702284
27
Verklein
Vergroot
Pagina terug
1/28
Pagina verder
GE
Security
1059524
ATS controlepaneel
Installatiehandleiding
Versie 2.51, 08/2007
ATS controlepaneel
Installatiehandleiding
2
Copyright Copyright © 2007, GE Security B.V. Alle rechten voorbehouden.
Het is niet toegestaan dit document in zijn geheel of gedeeltelijk te kopiëren of op
andere wijze te reproduceren, behalve wanneer dit specifiek wordt toegestaan volgens
de Amerikaanse auteurswet, zonder schriftelijke toestemming vooraf van GE.
Documentnummer/revisie: 1059524, Versie 2.51, 08/2007
Disclaimer DE INFORMATIE IN DIT DOCUMENT KAN ZONDER VOORAFGAANDE KENNISGEVING
WORDEN GEWIJZIGD. GE AANVAARDT GEEN VERANTWOORDELIJKHEID VOOR
ONNAUWKEURIGHEDEN OF WEGLATINGEN EN DOET SPECIFIEK AFSTAND VAN
AANSPRAKELIJKHEID, VERLIEZEN OF RISICO'S, PERSOONLIJK OF ANDERS, DIE HET
DIRECTE OF INDIRECTE GEVOLG ZIJN VAN HET GEBRUIK OF DE TOEPASSING VAN DE
INHOUD VAN DIT DOCUMENT. VOOR DE MEEST RECENTE DOCUMENTATIE KUNT U
CONTACT OPNEMEN MET UW PLAATSELIJKE LEVERANCIER OF ONZE WEBSITE
BEZOEKEN OP WWW.GESECURITY.EU.
Deze publicatie kan voorbeelden bevatten van schermafbeeldingen en rapporten die
dagelijks worden gebruikt. Voorbeelden kunnen fictionele namen van personen en
bedrijven bevatten. Elke overeenkomst met namen en adressen van echte bedrijven of
personen berust volledig op toeval.
Handelsmerken en
patenten
GE en het GE-monogram zijn gedeponeerde handelsmerken van General Electric.
Het ATS Advisor Master-product en -logo zijn gedeponeerde handelsmerken van
GE Security.
Andere in dit document gebruikte handelsnamen kunnen handelsmerken of
gedeponeerde handelsmerken zijn van de fabrikanten of leveranciers van de
betreffende producten.
Softwarelicentie Software van GE die met producten van GE wordt geleverd, is auteursrechtelijk
beschermd en hierop wordt gebruiksrecht verleend. Het gebruik en verveelvoudigen
van de software is alleen toegestaan volgens de bepalingen van de licentie.
HET BIJGESLOTEN PROGRAMMA WORDT GELEVERD VOLGENS DE VOORWAARDEN EN
BEPALINGEN VAN DEZE OVEREENKOMST. ALS U HET PROGRAMMA LANGER DAN DERTIG
DAGEN IN BEZIT HOUDT, DE VERZEGELDE VERPAKKING (INDIEN AANWEZIG) ROND HET
PROGRAMMA OPENT OF HET PROGRAMMA OP WILLEKEURIG WELKE MANIER GEBRUIKT,
WORDT AANGENOMEN DAT U DE BEPALINGEN VAN DE OVEREENKOMST ACCEPTEERT.
ALS U DEZE BEPALINGEN NIET WILT ACCEPTEREN, DIENT U HET ONGEBRUIKTE
PROGRAMMA EN ALLE BIJBEHORENDE DOCUMENTATIE ONMIDDELLIJK NAAR GE TE
RETOURNEREN OM AANSPRAAK TE MAKEN OP VOLLEDIGE TERUGSTORTING VAN DE
BETAALDE LICENTIEKOSTEN. (NEEM CONTACT OP MET HET DICHTSTBIJZIJNDE GE-
VERKOOPKANTOOR OF UW LEVERANCIER VOOR INFORMATIE OVER HET RETOURNEREN
VAN PROGRAMMA'S DIE IN DE APPARATUUR ZIJN INGEPROGRAMMEERD OF
INGEBOUWD.)
Bedoelde toepassing
Gebruik dit product slechts voor de doeleinden waarvoor het is ontworpen. Raadpleeg
de productspecificatie en gebruikersdocumentatie. Voor de meest recente
productinformatie kunt u contact opnemen met uw GE-vertegenwoordiger of onze
website bezoeken op: www.gesecurity.eu.
Europese richtlijnen
De Europese richtlijn “Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur” (AEEA) is er
op gericht om de impact van het afval van elektrische en elektronische apparatuur op
het milieu en de gezondheid van de mens te minimaliseren. Om aan deze richtlijn te
voldoen, moet elektrische apparatuur die met dit symbool gemarkeerd is, niet worden
verwerkt in Europese openbare afvalsystemen. Europese gebruikers van elektrische
apparatuur dienen nu apparatuur aan het einde van de levensduur aan te bieden voor
verwerking. Meer informatie vindt u op de volgende website:
www.recyclethis.info.
Europese afgevaardigde voor fabrikant Neem contact op met:
GE Security B.V., Kelvinstraat 7, 6003 DH Weert, Nederland.
Wettelijke
goedkeuring
3
Inhoudsopgave
Belangrijk............................................................................................................................................................4
Algemene installatie voorschriften ...............................................................................................................5
Aansluiten van de netspanning...................................................................................................................................5
Montage..................................................................................................................................................................................5
Fabriekswaarden op paneel instellen.......................................................................................................................5
Algemene installatie voorschriften.............................................................................................................................5
Installatie (ATS1000) ..........................................................................................................................................................7
Installatie (ATS2000/3000)..............................................................................................................................................8
Installatie (ATS4000) ....................................................................................................................................................... 11
Bekabeling (ATS2000/3000)........................................................................................................................................ 14
Bekabeling (ATS4000 varianten)............................................................................................................................... 15
Voorbeeld aansluitschema voor nevenindicator (gebruik makende van ATS1810 en AI672)..... 16
Aansluiting systeemdatabus ..................................................................................................................................... 16
Netspanningaansluiting............................................................................................................................................... 16
Aarding ................................................................................................................................................................................. 16
Afscherming....................................................................................................................................................................... 17
Montage van de hardware - adressering............................................................................................................ 18
Ingangen configuratie ATS controlepaneel......................................................................................................... 18
Technische specificaties ................................................................................................................................22
Tabellen
Tabel 1. Overzicht van alle voorkomende paneel varianten. .......................................................................................4
Tabel 2. Ingangen en uitgangen die aan elk DI zijn toegewezen............................................................................18
Tabel 3. Ingangen en gebieden overzicht ATS controlepanelen............................................................................18
Tabel 4. Sirene-uitgangnummers...........................................................................................................................................20
Tabel 5. Deur-/liftnummers die aan elke DI zijn toegewezen....................................................................................20
Tabel 6. Waarden voor eindelijnsweerstanden...............................................................................................................21
Tabel 7. Netspanning en voedingsspecificaties. .............................................................................................................22
Tabel 8. Algemene eigenschappen. ......................................................................................................................................23
Tabel 9. ATS controlepaneel zekeringen.............................................................................................................................23
Tabel 10. Overzicht van beschikbare accu’s en de hulpvoeding uitgangsstroom bij een bepaalde accu
en goedkeuring.
..............................................................................................................................................................................24
ATS controlepaneel
Installatiehandleiding
4
Belangrijk
Deze handleiding geeft informatie voor alle ATS1000, ATS2000, ATS3000 en ATS4000 controlepanelen.
Indien er verwezen wordt naar het ATS controlepaneel, kan dit gelezen worden als een van de ATS1000,
ATS2000, ATS3000 en ATS4000 controlepanelen, behalve indien dit nadrukkelijk anders staat omschreven.
Tabel 1. Overzicht van alle voorkomende paneel varianten.
ATS1000/2000/3000 varianten ATS4000 varianten
Paneel Behuizing Voeding Paneel Behuizing Voeding
ATS1000 ATS1641 0.7 A ATS4000 ATS1640 2 A
ATS2000
ATS3000
ATS1641 2 A ATS4500 ATS1642 2 A
ATS2100
ATS3100
ATS1641 3 A ATS4600 ATS1642 3 A
ATS2200
ATS3200
ATS1646 2 A
ATS2400
ATS3400
ATS1646 3 A
ATS2500
ATS3500
ATS1642 2 A
ATS2600
ATS3600
ATS1642 3 A
Niet alle types kunnen beschikbaar zijn.
5
Algemene installatie voorschriften
Aansluiten van de netspanning
Gebruik de netspanningaansluitconnector voor het aansluiten van de netspanning. Sluit vaste of flexibele
bekabeling aan op een geaarde netspanningsaansluiting. Gebruik in geval van vaste bekabeling een aparte
onderbreker of zekering in het circuit. In alle gevallen dient de locale regelgeving betreffende deze
aansluiting op de netspanning opgevolgd te worden.
BELANGRIJK:
Koppel de aansluiting van de netspanning los voordat u het controlepaneel opent!
Haal de stekker uit het stopcontact, of
schakel de netspanning uit door middel van de aparte onderbreker.
OPGELET:
Dit controlepaneel kan voorzien zijn van een lood accu. Het afvoeren van deze accu dient te gebeuren conform de
regelgeving van chemisch afval.
Montage
Het controlepaneel wordt met schroeven of bouten door de vier bevestigingsgaten van de behuizing
gemonteerd.
Zorg dat het controlepaneel gemonteerd wordt op een vlak, stevig verticaal oppervlak, zodat de behuizing
niet zal buigen of vervormen wanneer de montageschroeven of –bouten worden vastgedraaid.
Laat opzij een ruimte van 50 mm vrij tussen de behuizingen van apparaten, en 25 mm tussen de behuizing en
de loopruimte.
De accu locatie in de behuizing is alleen bedoeld voor vaste opstelling van het paneel. De accu dient te allen
tijde verwijderd te worden tijdens transport van het paneel.
Zorg ervoor dat de bedradingaansluitingen geïsoleerd zijn. Gebruik kabelbandjes om te voorkomen dat
indien er een ader breekt deze geen sluiting kan maken met andere verbindingen.
Fabriekswaarden op paneel instellen
Belangrijk: Voordat u tot volledige installatie overgaat, dient u het paneel eerst naar fabrieksinstellingen terug te
brengen. Dit om er zeker van de zijn dat het paneel de juiste landinstellingen heeft volgens de locale regelgeving.
Algemene installatie voorschriften
Het ATS controlepaneel is speciaal ontworpen, samengesteld en getest, conform de huidige geldende
standaard, om aan alle eisen te voldoen welke gerelateerd zijn aan veiligheid, straling en ongevoeligheid
voor omgevingsinvloeden zoals electrische en electromagnetische interferentie.
Indien de navolgende voorschriften nauwkeurig worden opgevolgd, zal het systeem gedurende vele jaren
betrouwbaar functioneren.
Het is van essentieel belang om gedurende de installatie van het ATS controlepaneel, als aanvulling op de
volgende voorschriften, de geldende locale voorschriften te hanteren die van toepassing zijn op uw
installatie. Alleen erkende installateurs of speciaal opgeleide technici mogen dit systeem van een vaste
netspanning- of telefoonaansluiting voorzien.
1. Verzeker u ervan dat er een goede aardaansluiting beschikbaar is voor het alarmsysteem.
ATS controlepaneel
Installatiehandleiding
6
2. Houd een duidelijke scheiding aan tussen laagspanning- en netspanningkabels. Gebruik gescheiden
kabelinvoeren van het controlepaneel
3. Indien de bovenste en / of onderste kabelinvoeren worden gebruikt, dient u te allen tijde geschikte
installatiebuis en lasdozen te gebruiken.
4. Voor een vaste netspanningaansluiting dient u de netspanningconnector te bedraden d.m.v. Vinyl
draad of VmVk. Voor een "losse" aansluiting kunt u gebruik maken van soepel netsnoer en een WCD
met randaarde. Gebruik altijd kabelbandjes om de bedrading vast te zetten. Hiervoor zijn speciale
bevestigingspunten aangebracht o.a. bij de netspanningconnector.
a. In geval van een vaste aansluiting dient er een aparte groep gebruikt te worden.
b. Soepele aders, welke aangesloten worden op de netspanningconnector, mogen niet vertind
worden.
5. Vermijd kabellussen in het controlepaneel en zorg ervoor dat de bekabeling niet op of onder de print
rust. Het gebruik van kabelbandjes dient de voorkeur en verbetert de netheid en de aansluitingen
worden hierdoor meer overzichtelijk in de behuizing.
6. De accu die in dit paneel wordt toegepast, dient de juiste kwaliteit en capaciteit te hebben en dient te
voldoen aan alle eisen, gesteld in de nationale wet en regelgeving, alsmede de locale verordeningen.
7. Ieder spanningscircuit, direct verbinden via relaiscontacten in het paneel of via de externe relais
contacten die via het paneel worden aangestuurd, dienen van een zogenaamd SELV (Safety Extra-
Low Voltage) spanningscircuit voorzien te zijn.
a. Hulprelais die de netspanning schakelen mogen niet in het panel gemonteerd worden.
b. Pas altijd een diode toe (bijv.4001) over de spoel van een hulprelais i.v.m. de tegen EMK
(alleen bij gelijkspanning!)
c. Pas altijd deugdelijke relais toe met voldoende isolatie tussen contacten en spoel.
8. De minimale afstand tussen diverse apparatuur dient 50 mm te bedragen.
9. Pas de apparatuur alleen toe in een schone en niet vochtige ruimte.
7
Installatie (ATS1000)
1 Aardverbinding. Ook gebruikt
voor kabelafscherming en de
deksel van de behuizing.
2 EPROM (af fabriek).
3 N/A.
4 TST1 herstelt standaard
installateurscode /
hoofdgebruikerscode.
5 TST2 uitsluitend fabrieksgebruik.
J5-J6 Ingangen 1 - 8.
J7 Connector voor ATS1202
ingangenuitbreiding.
J8 Connector voor
ATS1810/1811/1820
uitgangenuitbreiding.
J10 RS485-systeemdatabus en
sabotage aansluitingen
behuizing.
J13 S1 Externe sirene (1 kohm
supervisie).
S2 Interne sirene.
J14 Uitgang hulpvoeding.
J16 PSTN lijn aansluiting.
J17 Voedingsaansluitingen.
J18 Seriële aansluiting (RS232).
J20 MI-bus modules: connector naar
bijv. ISDN, audio en GSM module
enz.
J2, J3, J4, J15, J19 - Niet aangesloten.
1. Om te voldoen aan de Italiaanse normering CEI 79-2 klasse 2, dient een pry-off tamper toegepast te worden
(ST580 kit).
2. Het gebruik van een ferrietkraal voor de PSTN verbinding is niet noodzakelijk.
3. Sirene uitgang is alleen een spanningsgestuurde uitgang.
Raadpleeg de voorbeelden Aansluitschema (ATS2000/3000) en Aansluitschema (ATS4000) op pagina 9 en 12
voor meer details betreffende de aansluitingen en het aansluiten van modules op de ATS1000.
ATS controlepaneel
Installatiehandleiding
8
Installatie (ATS2000/3000)
1 Aardverbinding. Ook gebruikt
voor kabelafscherming en de
deksel van de behuizing.
2 EPROM (af fabriek).
3 RAM of IUM.
4 TST1 - herstelt standaard
installateurscode/
hoofdgebruikerscode.
5 TST 2 - uitsluitend
fabrieksgebruik.
6 Ferrietkraal voor PSTN
verbinding. Voor de
inkomende en uitgaande
kabel dient een lus gemaakt
te worden. Voer de kabel in
via de dichtstbijzijnde
kabelopening in de behuizing.
J5-J6 Ingangen.
J7 Connector voor ATS1202
ingangenuitbreiding.
J8 Connector voor
ATS1810/1811/1820
uitgangenuitbreiding.
J9 Programmeerbare
relaisuitgang.
J10 RS485-systeemdatabus en
sabotageaansluitingen
behuizing.
J11 Aansluiting voor
computer/printer interface
ATS1801.
J13 Aansluitingen voor sirene en
flitslicht.
J14 Uitgang hulpvoeding (SW+ en
SW- alleen
ATS2400/2600/3000).
J16 PSTN lijn aansluiting.
J17 Voedingsaansluitingen.
J18 Seriële aansluiting (RS232).
J20 MI-bus modules: connector
naar bijv. ISDN, audio en GSM
module enz.
J2, J3, J4, J15, J19 - Niet aangesloten.
Om te voldoen aan de Italiaanse normering CEI 79-2 klasse 2, dient een pry-off tamper toegepast te worden (ST580 kit).
Voor gedetailleerde informatie op de print verwijzen wij u naar het aansluitschema op pagina 9.
9
Aansluitschema (ATS2000/3000)
Tijdelijke serviceverbinding – seriële poort (J18)
Maak gebruik van de ATS1630 programmeerkabel.
ATS controlepaneel
Installatiehandleiding
10
1 Ferietkraal voor PSTN verbinding. Voor de inkomende en uitgaande kabel dient een lus gemaakt te worden.
2 AC-aansluiting van transformator.
3 Systeem-aarding (zie details pagina 16).
4 12 V accu.
5 Schakelbare uitgang hulpvoeding (ATS2400/2600/3000).
6 Externe sirene, spanningsgestuurde sirene of 8 ohm luidspreker.
7 1 kohm weerstand t.b.v. lijnbewaking van de Ext sirene (spanningsgestuurd).
8 Interne sirene, spanningsgestuurde sirene of 8 ohm luidspreker.
9 12 V flitslicht.
A Systeemdatabus.
B Normaal gesloten sabotagecontact deksel.
C Normaal gesloten sabotagecontact behuizing.
D Normaal gesloten alarmcontact t.b.v. de ingangen.
E Normaal gesloten sabotagecontact t.b.v. de ingangen.
F ATS1810/11/20 +12 V selectie.
G RAM of IUM.
H EPROM (af fabriek geplaatst).
I Kill – jumper t.b.v. fabrieksinstellingen (jumper spanningsloos 30 seconden kortsluiten).
J Selectie jumper voor ingangen 9-16 op een eventuele aangesloten ingangenuitbreiding (ATS1202).
K TST 2 – Niet gebruikt.
L TST 1 – Herstel hoofdinstallateurscode/hoofdgebruikerscode.
M Niet gebruikt (Fabriekstoepassing).
J5-J6 Ingangen.
J7 Connector voor ATS1202 ingangenuitbreiding. Jumper plaatsen indien ingangen 9-16 worden gebruikt.
J8 Connector voor ATS1810/1811/1820 uitgangenuitbreiding.
J9 Programmeerbare relaisuitgang (Uitgang 3).
J10 RS485 systeemdatabus en sabotageaansluitingen behuizing.
J11 Aansluiting voor computer/printer interface (ATS1801/1802).
J13 Aansluitingen voor sirene en flitslicht.
J14 Uitgang hulpvoeding (SW+ en SW-) (alleen ATS2400/2600/3000).
J16 PSTN lijn aansluiting.
J17 Voedingsaansluitingen.
J18 Seriële aansluiting (RS232).
J20 MI-bus modules: connector naar bijv. ISDN, audio en GSM module enz.
J2, J3, J4,
J15, J19
Niet aangesloten.
11
Installatie (ATS4000)
1 Aardverbinding. Ook gebruikt
voor kabelafscherming en de
deksel van de behuizing.
2 EPROM (af fabriek).
3 Flash (af fabriek).
4 RAM of IUM (optioneel).
5 TST1 - herstelt standaard
Installateurscode /
Hoofdgebruikerscode.
6 TST2 - uitsluitend
fabrieksgebruik.
J2-J6 Ingangen.
J7 Connector naar ATS1202-
ingangenuitbreiding.
J8 Connector t.b.v.
ATS1810/1811/1820
uitgangenuitbreiding.
J9 Programeerbare
relaisuitgang.
J10 RS485-systeemdatabus en
behuizing
sabotageaansluitingen.
J11 Aansluiting voor
computer/printer interface.
J13 Aansluitingen voor sirene en
flitslicht.
J14 Uitgang hulpvoeding.
J16 Niet aangesloten.
J17 Voedingsaansluitingen.
J18 Seriële aansluiting (RS232).
J19 RJ11 PTT aansluiting.
J20 MI-bus modules: connector
naar bijv. ISDN, audio en GSM
module enz.
Om te voldoen aan de Italiaanse normering CEI 79-2 klasse 2, dient een pry-off tamper toegepast te worden (ST580 kit).
Voor gedetailleerde informatie op de print verwijzen wij u naar het aansluitschema op pagina 12.
ATS controlepaneel
Installatiehandleiding
12
Aansluitschema (ATS4000)
Tijdelijke serviceverbinding – seriële poort (J18)
Maak gebruik van de ATS1630 programmeerkabel.
13
1 Het gebruik van een ferrietkraal voor de PSTN verbinding is niet noodzakelijk.
2 AC-aansluiting van transformator.
3 Systeem-aarding (zie details pagina 16).
4 12 V accu.
5 Schakelbare uitgang hulpvoeding.
6 Externe sirene, spanningsgestuurde sirene of 8 ohm luidspreker.
7 1 kohm weerstand t.b.v. lijnbewaking van de externe sirene (spanningsgestuurd).
8 Interne sirene, spanningsgestuurde sirene of 8 ohm luidspreker.
9 12 V flitslicht.
A Systeemdatabus.
B Normaal gesloten sabotagecontact deksel.
C Normaal gesloten sabotagecontact behuizing.
D Normaal gesloten alarmcontact t.b.v. de ingangen.
E Normaal gesloten sabotagecontact t.b.v. de ingangen.
F ATS1810/11/20 +12 V selectie.
G RAM of IUM (optioneel).
H EPROM (af fabriek geplaatst).
I Kill – jumper t.b.v. fabrieksinstellingen (jumper spanningsloos 30 seconden kortsluiten).
J Flash.
K TST 2 – Niet gebruikt.
L TST 1 – Herstel hoofdinstallateurscode/hoofdgebruikerscode.
M Niet gebruikt (Fabriekstoepassing).
J2 - J6 Ingangen.
J7 Connector t.b.v. ATS1202 ingangenuitbreiding.
J8 Connector t.b.v. ATS1810/1811/1820 uitgangenuitbreiding.
J9 Programeerbare relaisuitgang (uitgang 3).
J10 RS485 systeemdatabus en behuizing sabotageaansluitingen.
J11 Aansluiting voor computer/printer interface (ATS1801/1802).
J13 Aansluitingen voor sirene en flitslicht.
J14 Uitgang hulpvoeding.
J15 RJ45 PTT aansluiting (niet geplaatst).
J16 PSTN lijn aansluiting.
J17 Voedingsaansluitingen.
J18 Seriële aansluiting (RS232).
J19 RJ45 PTT aansluiting.
J20 MI-bus modules: connector naar bijv. ISDN, audio en GSM module enz.
ATS controlepaneel
Installatiehandleiding
14
Bekabeling (ATS2000/3000)
Systeemdatabus: aansluitschema van de aanbevolen configuratie
Er zit een TERM-aansluiting op het eerste en laatste
interface op de systeemdatabus. Bij een 'ster'-configuratie
max. 9 meter van de bekabeling is de TERM-aansluiting
alleen aangebracht op de interfaces aan de uiteinden van
de twee systeemdatabuskabels.
1 TERM-aansluiting aangebracht (eerste interface op lokale
databus).
2 Controlepaneel ATS2000/3000 varianten.
3 ATS LCD-GI (TERM-schakelaar niet op ON).
4 Afzonderlijke 12V voeding. Vereist indien GI meer dan 100
m verwijderd is van het dichtstbijzijnde paneel of DI. Sluit
"-" aan op "-" van de databus.
5 Aanbevolen datakabeltype: WCAT 52 (tweevoudig twisted
pair).
6 TERM-aansluiting aangebracht (laatste interface op lokale
databus).
7 Aard aansluiting t.b.v. afscherming*.
8 Een willekeurige DI, gelijkwaardig aan ATS1201, ATS1210,
ATS1220, ATS1250.
*Verbind de kabelafscherming alleen aan één interface
(aarding).
Zie voor meer informatie: Aansluiting systeemdatabus en
Aarding op pagina 16.
LED's
L1: Knippert langzaam wanneer het paneel (de
microprocessor) in bedrijf is.
COMMS
Rx: Gele LED knippert wanneer interfaces (GI's en DI's) het
pollen beantwoorden.
Tx: Rode LED knippert wanneer het paneel interfaces (GI's en
DI's) aan het pollen is. Deze moet altijd in bedrijf zijn.
MODEM
Rx1: Gele LED knippert wanneer data ontvangen wordt van
een apparaat welke is aangesloten op de telefoonlijn
(J15/J16/J19) (particuliere alarmcentrale of modem van
alarmkiezer) of de seriële poort (RS232 PC J18).
Tx1: Rode LED knippert wanneer data verzonden wordt van
het paneel naar een apparaat dat is aangesloten op de
telefoonlijn (J15/J16) of de seriële poort (J18).
15
Bekabeling (ATS4000 varianten)
Systeemdatabus: aansluitschema van de aanbevolen configuratie
Er zit een TERM-aansluiting op het eerste en laatste interface op de systeemdatabus. Bij een 'ster'-
configuratie max. 9 meter van de bekabeling is de TERM-aansluiting alleen aangebracht op de interfaces aan
de uiteinden van de twee systeemdatabuskabels.
1 TERM-aansluiting aangebracht
(eerste interface op lokale databus).
2 Controlepaneel ATS4000 varianten.
3 ATS LCD-GI (TERM-schakelaar niet
op ON).
4 Afzonderlijke 12V voeding. Vereist
indien GI meer dan 100 m verwijderd
is van het dichtstbijzijnde paneel of
DI. Sluit "-" aan op "-" van de databus.
5 Aanbevolen datakabeltype: WCAT 52
(tweevoudig twisted pair).
6 TERM-aansluiting aangebracht
(laatste interface op lokale databus).
7 Aardaansluiting t.b.v. afscherming*.
8 Een willekeurige DI, gelijkwaardig aan
ATS1201, ATS1210, ATS1220,
ATS1250.
* Verbind de kabelafscherming alleen
aan één interface (aarding).
Zie voor meer informatie: Aansluiting
systeemdatabus en Aarding op
pagina 16.
LED's
L1: Knippert langzaam wanneer het
paneel (de microprocessor) in
bedrijf is.
COMMS
Rx: Gele LED knippert wanneer GI's en
DI's het pollen beantwoorden.
Tx: Rode LED knippert wanneer het
paneel remote apparaten aan het
pollen is. Deze moet altijd in
bedrijf zijn.
MODEM
Rx1: Gele LED knippert wanneer data
ontvangen worden van een apparaat
dat is aangesloten op de telefoonlijn
(J15/J16/J19) (particuliere
alarmcentrale of modem van
alarmkiezer) of de seriële poort
(RS232 PC J18).
Tx1: Rode LED knippert wanneer data
verzonden wordt van het paneel naar
een apparaat dat is aangesloten op
de telefoonlijn (J15/J16) of de seriële
poort (J18).
ATS controlepaneel
Installatiehandleiding
16
Voorbeeld aansluitschema voor nevenindicator (gebruik makende van
ATS1810 en AI672)
1 ATS-controlepaneel.
2 Verbindingskabel
uitgangenuitbreiding.
3 Uitgang 4 - NO.
4 Uitgang 4 - COM.
5 Uitgang 4 - NC - niet gebruikt.
6 Hulpvoeding.
7 "-" hulpvoeding paneel naar
"NO" uitgang 4 ATS1810.
8 "+" hulpvoeding paneel naar
"+" AI672.
9 "-" AI672 naar "COM"
uitgang 4 ATS1810.
Aansluiting systeemdatabus
De systeemdatabus wordt gebruikt voor het aansluiten van data-interfaces (om extra ingangen beschikbaar te
maken) en van gebruikersinterfaces op het ATS-controlepaneel. Remote units kunnen maximaal 1,5 km
verwijderd zijn van ATS-controlepanelen.
Gebruikersinterfaces en data-interfaces moeten via de systeemdatabusconnectie aangesloten zijn met
afgeschermde tweevoudige twisted pair kabels (Aanbevolen wordt WCAT 52).
De afscherming van de datakabel moet aan aarde verbonden worden op het ATS-controlepaneel en mag aan
het andere uiteinde niet zijn aangesloten.
Indien de afstand tussen de gebruikersinterface en de dichtstbijzijnde interface meer dan 100 meter is, wordt
aanbevolen een afzonderlijke voeding te gebruiken voor de gebruikersinterface.
Bij het aansluiten van de voedingsspanning op de gebruikersinterface mag niet de '+' vanaf de
systeemdatabus worden aangesloten. Sluit de '+' van de lokale voeding aan op de '+' van de
gebruikersinterface en sluit de 0 Volt van de voeding en de 0 Volt van de systeemdatabus aan op de '-' klem
van de gebruikersinterface.
Zie Bekabeling op pagina 14 en 15.
Netspanningaansluiting
Zorg er voor dat tijdens het aansluiten van de netspanning, de netspanning is afgeschakeld (zie pagina 5).
Gebruik voor de invoer van de netspanningkabel PG16 wartels voor correcte installatie. In alle gevallen
dienen de locale voorschriften opgevolgd te worden.
Aarding
OPGELET:
Volg de juiste aardingsprocedure.
17
Aarding van een behuizing met daarin verschillende interfaces.
Alle interfaces die voor het systeem zijn ontworpen zijn voorzien van aardaansluitingen en via metalen
afstandbussen verbonden met de metalen behuizing. Let erop dat de aardaansluitingen goed contact maken
met de metalen behuizing (voorkom dat verf de verbinding blokkeert). Alle individuele aardaansluitingen
kunnen gebruikt worden voor het aansluiten van de afscherming van afgeschermde kabels.
Als een interface in een behuizing van kunststof is geplaatst hoeft de aardingsklem van het interface niet te
zijn aangesloten.
Aarding van panelen binnen een gebouw.
De verschillende behuizingen of interfaces binnen een gebouw worden aangesloten op een
veiligheidsaardingssysteem.
Het veiligheidsaardingssysteem van een gebouw dient door een daartoe bevoegde installateur te worden
gecontroleerd.
Aarding van panelen in meerdere gebouwen.
Als de bekabeling zich over meerdere gebouwen uitstrekt, dient er meer dan een veiligheidsaardingssysteem
te worden gebruikt. Gebruik ATS1740 isolator/repeaters om de systeemdatabus te isoleren. Op deze wijze is
het systeem beschermd tegen verschillen in het aardpotentialen.
Afscherming
De afscherming van alle bekabeling binnen het systeem mag uitsluitend aan één kant op een
gemeenschappelijk aardingspunt in een gebouw worden aangesloten (zie afbeelding). Van een afgeschermde
databuskabel dient de afscherming van zowel de inkomende als de uitgaande kabel te worden aangesloten als
de kabel via meerdere interfaces met een kunststof behuizing loopt.
1 Netspanning met lokale aarding.
2 Netvoeding aansluitblok.
3 Systeemdatabus.
4 Aardaansluiting.
5 Gebouw 1.
6 Gebouw 2.
7 Interface in metalen behuizing.
8 Interface in kunststof behuizing.
9 ATS controlepaneel.
ATS controlepaneel
Installatiehandleiding
18
Montage van de hardware - adressering
Alle data-interfaces (DI's), ingangen en uitgangen worden consistent genummerd. Deze nummers worden bij
het programmeren gebruikt voor het bepalen van de fysieke nummers/locaties van DI's, uitgangen enz.
Tabel 2. Ingangen en uitgangen die aan elk DI zijn toegewezen.
Controlepaneel 1-16 DI 8 129-144
DI 1 17-32 DI 9 145-160
DI 2 33-48 DI 10 161-176
DI 3 49-64 DI 11 177-192
DI 4 65-80 DI 12 193-208
DI 5 81-96 DI 13 209-224
DI 6 97-112 DI 14 225-240
DI 7 113-128 DI 15 241-256
Ingangen configuratie ATS controlepaneel
Interne uitbreiding
Het aantal ingangen welke rechtstreeks kunnen worden aangesloten op het controlepaneel kan worden
uitgebreid door de ATS1202 ingangenuitbreiding te gebruiken. Het maximaal aantal ingangen waarmee het
controlepaneel intern kan worden uitgebreid is weergeven in Tabel 3.
Externe uitbreiding
Aan DI 1 tot en 15 zijn de ingangsnummers toegewezen zoals weergegeven in Tabel 2. DI's kunnen worden
gebruikt om het ATS controlepaneel uit te breiden met externe ingangen. Het maximaal aantal ingangen voor
ieder controlepaneel is weergegeven in Tabel 3.
Tabel 3. Ingangen en gebieden overzicht ATS controlepanelen.
Controlepaneel Standaard ingangen
op controlepaneel
Maximaal aantal ingangen intern
uitbreidbaar op controlepaneel
Maximaal aantal
ingangen
Gebieden
ATS1000 8 16 (1 x ATS1202) 32 2
ATS2000 8 32 (3 x ATS1202) 64 4
ATS3000 8 32 (3 x ATS1202) 128 8
ATS4000 16 32 (2 x ATS1202) 256 16
Opmerking: Het verhoogde aantal ingangen voor de ATS2000 en ATS3000 controlepanelen is alleen beschikbaar vanaf
firmware versie 04.09.xx en hoger.
Een standaard DI kan acht aangesloten ingangen hebben. Dit aantal kan uitgebreid worden met stappen van
8 ingangen tot maximaal 32. Een DI kan dus 8, 16, 24 of 32 ingangen hebben.
Het uitbreiden van het aantal aangesloten ingangen op het controlepaneel of op een DI tot meer dan 16 met
een ATS1202 komt neer op het combineren van twee DI-adressen. De extra ingangen worden weggehaald
bij de volgende DI. Neem de volgende DI niet op in de lijst van te pollen apparaten. Zodoende blijft de
nummering consistent.
Bijvoorbeeld: DI 1 heeft 32 ingangen (er kan dus geen DI 2 zijn, omdat DI 1 de ingangen aan zijn adres
heeft toegekend. DI 2 moet dus niet worden gebruikt).
DI 3 is daarom fysiek de tweede interface. Als het 24 of 32 ingangen heeft, kan er geen DI
4 zijn, enz.
ATS1250 en ATS1260 zijn ook DI's; hun ingangen hebben ook de standaardnummering.
Bijvoorbeeld: De eerste ATS1250 is DI 1 en heeft 16 ingangen, die door het ATS controlepaneel
geïdentificeerd worden als ingangen 17 tot en met 32.
19
Programmeren van een DI met 8-32 ingangen (ATS 1201, ATS121x, ATS122x, ATS1250)
Voor elke DI die voor pollen is geprogrammeerd, verwacht het ATS-controlepaneel 16 of 32 ingangen te
zien, afhankelijk van de stand van dipswitch 5.
Als een DI slechts 8 of 24 aangesloten ingangen heeft, moeten de ongebruikte ingangsnummers in de
Ingangen-database worden geprogrammeerd als type 0 (ingang uitgeschakeld). Hetzelfde geldt voor het
controlepaneel als slechts 8 ingangen zijn aangesloten.
Bijvoorbeeld: DI 1 heeft 24 ingangen (2 ingangsuitbreidingen en dipswitch 5 ingeschakeld). Daarom
moeten ingangen 41 tot en met 48 geprogrammeerd worden als Type 0.
Uitgangen
Uitgangcontrollers worden gebruikt om het aantal uitgangnummers op een DI of een controlepaneel uit te
breiden. Elke uitgangcontroller (ATS1811) breidt het aantal uitgangen uit met 8.
Op een DI kunnen twee uitgangcontrollers aangesloten worden, waarmee het aantal uitgangen per DI tot
maximaal 16 kan worden verhoogd.
Een ATS controlepaneel kan maximaal 32 uitgangcontrollers hebben, zodat er maximaal 255 uitgangen zijn.
Als er meer dan 16 uitgangen zijn aangesloten op het ATS controlepaneel, worden de uitgangen vanaf nummer 17 op
de DI gedupliceerd. In dit geval zijn er twee alternatieven:
gebruik geen uitgangen op de DI, of
beide uitgangen worden samen geactiveerd.
Bijvoorbeeld: Het ATS-controlepaneel beschikt over 24 uitgangen en DI 1 heeft 8 uitgangen. Wanneer
uitgang 17 actief is, worden de eerste uitgang op de derde ATS1811-uitgangcontroller
(aangesloten op het ATS-paneel) en de eerste uitgang op DI 1, beide geactiveerd.
Uitgang- en ingangsnummers zijn altijd gelijk aan de eerste 16 ingangsnummers op de DI waarop zij zijn
aangesloten. Als een DI niet bestaat omdat het voorgaande DI een verhoogd aantal ingangsnummers heeft,
kunnen de uitgangnummers van dat DI-adres niet worden gebruikt.
De uitgangnummers kunnen worden gebruikt als er uitgangcontrollers zijn aangesloten op het ATS-paneel
dat overeenkomt met die uitgangnummers.
Bijvoorbeeld:
DI 1 heeft 32 ingangen. 17-48
DI 1 uitgangen (max. 16): 17-32
(DI 2 uitgangen 33-48 worden niet gebruikt)
DI 3 heeft 32 ingangen: 49-80
DI 3 uitgangen: 49-64
(DI 4 uitgangen 65-80 worden niet gebruikt)
Uitgangen op een DI bestaan alleen indien de DI bestaat.
Sirene-uitgangen
De interne en de externe sirene-uitgangen op het ATS-controlepaneel worden altijd behandeld als uitgang 16.
Als een DI een sirene-uitgang heeft, is het de laatste van de 16 uitgangnummers die met het DI-adres
geassocieerd zijn. Bijvoorbeeld, op DI 3 is uitgang 64 de sirene-uitgang (zie Tabel 4).
ATS controlepaneel
Installatiehandleiding
20
Tabel 4. Sirene-uitgangnummers.
DI nr. Sirene uitgangnr. DI nr. Sirene uitgangnr.
1 32 9 160
2 48 10 176
3 64 11 192
4 80 12 208
5 96 13 224
6 112 14 240
7 128 15 -
8 144
Om de uitgang van de sirene te activeren, moet het uitgangnummer van de sirene toegekend worden aan het
nummer van de actievlag van de sirene. De nummers van de actievlaggen van sirenes worden ingevoerd in
Programmeermenu 2 – Gebieden-database.
Uitgangcontrolegroepen
Nummers van uitgangcontrolegroepen identificeren een groep van acht uitgangen die worden aangestuurd
door het controlepaneel, door een DI of door een gebruikersinterface.
Wanneer een uitgangcontrolegroep wordt toegekend aan een gebruikersinterface, volgt de Open collector
uitgang (of: "OUT")–terminal de EERSTE uitgang van de uitgangcontrolegroep.
Voor verdere informatie wordt u verwezen naar de programmeerhandleiding menu 3 – GI's.
Nummering van deuren en liften
Deurnummers worden bepaald door het adres van de gebruikersinterface of de kaartlezer die aangesloten is
op de ATS systeemdatabus of op de 4-deuren lokale databus en, indien van toepassing, op het 4-deuren DI-
adres.
Deuren 1 tot en met 16 zijn gereserveerd voor gebruikersinterfaces 1 tot en met 16, die verbonden zijn met
de ATS systeemdatabus en gebruikt worden voor deurcontrolefuncties.
Deuren 17 tot en met 64 worden gebruikt voor deur- of liftnummers die aangestuurd worden door een 4-
deuren/4-lift DI (ATS1250 of ATS 1260). Zie Tabel 5.
Tabel 5. Deur-/liftnummers die aan elke DI zijn toegewezen.
Eenheid Deurnummer
GI 1 tot 16 1 – 16 (Alleen deur)
Deuren of liften 1ste 2de 3de 4de
DI 1 17 18 19 20
DI 2 21 22 23 24
DI 3 25 26 27 28
DI 4 29 30 31 32
DI 5 33 34 35 36
DI 6 37 38 39 40
DI 7 41 42 43 44
DI 8 45 46 47 48
DI 9 49 50 51 52
DI 10 53 54 55 56
DI 11 57 58 59 60
DI 12 61 62 63 64
21
Waarden voor eindelijnsweerstanden
Onderstaande lijst bevat de te gebruiken waarden voor eindelijnsweerstanden. Zowel de weerstand als de
spanning over de ingang worden getoond. De spanning zal variëren, afhankelijk van de gemeten
voedingsspanning.
Meet de actuele voedingsspanning over de ingang wanneer die open is. De gebruikte eindelijnsweerstand is
gebaseerd op de instelling voor de eindelijnsweerstandscode die geprogrammeerd is in de systeemopties (zie
de ATS controlepaneel programmeerhandleiding).
Tabel 6. Waarden voor eindelijnsweerstanden.
EOL code 0 (10 kohm weerstanden)
Status R ingang (kohm) V ingang (V)
Kortsluiting < 2.9 < 5.26
Verstoorde ingang 2.9 - 6.8 5.26 - 8.2
Veilige ingang 6.8 – 13.5 8.2 - 10.26
Verstoorde ingang 13.5 – 42 10.26 – 12.44
Open circuit > 42 > 12.44
EOL code 1 (4.7 kohm weerstanden)
Status R ingang (kohm) V ingang (V)
Kortsluiting < 1.2 < 2.8
Verstoorde ingang 1.2 – 3.2 2.8 –5.58
Veilige ingang 3.2 – 6.4 5.58 – 7.95
Verstoorde ingang 6.4 - 17 7.95 – 10.8
Open circuit > 17 > 10.8
EOL code 2 (2.2 kohm weerstanden)
Status R ingang (kohm) V ingang (V)
Kortsluiting < 0.5 < 1.32
Verstoorde ingang 0.5 – 1.4 1.32 – 3.16
Veilige ingang 1.4 – 3 3.16 – 5.48
Verstoorde ingang 3 – 7.2 5.48 – 8.29
Open circuit > 7.2 > 8.29
ATS controlepaneel
Installatiehandleiding
22
Technische specificaties
Tabel 7. Netspanning en voedingsspecificaties.
Netspanningspecificaties
Netspanning (primaire trafo zijde) 230 VAC ± 10% - 50Hz ± 10% - 58 VA (ATS1000 – 15.3 VA)
Stroomverbruik bij 230V~ 250 mA max. (ATS1000 – 100 mA)
Uitgangsspanning
(secundaire trafo zijde, AC: J17)
23 VAC typ. (ATS1000 – 19 VAC)
Voedingspecificaties
Voedingsspanning 13.8 VDC ± 0.2 V
14.4 VDC ± 0.2 V bij SW+ (ATSx100/x400/x600)
Totale uitgangsstroom 0,7 A max. bij 13.8 VDC ± 0.2 V (ATS1000)
2.0 A max. bij 13.8 VDC ± 0.2 V (ATSx000/x200/x500)
3.0 A max. bij 13.8 VDC ± 0.2 V (ATSx100/x400/x600)
Hulpspanning voorziening
(AUX. POWER: J14)
13.8 VDC ± 0.2 V, 280 mA max. (ATS1000)
13.8 VDC ± 0.2 V, 500 mA max. (ATSx000/x200/x500)
13.8 VDC ± 0.2 V, 680 mA max. (ATS2100/3100/2400/3400/2600/3600)
13.8 VDC ± 0.2 V, 600 mA max. (ATS4600)
De maximale continu stroom voor externe apparatuur waarbij geen
enkele alarmconditie aanwezig is.
Accu aansluiting (BAT: J17) 13.8 VDC ± 0.2 V 500 mA max. (ATS1000)
13.8 VDC ± 0.2 V 1300 mA max. (ATSx000/x200/x500)
13.8 VDC ± 0.2 V 2200 mA max. (ATSx100/x400/x600
Soort accu Oplaadbare onderhoudsvrije loodaccu 7.2 Ah 12V nom. of 18 Ah 12 V nom.
(BS131)
*
Stroomverbruik controlepaneel 160 mA bij 13,8 VDC ± 0.2 V (ATS1000)
200 mA bij 13.8 VDC ± 0.2 V (overige)
120 mA bij 13.8 VDC ± 0.2 V (alleen ATS2100/3100/2400/3400/2600/3600)
Maximale spanning
van voeding, hulpvoeding uitgang en
accu uitgang
14.5 VDC (alle)
Minimale spaning (bij opladen accu)
van voeding, hulpvoeding uitgang en
accu uitgang
10.4 VDC (alle)
Maximale rimpelspanning Vpp 550 mV (ATS1000) / 100 mV (overige)
* De opgegeven waarden zijn afhankelijk van de toegepaste accu. Als voorbeeld is een BS131 genomen.
23
Tabel 8. Algemene eigenschappen.
Aantal combinaties van codes Van 10,000 (4 cijfers) tot 1 Biljoen (9 cijfers)
Eindelijnsweerstand 4.7 kohm, 5% 0.25 W (standaard) met keuzemogelijkheid van 10 kohm of
2,2 kohm
Prog. relais (J9) NC/NO relais Maximaal: 2 A bij 13.8 VDC
Ext.sirene & flitslicht
(EXT, STRB: J13)
O.C. uitgang Maximaal: 1 A bij 13.8 VDC
Standaard uitgangen op de print
(ATS1000 varianten: J9 niet
beschikbaar, uitgangsstroom
gelimiteerd tot 300 mA)
Zie de algemene installatie
richtlijnen.
Interne sirene (INT: J13) O.C. uitgang Maximaal: 1 A bij 13.8 VDC
Programmeerbare uitgang via
actievlag 251*.
*Niet beschikbaar op de
ATS1000/2000/2200/2500.
Geschakelde uitgang
(SW+/SW-: J14)
O.C. uitgang Maximaal: 1 A bij 13.8 VDC
Bedrijfstemperatuur -10 tot +55°C
Relatieve vochtigheid 95% niet condenserend
IP beveiligingsklasse IP30
Kleur Beige
Behuizing Panelen Afmetingen
ATS1641 ATS1000/2000/3000/2100/3100 315x388x85 mm
ATS1640 ATS4000 315x445x88 mm
ATS1646 ATSx200/x400 475x370x160 mm
ATS1642 ATSx500/x600 475x460x160 mm
Tabel 9. ATS controlepaneel zekeringen.
Zekering ATS1000 Zekering-
waarde
ATS2000 ATS3000
ATS3200
ATS3500
ATSx100
ATSx400
ATSx600
ATS4000
ATS4500
Zekering-
waarde
F5 Accu 2 A, snel 20x5 Accu Accu Accu 3.15 A, snel
20x5
F4 Niet gebruikt 12 V
hulpvoeding
Int. sirene
12 V
hulpvoeding
Int. sirene
SW+/SW-
12 V
hulpvoeding
Int. sirene
2 A, snel 20x5
F3 Systeem
databus
12 V
hulpvoeding
Ext. sirene +
Int. sirene
1 A, snel 20x5 Systeem
databus
Systeem
databus
Systeem
databus
1 A, snel 20x5
F2 Niet gebruikt Niet gebruikt Niet gebruikt SW+ / SW- 1 A, snel 20x5
F1 Niet gebruikt Ext. sirene +
flitslicht
Ext. sirene +
flitslicht
Ext. sirene +
flitslicht
1 A, snel 20x5
Netspanning Netspanning-
zekering*
315 mA, snel
20x5
Netspanning-
zekering*
Netspanning-
zekering*
Netspanning-
zekering*
630 mA, snel
20x5
*De netspanningzekering maakt deel uit van het netspanning aansluitblok.
OPGELET:
Schakel de netspanning uit voordat u de netzekering verwijdert (zie pagina 5).
ATS controlepaneel
Installatiehandleiding
24
Tabel 10. Overzicht van beschikbare accu’s en de hulpvoeding uitgangsstroom bij een bepaalde accu en goedkeuring.
ATS1000 controlepaneel hulpvoeding uitgangstroom en accu-capaciteit
Accu Goedkeurings-
klasse
Ontlaadtijd (h) Laadtijd (h) Stroom
(mA)
7.2 Ah 2 x 72 Ah
Aux 280 EN 1&2 12 72
Accu 500
Aux 280 INCERT 24 24
Accu 500
ATSx000, x200, x500 controlepanelen hulpvoeding uitgangsstroom en accu-capaciteit (x=2, 3 of 4)
Accu Goedkeurings-
klasse
Ontlaadtijd (h) Laadtijd (h) Stroom
(mA)
7.2 Ah 18 Ah 25 Ah 36 Ah 2 x 25 Ah
Aux 350 1200 1300 1300 1300
EN 1&2 12 72
Accu 1245 395 295 295 295
Aux = 85 200 300 300
EN 3&4 60 24
Accu = 1510 1395 1295 1295
Aux = 225 450 550 550
NF & A2P – 3 36 30
Accu = 1320 1145 1045 1045
Aux = 10 125 275 300
NF & A2P – 2 72 30
Accu = 1585 1470 1320 1295
Aux 30 380 575 575 575
VdS – B 30 24
Accu 1565 1215 1020 1020 1020
Aux = 85 200 300 300
VdS – C 60 24
Accu = 1510 1395 1295 1295
ATS4600 controlepaneel hulpvoeding uitgangsstroom en accu-capaciteit
Accu Goedkeurings-
klasse
Ontlaadtijd (h) Laadtijd (h) Stroom
(mA)
7.2 Ah 18 Ah 25 Ah 36 Ah 2 x 25 Ah
Aux 350 1200 1750 1800 1800
EN 1&2 12 72
Accu 2245 1395 845 795 795
Aux = 85 200 375 500
EN 3&4 60 24
Accu = 2510 2395 2220 2095
Aux = 225 450 750 950
NF & A2P - 3 36 30
Accu = 2370 2145 1845 1645
Aux = 10 125 275 450
NF & A2P - 2 72 30
Accu = 2585 2470 2320 2145
Aux 30 380 575 900 900
VdS - B 30 24
Accu 2565 2215 2020 1695 1695
Aux = 85 200 375 500
VdS - C 60 24
Accu = 2510 2395 2220 2095
25
ATS2100/3100/2400/3400/2600/3600 controlepanelen hulpvoeding uitgangsstroom en accu-capaciteit
Accu Goedkeurings-
klasse
Ontlaadtijd (h) Laadtijd (h) Stroom
(mA)
7.2Ah 18Ah 25Ah 36Ah 2 x 25Ah
Aux 450 1300 1800 1800 1800
EN 1&2 12 72
Accu 2230 1380 880 880 880
Aux = 175 290 475 575
EN 3&4 60 24
Accu = 2505 2390 2205 2105
Aux = 330 500 775 1000
NF & A2P - 3 36 30
Accu = 2350 2180 1905 1680
Aux = 110 200 340 520
NF & A2P - 2 72 30
Accu = 2570 2480 2340 2160
Aux 110 450 700 975 975
VdS - B 30 24
Accu 2570 2230 1980 1705 1705
Aux = 175 290 475 575
VdS - C 60 24
Accu = 2505 2390 2205 2105
1. Alle gegevens hebben betrekking op een paneel zonder externe apparatuur.
2. Voor NF & A2P is de minimale uitgangsspanning 10.8 V en voor alle andere 10.4 V.
3. Maximale uitgangsstroom kan beperkt worden door:
ontlaadtijd, of
beschikbare laadcapaciteit voor de accu, of
waarde zekering hulpspanning (2 A).
ATS controlepaneel
Installatiehandleiding
26
GE Security
MANUFACTURERS
DECLARATION OF CONFORMITY
For
Product identification:
Model/type : ATS1000 BOM revision level : see model listing
Category (description) : Control Panel
Brand : GE Security/Aritech
Manufacturer:
GE Security B.V.
Kelvinstraat 7
6003 DH Weert
The Netherlands
EU Representative:
Concerning RTTE
EMC Safety Radio
A sample of the product
has been tested by:
GE-Security/Bicon Telefication Dare/KTL
Test report reference
ATS1000_CE_Testreport_1.3.doc, BICON GES-20051124-E1, Safety Telefication
99736350
Applied standards
EN50130-4(1995) +A2(2003)
EN61000-6-3(2001)+A11(2004)
EN61000-3-2(2000)
EN61000-3-2(2000) +A2(2004)
EN61000-3-3(1995) +A1(2001)
EN60950-1(2001)
CTR21(1998)
+EG201121(1998)
Equipment class identifier (RF products falling under the scope of R&TTE)
X Not Applicable None (class 1 product)
(class 2 product)
Means of conformity
We declare under our sole responsibility that this product is in conformity with Directive 93/68/EEC (Marking),
1999/519/EC (EMF) and/or complies to the essential requirements and all other relevant provisions of the 1999/5/EC
(R&TTE) based on test results using (non)harmonized standards in accordance with the Directives mentioned.
27
GE Security
MANUFACTURERS
DECLARATION OF CONFORMITY
For
Product identification:
Model/type : ATS2000/ATS3000 BOM revision level : See model listing
Category (description) : Control Panel
Brand : GE Security/Aritech
Manufacturer:
GE Security B.V.
Kelvinstraat 7
6003 DH Weert
The Netherlands
EU Representative:
Concerning RTTE
EMC Safety Telecom
A sample of the product
has been tested by:
GE-Security/Bicon Helmond Dare Dare/KTL
Test report reference
CE qualification plan : 01.0075
Applied standards
EN50130-4(1995) +A2(2003)
EN61000-6-3(2001) +A11(2004)
EN61000-3-2(2000)+A2(2004)
EN61000-3-3/A1(2000)
EN60950(2000)
EN60950-1(2001)
CTR21(1998)
+EG201121(1998)
Equipment class identifier (RF products falling under the scope of R&TTE)
X Not Applicable None (class 1 product)
(class 2 product)
Means of conformity
We declare under our sole responsibility that this product is in conformity with Directive 93/68/EEC (Marking) and/or
complies to the essential requirements and all other relevant provisions of the 1999/5/EC (R&TTE) based on test results
using (non)harmonized standards in accordance with the Directives mentioned.
ATS controlepaneel
Installatiehandleiding
28
GE Security
MANUFACTURERS
DECLARATION OF CONFORMITY
For
Product identification:
Model/type : ATS4000 system BOM revision level : See attached model listing
Category (description) : Intrusion Control Panel
Brand : GE Security/Aritech
Manufacturer:
GE Security B.V.
Kelvinstraat 7
6003 DH Weert
The Netherlands
EU Representative:
Concerning RTTE
EMC Safety Telecom
A sample of the product
has been tested by:
GE-Security
Bicon Helmond
Dare KTL Arnhem
Test report reference ATS4000CEQP00002V2.18L
Applied standards
EN50130-4(1995) +A2(2003)
EN61000-6-3(2001)+A11(2004)
EN61000-3-2(2000)
EN61000-3-2(2000) +A2(2004)
EN61000-3-3(1995) +A1(2001)
EN60950(2000)
EN60950-1(2001)
CTR21(1998)
+EG201121(1998)
Equipment class identifier (RF products falling under the scope of R&TTE)
X Not Applicable None (class 1 product)
(class 2 product)
Means of conformity
We declare under our sole responsibility that this product is in conformity with Directive 93/68/EEC (Marking) and/or
complies to the essential requirements and all other relevant provisions of the 1999/5/EC (R&TTE) based on test results
using (non)harmonized standards in accordance with the Directives mentioned.
27

Hulp nodig? Stel uw vraag in het forum

Spelregels

Misbruik melden

Gebruikershandleiding.com neemt misbruik van zijn services uitermate serieus. U kunt hieronder aangeven waarom deze vraag ongepast is. Wij controleren de vraag en zonodig wordt deze verwijderd.

Product:

Bijvoorbeeld antisemitische inhoud, racistische inhoud, of materiaal dat gewelddadige fysieke handelingen tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld een creditcardnummer, een persoonlijk identificatienummer, of een geheim adres. E-mailadressen en volledige namen worden niet als privégegevens beschouwd.

Spelregels forum

Om tot zinvolle vragen te komen hanteren wij de volgende spelregels:

Belangrijk! Als er een antwoord wordt gegeven op uw vraag, dan is het voor de gever van het antwoord nuttig om te weten als u er wel (of niet) mee geholpen bent! Wij vragen u dus ook te reageren op een antwoord.

Belangrijk! Antwoorden worden ook per e-mail naar abonnees gestuurd. Laat uw emailadres achter op deze site, zodat u op de hoogte blijft. U krijgt dan ook andere vragen en antwoorden te zien.

Abonneren

Abonneer u voor het ontvangen van emails voor uw Aritech ATS3000 bij:


U ontvangt een email met instructies om u voor één of beide opties in te schrijven.


Ontvang uw handleiding per email

Vul uw emailadres in en ontvang de handleiding van Aritech ATS3000 in de taal/talen: Nederlands als bijlage per email.

De handleiding is 1,56 mb groot.

 

U ontvangt de handleiding per email binnen enkele minuten. Als u geen email heeft ontvangen, dan heeft u waarschijnlijk een verkeerd emailadres ingevuld of is uw mailbox te vol. Daarnaast kan het zijn dat uw internetprovider een maximum heeft aan de grootte per email. Omdat hier een handleiding wordt meegestuurd, kan het voorkomen dat de email groter is dan toegestaan bij uw provider.

Stel vragen via chat aan uw handleiding

Stel uw vraag over deze PDF

Andere handleiding(en) van Aritech ATS3000

Aritech ATS3000 Aanvulling / aanpassing - Nederlands - 198 pagina's


Uw handleiding is per email verstuurd. Controleer uw email

Als u niet binnen een kwartier uw email met handleiding ontvangen heeft, kan het zijn dat u een verkeerd emailadres heeft ingevuld of dat uw emailprovider een maximum grootte per email heeft ingesteld die kleiner is dan de grootte van de handleiding.

Er is een email naar u verstuurd om uw inschrijving definitief te maken.

Controleer uw email en volg de aanwijzingen op om uw inschrijving definitief te maken

U heeft geen emailadres opgegeven

Als u de handleiding per email wilt ontvangen, vul dan een geldig emailadres in.

Uw vraag is op deze pagina toegevoegd

Wilt u een email ontvangen bij een antwoord en/of nieuwe vragen? Vul dan hier uw emailadres in.



Info