613637
23
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/376
Pagina verder
Gecomputeriseerde
borduur- en naaimachine
Bedieningshandleiding
Productcode: 882-W01/W02
Handelsmerken
FlashFX
®
is a registered trademark of Datalight, Inc.
FlashFX
®
Copyright 1998-2007 Datalight, Inc.
U.S.Patent Office 5,860,082/6,260,156
FlashFX
®
Pro™ is a trademark of Datalight, Inc.
Datalight
®
is a registered trademark of Datalight, Inc.
Copyright 1989-2007 Datalight, Inc., All Rights Reserved
Video powered by Mobiclip™ encoding and playback technology.
“Adobe” and “Adobe Reader” are either registered trademarks or trademarks of Adobe Systems
Incorporated in the United States and/or other countries.
IMPORTANT:
READ BEFORE DOWNLOADING, COPYING, INSTALLING OR USING.
By downloading, copying, installing or using the software you agree to this license. If you do not agree
to this license, do not download, install, copy or use the software.
Intel License Agreement For Open Source Computer Vision Library
Copyright © 2000, Intel Corporation, all rights reserved. Third party copyrights are property of their respective owners.
Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided
that the following conditions are met:
Redistribution's of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the
following disclaimer.
Redistribution's in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and
the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution.
The name of Intel Corporation may not be used to endorse or promote products derived from this
software without specific prior written permission.
This software is provided by the copyright holders and contributors “as is” and any express or implied
warranties, including, but not limited to, the implied warranties of merchantability and fitness for a
particular purpose are disclaimed. In no event shall Intel or contributors be liable for any direct, indirect,
incidental, special, exemplary, or consequential damages (including, but not limited to, procurement of
substitute goods or services; loss of use, data, or profits; or business interruption) however caused and on
any theory of liability, whether in contract, strict liability, or tort (including negligence or otherwise)
arising in any way out of the use of this software, even if advised of the possibility of such damage.
All information provided related to future Intel products and plans is preliminary and subject to change at any time, without
notice.
INLEIDING
i
INLEIDING
Gefeliciteerd met uw keuze van deze machine. Alvorens de machine te gebruiken dient u zorgvuldig de
"Belangrijke veiligheidsinstructies" te lezen. Vervolgens bestudeert u deze handleiding zodat u de diverse
functies goed gebruikt.
Nadat u de handleiding hebt gelezen, bergt u deze op een handige plek op. Dan kunt u de handleiding
zo nodig raadplegen.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Lees eerst deze veiligheidsinstructies alvorens de machine in gebruik te nemen.
Deze machine is bedoeld voor huishoudelijk gebruik.
GEVAAR - Verminder de kans op elektrische schok
1Neem altijd de stekker uit het wandstopcontact direct na gebruik; voordat u de machine reinigt; wanneer u
onderhoud pleegt aan de machine; of wanneer u de machine onbeheerd achterlaat.
WAARSCHUWING
- Verklein de kans op brandwonden, brand, elektrische schok of letsel.
2Neem altijd de stekker uit het stopcontact wanneer u deksels verwijdert, de machine smeert of andere
servicehandelingen verricht die u als gebruiker volgens de bedieningshandleiding moet uitvoeren.
Voordat u de stekker uit het stopcontact haalt, zet u de machine eerst op "O" (uit). Vervolgens pakt u de
netstekker beet en trekt u deze uit het stopcontact. Trek niet aan het snoer.
Sluit de machine rechtstreeks op een stopcontact aan. Gebruik geen verlengsnoeren.
•Haal altijd de stekker uit het stopcontact bij een stroomstoring.
3Gebruik de machine beslist niet als een snoer of stekker beschadigd is; als de machine niet goed werkt; als de
machine is gevallen of beschadigd; of als u water op de machine hebt gemorst. Breng de machine naar de
dichtstbijzijnde erkende dealer of een servicecentrum voor onderzoek, reparatie, elektrische of mechanische
aanpassingen.
Of de machine in gebruik is of niet, wanneer u iets ongebruikelijks opmerkt aan de machine - geur, hitte,
verkleuring of vervorming - stopt u onmiddellijk en neemt u de netstekker uit het stopcontact.
Wanneer u de machine vervoert, draagt u deze aan het handvat. Wanneer u de machine optilt aan een ander
onderdeel dan het handvat, kan de machine beschadigen of vallen. En dit kan letsel veroorzaken.
Wanneer u de machine optilt, mag u geen plotselinge of onvoorzichtige bewegingen maken. U kunt dan letsel
oplopen aan uw rug of knieën.
4Houd altijd uw werkvlak vrij:
Gebruik de machine nooit wanneer de ventilatieopeningen zijn geblokkeerd. Houd de ventilatieopeningen van
de machine en het voetpedaal vrij van stof, pluisjes en stukken stof.
•Plaats geen voorwerpen op het voetpedaal.
•Gebruik geen verlengsnoeren. Sluit de machine rechtstreeks op een stopcontact aan.
•Steek nooit een voorwerp in een opening. Zorg dat er nooit iets in de openingen valt.
Gebruik de machine niet wanneer spuitbussen worden gebruikt of zuurstof wordt toegediend.
Gebruik de machine niet in de buurt van een warmtebron, zoals fornuis of strijkbout. Anders kan de machine,
het netsnoer, het kledingstuk dat u naait ontvlammen. Dit kan leiden tot brand of een elektrische schok.
Plaats deze naaimachine niet op een wankel of scheef oppervlak. Dan kan de machine vallen, en dit kan letsel
veroorzaken.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
ii
5Wees vooral voorzichtig tijdens het naaien:
Let altijd goed op de naald. Gebruik geen verbogen of beschadigde naalden.
Blijf met uw vingers uit de buurt van alle bewegende onderdelen. Let vooral op bij de naald.
Zet de machine op de stand "O" (uit) wanneer u iets aanpast in de buurt van de naald.
•Gebruik nooit een beschadigde of onjuiste steekplaat. Daardoor kan de naald breken.
Duw of trek niet aan de stof tijdens het naaien. Volg zorgvuldig de aanwijzingen op wanneer u uit de vrije hand
naait, zodat u de naald niet buigt waardoor hij kan breken.
6Deze machine is geen gereedschap:
Let goed op wanneer kinderen in de buurt zijn terwijl u de machine gebruikt.
Houd de plastic zak waarin de machine werd geleverd buiten bereik van kinderen, of gooi de zak weg. Laat
nooit kinderen met de zak spelen. Ze zouden hierin kunnen stikken.
Gebruik de machine niet buiten.
7Voor een langere levensduur:
Zet de machine niet weg op een plaats met direct zonlicht of een hoge vochtigheidsgraad. Gebruik of plaats de
machine niet vlakbij de verwarming, een strijkijzer, halogeenlamp of andere warme voorwerpen.
Maak voor het reinigen van de behuizing alleen gebruik van neutrale zeep of reinigingsmiddelen. Benzeen,
thinner en schuurmiddelen kunnen de behuizing en de machine beschadigen en mogen nooit worden gebruikt.
Raadpleeg altijd de gebruiksaanwijzing als u delen, de persvoet, de naald of andere onderdelen vervangt of
installeert om te zorgen dat dit juist gebeurt.
8Voor reparatie of bijstelling:
Als de verlichtingsunit beschadigd is, moet deze worden vervangen door een erkende dealer.
Indien de machine een defect vertoont of moet worden bijgesteld, kijk dan eerst aan de hand van het overzicht
voor probleemoplossing achterin deze handleiding of u de machine zelf kunt controleren of bijstellen. Als u het
probleem daarmee niet kunt oplossen, raadpleeg dan uw plaatselijke erkende Brother-dealer.
Gebruik deze machine alleen voor de bestemde doeleinden, zoals beschreven in deze handleiding.
Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen accessoires zoals beschreven in deze handleiding.
Gebruik alleen de interfacekabel (USB-kabel) die bij deze machine is geleverd.
Gebruik uitsluitend de USB-muis die bij deze machine is geleverd.
De inhoud van deze handleiding en de specificaties van dit product kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Meer informatie over onze producten en updates vindt u op onze website www.brother.com
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
iii
UITSLUITEND VOOR GEBRUIKERS IN GROOT-BRITTANNIË,
IERLAND, MALTA EN CYPRUS
BELANGRIJK
Voor vervanging van de stekkerzekering gebruikt u een zekering goedgekeurd door ASTA tot BS 1362, dat wil
zeggen, met het symbool , van de sterkte die is aangegeven op de stekker.
Plaats altijd de zekeringdeksel terug. Gebruik nooit een stekker zonder zekeringdeksel.
Als uw wandstopcontact niet geschikt is voor de stekker die bij deze apparatuur wordt geleverd, neem dan
contact op met uw erkende dealer om het juiste snoer te verkrijgen.
VOOR GEBRUIKERS IN LANDEN MET WISSELSTROOM
220-240V
Dit apparaat is niet bedoeld om te worden gebruikt door mensen of kinderen met beperkte fysieke, zintuiglijke of
geestelijke vermogens, of gebrek aan ervaring of kennis, tenzij onder toezicht van en na instructie over het gebruik
van het apparaat door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Houd jonge kinderen onder toezicht en
zorg dat ze niet met de machine kunnen spelen.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
iv
WAARSCHUWINGSLABEL
Op de zijsnijder zit het volgende waarschuwingslabel. Neem de waarschuwing in acht.
Plaats label
VOORZICHTIG
Wanneer u de zijsnijder gebruikt, naait u op lage tot medium snelheid. Raak de messen of de
bedieningshendel van de zijsnijder tijdens het naaien niet aan. Daardoor zou u letsel kunnen
oplopen of schade kunnen veroorzaken.
a Geleiderplaat (onderste mesje)
b Bovenmes
c Bedieningshendel
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
v
vi
SPECIALE FUNCTIES
Plaats van de naald controleren
op het scherm
U kunt op het scherm van de machine controleren
waar de naald neerkomt, zelfs als de naald niet
omlaag is gezet. Ook kunt u op het scherm
bekijken waar de naald zich bevindt in het
naaigebied.
Zie "Naaldpositie controleren op het scherm" op
pagina 75.
Randen naaien
Met de ingebouwde camera kunt u de breedte van
het stuk vanaf de rand van de stof tot het stiksel
meten en instellen voor randnaaien.
Zie "Randen naaien" op pagina 138.
vii
Borduurpositie uitlijnen met de
ingebouwde camera
U kunt de borduurpositie gemakkelijk uitlijnen
met de ingebouwde camera van de machine en de
bijgesloten borduurpositiesticker.
Zie "Borduurpositie uitlijnen met de ingebouwde
camera" op pagina 206 en 302.
Ononderbroken borduren
(met één kleur)
U kunt een meerkleurenpatroon borduren met één
kleur zonder de machine tijdens het borduren te
stoppen.
Zie "Ononderbroken borduren (met één kleur)" op
pagina 295.
Patroon kopiëren
U kunt een gewenst patroon met één druk kopiëren.
Zie "Patroon kopiëren" op pagina 290.
Print en Borduur
(borduurpatronen en gedrukte
ontwerpen combineren)
U kunt voltooide borduurpatronen combineren
met gedrukte achtergronden die zijn ingebouwd in
deze machine.
U kunt mooie driedimensionale geborduurde
patronen creëren door een achtergrond op stof te
strijken of af te drukken op bedrukbare stof en
vervolgens een aanvulling op de achtergrond te
borduren.
Zie "PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN
EN GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)" op
pagina 217 en 306
.
Opmerking
Druk de achtergrond en het borduurpositievel
af op het oorspronkelijke formaat. Als u een
afbeelding afdrukt op een ander formaat,
komen de formaten van het borduurpatroon
en de achtergrond mogelijk niet overeen.
Bovendien kan de ingebouwde camera de
borduurpositiemarkering niet detecteren.
Controleer of de afdrukinstellingen juist zijn
opgegeven
.
viii
WAT U MET DEZE MACHINE KUNT DOEN
Voorbereidingen
Belangrijkste onderdelen en schermen leren bedienen
Grondbeginselen van naaien
Leren voorbereiden op naaien en standaardhandelingen
Hoofdstuk 1
Pagina 11
Hoofdstuk 2
Pagina 59
Naaisteken
Geprogrammeerd met meer dan 100 veel gebruikte steken
Lettersteken en
decoratieve steken
Meer creatieve mogelijkheden door variëteit van steken
Hoofdstuk 3
Pagina 77
Hoofdstuk 4
Pagina 145
Borduren
Maximum 30 cm × 20 cm (ca. 12 × 8 inch) voor grote
borduurontwerpen
Borduurcombinatie
U kunt ontwerpen combineren, roteren of vergroten
Hoofdstuk 5
Pagina 181
Hoofdstuk 6
Pagina 261
My Custom Stitch
Originele decoratieve steken maken
Bijlage
Uw machine verzorgen en omgaan met fouten en
storingen
Hoofdstuk 7
Pagina 313
Hoofdstuk 8
Pagina 325
ix
HOE U DEZE GEBRUIKSAANWIJZING MOET LEZEN
In Hoofdstuk 1 en Hoofdstuk 2 worden de standaardfuncties van de naaimachine beschreven voor
degenen die de naaimachine voor het eerst gebruiken. Als u naaisteken, lettersteken en decoratieve
steken wilt gebruiken, lees dan eerst Hoofdstuk 1 en Hoofdstuk 2 en daarna Hoofdstuk 3 (Naaisteken) of
Hoofdstuk 4 (Lettersteken en decoratieve steken naaien).
Als u na het lezen van Hoofdstuk 1 en Hoofdstuk 2 met de borduurfunctie wilt werken, gaat u verder met
Hoofdstuk 5 (Borduren). Als u de stappen in Hoofdstuk 5 hebt begrepen, kunt u doorgaan met Hoofdstuk
6 (Borduurcombinatie) waarin de borduurcombinatiefuncties worden beschreven.
In de schermen die verschijnen in de stapsgewijze instructies zijn de genoemde delen gemarkeerd met
. Vergelijk het scherm met aanwijzingen met uw eigen scherm en voer de werkzaamheden uit.
Komt u tijdens het gebruik van de machine iets tegen dat u niet begrijpt of wilt u meer weten over een
bepaalde functie? Kijk dan in de trefwoordenlijst achter in de gebruiksaanwijzing en de inhoudsopgave in
welk gedeelte van de gebruiksaanwijzing dit wordt behandeld.
Naaisteken naaien
Lettersteken en
decoratieve steken
naaien
Borduren
Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6
INHOUDSOPGAVE
x
INHOUDSOPGAVE
INLEIDING.............................................................i
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES ............i
SPECIALE FUNCTIES ............................................vi
WAT U MET DEZE MACHINE KUNT DOEN ......viii
HOE U DEZE GEBRUIKSAANWIJZING MOET
LEZEN...................................................................ix
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE.........1
Machine..................................................................................1
Naald en persvoetgedeelte ......................................................2
Borduurtafel ............................................................................3
Bedieningstoetsen ...................................................................3
Gebruik van de accessoiretafel................................................4
Gebruik van de accessoirebox.................................................4
Spoelclips opbergen ................................................................5
Gebruik van de draagkoffer van de borduurtafel......................5
Bijgeleverde accessoires..........................................................5
Optionele artikelen .................................................................8
Gebruik van de kloshouder .....................................................9
Hoofdstuk 1 Voorbereidingen 11
DE MACHINE AAN- EN UITZETTEN...................12
DISPLAY..............................................................14
USB-connectiviteit ................................................................18
Gebruik van de instellingstoets .............................................22
Gebruik van de Helptoets naaimachine ................................32
Gebruik van de gebruiksaanwijzingfunctie............................33
Gebruik van de naaiaanwijzingfunctie ..................................34
Gebruik van de patroonbeschrijvingsfunctie..........................35
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD....................37
Spoel opwinden ....................................................................37
Spoel aanbrengen..................................................................43
Onderdraad naar boven halen...............................................45
BOVENDRAAD INRIJGEN ..................................46
Bovendraad inrijgen ..............................................................46
Gebruik van de tweelingnaaldstand ......................................49
Gebruik van de kloshouder ...................................................52
Gebruik van draden die snel afwikkelen................................53
PERSVOET VERWISSELEN ...................................54
Persvoet verwijderen .............................................................54
Persvoet bevestigen...............................................................54
Boventransportvoet bevestigen..............................................55
NAALD VERWISSELEN........................................56
Over de naald .......................................................................58
Overzichtsschema van stoffen/draad/naald............................58
Hoofdstuk 2 Grondbeginselen van naaien 59
NAAIEN...............................................................60
Een steek naaien....................................................................60
Verstevigingssteken naaien....................................................62
Bochten naaien .....................................................................62
Van naairichting veranderen .................................................63
Zware stof naaien..................................................................63
Klittenband naaien ................................................................64
Lichte stof naaien ..................................................................64
Stretchstof naaien ..................................................................65
INSTELLINGEN VAN DE STEKEN........................66
Steekbreedte instellen............................................................66
Steeklengte instellen..............................................................67
Draadspanning instellen........................................................67
HANDIGE FUNCTIES..........................................69
Automatische verstevigingssteken..........................................69
Automatische draadkniptoets ................................................70
Gebruik van de kniehevel .....................................................71
Spilfunctie.............................................................................72
Automatische stofsensor (automatische persvoetdruk) ...........73
Naaldstand – steek plaatsen ..................................................74
Display vergrendelen............................................................ 74
Naaldpositie controleren op het scherm ............................... 75
Hoofdstuk 3 Naaisteken 77
NAAISTEKEN SELECTEREN ................................. 78
Steekpatroon kiezen ............................................................. 79
Uw steekinstellingen opslaan in het geheugen...................... 81
NAAISTEKEN NAAIEN ........................................ 83
Rechte steken ....................................................................... 83
Figuurnaad ........................................................................... 88
Plooien................................................................................. 88
Engelse naad......................................................................... 89
Gepaspelde naad.................................................................. 90
Zigzagsteken......................................................................... 91
Elastische zigzagsteken......................................................... 93
Overhandse steken ............................................................... 94
Quilten................................................................................. 99
Blindzoomsteken ................................................................ 111
Appliceren.......................................................................... 113
Schelprijgsteken.................................................................. 114
Schelpsteken....................................................................... 115
Fantasiequilt ....................................................................... 116
Smocksteken....................................................................... 116
Fagotwerk........................................................................... 117
Band of elastiek bevestigen................................................. 117
Erfstukwerk ......................................................................... 119
Knoopsgaten in één stap ..................................................... 121
Knoopsgaten in vier stappen ............................................... 125
Trenzen .............................................................................. 129
Knopen aanzetten............................................................... 131
Oogje ................................................................................. 133
Steken in verschillende richtingen (rechte steek en
zigzagsteek) ........................................................................ 134
Rits inzetten........................................................................ 135
Randen naaien.................................................................... 138
Hoofdstuk 4 Lettersteken en decoratieve
steken 145
PATRONEN KIEZEN..........................................146
Decoratieve steekpatronen/7 mm decoratieve steekpatronen/
Satijnsteekpatronen/7 mm satijnsteekpatronen/Kruis steek/
decoratieve naaisteekpatronen............................................ 148
Letters................................................................................. 148
PATRONEN KIEZEN..........................................152
Aantrekkelijke afwerkingen maken ..................................... 152
Standaardnaaiwerkzaamheden ........................................... 152
Aanpassingen ..................................................................... 153
STEEKPATRONEN AANPASSEN........................155
Grootte wijzigen................................................................. 157
Lengte van steekpatronen wijzigen (alleen bij 7 mm
satijnsteekpatronen)............................................................ 157
Verticaal gespiegeld patroon maken ................................... 157
Horizontaal gespiegeld patroon maken............................... 158
Meerdere steken van een patroon naaien............................ 158
Draaddichtheid wijzigen
(alleen voor satijnsteekpatronen)......................................... 158
Terugkeren naar het begin van het patroon......................... 159
Afbeelding controleren ....................................................... 160
STEEKPATRONEN COMBINEREN.....................162
Alvorens patronen te combineren....................................... 162
Diverse steekpatronen controleren...................................... 162
Grote en kleine steekpatronen combineren......................... 164
Horizontale gespiegelde steekpatronen combineren ........... 165
Steekpatronen van verschillende lengten combineren......... 165
Stappatronen maken (alleen bij 7 mm satijnsteekpatronen)
....... 166
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE.........169
Voorzorgsmaatregelen steekgegevens ................................. 169
Steekpatronen opslaan in het geheugen van de machine
...... 171
INHOUDSOPGAVE
xi
1
2
3
4
5
6
7
8
Steekpatronen opslaan op USB-media (in de handel
verkrijgbaar)........................................................................ 174
Steekpatronen opslaan op de computer .............................. 175
Steekpatronen ophalen uit het geheugen van de machine
...... 176
Ophalen van USB-media .................................................... 177
Ophalen van de computer .................................................. 179
Hoofdstuk 5 Borduren 181
VOORDAT U GAAT BORDUREN .....................182
Borduren stap voor stap ...................................................... 182
Borduurvoet "W" bevestigen ............................................... 183
Borduurtafel bevestigen ...................................................... 184
PATRONEN KIEZEN ..........................................186
Het selecteren van Borduurpatronen/Brother "Exclusief"/Griekse
letterpatronen/Bloemletterpatronen/Borduurnaaipatronen
....... 189
Letterpatronen kiezen ......................................................... 190
Kaderpatronen selecteren.................................................... 192
Patronen selecteren van borduurkaarten ............................. 194
Patronen kiezen van een USB-medium/computer ............... 195
OVERZICHT DISPLAY VOOR BORDUREN ......196
DE STOF VOORBEREIDEN................................198
Opstrijksteunstof bevestigen op de stof ............................... 198
Stof in het borduurraam plaatsen ........................................ 200
Kleine stukjes stof, hoeken of randen en lint of band
borduren ............................................................................. 203
BORDUURRAAM BEVESTIGEN ........................204
POSITIE VAN HET PATROON CONTROLEREN
.....206
Borduurpositie uitlijnen met de ingebouwde camera .......... 206
Patroonpositie controleren .................................................. 209
Voorbeeld van het patroon bekijken ................................... 210
BORDUURPATROON NAAIEN ........................212
Aantrekkelijke afwerkingen maken ..................................... 212
Borduurpatronen naaien ..................................................... 213
Applicaties borduren........................................................... 215
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN
GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
.........217
Een patroon kiezen ............................................................. 218
Achtergrondafbeelding en positieafbeelding uitvoeren ........ 218
Achtergrond en borduurpositievel afdrukken ...................... 221
Borduurpatronen naaien ..................................................... 222
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN .....223
Als de onderdraad bijna op is ............................................. 223
Wanneer de draad afbreekt tijdens het naaien .................... 224
Opnieuw beginnen vanaf het begin .................................... 225
Borduren hervatten nadat u de machine hebt uitgezet......... 225
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN ....227
Draadspanning aanpassen .................................................. 227
Ander spoelhuis aanpassen (geen kleur op schroef)............. 228
Gebruik van de automatische draadknipfunctie
(EINDE KLEUR KNIPPEN) ................................................... 229
Gebruik van de draadknipfunctie (OVERSPRINGENDE
STEEK KNIPPEN)................................................................. 230
Borduursnelheid aanpassen ................................................ 231
Garenkleur wijzigen ........................................................... 231
Borduurraamdisplay wijzigen ............................................. 232
BORDUURPATROON WIJZIGEN.....................234
Patroonpositie wijzigen....................................................... 234
Patroon en naald in de juiste positie zetten ......................... 235
Grootte wijzigen ................................................................. 236
Patroon roteren ................................................................... 237
Horizontaal gespiegeld patroon maken ............................... 238
Steekdichtheid wijzigen (alleen letter- en kaderpatronen)
....... 239
Kleuren van letterpatroon wijzigen ..................................... 240
Verbonden letters borduren ................................................ 241
Ononderbroken borduren (met één kleur) ........................... 243
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE .........244
Voorzorgsmaatregelen borduurgegevens............................. 244
Steekpatronen opslaan in het geheugen van de machine
...... 246
Steekpatronen opslaan op USB-medium ............................. 249
Borduurpatronen opslaan op de computer .......................... 250
Patronen ophalen uit het geheugen van de machine ........... 251
Ophalen van USB-media .................................................... 252
Ophalen van de computer...................................................254
BORDUURAPPLICATIE .................................... 256
Applicatie maken met een kaderpatroon (1) ........................256
Applicatie maken met een kaderpatroon (2) ........................257
Gesplitste borduurpatronen naaien......................................259
Hoofdstuk 6 Borduurcombinatie 261
UITLEG VAN FUNCTIES................................... 262
PATRONEN KIEZEN OM TE BEWERKEN .......... 263
Het selecteren van borduurpatronen/Brother "Exclusief"/
Griekse letterpatronen/Bloemletterpatronen/
Borduurnaaipatronen/Kaderpatronen...................................264
Letterpatronen kiezen..........................................................264
PATRONEN BEWERKEN ................................... 267
Patroon verplaatsen .............................................................269
Patroon roteren ...................................................................269
Grootte van patroon wijzigen..............................................270
Patroon wissen ....................................................................271
Lay-out van letterpatroon wijzigen ......................................271
Spatiëring tussen letters wijzigen .........................................272
Spatiëring tussen letters verkleinen ......................................273
Gecombineerde patronen scheiden.....................................274
Kleuren van letterpatronen wijzigen ....................................275
Verbonden letters borduren .................................................276
Garenkleur wijzigen............................................................278
Eigen kleurkaart maken .......................................................279
Kleur kiezen uit de eigen kleurkaart ....................................283
Herhaalpatronen ontwerpen................................................284
Patroon kopiëren.................................................................290
Na het bewerken.................................................................290
PATRONEN COMBINEREN .............................. 291
Gecombineerde patronen bewerken ...................................291
Gecombineerde patronen naaien ........................................294
DIVERSE BORDUURFUNCTIES........................ 295
Ononderbroken borduren (met één kleur) ...........................295
Rijgsteken voor borduren ....................................................295
Een applicatie maken ..........................................................296
Borduurpositie uitlijnen met de ingebouwde camera...........302
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE......... 305
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN
GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
........ 306
Een patroon kiezen..............................................................307
Achtergrondafbeelding en positieafbeelding uitvoeren ........307
Achtergrond en borduurpositievel afdrukken .......................310
Borduurpatronen naaien......................................................310
Hoofdstuk 7 MY CUSTOM STITCH 313
STEEK ONTWERPEN......................................... 314
STEEKGEGEVENS OPGEVEN ............................ 316
GEBRUIK VAN OPGESLAGEN EIGEN STEKEN
..... 322
Eigen steken opslaan in uw lijst ...........................................322
Opgeslagen steken ophalen.................................................323
Hoofdstuk 8 Bijlage 325
ZORG EN ONDERHOUD................................. 326
LCD-display reinigen...........................................................326
Buitenkant van de machine reinigen ...................................326
Grijper reinigen...................................................................326
De snijder reinigen in de buurt van het spoelhuis................327
Over het onderhoudsbericht................................................328
SCHERM AANPASSEN ...................................... 329
Storing in druktoetsen..........................................................329
PROBLEEMOPLOSSING ................................... 330
FOUTMELDINGEN........................................... 335
SPECIFICATIES.................................................. 343
SOFTWARE-UPGRADE VOOR UW MACHINE
.... 344
Procedure voor upgrade met USB-medium .........................344
Upgrade-procedure met computer ......................................345
STEEKINSTELLINGENTABEL ............................. 347
INDEX............................................................... 356
INHOUDSOPGAVE
xii
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
1
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
Hieronder worden de diverse onderdelen en hun functie beschreven. Lees deze beschrijving alvorens de
naaimachine te gebruiken. Zo leert u de namen van de onderdelen.
Machine
Vooraanzicht
a Bovendeksel
Open het bovendeksel om de machine in te rijgen en de spoel
op te winden.
b Voorspanningsschijf
Leid de draad rond de voorspanningsschijf wanneer u de
spoeldraad opwindt. (pagina 37)
c Draadgeleider voor het opwinden van de spoel
Bij het opwinden van de onderdraad leidt u de draad door deze
draadgeleider. (pagina 37)
d Klospen
Plaats een klos garen op de klospen. (pagina 46)
e Kloskap
De kloskap houdt de garenklos op zijn plaats. (pagina 46)
f Extra klospen
Gebruik deze klospen om de onderdraad op te winden of om te
naaien met de tweelingnaald. (pagina 37, 49)
g Spoelopwinder
Met de spoelopwinder windt u de spoel op. (pagina 37)
h Display
Instellingen voor de geselecteerde steek en foutmeldingen
worden weergegeven op het scherm. (pagina 14)
i Kniehevel
Met de kniehevel zet u de persvoet omhoog en omlaag. (pagina 71)
j Kniehevelopening
Steek de kniehevel in de opening. (pagina 71)
k Bedieningstoetsen (zes toetsen) en schuifknop voor
snelheidsregeling
Met deze toetsen en de schuif bedient u de naaimachine.
(pagina 3)
l Accessoiretafel met accessoireruimte
Bewaar de persvoet en de spoelen in de accessoireruimte van
de afneembare accessoiretafel. Om cilindrische stukken te
naaien verwijdert u de accessoiretafel. (pagina 4)
m Draadafsnijder
Leid de draden door de draadafsnijder om ze af te snijden.
(pagina 48)
n Draadgeleiderplaat
Bij het inrijgen van de bovendraad leidt u de draad rond deze
draadgeleiderplaat. (pagina 46)
Rechterkant/Achteraanzicht
a Handvat
Draag de naaimachine aan het handvat om hem te vervoeren.
b Persvoethendel
Zet de persvoethendel omhoog en omlaag om de persvoet
omhoog en omlaag te zetten. (pagina 54)
c Hoofdschakelaar
Met de hoofdschakelaar zet u de naaimachine aan en uit.
(pagina 12)
d Voetpedaal met intrekbaar snoer
Door het voetpedaal in te drukken regelt u de snelheid van de
machine. (pagina 61)
e Voedingsingang
Sluit het netsnoer aan op het aansluitpunt. (pagina 12)
f Ventilatieopening
Door de ventilatieopening kan de lucht rond de motor
circuleren. Bedek de ventilatieopening niet wanneer u de
naaimachine gebruikt.
g Aansluiting voetpedaal
Steek de stekker van het voetpedaal in de betreffende
aansluiting op de machine. (pagina 61)
h Speaker
i USB-poort voor computer
Om patronen te importeren/exporteren van een computer naar
de machine en omgekeerd, steekt u de USB-kabel in de USB-
poort. (pagina 18, 175, 250)
j USB-poort voor muis (pagina 18)
k Eerste (bovenste) USB-poort voor media
Om patronen van/naar een USB-medium te sturen, steekt u het
USB-medium direct in de USB-poort. (pagina 18, 174, 249)
l Schermaanraakpenhouder
In deze houder bergt u de schermaanraakpen op wanneer u
deze niet gebruikt.
m Handwiel
Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om de naald
omhoog en omlaag te zetten. U moet het wiel naar de voorkant
van de naaimachine draaien.
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
2
Naald en persvoetgedeelte
a Knoopsgathendel
De knoopsgathendel gebruikt u om knoopsgaten te maken met
de eenstapsknoopsgatvoet. (pagina 121)
b Persvoethouder
De persvoet wordt bevestigd aan de persvoethouder. (pagina 54)
c Persvoethouderschroef
De persvoethouderschroef houdt de persvoet op zijn plaats.
(pagina 55)
d Persvoet
De persvoet drukt gelijkmatig op de stof tijdens het naaien.
Bevestig de geschikte persvoet voor de steek die u hebt
geselecteerd. (pagina 54)
e Transporteur
De transporteur voert de stof door in de naairichting.
f Spoelhuisdeksel
Open het spoelhuisdeksel om de spoel te plaatsen. (pagina 43, 92)
g Steekplaatdeksel
Verwijder het steekplaatdeksel om de grijper te reinigen.
(pagina 86, 213)
h Steekplaat
Op de steekplaat staan markeringen om u te helpen rechte
naden te naaien. (pagina 85)
i Draadgeleiders op de naaldstang
Leid de bovendraad door de draadgeleider op de naaldstang.
(pagina 46)
j Naaldklemschroef
De naaldklemschroef houdt de naald op zijn plaats. (pagina 55)
Maatindeling op de steekplaat, het spoelhuisdeksel
(met markering) en het steekplaatdeksel
De maatindeling op het spoelhuisdeksel is een
houvast voor patronen die u naait met de
middelste naaldstand. De maatindeling op de
steekplaat en het steekplaatdeksel is een houvast
voor steken die u naait met de linkernaaldstand.
a Voor steken die u naait met de middelste naaldstand
b Voor steken die u naait met de linkernaaldstand
c Linkernaaldstand op de steekplaat <inch>
d Linkernaaldstand op de steekplaat <cm>
e Middelste naaldstand op het spoelhuisdeksel (met
markering) <inch>
f Linkernaaldstand op het steekplaatdeksel <inch>
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
3
Borduurtafel
a Wagen
De wagen verplaatst het borduurraam automatisch tijdens het
borduren. (pagina 184)
b Ontgrendelingstoets (onder op de borduurtafel)
Druk op de ontgrendelingstoets om de borduurtafel te
verwijderen. (pagina 185)
c Borduurraamhouder
Plaats het borduurraam in de borduurraamhouder om het raam
op zijn plaats te houden. (pagina 204)
d Raambevestigingshendel
Druk op de raambevestigingshendel om het borduurraam vast
te zetten. (pagina 204)
e Verbindingspen van de borduurtafel
Steek de verbindingspen van de borduurtafel in de
aansluitingspoort op de machine wanneer u de borduurtafel
bevestigt. (pagina 184)
Bedieningstoetsen
a "Start/stoptoets"
Als u op deze toets drukt, naait de machine een paar steken op
lage snelheid en begint vervolgens te naaien op de snelheid die
is ingesteld met de schuifknop voor snelheidsregeling. Druk
nogmaals op de toets om de naaimachine stil te zetten. Houd
de toets ingedrukt om op de laagste snelheid te naaien. De
toets verandert van kleur naar gelang de bedieningsstand van
de naaimachine.
b "Achteruit/verstevigingssteektoets"
Met deze toets naait u verstevigingssteken aan het begin en aan
het eind van het naaiwerk. Wanneer u op deze toets drukt, naait
de machine drie steken op dezelfde plek, waarna de machine
automatisch stopt met naaien. Bij patronen met rechte steken en
zigzagsteken naait de machine alleen achteruit op lage snelheid
wanneer u de "Achteruit/verstevigingssteektoets" ingedrukt houdt
(de steken worden in tegenovergestelde richting genaaid) .
c "Naaldstandtoets"
Gebruik deze toets wanneer u van naairichting verandert of op
kleine stukken stof naait. Druk op deze toets om de naald
omhoog of omlaag te zetten. Met deze toets kunt u de naald
omlaag en omhoog zetten om één steek te naaien.
d "Draadkniptoets"
Druk na het naaien op deze toets om de overtollige draad
automatisch af te knippen.
e "Persvoettoets"
Druk op deze toets om de persvoet omlaag te zetten en druk uit
te oefenen op de stof. Druk opnieuw op deze toets om de
persvoet omhoog te zetten.
f Schuifknop voor snelheidsregeling
Met deze schuifknop stelt u de naaisnelheid in. Schuif de
schuifknop naar links om op lagere snelheid te naaien. Schuif
de schuifknop naar rechts om op hogere snelheid te naaien.
Beginners kunnen beter op lage snelheid naaien.
g "Automatisch inrijgentoets"
Met deze toets rijgt u de naald automatisch in.
VOORZICHTIG
Nadat u het borduurraam in de
borduurraamhouder hebt geplaatst, zet u de
raambevestigingshendel op de juiste wijze
omlaag.
Groen: De naaimachine is klaar om te naaien of is
bezig met naaien.
Rood: De naaimachine kan nu niet naaien.
VOORZICHTIG
Druk niet meer op de "Draadkniptoets" nadat
de draden zijn afgeknipt. Anders kan de naald
breken, de draden raken misschien verstrikt of
de machine beschadigt.
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
4
Gebruik van de accessoiretafel
Trek de bovenkant van accessoiretafel naar u toe
om de accessoireruimte te openen.
Gebruik van de accessoirebox
Accessoirebox openen
Schuif de staafjes aan beide zijden van de
accessoirebox open en til vervolgens het deksel op
om de box te openen.
U kunt de box alleen goed openen of sluiten als u
beide staafjes in dezelfde richting schuift.
a Staafjes
De accessoirebox sluiten
a
Schuif de staafjes aan beide zijden van de
accessoirebox zo dat de uitsparingen in het
deksel zijn uitgelijnd met de uitsparingen in
de staafjes.
b
Plaats het deksel bovenop de box zodat de
uitsparingen in het deksel zijn uitgelijnd
met de lipjes op de box. Schuif vervolgens
de staafjes aan beide zijden terug naar het
midden van de accessoirebox.
a Staafjes
Gebruik van de accessoireladen
In de bijgeleverde accessoireruimte bevinden zich
twee laden om persvoeten op te bergen. Een voor de
persvoet voor naaisteken, de andere voor de
persvoet voor borduren en quilten.
a Voor persvoet voor naaisteken
b Voor persvoet voor borduren en quilten
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
5
Een opberglade voor persvoeten kan worden
opgeborgen in het accessoirevak van de
accessoiretafel.
a Opbergruimte van de accessoiretafel
b Opbergruimte voor persvoeten van de
accessoiretafel
c Opbergruimte voor persvoeten
Spoelclips opbergen
U kunt spoelclips opslaan in de deksel van de
accessoirebox.
Gebruik van de draagkoffer van
de borduurtafel
Bijgesloten accessoires 43-46 bevinden zich in de
draagkoffer voor de borduurtafel. U opent de
draagkoffer voor de borduurtafel door de sloten
omhoog te halen en de sluitingen vrij te zetten.
Om de sluiting weer vast te zetten en de koffer
veilig te sluiten, plaatst u de sluiting in het slot op
het deksel en duwt u erop tot hij vastklikt.
a Sluitingen
Bijgeleverde accessoires
Informatie over bijgeleverde accessoires vindt u in
de tabel op de volgende pagina.
Memo
Door spoelclips te plaatsen op spoelen
voorkomt u dat de draad van de spoel
afwikkelt. Wanneer u de spoelclips aan
elkaar klikt, kunt u ze handig opslaan en
rollen ze niet weg wanneer u ze laat vallen.
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
6
12345 67
8 9 101112131415
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36
37 38 39 40 41 42
43
* 44*
45* 46* 47
48 49 50 51 52
*Bijgesloten accessoires 43-46 bevinden zich in de draagkoffer voor de borduurtafel.
75/11 2 naalden
90/14 2 naalden
90/14 2 naalden:
Ballpointnaald (goudkleurig)
2.0/11 naald
75/11
2 naalden
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
7
53 54
55
** 56
57 58 59
**In sommige landen of regio's valt dit niet onder de bijgeleverde accessoires. Het is wel optioneel verkrijgbaar.
Nr. Onderdeel Onderdeelcode
1 Zigzagvoet "J" (op machine) XC3021-051
2 Monogramvoet "N" X53840-351
3 Overhandse steekvoet "G" XC3098-051
4 Ritsvoet "I" X59370-051
5 Knoopsgatvoet "A" X57789-151
6 Blindzoomvoet "R" X56409-051
7 Knoopaanzetvoet "M" 130489-001
8 Boventransportvoet F033N: XC2214-002
9 Zijsnijdervoet F054: XC3879-002
10 Rechte-steekvoet F042N: XC1973-052
11 Vrije quiltvoet "C" XE0765-101
12 Vrije echoquiltvoet "E" XE0766-001
13 Vrije open quiltvoet "O" F061: XE1097-001
14 Borduurvoet "W" XC8156-651
15 Voet "V" voor uitlijning van
verticale steken
F063: XE5224-001
16 Naaldsetje XE4962-001
17 Tweelingnaald XE4963-001
18 Ballpointnaaldset XD0705-051
19 Spoel × 10
(één spoel is in de machine
geplaatst.)
SFB: XA5539-151
20 Tornmesje X54243-051
21 Schaar XC1807-121
22 Schoonmaakborsteltje X59476-051
23 Gaatjesponser 135793-001
24 Schroevendraaier (klein) X55468-051
25 Schroevendraaier (groot) XC4237-021
26 Schijfvormige
schroevendraaier
XC1074-051
27 Kloskap (klein) 130013-154
28 Kloskap (medium) × 2
(één kloskap is op de
machine geplaatst.)
X55260-153
29 Kloskap (groot) 130012-054
30 Kloshouder Zie pagina 9.
31 Spoelclip × 10 XE3060-001
32 Klosvilt X57045-051
33 Klosnetje × 2 XA5523-050
34 Borduursteekplaatdeksel XE4708-001
35 Schermaanraakpen (stylus) XA9940-051
36 Kniehevel KL1: XE5902-001
37 USB-kabel XD0745-051
38 Ander spoelhuis
(geen kleur)
XC8167-451
39 Steekplaat voor rechte steken SNP01: XD0606-152
40 Spoelhuisdeksel met
koordgeleider
(met één gat)
XC8449-051
41 Spoelhuisdeksel (met
markering)
XE0756-001
42 Voetpedaal XD0500-051 (EU)
XC8028-051 (andere gebieden)
43 Borduurramenset (klein)
H 2 cm × B 6 cm
(H 1 inch × B 2-1/2 inch)
EF73: XC8479-052
44 Borduurramenset (medium)
H 10 cm × B 10 cm
(H 4 inch × B 4 inch)
EF74: XC8480-052
45 Borduurramenset (quilt)
H 20 cm × B 20 cm
(H 8 inch × B 8 inch)
EF91: XE5068-001
46 Borduurramenset
(extra groot)
H 30 cm × B 20 cm
(H 12 inch × B 8 inch)
EF92: XE5071-001
47 Borduuronderdraad XC6283-001
48 Borduurpositiestickers × 3 XE4912-101
49 Randnaaivel × 6 XE5500-001
50 Steunstof BM3: XE0806-001
51 Rasterset GS3: X81277-151
52 Krijtje 184944-001
53 USB-muis XE5334-001
54 LED-reinigingsdoek XE4913-001
55 Hoes XE5111-001 (882-W01)
XE5163-001 (882-W02)
56 Draagkoffer voor borduurtafel XE3791-001
57 Accessoirebox XE4909-001
58 Bedieningshandleiding Deze handleiding
59 Beknopte bedieningsgids XE4917-001
Memo
Voetpedaal: Model S
Dit voetpedaal kunt u gebruiken op de
machine met productcode 882-W01/W02.
De productcode vindt u op de kenplaat van
de machine.
Nr. Onderdeel Onderdeelcode
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
8
Optionele artikelen
Memo
Gebruik altijd de aanbevolen accessoires
voor deze machine.
De schroef van de persvoethouder is
verkrijgbaar via uw erkende dealer
(onderdeelcode XA4813-051).
Bijgesloten accessoires 37, 42, 58 en 59
kunnen worden opgeborgen in het foedraal
van de machine. (In sommige landen of
regio's valt dit foedraal niet onder de
bijgeleverde accessoires. Het is wel
optioneel verkrijgbaar.)
123
456
789
10
11 12
Nr. O nderdeel Onderdeelcode
1 Randborduuramenset
H 18 cm × B 10 cm
(H 7 inch × B 4 inch)
BF2: XE5059-001
2 Kloshouder voor 10 klossen TS4: XE5065-001
3 Brede tafel en vrije greep TFM-3: XE5062-001
4 Borduurramenset (groot)
H 18 cm × B 13 cm
(H 7 inch × B 5 inch)
EF75: XC8481-052
5 Borduurkaartlezer SAECRI
6 Borduurkaart
7 Steunstof BM3: XE0806-001
Wateroplosbare steunstof BM5:XE0615-001
8 1/4 quiltvoet met geleider F057: XC7416-252
9 Borduuronderdraad (wit) EBT-CEN: X81164-001
Borduuronderdraad (zwart) EBT-CEBN: XC5520-001
10 Naadgeleider SG1: XC8483-052
11 Borduurpositiestickers × 6 EPS1:XE5096-001
12 Randnaaivel × 5 ESS1:XE5094-001
Memo
Alle specificaties zijn juist toen deze
handleiding werd vervaardigd. Sommige
specificaties kunnen zonder kennisgeving
worden gewijzigd.
Opmerking
Borduurkaarten die in andere landen
worden gekocht, werken mogelijk niet met
uw machine.
Uw dichtstbijzijnde erkende dealer heeft een
complete lijst optionele accessoires en
borduurkaarten die verkrijgbaar zijn voor uw
machine.
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
9
Gebruik van de kloshouder
De bijgeleverde kloshouder is handig wanneer u
draad gebruikt op klossen van een grote diameter
(kruiswikkeldraad). Op de kloshouder passen twee
draadklossen.
Hoe u de kloshouder monteert
a
Trek de uitschuifbare draadgeleider volledig
uit en draai de schacht totdat de twee
interne stoppers op hun plaats klikken.
b
Steek de uitschuifbare draadgeleider in het
ronde gat midden in de klossteun. Draai
met een schroevendraaier de schroef stevig
vast (a) vanaf de andere kant.
a Schroef
123
456
78
Nr. Onderdeel Onderdeelcode
1 Uitschuifbare draadgeleider XE0776-001
2 Klosplaat XE4637-001
3 Klospen × 2 XA6313-051
4 Schroef en sluitring XC7568-051
5 Kloskap (XL) × 2 XE0779-001
6 Klossteunen × 2 XA0679-050
7 Kloskapvoet × 2 XE0780-001
8 Klosvilt × 2 XC7134-051
VOORZICHTIG
Til het handvat van de machine niet op terwijl
de kloshouder is geïnstalleerd.
Duw of trek niet met veel kracht aan de
uitschuifbare draadgeleider of klospennen.
Daardoor kunnen ze beschadigen.
Plaats geen andere voorwerpen dan klossen
draad op de kloshouder.
Probeer geen draad op de spoel te winden
terwijl u naait met de klossteun.
Opmerking
Zorg dat de stoppers op de uitschuifbare
draadgeleiderschacht stevig vastzitten en
dat de bovenkant van de draadgeleider
direct boven de klossteun zit. Controleer
bovendien of de schacht stevig vastzit in de
klossteun.
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
10
c
Steek de twee klospennen in de twee gaten
in de klossteun.
d
Open het bovendeksel van de machine.
Vanaf de achterkant van de machine drukt
u de grendels van het bovendeksel in (één
aan elke kant). Vervolgens trekt u het
bovendeksel omhoog om het uit de machine
te nemen.
e
Steek de kloshouder in de inkepingen van
de machine.
Verwijderen
a
Vanaf de achterkant van de machine drukt
u de kloshoudervergrendeling in (één aan
elke kant). Vervolgens trekt u de kloshouder
omhoog uit de machine.
b
Bovendeksel bevestigen aan de machine.
Memo
Zie pagina 41 voor meer informatie over het
opwinden van de spoel met behulp van de
kloshouder.
Zie pagina 52 voor meer informatie over het
inrijgen van de bovendraad met de
kloshouder.
Hoofdstuk 1
Voorbereidingen
DE MACHINE AAN- EN UITZETTEN ..............12
DISPLAY .........................................................14
Startscherm .............................................................................. 14
Naaistekenscherm .................................................................... 15
Functies van de toetsen ............................................................ 16
USB-connectiviteit............................................................ 18
Gebruik van USB-media of borduurkaartlezer/USB-
kaartschrijfmodule*.................................................................. 18
De machine aansluiten op de computer................................... 19
Gebruik van een USB-muis....................................................... 19
Klikken op een toets................................................................. 20
Van pagina veranderen.............................................................20
Gebruik van de instellingstoets......................................... 22
Vorm van de aanwijzer wijzigen wanneer u een USB-muis
gebruikt....................................................................................25
Afbeelding van de schermbeveiliging wijzigen.........................25
Het beginscherm selecteren ..................................................... 28
Schermtaal kiezen ....................................................................29
Achtergrondkleur van de borduurpatronen wijzigen................ 30
Gebruik van de Helptoets naaimachine ............................ 32
Gebruik van de gebruiksaanwijzingfunctie ....................... 33
Gebruik van de naaiaanwijzingfunctie.............................. 34
Gebruik van de patroonbeschrijvingsfunctie .................... 35
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD...............37
Spoel opwinden ................................................................ 37
Gebruik van de extra klospen................................................... 37
Gebruik van de klospen............................................................ 40
Gebruik van de kloshouder ...................................................... 41
Draad ontwarren van onder de spoelwinderbasis .................... 42
Spoel aanbrengen ............................................................. 43
Onderdraad naar boven halen .......................................... 45
BOVENDRAAD INRIJGEN..............................46
Bovendraad inrijgen.......................................................... 46
Gebruik van de tweelingnaaldstand.................................. 49
Gebruik van de kloshouder............................................... 52
Gebruik van de kloshouder ...................................................... 52
Gebruik van draden die snel afwikkelen ........................... 53
Gebruik van het klosnetje.........................................................53
PERSVOET VERWISSELEN ..............................54
Persvoet verwijderen ........................................................ 54
Persvoet bevestigen .......................................................... 54
Boventransportvoet bevestigen......................................... 55
NAALD VERWISSELEN ...................................56
Over de naald................................................................... 58
Overzichtsschema van stoffen/draad/naald...................... 58
DE MACHINE AAN- EN UITZETTEN
12
DE MACHINE AAN- EN UITZETTEN
WAARSCHUWING
Gebruik alleen gewone huishoudaansluitingen als elektriciteitsbron. Het gebruik van andere bronnen kan
brand, elektrische schokken of schade aan de machine tot gevolg hebben.
Zorg dat de stekkers van het netsnoer stevig in het stopcontact en in de voedingsingang van de machine
zitten.
Steek de stekker van het netsnoer niet in een stopcontact dat in slechte staat is.
In de volgende situaties zet u de machine uit en neemt u de stekker uit het stopcontact:
Als u niet bij de machine bent
Na gebruik van de machine
Als er tijdens het gebruik een stroomstoring optreedt
Als de machine niet naar behoren werkt door een slechte of verbroken aansluiting
Bij onweer
VOORZICHTIG
Gebruik uitsluitend het netsnoer dat bij deze machine is geleverd.
Gebruik geen verlengsnoeren of stekkerdozen waarop veel andere apparaten zijn aangesloten. Dit kan
brand of elektrische schokken veroorzaken.
Raak de stekker niet aan met natte handen. Hierdoor kunnen elektrische schokken ontstaan.
Zet de schakelaar altijd eerst uit voordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Trek altijd de stekker uit
het stopcontact. Als u aan het snoer trekt, kunt u het snoer beschadigen of brand of elektrische schokken
veroorzaken.
Zorg dat het snoer niet wordt ingesneden, beschadigd, gewijzigd, stevig verbogen, getrokken, gedraaid of
samengeperst. Plaats geen zware voorwerpen op het snoer. Stel het snoer niet bloot aan warmte.
Hierdoor kan het snoer beschadigd raken en kunnen brand of elektrische schokken ontstaan. Als de
stekker of het snoer zijn beschadigd, breng de machine dan voor reparatie naar uw erkende dealer
voordat u de machine weer gebruikt.
Haal de stekker uit het stopcontact als u de machine een tijd niet gebruikt. Anders kan er brand ontstaan.
Als u de machine onbeheerd achterlaat, moet u de hoofdschakelaar van de machine uitzetten of de
stekker uit het stopcontact halen.
Wanneer u onderhoud aan de machine verricht of deksels verwijdert, moet u eerst de netstekker uit het
stopcontact halen.
DE MACHINE AAN- EN UITZETTEN
Voorbereidingen
13
1
a
Steek de andere stekker van het netsnoer in
de voedingsingang van de machine en steek
vervolgens de netstekker in een
wandstopcontact.
a Hoofdschakelaar
b Netsnoer
b
Zet de hoofdschakelaar op "I" om de
machine aan te zetten.
a UIT
b AAN
c
Zet de hoofdschakelaar op "O" om de
machine uit te zetten.
Memo
Wanneer de machine is ingeschakeld,
maken de naald en de transporteur geluid
als ze bewegen. Dit is geen storing.
DISPLAY
14
DISPLAY
Wanneer u de machine aanzet, wordt het openingsfilmpje vertoond. Druk met uw vinger op een
willekeurige plek op het scherm als u het startscherm wilt openen. Druk met uw vinger of de bijgeleverde
schermaanraakpen op de display of op een toets om een machinefunctie te selecteren.
Startscherm
Opmerking
Wanneer de steekplaat voor rechte steken is geïnstalleerd, gaat de naald automatisch naar de
middelste stand.
Memo
Raak het scherm alleen aan met uw vinger of de bijgeleverde schermaanraakpen. Gebruik geen
scherp potlood, schroevendraaier of ander hard of scherp voorwerp. U hoeft niet hard op het scherm te
drukken. Als u te hard drukt of een scherp voorwerp gebruikt, kunt u het scherm beschadigen.
Nr. Display Toetsnaam Uitleg Pagina
a Naaitoets Druk op deze toets om naaisteken, letters of decoratieve steekpatronen
te naaien.
Zie de tabel
"Functies van de
toetsen".
16
b Borduurtoets Bevestig de borduurtafel en druk op deze toets om patronen te
borduren.
182
c
Borduurcombinatietoets
Druk op deze toets om borduurpatronen te combineren. Met de
borduurcombinatiefuncties kunt u ook originele borduur- of
kaderpatronen maken.
262
b
c
a
DISPLAY
Voorbereidingen
15
1
Naaistekenscherm
Druk met uw vinger op de desbetreffende toetsen om een steekpatroon of een functie van de machine te
kiezen.
a Hier verschijnt de enkele-naaldstand of de tweelingnaaldstand en de naaldstopstand.
b Hier verschijnen de naam en het codenummer van de geselecteerde steek.
c Hiermee geeft u de persvoetcode weer. Bevestig de hier aangeduide persvoet voordat u gaat naaien.
d Hier verschijnt een voorbeeld van de geselecteerde steek.
Bij een weergavegrootte van 100% is de steek op het scherm ongeveer op ware grootte.
e Hier verschijnen de steekpatronen.
f Hier verschijnen extra pagina's die u kunt weergeven (op de afbeelding ziet u pagina 1 van 2).
* Alle toetsfuncties van de display worden uitgelegd in de tabel "Functies van de toetsen" op de volgende pagina.
Enkele naald/omlaag Enkele naald/omhoog
Tweelingnaald/omlaag Tweelingnaald/omhoog
a
b
c
d
e
f
DISPLAY
16
Functies van de toetsen
Nr. Display Toetsnaam Uitleg Pagina
a Naaistekentoets Druk op deze toets om een rechte steek, zigzagsteek, knoopsgat,
blindzoomsteek of andere vaak gebruikte steek voor het naaien van kleding te
selecteren.
79
b Letter-/decoratieve
stekentoets
Druk op deze toets om letter- of decoratieve steekpatronen te selecteren. 146
c
Schermvergrendeltoets
Druk op deze toets om het scherm te vergrendelen. Wanneer het scherm
vergrendeld is, kunt u diverse instellingen niet wijzigen, bijvoorbeeld steekbreedte
en steeklengte. Druk opnieuw op de toets om de instellingen weer vrij te zetten.
74
d
Patroonafbeeldingtoets
Druk op deze toets om een vergrote weergave van het geselecteerde
steekpatroon te maken.
80
e Startschermtoets Druk op deze toets wanneer deze verschijnt om terug te keren naar het
startscherm en selecteer een andere categorie - "Naaien", "Borduren" of
"Borduurcombinatie".
14
f Stekenoverzicht Druk op de toets van het steekpatroon dat u wilt gebruiken. Met
schakelt u naar een andere steekgroep.
79
g Randnaaitoets Wanneer u de ingebouwde camera gebruikt, kunt u door op deze toets te
drukken de breedte van de rand van de stof tot de steek meten en de camera
instellen voor het naaien van randen.
138
h Enkele/
tweelingnaaldtoets
Druk op deze toets om de tweelingnaaldmodus te selecteren. Telkens wanneer
u op deze toets drukt, schakelt u tussen enkele naaldstand en
tweelingnaaldstand. Als de toets op het scherm lichtgrijs is, kunt u het
geselecteerde steekpatroon niet in de tweelingnaaldstand naaien.
49
i Oproeptoets Klik op deze toets om een opgeslagen patroon op te halen. 82
j Geheugentoets U kunt de instellingen van het steekpatroon (zigzagbreedte en steeklengte,
draadspanning, automatisch draadknippen of automatische verstevigingssteken
enz.) wijzigen en opslaan door op deze toets te drukken. Voor één steekpatroon
kunt u vijf groepen instellingen opslaan.
81
a
b e
f
g
h
i
j
k
l
mno
v
q
s
p
u
r
t
c
x
d
w
DISPLAY
Voorbereidingen
17
1
k Reset-toets Druk op deze toets om de opgeslagen instellingen van het geselecteerde
steekpatroon terug te zetten op de standaardinstellingen.
66-67
l Persvoet-/
naaldwisseltoets
Druk op deze toets alvorens de naald, de persvoet enz. te verwisselen. Met
deze toets vergrendelt u alle toetsen, zodat de machine niet in werking treedt.
54-57
m Helptoets
naaimachine
Druk op deze toets om beschrijvingen over het gebruik van de machine weer te
geven.
32
n Cameratoets Druk op deze toets om de met de ingebouwde camera de plaats van de naald te
controleren op het scherm.
75
o Instellingstoets
Druk op deze toets om de naaldstopstand te wijzigen, het volume van het
zoemgeluid te wijzigen, het patroon of het scherm en andere machine-instellingen
te wijzigen
.
22
p Steekbreedte/
steeklengtetoets
Hiermee toont u de zigzagbreedte en steeklengte voor het geselecteerde
steekpatroon. U kunt de zigzagbreedte en steeklengte wijzigen met de plus- en
mintoets.
66
q Draadspanningstoets Hiermee toont u de automatische draadspanningsinstelling van het
geselecteerde steekpatroon. U kunt de draadspanningsinstelling wijzigen met
de plus- en mintoets.
67
r Spiegeltoets Druk op deze toets om een spiegelbeeld van het geselecteerde steekpatroon te
maken. Als de toets op het scherm lichtgrijs is, kunt u geen spiegelbeeld van het
geselecteerde steekpatroon naaien.
79
s Automatische
draadkniptoets
Druk op deze toets om automatisch draadknippen in te stellen. Stel automatisch
draadknippen in voordat u met naaien begint om automatisch
verstevigingssteken te naaien aan het begin en het eind van het naaiwerk
(afhankelijk van het patroon naait de machine mogelijk achteruit). Ook worden
de draden na het naaien afgeknipt.
70
t Automatische
verstevigingssteektoets
Druk op deze toets om de instelling voor automatische verstevigingssteken
(achteruit naaien) te gebruiken. Als u deze instelling kiest voordat u met naaien
begint, worden er automatisch verstevigingssteken genaaid aan het begin en
het eind van het naaiwerk (afhankelijk van het patroon naait de machine
mogelijk achteruit).
69
u Vrijmodustoets Druk op deze toets om de vrijmodus te selecteren.
De persvoet wordt op een geschikte hoogte gezet en de transporteur wordt
omlaag gezet voor vrij quilten.
105
v Spiltoets Druk op deze toets om de spilinstelling te selecteren. Wanneer u de
spilinstelling selecteert, wordt de naald omlaag gezet wanneer de machine
stopt. De persvoet wordt ondertussen iets omhoog gezet. Wanneer u weer
begint te naaien, wordt de persvoet automatisch omlaag gezet.
Als deze toets er zo uitziet , kunt u de spilfunctie niet gebruiken.
Zorg dat de naald op pagina 23 van de machine-instellingen omlaag staat.
72
w Weergavegrootte
patroon
Hiermee geeft u aan op welke grootte het geselecteerde patroon wordt
weergegeven.
: ongeveer het formaat waarop het patroon wordt genaaid
: helft van het formaat waarop het patroon wordt genaaid
: kwart van het formaat waarop het patroon wordt genaaid
* De grootte waarop het patroon precies wordt genaaid, kan variëren naar
gelang het soort stof en draad dat u gebruikt.
79
x Navigatietoets
Druk op of , om telkens een pagina verder te gaan, of ergens op de
balk om een stuk verder te gaan voor extra pagina's of steken.
Nr. Display Toetsnaam Uitleg Pagina
DISPLAY
18
USB-connectiviteit
U kunt een groot aantal functies uitvoeren met de
USB-poorten op de machine. Sluit de apparaten
aan volgens de functie van de betreffende poort.
a Eerste (bovenste) USB-poort voor media of
kaartlezer/USB-kaartschrijfmodule* (USB 2.0)
* Als u de PE-DESIGN Ver. 5 of later, PE-DESIGN Lite of
PED-BASIC hebt aangeschaft, kunt u de bijgesloten
USB-kaartschrijfmodule als een borduurkaartlezer
aansluiten op de machine, en patronen oproepen.
b USB-poort voor muis (USB 1.1)
c USB-poort voor computer
Gebruik van USB-media of
borduurkaartlezer/USB-
kaartschrijfmodule*
Wanneer u patronen wilt verzenden of lezen met
het USB-medium of de borduurkaartlezer/USB-
kaartschrijfmodule*, sluit dit apparaat dan aan op de
eerste (bovenste) USB-poort.
De eerste (bovenste) USB-poort verwerkt de data
sneller dan de andere poorten.
* Als u de PE-DESIGN Ver. 5 of later, PE-DESIGN Lite
of PED-BASIC hebt aangeschaft, kunt u de
bijgesloten USB-kaartschrijfmodule als een
borduurkaartlezer aansluiten op de machine, en
patronen oproepen.
a Eerste (bovenste) USB-poort
b USB-medium
a Eerste (bovenste) USB-poort
b Borduurkaartlezer/USB-kaartschrijfmodule*
Opmerking
De verwerkingssnelheid varieert mogelijk
per poortkeuze en hoeveelheid data.
Plaats niets anders dan een USB-medium in
de USB-mediumpoort. Anders beschadigt
het USB-mediumstation mogelijk.
Opmerking
Op deze machine kunt u niet twee USB-
media tegelijk gebruiken. Wanneer u twee
USB-media in de machine steekt, wordt
alleen het USB-medium dat u het eerst hebt
geplaatst, geselecteerd.
Gebruik slechts een borduurkaartlezer die is
ontworpen voor deze machine. Bij gebruik
van andere kaartlezers werkt de machine
mogelijk niet goed.
U kunt geen borduurpatronen vanaf de
machine opslaan op een borduurkaart die is
geplaatst in een aangesloten USB-
kaartschrijfmodule.
Memo
USB-media worden veel gebruikt, maar
sommige USB-media zijn mogelijk niet
bruikbaar op deze machine. Meer
bijzonderheden vindt u op onze website.
Naar gelang het USB-medium dat u
gebruikt, sluit u het USB-apparaat direct aan
op de USB-poort van de machine of sluit u
de USB-medialees/schrijfmodule aan op de
USB-poort van de machine.
U kunt de optionele borduurkaartlezer/USB-
kaartschrijfmodule* in de eerste (bovenste)
of middelste poort steken, als de muis niet is
aangesloten.
U kunt USB-media in de middelste poort
steken, maar de eerste (bovenste) USB-
poort verwerkt de gegevens sneller. Het is
raadzaam om de eerste (bovenste) USB-
poort te gebruiken.
DISPLAY
Voorbereidingen
19
1
De machine aansluiten op de
computer
Met de bijgeleverde USB-kabel kunt u de machine
aansluiten op uw computer.
a USB-poort voor computer
b USB-kabelaansluiting
Gebruik van een USB-muis
Als u de USB-muis aansluit op de machine kunt u
allerlei schermhandelingen uitvoeren.
Sluit een USB-muis aan op de USB 1.1-poort met
het pictogram . Ook kunt u een USB-muis
aansluiten op de andere USB-poort (USB 2.0).
a USB-poort voor muis
b USB-muis
Opmerking
De aansluitingen op de USB-kabel kunt u
alleen in één richting in een aansluiting
steken. Als de aansluiting niet goed past,
gebruik dan geen kracht. Controleer de
richting van de aansluiting.
Bijzonderheden over de positie van de USB-
poort op de computer (of USB-hub) vindt u
in de handleiding bij de betreffende
apparatuur.
Opmerking
Voer geen bewerkingen uit met de muis
terwijl u het scherm aanraakt met uw vinger
of de schermaanraakpen.
U kunt een USB-muis aansluiten of
loskoppelen wanneer u wilt.
Alleen de linkermuisknop en het muiswiel
kunt u gebruiken om bewerkingen uit te
voeren. U kunt geen andere muisknoppen
gebruiken.
De muisaanwijzer verschijnt niet in het
cameravenster, de schermbeveiliging of de
startpagina.
DISPLAY
20
Klikken op een toets
Wanneer de muis is aangesloten, verschijnt een
aanwijzer op het scherm. Schuif met de muis om de
aanwijzer op de gewenste toets te zetten en klikt op
de linkermuisknop.
a Aanwijzer
Van pagina veranderen
Draai het muiswiel om door de tabs van de
patroonkeuzeschermen te lopen.
Memo
Dubbelklikken heeft geen effect.
a
Memo
Wanneer paginanummers en een verticale
schuifbalk voor extra pagina's worden
weergegeven, draait u het muiswiel of klikt u
op de linkermuisknop, terwijl de aanwijzer
op / of
/ staat om de
vorige of volgende pagina weer te geven.
DISPLAY
Voorbereidingen
21
1
DISPLAY
22
Gebruik van de instellingstoets
Druk op om de standaard machine-instellingen (naaldstopstand, borduursnelheid, beginscherm,
enz.) te wijzigen. Als u andere instellingenschermen wilt weergeven, drukt u op voor "Naai-
instellingen", op voor "Algemene instellingen", of op voor "Borduurinstellingen".
Naai-instellingen
a Hiermee selecteert u of u met de schuifknop voor snelheidsregeling de zigzagbreedte wilt bepalen (zie pagina 104).
b Hiermee past u de lettersteek- of decoratieve steekpatronen aan (zie pagina 153).
c Hiermee past u de persvoethoogte aan. (Selecteer de hoogte voor de persvoet als deze omhoog staat.)
d Hiermee past u de persvoetdruk aan. (Hoe hoger de waarde, des te groter de druk. Voor normaal naaien stelt u de
druk in op 3.)
e Selecteer of "1-01 Rechte steek (links)" of "1-03 Rechte steek (midden)" automatisch is geselecteerd als naaisteek
wanneer u de machine aanzet.
f Wijzig de hoogte waarop de persvoet wordt gezet wanneer u de spilinstelling selecteert (zie pagina 72). Er zijn drie
hoogte-instellingen voor de persvoet (3,2 mm, 5,0 mm en 7,5 mm).
g Wijzig de hoogte waarop de persvoet wordt gezet, wanneer u de machine in de vrijmodus zet (zie pagina 105).
h Wanneer deze is ingeschakeld, wordt de dikte van de stof tijdens het naaien automatisch gedetecteerd door een
interne sensor. Zo wordt de stof soepel doorgevoerd (zie pagina 64 en 73).
Memo
Druk op of om een ander instellingenscherm te openen.
a
b
c
d
e
f
g
h
DISPLAY
Voorbereidingen
23
1
Algemene instellingen
a Hiermee selecteert u de naaldstopstand (d.w.z. de naaldstand wanneer de machine niet werkt): omhoog of omlaag.
Selecteer de omlaag-stand voor het gebruik van de spiltoets.
b Selecteer de toets "Naaldstand - steek plaatsen" in onderstaande stappen (zie pagina 74).
Telkens wanneer u op de toets "Naaldstand - steek plaatsen":
"AAN" drukt, gaat de naald omhoog, stopt deze net voor de laagste stand en gaat vervolgens helemaal omlaag
Met "UIT" zet u de naald omhoog en vervolgens omlaag
c Hiermee past u de helderheid van de verlichting van het naaldgebied en het werkgebied aan.
d Hiermee past u het speakervolume aan.
e Hiermee wijzigt u de vorm van de aanwijzer wanneer u een USB-muis gebruikt (zie zie pagina 25).
f Draai zowel de boven- als de onderdraadsensor "Aan" of "Uit". Als de sensor uit staat, kunt u de machine zonder
draad gebruiken.
g Selecteer na hoeveel tijd de schermbeveiliging verdwijnt. U kunt een instelling opgeven tussen uit (0) en 60 minuten,
in stappen van 1 minuut.
h Hiermee wijzigt u de afbeelding van de schermbeveiliging (zie pagina 25).
i Hiermee selecteert u het beginscherm dat wordt weergegeven wanneer u de machine aanzet (zie pagina 28).
j Deze functie gebruikt u wanneer u een applicatie uitvoert.
k Hiermee wijzigt u de schermtaal (zie pagina 29).
l Hiermee geeft u de serviceherinnering weer, een geheugensteuntje om de machine regelmatig een servicebeurt te
laten geven. (Neem hiervoor contact op met uw officiële dealer.)
m Hier wordt het totaal aantal steken weergeven.
n Het "No." is het nummer voor de borduur- en naaimachine.
o Hiermee toont u de programmaversie. "Version 1" geeft de programmaversie van de display weer, "Version 2" de
programmaversie van de machine.
a
d
e
f
b
c
g
i
j
k
h
VOORZICHTIG
Als "Boven- en onderdraadsensor" is
uitgeschakeld, verwijderd u de bovendraad.
Als u de machine gebruikt met de bovendraad
ingeregen, kan de machine niet detecteren of
de draad verstrikt is geraakt. Als u de machine
gebruikt met een verstrikte draad, kan dit
schade veroorzaken.
l
n
o
m
Memo
De nieuwste versie van de software is geïnstalleerd op uw machine. Informeer bij uw plaatselijke
erkende Brother-dealer of kijk op "http://solutions.brother.com" of er updates beschikbaar zijn (zie
pagina 344).
DISPLAY
24
Borduurinstellingen
a Hiermee kiest u uit 14 borduurraamschermen (zie pagina 232).
b
Hiermee wijzigt u de garenkleurweergave in het borduurscherm, het garennummer en de kleurnaam
(
zie pagina 231).
c Wanneer u garennummer "#123" selecteert, kunt u kiezen uit 6 garenmerken (zie pagina 231).
d Hiermee wijzigt u de maximuminstelling borduursnelheid (zie pagina 231).
e Pas de bovendraadspanning aan voor borduren (zie pagina 227).
f Hiermee selecteert u de hoogte van borduurvoet "W" tijdens het borduren (zie pagina 198).
g Hiermee wijzigt u de maateenheid van de display (mm/inch).
h Hiermee wijzigt u de beginfunctie van de display (borduren/combinatieborduren).
i Hiermee wijzigt u de achtergrondkleur voor de weergave van het borduurgebied (zie pagina 30).
j Hiermee wijzigt u de achtergrondkleur voor het miniaturengebied (zie pagina 30).
k Hiermee wijzigt u de afstand van het patroon tot de rijgsteek (zie pagina 295).
l Hiermee wijzigt u de afstand tussen het applicatiepatroon en de omtrek (zie pagina 296).
a
d
e
f
b
c
g
k
l
h
i
j
DISPLAY
Voorbereidingen
25
1
Vorm van de aanwijzer wijzigen
wanneer u een USB-muis gebruikt
In het instellingenscherm kunt u de aanwijzervorm
selecteren die verschijnt wanneer een USB-muis
wordt aangesloten. Naar gelang de achtergrondkleur
selecteert u de gewenste vorm uit de drie
beschikbare opties.
a
Druk op .
Het scherm Naai-instellingen verschijnt.
b
Druk op .
Het scherm Algemene instellingen verschijnt.
c
Scherm 3/7 (pagina 3 van 7) van het scherm
Algemene instellingen.
d
Met en kiest u de aanwijzervorm
uit de drie beschikbare opties ( , en
).
e
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Afbeelding van de schermbeveiliging
wijzigen
In plaats van de standaardafbeelding kunt u
originele afbeeldingen selecteren voor de
schermbeveiliging van uw machine.
Alvorens de afbeelding van de schermbeveiliging te
wijzigen bereidt u de afbeelding voor op uw
computer of USB-medium.
Compatibele afbeeldingsbestanden
Memo
Voor meer informatie over het wijzigen van de
achtergrondkleur, zie "Achtergrondkleur van
de borduurpatronen wijzigen" op pagina 30
.
Memo
De instelling blijft geselecteerd zelfs
wanneer u de machine uitschakelt.
Bestandstype
JPEG (.jpg)
Bestandsgrootte
Max. 150 KB per afbeelding
Bestandsdimensie
480 × 800 pixels of minder (als de afbeelding
meer dan 480 pixels breed is, wordt deze
geïmporteerd met een breedte van 480 pixels.)
Aantal toegestaan
5 of minder
Opmerking
Wanneer u een USB-medium gebruikt, mag
deze alleen uw eigen afbeeldingen bevatten
die u wilt selecteren als schermbeveiliging.
Mappen worden herkend. Open de map met
uw eigen afbeeldingen.
DISPLAY
26
a
Druk op .
o Het scherm Naai-instellingen verschijnt.
b
Druk op .
o Het scherm Algemene instellingen verschijnt.
c
Scherm 4/7 (pagina 4 van 7) van het scherm
Algemene instellingen.
d
Druk op .
e
Druk op .
f
Sluit (met een USB-kabel) het USB-medium
of de computer waarop uw eigen afbeelding
staat aan op de USB-poort van de machine.
* Voor USB-connectiviteit, zie pagina 18.
DISPLAY
Voorbereidingen
27
1
g
Druk op om de eerste
afbeelding te selecteren.
* De afbeeldingen verschijnen in een lijst op dit
scherm. Selecteer het nummer van de gewenste
afbeelding.
h
Selecteer het apparaat dat is aangesloten.
* Druk op wanneer u een USB-medium
aansluit op de eerste (bovenste) USB-poort.
* Druk op wanneer u een USB-medium
aansluit op de middelste USB-poort.
* Druk op wanneer u een computer aansluit
met een USB-kabel en kopieer vervolgens uw eigen
afbeeldingen naar "Verwisselbare schijf", die op het
bureaublad van de computer verschijnt.
o Een lijst met uw eigen afbeeldingen verschijnt op
het scherm.
* Druk op om de geselecteerde afbeelding te
verwijderen.
* Druk op om naar de vorige pagina te gaan.
i
Druk op een bestandsnaam om de
afbeelding te selecteren en druk vervolgens
op .
o De geselecteerde afbeelding wordt opgeslagen op
uw machine.
* Druk op om naar de vorige pagina te gaan.
j
Herhaal de procedure vanaf stap
g
om de
overige afbeeldingen te selecteren.
k
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
DISPLAY
28
Het beginscherm selecteren
U kunt het beginscherm wijzigen.
a
Druk op .
o Het scherm Naai-instellingen verschijnt.
b
Druk op .
o Het scherm Algemene instellingen verschijnt.
c
Scherm 4/7 (pagina 4 van 7) van het scherm
Algemene instellingen.
d
Met en selecteert u de instelling
voor het beginscherm.
* Beginscherm: Wanneer u de machine aanzet,
verschijnt het startscherm nadat u op het scherm van
de openingsfilm drukt.
* Startpagina: Wanneer u de machine inschakelt,
verschijnt het startscherm.
* Naai/borduurscherm: Wanneer u de machine
inschakelt, verschijnt het borduurscherm wanneer
de borduurtafel aan de machine is bevestigd; of het
naaischerm als de borduurtafel niet is bevestigd aan
de machine.
e
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
DISPLAY
Voorbereidingen
29
1
Schermtaal kiezen
a
Druk op .
o Het scherm Naai-instellingen verschijnt.
b
Druk op .
o Het scherm Algemene instellingen verschijnt.
c
Scherm 4/7 (pagina 4 van 7) van het scherm
Algemene instellingen.
d
Met en kiest u de schermtaal.
* Kies een van de volgende talen: "English", "Deutsch
(German)", "Français (French)", "Italiano (Italian)",
"Nederlands (Dutch)", "Español (Spanish)", "Dansk
(Danish)", "Norsk (Norwegian)", "Suomi (Finnish)",
"Svenska (Swedish)", "Português (Portuguese)",
"Ɋɭɫɫɤɢɣ (Russian)".
a Schermtaal
e
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
a
DISPLAY
30
Achtergrondkleur van de
borduurpatronen wijzigen
In het instellingenscherm kunt u de
achtergrondkleuren voor het borduurpatroon en de
patroonminiaturen wijzigen. Naar gelang de
patroonkleur selecteert u de gewenste
achtergrondkleur uit de 66 beschikbare instellingen.
U kunt andere achtergrondkleuren selecteren voor
het borduurpatroon en de patroonminiaturen.
a
Druk op .
o Het scherm Naai-instellingen verschijnt.
b
Druk op .
o Het scherm Borduurinstellingen verschijnt.
c
Scherm 7/7 (pagina 7 van 7) van het scherm
Algemene instellingen.
d
Druk op .
a Achtergrond borduurpatroon
b Achtergrond patroonminiaturen
Memo
Wanneer u Borduren of Borduurcombinatie
gebruikt, drukt u op om het
borduurinstellingenscherm direct te openen.
a
b
DISPLAY
Voorbereidingen
31
1
e
Selecteer de achtergrondkleur uit de 66
beschikbare instellingen.
a Achtergrond borduurpatroon
b Geselecteerde kleur
a Achtergrond patroonminiaturen
b Geselecteerde kleur
f
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Memo
De instelling blijft geselecteerd zelfs
wanneer u de machine uitschakelt.
b
a
b
a
DISPLAY
32
Gebruik van de Helptoets naaimachine
Druk op om het helpscherm van de naaimachine te openen. Er zijn drie functies beschikbaar in
het onderstaande scherm.
a
Druk op deze toets om beschrijvingen te tonen van het inrijgen van de bovendraad, het opwinden van de spoel, het
verwisselen van de persvoet, het voorbereiden van het borduurpatroon en het gebruik van de machine (zie pagina 33).
b Druk op deze toets om naaisteken te selecteren, als u niet weet welke steek u moet gebruiken of hoe u de steek
moet naaien (zie pagina 34).
c Druk op deze toets om een uitleg van de geselecteerde steek weer te geven. (zie pagina 35).
a
b
c
DISPLAY
Voorbereidingen
33
1
Gebruik van de gebruiksaanwijzingfunctie
Druk op om het hieronder getoonde scherm te openen. Bovenaan het scherm staan zes
categorieën. Door op een toets te drukken krijgt u meer informatie over die categorie.
Met toont u informatie over
de belangrijkste onderdelen van de machine
en hun functies. Dit is het eerste scherm dat
verschijnt wanneer u op
drukt.
Met toont u informatie over
de bedieningstoetsen.
Met toont u informatie over
het inrijgen van de machine, het verwisselen
van de persvoet enz. Enkele van de functies
worden beschreven in de filmpjes. Door deze
filmpjes te kijken krijgt u meer inzicht in de
functies.
Met toont u informatie over
het bevestigen van de borduurtafel,
klaarmaken van stof voor borduren enz.
Sommige van deze functies worden
beschreven in de films. Door deze filmpjes te
kijken krijgt u meer inzicht in de functies.
Met toont u informatie over
probleemoplossing.
Met toont u informatie over
het reinigen van de machine enz.
Sommige van deze functies worden
beschreven in de films. Door deze filmpjes te
kijken krijgt u meer inzicht in de functies.
DISPLAY
34
Voorbeeld:
Informatie tonen over het inrijgen van de
bovendraad
a
Druk op .
b
Druk op .
c
Druk op .
o Het onderste gedeelte van het scherm verandert.
d
Druk op (bovendraad inrijgen).
o In dit scherm vindt u aanwijzingen voor het inrijgen
van de machine.
e
Lees de aanwijzingen.
* Druk op om een video te kijken van de
weergegeven instructies.
Druk op onder de film om terug te gaan naar
het begin. Druk op om te pauzeren. Druk op
om opnieuw te starten na de pauze. Druk op
om de film af te sluiten.
* Druk op om naar de volgende pagina te gaan.
* Druk op om naar de vorige pagina te gaan.
f
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Gebruik van de naaiaanwijzingfunctie
Met de naaiaanwijzingfunctie kunt u patronen
selecteren in het naaistekenscherm.
Gebruik deze functie als u niet weet welke steek u
moet gebruiken voor uw toepassing, of voor advies
over bepaalde steken. Als u bijvoorbeeld overhands
wilt naaien, maar niet weet welke steek u daarvoor
moet gebruiken of hoe u de steek moet naaien, kunt
u op dit scherm hulp krijgen. We raden beginners
aan hun steken op deze manier te kiezen.
a
Geef in de startpagina de categorie
naaisteken op.
b
Druk op .
DISPLAY
Voorbereidingen
35
1
c
Druk op .
o Het adviesscherm verschijnt.
d
Druk op de toets in de categorie waarvan u
de naai-instructies wilt zien.
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
e
Lees de beschrijvingen en kies de gewenste
steek.
o Op het scherm verschijnen aanwijzingen voor het
naaien van de geselecteerde steek. Volg de
aanwijzingen om de steek te naaien.
Gebruik van de
patroonbeschrijvingsfunctie
Wilt u meer weten over het gebruik van een
steekpatroon? Selecteer dit patroon en druk op
en vervolgens op om een
beschrijving van de gekozen steek te bekijken.
Voorbeeld:
Informatie tonen over
a
Druk op .
b
Druk op .
Opmerking
Met de patroonbeschrijvingsfunctie geeft u
beschrijvingen weer voor de patronen die
beschikbaar zijn in het naaistekenscherm en
het letter-/decoratievestekenscherm.
Er wordt een beschrijving weergegeven voor
elk patroon in het naaistekenscherm. Er
wordt ook een beschrijving weergegeven
voor de categorie letter-/decoratieve steken.
Als de toets op het scherm
lichtgrijs is, kunt u de
patroonbeschrijvingsfunctie niet gebruiken.
DISPLAY
36
c
Druk op .
o Op het scherm verschijnt informatie.
d
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Memo
De instellingen blijven weergegeven, zodat
u de steek kunt aanpassen.
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
Voorbereidingen
37
1
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
Spoel opwinden
Druk op o o
oo in deze volgorde om op
de display een video weer te geven over het
opwinden van de spoel (zie pagina 34). Volg
onderstaande stappen om de handeling te
voltooien.
Gebruik van de extra klospen
Bij deze naaimachine kunt u de spoel tijdens het
naaien opwinden. Terwijl u borduurt met de
hoofdklospen, kunt u de spoel opwinden met de
extra klospen.
a Extra klospen
a
Zet de hoofdschakelaar aan en open het
bovendeksel.
b
Houd de gleuf in de spoel tegenover de veer
op de spoelwinderas en plaats de spoel op
de as.
a Gleuf in de spoel
b Veer op de as
VOORZICHTIG
De bijgesloten spoel is specifiek ontworpen
voor deze naaimachine. Als u een spoel van
een ander model gebruikt, werkt de machine
niet goed. Gebruik alleen de bijgeleverde
spoel of spoelen van hetzelfde type
(onderdeelcode: SFB: XA5539-151).
* Ware grootte
a Dit model
b Andere modellen
c 11,5 mm (ca. 7/16 inch)
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
38
c
Zet de extra klospen omhoog.
a Extra klospen
d
Zet de draadklos zo op de extra klospen dat
de draad aan de voorkant afwikkelt. Duw
de kloskap zo ver mogelijk op de klospen
om de draadklos vast te zetten.
a Kloskap
b Klospen
c Draadklos
e
Houd de draad met uw rechterhand vast bij
de draadklos. Houd met uw linkerhand het
uiteinde van de draad vast en leid de draad
met beide handen rond de draadgeleider.
a Draadgeleider
f
Leid de draad rond de voorspanningsschijf.
Zorg dat de draad zich onder de
voorspanningsschijf bevindt.
a Voorspanningsschijf
o Zorg dat de draad onder de voorspanningsschijf
doorgaat.
b Voorspanningsschijf
c Trek de draad zo ver mogelijk naar binnen.
o Controleer of de draad goed tussen de
voorspanningsschijven zit.
VOORZICHTIG
Als u de draadklos en/of de kloskap niet juist
hebt geïnstalleerd, kan de draad verstrikt
raken op de klospen. Hierdoor kan de naald
breken.
Gebruik de kloskap (groot, medium of klein)
die de grootte van de draadklos het dichtst
benadert. Als u een kloskap gebruikt die
kleiner is dan de draadklos, komt de draad
mogelijk klem te zitten in de gleuf in de rand
van de klos. Hierdoor kan de naald breken.
Memo
Wanneer u naait met fijne kruiswikkeldraad,
gebruikt u de kleine kloskap en laat u enige
ruimte tussen de kap en de draadklos.
a Kloskap (klein)
b Draadklos (kruiswikkeldraad)
c Ruimte
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
Voorbereidingen
39
1
g
Wind de draad vijf à zes maal met de klok
mee om de spoel.
h
Leid het uiteinde van de draad door de
geleidegleuf in de spoelwinderbasis en trek
de draad vervolgens naar rechts om de
draad af te snijden met de draadafsnijder.
a Geleidegleuf (met ingebouwde draadafsnijder)
b Spoelwinderbasis
i
Zet de spoelopwindschakelaar naar links,
totdat hij op zijn plaats klikt.
a Spoelopwindschakelaar
o Het spoelopwindvenster verschijnt.
j
Druk op .
o Het opwinden van de spoel start automatisch. De
spoel stopt met draaien wanneer hij is opgewonden.
De spoelopwindschakelaar schuift automatisch
terug naar de oorspronkelijke stand.
VOORZICHTIG
Volg de beschreven procedure. Als de draad
niet wordt afgesneden met de snijder en de
spoel wordt opgewonden, kan de draad
verstrikt raken wanneer deze op raakt.
Hierdoor kan de naald breken.
Memo
Door de spoelopwindschakelaar naar links
te schuiven, zet u de machine in
spoelopwindmodus.
Opmerking
verandert in terwijl de spoel
wordt opgewonden.
Blijf in de buurt van de naaimachine om te
controleren of de onderdraad juist wordt
opgewonden. Als de onderdraad niet goed
wordt opgewonden, druk dan onmiddellijk
op om het opwinden van de spoel te
stoppen.
Het opwinden van stijve draad, zoals
nylondraad voor quilten, klinkt misschien
anders dan het opwinden van normale
draad. Dit wijst niet op een storing.
Memo
U kunt de opwindsnelheid aanpassen door
op (lager) of (hoger) in het
spoelwindvenster te drukken.
Druk op om het spoelopwindvenster
te minimaliseren. Vervolgens kunt u andere
bewerkingen uitvoeren, bijvoorbeeld een
steek selecteren of de draadspanning
aanpassen, terwijl de spoel wordt
opgewonden.
Druk op (rechts boven in de display)
om het spoelopwindvenster opnieuw weer te
geven.
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
40
k
Snijd de draad af met de draadafsnijder en
verwijder de spoel.
Gebruik van de klospen
U kunt de hoofdklospen gebruiken om de spoel te
winden voordat u gaat naaien. U kunt deze klospen
niet gebruiken om de spoel te winden tijdens het
naaien.
a
Zet de hoofdschakelaar aan en open het
bovendeksel.
b
Houd de gleuf in de spoel tegenover de veer
op de spoelwinderas en plaats de spoel op
de as.
a Gleuf in de spoel
b Veer op de as
c
Draai de klospen zo dat deze omhoog wijst.
Zet de draadklos zo op de klospen dat de
draad vanaf de voorkant van de klos
afwikkelt.
a Klospen
b Kloskap
c Draadklos
d Klosvilt
d
Duw de kloskap zo ver mogelijk op de
klospen en zet de klospen weer in de
oorspronkelijke stand.
e
Houd de draad met beide handen vast om
deze omhoog te trekken van onder de
draadgeleiderplaat.
a Draadgeleiderplaat
Memo
Trek niet aan de spoelwinderbasis wanneer
u de spoel verwijdert. Hierdoor wordt de
spoelwinderbasis losser gemaakt of
verwijderd, waardoor u de naaimachine
mogelijk beschadigt.
VOORZICHTIG
Wanneer de spoel niet goed is geïnstalleerd,
wordt de draadspanning mogelijk losser.
Hierdoor kan de naald kan breken en letsel
veroorzaken.
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
Voorbereidingen
41
1
f
Leid de draad door de draadgeleider.
a Draadgeleider
g
Leid de draad rond de voorspanningsschijf.
Zorg dat de draad zich onder de
voorspanningsschijf bevindt.
a Draadgeleider
b Voorspanningsschijf
h
Volg stap
g
t/m
k
op pagina 39 t/m 40.
Gebruik van de kloshouder
Om draad op de spoel te winden terwijl de
kloshouder is geïnstalleerd, leidt u de draad van de
klos door de draadgeleider op de uitschuifbare
draadgeleider. Vervolgens windt u de spoel op
volgens stap
e
t/m
k
van "Gebruik van de extra
klospen" op pagina 38-40.
Memo
Voor meer informatie over het monteren van
de kloshouder, zie pagina 9.
Voor meer informatie over het inrijgen van
de bovendraad met de kloshouder, zie
pagina 52.
VOORZICHTIG
Wanneer u draad op de spoel windt, mag u de
spoelopwinddraad niet kruisen met de
bovendraad in de draadgeleiders.
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
42
Draad ontwarren van onder de
spoelwinderbasis
Als het opwinden van de spoel begint wanneer de
draad niet goed door de voorspanningsschijf is
geleid, kan de draad verstrikt raken onder de
spoelwinderbasis.
Wind de draad als volgt af.
a Draad
b Spoelwinderbasis
a
Als de draad is verstrikt onder de
spoelwinderbasis, druk dan eenmaal op
om het opwinden van de spoel te
stoppen.
b
Knip met een schaar de draad af naast de
voorspanningsschijf.
a Voorspanningsschijf
c
Duw de spoelopwindschakelaar naar rechts
en haal de spoel minstens 10 cm (4 inch)
van de as.
d
Knip de draad af in de buurt van de spoel en
houd het uiteinde in uw linkerhand. Wind
de draad met uw rechterhand in de buurt
van de spoel tegen de klok in af, zoals
hieronder aangegeven.
e
Wind de spoel opnieuw op.
VOORZICHTIG
Verwijder de spoelwinderbasis niet, ook al is
de draad verstrikt onder de spoelwinderbasis.
Dit kan letsel tot gevolg hebben.
Opmerking
Zorg dat de draad goed door de
voorspanningsschijf gaat (pagina 38).
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
Voorbereidingen
43
1
Spoel aanbrengen
Druk op oo
oo in die volgorde om een
video van de bewerking weer te geven op de
display (zie pagina 34). Volg onderstaande
stappen om de handeling te voltooien.
a
Druk op .
b
Schuif de grendel van het spoelhuisdeksel
naar rechts.
a Spoelhuisdeksel
b Grendel
o Het spoelhuisdeksel gaat open.
c
Verwijder het spoelhuisdeksel.
d
Houd de spoel vast met uw rechterhand en
het uiteinde van de draad met uw
linkerhand.
e
Plaats de spoel zo in het spoelhuis dat de
draad naar links afwikkelt.
f
Houd de spoel vast met uw rechterhand en
leid de draad met uw linkerhand.
VOORZICHTIG
Gebruik een onderdraad die juist is gewonden.
Anders breekt de naald mogelijk of is de
draadspanning onjuist.
De bijgesloten spoel is specifiek ontworpen
voor deze naaimachine. Als u een spoel van
een ander model gebruikt, werkt de machine
niet goed. Gebruik alleen de bijgeleverde
spoel of spoelen van hetzelfde type
(onderdeelcode: SFB: XA5539-151).
* Ware grootte
a Dit model
b Andere modellen
c 11,5 mm (ca. 7/16 inch)
Voordat u de spoel plaatst of verwisselt, moet u
in de display op drukken. Anders kunt
u letsel oplopen als u op de "Start/stoptoets" of
op een andere toets drukt en de machine
begint te naaien.
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
44
g
Leid de draad door de geleider en trek de
draad uit naar de voorkant.
a Draadafsnijder
o De draadafsnijder snijdt de draad af.
h
Plaats het lipje in de linkerbenedenhoek van
het spoelhuisdeksel (1) en druk zachtjes op
de rechterkant om het deksel te sluiten (2).
Opmerking
Als de draad niet goed is ingebracht in de
spanningsveer van het spoelhuis, is de
draadspanning mogelijk niet goed (zie
pagina 67).
a Spanningsveer
VOORZICHTIG
Duw de spoel omlaag met uw vinger en wikkel
de onderdraad juist af. Anders breekt de draad
mogelijk of is de draadspanning onjuist.
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
Voorbereidingen
45
1
Onderdraad naar boven halen
Bij sommig naaiwerk wilt u de onderdraad
misschien naar boven halen, bijvoorbeeld als u
plooien, figuurnaden, fantasie lappendekens of
borduurwerken naait.
a
Leid de onderdraad door de gleuf en volg
het pijltje in de afbeelding.
* Snijd de draad niet af met de draadafsnijder.
* Zet het spoelhuisdeksel niet terug op zijn plaats.
b
Houd de bovendraad vast en druk op de
"Naaldstandtoets" om de naald omlaag te
zetten.
a "Naaldstandtoets"
c
Druk op de "Naaldstandtoets" om de naald
omhoog te zetten.
d
Trek zachtjes aan de bovendraad. Een lus
van de onderdraad komt uit het gat in de
naaldplaat.
e
Trek de onderdraad omhoog, leid deze
onder de persvoet en trek deze ongeveer
100 mm (ca. 3-4 inch) naar de achterkant
van de machine, gelijk met de bovendraad.
a Bovendraad
b Onderdraad
f
Zet het spoelhuisdeksel weer op zijn plaats.
Memo
U kunt de onderdraad naar boven halen
nadat u de bovendraad hebt ingeregen
("BOVENDRAAD INRIJGEN" op pagina 46).
BOVENDRAAD INRIJGEN
46
BOVENDRAAD INRIJGEN
Bovendraad inrijgen
Druk op oo
oo in die volgorde om een
video van de bewerking weer te geven op de
display (zie pagina 34). Volg onderstaande
stappen om de handeling te voltooien.
a
Zet de hoofdschakelaar aan.
b
Druk op de "Persvoettoets" om de persvoet
omhoog te zetten.
o Het bovendraadluikje gaat open, zodat u de
machine kunt inrijgen.
a Bovendraadluikje
c
Druk op de "Naaldstandtoets" om de naald
omhoog te zetten.
VOORZICHTIG
Rijg de naaimachine op de juiste manier in.
Wanneer u de machine niet juist inrijgt, kan de
draad verstrikt raken, waardoor de naald
breekt. Dit kan letsel tot gevolg hebben.
Wanneer u de transportvoet, de zijsnijder of
accessoires gebruikt die niet bij deze machine
zijn inbegrepen, bevestig dan het accessoire
aan de machine na het inrijgen.
Memo
Automatisch inrijgen kunt u met
naaimachinenaalden 75/11 t/m 100/16.
Transparant monofilament nylongaren en
garen 130/20 of dikker kunt u niet
automatisch inrijgen.
Met de platte naald of de tweelingnaald kunt
u niet automatisch inrijgen.
Memo
Deze machine heeft een bovendraadluikje,
zodat u kunt controleren of de bovendraad
goed is ingeregen.
Opmerking
Als u probeert de naald automatisch in te
rijgen zonder de naald omhoog te zetten,
wordt de naald mogelijk niet juist ingeregen.
BOVENDRAAD INRIJGEN
Voorbereidingen
47
1
d
Draai de klospen zo dat deze omhoog wijst.
Zet de draadklos zo op de klospen dat de
draad vanaf de voorkant van de klos
afwikkelt.
a Klospen
b Kloskap
c Draadklos
d Klosvilt
e
Duw de kloskap zo ver mogelijk op de
klospen en zet de klospen weer in de
oorspronkelijke stand.
f
Houd de draad met beide handen vast om
deze omhoog te trekken van onder de
draadgeleiderplaat.
a Draadgeleiderplaat
g
Houd de draad in uw rechterhand en leid
de draad in de aangegeven richting door de
draadgeleider.
h
Leid de draad omlaag, omhoog en
vervolgens omlaag door de groef, zoals
aangegeven in de illustratie.
VOORZICHTIG
Als u de draadklos en/of de kloskap niet juist
hebt geïnstalleerd, kan de draad verstrikt
raken op de klospen. Hierdoor kan de naald
breken.
Gebruik de kloskap (groot, medium of klein)
die de grootte van de draadklos het dichtst
benadert. Als u een kloskap gebruikt die
kleiner is dan de draadklos, komt de draad
mogelijk klem te zitten in de gleuf in de rand
van de klos. Hierdoor kan de naald breken.
Memo
Wanneer u naait met fijne kruiswikkeldraad,
gebruikt u de kleine kloskap en laat u enige
ruimte tussen de kap en de draadklos.
a Kloskap (klein)
b Draadklos (kruiswikkeldraad)
c Ruimte
Memo
Controleer of de draadophaalhendel in het
bovenste deel van de groef de draad pakt.
a Controleer in het bovenste deel van de groef
BOVENDRAAD INRIJGEN
48
i
Leid de draad door de draadgeleider op de
naaldstang (aangegeven met "6"). Houd
hiertoe de draad met beide handen vast en
leid deze zoals aangegeven in de illustratie.
a Draadgeleider op de naaldstang
j
Druk op de "Persvoettoets" om de persvoet
omlaag te zetten.
k
Leid de draad door de draadgeleiderschijven
(aangegeven met "7"). Zorg dat de draad
door de groef in de draadgeleider gaat.
a Groef in draadgeleider
l
Trek de draad omhoog door de
draadafsnijder om de draad af te knippen,
zoals aangegeven in de illustratie.
a Draadafsnijder
m
Druk op de "Automatisch inrijgentoets" om
de naald automatisch in te rijgen.
o De draad gaat door het oog van de naald.
Opmerking
Wanneer u een draad gebruikt die snel
afwindt van de klos, zoals metallic garen, is
het misschien moeilijk om de naald in te
rijgen nadat u de draad hebt afgesneden.
In plaats van de draadafsnijder te gebruiken,
kunt u beter 80 mm (ca. 3 inch) draad
uittrekken nadat u deze door de
draadgeleiderschijven (aangegeven met "7")
hebt geleid.
a 80 mm (ca. 3 inch) of meer
Memo
Wanneer u op de "Automatisch
inrijgentoets" drukt, wordt de persvoet
automatisch omlaag gezet. Wanneer het
inrijgen is voltooid, gaat de persvoet terug
naar de stand waarin hij stond toen u op de
"Automatisch inrijgentoets" drukte.
BOVENDRAAD INRIJGEN
Voorbereidingen
49
1
n
Trek voorzichtig aan het draaduiteinde dat
door het oog van de naald is getrokken.
* Als zich een lus heeft gevormd in de draad die door
het oog van de naald is geleid, trek de lus er dan uit
naar de achterkant van de naald.
o
Trek ongeveer 10-15 cm (ca. 4-6 inch)
draad uit, en leid deze onder de persvoet
naar de achterkant van de machine.
o Zet de persvoethendel omhoog, als de persvoet
omlaag staat.
a Ongeveer 10-15 cm (ca. 4-6 inch)
Gebruik van de tweelingnaaldstand
U kunt de tweelingnaald alleen gebruiken bij patronen
waarbij verschijnt, nadat u ze hebt gekozen.
Alvorens een steekpatroon te selecteren, controleert u of
de steek kan worden genaaid in de tweelingnaaldstand
(zie de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind van
deze bedieningshandleiding).
Opmerking
Trek niet te hard aan de lus. Anders kan de
naald breken.
Memo
Kon u de naald niet inrijgen of is de draad
niet door de draadgeleiders op de
naaldstang geleid? Voer de procedure dan
opnieuw uit, te beginnen bij stap
c
.
Leid de draad vervolgens door het oog van
de naald na stap
i
.
Opmerking
Sommige naalden kunt u niet inrijgen met de
naaldinrijger. Gebruik dan niet de
naaldinrijger nadat u de naald door de
draadgeleider op de naaldstang
(aangegeven met "6") hebt geleid, maar leid
de naald handmatig vanaf de voorkant door
het oog van de naald.
VOORZICHTIG
Tweelingnaald (onderdeelcode XE4963-001)
wordt aanbevolen voor deze machine. Neem
contact op met uw officiële dealer voor
vervangende naalden (formaat 2.0/11 wordt
aanbevolen).
Stel beslist de tweelingnaaldstand in als u een
tweelingnaald gebruikt. Als u een
tweelingnaald gebruikt terwijl de machine in
de enkele naaldstand staat, kan de naald
breken en schade veroorzaken.
Naai niet met verbogen naalden. Een verbogen
naald kan breken en letsel veroorzaken.
Als u de tweelingnaald gebruikt, werk dan
alleen met persvoet "J".
Wanneer u de tweelingnaald gebruikt, worden
de steken mogelijk te dicht opeen genaaid naar
gelang het soort draad en stof dat u gebruikt.
Gebruik monogramvoet "N" voor decoratieve
steken.
Voordat u de naald verwisselt of de machine
inrijgt moet u in de display op
drukken. Anders kunt u letsel oplopen als u op
de "Start/stoptoets" of op een andere toets
drukt en de machine begint te naaien.
BOVENDRAAD INRIJGEN
50
a
Druk op en installeer de
tweelingnaald ("NAALD VERWISSELEN" op
pagina 56).
b
Rijg de machine voor de eerste naald in
volgens de procedure voor een enkele naald
("Bovendraad inrijgen" op pagina 46).
c
Leid de draad door de draadgeleiders op de
naaldstang en rijg vervolgens de naald aan
de linkerkant handmatig in.
a Draadgeleiders op de naaldstang
d
Zet de extra klospen omhoog.
a Extra klospen
e
Zet de extra draadklos zo op de extra
klospen dat de draad aan de voorkant
afwikkelt. Duw de kloskap zo ver mogelijk
op de klospen om de draadklos vast te
zetten.
a Kloskap
b Klospen
c Draadklos
f
Houd de draad van de draadklos met beide
handen vast en plaats de draad in de
draadgeleider.
* Plaats de draad niet in de voorspanningsschijven.
a Draadgeleider
g
Houd de draad van de draadklos vast en
trek de draad door de onderste inkeping in
de draadgeleiderplaat, en vervolgens door
de bovenste inkeping. Houd het uiteinde
van de draad vast met uw linkerhand en leid
de draad door de groef, volgens de pijlen in
de illustratie.
Opmerking
U kunt de "Automatisch inrijgentoets" niet
gebruiken. Rijg de tweelingnaald handmatig
in van voren naar achteren. Als u hierbij de
"Automatisch inrijgentoets" gebruikt, kunt u
de machine beschadigen.
BOVENDRAAD INRIJGEN
Voorbereidingen
51
1
h
Ga door met inrijgen, maar leid de draad
niet door de draadgeleider "6" op de
naaldstang. Rijg de naald aan de
rechterkant in.
a Draadgeleider op de naaldstang
i
Druk op .
j
Selecteer een steekpatroon. (Voorbeeld: )
* In de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind
van deze gebruiksaanwijzing leest u welke steek u
kunt naaien met persvoet "J".
o De geselecteerde steek wordt weergegeven.
k
Druk op om de tweelingnaaldstand te
kiezen.
a Enkele naald/tweelingnaald instellen
o verschijnt.
l
Begin met naaien.
Voorbeeld van naaien met de tweelingnaald
Opmerking
Als de toets lichtgrijs is nadat u een
steek hebt gekozen, kunt u de
geselecteerde steek niet naaien in de
tweelingnaaldstand.
a
VOORZICHTIG
Stel beslist de tweelingnaaldstand in als u een
tweelingnaald gebruikt. Als u een
tweelingnaald gebruikt terwijl de machine in
de enkele naaldstand staat, kan de naald
breken en schade veroorzaken.
Memo
Om van richting te veranderen wanneer u
naait met de tweelingnaald, zet u de naald
omhoog uit de stof. Vervolgens zet u de
persvoethendel omhoog en draait u de stof.
BOVENDRAAD INRIJGEN
52
Gebruik van de kloshouder
De bijgeleverde klospen is handig wanneer u
draad gebruikt op klossen van een grote diameter
(kruiswikkeldraad). Op de kloshouder passen twee
draadklossen.
Gebruik van de kloshouder
Gebruik beslist een kloskap die iets groter is dan
de klos.
Als de kloskap die u gebruikt kleiner of veel
groter is dan de klos, blijft de draad misschien
haken en dit komt het naairesultaat niet ten
goede.
Wanneer u draad van een dunne draadklos
gebruikt, plaats dan het bijgesloten klosvilt op de
klospen. Plaats vervolgens de draadklos zo op de
klospen dat het midden van de klos zich op één
lijn met het gat in het midden van het klosvilt
bevindt. Vervolgens plaatst u de kloskap op de
klospen.
a Klosvilt
Wanneer de draad op een kegelvormige klos zit,
gebruikt u de klossteun.
a Klossteun
Kies de juiste kloskap (groot of medium)
naargelang het formaat klos of de hoeveelheid
garen die over is). U kunt kloskap (klein) niet
gebruiken met de kloskapvoet.
a Kloskap
b Kloskapvoet
a
Bevestig de kloshouder aan de machine
(zie pagina 9).
b
Plaats de klos draad zo op de klospen dat de
draad met de klok mee van de klos
afwikkelt. Plaats de kloskap stevig op de
klospen.
Memo
Voor meer informatie over het monteren van
de kloshouder, zie pagina 9.
Voor meer informatie over het opwinden van
de spoel met behulp van de kloshouder, zie
pagina 41 .
BOVENDRAAD INRIJGEN
Voorbereidingen
53
1
c
Trek de draad van de klos. Leid de draad
van achteren naar voren door de
draadgeleiders bovenin.
d
Leid de draad van rechts naar links door de
draadgeleider van de machine.
a Draadgeleider
e
Rijg de machine in volgens stap
f
t/m
o
van "Bovendraad inrijgen" op pagina 46.
Gebruik van draden die snel
afwikkelen
Gebruik van het klosnetje
Als u doorzichtig nylondraad, metallic garen of
andere sterke draad gebruikt, plaatst u het
bijgeleverde klosnetje over de klos voordat u begint.
Wanneer u deze speciale draden gebruikt, moet u
ze handmatig inrijgen.
Is het klosnetje te lang? Vouw het dan eenmaal zo
om dat het overeenkomt met het klosformaat,
voordat u het over de klos plaatst.
Opmerking
Wanneer u twee klossen draad gebruikt,
zorg dan dat beide klossen in dezelfde
richting gaan.
Zorg dat de klossen elkaar niet raken.
Anders windt de draad niet soepel af. Dan
kan de naald breken, of de draad kan
breken en verstrikt raken. Zorg bovendien
dat de klossen de uitschuifbare
draadgeleider in het midden niet raken.
Zorg dat de draad niet blijft haken onder de klos.
Opmerking
Leid de draad zo dat deze niet verstrikt raakt
met de andere draad.
Nadat u de draad volgens de aanwijzingen
hebt doorgevoerd, windt u eventueel
overtollig draad terug op de spoel. Anders
raakt het overtollige draad verstrikt.
Memo
Wanneer u klos inrijgt met het klosnetje erop,
zorg er dan voor dat 5-6 cm (ca. 2 - 2- 1/2 inch)
draad is uitgetrokken.
Mogelijk moet u de draadspanning
aanpassen wanneer u het klosnetje gebruikt.
a Klosnetje
b Draadklos
c Klospen
d Kloskap
PERSVOET VERWISSELEN
54
PERSVOET VERWISSELEN
Persvoet verwijderen
Druk op oo
oo in die volgorde om een
video van de bewerking weer te geven op de
display (zie pagina 34). Volg onderstaande
stappen om de handeling te voltooien.
a
Druk op de "Naaldstandtoets" om de naald
omhoog te zetten.
b
Druk op .
* Wanneer het bericht "OK om de persvoet
automatisch omlaag te zetten?" op de display
verschijnt, drukt u op OK om door te gaan.
o Het hele scherm wordt wit en alle toetsen zijn
vergrendeld.
c
Zet de persvoethendel omhoog.
d
Druk op de zwarte toets op de
persvoethouder en verwijder de persvoet.
a Zwarte toets
b Persvoethouder
Persvoet bevestigen
a
Plaats de persvoetpen onder de inkeping op
de houder met de pen van de voet
tegenover de inkeping in de houder. Zet de
persvoethendel omlaag, zodat de
persvoetpen vastklikt in de inkeping in de
houder.
a Inkeping
b Pen
VOORZICHTIG
Druk altijd op op het scherm voordat u de persvoet verwisselt. Als u niet op hebt
gedrukt en u op de "Start/stoptoets" of een andere toets drukt, gaat de naaimachine lopen. Dan kunt u
letsel oplopen.
Gebruik altijd de juiste persvoet voor het geselecteerde steekpatroon. Als u de verkeerde persvoet
gebruikt, kan de naald de persvoet raken en buigen of breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen.
Gebruik alleen persvoeten voor deze naaimachine. Het gebruik van andere persvoeten kan leiden tot
ongelukken en letsel.
VOORZICHTIG
Installeer de persvoet in de juiste richting.
Anders raakt de naald mogelijk de persvoet.
Dan kan de naald breken en dit kan letsel
veroorzaken.
b
a
PERSVOET VERWISSELEN
Voorbereidingen
55
1
b
Druk op om alle toetsen te
ontgrendelen.
c
Zet de persvoethendel omhoog.
Boventransportvoet bevestigen
De boventransportvoet houdt de stof tussen de
persvoet en de transporteur om de stof door te
voeren. Zo hebt u meer controle over moeilijke
stof (zoals quiltstof of fluweel) of stof die
gemakkelijk glijdt (zoals vinyl, leer of kunstleer).
a
Volg de stappen in "Persvoet verwijderen"
op de vorige pagina.
b
Draai de persvoethouderschroef los om de
persvoethouder te verwijderen.
c
Zet de bedieningshendel van de
boventransportvoet zo dat de
naaldklemschroef tussen de vork staat.
Plaats de as van de boventransportvoet op
de persvoetstang.
a Bedieningshendel
b Naaldklemschroef
c Vork
d As van boventransportvoet
e Persvoetstang
d
Zet de persvoethendel omlaag. Breng de
schroef in en draai de schroef stevig vast
met de schroevendraaier.
Opmerking
Rijg de naald handmatig in wanneer u de
boventransportvoet gebruikt, of bevestig de
boventransportvoet pas nadat u de naald
hebt ingeregen met de "Automatisch
inrijgentoets".
Wanneer u de boventransportvoet gebruikt,
naait u op gemiddelde of lage snelheid.
Memo
U kunt de boventransportvoet alleen
gebruiken bij patronen voor rechte steken en
zigzagsteken. U kunt geen achteruitsteken
naaien met de boventransportvoet. Als
verstevigingssteken selecteert u alleen
rechte of zigzagsteken (zie pagina 62).
VOORZICHTIG
Gebruik de bijgesloten schroevendraaier om
de schroef stevig vast te draaien. Als de
schroef los zit, kan de naald de persvoet raken
en letsel veroorzaken.
Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok
in) om te controleren of de naald de persvoet
niet raakt. Als de naald de persvoet raakt, kunt
u letsel oplopen.
NAALD VERWISSELEN
56
NAALD VERWISSELEN
Druk op oo
oo in die volgorde om een
video van de bewerking weer te geven op de
display (zie pagina 34). Volg onderstaande
stappen om de handeling te voltooien.
a
Druk op de "Naaldstandtoets" om de naald
omhoog te zetten.
b
Druk op .
* Wanneer het bericht "OK om de persvoet
automatisch omlaag te zetten?" op de display
verschijnt, drukt u op OK om door te gaan.
o Het hele scherm wordt wit en alle toetsen zijn
vergrendeld.
c
Draai de schroef met de schroevendraaier
naar de voorkant van de naaimachine los.
Verwijder de naald.
VOORZICHTIG
Druk altijd op op het scherm voordat u de naald verwisselt. Als u niet op hebt gedrukt
en u per ongeluk op de "Start/stoptoets" of een andere toets drukt, gaat de naaimachine lopen. Dan kunt u
letsel oplopen.
Gebruik alleen naaimachinenaalden voor huishoudelijk gebruik. Andere naalden kunnen buigen of breken
en letsel veroorzaken.
Naai nooit met een verbogen naald. Deze zal gemakkelijk breken en letsel veroorzaken.
Memo
Leg de platte kant van de naald op een plat
oppervlak. Controleer de punt en de
zijkanten van de naald. Gooi verbogen
naalden weg.
a Gelijke ruimte
b Plat oppervlak (naaldplaat, glas enz.)
Opmerking
Alvorens u de naald vervangt, bedekt u het
gat in de naaldplaat met stof of papier om te
voorkomen dat de naald in de machine valt.
Opmerking
Oefen geen druk uit op de naaldklemschroef.
Hierdoor kan de naald of de naaimachine
beschadigd raken.
NAALD VERWISSELEN
Voorbereidingen
57
1
d
Steek de naald met de platte kant naar
achteren zo ver mogelijk in de opening tot
aan de naaldstopper (kijkvenster) in de
naaldklem. Draai met een schroevendraaier
de naaldklemschroef stevig vast.
a Naaldstopper
b Opening voor het inbrengen van de naald
c Platte kant van de naald
e
Druk op om alle toetsen te
ontgrendelen.
Duw de naald zo ver totdat ze de stopper
raakt en draai de naaldklemschroef stevig vast
met een schroevendraaier. Als de naald niet
helemaal is ingebracht of als de
naaldklemschroef los zit, kan de naald breken
of de naaimachine beschadigd raken.
NAALD VERWISSELEN
58
Over de naald
De naald is waarschijnlijk het belangrijkste onderdeel van de naaimachine. Wanneer u de juiste naald
voor uw naaiproject kiest, geeft dit de mooiste afwerking en blijven eventuele problemen tot een
minimum beperkt. Hieronder staan enkele zaken waaraan u moet denken als u de naald kiest.
Hoe kleiner het naaldnummer, hoe kleiner de naald. Naarmate de nummers hoger worden, worden de
naalden dikker.
Gebruik fijne naalden voor lichte stoffen en dikkere naalden voor zwaardere stoffen.
Om te voorkomen dat er steken worden overgeslagen gebruikt u een ballpointnaald (goudkleurig, 90/14)
voor stretchstoffen.
Om te voorkomen dat er steken worden overgeslagen, gebruikt u een ballpointnaald (goudkleurig, 90/14)
wanneer u letter- of decoratieve steken naait.
Voor borduurwerken gebruikt u naald 75/11. Gebruik ballpointnaald 75/11 om patronen te borduren met
korte overspringende steken zoals letters, wanneer de draadknipfunctie is ingeschakeld.
Ballpointnaalden (goudkleurig, 90/14) worden niet aanbevolen voor borduurwerk, aangezien ze kunnen
verbuigen of breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen.
Een 90/14 naald wordt aanbevolen wanneer u op zware stoffen of steunstoffen borduurt (bijvoorbeeld
spijkerstof, schuim enz.) De 75/11 naald kan verbuigen of breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen.
Er zit een naaimachinenaald 75/11 voor huishoudelijk gebruik in de naaimachine.
Overzichtsschema van stoffen/draad/naald
De volgende tabel bevat informatie over de juiste naald en draad voor diverse stoffen. Raadpleeg deze
tabel als u de draad en naald uitkiest voor de stof die u wilt naaien.
Soort stof/Toepassing
Draad
Formaat naald
Soort Formaat
Middelzware stof Popeline Katoen
60 - 90
75/11 - 90/14Tafzijde Synthetisch
Flanel, Gabardine Zijde 50
Lichte stof Linon Katoen
60 - 90
65/9 - 75/11Crêpe georgette Synthetisch
Challis, Satijn Zijde 50
Zware stof Spijkerstof Katoen 30
90/14 - 100/16
50
Corduroy Synthetisch
50 - 60
Tweed Zijde
Stretchstof Jersey Draad voor gebreide stoffen
50 - 60
Ballpointnaald
(goudkleurig)
75/11 - 90/14
Tr i co t
Stof die gemakkelijk rafelt Katoen
50 - 90
65/9 - 90/14Synthetisch
Zijde 50
Voor afwerksteken Synthetisch
50 90/14 - 100/16
Zijde
Memo
Voor transparante enkelvezelige nylondraad gebruikt u altijd de 90/14 - 100/16 naald.
Voor boven- en onderdraad wordt doorgaans dezelfde draad gebruikt.
VOORZICHTIG
Raadpleeg het overzichtsschema van stoffen/draad/naald. Door een verkeerde combinatie, vooral een
zware stof (bijvoorbeeld spijkerstof) in combinatie met een kleine naald (zoals 65/9 - 75/11) kan de naald
verbuigen of breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen. Bovendien kan de naad ongelijk zijn, kan de stof
trekken en worden er mogelijk steken overgeslagen.
Hoofdstuk 2
Grondbeginselen van naaien
NAAIEN...............................................................................................60
Een steek naaien......................................................................................................60
Gebruik van het voetpedaal ............................................................................................61
Verstevigingssteken naaien......................................................................................62
Bochten naaien .......................................................................................................62
Van naairichting veranderen ...................................................................................63
Een marge van 0,5 cm of minder naaien .........................................................................63
Zware stof naaien....................................................................................................63
Als de stof niet past onder de persvoet............................................................................63
Als de stof niet doorvoert ................................................................................................64
Klittenband naaien ..................................................................................................64
Lichte stof naaien ....................................................................................................64
Stretchstof naaien ...................................................................................................65
INSTELLINGEN VAN DE STEKEN ........................................................66
Steekbreedte instellen .............................................................................................66
Steeklengte instellen................................................................................................67
Draadspanning instellen..........................................................................................67
Juiste draadspanning .......................................................................................................67
Bovendraad is te strak .....................................................................................................68
Bovendraad is te los ........................................................................................................68
HANDIGE FUNCTIES ..........................................................................69
Automatische verstevigingssteken ...........................................................................69
Automatische draadkniptoets..................................................................................70
Gebruik van de kniehevel........................................................................................71
Spilfunctie ...............................................................................................................72
Automatische stofsensor (automatische persvoetdruk)............................................73
Naaldstand – steek plaatsen ....................................................................................74
Display vergrendelen ..............................................................................................74
Naaldpositie controleren op het scherm .................................................................75
NAAIEN
60
NAAIEN
Een steek naaien
a
Zet de machine aan en druk op om de
naaisteken weer te geven. Druk vervolgens op de
"Naaldstandtoets" om de naald omhoog te zetten.
b
Druk op de toets van het steekpatroon dat u
wilt gebruiken.
o Het symbool van de juiste persvoet wordt
linksboven in de display aangegeven.
c
Bevestig de juiste persvoet ("PERSVOET
VERWISSELEN" op pagina 54).
d
Plaats de stof onder de persvoet. Houd de
stof en de uiteinden van de draden in uw
linkerhand en draai het handwiel om de
naald te zetten waar u met naaien wilt
beginnen.
e
Zet de persvoet omlaag.
* U hoeft de onderdraad niet naar boven te halen.
VOORZICHTIG
Om letsel te voorkomen moet u de naald tijdens het gebruik van de machine goed in de gaten houden.
Houd uw handen tijdens het gebruik van de machine uit de buurt van de bewegende delen.
Trek of duw de stof niet tijdens het naaien. U kunt daardoor letsel oplopen.
Gebruik geen verbogen of gebroken naalden. U kunt daardoor letsel oplopen.
Probeer niet over rijgspelden of andere objecten heen te naaien. Anders kan de naald breken en hierdoor
kunt u letsel oplopen.
Zitten de steken te dicht op elkaar? Stel dan een langere steeklengte in voordat u verder gaat. Anders kan
de naald breken en hierdoor kunt u letsel oplopen.
VOORZICHTIG
Gebruik altijd de juiste persvoet. Als u niet de
juiste persvoet gebruikt, kan de naald de
persvoet raken en buigen of breken. Hierdoor
kunt u letsel oplopen.
Zie pagina 347 voor adviezen over de juiste
persvoet.
Memo
De zwarte toets aan de linkerkant van
persvoet "J" mag u alleen indrukken als de
stof niet wordt doorgevoerd of bij het naaien
van dikke naden (zie pagina 64). Normaliter
kunt u naaien zonder op de zwarte toets te
drukken.
NAAIEN
Grondbeginselen van naaien
61
2
f
Pas de naaisnelheid aan met de schuifknop
voor snelheidsregeling.
* Met deze knop kunt u de naaisnelheid ook tijdens
het naaien aanpassen.
a Langzaam
b Snel
g
Druk op den "Start/stoptoets" om te
beginnen met naaien.
* Voer de stof lichtjes met de hand door.
h
Als u wilt stoppen met naaien, drukt u
nogmaals op de "Start/stoptoets".
i
Druk op de "Draadkniptoets" om de boven-
en onderdraad af te knippen.
o De naald wordt automatisch weer omhoog gezet.
j
Wanneer de naald niet meer beweegt, zet u
de persvoet omhoog en haalt u de stof weg.
Gebruik van het voetpedaal
U kunt ook het voetpedaal gebruiken om te starten
en stoppen met naaien.
Memo
Wanneer u het voetpedaal gebruikt, kunt u
niet starten met naaien door op de "Start/
stoptoets" te drukken.
VOORZICHTIG
Druk niet meer op de "Draadkniptoets" nadat
de draden zijn afgeknipt. Hierdoor kan de
draad verstrikt raken of de naald kan breken
en de machine beschadigen.
Druk niet op de "Draadkniptoets" wanneer er
geen stof onder de naald ligt of wanneer de
naaimachine loopt. Hierdoor kan de draad
verstrikt raken en dit kan schade veroorzaken.
Opmerking
Voor het afknippen van draad die dikker is
dan nr. 30, eenvezelige nylondraad of
andere decoratieve draden gebruikt u de
draadafsnijder aan de zijkant van de
naaimachine.
Memo
Deze machine heeft een onderdraadsensor
die waarschuwt wanneer de onderdraad
bijna op is. Als de onderdraad bijna op is,
stopt de machine automatisch. Als u echter
op de "Start/Stoptoets" drukt, kunt u nog
enkele steken naaien. Als u deze
waarschuwing ziet, moet u de onderdraad
direct opnieuw inrijgen.
VOORZICHTIG
Zorg dat er zich geen stukken stof en vuil
verzamelen in het voetpedaal. Hierdoor
bestaat er namelijk kans op brand of
elektrische schokken.
Memo
Wanneer u het voetpedaal gebruikt, kunt u
niet starten met naaien door op de "Start/
stoptoets" te drukken.
U kunt het voetpedaal niet gebruiken
wanneer u borduurt.
U kunt met het voetpedaal naaisteken en
decoratieve steken naaien wanneer de
borduurtafel is bevestigd.
NAAIEN
62
a
Trek het intrekbare snoer van het
voetpedaal tot de gewenste lengte en steek
de stekker van het voetpedaal in de
betreffende aansluiting op de machine.
a Voetpedaal
b Aansluiting voetpedaal
b
Druk langzaam het voetpedaal in om te
starten met naaien.
c
Laat het voetpedaal los om de naaimachine
te stoppen.
Verstevigingssteken naaien
Achteruit/verstevigingssteken zijn meestal
noodzakelijk aan het begin en het eind van het
naaiwerk. Met de "Achteruit/verstevigingssteektoets"
kunt u achteruit/ verstevigingssteken handmatig
naaien (zie pagina 3).
Als u de automatische verstevigingssteek op het scherm
hebt geselecteerd, begint de machine automatisch met
achteruitsteken (of verstevigingssteken) wanneer u op
de "Start/stoptoets" drukt. Druk op de "Achteruit/
verstevigingssteektoets" om automatisch
achteruitsteken (of verstevigingssteken) aan het eind
van het naaiwerk (zie pagina 69).
a Achteruitsteek
b Verstevigingssteek
Staat er een dubbele boven de steek die u kiest,
dan kunt u achteruitsteken naaien wanneer u de
"Achteruit/verstevigingssteektoets" ingedrukt houdt.
Staat er een boven de steek die u kiest, dan kunt
u verstevigingssteken naaien wanneer u de
"Achteruit/verstevigingssteektoets" ingedrukt houdt.
Bochten naaien
Naai langzaam en houd de naad parallel aan de
rand van de stof, terwijl u de stof om de bocht
heen leidt.
Opmerking
Trek het intrekbare snoer niet verder uit dan
de rode markering op het snoer.
Memo
De snelheid die is ingesteld met de
schuifknop voor de snelheidsregeling, is de
maximale naaisnelheid van het voetpedaal.
NAAIEN
Grondbeginselen van naaien
63
2
Van naairichting veranderen
Stop de naaimachine. Laat de naald in de stof en
druk op de "Persvoettoets" om de persvoet
omhoog te zetten. Met de naald als spil draait u de
stof zo dat u in de nieuwe richting kunt naaien.
Druk op de "Persvoettoets" om de persvoet omlaag
te zetten en begin met naaien.
De spilinstelling is nuttig wanneer u van
naairichting verandert. Wanneer de machine stopt
in de hoek van de stof, blijft de naald in de stof
steken en wordt de persvoet automatisch omhoog
gezet, zodat u de stof gemakkelijk kunt draaien
("Spilfunctie" op pagina 72).
Een marge van 0,5 cm of minder
naaien
Rijg de hoek alvorens te naaien. Nadat u in de hoek
van naairichting bent veranderd, trekt u de rijgdraad
naar achteren tijdens het naaien.
a 5 mm (ca. 3/16 inch)
Zware stof naaien
De naaimachine kan stoffen naaien tot een dikte
van 6 mm (ca. 1/4 inch). Als de voet schuin gaat
staan bij het begin van een dikke zoom, leidt u de
stof met de hand en naait u door tot de voet weer
omlaag staat.
Als de stof niet past onder de persvoet
Staat de persvoet omhoog en naait u zware stof of
meerdere lagen die niet gemakkelijk onder de
persvoet passen? Zet dan met de persvoethendel de
persvoet in de hoogste stand. De stof past nu onder
de persvoet.
VOORZICHTIG
Duw geen stoffen van meer dan
6 mm (ca. 1/4 inch) dik door de naaimachine.
Hierdoor kan de naald breken en kunt u letsel
oplopen.
Voor dikkere stof hebt u een grotere naald
nodig ("NAALD VERWISSELEN" op pagina 56).
Memo
U kunt de persvoethendel niet gebruiken als
u de persvoet omhoog hebt gezet met de
"Persvoettoets".
NAAIEN
64
Als de stof niet doorvoert
Als de stof niet wordt doorgevoerd wanneer u begint
met naaien of bij het naaien van dikke naden, drukt u
op de zwarte toets aan de linkerkant van persvoet "J".
a
Zet de persvoethendel omhoog.
b
Houd de zwarte toets aan de linkerkant van
de persvoet "J" ingedrukt en zet de persvoet
omlaag door op de "Persvoettoets" te drukken.
c
Laat de zwarte toets los.
o De persvoet blijft horizontaal staan en u kunt de stof
doorvoeren.
Klittenband naaien
Alvorens te naaien controleert u of de naald door
de klittenband gaat door het handwiel te draaien
zodat de naald in de klittenband gaat. Naai de
rand van de klittenband op lage snelheid.
Als de naald niet door de klittenband gaat,
verwisselt u de naald met de naald voor dikke stof
(pagina 58).
a Rand van de klittenband
Lichte stof naaien
Leg een dun stuk papier of lichte afneembare
borduursteunstof onder dunne stof om het naaien
te vergemakkelijken. Haal het papier of de
steunstof na het naaien voorzichtig weg.
a Dun papier
Memo
Bent u voorbij de moeilijke plek, dan gaat de
voet weer in zijn normale stand.
Wanneer "Automatische stofsensor"
(Automatische persvoetdruk) aan staat in
het scherm voor machine-instellingen, wordt
de dikte van de stof automatisch
gedetecteerd door de interne sensor, zodat
de stof soepel kan worden doorgevoerd voor
een optimaal naairesultaat. (zie pagina 73
voor meer informatie.)
VOORZICHTIG
Gebruik geen gegomde klittenband die is
bedoeld om te naaien. Als de lijm blijft plakken
aan de naald of de grijper, kan dit storing tot
gevolg hebben.
Als u de klittenband naait met een dunne
naald (65/9-75/11), kan de naald buigen of
breken.
Opmerking
Rijg de klittenband op de stof voordat u
begint te naaien.
NAAIEN
Grondbeginselen van naaien
65
2
Stretchstof naaien
Rijg eerst de stukken stof aan elkaar. Naai
vervolgens zonder de stof te rekken.
U krijgt bovendien een beter resultaat door draad
voor gebreide stoffen te gebruiken, of een
stretchsteek te naaien.
a Rijgsteek
Memo
Door de druk van de persvoet te verlagen
krijgt u betere resultaten bij het naaien van
stretchstof. ("Gebruik van de
instellingstoets" op pagina 22).
INSTELLINGEN VAN DE STEKEN
66
INSTELLINGEN VAN DE STEKEN
Wanneer u een steek selecteert, selecteert de machine automatisch de juiste steekbreedte, steeklengte en
bovendraadspanning. Desgewenst kunt u al deze instellingen wijzigen.
Steekbreedte instellen
Volg onderstaande stappen als u de steekbreedte
van een zigzagsteek wilt wijzigen.
Voorbeeld:
Druk op om de breedte van de zigzagsteek
smaller te maken.
o De waarde op de display wordt lager.
Druk op om de breedte van de zigzagsteek
breder te maken.
o De waarde op de display wordt hoger.
Opmerking
Instellingen voor sommige steken kunt u niet wijzigen (zie "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het
eind van deze gebruiksaanwijzing).
Als u de machine uitschakelt of een andere steek selecteert zonder de steekinstellingen op te slaan
("Uw steekinstellingen opslaan in het geheugen" op pagina 81), worden de standaardinstellingen voor
de steek hersteld.
Memo
Voor een andere methode om de
steekbreedte te wijzigen met de schuifknop
voor snelheidsregeling zie pagina 104.
Memo
Druk op om de oorspronkelijke
instelling voor de steekbreedte te herstellen.
Opmerking
Na de steekbreedte te hebben aangepast,
draait u het handwiel langzaam naar u toe
(tegen de klok in) en controleert u of de
naald de persvoet raakt. Als de naald de
persvoet raakt, kan de naald buigen of
breken.
INSTELLINGEN VAN DE STEKEN
Grondbeginselen van naaien
67
2
Steeklengte instellen
Volg onderstaande stappen als u de steeklengte
van een steek wilt wijzigen.
Voorbeeld:
Druk op om de steeklengte korter te maken.
o De waarde op de display wordt lager.
Druk op om de steeklengte langer te maken.
o De waarde op de display wordt hoger.
Draadspanning instellen
Misschien moet u de draadspanning wijzigen,
afhankelijk van de stof en draad waarmee u werkt.
Volg onderstaande stappen om instellingen te
wijzigen.
Juiste draadspanning
De bovendraad en de onderdraad moeten elkaar
ongeveer midden in de stof kruisen. Alleen de
bovendraad mag zichtbaar zijn aan de voorkant van
de stof, en alleen de onderdraad mag zichtbaar zijn
aan de achterkant van de stof.
a Achterkant
b Voorkant
c Bovendraad
d Onderdraad
Memo
Druk op om de wijzigingen die zijn
aangebracht aan de steek te controleren.
Druk op om de oorspronkelijke
instelling voor de steeklengte te herstellen.
VOORZICHTIG
Als de steken te dicht op elkaar zitten, stel dan
een langere steeklengte in voordat u verder
gaat. Naai niet verder zonder een langere
steeklengte in te stellen. Anders kan de naald
breken en hierdoor kunt u letsel oplopen.
INSTELLINGEN VAN DE STEKEN
68
Bovendraad is te strak
Als de onderdraad zichtbaar is aan de voorkant van
de stof, is de bovendraad te strak.
a Onderdraad
b Bovendraad
c Voorkant
d Er verschijnen plukjes op de voorkant van de stof
Druk op om de bovendraad losser te maken.
Bovendraad is te los
Als de bovendraad zichtbaar is aan de achterkant
van de stof, is de bovendraad te strak.
a Bovendraad
b Onderdraad
c Achterkant
d Er verschijnen plukjes op de achterkant van de stof
Druk op om de bovendraad strakker te maken.
Opmerking
Als de onderdraad onjuist is ingeregen, is de
bovendraad mogelijk te strak. Zie dan
"Spoel aanbrengen" (pagina 43) en rijg de
onderdraad opnieuw in.
Memo
Wanneer u klaar bent met naaien, verwijdert
u het spoelhuisdeksel en zorgt u dat de
draad zo loopt als hieronder aangegeven.
Als de draad niet loopt zoals hieronder
aangegeven, is de draad onjuist in de
spanningsveer van het spoelhuis ingebracht.
Breng de draad op de juiste manier in. Voor
meer informatie, zie pagina 43.
Opmerking
Als de bovendraad onjuist is ingeregen, is
de bovendraad mogelijk te los. Zie dan
"Bovendraad inrijgen" (pagina 46) en rijg de
bovendraad opnieuw in.
Memo
Druk op om de oorspronkelijke
instelling voor draadspanning te herstellen.
HANDIGE FUNCTIES
Grondbeginselen van naaien
69
2
HANDIGE FUNCTIES
Automatische verstevigingssteken
Als u na het kiezen van een steekpatroon de
functie Automatische verstevigingssteken
(achteruit naaien) aanzet voordat u met naaien
begint, worden er automatisch verstevigingssteken
(of achteruitsteken, afhankelijk van het
steekpatroon) genaaid aan het begin en het eind
van het naaiwerk.
a
Selecteer een steekpatroon.
b
Druk op om de functie automatische
verstevigingsteken in te stellen.
o De toets ziet er zo uit: .
c
Plaats de stof op het punt waar u wilt
beginnen en begin met naaien.
a Verstevigingssteken (of achteruitsteken)
o De machine naait automatisch verstevigingssteken
(of achteruitsteken) en gaat daarna door met naaien.
d
Druk op de "Achteruit/verstevigingssteektoets".
a Verstevigingssteken (of achteruitsteken)
o De machine naait verstevigingssteken (of
achteruitsteken) en stopt daarna.
Memo
Bij sommige steken, zoals voor
knoopsgaten en trenzen, moet u
verstevigingssteken naaien aan het begin
van het naaiwerk. Als u een van deze steken
kiest, wordt deze functie automatisch
aangezet (de toets ziet er uit als
wanneer de steek is geselecteerd).
Memo
Als u op de "Start/stoptoets" drukt om even
te stoppen met naaien, moet u nogmaals op
deze toets drukken als u weer door wilt
gaan. De machine naait nu geen
verstevigingssteken (of achteruitsteken)
meer aan het begin.
Memo
Als u de functie Automatische
verstevigingssteken wilt uitzetten, drukt u
nogmaals op de toets , die er dan zo
uitziet: .
HANDIGE FUNCTIES
70
Automatische draadkniptoets
Als u na het kiezen van een steekpatroon de
functie Automatisch draadknippen aanzet voordat
u begint met naaien, worden er automatisch
verstevigingssteken (of achteruitsteken, afhankelijk
van het steekpatroon) aan het begin en het eind
van het naaiwerk genaaid en worden de draden
aan het eind van het naaiwerk automatisch
afgeknipt. Deze functie is handig bij het naaien
van knoopsgaten en trenzen.
a
Selecteer een steekpatroon.
b
Druk op om de functie Automatisch
draadknippen in te stellen.
o De toets ziet er zo uit: .
c
Plaats de stof op het punt waar u wilt
beginnen en begin met naaien.
a Verstevigingssteken (of achteruitsteken)
o De machine naait automatisch verstevigingssteken
(of achteruitsteken) en gaat daarna door met naaien.
d
Druk op de "Achteruit/verstevigingssteektoets".
a Verstevigingssteken (of achteruitsteken)
o De machine naait verstevigingssteken (of
achteruitsteken) en knipt de draad daarna af.
Memo
Bij borduren wordt deze functie automatisch
ingesteld.
Memo
Als u op de "Start/stoptoets" drukt om even
te stoppen met naaien, moet u nogmaals op
deze toets drukken als u weer door wilt
gaan. De machine naait nu geen
verstevigingssteken (of achteruitsteken)
meer aan het begin.
Memo
Als u de functie Automatisch draadknippen
wilt uitzetten, drukt u nogmaals op de toets
, die er dan zo uitziet: .
HANDIGE FUNCTIES
Grondbeginselen van naaien
71
2
Gebruik van de kniehevel
De kniehevel stelt u in staat om de persvoet
omhoog en omlaag te zetten met uw knie. U hebt
dan beide handen vrij om de stof te
manoeuvreren.
a
Wijzig de bedieningsstand van de kniehevel
alvorens deze in de machine te steken.
Schuif de handgreep van de kniehevel iets
omhoog en draai deze terwijl u de druk
vermindert, zodat de handgreep op zijn
plaats klikt.
* De kniehevel kan in drie hoeken worden gezet.
a Kniehevelhandgreep
Draai de handgreep van de kniehevel totdat deze
vastklikt in de geselecteerde positie die voor u het
handigst is.
b
Zet de lipjes op de kniehevel tegenover de
groeven in de kniehevelaansluiting op de
voorkant van de machine. Steek de
kniehevel zo ver mogelijk naar binnen.
c
Met uw knie beweegt u de kniehevelstang
naar rechts om de persvoet omhoog te
zetten. Laat de kniehevel los om de
persvoet omlaag te zetten.
Wijzig de bedieningsstand van de kniehevel
alleen alvorens deze in de machine te steken.
Anders beschadigt de kniehevel mogelijk de
bevestigingssleuf op de voorkant van de
machine.
Opmerking
Als de stang van de kniehevel niet zo ver
mogelijk in de opening is gestoken, kan
deze er tijdens het gebruik uitschieten.
Zorg dat uw knie tijdens het naaien niet in de
buurt van de kniehevel komt. Als u tegen de
kniehevel stoot terwijl u met de machine aan
het werk bent, kan de draad breken of kan de
draadspanning verslappen.
Memo
Wanneer de persvoet omhoog staat,
beweegt u met uw knie de kniehevel naar
rechts en laat u vervolgens los om de
persvoet omlaag te zetten.
HANDIGE FUNCTIES
72
Spilfunctie
Als de spilinstelling is geselecteerd, stopt de
machine met de naald omlaag (in de stof) en wordt
de persvoet automatisch op de juiste hoogte gezet,
wanneer u op de "Start/stoptoets" drukt. Wanneer
u opnieuw op de "Start/stoptoets" drukt, wordt de
persvoet automatisch omlaag gezet en wordt het
naaien vervolgd. Deze functie is handig om de
machine te stoppen om van naairichting te
veranderen.
a
Selecteer een steek.
b
Druk op om de spilinstelling te
selecteren.
o De toets ziet er zo uit: .
VOORZICHTIG
Wanneer de spilinstelling is geselecteerd, start
de machine wanneer u op de "Start/stoptoets"
drukt of het voetpedaal indrukt, ook al staat de
persvoet omhoog. Houd handen en
voorwerpen uit de buurt van de naald. Anders
kunt u letsel oplopen.
Memo
Wanneer de spilinstelling is geselecteerd,
kunt u wijzigen op welke hoogte de persvoet
stopt wanneer u stopt met naaien, naar
gelang het soort stof dat u gebruikt. Druk op
om "Spilhoogte" op 2/7 van het
instellingenscherm te openen. Druk op
of op om een van de drie hoogten te
selecteren (3,2 mm, 5,0 mm of 7,5 mm). Als
u de persvoet verder omhoog wilt zetten,
verhoogt u de waarde. (Normaal is een
hoogte van 3,2 mm ingesteld.)
Opmerking
De "Naaldstand – OMHOOG/OMLAAG" (1/7
van het instellingenscherm) moet zijn
ingesteld op omlaag wilt u de
spilfunctie kunnen gebruiken. Wanneer
"Naaldstand - OMHOOG/OMLAAG" is
ingesteld op omhoog, wordt lichtgrijs
weergegeven en kan niet worden gebruikt.
U kunt de spilfunctie alleen gebruiken met
steken waarbij persvoet "J" of "N" is
aangegeven in de linkerbovenhoek van het
scherm. Wanneer u een andere steek hebt
geselecteerd, wordt lichtgrijs
weergegeven en kan niet worden gebruikt.
Zorg met de "Persvoettoets" dat de persvoet
omlaag staat. Druk vervolgens op de "Start/
stoptoets" om door te gaan met naaien.
Als de spilinstelling is geselecteerd, zijn
en naast "Hoogte persvoet" in het
instellingenscherm niet beschikbaar en kan
de instelling niet worden gewijzigd.
HANDIGE FUNCTIES
Grondbeginselen van naaien
73
2
c
Plaats de stof onder de persvoet met de
naald op het punt waar u wilt beginnen met
naaien en druk op de "Start/stoptoets". De
naaimachine begint te naaien.
d
Druk op de "Start/stoptoets" om de machine
te stoppen op het punt waar u van
naairichting wilt veranderen.
o De machine stopt met de naald in de stof en de
persvoet omhoog.
e
Draai de stof en druk op de "Start/stoptoets".
o De persvoet wordt automatisch omlaag gezet en het
naaien wordt vervolgd.
Automatische stofsensor
(automatische persvoetdruk)
De dikte van de stof wordt automatisch
gedetecteerd en de persvoetdruk wordt tijdens het
naaien automatisch aangepast met een interne
sensor, zodat de stof soepel wordt doorgevoerd.
De stofsensor werkt voortdurend tijdens het
naaien. Deze functie is handig om over dikke
naden te naaien (zie pagina 63), of te quilten (zie
pagina 102).
a
Druk op .
o Het instellingenscherm verschijnt.
b
Zet "Automatische stofsensor" aan.
c
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Memo
Als u op de "Start/stoptoets" drukt om te
pauzeren met naaien en opnieuw om door
te gaan, worden geen achteruitsteken (of
verstevigingssteken) genaaid.
HANDIGE FUNCTIES
74
Naaldstand – steek plaatsen
Wanneer "Naaldstand – steek plaatsen" is
ingeschakeld, wordt de naald iets omlaag gezet,
zodat u de steek precies kunt plaatsen. Druk
vervolgens op de "Naaldstandtoets" om de naald
geheel omlaag te zetten. Telkens wanneer u op de
"Naaldstandtoets" drukt, gaat de naald naar de
volgende stand. Wanneer "Naaldstand – steek
plaatsen" is uitgeschakeld, wordt de naald gewoon
met elke druk op de "Naaldstandtoets" omhoog-
en vervolgens omlaaggezet.
a Steekplaatsingmodus aan.
b Steekplaatsingmodus uit.
* Wanneer u de naald niet helemaal omlaag zet door
te drukken op de "Naaldstandtoets" wordt de
transporteur omlaaggezet. Dan kunt u de stof
verplaatsen om precies te bepalen waar de naald
neerkomt.
a
Druk op .
b
Zet "Naaldstand – steekplaatsing" aan of uit.
c
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Display vergrendelen
Als u de display vergrendelt voordat u begint met
naaien, worden de diverse instellingen, zoals de
steekbreedte en de steeklengte, vergrendeld en
kunnen deze niet worden gewijzigd. Hierdoor
voorkomt u dat de instellingen op het scherm per
ongeluk worden gewijzigd of dat de machine stopt
wanneer grote stukken stof worden genaaid of
grote naaiprojecten worden uitgevoerd. U kunt de
display vergrendelen tijdens het naaien van
normale naaisteken en lettersteken en decoratieve
steken.
a
Selecteer een steekpatroon.
b
Wijzig zo nodig de instellingen voor de
steekbreedte en de steeklengte.
c
Druk op om de scherminstellingen te
vergrendelen.
o De toets ziet er zo uit: .
HANDIGE FUNCTIES
Grondbeginselen van naaien
75
2
d
Voer het naaiwerk uit.
e
Wanneer u klaar bent met naaien, drukt u
opnieuw op om de instellingen te
ontgrendelen.
Naaldpositie controleren op het
scherm
Druk op om met de ingebouwde camera
het naaigebied te bekijken op de display. U kunt
de naaldlocatie bekijken van twee verschillende
hoeken, en waar de naald neerkomt, zelfs als de
naald niet omlaag is gezet.
o Het cameravenster verschijnt.
a SLUITEN
b WEERGAVEHOEK
c NAALDPOSITIE
d ZOOMEN
SLUITEN
Druk op deze toets om het scherm te sluiten.
WEERGAVEHOEK
Telkens wanneer u op drukt, schakelt de
camera tussen een vooraanzicht en een aanzicht
schuin van boven.
NAALDPOSITIE
Druk op om de plek waar de naald
neerkomt (naaldpositie) in het scherm aan te geven
met .
a Naaldpositie
ZOOMEN
Druk op om de afbeelding op het scherm te
vergroten. Druk opnieuw op om de
oorspronkelijke weergavegrootte van de afbeelding
te herstellen.
VOORZICHTIG
Als het scherm is vergrendeld ( ),
ontgrendelt u het scherm door op te
drukken. Als het scherm is vergrendeld, kunt u
geen andere toets bedienen.
De instellingen worden ontgrendeld wanneer
u de machine uitschakelt en weer inschakelt.
a
b
c
d
Opmerking
Het cameravenster verdwijnt wanneer u
begint te naaien.
Wanneer u dikke stof naait, geeft het
scherm mogelijk een andere plek voor het
neerkomen van de naald weer dan de
werkelijke.
a
HANDIGE FUNCTIES
76
Hoofdstuk 3
Naaisteken
NAAISTEKEN SELECTEREN.............................78
Stekenoverzichten.................................................................... 78
Steekpatroon kiezen ......................................................... 79
Gebruik van de spiegeltoets .....................................................79
Gebruik van de patroonafbeeldingtoets ................................... 80
Uw steekinstellingen opslaan in het geheugen.................. 81
Instellingen opslaan..................................................................81
Opgeslagen borduurpatronen ophalen.....................................82
NAAISTEKEN NAAIEN....................................83
Rechte steken.................................................................... 83
Naaldstand wijzigen (alleen voor steken met de linker- of
middelste naaldstand)...............................................................85
Stof uitlijnen met een markering op de steekplaat of het
spoelhuisdeksel (met markering)..............................................85
Stof uitlijnen met de persvoet "V" voor uitlijning verticale
steken....................................................................................... 86
Gebruik van de steekplaat voor rechte steken en de rechte-
steekvoet ..................................................................................86
Rijgsteken.................................................................................87
Figuurnaad........................................................................ 88
Plooien.............................................................................. 88
Engelse naad ..................................................................... 89
Gepaspelde naad .............................................................. 90
Zigzagsteken..................................................................... 91
Overhands naaien (met zigzagsteken)...................................... 91
Appliceren (met zigzagsteken) ................................................. 91
Patchwork (voor fantasiequilt) ................................................. 92
Bochten naaien (met zigzagsteken) .......................................... 92
Spoelhuisdeksel met koordgeleider (met zigzagsteek).............. 92
Elastische zigzagsteken ..................................................... 93
Band bevestigen ....................................................................... 93
Overhandse steken................................................................... 93
Overhandse steken ........................................................... 94
Overhandse steken met persvoet "G" ....................................... 94
Overhandse steken met persvoet "J".........................................95
Overhandse steken met de zijsnijder........................................96
Wanneer u rechte steken naait met de zijsnijder......................98
Quilten ............................................................................. 99
Aan elkaar zetten ................................................................... 102
Quilten................................................................................... 102
Appliceren..............................................................................103
Quilten met satijnsteken......................................................... 104
Fantasiequilten (vrij quilten)................................................... 105
Echoquilten met de vrije echoquiltvoet "E"............................. 108
Blindzoomsteken ............................................................ 111
Als de naald te ver op de zoomvouw komt.............................113
Als de naald niet op de vouw komt ........................................ 113
Appliceren ...................................................................... 113
Scherpe bochten naaien.........................................................114
Applicatiehoeken ...................................................................114
Schelprijgsteken.............................................................. 114
Schelpsteken................................................................... 115
Fantasiequilt ................................................................... 116
Smocksteken................................................................... 116
Fagotwerk....................................................................... 117
Band of elastiek bevestigen............................................. 117
Erfstukwerk......................................................................119
Zoomsteken (1) (bloemetjessteken).........................................119
Zoomsteken (2) (uitgetrokken steken (1)) ...............................119
Zoomsteken (3) (uitgetrokken steken (2)) ...............................120
Knoopsgaten in één stap..................................................121
Stretchstof naaien ...................................................................124
Knoopsgaten met aparte vormen/knopen die niet in de
knopenvoet passen..................................................................124
Knoopsgaten in vier stappen............................................125
Stoppen...................................................................................127
Trenzen ...........................................................................129
Trenzen op dikke stof..............................................................130
Knopen aanzetten............................................................131
4-gatsknoop bevestigen...........................................................132
Knoopvoet bevestigen.............................................................132
Oogje...............................................................................133
Steken in verschillende richtingen (rechte steek en
zigzagsteek) .....................................................................134
Rits inzetten.....................................................................135
Rits in het midden ...................................................................135
Zijrits inzetten.........................................................................136
Randen naaien.................................................................138
NAAISTEKEN SELECTEREN
78
NAAISTEKEN SELECTEREN
Stekenoverzichten
Er zijn 6 categorieën naaisteken. Als een paginanummer als volgt wordt aangegeven , is er meer dan één
steekkeuzescherm voor die categorie.
Rechte/Overhandse steken Decoratieve steken Erfstuksteken
Knoopsgaten/trenzen Steken in verschillende richtingen Quiltsteken
NAAISTEKEN SELECTEREN
Naaisteken
79
3
Steekpatroon kiezen
a
Zet de machine aan en druk op om
de naaisteken weer te geven.
o Ofwel "1-01 Rechte steek (links)" of "1-03 Rechte
steek (midden)" is geselecteerd, naar gelang de
instelling die is geselecteerd in het
instellingenscherm.
b
Kies met de
gewenste categorie.
* Druk op om naar de volgende pagina te gaan.
* Druk op om naar de vorige pagina te gaan.
a Voorbeeld van de geselecteerde steek
b Stekenoverzicht
c Weergavegrootte in procenten
c
Druk op de toets van het steekpatroon dat u
wilt gebruiken.
Gebruik van de spiegeltoets
Afhankelijk van het soort naaisteek dat u kiest, kunt
u een horizontaal spiegelbeeld van het steekpatroon
naaien.
Als oplicht wanneer u een steek selecteert,
kunt u een spiegelbeeld van die steek maken.
Druk op om een horizontaal spiegelbeeld te
maken van de geselecteerde steek.
De toets ziet er zo uit: .
Memo
Meer bijzonderheden over elke steek vindt u
in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan
het eind van deze gebruiksaanwijzing.
a
b
c
Opmerking
Als lichtgrijs is nadat u een steek hebt
geselecteerd, kunt u geen horizontaal
spiegelbeeld van de geselecteerde steek
maken, vanwege de soort steek of persvoet
die wordt aanbevolen (dit geldt o.a. voor
knoopsgaten en steken in verschillende
richtingen).
NAAISTEKEN SELECTEREN
80
Gebruik van de patroonafbeeldingtoets
U kunt een afbeelding van de geselecteerde steek
weergeven. U kunt de kleuren van de
schermafbeelding controleren en wijzigen.
a
Druk op .
o Er wordt een afbeelding van de geselecteerde steek
weergegeven.
b
Druk op om de draadkleur van de
steek op het scherm te wijzigen.
* Druk op om een vergrote afbeelding van de
steek weer te geven.
a Stekenscherm
c
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Memo
De kleur verandert telkens wanneer u op
drukt.
De maten van de steek worden
weergegeven in mm.
Opmerking
Als steken breder of groter zijn dan de
weergave, drukt u op de donkere pijlen om
het steekpatroon te verplaatsen, zodat u het
beter kunt zien.
a
NAAISTEKEN SELECTEREN
Naaisteken
81
3
Uw steekinstellingen opslaan in
het geheugen
De instellingen van de steekbreedte van zigzagsteken,
steeklengte, draadspanning, automatisch draadknippen
of automatische verstevigingssteken enz. worden voor
elk steekpatroon door de machine vooraf ingesteld.
Maar als u specifieke instellingen wilt bewaren om
later te gebruiken, kunt u de instellingen wijzigen en
voor die steek opslaan. Voor één steekpatroon kunt u
vijf groepen instellingen opslaan
.
Instellingen opslaan
a
Selecteer een steek. (Voorbeeld: )
b
Geef uw voorkeursinstellingen op.
c
Druk op .
o De instellingen worden opgeslagen en het
oorspronkelijke scherm verschijnt automatisch.
Memo
Als u probeert instellingen op te slaan,
wanneer er al 5 sets instellingen zijn
opgeslagen voor een steek, verschijnt de
boodschap "De zakken zijn vol. Wis een
patroon". Sluit het bericht en verwijder een
instelling volgens pagina 82.
NAAISTEKEN SELECTEREN
82
Opgeslagen borduurpatronen
ophalen
a
Selecteer een steek.
b
Druk op .
c
Druk op de nummertoets van de
instellingen die u wilt ophalen.
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder instellingen op te
halen.
a Nummertoetsen
d
Druk op .
o De opgeslagen instellingen zijn opgehaald en het
oorspronkelijke scherm verschijnt automatisch.
Memo
Wanneer u een steek selecteert, worden de
laatste opgehaalde instellingen weergegeven.
De laatste opgehaalde instellingen blijven
bewaard, ook al zet u de machine uit of
selecteert u een andere steek
.
Memo
Als u nieuwe instellingen wilt opslaan
wanneer er reeds 5 groepen zijn opgeslagen
voor een steek, drukt u op . Druk op
de nummertoets van de instelling die u wilt
wissen. Druk op , druk op en
vervolgens op . De nieuwe instelling
wordt opgeslagen in plaats van de zojuist
gewiste instelling.
U kunt alle opgeslagen instellingen wissen
door te drukken op .
a
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
83
3
NAAISTEKEN NAAIEN
Rechte steken
Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Tweeling-
naald
Autom.
Handmatig
Autom.
Handmatig
Rechte steek (links) Algemeen naaien, plooien,
gepaspelde naden enz.
Achteruitsteken worden genaaid
wanneer u op de "Achteruit/
verstevigingssteektoets" drukt.
0,0
(0)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
OK
(J)
Rechte steek (links)
Algemeen naaien, plooien,
gepaspelde naden enz.
Verstevigingssteken worden
genaaid wanneer u op de "Achteruit/
verstevigingssteektoets" drukt.
0,0
(0)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
OK
(J)
Rechte steek
(midden)
Algemeen naaien, plooien,
gepaspelde naden enz.
Achteruitsteken worden genaaid
wanneer u op de "Achteruit/
verstevigingssteektoets" drukt.
3,5
(1/8)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
OK
(J)
Rechte steek
(midden)
Algemeen naaien, plooien,
gepaspelde naden enz.
Verstevigingssteken worden
genaaid wanneer u op de "Achteruit/
verstevigingssteektoets" drukt.
3,5
(1/8)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
OK
(J)
Drievoudige
stretchsteek
Algemeen naaien voor versteviging
en decoratieve randen
0,0
(0)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Stamsteek Verstevigd naaien, naaien en
decoratieve toepassingen
1,0
(1/16)
1,0 - 3,0
(1/16 - 1/8)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Decoratieve steek Decoratieve steken, randen
stikken
0,0
(0)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Rijgsteek Rijgsteken
0,0
(0)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
20
(3/4)
5 - 30
(3/16 - 1-3/16)
NEE
a Linkernaaldstand
b Middelste naaldstand
a Achteruitsteek
b Verstevigingssteek
Memo
Staat er een dubbele boven de steek die u kiest, dan kunt u achteruitsteken naaien wanneer u de
"Achteruit/verstevigingssteektoets" ingedrukt houdt.
Staat er een boven de steek die u kiest, dan kunt u verstevigingssteken naaien wanneer u de
"Achteruit/verstevigingssteektoets" ingedrukt houdt (zie pagina 62).
NAAISTEKEN NAAIEN
84
a
Selecteer een steek.
b
Bevestig persvoet "J".
* Bevestig persvoet "N" wanneer u selecteert.
c
Houd de uiteinden van de draden en de stof
in uw linkerhand en draai het handwiel met
uw rechterhand naar u toe om de naald in
de stof te steken.
a Startpositie om te naaien
d
Zet de persvoet omlaag en houd de
"Achteruit/verstevigingssteektoets"
ingedrukt om drie à vier steken te naaien.
o De machine naait achteruit (of verstevigingssteken).
e
Druk op de "Start/Stoptoets" om vooruit te naaien.
a Achteruitsteken
o De naaimachine begint langzaam te naaien.
f
Als u klaar bent met naaien, houdt u de
"Achteruit/verstevigingssteektoets"
ingedrukt om drie à vier achteruitsteken (of
verstevigingssteken) aan het eind van de
naad te naaien.
g
Druk na het naaien op de "Draadkniptoets"
om de draden af te knippen.
VOORZICHTIG
Let op dat de naald tijdens het naaien geen
rijgspeld of enig ander voorwerp raakt. De
draad kan daardoor verstrikt raken of de naald
kan breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen.
Memo
Zijn de "Automatische draadkniptoets" en de
"Automatische verstevigingssteektoets" op
het scherm geselecteerd? Dan worden
automatisch verstevigingssteken (of
achteruitsteken) genaaid aan het begin van
het naaiwerk wanneer u op de "Start/
stoptoets" drukt. Druk op de "Achteruit/
verstevigingssteektoets" om
verstevigingssteken (of achteruitsteken) te
naaien en de draad automatisch af te
knippen aan het eind van het naaiwerk.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
85
3
Naaldstand wijzigen (alleen voor
steken met de linker- of middelste
naaldstand)
Wanneer u steken voor de linkernaaldstand of
middelste naaldstand kiest, kunt u met en
in het steekbreedtescherm de naaldstand wijzigen.
Stem de afstand van de rechterhoek van de persvoet
tot aan de naald af op de steekbreedte. Zet de rand
van de persvoet tijdens het naaien op één lijn met de
rand van de stof voor een aantrekkelijke afwerking.
a Steekbreedte
Voorbeeld:
Steken voor linkernaaldstand/middelste
naaldstand
Stof uitlijnen met een markering op
de steekplaat of het spoelhuisdeksel
(met markering)
Lijn tijdens het naaien de rand van de stof uit met de
16 mm-markering (ca. 5/8 inch) op de steekplaat of
het spoelhuisdeksel (met markering) naar gelang de
naaldstand (alleen voor steken met de linker of
middelste naaldstand).
Voor steken die u naait met de linkernaaldstand
(Steekbreedte: 0,0 mm)
a Naad
b Persvoet
c Centimeter
d Inch
e Steekplaat
f 16 mm (5/8 inch)
Voor steken die u naait met de middelste naaldstand
(Steekbreedte: 3,5 mm)
a Naad
b Persvoet
c Inch
d Spoelhuisdeksel (met markering)
e 16 mm (5/8 inch)
12,0 mm
(ca.
1/2 inch)
8,5 mm
(ca.
11/32 inch)
6,5 mm
(ca.
1/4 inch)
5,0 mm
(ca.
3/16 inch)
NAAISTEKEN NAAIEN
86
Stof uitlijnen met de persvoet "V"
voor uitlijning verticale steken
Naai terwijl u de rechterrand van de stof uitgelijnd
houdt met de gewenste markeringpositie op de voet
"V" voor de uitlijning van verticale steken.
U kunt de voet "V" voor de uitlijning van verticale
steken ook gebruiken om automatisch een
steekbreedte in te stellen met de ingebouwde
camera (zie pagina 138).
a Naad
b Voet "V" voor uitlijning van verticale steken
c Markeringen
Gebruik van de steekplaat voor
rechte steken en de rechte-steekvoet
De steekplaat voor rechte steken en de rechte-
steekvoet kunt u alleen gebruiken voor rechte steken
(steken met de linkernaaldstand). Gebruik de
steekplaat voor rechte steken en de rechte-steekvoet
wanneer u dunne stof naait, of wanneer u kleine
stukken naait die in het gat van de normale
steekplaat zakken tijdens het naaien. De rechte-
steekvoet is prima om oprimpelen van lichte stof
tegen te gaan. De kleine opening op de voet biedt
steun voor de stof, terwijl de naald door de stof gaat.
a
Druk op de "Naaldstandtoets" om de naald
omhoog te zetten, en zet de machine uit of
druk op .
b
Verwijder de naald en de persvoethouder
(zie zie pagina 55 t/m 56).
c
Verwijder de accessoiretafel of de
borduurtafel als deze aan de machine
bevestigd zijn.
d
Pak beide zijden van het steekplaatdeksel
en schuif dit naar u toe.
a Steekplaatdeksel
e
Pak het spoelhuis en trek het uit.
a Spoelhuis
f
Draai met de bijgeleverde schijfvormige
schroevendraaier de normale steekplaat los.
g
Installeer de steekplaat voor rechte steken
en draai deze vast met de schijfvormige
schroevendraaier.
a Rond gat
VOORZICHTIG
Gebruik de rechte-steekvoet altijd in combinatie
met de steekplaat voor rechte steken.
Opmerking
Plaats de twee schroefgaten van de
naaldplaat op de twee gaten van de
machine. Draai met de bijgeleverde
schijfvormige schroevendraaier de
schroeven in de naaldplaat.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
87
3
h
Plaats het spoelhuis in de oorspronkelijke
stand en bevestig het steekplaatdeksel.
i
Nadat u het steekplaatdeksel opnieuw hebt
geïnstalleerd, selecteert u een van de rechte
steken.
j
Plaats de naald en bevestig de rechte-
steekvoet.
a Inkeping
b Pen
k
Begin met naaien.
* Wanneer u klaar bent met naaien, verwijder dan de
steekplaat voor rechte steken en de rechte-steekvoet
en installeer de normale steekplaat en het
steekplaatdeksel en persvoet "J" opnieuw.
Rijgsteken
a
Selecteer en bevestig persvoet "J".
b
Druk op de "Achteruit/verstevigingssteektoets"
om verstevigingssteken te naaien en ga daarna
door met naaien.
c
Begin met naaien en houd de stof
ondertussen strak.
d
Beëindig het rijgwerk met verstevigingssteken.
Memo
Wanneer u de steekplaat voor rechte steken
gebruikt, worden alle rechte steken steken
voor de middelste naaldstand. U kunt de
naaldstand niet wijzigen op het
breedtescherm.
Zorg dat de steekplaat goed is bevestigd,
alvorens het spoelhuis in de oorspronkelijke
stand te plaatsen.
VOORZICHTIG
Wanneer u andere steken selecteert, verschijnt
een foutmelding.
Draai het handwiel langzaam naar u toe (tegen
de klok in) alvorens u gaat naaien. Controleer
dat de naald de rechte-steekvoet en de
steekplaat voor rechte steken niet raakt.
Memo
Voorkom oprimpelen van fijne stof door te
naaien met een fijne naald, formaat 75/11
en korte steken. Voor zware stof gebruikt u
een zwaardere naald, formaat 90/14 en
langere steken.
Memo
Wanneer u plooit met de rijgsteek, gebruik
dan geen verstevigingssteek aan het begin,
maar zet de persvoet omhoog, draai het
handwiel naar u toe (tegen de klok in), haal
de spoeldraad omhoog en trek een stuk
boven- en onderdraad naar de achterkant van
de machine.
U kunt een steeklengte instellen tussen 5 mm
(ca. 3/16 inch) en 30 mm (ca. 1-3/16 inch).
a
Tussen 5 mm (ca. 3/16 inch) en 30 mm (ca. 1-3/16 inch)
NAAISTEKEN NAAIEN
88
Figuurnaad
a
Selecteer en bevestig persvoet "J".
b
Naai een steek achteruit aan het begin van
de figuurnaad. Naai vervolgens van het
brede eind naar het andere, zonder de stof
uit te rekken.
* Als automatische verstevigingssteken vooraf is
ingesteld, wordt automatisch een verstevigingssteek
genaaid aan het begin van het naaiwerk.
a Rijgsteken
c
Knip de draad aan het eind af. Laat hierbij
50 mm (ca.1-15/16 inch) over en knoop
deze einden aan elkaar.
* Naai geen steek achteruit aan het eind.
d
Steek het eind van de draad met een
handnaald in de figuurnaad.
e
Strijk de figuurnaad met de strijkbout naar
één kant, zodat deze vlak wordt.
Plooien
Voor tailles van jurken, mouwen van blouses, enz.
a
Selecteer een rechte steek en bevestig
persvoet "J".
b
Stel de steeklengte in op 4,0 mm (ca.
3/16 inch) en de draadspanning op ca. 2.0
(lagere spanning).
* Wanneer u drukt op na te hebben
gedrukt op en vervolgens op
, wordt de steeklengte automatisch
ingesteld op 4,0 mm (ca. 3/16 inch) en de
draadspanning automatisch op 2.0.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
89
3
c
Trek de onder- en bovendraad
50 mm (ca. 1-15/16 inch) uit (zie pagina 45).
a Bovendraad
b Onderdraad
c Ongeveer 50 mm (ca. 1-15/16 inch)
d
Naai twee rijen rechte steken parallel aan
de naadlijn. Knip vervolgens de overtollige
draad af. Laat ongeveer 50 mm draad (ca.
1-15/16 inch) over.
a Naadlijn
b 10 tot 15 mm (ca. 3/8 inch tot 9/16 inch)
c Ongeveer 50 mm (ca. 1-15/16 inch)
e
Trek de onderdraden uit tot u de gewenste
plooi hebt en knoop de draden vast.
f
Strijk de plooien.
g
Naai op de naadlijn en verwijder de
rijgsteek.
Engelse naad
Om naden te verstevigen en randen netjes af te
werken.
a
Selecteer en bevestig persvoet "J".
b
Naai de afwerkingslijn. Knip de helft van de
marge vanaf de kant waar de Engelse naad
moet komen.
* Wanneer automatisch draadknippen en
automatische verstevigingssteken vooraf zijn
ingesteld, worden aan het begin van het naaiwerk
automatisch verstevigingssteken genaaid. Druk op
de "Achteruit/verstevigingssteektoets" om een
verstevigingssteek te naaien en de draad
automatisch af te knippen aan het eind van het
naaiwerk.
a Ongeveer 12 mm (ca. 1/2 inch)
b Achterkant
c
Spreid de stof uit langs de afwerkingslijn.
a Afwerkingslijn
b Achterkant
d
Leg beide marges aan de kant van de
smallere naad (geknipte naad) en strijk ze.
a Achterkant
NAAISTEKEN NAAIEN
90
e
Vouw de bredere marge rond de smallere
en naai de rand van de vouw.
a Achterkant
Engelse naad voltooid
a Voorkant
Gepaspelde naad
a
Breng langs de vouwen op de achterkant
van de stof een markering aan.
a Achterkant
b
Draai de stof om en strijk alleen de
gevouwen gedeelten.
a Voorkant
c
Selecteer en bevestig persvoet "I".
d
Naai een rechte steek langs de vouw.
* Wanneer automatisch draadknippen en
automatische verstevigingssteken vooraf zijn
ingesteld, worden aan het begin van het naaiwerk
automatisch verstevigingssteken genaaid. Druk op
de "Achteruit/verstevigingssteektoets" om een
verstevigingssteek te naaien en de draad
automatisch af te knippen aan het eind van het
naaiwerk.
a Breedte voor gepaspelde naad
b Achterkant
c Voorkant
e
Strijk de vouwen in dezelfde richting.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
91
3
Zigzagsteken
Zigzagsteken zijn handig bij het overhands naaien, applicaties, patchwork en vele andere toepassingen.
Kies een steek en bevestig persvoet "J".
Staat er een dubbele boven de steek die u kiest, dan kunt u achteruitsteken naaien wanneer u de
"Achteruit/verstevigingssteektoets" ingedrukt houdt.
Staat er een boven de steek die u kiest, dan kunt u verstevigingssteken naaien wanneer u de "Achteruit/
verstevigingssteektoets" ingedrukt houdt (zie pagina 62).
a
Selecteer een steek.
b
Bevestig persvoet "J".
Overhands naaien (met zigzagsteken)
Naai zo overhands langs de rand van de stof dat de
naald in de rechternaaldpositie (waar de naald
neerkomt) zich net buiten de rand van de stof bevindt.
a Naaldpositie
Appliceren (met zigzagsteken)
Zet de applicatie met textiellijm of rijgsteken aan de
stof en naai deze daarna vast.
* Naai zigzagsteken terwijl u de naald in de
rechternaaldpositie net buiten de rand van de stof houdt.
Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Tweelingnaald
Autom. Handmatig Autom. Handmatig
Zigzagsteek Overhands naaien, repareren.
Achteruitsteken worden genaaid
wanneer u op de "Achteruit/
verstevigingssteektoets" drukt.
3,5
(1/8)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
1,4
(1/16)
0,0 - 4,0
(0 - 3/16)
OK
(J)
Zigzagsteek
Overhands naaien, repareren.
Verstevigingssteken worden
genaaid wanneer u op de "Achteruit/
verstevigingssteektoets" drukt.
3,5
(1/8)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
1,4
(1/16)
0,0 - 4,0
(0 - 3/16)
OK
(J)
Zigzagsteek
(rechts)
Beginnen vanuit rechternaaldstand,
zigzagnaaien links.
3,5
(1/8)
2,5 - 5,0
(3/32 - 3/16)
1,4
(1/16)
0,3 - 4,0
(1/64 - 3/16)
OK
(J)
Zigzagsteek (links)
Beginnen vanuit linkernaaldstand,
zigzagnaaien rechts.
3,5
(1/8)
2,5 - 5,0
(3/32 - 3/16)
1,4
(1/16)
0,3 - 4,0
(1/64 - 3/16)
OK
(J)
NAAISTEKEN NAAIEN
92
Patchwork (voor fantasiequilt)
Sla de gewenste breedte van de stof om en leg deze
op de stof eronder. Naai vervolgens zo dat de steken
over beide stukken stof heen gaan.
Bochten naaien (met zigzagsteken)
Maak de steeklengte korter om een mooie steek te
krijgen. Naai langzaam en houd de naad parallel
aan de rand van de stof, terwijl u de stof om de
bocht heen leidt.
Spoelhuisdeksel met koordgeleider
(met zigzagsteek)
a
Verwijder het spoelhuisdeksel van de
machine (zie pagina 43).
b
Rijg de contourdraad van boven naar onder
door het gat in het spoelhuisdeksel met
koordgeleider. Plaats de draad in de
inkeping achter op het spoelhuisdeksel met
koordgeleider.
a Inkeping
b Contourdraad
c
Klik het spoelhuisdeksel met koordgeleider
op zijn plaats. Let op dat de contourdraad
vrij kan worden doorgevoerd.
* Controleer of niets in de weg zit wanneer de draad
wordt doorgevoerd.
d
Stel de zigzagbreedte in op 2,0 - 2,5 mm
(ca. 1/16 - 3/32 inch).
e
Bevestig persvoet "N".
f
Plaats de stof met de voorkant naar boven
op het koord en plaats het koord naar de
achterkant van de machine onder de
persvoet.
a Stof (voorkant)
b Contourdraad
g
Zet de persvoet omlaag en naai een
decoratieve afwerking.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
93
3
Elastische zigzagsteken
Gebruik elastische zigzagsteken bij het bevestigen van band, overhands naaien, stoppen of vele andere
toepassingen.
a
Selecteer een steek.
b
Bevestig persvoet "J".
Band bevestigen
Leg het band plat neer. Naai het band op de stof
terwijl u het band plat trekt.
a Band
Overhandse steken
Gebruik deze steek om overhands te naaien op de
rand van stretchstof. Naai zo overhands langs de
rand van de stof dat de naald in de
rechternaaldpositie (waar de naald neerkomt) zich
net buiten de rand van de stof bevindt.
Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Tweelingnaald
Autom
.
Handmatig
Autom.
Handmatig
Elastische zigzag in
2 stappen
Overhands naaien (middelzware
stof en stretchstof), band en
elastiek
5,0
(3/16)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 1/16)
OK
(J)
Elastische zigzag in
2 stappen
Overhands naaien (middelzware
stof en stretchstof), band en
elastiek
5,0
(3/16)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 1/16)
OK
(J)
Elastische zigzag in
3 stappen
Overhands naaien (middelzware
en zware stof en stretchstof),
band en elastiek
5,0
(3/16)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 1/16)
OK
(J)
NAAISTEKEN NAAIEN
94
Overhandse steken
Te gebruiken voor de rand van naden in rokken of broeken, en de rand van alle geknipte stukken.
Afhankelijk van de overhandse steek die u selecteert, gebruikt u persvoet "G", persvoet "J" of de zijsnijder.
Overhandse steken met persvoet "G"
a
Kies een steek en bevestig persvoet "G".
b
Zet de persvoet zo omlaag dat de
persvoetgeleider precies tegen de rand van
de stof komt.
c
Naai langs de persvoetgeleider.
a Geleider
Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Tweelingnaald
Autom. Handmatig Autom. Handmatig
Overhandse steek Verstevigd naaien van lichte en
middelmatig zware stof
3,5
(1/8)
2,5 - 5,0
(3/32 - 3/16)
2,0
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Overhandse steek
Verstevigd naaien van zware stof
5,0
(3/16)
2,5 - 5,0
(3/32 - 3/16)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Overhandse steek
Verstevigd naaien van
middelzware en zware stof en
stof die snel rafelt of decoratief
naaiwerk.
5,0
(3/16)
3,5 - 5,0
(1/8 - 3/16)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
VOORZICHTIG
Nadat u de steekbreedte hebt aangepast,
draait u het handwiel naar u toe (tegen de klok
in). Controleer of de naald de persvoet niet
raakt. Als de naald de persvoet raakt, kan de
naald breken en letsel veroorzaken.
a De naald mag de middenstang niet raken
Als de persvoet in de hoogste stand staat, raakt
de naald de persvoet mogelijk.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
95
3
Overhandse steken met persvoet "J"
a
Kies een steek en bevestig persvoet "J".
b
Zorg dat de naald tijdens het naaien net
naast de stofrand valt.
a Naaldpositie
Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Tweelingnaald
Autom. Handmatig Autom. Handmatig
Overhandse steek
Verstevigd naaien van naden bij
stretchstof
5,0
(3/16)
0,0 - 7,0
(0 - 9/32)
2,5
(3/32)
0,5 - 4,0
(1/32 - 3/16)
OK
(J)
Overhandse steek
Verstevigd naaien van
middelzware stretchstof en zware
stof of voor decoratieve steken
5,0
(3/16)
0,0 - 7,0
(0 - 9/32)
2,5
(3/32)
0,5 - 4,0
(1/32 - 3/16)
OK
(J)
Overhandse steek
Verstevigd naaien van stretchstof
of voor decoratieve steken
4,0
(3/16)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
4,0
(3/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Overhandse steek Naden van gebreide
stretchstoffen
5,0
(3/16)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
4,0
(3/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Enkelvoudige ruit
overhandse steek
Verstevigd naaien van naden bij
stretchstof
6,0
(15/64)
1,0 - 7,0
(1/16 - 1/4)
3,0
(1/8)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Enkelvoudige ruit
overhandse steek
Verstevigd naaien van stretchstof
6,0
(15/64)
1,0 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,8
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
NAAISTEKEN NAAIEN
96
Overhandse steken met de zijsnijder
Wanneer u de zijsnijder gebruikt, kunt u overhands naaien terwijl de stof wordt ingesneden.
a
Selecteer een steek.
b
Volg de stappen op pagina 54 om de
persvoet te verwijderen.
c
Rijg de naald in (zie pagina 46).
d
Plaats de vork van de hendel van de
zijsnijder op de naaldklemschroef.
a Naaldklemschroef
b Hendel
VOORZICHTIG
Aanbevolen steken worden aangegeven met "S" in de rechter benedenhoek. Selecteer dus alleen een van
deze onderstaande steken. Als u een andere steek gebruikt, kan de naald de persvoet raken en breken.
Hierdoor kunt u letsel oplopen.
Opmerking
Rijg de naald handmatig in wanneer u de zijsnijder gebruikt, of bevestig de zijsnijder pas nadat u de
naald hebt ingeregen met de "Automatisch inrijgentoets".
Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Tweelingnaald
Autom. Handmatig Autom. Handmatig
Met zijsnijder Rechte steek tijdens
afknippen van stof
0,0
(0)
0,0 - 2,5
(0 - 3/32)
2,5
(3/32)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Met zijsnijder Zigzagsteek tijdens afknippen
van stof
3,5
(1/8)
3,5 - 5,0
(1/8 - 3/16)
1,4
(1/16)
0,0 - 4,0
(0 - 3/16)
NEE
Met zijsnijder Overhandse steek tijdens
afknippen van stof
3,5
(1/8)
3,5 - 5,0
(1/8 - 3/16)
2,0
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Met zijsnijder Overhandse steek tijdens
afknippen van stof
5,0
(3/16)
3,5 - 5,0
(1/8 - 3/16)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Met zijsnijder Overhandse steek tijdens
afknippen van stof
5,0
(3/16)
3,5 - 5,0
(1/8 - 3/16)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Memo
Zorg dat de vork van de hendel stevig op de
schroef zit.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
97
3
e
Plaats de zijsnijder zo dat de pen van de
zijsnijder tegenover de inkeping op de
persvoethouder staat. Zet vervolgens de
persvoet omlaag.
a Inkeping in persvoethouder
b Pen
o De zijsnijder is bevestigd.
f
Zet de persvoet omhoog en trek een lang
stuk bovendraad uit. Leid de draad onder de
persvoet en trek deze uit in de richting
waarin de stof wordt doorgevoerd.
a Persvoet
b Bovendraad
g
Snijd de stof ongeveer 20 mm (ca. 3/4 inch) in.
a 20 mm (ca. 3/4 inch)
h
Plaats de stof zo dat de rechterkant van de
snee boven de geleiderplaat ligt en de
linkerkant onder de persvoet.
a Geleiderplaat (onderste mesje)
b Persvoet
c Bovendraad
Memo
Als de stof niet juist is geplaatst, wordt de
stof niet afgesneden.
NAAISTEKEN NAAIEN
98
i
Zet de persvoet omlaag en begin met
naaien.
o Een marge wordt afgesneden terwijl u naait.
Wanneer u rechte steken naait met
de zijsnijder
De marge tot aan de naad moet ongeveer 5 mm
(ca. 3/16 inch) zijn.
a Marge tot aan de naad
VOORZICHTIG
Wanneer u de zijsnijder gebruikt, naait
u op lage tot medium snelheid. Raak
de messen of de bedieningshendel van
de zijsnijder tijdens het naaien niet
aan. Daardoor zou u letsel kunnen
oplopen of schade kunnen
veroorzaken.
a Geleiderplaat (onderste mesje)
b Bovenmes
c Bedieningshendel
Opmerking
Nadat u de breedte hebt aangepast, draait u
het handwiel naar u toe (tegen de klok in).
Controleer of de naald de zijsnijder niet
raakt. Als de naald de zijsnijder raakt, kan
de naald breken.
Memo
De stof wordt niet ingesneden als de stof
helemaal onder de geleiderplaat van de
persvoet is uitgespreid. Plaats de stof zoals
is uitgelegd in stap
h van het vorige
gedeelte en begin te naaien.
Er kan een laag van 350 grams spijkerstof
worden ingesneden.
Reinig de zijsnijder na gebruik om te
voorkomen dat er stof en stukjes draad op
blijven zitten.
Breng zo nodig een klein beetje olie op de
snijrand van de zijsnijder aan.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
99
3
Quilten
Met deze machine kunt snel en eenvoudig prachtige quilts maken. Bij het maken van een quilt is het
handig om de kniehevel en het voetpedaal te gebruiken. U hebt dan uw handen vrij voor andere taken
("Gebruik van het voetpedaal" op pagina 61 en/of "Gebruik van de kniehevel" op pagina 71).
De 30 quiltsteken Q-01 tot en met Q-30 en de naaisteken met "P" of "Q" op de desbetreffende toets zijn
nuttig voor quilten.
De "P" of "Q" onder de toets geeft aan dat deze steken zijn bestemd voor quilten (Q) en patchwork/
piecing, oftewel aan elkaar zetten (P).
Steek Steeknaam
Persvoet
Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Tweelingnaald
Autom.
Handmatig
Autom.
Handmatig
Verbindingssteek
(midden)
Aan elkaar zetten/patchwork
2,0
(1/16)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Verbindingssteek
(rechts)
Aan elkaar zetten/patchwork
6,5 mm (ca. 1/4 inch) marge
rechts
5,50
(7/32)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
2,0
(1/16)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Verbindingssteek
(links)
Aan elkaar zetten/patchwork
6,5 mm (ca. 1/4 inch) marge
links
1,50
(1/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
2,0
(1/16)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Quiltsteek met
handgemaakt uiterlijk
Quiltsteek die eruitziet als
handgenaaid
3,50
(1/8)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Rijgsteek
Rijgsteken
3,50
(1/8)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
20
(3/4)
5 - 30
(3/16 - 1-3/16)
NEE
Stamsteek
Verstevigd naaien, naaien
en decoratieve
toepassingen
1,00
(1/16)
1,00 - 3,00
(1/16 - 1/8)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zigzagsteek voor
quiltapplicatie
Zigzagsteek voor quilts en
naaien op geappliceerde
quiltstukken
3,50
(1/8)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
1,6
(1/16)
0,0 - 4,0
(0 - 3/16)
NEE
Zigzagsteek (rechts)
Beginnen vanuit
rechternaaldstand,
zigzagnaaien links
3,50
(1/8)
2,50 - 5,00
(3/32 - 3/16)
1,6
(1/16)
0,3 - 4,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Zigzagsteek (links)
Beginnen vanuit
linkernaaldstand,
zigzagnaaien rechts
3,50
(1/8)
2,50 - 5,00
(3/32 - 3/16)
1,6
(1/16)
0,3 - 4,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Elastische zigzag in 2
stappen
Overhands naaien
(middelzware stof en
stretchstof), band en
elastiek
5,00
(3/16)
1,50 - 7,00
(1/16 - 1/4)
1,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Elastische zigzag in 3
stappen
Overhands naaien
(middelzware en zware stof
en stretchstof), band en
elastiek
5,00
(3/16)
1,50 - 7,00
(1/16 - 1/4)
1,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Appliceersteek voor
quilts
Quiltsteek voor onzichtbare
applicatie of het bevestigen
van band
2,00
(1/16)
0,50 - 5,00
(1/64 - 3/16)
2,0
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Schelprijgsteek voor
randen
Afwerking met
schelprijgsteek
4,00
(3/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
0,2 - 4,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Dekensteek
Applicaties, decoratieve
dekensteek
3,50
(1/8)
2,50 - 7,00
(3/32 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,6 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
NAAISTEKEN NAAIEN
100
Stippelsteek voor
quilts
Quilten achtergrond
7,00
(1/4)
1,00 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,6
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Overhandse steek
Naden van gebreide
stretchstoffen
5,00
(3/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
4,0
(3/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Band bevestigen
Band bevestigen aan zoom
in stretchstof
5,50
(3/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
1,4
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Serpentsteek
Decoratieve steken en
elastiek bevestigen
5,00
(3/16)
1,50 - 7,00
(1/16 - 1/4)
2,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Veersteek
Fagotsteken, decoratieve
steken
5,00
(3/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Fagot kruissteek
Fagotsteken, brugsteken en
decoratieve steken
5,00
(3/16)
2,50 - 7,00
(3/32 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Couching-steek
Decoratieve steken voor
bevestigen koord en
couching
5,00
(3/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
1,2
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Dubbele
overlocksteek voor
patchwork
Patchworksteken,
decoratieve steken
5,00
(3/16)
2,50 - 7,00
(3/32 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Smocksteek
Smockwerk, decoratieve
steken
5,00
(3/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
1,6
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zigzag sierzoomsteek
Decoratieve afwerksteken
4,00
(3/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Decoratieve steek
Decoratieve steken en
applicaties
6,00
(15/64)
1,00 - 7,00
(1/16 - 1/4)
1,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Decoratieve steek
Decoratieve steek
5,50
(3/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
1,6
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zoomsteken
Erfstukwerk, decoratieve
zomen
5,00
(3/16)
1,50 - 7,00
(1/16 - 1/4)
2,0
(1/16)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zoomsteken
Decoratieve zomen en
brugsteek
6,00
(15/64)
1,50 - 7,00
(1/16 - 1/4)
2,0
(1/16)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Enkelvoudige ruit
overhandse steek
Verstevigd naaien van
naden bij stretchstof
6,00
(15/64)
1,00 - 7,00
(1/16 - 1/4)
3,0
(1/8)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Overhandse steek
Verstevigd naaien van
stretchstof of voor
decoratieve steken
4,00
(3/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
4,0
(3/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Verbindingssteek
(rechts)
Aan elkaar zetten/patchwork
6,5 mm (ca. 1/4 inch) marge
links
5,5
(7/32)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,0
(1/16)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Verbindingssteek
(midden)
Aan elkaar zetten/patchwork
2,0
(1/16)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Steek Steeknaam
Persvoet
Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Tweelingnaald
Autom.
Handmatig
Autom.
Handmatig
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
101
3
Verbindingssteek
(links)
Aan elkaar zetten/patchwork
6,5 mm (ca. 1/4 inch) marge
links
1,5
(1/16)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,0
(1/16)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Quiltsteken met
handgemaakt uiterlijk
Quiltsteek die eruitziet als
handgenaaid
0,0
(0)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zigzagsteek voor
quiltapplicatie
Zigzagsteek voor quilts en
naaien op geappliceerde
quiltstukken
3,5
(1/8)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
1,4
(1/16)
0,0 - 4,0
(0 - 3/16)
NEE
Appliceersteek voor
quilts
Quiltsteek voor onzichtbare
applicatie of het bevestigen
van band
1,5
(1/16)
0,5 - 5,0
(1/64 - 3/16)
1,8
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Stippelsteek voor
quilts
Quilten achtergrond
7,0
(1/4)
1,0 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,6
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Steek Steeknaam
Persvoet
Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Tweelingnaald
Autom.
Handmatig
Autom.
Handmatig
Memo
Wanneer u een steekpatroon in de categorie
Quiltsteken (Q-02 t/m Q-30) selecteert, kunt
u fijnere steekbreedtes selecteren dan
beschikbaar zijn in de andere categorieën.
Bijvoorbeeld: Steek Q-03 heeft 57
naaldstanden en Q-19 heeft 29
breedtemogelijkheden.
Opmerking
Het breedtebereik van steekinstellingen is
alleen beschikbaar in de Q-categorie van
quiltsteken.
NAAISTEKEN NAAIEN
102
Aan elkaar zetten
Dit is het aan elkaar zetten van twee stukken stof.
Als u stukken stof voor quiltstukken knipt of snijdt,
neem dan een marge van 6,5 mm (ca. 1/4 inch).
a
Selecteer of en bevestig persvoet "J".
b
Leg de rand van de stof langs de rand van de
persvoet en begin met naaien.
* Wilt u een marge van 6,5 mm (ca. 1/4 inch) naaien
langs de linkerrand van de persvoet met
geselecteerd, dan moet u de breedte instellen op
5,50 mm (ca. 7/32 inch).
a 6,5 mm (ca. 1/4 inch)
* Wilt u een marge van 6,5 mm (ca. 1/4 inch) naaien
langs de linkerrand van de persvoet met
geselecteerd, dan moet u de breedte instellen op
1,50 mm (ca. 1/32 inch).
a 6,5 mm (ca. 1/4 inch)
* De naaldstand kunt u wijzigen met of in
het breedtescherm.
Quilten
Quilten is het aan elkaar zetten van de bovenkant,
de wattering en de onderkant van de quilt. U kunt
de quilt naaien met de boventransportvoet, zodat de
bovenkant, wattering en achterkant niet schuiven.
De boventransportvoet heeft een transporteur die
tijdens het naaien samen beweegt met de
transporteur in de steekplaat.
Voor quilten met een rechte lijn gebruikt u de
boventransportvoet en de steekplaat voor rechte
steken. Selecteer altijd een rechte steek (middelste
naaldstand) als u de steekplaat voor rechte steken
gebruikt.
a
Selecteer , of .
b
Boventransportvoet bevestigen (zie pagina 55).
c
Plaats een hand aan beide kanten van de
persvoet om de stof stevig vast te houden.
Memo
Een rechte steek (middelste naaldstand)
kunt u gemakkelijker vloeiend naaien (zie
pagina 83).
Opmerking
Rijg de naald handmatig in wanneer u de
boventransportvoet gebruikt, of bevestig de
boventransportvoet pas nadat u de naald
hebt ingeregen met de "Automatisch
inrijgentoets".
Memo
Naai op langzame tot middelmatige snelheid.
Naai niet achteruit en geen steken waarvoor
u zijwaarts of achterwaarts moet invoeren.
Controleer altijd of de quiltvoorkant stevig
geregen is voordat u begint te naaien. Om
quilts te naaien met de machine zijn
speciale naalden en draden verkrijgbaar.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
103
3
Appliceren
a
Trek het patroon over op de applicatiestof
en snijd het rondom af. Laat daarbij een
marge van 3 tot 5 mm (1/8 tot 3/16 inch)
over.
a Marge: 3 - 5 mm
(ca. 1/8 - 3/16 inch)
b
Plaats een stuk steunstof, afgeknipt op de
maat van het uiteindelijke appliqué-
ontwerp, op de stof en vouw met een
strijkijzer de marge tot aan de naad om.
Knip de bochten zo nodig af.
c
Keer de applicatie om en zet de steunstof
vast met rijgspelden of rijgsteken.
d
Selecteer en bevestig persvoet "J".
e
Zet de applicatie vast met de
quiltapplicatiesteek. Naai rond de rand en
laat de naald daarbij zo dicht mogelijk bij
de rand komen.
a Appliceren
b Naaldpositie
VOORZICHTIG
Zorg dat de naald tijdens het naaien geen
rijgspeld raakt. Als de naald een rijgspeld
raakt, kan de naald breken en letsel
veroorzaken.
NAAISTEKEN NAAIEN
104
Met de appliceertechniek kunt u applicatieontwerpen
bevestigen zoals de drie hieronder.
Quilten met satijnsteken
Gebruik het voetpedaal om satijnsteken te naaien.
Dan hebt u meer greep op de stof. Als u de
steekbreedte instelt met de schuifknop voor
snelheidsregeling, kunt u tijdens het naaien de
steekbreedte enigszins wijzigen.
a
Bevestig het voetpedaal (zie pagina 61).
b
Selecteer en bevestig persvoet "J".
c
Druk op in het lengtescherm om de
steeklengte korter te maken.
d
Druk op als u de steekbreedte wilt
regelen met de schuifknop voor
snelheidsregeling.
e
Zet de breedte-regeling aan.
f
Druk op .
o U keert dan terug naar het oorspronkelijke scherm.
g
Begin met naaien.
* U kunt tijdens het naaien de steekbreedte wijzigen
door de schuifknop voor snelheidsregeling te
verplaatsen. Schuif de knop naar links om de
steekbreedte te verkleinen. Schuif de knop naar
rechts om de steekbreedte te vergroten. De wijziging
in steekbreedte is aan beide kanten van de
middelste naaldstand hetzelfde.
a Smaller
b Breder
a Rozet
b Glas in lood
c Poppetje met hoed
Memo
De beste steeklengte-instelling is afhankelijk
van de stof en de draaddikte, maar voor
satijnsteken is een lengte van 0,3 tot 0,5 mm
(1/64 tot 1/32 inch) het best.
Memo
Met de schuifknop voor snelheidsregeling
kunt u de steekbreedte wijzigen. Met het
voetpedaal de naaisnelheid wijzigen.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
105
3
Voorbeeld: Breedte wijzigen
h
Wanneer u klaar bent met naaien, zet u de
breedteregeling uit.
Fantasiequilten (vrij quilten)
Voor fantasiequilts kunt u de transporteur omlaag
zetten door te drukken op . Dan kunt u de stof
vrij in alle richtingen bewegen.
Met vrij quilten gebruikt u vrije quiltvoet "C" vrije
open quiltvoet "O" naar gelang de steek die is
geselecteerd. Stel de machine in op de vrijmodus. In
deze modus wordt de persvoet op de noodzakelijke
hoogte voor vrij naaien gezet.
Wij adviseren u het voetpedaal aan te sluiten en op
gelijkmatige snelheid te naaien. U kunt de
naaisnelheid regelen met de schuifknop voor
snelheidsregeling.
Werken met de vrije quiltvoet "C"
Gebruik de vrije quiltvoet "C" met de steekplaat voor
rechte steken om vrij te naaien.
Vrije quiltvoet "C"
a
Bevestig de rechte-steekvoet. (zie pagina 86).
a Rond gat
b
Selecteer of .
VOORZICHTIG
Bij vrij quilten stemt u de doorvoersnelheid van
de stof af op de naaisnelheid. Als de stof sneller
gaat dan de naaisnelheid, kan de naald breken
of andere schade optreden.
Wanneer u de vrije quiltvoet "C" gebruikt, moet
u de rechte steekplaat gebruiken en naaien met
de naald in de middelste naaldstand. Als u de
naald in een andere stand zet dan de middelste
naaldstand, kan hij breken. Dit kan letsel tot
gevolg hebben.
Memo
Wanneer u begint te naaien, detecteert de
interne sensor de dikte van de stof. De
quiltvoet wordt omhoog gezet, op de hoogte
die is opgegeven in het machine-
instellingenscherm. Druk op om
"Hoogte vrije voet" op 2/7 van het
instellingenscherm te openen. Druk op
of op om in te stellen op welke hoogte
boven de stof de quiltvoet wordt gezet.
Verhoog de waarde door op te
drukken, bijvoorbeeld wanneer u zeer
rekbare stof naait. Dan naait het
gemakkelijker.
Wilt u een gelijkmatige spanning, dan moet
u mogelijk de bovendraadspanning
verlagen. Probeer het op een restantje stof
dat lijkt op de stof die u wilt gebruiken.
Memo
Deze steekplaat heeft een rond gat voor de
naald.
NAAISTEKEN NAAIEN
106
c
Druk op om de machine in te stellen
op de vrijmodus.
o De toets ziet er als volgt uit , de quiltvoet
wordt op de geschikte hoogte gezet en de
transporteur wordt omlaag gezet voor vrij naaien.
a Vrije quiltvoet "C"
o Wanneer steek Q-01 of 1-31 is geselecteerd, wordt
de vrije quiltvoet "C" aangegeven in de
linkerbovenhoek van het scherm.
d
Verwijder de persvoethouder (zie pagina 55).
e
Bevestig vrije quiltvoet "C" aan de voorkant
met persvoethouderschroef tegenover de
inkeping in de quiltvoet.
a Persvoethouderschroef
b Inkeping
f
Houd de quiltvoet op z'n plaats met uw
rechterhand en draai met de schroevendraaier
in uw linkerhand de persvoethouderschroef
vast.
a Persvoethouderschroef
g
Span de stof met beide handen. Voer de stof
gelijkmatig door zodat u uniforme steken
naait van ongeveer 2,0-2,5 mm (ca. 1/16 -
3/32 inch).
a Steek
a
Opmerking
Controleer of de quiltvoet goed bevestigd is
en niet scheef zit.
VOORZICHTIG
Draai de schroeven beslist stevig vast met de
bijgesloten schroevendraaier. Anders raakt de
naald mogelijk de quiltvoet, waardoor de naald
buigt of breekt. Hierdoor kunt u letsel oplopen.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
107
3
h
Druk op om de vrijmodus te annuleren.
o Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om
de transporteur omhoog te zetten.
i
Wanneer u klaar bent met naaien, verwijder
dan de steekplaat voor rechte steken en
persvoet "C" en installeer de normale
steekplaat en het steekplaatdeksel opnieuw.
Werken met de vrije open quiltvoet "O"
De vrije open quiltvoet "O" wordt gebruikt voor vrij
quilten met zigzag- of decoratieve steken, of voor
vrij quilten van rechte lijnen op stof van
ongelijkmatige dikte. U kunt diverse steken naaien
met de vrije open quiltvoet "O". Voor meer
informatie over steken die u kunt gebruiken, zie de
"STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind van
deze handleiding.
Vrije open quiltvoet "O"
a
Druk op om de machine in te stellen
op de vrijmodus.
o De toets ziet er als volgt uit , de quiltvoet
wordt op de geschikte hoogte gezet en de
transporteur wordt omlaag gezet voor vrij naaien.
Opmerking
De vrije open quiltvoet "O" kunt u ook
gebruiken met de steekplaat voor rechte
steken. Wij raden u aan de vrije open
quiltvoet "O" te gebruiken voor het vrij
naaien van stoffen van ongelijkmatige dikte.
Wanneer u de steekplaat voor rechte steken
gebruikt, worden alle rechte steken steken
voor de middelste naaldstand. U kunt de
naaldstand niet wijzigen op het
breedtescherm.
Memo
Normaliter staat de transporteur omhoog
voor gewoon naaien.
Laat u niet ontmoedigen als het resultaat
niet direct bevredigend is. Deze techniek
vereist oefening.
Memo
Wilt u een gelijkmatige spanning, dan moet
u mogelijk de bovendraadspanning
verlagen. (zie pagina 67). Probeer het uit
met een restantje quiltstof.
NAAISTEKEN NAAIEN
108
b
Selecteer een steek.
c
Verwijder de persvoethouder (zie pagina 55).
d
Bevestig de vrije open quiltvoet "O" door de
pen van de quiltvoet boven de
naaldklemschroef te plaatsen met het
linkerbenedenstuk van de quiltvoet op één
lijn met persvoetstang.
a Pen
b Naaldklemschroef
c Persvoetstang
e
Houd de quiltvoet op z'n plaats met uw
rechterhand en draai met de
schroevendraaier in uw linkerhand de
persvoethouderschroef vast.
a Persvoethouderschroef
f
Span de stof met beide handen. Voer de stof
gelijkmatig door zodat u uniforme steken
naait van ongeveer 2,0-2,5 mm (ca. 1/16 -
3/32 inch).
a Steek
g
Druk op om de vrijmodus te annuleren
.
o Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om
de transporteur omhoog te zetten.
Echoquilten met de vrije
echoquiltvoet "E"
Quiltlijnen naaien op gelijke afstanden van een
motief wordt echoquilten genoemd. De quiltlijnen,
die als echo's van het motief weg rimpelen, zijn het
kenmerk van deze quiltstijl. Gebruik de vrije
echoquiltvoet "E" voor echoquilten. Met de
maatindeling op de persvoet als houvast naait u op
een vaste afstand rond het motief. Wij adviseren u
het voetpedaal aan te sluiten en op gelijkmatige
snelheid te naaien.
Maatindeling vrije echoquiltvoet "E"
a 6,4 mm (ca. 1/4 inch)
b 9,5 mm (ca. 3/8 inch)
Memo
Wanneer steek Q-01 of 1-31 is geselecteerd,
wordt de vrije quiltvoet "C" aangegeven in de
linkerbovenhoek van het scherm. Wanneer
de andere steken zijn geselecteerd, wordt de
vrije open quiltvoet "O" aangegeven in het
scherm
.
Opmerking
Controleer of de quiltvoet niet scheef zit.
VOORZICHTIG
Draai de schroeven beslist stevig vast met de
bijgesloten schroevendraaier. Anders raakt de
naald mogelijk de quiltvoet, waardoor de
naald buigt of breekt. Hierdoor kunt u letsel
oplopen.
Memo
Laat u niet ontmoedigen als het resultaat
niet direct bevredigend is. Deze techniek
vereist oefening.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
109
3
a
Selecteer .
b
Druk op om de machine in te stellen
op de vrijmodus.
o De toets ziet er als volgt uit , de quiltvoet
wordt op de geschikte hoogte gezet en de
transporteur wordt omlaag gezet voor vrij naaien.
c
Volg de stappen op pagina pagina 54
"Persvoet verwijderen" om de persvoet te
verwijderen.
d
Verwijder de persvoethouder (zie pagina 55)
en de schroef
.
e
Plaats de vrije echoquiltvoet "E" op de
linkerkant van de persvoetstang met de
gaten in de quiltvoet en de persvoetstang op
één lijn.
Title4
f
Draai de schroef vast met de bijgesloten
schroevendraaier.
VOORZICHTIG
Bij vrij quilten stemt u de doorvoersnelheid
van de stof af op de naaisnelheid. Als de stof
sneller gaat dan de naaisnelheid, kan de naald
breken of andere schade optreden.
Memo
Wanneer u begint te naaien, detecteert de
interne sensor de dikte van de stof. De
quiltvoet wordt omhoog gezet, op de hoogte
die is opgegeven in het machine-
instellingenscherm. Druk op om
"Hoogte vrije voet" in te stellen op p. 2/7 van
het instellingenscherm (zie pagina 22). Druk
op of op om in te stellen op welke
hoogte boven de stof de quiltvoet wordt
gezet. Verhoog de waarde door op te
drukken, bijvoorbeeld wanneer u zeer
zachte stof naait. Dan naait het
gemakkelijker.
Wilt u een gelijkmatige spanning, dan moet
u mogelijk de bovendraadspanning
verlagen. (zie pagina 67). Probeer het uit
met een restantje quiltstof.
VOORZICHTIG
Draai de schroeven beslist stevig vast met de
bijgesloten schroevendraaier. Anders raakt de
naald mogelijk de quiltvoet, waardoor de
naald buigt of breekt. Hierdoor kunt u letsel
oplopen.
NAAISTEKEN NAAIEN
110
g
Met de maatindeling op de quiltvoet als
houvast naait u rond het motief.
a 6,4 mm (ca. 1/4 inch)
Afgerond project
h
Druk op om de vrijmodus te annuleren
.
o Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om
de transporteur omhoog te zetten.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
111
3
Blindzoomsteken
Verstevig de onderkant van rokken en broeken met een blindzoom. Er zijn twee steken beschikbaar om
blindzomen te naaien.
Naai een blindzoom volgens onderstaande
procedure.
a
Draai de rok of broek binnenste buiten.
a Voorkant van de stof
b Onderrand van stof
b
Vouw de stof langs de gewenste zoomrand,
en strijk deze.
* Gezien van de zijkant
a Achterkant van de stof
b Voorkant van de stof
c Gevouwen rand van zoom
d Onderrand van stof
c
Zet met een krijtje op de stof een streep ca.
5 mm (3/16 inch) van de rand van de stof,
en rijg deze.
* Gezien van de zijkant
a Achterkant van de stof
b Voorkant van de stof
c Rand van de stof
d Rijgsteek
e 5 mm (3/16 inch)
d
Vouw de stof naar binnen langs de rijglijn.
* Gezien van de zijkant
a Achterkant van de stof
b Rand van de stof
c Rijglijn
d 5 mm (3/16 inch)
Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Tweelingnaald
Autom. Handmatig Autom. Handmatig
Blindzoomsteek Blindzomen naaien op
middelzware stof
0,0
(0)
+3,0 - -3,0
(+1/8 - -1/8)
2,0
(1/16)
1,0 - 3,5
(1/16 - 1/8)
NEE
Blindzoomsteek
stretchstof
Blindzomen naaien op
stretchstof
0,0
(0)
+3,0 - -3,0
(+1/8 - -1/8)
2,0
(1/16)
1,0 - 3,5
(1/16 - 1/8)
NEE
Memo
Wanneer cilindrische stukken te klein zijn
om op de arm te schuiven, of te kort, voert
de stof niet door en haalt u niet het
gewenste resultaat.
NAAISTEKEN NAAIEN
112
e
Vouw de rand van de stof open en plaats de
stof met de achterkan naar boven.
* Gezien van de zijkant
a Achterkant van de stof
b Rijglijn
c Onderrand van stof
f
Bevestig blindzoomvoet "R".
g
Selecteer of .
h
Verwijder de accessoiretafel om met de
vrije arm te kunnen werken.
i
Schuif het stuk dat u wilt naaien op de arm.
Controleer of de stof goed doorvoert en
begin te naaien.
a Vrije arm
j
Plaats de stof met de rand van de gevouwen
zoom tegen de geleider van de persvoet.
Zet vervolgens de persvoethendel omlaag.
a Achterkant van de stof
b Vouw van zoom
c Geleider
k
Pas de steekbreedte aan zodat de naald de
vouw van de zoom net pakt.
a Naaldpositie (waar de naald neerkomt)
Om de naaldpositie te wijzigen zet u de naald
omhoog en wijzigt u de steekbreedte.
a Steekbreedte
Memo
U kunt geen blindzoomsteken naaien als het
linkerpunt waar de naald neerkomt de vouw
niet pakt. Als de naald te veel van de vouw
pakt, kan de stof niet worden uitgevouwen
en wordt de naad aan de voorkant van de
stof heel groot. Dat ziet er niet mooi uit. Als
een van beide zich voordoet, volg dan
onderstaande instructies op het scherm om
het probleem op te lossen.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
113
3
Als de naald te ver op de zoomvouw
komt
De naald is te ver naar links.
Druk op om de steekbreedte te verkleinen,
zodat de naald de vouw van de zoom net pakt.
a Achterkant van de stof
b Voorkant van de stof
Als de naald niet op de vouw komt
De naald is te ver naar rechts.
Druk op om de steekbreedte te vergroten,
zodat de naald de vouw van de zoom net pakt.
a Achterkant van de stof
b Voorkant van de stof
l
Naai met de vouw van de zoom tegen de
persvoetgeleider.
m
Verwijder de rijgsteken en keer de stof om.
a Achterkant van de stof
b Voorkant van de stof
Appliceren
a
Zet de applicatie vast met textiellijm of
rijgsteken aan de stof.
* Zo zal de stof tijdens het naaien niet gaan schuiven.
a Appliceren
b Textiellijm
b
Selecteer of .
* Stem de steeklengte en steekbreedte af op de vorm
en de grootte van de applicatie en de stof (zie
pagina 66).
c
Bevestig persvoet "J". Controleer of de naald
net naast de applicatie valt en begin met
naaien.
a Applicatiemateriaal
a Naaldpositie
Memo
Meer bijzonderheden over elke steek vindt u
in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan
het eind van deze gebruiksaanwijzing.
NAAISTEKEN NAAIEN
114
Scherpe bochten naaien
Stop de naaimachine met de naald in de stof buiten
de applicatie. Zet de persvoet omhoog en draai de
stof een beetje tijdens het naaien. Zo krijgt de naad
een aantrekkelijke afwerking.
Applicatiehoeken
Stop de machine met de naald in de rechter positie
van de buiten- (of binnen-)hoek van de applicatie.
Zet de persvoet omhoog en draai de stof om de rand
van de stof uit te lijnen. Zet de persvoet omlaag en
ga door met naaien.
a Buitenhoek
b Binnenhoek
Schelprijgsteken
Schelprijgsteken geven een aantrekkelijke
schelpafwerking langs randen van kragen. Met dit
steekpatroon kunt u ook de hals of de mouwen
van jurken en blouses omranden.
a
Selecteer .
b
Verhoog de spanning van de bovendraad
voor een aantrekkelijke schelpafwerking
van de schelprijgsteken (zie pagina 67).
c
Om rijen schelprijgsteken te maken vouwt u
de stof diagonaal in tweeën.
Memo
Wanneer u een lichte, wegneembare
steunstof onder het naaigebied plaatst,
worden de steken langs de rand van de
applicatiestof mooier.
Memo
Meer bijzonderheden over elke steek vindt u
in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan
het eind van deze gebruiksaanwijzing.
Memo
Als de spanning van de bovendraad te laag
is, krijgen schelprijgsteken geen
schelpafwerking.
Memo
Gebruik een dunne stof.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
115
3
d
Bevestig persvoet "J". Zorg dat de naald net
rechts van de stofrand valt en begin met
naaien.
a Naaldpositie
e
Vouw de stof uit en strijk de plooien met
een strijkijzer naar één kant.
Schelpsteken
Dit golfvormige patroon voor satijnsteken wordt
het schelpsteekpatroon genoemd. Met dit
steekpatroon versiert u randen van kragen van
blouses en zakdoeken of geeft u een zoom een
vrolijke afwerking.
a
Selecteer .
b
Bevestig persvoet "N". Naai schelpsteken
langs de rand van de stof.
* Naai niet direct op de rand van de stof.
c
Knip de stof langs de schelprand af. Knip
niet in het stiksel!
Memo
Als u schelprijgsteken langs de rand van een
kraag of hals wilt maken, volgt u de
patroonbeschrijving en werkt u vervolgens de
kraag of hals decoratief af met deze steek.
Memo
Voor lichte stoffen moet u soms textiellijm
aanbrengen. Naai een proeflapje
voordat u echt gaat naaien.
Memo
Meer bijzonderheden over elke steek vindt u
in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan
het eind van deze gebruiksaanwijzing.
Memo
U kunt de rand van de schelpsteken
vastzetten met een speciaal hiervoor
bestemde naaddichter.
NAAISTEKEN NAAIEN
116
Fantasiequilt
Om een decoratieve fantasiequilt te maken kunt u
de volgende steken bovenop een geperste marge
tot aan de naad naaien.
a
Selecteer een rechte steek en bevestig
persvoet "J".
b
Naai twee stukken stof aan elkaar met de
voorkant naar elkaar toe. Druk vervolgens
de marge open.
a Rechte steek
b Marge tot aan de naad
c 6,5 mm (ca. 1/4 inch)
d Achterkant
c
Selecteer een afwerksteek.
d
Plaats de stof met de voorkant omhoog op
de machine. Houd de persvoet tijdens het
naaien in het midden van de naad.
a Voorkant van de stof
Smocksteken
Met smocksteken kunt u kleding enz. een
decoratieve afwerking geven.
a
Selecteer een rechte steek en bevestig
persvoet "J".
b
Stel de steeklengte in op 4,0 mm (ca.
3/16 inch) en verlaag de bovendraadspanning
tot ca. 2
,
0 (zie "Steeklengte instellen" op
pagina 67 en"Draadspanning instellen" op
pagina 67)
.
c
Trek de onder- en bovendraad
50 mm (ca. 1-15/16 inch) uit.
d
Naai de naden met ca. 10 mm (ca. 3/8 inch)
tussen de naden. Knip de overtollige draad
af, waarbij u 50 mm (ca. 1-15/16 inch)
overlaat.
a Ongeveer 10 mm (ca. 3/8 inch)
e
Trek aan de onderdraden totdat de plooi de
gewenste grootte heeft en strijk de plooien
met een strijkijzer.
f
Selecteer of .
Memo
Meer bijzonderheden over elke steek vindt u
in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan
het eind van deze gebruiksaanwijzing.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
117
3
g
Naai de ruimten tussen de rechte naden.
h
Trek de draden van de rechte steken eruit.
Fagotwerk
Als er een ruimte tussen twee stukken stof is en er
een draad over de ruimte heen wordt genaaid om
de twee stukken stof te verbinden, noemen we deze
steken fagotsteken. Deze steek kunt u gebruiken bij
het naaien van blouses of kinderkleding.
a
Rijg de twee stukken stof op dun papier vast.
Laat een ruimte van 4 mm (ca. 3/16 inch)
tussen de stukken stof.
* Als u een verticale lijn midden op dun papier of
wateroplosbare steunstof trekt, gaat het naaien
gemakkelijker.
a 4,0 mm (ca. 3/16 inch)
b Papier
c Rijgsteken
b
Selecteer of .
c
Bevestig persvoet "J". Zet het midden van de
persvoet precies midden in de ruimte tussen
de twee stukken stof en begin met naaien.
a Rijgsteken
d
Als u klaar bent met naaien, trek het papier
dan voorzichtig weg.
Band of elastiek bevestigen
a
Selecteer een rechte steek en bevestig
persvoet "J".
b
Stel de steeklengte in op 4,0 mm (ca. 3/16 inch)
en verlaag de bovendraadspanning tot ca. 2,0
(zie "Steeklengte instellen" op pagina 67
en"Draadspanning instellen" op pagina 67).
Memo
Meer bijzonderheden over elke steek vindt u
in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan
het eind van deze gebruiksaanwijzing.
Memo
Gebruik een dikke draad.
Memo
Zorg dat geen automatische
verstevigingssteken of automatisch
draadknippen is geselecteerd.
NAAISTEKEN NAAIEN
118
c
Naai twee rijen rechte steken aan de
voorkant van de stof en trek de onderdraad
er daarna uit om de benodigde plooi te
verkrijgen.
d
Leg het band op de plooi en houd het op
zijn plaats door middel van rijgspelden.
a Band
e
Selecteer of .
f
Naai over het band (of elastiek) heen.
g
Trek de draden van de rechte steken eruit.
Memo
Voordat u de rechte steken naait, draait u
het handwiel naar u toe (tegen de klok in) en
haalt u de onderdraad naar boven. Houd de
bovendraad en onderdraad vast en trek een
stuk draad naar achteren. (Zorg dat de
persvoet daarbij omhoog staat.)
Memo
Meer bijzonderheden over elke steek vindt u
in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan
het eind van deze gebruiksaanwijzing.
VOORZICHTIG
Let op dat de naald tijdens het naaien geen
rijgspeld of enig ander voorwerp raakt. De
draad kan daardoor verstrikt raken of de naald
kan breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
119
3
Erfstukwerk
Zoomsteken (1) (bloemetjessteken)
Deze steek kunt u gebruiken voor het naaien van
tafelkleden, decoratieve zomen en decoratieve
steken aan de voorkant van overhemden.
a
Plaats een platte naald 130/705H, 100/16.
* Deze speciale naainaald wordt niet geleverd bij de
machine. U moet deze afzonderlijk aanschaffen.
b
Kies een steek en bevestig persvoet "N".
* U kunt elke steek van 3-01 tot 3-25 kiezen.
c
Begin met naaien.
Voorbeeld:
Illustratie van het genaaide werk
Zoomsteken (2) (uitgetrokken steken (1))
a
Trek een aantal draden uit een stukje van de
stof om ruimte te maken.
* Trek 5 of 6 draden uit zodat een stuk van 3 mm
(ca. 1/8 inch) open wordt.
b
Selecteer .
c
Bevestig persvoet "N". Leg de stof met de
voorkant naar boven en naai één rand van
de ruimte.
Memo
Gebruik een lichte tot middelzware
handgeweven stof die enigszins stijf is.
VOORZICHTIG
U kunt de "Automatisch inrijgentoets" niet
gebruiken. Rijg de platte naald van voren naar
achteren met de hand in. Als u hierbij de
"Automatisch inrijgentoets" gebruikt, kunt u de
machine beschadigen.
Bij dit soort patronen wordt de afwerking nog
mooier, als u een platte naald 130/705H
gebruikt. Als u een platte naald gebruikt en de
steekbreedte met de hand is ingesteld,
controleer dan of de naald de persvoet niet
raakt. Hiertoe draait u voorzichtig het
handwiel naar u toe (tegen de klok in) voordat
u gaat naaien.
Memo
Meer bijzonderheden over elke steek vindt u
in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan
het eind van deze gebruiksaanwijzing.
Memo
Los geweven stoffen lenen zich hier het best
voor.
Memo
Meer bijzonderheden over elke steek vindt u
in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan
het eind van deze gebruiksaanwijzing.
NAAISTEKEN NAAIEN
120
d
Druk op om de steek in spiegelbeeld te
borduren.
e
Zorg dat de naald aan weerszijden van het
open stuk op corresponderende plekken
neerkomt. Zo wordt het stiksel symmetrisch.
Zoomsteken (3) (uitgetrokken steken (2))
a
Trek een aantal draden uit beide kanten van
het stukje van 4 mm (ca. 3/16 inch) dat nog
niet open is.
* Trek vier draden uit, laat vijf draden zitten en trek
weer vier draden uit. De breedte van de vijf draden
is ongeveer 4 mm (ca. 3/16 inch) of minder.
a Ongeveer 4 mm (ca. 3/16 inch) of minder
b Vier draden (uittrekken)
c Vijf draden (overslaan)
b
Selecteer .
c
Naai de decoratieve steek op het midden
van de vijf draden die u zojuist hebt
overgeslagen.
Memo
Meer bijzonderheden over elke steek vindt u
in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan
het eind van deze gebruiksaanwijzing.
Memo
U kunt een platte naald gebruiken voor
zoomsteken (3).
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
121
3
Knoopsgaten in één stap
Knoopsgaten in één stap kunt u afstemmen op het formaat knoop.
Steek Steeknaam
Persvoet
Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Tweelingnaald
Autom.
Handmatig
Autom.
Handmatig
Smal afgerond
knoopsgat
Knoopsgaten voor lichte tot
middelzware stof
5,0
(3/16)
3,0 - 5,0
(1/8 - 3/16)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Breed afgerond
knoopsgat
Knoopsgaten met extra ruimte
voor grotere knopen
5,5
(7/32)
3,5 - 5,5
(1/8 - 7/32)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Taps toelopend
afgerond knoopsgat
Verstevigde, taps toelopende
knoopsgaten voor broek of
rokband
5,0
(3/16)
3,0 - 5,0
(1/8 - 3/16)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Afgerond knoopsgat
Knoopsgaten met verticale
trens voor zware stof
5,0
(3/16)
3,0 - 5,0
(1/8 - 3/16)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Afgerond knoopsgat
Knoopsgaten met trens
5,0
(3/16)
3,0 - 5,0
(1/8 - 3/16)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Aan beide zijden
afgerond knoopsgat
Knoopsgaten voor fijne,
middelzware en zware stof
5,0
(3/16)
3,0 - 5,0
(1/8 - 3/16)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Smal vierkant
knoopsgat
Knoopsgaten voor lichte tot
middelzware stof
5,0
(3/16)
3,0 - 5,0
(1/8 - 3/16)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Breed vierkant
knoopsgat
Knoopsgaten met extra ruimte
voor decoratieve knopen
5,5
(7/32)
3,5 - 5,5
(1/8 - 7/32)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Vierkant knoopsgat
Knoopsgaten voor zwaar
gebruik met verticale trenzen
5,0
(7/32)
3,0 - 5,0
(1/8 - 3/16)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Stretchknoopsgat
Knoopsgaten voor stretchstof
of geweven stof
6,0
(15/64)
3,0 - 6,0
(1/8 - 15/64)
1,0
(1/16)
0,5 - 2,0
(1/32 - 1/16)
NEE
Erfstukknoopsgat
Knoopsgaten voor erfstuk- en
stretchstof
6,0
(15/64)
3,0 - 6,0
(1/8 - 15/64)
1,5
(1/16)
1,0 - 3,0
(1/16 - 1/8)
NEE
Knoopsgat in leer
Eerste stap bij het maken van
knoopsgaten in leer
5,0
(3/16)
0,0 - 6,0
(0 - 15/64)
2,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Lingerieknoopsgat
Knoopsgaten in zware of dikke
stof, voor grotere platte knopen
7,0
(1/4)
3,0 - 7,0
(1/8 - 1/4)
0,5
(1/32)
0,3 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Taps toelopend
lingerieknoopsgat
Knoopsgaten in middelzware
tot zware stof, voor grotere
platte knopen
7,0
(1/4)
3,0 - 7,0
(1/8 - 1/4)
0,5
(1/32)
0,3 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Lingerieknoopsgat
Knoopsgaten met verticale
trens voor versteviging van stof
voor zware of dikke stof
7,0
(1/4)
3,0 - 7,0
(1/8 - 1/4)
0,5
(1/32)
0,3 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
NAAISTEKEN NAAIEN
122
Knoopsgaten in één stap naait u van de voorkant van de persvoet naar de achterkant, zoals hieronder
aangegeven.
a Verstevigingssteek
a
Kies een knoopsgatsteek en bevestig
knoopsgatvoet "A".
b
Markeer de positie en de lengte van het
knoopsgat op de stof.
c
Trek de knoophouderplaat op de persvoet
uit en plaats de knoop waarvoor het
knoopsgat is bestemd. Zorg dat de
knoophouderplaat strak om de knoop zit.
a Knoophouderplaat
d
Breng de persvoet op gelijke hoogte met de
markering op de stof en zet de
persvoethendel omlaag.
a Markering op de stof
b Markering op de persvoet
Memo
De maximale knoopsgatlengte is ca. 28 mm
(ca. 1-1/16 inch) (doorsnee + dikte van de knoop)
.
Memo
Het formaat knoopsgat wordt bepaald door de
grootte van de knoop in de knoophouderplaat.
A
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
123
3
e
Zet de knoopsgathendel omlaag zodat deze
achter het metalen uitsteeksel op de
knoopsgatvoet terechtkomt.
a Knoopsgathendel
a Metalen uitsteeksel
f
Houd het uiteinde van de bovendraad losjes
vast en begin met naaien.
* Voer de stof langzaam met de hand door, terwijl het
knoopsgat wordt genaaid.
o Wanneer u klaar bent met naaien, naait de
naaimachine automatisch verstevigingssteken en
stopt daarna.
g
Steek een speld ter hoogte van een van de
trenzen. Steek het tornmesje daarna
midden in het knoopsgat en snijd het
knoopsgat open naar de speld toe.
a Rijgspeld
b Tornmesje
Opmerking
Haal de draad onder de persvoet door.
Schuif het buitenframe van de
knoopsgatvoet zo ver mogelijk naar
achteren zoals op de afbeelding. Laat geen
ruimte open achter het deel van de voet dat
is aangeduid met een "A". Als u de
knoopsgatvoet niet zo ver mogelijk naar
achteren schuift, wordt het knoopsgat niet in
de juiste grootte genaaid.
Memo
Hebt u Automatisch draadknippen aangezet
voordat u ging naaien, dan worden beide
draden automatisch afgeknipt nadat de
verstevigingssteken zijn genaaid. Als de stof
niet kan worden doorgevoerd (bijvoorbeeld
omdat ze te dik is) verhoogt u de instelling
van de steeklengte.
VOORZICHTIG
Wanneer u het knoopsgat opent met het
tornmesje, moet u goed opletten dat u uw
hand of vinger niet voor het mesje houdt. Als
het mesje uitschiet, kunt u letsel oplopen.
Gebruik het tornmesje uitsluitend volgens de
aanwijzingen.
Memo
Maak een gaatje met de gaatjesponser in
het afgeronde uiteinde van het knoopsgat.
Steek vervolgens een speld ter hoogte van
een van de trenzen. Steek een tornmesje in
het gaatje dat u met de gaatjesponser hebt
gemaakt en snijd het knoopsgat open naar
de speld toe.
a Gaatjesponser
b Rijgspeld
NAAISTEKEN NAAIEN
124
Stretchstof naaien
Wanneer u stretchstof naait met of , naait
u de knoopsgatsteken over een contourdraad.
a
Haak de contourdraad in het uiteinde van
persvoet"A". Steek de uiteinden in de
gleuven aan de voorkant van de persvoet en
bind ze daar tijdelijk vast.
a Bovendraad
b
Zet de persvoet omlaag en begin met naaien
.
c
Nadat u gereed bent met naaien, trekt u de
contourdraad voorzichtig strak en knipt u
het overtollige gedeelte af.
Knoopsgaten met aparte vormen/
knopen die niet in de knopenvoet
passen
Stel de grootte van het knoopsgat in met de streepjes op
de schaalverdeling van de persvoet. Eén streepje op de
schaalverdeling staat gelijk aan 5 mm (ca. 3/16 inch).
Tel de doorsnede op bij de dikte van de knoop en
stel de voet in op de berekende waarde.
a Schaalverdeling van de persvoet
b Knoophouderplaat
c Doorsnede + dikte
d 5 mm (ca. 3/16 inch)
Memo
Stel de breedte van de satijnsteken in op de
breedte van de contourdraad en stel de
knoopsgatbreedte in op twee à drie maal de
breedte van de contourdraad.
Memo
Nadat u de steken over het knoopsgat heen
hebt doorgesneden met het tornmesje, knipt
u de draden af.
Memo
Voor een knoopsgat met een doorsnede van
15 mm (ca. 9/16 inch) en een dikte van 10 mm
(ca. 3/8 inch) stelt u de schaalverdeling in op
25 mm (ca. 1 inch).
a 10 mm (ca. 3/8 inch)
b 15 mm (ca. 9/16 inch)
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
125
3
Knoopsgaten in vier stappen
U kunt 4-staps knoopsgaten naaien met de volgende vier steken samen. 4-staps knoopsgaten kunt u
naaien op elke gewenste lengte. 4-staps knoopsgaten zijn een geschikte methode voor zeer grote knopen.
4-staps knoopsgaten naait u zoals hieronder aangegeven.
a
Markeer de positie en de lengte van het
knoopsgat op de stof.
a Markeringen op de stof
b Voltooid naaiwerk
Opmerking
Wanneer u de steekinstellingen wijzigt, zorg dan dat alle steekinstellingen corresponderen.
Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Tweelingnaald
Autom
.
Handmatig Autom.
Handmatig
Knoopsgat in vier
stappen 1
Linkerkant van knoopsgat in
vier stappen
5,0
(7/32)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Knoopsgat in vier
stappen 2
Trens van knoopsgat in 4
stappen
5,0
(7/32)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Knoopsgat in vier
stappen 3
Rechterkant van knoopsgat in
vier stappen
5,0
(7/32)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Knoopsgat in vier
stappen 4
Trens van knoopsgat in 4
stappen
5,0
(7/32)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
NAAISTEKEN NAAIEN
126
b
Bevestig monogramvoet "N" en selecteer
steek om de linkerkant van het
knoopsgat te naaien.
c
Druk op den "Start/stoptoets" om te
beginnen met naaien.
d
Naai de gewenste lengte voor het knoopsgat
en druk opnieuw op de "Start/stoptoets".
e
Selecteer steek om de trens te naaien
en druk op de "Start/stoptoets".
o De machine stopt automatisch nadat de trens is
genaaid.
f
Selecteer steek om de rechterkant van
het knoopsgat te naaien en druk op de
"Start/stoptoets" om te beginnen met naaien
.
g
Naai de rechterkant het knoopsgat en druk
opnieuw op de "Start/stoptoets".
* Naai de rechterkant van het knoopsgat even lang als
de linkerkant.
h
Selecteer steek om de trens te naaien
en druk vervolgens op de "Start/stoptoets".
o De machine naait automatisch de trens en stopt
wanneer de trens voltooid is.
i
Zet de persvoet omhoog en verwijder de stof
.
j
Zie pagina 123 voor aanwijzingen om het
knoopsgat te openen.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
127
3
Stoppen
Gebruik dit steekpatroon voor reparatie en andere toepassingen.
Stoppen doet u van de voorkant van de persvoet naar de achterkant, zoals hieronder aangegeven.
a Verstevigingssteek
a
Kies een steek en bevestig knoopsgatvoet
"A".
b
Zet de schaal op de lengte die u wilt
stoppen.
a Schaalverdeling van de persvoet
b Gemeten lengte
c Breedte 7 mm (ca. 1/4 inch)
d 5 mm (ca. 3/16 inch)
Steek Steeknaam Persvoet
Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Tweelingnaald
Autom
. Handmatig
Autom
. Handmatig
Stoppen
Stoppen van middelzware stof
7,0
(1/4)
2,5 - 7,0
(3/32 - 1/4)
2,0
(1/16)
0,4 - 2,5
(1/64 - 1/16)
NEE
Stoppen
Stoppen van zware stof
7,0
(1/4)
2,5 - 7,0
(3/32 - 1/4)
2,0
(1/16)
0,4 - 2,5
(1/64 - 1/16)
NEE
Memo
De maximum stoplengte is 28 mm
(ca. 1-1/16 inch).
NAAISTEKEN NAAIEN
128
c
Controleer of de naald op de gewenste positie
omlaag komt en zet de persvoethendel
omlaag. Zorg dat u de bovendraad onder de
knoopsgatvoet door haalt
.
d
Zet de knoopsgathendel omlaag zodat deze
achter het metalen uitsteeksel op de
knoopsgatvoet terechtkomt.
a Knoopsgathendel
a Metalen uitsteeksel
e
Houd het uiteinde van de bovendraad losjes
vast en druk daarna op de "Start/stoptoets"
om de machine te starten.
o Wanneer u klaar bent met naaien, naait de
naaimachine automatisch verstevigingssteken en
stopt daarna.
Opmerking
Haal de draad onder de persvoet door.
Plaats de persvoet zo dat er geen ruimte
open blijft achter deel "A" van de voet
(arcering in onderstaande afbeelding). Als er
ruimte open blijft, wordt er niet op juiste
grootte gestopt.
Memo
Hebt u Automatisch draadknippen aangezet
voordat u ging naaien, dan worden beide
draden automatisch afgeknipt nadat de
verstevigingssteken zijn genaaid. Als de stof
niet kan worden doorgevoerd (bijvoorbeeld
omdat ze te dik is) verhoogt u de instelling
van de steeklengte.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
129
3
Trenzen
Met trenzen verstevigt u stukken die zwaar belast zullen worden, zoals de hoeken van zakken.
a
Selecteer .
b
Bevestig knoopsgatpersvoet "A" en stel de
schaalverdeling in op de lengte van de trens
die u wilt naaien.
a Schaalverdeling van de persvoet
b Gemeten lengte
c 5 mm (ca. 3/16 inch)
c
Plaats de stof zo dat de zak naar u toe
beweegt tijdens het naaien.
d
Controleer de eerste naaldpositie en zet de
persvoet omlaag.
a 2 mm (ca. 1/16 inch)
Steek Steeknaam
Persvoet Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Tweelingnaald
Autom
. Handmatig
Autom
. Handmatig
Trens
Verstevigd naaien van
zakopening enz.
2,0
(1/16)
1,0 - 3,0
(1/16 - 1/8)
0,4
(1/64)
0,3 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Memo
Trenzen kunnen tussen 5 mm (ca. 3/16 inch)
en 28 mm (ca. 1-1/16 inch) zijn. Meestal zijn
trenzen tussen 5 mm (ca. 3/16 inch) en 10 mm
(ca. 3/8 inch) lang
.
Opmerking
Haal de draad onder de persvoet door.
Schuif het buitenframe van de
knoopsgatvoet zo ver mogelijk naar
achteren zoals op de afbeelding. Laat geen
ruimte open achter het deel van de voet dat
is aangeduid met een "A". Als u de
knoopsgatvoet niet zo ver mogelijk naar
achteren schuift, wordt de trens niet in de
juiste grootte genaaid.
NAAISTEKEN NAAIEN
130
e
Zet de knoopsgathendel omlaag zodat deze
achter het metalen uitsteeksel op de
knoopsgatvoet terechtkomt.
a Metalen uitsteeksel
f
Houd het uiteinde van de bovendraad losjes
vast en begin met naaien.
o Wanneer u kaar bent met naaien, naait de
naaimachine automatisch verstevigingssteken en
stopt daarna.
Trenzen op dikke stof
Leg een stuk gevouwen stof of karton naast de stof
om de knoopsgatvoet op gelijke hoogte te krijgen en
het gelijkmatig doorvoeren te vergemakkelijken.
a Persvoet
b Dik papier
c Stof
Memo
Hebt u Automatisch draadknippen aangezet
voordat u ging naaien, dan worden beide
draden automatisch afgeknipt nadat de
verstevigingssteken zijn genaaid. Als de stof
niet kan worden doorgevoerd (bijvoorbeeld
omdat ze te dik is) verhoogt u de instelling
van de steeklengte.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
131
3
Knopen aanzetten
U kunt knopen met twee of met vier gaten aanzetten met de machine.
a
Selecteer .
o De transporteur wordt automatisch omlaaggezet.
b
Zet de persvoethendel omhoog.
c
Bevestig knoopbevestigingsvoet "M". Schuif
de knoop langs de metalen plaat in de
persvoet en zet de persvoet omlaag.
a Knoop
b Metalen plaat
d
Draai het handwiel naar u toe (tegen de
klok in) om te controleren of de naald op de
juiste manier door ieder gat gaat.
* Als de naald de gaten aan de linkerzijde niet haalt,
stelt u de steekbreedte bij.
* Om de knoop steviger vast te zetten herhaalt u de
hele procedure.
e
Houd het uiteinde van de bovendraad losjes
vast en begin met naaien.
o De naaimachine stopt automatisch wanneer het
naaiwerk voltooid is.
f
Aan de achterkant van de stof trekt u aan
het uiteinde van de onderdraad om de
bovendraad naar de achterkant van de stof
te halen. Knoop de twee draden aan elkaar
en knip ze af.
g
Nadat u de knoop hebt aangezet, selecteert
u een andere steek en draait u het handwiel
naar u toe (tegen de klok in) om de
transporteur omhoog te zetten.
Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Tweelingnaald
Autom
. Handmatig
Autom
. Handmatig
Knopen aanzetten Knopen aanzetten
3,5
(1/8)
2,5 - 4,5
(3/32 - 3/16)
—NEE
Opmerking
Gebruik de functie Automatisch draadknippen niet wanneer u knopen aanzet. Anders verliest u de
draaduiteinden.
VOORZICHTIG
Let op dat de naald tijdens het naaien de
knoop niet raakt. De naald kan dan breken en
letsel veroorzaken.
NAAISTEKEN NAAIEN
132
4-gatsknoop bevestigen
Naai de twee dichtstbijzijnde gaten. Zet de
persvoethendel omhoog en verplaats de stof zo dat
de naald in de twee volgende gaten gaat. Naai deze
gaten op dezelfde wijze.
Knoopvoet bevestigen
a
Trek de knoopvoethendel naar u toe voor u
begint met naaien.
a Knoopvoethendel
b
Houd de uiteinden van de bovendraad
tussen de knoop en de stof vast en wind ze
om de knoopvoet heen. Knoop ze
vervolgens stevig aan elkaar.
c
Knoop de uiteinden van de onderdraad aan
het begin en het eind van het naaiwerk aan
de achterkant van de stof aan elkaar.
d
Knip eventuele overtollige draad af.
Opmerking
Wanneer u klaar bent met naaien, selecteert
u een andere steek en draait u het handwiel
naar u toe (tegen de klok in) om de
transporteur omhoog te zetten.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
133
3
Oogje
Met dit steekpatroon maakt u gaatjes in riemen enz.
a
Selecteer of .
b
Met bij de steekbreedte- of
steeklengtetoets kiest u de grootte van het
oogje.
* Ware grootte
a Groot 7 mm (ca. 1/4 inch)
b Medium 6 mm (ca. 15/64 inch)
c Klein 5 mm (ca. 3/16 inch)
c
Bevestig monogramvoet "N" en draai
daarna het handwiel naar u toe (tegen de
klok in) om de naaldpositie te controleren.
a Naaldpositie
d
Zet de persvoet omlaag en begin met
naaien.
o Wanneer u klaar bent met naaien, naait de machine
automatisch verstevigingssteken en stopt daarna.
e
Met de gaatjesponser maakt u een gaatje in
het midden van de steken.
Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Tweelingnaald
Autom
. Handmatig
Autom
. Handmatig
Oogje
Maken van gaatjes in riemen
enz
.
7,0
(1/4)
7,0 6,0 5,0
(1/4 15/64 3/16)
7,0
(1/4)
7,0 6,0 5,0
(1/4 15/64 3/16)
NEE
Stervormig oogje
Stervormige oogjes of gaatjes
maken.
—NEE
Opmerking
Slechts één grootte is beschikbaar voor
.
Opmerking
Als het steekpatroon nu nog niet mooi is,
past u het opnieuw aan volgens
"Aanpassingen" op pagina 153.
NAAISTEKEN NAAIEN
134
Steken in verschillende richtingen
(rechte steek en zigzagsteek)
Voor het opzetten van stukken of emblemen op
broekspijpen, mouwen enz.
a
Verwijder de accessoiretafel om met de
vrije arm te kunnen werken.
b
Selecteer en bevestig monogramvoet
"N".
c
Zet de naald in de stof op het punt waar u
wilt beginnen en naai naad "1" zoals
aangegeven.
a Beginpunt
Memo
Plaats het pijpvormige stuk stof op de vrije
arm en naai in de volgorde die is
aangegeven in de illustratie.
Memo
Meer bijzonderheden over elke steek vindt u
in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan
het eind van deze gebruiksaanwijzing.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
135
3
d
Selecteer en naai naad "2" zoals
aangegeven.
* De stof zal zich zijwaarts verplaatsen. Leid de stof
dus met de hand, zodat u recht blijft naaien.
e
Selecteer en naai naad "3" zoals
aangegeven.
o De stof wordt voorwaarts doorgevoerd terwijl de
steken naar achteren worden genaaid.
f
Selecteer en naai naad "4" zoals
aangegeven.
o De naad wordt verbonden met het beginpunt van
naad 1.
Rits inzetten
Rits in het midden
Voor tassen en andere vergelijkbare toepassingen.
a
Selecteer .
b
Bevestig persvoet "J" en naai rechte steken
tot aan de ritsopening. Schakel over op
rijgsteken (zie pagina 87) en naai naar de
rand van de stof.
a Rijgsteken
b Achteruitsteken
c Einde ritsopening
d Achterkant
Memo
Meer bijzonderheden over elke steek vindt u
in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan
het eind van deze gebruiksaanwijzing.
Opmerking
Gebruik de middelste naaldstand.
NAAISTEKEN NAAIEN
136
c
Druk de marge tot aan de naad open en
bevestig de rits met rijgsteken in het midden
van elke kant van de ritsband.
a Rijgsteken
b Rits
c Achterkant
d
Verwijder persvoet "J". Plaats het
rechteruiteinde van de pen van ritsvoet "I" in
de persvoethouder en bevestig de ritsvoet
.
a Rechts
b Links
c Naaldpositie
e
Naai afwerksteken 7 - 10 mm (ca. 1/4 -
3/8 inch) van de gezoomde rand van de stof
en verwijder vervolgens de rijgsteken.
Zijrits inzetten
Voor zijritsen in rokken of jurken.
a
Selecteer .
VOORZICHTIG
Bij gebruik van ritsvoet "I" moet u erop letten
dat de rechte steek en de middelste naaldstand
geselecteerd zijn. Draai het handwiel naar u
toe (tegen de klok in) om te controleren of de
naald de persvoet raakt. Als er een andere
steek geselecteerd is, raakt de naald de
persvoet. Hierdoor kan de naald breken en
letsel veroorzaken.
VOORZICHTIG
Let op dat de naald de rits tijdens het naaien
niet raakt. Als de naald de rits raakt, kan de
naald breken en letsel veroorzaken.
Opmerking
Gebruik de middelste naaldstand.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
137
3
b
Bevestig persvoet "J" en naai rechte steken
tot aan de ritsopening. Schakel over op
rijgsteken en naai naar de bovenrand van de
stof.
a Achteruitsteken
b Achterkant van de stof
c Rijgsteken
d Einde ritsopening
c
Druk de marge open en plaats de
binnenrand van het kledingstuk langs de
tanden van de rits, terwijl u 3 mm (ca.
1/8 inch) naairuimte houdt.
a Trekker van de rits
b Achterkant van de stof
c Tanden van de rits
d Einde ritsopening
e 3 mm (ca. 1/8 inch)
d
Verwijder persvoet "J".
e
Plaats het rechteruiteinde van de pen van
ritsvoet "I" in de persvoethouder en bevestig
de persvoet.
a Rechts
b Links
c Naaldpositie
f
Zet de persvoet in de marge van 3 mm (ca.
1/8 inch).
g
Vanaf het eind van de ritsopening naait u
tot ongeveer 50 mm (ca. 2 inch) vanaf de
rand van de stof. Vervolgens stopt u de
machine.
h
Trek de trekker van de rits voorbij de
persvoet omlaag en ga door met naaien tot
aan de rand van de stof.
a 50 mm (ca. 2 inch)
b 3 mm (ca. 1/8 inch)
VOORZICHTIG
Bij gebruik van ritsvoet "I" moet u erop letten
dat de rechte steek en de middelste naaldstand
geselecteerd zijn. Draai het handwiel naar u
toe (tegen de klok in) om te controleren of de
naald de persvoet raakt. Als er een andere
steek geselecteerd is, raakt de naald de
persvoet. Hierdoor kan de naald breken en
letsel veroorzaken.
VOORZICHTIG
Let op dat de naald de rits tijdens het naaien
niet raakt. Als de naald de rits raakt, kan de
naald breken en letsel veroorzaken.
NAAISTEKEN NAAIEN
138
i
Sluit de rits, keer de stof om en naai een
rijgsteek.
a Voorkant van de rok (achterkant van de stof)
b Rijgsteken
c Voorkant van de rok (voorkant van de stof)
d Achterkant van de rok (voorkant van de stof)
j
Verwijder de persvoet en bevestig deze
opnieuw, nu met het linkeruiteinde van de
persvoet in de persvoethouder.
* Wanneer u de linkerkant van de rits naait, moet de
naald rechts van de persvoet vallen. Wanneer u de
rechterkant van de rits naait, moet de naald links
van de persvoet vallen.
a Rechts
b Links
c Naaldpositie
k
Plaats de stof zo dat de linkerrand van de
persvoet de rand van de tanden van de rits
raakt.
l
Naai achteruitsteken aan de bovenkant van
de rits en ga daarna door met naaien.
m
Stop met naaien op 50 mm (ca. 2 inch) van
de rand van de stof. Laat de naald in de stof
zitten en verwijder de rijgsteken.
n
Open de rits en naai de rest van de naad.
a Rijgsteken
b 7 - 10 mm (ca. 1/4 inch - 3/8 inch)
c Achteruitsteken
d 50 mm (ca. 2 inch)
Randen naaien
Met de ingebouwde camera kunt u de breedte van
het stuk vanaf de rand van de stof tot het stiksel
meten en instellen voor randnaaien.
Deze functie kunt u gebruiken wanneer de rand
van de stof recht of zacht gebogen is.
a Recht
b Gebogen
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
139
3
a
Selecteer een steek.
* U kunt geen randen naaien met de ingebouwde
camera's met patronen waar lichtgrijs wordt
weergegeven wanneer u het patroon selecteert.
b
Bevestig voet "V" voor uitlijning van
verticale steken.
c
Haal het doorzichtige vel van het
randnaaivel af.
Opmerking
Als de stof hoeken heeft zoals in
onderstaande afbeelding, kunt u geen
strakke randen naaien.
Zorg dat de ruimte gelijkmatig verlicht is,
wanneer u randen naait met de ingebouwde
camera. Als de verlichting in de kamer
wisselt tijdens het naaien van randen, kan
de ingebouwde camera de rand van de stof
mogelijk niet detecteren.
De ingebouwde camera detecteert het
contract tussen de stof en de achtergrond.
Neem daarom de volgende
voorzorgsmaatregelen.
– Als de rand van de stof gerafeld is, knip
dan de loshangende draden af.
– Als de stof een gecompliceerd patroon
heeft, of glad of glanzend is zoals vinyl,
kan de ingebouwde camera dit mogelijk
niet goed detecteren.
Voor een optimaal resultaat strijkt u de vouw
wanneer u de stof hebt omgevouwen om de
rand te naaien.
Wanneer de "Breedteregeling" op pagina
1/7 van het instellingenscherm aan staat, of
wanneer "Naaldstand – steek plaatsen" op
pagina 3/7 aan staat, kunt u de ingebouwde
camera niet gebruiken bij het naaien van
randen. Als een van deze instellingen aan
staat, wordt grijs weergegeven en kan
niet worden geselecteerd.
Alvorens de ingebouwde camera te
gebruiken voor randnaaien zet u
"Breedteregeling" en "Naaldstand – steek
plaatsen" in het instellingenscherm uit.
VOORZICHTIG
Wanneer u randen naait met de ingebouwde
camera moet u voet "V" voor de uitlijning van
verticale steken gebruiken. Om op een vaste
afstand tot de rand van de stof te blijven gaat
de naald iets naar links of rechts, zelfs
wanneer u een rechte steek naait. Als u een
andere persvoet gebruikt, wordt deze mogelijk
geraakt door de naald. Dit kan breuk van de
naald of letsel veroorzaken.
NAAISTEKEN NAAIEN
140
d
Plaats het randnaaivel op het steekplaatdeksel
.
Plaats de geleidestrepen van het randnaaivel op
één lijn met de zijkanten van het
steekplaatdeksel. Verschuif het randnaaivel zo
dat de uitsparingen op één lijn komen met de
randen van de opening voor de transporteur.
Plaats het randnaaivel zo dat er geen ruimte is
tussen het vel en de randen van de opening voor
de transporteur.
a Randnaaivel
b Geleidestrepen op randnaaivel
c Zijkanten van steekplaatdeksel
a Randnaaivel
b Transporteur
c Tussen transporteur en randnaaivel
e
Druk op .
o Naargelang de steek wordt de rechte steek met de
middelste naaldstand geselecteerd, ongeacht de
vooraf ingestelde steekbreedte.
* Ongeacht de instelling die u hebt geselecteerd in het
scherm voor machine-instellingen, verandert de
waarde voor de helderheid van de verlichting in "5".
f
Wanneer onderstaand bericht verschijnt,
controleert u of voet "V" voor de uitlijning
van verticale steken is bevestigd en het
randnaaivel is geplaatst. Vervolgens drukt u
op .
o Het randnaaivenster verschijnt.
Opmerking
Als de metalen steekplaat zichtbaar is
tussen de transporteur en het randnaaivel,
wordt de stof misschien onjuist gedetecteerd
door de ingebouwde camera.
Memo
Voordat u het randnaaivel gebruikt, haalt u
het doorzichtige vel eraf. Na gebruik
bevestigt u het randnaaivel weer aan het
doorzichtige vel, om te voorkomen dat het
stoffig wordt.
a Doorzichtig vel
Plaats een volledig opgewonden spoel
alvorens u de randnaaifunctie en
ingebouwde camera gebruikt. Als u de spoel
moet verwisselen tijdens het randnaaien,
verwijdert u voorzichtig het randnaaivel en
plaatst u dit terug na de spoel te hebben
verwisseld.
Opmerking
Wanneer u op drukt, kunt u de
steekbreedte en steeklengte niet wijzigen.
Wijzig de steekbreedte en steeklengte
voordat u op drukt.
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
141
3
g
Plaats de stof onder de persvoet.
h
Verplaats de stof naar de gewenste positie
voor randnaaien. Zorg dat de rand van de
stof zo recht mogelijk is.
a Stof
i
Controleer of de ingebouwde camera de
stof goed detecteert.
* Druk op om de kleuren van de
stofrandindicator en het beginpunt te veranderen,
naar gelang de kleur van de stof. Telkens wanneer u
op deze toets drukt, verandert de kleur van de
stofrandindicator in rood (met blauw beginpunt),
blauw (met zwart beginpunt) of zwart (met rood
beginpunt).
a Toets om de kleur van stofrandindicator te wijzigen
b Stofrandindicator
Wanneer de ingebouwde camera de stofrand kan
detecteren
De stofrandindicator verschijnt en volgt de rand van
de stof goed.
a Stofrandindicator
Opmerking
Alvorens op te drukken installeert u
voet "V" voor de uitlijning van verticale
steken en plaatst u het randnaaivel. Anders
kan de ingebouwde camera de stof niet
detecteren. Als u op drukt voordat
het randnaaivel is geplaatst, verschijnt het
bericht uit stap
f opnieuw.
Wanneer u op hebt gedrukt, mag u
niet uw handen of een voorwerp in de buurt
van de steekplaat plaatsen, totdat het
bericht "Is aan het herkennen..." verschijnt.
Opmerking
Wanneer u de stof speldt, plaats de spelden
dan zoals hieronder aangegeven. Als de kop
van de speld over de rand van de stof
steekt, wordt de stof mogelijk niet goed
gedetecteerd.
a Rijgspeld
a
b
a
NAAISTEKEN NAAIEN
142
Wanneer de stofrandindicator niet verschijnt
De ingebouwde camera detecteert de rand van de
stof.
Druk op en voer de procedure opnieuw uit,
te beginnen bij stap
a.
Wanneer de stofrandindicator niet is uitgelijnd
met de rand van de stof
De stofrandindicator die verschijnt, is niet uitgelijnd
met de rand van de stof. De stof aan het begin van
het naaiwerk is niet recht.
Probeer de rand van de stof aan het begin van het
naaiwerk recht te leggen (parallel met de rand van
de persvoet).
j
Plaats de stof op de gewenste plek, terwijl u
op het scherm de afstand van de stofrand
tot de randnaaipositie controleert.
* Het beginpunt van de stofrandindicator die
verschijnt, geeft de positie aan voor de start van het
naaien. Het werkelijke startpunt van het naaien is
direct onder de naald, parallel aan het startpunt.
a Afstand tot de rand van de stof
Opmerking
Als een recht stuk van de stofrandindicator
(zie hieronder) niet de rand van de stof volgt,
worden de randen niet correct genaaid.
a Recht stuk
b Stof
a
b
a
NAAISTEKEN NAAIEN
Naaisteken
143
3
Voorbeeld:
Wanneer een rechte steek is geselecteerd
(voorbeeld: )
a Middelste naaldstand
b Stiksel
c Rand van de stof
d Breedte voor randnaaien
k
Zet de persvoet omlaag.
o De afstand van de rand van de stof tot de naad is
ingesteld.
l
Druk op de "Start/stoptoets" om te beginnen
met randnaaien.
o Het naaien begint en de ingestelde afstand tot de
rand van de stof wordt aangehouden.
* Tijdens het naaien gebruikt u de rode
schaalmarkeringen op de persvoet "V" voor de
uitlijning van verticale steken als geleider om op
vaste afstand tot de rand van de stof te blijven.
a Rode schaalmarkeringen
* Wanneer het naaien begint, wordt een stil beeld van
de ingebouwde camera weergegeven.
Opmerking
Afstanden tussen 1,5 mm (ca. 1/16 inch) en
38,5 mm (ca. 1-1/2 inch) kunnen worden
gemeten. De afstand wordt op het scherm
weergegeven in stappen van 0,5 mm (ca.
1/64 inch).
De afstand wordt weergegeven in
millimeters. Naar gelang de instelling voor
maateenheid kan de afstand ook worden
weergegeven in inches.
Als "-_- mm" verschijnt als afstand en er
verschijnt geen maat in inches, kan de
ingebouwde camera de rand van de stof niet
detecteren.
Wanneer een rechte steek is geselecteerd,
gebruikt u de schaal op het randnaaivel als
geleidestreep om de stof te plaatsen voor
het naaien van randen.
a Schaal op het randnaaivel
Memo
Als u de kniehevel gebruikt om de persvoet
omlaag te zetten, kunt u de stof met beide
handen op z'n plaats houden, zodat de stof
niet verplaatst wanneer u de persvoet
omlaag zet.
Opmerking
Plaats tijdens het naaien niets, ook niet uw
handen, binnen 2 mm (ca. 1/16 inch) van de
rand van de stof. Anders wordt de stofrand
mogelijk niet goed gedetecteerd. Wanneer u
de stof leidt met uw handen, plaats deze
dan buiten het vlak waar u geen voorwerpen
mag plaatsen, en verder dan 2 mm (ca.
1/16 inch) van de rand van de stof.
a Ca. 2 mm (ca. 1/16 inch)
b Stof
c Rand van de stof
NAAISTEKEN NAAIEN
144
m
Wanneer u naait tussen 1 en 2 cm (ca. 3/8
en 3/4 inch) van de rand van de stof, stopt
het naaien automatisch en verschijnt het
volgende bericht. Als u wilt stoppen met
naaien, drukt u op .
* Wanneer dit bericht verschijnt, is het randnaaien
(met de naadwizard) geannuleerd.
Opmerking
Als u wilt doorgaan met naaien tot aan de
rand, druk dan niet op wanneer
bovenstaand bericht verschijnt. Wanneer
bovenstaand bericht verschijnt, drukt u op
de "Start/stoptoets" om te naaien.
Memo
Wanneer het randnaaien is voltooid,
bevestigt u het doorzichtige vel aan het
randnaaivel om het op te bergen. Dan wordt
het randnaaivel niet stoffig.
Hoofdstuk 4
Lettersteken en decoratieve
steken
PATRONEN KIEZEN ................................................................................................................146
Stekenoverzichten ............................................................................................................................................... 147
Decoratieve steekpatronen/7 mm decoratieve steekpatronen/Satijnsteekpatronen/7 mm satijnsteekpatronen/
Kruis steek/decoratieve naaisteekpatronen.................................................................................................................... 148
Letters............................................................................................................................................................................ 148
Letters wissen ...................................................................................................................................................... 150
Spatiëring tussen letters wijzigen......................................................................................................................... 150
PATRONEN KIEZEN ................................................................................................................152
Aantrekkelijke afwerkingen maken ................................................................................................................................ 152
Standaardnaaiwerkzaamheden ...................................................................................................................................... 152
Aanpassingen ................................................................................................................................................................. 153
STEEKPATRONEN AANPASSEN ..............................................................................................155
Functies van de toetsen ....................................................................................................................................... 155
Grootte wijzigen............................................................................................................................................................ 157
Lengte van steekpatronen wijzigen (alleen bij 7 mm satijnsteekpatronen)..................................................................... 157
Verticaal gespiegeld patroon maken .............................................................................................................................. 157
Horizontaal gespiegeld patroon maken ......................................................................................................................... 158
Meerdere steken van een patroon naaien ...................................................................................................................... 158
Draaddichtheid wijzigen (alleen voor satijnsteekpatronen) ........................................................................................... 158
Terugkeren naar het begin van het patroon ................................................................................................................... 159
Afbeelding controleren .................................................................................................................................................. 160
STEEKPATRONEN COMBINEREN ...........................................................................................162
Alvorens patronen te combineren.................................................................................................................................. 162
Diverse steekpatronen controleren ................................................................................................................................ 162
Grote en kleine steekpatronen combineren ................................................................................................................... 164
Horizontale gespiegelde steekpatronen combineren ..................................................................................................... 165
Steekpatronen van verschillende lengten combineren ................................................................................................... 165
Stappatronen maken (alleen bij 7 mm satijnsteekpatronen)........................................................................................... 166
Nog enkele voorbeelden...................................................................................................................................... 168
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE................................................................................169
Voorzorgsmaatregelen steekgegevens............................................................................................................................ 169
Soorten steekgegevens die u kunt gebruiken ....................................................................................................... 169
Welke USB-apparaten/media u kunt gebruiken................................................................................................... 169
U kunt computers en besturingssystemen met de volgende specificaties gebruiken. ........................................... 169
Voorzorgsmaatregelen voor het maken en opslaan van steekgegevens op de computer ..................................... 169
Handelsmerken.................................................................................................................................................... 170
Steekpatronen opslaan in het geheugen van de machine ............................................................................................... 171
Als het geheugen vol is ........................................................................................................................................ 172
Steekpatronen opslaan op USB-media (in de handel verkrijgbaar) ................................................................................ 174
Steekpatronen opslaan op de computer......................................................................................................................... 175
Steekpatronen ophalen uit het geheugen van de machine ............................................................................................. 176
Ophalen van USB-media................................................................................................................................................ 177
Ophalen van de computer ............................................................................................................................................. 179
PATRONEN KIEZEN
146
PATRONEN KIEZEN
Druk op en vervolgens op om onderstaand scherm weer te geven.
a Decoratieve steekpatronen
b 7 mm decoratieve steekpatronen. U kunt de steeklengte en steekbreedte instellen.
c Satijnsteekpatronen
d 7 mm satijnsteekpatronen. U kunt de steeklengte en steekbreedte instellen.
e Kruissteek
f Decoratieve naaisteken
g Letterpatronen (gotisch)
h Letters (handschrift)
i Letters (omrand)
j Druk op deze toets om uw eigen steken te maken met de functie "MY CUSTOM STITCH
" (zie pagina 316)
k Patronen opgeslagen in "MY CUSTOM STITCH
" (zie pagina 323)
l In het geheugen opgeslagen patronen (zie pagina 176)
m Op USB-medium opgeslagen patronen (zie pagina 177)
n Op de computer opgeslagen patronen (zie pagina 179)
.
Opmerking
Als het scherm is vergrendeld ( ), ontgrendelt u het scherm door op te drukken. Als het
scherm is vergrendeld, kunt u geen andere toets bedienen.
a
b
c
i
e
f
n
k
m
h
d
g
l
j
PATRONEN KIEZEN
Lettersteken en decoratieve steken
147
4
Stekenoverzichten
Er zijn 9 categorieën lettersteken en decoratieven steken. Als een paginanummer als volgt wordt aangegeven
, is er meer dan één steekkeuzescherm voor die categorie.
Decoratieve steekpatronen 7 mm decoratieve steekpatronen Satijnsteekpatronen
7 mm satijnsteekpatronen Kruissteek Decoratieve naaisteken
Letterpatronen
(gotisch)
Letterpatronen
(handschrift)
Letterpatronen
(omtrek)
PATRONEN KIEZEN
148
Decoratieve steekpatronen/7 mm
decoratieve steekpatronen/
Satijnsteekpatronen/7 mm
satijnsteekpatronen/Kruis steek/
decoratieve naaisteekpatronen
a
Kies het soort patroon dat u wilt naaien.
b
Druk op de toets van het steekpatroon dat u
wilt naaien.
* Druk op om naar de volgende pagina te gaan.
* Druk op om naar de vorige pagina te gaan.
* Druk op de balk tussen en om meerdere
pagina's over te slaan.
* Als u een ander steekpatroon wilt kiezen, drukt u
eerst op . Nadat het huidige steekpatroon is
gewist, kiest u het nieuwe steekpatroon.
o Het geselecteerde patroon wordt weergegeven.
Letters
Voorbeeld:
"Blue Sky" invoeren.
a
Druk op , of op om een
lettertype te selecteren.
b
Druk hierop om van selectiescherm te
wisselen.
Memo
Er zijn drie lettertypen voor letterpatronen.
PATRONEN KIEZEN
Lettersteken en decoratieve steken
149
4
c
Druk op en voer vervolgens de "B" in.
d
Druk op en voer vervolgens "lue" in.
e
Druk op om een spatie in te voeren.
f
Druk opnieuw op en voer "S" in.
a Overspringende steek
* Verwijder de overspringende steken na het naaien.
a
PATRONEN KIEZEN
150
g
Druk op en voer vervolgens "ky" in.
* Als u de volgende letters in een ander lettertype wilt
opgeven, druk dan op en herhaal de
procedure vanaf stap
a.
Letters wissen
a
Druk op om de laatste letter te wissen.
b
Kies de juiste letter.
Spatiëring tussen letters wijzigen
U kunt de spatiëring tussen de letters wijzigen.
a
Druk op .
o Het venster voor letterspatiëring verschijnt.
Memo
Letters worden individueel gewist, te
beginnen met de laatst opgegeven letter.
PATRONEN KIEZEN
Lettersteken en decoratieve steken
151
4
b
Druk op om de ruimte tussen de
letters aan te passen.
* Druk op om de ruimte tussen de letters te
vergroten en druk op om de ruimte tussen de
letters te verkleinen.
Voorbeeld:
* Elke instelling betekent een specifieke afstand tussen
letters.
Waarde mm
00
10,18
20,36
30,54
40,72
50,9
61,08
71,26
81,44
91,62
10 1,8
Memo
De standaardinstelling is "0". U kunt geen
waarde lager dan "0" instellen.
Wanneer u de ruimte tussen de letters op
deze manier wijzigt, geldt de instelling voor
alle letters. Wijzigingen van de ruimte tussen
letters gelden niet alleen voor de letters die
u momenteel invoert, maar ook voor reeds
ingevoerde en later in te voeren letters.
PATRONEN KIEZEN
152
PATRONEN KIEZEN
Aantrekkelijke afwerkingen maken
Bij het naaien van letters en decoratieve steekpatronen kunt u onderstaande tabel raadplegen voor de
juiste combinatie van stoffen, naald en draad om het mooiste resultaat te krijgen.
Standaardnaaiwerkzaamheden
a
Selecteer een steekpatroon.
b
Bevestig monogramvoet "N".
c
Plaats de stof onder de persvoet, trek de
bovendraad uit naar de zijkant en zet de
persvoet omlaag.
d
Druk op den "Start/stoptoets" om te
beginnen met naaien.
Opmerking
Andere factoren, zoals de dikte van de stof, steunstof enz., zijn ook van invloed op de steek. Naai
daarom altijd een paar proefsteken voordat u aan uw project begint.
Bij het naaien van satijnsteken kunnen de steken gaan trekken of opbollen. Bevestig daarom een
steunstof.
Leid de stof met uw hand om de stof tijdens het naaien recht en gelijkmatig door te voeren.
Stof Bij stretchstof, lichte stof of grof geweven stof bevestigt u eerst steunstof aan de achterkant van de stof. Als u
geen steunstof wilt gebruiken, plaats dan de stof op een stuk dun papier, zoals overtrekpapier.
a Stof
b Steunstof
c Dun papier
Draad #50 - #60
Naald Met lichtgewichtstof, normale stof of stretchstof: ballpointnaald (goudkleurig)
Met zware stof: naaimachinenaald voor huishoudelijk gebruik 90/14
Persvoet Monogramvoet "N".
Het gebruik van een andere persvoet kan slechtere resultaten geven.
VOORZICHTIG
Als u 7 mm satijnsteken naait en de steken
gaan opbollen, maakt u de steeklengte groter.
Naait u toch verder terwijl de steken opbollen,
dan kan de naald buigen of breken
("Steeklengte instellen" op pagina 67).
PATRONEN KIEZEN
Lettersteken en decoratieve steken
153
4
e
Druk op de "Start/stoptoets" om te stoppen
met naaien.
f
Druk op de "Achteruitnaaien/
verstevigingssteektoets" om
verstevigingssteken te naaien en ga door
met naaien.
Aanpassingen
Afhankelijk van het soort of de dikte van de stof,
de gebruikte steunstof, de naaisnelheid enz. wordt
uw steekpatroon soms niet mooi. Naai in dat geval
onder dezelfde omstandigheden als tijdens het
echte naaiwerk proefsteken en pas het
steekpatroon als volgt aan. Als het patroon, zelfs
nadat u het hebt bijgesteld op basis van het
patroon, nog niet mooi wordt, dient u elk patroon
afzonderlijk bij te stellen.
a
Druk op en selecteer op 16/16
.
Memo
Als u tijdens het naaien de stof duwt of trekt,
kan het patroon verkeerd uitkomen.
Afhankelijk van het patroon kan er, behalve
naar voren en naar achteren, ook een
beweging naar links en naar rechts
plaatsvinden. Leid de stof met uw hand om
de stof tijdens het naaien recht en
gelijkmatig door te voeren.
Memo
Bij het naaien van lettersteekpatronen naait
de machine automatisch verstevingssteken
aan het begin en het eind van elke letter.
Als u klaar bent met naaien, knipt u het
overtollige stuk draad tussen letters af.
Opmerking
Bij het naaien van sommige patronen blijft de
naald tijdelijk omhoog staan terwijl de stof
wordt doorgevoerd. Dit wordt veroorzaakt
door het scheidingsmechanisme van de
naaldstang dat bij deze machine werkt.
Wanneer dit gebeurt, hoort u een ander soort
klikgeluid dan het geluid dat u tijdens het
naaien hoort. Dit is een normaal geluid en
duidt niet op een defect
.
PATRONEN KIEZEN
154
b
Bevestig monogramvoet "N" en naai het
patroon.
c
Vergelijk het afgewerkte patroon met de
illustratie van het patroon hieronder.
d
Druk op en pas het patroon aan
met het scherm "Verticale fijnafstelling" of
"Horizontale fijnafstelling".
* Als de steken te dicht op elkaar zitten:
Druk op in het scherm "Verticale fijnafstelling".
o De weergegeven waarde neemt toe telkens wanneer
u op de toets drukt. Het patroon wordt langer.
* Als er openingen in het patroon zitten:
Druk op in het scherm "Verticale
fijnafstelling".
o De weergegeven waarde neemt af telkens wanneer
u op de toets drukt. Het patroon wordt korter.
* Als het patroon naar links helt:
Druk op in het scherm "Horizontale
fijnafstelling".
o De weergegeven waarde neemt toe telkens wanneer
u op de toets drukt. Het patroon verschuift naar
rechts.
* Als het patroon naar rechts helt:
Druk op in het scherm "Horizontale
fijnafstelling".
o De weergegeven waarde neemt af telkens wanneer
u op de toets drukt. Het patroon verschuift naar
links.
e
Naai het steekpatroon nogmaals.
* Als het steekpatroon nu nog niet mooi is, past u het
opnieuw aan totdat het steekpatroon juist is. Pas het
steekpatroon aan totdat het wel goed wordt genaaid.
f
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Memo
U kunt gewoon naaien terwijl het scherm
met de instellingen op de display staat.
STEEKPATRONEN AANPASSEN
Lettersteken en decoratieve steken
155
4
STEEKPATRONEN AANPASSEN
Functies van de toetsen
Met de wijzigingsfuncties kunt u alle gewenste afwerkingen maken. U kunt patronen groter of kleiner maken, in
spiegelbeeld enz.
Opmerking
Sommige wijzigingsfuncties kunt u niet gebruiken bij bepaalde steekpatronen. Alleen de functies van
de weergegeven toetsen zijn beschikbaar wanneer u een patroon selecteert.
g
h
f
e
d
c
b
i
j
k
l
m
n
o
p
q
s
a
r
g
h
f
e
d
c
b
i
t
k
l
m
n
o
p
q
s
a
r
g
h
f
e
d
c
b
i
u
k
l
m
n
o
p
q
s
a
r
STEEKPATRONEN AANPASSEN
156
Nr. Display Toetsnaam Uitleg Pagina
a Weergavegrootte
patroon
Hiermee geeft u aan op welke grootte het geselecteerde patroon wordt
weergegeven.
: ongeveer het formaat waarop het patroon wordt genaaid
: helft van het formaat waarop het patroon wordt genaaid
: kwart van het formaat waarop het patroon wordt genaaid
* De grootte waarop het patroon precies wordt genaaid, kan variëren naar
gelang het soort stof en draad dat u gebruikt.
79
b Spiltoets Druk op deze toets om de spilinstelling te selecteren. Wanneer u de
spilinstelling selecteert, wordt de naald omlaag gezet wanneer de machine
stopt. De persvoet wordt ondertussen iets omhoog gezet. Wanneer u weer
begint te naaien, wordt de persvoet automatisch omlaag gezet.
Als deze toets er zo uitziet , kunt u de spilfunctie niet gebruiken.
Zorg dat de naald op pagina 3 van de machine-instellingen omlaag staat.
72
c Vrijmodustoets Druk op deze toets om de vrijmodus te selecteren.
De transporteur wordt omlaag gezet en de persvoet wordt op een geschikte
hoogte gezet voor vrij quilten.
105
d
Automatische
verstevigingssteektoets
Druk op deze toets om de functie Automatische verstevigingssteken in te
schakelen.
69
e Automatische
draadkniptoets
Druk op deze toets om de functie Automatisch draadknippen in te stellen. 70
f Wissentoets Als u een fout maakt bij het kiezen van een steekpatroon, kunt u uw fout met
deze toets ongedaan maken. Als u een fout maakt bij het combineren van een
steekpatronen, kunt u steekpatronen wissen met deze toets.
148, 150
g Steekbreedte/
steeklengtetoets
Hiermee toont u de steekbreedte en steeklengte voor het geselecteerde
steekpatroon. De standaardinstellingen van de machine zijn gemarkeerd.
66-67
h Draadspanningstoets Hiermee toont u de draadspanningsinstelling van het geselecteerde
steekpatroon. De standaardinstellingen van de machine zijn gemarkeerd.
67
i Geheugentoets Met deze toets kunt u combinaties van steekpatronen in het geheugen
opslaan.
171-173
j Verlengtoets Wanneer u 7 mm satijnsteekpatronen hebt geselecteerd, kunt u met deze toets
kiezen uit vijf automatische lengte-instellingen zonder de instellingen van de
steekbreedte van de zigzagsteek of de steeklengte te wijzigen.
157
k Enkele/
tweelingnaaldtoets
Druk op deze toets om te kiezen tussen naaien met de enkele naald of de
tweelingnaald.
49
l Groottekeuzetoets Met deze toets kunt u de grootte van het steekpatroon kiezen (groot of klein). 157
m Verticale spiegeltoets Nadat u het steekpatroon hebt geselecteerd, kunt u met deze toets een
verticaal spiegelbeeld van het steekpatroon maken.
157
n Horizontale
spiegeltoets
Nadat u het steekpatroon hebt geselecteerd, kunt u met deze toets een
horizontaal spiegelbeeld van het steekpatroon maken.
158
o Enkele/meerdere
stekentoets
Druk op deze toets om te kiezen tussen enkele steken of doorgaande steken. 158
p Terug naar begintoets Wanneer het naaien stopt, drukt u op deze toets om terug te keren naar het
begin van het patroon.
159
q
Patroonafbeeldingtoets
Druk op deze toets om een vergrote weergave van het geselecteerde
steekpatroon te maken.
160
r Startschermtoets Druk op deze toets om terug te gaan naar het startscherm. 14
s
Schermvergrendeltoets
Druk op deze toets om het scherm te vergrendelen. Wanneer het scherm
vergrendeld is, zijn de diverse instellingen, zoals de steekbreedte en de
steeklengte, vergrendeld. U kunt deze dan niet wijzigen. Druk opnieuw op de
toets om de instellingen weer vrij te zetten.
74
t Draaddichtheidstoets Nadat u het steekpatroon hebt gekozen, kunt u de draaddichtheid van het
patroon met deze toets wijzigen.
158
u Spatiëringtoets Met deze toets wijzigt u de spatiëring van letters. 150
STEEKPATRONEN AANPASSEN
Lettersteken en decoratieve steken
157
4
Grootte wijzigen
Kies een steekpatroon en druk vervolgens op om de grootte van het steekpatroon te wijzigen. Het
steekpatroon wordt genaaid op de grootte die op de toets opgelicht is.
Ware grootte steekpatroon
* Het formaat verschilt naar gelang de stof en draad.
Lengte van steekpatronen
wijzigen (alleen bij 7 mm
satijnsteekpatronen)
Wanneer u 7 mm satijnsteekpatronen hebt
geselecteerd kunt u met kiezen uit vijf
automatische lengte-instellingen zonder de
instellingen van de steekbreedte van de
zigzagsteek of de steeklengte te wijzigen.
Verticaal gespiegeld patroon
maken
Als u een verticaal spiegelbeeld wilt maken, kiest
u een steekpatroon en drukt u daarna op .
Memo
Als u nog andere steekpatronen invoert nadat u de grootte hebt gewijzigd, worden die steekpatronen
ook op die grootte genaaid.
U kunt de grootte van combinatiepatronen niet meer wijzigen nadat u het steekpatroon hebt ingevoerd.
STEEKPATRONEN AANPASSEN
158
Horizontaal gespiegeld patroon
maken
Als u een horizontaal spiegelbeeld wilt maken,
kiest u een steekpatroon en drukt u daarna op
.
Meerdere steken van een patroon
naaien
Druk op om te kiezen of u meerdere steken
of een enkele steek van een patroon wilt naaien.
Draaddichtheid wijzigen (alleen
voor satijnsteekpatronen)
Nadat u het satijnsteekpatroon hebt gekozen,
drukt u op om de gewenste draaddichtheid te
selecteren.
Memo
Als u een geheel motief wilt afmaken terwijl
u meerdere steken van een patroon
ononderbroken naait, kunt u tijdens het
naaien op drukken. De machine stopt
automatisch wanneer het motief af is.
VOORZICHTIG
Als de steken opbollen wanneer u de
draaddichtheid hebt ingesteld op ,
herstelt u de draaddichtheid tot . Als u
toch doorgaat met naaien terwijl de steken
opbollen, kan de naald buigen of breken.
Memo
Als u een ander steekpatroon kiest nadat u
de draaddichtheid hebt gewijzigd, blijft de
draaddichtheid hetzelfde totdat u deze weer
wijzigt.
U kunt de draaddichtheid niet wijzigen voor
een combinatiepatroon nadat extra patronen
zijn toegevoegd.
STEEKPATRONEN AANPASSEN
Lettersteken en decoratieve steken
159
4
Terugkeren naar het begin van
het patroon
Wanneer u letters/decoratieve steken naait, kunt u
terugkeren naar het begin van het patroon nadat u
een proeflapje hebt genaaid, of wanneer het stiksel
niet goed is genaaid.
a
Druk op de "Start/stoptoets" om de machine
te stoppen en druk vervolgens op .
o De machine keert terug naar het begin van het
geselecteerde patroon ("W") vanaf het punt waar het
naaien is gestopt.
b
Druk op de "Start/stoptoets" om door te
gaan met naaien.
Memo
Als u op deze toets drukt wanneer het
naaien stopt, kunt u aan het eind van een
gecombineerd steekpatroon een patroon
toevoegen. (In dit voorbeeld wordt "!"
toegevoegd.)
STEEKPATRONEN AANPASSEN
160
Afbeelding controleren
U kunt het geselecteerde steekpatroon ongeveer
op ware grootte weergeven. U kunt de kleuren van
de schermafbeelding controleren en wijzigen.
a
Druk op .
o Er wordt een afbeelding van het geselecteerde
patroon weergegeven.
b
Druk op om de draadkleur in de
afbeelding te veranderen in rood, blauw of zwart
.
o De kleur verandert telkens wanneer u op de knop
drukt.
c
Druk op om de vergrote afbeelding
weer te geven.
a Hiermee geeft u het patroon ongeveer op ware
grootte aan
d
Met / / / kunt u een deel
van de afbeelding bekijken die buiten het
zichtbare vlak steekt.
a
STEEKPATRONEN AANPASSEN
Lettersteken en decoratieve steken
161
4
e
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Memo
U kunt ook naaien vanaf dit scherm wanneer
het persvoetsymbool wordt weergegeven.
De afbeelding van sommige patronen
worden uitsluitend op standaardformaat
weergegeven.
STEEKPATRONEN COMBINEREN
162
STEEKPATRONEN COMBINEREN
U kunt allerlei steekpatronen combineren, zoals lettersteken, kruissteken, satijnsteken of steken die u
ontwerpt met de functie MY CUSTOM STITCH™ (in hoofdstuk 7 vindt u informatie over MY CUSTOM
STITCH™). Ook kunt u steekpatronen van verschillend formaat, spiegelbeeldpatronen en andere
combineren.
Alvorens patronen te combineren
Bij het naaien van gecombineerde patronen wordt het naaien van een enkele steek automatisch
geselecteerd. Als u meerdere steken van een patroon wilt naaien, drukt u op nadat u klaar bent met
het kiezen van de patrooncombinatie.
Als u wijzigingen in grootte aanbrengt, een spiegelbeeld maakt of andere wijzigingen aanbrengt in een
combinatiepatroon, zorg dan dat u het gekozen steekpatroon wijzigt voordat u de volgende steek kiest. U
kunt een steekpatroon niet meer wijzigen nadat u het volgende steekpatroon hebt gekozen.
Diverse steekpatronen
controleren
Voorbeeld:
a
Druk op .
STEEKPATRONEN COMBINEREN
Lettersteken en decoratieve steken
163
4
b
Selecteer .
c
Druk op .
o U gaat terug naar het stekenoverzicht.
d
Druk op .
e
Selecteer .
STEEKPATRONEN COMBINEREN
164
f
Druk op om meerdere steken van het
patroon te naaien.
g
Druk op .
Grote en kleine steekpatronen
combineren
Voorbeeld:
a
Druk op .
o De grote steek wordt geselecteerd.
b
Druk nogmaals op en daarna op
om het kleine formaat te selecteren.
o Het patroon wordt kleiner weergegeven.
c
Druk op om doorgaand te naaien.
o Het opgegeven patroon wordt herhaald.
Memo
Patronen worden individueel gewist, te
beginnen bij het laatste, door te drukken op
.
STEEKPATRONEN COMBINEREN
Lettersteken en decoratieve steken
165
4
Horizontale gespiegelde
steekpatronen combineren
Voorbeeld:
a
Druk op .
b
Druk opnieuw op en vervolgens op
.
o Het patroon wordt gedraaid langs een verticale as.
c
Druk op .
o Het opgegeven patroon wordt herhaald.
Steekpatronen van verschillende
lengten combineren
Voorbeeld:
a
Druk op en vervolgens op .
o
De lengte van de afbeelding wordt ingesteld op
.
STEEKPATRONEN COMBINEREN
166
b
Druk opnieuw op en vervolgens drie
maal op .
o
De lengte van de afbeelding wordt ingesteld op
.
c
Druk op .
o Het opgegeven patroon wordt herhaald.
Stappatronen maken (alleen bij
7 mm satijnsteekpatronen)
Bij 7 mm satijnsteekpatronen kunt u met de
toetsen een stapsgewijs effect creëren.
Steekpatronen die zo worden genaaid dat ze een
stapsgewijs effect creëren, worden stappatronen
genoemd.
* Druk op om het steekpatroon naar links te
verplaatsen op een afstand die gelijk is aan de helft
van de grootte van het steekpatroon.
* Druk op om het steekpatroon naar rechts te
verplaatsen op een afstand die gelijk is aan de helft
van de grootte van het steekpatroon.
Voorbeeld:
STEEKPATRONEN COMBINEREN
Lettersteken en decoratieve steken
167
4
a
Druk op .
b
Druk op .
o Het volgende steekpatroon wordt naar rechts
verplaatst.
c
Druk nogmaals op .
d
Druk op .
o Het volgende steekpatroon wordt naar links
verplaatst.
e
Druk op .
o Het opgegeven patroon wordt herhaald.
STEEKPATRONEN COMBINEREN
168
Nog enkele voorbeelden
Druk op oooo.
Druk op ooo oo
ooo.
Druk op ooo.
Druk op ooooo
ooo.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Lettersteken en decoratieve steken
169
4
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Voorzorgsmaatregelen steekgegevens
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht wanneer u steekgegevens gebruikt die niet zijn gemaakt
en opgeslagen op deze machine.
Soorten steekgegevens die u kunt gebruiken
In het geheugen voor lettersteken en decoratieve steken van deze machine kunnen ".pmx" en ".pmu"-
steekbestanden worden gebruikt. U kunt ".pmu-"steekbestanden ophalen, maar wanneer u het bestand
opslaat met de machine, wordt het opgeslagen als een ".pmx"-steekbestand. Wanneer u andere gegevens
gebruikt dan u hebt gemaakt met deze machine, of met een machine die ".pmu"-bestanden maakt, kan dit
leiden tot storing.
Welke USB-apparaten/media u kunt gebruiken
U kunt steekgegevens opslaan op of oproepen van externe USB-media. Gebruik een extern medium dat voldoet
aan de volgende specificaties.
USB Flash-station (USB-flashgeheugen)
USB-diskettestation
Steekgegevens kunt u alleen oproepen van:
USB CD-ROM, CD-R, CD-RW stations
De volgende USB-media kunt u gebruiken met de USB-geheugenkaartlezer/kaartschrijfmodule.
Secure Digital (SD) Card
CompactFlash
Memory Stick
•Smart Media
Multi Media Card (MMC)
xD-Picture Card
Gebruik een computer om bestandsmappen aan te maken.
U kunt computers en besturingssystemen met de volgende specificaties
gebruiken.
Compatibele modellen:
IBM PC met een USB-poort als standaardapparaat
IBM PC-compatible computer uitgerust met een USB-poort als standaardapparaat
Compatibele besturingssystemen:
Microsoft Windows 2000/XP/Vista
Voorzorgsmaatregelen voor het maken en opslaan van steekgegevens op de
computer
Als de naam van het steekgegevensbestand/de steekgegevensmap niet kan worden bepaald omdat de naam
speciale tekens bevat, wordt het bestand/de map niet weergegeven. Wijzig dan de bestandsnaam. We raden
u aan de 26 letters van het alfabet te gebruiken (hoofdletters en kleine letters), de cijfers 0 t/m 9, "-" en "_".
Steekgegevens in een map die is gemaakt op een USB-medium kunnen worden opgehaald.
Maak geen mappen op de "Verwisselbare schijf" op een computer. Steekgegevens die zijn opgeslagen in een
map op de "Verwisselbare schijf", kunnen niet worden opgehaald door de machine.
Opmerking
Sommige USB-media zijn misschien niet bruikbaar bij deze machine. Meer bijzonderheden vindt u op
onze website.
De toegangslamp begint te knipperen nadat u USB-apparaten/media heeft geplaatst. Het duurt
ongeveer vijf of zes seconden om de apparaten/media te herkennen. (De tijd verschilt afhankelijk van
het USB-apparaat/medium).
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
170
Handelsmerken
Secure Digital (SD) Card is een gedeponeerd handelsmerk van SD Card Association.
CompactFlash is een gedeponeerd handelsmerk van Sandisk Corporation.
Memory Stick is een gedeponeerd handelsmerk van Sony Corporation.
Smart Media is een gedeponeerd handelsmerk van Toshiba Corporation.
Multi Media Card (MMC) is een gedeponeerd handelsmerk van Infineon Technologies AG.
xD-Picture Card is een gedeponeerd handelsmerk van Fuji Photo Film Co., Ltd.
IBM is een gedeponeerd handelsmerk van International Business Machines Corporation.
Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation.
Elk bedrijf waarvan de software wordt genoemd in deze gebruiksaanwijzing heeft een
softwarelicentieovereenkomst voor zijn speciale programma's.
Alle andere merken en productnamen die in deze gebruiksaanwijzing worden genoemd, zijn gedeponeerde
handelsmerken van de betreffende bedrijven. De uitleg van tekens zoals
®
en ™ is niet duidelijk beschreven in
de tekst.
VOORZICHTIG
Alvorens u de USB-kabel losmaakt, klikt u op het pictogram "Hardware ontkoppelen of uitwerpen" in de
taakbalk van Windows
®
2000 of het pictogram "Hardware veilig verwijderen" in de taakbalk van
Windows
®
XP/Windows Vista
®
. Wanneer u de verwisselbare schijf veilig kunt verwijderen, maakt u de
USB-kabel los van de computer en de machine.
Windows
®
XP
Windows Vista
®
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Lettersteken en decoratieve steken
171
4
Steekpatronen opslaan in het
geheugen van de machine
U kunt veelgebruikte steekpatronen opslaan in het
geheugen van de machine. In totaal kan ca. 1 MB
steekpatronen worden opgeslagen in het geheugen
van de machine.
a
Druk op .
b
Druk op .
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.
o Op de display ziet u "Opslaan". Nadat het patroon is
opgeslagen, keert u automatisch terug naar het
oorspronkelijke scherm.
Opmerking
Zet de machine niet uit terwijl "Opslaan" op
de display staat. Dan raakt u het patroon dat
wordt opgeslagen kwijt.
Memo
Het opslaan van een steekpatroon duurt
enkele seconden.
Zie pagina 176 voor meer informatie over
het ophalen van een opgeslagen
steekpatroon.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
172
Als het geheugen vol is
Als dit volgende scherm verschijnt wanneer u
probeert een patroon in het geheugen op te slaan, is
het geheugen te vol. Het geselecteerde steekpatroon
kan er niet meer bij. Als u het steekpatroon toch in
het geheugen wilt opslaan, moet u eerst een eerder
opgeslagen steekpatroon wissen.
a
Druk op .
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.
b
Kies het steekpatroon dat u wilt wissen.
* Druk op als u besluit dat steekpatroon niet te
wissen.
a In de zakken zijn steekpatronen opgeslagen
c
Druk op .
o Een bevestigingsbericht verschijnt.
a
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Lettersteken en decoratieve steken
173
4
d
Druk op .
* Als u besluit dat steekpatroon niet te wissen, drukt u
op .
o Het steekpatroon wordt uit het geheugen gewist en
het nieuwe steekpatroon wordt daarna automatisch
opgeslagen.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
174
Steekpatronen opslaan op USB-
media (in de handel verkrijgbaar)
Wanneer u steekpatronen van de machine naar
USB-media wilt zenden, sluit u het USB-medium
aan op de USB-poort van de machine.
a
Druk op .
b
Plaats het USB-medium in de eerste
(bovenste) USB-poort op de machine.
a Eerste (bovenste) USB-poort voor media
b USB-medium
Memo
USB-media zijn verkrijgbaar in de handel,
maar sommige USB-media zijn niet
bruikbaar met deze machine. Meer
bijzonderheden vindt u op onze website.
Naar gelang het USB-medium dat u
gebruikt, sluit u het USB-apparaat direct aan
op de USB-poort van de machine of sluit u
de USB-medialees/schrijfmodule aan op de
USB-poort van de machine.
U kunt het USB-medium op elk moment
plaatsen of verwijderen.
Opmerking
De verwerkingssnelheid varieert mogelijk
per poortkeuze en hoeveelheid data. U kunt
USB-media in de middelste poort steken,
maar de eerste (bovenste) USB-poort
verwerkt de gegevens sneller. Het is
raadzaam om de eerste (bovenste) USB-
poort te gebruiken.
Op deze machine kunt u niet twee USB-
media tegelijk gebruiken. Wanneer u twee
USB-media in de machine steekt, wordt
alleen het USB-medium dat u het eerst hebt
geplaatst, geselecteerd.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Lettersteken en decoratieve steken
175
4
c
Druk op .
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.
o Op de display ziet u "Opslaan". Nadat het patroon is
opgeslagen, keert u automatisch terug naar het
oorspronkelijke scherm.
Steekpatronen opslaan op de
computer
Met de bijgeleverde USB-kabel kunt u de machine
aansluiten op uw computer en kunt u tijdelijk
borduurpatronen ophalen van en opslaan in de
map "Verwisselbare schijf" van uw computer.
a
Sluit de USB-kabel aan op de betreffende
USB-poort op de computer en op de
machine.
b
Zet uw computer aan en selecteer
"Computer (Deze computer)".
* U kunt de USB-kabel aansluiten op de computer en
de machine, of ze nu ingeschakeld zijn of niet.
a USB-poort voor computer
b USB-kabelaansluiting
o Het pictogram "Verwisselbare schijf" verschijnt in
"Computer (Deze computer)" op de computer.
Opmerking
Plaats of verwijder geen USB-medium
wanneer het scherm "Opslaan" wordt
weergegeven. Dan gaat het patroon dat u
op dat moment opslaat, geheel of
gedeeltelijk verloren.
Opmerking
Zet de machine niet uit terwijl "Opslaan" op
de display staat. Dan raakt u het patroon dat
wordt opgeslagen kwijt.
Opmerking
De aansluitingen op de USB-kabel kunt u
alleen in één richting in een aansluiting
steken. Als het moeilijk is om de aansluiting
aan te sluiten, gebruik dan geen kracht en
controleer de richting van de aansluiting.
Bijzonderheden over de positie van de USB-
poort op de computer (of USB-hub) vindt u
in de handleiding bij de betreffende
apparatuur.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
176
c
Druk op .
d
Druk op .
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.
o Het steekpatroon wordt tijdelijk opgeslagen op
"Verwisselbare schijf" onder "Computer (Deze
computer)".
e
Selecteer het ".pmx"-bestand van het
steekpatroon en kopieer het bestand naar
de computer.
Steekpatronen ophalen uit het
geheugen van de machine
a
Druk op .
o In het scherm dat verschijnt kunt u een zak
selecteren.
Opmerking
Zet de machine niet uit terwijl "Opslaan" op
de display staat. Dan kunt u gegevens
kwijtraken.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Lettersteken en decoratieve steken
177
4
b
Kies het steekpatroon dat u wilt ophalen.
* Als het hele opgeslagen steekpatroon niet wordt
weergegeven, drukt u op het miniatuur.
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.
a Opgeslagen steekpatronen
c
Druk op .
* Druk op om het patroon te wissen.
o Het geselecteerde steekpatroon wordt opgehaald en
het naaischerm wordt weergegeven.
Ophalen van USB-media
U kunt een specifiek steekpatroon ophalen direct
van het USB-medium of uit een map op het USB-
medium. Als het steekpatroon zich in een map
bevindt, controleert u elke map om het
steekpatroon te zoeken.
a
Plaats het USB-medium in de eerste
(bovenste USB-poort op de machine
(zie pagina 174).
a Eerste (bovenste) USB-poort voor media
b USB-medium
b
Druk op .
o Steekpatronen en een map in de bovenste map
worden weergegeven.
a
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
178
c
Druk op wanneer er een submap is
om twee of meer steekpatronen op USB-
media te sorteren. Het steekpatroon in de
submap wordt weergegeven.
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder het steekpatroon op
te halen.
a Mapnaam
b Van steekpatronen in een map wordt slechts het
eerste patroon van gecombineerde patronen
getoond.
c Pad
o Het pad geeft de huidige map boven in de lijst weer.
Steekpatronen en een submap binnen een map
worden weergegeven.
* Druk op om terug te gaan naar de vorige map.
* Gebruik de computer om mappen te maken. Met de
machine kunt u geen mappen maken.
d
Druk op de toets van het steekpatroon dat u
wilt ophalen.
e
Druk op .
* Druk op om het patroon te wissen. Het
patroon wordt verwijderd van het USB-medium.
o Het geselecteerde steekpatroon wordt opgehaald en
het naaischerm wordt weergegeven.
a
c
b
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Lettersteken en decoratieve steken
179
4
Ophalen van de computer
a
Sluit de USB-kabel aan op de betreffende
USB-poort op de computer en op de
machine (zie pagina 175).
b
Op de computer opent u "Computer (Deze
computer)" en vervolgens gaat u naar
"Verwisselbare schijf".
c
Verplaats/kopieer de patroongegevens naar
"Verwisselbare schijf".
o De steekpatroongegevens op "Verwisselbare schijf"
worden naar de machine geschreven.
d
Druk op .
o De patronen op de computer worden weergegeven
in het patronenoverzicht.
e
Druk op de toets van het steekpatroon dat u
wilt ophalen.
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder het steekpatroon op
te halen.
Opmerking
Maak de USB-kabel niet los terwijl de
gegevens worden geschreven.
Maak geen mappen op de "Verwisselbare
schijf". Mappen worden niet weergegeven
en steekpatronen in mappen kunt u dus niet
ophalen.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
180
f
Druk op .
* Druk op om het patroon te wissen.
Het patroon wordt verwijderd van de "Verwisselbare
schijf" op uw computer.
o Het geselecteerde steekpatroon wordt opgehaald en
het naaischerm wordt weergegeven.
Opmerking
Het patroon dat u van de computer hebt
opgehaald, wordt tijdelijk op de machine
geschreven. Wanneer u de machine
uitschakelt, wordt het patroon verwijderd.
Als u het steekpatroon wilt bewaren, moet u
het opslaan op de machine ("Steekpatronen
opslaan in het geheugen van de machine"
op pagina 171).
Hoofdstuk 5
Borduren
VOORDAT U GAAT BORDUREN ......................... 182
Borduren stap voor stap..........................................................182
Borduurvoet "W" bevestigen ...................................................183
Borduurtafel bevestigen ..........................................................184
Over de borduurtafel ...................................................................... 184
Borduurtafel verwijderen ................................................................ 185
PATRONEN KIEZEN.............................................. 186
Copyright ........................................................................................ 186
Stekenoverzichten........................................................................... 187
Het selecteren van Borduurpatronen/Brother "Exclusief"/
Griekse letterpatronen/Bloemletterpatronen/
Borduurnaaipatronen..............................................................189
Letterpatronen kiezen .............................................................190
Kaderpatronen selecteren .......................................................192
Patronen selecteren van borduurkaarten ................................194
Over de borduurkaartlezer (afzonderlijk verkrijgbaar) en de USB-
kaartschrijfmodule*......................................................................... 194
Over borduurkaarten (afzonderlijk verkrijgbaar) ............................ 194
Patronen kiezen van een USB-medium/computer...................195
OVERZICHT DISPLAY VOOR BORDUREN .......... 196
Functies van de toetsen ................................................................... 197
DE STOF VOORBEREIDEN.................................... 198
Opstrijksteunstof bevestigen op de stof...................................198
Stof in het borduurraam plaatsen............................................200
Soorten borduurramen.................................................................... 200
Stof plaatsen.................................................................................... 201
Gebruik van het borduurvel............................................................ 202
Kleine stukjes stof, hoeken of randen en lint of band
borduren .................................................................................203
Kleine stukjes stof borduren ............................................................ 203
Randen of hoeken borduren............................................................ 203
Linten of band borduren.................................................................. 203
BORDUURRAAM BEVESTIGEN ............................ 204
Borduurtafel verwijderen ................................................................ 205
POSITIE VAN HET PATROON CONTROLEREN.... 206
Borduurpositie uitlijnen met de ingebouwde camera..............206
Patroonpositie controleren .....................................................209
Voorbeeld van het patroon bekijken .......................................210
BORDUURPATROON NAAIEN ............................ 212
Aantrekkelijke afwerkingen maken .........................................212
Borduursteekplaatdeksel ................................................................. 213
Borduurpatronen naaien .........................................................213
Applicaties borduren...............................................................215
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN
GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)........... 217
Een patroon kiezen .................................................................218
Alleen het borduurpatroon controleren .......................................... 218
Achtergrondafbeelding en positieafbeelding uitvoeren ...........219
Gebruik van USB-media.................................................................. 219
Gebruik van een USB-kabel............................................................. 220
Achtergrond en borduurpositievel afdrukken..........................221
Borduurpatronen naaien .........................................................222
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
..........223
Als de onderdraad bijna op is................................................. 223
Wanneer de draad afbreekt tijdens het naaien ....................... 224
Opnieuw beginnen vanaf het begin........................................ 225
Borduren hervatten nadat u de machine hebt uitgezet........... 225
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN.........227
Draadspanning aanpassen ...................................................... 227
Juiste draadspanning ........................................................................227
Bovendraad is te strak......................................................................227
Bovendraad is te los .........................................................................228
Ander spoelhuis aanpassen (geen kleur op schroef) ............... 228
Juiste spanning .................................................................................228
Bovendraad is te los .........................................................................229
Onderdraad is te strak......................................................................229
Gebruik van de automatische draadknipfunctie
(EINDE KLEUR KNIPPEN)....................................................... 229
Gebruik van de draadknipfunctie (OVERSPRINGENDE STEEK
KNIPPEN)............................................................................... 230
Selecteren beneden welke lengte overspringende steken niet
worden afgeknipt .............................................................................230
Borduursnelheid aanpassen.................................................... 231
Garenkleur wijzigen............................................................... 231
Borduurraamdisplay wijzigen................................................. 232
BORDUURPATROON WIJZIGEN..........................234
Patroonpositie wijzigen.......................................................... 234
Patroon en naald in de juiste positie zetten............................ 235
Grootte wijzigen .................................................................... 236
Patroon roteren...................................................................... 237
Horizontaal gespiegeld patroon maken.................................. 238
Steekdichtheid wijzigen (alleen letter- en kaderpatronen) .... 239
Kleuren van letterpatroon wijzigen ........................................ 240
Verbonden letters borduren ................................................... 241
Ononderbroken borduren (met één kleur) ............................. 243
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE ..............244
Voorzorgsmaatregelen borduurgegevens ............................... 244
Soorten borduurgegevens die u kunt gebruiken ...............................244
Welke USB-apparaten/media u kunt gebruiken ...............................244
U kunt computers en besturingssystemen met de volgende
specificaties gebruiken. ....................................................................245
Voorzorgsmaatregelen voor het maken en opslaan van
steekgegevens op de computer.........................................................245
Tajima (.dst) borduurgegevens .........................................................245
Handelsmerken ................................................................................245
Steekpatronen opslaan in het geheugen van de machine........ 246
Als het geheugen vol is.....................................................................247
Steekpatronen opslaan op USB-medium................................. 249
Borduurpatronen opslaan op de computer............................. 250
Patronen ophalen uit het geheugen van de machine .............. 251
Ophalen van USB-media ........................................................ 252
Ophalen van de computer...................................................... 254
BORDUURAPPLICATIE..........................................256
Applicatie maken met een kaderpatroon (1) .......................... 256
Applicatie maken met een kaderpatroon (2) .......................... 257
Gesplitste borduurpatronen naaien........................................ 259
VOORDAT U GAAT BORDUREN
182
VOORDAT U GAAT BORDUREN
Borduren stap voor stap
Volg onderstaande stappen om de machine voor te bereiden voor borduren.
Stap 3
Stap 1, 2
Stap 7 Stap 5
Stap 4
Stap 6, 8
Stap 9
Stap
nummer
Doel Handeling Pagina
1 Persvoet bevestigen Bevestig persvoet "W". 183
2 Naald controleren Voor borduurwerken gebruikt u naald 75/11. * 58
3 Borduurtafel bevestigen Bevestig de borduurtafel. 184
4 Onderdraad installeren Als onderdraad windt u borduurdraad op. Vervolgens installeert u de spoel. 37
5 Stof voorbereiden Bevestig steunstof aan de stof en bevestig dit in het borduurraam. 198
6 Patroon kiezen Schakel de machine in en selecteer een borduurpatroon. 186
7 Borduurraam bevestigen Bevestig het borduurraam aan de borduurtafel. 204
8 Lay-out controleren Controleer het formaat en de plaats van het borduurwerk en pas deze zo
nodig aan.
206
9 Borduurdraad installeren Installeer de borduurdraad voor het patroon. 46
* Een 90/14 naald wordt aanbevolen wanneer u op zware stoffen of steunstoffen borduurt (bijvoorbeeld spijkerstof, schuim enz.)
Ballpointnaald (goudkleurig) 90/14 wordt niet aanbevolen voor borduurwerk.
VOORDAT U GAAT BORDUREN
Borduren
183
5
Borduurvoet "W" bevestigen
Druk op
oo o
o
in die volgorde om een
videovoorbeeld weer te geven van het bevestigen
van borduurvoet "W" (zie pagina 34). Volg
onderstaande stappen om de handeling te
voltooien
.
a
Druk op de "Naaldstandtoets" om de naald
omhoog te zetten.
b
Druk op .
o Het hele scherm wordt wit en alle toetsen zijn
vergrendeld.
c
Zet de persvoethendel omhoog.
d
Druk op de zwarte toets op de
persvoethouder en verwijder de persvoet.
a Zwarte toets
b Persvoethouder
o Verwijder de persvoet uit de persvoethouder.
e
Gebruik de bijgeleverde schroevendraaier
om de schroef op de persvoethouder los te
draaien en verwijder de persvoethouder.
a Schroevendraaier
b Persvoethouder
c Persvoethouderschroef
o Verwijder de persvoethouder.
f
Plaats borduurvoet "W" zo op de
persvoetstang dat de arm van borduurvoet
"W" zich achter de naaldhouder bevindt, en
de strijker achter de naald.
a Arm
b Naaldhouder
c Persvoethouderschroef
d Strijker
VOORZICHTIG
Druk altijd op op het scherm
wanneer u een persvoet bevestigt. Anders
loopt u mogelijk letsel op wanneer u per
ongeluk op de "Start/stoptoets" drukt.
Gebruik altijd borduurvoet "W" wanneer u
borduurt. Wanneer u een andere persvoet
gebruikt, raakt de naald de persvoet
misschien. Hierdoor kan de naald buigen of
breken en letsel veroorzaken.
VOORDAT U GAAT BORDUREN
184
g
Houd de borduurvoet met uw rechterhand
op zijn plaats en draai met de bijgesloten
schroevendraaier de persvoethouderschroef
stevig vast.
h
Druk op om alle toetsen te
ontgrendelen.
o Alle toetsen zijn ontgrendeld en het vorige scherm
wordt weergegeven.
Borduurtafel bevestigen
Druk op
oo o
o
in die volgorde om een
videovoorbeeld weer te geven van het bevestigen
van de borduurtafel (zie pagina 34). Volg
onderstaande stappen om de handeling te
voltooien
.
Over de borduurtafel
a
Zet de naaimachine uit en verwijder de
accessoiretafel.
b
Steek de verbindingspen van de
borduurtafel op de juiste wijze in het
aansluitpunt voor de borduurtafel op de
machine. De veerscharnier op het deksel
van de aansluitpoort geeft gemakkelijk
toegang tot de poort. Druk zachtjes op het
deksel van de aansluitpoort totdat deze op
zijn plaats klikt.
a Verbindingspen van de borduurtafel
b Aansluitpunt voor de borduurtafel op de machine
VOORZICHTIG
Draai met de bijgeleverde schroevendraaier de
schroef op de persvoethouder stevig vast. Als
de schroef los zit, kan de naald de persvoet
raken. Hierdoor kunt u letsel oplopen.
VOORZICHTIG
Verplaats de machine niet terwijl de borduurtafel
daarop is bevestigd. De borduurtafel kan eraf
vallen en daardoor letsel veroorzaken
.
Houd uw handen en andere voorwerpen uit de
buurt van de wagen van de borduurtafel en het
borduurraam wanneer de machine bezig is
met borduren. Anders kunt u letsel oplopen.
Om te voorkomen dat uw borduurontwerp
vervormt, mag u de borduurwagen en het
borduurraam niet aanraken, wanneer de
machine borduurt.
Opmerking
U kunt ook naaisteken/decoratieve steken
naaien wanneer de borduurtafel is
bevestigd. Druk op en op . De
transporteur gaat automatisch omhoog voor
naaisteken en decoratieve steken.
Zet de machine uit voordat u de borduurtafel
installeert. Anders kan de machine
beschadigd raken.
Raak de interne aansluiting van de
borduurtafel niet aan. Daardoor kunt u de
pennen op de aansluiting van de
borduurtafel beschadigen.
Oefen geen zware druk uit op de wagen van
de borduurtafel en til de borduurtafel niet op
aan de wagen. Anders kan de borduurtafel
beschadigd raken.
Berg de borduurtafel op in de daarvoor
bestemde opbergkoffer.
Opmerking
Let op dat er geen ruimte open blijft tussen de
borduurtafel en de naaimachine. Als er ruimte
open blijft, worden de borduurpatronen niet
met de juiste registratie genaaid
.
Duw de wagen niet wanneer u de
borduurtafel aanbrengt op de naaimachine.
Wanneer de wagen wordt verplaatst, kan de
borduurtafel beschadigd raken.
VOORDAT U GAAT BORDUREN
Borduren
185
5
c
Zet de hoofdschakelaar aan.
o De volgende boodschap verschijnt.
d
Druk op .
o De wagen komt in de initialisatiestand te staan.
Borduurtafel verwijderen
a
Druk op of op en vervolgens
op .
o De wagen komt in de stand te staan waarin de
borduurtafel kan worden verwijderd.
b
Zet de hoofdschakelaar uit.
c
Houd de ontgrendelknop ingedrukt en trek
de borduurtafel uit de machine.
a Ontgrendelknop
VOORZICHTIG
Verwijder het borduurraam altijd voordat u op
drukt. Anders kan het borduurraam de
borduurvoet raken en letsel veroorzaken.
De borduurtafel past niet in de opbergkoffer
als u deze stap niet volgt.
Opmerking
Zet de machine uit alvorens de borduurtafel
te verwijderen. Anders kan de machine
beschadigen.
VOORZICHTIG
Til de borduurtafel niet op aan het gedeelte
van de ontgrendelknop.
PATRONEN KIEZEN
186
PATRONEN KIEZEN
Copyright
De in de naaimachine en op de borduurkaarten opgeslagen patronen zijn slechts bedoeld voor privé-gebruik.
Enig openbaar of commercieel gebruik van patronen waarop copyright rust is een overtreding van de wet op
auteursrechten en is ten strengste verboden.
Er zijn veel letterpatronen en decoratieve borduurpatronen opgeslagen in het geheugen van de machine (een
volledig overzicht van de patronen in het geheugen van de machine vindt u in de BEKNOPTE
BEDIENINGSGIDS). U kunt ook patronen van de borduurkaarten gebruiken (afzonderlijk verkrijgbaar).
Nadat de machine geïnitialiseerd is en de wagen op de beginstand is gaan staan, verschijnt het scherm met het
patronenoverzicht.
Mocht er een ander scherm verschijnen, druk dan op en vervolgens op om het onderstaande
scherm weer te geven.
a Borduurpatronen
b Brother "Exclusief"
c Griekse letterpatronen
d Bloemletterpatronen
e Borduurnaaipatronen
f Kaderpatronen
g Letters
h In het geheugen opgeslagen patronen (zie pagina
251)
i Op USB-medium opgeslagen patronen (zie pagina
252)
j Op de computer opgeslagen patronen (zie pagina
254)
k Druk op deze toets om de borduurtafel in de
opbergstand te plaatsen.
a
c
d
f
i
h
b
e
j
g
k
Memo
Als een toets er gestapeld uitziet, zoals
en , betekent dit dat er
subcategorieën zijn, die u moet selecteren
voordat een patroonkeuzescherm verschijnt.
PATRONEN KIEZEN
Borduren
187
5
Stekenoverzichten
Deze machine bevat 7 categorieën patronen. Als een paginanummer als volgt wordt aangegeven , is er
meer dan één patroonkeuzescherm voor die categorie.
Borduurpatronen
Griekse letterpatronen
Bloemletterpatronen Borduurnaaipatronen
Kaderpatronen Letters
PATRONEN KIEZEN
188
Brother "Exclusief"
Nostalgische ontwerpen Monogramontwerpen
Nieuwe Europese ontwerpen Japanse ontwerpen
Quiltontwerpen
PATRONEN KIEZEN
Borduren
189
5
Het selecteren van Borduurpatronen/
Brother "Exclusief"/Griekse
letterpatronen/Bloemletterpatronen/
Borduurnaaipatronen
a
Druk de toets van de categorie van het
patroon dat u wilt borduren.
b
Druk op de toets van het patroon dat u wilt
borduren.
* Druk op om naar de volgende pagina te gaan.
* Druk op om naar de vorige pagina te gaan.
o Het geselecteerde patroon wordt weergegeven.
c
Druk op om het patroon in
spiegelbeeld te borduren.
* Als u een fout heeft gemaakt bij de selectie van het
patroon, druk dan op de toets van het patroon dat u
wilt borduren. De nieuwe selectie verschijnt.
d
Druk op .
o De display voor borduren verschijnt.
PATRONEN KIEZEN
190
e
Ga door met "OVERZICHT DISPLAY VOOR
BORDUREN" op pagina 196 om het
patroon te borduren.
* Als u naar het vorige scherm terug wilt gaan of een
ander patroon wilt kiezen, drukt u op .
Letterpatronen kiezen
Voorbeeld: "Blue Sky" invoeren.
a
Druk op .
b
Druk op de toets van het lettertype dat u
wilt borduren.
c
Druk op een tab om van selectiescherm te
wisselen.
Memo
Als u letters toevoegt nadat u de grootte
hebt gewijzigd, worden de nieuwe letters
ingevoerd in de grootte die u hebt gekozen.
U kunt de grootte van de ingevoerde letters
niet wijzigen nadat u een letterpatroon hebt
gecombineerd.
PATRONEN KIEZEN
Borduren
191
5
d
Druk op en voer vervolgens de "B" in.
*
Als u de grootte van een letter wilt wijzigen, selecteert u
de letter en drukt u op om de grootte te wijzigen.
Telkens wanneer u op de toets drukt, verandert de
grootte van groot, naar medium naar klein.
* Als u per ongeluk verkeerd kiest, druk dan op
om uw fout te wissen.
* Als het patroon te klein is om het goed te kunnen
zien, kunt u het controleren met .
e
Druk op en voer vervolgens de "lue" in
.
f
Druk op om een spatie in te voeren.
g
Druk opnieuw op en voer "S" in.
PATRONEN KIEZEN
192
h
Druk op en voer vervolgens "ky" in.
i
Druk op .
o De display voor borduren verschijnt.
j
Ga door met "OVERZICHT DISPLAY VOOR
BORDUREN" op pagina 196 om het
patroon te borduren.
* Als u naar het vorige scherm terug wilt gaan of een
ander patroon wilt kiezen, drukt u op .
Kaderpatronen selecteren
a
Druk op .
PATRONEN KIEZEN
Borduren
193
5
b
Druk boven in het scherm op de toets met
de kadervorm die u wilt borduren.
a Kadervormen
b Kaderpatronen
o Onder in het scherm verschijnen diverse
kaderpatronen met de geselecteerde vorm.
c
Druk op de toets van het kaderpatroon dat
u wilt borduren.
* Als u per ongeluk een verkeerd patroon hebt
gekozen, druk dan op de toets van het patroon dat u
wel wilt borduren.
o Het geselecteerde patroon verschijnt op het scherm.
d
Druk op .
o De display voor borduren verschijnt.
e
Ga door met "OVERZICHT DISPLAY VOOR
BORDUREN" op pagina 196 om het
patroon te borduren.
* Als u naar het vorige scherm terug wilt gaan of een
ander patroon wilt kiezen, drukt u op .
a
b
PATRONEN KIEZEN
194
Patronen selecteren van
borduurkaarten
Over de borduurkaartlezer
(afzonderlijk verkrijgbaar) en de
USB-kaartschrijfmodule*
Gebruik slechts een borduurkaartlezer die is
ontworpen voor deze machine. Bij gebruik van
andere kaartlezers werkt de machine mogelijk
niet goed.
* Als u de PE-DESIGN Ver. 5 of later, PE-DESIGN Lite
of PED-BASIC hebt aangeschaft, kunt u de
bijgesloten USB-kaartschrijfmodule als een
borduurkaartlezer aansluiten op de machine, en
patronen oproepen.
Over borduurkaarten
(afzonderlijk verkrijgbaar)
Gebruik alleen borduurkaarten die speciaal voor
deze machine zijn vervaardigd. Bij gebruik van
onofficiële kaarten werkt de machine mogelijk
niet goed.
In het buitenland aangeschafte borduurkaarten
kunt u niet gebruiken bij deze machine.
Berg uw borduurkaarten op in de koffer.
a
Steek de optionele borduurkaartlezer/USB-
kaartschrijfmodule* in de eerste (bovenste)
USB-poort van de machine.
a Eerste (bovenste) USB-poort
b Borduurkaartlezer/USB-kaartschrijfmodule*
b
Steek de kaart volledig in de kaartlezer/
USB-kaartschrijfmodule*.
* Plaats de borduurkaart zo dat het uiteinde met de
pijl erop boven zit.
c
Druk op de toets van de USB-poort waarin de
borduurkaartlezer/USB-kaartschrijfmodule*
is gestoken
.
o De patronen op de borduurkaart verschijnen op het
scherm met het stekenoverzicht.
d
Volg de stappen op pagina 189 om een
patroon te selecteren.
Opmerking
U kunt geen borduurpatronen vanaf de
machine opslaan op een borduurkaart die is
geplaatst in een aangesloten USB-
kaartschrijfmodule*.
Opmerking
U kunt niet twee USB-kaartlezers/USB-
kaartschrijfmodules* tegelijk gebruiken op
deze machine. Als u twee USB-kaartlezers/
USB-kaartschrijfmodules* in de machine
steekt, wordt alleen de USB-kaartlezer/USB-
kaartschrijfmodule* die het eerst is
geplaatst, gedetecteerd.
Memo
U kunt ook de borduurkaartlezer/USB-
kaartschrijfmodule* in de middelste poort
van de machine steken.
PATRONEN KIEZEN
Borduren
195
5
Patronen kiezen van een USB-
medium/computer
Hoe u patronen ophaalt van een computer of USB-
medium leest u op pagina's 252 t/m 255.
OVERZICHT DISPLAY VOOR BORDUREN
196
OVERZICHT DISPLAY VOOR BORDUREN
a Hiermee geeft u de persvoetcode weer.
Bevestig borduurvoet "W" voor alle borduurwerken. Wanneer het persvoetsymbool op het scherm verschijnt, kunt u
borduren.
b Hier verschijnt de grens voor borduren met het extra grote borduurraam (30 cm u 20 cm (ca. 12 inch u 8 inch)).
c Hier wordt een voorbeeld van het geselecteerde patroon getoond.
d Hier wordt de grootte van het geselecteerde patroon getoond.
e Hier wordt getoond hoe ver de patroonpositie zich vanaf het midden bevindt (wanneer u de standaardpatroonpositie
verplaatst).
f Hiermee wordt getoond hoeveel steken er in het geselecteerde patroon zijn en hoeveel steken er tot nu toe zijn
geborduurd.
g Geeft aan hoeveel tijd u nodig hebt om het patroon te borduren en hoeveel tijd er tot nu toe is verlopen bij het
borduren van het patroon (de tijd voor het verwisselen en automatisch afsnijden van draden is hier niet bij
inbegrepen).
h Toont het aantal kleuren in het geselecteerde patroon en het nummer van de kleur die u momenteel borduurt.
i Toont het deel van het borduurwerk dat wordt geborduurd met de eerste garenkleur.
j Toont de volgorde voor garenkleurwisselingen en de borduurtijd voor elke garenkleur.
* De weergegeven tijd is een benadering van de benodigde tijd. De werkelijke borduurtijd kan langer zijn dan de
aangegeven tijd, naar gelang het borduurraam dat u gebruikt. Bovendien is de tijd die nodig is om van garenkleur te
wisselen, niet inbegrepen.
k Toont de borduurramen die u bij het geselecteerde patroon kunt gebruiken. Gebruik het juiste borduurraam (zie
pagina 200).
l Toont hoeveel aantal graden het patroon wordt gedraaid.
Opmerking
De extra functies van alle toetsen worden op de volgende pagina uitgelegd.
b
j
a
c
d
e
h
i
k
l
f g
OVERZICHT DISPLAY VOOR BORDUREN
Borduren
197
5
Functies van de toetsen
Met deze toetsen kunt u de grootte van het patroon wijzigen, het patroon roteren (draaien) enz.
Nr. Display Toetsnaam Uitleg Pagina
m
Patroonafbeeldingtoets
Druk op deze toets om een voorbeeld te krijgen van het geborduurde patroon. 210
n Pijltjestoetsen
( Centreertoets)
Met een pijltjestoets verplaatst u het patroon in de richting van de pijl. (Met de
centreertoets zet u het patroon terug in het midden van het borduurgebied.)
234
o Rotatietoets Met de rotatietoets draait u het patroon op het scherm. U kunt het patroon 1
graad, 10 graden of 90 graden per keer draaien.
237
p Groottetoets Met de groottetoets wijzigt u de grootte van het patroon. 236
q Steekdichtheidstoets Met deze toets wijzigt u de steekdichtheid van letter- of kaderpatronen. 239
r Horizontale
spiegeltoets
Met de horizontale spiegeltoets spiegelt u het patroon horizontaal. 238
s Meerkleurentoets Met de meerkleurentoets wijzigt u de kleur van elke letter bij het naaien van
letterpatronen.
240
t Geheugentoets Met deze toets slaat u een patroon op, in het geheugen, op een USB-medium of
een computer.
246-250
u Terugtoets Met de terugtoets keert u terug naar het patronenoverzicht.
v Knip/spanningstoets Met de knip/spanningstoets geeft u automatisch draadknippen, draadknippen of
de draadspanning op. Voor borduren zijn deze functies automatisch ingesteld.
229-230
w Vooruit/achteruittoets Met de vooruit/achteruittoets verplaatst u de naald vooruit of achteruit in het
patroon. Dit is handig als de draad tijdens het naaien is afgebroken of als u weer
vanaf het begin wilt beginnen.
224-226
x Beginpunttoets Met de beginpunttoets stemt u de beginpositie van de naald af op de
patroonpositie.
235
y Controletoets Met de controletoets controleert u de positie van het patroon. Het borduurraam
gaat naar de gewenste positie, zodat u kunt controleren of er voldoende ruimte
is om het patroon te naaien.
209
z Borduurpositietoets Druk op deze toets om de borduurpositie uit te lijnen met de ingebouwde
camera.
206
Q Ononderbroken-
bordurentoets
Druk op deze toets om het geselecteerde patroon te borduren met één kleur. 243
Opmerking
Sommige functies zijn niet beschikbaar bij bepaalde patronen. Als de toets lichtgrijs is, kunt u die
functie niet gebruiken bij het geselecteerde patroon.
q
n
p
o
m
Q
z
t
u
r
s
yxv w
DE STOF VOORBEREIDEN
198
DE STOF VOORBEREIDEN
Opstrijksteunstof bevestigen op
de stof
Voor het beste resultaat in borduurwerk gebruikt u
altijd borduursteunstof. Volg de instructies op de
verpakking van de steunstof die u gebruikt.
Druk op oo
oo in die volgorde om een
videovoorbeeld weer te geven van het bevestigen
van opstrijksteunstof (zie pagina 34). Volg
onderstaande stappen om de handeling te
voltooien.
Werkt u met stoffen die niet gestreken kunnen
worden (zoals badstof of stoffen met lussen die
groter worden bij het strijken) of met gedeelten die
u niet gemakkelijk kunt strijken? Leg dan de
steunstof onder de stof zonder deze te bevestigen
en plaats de stof plus steunstof vervolgens in het
borduurraam. Of vraag aan uw erkende dealer wat
de juiste steunstof is.
a
Gebruik een stuk steunstof dat groter is dan
het borduurraam.
a Grootte van het borduurraam
b Opstrijksteunstof
VOORZICHTIG
Gebruik stof van minder dan 3 mm (ca. 1/8 inch) dik. Met stof van meer dan 3 mm (ca. 1/8 inch) dik
breekt de naald wellicht.
Wanneer u werkt met lagen met dikkere wattering, is het aan te raden de persvoethoogte aan te passen in
het borduurinstellingenscherm (zie hieronder).
Voor dikke badstof raden we u aan een stuk wateroplosbare steunstof boven op de voorkant van de stof te
plaatsen. Hierdoor wordt de vleug van de stof verkleind, hetgeen een mooiere afwerking geeft.
Opmerking
Druk op , en selecteer pagina 6/7 om en te gebruiken in het scherm
Borduurvoethoogte in het borduurinstellingenscherm. Pas de persvoethoogte aan voor dikke of
pluizige stof.
Als u de ruimte tussen de persvoet en de naaldplaat wilt vergroten, stel dan de borduurvoet in op een
hogere waarde. Voor het meeste borduurwerk wordt de instelling 1,5 mm gebruikt.
VOORZICHTIG
Gebruik altijd borduursteunstof voor
stretchstof, lichte stof, grof geweven stof of
stof waarbij het patroon kan gaan trekken.
Anders kan de naald breken en hierdoor kunt
u letsel oplopen. Als u geen steunstof gebruikt,
kan dit tot een slechte afwerking van uw
borduurwerk leiden.
DE STOF VOORBEREIDEN
Borduren
199
5
b
Strijk de steunstof vast op de achterkant van
de stof.
a Bevestigingskant van de steunstof
b Stof (achterkant)
Memo
Borduurt u op dunne stof, zoals organdie of
batist, of op ruwharige stof zoals badstof of
corduroy? Dan krijgt u het beste resultaat
met wateroplosbare steunstof (afzonderlijk
verkrijgbaar). De wateroplosbare steunstof
lost volledig op in water, waardoor het
borduurwerk een mooiere afwerking
verkrijgt.
DE STOF VOORBEREIDEN
200
Stof in het borduurraam plaatsen
Soorten borduurramen
U kunt een ander optioneel borduurraam gebruiken. Wanneer u borduurramen kiest die niet op het scherm
verschijnen, controleer dan eerst de ontwerpgrootte van het borduurveld van het optionele raam. Overleg met
uw erkende dealer of het raam compatibel is.
Kies een borduurraam dat overeenkomt met het patroonformaat. De bijgeleverde borduurramen staan in de
display.
a Gemarkeerd: kan worden gebruikt
b Gearceerd: kan niet worden gebruikt
Extra groot Quilt Medium Klein
Borduurveld
30 cm u 20 cm
(ca. 12 inch u 8 inch)
Borduurveld
20 cm u 20 cm
(ca. 8 inch u 8 inch)
Borduurveld
10 cm u 10 cm
(ca. 4 inch u 4 inch)
Borduurveld
2 cm u 6 cm
(ca. 1 inch u 2-1/2 inch)
Te gebruiken wanneer u
verbonden of gecombineerde
letters of patronen of grote
patronen borduurt.
Gebruik deze wanneer u patronen
borduurt van tussen 10 cm
u
10 cm
(ca. 4 inch
u
4 inch) en 20 cm
u
20 cm
(ca. 8 inch
u
8 inch)
.
Te gebruiken wanneer u patronen
borduurt van minder dan 10 cm u
10 cm (ca. 4 inch u 4 inch).
Te gebruiken voor het borduren
van namen of heel kleine
patronen.
VOORZICHTIG
Als u een te klein borduurraam gebruikt, kan de persvoet het raam tijdens het borduren raken. Hierdoor
kunt u letsel oplopen.
ba
DE STOF VOORBEREIDEN
Borduren
201
5
Stof plaatsen
Druk op oo
oo in die volgorde om een
videovoorbeeld weer te geven van het plaatsen van
de stof in het borduurraam (
zie pagina 34). Volg
onderstaande stappen om de handeling te voltooien.
a
Haal de afstelschroef omhoog en draai deze
los om het binnenraam te verwijderen.
a Afstelschroef
b Binnenraam
b
Leg de stof met de voorkant naar boven op
het buitenraam.
Plaats het binnenraam opnieuw in het buitenraam met
van het binnenraam tegenover van het
buitenraam.
a van binnenraam
b van buitenraam
c Afstelschroef
c
Draai de afstelschroef licht aan en trek aan
de randen en de hoeken van de stof om de
stof glad te trekken. Draai de schroef niet
los.
d
Trek de stof enigszins strak en draai de
afstelschroef vast, zodat de stof licht
gespannen blijft.
* Nadat u aan de stof hebt getrokken, controleert u of
de stof strak is.
* Let op dat de binnen- en buitenramen gelijk zijn
voordat u begint met borduren.
a Buitenraam
b Binnenraam
c Stof
Opmerking
Als de stof los in het borduurraam zit, wordt
het borduurontwerp niet goed genaaid. Leg
de stof op een gelijkmatig oppervlak en trek
de stof voorzichtig strak in het raam. Volg
onderstaande stappen om de stof op de
juiste wijze te plaatsen.
Memo
Trek aan alle vier de hoeken en alle vier de
randen aan de stof. Terwijl u aan de stof
trekt, draait u de afstelschroef van het raam
vast.
DE STOF VOORBEREIDEN
202
e
Zet de afstelschroef in de oorspronkelijke
stand.
Gebruik van het borduurvel
Wanneer u het patroon op een speciale plek wilt
borduren, gebruikt u het borduurvel met het raam.
a
Markeer met een krijtje de plek op de stof
waar u wilt borduren.
a Borduurpatroon
b Markering
b
Leg het borduurvel op het binnenraam. Laat
de lijnen op het borduurvel samenvallen
met de markering die u op de stof hebt
aangebracht.
a Binnenraam
b Lijn
c
Rek de stof enigszins, zodat vouwen en
kreukels verdwijnen. Plaats vervolgens het
binnenraam in het buitenraam.
a Binnenraam
b Buitenraam
d
Verwijder het borduurvel.
Memo
U kunt met de bijgesloten schroevendraaier
de afstelschroef van het raam vaster of
losser draaien.
DE STOF VOORBEREIDEN
Borduren
203
5
Kleine stukjes stof, hoeken of
randen en lint of band borduren
Gebruik borduursteunstof voor extra steun.
Verwijder de steunstof voorzichtig nadat u klaar
bent met borduren. Bevestig de steunstof zoals
hieronder aangegeven. We raden u aan
borduursteunstof te gebruiken.
Kleine stukjes stof borduren
Gebruik textiellijm om het kleine stukje stof op het
grotere stuk stof in het borduurraam te plakken.
Als u liever geen textiellijm gebruikt, bevestigt u de
steunstof met rijgsteken.
a Stof
b Steunstof
Randen of hoeken borduren
Gebruik textiellijm om het kleine stukje stof op het
grotere stuk stof in het borduurraam te plakken.
Als u liever geen textiellijm gebruikt, bevestigt u de
steunstof met rijgsteken.
a Stof
b Steunstof
Linten of band borduren
Zet het lint of het band vast met dubbelzijdig
plakband of textiellijm.
a Linten of band
b Steunstof
BORDUURRAAM BEVESTIGEN
204
BORDUURRAAM BEVESTIGEN
Druk op oo o o in die volgorde om een
videovoorbeeld weer te geven van het bevestigen van het borduurraam (zie pagina 34). Volg
onderstaande stappen om de handeling te voltooien.
a
Druk op de "Persvoettoets" om de persvoet
omhoog te zetten.
29,281 mm2 9,281 mm
b
Laat de borduurraamgeleider langs de
rechterrand van de borduurraamhouder
vallen.
a Borduurraamhouder
b Borduurraamgeleider
c
Schuif het borduurraam in de houder. Zorg
dat van het borduurraam tegenover
op de houder staat.
a Pijl
d
Zet de raambevestigingshendel omlaag, op
gelijk niveau met het raam. Zo zet u het
borduurraam vast in de borduurraamhouder
.
a Raambevestigingshendel
Opmerking
Wind de spoel op en plaats de spoel voordat u het borduurraam aanbrengt.
VOORZICHTIG
Als de raambevestigingshendel niet omlaag
staat, verschijnt het volgende bericht. U kunt
pas beginnen met naaien wanneer u de
raambevestigingshendel omlaag zet.
BORDUURRAAM BEVESTIGEN
Borduren
205
5
Borduurtafel verwijderen
a
Zet de raambevestigingshendel omhoog.
b
Trek het borduurraam naar u toe.
POSITIE VAN HET PATROON CONTROLEREN
206
POSITIE VAN HET PATROON CONTROLEREN
Normaliter bevindt het patroon zich midden in het borduurraam. Als het patroon anders moet worden
geplaatst op de stof kunt u de lay-out controleren alvorens u gaat borduren.
Borduurpositie uitlijnen met de
ingebouwde camera
U kunt de borduurpositie gemakkelijk uitlijnen
met de ingebouwde camera van de machine en de
bijgesloten borduurpositiesticker.
a
Plak de borduurpositiesticker op de plek
van de stof waar u wilt borduren. Plaats de
borduurpositiesticker zo dat het middelpunt
van de grootste cirkel in het midden van het
borduurpatroon staat.
a Borduurpositiesticker
b Midden van het borduurpatroon
c Borduurveld
Opmerking
Wanneer borduurraam (klein) is
geïnstalleerd, kunt u de borduurpositie niet
uitlijnen met de ingebouwde camera.
Installeer borduurraam (medium) of een
groter borduurraam.
Opmerking
Wanneer u de stof in het borduurraam
plaatst, controleert u of het borduurpatroon
past in het borduurveld voor het raam dat u
gebruikt.
a Borduurveld
b Borduurpatroon
c Borduurpositiesticker
Naar gelang het soort stof dat u gebruikt,
blijft een deel van de borduurpositiesticker
vastzitten wanneer u deze probeert te
verwijderen. Alvorens u de
borduurpositiesticker gebruikt, controleert u
of het goed te verwijderen is van een restje
van de stof die u wilt gebruiken.
POSITIE VAN HET PATROON CONTROLEREN
Borduren
207
5
b
Nadat u het patroon hebt geselecteerd,
drukt u op en vervolgens op .
o Een venster verschijnt zodat het gebied waarin de
borduurpositiesticker zich bevindt, kan worden
geselecteerd.
c
Van de gebieden die worden weergegeven
in het venster kiest u het gebied waarin zich
de borduurpositiesticker bevindt.
Opmerking
Nadat u de borduurpositiesticker midden in
het borduurraam hebt geplaatst, kiest u een
van de vier gebieden.
Als de borduurpositiesticker op de grens
tussen twee gebieden zit, selecteert u een
van de twee gebieden.
POSITIE VAN HET PATROON CONTROLEREN
208
d
Druk op .
e
Het volgende bericht verschijnt. Druk op
.
o De ingebouwde camera zoekt automatisch de
borduurpositiesticker. De wagen wordt zo verplaatst
dat het midden van het borduurpatroon wordt
uitgelijnd met het midden van de
borduurpositiesticker. Ongeacht de instelling die is
geselecteerd in het machine-instellingenscherm,
verandert de helderheid van de verlichting in "5"
wanneer de ingebouwde camera de
borduurpositiesticker zoekt.
Opmerking
Bevestig borduurvoet "W" alvorens op
te drukken. Borduurvoet "W" wordt
omlaaggezet en controleert de dikte van de
stof, om de ingebouwde camera te helpen
de borduurpositiesticker te herkennen.
Opmerking
Als het volgende waarschuwingsbericht
verschijnt, druk dan op en verplaats
de borduurpositiesticker zodat het patroon
zich binnen het borduurveld bevindt, en druk
vervolgens opnieuw op .
POSITIE VAN HET PATROON CONTROLEREN
Borduren
209
5
f
Een herinnering verschijnt. Verwijder de
borduurpositiesticker van de stof en druk
op .
* Om de borduurpositiesticker gemakkelijker te
verwijderen, drukt u op zodat het
borduurraam iets naar voren gaat en niet meer
onder de naald zit. Nadat u de borduurpositiesticker
hebt verwijderd, drukt u op .
g
Druk op de "Start/stoptoets" om te beginnen
met borduren.
Patroonpositie controleren
Het borduurraam verplaatst zich en de
patroonpositie wordt weergegeven. Let goed op
het borduurraam zodat het patroon op de juiste
plaats wordt geborduurd.
a
Druk op .
Het volgende scherm verschijnt.
Opmerking
Wanneer u alle bijgeleverde
borduurpositiestickers hebt gebruikt, kunt u
optionele stickers verkrijgen. Meer
bijzonderheden vindt u onder "Optionele
artikelen" op pagina 8.
POSITIE VAN HET PATROON CONTROLEREN
210
b
Druk in op de toets voor de positie
die u wilt controleren.
a Geselecteerde positie
o De naald verplaatst zich naar de geselecteerde
positie op het patroon.
c
Druk op .
Voorbeeld van het patroon
bekijken
a
Druk op .
o U ziet een voorbeeld van het patroon zoals het
wordt geborduurd.
Memo
Druk op om het hele borduurgebied te
zien. Het borduurraam verplaatst zich en het
borduurvlak wordt weergegeven.
VOORZICHTIG
Zorg dat de naald omhoog staat wanneer het
borduurraam zich verplaatst. Als de naald
omlaag staat, kan de naald breken en letsel
veroorzaken.
a
POSITIE VAN HET PATROON CONTROLEREN
Borduren
211
5
b
Druk op om het
borduurraam te kiezen dat in het voorbeeld
wordt gebruikt.
* Ramen die lichtgrijs zijn weergegeven, kunt u niet
selecteren.
* Druk op om de afbeelding op het scherm te
vergroten.
* U kunt het patroon borduren zoals het verschijnt op
het volgende scherm.
c
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Memo
U kunt beginnen vanuit dit scherm door op
de "Start/stoptoets" te drukken.
BORDUURPATROON NAAIEN
212
BORDUURPATROON NAAIEN
Aantrekkelijke afwerkingen maken
Bij het maken van mooi borduurwerk komen vele factoren kijken. Het gebruik van de juiste steunstof (zie
pagina 198) en bevestiging van de stof in het borduurraam (zie pagina 200) zijn twee belangrijke factoren
die we reeds hebben genoemd. Een ander belangrijk punt is de keuze van de juiste naald en draad. Zie
de onderstaande uitleg over draad. Er worden bij deze machine twee spoelhuizen geleverd. Volg
onderstaande uitleg.
Draad Bovendraad Gebruik borduurgaren dat speciaal voor deze naaimachine bestemd is.
Ander borduurgaren geeft mogelijk geen optimale resultaten.
Onderdraad Gebruik als onderdraad borduurgaren dat speciaal voor deze naaimachine bestemd is.
Memo
Als u ander garen gebruikt dan het hierboven vermelde, wordt het borduurwerk mogelijk niet goed
genaaid.
Spoelhuis
a Standaard spoelhuis
(groene markering op de
schroef)
Ander spoelhuis
(geen kleur op de schroef)
Standaard spoelhuis (groene markering op de schroef) bevindt zich in de machine, om te naaien en
borduren. Het spoelhuis dat oorspronkelijk is geïnstalleerd in de machine heeft een groene
markering op de schroef. Stel de groen gemarkeerde schroef niet anders af.
Het andere spoelhuis (geen kleur op de schroef) is ingesteld met een hogere spanning voor
borduurwerk, met borduurdraden van andere dikte en allerlei borduurtechnieken. Het spoelhuis is te
herkennen aan een donkere markering binnen in de spoelholte. Zo nodig kunt u de schroef op dit
spoelhuis afstellen.
Op pagina 326 leest u hoe u het spoelhuis verwijdert.
VOORZICHTIG
Wanneer u grote kledingstukken borduurt (vooral jasjes of andere zware stoffen), moet u zorgen dat de
stof niet over de tafel hangt. Anders kan de borduurtafel niet vrij bewegen en raakt het borduurraam
mogelijk de naald. Dan kan de naald verbuigen of breken en mogelijk letsel veroorzaken.
Leg de stof zo neer dat ze niet van de tafel hangt (of houd de stof vast om te voorkomen dat ze gaat
slepen).
Opmerking
Controleer vóór het borduren of er genoeg draad in de spoel zit. Wanneer u het project begint te
borduren met onvoldoende draad op de spoel, moet u midden in het patroon de spoel opnieuw
opwinden.
Laat geen voorwerpen liggen binnen het bereik van het bewegende borduurraam. Het raam kan het
voorwerp raken, waardoor het borduurpatroon mogelijk slecht wordt afgewerkt.
Wanneer u grote kledingstukken borduurt (vooral jasjes of andere zware stoffen), moet u zorgen dat de
stof niet over de tafel hangt. Anders kan de borduurtafel niet vrij bewegen, waardoor het patroon
mogelijk anders uitvalt dan verwacht.
BORDUURPATROON NAAIEN
Borduren
213
5
Borduursteekplaatdeksel
Afhankelijk van het soort stof, steunstof of garen dat
u gebruikt, kan de bovendraad onder bepaalde
omstandigheden gaan lussen. Plaats in dat geval het
bijgeleverde deksel op de steekplaat. Plaats hiertoe
de twee uitsteeksels op de onderkant van het deksel
in de inkepingen op de steekplaat, zoals hieronder
aangegeven.
a Gleuf
b Uitsteeksel
c Inkeping
Wilt u dit deksel verwijderen, leg dan uw nagel in
de gleuf, waarna u het deksel eruit tilt.
Borduurpatronen naaien
Voorbeeld:
a Volgorde borduurkleuren
b Cursor
a
Rijg de machine in met draad voor de eerste
kleur. Leid de draad door het gat in
borduurvoet "W". Trek een stuk draad uit,
zodat er enige speelruimte is en houd het
uiteinde van de draad in uw linkerhand.
VOORZICHTIG
Druk het borduursteekplaatdeksel zo ver
mogelijk op de steekplaat. Als het
steekplaatdeksel niet stevig bevestigd is, kan
de naald breken.
Opmerking
Gebruik het borduursteekplaatdeksel niet bij
andere toepassingen dan borduurwerk.
Memo
De [+] cursor verplaatst zich over het
patroon en geeft aan welk gedeelte van het
patroon op dat moment wordt geborduurd.
b
a
BORDUURPATROON NAAIEN
214
b
Zet de persvoet omlaag en druk vervolgens
op de "Start/stoptoets" om te beginnen met
borduren. Druk na vijf à zes steken
nogmaals op de "Start/stoptoets" om de
machine te stoppen.
c
Knip de overtollige draad aan het eind van
de naad af. Als het eind van de naad zich
onder de persvoet bevindt, zet u de
persvoet omhoog en knipt u de overtollige
draad daarna af.
d
Druk op de "Start/stoptoets" om te beginnen
met borduren.
o Nadat de eerste kleur helemaal is geborduurd, knipt
de machine de draden automatisch af en stopt
daarna. De persvoet wordt automatisch omhoog
gezet.
Op het borduurkleurvolgordescherm komt de
volgende kleur bovenaan te staan.
e
Verwijder het garen voor de eerste kleur uit
de machine. Rijg de machine in met de
volgende kleur.
f
Herhaal dezelfde stappen voor het
borduren van de overige kleuren.
o Wanneer de laatste kleur is geborduurd, verschijnt
"Naaien beëindigd" op het scherm. Druk op
om terug te keren naar het oorspronkelijke scherm.
Memo
Als er nog een stuk draad aan het begin van
het naaien is overgebleven, naait u hier
misschien overheen wanneer u doorgaat
met de rest van het patroon. Als het gehele
patroon eenmaal geborduurd is, is het erg
lastig om het extra stuk draad nog te
verwijderen. Knip de draden af aan het
begin van elke draadwisseling.
Memo
De draadknipfunctie is oorspronkelijk
ingesteld om overtollige overspringende
draden af te knippen (waar patronen met
elkaar worden verbonden). Mogelijk blijft
aan het begin van het stiksel een eind
bovendraad op de voorkant van de stof
over, naar gelang het soort naald en stof dat
u gebruikt. Nadat het borduren is beëindigd
knipt u deze overtollige draad af.
*Wanneer de functie is uitgeschakeld, knip
dan met een schaar de overtollige
overspringende draden af nadat het patroon
klaar is.
Zie pagina 230 voor informatie over de
draadknipfunctie.
BORDUURPATROON NAAIEN
Borduren
215
5
Applicaties borduren
Bij sommige patronen is een applicatie in het
patroon nodig. Bereid de basisstof en de
applicatiestof voor.
Bij het borduren van patronen met een applicatie
staat er in het borduurkleurvolgordescherm eerst
"APPLICATIEMATERIAAL", "APPLICATIEPOSITIE"
en "APPLICATIE" en daarna de volgorde van de
kleuren van het patroon om de applicatie heen.
a
Strijk de steunstof vast op de achterkant van
het applicatiemateriaal.
a Applicatiemateriaal (katoen, vilt, enz.)
b Opstrijksteunstof
b
Plaats het applicatiemateriaal op het
borduurraam en druk vervolgens op de
"Start/stoptoets" om de omtrek van de
applicatie te naaien.
a Omtrek van de applicatie
b Applicatiemateriaal
o De machine naait rond de omtrek van de stukken
applicatie en stopt dan.
c
Verwijder het applicatiemateriaal uit het
borduurraam en knip het voorzichtig af
langs het stiksel. Verwijder vervolgens
zorgvuldig alle stikdraad.
* Knip zorgvuldig het patroon uit op de omtrek die u
zojuist hebt genaaid. Knip niet binnen het gebied
van de steken, want dan zal de applicatiesteek de
applicatie niet pakken.
d
Plaats de basisstof op het borduurraam.
a Basisstof
e
Druk op de "Start/stoptoets" om de positie
van de applicatie te naaien.
*
Gebruik dezelfde kleur garen als u wilt gebruiken om
de applicatie te bevestigen in stap
g.
a Applicatiepositie
b Basisstof
o De machine naait rond de positie van de applicatie
en stopt dan.
Memo
Afhankelijk van de instelling voor de
volgorde van de borduurkleuren op de
display ziet u , of
.
Memo
De borduurprocedure is gelijk aan de
procedure op pagina 213.
BORDUURPATROON NAAIEN
216
f
Breng enige textiellijm aan op de achterkant
van de applicatie en bevestig het op de
applicatiepositie volgens het omtrekstiksel.
g
Druk op de "Start/stoptoets".
o Vervolgens wordt de applicatie voltooid.
h
Verwissel de bovendraad en voer de rest
van het borduurwerk uit.
Memo
Als het applicatiemateriaal erg licht is, moet
u misschien geschikt verstevigingsmateriaal
op de achterkant aanbrengen om de stof te
verstevigen en de applicatie aan te brengen.
Breng de applicatie met een strijkijzer op de
gewenste plaats aan.
Haal de stof niet uit het raam om het
applicatiemateriaal erop te strijken.
Memo
Sommige patronen tonen niet alle drie de
applicatiestappen. Soms wordt de
applicatiestap op het scherm getoond als
een kleur.
Memo
Hierbij komt mogelijk enige lijm op de
persvoet, naald en de steekplaat terecht.
Borduur eerst het applicatiepatroon af en
verwijder dan de lijm.
Voor een optimaal naairesultaat knipt u alle
draden af tussen de kleurstappen.
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
Borduren
217
5
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN
GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
Voltooide borduurpatronen gecombineerd met gedrukte ontwerpen zijn ingebouwd in deze machine.
U kunt prachtige geborduurde ontwerpen maken door een achtergrond op stof te strijken of te drukken, als
de stof zich daartoe leent, en bovenop die achtergrond aanvullend te borduren
.
Met opstrijkpapier
Met bedrukbare stof
Stap1
Selecteer het patroon dat u wilt combineren met de achtergrondafbeelding.
o Zie "Een patroon kiezen" op pagina 218.
Stap2
Voer vanaf de machine de achtergrondafbeelding en de plaatsingsafbeelding uit.
o Zie "Achtergrondafbeelding en positieafbeelding uitvoeren" op pagina 219.
Stap3
Wanneer u opstrijkpapier gebruikt
Met een printer drukt u de achtergrond af op opstrijkpapier en het borduurpositievel op normaal papier. Strijk vervolgens de
achtergrondafbeelding op de stof.
Wanneer u bedrukbare stof gebruikt
Met een printer drukt u de achtergrond af op bedrukbare stof en het borduurpositievel op normaal papier.
o Zie "Achtergrond en borduurpositievel afdrukken" op pagina 221.
Stap4
De stof waarop de achtergrondafbeelding is gestreken of afgedrukt, plaatst u in het borduurraam. Controleer de
borduurpositie en begin met borduren.
o Zie "Borduurpatronen naaien" op pagina 222.
Opmerking
Druk de achtergrond en het borduurpositievel af op het oorspronkelijke formaat. Als u een afbeelding
afdrukt op een ander formaat, komen de formaten van het borduurpatroon en de achtergrond mogelijk
niet overeen. Bovendien kan de ingebouwde camera de borduurpositiemarkering niet detecteren.
Controleer of de afdrukinstellingen juist zijn opgegeven.
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
218
Een patroon kiezen
Patronen waarin borduurontwerpen en gedrukte
ontwerpen zijn gecombineerd, kunt u selecteren
op de pagina's die bevatten. Selecteer het
gewenste patroon.
a
Druk op de toets van het patroon dat u wilt
borduren.
o Een afbeelding van het patroon gecombineerd met
de achtergrond verschijnt.
Alleen het borduurpatroon
controleren
Druk op .
o Alleen het borduurpatroon (niet de
achtergrondafbeelding van het geselecteerde
borduurpatroon) wordt weergegeven.
* Druk op om terug te keren naar de
afbeelding van het patroon gecombineerd met de
achtergrond.
Memo
In de Beknopte bedieningsgids vindt u meer
informatie over patronen waarbij deze
functie van pas komt.
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
Borduren
219
5
Achtergrondafbeelding en
positieafbeelding uitvoeren
Met een USB-medium of de computer kunt u de
volgende drie afbeeldingen uitvoeren vanaf de
machine.
* De bestandsnaam verschilt mogelijk naar gelang het
PDF-bestand dat u hebt geselecteerd.
[xxx]r.pdf (voorbeeld: E_1r.pdf)
Een afbeelding die is gedraaid om een verticale
as (om op te strijken)
[xxx]n.pdf (voorbeeld: E_1n.pdf)
Een afbeelding die niet is gedraaid (om af te
drukken op bedrukbare stof)
[xxx]p.pdf (voorbeeld: E_1p.pdf)
Een afbeelding die niet is gedraaid, maar wel
positiemarkeringen heeft (voor de
plaatsbepaling).
Gebruik van USB-media
a
Plaats het USB-medium in de eerste
(bovenste) USB-poort op de machine.
b
Kies het patroon en druk op .
o Het geselecteerde USB-uitvoerscherm verschijnt.
Opmerking
Druk de achtergrond en het
borduurpositievel af op het oorspronkelijke
formaat. Als u een afbeelding afdrukt op een
ander formaat, komen de formaten van het
borduurpatroon en de achtergrond mogelijk
niet overeen. Bovendien kan de ingebouwde
camera de borduurpositiemarkering niet
detecteren. Controleer of de
afdrukinstellingen juist zijn opgegeven.
Wanneer u het PDF-bestand van de
afbeelding met positiemarkeringen afdrukt,
geef dan de beste kwaliteit op voor
kleurafdruk. Gebruik mat papier. Als de
afbeelding slecht is afgedrukt, kan de
ingebouwde camera van de machine de
positiemarkeringen mogelijk niet detecteren.
(Voor meer informatie over afdrukken, zie de
bedieningsaanwijzingen van uw printer.)
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
220
c
Druk op om de eerste (bovenste)
USB-poort te selecteren waarin een USB-
medium is geplaatst.
o Twee bestanden voor de achtergrondafbeelding, en
één bestand om de borduurpositie uit te lijnen
worden gekopieerd (als PDF-bestand) naar het USB-
medium.
d
Verwijder het USB-medium waarop de
afbeeldingsgegevens zijn opgeslagen uit de
machine. Kopieer de afbeeldingsgegevens
van het USB-medium naar de computer.
Gebruik van een USB-kabel
a
Sluit de USB-kabel aan op de betreffende
USB-poort op de computer en op de
machine.
a USB-poort voor computer
b USB-kabelaansluiting
o Het pictogram "Verwisselbare schijf" verschijnt in
"Computer (Deze computer)" op de computer.
b
Kies het patroon en druk op .
o Het geselecteerde USB-uitvoerscherm verschijnt.
Memo
Haal het USB-medium pas uit het apparaat
als de gegevensuitvoer is voltooid.
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
Borduren
221
5
c
Druk op .
o Twee bestanden voor de achtergrondafbeelding en
één bestand om de borduurpositie uit te lijnen
worden gekopieerd (als PDF-bestand) naar
"Verwisselbare schijf", onder "Computer (Deze
computer)".
d
Kopieer de afbeeldingsgegevens die zijn op
geslagen op "Verwisselbare schijf" naar een
ander bestand, alvorens af te sluiten.
Achtergrond en
borduurpositievel afdrukken
Druk de PDF-bestanden van de achtergrond en het
borduurpositievel af. Welk achtergrondbestand u
afdrukt, verschilt naar gelang u opstrijkpapier of
bedrukbare stof gebruikt.
Adobe
®
Reader
®
is vereist om het PDF-bestand te
bekijken. Als deze toepassing niet op uw
computer is geïnstalleerd, kunt u deze
downloaden van de website van Adobe:
http://www.adobe.com/
a
Open het af te drukken PDF-bestand, klik
op "File"-"Print", en zet "Page Scaling" op
"None (100%)".
b
Druk de achtergrondafbeelding af.
* Wanneer u afdrukt op opstrijkpapier, neemt u het
bestand E_1r.pdf (een afbeelding die is gedraaid om
een verticale as). Wanneer u afdrukt op bedrukbare
stof, neemt u het bestand E_1n.pdf (een afbeelding
die niet is gedraaid).
a Achtergrondafbeelding
c
Druk het borduurpositievel (bestand met
naam E_1p.pdf) af op normaal papier.
a Borduurpositievel
Memo
Haal de USB-kabel pas uit de machine als
de gegevensuitvoer is voltooid.
Opmerking
Druk de achtergrond en het
borduurpositievel af op het oorspronkelijke
formaat. Als u een afbeelding afdrukt op een
ander formaat, komen de formaten van het
borduurpatroon en de achtergrond mogelijk
niet overeen. Bovendien kan de ingebouwde
camera de borduurpositiemarkering niet
detecteren. Controleer of de
afdrukinstellingen juist zijn opgegeven.
Opmerking
Alvorens af te drukken op opstrijkpapier of
bedrukbare stof, raden we u aan een
proefafdruk te maken om de
afdrukinstellingen te controleren.
Meer informatie over het afdrukken op
opstrijkvellen of bedrukbare stof vindt u in de
instructies voor opdrukvellen en bedrukbare
stof.
Op sommige printers wordt automatisch een
gedraaide afbeelding afgedrukt wanneer
een opstrijkvel wordt geselecteerd als
papier. Meer informatie vindt u in de
instructies bij het gebruikte papier.
Opmerking
Wanneer u het PDF-bestand van het
borduurpositievel afdrukt, geef dan de beste
kwaliteit op voor kleurafdruk. We raden u
aan af te drukken op mat papier. Anders kan
de ingebouwde camera dan mogelijk de
borduurpositiemarkering niet detecteren.
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
222
d
Als u een opstrijkvel gebruikt, strijk dan de
afbeelding op de stof.
Borduurpatronen naaien
a
Plaats de stof met de opgestreken
achtergrondafbeelding in het borduurraam.
b
Knip het papier waarop de
positieafbeelding is gedrukt, zodat u het
gemakkelijk kunt uitlijnen met de
achtergrondafbeelding op de stof.
* Met lijnen of kleurovergangen in de afbeelding kunt
u de juiste uitlijningspositie vinden.
c
Het papier waarop de positieafbeelding is
afgedrukt, plaatst u zo op de stof dat het
patroon is uitgelijnd. Vervolgens bevestigt u
het papier met sellotape op de stof om te
voorkomen dat het papier schuift.
a Sellotape
d
Nadat u hebt gecontroleerd dat een patroon
is geselecteerd, drukt u op .
o Het naaischerm verschijnt.
e
Lijn de borduurpositie uit volgens stap
b
t/m
f
van "Borduurpositie uitlijnen met de
ingebouwde camera" op pagina 206
.
f
Verwijder het positievel en druk op de
"Start/stoptoets" om te beginnen met
borduren.
Memo
Meer informatie over het overbrengen van
afbeeldingen van opstrijkvellen vindt u in de
instructies bij de opstrijkvellen.
Knip zonodig het opstrijkvel op de grootte
van het patroon voordat u de afbeelding
opstrijkt.
Opmerking
Alvorens te gaan borduren controleert u dat
het borduurpositievel perfect is uitgelijnd
met de achtergrond.
VOORZICHTIG
Alvorens u op de "Start/stoptoets" drukt om te
beginnen met borduren, verwijdert u het
positievel dat u in stap
c
op de stof hebt
geplakt.
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
Borduren
223
5
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
Als de onderdraad bijna op is
Wanneer de onderdraad bijna op raakt tijdens het
borduren, stopt de machine en verschijnt de
volgende boodschap. Druk op en rijg de
onderdraad opnieuw in volgens onderstaande
aanwijzingen. U kunt nog 10 steken borduren
zonder de machine opnieuw in te rijgen, wanneer
u drukt op . De machine stopt na tien steken
te hebben genaaid.
a
Druk op .
o Nadat de draad automatisch is afgesneden,
verschuift de wagen.
b
Ontgrendel de raambevestigingshendel en
verwijder het borduurraam.
* Druk daarbij niet te hard op de stof. Anders kan de
stof los in het borduurraam gaan zitten.
c
Plaats een opgewonden spoel in de
machine. (zie pagina 43 voor het installeren
van de spoel.)
d
Druk op .
o De wagen gaat terug naar zijn oorspronkelijke
stand.
e
Bevestig het borduurraam.
f
U kunt teruggaan naar de plek in het
patroon waar u stopte met naaien, door
stap
c
t/m
f
in het volgende gedeelte te
volgen.
Opmerking
Stoot niet tegen de wagen van de borduurtafel of de persvoet wanneer u het borduurraam verwijdert of
bevestigt. Anders wordt het patroon niet juist geborduurd.
Opmerking
Als "Boven- en onderdraadsensor" is
uitgeschakeld in het scherm Algemene
instellingen van de machine-
instellingfunctie, verschijnt bovenstaand
bericht niet.
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
224
Wanneer de draad afbreekt
tijdens het naaien
a
Druk op de "Start/stoptoets" om de machine
te stoppen.
b
Als de bovendraad afgebroken is, rijg de
bovendraad dan opnieuw in. Als de
onderdraad breekt, druk dan op volg
de aanwijzingen in stap
a
t/m
e
van het
vorige gedeelte om de spoel opnieuw te
installeren.
c
Druk op .
d
Druk op , of om de naald
het juiste aantal steken terug te zetten naar
de plek waar de draad afbrak.
* Als u niet terug kunt gaan naar de plaats waar de
draad is afgebroken, druk dan op om de kleur
te selecteren en naar de beginpositie van de
geselecteerde kleur te gaan. Ga daarna met ,
, of vooruit naar de positie iets vóór de
plaats waar de draad is afgebroken.
e
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
f
Druk op de "Persvoettoets" om de persvoet
omlaag te zetten en druk op de "Start/
stoptoets" om te verder te gaan met
borduren.
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
Borduren
225
5
Opnieuw beginnen vanaf het begin
a
Druk op .
b
Druk op .
o Het borduurraam verplaatst zich zo dat de naald
terugkeert naar de beginstand van het patroon.
c
Druk op de "Persvoettoets" om de persvoet
omlaag te zetten en begin met naaien.
Borduren hervatten nadat u de
machine hebt uitgezet
De huidige kleur en het huidige steeknummer
worden opgeslagen wanneer u stopt met
borduren. De volgende keer dat u de machine
aanzet, kunt u verdergaan met het patroon of het
patroon wissen.
a Huidige steeknummer toen het borduren werd
gestopt
a
Zet de hoofdschakelaar aan.
b
Volg de instructies op het scherm en
verwijder de borduurring.
o De volgende boodschap verschijnt.
Memo
Ook al valt de stroom uit midden in het
borduurwerk, wanneer u de machine weer
inschakelt, gaat de machine terug naar het
punt waar het borduurwerk was gestopt.
Opmerking
Verwijder de borduurtafel niet, anders blijft
het ontwerp niet bewaard in het geheugen.
a
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
226
c
Bevestig het borduurraam en druk op
.
o Het vorige naaischerm dat werd weergegeven
voordat de machine werd uitgeschakeld, verschijnt.
d
Ga door met borduren.
a Steeknummer wanneer het borduren wordt hervat
Memo
Als u een nieuwe borduurpatroon wilt
starten, drukt u op zodat het
patroonkeuzescherm verschijnt.
a
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
Borduren
227
5
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
Draadspanning aanpassen
Bij het borduren moet u de draadspanning zo
instellen dat de bovendraad net zichtbaar is aan de
achterkant van de stof.
Juiste draadspanning
Het patroon is zichtbaar aan de achterkant van de
stof. Als de draadspanning niet juist is ingesteld,
wordt het patroon niet mooi afgewerkt. De stof kan
gaan trekken of de draad kan breken.
a Voorkant
b Achterkant
Volg een van de onderstaande procedures om de
draadspanning aan te passen aan de situatie.
Bovendraad is te strak
De spanning van de bovendraad is te hoog.
Hierdoor is de onderdraad zichtbaar aan de
voorkant van de stof.
a Voorkant
b Achterkant
a
Druk op .
b
Druk op om de spanning van de
bovendraad lager te zetten. (De
spanningwaarde wordt lager.)
c
Druk op .
Opmerking
Als de draadspanning heel laag is ingesteld,
is het mogelijk dat de machine tijdens het
borduren zelf stopt. Dit betekent niet dat de
naaimachine niet goed functioneert.
Verhoog de draadspanning een beetje en
ga weer door met borduren.
Memo
Als u de machine uitzet of een ander patroon
kiest, keert de draadspanning weer terug op
de automatische standaardinstelling
.
Wanneer u een in het geheugen opgeslagen
patroon ophaalt, is de instelling van de
draadspanning daarvan hetzelfde als toen u
het patroon in het geheugen opsloeg.
Opmerking
Als de onderdraad onjuist is ingeregen, is de
bovendraad mogelijk te strak. Zie dan
"Spoel aanbrengen" (pagina 43) en rijg de
onderdraad opnieuw in.
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
228
Bovendraad is te los
De spanning van de bovendraad is te laag. Hierdoor
is de bovendraad te los en kunnen lussen ontstaan
aan de voorkant van de stof.
a Voorkant
b Achterkant
a
Druk op .
b
Druk op om de spanning van de
bovendraad hoger te zetten. (De
spanningwaarde wordt hoger.)
c
Druk op .
Ander spoelhuis aanpassen (geen
kleur op schroef)
Wanneer u de bijgeleverde borduuronderdraad
gebruikt, neem dan het spoelhuis met de groene
markering wanneer u naaisteken naait of
borduurfuncties uitvoert. In de
borduurfunctiemodus moet u het andere spoelhuis
(zonder kleur op schroef) gebruiken wanneer u
andere onderdraad gebruikt (dan de onderdraad die
bij de machine wordt geleverd). Het andere
spoelhuis (zonder kleur op schroef) kunt u
gemakkelijk aanpassen wanneer u de spanning van
de onderdraad moet wijzigen voor de verschillende
soorten onderdraad. Zie "Aantrekkelijke
afwerkingen maken" op pagina 212
.
Als u de spoelspanning wilt aanpassen voor de
borduurfunctie met het alternatieve spoelhuis
(zonder kleur op schroef) draait u de sleufschroef
(-) met een kleine schroevendraaier.
a Draai geen kruiskopschroef (+).
b Aanpassen met schroevendraaier (klein).
Juiste spanning
Bovendraad is enigszins zichtbaar aan de achterkant
van de stof.
a Voorkant
b Achterkant
Opmerking
Als de bovendraad onjuist is ingeregen, is
de bovendraad mogelijk te los. Zie dan
"Bovendraad inrijgen" (pagina 46) en rijg de
bovendraad opnieuw in.
Opmerking
Met "Borduurspanning" op pagina 6/7 van
het instellingenscherm kunt u de spanning
van de bovendraad aanpassen voor
borduren. De geselecteerde instelling wordt
toegepast op alle patronen. Als tijdens het
borduren de spanning van de bovendraad te
hoog of te laag is, past u deze aan in het
instellingenscherm. Druk op om de
bovendraadspanning te verhogen of druk op
om de bovendraadspanning te
verlagen. Als een specifiek borduurpatroon
extra moet worden afgesteld, zie
"Draadspanning aanpassen" op pagina 227.
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
Borduren
229
5
Bovendraad is te los
Onderdraad is enigszins zichtbaar aan de voorkant
van de stof.
a Voorkant
b Achterkant
Draai dan de sleufschroef (-) 30 - 45 graden met de
klok mee om de spoelspanning te verhogen. Pas op
dat u de schroef niet te strak aandraait.
Onderdraad is te strak
De bovendraad lijkt aan de voorkant omhoog te
komen, lussen te vormen, en de onderdraad is niet
zichtbaar aan de achterkant van de stof.
a Voorkant
b Achterkant
Draai dan de sleufschroef (-) ca. 30-45 graden tegen
de klok in om de spoelspanning te verlagen. Pas op
dat u de schroef niet te los draait.
Gebruik van de automatische
draadknipfunctie
(EINDE KLEUR KNIPPEN)
De automatische draadknipfunctie knipt de
draad af aan het eind van elke kleur die u naait.
Deze functie is aanvankelijk ingeschakeld. Als u
deze functie wilt uitschakelen, druk dan op
en vervolgens op . U kunt deze functie in- of
uitschakelen tijdens het borduren.
* Deze instelling wordt weer teruggezet op de
standaardinstelling wanneer u de machine
uitzet.
a
Druk op .
b
Druk op om de automatische
draadknipfunctie uit te zetten.
o De toets ziet er zo uit: .
* Wanneer u één kleur naait, stopt de machine zonder
de draad te knippen.
VOORZICHTIG
Neem eerst de spoel eruit wanneer u de spoel
uit het andere spoelhuis aanpast.
Draai NIET de kruiskopschroef (+) van het
andere spoelhuis. Hierdoor kan het spoelhuis
beschadigen, waardoor het onbruikbaar
wordt.
Gebruik geen kracht als de sleufschroef (-)
moeilijk draait. Door de schroef te veel te
draaien of te veel kracht te zetten (in welke
richting dan ook) kunt u het spoelhuis
beschadigen. Als u het spoelhuis beschadigt, is
de spanning mogelijk onjuist.
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
230
Gebruik van de draadknipfunctie
(OVERSPRINGENDE STEEK KNIPPEN)
Met de draadknipfunctie worden automatisch
alle overtollige overspringende draden binnen de
kleur afgeknipt. Deze functie is aanvankelijk
ingeschakeld. Als u deze functie wilt uitschakelen,
druk dan op en vervolgens op . U kunt
deze functie in- of uitschakelen tijdens het
borduren
.
* De instelling die u hebt opgegeven, blijft behouden
nadat u de machine uitschakelt en weer inschakelt.
a Overspringende steek
a
Druk op .
b
Druk op om de draadknipfunctie uit te
zetten.
o De toets ziet er zo uit: .
* De machine knipt de draad pas als hij naar het
volgende stiksel gaat.
Selecteren beneden welke lengte
overspringende steken niet worden
afgeknipt
Wanneer de draadknipfunctie is ingeschakeld,
kunt u selecteren beneden welke lengte de
overspringende steken niet worden afgeknipt. U
kunt deze functie tijdens het borduren aanzetten of
uitzetten.
Selecteer een instelling tussen 5 mm en 50 mm, in
stappen van 5 mm.
* De instelling die u hebt opgegeven, blijft behouden
nadat u de machine uitschakelt en weer inschakelt.
Druk op of om de lengte van de
overspringende steek te selecteren.
Bijvoorbeeld: als u drukt op om 25 mm (1 inch)
te selecteren, knipt de machine een overspringende
steek van 25 mm of minder niet af alvorens naar het
volgende stiksel te gaan.
Opmerking
Wanneer deze functie is ingeschakeld, gebruik
dan de ballpointnaald 75/11 om patronen te
borduren met korte overspringende steken,
zoals letters. Wanneer u andere naalden
gebruikt, breekt de draad mogelijk
.
Opmerking
Als er in een ontwerp vaak wordt afgeknipt,
is het raadzaam om een hogere instelling
voor overspringende steken te selecteren
om het aantal overtollige uiteinden aan de
achterkant van de stof te beperken.
Hoe hoger de waarde die u selecteert voor
de lengte van overspringende steken, des te
minder overspringende steken knipt de
machine af. Dan blijven er meer
overspringende steken op de voorkant van
de stof.
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
Borduren
231
5
Borduursnelheid aanpassen
a
Druk op en .
b
Bij "Max. borduursnelheid" stelt u de
maximale borduursnelheid in met .
* U kunt kiezen uit drie verschillende snelheden.
c
Druk op .
Garenkleur wijzigen
U kunt de naam van garenkleuren of het
borduurgarennummer weergeven.
a
Druk op .
b
Druk op .
c
In de garenkleurweergave kunt u met
de naam van de garenkleur of het
borduurgarennummer weergeven.
Memo
SPM is het aantal steken dat per minuut
wordt geborduurd.
Stel een lagere snelheid in wanneer u
borduurt op dunne, dikke of zware stof.
U kunt de naaisnelheid wijzigen tijdens het
borduren.
De instelling voor maximale naaisnelheid
verandert pas wanneer u een nieuwe
instelling selecteert. De instelling die geldt
wanneer u de machine uitschakelt, blijft
geselecteerd wanneer u de machine weer
inschakelt.
Stel de naaisnelheid in op 600 spm wanneer
u speciaal garen gebruikt, zoals bijvoorbeeld
metaalgaren.
Memo
De kleur op het scherm wijkt mogelijk
enigszins af van de werkelijke kleur op de
klos.
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
232
d
Wanneer het garennummer wordt
weergegeven, selecteert u met uit
zes borduurgarenmerken die hieronder zijn
aangegeven.
* Naar gelang het land of de streek wordt
katoenachtig polyestergaren verkocht.
e
Druk op .
Borduurraamdisplay wijzigen
a
Druk op .
b
Druk op .
c
In het raamdisplay wijzigt u met de
display van het borduurraam.
* U hebt 14 mogelijkheden.
NUMMER EMBROIDERY/
POLYESTERGAREN
NUMMER COUNTRY/
KATOENACHTIG GAREN
NUMMER MADEIRA
POLYESTERGAREN
NUMMER MADEIRA
RAYONGAREN
NUMMER SULKY GAREN
NUMMER ROBISON-ANTON
POLYESTERGAREN
#123
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
Borduren
233
5
* Voor het optionele borduurraam.
a Borduurgebied extra groot borduurraam
[30 cm × 20 cm (12 inch × 8 inch)]
b Middenlijn
c Borduurgebied quiltraam
[20 cm × 20 cm (8 inch × 8 inch)]
d Borduurgebied voor optioneel groot borduurraam
[18 cm × 13 cm (7 inch × 5 inch)]
e Borduurgebied voor optioneel randborduurraam
[18 cm × 10 cm (7 inch × 4 inch)]
f Borduurgebied medium borduurraam
[10 cm × 10 cm (4 inch × 4 inch)]
g Borduurgebied klein borduurraam
[2 cm × 6 cm (1 inch x 2-1/2 inch)]
h Rasterlijnen
d
Druk op .
BORDUURPATROON WIJZIGEN
234
BORDUURPATROON WIJZIGEN
Patroonpositie wijzigen
Druk op om het patroon te verplaatsen in
de richting die op de toets is aangegeven.
Druk op om het patroon te centreren.
a Afstand van het midden
U kunt het patroon ook verplaatsen door het te
slepen.
Als een USB-muis is aangesloten, verplaatst u de
muis om de aanwijzer op het gewenste patroon te
zetten. Selecteer vervolgens het patroon en sleep
het naar de gewenste plaats. U kunt het patroon
ook slepen door het direct op het scherm te
selecteren met uw vinger of de schermaanraakpen.
VOORZICHTIG
Wanneer u een patroon hebt gewijzigd, controleer dan op de display welke borduurramen u kunt
gebruiken en neem een geschikt borduurraam. Als u een borduurraam gebruikt dat niet op de display
wordt aangegeven, kan de persvoet het raam raken en daardoor letsel veroorzaken.
a
Memo
U kunt patronen niet verplaatsen in
schermen waarin niet verschijnt.
BORDUURPATROON WIJZIGEN
Borduren
235
5
Patroon en naald in de juiste
positie zetten
Voorbeeld:
De linkerbenedenhoek van een patroon
tegenover de naald leggen
a
Markeer de plaats waar u wilt beginnen met
borduren op de stof (zie afbeelding).
b
Druk op .
BORDUURPATROON WIJZIGEN
236
c
Druk op .
a Beginpunt
b Deze toets is voor de uitlijning van verbonden
letters (zie pagina 241).
o De naaldstand gaat naar de linkerbenedenhoek van
het patroon (het borduurraam verplaatst zich
zodanig dat de naald op de juiste positie wordt
geplaatst).
d
Druk op .
e
Met zorgt u dat de naald en de
markering op de stof op hetzelfde punt
komen. Dan begint u met het borduren van
het patroon.
Grootte wijzigen
a
Druk op .
b
Selecteer in welke richting u de grootte wilt
wijzigen.
* Druk op om het patroon te vergroten met
behoud van de verhoudingen.
* Druk op om het patroon te verkleinen met
behoud van de verhoudingen.
* Druk op om het patroon horizontaal uit te
rekken.
* Druk op om het patroon horizontaal in te
krimpen.
* Druk op om het patroon verticaal uit te
rekken.
* Druk op om het patroon verticaal in te
krimpen.
* Druk op om het patroon terug te zetten op de
oorspronkelijke lay-out.
a
b
BORDUURPATROON WIJZIGEN
Borduren
237
5
a Grootte van patroon
c
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Patroon roteren
a
Druk op .
b
Selecteer de rotatiehoek voor het patroon.
* Druk op om het patroon 90 graden naar links
te draaien.
* Druk op om het patroon 90 graden naar
rechts te draaien.
* Druk op om het patroon 10 graden naar links
te draaien.
* Druk op om het patroon 10 graden naar
rechts te draaien.
* Druk op om het patroon 1 graad naar links te
draaien.
* Druk op om het patroon 1 graad naar rechts
te draaien.
Memo
Sommige patronen of letters kunt u meer
vergroten dan andere patronen.
Sommige patronen of letters kunt u meer
vergroten als u ze 90 graden draait.
a
BORDUURPATROON WIJZIGEN
238
* Druk op om het patroon terug te zetten op de
oorspronkelijke positie.
a Rotatiehoek
c
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Horizontaal gespiegeld patroon
maken
Druk op totdat deze toets er uitziet als
om een horizontaal spiegelbeeld van het
geselecteerde patroon te maken. Druk nogmaals
op om het patroon terug te zetten in de
oorspronkelijke stand.
a
BORDUURPATROON WIJZIGEN
Borduren
239
5
Steekdichtheid wijzigen (alleen
letter- en kaderpatronen)
Voor sommige letter- en kaderpatronen kunt u de
steekdichtheid wijzigen.
U kunt een instelling opgeven tussen 80% en
120% in stappen van 5%.
a
Druk op .
b
Wijzig de steekdichtheid.
* Druk op om de dichtheid te verlagen.
* Druk op om de dichtheid te verhogen.
a Normaal
b Fijn (steken dichter op elkaar)
c Grof (steken verder uit elkaar)
o Telkens wanneer u op een van deze toetsen drukt,
wordt de dichtheid van het patroon gewijzigd.
c
Druk op om terug te keren naar het
oorspronkelijke patroonkeuzescherm.
BORDUURPATROON WIJZIGEN
240
Kleuren van letterpatroon wijzigen
In gecombineerde letterpatronen kunt u elke letter
met een andere kleur borduren. Als
"MEERKLEUREN" is ingesteld, stopt de machine
nadat een letter is genaaid. U kunt dan overgaan
op een andere kleur garen.
a
Druk op zodat de toets er zo uitziet
.
* Druk nogmaals op de toets om terug te keren naar
de oorspronkelijke instelling.
b
Wanneer een letter is genaaid, wijzigt u de
garenkleur en naait u de volgende letter.
BORDUURPATROON WIJZIGEN
Borduren
241
5
Verbonden letters borduren
Volg onderstaande procedure om verbonden
letters te borduren op één rij wanneer het hele
patroon groter is dan het borduurraam.
Voorbeeld:
"DEF" verbinden met de letters "ABC"
a
Selecteer de letterpatronen voor "ABC".
b
Druk op .
c
Druk op .
o De naad staat linksonder in het patroon. Het
borduurraam verschuift zo dat de naald op de juiste
plek staat.
d
Druk op .
Opmerking
Voor meer informatie over het selecteren
van letterpatronen, zie "Letterpatronen
kiezen" op pagina 190.
Opmerking
Als u de instelling voor het beginpunt wilt
annuleren en wilt terugkeren naar het
beginpunt midden in het patroon, drukt u
opnieuw op .
Selecteer met een ander beginpunt
voor het borduren.
BORDUURPATROON WIJZIGEN
242
e
Druk op .
f
Druk op om de draadknipfunctie uit te
zetten en druk vervolgens op .
g
Druk op de "Start/stoptoets".
h
Nadat u de letters hebt geborduurd, knipt u
de draden royaal af. Vervolgens maakt u het
borduurraam los en weer vast, zodat u de
overige letters ("DEF") kunt borduren.
a Eind van het borduurwerk
i
Zoals in stap
a
selecteert u de
letterpatronen voor "DEF".
j
Druk op .
k
Druk op .
o De naad staat linksonder in het patroon. Het
borduurraam verschuift zo dat de naald op de juiste
plek staat.
l
Druk op .
BORDUURPATROON WIJZIGEN
Borduren
243
5
m
Lijn met de naald uit met het eind
van het borduurwerk van het vorige
patroon.
n
Druk op de "Start/stoptoets" om te beginnen
met het borduren van de resterende letters.
Ononderbroken borduren (met
één kleur)
U kunt een geselecteerd patroon selecteren in één
kleur in plaats van meerdere kleuren. De machine
pauzeert even, maar stopt niet tussen de kleuren
en gaat door tot het patroon is voltooid. Druk op
zodat de meerkleurenstappen grijs worden
en het geselecteerde patroon wordt geborduurd in
één kleur. Dan wordt de draad niet gewisseld
tijdens het borduren. Druk opnieuw op om
terug te keren naar de oorspronkelijke instellingen
van het patroon.
o De garenkleur op het scherm wordt grijs
weergegeven.
Memo
Ook als ononderbroken borduren is
ingesteld kunnen de automatische
draadknipfunctie en de draadknipfunctie
worden gebruikt (zie pagina 229 en 230).
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
244
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Voorzorgsmaatregelen borduurgegevens
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht wanneer u borduurgegevens gebruikt die niet zijn
gemaakt en opgeslagen op deze machine.
Soorten borduurgegevens die u kunt gebruiken
U kunt alleen .pes,.pha,.phb,.phc en .dst borduurgegevensbestanden gebruiken op deze machine. Wanneer
u met onze gegevensontwerpsystemen of naaimachines andere gegevens gebruikt, leidt dit mogelijk tot
storing op de borduurmachine.
Welke USB-apparaten/media u kunt gebruiken
U kunt steekgegevens opslaan op of oproepen van USB-media. Gebruik een medium dat voldoet aan de
volgende specificaties.
USB Flash-station (USB-flashgeheugen)
USB-diskettestation
Steekgegevens kunt u alleen oproepen.
USB CD-ROM, CD-R, CD-RW stations
De volgende USB-media kunt u gebruiken met de USB-geheugenkaartlezer/kaartschrijfmodule.
Secure Digital (SD) Card
CompactFlash
Memory Stick
•Smart Media
Multi Media Card (MMC)
xD-Picture Card
VOORZICHTIG
Wanneer u andere borduurgegevens gebruikt dan onze oorspronkelijke patronen, kan de draad of de
naald breken wanneer de steekdichtheid te fijn is of u drie of meer overlappende steken naait. In dat geval
bewerkt u de borduurgegevens met een van onze oorspronkelijke gegevensontwerpsystemen.
Opmerking
De verwerkingssnelheid varieert mogelijk naar gelang de gekozen poort en de hoeveelheid gegevens
die is opgeslagen.
Sommige USB-media zijn misschien niet bruikbaar bij deze machine. Meer bijzonderheden vindt u op
onze website.
De toegangslamp begint te knipperen nadat u USB-apparaten/media heeft geplaatst. Het duurt
ongeveer vijf of zes seconden om de apparaten/media te herkennen. (De tijd verschilt afhankelijk van
het USB-apparaat/medium).
Memo
Gebruik een computer om bestandsmappen aan te maken.
U kunt letters en cijfers gebruiken in de bestandsnamen. Als het bestand niet meer dan acht tekens
bevat, verschijnt de hele naam op het scherm.
Als de bestandsnaam meer dan acht tekens lang is, verschijnen alleen de eerste zes tekens, gevolgd
door een "~" en een cijfer als bestandsnaam.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Borduren
245
5
U kunt computers en besturingssystemen met de volgende specificaties
gebruiken.
Compatibele modellen:
IBM PC met een USB-poort als standaardapparaat
IBM PC-compatible computer uitgerust met een USB-poort als standaardapparaat
Compatibele besturingssystemen:
Microsoft Windows 2000/XP/Vista
Voorzorgsmaatregelen voor het maken en opslaan van steekgegevens op de
computer
Als de bestandsnaam van de borduurgegevens niet kan worden bepaald, bijvoorbeeld omdat de naam
speciale tekens bevat, wordt het bestand niet weergegeven. Wijzig dan de bestandsnaam. We raden u aan de
26 letters van het alfabet te gebruiken (hoofdletters en kleine letters), de cijfers 0 t/m 9, "-" en "_".
Als u borduurgegevens groter dan 300 mm (H) × 200 mm (B) (ca.12 inch (H) × 8 inch (B)) selecteert,
verschijnt een bericht met de vraag of u het patroon 90 graden wilt draaien.
Zelfs nadat ze 90 graden zijn gedraaid, kunnen borduurgegevens groter dan 300 mm (H) u 200 mm (B) (ca.
12 inch (H) u 8 inch (B)) niet worden gebruikt. (Alle ontwerpen moeten passen in het ontwerpgebied van
300 mm (H) u 200 mm (B) (ca. 12 inch (H) u 8 inch (B)).)
.pes bestanden die zijn opgeslagen met meer steken of kleuren dan de aangegeven limiet, kunnen niet
worden weergegeven. Het gecombineerde ontwerp mag niet het maximale aantal van 500.000 steken of 125
kleurwisselingen overschrijden. (Deze waarden zijn benaderingen, afhankelijk van het totaalformaat van het
ontwerp). Bewerk het patroon met een van onze ontwerpsoftwareprogramma's, zodat het voldoet aan de
specificaties.
Borduurgegevens die zijn opgeslagen in een map die is gemaakt op een USB-medium kunnen worden
opgehaald.
Maak geen mappen op de "Verwisselbare schijf" op een computer. Borduurgegevens die zijn opgeslagen in
een map op de "Verwisselbare schijf", kunnen niet worden opgehaald door de machine.
Zelfs als de borduurtafel niet is bevestigd, herkent de machine borduurgegevens.
Tajima (.dst) borduurgegevens
.dst gegevens worden in het patroonoverzicht weergegeven met de bestandsnaam (de werkelijke afbeelding
kan niet worden weergegeven). Slechts de eerste acht tekens van de bestandsnaam worden weergegeven.
Aangezien Tajima (.dst) gegevens geen specifieke garenkleurinformatie bevatten, worden ze weergegeven in
onze standaardgarenkleurvolgorde. Controleer het voorbeeld en wijzig desgewenst de garenkleur.
Handelsmerken
Secure Digital (SD) Card is een gedeponeerd handelsmerk van SD Card Association.
CompactFlash is een gedeponeerd handelsmerk van Sandisk Corporation.
Memory Stick is een gedeponeerd handelsmerk van Sony Corporation.
Smart Media is een gedeponeerd handelsmerk van Toshiba Corporation.
Multi Media Card (MMC) is een gedeponeerd handelsmerk van Infineon Technologies AG.
xD-Picture Card is een gedeponeerd handelsmerk van Fuji Photo Film Co., Ltd.
IBM is een gedeponeerd handelsmerk van International Business Machines Corporation.
Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation.
Elk bedrijf waarvan de software wordt genoemd in deze gebruiksaanwijzing heeft een
softwarelicentieovereenkomst voor zijn speciale programma's.
Alle andere merken en productnamen die in deze gebruiksaanwijzing worden genoemd, zijn gedeponeerde
handelsmerken van de betreffende bedrijven. De uitleg van tekens zoals
®
en ™ is niet duidelijk beschreven in
de tekst.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
246
Steekpatronen opslaan in het
geheugen van de machine
U kunt borduurpatronen die u zelf hebt aangepast
en vaak wilt gebruiken, opslaan. Bijvoorbeeld uw
naam, patronen die zijn gedraaid of waarvan de
grootte is gewijzigd, patronen waarvan de
patroonpositie is gewijzigd enz. In totaal kan ca.
2 MB patronen worden opgeslagen in het
geheugen van de machine.
a
Druk op wanneer het patroon dat u
wilt opslaan zich in het naaischerm bevindt.
VOORZICHTIG
Alvorens u de USB-kabel losmaakt, klikt u op het pictogram "Hardware ontkoppelen of uitwerpen" in de
taakbalk van Windows
®
2000 of het pictogram "Hardware veilig verwijderen" in de taakbalk van
Windows
®
XP/Windows Vista
®
. Wanneer u de verwisselbare schijf veilig kunt verwijderen, maakt u de
USB-kabel los van de computer en de machine.
Windows
®
XP
Windows Vista
®
Opmerking
Zet de machine niet uit terwijl "Opslaan" op
de display staat. Dan gaat het patroon dat u
op dat moment opslaat, verloren.
Memo
Het duurt enkele seconden om een
borduurpatroon op te slaan in het geheugen.
Zie pagina 251 voor meer informatie over
het ophalen van een opgeslagen
steekpatroon.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Borduren
247
5
b
Druk op .
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.
o Op de display ziet u "Opslaan". Nadat het patroon is
opgeslagen, keert u automatisch terug naar het
oorspronkelijke scherm.
Als het geheugen vol is
Als onderstaande melding verschijnt, is het maximum
aantal patronen opgeslagen of heeft het patroon dat u
wilt opslaan veel geheugenruimte nodig. Het kan niet
meer worden opgeslagen. Als u een eerder
opgeslagen patroon wist, kunt u het huidige patroon
wel opslaan
.
a
Druk op .
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.
o De opgeslagen patronen verschijnen op het scherm.
b
Kies het patroon dat u wilt wissen.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
248
c
Druk op .
a Geheugenruimte die wordt gebruikt door het te
wissen patroon
b Geheugenruimte die benodigd is om het huidige
patroon op te slaan
d
Druk op .
* Als u besluit het patroon niet te wissen, drukt u op
.
o Op de display ziet u "Opslaan". Nadat het patroon is
opgeslagen, keert u automatisch terug naar het
oorspronkelijke scherm.
b
a
Opmerking
Zet de machine niet uit terwijl "Opslaan" op
de display staat. Dan gaat het patroon dat u
op dat moment opslaat, verloren.
Memo
Als er voldoende geheugenruimte
beschikbaar is nadat u het patroon hebt
gewist, wordt het patroon dat u wilt opslaan
daarna automatisch opgeslagen. Als er niet
voldoende geheugenruimte beschikbaar is
nadat u het patroon hebt gewist, herhaalt u
bovenstaande stappen om nog een patroon
uit het geheugen te wissen.
Het duurt enkele seconden om een patroon
op te slaan.
Zie pagina 251 voor meer informatie over
het ophalen van een opgeslagen
steekpatroon.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Borduren
249
5
Steekpatronen opslaan op USB-
medium
Wanneer u borduurpatronen van de machine naar
USB-media wilt zenden, sluit u het USB-medium
aan op de USB-poort van de machine.
a
Druk op wanneer het patroon dat u
wilt opslaan zich in het naaischerm bevindt.
b
Plaats het USB-medium in de eerste
(bovenste) USB-poort op de machine.
a Eerste (bovenste) USB-poort voor media
b USB-medium
Memo
USB-media zijn verkrijgbaar in de handel,
maar sommige USB-media zijn niet
bruikbaar met deze machine. Meer
bijzonderheden vindt u op onze website.
Naar gelang het USB-medium dat u
gebruikt, sluit u het USB-apparaat direct aan
op de USB-poort van de machine of sluit u
de USB-medialees/schrijfmodule aan op de
USB-poort van de machine.
U kunt het USB-medium op elk moment
plaatsen of verwijderen.
Opmerking
De verwerkingssnelheid varieert mogelijk
per poortkeuze en hoeveelheid data. De
eerste (bovenste) USB-poort verwerkt de
gegevens sneller dan de middelste poort.
Het is raadzaam om de eerste (bovenste)
USB-poort te gebruiken.
Op deze machine kunt u niet twee USB-
media tegelijk gebruiken. Wanneer u twee
USB-media in de machine steekt, wordt
alleen het USB-medium dat u het eerst hebt
geplaatst, geselecteerd.
Plaats niets anders dan een USB-medium in
de USB-mediumpoort. Anders beschadigt
het USB-mediumstation mogelijk.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
250
c
Druk op .
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.
o Op de display ziet u "Opslaan". Nadat het patroon is
opgeslagen, keert u automatisch terug naar het
oorspronkelijke scherm.
Borduurpatronen opslaan op de
computer
Met de bijgeleverde USB-kabel kunt u de machine
aansluiten op uw computer en kunt u tijdelijk
borduurpatronen ophalen van en opslaan op de
map "Verwisselbare schijf" op uw computer. In
totaal kan 3 MB borduurpatronen worden
opgeslagen op de "Verwisselbare schijf", maar de
opgeslagen borduurpatronen worden verwijderd
wanneer u de machine uitzet.
a
Sluit de USB-kabel aan op de betreffende
USB-poort op de computer en op de
machine.
b
Zet uw computer aan en selecteer
"Computer (Deze computer)".
* U kunt de USB-kabel aansluiten op de USB-
aansluiting van de computer en de borduurmachine,
of ze nu ingeschakeld zijn of niet.
a USB-poort voor computer
b USB-kabelaansluiting
o Het pictogram "Verwisselbare schijf" verschijnt in
"Computer (Deze computer)" op de computer.
Opmerking
Plaats of verwijder geen USB-medium
wanneer het scherm "Opslaan" wordt
weergegeven. Dan gaat het patroon dat u
op dat moment opslaat, geheel of
gedeeltelijk verloren.
Opmerking
Zet de machine niet uit terwijl "Opslaan" op
de display staat. Dan gaat het patroon dat u
op dat moment opslaat, verloren.
Opmerking
De aansluitingen op de USB-kabel kunt u
alleen in één richting in een aansluiting
steken. Als de aansluiting niet goed past,
gebruik dan geen kracht. Controleer de
richting van de aansluiting.
Bijzonderheden over de positie van de USB-
poort op de computer (of USB-hub) vindt u
in de handleiding bij de betreffende
apparatuur.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Borduren
251
5
c
Druk op wanneer het patroon dat u
wilt opslaan zich in het naaischerm bevindt.
d
Druk op .
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.
o Het patroon wordt tijdelijk opgeslagen op
"Verwisselbare schijf" onder "Computer (Deze
computer)".
e
Selecteer het .phc bestand van het patroon
op "Verwisselbare schijf" en kopieer het
bestand naar de computer.
Patronen ophalen uit het
geheugen van de machine
a
Druk op .
o De opgeslagen patronen worden op het scherm
getoond.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
252
b
Druk op de toets van het borduurpatroon
dat u wilt ophalen.
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
c
Druk op .
o De display voor borduren verschijnt.
Ophalen van USB-media
U kunt een specifiek borduurpatroon ophalen,
direct van het USB-medium of uit een map op het
USB-medium. Als het patroon zich in een map
bevindt, controleert u elke map om het
borduurpatroon te zoeken.
a
Plaats het USB-medium in de eerste
(bovenste) USB-poort op de machine (zie
pagina 249).
a Eerste (bovenste) USB-poort voor media
b USB-medium
b
Druk op .
o Borduurpatronen en een map in de bovenste map
worden weergegeven.
Opmerking
De verwerkingssnelheid varieert mogelijk
per poortkeuze en hoeveelheid data.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Borduren
253
5
c
Druk op wanneer er een submap is
om twee of meer borduurpatronen op USB-
media te sorteren. Het steekpatroon in de
submap wordt weergegeven.
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder het steekpatroon op
te halen.
a Mapnaam
b Op USB-medium opgeslagen borduurpatronen
c Pad
* Het pad geeft de huidige map boven in de lijst weer.
Borduurpatronen en submappen binnen een map
worden weergegeven.
* Druk op om terug te gaan naar de vorige map.
* Gebruik de computer om mappen te maken. Met de
machine kunt u geen mappen maken.
d
Druk op de toets van het borduurpatroon
dat u wilt ophalen.
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
e
Druk op .
* Druk op om het patroon te verwijderen. Het
patroon wordt verwijderd van het USB-medium.
o De display voor borduren verschijnt.
a
b
c
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
254
Ophalen van de computer
a
Sluit de USB-kabel aan op de betreffende
USB-poort op de computer en op de
machine (zie pagina 250).
b
Op de computer opent u "Computer (Deze
computer)" en vervolgens gaat u naar
"Verwisselbare schijf".
c
Verplaats/kopieer de patroongegevens naar
"Verwisselbare schijf".
o De patroongegevens op "Verwisselbare schijf"
worden naar de machine geschreven.
d
Druk op .
o De patronen op de computer worden weergegeven
in het patronenoverzicht.
e
Druk op de toets van het patroon dat u wilt
ophalen.
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Opmerking
Maak de USB-kabel niet los terwijl de
gegevens worden geschreven.
Maak geen mappen op de "Verwisselbare
schijf". Mappen worden niet weergegeven
en steekpatronen in mappen kunt u dus niet
ophalen.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Borduren
255
5
f
Druk op .
o De display voor borduren verschijnt.
BORDUURAPPLICATIE
256
BORDUURAPPLICATIE
Applicatie maken met een
kaderpatroon (1)
U kunt met kaderpatronen met dezelfde grootte en
dezelfde vorm een applicatie maken. Borduur één
patroon met een rechte steek en één patroon met
een satijnsteek.
a
Kies een kaderpatroon met een rechte
steek. Borduur het patroon op de
applicatiestof en knip daar precies om heen.
b
Borduur hetzelfde patroon van stap
a
op
de basisstof.
c
Breng een dun laagje textiellijm aan op de
achterkant van de applicatie die u hebt
gemaakt in stap
a
. Bevestig de applicatie
op de vorm in de basisstof.
BORDUURAPPLICATIE
Borduren
257
5
d
Kies het kaderpatroon (satijnsteek) van
dezelfde vorm als de applicatie. Borduur
over de applicatie en de basisstof van stap
c
om de applicatie te maken.
Applicatie maken met een
kaderpatroon (2)
Dit is een tweede methode om applicaties te
maken met borduurpatronen. Bij deze methode
hoeft u de stof in het borduurraam niet te
verwisselen. Borduur één patroon met een rechte
steek en één patroon met een satijnsteek.
a
Kies een kaderpatroon (rechte steek) en
borduur dit patroon op de basisstof.
b
Plaats de applicatiestof op het patroon dat u
hebt geborduurd in stap
a
.
* Controleer of de applicatiestof het stiksel volledig
bedekt.
Opmerking
Als u de grootte of de positie van de
patronen wijzigt wanneer u ze selecteert,
noteer dan de grootte en de positie daarvan.
a Applicatiemateriaal
BORDUURAPPLICATIE
258
c
Borduur hetzelfde patroon op de
applicatiestof.
d
Verwijder het borduurraam uit de
borduurtafel en knip het patroon rondom
de naad uit.
e
Kies het kaderpatroon (satijnsteek) van
dezelfde vorm als de applicatie.
f
Bevestig het borduurraam weer op de
borduurtafel en borduur het patroon met de
satijnsteken om de applicatie te maken.
Opmerking
Haal de stof niet uit het borduurraam om het
uit te knippen. U mag ook niet hard aan de
stof trekken. Anders kan de stof los in het
borduurraam gaan zitten.
Opmerking
Wijzig de grootte en de positie van het
patroon niet.
Als u de grootte of de positie van de
patronen wijzigt wanneer u ze selecteert,
noteer dan de grootte en de positie daarvan.
a Applicatiemateriaal
BORDUURAPPLICATIE
Borduren
259
5
Gesplitste borduurpatronen naaien
U kunt gesplitste borduurpatronen naaien die zijn
gecreëerd met PE-DESIGN Ver. 7 of later. Gesplitste
borduurpatronen wil zeggen dat borduurpatronen die
groter zijn dan het borduurraam in meerdere delen
worden gesplitst. Nadat elk gedeelte is genaaid,
vormen deze delen samen het gehele patroon
.
Meer bijzonderheden over het maken van
gesplitste borduurpatronen en uitvoeriger naai-
instructies, vindt u in de bedieningshandleiding bij
PE-DESIGN Ver.7 of later.
In de volgende procedure wordt beschreven hoe u
onderstaand gesplitst borduurpatroon leest van
een USB-medium en het borduurt.
a
Sluit het medium met daarop het gesplitste
borduurpatroon dat u hebt gemaakt, aan op de
machine. Selecteer vervolgens het gesplitste
borduurpatroon dat u wilt borduren
.
*
Voor meer informatie over het ophalen van patronen,
zie "Patronen selecteren van borduurkaarten" op
pagina 194, "Ophalen van USB-media" op pagina
252, of "Ophalen van de computer" op pagina 254
.
o Een scherm verschijnt waarop u een gedeelte van
het gesplitste borduurpatroon kunt selecteren.
b
Selecteer het gedeelte dat u wilt
borduren.
* Selecteer de gedeelten in alfabetische volgorde.
* U kunt maximaal 12 gedeelten weergeven op één
pagina. Zijn er 13 of meer gedeelten in het patroon,
druk dan op of om de vorige of volgende
pagina weer te geven.
c
Druk op .
BORDUURAPPLICATIE
260
d
Bewerk het patroon zo nodig.
* Voor meer informatie, zie "BORDUURPATROON
WIJZIGEN" op pagina 234.
e
Druk op de "Start/stoptoets" om het
patroongedeelte te borduren.
f
Wanneer het borduren is afgelopen, verschijnt
het volgende scherm. Druk op
.
o Een scherm verschijnt waarop u een gedeelte van
het gesplitste borduurpatroon kunt selecteren.
g
Herhaal stap
b
t/m
f
om de overige
gedeelten van het patroon te borduren.
Memo
Het patroon kan 90° graden naar links of
rechts worden gedraaid wanneer u op
drukt.
Hoofdstuk 6
Borduurcombinatie
UITLEG VAN FUNCTIES...............................262
PATRONEN KIEZEN OM TE BEWERKEN ......263
Het selecteren van borduurpatronen/Brother "Exclusief"/
Griekse letterpatronen/Bloemletterpatronen/
Borduurnaaipatronen/Kaderpatronen............................. 264
Letterpatronen kiezen..................................................... 264
PATRONEN BEWERKEN...............................267
Functies van de toetsen .......................................................... 268
Patroon verplaatsen........................................................ 269
Patroon roteren .............................................................. 269
Grootte van patroon wijzigen......................................... 270
Patroon wissen................................................................ 271
Lay-out van letterpatroon wijzigen ................................. 271
Spatiëring tussen letters wijzigen.................................... 272
Spatiëring tussen letters verkleinen................................. 273
Gecombineerde patronen scheiden ................................ 274
Kleuren van letterpatronen wijzigen............................... 275
Verbonden letters borduren............................................ 276
Garenkleur wijzigen ....................................................... 278
Eigen kleurkaart maken................................................... 279
Een kleur van de lijst toevoegen aan de eigen kleurkaart ....... 282
Kleur kiezen uit de eigen kleurkaart ............................... 283
Herhaalpatronen ontwerpen........................................... 284
Herhaalpatronen naaien.........................................................284
Eén element van een herhaalpatroon herhalen....................... 286
Kleurvolgorde bij herhaalpatronen......................................... 287
Draadmarkeringen toekennen................................................289
Patroon kopiëren ............................................................ 290
Na het bewerken ............................................................ 290
PATRONEN COMBINEREN ..........................291
Gecombineerde patronen bewerken............................... 291
Gecombineerde borduurpatronen selecteren.........................293
Gecombineerde patronen naaien.................................... 294
DIVERSE BORDUURFUNCTIES....................295
Ononderbroken borduren (met één kleur)...................... 295
Rijgsteken voor borduren................................................ 295
Een applicatie maken ...................................................... 296
Een applicatie maken..............................................................296
Gebruik van een kaderpatroon voor de omtrek......................300
Borduurpositie uitlijnen met de ingebouwde camera ..... 302
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE.....305
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN
EN GEDRUKTE ONTWERPEN
COMBINEREN) ............................................ 306
Een patroon kiezen ..........................................................307
Alleen het borduurpatroon controleren..................................307
Achtergrondafbeelding en positieafbeelding uitvoeren....308
Gebruik van USB-media..........................................................308
Gebruik van een USB-kabel ....................................................309
Achtergrond en borduurpositievel afdrukken ..................310
Borduurpatronen naaien..................................................310
UITLEG VAN FUNCTIES
262
UITLEG VAN FUNCTIES
Met de Borduurpatrooncombinatiefuncties kunt u borduurpatronen en letterpatronen combineren, de
grootte van patronen wijzigen, patronen draaien en vele andere functies voor het aanpassen van patronen
uitvoeren. Deze machine kan de volgende elf functies uitvoeren
.
Print en Borduur (borduurpatronen en gedrukte ontwerpen combineren)
U kunt prachtige geborduurde driedimensionale ontwerpen maken door een achtergrond op stof te strijken of te
drukken, als de stof zich daartoe leent, en bovenop die achtergrond aanvullend te borduren.
Applicaties maken
U kunt applicaties maken van de ingebouwde patronen en patronen op borduurkaarten.
Patronen combineren
U kunt eenvoudig combinaties maken van borduurpatronen, kaderpatronen, letterpatronen, patronen uit het
geheugen van de machine, patronen van borduurkaarten en vele andere patronen.
Patronen verplaatsen
Binnen een borduurgebied van maximaal 30 cm u 20 cm (ca. 12 inch u 8 inch) kunt u de positie van patronen
wijzigen en de positie op de display controleren.
Patronen draaien
U kunt patronen telkens 1 graad, 10 graden of 90 graden draaien.
Patronen vergroten of verkleinen
U kunt patronen groter of kleiner maken.
Bij sommige patronen is deze functie niet beschikbaar.
Patronen in spiegelbeeld maken
U kunt een horizontaal spiegelbeeld van een patroon maken.
Bij sommige patronen is deze functie niet beschikbaar.
Spatiëring tussen letters wijzigen
U kunt de spatiëring tussen letters in combinatiepatronen vergroten of verkleinen.
Uiterlijk/lay-out van letters wijzigen
U kunt de lay-out van de letters wijzigen in een bocht, diagonaal enz. Er zijn in totaal zes mogelijkheden.
Garenkleuren van patronen wijzigen
U kunt de kleuren van een patroon wijzigen in uw lievelingskleuren.
Herhaalpatroon maken
U kunt kopieën van een patroon toevoegen om een patroon te maken dat zich horizontaal of verticaal herhaalt.
PATRONEN KIEZEN OM TE BEWERKEN
Borduurcombinatie
263
6
PATRONEN KIEZEN OM TE BEWERKEN
Bereid de machine voor op borduren volgens de aanwijzingen op pagina 182 en druk op en
vervolgens op om het onderstaande scherm weer te geven.
a Borduurpatronen
b Brother "Exclusief"
c Griekse letterpatronen
d Bloemletterpatronen
e Borduurnaaipatronen
f Kaderpatronen
g Letters
h In het geheugen opgeslagen patronen (zie pagina 251)
i Op USB-medium opgeslagen patronen (zie pagina 252)
j Op de computer opgeslagen patronen (zie pagina 254)
k Druk op deze toets om de borduurtafel in de opbergstand te plaatsen.
Memo
Zie pagina 187 voor meer informatie over het stekenoverzicht van elke categorie.
Opmerking
U kunt ook naaisteken of lettersteken/decoratieve steken naaien met de borduurtafel. Druk hiertoe op
en (een bevestigingsscherm voor het verplaatsen van de wagen verschijnt). Bevestig de
juiste persvoet alvorens te beginnen met naaien.
a
c
d
f
i
h
b
e
j
g
k
PATRONEN KIEZEN OM TE BEWERKEN
264
Het selecteren van borduurpatronen/
Brother "Exclusief"/Griekse
letterpatronen/Bloemletterpatronen/
Borduurnaaipatronen/Kaderpatronen
a
Selecteer de patrooncategorie.
b
Druk op de toets van het patroon dat u wilt
bewerken.
* Zie pagina's 189 en 192 meer informatie over het
kiezen van patronen.
o Het door u gekozen patroon staat in het bovenste
gedeelte van het scherm.
c
Druk op .
o Het patroon dat u hebt gekozen om aan te passen is
rood omrand op het borduurcombinatiescherm.
d
Ga door met "PATRONEN BEWERKEN" op
pagina 267 om het patroon te bewerken.
Letterpatronen kiezen
Wanneer u een letterpatroon kiest in het
borduurcombinatiescherm, kunt u de lay-out van
het patroon tegelijkertijd aanpassen.
a
Druk op .
PATRONEN KIEZEN OM TE BEWERKEN
Borduurcombinatie
265
6
b
Selecteer het lettertype en geef vervolgens
de letters op. (Voorbeeld: A B C D)
* Zie pagina 190 voor meer informatie over het
kiezen van letters.
c
Druk op om de lay-out van het
patroon te wijzigen.
* Als de tekens van het patroon te klein zijn, drukt u
op om alle opgegeven letters weer te geven.
d
Selecteer de lay-out. (Voorbeeld: )
Nadat u een boog hebt gekozen, wijzigt u met
en de ronding van de boog.
* Druk op om een plattere boog te krijgen.
* Druk op om een rondere boog te krijgen.
e
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Memo
Als u , en selecteert, stap
dan over op en . U kunt de
ronding van de boog versterken of
afzwakken.
PATRONEN KIEZEN OM TE BEWERKEN
266
f
Nadat u uw keuzes hebt gemaakt, drukt u
op .
o Het borduurcombinatiescherm verschijnt.
g
Ga door met "PATRONEN BEWERKEN" op
pagina 267 om het patroon te bewerken.
PATRONEN BEWERKEN
Borduurcombinatie
267
6
PATRONEN BEWERKEN
a Geeft de grootte van het gehele combinatiepatroon aan.
b Geeft de grootte aan van het patroon dat op dat moment is geselecteerd.
c Geeft de afstand vanaf het midden van het kader aan.
d Hiermee toont u de kleurvolgorde en tijden van elke stap van het momenteel geselecteerde patroon.
e Geeft aan hoeveel graden het patroon is gedraaid.
Memo
Als een toets lichtgrijs is, kunt u die functie niet gebruiken bij het geselecteerde patroon.
a
c
b
d
e
a
e
d
b
c
PATRONEN BEWERKEN
268
Functies van de toetsen
Nr. Display Toetsnaam Uitleg Pagina
a Garenkleurentoets Met deze toets wijzigt u de kleuren van het weergegeven patroon. 278
b Rotatietoets Met de rotatietoets draait u het patroon op het scherm. U kunt patronen telkens
1 graad, 10 graden of 90 graden draaien.
269
c Groottetoets Met de groottetoets wijzigt u de grootte van het patroon. U kunt patronen
vergroten of verkleinen.
270
d Horizontale
spiegeltoets
Met de horizontale spiegeltoets spiegelt u het geselecteerde patroon
horizontaal.
238
e Steekdichtheidstoets Met deze toets wijzigt u de steekdichtheid van letter- of kaderpatronen. 239
f Meerkleurentoets Met deze toets kunt u de kleur van afzonderlijke letters in een patroon wijzigen. 275
g Toevoegentoets Druk op deze toets om nog een patroon toe te voegen aan de combinatie. 290
h Wissentoets Met deze toets kunt u het geselecteerde patroon (het rood omrande patroon)
wissen.
271
i Patroonkeuzetoets Als u een combinatiepatroon hebt gekozen, kunt u met deze toetsen een
gedeelte van het patroon kiezen dat u wilt wijzigen.
j Naaitoets Druk op deze toets om het naaischerm te openen. 290
k Rangschikkentoets Met deze toets wijzigt u de configuratie van een letterpatroon. 271
l Spatiëringtoets Met deze toets wijzigt u de spatiëring van letters. 272
m Kopietoets Druk op deze toets om een patroon te kopiëren. 290
n Randtoets Druk op deze toets om een herhaalpatroon te maken en bewerken. 284
o Pijltjestoetsen
(
Centreertoets)
Druk op deze toetsen om het patroon te verplaatsen in de richting van de pijl op
de toets. (Druk op om het patroon terug te zetten op zijn oorspronkelijke
plaats.)
269
a
b
c
d
f
o
e
g
h
k
n
m
l
j
i
PATRONEN BEWERKEN
Borduurcombinatie
269
6
Patroon verplaatsen
Druk op om het patroon te verplaatsen in
de richting die op de toets is aangegeven.
Druk op om het patroon terug te zetten in het
midden.
a Afstand van het midden
U kunt het patroon ook verplaatsen door het te
slepen.
Als een USB-muis is aangesloten, verplaatst u de
muis om de aanwijzer op het gewenste patroon te
zetten. Selecteer vervolgens het patroon en sleep
het naar de gewenste plaats. U kunt het patroon
ook slepen door het direct op het scherm te
selecteren met uw vinger of de schermaanraakpen.
Patroon roteren
a
Druk op .
a
PATRONEN BEWERKEN
270
b
Selecteer met welke hoek u het patroon wilt
draaien.
* Druk op om het patroon 90 graden naar links
te draaien.
* Druk op om het patroon 90 graden naar
rechts te draaien.
* Druk op om het patroon 10 graden naar links
te draaien.
* Druk op om het patroon 10 graden naar
rechts te draaien.
* Druk op om het patroon 1 graad naar links te
draaien.
* Druk op om het patroon 1 graad naar rechts
te draaien.
* Druk op om het patroon terug te zetten op de
oorspronkelijke positie.
a Hoeveel het patroon wordt gedraaid
c
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Grootte van patroon wijzigen
a
Druk op .
a
PATRONEN BEWERKEN
Borduurcombinatie
271
6
b
Selecteer in welke richting u de grootte wilt
wijzigen.
* Druk op om het patroon te vergroten met
behoud van de verhoudingen.
* Druk op om het patroon te verkleinen met
behoud van de verhoudingen.
*
Druk op om het patroon horizontaal uit te rekken.
*
Druk op om het patroon horizontaal in te krimpen.
*
Druk op om het patroon verticaal uit te rekken.
*
Druk op om het patroon verticaal in te krimpen
.
* Druk op om het patroon terug te zetten op de
oorspronkelijke lay-out.
a Geeft de grootte aan van het patroon dat wordt
aangepast.
c
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Patroon wissen
Druk op om het patroon van het scherm te
wissen.
Lay-out van letterpatroon wijzigen
a
Druk op .
a
PATRONEN BEWERKEN
272
b
Druk op de toets van de lay-out die u wilt
borduren.
* Zie pagina 265 voor meer informatie over het
kiezen van letters.
o Op de display staat de geselecteerde lay-out.
c
Druk op .
Spatiëring tussen letters wijzigen
a
Druk op .
PATRONEN BEWERKEN
Borduurcombinatie
273
6
b
Met verandert u de spatiëring.
* Druk op om de ruimte tussen de letters te
vergroten.
* Druk op om de ruimte tussen de letters te
verkleinen.
* Druk op om het patroon terug te zetten op de
oorspronkelijke lay-out.
c
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Spatiëring tussen letters verkleinen
U kunt de spatiëring tussen letter verkleinen tot
50% van de smalste letter in de groep.
Opmerking
Het is niet aan te raden gegevens te
bewerken en te kopiëren naar andere of
oudere machines. Andere machines hebben
misschien niet dezelfde functies en dan
kunnen zich problemen voordoen.
U kunt de spatiëring tussen letters alleen
verkleinen wanneer de letters normaal op
een rechte lijn staan.
PATRONEN BEWERKEN
274
Gecombineerde patronen scheiden
U kunt gecombineerde patronen scheiden om de
letterspatiëring aan te passen of de patronen
afzonderlijk te bewerken nadat u alle letters hebt
ingevoerd.
a
Druk op .
b
Druk op .
o De toets ziet er zo uit: .
c
Selecteer met waar u het patroon
wilt scheiden en druk vervolgens op
om het te scheiden. In dit voorbeeld wordt
het patroon gescheiden tussen "T" en "a".
Opmerking
Een gescheiden letterpatroon kunt u niet
opnieuw combineren.
PATRONEN BEWERKEN
Borduurcombinatie
275
6
d
Selecteer met een patroon en
pas vervolgens de letterspatiëring aan met
.
e
Druk op .
Kleuren van letterpatronen wijzigen
a
Druk op zodat u aan elke letter een
draadkleur kunt toekennen.
b
Verwissel de draad om elke letter in een
andere kleur te naaien.
* Druk op om de kleuren in de naaivolgorde te
wijzigen.
a Kleur voor elke letter
a
PATRONEN BEWERKEN
276
Verbonden letters borduren
Volg onderstaande procedure om verbonden
letters te borduren op één rij wanneer het patroon
groter is dan het borduurraam.
Voorbeeld:
"DEF" verbinden met de letters "ABC"
a
Selecteer de letterpatronen voor "ABC".
b
Druk in het naaischerm op .
c
Druk op .
o De naad staat linksonder in het patroon. Het
borduurraam verschuift zo dat de naald op de juiste
plek staat.
d
Druk op .
Opmerking
Voor meer informatie over het selecteren
van letterpatronen, zie "Letterpatronen
kiezen" op pagina 264.
Opmerking
Als u de instelling voor het beginpunt wilt
annuleren en wilt terugkeren naar het
beginpunt midden in het patroon, drukt u
opnieuw op .
Selecteer met een ander beginpunt
voor het borduren.
PATRONEN BEWERKEN
Borduurcombinatie
277
6
e
Druk op .
f
Druk op om de draadknipfunctie uit te
zetten en druk vervolgens op .
g
Druk op de "Start/stoptoets".
h
Nadat u de letters hebt geborduurd, knipt u
de draden royaal af. Vervolgens maakt u het
borduurraam los en weer vast, zodat u de
overige letters ("DEF") kunt borduren.
a Eind van het borduurwerk
i
Zoals in stap
a
selecteert u de
letterpatronen voor "DEF".
j
Druk op .
k
Druk op .
o De naad staat linksonder in het patroon. Het
borduurraam verschuift zo dat de naald op de juiste
plek staat.
PATRONEN BEWERKEN
278
l
Druk op .
m
Lijn met de naald uit met het eind
van het borduurwerk van het vorige
patroon.
n
Druk op de "Start/stoptoets" om te beginnen
met het borduren van de resterende letters.
Garenkleur wijzigen
U kunt de garenkleur wijzigen door de te wijzigen
kleur boven in de naaivolgorde te plaatsen en een
nieuwe kleur te selecteren uit de garenkleuren op
de machine.
a
Druk in het patroonbewerkscherm op .
o Het garenkleurenpalet verschijnt op het scherm.
b
Druk op of op om de te wijzigen
kleur boven in de naaivolgorde te zetten.
a 64 Borduurgarentabel
a
PATRONEN BEWERKEN
Borduurcombinatie
279
6
c
Druk op om een nieuwe
kleur te kiezen uit het kleurenpalet.
* Druk op als u de oorspronkelijke kleur terug
wilt. Hebt u meerdere kleuren gewijzigd, dan
herstelt u met dit commando de oorspronkelijke
kleur van alle kleuren om de garenkleur in de
afbeelding te wijzigen.
* Door de kleurkeuze aan te raken met de
schermaanraakpen kunt u kleuren selecteren in het
kleurenpalet.
a Kleurenpalet
o De geselecteerde kleur verschijnt boven in de
naaivolgorde.
d
Druk op .
o Op de display staan de gewijzigde kleuren.
Eigen kleurkaart maken
U kunt uw eigen kleurkaart maken met de
garenkleuren die u het meest gebruikt. U kunt
speciale garenkleuren selecteren in de uitgebreide
lijst van de garenkleuren van negen verschillende
garenmerken. U kunt elke kleur selecteren en
verplaatsen naar uw eigen kleurkaart.
a
Memo
Voor informatie over het selecteren van een
kleur uit uw eigen kleurkaart, zie "Kleur
kiezen uit de eigen kleurkaart" op
pagina 283.
Opmerking
Sommige machines hebben reeds 300 extra
Robison-Anton garenkleuren in de eigen
kleurkaart.
U kunt de eigen kleurenkaart wissen of
terugzetten op de oorspronkelijke
fabrieksinstelling. Bezoek de website voor
het programma om de Eigen kleurkaar te
wissen/herstellen en aanwijzingen.
PATRONEN BEWERKEN
280
a
Druk in het patroonbewerkscherm op
en druk vervolgens op .
b
Met selecteert u of u
een kleur wilt toevoegen aan eigen
kleurkaart.
* Door het scherm aan te raken met de
schermaanraakpen kunt u kleuren selecteren in de
eigen kleurkaart.
* U kunt door honderd kleuren tegelijk naar boven of
beneden gaan met en op de eigen
kleurkaart.
a Eigen kleurkaart
b Druk op om "te verwijderen" te
downloaden en programma's van de website te
herstellen.
a
b
PATRONEN BEWERKEN
Borduurcombinatie
281
6
c
Met selecteert u één van de
garenmerken op de machine.
d
Met
geeft u een viercijferige kleurcode
op.
* Als u een fout maakt, drukt u op om het
ingevoerde nummer te wissen en dan voert u het
juiste nummer in.
a Garenmerk
e
Druk op .
a Garenmerk
b Garenkleurnummer dat u hebt opgegeven
o De geselecteerde garenkleur is ingesteld in de eigen
kleurkaart.
f
Herhaal de vorige stappen totdat u alle
gewenste garenkleuren hebt opgegeven.
* Druk op om een opgegeven kleur te wissen
uit het palet.
a
Opmerking
Als u niet op drukt, zal het
garenkleurnummer niet veranderen.
b
a
PATRONEN BEWERKEN
282
g
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Een kleur van de lijst toevoegen aan
de eigen kleurkaart
a
Herhaal de vorige stappen
a
t/m
c
op
pagina 279.
b
Druk op om de garenlijst weer te
geven.
c
Selecteer een garenkleur met en .
a Garenlijst
b Garenmerk
d
Druk op .
e
Herhaal de vorige stappen totdat u alle
gewenste garenkleuren hebt opgegeven.
* Druk op om een opgegeven kleur te wissen
uit het palet.
f
Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
b
a
PATRONEN BEWERKEN
Borduurcombinatie
283
6
Kleur kiezen uit de eigen
kleurkaart
U kunt een kleur selecteren uit de maximaal 300
garenkleuren die u hebt ingesteld in de eigen
kleurkaart.
a
Druk op .
o Het garenkleurenpalet verschijnt op het scherm.
b
Druk op of op om de te wijzigen
kleur boven in de naaivolgorde te zetten.
c
Druk op .
a Garenkleurkaartwijzigingstoets
o De eigen kleurkaart verschijnt.
d
Druk op om een nieuwe
kleur te kiezen uit de eigen kleurkaart.
* Met en gaat u naar boven en beneden
door de eigen kleurkaart.
* Druk op om terug te gaan naar de
oorspronkelijke kleur.
*
Door het scherm aan te raken met de schermaanraakpen
kunt u kleuren selecteren in de eigen kleurkaart
.
a Eigen kleurkaart
o Op de display staan de gewijzigde kleuren.
e
Druk op .
a
a
PATRONEN BEWERKEN
284
Herhaalpatronen ontwerpen
Herhaalpatronen naaien
Met de randfunctie kunt u steken maken met
herhaalpatronen. Ook kunt u de ruimte tussen de
patronen aanpassen binnen een herhaalpatroon.
a
Kies het patroon en druk op .
b
Druk op .
c
Selecteer de richting waarin het patroon
zich herhaalt.
a Verticaal
b Horizontaal
c "Verticaal herhalen en wissen"-toetsen
d "Horizontaal herhalen en wissen"-toetsen
e Spatiëringtoetsen
o De patroonrichtingindicator verandert naar gelang
de richting die u selecteert.
a
c
e
b
d
e
PATRONEN BEWERKEN
Borduurcombinatie
285
6
d
Met herhaalt u het patroon boven en
met herhaalt u het patroon onder.
* Druk op om het patroon boven te wissen.
* Druk op om het patroon onder te wissen.
e
Pas de spatiëring van het herhaalde patroon
aan.
* Druk op om de spatiëring te vergroten.
* Druk op om de spatiëring te verkleinen.
a Druk op om een herhaalpatroon weer te
veranderen in één enkel patroon.
Memo
U kunt alleen de spatiëring van rood
omrande patronen aanpassen.
a
PATRONEN BEWERKEN
286
f
Maak de herhaalpatronen af door stap
c
t/m
e
uit te voeren
.
g
Druk op om het herhalen te stoppen.
Eén element van een herhaalpatroon
herhalen
Met de knipfunctie kunt u één element van een
herhaalpatroon selecteren en alleen dit element
herhalen. Met deze functie kunt u complexe
herhaalpatronen ontwerpen.
a
Selecteer de richting waarin het patroon
wordt geknipt.
* Druk op om horizontaal te knippen.
* Druk op om verticaal te knippen.
o De patroonrichtingindicator verandert naar gelang
de richting die u selecteert.
b
Met en kiest u de kniplijn.
o De kniplijn verplaatst zich.
Memo
Wanneer er twee of meer patronen zijn,
worden alle patronen in het rode kader
gegroepeerd tot één patroon.
Wanneer u de richting waarin het patroon
wordt herhaald, verandert, worden alle rood
omrande patronen gegroepeerd als één te
herhalen eenheid. Druk op om een
herhaalpatroon weer te veranderen in één
enkel patroon. In het volgende gedeelte
leest u hoe u één element van een
herhaalpatroon kunt herhalen.
PATRONEN BEWERKEN
Borduurcombinatie
287
6
c
Druk op .
o Het herhaalpatroon wordt verdeeld in afzonderlijke
elementen.
d
Druk op .
e
Met en selecteert u het element dat
u wilt herhalen.
f
Herhaal het geselecteerde element.
g
Druk op om het herhalen te stoppen.
Kleurvolgorde bij herhaalpatronen
Druk op om de naaivolgorde van kleuren in
gecombineerde randborduurpatronen zo te wijzigen
dat u dezelfde kleur ononderbroken kunt naaien. Zo
kunt u doornaaien zonder steeds de bovendraad te
verwisselen of de naaivolgorde handmatig te
wijzigen.
Opmerking
Als u een herhaalpatroon eenmaal in
afzonderlijke elementen hebt geknipt, kunt u
het niet herstellen tot het oorspronkelijke
herhaalpatroon.
U kunt elk element afzonderlijk bewerken in
het bewerkscherm. Zie "Gecombineerde
borduurpatronen selecteren" op pagina 293.
Memo
In gecombineerde steekpatronen die twee of
meer randpatronen of andere patronen
gecombineerd met randpatronen bevatten,
wordt alleen de naaivolgorde van de
randpatronen gewijzigd.
Wanneer u een groep van twee of meer
patronen met randpatronen herhaalt, wordt
de naaivolgorde gewijzigd, zodat dezelfde
kleur wordt doorgenaaid in alle patronen.
PATRONEN BEWERKEN
288
PATRONEN BEWERKEN
Borduurcombinatie
289
6
Draadmarkeringen toekennen
Door draadmarkeringen te naaien kunt u
gemakkelijk patronen uitlijnen wanneer u een reeks
naait. Wanneer het naaien van een patroon is
voltooid, wordt met de laatste draad een
draadmarkering genaaid in de vorm van een pijl.
Wanneer u een reeks patronen naait, plaatst u de
volgende te naaien ontwerpen met behulp van deze
pijl.
a
Druk op .
b
Druk op .
c
Druk op om de te naaien
draadmarkering weer te geven.
d
Druk op .
Memo
Wanneer afzonderlijke patronen herhaaldelijk
naait, kunt u alleen draadmarkeringen naaien
rond de buitenrand van het patroon
.
Memo
Wanneer er twee of meer elementen zijn,
selecteert u met en of en
een patroon waaraan u de
draadmarkering wilt toewijzen.
PATRONEN BEWERKEN
290
Patroon kopiëren
a
Druk op .
o De kopie ligt boven op het originele patroon.
a Gekopieerd patroon
Na het bewerken
a
Druk op .
* Om het patroon te combineren met andere patronen
selecteert u (zie pagina 291).
* Zie pagina 212 voor meer informatie over het
naaien van patronen.
Opmerking
Wanneer meerdere patronen zijn
weergegeven op het scherm, wordt alleen het
patroon dat is geselecteerd met en
gekopieerd
.
Verplaats en bewerk elk gekopieerd patroon
individueel.
a
Memo
Als u terugkeert naar het bewerkscherm na
te hebben gedrukt op , druk dan op
.
PATRONEN COMBINEREN
Borduurcombinatie
291
6
PATRONEN COMBINEREN
Gecombineerde patronen
bewerken
Voorbeeld:
Letters combineren met een
borduurpatroon en bewerken
a
Druk op om een borduurpatroon te
selecteren.
b
Met geeft u 2/7 weer en vervolgens
selecteert u .
c
Druk op .
PATRONEN COMBINEREN
292
d
Druk op .
e
Druk op om de letters op te geven.
* Druk op om terug te gaan naar het vorige
scherm.
f
Selecteer en geef "Spring" op.
* Selecteer , druk op om hoofdletters/kleine
letters te wisselen en voer de overige letters in.
o De letters die u invoert, worden getoond in het
midden van het scherm.
g
Druk op .
h
Met verplaatst u de letters.
* Met een USB-muis, uw vinger of de
schermaanraakpen sleept u de letters om ze te
verplaatsen.
PATRONEN COMBINEREN
Borduurcombinatie
293
6
i
Druk op om de lay-out van de letters
te wijzigen. Druk op .
* Zie pagina 271 voor meer informatie over het
wijzigen van de lay-out.
j
Druk op om de kleur van de letters te
wijzigen.
* Zie pagina 278 voor meer informatie over het
wijzigen van de kleur.
k
Wanneer u klaar bent met alle wijzigingen,
drukt u op .
Gecombineerde borduurpatronen
selecteren
Wanneer u meerdere patronen hebt gecombineerd,
selecteert u met het patroon dat u wilt
bewerken. Wanneer een USB-muis is aangesloten,
kunt u het patroon selecteren door erop te klikken.
Schuif de muis om de aanwijzer op het gewenste
patroon te plaatsen en klik vervolgens op de
linkermuisknop. Ook kunt u patronen selecteren
door het scherm aan te raken met uw vinger of de
schermaanraakpen.
Memo
Met selecteert u overlappende
patronen die u niet kunt selecteren door
erop te klikken of door het scherm aan te
raken.
PATRONEN COMBINEREN
294
Gecombineerde patronen naaien
Gecombineerde patronen worden geborduurd in
de volgorde waarin ze zijn ingevoerd. In dit
voorbeeld is dit de volgorde:
o
a
Borduur door de kleurvolgorde
rechts in het scherm aan te houden.
o Nadat de bloemen zijn geborduurd, gaat de [+]
cursor naar het gedeelte "Spring" van het patroon.
b
Borduur .
o Nadat "Spring" is geborduurd, keert u terug naar het
oorspronkelijke scherm.
Opmerking
Volg de aanwijzingen "Borduurpatronen
naaien" op pagina 213.
DIVERSE BORDUURFUNCTIES
Borduurcombinatie
295
6
DIVERSE BORDUURFUNCTIES
Ononderbroken borduren (met
één kleur)
U kunt een geselecteerd patroon selecteren in één
kleur in plaats van meerdere kleuren. De machine
pauzeert even, maar stopt niet tussen de kleuren
en gaat door tot het patroon is voltooid. Druk op
zodat de meerkleurenstappen grijs worden
en het geselecteerde patroon wordt geborduurd in
één kleur. Dan wordt de draad niet gewisseld
tijdens het borduren. Druk opnieuw op om
terug te keren naar de oorspronkelijke instellingen
van het patroon.
Rijgsteken voor borduren
Alvorens te borduren kunt u rijgsteken naaien langs
de rand van het patroon. Dit is nuttig om stof te
borduren waaraan u geen steunstof kunt bevestigen
met een strijkbout of met lijm. Door steunstof te
stikken aan de stof, beperkt u vervorming of onjuiste
uitlijning van het patroon tot een minimum
.
a
Druk op en open vervolgens 7/7
van het instellingenscherm.
b
Met en geeft u de afstand tussen
patroon en rijgsteken op.
Opmerking
We raden u aan het combineren en
bewerken van het patroon te beëindigen
alvorens de rijginstelling te selecteren. Als u
het patroon bewerkt nadat u de rijginstelling
hebt geselecteerd, worden het patroon en
de rijgsteken onder het patroon mogelijk
onjuist uitgelijnd. Dan zijn de rijgsteken
misschien moeilijk te verwijderen, nadat het
borduurwerk is voltooid.
Memo
Hoe hoger de waarde, des te verder zijn de
rijgsteken verwijderd van het patroon.
De instelling blijft geselecteerd zelfs
wanneer u de machine uitschakelt.
DIVERSE BORDUURFUNCTIES
296
c
Druk op om terug te gaan naar het
vorige scherm.
d
Druk op .
e
Druk op om de rijginstelling te
selecteren.
o De rijgsteken worden toegevoegd aan het begin van
de naaivolgorde.
f
Druk op de "Start/stoptoets" om te beginnen
met borduren.
g
Als u klaar bent met borduren, verwijdert u
de rijgsteken.
Een applicatie maken
U kunt applicaties maken van de ingebouwde
patronen en patronen op borduurkaarten. Dit is
handig voor stoffen die u niet kunt borduren of
wanneer u een applicatie wilt bevestigen aan een
kledingstuk.
Een applicatie maken
De applicatie wordt gemaakt met het volgende
patroon.
Opmerking
Wanneer u op drukt, wordt het patroon
naar het midden verplaatst. Nadat u de
rijginstelling hebt geselecteerd, verplaatst u
het patroon naar de gewenste positie.
Memo
Als u de instelling wilt annuleren, drukt u op
.
Als geen patroon is geselecteerd, is de toets
grijs en kunt u deze niet selecteren.
Opmerking
Vilt of spijkerstof wordt aangeraden om de
applicatie te maken. Naar gelang uw keuze
van patroon en stof lijkt het stiksel mogelijk
kleiner bij lichtere stof.
Met een steunstof voor borduren krijgt u het
beste resultaat.
Kies een raam dat overeenkomt met de
grootte van het patroon. De verschillende
borduurramen staan in de display.
Gebruik voor het maken van applicaties niet
het randborduurraam. Naar gelang de
dichtheid en de stof die u gebruikt zou het
stiksel kunnen vervormen.
DIVERSE BORDUURFUNCTIES
Borduurcombinatie
297
6
a
Selecteer het patroon en bewerk dit zo nodig
.
b
Druk op en open vervolgens 7/7
van het instellingenscherm.
c
Met en geeft u de afstand tussen
patroon en de applicatieomtrek op.
d
Druk op om terug te gaan naar het
vorige scherm.
e
Druk op .
Opmerking
Maak eerst het combineren en bewerken
van het patroon af voordat u de applicatie-
instelling selecteert. Als u het patroon
bewerkt nadat u de rijginstelling hebt
geselecteerd, worden het patroon en de
rijgsteken mogelijk onjuist uitgelijnd.
Aangezien een omtrek wordt toegevoegd, is
het patroon voor een applicatie (wanneer u
de applicatie-instelling selecteert) groter dan
het oorspronkelijke patroon. Pas eerst de
grootte en de positie van het patroon aan,
zoals hieronder aangegeven.
a Borduurgebied
b Ca. 1 cm
c Grootte van het patroon
Memo
Drie instellingen zijn beschikbaar: 1 (smal),
2 (normaal) en 3 (breed).
De instelling blijft geselecteerd zelfs
wanneer u de machine uitschakelt.
DIVERSE BORDUURFUNCTIES
298
f
Druk op om de applicatie-instelling te
selecteren.
o De stappen om het applicatiestuk te maken worden
toegevoegd aan de naaivolgorde.
g
Strijk of plak een stuk steunstof op de
achterkant van het vilt of de spijkerstof dat/
die u als applicatiestuk wilt gebruiken.
h
Plaats de applicatiestof in het borduurraam,
bevestig het borduurraam aan de machine
en begin te borduren.
Opmerking
Wanneer u op drukt, wordt het patroon
naar het midden verplaatst. Nadat u de
applicatie-instelling hebt geselecteerd,
verplaatst u het patroon naar de gewenste
positie.
Memo
Als u de instelling wilt annuleren, drukt u op
.
Als geen patroon is geselecteerd, is de toets
grijs en kunt u deze niet selecteren.
Memo
Drie stappen worden toegevoegd aan de
naaivolgorde: kniplijn van de applicatie,
plaats van het patroon op de kleding en het
stikken van de applicatie.
a Kniplijn van de applicatie
b Plaats van het patroon op de kleding
c Stikken van de applicatie
Opmerking
U kunt geen applicatiestuk maken als het
patroon te groot is, of te gecompliceerd, of
wanneer een gecombineerd patroon is
gescheiden. Zelfs als het geselecteerde
patroon in het borduurgebied past, is het
applicatiepatroon mogelijk groter dan het
borduurgebied wanneer de omtrek is
toegevoegd. Wanneer een foutmelding
verschijnt, selecteert u een ander patroon of
bewerkt u het patroon.
Opmerking
Met een steunstof voor borduren krijgt u het
beste resultaat.
a
b
c
DIVERSE BORDUURFUNCTIES
Borduurcombinatie
299
6
i
Nadat het patroon is geborduurd, rijgt u de
machine in met de draad voor de kniplijn.
Naai vervolgens de kniplijn
(APPLICATIEMATERIAAL).
a Kniplijn van de applicatie
j
Verwijder het applicatiemateriaal uit het
borduurraam en knip het voorzichtig af
langs het stiksel. Verwijder vervolgens
zorgvuldig alle stiksel van kniplijn.
k
Gebruik twee lagen wateroplosbare
steunstof met de kleefkanten tegen elkaar
geplakt en plaats ze in het borduurraam.
l
Rijg de machine in met de draad voor de
omtrek vanaf
n
. Naai vervolgens de
plaatsingslijn voor de applicatiepositie
(APPLICATIEPOSITIE).
a Patroonplaatsingslijn
m
Met een beetje textiellijm plakt het
applicatiestuk zo dat het is uitgelijnd langs
de plaatsingslijn.
Memo
We adviseren u voor de kniplijn draad te
gebruiken waarvan de kleur die van de stof
het dichtst benadert.
Opmerking
Naar gelang de steekdichtheid en de stof die
u gebruikt kan het patroon vervormen, of is
de applicatie mogelijk onjuist uitgelijnd met
de plaatsingslijn. We raden u aan iets buiten
de kniplijn te knippen.
Wanneer u werkt met patronen die verticaal
en horizontaal symmetrisch zijn, geeft u met
een pen de richting van het patroon aan
alvorens het uit te snijden.
Knip zorgvuldig het patroon uit op de omtrek
die u zojuist hebt genaaid. Knip niet binnen
de kniplijn, want dan zal de applicatiesteek
de applicatiestof niet pakken.
Opmerking
Als u wateroplosbare steunstof gebruikt,
hoeft u de steunstof niet te verwijderen
nadat u de applicatieomtrek hebt genaaid.
Om vervorming van het patroon te
verminderen raden we u aan
wateroplosbare steunstof te gebruiken.
Gebruik twee lagen wateroplosbare
steunstof. Anders scheurt de steunstof
mogelijk tijdens het borduren.
Opmerking
Voordat u het applicatiestuk vastplakt,
controleert u of het juist is geplaatst binnen
de plaatsingslijn.
DIVERSE BORDUURFUNCTIES
300
n
Naai de omtrek (APPLICATIE) terwijl de
machine is ingeregen met de draad voor de
omtrek uit stap
l
.
a Omtrek van de applicatie
o
Nadat het borduren is voltooid verwijdert u
de steunstof van het borduurraam.
p
Met een schaar knipt u de overtollige
wateroplosbare steunstof buiten de
applicatieomtrek af.
q
Week de applicatie in water om de
wateroplosbare steunstof op te lossen.
r
Droog de applicatie en strijk deze zonodig.
Gebruik van een kaderpatroon voor
de omtrek
Wanneer u een kaderpatroon gebruikt, kunt u de
gewenste vorm toevoegen als omtrek van de
applicatie.
a
Voer de bewerkingen uit die beschreven
zijn in stap
a
t/m
d
van "Een applicatie
maken" op pagina 296.
b
Selecteer de gewenste kadervorm en het
gewenste kaderpatroon en voeg dit toe aan
het applicatiepatroon.
Memo
De omtrek wordt genaaid met satijnsteken.
Hierbij komt mogelijk enige lijm op de
persvoet, naald en de steekplaat terecht.
Borduur eerst het applicatiepatroon af en
verwijder dan de lijm.
Opmerking
Oefen niet te veel kracht uit met strijken.
Dan kunt u de steken beschadigen.
DIVERSE BORDUURFUNCTIES
Borduurcombinatie
301
6
c
Bewerk het kaderpatroon zo dat het past bij
het formaat van het applicatiepatroon.
d
Druk op en vervolgens op .
e
Druk op om de applicatie-instelling te
selecteren.
f
Druk op .
g
Selecteer met het kaderpatroon
en druk vervolgens op en .
o Het kaderpatroon is verwijderd.
h
Druk op .
i
Ga door met stap
g
van "Een applicatie
maken" op pagina 296 om de applicatie af
te maken.
DIVERSE BORDUURFUNCTIES
302
Borduurpositie uitlijnen met de
ingebouwde camera
U kunt de borduurpositie gemakkelijk uitlijnen
met de ingebouwde camera van de machine en de
bijgesloten borduurpositiesticker.
a
Plak de borduurpositiesticker op de plek
van de stof waar u wilt borduren. Plaats de
borduurpositiesticker zo dat het middelpunt
van de grootste cirkel in het midden van het
borduurpatroon staat.
a Borduurpositiesticker
b Midden van het borduurpatroon
c Borduurveld
b
Nadat u het patroon hebt geselecteerd,
drukt u op , en vervolgens op .
o Een venster verschijnt zodat het gebied waarin de
borduurpositiesticker zich bevindt, kan worden
geselecteerd.
Opmerking
Wanneer borduurraam (klein) is
geïnstalleerd, kunt u de borduurpositie niet
uitlijnen met de ingebouwde camera.
Installeer borduurraam (medium) of een
groter borduurraam.
Opmerking
Wanneer u de stof in het borduurraam
plaatst, controleert u of het borduurpatroon
past in het borduurveld voor het raam dat u
gebruikt.
a Borduurveld
b Borduurpatroon
c Borduurpositiesticker
Naar gelang het soort stof dat u gebruikt,
blijft een deel van de borduurpositiesticker
vastzitten wanneer u deze probeert te
verwijderen. Alvorens u de
borduurpositiesticker gebruikt, controleert u
of het goed te verwijderen is van een restje
van de stof die u wilt gebruiken.
DIVERSE BORDUURFUNCTIES
Borduurcombinatie
303
6
c
Van de gebieden die worden weergegeven
in het venster kiest u het gebied waarin zich
de borduurpositiesticker bevindt.
d
Druk op .
e
Het volgende bericht verschijnt. Druk op
.
o De ingebouwde camera zoekt automatisch de
borduurpositiesticker. De wagen wordt zo verplaatst
dat het midden van het borduurpatroon wordt
uitgelijnd met het midden van de
borduurpositiesticker. Ongeacht de instelling die is
geselecteerd in het machine-instellingenscherm,
verandert de helderheid van de verlichting in "5"
wanneer de ingebouwde camera de
borduurpositiesticker zoekt.
Opmerking
Nadat u de borduurpositiesticker midden in
het borduurraam hebt geplaatst, kiest u een
van de vier gebieden.
Als de borduurpositiesticker op de grens
tussen twee gebieden zit, selecteert u een
van de twee gebieden.
Opmerking
Bevestig borduurvoet "W" alvorens op
te drukken. Borduurvoet "W" wordt
omlaaggezet en controleert de dikte van de
stof, om de ingebouwde camera te helpen
de borduurpositiesticker te herkennen.
DIVERSE BORDUURFUNCTIES
304
f
Een herinnering verschijnt. Verwijder de
borduurpositiesticker van de stof en druk
op .
* Om de borduurpositiesticker gemakkelijker te
verwijderen, drukt u op zodat het
borduurraam iets naar voren gaat en niet meer
onder de naald zit. Nadat u de borduurpositiesticker
hebt verwijderd, drukt u op .
g
Druk op de "Start/stoptoets" om te beginnen
met borduren.
Opmerking
Als het volgende waarschuwingsbericht
verschijnt, druk dan op en verplaats
de borduurpositiesticker zodat het patroon
zich binnen het borduurveld bevindt, en druk
vervolgens opnieuw op .
Opmerking
Wanneer u alle bijgeleverde
borduurpositiestickers hebt gebruikt, kunt u
optionele stickers verkrijgen. Meer
bijzonderheden vindt u onder "Optionele
artikelen" op pagina 8.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Borduurcombinatie
305
6
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Op dezelfde manier als borduurpatronen in hoofdstuk 5 kunt u bewerkte borduurpatronen opslaan in en
ophalen uit het geheugen van de machine, een pc of USB-medium. Raadpleeg de betreffende gedeelten
uit hoofdstuk 5 over het opslaan en ophalen van borduurpatronen. Volg dezelfde procedure om bewerkte
borduurpatronen op te slaan en op te halen.
Zie pagina 244 voor meer informatie over de GEHEUGENFUNCTIE.
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
306
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN
GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
Voltooide borduurpatronen gecombineerd met gedrukte ontwerpen zijn ingebouwd in deze machine.
U kunt prachtige geborduurde ontwerpen maken door een achtergrond op stof te strijken of te drukken, als
de stof zich daartoe leent, en bovenop die achtergrond aanvullend te borduren
.
Met opstrijkpapier
Met bedrukbare stof
Stap1
Selecteer het patroon dat u wilt combineren met de achtergrondafbeelding.
o Zie "Een patroon kiezen" op pagina 307.
Stap2
Voer vanaf de machine de achtergrondafbeelding en de plaatsingsafbeelding uit.
o Zie "Achtergrondafbeelding en positieafbeelding uitvoeren" op pagina 308.
Stap3
Wanneer u opstrijkpapier gebruikt
Met een printer drukt u de achtergrond af op opstrijkpapier en het borduurpositievel op normaal papier. Strijk vervolgens de
achtergrondafbeelding op de stof.
Wanneer u bedrukbare stof gebruikt
Met een printer drukt u de achtergrond af op bedrukbare stof en het borduurpositievel op normaal papier.
o Zie "Achtergrond en borduurpositievel afdrukken" op pagina 310.
Stap4
De stof waarop de achtergrondafbeelding is gestreken of afgedrukt, plaatst u in het borduurraam. Controleer de
borduurpositie en begin met borduren.
o Zie "Borduurpatronen naaien" op pagina 310.
Opmerking
Druk de achtergrond en het borduurpositievel af op het oorspronkelijke formaat. Als u een afbeelding
afdrukt op een ander formaat, komen de formaten van het borduurpatroon en de achtergrond mogelijk
niet overeen. Bovendien kan de ingebouwde camera de borduurpositiemarkering niet detecteren.
Controleer of de afdrukinstellingen juist zijn opgegeven.
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
Borduurcombinatie
307
6
Een patroon kiezen
Patronen waarin borduurontwerpen en gedrukte
ontwerpen zijn gecombineerd, kunt u selecteren
op de pagina's die bevatten. Selecteer het
gewenste patroon.
a
Druk op de toets van het patroon dat u wilt
borduren.
o Een afbeelding van het patroon gecombineerd met
de achtergrond verschijnt.
Alleen het borduurpatroon
controleren
Druk op .
o Alleen het borduurpatroon (niet de
achtergrondafbeelding van het geselecteerde
borduurpatroon) wordt weergegeven.
* Druk op om terug te keren naar de
afbeelding van het patroon gecombineerd met de
achtergrond.
Memo
In de Beknopte bedieningsgids vindt u meer
informatie over patronen waarbij deze
functie van pas komt.
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
308
Achtergrondafbeelding en
positieafbeelding uitvoeren
Met een USB-medium of de computer kunt u de
volgende drie afbeeldingen uitvoeren vanaf de
machine.
* De bestandsnaam verschilt mogelijk naar gelang het
PDF-bestand dat u hebt geselecteerd.
[xxx]r.pdf (voorbeeld: E_1r.pdf)
Een afbeelding die is gedraaid op een verticale as
(om op te strijken)
[xxx]n.pdf (voorbeeld: E_1n.pdf)
Een afbeelding die niet is gedraaid (om af te
drukken op bedrukbare stof)
[xxx]p.pdf (voorbeeld: E_1p.pdf)
Een afbeelding die niet is gedraaid, maar wel
positiemarkeringen heeft (voor de plaatsbepaling)
Gebruik van USB-media
a
Plaats het USB-medium in de eerste
(bovenste) USB-poort op de machine.
b
Kies het patroon en druk op .
o Het geselecteerde USB-uitvoerscherm verschijnt.
c
Druk op om de eerste (bovenste)
USB-poort te selecteren waarin een USB-
medium is geplaatst.
Opmerking
Druk de achtergrond en het
borduurpositievel af op het oorspronkelijke
formaat. Als u een afbeelding afdrukt op een
ander formaat, komen de formaten van het
borduurpatroon en de achtergrond mogelijk
niet overeen. Bovendien kan de ingebouwde
camera de borduurpositiemarkering niet
detecteren. Controleer of de
afdrukinstellingen juist zijn opgegeven.
Wanneer u het PDF-bestand van de
afbeelding met positiemarkeringen afdrukt,
geef dan de beste kwaliteit op voor
kleurafdruk. Gebruik mat papier. Als de
afbeelding slecht is afgedrukt, kan de
ingebouwde camera van de machine de
positiemarkeringen mogelijk niet detecteren.
(Voor meer informatie over afdrukken, zie de
bedieningsaanwijzingen van uw printer.)
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
Borduurcombinatie
309
6
o Twee bestanden voor de achtergrondafbeelding, en
één bestand om de borduurpositie uit te lijnen
worden gekopieerd (als PDF-bestand) naar het USB-
medium.
d
Verwijder het USB-medium waarop de
afbeeldingsgegevens zijn opgeslagen uit de
machine. Kopieer de afbeeldingsgegevens
van het USB-medium naar de computer.
Gebruik van een USB-kabel
a
Sluit de USB-kabel aan op de betreffende
USB-poort op de computer en op de
machine.
a USB-poort voor computer
b USB-kabelaansluiting
o Het pictogram "Verwisselbare schijf" verschijnt in
"Computer (Deze computer)" op de computer.
b
Kies het patroon en druk op .
o Het geselecteerde USB-uitvoerscherm verschijnt.
c
Druk op .
o Twee bestanden voor de achtergrondafbeelding en
één bestand om de borduurpositie uit te lijnen
worden gekopieerd (als PDF-bestand) naar
"Verwisselbare schijf", onder "Computer (Deze
computer)".
d
Kopieer de afbeeldingsgegevens die zijn op
geslagen op "Verwisselbare schijf" naar een
ander bestand, alvorens af te sluiten.
Memo
Haal het USB-medium pas uit het apparaat
als de gegevensuitvoer is voltooid.
Memo
Haal de USB-kabel pas uit de machine als
de gegevensuitvoer is voltooid.
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
310
Achtergrond en
borduurpositievel afdrukken
Druk de PDF-bestanden van de achtergrond en het
borduurpositievel af. Welk achtergrondbestand u
afdrukt, verschilt naar gelang u opstrijkpapier of
bedrukbare stof gebruikt.
Adobe
®
Reader
®
is vereist om het PDF-bestand te
bekijken. Als deze toepassing niet op uw
computer is geïnstalleerd, kunt u deze
downloaden van de website van Adobe:
http://www.adobe.com/
a
Open het af te drukken PDF-bestand, klik
op "File"-"Print", en zet "Page Scaling" op
"None (100%)".
b
Druk de achtergrondafbeelding af.
* Wanneer u afdrukt op opstrijkpapier, neemt u het
bestand E_1r.pdf (een afbeelding die is gedraaid om
een verticale as). Wanneer u afdrukt op bedrukbare
stof, neemt u het bestand E_1n.pdf (een afbeelding
die niet is gedraaid).
a Achtergrondafbeelding
c
Druk het borduurpositievel (bestand met
naam E_1p.pdf) af op normaal papier.
a Borduurpositievel
d
Als u een opstrijkvel gebruikt, strijk dan de
afbeelding op de stof.
Borduurpatronen naaien
a
Plaats de stof met de opgestreken
achtergrondafbeelding in het borduurraam.
Opmerking
Druk de achtergrond en het
borduurpositievel af op het oorspronkelijke
formaat. Als u een afbeelding afdrukt op een
ander formaat, komen de formaten van het
borduurpatroon en de achtergrond mogelijk
niet overeen. Bovendien kan de ingebouwde
camera de borduurpositiemarkering niet
detecteren. Controleer of de
afdrukinstellingen juist zijn opgegeven.
Opmerking
Alvorens af te drukken op opstrijkpapier of
bedrukbare stof, raden we u aan een
proefafdruk te maken om de
afdrukinstellingen te controleren.
Meer informatie over het afdrukken op
opstrijkvellen of bedrukbare stof vindt u in de
instructies voor opdrukvellen en bedrukbare
stof.
Op sommige printers wordt automatisch een
gedraaide afbeelding afgedrukt wanneer
een opstrijkvel wordt geselecteerd als
papier. Meer informatie vindt u in de
instructies bij het gebruikte papier.
Opmerking
Wanneer u het PDF-bestand van het
borduurpositievel afdrukt, geef dan de beste
kwaliteit op voor kleurafdruk. We raden u
aan af te drukken op mat papier. Anders kan
de ingebouwde camera dan mogelijk de
borduurpositiemarkering niet detecteren.
Memo
Meer informatie over het overbrengen van
afbeeldingen van opstrijkvellen vindt u in de
instructies bij de opstrijkvellen.
Knip zonodig het opstrijkvel op de grootte
van het patroon voordat u de afbeelding
opstrijkt.
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
Borduurcombinatie
311
6
b
Knip het papier waarop de positieafbeelding is
gedrukt, zodat u het gemakkelijk kunt uitlijnen
met de achtergrondafbeelding op de stof
.
* Met lijnen of kleurovergangen in de afbeelding kunt
u de juiste uitlijningspositie vinden.
c
Het papier waarop de positieafbeelding is
afgedrukt, plaatst u zo op de stof dat het
patroon is uitgelijnd. Vervolgens bevestigt u
het papier met sellotape op de stof om te
voorkomen dat het papier schuift.
a Sellotape
d
Nadat u hebt gecontroleerd dat een patroon
is geselecteerd, drukt u op .
Het naaischerm verschijnt.
e
Lijn de borduurpositie uit volgens stap
b
t/m
f
van "Borduurpositie uitlijnen met de
ingebouwde camera" op pagina 302
.
f
Verwijder het positievel en druk op de
"Start/stoptoets" om te beginnen met
borduren.
Opmerking
Alvorens te gaan borduren controleert u dat
het borduurpositievel perfect is uitgelijnd
met de achtergrond.
Alvorens u op de "Start/stoptoets" drukt om te
beginnen met borduren, verwijdert u het
positievel dat u in stap
c op de stof hebt
geplakt.
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
312
Hoofdstuk 7
MY CUSTOM STITCH
STEEK ONTWERPEN..........................................................................314
STEEKGEGEVENS OPGEVEN .............................................................316
Functies van de toetsen .................................................................................................316
Punt verplaatsen............................................................................................................319
Ontwerp gedeeltelijk of geheel verplaatsen ..................................................................319
Nieuwe punten invoegen...............................................................................................320
GEBRUIK VAN OPGESLAGEN EIGEN STEKEN..................................322
Eigen steken opslaan in uw lijst .............................................................................322
Als het geheugen vol is..................................................................................................322
Opgeslagen steken ophalen...................................................................................323
STEEK ONTWERPEN
314
STEEK ONTWERPEN
Met de functie MY CUSTOM STITCH
kunt u
zelfgemaakte steken registreren. U kunt ook
creaties van MY CUSTOM STITCH
combineren
met ingebouwde letters (zie pagina 162).
a
Teken het ontwerp van de steek op het
raster (onderdelencode X81277-151).
b
Kies de spatiëring van de steek.
* Door de spatiëring van een steek aan te passen kunt
u verschillende patronen maken met één steek.
c
Plaats punten waar het patroon het raster
snijdt en verbind alle punten met een lijn.
d
Bepaal de x- en y-coördinaten van elke
gemarkeerde punt.
Memo
Steken die u maakt met MY CUSTOM STITCH
kunnen maximaal 7 mm (ca. 9/32 inch) breed en
37 mm (ca. 1-1/3 inch) lang zijn
.
Steken kunt u gemakkelijker ontwerpen met
MY CUSTOM STITCH
als u deze eerst
tekent op het bijgeleverde raster.
Memo
Vereenvoudig het ontwerp zo dat het in een
doorlopende lijn kan worden genaaid. Voor
een mooiere steek kunt u het ontwerp
beëindigen met elkaar kruisende lijnen.
Als het ontwerp meerdere malen wordt
herhaald en u de begin- en eindpunt wilt
verbinden, moeten de beginpunt en de
eindpunt zich steeds op dezelfde hoogte
bevinden.
Memo
Hiermee bepaalt u hoe de steek zal worden
genaaid.
STEEK ONTWERPEN
MY CUSTOM STITCH
315
7
Voorbeelden van eigen steken
Steek123456789101112131415
01218222321171412963136
003610131413111314131063
Steek161718192021222324252627282930
12 41 43 40 41 38 35 32 30 32 35 41 45 47 44
00471113141310630047
Steek313233343536373839404142434445
45 47 50 54 56 55 51 45 70
11131413106300
Steek123456789101112131415
0 3032323233353537353230302926
0017101211812141411538
Steek161718192021222324252627282930
24 18 13 12 13 10 12 8 12 7 12 6 10 5 10
1013141412111098663202
Steek313233343536373839404142434445
16 19 23 22 17 22 23 19 42
1006106000
Steek123456789101112131415
03581217202427293132302724
0581113141413121196310
Steek161718192021222324252627282930
21 18 16 15 15 16 18 21 25 28 33 37 41 43 44
0135810121314141311850
Steek313233343536373839404142434445
Steek123456789101112131415
05458781111111611740
773770773773037
Steek161718192021222324252627282930
4 7 11 16 21 20 21 24 23 24 27 27 27 32 27
11 14 11 7 7 11 7 7 14 7 7 11 7 7 11
Steek313233343536373839404142434445
23 20 16 20 23 27 32
141173037
STEEKGEGEVENS OPGEVEN
316
STEEKGEGEVENS OPGEVEN
Functies van de toetsen
a Hier wordt de steek getoond die u momenteel ontwerpt.
b Toont het nummer van de geplaatste punt boven het totaal aantal punten in de steek.
c Toont de y-coördinaat van boven de x-coördinaat van .
Nr. Display Toetsnaam Uitleg Pagina
d Enkele/drievoudige-
steektoets
Druk op deze toets om te selecteren of een of drie steken worden
genaaid tussen twee punten.
318
e Puntwissentoets Druk op deze toets om een geselecteerde punt te wissen. 318
f Terugtoets Met deze toets sluit u het steekgegevensinvoerscherm af.
g Testtoets Druk op deze toets om de steek proef te naaien. 318, 322
h
MY CUSTOM STITCH
geheugentoets
Druk op deze toets om de steek op te slaan die u maakt. 322
i Groeperentoets Druk op deze toets om punten te groeperen en samen te verplaatsen. 319
j Invoegentoets Druk op deze toets om nieuwe punten in te voeren op het
steekontwerp.
320
k Instellingstoets Druk op deze toets om een punt te plaatsen op het steekontwerp. 317-319
l
Pijltjestoetsen
Met deze toetsen verplaatst u over het weergavevlak.
317-321
m
Punt-naar-punttoets
Met deze toetsen verplaatst u van punt naar punt op de steek, of
naar de eerste of laatste punt die u hebt ingevoerd op de steek.
319-320
n Rasterrichtingtoets Druk op deze toets om de richting van het raster te wijzigen. 317
o Vergrotentoets Druk op deze toets om een vergrote afbeelding weer te geven van de
steek die u maakt.
317
p Patroonafbeeldingtoets Druk op deze toets om een afbeelding van de steek weer te geven. 318
a
m
i
h
g
b
d
f
c
e
p
l
k
j
o
n
STEEKGEGEVENS OPGEVEN
MY CUSTOM STITCH
317
7
a
Druk op en vervolgens op .
b
Druk op .
c
Met verplaatst u naar de
coördinaten van de eerste punt op het
rastervel.
* Druk op om de richting van het raster te
wijzigen.
* Druk op om de afbeelding van de steek die
u maakt te vergroten.
a Momenteel geselecteerde punt/Totaal aantal
punten
b Coördinaten van
d
Druk op om de punt die wordt
aangegeven met toe te voegen.
* Als u coördinaten wilt invoegen met de
schermaanraakpen, verplaats de tip van de pen dan
naar een gewenste punt. Als u de pen loslaat van het
scherm, wordt op deze coördinaten een punt
ingevoerd in de grafiek. Het nummer van de
momenteel geselecteerde punt en het totaal aantal
punten wordt getoond.
a
b
STEEKGEGEVENS OPGEVEN
318
e
Selecteer of één of drie steken worden
genaaid tussen de eerste twee punten.
* Als u wilt dat er drie steken worden genaaid, drukt u
op de toets zodat deze verschijnt als .
f
Met verplaatst u naar de tweede
punt en vervolgens drukt u op .
g
Herhaal bovenstaande stappen voor elke
punt die u op het raster hebt getekend
totdat het steekontwerp als een
doorlopende lijn op het scherm is getekend.
* Druk op om een geselecteerde punt die u hebt
opgegeven te verwijderen.
* Druk op om de steek proef te naaien.
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
* Druk op om een afbeelding van de steek weer
te geven.
Memo
Als u punten hebt ingevoerd die te dicht op
elkaar zitten, wordt de stof misschien niet
goed doorgevoerd. Wijzig de steekgegevens
zo dat er meer ruimte tussen de punten is.
Als het steekontwerp meerdere malen moet
worden herhaald en de begin- en eindpunt
moet worden verbonden, zorg dan dat er
verbindingssteken worden toegevoegd,
zodat de steken elkaar niet overlappen.
a Verbindingssteken
U kunt de rasterset aanraken om de punt te
plaatsen. U kunt ook een USB-muis
gebruiken.
STEEKGEGEVENS OPGEVEN
MY CUSTOM STITCH
319
7
Punt verplaatsen
a
Druk op of om te verplaatsen
naar de punt die u wilt verplaatsen.
* Als u wilt verplaatsen naar de eerste punt, drukt
u op .
* Als u wilt verplaatsen naar de laatste punt, drukt
u op .
*
U kunt ook verplaatsen met de schermaanraakpen
.
b
Met kunt u de punt verplaatsen.
Ontwerp gedeeltelijk of geheel verplaatsen
a
Druk op of om te verplaatsen
naar de eerste punt van het gedeelte dat u
wilt verplaatsen.
* Als u wilt verplaatsen naar de eerste punt, drukt
u op .
* Als u wilt verplaatsen naar de laatste punt, drukt
u op .
*
U kunt ook verplaatsen met de schermaanraakpen
.
b
Druk op .
o De geselecteerde punt en alle punten die zijn
ingevoerd nadat deze punt is geselecteerd.
STEEKGEGEVENS OPGEVEN
320
c
Druk op of om het gedeelte te
verplaatsen.
d
Druk op .
o Het gedeelte wordt verplaatst.
Nieuwe punten invoegen
a
Druk op of om te verplaatsen
naar de plek in het ontwerp waar u een
nieuwe punt wilt toevoegen.
* Als u wilt verplaatsen naar de eerste punt, drukt
u op .
* Als u wilt verplaatsen naar de laatste punt, drukt
u op .
* U kunt ook verplaatsen met de schermaanraakpen.
b
Druk op .
o Er wordt een nieuwe punt ingevoerd en wordt
daar naartoe verplaatst.
STEEKGEGEVENS OPGEVEN
MY CUSTOM STITCH
321
7
c
Met kunt u de punt verplaatsen.
GEBRUIK VAN OPGESLAGEN EIGEN STEKEN
322
GEBRUIK VAN OPGESLAGEN EIGEN STEKEN
Eigen steken opslaan in uw lijst
Steekpatronen die gemaakt zijn met de functie MY
CUSTOM STITCH
kunt op opslaan voor
toekomstig gebruik. Als u klaar bent met het
invoeren van de steekgegevens drukt u op .
De boodschap "Opslaan" verschijnt en de steek
wordt opgeslagen.
Alvorens een steek op te slaan drukt u op
om de steek proef te naaien.
Als het geheugen vol is
Verschijnt de volgende melding nadat u op
hebt gedrukt? Dan kunt u het steekpatroon niet
opslaan omdat het geheugen van de machine vol is
of omdat het steekpatroon dat wordt opgeslagen
groter is dan de hoeveelheid vrij geheugen. Om het
steekpatroon in het geheugen van de machine te
kunnen opslaan, moet u eerst een voorheen
opgeslagen steekpatroon wissen.
Memo
Het duurt enkele seconden om een
steekpatroon op te slaan.
Voor bijzonderheden over het ophalen van
een opgeslagen steekpatroon, zie pagina
323.
Opmerking
Zet de machine niet uit terwijl "Opslaan" op
de display staat. Dan kunnen de
steekpatroongegevens die u opslaat,
verloren gaan.
Opmerking
Als u eigen steken wilt opslaan op een USB-
medium of de computer, volgt u de
hierboven beschreven procedure om de
eigen steek op te slaan. Druk vervolgens op
om de steek te selecteren (zie het
volgende gedeelte "Opgeslagen steken
ophalen"). Druk op om de steek op te
slaan op een USB-medium of de computer.
(Voor bijzonderheden "Steekpatronen
opslaan op USB-media (in de handel
verkrijgbaar)" op pagina 174 of
"Steekpatronen opslaan op de computer" op
pagina 175.)
GEBRUIK VAN OPGESLAGEN EIGEN STEKEN
MY CUSTOM STITCH
323
7
Opgeslagen steken ophalen
a
Druk op .
o Er wordt een lijst met opgeslagen steekpatronen
getoond.
b
Selecteer het steekpatroon.
* Druk op om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder een steekpatroon op
te halen.
c
Druk op .
* Druk op om het opgeslagen steekpatroon te
wissen.
* Druk op om het opgeslagen steekpatroon te
bewerken.
GEBRUIK VAN OPGESLAGEN EIGEN STEKEN
324
Hoofdstuk 8
Bijlage
ZORG EN ONDERHOUD..................................................................326
LCD-display reinigen.............................................................................................326
Buitenkant van de machine reinigen .....................................................................326
Grijper reinigen.....................................................................................................326
De snijder reinigen in de buurt van het spoelhuis .................................................327
Over het onderhoudsbericht .................................................................................328
SCHERM AANPASSEN.......................................................................329
Storing in druktoetsen ...........................................................................................329
PROBLEEMOPLOSSING ....................................................................330
FOUTMELDINGEN............................................................................335
Waarschuwingsgeluiden................................................................................................342
SPECIFICATIES...................................................................................343
SOFTWARE-UPGRADE VOOR UW MACHINE .................................344
Procedure voor upgrade met USB-medium...........................................................344
Upgrade-procedure met computer........................................................................345
STEEKINSTELLINGENTABEL..............................................................347
INDEX................................................................................................356
ZORG EN ONDERHOUD
326
ZORG EN ONDERHOUD
LCD-display reinigen
Als het scherm vuil is, veegt u het voorzichtig af
met de bijgesloten schermreinigingsdoek, of een
schone, droge doek. Gebruik geen organische
oplosmiddelen of reinigingsmiddelen.
Buitenkant van de machine
reinigen
Als de buitenkant van de naaimachine vuil is, is
het raadzaam een doek enigszins te bevochtigen
met een neutraal reinigingsmiddel, de doek goed
uit te wringen en vervolgens de buitenkant schoon
te vegen. Hierna afvegen met een droge doek.
Grijper reinigen
Met stofresten of vuil in de grijper of het spoelhuis
functioneert de naaimachine niet goed. Bovendien
kan de onderdraad dan misschien niet worden
opgepakt. De beste resultaten krijgt u met een
schone naaimachine.
Druk op
oo o
o
in die volgorde om een
videovoorbeeld weer te geven van het reinigen van
de grijper (zie pagina 34). Volg onderstaande
stappen om de handeling te voltooien
.
a
Druk op de "Naaldstandtoets" om de naald
omhoog te zetten.
b
Zet de hoofdschakelaar uit.
c
Verwijder de naald en de persvoethouder
(zie pagina's 55 t/m 56).
d
Verwijder de accessoiretafel of de
borduurtafel als deze aan de machine
bevestigd zijn.
e
Pak beide zijden van het steekplaatdeksel
en schuif dit naar u toe.
a Steekplaatdeksel
o Het steekplaatdeksel is verwijderd.
f
Pak het spoelhuis en trek het uit.
a Spoelhuis
VOORZICHTIG
Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de naaimachine reinigt. Anders kunt u een elektrische schok
krijgen of letsel oplopen.
Opmerking
Veeg de display niet schoon met een natte
doek.
Memo
Er kan condensvorming optreden op de
display, of deze kan beslaan. Dit is geen
storing. Na een tijd verdwijnt het condens.
ZORG EN ONDERHOUD
Bijlage
327
8
g
Verwijder met het schoonmaakborsteltje of
een stofzuiger pluis en stof uit de grijper en
onderdraadsensor en daar omheen.
a Schoonmaakborsteltje
b Grijper
c Onderdraadsensor
h
Plaats het spoelhuis zo dat het uitsteeksel
op het spoelhuis zich tegenover de veer
bevindt.
a Uitsteeksel
b Veer
i
Steek de lipjes op het steekplaatdeksel in de
steekplaat. Schuif vervolgens het
steekplaatdeksel terug.
De snijder reinigen in de buurt
van het spoelhuis
De snijder onder de steekplaat moet worden
gereinigd. Als zich stof of pluisjes vergaren op de
snijder, is het moeilijk om de draad af te knippen
wanneer u drukt op de "Draadkniptoets" of de
functie automatisch draadknippen gebruikt. Reinig
de snijder wanneer de draad niet gemakkelijk
wordt afgeknipt.
a
Volg stap
a
t/m
e
in "Grijper reinigen"
om het steekplaatdeksel te verwijderen.
b
Draai met de bijgeleverde schroevendraaier
de normale steekplaat los.
Opmerking
Breng geen olie aan op het spoelhuis.
Als zich pluisjes of stof ophopen in de
onderdraadsensor, werkt de sensor mogelijk
niet goed.
VOORZICHTIG
Controleer of het spoelhuis juist is geplaatst.
Anders kan de naald breken.
Opmerking
Gebruik nooit een spoelhuis met krassen.
Anders kan de bovendraad verstrikt raken
waardoor de naald misschien breekt of de
naairesultaten minder goed worden. Als u
een nieuw spoelhuis (onderdeelcode:
XC3153-251 (groene markering op de
schroef), XC8167-451 (geen kleur op de
schroef)) nodig hebt, neemt u contact op
met het dichtstbijzijnde erkende
servicecentrum.
Als u de steekplaat hebt verwijderd, is het
belangrijk dat u de steekplaat opnieuw
installeert en de schroeven vastdraait
voordat u het spoelhuis installeert.
ZORG EN ONDERHOUD
328
c
Verwijder met het schoonmaakborsteltje of
een stofzuiger pluis en stof uit de snijder in
de buurt van het spoelhuis.
a Draadafsnijder
d
Draai met de bijgeleverde schroevendraaier
de normale steekplaat vast.
e
Steek de lipjes op het steekplaatdeksel in de
steekplaat. Schuif vervolgens het
steekplaatdeksel terug.
Over het onderhoudsbericht
Als dit bericht verschijnt is het aan te raden uw
machine naar de erkende dealer of het
dichtstbijzijnde servicecentrum te brengen voor een
onderhoudscontrole. Het bedrijf verdwijnt en de
machine blijft functioneren wanneer u op
drukt. Het bericht verschijnt echter nog enkele
malen totdat het juiste onderhoud is uitgevoerd
.
Neem de tijd om het nodige onderhoud te regelen
wanneer dit bericht verschijnt. Hiermee voorkomt
u storingen.
VOORZICHTIG
Raak de snijder niet aan. Daardoor zou u letsel
kunnen oplopen.
SCHERM AANPASSEN
Bijlage
329
8
SCHERM AANPASSEN
Storing in druktoetsen
Als het scherm niet goed reageert wanneer u op
een toets drukt (de machine voert de functie niet
uit of voert een andere functie uit), volg dan
onderstaande stappen om de reactie van de
druktoetsen goed af te stellen.
a
Terwijl u uw vinger op het scherm blijft
houden, zet u de hoofdschakelaar eerst uit
en dan weer aan.
o Het druktoetsenbijstelscherm wordt getoond.
b
Raak met de bijgeleverde
schermaanraakpen het midden van de +
aan, op volgorde van 1 t/m 5.
c
Zet de machine uit en weer aan.
Opmerking
Raak het scherm alleen met de bijgeleverde
schermaanraakpen aan. Gebruik geen
mechanische pen, speld of ander scherp
voorwerp. Druk niet te hard op het scherm.
Anders kunt u het scherm beschadigen.
Opmerking
Als u de druktoetsen hebt aangepast, maar
het scherm daar niet op reageert, of als het
u niet lukt om de druktoetsen aan te passen,
raadpleeg dan uw erkende dealer.
+1
+4
+2
+5
+3
PROBLEEMOPLOSSING
330
PROBLEEMOPLOSSING
Als u een probleem hebt met uw naaimachine, kunt u de volgende oplossingen raadplegen. Zijn de
voorgestelde oplossingen niet toereikend voor uw probleem, neem dan contact op met uw erkende
dealer. Druk op oo voor advies over kleine problemen tijdens het
naaien. U kunt te allen tijde op drukken om terug te keren naar het oorspronkelijke scherm. Als u
extra hulp nodig hebt, biedt Brother Solutions Center de laatste antwoorden op veel voorkomende vragen
en tips. Ga naar [http://solutions.brother.com].
Als u het probleem hiermee niet kunt oplossen, neemt u contact op uw dealer of het dichtstbijzijnde
officiële servicecentrum.
Probleem Oorzaak Oplossing Pagina
De draad zit verstrikt
aan de achterkant van
de stof.
Bovendraad is niet juist ingeregen. Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van
de naaimachine en rijg de machine juist in.
46
Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. Controleer de tabel "Overzichtsschema van
stoffen/draad/naald".
58
De bovendraad is te
strak.
De onderdraad is onjuist geplaatst. Plaats de onderdraad op de juiste wijze. 43
Kan de naald niet
inrijgen
Naald staat in onjuiste stand. Druk op de "Naaldstandtoets" om de naald
omhoog te zetten.
3
Naald is niet juist geplaatst. Plaats de naald opnieuw op de juiste wijze. 56
Naald is verdraaid, verbogen of de punt is
stomp.
Vervang de naald. 56
Kan de persvoet niet
omlaag zetten met de
persvoethendel
Persvoet is omhoog gezet met de
"Persvoettoets".
Druk op de "Persvoettoets" om de persvoet
omlaag te zetten.
3
[Draadspanning is
onjuist]
Bovendraad is niet juist ingeregen. Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van
de naaimachine en rijg de machine juist in.
46
Spoel is niet juist geplaatst. Plaats de spoel opnieuw. (Als de steekplaat is
verwijderd, plaats dan de steekplaat opnieuw
en draai de schroeven vast alvorens het
spoelhuis te installeren.)
43
Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. Raadpleeg "Overzichtsschema stoffen/draad/
naald".
58
Persvoethouder is niet juist bevestigd. Bevestig de persvoethouder op de juiste
wijze.
55
Draadspanning is niet juist ingesteld. Pas de draadspanning aan. 67, 227
Onderdraad onjuist opgewonden. Gebruik een spoel die juist is opgewonden. 37
Naald is verdraaid, verbogen of de punt is
stomp.
Vervang de naald. 56
Bovendraad breekt De machine is niet juist ingeregen (verkeerde
kloskap, kloskap zit los, draad heeft inrijger
naaldstang niet gepakt enz.)
Rijg de naaimachine juist in. 46
Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp
. Vervang de naald. 56
Er zitten krassen op de grijper. Vervang de grijper of neem contact op met uw
erkende dealer.
326
Spanning bovendraad is te hoog. Pas de draadspanning aan. 67, 227
Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. Raadpleeg "Overzichtsschema stoffen/draad/
naald".
58
Draad is verdraaid. Knip bijvoorbeeld met een schaar de
verdraaide draad af en haal deze uit de grijper
enz.
Er zitten krassen bij de opening van de
steekplaat.
Vervang de steekplaat of neem contact op
met uw erkende dealer.
86
Er zitten krassen bij de opening in de persvoet. Vervang de persvoet of neem contact op met
uw erkende dealer.
54
Naald is niet juist geplaatst. Plaats de naald opnieuw op de juiste wijze. 56
Draad is geknoopt of verstrikt geraakt. Rijg de boven- en onderdraad opnieuw in. 43, 46
U gebruikt niet een van de spoelen die speciaal
voor deze machine is ontworpen.
Onjuiste spoelen werken niet goed. Gebruik
alleen spoelen die voor deze machine zijn
ontworpen.
43
PROBLEEMOPLOSSING
Bijlage
331
8
Onderdraad breekt Spoel is niet juist geplaatst. Plaats de onderdraad op de juiste manier. 43
Er zitten krassen op de spoel of de spoel draait
niet goed.
Plaats de spoel opnieuw. 43
Draad is verdraaid. Knip bijvoorbeeld met een schaar de
verdraaide draad af en verwijder deze uit de
grijper enz.
U gebruikt niet een van de spoelen die speciaal
voor deze machine is ontworpen.
Onjuiste spoelen werken niet goed. Gebruik
alleen spoelen die voor deze machine zijn
ontworpen.
43
Onderdraad wordt niet
netjes op de spoel
gewonden.
De draad is niet goed door de draadgeleider
voor het opwinden van de spoel geleid.
Leid de draad door de draadgeleider voor het
opwinden van de spoel.
38
De spoel draait te langzaam. Druk op [+] in het spoelwindvenster om de
snelheid voor het spoelwinden te verhogen.
39
De draad die is uitgetrokken is niet juist op de
spoel gewonden.
Wind de draad die is uitgetrokken vijf of
zesmaal met de klok mee om de spoel.
39
Overgeslagen steken
Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp
. Vervang de naald. 56
Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. Raadpleeg "Overzichtsschema stoffen/draad/
naald".
58
De machine is onjuist ingeregen. Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van
de naaimachine en rijg de machine juist in.
46
Stof of pluisjes onder de steekplaat. Verwijder stof of pluisjes met het
schoonmaakborsteltje.
326
Naald is niet juist geplaatst. Plaats de naald opnieuw op de juiste wijze. 56
Naald is defect. Vervang de naald. 56
U naait een dunne stof of stretchstof. Naai met één vel dun papier onder de stof. 64
Naald breekt Naald is niet juist geplaatst. Plaats de naald opnieuw op de juiste wijze. 56
Naaldklemschroef is niet vastgedraaid. Draai de naaldklemschroef vast. 57
Naald is verbogen of gedraaid. Vervang de naald. 56
Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. Raadpleeg "Overzichtsschema stoffen/draad/
naald".
58
U hebt niet de juiste persvoet gebruikt. Gebruik de aanbevolen persvoet. "STEEKINSTEL-
LINGENTABEL"
Spanning bovendraad is te hoog. Stel de draadspanning bij. 67, 227
Er is tijdens het naaien aan de stof getrokken. Trek niet aan de stof tijdens het naaien.
Kloskap is niet juist aangebracht. Raadpleeg de methode voor het bevestigen
van de kloskap en bevestig de kloskap
opnieuw.
46
Er zitten krassen rondom de openingen in de
steekplaat.
Vervang de steekplaat of neem contact op
met uw erkende dealer.
86
Er zitten krassen rondom de opening(en) in de
persvoet.
Vervang de persvoet of neem contact op met
uw erkende dealer.
54
Er zitten krassen op de grijper. Vervang de grijper of neem contact op met uw
erkende dealer.
326
Naald is defect. Vervang de naald. 56
Bovendraad is niet juist ingeregen. Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van
de naaimachine en rijg de machine juist in.
46
Spoel is niet juist geplaatst. Plaats de onderdraad op de juiste manier. 43
De persvoet is onjuist bevestigd. Bevestig de persvoet op de juiste wijze. 54
De persvoethouderschroef zit los. Draai de persvoethouderschroef stevig vast. 55
Stof is te dik. Gebruik stof waar de naald doorheen kan
wanneer u het handwiel draait.
63
Stof wordt met kracht doorgevoerd wanneer u
dikke stof of dikke naden naait.
Zorg dat de stof doorvoert zonder deze met
kracht duwen.
Steeklengte is te kort. Pas de steeklengte aan. 67
U hebt geen steunstof bevestigd aan de stof
waarop u borduurt.
Bevestig steunstof. 152, 198
Onderdraad onjuist opgewonden. Gebruik een spoel die juist is opgewonden. 37
Probleem Oorzaak Oplossing Pagina
PROBLEEMOPLOSSING
332
Stof wordt niet door de
machine heen
gevoerd
Transporteur staat omlaag.
Druk op en draai het handwiel om de
transporteur omhoog te zetten.
105
Steken zitten te dicht op elkaar. Verhoog de instelling voor de steeklengte. 67
U hebt niet de juiste persvoet gebruikt. Gebruik de juiste persvoet. "STEEKINSTEL-
LINGENTABEL"
Naald is verdraaid, verbogen of de punt is
stomp.
Vervang de naald. 56
Draad is verstrikt. Knip de verstrikte draad af en verwijder deze
uit de grijper.
Stof rimpelt De boven- of onderdraad is verkeerd ingeregen. Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van
de naaimachine en rijg de machine juist in.
43, 46
Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. Raadpleeg "Overzichtsschema stoffen/draad/
naald".
58
Draadspanning is niet juist ingesteld. Pas de draadspanning aan. 67, 227
Steken zijn te lang wanneer u dunne stoffen
naait.
Verkort de steeklengte. 67
Naald is verdraaid, verbogen of de punt is
stomp.
Vervang de naald. 56
Kloskap is niet juist aangebracht. Raadpleeg de methode voor het bevestigen
van de kloskap en bevestig de kloskap
opnieuw.
46
Onjuiste persvoet. Gebruik de juiste persvoet. "STEEKINSTEL-
LINGENTABEL"
Hoog piepgeluid
tijdens het naaien
Draad of pluisjes zitten vast in de transporteur. Verwijder stof of pluisjes. 326
Er zitten stukjes draad in de grijper vast. Reinig de grijper. 326
Bovendraad is niet juist ingeregen. Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van
de naaimachine en rijg de machine juist in.
46
Er zitten krassen op de grijper. Vervang de grijper of neem contact op met uw
erkende dealer.
326
U gebruikt niet een van de spoelen die speciaal
voor deze machine is ontworpen.
Onjuiste spoelen werken niet goed. Gebruik
alleen spoelen die voor deze machine zijn
ontworpen.
43
Letterpatroon valt
verkeerd uit
U hebt niet de juiste persvoet gebruikt. Bevestig de juiste persvoet. "STEEKINSTEL-
LINGENTABEL"
Patrooninstellingen waren onjuist. Wijzig de patrooninstellingen. 153
Geen steunstof gebruikt op dunne stof of
stretchstof.
Bevestig steunstof. 152
Draadspanning is niet juist ingesteld. Pas de draadspanning aan. 67, 227
Tijdens het naaien is de stof getrokken, geduwd
of scheef doorgevoerd.
Leid tijdens het naaien de stof met uw
handen, zodat de stof in een rechte lijn wordt
doorgevoerd.
60
Probleem Oorzaak Oplossing Pagina
PROBLEEMOPLOSSING
Bijlage
333
8
Borduurpatroon wordt
niet goed genaaid
Draad is verdraaid. Knip bijvoorbeeld met een schaar de
verdraaide draad af en haal deze uit de grijper
enz.
Stof is niet juist gespannen in het raam (stof te
los enz.).
Als de stof niet strak wordt getrokken in het
raam, kan het patroon niet goed uitvallen of
wordt het vervormd. Plaats de stof op de
juiste wijze in het raam.
201
Geen steunstof bevestigd. Gebruik altijd steunstof, vooral bij
stretchstoffen, lichte stoffen, grof geweven
stoffen of stoffen waarbij het patroon kan
vervormen. Neem contact op met uw erkende
dealer voor de juiste steunstof.
198
Er was een voorwerp bij de naaimachine
geplaatst en de wagen van het borduurraam
heeft het voorwerp tijdens het naaien geraakt.
Als het raam ergens tegenaan komt tijdens
het naaien, wordt het patroon niet goed
genaaid. Leg niets neer waar het raam
tegenaan kan botsen tijdens het naaien.
212
Stof buiten de raamranden belemmert de
naaiarm, waardoor de borduurtafel niet kan
bewegen.
Plaats de stof opnieuw in het borduurraam,
zodanig dat de overtollige stof niet bij de
naaiarm in de buurt komt en draai het patroon
180 graden.
201
Stof is te zwaar, waardoor de borduurtafel niet
vrij kan bewegen.
Leg een groot, dik boek of vergelijkbaar
voorwerp onder de bovenkant van de arm om
de zware kant enigszins omhoog te tillen,
waardoor de tafel gelijk komt te staan.
Stof hangt van de tafel af. Als de stof van de tafel hangt tijdens het
borduren, kan de borduurtafel niet vrij
bewegen. Leg de stof zo neer dat ze niet van
de tafel hangt (of houd de stof vast om te
voorkomen dat ze gaat slepen).
212
Stof zit vast of is ergens aan blijven haken. Stop de naaimachine en leg de stof zo neer
dat ze niet vast komt te zitten of blijft haken.
Borduurraam is verwijderd tijdens het naaien
(bijvoorbeeld om het spoel opnieuw te
plaatsen). Er is tegen de persvoet aangestoten
of hij is verplaatst terwijl het borduurraam werd
verwijderd of aangebracht, of de borduurtafel is
verplaatst.
Als er tegen de persvoet wordt gestoten of de
borduurtafel beweegt tijdens het naaien, valt
het patroon niet goed uit. Wees voorzichtig
wanneer u het borduurraam verwijdert of
opnieuw bevestigt tijdens het naaien.
223
Steunstof is onjuist bevestigd. De steunstof is
bijvoorbeeld kleiner dan het borduurraam.
Bevestig de steunstof op de juiste wijze. 198
Naaimachine werkt
niet
Er is geen patroon geselecteerd. Kies een patroon. 79, 146, 186, 263
U hebt niet op de "Start/stoptoets" gedrukt. Druk op de "Start/stoptoets". 3
De hoofdschakelaar staat niet aan. Zet de hoofdschakelaar aan. 12
Persvoet staat niet omlaag. Zet de persvoet omlaag. 3
U hebt op de "Start/stoptoets" gedrukt terwijl het
voetpedaal was aangesloten.
Verwijder het voetpedaal of gebruik het
voetpedaal om de naaimachine te bedienen.
61
U hebt op de "Start/stoptoets" gedrukt terwijl de
machine is ingesteld om de breedte van
zigzagsteken te regelen met de schuifknop voor
snelheidsregeling.
Bedien de machine met het voetpedaal in
plaats van de "Start/stoptoets" of zet in de
naai-instellingen de breedteregeling uit.
22, 61
Alle toetsen zijn vergrendeld door .
Druk op om alle toetsen te
ontgrendelen.
54, 56
Borduurtafel werkt niet Er is geen patroon geselecteerd. Kies een patroon. 186, 263
De hoofdschakelaar staat niet aan. Zet de hoofdschakelaar aan. 12
Borduurtafel is niet juist bevestigd. Bevestig de borduurtafel op de juiste manier. 184
Borduurraam is bevestigd voordat de tafel
geïnitialiseerd was.
Voer de initialisatieprocedure op de juiste
wijze uit.
184
Er gebeurt niets als u
op de display drukt
Het scherm is vergrendeld. Druk op een van de volgende toetsen om het
scherm te ontgrendelen.
De stof wordt
doorgevoerd in de
tegenovergestelde
richting.
Het doorvoermechanisme is beschadigd. Neem contact op met uw dealer of het
dichtstbijzijnde erkende servicecentrum.
De di
spla
y is
beslagen.
Er zit condens op de display. Na een tijd verdwijnt het condens.
Probleem Oorzaak Oplossing Pagina
PROBLEEMOPLOSSING
334
Tijdens het borduren
verschijnen lusjes aan
de voorkant van de
stof
Draadspanning is niet juist ingesteld. Pas de draadspanning aan. 227-229
De draadspanning van de bovendraad is niet
juist ingesteld voor de combinatie stof, draad en
patroon die u gebruikt.
Gebruik het borduursteekplaatdeksel. 213
De combinatie van spoelhuis en onderdraad is
onjuist.
Gebruik een ander spoelhuis of een andere
onderdraad zodat u de juiste combinatie
gebruikt.
212
VOORZICHTIG
Deze naaimachine is uitgerust met een draaddetectiefunctie. Als u op de "Start/stoptoets" drukt voordat
de bovendraad is ingeregen, functioneert de naaimachine niet goed. Afhankelijk van het gekozen patroon
voert de naaimachine de stof ook door als de naald omhoog staat. Dit komt door het mechanisme
waarmee de naaldstang wordt losgelaten. De naaimachine maakt dan een ander geluid dan u normaal
hoort tijdens het naaien. Dit betekent niet dat de naaimachine niet goed functioneert.
Als er een stroomstoring optreedt tijdens het naaien:
Zet de machine uit en haal de stekker uit het stopcontact.
Wanneer u de naaimachine opnieuw start, volgt u de aanwijzingen voor een juiste bediening van de
naaimachine.
Probleem Oorzaak Oplossing Pagina
FOUTMELDINGEN
Bijlage
335
8
FOUTMELDINGEN
Als de naaimachine niet goed is afgesteld en u op de "Start/stoptoets" of de "Achteruit/verstevigingssteektoets"
drukt, of als de bediening niet juist is, start de naaimachine niet. Er klinkt een alarmgeluid en er verschijnt
een foutmelding op de display. Als er een foutmelding verschijnt, volgt u de aanwijzingen in de melding
.
Hieronder treft u een beschrijving van foutmeldingen aan. Raadpleeg deze beschrijvingen zo nodig (als u op
drukt of de functie juist uitvoert wanneer de foutmelding in de display staat, zal de foutmelding weer verdwijnen)
.
VOORZICHTIG
Vergeet niet de naaimachine opnieuw in te rijgen. Als u op de "Start/stoptoets" drukt zonder de naaimachine
opnieuw in te rijgen, kan de draadspanning onjuist zijn of kan de naald breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen
.
Deze melding verschijnt
wanneer de motor vastloopt
door verstrikte draden of
vanwege andere redenen die
met de draadtoevoer te
maken hebben.
Deze melding verschijnt
wanneer de borduurtafel
wordt geïnitialiseerd.
Deze melding verschijnt
wanneer u een steek probeert te
naaien met een andere stand
dan de middelste naaldstand,
terwijl de steekplaat met één gat
is geplaatst.
Deze melding verschijnt
wanneer u de steekplaat
verwijdert terwijl de machine
aan staat, of wanneer u de
machine aanzet in de borduur-
of borduurcombinatiestand (zie
pagina 43)
.
Dit bericht verschijnt wanneer
de machine onderhoud nodig
heeft. (zie pagina 328)
Dit bericht verschijnt wanneer
het steekplaatdeksel niet is
bevestigd.
Deze melding verschijnt
wanneer u meer dan 71
patronen probeert te
combineren.
Deze melding verschijnt
wanneer de knoopsgathendel
omhoog staat, u een
knoopsgatsteek hebt
geselecteerd en u op de "Start/
stoptoets" of de "Achteruit/
verstevigingssteektoets" drukt
.
Deze melding verschijnt
wanneer u de schuifknop
voor de snelheidsregeling
hebt afgesteld op het regelen
van de zigzagsteekbreedte
en u op de "Start/stoptoets"
drukt. Gebruik het voetpedaal
om de naaimachine te
bedienen.
FOUTMELDINGEN
336
Deze melding verschijnt
wanneer u op de
"Automatisch inrijgentoets"
drukt terwijl de tweelingnaald
is geïnstalleerd.
Dit bericht verschijnt wanneer
u op de "Start/stoptoets"
drukt voordat de rand van de
stof is gedetecteerd. Als u de
rand van de stof wilt
detecteren met de
ingebouwde camera, druk
dan op , zet de
persvoet omhoog en voer de
bewerking opnieuw uit. (zie
pagina 138)
Dit bericht wordt weergegeven
wanneer de ingebouwde
camera de rand van de stof
niet kan detecteren
.
Als dit bericht verschijnt
nadat u met naaien de rand
van de stof tot op 1 à 2 cm
(ca. 3/8 à 3/4 inch) bent
genaderd, zie dan stap
m in
"Randen naaien" op
pagina 144. Als dit bericht
verschijnt tijdens het naaien
van randen, kan de
ingebouwde camera de rand
van de stof niet detecteren.
Druk op , zet de
persvoet omhoog, zet de
naald omhoog als deze
omlaag staat en voer
vervolgens de procedure uit
die is beschreven in "Randen
naaien" op pagina 140, vanaf
stap
f. Als deze
foutmelding opnieuw
verschijnt, naait u zonder de
randnaaifunctie te gebruiken.
Dit bericht verschijnt wanneer
u op of drukt
om de instellingen voor een
naaisteek te verwijderen. Als
u de geselecteerde
instellingen wilt verwijderen,
druk dan op .
Dit bericht verschijnt wanneer
u een onbruikbare
borduurkaart in de machine
plaatst.
Deze melding verschijnt
wanneer de borduurtafel is
bevestigd en u op de
"Achteruit/
verstevigingssteektoets"
drukt.
Deze melding verschijnt
wanneer u het voetpedaal
intrapt terwijl de borduurtafel
bevestigd is en de machine is
ingesteld voor borduren.
Deze melding verschijnt
wanneer de patronen die u
wijzigt te veel geheugen in
beslag nemen, of wanneer u
meer patronen bewerkt dan
het geheugen kan bevatten.
FOUTMELDINGEN
Bijlage
337
8
Deze melding verschijnt
wanneer u op een toets in de
display drukt terwijl de naald
omlaag staat.
Deze melding verschijnt
wanneer de naaimachine in
de borduurstand staat en het
gecombineerde letterpatroon
te groot is voor het
borduurraam.
Deze melding verschijnt
wanneer de naaimachine in
de borduurstand staat en het
gecombineerde letterpatroon
te groot is voor het
borduurraam.
Deze melding verschijnt
wanneer de naaimachine in
de borduurstand staat en het
gecombineerde letterpatroon
te groot is voor het
borduurraam. Als u het
patroon 90 graden draait,
kunt u doorgaan met het
combineren van letters.
Deze melding verschijnt
wanneer de naaimachine in
de borduurstand staat en de
borduurtafel zich probeert te
initialiseren terwijl het
borduurraam bevestigd is.
Deze melding verschijnt
wanneer de naaimachine
gereed is om een
borduurpatroon te naaien en
u op de "Start/stoptoets"
drukt terwijl het borduurraam
niet bevestigd is.
Deze melding verschijnt
wanneer de naaimachine in
de borduurcombinatiestand
staat en u probeert een
wijzigingsfunctie te gebruiken
terwijl het patroon niet
helemaal binnen de rode
rand valt.
Deze melding verschijnt wanneer
u een patroon dat
auteursrechtelijk is beschermd
probeert op te slaan op een USB-
medium/computer. Patronen die
volgens het auteursrecht niet
gereproduceerd of bewerkt
mogen worden, kunt u niet
opslaan op een computer. Als
deze melding verschijnt, slaat u
het patroon op in het geheugen
van de naaimachine
.
Deze melding verschijnt
wanneer de naaimachine in
de borduurstand staat en het
kleine borduurraam bevestigd
is terwijl het gekozen patroon
niet in het kleine borduurraam
past.
Dit bericht verschijnt wanneer
u een borduurraam (klein)
bevestigt terwijl u de
borduurpositie uitlijnt met de
ingebouwde camera.
FOUTMELDINGEN
338
Deze melding verschijnt
wanneer u op drukt
terwijl u garenkleuren wijzigt.
Dit bericht verschijnt als u de
machine uitschakelt tijdens
het naaien en weer
inschakelt. Druk op
om de machine weer in de
staat te brengen
(patroonpositie en aantal
steken) toen u hem uitzette.
Volg de procedure die is
beschreven in “Wanneer de
draad afbreekt tijdens het
naaien" op pagina 224 om de
naaldstand uit te lijnen en de
rest van het patroon te
naaien.
Deze melding verschijnt
wanneer u op de "Start/
stoptoets" drukt terwijl de
naaimachine in de
borduurstand staat, maar de
borduurtafel niet bevestigd is.
Deze melding verschijnt
wanneer u de
borduuronderdraad vervangt.
Deze melding verschijnt
wanneer u een opgeslagen
combinatiepatroon roteert in
het borduurscherm.
Deze melding verschijnt
wanneer het borduurraam
wordt geïnitialiseerd.
Dit bericht verschijnt wanneer
de machine de
borduurpositiemarkering niet
herkent.
- Controleer of de
borduurpositiemarkering
zich in het geselecteerde
gebied bevindt. Als het
probleem zich blijft
voordoen, zie dan
pagina 209 en 304 om de
markering te verplaatsen.
- Machine herkent de
gedrukte positiemarkering
niet.
Zet "Page Scaling" op
"None (100%)" en probeer
de borduurpositiemarkering
opnieuw af te drukken. (zie
pagina 221 en 310)
Dit bericht verschijnt wanneer
de machine de
borduurpositiemarkering
herkent. Verwijder de
borduurpositiesticker en druk
op om door te gaan.
Als u de borduurpositiesticker
gemakkelijker wilt
verwijderen, drukt u op
. ( zie pagina 209 en
304)
FOUTMELDINGEN
Bijlage
339
8
Dit bericht verschijnt wanneer
de ingebouwde camera wordt
gebruikt om de borduurpositie
uit te lijnen, terwijl de
borduurpositiesticker te dicht
bij een rand zit, of het patroon
buiten het borduurraam valt.
Verander de plaatsing van de
borduurpositiesticker en
probeer de positie opnieuw
uit te lijnen. Zie pagina 206 of
302.
Deze melding verschijnt
wanneer de bovendraad is
gebroken of niet goed is
ingeregen en u op de "Start/
stoptoets" of de "Achteruit/
verstevigingssteektoets"
drukt.
Deze melding verschijnt
wanneer u drukt op de
"Persvoettoets" terwijl de
persvoethendel omhoog/de
naald omlaag staat.
Deze melding verschijnt
wanneer u op de "Start/
stoptoets" drukt om
naaisteken, lettersteken en
decoratieve steken te naaien
terwijl het voetpedaal is
aangesloten. (Deze melding
verschijnt niet wanneer u
borduurt.)
Deze melding verschijnt
wanneer u op de "Start/
stoptoets" drukt terwijl de
naaimachine in de stand voor
speciaal borduren staat en u
een patroon bewerkt.
Deze melding verschijnt
wanneer er geen steek- of
borduurpatroon is
geselecteerd en u op de "Start/
stoptoets" of de "Achteruit/
verstevigingssteektoets" drukt
.
Deze melding verschijnt
wanneer de onderdraad bijna
op is.
Deze melding verschijnt
wanneer het geheugen vol is
en de steek of het patroon
niet kan worden opgeslagen.
Deze melding verschijnt
wanneer er een eerder
opgeslagen patroon wordt
opgehaald terwijl de
naaimachine in de
borduurcombinatiestand
staat.
Deze melding verschijnt
wanneer u na de
patroonkeuze drukt op
, of op
en het patroon gewist
gaat worden.
FOUTMELDINGEN
340
Deze melding verschijnt
wanneer de spoel wordt
opgewonden en de motor
vastloopt omdat de draad
verstrikt raakt enz.
Deze melding verschijnt
wanneer de gegevens van
het geselecteerde patroon
mogelijk beschadigd zijn.
Deze melding verschijnt
wanneer de knoopsgathendel
omlaag staat, u een andere
steek dan een knoopsgat hebt
geselecteerd en u op de "Start/
stoptoets" of de "Achteruit/
verstevigingssteektoets" drukt
.
Deze melding verschijnt
wanneer u de borduurtafel
bevestigt en de naaimachine
aanzet terwijl de naald
omlaag staat.
Deze melding wordt
weergegeven wanneer de
geselecteerde steek niet
beschikbaar is voor de
specifieke functie.
Deze melding verschijnt
wanneer u een patroon
probeert op te halen of op te
slaan terwijl geen USB-
medium is geplaatst.
Deze melding verschijnt
wanneer u een incompatibel
medium gebruikt.
Deze boodschap verschijnt
wanneer u probeert een
patroon te selecteren nadat
het USB-medium waarop het
patroon is opgeslagen, is
verwisseld.
Deze melding verschijnt
wanneer een fout optreedt
met het USB-medium.
FOUTMELDINGEN
Bijlage
341
8
Deze melding verschijnt
terwijl gegevens van het
USB-medium worden
overgebracht.
Deze melding verschijnt
wanneer het geheugen vol is
en u een patroon moet
verwijderen.
Deze melding verschijnt
wanneer u op een toets,
bijvoorbeeld de "Start/
stoptoets" drukt terwijl de
persvoet omhoog staat.
Deze melding verschijnt als
een storing optreedt.
Deze melding verschijnt
wanneer u een incompatibel
USB-medium gebruikt.
Een lijst compatibele UBS-
media vindt u op "http://
solutions.brother.com".
Deze melding verschijnt
wanneer de bovendraad niet
juist lijkt ingeregen.
Deze melding verschijnt
wanneer u op
drukt (de persvoet staat
omhoog).
Deze boodschap wordt
weergegeven wanneer de
bestandsgrootte de
gegevenscapaciteit van de
machine overschrijdt.
Controleer de
bestandsgrootte en het
bestandstype.
(zie pagina 25.)
Dit bericht verschijnt als de
bestandsindeling niet
compatibel is met de
machine. Controleer de lijst
compatibele
bestandsindelingen.
(zie pagina 25.)
Dit bericht verschijnt wanneer
de afbeelding wordt
verwijderd.
FOUTMELDINGEN
342
Waarschuwingsgeluiden
Als u een functie niet goed uitvoert, klinkt een
waarschuwingstoon ten teken dat een fout is
opgetreden. Als de bewerking goed werd
uitgevoerd, geeft de machine een pieptoon om dit te
bevestigen.
Dit bericht wordt
weergegeven wanneer u op
in een ander
scherm dan naaisteken, of
wanneer u op
drukt in een
ander scherm dan naaisteken
of letter-/decoratieve steek.
Memo
Als u de bedieningstoon wilt annuleren of
het volume wilt wijzigen, druk dan op
, geef scherm 3/7 weer en wijzig de
instelling voor "Speaker". Zie pagina 23 voor
meer bijzonderheden.
SPECIFICATIES
Bijlage
343
8
SPECIFICATIES
* Sommige specificaties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Artikel Specificatie
Naaimachine
(doos 1 van 3)
Afmetingen van machine
Ca. 61,5 cm (B)
u
33,2 cm (H)
u
27,0 cm (D)
(ca. 24-7/32 inch (B)
u
13-5/64 inch (H)
u
10-5/8 inch (D))
Afmetingen van de doos
Ca. 68,5 cm (W)
u
47,0 cm (H)
u
39,0 cm (D)
(ca. 26-31/32 inch (B)
u
18-1/2 inch (H)
u
15-11/32 inch (D))
Gewicht van de machine Ca. 15 kg (ca. 33 lb)
Gewicht van de doos (voor verzending)
Ca. 19 kg (ca. 42 lb)
Naaisnelheid 70 tot 1000 steken per minuut
Naalden Naalden voor huishoudnaaimachines (HA u 130)
Accessoirebox
(doos 2 van 3)
Afmetingen van de doos Ca. 68,5 cm (B)
u
15,2 cm (H)
u
39,4 cm (D)
(ca. 26-31/32 inch (B)
u
6 inch (H)
u
15-33/64 inch (D))
Gewicht van de doos (voor verzending)
Ca. 5 kg (ca. 11 lb)
Borduurtafel
(doos 3 van 3)
Afmetingen van de borduurtafel
Ca. 51,0 cm (B)
u
13,9 cm (H)
u
46,2 cm (D)
(ca. 20-5/64 inch (B)
u
5-15/32 inch (H)
u
18-3/16 inch (D))
Afmetingen van de machine wanneer
de borduurtafel is bevestigd
Ca. 81,6 cm (B)
u
33,2 cm (H)
u
46,2 cm (D)
(ca. 32-1/8 inch (B)
u
13-5/64 inch (H)
u
18-3/16 inch (D))
Afmetingen van de doos Ca. 68,5 cm (W)
u
62,2 cm (H)
u
23,6 cm (B)
(ca. 26-31/32 inch (B)
u
24-31/64 inch (H)
u
9-19/64 inch (D))
Gewicht van de borduurtafel Ca. 4 kg (ca. 9 lb)
Gewicht van de doos (voor verzending)
Ca. 13 kg (ca. 29 lb)
Totaal verzendgewicht (alle drie dozen bij elkaar) Ca. 41 kg (ca. 90 lb)
SOFTWARE-UPGRADE VOOR UW MACHINE
344
SOFTWARE-UPGRADE VOOR UW MACHINE
Met een USB-medium of een computer kunt u software-upgrades voor uw naaimachine downloaden.
Wanneer een upgradeprogramma beschikbaar is op "http://solutions.brother.com", download de
bestanden dan volgens de aanwijzingen op de website en onderstaande stappen.
Procedure voor upgrade met
USB-medium
a
Zet de machine aan terwijl u op de
"Automatisch inrijgentoets" drukt.
Het volgende scherm verschijnt op de display:
b
Druk op .
c
Plaats het USB-medium in de eerste
(bovenste) USB-poort op de machine. Het
medium mag alleen het upgradebestand
bevatten.
a Eerste (bovenste) USB-poort voor media
b USB-medium
Opmerking
Wanneer u de upgrade uitvoert met een USB-medium controleert u alvorens met de upgrade te starten
dat geen andere gegevens dan het upgradebestand zijn opgeslagen op het USB-medium.
Opmerking
De toegangslamp begint te knipperen nadat
u een USB-medium hebt geplaatst. Het
duurt ongeveer vijf of zes seconden om het
medium te herkennen. (De tijd verschilt
afhankelijk van het USB-medium).
SOFTWARE-UPGRADE VOOR UW MACHINE
Bijlage
345
8
d
Druk op .
o Het upgradebestand wordt gedownload.
e
Verwijder het USB-medium en zet de
machine uit en weer aan.
Upgrade-procedure met computer
a
Zet de machine aan terwijl u op de
"Automatisch inrijgentoets" drukt.
o Het volgende scherm verschijnt op de display:
b
Druk op .
c
Sluit de USB-kabel aan op de betreffende
USB-poort op de computer en op de
machine.
o "Verwisselbare schijf" verschijnt in "Computer (Deze
computer)".
d
Kopieer het upgradebestand naar
"Verwisselbare schijf".
Opmerking
Als een fout optreedt, verschijnt een
foutmelding in rode letters. Wanneer de
download is uitgevoerd, verschijnt het
volgende bericht.
SOFTWARE-UPGRADE VOOR UW MACHINE
346
o De volgende boodschap verschijnt.
e
Wanneer de melding verschijnt, drukt u op
.
o Het upgradebestand wordt gedownload.
f
Verwijder de USB-kabel en zet de machine
uit en weer aan.
Opmerking
Als een fout optreedt, verschijnt een
foutmelding in rode letters. Wanneer de
download is uitgevoerd, verschijnt het
volgende bericht.
STEEKINSTELLINGENTABEL
347
STEEKINSTELLINGENTABEL
In de volgende tabel vindt u informatie over alle naaisteken, zoals toepassingen, steeklengte, steekbreedte
en of u de tweelingnaald kunt gebruiken.
Opmerking
Quiltvoet "C" gebruikt u wanneer de steekplaat voor rechte steken is bevestigd op de machine. Zie
"Werken met de vrije quiltvoet "C"" op pagina 105.
Steek Steeknaam
Persvoet
Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Twee-
ling-
naald
Autom.
Handmatig
Autom.
Handmatig
Rechte steek
(links)
Algemeen naaien, plooien, gepaspelde
naden enz. Achteruitsteken worden genaaid
wanneer u op de "Achteruit/
verstevigingssteektoets" drukt.
0,0
(0)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
OK
(J)
Rechte steek
(links)
Algemeen naaien, plooien, gepaspelde naden
enz. Verstevigingssteken worden genaaid
wanneer u op de "Achteruit/
verstevigingssteektoets" drukt
.
0,0
(0)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
OK
(J)
Rechte steek
(midden)
Algemeen naaien, plooien, gepaspelde
naden enz. Achteruitsteken worden genaaid
wanneer u op de "Achteruit/
verstevigingssteektoets" drukt.
3,5
(1/8)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
OK
(J)
Rechte steek
(midden)
Algemeen naaien, plooien, gepaspelde naden
enz. Verstevigingssteken worden genaaid
wanneer u op de "Achteruit/
verstevigingssteektoets" drukt
.
3,5
(1/8)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
OK
(J)
Drievoudige
stretchsteek
Algemeen naaien voor versteviging en
decoratieve randen
0,0
(0)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Stamsteek
Verstevigd naaien, naaien en decoratieve
toepassingen
1,0
(1/16)
1,0 - 3,0
(1/16 - 1/8)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Decoratieve
steek
Decoratieve steken, randen stikken
0,0
(0)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Rijgsteek
Rijgsteken
0,0
(0)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
20
(3/4)
5 - 30
(3/16 - 1-3/16)
NEE
Zigzagsteek
Overhands naaien, repareren.
Achteruitsteken worden genaaid wanneer u
op de "Achteruit/verstevigingssteektoets"
drukt.
3,5
(1/8)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
1,4
(1/16)
0,0 - 4,0
(0 - 3/16)
OK
(J)
Zigzagsteek
Overhands naaien, repareren.
Verstevigingssteken worden genaaid wanneer u
op de "Achteruit/verstevigingssteektoets" drukt
.
3,5
(1/8)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
1,4
(1/16)
0,0 - 4,0
(0 - 3/16)
OK
(J)
Zigzagsteek
(rechts)
Beginnen vanuit rechternaaldstand,
zigzagnaaien links.
3,5
(1/8)
2,5 - 5,0
(3/32 - 3/16)
1,4
(1/16)
0,3 - 4,0
(1/64 - 3/16)
OK
(J)
Zigzagsteek
(links)
Beginnen vanuit linkernaaldstand,
zigzagnaaien rechts.
3,5
(1/8)
2,5 - 5,0
(3/32 - 3/16)
1,4
(1/16)
0,3 - 4,0
(1/64 - 3/16)
OK
(J)
Elastische
zigzag in 2
stappen
Overhands naaien (middelzware stof en
stretchstof), band en elastiek
5,0
(3/16)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 1/16)
OK
(J)
STEEKINSTELLINGENTABEL
348
Elastische
zigzag in 2
stappen
Overhands naaien (middelzware stof en
stretchstof), band en elastiek
5,0
(3/16)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 1/16)
OK
(J)
Elastische
zigzag in 3
stappen
Overhands naaien (middelzware en zware
stof en stretchstof), band en elastiek
5,0
(3/16)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 1/16)
OK
(J)
Overhandse
steek
Verstevigd naaien van lichte en
middelmatig zware stof
3,5
(1/8)
2,5 - 5,0
(3/32 - 3/16)
2,0
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Overhandse
steek
Verstevigd naaien van zware stof
5,0
(3/16)
2,5 - 5,0
(3/32 - 3/16)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Overhandse
steek
Verstevigd naaien van middelzware en zware
stof en stof die snel rafelt of decoratief naaiwerk
.
5,0
(3/16)
3,5 - 5,0
(1/8 - 3/16)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Overhandse
steek
Verstevigd naaien van naden bij stretchstof
5,0
(3/16)
0,0 - 7,0
(0 - 9/32)
2,5
(3/32)
0,5 - 4,0
(1/32 - 3/16)
OK
(J)
Overhandse
steek
Verstevigd naaien van middelzware
stretchstof en zware stof of voor
decoratieve steken
5,0
(3/16)
0,0 - 7,0
(0 - 9/32)
2,5
(3/32)
0,5 - 4,0
(1/32 - 3/16)
OK
(J)
Overhandse
steek
Verstevigd naaien van stretchstof of voor
decoratieve steken
4,0
(3/16)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
4,0
(3/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Overhandse
steek
Naden van gebreide stretchstoffen
5,0
(3/16)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
4,0
(3/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Enkelvoudige
ruit
overhandse
steek
Verstevigd naaien van naden bij stretchstof
6,0
(15/
64)
1,0 - 7,0
(1/16 - 1/4)
3,0
(1/8)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Enkelvoudige
ruit
overhandse
steek
Verstevigd naaien van stretchstof
6,0
(15/
64)
1,0 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,8
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Met zijsnijder
Rechte steek tijdens afknippen van stof
0,0
(0)
0,0 - 2,5
(0 - 3/32)
2,5
(3/32)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Met zijsnijder
Zigzagsteek tijdens afknippen van stof
3,5
(1/8)
3,5 - 5,0
(1/8 - 3/16)
1,4
(1/16)
0,0 - 4,0
(0 - 3/16)
NEE
Met zijsnijder
Overhandse steek tijdens afknippen van stof
3,5
(1/8)
3,5 - 5,0
(1/8 - 3/16)
2,0
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Met zijsnijder
Overhandse steek tijdens afknippen van stof
5,0
(3/16)
3,5 - 5,0
(1/8 - 3/16)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Met zijsnijder
Overhandse steek tijdens afknippen van stof
5,0
(3/16)
3,5 - 5,0
(1/8 - 3/16)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Verbindingsst
eek (rechts)
Aan elkaar zetten/patchwork 6,5 mm
(ca. 1/4 inch) marge links
5,5
(7/32)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,0
(1/16)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Verbindingsst
eek (midden)
Aan elkaar zetten/patchwork
2,0
(1/16)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Steek Steeknaam
Persvoet
Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Twee-
ling-
naald
Autom.
Handmatig
Autom.
Handmatig
STEEKINSTELLINGENTABEL
349
Verbindingsst
eek (links)
Aan elkaar zetten/patchwork 6,5 mm
(ca. 1/4 inch) marge links
1,5
(1/16)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,0
(1/16)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Quiltsteken
met
handgemaakt
uiterlijk
Quiltsteek die eruitziet als handgenaaid
0,0
(0)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zigzagsteek
voor
quiltapplicatie
Zigzagsteek voor quilts en naaien op
geappliceerde quiltstukken
3,5
(1/8)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
1,4
(1/16)
0,0 - 4,0
(0 - 3/16)
NEE
Appliceersteek
voor quilts
Quiltsteek voor onzichtbare applicatie of
het bevestigen van band
1,5
(1/16)
0,5 - 5,0
(1/64 - 3/16)
1,8
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Stippelsteek
voor quilts
Quilten achtergrond
7,0
(1/4)
1,0 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,6
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Blindzoomsteek
Geweven stof zomen
0,0
(0)
+3,0 - -3,0
(+1/8 - -1/8)
2,0
(1/16)
1,0 - 3,5
(1/16 - 1/8)
NEE
Blindzoomste
ek stretchstof
Stretchstof zomen
0,0
(0)
+3,0 - -3,0
(+1/8 - -1/8)
2,0
(1/16)
1,0 - 3,5
(1/16 - 1/8)
NEE
Dekensteek
Applicaties, decoratieve dekensteek
3,5
(1/8)
2,5 - 7,0
(3/32 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,6 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Schelprijgsteek
voor randen
Afwerking met schelprijgsteek
4,0
(3/16)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
0,2 - 4,0
(1/64 - 1/16)
OK
(J)
Satijnen
schelpsteek
Decoreren kraag van blouse, rand zakdoek
5,0
(3/16)
2,5 - 7,0
(3/32 - 1/4)
0,5
(1/32)
0,1 - 1,0
(1/64 - 1/16)
OK
(J)
Schelpsteek
Decoreren kraag van blouse, rand zakdoek
7,0
(1/4)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
1,4
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Verbindingssteek
voor patchwork
Patchworksteken, decoratieve steken
4,0
(1/16)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
1,2
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 1/16)
OK
(J)
Dubbele
overlocksteek
voor
patchwork
Patchworksteken, decoratieve steken
5,0
(3/16)
2,5 - 7,0
(3/32 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Couching-
steek
Decoratieve steken voor bevestigen koord
en couching
5,0
(3/16)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
1,2
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 1/16)
OK
(J)
Smocksteek
Smockwerk, decoratieve steken
5,0
(3/16)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
1,6
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Veersteek
Fagotsteken, decoratieve steken
5,0
(3/16)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Fagot
kruissteek
Fagotsteken, brugsteken en decoratieve
steken
5,0
(3/16)
2,5 - 7,0
(3/32 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Band
bevestigen
Band bevestigen aan zoom in stretchstof
4,0
(3/16)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
1,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 3/16)
OK
(J)
Steek Steeknaam
Persvoet
Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Twee-
ling-
naald
Autom.
Handmatig
Autom.
Handmatig
STEEKINSTELLINGENTABEL
350
Laddersteek
Decoratieve steek
4,0
(3/16)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
3,0
(1/8)
2,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zigzag
sierzoomsteek
Decoratieve afwerksteken
4,0
(3/16)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Decoratieve
steek
Decoratieve steek
1,0
(1/16)
1,0 - 3,0
(1/16 - 1/8)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Decoratieve
steek
Decoratieve steek
5,5
(3/16)
0,0 - 7,0
(0 - 1/4)
1,6
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Serpentsteek
Decoratieve steken en elastiek bevestigen
5,0
(3/16)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 3/16)
OK
(J)
Decoratieve
steek
Decoratieve steken en applicaties
6,0
(15/
64)
1,0 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 3/16)
OK
(J)
Decoratieve
stippelsteek
Decoratieve steek
7,0
(1/4)
1,0 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,6
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zoomsteken
Decoratieve zomen, drievoudige rechte
steek links
1,0
(1/16)
1,0 - 7,0
(1/16 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Zoomsteken
Decoratieve zomen, drievoudige rechte
steek midden
3,5
(1/8)
1,0 - 7,0
(1/16 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Zoomsteken
zigzag
Decoratieve zomen, randen stikken
6,0
(15/
64)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
3,0
(1/8)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Zoomsteken
Decoratieve zomen, kant bevestigen met
pensteek
3,5
(1/8)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,6 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zoomsteken
Decoratieve zomen
3,0
(1/8)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
3,5
(1/8)
1,6 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zoomsteken
Decoratieve zomen, bloemetjessteek
6,0
(15/
64)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
3,0
(1/8)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zoomsteken
Erfstukwerk, decoratieve zomen
5,0
(3/16)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
3,5
(1/8)
1,6 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zoomsteken
Erfstukwerk, decoratieve zomen
5,0
(3/16)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
3,5
(1/8)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zoomsteken
Erfstukwerk, decoratieve zomen
5,0
(3/16)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
3,5
(1/8)
1,6 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Zoomsteken
Erfstukwerk, decoratieve zomen
5,0
(3/16)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
4,0
(3/16)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Zoomsteken
Erfstukwerk, decoratieve zomen
4,0
(3/16)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Steek Steeknaam
Persvoet
Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Twee-
ling-
naald
Autom.
Handmatig
Autom.
Handmatig
STEEKINSTELLINGENTABEL
351
Honingraatsteek
Erfstukwerk, decoratieve zomen
5,0
(3/64)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Honingraatsteek
Erfstukwerk, decoratieve zomen
6,0
(15/
64)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
3,5
(1/8)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Zoomsteken
Erfstukwerk, decoratieve zomen
6,0
(15/
64)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,6
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Zoomsteken
Erfstukwerk, decoratieve zomen
6,0
(15/
64)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
3,0
(1/8)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zoomsteken
Erfstukwerk, decoratieve zomen
6,0
(15/
64)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
4,0
(3/16)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Zoomsteken
Erfstukwerk, decoratieve zomen
4,0
(3/16)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,6 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zoomsteken
Erfstukwerk, decoratieve zomen
5,0
(3/16)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
2,0
(1/16)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Zoomsteken
Decoratieve zomen en brugsteek
6,0
(15/
64)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
2,0
(1/16)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Zoomsteken
Decoratieve zomen, fagotwerk, lint
bevestigen
5,0
(3/16)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
3,0
(1/8)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
OK
(J)
Zoomsteken
Decoratieve zomen, smockwerk
6,0
(15/
64)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,6
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zoomsteken
Decoratieve zomen, smockwerk
5,0
(3/16)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,6
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zoomsteken
Decoratieve zomen, smockwerk
5,0
(3/16)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,6
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zoomsteken
Decoratieve zomen
5,0
(3/16)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
1,6
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Laddersteek
Decoratieve zomen, fagotwerk, lint
bevestigen
7,0
(1/4)
5,0 - 7,0
(3/16 - 1/4)
1,6
(1/16)
1,0 - 2,5
(1/16 - 3/32)
NEE
Smal
afgerond
knoopsgat
Knoopsgaten voor lichte tot middelzware stof
5,0
(3/16)
3,0 - 5,0
(1/8 - 3/16)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Breed
afgerond
knoopsgat
Knoopsgaten met extra ruimte voor grotere
knopen
5,5
(7/32)
3,5 - 5,5
(1/8 - 7/32)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Taps
toelopend
afgerond
knoopsgat
Verstevigde, taps toelopende knoopsgaten
voor broek of rokband
5,0
(3/16)
3,0 - 5,0
(1/8 - 3/16)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Afgerond
knoopsgat
Knoopsgaten met verticale trens voor
zware stof
5,0
(3/16)
3,0 - 5,0
(1/8 - 3/16)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Steek Steeknaam
Persvoet
Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Twee-
ling-
naald
Autom.
Handmatig
Autom.
Handmatig
STEEKINSTELLINGENTABEL
352
Afgerond
knoopsgat
Knoopsgaten met trens
5,0
(3/16)
3,0 - 5,0
(1/8 - 3/16)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Aan beide
zijden
afgerond
knoopsgat
Knoopsgaten voor fijne, middelzware en
zware stof
5,0
(3/16)
3,0 - 5,0
(1/8 - 3/16)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Smal vierkant
knoopsgat
Knoopsgaten voor lichte tot middelzware stof
5,0
(3/16)
3,0 - 5,0
(1/8 - 3/16)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Breed
vierkant
knoopsgat
Knoopsgaten met extra ruimte voor
decoratieve knopen
5,5
(7/32)
3,5 - 5,5
(1/8 - 7/32)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Vierkant
knoopsgat
Knoopsgaten voor zwaar gebruik met
verticale trenzen
5,0
(7/32)
3,0 - 5,0
(1/8 - 3/16)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Stretchknoopsgat
Knoopsgaten voor stretchstof of geweven stof
6,0
(15/
64)
3,0 - 6,0
(1/8 - 15/64)
1,0
(1/16)
0,5 - 2,0
(1/32 - 1/16)
NEE
Erfstukknoopsgat
Knoopsgaten voor erfstuk- en stretchstof
6,0
(15/
64)
3,0 - 6,0
(1/8 - 15/64)
1,5
(1/16)
1,0 - 3,0
(1/16 - 1/8)
NEE
Knoopsgat in
leer
Eerste stap bij het maken van knoopsgaten
in leer
5,0
(3/16)
0,0 - 6,0
(0 - 15/64)
2,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Lingerie-
knoopsgat
Knoopsgaten in zware of dikke stof, voor
grotere platte knopen
7,0
(1/4)
3,0 - 7,0
(1/8 - 1/4)
0,5
(1/32)
0,3 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Taps toelopend
lingerieknoops-
gat
Knoopsgaten in middelzware tot zware stof,
voor grotere platte knopen
7,0
(1/4)
3,0 - 7,0
(1/8 - 1/4)
0,5
(1/32)
0,3 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Lingerie-
knoopsgat
Knoopsgaten met verticale trens voor
versteviging van stof voor zware of dikke stof
7,0
(1/4)
3,0 - 7,0
(1/8 - 1/4)
0,5
(1/32)
0,3 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Knoopsgat in
vier stappen 1
Linkerkant van knoopsgat in vier stappen
5,0
(7/32)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Knoopsgat in
vier stappen 2
Trens van knoopsgat in 4 stappen
5,0
(7/32)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Knoopsgat in
vier stappen 3
Rechterkant van knoopsgat in vier stappen
5,0
(7/32)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Knoopsgat in
vier stappen 4
Trens van knoopsgat in 4 stappen
5,0
(7/32)
1,5 - 7,0
(1/16 - 1/4)
0,4
(1/64)
0,2 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Stoppen
Stoppen van middelzware stof
7,0
(1/4)
2,5 - 7,0
(3/32 - 1/4)
2,0
(1/16)
0,4 - 2,5
(1/64 - 1/16)
NEE
Stoppen
Stoppen van zware stof
7,0
(1/4)
2,5 - 7,0
(3/32 - 1/4)
2,0
(1/16)
0,4 - 2,5
(1/64 - 1/16)
NEE
Trens
Verstevigd naaien van zakopening enz.
2,0
(1/16)
1,0 - 3,0
(1/16 - 1/8)
0,4
(1/64)
0,3 - 1,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Steek Steeknaam
Persvoet
Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Twee-
ling-
naald
Autom.
Handmatig
Autom.
Handmatig
STEEKINSTELLINGENTABEL
353
Knopen
aanzetten
Knopen aanzetten
3,5
(1/8)
2,5 - 4,5
(3/32 - 3/16)
—NEE
Oogje
Maken van gaatjes in riemen enz.
7,0
(1/4)
7,0 6,0 5,0
(1/4 15/64
3/16)
7,0
(1/4)
7,0 6,0 5,0
(1/4 15/64
3/16)
NEE
Stervormig
oogje
Stervormige oogjes of gaatjes maken.
—NEE
Diagonaal
links omhoog
(recht)
Bevestigen van applicaties op pijpvormige
stukken stof en het naaien van
verstekhoeken
—NEE
Achteruit
(recht)
Bevestigen van applicaties op pijpvormige
stukken stof en het naaien van
verstekhoeken
—NEE
Diagonaal
rechts
omhoog
(recht)
Bevestigen van applicaties op pijpvormige
stukken stof en het naaien van
verstekhoeken
—NEE
Zijwaarts naar
links (recht)
Bevestigen van applicaties op pijpvormige
stukken stof
—NEE
Zijwaarts naar
rechts (recht)
Bevestigen van applicaties op pijpvormige
stukken stof
—NEE
Diagonaal
links omlaag
(recht)
Bevestigen van applicaties op pijpvormige
stukken stof en het naaien van
verstekhoeken
—NEE
Voorwaarts
(recht)
Bevestigen van applicaties op pijpvormige
stukken stof en het naaien van
verstekhoeken
—NEE
Diagonaal
rechts omlaag
(recht)
Bevestigen van applicaties op pijpvormige
stukken stof en het naaien van
verstekhoeken
—NEE
Zijwaarts naar
links (zigzag)
Bevestigen van applicaties op pijpvormige
stukken stof
—NEE
Zijwaarts naar
rechts
(zigzag)
Bevestigen van applicaties op pijpvormige
stukken stof
—NEE
Voorwaarts
(zigzag)
Bevestigen van applicaties op pijpvormige
stukken stof en het naaien van
verstekhoeken
—NEE
Achteruit
(zigzag)
Bevestigen van applicaties op pijpvormige
stukken stof en het naaien van
verstekhoeken
—NEE
Verbindingssteek
(midden)
Aan elkaar zetten/patchwork
2,0
(1/16)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Verbindingssteek
(rechts)
Aan elkaar zetten/patchwork
6,5 mm (ca. 1/4 inch) marge rechts
5,50
(7/32)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
2,0
(1/16)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Verbindingssteek
(links)
Aan elkaar zetten/patchwork
6,5 mm (ca. 1/4 inch) marge links
1,50
(1/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
2,0
(1/16)
0,2 - 5,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Steek Steeknaam
Persvoet
Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Twee-
ling-
naald
Autom.
Handmatig
Autom.
Handmatig
STEEKINSTELLINGENTABEL
354
Quiltsteek met
handgemaakt
uiterlijk
Quiltsteek die eruitziet als handgenaaid
3,50
(1/8)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Rijgsteek
Rijgsteken
3,50
(1/8)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
20
(3/4)
5 - 30
(3/16 - 1-3/16)
NEE
Stamsteek
Verstevigd naaien, naaien en decoratieve
toepassingen
1,00
(1/16)
1,00 - 3,00
(1/16 - 1/8)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zigzagsteek
voor
quiltapplicatie
Zigzagsteek voor quilts en naaien op
geappliceerde quiltstukken
3,50
(1/8)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
1,6
(1/16)
0,0 - 4,0
(0 - 3/16)
NEE
Zigzagsteek
(rechts)
Beginnen vanuit rechternaaldstand,
zigzagnaaien links
3,50
(1/8)
2,50 - 5,00
(3/32 - 3/16)
1,6
(1/16)
0,3 - 4,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Zigzagsteek
(links)
Beginnen vanuit linkernaaldstand,
zigzagnaaien rechts
3,50
(1/8)
2,50 - 5,00
(3/32 - 3/16)
1,6
(1/16)
0,3 - 4,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Elastische
zigzag in 2
stappen
Overhands naaien (middelzware stof en
stretchstof), band en elastiek
5,00
(3/16)
1,50 - 7,00
(1/16 - 1/4)
1,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Elastische
zigzag in 3
stappen
Overhands naaien (middelzware en zware
stof en stretchstof), band en elastiek
5,00
(3/16)
1,50 - 7,00
(1/16 - 1/4)
1,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Appliceersteek
voor quilts
Quiltsteek voor onzichtbare applicatie of
het bevestigen van band
2,00
(1/16)
0,50 - 5,00
(1/64 - 3/16)
2,0
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Schelprijgsteek
voor randen
Afwerking met schelprijgsteek
4,00
(3/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
0,2 - 4,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Dekensteek
Applicaties, decoratieve dekensteek
3,50
(1/8)
2,50 - 7,00
(3/32 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,6 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Stippelsteek
voor quilts
Quilten achtergrond
7,00
(1/4)
1,00 - 7,00
(1/16 - 1/4)
1,6
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Overhandse
steek
Naden van gebreide stretchstoffen
5,00
(3/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
4,0
(3/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Band
bevestigen
Band bevestigen aan zoom in stretchstof
5,50
(3/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
1,4
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Serpentsteek
Decoratieve steken en elastiek bevestigen
5,00
(3/16)
1,50 - 7,00
(1/16 - 1/4)
2,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Veersteek
Fagotsteken, decoratieve steken
5,00
(3/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Fagot
kruissteek
Fagotsteken, brugsteken en decoratieve
steken
5,00
(3/16)
2,50 - 7,00
(3/32 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Couching-
steek
Decoratieve steken voor bevestigen koord
en couching
5,00
(3/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
1,2
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 1/16)
NEE
Steek Steeknaam
Persvoet
Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Twee-
ling-
naald
Autom.
Handmatig
Autom.
Handmatig
STEEKINSTELLINGENTABEL
355
Dubbele
overlocksteek
voor
patchwork
Patchworksteken, decoratieve steken
5,00
(3/16)
2,50 - 7,00
(3/32 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Smocksteek
Smockwerk, decoratieve steken
5,00
(3/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
1,6
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zigzag
sierzoomsteek
Decoratieve afwerksteken
4,00
(3/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
2,5
(3/32)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Decoratieve
steek
Decoratieve steken en applicaties
6,00
(15/
64)
1,00 - 7,00
(1/16 - 1/4)
1,0
(1/16)
0,2 - 4,0
(1/64 - 3/16)
NEE
Decoratieve
steek
Decoratieve steek
5,50
(3/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
1,6
(1/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zoomsteken
Erfstukwerk, decoratieve zomen
5,00
(3/16)
1,50 - 7,00
(1/16 - 1/4)
2,0
(1/16)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Zoomsteken
Decoratieve zomen en brugsteek
6,00
(15/
64)
1,50 - 7,00
(1/16 - 1/4)
2,0
(1/16)
1,5 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Enkelvoudige
ruit
overhandse
steek
Verstevigd naaien van naden bij stretchstof
6,00
(15/
64)
1,00 - 7,00
(1/16 - 1/4)
3,0
(1/8)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Overhandse
steek
Verstevigd naaien van stretchstof of voor
decoratieve steken
4,00
(3/16)
0,00 - 7,00
(0 - 1/4)
4,0
(3/16)
1,0 - 4,0
(1/16 - 3/16)
NEE
Steek Steeknaam
Persvoet
Toepassingen
Steekbreedte
[mm (inch)]
Steeklengte
[mm (inch)]
Twee-
ling-
naald
Autom.
Handmatig
Autom.
Handmatig
INDEX
356
INDEX
A
Aan elkaar zetten ........................................................................102
Aanpassingen
scherm ....................................................................................329
Aansluitpunt ...................................................................................1
Accessoirebox .................................................................................4
Accessoireruimte ............................................................................4
Accessoires
bijgeleverde accessoires ..............................................................4
optionele artikelen ......................................................................8
Accessoiretafel ....................................................................... 1
, 184
Achteruit/verstevigingssteektoets ....................................... 3
, 62, 69
Achteruit/verstevigingssteken ................................................. 62
, 69
Afwerksteken ..............................................................................116
Ander spoelhuis ..........................................................................212
Appliceren ..................................................................................113
borduurpatronen .....................................................................215
met een borduurraampatroon ..................................................256
met zigzagsteken .......................................................................91
quilten ....................................................................................103
Automatisch inrijgentoets ......................................................... 3
, 46
Automatische draadkniptoets ........................................................70
Automatische stofsensor ................................................................73
Automatische verstevigingssteektoets ............................................69
B
Ballpointnaald 75/107 ......................................................... 58, 230
Band bevestigen ............................................................................93
Band of elastiek bevestigen .........................................................117
Bedieningstoetsen ...................................................................... 1
, 3
Beginpunttoets ............................................................................235
Bewerken
borduren .................................................................................234
borduurcombinatie .................................................................267
lettersteken en decoratieve steken ...........................................155
MY CUSTOM STITCH .............................................................316
Blindzoomsteken ........................................................................111
Borduren
automatische draadknipfunctie (EINDE KLEUR KNIPPEN) .......229
borduren hervatten nadat u de machine hebt uitgezet .............225
draadknipfunctie (OVERSPRINGENDE STEEK KNIPPEN) .........230
functies van de toetsen ............................................................197
garenkleur ...............................................................................231
kleine stukjes stof ....................................................................203
linten of band ..........................................................................203
opnieuw beginnen vanaf het begin .........................................225
patronen kiezen ......................................................................186
randen of hoeken ....................................................................203
snelheid aanpassen .................................................................231
Borduurcombinatie
eigen kleurkaart ............................................................. 279
, 283
functies van de toetsen ............................................................268
garenkleur wijzigen .................................................................278
gecombineerde patronen ............................................... 291
, 294
herhaalpatronen ......................................................................284
uitleg van functies ...................................................................262
Borduurkaart ...............................................................................194
Borduurkaartlezer .......................................................................194
Borduurpatronen
applicatie maken met een kaderpatroon ......................... 256
, 257
bewerken ................................................................................267
combineren .............................................................................291
kopiëren ..................................................................................290
naaien .....................................................................................212
ophalen .......................................................................... 251
, 252
opslaan ................................................................. 246
, 249, 250
patronen met applicatie ..........................................................215
positie controleren ..................................................................209
positie uitlijnen ....................................................................... 302
selecteren .......................................................................186
, 263
stekenoverzichten ................................................................... 187
verbonden letters .................................................................... 241
wijzigen ................................................................................. 234
Borduurpositiesticker ..........................................................206
, 302
Borduurraamdisplay ................................................................... 232
Borduurramen
bevestigen .............................................................................. 204
gebruik van het borduurvel ..................................................... 202
soorten ................................................................................... 200
stof plaatsen ........................................................................... 201
verwijderen ............................................................................ 205
Borduursteekplaatdeksel ............................................................. 213
Borduurtafel ...........................................................................3
, 184
draagkoffer ................................................................................. 5
wagen ........................................................................................ 3
Borduurvel ................................................................................. 202
Borduurvoet "W" ........................................................................ 183
Bovendeksel ................................................................................... 1
Bovendraad inrijgen
met de "Automatisch inrijgentoets" ........................................... 46
met het klosnetje ...................................................................... 53
tweelingnaaldmodus ................................................................ 49
Boventransportvoet ...................................................................... 55
C
Controletoets .............................................................................. 209
D
Display .....................................................................................1, 14
reinigen .................................................................................. 326
vergrendelen ............................................................................ 74
verlichting ................................................................................ 23
Draad
draadspanning ..................................................................67
, 227
stof/draad/naald-combinaties .................................................... 58
Draadafsnijder ..........................................................................1
, 61
Draaddichtheidstoets .................................................................. 158
Draadgeleider ............................................................ 1
, 38, 40, 50
Draadgeleiderplaat ............................................................1
, 40, 46
Draadgeleiders op de naaldstang ..............................................2
, 50
Draadkniptoets ............................................................................... 3
Draadmarkeringen ..................................................................... 289
E
Echoquilten ................................................................................ 108
Eigen kleurkaart ..................................................................279
, 283
Elastische zigzagsteken ................................................................. 93
Elektriciteitssnoer ......................................................................... 13
Engelse naad ................................................................................ 89
Enkele/drievoudige-steektoets ..................................................... 318
Enkele/meerdere stekentoets ....................................................... 158
Enkele/tweelingnaaldtoets ............................................................ 49
Erfstukwerk ................................................................................. 119
Extra klospen .....................................................................1
, 37, 50
F
Fagotwerk .................................................................................. 117
Fantasiequilt ................................................................................. 92
Fantasiequilten (vrij quilten)
vrije echoquiltvoet "E" ............................................................ 108
vrije open quiltvoet "O" .......................................................... 107
vrije quiltvoet "C" ................................................................... 105
Figuurnaad ................................................................................... 88
Foedraal ......................................................................................... 8
INDEX
357
Foutmeldingen ........................................................................... 335
Functies van de toetsen
borduren ................................................................................. 197
borduurcombinatie ................................................................. 268
lettersteken en decoratieve steken ........................................... 155
MY CUSTOM STITCH ............................................................ 316
naaisteken ................................................................................ 16
G
Garenkleur ................................................................................. 231
Garenkleurentoets .....................................................275
, 278, 283
Gebruiksaanwijzingtoets ............................................................ 330
Gepaspelde naad .......................................................................... 90
Grijper ........................................................................................ 326
Groeperentoets ........................................................................... 319
Groottekeuzetoets ...................................................................... 157
Groottetoets ....................................................................... 236
, 270
H
Handvat ......................................................................................... 1
Handwiel ....................................................................................... 1
Helptoets naaimachine ................................................................. 32
Herhaalpatronen ........................................................................ 284
Hoofdschakelaar ..................................................................... 1
, 12
I
Ingebouwde camera ........................................... 75, 138, 206, 302
Instellingen
algemene instellingen ............................................................... 23
automatisch draadknippen ............................................... 70
, 229
automatische verstevigingssteken .............................................. 69
borduurinstellingen ................................................................... 24
draadknippen ......................................................................... 230
draadspanning ................................................................. 67
, 227
instellingstoets .........................................................22
, 231, 279
naai-instellingen ....................................................................... 22
schermtaal ................................................................................ 29
steekbreedte ............................................................................. 66
steeklengte ................................................................................ 67
Instellingstoets ............................................................................ 317
Invoegentoets ............................................................................. 320
K
Keuzehelptoets ............................................................................. 34
Kloshouder ........................................................................9
, 41, 52
Kloskap .......................................................................................... 1
Klosnetje ...................................................................................... 53
Klospen .......................................................................................... 1
Kniehevel ................................................................................ 1
, 71
Knip/spanningstoets .................................................................... 227
Knoopsgaten
één stap .................................................................................. 121
knoopsgaten met aparte vormen/knopen die niet in
de knopenvoet passen ............................................................ 124
vier stappen ............................................................................ 125
Knoopsgathendel ...........................................................2
, 123, 128
Knopen aanzetten ....................................................................... 131
4-gats knopen ......................................................................... 132
knoopvoet .............................................................................. 132
L
Letters
borduren ................................................................................. 190
borduurcombinatie ................................................................. 264
lettersteken en decoratieve steken ........................................... 148
Lettersteken en decoratieve steken
aanpassingen .......................................................................... 153
bewerken ................................................................................ 155
combineren ............................................................................ 162
functies van de toetsen ........................................................... 155
naaien .....................................................................................152
ophalen .......................................................................... 176
, 177
opslaan ................................................................. 171
, 174, 175
selecteren ................................................................................146
stekenoverzichten ...................................................................147
M
Meerkleurentoets ............................................................... 240, 275
MY CUSTOM STITCH
functies van de toetsen ............................................................316
gegevens opgeven ...................................................................316
ontwerpen ...............................................................................314
ophalen ...................................................................................323
opslaan ...................................................................................322
opslaan in uw lijst ...................................................................322
N
Naaisteken
functies van de toetsen ..............................................................16
keuzehelptoets ..........................................................................34
ophalen .....................................................................................82
opslaan .....................................................................................81
patroonbeschrijvingstoets ..........................................................35
selecteren ..................................................................................78
steekinstellingentabel ..............................................................347
stekenoverzichten .....................................................................78
Naaitoets ....................................................................................290
Naald
modus .......................................................................................14
naald verwisselen ......................................................................56
naaldpositie controleren ...................................................... vi
, 75
naaldstand wijzigen ..................................................................85
stof/draad/naald-combinaties ....................................................58
tweelingnaald ...........................................................................49
Naaldklemschroef ...........................................................................2
Naaldstand ............................................................................ 74
, 85
Naaldstandtoets ..............................................................................3
O
Onderdraad inrijgen
onderdraad naar boven halen ...................................................45
spoel aanbrengen ......................................................................43
spoel opwinden ........................................................................37
Ononderbroken borduren ...........................................................243
Oogje .........................................................................................133
Ophalen
borduurpatronen .....................................................................251
computer ....................................................................... 179
, 254
geheugen van de machine ............................................. 176
, 251
lettersteken en decoratieve steken ...........................................176
MY CUSTOM STITCH-ontwerpen ...........................................323
naaisteken .................................................................................82
steekinstellingen ........................................................................82
USB-medium ................................................................. 177
, 252
Opslaan
borduurpatronen .....................................................................246
computer ....................................................................... 175
, 250
geheugen van de machine ............................................. 171
, 246
lettersteken en decoratieve steken ...........................................171
MY CUSTOM STITCH-ontwerpen ...........................................322
naaisteken .................................................................................81
steekinstellingen ........................................................................81
USB-medium ................................................................. 174
, 249
Overhandse steken ......................................................... 91
, 93, 94
P
Patchwork .....................................................................................92
Patronen combineren
borduurcombinatie .................................................................291
lettersteken en decoratieve steken ...........................................162
Patroonafbeeldingtoets ........................................80
, 160, 210, 318
INDEX
358
Persvoet
bevestigen .................................................................................54
druk ..........................................................................................73
soorten ....................................................................................347
verwijderen ...............................................................................54
Persvoet-/naaldwisseltoets ................................50
, 54, 55, 56, 183
Persvoetcode ....................................................................... 15
, 196
Persvoethendel ........................................................................ 1
, 63
Persvoethouder ........................................................................ 2
, 54
Persvoethouderschroef ....................................................................2
Persvoettoets ...................................................................................3
Pijltjestoetsen ....................................................234
, 269, 292, 317
Plooien .........................................................................................88
Positie uitlijnen .................................................................. 206
, 302
Print en Borduur ..........................................................vii
, 217, 306
Probleemoplossing ......................................................................330
Puntwissentoets ..........................................................................318
Q
Quilten .........................................................................................99
met satijnsteken ......................................................................104
vrij ..........................................................................................105
R
Randen naaien
randen naaien met de ingebouwde camera ....................... vi
, 138
randnaaivel .............................................................................140
Randtoets ........................................................................... 284
, 289
Rangschikkentoets ............................................................. 265
, 271
Rasterrichtingtoets .......................................................................317
Rechte steken ................................................................................83
Rechte-steekvoet ...........................................................................86
Reinigen
buitenkant van de machine .....................................................326
Display ...................................................................................326
grijper .....................................................................................326
Rijgsteken .....................................................................................87
Rits inzetten
in het midden ..........................................................................135
zijkant .....................................................................................136
Rotatietoets ........................................................................ 237
, 269
S
Satijnsteken ........................................................................ 104, 158
Schelprijgsteken ..........................................................................114
Schelpsteken ...............................................................................115
Schermaanraakpen ................................................... 279
, 317, 329
houder ........................................................................................1
Schermbeveiliging ........................................................................25
Schuifknop voor snelheidsregeling ...................................... 1
, 3, 60
Smocksteek .................................................................................116
Spatiëringtoets ............................................................................272
Speaker .........................................................................................23
Specificaties ................................................................................343
Spiegeltoets ................................................................. 79
, 158, 238
Spilfunctie .....................................................................................72
Spoel
aanbrengen ...............................................................................43
bijna leeg ................................................................................223
onderdraad naar boven halen ...................................................45
opwinden ..................................................................................37
Spoelclip .........................................................................................5
Spoelhouder (schakelaar) ..............................................................39
Spoelhuis
ander spoelhuis (geen kleur op de schroef) ..............................212
reinigen ...................................................................................326
Spoelhuisdeksel ....................................................................... 2
, 43
Spoelhuisdeksel met koordgeleider ...............................................92
Spoelopwinder ................................................................................1
Stappatronen ...............................................................................166
Start/stoptoets ..................................................................................3
Startscherm ...................................................................................14
Steekdichtheidstoets ................................................................... 239
Steekinstellingentabel ................................................................. 347
Steekplaat ....................................................................................... 2
Steekplaat voor rechte steken ....................................................... 86
Steken in verschillende richtingen .............................................. 134
Steunstof .................................................................................... 198
Stof
lichte stof naaien ...................................................................... 64
stof/draad/naald-combinaties .................................................... 58
stretchstof naaien ..............................................................65
, 124
zware stof naaien ..................................................................... 63
Stoppen ...................................................................................... 127
T
Terug naar begintoets ................................................................. 159
Testtoets .............................................................................318
, 322
Transporteur ...........................................................................2
, 105
Trenzen ...................................................................................... 129
Tweelingnaald .............................................................................. 49
U
Upgrade ..................................................................................... 344
USB-kabel ........................19
, 175, 220, 246, 250, 254, 309, 345
USB-medium
bruikbaar ........................................................................169
, 244
ophalen ..........................................................................177
, 252
opslaan ...........................................................................174
, 249
USB-muis ...............................................................................19
, 25
USB-poortaansluiting
voor computer ...........................................................1
, 175, 250
voor media ................................................................1
, 174, 249
V
Ventilatieopening ........................................................................... 1
Vergrotentoets ............................................................................ 317
Verlengtoets ............................................................................... 157
Voet "V" voor uitlijning van verticale steken ............................... 139
Voetpedaal ...............................................................................1
, 61
Voorspanningsschijf ..........................................................1
, 38, 41
Vooruit/achteruittoets .........................................................224
, 225
Vrijmodus .................................................................................. 105
W
Waarschuwingsgeluiden ............................................................ 342
Z
Zigzagsteken ................................................................................ 91
Zijsnijder ...................................................................................... 96
Zoomsteken
bloemetjessteek ...................................................................... 119
uitgetrokken steken ................................................................. 120
Dutch
882-W01/W02
XE5228-1012
Printed in Taiwan
Ga naar
http://solutions.brother.com voor productondersteuning en
antwoorden op veelgestelde vragen (FAQs).
23

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Brother Innov-is I bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Brother Innov-is I in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 43,51 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Brother Innov-is I

Brother Innov-is I Snelstart handleiding - Nederlands, Deutsch - 68 pagina's

Brother Innov-is I Gebruiksaanwijzing - Deutsch - 376 pagina's

Brother Innov-is I Snelstart handleiding - English - 68 pagina's

Brother Innov-is I Gebruiksaanwijzing - English - 376 pagina's

Brother Innov-is I Snelstart handleiding - Français - 68 pagina's

Brother Innov-is I Gebruiksaanwijzing - Français - 376 pagina's

Brother Innov-is I Snelstart handleiding - Italiano, Espanõl - 68 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info