817934
26
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/37
Pagina verder
Voor gebruik door de professional.
Te bewaren door de gebruiker voor toekomstig gebruik.
NL
Installatiehandleiding
KAZENDO AIRCOHEATER
BUITENUNIT
R32
1U-007JDB
1U-009JDB
1U-0 1 2JDB
1U-0 1 8JDB
SAMENVATTING
02
Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen 03
Buitenunits 12
1. Standaard toebehoren 12
2. Afmetingen 12
3. Verplaatsen van de buitenunit 13
4. Locatie 14
5. Condensafvoer 17
6. Koelverbindingen 18
7. Elektrische aansluiting 21
8. Ingebruikname van de installatie 23
9. Functionele test 28
10. Foutcodes 29
Voorkomen van vochtproblemen 30
Aanbevelingen 31
Onderhoud 32
Inbedrijfstellingsblad 33
03
WAARSCHUWINGEN EN VOORZORGSMAATREGELEN
Lees de waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen in detail
voordat u met de installatie begint.
Dit symbool geeft aan dat dit apparaat een ontvlambaar
koelmiddel gebruikt. Er bestaat brandgevaar als het
koelmiddel lekt en wordt blootgesteld aan een externe
ontstekingsbron.
Dit symbool geeft aan dat gekwalificeerd personeel deze
apparatuur moet gebruiken volgens de installatie-instructies.
Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig.
Gebruik de aanbevolen gegevens in de installatie- en
bedieningsvoorschriften.
Regelgeving voor installatie en onderhoud volgens in Frankrijk
geldende eisen.
De installatie en het onderhoud van het apparaat moeten
worden uitgevoerd door een erkend vakman overeenkomstig de
in Frankrijk geldende voorschriften en regels van het vak:
Wetgeving inzake de behandeling van koelmiddelen: Decreet
2007/737 en de uitvoeringsbesluiten daarvan.
De inbedrijfstelling van deze airconditioner vereist de
inschakeling van een gekwalificeerde installateur, met een
bekwaamheidscertificaat overeenkomstig de artikelen R 543-75
tot 123 van de milieucode en de toepassingsbesluiten daarvan.
Evenals alle andere handelingen die worden verricht aan
apparatuur waarbij koelmiddelen moeten worden gehanteerd.
NEN-1010 en de wijzigingen daarop: Laagspanningsinstallaties
- Regels.
Algemeen
Het toestel is alleen bestemd voor gebruik op een hoogte van
minder dan 2000 meter.
04
Algemeen
Installeer en bewaar het toestel niet in de buurt van een
warmtebron
Het apparaat niet doorboren of verbranden.
Het apparaat bevat geen onderdelen die door de gebruiker
kunnen worden gerepareerd. Breng het naar een installateur.
Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van ten minste
8 jaar oud en door personen met beperkte fysieke, zintuiglijke
of geestelijke vermogens of met gebrek aan ervaring of kennis,
indien zij onder adequaat toezicht staan of indien zij instructies
hebben gekregen over het veilige gebruik van het apparaat en
zich bewust zijn van de risicos ervan. Kinderen mogen niet met
het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud door de gebruiker
mogen niet worden uitgevoerd door kinderen zonder toezicht.
Verwijder het verpakkingsmateriaal op de juiste wijze. Verscheur
plastic verpakkingen en gooi ze weg op een plaats waar kinderen
er niet mee kunnen spelen. Niet-gescheurde plastic verpakkingen
kunnen verstikking veroorzaken.
De werking van het systeem kan niet worden gegarandeerd
indien de combinaties van afmetingen, lengte, dikte van de
verbindingen en aansluitingen op de unit die in deze handleiding
worden genoemd, niet in acht worden genomen.
Omgaan met
De buitenunit mag tijdens het transport niet worden neergelegd.
Als het apparaat liggend wordt vervoerd, kan het beschadigd
raken door verplaatsing van het koelmiddel en vervorming van
de compressorophangingen. Schade veroorzaakt door liggen
tijdens transport valt niet onder de garantie. Indien nodig kan
de buitenunit alleen met de hand worden gekanteld.(om door
een deuropening te gaan, om een trap te beklimmen). Deze
handeling moet met zorg worden uitgevoerd en het apparaat
moet onmiddellijk weer rechtop worden gezet.
05
R32 Koelmiddel
Gebruik koelmiddel voor extra vulling, gereedschap en
aansluitingen die specifiek bestemd zijn voor het op het
typeplaatje van de unit vermelde koelmiddel.
Laat het koelmiddel niet aan de atmosfeer ontsnappen. Als er
tijdens de installatie koelmiddel lekt, moet u de ruimte ventileren.
Aan het einde van de installatie mag er geen koudemiddel
lekken.
Voor deze ontvlambare vloeistof moeten de minimale
oppervlakken en volumes van de ruimten waar het apparaat
wordt geïnstalleerd, opgeslagen of gebruikt, in acht worden
genomen. Controleer of de toepassing van het terrein in
overeenstemming is met de grootte van de behandelde ruimten
en de vloeistofbelasting van de installatie (naleving van de norm
EN-378).
Een in het gebouw gemaakte Flare mag niet opnieuw worden
gebruikt. De uitlopende fitting op de pijp moet worden verwijderd
en er moet een nieuwe uitlopende fitting worden aangebracht.
Een fabrieksmatig geproduceerde flare, kan onbeperkt gebruikt
worden.
Raak het koelmiddel niet aan als de verbindingen lekken of
anderszins. Direct contact kan bevriezing veroorzaken.
Breng geen andere stoen in het apparaat dan het voor-
geschreven koelmiddel.
Neem de veiligheidsvoorschriften en het gebruik van het
koelmiddel R32 in acht.
Koelaansluitingen
Gebruik geen gebruikte, vervormde of verkleurde koelleiding,
maar een nieuwe koelleiding van koelkwaliteit.
Gebruik droge stikstof om te voorkomen dat er vocht binnen-
dringt wat de werking van het apparaat zou kunnen schaden.
06
Koelaansluitingen
Gebruik geen afdichtingsmiddel voor de koelmiddel-
aansluitingen, omdat dit de binnenkant van de aansluitingen
kan verstoppen of vervuilen. Bij gebruik van dergelijke lijm vervalt
de garantie van het apparaat.
Alle koelsystemen zijn gevoelig voor verontreiniging door
stof en vocht. Als dergelijke verontreinigingen in het
koelcircuit terechtkomen, kunnen zij bijdragen tot een
verminderde betrouwbaarheid van de eenheden. De
koelleidingen en koelcircuits moeten beschermd worden
tegen vervuiling. Bij een latere storing zou de aanwezigheid
van vocht of vreemde voorwerpen in de compressorolie
systematisch leiden tot uitsluiting van de garantie.
Houd koelverbindingen goed gesloten (dichtgestopt, geknepen,
gevouwen en bij voorkeur gesoldeerd). Vocht is zeer schadelijk
voor de goede werking en de levensduur van het product. In
geval van vervuiling wordt het moeilijk en soms onmogelijk om
het circuit schoon te maken.
Na opslag of het laten staan van koelverbindingen kunnen deze
een hoog vochtgehalte bevatten. Voer een stikstofspoeling en
vacuüm uit, rekening houdend met de buitentemperatuur.
Gebruik geen gewone minerale olie op flare-fittingen. Gebruik
R32-compatibele koelmiddelolie en voorkom zoveel mogelijk
dat deze in het systeem komt, omdat dit de levensduur van de
apparatuur kan verkorten.
Installatie
Alvorens werkzaamheden uit te voeren, dient u zich ervan
te vergewissen dat de algemene stroomvoorziening is
uitgeschakeld en vergrendeld.
Het toestel moet de juiste afmetingen hebben om aan de
behoeften te voldoen. Het verdient aanbeveling een specialist
in te schakelen voor een warmte-/koel verliesberekening.
07
Installatie
Deze airconditioners zijn bestemd voor residentieel en
commercieel gebruik, om het thermisch comfort van de
gebruikers te garanderen. Ze zijn niet bestemd voor gebruik op
plaatsen met een hoge vochtigheidsgraad (bloemenwinkel,
broeikas, wijnkelder, enz.), waar de omgevingslucht stog is
en waar aanzienlijke elektromagnetische storingen voorkomen
(computerruimte, nabijheid van televisieantennes of relais).
Alleen gekwalificeerd personeel mag het koelmiddel hanteren,
vullen, zuiveren en afvoeren.
De apparaten zijn niet explosiebestendig en mogen niet worden
geïnstalleerd in gevaarlijke gebieden.
Als u verhuist, laat het apparaat dan verwijderen en installeren
door een installateur.
Gebruik bij de installatie de meegeleverde of in de handleiding
vermelde onderdelen.
De installateur moet het toestel installeren volgens de
aanbevelingen in deze handleiding. Een onjuiste installatie kan
ernstige schade veroorzaken, zoals koelmiddel- of waterlekkage,
elektrische schokken of brandgevaar. Als het toestel niet volgens
deze instructies wordt geïnstalleerd, vervalt de garantie van de
fabrikant.
Raak de lamellen van de warmtewisselaar niet aan, omdat dit
schade en letsel kan veroorzaken.
Neem passende maatregelen om te voorkomen dat het
apparaat door kleine dieren als schuilplaats wordt gebruikt.
Dieren die in contact komen met elektrische onderdelen kunnen
storingen of brand veroorzaken. Instrueer de klant de omgeving
van het apparaat schoon te houden.
Installeer de airconditioner op een fundering die sterk genoeg
is om het gewicht van de unit te dragen. Een onvoldoende
stevige fundering kan het toestel doen vallen en verwondingen
veroorzaken.
08
Installatie
Installeer de eenheden op een plaats waar de gas-, vloeistof- en
condensaatleidingen gemakkelijk kunnen worden geïnstalleerd.
Installeer de binnenunit, buitenunit, voedingskabels, verbindings-
kabels en afstandsbedieningskabels op minstens 1 m afstand van
een TV of radio-ontvanger. Dit is om interferentie te voorkomen
(zelfs op meer dan 1 m kunnen de signalen echter nog gestoord
worden).
Zet de deksel van de elektriciteitskast en het servicepaneel van
de toestellen goed vast. Als de deksel van de elektriciteitskast
of het servicepaneel van het toestel niet correct is bevestigd,
bestaat er gevaar voor brand, elektrische schokken door de
aanwezigheid van stof, water enz.
Elektrische aansluitingen
Dit apparaat is ontworpen voor een nominale spanning van 230
Volt 50Hz. Op geen enkel moment (ook niet tijdens het opstarten)
mag de spanning op de klemmen van het apparaat onder 198 V
of boven 264 V komen.
De maximale lengte van de kabel moet, afhankelijk van het
spanningsverlies, minder dan 2% bedragen. Gebruik een grotere
kabeldoorsnede als het spanningsverlies 2% of meer bedraagt.
De elektrische aansluitingen worden pas gemaakt wanneer alle
andere montagewerkzaamheden (bevestiging, montage, ...zal
zijn bereikt.
Controleer of de bedrading niet onderhevig is aan slijtage,
corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere
nadelige omgevingsinvloeden.
Deze airconditioners zijn ontworpen voor gebruik met de volgende
neutrale systemen: TT en TN. Het IT-neutrale systeem is niet geschikt
voor deze toestellen (gebruik een scheidingstransformator).
Eenfasige voedingen zonder nulleider (tussen de fasen) zijn ten
strengste verboden. In het geval van driefasenapparatuur moet
ook de nulgeleider altijd verdeeld zijn (TT of TN).
09
Elektrische aansluitingen
Het contract met de energieleverancier moet voldoende zijn om
niet alleen het vermogen van het apparaat te dekken, maar ook
de som van de vermogens van alle apparaten die tegelijkertijd in
werking kunnen zijn. Als het vermogen onvoldoende is, controleer
dan bij de energieleverancier de waarde van het in uw contract
opgenomen vermogen
Informeer bij de exploitant van het elektriciteitsdistributiesysteem
naar de kabelspecificaties en de harmonische stroom enz.
Gebruik nooit een stopcontact voor de stroomvoorziening.
Gebruik een speciaal stroomcircuit. Deel de voeding niet met
een ander apparaat.
Gebruik voor de voeding van het apparaat een onafhankelijke
voedingslijn die beschermd wordt door een omnipolaire
stroomonderbreker met een contactopening van meer dan
3 mm.
De elektrische installatie moet voorzien zijn van een
dierentiaalbeveiliging van 30 mA.
Zorg ervoor dat de stroomonderbreker geplaatst wordt op een
plaats waar gebruikers hem niet onbedoeld kunnen starten of
stoppen (bijgebouw). Wanneer de meterkast zich buiten bevindt,
sluit en vergrendel het zodat het niet gemakkelijk toegankelijk is.
Zet nooit de hoofdschakelaar uit, behalve in noodgevallen. Als
u dat doet, zal de compressor uitvallen en zal er water lekken.
Stop de binnenunit alleen met een afstandsbediening of
extern invoerapparaat (schakelaar) en schakel vervolgens de
stroomonderbreker uit.
Wacht na het uitschakelen altijd 10 minuten voordat u elektrische
onderdelen aanraakt. Statische elektriciteit in het menselijk
lichaam kan onderdelen beschadigen. Verwijder statische
elektriciteit van je lichaam. Raak de elektrische onderdelen niet
aan met natte handen. Er kan zich een elektrische schok voordoen.
10
Elektrische aansluitingen
In geval van storing (brandlucht, enz.) de installatie onmiddellijk
stopzetten, de stroomonderbreker uitschakelen en een bevoegd
persoon raadplegen.
Sluit het toestel aan op aarde. Een onjuiste aarding kan elektrische
schokken veroorzaken.
Verkeerde bedrading kan het hele systeem beschadigen.
Als de spanning te laag is of daalt wanneer het apparaat wordt
gestart, kan het moeilijk starten. Raadpleeg in dat geval uw
energieleverancier.
Zorg ervoor dat alle kabels veilig zijn, dat u draden gebruikt die
voldoen aan de huidige normen (met name NF C 15-100) en dat
er geen kracht wordt uitgeoefend op de aansluitingen en de
kabels.
Deze apparaten voldoen aan de volgende richtlijnen :
2014/30/EU Elektromagnetische compatibiliteit (EMC)
2006/42/CE Machinerichtlijn
2014/35/EU Laagspanningsrichtlijn
2014/68/EU Richtlijn drukapparatuur
2009/125/CE Richtlijn ecologisch ontwerp
2011/65/EU ROHS
11
Bescherming van het milieu
Dit symbool op het product of op de verpakking geeft aan dat dit product
niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld. Daarom moet het worden
ingeleverd bij een afvalinzamelingscentrum dat belast is met de recycling van
elektrische en elektronische apparatuur. Gescheiden inzameling en recycling
van uw afval op het moment van verwijdering draagt bij tot het behoud van
natuurlijke hulpbronnen en garandeert een milieu- en gezondheidsvriendelijke
recycling. Voor meer informatie over waar u uw afval kunt ophalen, kunt u contact
opnemen met een erkend servicecentrum of uw dealer.
Probeer het systeem niet zelf te demonteren: de demontage van het systeem
en de behandeling van het koelmiddel, de olie en andere onderdelen moeten
worden uitgevoerd door een gekwalificeerde installateur, overeenkomstig
de plaatselijke en nationale voorschriften. Gebruikte apparaten en batterijen
moeten worden afgevoerd naar gespecialiseerde faciliteiten voor terugwinning,
hergebruik of recycling
1
1+2= kg
R32
2kg
2=
1=
B
C
D
F E
kg
A
Bevat gefluoreerde broeikasgassen die onder het
Protocol van Kyoto vallen.
Dit apparaat bevat gefluoreerde broeikasgassen die
onder het Protocol van Kyoto vallen. Geef R32 niet vrij.
in de atmosfeer..
Type koelmiddel : R32
GWP-waarde (GWP): 675
GWP = global warming potential
(= aardopwarmingsvermogen)
Schrijf de volgende informatie met onuitwisbare inkt op het etiket:
1 - De koelmiddelvulling van het apparaat is in de fabriek geladen
2 - De extra hoeveelheid ter plaatse geladen koelmiddel en
1 + 2 - De totale koelmiddelvulling
Het ingevulde etiket moet in de buurt van de kleppen van het toestel worden aangebracht (bv. aan
de binnenkant van het deksel van de afsluiter).
A: Bevat gefluoreerde broeikasgassen die onder het Protocol van Kyoto vallen.
B: De fabriekskoelmiddelvulling van de eenheid: zie het typeplaatje van de eenheid.
C: Extra hoeveelheid ter plaatse geladen koudemiddel
D: Totale koelmiddelvulling
E: Buitenunit
F: Koelmiddelcilinder en laadspruitstuk
NL
NL
Dit apparaat, de
accessoires en de
batterijen kunnen
worden gerecycled
TERUGNEMEN
BIJ LEVERING
OF OF
AFGEVEN IN
DE WINKEL
TE DEPONEREN BIJ HET
AFVALVERWERKINGS-
CENTRUM
12
1. STANDAARD TOEBEHOREN
Standaard accessoires zijn altijd inbegrepen in de verpakking..
Verzamel de accessoires en instructies voordat u de verpakking weggooit..
Gebruik de accessoires volgens de instructies.
Accessoire Condensaatuitlaat Antitrilbevestigingen
Visueel
Hoeveelheid 1 4
2. AFMETINGEN
D
EF
G
A
B
C
H
BUITENUNITS
13
Modellen Afmetingen (mm)
A B C D E F G H
1U-007 800 860 275 553 510 130 313 160
1U-009 800 860 275 553 510 130 313 160
1U-012 800 860 275 553 510 130 313 160
1U-018 820 890 338 614 590 115 329 115
3. VERPLAATSING VAN DE EENHEID
Raak de vinnen niet aan, want dat kan snijwonden veroorzaken.
Draag het toestel voorzichtig en houd het vast aan de rechter- en linkerhandgreep.
14
4. LOCATIE
De keuze van de locatie is bijzonder belangrijk, aangezien de latere verplaatsing een lastige
operatie is die door gekwalificeerd personeel moet worden uitgevoerd.
Bepaal de plaats van de installatie na overleg met de klant.
Installeer de buitenunit op een plaats die zijn gewicht kan dragen en geen trillingen
verspreidt.
Installeer de buitenunit horizontaal.
Zorg voor voldoende ruimte voor luchtcirculatie. De luchtinlaat en -uitlaat mogen op
geen enkele wijze worden geblokkeerd.
Installeer de buitenunit op een plaats waar de buren geen last hebben van de
luchtstroom, het geluid of de trillingen. Als de buitenunit in de buurt van de buren
wordt geïnstalleerd, zorg er dan voor dat u vooraf hun toestemming krijgt.
Controleer of de aansluitingen op de binnenunits mogelijk en gemakkelijk zijn.
Houd rekening met service en onderhoud bij het kiezen van een locatie. Laat genoeg
ruimte over voor een gemakkelijke toegang tot de airconditioner.
Tijdens de werking in de verwarmingsmodus stroomt er condenswater uit de
buitenunit. Zorg ervoor dat alle nodige maatregelen worden genomen om dit water
ongehinderd en zonder schade aan gebouwen af te voeren.
Voor toepassingen in kustgebieden moet het apparaat uit de buurt van directe
blootstelling aan de zeewind worden geïnstalleerd. Installeer het toestel achter een
structuur (bv. een gebouw) of een beschermende muur die 1,5 keer hoger is dan het
toestel, en laat 700 mm ruimte tussen de muur en het toestel voor de luchtcirculatie.
Raadpleeg een installatiedeskundige voor maatregelen tegen corrosie, zoutgehalte
van de warmtewisselaar en toepassing van roestwerend middel (eenmaal per jaar).
Vermijd installatie van het toestel in direct zonlicht.
Installeer het apparaat niet in de buurt van hittebronnen, stoom of brandbare gassen.
Installeer het toestel niet in de wind, op een plaats die blootstaat aan sterke wind of
stof.
Installeer het toestel niet in een ruimte met veel verkeer.
Vermijd het installeren van de buitenunit op een plaats waar deze onderhevig kan zijn
aan vuil of zware waterafvoer (bijvoorbeeld onder een defecte dakgoot).
Indien zich vóór het toestel een obstakel bevindt, mag de hoogte van het obstakel
niet meer dan 1200 mm bedragen..
15
Obstakels alleen achter
≥ 200
Obstakels achter en opzij
≥ 250
≥ 200
≥ 200
Obstakels aan de voorkant
≥ 600
Obstakels voor en achter
≥ 600
eenheid : mm
≥ 200
≥ 15 cm
≥ 10 cm
≥ 10 cm
20 cm
≥ 60 cm
≥ 20 cm
25 cm
Binnenunit
F
E
B
D
C
A
Niet
omhoog
ANiet-klevende tape
BKoppelingen repareren
CVerbindingskabel
DCondensafvoerleiding
EIsolatie
FGat deksel (flens)
16
Grondverankering
Installeer de buitenunit niet direct op de grond, omdat dit een storing kan
veroorzaken. Condenswater kan bevriezen tussen de vloer en de onderkant van
het apparaat en de condensafvoer verhinderen..
Zware sneeuwval kan in sommige gebieden de luchtinlaat en -uitlaat blokkeren
en de productie van warme lucht verhinderen. Bouw een afdak en een voetstuk
of installeer de buitenunit op hoge staanders (afhankelijk van de omgeving).
≥ 50 mm
1. Installeer het toestel horizontaal (kantel het niet meer dan 3 graden). Zorg er bij het leggen van de
fundering voor dat er voldoende ruimte is om de koelverbindingen te installeren..
2. Afhankelijk van de installatieomstandigheden kunnen tijdens de werking trillingen ontstaan die
lawaai veroorzaken. Om trillingen te verminderen, installeert u de toestellen op een steun zoals
betonblokken of antitrilbeugels.
3. Bevestig de 4 ankerbouten in de positie die wordt aangegeven door de pijlen in onderstaande
figuur.
4. De fundering moet de voeten van de buitenunit ondersteunen en een totale dikte van 50 mm of
meer hebben.
5. Zet de installatie vast met 4 ankerbouten, sluitringen en moeren (M10).
6. De bouten moeten 20 mm uitsteken.
Bout
10 mm
Moer
Sluitring
17
5. CONDENSAFVOER
Bij omkeerbare units stroomt het condenswater weg tijdens de verwarming. Sluit
de condensaatafvoer aan op een PVC-pijp met een diameter van 16 mm, en
neem alle voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat de afvoer bevriest.
Installeer de condensafvoer volgens de instructies, en zorg ervoor dat deze
goed afloopt. Als de installatie niet correct wordt uitgevoerd, kan er water uit
het toestel druppelen.
Gebruik in koude gebieden de condensafvoerplug en -slang niet. Bij gebruik
van de condensafvoerplug en -slang bij koud weer (buitentemperatuur onder of
gelijk aan 0°) kan het condensaat aan het uiteinde van de slang bevriezen (alleen
omkeerbaar model). Bovendien mogen de gaten in de voet van de buitenunit
nooit worden geblokkeerd. Het kan nodig zijn een antivriesweerstand voor de
afvoer te voorzien. Het kan nodig zijn om een verwarmingslint te monteren op de
afvoer om bevriezing te voorkomen
Wanneer de condensafvoer is aangesloten, de ongebruikte gaten aan de
onderkant van de buitenunit afdichten met de rubberen pluggen en afwerken
met kit om lekkage te voorkomen.
A
B
Modellen Afmetingen (mm)
A B
1U-007 410 225
1U-009 410 225
1U-012 410 225
1U-018 535 243
Condensafvoer
Condensafvoer (accessoire)
18
6. KOELVERBINDINGEN
Gebruik alleen specifieke buis voor koeling met de volgende kenmerken:
Gegloeid koper met een hoog kopergehalte (minimaal 99%);
Intern gepolijst;
Gedroogd;
Gekurkt;
Drukbestendigheid: minimaal 50 bar;
Minimale buisdikte 0,8 mm;
Maximale buisdikte 1,0 mm.
Modellen
Diameter
vloeistof-
aansluiting
Diameter
gasaansluiting
Standaard
lengte (m)
Min. lengte. /
max. (m)
Max.
hoogtewinst (m)
1U-007 1/4’’ (6,35 mm) 3/8’’ (9,52 mm) 7 3 / 15 10
1U-009 1/4’’ (6,35 mm) 3/8’’ (9,52 mm) 7 3 / 15 10
1U-012 1/4’’ (6,35 mm) 3/8’’ (9,52 mm) 7 3 / 15 10
1U-018 1/4’’ (6,35 mm) 1/2’’ (12,70 mm) 7 3 / 25 15
6.1. Opmaak
Verbindingen mogen uitsluitend met een buigmachine of buigveer worden
gevormd om het risico van verbrijzeling of breuk te voorkomen.
Buig de buizen met een minimale buigstraal van 40 mm.
Buig het koper niet in een hoek groter dan 90°.
Buig de verbinding niet meer dan drie keer op hetzelfde punt (kans op breuk,
werkverharding van het metaal).
Verwijder de isolatie van de aansluitingen zodat de aansluitingen met een
buigmachine correct kunnen worden gebogen. Sluit na het buigen de isolatie af
met neopreenlijm en plak deze vast.
6.2. Flare-verbinding
Flaring
1. Snij de verbindingen met een pijpsnijder op de juiste lengte. Zorg ervoor dat de verbindingen niet
vervormen.
2. Ontbraam voorzichtig en houd de buis naar beneden om te voorkomen dat er slijpsel in komt.
3. Haal de «Flare» moeren van de binnenunit en van de buitenunit.
19
Breedte bij
vlakke kanten
Diameters van de
koelmiddelleidingen
Breedte van de
wartelmoer
1/4" (6,35 mm) 17 mm
3/8" (9,52 mm) 22 mm
1/2" (12,70 mm) 26 mm
5/8" (15,88 mm) 29 mm
3/4" (19,05 mm) 36 mm
4. Rijg de moeren op de buizen voor het maken van de flare.
5. Ga door met het maken van de flare. Laat de buis uit de A-rib van de kurkentrekker steken.
Flare gereedschap
A
Leiding
B
L
Diameters van de
koelmiddelleidingen
«A»
afmetingen
«B»
afmetingen
1/4" (6,35 mm)
1,0 à 1,5 mm
9,1 mm
3/8" (9,52 mm) 13,2 mm
1/2" (12,70 mm) 16,6 mm
5/8" (15,88 mm) 19,7 mm
3/4" (19,05 mm) 24,0 mm
6. Controleer na het maken van de flare de staat van het lageroppervlak. Er mogen geen krassen
of breuken zijn. Controleer ook of de «L»-rib correct is uitgelopen, zonder barsten of krassen.
Dudgeonnière
A
Liaison
B
L
Controle vóór aansluiting
Het koelmiddelcircuit is zeer gevoelig voor stof en vocht, dus controleer of het
gebied rond de aansluiting droog en schoon is voordat u de pluggen verwijdert
die de koelmiddelaansluitingen beschermen.
20
Aansluiting
Verwijder alleen de stoppen van de leidingen en kranen wanneer u de aansluiting
maakt.
Let vooral op de plaatsing van de buis ten opzichte van de fitting.
Gebruik 2 sleutels om de flare-moeren in de buisas vast te draaien.
Draai de flensmoeren aan met de momentsleutel volgens de aangegeven
methode.
Let er na het aansluiten op dat de leidingen de compressor of het buitenpaneel
niet raken.
1. Verwijder de stekkers van de koelmiddelleidingen.
2. Nadat de fittingen correct tegenover elkaar zijn geplaatst, draait u de moeren met de hand
vast tot het contactpunt en werkt u ze af met een momentsleutel tot de hieronder aangegeven
draaimomenten.
Koelleiding (Gas))
Koelleiding
(Vloeistof)
Blinde stop Wartelmoer
Momentsleutel
Sleutel
vasthouden
Momentsleutel
90°
Diameters van de koelmiddelleidingen Aanhaalmoment
1/4" (6,35 mm) 16 à 18 N.m
3/8" (9,52 mm) 32 à 42 N.m
1/2" (12,70 mm) 49 à 61 N.m
5/8" (15,88 mm) 63 à 75 N.m
3/4" (19,05 mm) 90 à 110 N.m
3. Voor een betere afdichting dubbel aandraaien (eenmaal aandraaien tot het koppel, dan
losdraaien en opnieuw aandraaien tot het koppel). Om het risico van gaslekken te voorkomen
en het aandraaien te vergemakkelijken, moeten de zittingen en schroefdraden worden ingeolied
met koelolie die compatibel is met R32. Gebruik geen minerale olie.
Koelolie
4. Let er na het aansluiten op dat de aansluitingen niet in contact komen met de compressor of het
servicepaneel.
21
7. ELECTRISCHE AANSLUITING
Stem de aansluitbloknummers van de verbindingskabels van de binnenunit af
op die van de buitenunit.
Draai de klem op het klemmenblok niet te vast om beschadiging of breuk van de
schroef te voorkomen.
Het gebruik van fl exibele draden zonder adereindhulzen wordt afgeraden.
Bevestig geen stijve draad met een geplooide ronde klem. Druk op de klem kan
storingen en abnormale verwarming van de kabel veroorzaken.
Steek de aansluitkabel stevig in het klemmenblok. Een slecht ingestoken kabel
vormt een risico op vals contact.
7.1. Schematisch diagram
Buitenunit klemmenblok
1 (N) 2 (L) 3 (C)
Binnenunit
klemmenblok
1 (N) 2 (L) 3 (C)
Voeding
Aardleiding
NL
7.2. Elektrische dimensionering
De kabeldoorsneden worden ter indicatie gegeven. De installateu moet nagaan of ze overeen-
stemmen met de behoeften en de geldende normen..
Modellen
Stroomvoorziening Vermogen-
schakelaar Stroomvoorziening
Stroomkabel Verbindingskabel
1U-007
3G x 1,5 mm24G x 1,5 mm216 A Op het netwerk
1U-009
1U-012
1U-018
22
Kabelvoorbereiding
Strip
10 mm
Huls
Ronde kabelschoen
Plaats met behulp van een krimp-
tang een ronde kabelschoen op
het uiteinde van de draad, met een
diameter die overeenkomt met de
schroeven op het klemmenblok.
1 2
Bedrading naar klemmenblok
Schroef met sluitring
Ronde
kabelschoen
Kabel Ronde
kabelschoen
Aansluitblok
1 2
Let op de aanhaalmomenten in onderstaande tabel.
Aanhaalmoment (N.m)
M4 schroef 1,2 à 1,8
M5 schroef 2,0 à 3,0
23
8. INBEDRIJFSTELLING VAN DE INSTALLATIE
Aan te scha en materialen
Spruitstukken (Manometer)
De druk is hoog en kan niet worden gemeten met standaard
drukmeters. Aanbevolen wordt een manifold met manometers met
een meetbereik van -0,1 tot 5,3 MPa (HP) en -0,1 tot 3,8 MPa (BP).
Schrader (Vulslang)
Het gebruik van slangen met ¼-draaikleppen vergemakkelijkt
de hantering tijdens de inbedrijfstelling (geen ontluchting van
de slangen, omdat ze op vacuüm kunnen worden getrokken
en geïsoleerd). De kleppen moeten tegenover de ingestelde
manometer worden geplaatst.
Lek detectors Gebruik een speciale HFK-lekdetector (compatibel met R32).
Vacuum pomp Gebruik een geschikte vacuümpomp (met R32-compatibele
synthetische olie).
8.1. Lekkagecontrole (geen lekkage)
1. Verwijder de plug van de laadpoort (Schrader) op de gasklep (grote klep). Sluit de rode slang (de
kant met de klepstoter in goede staat) en de andere kant van de slang aan op de rode kraan van
de HP-manometer.
2. Sluit de gele slang aan op een stikstofcilinder met drukregelaar en de andere kant van de gele
slang op het middenkanaal van de manometerset.
3. Zorg ervoor dat de rode klep op de HP-meter en de blauwe klep op de LP-meter gesloten zijn.
4. Open de stikstofcilinderklep. Stel het expansieventiel in op een uitlaatdruk van ongeveer 3 bar.
Open de rode klep op de hogedrukmeter om de gewenste druk in de koelmiddelleidingen en in
de binnenunit te verkrijgen. Herhaal deze bewerking voor een uitgangsdruk van 15 bar en 30 bar.
5. Sluit de kraan van de stikstofcilinder.
6. Controleer de dichtheid van het circuit door een zeepoplossing aan te brengen op de aansluitingen
aan de kant van de binnenunit en aan de kant van de buitenunit (plus eventuele solderingen op
de koelmiddelaansluitingen). Zorg ervoor dat er geen bellen ontstaan.
7. Controleer ook of de druk die de HP-meter aangeeft, niet daalt. Wanneer de druk stabiel blijft
en geen lekkage kan worden uitgesloten, laat u de stikstof leeglopen tot boven de atmosferische
druk.
HPBP
Buitenunit
Koelingleiding
Laadpoort
afschermkap
Oplaadpoort
3-weg ventiel
Expansieklok
Stikstof fles
24
8.2. Vacuüm trekken
8.2.1. Kalibratie en controle van een vacuümpomp
1. Controleer de kwaliteit en het oliepeil van de vacuümpomp.
2. Sluit de vacuümpomp aan op een vacuümmeter als de vacuümpomp daar niet mee is uitgerust.
3. Trek een paar seconden vacuüm.
4. De pomp moet zijn vacuümdrempelwaarde bereiken en de naald van de vacuümmeter mag niet
bewegen.
5. De druk van het bereikte vacuümniveau moet lager zijn dan de druk in de tabel op blz. 30. Is dit
niet het geval, vervang dan de afdichting, de slang of de pomp.
8.2.2. Procedure voor vacuümtrekken
1. Ontlucht de stikstof uit het systeem door de blauwe klep op de LP-drukmeter te openen (terug
naar atmosferische druk).
2. Koppel de stikstofcilinder los en sluit de BP- en HP-drukmeterkleppen.
3. Vervang de stikstofcilinder door de vacuümpomp. Als de vacuümpomp er nog niet mee is uitgerust,
moet u voor een grotere nauwkeurigheid een vacuümmeter tussen de vacuümpomp en de set
manometers plaatsen.
4. Zet de vacuümpomp aan.
5. Open de rode klep op de HP-drukmeter en wacht tot de druk in het circuit daalt tot onder de
waarde aangegeven in de tabel op blz. 30 afhankelijk van de temperatuur.
6. Nadat het vereiste vacuüm is bereikt, laat u het vacuüm ongeveer een uur draaien (de tijd varieert
afhankelijk van de lengte van de verbinding en de vochtigheid in het netwerk). Het vacuüm kan
enkele uren duren bij vochtig weer.
7. Controleer of het vacuüm aanhoudt door de rode klep op de HP-manometer te sluiten. Stop de
vacuümpomp. Maak geen slangen los.
8. Na ongeveer tien minuten mag de druk niet gestegen zijn (de vacuümmeter moet 0 bar aangeven).
Is dit niet het geval, zoek dan het lek en repareer het, voer een nieuwe lektest en een vacuümtest
uit.
9. Sluit de rode klep op de HP manometer.
10. Stop en ontkoppel de vacuümpomp.
Vacuüm-
meter
vacuüm
pomp
HPBP
25
8.3. Extra lading (indien nodig)
De bijvulling moet plaatsvinden nadat het vacuüm is getrokken en voordat het gas wordt aangezet.
1. Bereken de uit te voeren extra belasting.
De onderstaande tabel kan worden gebruikt om snel de extra in te voeren R32-vulling te bepalen,
afhankelijk van de lengte van de koelverbinding..
Modellen 1U-007 1U-009 1U-012 1U-018
Vanuit de fabriek geladen
hoeveelheid (Ton Co2
equivalent)
740 g
(0,50)
740 g
(0,50)
740 g
(0,50)
950 g
(0,64)
Type koelmiddel
(aardopwarmingsvermogen))
R32
(675)
R32
(675)
R32
(675)
R32
(675)
Leiding lengte 7 m 7 m 7 m 7 m
Bijvulling 20 g/m 20 g/m 20 g/m 20 g/m
Minimale
lengte
3 m 7 m 15 m
Standaard
lengte
Maximale
lengte
Toevoeging van 20 g/m
Geen extra
koelmiddelvulling
nodig
Minimale
lengte
3 m 7 m 25 m
Standaard
lengte
Maximale
lengte
Toevoeging van 20 g/m
Modellen : 1U-007 / 1U-009 / 1U-012
Model : 1U-018
Geen extra
koelmiddelvulling
nodig
2. Koppel de vacuümpomp los (gele slang) en sluit op zijn plaats een R32-cilinder aan in de stand
voor vloeistofonttrekking..
26
R32
Gas
Vloeistof
3. Plaats de fles op een precisie weegschaal. Weeg de fles.
4. Open de fleskraan.
5. Open voorzichtig en lichtjes de rode klep van de HP manometer en controleer de waarde die de
schaal aangeeft. Zodra de weergegeven waarde overeenkomt met de berekende waarde minus
30 gram, sluit u de rode klep van de HP-manometer en vervolgens die van de vloeistoes zonder
de slangen los te koppelen.
6. Pomp het koelmiddel terug in de buitenunit (pump down) zodat de blauwe slang en eventueel de
koelmiddelcilinder kunnen worden losgekoppeld zonder dat er koelmiddel lekt (laat in dit geval
het rode HP ventiel op de manometer open).
Indien de extra lading niet kon worden bereikt (te lage druk in de cilinder), moet
de werking worden voortgezet met het systeem in werking (in de modus COLD en
TEST) en door de rode klep op de HP-manometer voorzichtig te openen om een
plotselinge instroom van vloeistof in vloeibare toestand aan de zuigzijde van de
compressor te voorkomen.
8.4. Toelating gas in de installatie
7. Verwijder de blinde stoppen voor toegang tot de klepbediening van de buitenunit.
8. Open eerst de vloeistofkraan (kleine kraan) en vervolgens de gaskraan (grote kraan) tot het
maximum met een zeskant-/alensleutel (tegen de klok in) zonder de aanslag te ver te forceren.
Buitenunit
Blindstop
Gebruik een inbussleutel
8.5. Het circuit controleren op lekken
Zodra het gas is aangesloten zoals hierboven beschreven, controleert u de verbindingen en
eventuele solderingen op de koelmiddelaansluitingen met een elektronische halogeendetector (als
de dudgeons correct zijn gemaakt, mag er geen lekkage zijn).
In geval van lekkage :
Breng het gas terug naar de buitenunit (pomp naar beneden). De druk mag niet onder de
atmosferische druk komen (0 bar ten opzichte van het verdeelstuk) om het teruggewonnen gas
niet te vervuilen met lucht of vocht.
Vervang de defecte verbinding.
Herhaal de lektest en de vacuümtest.
27
8.6. Testen van het apparaat
Inbedrijfstelling in de verwarmingsmodus heeft tot gevolg dat de garantie
vervalt. Begin met het apparaat te testen in de koel modus en vervolgens in de
verwarmingsmodus.
Laat de airconditioner niet te lang in de teststand staan.
1. Zet het apparaat in de KOUDE modus en in de TEST-modus en voer vervolgens de tests en
metingen uit vereist.
2. Zet het toestel vervolgens in de WARME-stand en in de TEST-stand en voer vervolgens de tests uit
en noodzakelijke maatregelen.
8.7. Terugvoer van koelmiddel naar de buitenunit (Pump down)
1. Schakel het apparaat in de modus KOUD en TEST.
2. Sluit de vloeistofkraan en begin de gaskraan te sluiten tot op 1/2 draai van de volledige sluiting.
3. Wacht tot de druk daalt en zorg ervoor dat de druk niet onder 0 bar daalt. Bij het naderen van 0
bar de gaskraan volledig sluiten.
4. Stop het apparaat en verwijder de slangen.
5. Open de vloeistofklep (kleine klep) en vervolgens de gasklep (grote klep).
6. Breng de blindstoppen van de kleppen weer aan en draai ze met een moersleutel vast met de
voorgeschreven aanhaalmomenten.
Diameter blindstop Aanhaalmoment
1/4" (6,35 mm) 20 à 25 N.m
3/8" (9,52 mm) 20 à 25 N.m
1/2" (12,70 mm) 28 à 32 N.m
5/8" (15,88 mm) 30 à 35 N.m
Laadpoort stekker 8 N.m
7. Zet de airco weer aan.
8. Geef de klant de nodige uitleg en documenten.
28
9. FUNCTIETEST
Het toestel start automatisch opnieuw op na een stroomonderbreking. Schakel
daarom vóór het testen of onderhoud het apparaat handmatig uit met «OFF»
om een onbedoelde herstart te voorkomen.
9.1. Controle van de installatie
Zie aanbevelingen op blz. 30.
Controleer de aanzuigdruk op de bedieningskoppeling van de gaskraan.
Controleer de uitlaatdruk bij de controleverbinding van de persleiding van de compressor
Is er een temperatuurverschil tussen de afvoerlucht en de verse lucht voor de binnenunit?
9.2. Proefdraaien
Voor de functietest
Zorg ervoor dat de stroomonderbreker van de stroombron van het apparaat meer dan 12 uur
is ingeschakeld om het verwarmingselement van stroom te voorzien alvorens het in gebruik te
nemen.
Inschakelen is niet toegestaan voordat de gehele installatie en de lekdetectie zijn voltooid.
De tweeweg- en driewegafsluiters moeten open staan.
Alle losse voorwerpen (vooral metaalvijlsel en draadresten) moeten uit de behuizing van het toestel
worden verwijderd.
Test
1. Schakel de voeding in en druk op de «ON/OFF» knop van de afstandsbediening. De airco start.
2. Selecteer een bedrijfsmodus voor koeling, verwarming of ventilatie.
3. Controleer de werking van de modi van elk toestel.
4. Controleer ook de gelijktijdige werking van alle binnenunits.
5. Bedien het toestel volgens de gebruiksaanwijzing. Leg de operatie uit aan de klant.
29
10. FOUTCODES
Aantal flitsen
EU-LED Defect Diagnostiek
1 EEPROM buitenunit defect EEPROM op moederbord buitenunit defect
2 IPM Defect Defect IPM
4Communicatiefout tussen
moederbord en SPDU/ISPM Geen/defect communicatie gedurende 4 minuten
5Compressor overstroom / hoge
druk De druk is hoger dan 43 bar
8
Bescherming van de
compressorstroom tegen hoge
temperaturen
Stromingstemperatuur >110°C
9Fout in gelijkstroom ventilatormotor
buitenunit
Fout gelijkstroomventilatormotor buitenunit of
motorstoring
10 Fout ontdooitemperatuursensor,
buitenunit
Temperatuursensor kortgesloten of open circuit binnen
de laatste 60 seconden
11 Fout in de zuigtemperatuursensor
van de compressor
12 Fout kamertemperatuursensor
buitenunit
13 Sensor voor compressorstroom-
temperatuur defect
15 Communicatiefout tussen binnen-
en buitenunits
Defecte binnen- of buitenunitkaarten, of slechte
verbindingen. Geen/geen communicatie gedurende
4 minuten
16 Lekkage van koelmiddel of
geblokkeerde afvoer Controleer op lekkage.
17 4-wegklep communicatiefout
Klep beschadigd, afgesneden of niet gevoed,
mechanische fout. Alarm en uitschakeling als de
gedetecteerde temperatuur gedurende 1 minuut
minder dan of gelijk is aan 15° nadat de compressor
gedurende 10 minuten in de verwarmingsmodus is
gestart, bevestig de storing als deze 3 keer in een uur
verschijnt.
18 Compressoroverstroom met
frequentiereductie Fout in omvormercircuit
19 PWM module circuit fout PWM module circuit fout
25
Ongebalanceerde stroom op
compressor, bescherming op één
fase
U, V, W fasen uit balans, compressorwikkelingen
beschadigd, vermogensmodule
29
VOORKOMEN VAN VOCHTPROBLEMEN
Vocht tast de werking en de levensduur van uw product ernstig aan. De
aanwezigheid van vocht of vreemde voorwerpen in de compressorolie leidt
altijd tot uitsluiting van de garantie..
Beneden 10°C worden vacuümtrekken en stikstofblazen minder eectief.
De vacuümtijd is afhankelijk van de buitentemperatuur om het in het
systeem aanwezige vocht (condensatiedruppels) te verdampen. Hoe lager
de temperatuur, hoe langer de evacuatietijd.
De onderstaande tabel toont de te bereiken vochtverdampingsdruk
afhankelijk van de buitentemperatuur.
Buiten-
temperatuur -22°C < T < -10°C -10°C < T < 0°C 0°C < T < 5°C C < T < 10°C T > 10°C
Druk (bar) 0,001 0,0026 0,006 0,009 0,012
Druk (mbar) 1 2,6 6 9 12
Druk (Torr) 0,75 1,95 4,5 6,8 9
Nadat het vacuüm is bereikt dat nodig is om het vocht in het systeem te
verdampen, blijft u het vacuüm opvoeren tot een waarde van 0,7 mbar (0,5
Torr) of minder.
Stop de vacuümpomp zodra deze waarde is bereikt. Na ongeveer tien
minuten mag de druk niet meer dan 1 mbar gestegen zijn (stabilisatie).
Zo niet, zoek en repareer het lek, en herhaal de lektest en het vacuüm.
30
AANBEVELINGEN
De eenheden moeten goed worden vastgezet.
Voldoende vrije ruimte voor een goede luchtcirculatie over de wisselaars.
Voldoende vrije ruimte om een goede luchtcirculatie op de wisselaars mogelijk te maken
De elektrische installatie wordt uitgevoerd volgens de geldende voorschriften, met name de norm
NEN-1010.
De kabels zijn correct aangesloten op de elektrische klemmen.
De voedingsspanning van het systeem komt overeen met de op het typeplaatje aangegeven
spanning.
Op de voedingslijn van elk apparaat is een stroomonderbreker geïnstalleerd.
Controleer de staat van de koelverbindingen en voer een stikstofspoeling uit om het binnendringen
van vocht te voorkomen.
Let op de minimale en maximale lengte van de koelmiddelaansluitingen en op de hoogteverschillen
tussen de units.
De thermische isolatie is compleet (gas- en vloeibare koelmiddelaansluitingen, condensafvoer-
Tleiding, enz.)
Geen gaslekkage bij de verschillende verbindingen (flare verbindingen, soldeerverbindingen, enz.).
Het systeem werd gevacumeerd met behulp van een vacuümpomp met vacuümmeter.
De buitenunit is geladen met de gespecificeerde vloeistof en met de juiste hoeveelheid vloeistof.
De 3-wegkleppen (gas en vloeistof) staan open.
De buitenunit is minstens 12 uur ingeschakeld geweest zonder foutmelding vóór de eerste start van
de compressor.
Start het systeem altijd in de koelstand en laat de compressor minstens 15 minuten draaien om de
4-wegklep te oliën. Dit geldt ook in de winter.
Controleer of de afstandsbediening goed werkt.
Controleer of de indicatoren van de toestellen goed werken.
Controleer de werking van de luchtrichtkleppen.
Condenswater loopt zonder problemen weg.
Geen lawaai en geen trillingen tijdens de werking.
Geen tocht, water of ijs aan de uitgang van de buitenunit om de werking te verstoren.
31
Deze werkzaamheden mogen alleen door bevoegd personeel worden uitgevoerd. Uw erkende
installateur staat uiteraard tot uw dienst voor deze ingrepen. Hij zal u een onderhoudscontract met
periodieke bezoeken aanbieden (zie hieronder).
Controleren en schoonmaken van luchtfilters.
Controleer of het koelcircuit perfect is afgesloten (verplicht voor bepaalde apparaten*),
Reinigen van de condensbak van de binnenunit: reinigen en desinfecteren van de wisselaar
van de binnenunit met een geschikt product,
Controleer en reinig zo nodig de condensafvoer (vooral als een condenspomp wordt
gebruikt),
Controle van de algemene staat van het apparaat.
De beschreven werkzaamheden voor seizoensgebonden onderhoud, aangevuld met :
Reiniging van de externe warmtewisselaar,
Meting van de prestaties van het apparaat (temperatuurverschil tussen inlaat en uitlaat,
verdampings- en condensatietemperatuur, stroomverbruik),
Controle van de dichtheid van elektrische verbindingen en stroomonderbrekers,
Meting van elektrische isolatie,
Controle van de staat van de externe carrosserie en de isolatie van de koelleidingen,
Controle van diverse bevestigingen,
Controle van het luchtstroomnetwerk op leidingwerk,
Reinigen van de condensbak van de buitenunit en eventueel de condensafvoer..
Seizoensgebonden
Volledige service
* Volgens de milieucode,
- thermodynamische systemen met een nominaal vermogen van 4 kW of meer en 70 kW of minder moeten
om de twee jaar periodiek worden onderhouden..
Met het serviceboekje van Atlantic Airconditioning kunt u eenvoudig de onderhoudswerkzaamheden
controleren.
Deze handelingen, die door iedereen kunnen worden verricht, moeten worden uitgevoerd met de
hieronder aanbevolen frequenties..
Het reinigen van het luchtfilter van de
binnenunit, (het luchtfilter is gemakkelijk
toegankelijk op de binnenunit en kan
worden gereinigd met een stofzuiger of met
water onder 40°C).
Maandelijks (vaker in een stoge atmosfeer)
Reinig de behuizing van
de binnenunit, vooral het
luchtinlaatrooster, met een zachte
vochtige doek (vermijd agressieve
schoonmaakmiddelen).
Elke 3 maanden
Ons advies: elk jaar voor woningen, twee keer per jaar voor bedrijven.
Ons advies: om de 2 jaar voor woningen, elk jaar voor bedrijven.
ONDERHOUD
ONDERHOUD
Datum ingebruikname:
:
Contactgegevens van de installateur of klantenservice
Groupe Atlantic Nederland, Landjuweel 25, 3905 PE Veenendaal
WWW.GROUPE-ATLANTIC.NL
TEL. +31 (0)318 54 47 00
Stuur een kopie van deze pagina naar
service.nl@groupe-atlantic. com
INBEDRIJFSTELLINGSBLAD
SERVICE
Model : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Serienummer Eenheid: . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Naam en adres van de gebruiker:. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Stempel van de installateur
Installatiedatum : . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Inbedrijfstelling uitgevoerd door :
Op :
Handtekening :
Stuur een kopie van deze pagina naar
service.nl@groupe-atlantic. com
Tijdens de inbedrijfstelling genomen maatregelen :
Luchttemperatuurverschil, binnenunit, koelmodus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Lage druk in de koelmodus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Onderkoeling in de koelmodus. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Binnenomgevingstemperatuur. . . . . . . . . . . . . . . Omgevingstemperatuur ext
Stroomverbruik, koelmodus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Uitgevoerde controles en diensten : Check
Conformiteit van de koelverbindingen (aard, staat, indeling, krommingsstraal, lengte-
en hoogteverschil, isolatie)
Aansluiting van verbindingen (Flares, koelverbindingen, vacuüm, dichtheidscontrole)
Controle van de condensafvoer
Controle van de elektrische aansluitingen
Controle op de naleving van NWN-1010
Inbedrijfstelling, gebruikelijke tests
Uitleg van de werking aan de gebruiker
Voorgesteld onderhoudscontract
26

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Atlantic Kazendo AS-007 bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Atlantic Kazendo AS-007 in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 3.57 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Atlantic Kazendo AS-007

Atlantic Kazendo AS-007 Gebruiksaanwijzing en installatiehandleiding - Nederlands - 41 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info