529359
179
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/203
Pagina verder
Handleiding Infotainment
MyLink, met tekst ........................... 5
Audiosysteem .............................. 59
MyLink, met pictogrammen, met
of zonder navigatie .................... 125
Inhoud
Inleiding ......................................... 6
Radio ........................................... 18
Externe apparaten ....................... 26
Telefoon ....................................... 48
Trefwoordenlijst ........................... 58
MyLink, met tekst
6 Inleiding
Inleiding
Algemene aanwijzingen ................. 6
Antidiefstalfunctie ........................... 6
Overzicht bedieningselementen .... 7
Bediening ....................................... 8
Personaliseren ............................. 13
Algemene aanwijzingen
Het Infotainmentsysteem verzorgt de
infotainment in uw auto, met gebruik
van de nieuwste technologie.
Raadpleeg uw dealer om het systeem
of de software te updaten en bij te
werken.
De radio kan gemakkelijk worden ge‐
bruikt, door per elke zeven pagina's
maximaal 35 FM- of AM-radiozenders
op te slaan onder de voorkeuzeknop‐
pen 1 ~ 5.
Het Infotainmentsysteem kan vanaf
het USB-opslagapparaat of iPod-/iP‐
hone-producten afspelen.
Dankzij de verbindingsfunctie voor
Bluetooth-telefoons kunt u draadloos
en handenvrij telefoneren of kan een
muziekspeler in de telefoon worden
afgespeeld.
Sluit een draagbare muziekspeler
aan op de AUX-geluidsingang en ge‐
niet van de rijke klankweergave van
het Infotainmentsysteem.
In de paragraaf "Overzicht" worden
de werking en alle instelfuncties
van het Infotainmentsysteem ge‐
toond in een beknopt overzicht.
In de paragraaf "Gebruik" wordt de
basisbediening van het infotain‐
mentsysteem uitgelegd.
Let op
Deze handleiding beschrijft alle voor
de diverse Infotainmentsystemen
beschikbare opties en functies. Be‐
paalde beschrijvingen, zoals die
voor display- en menufuncties, gel‐
den vanwege de modelvariant,
landspecifieke uitvoeringen, speci‐
ale uitrusting en toebehoren wellicht
niet voor uw auto.
Antidiefstalfunctie
In het infotainmentsysteem is een
elektronische beveiliging geïnte‐
greerd die diefstal voorkomt.
Het Infotainmentsysteem werkt al‐
leen in de auto waarin het voor het
eerst werd geïnstalleerd en kan niet
in een andere auto worden gebruikt.
Inleiding 7
Overzicht
bedieningselementen
MyLink, met tekst
Type 1: FM/AM + USB/iPod + AUX
+ Bluetooth + Afbeelding +
Film + Smartphonekoppe‐
ling
Type 2: FM/AM + RDS+ USB/iPod +
AUX + Bluetooth + Afbeel‐
ding + Film + Smartphone‐
koppeling
Let op
Afhankelijk van de regio wordt de
functie smartphoneverbinding wel‐
licht niet ondersteund.
1. Display
Display voor weergave van status
en informatie over afspelen/ont‐
vangst/menu's.
2. VOL ∨-knoppen (volume)
Druk op om het volume hoger te
zetten.
Druk op ∨ om het volume lager te
zetten.
3. m-knop (aan/uit)
Houd deze knop ingedrukt om de
voeding aan/uit te zetten.
4. ;-knop (home)
Druk deze knop in om naar het
hoofdmenu te gaan.
Afstandsbediening op het stuur
1. q/w -toets (oproep)
Maakt de Bluetooth-apparaat‐
verbinding wanneer er geen ge‐
koppeld Bluetooth-apparaat op
het Infotainmentsysteem is.
Wanneer er een gekoppeld
Bluetooth-apparaat op het Info‐
tainmentsysteem is: druk op de
knop om de oproep te beant‐
woorden of voer de modus voor
opnieuw kiezen in.
8 Inleiding
Als de verbonden telefoon van
de klant spraakherkenning on‐
dersteunt, houd dan de knop in‐
gedrukt om de modus SR
(spraakherkenning) van de te‐
lefoon te activeren.
2. x/n -toets (dempen/ophangen)
Druk in een muziekafspeelfunctie
deze knop in om de stilschakel‐
functie aan of uit te zetten.
Druk hierop om ontvangen oproe‐
pen te weigeren of om uw huidige
oproep of de SR-stand van de te‐
lefoon te beëindigen.
3. SRC-knop
Druk op deze knop om naar een
andere bron te gaan.
R/S-knop (zoeken)
Indrukken in FM/AM-modus:
naar de vorige of volgende
voorkeuzezender gaan.
Indrukken in Mp3-, USB-mo‐
dus: vorig of volgend bestand
afspelen.
Indrukken in iPod/iPhone-mo‐
dus: vorige of volgende song af‐
spelen.
Indrukken in modus Streaming
audio via Bluetooth: vorige of
volgende muziek afspelen.
Ingedrukt houden in FM/AM-
modus: zenders snel doorlopen
terwijl de knop ingedrukt is. Na
het loslaten ervan, automatisch
zoeken naar te ontvangen zen‐
ders.
Ingedrukt houden in Mp3-,
USB-, iPod/iPhone-modus:
snel voor- of achteruit zoeken
terwijl de knop ingedrukt is. Na
het loslaten ervan, weer nor‐
maal afspelen.
4. +-knoppen (volume)
Druk op de knop om het volume
hoger te zetten.
Druk op de knop om het volume
lager te zetten.
Bediening
Systeem in-/uitschakelen
Schakel de voeding in door de knop
m op het bedieningspaneel inge‐
drukt te houden. De laatste audio of
film wordt uitgevoerd.
Schakel de voeding uit door de
knop m op het bedieningspaneel in‐
gedrukt te houden. De tijd, datum
en temperatuur verschijnen op het
scherm.
Inleiding 9
Let op
De temperatuur verschijnt wanneer
de contactsleutel in de stand AAN
staat.
Automatisch in-/uitschakelen
Als de contactsleutel in de stand ACC
of ON staat, wordt het Infotainment‐
systeem automatisch ingeschakeld.
Als de contactsleutel in de stand OFF
staat en de gebruiker het autoportier
opent, wordt het Infotainmentsys‐
teem automatisch uitgeschakeld.
Let op
Bij het ingedrukt houden van de
toets m op het bedieningspaneel
met de contactsleutel in de stand
UIT wordt het Infotainmentsysteem
ingeschakeld. Maar het Infotain‐
mentsysteem wordt na ongeveer 10
minuten automatisch uitgeschakeld.
Volumeregeling
Regel het volume door op het bedie‐
ningspaneel op ∧ VOL ∨ te drukken.
Het huidige geluidsniveau wordt aan‐
gegeven.
Via de afstandsbediening op het
stuurwiel regelt u het volume door
op + te drukken.
Bij aanzetten van het infotainment‐
systeem wordt vanzelf het geluids‐
niveau ingesteld dat eerder al was
geselecteerd (als dit lager is dan
het maximale beginvolume).
Als de stand van het volume hoger
is dan het maximale beginvolume
bij het inschakelen van het Infotain‐
mentsysteem, wordt het Infotain‐
mentsysteem automatisch op het
maximale beginvolume gezet.
DEMPEN
Druk op ∧ VOL ∨ op het bedienings‐
paneel en vervolgens op p om de
dempingsfunctie aan en uit te zetten.
Automatische volumeregeling
Wanneer de instelling voor rijsnel‐
heidsafhankelijk geluidsvolume actief
is, wordt het geluidsvolume automa‐
tisch aangepast op basis van de rij‐
snelheid van de auto ter compensatie
voor het geluid van motor en banden.
1. Druk op ; op het bedieningspa‐
neel.
10 Inleiding
2. Druk op instellingen > radio-
instellingen > automatisch
volume.
(Alleen voor Type 1 model)
(Alleen voor Type 2 model)
3. Stel Off/Laag/Midden/Hoog in
door op < of > te drukken.
Het hoofdmenu gebruiken
1. De knop ; op het bedieningspa‐
neel indrukken.
2. Druk op het gewenste menu.
Druk op audio voor FM/AM,
USB/iPod/streaming audio via
Bluetooth of geluid via de AUX-
ingang.
Druk op foto & film voor het be‐
kijken van een afbeelding, film
of video via de AUX-ingang.
Druk op telefoon om telefoon‐
functies te activeren (indien ver‐
bonden).
Druk op smartphone link voor
het activeren van een applicatie
via uw verbonden smartphone.
Afhankelijk van de regio wordt
deze functie wellicht niet onder‐
steund. Afhankelijk van de regio
kan de ondersteunende appli‐
catie variëren.
Druk op instellingen om naar
het systeeminstelmenu te gaan.
Functie selecteren
Audio
1. Druk op ; op het bedieningspa‐
neel.
2. Druk in het hoofdmenu op audio.
Druk op het scherm op Bron S.
Inleiding 11
(Alleen voor Type 1 model)
(Alleen voor Type 2 model)
Druk op AM voor AM-radio.
Druk op FM voor FM-radio.
Druk op DAB voor DAB-radio
(alleen voor Type 2 model).
Druk op USB voor USB.
Druk op iPod voor iPod/iPhone.
Druk op AUX voor klankweer‐
gave via de AUX-ingang.
Druk op Bluetooth voor strea‐
ming audio via Bluetooth.
Let op
Druk op q om weer naar het hoofd‐
menu te gaan.
Als de afspeelbron (USB/iPod/AUX/
Bluetooth) niet met het Infotainment‐
systeem verbonden is, is deze func‐
tie niet beschikbaar.
Afbeelding en film
1. Druk op ; op het bedieningspa‐
neel.
2. Druk in het hoofdmenu op foto &
film.
3. Druk op het scherm op Bron S.
Druk op USB (foto) om afbeel‐
dingenbestanden op het USB-
opslagapparaat te bekijken.
Druk op USB (film) om filmbe‐
standen op het USB-opslagap‐
paraat te bekijken.
Druk op AUX (film) om filmbe‐
standen op het randapparaat
via de AUX-ingang te bekijken.
12 Inleiding
Let op
Druk op q om weer naar het hoofd‐
menu te gaan.
Als de afspeelbron (USB (foto)/USB
(film)/AUX (film)) niet met het Info‐
tainmentsysteem verbonden is, is
deze functie niet beschikbaar.
Handenvrij telefoneren met Bluetooth
Sluit voor de handenvrije Bluetooth-
functie een Bluetooth-telefoon op het
Infotainmentsysteem aan.
1. De knop ; op het bedieningspa‐
neel indrukken.
2. Druk in het hoofdmenu op
telefoon.
Let op
Druk op q om weer naar het hoofd‐
menu te gaan.
Als uw Bluetooth-telefoon niet met
het Infotainmentsysteem verbonden
is, is deze functie niet beschikbaar.
Zie "Bluetooth koppelen en verbin‐
den" voor nadere details 3 48.
Smartphonekoppeling
Let op
Afhankelijk van de regio wordt de
functie wellicht niet ondersteund.
Installeer de applicatie op uw smart‐
phone om deze functie te gebruiken
en verbind daarna uw smartphone en
het Infotainmentsysteem via de USB-
poort of draadloze Bluetooth-techno‐
logie.
iPhone: USB-verbinding
Android-telefoon: Draadloze Blue‐
tooth-technologie
1. De knop ; op het bedieningspa‐
neel indrukken.
2. Druk in het hoofdmenu op
smartphone link.
Let op
Druk op q om weer naar het hoofd‐
menu te gaan.
Instellingen
1. De knop ; op het bedieningspa‐
neel indrukken.
2. Druk in het hoofdmenu op
instellingen.
Inleiding 13
Personaliseren
Algemene bediening van het
instellingenmenu
U kunt het Infotainmentsysteem zelf
nog gebruikersvriendelijker maken.
1. De knop ; op het bedieningspa‐
neel indrukken.
2. instellingen indrukken.
3. Selecteer de gewenste waarde
voor de instellingen.
Let op
Afhankelijk van uw modelvariant
kunnen instellingenmenu's en func‐
ties variëren.
Tijd- en datuminstellingen
1. De knop ; op het bedieningspa‐
neel indrukken.
2. Druk op instellingen > tijd- en da‐
tuminstellingen.
tijdopmaak instellen: Selecteer
de 12h- of 24h-weergave.
datumopmaak instellen: Kies
de gewenste weergave voor de
datum.
- [JJJJ/MM/DD]: 2012/01/31
- [DD/MM/JJJJ]: 31/01/2012
- [MM/DD/JJJJ]: 01/31/2012
tijd en datum instellen: Stel de
huidige uren, minuten en jaar/
maand/datum in met ∧ en ∨ en
druk daarna op OK.
automatische kloksynchr.: Druk
op On voor het tonen van de
klok via RDS tijd en datum en
14 Inleiding
GPS tijd en datum. Druk op Off
voor het tonen van de klok via
GPS tijd en datum.
Let op
Stel de tijd eerst in om de door de
gebruiker ingestelde tijd weer te ge‐
ven.
Radio-instellingen
1. De knop ; op het bedieningspa‐
neel indrukken.
2. Druk op instellingen > radio-
instellingen.
automatisch volume: Regelt het
volume automatisch op basis
van de rijsnelheid. Stel Off/
Laag/Midden/Hoog in.
radio favorieten: Stelt het aantal
FAV-pagina's (Favorieten) in op
het schermpje van de radio
(FM/AM). Bij de instelling 5 FAV
pagina geeft de pagina FAV
(Favorieten) maximaal 5 pagi‐
na's weer.
radioafstemmingsbalk: Selec‐
teer On of Off om de zenderaf‐
stembalk voor het selecteren
van een zender te bekijken.
RDS-optie: Hiermee gaat u
naar het RDS-optiemenu.
- RDS: Zet de RDS op On of Off.
- regionaal: Stel de optie Regio-
instelling (REG) in op On of Off.
- radiotekst: Selecteer On of
Off om meegezonden radio‐
tekst te bekijken.
- bevries PSN-scrollen: Selec‐
teer On of Off.
- TP-volume : Selecteer van
0 t/m 63.
- TA: Selecteer On of Off.
DAB-optie: Hiermee gaat u
naar het menu DAB-optie (al‐
leen voor Type 2 model).
- DAB categorie-instellingen:
Selecteer de gewenste catego‐
rie. Stel Alle/pop/muziek/
klassiek/informatie/rock in.
- service koppelt DAB: Selec‐
teer On of Off.
- dyn. bereikregeling: Selecteer
On of Off.
- frequentieband: Selecteer
alleen Band III/Allebei/alleen L-
band.
- radiotekst: Selecteer On of
Off om de meegezonden radio‐
tekst te bekijken.
- diashow: Selecteer On of Off.
fabrieksinstellingen radio: Wis
alle instelwaarden en herstel de
standaard fabrieksinstellingen.
Verbindingsinstellingen
1. De knop ; op het bedieningspa‐
neel indrukken.
Inleiding 15
2. Druk op instellingen > verbin‐
dingsinstelllingen.
bluetooth instelling: Hiermee
gaat u naar het menu bluetooth
instelling.
- apparaat koppelen: Selecteer
het gewenste apparaat en se‐
lecteer koppel/maak los of wis.
- wijzig PIN-code: Voor hand‐
matig wijzigen/instellen van de
pincode.
- vast te stellen: Selecteer On of
Off om de Bluetooth-verbinding
vanaf uw Bluetooth-telefoon uit
te voeren.
- info apparaat: Controleer de
apparaatinformatie.
wijzig beltoon: Selecteer de ge‐
wenste beltoon.
Beltoonvolume: Beltoonvolume
wijzigen.
Taal
1. De knop ; op het bedieningspa‐
neel indrukken.
2. Druk op instellingen > talen.
3. Selecteer een beschikbare taal op
het Infotainmentsysteem.
In tekst bladeren
1. De knop ; op het bedieningspa‐
neel indrukken.
2. instellingen indrukken.
3. S indrukken.
4. Selecteer On of Off.
On: Een lange tekst op het au‐
dioscherm wordt doorgebla‐
derd.
Off: De tekst wordt één keer
doorgebladerd en verschijnt in
verkorte vorm.
16 Inleiding
Volume aanraakpiep
1. De knop ; op het bedieningspa‐
neel indrukken.
2. instellingen indrukken.
3. S indrukken.
4. Selecteer On of Off.
On: Bij het aanraken van het
scherm klinkt er een pieptoon.
Off: De pieptoon wordt onder‐
drukt.
Maximaal beginvolume
Het volume klinkt op de waarde die de
gebruiker bij het inschakelen van het
Infotainmentsysteem heeft ingesteld.
Vóór het uitschakelen van het contact
werkt het Infotainmentsysteem alleen
wanneer het door de gebruiker inge‐
stelde volume hoger is dan de instel‐
waarde voor het max. beginvolume.
1. De knop ; op het bedieningspa‐
neel indrukken.
2. instellingen indrukken.
3. S indrukken.
4. Selecteer 9 t/m 21.
Systeemversie
1. De knop ; op het bedieningspa‐
neel indrukken.
2. instellingen indrukken.
3. S indrukken.
4. Kies systeemversie.
5. Controleer de systeemversie.
DivX(R) VOD
1. De knop ; op het bedieningspa‐
neel indrukken.
2. instellingen indrukken.
3. S indrukken.
4. Selecteer DivX(R) VOD.
Inleiding 17
Over DivX video: DivX
®
is een digitale
video-indeling van DivX, LLC, een
dochtermaatschappij van Rovi Cor‐
poration. Dit is een officieel DivX Cer‐
tified
®
apparaat dat DivX video af‐
speelt. Ga naar divx.com voor meer
informatie en softwaretools voor het
omzetten van uw bestanden in DivX
video's.
Over DivX video-on demand: Dit DivX
Certified
®
apparaat moet worden ge‐
registreerd om gekochte DivX Video-
on-Demand (VOD) films te kunnen af‐
spelen. Ga voor uw registratiecode
naar het gedeelte DivX VOD in het in‐
stellingenmenu van uw apparaat. Ga
naar vod.divx.com voor meer infor‐
matie over het voltooien van uw regi‐
stratie.
18 Radio
Radio
Gebruik ........................................ 18
Vaste staafantenne ...................... 25
Multibandantenne ........................ 25
Gebruik
Type 1 FM/AM + USB/iPod + AUX +
Bluetooth + Afbeelding +
Film + Smartphonekoppe‐
ling
Type 2 FM/AM + DAB+ USB/iPod +
AUX + Bluetooth + Afbeel‐
ding + Film + Smartphone‐
koppeling
Let op
Afhankelijk van de regio wordt de
functie smartphoneverbinding wel‐
licht niet ondersteund.
Naar FM/AM/DAB-radio
luisteren
1. De knop ; op het bedieningspa‐
neel indrukken.
2. Druk in het hoofdmenu op audio.
3. Druk op het scherm op Bron S.
(Alleen voor Type 1 model)
(Alleen voor Type 2 model)
Radio 19
4. Druk op het scherm op FM, AM of
DAB. Het golfbereik FM, AM of
DAB van de meest recent beluis‐
terde zender verschijnt.
Let op
Druk op q om weer naar het hoofd‐
menu te gaan.
Automatisch naar actieve
zenders zoeken
Druk op t ZOEKEN v om auto‐
matisch te zoeken naar beschik‐
bare zenders met een goede ont‐
vangst.
Links of rechts van de radiozender
slepen om automatisch te zoeken
naar een beschikbare zender met
een goede ontvangst.
Handmatig naar actieve
zenders zoeken
Druk herhaaldelijk op k AFSTEM.
l om de gewenste actieve zender
handmatig te vinden.
Met voorkeuzeknoppen naar
actieve zenders zoeken
Voorkeuzeknoppen opslaan
1. Selecteer het golfbereik (FM, AM
of DAB) waarin u een zender wilt
opslaan.
2. Selecteer de gewenste zender.
3. Druk op < of > om de gewenste
pagina opgeslagen favorieten te
selecteren.
4. Houd een van de voorkeuzeknop‐
pen ingedrukt om de huidige radi‐
ozender op te slaan onder die
knop voor de geselecteerde fa‐
vorieten-pagina.
U kunt maximaal 7 favorieten-
pagina's opslaan en elke pa‐
gina kan maximaal vijf radio‐
zenders bevatten.
Verander een voorkeuze door
op de nieuwe gewenste radio‐
zender af te stemmen en de
knop vast te houden.
20 Radio
Rechtstreeks luisteren naar
voorkeuzezenders
1. Druk herhaaldelijk op < of > om
de gewenste FAV (favorieten)-pa‐
gina te selecteren.
2. Druk op een voorkeuzeknop om
rechtstreeks te luisteren naar de
radiozender die onder die knop is
opgeslagen.
Autostore
De zenders met de beste ontvangst
worden automatisch in de betreffende
volgorde als radiozenders opgesla‐
gen.
1. Selecteer het gewenste bereik
(FM, AM of DAB).
2. AS indrukken.
3. Druk herhaaldelijk op < of > om
de gewenste AS (autostore)-pa‐
gina te selecteren.
4. Druk op een voorkeuzeknop om
rechtstreeks te luisteren naar de
radiozender die onder die knop is
opgeslagen.
Let op
Houd AS ingedrukt om FM/AM/DAB-
autostore bij te werken.
Bij het indrukken van AS op het FM/
AM/DAB-radioscherm zonder opge‐
slagen zender op de radiozender
wordt FM/AM-autostore bijgewerkt.
Bij de DAB-modus verschijnt alleen
de geselecteerde categorie in de ca‐
tegorielijst.
Zenderinformatie bekijken
Druk op het FM/AM/DAB-scherm op
de zender.
De weergegeven informatie omvat
Frequentie, PTY-code (programma‐
type) en radiotekst.
Let op
Het PTY (programmatype) toont de
diverse soorten programma's (o.a.
nieuws, sport, muziek) als één van
de RDS (Radio Data System)-servi‐
ces.
Radio 21
Het radiomenu gebruiken
Algemene bediening van het
radiomenu
1. Selecteer het gewenste bereik
(FM, AM of DAB).
2. Druk op het FM/AM/DAB-radio‐
scherm op MENU.
3. Druk op het gewenste menu om
de betreffende optie te selecteren
of om het detailmenu van de optie
weer te geven.
4. Druk op q om terug naar het vo‐
rige menu te gaan.
Favorietenlijst (FM/AM/DAB-menu)
1. Druk vanuit FM-menu/AM-menu/
DAB-menu op favorietenlijst om
de favorietenlijst weer te geven.
Er verschijnt informatie over
favorietenlijst.
2. Blader met R of S door de lijst.
Stem op de gewenste zender af
door deze te selecteren.
FM/AM/DAB-zenderlijst (FM/AM/
DAB-menu)
1. Druk vanuit FM-menu/AM-menu/
DAB-menu op FM-zenderlijst/AM-
zenderlijst/DAB-zenderlijst om de
betreffende zenderlijst weer te ge‐
ven.
Er verschijnt informatie over de
zenderlijst.
2. Blader met R of S door de lijst.
Stem op de gewenste zender af
door deze te selecteren.
FM/DAB-categorielijst (FM/DAB-
menu)
1. Druk vanuit FM-menu/DAB-
menu op FM-categorieënlijst/
DAB-categorieënlijst.
Er verschijnt informatie over FM-
categorieënlijst/DAB-catego‐
rieënlijst.
22 Radio
(Alleen voor Type 1 model)
(Alleen voor Type 2 model)
2. Blader met R of S door de lijst.
Stem op de gewenste zender af
door deze te selecteren.
Let op
De FM-categorieënlijst is alleen be‐
schikbaar voor RDS (Radio Data
System).
Bij de DAB-modus verschijnt alleen
de geselecteerde categorie in de ca‐
tegorielijst.
FM/AM/DAB-zenderlijst (FM/AM/
DAB-menu) bijwerken
1. Druk vanuit FM-menu/AM-menu/
DAB-menu op FM-zenderlijst
updaten/AM-zenderlijst updaten/
DAB-zenderlijst updaten.
De FM-zenderlijst/AM-zenderlijst/
DAB-zenderlijst-update wordt uit‐
gevoerd.
2. Druk tijdens de FM-zenderlijst/
AM-zenderlijst/DAB-zenderlijst-
update op Annuleren om wijzigin‐
gen niet op te slaan.
Geluidsinstellingen (menu FM/
AM/DAB)
In het menu geluidsinstellingen kan
de klankweergave naar wens worden
ingesteld, afhankelijk van de functies
van FM/AM/DAB-audio en van elke
audiospeler.
1. Druk vanuit FM-menu/AM-menu/
DAB-menu op geluidsinstellingen
om naar de klankinstelmodus te
gaan.
Nu verschijnt het menu geluidsin‐
stellingen.
Radio 23
EQ (equalizer)-modus: Klank‐
stijl (Handmatig, Pop, Rock,
Country, Klassiek, Actualitei‐
ten) met < of > selecteren of
uitschakelen.
Druk op + of - om de gewenste
klankstijl handmatig te selecte‐
ren.
Bas: stel het lage tonen-niveau
in tussen -12 tot +12.
Mid (middenbereik) stel het
middenbereikniveau in tussen
-12 tot +12.
Treble: stel het hoge tonen-ni‐
veau in tussen -12 tot +12.
Fader: stel de balans tussen de
luidsprekers voor/achter in.
Balans: stel de balans tussen
de luidsprekers links/rechts in.
Terugzetten: zet alle begininstel
waarden terug op de stan‐
daardinstellingen.
2. OK indrukken.
Let op
In de stand EQ van de geluidsinstel‐
lingen zijn afhankelijk van het ge‐
luidssysteem wellicht alleen "Hand‐
matig" en "Praten" selecteerbaar.
DAB-meldingen (DAB-menu)
(Alleen voor Type 2 model)
1. Druk vanuit DAB-menu op DAB-
aankondigingen om de DAB-
aankondigingen-lijst weer te ge‐
ven.
Er verschijnt informatie over de
lijst.
2. Blader met R of S door de lijst.
Stem op de gewenste zender af
door deze te selecteren.
3. OK indrukken.
Huidig programma EPG (DAB-
menu)
(Alleen voor Type 2 model)
1. Druk vanuit DAB-menu op EPG
huidig programma om het huidige
programma EPG weer te geven.
Er verschijnt informatie over het
programma.
24 Radio
2. OK indrukken.
Zenderlijst EPG (DAB-menu)
(Alleen voor Type 2 model)
1. Druk vanuit DAB-menu op EPG
stationlijst om de EPG stationlijst
weer te geven.
Er verschijnt informatie over de
lijst.
2. Druk op Info voor nadere informa‐
tie.
intellitext (DAB-menu)
(Alleen voor Type 2 model)
1. Druk vanuit DAB-menu op
intellitext om de intellitext-lijst
weer te geven.
Radio 25
2. Druk op de gewenste optie.
3. Druk op één van de opties voor
nadere informatie.
info (DAB-menu)
(Alleen voor Type 2 model)
Druk vanuit DAB-menu op info om in‐
formatie over de huidige DAB-service
weer te geven.
Vaste staafantenne
Om de dakantenne te verwijderen,
moet u ze naar links draaien. Om de
dakantenne te plaatsen, moet u ze
naar rechts draaien.
Voorzichtig
Zorg dat u de antenne verwijderd
voordat u een ruimte inrijdt met
een laag plafond, omdat het an‐
ders beschadigd kan worden.
Als u een automatische wasstraat
in rijdt met een uitgetrokken an‐
tenne, kan de antenne of het dak‐
paneel beschadigd raken. Verwij‐
der de antenne alvorens een au‐
tomatische wasstraat in te rijden.
Draai de antenne volledig vast en stel
deze rechtop in voor een goede ont‐
vangst.
Multibandantenne
De multibandantenne staat op het
dak van het voertuig. De antenne
wordt gebruikt voor de AM/FM-radio,
de DAB-radio (alleen voor het Type 2
model) en de GPS (Global Positio‐
ning System), als het voertuig over
deze functies beschikt. Zorg voor een
goede ontvangst dat de antenne niet
wordt gehinderd.
26 Externe apparaten
Externe apparaten
Algemene informatie .................... 26
Audio afspelen ............................. 35
Afbeeldingen weergeven ............. 41
Films afspelen .............................. 42
Smartphone-applicaties
gebruiken ..................................... 46
Algemene informatie
Audiosysteem
Het Infotainmentsysteem kan de mu‐
ziekbestanden vanaf het USB-op‐
slagapparaat of iPod-/iPhone-pro‐
ducten afspelen.
Aanwijzing bij het gebruik van mp3/
wma/ogg/wav-bestanden
Dit product kan muziekbestanden
met de bestandsnaamexten‐
sies .mp3, .wma, .ogg, .wav (kleine
letters)
of .MP3, .WMA, .OGG, .WAV
(hoofdletters) afspelen.
Dit product kan de volgende mp3-
bestanden afspelen.
- Transmissiesnelheid: 8 kbps tot
320 kbps
- Samplingfrequentie: 48 kHz,
44,1 kHz, 32 kHz (voor MPEG-1
audio layer-3), 24 kHz, 22,05 kHz,
16 kHz (voor MPEG-2 audio
layer-3)
Dit product kan bestanden afspelen
met een transmissiesnelheid van
8 kbps tot 320 kbps, maar bestan‐
den met transmissiesnelheid van
meer dan 128 kbps geven een kwa‐
litatief beter geluid.
Dit product kan ID3 Tag-informatie
(versie 1.0, 1.1, 2.2, 2.3 of 2.4)
weergeven voor mp3-landen, zoals
de albumnaam en de artiest.
Om informatie over het album (dis‐
ktitel), de song (songtitel) en de ar‐
tiest (song artiest) weer te geven,
moet het bestand compatibel zijn
met de ID3 Tag V1- en V2-be‐
standsindelingen.
Waarschuwingen bij het gebruik van
het USB-opslagapparaat en iPod/
iPhone
De werking kan niet worden gega‐
randeerd als u een USB-adapter
gebruikt om een USB-apparaat
voor massaopslag met inge‐
bouwde harddisk of een CF- of SD-
geheugenkaart aan te sluiten. Ge‐
bruik een USB-dataopslagappa‐
raat of een flashgeheugen.
Externe apparaten 27
Pas op en voorkom ontlading van
statische elektriciteit bij het aanslui‐
ten of losmaken met USB. Wan‐
neer aansluiten en losmaken in
korte tijd vaak worden herhaald,
kan er een probleem ontstaan bij
het gebruik van het apparaat.
De correcte werking is niet gega‐
randeerd als het USB-apparaat
geen metalen aansluitelement
heeft.
Aansluiten van een USB-opslagap‐
paraat van het i-Stick-type geeft
mogelijk storingen door trillingen
van de auto, daarom kan de wer‐
king ervan niet worden gegaran‐
deerd.
Wees voorzichtig en raak de USB-
aansluiting niet aan met een voor‐
werp of enig deel van uw lichaam.
Het USB-opslagapparaat kan al‐
leen worden herkend als het is ge‐
formatteerd in FAT16/32, exFAT-
bestandssysteem. NTFS en an‐
dere bestandssystemen kunnen
niet worden herkend.
Afhankelijk van het type en de op‐
slagcapaciteit van het USB-opslag‐
apparaat en het type opgeslagen
bestand kan de tijd vereist voor her‐
kenning van bestanden afwijken. In
zo'n geval bestaat er geen pro‐
bleem met het product, dus wacht
tot de bestanden zijn verwerkt.
Bestanden op sommige USB-op‐
slagapparaten worden door com‐
patibiliteitsproblemen wellicht niet
herkend.
Ontkoppel het USB-opslagappa‐
raat niet terwijl dit wordt afge‐
speeld. U kunt zo schade aan het
product veroorzaken of de werking
van het USB-apparaat gaat hier‐
door achteruit.
Ontkoppel het aangesloten USB-
opslagapparaat nadat in de auto
het contact is afgezet. Als u het
contact afzet terwijl het USB-op‐
slagapparaat is aangesloten, kan
het USB-opslagapparaat bescha‐
digd raken of in sommige gevallen
niet normaal werken.
Alleen USB-opslagapparaten voor
afspelen van muziek/films, het be‐
kijken van fotobestanden of upgra‐
den kunnen op dit product worden
aangesloten.
De USB-aansluiting van het pro‐
duct mag niet worden gebruikt voor
het opladen van USB-apparatuur,
omdat de daarbij veroorzaakte
warmteontwikkeling de werking
van de USB-aansluiting nadelig
kan beïnvloeden of schade aan het
product kan aanbrengen.
Wanneer het logisch volume wordt
gescheiden van een USB-apparaat
voor massaopslag, kunnen alleen
de bestanden vanaf het bovenste
niveau van het logisch volume als
USB-muziekbestanden worden af‐
gespeeld. Om deze reden dienen
af te spelen muziekbestanden
steeds te worden opgeslagen op
het bovenste-niveau volume van
het apparaat. Muziekbestanden,
met name in sommige USB-opslag‐
apparaten, zullen mogelijk ook niet
28 Externe apparaten
normaal afspelen wanneer een toe‐
passing wordt geladen door binnen
het USB-apparaat een afzonderlijk
volume te partitioneren.
Muziekbestanden waarop DRM
(Digital Right Management) van
toepassing is, kunnen niet worden
afgespeeld.
Dit product ondersteunt USB-op‐
slagapparaten met een capaciteits‐
limiet van 2500 muziekbestanden,
2500 fotobestanden, 250 filmbe‐
standen, 2500 mappen en 10 map‐
structuurniveaus. Een normaal ge‐
bruik kan niet worden gegaran‐
deerd bij opslagapparatuur die
deze limieten overschrijdt.
De iPod/iPhone kan alle onder‐
steunde muziekbestanden afspe‐
len. Maar in de muziekbestanden‐
lijsten worden op het scherm 2500
bestanden in alfabetische volgorde
weergegeven.
Sommige iPod/iPhone-productmo‐
dellen ondersteunen de verbin‐
dingsopties of functionaliteit van dit
product wellicht niet.
Gebruik voor de iPod/iPhone alleen
aansluitkabels die door iPod/iP‐
hone-producten worden onder‐
steund. Andere verbindingskabels
zijn niet bruikbaar.
In zeldzame gevallen kan het iPod/
iPhone-product worden bescha‐
digd wanneer het contact wordt
aangezet en deze nog op het pro‐
duct is aangesloten. Wanneer het
iPod/iPhone-product niet in gebruik
is, maak dit dan los van het product
terwijl het contact is uitgezet.
Wanneer de iPod/iPhone via de
iPod/iPhone-kabel op de USB-
poort aangesloten is, wordt strea‐
ming audio via Bluetooth niet on‐
dersteund.
Sluit de iPod/iPhone met de iPod/
iPhone-kabel op de USB-poort aan
om de muziekbestanden van de
iPod/iPhone af te spelen. Als de
iPod/iPhone wordt aangesloten op
de AUX-ingang, worden de muziek‐
bestanden niet afgespeeld.
Sluit de iPod/iPhone met de AUX-
kabel voor de iPod/iPhone op de
AUX-ingang aan om het filmbe‐
stand van de iPod/iPhone af te spe‐
len. Als de iPod/iPhone wordt aan‐
gesloten op de USB-poort, wordt
het filmbestand niet afgespeeld.
De bij dit Infotainmentsysteem ge‐
bruikte afspeelfuncties en de items
voor informatieweergave op de
iPod/iPhone kunnen afwijken van
de iPod/iPhone als het gaat om de
afspeelvolgorde, werking en ge‐
toonde informatie.
Bekijk de volgende tabel voor de
classificatie van zoekfunctie-items
zoals het iPod/iPhone-product die
hanteert.
Externe apparaten 29
Afbeeldingensysteem
Het Infotainmentsysteem kan afbeel‐
dingenbestanden op het USB-op‐
slagapparaat bekijken.
Waarschuwingen bij het gebruik van
afbeeldingenbestanden
Bestandsgrootte:
- JPG: tussen 64 en 5000 pixels
(breedte tussen 64 en 5000 pixels
(hoogte)
- BMP, PNG, GIF: tussen 64 en
1024 pixels (breedte) tussen 64 en
1024 pixels (hoogte)
Bestandsextensies:
.jpg, .bmp, .png, .gif (niet onder‐
steund animated GIF)
Sommige bestanden werken door
een andere opneemindeling of de
staat van het bestand wellicht niet.
Filmsysteem
Het Infotainmentsysteem kan filmbe‐
standen op het USB-opslagapparaat
afspelen.
Waarschuwingen bij het gebruik van
filmbestanden
Beschikbare resolutie: tussen 720
x 576 (b x h) pixels.
Herhalingsfrequentie: minder dan
30 fps.
Afspeelbaar filmbestand:
.avi, .mpg, .mp4, .divx, .xvid, .wmv
Het afspeelbare filmbestand wordt
wellicht niet volgens de codec-in‐
deling afgespeeld.
Afspeelbare ondertitelindeling:
.smi
Afspeelbare Codec-indeling: divx,
xvid, mpeg-1, mpeg-4 (mpg4,
mp42, mp43), wmv9 (wmv3)
Afspeelbare audio-indeling: MP3,
AC3, AAC, WMA
Max. videotransmissiesnelheid:
- mpeg-1: 8 Mbps
- mpeg-4 (mpg4, mp42, mp43):
4 Mbps
- wmv9: 3mbps
- divx 3: 3mbps
- divx 4/5/6: 4,8mbps
- xvid: 4,5mbps
Max. audiotransmissiesnelheid:
- mp3: 320kbps
- wma: 320kbps
- ac-3: 640kbps
- aac: 449kbps
Filmbestanden waarop DRM (Digi‐
tal Right Management) van toepas‐
sing is, kunnen wellicht niet worden
afgespeeld.
Randapparatuur
Het Infotainmentsysteem kan muziek
of films vanaf aangesloten randappa‐
ratuur afspelen.
Als de randapparatuur al aangeslo‐
ten is, druk dan op ; > audio >
Bron S > AUX om de muziekbron
van de randapparatuur af te spelen.
Het type AUX-kabel
- 3-polige kabel: AUX-kabel voor
audio
30 Externe apparaten
- 4-polige kabel: AUX-kabel voor
film (AUX-kabel voor iPod/ iPhone)
De 4-polige kabel wordt onder‐
steund bij het afspelen van het film‐
bestand.
Bluetooth-systeem
Het ondersteunde profiel: HFP,
A2DP, AVRCP, PBAP
Afhankelijk van de mobiele telefoon
of het Bluetooth-apparaat wordt
streaming audio via Bluetooth wel‐
licht niet ondersteund.
Vind vanuit de mobiele telefoon of
het Bluetooth-apparaat het Blue‐
tooth-apparaattype om het item in
te stellen/te koppelen als een ste‐
reo-headset.
Na het goed aansluiten van de ste‐
reo-headset verschijnt er een mu‐
zieknootpictogram n op het
scherm.
Het door het Bluetooth-apparaat af‐
gespeeld geluid is hoorbaar via het
infotainmentsysteem.
Streaming audio via Bluetooth is al‐
leen mogelijk als er een Bluetooth-
apparaat aangesloten is. Sluit voor
streaming audio via Bluetooth een
Bluetooth-telefoon op het Infotain‐
mentsysteem aan.
Let op
Zie "Bluetooth koppelen en verbin‐
den" voor nadere informatie 3 48
Als Bluetooth tijdens het afspelen
van muziek via de telefoon wordt
losgekoppeld, stopt de muziek.
Sommige Bluetooth-telefoons on‐
dersteunen de audio streaming-
functie wellicht niet. Van de Blue‐
tooth functies handenvrij of muziek
via telefoon kan er slechts één te‐
gelijk worden gebruikt. Als u bij‐
voorbeeld tijdens het afspelen van
muziek via de telefoon op Bluetooth
handenvrij overgaat, stopt de mu‐
ziek. Wanneer er geen muziekbe‐
standen op de mobiele telefoon
staan, is afspelen van muziek via
de auto niet mogelijk.
Voor streaming audio via Bluetooth
moet de muziek minstens eenmaal
zijn afgespeeld vanaf de muziek‐
speelfunctie van de mobiele tele‐
foon of vanaf het Bluetooth-appa‐
raat, nadat dit als stereo-headset is
gekoppeld. Na minstens eenmaal
te zijn afgespeeld zal de muziek‐
speler automatisch afspelen als
deze in de afpeelmodus komt en
Externe apparaten 31
zal deze automatisch stoppen zo‐
dra de muziekafspeelmodus wordt
beëindigd. Als de mobiele telefoon
of het Bluetooth-apparaat zich niet
in de wachtschermmodus bevin‐
den, zullen sommige apparaten
mogelijk niet automatisch afspelen
in de modus streaming audio via
Bluetooth.
Spring niet te snel heen en weer
tussen songs bij streaming audio
via Bluetooth.
Het kostte enige tijd om data vanuit
de mobiele telefoon naar het info‐
tainmentsysteem te verzenden.
Het infotainmentsysteem verwerkt
het audiosignaal vanaf de mobiele
telefoon of het Bluetooth-apparaat
terwijl dit wordt gezonden.
Als de mobiele telefoon of het Blue‐
tooth-apparaat zich niet in de
wachtschermmodus bevindt, zullen
deze mogelijk niet automatisch af‐
spelen, ook al wordt de opdracht
uitgevoerd in de modus streaming
audio via Bluetooth.
Het infotainmentsysteem verzendt
de afspeelopdracht vanuit de mo‐
biele telefoon in de modus strea‐
ming audio via Bluetooth. Wanneer
dit in een andere modus gebeurt,
zendt het apparaat de opdracht om
te stoppen. Afhankelijk van de op‐
ties van de mobiele telefoon is er
wellicht enige tijd nodig om deze
opdracht tot afspelen/stoppen te
activeren.
Als streaming audio via Bluetooth
niet werkt, controleer dan of de mo‐
biele telefoon zich in de wacht‐
schermmodus bevindt.
Soms kan tijdens streaming audio
via Bluetooth de geluidsweergave
stokken.
Smartphonekoppeling
Ondersteuning van smartphone door
applicatie
iPod/ iPhone USB-verbinding
Android-telefoon Draadloze Blue‐
tooth-technologie
Sluit bij een iPhone de iPhone via
de USB-poort aan om de app te ge‐
bruiken.
Sluit bij een Android-telefoon de
Android-telefoon en het Infotain‐
mentsysteem via draadloze Blue‐
tooth-technologie aan om de app te
gebruiken.
Applicatiepictogrammen op het menu
Smartphonekoppeling weergeven/
verbergen
1. Druk op ; > smartphone link. Het
menu Smartphonekoppeling ver‐
schijnt.
32 Externe apparaten
2. Druk op instellingen. Nu verschijnt
het menu App-instellingen.
3. Druk op het gewenste applicatie‐
pictogram om een applicatiepicto‐
gram op het menu Smartphone‐
koppeling te verbergen. Druk op
het gewenste app-pictogram om
een verborgen app-pictogram op
het menu Smartphonekoppeling
weer te geven.
4. OK indrukken.
Als er een geactiveerde applicatie op
het menu Smartphonekoppeling
staat, is het tekentje g bovenaan het
hoofdmenu of het afspeelscherm ge‐
activeerd.
iPod/iPhone foutmeldingen en
oplossingen
Als het Infotainmentsysteem de ap‐
plicatie op uw iPod/iPhone via de
USB-poort niet kan activeren, ver‐
schijnt de foutmelding als volgt.
Uw iPhone is vergrendeld => Uw
iPhone ontgrendelen.
U hebt een andere actieve
applicatie open. => Een andere ac‐
tieve app sluiten.
U hebt deze applicatie niet op uw
iPhone geïnstalleerd. => Installeer
de app op uw iPhone.
Als de iOS-versie van uw iPhone la‐
ger dan 4.0 is, verschijnt de foutmel‐
ding als volgt.
Activeer de applicatie op uw iPhone
en druk daarna op het Infotainment‐
systeem op het menu van de gewen‐
ste applicatie.
Als het Infotainmentsysteem de app
op uw smartphone via draadloze
Bluetooth-technologie niet kan acti‐
veren, verschijnt de foutmelding als
volgt.
Externe apparaten 33
Zet alle instellingen voor de tele‐
foon terug en druk daarna op het
Infotainmentsysteem op het menu
van de gewenste applicatie.
Sluit uw smartphone en het Info‐
tainmentsysteem weer via draad‐
loze Bluetooth-technologie aan en
druk daarna op het Infotainment‐
systeem op het menu van de ge‐
wenste app.
Bij het stoppen van de app op uw
smartphone duurt het meestal
enige tijd voordat deze weer nor‐
maal werkt. Probeer de app na on‐
geveer 10 tot 20 seconden te acti‐
veren.
Als u wilt overschakelen op een an‐
dere app terwijl u een app op uw iPod/
iPhone via de USB-poort uitvoert, ga
dan met de toets Hoofdmenu van de
iPod/iPhone naar het hoofdmenu en
druk daarna in het menu Smartpho‐
neverbinding van het Infotainment‐
systeem op het app-pictogram.
Als de iPhone via de USB-poort op
het Infotainmentsysteem aangeslo‐
ten is en het Infotainmentsysteem via
draadloze Bluetooth-technologie op
een andere telefoon aangesloten is,
kunt u met de smartphonelijst op het
scherm tussen de twee apps (iPhone
en Bluetooth-telefoon) schakelen.
Druk op iPhone of Bluetooth
telefoon om de app via het gewenste
apparaat te activeren.
Websites met nadere informatie
Oostenrijk / Duits:
www.chevrolet.at/MyLink
Armenië / Armeens:
www.am.chevrolet-am.com/MyLink
Armenië / Russisch:
www.ru.chevrolet-am.com/MyLink
Azerbeidzjan / Azerbeidzjaans:
www.az.chevrolet.az/MyLink
Azerbeidzjan / Russisch:
www.ru.chevrolet.az/MyLink
Wit-Rusland / Russisch:
www.chevrolet.by/MyLink
België / Nederlands:
www.nl.chevrolet.be/MyLink
België / Frans:
www.fr.chevrolet.be/MyLink
Bosnië en Herzegovina / Kroatisch:
www.chevrolet.ba/MyLink
Bulgarije / Bulgaars:
34 Externe apparaten
www.chevrolet.bg/MyLink
Kroatië / Kroatisch:
www.chevrolet-hr.com/MyLink
Cyprus / Grieks/Engels:
www.chevrolet.com.cy
Tsjechische Republiek / Tsjechisch:
www.chevrolet.cz/MyLink
Denemarken / Deens:
www.chevrolet.dk/MyLink
Estland / Ests:
www.chevrolet.ee/MyLink
Finland / Fins:
www.chevrolet.fi/MyLink
Frankrijk / Frans:
www.chevrolet.fr/MyLink
Georgië / Georgisch:
www.ge.chevrolet-ge.com/MyLink
Georgië / Russisch:
www.ru.chevrolet-ge.com/MyLink
Duitsland / Duits:
www.chevrolet.de/MyLink
Griekenland / Grieks:
www.chevrolet.gr/MyLink
Hongarije / Hongaars:
www.chevrolet.hu/MyLink
IJsland / Engels:
www.chevrolet.is
Ierland / Engels:
www.chevrolet.ie/MyLink
Italië / Italiaans:
www.chevrolet.it/MyLink
Kazachstan / Kazaaks:
www.kk.chevrolet-kz.com/MyLink
Kazachstan / Russisch:
www.ru.chevrolet-kz.com/MyLink
Letland / Lets:
www.chevrolet.lv/MyLink
Litouwen / Litouws:
www.chevrolet.lt/MyLink
Luxemburg / Frans:
www.chevrolet.lu/MyLink
Macedonië / Macedonisch:
www.chevrolet.mk/MyLink
Malta / Grieks/Engels:
www.chevrolet.com.mt
Moldavië / Roemeens:
www.ro.chevroletmd.com/MyLink
Moldavië / Russisch:
www.ru.chevroletmd.com/MyLink
Nederland / Nederlands:
www.nl.chevrolet.nl/MyLink
Noorwegen / Noors:
www.chevrolet.no/MyLink
Polen / Pools:
www.chevrolet.pl/MyLink
Portugal / Portugees:
www.chevrolet.pt/MyLink
Roemenië / Roemeens:
www.chevrolet.ro/MyLink
Rusland / Russisch:
www.chevrolet.ru/MyLink
Servië / Servisch:
www.gm-chevrolet.rs/MyLink
Slowakije / Slowaaks:
www.chevrolet.sk/MyLink
Slovenië / Servisch:
www.chevrolet.si/MyLink
Spanje / Spaans:
www.chevrolet.es/MyLink
Externe apparaten 35
Zweden / Zweeds:
www.chevrolet.se/MyLink
Zwitserland / Duits:
www.de.chevrolet.ch/MyLink
Zwitserland / Frans:
www.fr.chevrolet.ch/MyLink
Zwitserland / Italiaans:
www.it.chevrolet.ch/MyLink
Turkije / Turks:
www.chevrolet.com.tr/MyLink
VK / Engels:
www.chevrolet.co.uk/MyLink
Audio afspelen
USB-speler
Muziekbestanden van het USB-
opslagapparaat afspelen
Sluit het USB-opslagapparaat met de
muziekbestanden op de USB-poort
aan.
Nadat het Infotainmentsysteem de
informatie op het USB-opslagappa‐
raat heeft gelezen, wordt deze au‐
tomatisch afgespeeld.
Als er een niet-leesbaar USB-op‐
slagapparaat wordt aangesloten,
verschijnt er een foutmelding en
gaat het Infotainmentsysteem au‐
tomatisch terug naar de vorige au‐
diofunctie.
Let op
Als het USB-opslagapparaat al is
aangesloten, druk dan op ; >
audio > Bron S > USB om de USB-
muziekbestanden af te spelen.
Afspelen van USB-muziekbestanden
beëindigen
1. Druk op Bron S.
2. Selecteer een andere functie door
op AM, FM, AUX of Bluetooth te
drukken.
Let op
Als de gebruiker het USB-opslagap‐
paraat wil verwijderen, selecteer dan
een andere functie en verwijder het
USB-opslagapparaat.
Pauze
Druk tijdens het afspelen op =.
l opnieuw indrukken om het afspe‐
len te hervatten.
Het volgende bestand afspelen
Druk op v om het volgende bestand
af te spelen.
Het vorige bestand afspelen
Druk binnen 5 seconden na het af‐
spelen op t om het vorige bestand
af te spelen.
36 Externe apparaten
Teruggaan naar het begin van het
huidige bestand
Druk binnen 5 seconden na het af‐
spelen op t.
Vooruit of achteruit snelzoeken
Houd tijdens het afspelen t of v
ingedrukt om snel achter- of vooruit te
spoelen. Laat de knop los om weer op
gewone snelheid af te spelen.
Een bestand steeds weer afspelen
Druk tijdens het afspelen op r.
1: Speelt het huidige bestand
steeds weer af.
Alle: Speelt alle bestanden steeds
weer af.
Off: Terug naar normaal afspelen.
Een bestand in willekeurige volgorde
afspelen
Druk tijdens het afspelen op s.
On: Speelt alle bestanden in wille‐
keurige volgorde af.
Off: Terug naar normaal afspelen.
Informatie over het afgespeelde
bestand bekijken
Druk op de titel van het momenteel
afgespeelde bestand voor informatie
over het bestand.
De weergegeven informatie omvat
de titel, bestandsnaam, mapnaam
en de artiest/het album die/dat bij
de song is opgeslagen.
Onjuiste informatie kan niet op het
Infotainmentsysteem worden ge‐
wijzigd of gecorrigeerd.
De informatie voor songs in speci‐
ale tekens of niet beschikbare talen
kan worden weergegeven als d.
Het USB-muziekmenu gebruiken
1. Druk tijdens het afspelen op
MENU. Het aantal relevante
songs wordt weergegeven door
alle songs/mappen/artiesten/al‐
bums/genres.
2. Druk op de gewenste afspeelmo‐
dus.
Geluidsinstellingen
1. Druk tijdens het afspelen op
MENU.
2. Blader met R en S door de lijst.
geluidsinstellingen indrukken.
Externe apparaten 37
3. Zie "Geluidsinstellingen (FM/AM/
DAB-menu)" voor nadere details
3 18.
iPod/iPhone-speler
Bedoeld voor modellen die een iPod/
iPhone-aansluiting ondersteunen.
Muziekbestanden van de iPod/
iPhone afspelen
Sluit de iPod/iPhone met de muziek‐
bestanden op de USB-poort aan.
Nadat het Infotainmentsysteem de
informatie op de iPod/iPhone heeft
gelezen, wordt deze automatisch
vanaf het eerder afgespeelde punt
afgespeeld.
Als er een niet-leesbaar iPod/iP‐
hone-apparaat wordt aangesloten,
verschijnt de betreffende foutmel‐
ding en gaat het Infotainmentsys‐
teem automatisch terug naar de vo‐
rige audiofunctie.
Let op
Als de iPod/iPhone al verbonden is,
druk dan op ; > audio > Bron S >
iPod om de iPod/iPhone af te spe‐
len.
Afspelen van iPod/iPhone beëindigen
1. Druk op Bron S.
2. Selecteer een andere functie door
op AM, FM, AUX of Bluetooth te
drukken.
Let op
Als de gebruiker de iPod/iPhone wil
verwijderen, selecteer dan een an‐
dere functie en verwijder de iPod/iP‐
hone.
Pauze
Druk tijdens het afspelen op =.
l opnieuw indrukken om het afspe‐
len te hervatten.
De volgende song afspelen
Druk op v om de volgende song af
te spelen.
De vorige song afspelen
Druk binnen 2 seconden na het af‐
spelen op t om de vorige song af te
spelen.
Teruggaan naar het begin van de
huidige song
Druk binnen 2 seconden na het af‐
spelen op t.
Vooruit of achteruit snelzoeken
Houd tijdens het afspelen t of v
ingedrukt om snel achter- of vooruit te
spoelen. Laat de knop los om weer op
gewone snelheid af te spelen.
38 Externe apparaten
Een bestand steeds weer afspelen
Druk tijdens het afspelen op r.
1: Speelt het huidige bestand
steeds weer af.
ALLE: Speelt alle bestanden
steeds weer af
UIT: Terug naar normaal afspelen.
Een bestand in willekeurige volgorde
afspelen
Druk tijdens het afspelen op s.
AAN: Speelt alle bestanden in wil‐
lekeurige volgorde af
UIT: Terug naar normaal afspelen.
Informatie over de afgespeelde song
bekijken
Druk op de titel van het momenteel
afgespeelde bestand voor informatie
over de song.
De weergegeven informatie omvat
de titel en de artiest/het album die/
dat bij de song is opgeslagen.
Onjuiste informatie kan niet op het
Infotainmentsysteem worden ge‐
wijzigd of gecorrigeerd.
De informatie voor songs in speci‐
ale tekens of niet beschikbare talen
kan worden weergegeven als d.
Het iPod-menu gebruiken
1. Druk tijdens het afspelen op
MENU. Het aantal relevante
songs wordt weergegeven door
afspeellijsten/artiesten/albums/
nummers/genres/componist/
gesproken boeken.
2. Druk op de gewenste afspeelmo‐
dus.
Geluidsinstellingen
1. Druk tijdens het afspelen op
MENU.
2. Blader met R en S door de lijst.
geluidsinstellingen indrukken.
Externe apparaten 39
3. Zie "Geluidsinstellingen (FM/AM/
DAB-menu)" voor nadere details
3 18.
Randapparaat
Muziekbron van een randapparaat
afspelen
Sluit het randapparaat met de mu‐
ziekbron aan op de AUX-ingang. Na‐
dat het Infotainmentsysteem de infor‐
matie op de randapparatuur heeft ge‐
lezen, wordt deze automatisch afge‐
speeld.
Geluidsinstellingen
1. Druk tijdens het afspelen van mu‐
ziek via AUX op geluidsinstellin‐
gen.
2. Zie "Geluidsinstellingen (FM/AM/
DAB-menu)" voor nadere details
3 18.
Bluetooth
Streaming audio via Bluetooth
afspelen
1. Druk op ; op het bedieningspa‐
neel.
2. Druk in het hoofdmenu op audio.
3. Druk op het scherm op Bron S.
4. Druk op Bluetooth voor de aange‐
sloten afspeelmodus voor strea‐
ming audio via Bluetooth.
40 Externe apparaten
Let op
Als het Bluetooth-apparaat niet ge‐
koppeld is, kunt u deze functie niet
selecteren.
Pauze
Druk tijdens het afspelen op 6=. Druk
6= opnieuw in om het afspelen te
hervatten.
De volgende song afspelen
Druk op v om de volgende muziek
af te spelen.
De vorige song afspelen
Druk binnen 2 seconden na het af‐
spelen op t om de vorige muziek af
te spelen.
Teruggaan naar het begin van de
huidige song
Druk binnen 2 seconden na het af‐
spelen op t.
Zoeken
Houd t of v ingedrukt om snel
voor- of achteruit te spoelen.
Muziek steeds weer afspelen
Druk tijdens het afspelen op r.
1: Speelt de huidige muziek steeds
weer af.
Alle: Speelt alle muziek steeds
weer af.
Off: Terug naar normaal afspelen.
Let op
Afhankelijk van de mobiele telefoon
wordt de functie wellicht niet onder‐
steund.
Muziek in willekeurige volgorde
afspelen
Druk tijdens het afspelen op s.
On: Speelt alle muziek in willekeu‐
rige volgorde af.
Off: Terug naar normaal afspelen.
Let op
Afhankelijk van de mobiele telefoon
wordt de functie wellicht niet onder‐
steund.
Geluidsinstellingen
1. Druk tijdens het afspelen op k.
2. Zie "Geluidsinstellingen (FM/AM/
DAB-menu)" voor nadere details
3 18.
Externe apparaten 41
Afbeeldingen weergeven
Een afbeelding bekijken
1. Sluit het USB-opslagapparaat
met de afbeeldingenbestanden
op de USB-poort aan.
De afbeelding verschijnt.
2. Druk op het scherm om de bedie‐
ningsbalk te verbergen/weer te
geven. Druk opnieuw op het
scherm om terug naar het vorige
scherm te gaan.
Let op
Als het USB-opslagapparaat al is
aangesloten, druk dan op ; > foto
& film > Bron S > USB (foto) om de
afbeeldingenbestanden te bekijken.
Omwille van uw veiligheid werken
sommige functies onderweg niet.
Een diavoorstelling bekijken
Druk in het afbeeldingenscherm op
t.
De diavoorstelling wordt afge‐
speeld.
Druk op het scherm om de diavoor‐
stelling tijdens het afspelen ervan
te annuleren.
Een vorige of volgende
afbeelding bekijken
Druk in het afbeeldingenscherm op
d of c om de vorige of volgende af‐
beelding te bekijken.
Een afbeelding draaien
Druk in het afbeeldingenscherm op
u of v om de afbeelding rechtsom of
linksom te draaien.
Een afbeelding vergroten
Druk in het afbeeldingenscherm op
w om de afbeelding te vergroten.
Het USB-afbeeldingenmenu
gebruiken
1. Druk in het afbeeldingenscherm
op MENU. USB fotomenu ver‐
schijnt.
42 Externe apparaten
2. Druk op het gewenste menu.
bestandenlijst foto's: Toont alle
afbeeldingenbestandenlijsten.
sorteren op titel: Toont afbeel‐
dingen op volgorde van de titel.
sorteren op datum: Toont af‐
beeldingen op volgorde van de
datum.
tijd diavoorstelling: Selecteer
het interval tussen de dia's.
klok/temp. display: Selecteer
On of Off om de tijd en de tem‐
peratuur op het volledige
scherm weer te geven.
weergave-instellingen: Helder‐
heid en contrast instellen.
3. Druk na het instellen op q.
Films afspelen
Een filmbestand afspelen
1. Sluit het USB-opslagmedium met
de filmbestanden op de USB-
poort aan.
De film wordt afgespeeld.
2. Druk op het scherm om de bedie‐
ningsbalk te verbergen/weer te
geven. Druk opnieuw op het
scherm om terug naar het vorige
scherm te gaan.
Let op
Als het USB-opslagapparaat al is
aangesloten, druk dan op ; > foto
& film > Bron S > USB (film) om het
filmbestand af te spelen.
Onderweg werkt de filmfunctie niet.
(Conform de verkeerswetgeving
werkt deze alleen wanneer de auto
stilstaat.)
Externe apparaten 43
Pauze
Druk tijdens het afspelen op /.
c opnieuw indrukken om het afspelen
te hervatten.
De volgende film afspelen
Druk op c om de volgende film af te
spelen.
De vorige film afspelen
Druk binnen 5 seconden na het af‐
spelen op d om de vorige film af te
spelen.
Teruggaan naar het begin van
de huidige film
Druk binnen 5 seconden na het af‐
spelen op d.
Vooruit of achteruit snelzoeken
Houd tijdens het afspelen d of c in‐
gedrukt om snel achter- of vooruit te
spoelen. Laat de knop los om weer op
gewone snelheid af te spelen.
Op volledig scherm bekijken
Druk in het filmscherm op x voor
weergave op volledig scherm.
Druk opnieuw op x om terug naar het
vorige scherm te gaan.
Het USB-filmmenu gebruiken
1. Druk vanuit het filmscherm op
MENU. Het USB-filmmenu ver‐
schijnt.
2. Druk op het gewenste menu.
bestandenlijst films: Toont alle
filmbestandenlijsten.
klok/temp. display: Selecteer
On of Off om de tijd en de tem‐
peratuur op het volledige
scherm weer te geven.
weergave-instellingen: Helder‐
heid en contrast instellen.
geluidsinstellingen: Geluidsin‐
stellingen aanpassen. Zie "Ge‐
luidsinstellingen (FM/AM/DAB-
menu)" voor nadere details
3 18.
3. Druk na het instellen op q.
44 Externe apparaten
Taal voor ondertitels
Als het filmbestand een taal voor on‐
dertitels heeft, kan de gebruiker deze
zien.
1. Druk in het filmscherm op k.
2. Druk op < of >.
3. l indrukken.
Let op
De gebruiker kan één van de door
het DivX filmbestand ondersteunde
ondertiteltalen instellen.
Als er een ondertiteltaal is, kan de
gebruiker de ondertiteltaal instellen
of aan of uit zetten.
Let op
Afspeelbare ondertitelindeling: .smi
De naam van het ondertitelbestand
(.smi) moet dezelfde zijn als de
naam van het filmbestand.
Audiotaal
Als het filmbestand een audiotaal
heeft, kan de gebruiker deze selecte‐
ren.
1. Druk in het filmscherm op k.
Externe apparaten 45
2. Druk op < of >.
3. l indrukken.
Let op
De gebruiker kan één van de door
het DivX filmbestand ondersteunde
audiotalen instellen.
Films vanaf randapparatuur
afspelen
Sluit de randapparatuur met de film‐
bron aan op de AUX-ingang. Nadat
het Infotainmentsysteem de informa‐
tie op de randapparatuur heeft gele‐
zen, wordt deze automatisch afge‐
speeld.
Let op
Als de randapparatuur al aangeslo‐
ten is, druk dan op ; > foto & film >
Bron S > AUX (film) om een film van
de randapparatuur af te spelen.
Sluit bij een iPod/iPhone de iPod/iP‐
hone aan op de AUX-ingang via de
AUX-kabel voor iPod/iPhone om het
filmbestand van de iPod/iPhone af te
spelen.
Onderweg werkt de filmfunctie niet.
(Conform de verkeerswetgeving
werkt deze alleen wanneer de auto
stilstaat.)
Het AUX-filmmenu gebruiken
1. Druk vanuit het AUX-filmscherm
op MENU. AUX-menu verschijnt.
46 Externe apparaten
2. Druk op het gewenste menu.
geluidsinstellingen: Geluidsin‐
stellingen aanpassen. Zie "Ge‐
luidsinstellingen (FM/AM/DAB-
menu)" voor nadere details
3 18.
klok/temp. display: Selecteer
On of Off om de tijd en de tem‐
peratuur op het volledige
scherm weer te geven.
display-instellingen: Helderheid
en contrast instellen.
3. Druk na het instellen op q.
Smartphone-applicaties
gebruiken
Let op
Afbeeldingen en toelichtingen kun‐
nen afhankelijk van de het bestu‐
ringssysteem, de versie en/of de
versies van de applicaties (App) ver‐
schillen. Dit hoofdstuk beschrijft de
algemene bediening.
Hoe een applicatie met MyLink
te verbinden
1. Installeer de app op uw smart‐
phone.
2. Verbind uw smartphone en het In‐
fotainmentsysteem via de USB-
poort of Bluetooth draadloze tech‐
nologie.
iPhone: USB-verbinding
Android-telefoon: Draadloze
Bluetooth-technologie
3. Activeer de applicatie.
4. Druk voor uitvoren van de app op
het Infotainmentsysteem op ; >
smartphone link. Het menu
Smartphonekoppeling verschijnt.
5. Druk op het pictogram van de ap‐
plicatie. Het applicatiescherm ver‐
schijnt.
6. Het applicatiescherm verschijnt.
Externe apparaten 47
Let op
Raadpleeg voor meer informatie
over applicaties als BringGo de ge‐
bruiksaanwijzing van het navigatie‐
systeem op de website www.Bring‐
GoNav.com.
48 Telefoon
Telefoon
Bluetooth® ................................... 48
Telefoon met handsfreefunctie .... 53
Bluetooth®
Draadloze Bluetooth-
technologie begrijpen
Met draadloze Bluetooth-technologie
maakt u een draadloze verbinding
tussen twee voor Bluetooth geschikte
apparaten. Na de eerste koppeling
maken de twee apparaten elke keer
bij het inschakelen ervan automatisch
verbinding. Met Bluetooth kunt u tus‐
sen Bluetooth-telefoons, PDA's of an‐
dere apparaten binnen een klein be‐
reik met korteafstands-, draadloze te‐
lecommunicatietechnologieën op een
frequentie van 2,45 GHz draadloos
informatie overbrengen. Binnen deze
auto kunnen gebruikers door het aan‐
sluiten van een mobiele telefoon op
het systeem handenvrij bellen, han‐
denvrij gegevens verzenden en audi‐
ostreamingbestanden afspelen.
Let op
Op sommige locaties werkt draad‐
loze Bluetooth-technologie wellicht
minder goed.
Door de veelheid aan Bluetooth-ap‐
paraten en de firmwareversies ervan
is de respons van uw apparaat via
de Bluetooth-verbinding wellicht an‐
ders.
Raadpleeg de handleiding van het
apparaat voor eventuele vragen
over de Bluetooth-functionaliteit van
uw telefoon.
Bluetooth koppelen en
verbinden
Schakel Bluetooth op uw apparaat in
om de Bluetooth-functie te kunnen
gebruiken. Raadpleeg de gebruikers‐
handleiding van het Bluetooth-appa‐
raat.
Als er geen gekoppeld apparaat in het
Infotainmentsysteem is
1. Druk op ; op het bedieningspa‐
neel.
2. Druk in het hoofdmenu op
telefoon en druk op Ja.
Telefoon 49
3. Druk op Bluetooth-Apparaat
Zoeken om naar Bluetooth-tele‐
foons te zoeken.
4. Druk op het zoeklijstscherm op
het gewenste apparaat om het te
koppelen.
Als SSP (Secure Simple Pai‐
ring) wordt ondersteund, druk
dan op Ja op het pop-upscherm
van uw Bluetooth-apparaat en
Infotainmentsysteem.
Als SSP (Secure Simple Pai‐
ring) niet wordt ondersteund,
voer dan zoals aangegeven op
het scherm Info de pincode op
uw Bluetooth-apparaat in.
5. Wanneer uw Bluetooth-apparaat
en het Infotainmentsysteem ge‐
koppeld zijn, verschijnt het tele‐
foonscherm op het Infotainment‐
systeem.
50 Telefoon
Bij het niet tot stand komen van de
verbinding verschijnt er een sto‐
ringsmelding op het Infotainment‐
systeem.
Let op
Wanneer uw Bluetooth-apparaat en
het Infotainmentsysteem gekoppeld
zijn, wordt de contactenlijst automa‐
tisch gedownload. Maar afhankelijk
van het type telefoon wordt de con‐
tactenlijst wellicht niet automatisch
gedownload. Download in dat geval
de contactenlijst zelf op uw telefoon.
Wij raden aan dat u het verzoek voor
het Telefoonboek bij de eerste keer
koppelen van de telefoon "Altijd" ac‐
cepteert.
Let op
Als er een Bluetooth-apparaat is dat
eerder met het Infotainmentsysteem
verbonden was, verbindt het Info‐
tainmentsysteem dit apparaat auto‐
matisch. Maar als de Bluetooth-in‐
stelling op uw Bluetooth-apparaat
uitgeschakeld is, verschijnt er een
storingsmelding op het Infotain‐
mentsysteem.
Als er een gekoppeld apparaat in het
Infotainmentsysteem is
1. Druk op ; op het bedieningspa‐
neel.
2. Druk in het hoofdmenu op
instellingen.
3. Druk op verbindingsinstelllingen >
bluetooth instelling > apparaat
koppelen.
4. Druk op het scherm apparaat kop‐
pelen op het apparaat dat u wenst
te koppelen en ga verder met stap
6. Als het scherm apparaat kop‐
pelen niet het door u gewenste
apparaat vermeldt, druk dan op
Bluetooth-Apparaat Zoeken om
naar het gewenste apparaat te
zoeken.
5. Druk op het zoeklijstscherm op
het gewenste apparaat om het te
koppelen.
Als SSP (Secure Simple Pai‐
ring) wordt ondersteund, druk
dan op Ja op het pop-upscherm
van uw Bluetooth-apparaat en
Infotainmentsysteem.
Telefoon 51
Als SSP (Secure Simple Pai‐
ring) niet wordt ondersteund,
voer dan zoals aangegeven op
het scherm Info de pincode op
uw Bluetooth-apparaat in.
6. Wanneer uw Bluetooth-apparaat
en het Infotainmentsysteem ge‐
koppeld zijn, verschijnt nh op het
scherm apparaat koppelen.
De verbonden telefoon wordt
gemarkeerd door het tekentje
y.
Het tekentje nh geeft aan dat
de functie handenvrij en strea‐
ming audio via telefoon geacti‐
veerd zijn.
Het tekentje h geeft aan dat al‐
leen de functie handenvrij ge‐
activeerd is.
Het tekentje n geeft aan dat al‐
leen de functie streaming audio
via Bluetooth geactiveerd is.
Let op
Wanneer uw Bluetooth-apparaat en
het Infotainmentsysteem gekoppeld
zijn, wordt de contactenlijst automa‐
tisch gedownload. Maar afhankelijk
van het type telefoon wordt de con‐
tactenlijst wellicht niet automatisch
gedownload. Download in dat geval
de contactenlijst zelf op uw telefoon.
Wij raden aan dat u het verzoek voor
het Telefoonboek bij de eerste keer
koppelen van de telefoon "Altijd" ac‐
cepteert.
Let op
Bij het infotainmentsysteem kunnen
maximaal vijf Bluetooth-apparaten
worden aangemeld.
Let op
Als de verbinding niet tof stand komt,
verschijnt er een storingsmelding op
het Infotainmentsysteem.
52 Telefoon
Het verbonden Bluetooth-
apparaat controleren
1. Druk op ; op het bedieningspa‐
neel.
2. Druk in het hoofdmenu op
instellingen.
3. Druk op verbindingsinstelllingen >
bluetooth instelling > apparaat
koppelen.
4. Indien gekoppeld, verschijnt het
gekoppelde apparaat via g.
Het Bluetooth-apparaat
ontkoppelen
1. Druk op ; op het bedieningspa‐
neel.
2. Druk in het hoofdmenu op
instellingen.
3. Druk op verbindingsinstelllingen >
bluetooth instelling > apparaat
koppelen.
4. Druk op de naam van het appa‐
raat dat u wilt ontkoppelen.
5. OK indrukken.
Het Bluetooth-apparaat
verbinden
1. Druk op ; op het bedieningspa‐
neel.
2. Druk in het hoofdmenu op
instellingen.
3. Druk op verbindingsinstelllingen >
bluetooth instelling > apparaat
koppelen.
4. Druk op de naam van het appa‐
raat dat u wilt verbinden.
5. OK indrukken.
Telefoon 53
Het Bluetooth-apparaat wissen
Als u het Bluetooth-apparaat niet
meer hoeft te gebruiken, kunt u het
wissen.
1. Druk op ; op het bedieningspa‐
neel.
2. Druk in het hoofdmenu op
instellingen.
3. Druk op verbindingsinstelllingen >
bluetooth instelling > apparaat
koppelen.
4. Wissen indrukken.
5. Ja indrukken.
Telefoon met
handsfreefunctie
Bellen door invoeren van een
telefoonnummer
1. Voer het telefoonnummer met het
toetsenblok op het telefoon‐
scherm in.
2. Druk op y op het scherm of q/w
op de afstandsbediening op het
stuurwiel.
Let op
Als u het verkeerde nummer indrukt,
druk dan op ⇦ om het ingevoerde
nummer per cijfer te wissen of houd
⇦ ingedrukt om alle cijfers van het
ingevoerde nummer te wissen.
Oproep doorschakelen naar
mobiele telefoon (privé-modus)
1. Als u de oproep naar de mobiele
telefoon in plaats van naar de
handenvrij auto wilt doorschake‐
len, druk dan op m.
54 Telefoon
2. Als u de oproep weer naar han‐
denvrij wilt schakelen, druk dan
weer op m. De oproep wordt door‐
geschakeld naar de handenvrij
auto.
Microfoon in-/uitschakelen
U schakelt de microfoon in/uit door op
n te drukken.
Bellen via terugbellen
Druk op de afstandsbediening op het
stuurwiel op q/w om de gesprekslijst
weer te geven of houd y op het tele‐
foonscherm ingedrukt.
Let op
Zonder oproephistorie is terugbellen
niet mogelijk.
Een oproep beantwoorden
1. Wanneer u een telefonische op‐
roep ontvangt via de mobiele te‐
lefoon met Bluetooth-aansluiting,
wordt de afgespeelde song on‐
derbroken. De telefoon geeft een
geluidssignaal en toont de rele‐
vante informatie.
2. Voer een telefoongesprek door op
de afstandsbediening op het
stuurwiel op q/w te drukken of
door op het scherm op
Accepteren te drukken.
Weiger een oproep door op de af‐
standsbediening op het stuurwiel
op x/n te drukken of door op het
scherm op Weigeren te drukken.
Het menu Contactenlijst
gebruiken
1. Druk op het telefoonscherm op
telefoonboek.
Telefoon 55
2. Gebruik R en S om door de lijst
te bladeren.
3. Selecteer de contactenlijstver‐
melding die u wilt bellen.
4. Toets het te kiezen nummer in.
Naar contactenlijstvermeldin‐
gen zoeken
1. Druk op het telefoonscherm op
telefoonboek.
2. Druk op o op het scherm
telefoonboek.
56 Telefoon
3. Voer de naam die u zoekt met het
toetsenblok in. Zie "Naar naam
zoeken" voor nadere details 3 53.
4. Selecteer de contactenlijstver‐
melding die u wilt bellen.
5. Toets het te kiezen nummer in.
Let op
Wanneer uw Bluetooth-apparaat en
het Infotainmentsysteem gekoppeld
zijn, wordt de contactenlijst automa‐
tisch gedownload. Maar afhankelijk
van het type telefoon wordt de con‐
tactenlijst wellicht niet automatisch
gedownload. Download in dat geval
de contactenlijst zelf op uw telefoon.
Wij raden aan dat u het verzoek voor
het Telefoonboek bij de eerste keer
koppelen van de telefoon "Altijd" ac‐
cepteert.
Naar naam zoeken
Bijv. als de gebruiker naar de naam
"Alex" zoekt:
1. Druk op abc voor de eerste letter.
Alle namen met "a", "b" of "c" ver‐
schijnen op het contactenlijst‐
scherm.
2. Druk op jkl voor de tweede letter.
Nu verschijnen alle namen met
vervolgens "j", "k" of "l" op het con‐
tactenlijstscherm.
3. Druk op def voor de derde letter.
Nu verschijnen alle namen met
vervolgens "d", "e" of "f" op het
contactenlijstscherm.
4. Druk op wxyz voor de vierde let‐
ter.
Nu verschijnen alle namen met
vervolgens "w", "x", "y" of "z" op
het contactenlijstscherm.
5. Naarmate er meer letters van de
naam worden ingevoerd, wordt de
lijst met mogelijke namen korter.
Bellen via de oproephistorie
1. Druk op het telefoonscherm op
Gespreksgeschiedenis.
2. Druk op a, b of c.
(Gekozen nummers)
Telefoon 57
(Gemiste oproepen)
(Ontvangen oproepen)
3. Selecteer de contactenlijstver‐
melding die u wilt bellen.
Bellen met snelkiesnummers
Houd het snelkiesnummer op het
toetsenblok op het telefoonscherm in‐
gedrukt.
Voor snelkiezen kunt u alleen snel‐
kiesnummers die al op de mobiele te‐
lefoon zijn opgeslagen gebruiken. Er
worden snelkiesnummers tot maxi‐
maal 2 cijfers ondersteund.
Houd het bellen van een snelkies‐
nummer bij een snelkiesnummer van
2 cijfers het 2e cijfer ingedrukt.
58
Trefwoordenlijst
A
Afbeeldingen weergeven.............. 41
Algemene aanwijzingen................. 6
Algemene informatie..................... 26
Antidiefstalfunctie .......................... 6
Audio afspelen.............................. 35
B
Bediening ....................................... 8
Bluetooth® ................................... 48
F
Films afspelen.............................. 42
G
Gebruik......................................... 18
M
Multibandantenne......................... 25
O
Overzicht bedieningselementen..... 7
P
Personaliseren.............................. 13
S
Smartphone-applicaties
gebruiken.................................. 46
T
Telefoon met handsfreefunctie .... 53
V
Vaste staafantenne...................... 25
Inleiding ....................................... 60
Radio ........................................... 77
Audiospelers ................................ 89
Telefoon ..................................... 107
Trefwoordenlijst ......................... 124
Audiosysteem
60 Inleiding
Inleiding
Algemene aanwijzingen ............... 60
Antidiefstalfunctie ......................... 61
Overzicht bedieningselementen ..62
Bediening ..................................... 68
Personaliseren ............................. 72
Algemene aanwijzingen
Het Infotainmentsysteem verzorgt de
infotainment in uw auto, met gebruik
van de nieuwste technologie.
De radio kan gemakkelijk worden ge‐
bruikt, door per elke zes pagina's
maximaal 36 FM-, AM- en DAB-(Digi‐
tal Audio Broadcasting) radiozenders
op te slaan onder de VOORKEUZE‐
knoppen [1~6]. DAB is alleen be‐
schikbaar voor het Type 1/2-A model.
De geïntegreerde cd-speler kan au‐
dio-CD's en MP3-bestanden afspelen
en de USB-speler kan aangesloten
USB-opslagmedia of iPod-producten
afspelen.
Dankzij de verbindingsfunctie voor
Bluetooth-telefoons kunt u draadloos
en handenvrij telefoneren of kan een
muziekspeler in de telefoon worden
afgespeeld. De Bluetooth-telefoon‐
verbindingsfunctie is alleen beschik‐
baar voor het Type 1/2-A model.
Sluit een draagbare muziekspeler
aan op de AUX-ingang voor externe
spelers en geniet van de rijke klank‐
weergave van het Infotainmentsys‐
teem.
De digitale soundprocessor biedt een
aantal standaard equalizerinstellin‐
gen waarmee u het geluid kunt opti‐
maliseren.
Het systeem kan gemakkelijk worden
aangepast via de zorgvuldig ontwor‐
pen instelfunctie, het slimme display
en de multifunctionele menudraai‐
knop.
In de paragraaf "Overzicht" worden
de werking en alle instelfuncties
van het Infotainmentsysteem ge‐
toond in een beknopt overzicht.
In de paragraaf "Gebruik" wordt de
basisbediening van het infotain‐
mentsysteem uitgelegd.
Let op
Deze handleiding beschrijft alle voor
de diverse Infotainmentsystemen
beschikbare opties en functies. Be‐
paalde beschrijvingen, zoals die
voor display- en menufuncties, gel‐
den vanwege de modelvariant,
Inleiding 61
landspecifieke uitvoeringen, speci‐
ale uitrusting en toebehoren wellicht
niet voor uw auto.
Schermweergave
De schermweergave kan afwijken
van de weergave in de handleiding,
omdat de meeste weergaven kunnen
afwijken naargelang de instelling van
het apparaat en de voertuigspecifica‐
tie.
Antidiefstalfunctie
In het infotainmentsysteem is een
elektronische beveiliging geïnte‐
greerd die diefstal voorkomt.
Het Infotainmentsysteem functio‐
neert alleen in de auto waarin dit het
eerst is geïnstalleerd en kan niet wor‐
den gebruikt door mensen die het
hebben gestolen.
62 Inleiding
Overzicht bedieningselementen
Type 1
Inleiding 63
Type 1-A: Radio/DAB + CD/MP3 +
AUX + USB/iPod + Bluetooth
Type 1-B: Radio + CD/MP3 + AUX
1. Display
Display voor weergave van status
en informatie over afspelen/ont‐
vangst/menu's.
2. Druk-draaiknop AAN/UIT/
VOLUME
Zet het apparaat aan of uit door
deze knop in te drukken.
Draai de knop om het algehele
volume in te stellen.
3. Knoppen PRESET [1 ~ 6 ]
Houd een van deze knoppen in‐
gedrukt om de huidige radio‐
zender toe te voegen aan de
huidige favorieten-pagina.
Druk een van deze knoppen in
om het kanaal te selecteren dat
aan die knop is gekoppeld.
4. Knop UITWERPEN
Druk deze knop in en neem de
disk uit.
5. Disksleuf
Dit is de sleuf waarin compact
disks worden ingebracht of verwij‐
derd.
6. Knop FAVOURITE [FAV1-2-3]
Druk op deze knop om de pagina
met opgeslagen favoriete zenders
te selecteren.
7. Knop INFORMATION [INFO]
Druk op deze knop om de be‐
standsinformatie te bekijken bij
het gebruik van de afspeelfunc‐
ties CD/MP3/USB/iPod.
Bekijk tijdens gebruik van de ra‐
diofunctie informatie over een
radiozender en de huidige afge‐
speelde song.
8. Knoppen d SEEK c
Druk bij het gebruik van de radio
of DAB deze knoppen in om au‐
tomatisch te zoeken naar zen‐
ders met een heldere ont‐
vangst. U kunt de afstemfre‐
quentie handmatig instellen
door deze knoppen ingedrukt te
houden.
Druk bij het gebruik van de af‐
speelfuncties CD/MP3/USB/
iPod deze knoppen in om on‐
middellijk de vorige of volgende
song af te spelen.
U kunt deze knoppen ingedrukt
houden om snel vooruit/terug te
spoelen in de huidige afge‐
speelde songs.
9. Knop CD/AUX
Druk deze knop in om de audio‐
functies CD/MP3/AUX of USB/
iPod/Bluetooth te selecteren.
10. Knop RADIO BAND
Druk op deze knop om FM/AM-
radio of DAB te selecteren.
11. Knop TP
Bij het gebruik van de FM RDS-
functie zet u met deze knop de TP
(verkeersinformatie) uit.
12. Knop CONFIG
Druk op deze knop om het menu
Instellingen op te roepen.
64 Inleiding
13. Knop TONE
Druk deze knop in om de klankin‐
stelmodus aan te passen/te se‐
lecteren.
14. MENU-TUNE met draaiknop
Druk deze knop in om de hui‐
dige functiemenu weer te ge‐
ven, instelbare functies en in‐
stelwaarden te selecteren of
wijzigingen te bevestigen.
Draai de draaiknop om de in‐
stelbare functies of instelwaar‐
den te doorlopen of te wijzigen.
15. Ingang AUX
Sluit een externe audiospeler aan
op deze ingang.
16. Knop PBACK
Annuleer de ingevoerde func‐
ties of ga terug naar het vorige
menu.
17. Knop TELEFOON/
STILSCHAKELEN
Druk deze knop in om de Blue‐
tooth-telefoonmodus te active‐
ren (uitsluitend bij Type 1-A mo‐
del) of om de stilschakelfunctie
aan of uit te zetten (uitsluitend
bij Type 1-B model).
Houd de knop ingedrukt om de
stilschakelfunctie aan of uit te
zetten (uitsluitend bij Type 1-A
model).
Inleiding 65
Type 2
66 Inleiding
Type 2-A: Radio + CD/MP3 + AUX +
USB/iPod + Bluetooth
Type 2-B: Radio + CD/MP3 + AUX
1. Display
Display voor weergave van status
en informatie over afspelen/ont‐
vangst/menu's.
2. Druk-draaiknop AAN/UIT/
VOLUME
Zet het apparaat aan of uit door
deze knop in te drukken.
Draai de knop om het algehele
volume in te stellen.
3. Knoppen PRESET [1 ~ 6 ]
Houd een van deze knoppen in‐
gedrukt om de huidige radio‐
zender toe te voegen aan de
huidige favorieten-pagina.
Druk een van deze knoppen in
om het kanaal te selecteren dat
aan die knop is gekoppeld.
4. Knop UITWERPEN
Druk deze knop in en neem de
disk uit.
5. Disksleuf
Dit is de sleuf waarin compact
disks worden ingebracht of verwij‐
derd.
6. Knop FAVOURITE [FAV1-2-3]
Druk op deze knop om de pagina
met opgeslagen favoriete zenders
te selecteren.
7. Knop INFORMATION [INFO]
Druk op deze knop om de be‐
standsinformatie te bekijken bij
het gebruik van de afspeelfunc‐
ties CD/MP3/USB/iPod.
Bekijk tijdens gebruik van de ra‐
diofunctie informatie over een
radiozender en de huidige afge‐
speelde song.
8. Knoppen d SEEK c
Druk bij het gebruik van de radio
deze knoppen in om automa‐
tisch te zoeken naar zenders
met een heldere ontvangst. U
kunt de afstemfrequentie hand‐
matig instellen door deze knop‐
pen ingedrukt te houden.
Druk bij het gebruik van de af‐
speelfuncties CD/MP3/USB/
iPod deze knoppen in om on‐
middellijk de vorige of volgende
song af te spelen.
U kunt deze knoppen ingedrukt
houden om snel vooruit/terug te
spoelen in de huidige afge‐
speelde songs.
9. Knop CD/AUX
Druk deze knop in om de audio‐
functies CD/MP3/AUX of USB/
iPod/Bluetooth te selecteren.
10. Knop RADIO BAND
Druk op deze knop om AM- of FM-
radio te selecteren.
11. Knop TP
Bij het gebruik van de FM RDS-
functie zet u met deze knop de TP
(verkeersinformatie) uit.
12. Knop CONFIG
Druk op deze knop om het menu
Instellingen op te roepen.
13. Knop TONE
Druk deze knop in om de klankin‐
stelmodus aan te passen/te se‐
lecteren.
Inleiding 67
14. MENU-TUNE met draaiknop
Druk deze knop in om de hui‐
dige functiemenu weer te ge‐
ven, instelbare functies en in‐
stelwaarden te selecteren of
wijzigingen te bevestigen.
Draai de draaiknop om de in‐
stelbare functies of instelwaar‐
den te doorlopen of te wijzigen.
15. Ingang AUX
Sluit een externe audiospeler aan
op deze ingang.
16. Knop PBACK
Annuleer de ingevoerde inhoud
of ga terug naar het vorige
menu.
17. Knop TELEFOON/
STILSCHAKELEN
Druk deze knop in om de Blue‐
tooth-telefoonmodus te active‐
ren (uitsluitend bij Type 2-A mo‐
del) of om de stilschakelfunctie
aan of uit te zetten (uitsluitend
bij Type 2-B model).
Houd de knop ingedrukt om de
stilschakelfunctie aan of uit te
zetten (uitsluitend bij Type 2-A
model).
Audiobedieningsknoppen aan
stuurwiel
Type 1-audiobediening aan stuurwiel:
optie
1. Knop Stilschakelen/Ophangen
Druk in een muziekafspeelfunctie
deze knop in om de stilschakel‐
functie aan of uit te zetten. Tijdens
een telefoongesprek kunt u deze
knop indrukken om oproepen af te
wijzen of het gesprek voort te zet‐
ten.
2. Knop Oproep
Druk de knop in om een oproep
te beantwoorden of om naar de
selectiemodus voor terugbellen
te gaan.
Houd de knop ingedrukt om
naar het oproepenlogboek te
gaan of om tijdens een telefoon‐
gesprek heen en weer te gaan
tussen de handenvrijmodus en
de modus voor privé bellen.
3. Druk-/draaiknop Source [d SRC
c]
68 Inleiding
Druk de knop in om een af‐
speelfunctie voor geluid te kie‐
zen.
Draai de knop om opgeslagen
radiozenders te wijzigen of om
andere muziek te kiezen om af
te spelen.
4. Knoppen Volume[+ -]
Druk op de knop + om het vo‐
lume te verhogen.
Druk op de knop - om het vo‐
lume te verlagen.
Type 2-audiobediening aan stuurwiel:
optie
1. Knop Stilschakelen/Ophangen
Druk de knop in om de stilscha‐
kelfunctie aan of uit te zetten.
2. Niet beschikbaar
3. Druk-/draaiknop Source [d SRC
c]
Druk de knop in om een af‐
speelfunctie voor geluid te kie‐
zen.
Draai de knop om opgeslagen
radiozenders te wijzigen of om
andere muziek te kiezen om af
te spelen.
4. Knoppen Volume[+ -]
Druk op de knop + om het vo‐
lume te verhogen.
Druk op de knop - om het vo‐
lume te verlagen.
Bediening
Knoppen en bedieningselement
Het infotainmentsysteem wordt be‐
diend via de functietoetsen, de multi‐
functionele draaiknop en het menu
dat op het scherm is weergegeven.
De in het systeem gebruikte knoppen
en bedieningsorganen zijn de vol‐
gende.
De toetsen en druk-/draaiknop van
het infotainmentsysteem
De toetsen op de stuurwielbedie‐
ning
Systeem in-/uitschakelen
Druk op de
AAN/UIT/VOLUME knop
om het systeem aan te zetten.
Inleiding 69
Bij aanzetten van het systeem wordt
de laatst geselecteerde zender of
song afgespeeld. (Dit is anders voor
Bluetooth-audio, afhankelijk van het
apparaat.)
Druk op de AAN/UIT/VOLUME knop
om het systeem uit te zetten.
Automatisch uitzetten
Wanneer het contactslot (contact‐
sleutel van auto) in de OFF-stand
staat en het infotainmentsysteem
wordt met de AAN/UIT/VOLUME
knop aangezet, wordt het infotain‐
mentsysteem 10 minuten na de laat‐
ste bediening door de gebruiker au‐
tomatisch uitgeschakeld.
Volumeregeling
Draai de AAN/UIT/VOLUME knop om
het volume te regelen.
Gebruik de regelknop op de stuur‐
wielbediening, druk op de
VOLUME [+/-] toetsen om het vo‐
lume aan te passen.
Het huidige geluidsniveau wordt
aangegeven.
Bij aanzetten van het infotainment‐
systeem wordt vanzelf het geluids‐
niveau ingesteld dat eerder al was
geselecteerd (als dit lager is dan
het maximale beginvolume).
Automatische volumeregeling
Wanneer de instelling voor rijsnel‐
heidsafhankelijk geluidsvolume actief
is, wordt het geluidsvolume automa‐
tisch aangepast op basis van de rij‐
snelheid van de auto ter compensatie
voor het geluid van motor en banden.
(Zie InstellingenRadio-instellingen
Autom. volumeregeling).
Volumebegrenzing bij hoge
temperatuur
Wanneer binnenin de radio de tem‐
peratuur zeer hoog wordt, begrenst
het infotainmentsysteem het instel‐
bare maximale volume.
Zo nodig wordt het volume automa‐
tisch verlaagd.
Geluidsinstellingen
In Tooninstellingen kan de klank‐
weergave naar wens worden inge‐
steld, afhankelijk van de functies van
FM/AM/DAB-radio en van elke audio‐
speler.
70 Inleiding
Druk TONE om de betreffende func‐
tiemodus te gebruiken.
Draai MENU-TUNE om de gewenste
klankinstelfunctie te selecteren en
druk vervolgens op MENU-TUNE.
Draai MENU-TUNE om de gewenste
klankinstelwaarde te selecteren en
druk vervolgens op MENU-TUNE.
U kunt het huidige geselecteerde item
initialiseren door in de klankconfigu‐
ratiemodus langdurig op
MENU-TUNE te drukken, of alle items
van de klankconfiguratiemodus initia‐
liseren door langdurig op TONE te
drukken.
Geluidsinstellingen
Bas: stel het lage tonen-niveau in
tussen -12 tot +12.
Middenbereik: stel het middenbe‐
reikniveau in tussen -12 tot +12.
Treble: stel het hoge tonen-niveau
in tussen -12 tot +12.
Fader: stel de balans tussen de
voorste/achterste luidsprekers in
vanaf voor 15 tot achter 15 bij het
voertuigmodel met zes luidspre‐
kers.
Balans: stel de balans tussen de
linker/rechter luidsprekers in vanaf
links 15 tot rechts 15.
EQ (equalizer): selecteer een
klankstijl of zet deze functie uit
(OFF ↔ Pop ↔ Rock ↔ Classical ↔
Talk ↔ Country).
Inleiding 71
Functies selecteren
FM/AM- of DAB-radio
Druk op de knop RADIO BAND om
FM-, AM- of DAB-radio te selecteren.
Druk op de toets MENU-TUNE voor
het openen van FM-menu, AM-
menu of DAB-menu met opties voor
het selecteren van zendstations.
Audio afspelen vanaf CD/MP3/USB/
iPod/Bluetooth of een externe
audiospeler (AUX-ingang)
Druk steeds opnieuw op de toets
CD/AUX voor omschakelen tussen
de functies van de audioplayer, de
AUX-functie voor cd/mp3-disks, de
aangesloten USB of iPod of Blue‐
tooth-audioplayer. (MP3/CD AUX
USB of iPodBluetoothCD/MP3
→....)
Druk op de stuurwielbediening op d
SRC c om de gewenste modus te se‐
lecteren.
Druk op MENU-TUNE om het menu
te openen met de opties voor de be‐
treffende functie, of het menu voor het
betreffende apparaat (behalve Blue‐
tooth-audio).
72 Inleiding
Handenvrij telefoneren met Bluetooth
Druk op de TELEFOON/
STILSCHAKELEN-knop als u de
Bluetooth-functie voor handenvrij te‐
lefoneren wilt selecteren (alleen voor
Type 1/2-A modellen).
Druk op de TELEFOON/
STILSCHAKELEN-knop om
Bluetooth te openen met de opties
voor de betreffende functie.
Personaliseren
Hoofdknoppen/draaiknop
De in het Instellingen gebruikte knop‐
pen en draaiknoppen zijn de vol‐
gende.
(12) Knop CONFIG
Druk op deze toets om naar het
Instellingen-menu te gaan.
(14) MENU-TUNE met draaiknop
Draai aan de draaiknop om naar
het menu of de in te stellen optie te
gaan.
Druk de knop in om in het huidige
menu of in het te stellen item naar
het gedetailleerde instellingenven‐
ster te gaan of dit te selecteren.
(16) Knop P BACK
Het ingevoerde item annuleren of te‐
ruggaan naar het vorige scherm/
menu.
Het instelmenu gebruiken voor
persoonlijke instellingen
Instelmenu en -functies kunnen af‐
wijken, afhankelijk van het voertuig‐
model.
Naslaginformatie: Informatietabel
voor het onderstaande menu
Instellingen.
Inleiding 73
[Voorbeeld] Instellingen → Tijd Datum
→ Insteldatum: 23 jan 2012
Druk op de CONFIG-toets voor het
Instellingen-menu.
Bekijk eerst de informatietabel voor
het onderstaande menu Instellingen
en draai dan aan MENU-TUNE om
naar het gewenste instellingenmenu
te gaan; druk vervolgens
MENU-TUNE in.
Weergegeven wordt een lijst met
details voor het betreffende instel‐
lingenmenu of functie.
Als de betreffende lijst met details
nog een andere gedetailleerde lijst
heeft, kunt u deze actie herhalen.
Draai aan MENU-TUNE om naar de
gewenste instelwaarden of functie te
gaan en druk MENU-TUNE vervol‐
gens in.
74 Inleiding
Herhaal deze handeling als de be‐
treffende gedetailleerde lijst be‐
staat uit meerdere items.
Voer de betreffende instelwaarde in
of wijzig deze, anders verandert de
functie.
Informatietabel voor Instellingen
[Talen]
Selecteer de gewenste taal.
[Tijd Datum]
Tijd instellen: stel handmatig de uren
en minuten in voor het huidige tijdstip.
Datum instellen: stel handmatig het
huidige jaar/maand/datum in.
Tijdopmaak instellen: selecteer de
12h- of 24h-weergave.
Datumopmaak instellen: kies de
gewenste weergave voor de da‐
tum.
YYYY.MM.DD: 2012 jan. 23
DD/MM/YYYY: 23 jan. 2012
Inleiding 75
MM/DD/YYYY: jan. 23, 2012
Kloksynchr. RDS-signaal: Selec‐
teer Aan of Uit
[Radio-instellingen]
Autom. volumeregeling: stel Uit/
Laag/Middelhoog/Hoog in.
Maximaal startvolume:
stel handmatig de bovengrens in
voor het beginvolume.
Radio-favorieten:
stel handmatig de paginanummers
in voor uw favorieten.
AS-zenders: stel de functie Auto‐
store-zenders voor elke radio in.
RDS-opties: stel RDS-opties in.
- RDS: Aan/Uit (activeer of deacti‐
veer de RDS-functie).
- Regionaal: Aan/Uit (activeer of
deactiveer de Regionaal-functie).
- Geen rollende displaytekst: Aan/
Uit (activeer of deactiveer de Geen
rollende displaytekst-functie).
- TA-volume: stel TA-volume in.
DAB-instellingen: stel DAB-
instellingen in.
- Automatische groeplinks: Aan/Uit
(activeer of deactiveer de
Automatische groeplinks-functie).
- Automatische links DAB-FM: Aan/
Uit (activeer of deactiveer de
Automatische links DAB-FM-func‐
tie).
- Dynamische geluidsaanpas.:
Aan/Uit (activeer of deactiveer de
Dynamische geluidsaanpas.-func‐
tie).
- Bandkeuze: stel Beide, L-band of
Band III in.
[Bluetooth-instellingen]
Bluetooth: Voer de Instellingen
Bluetooth in.
Activering: selecteer Aan of Uit.
Apparatenlijst: selecteer het ge‐
wenste apparaat en selecteer/kop‐
pel/maak los of wis.
Apparaat koppelen: probeer een
nieuw Bluetooth-apparaat te kop‐
pelen.
76 Inleiding
Bluetooth-code wijzigen: voor
handmatig wijzigen/instellen van
de Bluetooth-code.
Fabrieksinstellingen herstellen: wis
alle ingestelde waarden en herstel
de standaardinstellingen.
Radio 77
Radio
Gebruik ........................................ 77
Radio Data System (RDS) ........... 84
Vaste staafantenne ...................... 88
Gebruik
Voordat u FM-, AM- of DAB-
radio gebruikt
Hoofdknoppen/draaiknop
(10) Knop RADIO BAND
Druk op deze knop om FM-, AM- of
DAB-radio te selecteren.
(14) MENU-TUNE met draaiknop
Draai deze drukknop/draaiknop om
handmatig een zenderfrequentie te
vinden.
Druk op deze knop om vanuit de
huidige modus naar het menu‐
scherm te gaan.
(16) Knop P BACK
Het ingevoerde item annuleren of te‐
ruggaan naar het vorige scherm/
menu.
(8) Knoppen d SEEK c
Druk op deze knop om automatisch
te zoeken naar beschikbare radio-
of DAB-zenders.
Houd deze knop ingedrukt om de
radio- of DAB-frequentie naar wens
te wijzigen en laat de knop los om
te stoppen bij de huidige frequentie.
(6) Knop FAVORIETEN [FAV1-2-3]
Druk op deze knop om de pagina's
met opgeslagen favoriete radio- of
DAB-zenders te doorlopen.
(3) VOORKEUZE [1 ~ 6]-knoppen
Houd een van deze VOORKEUZE-
knoppen ingedrukt om de huidige
radiozender onder de betreffende
knop op te slaan.
Druk op deze knop om de radio‐
zender te selecteren die onder de
VOORKEUZE-knop is opgeslagen.
(11) Knop TP
Bij het gebruik van de FM RDS-func‐
tie zet u met deze knop de functie
TP (verkeersinformatie) Aan of Uit.
(7) Knop INFORMATIE [INFO]
78 Radio
Informatie voor actieve zenders of
DAB-zenders bekijken.
Een radio- of DAB-zender
beluisteren
De radio- of DAB-modus selecteren
Druk herhaaldelijk op de knop
RADIO BAND om het FM-, AM- of
DAB-golfbereik te selecteren.
De radiozender waarop eerder al was
afgestemd wordt ontvangen.
Automatisch naar een radiozender
zoeken
Druk op de d SEEK c knoppen om
automatisch te zoeken naar beschik‐
bare radiozenders met een goede
ontvangst.
Automatisch naar de DAB-
servicecomponent zoeken
Druk op de knoppen d SEEK c om in
het huidige ensemble automatisch
naar de beschikbare DAB-service‐
component te zoeken.
Druk op de knoppen d SEEK c om
meteen naar het vorige/volgende en‐
semble te gaan.
Radio 79
Naar een radiozender zoeken
Houd de d SEEK c knoppen inge‐
drukt om de afstemfrequentie snel te
wijzigen en laat de knop dan los bij de
gewenste afstemfrequentie.
Naar een DAB-ensemble zoeken
Druk op de knoppen d SEEK c om
naar de beschikbare DAB-service‐
component met een goede ontvangst
te zoeken.
De DAB-service verbinden
(DAB-DAB aan/DAB-FM uit)
(DAB-DAB uit/DAB-FM aan)
80 Radio
(DAB-DAB aan/DAB-FM aan)
Wanneer u Automatische links DAB-
FM als geactiveerd instelt, als het
DAB-servicesignaal zwak is, ont‐
vangt het Infotainmentsysteem de ge‐
koppelde servicecomponent automa‐
tisch (zie InstellingenRadio-
instellingenDAB-instellingen
Automatische links DAB-FM).
Handmatig op een radiozender
afstemmen
Draai aan MENU-TUNE om de ge‐
wenste zendfrequentie handmatig te
vinden.
Handmatig op een DAB-zender
afstemmen
Druk in de DAB-modus op de knop
MENU-TUNE om naar DAB-menu te
gaan.
Draai aan MENU-TUNE om
Handmatig afstemmen DAB te selec‐
teren en druk vervolgens
MENU-TUNE in.
Draai aan de draaiknop
MENU-TUNE om de gewenste zend‐
frequentie handmatig te vinden en
druk vervolgens de knop
MENU-TUNE in.
Radio 81
De DAB-zenderlijst gebruiken
Draai de knop MENU-TUNE om Lijst
met DAB-zenders te tonen.
De Lijst met DAB-zenders-informa‐
tie wordt weergegeven.
Als Lijst met DAB-zenders leeg is,
wordt de update van Lijst met DAB-
zenders automatisch gestart.
Draai MENU-TUNE om de gewenste
lijst te selecteren en druk vervolgens
op MENU-TUNE om de betreffende
radiozender te ontvangen.
DAB-informatie weergeven
Druk herhaaldelijk op de knop
INFORMATIE [INFO] om de gewen‐
ste weergavemodus voor de DAB-
zenderinformatie te selecteren.
De zendinformatie voor nummer 1 op
de geselecteerde FAV-voorkeuzepa‐
gina (favorieten) wordt getoond.
Met behulp van de
VOORKEUZE-knoppen
Opslaan onder de VOORKEUZE-
knop
Druk op een knop
FAVOURITE [FAV1-2-3] om de ge‐
wenste pagina met opgeslagen favor‐
ieten te selecteren.
Houd een van de VOORKEUZE-
knoppen [1 ~ 6] ingedrukt om de hui‐
dige radio- of DAB-zender op te slaan
onder die knop voor de geselecteerde
favorieten-pagina.
82 Radio
U kunt maximaal 3 favorieten-pagi‐
na's opslaan en elke pagina kan
maximaal zes radio- of DAB-zen‐
ders bevatten.
Het is mogelijk om het aantal te ge‐
bruiken favorieten-pagina's in te
stellen, in InstellingenRadio-
instellingenRadio-favorieten
(max. aantal favorietenpagina's).
Wanneer een nieuwe radiozender
wordt opgeslagen onder een knop
PRESET [1 ~ 6] die al een zender
bevatte, wordt de oude inhoud ge‐
wist en vervangen door de nieuw
opgeslagen radio- of DAB-zender.
Rechtstreeks luisteren via de
VOORKEUZE-knop
Druk herhaaldelijk op de knop
FAVOURITE [FAV1-2-3] om de ge‐
wenste FAV favorieten (voor‐
keuze)pagina te selecteren.
De zendinformatie voor nummer 1 op
de geselecteerde FAV-voorkeuzepa‐
gina (favorieten) wordt getoond.
Druk op een knop PRESET [1 ~ 6] om
de onder die knop opgeslagen radio-/
DAB-zender rechtstreeks te beluiste‐
ren.
Het radio- of DAB-menu
gebruiken
Druk op de knop MENU-TUNE om
het radiomenu of DAB-menu weer te
geven.
Draai aan MENU-TUNE om naar het
gewenste menu-item te gaan en druk
vervolgens op de knop MENU-TUNE
om de betreffende optie te selecteren
of een detailmenu over de optie weer
te geven.
Radio 83
FM/AM/DAB-menu → Favorietenlijst
Draai vanuit de optie FM-menu/AM-
menu/DAB-menu aan de draaiknop
MENU-TUNE om Favorietenlijst te
selecteren en druk op de knop
MENU-TUNE.
De Favorietenlijst-informatie wordt
weergegeven.
Draai MENU-TUNE om de gewenste
Favorietenlijst te selecteren en druk
vervolgens op MENU-TUNE om de
betreffende radiozender te ontvan‐
gen.
FM/AM-menu → FM/AM-zenderlijst
Draai vanuit FM-menu/AM-menu aan
de draaiknop MENU-TUNE om Lijst
met FM-zenders/Lijst met AM-
zenders te selecteren en druk op de
knop MENU-TUNE.
De Lijst met FM-zenders/Lijst met
AM-zenders-informatie wordt weer‐
gegeven.
Draai MENU-TUNE om de gewenste
lijst te selecteren en druk vervolgens
op MENU-TUNE om de betreffende
radiozender te ontvangen.
FM/DAB-menu → FM/DAB-
categorielijst
Draai vanuit FM-menu/DAB-menu
aan de draaiknop MENU-TUNE om
naar Lijst met FM-categorieën/Lijst
met DAB-categorieën te gaan en druk
op de knop MENU-TUNE.
Lijst met FM-categorieën/Lijst met
DAB-categorieën wordt weergege‐
ven.
Draai aan MENU-TUNE om naar de
gewenste lijst te gaan en druk vervol‐
gens op MENU-TUNE om de betref‐
fende zendfrequentie te ontvangen.
84 Radio
DAB-menu → DAB-berichten
Draai vanuit DAB-menu aan de draai‐
knop MENU-TUNE om naar DAB-
berichten te gaan en druk op de knop
MENU-TUNE.
DAB-berichten wordt weergegeven.
Draai MENU-TUNE om naar de ge‐
wenste lijsten te gaan en druk vervol‐
gens op MENU-TUNE om de betref‐
fende radiozender te ontvangen.
FM/AM/DAB-menu → FM/AM/DAB-
zenderlijst bijwerken
Draai vanuit FM-menu/AM-menu/
DAB-menu aan de draaiknop
MENU-TUNE om naar Lijst met FM-
zenders bijwerken/Lijst met AM-
zenders bijwerken/Lijst met DAB-
zenders bijwerken te gaan en druk op
de knop MENU-TUNE.
De Lijst met FM-zenders/Lijst met
AM-zenders/Lijst met DAB-
zenders-update wordt uitgevoerd.
Tijdens het bijwerken van de Lijst
met FM-zenders/Lijst met AM-
zenders/Lijst met DAB-zenders
drukt u op de knop MENU-TUNE of
op de knop P BACK als u wijzigin‐
gen niet wilt opslaan.
Radio Data System (RDS)
Het radiodatasysteem (RDS) is een
door FM-zenders meegezonden
service die het vinden van radio‐
zenders met een storingsvrije ont‐
vangst vergemakkelijkt.
RDS-zenders worden aangeduid
met de programmanaam met de
zendfrequentie.
Radio 85
RDS-zendinformatie bekijken
Druk terwijl een RDS-zender wordt
ontvangen op de knop
INFORMATION [INFO] om de ont‐
vangen RDS-zendinformatie te bekij‐
ken.
Configureren van RDS
Druk op de
CONFIG-toets om het
Instellingen-menu weer te geven.
Draai aan MENU-TUNE om naar
Radio-instellingen te gaan en druk
vervolgens MENU-TUNE in.
Draai aan MENU-TUNE om RDS-
opties te selecteren en druk vervol‐
gens MENU-TUNE in.
In- en uitschakelen van RDS
Stel de RDS-optie Aan of Uit in.
Het activeren van RDS biedt de vol‐
gende voordelen:
Op het display verschijnt de pro‐
grammanaam van de ingestelde
zender in plaats van de frequentie.
Het Infotainmentsysteem stemt al‐
tijd af op de zendfrequentie van de
ingestelde zender met de beste
ontvangst via AF (alternatieve fre‐
quentie).
Draai in het menu RDS-opties aan
MENU-TUNE om naar RDS Uit te
gaan en druk vervolgens op
MENU-TUNE om de RDS-functie
weer aan te zetten.
In- en uitschakelen van regio-
instelling
RDS moet zijn geactiveerd voor de
regio-instelling.
Op bepaalde tijden zenden sommige
RDS-zenders regionaal andere pro‐
gramma's op verschillende frequen‐
ties uit.
Zet de optie Regionaal (REG) op
Aan of Uit.
Alleen alternatieve frequenties (AF)
met dezelfde regionale programma's
worden geselecteerd.
Is de regio-instelling uitgeschakeld,
dan worden alternatieve frequenties
voor de zenders geselecteerd zonder
rekening te houden met regionale
programma's.
86 Radio
Draai in het menu RDS-opties aan
MENU-TUNE om naar Regionaal Uit
te gaan en druk vervolgens op
MENU-TUNE om de Regionaal-func‐
tie aan te zetten.
De functie Tekst scrollen
bevriezen aan- of uitzetten
Zet de functie Geen rollende
displaytekst (voor weergave van in‐
formatie over de programmaservices)
aan of uit:
Draai in het menu RDS-opties aan
MENU-TUNE om naar Geen rollende
displaytekst Uit te gaan en druk ver‐
volgens op MENU-TUNE om de
Geen rollende displaytekst-functie
weer aan te zetten.
Volume voor verkeersberichten
(TA)
Het minimale volume voor verkeers‐
berichten (TA) kan worden ingesteld.
Het minimale volume voor de ver‐
keersberichten kan in gelijke mate
met het normale audiovolume worden
verhoogd of verlaagd.
Draai vanuit het menu RDS-opties
aan de draaiknop MENU-TUNE om
naar TA-volume te gaan en druk op
de knop MENU-TUNE.
Draai aan MENU-TUNE om het TA-
volume-niveau aan te passen en druk
vervolgens MENU-TUNE in.
Radioverkeerinformatieservice
TP = verkeersinformatie
Zenders met radioverkeerinformatie‐
service zijn RDS-zenders die ver‐
keerinformatie uitzenden.
Schakel de stand-by verkeersberich‐
tenfunctie van het Infotainmentsys‐
teem in of uit:
Radio 87
Druk buiten de telefoonmodus op de
knop TP on de verkeersinformatie‐
functie te activeren of te deactiveren.
Is de radioverkeerinformatieservice
ingeschakeld, wordt [ ] weergege‐
ven in het radiohoofdmenu.
Is het huidige station geen zender
met verkeersinformatieservice, dan
start automatisch een zoekop‐
dracht naar de volgende zender
met verkeersinformatieservice.
Als eenmaal een zender met ver‐
keerinformatieservice is gevonden,
dan wordt [TP] weergegeven in het
radiohoofdmenu.
Is de radioverkeerinformatieservice
ingeschakeld, dan wordt gedu‐
rende verkeersberichten het afspe‐
len van muziek vanaf CD/MP3/
USB/iPod/Bluetooth of AUX onder‐
broken.
Blokkeren van
verkeersberichten
Verkeersberichten blokkeren, bijv. tij‐
dens het afspelen van CD/MP3 of het
beluisteren van radiozenders:
Druk buiten de telefoonmodus op de
knop TP.
Schakel de radioverkeerinformatie‐
service in en draai het volume van het
infotainmentsysteem helemaal terug.
Het verkeersbericht wordt afgebro‐
ken, maar de radioverkeerinformatie‐
service blijft ingeschakeld.
88 Radio
Blokkeren van huidige
verkeersberichten
Huidig verkeersbericht blokkeren, bij‐
voorbeeld tijdens beluisteren van een
radiozender met verkeersinformatie‐
service:
Druk buiten de telefoonmodus op de
knop TP.
Vaste staafantenne
Om de dakantenne te verwijderen,
moet u ze naar links draaien. Om de
dakantenne te plaatsen, moet u ze
naar rechts draaien.
Voorzichtig
Zorg dat u de antenne verwijderd
voordat u een ruimte inrijdt met
een laag plafond, omdat het an‐
ders beschadigd kan worden.
Als u een automatische wasstraat
in rijdt met een uitgetrokken an‐
tenne, kan de antenne of het dak‐
paneel beschadigd raken. Verwij‐
der de antenne alvorens een au‐
tomatische wasstraat in te rijden.
Draai de antenne volledig vast en stel
deze rechtop in voor een goede ont‐
vangst.
Audiospelers 89
Audiospelers
Cd-speler ..................................... 89
Randapparatuur ........................... 99
Cd-speler
De CD/MP3-speler van dit systeem
kan audio-CD's en MP3-disks (WMA)
afspelen.
Vóór het gebruik van de cd-
speler
Belangrijke informatie over audio-
cd's en MP3-disks (WMA)
Voorzichtig
Breng in elk geval geen dvd's, mi‐
nidisks met een diameter van 8 cm
of schijven met abnormale opper‐
vlakken in deze cd/mp3 (wma)-
speler aan.
Plak geen stickers op het opper‐
vlak van de disk. Zulke disks kun‐
nen vastlopen in de cd-speler en
het aandrijfmechanisme bescha‐
digen. Als dit gebeurt, moet het
apparaat tegen hoge kosten wor‐
den vervangen.
Een audio-CD met kopieerbeveili‐
ging die niet compatibel is met de
audio-CD-norm werkt mogelijk niet
goed of helemaal niet.
CD-R- en CD-RW-disks die hand‐
matig zijn opgenomen worden eer‐
der onzorgvuldig gehanteerd dan
originele CD's. Vooral handmatig
opgenomen CD-R- en CD-RW-
disks moeten zorgvuldig worden
gehanteerd. Houd u aan het vol‐
gende.
Handmatig opgenomen CD-R- en
CD-RW-disks werken mogelijk niet
goed of helemaal niet. In zulke ge‐
vallen schuilt het probleem niet in
het apparaat.
Wees voorzichtig bij het verwisse‐
len van disks, zorg dat er geen vin‐
gerafdrukken komen op de afspeel‐
zijde.
Bij het verwijderen van de disk uit
de CD/MP3-speler moet de disk di‐
rect in een hoesje worden gedaan
om beschadiging of stoffig worden
te voorkomen.
90 Audiospelers
Als zich stof afzet op de disk of deze
nat wordt door een vloeistof, kan de
lens van de CD/MP3-speler binnen
in het apparaat hierdoor vervuild ra‐
ken.
Bescherm de disk tegen hitte en
blootstelling aan direct zonlicht.
Bruikbare disktypen
Dit product kan audio-CD's en
MP3-disks (WMA) afspelen.
CD-DA: CD-R/CD-RW
MP3 (WMA): CD-R/CD-RW/CD-
ROM
De hieronder vermelde MP3-be‐
standen (WMA) kunnen niet wor‐
den afgespeeld.
Bestanden gecodeerd volgens
de MP3i- (interactieve MP3) of
MP3 PRO-normen
MP3-bestand (WMA) dat niet vol‐
gens de norm is gecodeerd
MP3-bestanden zonder MPEG1
Layer 3-bestandsindeling
Aanwijzingen bij het gebruik van
disks
Gebruik de hieronder beschreven
disks niet. Wanneer zulke disks te
vaak in de speler worden gebruikt,
kunnen er problemen ontstaan
Disks met stickers, labels of een
hieraan bevestigde bescher‐
mende cel
Disks met een sticker bedrukt
door een inkjetprinter
Diks waarop te veel data is ge‐
brand, zodat de standaardcapa‐
citeit is overschreden
Disks die verbogen zijn of
scheurtjes of krassen vertonen
worden niet goed afgespeeld
Een disk met een doorsnede van
8 cm of een niet-cirkelvormige
disk (vierkant, vijfhoek, ovaal)
Steek geen andere voorwerpen
dan disks in de disksleuf, anders
kunt u storingen of beschadigingen
veroorzaken.
De diskspeler werkt mogelijk niet
goed als bij koud weer de verwar‐
ming wordt aangezet, omdat dan
condensvorming ontstaat binnenin
het apparaat. Als dit problemen
geeft, laat het apparaat dan ca. een
uur lang uit voordat u het gebruikt.
Het afspelen kan worden onderbro‐
ken wanneer de auto op slechte
wegen heen en weer schudt.
Forceer niets bij het uitnemen of in‐
steken van de disk en blokkeer
deze niet met uw hand terwijl hij
wordt uitgeworpen.
Breng de disk in met de gedrukte
zijde naar boven toe. Als u de disk
omgekeerd inlegt, kan hij niet wor‐
den afgespeeld.
Raak de afspeelzijde niet met uw
hand aan terwijl u de disk hanteert
(de zijde zonder enige opdruk of
decoratie).
Audiospelers 91
Berg disks die niet worden gebruikt
op in doosjes, en bewaar ze op een
plek waar deze niet worden bloot‐
gesteld aan direct zonlicht of aan
hoge temperaturen.
Smeer geen chemische middelen
op de disk. Reinig disks met een
iets bevochtigde, zachte doek en
wrijf vanuit het midden naar de rand
toe.
Aanwijzingen bij het gebruik van CD-
R/RW-disks
Bij het gebruik van CD-R/RW-disks
kunnen alleen disks worden ge‐
bruikt die zijn "afgesloten".
Disks die zijn aangemaakt met een
pc worden soms niet afgespeeld,
dat hangt af van de instelling en
software van het brandprogramma.
CD-R/CD-RW-disks, met name zg.
"bulk disks", werken soms niet
goed als ze zijn blootgesteld aan
hoge temperaturen of direct zon‐
licht of wanneer ze lange tijd in de
auto zijn bewaard.
De titel en andere tekstinformatie
opgeslagen op CD-R/CD-RW-
disks worden mogelijk op dit appa‐
raat niet weergegeven.
CD-RW-disks hebben soms een
langere inlaadtijd nodig dan ge‐
wone CD's of CD-R disks.
Beschadigde muziekbestanden
worden mogelijk niet afgespeeld of
tijdens afspelen onderbroken.
Disks met kopieerbeveiliging wor‐
den mogelijk niet afgespeeld.
Een MP3-disk (WMA) kan maxi‐
maal 512 bestanden bevatten in elk
van de 10 mapniveaus; maximaal
kunnen 999 bestanden worden af‐
gespeeld.
Dit systeem herkent uitsluitend
MP3-disks (WMA) die zijn aange‐
maakt volgens het ISO-9660-ni‐
veau 1/2 of volgens het Juliet-be‐
standssysteem. (Het UDF-be‐
standssysteem wordt niet onder‐
steund.)
MP3-bestanden (WMA) zijn niet
compatibel met dataverzending in
schrijfpakketjes.
Disks waarop MP3-bestanden
(WMA) en audiodata (CDDA) zijn
weggeschreven, worden mogelijk
niet afgespeeld als het gaat om een
CD-Extra of Mixed-Mode-CD.
De map- en bestandsnamen die
per diskopslagtype kunnen worden
gebruikt zijn de volgende, inclusief
de extensies met vier tekens bij de
bestandsnaam (.mp3).
ISO 9660 niveau 1: maximaal
12 tekens
ISO 9660 niveau 2: maximaal
31 tekens
Joliet: Maximaal 64 tekens
(1 byte)
Lange Windows-bestandsnaam:
Maximaal 28 tekens (1 byte)
Aanwijzingen bij het gebruik van
MP3/WMA-muziekbestanden
Dit product speelt MP3-bestanden
(WMA) af met de extensies .mp3
en .wma (kleine letters) of .MP3
en .WMA (hoofdletters) bij de be‐
standsnaam.
92 Audiospelers
De volgende MP3-bestanden kun‐
nen met dit product worden afge‐
speeld
Transmissiesnelheid: 8kbps ~
320kbps
Samplingfrequentie: 48kHz,
44,1kHz, 32kHz (voor MPEG-1),
24kHz, 22,05kHz, 16kHz (voor
MPEG-2)
Dit product kan bestanden afspelen
met een 8 kbps ~ 320 kbps trans‐
missiesnelheid, maar bestanden
met een transmissiesnelheid van
meer dan 128 kbps geven een kwa‐
litatief beter geluid.
Dit product kan ID3 Tag-informatie
(versie 1.0, 1.1, 2.2, 2.3 of 2.4)
weergeven voor MP3-landen, zoals
de albumnaam en de artiest.
Om informatie over het album (dis‐
ktitel), de song (songtitel) en de ar‐
tiest (song artiest) weer te geven,
moet het bestand compatibel zijn
met de ID3 Tag V1- en V2-be‐
standsindelingen.
Dit product kan MP3-bestanden af‐
spelen die VBR gebruiken. Wan‐
neer een VBR-type MP3-bestand
wordt afgespeeld, kan de reste‐
rende afspeeltijd afwijken van de
werkelijk resterende afspeeltijd.
Afspeelvolgorde voor
muziekbestanden
Audiospelers 93
Afspelen van CD's en MP3
Hoofdknoppen/draaiknop
(9) Knop CD/AUX
Selecteer de CD-/MP3-speler.
(14) MENU-TUNE met draaiknop
Draai de druk-/draaiknop voor het
doorlopen van de songlist, menu of
MP3-songinformatie (WMA).
Druk de knop in om het menu‐
scherm weer te geven bij het hui‐
dige item of de huidige modus.
(8) Knoppen d SEEK c
Druk deze knoppen in om het vo‐
rige of volgende nummer af te spe‐
len.
Houd deze knoppen ingedrukt om
binnen de song snel vooruit of terug
te spoelen en laat de knop los om
weer af te spelen op normale snel‐
heid.
(4) Knop UITWERPEN
Voor het uitwerpen van de disk.
(7) knop INFORMATION [INFO] Voor
het weergeven van informatie over de
afgespeelde opname.
Disk aanbrengen en afspelen
Steek de af te spelen disk in de dis‐
kspeler met de afgedrukte zijde naar
boven toe.
Zodra de diskinformatie is uitgele‐
zen, wordt deze automatisch vanaf
song 1 afgespeeld.
Wanneer een niet-leesbare disk is
ingelegd, wordt de disk automa‐
tisch uitgeworpen en een diskfout‐
melding weergegeven; het sys‐
teem schakelt vervolgens naar de
vorige gebruikte functie of naar FM-
radio.
94 Audiospelers
Wanneer een af te spelen disk al is
ingelegd, druk dan meerdere malen
op de knop CD/AUX om CD/MP3 af‐
spelen te selecteren.
Als er geen disk is om af te spelen,
verschijnt Geen cd aangebracht op
het scherm en wordt de functie niet
geselecteerd.
De song die eerder werd afge‐
speeld, speelt automatisch af.
De disk uitwerpen
Om de disk uit te werpen drukt u op
de knop UITWERPEN om de disk uit
te nemen.
Terwijl de disk naar buiten komt,
schakelt het systeem automatisch
naar de vorige gebruikte functie of
naar FM-radio.
Wanneer de disk na enige tijd niet
wordt verwijderd, zal deze automa‐
tisch weer inladen.
Een andere song afspelen
Druk op de dSEEKc knoppen in de
afspeelmodus om naar de vorige of
volgende song te gaan.
Bij gebruik van de afstandsbediening
op het stuurwiel kan gemakkelijk een
andere track worden gekozen door
aan de draaiknop d SRC c te draaien.
Audiospelers 95
U kunt ook aan MENU-TUNE draaien
om de songlist te doorlopen en drukt
vervolgens op de knop MENU-TUNE
om deze meteen te wijzigen.
Naar een ander afspeelpunt gaan
Houd de d SEEK c knoppen tijdens
de afspeelmodus ingedrukt om bin‐
nen de song snel vooruit of terug te
spoelen. Laat de knop los om de song
weer op de normale snelheid af te
spelen.
Tijdens het vooruit- en terugspoelen
is het geluidsvolume iets verminderd
en wordt de afspeeltijd weergegeven.
Informatie over afgespeelde song
bekijken
Druk in de afspeelmodus op de knop
INFORMATION [INFO] om informatie
te bekijken over de song die wordt af‐
gespeeld.
Wanneer er op audio-cd's geen infor‐
matie bestaat over de afgespeelde
track, toont het systeem Geen
informatie.
96 Audiospelers
Bij MP3-songs (WMA) kan extra in‐
formatie worden bekeken door tijdens
de weergave van songinformatie aan
MENU-TUNE te draaien.
De weergegeven informatie omvat
de bestandsnaam, mapnaam en de
ID3 Tag-informatie die bij de song
is opgeslagen.
Wanneer de ID3 Tag-informatie
(zoals artiest, songtitel) werd toe‐
gevoegd aan MP3- bestanden
(WMA) voordat deze op schijf wer‐
den gebrand, wordt deze informatie
"as is" weergegeven door het info‐
tainmentsysteem.
Foutieve ID3 Tag-informatie kan
niet worden gewijzigd of gecorri‐
geerd door het infotainmentsys‐
teem (ID3 Tags kunnen alleen op
een pc worden gecorrigeerd).
Wanneer informatie bij songs de
vorm heeft van speciale symbolen
of is beschreven in niet-beschik‐
bare talen, wordt deze weergege‐
ven als ---- of helemaal niet.
Het cd-menu gebruiken
De afspeelmodus wijzigen
Druk in de afspeelmodus op
MENU-TUNE om het CD-menu weer
te geven.
Draai aan MENU-TUNE om de func‐
ties willekeurig afspelen of afspelen
herhalen te selecteren en druk ver‐
volgens op MENU-TUNE om de be‐
treffende functies Aan of Uit te zetten.
Audiospelers 97
CD-menu → Songlist
Draai bij audio-cd's in het cd-menu
aan MENU-TUNE om de songlist te
selecteren en druk vervolgens op
MENU-TUNE.
Draai aan MENU-TUNE om de ge‐
wenste songlist te vinden en druk ver‐
volgens op MENU-TUNE om de ge‐
selecteerde song af te spelen.
CD-menu → Mappen
Draai bij mp3 (wma)-cd's in het cd-
menu aan MENU-TUNE om de
Mappen te selecteren en druk vervol‐
gens op MENU-TUNE.
Draai aan MENU-TUNE om de ge‐
wenste map te selecteren en druk
vervolgens op MENU-TUNE.
Draai aan MENU-TUNE om de ge‐
wenste song te vinden en druk ver‐
volgens op MENU-TUNE om de ge‐
selecteerde song vanuit de geselec‐
teerde map af te spelen.
98 Audiospelers
CD-menu → Zoeken...
Draai bij mp3 (wma)-cd's in het cd-
menu aan MENU-TUNE om naar te
Zoeken... gaan en druk vervolgens op
MENU-TUNE.
Nadat het systeem de diskinforma‐
tie heeft uitgelezen, wordt de eerste
song van de afspeellijst [iP] weer‐
gegeven.
Als de afspeellijst [iP] geen muziek‐
bestanden bevat, wordt de eerste
song voor elke artiest [iA] weerge‐
geven.
Het kan soms lange tijd duren voor‐
dat de disk geheel is uitgelezen, af‐
hankelijk van het aantal muziekbe‐
standen.
Druk opnieuw op MENU-TUNE en
draai, vanuit het weergegeven zoeki‐
tem, aan MENU-TUNE om de gewen‐
ste afspeelmodus te selecteren.
Het aantal relevante songs verschijnt
op Afspeellijst [iP]/Artiest [iA]/Album
[iL]/Titel [iS]/Genre [iG].
Draai aan MENU-TUNE om de gede‐
tailleerde classificatieoptie te selecte‐
ren en druk vervolgens op
MENU-TUNE.
Audiospelers 99
Draai aan MENU-TUNE om de ge‐
wenste song/titel te vinden en druk
vervolgens op MENU-TUNE om de
geselecteerde song af te spelen.
Randapparatuur
USB-speler
Aanwijzingen bij het gebruik van
USB-apparatuur
De werking kan niet worden gega‐
randeerd als u een USB-adapter
gebruikt om een USB-apparaat
voor massaopslag met inge‐
bouwde harddisk of een CF- of SD-
geheugenkaart aan te sluiten. Ge‐
bruik een USB-dataopslagappa‐
raat van het flashgeheugentype.
Pas op en voorkom ontlading van
statische elektriciteit bij het aanslui‐
ten of losmaken met USB. Wan‐
neer aansluiten en losmaken in
korte tijd vaak worden herhaald,
kunnen er problemen ontstaan bij
het gebruik van het apparaat.
Verwijder het USB-apparaat via
Menu USB USB uitnemen met de
toets MENU-TUNE.
De correcte werking is niet gega‐
randeerd wanneer het USB-appa‐
raat geen metalen aansluitelement
heeft.
Aansluiten van USB-opslagappa‐
ratuur van het i-Stick-type geeft mo‐
gelijk storingen door trillingen van
de auto, daarom kan de werking er‐
van niet worden gegarandeerd.
Wees voorzichtig en raak de USB-
aansluiting niet aan met een voor‐
werp of enig deel van uw lichaam.
Het USB-opslagapparaat wordt al‐
leen herkend wanneer dit is gefor‐
matteerd in een FAT 16/32-be‐
standsindeling. Alleen apparaten
met een toegewezen grootte per
eenheid van 512 byte/sector of
2048 byte/sector kunnen worden
gebruikt. NTFS- en andere be‐
standsystemen worden niet her‐
kend.
Afhankelijk van het type en de op‐
slagcapaciteit van het USB-opslag‐
apparaat en het type opgeslagen
bestand kan de tijd vereist voor her‐
kenning van bestanden afwijken. In
zo'n geval bestaat er geen pro‐
bleem met het product, dus wacht
tot de bestanden zijn verwerkt.
Bestanden in sommige USB-op‐
slagapparaten worden soms niet
herkend door compatibiliteitspro‐
blemen; aansluitingen met een ge‐
heugenlezer of een USB-hub wor‐
den niet ondersteund. Controleer
de werking van het apparaat in de
auto voordat u dit gebruikt.
Wanneer apparaten zoals een
MP3-speler, mobiele telefoon of di‐
gitale camera via een draagbare
disk worden aangesloten, zullen
deze mogelijk niet normaal werken.
Ontkoppel het USB-opslagappa‐
raat niet terwijl dit wordt afge‐
speeld. U kunt zo schade aan het
product veroorzaken of de werking
van het USB-apparaat gaat hier‐
door achteruit.
Ontkoppel het aangesloten USB-
opslagapparaat nadat in de auto
het contact is afgezet. Als u het
100 Audiospelers
contact afzet terwijl het USB-
opslagapparaat is aangesloten,
kan het USB-opslagapparaat be‐
schadigd raken of in sommige ge‐
vallen niet normaal werken.
Voorzichtig
Alleen USB-opslagmedia voor af‐
spelen van muziek kunnen op dit
product worden aangesloten.
De USB-aansluiting van het pro‐
duct mag niet worden gebruikt
voor het opladen van USB-appa‐
ratuur, omdat de daarbij veroor‐
zaakte warmteontwikkeling de
werking van de USB-aansluiting
kan verslechteren of schade aan
het product kan aanbrengen.
Wanneer het logisch volume wordt
gescheiden van een USB-apparaat
voor massaopslag, kunnen alleen
de bestanden vanaf het bovenste
niveau van het logisch volume als
USB-muziekbestanden worden af‐
gespeeld. Om deze reden dienen
af te spelen muziekbestanden
steeds te worden opgeslagen in het
bovenste-niveau volume van het
apparaat. Muziekbestanden, met
name in sommige USB-opslagap‐
paraten, zullen mogelijk ook niet
normaal afspelen wanneer een toe‐
passing wordt geladen door binnen
het USB-apparaat een afzonderlijk
volume te partitioneren.
Muziekbestanden waarop DRM
(Digital Right Management) van
toepassing is, kunnen niet worden
afgespeeld.
Dit product kan USB-opslagappa‐
raten ondersteunen met een op‐
slagcapaciteit tot 16 GB, maar be‐
perkt tot 999 bestanden, 512 map‐
pen en een mappenstructuur tot 10
niveaus. Een normaal gebruik kan
niet worden gegarandeerd bij op‐
slagapparatuur die deze limieten
overschrijdt.
Aanwijzingen bij het gebruik van
USB-muziekbestanden
Beschadigde muziekbestanden
kunnen tijdens afspelen worden on‐
derbroken of worden mogelijk he‐
lemaal niet afgespeeld.
Mappen en muziekbestanden wor‐
den weergegeven in volgorde van
Symbool → Nummer → Taal
Maximaal 64 tekens kunnen binnen
het Joliet-bestandssysteem wor‐
den herkend als map- of bestands‐
namen.
Over MP3-muziekbestanden (WMA)
Afspeelbare MP3-bestanden zijn
de volgende.
Transmissiesnelheid: 8kbps ~
320kbps
Samplingfrequentie:
48kHz, 44,1kHz, 32kHz (voor
MPEG-1)
24kHz, 22,05kHz, 16kHz (voor
MPEG-2)
Dit product geeft MP3-bestanden
(WMA) weer met .mp3 of .wma
(kleine letters) of .MP3 of .WMA
(hoofdletters) als extensies bij de
bestandsnaam.
Dit product kan voor MP3-bestan‐
den ID3 tag-informatie (versie 1.0,
1.1, 2.2, 2.3, 2.4) weergeven over
album, artiest etc.
Audiospelers 101
De map- en bestandsnamen die af‐
hankelijk van het opslagtype kun‐
nen worden gebruikt zijn de vol‐
gende, inclusief de extensie met
vier tekens bij de bestandsnaam
(.mp3).
ISO 9660 niveau 1: maximaal
12 tekens
ISO 9660 niveau 2: maximaal
31 tekens
Joliet: Maximaal 64 tekens
(1 byte)
Lange Windows-bestandsnaam:
maximaal 28 tekens (1 byte)
Dit product kan MP3-bestanden af‐
spelen die VBR gebruiken. Wan‐
neer een MP3-bestand van het
VBR-type wordt afgespeeld, kan de
resterende afspeeltijd afwijken van
de werkelijk resterende afspeeltijd.
Hoofdknoppen/draaiknop
De volgende hoofdknoppen en draai‐
knop worden gebruikt om USB-mu‐
ziekbestanden af te spelen.
(9) Knop CD/AUX
Druk de knop meerdere malen in ter‐
wijl het USB-apparaat is aangesloten
om de USB-afspeelmodus selecte‐
ren.
(14) MENU-TUNE met draaiknop
Draai de knop voor het doorlopen
van de songlist, een menu of MP3-
opnameinformatie (WMA).
Druk de knop in om het menu‐
scherm weer te geven bij het hui‐
dige item of de huidige modus.
(8) Knoppen d SEEK c
Druk deze knoppen in om het vo‐
rige of volgende nummer af te spe‐
len.
Houd deze knoppen ingedrukt om
snel vooruit of terug te spoelen en
laat dan weer los om op normale
snelheid af te spelen.
(7) Knop INFORMATION [INFO]
Voor het weergeven van informatie
over de afgespeelde opname.
(16) Knop P BACK
Annuleer het ingevoerde item of ga
terug naar het vorige menu.
Aansluiten van het USB-
opslagapparaat
Als de aansluiting boven het instru‐
mentenbord van een klepje is voor‐
zien, trek het dan open om het USB-
opslagapparaat met af te spelen mu‐
ziekbestanden op de USB-aanslui‐
ting aan te sluiten.
102 Audiospelers
Zodra het product gereed is met het
inlezen van de informatie op het
USB-opslagapparaat, zal het auto‐
matisch afspelen.
Wanneer een niet-leesbaar USB-
opslagapparaat is aangesloten,
verschijnt een foutmelding en scha‐
kelt het product automatisch naar
de vorige gebruikte functie of naar
de FM-radio.
Wanneer het af te spelen USB-op‐
slagapparaat al is aangesloten, drukt
u meerdere malen op CD/AUX om de
USB-speler te selecteren.
Hij zal dan automatisch afspelen
vanaf het punt waarop afspelen eer‐
der werd onderbroken.
De functies van de USB-speler wor‐
den verder op identieke wijze bediend
als bij afspelen van CD's en MP3-be‐
standen.
Afspelen van USB-muziekbestanden
beëindigen
Druk op RADIO BAND of CD/AUX om
andere functies te selecteren.
Sluit het afspelen af en ontkoppel het
USB-opslagapparaat met de functie
Menu USBUSB uitnemen op een
veilige manier.
Het USB-menu gebruiken
De instructies voor Tracks shuffelen/
Herhalen/Mappen/Zoeken... van de
Menu USB zijn gelijk aan van de CD/
MP3-speler Cd-menu; alleen het
kopje USB uitnemen is toegevoegd.
Raadpleeg de functies voor de CD/
MP3-speler vanuit het Cd-menu.
USB-menu → USB verwijderen
Druk in de afspeelmodus op
MENU-TUNE om het Menu USB
weer te geven. Draai aan
MENU-TUNE om naar USB
uitnemen te gaan en druk vervolgens
op MENU-TUNE om de melding weer
te geven die aangeeft dat het USB-
apparaat veilig kan worden verwij‐
derd.
Ontkoppel het USB-apparaat van de
USB-aansluiting.
Ga terug naar de vorige in gebruik
zijnde functie.
Audiospelers 103
iPod-speler
Bedoeld voor modellen die een iPod-
aansluiting ondersteunen.
Hoofdknoppen/draaiknop
De volgende hoofdknoppen en draai‐
knop worden gebruikt om iPod-mu‐
ziekbestanden af te spelen.
(9) Knop CD/AUX
Druk wanneer de iPod is aangesloten
de knop meerdere malen in om de
iPod- afspeelmodus te selecteren.
(14) MENU-TUNE met draaiknop
Draai de draaiknop om de cursor te
verplaatsen en de songlist weer te
geven die wordt afgespeeld.
Druk de knop in om het menu‐
scherm weer te geven bij het hui‐
dige item of de huidige modus.
(8) Knoppen d SEEK c
Druk deze knoppen in om het vo‐
rige of volgende nummer af te spe‐
len.
Houd deze knoppen ingedrukt om
snel vooruit of terug te spoelen en
laat dan weer los om op normale
snelheid af te spelen.
(7) Knop INFORMATION [INFO]
Voor het weergeven van informatie
over de afgespeelde opname.
(16) Knop P BACK
Annuleer het vorige item of ga terug
naar het vorige menu.
De iPod-speler aansluiten
Als de aansluiting boven het instru‐
mentenbord van een klepje is voor‐
zien, trek het dan open om de iPod
met af te spelen muziekbestanden op
de USB-aansluiting aan te sluiten.
De volgende iPod-modellen wor‐
den door dit product ondersteund
en zijn aansluitbaar:
iPod 2G Nano/iPod 3G Nano/
iPod 4G & 5G Nano
iPod 120GB & 160GB Classic
iPod 1G, 2G, & 3G Touch
iPhone 3G & 3GS
Sluit de iPod alleen op dit product
aan met aansluitkabels die door
iPod-producten worden onder‐
steund. Andere verbindingskabels
zijn niet bruikbaar.
104 Audiospelers
In sommige gevallen kan het iPod-
product worden beschadigd wan‐
neer het contact wordt uitgezet ter‐
wijl de iPod nog aan het product is
aangesloten.
Wanneer het iPod-product niet in
gebruik is, maak dit dan los van het
product terwijl het contact is uitge‐
zet.
Zodra het product gereed is met het
inlezen van de informatie op de
iPod, zal het automatisch afspelen.
Wanneer een niet-leesbare iPod is
aangesloten, verschijnt hierover
een foutmelding en schakelt het
product automatisch naar de vorige
gebruikte functie of naar de FM-ra‐
diofunctie.
Wanneer de af te spelen iPod al is
aangesloten, druk dan meerdere ma‐
len op CD/AUX om de iPod-speler te
selecteren.
Hij zal dan automatisch afspelen
vanaf het punt waarop afspelen
eerder werd onderbroken.
De bij dit product gebruikte afspeel‐
functies en de items voor informa‐
tieweergave op de iPod-speler kun‐
nen afwijken van de iPod als het
gaat om de afspeelvolgorde, wer‐
king en getoonde informatie.
Bekijk de volgende tabel voor de
classificatie van zoekfunctie-items
zoals het iPod-product die hanteert.
De speelfuncties van de iPod worden
op soortgelijke wijze bediend als bij
afspelen van CD's en MP3-bestan‐
den.
Uitloggen na afspelen van iPod
Om het afspelen te beëindigen drukt
u op RADIO BAND of CD/AUX om
andere functies te selecteren.
Het iPod-menu gebruiken
Vanaf de Menu iPod zijn de instruc‐
ties voor Tracks shuffelen/Herhalen/
Zoeken... (inclusief die van Audio‐
books en Componisten) gelijk aan die
Audiospelers 105
van de cd/mp3-speler Cd-menu; al‐
leen het kopje iPod uitwerpen is toe‐
gevoegd. Raadpleeg om te gebruiken
elk item in het CD/MP3-menu.
iPod-menu → iPod uitwerpen
Druk in de afspeelmodus op
MENU-TUNE om het Menu iPod weer
te geven.
Draai aan MENU-TUNE om naar de
functie iPod uitwerpen te gaan en
druk vervolgens op MENU-TUNE om
de melding weer te geven die aan‐
geeft dat het apparaat veilig kan wor‐
den verwijderd.
Ontkoppel het iPod-apparaat van de
USB-aansluiting.
Ga terug naar de vorige in gebruik
zijnde functie.
Ingang voor externe spelers
(AUX)
Bedoeld voor modellen met aanslui‐
ting voor externe muziekspeler.
Hoofdknoppen/bedieningsorganen
De volgende hoofdknoppen en draai‐
knop gebruikt u om te genieten van de
rijke klank van het infotainmentsys‐
teem nadat een externe speler op de
AUX- ingang is aangesloten.
(9) Knop CD/AUX
Wanneer een externe muziekspeler
is aangesloten, drukt u meerdere ma‐
len op de knop om de AUX-ingang
voor externe spelers te selecteren.
(2) Knop AAN/UIT/VOLUME
Draai de knop om het volume te re‐
gelen.
Een externe audiospeler aansluiten
Sluit de audio-uitgang van de externe
audiospeler aan op AUX-ingang 1 of
2.
AUX 1: ondergebracht in het info‐
tainmentapparaat
AUX 2: ondergebracht binnenin het
handschoenenkastje bij de voor‐
passagiersstoel
Het infotainmentsysteem schakelt
automatisch naar de ingang voor
extern geluid (AUX) zodra de ex‐
terne audiospeler wordt aangeslo‐
ten.
106 Audiospelers
Druk op CD/AUX om over te schake‐
len naar de ingang voor extern geluid
als het externe audiosysteem al was
aangesloten.
Draai aan de knop
POWER/VOLUME om het volume te
regelen.
Telefoon 107
Telefoon
Bluetooth® ................................. 107
Telefoon met handsfreefunctie ..113
Bluetooth®
Hoofdknoppen/draaiknop
De volgende hoofdknoppen en draai‐
knop worden gebruikt om muziekbe‐
standen af te spelen of om telefoon‐
functies via een Bluetooth-apparaat
te gebruiken.
(9) Knop CD/AUX
Wanneer een Bluetooth-apparaat
met een muziekspelerfunctie is aan‐
gesloten, drukt u meerdere malen op
deze knop om de Bluetooth-audioaf‐
speelfunctie te selecteren.
(14) MENU-TUNE met draaiknop
Druk in de Bluetooth-telefoonmo‐
dus op deze knop om het menu‐
scherm weer te geven.
Draai aan de knop om naar het
menu of de instelwaarde te gaan.
(8) Knoppen d SEEK c
Druk op deze knoppen in de Blue‐
tooth-audioafspeelmodus om naar
de vorige of volgende song te gaan.
Houd deze knoppen ingedrukt om
snel vooruit of terug te spoelen en
laat weer los om op normale snel‐
heid af te spelen.
Bluetooth koppelen
Het Bluetooth-apparaat aanmelden
Meld het te koppelen Bluetooth-ap‐
paraat aan bij het infotainmentsys‐
teem.
Stel eerst in de Instellingen
Bluetooth het te koppelen Bluetooth-
apparaat in, zodat andere apparaten
kunnen zoeken naar het Bluetooth-
apparaat.
108 Telefoon
Druk op de knop CONFIG, druk op of
draai aan MENU-TUNE om naar
InstellingenInstellingen Bluetooth
BluetoothApparaat koppelen te
gaan en druk vervolgens op de knop
MENU-TUNE.
Bluetooth-apparaten kunnen niet
alleen met de knop CONFIG maar
ook via Menu telefoon
Instellingen BluetoothBluetooth
Apparaat (telefoon) toevoegen
worden aangemeld.
Wanneer er al een Bluetooth-appa‐
raat is gekoppeld aan het Infotain‐
mentsysteem, verschijnt het bericht
Bluetooth is bezig.
Weergegeven wordt "Verbinding
standby", samen met een bericht
en een veiligheidscode. (De begin‐
waarde is 0000, u kunt dit wijzigen
via de optie Instellingen
Instellingen BluetoothBluetooth
Bluetooth-code wijzigen.)
Het infotainmentsysteem kan worden
gevonden door te zoeken naar het te
koppelen Bluetooth-apparaat.
Voer via het Bluetooth-apparaat de
veiligheidscode voor het infotain‐
mentsysteem in.
Wanneer de aanmelding van het aan
het Infotainmentsysteem te koppelen
apparaat succesvol was, toont het
scherm informatie over het Bluetooth-
apparaat.
Bij het infotainmentsysteem kun‐
nen maximaal vijf Bluetooth-appa‐
raten worden aangemeld.
Sommige Bluetooth-apparaten
kunnen alleen worden gebruikt met
een optie Altijd verbinden.
Telefoon 109
Bluetooth-apparaten verbinden/
wissen/losmaken
Voorzichtig
Wanneer er al een Bluetooth-ap‐
paraat is aangesloten, moet dat
apparaat eerst worden losgekop‐
peld.
Stel eerst in de Instellingen
Bluetooth het te koppelen Bluetooth-
apparaat in, zodat andere apparaten
kunnen zoeken naar het Bluetooth-
apparaat.
Druk op de knop CONFIG, druk op of
draai aan MENU-TUNE om naar
InstellingenInstellingen Bluetooth
BluetoothApparatenlijst te gaan
en druk vervolgens op de knop
MENU-TUNE.
Gebruik de MENU-TUNE druk-/draai‐
knop om vanuit het aangemelde
Bluetooth-apparaat naar het te kop‐
pelen apparaat te gaan en druk ver‐
volgens op MENU-TUNE.
U kunt aanmelden door de
MENU-TUNE drukknop/draaiknop te
gebruiken, naar item selecteren te
gaan, naar item wissen te gaan om te
wissen en vervolgens op
MENU-TUNE te drukken.
110 Telefoon
Het huidige gekoppelde Bluetooth-
apparaat ontkoppelen, Selecteer in
het apparatenlijstscherm het gekop‐
pelde apparaat, waarbij dan
Ontkoppelen verschijnt. Druk vervol‐
gens op de knop MENU-TUNE.
Aanwijzingen bij aanmelden/
koppelen aan Bluetooth
Wanneer een apparaat niet met
Bluetooth kan worden verbonden,
wis dan de hele apparatenlijst uit
het te verbinden Bluetooth-appa‐
raat en probeer het opnieuw. Wan‐
neer ook wissen van de hele appa‐
ratenlijst niet werkt, breng dan de
batterij opnieuw aan en koppel op‐
nieuw.
Als er na het koppelen van een
Bluetooth-apparaat een probleem
is, voert u met de toets
MENU-TUNE met draaiknop
InstellingenInstellingen
BluetoothFabrieksinstellingen
herstellen uit.
Initialiseer het apparaat met het
probleem, veroorzaakt door een
fout opgetreden tijdens het koppe‐
len van het Bluetooth-apparaat aan
het Infotainmentsysteem.
Soms kan Bluetooth alleen worden
gekoppeld via de handenvrij bellen-
functie of de Bluetooth audioaf‐
speelfunctie, ook al is een stereo-
headset aangesloten. Probeer in
zo'n geval het infotainmentsysteem
opnieuw te koppelen met gebruik
van het Bluetooth-apparaat.
Bij Bluetooth-apparatuur die geen
stereo-headsets ondersteunt, kan
de Bluetooth-audioafspeelfunctie
niet worden gebruikt.
U kunt geen muziek beluisteren via
Bluetooth-audio als er een iPhone
is aangesloten via een USB-aan‐
sluiting. Dit komt door de unieke
specificaties van de mobiele tele‐
foon.
Audio via Bluetooth
Afspelen van Bluetooth-audio
Een mobiele telefoon of Bluetooth-
apparaat dat A2DP-versies (Ad‐
vanced Audio Distribution Profile)
van na 1.2 ondersteunt, moet wor‐
den aangemeld en gekoppeld aan
het product.
Vind vanuit de mobiele telefoon of
het Bluetooth-apparaat het Blue‐
tooth-apparaattype om het item in
te stellen/te koppelen als een ste‐
reo-headset.
Er verschijnt een muzieknootpicto‐
gram [n] in de rechterbenedenhoek
Telefoon 111
van het scherm als de stereo-head‐
set met succes is gekoppeld.
Sluit de mobiele telefoon niet aan
via de Bluetooth-aansluiting. Er kan
zich een storing voordoen terwijl de
telefoon is aangesloten tijdens de
CD/MP3- en Bluetooth-audioaf‐
speelmodus.
Bluetooth-audio afspelen
Druk meerdere malen op CD/AUX om
de audioafspeelmodus van het ge‐
koppelde Bluetooth-apparaat te se‐
lecteren.
Als het Bluetooth-apparaat niet ver‐
bonden is, kunt u deze functie niet se‐
lecteren.
Na aanzetten van de mobiele tele‐
foon of het Bluetooth-apparaat wor‐
den de muziekbestanden afgespeeld.
Het door het Bluetooth-apparaat af‐
gespeeld geluid is hoorbaar via het
infotainmentsysteem.
Om Bluetooth-audio te kunnen af‐
spelen, moet de muziek minstens
eenmaal zijn afgespeeld vanaf de
muziekspeelfunctie van de mobiele
telefoon of vanaf het Bluetooth-ap‐
paraat, nadat dit als stereo-headset
is gekoppeld. Na minstens een‐
maal te zijn afgespeeld zal de mu‐
ziekspeler automatisch afspelen
als deze in de afpeelmodus komt,
en zal hij automatisch stoppen zo‐
dra de muziekafspeelmodus wordt
beëindigd. Als de mobiele telefoon
of het Bluetooth-apparaat zich niet
in de wachtschermmodus bevin‐
den, zullen sommige apparaten
mogelijk niet automatisch afspelen
in de Bluetooth-audioafspeelfunc‐
tie.
Druk op d SEEK c om naar het vo‐
rige of volgende nummer te gaan of
houd deze knoppen ingedrukt om
snel vooruit of terug te spoelen.
Deze functie werkt alleen met Blue‐
tooth-apparaten die de AVRCP-
versie (Audio Video Remote Con‐
trol Profile) 1.0 of hoger ondersteu‐
nen. (Afhankelijk van de opties voor
het Bluetooth-apparaat zullen som‐
mige apparaten bij de eerste kop‐
peling "AVRCP wordt gekoppeld"
weergeven.)
De informatie over het afspelen van
de song en de positie in de song
wordt niet weergegeven op het
scherm van het infotainmentsys‐
teem.
Aanwijzingen bij het afspelen van
Bluetooth-audio
Spring niet te snel heen en weer
tussen songs bij het afspelen van
Bluetooth-audio.
Het kostte enige tijd om data vanuit
de mobiele telefoon naar het info‐
tainmentsysteem te verzenden.
112 Telefoon
Het infotainmentsysteem verzendt
de afspeelopdracht vanuit de mo‐
biele telefoon in de Bluetooth-audi‐
oafspeelmodus. Wanneer dit in een
andere modus gebeurt, zendt het
apparaat de opdracht om te stop‐
pen.
Afhankelijk van de opties van de
mobiele telefoon is er wellicht enige
tijd nodig om deze opdracht tot af‐
spelen/stoppen te activeren.
Als de mobiele telefoon of het Blue‐
tooth-apparaat zich niet in de
wachtschermmodus bevindt, zullen
deze mogelijk niet automatisch af‐
spelen, ook al wordt de opdracht
uitgevoerd in de Bluetooth-audioaf‐
speelmodus.
Als de Bluetooth-audioafspeelfunc‐
tie niet werkt, controleer dan of de
mobiele telefoon zich in de wacht‐
schermmodus bevindt.
Soms kan tijdens het afspelen van
Bluetooth-audio de geluidsweer‐
gave stokken. Het infotainmentsys‐
teem verwerkt het audiosignaal
vanaf de mobiele telefoon of het
Bluetooth-apparaat terwijl dit wordt
gezonden.
Bluetooth-foutmeldingen en
maatregelen
Bluetooth gedeactiveerd
Controleer of Bluetooth-activering
is ingesteld op aan. De Bluetooth-
functie kan worden gebruikt zodra
Bluetooth-activering is ingescha‐
keld.
Bluetooth is bezig
Controleer of er andere gekoppelde
Bluetooth-apparaten zijn. Om een
ander apparaat te koppelen, ont‐
koppelt u eerst eventuele overige
gekoppelde apparatuur en koppelt
u vervolgens opnieuw.
Apparatenlijst is vol
Controleer of er minder dan 5 aan‐
gemelde apparaten zijn. Er kunnen
niet meer dan 5 apparaten zijn aan‐
gemeld.
Geen telefoonboek beschikbaar
Dit bericht verschijnt als de mobiele
telefoon het overbrengen van con‐
tactpersonen niet ondersteunt. Als
dit bericht na een aantal pogingen
verschijnt, ondersteunt het appa‐
raat het overbrengen van contact‐
personen niet.
Voorzichtig
Het bericht wordt getoond wan‐
neer de overdracht van contact‐
personen wordt ondersteund ter‐
wijl eveneens informatie met een
apparaatfout wordt overgebracht.
Voer als dit gebeurt opnieuw een
update voor het apparaat uit.
Contactenlijst is leeg
Dit bericht wordt weergegeven als
er in de mobiele telefoon geen te‐
lefoonnummers zijn opgeslagen.
Dit bericht verschijnt ook wanneer
overdracht van het telefoonlogboek
wel wordt ondersteund, maar zoda‐
nig dat het infotainmentsysteem dit
niet ondersteunt.
Telefoon 113
Telefoon met
handsfreefunctie
Een oproep beantwoorden
Wanneer u een telefonische oproep
ontvangt via de mobiele telefoon met
Bluetooth-aansluiting, wordt de afge‐
speelde song onderbroken. De tele‐
foon geeft een geluidssignaal en
toont de relevante informatie.
Voorzichtig
Het is mogelijk om uw ringtone
over te brengen, afhankelijk van
de mobiele telefoon. Pas het ring‐
tonevolume van de mobiele tele‐
foon aan als het volume te laag is.
Om dan een telefoongesprek te voe‐
ren, drukt u op de stuurwielbediening
op de knop Oproep of u draait
MENU-TUNE naar de functie Beant‐
woorden; druk de knop
MENU-TUNE vervolgens in.
Wijs een gesprek af door op de
stuurwielknoppen op de knop Mic
dempen/Ophangen te drukken of
via de toets MENU-TUNE met
draaiknop Weigeren te selecteren.
Tijdens het telefoongesprek kunt u
de doorgifte van geluid blokkeren
door aan de toets MENU-TUNE
met draaiknop te draaien en de op‐
tie Mic dempen (microfoon stilscha‐
kelen) te selecteren.
114 Telefoon
Houd tijdens het gesprek de knop
Oproep op de stuurwielbediening
ingedrukt om te wisselen naar de
modus Privé telefoneren (sommige
telefoons zullen deze modus niet
ondersteunen, afhankelijk van de
opties van de telefoon).
Wanneer in een auto met Infotain‐
mentsysteem een oproep wordt
ontvangen en Bluetooth is gekop‐
peld, zijn er mobiele telefoons die
niet automatisch overgaan naar de
modus voor privé telefoneren. Dit
hangt af van de originele specifica‐
ties van elke mobiele telefoon.
Wanneer de communicatieservice‐
provider via een toepassing de ge‐
bruikmaking van diensten gerela‐
teerd aan conversaties van drie
personen ondersteunt, kunt u tij‐
dens een oproep via het infotain‐
mentsysteem oproepen plaatsen.
Tijdens een telefoongesprek van
drie of meer personen kan de weer‐
gegeven inhoud afwijken van de
praktische informatie.
Een gesprek beëindigen
Beëindig het gesprek met de knop
Mic dempen/Ophangen op de stuur‐
wielbediening of draai aan de knop
MENU-TUNE om naar Ophangen te
gaan en druk op de knop
MENU-TUNE.
Bellen via Terugbellen
Druk op de stuurwielbediening op de
knop Oproep om het begeleidend
venster voor terugbellen weer te ge‐
ven, of houd de knop ingedrukt om
het logboekscherm voor bellers weer
te geven.
Draai aan MENU-TUNE om Ja of
contactpersonen te selecteren en
druk vervolgens op MENU-TUNE of
de oproeptoets om te bellen.
Telefoon 115
Wanneer de mobiele telefoon niet
in de wachtstand staat, ondersteunt
uw telefoon de terugbelfunctie mo‐
gelijk niet. Dit hangt af van de opties
van de mobiele telefoon.
Wanneer u een nummer terugbelt,
wordt het aangesloten telefoon‐
nummer niet weergegeven.
Afhankelijk van de mobiele telefoon
wordt in sommige gevallen de op‐
roep geplaatst via de oproepge‐
schiedenis voor ontvangen/ge‐
miste oproepen, dus niet via de te‐
rugbelfunctie. Dit hangt af van de
opties van de mobiele telefoon.
Druk op MENU-TUNE terwijl de tele‐
foon is aangesloten om zoals hierbo‐
ven getoond de verbindingsfuncties
weer te geven.
Druk op/draai aan MENU-TUNE om
de functies in het getoonde menu te
gebruiken.
Terwijl u via de telefoon spreekt,
houdt u de oproeptoets op de stuur‐
wielbediening ingedrukt om te wisse‐
len naar de privémodus.
Bellen via invoeren van nummer
Om te bellen door een telefoonnum‐
mer in te voeren, drukt u op
MENU-TUNE en draait u deze knop
om Nummer invoeren te selecteren;
druk vervolgens MENU-TUNE in.
116 Telefoon
Draai MENU-TUNE om de gewenste
letters te selecteren en druk vervol‐
gens op MENU-TUNE om het num‐
mer in te voeren.
Herhaal deze handeling om alle te‐
lefoonnummers in te voeren.
Druk op P BACK om een voor een
letters te wissen of houd de knop
ingedrukt om alle ingevoerde in‐
houd te wissen.
Raadpleeg de volgende informatie
om de ingevoerde inhoud te bewer‐
ken.
1. Verplaatsen: verplaatsen van de
invoerpositie
2. Wissen: het ingevoerde teken
wissen
3. Contactenlijst: zoeken naar con‐
tactpersonen (te gebruiken nadat
de telefoonnummers zijn bijge‐
werkt)
4. Bellen: begin met bellen
Nadat het telefoonnummer geheel is
ingevoerd, draait u aan
MENU-TUNE om te beginnen met
bellen[y]; vervolgens drukt u op de
druk-/draaiknop om de oproep te
plaatsen.
Om een oproep te beëindigen draait
u aan MENU-TUNE om "oproep be‐
eindigen" te selecteren; druk vervol‐
gens MENU-TUNE in.
Het telefoonmenu gebruiken
Telefoonmenu → Contactenlijst →
Zoeken
Druk op de toets MENU-TUNE, draai
aan de draaiknop MENU-TUNE om
Telefoonboek te selecteren en druk
op de knop MENU-TUNE.
Telefoon 117
Als er geen contactpersonen zijn, ver‐
schijnt een kennisgeving op het
scherm en gaat u terug naar het voor‐
gaande menu.
Draai aan MENU-TUNE om Zoeken
te selecteren en druk vervolgens
MENU-TUNE in.
Draai aan MENU-TUNE om
Voornaam of Achternaam te selecte‐
ren en druk vervolgens
MENU-TUNE in.
Draai MENU-TUNE om zoektermen/
zoekbereik te selecteren en druk ver‐
volgens MENU-TUNE in.
Draai in het venster met zoekresulta‐
ten aan MENU-TUNE om het gewen‐
ste item te selecteren en druk vervol‐
gens MENU-TUNE in om de details
voor dat item te bekijken.
Wanneer u het relevante nummer wilt
bellen drukt u op MENU-TUNE.
Raadpleeg voor nadere informatie de
paragraaf over het doen van telefoni‐
sche oproepen.
118 Telefoon
Telefoonmenu → Contactenlijst →
Bijwerken
Update de contactpersonen van de
aangesloten mobiele telefoon naar de
contactenlijst van het systeem.
Selecteer met de toets MENU-TUNE
met draaiknop Menu telefoon
Telefoonboek update en druk op de
toets MENU-TUNE.
Draai MENU-TUNE om Ja of Nee te
selecteren en druk vervolgens
MENU-TUNE in om het bijwerken te
activeren of te annuleren.
Opmerking bij bijwerken van
contactpersonen
Deze functie is bruikbaar bij mo‐
biele telefoons die het bijwerken
van contactpersonen en de over‐
drachtfunctie voor oproepgeschie‐
denis ondersteunen. (Wanneer het
product is aangesloten aan een
mobiele telefoon die deze functies
niet ondersteunt, kan de oproepge‐
schiedenis via het Infotainmentsys‐
teem worden weergegeven.)
Bijwerken wordt ondersteund tot
maximaal 1000 telefoonnummers
van contactpersonen.
Denk eraan dat handenvrij telefo‐
neren en audio afspelen via Blue‐
tooth wordt onderbroken tijdens het
bijwerken van contactpersonen
(andere functies dan handenvrij te‐
lefoneren en audio afspelen via
Bluetooth kunnen wel worden ge‐
bruikt).
Bij het bijwerken van uw contact‐
personen is het mogelijk om de
overdrachtcertificatie voor contact‐
personen op te vragen. Wanneer er
op het wachtende scherm lange tijd
niets verandert, kunt u controleren
of de mobiele telefoon certificatie
aanvraagt. Bij een aanvraag voor
certificatie van de mobiele telefoon,
worden alle Bluetooth-verbindin‐
gen afgebroken als deze niet wor‐
den geaccepteerd; daarna wordt
het apparaat opnieuw verbonden.
Bij het ontvangen van de oproep‐
geschiedenis is het mogelijk om de
overdrachtcertificatie op te vragen
voor de oproepgeschiedenis van
Telefoon 119
de mobiele telefoon. Wanneer er
op het wachtende scherm lange tijd
niets verandert, controleer dan of
de mobiele telefoon certificatie aan‐
vraagt.
Bij een aanvraag voor certificatie
van de mobiele telefoon, worden
alle Bluetooth-verbindingen onder‐
broken als deze niet worden geac‐
cepteerd; daarna wordt het appa‐
raat opnieuw verbonden.
Wanneer er een probleem is in de
opgeslagen informatie van een mo‐
biele telefoon, worden de contact‐
personen mogelijk niet bijgewerkt.
Het infotainmentsysteem gebruikt
alleen informatie gecodeerd vol‐
gens de UTF-8-indeling.
Wanneer andere bewerkingen
(spellen, zoeken, navigatie etc.), tij‐
dens het bijwerken van contactper‐
sonen of overdragen van de op‐
roepgeschiedenis worden geacti‐
veerd, functioneert het bijwerk-/
overdrachtproces mogelijk niet.
Dit komt doordat andere bewerkin‐
gen uitgevoerd op de mobiele tele‐
foon de dataoverdracht verstoren.
Wanneer het bijwerken van con‐
tactpersonen of de overdracht van
de oproepgeschiedenis is voltooid,
worden alle functies voor handen‐
vrij telefoneren en audio afspelen
via Bluetooth automatisch ontkop‐
peld en weer gekoppeld.
Wanneer het Infotainmentsysteem
uitschakelt tijdens een telefoonge‐
sprek, wordt de oproep doorge‐
schakeld naar de mobiele telefoon.
Bij sommige telefoons moet moge‐
lijk eerst een oproepoverdracht‐
functie worden ingesteld, naarge‐
lang het type telefoon.
Wanneer de gebruiker de aanslui‐
ting rechtstreeks verbreekt (via het
infotainmentsysteem of de mobiele
telefoon), wordt de functie voor au‐
tomatische verbinding niet uitge‐
voerd.
Automatische verbinding: deze
functie vindt automatisch het laat‐
ste aangesloten apparaat en ver‐
bindt hiermee.
Bij selectie van contactpersonen
zullen niet altijd alle lijsten van de
telefoon ook worden weergegeven.
Het infotainmentsysteem geeft al‐
leen weer wat vanaf de mobiele te‐
lefoon is overgedragen.
De bijwerkfunctie voor contactper‐
sonen kan per contactvermelding
slechts vier nummers (Mobiele
telefoon, Kantoor, Thuis en
Overige) ontvangen.
Bij wijzigen van de taalinstelling tij‐
dens bijwerken van contactperso‐
nen worden alle vorige updates ge‐
wist.
Wanneer de mobiele telefoon niet
wordt ingesteld met een wachtend
scherm, worden mogelijk geen op‐
roepen doorgegeven naar dit info‐
tainmentsysteem.
Wanneer het besturingssysteem
van de mobiele telefoon wordt bij‐
gewerkt, kan dit van invloed zijn op
de werking van de Bluetooth-func‐
tie van de telefoon.
Speciale tekens en niet onder‐
steunde talen worden weergege‐
ven met ____.
120 Telefoon
Bij oproepen geregistreerd voor
contactpersonen zonder naam
wordt Contactgegevens bevatten
geen nummer aangegeven.
Het infotainmentsysteem toont
contactpersonen, oproepgeschie‐
denis en terugbelinformatie zoals
overgedragen vanaf de mobiele te‐
lefoon.
Telefoonmenu → Contactenlijst →
Alles wissen
Elk afzonderlijk telefoonnummer op‐
geslagen in de contactenlijst van het
systeem wordt gewist.
Selecteer met de toets MENU-TUNE
met draaiknop Menu telefoon
TelefoonboekAlles wissen en druk
op de toets MENU-TUNE.
Draai aan MENU-TUNE om Ja of
Nee te selecteren en druk vervolgens
MENU-TUNE in om alle contactper‐
sonen te wissen of om te annuleren.
Telefoonmenu → Oproepinfo
Controleer, gebruik of wis contactper‐
sonen.
Selecteer met de toets MENU-TUNE
met draaiknop Menu telefoon
Gesprekslijsten en druk op de toets
MENU-TUNE.
Druk op of draai aan MENU-TUNE
om de gedetailleerde oproepgeschie‐
denis te selecteren en druk vervol‐
gens MENU-TUNE in.
Draai MENU-TUNE om de oproepge‐
schiedenis te controleren en een con‐
tactpersoon te bellen.
Druk op MENU-TUNE om in de op‐
roepgeschiedenis het geselecteerde
nummer te bellen.
Als het scherm Een ogenblik
geduld te lang weergegeven blijft
na selectie van het oproepenlog‐
boek, controleer dan of de mobiele
telefoon vraagt om verificatie van
de overdracht van
Telefoon 121
telefoonnummers. Na het voltooien
van de verificatieprocedures van de
mobiele telefoon, worden de con‐
tactpersonen en het oproepenlog‐
boek overgedragen naar het Info‐
tainmentsysteem.
Het oproepenlogboek van de mo‐
biele telefoon en het op het Info‐
tainmentsysteem weergegeven
logboek kunnen verschillen. Het In‐
fotainmentsysteem toont de feitelijk
overgedragen informatie vanaf de
mobiele telefoon.
Telefoonmenu → Bluetooth-
instellingen
Stel de Bluetooth-functie in.
Selecteer met de toets MENU-TUNE
met draaiknop Menu telefoon
Instellingen Bluetooth en druk op de
toets MENU-TUNE.
Om de Bluetooth-functie te activeren,
moet het Bluetooth-apparaat worden
geregistreerd/gekoppeld/gewist of de
Bluetooth-code worden gewijzigd;
kies Bluetooth door drukken op/
draaien aan MENU-TUNE en gebruik
vervolgens MENU-TUNE om het ge‐
wenste item in te stellen.
Voor het instellen van de beltoon en
het volume ervan zoals gebruikt door
de Bluetooth-functie, drukt of draait u
MENU-TUNE om Geluid & Signalen
te selecteren; stel vervolgens de ge‐
wenste items in met de knop
MENU-TUNE.
Het is mogelijk om de beltonen die
u al hebt over te dragen naar het
Infotainmentsysteem, afhankelijk
van de mobiele telefoon. Bij zo'n
mobiele telefoon is het niet mogelijk
om de geselecteerde ringtone te
gebruiken.
Bij mobiele telefoons die uw ringto‐
nes kunnen overdragen, is het vo‐
lume van de ringtone gebaseerd op
het volume zoals overgedragen
vanaf de mobiele telefoon. Pas het
ringtonevolume van de mobiele te‐
lefoon aan als dit volume te laag is.
122 Telefoon
Als u de Instellingen Bluetooth weer
wilt initialiseren volgens hun stan‐
daardwaarden, drukt/draait u
MENU-TUNE om het eerste te her‐
stellen item te selecteren en kiest u
vervolgens Ja met MENU-TUNE.
Telefoon 123
124
Trefwoordenlijst
A
Algemene aanwijzingen............... 60
Antidiefstalfunctie ........................ 61
B
Bediening ..................................... 68
Bluetooth® ................................. 107
C
Cd-speler ..................................... 89
G
Gebruik......................................... 77
O
Overzicht bedieningselementen... 62
P
Personaliseren.............................. 72
R
Radio Data System (RDS) ........... 84
Randapparatuur .......................... 99
T
Telefoon met handsfreefunctie ..113
V
Vaste staafantenne...................... 88
Inleiding ..................................... 126
Basisbediening .......................... 136
Radio ......................................... 138
Cd-speler ................................... 143
AUX-ingang ............................... 146
USB-poort .................................. 147
Streaming audio via Bluetooth ... 153
Externe apparaten ..................... 155
Navigatie .................................... 161
Stemherkenning ......................... 182
Telefoon ..................................... 188
Trefwoordenlijst ......................... 200
MyLink, met pictogrammen, met of zonder
navigatie
126 Inleiding
Inleiding
Inleiding ..................................... 126
Algemene aanwijzingen ............. 126
Overzicht .................................... 127
Overzicht bedieningselementen 128
Gebruik ...................................... 129
Bediening ................................... 131
Inleiding
De namen, logo's, emblemen, slo‐
gans, automodelnamen en carrosse‐
rieontwerpen in deze handleiding, in‐
clusief, maar niet beperkt tot, GM, het
GM logo, CHEVROLET, het CHE‐
VROLET embleem, CRUZE en het
CRUZE logo zijn handelsmerken en/
of servicemerken van General Motors
LLC, haar dochtermaatschappijen,
gelieerde bedrijven of licentiehou‐
ders.
De informatie in deze handleiding vult
de gebruikershandleiding aan.
Deze handleiding beschrijft functies
waarover uw voertuig al dan niet be‐
schikt aangezien deze opties zijn die
u mogelijk niet hebt aangeschaft of
vanwege wijzigingen na het afdruk‐
ken van deze gebruikershandleiding.
Raadpleeg het aankoopbewijs van
uw specifiek voertuig om te bevesti‐
gen over welke functionaliteit uw
voertuig beschikt.
Bewaar deze handleiding samen met
de gebruikershandleiding in het voer‐
tuig voor eventuele naslag later. Als
het voertuig wordt verkocht, laat u
deze handleiding in het voertuig.
Algemene aanwijzingen
Lees de volgende pagina's om ver‐
trouwd te raken met de functies van
het Infotainmentsysteem.
Het Infotainmentsysteem heeft inge‐
bouwde functies die u hierbij helpen
door onderweg enkele functies uit te
schakelen. Een functie die in het grijs
wordt weergegeven, is niet beschik‐
baar wanneer het voertuig beweegt.
Alle functies zijn beschikbaar wan‐
neer het voertuig is geparkeerd. Vóór
vertrek:
Maak uzelf vertrouwd met de wer‐
king van het Infotainmentsysteem,
de knoppen op de console en de
toetsen op het touchscreen.
Inleiding 127
Configureer audio door favoriete
stations op voorhand in te stellen,
de tonen te configureren en de luid‐
sprekers af te stellen.
Configureer telefoonnummers van
tevoren zodat u ze gemakkelijk
kunt bellen met één enkele druk op
een toets of één enkel gesproken
commando voor voertuigen uitge‐
rust met een telefoonfunctie.
9 Waarschuwing
Te lang of te vaak niet op de weg
letten bij het gebruik van het Info‐
tainment- of navigatiesysteem kan
een botsing veroorzaken. Dit kan
letsel bij of de dood van u of an‐
deren tot gevolg hebben. Besteed
onderweg geen uitgebreide aan‐
dacht aan deze taken. Kijk onder‐
weg niet teveel naar de displays
en richt uw aandacht op het rijden.
Gebruik gesproken commando's
wanneer mogelijk.
De auto heeft reservevoeding voor
accessoires (RAP). Met RAP kan het
audiosysteem zelfs na het uitschake‐
len van het contact werken.
Glanzende oppervlakken en
boordinformatie- en
radiodisplays reinigen
Gebruik bij voertuigen met glanzende
oppervlakken of boorddisplays een
microvezeldoek om deze schoon te
wrijven. Gebruik vóór het wrijven met
de microvezeldoek een zachte bor‐
stel voor het verwijderen van vuil dat
krassen zou kunnen veroorzaken.
Wrijf daarna zachtjes met de micro‐
vezeldoek schoon. Gebruik nooit rui‐
treinigers of oplosmiddelen. Was de
microvezeldoek af en toe apart met
milde zeep. Gebruik geen bleekmid‐
del of wasverzachter. Goed uitspoe‐
len en laten drogen voordat u deze
weer gebruikt.
Voorzichtig
Bevestig geen apparaat met een
zuignap op het display. Dit kan
schade veroorzaken en wordt niet
gedekt door de autogarantie.
Software-updates
Neem contact op met uw dealer voor
mogelijke latere software-updates.
Overzicht
Het Infotainmentsysteem werkt met
de toetsen, het touchscreen, de
stuurbedieningsknoppen en stemher‐
kenning. Stemherkenning 3 182.
128 Inleiding
Overzicht bedieningselementen
MyLink, met pictogrammen, met of zonder navigatie
Inleiding 129
1 Voorkeuzetoetsen (1-6)
2 DEST (bestemming)
3 NAV (navigatie)
4 Keuzepijlen in acht
richtingen (navigeert op kaarten)
5 CONFIG (configureren)
6 RPT NAV (navigatie herhalen)
7 CLOCK
8 INFO (informatie)
9 TONE
10 AS (autostore)
11 m (aan-uit/volume)
12 t (vorige/terugspoelen)
13 HOME (startpagina)
14 r (afspelen/pauzeren)
15 SRCE (bron)
16 y/@ (telefoon/demping)
17 v (volgende/snel vooruit)
18 FAV (favorietenpagina's 1-6)
19 BACK
20 d (uitwerpen)
21 MENU/SEL (menu/selecteren)
Gebruik
Infotainmentbedieningsknop‐
pen
De knoppen op de console worden
gebruikt om de voornaamste functies
te starten terwijl u het infotainment‐
systeem gebruikt.
m (aan-uit/volume):
1. Druk op deze knop om het sys‐
teem in en uit te schakelen.
2. Draai de knop om het volume af te
stellen.
r (afspelen/pauzeren): druk op
r om het afspelen te starten, pau‐
zeren en hervatten.
Een audio-cd afspelen 3 144
SRCE (bron): druk hierop om de au‐
diobronnen, zoals AM/FM-radio, CD
en AUX te veranderen.
TONE: druk hierop om het geluids‐
menu te openen en de bass, midden‐
tonen en treble aan te passen.
Geluidsinstellingen 3 136
INFO (informatie): druk hierop om
door een scherm met audio- of navi‐
gatie-informatie te schakelen.
CONFIG (configureren): druk hierop
om functies voor de radio, de naviga‐
tie, het beeldscherm, de telefoon, de
auto en de tijd aan te passen. Menu
Configuratie 3 176
HOME: Startpagina 3 131
MENU/SEL (menu/selecteren):
draaien om een functie te accentue‐
ren. Druk op de knop om de gemar‐
keerde functie te activeren.
y/@ (telefoon/demping): Bluetooth-
toetsen 3 188
NAV (navigatie):
1. Druk op de knop om de huidige
positie van het voertuig op het
kaartscherm te bekijken.
2. Blijf drukken om door de volledige
kaart- en gedeelde weergave te
bladeren.
RPT NAV (herhaal navigatie): druk
hierop om de laatste prompt van de
gesproken begeleiding te herhalen.
130 Inleiding
DEST (bestemming): druk hierop om
de laatste prompt van de gesproken
begeleiding te herhalen.
Druk hierop om een bestemming in
te voeren.
Als er al een bestemming is inge‐
voerd, druk dan hierop om naar het
menu Bestemming te gaan.
Bestemming 3 167
BACK: druk hierop om terug te gaan
naar het vorige scherm in een menu.
Als u een pagina rechtstreeks hebt
geopend met een toets op de console
of de schermtoets Startpagina, drukt
u op BACK (TERUG) om naar de
startpagina te gaan.
FAV (favorietenpagina's 1-6): druk
hierop om het huidige paginanummer
boven de voorkeuzetoetsen weer te
geven. De opgeslagen stations voor
elke lijst verschijnen op de aanraak‐
gevoelige voorkeuzetoetsen onder in
het scherm. Het aantal FAV-voorkeu‐
zelijsten kan worden gewijzigd in het
configuratiemenu.
v (volgende/snel vooruit):
1. Druk op deze knop om de vol‐
gende titel te zoeken.
2. Houd ingedrukt om een titel door
te spoelen.
3. Laat de knop los om de afspeel‐
snelheid te hervatten.
Een audio-cd afspelen 3 144
4. Druk hierop om de volgende zen‐
der met goede ontvangst te zoe‐
ken als u naar AM, FM of DAB
luistert.
t (vorige/terugspoelen):
1. Druk op deze knop om het begin
van de huidige of vorige titel te
zoeken. Als de titel minder dan vijf
seconden werd afgespeeld, wordt
de vorige titel gezocht. Bij meer
dan vijf seconden start de huidige
titel vanaf het begin.
2. Houd ingedrukt om een titel snel
terug te spoelen. Laat de knop los
om de afspeelsnelheid te hervat‐
ten.
Een audio-cd afspelen 3 144
3. Druk hierop om de vorige zender
met goede ontvangst te zoeken
als u naar AM, FM of DAB luistert.
Voorkeuzetoetsen (1-6):u kunt de
voorkeuzeknoppen één tot en met
zes gebruiken om opgeslagen AM-,
FM- en DAB-zenders te selecteren.
Keuzepijlen in acht richtingen: Druk
op de pijlen om in de kaart te navige‐
ren.
CLOCK: druk hierop om de tijd in te
stellen.
d (uitwerpen): druk hierop om een
schijf uit de cd-speler te werpen.
Toetsen van touchscreen
De toetsen van het touchscreen be‐
vinden zich op het scherm en zijn ge‐
accentueerd wanneer een functie be‐
schikbaar is. Sommige wisseltoetsen
zijn geaccentueerd wanneer ze actief
zijn en worden grijs weergegeven
wanneer ze inactief zijn.
Inleiding 131
Afstandsbediening op stuurwiel
Indien aanwezig werken sommige
audiofuncties via de stuurbedienings‐
knoppen.
q/w (indrukken om te praten): druk
hierop om een binnenkomende op‐
roep aan te nemen of om met Blue‐
tooth of stemherkenning te werken.
x/n (oproep dempen/beëindigen):
druk hierop om een binnenkomende
oproep te weigeren of om een huidige
oproep te beëindigen. Druk hierop om
de boordluidsprkers bij gebruik van
het Infotainmentsysteem stil te scha‐
kelen. Opnieuw indrukken om de
knipperlichten uit te schakelen. Druk
hierop om stemherkenning te annu‐
leren.
d SRC c (kartelwielknop): druk hierop
om een audiobron te selecteren.
Selecteer met het kartelwiel de vol‐
gende of vorige favoriete radiozen‐
der, cd, mp3-track, USB en audio via
Bluetooth.
Gebruik dSRC om met Stitcher naar
de volgende song of het volgende
programma te springen.
X- (volume): druk op + om het volume
hoger te zetten. Druk op - om het la‐
ger te zetten.
Bediening
Het Infotainmentsysteem werkt door
het aanraken van het scherm en met
de knoppen en andere toetsen.
Stemherkenning, via de stuurbedie‐
ningsknoppen, kan worden gebruikt
voor het bedienen van de Infotain‐
mentfuncties.
Druk q/w op de stuurbedienings‐
knoppen om stemherkenning te star‐
ten.
Stemherkenning 3 182
Startpagina
Toetsen van touchscreen
Via de startpagina hebt u toegang tot
veel van de functies.
Terug: Druk hierop om terug naar de
vorige pagina te gaan.
Thuis: Druk hierop om terug naar de
startpagina te gaan.
Fav: Druk hierop om een pagina met
opgeslagen (favoriete) AM-, FM- of
DAB-zenders weer te geven. Houd
Fav ingedrukt om door de favorieten‐
pagina's te bladeren.
132 Inleiding
Meer l: Druk hierop om naar de vol‐
gende pagina te gaan.
Startpagina aanpassen
De eerste startpagina kan worden
aangepast.
Schermtoetsen toevoegen:
1. Druk op Menu.
2. Startpagina aanpassen indruk‐
ken.
3. Druk op een schermtoets om
deze op de eerste startpagina toe
te voegen of te verwijderen. Een
H geeft aan dat deze wordt weer‐
gegeven. Het maximaal aantal
toetsen op startpagina 1 is acht.
4. Afgerond indrukken.
Schermtoetsen verplaatsen:
1. Pict. sorteren indrukken.
2. Druk op een pictogram om dit met
een ander pictogram te verwisse‐
len.
3. Selecteer een pictogram waar‐
mee u wilt wisselen.
4. Afgerond indrukken.
Standaardwaarden startpagina 1 her‐
stellen:
1. Menu indrukken.
2. Stand.wrd. hoofdstartpagina
herst. indrukken.
3. Druk op Ja of Annul..
Functies van Startpagina
Ingedrukte schermtoetsen zijn geac‐
centueerd wanneer een functie be‐
schikbaar is.
Diverse functies zijn uitgeschakeld
wanneer het voertuig beweegt.
Druk op de schermtoets Nu afspelen
om de actieve bronpagina te tonen.
De beschikbare bronnen zijn AM, FM,
DAB, CD, USB/iPod, Stitcher en
AUX.
AM/FM-radio 3 138, cd-speler
3 143, Stitcher internetradio 3 157,
randapparatuur 3 146
Druk op de schermtoets Navigatie om
een kaart met uw huidige voertuigpo‐
sitie weer te geven.
Navigatiesysteem gebruiken 3 161,
kaarten 3 163, navigatiesymbolen
3 165, menu Configuratie 3 176
Inleiding 133
Druk op de schermtoets
Bestemming om de startpagina voor
het invoeren van bestemmingen of
het menu Bestemming weer te ge‐
ven. Met de beschikbare schermtoet‐
sen hebt u eenvoudig toegang tot di‐
verse manieren voor invoeren van
een bestemming.
Bestemming 3 167
Druk op de schermtoets Telefoon om
de startpagina Telefoon te tonen.
Telefoon 3 188
Druk op de schermtoets Instellingen
om de startpagina Configuratie te to‐
nen. Pas in dit scherm functies zoals
tijd en datum, radio, telefoon, naviga‐
tie, voertuig en beeldscherm aan.
Menu Configuratie 3 176
Druk op de schermtoets Klank om de
startpagina Klank te tonen. Stel de
toon en luidsprekers af door op de
toetsen te drukken die de geluidsni‐
veaus van treble, middentonen, bass,
fade en balans wijzigen.
Geluidsinstellingen 3 136
Druk op de schermtoets
Afbeeldingen om afbeeldingen op uw
USB-drive of SD card te bekijken. U
kunt afbeeldingen op de SD card al‐
leen door een USB-adapter bekijken.
Afbeeldingen 3 149
Druk op de schermtoets AM om de
hoofdpagina AM weer te geven en te
luisteren naar de huidige of laatst af‐
gestemde AM-zender.
AM/FM-radio 3 138
134 Inleiding
Druk op de schermtoets FM om de
hoofdpagina FM weer te geven en te
luisteren naar de huidige of laatst af‐
gestemde FM-zender.
AM/FM-radio 3 138
Druk op de schermtoets DAB om de
hoofdpagina DAB weer te geven en
te luisteren naar de huidige of laatst
afgestemde DAB-zender.
Digital Audio Broadcasting 3 140
Druk op de schermtoets Stitcher (in‐
dien aanwezig) om de Stitcher start‐
pagina weer te geven en stream
nieuws, sport en amusementspro‐
gramma's via het audiosysteem.
Stitcher internetradio 3 157
Druk op de schermtoets CD om de
hoofdpagina CD weer te geven en te
luisteren naar de huidige of laatste
CD-track.
CD-speler 3 143
Druk op de schermtoets S Bluetooth
om via hoofdpagina Audio via Blue‐
tooth muziek via een Bluetooth-appa‐
raat af te spelen.
Streaming audio via Bluetooth
3 153
Druk op de schermtoets iPod om de
hoofdpagina iPod weer te geven en te
luisteren naar de huidige of laatste
track.
Externe apparaten 3 155
Inleiding 135
Druk op de schermtoets USB om de
hoofdpagina USB weer te geven en
te luisteren naar de huidige of laatste
track.
USB-poort 3 147
Druk op de toets AUX voor toegang
tot een aangesloten randapparaat.
Randapparatuur 3 146
Druk op de schermtoets Snelle info
voor informatie over het afspelen van
audio.
Quickinfo 3 138
Druk op de schermtoets Messages
(indien aanwezig) om het Postvak IN
voor tekstberichten weer te geven.
Tekstberichten 3 194
Indien aanwezig, is deze functie be‐
schikbaar via het pictogram Knop
apps op de startpagina radio. Voor
het downloaden en gebruiken van
apps is een Wi-Fi-internetverbinding
als onderdeel van een smartphone of
andere dataserviceregeling van een
mobiel apparaat nodig. Bij de meeste
smartphone kunt u deze activeren in
het instellingenmenu onder Mobiele
netwerksharing, Persoonlijke hot‐
spot, Mobiele hotspot Wi-Fi-hotspot
of soortgelijke opties. Druk na het ac‐
tiveren van Wi-Fi op de smartphone
op Knop apps op de startpagina ra‐
dio. Volg de prompts voor het confi‐
gureren van de internetverbinding en
het instellen van een account.
136 Basisbediening
Basisbediening
Basisbediening .......................... 136
Geluidsinstellingen .................... 136
Basisbediening
Luisteren naar radio
m (aan-uit/volume):
Druk op de knop om de radio in of
uit te schakelen.
Draai hieraan om het volume van
de actieve bron hoger of lager te
zetten.
De stuurbedieningsknoppen kunnen
ook worden gebruikt om het volume
aan te passen.
Stuurbedieningsknoppen 3 129
Bediening radio
De radio werkt wanneer het contact
op AAN/START of ACC/ACCES‐
SOIRE staat. Wanneer het contact
van AAN/START op STOP/UIT wordt
gezet, werkt de radio nog 10 minuten
of totdat het bestuurdersportier wordt
geopend.
U kunt de radio inschakelen door op
de radio op m te drukken. De radio
werkt dan gedurende 10 minuten. Bij
het openen van de bestuurdersportier
blijft de radio werken.
De radio kan te allen tijde met de aan/
uit-toets worden uitgeschakeld.
Audiobron
Druk op SRCE of SRC op de stuur‐
bedieningsknoppen voor weergeven
en scrollen door de beschikbare bron‐
nen AM, FM, DAB, Stitcher (indien
aanwezig), CD, USB, AUX en Audio
via Bluetooth.
Geluidsinstellingen
Ga naar de geluidsinstellingen door
op de toets TONE of Klank te druk‐
ken. Geluidsinstellingen zijn specifiek
voor elke bron.
Pas de instellingen als volgt aan:
Bas: Druk op + of - om het niveau
te wijzigen.
Midden (Middentonen): druk op + of
- om het niveau te wijzigen.
Treble: Druk op + of - om het niveau
te wijzigen.
EQ: druk op of draai aan de knop
MENU/SEL om de voorgeprogram‐
meerde EQ-opties te doorlopen.
Basisbediening 137
Fade: Druk op de toets F of R voor
meer geluid uit de luidsprekers voor
of achter. De positie in het midden
balanceert het geluid tussen de
luidsprekers vooraan en achteraan.
Balans: Druk op de toets l of R voor
meer geluid uit de luidsprekers
links of rechts. De positie in het mid‐
den balanceert het geluid tussen de
linkse en rechtse luidsprekers.
138 Radio
Radio
Algemene informatie .................. 138
Zender zoeken ........................... 138
Favorietenlijst ............................. 139
Radio Data System (RDS) ......... 140
Digital Audio Broadcasting ........ 140
Radio-ontvangst ........................ 141
Algemene informatie
Quickinfo
Met Quickinfo hebt u snel toegang tot
informatie over een punt.
Druk hiervoor op de startpagina op
Snelle info of op de console op de
knop INFO. Afhankelijk van het sys‐
teem en of de opties voor die regio
beschikbaar zijn, zijn sommige opties
wellicht uitgegrijsd. Een voorbeeld is
het weergeven van audio-informatie
over hetgeen u op dat moment be‐
luistert.
Zender zoeken
Druk op SRCE of SRC op de stuur‐
bedieningsknoppen om AM, FM of
DAB te selecteren.
Draai de knop MENU/SEL om een ra‐
diostation te zoeken. Selecteer een
voorkeuzezender door op FAV te
drukken, scrol door de favorietenpa‐
gina's en druk op een voorkeuzetoets
op de radio of de schermtoets.
Een zender opslaan
Druk op t of v om een station te
zoeken.
AM
1. Druk op de startpagina op de
schermtoets AM; selecteer AM
door op SRCE of SRC op de
Radio 139
stuurbedieningsknoppen te druk‐
ken of zeg "Stem af op AM"of
"AM" via stemherkenning (indien
aanwezig).
2. Druk op de schermtoets Menu om
de AM-zenders of -categorieën
weer te geven.
3. Indrukken voor het selecteren van
een optie. Druk op Verversen om
de zenderlijst bij te werken.
FM
1. Druk op de startpagina op de
schermtoets FM; selecteer FM
door op SRCE of SRC op de
stuurbedieningsknoppen te druk‐
ken of zeg "Stem af op FM"of "FM"
via stemherkenning (indien aan‐
wezig).
2. Druk op de schermtoets Menu om
de FM-zenders of -categorieën
weer te geven.
3. Indrukken voor het selecteren van
een optie. Druk op Verversen om
de zenderlijst bij te werken.
Favorietenlijst
Alle zendervoorkeuren
U kunt tot wel 36 voorkeuzezenders
uit AM, FM of DAB gemengd opslaan.
1. Houd op de hoofdpagina AM, FM
of DAB één van de toetsen 1-6 of
één van de voorkeuzescherm‐
toetsen onderaan het scherm in‐
gedrukt. Na enkele seconden
hoort u een pieptoon en verschijnt
de nieuwe voorkeuze-informatie
op die schermtoets.
2. Deze handeling uitvoeren voor
elke voorkeuze.
Gemengde voorkeuzes
Elke favorietenpagina kan zes voor‐
keuzezenders opslaan. De voorkeu‐
zes op een pagina kunnen uit ver‐
schillende golfbereiken zijn.
Druk op FAV of de schermtoets Fav
op de bovenste balk om door de pa‐
gina's te scrollen. Het huidige pagina‐
nummer verschijnt boven de toetsen
van de voorkeuzes. De opgeslagen
zenders voor elke favorietenpagina
verschijnen op de voorkeuzetoetsen.
Ga als volgt te werk om het aantal
weer te geven favorietenpagina's te
wijzigen:
1. Druk op de startpagina op
Instellingen.
2. Radio-instellingen indrukken.
3. Aantal favoriete pagina's indruk‐
ken.
Een voorkeuzestation oproepen
Als u een voorkeuzezender wilt op‐
roepen uit een favorietenpagina, doet
u één van het volgende:
Druk op de schermtoets Fav op de
bovenste balk om de voorkeuze‐
pop-up weer te geven. Druk op één
140 Radio
van de voorkeuzeschermtoetsen
om naar de geselecteerde voorkeu‐
zezender te gaan.
Op de hoofdpagina AM, FM of DAB
drukt u op één van de voorkeuze‐
schermtoetsen om naar de gese‐
lecteerde voorkeuzezender te
gaan.
Radio Data System (RDS)
RDS-functies zijn alleen maar be‐
schikbaar voor gebruik op FM-zen‐
ders die RDS-informatie uitzenden.
Met RDS kan de radio berichten van
radiozenders weergeven.
Dit systeem is gebaseerd op de ont‐
vangst van specifieke informatie van
deze stations en werkt alleen wan‐
neer de informatie beschikbaar is.
Bij het uitzenden van informatie vanaf
de huidige FM-zender verschijnt-/en
de naam van de zender of roepletters
op het audioscherm.
Digital Audio Broadcasting
DAB (Digital Audio Broadcasting)-
functies zijn alleen maar beschikbaar
voor gebruik op FM-zenders die DAB-
informatie uitzenden. Met DAB kan
de radio:
Stations zoeken die het geselec‐
teerde programmatype uitzenden.
Berichten over lokale en nationale
noodsituaties ontvangen.
Berichten van radiostations tonen.
DAB-zenders worden aangeduid met
de programmanaam in plaats van de
zendfrequentie.
Dit systeem is gebaseerd op de ont‐
vangst van specifieke informatie van
deze stations en werkt alleen wan‐
neer de informatie beschikbaar is. In
zeldzame gevallen kan een radiosta‐
tion onjuiste informatie uitzenden die
ervoor zorgt dat de radiofuncties niet
naar behoren werken. Als dit gebeurt,
neemt u contact op met het radiosta‐
tion.
Het DAB-systeem is altijd ingescha‐
keld.
Wanneer informatie wordt uitgezon‐
den vanaf de huidige FM-zender, ver‐
schijnen de naam van de zender of
roepletters op het audioscherm. DAB
kan een programmatype (PTY) voor
de huidige programmering en de
naam van het uitgezonden pro‐
gramma voorzien.
Algemene informatie
Met DAB kunnen verschillende pro‐
gramma’s (diensten) op dezelfde
frequentie worden uitgezonden
(ensemble).
Naast hoogwaardige diensten voor
digitale audio is DAB ook in staat
om programmagerelateerde gege‐
vens en een veelvoud aan andere
dataservices uit te zenden, inclusief
reis- en verkeersinformatie.
Zolang een bepaalde DAB-ontvan‐
ger een signaal van een zender kan
opvangen (ook al is het signaal erg
zwak), is de geluidsweergave ge‐
waarborgd.
Radio 141
Er is geen sprake van fading (ver‐
zwakking van het geluid) dat ken‐
merkend is voor AM- of FM-ont‐
vangst. Het DAB-signaal wordt op
een constant volume gereprodu‐
ceerd.
Als het DAB-signaal te zwak is om
door de radio te worden geïnterpre‐
teerd, wordt de weergave geheel
onderbroken.
Interferentie door zenders op nabu‐
rige frequenties (een verschijnsel
dat typisch is voor AM- en FM-ont‐
vangst) doet zich bij DAB niet voor.
Als het DAB-signaal door natuur‐
lijke obstakels of door gebouwen
wordt weerkaatst, verbetert dit de
ontvangstkwaliteit van DAB, terwijl
AM- en FM-ontvangst in die geval‐
len juist aanmerkelijk verslechtert.
Na het inschakelen van DAB-ont‐
vangst blijft de FM-tuner van het In‐
fotainmentsysteem op de achter‐
grond actief en zoekt voortdurend
naar de best ontvangbare FM-zen‐
ders. Als TP 3 140 geactiveerd is,
worden er verkeersberichten van
de momenteel best ontvangbare
FM-zender doorgegeven. Deacti‐
veer TP als u niet wilt dat de DAB-
ontvangst door FM-verkeersmel‐
dingen wordt onderbroken.
DAB-berichten
Naast de muziekprogramma’s zen‐
den talloze DAB-zenders diverse ca‐
tegorieën berichten uit. Het afspelen
van de radio of cd / mp3 wordt onder‐
broken wanneer er berichten zijn.
Diverse soorten berichten tegelijker‐
tijd selecteren:
1. Selecteer DAB-berichten.
2. Activeer de gewenste berichtca‐
tegorieën.
Radio-ontvangst
Frequentie- en atmosferische storing
kunnen optreden tijdens de normale
radio-ontvangst als items zoals opla‐
ders van mobiele telefoons, hulpac‐
cessoires voor het voertuig en ex‐
terne elektronische apparaten wor‐
den aangesloten op de 12 V-aanslui‐
ting. Bij frequentie- of atmosferische
storing koppelt u het item los van de
hulpvermogensuitgang.
FM
FM-signalen hebben een bereik van
slechts 16 tot 65 km (10 tot 40 mi).
Hoewel de radio beschikt over een in‐
gebouwd elektronisch circuit dat au‐
tomatisch in werking treedt om storing
te herleiden, kan atmosferische sto‐
ring plaatsvinden, in het bijzonder
rondom hoge gebouwen of heuvels,
waardoor het geluid toe- en afneemt.
AM
Het bereik voor de meeste AM-stati‐
ons is groter dan bij FM, in het bijzon‐
der 's avonds. Het grotere bereik kan
ervoor zorgen dat stationfrequenties
onderlinge storing veroorzaken. At‐
mosferische storing kan optreden
wanneer de radio-ontvangst wordt
verstoord door onweer en stoomlij‐
nen. Wanneer dit gebeurt, moet u de
hogetonenregelaar van de radio lager
afstellen.
142 Radio
Gebruik van mobiele telefoon
Het gebruik van een mobiele tele‐
foon, zoals bellen of gebeld worden,
opladen, of gewoon ingeschakeld zijn
kan statische storingen met de radio
veroorzaken. Ontkoppel in dat geval
de telefoon of schakel deze uit.
Cd-speler 143
Cd-speler
Algemene informatie .................. 143
Audio-cd afspelen ...................... 144
Algemene informatie
De cd-speler kan het volgende afspe‐
len:
Meeste audio-cd's
Cd-r
Cd-rw
Mp3, indelingen unprotected WMA
en AAC
Wanneer u een compatibele be‐
schrijfbare schijf afspeelt, kan de ge‐
luidskwaliteit afnemen door de schijf,
de opnamemethode, de kwaliteit van
de opgenomen of de hantering van de
schijf.
De schijf kan meer gaan overslaan en
problemen hebben bij het lezen van
opgenomen tracks, vinden van tracks
en/of laden en uitwerpen. Als u deze
problemen ervaart, controleert u de
schijf op schade en probeert u een
schijf waarvan u weet dat die goed
werkt.
Schade aan de cd-speler vermijden:
Gebruik geen gekraste of bescha‐
digde schijven.
Plak geen etiketten op schijven. De
etiketten kunnen vast komen te zit‐
ten in de speler.
Plaats slechts één schijf per keer.
Houd de laadsleuf vrij van vreemde
stoffen, vloeistoffen en vuil.
Gebruik een markeerpen om de bo‐
venkant van de schijf te labelen.
Schijven laden en uitwerpen
Een schijf laden:
1. Schakel de auto in.
2. Plaats een schijf in de sleuf met de
juiste kant naar boven. De speler
trekt deze volledig naar binnen.
Als de schijf is beschadigd of on‐
juist wordt geladen, ziet u een fout
en wordt de schijf uitgeworpen.
De schijf speelt automatisch af na het
laden.
144 Cd-speler
Druk op d om een schijf uit de cd-
speler te werpen. Als de schijf niet
snel wordt verwijderd, wordt deze au‐
tomatisch terug in de speler getrok‐
ken.
Audio-cd afspelen
1. Druk op de toets CD op de start‐
pagina of selecteer CD uit het
pop-upvenster voor de bron om
de CD-hoofdpagina te tonen.
2. Druk op de schermtoets Menu om
de menuopties weer te geven.
3. Indrukken voor het selecteren van
de optie.
Op de hoofdpagina CD verschijnt het
tracknummer en verschijnt er, indien
beschikbaar, informatie over de song,
de artiest en het album.
Gebruik de volgende bedieningsor‐
ganen van de radio om de schijf af te
spelen:
r (afspelen/pauzeren): gebruik
deze optie om het afspelen te pauze‐
ren of te hervatten.
t (vorige/terugspoelen):
Druk op deze knop om het begin
van de huidige of vorige titel te zoe‐
ken. Als de titel minder dan vijf se‐
conden werd afgespeeld, wordt de
vorige titel gezocht. Bij meer dan
vijf seconden start de huidige titel
vanaf het begin.
Houd ingedrukt om een titel terug te
spoelen. Laat de knop los om de
afspeelsnelheid te hervatten. De
verstreken tijd verschijnt.
v (volgende/snel vooruit):
Druk op deze knop om de volgende
titel te zoeken.
Houd ingedrukt om een titel door te
spoelen. Laat de knop los om de
afspeelsnelheid te hervatten. De
verstreken tijd verschijnt.
MENU/SEL knop: draai deze naar
rechts of links om de volgende of vo‐
rige track te selecteren. Druk op deze
knop om uit de lijst te selecteren. Als
een titel wordt geselecteerd uit het
menu, speelt het systeem de titel af
en gaat het terug naar het scherm
CD.
Foutmeldingen
Als Disc fout verschijnt en/of de disk
wordt uitgeworpen, kan de reden zijn:
De schijf heeft een ongeldige of on‐
bekende indeling.
De schijf is heel warm. Probeer de
schijf opnieuw wanneer de tempe‐
ratuur terug normaal is.
De weg is heel ruw. Probeer de
schijf opnieuw wanneer het wegop‐
pervlak beter is.
Cd-speler 145
De schijf is vuil, gekrast, nat of is
omgekeerd geplaatst.
De lucht is heel vochtig. Probeer de
schijf later opnieuw.
Er is een probleem opgetreden bij
het branden van de schijf.
Het etiket zit vast in de cd-speler.
Als de cd niet juist afspeelt, probeert
u een cd waarvan u weet dat die goed
werkt.
Als de foutmeldingen aanhouden,
neemt u contact op met uw dealer.
146 AUX-ingang
AUX-ingang
Algemene aanwijzingen ............. 146
Randapparatuur aansluiten ....... 146
Algemene aanwijzingen
Deze auto heeft een extra ingang in
de middenconsole. Mogelijke externe
audiobronnen zijn:
laptop
mp3-speler
cassettespeler
Deze aansluiting is geen audio-uit‐
gang. Sluit geen koptelefoon aan op
de hulpingang. Sluit randapparatuur
aan terwijl de auto in de stand P (Par‐
keren) staat.
Randapparatuur
aansluiten
Sluit een 3,5mm (1/8")-kabel aan van
het hulpapparaat op de hulpingang.
Wanneer een apparaat wordt aange‐
sloten, begint het systeem automa‐
tisch audio vanaf het apparaat af te
spelen via de luidsprekers van het
voertuig.
Ga als volgt te werk als er al een rand‐
apparaat aangesloten is, maar er mo‐
menteel een andere bron actief is:
Druk op SRCE of SRC op de stuur‐
bedieningsknoppen om door alle
beschikbare audiobronschermen
te bladeren, totdat het AUX-bron‐
scherm wordt geselecteerd.
Gebruik stemherkenning en zeg
"AUX voor afspelen" om het rand‐
apparaat te beluisteren.
Stemherkenning 3 182
USB-poort 147
USB-poort
Algemene aanwijzingen ............. 147
USB-apparaten aansluiten ........ 149
Opgeslagen audiobestanden
afspelen ..................................... 149
Algemene aanwijzingen
USB mp3-speler en USB-drives
De aangesloten USB mp3-spelers
en USB-drives moeten aan de USB
MSC-specificatie voldoen (USB
Mass Storage Class).
Harde schijven worden niet onder‐
steund.
De radio kan geen muziek met
schrijfbeveiliging afspelen.
Ondersteunde bestandssystemen:
FAT32, NTFS, Linux en HFS+.
De volgende beperkingen gelden
voor de gegevens die opgeslagen
zijn op een USB mp3-speler of een
USB-apparaat:
Maximale mapstructuurdiepte:
acht niveaus.
Maximaal aantal mp3/wma-be‐
standen dat kan worden weerge‐
geven: 10.000.
De afspeellijstitems moeten als
relatieve paden zijn opgemaakt.
Het systeemkenmerk voor map‐
pen/bestanden dat audiogege‐
vens bevat, mag niet ingesteld
zijn.
De radio ondersteunt het aansluiten
van een mobiele telefoon als USB-
drive zolang als de mobiele telefoon
USB MSC ondersteunt of ondersteu‐
ning voor USB-diskdrives erop geac‐
tiveerd is.
USB-media-indelingen
De USB-poort ondersteunt de vol‐
gende media-indelingen:
MP3
Unprotected WMA
Unprotected AAC
Ook andere indelingen worden wel‐
licht ondersteund.
148 USB-poort
Gracenote
®
Met Gracenote-technologie op de ra‐
dio beheert u en navigeert u door de
muziekcollectie op USB-apparaten.
Wanneer er een USB-apparaat met
de radio verbonden is, identificeert
Gracenote de muziekcollectie en ver‐
meldt deze de juiste gegevens over
album, naam van de artiest, genres
en cover art op het scherm. Eventueel
ontbrekende informatie wordt door
Gracenote aangevuld.
Muziekbibliotheek doorzoeken met
stemherkenning (indien aanwezig)
Stemherkenning: Gracenote verbe‐
tert het zoeken naar en navigeren
door muziek door het identificeren
van band-, artiesten- en albumnamen
met een wellicht lastige uitspraak, on‐
gewone spellingsvormen en bijna‐
men. Zo helpt Gracenote het systeem
bij het begrijpen van artietsnamen als
"INXS" of "Mötley Crüe." Het is ook
geschikt voor het gebruiken van na‐
men als: "The Boss," "G.N.R," "The
Fab Four" en duizenden andere be‐
roemde bijnamen van artiesten als
gesproken commando's voor toe‐
gang tot muziek.
Stemherkenning 3 182
Normaliseren: Normalisatie helpt bij
het verbeteren van de nauwkeurig‐
heid van stemherkenning voor titels
die bijna hetzelfde klinken. Het groe‐
peert ook lange lijsten genres in 10
algemeen bekende genres. In de me‐
diabibliotheek kunnen bijvoorbeeld
meerdere rockgenres voorkomen,
normalisatie groepeert deze alle in
één rockgenre. Normalisatie is stan‐
daard uit.
Normalisatie inschakelen:
1. Druk op de startpagina op
CONFIG of Instellingen.
2. Druk op Radio-instellingen en ver‐
volgens op Gracenote-opties.
3. Druk op Normaliseren om deze in
of uit te schakelen.
Cover art: De database in Gracenote
bevat cover art- of album art-informa‐
tie voor de muziek op het USB-appa‐
raat. Als de muziek door Gracenote
wordt herkend en cover art heeft, ge‐
bruikt Gracenote de cover art uit de
ingebedde database en toont deze op
de radio. Gebruikerspecifieke cover
art wordt altijd als eerste gebruikt. Als
er geen cover art wordt gevonden,
gebruikt Gracenote genreafbeeldin‐
gen of foto's van artiesten.
Meer van dit
De Gracenote-database bevat attri‐
buten voor muziek, zoals genre, mu‐
ziekperiode, regio, soort artiest, stem‐
ming, enz. Gebruik dit voor het creë‐
ren van een afspellijst van maximaal
30 songs "zoals" de momenteel be‐
luisterde song. Deze afspeellijst
USB-poort 149
wordt opgeslagen in het menu Af‐
speellijst wanneer het apparaat weer
wordt verbonden. Als er songs van
het apparaat worden verwijderd, slaat
het systeem deze songs simpelweg
over en speelt het de volgende be‐
schikbare song af.
Gebruik het aanraakscherm of stem‐
herkenning om een "Meer van dit" af‐
speellijst te creëren.
Commando's voor stemherkenning
3 182
Gracenote indexering
Terwijl Gracenote indexeert, zijn er
Infotainmentfuncties beschikbaar,
zoals het selecteren van muziek uit
het menu. Muziek via stemherken‐
ning is niet beschikbaar totdat de ra‐
dio het apparaat geheel heeft geïn‐
dexeerd. Bij apparaten met meer mu‐
ziek kan het indexeren meer tijd in
beslag nemen. Bij de eerste keer aan‐
sluiten op de radio gaat het apparaat
indexeren. Als Indexeren van het
scherm verdwijnt, is de radio gereed
voor het ondersteunen van zoeken
naar muziek. Bij de volgende keer
aansluiten of de volgende contactcy‐
clus verschijnt Indexeren kort op het
scherm. De radio zoekt naar wijzigin‐
gen in het apparaat en stelt de mu‐
zieklijst op. Als er geen wijzigingen
zijn, is het zoeken naar muziek via
stemherkenning beschikbaar. De ra‐
dio gaat indexeren en slaat twee ap‐
paraten met maximaal 10.000 songs
op elk apparaat op.
USB problemen oplossen
Als het apparaat niet wordt herkend
of als er informatie over de muziek op
het scherm ontbreekt, herstel dan de
standaardinstellingen van de radio:
1. CONFIG indrukken.
2. Voertuig instellingen indrukken.
3. Fabrieksinstellingen herstellen in‐
drukken.
4. Ja indrukken.
USB-apparaten aansluiten
De USB-poort is geschikt voor het
aansluiten van een USB-massaop‐
slagapparaat of een Certified Win‐
dows Vista®/Media Transfer Protocol
(MTP)-apparaat.
De USB-poort bevindt zich in de mid‐
denconsole.
Het USB-pictogram verschijnt wan‐
neer het USB-apparaat is aangeslo‐
ten.
Opgeslagen
audiobestanden afspelen
Als u een USB-apparaat wilt afspe‐
len, gaat op een van de volgende ma‐
nieren te werk:
Sluit het USB-apparaat aan om het
afspelen automatisch te starten.
Druk op de startpagina op de
schermtoets Nu afspelen.
Druk op SRCE of SRC op de stuur‐
bedieningsknoppen om te scrollen
totdat het USB-bronscherm ver‐
schijnt.
Druk op q of w op de stuurbedie‐
ningsknoppen om de cd, artiest, al‐
bum, songtitel of song-genre af te
spelen.
Stemherkenning 3 182
150 USB-poort
De volgende afspeellijstindelingen
worden ondersteund:
M3U (standard en extended)
iTunes
PLS (standard)
WAX
ASX
RMP
Terwijl de USB-bron actief is, gebruikt
u de volgende toetsen en bedienings‐
organen om de USB-functie te bedie‐
nen:
MENU/SEL knop: draai hieraan om
door de lijst te scrollen. Draai er snel
aan om snel alfabetisch door grote
lijsten te scrollen.
r (afspelen/pauzeren): druk hierop
om de huidige mediabron te starten,
pauzeren of te hervatten.
t (vorige/terugspoelen):
Druk op deze knop om het begin
van de huidige of vorige titel te zoe‐
ken. Als de titel minder dan vijf se‐
conden werd afgespeeld, wordt de
vorige titel afgespeeld. Bij meer
dan vijf seconden herstart de hui‐
dige titel.
Houd de knop ingedrukt om het af‐
spelen snel terug te spoelen. Laat
los om de afspeelsnelheid te her‐
vatten. De verstreken tijd ver‐
schijnt.
v (volgende/snel vooruit):
Druk op deze knop om de volgende
titel te zoeken.
Houd ingedrukt om het afspelen
snel door te spoelen. Laat los om
de afspeelsnelheid te hervatten. De
verstreken tijd verschijnt.
USB-menu
De volgende opties zijn beschikbaar
via het USB-menu:
Shuffle: druk hierop om de titels in wil‐
lekeurige volgorde af te spelen. Druk
opnieuw om willekeurige volgorde te
stoppen.
Vergelijkbare nummers afspelen:
1. Druk hierop voor automatisch cre‐
eren van een afspeellijst voor
songs die op de nu beluisterde lij‐
ken.
2. Op de radio verschijnt Afspeellijst
gecreëerd en de huidige song
wordt verder afgespeeld.
Aanmaken afspeellijst mislukt kan
verschijnen als een song niet in de
Gracenote database voorkomt.
Automatische afspeellijst
verwijderen: druk hierop om een af‐
speellijst Meer van dit te wissen.
Mappen: druk hierop om een lijst met
mappen te openen om zo toegang tot
bestanden in de mappenstructuur te
hebben.
Afspeellijsten:
1. Druk hierop om de afspeellijsten
op de USB te bekijken.
2. Selecteer een afspeellijst om de
lijst met alle muzieknummers uit
die afspeellijst te bekijken.
3. Selecteer een muzieknummer uit
de lijst om het afspelen te begin‐
nen.
USB-poort 151
Artiesten:
1. Druk hierop de toets om de lijsten
met artiesten op het USB-appa‐
raat te bekijken.
2. Selecteer de naam van een artiest
om een lijst met alle albums van
de artiest te bekijken.
3. Selecteer een album.
4. Selecteer de song uit de lijst om
het afspelen te beginnen.
Albums:
1. Druk hierop om de albums op het
USB-apparaat te bekijken.
2. Selecteer het album om een lijst
met alle muzieknummers in het al‐
bum te bekijken.
3. Selecteer een muzieknummer uit
de lijst om het afspelen te begin‐
nen.
Genres:
1. Druk hierop om de genres op het
USB-apparaat te bekijken.
2. Selecteer een genre om een lijst
met alle muzieknummers van dat
genre te bekijken.
3. Selecteer een muzieknummer uit
de lijst om het afspelen te begin‐
nen.
Nummers:
1. Druk hierop om een lijst met alle
songs op het USB-apparaat weer
te geven.
2. Selecteer een genre om een lijst
met alle muzieknummers van dat
genre te bekijken.
3. Songs worden weergegeven
zoals ze zijn opgeslagen op de
schijf. Als u het afspelen wilt be‐
ginnen, selecteert u een muziek‐
nummer uit de lijst.
Bestandssysteem en namen
De songs, artiesten, albums en gen‐
res worden uit de songinformatie van
het bestand gehaald en worden al‐
leen weergegeven als ze aanwezig
zijn. De radio geeft de bestandsnaam
als de tracknaam weer als de song‐
informatie niet beschikbaar is.
Afbeeldingen
Afbeeldingen kunnen alleen met
USB-apparaten worden bekeken. Zet
afbeeldingen op een SD card over op
een USB-apparaat of gebruik een
USB-SD-adapter. Bestanden met
een grootte van meer dan ongeveer
vier megapixels worden wellicht niet
weergegeven. Alleen jpeg-, bmp-, gif-
en png-bestanden worden onder‐
steund.
1. Druk op de startpagina op de
schermtoets Afbeeldingen.
2. Het systeem zoekt naar de map‐
pen met afbeeldingen. Het bericht
Een ogenblik geduld verschijnt
totdat het zoeken voltooid is.
152 USB-poort
3. Er verschijnt een lijst. Selecteer
een afbeelding om te bekijken.
4. Na het verschijnen van een af‐
beelding zijn de volgende opties
beschikbaar:
Info: indrukken om de bestands‐
naaminformatie in of uit te schakelen.
N: druk hierop om een eerdere afbeel‐
ding weer te geven, indien niet in een
diavoorstelling.
l: druk hierop om om te schakelen
tussen diavoorstelling en handmatige
modus.
O: druk hierop om een latere afbeel‐
ding weer te geven, indien niet in een
diavoorstelling.
v: druk hierop om een afbeelding 90
graden linksom te draaien.
Menu: indrukken om het instellingen‐
scherm afbeeldingenviewer te ope‐
nen. Hoofdmenu foto-viewer, Timer
Diashow en Shuffle foto's verschijnen
als opties voor configureren van het
bekijken van in het systeem opgesla‐
gen afbeeldingen.
Als het weergavescherm voor afbeel‐
dingen niet binnen zes seconden
wordt gebruikt, verdwijnen de opties
in de balken boven en onder. Tik op
het scherm om de balken boven en
onder weer te laten verschijnen.
Streaming audio via Bluetooth 153
Streaming audio via
Bluetooth
Algemene informatie .................. 153
Instelling Bluetooth-
mediaspeler ............................... 153
Bediening ................................... 153
Algemene informatie
Indien aanwezig, kan er muziek van
een gekoppeld Bluetooth-apparaat
worden afgespeeld.
Een telefoon / apparaat koppelen
3 188
Instelling Bluetooth-
mediaspeler
Muziek via een Bluetooth-apparaat
afspelen:
1. Schakel het apparaat in en koppel
en verbind het.
Een telefoon / apparaat koppelen
3 188
2. U kunt muziek op een van de vol‐
gende manieren starten:
Druk op de startpagina op de
schermtoets Bluetooth.
Druk op SRCE totdat audio via
Bluetooth geselecteerd is.
Druk op SRC op de stuurbedie‐
ningsknoppen totdat audio via
Bluetooth geselecteerd is.
Stuurbedieningsknoppen
3 129
Gebruik stemherkenning.
Stemherkenning 3 182
Bediening
De muziek kan worden bediend met
de Infotainment-bedieningsorganen
of bedieningsorganen op het appa‐
raat.
Wanneer een telefoon door audio via
Bluetooth met het systeem verbon‐
den is, zijn de telefoonsignalen en -
geluiden wellicht niet hoorbaar op de
telefoon totdat Bluetooth wordt ont‐
koppeld. Signaalfuncties kunnen per
telefoon variëren. Controleer de infor‐
matie van de fabrikant van de tele‐
foon voor ondersteuning van signa‐
len.
Menu Audio via Bluetooth
Druk op de schermtoets Menu en het
volgende kan verschijnen:
154 Streaming audio via Bluetooth
Shuffle: Druk op de knop
MENU/SEL om de willekeurige volg‐
orde in of uit te schakelen. Niet alle
apparaten ondersteunen de functie
Willekeurige volgorde.
Bij het selecteren van Audio via Blue‐
tooth werkt de interne muziekspeler
van het Bluetooth-apparaat afhanke‐
lijk van de status van het apparaat
wellicht niet. Bij alle apparaten is het
starten en afspelen van audio anders.
Controleer bij het afspelen van audio
via Bluetooth op de radio of de juiste
audiobron op het apparaat wordt af‐
gespeeld. Wanneer de auto stil staat,
gebruik dan het apparaat om het af‐
spelen te starten.
Bij het selecteren van Audio via Blue‐
tooth als bron, kan de radio het
scherm Audio via Bluetooth gepau‐
zeerd weergeven zonder dat er audio
wordt afgespeeld. Druk op het appa‐
raat op Afspelen of druk op r om
het afspelen te starten. Dit kan ge‐
beuren afhankelijk van hoe het appa‐
raat via Bluetooth communiceert.
Sommige telefoons ondersteunen het
verzenden van informatie over strea‐
ming audio via Bluetooth voor weer‐
gave op de radio. Wanneer de radio
deze informatie ontvangt, controleert
deze of er album art beschikbaar is en
geeft de radio deze weer.
Controleer bij het afspelen van mu‐
ziek op de radio vanaf een Bluetooth-
apparaat of het Bluetooth-apparaat
gedeblokkeerd is en of de bedoelde
muziek-app op het startscherm ver‐
schijnt.
Bij iPhone/iPod touch en iPad appa‐
raten werkt audio via Bluetooth niet
als het apparaat tegelijkertijd via USB
en Bluetooth verbonden is.
Externe apparaten 155
Externe apparaten
Audio afspelen ........................... 155
Smartphone-applicaties
gebruiken ................................... 157
Audio afspelen
Afspelen vanaf een iPod
®
Deze functie ondersteunt de vol‐
gende iPod-modellen:
iPod classic
®
(6e generatie)
iPod nano
®
(3G, 4G, 5G en 6G)
iPod touch
®
(1G, 2G, 3G en 4G)
In de volgende situaties kunnen er
storingen tijdens de bediening en
werking optreden:
U sluit een iPod aan waarop een
nieuwere firmware-versie geïnstal‐
leerd is dan de versie die het Info‐
tainmentsysteem ondersteunt.
U sluit een iPod met firmware van
andere leveranciers aan.
Verbind een iPod als volgt:
1. Verbind één uiteinde van de stan‐
daard iPod USB-kabel met de
dockconnector van de iPod.
2. Sluit het andere uiteinde aan op
de USB-poort in de middencon‐
sole.
Informatie over de muziek op de iPod
verschijnt op het beeldscherm van de
radio en de muziek wordt afgespeeld
via het audiosysteem van het voer‐
tuig.
De batterij van de iPod herlaadt auto‐
matisch wanneer het voertuig is inge‐
schakeld. De iPod sluit af en stopt met
opladen wanneer de auto wordt afge‐
sloten.
Als uw iPod niet wordt ondersteund,
kunt u de muziek erop nog steeds be‐
luisteren door de iPod aan te sluiten
op de hulpingang met een standaard
stereokabel van 3,5 mm (1/8 in).
iPod-menu
Gebruik het iPod-menu voor selecte‐
ren van:
156 Externe apparaten
Shuffle: druk hierop om de titels in wil‐
lekeurige volgorde af te spelen. Druk
opnieuw om willekeurige volgorde te
stoppen.
Vergelijkbare nummers afspelen:
Hiermee kan de radio afspeellijsten
aanmaken met songs/tracks die op
de nu beluisterde lijken. De radio
creëert een afspeellijst met maximaal
30 gelijksoortige songs. De afspeel‐
lijst verschijnt in de afspeellijstcate‐
gorie van het menu voor later beluis‐
teren.
1. Druk hierop voor automatisch cre‐
eren van een afspeellijst voor
songs die op de nu beluisterde lij‐
ken.
2. Op de radio verschijnt Afspeellijst
gecreëerd en de huidige song
wordt verder afgespeeld.
Automatische afspeellijst
verwijderen: Druk hierop om een af‐
speellijst Meer van dit te wissen.
Afspeellijsten:
1. Druk hierop om de afspeellijsten
op de iPod te bekijken.
2. Selecteer de naam van een af‐
speellijst om een lijst met alle mu‐
zieknummers uit de afspeellijst te
bekijken.
3. Selecteer de song uit de lijst om
het afspelen te starten.
Artiesten:
1. Druk hierop om de artiesten op de
iPod te bekijken.
2. Selecteer de naam van een artiest
om een lijst met alle albums met
songs van de artiest te bekijken.
3. Selecteer een album.
4. Selecteer de song uit de lijst om
het afspelen te starten.
Albums:
1. druk hierop om de albums op de
iPod te bekijken.
2. Selecteer het album om een lijst
met alle muzieknummers in het al‐
bum te bekijken.
3. Selecteer de song uit de lijst om
het afspelen te starten.
Genres:
1. Druk hierop om de genres op de
iPod te bekijken.
2. Selecteer de naam van een genre
om een lijst met artiesten van dat
genre te bekijken.
3. Selecteer een artiest om albums
te bekijken of Alle albums om alle
albums van dat genre te bekijken.
4. Selecteer een artiest om albums
te bekijken.
5. Selecteer een album om songs te
bekijken.
6. Selecteer de song uit de lijst om
het afspelen te starten.
Nummers:
1. Druk hierop om een lijst met alle
songs op de iPod te bekijken.
2. Selecteer de song uit de lijst om
het afspelen te starten.
Podcast:
1. Druk hierop om de podcasts op de
iPod te bekijken.
2. Selecteer een naam van een pod‐
cast om het afspelen te starten.
Externe apparaten 157
Componisten:
1. Druk hierop om de muziekauteurs
op de iPod te bekijken.
2. Selecteer de muziekauteur om
een lijst met songs van die mu‐
ziekauteur te bekijken.
3. Selecteer een song uit de lijst om
het afspelen te starten.
Luisterboek:
1. Druk hierop om de audiobooks op
de iPod te bekijken.
2. Selecteer het audiobook uit de lijst
om het afspelen te beginnen.
3. Selecteer een song uit de lijst om
het afspelen te starten.
Afspelen vanaf een iPhone of
iPad
Deze functie ondersteunt de vol‐
gende iPhone- of iPad-modellen:
iPhone
®
(2G, 3G, 3GS, 4, 4S en 5)
iPad
®
(1G, 2G)
Ga op dezelfde manier te werk zoals
eerder beschreven voor gebruik van
een iPod. Zeg voor het afspelen van
muziek met stemherkenning "USB af‐
spelen", "Artiest afspelen", "Album af‐
spelen", "Song afspelen" of "Genre
afspelen".
Stemherkenning 3 182
Problemen oplossen met
iPhone, iPod Touch en iPad
Wanneer een iPhone, iPod Touch of
iPad via USB en Bluetooth verbonden
is, klinkt er bij het selecteren van de
iPod-bron op de radio wellicht geen
audio. Als er tijdens het beluisteren
van de iPod-bron een gesprek bin‐
nenkomt en er geen audio voor de
iPod achter de bron is, ga dan naar
het airplay-pictogram op het apparaat
en selecteeer de dockconnector of
ontkoppel de dockconnector en sluit
deze weer aan op het apparaat.
Afhankelijk van de versie van het be‐
sturingssysteem op het apparaat kan
sommige functionaliteit verschillen.
Smartphone-applicaties
gebruiken
Stitcher internetradio
Stitcher SmartRadio™ is een interne‐
tradioservice voor het streamen van
nieuws, sport en amusementspro‐
gramma's via het audiosysteem.
Creëer gepersonaliseerde, on-de‐
mand zenders of ontdek nieuwe pro‐
gramma's via de voorkeuzezenders
van Stitcher. Download voor het in‐
stellen van een account de app van
de Android Market of iTunes Store, of
ga naar www.stitcher.com.
Voor deze app is een telefoon of ta‐
blet met internetverbinding nodig. Er
worden persoonlijke dataregelingen
voor mobiele telefoons gebruikt. Con‐
troleer of de meest recente versie op
het apparaat geïnstalleerd is en of het
volume op het apparaat hoog staat.
BlackBerry telefoons worden niet on‐
dersteund voor deze app.
158 Externe apparaten
Stitcher installeren:
Ga op een Android-telefoon of ta‐
blet met internetverbinding naar de
Android Play Store, zoek naar Stit‐
cher en installeer deze op de tele‐
foon, niet op de SD Card.
Ga op een iPhone, iPad of iPod
touch naar de iTunes store en zoek
naar Stitcher.
Stitcher starten
Sluit de iPhone, iPad of iPod touch
aan op de USB-poort of sluit Android
aan via Bluetooth.
USB-poort 3 149
Bluetooth 3 188
Stel voor het eerste gebruik de zen‐
ders in voordat u verbinding met de
auto maakt. Het pictogram Stitcher
verschijnt op de startpagina en de
bron-pop-up verschijnt als de meest
recente app op het apparaat geïnstal‐
leerd is.
De iPhone, iPod Touch of iPad
gebruiken
1. Sluit het apparaat aan op de USB-
poort. Het telefoonscherm moet
gedeblokkeerd zijn.
2. Gebruik één van de volgende om
te starten:
Druk op de app op het apparaat.
Druk op de startpagina op
Stitcher.
Druk op q/w en zeg "Stitcher"
"Stem af op Stitcher."
Accepteer alle meldingen op
het scherm van het apparaat.
3. Als Stitcher niet begint met afspe‐
len, selecteer dan een categorie
en een zender.
Druk na het starten van Stitcher op
SRCE of SRC op de stuurbedienings‐
knoppen om naar Stitcher functies te
gaan.
Als er bij het drukken op de beschik‐
bare schermtoets van Stitcher niets
gebeurt, download dan de meest re‐
cente Stitcher app en probeer het
nogmaals.
Stitcher wordt altijd geaccentueerd op
de startpagina wanneer er via de
USB-poort een iPhone, iPad of iPod
touch wordt verbonden. Meld u voor
gebruik aan bij uw account.
Als het bericht Contr. apparaat ver‐
schijnt, verschijnt wellicht het aan‐
meldscherm op het apparaat.
Als het bericht Ontgrendel telefoon of
herstart app en probeer nogmaals
verschijnt, is de telefoon wellicht ge‐
blokkeerd. Deblokkeer de telefoon,
sluit de app, start de app opnieuw en
controleer of de startpagina op de/het
telefoon/apparaat verschijnt.
Een Android-telefoon gebruiken
1. Koppel de Android-telefoon met
Bluetooth.
2. Gebruik één van de volgende op‐
ties om te starten:
Externe apparaten 159
Druk op de app op het apparaat.
Selecteer Stitcher op de start‐
pagina.
Druk op q/w en zeg "Stitcher"
"Stem af op Stitcher."
3. Als Stitcher niet begint met afspe‐
len, selecteer dan een categorie
en een zender.
Druk na het starten van Stitcher op
SRCE of SRC op de stuurbedienings‐
knoppen om naar Stitcher functies te
gaan.
Als er bij het drukken op de beschik‐
bare schermtoets van Stitcher niets
gebeurt, download dan de meest re‐
cente Stitcher app en probeer het
nogmaals.
Als het bericht Contr. apparaat ver‐
schijnt, verschijnt wellicht het aan‐
meldscherm op het apparaat.
Als het bericht Ontgrendel telefoon of
herstart app en probeer nogmaals
verschijnt, is uw telefoon wellicht ge‐
blokkeerd.
Deblokkeer de telefoon, sluit de app
en start de app opnieuw om een
goede communicatie tot stand te
brengen.
Stitcher problemen oplossen
Kan apparaat niet met auto verbinden
Als het apparaat niet met de USB-
poort of via Bluetooth kan worden ver‐
bonden:
1. Schakel de auto uit.
2. Open en sluit het bestuurderspor‐
tier, wacht ongeveer 30 seconden
en probeer het apparaat nog‐
maals te verbinden.
Door de apps voor de energiespaar‐
stand en de taakmanager op de tele‐
foon werkt Stitcher wellicht niet goed.
Verwijder deze apps van de telefoon
of verwijder Stitcher en Bluetooth uit
de taaklijsten.
Kan Stitcher niet starten
Als het apparaat Stitcher niet kan
starten:
Controleer of de meest recente ver‐
sie van Stitcher geïnstalleerd is.
Controleer of er een actieve ac‐
count bij Stitcher aangemeld is.
Controleer bij Android appraten of
het apparaat aan de auto gekop‐
peld is en of het pictogram op het
display geaccentueerd is.
Controleer bij iPhone, iPod touch of
iPad apparaten of de USB-kabel op
de USB-poort aangesloten is, of het
scherm gedeblokkeerd is en of de
startpagina verschijnt.
Sluit Stitcher op het apparaat en
start deze opnieuw. Bij apparaten
met multitasking is er wellicht een
extra stap voor het verlaten van de
Stitcher app nodig. Raadpleeg de
handleiding van de fabrikant van de
mobiele telefoon.
160 Externe apparaten
Minder geluid
Geluid van Stitcher kan verminderen
als gevolg van:
Slechte of geen dataverbinding.
Apparaat moet worden opgeladen.
App moet opnieuw worden gestart.
Geen verbinding tussen telefoon en
radio meer.
Als er een iPhone, iPod touch of
iPad met Bluetooth en de dockcon‐
nector verbonden is, ga dan naar
het airplay-pictogram op het appa‐
raat en selecteeer de dockconnec‐
tor of ontkoppel de dockconnector
en sluit deze weer aan op het ap‐
paraat.
Het volume is te laag. Zet het vo‐
lume op het apparaat hoog.
Als er geen verbinding meer tussen
app en apparaat is, verschijnt het be‐
richt Ontgrendel telefoon of herstart
app en probeer nogmaals. Druk op
OK om opnieuw te proberen.
USB-apparaten aansluiten 3 149
Bluetooth-apparaten koppelen
3 188
Navigatie 161
Navigatie
Gebruik ...................................... 161
Kaarten ...................................... 163
Symbolenoverzicht .................... 165
Bestemming ............................... 167
Menu Configuratie ..................... 176
Globaal Positioning System
(gps) ........................................... 180
Voertuiglokalisatie ..................... 180
Problemen met
routebegeleiding ........................ 181
Onderhoud aan het
navigatiesysteem ....................... 181
Gebruik
Gebruik de toets NAV op de console
of startpagina om naar de navigatie‐
kaart te gaan.
Druk nogmaals op de toets NAV om
af te wisselen tussen de normaal ge‐
deelde en de volledige kaartweer‐
gave.
Met de schermtoets Menu linksonder
op het display gaat u naar het navi‐
gatiemenu.
Toetsen van touchscreen
De beschikbare tiptoetsen zijn:
Richtingaanduiding
Druk op Kaartrichting voor de kaart‐
weergave. Er zijn drie instellingen
voor de aanduiding:
2D Noord boven: Toont Noorden
boven bovenaan het scherm, on‐
geacht de richting waarin de auto
zich begeeft.
162 Navigatie
2D naar boven: Toont de richting
waarin de auto zich begeeft. De
driehoek met schaduw wijst naar
het noorden.
3D naar boven: Is identiek aan 2D
Richting boven, maar de kaart is in
3D.
Kaartweergaven
Druk hierop om de weergave van de
kaarten tijdens de navigatiefunctie te
wijzigen. Het systeem biedt een scala
aan volledige en gedeelde weerga‐
ven. Sommige weergaven zijn alleen
selecteerbaar wanneer routebegelei‐
ding actief is.
U kunt de kaarten ook anders weer‐
geven door op het pictogram kaart‐
modus te drukken.
POI's in de buurt
Druk hierop voor een zoeklijst met
POI's in de buurt. Selecteer de ge‐
wenste POI.
POI's langs de route
Druk hierop voor een zoeklijst met
POI's die langs of in de buurt van de
route naar de bestemming liggen. Se‐
lecteer de gewenste POI.
POI's op kaart weergeven
Druk hierop om de belangrijke POI-
categorieën op de kaart aan te pas‐
sen.
Schakelen tussen routetijd/
bestemming
Druk hierop om de informatie over de
aankomst-/reistijd en de viapunten/
bestemming op het hoofdkaart‐
scherm aan te passen.
Navigatie 163
Informatie over huidige positie
Druk hierop voor een gedeeld scherm
met gedetailleerde informatie over de
positie van de auto. Deze functie
werkt ook via het voertuiginformatie‐
tabblad midden linksonder op het dis‐
play. De locatie kan met Opslaan in
het gedeelde scherm in het adres‐
boek worden opgeslagen.
Informatie over de bestemming
Druk hierop voor een gedeeld kaart‐
scherm met het volgende viapunt/de
bestemming. De locatie kan met
Opslaan in het gedeelde scherm in
het adresboek worden opgeslagen.
Alfanumeriek toetsenbord
Letters van het alfabet, symbolen, in‐
terpunctie en cijfers worden, wanneer
beschikbaar, weergegeven op het na‐
vigatiescherm als alfanumerieke
toetsenborden. Het alfatoetsenbord
verschijnt wanneer gegevens moeten
worden ingevoerd.
QWERTY of ABCDEF: druk hierop
om te schakelen tussen de toesten‐
bordindelingen QWERTY of ABC‐
DEF.
Symbolen: Gebruik deze optie voor
het selecteren van symbolen.
Spatie: Gebruik deze optie voor het
invoeren van een spatie tussen te‐
kens of de woorden van een naam.
Verwijderen: Druk hierop om een on‐
juist teken dat werd geselecteerd te
verwijderen.
Kaarten
Dit hoofdstuk bevat basisinformatie
over de kaartendatabase.
De gegevens zijn opgeslagen in het
interne flashgeheugen van het navi‐
gatiesysteem.
Gedetailleerde gebieden
De kaartendatabase voor gedetail‐
leerde gebieden bevat wegennet‐
werkattributen. Attributen zijn infor‐
matie als straatnamen, adresgege‐
vens en eenrichtingsverkeersgege‐
vens. In een gedetailleerd gebied
worden alle grote snelwegen, de pro‐
vinciale wegen en de lokale wegen
weergegeven. De gedetailleerde ge‐
beiden vermelden markante punten
(POI's) zoals restaurants, luchtha‐
vens, banken, ziekenhuizen, politie‐
bureaus, tankstations, toeristische at‐
tracties en historische monumenten.
De kaartendatabase bevat wellicht
geen gegevens over nieuw ontwik‐
kelde gebieden of kaartendatabase‐
correcties. In de gedetailleerde ge‐
bieden levert het navigatiesysteem
volledige routebegeleiding.
Aanpassingen aan kaarten
Met het systeem kunt u de schaal van
de kaart aanpassen. Ook loopt de
kaart onderweg mee in de richting
waarin u rijdt.
164 Navigatie
Schaal van kaarten
U kunt de schaal van de kaarten op
twee manieren wijzigen:
Draai de knop MENU/SEL
rechtsom of linksom om uit en in te
zoomen.
U kunt het zoompercentage wijzi‐
gen door op de toets + of - in de
onderste hoeken van het kaart‐
scherm te drukken.
De schaalbalk op de kaart wordt in‐
actief als het zoomniveau binnen
enkele seconden niet wordt gewij‐
zigd.
De schaal kan op Engelse of metrieke
eenheden worden geconfigureerd.
Als u het Engelse stelsel wilt veran‐
deren naar het metrieke stelsel, raad‐
pleegt u "Driver Information Center
(DIC)" in het Instructieboekje.
Scrolfuncties
Als u wilt scrollen in de kaart, drukt
u ergens op het kaartscherm en het
scrolsymbool verschijnt.
Tik op de kaart om op het scherm
op die locatie te centreren.
Houd het scherm in elke richting
buiten het scrolsymbool ingedrukt
om de kaart in die richting te scrol‐
len.
De scrolsnelheid neemt toe wan‐
neer u dichter bij de rand van het
scherm drukt.
Druk op NAV op de console om het
scrollen in de kaart te stoppen en
terug te gaan naar de huidige loca‐
tie van de auto op de kaart.
Druk op de ronde pijlen bovenaan het
kaartscherm om van de reguliere bo‐
venste balk (start en fav) naar de au‐
dio-informatiebalk te schakelen.
Kaartgegevensupdates
De kaartgegevens in de auto waren
ten tijde van productie van de auto
actueel. De kaartgegevens worden
periodiek bijgewerkt, op voorwaarde
dat de kaartinformatie is gewijzigd.
Als u vragen hebt over de werking van
het navigatiesysteem of het update‐
proces, neem dan contact op met uw
dealer.
Navigatie 165
Uitleg bij databasedekking
De beschikbare details van de kaar‐
ten variëren per gedekt gebied. Som‐
mige gebieden zijn meer gedetail‐
leerd dan andere. Als dit het geval is,
duidt dit niet op een probleem met het
systeem. Naarmate de kaartgege‐
vens worden bijgewerkt, worden
meer details mogelijk beschikbaar
voor gebieden die vroeger niet zo ge‐
detailleerd waren.
Symbolenoverzicht
De volgende symbolen komen het
meest op een kaartscherm voor.
Het voertuigsymbool geeft de huidige
positie en de richting van het voertuig
op de kaart aan.
Het bestemmingssymbool duidt de
eindbestemming na de planning van
een route aan.
Het viapuntsymbool markeert één of
meer ingestelde viapunten.
Een viapunt is een tussenstop die aan
de geplande route is toegevoegd.
De geschatte tijd en afstand tot de
bestemming worden weergegeven.
Als viapunten zijn toegevoegd aan de
huidige route, toont elk viapunt de ge‐
schatte tijd en afstand.
Dit symbool geeft aan dat de kaart‐
weergave is ingesteld op Noorden
boven: bij Noorden boven bevindt het
noorden zich altijd bovenaan het
scherm, ongeacht de richting waarin
de auto zich begeeft.
166 Navigatie
Selecteer dit schermsymbool om de
weergave te veranderen naar Rich‐
ting boven of 3D.
Dit symbool geeft aan dat de kaart‐
weergave is ingesteld op Richting bo‐
ven.
De weergave Richting boven toont de
richting waarin de auto zich begeeft
bovenaan het kaartscherm. De drie‐
hoek met schaduw geeft het noorden
aan.
Druk op dit schermsymbool om te ver‐
anderen naar de 3D-modus.
Het 3D-symbool is gelijk aan het sym‐
bool voor Richting boven, maar de
kaart wordt in 3D weergegeven.
Het symbool Geen GPS verschijnt
wanneer er geen GPS (Global Posi‐
tioning System)-signaal wordt ont‐
vangen.
Dit symbool onderaan een kaart‐
scherm wijzigt het scherm van de hui‐
dige kaartmodus.
Dit symbool op de kaart toont de
maximumsnelheid onderweg. De
maximumsnelheid is wellicht niet ac‐
curaat, door wijzigingen op landelijk
of gemeentelijk niveau of verouderde
kaartgegevens. Houd u altijd aan de
langs de weg aangegeven maximum‐
snelheid.
Een route afleggen
Melding urgente manoeuvre
Het systeem geeft aan dat de vol‐
gende manoeuvre nabij is.
Rijden op een snelweg.
Navigatie 167
Rijden op een normale weg.
Bestemming
Als routebegeleiding niet actief is,
druk dan op de startpagina op de
schermtoets Bestemming om naar
het bestemmingsinvoerscherm te
gaan. Diverse opties kunnen worden
geselecteerd om een route te plan‐
nen door bestemmingen in te voeren.
Sommige bestemmingsinvoeropties,
zoals Vorige bestemmingen,
Adresboek en My Home, zijn wellicht
uitgegrijsd als er eerder geen be‐
stemming is ingevoerd of opgesla‐
gen.
Adresinvoer
Druk op de schermtoets Adres
invoeren om het adresinvoerscherm
weer te geven. Stel een route in door
de naam van het land, de stad, de
straatnaam, het huisnummer en de
kruising in te voeren.
Als er nog geen land ingevoerd is, is
het plaatsnaamveld niet beschikbaar.
Druk op de schermtoets rechts van de
plaatsnaam om een land te selecte‐
ren.
Als het land al is ingesteld en ver‐
schijnt, druk dan op de schermtoets
rechts van de plaatsnaam om het ge‐
selecteerde land te wijzigen.
Om de selectie van namen te vereen‐
voudigen, markeert het systeem al‐
leen tekens die beschikbaar zijn na
het eerder ingevoerde teken.
Land: voer de naam van een land in.
Plaats: voer de naam van een stad in.
Straat: voer een straatnaam in.
Huisnummer: voer een geldig adres‐
nummer in.
Kruising: voer de naam van een straat
in die kruist met de geselecteerde
straat.
168 Navigatie
De stadsnaam eerst invoeren:
1. Voer de naam de stad in.
2. Straatnaam invoeren. Gebruik de
schermtoets Verwijderen om een
onjuist ingevoerd teken te wissen.
Er verschijnt een lijst als er zes of
minder namen beschikbaar zijn.
Bij meer dan zes resultaten wordt
het aantal overeenkomsten met
de beschikbare straatnamen
weergegeven. Druk op de toets
Lijst op het scherm om de lijst te
bekijken en de straat te selecte‐
ren.
3. Huisnummer invoeren.
4. Druk te allen tijde op de scherm‐
toets Afgerond om het systeem
naar een bestemming op basis
van de ingevoerde informatie te
laten zoeken en op het scherm
weer te geven.
5. Druk op de toets Start begeleid.
en de route wordt berekend.
Een bestemming in andere landen
invoeren
Voor het wijzigen van het bestem‐
mingsadres naar een ander land
moet er een ander land in het naviga‐
tiesysteem komen te staan.
Wijzig het land van het adres als
volgt:
1. Druk op de startpagina op de
schermtoets Bestemming.
2. Druk op de schermtoets Adres om
het adresinvoerscherm weer te
geven.
3. Ga naar de landregeloptie en se‐
lecteer. Het landinvoerscherm
verschijnt. Selecteer de landre‐
geloptie. De lijst met beschikbare
landen verschijnt.
4. Selecteer het gewenste land.
5. Voer het land in.
De bestemming in andere landen kan
ook met stemherkenning worden ge‐
wijzigd.
Stemherkenning 3 182
Markante punten (POI)
Druk op de bestemmingsinvoerpa‐
gina op de schermtoets Points of
Interest. Diverse opties kunnen wor‐
den geselecteerd om een route te
plannen.
Navigatie 169
Met de POI-lijst kunt u een bestem‐
ming op categorie, naam of telefoon‐
nummer zoeken.
Invoeren op POI-naam:
1. Kies Naam.
2. Controleer of het land en de
plaatsnaam juist zijn en selecteer
Zoeken.
3. Voer de POI-naam in.
4. Selecteer een aantal tekens of
spel de naam volledig met het al‐
fanumerieke toetsenbord.
5. Druk op de schermtoets List (Lijst)
of, als de lijst zes of minder ver‐
meldingen heeft, er verschijnt
meteen een lijst met POI's.
6. Druk op de gewenste POI.
7. Druk op de toets Start begeleid.
en de route wordt berekend.
Eerdere bestemmingen
Selecteer een bestemming uit de lijst
met eerdere bestemmingen. Tot wel
15 eerder ingevoerde punten kunnen
opnieuw worden opgeroepen. Als de
lijst vol is, worden de oudste bestem‐
mingen automatisch verwijderd zodra
de nieuwste bestemmingen zijn toe‐
gevoegd.
Adresboek
Als er geen bestemming in het adres‐
boek is opgeslagen, sla dan een be‐
stemming op:
1. Druk op de startpagina op
Bestemming.
2. Voer een adres met een van de
bestemmingsmethoden in (o.a.
adresinvoer, POI invoeren).
3. Selecteer Opslaan op het scherm
Bestemming bevestigen.
170 Navigatie
4. Het systeem toont de opties
Naam, Nummer, Icoon en
Afgerond. Druk op Afgerond om
de bestemming op te slaan.
5. Selecteer Naam, Nummer of
Icoon om de adresboekvermel‐
ding aan te passen.
Als er al een bestemming in het
adresboek is opgeslagen, druk dan
op de startpagina op Bestemming om
de schermtoets voor het adresboek
weer te geven.
Kies een bestemming door een adres
te selecteren dat is opgeslagen in het
adresboek.
1. Druk op de toets Adresboek. Een
lijst toont de gegevens uit het
adresboek.
2. Selecteer de bestemming uit de
lijst.
3. Druk op de toets Start begeleid.
en de route wordt berekend.
Bewerk adresboekvermeldingen als
volgt:
1. Selecteer een vermelding uit het
adresboek.
2. Selecteer Bewerken op het
scherm Bestemming bevestigen.
3. Het systeem toont de opties
Naam, Nummer, Icoon en
Verwijderen. Druk op
Verwijderen om de bestemming
uit het adresboek te wissen.
4. Selecteer Naam, Nummer of
Icoon om de adresboekvermel‐
ding aan te passen.
Breedte-/lengtecoördinaten
Kies een bestemming op basis van
breedte- en lengtecoördinaten.
Voer de locatie als volgt als coördina‐
ten voor de geografische breedte en
lengte in:
1. Druk op de startpagina op
Bestemming. Druk op de scherm‐
toets Latitude Longitude om het
bovenstaande scherm weer te ge‐
ven.
2. Selecteer Latitude of Longitude
om te wijzigen. Voer de coördina‐
ten in graden, minuten en secon‐
den in. Druk daarna op Afgerond
om op te slaan en af te sluiten.
3. Druk op de schermtoets Zoeken
als de informatie juist is.
4. Druk op de toets Start begeleid..
De route wordt berekend.
Navigatie 171
Favoriete routes
Een favoriete route toevoegen:
1. Druk op de toets Bestemming om
de schermtoets Favoriete routes
weer te geven.
2. Druk op de schermtoets Favoriete
route om Nieuwe favoriete route
weer te geven.
3. Selecteer Nieuwe favoriete route
en voer een naam van een favo‐
riete route in.
4. Druk op OK en het display gaat
terug naar de lijst met favoriete
routes.
5. Selecteer de favoriete route en
voeg een viapunt toe met een van
de bestemmingsmethodes, zoals
adresinvoer, POI-invoer, enz.
Een favoriete route selecteren:
1. Druk op de toets Bestemming om
de schermtoets Favoriete routes
weer te geven.
2. Druk op de schermtoets Favoriete
routes om een lijst met beschik‐
bare favoriete routes weer te ge‐
ven.
3. Scrol naar en selecteer een favo‐
riete route.
4. Druk op de toets Start begeleid..
De route wordt berekend.
Een favoriete route wissen:
1. Druk op de toets Bestemming om
de schermtoets Favoriete routes
weer te geven. Druk op deze toets
om de lijst met beschikbare favo‐
riete routes weer te geven.
2. Scrol naar en selecteer de te wis‐
sen route.
3. Bewerken indrukken.
4. Favoriete route verwijderen in‐
drukken.
Naam van route wijzigen:
1. Druk op de toets Bestemming om
de schermtoets Favoriete routes
weer te geven. Druk op deze toets
om de lijst met beschikbare favo‐
riete routes weer te geven.
2. Druk op de toets Bewerken.
3. Kies Naam bewerken.
4. Voer de naam in met het toetsen‐
blok.
5. Druk op de toets Afgerond. De
nieuwe naam verschijnt in het
menu Favoriete routes.
Naar huis
Als er geen thuisbestemming is inge‐
voerd, sla dan een bestemming op
door op de toets Bestemming te druk‐
ken. Voer een bestemming met een
van de bestemmingsinvoermethodes
172 Navigatie
in (o.a. adresinvoer, POI invoeren).
Selecteer Als Thuis opslaan op het
scherm Bestemming bevestigen.
Als er als een bestemming als thuis is
opgeslagen, druk dan op de toets
Bestemming om de schermtoets My
Home weer te geven. Druk op deze
toets om de routebegeleiding te star‐
ten.
Selecteren van kaart
Druk op de toets Bestemming om
de schermtoets Selecteer van
kaart weer te geven. Druk op deze
toets om het kaartscherm met een
scrolsymbool midden op de kaart
weer te geven.
Druk op het scherm op de toets
Inzoomen +/Uitzoomen - en druk
op de kaart om de te selecteren be‐
stemming te lokaliseren. Houd een
vinger op de kaart om snel scrollen
te activeren.
Druk onderaan het scherm op de
toets Start om het scherm Bestem‐
ming bevestigen weer te geven.
Druk op de toets Start begeleid.. De
route wordt berekend.
Reisgids
Druk op de bestemmingsinvoerpa‐
gina op de schermtoets Reisgids. Di‐
verse opties kunnen worden geselec‐
teerd om een route te plannen.
Met de POI-invoerlijst van de reisgids
kunt u een bestemming op categorie
of naam zoeken.
Invoeren op POI-categorie
1. Selecteer Categorie in het menu
POI-lijst om naar het scherm voor
selecteren van POI's te gaan.
Navigatie 173
2. Voer de noodzakelijke informatie
in door eerst het locatieregelitem
te selecteren om naar het menu
Locatie te gaan.
3. Selecteer een van de regelopties
zoals Dichtbij.
4. Selecteer de categorie in het
menu POI selecteren om naar de
POI-lijst te gaan.
5. Selecteer een van de regelopties
zoals Alle POI's.
6. Selecteer Sorteer methode in het
menu POI selecteren om naar het
menu Zoekvolgorde te gaan. Se‐
lecteer één van de twee beschik‐
bare opties. Deze opties zijn Op
afstand of Op naam.
7. Kies Zoeken.
8. Selecteer de gewenste POI.
Invoeren op POI-naam:
1. Kies Naam.
2. Controleer of het land, de staat/
provincie en de plaatsnaam juist
zijn en selecteer Zoeken.
3. Voer de POI-naam in.
4. Selecteer een aantal tekens of
spel de naam volledig met het al‐
fanumerieke toetsenbord.
5. Selecteer de schermtoets
Afgerond of, als de lijst zes of min‐
der vermeldingen heeft, er ver‐
schijnt meteen een lijst met POI's.
6. Druk op de gewenste POI.
De POI uit de reisgids geeft wat na‐
dere informatie over de gemaakte se‐
lectie. Deze informatie kan zijn:
beknopte beschrijving
adres
nummer
bedrijfsuren
prijs
website.
174 Navigatie
Voor bepaalde locaties of landen zijn
wellicht geen foto's beschikbaar.
Bestemming bevestigen
Op het scherm Bestemming bevesti‐
gen zijn meerdere opties beschik‐
baar:
Start begeleid.: Druk hierop om een
routeberekening naar de weergege‐
ven bestemming te starten.
Op kaart tonen: Druk hierop om naar
de kaartweergave met de weergege‐
ven bestemming midden op de kaart
te gaan.
Route-opties: Druk hierop om route-
opties te wijzigen. Zie Route-opties
onderstaand.
Bellen: Druk hierop om te bellen naar
het weergegeven telefoonnummer,
als de telefoonfunctie beschikbaar is.
Opslaan als thuis: Druk hierop om de
weergegeven bestemming als uw
thuisbestemming op te slaan. De
thuisbestemming komt bovenaan de
lijst met bestemmingen in het adres‐
boek te staan.
Opslaan / Bewerken: Druk hierop om
de weergegeven bestemming in het
adresboek op te slaan. Als de weer‐
gegeven bestemming als in het
adresboek opgeslagen is, verschijnt
Bewerken als menuoptie.
Routeopties
Druk hierop om verschillende route‐
opties weer te geven.
Alternatieve routes: Indien ingescha‐
keld, heeft het systeem na het selec‐
teren van Start begeleid. een extra
scherm. Selecteer Snelste, Kortste of
Eco berekende routes voordat u
Start selecteert.
Snelste: Hiermee berekent het sys‐
teem de snelste route.
Kortste: Hiermee berekent het sys‐
teem de kortste route.
Eco: Hiermee berekent het systeem
de zuinigste route op basis van snel‐
heid en afstand.
In het menu Routeopties vindt u rou‐
tevoorkeuren die standaard alle inge‐
schakeld zijn.
Dit wordt aangegeven door een vinkje
naast elke voorkeursinstelling. Bij het
berekenen van de route worden al
deze voorkeursinstellingen gebruikt.
Bij het deselecteren van een van
deze voorkeursinstellingen wordt de
route zonder deze voorkeursinstellin‐
gen berekend.
Snelwegen toestaan: Deselecteren
om grote wegen te vermijden.
Tolwegen toestaan: Deselecteren om
tolwegen te vermijden.
Veerboten toestaan: Deselecteren
om veerboten te vermijden.
Gebruik tunnels: Deselecteren om
tunnels te vermijden.
Gebruik tijdlimiet: Deselecteren om
tijdelijk afgesloten wegen te vermij‐
den.
Navigatie 175
Gebruik autotrein: Deselecteren om
autotreinen te vermijden.
Menu met actieve
routebegeleiding
Diverse functies kunnen worden uit‐
gevoerd nadat een bestemming is in‐
gevoerd. Druk op de schermtoets
Bestemming om het scherm Route‐
menu te openen.
Begeleiding annuleren
Druk op Begeleiding annuleren om de
huidige route te annuleren.
Lijst met bestemmingen
Selecteer Bestem.lijst om opties voor
het organiseren van viapunten te be‐
kijken.
Lijst met afslagen
Selecteer Lijst met afslagen om een
lijst met manoeuvres voor de gehele
route te bekijken. Druk op de scherm‐
toets Vermijden naast een van de af‐
slagmanoeuvres om een wegseg‐
ment te vermijden. Maximaal acht
vermeden segmenten zijn toege‐
staan.
Lijst Vermijden
Selecteer Vermijdingslijst voor een
lijst met vermeden wegsegmenten
met de optie om de vermeden delen
uit de lijst te verwijderen.
Gesproken prompt
Selecteer Gesproken instructie voor
opties voor het uitschakelen of behe‐
ren van gesproken prompts bij de na‐
vigatie.
Omleiding
Druk op Omleiding om de wegomlei‐
dingsopties weer te geven. Selecteer
een omleiding voor de gehele route of
een specifiek gedeelte ervan.
Routeopties
Deze functie werkt vanuit het menu
Bestemming bevestigen en het menu
Bestemming met actieve routebege‐
leiding. Zie Bestemming bevestigen
eerder in dit hoofdstuk.
176 Navigatie
Viapunten
U kunt maximaal drie viapunten aan
de huidige route toevoegen. De via‐
punten kunnen worden gesorteerd
(verplaatst) of verwijderd.
Een viapunt toevoegen:
1. Druk in het menu Lijst viapunten
op Select. te verwijd. bestem..
2. Voer het viapunt in met een van
de methoden om een bestem‐
ming toe te voegen. Het systeem
berekent en accentueert de route,
waarna de route kan worden ge‐
start.
3. Voeg meer viapunten toe met
Select. te verwijd. bestem. om het
viapunt in de gewenste volgorde
op de route toe te voegen.
Een viapunt verwijderen:
1. Druk vanuit het menu Route op
Bestem.lijst.
2. Routepunt verwijderen indrukken.
3. Selecteer de te verwijderen via‐
punten. Druk op de toets
Verwijderen.
Met de functie Viapunten sorteren
kunt u de lijst met bestemmingen re‐
organiseren.
Een viapunt sorteren:
1. Druk vanuit het menu Route op
Bestem.lijst.
2. Waypoints sorteren indrukken.
3. Selecteer het te verplaatsen via‐
punt.
4. Selecteer de locatie waarheen het
viapunt moet worden verplaatst.
In plaats van wissen van specifieke
viapunten selecteert u Alle
Routepunten verwijderen om alle via‐
punten tegelijk te wissen.
Sla een lijst met bestemmingen op als
favoriet door Opslaan als favoriet te
selecteren.
Menu Configuratie
In het configuratiemenu stelt u func‐
ties en voorkeuren in, zoals geluid,
radio, nav (navigatie), display- of tijds‐
instellingen.
1. Druk op de startpagina op de
schermtoets Instellingen of druk
op de console op de toets
CONFIG.
Navigatie 177
2. Druk op de schuifbalk totdat de
gewenste optie verschijnt. Selec‐
teer de instellingen die u wilt wij‐
zigen. Raadpleeg het Instructie‐
boekje over het aanpassen van
de meeste boordinstellingen.
Talen
Druk op de toets Instellingen op de
startpagina of de toets CONFIG op de
console om de menuopties te ope‐
nen. Draai de knop MENU/SEL of tik
op de schuifbalk om door de beschik‐
bare opties te scrollen. Druk op de
knop MENU/SEL of druk op Talen
(Languages) om de talen weer te ge‐
ven. Selecteer de gewenste taal.
Tijd- en datuminstellingen
Druk op de schermtoets Tijd en
datum om de menu Tijd en datum
weer te geven.
Automatische klokupdate: Na het ac‐
tiveren past deze functie de klok au‐
tomatisch aan.
Tijd instellen: Druk op + of - om de
uren en minuten op de klok hoger of
lager te zetten.
Datum instellen: Druk op + of - om de
datum vooruit of achteruit te zetten.
Tijdnotatie instellen: Druk op de
schermtoets 12 uur voor de stan‐
daardtijd en 24 uur voor de militaire
tijd.
Druk op de schermtoets Terug om de
aanpassingen op te slaan.
Radio-instellingen
Druk op de toets Instellingen op de
startpagina of de toets CONFIG op de
console om de menuopties te ope‐
nen. Draai aan de knop MENU/SEL
of druk op de schuifbalk om door de
beschikbare opties te scrollen. Druk
op de knop MENU/SEL of druk op
Radio-instellingen om het menu Ra‐
dio-instellingen te tonen. Druk op
deze functie om wijzigingen in weer‐
gegeven radio-informatie, voorkeu‐
zepagina's en automatische volume‐
regeling aan te brengen.
De radio-instellingen zijn:
Automatische volumeregeling: Selec‐
teer Uit, Laag, Middelhoog of Hoog
voor de gevoeligheid om het volume
automatisch aan te passen om zo de
effecten van ongewenste achter‐
grondruis te minimaliseren die kun‐
nen voorkomen uit het wijzigende
wegoppervlakken, rijsnelheden of
open ruiten. Deze functie werkt het
best bij een laag volume waarbij de
achtergrondruis doorgaans luider dan
het volume van het geluidssysteem
is.
178 Navigatie
Gracenote opties: Druk hierop voor
in-/uitschakelen van normalisatie
voor stemherkenning en mediagroe‐
peringen.
Cd-speler 3 143, USB 3 147, rand‐
apparatuur 3 146, streaming audio
via Bluetooth 3 153
Startvolume: Druk hierop om het
maximale volumeniveau bij de opstart
in te stellen. Dit volume zal worden
gebruikt zelfs als een hoger volume
was ingesteld wanneer de radio werd
uitgeschakeld.
Aantal favoriete pagina's: Druk hierop
om het aantal weer te geven FAV-pa‐
gina's te selecteren.
Softwareversieinformatie: Druk
hierop om informatie over het sys‐
teem en updatesoftware indien be‐
schikbaar weer te geven.
Telefooninstellingen
Telefoon 3 188
Navigatie-instellingen (indien
aanwezig)
Diverse instellingen van het naviga‐
tiesysteem zijn beschikbaar via het
configuratiemenu. Sommige opties
zijn alleen beschikbaar nadat een
route is gepland.
Gesproken prompt
Met het menu Gesproken prompts
kunt u de functies van de gesproken
prompts wijzigen.
Gesproken instructies navigatiesys‐
teem: Aankruisen om de gesproken
prompts van de navigatie in te scha‐
kelen. Aankruisen om de gesproken
prompts van de navigatie op een ge‐
plande route uit te schakelen.
Navigatievolume: Selecteren om het
volume van de navigatieprompts te
wijzigen.
Opgeslagen bestemmingen wissen
Navigatie 179
Indrukken om alle opgeslagen be‐
stemmingen te wissen. Er verschijnt
een submenu Opgeslagen bestem‐
mingen wissen. Selecteer de gewen‐
ste opties voor wissen en druk onder‐
aan op Wissen om door te gaan. Er
verschijnt een bevestigingsscherm
met de vraag om te wissen of te an‐
nuleren.
Begeleidingsmeldingen
Indrukken voor inschakelen van de
pop-up Begeleidingsmelding die op
de kaart of op de hoofdschermen
zoals audio, telefoon enz. moet ver‐
schijnen. Er verschijnt een vinkje om
aan te geven dat de stand Begelei‐
dingsmelding aan is.
Voertuiginstellingen
Zie "Persoonlijke instellingen" in het
Instructieboekje.
Display-instellingen
U kunt de volgende opties zien:
Menu startpagina: Druk hierop om het
eerste scherm van de startpagina aan
te passen.
Opties camera achter: Druk hierop
om de achteruitrijcamera-opties aan
te passen.
Display UIT: Druk hierop om het dis‐
play uit te schakelen. Het display
komt terug bij het indrukken van radi‐
otoetsen of het aanraken van het
scherm (indien aanwezig).
Kaartinstellingen: Druk hierop voor
het submenu voor het wijzigen van de
automatische zoom, inschakelen van
de maximumsnelheid op de kaart en
wijzigen van de kaartvensterinstellin‐
gen.
Weergave kaart: Druk hierop om de
achtergrond van het scherm te wijzi‐
gen.
De automatische instelling past de
achtergrond van het scherm auto‐
matisch aan volgens de rijverlich‐
ting.
In de dagstand is de achtergrond
van de kaart helder.
In de nachtstand is de achtergrond
van de kaart donker.
Gebruik de regelbare instrumenten‐
verlichting van de auto om de alge‐
mene helderheidsstand van het dis‐
play te wijzigen.
180 Navigatie
Globaal Positioning
System (gps)
De positie van het voertuig wordt be‐
paald door het gebruik van satelliet‐
signalen, diverse voertuigsignalen en
kaartgegevens.
Andere storingen zoals de satelliet‐
toestand, de wegconfiguratie, de
staat van de auto en/of andere om‐
standigheden kunnen de bepaling
van een nauwkeurige positie van de
auto door het navigatiesysteem na‐
delig beïnvloeden.
De GPS toont de huidige positie van
het voertuig met behulp van signalen
verzonden door de GPS-satellieten.
Wanneer het voertuig geen signalen
van de satellieten ontvangt, verschijnt
een symbool op het scherm van de
kaart.
Navigatiesymbolen 3 165
Dit systeem is mogelijk niet beschik‐
baar of storingen kunnen optreden in
de volgende situaties:
Signalen worden gehinderd door
hoge gebouwen of bomen, grote
trucks of een tunnel.
Satellieten worden gerepareerd of
verbeterd.
Voor meer informatie als het GPS niet
goed werkt:
Problemen met routebegeleiding
3 181
Onderhoud aan het navigatiesysteem
3 181
Voertuiglokalisatie
Soms kan de positie van de auto op
de kaart onnauwkeurig zijn om één of
meer van de volgende redenen:
Het wegennet is gewijzigd.
De auto rijdt op gladde wegopper‐
vlakken zoals zand, gravel of
sneeuw.
De auto rijdt op kronkelige of lange
rechte wegen.
Het voertuig nadert een hoog ge‐
bouw of voertuig.
De straten lopen parallel naast een
snelweg.
Het voertuig wordt vervoerd door
een transporteur of een veerboot.
De kalibratie van de huidige positie
is onjuist.
De auto rijdt met hoge snelheid.
De auto wijzigt meer dan eens van
richting of draait rond in een par‐
keergarage.
Het voertuig gaat een al dan niet
overdekte parking binnen of buiten.
Het GPS-signaal wordt niet ontvan‐
gen.
Een dakdrager is geïnstalleerd op
het voertuig.
Er zijn sneeuwkettingen aange‐
bracht.
De banden zijn vervangen of ver‐
sleten.
De bandenspanning is onjuist.
Dit is de eerste navigatie na het bij‐
werken van de kaartgegevens.
Navigatie 181
De accu van 12 volt is verschei‐
dene dagen losgekoppeld.
Het voertuig rijdt in druk verkeer
aan lage snelheid, waarbij het voer‐
tuig periodiek stopt en start.
Problemen met
routebegeleiding
Onjuiste routebegeleiding is mogelijk
bij één of meerdere van de volgende
toestanden:
U vergat te draaien op de aange‐
geven weg.
Routebegeleiding is mogelijk niet
beschikbaar bij automatische her‐
berekening van de route voor de
volgende afslag rechts of links.
De route wijzigt mogelijk niet wan‐
neer automatische herberekening
van de route wordt gebruikt.
Er is geen routebegeleiding bij het
draaien op een kruispunt.
Meervouden van plaatsen kunnen
periodiek worden vernoemd.
De bediening van de automatische
herberekening van de route kan
lang duren tijdens het rijden aan
hoge snelheid.
Automatische herberekening van
de route toont mogelijk een route
die teruggaat naar het ingestelde
wegpunt indien u rijdt naar een be‐
stemming zonder het ingestelde
wegpunt voorbij te gaan.
De route verbiedt de toegang van
een auto wegens een tijds- of sei‐
zoensgebonden voorschrift of een
ander voorschrift.
Sommige routes worden niet ge‐
zocht.
De route naar de bestemming
wordt mogelijk niet weergegeven
als er nieuwe of recent gewijzigde
wegen zijn of als bepaalde wegen
niet voorkomen in de kaartgege‐
vens.
Kaarten 3 163
Als u de positie van de auto op de
kaart opnieuw wilt kalibreren, par‐
keert u de auto met ingeschakelde
motor gedurende twee tot vijf minuten
totdat de positie van de auto wordt
bijgewerkt. Zorg dat de auto is gepar‐
keerd op een locatie die veilig is en
zonder obstakels een helder zicht op
de open lucht heeft.
Onderhoud aan het
navigatiesysteem
Als het navigatiesysteem service no‐
dig heeft en de hier vermelde stappen
zijn gevolgd maar u ervaart nog
steeds problemen, raadpleegt u uw
dealer voor assistentie.
182 Stemherkenning
Stemherkenning
Stemherkenning ........................ 182
Stemherkenning
Door stemherkenning kunt u de func‐
ties van het Infotainmentsysteem
handenvrij bedienen.
Stemherkenning kan worden gebruikt
wanneer de radio is ingeschakeld of
wanneer de reservevoeding acces‐
soires (RAP) actief is. Zie "Reserve‐
voeding accessoires (RAP) in het In‐
structieboekje. Het systeem heeft een
minimumvolume.
Stemherkenning gebruiken
1. Druk op het stuurwiel op q/w. Het
geluid van het audiosysteem
wordt onderdrukt. Een gesproken
prompt zegt: "Zeg een com‐
mando." Spreek na de pieptoon.
Als er geen pieptoon is, zorg dan
dat het volume hoog staat.
Wanneer stemherkenning actief
is, verschijnt er rechtsboven op
het scherm van het systeem een
symbool w.
2. Spreek één van de commando's,
die later in dit hoofdstuk worden
vermeld, duidelijk uit.
Druk twee keer op q/w op het stuur‐
wiel om de gesproken promptberich‐
ten over te slaan.
Stemherkenning annuleren
1. Druk x/n op het stuurwiel in en
laat weer los om een commando
te annuleren als de respons van
het systeem niet overeenkomt
met het gesproken commando of
zeg "Tot ziens" of "Annuleren".
2. Het systeem antwoordt "Tot
ziens".
Nuttige hints voor gesproken
commando's
Wanneer er meerdere comman‐
do's beschikbaar zijn, kiest u het
commando dat u het gemakkelijkst
vindt.
Stemherkenning 183
Woorden tussen haakjes zijn optio‐
neel. Zo zijn voor het commando
"Stem af op FM (frequentie)" zowel
"Stem af op FM 87,7" als "Stem af
op FM" geldige commando's.
Bij herkenning van het commando
voert het systeem de functie uit of
vraagt het u de keuze te bevesti‐
gen.
Wanneer het systeem het com‐
mando niet herkent, zegt het sys‐
teem "Pardon".
Als het systeem problemen heeft
met het herkennen van een com‐
mando, bevestig dan dat het com‐
mando juist is. Probeer het com‐
mando duidelijk te uit te spreken of
wacht even na de pieptoon.
Achtergrondlawaai zoals een kli‐
maatregelingventilator die op hoog
staat, open ruiten en zeer hard la‐
waai buiten, zelfs als de ruiten ge‐
sloten zijn, kan ertoe leiden dat
spraakcommando's verkeerd be‐
grepen worden.
Het systeem kan commando's her‐
kennen in verschillende talen, zoals
Engels, Canadees Frans en
Spaans. Het systeem herkent al‐
leen commando's op basis van de
geselecteerde taal.
Als u het stemvolume tijdens een
sessie voor stemherkenning wilt
verhogen of verlagen, draait u de
volumeknop van de radio of drukt u
op de volumestuurbedieningsknop.
Als het volume wordt aangepast tij‐
dens een sessie voor stemherken‐
ning, verschijnt een balk voor het
volume op het scherm dat het ni‐
veau van het stemvolume toont
naarmate het wordt aangepast. Dit
wijzigt ook het volume van de ge‐
sproken begeleiding.
Neem bij het gebruik van navigatie‐
commando's de tijd om het adres
uit uw hoofd te leren. Bij lang wach‐
ten vóór het geven van het adres
herkent het systeem wellicht het re‐
sultaat niet of wordt u onbedoeld
naar een andere locatie begeleid.
Bij het vermelden van het huisnum‐
mer herkent het systeem zowel de
achtereenvolgende cijfers als ge‐
sproken tekst. U kunt bijvoorbeeld
"3-0-0-0-1" of "Dertig duizend één"
zeggen.
Als het systeem na diverse pogin‐
gen een bestemming in een ander
land opgeeft, zeg dan het com‐
mando "Ander land" en spreek de
naam van het betreffende land uit.
Voor het invoeren van een bestem‐
ming in een ander land, moet het
land eerst in het systeem worden
gewijzigd.
Commando's voor
stemherkenning
De volgende lijst toont de beschik‐
bare gesproken commando's voor
het Infotainmentsysteem en een bij‐
horende korte beschrijving. De com‐
mando's worden vermeld met de op‐
tionele woorden tussen haakjes. Zie
de eerdere instructies voor het ge‐
bruik van de gesproken commando's.
Commando's voor radio
AM tuner, FM tuner, Afstemmen,
Stitcher: Instrueert het systeem om
naar het specifieke golfbereik en de
laatste zender te gaan.
184 Stemherkenning
AM tuner … (frequentie), FM tuner
(frequentie): Instrueert het sys‐
teem om naar de specifieke zender te
gaan.
Duim omh.: Instrueert het systeem
om de huidige song of zender een
duim omhoog in Stitcher te geven.
Duim oml.: Instrueert het systeem om
de huidige song of zender een duim
omlaag in Stitcher te geven.
Mijn mediacommando's
CD, AUX, USB of Bluetooth: Instru‐
eert het systeem om te veranderen
van bron.
C D afspelen: Instrueert het systeem
om een cd af te spelen. Zeg bijvoor‐
beeld "Cd afspelen".
De volgende commando's gelden al‐
leen voor USB-, iPod- en iPhone-
bronnen. Ze worden ondersteund na‐
dat het apparaat geïndexeerd is.
Artiest afspelen. (naam van artiest):
Instrueert het systeem om songs van
een specifieke artiest af te spelen.
Zeg bijvoorbeeld "Artiest <naam ar‐
tiest> afspelen".
Album afspelen (titel van album): In‐
strueert het systeem om een specifiek
album af te spelen.
Liedje afspelen. (titel van song): In‐
strueert het systeem om een speci‐
fieke song af te spelen.
Genre afspelen. (naam van genre):
Instrueert het systeem om songs van
een specifiek genre af te spelen.
Artiest zoeken … (naam van artiest):
Instrueert het systeem om een lijst
met alle songs van een specifieke ar‐
tiest weer te geven. Zeg bijvoorbeeld
"Artiest <naam artiest> zoeken".
Componist zoeken … (naam van
componist): Instrueert het systeem
om een lijst met alle songs van een
specifieke componist weer te geven.
Zeg bijvoorbeeld "Componist <naam
componist> zoeken".
Album zoeken … (naam van album):
Instrueert het systeem om een lijst
met alle songs van een specifiek al‐
bum weer te geven. Zeg bijvoorbeeld
"Album <naam album> zoeken".
Genre zoeken … (naam van genre):
Instrueert het systeem om een lijst
met alle songs van een specifiek
genre weer te geven. Zeg bijvoor‐
beeld "Genre <naam genre> zoe‐
ken".
Map zoeken … (naam van map): In‐
strueert het systeem om een lijst met
alle songs in een specifieke map weer
te geven. Zeg bijvoorbeeld "Map
<naam map> zoeken".
Speellijst zoeken … (naam van af‐
speellijst): Instrueert het systeem om
een lijst met alle songs in een speci‐
fieke afspeellijst weer te geven. Zeg
bijvoorbeeld "Afspeellijst <naam af‐
speellijst> zoeken".
Audioboek zoeken … (naam van au‐
diobook): Instrueert het systeem om
een lijst met alle songs in een speci‐
fiek audiobook weer te geven. Zeg
bijvoorbeeld "Audiobook <naam au‐
diobook> zoeken".
Podcast zoeken … (naam van pod‐
cast): Instrueert het systeem om een
lijst met alle songs in een specifieke
Stemherkenning 185
podcast weer te geven. Zeg bijvoor‐
beeld "Podcast <naam podcast> zoe‐
ken".
Vergelijkbare nummers afspelen...:
Instrueert het systeem een afspeel‐
lijst aan te maken met gelijksoortige
tracks als die welke nu klinkt.
Navigatiecommando's (indien
aanwezig)
U activeert de stemherkenning van
de navigatie als volgt:
1. Druk op het stuurwiel op q/w. Het
geluid van het audiosysteem
wordt onderdrukt. Een gesproken
prompt zegt "Spreek een com‐
mando uit". U kunt het commando
na de pieptoon uitspreken.
Als er geen pieptoon is, zorg dan
dat het volume hoog staat.
Wanneer stemherkenning actief
is, verschijnt er rechtsboven op
het scherm van het systeem een
symbool w.
2. Geef duidelijk het commando
"Navigatie".
3. Spreek één van de commando's
in dit hoofdstuk duidelijk uit.
De volgende commando's gelden na
het geven van het commando Navi‐
gatie maar één keer.
Land veranderen: Land wijzigen om
een bestemming uit die regio in te
voeren.
Navi | Navigatie | Bestemming: Hierbij
kunt u een adres in één keer achter
elkaar uitspreken. Het systeem her‐
kent het adres na het achter elkaar
uitspreken ervan of noemt een stads‐
centrum.
Opgegeven adres: Hierbij kunt u een
adres stap voor stap uitspreken. De
indeling is land, plaatsnaam, straat‐
naam en huisnummer.
Knooppunt: Hierbij kunt u een krui‐
sing als bestemming uitspreken. De
indeling is land, plaatsnaam, straat‐
naam en kruising.
Telefoonboek: Bij het koppelen van
een telefoon aan het systeem waarop
adresgegevens voor contactperso‐
nen opgeslagen zijn, kan het adres bij
die contactpersoon een route wor‐
den. Als het systeem het adres niet
begrijpt, verschijnt er een foutmel‐
ding.
Thuis: Instrueert het systeem bege‐
leiding te starten naar het adres dat
als Naar huis opgeslagen is.
POI | Place of Interest: Markant punt
als een bestemming vastleggen.
Maak uzelf vertrouwd met de POI-ca‐
tegorieën en -subcategorieën in het
systeem door vanuit de startpagina
op Bestemming of op de console op
DEST te drukken en Points of
Interest te selecteren. POI-comman‐
do's voor langs de route en rondom
de bestemming zijn beschikbaar als
de routebegeleiding actief is.
Select. te verwijd. bestem.: Hiermee
kunt u specifieke viapunten of de be‐
stemming toevoegen. Het systeem
vraagt naar de gewenste invoerme‐
thode om door te gaan. U kunt bij‐
voorbeeld "POI langs route" of "Krui‐
sing" zeggen.
186 Stemherkenning
Routepunt verwijderen: Wanneer be‐
geleiding actief is, kunt u met dit com‐
mando specifieke viapunten of de be‐
stemming wissen. Als begeleiding
niet actief is, geeft het systeem aan
dat de lijst met bestemmingen leeg is.
Waar ben ik | Mijn Huidige locatie: In‐
strueert het systeem om de huidige
positie van het systeem te melden.
Help: Het systeem laat meer speci‐
fieke helpcommando's bij de naviga‐
tie of een navigatiesubfunctie horen.
Begeleiding annuleren: Instrueert het
systeem om de begeleiding te annu‐
leren.
Een bestemming in andere landen
invoeren
Voor respons van de stemherkenning
op een lokaal adres moet het betref‐
fende land in het navigatiesysteem in‐
gesteld zijn.
Het land kan ook via gesproken com‐
mando's worden ingesteld. Echter, na
het uitschakelen van het auto gaat het
systeem weer terug naar het stan‐
daard-land.
1. Druk op het stuurwiel op q/w.
2. Zeg "Navigatie".
3. Zeg "Ander land".
4. Spreek de naam van het land uit.
Telefooncommando's
Bellen | Kiezen (telefoonnummer of
contactpersoon): Instrueert het sys‐
teem om iemand te bellen. Zeg bij‐
voorbeeld "Kies 1 248 123 4567". Bel
een contactpersoon uit het telefoon‐
boek met "Kies" of "Bel", zeg de naam
en locatie en zeg "Kies.". Zeg bijvoor‐
beeld "Bel Jan thuis" of "Bel Jan op
het werk". Als een nummer niet wordt
herkend, wordt het eerste nummer in
de lijst gebeld.
Verbinding maken | Verbinden |
Connect: Instrueert het systeem om
een apparaat te koppelen.
Nummer bellen: Instrueert het sys‐
teem om een telefoonnummer cijfer
voor cijfer te kiezen. Spreek de cijfers
uit en zeg "Kies".
Opnieuw bellen | Laatste nummer
opnieuw kiezen | Nogmaals kiezen |
Laatste nummer opnieuw bellen |
Opnieuw kiezen | Nogmaals bellen |
Nog een keer bellen | Bel opnieuw:
Instrueert het systeem om het laatst
gebelde telefoonnummer te kiezen.
Toestel kiezen | Toestel selecteren |
Apparaat kiezen | Apparaat
selecteren: Instrueert het systeem om
naar een ander gekoppeld apparaat
over te schakelen. Het apparaat moet
van het scherm of met de knop
MENU/SEL worden geselecteerd.
Toestel verwijderen | Apparaat
verwijderen: Instrueert het systeem
om een gekoppeld apparaat te wis‐
sen.
S M S lezen | SMS-berichten lezen |
S M S-bericht lezen: Instrueert het
systeem om tekstberichten van het
gekoppelde apparaat te lezen.
Niet alle apparaten ondersteunen
tekstberichten. Van toepassing indien
aanwezig.
Toegang via stem
Met toegang via stem hebt u toegang
tot de stemherkenningscommando's
op de mobiele telefoon, d.w.z. Sirih of
gesproken commando's. Raadpleeg
de gebruikershandleiding van de
Stemherkenning 187
fabrikant van de mobiele telefoon om
te zien of de mobiele telefoon deze
functie ondersteunt.
Activeer het stemherkenningssys‐
teem voor de telefoon door q/w op
het stuurwiel gedurende ongeveer
twee seconden ingedrukt te houden.
Instellingscommando's
Uitgebreid aan | Uitgebreid
inschakelen | Uitgebreid aanzetten,
Uitgebreid uit | Uitgebreid
uitschakelen | Uitgebreid uitzetten: In‐
strueert het systeem om gesproken
aanwijzingen in of uit te schakelen.
Taal … [instellen]: Instrueert het sys‐
teem om de taal in te stellen.
Lijst apparaten: Vraagt het systeem
om een apparatenlijst voor gebruik.
Andere commando's
Tot ziens | Dag | Doeg | Doei: Instru‐
eert het systeem om een telefoonge‐
sprek of stemherkenning te beëindi‐
gen.
Annuleren | Afbreken | Stoppen: In‐
strueert het systeem om een hande‐
ling te annuleren.
Ga terug | Terug | Naar vorige | Naar
vorige gaan | Ga terug | Teruggaan:
Instrueert het systeem om terug te
gaan naar een eerder menu.
Hoofdmenu: Instrueert het systeem
om naar het hoofdmenu te gaan.
Ja | Jazeker | Zeker | Absoluut |
Natuurlijk: Deze kunnen worden ge‐
bruikt om "Ja" te zeggen.
Nee | Echt niet | Niet | Zeker niet:
Deze kunnen worden gebruikt om
"Nee" te zeggen.
Volgende pagina | Pagina naar
beneden | Naar beneden scrollen: In‐
strueert het systeem om één pagina
in een lijst verder te bladeren.
Vorige pagina | Pagina naar boven |
Naar boven scrollen: Instrueert het
systeem om één pagina in een lijst te‐
rug te bladeren.
Hulp voor stemherkenning
Als u de hulpsessie wilt starten,
spreekt u één van de hulpcomman‐
do's duidelijk uit.
Help: Het systeem speelt meer spe‐
cifieke helpcommando's af, zoals ra‐
dio-instellingen, waaruit de gebruiker
kan kiezen.
Radio: Gebruik dit commando om
meer te vernemen over hoe u een
band (AM of FM) selecteert en hoe u
van radiozender wijzigt door frequen‐
tienummers te zeggen.
Mijn media: Gebruik dit commando
om meer te vernemen over hoe u spe‐
cifieke tracks, artiesten, albums, met
de USB-poort verbonden apparaten
afspeelt of hoe u van bron verandert.
Telefoon: Gebruik dit commando om
meer te vernemen over hoe u moet
kiezen, een apparaat koppelt of een
apparaat wist.
Instellingen: Gebruik dit commando
om meer te vernemen over hoe u ge‐
sproken prompts in- of uitschakelt of
hoe u de taal instelt.
188 Telefoon
Telefoon
Bluetooth® ................................. 188
Bediening ................................... 192
Tekstberichten ........................... 194
Telefoon met handsfreefunctie ..197
Bluetooth®
Overzicht
Indien uitgerust met Bluetooth kan
het systeem werken met vele mobiele
telefoons en apparaten voor:
Handenvrij bellen en gebeld wor‐
den.
Het adresboek of de contactenlijst
van de mobiele telefoon delen met
de auto. De contactenlijst verschijnt
alleen wanneer die telefoon ver‐
bonden is.
Bellen door middel van stemher‐
kenning.
Het systeem werkt in de stand AAN/
START, ACC/ACCESSOIRE of Re‐
servevoeding accessoires (RAP). Het
bereik van het Bluetooth-systeem be‐
draagt maximaal 9,1 m (30 ft).
De radio kan met de meeste Blue‐
tooth-telefoons worden verbonden.
De beschikbare snufjes en functies
kunnen per apparaat verschillen.
Op het belschermpje van de huidige
telefoon kan een afbeelding van de
contactpersoon uit de contactenlijst
op uw telefoon verschijnen. Niet alle
telefoons zijn compatibel met deze
functie.
Bluetooth-bedieningsorganen
Gebruik de toetsen op het Infotain‐
mentsysteem en het stuurwiel om het
Bluetooth-systeem te bedienen.
Afstandsbediening op stuurwiel
q/w (indrukken om te praten): druk
hierop om binnenkomende oproepen
aan te nemen en stemherkenning te
starten.
x/n (oproep dempen/beëindigen):
druk hierop om een binnenkomende
oproep te weigeren of om stemher‐
kenning te annuleren.
+ X − (volume): druk op + of - om het
volume hoger of lager te zetten.
Infotainmentsysteembedieningen
Zie Overzicht bedieningselementen
voor informatie over het navigeren in
het menusysteem met de Infotain‐
mentbedieningsorganen 3 128.
Telefoon 189
y/@ (telefoon/demping): druk hierop
om naar het hoofdmenu Telefoon te
gaan.
Stemherkenning
Het stemherkenningssysteem ge‐
bruikt commando's om het systeem te
bedienen en telefoonnummers te kie‐
zen.
Bij het gebruik van stemherkenning:
Het systeem herkent gesproken
commando's mogelijk niet als er
veel achtergrondruis is.
U hoort een toon die aangeeft dat
het systeem gereed is voor een ge‐
sproken commando. Wacht op de
toon en spreek dan.
Spreek duidelijk op een kalme en
natuurlijke wijze.
Stemherkenning 3 182
Audiosysteem
Geluid komt door de voorste luidspre‐
kers van het audiosysteem in de auto
en schakelt het audiosysteem tijdelijk
uit. Gebruik de knop m tijdens een ge‐
sprek om het volume te wijzigen. Het
aangepaste volume wordt onthouden
voor latere gesprekken. Het systeem
heeft een minimumvolume.
Stemherkenning 3 182
Audio via Bluetooth
Streaming audio via Bluetooth 3 153
Koppelen met Infotainmentbe‐
dieningsorganen
Een mobiele telefoon waarbij Blue‐
tooth is ingeschakeld moet worden
gekoppeld en dan verbonden met de
auto voordat deze kan worden ge‐
bruikt. Raadpleeg de gebruikers‐
handleiding van de fabrikant van uw
mobiele telefoon voor Bluetooth-func‐
ties voordat u de mobiele telefoon
koppelt.
Informatie over koppelen
Een mobiele telefoon waarbij Blue‐
tooth is ingeschakeld en een audio‐
speler kunnen tegelijkertijd aan het
systeem worden gekoppeld.
Aan het Bluetooth-systeem kunnen
maximaal vijf apparaten worden
gekoppeld.
Het koppelingsproces wordt ge‐
blokkeerd, wanneer het voertuig
rijdt.
Koppelen gebeurt slechts eenma‐
lig, tenzij de koppelgegevens op de
mobiele telefoon wijzigen of de mo‐
biele telefoon uit het systeem wordt
gewist.
Slechts één gekoppelde mobiele
telefoon kan tegelijkertijd verbon‐
den zijn met het Bluetooth-sys‐
teem.
Als er zich meerdere gekoppelde
mobiele telefoons binnen het bereik
van het systeem bevinden, maakt
de radio verbinding met de eerste
telefoon op de lijst of met de tele‐
foon die al eerder verbonden was.
Een telefoon/apparaat koppelen
1. Druk op de toets CONFIG of y/@.
2. Kies Telefooninstellingen.
3. Kies Apparaat koppelen
(telefoon). Op de radio verschijnt
Zoek op uw telefoon naar
Bluetooth apparaten. Selecteer
$<dp://SPEECH_PHONE_CON‐
FIG_DEVICE_FRIENDLY_NAME
190 Telefoon
_TXT> en voer het pinnummer in
dat op het scherm wordt
gegeven.: Als het apparaat een
viercijferige pincode (PIN) onder‐
steunt, wordt deze weergegeven.
Het PIN wordt gebruikt in Stap 5.
4. Start het koppelingsproces op de
mobiele telefoon die aan de auto
moet worden gekoppeld. Raad‐
pleeg de handleiding van de fabri‐
kant van de mobiele telefoon.
5. Zoek naar en selecteer het appa‐
raat achter het merk en model van
de auto in de lijst op de mobiele
telefoon. Ga bij het invoeren van
de pincode uit Stap 4 of het be‐
vestigen van de zescijferige code‐
combinaties te werk volgens de
instructies op de mobiele tele‐
foon. Het systeem herkent na het
koppelen de nieuw verbonden te‐
lefoon.
6. Als de telefoon vraagt om accep‐
teren van de verbinding of toe‐
staan van downloaden van de
contactenlijst, selecteer dan altijd
accepteren en toestaan. Zonder
accepteren ervan is de contacten‐
lijst wellicht niet beschikbaar. Bij
sommige telefoons verschijnt er
een verbindingsverzoek of con‐
tactenlijstverzoek als vervolgkeu‐
zelijst bovenaan het schermpje.
Open de vervolgkeuzelijst, zoek
naar het verbindings-/contacten‐
lijstverzoek en accepteer het.
7. Koppel extra telefoons op de‐
zelfde manier.
Alle gekoppelde en verbonden
telefoons/apparaten in een lijst
weergeven
1. Druk op de CONFIG-toets.
2. Kies Telefooninstellingen.
3. Kies Apparatenlijst.
Een gekoppeld(e) telefoon/apparaat
wissen
1. Druk op de CONFIG-toets.
2. Kies Telefooninstellingen.
3. Kies Apparatenlijst.
4. Selecteer de te verwijderen tele‐
foon en volg de aanwijzingen op
het scherm.
Verbinden met andere telefoon
Als u wilt verbinden met een andere
telefoon, moet de nieuwe telefoon
zich in de auto bevinden en gereed
zijn om verbonden te worden met het
Bluetooth-systeem voordat het pro‐
ces wordt gestart.
1. Druk op de CONFIG-toets.
2. Kies Telefooninstellingen.
3. Kies Apparatenlijst.
4. Selecteer de nieuwe te verbinden
telefoon en volg de aanwijzingen
op het scherm.
Koppelen met stemherkenning
Een mobiele telefoon waarbij Blue‐
tooth is ingeschakeld moet worden
gekoppeld en dan verbonden met de
auto voordat deze kan worden ge‐
bruikt. Raadpleeg de gebruikers‐
handleiding van de fabrikant van de
mobiele telefoon voor Bluetooth-func‐
ties voordat u de mobiele telefoon
koppelt.
Telefoon 191
Een telefoon koppelen
1. Druk op q/w. Het systeem ant‐
woordt "Spreek een commando
uit", gevolgd door een pieptoon.
2. Zeg "Koppel", het systeem ant‐
woordt "Zoek naar Bluetooth-ap‐
paraten op uw telefoon. Nummer
bevestigen of invoeren.".
3. Start het koppelingsproces op de
telefoon die moet worden gekop‐
peld.
4. Zoek naar en selecteer het appa‐
raat achter het merk en model van
de auto in de lijst op de mobiele
telefoon. Ga bij het invoeren van
de pincode of het bevestigen van
de zescijferige codecombinaties
te werk volgens de instructies op
de mobiele telefoon. Het systeem
antwoordt "Koppelen voltooid.".
5. Herhaal stappen 1-4 om andere
telefoons te koppelen.
Alle gekoppelde en verbonden
telefoons in een lijst weergeven
Het systeem kan alle mobiele tele‐
foons die eraan gekoppeld zijn in een
lijst weergeven. Als een gekoppelde
mobiele telefoon ook aan de auto ge‐
koppeld is, antwoordt het systeem
met "is verbonden" achter de naam
van die telefoon.
1. Druk op q/w. Het systeem ant‐
woordt "Spreek een commando
uit", gevolgd door een pieptoon.
2. Zeg "Apparatenlijst".
Gekoppelde telefoon verwijderen
1. Druk op q/w. Het systeem ant‐
woordt "Spreek een commando
uit", gevolgd door een pieptoon.
2. Zeg "Apparatenlijst".
3. Zeg "Wis apparaat".
4. Het systeem antwoordt: "Wis een
apparaat door de naam ervan op
het scherm aan te raken".Selec‐
teer het te wissen apparaat op het
display om het te verwijderen.
Annuleer dit commando door op x/
n op de stuurbedieningsknoppen of
de toets BACK op de console van de
radio te drukken.
Verbinden met een ander(e) telefoon
of apparaat
Bij het verbinden met een andere mo‐
biele telefoon zoket het systeem naar
de volgende beschikbare mobiele te‐
lefoon. Afhankelijk van de te verbin‐
den mobiele telefoon moet dit com‐
mando wellicht worden herhaald.
1. Druk op q/w. Het systeem ant‐
woordt "Spreek een commando
uit", gevolgd door een pieptoon.
2. Zeg "Andere telefoon."
Selecteer een apparaat door op
het display op de naam ervan te
drukken.
Als er geen andere mobiele te‐
lefoon wordt gevonden, blijft de
oorspronkelijke telefoon ver‐
bonden.
192 Telefoon
Bediening
Gesprek voeren met
contactenlijst en
bedieningsorganen
Infotainment
Bij mobiele telefoons met contacten‐
lijstfunctie kan het Bluetooth-systeem
de contactpersonen op de mobiele te‐
lefoon gebruiken om gesprekken te
voeren. Raadpleeg de gebruikshand‐
leiding van de fabrikant van de mo‐
biele telefoon of neem contact op met
de draadloze provider om te zien of
deze functie wordt ondersteund.
Wanneer een mobiele telefoon on‐
dersteuning biedt voor contactenlijst‐
functies, worden de menu's Contac‐
tenlijst en Gesprekkenlijsten automa‐
tisch beschikbaar.
Met het menu Contactenlijst kunt u de
contactenlijst op uw mobiele telefoon
gebruiken om een gesprek te voeren.
Met het menu Gesprekkenlijsten kunt
u de telefoonnummers van de inko‐
mende oproepen, uitgaande oproe‐
pen en gemiste oproepen op uw mo‐
biele telefoon gebruiken om een ge‐
sprek te voeren.
De radio toont de eerste 1000 con‐
tactpersonen en de telefoonnummers
voor elke contactpersoon voor thuis,
werk, mobiel en andere.
Een gesprek voeren met het menu
Contactenlijst:
1. Druk één keer op y/@ op de radio
of de schermtoets Telefoon.
2. Kies Telefoonboek.
3. Selecteer de lettergroep van de
contactenlijstvermelding om door
de lijst met namen/nummers te
scrollen.
4. Selecteer de naam.
5. Selecteer het te bellen nummer.
Een gesprek voeren met het menu
Gesprekkenlijsten:
1. Druk één keer op y/@ op de radio
of de schermtoets Telefoon.
2. Selecteer Gesprekkenlijsten.
3. Selecteer de lijst met inkomende
oproepen, uitgaande oproepen of
gemiste oproepen.
4. Selecteer de naam of het nummer
voor de oproep.
Gesprek voeren met de
bedieningsorganen van
Infotainment
Een gesprek voeren:
1. Druk één keer op y/@ op de radio
of de schermtoets Telefoon.
2. Nummer invoeren indrukken.
3. Voer het telefoonnummer in.
4. Selecteer OK om het nummer te
bellen.
5. Selecteer Bellen om verbinding te
maken.
Een gesprek voeren met stemherken‐
ning 3 182.
Een gesprek aanvaarden of
weigeren
Wanneer u een inkomend gesprek
ontvangt, dempt het Infotainmentsys‐
teem en hoort u een beltoon in het
voertuig.
Telefoon 193
De Infotainmentbedieningsorganen
gebruiken
Draai aan de knop MENU/SEL om te
Aannemen of te Weigeren en druk op
de knop MENU/SEL of druk op het
scherm op Accepteren of Weigeren.
Met de stuurbedieningsknoppen
Druk op q/w om de oproep te beant‐
woorden of /x/n om deze te weige‐
ren.
Gesprek in wachtstand met de
bedieningsorganen van
Infotainment
Gesprek in wachtstand moet worden
ondersteund door de Bluetooth-tele‐
foon en moet door de draadloze aan‐
bieder ingeschakeld zijn, opdat deze
functie werkt.
Wisselgesprek (alleen bij gesprekken
in wachtstand)
Voor een wisselgesprek aan knop
MENU/SEL draaien en deze indruk‐
ken en Gesprekken wisselen of
Gesprekken wisselen op het scherm
selecteren.
Gesprek in wachtstand met de
stuurbedieningsknoppen
Gesprek in wachtstand moet worden
ondersteund door de mobiele tele‐
foon en moet door de draadloze aan‐
bieder ingeschakeld zijn.
Druk op q/w voor het beantwoor‐
den van een binnenkomende op‐
roep wanneer een andere oproep
actief is. De oorspronkelijke oproep
wordt in de wacht gezet.
Druk opnieuw op q/w om terug
naar de oorspronkelijke oproep te
gaan.
Druk voor het weigeren van de bin‐
nenkomende oproep op Weigeren
op het scherm of doe niets.
Druk op x/n om te wisselen van
het huidige gesprek naar het ge‐
sprek in de wachtstand.
Conferentiegesprek met de
bedieningsorganen van
Infotainment
Conferentiegesprek en drierichtings‐
gesprek moeten worden ondersteund
door de Bluetooth-telefoon en moe‐
ten door de draadloze aanbieder in‐
geschakeld zijn, opdat deze functies
werken. Deze functie wordt alleen on‐
dersteund wanneer de auto stil staat.
Een conferentiegesprek starten tij‐
dens een gesprek:
1. Draai aan en druk op de knop
MENU/SEL en selecteer Nummer
invoeren.
2. Voer het telefoonnummer in en
selecteer OK.
3. Na het bellen draait u aan de knop
MENU/SEL en kiest u Conferen‐
tiegesprek.
4. Als u meer bellers wilt toevoegen
aan het conferentiegesprek, her‐
haalt u de stappen 1-3. Het aantal
bellers dat kan worden toege‐
voegd, is beperkt door uw draad‐
loze aanbieder.
Een gesprek beëindigen
De Infotainmentbedieningsorganen
gebruiken
Draai aan en druk op de knop
MENU/SEL en selecteer Ophangen
of druk op het scherm op Ophangen.
194 Telefoon
Met de stuurbedieningsknoppen
Druk op x / n.
Een gesprek stilschakelen
Tijdens een gesprek kunnen alle ge‐
luiden in de auto worden stilgescha‐
keld, zodat de gesprekspartner deze
niet kan horen.
De Infotainmentbedieningsorganen
gebruiken
Draai aan en druk op de knop
MENU/SEL en selecteer Microfoon
uit. Druk opnieuw hierop om het stil‐
schakelen te annuleren.
Een gesprek overschakelen
U kunt het geluid tussen het Blue‐
tooth-systeem en de mobiele telefoon
overschakelen.
Vóór het overschakelen van een ge‐
sprek moet de mobiele telefoon aan
het Bluetooth-systeem gekoppeld zijn
en ermee verbonden zijn.
Ga als volgt te werk om het geluid van
het Bluetooth-systeem over te
schakelen naar een mobiele telefoon
Druk tijdens een gesprek met het ge‐
luid in de auto op de schermtoets
Gesprek doorverbinden of houd de
knop q/w op het stuurwiel ingedrukt.
Ga als volgt te werk om het geluid van
een mobiele telefoon over te
schakelen naar het Bluetooth-
systeem
Gebruik de geluidsoverschakelfunc‐
tie op de mobiele telefoon. Raad‐
pleeg de gebruikershandleiding van
de fabrikant van uw mobiele telefoon
voor meer informatie. Druk op de
schermtoets Gesprek doorverbinden
of houd de knop q/w op het stuurwiel
ingedrukt.
DTMF-tonen (Dual Tone Multi-
Frequency-tonen)
Het Bluetooth-systeem in de auto kan
tijdens een gesprek nummers verzen‐
den. Dit wordt gebruikt bij het bellen
naar een menugestuurd telefoonsys‐
teem.
De Infotainmentbedieningsorganen
gebruiken
Draai aan en druk op de knop
MENU/SEL en selecteer Nummer
invoeren. Voer daarna het telefoon‐
nummer in.
Selecteer Nummer invoeren op het
scherm, selecteer cijfers en druk op
OK.
Tekstberichten
Bij auto's met Bluetooth kan het sys‐
teem tekstberichten weergeven, een
bericht via het audiosysteem laten
klinken en een voorgeprogrammeerd
bericht verzenden. Niet alle telefoons
ondersteunen alle functies en werken
met Bluetooth. De radio ondersteunt
de ontvangst van SMS-berichten.
Wellicht moet er voor het activeren
van tekstberichten op de telefoon een
verzoek worden geaccepteerd of
moeten er sommige telefooninstellin‐
gen worden gewijzigd. Raadpleeg de
handleiding van de fabrikant van de
mobiele telefoon. De functie Tekstbe‐
richten kan ook via stemherkenning
worden geïnitieerd.
Telefoon 195
Tekstberichten gebruiken
1. Druk op de startpagina op de toets
Messages of selecteer tekstbe‐
richten van het telefoonhoofds‐
cherm. Totdat alle tekstberichten
zijn opgehaald, blijft het startpagi‐
napictogram grijs en verdwijnt de
optie Telefoonhoofdscherm.
Deze functie wordt uitgeschakeld
als het gekoppelde Bluetooth-ap‐
paraat geen SMS-berichten on‐
dersteunt.
2. Na het ophalen van alle berichten
verschijnt het Postvak IN voor
tekstberichten. Selecteer een be‐
richt om te bekijken. Bekijken van
berichten is alleen mogelijk terwijl
de auto stil staat.
3. Bekijk het bericht en selecteer
Luisteren om het bericht via ge‐
sproken prompt te beluisteren.
Het scherm voor het bekijken van
berichten is onderweg geblok‐
keerd.
Selecteer Bellen om het nummer
van de contactpersoon of het num‐
mer bij de tekst te kiezen. Bij niet
alle telefoons kunt u de afzender
van het bericht bellen en is er geen
optie Bellen.
Selecteer Antwoord om een bin‐
nenkomend tekstbericht te beant‐
woorden. Bij niet alle telefoons kun‐
nen berichten worden verzonden.
Selecteer het gewenste bericht uit
het schermpje conceptberichten
om het als antwoord te verzenden.
196 Telefoon
Selecteer Zenden om het bericht te
verzenden.
Selecteer Terug om te annuleren
en terug naar het vorige scherm te
gaan.
Ontvangen tekstberichten
Bij een ontvangen tekst verschijnt er
een pop-upscherm. De pop-up blijft
op het scherm totdat Uitzetten wordt
geselecteerd.
Selecteer Luisteren om het bericht
via gesproken prompt te beluiste‐
ren.
Selecteer Bekijken om het bericht
te bekijken. Bekijken is onderweg
niet mogelijk.
Selecteer Antwoord om het bericht
met een conceptbericht te beant‐
woorden.
Selecteer Bellen om het nummer
van de contactpersoon of het num‐
mer bij de tekst te kiezen.
Selecteer Uitzetten om het pop-up‐
scherm voor het binnenkomende
bericht weg te klikken.
Instellingen tekstberichten
U kunt tekstberichten vanuit het Post‐
vak IN voor tekstberichten instellen.
Telefoon 197
Selecteer Voorgedefinieerde
berichten beheren voor het creëren
van een gebruikerspecifiek bericht
dat later als antwoord op een tekst‐
bericht kan worden gebruikt.
Selecteer Sms-waarschuwingen
om het meldingsgedrag voor bin‐
nenkomende tekstberichten te kie‐
zen:
Tekstmelding met geluid
Alleen geluid
Uit
Telefoon met
handsfreefunctie
Bluetooth-stemherkenning
gebruiken
Druk voor stemherkenning op de
knop q/w op het stuurwiel. Gebruik
de onderstaande commando's voor
de diverse functies met stemherken‐
ning. Zeg voor extra informatie "Help"
wanneer u in een stemherkennings‐
menu staat.
Een gesprek voeren
U kunt met de volgende commando's
gesprekken voeren.
Bellen of Bellen: U kunt deze com‐
mando's door elkaar gebruiken om
een telefoonnummer te kiezen.
Nummer bellen: Met dit commando
kunt u cijfer voor cijfer een telefoon‐
nummer kiezen.
Opnieuw bellen | Laatste nummer
opnieuw kiezen | Nogmaals kiezen |
Laatste nummer opnieuw bellen |
Opnieuw kiezen | Nogmaals bellen |
Nog een keer bellen | Bel opnieuw:
Met dit commando kiest u het laatste
nummer dat op de mobiele telefoon
gebruikt is.
Commando Kies of Bel gebruiken
Een nummer bellen:
1. Druk op q/w. Het systeem ant‐
woordt "Spreek een commando
uit", gevolgd door een pieptoon.
2. Zeg "Kies" of "Bel".
3. Noem het gehele nummer in één
keer, gevolgd door "Kies".
Bij verbinding hoort u de gespreks‐
partner door de audioluidsprekers.
Bellen met een naamplaatje:
1. Druk op q/w. Het systeem ant‐
woordt "Spreek een commando
uit", gevolgd door een pieptoon.
2. Zeg "Kies" of "Bel" en lees het
naamplaatje op. Bijvoorbeeld "Bel
Jan op het werk".
Bij verbinding hoort u de gespreks‐
partner door de audioluidsprekers.
Commando Kies cijfer voor cijfer
gebruiken
Hiermee kunt u cijfer voor cijfer een
telefoonnummer kiezen.
198 Telefoon
1. Druk op q/w. Het systeem ant‐
woordt "Spreek een commando
uit", gevolgd door een pieptoon.
2. Zeg "Kiezen per cijfer".
3. Spreek de cijfers achter elkaar uit
om te kiezen. Steeds na het in‐
voeren van een cijfer herhaalt het
systeem het gehoorde cijfer, ge‐
volgd door een pieptoon. Zeg na
het invoeren van het laatste num‐
mer "Kies".
Zeg bij het herhalen van een onge‐
wenst nummer "Wis" om het laatste
nummer te wissen.
Bij verbinding hoort u de gespreks‐
partner door de audioluidsprekers.
Commando Kies nogmaals
gebruiken
1. Druk op q/w. Het systeem ant‐
woordt "Spreek een commando
uit", gevolgd door een pieptoon.
2. Zeg na de pieptoon "Kies nog‐
maals". Het systeem kiest het
laatste nummer dat vanaf de ver‐
bonden mobiele telefoon gebeld
is.
Bij verbinding hoort u de gespreks‐
partner door de audioluidsprekers.
Het systeem wissen
Informatie blijft in het Bluetooth-sys‐
teem in de auto bewaard, tenzij deze
wordt gewist. Dit betreft ook informa‐
tie over gekoppelde telefoons.
Een gekoppeld(e) telefoon/apparaat
wissen 3 188
Telefoon 199
200
Trefwoordenlijst
A
Aan/uit........................................ 136
Afbeeldingen.............................. 149
Afstandsbediening op stuurwiel.
........................................ 129, 188
Algemene aanwijzingen............
................................ 126, 146, 147
Algemene informatie..138, 143, 153
AM-radio..................................... 138
Android-telefoon......................... 157
Audio afspelen............................ 155
Audiobron................................... 136
Audio-CD.................................... 144
Audio-cd afspelen....................... 144
Audio via Bluetooth.................... 153
AUX-ingang................................ 146
B
Basisbediening........................... 136
Bediening .................. 131, 153, 192
Bediening radio.......................... 136
Bedieningsknoppen.................... 129
Bestemming ............................... 167
Bluetooth
®
........................... 153, 188
audio....................................... 153
bedieningsorganen................. 188
een telefoon/apparaat
koppelen................................. 188
muziek..................................... 153
Bluetooth-muziek........................ 153
C
CD-speler................................... 143
D
DAB............................................ 140
Digital Audio Broadcasting......... 140
Display-instellingen..................... 176
E
Een telefoon/apparaat koppelen 188
Externe apparaten...................... 155
F
Favorietenlijst............................. 139
FM-radio..................................... 138
G
Gebruik............................... 129, 161
Geluidsinstellingen..................... 136
Globaal Positioning System
(gps) ....................................... 180
Gracenote
®
................................. 147
I
Inleiding ..................................... 126
Instelling Bluetooth-mediaspeler 153
201
Instellingen................................. 176
iPhone, iPad
®
............................. 155
iPod
®
........................................... 155
K
Kaarten ...................................... 163
M
Markante punten (POI)............... 167
Menu Configuratie ..................... 176
N
Navigatie..................................... 161
aanpassingen aan kaarten...... 163
adresboek............................... 167
adresinvoer............................. 167
bestemming............................. 167
kaartgegevensupdates............ 163
naar huis................................. 167
routebegeleiding..................... 167
routeopties.............................. 167
symbolenoverzicht ................. 165
toetsen van touchscreen......... 161
Navigatiecommando's................ 182
Navigatie-instellingen................. 176
O
Onderhoud aan het
navigatiesysteem.................... 181
Opgeslagen audiobestanden
afspelen................................... 149
Overzicht ................................... 127
Overzicht bedieningselementen. 128
P
Problemen met routebegeleiding 181
Q
Quickinfo..................................... 138
R
Radio Data System (RDS) ......... 140
Radio-instellingen....................... 176
Radio-ontvangst ........................ 141
Radiozender
opslaan.................................... 139
weer opvragen........................ 139
zoeken..................................... 138
Randapparatuur aansluiten........ 146
S
Smartphone-applicaties
gebruiken................................ 157
Startpagina
aanpassen.............................. 131
functies.................................... 131
Stemherkenning ........ 182, 188, 197
Stitcher internetradio.................. 157
Symbolenoverzicht .................... 165
T
Talen........................................... 176
Tekstberichten............................ 194
Telefoon
bediening................................ 192
Bluetooth
®
............................... 188
een gesprek aanvaarden of
weigeren.................................. 192
een gesprek voeren................ 192
gesprek in wachtstand............ 192
handsfree................................ 197
Telefoon met handsfreefunctie ..197
Toetsen van touchscreen... 129, 131
Tijd- en datuminstellingen.......... 176
U
Uitleg bij databasedekking......... 163
USB
apparaat afspelen................... 149
bestandssysteem en namen... 149
media-indelingen..................... 147
menu....................................... 149
mp3-speler.............................. 147
poort........................................ 149
202
problemen oplossen................ 147
rijstand..................................... 147
USB-apparaten aansluiten......... 149
V
Voertuiglokalisatie ..................... 180
Volume....................................... 136
Voorkeuzezender....................... 139
Z
Zender zoeken............................ 138
Copyright GM Korea Company, Inchon, Korea and Chevrolet Europe GmbH, Zürich, Switzerland.
Alle informatie in dit boekje is actueel ten tijde van het ter perse gaan ervan en geldt met ingang van de onderstaand vermelde
datum. Chevrolet Europe GmbH behoudt zich het exclusieve recht voor om wijzigingen in dit boekje aan te brengen.
Editie: januari 2014, Chevrolet Europe GmbH, Zürich, Switzerland.
Gedrukt op chloorvrij gebleekt papier.
KTA-7001/3-nl Handleiding Infotainment
*KTA-7001/3-NL*
179

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels
1

Forum

Chevrolet-Spark-2012
  • De garage moest de hele koplamp plus voorpaneel demonteren en dat alles voor een vastzittend parkeer lampje van € 0,40?
    Hetzelfde deed zich voor toen het lampje aan de andere zijde kapot ging, Ben eeen uur aan het "wrikken" gewest todat ie eindelijk los ging.
    Volgens het instructie boekje was het een fluitje van een cent.
    met groet,
    Bert Gesteld op 6-4-2023 om 23:41

    Reageer op deze vraag Misbruik melden
  • Mijn Chevrolet Spark bi Fuel wil niet op lpg gaan begint te piepen
    Gesteld op 6-4-2023 om 23:04

    Reageer op deze vraag Misbruik melden
  • Weet iemand waar de zekeringen zitten van de binnenverlichting, kofferbak verlichting en nummerplaat verlichting van mijn Spark Bifuel 2011? binnenkast heeft geen deksel en heb deze nieuw gekocht..
    gr Tom Gesteld op 5-1-2023 om 15:44

    Reageer op deze vraag Misbruik melden
  • Mijn centrale deurvergrendeling zonder afstandbediening, reageert traag als ik de sleutel in het portier omdraai. de andere portieren en kofferbak gaan pas na enkele soms wel 10 seconden pas open. Iemand een idee wat dit kan zijn? Gesteld op 9-3-2022 om 13:55

    Reageer op deze vraag Misbruik melden
    • Heb jij nog geluk. Bij mij kan het 10 minuten duren. een raar probleem waar ik nog geen oplossing van kan vinden. Geantwoord op 10-5-2024 om 09:42

      Waardeer dit antwoord Misbruik melden
  • Parkeer lampjes moesten vervangen worden, maar zatten muurvast!
    Niet vastgeroest hoor. Volgens het instructie boekje makkelijk te vervangen
    E’en lampje uiteindelijk met veel draaien en gedoe los gekregen.

    Voor vervanging van het andere lampje naar de garage geweest daar hebben ze de bedrading
    kapot getrokken......dus probleem nog groter en lampje zat nog vast. Ze hebben de halve auto moeten demonteren
    voor een lampje van € 0,75

    Met vr. Groet,

    Lambert Bruin
    Lemmer Gesteld op 7-11-2021 om 20:00

    Reageer op deze vraag Misbruik melden
  • zekering sigaretten aansteker kapot; zekeringkast voor betreffende zekering onder het dashboard stuurzijde !
    Echter daar is geen zekeringskast aanwezig ? Volgens instructieboekje kan betreffende zekeringskastje ook elders zijn opgeslagen ! Er staat echter niet bij waar ? Wie weet welke andere plaats men bij de Chevrolet Spark bi-fuel uit 2012 heeft bedacht ? Gesteld op 14-10-2021 om 16:07

    Reageer op deze vraag Misbruik melden
6

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Chevrolet Spark 2012 bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Chevrolet Spark 2012 in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 3,97 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Chevrolet Spark 2012

Chevrolet Spark 2012 Gebruiksaanwijzing - Nederlands - 190 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info