakt met de
mach
i
ne.
Verwijder het hoofdgaren van de klem of klips.
Verwijder de nylonkoord.
BREI
5
TOE REN
Hou beide einden samen en trek stevig naar
beneden zodat de koord onder de naaldhaken
ligt.
De nylonkoord moet over de lussen liggen en
niet verward
l i
ggen
in
de naaldhaken.
De koord moet rechts en links naast de
laatste naald
in
stand 'B' om pin 'C' van
het afstrijkhek gelegd worden.
Leg de nylonkoord over de lussen tussen de
naaldhaken 'A' en het afstrijkhek 'B'.
Neem de nylonkoord uit de onderdelendoos,
maak hem los en kijk na of er geen knopen
in
zitten, omdat
u
daarmee later de nylonkoord
niet meer
uit
het werk
kunt
trekken.
5. AFZETTEN
4. MINDEREN
3
.
MEERDEREN
2.
TWEE KLEUREN BREIEN ENKEL
MET GELEIDER
1.
1.
STEEKGROOTTEREGELING
...
~
.
~
, '\'' ' '
~
I
'• " ' ' ''
,.,, t•.W
...
- .......
'
'
.
. .
.
'
.
.
...
"
..
"-
~
.
,,,
_
--
.
. .
.
WIJ RADEN
U
AAN OM VOLGENDE
BREITECHNIEKEN TE OEFENEN
1~~
R
1
-
18
-
I
Span ze aan en brei verder.
Breng de hoofddraad
in
geleider 1.
Verwijder de tweede draad uit geleider
1
en maak ze vast aan de klips.
Open de geleider
.
NOT A: Als oefening, brei 6 toeren.
Brei zoveel toeren als vereist.
Span de draad
aan
.
Siu it de geleider
.
Maak het einde van de draad vast aan de
klips of
tafelklem
.
1~-~Rl-19-1
Brei verder.
Breng
1
naald aan sledekant van
'A'
naar 'B'.
MEERDER AAN DE KANT VAN DE SLEDE
MEERDEREN MET
1
STEEK
1~-~
R
.
l-20-I
Brei verder.
Leg de omslag van de 4de steek op de
lege naald.
Verwijder de werkhaak.
Gebruik de 1-00G werkpen.
De 4de naald tussenin
is
leeg.
Neem de werkpen weg.
Breng de 3 steken
1
naald buitenwaarts.
Schuif de naalden naar
'D'
en langzaam
terug in
'B
'
.
Schuif de werkpen op de haken van de laatste
3 naalden met steken.
Open de klepjes van de 4 laatste naalden.
Breng
1
naald van
'A'
naar 'B' positie aan de
kant waar
u
wenst te meerderen.
U
KUNT MEERDEREN AAN BEIDE KANTEN
VAN DEZELFDE
TOER
.
Deze methode wordt gebruikt voor ROKKEN.
MEERDEREN VAN
1
STEEK
MET DE 3-00G WERKPEN
Ga verder volgens punten (c) en (d).
Windt het garen los rond de lege naalden in
'D' stand en duw de lussen tegen het hek.
Breng het vereist aantal naalden van
'A'
naar
'D'
stand.
Meerder aan de LINKER zijde.
Brei verder.
opo
op~
op
II
d) Steekwijdte normaal
Patroonschakelaar
Zijhendels
Voorkanthefbomen
c)
Span het los garen aan.
b)
Windt het garen los rond de lege naalden
in
'D'
positie en duw de lussen tegen
het hek.
Breng het vereist aantal naalden van 'A'
naar
'D'
positie.
Trek wat garen door de geleider.
a)
Meerder aan de RECHTERZIJDE
U
KUNT SLECHTS MEERDEREN AAN
DE SLEDEKANT.
MEERDEREN VAN MEER DAN
1
STEEK
Q
...
Schuit de legen naald naar 'A' stand.
Verwijder de werkhaak.
Breng met
1
steek over naar links.
Schuit de 3 naalden naar 'D' en terug in
'B' positie.
Schuit de werkhaak op de haken van de
laatste 3 naalden.
Hou
het
breiwerk tegen de machine.
U
KLINT
1
STEEK MINDEREN AAN BEIDE
KANTEN VAN DEZELFDE TOER.
MINDEREN VAN
1
STEEK MET DE 3-00G WERKPEN
Schuit de lege naald
in
'A'
stand.
Breng de laatste steek over naar de voorafgaande
naald.
U
kunt
1
steek minderen aan beide kanten van
dazelfde toer.
MINDEREN VAN
1
STEEK
1~
-
~
"
l-23
-
1
Steek daarom een breinaald door het
breiwerk
.
Als
u
veel steken geminderd heeft het breiwerk
neiging
tot
rollen.
BELANGRIJK
Leg de draad van rechts naar links over de open
naaldhaak voor het
klepje
.
Hou het garen lichtjes naar beneden en duw de
naald terug in 'B' stand.
Ga zo verder
tot
het vereist aantal steken
geminderd zijn.
Verwijder de werkhaak.
Schuif de naald naar voren
totdat
de 2 steken
achter het klepje liggen.
Schuif de lege naald naar
'A'
stand.
Begin aan de
sledekant
.
Hou het breiwerk tegen de machine.
Breng de laatste steek naar de voorafgaande
naald.
U
KUNT SLECHTS MINDER EN AAN
SLEDEKANT
MINDEREN VAN MEER DAN
1
STEEK
1~~
R
l-25
-
I
Het breiwerk komt automatisch los van
de naalden.
3. Laat de onderdraad los aan het breiwerk
hangen.
Schuit de slede over het breiwerk.
2. Breek het garen en maak de bovendraad
vast aan de klips.
1.
Open de geleider en verwijder het garen.
OPEN
AFZET
1~~
1i
l-27-
ENKEL MOTIEF
WEEFPATRONEN
PLATTEERPATRONEN
VANG-KANTPATRONEN
KANTPATRONEN
VOORLEGPATRONEN
VANGPATRONEN
JACOUARDPATRONEN
De volgende basis steekpatronen kunnen
gebreid
worden
.
Er zijn 20 patroonkaarten voorzien bij
de machine.
PATROONBREIEN MET
EEN PONSKAART
1~~
"
l-2s
-
Wiel 'D' draait
u
zo lang
in
pijlrichting
tot
de
kaart half gedraaid
is
en de voorste en achterste
rand gelijk staan.
Draai nu wiel
'D'
langzaam
in
pijlrichting en let
er tegelijk op, dat de rode lijnen
'E'
parallel lopen
met de rand van de kaartengleuf.
U
houdt nu de ponskaart zo,
dat
onderaan
rechts de gedrukte letter
'A'
staat. De kaart
schuift
u
in
de kaartengleuf 'C' en
drukt
hem
voorzichtig naar beneden.
opT
op
S
let
de kaartenontspanner
'A'
let
de patroonvariatieknop
Neem de kaartenhouder
'A'
uit de onderdelen-
doos en zet hem in de opening aan de achter-
kant van het patroonpaneel.
INBRENGING VAN DE PONSKAART
1~-~"l-29-1
De kaartontspanner A zet
u
op•
NOTA: Nr
1
is
altijd het begin van een patroon.
Draai de wiel
tot
nr
1
boven de kleine driehoek
'F'
op de kaartengleut verschijnt.
Schuit de klipsen in de gaten en druk ze toe.
Schuit de twee gaten juist over mekaar.
Leg de kaartuiteinden over elkaar met de
letter 'C' boven.
Neem 2 kaartklipsen uit de onderdelendoos.
1~-~
~
1-3°-
I
Pijl zijdelings van de kaart
-
herhaal bewerking
1
telkens als
vereist
.
Cijfers betekenen aantal toeren
te
breien tussendoor.
Dubbele pijl naar links en rechts
-
brei het vereist aantal toeren.
B
Nummer met
1
pijl naar rechts
-
brei
1
toer van links naar rechts.
On de rechterzijde van de
patroonkaart
vindt
u
deze kolom met aanduiding van de
richting en vereiste toeren die gebreid moeten worden.
PATROONKAART BREllNSTRUKTIES
BELANGRIJK: Als u naalden selekteert, begin altijd vanuit
'O'
en
selekteer volgens afbeelding.
Hier
wordt
de 2x2 naaldselektie gebruikt.
(2 naalden in
'
B', 2 naalden in
'
A' stand)
Hier worden alle naalden gebruikt.
(alle naalden in 'B' stand)
Bovenaan de
patroonkaart wordt
de naaldselektie getoond.
PATROONKAART NAALDSELEKTIE
.
:
•••••••
:A
.
.
. .
.
. . . .
Wordt de 'B',
'C',
of
'D
' kant in de kaarten-
gleuf gezet, kan de loop van
het
patroon
veranderd worden.
'A' duidt
de basispatroon aan.
Elke
kaart
kan in
4
verschillende manieren
gebruikt worden volgens tekens
'A','
B',
'C'
en 'D'.
.........
::>:
•••••••
:
.
.
Er zijn standaardkaarten voorzien bi] de
machine genummerd van
1
-
20.
a
:::::::::
I
. .
BELANGRIJK: PLOOI DE KAART NIET
.
:
:s
.........
STANDAARD PONSKAARTENSET
1~~
R
l-31-I
WEHKWIJZE
-
1
Kolom
B
Zet kaartontspanner
OPT
Kolom
C
Gebruik magneet en
motiefkam 'E'
(Voor
instrukties zie biz 52)
Kolom D
let
patroonschakelaar
op
F
Kolom
E
Span tweede kleur B in geleider 2.
(Voor
instrukties zie biz 32)
Kolom
F
BREI ZOVEEL TOEREN
ALS VEREIST.
BREI
1
TOER van
links
naar rechts.
Kolom
F
Span hoofddraad
'A'
in geleider
1.
Kolom
E
op ...
op
II
op
0
op
II
op ...
Zet
linker
zijhendel
Zet
linker voorkanthefboom
Zet de patroonschakelaar
Zet rechter
voorkanthefboom
Zet rechter zijhendel
Kolom D
ope
op
S
Schuif de ponskaart met zijde
'A'
in patroonpaneel.
Maak de kaart vast met klipsen.
(Voor
instrukties zie biz
28)
Zet
nr
1
boven de driehoek
A
Zet de kaartontspanner
Zet de patroonvariatieknop
Kolom B
Zet
linker
en rechter weefhendel
ope
Kolom
A
WERKWIJZE
C
-
'B'
stand
NAALDSELEKTIE
Gebruik kaart 16A PATROONBREIEN
Zet op. Brei ongeveer
9
toeren. Stop met de slede links.
Span
2
kleuren in.
ALS
OEFENING WERKT
U
ALSVOLGT:
~
Q
...
....
"-
s
\.
II
I
Q
I
II
E
D
c
B
A
JACQUARD
Gedurende het patroonbreien kunnen
door
het
veranderen van patroonvariatieknop 5 interessante
patronen verkregen worden.
NOTA:
Wanneer
u
verlengde patronen breit met de
patroonvariatieknop 5 op S, begin de eerste
toer van patroonbreien van rechts naar links.
Staat
de knop op
L
dan loopt de kaart iedere tweede toer
verder
.
Hierdoor kunnen automatisch patronen verlengd
worden.
Staat de knop op
S
dan loopt de kaart na iedere
toer
automatisch
verder.
PATROON VARIATIEKNOP 5
Blauwe kleur betekent: de volgende
patroon
-
toer
is
in
het patroongeheugen opgenomen.
Rode kleur betekent: de vorige toer wordt
herhaalt.
PATROON GEHEUGEN VENSTER 7
Als de knop staat
ope
Is
de ponskaart geblokkeerd en kan niet verder
lopen
als
de slede over het naaldenbed wordt
geschoven. Transportwiel 6 kan niet gedraaid
worden.
Als de knop staat
OPT
Is
de ponskaart vrij en zal doorlopen als de
slede over het naaldenbed geschoven wordt.
De kaart kan bewegen door het transportwiel 6
in te schakelen.
KAARTONTSPANNERKNOP4
DE FUNKTIE VAN HET PATROONPANEEL
1~~
R
·
1_:34_,
BREI ZOVEEL TOE REN ALS VEREIST.
Zet de patroonschakelaar
Zet de kaartontspanner
BREI
1
TOER van links naar rechts.
Span hoofdgaren
'A'
in geleider nr
1
op
..
op II
op
0
op
II
op
..
Zet de linker zijhendel
Zet de linker voorkanthefboom
Zet de patroonschakelaar
Zet
de
rechter voorkanthefboom
Zet de rechter zijhendel
Schuit ponskaart met zijde
'A'
in het patroonpaneel.
Maak de kaart vast met klipsen.
(Voor instrukties zie biz 28)
Zet nr
1
boven de
driehoekA
Zet de kaartontspanner
ope
Zet de patroonvariatieknop op
S
Zet linker
en
rechter weefhendel
ope
'B'
stand.
Gebruik kaart nr 3A
Kolom
E
Kolom
C
Kolom
B
WERKWIJZE
-
1
Kolom
E
Kolom
D
Kolom C
Kolom
B
Kolom A
WERKWIJZE
-
C
PATROONBREIEN
NAALDSELEKTI
E
Zet op. Brei ongeveer
9
toeren. Stop met de slede LINKS.
~
Q
....
...
s
\.
II
I
Q
1
11
Span de hoofdkleur in.
ALS OEFENING WERKT
U
ALSVOLGT:
B
~
~sr-==-=-::-1
@JI•
I•
]IAJ1J•Jsll
..
J11!0J11J
..
l11i
I I
I
IE]
~I
I
11
I
ITJ
l
I
I
isJ
I
11
1
1
J J
11
E]
c
B
A
EEN KLEUR VOORLEGPATROON
BREI 2 TOE REN.
HERHAAL VANA~
VERKWIJZE 1, zoveel keren als vereist.
Verwijder hoofdgaren
'A'
en span de tweede
kleur in geleider nr
1.
BREI 2 TOE REN.
opS
Zet de patroonvariatieknop
Zet de kaartontspanner
BREI
1
TOER van links naar rechts.
Span hoofdgaren
'A'
in geleider nr 1.
op~
op
II
op
0
op
II
op<1111
Zet de
linker
zijhendel
Zet de linkervoorkanthefboom
Zet de patroonschakelaar
Zet de rechter voorkanthefboom
Zet de rechter zijhendel
ope
op
S
Schuit ponskaart met zijde
'A'
in patroonpaneel.
Maak de kaart vast met klipsen.
(Voor instrukties zie biz
28)
Zet nr
1
boven de driehoek
...._
Zet de kaartontspanner
Zet de patroonvariatieknop
Zet
linker
en rechter weefhendel
ope
'B'
stand.
Gebruik kaart 3A
Kolorn
E
Kolom D
WERKVlnJZE
-
2
Kolom
E
Kolom
C
Kolom
B
WERKWIJZE
-
1
Kolom
E
Kolom D
Kolom
C
Kolom
B
Kolom A
WE
R
KWIJZE
-
C
NAALDSELEKTIE
PATROONBREIEN
Zet op. Brei ongeveer
9
toeren. Stop met de slede LINKS.
...
Q
~
....
...
s
\.
II
I
Q
111
D c
B
Span
2
verschillende kleuren in.
ALS OE FEN ING WERKT
U
ALSVOLGT:
A
[
B-mmmpmrm
I
~~®]
TWEE KLEUR VOORLEGPATROON
Wanner
u
weer gewoon wilt breien,
schroeft
u
de borstels weer af.
Let erop, dat beide knoppen precies
in
het midden van de openingen
liggen
.
Maak de afstrijkslede weer aan de brei-
slede vast en schroef de knoppen weer
vast.
Draai de afstrijkslede om en schroef
de borstels in de gaten
'A'
naast de
plastiek wielen 'B'.
Maak de schroeven voorzichtig
vast
.
GEBRUIK GEEN GROTE KRACHT.
U
maakt beide schroefknoppen los
en neemt de afstrijkslede van de
breislede.
U
neemt de 2 ronde borstels
u
it de
onderdelendoos en maakt ze vast
aan de afstrijkslede alsvolgt:
'
'
'
-
'
'
RONDE BORSTELS
1~~"1-38-1
BREI 4 TOEREN.
HERHAAL VANAF
WERKWIJZE
1
zoveel keren als vereist.
Verwijder
hoofdgaren
'A'
en span de tweede
kleur
'B'
in geleider
nr
1.
BREI 4 TOEREN.
Zet de patroonschakelaar
OPT
opT
Zet de kaartontspanner
BREI
1
TOER van links naar rechts.
Span hoofdgaren
'A'
in geleider nr 1.
op ...
op II
op 0
op II
op<lll!I
Zet de
linker
z
i
jhendel
Zet de
l
i
nker voorkanthefboom
Zet de patroonschakelaar
Zet de rechter voorkanthefboom
Zet de rechter zijhendel
Bevestig de ronde borstels
aan
de afstrijkslede-
plaat.
(Voor
instrukties zie biz 37)
Zet de
linker
en rechter weefhendel
ope
Schuit de ponskaart met zijde
'A'
in het
patroonpaneel
.
Maak de kaart met klipsen vast.
(Voor instrukties zie biz
28).
Zet nr
1
boven de driehoek
.6.
Zet de kaartontspanner
op•
Zet de patroonvariatieknop op
S
'B
' stand.
Gebru ik kaart
nr
3A
Kolom
F
Kolom
E
WERKWIJZE
-
2
Kolom
F
Kolom D
Kolom
C
WERKWIJZE
-
1
Kolom
F
Kolom
E
Kolom D
Kolom
C
Kolom
B
Kolom
A
WERKWIJZE
-
C
PATROONBREIEN
NAALDSELEKTIE
Span
2
verschillende kleuren in.
Zet op. Brei ongeveer
9
toeren. Stop met de slede LINKS.
...
Q
...
....
"-
s
I.
II
I
0
I
II
D
ALS OEFENING WERKT U
ALSVOLGT:
TWEE KLEU
R
VANGPATROON
1~-~
~
1-39-1
BREI
1
TOER.
HERHAAL VANAF
WERKWIJZE
1
zoveel keren als vereist.
op 0
Zet patroonschakelaar
BREI 3 TOEREN.
Zet de patroonschakelaar
OPT
opT
Zet de kaartontspanner
BREI
1
TOER van links naar rechts.
Span hoofdgaren
'A'
in geleider nr
1.
Zet de
linker
zijhendel
Zet de linker voorkanthefboom
Zet de patroonschakelaar
Zet de rechter voorkanthefboom
Zet de rechter zijhendel
ope
opS
op
....
op II
op
0
op
II
op~
Schuit ponskaart met zijde
'A'
in het
patroonpaneel.
Maak de kaart met klipsen vast.
(Voor instrukties zie biz 28)
Zet nr
1
boven de driehoek
.A.
Zet de kaartontspanner
Zet de patroonvariatieknop
ope
Bevestig de ronde borstels
aan
de afstrijkslede-
plaat.
(Voor instrukties zie biz 37).
Zet linker
en
rechter weefhendel
1x1
Gebruik kaart nr 3A
Kolom
F
Kolom
D
WERKWIJZE
-
2
Kolom
F
Kolom D
Kolom
C
WERKWIJZE
-
1
Kolom
F
Kolom
E
Kolom D
Kolom
B
Kolom
C
Kolom A WERKWIJZE
-
C
PATROON BR El EN
NAALDSELEKTIE
Span het hoofdgaren in.
Zet op. Brei ongeveer
9
toeren. Stop met de slede
LIN
KS.
...
Q
...
_..
"-
s
\.
II
I
0
I
II
D
ALS OEFENING WERKT
U
ALSVOLGT:
KANTPATROON
1~~
R
1
-
4o
-
l
BREI
lOVEEL
TOEREN ALS VEREIST.
Kolom
E
Span
een
dunne katoen 'B' van dezelfde kleur
als
hoofdgaren of
een
doorzichtige nylondraad
in geleider nr
2
.
(Voor instrukties zie biz 41)
,
Kolom
D
let
patroonschakelaar
Kolom
C
OPT
op
L
let
kaartontspanner
Kolom
B
WERKWIJlE -
1
BREI
1
TOER van links naar rechts. Kolom
E
Span hoofdgaren
'A'
in geleider nr
1.
Kolom
D
op~
op
II
op
0
op
II
op<Oilll
let
linker zijhendel
let
linker voorkanthefboom
let
patroonschakelaar
let
rechter voorkanthefboom
let
rechter zijhendel
Kolom
C
ope
op
S
Schuit ponskaart met zijde
'A'
i
n
het
patroonpaneel.
Maak de kaart vast met klipsen.
(Voor instrukties zie biz 28)
let
nr
1
boven de driehoek
_...
let
kaartontspanner
let
patroonvariatieknop
Ko
l
om
B
ope
let
linker
en
rechter weefhendel Kolom
A
WERKWIJlE -
C
'
B' stand volgens illustratie.
Gebruik kaart 3A
PATROONBREIEN
NAALDSELEKTI
E
Span hoofdraad
en
een dun katoen
of
nylondraad, in.
let
op
.
Brei ongeveer
9
toeren. Stop met de slede LINKS.
ALS OEFENING WERKT
U
ALSVOLGT:
VANG KANT PATROON
1~~
R
l-41
-
I
NOTA: Als
katoen
-
of nylondraad zeer dun
zijn, raden wij aan deze volledig
rondom de spanningschijven te
draaien
.
Bevestig draaduiteinde aan de tafelklem of
klips
.
Span
katoen
-
of nylondraad
in
GELEIDER NR 2
LINKS van pin 'A', in.
Neem katoen- of nylondraad
uit
de
klip
s
.
INSPANNEN VOOR VANG KANT PATROONBREIEN
1~~
R
l-42-I
BREI ZOVEEL TOEREN ALS
VEREIST
.
Span het platteergaren achter geleider
nr
1
in.
(Voor
instrukties zie biz 43)
op
T
Zet de patroonschakelaar
opT
Zet de kaartontspanner
BREI
1
TOER van links naar rechts.
Span hoofdgaren
'A'
in geleider nr 1.
op ...
op
II
op
0
op
II
op<lllll
Zet de
linker
zijhendel
Zet de
linker
voorkanthefboom
Zet de patroonschakelaar
Zet de rechter voorkanthefboom
Zet de rechter zijhendel
ope
op
S
Schuif
ponskaart met zijde
'
A'
in patroonpaneel.
Maak de kaart vast met de klipsen.
(Voor
instrukties zie biz
28)
Zet
nr
1
boven de driehoek
.A.
Zet de kaartontspanner
Zet de patroon variatieknop
Bevestig de ronde borstels
aan
de afstrijkslede-
plaat.
(Voor instrukties zie biz 37)
Zet
linker
en rechter weefhendel
ope
'B'
stand volgens
illustratie
.
Gebruik kaart
3A
Kolom
G
Kolom
E
Kolom D
Kolom
C
WERKWIJZE
-
1
Kolom
G
Kolom
F
Kolom D
Kolom
C
Kolom
B
Kolom
A
WERKWIJZE
-
C
NAALDSELEKTIE
PATROONBREIEN
Span hoofdgaren en platteergaren in.
Zet op. Brei ongeveer
9
toeren. Stop met de slede
LINKS.
...
Q
..
-'
...
s
\.
II
I
Q
I
II
D
ALS OEFENING WERKT
U
ALSVOLGT:
PLATTEERPATROON
1~~
"
1-43-1
a)
Span het hoofdgaren vanuit de
top
naar
hoofdgeleider nr
1
en trek het garen achter
het
geleideoog 'B'. Maak het uiteinde vast
aan de tafelklem.
b) Span het platteergaren in geleider nr 1,
sluit de
gel
eider door pin
'A'
naar rechts
te schuiven en maak het uiteinde vast aan
de tafelklem.
Als
u
verkiest om het platteergaren rechts van
het breiwerk te gebruiken, span in alsvolgt:
NOTA: Als
u
inspant zoals hierboven
-
Zal
het
HOOFDGAREN rechts van
het breiwerk ligg~n.
Zal
het
PLATTEERGAREN links
van het breiwerk liggen.
Span het hoofdgaren in de draadspanning.
Dan in geleider nr
1.
Maak het uiteinde vast aan de tafelklem.
Siu it de geleider.
Span het platteergaren in de draadspanning en
de hoofdgeleider achter het geleideoog 'B'.
Bevestig het gareneinde aan de tafelklem.
Open de geleider door pin
'A'
naar links te
schuiven.
Trek de draad naar de slede toe.
Span het platteergaren in.
Schuif de slede
uiterst
rechts.
INSPANNEN VOOR PLATTEERPATRONEN
1~-~
"
1
-
44
-
1
BREI ZOVEEL TOE REN ALS VEREIST.
Span weefdraad in.
(Voor instrukties zie biz 45)
Gebruik magneet en motiefkam
'E
'
(Voor
instrukties zie biz 52).
Zet de kaartontspanner
·
-
Zet
I
inker en rechter weefhendel op
i;-!J
Span hoofdgaren
'A'
in geleider
1.
BREI
1
TOER van links naar rechts.
op
....
op
II
op
0
op II
OP<Ollil
Zet de
linker
zijhendel
Zet de
linker
voorkanthefboom
Zet de patroonschakelaar
Zet de rechter voorkanthefboom
Zet de rechter zijhendel
ope
opS
Schuit ponskaart met zijde
'A'
in patroonpaneel.
Maak de kaart vast met de
klipsen
.
(Voor
instruktie
zie biz
28)
Zet nr
1
boven de driehoek.6.
·
Zet de kaartontspanner
Zet de patroonvariatieknop
Zet
linker
en rechter weefhendel
op•
'B'
stand volgens illustratie.
Gebruik kaart 3A
Kolom
G
Kolom
F
Kolom
C
Kolom B
Kolom
A
WERKWIJZE
-
1
Kolom
G
Kolom
E
Kolom
D
Kolom
B
Kolom
A
WERKWIJZE
-
C
NAALDSELEKTIE
PATROONBREIEN
Span hoofd-
en
weefgaren in.
Zet op. Brei ongeveer
9
toeren. Stop met de slede LIN KS.
...
Q
-4
....
...
s
\.
II
I
Q
I
II
E
D
c
ALS OEFENING WERKT U
ALSVOLGT:
B
A
I
WEEFPATROON
(e-mmmpmuu
I
1~~R1-45-
c) De weefdraad rechts in de weefgeleider
leggen.
b) Nu
trekt
u
de
weefdraad naar rechts.
a) Links
trekt
u
de weefdraad naar
u
toe,
dan naar achter
onder
de afstrijkslede.
BREI EN VAN LINKS NAAR RECHTS
U
legt de weefdraad aan de linkerkant van de
slede in de weefdraadgeleider.
BREIEN VAN RECHTS NAAR LINKS
Span
het
weefgaren in de draadspanning.
Trek
het
garen naar de slede
toe
voor de
afstrijkslede en maak
het
uiteinde vast aan
de tafelklem.
Bevestig het uiteinde aan tafelklem.
Span garen
'A'
in draadspanning en
gel
eider nr 1.
INSPANNEN VOOR WEEFPATRONEN
Voor een betere afwerking
bi]
de enkel-
motiefpatronen raden wij
u
hetvolgende aan:
Na elke gebreide
toer, windt
u
kontrast
garen
rond de naaldhaak van de eerste naald (zijde
dichtsbij de slede) die grenst aan de laatste
steek van het gebreid motief.
BELANGRIJK: BRENG DE NAALDEN
OP
EEN
RIJ IN
'B'
STAND VOORALEER
VERDER TE BREIEN.
RAADGEVING
Kaart nr 5, 6-03 en 19-03 hebben rode stippen
naast een nummer, en duiden aan
dat
de kleur
gewisseld kan worden.
Als de rode stip boven de toeraanduider ver-
schjjnt
kunt
u
van kleur wisselen waarbij
u
garen uit geleider nr 2 verwijdert en aan andere
kleur inspant.
'-' '-'
'-'
'-'
'-'
'-' ~
'
J
0
0
000
00
01
4
o
0
000
00
0
1
3
0 0
0 012
'.)
0
000
4•
0
1~
~-w-~-
I
AANDUIDING
VAN KLEURWISSELING
Als
u
met meer dan twee kleuren breit, raden wij het inspannen met de hand aan (voor instrukties
zie biz 52) of de aankoop van een bijkomende volledige spanning die op de machine kan gezet worden.
Neem garen
'C
' uit geleider nr 2 en span garen
'B'
in
de geleider nr 2.
BREI
10
TOEREN.
Nr 48 op de ponskaart
moet
boven de driehoek
staan.
BREI 33 TOEREN.
Neem garen
'B'
uit geleider nr 2 en span garen
'C'
in geleider nr 2.
Nr 16 op de ponskaart moet boven de driehoek
staan.
BREI 15 TOEREN.
Span garen
'B'
in geleider nr 2.
(Voor instrukties zie biz 32)
op
F
Zet de patroonschakelaar
Zet de
kaartontspanner
Gebruik slechts de oranje en wit gekleurde motief-
kammen.
Plaats het midden van de linker motiefkam
achter
het naalduiteinde tussen de 12de en 13de naald
links van het middenteken
(X)
.
Plaats
het
midden van de rechter motiefkam
achte
r
het naalduiteinde tussen de 12de en 13de naald
rechts van het middenteken
(X).
Kolom
H
Kolom
G
Kolom
E
WERKWIJZE
-
3
Kolom
H
Kolom
G
Kolom
E
WERKWIJZE
-
2
Kolom
H
Kolom
G
Kolom
F
Kolom
E
Kolom
C
BELANGRIJK: DE SPANNING MAG NIET HOGER
DAN 7 STAAN GEDURENDE
HET
ENKELMOTIEF
.
let
beide zijhendels
BEWEEG DE SELEKTIEHEVEL NIET ZONDER
DEZE OP TE
TILLEN.
Til
de selektiehevel
'A'
op
en
schuif naar
'M'
stand.
U
zet
r
echts
en
links
een
magneetkam op de
verlengingsplaatjes
'A'
van de slede. De driehoek
op de magneetkam
komt
naar voor
en
korres
-
pondeert met de driehoek op de slede.
Maak de magneetkammen
aan
de verlengings-
plaaties
'A
' vast, door de knoppen in richting van
de
klok tedraaien
.
.
op•
Zet beide zijhendels
Neem de twee magneetkammen (links en rechts)
uit
de onderdelendoos.
MAGNEETKAM
U
kunt
meer motieven
bre
i
en op verschillende
plaatsen door
de
tweede motiefkam in een andere
stand
te
plaatsen op het naaldenbed tussen de
twee+--+tekens
.
I
J:J
J J J
J
J
J
J J J
J
J:
J
J
J
J
J J J J
J
J
J
J
:
J J
~
l
~~~·
·
811
•··m
. .
-~
.
:::::
-
~:::=
·
·
·
-~::::
::..
--.-::.::::.:::::
.
=:::~~
.
--.-:::::.:::
:-
_
_
::::::::;::::::
.
:·~
.
~::::::~-':
_
_,.
\
'
'--
'-
•'-
'
•'•
·
·
-
·
·
-'-A--
-._,
'-'-"-
...._, •
'-·'-"-'~
~
.,.._.._,_.._,
_
.._
W_'--_
-'-'-'
-
~
-
-
-'-'--
'
-'-,.._.._,
.
__
.
_._,_,-'~'-~'-'-"-"-
'-
~
'
------'-"-~
-
.__,_,.
_
._,.__
"--"
-
..
._,,.._,
.._
,_..._,
.•
.,.
_
_,
_._
,
_.
_.
_,_
-
~~'--"--'
-J
-'__A.,
._,_,._
'-..'-.A.-
'-..
"
-
·
-'-
'
__,_,
____.
__
.
_,
~
-
-
~
-
~
--
-~---~-~~-~
-
,
.._~
'--
'
·-'
_,__,..__,,_,
_
.
_
_,
~
-
---
-
-
-
~'-"-'~~~~
._A.
,..__,-__
.
/-'--
~_,._'--"-"-A.J~
-
-'----"-./
~
-"-
'
~~~---
_
,
_A_-
'-/
-·-~~~~-~~~~
,..__
,
·'-"--·-~~'-"'--___._,._·-...A.--~~~~
~
__,._
,
_~._'---'~...._,_,-~~
_,._
~~~~~
-
~-/ ,_,
~::::::;::::~
~
~~~~§~~~~~~~~
I
J
J:J
J J J
J
J
J J J
J J
J:
J
J
J
J
J
J J J J J
J
J:
J
J
I
u
kunt
meer motieven breien
i
n
een
toer door
de motiefkammen verder
u
i
t
e
l
kaar
te
plaatsen.
De
zwar
t
e
l
i
jn op de
l
inker motiefkam en de
witte
l
i
jn op de rode motiefkam moeten steeds
in
het
m
i
dden van
he
t + teken
s
taan
.
I·····
~~::::::==.JIB-
,
.
·".'
".':'.:
'.:'.:-
0
.:
.
::::
::-c=:
:x
x=·
··
=
.
~~~:::::.._
',
,~
~~
__,
::::::
'-" , v~~~~_.-_-
'-,.__._,._
-.,
..__,.._.._,,.__~"-
·
'-'-'-
..,._,
~~~·~
'--'-'
~
'
-._,._'-'-•'--'-'-·
'-"-
'-'-
·
.
_,.
'
~/-'--"---"---~'-"'~
~
'-'--"'-'
-
'-
'
~'----
'
--"-'
-'
·
-'-'-
·
'
-
--
~
- ---
-'-A._,~._,_
.__,
_._._,_,
~
~
,
~
.._
-
_
__
_
_
__
'-"
~
--
~~
'--
'-'-'
-~'--''--"--"'-
'-'-
'--
'
~
-
'-"--'--'--
~...__..__,._~
__,___
-
...
.
'-"--"
-
'-"-'--"-~'-
"
-
-
--
-
---
--
- -
----- -
-
----~~~..,._..,._
.
_
:
-~~~
'~~~~=
/
~
-
'
.
,
.
:~
.
= :::
~
'-~~
·
~
-
'--
'-'-'-'-"-'
"
-./-.A-"-
'-'
-
-
.
_..,._.._,.__,.
~~~~
·
·
·
'-'-
-
-'--~-"-
·
~~
._,_
_,._.~.
_,_
~'-"----~
-
---
-
-
~~~
·
~
~
I
~
J
J
J:
J J J
J J J
J J
J J
J
J
:J
J
J
J
J
J
J
J
J
J
J
J:J
J J
J
J
J J
J
J
J J
J
J J
J
J J J J J J
J:J
J
J
~ ~ ~ ~ ~
Om een motief te breien, plaatst
u
l
i
nker en
rechter motiefkam tussen de
t
wee+--+
tekens.
J
J
J:J
J J J
J
J J
JJJ
JJ:J
JJ
J
J J
J
JJ
JJJ:JJ
JJ
J
J
J
JJJ
JJiJ
J
J
JJ
J
J
J
J
JJJ:J
JJ
x
x,
I
I
I I
MOTIEFBREIEN
-
VAR
I
ATIES
1~~
Jt
1
_
·
52-
BELANGRIJK:
Bij
minderen en meerderen moet de motiefkam
'E'
verschoven
worden overeenkomstig het aantal steken geminderd of gemeerderd.
Plaats linker en rechter motiefkam
'E'
op het naaldenbed achter de uiteinden in
'A'
en
'B' stand zoals
afgebeeld
.
BEWEEG DE SELEKTIEHEVEL NIET
ZONDER VOOREERST OP TE TILLEN.
Til de selektiehevel 'B' op en schuif hem
in
stand
'E'.
Bevestig de magneetkam aan de verlenqinqs-
platen
'A'
waarbij
u
de
schroeven kloksgewijs
draait.
Plaats linker en rechter maaneetkam op de
verlengingsplaten
'A'
met de driehoekteken
naar voor overeenkomstig met de driehoek
op de slede.
Gate
werk alsvolgt:
LINKER MOTIEFKAM aanduidinu
E
-
L
RECHTER MOTIEFKAM
-
aanduidinq
E
-
R
Deze kam
wordt
gebruikt om automatisch de
naaldeinde bij jacquard en weven naar 'C' stand
te brengen.
MOTIEFKAM
'E'
(blauw/witte kleur) VOOR JACQUARD EN WEVEN
1~~®1-53-1
Brei het vereist aantal toeren.
Hou het garen lichties tussen duim en
wijsvinger.
Siu it de geleider.
Span garen
in
geleider nr
1
of 2 met
ongeveer 10 cm aaren hangend onder
de
gele
i
der.
Verwiider garen
'A' of
'B' uit geleider
nr
1
of 2 en bevestig het aan de klips.
INSPANNEN MET DE HAND
1~~
®
1-55-1
NOTA:
Als de slede LIN KS staat,
knoopt
u
het
garen losjes rond de laatste naald
in
stand
'D'
RECHTS.
W
.
indt het
garen
,
in
pijlrichting, losjes rond
de naalden in stand
'D'
en
terzelfdertijd duwt
u
de lussen teaen het afstrijkhek achter de
naaldtonqen.
Zet de steekwijdte overeenkomstig met
het
gebruikt garen.
Span
het
garen aan.
Span het hoofdgaren
in
de geleider.
Windt het garen, in pijlrichting, losjes rond
de naalden in
'D
'
stand en terzelfdertijd
duwt
u
de lussen tegen
het
afstrijkhek achter de
naaldtongen
.
Begin aan de tegenovergestelde ziide van
de slede en knoop het garen losjes rond
de laatste naald
in
stand
links
.
Span de draad
in
.
Breng het vereist aantal naalden van
'
A'
naar
'B'
stand.
Slede staat
R
ECHTS.
Bij
gebruik van
het patroonapparaat:
Begin ofwel op stiplijn
'A'
voor een
dubbele zoom of op lijn
'B'
als
het
kledingstuk
zonder
zoom
wordt
gebreid.
D D D D D D
I
I
C_
I
GESLOTEN OPZET
1~~®1-56-1
Span oud garen in.
Span het garen aan.
Steekgrootte: normaal.
BREI
1
TOER.
Brei van lijn 'O'
tot 'A'
met
oud
garen.
Breng het vereist aantal naalden van 'A' naar
'B'
stand
.
DE SL EDE STAAT RECHTS
Draai het patroonblad
in
en breng de stiplijn
'O' op een lijn met de stekenliniaal.
Om een keurige dubbele boord te bekomen,
wordt de steekgrootte 2
tot
3 nummers kleiner
gezet voor de rest van het kledingstuk.
Dubbele boo
rd
met gebruik van alle naald-
selekties met of zonder Picot zoom.
DUBBELE BOORD VOOR
TAILLE -
HEUP
-
MOUW EN HALS
I
II
I
II
I
II II
I I
I
II
I
I I I
II
111
I I
I I
II
I I
I I
II
I
I I
II
I
I I
II
I I
II
I
II
A
-0
_c_
8
1~~
®
1-57-1
Kontroleer of de lege naalden in stand
'B
'
staan.
Breng elke tweede steek over op de aan-
grenzende
n
aald
.
VOOR PICOT ZOOM ALLEEN.
Zet de steekgrootte 2
tot
3 nummers hoger.
Zet lijn
'B
' gelijk met de stekenliniaal.
BREI
1
TOER.
Zet de steekgrootte 2
tot
3 nummers
kle
i
ner
.
Brei van
'A' tot
'B
'
(eerste helft van de
zoom)
.
Span het garen aan.
Span de machine met
he
t
hoofdgaren in.
Neem de nylonkoord weg en brei
t
ot
'A'
.
BREI
5
TOEREN.
Leg de nvlonkoord over de lussen en trek aan.
3 4
5
:
r
lJ
_c
_
B
I
I
1
-
I
I-
- -
c
1J
l
~
B.
,
:
r
l~o
o
~
:
2
t
4 5
6
7
1~~
®
1-58-
KONTROLEER OF
ALLE NAALDEN
IN
STAND
'D'
ZIJN.
Duw het breiwerk tegen de machine.
Ga volgens deze werkwijze verder,
tot
alle
steken overgebracht zijn.
Neem de werkpen weg.
Schuif de naald in stand
'D'.
Breng de steek over op de eerste gebreide naald.
BELANGRIJK:
HOUDT DE ZOOM STEEDS
DICHT
TEGEN DE MACHINE
AAN, TREK
HET BREIWERK NOOIT
NAAR
U
TOE,
WANT HIERDOOR
ZULLEN
STEKEN
VALLEN.
Plooi de zoom
en
houdt hem
dicht
tegen de
machine aan.
Schuif de 1-oog werkpen, links
of
rechts in
de eerste steek van de eerste toer gebreid met
het hoofdgaren.
Op
lijn 'C' plooit
u
de zoom en brengt
u
de
steken over op de breimachinenaalden.
Zet de steekgrootte 2
tot
3 nummers lager.
Van
lijn 'B' tot 'C'
(tweede
helft
van de zoom).
Ga verder met
of
zonder Picot zoom alsvolgt:
ls ook geschikt voor alle garens met een
steekgrootte vanaf 2, maar
is
mooier en
elastischer wanneer de boord met een
fijn en zacht garen gebreid
wordt,
steek-
grootte
tussen 3 en 5.
3
X
1
DUBBELE BOORD
Is geschikt voor alle
type
garen met een
steekgrootte vanaf 2.
2
X
1
DUBBELE BOORD
Is geschikt voor medium of dik garen met sen
steekgrootte hoger dan 6.
1
X
1
DUBBELE BOORD
DUBBELE BOORDEN MET GEBRUIK VAN VERSCHILLENDE
NAALD-SELEKTIES
BREI
VEADER
.
op
II
ope
Steekgrootte -
normaal
Linker en rechter voorkanthefbomen
Linker en rechter weefborstel hendels
Q
1~~
®
1-
60
-1
B
rei
van lijn
'
O'
tot
'
A
'
met oud
garen
.
Slede
s
t
aat RECHTS.
Gebruik naaldkam 3 x
1
en breng het vereist
aantal naalden van
'
A
' naar 'B'
stand
.
3
x;
1
DUBBELE BOORD
Gebruik naaldkam
1
x
2
.
Laat de twee eerste naalden
in
'D'
s
t
and,
breng elke 3de naald
in
stand
'
A
'
.
2 x
1
DUBBELE BOORD
Gebruik naaldkam
1
x
1
en breng het vereist
aantal naalden van
'A'
naar
'
B
'
stand
.
1
x
1
DUBBELE BOORD
Selekteer de naalden alsvolgt:
Draai het patroonblad
in
en breng
s
t
ipl
i
jn
'O'
op een lijn met de stekenliniaal.
:
rO
I
I
c
_
I
~11111111[]
I
II II
I
J
II
I I
II II II II II
I
I
II
I I I I
I
I I
II
I
I
II
I
l
I
I
I I
11
I I I
II II
I
1~~
®
1-61-I
1x1
boord 3-4 nummers kleiner
2x1
boord1
2
-
3
nummers kleiner
3x1
boordJ
STEEKGROOTTE:
Van
lijn 'A' tot 'B'
(eerste
helft
van de zoom).
Trek het garen aan.
Span het hoofdgaren
i
n.
Neem de
nylonkoord
weg en
bre
i
tot 'A'.
BREI 5 TOE REN.
Leg de
nylonkoord
over de lussen.
Trek goed aan.
BREI
1
TOER.
Steekgrootte
-
normaal.
Trek het garen aan.
Span oud garen in de machine.
Ga verder zoals hierboven beschreven
tot
alle steken overgebracht zijn.
Neem de werkpen weg.
Schuit de naald in stand
'D'.
Breng de steek over op de eerste
lege
naald in
'A'
stand.
BELANGRIJK:
HOUDT DE ZOOM TEGEN DE
MACHINE EN
NIET
NAAR U TOE,
OMDAT
STE-
KEN KUNNEN
VALLEN
.
Schuit de 1-oog werkpen, links
of
rechts, op
de eerste steek van de eerste toer gebreid met
hoofdgaren.
Plooi de zoom
en
houdt hem tegen de
machine
aan
.
1x1
BOORD
Zet
lijn 'C'
op
een
lijn
met de stekenliniaal,
plooi de zoom en breng de steken over op
de breimachinenaalden.
2-3 nummers kleiner
3-4 nummers kleiner
1x1 boord
2x1
boordl
3x1 boordJ
STEEKGROOTTE:
Van
lijn 'B' tot 'C'
(tweede
helft
van de zoom).
Zet de steekgrootte 2
tot
3 nummers groter.
BREI
1
TOER.
Zet
lijn 'B'
op een
lijn
met de stekenliniaal.
JO
o
2
I
_
:rOJ
5
3
:0
_c_
B
1~~
®
1-
63
-I
Ga verder zoals hierboven
tot
alle steken over-
gebracht zijn.
Breng de naald
in
stand 'D' en neem de werkpen
weg.
Breng de tweede steek gebreid met hoofdgaren
over op de derde lege naald
in
stand 'A'.
Breng de naald
in
stand
'D'
en neem de werkpen
weg.
Breng de eerste gebreide steek over op de tweede
naald in stand 'B'.
BELANGRIJK: HOUDT DE ZOOM STEEDS TEGEN
DE MACHINE. NOOIT NAAR
U
TOE, ANDERS
VALLEN
ER
STE KEN.
Plooi de zoom en houdt hem tegen de machine.
Schuit de 1-oog werkpen, links of rechts op de
eerste kleine steek van de eerste toer gebreid met
hoofdqaran,
2x
1
BOORD
BREI VERDER.
Steekgrootte
-
normaal.
Zet linker en rechter voorkanthefboom op
II
KONTROLEER OF ALLE NAALDEN IN
STAND
'D'
STAAN.
Houdt de zoom tegen de machine.
Brenn alle naalden van 'B'
in
'D' stand.
BREI VERDER.
Steekgrootte
-
normaal.
Zet de linker en rechter voorkanthefboom op
11
KONTROLEER OF ALLE NAALDEN IN
STAND
'D'
STAAN.
Houdt de zoom tegen de machine.
Breng alle steken van 'B'
in
stand 'D'.
Ga verder zoals hierboven
tot
alle steken over-
gebracht zijn,
Breng de naald
in
stand
'D'
en neem de werkpen
weg.
Breng de derde steek gebreid met hoofdgaren over
op de lege naald
in
stand 'A'.
Breek het platteergaren boven de geleider en
bevestig het bovendeel aan de klips van de
staaf.
Trek het einde door de geleider en laat het
losjes langs het breiwerk hangen.
HOOFDGAREN BLIJFT IN GELEIDER NR
1.
PLATTE REN
HOOFDGAREN BLIJFT IN GELEIDER NR
1
.
Verwijder het weefgaren en bevestig het
aan de klips.
WE
VEN
HOOFDGAREN BLIJFT IN GELEIDER NR
1.
Verwijder het garen
uit
geleider nr 2 en
bevestig het aan de klips.
JACQUARD en VANG-KANT PATROON
Kaartontspanner
'A' ope
:
.
.....
.•·.
A
.
. . .
.
..
:
••••••••• :1---i-----------i
1---;----,..-...,.
..
. .
.
...
..
.
. . .
.
.
.
.
..
VOOR PATROONBREIEN ALLEN
1~~
@
1-69
-
1
KONTROLEER OF ALLE STEKEN ZICH IN
DE NAALDHAKEN BEVINDEN EN NIET
ACHTER DE TONGEN.
BRENG DE NAALDEN OP EEN RIJ IN
STAND
'B'.
Houdt het
kon
t
rastgaren aan een zijde vast, aan
de and ere zijde
tilt
u
het
op
totdat
alle steken
van
het hoofdgaren
in de
naaldhaken
liggen.
NOT A: Om de
steken
in de naaldhaken
te
houden
bevestigt
u
de
klauwqewichten,
Houdt het kontrastgaren
aan elke zijde vast,
trek totdat
alle naaldhaken voor de afstrijkhek-
pennen komen
te staan.
Onderdeel van
het
garen
hangt
losjes langs
het
breiwerk
.
Bevestig
het
bovendeel van
het
garen aan
de
tafelklem.
Trek
het
hoofdgaren ongeveer 20 cm
onder
de
geleider.
Breek
het
garen
onder
de geleider.
Stop met
de slede aan de zijde waar
u
de
zak
begon te
breien
.
BELANGRIJK:
Wij
raden u aan om de klauwgewichten aan
te
hangen en ze van tijd
tot
tijd naar boven
te
verplaatsen.
BREI ZOVEEL TOEREN ALS VEREIST.
1~~
"
1-
10
-1
Brei verder.
SLEDEINSTELLING
-
overeenkomstig met
de
pa
t
rooninstrukties.
KONTROLEER OF ALLE NAALDEN
IN
STAND 'B' STAAN.
Stel de
toerenteller
in
door
hendel 'D'
opy
te
zetten.
TOERENTELLER
Stel
het patroonapparaat
in
door
de
toerenknop
'A
' op de vorige stand
te zetten
(
hier 60-30).
PATROONAPPARAAT
VOOR GEWOON OF PATROONBREIEN
Open de geleider.
Span
het
plattee
r
garen achter
gele
i
der nr 1.
Siu it de
geleide
r.
PLATTE REN
Leg de weefdraad
in
de weefdraadgeleider.
WE
VEN
Span de tweede kleur
in
geleider nr 2.
JACQUARD
Zet de
kaartontspanner
op
y
.
.
. . .
.
. .
.
. . .
.
. . .
.
.
. .
. .
..
.
:
•........
:
•-----------l
::::::::
: :
:
:ir '!r
0
~ ~
VOOR PATROONBREIEN ALLEEN
1~-~
"
l-11-I
c)
Aantal geminderde steken voor de hals,
armsgat
en
schouder.
bl Voor patroonbreien allen
-
noteer de nummer
van de kaart
na
elke mindering.
a)
Noteer de toerentellernummer na elke
mindering.
Voor
een gelijkmatige
en
juiste mindering links
en
rechts
is
het balangrijk op hetvolgende te
achten:
BELANGRIJK:
Stop met de slede RECHTS.
Brei
tot
punt
'F'.
BIJ GEBRUIK VAN HET PATROONAPPARAAT
Bepaal de plaats en grootte.
Brei
tot
het begin van de
halsuitsnijding
.
Stop met de slede RECHTS.
BREIEN ZONDER PATROONAPPARAAT
TOE
REN
-
KAART
MIN DEREN
TELLER
RIJ
Hals Armsgat
Schouder
NR
.
NR.
v v
v
V
'--'
V V OJ
0
0000
00
0
1
4
p
0
000
00
0
1
3
0
0
0
0
1
2
p
0
000
0
0
I
~
~-
filr
-
IDP~
VOOR GEWOON OF PATROONBREIEN
RECHTER ZIJDE VAN DE HALS
RONDE HALSUITSNIJDING
BREI
1
TOER (Hier van rechts naar links).
SLEDEINSTELLING
-
onveranderd.
Begin aan de zijde met het
korte
eind kontrast-
garen met de laatste naald in stand
'D',
en
schuif de naalden EEN VOOR EEN terug
in
stand 'A'.
Houdt het korte eind van het kontrastgaren
vast.
Trek het kontrastgaren naar rechts en laat
ongeveer 8 cm links hangen.
Houdt het garen losjes vast en schuif de naalden
gelijkmatig naar achter
tot
alle tongen gesloten
zijn.
Leg het garen in de haken van de naalden in
stand 'D'.
Neem een groot stuk kontrastgaren.
Open alle tongen van de naalden
in
stand
'D'.
Houdt het breiwerk tegen de machine en breng
voorzichtig alle gebreide steken links, vanuit
het midden
'O',
van 'B' in stand 'D'.
1~~
"
1-74-
Plooi
het
geminderde deel naar
achter
en maak
vast met een breinaald.
Breek
het
garen en
trek
het uiteinde door de
laatste steek.
Zet de laatste steken
af
.
Brei verder; kontroleer de stekenliniaal en minder
waar nodig
is
.
BIJ GEBRUIK VAN HET PATROONAPPARAAT
Brei verder; kontroleer uw notas en minder waar
nodig zoals hierboven beschreven
totdat
u
aan
het einde van de schouder
komt.
a)
of ALLE LEGE naalden in stand
'A'
staan.
b)
of ALLE WERKENDE naalden in stand
'B'
staan.
Alvorens verder te breien, kontroleer:
Minder
het
nodige aantal steken.
Draai het transportwiel in richting
'R' tot
u
punt
'F'
be
r
eikt
(hals)
.
BIJ GEBRUIK
VAN
HET PATROONAPPARAAT
Herzet de toerenteller op dezelfde nummer als
bij het begin van de ronde
halsuitsnijding
.
Stop met de slede LINKS.
VOOR GEWOON OF PATROONBREIEN
d) Zet de kaartontspanner op
T
STOP MET DE SLEDE LINKS.
c) Schuif de slede over het patroonpaneel om
het patroon
i
n
het geheugen te
brengen
.
b) Zet de kaartontspanner
'A' ope
a)
Zet de kaart terug op dezelfde
nu
mmer waar
u
de ronde halsuitsnijding begon.
VOOR PATROONBREIEN
I
G
~"UJ
. ,
..
. . ,
....
,
. .
. ,
..
.
. ,
...
,
....
,
.
..
,:
u;-
LINKERZIJDE VAN DE HALS
Kontroleer de stekenliniaal voor de mindering.
BIJ GEBRUIK
VAN
HET PATROONAPPARAAT
Kontroleer uw notas voor de mindering.
BR El
1
TOE
R
(hier van links naar rechts).
SLEDEINSTELLING
-
onveranderd.
Bevestig het gareneinde aan de tafelklem.
Span de geleider in.
ZET DE
NAALDEN
IN STAND
'B'
OP
EEN RIJ.
KONTROLEER OF
ALLE
STEKEN IN DE
NAALDHAKEN
LIGGEN EN
NIET
ACHTER
DE TONGEN.
Houdt
het kontrastgaren
aan
een zijde vast, de
andere zijde
tilt
u
op
tot
alle steken van het
hoofdgaren in de naaldhaken liggen.
NOTA: Om de steken in de naaldhaken te
houden raden
wij
aan
klauwgewichteti te hangen.
Houdt
het kontrastgaren
aan
elke zijde vast,
trek
tot
de naaldhaken voor de afstrijkhekpinnen
liggen.
TOE REN-
KAART
MINDEREN
TELLER
RIJ
Hals Armsgat
Schouder
NR. NR.
Breek het garen en trek het uiteinde door de
l
aatste steek.
Z
e
t
de
l
a
atste steken at.
Brei verder;
kontroleerde
stekenliniaal en minder
waar nodig
is.
BIJ GEBRUIK VAN HET PATROONAPPARAAT
Bre
i
verder;
kontroleer
uw notas en minder waar
nodig zoals hierboven
tot
u
aan het einde van de
schouder
komt
.
ZONDERPATROONAPPARAAT
Schuit de naald in
s
t
and
'B
'
en let erop
dat
de
gevormde steek dezelfde
grootte
heeft als de
andere steken.
lndien
niet
,
duw de naald verder in stand
'
A' om
een grotere steek
te
vormen.
Minder het aantal nodige steken.
Leg het garen van rechts naar links voor de tong
in de naaldhaak.
Schuit de lege naald naar stand 'A'.
Neem de werkhaak weg.
Schuit de naald naar voor
totdat
de 2 steken
achter de tong liggen.
Begin
vanu
i
t
het midden
'O
' naar links, breng over
met een steek naar links.
MET of ZONDER Patroonapparaat
-
minder
alsvolgt:
1~-~
R
l-78-1
c)
Aantal steken geminderd voor de hals, armsgat
en
schouder.
b)
Voor
patroonbreien alleen- noteer kaartnummer
na
elke mindering.
a)
Noteer de toerentellernummers na elke
mindering.
Voor
een
gelijkmatige
en
juiste mindering links
en
rechts
is
het belangrijk hetvolgende te beachten:
BELANGRIJK:
Stop met de slede RECH TS.
Brei
tot
punt
'F'.
BIJ GEBRUIK VAN HET PATROONAPPARAAT
Stop met de slede RECHTS.
Brei
tot
het begin van de
halsuitsnijding
.
Bepaal plaats en grootte.
ZONDER PATROONAPPARAAT
TOE REN-
KAART
MIN DEREN
TELLER
RIJ Hals Armsgat Schouder
NR. NR.
E
G
VOOR GEWOON OF PATROONBREIEN
RECHTERZIJDE VAN DE HALS
'V'
HALSUITSNIJDING
i~~
R
·
l-79-1
Begin aan zijde met het korte eind met de
laatste naald
in
stand
'
D', en schu
if
de naalden
EEN VOOR EEN terug in stand 'A'.
Houdt het
korte
einde vast.
Trek het garen naar rechts en laat ongeveer
8 cm links hangen.
Houdt het garen losjes vast en schuif de naalden
gelijkmatig terug
tot
de tongen gesloten zijn.
Leg
het
garen op de naaldhaken van alle naalden
in stand
'D'
.
Neem een groot stuk kontrastgaren.
Open alle tongen van de naalden
i
n
stand 'D'.
Houdt het breiwerk tegen de machine en breng
voorzichtig alle gebreide naalden links, beginnend
vanuit het midden 'O', van 'B' in stand
'D'
.
Breng de lege naalden
in
stand 'A'.
Houdt het breiwerk tegen de machine.
Begin vanuit het midden 'O', en breng met de
1-oog werkpen een steek over naar links en een
steek naar
rechts
.
Brei verder;
kontroleer
uw notas en minder
waar nodig zoals hierboven
tot het
einde van
de schouder.
Gebru ik de
1
-
oog werkpen.
Minder een steek en neem de werkpen weg.
Duw de lege naald in stand
'A
'
.
VOOR PATROONBREIEN
Duw de lege naald
in
stand
'A'
.
Breng met een steek over naar rechts en neem
de werkpen weg.
VOOR GEWOON BREI EN
-
Gebruik de 3-oog
werkpen.
Begin vanuit
het
midden met de eerste naald in
stand 'B' rechts.
Houdt het breiwerk tegen de machine.
Schuif de werkpen op de naaldhaken.
Schuif de naalden
in
'D'
en terug
in
stand 'B'.
MET of ZONDER
Patroonapparaat -
minder
alsvolgt:
Kontroleer de stekenliniaal voor de mindering.
BIJ GEBRUIK VAN HET PATROONAPPARAAT
BREI
1
TOER (hier van rechts naar links).
SLEDEINSTELLING
-
onveranderd.
I
G
E
:
nii.l
JLJ
~
,,,,,,,,,,
. . ,
. .
,
,
.
,,,
..
,
:;;;;
1~~
R
l-s2-j
BRENG DE NAALDEN
IN
STAND
'B'
OP EEN RIJ.
KONTROLEER OF ALLE STEKEN
IN
DE
NAALDHAKEN LIGGEN EN NIET ACHTER
DE TONGEN.
Houdt het kontrastgaren
aan een zijde vast en
til
het
aan de andere zijde op
tot
alle steken
met
het
hoofdgaren in de naaldhaken
liggen
.
NOTA: Om de
steken
in
de
naaldhaken
te
houden
raden wij aan de klauwgewichten te
hangen.
Houdt het kontrastgaren
aan beide zijden vast,
trek tot de naaldhaken
zich voor de afstrijk-
hekpinnen
bevinden.
Draai
het transportwiel
in richting
'
R'
tot
u
punt
'F' bereikt
(hals].
BIJ GEBRUIK VAN HET PATROONAPPARAAT
Herzet
de
toerenteller op dezelfde
nummers
waarmede u de ronde hals begon.
Begin
met
de slede LINKS.
VOOR GEWOON OF PATROONBREIEN
E
G
1~~
"
1-83-1
Breek het garen
en
trek
het uiteinde
door
de laatste steek.
Zet de overgebleven steken af.
Gebruik de 1-oog werkpen.
Breng
1
steek over naar links.
Duw de
lege
naald in stand
'A'.
Brei verder en minder waar nodig
totdat
de V halsuitsnijding beeindigd
is.
PATROONBREIEN
Gebruik de 3-oog werkpen.
Breng
1
steek over naar links.
Duw de lege naald in stand
'A'.
Brei verder en minder waar nodig
totdat
de V halsuitsnijding beeindigd
is.
GEWOON BREIEN
Kontroleer de stekenliniaal voor de mindering.
BIJ
GEBRUIK VAN
HET PATROONAPPARAAT
Kontroleer uw notas voor de mindering.
BREI
1
TOER (hier van links naar rechtsl.
SLEDEINSTELLING -
onveranderd.
Maak het uiteinde vast aan de tafelklem.
Span de geleider
in
.
I
G
E
:
lY
0~!
.
~
C.
, . .. . , .
...
, .
..
, ,
.. ,,
,
.
..
.
,
..
.
. ,
.. ..
, .
..
. , .. .
,
:
1SJ
TOE REN-
KAART
MINDEREN
TELLER
RIJ Hals Armsgat
Schouder
NR. NR.
1~~·
·
l
-
85
-
I
N
ee
m het
br
e
iw
e
rk
v
an
de
ma
c
hin
e
.
BR
EI 10
T
O
ER
EN
.
Gebruik oud garen.
BREI TWEEDE
D
E
EL
VAN
D
E
HA
L
SBAND
.
S
t
eekgrootte
3
-4 nummers
k
le
i
ne
r
.
BREI
1
TOER.
Steekgrootte
-
normaal.
BREI EERSTE
HELFT VAN
DE
HALSBAND
.
Steekgrootte 3-4 nummers kleiner.
BREI
1
TOER
.
op
0
op II
ope
Patroo nschakelaar
Linker
en rechter voorkanthefbomen
Linker
en
rechter weefhandel
SLEDEINSTELLING:
Kaartontspanner
'A' ope
lnstelling van steekgrootte en spanning
is
dezelfde
als
voor de zoom.
Span de machine met hoofdgaren in.
a)
Naai beide schouders samen.
b)
Plooi het kledingstuk in de
helft
met de
goede
ziide
naar
u
toe.
c) Breng alle halssteken over tussen het midden
van
V
(voordeel) en het midden van het
achterdeel.
NOTA: Bij het breien van de
V
hals gate
werk alsvolgt:
Breng alle steken langs de halsboord over op
de naalden in stand
'B'.
BREI
INSTRUKTIES
Q
:
·.•
• • • •
.
A
.
5.
. .
.
..
.
:
••••••••• :•--+-----------i
•1--t-----.----...
==·
=
=.
=
. ::
1
:.D.
ir~
m
0
1~~
R
l
-
s6
-
j
Haal het oud garen uit en werk de open boord
met de haakpen
af
.
VOOR RONDE HALS:
Gebru
ik
de
matrassteek
,
begin met de
zoom
,
en
naai
o
p de goede zijde de boordrand op het
kledingstuk.
Eindig met oud
garen
.
Tweede boordrand
wordt
op dezelfde wijze
gebre
i
d.
'
V' HALS
-
van zoom 'A'
tot
midden 'B'
achter
-
kant.
RONDE HALS
-
van
zoom'
A'
tot
halsboord 'B'.
Brei het vereist aantal toeren voor
-
VOOR RONDE HALS:
Bre
i
de halsboord en
naa
i
het aan de kledingstuk.
Breng het vereist aantal steken van 'A' naar
'
B' stand.
Begin met een gesloten opzet.
Naai de schouderzomen samen.
D
D
D
D
D
D
VERTIKALE
BOORDRAND ZONDER KNOOPSGATEN
Laat een minimum van 3 naalden op linker en
rechter zijde van
het
midden
'
O' in breistand en
vergroot de breedte van het knoopsgat naar
buiten toe van de boordrand.
ZEER GROTE HORIZONTALE KNOOPSGAT
Zelfde werkwijze als de horizontale boordrand
maar werk in het midden van de binnen en
buitenband op de rechter en linkerzijde van de
naalden in het midden 'O'.
GROTE HORIZONTALE KNOOPSGAT
Werkwijze
is
hetzelfde als beschreven voor de horizontals boordrand maar werk in het midden van
de binnenste en
buitenste
rand op de rechter en linkerzijde van de naalden in het midden
'
0'.
VERTIKALE
BOORDRAND MET KLEINE KNOOPSGATEN
Plooi de boordrand half naar binnen, speldt
vast en naai samen.
Haal het oud garen uit en naai de boordrand
samen
in
het midden.
VOOR
'V'
HALS
l~~
R
l-ss-1
Brei over alle naalden
tot
het volgend
knoopsgat en herhaal de werkwijze.
Duw deze middelste naalden in werkpositie
naar stand
'D'
en breng de naalden links naar
stand
'B'
.
Brei dezelfde aantal toeren.
Duw de naalden
in
breistand
'D'
en de mid-
delste naalden tussen naar 'B'.
Brei dezelfde aantal toeren als voor de
rechterzijde.
Noteer de nummer van de gebreide
toeren
.
Brei het vereist aantal toeren voor het knoopsgat
met de overgebleven
steken
.
Breng de naalden links van het midden
'
O
' en
de helft van de naalden rechts van
het
midden
'O
'
in
stand 'D'.
Breng het vereist aantal naalden in breistand
en begin met een gesloten opzet.
GROTE
VERTIKALE
KNOOPSGAT
10
8
6
4
Rijg een stopnaald met gepast garen in.
Werk de knoopsgaten af volgens de figuren.
Plooi de band en 2org ervoor
dat
de
voor
-
en achterlussen juist over elkaar liggen.
9
7
5
3
2
Stoom de dubbele knoopsgatband.
Verwijder het kontrastgaren
uit
de band.
Breng eerst de steken over van het rechter voor-
stuk (voor heren en jongens het linker voorstuk)
met de goede zijde van het breiwerk naar
u
toe,
op de machine.
brei eerst de halsrand
en naai deze op het
k
l
edingstuk.
VOOR RONDE HALS
Naai beide schouderzomen samen.
KNOOPSGATEN VOOR HORIZONTALE BOORDRANDEN
OP
JASSEN
P
l
ooi de boordrand in de helft langs buiten
en speldt
vast
.
Trek het oud garen ult,
tot
slechts een toer
overblijft.
Trek 3 steken uit de laatste
toer
met oud garen
en naai deze 3 steken aan het kledingstuk.
Herhaal dit
dat
alle steken aan het
kled
i
ngstuk
genaaid zijn.
Voor
'V'
hals jasjes, naait
u
de boordranden
samen
in
het rugmidden.
Rek lichtjes de boordrand in vertikale richting
zodat de steken
sluiten
.
Stoom lichtjes,
Brei de tweede boordrand op dezelfde wijze.
1
~
~
"
,
l-
92
-l
Br
e
ng beid
e
naalde
n
i
n
stand 'D' en dan terug
in
stand
'B'
waarbij een losse draad voor
h
e
t
breiwerk
blijf
t
.
Het garen ligt los
ov
e
r
de 2 naaldhaken.
Brei
1
toer
.
Waar een knoopsgat vereist
is,
brengt
u
met
de 1-oog
werkpen
,
1
steek over op de aan-
grenzende naald LINKS, en
1
steek op de
aangrenzende naald
R
ECHTS.
KLEINE KNOOPSGATEN
Binnenrand:
Overeenkomstig met de
stekenproef
,
bepaalt
u
de breedte van
de boordrand.
Steekgrootte 2-3 nummers kleiner. Nadat
u
1
/3 van het totaal aantal
toeren voor de binnenrand gebreid hebt, maakt
u
een
knoopsgat
.
Om dezelfde afstand tussen de knoopsgaten te
bekomen markeert
u
de plaats door een stuk
kontrastgaren op de aangeduide plaats
te
trek ken.
Naaldselektie:
Alie naalden, of 1x1, of
2x1
,
of 3x1 enz.
'V' HALS van taille
tot
het midden van de rug.
Naaldselektie:
Alie naalden, of 1x1, of 2x1, of 3x1 enz.
RONDE HALS van taille
tot
halsboord
1
~~
~
1
-9
3
-
l
Brei 2 toeren, verwijder de draad en brei
tot
de vouwrand.
Leg de nylondraad over de
naalden
.
Met een open opzet, windt
u
het garen rond
de lege
naalden
.
Met een stuk hoofdgaren zet
u
het vereist
aantal steken af.
GROTE KNOOPSGATEN METHODE
1
Leg de nylondraad over de lussen van deze
twee naalden en de aangrenzende naalden rechts
en links
-
tussen de naaldhaken en afstrijkhek.
Trek de draad zachtjes naar beneden en brei
enkele toeren.
Neem de nylondraad weg.
Brei verder
tot
aan de vouwrand.
Breng de linkernaald een beetje naar voor,
juist buiten het afstrijkhek, open de tong
zodat
u
het garen antiklokgewijs kunt rond-
winden.
Duw de naald terug
in
stand 'B'.
Herhaal dit met de tweede naald.
1~~"1-94-
Eindig met kontrastgaren.
Nadat
u
2/3 van de buitenrand gebreid heeft,
maakt
u
de knoopsgaten op dezelfde plaats en
met hetzelfde aantal steken als voor de
b
i
nnen-
r
and.
Steekgrootte
2-3 nummers kleiner.
Brei
1
toer extra
met de normale
steekg
rootte.
Buitenrand
Brei
1
toer, steekgrootte 2-3
nummers groter.
Vouwrand
Brei verder
tot
de vouwrand.
Brei
1
toer
.
De kontrastdraad moet nu ingebreid
zijn,
Laat de draden naar beneden hangen en
begin met de eerste naald
R
ECHTS in
stand 'C'. Duw de naalden
-
een voor
een
-
terug
totdat
de naalden de steken
gebreid hebben en in stand 'B' zijn.
Leg de kontrastdraad over de naalden in
stand 'D'.
Houdt de beide draaden vast en duw voor-
zichtig de naalden terug
in
stand 'C'
totdat
de tongen over de draad sluiten.
Met oud garen zet
u
het vereist aantal steken
at
met de hand.
Breng de naalden in stand 'D'.
1~~"l-
95
-I
9
-10 1-2
5-8 3-5
1-4
DUN
DIK
MEDIUM
STEEKGROOTTE
GAREN
Regel de steekgrootte overeenkomstig
het gebruikt garen.
(Zie tabel onder)
Regel de spanning overeenkomstig
met het gebruikt garen.
(Zie tabel onder)
6-7
SPANNING
Windt het garen met een wolwinder en
zorg ervoor
dat
de draad vlot uit het
midden komt.
GA ALSVOLGT TE WERK:
EEN KLEDINGSTUK TE BEGINNEN.
STEKENPROEF TE BREI
EN
ALVORENS
HET
IS
BELANGRIJK EERST EEN
STEKENPROEF
Steekgrootte
Patroonschakelaar
Linker en rechter zijhendel
Linker en rech
t
er voorkant-
hefboom op
1 1
Linker en rechter weefhandel opt;;'!I
op
7
op
0
op•
ope
op
S
Kaartontspanner
'A'
Patroonvariatieknop 'B'
op
0
Toerenknop
'F'
RECHTERZIJDE met een verschillende
kleur. (Oud garen).
LINKERZIJDE met het garen waarmee
u
het
kledingstuk wenst te breien. (Hoofdgaren).
Rijg de draadspanning alsvolgt in:
Q
_=_=_=_:_JI.
ir....2.J.
O
~l
;;:_r~]------j
Jj
i
~ ,_~
T oeren tell er
op
0
@
@
@
~
Toe rentellerhendel
ope
@
lndien de steekgrootte niet voldoet draait
u
hem hoger
of
lager.
Brei verder en regel de steekgrootte
tot
hi] voldoet.
Kontroleer de steekgrootte.
BREI 20 TOEREN.
Linker
en rechter zijhendel op
T
Linker
en
rechter weefhendel
ope
Q
Span het hoofdgaren in en
leg
het over alle naalden in stand
'D'.
Houdt het uiteinde
en
brei 4 TOE REN.
Breng elke 2de naald van
'B'
in stand
'D'.
Breng 35 naalden aan elke zijde van het midden
'O'
van
'A'
naar stand
'B'.
l~~
Jl
l-9a-l
Schuif de 21ste naald zijdelings van het midden
'O
' van 'B' in stand 'D'.
Hang wat kontrastgaren over de haken van beide naalden in stand 'D'.
Schuif de naalden terug in stand 'B'. BREI 30 TOER-EN.
i
i
~
,_,
Toerentellerhendel op
T
~
)@J
@
~
.
@)
BREI 30 TOEREN.
Neem het hoofdgaren uit de klips en span
in,
slu
i
t
de geleider.
Open de geleider, neem het kontrastgaren
weg en maak het vast aan de klips,
BREI 4 TOEREN.
Maak het
u
i
teinde vast aan de tafelklem of
klips.
Verwijder het kontrastgaren
uit
de
klip
s
en
span
in
.
Open de geleider, verwijder het hoofdgaren en
bevestig het aan de klips.
1~~®1-99-
a)
Garendetails
b) Regeling van de spanning
c)
Regeling van de
steekgrootte
BELANGRIJK: VOORALEER VER DER
TE
.
BREI EN, NOTE ER HET VOLGENDE:
Laat het onderste gedeelt€ langs het breiwerk
hangen.
Schuif de slede over het breiwerk.
Het proeflapje
komt
automatisch los van de
naalden.
Breek het garen en maak
het
bovenste
gedeelte vast aan de klips.
Verwijder het garen.
Open de geleider.
BREI 20 TOEREN.
Open de geleider, verwijder
het
kontrastgaren,
breek het garen, maak het bovenste gedeelte
vast aan de staafklips en laat
het
onderste
gedeelte langs het breistuk hangen.
Span het hoofdgaren in, sluit de geleider.
BREI 4 TOE REN.
Neem het kontrastgaren uit de klips en span in,
sluit de geleider.
Open de geleider, verwijder het hoofdgaren en
bevestig het rond de garenklips.
30 steken
b) Bij
het breien van een pantalon CENTRUMSET NR. 12
30
GD
6<:
30 steken
a)
Bij
het breien van een pullover of rok, STANDAARD SET NR. 2
61:
30
Nadat
u
de proeflap met
het
groene latje
zijde 'S' hebt gemeten, gaat
u
de index
hierboven na, en kiest
u
het overeenkomend
meetlatje.
In dit geval zou
u
gebruiken:
HOE EEN PROEFLAP METEN
Latje nr.
11
12 13 14
15 16
CENTRUM SET
Steken
23-26
27
-
30
31
-
3
4
35-38
39
-
42
43
-
44
Latje nr.
1
2
3 4 5
6
7
STANDAARD SET
Ste ken
23
-
26
27
-
30
31-34 35-38
39
-
42
43
-
46
47-50
b)
Centrum set genummerd van
11
tot
16
wordt gebru ikt voor pan
talons
.
a)
Standaard set genummerd van
1
tot
7
wordt gebruikt voor pullovers, rokken,
enz
.
Er zijn twee sets meetlatjes voorzien.
MEETLATJES
Om het mechanisme van de Knitradar uit te schakelen
zet
u
toerenknop
'F'
op 0.
Van 60 toeren af zet
u
knop
'F'
op 60·120.
Tot 59 toeren zet
u
knop
'F'
op 30·60.
op
30
·
60
Zet de toerenknop
'F'
Draai knop
'D' totdat
nummer
42
tegenover
de rode driehoek staat.
Zet de toerenknop
'F'
op
0
In
dit geval
42
toeren.
Nadat
u
de proeflap gemeten hebt met de
'R'
zijde regelt
u
de toerenknop alsvolgt:
PATROONAPPARAAT
-
TOERENKNOP
1~~1
-
105
-
1
ZONDER TE TREKKEN, speldt u het
aan de randen vast.
Leg het breiwerk op de strijkplank.
REK NIET TE HARD anders
bekomt
u
onjuiste meting en uw kledingstuk zal
te
groot zijn.
Roi
het
breiwerk
op
en REK LICHT JES.
Trek
het
kontrastgaren
uit
.
Aan de rand snijdt
u
de eerste lus door, gebreid
met kontrastgaren.
STOMEN VAN DE BOORD
He
,
t
is
aangeraden om slechts
het
onderste
gedeelte van de boord te stomen.
Wees voorzichtig bij het stomen omdat
synthetisch garen de hitte niet op dezelfde
wijze beantwoordt als wol.
,
VOOR SYNTHETISCH GAREN:
Laat drogen vooraleer de strijklat weg
te
nemen.
PERS DE BOORD NIET.
Terwijl
u
de boord
re
k
t, stoomt
u
deze met
een natte doek of stoomstrijkijzer.
VOORWOL:
Rek de boord zaehtjes en terzelfdertijd schuift
u
de boord zo dicht mogelijk samen.
1~~®l
-1oa-
I
MOCHT IETS VERKEERD GAAN
-
MAAK
U
MAAR NIET ONGERUST
-
LEES DE AANWIJZIGINGEN OPNIEUW EN WELDRA ZUL
TU
BREI
EN
MET VERTROUWEN EN ENTHOUSIASME.
U
ZUL T MET VREUGDE KLEDINGSTUKKEN BREIEN VOOR
U
EN UW
GEZIN. DE VOLGENDE AANWIJZIGINGEN ZULLEN
U
ZEGGEN HOE
HETMOET
.
DE KNITRADAR DOET HET
ALLEMAAL.
HIJ GEEFT NAUWKEURIG
AAN WAAR DE ZOOM MOET BEGINNEN, HET JUIST
AANTAL
STE KEN
VOOR HET MEERDEREN
EN
MINDEREN
EN
WANNEER AF TE ZETTEN.
VOOR HET BREI
EN
VAN EEN KLEDINGSTUK
OF TELLEN VAN TOEREN EN STEKEN
GEEN BEREKENINGEN MEER
MAKKELIJK
KLEDINGSTUKKEN BREI EN
MET DE INGEBOUWDE PATROONAPPARAAT
(KNITRADAR)
In dit geval zet up op
30
-
60.
Zet de omzetknop
'F'
op de nummers over-
eenkomend met het aantal toeren gemeten op
het proeflapje.
In dit
geval
50.
Draai de toereninstelknop
'D' totdat
de rode
pijl overeenkomt met het aantal gemeten toeren
op het proeflapje.
Omzetknop
'F'
op 0
INBRENGEN
VAN
HET PATROONBLAD
A
8
c
D
E
F
KNIT
RADAR
a)
Walsontspanner
b)
Meetlathouder
cl
Toerenschaal
d)
Toereninstelknop
e)
Ind raaiknop
f)
Omzetknop
Kinder
,
Dames en Herenjas
- 'V'
en Ronde Hals
Kinderkleed
-
2
panelen
.
Dameskleed
-
2
,
4, 6
panelen
.
Kinderpantalon.
Raglan.
·v·
en
Kinder, Dames en Herenpullover
ronde hals.
Kinder, Dames en Herenpullover
Bij
uw machine zijn volgende standaard
patroonbladen voorzien:
KNITRADAR -
PATROONBLADEN
Voor
rokken:
CENTRUM
MEETLATTEN
Kies het juiste meetlatje en schuif het
in de twee veertjes.
NOTA:
Voor
pullover en [assen!
STANDAARD MEETLATTEN
Zet de walsontspanner
'A'
op
T
Houdt
beide einden van het blad samen.
Schuif de middellijnen voor en
achter
op elkaar,
Schuif
het patroonblad met de
pijl
naar
onder in de
Knitradar
en
draai door
tot
het blad
aan
de andere zijde
uitkomt.
ope
Walsontspanner
'A'
:j
I
F
G
L------~----
: 12345
Bij
het
breien van PANTALONS gebruik de
centrum steeklat.
Schuif de lat links of rechts
tot
de CENTRUM
vertikale lijn van het patroonblad gelijk staat
met de
'O'
van de meetlat.
Bi]
het breien van het VOORSTUK VAN EEN
JAS gebruik de standaard meetlat.
Schuif de lat links of rechts
tot
de LINKER
VERTIKALE LIJN van
het
patroonblad
gelijk staat met de
'O'
van de meetlat.
Bij
het breien van een PULLOVER gebruikt
u
de standaard meetlat.
Schuif de lat ofwel links ofwel rechts
tot
LINKER STIPLIJN van
de
patroon gelijk
staat met 'O' van de
meetlat
.
4 3
2
0
B
_
_J
c
-
-
-
----
-
-
B
'rlJ
s=
~-
+
--
1
//I
J
O
0
;
2
3
I
I
·
~
~
5
6
.
7
9
I
I
I
I_
--
__
c
_
-
-
-
I
B
l]
I
A
:
r
lffi
o
I~ ,--, T
,-
-
--:-
Ii
I
0
1
2 3
~
5 6
7
9
STEKENLAT
UITLIJNING
Draai de indraaiknop
in
richting
'R' totdat
de
stipljjn 'O'
of lijn 'B' gelijk staan met de
meetlat.
I I
II
I
I
I
II
I
II
I
II II
I
I
II
I
II II
I I
II
I
II II
I
II II
I
I
I
I
I
I
I
I
I I
II
I
I
I I
c
--
PATROONBLAD
1
2 3 4
5
Borstomtrek 56 61 66
71
76
Mouwlengte 29 36
42
46
51
Ongeveer 300 gr. wol.
VOOR JONGENS-OF MEISJESPULLOVER
PATROONBLAD
1
2
3
4
5
Borstomtrek
91
96
101 106
112
Mouwlengte 58
59 61 63
65
Ongeveer 600 gr. wol.
VOOR HERENPULLOVER
PATROONBLAD
1
2
3
4
5
Borstomtrek
81 86
91 96
101
Mouwlengte 53
54.5
56 57
58
Ongeveer 500 gr. wol.
VOOR DAMESPULLOVER
PULLOVER MET RONDE EN
'V'
HALS
1~~
®
1-114-1
0
tot A
Brei met oud garen
A
Hoofdgaren
A
tot
B
Steekgrootte 2-3 nummers kleiner
B
Steekgrootte 2-3 nummers groter
BREI
1
TOER.
B
tot
c
Steekgrootte 2-3 nummers
kleiner
.
DUBBELE ZOOM BREI EN
Voor
de dubbele zoom
kunt
u
elke naaldselektie
gebruiken
of
1x1, 2x1, 3x1.
Afhangend van het type zoon dat
wordt
gebreid,
brengt
u
het aantal vereist naalden in breistand.
Schuif het patroonblad in de Knitradar.
Schuif de ponskaart in.
let
de kaartontspanner
op•
VOOR PATROONBREIEN
ALLEEN
Stel de steken
en
toeren in op de Knitradar.
I
I_
I
c
----
_c_
B
PULLOVER VOORSTUK
Meet de proeflap met het groene latje.
VOOR PATROONBREIEN: Brei een gewoon
en een patroon·
proeflap.
VOOR GEWOON BREI EN: Brei
een
gewoon
proeflap.
PROEFLAP
Voor
ronde hals, armsgat en schouder met
1-oog
werkpen alleen.
D
RONDE HALS
-
GEWOON EN PATROONBREIEN MEERDEREN
G
PULLOVER MET INGEZETTE MOUW
Aan de
linkerzijde
van
he
r
midden
'O'
brengt
u
de naalden in stand
'A'.
Verdeel het werk in het m.idden en brei eerst
de rechterhelft
terwijl
u
de
lijn
volgt van het
patroonblad
tot punt 'G' verdwijnt.
(Voor
instrukties zie biz 71
of
78)
Brei verder, volg de
lijn
van het patroonblad
en minder waar nodig
tot
u
bij
het begin
komt
van de
'V' of
ronde hals.
Sledeinstelling overeenkomstig met de
patrooninstrukties.
Zet de kaartontspanner
opT
VOOR PATROONBREIEN ALLEEN
Vouw de zoom en breng de steken van de eerste
toer
gebre
i
d met hoofdgaren op de breimachine-
naalden
.
G
:
·.•
··
..
.
..
.
.
.
..
.
:
:•-----~-------!
.....
··--~---
::.
=.
=.
=
.::
.
'
:irir~
m
D
Herzet de kaart op hetzelfde nummer
waarmee
u
de hals begon.
Zet kaartontspanner 'A'
op•
Draai de indraaiknop in richting
'R' tot
u
punt 'F'
be
r
eikt (halslijn).
~
~
'-'
-
-
~ -;»
'
J
p
0000
00 014
A
0
000
00
0
13
I
b
0
0
01
2
0
000
0
o
·:
~-
w
-
~-
TWEEDE HELFT VAN DE
'V'
OF RONDE HALS
GEWOON BREI EN MIN DEREN
Voor 'V' hals en raglan met de
3
-
oog
werkpen
.
PATROONBREIEN MINDEREN
Voor 'V' hals en raglan met de
1 -
oog
werkpen alleen.
Voor raglan en ronde hals met 1-oog
werkpen alleen.
PATROONBREIEN MINDEREN
GEWOON BREIEN MINDEREN
Voor raglan ('D'
tot
'G') met 3-oog
werkpen.
Voor ronde hals met
1
-
oog
werkpen
.
'V'
HALS
'V'
HALS
RONDE HALS
RONDE HALS
'
V'
HALS
G
PULLOVER
-
RAGLAN MOUW
PATROONBREIEN MINDER EN
Voor 'V' hals, armsgat en schouder
met 1-oog werkpen alleen.
GEWOON BREI EN MINDEREN
Voor 'V' hals met 3-oog werkpen.
Voor armsgat en schouder met
1-oog werkpen.
'V'
HALS
D
G
G
G
Verdeel het werk in het midden en brei ieder
stuk afzonderlijk
tot
punt
'G'
verdwijnt.
Brei verder, volg de lijn van het blad en
minder voor armsgat waar nodig
tot
aan
punt
'F'
(halslijn).
Plooi de zoom en breng de eerste steken van
eerste gebreide
toer
over op de breinaalden.
Brei de dubbele zoom en gebru
ik
dezelfde
naaldselektie als voor het voorstuk.
Gebruik dezelfde grootte van patroonblad
ats
voor het voorstuk.
-
- __
c
_
D
E
G
PULLOVER
-
RUG
Brei verder, volg de lijn van het patroonblad
en BREI TEGENGESTELD waar nodig
tot
punt 'G' verdwijnt.
Sledeinstelling overeenkomstig met
patrooninstrukties.
Zet de kaartontspanner op
T
Verwijder het kontrastgaren en zet de
naalden
in
stand 'B'.
Schuit de slede e{m- of tweemaal over het
patroonpaneel zodat het patroon
in
het
geheugen wordt opgenomen.
(Voor instrukties zie biz 75 of 81).
1~~"'
)
l-11s-
Halsboord voor ronde hals
-
brei volgens instrukties biz 84
Halsboord voor
'V'
hals
-
brei volgens instrukties op biz 85
Voor gewoon breien
-
op de goede zijde met een matrassteek
Voor patroonbreien
-
op averechte kant met een stiksteek
NAAI SAMEN:
·
Voor ronde hals
-
1
schouder
Voor
'V'
hals
-
beide schouders
Voor raglan ronde hals
-
3 raglan zomen
Voor raglan 'V' hals
-
alle raglan zomen
Naai schouder en mouw zomen samen en naai
de mouw op het kledingstuk.
De breedte van het voorstuk, rug en
mouw moeten vermenigvuldigd worden
met 4.
Vermits het patroonblad op halve
grootte is, moet
u
bi]
het meten de
lengte van het voorstuk, de rug en
mouwen afmetingen dubbel nemen.
NOTA: De vastgespelde panelen moeten
dezelfde afmetingen
hebben
-
als de
maat van het patroonblad.
Overeenkomstig met de genomen metingen
speldt
u
het voorstuk, de rug en mouw panelen
op de strijkplank en stoom ze.
Rek het breiwerk lichtjes
in
vertikale richting
zodat de steken sluiten.
BREI DE TWEEDE MOUW OP DEZELFDE
WIJZE.
Brei verder, volg de lijn van het patroonblad;
minder en meerder waar nodig
tot punt 'G'
verdwijnt.
Plooi de zoom en breng de steken over van de
eerste
toer
gebreid met hoofdgaren op de brei-
machinenaalden.
Brei de dubbele zoom met dezelfde naald-
selektie als voor het voorstuk.
Gebruik dezelfde grootte als voor het voorstuk.
I
I
C
1--
B
PULLOVER
-
MOUW
1~~
®
1-119-1
PATROON
BLAD
1
2 3
4 5
Borstomtrek 56 61 66
71
76
Mouwlengte 29 36
42 46
51
Ongeveer 300 gr. wol.
VOOR JONGENS EN MEISJES JAS
-
-
PATROONBLAD
1
2
3
4
5
Borstomtrek 91 96
101 106
112
Mouwlengte 58
59
61
63
65
Ongeveer 600 gr. wol.
VOOR HEREN JAS
PATROON BLAD
1
2
3
4
5
Borstomtrek
81 86
91 96
101
Mouwlengte
53 54.5
56
57 58
Ongeveer 500 gr. wol.
JAS MET RONDE EN
'V'
HALS
VOOR DAMES JAS
1~~
®
!-121-I
Plooi de zoom en breng de eerste steken van de
eerste toer gebreid met hoofdgaren over op de
breimachinenaalden.
0 tot
A
Brei met oud garen.
A
Hoofdgaren
A
tot
B
Steekgroot
t
e
2
-
3 nummers kleiner
B
Steekgrootte
2
-
3 nummers groter
BREI 1TOER
B
tot
c
Steekgrootte 2-3 nummers kleiner
DUBBELE ZOOM BREIEN
Voor de dubbele
zoom
k
unt
u
elke naald
selektie gebruiken ofwel 1x1, 2x1, 3x1.
Afhangende van de type zoom brengt
u
het
vereist aantal naalden
in
breistand.
Schuit het gekozen patroonblad in.
Zet kaartontspanner
ope
Schuit ponskaart in.
VOOR PATROONBREIEN ALLEEN
Regel de steken en toeren op de Knitradar.
:
1l]
I
I_
c
. . ..
.
.
.
.
.
.
. . .
.
.
.
:
•••••••• :, __J
..
.
. .
.
.
.
.
.
.
.
··----
:
:.:.:.:.
::
:.a.
ir
(
B
D
JAS
-
VOORSTUK
1~~
®
!-123-
Voor horizontale boordrand zie biz 90.
Voor vertikale boordrand zie biz 86.
Voor knoopsgaten
in
vertikale boordrand zie biz 87.
'V'
HALS
Voor de halsboord zie biz 84.
Voor de horizontale boordrand zie biz 90.
Voor knoopsgaten in horizontale boordrand zie biz 91.
Naai de schouder en mouwzomen samen en
naai de mouwen op het kledingstuk.
NOTA: De panelen moeten dezelfde afmetingen
hebben als patroonbladmaat.
Vermits het patroonblad op halve
grootte
is, moet
u
bij het meten de
lengte van het voorstuk, rug en mouwen
verdubbelen.
Breedte van het voorstuk, rug en
mouwen moet vermenigvuldigd worden
met 4.
Overeenkomstiq met de genomen afmetingen
speldt
u
het voorstuk rug en mouwpanelen op
de
str
i
jkplank en stoornt ze.
Rek
het
breiwerk lichtjes in vertikale richting
tot
de steken sluiten.
BREI DE TWEEDE MOUW OP DEZELFDE
WIJZE.
Brei
verder
;
volg de lijn van
het
blad
meerder en minder waar
.
nodiq
tot punt
'G'
verdwijnt.
Plooi de zoom en breng de eerste steken
van de eerste
toer
over op de
breimachine
-
naalden.
Brei de dubbele zoom met zelfde naald-
selektie als voor het voorstuk.
Gebru ik hetzelfde patroonblad wat de
maat
betreft
als voor
het
voorstuk.
RONDE HALS
I
I
I-
_C_
B
JAS
-
MOUW
VOOR PATROONBREIEN: Brei
een
patroon-
proeflap.
VOOR GEWOON BREIEN: Brei gewoon proeflap.
PR
OE FLAP
ongev. 500 gr. 6 panelen rok
ongev. 450 gr.
4 panelen rok
ongev. 350 gr.
2
panelen rok
Bereidt het wol voor:
2, 4 EN 6 PANELEN ROK VOOR DAMES
Patroonmaat 4
-
5
ongev. 300 gr.
Patroonmaat
1
-
3 ongev. 200 gr.
Bereidt het wol voor:
2 PANELEN ROK VOOR KINDEREN
PATROONBLAD
1
2
3
4
5
Heup
86
91
96
102
107
Lengte zonder boord
70
70
70
70 70
NOTA: 3 cm zoom
is
in de lengte inbegrepen.
DAMES
MAATTABEL
IN CM
PATROONBLAD
1
2
3
4
5
Heup
67
72
76 83
87
Lengte zonder boord
35
41
45
52.5
57
NOTA: 4 cm boord
is
in de lengte inbegrepen.
KINDER
,.
MAATTABEL
IN CM
U
kunt
de lijnen van de gekozen patroonblad maat markeren met een
gekleurde
stift.
Meet de lengte van de rok en vergelijk met de maat van het patroonblad.
lndien nodig brei enkele toeren meer
of
minder.
Vooraleer te breien, neemt
u
de maat zoals bovenvermeld, vergelijk met
de tabel onder en kies uw patroonblad.
Lengte
Heup
PATROONBLAD
MAAT
EN
AFMETINGEN VOOR ROKKEN
1~~
®
1-129-
VOOR PATROONBREIEN brei een patroon
proeflap.
VOOR GEWOON BREI EN brei een gewoon
proeflap.
PROEFLAP
U
kunt
de lijnen van het patroonblad met een gekleurde
stift
markeren.
2. Zijlengte en vergelijk met de gekozen maat van patroonblad indien nodig brei
enkele toeren minder
of
meer.
1.
Heup en vergelijk met tabel boven en kies het
patroonblad
.
Vooraleer te breien, meet
PATROON
BLAD
1
2
3
4 5
Heup
66 71
75
80.5
84
Lengte zonder boord
70.5
78
86
93 99
NOTA:
2
cm zoom
is
in de lengte inbegrepen
KINDER MAATTABEL IN CM
ongeveer 400 gr
Patroon maat 4
-
5
ongeveer 300 gr
Patroon maat
1
-
3
Bereidt wol voor:
KINDERPANTALON
Brei de tweede helft opdezelfde wijze als
het
eerste maar
tegenge
s
teld
.
De indraaiknop in richting
'
R'
draaien
totdat
s
t
ipljjn
op een lijn ligt met de
'
O
'
op de
centrum
meetl
a
t
.
I I I I I I I I I
I
I I I
I
I
I
I I
I
I
I
II
I I I
11
1
11
11
11
11
I
11111
1 1
111
11
1 1
TWEEDE VOORSTUK
U
kunt
het
b
r
eiwerk van de machine nemen
door
afzetten
(zi
e
b
i
z
24) ofwel
e
nkele
toe
re
n
breien met oud
gar
en
met gebruik van de open
opzet
(
z
ie
biz 25).
B
r
ei
ve
r
der volgens
wer
k
wijze boven
tot
u
punt
'D
'
bereikt
.
PATROONBREIEN
Me
e
rde
r
1
st
eek
w
a
arbi
j
u
1
na
ald
aa
n
de
s
le
d
ekant in
s
t
a
nd
'B
'
bren
g
t
.
NOTA:
GEWOON BREIEN
M
eerder
1
steek met de 3-oog werkpen.
(Voor instrukties zie biz 20)
Brei verder en
kontroleer
d
e
meetlat
,
meerder of minder waar nodig.
Slede
i
n
s
telling overeenkomstig de
patroon
-
instruk
ti
es.
Z
et
de
kaa
r
tontspanner OPT
VOOR PATROONBREIEN
ALLE
E
N
-
:
r
rJR
D
I
4
I
I
I
I
'I
'
"
'
I'
5
3
2
1
0
1
2
3
D
:
rrJ
R
\
c
I
I
'
I
I
I
~
d
J
2
I
0
1
2
3
Q
1~~
®
1-133-1
Laat de tailleboord op een paneel aan de
binnenkant open.
Schuif een elastieke band
in
de tailleboord
en naai samen.
Doe de pantalon aan, duidt de lengte aan
en naai om.
PATROONBREIEN
-
links met de stiksteek.
GEWOON BREIEN
-
op rechterzijde met
de matrassteek.
NAAI DE PANELEN SAMEN ALSVOLGT:
Vermits het patroonblad op halve
grootte
is
moet
u
de afmetingen
verdubbelen alsook de breedte.
~
De panelen moeten dezelfde
afme
-
tingen hebben als de maat op het
patroonblad.
Volgens de genomen afmetingen speldt
u
de
panelen op de strijkplank en stoom ze.
Rek het breistuk in vertikale richting zodat
de steken sluiten.
Verwijder het oud garen
uit
de tailleboord.
Brei de tweede helft van de achterkant
het
-
zelfde als de eerste maar tegengesteld.
Draa
i
het blad op
'0'.
GEWOON BREIEN
Zet linker en rechter voorkanthefboom op
11
Volg de lijn van
het
patroonblad en zet af
zoals het voorstuk.
Na elke tweede gebreide toer,
kontroleert
u
het
blad en brengt
u
het
vereist aantal naalden
in
breistand
tot
alle naalden
in
breistand staan.
:0
:0
1~~
®
1-135-1
'B' Naai de mouw vast met een
stiksteek
.
Nadat het kledingstuk in e!kaar genaaid
is
stoomt
u
deze.
'A' Draai het kledingstuk om, schuif de mouw met de goede zijde tegenover de goede
zijde van het kledingstuk in, speldt op het kledingstuk alsvolgt:
1.
Midden van de mouwtop met schouderboord van het kledingstuk.
2. Zijboord van het kledingstuk met zijboord van de mouw.
Speldt de mouw
in
het kledingstuk tussen die twee punten met spelden zoveel
als
u
wenst.
B
A
Naai de halsboord op
het
kledingstuk
met een stiksteek zoals op figuren
1
op 4.
Gebruik het hoofdgaren.
Plooi de halsboord en speldt vast.
Als de eerste stekentoer te vast
is
of
u
trekt
de nylondraad niet genoeg
naar beneden, dan zullen bij de volgende toer de naalden onjuist
ONDER DE NYLONDRAAD schuiven waardoor deze meegebreid
wordt waardoor de slede geblokkeerd wordt of de opzet mislukt. Dan
moet
u
de opzet herbeginnen.
Dit geeft een grate lus tussen het hek en de naaldhaak en als
u
de nylon-
draad over deze lussen legt,
is
het gemakkelijk deze draad onder de
naaldhaken te trekken waardoor de haken OVER DE NY LO ND RAAD
KUNNEN SCHUi VEN van de volgende toer.
Als
u
opzet
is
het steeds goed de opzet met een losse spanning te
doen, bv. vanaf 7 opwaarts wat afhangt van het garen dat men
gebruikt
.
OPZET
PROBLEMEN
:
NUTTIGE WENKEN
Deze kunnen veroorzaakt worden
door
een knoop in
het
garen
dat
slecht
of te vast gewonden
is,
waardoor het garen niet vlot geleid kan worden
GEVALLEN STEKEN:
Kunnen veroorzaakt worden:
te losse of
te
vaste spanning/steekgrootte
een steekgrootte die niet gepast
is
voor het
patroon
geen gepast garen
In uw afstrijkslede zijn er twee langwerpige borstels. Als
u
met de slede schu
ift
,
openen deze borstels de naaldtongen
zodat
de geleider garen legt
in
de haken als
de slede de naalden passeert.
Als deze borstels versleten zijn of de afstrijkslede
n
i
et goed gemonteerd
is,
kunnen de borstels hun taak niet uitvoeren en steken zullen vallen. Gevallen
steken kunnen gemakkelijk opgehaald worden.
GEVALLEN STEKEN IN HET MIDDEN:
Gevallen of losse steken aan de kant kunnen voorkomen indien de slede te ver
over de gebreide
toer
wordt geschoven, er
is
dan te veel garen van de
draad
;
panning
getrokken
e
n u
heeft los garen tussen de slede en het
breiwerk
.
Dit
wordt
gemakkelijk vermeden door het garen achter de draadspanning aan
te
trekken.
Gevallen steken zullen voorkomen indien de draadspanning niet goed
ingespannen
is
en indien de spanningsveer het los garen niet automatisch spant.
Er kunnen ook losse steken langs de
kant
voorkomen.
GEVALLEN STEKEN LANGS DE KANT:
Als
u
de slede terugschuift VOORALEER HIJ DE LAATSTE STE KEN
IN
STAND 'B' MET ENKELE
CM
GEPASSEERD IS, kan het gebeuren
dat
de eerste steken van de
toer
niet gebreid zijn en het kan ook gebeuren
dat
de hele
toer
ongebreid
is.
In het geval
dat
enkele steken niet gebreid zijn,
moet
u
deze
toer uittrekken
en herbeginnen
-
de toerenteller ook terug-
zetten.
I
ndien een volledige toer niet gebreid
is,
neemt
u
de slede van het
naaldenbed en herbegin langs de andere zijde
·
de toerenteller terugdraaien.
STEKEN ZIJN NIET GEBREID AAN DE KANT:
Trek uw breiwerk naar omlaag en zijdelings
tot
de nieuwe steek dezelfde vorm heeft
als de andere steken.
Duw de naald verder
in
stand 'A' om een
grotere steek te vormen.
Duw de naald terug in stand 'B' terwijl
u
de lus door de steek trekt.
Til de losse lus over de tong
in
de haak
en laat de steek ACHTER de tong.
Eerst, duwt
u
de naald in stand
'D'
,
dan
terug
-
juist
tot
de lus en de steek achter
de tong zijn
-
dan stopt u.
Schuif de werkhaak
in
de lege naalden.
Til
de losse lus en de steek op de lege
naald
.
Schuif de werkhaak in de gevallen steek.
-
.
Trek de laatste steek nogal vast aan om
een grotere lus te bekomen. Schuif de
werkhaak
in
deze lus vanuit de voorkant
.
Neem deze steek voorzichtig uit de haakpen
en plaats hem op de naald door middel van
de werkhaak.
Duw de haakpen terug naar
u
toe
tot
de
steek ACHTER de tong
is.
Vang de volgende kruisdraad in de haak
en trek hem door de steek.
Herhaal
tot
u de
top
bereikt.
Duw de haakpen terug. De kruisdraad zit
in
de gesloten tong. Trek de kruisdraad
door de lus waajbi] een gebreide steek
wordt gevormde.
Duw de haakpen naar
u
toer
zodat de steek
achter de tong schuift en de haak de kruis-
draad vangt.
Maak de steken los
tot
de haakpen door
deze naar onder te trekken.
Schuif de haakpen langs achter door een
steek een paar toeren onder de gevallen
steek.
OPHALEN VAN EEN LADDER GEVALLEN STEKEN
1~~
®
1-141_:_
Til het garen opwaarts en langzzam naar
achter en
u
zult merken dat de steken van
de vorige
toer
automatisch terugschuiven
in
de naaldhaken.
Herhaal het bovenste
tot
het vereist aantal
toeren uitgetrokken zijn.
Bij
uittrekken aan de LIN KER KANT,
trekt
u
het garen naar LINKS.
Hou het breiwerk naar beneden en trek
het garen zijdelings zoals geillustreerd.
Kontroleer of alle steken
in
de naaldhaken
zitten en of de naalden
in
stand 'B' staan.
Als de omzetknop 'A' op 120,61
is
gezet,
trekt
u
een even aantal toeren uit.
Zet de patroonvarietieknop 'B' op
'L'
en
trek
een even aantal toeren uit.
Neem het garen uit de geleider
.
OM
UITTREKKEN GA TE WERK
ALSVOLGT:
<
;
B
••
••
••••••••••••
I
ndien te veel toeren gebreid zijn.
Bi]
een
tout
in
het breiwerk of patroon.
Als de slede blokkeert en moet verwijdert warden en herbegonnen
moet warden
in
de toer waar de
fout
gebeurd
is.
Als
u
een of meer gevallen steken zijn
in
het midden van een toer,
is
het gemakkelijker om 2
of
3 toeren
uit
te trekken en dan de
gevallen steken terug op te halen op hun respektievelijke naalden.
Uittrekken
is
vlug en makkelijk te doen en spaart heel wat tijd uit.
HET IS NODIG UIT TE TREKKEN
-
TOEREN LOSMAKEN
-
UITTREKKEN
Draai het blad de helft terug van het aantal
uitgetrokken
toeren
.
OMZETKNOP 'A' GEZET OP
60
-
120
Draai het blad terug zoveel toeren als
uitgetrokken
werd
.
OMZETKNOP
'
A' GEZET OP 60-30
Draai de ponskaart terug de helft van het aantal
uitgetrokken toeren.
Bv
:
3 toeren onjuist gebreid
4 toeren uittrekken
Draai de kaart slechts 2 toeren terug
PATROONVARIATIEKNOP 'B' GEZET OP
'L'
Draai de ponskaart terug zoveel toeren als
uitgetrokken werd.
PATROONVARIATIEKNOP 'B' GEZET OP 'S'
Draai de toerentellernummers zoveel
toeren terug als uitgetrokken werd.
A
I
••
••
••
••
••
••
••
••
BE
LANG RIJK: Nadat uitgetrokken is, zet
u
de toerenteller,
patroonkaart
en Knitradar alsvolgt:
Span het aan.
Span het garen terug
in
de
geleider
.
1~~®1-143-
Brei verder.
Zet de
zijhende
l
s, de voorkanthefbomen en
patroonschakelaar volgens patrooninstrukties.
Toerentellerhendel
Kaartontspanner
Knitradar door omzetknop op de vereiste
toeren nummer.
SCHAKEL
IN
Ats
het
uiteinde op dezelfde zijde
is
als de
slede, schuif de slede dan tweemaal.
Ats
het
garenuiteinde zich aan de andere zijde
van de slede bevindt schuif de slede slechts
eenmaal over het naaldenbed.
Schuif de slede een of tweemaal over het
naaldenbed voorbij patroonpaneel
'A
'
en
stop aan de zijde van het garenuiteinde.
Naalden
in
stand 'B'.
op•
opS
op
II
Beide zijhendels
Patroonschakelaar
Beide voorkanthefbomen
op•
l<aartontspanner
op•
Toerentellerhendel
op 'O'
l<nitradar door omzetknop
ONTl<OPPEL
Q
..
.
-.
OM HET PATROON IN HET GEHEUGEN TE BRENGEN
Kontroleer of alle steken in de naaldhaken
zitten en of de naalden
in
stand 'B' staan.
Trek deze toer
uit
.
Duw de handvat naar beneden
tot
de slede
in
zijn positie klikt.
Hou de slede
in
zijn opgeheven stand en
schuif ze over het naaldenbed weg van het
breiwerk naar de richting waar het stond.
Duw de slede ontkoppelingshendel raar rechts
(pijlrichting) en het middelste gedeelte van de
slede zal omhoog gaan.
Neem het garen uit de geleider.
Verwijder de magneetkammen.
BIJ MOTIEFBREIEN
Knitradar omzetknop op 'O'.
Toerentellerhendel
op•
Kaartontspanner op
ONT KOPPEL
SOMS KAN DE SLEDE MIDDEN IN EEN TOER BLOKKEREN, ALS DIT GEBEURT
IS
ER
IETS FOUT, MAAR GEEN REDEN TOT
ONGERUSTHEID
.
FORCE ER DE SL EDE NIET OM ZE LOS TE KRIJGEN
-
WERK ALSVOLGT:
ALS DE SLEDE BLOKKEERT
1~~
®
1-145-1
Draai toerenteller nummers terug zoveel toeren
al
s
verei st.
Draai ponskaart terug zoveel toeren
als
vereist
.
Draai het patroonblad terug zoveel toeren
als vereist.
Bevestig de magneetkammen.
MOTIEFBREIEN
Toerentellerhendel op 'Y
Kaartontspanner op 'Y
Knitradar omzetknop op de vereiste nummer.
SCHAKEL IN
Neem het garen weg.
Zet de afstrijkslede terug aan de slede.
lndien het garen verstrikt
is
in
de geleider of
ronde borstels draait
u
de draaiknoppen las
en
ontkoppelt
u
de
afstrijkslede
.
••
}l
,, ,
..
,
,
1
1
,,
'
l""
l
'
·
i
·/·•'·l'
11
1
1
11
1
.rnrmrr
,
·
J
·11
1
)
"''l
i1
11/
11
"
I
"''
,
1~~
®
·
1-146-
Zet de zijhendels, voorkanthefbomen en
patroonschakelaar volgens patrooninstrukties.
Span het garen in.
Brei verder.
Knitradar omzetknop op vereiste toerennummer.
T oerentellerhendel op
T
Ponskaartontspanner op
T
SCHAKEL
IN
Schuif de slede een
of
tweemaal voorbl] het
patroonpaneel
'A'
en stop
aan
de zijde van
het garenuiteinde.
Naalden in stand 'B'.
Beide zijhendels
op•
Patroonschakelaar op
S
Beide voorkanthefbomen op II
HET PATROON IN HET GEHEUGEN OPNEMEN
Kaartontspanner op
e
Toerentellerhendel
ope
Knitradar omzetknop op
'O'.
ONTKOPPEL
Neem het garen
uit
de geleider
.
.
Werk alsvolgt:
Als
dit
gebeurt moet het patroon terug in
het geheugen worden opgenomen.
Q
-
-
----
ALS DE SLEDE
TOEVALLIG
VAN DE MACHINE GENOMEN WORDT TIJDENS HET BREIEN
1~~®1-148-1
Schuit de naaldhouder staaf weer
in
het
naaldenbed.
Probeer of de naald gemakkelijk uit 'A'
in
stand
'D'
glijdt.
Open de tong van een nieuwe naald en schuif
hem in pijlrichting
in
de geleiderail
tot
in
stand 'D'. Laat de schacht in
het
naaldenbed
glijden en schuif dan de naald terug
in
stand
'A'.
Duw de beschadigde naald
in
stand 'D'. Druk
met de duim de naaldhaak naar beneden. Als
de naald niet erg verbogen is,
wordt
de schacht
naar boven uit de geleiderail gedrukt. lndien
dit niet gaat, gebruikt
u
de werkhaak en schuit
deze in het naaldenbed waarbij
u
de schacht in
rechte stand
drukt.
Houdt altijd de naaldhaak
naar beneden. Houdt de schacht van de
beschadigde naald en duw hem naar achter
uit
het naaldenbed.
De naaldhouderstaaf
is
dan uit
het
naalden-
bed geduwd aan de linkerkant en
u
duwt
verder
tot
de beschadigde naald vrij ligt.
Als de beschadigde naald zich op de
rechterhelft van
het
midden bevindt
duw
u
het geheven eind van de koper-
plaat in
het
naaldenbed rechts.
Aan elke zijde van
het
naaldenbed
kunt
u
de naaldhouderstaaf zien.
De naaldtong moet vlot schuiven en plat over de
naaldhaak liggen.
TONG
-.
Een naald met een beschadigde tong zal
fout
breien of
steken laten vallen en moet daarom vervangen worden.
EEN NAALD WISSELEN
1~~
®
l
-
150-l
Leg de machine op een droge plaats.
Siu it beide sluitringen aan de achterkant
van de machine.
-
Plaats de koffer op het
naaldenbed
.
Duw het handvat naar beneden.
Maak de slede vast met de blokkeerstaaf.
Verwijder de draadspanning en afstrijkslede
van de machine en pak ze
in
de deksel.
INPAKKEN VAN DE MACHINE
INLEIDING biz
1
OPSTELLING
2
MACHINEOPS
T
ELLING GEWOON BREIEN
5
NAALDENBEDMARKERING 6
NAALDGELEIDING
6
VOORBEREIDI
N
G
VAN DE WOL.
7
WOLWINDER
7
DRAADSPANNING
8
INSPANNEN VAN DE DRAAD BIJ TWEE KLEUR BREI EN 9
INSPANNEN BIJ EEN
KL
E
UR 10
SPANNINGSG
E
LEIDING
11
OP
E
N
AFZET 12
BREITECHNIEKEN 15
STEEKGROOTTE
16
TWEE KLEUREN MET EEN
G
E
LEIDER
17
MEERDEREN MET EEN STEEK
1
9
MEERDEREN VAN MEER DAN EEN STE EK
21
MINDER EN VAN EEN STE EK 22
MINDER EN VAN MEER DAN EEN STE EK 23
AFZETTEN 24
OPEN AFZET 25
NUTTIGE WEN KEN 26
PATR
O
ONBREIEN MET PONSKAARTEN
27
INBRENGING VAN EEN PONSKAART 28
STANDAARD PONSKAARTENSET 30
PATROONKA
A
RT
NAALDS
E
LEKTIE 30
PATROONKAART
BREllNSTRUK
T
IE
S
30
JACQUARD
31
INSPANNEN VAN DE TWEEDE KLEUR IN
GEL
E
IDER NR
2
32
FUNKTIE VAN PATROONPANEEL 33
EEN KLEUR
VOOR
L
EGPATROON
,
.
34
TWEE KL EUR
VOORLEGPA
T
ROON 35
EEN KL EUR VANGPATROON 36
RONDE BORSTELS
37
TWEE KLEUR VANGPATROON 38
K
ANTPATROON 39
VANG KANT PATROON 40
INSPANNEN VOOR VANG KANT
PAT
RO
ON
41
PLATTEERPA
T
RONEN 42
INSPANNEN VOOR
PLATTEERPATRO
N
EEN 43
WEEFPATROON 44
INSPANNEN VOOR WEEFPATROON 45
ENKELMOTIEF 46
DRAADSCHEIDINGS
K
LIPS 48
MAGNEETKAM 49
MOTIEFKAM 50
MOTIEFBREIEN
51
MOTIEFKAM
E
52
INSPANNEN MET DE HAND
5
3
GESLOTEN OPZET 55
DUBBELE BOORD 56
1
x
1
BOORD 62
2
x
1
BOORD 63
3 x
1
BOORD 64
INHOUDSREGISTER
7
COPYRIGHT EMPISAL
INTERNATIONAL
PR
I
N
TED
I
N
J
A
P
AN
149

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Empisal Knitmaster 329 bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Empisal Knitmaster 329 in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 79,59 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info